Artikel 1. § 1. Dit besluit is van toepassing op de verzoekers om internationale bescherming, in de zin van artikel 2, 1°, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen (hierna "de wet van 12 januari 2007"), die aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° Ze krijgen materiële hulp in een opvangstructuur, in toepassing van artikel 6, § 1, van de wet van 12 januari 2007 en verblijven er ook daadwerkelijk.
2° Ze kregen een toelating tot het uitoefenen van een beroepsactiviteit als loontrekkende, in toepassing van artikel 18, 3°, van het koninklijk besluit van 2 september 2018 houdende uitvoering van de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden, of ze kregen een toelating tot het uitoefenen van een activiteit als zelfstandige in België, hetzij als rechtspersoon, hetzij binnen een vereniging of een juridische of feitelijke vennootschap.
3° Ze oefenen een beroepsactiviteit uit als loontrekkende of als zelfstandige op het Belgische grondgebied.
§ 2. Dit besluit is eveneens van toepassing op de personen die niet meer voldoen aan de voorwaarden bedoeld in de vorige paragraaf, 3°, omdat zij een werkloosheidsuitkering ontvangen tijdens de periode waarin zij nog materiële hulp ontvangen in de zin van artikel 6, § 1 van de wet van 12 januari 2007. Voor de toepassing van dit besluit zijn ook de tewerkstellingspremies of de inkomsten ter vervanging van werkloosheidsuitkeringen in aanmerking genomen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 APRIL 2024. - Koninklijk besluit betreffende de toekenning van materiële hulp aan de verzoekers om internationale bescherming met beroepsinkomsten en andere categorieën van inkomsten
Titre
16 AVRIL 2024. - Arrêté royal relatif à l'octroi de l'aide matérielle aux demandeurs de protection internationale bénéficiant de revenus professionnels et autres catégories de revenus
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
TITEL I. - Toepassingsgebied en algemene begins...
TITEL II. - Bijdrage aan de materiële hulp door...
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK II. - Bijdrage aan de materiële hulp ...
HOOFDSTUK III. - Bijdrage aan de materiële hulp...
HOOFDSTUK IV. - Bijdrage aan de materiële hulp ...
TITEL III. - Opheffing van de verplichte plaats...
TITEL IV. - Controles en sancties
TITEL V. - Slotbepalingen
Inhoud
TITRE Ier. - Champ d'application et principes g...
TITRE II. - Contribution à l'aide matérielle pa...
CHAPITRE I. - Dispositions générales
CHAPITRE II. - Contribution à l'aide matérielle...
CHAPITRE III. - Contribution à l'aide matériell...
CHAPITRE IV. - Contribution à l'aide matérielle...
TITRE III. - Suppression du lieu obligatoire d'...
TITRE IV. - Contrôles et sanctions
TITRE V. - Dispositions finales
Tekst (24)
Texte (24)
TITEL I. - Toepassingsgebied en algemene beginselen
TITRE Ier. - Champ d'application et principes généraux
Article 1er. § 1. Le présent arrêté s'applique aux demandeurs de protection internationale, au sens de l'article 2, 1°, de la loi du 12 janvier 2007 sur l'accueil des demandeurs d'asile et de certaines autres catégories d'étrangers (ci-après, " la loi du 12 janvier 2007 ") qui réunissent les conditions suivantes :
1° Ils bénéficient de l'aide matérielle dans une structure d'accueil en application de l'article 6, § 1er, de la loi du 12 janvier 2007 et ils y résident effectivement.
2° Ils bénéficient d'une autorisation pour exercer une activité professionnelle salariée en application de l'article 18, 3°, de l'arrêté royal du 2 septembre 2018 portant exécution de la loi du 9 mai 2018 relative à l'occupation de ressortissants étrangers se trouvant dans une situation particulière de séjour, ou d'une autorisation d'exercer une activité professionnelle indépendante en Belgique, soit en tant que personne physique, soit au sein d'une association ou d'une société de droit ou de fait.
3° Ils exercent une activité professionnelle salariée ou indépendante sur le territoire belge.
§ 2. Le présent arrêté s'applique également aux personnes qui ne répondent plus aux conditions visées au paragraphe précédent, 3° car elles bénéficient d'une allocation de chômage pendant la période où elles bénéficient encore de l'aide matérielle au sens de l'article 6, § 1er, de la loi du 12 janvier 2007. Les primes de mise à l'emploi ou les revenus de substitution aux allocations de chômage sont également pris en compte pour l'application du présent arrêté.
1° Ils bénéficient de l'aide matérielle dans une structure d'accueil en application de l'article 6, § 1er, de la loi du 12 janvier 2007 et ils y résident effectivement.
2° Ils bénéficient d'une autorisation pour exercer une activité professionnelle salariée en application de l'article 18, 3°, de l'arrêté royal du 2 septembre 2018 portant exécution de la loi du 9 mai 2018 relative à l'occupation de ressortissants étrangers se trouvant dans une situation particulière de séjour, ou d'une autorisation d'exercer une activité professionnelle indépendante en Belgique, soit en tant que personne physique, soit au sein d'une association ou d'une société de droit ou de fait.
3° Ils exercent une activité professionnelle salariée ou indépendante sur le territoire belge.
§ 2. Le présent arrêté s'applique également aux personnes qui ne répondent plus aux conditions visées au paragraphe précédent, 3° car elles bénéficient d'une allocation de chômage pendant la période où elles bénéficient encore de l'aide matérielle au sens de l'article 6, § 1er, de la loi du 12 janvier 2007. Les primes de mise à l'emploi ou les revenus de substitution aux allocations de chômage sont également pris en compte pour l'application du présent arrêté.
Art. 2. § 1. De verzoeker om internationale bescherming die aan de in artikel 1 genoemde voorwaarden voldoet, dient de opvangstructuur waar hij gehuisvest wordt, ongeacht of deze beheerd wordt door het Federaal Agentschap voor de opvang van asielzoekers (hierna "het Agentschap") of door een partner in de zin van artikel 62 van de wet van 12 januari 2007 (hierna "partner"), schriftelijk op de hoogte te brengen van alle elementen nodig voor de correcte toepassing van dit besluit die verband houden met zijn beroepssituatie en met de evolutie van deze situatie.
De verzoeker om internationale bescherming bezorgt deze informatie binnen de tien werkdagen na de ontvangst van een van de in de volgende paragrafen opgesomde documenten die zijn beroepssituatie of de evolutie ervan aantonen.
Indien de verzoeker om internationale bescherming gehuisvest is bij een partner, dient de partner de informatie gegeven door de betrokken verzoeker om internationale bescherming, onverwijld door te geven aan het Agentschap.
§ 2. Voor de verzoekers om internationale bescherming die een beroepsactiviteit als loontrekkende uitvoeren, omvat de in de vorige paragraaf bedoelde informatie volgende elementen: een kopie van de toelating om te werken, een kopie van de arbeidsovereenkomst en de eventuele bijlagen, alsook de loonfiches.
§ 3. Voor de verzoekers om internationale bescherming die een beroepsactiviteit als zelfstandige uitoefenen, omvat de informatie uit de eerste paragraaf van dit artikel de volgende elementen: een kopie van de toelating om een beroepsactiviteit als zelfstandige uit te oefenen, een kopie van de verklaring van aanvang, wijziging en stopzetting van de activiteit bij de btw, een kopie van de aanvraag tot inschrijving bij de Kruispuntbank van Ondernemingen, een kopie van de periodieke btw-aangiften, een kopie van het aanslagbiljet. Voor personen die een beroepsactiviteit als zelfstandige uitoefenen binnen een vereniging of een juridische of feitelijke vennootschap, een kopie van de statuten, een kopie van de verklaring van aanvang, wijziging en stopzetting van de activiteit bij de btw, een kopie van de aanvraag tot inschrijving bij de Kruispuntbank van Ondernemingen, een kopie van de periodieke btw-aangiften en een kopie van de interne balans.
§ 4. Voor de personen die een werkloosheidsuitkering krijgen, omvat de informatie uit de eerste paragraaf van dit artikel een verklaring tot vaststelling van het bedrag van de ontvangen werkloosheidsuitkering. Deze personen moet overigens elke wijziging van het bedrag van de ontvangen werkloosheidsuitkering melden alsook elke omstandigheid waardoor het bedrag van de uitkering kan dalen of stijgen.
§ 5. De periode van bewaring van de voor de toepassing van dit besluit vereiste gegevens wordt, voor de doeleinden waarop dit besluit betrekking heeft, als volgt vastgesteld:
1° De persoonsgegevens van de asielzoekers van wie de verplichte plaats van inschrijving wordt opgeheven, worden twaalf maanden gegroepeerd bewaard in een tabel.
2° Het geïndividualiseerd deel van de persoonsgegevens wordt gedurende tien jaar na het einde van de materiële steun of een vonnis van de rechtbank bewaard, door middel van het uittreksel dat wordt gebruikt om de beslissing ten aanzien van de betrokkene individueel te rechtvaardigen.
3° De persoonsgegevens van de asielzoekers van wie de verplichte plaats van inschrijving niet wordt opgeheven maar aan wie een bijdrage voor de materiële steun kan worden gevraagd, worden twaalf maanden bijgehouden
§ 6. Het Agentschap is er eveneens toe gehouden om in toepassing van artikel 14 van de wet van 12 januari 2007 de betrokkenen afdoende in te lichten over het toepassingsgebied, de werking en de gevolgen van dit Koninklijk Besluit.
De verzoeker om internationale bescherming bezorgt deze informatie binnen de tien werkdagen na de ontvangst van een van de in de volgende paragrafen opgesomde documenten die zijn beroepssituatie of de evolutie ervan aantonen.
Indien de verzoeker om internationale bescherming gehuisvest is bij een partner, dient de partner de informatie gegeven door de betrokken verzoeker om internationale bescherming, onverwijld door te geven aan het Agentschap.
§ 2. Voor de verzoekers om internationale bescherming die een beroepsactiviteit als loontrekkende uitvoeren, omvat de in de vorige paragraaf bedoelde informatie volgende elementen: een kopie van de toelating om te werken, een kopie van de arbeidsovereenkomst en de eventuele bijlagen, alsook de loonfiches.
§ 3. Voor de verzoekers om internationale bescherming die een beroepsactiviteit als zelfstandige uitoefenen, omvat de informatie uit de eerste paragraaf van dit artikel de volgende elementen: een kopie van de toelating om een beroepsactiviteit als zelfstandige uit te oefenen, een kopie van de verklaring van aanvang, wijziging en stopzetting van de activiteit bij de btw, een kopie van de aanvraag tot inschrijving bij de Kruispuntbank van Ondernemingen, een kopie van de periodieke btw-aangiften, een kopie van het aanslagbiljet. Voor personen die een beroepsactiviteit als zelfstandige uitoefenen binnen een vereniging of een juridische of feitelijke vennootschap, een kopie van de statuten, een kopie van de verklaring van aanvang, wijziging en stopzetting van de activiteit bij de btw, een kopie van de aanvraag tot inschrijving bij de Kruispuntbank van Ondernemingen, een kopie van de periodieke btw-aangiften en een kopie van de interne balans.
§ 4. Voor de personen die een werkloosheidsuitkering krijgen, omvat de informatie uit de eerste paragraaf van dit artikel een verklaring tot vaststelling van het bedrag van de ontvangen werkloosheidsuitkering. Deze personen moet overigens elke wijziging van het bedrag van de ontvangen werkloosheidsuitkering melden alsook elke omstandigheid waardoor het bedrag van de uitkering kan dalen of stijgen.
§ 5. De periode van bewaring van de voor de toepassing van dit besluit vereiste gegevens wordt, voor de doeleinden waarop dit besluit betrekking heeft, als volgt vastgesteld:
1° De persoonsgegevens van de asielzoekers van wie de verplichte plaats van inschrijving wordt opgeheven, worden twaalf maanden gegroepeerd bewaard in een tabel.
2° Het geïndividualiseerd deel van de persoonsgegevens wordt gedurende tien jaar na het einde van de materiële steun of een vonnis van de rechtbank bewaard, door middel van het uittreksel dat wordt gebruikt om de beslissing ten aanzien van de betrokkene individueel te rechtvaardigen.
3° De persoonsgegevens van de asielzoekers van wie de verplichte plaats van inschrijving niet wordt opgeheven maar aan wie een bijdrage voor de materiële steun kan worden gevraagd, worden twaalf maanden bijgehouden
§ 6. Het Agentschap is er eveneens toe gehouden om in toepassing van artikel 14 van de wet van 12 januari 2007 de betrokkenen afdoende in te lichten over het toepassingsgebied, de werking en de gevolgen van dit Koninklijk Besluit.
Art. 2. § 1. Le demandeur de protection internationale qui remplit les conditions énoncées à l'article 1, est tenu d'informer par écrit la structure d'accueil où il est hébergé, qu'elle soit gérée par l'Agence fédérale pour l'accueil des demandeurs d'asile (ci-après " l'Agence ") ou un partenaire au sens d'article 62 de la loi du 12 janvier 2007 (ci-après " partenaire "), de tous les éléments relatifs à sa situation professionnelle et à l'évolution de celle-ci qui sont nécessaires à la bonne application du présent arrêté.
Le demandeur de protection internationale fournit ces informations dans les dix jours ouvrables à partir de la réception d'un des documents énumérés aux paragraphes suivants attestant de sa situation professionnelle ou de l'évolution de celle-ci.
Dans l'hypothèse où le demandeur de protection internationale concerné est hébergé dans une structure d'accueil gérée par un partenaire, celui-ci transmet sans tarder l'information fournie par le demandeur de protection internationale à l'Agence.
§ 2. Pour les demandeurs de protection internationale exerçant une activité professionnelle salariée, l'information visée au paragraphe précédent comprend les éléments suivants : une copie de l'autorisation de travail, une copie du contrat de travail et ses avenants éventuels, ainsi que les fiches de paie.
§ 3. Pour les demandeurs de protection internationale exerçant une activité professionnelle indépendante, l'information visée au paragraphe premier du présent article comprend les éléments suivants : une copie de l'autorisation à exercer une activité professionnelle indépendante, une copie de la déclaration de commencement, de modification et de cessation d'activité à la T.V.A., une copie de la demande d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises, une copie des déclarations périodiques à la T.V.A., une copie de l'avertissement extrait de rôle. Pour ceux qui exercent une activité professionnelle indépendante au sein d'une association, ou d'une société de droit ou de fait : une copie des statuts, une copie de la déclaration de commencement, de modification et de cessation d'activité à la T.V.A., une copie de la demande d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises, une copie des déclarations périodiques à la T.V.A. et une copie du bilan interne.
§ 4. Pour les personnes bénéficiant d'une allocation de chômage, l'information visée au paragraphe premier du présent article comprend une attestation établissant le montant des allocations de chômage perçues. Ces personnes devront par ailleurs signaler toute modification du montant des allocations de chômage perçues et toute circonstance susceptible de faire diminuer ou augmenter le montant de celles-ci.
§ 5. La durée de conservation des informations requises pour l'application du présent arrêté est, pour ce qui est des finalités visées par celui-ci, déterminée de la façon suivante :
1° Les données à caractère personnel des demandeurs de protection internationale dont le lieu obligatoire d'inscription a été supprimé, sont conservées pendant douze mois sous forme groupée dans un tableau.
2° La partie individualisée des données à caractère personnel est conservée pendant dix ans à compter de la fin de l'aide matérielle ou d'un jugement du tribunal, au moyen de l'extrait qui est utilisé pour justifier individuellement la décision vis-à-vis de la personne concernée.
3° Les données à caractère personnel des demandeurs d'asile dont le lieu d'inscription obligatoire n'est pas supprimé et auxquels une contribution à l'aide matérielle peut être demandée, sont conservées pendant douze mois.
§ 6. L'Agence est également tenue, en application de l'article 14 de la loi du 12 janvier 2007, d'informer de manière adéquate les personnes concernées sur la champ d'application, le fonctionnement et les conséquences du présent arrêté royal.
Le demandeur de protection internationale fournit ces informations dans les dix jours ouvrables à partir de la réception d'un des documents énumérés aux paragraphes suivants attestant de sa situation professionnelle ou de l'évolution de celle-ci.
Dans l'hypothèse où le demandeur de protection internationale concerné est hébergé dans une structure d'accueil gérée par un partenaire, celui-ci transmet sans tarder l'information fournie par le demandeur de protection internationale à l'Agence.
§ 2. Pour les demandeurs de protection internationale exerçant une activité professionnelle salariée, l'information visée au paragraphe précédent comprend les éléments suivants : une copie de l'autorisation de travail, une copie du contrat de travail et ses avenants éventuels, ainsi que les fiches de paie.
§ 3. Pour les demandeurs de protection internationale exerçant une activité professionnelle indépendante, l'information visée au paragraphe premier du présent article comprend les éléments suivants : une copie de l'autorisation à exercer une activité professionnelle indépendante, une copie de la déclaration de commencement, de modification et de cessation d'activité à la T.V.A., une copie de la demande d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises, une copie des déclarations périodiques à la T.V.A., une copie de l'avertissement extrait de rôle. Pour ceux qui exercent une activité professionnelle indépendante au sein d'une association, ou d'une société de droit ou de fait : une copie des statuts, une copie de la déclaration de commencement, de modification et de cessation d'activité à la T.V.A., une copie de la demande d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises, une copie des déclarations périodiques à la T.V.A. et une copie du bilan interne.
§ 4. Pour les personnes bénéficiant d'une allocation de chômage, l'information visée au paragraphe premier du présent article comprend une attestation établissant le montant des allocations de chômage perçues. Ces personnes devront par ailleurs signaler toute modification du montant des allocations de chômage perçues et toute circonstance susceptible de faire diminuer ou augmenter le montant de celles-ci.
§ 5. La durée de conservation des informations requises pour l'application du présent arrêté est, pour ce qui est des finalités visées par celui-ci, déterminée de la façon suivante :
1° Les données à caractère personnel des demandeurs de protection internationale dont le lieu obligatoire d'inscription a été supprimé, sont conservées pendant douze mois sous forme groupée dans un tableau.
2° La partie individualisée des données à caractère personnel est conservée pendant dix ans à compter de la fin de l'aide matérielle ou d'un jugement du tribunal, au moyen de l'extrait qui est utilisé pour justifier individuellement la décision vis-à-vis de la personne concernée.
3° Les données à caractère personnel des demandeurs d'asile dont le lieu d'inscription obligatoire n'est pas supprimé et auxquels une contribution à l'aide matérielle peut être demandée, sont conservées pendant douze mois.
§ 6. L'Agence est également tenue, en application de l'article 14 de la loi du 12 janvier 2007, d'informer de manière adéquate les personnes concernées sur la champ d'application, le fonctionnement et les conséquences du présent arrêté royal.
Art. 3. § 1. Onder beroepsinkomsten, dient in dit besluit te worden verstaan en zoals in de volgende paragrafen bepaald:
1° de bezoldiging van de verzoekers om internationale bescherming in het kader van hun beroepsactiviteit als loontrekkende
2° alle soorten inkomsten (ook inkomsten uit roerende goederen) die worden toegerekend aan de verzoekers om internationale bescherming in het kader van hun beroepsactiviteit als zelfstandige, hetzij als natuurlijke persoon, hetzij binnen een vereniging of een juridische of feitelijke vennootschap
3° de werkloosheidsuitkering die wordt uitgekeerd aan de verzoekers om internationale bescherming die er aanspraak op maken.
§ 2. Voor de toepassing van huidig besluit, wordt het bedrag van de door de verzoeker om internationale bescherming geïnde loon in het kader van zijn beroepsactiviteit als loontrekkende, indien mogelijk op maandelijkse basis in aanmerking genomen. Indien geen gegevens beschikbaar zijn om het bedrag maandelijks te berekenen, wordt een gewogen gemiddelde gebruikt voor de periode waarin enkel driemaandelijkse of viermaandelijkse cijfers beschikbaar zijn. Bij gebrek aan maandelijkse gegevens, vraagt het Agentschap de nodige documenten aan de betrokken verzoeker om internationale bescherming.
Voor de toepassing van dit besluit is het begrip loon het begrip dat bedoeld wordt in artikel 14 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zoals uitgebreid en ingeperkt door de artikelen 19 tot 20 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de voornoemde wet van 27 juni 1969.
In afwijking van de in het vorige lid bedoelde bepalingen, wordt uitgesloten van het begrip loon voor de toepassing van huidig besluit de eindejaarspremie of de dertiende maand die door de werkgever of door een bestaanszekerheidsfonds worden toegekend.
Het loon is gekoppeld aan de periode waarop het betrekking heeft.
Wanneer een loon in de zin van dit artikel aan de verzoeker om internationale bescherming wordt betaald op grond van het aantal gepresteerde of gelijkgestelde werkdagen en dit loon wordt toegekend voor een periode van meer dan een maand, wordt het bedrag van dit loon berekend op maandbasis voor de toepassing van huidig besluit.
Onder gelijkgestelde werkdagen dient te worden verstaan de niet-gepresteerde dagen waarvoor de verzoeker om internationale bescherming een recht op loon behoudt.
Wanneer een loon in de zin van het tweede lid van deze paragraaf aan de verzoeker om internationale bescherming betaald wordt ongeacht het aantal gepresteerde of gelijkgestelde werkdagen, wordt dit in aanmerking genomen voor de maand waarin dit loon hem werd betaald.
Voor de toepassing van dit besluit, moet onder netto maandloon verstaan worden het bruto maandloon verminderd met de fiscale en sociale inhoudingen die van toepassing zijn.
Voor de verzoekers om internationale bescherming die meerdere opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor uitzendarbeid hebben, moet onder netto maandloon verstaan worden de som van de ontvangen netto lonen in het kader van elk van deze arbeidsovereenkomsten.
§ 3. Het bedrag van de door de verzoekers om internationale bescherming ontvangen inkomsten in het kader van hun beroepsactiviteit als zelfstandige wordt, voor de toepassing van dit besluit, op jaarlijkse basis berekend en in desbetreffend geval op trimestriële basis.
Voor de toepassing van dit besluit, is het begrip beroepsinkomsten het begrip dat bedoeld wordt in artikel 11, § 2 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen.
§ 4. Het bedrag van de werkloosheidsuitkering die de verzoekers om internationale bescherming ontvangen wordt voor de toepassing van huidig besluit op maandelijkse basis berekend.
1° de bezoldiging van de verzoekers om internationale bescherming in het kader van hun beroepsactiviteit als loontrekkende
2° alle soorten inkomsten (ook inkomsten uit roerende goederen) die worden toegerekend aan de verzoekers om internationale bescherming in het kader van hun beroepsactiviteit als zelfstandige, hetzij als natuurlijke persoon, hetzij binnen een vereniging of een juridische of feitelijke vennootschap
3° de werkloosheidsuitkering die wordt uitgekeerd aan de verzoekers om internationale bescherming die er aanspraak op maken.
§ 2. Voor de toepassing van huidig besluit, wordt het bedrag van de door de verzoeker om internationale bescherming geïnde loon in het kader van zijn beroepsactiviteit als loontrekkende, indien mogelijk op maandelijkse basis in aanmerking genomen. Indien geen gegevens beschikbaar zijn om het bedrag maandelijks te berekenen, wordt een gewogen gemiddelde gebruikt voor de periode waarin enkel driemaandelijkse of viermaandelijkse cijfers beschikbaar zijn. Bij gebrek aan maandelijkse gegevens, vraagt het Agentschap de nodige documenten aan de betrokken verzoeker om internationale bescherming.
Voor de toepassing van dit besluit is het begrip loon het begrip dat bedoeld wordt in artikel 14 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zoals uitgebreid en ingeperkt door de artikelen 19 tot 20 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de voornoemde wet van 27 juni 1969.
In afwijking van de in het vorige lid bedoelde bepalingen, wordt uitgesloten van het begrip loon voor de toepassing van huidig besluit de eindejaarspremie of de dertiende maand die door de werkgever of door een bestaanszekerheidsfonds worden toegekend.
Het loon is gekoppeld aan de periode waarop het betrekking heeft.
Wanneer een loon in de zin van dit artikel aan de verzoeker om internationale bescherming wordt betaald op grond van het aantal gepresteerde of gelijkgestelde werkdagen en dit loon wordt toegekend voor een periode van meer dan een maand, wordt het bedrag van dit loon berekend op maandbasis voor de toepassing van huidig besluit.
Onder gelijkgestelde werkdagen dient te worden verstaan de niet-gepresteerde dagen waarvoor de verzoeker om internationale bescherming een recht op loon behoudt.
Wanneer een loon in de zin van het tweede lid van deze paragraaf aan de verzoeker om internationale bescherming betaald wordt ongeacht het aantal gepresteerde of gelijkgestelde werkdagen, wordt dit in aanmerking genomen voor de maand waarin dit loon hem werd betaald.
Voor de toepassing van dit besluit, moet onder netto maandloon verstaan worden het bruto maandloon verminderd met de fiscale en sociale inhoudingen die van toepassing zijn.
Voor de verzoekers om internationale bescherming die meerdere opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor uitzendarbeid hebben, moet onder netto maandloon verstaan worden de som van de ontvangen netto lonen in het kader van elk van deze arbeidsovereenkomsten.
§ 3. Het bedrag van de door de verzoekers om internationale bescherming ontvangen inkomsten in het kader van hun beroepsactiviteit als zelfstandige wordt, voor de toepassing van dit besluit, op jaarlijkse basis berekend en in desbetreffend geval op trimestriële basis.
Voor de toepassing van dit besluit, is het begrip beroepsinkomsten het begrip dat bedoeld wordt in artikel 11, § 2 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen.
§ 4. Het bedrag van de werkloosheidsuitkering die de verzoekers om internationale bescherming ontvangen wordt voor de toepassing van huidig besluit op maandelijkse basis berekend.
Art. 3. § 1. Par revenus professionnels, il y a lieu d'entendre dans le présent arrêté et tel que défini dans les paragraphes suivants :
1° la rémunération des demandeurs de protection internationale dans le cadre de leur activité professionnelle salariée ;
2° tous les types de revenus (y compris mobiliers) attribués aux demandeurs de protection internationale dans le cadre de leur activité professionnelle indépendante soit en tant que personne physique, soit au sein d'une association ou d'une société de droit ou de fait ;
3° l'allocation de chômage octroyée aux demandeurs de protection internationale qui bénéficient de celle-ci.
§ 2. Le montant de la rémunération perçue par le demandeur de protection internationale dans le cadre de son activité professionnelle salariée est, pour l'application du présent arrêté, pris en compte, si possible, sur une base mensuelle. Si aucune donnée n'est disponible pour calculer le montant sur une base mensuelle, une moyenne pondérée est utilisée pour la période pour laquelle seuls des chiffres trimestriels ou quadrimestriels sont disponibles. En l'absence de données mensuelles, l'Agence demande les documents nécessaires au demandeur de protection internationale concerné.
Pour l'application du présent arrêté, la notion de rémunération est celle visée à l'article 14 de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs telle qu'elle est élargie et restreinte par les articles 19 à 20 de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 précitée.
Par dérogation aux dispositions visées à l'alinéa précédent, est exclu de la notion de rémunération pour l'application du présent arrêté, la prime de fin d'année ou le treizième mois alloué au demandeur de protection internationale par l'employeur ou par un fonds de sécurité d'existence.
La rémunération est rattachée à la période à laquelle elle se rapporte.
Lorsqu'une rémunération au sens du présent article est payée au demandeur de protection internationale en fonction du nombre de journées de travail prestées ou assimilées et que cette rémunération est allouée pour une période supérieure à un mois, le montant de celle-ci est mensualisé pour l'application du présent arrêté.
Par journées de travail assimilées, il y a lieu d'entendre les journées non prestées pour lesquelles le demandeur de protection internationale conserve un droit à une rémunération.
Lorsqu'une rémunération au sens de l'alinéa 2 du présent paragraphe est payée au demandeur de protection internationale indépendamment du nombre de journées de travail prestées ou assimilées, elle est prise en compte pour le mois au cours duquel cette rémunération lui est payée.
Pour l'application du présent arrêté, par rémunération mensuelle nette, il y a lieu d'entendre la rémunération mensuelle brute diminuée des retenues fiscales et sociales applicables.
Pour les demandeurs de protection internationale qui bénéficient de plusieurs contrats de travail intérimaires successifs, il y a lieu d'entendre par rémunération mensuelle nette l'addition des rémunérations nettes perçues dans le cadre de chacun de ces contrats.
§ 3. Le montant du revenu perçu par les demandeurs de protection internationale dans le cadre de leur activité professionnelle indépendante est, pour l'application du présent arrêté, pris en compte sur une base annuelle, et le cas échéant sur base trimestrielle.
Pour l'application du présent arrêté, la notion de revenu professionnel est celle visée à l'article 11, § 2 de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants.
§ 4. Le montant de l'allocation de chômage perçue par les demandeurs de protection internationale est, pour l'application du présent arrêté, pris en compte sur une base mensuelle.
1° la rémunération des demandeurs de protection internationale dans le cadre de leur activité professionnelle salariée ;
2° tous les types de revenus (y compris mobiliers) attribués aux demandeurs de protection internationale dans le cadre de leur activité professionnelle indépendante soit en tant que personne physique, soit au sein d'une association ou d'une société de droit ou de fait ;
3° l'allocation de chômage octroyée aux demandeurs de protection internationale qui bénéficient de celle-ci.
§ 2. Le montant de la rémunération perçue par le demandeur de protection internationale dans le cadre de son activité professionnelle salariée est, pour l'application du présent arrêté, pris en compte, si possible, sur une base mensuelle. Si aucune donnée n'est disponible pour calculer le montant sur une base mensuelle, une moyenne pondérée est utilisée pour la période pour laquelle seuls des chiffres trimestriels ou quadrimestriels sont disponibles. En l'absence de données mensuelles, l'Agence demande les documents nécessaires au demandeur de protection internationale concerné.
Pour l'application du présent arrêté, la notion de rémunération est celle visée à l'article 14 de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs telle qu'elle est élargie et restreinte par les articles 19 à 20 de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 précitée.
Par dérogation aux dispositions visées à l'alinéa précédent, est exclu de la notion de rémunération pour l'application du présent arrêté, la prime de fin d'année ou le treizième mois alloué au demandeur de protection internationale par l'employeur ou par un fonds de sécurité d'existence.
La rémunération est rattachée à la période à laquelle elle se rapporte.
Lorsqu'une rémunération au sens du présent article est payée au demandeur de protection internationale en fonction du nombre de journées de travail prestées ou assimilées et que cette rémunération est allouée pour une période supérieure à un mois, le montant de celle-ci est mensualisé pour l'application du présent arrêté.
Par journées de travail assimilées, il y a lieu d'entendre les journées non prestées pour lesquelles le demandeur de protection internationale conserve un droit à une rémunération.
Lorsqu'une rémunération au sens de l'alinéa 2 du présent paragraphe est payée au demandeur de protection internationale indépendamment du nombre de journées de travail prestées ou assimilées, elle est prise en compte pour le mois au cours duquel cette rémunération lui est payée.
Pour l'application du présent arrêté, par rémunération mensuelle nette, il y a lieu d'entendre la rémunération mensuelle brute diminuée des retenues fiscales et sociales applicables.
Pour les demandeurs de protection internationale qui bénéficient de plusieurs contrats de travail intérimaires successifs, il y a lieu d'entendre par rémunération mensuelle nette l'addition des rémunérations nettes perçues dans le cadre de chacun de ces contrats.
§ 3. Le montant du revenu perçu par les demandeurs de protection internationale dans le cadre de leur activité professionnelle indépendante est, pour l'application du présent arrêté, pris en compte sur une base annuelle, et le cas échéant sur base trimestrielle.
Pour l'application du présent arrêté, la notion de revenu professionnel est celle visée à l'article 11, § 2 de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants.
§ 4. Le montant de l'allocation de chômage perçue par les demandeurs de protection internationale est, pour l'application du présent arrêté, pris en compte sur une base mensuelle.
TITEL II. - Bijdrage aan de materiële hulp door de verzoekers om internationale bescherming die beroepsinkomsten en andere categorieën van inkomsten ontvangen
TITRE II. - Contribution à l'aide matérielle par les demandeurs de protection internationale bénéficiant de revenus professionnels et autres catégories de revenus
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE I. - Dispositions générales
Art. 4. § 1. Elke in artikel 1 van dit besluit beoogde verzoeker om internationale bescherming dient bij te dragen aan de materiële hulp overeenkomstig de modaliteiten van deze Titel, behalve in de gevallen die voorzien zijn in paragraaf 2 van dit artikel.
§ 2. De bepalingen uit deze Titel zijn niet van toepassing op:
1° de in artikel 1 bedoelde verzoekers om internationale bescherming wier verplichte plaats van inschrijving werd opgeheven in toepassing van artikel 13 van de wet van 12 januari 2007;
2° de begunstigden van de materiële hulp aan wie de vluchtelingenstatus is toegekend of aan wie de subsidiaire beschermingsstatus is toegekend;
3° de minderjarigen die studentenarbeid uitoefenen.
§ 2. De bepalingen uit deze Titel zijn niet van toepassing op:
1° de in artikel 1 bedoelde verzoekers om internationale bescherming wier verplichte plaats van inschrijving werd opgeheven in toepassing van artikel 13 van de wet van 12 januari 2007;
2° de begunstigden van de materiële hulp aan wie de vluchtelingenstatus is toegekend of aan wie de subsidiaire beschermingsstatus is toegekend;
3° de minderjarigen die studentenarbeid uitoefenen.
Art. 4. § 1. Tous les demandeurs de protection internationale visés à l'article 1 du présent arrêté doivent contribuer à l'aide matérielle selon les modalités du présent Titre, sauf dans les cas prévus au paragraphe 2 du présent article.
§ 2. Les dispositions du présent Titre ne s'appliquent pas :
1° aux demandeurs de protection internationale visés à l'article 1 dont le lieu obligatoire d'inscription a été supprimé en application de l'article 13 de la loi du 12 janvier 2007 ;
2° aux bénéficiaires de l'aide matérielle qui se sont vus reconnaître un statut de réfugié, ou qui se sont vus octroyer un statut de protection subsidiaire ;
3° aux mineurs exerçant un travail d'étudiant.
§ 2. Les dispositions du présent Titre ne s'appliquent pas :
1° aux demandeurs de protection internationale visés à l'article 1 dont le lieu obligatoire d'inscription a été supprimé en application de l'article 13 de la loi du 12 janvier 2007 ;
2° aux bénéficiaires de l'aide matérielle qui se sont vus reconnaître un statut de réfugié, ou qui se sont vus octroyer un statut de protection subsidiaire ;
3° aux mineurs exerçant un travail d'étudiant.
Art. 5. § 1. De verzoekers om internationale bescherming die zijn onderworpen aan de bijdrageverplichting overeenkomstig artikel 4 genieten verder materiële hulp in een opvangstructuur en dragen bij aan de materiële hulp in de mate bepaald in de Hoofdstukken II tot en met IV van deze Titel.
Het bedrag van de in toepassing van hoofdstukken II tot en met IV van deze titel verschuldigde bijdragen kan wijzigen in functie van de wijzigingen van de beroepsinkomsten van de verzoeker om internationale bescherming.
§ 2. Onverminderd de in artikel 2 voorziene verplichtingen en de toepasselijke wetgeving inzake de mededeling van persoonlijke sociale gegevens verkrijgt het Agentschap van de bevoegde instellingen van sociale zekerheid de informatie die nodig is om de verzoekers om internationale bescherming te identificeren die aan deze bijdrageverplichting zijn onderworpen.
§ 3. Het Agentschap heeft het recht de bedragen die verschuldigd zijn ten titel van bijdrage aan de materiële hulp rechtstreeks van de betrokken verzoekers om internationale bescherming terug te vorderen. Indien de verzoeker om internationale bescherming gehuisvest is in een opvangstructuur die beheerd wordt door een partner, verkrijgt het Agentschap de medewerking van deze partner voor zover dit noodzakelijk is.
Het bedrag van de in toepassing van hoofdstukken II tot en met IV van deze titel verschuldigde bijdragen kan wijzigen in functie van de wijzigingen van de beroepsinkomsten van de verzoeker om internationale bescherming.
§ 2. Onverminderd de in artikel 2 voorziene verplichtingen en de toepasselijke wetgeving inzake de mededeling van persoonlijke sociale gegevens verkrijgt het Agentschap van de bevoegde instellingen van sociale zekerheid de informatie die nodig is om de verzoekers om internationale bescherming te identificeren die aan deze bijdrageverplichting zijn onderworpen.
§ 3. Het Agentschap heeft het recht de bedragen die verschuldigd zijn ten titel van bijdrage aan de materiële hulp rechtstreeks van de betrokken verzoekers om internationale bescherming terug te vorderen. Indien de verzoeker om internationale bescherming gehuisvest is in een opvangstructuur die beheerd wordt door een partner, verkrijgt het Agentschap de medewerking van deze partner voor zover dit noodzakelijk is.
Art. 5. § 1. Les demandeurs de protection internationale soumis à l'obligation de contribution visée à l'article 4, continuent de bénéficier de l'aide matérielle dans une structure d'accueil et contribuent à l'aide matérielle dans la mesure fixée aux Chapitres II à IV du présent Titre.
Le montant des contributions dues en application des Chapitres II à IV du présent Titre est susceptible d'évoluer en fonction des modifications intervenant dans le revenu professionnel du demandeur de protection internationale.
§ 2. Sans préjudice des obligations prévues à l'article 2 et de la législation applicable concernant la communication de données sociales à caractère personnel, l'Agence obtient de la part des institutions de sécurité sociale compétentes, les informations requises afin d'identifier les demandeurs de protection internationale soumis à cette obligation de contribution.
§ 3. L'Agence dispose d'un droit à récupérer directement auprès du demandeur de protection internationale concerné les montants dus au titre de contribution à l'aide matérielle. Si le demandeur de protection internationale est hébergé dans une structure d'accueil gérée par un partenaire, l'Agence obtient le concours de celui-ci dans toute la mesure nécessaire.
Le montant des contributions dues en application des Chapitres II à IV du présent Titre est susceptible d'évoluer en fonction des modifications intervenant dans le revenu professionnel du demandeur de protection internationale.
§ 2. Sans préjudice des obligations prévues à l'article 2 et de la législation applicable concernant la communication de données sociales à caractère personnel, l'Agence obtient de la part des institutions de sécurité sociale compétentes, les informations requises afin d'identifier les demandeurs de protection internationale soumis à cette obligation de contribution.
§ 3. L'Agence dispose d'un droit à récupérer directement auprès du demandeur de protection internationale concerné les montants dus au titre de contribution à l'aide matérielle. Si le demandeur de protection internationale est hébergé dans une structure d'accueil gérée par un partenaire, l'Agence obtient le concours de celui-ci dans toute la mesure nécessaire.
HOOFDSTUK II. - Bijdrage aan de materiële hulp door werknemers
CHAPITRE II. - Contribution à l'aide matérielle par les travailleurs salariés
Art. 6. § 1. De bijdrage aan de materiële hulp bedraagt 50% van het in een trimester ontvangen brutoloon. Het Agentschap vordert deze bijdrage binnen 6 maanden na afloop van het trimester.
§ 2. Wanneer de bijdrage aan de materiële hulp spontaan gebeurt, dragen de werknemers hier progressief aan bij in functie van het bedrag van hun netto maandloon, ongeacht het totaal bedrag ervan, en wel als volgt:
1° Voor de loonschijf tussen 0 en 264,99 euro is geen enkele bijdrage verschuldigd.
2° Voor de loonschijf tussen 265 en 999,99 euro is een bijdrage verschuldigd van 35% van de betrokken loonschijf, onverminderd de voor de vorige schijf verschuldigde bedragen.
3° Voor de loonschijf tussen 1.000 en 1.499,99 euro is een bijdrage van 45% van de betrokken loonschijf verschuldigd, onverminderd de voor de vorige schijven verschuldigde bedragen.
4° Voor de loonschijf van 1.500 euro en hoger is een bijdrage van 50% van de betrokken loonschijf verschuldigd, onverminderd de voor de vorige schijven verschuldigde bedragen.
De bedragen van de loonschijven worden elk jaar aangepast aan de conventionele loonindex van het derde trimester voor werknemers volgens de volgende formule: de nieuwe bedragen zijn gelijk aan de basisbedragen vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door de beginindex. Het verkregen resultaat wordt afgerond naar de dichtstbijzijnde euro. De nieuwe bedragen worden bekendgemaakt door het Agentschap. Zij treden in werking op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin zij zijn aangepast.
Voor de toepassing van het vorige lid wordt verstaan onder:
1° : de conventionele loonindex voor werknemers: de index vastgesteld door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg op basis van de berekening van het gemiddelde loon van volwassen werknemers in de privésector, zoals vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst;
2° : basisbedragen: de bedragen die gelden op 1 januari 2024;
3° : nieuw indexcijfer: het indexcijfer van het derde trimester van 2024 en van de volgende jaren;
4° : beginindex: de index van het derde trimester van 2023.
Onder spontane bijdrage wordt verstaan het vrijwillig en uit eigen beweging verstrekken van de in artikel 2 bedoelde informatie, zonder dat deze informatie het resultaat is van overeenkomstig artikel 12 uitgevoerde controles, alsmede het vrijwillig en uit eigen beweging betalen van de verschuldigde bedragen overeenkomstig de in dit hoofdstuk vastgestelde procedures.
In geval van een gedeeltelijke spontane bijdrage worden de in de eerste paragraaf van dit artikel bedoelde modaliteiten slechts toegepast op het gedeelte van het brutoloon waarvoor geen spontane bijdrage werd geleverd.
Wanneer de begunstigde van materiële hulp kan aantonen dat hij niet in staat is spontaan de in artikel 2 bedoelde informatie te verstrekken of de bijdragen spontaan te betalen, zijn de in paragraaf 2 van dit artikel vastgestelde bijdragepercentages van toepassing.
§ 2. Wanneer de bijdrage aan de materiële hulp spontaan gebeurt, dragen de werknemers hier progressief aan bij in functie van het bedrag van hun netto maandloon, ongeacht het totaal bedrag ervan, en wel als volgt:
1° Voor de loonschijf tussen 0 en 264,99 euro is geen enkele bijdrage verschuldigd.
2° Voor de loonschijf tussen 265 en 999,99 euro is een bijdrage verschuldigd van 35% van de betrokken loonschijf, onverminderd de voor de vorige schijf verschuldigde bedragen.
3° Voor de loonschijf tussen 1.000 en 1.499,99 euro is een bijdrage van 45% van de betrokken loonschijf verschuldigd, onverminderd de voor de vorige schijven verschuldigde bedragen.
4° Voor de loonschijf van 1.500 euro en hoger is een bijdrage van 50% van de betrokken loonschijf verschuldigd, onverminderd de voor de vorige schijven verschuldigde bedragen.
De bedragen van de loonschijven worden elk jaar aangepast aan de conventionele loonindex van het derde trimester voor werknemers volgens de volgende formule: de nieuwe bedragen zijn gelijk aan de basisbedragen vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door de beginindex. Het verkregen resultaat wordt afgerond naar de dichtstbijzijnde euro. De nieuwe bedragen worden bekendgemaakt door het Agentschap. Zij treden in werking op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin zij zijn aangepast.
Voor de toepassing van het vorige lid wordt verstaan onder:
1° : de conventionele loonindex voor werknemers: de index vastgesteld door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg op basis van de berekening van het gemiddelde loon van volwassen werknemers in de privésector, zoals vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst;
2° : basisbedragen: de bedragen die gelden op 1 januari 2024;
3° : nieuw indexcijfer: het indexcijfer van het derde trimester van 2024 en van de volgende jaren;
4° : beginindex: de index van het derde trimester van 2023.
Onder spontane bijdrage wordt verstaan het vrijwillig en uit eigen beweging verstrekken van de in artikel 2 bedoelde informatie, zonder dat deze informatie het resultaat is van overeenkomstig artikel 12 uitgevoerde controles, alsmede het vrijwillig en uit eigen beweging betalen van de verschuldigde bedragen overeenkomstig de in dit hoofdstuk vastgestelde procedures.
In geval van een gedeeltelijke spontane bijdrage worden de in de eerste paragraaf van dit artikel bedoelde modaliteiten slechts toegepast op het gedeelte van het brutoloon waarvoor geen spontane bijdrage werd geleverd.
Wanneer de begunstigde van materiële hulp kan aantonen dat hij niet in staat is spontaan de in artikel 2 bedoelde informatie te verstrekken of de bijdragen spontaan te betalen, zijn de in paragraaf 2 van dit artikel vastgestelde bijdragepercentages van toepassing.
Art. 6. § 1. La contribution à l'aide matérielle s'élève à 50% de la rémunération brute perçue lors d'un trimestre. L'Agence réclame cette contribution dans les 6 mois qui suivent le trimestre écoulé.
§ 2. Lorsque la contribution à l'aide matérielle est spontanée, les travailleurs salariés contribuent à celle-ci de manière progressive en fonction du montant de leur rémunération mensuelle nette, quel que soit le montant total de celle-ci, de la manière suivante:
1° Pour la tranche de rémunération située entre 0 et 264,99 euros, aucune contribution n'est due.
2° Pour la tranche de rémunération située entre 265 et 999,99 euros, une contribution à hauteur de 35 % de la tranche de rémunération concernée est due, sans préjudice des montants dus pour la tranche précédente.
3° Pour la tranche de rémunération située entre 1000 et 1499,99 euros, une contribution à hauteur de 45 % de la tranche de rémunération concernée est due, sans préjudice des montants dus pour les tranches précédentes.
4° Pour la tranche de rémunération de 1500 euros et plus, une contribution à hauteur de 50 % de la tranche de rémunération concernée est due, sans préjudice des montants dus pour les tranches précédentes.
Les montants des tranches de rémunération sont adaptés chaque année à l'indice des salaires conventionnels pour employés du troisième trimestre conformément à la formule suivante : les nouveaux montants sont égaux aux montants de base multipliés par le nouvel indice et divisés par l'indice de départ. Le résultat obtenu est arrondi à l'euro. Les nouveaux montants sont publiés par l'Agence. Ils entrent en vigueur le 1er janvier de l'année qui suit celle de leur adaptation.
Pour l'application de l'alinéa précédent, il faut entendre par :
1° : l'indice des salaires conventionnels pour employés : l'indice établi par le Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale sur base du calcul de la moyenne de la rémunération des employés adultes du secteur privé, tel qu'il est fixé par convention collective de travail;
2° : montants de base : les montants en vigueur au 1er janvier 2024 ;
3° : nouvel indice : l'indice du troisième trimestre 2024 et des années suivantes;
4° : indice de départ : l'indice du troisième trimestre 2023.
Par contribution spontanée, il y a lieu d'entendre la fourniture volontaire et spontanée des informations visées à l'article 2 sans que ces informations résultent du contrôle effectué en application de l'article 12, ainsi que le paiement volontaire et spontané des montants dus selon les modalités fixés par le présent chapitre.
En cas de contribution spontanée partielle, il y a lieu d'appliquer les modalités prévues au paragraphe premier du présent article uniquement sur la partie de la rémunération brute qui n'a pas fait l'objet d'une contribution spontanée.
Dans le cas où le bénéficiaire de l'aide matérielle peut démontrer qu'il n'est pas en mesure de fournir spontanément les informations visées à l'article 2 ou de procéder au payement spontané des contributions, les taux de contribution du paragraphe 2 du présent article sont d'application.
§ 2. Lorsque la contribution à l'aide matérielle est spontanée, les travailleurs salariés contribuent à celle-ci de manière progressive en fonction du montant de leur rémunération mensuelle nette, quel que soit le montant total de celle-ci, de la manière suivante:
1° Pour la tranche de rémunération située entre 0 et 264,99 euros, aucune contribution n'est due.
2° Pour la tranche de rémunération située entre 265 et 999,99 euros, une contribution à hauteur de 35 % de la tranche de rémunération concernée est due, sans préjudice des montants dus pour la tranche précédente.
3° Pour la tranche de rémunération située entre 1000 et 1499,99 euros, une contribution à hauteur de 45 % de la tranche de rémunération concernée est due, sans préjudice des montants dus pour les tranches précédentes.
4° Pour la tranche de rémunération de 1500 euros et plus, une contribution à hauteur de 50 % de la tranche de rémunération concernée est due, sans préjudice des montants dus pour les tranches précédentes.
Les montants des tranches de rémunération sont adaptés chaque année à l'indice des salaires conventionnels pour employés du troisième trimestre conformément à la formule suivante : les nouveaux montants sont égaux aux montants de base multipliés par le nouvel indice et divisés par l'indice de départ. Le résultat obtenu est arrondi à l'euro. Les nouveaux montants sont publiés par l'Agence. Ils entrent en vigueur le 1er janvier de l'année qui suit celle de leur adaptation.
Pour l'application de l'alinéa précédent, il faut entendre par :
1° : l'indice des salaires conventionnels pour employés : l'indice établi par le Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale sur base du calcul de la moyenne de la rémunération des employés adultes du secteur privé, tel qu'il est fixé par convention collective de travail;
2° : montants de base : les montants en vigueur au 1er janvier 2024 ;
3° : nouvel indice : l'indice du troisième trimestre 2024 et des années suivantes;
4° : indice de départ : l'indice du troisième trimestre 2023.
Par contribution spontanée, il y a lieu d'entendre la fourniture volontaire et spontanée des informations visées à l'article 2 sans que ces informations résultent du contrôle effectué en application de l'article 12, ainsi que le paiement volontaire et spontané des montants dus selon les modalités fixés par le présent chapitre.
En cas de contribution spontanée partielle, il y a lieu d'appliquer les modalités prévues au paragraphe premier du présent article uniquement sur la partie de la rémunération brute qui n'a pas fait l'objet d'une contribution spontanée.
Dans le cas où le bénéficiaire de l'aide matérielle peut démontrer qu'il n'est pas en mesure de fournir spontanément les informations visées à l'article 2 ou de procéder au payement spontané des contributions, les taux de contribution du paragraphe 2 du présent article sont d'application.
HOOFDSTUK III. - Bijdrage aan de materiële hulp door zelfstandigen
CHAPITRE III. - Contribution à l'aide matérielle par les travailleurs indépendants
Art. 7. § 1. De bijdrage aan de materiële hulp bedraagt 50% van de in een jaar ontvangen bruto beroepsinkomsten. Het Agentschap vordert deze bijdrage binnen twee jaar na afloop van het jaar.
§ 2. Wanneer de bijdrage aan de materiële hulp spontaan gebeurt, dragen de zelfstandigen hier progressief aan bij in functie van een schatting van het bedrag van hun maandelijkse beroepsinkomsten, dit ongeacht het totale bedrag ervan, en wel als volgt:
1° Voor de schijf van de beroepsinkomsten tussen 0 en 264,99 euro is geen enkele bijdrage verschuldigd.
2° Voor de beroepsinkomsten tussen 265 en 999,99 euro is een bijdrage verschuldigd van 35 % van de betrokken inkomensschijf, onverminderd de voor de vorige schijf verschuldigde bedragen.
3° Voor de beroepsinkomsten tussen 1.000 en 1.499,99 euro is een bijdrage verschuldigd van 45% van de betrokken inkomensschijf, onverminderd de voor de vorige inkomensschijven verschuldigde bedragen.
4° Voor de beroepsinkomsten van 1.500 euro en meer is een bijdrage verschuldigd van 50% van de betrokken inkomensschijf, onverminderd de voor de vorige inkomensschijven verschuldigde bedragen.
De bedragen van de inkomensschijven worden elk jaar aangepast volgens de formule bepaald in artikel 6, § 2, tweede en derde lid van dit besluit. De nieuwe bedragen worden bekendgemaakt door het Agentschap. Zij treden in werking op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin zij zijn aangepast.
Onder spontane bijdrage wordt verstaan het vrijwillig en uit eigen beweging verstrekken van de in artikel 2 bedoelde informatie, zonder dat deze informatie het resultaat is van overeenkomstig artikel 12 uitgevoerde controles, alsmede het vrijwillig en uit eigen beweging betalen van de verschuldigde bedragen overeenkomstig de in dit hoofdstuk vastgestelde procedures.
In geval van een gedeeltelijke spontane bijdrage worden de in de eerste paragraaf van dit artikel bedoelde modaliteiten slechts toegepast op het gedeelte van het brutoloon waarvoor geen spontane bijdrage werd geleverd.
Wanneer de begunstigde van materiële hulp kan aantonen dat hij niet in staat is spontaan de in artikel 2 bedoelde informatie te verstrekken of de bijdragen spontaan te betalen, zijn de in paragraaf 2 van dit artikel vastgestelde bijdragepercentages van toepassing.
§ 3. Van de beroepsinkomsten in de voormelde paragraaf dienen de aan het sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen verschuldigde bijdragen te worden afgetrokken, alsook de roerende voorheffing in het geval van toekenning van inkomsten uit roerende goederen in het geval van uitoefening van een activiteit via een vennootschap. De inkomstenbelasting, vastgesteld op basis van het laatste aanslagbiljet dat de zelfstandige heeft ontvangen, moet ook worden afgetrokken. Voor de periode vóór de ontvangst van het eerste aanslagbiljet wordt de belasting voorlopig vastgesteld op 30% van het bruto-inkomen, in desbetreffend geval verminderd met de bijdragen voor de sociale zekerheid.
Op verzoek van de zelfstandige of van het Agentschap vindt een latere regularisatie plaats om het bedrag van de bijdrage aan te passen.
§ 2. Wanneer de bijdrage aan de materiële hulp spontaan gebeurt, dragen de zelfstandigen hier progressief aan bij in functie van een schatting van het bedrag van hun maandelijkse beroepsinkomsten, dit ongeacht het totale bedrag ervan, en wel als volgt:
1° Voor de schijf van de beroepsinkomsten tussen 0 en 264,99 euro is geen enkele bijdrage verschuldigd.
2° Voor de beroepsinkomsten tussen 265 en 999,99 euro is een bijdrage verschuldigd van 35 % van de betrokken inkomensschijf, onverminderd de voor de vorige schijf verschuldigde bedragen.
3° Voor de beroepsinkomsten tussen 1.000 en 1.499,99 euro is een bijdrage verschuldigd van 45% van de betrokken inkomensschijf, onverminderd de voor de vorige inkomensschijven verschuldigde bedragen.
4° Voor de beroepsinkomsten van 1.500 euro en meer is een bijdrage verschuldigd van 50% van de betrokken inkomensschijf, onverminderd de voor de vorige inkomensschijven verschuldigde bedragen.
De bedragen van de inkomensschijven worden elk jaar aangepast volgens de formule bepaald in artikel 6, § 2, tweede en derde lid van dit besluit. De nieuwe bedragen worden bekendgemaakt door het Agentschap. Zij treden in werking op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin zij zijn aangepast.
Onder spontane bijdrage wordt verstaan het vrijwillig en uit eigen beweging verstrekken van de in artikel 2 bedoelde informatie, zonder dat deze informatie het resultaat is van overeenkomstig artikel 12 uitgevoerde controles, alsmede het vrijwillig en uit eigen beweging betalen van de verschuldigde bedragen overeenkomstig de in dit hoofdstuk vastgestelde procedures.
In geval van een gedeeltelijke spontane bijdrage worden de in de eerste paragraaf van dit artikel bedoelde modaliteiten slechts toegepast op het gedeelte van het brutoloon waarvoor geen spontane bijdrage werd geleverd.
Wanneer de begunstigde van materiële hulp kan aantonen dat hij niet in staat is spontaan de in artikel 2 bedoelde informatie te verstrekken of de bijdragen spontaan te betalen, zijn de in paragraaf 2 van dit artikel vastgestelde bijdragepercentages van toepassing.
§ 3. Van de beroepsinkomsten in de voormelde paragraaf dienen de aan het sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen verschuldigde bijdragen te worden afgetrokken, alsook de roerende voorheffing in het geval van toekenning van inkomsten uit roerende goederen in het geval van uitoefening van een activiteit via een vennootschap. De inkomstenbelasting, vastgesteld op basis van het laatste aanslagbiljet dat de zelfstandige heeft ontvangen, moet ook worden afgetrokken. Voor de periode vóór de ontvangst van het eerste aanslagbiljet wordt de belasting voorlopig vastgesteld op 30% van het bruto-inkomen, in desbetreffend geval verminderd met de bijdragen voor de sociale zekerheid.
Op verzoek van de zelfstandige of van het Agentschap vindt een latere regularisatie plaats om het bedrag van de bijdrage aan te passen.
Art. 7. § 1. La contribution à l'aide matérielle s'élève à 50% du revenu professionnel perçu lors d'une année. L'Agence réclame cette contribution dans les 2 ans qui suivent l'année écoulée.
§ 2. Lorsque la contribution à l'aide matérielle est spontanée, les travailleurs indépendants contribuent à celle-ci de manière progressive en fonction d'une estimation du montant de leur revenus professionnel mensuels, quel que soit le montant total de celle-ci, de la manière suivante :
1° Pour la tranche de revenu professionnel située entre 0 et 264,99 euros, aucune contribution n'est due.
2° Pour la tranche de revenu professionnel située entre 265 et 999,99 euros, une contribution à hauteur de 35% de la tranche de revenu concerné est due, sans préjudice des montants dus pour la tranche précédente.
3° Pour la tranche de revenu professionnel située entre 1000 et 1499,99 euros, une contribution à hauteur de 45 % de la tranche de revenu concerné est due, sans préjudice des montants dus pour les tranches précédentes.
4° Pour la tranche de revenu professionnel de 1500 euros et plus, une contribution à hauteur de 50 % de la tranche de revenu concerné est due, sans préjudice des montants dus pour les tranches précédentes.
Les montants des tranches de revenu professionnel sont adaptés chaque année conformément à la formule prévue par l'article 6 § 2, alinéas 2 et 3 du présent arrêté. Les nouveaux montants sont publiés par l'Agence. Ils entrent en vigueur le 1er janvier de l'année qui suit celle de leur adaptation.
Par contribution spontanée, il y a lieu d'entendre la fourniture volontaire et spontanée des informations visées à l'article 2 sans que ces informations résultent du contrôle effectué en application de l'article 12, ainsi que le paiement volontaire et spontané des montants dus selon les modalités fixés par le présent chapitre.
En cas de contribution spontanée partielle, il y a lieu d'appliquer les modalités prévues au paragraphe premier du présent article uniquement sur la partie de la rémunération brute qui n'a pas fait l'objet d'une contribution spontanée.
Dans le cas où le bénéficiaire de l'aide matérielle peut démontrer qu'il n'est pas en mesure de fournir spontanément les informations visées à l'article 2 ou de procéder au payement spontané des contributions, les taux de contribution du paragraphe 2 du présent article sont d'application.
§ 3. Du revenu professionnel mentionné au paragraphe précèdent doivent être déduits les cotisations dues à la caisse de sécurité sociale des travailleurs indépendants ainsi que le précompte mobilier en cas d'attribution de revenus mobiliers dans le cadre d'une activité par l'intermédiaire d'une société. L'impôt sur les revenus, fixé sur la base du dernier avertissement-extrait reçu par l'indépendant, doit également être déduit. Pour la période précédant la réception du premier avertissement-extrait de rôle, l'impôt est fixé provisoirement à 30% du revenu brut, le cas échéant, diminué des cotisations de sécurité sociale.
Une régularisation ultérieure est effectuée, à la demande du travailleur indépendant ou à la demande de l'Agence, en vue de l'ajustement du montant de la contribution.
§ 2. Lorsque la contribution à l'aide matérielle est spontanée, les travailleurs indépendants contribuent à celle-ci de manière progressive en fonction d'une estimation du montant de leur revenus professionnel mensuels, quel que soit le montant total de celle-ci, de la manière suivante :
1° Pour la tranche de revenu professionnel située entre 0 et 264,99 euros, aucune contribution n'est due.
2° Pour la tranche de revenu professionnel située entre 265 et 999,99 euros, une contribution à hauteur de 35% de la tranche de revenu concerné est due, sans préjudice des montants dus pour la tranche précédente.
3° Pour la tranche de revenu professionnel située entre 1000 et 1499,99 euros, une contribution à hauteur de 45 % de la tranche de revenu concerné est due, sans préjudice des montants dus pour les tranches précédentes.
4° Pour la tranche de revenu professionnel de 1500 euros et plus, une contribution à hauteur de 50 % de la tranche de revenu concerné est due, sans préjudice des montants dus pour les tranches précédentes.
Les montants des tranches de revenu professionnel sont adaptés chaque année conformément à la formule prévue par l'article 6 § 2, alinéas 2 et 3 du présent arrêté. Les nouveaux montants sont publiés par l'Agence. Ils entrent en vigueur le 1er janvier de l'année qui suit celle de leur adaptation.
Par contribution spontanée, il y a lieu d'entendre la fourniture volontaire et spontanée des informations visées à l'article 2 sans que ces informations résultent du contrôle effectué en application de l'article 12, ainsi que le paiement volontaire et spontané des montants dus selon les modalités fixés par le présent chapitre.
En cas de contribution spontanée partielle, il y a lieu d'appliquer les modalités prévues au paragraphe premier du présent article uniquement sur la partie de la rémunération brute qui n'a pas fait l'objet d'une contribution spontanée.
Dans le cas où le bénéficiaire de l'aide matérielle peut démontrer qu'il n'est pas en mesure de fournir spontanément les informations visées à l'article 2 ou de procéder au payement spontané des contributions, les taux de contribution du paragraphe 2 du présent article sont d'application.
§ 3. Du revenu professionnel mentionné au paragraphe précèdent doivent être déduits les cotisations dues à la caisse de sécurité sociale des travailleurs indépendants ainsi que le précompte mobilier en cas d'attribution de revenus mobiliers dans le cadre d'une activité par l'intermédiaire d'une société. L'impôt sur les revenus, fixé sur la base du dernier avertissement-extrait reçu par l'indépendant, doit également être déduit. Pour la période précédant la réception du premier avertissement-extrait de rôle, l'impôt est fixé provisoirement à 30% du revenu brut, le cas échéant, diminué des cotisations de sécurité sociale.
Une régularisation ultérieure est effectuée, à la demande du travailleur indépendant ou à la demande de l'Agence, en vue de l'ajustement du montant de la contribution.
HOOFDSTUK IV. - Bijdrage aan de materiële hulp door verzoekers om internationale bescherming die een werkloosheidsuitkering ontvangen
CHAPITRE IV. - Contribution à l'aide matérielle par les demandeurs de protection internationale bénéficiant d'allocations de chômage
Art. 8. § 1. De bijdrage aan de materiële hulp bedraagt 50% van de ontvangen bruto maandelijkse uitkering. Het Agentschap vordert deze bijdrage binnen 12 maanden na ontvangst van de uitkering.
§ 2. Wanneer de bijdrage aan de materiële hulp spontaan is, draagt de verzoeker om internationale bescherming die een werkloosheidsuitkering ontvangt progressief bij aan de materiële hulp in functie van het bedrag van zijn totale netto maandelijkse uitkering, ongeacht het bedrag ervan, en wel als volgt:
1° Voor de uitkeringsschijf tussen 0 en 264,99 euro is geen enkele bijdrage verschuldigd.
2° Voor de uitkeringsschijf tussen 265 en 999,99 euro is een bijdrage verschuldigd van 35% van de betrokken uitkeringsschijf, onverminderd de voor de vorige schijf verschuldigde bedragen.
3° Voor de uitkeringsschijf van 1.000 tot 1.499,99 euro is een bijdrage verschuldigd van 45% van de betrokken schijf, onverminderd de voor de vorige schijven verschuldigde bedragen.
4° Voor de uitkeringsschijf van 1.500 euro en meer is een bijdrage verschuldigd van 50% van de betrokken schijf, onverminderd de voor de vorige schijven verschuldigde bedragen.
De bedragen van de inkomensschijven worden elk jaar aangepast volgens de formule bepaald in artikel 6, § 2, tweede en derde lid van dit besluit. De nieuwe bedragen worden bekendgemaakt door het Agentschap. Zij treden in werking op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin zij zijn aangepast.
Onder spontane bijdrage wordt verstaan het vrijwillig en uit eigen beweging verstrekken van de in artikel 2 bedoelde informatie, zonder dat deze informatie het resultaat is van overeenkomstig artikel 12 uitgevoerde controles, alsmede het vrijwillig en uit eigen beweging betalen van de verschuldigde bedragen overeenkomstig de in dit hoofdstuk vastgestelde procedures.
In geval van een gedeeltelijke spontane bijdrage worden de in de eerste paragraaf van dit artikel bedoelde modaliteiten slechts toegepast op het gedeelte van het brutoloon waarvoor geen spontane bijdrage werd geleverd.
Wanneer de begunstigde van materiële hulp kan aantonen dat hij niet in staat is spontaan de in artikel 2 bedoelde informatie te verstrekken of de bijdragen spontaan te betalen, zijn de in paragraaf 2 van dit artikel vastgestelde bijdragepercentages van toepassing.
§ 2. Wanneer de bijdrage aan de materiële hulp spontaan is, draagt de verzoeker om internationale bescherming die een werkloosheidsuitkering ontvangt progressief bij aan de materiële hulp in functie van het bedrag van zijn totale netto maandelijkse uitkering, ongeacht het bedrag ervan, en wel als volgt:
1° Voor de uitkeringsschijf tussen 0 en 264,99 euro is geen enkele bijdrage verschuldigd.
2° Voor de uitkeringsschijf tussen 265 en 999,99 euro is een bijdrage verschuldigd van 35% van de betrokken uitkeringsschijf, onverminderd de voor de vorige schijf verschuldigde bedragen.
3° Voor de uitkeringsschijf van 1.000 tot 1.499,99 euro is een bijdrage verschuldigd van 45% van de betrokken schijf, onverminderd de voor de vorige schijven verschuldigde bedragen.
4° Voor de uitkeringsschijf van 1.500 euro en meer is een bijdrage verschuldigd van 50% van de betrokken schijf, onverminderd de voor de vorige schijven verschuldigde bedragen.
De bedragen van de inkomensschijven worden elk jaar aangepast volgens de formule bepaald in artikel 6, § 2, tweede en derde lid van dit besluit. De nieuwe bedragen worden bekendgemaakt door het Agentschap. Zij treden in werking op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin zij zijn aangepast.
Onder spontane bijdrage wordt verstaan het vrijwillig en uit eigen beweging verstrekken van de in artikel 2 bedoelde informatie, zonder dat deze informatie het resultaat is van overeenkomstig artikel 12 uitgevoerde controles, alsmede het vrijwillig en uit eigen beweging betalen van de verschuldigde bedragen overeenkomstig de in dit hoofdstuk vastgestelde procedures.
In geval van een gedeeltelijke spontane bijdrage worden de in de eerste paragraaf van dit artikel bedoelde modaliteiten slechts toegepast op het gedeelte van het brutoloon waarvoor geen spontane bijdrage werd geleverd.
Wanneer de begunstigde van materiële hulp kan aantonen dat hij niet in staat is spontaan de in artikel 2 bedoelde informatie te verstrekken of de bijdragen spontaan te betalen, zijn de in paragraaf 2 van dit artikel vastgestelde bijdragepercentages van toepassing.
Art. 8. § 1. La contribution à l'aide matérielle s'élève à 50% de l'allocation brute mensuelle perçue. L'Agence réclame cette contribution dans les 12 mois de la perception de l'allocation.
§ 2. Lorsque la contribution à l'aide matérielle est spontanée, les demandeurs de protection internationale bénéficiaires d'allocations de chômage contribuent à l'aide matérielle de manière progressive en fonction du montant de leur allocation nette mensuelle, quel que soit le montant de celle-ci, de la manière suivante :
1° Pour la tranche d'allocation située entre 0 et 264,99 euros, aucune contribution n'est due.
2° Pour la tranche d'allocation située entre 265 et 999,99 euros, une contribution à hauteur de 35 % de la tranche d'allocation concernée est due, sans préjudice des montants dus pour la tranche précédente.
3° Pour la tranche d'allocation située entre 1000 et 1499,99 euros, une contribution à hauteur de 45 % de la tranche d'allocation concernée est due, sans préjudice des montants dus pour les tranches précédentes.
4° Pour la tranche d'allocation de 1500 euros et plus, une contribution à hauteur de 50 % de la tranche d'allocation concernée est due, sans préjudice des montants dus pour les tranches précédentes.
Les montants des tranches d'allocation sont adaptés chaque année conformément à la formule prévue par l'article 6, § 2, alinéas 2 et 3 du présent arrêté. Les nouveaux montants sont publiés par l'Agence. Ils entrent en vigueur le 1er janvier de l'année qui suit celle de leur adaptation.
Par contribution spontanée, il y a lieu d'entendre la fourniture volontaire et spontanée des informations visées à l'article 2 sans que ces informations résultent du contrôle effectué en application de l'article 12, ainsi que le paiement volontaire et spontané des montants dus selon les modalités fixés par le présent chapitre.
En cas de contribution spontanée partielle, il y a lieu d'appliquer les modalités prévues au paragraphe premier du présent article uniquement sur la partie de la rémunération brute qui n'a pas fait l'objet d'une contribution spontanée.
Dans le cas où le bénéficiaire de l'aide matérielle peut démontrer qu'il n'est pas en mesure de fournir spontanément les informations visées à l'article 2 ou de procéder au payement spontané des contributions, les taux de contribution du paragraphe 2 du présent article sont d'application.
§ 2. Lorsque la contribution à l'aide matérielle est spontanée, les demandeurs de protection internationale bénéficiaires d'allocations de chômage contribuent à l'aide matérielle de manière progressive en fonction du montant de leur allocation nette mensuelle, quel que soit le montant de celle-ci, de la manière suivante :
1° Pour la tranche d'allocation située entre 0 et 264,99 euros, aucune contribution n'est due.
2° Pour la tranche d'allocation située entre 265 et 999,99 euros, une contribution à hauteur de 35 % de la tranche d'allocation concernée est due, sans préjudice des montants dus pour la tranche précédente.
3° Pour la tranche d'allocation située entre 1000 et 1499,99 euros, une contribution à hauteur de 45 % de la tranche d'allocation concernée est due, sans préjudice des montants dus pour les tranches précédentes.
4° Pour la tranche d'allocation de 1500 euros et plus, une contribution à hauteur de 50 % de la tranche d'allocation concernée est due, sans préjudice des montants dus pour les tranches précédentes.
Les montants des tranches d'allocation sont adaptés chaque année conformément à la formule prévue par l'article 6, § 2, alinéas 2 et 3 du présent arrêté. Les nouveaux montants sont publiés par l'Agence. Ils entrent en vigueur le 1er janvier de l'année qui suit celle de leur adaptation.
Par contribution spontanée, il y a lieu d'entendre la fourniture volontaire et spontanée des informations visées à l'article 2 sans que ces informations résultent du contrôle effectué en application de l'article 12, ainsi que le paiement volontaire et spontané des montants dus selon les modalités fixés par le présent chapitre.
En cas de contribution spontanée partielle, il y a lieu d'appliquer les modalités prévues au paragraphe premier du présent article uniquement sur la partie de la rémunération brute qui n'a pas fait l'objet d'une contribution spontanée.
Dans le cas où le bénéficiaire de l'aide matérielle peut démontrer qu'il n'est pas en mesure de fournir spontanément les informations visées à l'article 2 ou de procéder au payement spontané des contributions, les taux de contribution du paragraphe 2 du présent article sont d'application.
TITEL III. - Opheffing van de verplichte plaats van inschrijving voor verzoekers om internationale bescherming die beroepsinkomsten en andere categorieën van inkomsten ontvangen.
TITRE III. - Suppression du lieu obligatoire d'inscription pour les demandeurs de protection internationale bénéficiant de revenus professionnels et autres catégories de revenus
Art. 9. De bepalingen van deze Titel zijn van toepassing op de in artikel 1 bedoelde verzoekers om internationale bescherming, die cumulatief aan volgende beide voorwaarden voldoen:
1° Ze bevinden zich in een stabiele en duurzame arbeidssituatie. Deze situatie wordt geacht te zijn ontstaan zodra er een beroepsactiviteit van zes opeenvolgende maanden is voorzien of nadien aangetoond kan worden.
2° Ze hebben beroepsinkomsten die hoger liggen dan het equivalent van het leefloon dat ze zouden kunnen ontvangen in toepassing van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, naargelang de categorie waar ze toe zouden behoren indien ze aan de voorwaarden zouden voldoen om dit te ontvangen.
De in het vorige lid bedoelde beroepsinkomsten moeten begrepen worden in de zin van artikel 3.
Wanneer een verzoeker om internationale bescherming, na toepassing van de bepalingen van deze Titel, niet langer voldoet aan één van de in het vorige lid bedoelde voorwaarden, heeft dit geen invloed op de verdere toepassing van de bepalingen van deze Titel.
1° Ze bevinden zich in een stabiele en duurzame arbeidssituatie. Deze situatie wordt geacht te zijn ontstaan zodra er een beroepsactiviteit van zes opeenvolgende maanden is voorzien of nadien aangetoond kan worden.
2° Ze hebben beroepsinkomsten die hoger liggen dan het equivalent van het leefloon dat ze zouden kunnen ontvangen in toepassing van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, naargelang de categorie waar ze toe zouden behoren indien ze aan de voorwaarden zouden voldoen om dit te ontvangen.
De in het vorige lid bedoelde beroepsinkomsten moeten begrepen worden in de zin van artikel 3.
Wanneer een verzoeker om internationale bescherming, na toepassing van de bepalingen van deze Titel, niet langer voldoet aan één van de in het vorige lid bedoelde voorwaarden, heeft dit geen invloed op de verdere toepassing van de bepalingen van deze Titel.
Art. 9. Les dispositions du présent Titre s'appliquent aux demandeurs de protection internationale visés à l'article 1 qui remplissent cumulativement les deux conditions suivantes :
1° Ils se trouvent dans une situation professionnelle stable et durable. Cette situation est considérée comme acquise dès lors qu'une activité professionnelle de six mois consécutifs est prévue ou peut être démontrée postérieurement.
2° Ils perçoivent un revenu professionnel supérieur au revenu d'intégration équivalent, qu'ils pourraient percevoir en application de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale, en fonction de la catégorie à laquelle ils appartiendraient s'ils entraient dans les conditions pour en bénéficier.
Le revenu professionnel visé à l'alinéa précédent doit être compris au sens de l'article 3.
La perte, après application des dispositions du présent Titre, de l'une des conditions visées à l'alinéa précédent n'a pas d'incidence sur le maintien de l'application des dispositions du présent Titre.
1° Ils se trouvent dans une situation professionnelle stable et durable. Cette situation est considérée comme acquise dès lors qu'une activité professionnelle de six mois consécutifs est prévue ou peut être démontrée postérieurement.
2° Ils perçoivent un revenu professionnel supérieur au revenu d'intégration équivalent, qu'ils pourraient percevoir en application de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale, en fonction de la catégorie à laquelle ils appartiendraient s'ils entraient dans les conditions pour en bénéficier.
Le revenu professionnel visé à l'alinéa précédent doit être compris au sens de l'article 3.
La perte, après application des dispositions du présent Titre, de l'une des conditions visées à l'alinéa précédent n'a pas d'incidence sur le maintien de l'application des dispositions du présent Titre.
Art. 10. Wanneer een verzoeker om internationale bescherming voldoet aan de in artikel 9 beoogde voorwaarden, kan het Agentschap de verplichte plaats van inschrijving opheffen die hem overeenkomstig artikelen 9 tot 12 van de wet van 12 januari 2007 was toegewezen, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 11. De verzoeker om internationale bescherming blijft materiële hulp ontvangen voor een periode van twee maand vanaf de dag van de beslissing tot opheffing in kwestie.
Deze opheffing vindt ten vroegste plaats wanneer hij het in artikel 9, 2°, beoogde loon daadwerkelijk voor de tweede maal heeft ontvangen.
In afwachting van de daadwerkelijke opheffing van de verplichte plaats van inschrijving, zijn de regels van Titel 2 op hem van toepassing, op voorwaarde dat hij verder voldoet aan de in artikel 1 van dit besluit beoogde voorwaarden.
Deze opheffing vindt ten vroegste plaats wanneer hij het in artikel 9, 2°, beoogde loon daadwerkelijk voor de tweede maal heeft ontvangen.
In afwachting van de daadwerkelijke opheffing van de verplichte plaats van inschrijving, zijn de regels van Titel 2 op hem van toepassing, op voorwaarde dat hij verder voldoet aan de in artikel 1 van dit besluit beoogde voorwaarden.
Art. 10. Lorsqu'un demandeur de protection internationale remplit les conditions visées à l'article 9, l'Agence peut supprimer, sous réserve de l'application de l'article 11, le lieu obligatoire d'inscription qui lui a été désigné conformément aux articles 9 à 12 de la loi du 12 janvier 2007. Le demandeur de protection internationale continue de bénéficier de l'aide matérielle pour une période de deux mois à partir du jour de la décision de ladite suppression.
Cette suppression intervient au plus tôt lorsqu'il perçoit pour la deuxième fois la rémunération visée à l'article 9, 2°.
Dans l'attente de la suppression effective du lieu obligatoire d'inscription, les règles du Titre 2 lui sont applicables, à condition qu'il continue à remplir les conditions visées à l'article 1 du présent arrêté.
Cette suppression intervient au plus tôt lorsqu'il perçoit pour la deuxième fois la rémunération visée à l'article 9, 2°.
Dans l'attente de la suppression effective du lieu obligatoire d'inscription, les règles du Titre 2 lui sont applicables, à condition qu'il continue à remplir les conditions visées à l'article 1 du présent arrêté.
Art. 11. Zelfs wanneer de verzoeker om internationale bescherming voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld in artikel 9, kan het Agentschap beslissen niet over te gaan tot de in artikel 10 bedoelde opheffing van de verplichte plaats van inschrijving, in het bijzonder wanneer de familiale, sociale of medische situatie van de begunstigde van de opvang of de stand van zijn procedure om internationale bescherming dit rechtvaardigt. In dat geval zijn de regels van Titel 2 op hem van toepassing, op voorwaarde dat hij nog steeds de in artikel 1 beoogde voorwaarden vervult.
Art. 11. Même lorsque le demandeur de protection internationale rencontre les conditions fixées par l'article 9, l'Agence peut décider de ne pas procéder à la suppression du lieu obligatoire d'inscription visée à l'article 10, notamment lorsque la situation familiale, sociale ou médicale du bénéficiaire de l'aide matérielle ou l'état de sa procédure de protection internationale, le justifient. Dans ce cas, les règles du Titre 2 lui sont applicables, à condition qu'il continue à remplir les conditions visées à l'article 1.
TITEL IV. - Controles en sancties
TITRE IV. - Contrôles et sanctions
Art. 12. Het Agentschap verricht periodieke controles van de professionele situatie van de begunstigde van de materiële hulp aan de hand van gegevens verstrekt door de bevoegde instellingen van de sociale zekerheid. Deze controles worden verricht met als doel na te gaan of een begunstigde van de materiële hulp bijdraagt aan deze materiële hulp in overeenstemming met titel II van dit besluit, dan wel of hij voldoet aan de voorwaarden van titel III van dit besluit met betrekking tot de opheffing van de verplichte plaats van inschrijving.
Art. 12. L'Agence exerce des contrôles périodiques de la situation professionnelle des bénéficiaires de l'aide matérielle par le biais des informations fournies par les institutions de sécurité sociale compétentes. Ces contrôles s'effectuent dans le but de vérifier si un bénéficiaire de l'aide matérielle contribue à celle-ci conformément au Titre II du présent arrêté, ou s'il remplit les conditions prévues au Titre III du présent arrêté concernant la suppression du lieu obligatoire d'inscription.
Art. 13. 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 35/1 en 45 van de wet van 12 januari 2007 stelt het Agentschap een verzoeker om internationale bescherming die weigert bij te dragen overeenkomstig de modaliteiten van artikel 6, § 1 voor werknemers, artikel 7, § 1 voor zelfstandigen en artikel 8, § 1 voor begunstigden van een werkloosheidsuitkering, in gebreke tot naleving binnen de vijf dagen.
Bij gebrek aan naleving binnen de vijf dagen, beëindigt het Agentschap de materiële hulp met uitzondering van de medische begeleiding bedoeld in de artikelen 23 en 24 van de wet van 12 januari 2007 overeenkomstig artikel 35/2, lid 3, van de wet van 12 januari 2007.
Bij gebrek aan naleving binnen de vijf dagen, beëindigt het Agentschap de materiële hulp met uitzondering van de medische begeleiding bedoeld in de artikelen 23 en 24 van de wet van 12 januari 2007 overeenkomstig artikel 35/2, lid 3, van de wet van 12 januari 2007.
Art. 13. § 1. Nonobstant l'application des articles 35/1 et 45 de la loi du 12 janvier 2007, l'Agence met en demeure de se conformer dans les 5 jours, le demandeur de protection internationale qui refuse de contribuer conformément aux modalités prévues à l'article 6, § 1 pour les travailleurs salariés, à l'article 7, § 1 pour les travailleurs indépendants et à l'article 8, § 1 pour les bénéficiaires d'allocations de chômage.
A défaut de s'exécuter dans le délai de 5 jours, l'Agence met fin à l'aide matérielle, à l'exception de l'accompagnement médical visé aux articles 23 et 24 de la loi du 12 janvier 2007, en application de l'article 35/2, al.3, de la loi du 12 janvier 2007.
A défaut de s'exécuter dans le délai de 5 jours, l'Agence met fin à l'aide matérielle, à l'exception de l'accompagnement médical visé aux articles 23 et 24 de la loi du 12 janvier 2007, en application de l'article 35/2, al.3, de la loi du 12 janvier 2007.
TITEL V. - Slotbepalingen
TITRE V. - Dispositions finales
Art. 14. Dit besluit heft het koninklijk besluit van 12 januari 2011 betreffende de toekenning van materiële hulp aan asielzoekers die beroepsinkomsten hebben uit een activiteit als werknemer op en vervangt het.
Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2024.
Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2024.
Art. 14. Le présent arrêté abroge et remplace l'arrêté royal du 12 janvier 2011 relatif à l'octroi de l'aide matérielle aux demandeurs d'asile bénéficiant de revenus professionnels liés à une activité de travailleur salarié.
Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 2024.
Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 2024.
Art. 15. De Minister bevoegd voor asiel en migratie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le ministre qui a l'asile et la migration dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.