Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
29 MAART 2024. - Decreet over het vervoer van koolstofdioxide via pijpleidingen in het Vlaamse Gewest(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-04-2024 en tekstbijwerking tot 12-06-2024)
Titre
29 MARS 2024. - Décret relatif au transport de dioxyde de carbone par canalisations en Région flamande(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 25-04-2024 et mise à jour au 12-06-2024)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 2. HOOFDSTUK 3. - Lokale clusters Afdeling 1. - Aanwijzing van de beheerder van e... Afdeling 2. - Taken van de beheerder van een lo... Afdeling 3. - Ontvlechting, onafhankelijkheid, ... Afdeling 4. - Ontwikkelingsplan en verplichte o... Afdeling 5. - Erfdienstbaarheden voor de beheer... Afdeling 6. - Gebruik van het openbaar domein o... Afdeling 7. - Maatregelen in geval van lekkages... HOOFDSTUK 4. - Het vervoersnetwerk in het Vlaam... Afdeling 1. - Aanwijzing van de beheerder van h... Afdeling 2. - Taken van de beheerder van het ve... Afdeling 3. - Ontvlechting, onafhankelijkheid, ... Afdeling 4. - Ontwikkelingsplan en verplichte o... Afdeling 5. - Erfdienstbaarheden voor de beheer... Afdeling 6. - Gebruik van het openbaar domein o... Afdeling 7. - Maatregelen in geval van lekkages... HOOFDSTUK 5. - Terminals voor vloeibaarmaking Afdeling 1. - Taken van de beheerder van een te... Afdeling 2. - Ontvlechting, onafhankelijkheid, ... Afdeling 3. - Maatregelen in geval van lekkages... HOOFDSTUK 6. - Gesloten industriële netten voor... Afdeling 1. - Voorwaarden en toelatingsprocedure Afdeling 2. - Taken van de beheerder van het ge... Afdeling 3. - Aansluiting op een lokale cluster... Afdeling 4. - Maatregelen in geval van lekkages... HOOFDSTUK 7. - Toegang van derden Afdeling 1. - Toegang van derden Afdeling 2. - Tarieven Afdeling 3. - Kwaliteitsnormen HOOFDSTUK 8. - Directe leidingen HOOFDSTUK 9. - Veiligheid, monitoring en inspec... HOOFDSTUK 10. - Toezicht en sancties Afdeling 1. - Toezicht door de [1 Vlaamse Nutsr... Afdeling 2. - Geschillenbeslechting Afdeling 3. - Administratieve sancties opgelegd... Afdeling 4. - Administratieve sancties opgelegd... HOOFDSTUK 11. - Broeikasgasvergunning en rappor... HOOFDSTUK 12. - Wijzigingsbepalingen Afdeling 1. - Wijzigingen aan het Gerechtelijk ... Afdeling 2. - Wijzigingen van het decreet van 8... Afdeling 3. - Wijzigingen aan het Energiedecree... HOOFDSTUK 13. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales CHAPITRE 2. CHAPITRE 3. - Ramifications locales Section 1re. - Désignation du gestionnaire d'un... Section 2. - Tâches du gestionnaire d'une ramif... Section 3. - Dissociation, indépendance, confid... Section 4. - Plan de développement et développe... Section 5. - Servitudes au profit du gestionnai... Section 6. - Occupation du domaine public ou de... Section 7. - Mesures en cas de fuites ou d'irré... CHAPITRE 4. - Le réseau de transport en Région ... Section 1re. - Désignation du gestionnaire du r... Section 2. - Tâches du gestionnaire du réseau d... Section 3. - Dissociation, indépendance, confid... Section 4. - Plan de développement et développe... Section 5. - Servitudes au profit du gestionnai... Section 6. - Occupation du domaine public ou de... Section 7. - Mesures en cas de fuites ou d'irré... CHAPITRE 5. - Terminaux de liquéfaction Section 1re. - Tâches du gestionnaire d'un term... Section 2. - Dissociation, indépendance, confid... Section 3. - Mesures en cas de fuites ou d'irré... CHAPITRE 6. - Réseaux industriels fermés de tra... Section 1re. - Conditions et procédure d'autori... Section 2. - Tâches du gestionnaire du réseau i... Section 3. - Raccordement à une ramification lo... Section 4. - Mesures en cas de fuites ou d'irré... CHAPITRE 7. - Accès des tiers Section 1re. - Accès des tiers Section 2. - Tarifs Section 3. - Normes de qualité CHAPITRE 8. - Conduites directes CHAPITRE 9. - Sécurité, surveillance et inspect... CHAPITRE 10. - Surveillance et sanctions Section 1re. - Surveillance par [1 le Régulateu... Section 2. - Règlement des litiges Section 3. - Sanctions administratives infligée... Section 4. - Sanctions administratives infligée... CHAPITRE 11. - Autorisation d'émettre des gaz à... CHAPITRE 12. - Dispositions modificatives Section 1re. - Modifications du Code judiciaire Section 2. - Modifications du décret du 8 mai 2... Section 3. - Modifications du décret sur l'Ener... CHAPITRE 13. - Dispositions finales
Tekst (138)
Texte (138)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
Art.2. Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van volgende richtlijnen:
  1° richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad;
  2° richtlijn 2023/959/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en Besluit (EU) 2015/1814 betreffende de instelling en de werking van een marktstabiliteitsreserve voor de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten.
Art.2. Le présent décret transpose partiellement les directives suivantes :
  1° la directive 2009/31/CE du Parlement européen et du Conseil du 23 avril 2009 relative au stockage géologique du dioxyde de carbone et modifiant la directive 85/337/CEE du Conseil, les directives 2000/60/CE, 2001/80/CE, 2004/35/CE, 2006/12/CE et 2008/1/CE et le règlement (CE) no 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil ;
  2° la directive (UE) 2023/959 du Parlement européen et du Conseil du 10 mai 2023 modifiant la directive 2003/87/CE établissant un système d'échange de quotas d'émission de gaz à effet de serre dans l'Union et la décision (UE) 2015/1814 concernant la création et le fonctionnement d'une réserve de stabilité du marché pour le système d'échange de quotas d'émission de gaz à effet de serre de l'Union.
Art.3. In dit decreet wordt verstaan onder:
  1° afnamepunt: punt waar koolstofdioxide van de lokale cluster, het vervoersnetwerk, het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide of de directe leiding wordt afgenomen;
  2° beheerder van een lokale cluster: de rechtspersoon die een lokale cluster beheert en wordt aangewezen conform artikel 9;
  3° beheerder van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide: de rechtspersoon die een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide beheert;
  4° beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking: de rechtspersoon die een terminal voor vloeibaarmaking beheert;
  5° beheerder van het vervoersnetwerk: de rechtspersoon die het vervoersnetwerk beheert en wordt aangewezen conform artikel 29;
  6° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
  a) een aangetekende brief;
  b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  c) een digitale zending waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
  7° broeikasgasvergunning: de vergunning, vermeld in artikel 4 van richtlijn 2003/87/EG van de Raad en het Europees Parlement van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad, zoals gewijzigd;
  8° directe leiding:
  a) een pijpleiding, met inbegrip van bijbehorende pompstations en tijdelijke opslaglocaties, voor het vervoer van koolstofdioxide dat is geproduceerd door niet meer dan één producent, die deze rechtstreeks verbindt met niet meer dan één locatie voor verbruik;
  b) een pijpleiding, met inbegrip van bijbehorende pompstations en tijdelijke opslaglocaties, voor het vervoer van koolstofdioxide dat is geproduceerd door niet meer dan één producent die deze rechtstreeks verbindt met niet meer dan één terminal voor vloeibaarmaking;
  9° ETS-activiteit: een activiteit als vermeld in bijlage I van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad, met uitzondering van de categorie vervoer van broeikasgassen met het oog op geologische opslag op een opslaglocatie waarvoor krachtens Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad een opslagvergunning is verleend;
  10° netgebruiker: een producent of verbruiker aangesloten op een lokale cluster, het vervoersnetwerk, een terminal voor vloeibaarmaking of een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide;
  11° geologische opslag: de opslag van koolstofdioxide door het injecteren van koolstofdioxidestromen in geologische formaties in de diepe ondergrond als vermeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond, of in de regelgeving van andere gewesten of andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte en het Verenigd Koninkrijk, conform richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad;
  12° gesloten industrieel net voor koolstofdioxide: een pijpleiding die of netwerk van pijpleidingen, met inbegrip van bijbehorende pompstations en tijdelijke opslaglocaties, dat in de eerste plaats bestemd is om koolstofdioxide uit te wisselen tussen een beperkt aantal installaties van producenten en verbruikers binnen een geografisch afgebakende industriële locatie in het Vlaamse Gewest en dat om specifieke technische eisen of veiligheidseisen voorziet in een geïntegreerde exploitatie of een geïntegreerd productieproces waarbij koolstofdioxide wordt geproduceerd en gebruikt of verwerkt door de verschillende netgebruikers;
  13° injectiepunt: punt waar koolstofdioxide in een lokale cluster, het vervoersnetwerk, het gesloten industrieel net of een directe leiding wordt geïnjecteerd;
  14° koolstofdioxide: een anorganische chemische verbinding van koolstof en zuurstof, met als brutoformule CO2;
  15° koolstofdioxidestroom: een stroom stoffen die resulteert uit het afvangen van koolstofdioxide;
  16° lokale cluster: een pijpleiding die of een netwerk van pijpleidingen, met inbegrip van bijbehorende pompstations en tijdelijke opslaglocaties, dat wordt beheerd door de beheerder van de lokale cluster en waarlangs koolstofdioxide van minstens twee producenten die zich allen bevinden binnen een aaneensluitend geografisch afgebakend gebied, wordt vervoerd;
  17° locatie voor verbruik: een plaats waar afgevangen koolstofdioxide verbruikt wordt in chemische of industriële processen om er nuttige stoffen of producten met een economische waarde van te maken;
  18° met de beheerder verbonden vennootschappen:
  a) de vennootschappen waarover de beheerder een controlebevoegdheid uitoefent;
  b) de vennootschappen die een controlebevoegdheid over de beheerder uitoefenen;
  c) de vennootschappen waarmee de beheerder een consortium als vermeld in artikel 1:19 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen vormt;
  d) de andere vennootschappen die, bij weten van het bestuursorgaan van de beheerder, onder de controle staan van de vennootschappen, vermeld in punt a), b) en c);
  19° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het klimaat;
  20° producent: een exploitant van een installatie die koolstofdioxide afvangt;
  21° terminal voor vloeibaarmaking: de infrastructuur waar koolstofdioxide dat is geproduceerd door minstens twee producenten, vloeibaar wordt gemaakt met het oog op het vervoer of de verscheping ervan naar een opslaglocatie of naar een locatie voor verbruik;
  22° technisch reglement: de technische en operationele regels die verbonden zijn aan het beheer van een lokale cluster of het vervoersnetwerk, inclusief de regels inzake aansluiting, meting en toegang;
  23° tijdelijke opslaglocatie: een omschreven volume dat gebruikt wordt voor de tijdelijke opslag van koolstofdioxide, en de bijbehorende bovengrondse voorzieningen en injectiefaciliteiten;
  24° toegang: de mogelijkheid tot injectie of afname van koolstofdioxide op een of meer toegangspunten, met inbegrip van het gebruik van de pijpleidingen, aansluitingsinstallaties en ondersteunende diensten;
  25° toegangspunt: afnamepunt of injectiepunt;
  26° vervoer van koolstofdioxide: het vervoer van koolstofdioxide via een pijpleiding of een netwerk van pijpleidingen;
  27° vervoersnetwerk: de pijpleiding of het netwerk van pijpleidingen, met inbegrip van bijbehorende pompstations en tijdelijke opslaglocaties maar met uitsluiting van de lokale clusters, de gesloten netten voor koolstofdioxide en de directe leidingen, voor het vervoer van koolstofdioxide en dat wordt beheerd door de beheerder van het vervoersnetwerk;
  28° vervoersinstallatie voor koolstofdioxide: een technische eenheid waarin de activiteit vervoer van broeikasgassen met het oog op geologische opslag op een opslaglocatie waarvoor krachtens richtlijn 2009/31/EG een vergunning is verleend als vermeld in bijlage I van richtlijn 2003/87/EG, plaatsvindt, alsook andere, daarmee rechtstreeks samenhangende activiteiten, plaatsvinden die technisch in verband staan met de op die plaats ten uitvoer gebrachte activiteiten en gevolgen kunnen hebben voor de emissies en de verontreiniging, met uitzondering van de BKG-installaties, vermeld in artikel 8.1.2, 2°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
  29° vervoersonderneming voor koolstofdioxide: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een vervoersinstallatie voor koolstofdioxide uitbaat;
  30° VEKA: het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, vermeld in titel II van het Energiebesluit van 19 november 2010;
  31° verbruiker: de exploitant van een locatie voor verbruik;
  32° [1 Vlaamse Nutsregulator: de autonome dienst met rechtspersoonlijkheid, vermeld in het decreet van 29 maart 2024 over de operationalisering van een Vlaamse Nutsregulator]1.
  
Art.3. Dans le présent décret, on entend par :
  1° point de prélèvement : point où le dioxyde de carbone est prélevé de la ramification locale, du réseau de transport, du réseau industriel fermé de dioxyde de carbone ou de la conduite directe ;
  2° gestionnaire d'une ramification locale : la personne morale qui gère une ramification locale et qui est désignée en vertu de l'article 9 ;
  3° gestionnaire d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone : la personne morale qui gère un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone ;
  4° gestionnaire d'un terminal de liquéfaction : la personne morale qui gère un terminal de liquéfaction ;
  5° gestionnaire du réseau de transport : la personne morale qui gère le réseau de transport et qui est désignée en vertu de l'article 29 ;
  6° envoi sécurisé : l'un des modes de signification suivants :
  a) une lettre recommandée ;
  b) une remise contre récépissé ;
  c) un envoi numérique permettant d'établir la date de notification avec certitude ;
  7° autorisation d'émettre des gaz à effet de serre : l'autorisation mentionnée à l'article 4 de la directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 octobre 2003 établissant un système d'échange de quotas d'émission de gaz à effet de serre dans la Communauté et modifiant la directive 96/61/CE du Conseil, telle que modifiée ;
  8° conduite directe :
  a) une canalisation, y compris les stations de compression associées et les sites de stockage temporaire, destinée à transporter le dioxyde de carbone qui n'a été produit que par un seul producteur, qui relie celui-ci directement à un seul site de consommation ;
  b) une canalisation, y compris les stations de compression associées et les sites de stockage temporaire, destinée à transporter le dioxyde de carbone qui n'a été produit que par un seul producteur, qui relie celui-ci directement à un seul terminal de liquéfaction ;
  9° activité couverte par le SEQE : une activité telle que visée à l'annexe Ire de la directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 octobre 2003 établissant un système d'échange de quotas d'émission de gaz à effet de serre dans la Communauté et modifiant la directive 96/61/CE du Conseil, à l'exception de la catégorie du transport des gaz à effet de serre en vue de leur stockage géologique dans un site de stockage pour lequel une autorisation de stockage a été accordée en vertu de la directive 2009/31/CE du Parlement européen et du Conseil du 23 avril 2009 relative au stockage géologique du dioxyde de carbone et modifiant la directive 85/337/CEE du Conseil, les directives 2000/60/CE, 2001/80/CE, 2004/35/CE, 2006/12/CE et 2008/1/CE et le règlement (CE) no 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil ;
  10° utilisateur du réseau : un producteur ou un consommateur raccordé à une ramification locale, au réseau de transport, à un terminal de liquéfaction ou à un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone ;
  11° stockage géologique : le stockage de dioxyde de carbone par l'injection de flux de dioxyde de carbone dans des formations géologiques du sous-sol profond, tel que visé dans le décret du 8 mai 2009 concernant le sous-sol profond ou dans la réglementation d'autres régions ou d'autres Etats membres de l'Espace économique européen et du Royaume-Uni, en vertu de la directive 2009/31/CE du Parlement européen et du Conseil du 23 avril 2009 relative au stockage géologique du dioxyde de carbone et modifiant la directive 85/337/CEE du Conseil, les directives 2000/60/CE, 2001/80/CE, 2004/35/CE, 2006/12/CE et 2008/1/CE et le règlement (CE) no 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil ;
  12° réseau industriel fermé de dioxyde de carbone : une canalisation ou un réseau de canalisations, y compris les stations de compression associées et les sites de stockage temporaire, qui est destiné(e) en premier lieu à l'échange de dioxyde de carbone entre un nombre limité d'installations de producteurs et de consommateurs à l'intérieur d'un site industriel géographiquement délimité en Région flamande et qui prévoit, en raison d'exigences techniques spécifiques ou d'exigences de sécurité, une exploitation intégrée ou un processus de production intégré par lequel le dioxyde de carbone est produit et utilisé ou traité par les différents utilisateurs du réseau ;
  13° point d'injection : point où le dioxyde de carbone est injecté dans une ramification locale, le réseau de transport, le réseau industriel fermé ou une conduite directe ;
  14° dioxyde de carbone : un composé inorganique de carbone et d'oxygène, dont la formule brute est CO2 ;
  15° flux de dioxyde de carbone : un flux de substances résultant du captage de dioxyde de carbone ;
  16° ramification locale : une canalisation ou un réseau de canalisations, y compris les stations de compression associées et les sites de stockage temporaire, qui est géré(e) par le gestionnaire de la ramification locale et qui assure le transport du dioxyde de carbone d'au moins deux producteurs qui se trouvent tous à l'intérieur d'une zone continue géographiquement délimitée ;
  17° site de consommation : un lieu où le dioxyde de carbone capté est consommé dans des procédés chimiques ou industriels pour en faire des substances ou des produits utiles ayant une valeur économique ;
  18° sociétés liées au gestionnaire :
  a) les sociétés que le gestionnaire contrôle ;
  b) les sociétés qui contrôlent le gestionnaire ;
  c) les sociétés avec lesquels le gestionnaire forme un consortium tel que visé à l'article 1:19 du Code des sociétés et des associations ;
  d) les autres sociétés qui, à la connaissance de l'organe d'administration du gestionnaire, sont contrôlées par les sociétés visées aux points a), b) et c) ;
  19° ministre : le ministre flamand qui a le Climat dans ses attributions ;
  20° producteur : un exploitant d'une installation de captage de dioxyde de carbone ;
  21° terminal de liquéfaction : l'infrastructure où le dioxyde de carbone qui a été produit par deux producteurs au moins est liquéfié en vue de son transport ou de son expédition vers un site de stockage ou un site de consommation ;
  22° règlement technique : les règles techniques et opérationnelles liées à la gestion d'une ramification locale ou du réseau de transport, y compris les règles en matière de raccordement, de mesure et d'accès ;
  23° site de stockage temporaire : un volume défini utilisé pour le stockage temporaire du dioxyde de carbone, et les installations de surface et d'injection qui y sont associées ;
  24° accès : la possibilité d'injecter ou de prélever du dioxyde de carbone en un ou plusieurs points d'accès, y compris l'utilisation des canalisations, des installations de raccordement et des services auxiliaires ;
  25° point d'accès : point de prélèvement ou point d'injection ;
  26° transport de dioxyde de carbone : le transport de dioxyde de carbone par une canalisation ou un réseau de canalisations ;
  27° réseau de transport : la canalisation ou le réseau de canalisations, y compris les stations de compression associées et les sites de stockage temporaire, mais à l'exclusion des ramifications locales, des réseaux fermés de dioxyde de carbone et des conduites directes, destinées au transport du dioxyde de carbone et géré(e) par le gestionnaire du réseau de transport ;
  28° installation de transport de dioxyde de carbone : une unité technique au sein de laquelle se déroulent l'activité de transport des gaz à effet de serre en vue de leur stockage géologique dans un site de stockage agréé au titre de la directive 2009/31/CE, telle que visée à l'annexe Ire de la directive 2003/87/CE, ainsi que d'autres activités s'y rapportant directement, qui sont techniquement liées aux activités exercées sur le site et qui sont susceptibles d'avoir des incidences sur les émissions et la pollution, à l'exception des installations GES mentionnées à l'article 8.1.2, 2°, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement ;
  29° entreprise de transport de dioxyde de carbone : une personne physique ou morale qui exploite une installation de transport de dioxyde de carbone ;
  30° VEKA : l'Agence flamande pour l'Energie et le Climat (Vlaams Energie- en Klimaatagentschap), mentionnée dans le titre II de l'arrêté relatif à l'Energie du 19 novembre 2010 ;
  31° consommateur : l'exploitant d'un site de consommation ;
  32° [1 Régulateur flamand des services d'utilité publique : le service autonome avec personnalité juridique, visé au décret du 29 mars 2024 relatif à l'opérationnalisation d'un Régulateur flamand des services d'utilité publique]1.
  
Art.4. Met uitzondering van artikel 80 tot en met 83 is dit decreet niet van toepassing op het vervoer van koolstofdioxide via pijpleidingen van een producent of verbruiker gelegen op de bedrijfssite van die producent of verbruiker.
  Met uitzondering van artikel 83 is dit decreet niet van toepassing op terminals voor vloeibaarmaking waarvan de activiteiten beperkt zijn tot vloeibaarmaking van koolstofdioxide met het oog op verbruik.
  Met uitzondering van artikel 80 tot en met 83 is dit decreet niet van toepassing op pijpleidingen voor het vervoer van koolstofdioxide waarvoor de omgevingsvergunning werd verleend voor de datum van de bekendmaking van dit decreet.
Art.4. A l'exception des articles 80 à 83, le présent décret ne s'applique pas au transport de dioxyde de carbone par canalisations d'un producteur ou d'un consommateur situé sur le site d'exploitation de ce producteur ou consommateur.
  A l'exception de l'article 83, le présent décret ne s'applique pas aux terminaux de liquéfaction dont les activités se limitent à la liquéfaction de dioxyde de carbone en vue de sa consommation.
  A l'exception des articles 80 à 83, le présent décret ne s'applique pas aux canalisations destinées au transport de dioxyde de carbone pour lesquelles le permis d'environnement a été accordé antérieurement à la date de publication du présent décret.
HOOFDSTUK 2.
CHAPITRE 2.
HOOFDSTUK 3. - Lokale clusters
CHAPITRE 3. - Ramifications locales
Afdeling 1. - Aanwijzing van de beheerder van een lokale cluster en onafhankelijkheidsvoorwaarden
Section 1re. - Désignation du gestionnaire d'une ramification locale et conditions d'indépendance
Art.8. Het beheer van een lokale cluster wordt waargenomen door een beheerder aangewezen conform artikel 9.
Art.8. La gestion d'une ramification locale est assurée par un gestionnaire désigné en vertu de l'article 9.
Art.9. De Vlaamse Regering wijst, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, een beheerder van een lokale cluster aan.
  De Vlaamse Regering bepaalt het aaneensluitend geografisch afgebakend gebied waarvoor de beheerder van een lokale cluster wordt aangewezen.
  De Vlaamse Regering kan voorwaarden opleggen bij de aanwijzing van de beheerder van een lokale cluster. Deze voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op:
  1° de kwaliteitsnormen van de koolstofdioxidestroom die wordt vervoerd door de lokale cluster;
  2° de interoperabiliteit van de lokale cluster met andere lokale clusters, het vervoersnetwerk en terminals voor vloeibaarmaking.
  De kandidaat-beheerder van een lokale cluster wordt met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van de beslissing tot aanwijzing als beheerder van een lokale cluster.
  
Art.9. Le Gouvernement flamand désigne un gestionnaire d'une ramification locale sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1.
  Le Gouvernement flamand détermine la zone continue géographiquement délimitée pour laquelle le gestionnaire d'une ramification locale est désigné.
  Le Gouvernement flamand peut imposer des conditions lors de la désignation du gestionnaire d'une ramification locale. Ces conditions peuvent notamment concerner :
  1° les normes de qualité du flux de dioxyde de carbone qui est transporté par la ramification locale ;
  2° l'interopérabilité de la ramification locale avec d'autres ramifications locales, le réseau de transport et les terminaux de liquéfaction.
  Le candidat gestionnaire d'une ramification locale est informé, par envoi sécurisé, de la décision de désignation en tant que gestionnaire d'une ramification locale.
  
Art.10. De aanwijzing, vermeld in artikel 9, is geldig voor een hernieuwbare termijn van twintig jaar.
  Voor het verstrijken van zijn mandaat kan de beheerder van een lokale cluster om de hernieuwing van zijn aanwijzing verzoeken. De Vlaamse Regering beslist over de aanvraag tot hernieuwing overeenkomstig de procedure conform artikel 11, eerste lid, 4°.
Art.10. La désignation visée à l'article 9 est valable pour une période renouvelable de vingt ans.
  Avant l'échéance de son mandat, le gestionnaire d'une ramification locale peut solliciter le renouvellement de sa désignation. Le Gouvernement flamand statue sur la demande de renouvellement conformément à la procédure prévue à l'article 11, alinéa 1er, 4°.
Art.11. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, de volgende elementen:
  1° de voorwaarden waaraan een kandidaat-beheerder van een lokale cluster moet voldoen om te kunnen worden aangewezen als beheerder van een lokale cluster en waaraan een beheerder van een lokale cluster moet blijven voldoen om aangewezen te blijven als beheerder van een lokale cluster;
  2° de voorwaarden en gevallen waarin kan of moet worden overgegaan tot wijziging van de aanwijzing of beëindiging van de aanwijzing van de beheerder van een lokale cluster;
  3° de voorwaarden voor de wijziging van het aaneensluitend geografisch afgebakend gebied waarvoor de beheerder van een lokale cluster is aangewezen;
  4° de procedure en de criteria voor de aanwijzing, de hernieuwing van de aanwijzing en de beëindiging van de aanwijzing van een beheerder van een lokale cluster;
  5° de procedure voor de wijziging van het aaneensluitend geografisch afgebakend gebied waarvoor de beheerder van een lokale cluster is aangewezen.
  De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1°, hebben in ieder geval betrekking op:
  1° de technische, organisatorische en financiële capaciteit van de (kandidaat-) beheerder;
  2° de professionele betrouwbaarheid van de (kandidaat-)beheerder;
  3° de ontvlechtingsvoorwaarde, vermeld in artikel 13.
  De voorwaarden en gevallen, vermeld in het eerste lid, 2°, bepalen onder meer dat:
  1° de aanwijzing van de beheerder van een lokale cluster eindigt bij faillissement of ontbinding;
  2° de Vlaamse Regering de aanwijzing van een beheerder van een lokale cluster in de volgende gevallen kan herroepen, op voorwaarde dat die is gehoord of naar behoren is opgeroepen:
  a) er is een grove tekortkoming van de beheerder van een lokale cluster voor de verplichtingen die voortvloeien uit dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan;
  b) de beheerder van een lokale cluster verliest langlopende persoonlijke rechten of zakelijke rechten over de infrastructuur van de lokale cluster;
  3° de aanwijzing van de beheerder van een lokale cluster eindigt als de beheerder niet voldoet of niet meer voldoet aan de ontvlechtingsvoorwaarden, vastgesteld krachtens artikel 13 en 17.
  De voorwaarden voor de wijziging, vermeld in het eerste lid, 3°, bepalen onder meer dat het aaneensluitend geografisch afgebakend gebied kan worden ingeperkt wanneer een beheerder manifest in gebreke blijft zijn lokale cluster te ontwikkelen.
  De criteria voor de aanwijzing, vermeld in het eerste lid, 4°, hebben in ieder geval betrekking op:
  1° de kwaliteit van het ontwikkelingsplan dat wordt voorgelegd door de kandidaat-beheerder van een lokale cluster;
  2° de organisatie, de kwalificatie en de ervaring van het personeel van de kandidaat-beheerder van een lokale cluster;
  3° de mate waarin contractuele engagementen zijn verkregen van mogelijke producenten om aan te sluiten op hun lokale cluster;
  4° het systeem van kwaliteitsbewaking en het systeem voor inspectie, monitoring en opvolging van mogelijke negatieve effecten op het milieu;
  5° de relevante ervaring van de kandidaat-beheerder van een lokale cluster met de bouw of het beheer van infrastructuur voor het vervoer van gasachtige producten;
  6° de bijdrage die de ontworpen lokale cluster zal leveren aan het Vlaamse en Europese klimaatbeleid;
  7° de compatibiliteit van de kwaliteitsnormen van de koolstofdioxidestromen die vervoerd worden door de lokale cluster met de eisen van andere lokale clusters, het vervoersnetwerk en de terminals voor vloeibaarmaking in het Vlaamse Gewest.
  
Art.11. Le Gouvernement flamand détermine, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, les éléments suivants :
  1° les conditions auxquelles un candidat gestionnaire d'une ramification locale doit satisfaire pour pouvoir être désigné en tant que gestionnaire d'une ramification locale et auxquelles un gestionnaire d'une ramification locale doit continuer à satisfaire pour conserver sa désignation en tant que gestionnaire d'une ramification locale ;
  2° les conditions et les cas dans lesquels il peut ou doit être procédé à la modification de la désignation ou à la cessation de la désignation du gestionnaire d'une ramification locale ;
  3° les conditions de modification de la zone continue géographiquement délimitée pour laquelle le gestionnaire d'une ramification locale a été désigné ;
  4° la procédure et les critères de désignation, de renouvellement de la désignation et de cessation de la désignation d'un gestionnaire d'une ramification locale ;
  5° la procédure de modification de la zone continue géographiquement délimitée pour laquelle le gestionnaire d'une ramification locale a été désigné.
  Les conditions visées à l'alinéa 1er, 1°, concernent en tout cas :
  1° la capacité technique, financière et organisationnelle du (candidat) gestionnaire ;
  2° la fiabilité professionnelle du (candidat) gestionnaire ;
  3° la condition de dissociation visée à l'article 13.
  Les conditions et les cas visés à l'alinéa 1er, 2°, prévoient notamment que :
  1° la désignation du gestionnaire d'une ramification locale prend fin en cas de faillite ou de dissolution ;
  2° le Gouvernement flamand peut révoquer la désignation d'un gestionnaire d'une ramification locale dans les cas suivants, à condition que celui-ci ait été entendu ou dûment convoqué :
  a) manquement grave du gestionnaire d'une ramification locale aux obligations découlant du présent décret ou de ses dispositions d'exécution ;
  b) le gestionnaire d'une ramification locale perd ses droits personnels ou réels de longue durée sur l'infrastructure de la ramification locale ;
  3° la désignation du gestionnaire d'une ramification locale prend fin si le gestionnaire ne satisfait pas ou plus aux conditions de dissociation fixées en vertu des articles 13 et 17.
  Les conditions de modification visées à l'alinéa 1er, 3°, prévoient notamment que la zone continue géographiquement délimitée peut être restreinte lorsqu'un gestionnaire reste manifestement en défaut de développer sa ramification locale.
  Les critères de désignation visés à l'alinéa 1er, 4°, concernent en tout cas :
  1° la qualité du plan de développement soumis par le candidat gestionnaire d'une ramification locale ;
  2° l'organisation, la qualification et l'expérience du personnel du candidat gestionnaire d'une ramification locale ;
  3° la mesure dans laquelle des engagements contractuels de raccordement à sa ramification locale ont été obtenus de producteurs potentiels ;
  4° le système de contrôle qualité et le système d'inspection, de surveillance et de suivi des effets négatifs potentiels sur l'environnement ;
  5° l'expérience pertinente du candidat gestionnaire d'une ramification locale dans la construction ou la gestion d'infrastructures de transport de produits gazeux ;
  6° la contribution que fournira la ramification locale projetée à la politique climatique flamande et européenne ;
  7° la compatibilité des normes de qualité des flux de dioxyde de carbone transportés par la ramification locale avec les exigences d'autres ramifications locales, du réseau de transport et des terminaux de liquéfaction en Région flamande.
  
Afdeling 2. - Taken van de beheerder van een lokale cluster
Section 2. - Tâches du gestionnaire d'une ramification locale
Art.12. Het beheer van een lokale cluster omvat de volgende taken:
  1° een veilige, betrouwbare en efficiënte lokale cluster ontwikkelen en onderhouden onder economische voorwaarden en met inachtneming van het milieu, en de nodige ondersteunende diensten daarvoor verlenen;
  2° voldoende capaciteit aanhouden om de vervoersbehoeften te dekken van de netgebruikers die aangesloten zijn en willen worden op de lokale cluster;
  3° de lokale cluster en de bijbehorende installaties herstellen, preventief onderhouden, vernieuwen en verbeteren;
  4° de plannen van de lokale cluster opstellen, bewaren en ter beschikking stellen;
  5° elke twee jaar een ontwikkelingsplan opstellen conform artikel 19;
  6° onderbrekingen en storingen bij het vervoer van koolstofdioxide oplossen;
  7° het installeren van meetapparatuur om de koolstofdioxidestromen naar de lokale cluster te monitoren;
  8° het installeren van meetapparatuur om koolstofdioxidestromen die worden vervoerd door of tijdelijk worden opgeslagen in de lokale cluster te monitoren;
  9° registers bijhouden van koolstofdioxide dat wordt vervoerd door of tijdelijk wordt opgeslagen in de lokale cluster;
  10° het installeren van meetapparatuur om koolstofdioxidestromen die worden vervoerd van de lokale cluster naar een locatie voor verbruik te monitoren;
  11° potentiële netgebruikers toegang geven tot de lokale cluster onder de voorwaarden van het technisch reglement, vermeld in artikel 62;
  12° de netgebruikers van de lokale cluster de informatie verstrekken die ze nodig hebben voor een efficiënte toegang tot de lokale cluster;
  13° het voorzien van een afdoende monitoringssysteem om de conformiteit van de koolstofdioxidestromen met de technische eisen van de lokale cluster te vrijwaren.
  De Vlaamse Regering kan, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, de taken van de beheerder van een lokale cluster, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.
  
Art.12. La gestion d'une ramification locale englobe les tâches suivantes :
  1° développer et entretenir une ramification locale sûre, fiable et efficace dans des conditions économiques acceptables et dans le respect de l'environnement et fournir à cet effet les services auxiliaires nécessaires ;
  2° maintenir une capacité suffisante pour couvrir les besoins de transport des utilisateurs du réseau qui ont été et qui désirent être raccordés à la ramification locale ;
  3° réparer la ramification locale et les installations connexes, en assurer l'entretien préventif, la rénovation et l'amélioration ;
  4° établir, conserver et mettre à disposition les plans de la ramification locale ;
  5° établir, tous les deux ans, un plan de développement en vertu de l'article 19 ;
  6° résoudre les interruptions et les pannes intervenant dans le transport de dioxyde de carbone ;
  7° installer des appareils de mesure pour surveiller les flux de dioxyde de carbone vers la ramification locale ;
  8° installer des appareils de mesure pour surveiller les flux de dioxyde de carbone transportés par ou stockés temporairement dans la ramification locale ;
  9° tenir des registres du dioxyde de carbone transporté par ou stocké temporairement dans la ramification locale ;
  10° installer des appareils de mesure pour surveiller les flux de dioxyde de carbone transportés de la ramification locale vers un site de consommation ;
  11° donner aux utilisateurs potentiels du réseau l'accès à la ramification locale dans les conditions prévues par le règlement technique visé à l'article 62 ;
  12° fournir aux utilisateurs du réseau de la ramification locale les informations nécessaires pour un accès efficace à la ramification locale ;
  13° prévoir un système de surveillance efficace afin de garantir la conformité des flux de dioxyde de carbone avec les exigences techniques de la ramification locale.
  Le Gouvernement flamand peut, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, préciser les tâches du gestionnaire d'une ramification locale énoncées à l'alinéa 1er.
  
Afdeling 3. - Ontvlechting, onafhankelijkheid, vertrouwelijkheid en non-discriminatie
Section 3. - Dissociation, indépendance, confidentialité et non-discrimination
Art.13. De beheerder van een lokale cluster moet, minstens wat betreft zijn rechtsvorm, ontvlochten zijn van elke juridische entiteit die ETS-activiteiten ontplooit en van elke juridische entiteit die een locatie voor verbruik exploiteert.
Art.13. Le gestionnaire d'une ramification locale doit, du moins en ce qui concerne sa forme juridique, être dissocié de toute entité juridique qui déploie des activités couvertes par le SEQE et de toute entité juridique qui exploite un site de consommation.
Art.14. De beheerder van een lokale cluster onthoudt zich van alle discriminatie tussen de netgebruikers of de categorieën van netgebruikers van de lokale cluster, in het bijzonder ten aanzien van de met de beheerder verbonden vennootschappen.
Art.14. Le gestionnaire d'une ramification locale s'abstient de toute discrimination entre les utilisateurs du réseau ou les catégories d'utilisateurs du réseau de la ramification locale, en particulier vis-à-vis des sociétés liées au gestionnaire.
Art.15. De beheerder van een lokale cluster eerbiedigt de vertrouwelijkheid van alle commerciële gegevens die hij bij de uitoefening van zijn taken verwerft.
  De beheerder van een lokale cluster neemt de nodige maatregelen om de toegang tot de gegevens, vermeld in het eerste lid, en de verwerking van de voormelde gegevens te beperken tot de leden van het orgaan dat belast is met de dagelijkse leiding van de beheerder van een lokale cluster en de personeelsleden die de voormelde gegevens nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
  De beheerder van de lokale cluster bezorgt geen commercieel gevoelige informatie of informatie verworven bij de uitoefening van zijn taken, die commercieel gevoelig kan zijn, aan ondernemingen die aangesloten zijn op de lokale cluster.
  De informatie die noodzakelijk is voor een goede marktwerking wordt openbaar gemaakt. Deze verplichting doet geen afbreuk aan de bescherming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie.
Art.15. Le gestionnaire d'une ramification locale respecte la confidentialité de toutes les données commerciales obtenues dans l'exécution de ses tâches.
  Le gestionnaire d'une ramification locale prend les mesures nécessaires afin de limiter l'accès aux données visées à l'alinéa 1er et le traitement des données précitées aux membres de l'organe chargé de la direction journalière du gestionnaire d'une ramification locale et aux membres du personnel qui ont besoin des données précitées pour l'exécution de leurs tâches.
  Le gestionnaire de la ramification locale ne transmet pas d'informations commercialement sensibles ou d'informations acquises dans l'exécution de ses tâches, qui peuvent être commercialement sensibles, à des entreprises qui ont été raccordées à la ramification locale.
  Les informations nécessaires au bon fonctionnement du marché sont publiées. Cette obligation ne porte pas atteinte à la protection de la confidentialité d'informations commercialement sensibles.
Art.16. § 1. De beheerder van een lokale cluster die ook beheerder van het vervoersnetwerk is, houdt in zijn interne boekhouding afzonderlijke rekeningen voor zijn activiteiten als beheerder van een lokale cluster en als beheerder van het vervoersnetwerk, zoals hij zou moeten doen indien deze activiteiten door juridisch onderscheiden ondernemingen werden uitgevoerd.
  De beheerder van een lokale cluster houdt in zijn interne boekhouding afzonderlijke rekeningen voor andere activiteiten dan het vervoer van koolstofdioxide door middel van de lokale cluster. In voorkomend geval voert hij een boekhouding op geconsolideerde basis voor zijn andere activiteiten. Deze interne boekhoudingen bevatten per activiteit een balans en een winst-en-verliesrekening.
  § 2. De interne boekhouding van de beheerder van een lokale cluster bevat een balans en een resultatenrekening voor elke categorie van activiteiten en specifieert de regels voor de toerekening van de activa en passiva en de opbrengsten en kosten die bij de opstelling van de afzonderlijke rekeningen werden toegepast. Deze regels mogen slechts in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd en deze wijzigingen moeten worden vermeld en naar behoren gemotiveerd.
Art.16. § 1er. Le gestionnaire d'une ramification locale qui est également gestionnaire du réseau de transport tient, dans sa comptabilité interne, des comptes séparés pour ses activités en tant que gestionnaire d'une ramification locale et en tant que gestionnaire du réseau de transport, comme il devrait le faire si ces activités étaient exercées par des entreprises juridiquement distinctes.
  Le gestionnaire d'une ramification locale tient, dans sa comptabilité interne, des comptes séparés pour les activités autres que le transport de dioxyde de carbone au moyen de la ramification locale. Le cas échéant, il tient une comptabilité consolidée pour ses autres activités. Ces comptabilités internes contiennent un bilan et un compte de résultat par activité.
  § 2. La comptabilité interne du gestionnaire d'une ramification locale contient un bilan et un compte de résultat pour chaque catégorie d'activités et précise les règles qui ont été appliquées pour l'imputation des actifs et passifs et des produits et charges lors de l'établissement des comptes séparés. Ces règles ne peuvent être modifiées que dans des cas exceptionnels et ces modifications doivent être mentionnées et dûment motivées.
Art.17. De Vlaamse Regering kan, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, nadere regels bepalen voor:
  1° de vereisten voor de onafhankelijkheid van de beheerder van de lokale cluster, vermeld in artikel 13;
  2° de voorzorgsmaatregelen die door de beheerder van de lokale cluster moeten worden genomen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van de commerciële gegevens;
  3° de maatregelen ter voorkoming van elke discriminatie tussen netgebruikers of categorieën van netgebruikers en, in het bijzonder, elke discriminatie ten gunste van met de beheerder van de lokale cluster verbonden netgebruikers.
  
Art.17. Le Gouvernement flamand peut, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, préciser d'autres règles pour :
  1° les exigences relatives à l'indépendance du gestionnaire de la ramification locale au sens de l'article 13 ;
  2° les mesures de précaution à prendre par le gestionnaire de la ramification locale pour protéger la confidentialité des données commerciales ;
  3° les mesures de prévention de toute discrimination entre utilisateurs du réseau ou catégories d'utilisateurs du réseau et, en particulier, toute discrimination en faveur d'utilisateurs du réseau liés au gestionnaire de la ramification locale.
  
Art.18. De Vlaamse Regering kan, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, de beheerder van een lokale cluster openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot zijn dienstverlening aan producenten en verbruikers.
  
Art.18. Le Gouvernement flamand peut, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, imposer au gestionnaire d'une ramification locale des obligations de service public concernant sa prestation de services aux producteurs et consommateurs.
  
Afdeling 4. - Ontwikkelingsplan en verplichte ontwikkeling
Section 4. - Plan de développement et développement obligatoire
Art.19. § 1. De beheerder van een lokale cluster maakt tweejaarlijks een indicatief ontwikkelingsplan op.
  Het ontwikkelingsplan bevat ten minste de volgende elementen:
  1° verschillende ontwikkelingsscenario's met gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften, met aanduiding van de verschillende onderliggende hypothesen, en de toekomstverwachtingen voor een periode van twee jaar en een periode van tien jaar;
  2° een investeringsprogramma voor de bouw van een lokale cluster om aan de behoeften te voldoen. Het investeringsprogramma bevat ten minste de concreet geplande investeringen voor een periode van twee jaar en de geplande investeringen voor een periode van tien jaar;
  3° een gedetailleerd plan van de bestaande of te bouwen delen van de lokale cluster;
  4° een technische beschrijving van de bestaande of te bouwen pijpleidingen en de kwaliteitseisen voor koolstofdioxide waarmee ze compatibel zullen zijn;
  5° in voorkomend geval, de terminals voor vloeibaarmaking waarop de lokale cluster zal aansluiten;
  6° in voorkomend geval, de voorziene alternatieve modi voor het vervoer van koolstofdioxide waarop de lokale cluster zal aansluiten.
  De Vlaamse Regering kan, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, bijkomende elementen van het ontwikkelingsplan bepalen.
  Het ontwikkelingsplan, vermeld in het eerste lid, wordt goedgekeurd door de Vlaamse Regering conform paragraaf 3.
  § 2. De beheerder van de lokale cluster consulteert alle relevante marktpartijen binnen zijn geografische werkingsgebied in functie van de noden van de producenten en verbruikers en de relevante overheden over het ontwikkelingsplan, vermeld in paragraaf 1. De resultaten van de voormelde consultatie worden bij het ontwikkelingsplan gevoegd.
  De Vlaamse Regering kan, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, de nadere regels bepalen voor de vorm, de procedure en de inhoud van de consultatie, vermeld in het eerste lid.
  § 3. De Vlaamse Regering beslist, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, binnen negentig dagen na de dag waarop ze het voormelde ontwikkelingsplan heeft ontvangen over de goedkeuring, vermeld in paragraaf 1. Als de minister aan de beheerder van de lokale cluster bijkomende inlichtingen vraagt, wordt de voormelde termijn om een beslissing te nemen, met negentig dagen verlengd vanaf de dag waarop de bijkomende inlichtingen zijn gevraagd. Deze bijkomende inlichtingen worden meegedeeld aan de [1 Vlaamse Nutsregulator]1.
  De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het indienen van het ontwikkelingsplan.
  Weigert de Vlaamse Regering de goedkeuring van het ontwikkelingsplan, dan kan de minister, na overleg, de beheerder van de lokale cluster vragen het ontwikkelingsplan binnen een redelijke termijn aan te passen.
  Het goedgekeurde ontwikkelingsplan wordt op de website van de beheerder van de lokale cluster bekendgemaakt.
  
Art.19. § 1er. Le gestionnaire d'une ramification locale établit tous les deux ans un plan de développement indicatif.
  Le plan de développement contient au moins les éléments suivants :
  1° plusieurs scénarios de développement avec l'estimation détaillée des besoins en capacité, en indiquant les différentes hypothèses sous-jacentes, et les perspectives d'avenir pour une période de deux et de dix ans ;
  2° un programme d'investissement pour la construction d'une ramification afin de répondre aux besoins. Le programme d'investissement contient au moins les investissements prévus concrètement pour une période de deux ans et les investissements prévus pour une période de dix ans ;
  3° un plan détaillé des parties existantes ou à construire de la ramification locale ;
  4° une description technique des canalisations existantes ou à construire et les exigences de qualité du dioxyde de carbone avec lesquelles elles seront compatibles ;
  5° le cas échéant, les terminaux de liquéfaction auxquels la ramification locale se raccordera ;
  6° le cas échéant, les modes de transport alternatifs prévus pour le transport de dioxyde de carbone auxquels la ramification locale se raccordera.
  Le Gouvernement flamand peut, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, définir des éléments supplémentaires pour le plan de développement.
  Le plan de développement visé à l'alinéa 1er est approuvé par le Gouvernement flamand en vertu du paragraphe 3.
  § 2. Le gestionnaire de la ramification locale consulte tous les acteurs du marché pertinents à l'intérieur de sa zone d'action géographique, en fonction des besoins des producteurs et des consommateurs, et les autorités pertinentes au sujet du plan de développement mentionné dans le paragraphe 1er. Les résultats de la consultation précitée sont joints au plan de développement.
  Le Gouvernement flamand peut, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, préciser les modalités quant à la forme, à la procédure et au contenu de la consultation visée à l'alinéa 1er.
  § 3. Dans les nonante jours à compter du jour où il a reçu le plan de développement précité, le Gouvernement flamand statue, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, sur l'approbation visée dans le paragraphe 1er. Si le ministre demande des renseignements supplémentaires au gestionnaire de la ramification locale, le délai précité pour prendre une décision est prolongé de nonante jours à compter du jour où les renseignements supplémentaires ont été demandés. Ces renseignements supplémentaires sont communiqués [1 au Régulateur flamand des services d'utilité publique]1.
  Le Gouvernement flamand détermine la procédure d'introduction du plan de développement.
  Si le Gouvernement flamand refuse d'approuver le plan de développement, le ministre peut, après concertation, demander au gestionnaire de la ramification locale d'adapter le plan de développement dans un délai raisonnable.
  Le plan de développement approuvé est publié sur le site web du gestionnaire de la ramification locale.
  
Art.20. Na een positieve kosten-batenanalyse door de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 kan de Vlaamse Regering de beheerder van de lokale cluster bevelen de lokale cluster verder te ontwikkelen als de ontwikkeling van de lokale cluster van uitzonderlijk economisch belang is voor het Vlaamse Gewest.
  De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de verplichte ontwikkeling. De Vlaamse Regering bepaalt de criteria waaraan de kosten-batenanalyse, vermeld in het eerste lid, moet voldoen.
  
Art.20. Au terme d'une analyse des coûts et rendements positive réalisée par [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, le Gouvernement flamand peut ordonner au gestionnaire de la ramification locale de poursuivre le développement de la ramification locale s'il présente un intérêt économique exceptionnel pour la Région flamande.
  Le Gouvernement flamand détermine la procédure du développement obligatoire. Le Gouvernement flamand définit les critères auxquels doit satisfaire l'analyse des coûts et rendements visée à l'alinéa 1er.
  
Afdeling 5. - Erfdienstbaarheden voor de beheerder van de lokale cluster
Section 5. - Servitudes au profit du gestionnaire de la ramification locale
Art.21. § 1. De beheerder van een lokale cluster heeft in het kader van de erfdienstbaarheid ten voordele van de beheerder de volgende rechten:
  1° het recht om boomtakken af te hakken die te dicht bij de bovengrondse pijpleidingen van een lokale cluster komen en die schade aan de pijpleidingen kunnen veroorzaken;
  2° het recht om wortels in te korten die te dicht bij ondergrondse pijpleidingen van een lokale cluster komen en die schade aan de pijpleidingen kunnen veroorzaken.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, 1° en 2°, kan de beheerder van een lokale cluster overgaan tot het rooien van de aanwezige bomen en beplantingen als om veiligheidsredenen het recht, vermeld in paragraaf 1, 1° en 2°, niet volstaat.
  § 3. De Vlaamse Regering kan per geval bepalen dat het voor de beheerder van een lokale cluster van algemeen nut is om pijpleidingen van een lokale cluster aan te leggen boven of onder private onbebouwde gronden, en kan de voorwaarden vastleggen waaronder dat gebeurt.
  De beheerder van een lokale cluster heeft de volgende rechten in het geval, vermeld in het eerste lid:
  1° het recht om de pijpleidingen van de lokale cluster aan te leggen boven of onder de gronden, vermeld in het eerste lid;
  2° het recht om te zorgen voor het toezicht op de pijpleidingen, vermeld in punt 1° ;
  3° het recht om de noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken uit te voeren aan de pijpleidingen, vermeld in punt 1°.
  § 4. De aangelegde pijpleidingen en de bijbehorende uitrustingen blijven eigendom van de beheerder van een lokale cluster. Hij is ertoe gemachtigd alle nodige instandhoudingswerken daarvoor uit te voeren.
  § 5. Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, wordt het recht wortels in te korten of boomtakken af te hakken, vermeld in paragraaf 1, 1° en 2°, en het recht om te rooien, vermeld in paragraaf 2, afhankelijk gesteld van de expliciete weigering van de eigenaar of in voorkomend geval de domeinbeheerder, pachter, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed om zelf binnen een redelijke termijn te kappen, in te korten of te rooien, of van het feit dat deze gedurende een maand het verzoek van de netbeheerder zonder gevolg heeft gelaten. In die gevallen kan de beheerder van de lokale cluster overgaan tot inkorten, afhakken of rooien op kosten van de eigenaar. Als de netbeheerder overgaat tot afhakken, inkorten of rooien wegens hoogdringendheid, gebeurt dat op kosten van de beheerder zelf.
  Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, mogen de werken, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, door de beheerder van de lokale cluster pas worden aangevangen na de rechtstreekse voorafgaande kennisgeving met een aangetekende brief aan de belanghebbende eigenaars, huurders, pachters, domeinbeheerder en iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed. Die kennisgeving vindt minstens twee maanden voor de geplande start van de werken plaats.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de te volgen procedure bij de uitvoering van die rechten.
Art.21. § 1er. Dans le cadre de la servitude au profit du gestionnaire, le gestionnaire d'une ramification locale jouit des droits suivants :
  1° le droit de couper des branches d'arbres qui arrivent trop près des canalisations aériennes d'une ramification locale et qui sont susceptibles d'endommager les canalisations ;
  2° le droit de raccourcir des racines qui arrivent trop près des canalisations souterraines d'une ramification locale et qui sont susceptibles d'endommager les canalisations.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, 1° et 2°, le gestionnaire d'une ramification locale peut procéder à l'arrachage des arbres et plantations présents si, pour des raisons de sécurité, le droit mentionné dans le paragraphe 1er, 1° et 2°, ne suffit pas.
  § 3. Le Gouvernement flamand peut prévoir, au cas par cas, qu'il est d'utilité publique pour le gestionnaire d'une ramification locale de construire des canalisations d'une ramification locale sur ou sous des terrains privés non bâtis et sous quelles conditions.
  Dans le cas visé à l'alinéa 1er, le gestionnaire d'une ramification locale jouit des droits suivants :
  1° le droit de construire les canalisations de la ramification locale sur ou sous les terrains visés à l'alinéa 1er ;
  2° le droit de contrôler les canalisations visées au point 1° ;
  3° le droit d'effectuer les travaux d'entretien et de réparation nécessaires aux canalisations visées au point 1°.
  § 4. Les canalisations construites et les équipements y afférents demeurent la propriété du gestionnaire d'une ramification locale. A ce titre, il est autorisé à effectuer tous les travaux de conservation nécessaire.
  § 5. Sauf en cas d'extrême urgence où la sécurité est compromise de façon imminente, le droit de raccourcir des racines ou de couper des branches d'arbres, mentionné dans le paragraphe 1er, 1° et 2°, et le droit de procéder à l'arrachage, mentionné dans le paragraphe 2, sont subordonnés au refus explicite du propriétaire ou, le cas échéant, du gestionnaire domanial, du preneur, du locataire ou d'un autre titulaire d'un droit réel sur le bien immobilier considéré de procéder personnellement à l'ébranchage, au raccourcissement ou à l'arrachage dans un délai raisonnable ou au fait qu'ils auraient laissé sans suite, pendant un mois, l'invitation du gestionnaire du réseau d'y procéder. Dans ces cas, le gestionnaire de la ramification locale peut procéder au raccourcissement, à l'ébranchage ou à l'arrachage aux frais du propriétaire. Si le gestionnaire du réseau procède à l'ébranchage, au raccourcissement ou à l'arrachage pour cause d'extrême urgence, il le fait à ses propres frais.
  Sauf en cas d'extrême urgence où la sécurité est compromise de façon imminente, le gestionnaire de la ramification locale ne peut entamer les travaux mentionnés dans les paragraphes 1er à 3 qu'après notification préalable directe par lettre recommandée aux propriétaires, locataires et preneurs intéressés, au gestionnaire domanial et à tout autre titulaire d'un droit réel sur le bien immobilier considéré. Cette notification intervient au moins deux mois avant le début prévu des travaux.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités de la procédure à suivre pour l'exercice de ces droits.
Art.22. Als de aanwezige bomen en beplantingen gerooid worden conform artikel 21, is de beheerder van een lokale cluster een eenmalige vergoeding verschuldigd aan de eigenaar als vergoeding voor de gerooide bomen en beplantingen en voor de eventuele minwaarde van het onroerend goed.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen voor de procedure om de hoogte van de vergoeding te bepalen.
  Als partijen niet tot een minnelijke overeenkomst komen, wordt het geschil voorgelegd aan de vrederechter.
Art.22. Si les arbres et plantations présents sont arrachés en vertu de l'article 21, le gestionnaire d'une ramification locale est redevable d'une indemnité unique au propriétaire à titre de compensation pour les arbres et plantations arrachés et pour l'éventuelle moins-value du bien immobilier.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités de la procédure de détermination du montant de l'indemnité.
  Si les parties ne parviennent pas à un accord à l'amiable, le litige est porté devant le juge de paix.
Art.23. De uitoefening door de beheerder van een lokale cluster van een recht als vermeld in artikel 21 kan de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed niet hinderen in zijn recht van omheinen, afbreken, verbouwen, herstellen of bouwen.
  Als de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of houder van een zakelijk recht een recht als vermeld in het eerste lid wil uitoefenen, neemt de beheerder van een lokale cluster de ondergrondse pijpleidingen en de bovengrondse pijpleidingen die geplaatst zijn op de onbebouwde grond, weg, verplaatst die of past ze aan als ze de uitvoering van de rechten, vermeld in het eerste lid, hinderen.
  De eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het onroerend goed in kwestie bezorgt de betrokken beheerder van een lokale cluster het verzoek tot wegneming, verplaatsing of aanpassing als vermeld in het tweede lid minstens zes maanden voor de geplande start van de werken.
  De kosten om de pijpleidingen weg te nemen, te verplaatsen of aan te passen als vermeld in het tweede lid, zijn ten laste van de betrokken beheerder van een lokale cluster.
  De beheerder van een lokale cluster kan de kosten, vermeld in het vierde lid, terugvorderen van respectievelijk de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of van de houder van een zakelijk recht als die nog niet gestart is met de werken binnen een termijn van drie jaar na het verzoek tot wegneming, verplaatsing of aanpassing.
Art.23. L'exercice d'un droit tel que visé à l'article 21 par le gestionnaire d'une ramification locale ne peut pas entraver le propriétaire, le preneur le gestionnaire domanial ou le titulaire d'un droit réel sur le bien immobilier considéré dans son droit de clôturer, de démolir, de transformer, de réparer ou de bâtir.
  Si le propriétaire, le preneur, le gestionnaire domanial ou le titulaire d'un droit réel désire exercer un droit tel que visé à l'alinéa 1er, le gestionnaire d'une ramification locale enlève les canalisations souterraines et les canalisations aériennes qui ont été installées sur le terrain non bâti, les déplace ou les adapte si elles entravent l'exercice des droits visés à l'alinéa 1er.
  Le propriétaire, le preneur, le gestionnaire domanial ou le titulaire d'un droit réel sur le bien immobilier considéré transmet au gestionnaire d'une ramification locale concerné la demande d'enlèvement, de déplacement ou d'adaptation au sens de l'alinéa 2 au moins six mois avant le début prévu des travaux.
  Les frais d'enlèvement, de déplacement ou d'adaptation des canalisations au sens de l'alinéa 2 sont à charge du gestionnaire d'une ramification locale concerné.
  Le gestionnaire d'une ramification locale peut récupérer les frais visés à l'alinéa 4 auprès, respectivement, du propriétaire, du preneur, du gestionnaire domanial ou du titulaire d'un droit réel si les travaux n'ont pas encore été entamés dans un délai de trois ans suivant la demande d'enlèvement, de déplacement ou d'adaptation.
Afdeling 6. - Gebruik van het openbaar domein of de gemeentewegen
Section 6. - Occupation du domaine public ou des voiries communales
Art.24. De beheerder van een lokale cluster heeft het recht het openbaar domein en de gemeentewegen te gebruiken om pijpleidingen en bijbehorende uitrustingen boven of onder het openbaar domein en de gemeentewegen aan te leggen en te onderhouden als hij over een voorafgaande domeintoelating van de domeinbeheerder beschikt. Daarbij gelden de voorwaarden die de domeinbeheerder nuttig acht bij de verlening van de domeintoelating.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de na te leven voorwaarden, de dossiersamenstelling en de te volgen procedure.
Art.24. Le gestionnaire d'une ramification locale a le droit d'occuper le domaine public et les voiries communales pour construire et entretenir des canalisations et les équipements y afférents sur ou sous le domaine public et les voiries communales s'il dispose d'une autorisation préalable d'accès au domaine délivrée par le gestionnaire domanial. Les conditions que le gestionnaire domanial estime utiles s'appliquent à la délivrance de l'autorisation d'accès au domaine.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités des conditions à respecter, de la composition du dossier et de la procédure à suivre.
Art.25. De domeinbeheerder kan om redenen van algemeen belang op elk moment voorwaarden van de domeintoelating toevoegen of aanpassen of de beheerder van een lokale cluster verplichten de ondergrondse of bovengrondse pijpleidingen en de steunen die geplaatst zijn op het openbaar domein of de gemeentewegen, weg te nemen, te verplaatsen of aan te passen. De betrokken beheerder van een lokale cluster voert het verzoek tot wegnemen, verplaatsen of aanpassen uit binnen een redelijke termijn nadat hij het voormelde verzoek heeft ontvangen. De kosten voor het wegnemen, verplaatsen of aanpassen zijn ten laste van de betrokken beheerder van een lokale cluster.
Art.25. Le gestionnaire domanial peut à tout moment, pour des raisons d'intérêt général, ajouter des conditions à l'autorisation d'accès au domaine, adapter les conditions ou obliger le gestionnaire d'une ramification locale à enlever, à déplacer ou à adapter les canalisations souterraines ou aériennes et les supports qui ont été installés sur le domaine public ou les voiries communales. Le gestionnaire d'une ramification locale concerné exécute la demande d'enlèvement, de déplacement ou d'adaptation dans un délai raisonnable après avoir reçu la demande précitée. Les frais d'enlèvement, de déplacement ou d'adaptation sont à charge du gestionnaire d'une ramification locale concerné.
Afdeling 7. - Maatregelen in geval van lekkages of significante onregelmatigheden
Section 7. - Mesures en cas de fuites ou d'irrégularités notables
Art.26. De beheerder van een lokale cluster neemt alle redelijke en beschikbare maatregelen om emissies tijdens zijn activiteiten te voorkomen en tot een minimum te beperken.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de maatregelen, vermeld in het eerste lid.
Art.26. Le gestionnaire d'une ramification locale prend toutes les mesures raisonnables et disponibles visant à prévenir et à réduire à un minimum les émissions durant ses activités.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités relatives aux mesures visées à l'alinéa 1er.
Art.27. De beheerder van een lokale cluster brengt de minister onmiddellijk met een beveiligde zending op de hoogte van significante lekkages of significante onregelmatigheden, en treft de nodige corrigerende maatregelen.
  Als de beheerder van een lokale cluster nalaat om de nodige corrigerende maatregelen, vermeld in het eerste lid, te treffen, kan de minister de vereiste corrigerende maatregelen zelf nemen. De beheerder van een lokale cluster draagt de kosten van de voormelde corrigerende maatregelen.
  De Vlaamse Regering kan de procedure bij lekkages of significante onregelmatigheden als vermeld in het eerste lid nader bepalen.
Art.27. Le gestionnaire d'une ramification locale informe le ministre immédiatement, par envoi sécurisé, des fuites ou irrégularités notables et prend les mesures correctives nécessaires.
  Si le gestionnaire d'une ramification locale ne prend pas les mesures correctives nécessaires visées à l'alinéa 1er, le ministre peut prendre lui-même ces mesures. Le gestionnaire d'une ramification locale supporte les frais des mesures correctives précitées.
  Le Gouvernement flamand peut préciser la procédure à suivre en cas de fuites ou d'irrégularités notables telles que visées à l'alinéa 1er.
HOOFDSTUK 4. - Het vervoersnetwerk in het Vlaamse Gewest
CHAPITRE 4. - Le réseau de transport en Région flamande
Afdeling 1. - Aanwijzing van de beheerder van het vervoersnetwerk en onafhankelijkheidsvoorwaarden
Section 1re. - Désignation du gestionnaire du réseau de transport et conditions d'indépendance
Art.28. Het beheer van het vervoersnetwerk wordt waargenomen door de beheerder aangewezen conform artikel 29.
Art.28. La gestion du réseau de transport est assurée par le gestionnaire désigné en vertu de l'article 29.
Art.29. De Vlaamse Regering wijst, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, een beheerder van het vervoersnetwerk in het Vlaamse Gewest aan.
  De Vlaamse Regering kan voorwaarden opleggen bij de aanwijzing van de beheerder van het vervoersnetwerk. Deze voorwaarden hebben betrekking op:
  1° de kwaliteitsnormen voor de koolstofdioxidestroom die wordt vervoerd door het vervoersnetwerk;
  2° de interoperabiliteit van het vervoersnetwerk met de lokale clusters en terminals voor vloeibaarmaking.
  De kandidaat-beheerder van het vervoersnetwerk wordt met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van de beslissing tot aanwijzing als beheerder van het vervoersnetwerk.
  
Art.29. Le Gouvernement flamand désigne un gestionnaire du réseau de transport en Région flamande sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1.
  Le Gouvernement flamand peut imposer des conditions lors de la désignation du gestionnaire du réseau de transport. Ces conditions concernent :
  1° les normes de qualité du flux de dioxyde de carbone qui est transporté par le réseau de transport ;
  2° l'interopérabilité du réseau de transport avec les ramifications locales et les terminaux de liquéfaction.
  Le candidat gestionnaire du réseau de transport est informé, par envoi sécurisé, de la décision de désignation en tant que gestionnaire du réseau de transport.
  
Art.30. De aanwijzing, vermeld in artikel 29, is geldig voor een hernieuwbare termijn van twintig jaar.
  Voor het verstrijken van zijn mandaat kan de beheerder van het vervoersnetwerk om de hernieuwing van zijn aanwijzing verzoeken. De Vlaamse Regering beslist over de aanvraag tot hernieuwing overeenkomstig de procedure, vastgesteld in artikel 31, eerste lid, 3°.
Art.30. La désignation visée à l'article 29 est valable pour une période renouvelable de vingt ans.
  Avant l'échéance de son mandat, le gestionnaire du réseau de transport peut solliciter le renouvellement de sa désignation. Le Gouvernement flamand statue sur la demande de renouvellement conformément à la procédure prévue à l'article 31, alinéa 1er, 3°.
Art.31. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, de volgende elementen:
  1° de voorwaarden waaraan de kandidaat-beheerder van het vervoersnetwerk moet voldoen om te kunnen worden aangewezen als beheerder van het vervoersnetwerk en waaraan de beheerder van het vervoersnetwerk moet blijven voldoen om aangewezen te blijven als beheerder van het vervoersnetwerk;
  2° de voorwaarden en gevallen waarin kan of moet worden overgegaan tot wijziging van de aanwijzing of beëindiging van de aanwijzing van de beheerder van het vervoersnetwerk;
  3° de procedure en de criteria voor de aanwijzing, de hernieuwing van de aanwijzing, de wijziging en de beëindiging van de aanwijzing van een beheerder van het vervoersnetwerk.
  De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1°, hebben in ieder geval betrekking op:
  1° de technische, organisatorische en financiële capaciteit van de (kandidaat-) beheerder;
  2° de professionele betrouwbaarheid van de (kandidaat-)beheerder;
  3° de ontvlechtingsvoorwaarde, vermeld in artikel 33.
  De voorwaarden en gevallen, vermeld in het eerste lid, 2°, bepalen onder meer dat:
  1° de aanwijzing van de beheerder van het vervoersnetwerk eindigt bij faillissement of ontbinding;
  2° de Vlaamse Regering de aanwijzing van de beheerder van het vervoersnetwerk in de volgende gevallen kan herroepen, op voorwaarde dat die is gehoord of naar behoren is opgeroepen:
  a) er is een grove tekortkoming van de beheerder van het vervoersnetwerk voor de verplichtingen die voortvloeien uit dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan;
  b) de beheerder van het vervoersnetwerk verliest langlopende persoonlijke rechten of zakelijke rechten over de infrastructuur van het vervoersnetwerk.
  3° de aanwijzing van de beheerder van het vervoersnetwerk eindigt als de beheerder niet voldoet of niet meer voldoet aan de ontvlechtingsvoorwaarde, vastgesteld conform artikel 33 en 37.
  De criteria voor de aanwijzing, vermeld in het eerste lid, 3°, hebben in ieder geval betrekking op:
  1° de kwaliteit van het ontwikkelingsplan dat wordt voorgelegd door de kandidaat-beheerder van het vervoersnetwerk;
  2° de organisatie, de kwalificatie en de ervaring van het personeel van de kandidaat-beheerder van het vervoersnetwerk;
  3° het systeem van kwaliteitsbewaking en het systeem voor inspectie, monitoring en opvolging van mogelijke negatieve effecten op het milieu;
  4° de relevante ervaring van de kandidaat-beheerder van het vervoersnetwerk met de bouw of het beheer van infrastructuur voor het vervoer van gasachtige producten;
  5° de mate waarin bestaande pijpleidingen worden hergebruikt bij de ontwikkeling van het vervoersnetwerk;
  6° de voorziene verbindingen van het vervoersnetwerk met een pijpleiding of netwerk van pijpleidingen in het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de territoriale wateren, lidstaten van de Europese Unie en derde landen, alsook het onderhoud en de verbetering van de interoperabiliteit van het vervoersnetwerk;
  7° de compatibiliteit van de kwaliteitsnormen van de koolstofdioxidestromen die vervoerd worden door het vervoersnetwerk met de eisen van andere lokale clusters en de terminals voor vloeibaarmaking in het Vlaamse Gewest.
  
Art.31. Le Gouvernement flamand détermine, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, les éléments suivants :
  1° les conditions auxquelles le candidat gestionnaire du réseau de transport doit satisfaire pour pouvoir être désigné en tant que gestionnaire du réseau de transport et auxquelles le gestionnaire du réseau de transport doit continuer à satisfaire pour conserver sa désignation en tant que gestionnaire du réseau de transport ;
  2° les conditions et les cas dans lesquels il peut ou doit être procédé à la modification de la désignation ou à la cessation de la désignation du gestionnaire du réseau de transport ;
  3° la procédure et les critères de désignation, de renouvellement de la désignation, de modification et de cessation de la désignation d'un gestionnaire du réseau de transport.
  Les conditions visées à l'alinéa 1er, 1°, concernent en tout cas :
  1° la capacité technique, financière et organisationnelle du (candidat) gestionnaire ;
  2° la fiabilité professionnelle du (candidat) gestionnaire ;
  3° la condition de dissociation visée à l'article 33.
  Les conditions et les cas visés à l'alinéa 1er, 2°, prévoient notamment que :
  1° la désignation du gestionnaire du réseau de transport prend fin en cas de faillite ou de dissolution ;
  2° le Gouvernement flamand peut révoquer la désignation du gestionnaire du réseau de transport dans les cas suivants, à condition que celui-ci ait été entendu ou dûment convoqué :
  a) manquement grave du gestionnaire du réseau de transport aux obligations découlant du présent décret ou de ses dispositions d'exécution ;
  b) le gestionnaire du réseau de transport perd ses droits personnels ou réels de longue durée sur l'infrastructure du réseau de transport.
  3° la désignation du gestionnaire du réseau de transport prend fin si le gestionnaire ne satisfait pas ou plus à la condition de dissociation fixée en vertu des articles 33 et 37.
  Les critères de désignation visés à l'alinéa 1er, 3°, concernent en tout cas :
  1° la qualité du plan de développement soumis par le candidat gestionnaire du réseau de transport ;
  2° l'organisation, la qualification et l'expérience du personnel du candidat gestionnaire du réseau de transport ;
  3° le système de contrôle qualité et le système d'inspection, de surveillance et de suivi des effets négatifs potentiels sur l'environnement ;
  4° l'expérience pertinente du candidat gestionnaire du réseau de transport dans la construction ou la gestion d'infrastructures de transport de produits gazeux ;
  5° la mesure dans laquelle des canalisations existantes sont réutilisées pour le développement du réseau de transport ;
  6° les liaisons prévues du réseau de transport avec une canalisation ou un réseau de canalisations en Région wallonne, dans la Région de Bruxelles-Capitale, les eaux territoriales, des Etats membres de l'Union européenne et des pays tiers, ainsi que l'entretien et l'amélioration de l'interopérabilité du réseau de transport ;
  7° la compatibilité des normes de qualité des flux de dioxyde de carbone transportés par le réseau de transport avec les exigences d'autres ramifications locales et des terminaux de liquéfaction en Région flamande.
  
Afdeling 2. - Taken van de beheerder van het vervoersnetwerk
Section 2. - Tâches du gestionnaire du réseau de transport
Art.32. Het beheer van het vervoersnetwerk omvat de volgende taken:
  1° een veilig, betrouwbaar en efficiënt vervoersnetwerk ontwikkelen en onderhouden onder economische voorwaarden en met inachtneming van het milieu, en de nodige ondersteunende diensten daarvoor verlenen;
  2° voldoende capaciteit aanhouden om de vervoersbehoeften van het vervoersnetwerk te dekken;
  3° het vervoersnetwerk en de bijbehorende installaties herstellen, preventief onderhouden, vernieuwen en verbeteren;
  4° de plannen van het vervoersnetwerk opstellen, bewaren en ter beschikking stellen;
  5° elke twee jaar een ontwikkelingsplan opstellen conform artikel 39;
  6° onderbrekingen en storingen bij het vervoer van koolstofdioxide oplossen;
  7° in voorkomend geval, het installeren van meetapparatuur om de koolstofdioxidestromen naar het vervoersnetwerk te monitoren;
  8° registers bijhouden van koolstofdioxide dat wordt vervoerd door of tijdelijk wordt opgeslagen in het vervoersnetwerk;
  9° het verbinden van lokale clusters met andere lokale clusters in het Vlaamse Gewest;
  10° het verbinden van lokale clusters met terminals voor vloeibaarmaking die niet in hun aaneengesloten geografisch afgebakend gebied gelegen zijn;
  11° het verbinden van lokale clusters met een pijpleiding of een netwerk van pijpleidingen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, het Waalse Gewest en pijpleidingen in de territoriale wateren van België;
  12° het verbinden van lokale clusters met een pijpleiding of een netwerk van pijpleidingen in lidstaten van de Europese Unie of derde landen;
  13° de verbinding van netgebruikers die geen deel uitmaken van een lokale cluster met een lokale cluster of een terminal voor vloeibaarmaking en deze netgebruikers toegang geven tot het vervoersnetwerk onder de voorwaarden van het technisch reglement, vermeld in artikel 62;
  14° de netgebruikers van het vervoersnetwerk de informatie verstrekken die ze nodig hebben voor een efficiënte toegang tot het vervoersnetwerk;
  15° het voorzien in een afdoende monitoringssysteem om de conformiteit van de koolstofdioxidestromen met de technische eisen van het vervoersnetwerk te vrijwaren.
  De Vlaamse Regering kan, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, de taken van de beheerder van het vervoersnetwerk, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.
  
Art.32. La gestion du réseau de transport englobe les tâches suivantes :
  1° développer et entretenir un réseau de transport sûr, fiable et efficace dans des conditions économiques acceptables et dans le respect de l'environnement et fournir à cet effet les services auxiliaires nécessaires ;
  2° maintenir une capacité suffisante pour couvrir les besoins de transport du réseau de transport ;
  3° réparer le réseau de transport et les installations connexes, en assurer l'entretien préventif, la rénovation et l'amélioration ;
  4° établir, conserver et mettre à disposition les plans du réseau de transport ;
  5° établir, tous les deux ans, un plan de développement en vertu de l'article 39 ;
  6° résoudre les interruptions et les pannes intervenant dans le transport de dioxyde de carbone ;
  7° le cas échéant, installer des appareils de mesure pour surveiller les flux de dioxyde de carbone vers le réseau de transport ;
  8° tenir des registres du dioxyde de carbone transporté par ou stocké temporairement dans le réseau de transport ;
  9° relier des ramifications locales avec d'autres ramifications locales en Région flamande ;
  10° relier des ramifications locales avec des terminaux de liquéfaction non situés dans leur zone continue géographiquement délimitée ;
  11° relier des ramifications locales avec une canalisation ou un réseau de canalisations dans la Région de Bruxelles-Capitale, en Région wallonne et avec des canalisations dans les eaux territoriales de la Belgique ;
  12° relier des ramifications locales avec une canalisation ou un réseau de canalisations dans des Etats membres de l'Union européenne ou des pays tiers ;
  13° relier des utilisateurs du réseau qui ne font pas partie d'une ramification locale avec une ramification locale ou un terminal de liquéfaction et donner à ces utilisateurs l'accès au réseau de transport dans les conditions prévues par le règlement technique visé à l'article 62 ;
  14° fournir aux utilisateurs du réseau de transport les informations nécessaires pour un accès efficace au réseau de transport ;
  15° prévoir un système de surveillance efficace afin de garantir la conformité des flux de dioxyde de carbone avec les exigences techniques du réseau de transport.
  Le Gouvernement flamand peut, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, préciser les tâches du gestionnaire du réseau de transport énoncées à l'alinéa 1er.
  
Afdeling 3. - Ontvlechting, onafhankelijkheid, vertrouwelijkheid en non-discriminatie
Section 3. - Dissociation, indépendance, confidentialité et non-discrimination
Art.33. De beheerder van het vervoersnetwerk moet, minstens wat betreft zijn rechtsvorm, ontvlochten zijn van elke juridische entiteit die ETS-activiteiten ontplooit en van elke juridische entiteit die een locatie voor verbruik exploiteert.
Art.33. Le gestionnaire du réseau de transport doit, du moins en ce qui concerne sa forme juridique, être dissocié de toute entité juridique qui déploie des activités couvertes par le SEQE et de toute entité juridique qui exploite un site de consommation.
Art.34. De beheerder van het vervoersnetwerk onthoudt zich van alle discriminatie tussen de netgebruikers of de categorieën van netgebruikers van het vervoersnetwerk, in het bijzonder ten aanzien van de met de beheerder verbonden vennootschappen.
Art.34. Le gestionnaire du réseau de transport s'abstient de toute discrimination entre les utilisateurs du réseau ou les catégories d'utilisateurs du réseau de transport, en particulier vis-à-vis des sociétés liées au gestionnaire.
Art.35. De beheerder van het vervoersnetwerk eerbiedigt de vertrouwelijkheid van alle commerciële gegevens die hij bij de uitoefening van zijn taken verwerft.
  De beheerder van het vervoersnetwerk neemt de nodige maatregelen om de toegang tot de gegevens, vermeld in het eerste lid, en de verwerking van de voormelde gegevens te beperken tot de leden van het orgaan dat belast is met de dagelijkse leiding van de beheerder van het vervoersnetwerk en de personeelsleden die de voormelde gegevens nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
  De beheerder van het vervoersnetwerk bezorgt geen commercieel gevoelige informatie of informatie verworven bij de uitoefening van zijn taken, die commercieel gevoelig kan zijn, aan ondernemingen die aangesloten zijn op het vervoersnetwerk.
  De informatie die noodzakelijk is voor een goede marktwerking wordt openbaar gemaakt. Deze verplichting doet geen afbreuk aan de bescherming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie.
Art.35. Le gestionnaire du réseau de transport respecte la confidentialité de toutes les données commerciales obtenues dans l'exécution de ses tâches.
  Le gestionnaire du réseau de transport prend les mesures nécessaires afin de limiter l'accès aux données visées à l'alinéa 1er et le traitement des données précitées aux membres de l'organe chargé de la direction journalière du gestionnaire du réseau de transport et aux membres du personnel qui ont besoin des données précitées pour l'exécution de leurs tâches.
  Le gestionnaire du réseau de transport ne transmet pas d'informations commercialement sensibles ou d'informations acquises dans l'exécution de ses tâches, qui peuvent être commercialement sensibles, à des entreprises qui ont été raccordées au réseau de transport.
  Les informations nécessaires au bon fonctionnement du marché sont publiées. Cette obligation ne porte pas atteinte à la protection de la confidentialité d'informations commercialement sensibles.
Art.36. De beheerder van het vervoersnetwerk houdt in zijn interne boekhouding afzonderlijke rekeningen voor andere activiteiten dan het vervoer van koolstofdioxide door middel van het vervoersnetwerk. In voorkomend geval voert hij een boekhouding op geconsolideerde basis voor zijn andere activiteiten. Deze interne boekhoudingen bevatten per activiteit een balans en een winst-en-verliesrekening.
  De interne boekhouding van de beheerder van het vervoersnetwerk bevat een balans en een resultatenrekening voor elke categorie van activiteiten en specifieert de regels voor de toerekening van de activa en passiva en de opbrengsten en kosten die bij de opstelling van de afzonderlijke rekeningen werden toegepast. Deze regels mogen slechts in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd en deze wijzigingen moeten worden vermeld en naar behoren gemotiveerd.
Art.36. Le gestionnaire du réseau de transport tient, dans sa comptabilité interne, des comptes séparés pour les activités autres que le transport de dioxyde de carbone au moyen du réseau de transport. Le cas échéant, il tient une comptabilité consolidée pour ses autres activités. Ces comptabilités internes contiennent un bilan et un compte de résultat par activité.
  La comptabilité interne du gestionnaire du réseau de transport contient un bilan et un compte de résultat pour chaque catégorie d'activités et précise les règles qui ont été appliquées pour l'imputation des actifs et passifs et des produits et charges lors de l'établissement des comptes séparés. Ces règles ne peuvent être modifiées que dans des cas exceptionnels et ces modifications doivent être mentionnées et dûment motivées.
Art.37. De Vlaamse Regering kan, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, nadere regels bepalen met betrekking tot:
  1° de vereisten voor de onafhankelijkheid van de beheerder van het vervoersnetwerk, vermeld in artikel 33;
  2° de voorzorgsmaatregelen die door de beheerder van het vervoersnetwerk moeten worden genomen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van de commerciële gegevens;
  3° de maatregelen ter voorkoming van elke discriminatie tussen netgebruikers of categorieën van netgebruikers en, in het bijzonder, elke discriminatie ten gunste van met de beheerder van het vervoersnetwerk verbonden ondernemingen.
  
Art.37. Le Gouvernement flamand peut, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, préciser d'autres règles concernant :
  1° les exigences relatives à l'indépendance du gestionnaire du réseau de transport au sens de l'article 33 ;
  2° les mesures de précaution à prendre par le gestionnaire du réseau de transport pour protéger la confidentialité des données commerciales ;
  3° les mesures de prévention de toute discrimination entre utilisateurs du réseau ou catégories d'utilisateurs du réseau et, en particulier, toute discrimination en faveur d'entreprises liées au gestionnaire du réseau de transport.
  
Art.38. De Vlaamse Regering kan, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, de beheerder van het vervoersnetwerk openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot zijn dienstverlening.
  
Art.38. Le Gouvernement flamand peut, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, imposer au gestionnaire du réseau de transport des obligations de service public concernant sa prestation de services.
  
Afdeling 4. - Ontwikkelingsplan en verplichte ontwikkeling
Section 4. - Plan de développement et développement obligatoire
Art.39. § 1. De beheerder van het vervoersnetwerk maakt tweejaarlijks een indicatief ontwikkelingsplan op.
  Het ontwikkelingsplan bevat ten minste de volgende elementen:
  1° een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften, met aanduiding van de onderliggende hypothesen, en de toekomstverwachtingen voor een periode van drie jaar en een periode van tien jaar;
  2° een investeringsprogramma voor de bouw van het vervoersnetwerk om aan de behoeften te voldoen. Het investeringsprogramma bevat ten minste de concreet geplande investeringen voor een periode van drie jaar en de geplande investeringen voor een periode van tien jaar;
  3° een gedetailleerd plan van de bestaande of te bouwen delen van het vervoersnetwerk;
  4° een technische beschrijving van de bestaande of te bouwen pijpleidingen en de kwaliteitsnormen voor koolstofdioxide waarmee ze compatibel zullen zijn;
  5° de potentiële verbinding van lokale clusters met andere lokale clusters;
  6° de potentiële verbinding van lokale clusters met terminals voor vloeibaarmaking;
  7° de potentiële verbinding van lokale clusters met een pijpleiding of een netwerk van pijpleidingen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Waalse Gewest en pijpleidingen in de territoriale wateren van België;
  8° de potentiële verbinding van lokale clusters met een pijpleiding of een netwerk van pijpleidingen in lidstaten van de Europese Unie of derde landen;
  9° in voorkomend geval, de terminals voor vloeibaarmaking waar het vervoersnetwerk op zal aansluiten;
  10° in voorkomend geval, de voorziene alternatieve modi voor het vervoer van koolstofdioxide waarop het vervoersnetwerk zal aansluiten.
  De Vlaamse Regering kan, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, bijkomende elementen van het ontwikkelingsplan bepalen.
  Het ontwikkelingsplan, vermeld in het eerste lid, wordt goedgekeurd door de Vlaamse Regering conform paragraaf 3.
  § 2. De beheerder van het vervoersnetwerk consulteert alle relevante nationale en internationale marktpartijen en de relevante overheden over het ontwikkelingsplan, vermeld in paragraaf 1. De resultaten van de voormelde consultatie worden bij het ontwikkelingsplan gevoegd.
  De Vlaamse Regering kan, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, de nadere regels bepalen voor de vorm, de procedure en de inhoud van de consultatie, vermeld in het eerste lid.
  § 3. De Vlaamse Regering beslist, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, binnen negentig dagen na de dag waarop ze het voormelde ontwikkelingsplan heeft ontvangen over de goedkeuring, vermeld in paragraaf 1. Als de minister aan de beheerder van het vervoersnetwerk bijkomende inlichtingen vraagt, wordt de voormelde termijn om een beslissing te nemen, met negentig dagen verlengd vanaf de dag waarop de bijkomende inlichtingen zijn gevraagd. Deze bijkomende inlichtingen worden meegedeeld aan de [1 Vlaamse Nutsregulator]1.
  De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het indienen van het ontwikkelingsplan.
  Weigert de Vlaamse Regering de goedkeuring van het ontwikkelingsplan, dan vraagt de minister, na overleg, de beheerder van het vervoersnetwerk het ontwikkelingsplan binnen een redelijke termijn aan te passen.
  Het goedgekeurde ontwikkelingsplan wordt op de website van de beheerder van het vervoersnetwerk bekendgemaakt.
  
Art.39. § 1er. Le gestionnaire du réseau de transport établit tous les deux ans un plan de développement indicatif.
  Le plan de développement contient au moins les éléments suivants :
  1° une estimation détaillée des besoins en capacité, en indiquant les hypothèses sous-jacentes, et les perspectives d'avenir pour une période de trois et de dix ans ;
  2° un programme d'investissement pour la construction du réseau de transport afin de répondre aux besoins. Le programme d'investissement contient au moins les investissements prévus concrètement pour une période de trois ans et les investissements prévus pour une période de dix ans ;
  3° un plan détaillé des parties existantes ou à construire du réseau de transport ;
  4° une description technique des canalisations existantes ou à construire et les normes de qualité du dioxyde de carbone avec lesquelles elles seront compatibles ;
  5° la liaison potentielle de ramifications locales avec d'autres ramifications locales ;
  6° la liaison potentielle de ramifications locales avec des terminaux de liquéfaction ;
  7° la liaison potentielle de ramifications locales avec une canalisation ou un réseau de canalisations dans la Région de Bruxelles-Capitale et en Région wallonne et avec des canalisations dans les eaux territoriales de la Belgique ;
  8° la liaison potentielle de ramifications locales avec une canalisation ou un réseau de canalisations dans des Etats membres de l'Union européenne ou des pays tiers ;
  9° le cas échéant, les terminaux de liquéfaction auxquels le réseau de transport se raccordera ;
  10° le cas échéant, les modes de transport alternatifs prévus pour le transport de dioxyde de carbone auxquels le réseau de transport se raccordera.
  Le Gouvernement flamand peut, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, définir des éléments supplémentaires pour le plan de développement.
  Le plan de développement visé à l'alinéa 1er est approuvé par le Gouvernement flamand en vertu du paragraphe 3.
  § 2. Le gestionnaire du réseau de transport consulte tous les acteurs du marché national et international pertinents et les autorités pertinentes au sujet du plan de développement mentionné dans le paragraphe 1er. Les résultats de la consultation précitée sont joints au plan de développement.
  Le Gouvernement flamand peut, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, préciser les modalités quant à la forme, à la procédure et au contenu de la consultation visée à l'alinéa 1er.
  § 3. Dans les nonante jours à compter du jour où il a reçu le plan de développement précité, le Gouvernement flamand statue, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, sur l'approbation visée dans le paragraphe 1er. Si le ministre demande des renseignements supplémentaires au gestionnaire du réseau de transport, le délai précité pour prendre une décision est prolongé de nonante jours à compter du jour où les renseignements supplémentaires ont été demandés. Ces renseignements supplémentaires sont communiqués [1 au Régulateur flamand des services d'utilité publique]1.
  Le Gouvernement flamand détermine la procédure d'introduction du plan de développement.
  Si le Gouvernement flamand refuse d'approuver le plan de développement, le ministre demande au gestionnaire du réseau de transport, après concertation, d'adapter le plan de développement dans un délai raisonnable.
  Le plan de développement approuvé est publié sur le site web du gestionnaire de réseau de transport.
  
Art.40. De Vlaamse Regering kan de beheerder van het vervoersnetwerk bevelen het vervoersnetwerk verder te ontwikkelen. Na een positieve kosten-batenanalyse door de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 kan de verplichte ontwikkeling alleen worden bevolen in volgende gevallen:
  1° de ontwikkeling van het vervoersnetwerk is van uitzonderlijk economisch belang voor het Vlaamse Gewest;
  2° de ontwikkeling van het vervoersnetwerk is van uitzonderlijk belang voor de interconnectie van het Vlaamse Gewest met een pijpleiding of een netwerk van pijpleidingen die zich niet op het grondgebied van het Vlaamse Gewest bevinden.
  De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de verplichte ontwikkeling. De Vlaamse Regering bepaalt de criteria waaraan de kosten-batenanalyse, vermeld in het eerste lid, moet voldoen.
  
Art.40. Le Gouvernement flamand peut ordonner au gestionnaire du réseau de transport de poursuivre le développement du réseau de transport. Au terme d'une analyse des coûts et rendements positive réalisée par [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, le développement obligatoire ne peut être ordonné que dans les cas suivants :
  1° le développement du réseau de transport présente un intérêt économique exceptionnel pour la Région flamande ;
  2° le développement du réseau de transport présente un intérêt exceptionnel pour l'interconnexion de la Région flamande avec une canalisation ou un réseau de canalisations qui ne se trouve pas sur le territoire de la Région flamande.
  Le Gouvernement flamand détermine la procédure du développement obligatoire. Le Gouvernement flamand arrête les critères auxquels doit satisfaire l'analyse des coûts et rendements visée à l'alinéa 1er.
  
Afdeling 5. - Erfdienstbaarheden voor de beheerder van het vervoersnetwerk
Section 5. - Servitudes au profit du gestionnaire du réseau de transport
Art.41. § 1. De beheerder van het vervoersnetwerk heeft in het kader van de erfdienstbaarheid ten voordele van de beheerder van het vervoersnetwerk de volgende rechten:
  1° het recht om boomtakken af te hakken die te dicht bij de bovengrondse pijpleidingen van het vervoersnetwerk komen en die schade aan de pijpleidingen kunnen veroorzaken;
  2° het recht om wortels in te korten die te dicht bij ondergrondse pijpleidingen van het vervoersnetwerk komen en die schade aan de pijpleidingen kunnen veroorzaken.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, 1° en 2°, kan de beheerder van het vervoersnetwerk ook overgaan tot het rooien van de aanwezige bomen en beplantingen als om veiligheidsredenen het recht, vermeld in paragraaf 1, 1° en 2°, niet volstaat.
  § 3. De Vlaamse Regering kan per geval bepalen dat het voor de beheerder van het vervoersnetwerk van algemeen nut is om pijpleidingen van het vervoersnetwerk aan te leggen boven of onder private onbebouwde gronden, en kan de voorwaarden vastleggen waaronder dat gebeurt.
  De beheerder van het vervoersnetwerk heeft de volgende rechten in het geval, vermeld in het eerste lid:
  1° het recht om de pijpleidingen van het vervoersnetwerk aan te leggen boven of onder de gronden, vermeld in het eerste lid;
  2° het recht om te zorgen voor het toezicht op de pijpleidingen, vermeld in punt 1° ;
  3° het recht om de noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken uit te voeren aan de pijpleidingen, vermeld in punt 1°.
  § 4. De aangelegde pijpleidingen en de bijbehorende uitrustingen blijven eigendom van de beheerder van het vervoersnetwerk. Hij is ertoe gemachtigd alle nodige instandhoudingswerken daarvoor uit te voeren.
  § 5. Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, wordt het recht wortels in te korten of boomtakken af te hakken, vermeld in paragraaf 1, 1° en 2°, en het recht om te rooien, vermeld in paragraaf 2, afhankelijk gesteld van de expliciete weigering van de eigenaar of in voorkomend geval de domeinbeheerder, pachter, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed om zelf binnen een redelijke termijn te kappen, in te korten of te rooien, of van het feit dat deze gedurende een maand het verzoek van de netbeheerder zonder gevolg heeft gelaten. In die gevallen kan de beheerder van het vervoersnetwerk overgaan tot inkorten, afhakken of rooien op kosten van de eigenaar. Als de netbeheerder overgaat tot afhakken, inkorten of rooien wegens hoogdringendheid, gebeurt dat op kosten van de beheerder zelf.
  Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, mogen de werken, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, door de beheerder van het vervoersnetwerk pas worden aangevangen na de rechtstreekse voorafgaande kennisgeving met een aangetekende brief aan de belanghebbende eigenaars, huurders, pachters, domeinbeheerder en iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed. Die kennisgeving vindt minstens twee maanden voor de geplande start van de werken plaats.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de te volgen procedure bij de uitvoering van die rechten.
Art.41. § 1er. Dans le cadre de la servitude au profit du gestionnaire du réseau de transport, le gestionnaire du réseau de transport jouit des droits suivants :
  1° le droit de couper des branches d'arbres qui arrivent trop près des canalisations aériennes du réseau de transport et qui sont susceptibles d'endommager les canalisations ;
  2° le droit de raccourcir des racines qui arrivent trop près des canalisations souterraines du réseau de transport et qui sont susceptibles d'endommager les canalisations.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, 1° et 2°, le gestionnaire du réseau de transport peut également procéder à l'arrachage des arbres et plantations présents si, pour des raisons de sécurité, le droit mentionné dans le paragraphe 1er, 1° et 2°, ne suffit pas.
  § 3. Le Gouvernement flamand peut prévoir, au cas par cas, qu'il est d'utilité publique pour le gestionnaire du réseau de transport de construire des canalisations du réseau de transport sur ou sous des terrains privés non bâtis et sous quelles conditions.
  Dans le cas visé à l'alinéa 1er, le gestionnaire du réseau de transport jouit des droits suivants :
  1° le droit de construire les canalisations du réseau de transport sur ou sous les terrains visés à l'alinéa 1er ;
  2° le droit de contrôler les canalisations visées au point 1° ;
  3° le droit d'effectuer les travaux d'entretien et de réparation nécessaires aux canalisations visées au point 1°.
  § 4. Les canalisations construites et les équipements y afférents demeurent la propriété du gestionnaire du réseau de transport. A ce titre, il est autorisé à effectuer tous les travaux de conservation nécessaire.
  § 5. Sauf en cas d'extrême urgence où la sécurité est compromise de façon imminente, le droit de raccourcir des racines ou de couper des branches d'arbres, mentionné dans le paragraphe 1er, 1° et 2°, et le droit de procéder à l'arrachage, mentionné dans le paragraphe 2, sont subordonnés au refus explicite du propriétaire ou, le cas échéant, du gestionnaire domanial, du preneur, du locataire ou d'un autre titulaire d'un droit réel sur le bien immobilier considéré de procéder personnellement à l'ébranchage, au raccourcissement ou à l'arrachage dans un délai raisonnable ou au fait qu'ils auraient laissé sans suite, pendant un mois, l'invitation du gestionnaire du réseau d'y procéder. Dans ces cas, le gestionnaire du réseau de transport peut procéder au raccourcissement, à l'ébranchage ou à l'arrachage aux frais du propriétaire. Si le gestionnaire du réseau procède à l'ébranchage, au raccourcissement ou à l'arrachage pour cause d'extrême urgence, il le fait à ses propres frais.
  Sauf en cas d'extrême urgence où la sécurité est compromise de façon imminente, le gestionnaire du réseau de transport ne peut entamer les travaux mentionnés dans les paragraphes 1er à 3 qu'après notification préalable directe par lettre recommandée aux propriétaires, locataires et preneurs intéressés, au gestionnaire domanial et à tout autre titulaire d'un droit réel sur le bien immobilier considéré. Cette notification intervient au moins deux mois avant le début prévu des travaux.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités de la procédure à suivre pour l'exercice de ces droits.
Art.42. Als de aanwezige bomen en beplantingen gerooid worden conform artikel 41, is de beheerder van het vervoersnetwerk een eenmalige vergoeding verschuldigd aan de eigenaar als vergoeding voor de gerooide bomen en beplantingen en voor de eventuele minwaarde van het onroerend goed.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen voor de procedure om de hoogte van de vergoeding te bepalen.
  Als partijen niet tot een minnelijke overeenkomst komen, wordt het geschil voorgelegd aan de vrederechter.
Art.42. Si les arbres et plantations présents sont arrachés en vertu de l'article 41, le gestionnaire du réseau de transport est redevable d'une indemnité unique au propriétaire à titre de compensation pour les arbres et plantations arrachés et pour l'éventuelle moins-value du bien immobilier.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités de la procédure de détermination du montant de l'indemnité.
  Si les parties ne parviennent pas à un accord à l'amiable, le litige est porté devant le juge de paix.
Art.43. De uitoefening door de beheerder van het vervoersnetwerk van een recht als vermeld in artikel 41 kan de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed niet hinderen in zijn recht van omheinen, afbreken, verbouwen, herstellen of bouwen.
  Als de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of houder van een zakelijk recht een recht als vermeld in het eerste lid wil uitoefenen, neemt de beheerder van het vervoersnetwerk de ondergrondse pijpleidingen en de bovengrondse pijpleidingen die geplaatst zijn op de onbebouwde grond, weg, verplaatst die of past ze aan als ze de uitvoering van de rechten, vermeld in het eerste lid, hinderen.
  De eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het onroerend goed in kwestie bezorgt de beheerder van het vervoersnetwerk het verzoek tot wegneming, verplaatsing of aanpassing als vermeld in het tweede lid minstens zes maanden voor de geplande start van de werken.
  De kosten voor de wegneming, verplaatsing of aanpassing als vermeld in het tweede lid zijn ten laste van de beheerder van het vervoersnetwerk.
  De beheerder van het vervoersnetwerk kan de kosten, vermeld in het vierde lid, terugvorderen van respectievelijk de eigenaar, de pachter, de domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht als die nog niet gestart is met de werken binnen een termijn van drie jaar na het verzoek tot wegneming, verplaatsing of aanpassing.
Art.43. L'exercice d'un droit tel que visé à l'article 41 par le gestionnaire du réseau de transport ne peut pas entraver le propriétaire, le preneur, le gestionnaire domanial ou le titulaire d'un droit réel sur le bien immobilier considéré dans son droit de clôturer, de démolir, de transformer, de réparer ou de bâtir.
  Si le propriétaire, le preneur, le gestionnaire domanial ou le titulaire d'un droit réel désire exercer un droit tel que visé à l'alinéa 1er, le gestionnaire du réseau de transport enlève les canalisations souterraines et les canalisations aériennes qui ont été installées sur le terrain non bâti, les déplace ou les adapte si elles entravent l'exercice des droits visés à l'alinéa 1er.
  Le propriétaire, le preneur, le gestionnaire domanial ou le titulaire d'un droit réel sur le bien immobilier considéré transmet au gestionnaire du réseau de transport la demande d'enlèvement, de déplacement ou d'adaptation au sens de l'alinéa 2 au moins six mois avant le début prévu des travaux.
  Les frais d'enlèvement, de déplacement ou d'adaptation tels que visés à l'alinéa 2 sont à charge du gestionnaire du réseau de transport.
  Le gestionnaire du réseau de transport peut récupérer les frais visés à l'alinéa 4 auprès, respectivement, du propriétaire, du preneur, du gestionnaire domanial ou du titulaire d'un droit réel si les travaux n'ont pas encore été entamés dans un délai de trois ans suivant la demande d'enlèvement, de déplacement ou d'adaptation.
Afdeling 6. - Gebruik van het openbaar domein of de gemeentewegen
Section 6. - Occupation du domaine public ou des voiries communales
Art.44. De beheerder van het vervoersnetwerk heeft het recht het openbaar domein en de gemeentewegen te gebruiken om pijpleidingen en de bijbehorende uitrustingen boven of onder het openbaar domein en de gemeentewegen aan te leggen en te onderhouden als hij over een voorafgaande domeintoelating van de domeinbeheerder beschikt. Daarbij gelden de voorwaarden die de domeinbeheerder nuttig acht bij de verlening van de domeintoelating.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de na te leven voorwaarden, de samenstelling van het dossier en de te volgen procedure.
Art.44. Le gestionnaire du réseau de transport a le droit d'occuper le domaine public et les voiries communales pour construire et entretenir des canalisations et les équipements y afférents sur ou sous le domaine public et les voiries communales s'il dispose d'une autorisation préalable d'accès au domaine délivrée par le gestionnaire domanial. Les conditions que le gestionnaire domanial estime utiles s'appliquent à la délivrance de l'autorisation d'accès au domaine.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités des conditions à respecter, de la composition du dossier et de la procédure à suivre.
Art.45. De domeinbeheerder kan om redenen van algemeen belang op elk moment voorwaarden aan de domeintoelating toevoegen, voorwaarden aanpassen of de beheerder van het vervoersnetwerk verplichten de ondergrondse of bovengrondse pijpleidingen en de steunen die geplaatst zijn op het openbaar domein of de gemeentewegen, weg te nemen, te verplaatsen of aan te passen. De beheerder van het vervoersnetwerk voert het verzoek tot wegnemen, verplaatsen of aanpassen uit binnen een redelijke termijn nadat hij het verzoek heeft ontvangen. De kosten voor de wegneming, verplaatsing of aanpassing zijn ten laste van de beheerder van het vervoersnetwerk.
Art.45. Le gestionnaire domanial peut à tout moment, pour des raisons d'intérêt général, ajouter des conditions à l'autorisation d'accès au domaine, adapter les conditions ou obliger le gestionnaire du réseau de transport à enlever, à déplacer ou à adapter les canalisations souterraines ou aériennes et les supports qui ont été installés sur le domaine public ou les voiries communales. Le gestionnaire du réseau de transport exécute la demande d'enlèvement, de déplacement ou d'adaptation dans un délai raisonnable après avoir reçu la demande. Les frais d'enlèvement, de déplacement ou d'adaptation sont à charge du gestionnaire du réseau de transport.
Afdeling 7. - Maatregelen in geval van lekkages of significante onregelmatigheden
Section 7. - Mesures en cas de fuites ou d'irrégularités notables
Art.46. De beheerder van het vervoersnetwerk neemt alle redelijke en beschikbare maatregelen om emissies tijdens zijn activiteiten te voorkomen en tot een minimum te beperken.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de maatregelen, vermeld in het eerste lid.
Art.46. Le gestionnaire du réseau de transport prend toutes les mesures raisonnables et disponibles visant à prévenir et à réduire à un minimum les émissions durant ses activités.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités relatives aux mesures visées à l'alinéa 1er.
Art.47. De beheerder van het vervoersnetwerk brengt de minister onmiddellijk met een beveiligde zending op de hoogte van significante lekkages en significante onregelmatigheden, en treft de nodige corrigerende maatregelen, waaronder maatregelen voor de bescherming van de volksgezondheid.
  Als de beheerder van het vervoersnetwerk nalaat de nodige corrigerende maatregelen, vermeld in het eerste lid, te treffen, kan de minister de vereiste corrigerende maatregelen zelf nemen. De beheerder van het vervoersnetwerk draagt de kosten van de voormelde corrigerende maatregelen.
  De Vlaamse Regering kan de procedure bij lekkages of significante onregelmatigheden als vermeld in het eerste lid nader bepalen.
Art.47. Le gestionnaire du réseau de transport informe le ministre immédiatement, par envoi sécurisé, des fuites et irrégularités notables et prend les mesures correctives nécessaires, dont des mesures de protection de la santé publique.
  Si le gestionnaire du réseau de transport ne prend pas les mesures correctives nécessaires visées à l'alinéa 1er, le ministre peut prendre lui-même ces mesures. Le gestionnaire réseau de transport supporte les frais des mesures correctives précitées.
  Le Gouvernement flamand peut préciser la procédure à suivre en cas de fuites ou d'irrégularités notables telles que visées à l'alinéa 1er.
HOOFDSTUK 5. - Terminals voor vloeibaarmaking
CHAPITRE 5. - Terminaux de liquéfaction
Afdeling 1. - Taken van de beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking
Section 1re. - Tâches du gestionnaire d'un terminal de liquéfaction
Art.48. Het beheer van een terminal voor vloeibaarmaking omvat de volgende taken:
  1° een veilige, betrouwbare en efficiënte terminal voor vloeibaarmaking ontwikkelen en onderhouden onder economische voorwaarden, met inachtneming van het milieu, en de nodige ondersteunende diensten daarvoor verlenen;
  2° voldoende capaciteit aanhouden om de vloeibaarmakingsbehoeften van installaties te dekken;
  3° de terminal voor vloeibaarmaking en de bijbehorende installaties herstellen, preventief onderhouden, vernieuwen en verbeteren;
  4° de plannen van de terminal voor vloeibaarmaking opstellen, bewaren en ter beschikking stellen;
  5° onderbrekingen en storingen bij de vloeibaarmaking van koolstofdioxide oplossen;
  6° registers bijhouden van koolstofdioxide dat vloeibaar is gemaakt in de terminal voor vloeibaarmaking;
  7° potentiële netgebruikers toegang geven tot de terminal voor vloeibaarmaking onder de voorwaarden, vermeld in artikel 64;
  8° de netgebruikers van een terminal voor vloeibaarmaking de informatie verstrekken die ze nodig hebben voor een efficiënte toegang tot de terminal voor vloeibaarmaking.
  De Vlaamse Regering kan, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, de taken van de beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.
  
Art.48. La gestion d'un terminal de liquéfaction englobe les tâches suivantes :
  1° développer et entretenir un terminal de liquéfaction sûr, fiable et efficace dans des conditions économiques acceptables et dans le respect de l'environnement et fournir à cet effet les services auxiliaires nécessaires ;
  2° maintenir une capacité suffisante pour couvrir les besoins de liquéfaction d'installations ;
  3° réparer le terminal de liquéfaction et les installations connexes, en assurer l'entretien préventif, la rénovation et l'amélioration ;
  4° établir, conserver et mettre à disposition les plans du terminal de liquéfaction ;
  5° résoudre les interruptions et les pannes intervenant dans la liquéfaction de dioxyde de carbone ;
  6° tenir des registres du dioxyde de carbone liquéfié dans le terminal de liquéfaction ;
  7° donner aux utilisateurs potentiels du réseau l'accès au terminal de liquéfaction dans les conditions prévues à l'article 64 ;
  8° fournir aux utilisateurs du réseau d'un terminal de liquéfaction les informations nécessaires pour un accès efficace au terminal de liquéfaction.
  Le Gouvernement flamand peut, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, préciser les tâches du gestionnaire d'un terminal de liquéfaction énoncées à l'alinéa 1er.
  
Afdeling 2. - Ontvlechting, onafhankelijkheid, vertrouwelijkheid en non-discriminatie
Section 2. - Dissociation, indépendance, confidentialité et non-discrimination
Art.49. De beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking moet, minstens wat betreft zijn rechtsvorm, ontvlochten zijn van elke juridische entiteit die ETS-activiteiten ontplooit.
Art.49. Le gestionnaire d'un terminal de liquéfaction doit, du moins en ce qui concerne sa forme juridique, être dissocié de toute entité juridique qui déploie des activités couvertes par le SEQE.
Art.50. De beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking onthoudt zich van alle discriminatie tussen de netgebruikers of de categorieën van netgebruikers van de terminal voor vloeibaarmaking, in het bijzonder ten aanzien van de met de beheerder verbonden vennootschappen.
Art.50. Le gestionnaire d'un terminal de liquéfaction s'abstient de toute discrimination entre les utilisateurs du réseau ou les catégories d'utilisateurs du réseau du terminal de liquéfaction, en particulier vis-à-vis des sociétés liées au gestionnaire.
Art.51. De beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking eerbiedigt de vertrouwelijkheid van alle commerciële gegevens die hij bij de uitoefening van zijn taken verwerft.
  De beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking neemt de nodige maatregelen om de toegang tot de gegevens, vermeld in het eerste lid, en de verwerking van de voormelde gegevens te beperken tot de leden van het orgaan dat belast is met de dagelijkse leiding van de beheerder van de terminal voor vloeibaarmaking en de personeelsleden die de voormelde gegevens nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
  De beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking bezorgt geen commercieel gevoelige informatie of informatie verworven bij de uitoefening van zijn taken, die commercieel gevoelig kan zijn, aan ondernemingen die aangesloten zijn op de terminal voor vloeibaarmaking.
  De informatie die noodzakelijk is voor een goede marktwerking wordt openbaar gemaakt. Deze verplichting doet geen afbreuk aan de bescherming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie.
Art.51. Le gestionnaire d'un terminal de liquéfaction respecte la confidentialité de toutes les données commerciales obtenues dans l'exécution de ses tâches.
  Le gestionnaire d'un terminal de liquéfaction prend les mesures nécessaires afin de limiter l'accès aux données visées à l'alinéa 1er et le traitement des données précitées aux membres de l'organe chargé de la direction journalière du gestionnaire du terminal de liquéfaction et aux membres du personnel qui ont besoin des données précitées pour l'exécution de leurs tâches.
  Le gestionnaire d'un terminal de liquéfaction ne transmet pas d'informations commercialement sensibles ou d'informations acquises dans l'exécution de ses tâches, qui peuvent être commercialement sensibles, à des entreprises qui ont été raccordées au terminal de liquéfaction.
  Les informations nécessaires au bon fonctionnement du marché sont publiées. Cette obligation ne porte pas atteinte à la protection de la confidentialité d'informations commercialement sensibles.
Art.52. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1:
  1° de vereisten voor de onafhankelijkheid van de beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking, vermeld in artikel 49;
  2° de voorzorgsmaatregelen die door de beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking moeten worden genomen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van de commerciële gegevens;
  3° de maatregelen ter voorkoming van elke discriminatie tussen netgebruikers of categorieën van netgebruikers en, in het bijzonder, elke discriminatie ten gunste van met de beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking verbonden ondernemingen.
  
Art.52. Le Gouvernement flamand détermine, sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 :
  1° les exigences relatives à l'indépendance du gestionnaire d'un terminal de liquéfaction au sens de l'article 49 ;
  2° les mesures de précaution à prendre par le gestionnaire d'un terminal de liquéfaction pour protéger la confidentialité des données commerciales ;
  3° les mesures de prévention de toute discrimination entre utilisateurs du réseau ou catégories d'utilisateurs du réseau et, en particulier, toute discrimination en faveur d'entreprises liées au gestionnaire d'un terminal de liquéfaction.
  
Afdeling 3. - Maatregelen in geval van lekkages of significante onregelmatigheden
Section 3. - Mesures en cas de fuites ou d'irrégularités notables
Art.53. De beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking neemt alle redelijke en beschikbare maatregelen om emissies tijdens zijn activiteiten te voorkomen en tot een minimum te beperken.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de maatregelen, vermeld in het eerste lid.
Art.53. Le gestionnaire d'un terminal de liquéfaction prend toutes les mesures raisonnables et disponibles visant à prévenir et à réduire à un minimum les émissions durant ses activités.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités relatives aux mesures visées à l'alinéa 1er.
Art.54. De beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking brengt de minister onmiddellijk met een beveiligde zending op de hoogte van significante lekkages en significante onregelmatigheden, en treft de nodige corrigerende maatregelen.
  Als de beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking nalaat de nodige corrigerende maatregelen, vermeld in het eerste lid, te treffen, kan de minister de vereiste corrigerende maatregelen zelf nemen. De beheerder van de terminal voor vloeibaarmaking draagt de kosten van de voormelde corrigerende maatregelen.
  De Vlaamse Regering kan de procedure bij lekkages of significante onregelmatigheden als vermeld in het eerste lid nader bepalen.
Art.54. Le gestionnaire d'un terminal de liquéfaction informe le ministre immédiatement, par envoi sécurisé, des fuites et irrégularités notables et prend les mesures correctives nécessaires.
  Si le gestionnaire d'un terminal de liquéfaction ne prend pas les mesures correctives nécessaires visées à l'alinéa 1er, le ministre peut prendre lui-même ces mesures. Le gestionnaire du terminal de liquéfaction supporte les frais des mesures correctives précitées.
  Le Gouvernement flamand peut préciser la procédure à suivre en cas de fuites ou d'irrégularités notables telles que visées à l'alinéa 1er.
HOOFDSTUK 6. - Gesloten industriële netten voor het vervoer van koolstofdioxide
CHAPITRE 6. - Réseaux industriels fermés de transport de dioxyde de carbone
Afdeling 1. - Voorwaarden en toelatingsprocedure
Section 1re. - Conditions et procédure d'autorisation
Art.55. § 1. De aanleg en het beheer van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide is alleen toegelaten nadat een voorafgaande toelating van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 is verkregen. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 wint het advies van de relevante beheerder van de lokale cluster en de beheerder van het vervoersnetwerk in. De adviestermijn voor de betrokken beheerder bedraagt vijftien dagen. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 beslist over de toelating binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de aanvraag. Deze periode wordt met zestig dagen verlengd als de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 aanvullende informatie vraagt.
  De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 verleent de toelating slechts als het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide voldoet aan al de volgende voorwaarden:
  1° de aangesloten ondernemingen bepalen gezamenlijk de technische en commerciële voorwaarden voor het gebruik van het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide;
  2° het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide wordt ofwel gezamenlijk beheerd door de aangesloten ondernemingen, ofwel wijzen de aangesloten ondernemingen gezamenlijk een beheerder aan;
  3° de veiligheid van onder meer lokale clusters, het vervoersnetwerk of andere netten in hetzelfde geografisch gebied als waar het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide gelegen is, komt niet in het gedrang.
  De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 houdt bij het verlenen van de toelating, vermeld in het eerste lid, rekening met de efficiënte inzet van lokale clusters en het vervoersnetwerk, de impact op de ontwikkeling van de markt voor het vervoer van koolstofdioxide en de eventuele weigering van aansluiting op een lokale cluster of het vervoersnetwerk of een gebrek aan aanbod tot aansluiting of toegang op een lokale cluster of het vervoersnetwerk tegen redelijke economische of technische voorwaarden.
  Als de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 oordeelt dat niet meer aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, is voldaan, heft de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 de toelating op. De Vlaamse Regering kan de nadere procedure na opheffing van de toelating bepalen. Deze procedure kan onder meer de nadere voorwaarden en modaliteiten bij overdracht van beheer of eigendom van het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide omvatten.
  § 2. Verleent de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 de toelating, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, dan legt hij de geografisch afgebakende industriële locatie vast in de toelatingsbeslissing. De geografisch afgebakende industriële locatie is niet groter dan wat strikt noodzakelijk is.
  § 3. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 kan de nadere modaliteiten vastleggen voor de melding, de toekenning, de wijziging en de opheffing van de toelating, met behoud van de toepassing van wat bepaald is in paragraaf 1, eerste tot en met derde lid.
  
Art.55. § 1er. La construction et la gestion d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone ne sont autorisées qu'après obtention d'une autorisation préalable de [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1. [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 recueille l'avis du gestionnaire de la ramification locale concerné et du gestionnaire du réseau de transport. Le délai d'avis pour le gestionnaire concerné est de quinze jours. [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 statue sur l'autorisation dans un délai de soixante jours à compter de la réception de la demande. Cette période est prolongée de soixante jours si [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 demande des informations complémentaires.
  [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 n'accorde l'autorisation que si le réseau industriel fermé de dioxyde de carbone satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
  1° les entreprises raccordées établissent conjointement les conditions techniques et commerciales d'utilisation du réseau industriel fermé de dioxyde de carbone ;
  2° soit le réseau industriel fermé de dioxyde de carbone est géré conjointement par les entreprises raccordées, soit les entreprises raccordées désignent conjointement un gestionnaire ;
  3° la sécurité, entre autres, des ramifications locales, du réseau de transport ou d'autres réseaux situés dans la même zone géographique que celle dans laquelle le réseau industriel fermé de dioxyde de carbone est situé n'est pas compromise.
  [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 tient compte, pour l'octroi de l'autorisation visée à l'alinéa 1er, du déploiement efficace de ramifications locales et du réseau de transport, de l'impact sur le développement du marché du transport de dioxyde de carbone et de l'éventuel refus de raccordement à une ramification locale ou au réseau de transport ou de l'absence d'une offre de raccordement ou d'accès à une ramification locale ou au réseau de transport à des conditions économiques ou techniques raisonnables.
  Si [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 estime qu'il n'est plus satisfait aux conditions énoncées à l'alinéa 2, elle abroge l'autorisation. Le Gouvernement flamand peut préciser la procédure postérieure à l'abrogation de l'autorisation. Cette procédure peut notamment contenir les conditions et modalités plus précises en cas de transfert de gestion ou de propriété du réseau industriel fermé de dioxyde de carbone.
  § 2. Si [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 accorde l'autorisation mentionnée dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, elle enregistre le site industriel géographiquement délimité dans la décision d'autorisation. Le site industriel géographiquement délimité est limité à ce qui est strictement nécessaire.
  § 3. [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 peut préciser les modalités relatives à la notification, l'octroi, la modification et l'abrogation de l'autorisation, sans préjudice de l'application des dispositions du paragraphe 1er, alinéas 1er à 3.
  
Afdeling 2. - Taken van de beheerder van het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide
Section 2. - Tâches du gestionnaire du réseau industriel fermé de dioxyde de carbone
Art.56. Het beheer van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide omvat de volgende taken:
  1° het beheer, het onderhoud en de ontwikkeling van het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide, met daarbij het waarborgen van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie en het in acht nemen van het milieu;
  2° potentiële netgebruikers toegang geven tot het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide onder de voorwaarden, vermeld in artikel 64;
  3° de netgebruikers van het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide de informatie verstrekken die ze nodig hebben voor een efficiënte toegang tot het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide;
  4° alle redelijke en beschikbare maatregelen nemen om emissies te voorkomen en te minimaliseren bij het beheer van het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide;
  5° het verstrekken van de nodige inlichtingen aan de beheerders van de lokale clusters of het vervoersnetwerk waarmee zijn gesloten industrieel net voor koolstofdioxide verbonden is, om een veilige en efficiënte uitbating, een gecoördineerde ontwikkeling en een goede wisselwerking tussen netten te waarborgen;
  6° het opstellen, het bewaren en ter beschikking houden van de plannen van zijn gesloten industrieel net voor koolstofdioxide voor de bevoegde regulator, de gebruikers van het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide en de beheerder van de lokale cluster of het vervoersnetwerk waaraan zijn gesloten industrieel net voor koolstofdioxide is gekoppeld;
  7° de herstelling, het preventieve onderhoud, de vernieuwing en de verbetering van zijn gesloten industrieel net voor koolstofdioxide en de bijbehorende installaties;
  8° het verstrekken van de nodige meetgegevens en andere gegevens aan de producenten, de verbruikers, de beheerders van een lokale cluster, de beheerder van het vervoersnetwerk en de [1 Vlaamse Nutsregulator]1;
  9° het informeren van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, binnen dertig dagen, over elke wijziging met betrekking tot het voldoen aan de criteria van artikel 55, § 1, tweede lid.
  
Art.56. La gestion d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone englobe les tâches suivantes :
  1° la gestion, l'entretien et le développement du réseau industriel fermé de dioxyde de carbone, en garantissant la sécurité, la fiabilité et l'efficacité et en respectant l'environnement ;
  2° l'octroi aux utilisateurs potentiels du réseau de l'accès au réseau industriel fermé de dioxyde de carbone dans les conditions prévues à l'article 64 ;
  3° la communication aux utilisateurs du réseau industriel fermé de dioxyde de carbone des informations nécessaires pour un accès efficace au réseau industriel fermé de dioxyde de carbone ;
  4° la prise de toutes les mesures raisonnables et disponibles visant à prévenir et à réduire à un minimum les émissions dans le cadre de la gestion du réseau industriel fermé de dioxyde de carbone ;
  5° la communication des renseignements nécessaires aux gestionnaires des ramifications locales ou du réseau de transport auxquels le réseau industriel fermé de dioxyde de carbone est relié afin de garantir une exploitation sûre et efficace, un développement coordonné et une bonne interaction entre les réseaux ;
  6° l'établissement et la conservation des plans du réseau industriel fermé de dioxyde de carbone et leur mise à disposition du régulateur compétent, des utilisateurs du réseau industriel fermé de dioxyde de carbone et du gestionnaire de la ramification locale à laquelle ou du réseau de transport auquel le réseau industriel fermé de dioxyde de carbone est connecté ;
  7° la réparation, l'entretien préventif, la rénovation et l'amélioration du réseau industriel fermé de dioxyde de carbone et des installations connexes ;
  8° la communication des données de mesure nécessaires et d'autres données aux producteurs, aux consommateurs, aux gestionnaires d'une ramification locale, au gestionnaire du réseau de transport et [1 au Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 ;
  9° la notification à la VREG, dans les trente jours, de toute modification quant au respect des critères de l'article 55, § 1er, alinéa 2.
  
Afdeling 3. - Aansluiting op een lokale cluster, het vervoersnetwerk of een terminal voor vloeibaarmaking
Section 3. - Raccordement à une ramification locale, au réseau de transport ou à un terminal de liquéfaction
Art.57. Een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide kan de grenzen van de geografisch afgebakende industriële locatie, vastgelegd conform artikel 55, § 2, slechts overschrijden om:
  1° het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide aan te sluiten op een lokale cluster of het vervoersnetwerk;
  2° het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide aan te sluiten op een terminal voor vloeibaarmaking.
Art.57. Un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone ne peut dépasser les limites du site industriel géographiquement délimité, établies en vertu de l'article 55, § 2, que pour :
  1° raccorder le réseau industriel fermé de dioxyde de carbone à une ramification locale ou au réseau de transport ;
  2° raccorder le réseau industriel fermé de dioxyde de carbone à un terminal de liquéfaction.
Art.58. De aansluiting van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide op een lokale cluster of het vervoersnetwerk is toegestaan.
Art.58. Le raccordement d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone à une ramification locale ou au réseau de transport est autorisé.
Art.59. De aansluiting van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide op een terminal voor vloeibaarmaking gelegen buiten de geografisch afgebakende industriële locatie is alleen toegelaten nadat een voorafgaande toelating van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 is verkregen.
  De Vlaamse Regering stelt de nadere toepassingsregels, procedures en criteria vast voor de toelating, vermeld in het eerste lid. De voormelde criteria zijn objectief en niet-discriminatoir. De toelating, vermeld in het eerste lid, wordt afhankelijk gesteld van een weigering van toegang tot de lokale cluster of het vervoersnetwerk of van het ontbreken van een aanbod tot gebruik van de lokale cluster of het vervoersnetwerk onder redelijke economische en technische voorwaarden.
  De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 beslist over de toelating binnen een termijn van zestig dagen nadat hij een aanvraag heeft ontvangen. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 wint in het kader van een aanvraag tot het verkrijgen van de toelating het advies in van de beheerder van de lokale cluster in wiens geografisch gebied het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide gelegen is. Deze adviestermijn bedraagt vijftien dagen.
  
Art.59. Le raccordement d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone à un terminal de liquéfaction sis en dehors du site industriel géographiquement délimité n'est autorisé qu'après obtention d'une autorisation préalable [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1.
  Le Gouvernement flamand arrête les modalités d'application, les procédures et les critères relatifs à l'autorisation visée à l'alinéa 1er. Les critères précités sont objectifs et non discriminatoires. L'autorisation visée à l'alinéa 1er est subordonnée à un refus d'accès à la ramification locale ou au réseau de transport ou à l'absence d'une offre d'utilisation de la ramification locale ou du réseau de transport à des conditions économiques et techniques raisonnables.
  [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 statue sur l'autorisation dans un délai de soixante jours à compter de la réception d'une demande. Dans le cadre d'une demande d'obtention d'autorisation,[1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 recueille l'avis du gestionnaire de la ramification locale dans la zone géographique duquel le réseau industriel fermé de dioxyde de carbone est situé. Ce délai d'avis est de quinze jours.
  
Afdeling 4. - Maatregelen in geval van lekkages of significante onregelmatigheden
Section 4. - Mesures en cas de fuites ou d'irrégularités notables
Art.60. De beheerder van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide neemt alle redelijke en beschikbare maatregelen om emissies tijdens zijn activiteiten te voorkomen en tot een minimum te beperken.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de maatregelen, vermeld in het eerste lid.
Art.60. Le gestionnaire d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone prend toutes les mesures raisonnables et disponibles visant à prévenir et à réduire à un minimum les émissions durant ses activités.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités relatives aux mesures visées à l'alinéa 1er.
Art.61. De beheerder van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide brengt de minister onmiddellijk met een beveiligde zending op de hoogte van significante lekkages en significante onregelmatigheden, en treft de nodige corrigerende maatregelen, waaronder maatregelen voor de bescherming van de volksgezondheid.
  Als de beheerder van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide nalaat de nodige corrigerende maatregelen, vermeld in het eerste lid, te treffen, kan de minister de vereiste corrigerende maatregelen zelf nemen. De beheerder van het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide draagt de kosten van de voormelde corrigerende maatregelen.
  De Vlaamse Regering kan de procedure bij lekkages of significante onregelmatigheden als vermeld in het eerste lid nader bepalen.
Art.61. Le gestionnaire d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone informe le ministre immédiatement, par envoi sécurisé, des fuites et irrégularités notables et prend les mesures correctives nécessaires, dont des mesures de protection de la santé publique.
  Si le gestionnaire d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone ne prend pas les mesures correctives nécessaires visées à l'alinéa 1er, le ministre peut prendre lui-même ces mesures. Le gestionnaire du réseau industriel fermé de dioxyde de carbone supporte les frais des mesures correctives précitées.
  Le Gouvernement flamand peut préciser la procédure à suivre en cas de fuites ou d'irrégularités notables telles que visées à l'alinéa 1er.
HOOFDSTUK 7. - Toegang van derden
CHAPITRE 7. - Accès des tiers
Afdeling 1. - Toegang van derden
Section 1re. - Accès des tiers
Art.62. § 1. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 stelt, na voorafgaand stakeholdersoverleg, een ontwerp van technisch reglement op voor het beheer van een lokale cluster en het beheer van het vervoersnetwerk. Dat ontwerp van reglement wordt ter consultatie aan de marktpartijen voorgelegd.
  De Vlaamse Regering kan de minimale elementen bepalen die worden behandeld in het technisch reglement, vermeld in het eerste lid. Het technisch reglement houdt minstens rekening met de volgende elementen:
  1° de voorwaarden hebben als doel het garanderen van een eerlijke en open toegang, met niet-discriminerende en transparante toegang op basis van goedgekeurde tarieven;
  2° toegang kan slechts worden geweigerd op grond van een gebrek aan capaciteit of verbindingsmogelijkheden op grond van een onverenigbaarheid van de technische specificaties of de onverenigbaarheid van de koolstofdioxidestroom met de normen goedgekeurd conform artikel 69 of 70;
  3° de vervoerscapaciteit die beschikbaar is of redelijkerwijs beschikbaar kan worden gesteld;
  4° de noodzaak om de behoeften van de beheerder van een lokale cluster of een vervoersnetwerk die naar behoren gemotiveerd en redelijk zijn, en de belangen van alle andere netgebruikers van een lokale cluster of een vervoersnetwerk of de relevante behandelingsfaciliteiten in acht te nemen;
  5° het aandeel van de afvang en geologische opslag van koolstofdioxide in het geheel van de reductieverplichtingen voor koolstofdioxide voor het Vlaamse Gewest.
  § 2. Het technisch reglement, vermeld in paragraaf 1, wordt goedgekeurd door de Vlaamse Regering. In voorkomend geval wordt de beslissing tot niet-goedkeuring onverwijld meegedeeld aan de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, die, rekening houdend met de opmerkingen van de Vlaamse Regering, de gevraagde aanpassingen verricht. Daarna wordt het technisch reglement opnieuw ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.
  De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de goedkeuring, vermeld in het eerste lid.
  Het goedgekeurde technisch reglement, vermeld in het eerste lid, treedt in werking na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  
Art.62. § 1er. [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 rédige, après concertation préalable avec les parties prenantes, un projet de règlement technique pour la gestion d'une ramification locale et la gestion du réseau de transport. Ce projet de règlement est soumis pour consultation aux acteurs du marché.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer les éléments minimaux traités dans le règlement technique visé à l'alinéa 1er. Le règlement technique tient au moins compte des éléments suivants :
  1° les conditions ont pour but de garantir un accès juste et ouvert, fourni d'une manière non discriminatoire et transparente sur la base de tarifs approuvés ;
  2° l'accès ne peut être refusé qu'en raison d'un manque de capacité ou d'une absence de raccordement ou en raison d'une incompatibilité des spécifications techniques ou de l'incompatibilité du flux de dioxyde de carbone avec les normes approuvées en vertu de l'article 69 ou 70 ;
  3° la capacité de transport disponible ou pouvant raisonnablement être rendue disponible ;
  4° la nécessité de respecter les besoins raisonnables et dûment justifiés du gestionnaire d'une ramification locale ou d'un réseau de transport et les intérêts de tous les autres utilisateurs du réseau d'une ramification locale ou d'un réseau de transport ou des installations de manutention pertinentes ;
  5° la part des obligations de réduction des émissions de dioxyde de carbone remplies par le captage et le stockage géologique de dioxyde de carbone pour la Région flamande.
  § 2. Le règlement technique mentionné dans le paragraphe 1er est approuvé par le Gouvernement flamand. Le cas échéant, la décision de non-approbation est communiquée sans délai [1 au Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, qui procède aux adaptations demandées en tenant compte des remarques du Gouvernement flamand. Ensuite, le règlement technique est à nouveau soumis à l'approbation du Gouvernement flamand.
  Le Gouvernement flamand détermine la procédure d'approbation visée à l'alinéa 1er.
  Le règlement technique approuvé visé à l'alinéa 1er entre en vigueur après sa publication au Moniteur belge.
  
Art.63. Een beslissing tot weigering van toegang door de beheerder van een lokale cluster of het vervoersnetwerk wordt naar behoren gemotiveerd.
  Een beheerder van een lokale cluster of van een vervoersnetwerk die de toegang tot zijn lokale cluster of zijn vervoersnetwerk weigert op grond van een gebrek aan capaciteit of verbindingsmogelijkheden, voert de nodige capaciteitsverhogende werkzaamheden uit als dat economisch verantwoord is of als de potentiële netgebruiker bereid is daarvoor te betalen, op voorwaarde dat het geen negatief effect heeft op de milieuveiligheid van het vervoer en van de geologische opslag van koolstofdioxide. Bij het bepalen van het economisch verantwoorde karakter van de werkzaamheden wordt rekening gehouden met de tarieven, goedgekeurd krachtens artikel 65 en 66. De Vlaamse Regering bepaalt de te volgen procedure.
  Een beheerder van een lokale cluster of van een vervoersnetwerk die de toegang tot zijn lokale cluster of vervoersnetwerk weigert op basis van het niet voldoen aan de technische voorwaarden of normen goedgekeurd conform artikel 69 of 70, meldt aan de potentiële netgebruiker waarom de koolstofdioxidestroom wordt geweigerd en, in voorkomend geval, onder welke voorwaarden de koolstofdioxidestroom alsnog kan worden vervoerd via de lokale cluster of het vervoersnetwerk.
Art.63. Une décision de refus d'accès par le gestionnaire d'une ramification locale ou du réseau de transport est dûment motivée.
  Un gestionnaire d'une ramification locale ou d'un réseau de transport qui refuse l'accès à sa ramification locale ou à son réseau de transport en raison d'un manque de capacité ou d'une absence de raccordement procède à tout aménagement nécessaire s'il est économiquement réalisable ou si l'utilisateur potentiel du réseau est disposé à en assumer le coût, à condition qu'il n'en résulte pas d'incidence négative sur la sécurité du transport et du stockage géologique de dioxyde de carbone du point de vue de l'environnement. Pour déterminer le caractère économiquement réalisable de l'aménagement, il est tenu compte des tarifs approuvés en vertu des articles 65 et 66. Le Gouvernement flamand détermine la procédure à suivre.
  Un gestionnaire d'une ramification locale ou d'un réseau de transport qui refuse l'accès à sa ramification locale ou à son réseau de transport en raison du non-respect des conditions ou normes techniques approuvées en vertu de l'article 69 ou 70, notifie à l'utilisateur potentiel du réseau le motif du refus du flux de dioxyde de carbone et, le cas échéant, les conditions auxquelles le flux de dioxyde de carbone peut encore être transporté par le biais de la ramification locale ou du réseau de transport.
Art.64. § 1. De beheerder van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide en de beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking onderhandelt te goeder trouw, met het oog op een open en transparante toegang van derden, met elke netgebruiker die om toegang verzoekt. Hij stelt alles in het werk om binnen een redelijke termijn tot een objectieve en niet-discriminerende overeenkomst te komen met de potentiële netgebruiker die om toegang verzoekt.
  Een beheerder van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide verleent slechts toegang aan een potentiële netgebruiker voor zover, na de aansluiting van de netgebruiker, het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide nog steeds voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 55, § 1, tweede lid. De beheerder volgt opnieuw de procedure, vermeld in artikel 55, § 1.
  De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het verlenen van toegang tot een gesloten industrieel net en een terminal voor vloeibaarmaking.
  § 2. Een beslissing tot weigering van toegang door een beheerder van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide of een beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking wordt naar behoren gemotiveerd.
  Een beheerder van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide of een beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking die de toegang weigert op basis van een gebrek aan capaciteit, voert de nodige capaciteitsverhogende werkzaamheden uit als dat economisch verantwoord is of als de potentiële netgebruiker bereid is daarvoor te betalen, op voorwaarde dat het geen negatief effect heeft op de milieuveiligheid van de vloeibaarmaking en van de geologische opslag van koolstofdioxide. De Vlaamse Regering bepaalt de te volgen procedure.
  Een beheerder van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide of een beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking die de toegang weigert op basis van het niet voldoen aan de technische voorwaarden meldt aan de potentiële netgebruiker waarom de koolstofdioxidestroom wordt geweigerd en onder welke voorwaarden de koolstofdioxidestroom alsnog toegang kan krijgen.
Art.64. § 1er. Le gestionnaire d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone et le gestionnaire d'un terminal de liquéfaction négocient de bonne foi en vue d'un accès ouvert et transparent des tiers, avec chaque utilisateur du réseau qui demande l'accès. Ils mettent tout en oeuvre afin de parvenir, dans un délai raisonnable, à un accord objectif et non discriminatoire avec l'utilisateur potentiel du réseau qui demande l'accès.
  Un gestionnaire d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone n'accorde l'accès à un utilisateur potentiel du réseau que dans la mesure où, après le raccordement de l'utilisateur du réseau, le réseau industriel fermé de dioxyde de carbone satisfait toujours aux conditions énoncées à l'article 55, § 1er, alinéa 2. Le gestionnaire suit à nouveau la procédure visée à l'article 55, § 1er.
  Le Gouvernement flamand détermine la procédure d'octroi d'accès à un réseau industriel fermé et à un terminal de liquéfaction.
  § 2. Une décision de refus d'accès par un gestionnaire d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone ou un gestionnaire d'un terminal de liquéfaction est dûment motivée.
  Un gestionnaire d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone ou un gestionnaire d'un terminal de liquéfaction qui refuse l'accès en raison d'un manque de capacité procède à tout aménagement nécessaire s'il est économiquement réalisable ou si l'utilisateur potentiel du réseau est disposé à en assumer le coût, à condition qu'il n'en résulte pas d'incidence négative sur la sécurité de la liquéfaction et du stockage géologique de dioxyde de carbone du point de vue de l'environnement. Le Gouvernement flamand détermine la procédure à suivre.
  Un gestionnaire d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone ou un gestionnaire d'un terminal de liquéfaction qui refuse l'accès en raison du non-respect des conditions techniques notifie à l'utilisateur potentiel du réseau le motif du refus du flux de dioxyde de carbone et les conditions auxquelles le flux de dioxyde de carbone peut encore obtenir l'accès.
Afdeling 2. - Tarieven
Section 2. - Tarifs
Art.65. § 1. Voor de toegang tot een lokale cluster gelden tarieven die goedgekeurd zijn door de [1 Vlaamse Nutsregulator]1.
  § 2. De beheerder van een lokale cluster legt een tariefvoorstel voor aan de VREG. Dit tariefvoorstel houdt rekening met de volgende principes:
  1° de tarieven zijn objectief en niet-discriminerend, gebaseerd op de werkelijke kosten en een redelijke winstmarge;
  2° de tarieven zijn transparant voor de netgebruiker;
  3° de tarieven strekken ertoe een juist evenwicht te bieden tussen de kwaliteit van de gepresteerde diensten en de prijzen die door de aangesloten ondernemingen worden gedragen;
  4° de gehanteerde afschrijvingstermijnen weerspiegelen de verwachte economische levensduur van de pijpleidingen.
  § 3. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 gaat, binnen een termijn van negentig dagen, na of het tariefvoorstel in overeenstemming is met de principes, vermeld in paragraaf 2. Is het tariefvoorstel in overeenstemming met de principes dan keurt de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 het tariefvoorstel goed.
  Is het tariefvoorstel niet in overeenstemming met de principes, vermeld in paragraaf 2, dan verzoekt de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 de beheerder in kwestie een nieuw tariefvoorstel voor te leggen.
  § 4. De beheerder van een lokale cluster publiceert de tarieven, goedgekeurd conform paragraaf 3, op een website die voor het publiek toegankelijk is.
  § 5. De tarieven, goedgekeurd conform paragraaf 3, zijn geldig voor twee jaar. De tarieven hebben geen terugwerkende kracht.
  
Art.65. § 1er. L'accès à une ramification locale est soumis aux tarifs approuvés par [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1.
  § 2. Le gestionnaire d'une ramification locale soumet une proposition tarifaire [1 au Régulateur flamand des services d'utilité publique]1. Cette proposition tarifaire tient compte des principes suivants :
  1° les tarifs sont objectifs et non discriminatoires, ils sont basés sur les coûts réels et sur une marge de bénéfice raisonnable ;
  2° les tarifs sont transparents pour l'utilisateur du réseau ;
  3° les tarifs visent à offrir un juste équilibre entre la qualité des services prestés et les prix supportés par les entreprises raccordées ;
  4° les durées d'amortissement appliquées reflètent la durée de vie économique escomptée des canalisations.
  § 3. [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 examine, dans un délai de nonante jours, si la proposition tarifaire est conforme aux principes énoncés dans le paragraphe 2. Si la proposition tarifaire est conforme aux principes, [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 l'approuve.
  Si la proposition tarifaire n'est pas conforme aux principes énoncés dans le paragraphe 2, [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 invite le gestionnaire concerné à soumettre une nouvelle proposition tarifaire.
  § 4. Le gestionnaire d'une ramification locale publie les tarifs approuvés en vertu du paragraphe 3 sur un site web accessible au public.
  § 5. Les tarifs approuvés en vertu du paragraphe 3 sont valables deux ans. Les tarifs n'ont pas d'effet rétroactif.
  
Art.66. § 1. Voor de toegang tot het vervoersnetwerk gelden tarieven die goedgekeurd zijn door de [1 Vlaamse Nutsregulator]1.
  § 2. De beheerder van het vervoersnetwerk legt een tariefvoorstel voor aan de [1 Vlaamse Nutsregulator]1. De beheerder van het vervoersnetwerk consulteert, bij de opmaak van het tariefvoorstel, de relevante beheerders van pijpleidingen of netwerken van pijpleidingen in het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
  Dit tariefvoorstel houdt rekening met de volgende principes:
  1° de tarieven zijn objectief en niet-discriminerend, gebaseerd op de werkelijke kosten en een redelijke winstmarge;
  2° de tarieven zijn transparant voor de netgebruiker;
  3° de tarieven strekken ertoe een juist evenwicht te bieden tussen de kwaliteit van de gepresteerde diensten en de prijzen die door de aangesloten ondernemingen worden gedragen;
  4° de gehanteerde afschrijvingstermijnen weerspiegelen de verwachte economische levensduur van de pijpleidingen.
  § 3. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 gaat, binnen een termijn van negentig dagen, na of het tariefvoorstel in overeenstemming is met de principes, vermeld in paragraaf 2. Voorafgaand aan de goedkeuring treedt de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 in overleg met de bevoegde autoriteiten van de relevante gewesten.
  Is het tariefvoorstel in overeenstemming met de principes, vermeld in paragraaf 2, dan keurt de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 het tariefvoorstel goed.
  Is het tariefvoorstel niet in overeenstemming met de principes, vermeld in paragraaf 2, dan verzoekt de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 de beheerder in kwestie een nieuw tariefvoorstel voor te leggen.
  § 4. De beheerder van een lokale cluster of het vervoersnetwerk publiceert de tarieven, goedgekeurd conform paragraaf 3, op een website die voor het publiek toegankelijk is.
  § 5. De tarieven, goedgekeurd conform paragraaf 3, zijn geldig voor twee jaar. De tarieven hebben geen terugwerkende kracht.
  
Art.66. § 1er. L'accès au réseau de transport est soumis aux tarifs approuvés par [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1.
  § 2. Le gestionnaire du réseau de transport soumet une proposition tarifaire [1 au Régulateur flamand des services d'utilité publique]1. Lors de l'élaboration de la proposition tarifaire, le gestionnaire du réseau de transport consulte les gestionnaires de canalisations ou de réseaux de canalisations concernés en Région wallonne et dans la Région de Bruxelles-Capitale.
  Cette proposition tarifaire tient compte des principes suivants :
  1° les tarifs sont objectifs et non discriminatoires, ils sont basés sur les coûts réels et sur une marge de bénéfice raisonnable ;
  2° les tarifs sont transparents pour l'utilisateur du réseau ;
  3° les tarifs visent à offrir un juste équilibre entre la qualité des services prestés et les prix supportés par les entreprises raccordées ;
  4° les durées d'amortissement appliquées reflètent la durée de vie économique escomptée des canalisations.
  § 3. [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 examine, dans un délai de nonante jours, si la proposition tarifaire est conforme aux principes énoncés dans le paragraphe 2. Préalablement à l'approbation, [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 se concerte avec les autorités compétentes des régions concernées.
  Si la proposition tarifaire est conforme aux principes énoncés dans le paragraphe 2, [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 l'approuve.
  Si la proposition tarifaire n'est pas conforme aux principes énoncés dans le paragraphe 2, [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 invite le gestionnaire concerné à soumettre une nouvelle proposition tarifaire.
  § 4. Le gestionnaire d'une ramification locale ou du réseau de transport publie les tarifs approuvés en vertu du paragraphe 3 sur un site web accessible au public.
  § 5. Les tarifs approuvés en vertu du paragraphe 3 sont valables deux ans. Les tarifs n'ont pas d'effet rétroactif.
  
Art.67. Tegen de beslissingen die de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 met toepassing van artikel 65 en 66 van dit decreet heeft genomen, kan door iedere persoon die een belang aantoont, beroep aangetekend worden voor het hof van beroep van Brussel, zetelend zoals in kort geding.
  Het beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld bij ondertekend verzoekschrift dat wordt neergelegd ter griffie van het hof van beroep binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing of, voor de belanghebbenden aan wie de beslissing niet ter kennis is gebracht, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de publicatie van de beslissing, of, bij ontstentenis van publicatie, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisneming ervan. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn.
  Binnen drie werkdagen die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift, wordt hiervan kennisgegeven via gerechtsbrief door de griffie van het hof van beroep aan alle partijen die door de verzoeker bij de zaak worden betrokken. De griffie van het hof van beroep vraagt de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 het administratief dossier betreffende de aangevochten akte met het verzoekschrift bij de griffie neer te leggen. De neerlegging van het administratief dossier geschiedt ten laatste samen met de eerste conclusie van de VREG. Het administratief dossier kan door de partijen worden geraadpleegd bij de griffie van het hof van beroep vanaf de neerlegging ervan en tot de sluiting der debatten.
  Het hof van beroep kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief oordelen dat de rechtsgevolgen van de geheel of gedeeltelijk vernietigde beslissing geheel of gedeeltelijk in stand blijven of voorlopig in stand blijven voor een termijn die het bepaalt. Deze maatregel kan evenwel alleen worden bevolen om uitzonderlijke redenen die een aantasting van het legaliteitsbeginsel rechtvaardigen, bij een met bijzondere redenen omklede beslissing en na een tegensprekelijk debat. Deze beslissing moet ook rekening houden met de belangen van derden.
  
Art.67. Toute personne justifiant d'un intérêt peut introduire un recours contre les décisions prises par [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 en application des articles 65 et 66 du présent décret devant la Cour d'appel de Bruxelles siégeant comme en référé.
  Sous peine d'irrecevabilité prononcée d'office, l'appel est formé par voie de requête signée déposée au greffe de la cour d'appel dans un délai de trente jours à compter de la notification de la décision ou, en ce qui concerne les intéressés auxquels la décision n'a pas été notifiée, dans un délai de trente jours à compter de la publication de la décision ou, à défaut de publication, dans un délai de trente jours à compter de sa prise de connaissance. La requête est déposée au griffe en autant d'exemplaires que de parties concernées.
  Dans les trois jours ouvrables qui suivent le dépôt de la requête, le greffe de la cour d'appel la notifie par pli judiciaire à toutes les parties appelées à la cause par le requérant. Le greffe de la cour d'appel demande [1 au Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 de déposer le dossier administratif relatif à l'acte attaqué au greffe, avec la requête. Le dépôt du dossier administratif intervient au plus tard en même temps que les premières conclusions [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1. Les parties peuvent consulter le dossier administratif au greffe de la cour d'appel dès son dépôt et jusqu'à la clôture des débats.
  La cour d'appel peut estimer, à la demande d'une partie ou d'initiative, que les effets juridiques de la décision entièrement ou partiellement annulée sont maintenus en tout ou en partie ou sont maintenus provisoirement pour un délai qu'elle fixe. Cette mesure ne peut toutefois être ordonnée que pour des raisons exceptionnelles justifiant une atteinte au principe de légalité, par décision spécialement motivée et au terme d'un débat contradictoire. Cette décision doit également tenir compte des intérêts des tiers.
  
Afdeling 3. - Kwaliteitsnormen
Section 3. - Normes de qualité
Art.68. Een koolstofdioxidestroom die bestemd is voor vervoer in een lokale cluster of in een vervoersnetwerk, of een koolstofdioxidestroom die bestemd is voor vloeibaarmaking in een terminal voor vloeibaarmaking, bestaat voor het overgrote gedeelte uit koolstofdioxide. Om de voormelde voorwaarde te waarborgen, kan geen afval of ander materiaal aan de koolstofdioxidestroom worden toegevoegd met het doel zich van dat afval of ander materiaal te ontdoen.
  Een koolstofdioxidestroom kan incidentele aanverwante stoffen uit de bron of het afvangproces bevatten, en ook spoorelementen die zijn toegevoegd als hulpmiddel bij de monitoring. De concentraties van alle incidentele en toegevoegde stoffen voldoen aan al de volgende voorwaarden:
  1° ze overschrijden geen niveaus die de integriteit van een lokale cluster, het vervoersnetwerk of een terminal voor vloeibaarmaking in het gedrang brengen;
  2° ze overschrijden geen niveaus die een significant risico voor het milieu of de menselijke gezondheid vormen;
  3° ze overschrijden geen niveaus die in strijd zijn met de voorschriften van de toepasselijke regelgeving.
Art.68. Un flux de dioxyde de carbone destiné à être transporté dans une ramification locale ou dans un réseau de transport, ou un flux de dioxyde de carbone destiné à être liquéfié dans un terminal de liquéfaction est majoritairement composé de dioxyde de carbone. Afin de garantir la condition précitée, aucun déchet ni aucune autre matière ne peuvent être ajoutés au flux de dioxyde de carbone en vue de l'élimination de ce déchet ou de cette autre matière.
  Un flux de dioxyde de carbone peut contenir des substances qui se sont accidentellement associées dès la source ou lors de l'opération de captage ainsi que des substances traces qui ont été ajoutées afin d'aider au contrôle.Les concentrations de toutes les substances associées par accident ou ajoutées satisfont à l'ensemble des conditions suivantes :
  1° elles sont inférieures aux niveaux susceptibles de compromettre l'intégrité d'une ramification locale, du réseau de transport ou d'un terminal de liquéfaction ;
  2° elles sont inférieures aux niveaux susceptibles de présenter un risque significatif pour l'environnement ou la santé humaine ;
  3° elles sont inférieures aux niveaux susceptibles d'enfreindre les dispositions de la réglementation applicable.
Art.69. § 1. De beheerder van een lokale cluster stelt, rekening houdend met wat bepaald wordt in artikel 68, normen vast met betrekking tot de kwaliteit van de koolstofdioxidestroom na overleg met de netgebruikers en potentiële netgebruikers binnen het aansluitend geografisch afgebakend gebied waarvoor hij is aangewezen conform artikel 9. De beheerder van een lokale cluster houdt daarbij rekening met Europese normen en, indien voorhanden, de normen vastgelegd door de beheerder van het vervoersnetwerk.
  De normen, vermeld in het eerste lid, worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de goedkeuring van de kwaliteitsnormen van de koolstofdioxidestroom.
  § 2. De beheerder van een lokale cluster houdt toezicht op de naleving van de normen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De beheerder van de lokale cluster neemt alle nodige maatregelen om niet-naleving van de normen te voorkomen en te remediëren.
  § 3. In afwijking van de eerste paragraaf, kan de beheerder van de lokale cluster toelating vragen om afwijkende kwaliteitsnormen van de koolstofdioxidestroom te hanteren voor beperkte delen van de lokale cluster, op voorwaarde dat dat technisch verantwoord is en na overleg met de betrokken netgebruikers. De Vlaamse Regering keurt de afwijking goed en stelt de voorwaarden en de geldigheidsduur van de afwijking vast.
  
Art.69. § 1er. Compte tenu des dispositions de l'article 68, le gestionnaire d'une ramification locale adopte des normes concernant la qualité du flux de dioxyde de carbone après concertation avec les utilisateurs du réseau et les utilisateurs potentiels du réseau à l'intérieur de la zone continue géographiquement délimitée pour laquelle il a été désigné en vertu de l'article 9. A cet égard, le gestionnaire d'une ramification locale tient compte des normes européennes et, si elles sont disponibles, des normes établies par le gestionnaire du réseau de transport.
  Les normes visées à l'alinéa 1er sont approuvées par le Gouvernement flamand sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1. Le Gouvernement flamand détermine la procédure d'approbation des normes de qualité du flux de dioxyde de carbone.
  § 2. Le gestionnaire d'une ramification locale contrôle le respect des normes visées au paragraphe 1er, alinéa 1er. Le gestionnaire de la ramification locale prend toutes les mesures nécessaires pour prévenir le non-respect des normes et y remédier.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le gestionnaire de la ramification locale peut demander l'autorisation d'adopter des normes de qualité différentes du flux de dioxyde de carbone pour des parties limitées de la ramification locale, à condition que cela soit techniquement justifié et après concertation avec les utilisateurs du réseau concernés. Le Gouvernement flamand approuve la dérogation et en fixe les conditions et la durée de validité.
  
Art.70. § 1. De beheerder van het vervoersnetwerk stelt, rekening houdend met wat bepaald wordt in artikel 68, normen vast met betrekking tot de kwaliteit van de koolstofdioxidestroom na overleg met de netgebruikers, de beheerders van de lokale clusters en beheerders van pijpleidingen of netwerk van pijpleidingen voor het vervoer van koolstofdioxide die niet in het Vlaamse Gewest liggen. De beheerder van het vervoersnetwerk houdt daarbij rekening met Europese normen.
  De normen, vermeld in het eerste lid, worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering na advies van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de goedkeuring van de kwaliteitsnormen van de koolstofdioxidestroom.
  § 2. De beheerder van het vervoersnetwerk houdt toezicht op de naleving van de normen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De beheerder van het vervoersnetwerk neemt alle nodige maatregelen om niet-naleving van de normen te voorkomen en te remediëren.
  
Art.70. § 1er. Compte tenu des dispositions de l'article 68, le gestionnaire du réseau de transport adopte des normes concernant la qualité du flux de dioxyde de carbone après concertation avec les utilisateurs du réseau, les gestionnaires des ramifications locales et les gestionnaires de canalisations ou du réseau de canalisations destinées au transport de dioxyde de carbone, qui ne sont pas situés en Région flamande. A cet égard, le gestionnaire du réseau de transport tient compte des normes européennes.
  Les normes visées à l'alinéa 1er sont approuvées par le Gouvernement flamand sur avis [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1. Le Gouvernement flamand détermine la procédure d'approbation des normes de qualité du flux de dioxyde de carbone.
  § 2. Le gestionnaire du réseau de transport contrôle le respect des normes visées au paragraphe 1er, alinéa 1er. Le gestionnaire du réseau de transport prend toutes les mesures nécessaires pour prévenir le non-respect des normes et y remédier.
  
HOOFDSTUK 8. - Directe leidingen
CHAPITRE 8. - Conduites directes
Art.71. De aanleg van een directe leiding die de bedrijfssite van de producent overschrijdt, is alleen toegelaten nadat een voorafgaande toelating van de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 is verkregen. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 stelt daarvoor een aanvraagformulier ter beschikking op zijn website. De Vlaamse Regering kan voorwaarden vastleggen waaraan een directe leiding moet voldoen om te worden toegelaten.
  De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 beslist over de toelating binnen een termijn van zestig dagen nadat hij een aanvraag heeft ontvangen. De VREG wint in het kader van een aanvraag tot het verkrijgen van de toelating het advies in van de beheerder van de lokale cluster in wiens geografisch gebied de directe leiding gelegen is. Deze adviestermijn bedraagt vijftien dagen.
  De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 kan een aanvraag als vermeld in het eerste lid alleen weigeren in een van de hiernavolgende gevallen:
  1° er is niet voldaan aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, die de Vlaamse Regering vastgesteld heeft;
  2° de veiligheid van onder meer lokale clusters, het vervoersnetwerk of andere netten in hetzelfde geografisch gebied als waar de directe leiding gelegen is, komt in het gedrang.
  De Vlaamse Regering stelt de rechten en verplichtingen vast van de houders van een toelating voor de aanleg van een directe leiding die de bedrijfssite van de producent overschrijdt.
  De beheerder van de directe leiding die de bedrijfssite van de producent overschrijdt, meldt elektronisch aan de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 de datum van ingebruikname en de ligging van de voormelde directe leiding binnen dertig dagen na de aanleg of ingebruikname van de voormelde directe leiding.
  De beslissing tot toelating van een directe leiding die de grenzen van de bedrijfssite van de producent overschrijdt, vervalt, bij gebrek aan indienststelling, van rechtswege vijf jaar na datum van de beslissing tot toelating.
  De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 heft de beslissing op tot toelating van een directe leiding die de grenzen van de bedrijfssite van de producent overschrijdt, in de volgende gevallen:
  1° als de directe leiding de grenzen van de bedrijfssite van de producent niet meer overschrijdt;
  2° bij buitendienststelling van de directe leiding;
  3° er is niet voldaan aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, die de Vlaamse Regering vastgesteld heeft.
  In afwijking van het eerste lid is een directe leiding die voorheen is toegelaten, maar waarvan de beslissing tot toelating conform het zevende lid, 1°, is opgeheven, en die, zonder enige andere wijziging te hebben ondergaan, opnieuw de grenzen van de bedrijfssite van de producent overschrijdt, van rechtswege toegelaten.
  
Art.71. La construction d'une conduite directe qui dépasse les limites du site d'exploitation du producteur n'est autorisée qu'après obtention d'une autorisation préalable [1 du Régulateur flamand des services d'utilité publique]1. A cet effet, [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 met un formulaire de demande à disposition sur son site web. Le Gouvernement flamand peut fixer les conditions auxquelles une conduite directe doit satisfaire pour être autorisée.
  [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 statue sur l'autorisation dans un délai de soixante jours à compter de la réception d'une demande. Dans le cadre d'une demande d'obtention d'autorisation, [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 recueille l'avis du gestionnaire de la ramification locale dans la zone géographique duquel la conduite directe est située. Ce délai d'avis est de quinze jours.
  [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 ne peut refuser une demande telle que visée à l'alinéa 1er que dans l'un des cas suivants :
  1° il n'a pas été satisfait aux conditions visées à l'alinéa 1er que le Gouvernement flamand a fixées ;
  2° la sécurité, entre autres, des ramifications locales, du réseau de transport ou d'autres réseaux situés dans la même zone géographique que celle dans laquelle la conduite directe est située est compromise.
  Le Gouvernement flamand fixe les droits et obligations des titulaires d'une autorisation de construction d'une conduite directe qui dépasse les limites du site d'exploitation du producteur.
  Le gestionnaire de la conduite directe qui dépasse les limites du site d'exploitation du producteur notifie [1 au Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, par voie électronique, la date de mise en service et l'emplacement de la conduite directe précitée dans les trente jours qui suivent la construction ou la mise en service de la conduite directe précitée.
  A défaut de mise en service, la décision d'autorisation d'une conduite directe qui dépasse les limites du site d'exploitation du producteur devient caduque de plein droit cinq ans après la date de ladite décision.
  [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 abroge la décision d'autorisation d'une conduite directe qui dépasse les limites du site d'exploitation du producteur dans les cas suivants :
  1° si la conduite directe ne dépasse plus les limites du site d'exploitation du producteur ;
  2° en cas de mise hors service de la conduite directe ;
  3° il n'a pas été satisfait aux conditions visées à l'alinéa 1er que le Gouvernement flamand a fixées.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, une conduite directe qui a été précédemment autorisée mais dont la décision d'autorisation a été abrogée en vertu de l'alinéa 7, 1°, et qui, sans avoir subi une quelconque autre modification, dépasse à nouveau les limites du site d'exploitation du producteur est autorisée de plein droit.
  
HOOFDSTUK 9. - Veiligheid, monitoring en inspecties
CHAPITRE 9. - Sécurité, surveillance et inspections
Art.72. § 1. De Vlaamse Regering kan de veiligheidsvoorschriften bepalen in het kader van het ontwerp, de bouw, de exploitatie en de buitengebruikstelling van een lokale cluster, het vervoersnetwerk, een terminal voor vloeibaarmaking, een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide en een directe leiding.
  De veiligheidsvoorschriften, vermeld in het eerste lid, omvatten onder meer;
  1° verplichtingen ter preventie en behandeling van ongevallen door de invoering van een systeem van veiligheidsbeheer en een noodplan;
  2° de voorbehouden zone en het daaraan verbonden verbod om te bouwen, te bezetten, te werken of aan te planten;
  3° de ingravingsdiepte van de leidingen en de voorwaarden waaronder een bovengrondse installatie kan worden gebruikt;
  4° de bescherming van het tracé;
  5° de bescherming tegen corrosie;
  6° de gebruikte materialen en de specificatie voor de levering van materialen alsook de testen en controle van materialen;
  7° de specificaties voor de berekening van de leiding;
  8° de specificaties voor de uitvoering van de werken op de werf bij de aanleg van leidingen;
  9° de controle op de samengevoegde onderdelen;
  10° de controle op de werken na de aanleg en de ontvangsttesten op het vlak van de dichtheid;
  11° de exploitatievoorwaarden, met inbegrip van het toezicht op de installaties, alsook de druk, de temperatuur en de wanddikte van de installaties, en de verplichtingen voor de controle van de installaties;
  12° de vereisten inzake de risicoanalyse.
  § 2. Op voorstel van de beheerders van de lokale clusters en de beheerder van het vervoersnetwerk keurt de Vlaamse Regering de technische codes goed.
  De technische codes bepalen de technische maatregelen die noodzakelijk zijn om de veiligheidsvoorschriften, vermeld in paragraaf 1, uit te voeren door de voorschriften met betrekking tot de veiligheid, meer bepaald in het kader van het ontwerp, de bouw, inbedrijfstelling, het toezicht, het onderhoud, en de buitengebruikstelling van vervoerinstallaties, het veiligheidsbeheersysteem en het noodplan verder uit te werken.
Art.72. § 1er. Le Gouvernement flamand peut déterminer les prescriptions de sécurité dans le cadre de la conception, de la construction, de l'exploitation et de la mise hors service d'une ramification locale, du réseau de transport, d'un terminal de liquéfaction, d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone et d'une conduite directe.
  Les prescriptions de sécurité visées à l'alinéa 1er englobent notamment :
  1° des obligations de prévention et de traitement des accidents par l'instauration d'un système de gestion de la sécurité et d'un plan d'urgence ;
  2° la zone réservée ainsi que les interdictions de construction, d'occupation, de travaux ou de plantations y afférentes ;
  3° les profondeurs d'enfouissement des conduites et les conditions auxquelles une installation aérienne peut être utilisée ;
  4° la protection du tracé ;
  5° la protection contre la corrosion ;
  6° les matériaux utilisés et la spécification pour la fourniture des matériaux ainsi que les essais et le contrôle des matériaux ;
  7° les spécifications pour le calcul de la conduite ;
  8° les spécifications pour l'exécution des travaux sur le chantier lors de la pose des conduites ;
  9° le contrôle des assemblages ;
  10° le contrôle des travaux après la pose et les essais de réception au niveau de l'étanchéité ;
  11° les conditions d'exploitation, y compris la surveillance des installations, ainsi que la pression, la température et l'épaisseur de paroi des installations et les obligations de contrôle des installations ;
  12° les exigences en matière d'analyse de risques.
  § 2. Sur proposition des gestionnaires des ramifications locales et du gestionnaire du réseau de transport, le Gouvernement flamand approuve les codes techniques.
  Les codes techniques fixent les mesures techniques nécessaires à l'exécution des prescriptions de sécurité visées au paragraphe 1er en détaillant les prescriptions portant sur la sécurité dans le cadre, notamment, de la conception, de la construction, de la mise en service d'exploitation, de la surveillance, de la maintenance et de la mise hors service des installations de transport, du système de gestion de la sécurité et du plan d'urgence.
Art.73. De beheerder van een lokale cluster, het vervoersnetwerk, een terminal voor vloeibaarmaking, een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide of een directe leiding staat in voor volgende aangelegenheden:
  1° significante onregelmatigheden detecteren;
  2° lekkage van koolstofdioxide detecteren;
  3° significante negatieve effecten voor het milieu detecteren.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de monitoring, vermeld in het eerste lid.
Art.73. Le gestionnaire d'une ramification locale, du réseau de transport, d'un terminal de liquéfaction, d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone ou d'une conduite directe se charge de ce qui suit :
  1° détecter les irrégularités notables ;
  2° détecter les fuites de dioxyde de carbone ;
  3° détecter les effets délétères manifestes sur l'environnement.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités de la surveillance visée à l'alinéa 1er.
Art.74. De beheerder van een lokale cluster, het vervoersnetwerk, een terminal voor vloeibaarmaking, een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide of een directe leiding organiseert een systeem van routinematige en niet-routinematige inspecties met als doel de effecten op het milieu te monitoren.
Art.74. Le gestionnaire d'une ramification locale, du réseau de transport, d'un terminal de liquéfaction, d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone ou d'une conduite directe met en place un système d'inspections de routine ou ponctuelles afin de surveiller les effets sur l'environnement.
HOOFDSTUK 10. - Toezicht en sancties
CHAPITRE 10. - Surveillance et sanctions
Afdeling 1. - Toezicht door de [1 Vlaamse Nutsregulator]1
Section 1re. - Surveillance par [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1
Art.75. § 1. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 kan aan een beheerder van een lokale cluster, de beheerder van het vervoersnetwerk, een beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking, een beheerder van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide, producenten, verbruikers, bestuurders, managers en personeelsleden de gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden, met uitzondering van die gegevens en inlichtingen die persoonsgegevens uitmaken.
  Een beheerder van een lokale cluster, de beheerder van het vervoersnetwerk, een beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking, een beheerder van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide, producenten, verbruikers, bestuurders, managers en personeelsleden tot wie de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 een vraag heeft gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken die nodig zijn om zijn taken en bevoegdheden uit te voeren, is verplicht om die gegevens en inlichtingen accuraat, volledig en consistent mee te delen aan de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, met uitzondering van die gegevens en inlichtingen die persoonsgegevens uitmaken.
  § 2. Een beheerder van een lokale cluster, de beheerder van het vervoersnetwerk, een beheerder van een terminal voor vloeibaarmaking, een beheerder van een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide, producenten of verbruikers aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken op grond van paragraaf 1 is verplicht om binnen de door de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 gestelde termijn alle medewerking te verlenen.
  § 3. De door de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 gevraagde gegevens of inlichtingen gebruikt de VREG alleen voor de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden.
  
Art.75. § 1er. [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 peut demander à un gestionnaire d'une ramification locale, au gestionnaire du réseau de transport, à un gestionnaire d'un terminal de liquéfaction, à un gestionnaire d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone, aux producteurs, consommateurs, administrateurs, managers et membres du personnel les données et renseignements nécessaires à l'exécution de ses tâches et à l'exercice de ses compétences, à l'exception des données et renseignements qui constituent des données à caractère personnel.
  Un gestionnaire d'une ramification locale, le gestionnaire du réseau de transport, un gestionnaire d'un terminal de liquéfaction, un gestionnaire d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone, les producteurs, consommateurs, administrateurs, managers et membres du personnel auxquels [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 a demandé de fournir les données et renseignements nécessaires à l'exécution de ses tâches et à l'exercice de ses compétences sont tenus de communiquer ces données et renseignements de manière exacte, complète et cohérente [1 au Régulateur flamand des services d'utilité publique]1, à l'exception des données et renseignements qui constituent des données à caractère personnel.
  § 2. Un gestionnaire d'une ramification locale, le gestionnaire du réseau de transport, un gestionnaire d'un terminal de liquéfaction, un gestionnaire d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone, les producteurs ou consommateurs auxquels il a été demandé de fournir des données et renseignements en vertu du paragraphe 1er sont tenus de prêter leur plein concours dans le délai fixé par [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1.
  § 3. [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 n'utilise les données ou renseignements demandés que pour l'exécution de ses tâches et l'exercice de ses compétences.
  
Afdeling 2. - Geschillenbeslechting
Section 2. - Règlement des litiges
Art.76. § 1. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 beslecht geschillen over de toegang tot een lokale cluster, het vervoersnetwerk, een terminal voor vloeibaarmaking of een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide. Bij de beslechting van het geschil houdt de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 onder meer rekening met:
  1° de noodzaak om het geschil op een doeltreffende wijze te beslechten;
  2° de criteria, vermeld in artikel 62;
  3° het aantal partijen dat bij het geschil betrokken is.
  De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de beslechting van het geschil.
  § 2. Bij een geschil dat de grenzen van het Vlaamse Gewest overschrijdt, wordt de geschillenbeslechtingsprocedure die de Vlaamse Regering heeft vastgesteld, toegepast als de lokale cluster, de terminal voor vloeibaarmaking of het vervoersnetwerk waartoe de toegang is geweigerd, in het Vlaamse Gewest ligt.
  Als bij grensoverschrijdende geschillen de jurisdictie over de lokale cluster, de terminal voor vloeibaarmaking of het vervoersnetwerk in kwestie niet uitsluitend bij het Vlaamse Gewest ligt, wordt in voorkomend geval overleg gepleegd met de in het andere gewest aangestelde autoriteit om het geschil op een samenhangende wijze te beslechten.
  § 3. Tegen de beslissingen die de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 met toepassing van het eerste lid heeft genomen, staat beroep open bij de bevoegde rechtbank, met toepassing van artikel 556 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.
  
Art.76. § 1er. [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 règle les litiges en matière d'accès à une ramification locale, au réseau de transport, à un terminal de liquéfaction ou à un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone. Pour le règlement du litige, [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 tient notamment compte :
  1° de la nécessité de régler le litige rapidement ;
  2° des critères visés à l'article 62 ;
  3° du nombre de parties impliquées dans le litige.
  Le Gouvernement flamand détermine la procédure de règlement du litige.
  § 2. Dans le cas d'un litige dépassant les frontières de la Région flamande, c'est la procédure de règlement des litiges mise en place par le Gouvernement flamand qui s'applique si la ramification locale, le terminal de liquéfaction ou le réseau de transport auxquels l'accès a été refusé se situent en Région flamande
  Si, en cas de litiges transfrontaliers, la ramification locale, le terminal de liquéfaction ou le réseau de transport concerné ne relèvent pas exclusivement de la Région flamande, une concertation est, le cas échéant, engagée avec l'autorité préposée de l'autre région afin de régler le litige de façon cohérente.
  § 3. Les décisions prises par [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 en application de l'alinéa 1er sont susceptibles de recours devant le tribunal compétent en application des articles 556 et suivants du Code judiciaire.
  
Afdeling 3. - Administratieve sancties opgelegd door de [1 Vlaamse Nutsregulator]1
Section 3. - Sanctions administratives infligées par [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1
Art.77. § 1. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 kan elke natuurlijke persoon of rechtspersoon schriftelijk in gebreke stellen bij niet-naleving van de bepalingen in hoofdstuk 3 tot en met 8 van dit decreet en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten.
  § 2. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 kan de persoon die in gebreke werd gesteld en werd gehoord of daartoe naar behoren werd opgeroepen, de administratieve geldboete, vermeld in artikel 78, opleggen. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 zorgt ervoor dat er in deze gevallen geen kennelijke wanverhouding bestaat tussen de feiten die aan de administratieve boete ten grondslag liggen en de administratieve boete die op grond van die feiten wordt opgelegd.
  § 3. Het opleggen van de administratieve boete wordt aan de betrokkene meegedeeld in een met redenen omklede aangetekende brief, met verwijzing naar de bepalingen die van toepassing zijn, de hoogte van de administratieve boete en in voorkomend geval de berekening ervan, en de beroepsmogelijkheid.
  § 4. Na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 3, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden.
  De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 kan uitstel van betaling verlenen voor een door hem bepaalde termijn.
  § 5. Als de betrokkene nalaat de administratieve geldboete binnen de in paragraaf 4 bepaalde termijn te betalen, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.
  Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen.
  Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling of bij aangetekende brief.
  § 6. Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.
  § 7. De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan.
  De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald zijn bij artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.
  
Art.77. § 1er. [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 peut mettre toute personne physique ou morale en demeure par écrit en cas de non-respect des dispositions des chapitres 3 à 8 du présent décret et de ses arrêtés d'exécution.
  § 2. [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 peut infliger, à la personne qui a été mise en demeure et a été entendue ou qui a été dûment convoquée à cette fin, l'amende administrative visée à l'article 78. [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 veille à ce qu'il n'y ait, dans ces cas, pas de disproportion manifeste entre les faits donnant lieu à l'amende administrative et l'amende administrative infligée sur la base de ces faits.
  § 3. L'imposition de l'amende administrative est communiquée à l'intéressé par lettre recommandée motivée, contenant un renvoi aux dispositions applicables et précisant le montant de l'amende administrative et, le cas échéant, son calcul de même que la faculté de recours.
  § 4. L'amende administrative doit être payée dans les soixante jours calendrier à compter de la réception de la notification visée au paragraphe 3.
  [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 peut accorder un sursis de paiement pour un délai qu'elle fixe.
  § 5. Si l'intéressé ne paie pas l'amende administrative dans le délai fixé au paragraphe 4, l'amende est recouvrée par voie de contrainte.
  La contrainte est visée et déclarée exécutoire par un fonctionnaire désigné à cet effet par le Gouvernement flamand.
  La contrainte est signifiée par exploit d'huissier de justice avec commandement ou par courrier recommandé.
  § 6. La contrainte est régie par les dispositions de la partie V du Code judiciaire relatives aux saisies conservatoires et aux voies d'exécution.
  § 7. L'action en paiement de l'amende administrative se prescrit par cinq ans à compter du jour où elle est née.
  La prescription est interrompue de la manière et dans les conditions prévues par les articles 2244 et suivants du Code civil.
  
Art.78. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 kan een administratieve geldboete opleggen, al dan niet per kalenderdag voor inbreuken uit het verleden. De administratieve geldboete per kalenderdag mag niet minder dan 100 euro per kalenderdag bedragen, noch meer dan 50.000 euro per kalenderdag, noch mag de administratieve geldboete in totaal hoger zijn dan 1.000.000 euro of 3 procent van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd in het Vlaamse Gewest tijdens het laatste afgelopen boekjaar, als dat laatste bedrag lager is.
  Met behoud van de toepassing van het eerste lid kan de VREG een dwangsom opleggen als de betrokken overtreder bij het verstrijken van de termijn die de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 bepaalt in gebreke blijft. De dwangsom mag niet minder dan 100 euro per kalenderdag bedragen, noch meer dan 50.000 euro per kalenderdag, noch mag de dwangsom in totaal hoger zijn dan 1.000.000 euro of 3 procent van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd in het Vlaamse Gewest tijdens het laatste afgelopen boekjaar, als dat laatste bedrag lager is.
  
Art.78. [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 peut infliger une amende administrative, par jour calendrier ou non, pour des infractions du passé. L'amende administrative par jour calendrier ne peut pas être inférieure à 100 euros par jour calendrier ni supérieure à 50 000 euros par jour calendrier, ni ne peut dépasser au total 1 000 000 d'euros ou 3 pour cent du chiffre d'affaires réalisé par le contrevenant concerné en Région flamande au cours du dernier exercice écoulé, si ce dernier montant est plus bas.
  Sans préjudice de l'application de l'alinéa 1er, la VREG peut infliger une astreinte si le contrevenant concerné reste en défaut à l'expiration du délai fixé par [1 le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1. L'astreinte ne peut pas être inférieure à 100 euros par jour calendrier ni supérieure à 50 000 euros par jour calendrier, ni ne peut dépasser au total 1 000 000 d'euros ou 3 pour cent du chiffre d'affaires réalisé par le contrevenant concerné en Région flamande au cours du dernier exercice écoulé, si ce dernier montant est plus bas.
  
Afdeling 4. - Administratieve sancties opgelegd door het VEKA
Section 4. - Sanctions administratives infligées par la VEKA
Art.80. Het VEKA legt aan een vervoersonderneming voor koolstofdioxide een administratieve geldboete op voor elke ton CO2-equivalent die uitgestoten wordt en waarvoor met toepassing van artikel 81 geen emissierechten zijn ingeleverd. Per ton uitgestoten CO2-equivalent bedraagt de administratieve geldboete 100 euro. De betaling van de boete wegens emissieoverschrijding ontslaat de vervoersonderneming voor koolstofdioxide niet van de verplichting, bij de inlevering van emissierechten in verband met het volgende kalenderjaar, een hoeveelheid emissierechten in te leveren die gelijk is aan de emissieoverschrijding.
  De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, wordt vanaf 1 januari 2014 overeenkomstig het Europese indexcijfer van de consumptieprijzen verhoogd.
  De Vlaamse Regering neemt maatregelen om de publicatie te verzekeren van de namen van de vervoersondernemingen voor koolstofdioxide om te voldoen aan de verplichtingen die opgelegd zijn met toepassing van artikel 81.
Art.80. La VEKA inflige à une entreprise de transport de dioxyde de carbone une amende administrative pour chaque tonne équivalent CO2 émise pour laquelle des quotas n'ont pas été restitués en application de l'article 81. Par tonne équivalent CO2 émise, l'amende administrative est de 100 euros. Le paiement de l'amende sur les émissions excédentaires ne libère pas l'entreprise de transport de dioxyde de carbone de l'obligation de restituer un nombre de quotas égal à ces émissions excédentaires lors de la restitution des quotas correspondant à l'année civile suivante.
  L'amende administrative visée à l'alinéa 1er est augmentée, à partir du 1er janvier 2014, conformément à l'indice européen des prix à la consommation.
  Le Gouvernement flamand prend des mesures visant à assurer la publication des noms des entreprises de transport de dioxyde de carbone pour satisfaire aux obligations imposées en application de l'article 81.
HOOFDSTUK 11. - Broeikasgasvergunning en rapporteringsverplichtingen
CHAPITRE 11. - Autorisation d'émettre des gaz à effet de serre et obligations de déclaration
Art.81. § 1. De Vlaamse Regering legt aan vervoersinstallaties voor koolstofdioxide als voorwaarde op dat die vervoersinstallaties voor koolstofdioxide over een broeikasgasvergunning moeten beschikken. Op basis van de voorwaarden die van toepassing zijn op de vervoersinstallatie voor koolstofdioxide, opgenomen in die broeikasgasvergunning, wordt jaarlijks een bepaald aantal emissierechten bij het nationaal register ingeleverd in overeenstemming met de hoeveelheid broeikasgassen die in het voorgaande jaar is uitgestoten.
  In het eerste lid wordt verstaan onder nationaal register: het register, vermeld in het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2008 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de organisatie en het administratief beheer van het gestandaardiseerd en genormaliseerd registersysteem van België overeenkomstig Richtlijn 2003/87/ EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad.
  § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de broeikasgasvergunning en de regels voor de bewaking en de rapportering van de emissies, voor de verificatie van die rapporten en voor de inlevering van emissierechten.
Art.81. § 1er. Le Gouvernement flamand impose aux installations de transport de dioxyde de carbone la condition d'être titulaires d'une autorisation d'émettre des gaz à effet de serre. Sur la base des conditions applicables à l'installation de transport de dioxyde de carbone, figurant dans cette autorisation d'émettre des gaz à effet de serre, un nombre déterminé de quotas est restitué annuellement au registre national conformément à la quantité de gaz à effet de serre qui a été émise l'année précédente.
  A l'alinéa 1er, on entend par registre national : le registre visé dans l'accord de coopération du 18 juin 2008 entre l'Etat fédéral, la Région flamande, la Région wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale relatif à l'organisation et à la gestion administrative du système de registre normalisé et sécurisé de la Belgique conformément à la directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil et à la décision no 280/2004/CE du Parlement européen et du Conseil.
  § 2. Le Gouvernement flamand détermine les conditions d'autorisation d'émettre des gaz à effet de serre et les règles relatives à la surveillance et à la déclaration des émissions, à la vérification de ces déclarations et à la restitution de quotas.
Art.82. In overeenstemming met richtlijn 2003/87/EG bepaalt de Vlaamse Regering:
  1° de totale hoeveelheid emissierechten die per handelsperiode aan vervoersinstallaties voor koolstofdioxide in het Vlaamse Gewest worden toegekend;
  2° de wijze waarop die emissierechten aan de vervoersinstallaties voor koolstofdioxide in kwestie worden toegewezen;
  3° de nadere regels voor de toewijzing, de aanvraag van een toewijzing, de verlening, de stopzetting van de verlening, de opschorting van de verlening, de geldigheid en de annulering van de emissierechten voor vervoersinstallaties voor koolstofdioxide;
  4° de nadere regels voor het vaststellen van de grenzen van een vervoersinstallatie voor koolstofdioxide.
Art.82. Conformément à la directive 2003/87/CE, le Gouvernement flamand définit :
  1° la quantité totale de quotas alloués par période commerciale aux installations de transport de dioxyde de carbone en Région flamande ;
  2° la façon dont ces quotas sont alloués aux installations de transport de dioxyde de carbone concernées ;
  3° les modalités relatives à l'allocation, la demande d'allocation, la délivrance, la cessation de la délivrance, la suspension de la délivrance, la validité et l'annulation des quotas pour les installations de transport de dioxyde de carbone ;
  4° les modalités de fixation des limites d'une installation de transport de dioxyde de carbone.
Art.83. De Vlaamse Regering kan verplichtingen opleggen aan elke beheerder van een lokale cluster, een vervoersnetwerk, een gesloten industrieel net voor koolstofdioxide, een terminal voor vloeibaarmaking of een directe leiding, en aan producenten en verbruikers om de noodzakelijke gegevens voor de onderbouwing van het klimaatbeleid accuraat, volledig en consistent te melden aan het VEKA en de [1 Vlaamse Nutsregulator]1.
  De Vlaamse Regering legt de eisen vast voor de voormelde accuraatheid, volledigheid en consistentie. De voormelde noodzakelijke gegevens die moeten worden verstrekt, hebben minstens betrekking op het volume aan koolstofdioxide dat is vervoerd via de lokale cluster en het vervoersnetwerk.
  De Vlaamse Regering bepaalt de categorie-indeling, de rapporteringstermijn en de rapporteringswijze van de noodzakelijke gegevens, vermeld in het eerste lid.
  
Art.83. Le Gouvernement flamand peut imposer à chaque gestionnaire d'une ramification locale, d'un réseau de transport, d'un réseau industriel fermé de dioxyde de carbone, d'un terminal de liquéfaction ou d'une conduite directe et aux producteurs et consommateurs l'obligation de notifier les données nécessaires à l'appui de la politique climatique de manière exacte, complète et cohérente à la VEKA et [1 au Régulateur flamand des services d'utilité publique]1.
  Le Gouvernement flamand fixe les exigences relatives à l'exactitude, à l'exhaustivité et à la cohérence susvisées. Les données nécessaires précitées à fournir concernent au moins le volume de dioxyde de carbone transporté par le biais de la ramification locale et du réseau de transport.
  Le Gouvernement flamand détermine la catégorisation, le délai de déclaration et le mode de déclaration des données nécessaires visées à l'alinéa 1er.
  
HOOFDSTUK 12. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 12. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen aan het Gerechtelijk Wetboek
Section 1re. - Modifications du Code judiciaire
Art.84. Aan artikel 591 van het Gerechtelijk Wetboek, het laatst gewijzigd bij de wet van 4 februari 2020, worden een punt 26° en 27° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "26° van geschillen betreffende de erfdienstbaarheden, vermeld in artikel 21 en 41 van het decreet van 29 maart 2024 over het vervoer van koofstofdioxide via pijpleidingen in het Vlaamse Gewest;
  27° van de vorderingen betreffende de aangelegenheden, vermeld in artikel 22, 23, 42 en 43 van het decreet van 29 maart 2024 over het vervoer van koofstofdioxide via pijpleidingen in het Vlaamse Gewest.".
Art.84. A l'article 591 du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 4 février 2020, un point 26° et un point 27° rédigés comme suit sont ajoutés :
  " 26° des litiges relatifs aux servitudes visées aux articles 21 et 41 du décret du 29 mars 2024 relatif au transport de dioxyde de carbone par canalisations en Région flamande ;
  27° des demandes relatives aux matières visées aux articles 22, 23, 42 et 43 du décret du 29 mars 2024 relatif au transport de dioxyde de carbone par canalisations en Région flamande. "
Art.85. Aan artikel 605quater van het Gerechtelijk Wetboek, het laatst gewijzigd bij de wet van 11 maart 2018, wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "10° artikel 65 en 66 van het decreet van 29 maart 2024 over het vervoer van koolstofdioxide via pijpleidingen in het Vlaamse Gewest.".
Art.85. A l'article 605quater du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 11 mars 2018, un point 10° rédigé comme suit est ajouté :
  " 10° aux articles 65 et 66 du décret du 29 mars 2024 relatif au transport de dioxyde de carbone par canalisations en Région flamande. ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond
Section 2. - Modifications du décret du 8 mai 2009 concernant le sous-sol profond
Art.86. In artikel 2 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond, het laatst gewijzigd bij het decreet van 2 maart 2018, wordt punt 29 opgeheven.
Art.86. Dans l'article 2 du décret du 8 mai 2009 concernant le sous-sol profond, modifié en dernier lieu par le décret du 2 mars 2018, le point 29 est abrogé.
Art.87. In hoofdstuk III, afdeling V, van hetzelfde decreet worden in het opschrift van onderafdeling I de woorden "transportnetwerken en" opgeheven.
Art.87. Dans le chapitre III, section V, du même décret, dans l'intitulé de la sous-section Ire, les mots " aux réseaux de transport et " sont abrogés.
Art.88. In artikel 59 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "tot de transportnetwerken en" opgeheven;
  2° in paragraaf 2, inleidende zin, worden de woorden "de transportnetwerken en" opgeheven;
  3° in paragraaf 2, 1°, wordt de zinsnede ", alsmede de transportcapaciteit die beschikbaar is of redelijkerwijs beschikbaar kan worden gesteld" opgeheven;
  4° in paragraaf 2, 4°, worden de zinsnede "of het transportnetwerk," en de zinsnede ", het transportnetwerk" opgeheven;
  5° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "Exploitanten van transportnetwerken en" opgeheven;
  6° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "transportnetwerk of" en de woorden "van het transport en" opgeheven;
  7° in paragraaf 4 worden de woorden "transportnetwerken en" opgeheven.
Art.88. A l'article 59 du même décret, inséré par le décret du 23 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " aux réseaux de transport et " sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 2, phrase introductive, les mots " aux réseaux de transport et " sont abrogés ;
  3° dans le paragraphe 2, 1°, le membre de phrase " , ainsi que de la capacité de transport disponible ou pouvant raisonnablement être mise à disposition " est abrogé ;
  4° dans le paragraphe 2, 4°, le membre de phrase " ou du réseau de transport, " et le membre de phrase " , du réseau de transport " sont abrogés ;
  5° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " exploitants de réseaux de transport et " sont abrogés ;
  6° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots " à son réseau de transport ou " et les mots " transport et sur le " sont abrogés ;
  7° dans le paragraphe 4, les mots " aux réseaux de transport et " sont abrogés.
Art.89. In artikel 60 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "transportnetwerken en" opgeheven;
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "het transportnetwerk of" telkens opgeheven.
  3°
Art.89. A l'article 60 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " aux réseaux de transport et " sont abrogés
  2° dans le paragraphe 2, première phrase, les mots " le réseau de transport ou " sont abrogés ;
  3° dans le paragraphe 2, deuxième phrase, les mots " au réseau de transport ou " sont abrogés.
Afdeling 3. - Wijzigingen aan het Energiedecreet van 8 mei 2009
Section 3. - Modifications du décret sur l'Energie du 8 mai 2009
Art.90. In artikel 7.1.10, § 1, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, het laatst gewijzigd bij het decreet van 10 november 2023, wordt de datum "30 april" vervangen door de datum "31 oktober".
Art.90. Dans l'article 7.1.10, § 1er, du décret sur l'Energie du 8 mai 2009, modifié en dernier lieu par le décret du 10 novembre 2023, la date " 30 avril " est remplacée par la date " 31 octobre ".
Art.91. In artikel 7.1.11, § 1, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 10 november 2023, wordt de datum "30 april" vervangen door de datum "31 oktober".
Art.91. Dans l'article 7.1.11, § 1er, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 10 novembre 2023, la date " 30 avril " est remplacée par la date " 31 octobre ".
HOOFDSTUK 13. - Slotbepalingen
CHAPITRE 13. - Dispositions finales
Art.92. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 publiceert voor het eerst uiterlijk op 30 juni 2027 en daarna vijfjaarlijks een rapport over de ontwikkeling van:
  1° de lokale clusters;
  2° het vervoersnetwerk;
  3° de terminals voor vloeibaarmaking;
  4° de directe leidingen;
  5° de gesloten industriële netten voor koolstofdioxide.
  De Vlaamse Regering kan de minimale elementen van het rapport, vermeld in het eerste lid, bepalen.
  
Art.92. [1 Le Régulateur flamand des services d'utilité publique]1 publie pour la première fois, au plus tard le 30 juin 2027, et ensuite tous les cinq ans un rapport sur le développement :
  1° des ramifications locales ;
  2° du réseau de transport ;
  3° des terminaux de liquéfaction ;
  4° des conduites directes ;
  5° des réseaux industriels fermés de dioxyde de carbone.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer les éléments minimaux du rapport visé à l'alinéa 1er.
  
Art.93. Om de vijf jaar en voor het eerst voor 1 juli 2028 legt de Vlaamse Regering een evaluatierapport over de bepalingen van dit decreet voor aan het Vlaams Parlement. Het rapport evalueert de werking en de effecten van de bepalingen van dit decreet.
  Het rapport, vermeld in het eerste lid, evalueert minstens volgende elementen:
  1° de doeltreffendheid van de structuur van de markt voor het vervoer van koolstofdioxide via pijpleidingen;
  2° de doeltreffendheid van de tarifaire principes, vermeld in artikel 65 en 66;
  3° de noodzaak aan het invoeren van een tariefmethodologie voor het bepalen van de tarieven van lokale clusters en het vervoersnetwerk.
Art.93. Tous les cinq ans et pour la première fois avant le 1er juillet 2028, le Gouvernement flamand soumet un rapport d'évaluation relatif aux dispositions du présent décret au Parlement flamand. Le rapport évalue la mise en oeuvre et les effets des dispositions du présent décret.
  Le rapport visé à l'alinéa 1er évalue au moins les éléments suivants :
  1° l'efficacité de la structure du marché du transport de dioxyde de carbone par canalisations ;
  2° l'efficacité des principes tarifaires visés aux articles 65 et 66 ;
  3° la nécessité d'instaurer une méthodologie tarifaire pour déterminer les tarifs des ramifications locales et du réseau de transport.
Art. 94. Dit decreet treedt in werking op 30 juni 2025, met uitzondering van artikel 90 en 91 die in werking treden op de datum van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad en niet later dan 30 april 2024.
  De Vlaamse Regering kan voor iedere bepaling van dit decreet, met uitzondering van artikel 90 en 91, een datum van inwerkingtreding bepalen die voorafgaat aan 30 juni 2025.
Art. 94. Le présent décret entre en vigueur le 30 juin 2025, à l'exception des articles 90 et 91, qui entrent en vigueur à la date de leur publication au Moniteur belge et au plus tard le 30 avril 2024.
  Le Gouvernement flamand peut fixer pour chaque disposition du présent décret, à l'exception des articles 90 et 91, une date d'entrée en vigueur antérieure au 30 juin 2025.