Art. 2. Voor de toepassing van deze ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt verstaan onder:
1° bicommunautaire entiteit: het geheel gevormd door de Diensten van het Verenigd College en de autonome bestuursinstellingen;
2° autonome bestuursinstelling (hierna ABI genaamd): elke andere rechtspersoon dan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie die in de door het Instituut voor de Nationale Rekeningen (hierna INR genaamd) opgestelde lijst van de institutionele eenheden van de overheidssector is ingedeeld in de subsector "deelstaatoverheid" (S.1312) in de zin van het Europees systeem van rekeningen, en die door het INR wordt beschouwd als onder de exclusieve politieke controle van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie vallend;
De ABI's zijn onderverdeeld in:
a) de autonome bestuursinstellingen van eerste categorie, hierna ABI's 1 genaamd, opgericht bijeen wetgevende tekst, met rechtspersoonlijkheid en rechtstreeks onderworpen aan het gezag van het Verenigd College;
b) de autonome bestuursinstellingen van tweede categorie, hierna ABI's 2 genaamd, met rechtspersoonlijkheid, niet bedoeld in punt a);
3° Europees systeem van rekeningen (hierna ESR genaamd): bijlage A bij de verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie;
4° Diensten van het Verenigd College: de eigen diensten waarover het Verenigd College beschikt in de zin van artikelen 87 en volgende van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 79 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen. Voor de toepassing van deze ordonnantie worden de kabinetten van de Leden van het Verenigd College gelijkgesteld met de Diensten van het Verenigd College tenzij uitdrukkelijk anders vermeld;
5° ordonnateur: de persoon die het initiatief neemt tot een verrichting ter uitvoering van de begroting en die hiertoe belast is met het nemen van de beslissingen tot realisering van ontvangsten en uitvoering van uitgaven overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer en met het waarborgen van de wettigheid en regelmatigheid ervan;
6° wet van 16 mei 2003: de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof;
7° stabiliteitsprogramma: het stabiliteitsprogramma, bedoeld in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid;
8° nationaal hervormingsprogramma: het nationale hervormingsprogramma, bedoeld in artikel 2bis, 2, d), van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid, zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1055/2005 van de Raad van 27 juni 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid en bij Verordening (EU) nr. 1175/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid;
9° economische classificatie: de economische classificatie vastgesteld in toepassing van artikel 5 van het samenwerkingsakkoord van 1 oktober 1991 tussen de Staat, de Gemeenschappen, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Gewesten tot oprichting van een algemene gegevensbank;
10° bestuursorgaan: het orgaan van de ABI 2 belast met de bepaling van de strategische koers ervan. Bij vele ABI's 2 wordt dit orgaan doorgaans de Raad van Bestuur genoemd;
11° subsidie: elke vorm van financiële ondersteuning die door een boekhoudkundige entiteit wordt verstrekt en bestemd is ter ondersteuning van een door de begunstigde van de subsidie gerealiseerde actie die het algemeen belang dient, ongeacht de benaming die aan die ondersteuning wordt gegeven, en ongeacht de benaming of de aard van de akte waarmee deze ondersteuning wordt toegekend;
12° boekhoudkundige entiteit: de Diensten van het Verenigd College of elke ABI;
13° recurrente verbintenis: de verbintenis waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren uitstrekken en waarvan de aanrekening op de begroting van het jaar van haar ontstaan een kost betekent die met dat jaar geen economische band heeft;
14° directieorgaan: het orgaan dat belast is met het operationele beheer van een ABI en waarin, indien van toepassing, de leidende ambtenaren van deze ABI zetelen;
15° toezichtsorgaan (TO): het orgaan dat belast is met de controle en omkadering van de rekenplichtigen die de bankrekeningen van de boekhoudkundige eenheden beheren;
16° ABI TO: de ABI die een dienstenovereenkomst heeft ondertekend met het standaard toezichtsorgaan vermeld in artikel 117, § 1, lid 2;
17° globale staat: het totale bedrag van de saldi van een geheel van bankrekeningen geopend bij de kassier krachtens het kassierscontract;
18° kassierscontract: het dienstencontract afgesloten tussen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en een bankinstelling die de opdrachten en prestaties op zich neemt die verwacht worden van de kassier;
19° beschikbare gelden: de liquiditeiten die overeenkomstig het wettelijke en reglementaire kader en volgens de bepalingen van het kassierscontract ter beschikking staan van de rekenplichtigen van de bicommunautaire entiteit;
20° eigen ontvangsten: de ontvangsten die niet voortkomen uit de overdrachten van bedragen afkomstig van de Diensten van het Verenigd College of een ABI;
21° interne audit: de onafhankelijke en objectieve, waarborgende en adviserende activiteit waarbij de opdracht erin bestaat voor toegevoegde waarde te zorgen en de werking van de organisatie te verbeteren;
22° gift: elke vorm van overdracht van middelen door een boekhoudkundige entiteit of te haren gunste, los van enige specifieke waardering van prestaties, en los van enige door de begunstigde te organiseren actie van algemeen nut;
23° prijs: elke vorm van financiële steun die eenzijdig door een boekhoudkundige entiteit wordt toegekend ten gunste van derden als waardering voor hun activiteiten. De prijs kan bestaan uit het toekennen van geldmiddelen of uit het verlenen van een voordeel in natura waarvan de financiële last gedragen wordt door de boekhoudkundige entiteit;
24° AVG: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
25° regeringsverklaring: verklaring van de Voorzitter van het Verenigd College voor de Verenigde Vergadering waarin het nieuwe Verenigd College, aan het begin van de nieuwe legislatuur, het beleid, opgenomen in het regeerakkoord, voor deze legislatuur uiteenzet en die het Verenigd College aan de vertrouwensstemming van de Verenigde Vergadering voorlegt;
26° bevoegde boekhouder: de boekhouder van de Diensten van het Verenigd College voor de Diensten van het Verenigd College, de boekhouder van een ABI voor deze ABI, en de bicommunautaire boekhouder voor de bicommunautaire entiteit en voor de aangelegenheden opgenomen in de artikelen van de ordonnantie waar de bicommunautaire boekhouder specifiek wordt vermeld;
27° groepsauditeur: de auditor die verantwoordelijk is voor de controleopdracht op groepsniveau en voor de uitvoering daarvan, alsmede voor de certificeringsverklaring van de algemene rekening van de groep, die de financiële gegevens van de ABI's 2 omvatten die door een andere auditor zijn gecontroleerd;
28° certificering: het met redenen omklede en gedetailleerde oordeel over de regelmatigheid, de waarachtigheid en de betrouwbaarheid van de algemene rekening.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 MEI 2024. - Ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie
Titre
16 MAI 2024. - Ordonnance portant le Code des finances publiques de la Commission communautaire commune
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Deel 1. - Inleidende bepalingen
Boek 1. - Algemeenheden
Boek 2. - Het toepassingsgebied
Deel 12. van de ordonnantie blijft van toepassi...
Deel 2. - De begroting
Boek 1. - De begrotingsbeginselen
Boek 2. - Het begrotingskader
TITEL 1. - De begroting in een meerjarig perspe...
HOOFDSTUK 1. - De Regeringsverklaring en de beg...
HOOFDSTUK 2. - De meerjarige begrotingsplanning...
TITEL 2. - De interne monitoring
Boek 3. - De ontvangsten- en uitgavenbegroting
TITEL 1. - De begrotingskredieten
TITEL 2. - De begrotingsstructuur
TITEL 3. - De rapportering betreffende de begro...
HOOFDSTUK 1. - De ontwerpen van begrotingsordon...
Afdeling 1. - Samenstelling
Afdeling 2. - Opmaak en goedkeuring
Afdeling 3. - Stemming en akteneming van de beg...
Afdeling 4. - Communicatie aan het Verenigd Col...
HOOFDSTUK 2. - De ontvangstenbegroting van de G...
HOOFDSTUK 3. - De uitgavenbegroting van de Geme...
HOOFDSTUK 4. - De voorlopige kredieten
TITEL 4. - De algemene toelichting
Boek 4. - De aanpassingen van de begroting
TITEL 1. - De aanpassingen met parlementaire pr...
HOOFDSTUK 1. - De begrotingsberaadslagingen
HOOFDSTUK 2. - De begrotingsaanpassingen
TITEL 2. - De aanpassingen zonder parlementaire...
HOOFDSTUK 1. - De kredietherverdeling
Afdeling 1. - De kredietherverdelingen voor de ...
Afdeling 2. - De kredietherverdelingen voor de ...
HOOFDSTUK 2. - De kredietoverschrijdingen voor ...
Afdeling 1. - De kredietoverschrijdingen voor d...
Afdeling 2. - De kredietoverschrijdingen voor d...
Boek 5. - Het Rekenhof
Boek 6. - De bekendmaking van de begroting
Deel 3. - De boekhouding
Boek 1. - Algemeen
Boek 2. - De actoren van de boekhouding
TITEL 1. - De bicommunautaire boekhouder
HOOFDSTUK 1. - Aanstelling
HOOFDSTUK 2. - Opdrachten
TITEL 2. - De boekhouder van de Diensten van he...
HOOFDSTUK 1. - Aanstelling
HOOFDSTUK 2. - Opdrachten
Boek 3. - De boekhoudkundige verrichtingen
TITEL 1. - De ontvangstenverrichtingen
HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden
HOOFDSTUK 2. - De vaststelling van een recht
HOOFDSTUK 3. - De ordonnancering van de ontvang...
HOOFDSTUK 4. - De invordering
HOOFDSTUK 5. - De uitdoving van een vastgesteld...
HOOFDSTUK 6. - De betalingsfaciliteiten
HOOFDSTUK 7. - De opeising van niet-ingevorderd...
TITEL 2. - De uitgavenverrichtingen
HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden
HOOFDSTUK 2. - De vastlegging
HOOFDSTUK 3. - De vereffening
HOOFDSTUK 4. - De ordonnancering van de uitgaven
HOOFDSTUK 5. - De betaling
TITEL 3. - De verrichtingen die nodig zijn om d...
Boek 4. - De rekeningen
TITEL 1. - De samenstelling van de verschillend...
HOOFDSTUK 1. - De algemene rekening
HOOFDSTUK 2. - De jaarrekening
HOOFDSTUK 3. - De uitvoeringsrekening van de be...
HOOFDSTUK 4. - De consolidatie
TITEL 2. - De verschillende algemene rekeningen
HOOFDSTUK 1. - De algemene rekening van de bico...
HOOFDSTUK 2. - De algemene rekening van de Dien...
HOOFDSTUK 3. - De algemene rekening van de ABI's 1
HOOFDSTUK 4. - De algemene rekening van de ABI's 2
TITEL 3. - De verbetering van de algemene reken...
Boek 5. - De bekendmaking die aan de rekening w...
Boek 6. - De algemene rekening en de eindregeli...
Boek 7. - De boekhoudkundige controle
Deel 4. - De thesaurie
Boek 1. - Algemeenheden
Boek 2. - De rekenplichtigen
TITEL 1. - De aanstelling
TITEL 2. - De algemene opdrachten van de rekenp...
Boek 3. - De financiële controle
Deel 5. - Schuldbeheer en financiële verrichtingen
Boek 1. - Het schuldbeheer
Boek 2. - De financiële verrichtingen
TITEL 1. - Financieel beheer
TITEL 2. - Mededeling van financiële informatie
TITEL 3. - Schulden van de ABI's
TITEL 4. - Beleggingen van de ABI's
Deel 6. - Het controle- en beheersingssysteem
Boek 1. - De organisatiebeheersing
TITEL 1. - Algemeenheden
TITEL 2. - De interne audit
Boek 2. - De beheerscontrole
Boek 3. - De beheersing van de uitgaven
TITEL 1. - De investeringen
TITEL 2. - De uitgaven- en ontvangstentoetsingen
Boek 4. - De administratieve en begrotingscontrole
TITEL 1. - Algemeenheden
TITEL 2. - De personeelsplannen en de personeel...
Boek 5. - Toezicht op de uitvoering van de begr...
TITEL 1. - De periodieke monitoring door het Ve...
TITEL 2. - De controle van de vastleggingen en ...
Deel 7. - De onverenigbaarheden
Deel 8. - De actoren van de openbare financiën
Boek 1. - De ordonnateurs
Boek 2. - De controleactoren
TITEL 1. - Algemeenheden
TITEL 2. - De gecoördineerde audit
TITEL 3. - De inspecteurs van financiën
TITEL 4. - Het Rekenhof
HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden
HOOFDSTUK 2. - De certificering
TITEL 5. - De commissarissen van het Verenigd C...
TITEL 6. - De controle van de algemene rekening...
Deel 9. - De toekenning en de controle op de aa...
Deel 10. - Giften, legaten en prijzen
Deel 11. - De verjaring
Deel 12. - De goederen van de Gemeenschappelijk...
TITEL 1. - De goederen van het openbaar en het ...
TITEL 2. - Statuut van de goederen van het open...
TITEL 3. - Overdracht van tot het openbaar dome...
TITEL 4. - Bepalingen betreffende de afbakening...
Deel 13. - De vervreemding
Boek 1. - Roerende goederen
Boek 2. - Onroerende goederen
Deel 14. - Vertegenwoordiging in rechte van de ...
Deel 15. - Wijzigingsbepaling
Deel 16. - Opheffings-, overgangs-, en slotbepa...
Inhoud
Livre 2. - Le champ d'application
Partie 2. - Le budget
Livre 1er. - Les principes budgétaires
Livre 2. - Le cadre budgétaire
TITRE 1er. - Le budget dans une perspective plu...
CHAPITRE 1er. - La Déclaration gouvernementale ...
CHAPITRE 2. - La programmation budgétaire pluri...
TITRE 2. - Le monitoring interne
Livre 3. - Le budget des recettes et des dépenses
TITRE 1er. - Les crédits budgétaires
TITRE 2. - La structure du budget
TITRE 3. - Le rapportage relatif au budget
CHAPITRE 1er. - Les projets d'ordonnances budgé...
Section 1re. - Composition
Section 2. - Elaboration et approbation
Section 3. - Vote et prise d'acte des projets d...
Section 4. - Communication au Collège réuni et ...
CHAPITRE 2. - Le budget des recettes de la Comm...
CHAPITRE 3. - Le budget des dépenses de la Comm...
CHAPITRE 4. - Les crédits provisoires
TITRE 4. - L'exposé général
Livre 4. - Les adaptations du budget
TITRE 1er. - Les adaptations avec procédure par...
CHAPITRE 1er. - Les délibérations budgétaires
CHAPITRE 2. - Les ajustements budgétaires
TITRE 2. - Les adaptations sans procédure parle...
CHAPITRE 1er. - La reventilation de crédits
Section 1re. - La reventilation de crédits pour...
Section 2. - Les reventilations de crédits pour...
CHAPITRE 2. - Les dépassements des crédits pour...
Section 1re. - Les dépassements des crédits pou...
Section 2. - Les dépassements de crédits pour l...
Livre 5. - La Cour des comptes
Livre 6. - La publicité du budget
Partie 3. - La comptabilité
Livre 1er. - Généralités
Livre 2. - Les acteurs de la comptabilité
TITRE 1er. - Le comptable bicommunautaire
CHAPITRE 1er. - Désignation
CHAPITRE 2. - Missions
TITRE 2. - Le comptable des Services du Collège...
CHAPITRE 1er. - Désignation
CHAPITRE 2. - Missions
Livre 3. - Les opérations comptables
TITRE 1er. - Les opérations de recettes
CHAPITRE 1er. - Généralités
CHAPITRE 2. - La constatation d'un droit
CHAPITRE 3. - L'ordonnancement des recettes
CHAPITRE 4. - Le recouvrement
CHAPITRE 5. - L'extinction d'un droit constaté
CHAPITRE 6. - Les facilités de paiement
CHAPITRE 7. - La poursuite des créances non rec...
TITRE 2. - Les opérations de dépenses
CHAPITRE 1er. - Généralités
CHAPITRE 2. - L'engagement
CHAPITRE 3. - La liquidation
CHAPITRE 4. - L'ordonnancement des dépenses
CHAPITRE 5. - Le paiement
TITRE 3. - Les opérations visant à assurer la c...
Livre 4. - Les comptes
TITRE 1er. - La composition des différents comptes
CHAPITRE 1er. - Le compte général
CHAPITRE 2. - Le compte annuel
CHAPITRE 3. - Le compte d'exécution du budget
CHAPITRE 4. - La consolidation
TITRE 2. - Les différents comptes généraux
CHAPITRE 1er. - Le compte général de l'entité b...
CHAPITRE 2. - Le compte général des Services du...
CHAPITRE 3. - Le compte général des services de...
CHAPITRE 4. - Le compte général des services de...
TITRE 3. - La correction des comptes généraux
Livre 5. - La publicité accordée au compte
Livre 6. - Le compte général et le règlement dé...
Livre 7. - Le contrôle comptable
Partie 4. - La trésorerie
Livre 1er. - Généralités
Livre 2. - Les comptables-trésoriers
TITRE 1er. - La désignation
TITRE 2. - Les missions générales des comptable...
Livre 3. - Le contrôle financier
Partie 5. - Gestion de la dette et opérations f...
Livre 1er. - La gestion de la dette
Livre 2. - Les opérations financières
TITRE 1er. - Gestion financière
TITRE 2. - Communication d'informations financi...
TITRE 3. - Dettes des OAA
TITRE 4. - Placements des OAA
Partie 6. - Le système de contrôle et de maîtrise
Livre 1er. - La maitrise de l'organisation
TITRE 1er. - Généralités
TITRE 2. - L'audit interne
Livre 2. - Le contrôle de gestion
Livre 3. - La maîtrise des dépenses
TITRE 1er. - Les investissements
TITRE 2. - Les revues des dépenses et des recettes
Livre 4. - Le contrôle administratif et budgétaire
TITRE 1er. - Généralités
TITRE 2. - Les plans et statuts du personnel de...
Livre 5. - Le suivi de l'exécution du budget
TITRE 1er. - Le monitoring périodique par le Co...
TITRE 2. - Le contrôle des engagements et des l...
Partie 7. - Incompatibilités
Partie 8. - Les acteurs des finances publiques
Livre 1er. - Les ordonnateurs
Livre 2. - Les acteurs de contrôle
TITRE 1er. - Généralités
TITRE 2. - L'audit coordonné
TITRE 3. - Les inspecteurs des finances
TITRE 4. - La Cour des comptes
CHAPITRE 1er. - Généralités
CHAPITRE 2. - La certification
TITRE 5. - Les commissaires du Collège réuni et...
TITRE 6. - Le contrôle des comptes générauxpar ...
Partie 9. - L'octroi et le contrôle de l'emploi...
Partie 10. - Dons, legs et prix
Partie 11. - La prescription
Partie 12. - Les biens de la Commission communa...
TITRE 1er. - Les biens du domaine public et du ...
TITRE 2. - Statut des biens du domaine public e...
TITRE 3. - Cession de biens au domaine public a...
TITRE 4. - Dispositions relatives à la délimita...
Partie 13. - L'aliénation
Livre 1er. - Les biens meubles
Livre 2. - Les biens immeubles
Partie 14. - Représentation de la Commissioncom...
Partie 15. - Disposition modificative
Partie 16. - Dispositions diverses, abrogatoire...
Tekst (328)
Texte (325)
Deel 1. - Inleidende bepalingen
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 135 de la Constitution.
Boek 1. - Algemeenheden
Art. 2. Pour l'application de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution, l'on entend par:
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 135 van de Grondwet.
Livre 2. - Le champ d'application
Art. 3. La présente ordonnance est d'application à l'entité bicommunautaire.
Boek 2. - Het toepassingsgebied
Art. 4. § 1er. Par dérogation à l'article 3, seulement les OAA2 dont le montant total de leurs recettes ou le montant total de leurs dépenses est supérieur à 7 millions d'euros, sont soumis aux dispositions de la présente ordonnance.
Art. 3. Deze ordonnantie is van toepassing op de bicommunautaire entiteit.
Art. 5. § 1er. Les principes posés dans la Partie 12 de l'ordonnance s'appliquent sans préjudice de réglementations spécifiques qui régiraient déjà les biens des OAA.
La Partie 12 de l'ordonnance reste applicable aux OAA, même si ces organismes, après la date d'entrée en vigueur de l'ordonnance, ne sont plus totalement ou partiellement classés dans le sous-secteur " administrations d'Etats fédérés " (S.1312) au sens du système européen des comptes par l'ICN.
§ 2. Par dérogation à l'article 3, la Partie 13 et la partie 14 de l'ordonnance s'appliquent uniquement aux Services du Collège réuni.
La Partie 12 de l'ordonnance reste applicable aux OAA, même si ces organismes, après la date d'entrée en vigueur de l'ordonnance, ne sont plus totalement ou partiellement classés dans le sous-secteur " administrations d'Etats fédérés " (S.1312) au sens du système européen des comptes par l'ICN.
§ 2. Par dérogation à l'article 3, la Partie 13 et la partie 14 de l'ordonnance s'appliquent uniquement aux Services du Collège réuni.
Art. 4. § 1. In afwijking van artikel 3, zijn enkel de ABI's 2 waarvan het totale bedrag van hun ontvangsten of het totale bedrag van hun uitgaven meer bedraagt dan 7 miljoen euro, onderworpen aan de bepalingen van deze ordonnantie.
Partie 2. - Le budget
Art. 5. § 1. De principes uiteengezet in Deel 12 van de ordonnantie zijn van toepassing zonder afbreuk te doen aan enige bijzondere regelgeving die reeds van toepassing is op de goederen van de ABI's.
Livre 1er. - Les principes budgétaires
Deel 12. van de ordonnantie blijft van toepassing op de ABI's, zelfs indien deze instellingen, na de datum van de inwerkingtreding van de ordonnantie, door het INR niet langer geheel of gedeeltelijk worden ingedeeld in de subsector "deelstaatoverheid" (S.1312) in de zin van het Europees systeem van rekeningen. § 2. In afwijking van artikel 3, zijn deel 13 en deel 14 van de ordonnantie alleen van toepassing op de Diensten van het Verenigd College.
Art. 6. L'établissement et l'exécution du budget respectent les principes suivants:
Deel 2. - De begroting
Livre 2. - Le cadre budgétaire
Boek 1. - De begrotingsbeginselen
TITRE 1er. - Le budget dans une perspective pluriannuelle
Art. 6. De opstelling en de uitvoering van de begroting nemen de volgende beginselen in acht:
CHAPITRE 1er. - La Déclaration gouvernementale et la note budgétaire
Boek 2. - Het begrotingskader
Art. 7. Une note budgétaire est annexée à la Déclaration gouvernementale.
TITEL 1. - De begroting in een meerjarig perspectief
CHAPITRE 2. - La programmation budgétaire pluriannuelleet les objectifs budgétaires
HOOFDSTUK 1. - De Regeringsverklaring en de begrotingsnota
Art. 8. Conformément à l'article 16/12 de la loi du 16 mai 2003, le budget annuel est complété par une programmation budgétaire pluriannuelle.
Art. 7. Bij de Regeringsverklaring wordt een begrotingsnota gevoegd.
De begrotingsnota wordt omgezet in een meerjarige begrotingsraming.
Het Verenigd College is gemachtigd de modaliteiten te bepalen voor de opmaak en mededeling van de begrotingsnota en de meerjarige begrotingsraming.
De begrotingsnota wordt omgezet in een meerjarige begrotingsraming.
Het Verenigd College is gemachtigd de modaliteiten te bepalen voor de opmaak en mededeling van de begrotingsnota en de meerjarige begrotingsraming.
Art. 9. Lorsque l'objectif budgétaire annuel ou pluriannuel risque de ne pas être atteint, le Collège réuni présente les mesures, telles que visées à l'alinéa suivant, qui doivent garantir que l'objectif budgétaire sera atteint.
Dans l'attente du vote, par l'Assemblée réunie, de l'ajustement du budget qui résulte de l'alinéa 1er, le Collège réuni peut prendre des mesures conservatoires temporaires, et notamment définir des limites en matière d'exécution du budget des dépenses en termes d'engagements comptables.
Ces mesures sont communiquées à l'Assemblée réunie et à la Cour des comptes.
Dans l'attente du vote, par l'Assemblée réunie, de l'ajustement du budget qui résulte de l'alinéa 1er, le Collège réuni peut prendre des mesures conservatoires temporaires, et notamment définir des limites en matière d'exécution du budget des dépenses en termes d'engagements comptables.
Ces mesures sont communiquées à l'Assemblée réunie et à la Cour des comptes.
HOOFDSTUK 2. - De meerjarige begrotingsplanningen de begrotingsdoelstellingen
TITRE 2. - Le monitoring interne
Art. 8. Overeenkomstig artikel 16/12 van de wet van 16 mei 2003 wordt de jaarlijkse begroting aangevuld met een meerjarige begrotingsplanning.
De meerjarige begrotingsplanning wordt samen met de beleidsnota's en nadien met de beleidsbrieven opgesteld.
De meerjarige begrotingsplanning houdt rekening met de besliste afspraken in het kader van het stabiliteitsprogramma en het nationaal hervormingsprogramma.
De meerjarige begrotingsplanning vertaalt de gedefinieerde beleidsopties in een meerjarig budgettair perspectief en geeft een raming van de begrotingsevolutie voor een periode van 6 jaren.
Het Verenigd College actualiseert de meerjarige begrotingsplanning in het geval van begrotingsaanpassingen.
De meerjarige begrotingsplanning wordt samen met de beleidsnota's en nadien met de beleidsbrieven opgesteld.
De meerjarige begrotingsplanning houdt rekening met de besliste afspraken in het kader van het stabiliteitsprogramma en het nationaal hervormingsprogramma.
De meerjarige begrotingsplanning vertaalt de gedefinieerde beleidsopties in een meerjarig budgettair perspectief en geeft een raming van de begrotingsevolutie voor een periode van 6 jaren.
Het Verenigd College actualiseert de meerjarige begrotingsplanning in het geval van begrotingsaanpassingen.
Art. 10. Le Collège réuni est autorisé à créer un comité de monitoring budgétaire pour l'entité bicommunautaire.
Art. 9. Wanneer het bereiken van de budgettaire jaar- en/of meerjarendoelstelling in gevaar dreigt te komen, stelt het Verenigd College de maatregelen, zoals bedoeld in het volgende lid, voor die het bereiken van de budgettaire doelstelling moeten verzekeren.
In afwachting van de stemming door de Verenigde Vergadering van de uit lid 1 voortvloeiende aanpassing van de begroting, kan het Verenigd College tijdelijke bewarende maatregelen nemen, en met name het bepalen van grenzen inzake de uitvoering van de uitgavenbegroting in termen van boekhoudkundige vastleggingen.
Deze maatregelen worden aan de Verenigde Vergadering en aan het Rekenhof meegedeeld.
In afwachting van de stemming door de Verenigde Vergadering van de uit lid 1 voortvloeiende aanpassing van de begroting, kan het Verenigd College tijdelijke bewarende maatregelen nemen, en met name het bepalen van grenzen inzake de uitvoering van de uitgavenbegroting in termen van boekhoudkundige vastleggingen.
Deze maatregelen worden aan de Verenigde Vergadering en aan het Rekenhof meegedeeld.
Art. 11. Le Collège réuni arrête la composition, les missions et les modalités relatives au comité de monitoring budgétaire.
TITEL 2. - De interne monitoring
Livre 3. - Le budget des recettes et des dépenses
Art. 10. Het Verenigd College is gemachtigd om een begrotingsmonitoringscomité voor de bicommunautaire entiteit op te richten.
TITRE 1er. - Les crédits budgétaires
Art. 11. Het Verenigd College beslist over de samenstelling, de opdrachten en de modaliteiten betreffende het begrotingsmonitoringscomité.
Art. 12. Les budgets des recettes et des dépenses des Services du Collège réuni et des OAA prévoient et autorisent toutes les opérations qui donnent lieu à un dénouement financier et qui sont réalisées pour compte propre avec des tiers.
Les budgets des recettes et des dépenses des Services du Collège réuni et des OAA peuvent également inclure des opérations SEC spécifiques qui ne donnent pas nécessairement lieu à un dénouement financier.
Les budgets des Services du Collège réuni et des OAA comprennent:
1° en recettes, l'estimation des droits qui seront constatés à leur profit au cours de l'année budgétaire;
2° en dépenses:
a) les crédits d'engagement à concurrence desquels des sommes peuvent être engagées du chef d'obligations juridiques nées ou contractées à leur charge au cours de l'année budgétaire et, pour les obligations juridiques récurrentes dont les effets s'étendent sur plusieurs années, à concurrence des sommes qui seront exigibles au cours de l'année budgétaire;
b) les crédits de liquidation à concurrence desquels des sommes peuvent être liquidées au cours de l'année budgétaire du chef de droits constatés à leur charge en vue d'apurer des obligations juridiques préalablement ou simultanément engagées.
Les budgets des recettes et des dépenses des Services du Collège réuni et des OAA peuvent également inclure des opérations SEC spécifiques qui ne donnent pas nécessairement lieu à un dénouement financier.
Les budgets des Services du Collège réuni et des OAA comprennent:
1° en recettes, l'estimation des droits qui seront constatés à leur profit au cours de l'année budgétaire;
2° en dépenses:
a) les crédits d'engagement à concurrence desquels des sommes peuvent être engagées du chef d'obligations juridiques nées ou contractées à leur charge au cours de l'année budgétaire et, pour les obligations juridiques récurrentes dont les effets s'étendent sur plusieurs années, à concurrence des sommes qui seront exigibles au cours de l'année budgétaire;
b) les crédits de liquidation à concurrence desquels des sommes peuvent être liquidées au cours de l'année budgétaire du chef de droits constatés à leur charge en vue d'apurer des obligations juridiques préalablement ou simultanément engagées.
Boek 3. - De ontvangsten- en uitgavenbegroting
Art. 13. Conformément à l'article 4, alinéa 3, de la loi du 16 mai 2003, et par dérogation à l'article 12, alinéa 3, 2°, b), le budget peut prévoir que, pour les dépenses qu'il désigne, les crédits à concurrence desquels des sommes peuvent être liquidées, sont non-limitatifs.
TITEL 1. - De begrotingskredieten
Art. 14. Les crédits d'engagement encore disponibles au 31 décembre de l'année budgétaire en cours, sont annulés au plus tard à cette date.
Art. 12. De ontvangsten- en uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's voorzien in en verlenen machtiging voor alle verrichtingen die aanleiding geven tot een financiële afwikkeling en die voor eigen rekening worden uitgevoerd met derden.
TITRE 2. - La structure du budget
Art. 13. Overeenkomstig artikel 4, lid 3 van de wet van 16 mei 2003 en in afwijking van artikel 12, lid 3, 2°, b), kan de begroting bepalen dat, voor de uitgaven die ze aanwijst, de kredieten ten belope waarvan bedragen vereffend kunnen worden, niet-limitatief zijn.
Art. 15. Le budget est structuré en missions. Chaque mission correspondant à un domaine de compétence ou à un groupement cohérent de domaines de compétence.
Chaque mission est divisée en divers programmes concourant ensemble à la réalisation d'une politique publique bien définie.
Chaque programme correspond:
a) soit à un objectif à long terme du Collège réuni;
b) soit à un objectif organisationnel transversal;
c) soit aux financements à destination des OAA dont les missions sont en lien avec le domaine de compétence concerné.
Les programmes sont divisés en postes de dépenses ou de recettes y relatifs sur la base des agrégats fixés par le Collège réuni et liés à la classification économique.
Chaque mission est divisée en divers programmes concourant ensemble à la réalisation d'une politique publique bien définie.
Chaque programme correspond:
a) soit à un objectif à long terme du Collège réuni;
b) soit à un objectif organisationnel transversal;
c) soit aux financements à destination des OAA dont les missions sont en lien avec le domaine de compétence concerné.
Les programmes sont divisés en postes de dépenses ou de recettes y relatifs sur la base des agrégats fixés par le Collège réuni et liés à la classification économique.
Art. 14. De vastleggingskredieten die op 31 december van het lopende begrotingsjaar nog beschikbaar zijn, worden uiterlijk op die datum geannuleerd.
De vereffeningskredieten die nog op de begroting van het afgelopen begrotingsjaar beschikbaar zijn, worden uiterlijk op 31 januari van het volgende begrotingsjaar geannuleerd.
In afwijking op het vorige lid, worden de vereffeningskredieten met betrekking tot verplichte organieke uitgaven niet afhankelijk van het bestaan van beschikbare begrotingskredieten, van ABI's 2, die nog op de begroting van het afgelopen begrotingsjaar beschikbaar zijn, uiterlijk op 31 maart van het volgende begrotingsjaar geannuleerd.
De vereffeningskredieten die nog op de begroting van het afgelopen begrotingsjaar beschikbaar zijn, worden uiterlijk op 31 januari van het volgende begrotingsjaar geannuleerd.
In afwijking op het vorige lid, worden de vereffeningskredieten met betrekking tot verplichte organieke uitgaven niet afhankelijk van het bestaan van beschikbare begrotingskredieten, van ABI's 2, die nog op de begroting van het afgelopen begrotingsjaar beschikbaar zijn, uiterlijk op 31 maart van het volgende begrotingsjaar geannuleerd.
Art. 16. Le Collège réuni arrête la structure détaillée du budget des recettes et du budget des dépenses des Services du Collège réuni et des OAA.
TITEL 2. - De begrotingsstructuur
TITRE 3. - Le rapportage relatif au budget
Art. 15. De begroting is samengesteld uit opdrachten. Iedere opdracht stemt overeen met een bevoegdheidsdomein of met een coherente groepering van bevoegdheidsdomeinen.
CHAPITRE 1er. - Les projets d'ordonnances budgétaires
Art. 16. Het Verenigd College bepaalt de gedetailleerde structuur van de ontvangsten- en uitgavenbegroting van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's.
Section 1re. - Composition
TITEL 3. - De rapportering betreffende de begroting
Art. 17. § 1er. Le projet de budget de la Commission communautaire commune comprend:
HOOFDSTUK 1. - De ontwerpen van begrotingsordonnanties
Section 2. - Elaboration et approbation
Afdeling 1. - Samenstelling
Art. 18. Le Collège réuni décide des mesures indispensables à l'élaboration du budget.
Art. 17. § 1. Het ontwerp van begroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie omvat:
1° het beschikkend gedeelte dat de ontwerpen van ontvangstenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College vergezelt;
2° het beschikkend gedeelte dat de ontwerpen van uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van uitgaven- en ontvangstenbegroting van de ABI's vergezelt;
3° de begrotingstabel van het ontwerp van ontvangstenbegroting van de Diensten van het Verenigd College;
4° de begrotingstabel van het ontwerp van uitgavenbegroting van de Diensten van het Verenigd College;
5° de begrotingstabel van het ontwerp van ontvangsten- en uitgavenbegroting van iedere ABI 1 en ABI 2;
6° de begrotingstabel van de ontvangsten- en uitgaven verbonden aan de opdrachten die door de bicommunautaire entiteit gedelegeerd worden aan andere instanties;
7° de algemene toelichting, bedoeld in artikel 33;
8° de beleidsnota's en beleidsbrieven, als bedoeld in artikel 34.
§ 2. De ontvangstenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is samengesteld uit de documenten vermeld in de punten 1° en 3° van paragraaf 1.
De uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is samengesteld uit de documenten vermeld in de punten 2°, 4°, 5° en 6° van paragraaf 1.
De begeleidende documenten bij de begroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zijn vermeld in punten 7° en 8° van paragraaf 1.
1° het beschikkend gedeelte dat de ontwerpen van ontvangstenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College vergezelt;
2° het beschikkend gedeelte dat de ontwerpen van uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van uitgaven- en ontvangstenbegroting van de ABI's vergezelt;
3° de begrotingstabel van het ontwerp van ontvangstenbegroting van de Diensten van het Verenigd College;
4° de begrotingstabel van het ontwerp van uitgavenbegroting van de Diensten van het Verenigd College;
5° de begrotingstabel van het ontwerp van ontvangsten- en uitgavenbegroting van iedere ABI 1 en ABI 2;
6° de begrotingstabel van de ontvangsten- en uitgaven verbonden aan de opdrachten die door de bicommunautaire entiteit gedelegeerd worden aan andere instanties;
7° de algemene toelichting, bedoeld in artikel 33;
8° de beleidsnota's en beleidsbrieven, als bedoeld in artikel 34.
§ 2. De ontvangstenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is samengesteld uit de documenten vermeld in de punten 1° en 3° van paragraaf 1.
De uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is samengesteld uit de documenten vermeld in de punten 2°, 4°, 5° en 6° van paragraaf 1.
De begeleidende documenten bij de begroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zijn vermeld in punten 7° en 8° van paragraaf 1.
Art. 19. Les projets de budgets des dépenses et des recettes des Services du Collège réuni et de chaque OAA1 sont élaborés et approuvés par le Collège réuni. Il en va de même pour les amendements d'initiative du Collège réuni y relatifs.
Afdeling 2. - Opmaak en goedkeuring
Art. 20. Les projets de budgets des dépenses et des recettes de chaque OAA2 sont, dans les limites de la programmation budgétaire pluriannuelle visée à l'article 8, élaborés et approuvés par son organe d'administration. Les Membres du Collège réuni fonctionnellement compétents pour l'organisme, transmettent les budgets au Collège réuni.
Art. 18. Het Verenigd College beslist over de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de opmaak van de begroting.
Het Verenigd College kan het advies inwinnen van de Inspectie van Financiën en de commissarissen van het Verenigd College over de begrotingsvoorstellen van respectievelijk de Diensten van het Verenigd College, de ABI's 1 en de ABI's 2.
Het Verenigd College kan het advies inwinnen van de Inspectie van Financiën en de commissarissen van het Verenigd College over de begrotingsvoorstellen van respectievelijk de Diensten van het Verenigd College, de ABI's 1 en de ABI's 2.
Art. 21. Les projets de budgets des dépenses et des recettes de chaque organisme qui effectue une mission déléguée pour l'entité bicommunautaire sont, dans les limites de la programmation budgétaire pluriannuelle visée à l'article 8, élaborés et approuvés par son organe d'administration uniquement pour ce qui concerne la mission déléguée. Les Membres du Collège réuni fonctionnellement compétents de l'organisme, transmettent les budgets au Collège réuni.
Le Collège réuni prend acte des projets de budgets de chaque organisme qui effectue une mission déléguée pour l'entité bicommunautaire.
Le Collège réuni prend acte des projets de budgets de chaque organisme qui effectue une mission déléguée pour l'entité bicommunautaire.
Art. 19. De ontwerpen van uitgaven- en ontvangstenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van iedere ABI 1 worden opgemaakt en goedgekeurd door het Verenigd College. Hetzelfde geldt voor de ermee verbonden van het Verenigd College uitgaande amendementen.
Art. 22. Le Collège réuni approuve les projets de budgets initiaux des Services du Collège réuni et des OAA1 et prend acte des projets de budgets initiaux des OAA2 et de chaque organisme qui effectue une mission déléguée pour l'entité bicommunautaire avant le 15 octobre de l'année qui précède l'année budgétaire concernée par ces projets.
Les projets de budgets initiaux sont déposés à l'Assemblée réunie au plus tard le 31 octobre de l'année qui précède l'année budgétaire concernée par ces projets.
Les projets de budgets initiaux sont déposés à l'Assemblée réunie au plus tard le 31 octobre de l'année qui précède l'année budgétaire concernée par ces projets.
Art. 20. De ontwerpen van uitgaven- en ontvangstenbegrotingen van iedere ABI 2 worden, binnen de grenzen van de meerjarige begrotingsplanning vermeld in artikel 8, opgemaakt en goedgekeurd door haar bestuursorgaan. De Leden van het Verenigd College, functioneel bevoegd voor de instelling, maken de begrotingen aan het Verenigd College over.
Section 3. - Vote et prise d'acte des projets d'ordonnancespar l'Assemblée réunie
Art. 21. De ontwerpen van uitgaven- en ontvangstenbegrotingen van iedere instelling die een gedelegeerde opdracht uitvoert voor de bicommunautaire entiteit worden, binnen de grenzen van de meerjarige begrotingsplanning vermeld in artikel 8, opgemaakt en goedgekeurd door haar bestuursorgaan enkel voor wat de gedelegeerde opdracht betreft. De Leden van het Verenigd College, functioneel bevoegd voor de instelling, maken de begrotingen aan het Verenigd College over.
Het Verenigd College neemt akte van de ontwerpen van begrotingen van iedere instelling die een gedelegeerde opdracht uitvoert voor de bicommunautaire entiteit.
Het Verenigd College neemt akte van de ontwerpen van begrotingen van iedere instelling die een gedelegeerde opdracht uitvoert voor de bicommunautaire entiteit.
Art. 23. § 1er. L'Assemblée réunie vote par programme les budgets initiaux des Services du Collège réuni et des OAA1 au plus tard le 31 décembre de l'année qui précède l'année budgétaire concernée par ces projets.
L'Assemblée réunie vote par programme, durant l'année budgétaire, les budgets ajustés des Services du Collège réuni et des OAA1 de l'année en cours.
§ 2. Les budgets initiaux et ajustés des OAA2 ainsi que les budgets initiaux et ajustés des organismes qui effectuent une mission déléguée telle que visée à l'article 17, 6°, sont notifiés à l'Assemblée réunie.
L'Assemblée réunie vote par programme, durant l'année budgétaire, les budgets ajustés des Services du Collège réuni et des OAA1 de l'année en cours.
§ 2. Les budgets initiaux et ajustés des OAA2 ainsi que les budgets initiaux et ajustés des organismes qui effectuent une mission déléguée telle que visée à l'article 17, 6°, sont notifiés à l'Assemblée réunie.
Art. 22. Het Verenigd College keurt de ontwerpen van initiële begrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1 goed en neemt akte van de ontwerpen van initiële begrotingen van de ABI's 2 en van iedere instelling die een gedelegeerde opdracht uitvoert voor de bicommunautaire entiteit, vóór 15 oktober van het jaar dat aan het begrotingsjaar voorafgaat dat verband houdt met deze ontwerpen.
Section 4. - Communication au Collège réuni et sanction
Afdeling 3. - Stemming en akteneming van de begrotingdoor de Algemene Vergadering
Art. 24. L'absence de transmission, selon l'échéance fixée par le Collège réuni, de la part d'un OAA2 de son projet de budget entraîne la suspension des paiements des subventions des Services du Collège réuni à cet OAA2.
Art. 23. § 1. De initiële begrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1 worden per programma opgesteld en uiterlijk op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het begrotingsjaar waarop deze ontwerpen betrekking hebben, gestemd.
CHAPITRE 2. - Le budget des recettes de la Commission communautaire commune
Afdeling 4. - Communicatie aan het Verenigd College en sanctie
Art. 25. Le dispositif du budget des recettes de la Commission communautaire commune contient l'estimation des droits constatés des Services du Collège réuni et autorise, dans les limites et conditions qu'il précise, la conclusion des emprunts.
Art. 24. Indien een ABI 2 haar ontwerpbegroting niet heeft overgemaakt, volgens de termijn bepaald door het Verenigd College, worden de betalingen van de subsidies van de Diensten van het Verenigd College aan die ABI 2 opgeschort.
CHAPITRE 3. - Le budget des dépenses de la Commission communautaire commune
HOOFDSTUK 2. - De ontvangstenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie
Art. 26. Le dispositif du budget des dépenses de la Commission communautaire commune autorise notamment, par programme, les dépenses estimées des budgets des dépenses des Services du Collège réuni et des OAA1.
Art. 25. Het beschikkend gedeelte van de ontvangstenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevat de raming van de vastgestelde rechten van de Diensten van het Verenigd College en verleent machtiging, binnen de grenzen en onder de voorwaarden die het bepaalt, tot het aangaan van leningen.
Art. 27. Le dispositif du budget des dépenses de la Commission communautaire commune définit, s'il y a lieu, les conditions relatives aux dépenses.
HOOFDSTUK 3. - De uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie
Art. 28. Sans préjudice des délégations aux ordonnateurs, le Collège réuni est autorisé à octroyer des subventions, à charge des budgets des dépenses des Services du Collège réuni et des OAA1, qui n'ont pas de base juridique dans une ordonnance matérielle.
Art. 26. Het beschikkend gedeelte van de uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie verleent met name, per programma, machtiging voor de uitgaven van de uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1.
CHAPITRE 4. - Les crédits provisoires
Art. 27. Het beschikkend gedeelte van de uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bepaalt, indien nodig, de aan de uitgaven verbonden voorwaarden.
Art. 29. S'il s'avère que le budget des dépenses initial de la Commission communautaire commune et, par conséquent, les budgets des dépenses initiaux des Services du Collège réuni et des OAA1 pour une année budgétaire donnée ne pourront être votés avant le début de cette année budgétaire, une ordonnance ouvre des crédits d'engagement et de liquidation provisoires afin de pouvoir assurer la continuité du service public.
Les crédits d'engagement et de liquidation provisoires sont remplacés par des crédits d'engagement et de liquidation du budget des dépenses de l'année budgétaire considérée une fois celui-ci est voté.
Le cas échéant, un projet d'ordonnance ouvrant des crédits d'engagement et de liquidation provisoires est déposé à l'Assemblée réunie.
Les crédits d'engagement et de liquidation provisoires sont remplacés par des crédits d'engagement et de liquidation du budget des dépenses de l'année budgétaire considérée une fois celui-ci est voté.
Le cas échéant, un projet d'ordonnance ouvrant des crédits d'engagement et de liquidation provisoires est déposé à l'Assemblée réunie.
Art. 28. Onverminderd de delegaties aan de ordonnateurs, is het Verenigd College gemachtigd om, ten laste van de uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College en de ABI's 1, subsidies toe te kennen die geen rechtsgrond hebben in een materiële ordonnantie.
De ABI's 2 die hiertoe uitdrukkelijk gemachtigd zijn in hun oprichtingsordonnantie, kunnen, ten laste van hun uitgavenbegroting, en uitsluitend binnen de grenzen van hun opdrachten, subsidies toekennen die geen rechtsgrond hebben in een materiële ordonnantie.
Het Verenigd College moet de machtiging tot het toekennen van dit type subsidies jaarlijks in de uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inschrijven via een bepaling in het beschikkend gedeelte van deze begroting.
De ABI's 2 die hiertoe uitdrukkelijk gemachtigd zijn in hun oprichtingsordonnantie, kunnen, ten laste van hun uitgavenbegroting, en uitsluitend binnen de grenzen van hun opdrachten, subsidies toekennen die geen rechtsgrond hebben in een materiële ordonnantie.
Het Verenigd College moet de machtiging tot het toekennen van dit type subsidies jaarlijks in de uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inschrijven via een bepaling in het beschikkend gedeelte van deze begroting.
Art. 30. L'ordonnance ouvrant des crédits d'engagement et de liquidation provisoires fixe la période à laquelle ces crédits se rapportent.
La période pour laquelle des crédits d'engagement et de liquidation provisoires sont alloués par ordonnance ne peut excéder quatre mois.
Le Collège réuni peut soumettre une ordonnance contenant des crédits provisoires à l'approbation à l'Assemblée réunie plusieurs fois de suite si nécessaire.
La période pour laquelle des crédits d'engagement et de liquidation provisoires sont alloués par ordonnance ne peut excéder quatre mois.
Le Collège réuni peut soumettre une ordonnance contenant des crédits provisoires à l'approbation à l'Assemblée réunie plusieurs fois de suite si nécessaire.
HOOFDSTUK 4. - De voorlopige kredieten
Art. 31. Les crédits d'engagement et de liquidation provisoires sont calculés sur la base des crédits d'engagement et de liquidation correspondants du dernier budget des dépenses qui a été voté.
Art. 29. Indien blijkt dat de initiële uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en bijgevolg de initiële uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1 voor een gegeven begrotingsjaar niet vóór het begin van dat begrotingsjaar kunnen worden gestemd, dan opent een ordonnantie voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten die bedoeld zijn om de continuïteit van de openbare dienst te garanderen.
De voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden vervangen door de vastleggings- en vereffeningskredieten van de uitgavenbegroting van het gegeven begrotingsjaar zodra deze gestemd is.
In voorkomend geval wordt een ordonnantieontwerp waarbij voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden geopend, bij de Verenigde Vergadering ingediend.
De voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden vervangen door de vastleggings- en vereffeningskredieten van de uitgavenbegroting van het gegeven begrotingsjaar zodra deze gestemd is.
In voorkomend geval wordt een ordonnantieontwerp waarbij voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden geopend, bij de Verenigde Vergadering ingediend.
Art. 32. L'adoption par l'Assemblée réunie du budget des dépenses initial rend caduques l'ordonnance ouvrant des crédits provisoires.
Art. 30. De ordonnantie waarbij voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden geopend, stelt de termijn vast waarop deze kredieten betrekking hebben.
TITRE 4. - L'exposé général
Art. 31. De voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden berekend op grond van de overeenkomstige vastleggings- en vereffeningskredieten in de laatst gestemde uitgavenbegroting.
De voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten mogen niet worden aangewend voor uitgaven voor nieuwe initiatieven waartoe de Verenigde Vergadering voordien geen machtiging heeft verleend.
Behoudens specifieke bepalingen opgenomen in de ordonnantie waarbij voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden geopend, mogen de uitgaven niet hoger liggen dan de bedragen van de vastleggings- en vereffeningskredieten, per programma, van de laatst gestemde begroting, en dit in verhouding tot de termijn waarop deze voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten betrekking hebben.
De voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten mogen niet worden aangewend voor uitgaven voor nieuwe initiatieven waartoe de Verenigde Vergadering voordien geen machtiging heeft verleend.
Behoudens specifieke bepalingen opgenomen in de ordonnantie waarbij voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden geopend, mogen de uitgaven niet hoger liggen dan de bedragen van de vastleggings- en vereffeningskredieten, per programma, van de laatst gestemde begroting, en dit in verhouding tot de termijn waarop deze voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten betrekking hebben.
Art. 33. L'exposé général du budget initial contient au minimum:
1° l'analyse et la synthèse du budget initial des recettes et du budget initial des dépenses de la Commission communautaire commune, ainsi que de la politique budgétaire, y compris les objectifs budgétaires envisagés;
2° une explication sur les engagements européens;
3° la programmation budgétaire pluriannuelle comme stipulé à l'article 8;
4° un rapport financier, qui comprend notamment un rapport sur la situation de la dette de la Commission communautaire commune et de la trésorerie des Services du Collège réuni;
5° un rapport sur l'exécution du budget de la dernière année écoulée;
6° une explication sur la politique d'investissement de la Commission communautaire commune;
7° les revues de dépenses et de recettes prévues et effectuées, avec la justification des résultats obtenus;
8° les élément repris aux articles 16/9, 16/11, points 1°, 2° et 3°, et 16/14 de la loi du 16 mai 2003;
9° la note de genre conformément aux dispositions de l'ordonnance du 16 mai 2014 portant intégration de la dimension de genre dans les lignes politiques de la Commission communautaire commune.
1° l'analyse et la synthèse du budget initial des recettes et du budget initial des dépenses de la Commission communautaire commune, ainsi que de la politique budgétaire, y compris les objectifs budgétaires envisagés;
2° une explication sur les engagements européens;
3° la programmation budgétaire pluriannuelle comme stipulé à l'article 8;
4° un rapport financier, qui comprend notamment un rapport sur la situation de la dette de la Commission communautaire commune et de la trésorerie des Services du Collège réuni;
5° un rapport sur l'exécution du budget de la dernière année écoulée;
6° une explication sur la politique d'investissement de la Commission communautaire commune;
7° les revues de dépenses et de recettes prévues et effectuées, avec la justification des résultats obtenus;
8° les élément repris aux articles 16/9, 16/11, points 1°, 2° et 3°, et 16/14 de la loi du 16 mai 2003;
9° la note de genre conformément aux dispositions de l'ordonnance du 16 mai 2014 portant intégration de la dimension de genre dans les lignes politiques de la Commission communautaire commune.
Art. 32. De goedkeuring door de Verenigde Vergadering van de initiële uitgavenbegroting doet de ordonnantie vervallen waarbij voorlopige kredieten werden geopend.
Art. 34. § 1er. Le premier projet de budget initial de la Commission communautaire commune, déposé après la prestation de serment du Collège réuni, contient les notes d'orientation qui reprennent dans leur structure les missions et programmes du budget et qui définissent les objectifs stratégiques et opérationnels du Collège réuni y liés, dont ceux qui sont rendus obligatoires par d'autres ordonnances, pour la durée de la législature.
En lien avec le budget initial, le Collège réuni expose ses politiques et leur impact budgétaire de manière plus détaillée dans les lettres d'orientation, qui reprennent dans leur structure les missions et les programmes du budget.
§ 2. Les notes et lettres d'orientations comprennent également:
1° les justifications des budgets des recettes des Services du Collège réuni, des OAA1 et OAA2 précisant par mission, par programme et par poste de recettes les initiatives du Collège réuni et les hypothèses retenues qui ont présidé à l'estimation des crédits;
2° les justifications des budgets des dépenses des Services du Collège réuni, des OAA1 et OAA2 précisant par mission, par programme et par poste de dépenses les initiatives du Collège réuni et les hypothèses retenues qui ont présidé à l'estimation des crédits.
En lien avec le budget initial, le Collège réuni expose ses politiques et leur impact budgétaire de manière plus détaillée dans les lettres d'orientation, qui reprennent dans leur structure les missions et les programmes du budget.
§ 2. Les notes et lettres d'orientations comprennent également:
1° les justifications des budgets des recettes des Services du Collège réuni, des OAA1 et OAA2 précisant par mission, par programme et par poste de recettes les initiatives du Collège réuni et les hypothèses retenues qui ont présidé à l'estimation des crédits;
2° les justifications des budgets des dépenses des Services du Collège réuni, des OAA1 et OAA2 précisant par mission, par programme et par poste de dépenses les initiatives du Collège réuni et les hypothèses retenues qui ont présidé à l'estimation des crédits.
TITEL 4. - De algemene toelichting
Livre 4. - Les adaptations du budget
Art. 33. De algemene toelichting bij de initiële begroting bevat minstens:
TITRE 1er. - Les adaptations avec procédure parlementaire
Art. 34. § 1. Het eerste ontwerp van initiële begroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, neergelegd na de eedaflegging van het Verenigd College, bevat de beleidsnota's die in hun structuur de opdrachten en programma's hernemen van de begroting en die de daarmee verbonden strategische en operationele doelstellingen van het Verenigd College, waaronder deze die door andere ordonnanties worden opgelegd, definiëren voor de duur van de regeerperiode.
CHAPITRE 1er. - Les délibérations budgétaires
Boek 4. - De aanpassingen van de begroting
Art. 35. Dans les cas d'urgence, causés par des circonstances exceptionnelles ou imprévisibles, le Collège réuni peut, par délibération budgétaire motivée, autoriser l'engagement, la liquidation et le paiement des dépenses au-delà de la limite des crédits d'engagement et/ou de liquidation inscrits aux budgets des dépenses adoptés des Services du Collège réuni ou, en l'absence de crédits budgétaires, à concurrence des montants fixés par cette délibération budgétaire.
TITEL 1. - De aanpassingen met parlementaire procedure
Art. 36. Les délibérations budgétaires sont communiquées à l'Assemblée réunie et à la Cour des comptes. La Cour des comptes fait, le cas échéant, parvenir ses observations à l'Assemblée réunie.
HOOFDSTUK 1. - De begrotingsberaadslagingen
Art. 37. Lorsqu'elle porte globalement sur un montant d'au moins 10 millions d'euros en crédits d'engagement et/ou de liquidation, la délibération budgétaire doit toujours être suivie d'un ajustement budgétaire ad hoc au sein duquel la délibération budgétaire est reprise.
Art. 35. In dringende gevallen, veroorzaakt door uitzonderlijke of onvoorzienbare omstandigheden, kan het Verenigd College, bij gemotiveerde begrotingsberaadslaging, machtiging verlenen tot het vastleggen, vereffenen en betalen van uitgaven boven de limiet van de vaststellings- en/of vereffeningskredieten ingeschreven in de goedgekeurde uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College of, bij ontstentenis van begrotingskredieten, ten belope van de door deze begrotingsberaadslaging vastgestelde begrotingskredietbedragen.
CHAPITRE 2. - Les ajustements budgétaires
Art. 36. De begrotingsberaadslagingen worden aan de Verenigde Vergadering en het Rekenhof meegedeeld. Het Rekenhof maakt in voorkomend geval zijn bemerkingen over aan de Verenigde Vergadering.
Art. 38. Au moins une fois par an, le Collège réuni procède à un examen du budget sur la base des objectifs budgétaires. Suite à cet examen, le Collège réuni soumet à l'Assemblée réunie un ajustement du budget des recettes et/ou du budget des dépenses de la Commission communautaire commune.
Les projets d'ordonnances portant ajustement du budget sont accompagnés d'un exposé y relatif.
Les projets d'ordonnances portant ajustement du budget sont approuvés par le Collège réuni de la même manière que les projets d'ordonnances portant le budget initial.
Les projets d'ordonnances portant ajustement du budget sont soumis à l'Assemblée réunie.
Nonobstant ce qui précède, le Collège réuni peut à tout moment soumettre à l'Assemblée réunie un ajustement budgétaire technique.
Les projets d'ordonnances portant ajustement du budget sont accompagnés d'un exposé y relatif.
Les projets d'ordonnances portant ajustement du budget sont approuvés par le Collège réuni de la même manière que les projets d'ordonnances portant le budget initial.
Les projets d'ordonnances portant ajustement du budget sont soumis à l'Assemblée réunie.
Nonobstant ce qui précède, le Collège réuni peut à tout moment soumettre à l'Assemblée réunie un ajustement budgétaire technique.
Art. 37. Wanneer zij globaal betrekking heeft op een bedrag van minstens 10 miljoen euro in vastleggings- en/of vereffeningskredieten, moet de begrotingsberaadslaging steeds gevolgd worden door een begrotingsaanpassing ad hoc waarbinnen de begrotingsberaadslaging wordt opgenomen.
TITRE 2. - Les adaptations sans procédure parlementaire
HOOFDSTUK 2. - De begrotingsaanpassingen
CHAPITRE 1er. - La reventilation de crédits
Art. 38. Minstens eenmaal per jaar gaat het Verenigd College over tot een onderzoek van de begroting op basis van de begrotingsdoelstellingen. Als gevolg van dit onderzoek legt het Verenigd College aan de Verenigde Vergadering een aanpassing van de ontvangsten en/of van de uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor.
Section 1re. - La reventilation de crédits pour les Services du Collège réuni et pour les OAA1
TITEL 2. - De aanpassingen zonder parlementaire procedure
Art. 39. § 1er. Le Collège réuni est autorisé à reventiler les crédits d'engagement du budget des dépenses pour les Services du Collège réuni. Cette reventilation peut s'opérer:
HOOFDSTUK 1. - De kredietherverdeling
Art. 40. La proposition de reventilation de crédits est soumise à l'avis préalable de l'Inspection des Finances et à l'accord préalable des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget, sans préjudice des exceptions fixées par le Collège réuni.
Afdeling 1. - De kredietherverdelingen voor de Diensten van het Verenigd College en voor de ABI's 1
Art. 41. Toute décision de reventilation est mise à disposition de l'Assemblée réunie et de la Cour des comptes.
Art. 39. § 1. Het Verenigd College is gemachtigd om de vastleggingskredieten van de uitgavenbegroting voor de Diensten van het Verenigd College te herverdelen. Deze herverdeling kan gebeuren:
Section 2. - Les reventilations de crédits pour les OAA2
Art. 40. Het voorstel tot herverdeling van kredieten is onderworpen aan het voorafgaandelijke advies van de Inspectie van Financiën en aan het voorafgaandelijke akkoord van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting, onverminderd de door het Verenigd College bepaalde uitzonderingen.
Art. 42. L'organe d'administration d'un OAA2 est autorisé à reventiler les crédits d'engagement et de liquidation de son budget de dépenses.
Il peut également s'agir de reventilations de crédits de liquidation, à partir du résultat budgétaire reporté, inscrits au budget, sous réserve de la validation du Collège réuni.
Une reventilation de crédits doit être budgétairement neutre.
Le Collège réuni détermine les modalités selon lesquelles les reventilations peuvent s'opérer.
Il peut également s'agir de reventilations de crédits de liquidation, à partir du résultat budgétaire reporté, inscrits au budget, sous réserve de la validation du Collège réuni.
Une reventilation de crédits doit être budgétairement neutre.
Le Collège réuni détermine les modalités selon lesquelles les reventilations peuvent s'opérer.
Art. 41. Elke beslissing tot herverdeling wordt ter beschikking gesteld van de Verenigde Vergadering en het Rekenhof.
Art. 43. La proposition de reventilation de crédits est soumise à l'accord préalable des commissaires du Collège réuni, sans préjudice des exceptions fixées par le Collège réuni.
Afdeling 2. - De kredietherverdelingen voor de ABI's 2
CHAPITRE 2. - Les dépassements des crédits pour les OAA
Art. 42. Het bestuursorgaan van een ABI 2 is gemachtigd om de vastleggings- en vereffeningskredieten van haar uitgavenbegroting te herverdelen.
Section 1re. - Les dépassements des crédits pour les OAA1
Art. 43. Het voorstel tot herverdeling van kredieten is onderworpen aan het voorafgaandelijke akkoord van de commissarissen van het Verenigd College, onverminderd de door het Verenigd College bepaalde uitzonderingen.
Art. 44. Le Collège réuni est autorisé à procéder à un dépassement des crédits de liquidation limitatifs du budget des dépenses d'un OAA1, à condition que ce dépassement des crédits de liquidation soit compensé par une augmentation des recettes de cet OAA1 réalisées en termes de droits constatés de l'année budgétaire en cours.
Un dépassement de crédits doit être budgétairement neutre.
La proposition de dépassement des crédits est soumise à l'avis préalable de l'Inspection des Finances et à l'accord préalable des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget.
Le Collège réuni détermine les modalités selon lesquelles les dépassements peuvent s'opérer.
Un dépassement de crédits doit être budgétairement neutre.
La proposition de dépassement des crédits est soumise à l'avis préalable de l'Inspection des Finances et à l'accord préalable des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget.
Le Collège réuni détermine les modalités selon lesquelles les dépassements peuvent s'opérer.
HOOFDSTUK 2. - De kredietoverschrijdingen voor de ABI's
Art. 45. Toute décision de dépassement des crédits est mise à disposition de l'Assemblée réunie et de la Cour des comptes.
Afdeling 1. - De kredietoverschrijdingen voor de ABI's 1
Section 2. - Les dépassements de crédits pour les OAA2
Art. 44. Het Verenigd College is gemachtigd om een overschrijding door te voeren van de limitatieve vereffeningskredieten van de uitgavenbegroting van een ABI 1, op voorwaarde dat deze overschrijding van de vereffeningskredieten gecompenseerd wordt door een verhoging van ontvangsten in de ontvangstenbegroting van deze ABI1, gerealiseerd in termen van vastgestelde rechten van het lopende begrotingsjaar.
Een kredietoverschrijding moet budgettair neutraal zijn.
Het voorstel tot kredietoverschrijding is onderworpen aan het voorafgaandelijke advies van de Inspectie van Financiën en het voorafgaandelijke akkoord van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting.
Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de overschrijdingen mogen plaatsvinden.
Een kredietoverschrijding moet budgettair neutraal zijn.
Het voorstel tot kredietoverschrijding is onderworpen aan het voorafgaandelijke advies van de Inspectie van Financiën en het voorafgaandelijke akkoord van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting.
Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de overschrijdingen mogen plaatsvinden.
Art. 46. L'organe d'administration est autorisé à procéder à un dépassement des crédits de liquidation limitatifs du budget des dépenses de l'OAA2, à condition que ce dépassement des crédits de liquidation soit compensé par une augmentation de recettes réalisées en termes de droits constatés de l'année budgétaire en cours.
Un dépassement de crédits doit être budgétairement neutre.
La proposition de dépassement est soumise à l'accord préalable des commissaires du Collège réuni.
Le Collège réuni détermine les modalités selon lesquelles les dépassements de crédits peuvent s'opérer.
Un dépassement de crédits doit être budgétairement neutre.
La proposition de dépassement est soumise à l'accord préalable des commissaires du Collège réuni.
Le Collège réuni détermine les modalités selon lesquelles les dépassements de crédits peuvent s'opérer.
Art. 45. Elke beslissing tot kredietoverschrijding wordt ter beschikking gesteld van de Verenigde Vergadering en het Rekenhof.
Livre 5. - La Cour des comptes
Afdeling 2. - De kredietoverschrijdingen voor de ABI's 2
Art. 47. La Cour des comptes communique, le cas échéant, à l'Assemblée réunie ses remarques sur les documents suivants:
Art. 46. Het bestuursorgaan is gemachtigd om een overschrijding door te voeren van de limitatieve vereffeningskredieten van de uitgavenbegroting van de ABI 2, op voorwaarde dat deze overschrijding van de vereffeningskredieten gecompenseerd wordt door een verhoging van ontvangsten in de ontvangstenbegroting van deze ABI 2, gerealiseerd in termen van vastgestelde rechten van het lopende begrotingsjaar.
Livre 6. - La publicité du budget
Boek 5. - Het Rekenhof
Art. 48. Les budgets approuvés sont publiés au Moniteur belge.
Art. 47. Het Rekenhof deelt, in voorkomend geval, aan de Verenigde Vergadering zijn opmerkingen mee aangaande de volgende documenten:
Partie 3. - La comptabilité
Boek 6. - De bekendmaking van de begroting
Livre 1er. - Généralités
Art. 48. De goedgekeurde begrotingen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 49. Chaque entité comptable tient une comptabilité générale sur la base d'un plan comptable normalisé, établi conformément à l'article 5 de la loi du 16 mai 2003 et en application de l'arrêté royal du 10 novembre 2009 fixant le plan comptable applicable à l'Etat fédéral, aux communautés, aux régions et à la Commission communautaire commune dans sa version en vigueur au 10 novembre 2009 ou selon le plan comptable fixé par l'arrêté royal du 21 octobre 2018 portant exécution des articles III.82 à III.95 du code de droit Economique.
Le compte général de chaque entité comptable, en ce compris l'annexe au compte annuel, doit respecter la structure du plan comptable fixé aux annexes 2 et 3 de l'arrêté royal du 10 novembre 2009 fixant le plan comptable applicable à l'Etat fédéral, aux communautés, aux régions et à la Commission communautaire commune.
Le compte général de chaque entité comptable, en ce compris l'annexe au compte annuel, doit respecter la structure du plan comptable fixé aux annexes 2 et 3 de l'arrêté royal du 10 novembre 2009 fixant le plan comptable applicable à l'Etat fédéral, aux communautés, aux régions et à la Commission communautaire commune.
Deel 3. - De boekhouding
Art. 50. Conformément à l'article 6 de la loi du 16 mai 2003, la comptabilité générale est tenue selon les règles usuelles de la comptabilité en partie double.
Boek 1. - Algemeen
Art. 51. La comptabilité générale contient des composantes analytiques. Le Collège réuni détermine la structure de base commune et obligatoire de ces composantes.
Art. 49. Elke boekhoudkundige entiteit voert een algemene boekhouding op basis van een genormaliseerd boekhoudplan, opgesteld overeenkomstig artikel 5 van de wet van 16 mei 2003 en in toepassing van het koninklijk besluit van 10 november 2009 tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of overeenkomstig het rekeningstelsel vastgelegd door het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot III.95 van het Wetboek van Economisch recht.
De algemene rekening van de boekhoudkundige entiteit, met inbegrip van de toelichting bij de jaarrekening, moet in overeenstemming zijn met de structuur van het boekhoudplan opgenomen in de bijlagen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 10 november 2009 tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
De algemene rekening van de boekhoudkundige entiteit, met inbegrip van de toelichting bij de jaarrekening, moet in overeenstemming zijn met de structuur van het boekhoudplan opgenomen in de bijlagen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 10 november 2009 tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Art. 52. Conformément à l'article 7 de la loi du 16 mai 2003, chaque entité comptable dresse, dans la même forme que le plan comptable, un inventaire annuel des éléments actifs et passifs de son patrimoine.
Art. 50. Overeenkomstig artikel 6 van de wet van 16 mei 2003, wordt de algemene boekhouding gevoerd volgens de gebruikelijke regels van het dubbel boekhouden.
Ze betreft de totaliteit van de bezittingen en rechten van elke boekhoudkundige entiteit, haar schulden, verplichtingen en verbintenissen van welke aard ook.
Elke boekhoudverrichting wordt zonder uitstel, getrouw en volledig en naar tijdsorde geboekt, gestaafd met een verantwoordingsstuk.
Het boekjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december daaropvolgend.
Ze betreft de totaliteit van de bezittingen en rechten van elke boekhoudkundige entiteit, haar schulden, verplichtingen en verbintenissen van welke aard ook.
Elke boekhoudverrichting wordt zonder uitstel, getrouw en volledig en naar tijdsorde geboekt, gestaafd met een verantwoordingsstuk.
Het boekjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december daaropvolgend.
Art. 53. Conformément à l'article 8 de la loi du 16 mai 2003, la comptabilité budgétaire est tenue en liaison avec la comptabilité générale. Elle doit permettre un suivi permanent de l'exécution du budget de chaque entité comptable.
Art. 51. De algemene boekhouding bevat analytische componenten. Het Verenigd College bepaalt de gemeenschappelijke en verplichte basisstructuur van deze componenten.
Art. 54. Toute opération est rattachée à l'exercice comptable durant lequel elle a lieu. Par ailleurs, pour appartenir à un exercice comptable, les droits doivent avoir été constatés durant celui-ci.
Toutefois, les droits constatés de l'exercice comptable qui ne sont pas comptabilisés avant le 1er février de l'année suivante, appartiennent à une année ultérieure.
En dérogation à l'alinéa précédent, des dépenses organiques obligatoires non soumises à l'existence de crédits budgétaires disponibles des OAA2 qui font l'objet d'une législation et réglementation organiques, peuvent être comptabilisés jusqu'au 31 mars de l'année suivante.
Toutefois, les droits constatés de l'exercice comptable qui ne sont pas comptabilisés avant le 1er février de l'année suivante, appartiennent à une année ultérieure.
En dérogation à l'alinéa précédent, des dépenses organiques obligatoires non soumises à l'existence de crédits budgétaires disponibles des OAA2 qui font l'objet d'une législation et réglementation organiques, peuvent être comptabilisés jusqu'au 31 mars de l'année suivante.
Art. 52. Overeenkomstig artikel 7 van de wet van 16 mei 2003, stelt elke boekhoudkundige entiteit een jaarlijkse inventaris op van de activa en passiva van zijn vermogen, in dezelfde vorm als het rekeningenstelstel.
Art. 55. En application de l'article 12, paragraphe 3, un droit est constaté au niveau des recettes ou est considéré comme constaté au niveau des liquidations quand les conditions suivantes sont remplies:
1° son montant est déterminé de manière exacte;
2° l'identité du débiteur ou du créancier est déterminable;
3° l'obligation de payer existe;
4° une pièce justificative est en possession de l'entité comptable concernée.
1° son montant est déterminé de manière exacte;
2° l'identité du débiteur ou du créancier est déterminable;
3° l'obligation de payer existe;
4° une pièce justificative est en possession de l'entité comptable concernée.
Art. 53. Overeenkomstig artikel 8 van de wet van 16 mei 2003, wordt de begrotingsboekhouding in relatie met de algemene boekhouding gevoerd. Ze moet een permanente opvolging mogelijk maken van de begrotingsuitvoering van elke boekhoudkundige entiteit.
Art. 56. Les opérations sont méthodiquement inscrites en comptabilité générale et, pour autant qu'elles soient aussi des opérations budgétaires, simultanément en comptabilité budgétaire.
Art. 54. Elke verrichting wordt gehecht aan het boekjaar waarin ze heeft plaats gehad. Om tot een boekjaar te behoren, moeten de rechten bovendien vastgesteld zijn in dat boekjaar.
De vastgestelde rechten van het boekjaar die evenwel niet vóór 1 februari van het volgend jaar zijn geboekt, maken deel uit van een volgend jaar.
In afwijking op het vorige lid, kunnen de verplichte organieke uitgaven, niet afhankelijk van het bestaan van beschikbare begrotingskredieten, van ABI's 2 die het voorwerp uitmaken van een organieke wet- en regelgeving, worden geboekt tot en met 31 maart van het volgende jaar.
De vastgestelde rechten van het boekjaar die evenwel niet vóór 1 februari van het volgend jaar zijn geboekt, maken deel uit van een volgend jaar.
In afwijking op het vorige lid, kunnen de verplichte organieke uitgaven, niet afhankelijk van het bestaan van beschikbare begrotingskredieten, van ABI's 2 die het voorwerp uitmaken van een organieke wet- en regelgeving, worden geboekt tot en met 31 maart van het volgende jaar.
Art. 57. Les pièces justificatives sont classées de manière méthodique pendant une période de dix ans et conservées d'une manière qui en permette l'accès.
En dérogation à l'alinéa précédent, pour les documents qui ne sont pas opposables aux tiers, le délai de conservation est limité à trois ans.
Le Collège réuni est autorisé à fixer les conditions auxquelles doivent répondre les pièces justificatives, ainsi que les conditions relatives à leur conservation et à leur mise à disposition des organes de contrôle.
En dérogation à l'alinéa précédent, pour les documents qui ne sont pas opposables aux tiers, le délai de conservation est limité à trois ans.
Le Collège réuni est autorisé à fixer les conditions auxquelles doivent répondre les pièces justificatives, ainsi que les conditions relatives à leur conservation et à leur mise à disposition des organes de contrôle.
Art. 55. In toepassing van artikel 12, paragraaf 3, wordt een recht inzake ontvangsten vastgesteld of inzake vereffeningen als vastgesteld beschouwd als volgende voorwaarden worden vervuld:
1° zijn bedrag is op nauwkeurige wijze vastgesteld;
2° de identiteit van de schuldenaar of van de schuldeiser is bepaalbaar;
3° de verplichting om te betalen bestaat;
4° een verantwoordingsstuk is in het bezit van de betrokken boekhoudkundige entiteit.
1° zijn bedrag is op nauwkeurige wijze vastgesteld;
2° de identiteit van de schuldenaar of van de schuldeiser is bepaalbaar;
3° de verplichting om te betalen bestaat;
4° een verantwoordingsstuk is in het bezit van de betrokken boekhoudkundige entiteit.
Art. 58. Les livres et les journaux sont tenus et conservés de façon à garantir leur continuité matérielle, leur régularité et l'irréversibilité des écritures.
Le Collège réuni est autorisé à en déterminer les modalités.
Le Collège réuni est autorisé à en déterminer les modalités.
Art. 56. De verrichtingen worden methodisch geboekt in de algemene boekhouding en, voor zover ze ook begrotingsverrichtingen zijn, tegelijkertijd in de begrotingsboekhouding.
Art. 59. Seuls sont imputés dans la comptabilité budgétaire d'une année déterminée:
1° en recettes: les droits constatés au profit de l'entité comptable pendant l'année budgétaire;
2° en dépenses:
a) à charge des crédits d'engagement, les sommes qui sont engagées du chef d'obligations nées ou contractées au cours de l'année budgétaire et, pour les obligations récurrentes, dont les effets s'étendent sur plusieurs années, les sommes qui seront exigibles au cours de l'année budgétaire;
b) à charge des crédits de liquidation, les sommes qui sont liquidées au cours de l'année budgétaire du chef des droits constatés acquis à charge de l'entité comptable en vue d'apurer des obligations préalablement ou simultanément engagées.
1° en recettes: les droits constatés au profit de l'entité comptable pendant l'année budgétaire;
2° en dépenses:
a) à charge des crédits d'engagement, les sommes qui sont engagées du chef d'obligations nées ou contractées au cours de l'année budgétaire et, pour les obligations récurrentes, dont les effets s'étendent sur plusieurs années, les sommes qui seront exigibles au cours de l'année budgétaire;
b) à charge des crédits de liquidation, les sommes qui sont liquidées au cours de l'année budgétaire du chef des droits constatés acquis à charge de l'entité comptable en vue d'apurer des obligations préalablement ou simultanément engagées.
Art. 57. De verantwoordingsstukken worden methodisch geklasseerd gedurende een periode van tien jaar en ze worden bewaard op een manier die ze toegankelijk maakt.
In afwijking van het voorgaande lid wordt de bewaringstermijn beperkt tot drie jaar voor de documenten die niet tegenstelbaar zijn aan derden.
Het Verenigd College is gemachtigd om de voorwaarden te bepalen waaraan de verantwoordingsstukken moeten beantwoorden, alsook de voorwaarden met betrekking tot hun bewaring en de beschikbaarstelling ervan ten behoeve van de toezichtsorganen.
In afwijking van het voorgaande lid wordt de bewaringstermijn beperkt tot drie jaar voor de documenten die niet tegenstelbaar zijn aan derden.
Het Verenigd College is gemachtigd om de voorwaarden te bepalen waaraan de verantwoordingsstukken moeten beantwoorden, alsook de voorwaarden met betrekking tot hun bewaring en de beschikbaarstelling ervan ten behoeve van de toezichtsorganen.
Art. 60. La comptabilisation des encours d'engagement est opérée au moins une fois par an dans la comptabilité générale et ce, à la date d'inventaire.
Art. 58. De boeken en journalen worden bijgehouden en bewaard op een wijze die hun materiële continuïteit, hun regelmatigheid en de onomkeerbaarheid van de boekingen verzekert.
Livre 2. - Les acteurs de la comptabilité
Art. 59. Worden alleen aangerekend op de begrotingsboekhouding van een bepaald jaar:
TITRE 1er. - Le comptable bicommunautaire
Art. 60. De uitstaande vastleggingen worden minstens één keer per jaar in de algemene boekhouding geboekt en dit op datum van de inventaris.
CHAPITRE 1er. - Désignation
Boek 2. - De actoren van de boekhouding
Art. 61. Le Collège réuni désigne, pour l'entité bicommunautaire, un comptable bicommunautaire, parmi les membres du personnel des Services du Collège réuni.
TITEL 1. - De bicommunautaire boekhouder
CHAPITRE 2. - Missions
HOOFDSTUK 1. - Aanstelling
Art. 62. Le comptable bicommunautaire est chargé:
Art. 61. Het Verenigd College stelt voor de bicommunautaire entiteit een bicommunautaire boekhouder aan onder de personeelsleden van de Diensten van het Verenigd College.
Art. 63. Le Collège réuni est autorisé à déterminer les modalités de collaboration entre le comptable bicommunautaire, le comptable des Services du Collège réuni et les comptables des OAA.
HOOFDSTUK 2. - Opdrachten
TITRE 2. - Le comptable des Services du Collège réuniet les comptables des OAA
Art. 62. De bicommunautaire boekhouder is belast met:
CHAPITRE 1er. - Désignation
Art. 63. Het Verenigd College is gemachtigd de modaliteiten van samenwerking vast te stellen tussen de bicommunautaire boekhouder, de boekhouder van de Diensten van het Verenigd College en de boekhouders van de ABI's.
Art. 64. § 1er. Le Collège réuni désigne un comptable des Services du Collège réuni parmi les membres du personnel des Services du Collège réuni.
§ 2. Au sein de chaque OAA1, le Collège réuni désigne un comptable.
Au sein de chaque OAA2, l'organe d'administration de l'OAA2 désigne un comptable.
§ 2. Au sein de chaque OAA1, le Collège réuni désigne un comptable.
Au sein de chaque OAA2, l'organe d'administration de l'OAA2 désigne un comptable.
TITEL 2. - De boekhouder van de Diensten van het Verenigd Collegeen de boekhouders van de ABI's
CHAPITRE 2. - Missions
HOOFDSTUK 1. - Aanstelling
Art. 65. Sans préjudice de l'article 62, le comptable des Services du Collège réuni et les comptables des OAA sont chargés:
Art. 64. § 1. Het Verenigd College stelt een boekhouder van de Diensten van het Verenigd College aan onder de personeelsleden van de Diensten van het Verenigd College.
Livre 3. - Les opérations comptables
HOOFDSTUK 2. - Opdrachten
TITRE 1er. - Les opérations de recettes
Art. 65. Onverminderd artikel 62 zijn de boekhouder van de Diensten van het Verenigd College en de boekhouders van de ABI's belast met:
CHAPITRE 1er. - Généralités
Boek 3. - De boekhoudkundige verrichtingen
Art. 66. Toute recette fait l'objet successivement d'une constatation d'un droit, d'un ordonnancement et d'un recouvrement.
TITEL 1. - De ontvangstenverrichtingen
CHAPITRE 2. - La constatation d'un droit
HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden
Art. 67. La constatation d'un droit est l'acte par lequel l'ordonnateur compétent établit le droit constaté, conformément à l'article 55 de la présente ordonnance.
Art. 66. Elke ontvangst maakt achtereenvolgens het voorwerp uit van een vaststelling van een recht, een ordonnancering en een invordering.
CHAPITRE 3. - L'ordonnancement des recettes
HOOFDSTUK 2. - De vaststelling van een recht
Art. 68. L'ordonnancement des recettes est l'acte par lequel l'ordonnateur compétent donne au comptable-trésorier de recettes compétent, via le comptable compétent, l'instruction de recouvrer une créance qu'il a constatée.
Art. 67. De vaststelling van een recht is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur het vastgesteld recht tot stand brengt, overeenkomstig artikel 55 van deze ordonnantie.
CHAPITRE 4. - Le recouvrement
HOOFDSTUK 3. - De ordonnancering van de ontvangsten
Art. 69. § 1er. Les comptables-trésoriers des recettes suivent les procédures mises en place afin de recouvrer les créances dues à l'entité bicommunautaire.
Art. 68. De ordonnancering van de ontvangsten is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur aan de bevoegde rekenplichtige van de ontvangsten, via de bevoegde boekhouder, de instructie geeft om een schuldvordering in te vorderen die hij heeft vastgesteld.
De bevoegde rekenplichtige van de ontvangsten staat in voor een tijdige inning en zorgt voor het behoud van de rechten ervan.
De bevoegde rekenplichtige van de ontvangsten staat in voor een tijdige inning en zorgt voor het behoud van de rechten ervan.
Art. 70. § 1er. Les comptables-trésoriers des recettes, dans le cadre des missions qui leur sont confiées par le Collège réuni, consultent les données à caractère personnel et les utilisent exclusivement dans le cadre du recouvrement des créances qu'ils doivent gérer.
Dans le cas où les comptables-trésoriers des recettes sont dans l'impossibilité de recouvrer eux-mêmes la créance, ces données pourront être communiquées à des prestataires chargés du recouvrement de ces créances, à savoir des huissiers, des avocats et des organismes de recouvrement. Ces derniers utilisent ces données uniquement pour l'exécution de la mission de recouvrement dont ils sont chargés.
La durée de conservation maximale est celle fixée à l'article 56.
§ 2. Le responsable du traitement des données à caractère personnel dans le cadre du recouvrement des recettes et, par conséquent, le responsable de recherches visées à l'article 69, est:
1° au niveau des Services du Collège réuni, les Services du Collège réuni pour le recouvrement des recettes qui la concernent;
2° au niveau de chaque OAA, l'OAA concerné pour le recouvrement de ses recettes.
Dans le cas où les comptables-trésoriers des recettes sont dans l'impossibilité de recouvrer eux-mêmes la créance, ces données pourront être communiquées à des prestataires chargés du recouvrement de ces créances, à savoir des huissiers, des avocats et des organismes de recouvrement. Ces derniers utilisent ces données uniquement pour l'exécution de la mission de recouvrement dont ils sont chargés.
La durée de conservation maximale est celle fixée à l'article 56.
§ 2. Le responsable du traitement des données à caractère personnel dans le cadre du recouvrement des recettes et, par conséquent, le responsable de recherches visées à l'article 69, est:
1° au niveau des Services du Collège réuni, les Services du Collège réuni pour le recouvrement des recettes qui la concernent;
2° au niveau de chaque OAA, l'OAA concerné pour le recouvrement de ses recettes.
HOOFDSTUK 4. - De invordering
CHAPITRE 5. - L'extinction d'un droit constaté
Art. 69. § 1. De rekenplichtigen van de ontvangsten volgen de ingevoerde procedures voor de invordering van de aan de bicommunautaire entiteit verschuldigde schuldvorderingen.
§ 2. Om de schuldenaars van de schuldvorderingen van de bicommunautaire entiteit, de medeschuldenaars en de personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn, te kunnen identificeren en contacteren, hebben de rekenplichtigen van de ontvangsten toegang tot:
1° wat de natuurlijke personen betreft: het rijksregister van de natuurlijke personen, geregeld bij de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
2° wat de ondernemingen betreft (natuurlijke en rechtspersonen): de Kruispuntbank van Ondernemingen, opgericht bij de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, en het UBO-register, opgericht bij de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.
In een eerste fase worden, om de rechtstreekse schuldenaar van de schuldvordering te identificeren en te contacteren, alleen de volgende gegevens geraadpleegd:
1° de naam;
2° de voornaam;
3° de hoofdverblijfplaats;
4° het rijksregisternummer of ondernemingsnummer;
5° de plaats en datum van overlijden of de datum van de faillietverklaring.
In een tweede fase, enkel indien de rechtstreekse schuldenaar niet kon worden gevonden en om de mogelijke medeschuldenaars en elke persoon die hoofdelijk aansprakelijk is te bepalen, worden de volgende gegevens geraadpleegd:
1° de burgerlijke staat;
2° de samenstelling van het huishouden;
3° de naam van de eventuele vennoten of bestuurders;
4° de voornaam van de eventuele vennoten of bestuurders;
5° de hoofdverblijfplaats van de eventuele vennoten of bestuurders, indien van toepassing;
6° het rijksregisternummer of ondernemingsnummer van de eventuele vennoten of bestuurders.
Indien de uitgevoerde opzoekingen niet toelaten de rechtstreekse schuldenaar of zijn echtgenoot of echtgenote te vinden, wordt de identiteit van de rechthebbende(n) geraadpleegd.
§ 2. Om de schuldenaars van de schuldvorderingen van de bicommunautaire entiteit, de medeschuldenaars en de personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn, te kunnen identificeren en contacteren, hebben de rekenplichtigen van de ontvangsten toegang tot:
1° wat de natuurlijke personen betreft: het rijksregister van de natuurlijke personen, geregeld bij de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
2° wat de ondernemingen betreft (natuurlijke en rechtspersonen): de Kruispuntbank van Ondernemingen, opgericht bij de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, en het UBO-register, opgericht bij de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.
In een eerste fase worden, om de rechtstreekse schuldenaar van de schuldvordering te identificeren en te contacteren, alleen de volgende gegevens geraadpleegd:
1° de naam;
2° de voornaam;
3° de hoofdverblijfplaats;
4° het rijksregisternummer of ondernemingsnummer;
5° de plaats en datum van overlijden of de datum van de faillietverklaring.
In een tweede fase, enkel indien de rechtstreekse schuldenaar niet kon worden gevonden en om de mogelijke medeschuldenaars en elke persoon die hoofdelijk aansprakelijk is te bepalen, worden de volgende gegevens geraadpleegd:
1° de burgerlijke staat;
2° de samenstelling van het huishouden;
3° de naam van de eventuele vennoten of bestuurders;
4° de voornaam van de eventuele vennoten of bestuurders;
5° de hoofdverblijfplaats van de eventuele vennoten of bestuurders, indien van toepassing;
6° het rijksregisternummer of ondernemingsnummer van de eventuele vennoten of bestuurders.
Indien de uitgevoerde opzoekingen niet toelaten de rechtstreekse schuldenaar of zijn echtgenoot of echtgenote te vinden, wordt de identiteit van de rechthebbende(n) geraadpleegd.
Art. 71. Les droits constatés au profit de chaque entité comptable s'éteignent par leur paiement, leur annulation ou leur prescription.
Le Collège réuni peut annuler, partiellement ou entièrement, un droit constaté ou en acter la prescription dans les cas suivants:
1° sur la base d'une pièce justificative qui justifie l'annulation ou la prescription;
2° en cas de non-rentabilité de la procédure de recouvrement pour une créance. Le Collège réuni détermine les cas dans lesquelles la procédure de recouvrement est jugée non rentable.
Le Collège réuni peut annuler, partiellement ou entièrement, un droit constaté ou en acter la prescription dans les cas suivants:
1° sur la base d'une pièce justificative qui justifie l'annulation ou la prescription;
2° en cas de non-rentabilité de la procédure de recouvrement pour une créance. Le Collège réuni détermine les cas dans lesquelles la procédure de recouvrement est jugée non rentable.
Art. 70. § 1. De rekenplichtigen van de ontvangsten raadplegen, in het kader van de hun door het Verenigd College toevertrouwde opdrachten, de persoonsgegevens en gebruiken deze uitsluitend in het kader van de invordering van de schuldvorderingen die zij moeten beheren.
In het geval dat de rekenplichtigen van de ontvangsten de schuldvordering onmogelijk zelf kunnen invorderen, kunnen deze gegevens worden meegedeeld aan dienstverleners die belast zijn met de invordering van deze schuldvorderingen, namelijk deurwaarders, advocaten en invorderingsinstellingen. Laatstgenoemden gebruiken deze gegevens uitsluitend voor het uitvoeren van de invorderingsopdracht waarmee zij werden belast.
De maximale bewaringstermijn is deze die in artikel 56 wordt bepaald.
§ 2. De verwerkingsverantwoordelijke van de persoonsgegevens in het kader van de invordering van de ontvangsten en, bijgevolg, de verantwoordelijke van de opzoekingen bedoeld in artikel 69 is:
1° op het niveau van de Diensten van het Verenigd College, de Diensten van het Verenigd College voor de invordering van de ontvangsten die haar aanbelangen;
2° op het niveau van elke ABI, de betrokken ABI voor de invordering van haar ontvangsten.
In het geval dat de rekenplichtigen van de ontvangsten de schuldvordering onmogelijk zelf kunnen invorderen, kunnen deze gegevens worden meegedeeld aan dienstverleners die belast zijn met de invordering van deze schuldvorderingen, namelijk deurwaarders, advocaten en invorderingsinstellingen. Laatstgenoemden gebruiken deze gegevens uitsluitend voor het uitvoeren van de invorderingsopdracht waarmee zij werden belast.
De maximale bewaringstermijn is deze die in artikel 56 wordt bepaald.
§ 2. De verwerkingsverantwoordelijke van de persoonsgegevens in het kader van de invordering van de ontvangsten en, bijgevolg, de verantwoordelijke van de opzoekingen bedoeld in artikel 69 is:
1° op het niveau van de Diensten van het Verenigd College, de Diensten van het Verenigd College voor de invordering van de ontvangsten die haar aanbelangen;
2° op het niveau van elke ABI, de betrokken ABI voor de invordering van haar ontvangsten.
Art. 72. Le Collège réuni est autorisé à fixer les modalités de comptabilisation des droits constatés en créances douteuses, de leur mise en surséance indéfinie ou en irrécouvrabilité et les modalités de délégation.
HOOFDSTUK 5. - De uitdoving van een vastgesteld recht
CHAPITRE 6. - Les facilités de paiement
Art. 71. De vastgestelde rechten ten gunste van elke boekhoudkundige entiteit doven uit door de betaling, annulering of verjaring ervan.
Het Verenigd College kan een vastgesteld recht geheel of gedeeltelijk annuleren of akte nemen van de verjaring ervan in de volgende gevallen:
1° op grond van een verantwoordingsstuk dat de annulering of de verjaring rechtvaardigt;
2° in het geval de invorderingsprocedure voor een schuldvordering onrendabel is. Het Verenigd College bepaalt de gevallen waarin de invorderingsprocedure als onrendabel wordt beschouwd.
Het Verenigd College kan een vastgesteld recht geheel of gedeeltelijk annuleren of akte nemen van de verjaring ervan in de volgende gevallen:
1° op grond van een verantwoordingsstuk dat de annulering of de verjaring rechtvaardigt;
2° in het geval de invorderingsprocedure voor een schuldvordering onrendabel is. Het Verenigd College bepaalt de gevallen waarin de invorderingsprocedure als onrendabel wordt beschouwd.
Art. 73. § 1er. Pour les Services du Collège réuni et les OAA1, en vue du recouvrement des créances, le Collège réuni peut, sans préjudice des délégations y relatives autorisées par lui, aux conditions qu'il fixe dans chaque cas particulier, accorder des délais pour le paiement du principal, remettre tout ou partie de la dette en intérêts et consentir à ce que les paiements partiels soient imputés d'abord sur le capital.
Si la situation du débiteur de bonne foi le justifie, le Collège réuni conclut avec lui une transaction.
§ 2. Pour les OAA2, il s'agit de l'organe d'administration.
Si la situation du débiteur de bonne foi le justifie, le Collège réuni conclut avec lui une transaction.
§ 2. Pour les OAA2, il s'agit de l'organe d'administration.
Art. 72. Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten te bepalen voor de boeking van de vastgestelde rechten als dubieuze schuldvorderingen, voor het in onbepaald uitstel brengen of het oninvorderbaar verklaren van de vastgestelde rechten en de modaliteiten van delegatie.
CHAPITRE 7. - La poursuite des créances non recouvrées
HOOFDSTUK 6. - De betalingsfaciliteiten
Art. 74. Le recouvrement des créances qui n'ont pas été acquittées dans les délais légaux peut être poursuivi conformément aux règles arrêtées par le Collège réuni. Les contraintes qui permettent la poursuite des créances qui n'ont pas été acquittées dans les délais légaux, sont décernées, visées et rendues exécutoires par l'ordonnateur compétent.
Art. 73. § 1. Voor de Diensten van het Verenigd College en de ABI's 1, met het oog op de invordering van de schuldvorderingen, kan het Verenigd College, onverminderd de door haar toegestane delegaties dienaangaande, onder de voorwaarden die zij in elk specifiek geval bepaalt, uitstel van betaling toestaan voor de hoofdsom, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de interestenschuld verlenen en ermee instemmen dat de gedeeltelijke betalingen eerst op het kapitaal worden verrekend.
TITRE 2. - Les opérations de dépenses
HOOFDSTUK 7. - De opeising van niet-ingevorderde schuldvorderingen
CHAPITRE 1er. - Généralités
Art. 74. De invordering van de schuldvorderingen die niet binnen de wettelijke termijnen zijn voldaan, mag overeenkomstig de regels bepaald door het Verenigd College worden vervolgd De dwangschriften die de opeising van de schuldvorderingen die niet binnen de wettelijke termijnen werden betaald, mogelijk maken, worden door de bevoegde ordonnateur uitgevaardigd, ondertekend en uitvoerbaar verklaard.
Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten van:
1° de vervolging;
2° de vervolgingskosten.
Het Verenigd College kan bepalen welke personen belast zijn met vervolging en welke regels ze moeten naleven.
Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten van:
1° de vervolging;
2° de vervolgingskosten.
Het Verenigd College kan bepalen welke personen belast zijn met vervolging en welke regels ze moeten naleven.
Art. 75. Toute dépense fait l'objet d'un engagement, d'une liquidation et, le cas échéant, d'un ordonnancement et d'un paiement.
TITEL 2. - De uitgavenverrichtingen
CHAPITRE 2. - L'engagement
HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden
Art. 76. § 1er. L'engagement consiste dans l'imputation, à charge du crédit d'engagement, des sommes nécessaires à des liquidations ultérieures ou simultanées en vue d'un engagement juridique.
Art. 75. Iedere uitgave maakt het voorwerp uit van een vastlegging, een vereffening, en in voorkomend geval, van een ordonnancering en een betaling.
Art. 77. § 1er. Un engagement est annulé lorsque plus aucune obligation ne peut en découler et au plus tard après six ans, sauf si l'engagement juridique sous-jacent est toujours en cours.
Le Collège réuni détermine les modalités d'annulation des engagements.
§ 2. L'encours des engagements à la fin de l'année budgétaire est reporté à l'année budgétaire suivante.
Le Collège réuni détermine les modalités d'annulation des engagements.
§ 2. L'encours des engagements à la fin de l'année budgétaire est reporté à l'année budgétaire suivante.
HOOFDSTUK 2. - De vastlegging
Art. 78. Avant de procéder à l'enregistrement d'un engagement, l'ordonnateur compétent s'assure:
Art. 76. § 1. De vastlegging bestaat uit de aanrekening, ten laste van het vastleggingskrediet, van de bedragen die nodig zijn voor latere of gelijktijdige vereffeningen, met het oog op een juridische verbintenis.
CHAPITRE 3. - La liquidation
Art. 77. § 1. Een vastlegging wordt geannuleerd als er geen verplichting meer uit kan ontstaan en uiterlijk na zes jaar, tenzij de onderliggende juridische verbintenis nog in uitvoering is.
Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten om de vastleggingen te annuleren.
§ 2. De op het einde van het begrotingsjaar uitstaande vastleggingen worden naar het volgende begrotingsjaar overgedragen.
Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten om de vastleggingen te annuleren.
§ 2. De op het einde van het begrotingsjaar uitstaande vastleggingen worden naar het volgende begrotingsjaar overgedragen.
Art. 79. La liquidation d'une dépense est l'acte par lequel l'ordonnateur compétent valide le droit constaté revendiqué par le tiers, conformément à l'article 55 de la présente ordonnance.
Après avoir obtenu le visa de liquidation visé à l'article 142, s'il est requis, l'ordonnateur compétent charge le comptable compétent de comptabiliser la liquidation.
Le Collège réuni est autorisé à fixer, dans l'arrêté qui règle les matières de l'engagement, de la liquidation et du contrôle des engagements et des liquidations, les modalités relatives aux liquidations.
Après avoir obtenu le visa de liquidation visé à l'article 142, s'il est requis, l'ordonnateur compétent charge le comptable compétent de comptabiliser la liquidation.
Le Collège réuni est autorisé à fixer, dans l'arrêté qui règle les matières de l'engagement, de la liquidation et du contrôle des engagements et des liquidations, les modalités relatives aux liquidations.
Art. 78. Vooraleer over te gaan tot een boeking van een vastlegging vergewist de bevoegde ordonnateur zich van:
CHAPITRE 4. - L'ordonnancement des dépenses
HOOFDSTUK 3. - De vereffening
Art. 80. L'ordonnancement des dépenses est l'acte par lequel l'ordonnateur compétent donne, via le comptable compétent, l'instruction au comptable-trésorier centralisateur des dépenses de l'entité comptable concernée, de payer le montant de la dépense dont il a effectué la liquidation.
Art. 79. De vereffening van een uitgave is de handeling waardoor de bevoegde ordonnateur het door de derde gevorderde vastgestelde recht valideert, overeenkomstig artikel 55 van deze ordonnantie.
CHAPITRE 5. - Le paiement
HOOFDSTUK 4. - De ordonnancering van de uitgaven
Art. 81. Le paiement des dépenses est assuré par le comptable-trésorier centralisateur des dépenses de l'entité comptable concernée dans la limite des moyens de trésorerie disponibles.
Art. 80. De ordonnancering van de uitgaven is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur aan de centraliserende rekenplichtige van de uitgaven van de betrokken boekhoudkundige entiteit, via de bevoegde boekhouder, de instructie geeft om het bedrag van de door hem vereffende uitgave te betalen.
TITRE 3. - Les opérations visant à assurer la continuité du fonctionnement de l'entité bicommunautaire
HOOFDSTUK 5. - De betaling
Art. 82. § 1er. Sans préjudice de certaines autres obligations légales, réglementaires ou contractuelles, les engagements juridiques nécessaires pour assurer la continuité du fonctionnement de l'entité bicommunautaire peuvent être contractées à partir du 1er novembre de l'année budgétaire en cours, à charge des crédits d'engagement du budget de l'année budgétaire suivante, dans la limite du tiers des crédits d'engagement inscrits au dernier budget des dépenses adopté de l'année budgétaire en cours.
Art. 81. De betaling van de uitgaven wordt door de centraliserende rekenplichtige van de uitgaven van de betrokken boekhoudkundige entiteit verzekerd binnen de grenzen van de beschikbare thesauriemiddelen.
Livre 4. - Les comptes
TITEL 3. - De verrichtingen die nodig zijn om de continuïteit van de werking van de bicommunautaire entiteit te verzekeren
TITRE 1er. - La composition des différents comptes
Art. 82. § 1. Onverminderd bepaalde andere wettelijke, reglementaire of contractuele verplichtingen, mogen de juridische verbintenissen die nodig zijn om de continuïteit van de werking van de bicommunautaire entiteit te verzekeren worden aangegaan vanaf 1 november van het lopende begrotingsjaar, ten laste van de vastleggingskredieten van de begroting van het volgende begrotingsjaar, beperkt tot een derde van de vastleggingskredieten ingeschreven in de laatst goedgekeurde uitgavenbegroting van het lopende begrotingsjaar.
CHAPITRE 1er. - Le compte général
Boek 4. - De rekeningen
Art. 83. Conformément à l'article 9 de la loi du 16 mai 2003, les entités comptables et l'entité bicommunautaire présentent chaque année un compte général qui comprend le compte annuel, le compte d'exécution du budget et les annexes y relatives.
TITEL 1. - De samenstelling van de verschillende rekeningen
CHAPITRE 2. - Le compte annuel
HOOFDSTUK 1. - De algemene rekening
Art. 84. Le compte annuel est composé:
Art. 83. Overeenkomstig artikel 9 van de wet van 16 mei 2003, leggen de boekhoudkundige entiteiten en de bicommunautaire entiteit ieder jaar een algemene rekening voor die bestaat uit de jaarrekening, de rekening van uitvoering van de begroting en de bijhorende bijlagen.
Art. 85. L'annexe au compte annuel comprend au minimum:
1° un commentaire relatif aux règles de consolidation et aux règles d'évaluation retenues;
2° un rapport sur les ventes ou autres aliénations éventuelles des biens meubles et immeubles qui ont eu lieu au cours de l'exercice;
3° un rapport sur la transparence tel que visé à l'article 7, paragraphe 1er, de l'ordonnance conjointe à la Région de Bruxelles-Capitale et à la Commission communautaire commune du 14 décembre 2017 sur la transparence des rémunérations et avantages des mandataires publics bruxellois, le cas échéant.
Le Collège réuni est autorisé à arrêter la forme et le contenu de l'annexe.
1° un commentaire relatif aux règles de consolidation et aux règles d'évaluation retenues;
2° un rapport sur les ventes ou autres aliénations éventuelles des biens meubles et immeubles qui ont eu lieu au cours de l'exercice;
3° un rapport sur la transparence tel que visé à l'article 7, paragraphe 1er, de l'ordonnance conjointe à la Région de Bruxelles-Capitale et à la Commission communautaire commune du 14 décembre 2017 sur la transparence des rémunérations et avantages des mandataires publics bruxellois, le cas échéant.
Le Collège réuni est autorisé à arrêter la forme et le contenu de l'annexe.
HOOFDSTUK 2. - De jaarrekening
CHAPITRE 3. - Le compte d'exécution du budget
Art. 84. De jaarrekening is samengesteld uit:
1° de balans op 31 december;
2° de resultatenrekening, opgesteld op basis van de kosten en de opbrengsten van het verlopen boekjaar;
3° de rekening van de rechten en verplichtingen buiten balans op 31 december;
4° de samenvattende rekening van de begrotingsverrichtingen van het jaar, zowel wat de ontvangsten als wat de uitgaven betreft;
5° de bijhorende bijlage.
1° de balans op 31 december;
2° de resultatenrekening, opgesteld op basis van de kosten en de opbrengsten van het verlopen boekjaar;
3° de rekening van de rechten en verplichtingen buiten balans op 31 december;
4° de samenvattende rekening van de begrotingsverrichtingen van het jaar, zowel wat de ontvangsten als wat de uitgaven betreft;
5° de bijhorende bijlage.
Art. 86. Le compte d'exécution du budget et l'annexe y relative sont établis à partir de la comptabilité budgétaire et sont présentés suivant le modèle fixé par le Collège réuni.
Art. 85. De bijlage bij de jaarrekening omvat minstens:
1° een commentaar in verband met de aangenomen consolidatie- en waarderingsregels;
2° een verslag over de eventuele verkopen of andere vervreemdingen van de roerende en onroerende goederen die in de loop van het boekjaar hebben plaatsgevonden;
3° een verslag over de transparantie als bedoeld in artikel 7, paragraaf 1, van de gezamenlijke ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 14 december 2017 betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen, indien van toepassing.
Het Verenigd College is gemachtigd om de vorm en de inhoud van de bijlage te bepalen.
1° een commentaar in verband met de aangenomen consolidatie- en waarderingsregels;
2° een verslag over de eventuele verkopen of andere vervreemdingen van de roerende en onroerende goederen die in de loop van het boekjaar hebben plaatsgevonden;
3° een verslag over de transparantie als bedoeld in artikel 7, paragraaf 1, van de gezamenlijke ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 14 december 2017 betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen, indien van toepassing.
Het Verenigd College is gemachtigd om de vorm en de inhoud van de bijlage te bepalen.
Art. 87. L'annexe au compte d'exécution du budget comprend pour les dépenses d'engagement:
a) l'encours des engagements au 1er janvier;
b) les crédits d'engagement, mentionnés à l'article 12, alinéa 3, 2°, a);
c) les engagements imputés aux crédits d'engagement;
d) la différence entre les crédits d'engagement, mentionnés au point b), et les engagements imputés mentionnés au point c);
e) les engagements annulés;
f) les crédits d'engagement annulés à la fin de l'année budgétaire;
g) l'encours des engagements au 31 décembre.
a) l'encours des engagements au 1er janvier;
b) les crédits d'engagement, mentionnés à l'article 12, alinéa 3, 2°, a);
c) les engagements imputés aux crédits d'engagement;
d) la différence entre les crédits d'engagement, mentionnés au point b), et les engagements imputés mentionnés au point c);
e) les engagements annulés;
f) les crédits d'engagement annulés à la fin de l'année budgétaire;
g) l'encours des engagements au 31 décembre.
HOOFDSTUK 3. - De uitvoeringsrekening van de begroting
CHAPITRE 4. - La consolidation
Art. 86. De uitvoeringsrekening van de begroting en de bijhorende bijlage worden opgesteld op basis van de begrotingsboekhouding en worden voorgelegd volgens het door het Verenigd College bepaalde model.
Art. 88. Les comptes annuels des OAA qui font partie du périmètre de consolidation SEC S1312 et qui sont repris au niveau du budget de la Commission communautaire commune, sont consolidés avec le compte annuel des Services du Collège réuni, au sein du compte général de l'entité bicommunautaire.
Le Collège réuni est autorisé à arrêter les modalités de consolidation.
Le Collège réuni est autorisé à arrêter les modalités de consolidation.
Art. 87. De bijlage bij de uitvoeringsrekening van de begroting omvat voor de vastleggingsuitgaven:
TITRE 2. - Les différents comptes généraux
HOOFDSTUK 4. - De consolidatie
CHAPITRE 1er. - Le compte général de l'entité bicommunautaire
Art. 88. De jaarrekeningen van de ABI's die deel uitmaken van de ESR-consolidatieperimeter S1312 en die in de begroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zijn opgenomen, worden geconsolideerd met de jaarrekening van de Diensten van het Verenigd College, binnen de algemene rekening van de bicommunautaire entiteit.
Het Verenigd College is gemachtigd om de consolidatiemodaliteiten te bepalen.
Het Verenigd College is gemachtigd om de consolidatiemodaliteiten te bepalen.
Art. 89. Le Collège réuni approuve le compte général de l'entité bicommunautaire au plus tard le 31 août de l'année qui suit celle à laquelle il se rapporte.
Au plus tard le premier jour ouvrable qui suit son approbation, les Membres du Collège réuni compétents pour les Finances et le Budget transmettent le compte général de l'entité bicommunautaire, par voie électronique, à la Cour des comptes, pour certification.
La Cour des comptes transmet au Collège réuni ses observations sur ce compte général.
Au plus tard le premier jour ouvrable qui suit son approbation, les Membres du Collège réuni compétents pour les Finances et le Budget transmettent le compte général de l'entité bicommunautaire, par voie électronique, à la Cour des comptes, pour certification.
La Cour des comptes transmet au Collège réuni ses observations sur ce compte général.
TITEL 2. - De verschillende algemene rekeningen
CHAPITRE 2. - Le compte général des Services du Collège réuni
HOOFDSTUK 1. - De algemene rekening van de bicommunautaire entiteit
Art. 90. § 1er. Le compte général des Services du Collège réuni est établi au plus tard pour le 30 avril de l'année qui suit celle à laquelle il se rapporte et est communiqué au comptable bicommunautaire.
Art. 89. Het Verenigd College keurt de algemene rekening van de bicommunautaire entiteit goed uiterlijk op 31 augustus van het jaar dat volgt op het jaar waarop zij betrekking heeft.
CHAPITRE 3. - Le compte général des services des OAA1
HOOFDSTUK 2. - De algemene rekening van de Diensten van het Verenigd College
Art. 91. Le comptable de l'OAA1 établit le compte général de chaque OAA1, le cas échéant contrôlé par un réviseur d'entreprises mandaté inscrit au registre public de l'Institut des réviseurs d'entreprises, conformément aux normes de l'Institut des réviseurs d'entreprises et aux dispositions de la présente ordonnance et ses arrêtés d'exécution, au plus tard le 30 avril de l'année qui suit celle à laquelle le compte se rapporte.
Art. 90. § 1. De algemene rekening van de Diensten van het Verenigd College wordt opgesteld uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop zij betrekking heeft en wordt overgemaakt aan de bicommunautaire boekhouder.
CHAPITRE 4. - Le compte général des services des OAA2
HOOFDSTUK 3. - De algemene rekening van de ABI's 1
Art. 92. § 1er. Le compte général de chaque OAA2 est établi par le comptable de l'OAA2 et certifié par un réviseur d'entreprises mandaté inscrit au registre public de l'Institut des réviseurs d'entreprises, conformément aux normes de l'Institut des réviseurs d'entreprises et aux dispositions de la présente ordonnance et ses arrêtés d'exécution, au plus tard le 30 avril de l'année qui suit celle à laquelle le compte se rapporte.
Art. 91. De boekhouder van de ABI 1 stelt de algemene rekening van elke ABI 1, in voorkomend geval gecontroleerd door een gemandateerde bedrijfsrevisor die is ingeschreven in het openbaar register van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, overeenkomstig de bepalingen van deze ordonnantie, overeenkomstig de normen van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren en de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop de rekening betrekking heeft, op.
TITRE 3. - La correction des comptes généraux
HOOFDSTUK 4. - De algemene rekening van de ABI's 2
Art. 93. § 1er. Après la clôture de l'exercice comptable et tant que le compte général de l'entité bicommunautaire et de chaque entité comptable n'a pas encore été transmis à la Cour des comptes ou au réviseur d'entreprises mandaté pour certification, conformément aux dispositions de la présente ordonnance, le comptable concerné procède aux corrections du compte général de son entité comptable qui sont nécessaires à une présentation régulière et sincère des comptes.
Art. 92. § 1. De algemene rekening van iedere ABI 2 wordt opgesteld door de boekhouder van de ABI 2 en gecertificeerd door een gemandateerde bedrijfsrevisor die is ingeschreven in het openbaar register van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, overeenkomstig de normen van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren en de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop de rekening betrekking heeft.
Livre 5. - La publicité accordée au compte
TITEL 3. - De verbetering van de algemene rekeningen
Art. 94. Le compte général de l'entité bicommunautaire est publié sur le site web de la Commission communautaire commune, à l'initiative du Collège réuni, au plus tard dans un délai de quatre semaines à compter de la certification de ce compte par la Cour des comptes.
Art. 93. § 1. Na de afsluiting van het boekjaar en zolang de algemene rekening van de bicommunautaire entiteit en van iedere boekhoudkundige entiteit nog niet aan het Rekenhof of aan de gemandateerde bedrijfsrevisor ter certificering, overeenkomstig de bepalingen van deze ordonnantie, werd overgemaakt, voert de bevoegde boekhouder de verbeteringen aan de algemene rekening van zijn boekhoudkundige entiteit uit die nodig zijn voor een regelmatige en waarachtige voorstelling van de rekeningen.
Livre 6. - Le compte général et le règlement définitif du budget
Boek 5. - De bekendmaking die aan de rekening wordt gegeven
Art. 95. § 1er. Le projet d'ordonnance portant le compte général et le règlement définitif du budget de la Commission communautaire commune est, après approbation par le Collège réuni, transmis à l'Assemblée réunie, au plus tard le 31 octobre de l'année qui suit l'année budgétaire à laquelle ce compte général et ce règlement définitif du budget se rapportent. Le vote de l'Assemblée réunie a lieu au plus tard le 31 décembre de l'année de cette transmission.
Art. 94. Uiterlijk binnen een termijn van vier weken na de certificering van deze rekening door het Rekenhof, wordt de algemene rekening van de bicommunautaire entiteit, op initiatief van het Verenigd College, bekendgemaakt op de website van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Livre 7. - Le contrôle comptable
Boek 6. - De algemene rekening en de eindregelingvan de begroting
Art. 96. Le contrôle comptable englobe un ensemble de procédures comptables qui vise à vérifier l'exactitude et la fiabilité des enregistrements dans les comptes et dans les autres documents comptables ainsi qu'à assurer la protection du patrimoine.
Art. 95. § 1. Het ontwerp van ordonnantie houdende de algemene rekening en de eindregeling van de begroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wordt, na goedkeuring door het Verenigd College, uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat volgt op het begrotingsjaar waarop deze algemene rekening en deze eindregeling van de begroting betrekking hebben aan de Verenigde Vergadering overgemaakt. De stemming door de Verenigde Vergadering vindt plaats uiterlijk op 31 december van het jaar van deze overmaking.
Partie 4. - La trésorerie
Boek 7. - De boekhoudkundige controle
Livre 1er. - Généralités
Art. 96. De boekhoudkundige controle omvat een geheel van boekhoudkundige procedures dat ervoor zorgt dat de juistheid en de betrouwbaarheid van de inschrijvingen in de rekeningen en in de andere boekhoudkundige documenten geverifieerd worden en dat de bescherming van het vermogen verzekerd wordt.
Deze controle is onafhankelijk van de beherende administratieve eenheden van de boekhoudkundige entiteiten die de initiators zijn van de onderzochte verrichting.
Hij wordt uitgevoerd door de bicommunautaire boekhouder wat de bicommunautaire entiteit betreft, door de boekhouder van de Diensten van het VerenigdCollege wat de Diensten van het Verenigd College betreft, en door iedere boekhouder van een ABI wat zijn ABI betreft.
Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten van deze boekhoudkundige controle te bepalen.
Deze controle is onafhankelijk van de beherende administratieve eenheden van de boekhoudkundige entiteiten die de initiators zijn van de onderzochte verrichting.
Hij wordt uitgevoerd door de bicommunautaire boekhouder wat de bicommunautaire entiteit betreft, door de boekhouder van de Diensten van het VerenigdCollege wat de Diensten van het Verenigd College betreft, en door iedere boekhouder van een ABI wat zijn ABI betreft.
Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten van deze boekhoudkundige controle te bepalen.
Art. 97. Pour les Services du Collège réuni et les OAA1, aucune sortie de fonds ne peut se faire sans l'intervention de l'ordonnateur compétent, ni sans l'intervention d'un comptable-trésorier, ni sans visa de liquidation s'il est requis.
Pour les OAA2, aucune sortie de fonds ne peut se faire sans l'intervention de l'organe d'administration, ni sans l'intervention d'un comptable-trésorier, ni sans visa de liquidation s'il est requis.
Pour les OAA2, aucune sortie de fonds ne peut se faire sans l'intervention de l'organe d'administration, ni sans l'intervention d'un comptable-trésorier, ni sans visa de liquidation s'il est requis.
Deel 4. - De thesaurie
Art. 98. Le service des Services du Collège réuni, compétent en matière de gestion de la trésorerie des Services du Collège réuni, gère et actualise le planning de trésorerie des Services du Collège réuni, comprenant les prévisions des dépenses et des recettes pour tous les comptes bancaires des Services du Collège réuni.
Boek 1. - Algemeenheden
Art. 99. Les OAA gèrent et actualisent leur planning de trésorerie comprenant les prévisions des dépenses et des recettes pour tous leurs comptes bancaires.
Art. 97. Voor de Diensten van het Verenigd College en de ABI's 1, kunnen er geen gelden worden uitbetaald zonder tussenkomst van de bevoegde ordonnateur, noch van een rekenplichtige, noch zonder vereffeningsvisum indien vereist.
Voor de ABI's 2 kunnen er geen gelden worden uitbetaald zonder tussenkomst van het bestuursorgaan, noch van een rekenplichtige, noch zonder vereffeningsvisum indien vereist.
Voor de ABI's 2 kunnen er geen gelden worden uitbetaald zonder tussenkomst van het bestuursorgaan, noch van een rekenplichtige, noch zonder vereffeningsvisum indien vereist.
Art. 100. Le Collège réuni désigne un caissier. Le caissier tient la situation journalière de la trésorerie des Services du Collège réuni. A cette fin, le Collège réuni organise le contrôle y relatif et peut effectuer des placements à terme.
Le caissier tient la situation journalière de la trésorerie des OAA OS.
Sous réserve des exceptions que le Collège réuni détermine, les Services du Collège réuni et les OAA OS confient tous leurs comptes bancaires au caissier.
Le caissier tient la situation journalière de la trésorerie des OAA OS.
Sous réserve des exceptions que le Collège réuni détermine, les Services du Collège réuni et les OAA OS confient tous leurs comptes bancaires au caissier.
Art. 98. De dienst van de Diensten van het Verenigd College, bevoegd voor het beheer van de thesaurie van de Diensten van het Verenigd College, beheert en actualiseert de thesaurieplanning van de Diensten van het Verenigd College, met daarin de vooruitzichten van de uitgaven en ontvangsten voor alle bankrekeningen van de Diensten van het Verenigd College.
Art. 101. Le caissier calcule et gère les états globaux et assure le lien entre les comptes bancaires des Services du Collège réuni, des OAA OS, et ces états globaux.
Les modalités y relatives sont fixées au sein du contrat de caissier.
Les modalités y relatives sont fixées au sein du contrat de caissier.
Art. 99. De ABI's beheren en actualiseren hun thesaurieplanning met daarin de vooruitzichten van de uitgaven en ontvangsten voor al hun bankrekeningen.
De ABI's bezorgen de informatie betreffende hun thesaurie, evenals hun netto te financieren saldo, aan de dienst van de Diensten van het Verenigd College bevoegd inzake financiën en begroting.
De ABI's bezorgen de informatie betreffende hun thesaurie, evenals hun netto te financieren saldo, aan de dienst van de Diensten van het Verenigd College bevoegd inzake financiën en begroting.
Art. 102. Les intérêts sur les placements sont inscrits comme recettes au budget des Services du Collège réuni.
Art. 100. Het Verenigd College duidt een kassier aan. De kassier houdt de dagstaat van de thesaurie van de Diensten van het Verenigd College bij. Het Verenigd College organiseert hiertoe de daarmee verbonden controle en kan termijnbeleggingen doen.
De kassier houdt de dagstaat bij van de thesaurie van de ABI's TO.
Behoudens de door het Verenigd College bepaalde uitzonderingen, vertrouwen de Diensten van het Verenigd College en de ABI's TO al hun bankrekeningen toe aan de kassier.
De kassier houdt de dagstaat bij van de thesaurie van de ABI's TO.
Behoudens de door het Verenigd College bepaalde uitzonderingen, vertrouwen de Diensten van het Verenigd College en de ABI's TO al hun bankrekeningen toe aan de kassier.
Art. 103. Les recettes et les dépenses des Services du Collège réuni sont portées à des comptes centraux ouverts auprès du caissier.
Les comptes de recettes et de dépenses sont associés à un compte courant.
Les comptes de recettes et de dépenses sont associés à un compte courant.
Art. 101. De kassier berekent en beheert de globale staten en verzekert het verband tussen de bankrekeningen van de Diensten van het Verenigd College, de ABI's TO, en deze globale staten.
De betreffende modaliteiten worden bepaald in het kassierscontract.
De betreffende modaliteiten worden bepaald in het kassierscontract.
Art. 104. Les intérêts créditeurs sont virés à l'échéance sur les comptes des Services du Collège réuni destinés à cette fin.
Les intérêts débiteurs sont débités d'office par l'organisme financier sur les comptes des Services du Collège réuni destinés à cette fin.
Les intérêts débiteurs sont débités d'office par l'organisme financier sur les comptes des Services du Collège réuni destinés à cette fin.
Art. 102. De interesten op de beleggingen worden als ontvangsten ingeschreven op de begroting van de Diensten van het Verenigd College.
Art. 105. Les intérêts et les commissions peuvent être débités d'office par l'organisme financier sur les comptes bancaires des lignes de crédits complémentaires. L'organe de surveillance par défaut, mentionné dans l'article 117, § 1er, alinéa 2, dispose d'un accès en consultation à ces comptes bancaires dans le cadre de sa mission de contrôle.
Art. 103. De ontvangsten en uitgaven van de Diensten van het Verenigd College worden geboekt op centrale rekeningen geopend bij de kassier.
De ontvangsten- en uitgavenrekeningen zijn verbonden met een lopende rekening.
De ontvangsten- en uitgavenrekeningen zijn verbonden met een lopende rekening.
Art. 106. Lorsque la législation impose au caissier de se charger lui-même du recouvrement d'une taxe ou d'un impôt dont est redevable la Commission communautaire commune, ce montant est débité d'office du compte des Services du Collège réuni.
Art. 104. De creditinteresten worden op de vervaldag gestort op de daartoe bestemde rekeningen van de Diensten van het Verenigd College.
De debetinteresten worden automatisch door de financiële instelling gedebiteerd op de daartoe bestemde rekeningen van de Diensten van het Verenigd College.
De debetinteresten worden automatisch door de financiële instelling gedebiteerd op de daartoe bestemde rekeningen van de Diensten van het Verenigd College.
Art. 107. Les crédits nécessaires sont inscrits au budget des dépenses des Services du Collège réuni afin d'apurer le solde débiteur du ou des comptes des Services du Collège réuni prévus aux articles 104 à 106 compris.
Art. 105. De interesten en commissies mogen automatisch door de financiële instelling gedebiteerd worden op de bankrekeningen van de aanvullende kredietlijnen. Het standaard toezichtsorgaan, vermeld in artikel 117, § 1, lid 2, beschikt in het kader van zijn controletaak over een consultatietoegang tot deze bankrekeningen.
Art. 108. Aucun compte des Services du Collège réuni ne peut présenter un solde négatif.
Par dérogation à l'alinéa précédent, le compte central des dépenses, le ou les comptes prévus à l'article 104, alinéa 2, les comptes de placements à terme et les comptes de lignes de crédit complémentaires, peuvent présenter un solde négatif.
Sous réserve des dérogations accordées par le Collège réuni aucun compte des OAA OS ne peut présenter un solde négatif.
Par dérogation à l'alinéa précédent, le compte central des dépenses, le ou les comptes prévus à l'article 104, alinéa 2, les comptes de placements à terme et les comptes de lignes de crédit complémentaires, peuvent présenter un solde négatif.
Sous réserve des dérogations accordées par le Collège réuni aucun compte des OAA OS ne peut présenter un solde négatif.
Art. 106. Wanneer de wetgeving de kassier verplicht om zelf te zorgen voor de invordering van een taks of een belasting die de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie verschuldigd is, dan wordt dit bedrag automatisch gedebiteerd van de rekening van de Diensten van het Verenigd College.
Livre 2. - Les comptables-trésoriers
Art. 107. Op de uitgavenbegroting van de Diensten van het Verenigd College worden de nodige kredieten ingeschreven ter aanzuivering van het debetsaldo van de rekening of rekeningen van de Diensten van het Verenigd College voorzien in artikelen 104 tot en met 106.
TITRE 1er. - La désignation
Art. 108. Geen enkele rekening van de Diensten van het Verenigd College mag een negatief saldo vertonen.
In afwijking van het vorige lid, mogen de centrale uitgavenrekening, de in artikel 104, lid 2, bedoelde rekening of rekeningen, de termijnbeleggingsrekeningen en de aanvullende kredietlijnen een negatief saldo vertonen.
Behoudens afwijkingen toegestaan door het Verenigd College mag geen enkele ABI TO-rekening een negatief saldo vertonen.
In afwijking van het vorige lid, mogen de centrale uitgavenrekening, de in artikel 104, lid 2, bedoelde rekening of rekeningen, de termijnbeleggingsrekeningen en de aanvullende kredietlijnen een negatief saldo vertonen.
Behoudens afwijkingen toegestaan door het Verenigd College mag geen enkele ABI TO-rekening een negatief saldo vertonen.
Art. 109. Le Collège réuni désigne au sein de ses services et au sein de chaque OAA1, des comptables-trésoriers selon les nécessités de ces services et de cet OAA1.
L'organe d'administration de chaque OAA2 désigne au sein de l'OAA2 des comptables-trésoriers selon les nécessités de cet OAA2.
L'organe d'administration de chaque OAA2 désigne au sein de l'OAA2 des comptables-trésoriers selon les nécessités de cet OAA2.
Boek 2. - De rekenplichtigen
Art. 110. Le Collège réuni arrête les dispositions concernant la désignation, les modalités d'exercice des fonctions et les responsabilités des comptables-trésoriers, titulaires et suppléants.
TITEL 1. - De aanstelling
Art. 111. Les types de comptables-trésoriers qui sont désignés, le cas échéant, sont les suivants:
Art. 109. Het Verenigd College stelt binnen haar diensten en binnen elke ABI 1 rekenplichtigen aan volgens de noodwendigheden van deze diensten en deze ABI 1.
TITRE 2. - Les missions générales des comptables-trésoriers
Art. 110. Het Verenigd College bepaalt de aanstellingsbepalingen, de modaliteiten voor de uitoefening van de functies en de verantwoordelijkheden van de titelvoerende en plaatsvervangende rekenplichtigen.
Art. 112. Les comptables-trésoriers sont chargés, sous leur propre signature, manuelle ou électronique, de l'exécution des opérations de trésorerie sur un ou plusieurs comptes bancaires, spécifiquement attribués et relevant de l'entité comptable à laquelle ils appartiennent.
Art. 111. De types rekenplichtigen die worden aangesteld, indien noodzakelijk, zijn de volgende:
4° de centraliserende rekenplichtigen van de uitgaven;
5° de centraliserende rekenplichtigen van de ontvangsten;
6° de rekenplichtigen van de geschillen;
7° de rekenplichtigen van de liggende gelden;
8° de rekenplichtigen van de ontvangsten;
9° de beheerders van voorschotten;
10° de rekenplichtigen van de gelden voor rekening van derden;
11° de rekenplichtigen van de aanvullende kredietlijnen.
4° de centraliserende rekenplichtigen van de uitgaven;
5° de centraliserende rekenplichtigen van de ontvangsten;
6° de rekenplichtigen van de geschillen;
7° de rekenplichtigen van de liggende gelden;
8° de rekenplichtigen van de ontvangsten;
9° de beheerders van voorschotten;
10° de rekenplichtigen van de gelden voor rekening van derden;
11° de rekenplichtigen van de aanvullende kredietlijnen.
Art. 113. Les comptables-trésoriers sont responsables des liquidités qui se trouvent sur les comptes bancaires dont ils ont la charge.
TITEL 2. - De algemene opdrachten van de rekenplichtigen
Art. 114. Les comptables-trésoriers titulaires établissent un compte de gestion relatif aux opérations de trésorerie qu'ils ont effectuées:
Art. 112. De rekenplichtigen zijn belast, onder hun eigen handtekening, manueel of elektronisch, met de uitvoering van de thesaurieverrichtingen op één of meerdere specifiek toegewezen bankrekeningen die vallen binnen het toepassingsgebied van de boekhoudkundige entiteit waartoe zij behoren.
Art. 115. Les comptables-trésoriers des recettes, en ce compris le comptable-trésorier centralisateur des recettes, sont tenus de verser mensuellement les recettes définitivement acquises sur le compte centralisateur des dépenses.
Art. 113. De rekenplichtigen zijn verantwoordelijk voor de liquiditeiten die zich op de bankrekeningen bevinden waarmee zij belast zijn.
Art. 116. Le Collège réuni est autorisé à fixer les modalités d'exercice des missions propres à chaque type de comptable-trésorier.
Art. 114. De titelvoerende rekenplichtigen stellen een beheersrekening op van de thesaurieverrichtingen die ze hebben uitgevoerd:
Livre 3. - Le contrôle financier
Art. 115. De rekenplichtigen van de ontvangsten, met inbegrip van de centraliserende rekenplichtige van de ontvangsten, moeten de definitief verworven ontvangsten maandelijks storten op de centrale uitgavenrekening.
Art. 117. § 1er. Le Collège réuni organise le contrôle financier des comptables-trésoriers et en fixe les modalités.
En vue de l'exécution de ces modalités, le Collège réuni désigne un organe de surveillance comme organe de surveillance pour les Services du Collège réuni et, par défaut, pour les OAA.
§ 2. Les membres du personnel chargés du contrôle financier sont soumis à la même procédure disciplinaire que celle pour les contrôleurs des engagements et des liquidations.
§ 3. L'organe de surveillance veille au respect, par les comptables-trésoriers, des prescrits légaux et réglementaires qui leur sont applicables, ainsi qu'au respect de l'économie, de la légalité et de la régularité des opérations de trésorerie effectuées. Il veille également à la conformité des comptes de gestion aux données comptables ainsi qu'à la prévention et détection des fraudes.
En vue de l'exécution de ces modalités, le Collège réuni désigne un organe de surveillance comme organe de surveillance pour les Services du Collège réuni et, par défaut, pour les OAA.
§ 2. Les membres du personnel chargés du contrôle financier sont soumis à la même procédure disciplinaire que celle pour les contrôleurs des engagements et des liquidations.
§ 3. L'organe de surveillance veille au respect, par les comptables-trésoriers, des prescrits légaux et réglementaires qui leur sont applicables, ainsi qu'au respect de l'économie, de la légalité et de la régularité des opérations de trésorerie effectuées. Il veille également à la conformité des comptes de gestion aux données comptables ainsi qu'à la prévention et détection des fraudes.
Art. 116. Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten te bepalen voor de uitoefening van de opdrachten eigen aan elk type van rekenplichtige.
Art. 118. Le Collège réuni fixe les missions et les responsabilités des organes de surveillance.
Boek 3. - De financiële controle
Partie 5. - Gestion de la dette et opérations financières
Art. 117. § 1. Het Verenigd College organiseert de financiële controle van de rekenplichtigen en bepaalt de modaliteiten ervan.
Livre 1er. - La gestion de la dette
Art. 118. Het Verenigd College bepaalt de opdrachten en verantwoordelijkheden van de toezichtsorganen.
Art. 119. Le Collège réuni est compétent pour la gestion de la dette de la Commission communautaire commune.
Le Collège réuni est autorisé à fixer les modalités d'organisation et d'exercice des missions y relatives.
Le Collège réuni est autorisé à fixer les modalités d'organisation et d'exercice des missions y relatives.
Deel 5. - Schuldbeheer en financiële verrichtingen
Livre 2. - Les opérations financières
Boek 1. - Het schuldbeheer
TITRE 1er. - Gestion financière
Art. 119. Het Verenigd College is bevoegd voor het beheer van de schuld van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten inzake organisatie en uitvoering van de daarmee verbonden opdrachten te bepalen.
Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten inzake organisatie en uitvoering van de daarmee verbonden opdrachten te bepalen.
Art. 120. Le Collège réuni est autorisé, dans les limites fixées par l'ordonnance budgétaire de l'année, à:
1° conclure toute opération de gestion financière dans l'intérêt général de la trésorerie de la Commission communautaire commune et toute opération de gestion de la dette de la Commission communautaire commune, y compris les opérations dont le démarrage pourra avoir lieu au-delà de l'année budgétaire en cours;
2° couvrir par des emprunts le remboursement par anticipation d'emprunts et de produits dérivés, conformément aux dispositions des conventions d'emprunt et aux dispositions des conventions de produits dérivés, ainsi que les opérations de gestion financière réalisées dans l'intérêt général de la trésorerie de la Commission communautaire commune et les dépenses découlant des opérations de gestion de la dette de la Commission communautaire commune;
3° créer des moyens de financement productifs d'intérêts, en ce compris les billets de trésorerie visés par la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt.
1° conclure toute opération de gestion financière dans l'intérêt général de la trésorerie de la Commission communautaire commune et toute opération de gestion de la dette de la Commission communautaire commune, y compris les opérations dont le démarrage pourra avoir lieu au-delà de l'année budgétaire en cours;
2° couvrir par des emprunts le remboursement par anticipation d'emprunts et de produits dérivés, conformément aux dispositions des conventions d'emprunt et aux dispositions des conventions de produits dérivés, ainsi que les opérations de gestion financière réalisées dans l'intérêt général de la trésorerie de la Commission communautaire commune et les dépenses découlant des opérations de gestion de la dette de la Commission communautaire commune;
3° créer des moyens de financement productifs d'intérêts, en ce compris les billets de trésorerie visés par la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt.
Boek 2. - De financiële verrichtingen
TITRE 2. - Communication d'informations financières
TITEL 1. - Financieel beheer
Art. 121. Les OAA communiquent tous les documents et informations financiers nécessaires au service compétent en matière de gestion de la dette de la Commission communautaire commune.
Art. 120. Het Verenigd College is gemachtigd om, binnen de door de begrotingsordonnantie van het jaar bepaalde grenzen:
TITRE 3. - Dettes des OAA
TITEL 2. - Mededeling van financiële informatie
Art. 122. Les emprunts à plus de dix jours de date, que les OAA peuvent contracter dans les limites fixées par leur ordonnance organique et leurs statuts, sont soumis à l'autorisation des Membres du Collège réuni dont ils relèvent et des Membres du Collège réuni compétents pour les Finances.
Art. 121. De ABI's bezorgen alle nodige financiële documenten en informatie aan de dienst bevoegd inzake het schuldbeheer van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
TITRE 4. - Placements des OAA
TITEL 3. - Schulden van de ABI's
Art. 123. Les OAA n'utilisent leurs avoirs et leurs fonds disponibles que pour réaliser les missions prévues par leur ordonnance organique ou leurs statuts.
Art. 122. De leningen op meer dan tien dagen, die de ABI's mogen aangaan binnen de in hun organieke ordonnantie en hun statuten gestelde perken, worden aan de Leden van het Verenigd College waaronder ze ressorteren en aan de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Financiën, ter machtiging voorgelegd.
Partie 6. - Le système de contrôle et de maîtrise
TITEL 4. - Beleggingen van de ABI's
Livre 1er. - La maitrise de l'organisation
Art. 123. De ABI's gebruiken hun tegoeden en beschikbare gelden slechts om de in hun organieke ordonnantie of hun statuten bepaalde opdrachten te verwezenlijken.
TITRE 1er. - Généralités
Deel 6. - Het controle- en beheersingssysteem
Art. 124. Le Collège réuni organise un système de maitrise de l'organisation.
Boek 1. - De organisatiebeheersing
Art. 125. La maitrise de l'organisation est organisée suivant le modèle des trois lignes de maitrise.
TITEL 1. - Algemeenheden
Art. 126. Tous les membres du personnel des entités comptables assurent le bon fonctionnement de la maîtrise de l'organisation. Le fonctionnaire dirigeant est le responsable final de la mise en place et du bon fonctionnement de la maîtrise de l'organisation au sein de son entité comptable.
Art. 124. Het Verenigd College organiseert een systeem van organisatiebeheersing.
TITRE 2. - L'audit interne
Art. 125. De organisatiebeheersing is georganiseerd volgens het drie-lijnen-beheersingsmodel.
De eerste beheersingslijn betreft de verantwoordelijkheid en verplichting om rekenschap te geven voor de beoordeling, het beheer en de directe beperking van de risico's. Zij behoort tot de verantwoordelijkheid van de leidende ambtenaren.
De tweede beheersingslijn voorziet in aanvullende expertise, ondersteuning en monitoring van risicogerelateerde zaken. Ze verstrekt analyses en verslaggeving over de toereikendheid en de effectiviteit van het risicobeheer.
Ze bestaat uit activiteiten van begeleiding, methodologische ondersteuning of expertise, van evaluatie en controle een bijkomende garantie bieden en een opvolging inzake optimalisering van de kwaliteit van de dossiers, waaronder de uitvoering van de begroting inzake risicobeheer en inzake organisatiebeheersing. Ze omvat met name de controle van vastleggingen en vereffeningen, de boekhoudkundige controle en de financiële controle.
De derde beheersingslijn, binnen de bicommunautaire entiteit, behoort tot de verantwoordelijkheid van de interne audit. Deze lijn biedt in alle onafhankelijkheid en objectiviteit een redelijke zekerheid en aanbevelingen over de governance, de risicobeheersing en de interne controle.
Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten voor de organisatiebeheersing op het niveau van deze drie beheersingslijnen.
De eerste beheersingslijn betreft de verantwoordelijkheid en verplichting om rekenschap te geven voor de beoordeling, het beheer en de directe beperking van de risico's. Zij behoort tot de verantwoordelijkheid van de leidende ambtenaren.
De tweede beheersingslijn voorziet in aanvullende expertise, ondersteuning en monitoring van risicogerelateerde zaken. Ze verstrekt analyses en verslaggeving over de toereikendheid en de effectiviteit van het risicobeheer.
Ze bestaat uit activiteiten van begeleiding, methodologische ondersteuning of expertise, van evaluatie en controle een bijkomende garantie bieden en een opvolging inzake optimalisering van de kwaliteit van de dossiers, waaronder de uitvoering van de begroting inzake risicobeheer en inzake organisatiebeheersing. Ze omvat met name de controle van vastleggingen en vereffeningen, de boekhoudkundige controle en de financiële controle.
De derde beheersingslijn, binnen de bicommunautaire entiteit, behoort tot de verantwoordelijkheid van de interne audit. Deze lijn biedt in alle onafhankelijkheid en objectiviteit een redelijke zekerheid en aanbevelingen over de governance, de risicobeheersing en de interne controle.
Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten voor de organisatiebeheersing op het niveau van deze drie beheersingslijnen.
Art. 127. § 1er. L'audit interne consiste essentiellement à aider l'organisation à atteindre ses objectifs en évaluant et améliorant, par une approche systématique et méthodique, ses processus de management des risques, de maîtrise et de gouvernance, et en faisant des propositions pour renforcer leur efficacité.
L'audit interne est compétent pour l'exécution d'audits forensics.
§ 2. Le Collège réuni désigne le service exerçant la fonction d'audit interne. Ce service est chargé d'exercer la fonction d'audit interne au sein des Services du Collège réuni et des OAA1.
§ 3. Les OAA2 disposent d'un service exerçant la fonction d'audit interne. Si l'OAA2 ne dispose pas de son propre service exerçant la fonction d'audit interne, elle peut s'appuyer sur le service du paragraphe 2.
Le service exerçant la fonction d'audit interne au sein d'un OAA2 conclut un protocole avec le service visé au paragraphe 2. Ce protocole définit au moins les modalités selon lesquelles les services d'audit interne coopèrent, coordonnent leurs activités, échangent des informations et communiquent conjointement.
§ 4. L'audit interne coordonne ses activités avec les différents acteurs de contrôle dans le cadre du principe de " l'audit coordonné ".
§ 5. Le Collège réuni est autorisé à fixer les modalités d'organisation et d'intervention de l'audit interne, y compris les aspects de la protection des données à caractère personnel.
L'audit interne est compétent pour l'exécution d'audits forensics.
§ 2. Le Collège réuni désigne le service exerçant la fonction d'audit interne. Ce service est chargé d'exercer la fonction d'audit interne au sein des Services du Collège réuni et des OAA1.
§ 3. Les OAA2 disposent d'un service exerçant la fonction d'audit interne. Si l'OAA2 ne dispose pas de son propre service exerçant la fonction d'audit interne, elle peut s'appuyer sur le service du paragraphe 2.
Le service exerçant la fonction d'audit interne au sein d'un OAA2 conclut un protocole avec le service visé au paragraphe 2. Ce protocole définit au moins les modalités selon lesquelles les services d'audit interne coopèrent, coordonnent leurs activités, échangent des informations et communiquent conjointement.
§ 4. L'audit interne coordonne ses activités avec les différents acteurs de contrôle dans le cadre du principe de " l'audit coordonné ".
§ 5. Le Collège réuni est autorisé à fixer les modalités d'organisation et d'intervention de l'audit interne, y compris les aspects de la protection des données à caractère personnel.
Art. 126. Alle personeelsleden van de boekhoudkundige entiteiten verzekeren de goede werking van de organisatiebeheersing. De leidende ambtenaar is de uiteindelijke verantwoordelijke voor de doorvoering en voor de goede werking van de organisatiebeheersing binnen zijn boekhoudkundige entiteit.
Art. 128. Les personnes exerçant la fonction d'audit interne exercent leurs activités conformément au Cadre de Référence International des Pratiques Professionnelles de l'audit interne de l'Institut des Auditeurs Internes.
TITEL 2. - De interne audit
Art. 129. Dans le cadre de leur mission, les personnes exerçant la fonction d'audit interne ont un accès illimité, sous réserve des interdictions légales ou réglementaires, à l'ensemble des personnes, informations, documents et biens matériels ou immatériels.
Art. 127. § 1. De interne audit helpt de organisatie haar doelstellingen te bereiken door, via een systematische en methodische aanpak, haar risicomanagement-, beheersings- en governance-processen te evalueren en te verbeteren, en door voorstellen te doen om de doeltreffendheid ervan te versterken.
De interne audit is bevoegd voor de uitvoering van forensische audits.
§ 2. Het Verenigd College duidt de dienst aan die de functie van interne audit uitoefent. Die dienst is belast met het uitoefenen van de interne-auditfunctie binnen de Diensten van het Verenigd College en de ABI's 1.
§ 3. De ABI's 2 beschikken over een dienst die de interne auditfunctie uitoefent. Indien de ABI 2 niet beschikt over zijn eigen dienst die de interne auditfunctie uitoefent, kan ze beroep doen op de dienst uit paragraaf 2.
De dienst die de interne auditfunctie uitoefent binnen een ABI 2 sluit een protocol met de dienst bedoeld in paragraaf 2. Dit protocol bepaalt minstens de modaliteiten volgens dewelke deze interne auditdiensten samenwerken, hun activiteiten coördineren, informatie uitwisselen en gezamenlijk communiceren.
§ 4. De interne audit stemt haar werkzaamheden af op de verschillende controle-actoren in het kader van het "gecoördineerde-audit"-principe.
§ 5. Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten van organisatie en tussenkomst van de interne audit te bepalen, met inbegrip van de aspecten van de bescherming van persoonsgegevens.
De interne audit is bevoegd voor de uitvoering van forensische audits.
§ 2. Het Verenigd College duidt de dienst aan die de functie van interne audit uitoefent. Die dienst is belast met het uitoefenen van de interne-auditfunctie binnen de Diensten van het Verenigd College en de ABI's 1.
§ 3. De ABI's 2 beschikken over een dienst die de interne auditfunctie uitoefent. Indien de ABI 2 niet beschikt over zijn eigen dienst die de interne auditfunctie uitoefent, kan ze beroep doen op de dienst uit paragraaf 2.
De dienst die de interne auditfunctie uitoefent binnen een ABI 2 sluit een protocol met de dienst bedoeld in paragraaf 2. Dit protocol bepaalt minstens de modaliteiten volgens dewelke deze interne auditdiensten samenwerken, hun activiteiten coördineren, informatie uitwisselen en gezamenlijk communiceren.
§ 4. De interne audit stemt haar werkzaamheden af op de verschillende controle-actoren in het kader van het "gecoördineerde-audit"-principe.
§ 5. Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten van organisatie en tussenkomst van de interne audit te bepalen, met inbegrip van de aspecten van de bescherming van persoonsgegevens.
Art. 130. § 1er. L'audit interne est rattaché fonctionnellement à un Comité d'audit.
Le Comité d'audit est un organe consultatif mis en place afin de garantir l'indépendance et l'objectivité des services exerçant la fonction d'audit interne, ainsi que le respect, par les membres du personnel des services exerçant la fonction d'audit interne, du Cadre de Référence International des Pratiques Professionnelles de l'audit interne de l'Institut des Auditeurs Internes.
§ 2. Le Collège réuni est autorisé à fixer les modalités d'organisation et d'intervention du Comité d'audit.
Le Comité d'audit est un organe consultatif mis en place afin de garantir l'indépendance et l'objectivité des services exerçant la fonction d'audit interne, ainsi que le respect, par les membres du personnel des services exerçant la fonction d'audit interne, du Cadre de Référence International des Pratiques Professionnelles de l'audit interne de l'Institut des Auditeurs Internes.
§ 2. Le Collège réuni est autorisé à fixer les modalités d'organisation et d'intervention du Comité d'audit.
Art. 128. De personen die de interne auditfunctie uitoefenen, voeren hun werkzaamheden uit overeenkomstig het Internationale Raamwerk voor de Beroepsuitoefening van de interne audit van het Instituut van Interne Auditoren.
Art. 131. Aucune peine disciplinaire ni aucune autre mesure de nature à leur porter préjudice, ne peut être infligée aux personnes exerçant la fonction d'audit interne, sans l'avis préalable du Comité d'audit compétent sur le dossier constatant le manquement et préalablement communiqué par l'autorité hiérarchique compétente.
Le Collège réuni est autorisé à fixer les modalités de la procédure y relative, en ce compris les délais.
Le Collège réuni est autorisé à fixer les modalités de la procédure y relative, en ce compris les délais.
Art. 129. Binnen het kader van hun opdracht hebben de personen die de interne auditfunctie uitoefenen onbeperkte toegang, behoudens wettelijke of reglementaire verbodsbepalingen, tot alle personen, informatie, documenten en materiële of immateriële activa.
Livre 2. - Le contrôle de gestion
Art. 130. § 1. De interne audit ressorteert functioneel onder een Auditcomité.
Het Auditcomité is een adviesorgaan opgericht om de onafhankelijkheid en objectiviteit van de diensten die de interne auditfunctie uitoefenen te garanderen, evenals de naleving, door de personeelsleden van de diensten die de interne auditfunctie uitoefenen, van het Internationale Raamwerk voor de Beroepsuitoefening van de interne audit van het Instituut van Interne Auditoren.
§ 2. Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten van organisatie en tussenkomst van het Auditcomité te bepalen.
Het Auditcomité is een adviesorgaan opgericht om de onafhankelijkheid en objectiviteit van de diensten die de interne auditfunctie uitoefenen te garanderen, evenals de naleving, door de personeelsleden van de diensten die de interne auditfunctie uitoefenen, van het Internationale Raamwerk voor de Beroepsuitoefening van de interne audit van het Instituut van Interne Auditoren.
§ 2. Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten van organisatie en tussenkomst van het Auditcomité te bepalen.
Art. 132. Sans préjudice de l'article 34, paragraphe 2, le contrôle de gestion est un ensemble de procédures établies afin d'évaluer la réalisation des objectifs stratégiques et opérationnels. Il permet une analyse de l'état d'avancement des actions et projets relatifs à ces objectifs, et du budget lié à ces objectifs, ainsi que la prise de mesures correctrices éventuelles.
Le contrôle de gestion est exercé selon les modalités fixées par le Collège réuni.
Le contrôle de gestion est exercé selon les modalités fixées par le Collège réuni.
Art. 131. Aan de personen die de interne auditfunctie uitoefenen, kan geen tuchtstraf of andere maatregel die hen kan benadelen, worden opgelegd zonder het voorafgaandelijk advies van het bevoegd Auditcomité op het dossier waarin het verzuim wordt opgetekend en dat voorafgaandelijk door de bevoegde hiërarchische instantie wordt bezorgd.
Livre 3. - La maîtrise des dépenses
Boek 2. - De beheerscontrole
TITRE 1er. - Les investissements
Art. 132. Onverminderd artikel 34, paragraaf 2, is de beheerscontrole een geheel van procedures vastgesteld om de verwezenlijking van de strategische en operationele doelstellingen te beoordelen. Hij maakt een analyse mogelijk van de voortgang van de acties en projecten met betrekking tot deze doelstellingen, en van het budget dat aan deze doelstellingen is gekoppeld, evenals het nemen van eventuele corrigerende maatregelen.
De beheerscontrole wordt uitgevoerd volgens de door het Verenigd College bepaalde modaliteiten.
De beheerscontrole wordt uitgevoerd volgens de door het Verenigd College bepaalde modaliteiten.
Art. 133. § 1er. Dans le cadre de la gestion et du suivi des projets d'investissements au sein de l'entité bicommunautaire, le Collège réuni fixe les éléments suivants:
1° les modalités et l'organisation relatives à la planification stratégique, l'évaluation, la sélection et la priorisation des projets d'investissement et des subventions d'investissement soumis au Collège réuni;
2° la méthodologie de mise en oeuvre, de contrôle et d'ajustement en cours de projet;
3° l'examen et l'évaluation des résultats obtenus suite à la réalisation de ces projets d'investissements.
§ 2. Pour la mise en oeuvre des éléments visés au paragraphe 1er, le Collège réuni est assisté par un organe indépendant de l'instance initiatrice du projet d'investissement.
Le Collège réuni détermine les modalités de création et d'organisation de cet organe.
1° les modalités et l'organisation relatives à la planification stratégique, l'évaluation, la sélection et la priorisation des projets d'investissement et des subventions d'investissement soumis au Collège réuni;
2° la méthodologie de mise en oeuvre, de contrôle et d'ajustement en cours de projet;
3° l'examen et l'évaluation des résultats obtenus suite à la réalisation de ces projets d'investissements.
§ 2. Pour la mise en oeuvre des éléments visés au paragraphe 1er, le Collège réuni est assisté par un organe indépendant de l'instance initiatrice du projet d'investissement.
Le Collège réuni détermine les modalités de création et d'organisation de cet organe.
Boek 3. - De beheersing van de uitgaven
Art. 134. Les investissements doivent répondre au principe d'absence de préjudice important causé aux objectifs environnementaux.
TITEL 1. - De investeringen
TITRE 2. - Les revues des dépenses et des recettes
Art. 133. § 1. In het kader van het beheer van en het toezicht op de investeringsprojecten binnen de bicommunautaire entiteit legt het Verenigd College de volgende elementen vast:
1° de modaliteiten en de organisatie betreffende de strategische planning, de evaluatie, de selectie en de prioritering van de aan het Verenigd College voorgelegde investeringsprojecten en de investeringssubsidies;
2° de methodologie voor de implementatie, de controle en de bijsturing tijdens het project;
3° het onderzoek en de beoordeling van de resultaten die ten gevolge van de verwezenlijking van deze investeringsprojecten werden bereikt.
§ 2. Voor de toepassing van de elementen bedoeld in paragraaf 1 wordt het Verenigd College bijgestaan door een orgaan dat onafhankelijk is van de instantie die het investeringsproject initieert.
Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten voor de oprichting en organisatie van dit orgaan.
1° de modaliteiten en de organisatie betreffende de strategische planning, de evaluatie, de selectie en de prioritering van de aan het Verenigd College voorgelegde investeringsprojecten en de investeringssubsidies;
2° de methodologie voor de implementatie, de controle en de bijsturing tijdens het project;
3° het onderzoek en de beoordeling van de resultaten die ten gevolge van de verwezenlijking van deze investeringsprojecten werden bereikt.
§ 2. Voor de toepassing van de elementen bedoeld in paragraaf 1 wordt het Verenigd College bijgestaan door een orgaan dat onafhankelijk is van de instantie die het investeringsproject initieert.
Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten voor de oprichting en organisatie van dit orgaan.
Art. 135. § 1er. Les dépenses et les recettes de l'entité bicommunautaire sont régulièrement évaluées.
Ces revues des dépenses et des recettes sont des outils permettant d'élaborer, d'évaluer et de recommander des options politiques en analysant les dépenses et recettes existantes du Collège réuni. Elles établissent un lien entre ces options et le processus budgétaire.
Les objectifs d'une revue des dépenses ou des recettes sont les suivants:
1° permettre au Collège réuni de gérer le niveau global des dépenses et des recettes;
2° aligner les dépenses et les recettes sur les priorités du Collège réuni;
3° améliorer l'efficacité des politiques.
§ 2. Le Collège réuni fixe la méthodologie et les modalités de l'organisation de ces revues de dépenses et de recettes, et désigne un service central pour le suivi.
Ces revues des dépenses et des recettes sont des outils permettant d'élaborer, d'évaluer et de recommander des options politiques en analysant les dépenses et recettes existantes du Collège réuni. Elles établissent un lien entre ces options et le processus budgétaire.
Les objectifs d'une revue des dépenses ou des recettes sont les suivants:
1° permettre au Collège réuni de gérer le niveau global des dépenses et des recettes;
2° aligner les dépenses et les recettes sur les priorités du Collège réuni;
3° améliorer l'efficacité des politiques.
§ 2. Le Collège réuni fixe la méthodologie et les modalités de l'organisation de ces revues de dépenses et de recettes, et désigne un service central pour le suivi.
Art. 134. Investeringen moeten beantwoorden aan het beginsel dat ze geen ernstige afbreuk mogen doen aan de milieudoelstellingen.
Livre 4. - Le contrôle administratif et budgétaire
TITEL 2. - De uitgaven- en ontvangstentoetsingen
TITRE 1er. - Généralités
Art. 135. § 1. De uitgaven en de ontvangsten van de bicommunautaire entiteit worden regelmatig geëvalueerd.
Deze uitgaven- en ontvangstentoetsingen zijn instrumenten die het ontwikkelen, beoordelen en aanbevelen van beleidsopties mogelijk maken door de bestaande uitgaven en ontvangsten van het Verenigd College te analyseren. Ze koppelen deze opties aan het begrotingsproces.
De doelen van een uitgaven- of ontvangstentoetsing zijn de volgende:
1° het Verenigd College in staat stellen om het globale niveau van de uitgaven en ontvangsten te beheren;
2° de uitgaven en ontvangsten afstemmen op de prioriteiten van het Verenigd College;
3° de doeltreffendheid van het beleid verbeteren.
§ 2. Het Verenigd College bepaalt de methodologie en de modaliteiten van de organisatie van deze uitgaven- en ontvangstentoetsingen, en duidt een centrale dienst aan voor de opvolging.
Deze uitgaven- en ontvangstentoetsingen zijn instrumenten die het ontwikkelen, beoordelen en aanbevelen van beleidsopties mogelijk maken door de bestaande uitgaven en ontvangsten van het Verenigd College te analyseren. Ze koppelen deze opties aan het begrotingsproces.
De doelen van een uitgaven- of ontvangstentoetsing zijn de volgende:
1° het Verenigd College in staat stellen om het globale niveau van de uitgaven en ontvangsten te beheren;
2° de uitgaven en ontvangsten afstemmen op de prioriteiten van het Verenigd College;
3° de doeltreffendheid van het beleid verbeteren.
§ 2. Het Verenigd College bepaalt de methodologie en de modaliteiten van de organisatie van deze uitgaven- en ontvangstentoetsingen, en duidt een centrale dienst aan voor de opvolging.
Art. 136. § 1er. Le Collège réuni organise un contrôle administratif et budgétaire et en fixe les modalités d'exercice.
§ 2. Pour le contrôle administratif et budgétaire des Services du Collège réuni et des OAA1, le Collège réuni fait appel à l'Inspection des Finances mise à sa disposition.
§ 3. Pour le contrôle administratif et budgétaire des OAA2, le Collège réuni désigne des commissaires du Collège réuni.
Les Membres du Collège réuni compétents pour le Budget, peuvent, en concertation avec les Membres du Collège réuni compétents, désigner un délégué des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget, avec les mêmes compétences que les commissaires du Collège réuni, dont le budget et son exécution.
En l'absence de désignation de commissaires du Collège réuni, le Collège réuni peut décider que le délégué des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget assume toutes les compétences de commissaires du Collège réuni.
§ 4. Le Collège réuni détermine les modalités de la fonction de contrôle des commissaires du Collège réuni et des délégués des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget en termes d'obligation de rapportage, de déontologie, d'incompatibilités et de rémunération.
§ 2. Pour le contrôle administratif et budgétaire des Services du Collège réuni et des OAA1, le Collège réuni fait appel à l'Inspection des Finances mise à sa disposition.
§ 3. Pour le contrôle administratif et budgétaire des OAA2, le Collège réuni désigne des commissaires du Collège réuni.
Les Membres du Collège réuni compétents pour le Budget, peuvent, en concertation avec les Membres du Collège réuni compétents, désigner un délégué des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget, avec les mêmes compétences que les commissaires du Collège réuni, dont le budget et son exécution.
En l'absence de désignation de commissaires du Collège réuni, le Collège réuni peut décider que le délégué des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget assume toutes les compétences de commissaires du Collège réuni.
§ 4. Le Collège réuni détermine les modalités de la fonction de contrôle des commissaires du Collège réuni et des délégués des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget en termes d'obligation de rapportage, de déontologie, d'incompatibilités et de rémunération.
Boek 4. - De administratieve en begrotingscontrole
TITRE 2. - Les plans et statuts du personnel des Services du Collège réuni et des OAA
TITEL 1. - Algemeenheden
Art. 137. § 1er. En l'absence de dispositions spécifiques à cet effet dans les ordonnances créant les OAA ou dans leurs statuts, le Collège réuni fixe le statut du personnel des OAA de droit public, sur proposition des Membres du Collège réuni dont ils relèvent et avec l'accord des Membres du Collège réuni compétents pour la Fonction publique en général et avec l'accord des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget pour la fixation du statut pécuniaire.
Art. 136. § 1. Het Verenigd College organiseert een administratieve en begrotingscontrole en bepaalt de modaliteiten voor de uitoefening ervan.
Livre 5. - Le suivi de l'exécution du budget
TITEL 2. - De personeelsplannen en de personeelsstatuten van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's
TITRE 1er. - Le monitoring périodique par le Collège réuni
Art. 137. § 1. Bij ontstentenis van specifieke bepalingen dienaangaande in de ordonnanties tot oprichting van de ABI's of in hun statuten, stelt het Verenigd College het statuut van het personeel van de ABI's van publiek recht vast, op de voordracht van de Leden van het Verenigd College onder wie zij ressorteren en met het akkoord van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Ambtenarenzaken in het algemeen en het akkoord van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting voor de vaststelling van het geldelijk statuut.
§ 2. Elke ABI van publiek recht krijgt, naargelang het geval, een personeelsformatie, een personeelsplan of eender welke gelijkwaardige maatregel die als doel heeft de behoeften inzake personeel van de instelling te bepalen.
§ 3. Voor de ABI's van publiek recht wordt een personeelsplan opgesteld, dat bepaald wordt:
1° door het Verenigd College, mits een gunstig advies van de Inspectie van Financiën, indien het een ABI 1 betreft;
2° door het bestuursorgaan, mits een gunstig advies van de commissarissen van het Verenigd College, indien het een ABI 2 van publiek recht betreft.
Bij gebrek aan een gunstig advies van de Inspectie van Financiën of van de commissarissen van het Verenigd College, vragen de Leden van het Verenigd College waaronder de instelling ressorteert, het akkoord van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting en de Leden van het Verenigd College bevoegd voor het Openbaar Ambt.
Bij gebrek aan akkoord van één van deze laatsten, kunnen zij het personeelsplan aan het Verenigd College voorleggen.
§ 4. De leidende ambtenaren van de ABI's zijn gehouden niet alleen aan de Leden van het Verenigd College waaronder ze ressorteren, maar ook aan de Leden van het Verenigd College bevoegde voor Begroting en aan de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Ambtenarenzaken, alle door een van hen in verband met de administratieve en geldelijke toestand van hun personeel gevraagde inlichtingen rechtstreeks te verstrekken. Wanneer de inlichtingen worden gevraagd door de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting of door de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Ambtenarenzaken, verstrekt de ABI ze terzelfdertijd aan de Leden van het Verenigd College waaronder ze ressorteren en aan de Leden van het Verenigd College die erom vragen.
§ 5. Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten voor het meedelen van de personeelsplannen, met inbegrip van de verplicht te gebruiken methodologie en modellen van personeelsplannen.
§ 2. Elke ABI van publiek recht krijgt, naargelang het geval, een personeelsformatie, een personeelsplan of eender welke gelijkwaardige maatregel die als doel heeft de behoeften inzake personeel van de instelling te bepalen.
§ 3. Voor de ABI's van publiek recht wordt een personeelsplan opgesteld, dat bepaald wordt:
1° door het Verenigd College, mits een gunstig advies van de Inspectie van Financiën, indien het een ABI 1 betreft;
2° door het bestuursorgaan, mits een gunstig advies van de commissarissen van het Verenigd College, indien het een ABI 2 van publiek recht betreft.
Bij gebrek aan een gunstig advies van de Inspectie van Financiën of van de commissarissen van het Verenigd College, vragen de Leden van het Verenigd College waaronder de instelling ressorteert, het akkoord van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting en de Leden van het Verenigd College bevoegd voor het Openbaar Ambt.
Bij gebrek aan akkoord van één van deze laatsten, kunnen zij het personeelsplan aan het Verenigd College voorleggen.
§ 4. De leidende ambtenaren van de ABI's zijn gehouden niet alleen aan de Leden van het Verenigd College waaronder ze ressorteren, maar ook aan de Leden van het Verenigd College bevoegde voor Begroting en aan de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Ambtenarenzaken, alle door een van hen in verband met de administratieve en geldelijke toestand van hun personeel gevraagde inlichtingen rechtstreeks te verstrekken. Wanneer de inlichtingen worden gevraagd door de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting of door de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Ambtenarenzaken, verstrekt de ABI ze terzelfdertijd aan de Leden van het Verenigd College waaronder ze ressorteren en aan de Leden van het Verenigd College die erom vragen.
§ 5. Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten voor het meedelen van de personeelsplannen, met inbegrip van de verplicht te gebruiken methodologie en modellen van personeelsplannen.
Art. 138. Le Collège réuni surveille l'exécution du budget.
Il détermine son attitude à l'égard des propositions d'ordonnances et des amendements d'initiative de l'Assemblée réunie dont l'adoption serait de nature à avoir une incidence, soit sur les recettes, soit sur les dépenses.
Il détermine son attitude à l'égard des propositions d'ordonnances et des amendements d'initiative de l'Assemblée réunie dont l'adoption serait de nature à avoir une incidence, soit sur les recettes, soit sur les dépenses.
Boek 5. - Toezicht op de uitvoering van de begroting
Art. 139. Les Services du Collège réuni, les OAA1 et les OAA2 transmettent les données relatives à l'exécution de leur budget aux Membres du Collège réuni compétents pour le Budget, qui les communiquent au Collège réuni.
TITEL 1. - De periodieke monitoring door het Verenigd College
TITRE 2. - Le contrôle des engagements et des liquidations
Art. 138. Het Verenigd College houdt toezicht op de uitvoering van de begroting.
Ze bepaalt haar houding ten opzichte van de voorstellen van ordonnanties en de van de Verenigde Vergadering uitgaande amendementen waarvan de goedkeuring een weerslag zou kunnen hebben, hetzij op de ontvangsten, hetzij op de uitgaven.
Ze bepaalt haar houding ten opzichte van de voorstellen van ordonnanties en de van de Verenigde Vergadering uitgaande amendementen waarvan de goedkeuring een weerslag zou kunnen hebben, hetzij op de ontvangsten, hetzij op de uitgaven.
Art. 140. Le Collège réuni organise le contrôle des engagements et des liquidations et en fixe les modalités.
Ce contrôle est exercé par des contrôleurs des engagements et des liquidations.
Le contrôle est indépendant des unités administratives gestionnaires des entités comptables qui sont les initiateurs de l'opération examinée.
Les contrôleurs des engagements et des liquidations des Services du Collège réuni et des OAA1 sont désignés par le Collège réuni, sur proposition des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget et les Finances.
Les contrôleurs des engagements et des liquidations des OAA2 sont désignés par leur organe d'administration. Sur demande de l'organe d'administration d'un OAA2, le Collège réuni peut désigner les contrôleurs des engagements et des liquidations des Services du Collège réuni pour cet OAA2.
Ce contrôle est exercé par des contrôleurs des engagements et des liquidations.
Le contrôle est indépendant des unités administratives gestionnaires des entités comptables qui sont les initiateurs de l'opération examinée.
Les contrôleurs des engagements et des liquidations des Services du Collège réuni et des OAA1 sont désignés par le Collège réuni, sur proposition des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget et les Finances.
Les contrôleurs des engagements et des liquidations des OAA2 sont désignés par leur organe d'administration. Sur demande de l'organe d'administration d'un OAA2, le Collège réuni peut désigner les contrôleurs des engagements et des liquidations des Services du Collège réuni pour cet OAA2.
Art. 139. De Diensten van het Verenigd College, de ABI's 1 en de ABI's 2 bezorgen de informatie betreffende de uitvoering van hun begroting aan de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting, die ze meedelen aan het Verenigd College.
Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten van de periodieke opvolging van de begrotingsuitvoering te bepalen, met inbegrip van de termijnen voor de mededeling van de verschillende gevraagde documenten en gegevens.
Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten van de periodieke opvolging van de begrotingsuitvoering te bepalen, met inbegrip van de termijnen voor de mededeling van de verschillende gevraagde documenten en gegevens.
Art. 141. Aucune peine disciplinaire, ni aucune autre mesure de nature à leur porter préjudice, ne peut être infligée aux contrôleurs des engagements et des liquidations, sans l'avis préalable de la Cour des comptes sur le dossier constatant le manquement et qui lui aura été préalablement communiqué par l'autorité hiérarchique compétente.
Le Collège réuni fixe les modalités de la procédure y relative, en ce compris les délais.
Le Collège réuni fixe les modalités de la procédure y relative, en ce compris les délais.
TITEL 2. - De controle van de vastleggingen en de vereffeningen
Art. 142. Les contrôleurs des engagements et des liquidations:
Art. 140. Het Verenigd College organiseert de controle van de vastleggingen en de vereffeningen en bepaalt de modaliteiten ervan.
Deze controle wordt uitgevoerd door controleurs van de vastleggingen en de vereffeningen.
De controle is onafhankelijk van de beherende administratieve eenheden van de boekhoudkundige entiteiten die de initiators zijn van de onderzochte verrichting.
De controleurs van de vastleggingen en vereffeningen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1 worden aangesteld door het Verenigd College, op voordracht van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting en Financiën.
De controleurs van de vastleggingen en vereffeningen van de ABI's 2 worden aangesteld door hun bestuursorgaan. Op verzoek van het bestuursorgaan van een ABI 2, kan het Verenigd College de controleurs van de vastleggingen en vereffeningen van de Diensten van het Verenigd College voor die ABI 2 aanstellen.
Deze controle wordt uitgevoerd door controleurs van de vastleggingen en de vereffeningen.
De controle is onafhankelijk van de beherende administratieve eenheden van de boekhoudkundige entiteiten die de initiators zijn van de onderzochte verrichting.
De controleurs van de vastleggingen en vereffeningen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1 worden aangesteld door het Verenigd College, op voordracht van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting en Financiën.
De controleurs van de vastleggingen en vereffeningen van de ABI's 2 worden aangesteld door hun bestuursorgaan. Op verzoek van het bestuursorgaan van een ABI 2, kan het Verenigd College de controleurs van de vastleggingen en vereffeningen van de Diensten van het Verenigd College voor die ABI 2 aanstellen.
Art. 143. Dans le cadre du contrôle visé à l'article 142, alinéa 1er, les contrôleurs des engagements et liquidations vérifient la bonne application des dispositions légales et réglementaires.
Les contrôleurs des engagements et des liquidations peuvent se faire fournir, sous forme électronique ou autres, tous documents, renseignements et éclaircissements relatifs aux engagements et aux liquidations.
Les contrôleurs des engagements et des liquidations peuvent se faire fournir, sous forme électronique ou autres, tous documents, renseignements et éclaircissements relatifs aux engagements et aux liquidations.
Art. 141. Aan de controleurs van de vastleggingen en de vereffeningen kan geen tuchtstraf of andere maatregel die hen kan benadelen worden opgelegd zonder het voorafgaandelijke advies van het Rekenhof over het dossier waarin het verzuim wordt opgetekend en dat haar voorafgaandelijk door de bevoegde hiërarchische instantie wordt bezorgd.
Partie 7. - Incompatibilités
Art. 142. De controleurs van de vastleggingen en vereffeningen:
1° verlenen een visum voor de uitgevoerde vastleggingen ten laste van de begroting, teneinde erop toe te zien dat ze de vastleggingskredieten niet overschrijden;
2° verlenen een visum voor de uitgevoerde vereffeningen ten laste van de begroting, teneinde erop toe te zien dat ze noch de vereffeningskredieten, noch het bedrag van de vastleggingen waarop ze betrekking hebben overschrijden;
3° verlenen een visum voor de betekening van de goedkeuring van de contracten en de overheidsopdrachten voor werken en leveringen van goederen of diensten evenals voor de besluiten tot toekenning van subsidies alvorens die door de bevoegde ordonnateur worden betekend aan de begunstigde.
Het Verenigd College is gemachtigd om in het besluit dat de aangelegenheden van de vastlegging, de vereffening en de controle van de vastleggingen en vereffeningen regelt, de modaliteiten betreffende de visa vermeld in lid 1 en de uitgaven waarvoor kan worden afgeweken van de gewone vastlegging te bepalen, waaronder eventuele vrijstellingen.
1° verlenen een visum voor de uitgevoerde vastleggingen ten laste van de begroting, teneinde erop toe te zien dat ze de vastleggingskredieten niet overschrijden;
2° verlenen een visum voor de uitgevoerde vereffeningen ten laste van de begroting, teneinde erop toe te zien dat ze noch de vereffeningskredieten, noch het bedrag van de vastleggingen waarop ze betrekking hebben overschrijden;
3° verlenen een visum voor de betekening van de goedkeuring van de contracten en de overheidsopdrachten voor werken en leveringen van goederen of diensten evenals voor de besluiten tot toekenning van subsidies alvorens die door de bevoegde ordonnateur worden betekend aan de begunstigde.
Het Verenigd College is gemachtigd om in het besluit dat de aangelegenheden van de vastlegging, de vereffening en de controle van de vastleggingen en vereffeningen regelt, de modaliteiten betreffende de visa vermeld in lid 1 en de uitgaven waarvoor kan worden afgeweken van de gewone vastlegging te bepalen, waaronder eventuele vrijstellingen.
Art. 144. Sauf exceptions arrêtées par le Collège réuni, les fonctions d'ordonnateur, de comptable, de comptable-trésorier et de contrôleur des engagements et des liquidations sont séparées et incompatibles entre elles.
La fonction de comptable-trésorier est également incompatible avec les fonctions de contrôleur financier et d'auditeur interne.
La fonction de comptable-trésorier est également incompatible avec les fonctions de contrôleur financier et d'auditeur interne.
Art. 143. In het kader van de controle bedoeld in artikel 142 lid 1, gaan de controleurs van de vastleggingen en de vereffeningen de correcte toepassing na van de wettelijke en reglementaire bepalingen.
Partie 8. - Les acteurs des finances publiques
Deel 7. - De onverenigbaarheden
Livre 1er. - Les ordonnateurs
Art. 144. Behalve de uitzonderingen beslist door het Verenigd College, zijn de functies van ordonnateur, van boekhouder, van rekenplichtige en van controleur van de vastleggingen en vereffeningen onderling gescheiden en onverenigbaar.
De functie van rekenplichtige is ook onverenigbaar met de functies van financieel controleur en interne auditeur.
De functie van rekenplichtige is ook onverenigbaar met de functies van financieel controleur en interne auditeur.
Art. 145. Les budgets des recettes et des dépenses de l'entité bicommunautaire sont exécutés à l'initiative des ordonnateurs, à charge de ces budgets.
Pour les Services du Collège réuni et les OAA1, le Collège réuni est l'ordonnateur primaire. Pour les OAA2, l'organe d'administration est l'ordonnateur primaire.
Pour les Services du Collège réuni et les OAA1, le Collège réuni est l'ordonnateur primaire. Pour les OAA2, l'organe d'administration est l'ordonnateur primaire.
Deel 8. - De actoren van de openbare financiën
Art. 146. Le Collège réuni fixe les modalités de désignation et les responsabilités des ordonnateurs secondaires, délégués et subdélégués des Services du Collège réuni et des OAA1.
Boek 1. - De ordonnateurs
Livre 2. - Les acteurs de contrôle
Art. 145. De ontvangsten- en uitgavenbegrotingen van de bicommunautaire entiteit worden uitgevoerd op initiatief van de ordonnateurs, ten laste van deze begrotingen.
TITRE 1er. - Généralités
Art. 146. Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten van aanstelling en de verantwoordelijkheden van de secundaire, gedelegeerde en gesubdelegeerde ordonnateurs van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1.
In elke ABI 2 stelt het bestuursorgaan zijn secundaire, gedelegeerde en gesubdelegeerde ordonnateurs aan volgens de bepalingen die van toepassing zijn op deze ABI 2.
In elke ABI 2 stelt het bestuursorgaan zijn secundaire, gedelegeerde en gesubdelegeerde ordonnateurs aan volgens de bepalingen die van toepassing zijn op deze ABI 2.
Art. 147. Il est entendu par acteurs de contrôle:
1° les Membres du Collège réuni compétents pour les Finances et le Budget;
2° l'Inspection des Finances;
3° la Cour des comptes;
4° les commissaires du Collège réuni ou, le cas échéant, les délégués des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget;
5° le réviseur d'entreprises;
6° l'auditeur interne.
1° les Membres du Collège réuni compétents pour les Finances et le Budget;
2° l'Inspection des Finances;
3° la Cour des comptes;
4° les commissaires du Collège réuni ou, le cas échéant, les délégués des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget;
5° le réviseur d'entreprises;
6° l'auditeur interne.
Boek 2. - De controleactoren
TITRE 2. - L'audit coordonné
TITEL 1. - Algemeenheden
Art. 148. Le Collège réuni favorise la coopération entre les acteurs de contrôle et l'échange des résultats du contrôle sur la base du principe de " l'audit coordonné " qui implique que les acteurs de contrôle concluent des accords entre eux pour rendre le processus de contrôle et d'audit efficace et efficient.
Art. 147. Onder controleactoren wordt verstaan:
1° de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Financiën en Begroting;
2° de Inspectie van Financiën;
3° het Rekenhof;
4° de commissarissen van het Verenigd College of in voorkomend geval de gemachtigden van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting;
5° de bedrijfsrevisor;
6° de interne auditor.
1° de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Financiën en Begroting;
2° de Inspectie van Financiën;
3° het Rekenhof;
4° de commissarissen van het Verenigd College of in voorkomend geval de gemachtigden van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting;
5° de bedrijfsrevisor;
6° de interne auditor.
Art. 149. § 1er. Outre les exceptions à l'obligation de secret professionnel reprises à l'article 86 de la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises, l'obligation du secret n'est pas d'application à l'égard des autres acteurs de contrôle concernés visés à l'article 147, quant aux:
1° informations et documents de travail qui ont servi de base à la certification par le réviseur d'entreprises;
2° échanges d'informations sur la stratégie et la planification de l'audit, sur le monitoring et l'analyse des risques, sur le contrôle et le rapportage, ainsi que sur les méthodes d'audit entre le réviseur d'entreprises et les autres acteurs de contrôle en ce qui concerne les entités comptables de l'entité bicommunautaire qui relèvent de leur compétence commune.
§ 2. Le dossier permanent contient des informations générales actualisées et des informations sensibles, inhérentes à l'organisme, et des informations confidentielles. Les informations sensibles, inhérentes à l'organisme, et les informations confidentielles, ne sont accessibles qu'à l'organisme concerné et aux acteurs de contrôle associés à cet organisme.
Il est entendu par informations sensibles inhérentes à l'organisme:
1° la description de la gestion des risques de l'entité;
2° tous les rapports d'audit et lettres de recommandation des cinq dernières années.
Les dossiers permanents sont conservés dans un registre central. Chaque organisme ou acteur de contrôle concerné a accès au dossier permanent de l'organisme concerné, sans charges ou achat de logiciel spécifique.
1° informations et documents de travail qui ont servi de base à la certification par le réviseur d'entreprises;
2° échanges d'informations sur la stratégie et la planification de l'audit, sur le monitoring et l'analyse des risques, sur le contrôle et le rapportage, ainsi que sur les méthodes d'audit entre le réviseur d'entreprises et les autres acteurs de contrôle en ce qui concerne les entités comptables de l'entité bicommunautaire qui relèvent de leur compétence commune.
§ 2. Le dossier permanent contient des informations générales actualisées et des informations sensibles, inhérentes à l'organisme, et des informations confidentielles. Les informations sensibles, inhérentes à l'organisme, et les informations confidentielles, ne sont accessibles qu'à l'organisme concerné et aux acteurs de contrôle associés à cet organisme.
Il est entendu par informations sensibles inhérentes à l'organisme:
1° la description de la gestion des risques de l'entité;
2° tous les rapports d'audit et lettres de recommandation des cinq dernières années.
Les dossiers permanents sont conservés dans un registre central. Chaque organisme ou acteur de contrôle concerné a accès au dossier permanent de l'organisme concerné, sans charges ou achat de logiciel spécifique.
TITEL 2. - De gecoördineerde audit
TITRE 3. - Les inspecteurs des finances
Art. 148. Het Verenigd College bevordert de samenwerking tussen de controleactoren en de uitwisseling van de controleresultaten op basis van het "gecoördineerde-audit"-principe, dat inhoudt dat de controleactoren met elkaar afspraken maken om het controle- en auditproces doeltreffend en efficiënt te maken.
De Leden van het Verenigd College bevoegd voor Financiën en Begroting, het Rekenhof en het Instituut van de Bedrijfsrevisoren bepalen in overleg het tijdschema voor de controle van de algemene rekeningen van de ABI's 2, zodat het Rekenhof binnen de in deze ordonnantie vastgestelde termijnen verslag kan uitbrengen aan de Verenigde Vergadering.
De bedrijfsrevisoren en het Rekenhof stellen naar aanleiding van de controle van de rekeningen een gedetailleerd schriftelijk verslag op. Daartoe bezorgt de boekhouder van de ABI 2 hen de nodige stukken, zodat de in artikel 92 vastgestelde termijnen worden nageleefd. Als de boekhouder van de ABI 2 deze documenten niet binnen de voorziene termijn bezorgt, stellen de bedrijfsrevisoren of het Rekenhof een ingebrekestelling op.
De Leden van het Verenigd College bevoegd voor Financiën en Begroting, het Rekenhof en het Instituut van de Bedrijfsrevisoren bepalen in overleg het tijdschema voor de controle van de algemene rekeningen van de ABI's 2, zodat het Rekenhof binnen de in deze ordonnantie vastgestelde termijnen verslag kan uitbrengen aan de Verenigde Vergadering.
De bedrijfsrevisoren en het Rekenhof stellen naar aanleiding van de controle van de rekeningen een gedetailleerd schriftelijk verslag op. Daartoe bezorgt de boekhouder van de ABI 2 hen de nodige stukken, zodat de in artikel 92 vastgestelde termijnen worden nageleefd. Als de boekhouder van de ABI 2 deze documenten niet binnen de voorziene termijn bezorgt, stellen de bedrijfsrevisoren of het Rekenhof een ingebrekestelling op.
Art. 150. Les inspecteurs des finances assument la fonction de conseiller budgétaire et financier des Membres du Collège réuni auprès desquels ils sont accrédités.
Les inspecteurs des finances rendent leurs avis en toute indépendance et conformément à la déontologie du Corps interfédéral de l'Inspection des finances.
Les inspecteurs des finances accomplissent leur mission sur pièces et sur place. Ils ont accès à tous les dossiers et à toutes les archives des Services du Collège réuni et des OAA1, et reçoivent de leur part tous les renseignements qu'ils demandent.
Ils ne peuvent ni participer à la direction ou à la gestion des Services du Collège réuni et des OAA, ni donner d'ordres tendant à empêcher ou à suspendre des opérations.
Les inspecteurs des finances rendent leurs avis en toute indépendance et conformément à la déontologie du Corps interfédéral de l'Inspection des finances.
Les inspecteurs des finances accomplissent leur mission sur pièces et sur place. Ils ont accès à tous les dossiers et à toutes les archives des Services du Collège réuni et des OAA1, et reçoivent de leur part tous les renseignements qu'ils demandent.
Ils ne peuvent ni participer à la direction ou à la gestion des Services du Collège réuni et des OAA, ni donner d'ordres tendant à empêcher ou à suspendre des opérations.
Art. 149. § 1. Naast de uitzonderingen op het verplichte beroepsgeheim vermeld in artikel 86 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, is de geheimhoudingsplicht niet van toepassing ten aanzien van de andere betrokken controleactoren bedoeld in artikel 147 wat betreft:
1° de informatie en werkdocumenten die als basis dienden voor de certificering door de bedrijfsrevisor;
2° de uitwisseling van informatie tussen de bedrijfsrevisor en de andere controleactoren over de auditstrategie en -planning, de monitoring en analyse van de risico's, de controle en de rapportering, alsook over de auditmethodes met betrekking tot de boekhoudkundige entiteiten van de bicommunautaire entiteit waarvoor ze gemeenschappelijk bevoegd zijn.
§ 2. Het permanente dossier bevat bijgewerkte algemene informatie, gevoelige informatie die inherent is aan de instelling, en vertrouwelijke informatie. De gevoelige informatie die inherent is aan de instelling en de vertrouwelijke informatie is enkel toegankelijk voor de betrokken instelling en de controleactoren die aan deze instelling verbonden zijn.
Onder gevoelige informatie die inherent is aan de instelling wordt verstaan:
1° de beschrijving van het beheer van de risico's van de entiteit;
2° alle auditverslagen en aanbevelingsbrieven van de laatste vijf jaar.
De permanente dossiers worden bijgehouden in een centraal register. Elke betrokken instelling of controleactor heeft toegang tot het permanente dossier van de betrokken instelling, zonder kosten of aankoop van een specifieke software.
1° de informatie en werkdocumenten die als basis dienden voor de certificering door de bedrijfsrevisor;
2° de uitwisseling van informatie tussen de bedrijfsrevisor en de andere controleactoren over de auditstrategie en -planning, de monitoring en analyse van de risico's, de controle en de rapportering, alsook over de auditmethodes met betrekking tot de boekhoudkundige entiteiten van de bicommunautaire entiteit waarvoor ze gemeenschappelijk bevoegd zijn.
§ 2. Het permanente dossier bevat bijgewerkte algemene informatie, gevoelige informatie die inherent is aan de instelling, en vertrouwelijke informatie. De gevoelige informatie die inherent is aan de instelling en de vertrouwelijke informatie is enkel toegankelijk voor de betrokken instelling en de controleactoren die aan deze instelling verbonden zijn.
Onder gevoelige informatie die inherent is aan de instelling wordt verstaan:
1° de beschrijving van het beheer van de risico's van de entiteit;
2° alle auditverslagen en aanbevelingsbrieven van de laatste vijf jaar.
De permanente dossiers worden bijgehouden in een centraal register. Elke betrokken instelling of controleactor heeft toegang tot het permanente dossier van de betrokken instelling, zonder kosten of aankoop van een specifieke software.
Art. 151. Sur instruction donnée par le Collège réuni, les inspecteurs des finances peuvent être chargés d'une mission d'enquête portant sur des aspects financiers et budgétaires auprès des Services du Collège réuni et des OAA.
Les inspecteurs des finances disposent des pouvoirs d'investigation les plus larges pour l'accomplissement de cette mission.
Le Collège réuni est autorisé à fixer les modalités de cette mission.
Les inspecteurs des finances disposent des pouvoirs d'investigation les plus larges pour l'accomplissement de cette mission.
Le Collège réuni est autorisé à fixer les modalités de cette mission.
TITEL 3. - De inspecteurs van financiën
TITRE 4. - La Cour des comptes
Art. 150. De inspecteurs van financiën vervullen de functie van budgettaire en financiële raadgever van de Leden van het Verenigd College bij wie ze zijn geaccrediteerd.
CHAPITRE 1er. - Généralités
Art. 151. In opdracht van het Verenigd College kunnen de inspecteurs van financiën worden belast met een onderzoeksopdracht aangaande financiële en begrotingsaspecten bij de Diensten van het Verenigd College en de ABI's.
De inspecteurs van financiën beschikken voor het vervullen van deze opdracht over de ruimste onderzoeksbevoegdheid.
Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten van deze opdracht vast te stellen.
De inspecteurs van financiën beschikken voor het vervullen van deze opdracht over de ruimste onderzoeksbevoegdheid.
Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten van deze opdracht vast te stellen.
Art. 152. Conformément à l'article 10 de la loi du 16 mai 2003, la Cour des comptes est chargée du contrôle de la comptabilité générale et de la comptabilité budgétaire de chaque entité comptable et de l'entité bicommunautaire. Elle veille à ce qu'aucun crédit de dépenses du budget ne soit dépassé et qu'aucun transfert n'ait lieu, qui n'est pas en conformité avec la présente ordonnance.
La Cour des comptes a accès en permanence et en temps réel aux imputations budgétaires et aux écritures comptables. Elle informe sans délai le Collège réuni de tout dépassement ou de tout transfert de crédits des dépenses constaté. Elle en informe également l'Assemblée réunie, d'initiative ou à la demande de cette dernière.
La Cour des comptes est chargée de l'examen et de la liquidation des comptes de gestion de tous les comptables-trésoriers de chaque entité comptable.
La Cour des comptes examine la légalité et la régularité des dépenses et des recettes. En ce qui concerne les recettes, la Cour des comptes exerce un contrôle général sur les opérations relatives à l'établissement et au recouvrement.
La Cour des comptes contrôle le bon emploi des deniers publics. Elle s'assure du respect des principes d'économie, d'efficacité et d'efficience.
La Cour des comptes est habilitée à se faire communiquer tous documents et renseignements, de quelque nature que ce soit, relatifs à la gestion des entités comptables soumis à son contrôle. Elle peut organiser un contrôle sur place.
La Cour des comptes a accès en permanence et en temps réel aux imputations budgétaires et aux écritures comptables. Elle informe sans délai le Collège réuni de tout dépassement ou de tout transfert de crédits des dépenses constaté. Elle en informe également l'Assemblée réunie, d'initiative ou à la demande de cette dernière.
La Cour des comptes est chargée de l'examen et de la liquidation des comptes de gestion de tous les comptables-trésoriers de chaque entité comptable.
La Cour des comptes examine la légalité et la régularité des dépenses et des recettes. En ce qui concerne les recettes, la Cour des comptes exerce un contrôle général sur les opérations relatives à l'établissement et au recouvrement.
La Cour des comptes contrôle le bon emploi des deniers publics. Elle s'assure du respect des principes d'économie, d'efficacité et d'efficience.
La Cour des comptes est habilitée à se faire communiquer tous documents et renseignements, de quelque nature que ce soit, relatifs à la gestion des entités comptables soumis à son contrôle. Elle peut organiser un contrôle sur place.
TITEL 4. - Het Rekenhof
CHAPITRE 2. - La certification
HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden
Art. 153. § 1er. Dans le cadre de l'audit coordonné, la Cour des comptes est chargée de la certification des comptes généraux des Services du Collège réuni, des OAA1 et du compte général de l'entité bicommunautaire.
Art. 152. Overeenkomstig artikel 10 van de wet van 16 mei 2003, is het Rekenhof belast met de controle van de algemene boekhouding en de begrotingsboekhouding van elke boekhoudkundige entiteit en van de bicommunautaire entiteit. Het waakt erover dat geen uitgavenkrediet van de begroting wordt overschreden en dat geen overschrijving plaatsheeft, die niet in overeenstemming is met de huidige ordonnantie.
TITRE 5. - Les commissaires du Collège réuni et les déléguésdes Membres du Collège réuni compétents pour le Budget
HOOFDSTUK 2. - De certificering
Art. 154. Les commissaires du Collège réuni assistent avec voix consultative aux réunions des organes de gestion, d'administration et de contrôle des OAA2.
Art. 153. § 1. In het kader van de gecoördineerde audit, is het Rekenhof belast met de certificering van de algemene rekeningen van de Diensten van het Verenigd College, van de ABI's 1 en van de algemene rekening van de bicommunautaire entiteit.
In het kader van de gecoördineerde audit, zijn de bij de ABI's 2 gemandateerde bedrijfsrevisoren belast met de certificering van de algemene rekeningen van de ABI's 2.
Zolang er geen gemandateerde bedrijfsrevisor is aangesteld voor de certificeringsopdracht in een ABI 2, blijft het Rekenhof belast met deze certificering.
In dat geval, bezorgt het Rekenhof haar certificering aan de Verenigde Vergadering in bijlage van de algemene rekening van de ABI 2 en voegt er haar opmerkingen aan toe uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarop de rekening betrekking heeft.
§ 2. Als groepsauditeur ontvangt het Rekenhof een kopie van de verslagen die werden opgesteld door elke bedrijfsrevisor die een opdracht van certificering of beperkt nazicht uitvoert van de algemene rekeningen van een boekhoudkundige entiteit van de bicommunautaire entiteit.
§ 3. Het Rekenhof maakt de certificeringen aan de Verenigde Vergadering over als bijlage bij de geconsolideerde rekening van de bicommunautaire entiteit en de algemene rekeningen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1 en de ABI's 2 en voegt er zijn opmerkingen aan toe. De overmaking vindt plaats uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarop de geconsolideerde rekening van de bicommunautaire entiteit en de algemene rekeningen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1 en ABI's 2 betrekking hebben.
§ 4. Het Rekenhof kan de algemene rekeningen van elke entiteit waarvan de rekeningen krachtens dit artikel gecertificeerd worden, publiceren in zijn Boeken van opmerkingen.
In het kader van de gecoördineerde audit, zijn de bij de ABI's 2 gemandateerde bedrijfsrevisoren belast met de certificering van de algemene rekeningen van de ABI's 2.
Zolang er geen gemandateerde bedrijfsrevisor is aangesteld voor de certificeringsopdracht in een ABI 2, blijft het Rekenhof belast met deze certificering.
In dat geval, bezorgt het Rekenhof haar certificering aan de Verenigde Vergadering in bijlage van de algemene rekening van de ABI 2 en voegt er haar opmerkingen aan toe uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarop de rekening betrekking heeft.
§ 2. Als groepsauditeur ontvangt het Rekenhof een kopie van de verslagen die werden opgesteld door elke bedrijfsrevisor die een opdracht van certificering of beperkt nazicht uitvoert van de algemene rekeningen van een boekhoudkundige entiteit van de bicommunautaire entiteit.
§ 3. Het Rekenhof maakt de certificeringen aan de Verenigde Vergadering over als bijlage bij de geconsolideerde rekening van de bicommunautaire entiteit en de algemene rekeningen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1 en de ABI's 2 en voegt er zijn opmerkingen aan toe. De overmaking vindt plaats uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarop de geconsolideerde rekening van de bicommunautaire entiteit en de algemene rekeningen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1 en ABI's 2 betrekking hebben.
§ 4. Het Rekenhof kan de algemene rekeningen van elke entiteit waarvan de rekeningen krachtens dit artikel gecertificeerd worden, publiceren in zijn Boeken van opmerkingen.
Art. 155. Le Collège réuni peut fixer des conditions supplémentaires règlementant la mission de contrôle des commissaires du Collège réuni, comprenant au minimum leur obligation de lui faire rapport, leur déontologie, leur expertise, les incompatibilités, ainsi que l'opportunité et la forme d'un éventuel défraiement pour l'exercice de leur mission.
TITEL 5. - De commissarissen van het Verenigd College en de gemachtigden van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting
Art. 156. Sur instruction donnée par le Collège réuni, les commissaires du Collège réuni et les délégués des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget peuvent être chargés d'une mission d'enquête portant sur des aspects financiers et budgétaires auprès des OAA2.
Art. 154. De commissarissen van het Verenigd College wonen met raadgevende stem de vergaderingen bij van de beheers-, bestuurs- en controleorganen van de ABI's 2.
Zij beschikken over de ruimste bevoegdheden voor het vervullen van hun opdracht. Zij beschikken onder meer over de bevoegdheid om iedere controle te verrichten die hen noodzakelijk lijkt voor de uitoefening van hun mandaat. Ze hebben toegang tot alle dossiers en archieven van de instellingen die tot hun bevoegdheid behoren en ontvangen van die instellingen alle inlichtingen die zij vragen.
Iedere commissaris van het Verenigd College beschikt over een termijn van vier volle werkdagen, te rekenen vanaf de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voor zover de commissaris van het Verenigd College daarop regelmatig werd uitgenodigd en, in het tegenovergestelde geval, vanaf de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen, om bij het Verenigd College een beroep in te stellen tegen de uitvoering van elke beslissing die hij strijdig acht met deze ordonnantie, haar uitvoeringsbesluiten, met verschillende andere van toepassing zijnde wetgevende en reglementaire bepalingen, met de statuten van de betrokken ABI of met het algemeen belang.
Een plaatsvervanger kan door het Verenigd College worden aangesteld voor het geval de commissaris of de gemachtigde van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting verhinderd is.
Het beroep is opschortend.
De opschortingstermijn loopt vanaf de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voor zover de commissaris van het Verenigd College daarop regelmatig werd uitgenodigd en, in het tegenovergestelde geval, vanaf de dag dat hij erover werd geïnformeerd.
Als binnen een termijn van twintig volle werkdagen, die op dezelfde dag begint als op de dag van aanvang van de termijn van de opschorting, het door het beroep gevatte Verenigd College geen annulering heeft uitgesproken, wordt de beslissing definitief.
Op beslissing van het Verenigd College, betekend aan het directieorgaan van de instelling, kan de termijn van het onderzoek van het beroep met tien volle werkdagen verlengd worden.
De annulering van de beslissing wordt door het Verenigd College aan het directieorgaan van de instelling betekend.
Zij beschikken over de ruimste bevoegdheden voor het vervullen van hun opdracht. Zij beschikken onder meer over de bevoegdheid om iedere controle te verrichten die hen noodzakelijk lijkt voor de uitoefening van hun mandaat. Ze hebben toegang tot alle dossiers en archieven van de instellingen die tot hun bevoegdheid behoren en ontvangen van die instellingen alle inlichtingen die zij vragen.
Iedere commissaris van het Verenigd College beschikt over een termijn van vier volle werkdagen, te rekenen vanaf de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voor zover de commissaris van het Verenigd College daarop regelmatig werd uitgenodigd en, in het tegenovergestelde geval, vanaf de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen, om bij het Verenigd College een beroep in te stellen tegen de uitvoering van elke beslissing die hij strijdig acht met deze ordonnantie, haar uitvoeringsbesluiten, met verschillende andere van toepassing zijnde wetgevende en reglementaire bepalingen, met de statuten van de betrokken ABI of met het algemeen belang.
Een plaatsvervanger kan door het Verenigd College worden aangesteld voor het geval de commissaris of de gemachtigde van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting verhinderd is.
Het beroep is opschortend.
De opschortingstermijn loopt vanaf de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voor zover de commissaris van het Verenigd College daarop regelmatig werd uitgenodigd en, in het tegenovergestelde geval, vanaf de dag dat hij erover werd geïnformeerd.
Als binnen een termijn van twintig volle werkdagen, die op dezelfde dag begint als op de dag van aanvang van de termijn van de opschorting, het door het beroep gevatte Verenigd College geen annulering heeft uitgesproken, wordt de beslissing definitief.
Op beslissing van het Verenigd College, betekend aan het directieorgaan van de instelling, kan de termijn van het onderzoek van het beroep met tien volle werkdagen verlengd worden.
De annulering van de beslissing wordt door het Verenigd College aan het directieorgaan van de instelling betekend.
Art. 157. Lorsque l'intérêt général ou le respect de la législation ou de la réglementation le requiert, les Membres du Collège réuni concernés ou, le cas échéant, le commissaire du Collège réuni, peut requérir l'organe d'administration des OAA2 de délibérer, dans le délai qu'ils fixent, sur toute question qu'ils déterminent.
Lorsqu'à l'expiration du délai, l'organe d'administration n'a pas pris de décision ou lorsque les Membres du Collège réuni concernés ne se rallient pas à la décision prise par cet organe, le Collège réuni peut prendre la décision en lieu et place de l'organe d'administration. Une copie de l'arrêté est immédiatement transmise à l'Assemblée réunie.
Lorsqu'à l'expiration du délai, l'organe d'administration n'a pas pris de décision ou lorsque les Membres du Collège réuni concernés ne se rallient pas à la décision prise par cet organe, le Collège réuni peut prendre la décision en lieu et place de l'organe d'administration. Une copie de l'arrêté est immédiatement transmise à l'Assemblée réunie.
Art. 155. Het Verenigd College mag bijkomende voorwaarden opleggen tot regeling van de controleopdracht van de commissarissen van het Verenigd College, die ten minste hun verplichting om aan haar te rapporteren, hun deontologie, hun expertise, de onverenigbaarheden, alsook de opportuniteit en de vorm van een eventuele vergoeding voor de uitoefening van hun opdracht bevatten.
TITRE 6. - Le contrôle des comptes générauxpar les réviseurs d'entreprises
Art. 156. In opdracht van het Verenigd College kunnen de commissarissen van het Verenigd College en de gemachtigden van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting worden belast met een onderzoeksopdracht aangaande financiële en begrotingsaspecten bij de ABI's 2.
De commissarissen van het Verenigd College en de gemachtigden van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting beschikken voor het vervullen van deze taak over de ruimste onderzoeksbevoegdheid.
Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten van deze opdracht vast te stellen.
De commissarissen van het Verenigd College en de gemachtigden van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting beschikken voor het vervullen van deze taak over de ruimste onderzoeksbevoegdheid.
Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten van deze opdracht vast te stellen.
Art. 158. § 1er. Les Membres du Collège réuni compétents et les Membres du Collège réuni compétents pour les Finances et le Budget peuvent désigner, de commun accord, un ou plusieurs réviseurs d'entreprises auprès des entités comptables de l'entité bicommunautaire. Ces réviseurs d'entreprises sont choisis parmi les membres de l'Institut des Réviseurs d'entreprises.
§ 2. Les réviseurs d'entreprises sont chargés:
1° de se conformer aux règles applicables aux réviseurs d'entreprises conformément aux articles 3:55 et suivants du Code des sociétés et des associations;
2° de vérifier le respect des dispositions de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution.
§ 3. Les réviseurs d'entreprises adressent aux Membres du Collège réuni compétents, aux Membres du Collège réuni compétents pour les Finances et le Budget, aux fonctionnaires dirigeants des Services du Collège réuni ou aux organes de décision et de gestion des OAA, un rapport sur le contrôle du compte général de `OAA concerné, qu'ils ont effectué.
Ils leur signalent, sans délai, toute négligence, toute irrégularité et en général toute situation susceptible de compromettre de façon significative la solvabilité et la liquidité de l'entité comptable.
§ 4. Les réviseurs d'entreprises sont chargés, pour les OAA2, de la certification des comptes généraux selon les dispositions de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution. Ils transmettent leurs certifications à la Cour des comptes au plus tard le 30 avril.
§ 2. Les réviseurs d'entreprises sont chargés:
1° de se conformer aux règles applicables aux réviseurs d'entreprises conformément aux articles 3:55 et suivants du Code des sociétés et des associations;
2° de vérifier le respect des dispositions de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution.
§ 3. Les réviseurs d'entreprises adressent aux Membres du Collège réuni compétents, aux Membres du Collège réuni compétents pour les Finances et le Budget, aux fonctionnaires dirigeants des Services du Collège réuni ou aux organes de décision et de gestion des OAA, un rapport sur le contrôle du compte général de `OAA concerné, qu'ils ont effectué.
Ils leur signalent, sans délai, toute négligence, toute irrégularité et en général toute situation susceptible de compromettre de façon significative la solvabilité et la liquidité de l'entité comptable.
§ 4. Les réviseurs d'entreprises sont chargés, pour les OAA2, de la certification des comptes généraux selon les dispositions de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution. Ils transmettent leurs certifications à la Cour des comptes au plus tard le 30 avril.
Art. 157. Wanneer het algemeen belang of de naleving van de wet- of de regelgeving het eist, kan of kunnen de betrokken Leden van het Verenigd College of in voorkomend geval de daartoe gemachtigde commissaris van het Verenigd College het bestuursorgaan van de ABI's 2 verplichten om, binnen de door hem of hen gestelde termijn, te beraadslagen over iedere door hem of hen bepaalde aangelegenheid.
Partie 9. - L'octroi et le contrôle de l'emploi des subventions
TITEL 6. - De controle van de algemene rekeningendoor de bedrijfsrevisoren
Art. 159. § 1er. Conformément à l'article 11 de la loi du 16 mai 2003, toute subvention accordée par l'entité bicommunautaire ou par une personne morale subventionnée directement ou indirectement par l'entité bicommunautaire en ce compris toute avance de fonds récupérable consentie par elle sans intérêt, doit être utilisée aux fins pour lesquelles elle est accordée.
Art. 158. § 1. De betrokken Leden van het Verenigd College en de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Financiën en Begroting kunnen, in onderlinge overeenstemming, bij de boekhoudkundige entiteiten van de bicommunautaire entiteit één of meer bedrijfsrevisoren aanwijzen. Deze bedrijfsrevisoren worden onder de leden van het Instituut voor Bedrijfsrevisoren gekozen.
§ 2. De bedrijfsrevisoren zijn ermee belast:
1° zich te schikken naar de regels die van toepassing zijn op de bedrijfsrevisoren overeenkomstig artikelen 3:55 en volgende van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
2° de naleving van de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten te controleren.
§ 3. De bedrijfsrevisoren bezorgen aan de bevoegde Leden van het Verenigd College, de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Financiën en Begroting, de leidende ambtenaren van de Diensten van het Verenigd College of aan de beslissingsorganen en beheersorganen van de ABI's, een verslag over de controle van de algemene rekening van de betrokken ABI die zij hebben uitgevoerd.
Zij melden hen onverwijld elke onachtzaamheid, onregelmatigheid en meer algemeen elke situatie die de solvabiliteit en de liquiditeit van de boekhoudkundige entiteit in ernstige mate kan schaden.
§ 4. Voor de ABI's 2 zijn de bedrijfsrevisoren ermee belast de algemene rekeningen te certificeren overeenkomstig de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten. Zij maken hun certificeringen uiterlijk op 30 april over aan het Rekenhof.
§ 2. De bedrijfsrevisoren zijn ermee belast:
1° zich te schikken naar de regels die van toepassing zijn op de bedrijfsrevisoren overeenkomstig artikelen 3:55 en volgende van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
2° de naleving van de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten te controleren.
§ 3. De bedrijfsrevisoren bezorgen aan de bevoegde Leden van het Verenigd College, de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Financiën en Begroting, de leidende ambtenaren van de Diensten van het Verenigd College of aan de beslissingsorganen en beheersorganen van de ABI's, een verslag over de controle van de algemene rekening van de betrokken ABI die zij hebben uitgevoerd.
Zij melden hen onverwijld elke onachtzaamheid, onregelmatigheid en meer algemeen elke situatie die de solvabiliteit en de liquiditeit van de boekhoudkundige entiteit in ernstige mate kan schaden.
§ 4. Voor de ABI's 2 zijn de bedrijfsrevisoren ermee belast de algemene rekeningen te certificeren overeenkomstig de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten. Zij maken hun certificeringen uiterlijk op 30 april over aan het Rekenhof.
Art. 160. Conformément à l'article 12 de la loi du 16 mai 2003, par le seul fait de l'acceptation de la subvention, le bénéficiaire reconnaît à toute entité comptable le droit de faire procéder sur place au contrôle de l'emploi des fonds attribués.
Deel 9. - De toekenning en de controle op de aanwendingvan subsidies
Art. 161. Conformément à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003, est tenu de rembourser sans délai le montant de la subvention, le bénéficiaire:
Art. 159. § 1. Overeenkomstig artikel 11 van de wet van 16 mei 2003, moet iedere subsidie verleend door de bicommunautaire entiteit of door een rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks door de bicommunautaire entiteit wordt gesubsidieerd, daarin begrepen ieder door haar zonder interest verleend terugvorderbaar geldvoorschot worden aangewend voor de doeleinden waarvoor zij werd verleend.
Behalve wanneer een wettelijke of reglementaire bepaling daarin voorziet, vermeldt iedere beslissing houdende toekenning van een subsidie nauwkeurig de aard, de omvang en de modaliteiten betreffende het gebruik en betreffende de door de begunstigde van de subsidie te verstrekken verantwoording.
Iedere begunstigde van een subsidie is ertoe gehouden verantwoording te verstrekken over de aanwending van de ontvangen bedragen, tenzij een ordonnantie hem daartoe vrijstelling verleent.
§ 2. Geen enkele gesubsidieerde actie mag door de begunstigde of de begunstigden van de subsidie worden uitgevoerd vóór de kennisgeving van het ondertekende en gedateerde besluit tot verlening ervan en, in voorkomend geval, van de desbetreffende overeenkomst.
Het Verenigd College is gemachtigd om de uitzonderingen op dit artikel te bepalen.
§ 3. Het Verenigd College is gemachtigd om verschillende subsidietypes te bepalen in het besluit dat de begrotingscontrole regelt.
Behalve wanneer een wettelijke of reglementaire bepaling daarin voorziet, vermeldt iedere beslissing houdende toekenning van een subsidie nauwkeurig de aard, de omvang en de modaliteiten betreffende het gebruik en betreffende de door de begunstigde van de subsidie te verstrekken verantwoording.
Iedere begunstigde van een subsidie is ertoe gehouden verantwoording te verstrekken over de aanwending van de ontvangen bedragen, tenzij een ordonnantie hem daartoe vrijstelling verleent.
§ 2. Geen enkele gesubsidieerde actie mag door de begunstigde of de begunstigden van de subsidie worden uitgevoerd vóór de kennisgeving van het ondertekende en gedateerde besluit tot verlening ervan en, in voorkomend geval, van de desbetreffende overeenkomst.
Het Verenigd College is gemachtigd om de uitzonderingen op dit artikel te bepalen.
§ 3. Het Verenigd College is gemachtigd om verschillende subsidietypes te bepalen in het besluit dat de begrotingscontrole regelt.
Art. 162. Conformément à l'article 14 de la loi du 16 mai 2003, il peut être sursis au paiement des subventions aussi longtemps que, pour des subventions analogues reçues antérieurement, le bénéficiaire reste en défaut de produire les justifications visées à l'article 159 ou de se soumettre au contrôle prévu par l'article 160.
Lorsqu'une subvention est payée par tranches, chaque tranche est considérée comme une subvention indépendante pour l'application du présent article.
Lorsqu'une subvention est payée par tranches, chaque tranche est considérée comme une subvention indépendante pour l'application du présent article.
Art. 160. Overeenkomstig artikel 12 van de wet van 16 mei 2003, verleent de begunstigde, door het aanvaarden van de subsidie, aan iedere boekhoudkundige entiteit het recht om ter plaatse controle te doen uitoefenen op de aanwending van de toegekende gelden.
Art. 163. Dans le cadre de l'octroi de subventions, les comptables-trésoriers des recettes non fiscales et les gestionnaires de dossiers des entités comptables vérifient au préalable l'existence de créances non recouvrées, au profit de leur entité comptable, dont l'échéance est dépassée, dues par une personne physique ou morale demanderesse d'une subvention.
Le gestionnaire de dossier invite le débiteur à solder sa dette afin que la subvention puisse être octroyée.
Le Collège réuni est autorisé à déterminer les exceptions au présent article.
Le gestionnaire de dossier invite le débiteur à solder sa dette afin que la subvention puisse être octroyée.
Le Collège réuni est autorisé à déterminer les exceptions au présent article.
Art. 161. Overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003, is gehouden tot onmiddellijke terugbetaling van het bedrag van de subsidie de begunstigde:
Partie 10. - Dons, legs et prix
Art. 162. Overeenkomstig artikel 14 van de wet van 16 mei 2003, kan de uitkering van de subsidies worden opgeschort zolang de begunstigde voor soortgelijke subsidies, die hij voordien heeft ontvangen, verzuimt de in artikel 159 bedoelde verantwoordingen te verstrekken of zich aan de in artikel 160 bepaalde controle te onderwerpen.
Wordt een subsidie in schijven uitgekeerd, dan wordt iedere schijf voor de toepassing van dit artikel als een afzonderlijke subsidie beschouwd.
Wordt een subsidie in schijven uitgekeerd, dan wordt iedere schijf voor de toepassing van dit artikel als een afzonderlijke subsidie beschouwd.
Art. 164. Sans préjudice des articles 171, 181, § 3, en 187, § 1er, 1° à 3°, l'octroi d'un don à un tiers, par les Services du Collège réuni ou un OAA, ne peut se faire que sur la base d'une ordonnance matérielle. La renonciation, par les Services du Collège réuni ou un OAA, à un don ou à un legs, en provenance d'un tiers, ne peut se faire que sur la base d'une ordonnance matérielle.
Art. 163. In het kader van de toekenning van subsidies gaan de rekenplichtigen van de niet-fiscale ontvangsten en de dossierbeheerders van de boekhoudkundige entiteiten vooraf na of er niet-geïnde vervallen schuldvorderingen ten gunste van hun boekhoudkundige entiteit uitstaan op een natuurlijke of rechtspersoon die een subsidie aanvraagt.
De dossierbeheerder verzoekt de debiteur zijn schuld te vereffenen opdat de subsidie hem toegekend zou kunnen worden.
Het Verenigd College is gemachtigd om de uitzonderingen op dit artikel te bepalen.
De dossierbeheerder verzoekt de debiteur zijn schuld te vereffenen opdat de subsidie hem toegekend zou kunnen worden.
Het Verenigd College is gemachtigd om de uitzonderingen op dit artikel te bepalen.
Art. 165. Un prix ne peut être remis, par la Commission communautaire commune ou un OAA à un tiers, que sur la base d'une ordonnance instaurant ce prix, et de ses arrêtés d'exécution éventuels.
Deel 10. - Giften, legaten en prijzen
Partie 11. - La prescription
Art. 164. Onverminderd de artikelen 171, 181, § 3, en 187, § 1, 1° tot en met 3°, kan de toekenning van een gift aan een derde door de Diensten van het Verenigd College of een ABI enkel gebeuren op basis van een materiële ordonnantie. Het afstand doen, door de Diensten van het Verenigd College of een ABI, van een gift of van een legaat afkomstig van een derde kan enkel gebeuren op basis van een materiële ordonnantie.
Art. 166. Conformément à l'article 15 de la loi du 16 mai 2003, et sans préjudice des dispositions de l'article 167, les règles de prescription du droit commun sont applicables à l'entité bicommunautaire.
Art. 165. Een prijs kan slechts door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een ABI aan een derde worden uitgereikt op basis van een ordonnantie tot instelling van deze prijs, en van haar eventuele uitvoeringsbesluiten.
Art. 167. § 1er. Conformément à l'article 16 de la loi du 16 mai 2003, sont définitivement acquises à ceux qui les ont reçues les sommes payées indûment par l'entité bicommunautaire en matière de traitements, d'avances sur ceux-ci ainsi que d'indemnités, d'allocations ou de prestations qui sont accessoires ou similaires aux traitements, lorsque le remboursement n'en a pas été réclamé dans un délai de cinq ans à partir du 1er janvier de l'année du paiement.
§ 2. Pour être valable, la demande de remboursement doit être notifiée au débiteur par lettre recommandée soit par la poste, soit par voie électronique tel que visé à l'article 194 et doit contenir:
1° le montant total de la somme réclamée avec, par année, le relevé des paiements indus;
2° la mention des dispositions en violation desquelles les paiements ont été faits.
A dater du dépôt de la lettre recommandée à la poste ou de l'envoi du message par voie électronique, la répétition de l'indu peut être poursuivie pendant dix ans.
§ 3. Le délai fixé au paragraphe 1er est porté à dix ans lorsque les sommes indues ont été obtenues par des manoeuvres frauduleuses ou par des déclarations fausses ou sciemment incomplètes.
§ 2. Pour être valable, la demande de remboursement doit être notifiée au débiteur par lettre recommandée soit par la poste, soit par voie électronique tel que visé à l'article 194 et doit contenir:
1° le montant total de la somme réclamée avec, par année, le relevé des paiements indus;
2° la mention des dispositions en violation desquelles les paiements ont été faits.
A dater du dépôt de la lettre recommandée à la poste ou de l'envoi du message par voie électronique, la répétition de l'indu peut être poursuivie pendant dix ans.
§ 3. Le délai fixé au paragraphe 1er est porté à dix ans lorsque les sommes indues ont été obtenues par des manoeuvres frauduleuses ou par des déclarations fausses ou sciemment incomplètes.
Deel 11. - De verjaring
Partie 12. - Les biens de la Commission communautairecommune et des OAA
Art. 166. Overeenkomstig artikel 15 van de wet van 16 mei 2003 en onverminderd de bepalingen van artikel 167, zijn de verjaringsregels van het gemeen recht van toepassing op de bicommunautaire entiteit.
TITRE 1er. - Les biens du domaine public et du domaine privé
Art. 167. § 1. Overeenkomstig artikel 16 van de wet van 16 mei 2003, zijn, inzake salarissen en voorschotten daarop, evenals inzake vergoedingen, toelagen of uitkeringen die een toebehoren van de salarissen vormen of ermee gelijkstaan, de door de bicommunautaire entiteit ten onrechte uitbetaalde sommen voorgoed vervallen aan hen die ze hebben ontvangen, als de terugbetaling daarvan niet is gevraagd binnen een termijn van maximaal vijf jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar van de betaling.
§ 2. Om geldig te zijn moet deze vraag tot terugbetaling ter kennis van de schuldenaar worden gebracht hetzij via een bij de post aangetekende brief, hetzij via elektronische weg zoals bedoeld in artikel 194 en moet ze bevatten:
1° het totale bedrag van de teruggevraagde som met, per jaar, de opgave van de ten onrechte uitgevoerde betalingen;
2° de bepalingen in strijd waarmee de betalingen zijn gedaan.
Te rekenen vanaf de afgifte van de aangetekende brief bij de post of het verzenden van bericht via elektronische weg, kan het onverschuldigde bedrag worden teruggevorderd gedurende tien jaar.
§ 3. De in paragraaf 1 vastgestelde termijn wordt verlengd tot tien jaar wanneer de onverschuldigde sommen zijn verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of bewust onvolledige verklaringen.
§ 2. Om geldig te zijn moet deze vraag tot terugbetaling ter kennis van de schuldenaar worden gebracht hetzij via een bij de post aangetekende brief, hetzij via elektronische weg zoals bedoeld in artikel 194 en moet ze bevatten:
1° het totale bedrag van de teruggevraagde som met, per jaar, de opgave van de ten onrechte uitgevoerde betalingen;
2° de bepalingen in strijd waarmee de betalingen zijn gedaan.
Te rekenen vanaf de afgifte van de aangetekende brief bij de post of het verzenden van bericht via elektronische weg, kan het onverschuldigde bedrag worden teruggevorderd gedurende tien jaar.
§ 3. De in paragraaf 1 vastgestelde termijn wordt verlengd tot tien jaar wanneer de onverschuldigde sommen zijn verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of bewust onvolledige verklaringen.
Art. 168. § 1er. Les biens dont la Commission communautaire commune ou un OAA sont propriétaires, ou sur lesquels ils sont titulaires d'un autre droit réel, et qui sont utilisés pour l'exercice des missions de service public, ou dans lesquels sont accomplies des missions de service public, font partie du domaine public. Ils demeurent dans le domaine public jusqu'à leur désaffectation.
§ 2. Les biens dont la Commission communautaire commune ou un OAA ne sont pas propriétaires et sur lesquels ils ne disposent pas d'un autre droit réel, mais disposent d'un droit d'occupation en vertu d'un bail, d'un droit d'occupation précaire, d'un commodat, ou d'un titre analogue, et qui sont utilisés pour l'exercice des missions de service public, ou dans lesquels sont accomplies des missions de service public, font partie du domaine public. Ils demeurent dans le domaine public jusqu'à leur désaffectation, ou jusqu'à l'expiration du titre d'occupation dont dispose la Commission communautaire commune ou l'OAA.
§ 3. Les biens expressément désaffectés, et ceux qui depuis leur acquisition n'ont pas été utilisés, même en partie, pour l'exercice des missions de service public ou qui n'ont, à aucun moment, été le lieu d'exercice de missions de service public, font partie du domaine privé.
§ 4. L'affectation d'un bien au domaine public résulte d'un acte exprès ou de la première utilisation de ce bien pour l'accomplissement d'une mission de service public, ou encore dès que ce bien est le lieu d'exercice d'une mission de service public.
La désaffectation d'un bien du domaine public ne se présume pas. La désaffectation est expresse, ou bien tacite mais certaine conformément au paragraphe 3.
§ 5. Le simple état d'abandon d'un bien du domaine public n'emporte en aucun cas sa désaffectation. La simple utilisation d'un bien du domaine public par un tiers, même pendant une longue période, n'emporte en aucun cas sa désaffectation.
§ 6. La Commission communautaire commune ou un OAA peuvent être propriétaire ou titulaire de droits réels ou de droits personnels sur des biens situés en dehors du territoire bilingue de la Bruxelles-Capitale.
§ 2. Les biens dont la Commission communautaire commune ou un OAA ne sont pas propriétaires et sur lesquels ils ne disposent pas d'un autre droit réel, mais disposent d'un droit d'occupation en vertu d'un bail, d'un droit d'occupation précaire, d'un commodat, ou d'un titre analogue, et qui sont utilisés pour l'exercice des missions de service public, ou dans lesquels sont accomplies des missions de service public, font partie du domaine public. Ils demeurent dans le domaine public jusqu'à leur désaffectation, ou jusqu'à l'expiration du titre d'occupation dont dispose la Commission communautaire commune ou l'OAA.
§ 3. Les biens expressément désaffectés, et ceux qui depuis leur acquisition n'ont pas été utilisés, même en partie, pour l'exercice des missions de service public ou qui n'ont, à aucun moment, été le lieu d'exercice de missions de service public, font partie du domaine privé.
§ 4. L'affectation d'un bien au domaine public résulte d'un acte exprès ou de la première utilisation de ce bien pour l'accomplissement d'une mission de service public, ou encore dès que ce bien est le lieu d'exercice d'une mission de service public.
La désaffectation d'un bien du domaine public ne se présume pas. La désaffectation est expresse, ou bien tacite mais certaine conformément au paragraphe 3.
§ 5. Le simple état d'abandon d'un bien du domaine public n'emporte en aucun cas sa désaffectation. La simple utilisation d'un bien du domaine public par un tiers, même pendant une longue période, n'emporte en aucun cas sa désaffectation.
§ 6. La Commission communautaire commune ou un OAA peuvent être propriétaire ou titulaire de droits réels ou de droits personnels sur des biens situés en dehors du territoire bilingue de la Bruxelles-Capitale.
Deel 12. - De goederen van de GemeenschappelijkeGemeenschapscommissie en de ABI's
TITRE 2. - Statut des biens du domaine public et privé
TITEL 1. - De goederen van het openbaar en het privaat domein
Art. 169. § 1er. Les biens du domaine public obéissent aux principes de l'article 3.45, alinéa 2, du nouveau Code civil.
Art. 168. § 1. De goederen die eigendom zijn van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of van een ABI, of waarop zij een ander zakelijk recht hebben, en die worden gebruikt voor de uitvoering van de openbare dienstopdrachten of waarin openbare dienstopdrachten worden uitgevoerd, maken deel uit van het openbaar domein. Ze blijven in het openbaar domein tot aan hun desaffectatie.
§ 2. De goederen waarvan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een ABI niet de eigenaar zijn en waarop zij geen ander zakelijk recht hebben, maar wel een recht van bezetting krachtens een huurovereenkomst, een recht van bezetting ter bede, een commodaat of een vergelijkbare titel hebben, en die worden gebruikt voor de uitvoering van de openbare dienstopdrachten of waarin openbare dienstopdrachten worden uitgevoerd, maken deel uit van het openbaar domein. Ze blijven in het openbaar domein tot aan hun desaffectatie of tot aan het verstrijken van de bezettingstitel van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of van de ABI.
§ 3. De goederen die uitdrukkelijk zijn gedesaffecteerd en de goederen die sinds hun verwerving niet werden gebruikt, zelfs niet gedeeltelijk, voor de uitvoering van de openbare dienstopdrachten of die op geen enkel moment de plaats van uitvoering van openbare dienstopdrachten zijn geweest, maken deel uit van het privaat domein.
§ 4. De toewijzing van een goed aan het openbaar domein vloeit voort uit een uitdrukkelijke handeling of uit het eerste gebruik van dit goed voor de vervulling van een openbare dienstopdracht, of zodra dit goed de plaats is waar een openbare dienstopdracht wordt uitgevoerd.
De desaffectatie van een goed van het openbaar domein wordt niet vermoed. De desaffectatie is uitdrukkelijk, ofwel stilzwijgend maar zeker overeenkomstig paragraaf 3.
§ 5. De loutere staat van verlatenheid van een goed van het openbaar domein houdt in geen geval de desaffectatie ervan in. Het loutere gebruik van een goed van het openbaar domein door een derde, zelfs gedurende een lange periode, houdt in geen geval de desaffectatie ervan in.
§ 6. De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een ABI kan eigenaar zijn of houder van zakelijke rechten of van persoonlijke rechten op goederen die buiten het tweetalig grondgebied van Brussel-Hoofdstad gelegen zijn.
§ 2. De goederen waarvan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een ABI niet de eigenaar zijn en waarop zij geen ander zakelijk recht hebben, maar wel een recht van bezetting krachtens een huurovereenkomst, een recht van bezetting ter bede, een commodaat of een vergelijkbare titel hebben, en die worden gebruikt voor de uitvoering van de openbare dienstopdrachten of waarin openbare dienstopdrachten worden uitgevoerd, maken deel uit van het openbaar domein. Ze blijven in het openbaar domein tot aan hun desaffectatie of tot aan het verstrijken van de bezettingstitel van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of van de ABI.
§ 3. De goederen die uitdrukkelijk zijn gedesaffecteerd en de goederen die sinds hun verwerving niet werden gebruikt, zelfs niet gedeeltelijk, voor de uitvoering van de openbare dienstopdrachten of die op geen enkel moment de plaats van uitvoering van openbare dienstopdrachten zijn geweest, maken deel uit van het privaat domein.
§ 4. De toewijzing van een goed aan het openbaar domein vloeit voort uit een uitdrukkelijke handeling of uit het eerste gebruik van dit goed voor de vervulling van een openbare dienstopdracht, of zodra dit goed de plaats is waar een openbare dienstopdracht wordt uitgevoerd.
De desaffectatie van een goed van het openbaar domein wordt niet vermoed. De desaffectatie is uitdrukkelijk, ofwel stilzwijgend maar zeker overeenkomstig paragraaf 3.
§ 5. De loutere staat van verlatenheid van een goed van het openbaar domein houdt in geen geval de desaffectatie ervan in. Het loutere gebruik van een goed van het openbaar domein door een derde, zelfs gedurende een lange periode, houdt in geen geval de desaffectatie ervan in.
§ 6. De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een ABI kan eigenaar zijn of houder van zakelijke rechten of van persoonlijke rechten op goederen die buiten het tweetalig grondgebied van Brussel-Hoofdstad gelegen zijn.
Art. 170. Les biens du domaine privé peuvent faire l'objet d'une prescription et peuvent être saisis conformément aux modalités fixées par l'article 1412bis du Code judiciaire.
TITEL 2. - Statuut van de goederen van het openbaaren het privaat domein
TITRE 3. - Cession de biens au domaine public affectésentre personnes morales de droit public
Art. 169. § 1. De goederen van het openbaar domein zijn onderworpen aan de beginselen van artikel 3.45, lid 2 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
Ze mogen alleen in beslag worden genomen binnen de grenzen van artikel 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek.
Ze zijn niet in de handel.
Ze mogen niet worden onderworpen aan belastingen, heffingen of vergoedingen die zijn vastgelegd in een beslissing van niet-wetgevende aard, overeenkomstig het algemene rechtsbeginsel dat goederen die voor een openbare dienst of voor een dienst van algemeen nut worden gebruikt, fiscaal vrijgesteld zijn. Laatstgenoemd principe is in overeenstemming met artikel 170, § 4 van de Grondwet.
§ 2. Voor de goederen van het openbaar domein waarop de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een ABI enkel een persoonlijk recht heeft, worden de voorrechten die voortvloeien uit de in paragraaf 1 bedoelde toewijzing aan het openbaar domein uitgeoefend in de mate die nodig is ter bescherming van de openbare dienst aan de uitvoering waarvan dit goed bijdraagt.
§ 3. De goederen van het openbaar domein kunnen worden bezwaard met zakelijke of persoonlijke rechten ten gunste van derden als deze zakelijke of persoonlijke rechten verenigbaar zijn met het gebruik van dit goed voor een openbare dienstopdracht. In voorkomend geval blijft het goed in het openbaar domein van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor de resterende bestanddelen van dit goed die in het vermogen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of van de ABI blijven.
§ 4. De fiscale immuniteit omschreven in paragraaf 1 is volledig voor alle goederen van het openbaar domein, zelfs als de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een ABI enkel houder is van een zakelijk gebruiksrecht of een persoonlijk recht op het goed krachtens paragraaf 2.
In het geval van een zakelijk of persoonlijk recht op het goed van het openbaar domein dat krachtens paragraaf 3 aan een derde wordt afgestaan, zijn de bestanddelen van het goed die in het vermogen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of van de ABI blijven, krachtens paragraaf 1, laatste lid, vrijgesteld van belasting.
Ze mogen alleen in beslag worden genomen binnen de grenzen van artikel 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek.
Ze zijn niet in de handel.
Ze mogen niet worden onderworpen aan belastingen, heffingen of vergoedingen die zijn vastgelegd in een beslissing van niet-wetgevende aard, overeenkomstig het algemene rechtsbeginsel dat goederen die voor een openbare dienst of voor een dienst van algemeen nut worden gebruikt, fiscaal vrijgesteld zijn. Laatstgenoemd principe is in overeenstemming met artikel 170, § 4 van de Grondwet.
§ 2. Voor de goederen van het openbaar domein waarop de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een ABI enkel een persoonlijk recht heeft, worden de voorrechten die voortvloeien uit de in paragraaf 1 bedoelde toewijzing aan het openbaar domein uitgeoefend in de mate die nodig is ter bescherming van de openbare dienst aan de uitvoering waarvan dit goed bijdraagt.
§ 3. De goederen van het openbaar domein kunnen worden bezwaard met zakelijke of persoonlijke rechten ten gunste van derden als deze zakelijke of persoonlijke rechten verenigbaar zijn met het gebruik van dit goed voor een openbare dienstopdracht. In voorkomend geval blijft het goed in het openbaar domein van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor de resterende bestanddelen van dit goed die in het vermogen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of van de ABI blijven.
§ 4. De fiscale immuniteit omschreven in paragraaf 1 is volledig voor alle goederen van het openbaar domein, zelfs als de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een ABI enkel houder is van een zakelijk gebruiksrecht of een persoonlijk recht op het goed krachtens paragraaf 2.
In het geval van een zakelijk of persoonlijk recht op het goed van het openbaar domein dat krachtens paragraaf 3 aan een derde wordt afgestaan, zijn de bestanddelen van het goed die in het vermogen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of van de ABI blijven, krachtens paragraaf 1, laatste lid, vrijgesteld van belasting.
Art. 171. Les biens du domaine public peuvent être cédés à ou acquis par d'autres personnes morales de droit public en conservant leur affectation au domaine public. Ils peuvent, de manière similaire, faire l'objet de droits réels ou de droits personnel de jouissance ou d'occupation au profit d'une autre personne morale de droit public sans qu'aucune des composantes de ce bien ne perde son affectation au domaine public.
En cas de cession d'un bien du domaine public à une autre personne morale de droit public, ou de constitution d'un droit réel, la désaffectation ne se présume pas. Elle devra faire l'objet d'une décision expresse ou tacite mais certaine de désaffectation.
En cas de cession d'un bien du domaine public à une autre personne morale de droit public, ou de constitution d'un droit réel, la désaffectation ne se présume pas. Elle devra faire l'objet d'une décision expresse ou tacite mais certaine de désaffectation.
Art. 170. De goederen van het privaat domein kunnen het voorwerp uitmaken van een verjaring en kunnen in beslag worden genomen overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek.
TITRE 4. - Dispositions relatives à la délimitation et au bornage des biens de la Commission communautaire commune et des OAA
TITEL 3. - Overdracht van tot het openbaar domein behorende goederen tussen publiekrechtelijke rechtspersonen
Art. 172. Lorsque la Commission communautaire commune ou un des OAA dont les biens sont régis par la présente ordonnance voudront procéder à la délimitation générale ou partielle de leurs biens, autres que ceux dont il est question à l'article 40 du Code rural, il sera fait appel à un géomètre expert régulièrement inscrit au tableau des géomètres experts. Les frais de la délimitation sont supportés par celui qui demande l'opération.
Art. 171. De goederen van het openbaar domein kunnen worden overgedragen aan of aangekocht van andere publiekrechtelijke rechtspersonen met behoud van hun toewijzing aan het openbaar domein. Ze kunnen op een soortgelijke manier het voorwerp uitmaken van zakelijke rechten of persoonlijke rechten van genot of bezetting ten behoeve van een andere publiekrechtelijke rechtspersoon zonder dat een van de bestanddelen van dit goed zijn toewijzing aan het openbaar domein verliest.
In het geval van de overdracht van een goed van het openbaar domein aan een andere publiekrechtelijke rechtspersoon of de vestiging van een zakelijk recht, wordt de desaffectatie niet vermoed. Daarvoor is een uitdrukkelijke of stilzwijgende, maar zekere, beslissing tot desaffectatie vereist.
In het geval van de overdracht van een goed van het openbaar domein aan een andere publiekrechtelijke rechtspersoon of de vestiging van een zakelijk recht, wordt de desaffectatie niet vermoed. Daarvoor is een uitdrukkelijke of stilzwijgende, maar zekere, beslissing tot desaffectatie vereist.
Art. 173. Les propriétaires riverains, à l'égard desquels il s'agit de reconnaître et de fixer les limites, seront avertis par courrier recommandé, au moins un mois à l'avance du jour de l'opération.
Lorsque le propriétaire riverain est une copropriété régie par les articles 3.84 et suivants du Code civil, l'avertissement du syndic ou de l'association des copropriétaires tient lieu d'avertissement à chacun des copropriétaires de l'ensemble immobilier détenu en copropriété.
Lorsque le propriétaire riverain est une copropriété régie par les articles 3.84 et suivants du Code civil, l'avertissement du syndic ou de l'association des copropriétaires tient lieu d'avertissement à chacun des copropriétaires de l'ensemble immobilier détenu en copropriété.
TITEL 4. - Bepalingen betreffende de afbakening en de afpaling van de goederen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de ABI's
Art. 174. Au jour indiqué, il sera procédé à la délimitation, en présence ou en l'absence des propriétaires riverains.
Art. 172. Wanneer de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een van de ABI's, waarvan de goederen onderworpen zijn aan deze ordonnantie, een algemene of gedeeltelijke afbakening van hun goederen wensen uit te voeren, andere dan deze bedoeld in artikel 40 van het Veldwetboek, wordt een beroep gedaan op een landmeter-expert die rechtmatig ingeschreven is in de tabel van landmeters-experten. De kosten van de afbakening worden gedragen door degene die de verrichting vraagt.
Art. 175. La délimitation est réputée contradictoire si les propriétaires riverains présents ne présentent aucune contestation sur le tracé des limites. La délimitation est constatée au moyen d'un procès-verbal et d'un plan signés par les parties intéressées.
Art. 173. De aangrenzende eigenaars ten aanzien van wie de grenzen moeten worden erkend en vastgesteld, worden ten minste één maand van tevoren per aangetekende brief op de hoogte gesteld van de dag van de verrichting.
Wanneer de aangrenzende eigenaar een mede-eigendom is die valt onder de artikelen 3.84 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, geldt de kennisgeving aan de syndicus of de vereniging van mede-eigenaars als kennisgeving aan elke van de mede-eigenaars van het vastgoedcomplex in mede-eigendom.
Wanneer de aangrenzende eigenaar een mede-eigendom is die valt onder de artikelen 3.84 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, geldt de kennisgeving aan de syndicus of de vereniging van mede-eigenaars als kennisgeving aan elke van de mede-eigenaars van het vastgoedcomplex in mede-eigendom.
Art. 176. Le plan et le procès-verbal sont notifiés aux parties par courrier recommandé dans le mois qui suit le jour de la délimitation. Les parties absentes ou qui n'ont pas signé, le plan et le procès-verbal, disposent d'un délai de quinze jours calendrier à compter du lendemain de l'envoi de la notification pour faire valoir, par courrier recommandé, leurs observations ou contestations éventuelles envers les Services du Collège réuni ou l'OAA concerné. Toute observation ou contestation envoyée hors délai sera irrecevable, de sorte que le projet de plan et le projet de procès-verbal seront considérés comme contradictoirement reconnus par la partie concernée. Les observations et contestations éventuelles envoyées dans ce délai seront tranchées par le fonctionnaire dirigeant adjoint des Services du Collège réuni ou l'OAA concerné.
Lorsque le propriétaire riverain est une copropriété régie par les articles 3.84 et suivants du Code civil, la signature du syndic ou du président de l'association des copropriétaires tient lieu d'approbation contradictoire envers chacun des copropriétaires de l'ensemble immobilier détenu en copropriété.
Lorsque le propriétaire riverain est une copropriété régie par les articles 3.84 et suivants du Code civil, la signature du syndic ou du président de l'association des copropriétaires tient lieu d'approbation contradictoire envers chacun des copropriétaires de l'ensemble immobilier détenu en copropriété.
Art. 174. Op de aangegeven dag wordt de afbakening uitgevoerd in aanwezigheid of afwezigheid van de aangrenzende eigenaars.
Art. 177. Dès que le procès-verbal de délimitation et le plan auront été approuvés par les Services du Collège réuni ou par l'OAA concerné, ils seront définitifs, et il sera procédé au bornage. Toute personne justifiant d'un intérêt légitime pourra demander aux Services du Collège réuni ou à l'OAA concerné d'assister aux travaux de bornage. Cette demande devra être exprimée par écrit, et parvenir aux Services du Collège réuni ou à l'OAA concerné au plus tard deux jours ouvrables avant la date prévue pour le bornage.
Art. 175. Als de aanwezige aangrenzende eigenaars het tracé van de grenzen niet betwisten, wordt de afbakening tegensprekelijk geacht. De afbakening wordt vastgelegd in een proces-verbaal en een plan, die worden ondertekend door de betrokken partijen.
Art. 178. Toute personne pourra solliciter l'accès aux plan et procès-verbaux de délimitation réalisés selon les dispositions de ce titre. Cet accès pourra être refusé dans les cas prévus dans les décret et ordonnance conjoints du 16 mai 2019 de la Région de Bruxelles-Capitale, la Commission communautaire commune et la Commission communautaire française relatifs à la publicité de l'administration dans les institutions bruxelloises.
Le Collège réuni définit par arrêté les coordonnées de contact à utiliser pour solliciter l'accès à ces documents.
Le Collège réuni définit par arrêté les coordonnées de contact à utiliser pour solliciter l'accès à ces documents.
Art. 176. Het plan en het proces-verbaal worden binnen een maand na de datum van de afbakening per aangetekend schrijven aan de partijen ter kennis gebracht. De partijen die afwezig zijn of die het plan en het proces-verbaal niet hebben ondertekend beschikken over een termijn van vijftien kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag na de verzending van de kennisgeving, om hun eventuele opmerkingen of bezwaren per aangetekende brief aan de Diensten van het Verenigd College of de betrokken ABI mee te delen. Opmerkingen of betwistingen die na het verstrijken van de termijn worden ingediend, zijn onontvankelijk, zodat het ontwerp van plan en het ontwerp van proces-verbaal geacht worden door de betrokken partij op tegenspraak te zijn erkend. Eventuele opmerkingen of betwistingen die binnen deze termijn worden ingediend, worden beoordeeld door de adjunct leidend ambtenaar van de Diensten van het Verenigd College of de betrokken ABI.
Wanneer de aangrenzende eigenaar een mede-eigendom is die valt onder de artikelen 3.84 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, geldt de handtekening van de syndicus of de voorzitter van de vereniging van mede-eigenaars als goedkeuring op tegenspraak voor elk van de mede-eigenaars van het vastgoedcomplex in mede-eigendom.
Wanneer de aangrenzende eigenaar een mede-eigendom is die valt onder de artikelen 3.84 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, geldt de handtekening van de syndicus of de voorzitter van de vereniging van mede-eigenaars als goedkeuring op tegenspraak voor elk van de mede-eigenaars van het vastgoedcomplex in mede-eigendom.
Art. 179. Les articles 41 à 47 du Code rural ne s'appliquent pas à la délimitation et au bornage des biens de la Commission communautaire commune et les OAA.
Art. 177. Zodra het proces-verbaal van afbakening en het plan zijn goedgekeurd door de Diensten van het Verenigd College of door de betrokken ABI, worden ze definitief en wordt de afpaling uitgevoerd. Elke persoon die een rechtmatig belang aantoont, kan de Diensten van het Verenigd College of de betrokken ABI vragen of hij de afpalingswerkzaamheden kan bijwonen. Dit verzoek moet schriftelijk gebeuren en moet de Diensten van het Verenigd College of de betrokken ABI ten laatste twee werkdagen voor de geplande datum voor de afpaling bereiken.
Art. 180. Toute contestation élevée dans le cadre des opérations de bornage et de délimitation, ou postérieurement à celle-ci, sera soumise aux Services du Collège réuni ou à l'OAA concerné. La décision qui aura été rendue, pourra être contestée devant la juridiction de l'ordre judiciaire compétente.
Art. 178. Elke persoon kan verzoeken om toegang tot de plannen en processen-verbaal van afbakening die overeenkomstig de bepalingen van deze titel zijn opgesteld. Deze toegang kan geweigerd worden in de gevallen voorzien in het gezamenlijke decreet en ordonnantie van 16 mei 2019 van het Brussels Hoofdstedelijke Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de openbaarheid van bestuur bij de Brusselse instellingen.
Partie 13. - L'aliénation
Art. 179. Artikelen 41 tot 47 van het Veldwetboek zijn niet van toepassing op de afbakening en de afpaling van de goederen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de ABI's.
Livre 1er. - Les biens meubles
Art. 180. Elke betwisting die ontstaat in het kader van of na de afbakenings- en afpalingsverrichtingen zal worden voorgelegd aan de Diensten van het Verenigd College of de betrokken ABI. De genomen beslissing kan worden aangevochten bij het bevoegde rechtscollege.
Art. 181. § 1er. Les biens meubles appartenant à la Commission communautaire commune, ne pouvant être réutilisés et pouvant être cédés, doivent être vendus ou cédés à titre onéreux.
§ 2. L'intervention du Collège réuni n'est pas obligatoire pour les biens meubles utilisés à l'étranger et dont l'intérêt général nécessite une vente sur place.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, la Commission communautaire commune peut, avec l'autorisation des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget, céder à titre gratuit des biens meubles n'ayant plus d'utilité pour ses services ou dont la valeur de marché est négligeable:
1° aux centres publics d'action sociale (CPAS);
2° aux organisations qui s'occupent du développement durable, au sens de la loi du 5 mai 1997 relative à la coordination de la politique fédérale de développement durable, et qui bénéficient de l'agrément visé à l'article 145/33 du Code des impôts sur les revenus 1992 ou à des organisations similaires d'une autre entité fédérée ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
3° aux organisations qui assistent les pays en développement et qui bénéficient de l'agrément visé à l'article 145/33 du Code des impôts sur les revenus 1992 ou à des organisations similaires d'une autre entité fédérée ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
4° aux organisations qui assistent les victimes de la guerre, les personnes handicapées, les personnes âgées, les mineurs d'âge protégés ou les indigents et qui bénéficient de l'agrément visé à l'article 145/33 du Code des impôts sur les revenus 1992, ou aux organisations similaires d'une autre entité fédérée ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
5° aux entreprises sociales au sens de l'ordonnance du 23 juillet 2018 relative à l'agrément et au soutien des entreprises sociales, ou à des organisations similaires d'une autre région ou d'une autre entité fédérée ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen, agréées de manière analogue;
6° aux associations ou fondations de droit privé au sens d'article 1:6, § 2, et 1:7 du Code des sociétés et des associations poursuivant finalité sociale ou d'intérêt public, selon des modalités à déterminer par le Collège réuni. Les biens meubles aliénés ne peuvent être utilisés qu'à des fins sociales ou d'intérêt public et ne peuvent faire l'objet d'une aliénation ultérieure qu'avec l'autorisation du Collège réuni;
7° aux associations ou fondations de droit public créées par la loi, le décret ou l'ordonnance poursuivant une finalité sociale ou d'intérêt public, selon des modalités à déterminer par le Collège réuni. Les biens meubles aliénés ne peuvent être utilisés qu'à des fins sociales ou d'intérêt public et ne peuvent faire l'objet d'une aliénation ultérieure qu'avec l'autorisation du Collège réuni;
8° aux membres du personnel des Services du Collège réuni et des OAA selon des modalités à déterminer par le Collège réuni.
§ 4. Le Collège réuni est autorisé à définir les dons qui sont dispensés d'une autorisation préalable des Membres du Collège réuni compétents du Budget.
§ 2. L'intervention du Collège réuni n'est pas obligatoire pour les biens meubles utilisés à l'étranger et dont l'intérêt général nécessite une vente sur place.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, la Commission communautaire commune peut, avec l'autorisation des Membres du Collège réuni compétents pour le Budget, céder à titre gratuit des biens meubles n'ayant plus d'utilité pour ses services ou dont la valeur de marché est négligeable:
1° aux centres publics d'action sociale (CPAS);
2° aux organisations qui s'occupent du développement durable, au sens de la loi du 5 mai 1997 relative à la coordination de la politique fédérale de développement durable, et qui bénéficient de l'agrément visé à l'article 145/33 du Code des impôts sur les revenus 1992 ou à des organisations similaires d'une autre entité fédérée ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
3° aux organisations qui assistent les pays en développement et qui bénéficient de l'agrément visé à l'article 145/33 du Code des impôts sur les revenus 1992 ou à des organisations similaires d'une autre entité fédérée ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
4° aux organisations qui assistent les victimes de la guerre, les personnes handicapées, les personnes âgées, les mineurs d'âge protégés ou les indigents et qui bénéficient de l'agrément visé à l'article 145/33 du Code des impôts sur les revenus 1992, ou aux organisations similaires d'une autre entité fédérée ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
5° aux entreprises sociales au sens de l'ordonnance du 23 juillet 2018 relative à l'agrément et au soutien des entreprises sociales, ou à des organisations similaires d'une autre région ou d'une autre entité fédérée ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen, agréées de manière analogue;
6° aux associations ou fondations de droit privé au sens d'article 1:6, § 2, et 1:7 du Code des sociétés et des associations poursuivant finalité sociale ou d'intérêt public, selon des modalités à déterminer par le Collège réuni. Les biens meubles aliénés ne peuvent être utilisés qu'à des fins sociales ou d'intérêt public et ne peuvent faire l'objet d'une aliénation ultérieure qu'avec l'autorisation du Collège réuni;
7° aux associations ou fondations de droit public créées par la loi, le décret ou l'ordonnance poursuivant une finalité sociale ou d'intérêt public, selon des modalités à déterminer par le Collège réuni. Les biens meubles aliénés ne peuvent être utilisés qu'à des fins sociales ou d'intérêt public et ne peuvent faire l'objet d'une aliénation ultérieure qu'avec l'autorisation du Collège réuni;
8° aux membres du personnel des Services du Collège réuni et des OAA selon des modalités à déterminer par le Collège réuni.
§ 4. Le Collège réuni est autorisé à définir les dons qui sont dispensés d'une autorisation préalable des Membres du Collège réuni compétents du Budget.
Deel 13. - De vervreemding
Livre 2. - Les biens immeubles
Boek 1. - Roerende goederen
Art. 182. Pour l'application du présent livre, on entend par:
Art. 181. § 1. De roerende goederen die eigendom zijn van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en die niet opnieuw kunnen worden gebruikt en die kunnen worden vervreemd, moeten worden verkocht of op een andere manier tegen betaling worden vervreemd.
§ 2. De tussenkomst van het Verenigd College is niet verplicht voor de roerende goederen aangewend in het buitenland en waarvan het algemeen belang een verkoop ter plaatse vereist.
§ 3. In afwijking van de eerste paragraaf kan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, met de toestemming van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting, roerende goederen die voor haar diensten geen nut meer hebben of waarvan de marktwaarde verwaarloosbaar is, kosteloos afstaan aan:
1° de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW's);
2° de organisaties die zich bezighouden met duurzame ontwikkeling in de zin van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling, en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een andere gefedereerde entiteit of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
3° de organisaties die de ontwikkelingslanden bijstaan en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een andere gefedereerde entiteit of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
4° de organisaties die bijstand verlenen aan oorlogsslachtoffers, personen met een handicap, ouderen, beschermde minderjarigen of behoeftigen en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een andere gefedereerde entiteit of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
5° de sociale ondernemingen in de zin van de ordonnantie van 23 juli 2018 met betrekking tot de erkenning en de ondersteuning van de sociale ondernemingen, of soortgelijke organisaties uit een andere gefedereerde entiteit of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
6° de privaatrechtelijke verenigingen of stichtingen in de zin van artikel 1:6, § 2, en artikel 1:7 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met een sociaal oogmerk of een oogmerk van openbaar nut, volgens de door het Verenigd College te bepalen nadere regels. De vervreemde roerende goederen mogen uitsluitend gebruikt worden voor sociale doeleinden of doeleinden van openbaar nut en mogen enkel met toestemming van het Verenigd College opnieuw worden vervreemd;
7° de bij wet, decreet of ordonnantie opgerichte publiekrechtelijke verenigingen of stichtingen met sociaal oogmerk of oogmerk van algemeen nut, volgens door het Verenigd College te bepalen nadere regels. De vervreemde roerende goederen mogen uitsluitend gebruikt worden voor sociale doeleinden of doeleinden van openbaar nut en mogen enkel met toestemming van het Verenigd College opnieuw worden vervreemd;
8° de personeelsleden van de Diensten van het Verenigd College en de ABI's, volgens door het Verenigd College te bepalen nadere regels.
§ 4. Het Verenigd College is bevoegd om de giften te bepalen die worden vrijgesteld van een voorafgaandelijke toestemming van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting.
§ 2. De tussenkomst van het Verenigd College is niet verplicht voor de roerende goederen aangewend in het buitenland en waarvan het algemeen belang een verkoop ter plaatse vereist.
§ 3. In afwijking van de eerste paragraaf kan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, met de toestemming van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting, roerende goederen die voor haar diensten geen nut meer hebben of waarvan de marktwaarde verwaarloosbaar is, kosteloos afstaan aan:
1° de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW's);
2° de organisaties die zich bezighouden met duurzame ontwikkeling in de zin van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling, en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een andere gefedereerde entiteit of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
3° de organisaties die de ontwikkelingslanden bijstaan en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een andere gefedereerde entiteit of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
4° de organisaties die bijstand verlenen aan oorlogsslachtoffers, personen met een handicap, ouderen, beschermde minderjarigen of behoeftigen en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een andere gefedereerde entiteit of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
5° de sociale ondernemingen in de zin van de ordonnantie van 23 juli 2018 met betrekking tot de erkenning en de ondersteuning van de sociale ondernemingen, of soortgelijke organisaties uit een andere gefedereerde entiteit of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
6° de privaatrechtelijke verenigingen of stichtingen in de zin van artikel 1:6, § 2, en artikel 1:7 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met een sociaal oogmerk of een oogmerk van openbaar nut, volgens de door het Verenigd College te bepalen nadere regels. De vervreemde roerende goederen mogen uitsluitend gebruikt worden voor sociale doeleinden of doeleinden van openbaar nut en mogen enkel met toestemming van het Verenigd College opnieuw worden vervreemd;
7° de bij wet, decreet of ordonnantie opgerichte publiekrechtelijke verenigingen of stichtingen met sociaal oogmerk of oogmerk van algemeen nut, volgens door het Verenigd College te bepalen nadere regels. De vervreemde roerende goederen mogen uitsluitend gebruikt worden voor sociale doeleinden of doeleinden van openbaar nut en mogen enkel met toestemming van het Verenigd College opnieuw worden vervreemd;
8° de personeelsleden van de Diensten van het Verenigd College en de ABI's, volgens door het Verenigd College te bepalen nadere regels.
§ 4. Het Verenigd College is bevoegd om de giften te bepalen die worden vrijgesteld van een voorafgaandelijke toestemming van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting.
Art. 183. Le Collège réuni autorisé à aliéner publiquement, de gré à gré ou par voie d'échange, tous droits réels immobiliers.
Lorsque l'estimation est inférieure à 1.000.000 d'euros, les Services du Collège réuni sont autorisés à aliéner publiquement, de gré à gré ou par voie d'échange, tous droits réels immobiliers.
Sauf en cas de vente publique ou lorsque l'expropriation pour cause d'utilité publique a été légalement décrétée, les aliénations visées par ce livre qui ont trait à des biens dont une des estimations ou le prix dépasse 6,25 millions d'euros, font l'objet d'une approbation par ordonnance.
Lorsque l'estimation est inférieure à 1.000.000 d'euros, les Services du Collège réuni sont autorisés à aliéner publiquement, de gré à gré ou par voie d'échange, tous droits réels immobiliers.
Sauf en cas de vente publique ou lorsque l'expropriation pour cause d'utilité publique a été légalement décrétée, les aliénations visées par ce livre qui ont trait à des biens dont une des estimations ou le prix dépasse 6,25 millions d'euros, font l'objet d'une approbation par ordonnance.
Boek 2. - Onroerende goederen
Art. 184. Les agents désignés par la Région de Bruxelles-Capitale en vue d'exercer les activités des Comités d'acquisition d'immeubles, sont habilités à exerces leur compétence au nom et pour le compte de la Commission communautaire commune, tout pouvoir subordonné dont l'organisation relève de la compétence de la Commission communautaire commune, et toute entité soumise au contrôle ou à la tutelle administrative d'une desdites autorités.
Art. 182. Voor de toepassing van dit boek wordt verstaan onder:
1° vervreemding: de overdracht van een onroerend goed of de toekenning van zakelijke gebruiksrechten erop;
2° raming: de expertise die rekening houdt met alle specifieke voorwaarden die verbonden zijn aan de vervreemding en die wordt uitgevoerd door het Aankoopcomité onroerende goederen, door andere gemandateerde overheidsambtenaren, door een notaris of door een dienstverlener;
3° dienstverlener: ofwel een landmeter-expert vastgoed die is ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 27 maart 2023 tot bescherming van het beroep en de titel van landmeter-expert en tot oprichting van een Orde van landmeters-experten, ofwel een vastgoedmakelaar die is ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar, ofwel elke persoon die minstens een erkend diploma van het hoger secundair onderwijs kan voorleggen en die kan aantonen dat hij over een voldoende opleidings- en kennisniveau beschikt, met minstens drie jaar praktijkervaring na het behalen van het diploma op het vlak van de raming van terreinen en gebouwen gelegen op de desbetreffende locatie.
1° vervreemding: de overdracht van een onroerend goed of de toekenning van zakelijke gebruiksrechten erop;
2° raming: de expertise die rekening houdt met alle specifieke voorwaarden die verbonden zijn aan de vervreemding en die wordt uitgevoerd door het Aankoopcomité onroerende goederen, door andere gemandateerde overheidsambtenaren, door een notaris of door een dienstverlener;
3° dienstverlener: ofwel een landmeter-expert vastgoed die is ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 27 maart 2023 tot bescherming van het beroep en de titel van landmeter-expert en tot oprichting van een Orde van landmeters-experten, ofwel een vastgoedmakelaar die is ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar, ofwel elke persoon die minstens een erkend diploma van het hoger secundair onderwijs kan voorleggen en die kan aantonen dat hij over een voldoende opleidings- en kennisniveau beschikt, met minstens drie jaar praktijkervaring na het behalen van het diploma op het vlak van de raming van terreinen en gebouwen gelegen op de desbetreffende locatie.
Art. 185. Le Collège réuni fait appel aux membres du personnel désignés en vertu de l'ordonnance du 23 juin 2016 relative à la reprise des activités des Comités d'acquisition d'immeubles par la Région ou à d'autres fonctionnaires publics mandatés, des notaires ou prestataires de services pour exécuter, en tout ou en partie, les opérations visées au présent livre.
Si l'estimation dépasse le montant visé à l'article 183, alinéa 2, le Collège réuni est tenu de faire appel aux membres du personnel du Comité d'acquisition d'immeubles afin d'effectuer une estimation du bien.
Au cas où la passation de l'acte n'est pas confiée à un membre du personnel du Comité d'acquisition d'immeubles, le projet d'acte portant aliénation de droits réels immobiliers est soumis au Comité d'acquisition d'immeubles qui, dans le mois suivant la réception, communique un avis motivé au Collège réuni. L'avis est censé être favorable si le Comité laisse expirer le délai précité.
En cas d'avis négatif, l'opération ne peut être réalisée qu'après décision du Collège réuni.
Si l'estimation dépasse le montant visé à l'article 183, alinéa 2, le Collège réuni est tenu de faire appel aux membres du personnel du Comité d'acquisition d'immeubles afin d'effectuer une estimation du bien.
Au cas où la passation de l'acte n'est pas confiée à un membre du personnel du Comité d'acquisition d'immeubles, le projet d'acte portant aliénation de droits réels immobiliers est soumis au Comité d'acquisition d'immeubles qui, dans le mois suivant la réception, communique un avis motivé au Collège réuni. L'avis est censé être favorable si le Comité laisse expirer le délai précité.
En cas d'avis négatif, l'opération ne peut être réalisée qu'après décision du Collège réuni.
Art. 183. Het Verenigd College is gemachtigd om openbaar, onderhands of door ruil alle zakelijke rechten op onroerende goederen te vervreemden.
Wanneer de raming lager is dan 1.000.000 euro, zijn de Diensten van het Verenigd College gemachtigd om openbaar, onderhands of door ruil alle zakelijke rechten op onroerende goederen te vervreemden.
Behoudens in geval van openbare verkoop of wanneer de onteigening ten algemenen nutte wettelijk werd uitgevaardigd, moeten de in dit boek bedoelde vervreemdingen die betrekking hebben op goederen waarvan één van de ramingen of de prijs meer dan 6,25 miljoen euro bedraagt, bij ordonnantie worden goedgekeurd.
Wanneer de raming lager is dan 1.000.000 euro, zijn de Diensten van het Verenigd College gemachtigd om openbaar, onderhands of door ruil alle zakelijke rechten op onroerende goederen te vervreemden.
Behoudens in geval van openbare verkoop of wanneer de onteigening ten algemenen nutte wettelijk werd uitgevaardigd, moeten de in dit boek bedoelde vervreemdingen die betrekking hebben op goederen waarvan één van de ramingen of de prijs meer dan 6,25 miljoen euro bedraagt, bij ordonnantie worden goedgekeurd.
Art. 186. § 1er. Les aliénations à réaliser en exécution de l'article 183 seront faites au plus offrant et seront rendues publiques par toute mesure de publicité suffisante susceptibles d'atteindre les intéressés.
En cas de vente publique le Collège réuni précise également si celle-ci doit se faire au minimum au prix de l'estimation. Le Collège réuni motive sa décision de ne pas conditionner l'aliénation au prix minimum de l'estimation.
§ 2. L'alinéa 1er du paragraphe 1er est présumé respecté lorsqu'il est procédé à une vente publique d'immeuble au sens de l'article 1er de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat.
§ 3. Les formalités de publicité visées à l'alinéa 1er du paragraphe 1er, ne sont pas requises lorsque l'expropriation pour cause d'utilité publique du bien domanial à aliéner est légalement décrétée.
En cas de vente publique le Collège réuni précise également si celle-ci doit se faire au minimum au prix de l'estimation. Le Collège réuni motive sa décision de ne pas conditionner l'aliénation au prix minimum de l'estimation.
§ 2. L'alinéa 1er du paragraphe 1er est présumé respecté lorsqu'il est procédé à une vente publique d'immeuble au sens de l'article 1er de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat.
§ 3. Les formalités de publicité visées à l'alinéa 1er du paragraphe 1er, ne sont pas requises lorsque l'expropriation pour cause d'utilité publique du bien domanial à aliéner est légalement décrétée.
Art. 184. De personeelsleden aangeduid door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om de activiteiten van de Comités tot aankoop van onroerende goederen uit te oefenen, worden ertoe gemachtigd hun bevoegdheden uit te oefenen in naam en voor rekening van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, elk ondergeschikt bestuur waarvan de organisatie onder de bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie valt, en elke entiteit die aan de controle of het administratief toezicht van de voornoemde overheden onderworpen is.
De in het eerste lid bedoelde ambtenaren moeten ten aanzien van derden geen bewijs leveren van een bijzondere machtiging.
De in het eerste lid bedoelde ambtenaren moeten ten aanzien van derden geen bewijs leveren van een bijzondere machtiging.
Art. 187. § 1er. Le Collège réuni est autorisé à aliéner un bien immeuble appartenant à la Commission communautaire commune:
1° à un OAA, en vue de son affectation à un projet s'inscrivant dans le cadre de l'objectif social de cet OAA;
2° à une personne morale de droit public en vue d'une affectation qui s'inscrit dans la politique menée par le Collège réuni pour rencontrer les intérêts de la Commission communautaire commune ou dans le cadre de l'objectif social de cette personne morale de droit public. Dans ce cas:
a) une aliénation qui porte sur des droits réels d'usage aura une durée de maximum 50 ans;
b) une vente en pleine propriété ne pourra être inférieure au prix de l'estimation, sauf décision dûment motivée du Collège réuni;
3° à une personne morale de droit public, lorsque le bien a été acquis dans le cadre d'un des pôles ou des sites de développement prioritaire tels que définis par le Gouvernement. Cette aliénation porte sur des droits réels d'usage d'une durée de maximum 50 ans pour un canon unique d'un euro. Le Gouvernement précise la ou les opérations à mettre en oeuvre, en application des plans de développement des pôles ou sites de développement prioritaire tels que définis par le Gouvernement ainsi que les conditions de l'aliénation au plus tard à la date de l'aliénation.
Ces conditions doivent garantir la construction, rénovation ou réhabilitation dudit bien immeuble en logements publics, sociaux ou moyens, en infrastructures de proximité ou en espaces publics.
1° à toute autre personne, en vue d'une affectation d'intérêt public qui s'inscrit dans la politique menée par le Collège réuni pour rencontrer les intérêts de la Commission communautaire commune. L'aliénation doit être assortie de conditions offrant des garanties maximales pour une réalisation aussi rapide que possible du projet pour lequel l'aliénation a été effectuée, au moyen par exemple d'un certificat d'urbanisme favorable, d'un contrat de quartier durable, d'un Contrat de Rénovation Urbaine ou d'un programme ou opération de la Politique de la Ville, d'un schéma directeur ou d'un plan d'aménagement directeur. Dans ce cas:
a) une aliénation qui porte sur des droits réels d'usages aura une durée de maximum 50 ans;
b) une vente en pleine propriété ne pourra être inférieure au prix de l'estimation, sauf décision dûment motivée du Collège réuni;
2° au riverain de la parcelle, lorsque la situation de droit et de fait justifie qu'il soit le seul acquéreur possible. Une vente en pleine propriété ne pourra être inférieure au prix de l'estimation.
§ 2. Pour les aliénations prévues au paragraphe 1er, 2° à 4°, le Collège réuni détermine les conditions à remplir pour que ces opérations puissent avoir lieu.
§ 3. L'article 186 ne s'applique pas aux aliénations visées au paragraphe 1er.
§ 4. Le Collège réuni est tenu de soumettre le projet d'acte des aliénations visées au paragraphe 1er au Comité d'acquisition d'immeubles qui, dans le mois suivant la réception, communique un avis motivé. L'avis est réputé favorable si, à l'expiration du délai, le Comité n'a pas rendu d'avis.
Si l'avis du Comité d'acquisition d'immeubles est défavorable, le dossier doit être soumis aux Membres du Collège réuni compétents pour la Fonction Publique pour accord préalable.
1° à un OAA, en vue de son affectation à un projet s'inscrivant dans le cadre de l'objectif social de cet OAA;
2° à une personne morale de droit public en vue d'une affectation qui s'inscrit dans la politique menée par le Collège réuni pour rencontrer les intérêts de la Commission communautaire commune ou dans le cadre de l'objectif social de cette personne morale de droit public. Dans ce cas:
a) une aliénation qui porte sur des droits réels d'usage aura une durée de maximum 50 ans;
b) une vente en pleine propriété ne pourra être inférieure au prix de l'estimation, sauf décision dûment motivée du Collège réuni;
3° à une personne morale de droit public, lorsque le bien a été acquis dans le cadre d'un des pôles ou des sites de développement prioritaire tels que définis par le Gouvernement. Cette aliénation porte sur des droits réels d'usage d'une durée de maximum 50 ans pour un canon unique d'un euro. Le Gouvernement précise la ou les opérations à mettre en oeuvre, en application des plans de développement des pôles ou sites de développement prioritaire tels que définis par le Gouvernement ainsi que les conditions de l'aliénation au plus tard à la date de l'aliénation.
Ces conditions doivent garantir la construction, rénovation ou réhabilitation dudit bien immeuble en logements publics, sociaux ou moyens, en infrastructures de proximité ou en espaces publics.
1° à toute autre personne, en vue d'une affectation d'intérêt public qui s'inscrit dans la politique menée par le Collège réuni pour rencontrer les intérêts de la Commission communautaire commune. L'aliénation doit être assortie de conditions offrant des garanties maximales pour une réalisation aussi rapide que possible du projet pour lequel l'aliénation a été effectuée, au moyen par exemple d'un certificat d'urbanisme favorable, d'un contrat de quartier durable, d'un Contrat de Rénovation Urbaine ou d'un programme ou opération de la Politique de la Ville, d'un schéma directeur ou d'un plan d'aménagement directeur. Dans ce cas:
a) une aliénation qui porte sur des droits réels d'usages aura une durée de maximum 50 ans;
b) une vente en pleine propriété ne pourra être inférieure au prix de l'estimation, sauf décision dûment motivée du Collège réuni;
2° au riverain de la parcelle, lorsque la situation de droit et de fait justifie qu'il soit le seul acquéreur possible. Une vente en pleine propriété ne pourra être inférieure au prix de l'estimation.
§ 2. Pour les aliénations prévues au paragraphe 1er, 2° à 4°, le Collège réuni détermine les conditions à remplir pour que ces opérations puissent avoir lieu.
§ 3. L'article 186 ne s'applique pas aux aliénations visées au paragraphe 1er.
§ 4. Le Collège réuni est tenu de soumettre le projet d'acte des aliénations visées au paragraphe 1er au Comité d'acquisition d'immeubles qui, dans le mois suivant la réception, communique un avis motivé. L'avis est réputé favorable si, à l'expiration du délai, le Comité n'a pas rendu d'avis.
Si l'avis du Comité d'acquisition d'immeubles est défavorable, le dossier doit être soumis aux Membres du Collège réuni compétents pour la Fonction Publique pour accord préalable.
Art. 185. Het Verenigd College doet een beroep op de personeelsleden die zijn aangewezen krachtens de ordonnantie van 23 juni 2016 betreffende de overname van de activiteiten van de Comités tot aankoop van onroerende goederen door het Gewest of op andere gemandateerde overheidsambtenaren, notarissen of dienstverleners om de in dit boek bedoelde verrichtingen geheel of gedeeltelijk uit te voeren.
Indien de raming het in artikel 183, tweede lid, bedoelde bedrag overschrijdt, is het Verenigd College verplicht een beroep te doen op de personeelsleden van het Aankoopcomité onroerende goederen om een raming van het onroerend goed uit te voeren.
Indien het verlijden van de akte niet wordt toevertrouwd aan een personeelslid van het Aankoopcomité onroerende goederen, wordt de ontwerpakte tot vervreemding van zakelijke rechten op onroerende goederen voorgelegd aan het Aankoopcomité onroerende goederen dat, binnen de maand na ontvangst, een met redenen omkleed advies uitbrengt aan het Verenigd College. Het advies wordt geacht gunstig te zijn als het Comité de bovengenoemde periode laat verstrijken.
In geval van een negatief advies kan de verrichting slechts uitgevoerd worden na beslissing van het Verenigd College.
Indien de raming het in artikel 183, tweede lid, bedoelde bedrag overschrijdt, is het Verenigd College verplicht een beroep te doen op de personeelsleden van het Aankoopcomité onroerende goederen om een raming van het onroerend goed uit te voeren.
Indien het verlijden van de akte niet wordt toevertrouwd aan een personeelslid van het Aankoopcomité onroerende goederen, wordt de ontwerpakte tot vervreemding van zakelijke rechten op onroerende goederen voorgelegd aan het Aankoopcomité onroerende goederen dat, binnen de maand na ontvangst, een met redenen omkleed advies uitbrengt aan het Verenigd College. Het advies wordt geacht gunstig te zijn als het Comité de bovengenoemde periode laat verstrijken.
In geval van een negatief advies kan de verrichting slechts uitgevoerd worden na beslissing van het Verenigd College.
Art. 188. Les Services du Collège réuni sont autorisés à établir des servitudes grevant les biens immeubles appartenant à la Commission communautaire commune.
Art. 186. § 1. De te verrichten vervreemdingen ter uitvoering van 183 worden gedaan aan de hoogste bieder en worden openbaar gemaakt door toereikende publiciteitsmaatregelen die de geïnteresseerden kunnen bereiken.
In het geval van een openbare verkoop, specificeert het Verenigd College of deze minstens tegen de geraamde prijs moet plaatsvinden. Het Verenigd College motiveert haar beslissing om de vervreemding niet afhankelijk te stellen van minstens de geraamde minimumprijs.
§ 2. Lid 1 van paragraaf 1 wordt geacht vervuld te zijn in geval van openbare verkoop van een onroerend goed in de zin van artikel 1 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt.
§ 3. De formaliteiten van openbaarmaking bedoeld in paragraaf 1, lid 1, zijn niet vereist wanneer de onteigening ten algemenen nutte van het te vervreemden domeingoed wettelijk wordt bevolen.
In het geval van een openbare verkoop, specificeert het Verenigd College of deze minstens tegen de geraamde prijs moet plaatsvinden. Het Verenigd College motiveert haar beslissing om de vervreemding niet afhankelijk te stellen van minstens de geraamde minimumprijs.
§ 2. Lid 1 van paragraaf 1 wordt geacht vervuld te zijn in geval van openbare verkoop van een onroerend goed in de zin van artikel 1 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt.
§ 3. De formaliteiten van openbaarmaking bedoeld in paragraaf 1, lid 1, zijn niet vereist wanneer de onteigening ten algemenen nutte van het te vervreemden domeingoed wettelijk wordt bevolen.
Art. 189. Le Collège réuni fait, chaque année, lors de la discussion à l'Assemblée réunie du projet de budget initial de la Commission communautaire commune, rapport à l'Assemblée réunie, relativement aux opérations faites en vertu des autorisations visées par le présent livre.
Art. 187. § 1. Het Verenigd College is gemachtigd om een onroerend goed van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie te vervreemden aan:
1° een ABI met het oog op de toewijzing ervan aan een project in het kader van het maatschappelijk doel van deze ABI;
2° een publiekrechtelijke rechtspersoon, met het oog op een toewijzing die past binnen het beleid dat het Verenigd College voert om tegemoet te komen aan de belangen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of in het kader van het maatschappelijk doel van deze publiekrechtelijke rechtspersoon. In dit geval:
a) heeft een vervreemding die betrekking heeft op zakelijke gebruiksrechten een looptijd van maximaal 50 jaar;
b) mag een verkoop in volle eigendom niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs, behalve bij een naar behoren gemotiveerde beslissing van het Verenigd College;
3° een publiekrechtelijke rechtspersoon, wanneer het goed werd aangekocht voor een van de prioritaire ontwikkelingspolen of -terreinen zoals die door de regering zijn omschreven. Die vervreemding heeft betrekking op zakelijke gebruiksrechten met een looptijd van maximaal 50 jaar voor een eenmalige erfpachtvergoeding van een euro. De regering bepaalt uiterlijk op de datum van de vervreemding welke verrichtingen in toepassing van de ontwikkelingsplannen voor de door de regering omschreven prioritaire ontwikkelingspolen of -terreinen uitgevoerd moeten worden, alsook de voorwaarden voor de vervreemding.
Die voorwaarden moeten garanties bieden voor de bouw, de renovatie of de herwaardering van het onroerend goed tot openbare, sociale of middenklassewoningen, buurtvoorzieningen of openbare ruimten.
1° elke andere persoon, met het oog op een toewijzing van openbaar nut die past binnen het beleid dat het Verenigd College voert om tegemoet te komen aan de belangen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. De vervreemding moet gepaard gaan met voorwaarden die maximale garanties bieden dat het project waarvoor de vervreemding plaatsvond, zo snel mogelijk zal worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door middel van een gunstig stedenbouwkundig attest, een Duurzaam Wijkcontract, een Stadsvernieuwingscontract of een programma of operatie van het Stadsbeleid, een richtschema of een richtplan van aanleg. In dit geval:
a) heeft een vervreemding die betrekking heeft op zakelijke gebruiksrechten een looptijd van maximaal 50 jaar;
b) mag een verkoop in volle eigendom niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs, behalve bij een naar behoren gemotiveerde beslissing van het Verenigd College;
2° de omwonende van het perceel, wanneer de rechtstoestand en de feitelijke toestand rechtvaardigt dat hij de enige mogelijke koper is. Een verkoop in volle eigendom mag niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs.
§ 2. Voor de in paragraaf 1, 2° tot 4° bedoelde vervreemdingen, bepaalt het Verenigd College de te vervullen voorwaarden om deze verrichtingen te laten plaatsvinden.
§ 3. Artikel 186 is niet van toepassing op de in paragraaf 1 bedoelde vervreemdingen.
§ 4. Het Verenigd College moet de ontwerpakte van de in paragraaf 1 bedoelde vervreemdingen voorleggen aan het Aankoopcomité onroerende goederen, dat binnen een maand na ontvangst een met redenen omkleed advies uitbrengt. Het advies wordt geacht gunstig te zijn als, bij het verstrijken van de termijn,het Comité geen advies heeft gegeven.
Indien het advies van het Aankoopcomité onroerende goederen negatief is, moet het dossier voor voorafgaand akkoord worden voorgelegd aan de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Openbaar Ambt.
1° een ABI met het oog op de toewijzing ervan aan een project in het kader van het maatschappelijk doel van deze ABI;
2° een publiekrechtelijke rechtspersoon, met het oog op een toewijzing die past binnen het beleid dat het Verenigd College voert om tegemoet te komen aan de belangen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of in het kader van het maatschappelijk doel van deze publiekrechtelijke rechtspersoon. In dit geval:
a) heeft een vervreemding die betrekking heeft op zakelijke gebruiksrechten een looptijd van maximaal 50 jaar;
b) mag een verkoop in volle eigendom niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs, behalve bij een naar behoren gemotiveerde beslissing van het Verenigd College;
3° een publiekrechtelijke rechtspersoon, wanneer het goed werd aangekocht voor een van de prioritaire ontwikkelingspolen of -terreinen zoals die door de regering zijn omschreven. Die vervreemding heeft betrekking op zakelijke gebruiksrechten met een looptijd van maximaal 50 jaar voor een eenmalige erfpachtvergoeding van een euro. De regering bepaalt uiterlijk op de datum van de vervreemding welke verrichtingen in toepassing van de ontwikkelingsplannen voor de door de regering omschreven prioritaire ontwikkelingspolen of -terreinen uitgevoerd moeten worden, alsook de voorwaarden voor de vervreemding.
Die voorwaarden moeten garanties bieden voor de bouw, de renovatie of de herwaardering van het onroerend goed tot openbare, sociale of middenklassewoningen, buurtvoorzieningen of openbare ruimten.
1° elke andere persoon, met het oog op een toewijzing van openbaar nut die past binnen het beleid dat het Verenigd College voert om tegemoet te komen aan de belangen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. De vervreemding moet gepaard gaan met voorwaarden die maximale garanties bieden dat het project waarvoor de vervreemding plaatsvond, zo snel mogelijk zal worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door middel van een gunstig stedenbouwkundig attest, een Duurzaam Wijkcontract, een Stadsvernieuwingscontract of een programma of operatie van het Stadsbeleid, een richtschema of een richtplan van aanleg. In dit geval:
a) heeft een vervreemding die betrekking heeft op zakelijke gebruiksrechten een looptijd van maximaal 50 jaar;
b) mag een verkoop in volle eigendom niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs, behalve bij een naar behoren gemotiveerde beslissing van het Verenigd College;
2° de omwonende van het perceel, wanneer de rechtstoestand en de feitelijke toestand rechtvaardigt dat hij de enige mogelijke koper is. Een verkoop in volle eigendom mag niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs.
§ 2. Voor de in paragraaf 1, 2° tot 4° bedoelde vervreemdingen, bepaalt het Verenigd College de te vervullen voorwaarden om deze verrichtingen te laten plaatsvinden.
§ 3. Artikel 186 is niet van toepassing op de in paragraaf 1 bedoelde vervreemdingen.
§ 4. Het Verenigd College moet de ontwerpakte van de in paragraaf 1 bedoelde vervreemdingen voorleggen aan het Aankoopcomité onroerende goederen, dat binnen een maand na ontvangst een met redenen omkleed advies uitbrengt. Het advies wordt geacht gunstig te zijn als, bij het verstrijken van de termijn,het Comité geen advies heeft gegeven.
Indien het advies van het Aankoopcomité onroerende goederen negatief is, moet het dossier voor voorafgaand akkoord worden voorgelegd aan de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Openbaar Ambt.
Art. 190. Le Collège réuni est chargé de dresser et de tenir à jour un inventaire du patrimoine immobilier de la Commission communautaire commune.
Art. 188. De Diensten van het Verenigd College mogen erfdienstbaarheden vestigen op de onroerende goederen die toebehoren aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Partie 14. - Représentation de la Commissioncommunautaire commune en justice
Art. 189. Het Verenigd College brengt elk jaar bij de bespreking in de Verenigde Vergadering van het ontwerp van initiële begroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie verslag uit aan de Verenigde Vergadering over de verrichtingen die zijn uitgevoerd krachtens de in dit boek bedoelde machtigingen.
Art. 191. Dans tous les litiges dans lesquels la Commission communautaire commune agit comme demanderesse, défenderesse, ou partie intervenante, la comparution en personne au nom de la Commission communautaire commune peut être assurée par tout membre du personnel de la Commission communautaire commune qui en a été autorisé et qui est titulaire d'un diplôme universitaire de docteur en droit, de licencié en droit, ou de master en droit. Il pourra signer, seul, les écrits de procédure.
Le Collège réuni peut définir les modalités pratiques de l'exercice de cette faculté, notamment afin de préciser dans quelles circonstances les correspondances échangées entre ce membre de personnel et les avocats des autres parties adverses pourront revêtir un caractère confidentiel, et d'introduire des garanties d'indépendance dans le chef du membre du personnel qui défendra la Commission communautaire commune.
La Commission communautaire commune assume l'entière responsabilité des actes posés par ces membres du personnel dans ce cadre.
Le Collège réuni peut définir les modalités pratiques de l'exercice de cette faculté, notamment afin de préciser dans quelles circonstances les correspondances échangées entre ce membre de personnel et les avocats des autres parties adverses pourront revêtir un caractère confidentiel, et d'introduire des garanties d'indépendance dans le chef du membre du personnel qui défendra la Commission communautaire commune.
La Commission communautaire commune assume l'entière responsabilité des actes posés par ces membres du personnel dans ce cadre.
Art. 190. Het Verenigd College is verantwoordelijk voor het opstellen en bijwerken van een inventaris van het vastgoedpatrimonium van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Partie 15. - Disposition modificative
Deel 14. - Vertegenwoordiging in rechte van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie
Art. 192. Dans l'article 1410, § 2, du Code judiciaire, est ajouté un point 15/1°, rédigé comme suit:
Art. 191. In alle geschillen waarin de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie optreedt als eiser, verweerder of tussenkomende partij, kan het daartoe gemachtigde personeelslid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en die houder is van een universitair diploma van doctor in de rechten, licentiaat in de rechten of master in de rechten, in persoon verschijnen in naam van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Hij alleen kan de processtukken ondertekenen.
Partie 16. - Dispositions diverses, abrogatoires, transitoires et finales
Deel 15. - Wijzigingsbepaling
Art. 193. Les signatures peuvent être apposées par écrit ou par une procédure informatisée ou électronique.
Art. 192. Aan artikel 1410, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek wordt een punt 15/1° toegevoegd, dat als volgt luidt:
"15/1° onverminderd artikel 161 van de ordonnantie houdende de codex van de openbare financiën van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de subsidies die worden toegekend door de Diensten van het Verenigd College of een autonome bestuursinstelling overeenkomstig artikel 159 van de ordonnantie houdende de codex van de openbare financiën van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, op voorwaarde dat de schuld die de oorzaak vormt van de inbeslagname, geen rechtstreeks verband houdt met de gesubsidieerde activiteit.".
"15/1° onverminderd artikel 161 van de ordonnantie houdende de codex van de openbare financiën van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de subsidies die worden toegekend door de Diensten van het Verenigd College of een autonome bestuursinstelling overeenkomstig artikel 159 van de ordonnantie houdende de codex van de openbare financiën van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, op voorwaarde dat de schuld die de oorzaak vormt van de inbeslagname, geen rechtstreeks verband houdt met de gesubsidieerde activiteit.".
Art. 194. Sauf indications contraires au sein des articles de la présente ordonnance, les envois peuvent être effectués par lettre ou par lettre recommandée avec ou sans accusé de réception. Est considérée comme équivalente la transmission par un procédé électronique qui garantit, d'une manière vérifiable, l'authenticité et l'intégrité du contenu de la communication.
La mise à disposition d'informations peut toujours se faire sous forme numérique si le format numérique est facilement accessible et offre une alternative valable.
En dérogation aux alinéas précédents, pour ce qui concerne la Partie 3, " La comptabilité ", et plus particulièrement le Livre 4 " Les comptes ", les envois se font uniquement par voie électronique.
La mise à disposition d'informations peut toujours se faire sous forme numérique si le format numérique est facilement accessible et offre une alternative valable.
En dérogation aux alinéas précédents, pour ce qui concerne la Partie 3, " La comptabilité ", et plus particulièrement le Livre 4 " Les comptes ", les envois se font uniquement par voie électronique.
Deel 16. - Opheffings-, overgangs-, en slotbepalingen
Art. 195. L'ordonnance du 21 novembre 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, est abrogée.
Art. 193. De handtekeningen kunnen schriftelijk of via een geautomatiseerde of elektronische procedure worden aangebracht.
Art. 196. La loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, à l'exception de l'article 11, est abrogée.
Le Collège réuni est habilité à décider l'abrogation de l'article 11 de la loi du 16 mars 1954 par arrêté du Collège réuni.
Le Collège réuni est habilité à décider l'abrogation de l'article 11 de la loi du 16 mars 1954 par arrêté du Collège réuni.
Art. 194. Tenzij anders vermeld in de artikelen van deze ordonnantie, mogen de verzendingen gebeuren via brief of aangetekende brief met of zonder ontvangstbevestiging. De verzending via een elektronische procedure die, op aantoonbare wijze, de authenticiteit en de integriteit van de inhoud van de communicatie garandeert, wordt als evenwaardig beschouwd.
Het ter beschikking stellen van informatie kan steeds op digitale wijze gebeuren indien het digitaal format vlot toegankelijk is en een waardig alternatief biedt.
In afwijking op de voorgaande leden, mogen voor wat Deel 3, "De boekhouding", en meer specifiek Boek 4, "De rekeningen", betreft, overmakingen enkel op elektronische wijze gebeuren.
Het ter beschikking stellen van informatie kan steeds op digitale wijze gebeuren indien het digitaal format vlot toegankelijk is en een waardig alternatief biedt.
In afwijking op de voorgaande leden, mogen voor wat Deel 3, "De boekhouding", en meer specifiek Boek 4, "De rekeningen", betreft, overmakingen enkel op elektronische wijze gebeuren.
Art. 197. Le Collège réuni mettra en oeuvre l'article 137 de la présente ordonnance par arrêté du Collège réuni.
Art. 195. De ordonnantie van 21 november 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, wordt opgeheven.
Art. 198. § 1er. La présente ordonnance entre en vigueur le 1er janvier 2026, étant entendu que les travaux autour du budget, mentionné dans la Partie 2, pour l'année budgétaire 2026 se feront conformément aux règles de cette ordonnance.
§ 2. Le Collège réuni peut décider de reporter l'entrée en vigueur des dispositions suivantes à une date ultérieure à celle mentionnée au paragraphe 1er, mais qui ne peut être postérieure au 1er janvier 2027: les articles 15, 95, 137, 148, 153, § 2, et 158, § 4.
§ 3. Les exceptions visées aux articles 14, alinéa 3, 56, alinéa 3, et 92, §§ 1er, alinéa 2, 2, alinéa 2, 3, alinéa 2, et 4, alinéa 2, cessent d'avoir un effet à la fin de l'année budgétaire 2028.
§ 2. Le Collège réuni peut décider de reporter l'entrée en vigueur des dispositions suivantes à une date ultérieure à celle mentionnée au paragraphe 1er, mais qui ne peut être postérieure au 1er janvier 2027: les articles 15, 95, 137, 148, 153, § 2, et 158, § 4.
§ 3. Les exceptions visées aux articles 14, alinéa 3, 56, alinéa 3, et 92, §§ 1er, alinéa 2, 2, alinéa 2, 3, alinéa 2, et 4, alinéa 2, cessent d'avoir un effet à la fin de l'année budgétaire 2028.
Art. 196. De wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, met uitzondering van artikel 11, wordt opgeheven.
Het Verenigd College is gemachtigd om de opheffing van artikel 11 van de voornoemde wet van 16 maart 1954 te beslissen bij besluit van het Verenigd College.
Het Verenigd College is gemachtigd om de opheffing van artikel 11 van de voornoemde wet van 16 maart 1954 te beslissen bij besluit van het Verenigd College.
-
Art. 197. Het Verenigd College geeft uitvoering aan het artikel 137 van deze ordonnantie via besluit van het Verenigd College.
-
Art. 198. § 1. Deze ordonnantie treedt in werking op 1 januari 2026, met dien verstande dat de werkzaamheden rond de begroting, vermeld in Deel 2, voor het begrotingsjaar 2026 zullen gebeuren conform de regels van deze ordonnantie.
§ 2. Het Verenigd College kan besluiten de inwerkingtreding van de volgende bepalingen uit te stellen tot een latere datum dan die vermeld in paragraaf 1, die evenwel niet later mag vallen dan 1 januari 2027: de artikelen 15, 95, 137, 148, 153, § 2 en 158, § 4.
§ 3. De uitzonderingen bedoeld in de artikelen 14, lid 3, 54, lid 3, en 92, §§ 1, lid 2, 2, lid 2, 3, lid 2 en 4, lid 2, houden op uitwerking te hebben na afloop van het begrotingsjaar 2028.
§ 2. Het Verenigd College kan besluiten de inwerkingtreding van de volgende bepalingen uit te stellen tot een latere datum dan die vermeld in paragraaf 1, die evenwel niet later mag vallen dan 1 januari 2027: de artikelen 15, 95, 137, 148, 153, § 2 en 158, § 4.
§ 3. De uitzonderingen bedoeld in de artikelen 14, lid 3, 54, lid 3, en 92, §§ 1, lid 2, 2, lid 2, 3, lid 2 en 4, lid 2, houden op uitwerking te hebben na afloop van het begrotingsjaar 2028.
-