Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 JULI 2024. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2001 betreffende de weging van de management- en staffuncties in de federale overheidsdiensten en tot vaststelling van hun wedde, het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten, het koninklijk besluit van 19 maart 2003 tot vaststelling van het organieke statuut van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en het koninklijk besluit van 16 november 2006 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de management- en staffuncties in sommige instellingen van openbaar nut(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-09-2024 en tekstbijwerking tot 02-05-2025)
Titre
10 JUILLET 2024. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 11 juillet 2001 relatif à la pondération des fonctions de management et d'encadrement dans les services publics fédéraux et fixant leur traitement, l'arrêté royal du 29 octobre 2001 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de programmation, l'arrêté royal du 19 mars 2003 fixant le statut organique de l'Institut pour l'égalité des femmes et des hommes et l'arrêté royal du 16 novembre 2006 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management et d'encadrement dans certains organismes d'intérêt public(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 06-09-2024 et mise à jour au 02-05-2025)
Documentinformatie
Numac: 2024005833
Datum: 2024-07-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024005833
Date: 2024-07-10
Moniteur: Voir
Tekst (90)
Texte (90)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2001 betreffende de weging van de management- en staffuncties in de federale overheidsdiensten en tot vaststelling van hun wedde
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté royal du 11 juillet 2001 relatif à la pondération des fonctions de management et d'encadrement dans les services publics fédéraux et fixant leur traitement
Artikel 1. In de titel van het koninklijk besluit van 11 juli 2001 betreffende de weging van de management- en staffuncties in de federale overheidsdiensten en tot vaststelling van hun wedde, worden de woorden " " de management- en staffuncties" vervangen door de woorden "de managementfuncties".
Article 1er. Dans le titre de l'arrêté royal du 11 juillet 2001 relatif à la pondération des fonctions de management et d'encadrement dans les services publics fédéraux et fixant leur traitement, les mots " et d'encadrement " sont abrogés.
Art. 2. In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 september 2022, worden de woorden "de staffuncties en" en de woorden "en in artikel 2 van het koninklijk besluit van 2 oktober 2002 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de staffuncties in de federale overheidsdiensten" opgeheven.
Art. 2. Dans l'article 1er du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 11 septembre 2022, les mots " d'encadrement et " ainsi que les mots " et à l'article 2 de l'arrêté royal du 2 octobre 2002 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions d'encadrement dans les services publics fédéraux " sont abrogés.
Art. 3. In artikel 3 van hetzelfde besluit, worden de woorden "en artikel 14 van het koninklijk besluit van 2 oktober 2002 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de staffuncties in de federale overheidsdiensten" opgeheven.
Art. 3. Dans l'article 3, alinéa 2, du même arrêté, les mots " et de l'article 14 de l'arrêté royal du 2 octobre 2002 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions d'encadrement dans les services publics fédéraux " sont abrogés.
Art. 4. In artikel 5, § 2, punt b van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 11 september 2022, worden de woorden "management- of staffunctie" vervangen door het woord "managementfunctie".
Art. 4. A l'article 5, § 2, point b, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 11 septembre 2022, les mots " ou d'encadrement " sont abrogés.
Art. 5. Aan artikel 5bis, eerste lid van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord " twaalf " wordt vervangen door het woord "vier-en-twintig";
  2° in 1° wordt het woord "zes" vervangen door het woord "twaalf", het woord "vier" door het woord "acht" en het woord "twee" door het woord "vier";
  3° in 2° wordt het woord " zes " vervangen door het woord " twaalf ".
Art. 5. A l'article 5bis, alinéa 1er, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le mot " douze " est remplacé par les mots " vingt-quatre " ;
  2° au 1°, le mot " six " est remplacé par le mot " douze ", le mot " quatre " est remplacé par le mot " huit " et le mot " deux " est remplacé par le mot " quatre " ;
  3° au 2°, le mot " six " est remplacé par le mot " douze ".
Art. 6. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 11 september 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht als volgt:
  1° in het tweede lid, eerste zin, worden de woorden "de functionele directeurs van de stafdiensten Personeel en Organisatie en Budget en Beheerscontrole" vervangen door de woorden "de houders van de managementfuncties in de functionele diensten Personeel en Organisatie; Begroting en Beheerscontrole en Informatie- en Communicatietechnologie" en worden de woorden "en de staffuncties" opgeheven;
  2° In het tweede lid wordt de tweede zin "Voor de weging van respectievelijk de functie van functioneel directeur van de stafdienst Personeel en Organisatie en Budget en Beheerscontrole, wordt respectievelijk enkel het advies gevraagd van de functionele directeur van de stafdienst Budget en Beheerscontrole en Personeel en Organisatie." vervangen door de zin "Voor de weging van respectievelijk de managementfunctie in de functionele diensten Personeel en Organisatie en Begroting en Beheerscontrole wordt respectievelijk het advies gevraagd van de houder van de managementfunctie in de functionele diensten Personeel en Organisatie en Begroting en Beheerscontrole.";
  3° In het derde lid worden de woorden "de functionele directeurs van de stafdiensten Personeel en Organisatie en Budget en Beheerscontrole" vervangen door de woorden "de houders van de managementfuncties in de functionele diensten Personeel en Organisatie, Begroting en Beheerscontrole en Informatie- en Communicatietechnologie".
Art. 6. Dans l'article 6 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 11 septembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 2, dans la première phrase, les mots " des directeurs fonctionnels des services d'encadrement Personnel et Organisation et Budget et Contrôle de la Gestion " sont remplacés par les mots " des titulaires des fonctions de management dans les services fonctionnels Personnel et Organisation, Budget et Contrôle de la Gestion et Technologie de l'Information et de la Communication " et les mots " et des fonctions d'encadrement " sont abrogés ;
  2° à l'alinéa 2, la deuxième phrase " Pour la pondération de respectivement la fonction de directeur fonctionnel du service d'encadrement Personnel et Organisation et Budget et Contrôle de la Gestion, l'avis du directeur fonctionnel des services d'encadrement Personnel et Organisation et Budget et Contrôle de la Gestion est respectivement demandé. " est remplacée par la phrase " Pour la pondération de respectivement la fonction de management dans les services fonctionnels encadrement Personnel et Organisation et Budget et Contrôle de la Gestion, l'avis titulaire de la fonction de management des services fonctionnels Personnel et Organisation et Budget et Contrôle de la Gestion est respectivement demandé. " ;
  3° à l'alinéa 3, les mots " des directeurs fonctionnels des services d'encadrement Personnel et Organisation et Budget et Contrôle de la Gestion " sont remplacés par les mots " des titulaires des fonctions de management dans les services fonctionnels Personnel et Organisation, Budget et Contrôle de la Gestion et Technologie de l'Information et de la Communication ".
Art. 7. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht als volgt:
  1° in het eerste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 september 2022, wordt het woord "telkens" opgeheven;
  2° 2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de bovenvermelde managementfunctie niet grondig gewijzigd is.";
  3° in het nieuwe derde lid, voorheen het tweede lid, worden de woorden "- en staf" opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 7 du même arrêté royal, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, modifié par l'arrêté royal du 11 septembre 2022, les mots " à chaque fois " sont abrogés ;
  2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
  " L'alinéa 1er n'est pas d'application lorsque la fonction de management susmentionnée n'est pas profondément modifiée. " ;
  1° au nouvel alinéa 3, anciennement alinéa 2, les mots " et d'encadrement " sont abrogés.
Art. 8. In de bijlage 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht in de Nederlandse versie:
  1° Onder criterium 8 "Interactie en het beheer van Human Resources " in de onderverdeling "Geoefend niveau : beïnvloeden en aanvaarding bereiken met gefundeerde argumentatie" voor de interactiefrequentie "Quasi continue - Externe" (evaluatiecode 232) wordt het getal "90" vervangen door "80".
  2° Onder criterium 8 "Geavanceerd professioneel niveau: tot beslissingen en overeenkomsten komen in onderhandelingen met uiteenlopende en/of tegengestelde belangen " de interactiefrequentie respectievelijk:
  > : "Regelmatig - Externe" (evaluatiecode 322) wordt het getal "110" vervangen door "90";
  > : "Quasi continue - Interne" (evaluatiecode 331) wordt het getal "90" vervangen door "80";
  > : "Quasi continue - Externe" (evaluatiecode 332) wordt het getal "130" vervangen door "100";
  3° Onder criterium 12 "Impact" voor het punt 5 "De gevolgen van de genomen beslissingen binnen de functie hebben een brede maatschappelijk gevolg" wordt het getal "170" vervangen door het getal "190";
  4° Onder criterium 12 "Impact" voor het punt 6 "De gevolgen van de genomen beslissingen binnen de functie hebben zeer brede maatschappelijke gevolgen" wordt het getal "210" vervangen door het getal "250".
Art. 8. Dans l'annexe 1redu même arrêté, sont apportées les modifications suivantes dans la version en langue néerlandaise :
  1° Sous le critère 8 "Interactie en het beheer van Human Resources " dans la subdivision " Geoefend niveau : beïnvloeden en aanvaarding bereiken met gefundeerde argumentatie " pour la fréquence d'interaction " Quasi continue - Externe " (code d'évaluation 232), le chiffre " 90 " est remplacé par " 80 " ;
  2° Sous le critère 8 " Geavanceerd professioneel niveau : tot beslissingen en overeenkomsten komen in onderhandelingen met uiteenlopende en/of tegengestelde belangen " pour la fréquence d'interaction respectivement :
  > : " Regelmatig - Externe " (code d'évaluation 322) le chiffre " 110 " est remplacé par " 90 " ;
  > : " Quasi continue - Interne " (code d'évaluation 331) le chiffre " 90 " est remplacé par " 80 " ;
  > : " Quasi continue - Externe " (code d'évaluation 332) le chiffre " 130 " est remplacé par " 100 " ;
  3° Sous le critère 12 " Impact " pour le point 5 " De gevolgen van de genomen beslissingen binnen de functie hebben een brede maatschappelijk gevolg " le chiffre " 170 " est remplacé par le chiffre " 190 " ;
  4° Sous le critère 12 " Impact " pour le point 6 " De gevolgen van de genomen beslissingen binnen de functie hebben zeer brede maatschappelijke gevolgen " le chiffre " 210 " est remplacé par le chiffre " 250 ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de programmation
Art. 9. Artikel 5 wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
  " § 3. De deelname van de kandidaat aan een selectieprocedure voor een managementfunctie zoals bedoeld in §§ 1 en 2 is onverenigbaar met de aanstelling als lid van de selectiecommissie zoals bedoeld in artikel 8, § 1, 2° tot en met 5, indien de voormelde aanstelling plaatsvond binnen de twaalf voorafgaande maanden.".
Art. 9. L'article 5 est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
  " § 3. La participation du candidat à une procédure de sélection à une fonction de management visé au § 1er et 2, est incompatible avec la désignation comme membre de la commission de sélection visé à l'article 8, § 1er, 2° à 5, dès lors que la désignation visée ci-dessus est intervenue dans les douze mois qui précédent. ".
Art. 10. Tussen artikel 5 en artikel 6 van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 2022, wordt een artikel 5bis ingevoegd, luidende.
  "Art. 5bis. § 1. Kandidaten voor een vergelijkende selectie bedoeld in artikel 5 die eerder de niet-eliminerende verplichte tests bedoeld in artikel 7, § 2, eerste lid hebben afgelegd, behouden de resultaten voor die tests gedurende zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken tests werden afgelegd volgens de volgende modaliteiten:
  - resultaten voor de persoonlijkheids- en integriteitstests voor alle managementfuncties;
  - resultaten voor de generieke competentietests voor een managementfunctie die tot eenzelfde niveau behoort.
  § 2. Aan de houder van een managementfunctie die na afloop van zijn mandaat de effectieve eindevaluatievermelding "goed" heeft gekregen wordt door de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning een vrijstelling toegekend voor de in artikel 7, § 3, tweede lid bedoelde proef met de eliminerende tests voor een managementfunctie van een gelijkwaardig of een lager niveau.
  De vrijstelling is geldig voor een duur van drie jaar en wordt van kracht op de dag na het einde van het mandaat van de in het eerste lid bedoelde houder van de managementfunctie.
  De houder van een managementfunctie van wie het mandaat van rechtswege is beëindigd in toepassing van artikel 20, § 1, eerste lid, 6° geniet onder dezelfde modaliteiten de in het eerste en tweede lid bedoelde vrijstelling, mits hij bij de laatste evaluatie een effectieve evaluatievermelding "goed" heeft gekregen.
  Aan de houders van een managementfunctie van een gelijkwaardig of hoger niveau wordt eveneens een vrijstelling toegekend voor de in artikel 7, § 3, tweede lid bedoelde proef met de eliminerende computergestuurde tests voor een managementfunctie van een gelijkwaardig of lager niveau.".
Art. 10. Entre l'article 5 et l'article 6 de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de programmation, modifiés en dernier lieu par l'arrêté royal du 20 décembre 2022, est inséré un article 5bis rédigé comme suit :
  " Art. 5bis. § 1er. Les candidats à une sélection comparative visée à l'article 5 qui ont précédemment effectué les tests obligatoires non éliminatoires visés à l'article 7, § 2, alinéa 1er, en conservent les résultats, pendant six mois à partir de la date de passation des tests concernés, selon les modalités suivantes :
  - résultats des tests de personnalité et d'intégrité pour toute fonction de management ;
  - résultats des tests de compétences génériques pour une fonction de management relevant d'un même niveau.
  § 2. Une dispense de l'épreuve des tests éliminatoires visée à l'article 7, § 3, alinéa 2 pour une fonction de management de niveau équivalent ou inférieur est accordée, par le directeur général de la direction générale Recrutement et Développement du service public fédéral Stratégie et Appui, au titulaire d'une fonction de management qui a obtenu à l'issue du mandat la mention finale d'évaluation effective " bon ".
  La dispense est valable pour une durée de trois ans et prend effet le jour qui suit la fin du mandat du titulaire de la fonction de management visé à l'alinéa 1er.
  Le titulaire d'une fonction de management dont le mandat a pris fin de plein droit en application de l'article 20, § 1er, alinéa 1er, 6°, bénéficie, sous les mêmes modalités, de la dispense visée aux alinéas 1er et 2 dès lors qu'il a obtenu une mention d'évaluation effective " bon " lors de la dernière évaluation.
  Une dispense de l'épreuve des tests informatisés éliminatoires visée à l'article 7, § 3, alinéa 2, pour une fonction de management de niveau équivalent ou inférieur est également accordée aux titulaires d'une fonction de management de niveau équivalent ou supérieur. ".
Art. 11. In artikel 7, § 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vijfde lid worden de woorden "hetzij in groep A "zeer geschikt", hetzij in groep B "geschikt", hetzij in groep C "minder geschikt", hetzij in groep D "niet geschikt" vervangen door de woorden "hetzij in de groep "geschikt", hetzij in de groep "niet geschikt" ;
  2° In het zesde lid worden de woorden "in de groep A en de groep B" vervangen door de woorden "in de groep geschikt".
Art. 11. Dans l'article 7, § 2, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 5, les mots " soit dans le groupe A " très apte ", soit dans le groupe B " apte ", soit dans le groupe C " moins apte ", soit dans le groupe D " pas apte " " sont remplacés par les mots soit dans le groupe " apte " soit dans le groupe " pas apte " ;
  2° A l'alinéa 6 les mots " le groupe A et le groupe B " sont remplacés par les mots " le groupe " apte ".
Art. 12. In artikel 8 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid wordt punt 1° als volgt vervangen:
  "1° de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning of zijn afgevaardigde, voorzitter;";
  2° in paragraaf 1, eerste lid wordt punt 5° aangevuld met de woorden "of die sinds minder dan drie jaar managementfuncties hebben uitgeoefend die minstens gelijkwaardig zijn aan de te begeven managementfunctie en die bij de eindevaluatie de vermelding "goed" hebben kregen.";
  3° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 6°, opgeheven bij koninklijk besluit van 10 april 2014, hersteld als volgt:
  "van een plaatsvervanger voor elk van de leden bedoeld in 2° tot 5°. Deze plaatsvervangers worden tegelijk met de effectieve leden benoemd.";
  4° in paragraaf 1 wordt het derde lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 april 2014, vervangen als volgt:
  "De taalpariteit wordt verzekerd binnen elk van de categorieën van effectieve en plaatsvervangende leden van de selectiecommissie bedoeld in het eerste lid, 4° en 5°. Het effectief lid bedoeld in het eerste lid, 2° en zijn plaatsvervanger behoren tot een andere taalaanhorigheid dan die van het effectief lid bedoeld in het eerste lid, 3°, en zijn plaatsvervanger. De taalaanhorigheid van de leden, bedoeld in het eerste lid, 2°, 3° en 4° en hun plaatsvervangers, wordt bepaald door de taal van het getuigschrift of het diploma dat bewijst dat men geslaagd is voor de studies die in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van de competentie die nodig is voor de expertiseopdracht. De taalaanhorigheid van de leden, bedoeld in het eerste lid, 5°, en hun plaatsvervangers, wordt bepaald door de taalrol van de ambtenaar of door toepassing van de artikelen 35 tot 41 van de gewone wet van 9 augustus 1980 over de institutionele hervormingen.";
  5° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "en die van hun plaatsvervangers" ingevoegd tussen de woorden "bedoeld in het eerste lid, 2°, 4° en 5° " en de woorden "worden vastgelegd in samenspraak met";
  6° in paragraaf 1, zesde lid worden de woorden "SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid" vervangen door de woorden "het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning";
  7° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "De afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid" vervangen door de woorden "De directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning";
  8° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden ", met inbegrip van de plaatsvervangers," ingevoegd tussen de woorden "de samenstelling van de selectiecommissie" en de woorden "aan de minister bevoegd voor Ambtenarenzaken";
  9° in paragraaf 2, tweede lid worden de woorden "SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid" vervangen door de woorden "het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning";
  10° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
  "De kandidaten worden op de hoogte gebracht van hun inschrijving in de groep "geschikt" of de groep "niet geschikt" en van hun rangschikking in de groep "geschikt".
Art. 12. Dans l'article 8 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 20 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le point 1° est remplacé comme suit :
  " 1° du directeur général de la Direction générale Recrutement et développement du service public fédéral Stratégie et Appui ou son délégué, président ; " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le point 5° est complété par les mots " ou ayant exercés des fonctions de management au moins équivalentes à la fonction de management à pourvoir depuis moins de trois ans et dont l'évaluation finale est la mention " bon ". " ;
  3° au paragraphe 1er, le 6°, abrogé par l'arrêté royal du 10 avril 2014, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " d'un suppléant pour chacun des membres visés aux 2° à 5°. Ceux-ci sont désignés en même temps que les membres effectifs. " ;
  4° au paragraphe 1er, l'alinéa 3, remplacé par l'arrêté royal du 10 avril 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " La parité linguistique est assurée au sein de chacune des catégories de membres effectifs et suppléants de la commission de sélection visés à l'alinéa 1er, 4°, et 5°. Le membre effectif visé à l'alinéa 1er, 2° ainsi que son suppléant sont de l'autre appartenance linguistique que celle du membre effectif visé à l'alinéa 1er, 3° et de son suppléant. L'appartenance linguistique est déterminée, pour ce qui concerne les membres visés à l'alinéa 1er, 2°, 3° et 4° et leurs suppléants, par la langue du certificat ou du diplôme sanctionnant la réussite des études prises en compte pour l'appréciation de la compétence nécessaire à la mission d'expertise. Pour les membres visés à l'alinéa 1er, 5°, et leurs suppléants, l'appartenance linguistique est déterminée par le rôle linguistique de l'agent ou en application des articles 35 à 41 de la loi ordinaire du 9 août 1980 de réformes institutionnelles. " ;
  5° au paragraphe 1er, alinéa 4, les mots " ainsi que ceux de leurs suppléants " sont insérés entre les mots " visés à l'alinéa 1er, 2°, 4° et 5° " et les mots " sont déterminés en concertation avec " ;
  6° au paragraphe 1er, alinéa 6, les mots " SELOR - Bureau de sélection de l'Administration fédérale " sont remplacés par les mots " la Direction générale Recrutement et développement du service public fédéral Stratégie et Appui " ;
  7° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " L'administrateur délégué du SELOR - Bureau de sélection de l'Administration fédérale - " sont remplacés par les mots " Le directeur général de la Direction générale Recrutement et développement du service public fédéral Stratégie et Appui " ;
  8° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots ", en ce compris les suppléants, " sont insérés entre les mots " la composition de la commission de sélection " et les mots " au ministre qui a la fonction publique " ;
  9° au paragraphe 2 alinéa 2, les mots " SELOR - Bureau de sélection de l'Administration fédérale -" sont remplacés par les mots " la Direction générale Recrutement et développement du service public fédéral Stratégie et Appui " ;
  10° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " Les candidats sont informés de leur inscription dans le groupe " apte " ou le groupe " pas apte " et de leur classement dans le groupe " apte ".
Art. 13. In artikel 8bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 2022, worden de woorden "groep A en, in voorkomend geval, in de groepen A en B tezamen," vervangen door de woorden "de groep "geschikt"".
Art. 13. Dans l'article 8bis du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 20 décembre 2022, les mots " A, et, le cas échéant dans le groupe A et B confondus, " sont remplacés par les mots " " apte " ".
Art. 14. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragrafen 1 en 2 worden de woorden "SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid - " telkens vervangen door de woorden "het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning";
  2° in paragrafen 1 en 2 worden de woorden "groep A" telkens vervangen door de woorden "de groep "geschikt"";
  3° in paragraaf 2 tussen het tweede lid en het derde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:
  "Het aanvullende gesprek houdt in voorkomend geval rekening met het resultaat van het in artikel 8bis bedoelde assessment center.";
  4° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
  "Artikel 10, eerste lid wordt toegepast op kandidaten van wie de specifieke competenties en de relationele en managementvaardigheden zoals bepaald in de functiebeschrijving en het competentieprofiel van de te begeven managementfunctie effectief gevalideerd worden tijdens het bijkomende gesprek.".
Art. 14. Dans l'article 9, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° aux paragraphes 1er et 2, les mots " SELOR - Bureau de sélection de l'Administration fédérale - " sont à chaque fois remplacés par les mots " la Direction générale Recrutement et développement du service public fédéral Stratégie et Appui " ;
  2° aux paragraphes 1er et 2, les mots " groupe A " sont à chaque fois remplacés par les mots " groupe " apte " " ;
  3° au paragraphe 2, entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3, est inséré un alinéa rédigé comme suit :
  " L'entretien complémentaire prend, le cas échéant, en compte le résultat de l'assessment center visé à l'article 8bis. " ;
  4° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Il est fait application de l'article 10, alinéa 1er, pour les candidats dont les compétences spécifiques, les aptitudes relationnelles et les capacités à diriger par rapport à la description de fonction et au profil de compétence afférent à la fonction de management sont effectivement validées lors de l'entretien complémentaire. ".
Art. 15. In artikel 10 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 oktober 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid wordt punt 1° vervangen als volgt:
  "voor de functie van voorzitter van het directiecomité en de functie van voorzitter, door de Koning bij besluit waarover in de Ministerraad werd beraadslaagd, op voorstel van de betrokken minister en, in voorkomend geval, de betrokken staatssecretaris;";
  2° paragraaf 1, eerste lid, 2° wordt aangevuld met de woorden "of, in voorkomend geval, de voorzitter";
  3° Paragraaf 1 wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
  In afwijking van het tweede lid, indien:
  - het mandaat van de houder van de managementfunctie wordt beëindigd binnen de eerste drie jaar;
  - en als voor de betrokken managementfunctie meerdere kandidaten uit de groep "geschikt" zijn geslaagd in het aanvullende gesprek bedoeld in artikel 9;
  De bevoegde overheid beslist of ze een nieuw aanvullend gesprek organiseert voor de bovenvermelde kandidaten overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in artikel 9.
  4° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art. 15. Dans l'article 10 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 octobre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " pour la fonction de président du Comité de direction et la fonction de président, par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres, sur proposition du ministre concerné et, le cas échéant, le secrétaire d'Etat concerné ; " ;
  2° le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, est complété par les mots " ou, le cas échéant, du président " ;
  3° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 3 rédigé comme suit :
  Par dérogation à l'alinéa 2, s'il advient :
  - qu'il est mis fin dans les trois premières années au mandat du titulaire de la fonction de management ;
  - et que pour ladite fonction de management, plusieurs candidats du groupe " apte " ont réussi l'entretien complémentaire visé à l'article 9 ;
  L'autorité compétente décide si elle organise à nouveau un entretien complémentaire selon les modalités visées à l'article 9 avec les candidats susmentionnés.
  4° le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 16. In hetzelfde besluit wordt na artikel 12 een artikel 12bis ingevoegd luidend:
  "Art. 12bis. De houder van een managementfunctie neemt minstens deel aan één selectieprocedure die georganiseerd wordt door het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning als jurylid van de in artikel 8 bedoelde selectiecommissie. Als de houder van een managementfunctie, met uitzondering van de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Strategie en Ondersteuning, aan meer dan één selectieprocedure deelneemt, wordt een termijn van minstens negen maanden nageleefd tussen twee deelnames.".
Art. 16. Dans le même arrêté, il est inséré après l'article 12, un article 12bis rédigé comme suit :
  " Art. 12bis. Le titulaire d'une fonction de management participe au minimum à une procédure de sélection organisée par la Direction générale Recrutement et Développement du service public fédéral Stratégie et Appui comme membre du jury de la commission de sélection visée à l'article 8. S'il advient que le titulaire d'une fonction de management, à l'exception du directeur général de la Direction générale Recrutement et développement du service public fédéral Stratégie et Appui, participe à plus d'une procédure de sélection, un délai de neuf mois minimum est respecté entre deux participations. ".
Art. 17. In artikel 15ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 juli 2022, worden de woorden "groep A" telkens vervangen door de woorden "de groep "geschikt"".
Art. 17. Dans l'article 15ter du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 3 juillet 2022, les mots " groupe A " sont à chaque fois remplacés par les mots " groupe " apte " ".
Art. 18. In artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt in de eerste zin het woord "jaarlijks" vervangen door het woord "tweejaarlijks" en wordt de tweede zin van dit lid wordt opgeheven;
  2° het tweede, het derde en het vierde lid worden opgeheven en vervangen door een tweede lid, een derde lid en een vierde lid, luidende:
  "De eerste twee evaluatiecycli worden met een tussentijdse evaluatie afgesloten
  De laatste evaluatiecyclus wordt afgesloten zes maanden voor het einde van het mandaat en wordt met een eindevaluatie afgesloten.
  In afwijking van het eerste lid en onverminderd het derde lid wordt de houder van een managementfunctie die aan het einde van de evaluatiecyclus de vermelding "te ontwikkelen" krijgt, jaarlijks geëvalueerd.";
  3° in het vijfde lid wordt het woord "evaluatieperiode" vervangen door het woord "evaluatiecyclus".
Art. 18. Dans l'article 16 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 15 juillet 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, dans la première phrase, le mot " annuellement " est remplacé par les mots " tous les deux ans " et la seconde phrase de cet alinéa est abrogée ;
  2° les alinéas 2, 3 et 4 sont abrogés et remplacés par un alinéa 2, un alinéa 3 et un alinéa 4 rédigés comme suit ;
  " Les deux premiers cycles d'évaluation sont sanctionnés par une évaluation intermédiaire.
  Le dernier cycle d'évaluation se clôture six mois avant la fin du mandat et se conclut par une évaluation finale.
  Par dérogation à l'alinéa 1er et sans préjudice de l'alinéa 3, le titulaire d'une fonction de management qui obtient la mention " à développer " en fin de cycle d'évaluation est évalué annuellement. " ;
  3° à l'alinéa 5, les mots " de la période " sont remplacés par les mots " du cycle ".
Art. 19. In artikel 16bis van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 december 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt met een zin aangevuld, luidende::
  "In voorkomend geval wordt rekening gehouden met de opvolging van de aanbevelingen in auditrapporten van de bevoegde controleactoren die hebben geleid tot een wijziging van het bovenvermelde operationele plan.";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:
  "Tijdens de evaluatie wordt een enquête georganiseerd onder de verschillende stakeholders zoals de klanten, de medewerkers of de peers.".
Art. 19. Dans l'article 16bis du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 21 décembre 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par une phrase rédigée comme suit :
  " Le cas échéant, est pris en considération le suivi des recommandations des rapports d'audits des services de contrôle compétents qui ont conduit à une modification du plan opérationnel susmentionné. " ;
  2° il est inséré un alinéa 2 rédigé comme suit :
  " Lors de l'évaluation, une enquête est organisée auprès des différentes parties prenantes telles que les clients, les collaborateurs ou les pairs. ".
Art. 20. In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 december 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "en dit onverminderd elk informeel gesprek," ingevoegd tussen de woorden "telkens wanneer dat noodzakelijk blijkt," en het woord "functioneringsgesprekken";
  2° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Er wordt eventueel een ontwikkelingstraject voor de houder van de managementfunctie, zoals bepaald in artikel 17ter, ingevoerd.".
Art. 20. Dans l'article 17 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 21 décembre 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, sont insérés, entre les mots " chaque cycle d'évaluation, " et les mots " des entretiens de fonctionnement ", les mots " et, ce, sans préjudice de tout entretien informel, " ;
  1° l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante : " Un trajet de développement du titulaire de la fonction de management tel que défini dans l'article 17ter est, le cas échéant, mis en place. ".
Art. 21. In hoofdstuk IV, afdeling 4 wordt onderafdeling 2 als volgt hernoemd: "Het evaluatiecyclusgesprek".
Art. 21. Dans le chapitre IV, section 4, la sous-section 2 est renommée comme suit : " De l'entretien de cycle d'évaluation ".
Art. 22. Artikel 17bis van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen als volgt:
  " Art. 17bis. § 1. Tijdens de evaluatiecyclus vindt er een evaluatiecyclusgesprek plaats.
  Het evaluatiecyclusgesprek omvat twee luiken:
  1° de planning;
  2° de balans.
  § 2. De planning tijdens het evaluatiecyclusgesprek beoogt de vertaling naar meetbare criteria van de aan de houder van de managementfunctie toevertrouwde strategische en operationele doelstellingen die in het strategisch plan en het operationeel plan, bedoeld in artikel 11bis, werden vastgelegd.
  § 3. De balans tijdens het evaluatiecyclusgesprek beoogt de evaluatie van de aan de houder van de managementfunctie toevertrouwde strategische en operationele doelstellingen die in het strategisch plan en het operationeel plan, bedoeld in artikel 11bis, werden vastgelegd en voor de betrokken evaluatiecyclus werden gepland.
  § 4. Onverminderd bovengenoemde § 2 en § 3 wordt er eventueel een ontwikkelingstraject, zoals bepaald in artikel 17ter, ingevoerd.
  § 5. Aan het einde van elke evaluatiecyclus nodigt de eerste evaluator de houder van de managementfunctie uit voor het evaluatiecyclusgesprek.
  De tweede evaluator alsook een door de eerste evaluator aangewezen secretaris kunnen aan dat evaluatiecyclusgesprek deelnemen.
  In elk geval vindt er vóór het evaluatiecyclusgesprek overleg plaats tussen de eerste en de tweede evaluator.
  § 6. Ter voorbereiding van de balans die tijdens het evaluatiecyclusgesprek wordt opgemaakt, maakt de houder van de managementfunctie een zelfevaluatie die rekening houdt met de gegevens uit de enquête onder de stakeholders. Deze wordt ten laatste twintig werkdagen vóór de vastgestelde datum van het evaluatiecyclusgesprek aan de eerste evaluator bezorgd.
  § 7. De eerste evaluator bereidt het evaluatiecyclusgesprek voor door de zelfevaluatie van de houder van de managementfunctie te toetsen op consistentie en onderbouwing. Hij vergelijkt ze met de elementen waarover hij beschikt, die resulteren uit feiten en geobserveerd gedrag tijdens de dagelijkse opvolging van het functioneren van de geëvalueerde. Bovendien verzamelt hij alle bijkomende informatie die kan bijdragen tot een billijke en objectieve evaluatie.
  § 8. Wanneer meerdere ministers en/of staatssecretarissen bevoegd zijn voor het activiteitsgebied van een voorzitter van een directiecomité of van een voorzitter maakt de eerste evaluator de zelfevaluatie over aan de betrokken ministers en/of staatssecretarissen en vraagt hij hun advies. Als dit advies niet binnen de tien werkdagen wordt bezorgd, is het niet meer vereist.
  Als de betrokken ministers en/of staatssecretarissen dat wensen, wonen zij het evaluatiecyclusgesprek bij.
  § 9. Een extern bureau verleent bijstand aan de in artikel 16ter gedefinieerde evaluatieactoren. Het externe bureau verleent in dit verband rechtstreekse ondersteuning aan de eerste evaluator. Het ondersteunt hem bij de beoordeling van de zelfevaluatie van de houder van de managementfunctie. Daartoe verzamelt het bureau alle bijkomende of tegenstrijdige informatie inzake de evaluatie-elementen vermeld in artikel 16bis en houdt het rekening met de gegevens van de enquête onder de stakeholders die betrokken zijn bij de uitvoering van de mandaatfunctie bedoeld in artikel 16bis, tweede lid. Het bereidt het evaluatiecyclusgesprek voor en structureert het en het staat in voor de opvolging ervan.
  Het externe bureau verleent bijstand voor elke evaluatiecyclus van de voorzitter van het directiecomité of van de voorzitter tijdens zijn mandaat. Voor de managementfuncties N-1 en N-2 is de bijstand van het externe bureau facultatief.".
Art. 22. L'article 17bis du même arrêté royal est remplacé ce qui suit :
  "Art. 17bis. § 1. Un entretien de cycle d'évaluation a lieu au cours d'un cycle d'évaluation.
  L'entretien de cycle d'évaluation comprend deux volets :
  1° la planification ;
  1° le bilan.
  § 2. Lors de l'entretien de cycle d'évaluation, la planification vise à traduire en critères mesurables les objectifs stratégiques et opérationnels définis dans le plan stratégique et le plan opérationnel visés à l'article 11bis qui ont été confiés au titulaire de la fonction de management.
  § 3. Lors de l'entretien de cycle d'évaluation, le bilan vise à l'évaluation des objectifs stratégiques et opérationnels définis dans le plan stratégique et le plan opérationnel visés à l'article 11bis confiés au titulaire de la fonction de management et planifiés pour le cycle d'évaluation concerné.
  § 4. Sans préjudice des § 2 et § 3 susmentionnés, un trajet de développement tel que défini à l'article 17ter est, le cas échéant, mis en place.
  § 5. A la fin de chaque cycle d'évaluation, le premier évaluateur invite le titulaire de la fonction de management à l'entretien de cycle d'évaluation.
  Le deuxième évaluateur ainsi qu'un secrétaire désigné par le premier évaluateur peuvent assister à cet entretien de cycle d'évaluation.
  Dans tous les cas, le premier et le deuxième évaluateur se concertent préalablement à l'entretien de cycle d'évaluation.
  § 6. En préparation au bilan effectué lors de l'entretien de cycle d'évaluation, le titulaire de la fonction de management établit une auto-évaluation qui prend en compte des données issues de l'enquête auprès des parties prenantes. Celle-ci est transmise au premier évaluateur au plus tard vingt jours ouvrables avant la date programmée de l'entretien de cycle d'évaluation.
  § 7. Le premier évaluateur prépare l'entretien de cycle d'évaluation en analysant l'auto-évaluation du titulaire de la fonction de management en termes de consistance et de fondement. Il la confronte aux éléments en sa possession et découlant de faits et comportements observés dans le suivi quotidien du fonctionnement de l'évalué. Il collecte en outre toute information complémentaire pouvant contribuer à une évaluation équitable et objective.
  § 8. Lorsque plusieurs ministres et/ou secrétaires d'Etat sont compétents pour le secteur d'activité d'un président de comité de direction ou d'un président, le premier évaluateur transmet aux ministres et/ou secrétaires d'Etat concernés l'auto-évaluation et sollicite leur avis. Si cet avis n'est pas donné dans les dix jours ouvrables, il n'est plus requis.
  Si les ministres et/ou secrétaires d'Etat concernés le souhaitent, ils assistent à l'entretien de cycle d'évaluation.
  § 9. Un bureau externe assiste les acteurs de l'évaluation définis à l'article 16ter. Dans ce cadre, le bureau externe apporte un soutien direct au premier évaluateur. Il l'appuie pour juger l'auto-évaluation du titulaire de la fonction de management. Il collecte, à cette fin, toute information complémentaire ou contradictoire concernant les éléments d'évaluation énoncés à l'article 16bis et prend en compte les données de l'enquête auprès des parties prenantes à l'exécution de la fonction à mandat visées à l'article 16bis, alinéa 2. Il prépare, structure l'entretien de cycle d'évaluation et en assure le suivi.
  Le bureau externe assiste pour tout cycle d'évaluation du Président du comité de direction ou du président au cours de son mandat. Pour les fonctions de management N-1 et N-2, l'assistance du bureau externe est facultative. ".
Art. 23. Tussen artikel 17bis en artikel 18 van hetzelfde besluit wordt een artikel ingevoegd, luidende:
  "Art. 17ter. § 1. Het ontwikkelingstraject is een begeleiding op maat van de houder van een managementfunctie die voldoet aan behoeften die door de eerste evaluator zijn vastgesteld bij het evaluatiecyclusgesprek en die voortvloeien uit:
  - de balans van de realisaties bedoeld in artikel 17bis, § 3; bij de balans wordt rekening gehouden met de bijdrage van de houder van de managementfunctie aan de realisatie van de transversale doelstellingen die tijdens de planning zijn vastgesteld;
  - de noodzaak om professionele competenties te ontwikkelen;
  - de verwachtingen en bevindingen van de verschillende groepen stakeholders.
  § 2. Het ontwikkelingstraject stoelt op een schriftelijk akkoord tussen de eerste evaluator en de houder van de managementfunctie dat, op basis van de vastgestelde behoeften, op zijn minst het volgende vaststelt:
  a. de te bereiken ontwikkelingsdoelstelling(en);
  a. de te prefereren voorstellen voor leeroplossingen om bij te dragen tot de verwachte competentieontwikkeling en de bijbehorende planning.
  Het ontwikkelingstraject houdt rekening met de evaluatiecyclus van de houder van de managementfunctie.
  Het ontwikkelingstraject duurt minimaal zes maanden en maximaal twaalf maanden.
  Onverminderd het derde lid kan de duur van het ontwikkelingstraject slechts een keer worden aangepast.
  Het ontwikkelingstraject kan in onderling akkoord op elk moment worden stopgezet.".
Art. 23. Entre l'article 17bis et l'article 18 du même arrêté royal est inséré un article rédigé comme suit :
  "Art. 17ter. § 1. Le trajet de développement est un accompagnement sur mesure du titulaire d'une fonction de management qui répond à des besoins constatés, par le premier évaluateur, lors de l'entretien de cycle d'évaluation, et qui font suite :
  - au bilan des réalisations visé à l'article 17bis, § 3 ; ce bilan prend en compte la contribution du titulaire de la fonction de management à la réalisation des objectifs transversaux définis lors de la planification ;
  - à la nécessité de développement de compétences professionnelles;
  - aux attentes et aux résultats provenant des différents groupes de parties prenantes.
  § 2. Le trajet de développement repose sur un accord écrit entre le premier évaluateur et le titulaire de la fonction de management qui identifie, sur base des besoins constatés, au minimum :
  a. le ou les objectifs de développement à atteindre ;
  a. les propositions de solutions d'apprentissage à privilégier pour contribuer au développement attendu des compétences ainsi que la planification qui y est liée.
  Le trajet de développement tient compte du cycle d'évaluation du titulaire de la fonction de management.
  Le trajet de développement a une durée minimum de six mois et de maximum 12 mois.
  Sans préjudice de l'alinéa 3, la durée du trajet de développement n'est adaptable qu'une fois.
  Il peut être mis fin de commun accord à tout moment au trajet de développement. ".
Art. 24. In artikel 18 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 4 wordt het woord "uitstekend," opgeheven en de woorden "voldoet aan de verwachtingen" worden door het woord "goed" vervangen.
  2° in paragraaf 6 wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:
  "Onverminderd artikel 16bis krijgt de houder van een managementfunctie een in artikel 17ter bedoeld ontwikkelingstraject als er tijdens het evaluatiecyclusgesprek ontwikkelingspunten worden vastgesteld.";
  3° in paragraaf 7 worden de woorden "voldoet aan de verwachtingen" door het woord "goed" vervangen;
  4° paragraaf 7bis, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2014, wordt opgeheven en vervangen als volgt:
  "De evaluatie van de doelstellingen die zijn vastgelegd in het strategisch plan en het operationeel plan bedoeld in artikel 11bis en waarvan de verantwoordelijkheid voor de realisatie is toevertrouwd aan de houder van de managementfunctie, omvat de planning die overeenkomstig artikel 17bis, § 1 en § 2 wordt uitgevoerd.";
  5° In paragraaf 9 worden de woorden "voldoet aan de verwachtingen" door het woord "goed" vervangen.
Art. 24. Dans l'article 18 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 4, le mot " " excellent, " " est abrogé et les mots " répond aux attentes " sont remplacés par le mot " bon " ;
  2° dans le paragraphe 6, est inséré un second alinéa rédigé comme suit :
  " Sans préjudice de l'article 16bis, lorsque des points de développement sont identifiés lors de l'entretien de cycle d'évaluation, le titulaire d'une fonction de management bénéficie d'un trajet de développement visé à l'article 17ter. " ;
  3° au paragraphe 7, les mots " répond aux attentes " sont remplacés par le mot " bon " ;
  4° le paragraphe 7bis, modifié par l'arrêté royal du 10 avril 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " L'évaluation des objectifs fixés dans le plan stratégique et le plan opérationnel visés à l'article 11bis, et dont la responsabilité de réalisation est confiée au titulaire de la fonction de management intègre la planification réalisée conformément à l'article 17bis, § 1er et § 2. " ;
  5° au paragraphe 9, les mots " répond aux attentes " sont remplacés par le mot " bon ".
Art. 25. In artikel 18bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt een 3bis° ingevoegd, luidende:
  "3bis° de planning van de doelstellingen per evaluatiecyclus die in toepassing van punt 3° wordt uitgevoerd en, in voorkomend geval het in artikel 17ter bedoelde ontwikkelingstraject;".
Art. 25. Dans l'article 18bis, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, est inséré un 3bis° rédigé comme suit :
  " 3bis° la planification des objectifs par cycle d'évaluation qui est effectuée en application du point 3° et, le cas échéant le trajet de développement visé à l'article 17ter ; ".
Art. 26. In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het woord "uitstekend" door het woord "goed" vervangen;
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "of -3" telkens opgeheven en wordt het woord "uitstekend" door het woord "goed" vervangen;
  3° in paragraaf 2, derde lid wordt het woord "zes" vervangen door het woord "vijf".
Art. 26. Dans l'article 19 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, le mot " excellent " est remplacé par le mot " bon " ;
  1° au paragraphe 2, les mots " ou - 3 " sont chaque fois abrogés et le mot " excellent " est remplacé par le mot " bon " ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 3, le mot " six est remplacé par le mot " cinq ".
Art. 27. In artikel 20, § 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt het woord "maximale" geschrapt;
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:
  "Onverminderd het tweede lid, blijft de premie behouden totdat er een nieuwe mandaathouder is aangesteld.".
Art. 27. Dans l'article 20, § 4, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 2, le mot " maximale " est abrogé ;
  2° entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3, est inséré un alinéa rédigé comme suit :
  " Sans préjudice de l'alinéa 2, la prime est prolongée jusqu'à la désignation effective d'un titulaire dans la fonction de management. ".
Art. 28. In het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten wordt een artikel 20bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 20bis. § 1. Aan het einde van het mandaat wordt een outplacement georganiseerd op verzoek van:
  1° ofwel de voormalige houder van de managementfunctie die de bestaande arbeidsrelatie of arbeidsovereenkomst in het federaal openbaar ambt beëindigt;
  2° ofwel de voormalige houder van een managementfunctie die geen arbeidsrelatie of arbeidsovereenkomst heeft in het federaal openbaar ambt.
  Om outplacement te genieten moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
  1° geen arbeidsovereenkomst hebben afgesloten;
  2° geen hoofdactiviteit als zelfstandige uitoefenen;
  3° niet in dienst zijn als ambtenaar bij een overheidsdienst.
  § 2. De houder van de managementfunctie bedoeld in § 1, eerste lid dient uiterlijk binnen een maand na afloop van zijn mandaat zijn aanvraag voor outplacement in bij het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning.
  Het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling begeleidt de federale diensten bij de invoering van het outplacement.
  Het outplacement eindigt zodra niet wordt voldaan aan een van de in § 1, tweede lid bedoelde voorwaarden.
  De in § 1 bedoelde houder van de managementfunctie brengt de bevoegde overheid en het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning op de hoogte van elke wijziging in zijn beroepssituatie.
  § 3. Onder outplacement wordt verstaan een reeks diensten en adviezen aan de in het eerste lid bedoelde houder van het mandaat om de kansen te verbeteren om sneller een betrekking of een beroepsactiviteit te vinden.
  Het outplacement met een maximale duur van twaalf maanden maakt het voorwerp uit van een schriftelijk akkoord.
  § 4. De houder van een managementfunctie van wie het mandaat van rechtswege is beëindigd in toepassing van artikel 20, § 1, eerste lid, 6° geniet onder dezelfde modaliteiten het in deze paragraaf bedoelde outplacement.".
Art. 28. Dans l'arrêté royal du 29 octobre 2001 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de programmation, il est inséré un article 20bis rédigé comme suit :
  " Art. 20bis. § 1. Au terme du mandat, est organisé un outplacement, à la demande soit :
  1° de l'ancien titulaire de la fonction de management qui, met un terme à la relation de travail ou au contrat de travail existant dans la fonction publique fédérale ;
  1° de l'ancien titulaire d'une fonction de management qui n'a pas de relation de travail ni de contrat de travail dans la fonction publique fédérale.
  Les conditions suivantes sont requises pour bénéficier de l'outplacement :
  1° ne pas avoir conclu un contrat de travail ;
  2° ne pas exercer une activité principale en tant qu'indépendant ;
  3° ne pas être en service comme agent dans un service public.
  § 2. Le titulaire de la fonction de management visé au § 1er, alinéa 1er introduit sa demande d'outplacement au plus tard dans le mois qui suit la fin de son mandat auprès de la Direction générale Recrutement et Développement du service public fédéral Stratégie et Appui.
  La Direction générale Recrutement et Développement accompagne les services fédéraux dans la mise en place de l'outplacement.
  L'outplacement prend fin dès qu'une des conditions visées au § 1er, alinéa 2 n'est pas remplie.
  Le titulaire de la fonction de management visé au § 1er informe l'autorité compétente et la Direction générale Recrutement et Développement du service public fédéral Stratégie et Appui de tout changement dans sa situation professionnelle.
  § 3. L'outplacement s'entend comme un ensemble de services et de conseils au titulaire du mandat visé à l'alinéa 1er afin de renforcer les opportunités de retrouver plus rapidement un emploi ou une activité professionnelle.
  L'outplacement d'une durée maximum de douze mois fait l'objet d'un accord écrit.
  § 4. Le titulaire d'une fonction de management dont le mandat a pris fin de plein droit en application de l'article 20, § 1er, alinéa 1er, 6°, bénéficie, selon les mêmes modalités, de l'outplacement visé au présent paragraphe. ".
Art. 29. In artikel 21, § 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het derde lid worden de woorden "bij de eindevaluatie, bij de derde, vierde of vijfde tussentijdse evaluatie of bij de eerste of tweede tussentijdse evaluatie," vervangen door de woorden "bij de eindevaluatie, bij de tweede tussentijdse evaluatie of bij de eerste tussentijdse evaluatie";
  2° tussen het derde en het vierde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:
  "Indien artikel 16 lid 4 wordt toegepast en aan het einde van de jaarlijkse evaluatiecyclus volgend op de eerste evaluatiecyclus of, in voorkomend geval, aan het einde van de jaarlijkse evaluatiecyclus voorafgaand aan de laatste evaluatiecyclus een vermelding "onvoldoende" wordt toegekend, ontvangt de houder van een managementfunctie driemaal of zesmaal de beëindigingsvergoeding overeenkomstig het eerste en het tweede lid.".
Art. 29. Dans l'article 21, § 3, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 3, les mots " lors de l'évaluation finale, lors de la troisième, quatrième ou cinquième évaluation intermédiaire ou lors de la première ou de la deuxième évaluation intermédiaire " sont remplacés par les mots " lors de l'évaluation finale, lors de la deuxième évaluation intermédiaire ou lors de la première évaluation intermédiaire " ;
  2° est inséré entre l'alinéa 3 et l'alinéa 4, un alinéa rédigé comme suit :
  "S'il est fait application de l'article 16, alinéa 4, et que la mention " insuffisant " est attribuée au terme du cycle d'évaluation annuel suivant le premier cycle d'évaluation ou, le cas échéant, lors de cycle d'évaluation annuel précédant le cycle d'évaluation finale, le titulaire de management obtient trois fois ou six fois l'indemnité de départ conformément aux alinéas 1er et 2. ".
Art. 30. In artikel 24 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "voldoet aan de verwachtingen" telkens dat nodig is vervangen door het woord "goed" en worden de woorden ""uitstekend" of" opgeheven;
  2° in paragraaf 4, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2014, wordt het eerste lid opgeheven;
  3° in paragraaf 4, tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2014, worden de woorden "voldoet aan de verwachtingen" vervangen door het woord "goed";
  4° in paragraaf 6, worden de woorden "voldoet aan de verwachtingen" vervangen door het woord "goed";
  5° in paragraaf 6 worden de woorden "de laatste twee evaluaties" vervangen door de woorden "zijn evaluatie";
  6° na paragraaf 6 worden twee paragrafen 7 en 8 ingevoegd, luidende:
  " § 7. "Het bedrag van de herintegratievergoeding wordt in mindering gebracht met een bedrag dat overeenstemt met de kosten van het outplacement bedoeld in artikel 20bis, § 1.
  § . 8. De herintegratievergoeding die berekend wordt volgens de modaliteiten van bovenvermelde § 3 wordt in voorkomend geval toegekend aan het niet onder artikel 13 vallende personeelslid dat na uitoefening van een mandaat in een managementfunctie herintegreert naar een betrekking bij het federaal openbaar ambt.".
Art. 30. Dans l'article 24 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les mots " répond aux attentes " sont remplacés chaque fois que nécessaire par le mot " bon " ; et les mots " à la mention " excellent " ou " sont abrogés ;
  2° au paragraphe 4, modifié par l'arrêté royal du 10 avril 2014, le premier alinéa est abrogé ;
  3° au paragraphe 4, alinéa 2, modifié par l'arrêté royal du 10 avril 2014, les mots " répond aux attentes " sont remplacés par le mot " bon " ; 4
  4° au paragraphe 6, les mots " répond aux attentes " sont remplacés par le mot " bon " ;
  5° au paragraphe 6, les mots "des deux dernières évaluations " sont remplacés par les mots " de son évaluation " ;
  6° il est inséré deux paragraphes 7 et 8 après le paragraphe 6 rédigé comme suit :
  " § 7. Le montant de l'indemnité de réintégration est diminué d'un montant correspondant aux coûts de l'outplacement visé à l'article 20bis, § 1er.
  § . 8. L'indemnité de réintégration calculée selon les modalités prévues au § 3 susmentionné est, le cas échéant, octroyée au membre du personnel non visé par l'article 13 qui réintègre, à la suite d'un mandat exercé dans une fonction de management, un emploi au sein de la fonction publique fédérale. ".
Art. 31. In artikel 24bis van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vijfde lid wordt de volgende zin ingevoegd tussen de woorden "in de zin van het derde lid." en de woorden "Indien de betrokkene":
  "De betrokkene, die verklaart geen beroepsinkomen te hebben en arbeidsgeschikt is, heeft slechts recht op de beëindigingsvergoeding indien hij effectief de nodige inspanningen heeft geleverd om een nieuwe betrekking te vinden.";
  2° In het zesde lid worden de woorden "voldoet aan de verwachtingen" vervangen door het woord "goed".
Art. 31. Dans l'article 24bis du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 5, est inséré entre les mots " au sens de l'alinéa 3. " et les mots " Si l'intéressé ", une phrase rédigée comme suit :
  " L'intéressé qui déclare n'avoir aucun revenu professionnel et qui est apte au travail, n'a droit à l'indemnité de départ que s'il a effectivement consenti les efforts nécessaires pour trouver un nouvel emploi. " ;
  2° à l'alinéa 6, les mots " répond aux attentes " sont remplacés par le mot " bon ".
Art. 32. In artikel 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 2022 wordt het woord "minimaal" opgeheven en worden de woorden "voldoet aan de verwachtingen" vervangen door het woord "goed";
  2° in het vijfde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 2022, worden de woorden "voldoet aan de verwachtingen" vervangen door het woord "goed".
Art. 32. Dans l'article 25 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2022, les mots " au minimum " sont abrogés, les mots " répond aux attentes " sont remplacés par le mot " bon " ;
  2° à l'alinéa 5, modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2022, les mots " répond aux attentes " sont remplacés par le mot " bon ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 maart 2003 tot vaststelling van het organieke statuut van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté royal du 19 mars 2003 fixant le statut organique de l'Institut pour l'égalité des femmes et des hommes
Art. 33. In artikel 14 van het koninklijk besluit van 19 maart 2003 tot vaststelling van het organieke statuut van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste streepje worden de woorden "directeur/directrice" vervangen door de woorden "administrateur/ administratrice -generaal".;
  2° in het tweede streepje worden de woorden "directeur/directrice" vervangen door de woorden "administrateur/administratrice-generaal".
Art. 33. Dans l'article 14 de l'arrêté royal du 19 mars 2003 fixant le statut organique de l'Institut pour l'égalité des femmes et des hommes, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au premier tiret, le mot " directeur-trice " est remplacé par le mot " administrateur/administratrice général " ;
  2° au second tiret, le mot " directeur-trice " est remplacé par le mot " administrateur/administratrice général ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 november 2006 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de management- en staffuncties in sommige instellingen van openbaar nut
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté royal du 16 novembre 2006 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management et d'encadrement dans certains organismes d'intérêt public
Art. 34. In het opschrift van het koninklijk besluit van 16 november 2006 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de management- en staffuncties in sommige instellingen van openbaar nut worden de woorden "- en staf" opgeheven.
Art. 34. Dans l'intitulé de l'arrêté royal du 16 novembre 2006 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management et d'encadrement dans certains organismes d'intérêt public, les mots " et d'encadrement " sont abrogés.
Art. 35. Artikel 1 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van 26 mei 20022 wordt vervangen als volgt:
  " Art. 1. Dit besluit is van toepassing op de hierna opgesomde instellingen van openbaar nut:
  1° het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers;
  2° het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten;
  3° het Federaal Planbureau;
  4° de Regie der Gebouwen;
  5° het Agentschap voor de oproepen tot de hulpdiensten;
  6° het Nationaal Geografisch Instituut;
  7° de Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie van het Ministerie van Defensie;
  8° het War Heritage Institute;
  9° het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;
  10° het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.
Art. 35. L'article 1er du même arrêté modifié en dernier lieu par l'arrêté du 26 mai 2022 est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 1er. Le présent arrêté est applicable aux organismes d'intérêt public énumérés ci-après :
  1° l'Agence fédérale d'accueil des Demandeurs d'Asile;
  2° l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé ;
  3° le Bureau fédéral du Plan ;
  4° la Régie des Bâtiments ;
  5° l'Agence des appels aux services de secours ;
  6° l'Institut géographique national ;
  7° l'Office central d'action sociale et culturelle du Ministère de la Défense ;
  8° le War Heritage Institute ;
  9° l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire ;
  10° l'Institut pour l'égalité des femmes et des hommes.
Art. 36. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 31 maart 2014 worden de volgende wijzigingen aangebracht
  1° In het eerste lid worden de woorden "SELOR": Selectiebureau van de Federale Overheid" opgeheven;
  2° het wordt aangevuld met een paragraaf die luidt als volgt:
  "Het gebruik van de mannelijke vorm in dit besluit is gemeenslachtig.".
Art. 36. Dans l'article 2 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 31 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " SELOR " : Bureau de Sélection de l'administration fédérale " sont abrogés ;
  2° il est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " L'usage du masculin dans le présent arrêté est épicène. ".
Art. 37. In de titel van hoofdstuk II van hetzelfde besluit worden de woorden "- of staf" opgeheven.
Art. 37. Dans le titre du chapitre II du même arrêté, les mots " ou d'encadrement " sont abrogés.
Art. 38. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Voor zover de weging van de managementfunctie van administrateur-generaal of van directeur-generaal minstens leidt tot klasse 3 in toepassing van artikel 17, paragrafen 2 en 3 van dit besluit, kunnen volgens de bewoordingen van de oprichtingswet van de instelling de volgende managementfuncties uitgeoefend worden in de beheersdiensten en in de functionele diensten:
  1° administrateur-generaal of directeur-generaal;
  2° adjunct-administrateur-generaal of adjunct-directeur-generaal;
  3° de managementfunctie -1;
  4° de managementfunctie -2.
  Ze zijn gerangschikt in vier groepen, in de onderstaande hiërarchische volgorde:
  1° administrateur-generaal of directeur-generaal;
  2° adjunct-administrateur-generaal of adjunct-directeur-generaal;
  3° de managementfunctie -1;
  4° de managementfunctie -2.
  § 2. Voor de volgende domeinen kunnen de managementfuncties gecreëerd worden in de functionele diensten:
  1° Personeel en Organisatie;
  2° Budget en Beheerscontrole;
  3° Informatie- en Communicatietechnologie.
  Er kunnen verschillende in het eerste lid bedoelde domeinen in één managementfunctie gecombineerd worden op voorstel van de betrokken minister.
  De managementfuncties -1 bedoeld in deze paragraaf rapporteren rechtstreeks aan de administrateur-generaal of de directeur-generaal of aan de adjunct-administrateur-generaal of de adjunct-directeur-generaal. De managementfuncties -2 rapporteren aan de managementfuncties -1 waaronder ze vallen en, in voorkomend geval, aan de administrateur-generaal of de directeur-generaal of aan de adjunct-administrateur-generaal of de adjunct-directeur-generaal.
  § 2 bis. Als er managementfuncties in de beheersdiensten worden gecreëerd kan het aantal managementfuncties in de functionele diensten niet groter zijn dan dit aantal in de beheersdiensten.
  § 3. De functie van adjunct-administrateur-generaal of van adjunct-directeur-generaal, alsook het aantal managementfuncties worden vastgesteld door de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit en met het akkoord van de Ministers van Ambtenarenzaken en van Begroting.
  § 4. De managementfuncties worden uitgeoefend in het kader van een mandaat, dit wil zeggen een tijdelijke aanduiding die hernieuwbaar is overeenkomstig artikel 10.".
Art. 38. L'article 3 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Pour autant que la pondération de la fonction de management d'administrateur général ou de directeur général aboutisse au moins à la classe 3 en application de l'article 17, paragraphes 2 et 3 du présent arrêté, les fonctions de management qui s'exercent dans les services de gestion et dans les services fonctionnels sont, selon les termes de la loi de création de l'organisme, les suivantes :
  1° administrateur général ou directeur général ;
  2° administrateur général adjoint ou directeur général adjoint ;
  3° la fonction de management -1 ;
  4° la fonction de management -2.
  Ils sont classés dans quatre groupes, dans l'ordre hiérarchique ci-après :
  1° administrateur général ou directeur général ;
  2° administrateur général adjoint ou directeur général adjoint ;
  3° la fonction de management -1 ;
  4° la fonction de management -2.
  § 2. Les fonctions de management dans les services fonctionnels peuvent être créées pour les domaines suivants :
  1° Personnel et Organisation ;
  2° Budget et Contrôle de la Gestion ;
  3° Technologie de l'Information et de la Communication.
  Plusieurs domaines visés à l'alinéa 1er peuvent être combinés dans une même fonction de management sur proposition du ministre concerné.
  Les fonctions de management -1 visées au présent paragraphe rapportent directement à l'administrateur général ou au directeur général ou à l'administrateur général adjoint ou au directeur général adjoint. Les fonctions de management -2 rapportent aux fonctions de management -1 dont ils dépendent et, le cas échéant, à l'administrateur général ou au directeur général ou à l'administrateur général adjoint ou au directeur général adjoint.
  § 2 bis. Si des fonctions de management sont créées dans des services de gestion, le nombre de fonction de management dans les services fonctionnels ne peut dépasser de celui des services de gestion.
  § 3. La fonction d'administrateur général adjoint ou de directeur général adjoint, ainsi que le nombre des fonctions de management sont fixés par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres et moyennant l'accord des Ministres de la Fonction publique et du Budget.
  § 4. Les fonctions de management sont exercées dans le cadre d'un mandat, c'est-à-dire une désignation temporaire renouvelable conformément à l'article 10. ".
Art. 39. In de titel van hoofdstuk III van hetzelfde besluit worden de woorden "- en staf" opgeheven.
Art. 39. Dans le titre du chapitre III du même arrêté, les mots " et d'encadrement " sont abrogés.
Art. 40. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de woorden "- of staf" opgeheven.
Art. 40. Dans l'article 4 du même arrêté, les mots " ou d'encadrement " sont abrogés.
Art. 41. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "-1 en voor een staffunctie" opgeheven;
  2° in paragraaf 2 worden de eerste twee zinnen vervangen door de volgende zinnen:
  "De kandidaten voor een functie van administrateur-generaal en adjunct-administrateur-generaal of van directeur-generaal en adjunct-directeur-generaal moeten een managementervaring van minstens acht jaar hebben of een beroepservaring van minstens acht jaar, waarvan minstens drie jaar managementervaring en minstens drie jaar specifieke ervaring. De kandidaten voor een managementfunctie -1 en -2 moeten een managementervaring van minstens zes jaar hebben of een beroepservaring van minstens zes jaar, waarvan minstens twee jaar managementervaring en minstens twee jaar specifieke ervaring."
  3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
  "De jaren gepresteerd in de klassen A3, A4 en A5 worden gelijkgesteld met de jaren managementervaring.
  "Een jaar dat wordt aangerekend als managementervaring kan niet worden meegeteld als een jaar specifieke ervaring, als het de uitoefening van dezelfde functie in dezelfde periode betreft.
  De specifieke ervaring heeft betrekking op een ervaring in de technische activiteitsdomeinen die verband houden met de vacante managementfunctie.".
  ?
  " § 4. De deelname van de kandidaat aan een selectieprocedure voor een managementfunctie zoals bedoeld in §§ 1 en 2 is onverenigbaar met de aanstelling als lid van de selectiecommissie zoals bedoeld in artikel 8, § 1, 2° tot en met 5, indien de voormelde aanstelling plaatsvond binnen de twaalf voorafgaande maanden.".
Art. 41. Dans l'article 5 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots ",-1 et pour une fonction d'encadrement, " sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 2, les deux premières phrases sont remplacées par les phrases suivantes :
  " Les candidats à une fonction d'administrateur général et d'administrateur général adjoint ou de directeur général et de directeur général adjoint doivent posséder une expérience de management d'au moins huit ans ou avoir une expérience professionnelle d'au moins huit ans dont au moins trois ans d'expérience de management et au moins trois ans d'expérience spécifique. Les candidats à une fonction de management -1 et -2 doivent posséder une expérience de management d'au moins six ans ou avoir une expérience professionnelle d'au moins six ans dont au moins deux ans d'expérience de management et au moins deux ans d'expérience spécifique. "
  3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Les années prestées dans les classes A3, A4 et A5 sont assimilés à aux années d'expérience de management.
  Une année prise en compte au titre d'expérience de management ne peut être comptabilisée au titre d'une année d'expérience spécifique dès lors qu'elle vise l'exercice de la même fonction sur la même période.
  L'expérience spécifique vise une expérience dans les domaines techniques d'activités qui sont en lien avec la fonction de management à pourvoir. " ;
  4° l'article 5 est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit :
  " § 4. La participation du candidat à une procédure de sélection à une fonction de management visé au § 1er et 2, est incompatible avec la désignation comme membre de la commission de sélection visé à l'article 8, § 1er, 2° à 5, dès lors que la désignation visée ci-dessus est intervenue dans les douze mois qui précédent. "
Art. 42. Tussen artikel 5 en artikel 6 van hetzelfde besluit wordt een artikel 5bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 5bis. § 1. Kandidaten voor een vergelijkende selectie bedoeld in artikel 5 die eerder de niet-eliminerende verplichte tests bedoeld in artikel 7, § 2, eerste lid hebben afgelegd, behouden de resultaten voor die tests gedurende zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken tests werden afgelegd volgens de volgende modaliteiten:
  - resultaten voor de persoonlijkheids- en integriteitstests voor alle managementfuncties;
  - resultaten voor de generieke competentietests voor een managementfunctie die tot eenzelfde niveau behoort.
  § 2. Aan de houder van een managementfunctie die na afloop van zijn mandaat de effectieve eindevaluatievermelding "goed" heeft gekregen wordt door de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning een vrijstelling toegekend voor de in artikel 7, § 3, tweede lid bedoelde proef met de eliminerende computergestuurde tests voor een managementfunctie van een gelijkwaardig of een lager niveau.
  De vrijstelling is geldig voor een duur van drie jaar en wordt van kracht op de dag na het einde van het mandaat van de in het eerste lid bedoelde houder van de managementfunctie.
  De houder van een managementfunctie van wie het mandaat van rechtswege is beëindigd in toepassing van artikel 26, § 1, eerste lid, 5°, geniet onder dezelfde modaliteiten de in het eerste en tweede lid bedoelde vrijstelling, mits hij bij de laatste effectieve evaluatie een evaluatievermelding "goed" heeft gekregen.
  Aan de houders van een managementfunctie van een gelijkwaardig of hoger niveau wordt eveneens een vrijstelling toegekend voor de in artikel 7, § 3, tweede lid bedoelde proef met de eliminerende computergestuurde tests voor een managementfunctie van een gelijkwaardig of lager niveau.".
Art. 42. Entre l'article 5 et l'article 6 du même arrêté, est inséré un article 5bis rédigé comme suit :
  "Art. 5bis. § 1er. Les candidats à une sélection comparative visée à l'article 5 qui ont précédemment effectué les tests obligatoires non éliminatoires visés à l'article 7, § 2, alinéa 1er, en conservent les résultats, pendant six mois à partir de la date de passation des tests concernés, selon les modalités suivantes :
  - résultats des tests de personnalité et d'intégrité pour toute fonction de management ;
  - résultats des tests de compétences génériques pour une fonction de management relevant d'un même niveau.
  § 2. Une dispense de l'épreuve des tests informatisés éliminatoires visée à l'article 7, § 3, alinéa 2 pour une fonction de management de niveau équivalent ou inférieur est accordée, par le directeur général de la direction générale Recrutement et Développement du service public fédéral Stratégie et Appui, au titulaire d'une fonction de management qui a obtenu à l'issue du mandat la mention finale d'évaluation effective " bon ".
  La dispense est valable pour une durée de trois ans et prend effet le jour qui suit la fin du mandat du titulaire de la fonction de management visé à l'alinéa 1er.
  Le titulaire d'une fonction de management dont le mandat a pris fin de plein droit en application de l'article 26, § 1er, alinéa 1er, 5°, bénéficie, sous les mêmes modalités, de la dispense visée aux alinéas 1er et 2 dès lors qu'il a obtenu une mention d'évaluation " bon " lors de la dernière évaluation effective.
  Une dispense de l'épreuve des tests informatisés éliminatoires visée à l'article 7, § 3, alinéa 2, pour une fonction de management de niveau équivalent ou inférieur est également accordée aux titulaires d'une fonction de management de niveau équivalent ou supérieur. ".
Art. 43. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "- of staf" worden telkens opgeheven ;
  2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een 3°, luidende:
  "3° voor de managementfunctie -2, door de minister, in voorkomend geval, op voorstel van de administrateur-generaal of van de directeur-generaal indien hij is aangewezen en van de houder van de managementfunctie -1.";
  3° paragraaf 3 wordt aangevuld met een 3°, luidende:
  "3° voor de managementfunctie -2, door het beheersorgaan, in voorkomend geval, op voorstel van de administrateur-generaal of van de directeur-generaal indien hij is aangewezen en van de houder van de managementfunctie -1.".
Art. 43. Dans l'article 6 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " ou d'encadrement " sont à chaque fois abrogés ;
  2° le paragraphe 2 est complété par un 3° rédigé comme suit :
  " 3° pour la fonction de management -2, par le ministre, le cas échéant, sur proposition de l'administrateur général ou directeur général s'il est désigné et du titulaire de la fonction management -1. " ;
  3° le paragraphe 3 est complété par un 3° rédigé comme suit :
  " 3° pour la fonction de management -2, par l'organe de gestion, le cas échéant, sur proposition de l'administrateur général ou directeur général s'il est désigné et du titulaire de la fonction management -1. ".
Art. 44. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 10 april 2014, wordt vervangen als volgt:
  " § 1. De kandidaturen worden ingediend bij de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning, die de toelaatbaarheid ervan onderzoekt.
  § 2. De kandidaten die toelaatbaar zijn verklaard leggen computergestuurde tests af waarmee de generieke vaardigheden en competenties voor de betrokken managementfunctie worden gemeten. Deze tests, die plaatsvinden voor de in het derde lid bedoelde mondelinge proef, worden aangepast aan het niveau van de vacante functie. Er worden drie niveaus gedefinieerd:
  1° het niveau dat de wegingsklassen 7 en 6 bevat;
  2° het niveau dat de wegingsklassen 5 en 4 bevat;
  3° 3° het niveau dat de andere wegingsklassen bevat.
  De selectiecommissie vraagt de aangeduide vertegenwoordiger van de rekruterende dienst, voorafgaand aan het horen van de toelaatbaar verklaarde kandidaten, naar de specifieke kenmerken van de vacante managementfunctie. Deze laatste mag niet persoonlijk betrokken zijn bij de betreffende selectieprocedure.
  De kandidaten die toelaatbaar zijn verklaard leggen voor de selectiecommissie een mondelinge proef af op basis van een praktijkgeval dat verband houdt met de vacante managementfunctie. De proef heeft als doel zowel de specifieke competenties als de managementvaardigheden die vereist zijn voor de uitoefening van deze functie te evalueren.
  De selectiecommissie wordt op de hoogte gehouden van de resultaten van de in het eerste lid bedoelde computergestuurde tests en houdt rekening met deze resultaten bij de beoordeling van de competenties die ze na de mondelinge proef verricht voor elke toelaatbaar verklaarde kandidaat.
  Na de in het derde lid bedoelde mondelinge proef en na vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten worden de kandidaten ingedeeld hetzij in de groep "geschikt", hetzij in de groep "niet geschikt". In de groep " geschikt " worden de kandidaten gerangschikt
  § 3. De directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning bepaalt de methodologie van de computergestuurde tests en van de mondelinge proef en controleert de toepassing ervan.
  Als het aantal kandidaten die in toepassing van paragraaf 1 toelaatbaar werden verklaard meer dan twintig bedraagt, kan de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning beslissen om een eliminerende test te organiseren, na advies van het beheersorgaan als een instelling hierover beschikt en na advies van de bevoegde minister of na advies van de leidend ambtenaar voor de andere managementfuncties. Deze eliminerende test gaat vooraf aan de in paragraaf 2, eerste lid bedoelde computergestuurde tests.".
Art. 44. L'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 10 avril 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Les candidatures sont introduites auprès du directeur général de la Direction générale Recrutement et Développement du Service public fédéral Stratégie et Appui qui en examine l'admissibilité.
  § 2. Les candidats déclarés admissibles présentent des tests informatisés qui mesurent les aptitudes et les compétences génériques à la fonction de management concernée. Ces tests, préalables à l'épreuve orale visée à l'alinéa 3, sont adaptés au niveau de la fonction à pourvoir. Trois niveaux sont définis :
  1. le niveau comprenant les classes 7 et 6 de pondération ;
  2. le niveau comprenant les classes 5 et 4 de pondération ;
  3. le niveau comprenant les autres classes de pondération.
  La commission de sélection entend, préalablement à l'audition des candidats déclarés admissibles, le représentant désigné du service recruteur sur les spécificités de la fonction de management à pourvoir. Ce dernier ne peut être impliqué personnellement dans la procédure de sélection concernée.
  Les candidats déclarés admissibles présentent, devant la commission de sélection, une épreuve orale au départ d'un cas pratique ayant trait à la fonction de management à pourvoir. Cette épreuve a pour but d'évaluer tant les compétences spécifiques que les aptitudes managériales requises pour l'exercice de cette fonction.
  La commission de sélection est tenue informée des résultats des tests informatisés visés à l'alinéa 1er et prend en compte ces résultats dans l'appréciation des compétences qu'elle effectue au terme de l'épreuve orale pour chaque candidat déclaré admissible.
  Au terme de l'épreuve orale visée à l'alinéa 3 et de la comparaison des titres et mérites des candidats, les candidats sont inscrits soit dans le groupe " apte ", soit dans le groupe " pas apte ". Dans le groupe " apte ", les candidats sont classés.
  § 3. Le directeur général de la Direction générale Recrutement et Développement du Service public fédéral Stratégie et Appui définit la méthodologie des tests informatisés et de l'épreuve orale et en contrôle l'application.
  S'il advient que le nombre de candidats déclarés admissibles en application du paragraphe 1er dépasse vingt candidats, le directeur général de la Direction générale Recrutement et Développement du Service public fédéral Stratégie et Appui peut décider d'organiser un test éliminatoire, après l'avis de l'organe de gestion si un organisme en possède un et après l'avis du ministre compétent ou après l'avis du fonctionnaire dirigeant pour les autres fonctions de management. Ce test éliminatoire est préalable aux tests informatisés visés au paragraphe 2, alinéa 1er. ".
Art. 45. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 10 april en van 21 december 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid wordt de 1° vervangen als volgt:
  "1° de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning of zijn afgevaardigde;";
  2° in paragraaf 1, eerste lid worden de woorden "- of staf" in punt 5° opgeheven;
  1° in paragraaf 1, eerste lid wordt punt 5° aangevuld met de woorden "of die sinds minder dan drie jaar managementfuncties hebben uitgeoefend die minstens gelijkwaardig zijn aan de te begeven managementfunctie en die bij de eindevaluatie de vermelding "goed" hebben kregen.";
  4° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 6°, opgeheven bij koninklijk besluit van 10 april 2014, hersteld als volgt:
  "van een plaatsvervanger voor elk van de leden bedoeld in 2° tot 5°. Deze plaatsvervangers worden tegelijk met de effectieve leden benoemd.";
  5° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "Bij de samenstelling van de selectiecommissie wordt, met uitzondering van de voorzitter, de verhoudingsgewijs gelijke genderverdeling gerespecteerd.";
  6° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° worden de woorden "- of staf" telkens opgeheven;
  2° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "De taalpariteit wordt verzekerd binnen elk van de categorieën van effectieve en plaatsvervangende leden van de selectiecommissie bedoeld in het eerste lid, 4° en 5°. Het effectief lid bedoeld in het eerste lid, 2° en zijn plaatsvervanger behoren tot een andere taalaanhorigheid dan die van het effectief lid bedoeld in het eerste lid, 3°, en zijn plaatsvervanger. De taalaanhorigheid van de leden, bedoeld in het eerste lid, 2°, 3° en 4° en hun plaatsvervangers, wordt bepaald door de taal van het getuigschrift of het diploma dat bewijst dat men geslaagd is voor de studies die in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van de competentie die nodig is voor de expertiseopdracht. De taalaanhorigheid van de leden, bedoeld in het eerste lid, 5°, en hun plaatsvervangers, wordt bepaald door de taalrol van de ambtenaar of door toepassing van de artikelen 35 tot 41 van de gewone wet van 9 augustus 1980 over de institutionele hervormingen.";
  3° in het tweede lid worden de woorden "en die van hun plaatsvervangers" ingevoegd tussen de woorden "bedoeld in het eerste lid, 2°, 4° en 5° " en de woorden "worden vastgelegd in samenspraak met";
  4° in het vierde lid worden de woorden "bedoeld in artikel 7, § 1" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 7, § 2".
  7° in paragraaf 2 en paragraaf 3 wordt het woord "SELOR" vervangen door de woorden "het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning";
  8° In paragraaf 3 worden de woorden "De afgevaardigd bestuurder van SELOR" vervangen door de woorden "De directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning".
  9° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden ", met inbegrip van de plaatsvervangers," ingevoegd tussen de woorden "de samenstelling van de selectiecommissie" en de woorden "aan de minister bevoegd voor Ambtenarenzaken".
Art. 45. Dans l'article 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 10 avril 2014 et du 21 décembre 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° du directeur général de la Direction générale Recrutement et Développement du Service public fédéral Stratégie et Appui ou de son délégué ; " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, au point 5°, les mots " ou d'encadrement " sont abrogés ;
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le point 5° est complété par les mots " ou ayant exercés des fonctions de management au moins équivalentes à la fonction de management à pourvoir depuis moins de trois ans et dont l'évaluation finale est la mention " bon ". " ;
  3° au paragraphe 1er, le 6°, abrogé par l'arrêté royal du 10 avril 2014, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " d'un suppléant pour chacun des membres visés aux 2° à 5°. Ceux-ci sont désignés en même temps que les membres effectifs. " ;
  5° dans le paragraphe 1, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " La composition de la commission de sélection respecte, à l'exception du président, le ratio de répartition égale entre sexes. " ;
  6° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " ou d'encadrement " sont à chaque fois abrogés ;
  2° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " La parité linguistique est assurée au sein de chacune des catégories de membres effectifs et suppléants de la commission de sélection visés à l'alinéa 1er, 4°, et 5°. Le membre effectif visé à l'alinéa 1er, 2° ainsi que son suppléant sont de l'autre appartenance linguistique que celle du membre effectif visé à l'alinéa 1er, 3° et de son suppléant. L'appartenance linguistique est déterminée, pour ce qui concerne les membres visés à l'alinéa 1er, 2°, 3° et 4° et leurs suppléants, par la langue du certificat ou du diplôme sanctionnant la réussite des études prises en compte pour l'appréciation de la compétence nécessaire à la mission d'expertise. Pour les membres visés à l'alinéa 1er, 5°, et leurs suppléants, l'appartenance linguistique est déterminée par le rôle linguistique de l'agent ou en application des articles 35 à 41 de la loi ordinaire du 9 août 1980 de réformes institutionnelles. " ;
  3° à l'alinéa 2, les mots " ainsi que ceux de leurs suppléants " sont insérés entre les mots " visés à l'alinéa 1er, 2°, 4° et 5° " et les mots " sont déterminés en concertation avec " ;
  4° à l'alinéa 4, les mots " visée à l'article 7, § 1, " sont remplacés par les mots " visée à l'article 7, § 2, ".
  7° dans le paragraphe 2 et le paragraphe 3, le mot " SELOR " est remplacé par les mots " la Direction générale Recrutement et Développement du Service public fédéral Stratégie et Appui " ;
  8° dans le paragraphe 3, les mots " L'administrateur délégué du SELOR " sont remplacés par les mots " Le directeur général de la Direction générale Recrutement et Développement du Service public fédéral Stratégie et Appui " ;
  9° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots ", en ce compris les suppléants, " sont insérés entre les mots " la composition de la commission de sélection " et les mots " au Ministre de la Fonction publique ".
Art. 46. Tussen artikel 8 en 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 21 december 2021, wordt een nieuw artikel 8bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 8bis. Wanneer het aantal kandidaten die in de groep "geschikt" ingedeeld zijn, voor een in artikel 7, paragraaf 2, eerste lid, 1° bedoelde managementfunctie meer dan vijf bedraagt, wordt een extern assessment center georganiseerd voor deze kandidaten. De financiële kost van het assessment center is ten laste van de rekruterende instelling van openbaar nut.
  Het externe assessment center staat los van de rangschikking van de kandidaten in de voornoemde groepen. Het is niet uitsluitend.
  Het resultaat van het assessment center wordt meegedeeld aan de in artikel 9, eerste lid bedoelde bevoegde overheid.
  Onder de hierboven vermelde voorwaarden wordt een extern assessment center georganiseerd, op verzoek van het beheersorgaan als de instelling hierover beschikt en op verzoek van de minister of de staatssecretaris voor alle andere instellingen, voor elke andere managementfunctie.".
Art. 46. Entre l'article 8 et 9, du même arrêté, modifiés par l'arrêté du 21 décembre 2021, est inséré un nouvel article 8bis rédigé comme suit :
  " Art. 8bis. Lorsque le nombre de candidats inscrits dans le groupe " apte " pour une fonction de management visée à l'article 7, paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, est supérieur à cinq, un assessment center externe est organisé pour ces candidats. Le coût financier de l'assessment center est à charge de l'organisme d'intérêt public recruteur.
  L'assessment center externe est indépendant du classement des candidats dans les groupes susmentionnés. Il n'est pas éliminatoire.
  Le résultat de l'assessment center est communiqué à l'autorité compétente visée à l'article 9, alinéa 1er.
  Dans les conditions susmentionnées, un assessment center externe est organisé, à la demande de l'organe de gestion si l'organisme en dispose d'un et à la demande du ministre ou du secrétaire d'Etat pour tous les autres organismes, pour toute autre fonction de management. ".
Art. 47. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 9. § 1. Het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning deelt het resultaat van de in artikel 7 bedoelde procedure mee:
  1° aan de minister, voor de functie van administrateur-generaal en van adjunct-administrateur-generaal of van directeur-generaal en van adjunct-directeur-generaal;
  2° aan de administrateur-generaal of de directeur-generaal, voor de andere managementfuncties.
  Binnen de instellingen waar er een beheersorgaan is, maakt de minister het in artikel 7 bedoelde resultaat met betrekking tot de functie van administrateur-generaal en van adjunct-administrateur-generaal of van directeur-generaal en van adjunct-directeur-generaal over aan het beheersorgaan en belast het een advies te leveren. Als dit advies niet binnen de twintig werkdagen wordt bezorgd, is het niet meer vereist.
  Met de kandidaten van de groep "geschikt" wordt een bijkomend gesprek georganiseerd met de bedoeling hen te vergelijken wat betreft hun specifieke competenties, hun relationele en managementvaardigheden zoals bepaald in de functiebeschrijving en het competentieprofiel van de vacante managementfunctie. Dit gesprek wordt gevoerd:
  1° voor de aanwerving van de administrateur-generaal of de directeur-generaal, door de minister;
  2° voor de aanwerving van de adjunct-administrateur-generaal of de adjunct-directeur-generaal, door de minister, en, in voorkomend geval, door de administrateur-generaal of de directeur-generaal indien hij is aangeduid;
  3° voor de aanwerving van de houder van de managementfunctie -1, door de administrateur-generaal of de directeur-generaal of de adjunct-administrateur-generaal of de adjunct-directeur-generaal indien respectievelijk de administrateur-generaal of de directeur-generaal nog niet zijn aangeduid;
  4° voor de aanwerving van de houder van de managementfunctie -2, door de houder van de managementfunctie -1 en door de administrateur-generaal of de directeur-generaal of de adjunct-administrateur-generaal of de adjunct-directeur-generaal indien respectievelijk de administrateur-generaal of de directeur-generaal nog niet zijn aangeduid.
  Tijdens het bijkomende gesprek wordt in voorkomend geval rekening gehouden met het resultaat van het in artikel 8bis bedoelde assessment center.
  Er wordt van elk gesprek een verslag opgemaakt en dit wordt bij het aanduidingsdossier gevoegd.
  In geval van afwezigheid van de administrateur-generaal of de directeur-generaal wordt deze tijdens het bijkomende gesprek voor de aanwerving van de houder van een managementfunctie -2 vervangen door de functioneel directeur van de stafdienst Personeel en Organisatie of door de houder van een managementfunctie -1 die daartoe is aangeduid door de minister of de staatssecretaris."
Art. 47. L'article 9 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 9. § 1er. La Direction générale Recrutement et Développement du Service public fédéral Stratégie et Appui communique le résultat de la procédure visée à l'article 7 :
  1° au ministre, pour la fonction d'administrateur général et d'administrateur général adjoint ou de directeur général et de directeur général adjoint ;
  2° à l'administrateur général ou le directeur général, pour les autres fonctions de management.
  Au sein des organismes dotés d'un organe de gestion, le ministre transmet le résultat visé à l'article 7 quant à la fonction d'administrateur général et d'administrateur général adjoint ou de directeur-général et de directeur général adjoint à l'organe de gestion et le charge de remettre un avis. Si cet avis n'est pas donné dans les vingt jours ouvrables, il n'est plus requis.
  Un entretien complémentaire est organisé avec les candidats du groupe " apte " afin de les comparer quant à leurs compétences spécifiques, leurs aptitudes relationnelles et leurs capacités à diriger par rapport à la description de fonction et au profil de compétence afférents à la fonction de management à pourvoir. Cet entretien est mené :
  1° pour le recrutement de l'administrateur général ou du directeur-général, par le ministre ;
  2° pour le recrutement de l'administrateur général adjoint ou du directeur général adjoint, par le ministre et, le cas échéant, par l'administrateur général ou le directeur général s'il est désigné ;
  3° pour le recrutement du titulaire de la fonction de management -1, par l'administrateur général ou le directeur général ou l'administrateur général adjoint ou le directeur général adjoint au cas où respectivement l'administrateur général ou le directeur général ne seraient pas encore désignés ;
  4° pour le recrutement du titulaire de la fonction de management -2, par le titulaire de la fonction de management -1 et par l'administrateur général ou le directeur général ou l'administrateur général adjoint ou le directeur général adjoint au cas où respectivement l'administrateur général ou le directeur général ne seraient pas encore désignés.
  L'entretien complémentaire prend, le cas échéant, en compte le résultat de l'assessment center visé à l'article 8bis.
  Un rapport de chaque entretien est rédigé et joint au dossier de désignation.
  En cas d'absence de l'administrateur général ou du directeur général, celui-ci est remplacé, lors de l'entretien complémentaire pour le recrutement du titulaire d'une fonction de management -2, par le directeur fonctionnel du service d'encadrement personnel et organisation ou par le titulaire d'une fonction de management -1 désigné à cet effet par le ministre ou par le secrétaire d'Etat. "
Art. 48. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "voor een periode van zes jaar" vervangen door de woorden "voor een periode van zes jaar, die eenmaal hernieuwd kan worden";
  2° in paragraaf 1, 2° worden de woorden "de managementfuncties -1 en voor de staffuncties" vervangen door de woorden "de andere managementfuncties";
  3° paragraaf 1 wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "De kandidaten worden aangeduid binnen een maximumtermijn van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van het resultaat van de in artikel 7 bedoelde procedure.
  In afwijking van het tweede lid, indien:
  - het mandaat van de houder van de managementfunctie wordt beëindigd binnen de eerste drie jaar;
  - en als voor de betrokken managementfunctie meerdere kandidaten uit de groep "geschikt" zijn geslaagd in het aanvullende gesprek bedoeld in artikel 9;
  De bevoegde overheid beslist of ze een nieuw aanvullend gesprek organiseert voor de bovenvermelde kandidaten overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in artikel 9".
Art. 48. Dans l'article 10, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " pour une période de six ans " sont remplacés par les mots " pour une période de six ans renouvelable une fois " ;
  2° dans le paragraphe 1er, 2°, les mots " fonction de management -1 et d'encadrement " sont remplacés par les mots " pour les autres fonctions de management " ;
  3° le paragraphe 1er est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " Les candidats sont désignés dans un délai maximum de trois ans à partir de la date du résultat de la procédure visée à l'article 7.
  Par dérogation à l'alinéa 2, s'il advient :
  - qu'il est mis fin dans les trois premières années au mandat du titulaire de la fonction de management ;
  - et que pour ladite fonction de management, plusieurs candidats du groupe " apte " ont réussi l'entretien complémentaire visé à l'article 9 ;
  L'autorité compétente décide si elle organise à nouveau un entretien complémentaire selon les modalités visées à l'article 9 avec les candidats susmentionnés. ".
Art. 49. In de titel van hoofdstuk IV van hetzelfde besluit worden de woorden "- of staf" opgeheven.
Art. 49. Dans le titre du chapitre IV du même arrêté, les mots " ou d'encadrement " sont abrogés.
Art. 50. In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 en paragraaf 2 worden telkens aangevuld met een 4°, luidende:
  "4° de houder van een managementfunctie -1 voor de houders van een managementfunctie -2.";
  2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
  " § 3. Het managementplan houdt rekening met de verwachtingen van het beheersorgaan (in voorkomend geval), met de politieke beleidskeuzes in alle domeinen waarin de organisatie actief is, en met de op elkaar afgestemde prioriteiten en verwachtingen inzake transversale doelstellingen zoals die op voorstel van de Minister van Ambtenarenzaken door de regering zijn vastgelegd.
  Voor de instellingen waarvoor een beheersovereenkomst geen wettelijke vereiste is, kan geopteerd worden voor een algemeen managementplan met het algemeen beleid en de strategische doelstellingen voor de hele organisatie, opgesteld door de leidend ambtenaar. Dit plan wordt opgesteld in overleg met de aanwezige mandaathouders en in voorkomend geval met andere leden van het directiecomité.
  In dit managementplan wordt ook vastgelegd welke mandaathouders verantwoordelijk of mee verantwoordelijk zijn voor de realisatie van de doelstellingen.
  Voor de organisaties met een wettelijk vereiste beheersovereenkomst wordt een algemeen managementplan opgesteld met minstens de toewijzing van de verantwoordelijkheden aan de mandaathouders en de wijze waarop de prioriteiten en verwachtingen inzake de transversale doelstellingen zoals die door de regering zijn vastgelegd zullen worden gerealiseerd.
  Het operationeel plan, dat over drie jaar loopt, omschrijft de resultaatsgebieden, de concrete realisaties, de doelstellingen, in voorkomend geval de verschillende stappen en bijhorende timing. Dit operationeel plan omvat zowel de lopende processen, de doelstellingen op het vlak van efficiëntie- en kwaliteitsverbetering en de concrete omzetting van de transversale doelstellingen, met inbegrip van het niveau van detail en de graad van operationalisering van deze transversale doelstellingen. Dit operationeel plan omvat eveneens een jaarbudget voor de uitvoering van het managementplan.
  De individuele operationele plannen kunnen vervangen worden door een geïntegreerd operationeel plan, voor zover de verantwoordelijkheden van de verschillende mandaathouders vastgelegd zijn. Bij de aanduiding van een nieuwe mandaathouder in een van de mandaatfuncties van de organisatie zal het operationeel plan in elk geval worden herzien.
  Zowel het managementplan als het operationeel plan zijn niet als statisch te beschouwen. Het operationeel plan wordt minstens jaarlijks aangevuld en geëvalueerd.";
  3° Paragrafen 4, 5 en 7 worden opgeheven.
Art. 50. Dans l'article 11 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er et le paragraphe 2 sont à chaque fois complété par un 4° rédigé comme suit :
  " 4° au titulaire d'une fonction de management -1, pour les titulaires d'une fonction de management -2. " ;
  2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
  " § 3. Le plan de management tient compte des attentes de l'organe de gestion (s'il échet), des choix politiques stratégiques dans l'ensemble des domaines dans lesquels l'organisation est active ainsi que des priorités et attentes harmonisées pour les objectifs transversaux tels que fixés par le gouvernement sur la proposition de la ministre de la Fonction publique.
  Les institutions pour lesquelles un contrat de gestion ne constitue pas une obligation légale peuvent opter pour un plan de management global reprenant la politique générale et les objectifs stratégiques pour toute l'organisation, rédigé par le fonctionnaire dirigeant. Ce plan est élaboré en concertation avec les titulaires de mandat présents et, le cas échéant, d'autres membres du comité de direction.
  Ce plan de management désigne en outre les titulaires de mandat responsables ou coresponsables de la réalisation des objectifs.
  Pour les organisations dotées d'un contrat de gestion légalement requis, un plan de management global sera rédigé. Il précisera au minimum l'attribution des responsabilités aux titulaires de mandat et la manière dont les priorités et les attentes relatives aux objectifs transversaux fixés par le gouvernement seront réalisées.
  Le plan opérationnel, qui s'étend sur trois ans, décrit les domaines de résultats, les réalisations concrètes, les objectifs, et le cas échéant, les différentes étapes et le calendrier de travail qui y est associé. Ce plan opérationnel recouvre à la fois les processus en cours, les objectifs d'amélioration de l'efficacité et de la qualité et la transposition concrète des objectifs transversaux, y compris le niveau de détail et le degré d'opérationnalisation de ces objectifs transversaux. Ce plan opérationnel comprend également un budget annuel pour la mise en oeuvre du plan de management.
  Les plans opérationnels individuels peuvent être remplacés par un plan opérationnel intégré, dans la mesure où les responsabilités des différents titulaires de mandat sont définies. Lors de la désignation d'un nouveau titulaire de mandat pour l'une des fonctions à mandat de l'organisation, le plan opérationnel sera en tout état de cause réévalué.
  Le plan de management et le plan opérationnel ne peuvent pas être considérés comme statiques. Le plan opérationnel est complété et réévalué au moins une fois par an. " ;
  3° les paragraphes 4, 5 et 7 sont abrogés.
Art. 51. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 51. L'article 12 du même arrêté est abrogé.
Art. 52. In hoofdstuk IV, afdeling III van hetzelfde besluit worden de woorden "- of staf" telkens opgeheven.
Art. 52. Dans le chapitre IV, section III, du même arrêté, les mots " ou d'encadrement " sont à chaque fois abrogés.
Art. 53. In hetzelfde besluit wordt na artikel 13 een artikel 13bis ingevoegd luidend:
  "Art. 13bis. De houder van een managementfunctie neemt minstens deel aan één selectieprocedure die georganiseerd wordt door het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning als jurylid van de in artikel 8 bedoelde selectiecommissie. Als de houder van een managementfunctie, met uitzondering van de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Strategie en Ondersteuning, aan meer dan één selectieprocedure deelneemt, wordt een termijn van minstens negen maanden nageleefd tussen twee deelnames.".
Art. 53. Dans le même arrêté, il est inséré après l'article 13, un article 13bis rédigé comme suit :
  " Art. 13bis. Le titulaire d'une fonction de management participe au minimum à une procédure de sélection organisée par la Direction générale Recrutement et Développement du service public fédéral Stratégie et Appui comme membre du jury de la commission de sélection visée à l'article 8. S'il advient que le titulaire d'une fonction de management, à l'exception du directeur général de la Direction générale Recrutement et développement du service public fédéral Stratégie et Appui, participe à plus d'une procédure de sélection, un délai de neuf mois minimum est respecté entre deux participations. ".
Art. 54. In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° In paragraaf 1 worden de woorden "- en staf" opgeheven;
  2° in paragraaf 3 van de Nederlandse versie worden de woorden "en de staffuncties" opgeheven;
  3° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De in artikel 3, § 1, 3° en 4° bedoelde managementfuncties worden opgenomen in de klassen die lager zijn dan die waarin de in artikel 3, § 1, 1° bedoelde managementfunctie van dezelfde instelling is opgenomen." ;
  4° Paragraaf 6 wordt vervangen als volgt:
  " § 6. Bovenop de in de paragrafen 1 en 2 vermelde bezoldigingen kan het beloningspakket in een forfaitaire terugbetaling voorzien voor gemaakte onkosten en omvat het beloningspakket naar keuze van de houder van een managementfunctie, een van de volgende opties:
  - het ter beschikking stellen van een dienstvoertuig dat voor privédoeleinden mag gebruikt worden;
  - een mobiliteitsbudget, met inachtneming van artikelen 4 tot 7 van de wet van 17 maart 2019 tot invoering van een mobiliteitsbudget en het koninklijk besluit van 21 maart 2019 tot uitvoering van de wet van 17 maart 2019 tot invoering van een mobiliteitsbudget.
  De in het eerste lid bedoelde opties zijn niet cumuleerbaar.".
Art. 54. Dans l'article 17 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er les mots " et d'encadrement " sont abrogés ;
  2° dans la version néerlandaise, dans le paragraphe 3, les mots " en de staffuncties " sont abrogés ;
  2° le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Les fonctions de management visées à l'article 3, § 1er, 3° et 4°, sont incorporées dans les classes inférieures à celle dans laquelle est incorporée la fonction de management visée à l'article 3, § 1er, 1°, du même organisme. " ;
  4° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit :
  " § 6. Outre les rémunérations prévues aux paragraphes précédents, la rémunération totale peut inclure le remboursement forfaitaire des frais et inclut, au choix du titulaire d'une fonction de management, une des options suivantes :
  - la mise à disposition d'un véhicule de fonction pouvant être utilisé à des fins privées ;
  - un budget mobilité, dans le respect des articles 4 à 7 de la loi du 17 mars 2019 concernant l'instauration d'un budget mobilité et de l'arrêté royal du 21 mars 2019 pris en exécution de la loi du 17 mars 2019 concernant l'instauration d'un budget mobilité.
  Les options visées à l'alinéa 1er ne sont pas cumulables. ".
Art. 55. In hoofdstuk IV, afdeling III van hetzelfde besluit worden het artikel 17bis en 17ter ingevoegd, luidende:
  "Art. 17bis. - Wanneer de continuïteit van de instelling het vereist, ontvangt de ambtenaar aan wie de bevoegdheden van een wegens ziekte afwezige houder van een managementfunctie zijn gedelegeerd, voor de periode van delegatie, een bedrag dat overeenstemt met de directiepremie bedoeld in artikel 26, § 4, tweede lid. Dit bedrag wordt uitbetaald volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 26, § 4, derde en vierde lid.
Art. 55. Dans le chapitre IV, section III, du même arrêté, sont insérés l'article 17bis et 17ter rédigés comme suit :
  " Art. 17bis. - Lorsque la continuité de l'organisme l'exige, l'agent auquel les compétences d'un titulaire d'une fonction de management absent pour maladie sont déléguées, bénéficie, pour la période de délégation, d'un montant correspondant à la prime de direction visée à l'article 26, § 4, alinéa 2. Ce montant est liquidé, selon les modalités visées à l'article 26, § 4, alinéas 3 et 4.
Art. 17ter. § 1. Wanneer de continuïteit van de instelling het vereist, kan de minister of de staatssecretaris voorzien in de tijdelijke vervanging van een houder van een managementfunctie die afwezig is wegens ziekte, door:
  1° ofwel een andere houder van een managementfunctie ermee te belasten het mandaat uit te oefenen;
  2° ofwel een rijksambtenaar van de klassen A4 of A5.
  In het geval van een tijdelijke vervanging van een managementfunctie -1 of -2 kan de minister of de staatssecretaris enkel op voordracht van de administrateur-generaal of de directeur-generaal over de vervanging beslissen.
  § 2. De ambtenaar die in uitvoering van paragraaf 1 in een tijdelijke vervanging wordt aangeduid, ontvangt gedurende de vervangingsperiode een weddecomplement dat overeenstemt met het verschil, dat is vastgesteld op de dag van de aanduiding, tussen de weddeschaal van de klasse waarin hij is benoemd en de loonklasse waaraan de managementfunctie waarin hij tijdelijk wordt aangeduid, is gekoppeld.
  In voorkomend geval moet de eerste grootheid van het in het eerste lid bedoelde verschil gelezen worden als de loonklasse die gekoppeld is aan de managementfunctie uitgeoefend door de mandaathouder op het moment dat hij eveneens is aangeduid voor de tijdelijke vervanging.
  § 3. Onverminderd paragrafen 1 en 2 kan de minister, wanneer de afwezigheid wegens ziekte langer dan zes maanden duurt, in voorkomend geval beslissen een vergelijkende selectie op te starten om een houder aan te stellen die zijn diensten effectief presteert in de managementfunctie.
  Voor een managementfunctie -1 of -2 maakt de minister gebruik van het eerste lid op voordracht van de administrateur-generaal of de directeur-generaal.
  Onverminderd artikel 15 gebeurt de aanduiding in de managementfunctie in uitvoering van het eerste lid hetzij:
  1° voor een beperkte duur die overeenkomt met de resterende duur van het lopende mandaat van de afwezige houder van de managementfunctie;
  2° voor een normale duur van zes jaar.
  De in het eerste lid bedoelde vergelijkende selectie is gebaseerd op de bestaande functiebeschrijving en het bestaande competentieprofiel van de managementfunctie.
  De oproep tot kandidatuurstelling vermeldt uitdrukkelijk het type en de duur van het mandaat.
  § 4. Wanneer het gaat om een aanduiding in een managementfunctie voor een beperkte duur in toepassing van paragraaf 3, derde lid, 1°, dan is de vergelijkende selectie, in afwijking van artikelen 4 en 5, toegankelijk voor de kandidaat die ofwel:
  1° houder is van een managementfunctie (-1 of -2);
  2° van wie de laatste evaluatie in het kader van een federaal mandaat met een gunstige evaluatievermelding werd afgesloten;
  3° laureaat, ingedeeld in de groep "geschikt", is van een vergelijkende selectie voor een managementfunctie van een gelijkwaardig of hoger niveau in de twaalf voorgaande maanden zonder dat hij daarin werd aangeduid;
  4° laureaat, ingedeeld in de groep "geschikt", is van een vergelijkende selectieprocedure voor dezelfde managementfunctie in de twee voorgaande jaren zonder dat hij daarin werd aangeduid;
  5° een rijksambtenaar van de klassen A4 of A5 is;
  en die verklaart klaar te zijn om de managementfunctie onmiddellijk uit te oefenen. De kandidaat voegt bij de kandidatuur alle documenten ter staving van de bovenvermelde voorwaarden.
  In afwijking van artikelen 7 en 8 worden de kandidaturen ingediend bij het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning. De kandidaten worden toelaatbaar verklaard na verificatie van de in het eerste lid bedoelde voorwaarden.
  Er vindt een gesprek plaats met de kandidaten die toelaatbaar zijn verklaard in toepassing van het tweede lid, met de bedoeling hen te vergelijken wat betreft hun specifieke competenties, hun relationele vaardigheden en hun vaardigheden zoals bepaald in de functiebeschrijving en het competentieprofiel van de vacante managementfunctie. Dit gesprek wordt georganiseerd volgens de modaliteiten bepaald in artikel 9, in paragrafen 1 en 2.
  De kandidaat die in toepassing van het eerste lid is gekozen, wordt aangeduid in een mandaat waarvan de duur overeenkomt met de resterende duur van het mandaat van de afwezige houder van de managementfunctie.
  § 5. De houder van de managementfunctie van administrateur-generaal of van directeur-generaal of van adjunct-administrateur-generaal of van adjunct-directeur-generaal aangeduid in toepassing van paragraaf 3, derde lid wordt ter beschikking gesteld van de minister na de terugkeer uit afwezigheid wegens ziekte van de houder van de betreffende managementfunctie die de uitoefening van de mandaatfunctie hervat.
  De houder van een managementfunctie -1 en - 2 die is aangeduid in toepassing van paragraaf 3, derde lid wordt ter beschikking gesteld van de administrateur-generaal of de directeur-generaal na de terugkeer uit afwezigheid wegens ziekte van de houder van de betreffende managementfunctie die de uitoefening van de mandaatfunctie hervat.
  Tijdens de in het eerste en tweede lid bedoelde terbeschikkingstelling wordt de mandaathouder belast met opdrachten van algemeen belang.
  In afwijking van het eerste en tweede lid, naargelang het gaat om de functie van administrateur-generaal of van directeur-generaal of om een andere managementfunctie, wordt de houder van de managementfunctie die de uitoefening van zijn functie hervat na een periode van afwezigheid wegens ziekte van meer dan zes maanden op zijn verzoek respectievelijk ter beschikking gesteld van de minister of de administrateur-generaal of de directeur-generaal. Hij wordt tot het einde van zijn mandaat belast met opdrachten van algemeen belang, die in onderling overleg moeten worden vastgelegd.
  De in het vierde lid bedoelde terbeschikkingstelling heeft als gevolg dat de houder van de managementfunctie die is aangeduid in uitvoering van paragraaf 3, derde lid het mandaat volledig uitoefent tot het afloopt.
  § 6. In toepassing van paragraaf 5 wordt de houder van de managementfunctie ambtshalve belast, bij ministerieel besluit, met de uitoefening van de opdracht van algemeen belang. Deze opdracht is geen nieuwe aanduiding in een mandaat, zoals bedoeld in artikel 10, en is geen verlof of afwezigheid bedoeld in artikel 15.
  Tijdens de duur van de opdracht is de in het eerste lid bedoelde opdrachthouder onderworpen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 14 januari 2022 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt. Hij wordt voor de toepassing van deze paragraaf gelijkgesteld met een ambtenaar van de klasse A5.
  Het voornoemde artikel 15 is van toepassing op de opdrachthouder, zoals bedoeld in deze paragraaf.
  De bepalingen met betrekking tot de herintegratievergoedingen en de beëindigingsvergoedingen, vastgelegd in artikelen 27 tot 29, blijven volledig van toepassing op de opdrachthouder.
  § 7. Artikel 30 met betrekking tot de mandaathernieuwing is niet van toepassing op de aanduiding in een mandaat bedoeld in paragraaf 3.".
Art. 17ter. § 1er. Lorsque la continuité de l'organisme l'exige, le ministre ou le secrétaire d'Etat peut pourvoir au remplacement temporaire d'un titulaire d'une fonction de management qui est absent pour maladie, en chargeant soit d'exercer le mandat :
  1° un autre titulaire d'une fonction de management ;
  2° un agent de l'Etat des classes A4 ou A5.
  Dans le cas d'un remplacement temporaire d'une fonction de management -1 ou- 2, le remplacement ne peut être décidé par le ministre ou le secrétaire d'Etat que sur proposition de l'administrateur général ou du directeur général.
  § 2. L'agent qui est désigné dans un remplacement temporaire en exécution du paragraphe 1er, bénéficie pendant la période de remplacement d'un complément de traitement qui est égal à la différence, constatée à la date de la désignation, entre l'échelle de traitement affectée à la classe où il est nommé et la classe salariale à laquelle la fonction de management dans laquelle il est temporairement désigné est liée.
  Le cas échéant, le premier terme de la différence visée à l'alinéa 1er doit être lu comme la classe salariale liée à la fonction de management exercée par le titulaire du mandat au moment où il est également désigné pour le remplacement temporaire.
  § 3. Sans préjudice des paragraphes 1er et 2, lorsque l'absence pour maladie se prolonge au-delà de six mois, le ministre, peut, le cas échéant, décider d'entamer une sélection comparative pour désigner un titulaire qui preste effectivement ses services dans la fonction de management.
  Pour une fonction de management -1 ou -2 ; le ministre recourt à l'alinéa 1er sur proposition de l'administrateur général ou du directeur général.
  Sans préjudice de l'article 15, la désignation dans la fonction de management en exécution de l'alinéa 1er s'opère soit :
  1° pour une durée limitée correspondante à la durée restante du mandat en cours du titulaire de la fonction de management absent ;
  2° pour une durée normale de six ans.
  La sélection comparative visée à l'alinéa 1er repose sur la description de fonction et le profil de compétences existants de la fonction de management.
  L'appel à candidature mentionne explicitement le type et la durée du mandat.
  § 4. Lorsqu'il s'agit de désigner dans une fonction de management pour une durée limitée en application du paragraphe 3, alinéa 3, 1°, la sélection comparative est, par dérogation aux articles 4 et 5, accessible au candidat qui soit :
  1° est titulaire d'une fonction de management (-1 ou -2) ;
  2° dont la dernière évaluation dans le cadre d'un mandat fédéral s'est clôturée avec une mention d'évaluation favorable ;
  3° est lauréat inscrit dans le groupe " apte ", d'une sélection comparative pour une fonction de management d'un niveau équivalent ou supérieur dans les douze mois qui précèdent sans y être désignée ;
  4° est lauréat inscrit dans le groupe " apte ", d'une procédure de sélection comparative pour la même fonction de management dans les deux ans qui précèdent sans y être désigné ;
  5° est un agent de l'Etat des classes A4 ou A5 ;
  et qui se déclare prêt à exercer immédiatement la fonction de management. Le candidat joint à la candidature l'ensemble des documents attestant des conditions susmentionnées.
  Par dérogation aux articles 7 et 8, les candidatures sont introduites auprès de la Direction générale Recrutement et Développement du Service public fédéral Stratégie et Appui. Les candidats sont déclarés admissibles après vérification des conditions visées à l'alinéa 1er.
  Un entretien a lieu avec les candidats déclarés admissibles en application de l'alinéa 2 afin de les comparer quant à leurs compétences spécifiques, leurs aptitudes relationnelles et leurs capacités par rapport à la description de fonction et au profil de compétence afférents à la fonction de management à pourvoir. Cet entretien est organisé selon les modalités prévues à l'article 9, aux paragraphes 1 et 2.
  Le candidat choisi en application de l'alinéa 1er est désigné dans un mandat dont la durée correspond à la durée du mandat restant du titulaire de fonction de management absent.
  § 5. Le titulaire de la fonction de management de l'administrateur général ou du directeur général ou de l'administrateur général adjoint ou du directeur général adjoint désigné en application du paragraphe 3, alinéa 3, est mis à disposition du ministre au retour d'absence pour maladie du titulaire la fonction de management concernée qui reprend l'exercice de la fonction à mandat.
  Le titulaire d'une fonction de management -1 et -2 désigné en application du paragraphe 3, alinéa 3, est mis à disposition de l'administrateur général ou du directeur général au retour d'absence pour maladie du titulaire de la fonction de management concernée qui reprend l'exercice de la fonction à mandat
  Pendant la mise à disposition visée aux alinéas 1er et 2, le mandataire est chargé de missions d'intérêt général.
  Par dérogation aux alinéas 1er et 2, selon qu'il s'agisse de la fonction d'administrateur général ou de directeur général ou d'une autre fonction de management, le titulaire de la fonction de management qui reprend l'exercice de sa fonction après une période d'absence pour maladie de plus de six mois est, à sa demande, respectivement mis à disposition du ministre ou de l'administrateur général ou de directeur général. Il est chargé de missions d'intérêt général, à déterminer de commun accord, jusqu'à la fin de son mandat.
  La mise à disposition visée à l'alinéa 4 a pour corollaire que le titulaire de la fonction de management désigné en exécution du paragraphe 3, alinéa 3, exerce pleinement le mandat jusqu'à son terme.
  § 6. Le titulaire de la fonction de management est chargé d'office, par arrêté ministériel, de l'exercice de la mission d'intérêt général en application du paragraphe 5. Cette mission ne constitue pas une nouvelle désignation dans un mandat, comme visé à l'article 10 et ne constitue pas un congé ou une absence visée à l'article 15.
  Pendant la durée de la mission, le chargé de mission visé à l'alinéa 1er est soumis aux dispositions de l'arrêté royal du 14 janvier 2022 relatif à l'évaluation au sein de la fonction publique fédérale. Il est assimilé à un agent de classe A5 pour l'application de ce paragraphe.
  L'article 15 précité est applicable au chargé de mission, tel que visé au présent paragraphe.
  Les dispositions relatives aux indemnités de réintégration et aux indemnités de départ, définies aux articles 27 à 29 restent entièrement applicables au chargé de mission.
  § 7. L'article 30 relatif au renouvellement de mandat n'est pas applicable à la désignation dans un mandat visée au paragraphe 3. ".
Art. 56. In hoofdstuk V van hetzelfde besluit worden de woorden "- of staf" telkens opgeheven.
Art. 56. Dans le chapitre V du même arrêté, les mots " ou d'encadrement " sont à chaque fois abrogés.
Art. 57. In artikel 18 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 3 augustus 2016 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° In het eerste lid wordt in de eerste zin het woord "jaarlijks" vervangen door het woord "tweejaarlijks";
  2° in het eerste lid wordt de zin "De evaluatieperiode loopt van 1 januari tot 31 december." vervangen als volgt:
  "De eerste twee evaluatiecycli worden met een tussentijdse evaluatie afgesloten. De laatste evaluatiecyclus wordt afgesloten zes maanden voor het einde van het mandaat en wordt met een eindevaluatie afgesloten.";
  3° Het tweede, het derde en het vierde lid worden opgeheven;
  4° In het vijfde lid wordt het woord "evaluatieperiode" vervangen door het woord "evaluatiecyclus".
Art. 57. Dans l'article 18 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 3 août 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le mot " annuellement " est remplacé par les mots " tous les deux ans " ;
  2° à l'alinéa 1er, la phrase " La période d'évaluation court du 1er janvier au 31 décembre. " est remplacée par ce qui suit :
  " Les deux premiers cycles d'évaluation sont sanctionnés par une évaluation intermédiaire. Le dernier cycle d'évaluation se clôture six mois avant la fin du mandat et se conclut par une évaluation finale. "
  3° les alinéas 2, 3 et 4 sont abrogés ;
  4° à l'alinéa 5, les mots " de la période " sont remplacés par les mots " du cycle ".
Art. 58. In artikel 19 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het besluit van 3 augustus 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1 worden de woorden "of in het in artikel 12 bedoelde ondersteuningsplan" opgeheven;
  2° in het eerste lid, 1° wordt met een zin aangevuld, luidende:
  "In voorkomend geval wordt rekening gehouden met de opvolging van de aanbevelingen in auditrapporten van de bevoegde controleactoren die hebben geleid tot een wijziging van het bovenvermelde operationele plan.";
  3° artikel 19 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Tijdens de evaluatie wordt een enquête georganiseerd onder de verschillende stakeholders zoals de klanten, de medewerkers of de peers. ".
Art. 58. Dans l'article 19, du même arrêté, modifié par l'arrêté du 3 août 2016, les modifications suivantes sont apportées ;
  1° au point 1°, les mots " ou le plan d'appui visé à l'article 12 " sont abrogés ;
  2° à l'alinéa 1er, le 1°, est complété par une phrase rédigée comme suit :
  " Le cas échéant, est pris en considération le suivi des recommandations des rapports d'audits des services de contrôle compétents qui ont conduit à une modification du plan opérationnel susmentionné. " ;
  3° l'article 19 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Lors de l'évaluation, une enquête est organisée auprès des différentes parties prenantes telles que les clients, les collaborateurs ou les pairs. ".
Art. 59. In artikel 20, paragraaf 1 van hetzelfde besluit wordt een 3° ingevoegd, luidende:
  "3° de houder van de managementfunctie -1, eerste evaluator genoemd, en de administrateur-generaal of de directeur-generaal, tweede evaluator genoemd, wat de houders van een managementfunctie -2 betreft.".
Art. 59. Dans l'article 20, paragraphe 1er, du même arrêté, est inséré un 3° rédigé comme suit :
  " 3° par le titulaire de la fonction de management -1, dénommé premier évaluateur, et par l'administrateur général ou le directeur général, dénommé deuxième évaluateur, pour ce qui concerne les titulaires d'une fonction de management -2. ".
Art. 60. In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "en dit onverminderd elk informeel gesprek," ingevoegd tussen de woorden "telkens wanneer dat noodzakelijk blijkt," en het woord "functioneringsgesprekken";
  2° in het tweede lid worden de woorden "of het ondersteuningsplan" opgeheven;
  3° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Er wordt eventueel een ontwikkelingstraject voor de houder van de managementfunctie, zoals bepaald in artikel 22bis, opgezet.".
Art. 60. Dans l'article 21 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots les mots " et, ce, sans préjudice de tout entretien informel, " sont insérés entre les mots " chaque cycle d'évaluation, " et les mots " des entretiens de fonctionnement " ;
  2° à l'alinéa 2, les mots " ou le plan d'appui " sont abrogés ;
  3° l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante :
  " Un trajet de développement du titulaire de la fonction de management tel que défini dans l'article 22bis est, le cas échéant, mis en place. ".
Art. 61. In hoofdstuk V wordt afdeling 4, onderafdeling 2 als volgt hernoemd: "Het evaluatiecyclusgesprek".
Art. 61. Dans le chapitre V, section 4, la sous-section 2 est renommée comme suit : " De l'entretien de cycle d'évaluation ".
Art. 62. Artikel 22 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 22. § 1. Tijdens de evaluatiecyclus vindt er een evaluatiecyclusgesprek plaats.
  Het evaluatiecyclusgesprek omvat twee luiken:
  1. de planning;
  2. de balans.
  § 2. De planning tijdens het evaluatiecyclusgesprek beoogt de vertaling naar meetbare criteria van de aan de houder van de managementfunctie toevertrouwde strategische en operationele doelstellingen die in het strategisch plan en het operationeel plan, bedoeld in artikel 11, werden vastgelegd.
  § 3. De balans tijdens het evaluatiecyclusgesprek beoogt de evaluatie van de aan de houder van de managementfunctie toevertrouwde strategische en operationele doelstellingen die in het managementplan en het operationeel plan, bedoeld in artikel 11, werden vastgelegd en voor de betrokken evaluatiecyclus werden gepland.
  § 4. Onverminderd bovengenoemde paragrafen 2 en 3 wordt er eventueel een ontwikkelingstraject, zoals bepaald in artikel 22bis, opgezet.
  § 5. Aan het einde van elke evaluatiecyclus nodigt de eerste evaluator de houder van de managementfunctie uit voor het evaluatiecyclusgesprek.
  De tweede evaluator alsook een door de eerste evaluator aangewezen secretaris kunnen aan dat evaluatiecyclusgesprek deelnemen.
  In elk geval vindt er vóór het evaluatiecyclusgesprek overleg plaats tussen de eerste en de tweede evaluator.
  § 6. Ter voorbereiding van de balans die tijdens het evaluatiecyclusgesprek wordt opgemaakt, maakt de houder van de managementfunctie, een zelfevaluatie die rekening houdt met de gegevens uit de enquête onder de stakeholders. Deze wordt ten laatste twintig werkdagen vóór de vastgestelde datum van het evaluatiecyclusgesprek aan de eerste evaluator bezorgd.
  § 7. De eerste evaluator bereidt het evaluatiegesprek voor door de zelfevaluatie van de houder van de managementfunctie te toetsen op consistentie en onderbouwing. Hij vergelijkt ze met de elementen waarover hij beschikt, die resulteren uit feiten en geobserveerd gedrag tijdens de dagelijkse opvolging van het functioneren van de geëvalueerde. Bovendien verzamelt hij alle bijkomende informatie die kan bijdragen tot een billijke en objectieve evaluatie.
  § 8. Binnen de instelling die over een beheersorgaan beschikt, wint de eerste evaluator het advies in van het beheersorgaan met betrekking tot de zelfevaluatie. Als dit advies niet binnen de tien werkdagen wordt bezorgd, is het niet meer vereist.
  § 9. Wanneer meerdere ministers en/of staatssecretarissen bevoegd zijn voor het activiteitsgebied van de administrateur-generaal of van de directeur-generaal, maakt de eerste evaluator de zelfevaluatie over aan de betrokken ministers en/of staatssecretarissen en vraagt hij hun advies. Als dit advies niet binnen de tien werkdagen wordt bezorgd, is het niet meer vereist.
  Als de betrokken ministers en/of staatssecretarissen dat wensen, wonen zij het evaluatiecyclusgesprek bij.
  § 10. Een extern bureau verleent bijstand aan de in artikel 20 gedefinieerde evaluatieactoren. Het externe bureau verleent in dit verband rechtstreekse ondersteuning aan de eerste evaluator. Het ondersteunt hem bij de beoordeling van de zelfevaluatie van de houder van de managementfunctie. Daartoe verzamelt het bureau alle bijkomende of tegenstrijdige informatie inzake de evaluatie-elementen vermeld in artikel 19 en houdt het rekening met de gegevens van de enquête onder de stakeholders die betrokken zijn bij de uitvoering van de mandaatfunctie bedoeld in artikel 19, tweede lid. Het bereidt het evaluatiecyclusgesprek voor en structureert het en het staat in voor de opvolging ervan.
  Het externe bureau verleent bijstand voor elke evaluatiecyclus van de administrateur-generaal, de directeur-generaal, de adjunct-administrateur-generaal en de adjunct-directeur-generaal tijdens zijn mandaat. Voor de managementfuncties N-1 en N-2 is de bijstand van het externe bureau facultatief.".
Art. 62. L'article 22 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 22. § 1er. Un entretien de cycle d'évaluation a lieu au cours d'un cycle d'évaluation.
  L'entretien de cycle d'évaluation comprend deux volets :
  1° la planification ;
  2° le bilan.
  § 2. Lors de l'entretien de cycle d'évaluation, la planification vise à traduire en critères mesurables les objectifs stratégiques et opérationnels définis dans le plan de management et le plan opérationnel visés à l'article 11 qui ont été confiés au titulaire de la fonction de management.
  § 3. Lors de l'entretien de cycle d'évaluation, le bilan vise à l'évaluation des objectifs stratégiques et opérationnels définis dans le plan de management et le plan opérationnel visés à l'article 11 confiés au titulaire de la fonction de management et planifiés pour le cycle d'évaluation concerné.
  § 4. Sans préjudice des paragraphes 2 et 3 susmentionnés, un trajet de développement tel que défini à l'article 22bis est, le cas échéant, mis en place.
  § 5. A la fin de chaque cycle d'évaluation, le premier évaluateur invite le titulaire de la fonction de management à l'entretien de cycle d'évaluation.
  Le deuxième évaluateur ainsi qu'un secrétaire désigné par le premier évaluateur peuvent assister à cet entretien de cycle d'évaluation.
  Dans tous les cas, le premier et le deuxième évaluateur se concertent préalablement à l'entretien de cycle d'évaluation.
  § 6. En préparation au bilan effectué lors de l'entretien de cycle d'évaluation, le titulaire de la fonction de management établit une auto-évaluation qui prend en compte des données issues de l'enquête auprès des parties prenantes. Celle-ci est transmise au premier évaluateur au plus tard vingt jours ouvrables avant la date programmée de l'entretien de cycle d'évaluation.
  § 7. Le premier évaluateur prépare l'entretien de cycle d'évaluation en analysant l'auto-évaluation du titulaire de la fonction de management en termes de consistance et de fondement. Il la confronte aux éléments en sa possession et découlant de faits et comportements observés dans le suivi quotidien du fonctionnement de l'évalué. Il collecte en outre toute information complémentaire pouvant contribuer à une évaluation équitable et objective.
  § 8. Au sein de l'organisme doté d'un organe de gestion, le premier évaluateur sollicite l'avis de l'organe de gestion pour ce qui concerne l'auto-évaluation. Si cet avis n'est pas donné dans les dix jours ouvrables, il n'est plus requis.
  § 9. Lorsque plusieurs ministres et/ou secrétaires d'Etat sont compétents pour le secteur d'activité de l'administrateur général ou du directeur général, le premier évaluateur transmet aux ministres et/ou secrétaires d'Etat concernés l'auto-évaluation et sollicite leur avis. Si cet avis n'est pas donné dans les dix jours ouvrables, il n'est plus requis.
  Si les ministres et/ou secrétaires d'Etat concernés le souhaitent, ils assistent à l'entretien de cycle d'évaluation.
  § 10. Un bureau externe assiste les acteurs de l'évaluation définis à l'article 20. Dans ce cadre, le bureau externe apporte un soutien direct au premier évaluateur. Il l'appuie pour juger l'auto-évaluation du titulaire de la fonction de management. Il collecte, à cette fin, toute information complémentaire ou contradictoire concernant les éléments d'évaluation énoncés à l'article 19 et prend en compte les données de l'enquête auprès des parties prenantes à l'exécution de la fonction à mandat visées à l'article 19, alinéa 2. Il prépare, structure l'entretien de cycle d'évaluation et en assure le suivi.
  Le bureau externe assiste pour tout cycle d'évaluation de l'administrateur général, du directeur général, de l'administrateur général adjoint et du directeur général au cours de son mandat. Pour les fonctions de management N-1 et N-2, l'assistance du bureau externe est facultative. ".
Art. 63. Tussen artikel 22 en artikel 23 van hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 22bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 22bis. § 1. Het ontwikkelingstraject is een begeleiding op maat van de houder van een managementfunctie die voldoet aan behoeften die door de eerste evaluator zijn vastgesteld bij het evaluatiecyclusgesprek en die voortvloeien uit:
  1° de balans van de verwezenlijkingen bedoeld in artikel 22, § 3; bij de balans wordt rekening gehouden met de bijdrage van de houder van de managementfunctie aan de verwezenlijking van de transversale doelstellingen die tijdens de planning zijn vastgesteld;
  2° de noodzaak om professionele competenties te ontwikkelen;
  3° de verwachtingen en bevindingen van de verschillende groepen stakeholders.
  § 2. Het ontwikkelingstraject stoelt op een schriftelijk akkoord tussen de eerste evaluator en de houder van de managementfunctie dat, op basis van de vastgestelde behoeften, op zijn minst het volgende vaststelt:
  1° te bereiken ontwikkelingsdoelstelling(en);
  2° de te prefereren voorstellen voor leeroplossingen om bij te dragen tot de verwachte competentieontwikkeling en de bijbehorende planning.
  Het ontwikkelingstraject houdt rekening met de evaluatiecyclus van de houder van de managementfunctie.
  Het ontwikkelingstraject duurt minimaal zes maanden en maximaal twaalf maanden.
  Onverminderd het derde lid kan de duur van het ontwikkelingstraject slechts een keer worden aangepast.
  Het ontwikkelingstraject kan in onderling akkoord op elk moment worden stopgezet.".
Art. 63. Entre l'article 22 et l'article 23 du même arrêté est inséré un nouvel article 22bis rédigé comme suit :
  " Art. 22bis. § 1er. Le trajet de développement est un accompagnement sur mesure du titulaire d'une fonction de management qui répond à des besoins constatés, par le premier évaluateur, lors de l'entretien de cycle d'évaluation, et qui font suite :
  1° au bilan des réalisations visé à l'article 22, § 3 ; ce bilan prend en compte la contribution du titulaire de la fonction de management à la réalisation des objectifs transversaux définis lors de la planification ;
  2° à la nécessité de développement de compétences professionnelles ;
  3° aux attentes et aux résultats provenant des différents groupes de parties prenantes.
  § 2. Le trajet de développement repose sur un accord écrit entre le premier évaluateur et le titulaire de la fonction de management qui identifie, sur base des besoins constatés, au minimum :
  1° le ou les objectifs de développement à atteindre ;
  2° les propositions de solutions d'apprentissage à privilégier pour contribuer au développement attendu des compétences, ainsi que la planification qui y est liée.
  Le trajet de développement tient compte du cycle d'évaluation du titulaire de la fonction de management.
  Le trajet de développement a une durée minimum de six mois et de maximum douze mois.
  Sans préjudice de l'alinéa 3, la durée du trajet de développement n'est adaptable qu'une fois.
  Il peut être mis fin de commun accord à tout moment au trajet de développement. ".
Art. 64. In artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 4 wordt het woord "uitstekend," opgeheven en worden de woorden "voldoet aan de verwachtingen" door het woord "goed" vervangen;
  2° de woorden "of 12" worden telkens opgeheven;
  3° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt:
  "De evaluatie geeft aanleiding tot de vermelding "onvoldoende" als eruit blijkt dat de doelstellingen vastgelegd in het managementplan en het operationeel plan bedoeld in artikel 11, en waarvan de verantwoordelijkheid voor de realisatie ervan wordt toegewezen aan de houder van de managementfunctie, niet werden behaald.";
  4° in paragraaf 6 wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:
  "Onverminderd artikel 19 krijgt de houder van een managementfunctie een in artikel 22bis bedoeld ontwikkelingstraject als er tijdens het evaluatiecyclusgesprek ontwikkelingspunten worden vastgesteld.";
  5° in paragraaf 7 worden de woorden "voldoet aan de verwachtingen" door het woord "goed" vervangen;
  6° paragraaf 7bis wordt vervangen als volgt:
  "De evaluatie van de doelstellingen die zijn vastgelegd in het strategisch plan en het operationeel plan bedoeld in artikel 11 en waarvan de verantwoordelijkheid voor de realisatie is toevertrouwd aan de houder van de managementfunctie, omvat de planning die overeenkomstig artikel 22, § 1 en § 2 wordt uitgevoerd.";
  7° in paragraaf 9 worden de woorden "voldoet aan de verwachtingen" door het woord "goed" vervangen.
Art. 64. Dans l'article 23 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 4, le mot " excellent, " est abrogé et les mots " répond aux attentes " sont remplacés par le mot " bon " ;
  2° les mots "ou 12" sont à chaque fois abrogés ;
  3° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
  " L'évaluation donne lieu à la mention " insuffisant " lorsqu'il en ressort que les objectifs fixés dans le plan de management et dans le plan opérationnel visés à l'article 11, et dont la responsabilité de la réalisation est confiée au titulaire de la fonction de management n'ont pas été atteints. " ;
  4° au paragraphe 6, est inséré un second alinéa rédigé comme suit :
  " Sans préjudice de l'article 19, lorsque des points de développement sont identifiés lors de l'entretien de cycle d'évaluation, le titulaire d'une fonction de management bénéficie d'un trajet de développement visé à l'article 22bis. " ;
  5° au paragraphe 7, les mots " répond aux attentes " sont remplacés par le mot " bon " ;
  6° le paragraphe 7bis est remplacé par ce qui suit :
  " L'évaluation des objectifs fixés dans le plan stratégique et dans le plan opérationnel visés à l'article 11, et dont la responsabilité de réalisation est confiée au titulaire de la fonction de management intègre la planification réalisée conformément à l'article 22, § 1er et § 2. " ;
  7° au paragraphe 9, les mots " répond aux attentes " sont remplacés par le mot " bon ".
Art. 65. In artikel 24 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 30 september 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid wordt het punt 3° vervangen als volgt:
  "de strategische of operationele doelstellingen die werden vastgelegd in het managementplan en het operationeel plan bedoeld in artikel 11, en waarvan de verantwoordelijkheid voor de realisatie aan hem werd toevertrouwd";
  2° in paragraaf 1, eerste lid wordt tussen punt 3° en punt 4° een nieuw punt ingevoegd, luidende:
  "3bis° de planning van de doelstellingen per evaluatiecyclus die in toepassing van punt 3° wordt uitgevoerd en, in voorkomend geval het in artikel 22bis bedoelde ontwikkelingstraject;".
Art. 65. Dans l'article 24 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 30 septembre 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " les objectifs stratégiques ou opérationnels qui ont été fixés dans le plan de management et le plan opérationnel visés à l'article 11 et dont la responsabilité de la réalisation lui a été confiée " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, entre le point 3° et le point 4° est inséré un nouveau point rédigé comme suit :
  " 3bis° la planification des objectifs par cycle d'évaluation qui est effectuée en application du point 3° et, le cas échéant le trajet de développement visé à l'article 22bis ; ".
Art. 66. In artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 en paragraaf 2 wordt het woord "uitstekend" door het woord "goed" vervangen;
  2° in paragraaf 2, eerste en vierde lid, worden de woorden "van de staffunctie" telkens vervangen door het cijfer "-2".
Art. 66. Dans l'article 25 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er et au paragraphe 2, le mot " excellent " est remplacé par le mot " bon " ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéas 1er et 4, les mots " d'encadrement " sont à chaque fois remplacés par le chiffre " -2 ".
Art. 67. In artikel 26 van hetzelfde besluit, vervangen door het besluit van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "- of staf" worden telkens opgeheven;
  2° de woorden "de leeftijd van 65 jaar" worden telkens vervangen door de woorden "de wettelijke pensioenleeftijd";
  3° in paragraaf 1 wordt een 5° ingevoegd, luidende:
  "5° wanneer de instelling of, in voorkomend geval, wanneer de dienst waarvoor de houder van de managementfunctie is aangeduid ophoudt te bestaan.";
  4° in paragraaf 2 worden de woorden "van de 65e verjaardag" vervangen door de woorden "van de wettelijke pensioenleeftijd";
  5° in paragraaf 3 worden de woorden "- of staffunctie -1" door de woorden "-1 en -2" vervangen;
  6° in paragraaf 4 worden de woorden "- of staffunctie -1" door de woorden "-1 en -2" vervangen;
  7° in paragraaf 4, tweede lid wordt het woord "maximale" geschrapt;
  8° In paragraaf 4, tussen het tweede en het derde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:
  ""Onverminderd het tweede lid, blijft de premie behouden totdat er een nieuwe mandaathouder is aangesteld.".
Art. 67. Dans l'article 26 du même arrêté, remplacé par l'arrêté 10 avril du 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " ou d'encadrement " sont à chaque fois abrogés ;
  2° les mots " l'âge de 65 ans " sont à chaque fois remplacés par les mots " l'âge légal de départ à la retraite " ;
  3° au paragraphe 1er est inséré un 5° rédigé comme suit :
  " 5° lorsque l'organisme, ou le cas-échéant, lorsque le service pour lequel le titulaire de la fonction de management est désigné cesse d'exister. " ;
  4° au paragraphe 2, les mots " du 65e anniversaire " sont remplacés par les mots " du départ légal à la retraite " ;
  1° dans le paragraphe 3, les mots " ou d'encadrement -1 " sont remplacés par les mots " -1 ou -2 " ;
  5° dans le paragraphe 4, les mots " ou d'encadrement -1 " sont remplacés par les mots " -1 ou -2 " ;
  7° dans le paragraphe 4, alinéa 2, le mot " maximale " est abrogé ;
  6° au paragraphe 4, entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3, est inséré un alinéa rédigé comme suit :
  " Sans préjudice de l'alinéa 2, la prime est prolongée jusqu'à la désignation effective d'un titulaire dans la fonction de management. ".
Art. 68. Tussen artikel 26 en 27 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 december 2021, wordt een artikel 26bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 26bis. § 1. Aan het einde van het mandaat wordt een outplacement georganiseerd op verzoek van:
  1° ofwel de voormalige houder van de managementfunctie die de bestaande arbeidsrelatie of arbeidsovereenkomst in het federaal openbaar ambt beëindigt;
  2° ofwel de voormalige houder van een managementfunctie die geen arbeidsrelatie of arbeidsovereenkomst heeft in het federaal openbaar ambt.
  Om outplacement te genieten, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
  1° geen arbeidsovereenkomst hebben afgesloten;
  2° geen hoofdactiviteit als zelfstandige uitoefenen;
  3° niet in dienst zijn als ambtenaar bij een overheidsdienst.
  § 2. De houder van de managementfunctie bedoeld in 1 § , eerste lid, dient uiterlijk binnen een maand na afloop van zijn mandaat zijn aanvraag voor outplacement in bij het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning.
  Het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling begeleidt de federale diensten bij de invoering van het outplacement.
  Het outplacement eindigt zodra niet wordt voldaan aan één van de in § 1, tweede lid, bepaalde voorwaarden.
  De in § 1 bedoelde houder van de managementfunctie brengt de bevoegde overheid en het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning op de hoogte van elke wijziging in zijn beroepssituatie.
  § 3. Onder outplacement wordt verstaan een reeks diensten en adviezen aan de in het eerste lid bedoelde houder van het mandaat om de kansen te verbeteren om sneller een betrekking of een beroepsactiviteit te vinden.
  Het outplacement met een maximale duur van twaalf maanden maakt het voorwerp uit van een schriftelijk akkoord.
  § 4. De houder van een managementfunctie van wie het mandaat van rechtswege is beëindigd in toepassing van artikel 26, § 1, eerste lid, 5°, geniet onder dezelfde modaliteiten het in deze paragraaf bedoelde outplacement.".
Art. 68. Entre l'article 26 et 27 du même arrêté, modifiés par l'arrêté royal du 10 avril 2014, est inséré un article 26bis rédigé comme suit :
  " Art. 26bis. § 1er. Au terme du mandat, est organisé un outplacement, à la demande soit :
  1° de l'ancien titulaire de la fonction de management qui, met un terme à la relation de travail ou au contrat de travail existant dans la fonction publique fédérale ;
  2° de l'ancien titulaire d'une fonction de management qui n'a pas de relation de travail ni de contrat de travail dans la fonction publique fédérale.
  Les conditions suivantes sont requises pour bénéficier de l'outplacement :
  1° ne pas avoir conclu un contrat de travail ;
  2° ne pas exercer une activité principale en tant qu'indépendant ;
  3° ne pas être en service comme agent dans un service public.
  § 2. Le titulaire de la fonction de management visé au § 1er, alinéa 1er introduit sa demande d'outplacement au plus tard dans le mois qui suit la fin de son mandat auprès de la Direction générale Recrutement et Développement du service public fédéral Stratégie et Appui.
  La Direction générale Recrutement et Développement accompagne les services fédéraux dans la mise en place de l'outplacement.
  L'outplacement prend fin dès qu'une des conditions visées au § 1er, alinéa 2 n'est pas remplie.
  Le titulaire de la fonction de management visé au § 1er informe l'autorité compétente et la Direction générale Recrutement et Développement du service public fédéral Stratégie et Appui de tout changement dans sa situation professionnelle.
  § 3. L'outplacement s'entend comme un ensemble de services et de conseils au titulaire du mandat visé à l'alinéa 1er afin de renforcer les opportunités de retrouver plus rapidement un emploi ou une activité professionnelle.
  L'outplacement d'une durée maximum de douze mois fait l'objet d'un accord écrit.
  § 4. Le titulaire d'une fonction de management dont le mandat a pris fin de plein droit en application de l'article 26, § 1er, alinéa 1er, 5°, bénéficie, selon les mêmes modalités, de l'outplacement visé au présent paragraphe. ".
Art. 69. In artikel 27 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "- of staf" worden telkens opgeheven.
  2° in paragraaf 3, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2014, worden de woorden "bij de eindevaluatie, bij de derde, vierde of vijfde tussentijdse evaluatie of bij de eerste of tweede tussentijdse evaluatie" vervangen door de woorden "bij de eindevaluatie, bij de tweede tussentijdse evaluatie of bij de eerste tussentijdse evaluatie";
  3° tussen het derde en het vierde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "Indien artikel 16 lid 4 wordt toegepast en aan het einde van de jaarlijkse evaluatiecyclus volgend op de eerste evaluatiecyclus of, in voorkomend geval, aan het einde van de jaarlijkse evaluatiecyclus voorafgaand aan de laatste evaluatiecyclus een vermelding "onvoldoende" wordt toegekend, ontvangt de houder van een managementfunctie driemaal of zesmaal de beëindigingsvergoeding overeenkomstig het eerste en het tweede lid.".
Art. 69. A l'article 27 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " ou d'encadrement " sont à chaque fois abrogés ;
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 3, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 10 avril 2014, les mots " lors de l'évaluation finale, lors de la troisième, quatrième ou cinquième évaluation intermédiaire ou lors de la première ou de la deuxième évaluation intermédiaire " sont remplacé par les mots " lors de l'évaluation finale, lors de la deuxième évaluation intermédiaire ou lors de la première évaluation intermédiaire " ;
  3° entre l'alinéa 3 et l'alinéa 4, est inséré un alinéa rédigé comme suit :
  " S'il est fait application de l'article 16, alinéa 4, et que la mention " insuffisant " est attribuée au terme du cycle d'évaluation annuel suivant le premier cycle d'évaluation ou, le cas échéant, lors de cycle d'évaluation annuel précédant le cycle d'évaluation finale, le titulaire de management obtient trois fois ou six fois l'indemnité de départ conformément aux alinéas 1er et 2. ".
Art. 70. In artikel 28 van hetzelfde besluit worden de woorden "- of staf" opgeheven.
Art. 70. A l'article 28 du même arrêté, les mots " ou d'encadrement " sont abrogés.
Art. 71. In artikel 29 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 10 april 2014 en het besluit van 3 augustus 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "- of staf" worden opgeheven ;
  2° de woorden "voldoet aan de verwachtingen" worden telkens vervangen door het woord "goed".
  3° in paragraaf 1,, eerste lid worden de woorden ""uitstekend" of" opgeheven;
  4° in paragraaf 4 wordt het eerste lid opgeheven;
  5° in paragraaf 4, tweede lid, 2° worden de woorden "of meerdere" opgeheven;
  6° artikel 29 wordt aangevuld met drie paragrafen, luidende:
  " § 6. De voormalige houder van een managementfunctie van wie het mandaat van rechtswege is beëindigd in toepassing van artikel 26, § 1, eerste lid, 5°, krijgt eveneens de in dit artikel bedoelde herintegratievergoeding, mits hij bij zijn evaluatie een evaluatievermelding "goed" heeft gekregen.
  § 7. Het bedrag van de herintegratievergoeding wordt in mindering gebracht met een bedrag dat overeenstemt met de kosten van het outplacement bedoeld in artikel 26bis, § 1.
  § . 8. De herintegratievergoeding die berekend wordt volgens de modaliteiten van bovenvermelde § 3 wordt in voorkomend geval toegekend aan het niet onder artikel 13 vallende personeelslid dat na uitoefening van een mandaat in een managementfunctie herintegreert naar een betrekking bij het federaal openbaar ambt. ".
Art. 71. Dans l'article 29 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 10 avril 2014 et l'arrêté du 3 août 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " ou d'encadrement " sont abrogés ;
  2° les mots " répond aux attentes " sont chaque fois remplacés le mot " bon " ;
  3° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " à la mention " excellent " ou " sont abrogés ;
  4° au paragraphe 4, le premier alinéa est abrogés ;
  5° au paragraphe 4, alinéa 2, 2°, les mots " ou plusieurs " sont abrogés ;
  6° l'article 29 est complété par trois paragraphes rédigé comme suit :
  " § 6. L'ancien titulaire d'une fonction de management dont le mandat a pris fin de plein droit en application de l'article 26, § 1er, alinéa 1er, 5°, bénéficie également de l'indemnité de réintégration visée au présent article dès lors qu'il a obtenu une mention d'évaluation " bon " lors de son évaluation.
  § 7. Le montant de l'indemnité de réintégration est diminué d'un montant correspondant aux coûts de l'outplacement visé à l'article 26bis, § 1er.
  § . 8. L'indemnité de réintégration calculée selon les modalités prévues au § 3 susmentionné est, le cas échéant, octroyée au membre du personnel non visé par l'article 13 qui réintègre, à la suite d'un mandat exercé dans une fonction de management, un emploi au sein de la fonction publique fédérale. ".
Art. 72. In artikel 29bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "- of staf" worden telkens opgeheven.;
  2° De woorden "voldoet aan de verwachtingen" worden telkens vervangen door het woord "goed".
  3° In het vijfde lid van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2016, wordt de volgende zin ingevoegd tussen de woorden "in de zin van het derde lid." en de woorden "Indien de betrokkene":
  "De betrokkene, die verklaart geen beroepsinkomen te hebben en arbeidsgeschikt is, heeft slechts recht op de beëindigingsvergoeding indien hij effectief de nodige inspanningen heeft geleverd om een nieuwe betrekking te vinden.".
Art. 72. Dans l'article 29bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " ou d'encadrement " sont à chaque fois abrogés ;
  2° les mots " répond aux attentes " sont remplacés par le mot " bon ".
  1° à l'alinéa 5, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 3 août 2016, est inséré entre les mots " au sens de l'alinéa 3. " et les mots " Si l'intéressé ", une phrase rédigée comme suit :
  " L'intéressé qui déclare n'avoir aucun revenu professionnel et qui est apte au travail, n'a droit à l'indemnité de départ que s'il a effectivement consenti les efforts nécessaires pour trouver un nouvel emploi. ".
Art. 73. In artikel 30 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "- of staf" worden telkens opgeheven.;
  2° De woorden "voldoet aan de verwachtingen" worden telkens vervangen door het woord "goed".
  1° in het eerste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2014, worden de woorden "de minimaal" opgeheven;;
  4° in het eerste lid, gewijzigd bij het besluit van 10 april 2014, worden de woorden "en "uitstekend" na het tweede of volgende mandaten" opgeheven.;
  5° In het vijfde lid, gewijzigd bij het besluit van 3 augustus 2016, worden de woorden "en de vermelding "uitstekend" tijdens het tweede of de volgende mandaten" opgeheven.
Art. 73. Dans l'article 30 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " ou d'encadrement " sont à chaque fois abrogés ;
  2° les mots " répond aux attentes " sont à chaque fois remplacé par le mot " bon " ;
  1° à l'alinéa 1er, modifié par l'arrêté royal du 10 avril 2014, les mots " au minimum " sont abrogés ;
  2° à l'alinéa 1er, modifié par l'arrêté du 10 avril 2014, les mots " et " excellent " après le deuxième mandat ou les suivants " sont abrogés ;
  5° à l'alinéa 5, modifié par l'arrêté du 3 août 2016, les mots " et la mention " excellent " pendant le deuxième mandat ou les suivants " sont abrogés.
HOOFDSTUK 5. - Overgangs- en opheffingsbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions transitoires et abrogatoires
Art. 74. De op de datum van inwerkingtreding van dit besluit lopende selectieprocedures voor een mandaatfunctie blijven geregeld worden door de bepalingen die van kracht waren vóór die datum.
  In afwijking van het eerste lid, voor de eerste aanduiding in een managementfunctie na de inwerkingtreding van dit koninklijk besluit:
  - geniet de eliminerende test bedoeld in artikel 7, § 3, tweede lid van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 2022, de vrijstelling voorzien in artikel 5bis, § 2 van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001, zoals ingevoegd door dit koninklijk besluit;
  - genieten de computergestuurde tests bedoeld in artikel 7, § 2, eerste lid van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 2022, de bewarende maatregel bedoeld in artikel 5bis, § 1 van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001, zoals ingevoegd door dit koninklijk besluit;
  - voldoen de houders van een vrijstelling voor een managementfunctie van een gelijkwaardig of hoger niveau verkregen in toepassing van de regelgeving die van kracht is vóór de inwerkingtreding van dit besluit aan de voorwaarden inzake vereiste vrijstelling in toepassing van artikel 5bis, § 1 van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 en van artikel 5bis, § 1 van het koninklijk besluit van 16 november 2006, zoals gewijzigd door dit koninklijk besluit.
Art. 74. Les procédures de sélection pour une fonction à mandat à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté restent régies par les dispositions qui étaient en vigueur avant cette date.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, pour la première désignation dans une fonction de management après l'entrée en vigueur du présent arrêté royal :
  - le test éliminatoire visé à l'article 7, § 3, alinéa 2, de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 tel que modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2022, bénéficie de la dispense prévue à l'article 5bis, § 2, de l'arrêté royal du 29 octobre 2001, tel qu'inséré par le présent arrêté royal ;
  - les tests informatisés visés à l'article 7, § 2, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 tel que modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2022, bénéficie de la mesure conservatoire visée à l'article 5bis, § 1er, de l'arrêté royal du 29 octobre 2001, tel qu'inséré par le présent arrêté royal ;
  - les titulaires d'une dispense pour une fonction de management de niveau équivalent ou supérieur obtenue en application de la réglementation en vigueur la veille de l'entrée en vigueur du présent arrêté remplissent les conditions de dispense requise en application de l'article 5bis, § 1, de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 et de l'article 5bis, § 1er, de l'arrêté royal du 16 novembre 2006, tels que modifiés par le présent arrêté royal.
Art. 75. Onverminderd artikel 74 blijft het bij de inwerkingtreding van dit besluit lopende mandaat geregeld worden door de bepalingen die vóór die datum van kracht waren.
  In afwijking van het eerste lid geniet de houder van een in het eerste lid bedoelde managementfunctie de maatregelen met betrekking tot de outplacement en de herintegratievergoeding zoals voorzien of gewijzigd door dit besluit vanaf de inwerkingtreding van dit besluit. Deze maatregel is eveneens van toepassing op de houder van een managementfunctie van wie het mandaat eindigt wanneer de federale dienst of, in voorkomend geval, de dienst van de federale dienst ophoudt te bestaan.
  Als, in afwijking van het eerste lid, in het kader van het in het eerste lid bedoelde mandaat, artikel 20, § 4 van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 en artikel 26, § 4 van het koninklijk besluit van 16 november 2006 zijn toegepast op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, geniet de aangeduide vervanger de maatregel voorzien in artikelen 27 en 67 van dit besluit.
Art. 75. Sans préjudice de l'article 74, le mandat en cours à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté reste régi par les dispositions qui étaient en vigueur avant cette date.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le titulaire d'une fonction de management visée à l'alinéa 1er bénéficie des mesures relatives à l'outplacement et à l'indemnité réintégration telles que prévues ou modifiées par le présent arrêté à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté. Cette mesure s'applique également au titulaire d'une fonction de management dont le mandat prend fin lorsque le service fédéral ou, le cas échéant, lorsque le service du service fédéral cesse d'exister.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, s'il advient que dans le cadre du mandat visé à l'alinéa 1er, il a été fait application de l'article 20 § 4, de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 et de l'article 26, § 4, de l'arrêté royal du 16 novembre 2006, à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, le remplaçant désigné bénéfice de la mesure prévue aux articles 27 et 67 du présent arrêté.
Art. 76. De lopende evaluatiecyclus van de houder van een managementfunctie of van een staffunctie op de datum van inwerkingtreding van dit besluit blijft geregeld worden door de bepalingen die vóór de inwerkingtreding van kracht waren.
  De evaluatie van de tweede of vierde evaluatiecyclus gebeurt jaarlijks als de evaluatiecyclus die loopt op het moment van inwerkingtreding van dit besluit de eerste of de derde evaluatiecyclus is voor de houder van een managementfunctie van wie het mandaat is begonnen tussen 1 juli van een kalenderjaar en 1 januari van het volgende kalenderjaar.
  De evaluatie van de derde evaluatiecyclus gebeurt jaarlijks als de evaluatiecyclus die loopt op het moment van inwerkingtreding van dit besluit de tweede evaluatiecyclus is voor de houder van een managementfunctie van wie het mandaat is begonnen voor 1 juli van een kalenderjaar.
  De lopende beroepsprocedures inzake evaluatie voor een management- of staffunctie of, in voorkomend geval, de beroepsprocedures die zouden worden ingesteld voor een voormelde management- of staffunctie binnen een termijn van dertig maanden, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit, blijven geregeld worden door de bepalingen die van kracht waren vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 76. Le cycle d'évaluation en cours du titulaire d'une fonction de management ou d'encadrement à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté reste régi par les dispositions qui étaient en vigueur avant l'entrée.
  L'évaluation du deuxième ou du quatrième cycle d'évaluation est annuelle s'il advient que le cycle d'évaluation en cours au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté est le premier ou le troisième cycle d'évaluation du titulaire d'une fonction de management dont le mandat a débuté entre le 1er juillet d'une année civile et le 1er janvier de l'année civile suivante.
  L'évaluation du troisième cycle d'évaluation est annuelle s'il advient que le cycle d'évaluation en cours au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté est le deuxième cycle d'évaluation pour un titulaire d'une fonction de management dont mandat a débuté avant le 1er juillet d'une année civile.
  Les procédures de recours en cours en matière d'évaluation pour une fonction de management ou d'encadrement ou, le cas-échéant, les procédures de recours qui seraient introduites pour une fonction de management ou d'encadrement susmentionnée endéans un délai de trente mois à compter de l'entrée en vigueur du présent arrêté restent régies par les dispositions qui étaient en vigueur la veille de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 77. Als artikel 15ter, § 4 van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 wordt toegepast om in de tijdelijke aanduiding te voorzien, dan wordt de laureaat die gerangschikt is in groep "A" van een vergelijkende selectie voor een management- of staffunctie van een gelijkwaardig of hoger niveau in de twaalf voorgaande maanden zonder dat hij daarin werd aangeduid gelijkgesteld met de laureaat ingedeeld in de groep "geschikt".
Art. 77. S'il est fait application de l'article 15ter, § 4, de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 pour pourvoir à la désignation temporaire, est assimilé au lauréat inscrit dans le groupe " apte ", le lauréat classé dans le groupe " A " d'une sélection comparative pour une fonction de management ou d'encadrement d'un niveau équivalent ou supérieur dans les douze mois qui précèdent sans y être désigné ou d'une procédure de sélection comparative pour la même fonction de management dans les deux ans qui précèdent sans y être désigné.
Art. 78. De bij de inwerkingtreding van dit besluit lopende staffuncties worden gelijkgesteld met managementfuncties voor de toepassing van de reglementaire bepalingen inzake de hernieuwing van het mandaat.
Art. 78. Les fonctions d'encadrement en cours à l'entrée en vigueur du présent arrêté sont assimilées à des fonctions de management pour l'application des dispositions réglementaires relatives au renouvellement du mandat.
Art. 79. In toepassing van het koninklijk besluit van 6 december 2001, het koninklijk besluit van 19 maart 2003 en het koninklijk besluit van 16 november 2006 wordt het mandaat dat lopende is bij de inwerkingtreding van dit besluit, in geval van een nieuwe aanduiding in dezelfde managementfunctie, niet meegeteld voor de toepassing van de regels met betrekking tot de hernieuwing van het mandaat.
Art. 79. Le mandat en cours, en application de l'arrêté royal du 6 décembre 2001, de l'arrêté royal du 19 mars 2003 et l'arrêté royal du 16 novembre 2006, à l'entrée en vigueur du présent arrêté n'est pas comptabilisé, en cas de nouvelle désignation dans la même fonction de management, pour l'application des règles relatives au renouvellement du mandat.
Art. 80. Voor de eerste aanduiding van de administrateurs-generaal en de adjunct-administrateurs-generaal of de directeurs-generaal en de adjunct-directeurs-generaal bedoeld in artikel 5, § 2 en die volgt op de inwerkingtreding van dit koninklijk besluit voldoen de houders van een functie van administrateur-generaal en van adjunct-administrateur-generaal of van directeur-generaal en van adjunct-directeur-generaal aan de voorwaarden inzake managementervaring of beroepservaring vereist in toepassing van artikel 5 van het koninklijk besluit van 16 november 2006, zoals gewijzigd bij dit besluit.
  Voor de eerste aanduiding voor een managementfunctie -1 en -2 bedoeld in artikel 5, § 2 en die volgt op de inwerkingtreding van dit besluit voldoen de houders van een managementfunctie aan de voorwaarden inzake managementervaring of beroepservaring vereist in toepassing van artikel 5 van het koninklijk besluit van 16 november 2006, zoals gewijzigd bij dit besluit.
Art. 80. Pour la première désignation des administrateurs généraux et des administrateurs généraux adjoints ou des directeurs généraux et des directeurs généraux adjoints visée à l'article 5, § 2, et qui fait suite à l'entrée en vigueur du présent arrêté, les titulaires d'une fonction d'administrateur général et d'administrateur général adjoint ou de directeur général et de directeur général adjoint remplissent les conditions d'expérience en management ou d'expérience professionnelle requise en application de l'article 5 de l'arrêté royal du 16 novembre 2006, tel que modifié par le présent arrêté.
  Pour la première désignation pour une fonction de management -1 et -2 visée à l'article 5, § 2, et qui fait suite à l'entrée en vigueur du présent arrêté, les titulaires d'une fonction de management remplissent les conditions d'expérience en management ou d'expérience professionnelle requise en application de l'article 5 de l'arrêté royal du 16 novembre 2006 tel que modifié par le présent arrêté.
Art. 81. Worden opgeheven:
  - [1 ...]1 [2 het koninklijk besluit van 6 december 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de management- en staffuncties in het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gewijzigd bij de besluiten van 20 september 2012, van 31 maart 2014, van 30 september 2021 en van 21 december 2021, uitgezonderd artikel 2]2;
  - het koninklijk besluit van 18 november 2005 betreffende de aanduiding en uitoefening van managementfuncties binnen het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, gewijzigd bij de besluiten van 9 september 2012, 30 september 2021 en 21 december 2021.
  
Art. 81. Sont abrogés :
  - [1 ]1 [2 l'arrêté royal du 6 décembre 2001 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management et d'encadrement au sein de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire, modifiés par les arrêtés du 20 septembre 2012, du 31 mars 2014, du 30 septembre 2021 et du 21 décembre 2021 à l'exclusion de l'article 2]2;
  - l'arrêté royal du 18 novembre 2005 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management au sein de l'Institut pour l'égalité des femmes et des hommes modifié par les arrêtés royaux du 9 septembre 2012, du 30 septembre 2021 et du 21 décembre 2021.
  
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 82. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 82. Le présent arrêté royal entre en vigueur le premier jour du mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge.
Art. 83. Onze Ministers en onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 83. Nos Ministres et Nos Secrétaires d'Etat sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.