Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, dient te worden verstaan onder:
1° de wet: de wet van 15 januari 2024 betreffende de gemeentelijke bestuurlijke handhaving, de instelling van een gemeentelijk integriteitsonderzoek en houdende oprichting van een Directie Integriteitsbeoordeling voor Openbare Besturen;
2° de wet van 11 december 1998: de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen;
3° de DIOB: de Directie Integriteitsbeoordeling voor Openbare Besturen, zoals bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet;
4° de ministers: de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de minister bevoegd voor Justitie;
5° de directeur: de directeur van de DIOB, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, 1°, van de wet;
6° de adjunct-directeur: de adjunct-directeur van de DIOB, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, 1°, van de wet;
7° de gedetacheerde personeelsleden: de personeelsleden die aan de DIOB ter beschikking worden gesteld door de diensten bedoeld in artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 MEI 2024. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het gedetacheerd personeel bij de Directie Integriteitsbeoordeling voor Openbare Besturen
Titre
16 MAI 2024. - Arrêté royal fixant le statut du personnel détaché auprès de la Direction chargée de l'Evaluation de l'Intégrité pour les Pouvoirs publics
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Afdeling 1. - Definities
Afdeling 2. - Modaliteiten van samenstelling en...
HOOFDSTUK II. - Procedure tot aanstelling
Afdeling 1. - Selectie
Afdeling 2. - Voorwaarden
HOOFDSTUK III. - Duur
HOOFDSTUK IV. - Financiering
HOOFDSTUK V. - Evaluatie en tucht
HOOFDSTUK VI. - Beëindiging van de terbeschikki...
HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Section 1ère. - Définitions
Section 2. - Modalités de composition et d'orga...
CHAPITRE II. - Procédure de désignation
Section 1ère. - Sélection
Section 2. - Conditions
CHAPITRE III. - Durée
CHAPITRE IV. - Financement
CHAPITRE V. - Evaluation et discipline
CHAPITRE VI. - Fin de la mise à disposition
CHAPITRE VII. - Dispositions transitoires et fi...
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Afdeling 1. - Definities
Section 1ère. - Définitions
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
1° la loi : la loi du 15 janvier 2024 relative à l'approche administrative communale, à la mise en place d'une enquête d'intégrité communale et portant création d'une Direction chargée de l'Evaluation de l'Intégrité pour les Pouvoirs publics ;
2° la loi du 11 décembre 1998 : la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité ;
3° la DEIPP : la Direction chargée de l'Evaluation de l'Intégrité pour les Pouvoirs publics, telle que visée à l'article 2, 2°, de la loi ;
4° les ministres : le ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions et le ministre qui a la Justice dans ses attributions ;
5° le directeur : le directeur de la DEIPP, tel que visé à l'article 5, § 1er, 1°, de la loi ;
6° le directeur adjoint : le directeur adjoint de la DEIPP, tel que visé à l'article 5, § 1er, 1°, de la loi ;
7° les membres du personnel détachés : les membres du personnel mis à la disposition de la DEIPP par les services visés à l'article 21, § 1er, premier alinéa, de la loi.
1° la loi : la loi du 15 janvier 2024 relative à l'approche administrative communale, à la mise en place d'une enquête d'intégrité communale et portant création d'une Direction chargée de l'Evaluation de l'Intégrité pour les Pouvoirs publics ;
2° la loi du 11 décembre 1998 : la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité ;
3° la DEIPP : la Direction chargée de l'Evaluation de l'Intégrité pour les Pouvoirs publics, telle que visée à l'article 2, 2°, de la loi ;
4° les ministres : le ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions et le ministre qui a la Justice dans ses attributions ;
5° le directeur : le directeur de la DEIPP, tel que visé à l'article 5, § 1er, 1°, de la loi ;
6° le directeur adjoint : le directeur adjoint de la DEIPP, tel que visé à l'article 5, § 1er, 1°, de la loi ;
7° les membres du personnel détachés : les membres du personnel mis à la disposition de la DEIPP par les services visés à l'article 21, § 1er, premier alinéa, de la loi.
Afdeling 2. - Modaliteiten van samenstelling en van organisatie van de DIOB
Section 2. - Modalités de composition et d'organisation de la DEIPP
Art. 2. Onverminderd de wettelijke bepalingen in verband met de DIOB, staan de gedetacheerde personeelsleden onder het functioneel gezag van de directeur en de adjunct-directeur.
Art. 2. Sans préjudice des dispositions légales relatives à la DIEPP, les membres du personnel détachés sont placés sous l'autorité fonctionnelle du directeur et du directeur adjoint.
Art. 3. § 1. De diensten bedoeld in artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet stellen personeelsleden ter beschikking van de DIOB om mee de taken en de opdrachten te vervullen die het door de wet zijn toevertrouwd.
De terbeschikkingstelling van statutaire ambtenaren van de diensten bedoeld in artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet, onderworpen aan het koninklijk besluit van 15 januari 2007 houdende de mobiliteit en terbeschikkingstelling van personeel van het federaal administratief openbaar ambt, gebeurt op basis van artikel 51 van dit koninklijk besluit.
De terbeschikkingstelling van statutaire ambtenaren van de diensten bedoeld in artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet, die geen toepassing kunnen maken van voormeld artikel 51, alsook de terbeschikkingstelling van de stagiairs en de contractuele personeelsleden gebeurt, met hun instemming, op basis van een overeenkomst tussen de FOD Binnenlandse Zaken en de dienst van oorsprong. Deze overeenkomst bepaalt ten minste de tenlasteneming van de kosten en de duur van de terbeschikkingstelling. Voor zijn loopbaan blijft het gedetacheerde personeelslid deel uitmaken van zijn dienst van oorsprong. Hij behoudt, binnen zijn dienst van oorsprong, zijn rechten op bevordering, op verandering van graad en op overplaatsing.
§ 2. In het geval een van de diensten bedoeld in artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet geen enkel personeelslid ter beschikking stelt van de DIOB, wijst de dienst een verbindingsmedewerker voor de DIOB aan. De directeur en het diensthoofd van de betrokken dienst sluiten een overeenkomst over de taakbepaling van de verbindingsmedewerker.
De terbeschikkingstelling van statutaire ambtenaren van de diensten bedoeld in artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet, onderworpen aan het koninklijk besluit van 15 januari 2007 houdende de mobiliteit en terbeschikkingstelling van personeel van het federaal administratief openbaar ambt, gebeurt op basis van artikel 51 van dit koninklijk besluit.
De terbeschikkingstelling van statutaire ambtenaren van de diensten bedoeld in artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet, die geen toepassing kunnen maken van voormeld artikel 51, alsook de terbeschikkingstelling van de stagiairs en de contractuele personeelsleden gebeurt, met hun instemming, op basis van een overeenkomst tussen de FOD Binnenlandse Zaken en de dienst van oorsprong. Deze overeenkomst bepaalt ten minste de tenlasteneming van de kosten en de duur van de terbeschikkingstelling. Voor zijn loopbaan blijft het gedetacheerde personeelslid deel uitmaken van zijn dienst van oorsprong. Hij behoudt, binnen zijn dienst van oorsprong, zijn rechten op bevordering, op verandering van graad en op overplaatsing.
§ 2. In het geval een van de diensten bedoeld in artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet geen enkel personeelslid ter beschikking stelt van de DIOB, wijst de dienst een verbindingsmedewerker voor de DIOB aan. De directeur en het diensthoofd van de betrokken dienst sluiten een overeenkomst over de taakbepaling van de verbindingsmedewerker.
Art. 3. § 1er. Les services visés à l'article 21, § 1er, premier alinéa, de la loi mettent des membres du personnel à la disposition de la DEIPP afin d'aider celle-ci à remplir les tâches et missions que la loi lui confie.
La mise à disposition des agents statutaires des services visés à l'article 21, § 1er, premier alinéa, de la loi, soumis à l'arrêté royal du 15 janvier 2007 portant la mobilité et la mise à disposition du personnel de la fonction publique fédérale administrative, s'effectue sur la base de l'article 51 de cet arrêté royal.
La mise à disposition des agents statutaires des services visés à l'article 21, § 1er, premier alinéa, de la loi, qui ne peuvent pas appliquer l'article 51 précité, ainsi que la mise à disposition des membres du personnel stagiaires et contractuels s'effectue, moyennant accord de ceux-ci, sur la base d'une convention entre le SPF Intérieur et le service d'origine. Cette convention détermine au minimum la prise en charge des coûts et la durée de la mise à disposition. Pour sa carrière, le membre du personnel détaché continue de faire partie de son service d'origine. Il conserve, au sein de son service d'origine, ses droits à la promotion, au changement de grade et à la mutation.
§ 2. Au cas où l'un des services visés à l'article 21, § 1er, premier alinéa, de la loi ne met aucun membre du personnel à la disposition de la DEIPP, il désigne un collaborateur de liaison pour la DEIPP. Le directeur et le chef du service concerné concluent un accord concernant la définition des tâches du collaborateur de liaison.
La mise à disposition des agents statutaires des services visés à l'article 21, § 1er, premier alinéa, de la loi, soumis à l'arrêté royal du 15 janvier 2007 portant la mobilité et la mise à disposition du personnel de la fonction publique fédérale administrative, s'effectue sur la base de l'article 51 de cet arrêté royal.
La mise à disposition des agents statutaires des services visés à l'article 21, § 1er, premier alinéa, de la loi, qui ne peuvent pas appliquer l'article 51 précité, ainsi que la mise à disposition des membres du personnel stagiaires et contractuels s'effectue, moyennant accord de ceux-ci, sur la base d'une convention entre le SPF Intérieur et le service d'origine. Cette convention détermine au minimum la prise en charge des coûts et la durée de la mise à disposition. Pour sa carrière, le membre du personnel détaché continue de faire partie de son service d'origine. Il conserve, au sein de son service d'origine, ses droits à la promotion, au changement de grade et à la mutation.
§ 2. Au cas où l'un des services visés à l'article 21, § 1er, premier alinéa, de la loi ne met aucun membre du personnel à la disposition de la DEIPP, il désigne un collaborateur de liaison pour la DEIPP. Le directeur et le chef du service concerné concluent un accord concernant la définition des tâches du collaborateur de liaison.
Art. 4. De diensten bedoeld in artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet kennen een identificatiecode toe aan hun gedetacheerde personeelsleden of aan hun verbindingsmedewerker. Ze bezorgen de lijst met deze identificatiecodes aan de functionaris voor de gegevensbescherming van de DIOB die ze ter beschikking houdt van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
De diensten bedoeld in artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet delen elke wijziging aan de lijst bedoeld in het eerste lid mee aan de functionaris voor gegevensbescherming van de DIOB. Deze lijst wordt minstens één keer per jaar door elke bevoegde dienst bijgewerkt.
De diensten bedoeld in artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet delen elke wijziging aan de lijst bedoeld in het eerste lid mee aan de functionaris voor gegevensbescherming van de DIOB. Deze lijst wordt minstens één keer per jaar door elke bevoegde dienst bijgewerkt.
Art. 4. Les services visés à l'article 21, § 1er, premier alinéa, de la loi octroient un code d'identification à leurs membres du personnel détachés ou à leur collaborateur de liaison. Ils fournissent la liste contenant ces codes d'identification au délégué à la protection des données de la DEIPP qui la tient à la disposition de l'Autorité de protection des données.
Les services visés à l'article 21, § 1er, premier alinéa, de la loi communiquent toute modification à la liste visée au premier alinéa au délégué à la protection des données de la DEIPP. Cette liste est mise à jour au moins une fois par an par chaque service compétent.
Les services visés à l'article 21, § 1er, premier alinéa, de la loi communiquent toute modification à la liste visée au premier alinéa au délégué à la protection des données de la DEIPP. Cette liste est mise à jour au moins une fois par an par chaque service compétent.
HOOFDSTUK II. - Procedure tot aanstelling
CHAPITRE II. - Procédure de désignation
Afdeling 1. - Selectie
Section 1ère. - Sélection
Art. 5. De diensten bedoeld in artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet lanceren binnen hun eigen dienst een oproep tot kandidaten, op basis van een vooraf door de directeur goedgekeurde functiebeschrijving en competentieprofiel.
Nadat de bevoegde diensten op basis van de functiebeschrijving en het competentieprofiel bedoeld in het eerste lid en op basis van een grondige kennis van de werking van hun dienst van oorsprong de meest geschikte kandidaten hebben geselecteerd, worden de geselecteerde kandidaten onderworpen aan een gesprek voor een selectiecommissie.
De selectiecommissie bestaat uit:
1° de directeur of de adjunct-directeur, die voorzitter is;
2° een personeelslid van minstens de klasse A1 van de dienst van oorsprong;
3° een personeelslid van minstens de klasse A1 van de FOD Binnenlandse Zaken.
De selectiecommissie werkt, aan het einde van het gesprek, een gemotiveerde rangorde van de kandidaten uit, op basis waarvan de gedetacheerde personeelsleden worden aangesteld.
Nadat de bevoegde diensten op basis van de functiebeschrijving en het competentieprofiel bedoeld in het eerste lid en op basis van een grondige kennis van de werking van hun dienst van oorsprong de meest geschikte kandidaten hebben geselecteerd, worden de geselecteerde kandidaten onderworpen aan een gesprek voor een selectiecommissie.
De selectiecommissie bestaat uit:
1° de directeur of de adjunct-directeur, die voorzitter is;
2° een personeelslid van minstens de klasse A1 van de dienst van oorsprong;
3° een personeelslid van minstens de klasse A1 van de FOD Binnenlandse Zaken.
De selectiecommissie werkt, aan het einde van het gesprek, een gemotiveerde rangorde van de kandidaten uit, op basis waarvan de gedetacheerde personeelsleden worden aangesteld.
Art. 5. Les services visés à l'article 21, § 1er, premier alinéa, de la loi lancent, au sein de leur propre service, un appel à candidatures sur la base d'une description de fonction et d'un profil de compétence approuvés préalablement par le directeur.
Après que les services compétents ont sélectionné les candidats les plus aptes sur la base de la description de fonction et du profil de compétence visés à l'alinéa premier et sur la base d'une connaissance approfondie du fonctionnement de leur service d'origine, les candidats sélectionnés sont soumis à un entretien devant une commission de sélection.
La commission de sélection est composée :
1° du directeur ou du directeur adjoint, qui en est le président ;
2° d'un membre du personnel au moins de la classe A1 du service d'origine ;
3° d'un membre du personnel au moins de la classe A1 du SPF Intérieur.
A l'issue de l'entretien, la commission de sélection établit un classement motivé des candidats, sur la base duquel les membres du personnel détachés sont désignés.
Après que les services compétents ont sélectionné les candidats les plus aptes sur la base de la description de fonction et du profil de compétence visés à l'alinéa premier et sur la base d'une connaissance approfondie du fonctionnement de leur service d'origine, les candidats sélectionnés sont soumis à un entretien devant une commission de sélection.
La commission de sélection est composée :
1° du directeur ou du directeur adjoint, qui en est le président ;
2° d'un membre du personnel au moins de la classe A1 du service d'origine ;
3° d'un membre du personnel au moins de la classe A1 du SPF Intérieur.
A l'issue de l'entretien, la commission de sélection établit un classement motivé des candidats, sur la base duquel les membres du personnel détachés sont désignés.
Afdeling 2. - Voorwaarden
Section 2. - Conditions
Art. 6. Naast de voorwaarden vermeld in artikel 5, § 4, van de wet, moet het gedetacheerde personeelslid, op het moment van zijn aanstelling, aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° een voor de opdrachten van de DIOB bijzonder nuttige ervaring hebben van ten minste vijf jaar;
2° bereid zijn om zich toe te leggen op de analyse en adviesverlening inzake ondermijnende criminaliteit en op de samenwerking met de bevoegde diensten.
1° een voor de opdrachten van de DIOB bijzonder nuttige ervaring hebben van ten minste vijf jaar;
2° bereid zijn om zich toe te leggen op de analyse en adviesverlening inzake ondermijnende criminaliteit en op de samenwerking met de bevoegde diensten.
Art. 6. Outre les conditions énoncées à l'article 5, § 4, de la loi, le membre du personnel détaché doit, au moment de sa désignation, répondre aux conditions suivantes :
1° disposer, au regard des missions de la DEIPP, d'une expérience particulièrement utile de minimum cinq ans ;
2° être disposé à se concentrer sur l'analyse et la dispense d'avis en matière de criminalité subversive et sur la collaboration avec les services compétents.
1° disposer, au regard des missions de la DEIPP, d'une expérience particulièrement utile de minimum cinq ans ;
2° être disposé à se concentrer sur l'analyse et la dispense d'avis en matière de criminalité subversive et sur la collaboration avec les services compétents.
Art. 7. Op het ogenblik van zijn aanstelling moet de verbindingsmedewerker aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° het genot hebben van de burgerlijke en politieke rechten;
2° houder zijn van een nationale en EU veiligheidsmachtiging van het niveau "ZEER GEHEIM", zoals bedoeld door de wet van 11 december 1998.
1° het genot hebben van de burgerlijke en politieke rechten;
2° houder zijn van een nationale en EU veiligheidsmachtiging van het niveau "ZEER GEHEIM", zoals bedoeld door de wet van 11 december 1998.
Art. 7. Au moment de sa désignation, le collaborateur de liaison doit répondre aux conditions suivantes :
1° jouir des droits civils et politiques ;
2° être détenteur, à partir de sa désignation, d'une habilitation de sécurité nationale et UE de niveau "TRES SECRET", telle que visée par la loi du 11 décembre 1998.
1° jouir des droits civils et politiques ;
2° être détenteur, à partir de sa désignation, d'une habilitation de sécurité nationale et UE de niveau "TRES SECRET", telle que visée par la loi du 11 décembre 1998.
HOOFDSTUK III. - Duur
CHAPITRE III. - Durée
Art. 8. De terbeschikkingstelling wordt uitgevoerd voor een duur van vijf jaar. Deze kan, door een gezamenlijke beslissing van het gedetacheerde personeelslid, de directeur en de dienst van oorsprong, telkens verlengd worden voor een duur van vijf jaar.
Art. 8. La mise à disposition a une durée de cinq ans. Cette durée peut être prolongée à chaque fois d'une durée de cinq ans, par une décision conjointe du membre du personnel détaché, du directeur et du service d'origine.
Art. 9. De terbeschikkingstellingsperiode wordt gelijkgesteld met een periode van een dienstactiviteit.
Art. 9. La période de mise à disposition est assimilée à une période d'activité de service.
HOOFDSTUK IV. - Financiering
CHAPITRE IV. - Financement
Art. 10. Gedurende de terbeschikkingstellings-periode blijft de bevoegde dienst van oorsprong de globale loonkost van het gedetacheerde personeelslid ten laste nemen, met inbegrip van het loon, de toelagen, de vergoedingen, de premies, de voordelen van alle aard en andere voordelen, alsook de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid.
Het gedetacheerde personeelslid behoudt echter enkel de toelagen en vergoedingen die hij genoot voor zover de toekenningsvoorwaarden daarvoor vervuld blijven.
Het gedetacheerde personeelslid behoudt echter enkel de toelagen en vergoedingen die hij genoot voor zover de toekenningsvoorwaarden daarvoor vervuld blijven.
Art. 10. Durant la période de mise à disposition, le service d'origine compétent continue de prendre en charge le coût salarial global du membre du personnel détaché, en ce compris le traitement, les allocations, les indemnités, les primes, les avantages de toute nature et autres avantages, ainsi que les cotisations patronales de sécurité sociale.
Le membre du personnel détaché ne conserve toutefois les allocations et indemnités dont il bénéficiaient que pour autant que les conditions d'octroi de celles-ci restent réunies.
Le membre du personnel détaché ne conserve toutefois les allocations et indemnités dont il bénéficiaient que pour autant que les conditions d'octroi de celles-ci restent réunies.
HOOFDSTUK V. - Evaluatie en tucht
CHAPITRE V. - Evaluation et discipline
Art. 11. De gedetacheerde personeelsleden worden geëvalueerd door hun dienst van oorsprong. De directeur geeft, voor elk gedetacheerd personeelslid, de evaluatiegegevens gevraagd door de betrokken dienst van oorsprong door.
Art. 11. Les membres du personnel détachés sont évalués par leur service d'origine. Pour chaque membre du personnel détaché, le directeur transmet les données d'évaluation demandées par le service d'origine concerné.
Art. 12. De directeur stuurt naar de betrokken dienst van oorsprong een verslag met betrekking tot elk tijdens de terbeschikkingstelling gepleegd feit dat aanleiding zou kunnen geven tot de opening van een tuchtprocedure.
Art. 12. Le directeur transmet au service d'origine concerné un rapport relatif à tout fait commis durant la mise à disposition qui pourrait déboucher sur l'ouverture d'une procédure disciplinaire.
HOOFDSTUK VI. - Beëindiging van de terbeschikkingstelling
CHAPITRE VI. - Fin de la mise à disposition
Art. 13. § 1. De terbeschikkingstelling eindigt in ieder geval:
1° aan het einde van de periode van vijf jaar, behoudens verlenging;
2° bij gemotiveerde beslissing van de directeur, mits het respecteren van een opzegtermijn van drie maanden; deze termijn kan worden ingekort in overleg met de dienst van oorsprong;
3° wanneer het gedetacheerde personeelslid niet langer houder is van de veiligheidsmachtiging vereist door de wet;
4° wanneer het gedetacheerde personeelslid niet meer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 6 van dit besluit;
5° bij gemotiveerde beslissing van de dienst van oorsprong, mits het respecteren van een opzegtermijn van drie maanden; deze termijn kan ingekort worden in overleg met de directeur;
6° op verzoek van het gedetacheerde personeelslid, mits het respecteren van een opzegtermijn van drie maanden; deze termijn kan ingekort worden in overleg met de directeur en de dienst van oorsprong. De dienst van oorsprong verzekert de vervanging van het gedetacheerde personeelslid.
§ 2. Elke tekortkoming ten aanzien van artikel 30, § 1 van de wet, van de aan de DIOB toevertrouwde opdrachten, van de vereisten inzake veiligheidsmachtigingen, of elke daad die of elk gedrag dat, zelfs buiten de uitoefening van de functie, een tekortkoming vormt ten aanzien van de beroepsverplichtingen of de waardigheid van de functie in het gedrang brengt, wordt naar behoren vastgesteld door de directeur, en staat toe om een einde te stellen aan de terbeschikkingstelling door de dienst van oorsprong.
1° aan het einde van de periode van vijf jaar, behoudens verlenging;
2° bij gemotiveerde beslissing van de directeur, mits het respecteren van een opzegtermijn van drie maanden; deze termijn kan worden ingekort in overleg met de dienst van oorsprong;
3° wanneer het gedetacheerde personeelslid niet langer houder is van de veiligheidsmachtiging vereist door de wet;
4° wanneer het gedetacheerde personeelslid niet meer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 6 van dit besluit;
5° bij gemotiveerde beslissing van de dienst van oorsprong, mits het respecteren van een opzegtermijn van drie maanden; deze termijn kan ingekort worden in overleg met de directeur;
6° op verzoek van het gedetacheerde personeelslid, mits het respecteren van een opzegtermijn van drie maanden; deze termijn kan ingekort worden in overleg met de directeur en de dienst van oorsprong. De dienst van oorsprong verzekert de vervanging van het gedetacheerde personeelslid.
§ 2. Elke tekortkoming ten aanzien van artikel 30, § 1 van de wet, van de aan de DIOB toevertrouwde opdrachten, van de vereisten inzake veiligheidsmachtigingen, of elke daad die of elk gedrag dat, zelfs buiten de uitoefening van de functie, een tekortkoming vormt ten aanzien van de beroepsverplichtingen of de waardigheid van de functie in het gedrang brengt, wordt naar behoren vastgesteld door de directeur, en staat toe om een einde te stellen aan de terbeschikkingstelling door de dienst van oorsprong.
Art. 13. § 1er. La mise à disposition prend fin en tout état de cause :
1° au terme de la période de cinq ans, sauf prolongation ;
2° sur décision motivée du directeur, moyennant un préavis de trois mois ; ce délai peut être réduit en concertation avec le service d'origine ;
3° lorsque le membre du personnel détaché n'est plus détenteur de l'habilitation de sécurité requise en vertu de la loi ;
4° lorsque le membre du personnel détaché ne satisfait plus aux conditions visées à l'article 6 du présent arrêté ;
5° sur décision motivée du service d'origine, moyennant un préavis de trois mois ; ce délai peut être réduit en concertation avec le directeur ;
6° à la demande du membre du personnel détaché, moyennant un préavis de trois mois ; ce délai peut être réduit en concertation avec le directeur et le service d'origine. Le service d'origine assure le remplacement du membre du personnel détaché.
§ 2. Tout manquement à l'article 30, § 1er, de la loi, aux missions confiées à la DEIPP, aux exigences en matière d'habilitations de sécurité ou tout acte ou comportement qui, même en dehors de l'exercice de la fonction, constitue un manquement aux obligations professionnelles ou nuit à la dignité de la fonction, est dûment constaté par le directeur et permet de mettre fin à la mise à disposition par le service d'origine concerné.
1° au terme de la période de cinq ans, sauf prolongation ;
2° sur décision motivée du directeur, moyennant un préavis de trois mois ; ce délai peut être réduit en concertation avec le service d'origine ;
3° lorsque le membre du personnel détaché n'est plus détenteur de l'habilitation de sécurité requise en vertu de la loi ;
4° lorsque le membre du personnel détaché ne satisfait plus aux conditions visées à l'article 6 du présent arrêté ;
5° sur décision motivée du service d'origine, moyennant un préavis de trois mois ; ce délai peut être réduit en concertation avec le directeur ;
6° à la demande du membre du personnel détaché, moyennant un préavis de trois mois ; ce délai peut être réduit en concertation avec le directeur et le service d'origine. Le service d'origine assure le remplacement du membre du personnel détaché.
§ 2. Tout manquement à l'article 30, § 1er, de la loi, aux missions confiées à la DEIPP, aux exigences en matière d'habilitations de sécurité ou tout acte ou comportement qui, même en dehors de l'exercice de la fonction, constitue un manquement aux obligations professionnelles ou nuit à la dignité de la fonction, est dûment constaté par le directeur et permet de mettre fin à la mise à disposition par le service d'origine concerné.
Art. 14. Aan het einde van de terbeschikkingstelling vervoegt het gedetacheerde personeelslid zijn dienst van oorsprong.
Art. 14. A la fin de la mise à disposition, le membre du personnel détaché rejoint son service d'origine.
HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE VII. - Dispositions transitoires et finales
Art. 15. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 15. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 16. De minister tot wiens bevoegdheid Binnenlandse Zaken behoort en de minister tot wiens bevoegdheid Justitie behoort zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 16. Le Ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions et le Ministre ayant la Justice dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.