Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° Agentschap Innoveren en Ondernemen: het agentschap, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
2° algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Publicatieblad van 26 juni 2014, L 187) en alle latere wijzigingen ervan;
3° herstel- en veerkrachtverordening: Verordening (EU) nr. 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (Publicatieblad van 18 februari 2021, L 57) en alle latere wijzigingen ervan;
4° beëindiging van de uitgaven: de datum van de laatste factuur van de subsidiabele uitgaven;
5° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de economie;
6° subsidiabele uitgaven: de uitgaven die in aanmerking komen voor een subsidie op basis van dit besluit;
7° uitgaven: kosten en investeringen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
8 SEPTEMBER 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van subsidies voor walstroominfrastructuur in zeehavens via een oproepprocedure in het kader van het REPowerEU-plan
Titre
8 SEPTEMBRE 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand octroyant des subventions aux infrastructures d'alimentation électrique à quai dans les ports maritimes par le biais d'une procédure d'appel dans le cadre du plan REPowerEU
Documentinformatie
Numac: 2024003632
Datum: 2023-09-08
Info du document
Numac: 2024003632
Date: 2023-09-08
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Definities
HOOFDSTUK 2. - Europese reglementering
HOOFDSTUK 3. - Voorwaarden
Afdeling 1. - Voorwaarden voor de subsidieaanvr...
Afdeling 2. - Voorwaarden voor de subsidiabele ...
HOOFDSTUK 4. - Subsidie
HOOFDSTUK 5. - Procedure
Afdeling 1. - De subsidieaanvraag
Afdeling 2. - Ontvankelijkheid en beoordeling
HOOFDSTUK 6. - Uitbetaling
HOOFDSTUK 7. - Controle en terugvordering
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Définitions
CHAPITRE 2. - Règlementation européenne
CHAPITRE 3. - Conditions
Section 1re. - Conditions pour le demandeur de ...
Section 2. - Conditions pour les dépenses subve...
CHAPITRE 4. - Subvention
CHAPITRE 5. - Procédure
Section 1re. - La demande de subvention
Section 2. - Recevabilité et évaluation
CHAPITRE 6. - Paiement
CHAPITRE 7. - Contrôle et récupération
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Tekst (40)
Texte (40)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat : l'agence créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
2° règlement général d'exemption par catégorie : règlement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du Traité (Journal officiel du 26 juin 2014, L 187), et ses modifications ultérieures ;
3° règlement de reprise et de résilience : règlement (UE) n° 2021/241 du Parlement européen et du Conseil du 12 février 2021 établissant la facilité pour la reprise et la résilience (Journal officiel du 18 février 2021, L 57), et ses modifications ultérieures ;
4° cessation des dépenses : la date de la dernière facture des dépenses subventionnables ;
5° ministre : le ministre flamand qui a l'économie dans ses attributions ;
6° dépenses subventionnables : les dépenses éligibles à une subvention sur la base du présent arrêté ;
7° dépenses : coûts et investissements.
1° Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat : l'agence créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
2° règlement général d'exemption par catégorie : règlement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du Traité (Journal officiel du 26 juin 2014, L 187), et ses modifications ultérieures ;
3° règlement de reprise et de résilience : règlement (UE) n° 2021/241 du Parlement européen et du Conseil du 12 février 2021 établissant la facilité pour la reprise et la résilience (Journal officiel du 18 février 2021, L 57), et ses modifications ultérieures ;
4° cessation des dépenses : la date de la dernière facture des dépenses subventionnables ;
5° ministre : le ministre flamand qui a l'économie dans ses attributions ;
6° dépenses subventionnables : les dépenses éligibles à une subvention sur la base du présent arrêté ;
7° dépenses : coûts et investissements.
HOOFDSTUK 2. - Europese reglementering
CHAPITRE 2. - Règlementation européenne
Art.2. Dit besluit valt onder toepassing van de algemene groepsvrijstellingsverordening en de herstel- en veerkrachtverordening.
Art.2. Le présent arrêté relève de l'application du règlement général d'exemption par catégorie et du règlement de reprise et de résilience.
Art.3. De Europese voorwaarden over de transparantie, vermeld in artikel 9 van de algemene groepsvrijstellingsverordening, worden nageleefd en het toegekende subsidiebedrag wordt ingegeven op de Europese Transparantiewebsite.
Art.3. Les conditions européennes relatives à la transparence, visées à l'article 9 du règlement général d'exemption par catégorie, sont respectées et le montant de subvention octroyé est introduit dans le site web européen dédié à la Transparence.
HOOFDSTUK 3. - Voorwaarden
CHAPITRE 3. - Conditions
Afdeling 1. - Voorwaarden voor de subsidieaanvrager
Section 1re. - Conditions pour le demandeur de subvention
Art.4. De volgende ondernemingen komen in aanmerking voor een subsidie:
1° North Sea Port Flanders (KBO: 0218843678);
2° Haven van Antwerpen - Brugge (KBO: 0248399380);
3° Haven Oostende (KBO: 0259978212);
4° de ondernemingen die aan één van de volgende voorwaarden voldoet:
a) de onderneming is een natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
b) de onderneming is een vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht;
c) de onderneming is een buitenlandse onderneming met een statuut dat gelijkwaardig is aan het statuut, vermeld in punt 4°, a) en b).
1° North Sea Port Flanders (KBO: 0218843678);
2° Haven van Antwerpen - Brugge (KBO: 0248399380);
3° Haven Oostende (KBO: 0259978212);
4° de ondernemingen die aan één van de volgende voorwaarden voldoet:
a) de onderneming is een natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
b) de onderneming is een vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht;
c) de onderneming is een buitenlandse onderneming met een statuut dat gelijkwaardig is aan het statuut, vermeld in punt 4°, a) en b).
Art.4. Les entreprises suivantes sont éligibles à une subvention :
1° North Sea Port Flanders (BCE : 0218843678) ;
2° Port d'Anvers - Bruges (BCE : 0248399380) ;
3° Port d'Ostende (BCE: 0259978212) ;
4° l'entreprise qui remplit l'une des conditions suivantes :
a) l'entreprise est une personne physique exerçant une activité professionnelle en tant qu'indépendant ;
b) l'entreprise est une société dotée de la personnalité juridique de droit privé ;
c) l'entreprise est une entreprise étrangère ayant un statut équivalent au statut visé au point 4°, a) et b).
1° North Sea Port Flanders (BCE : 0218843678) ;
2° Port d'Anvers - Bruges (BCE : 0248399380) ;
3° Port d'Ostende (BCE: 0259978212) ;
4° l'entreprise qui remplit l'une des conditions suivantes :
a) l'entreprise est une personne physique exerçant une activité professionnelle en tant qu'indépendant ;
b) l'entreprise est une société dotée de la personnalité juridique de droit privé ;
c) l'entreprise est une entreprise étrangère ayant un statut équivalent au statut visé au point 4°, a) et b).
Art.5. De onderneming beschikt over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest.
Art.5. L'entreprise dispose d'un siège d'exploitation en Région flamande.
Art.6. De onderneming is op de indieningsdatum van de subsidieaanvraag geen onderneming in moeilijkheden als vermeld in artikel 2, punt 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, en heeft geen procedure lopen op basis van Europees, nationaal of regionaal recht waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd.
Er wordt alleen een subsidie verleend aan ondernemingen die voldoen aan de regelgeving die van toepassing is in het Vlaamse Gewest. De onderneming blijft aan de voormelde regelgeving voldoen tot vijf jaar na de beëindiging van de subsidiabele uitgaven.
Er wordt alleen een subsidie verleend aan ondernemingen die voldoen aan de regelgeving die van toepassing is in het Vlaamse Gewest. De onderneming blijft aan de voormelde regelgeving voldoen tot vijf jaar na de beëindiging van de subsidiabele uitgaven.
Art.6. A la date d'introduction de la demande de subvention, l'entreprise ne peut être une entreprise en difficultés telle que visée à l'article 2, point 18, du règlement général d'exemption par catégorie et ne peut pas faire l'objet d'une procédure de droit européen, national ou régional visant le recouvrement de l'aide octroyée.
Aucune subvention n'est octroyée aux entreprises qui ne répondent pas à la réglementation applicable en Région flamande. L'entreprise continue à répondre à la réglementation précitée jusqu'à cinq ans après la cessation des dépenses subventionnables.
Aucune subvention n'est octroyée aux entreprises qui ne répondent pas à la réglementation applicable en Région flamande. L'entreprise continue à répondre à la réglementation précitée jusqu'à cinq ans après la cessation des dépenses subventionnables.
Art.7. Een administratieve overheid als vermeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State of een buitenlandse vergelijkbare administratieve overheid heeft op de indieningsdatum van de subsidieaanvraag geen dominerende invloed op de ondernemingen, vermeld in artikel 4, 4°. Er is een vermoeden van dominerende invloed als de onderneming voor 50% of meer van het kapitaal, de inbreng of de stemrechten rechtstreeks of onrechtstreeks in handen is van de voormelde administratieve overheid.
Het vermoeden van dominerende invloed kan weerlegd worden als de onderneming kan aantonen dat de administratieve overheid, vermeld in het eerste lid, in werkelijkheid geen dominerende invloed uitoefent op het beleid van de onderneming. De minister neemt een beslissing over het voormelde vermoeden.
Het vermoeden van dominerende invloed kan weerlegd worden als de onderneming kan aantonen dat de administratieve overheid, vermeld in het eerste lid, in werkelijkheid geen dominerende invloed uitoefent op het beleid van de onderneming. De minister neemt een beslissing over het voormelde vermoeden.
Art.7. Une autorité administrative telle que visée à l'article 14 des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat ou une autorité administrative étrangère similaire n'exerce, à la date d'introduction de la demande de subvention, pas d'influence dominante sur les entreprises, visées à l'article 4, 4°. Il y a présomption d'influence dominante lorsque 50 % ou plus du capital, de l'apport ou des droits de vote de l'entreprise sont directement ou indirectement détenus par l'autorité administrative précitée.
La présomption d'influence dominante peut être réfutée si l'entreprise peut démontrer que l'autorité administrative, visée à l'alinéa 1er, n'exerce en réalité aucune influence dominante sur la politique de l'entreprise. Le ministre prend une décision sur la présomption précitée.
La présomption d'influence dominante peut être réfutée si l'entreprise peut démontrer que l'autorité administrative, visée à l'alinéa 1er, n'exerce en réalité aucune influence dominante sur la politique de l'entreprise. Le ministre prend une décision sur la présomption précitée.
Afdeling 2. - Voorwaarden voor de subsidiabele uitgaven
Section 2. - Conditions pour les dépenses subventionnables
Art.8. De subsidiabele uitgaven starten op zijn vroegst op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de subsidieaanvraag wordt ingediend.
De subsidie vervalt volledig als de subsidiabele uitgaven starten voor de dag, vermeld in het eerste lid.
De subsidie vervalt volledig als de subsidiabele uitgaven starten voor de dag, vermeld in het eerste lid.
Art.8. Les dépenses subventionnables commencent au plus tôt le premier jour du mois qui suit le mois auquel la demande de subvention est introduite.
La subvention est entièrement annulée lorsque les dépenses subventionnables prennent cours avant le jour, visé à l'alinéa 1er.
La subvention est entièrement annulée lorsque les dépenses subventionnables prennent cours avant le jour, visé à l'alinéa 1er.
Art.9. De investeringen blijven vijf jaar na de beëindiging van de uitgaven door de onderneming behouden.
Art.9. Les investissements sont conservés pendant cinq ans après la cessation des dépenses par l'entreprise.
Art.10. De subsidiabele uitgaven starten binnen zes maanden na de beslissing tot toekenning van de subsidie en worden beëindigd vóór 1 mei 2026.
Art.10. Les dépenses subventionnables commencent dans les six mois après la décision d'octroi de la subvention et sont cessées avant le 1er mai 2026.
Art.11. De subsidiabele uitgaven voldoen aan de bepalingen in de technische richtsnoeren "geen significante schade berokkenen" (2021/C58/01) van de Europese Commissie.
Art.11. Les dépenses subventionnables répondent aux dispositions des Orientations techniques sur l'application du principe consistant " à ne pas causer de préjudice important " (2021/C58/01) de la Commission européenne.
HOOFDSTUK 4. - Subsidie
CHAPITRE 4. - Subvention
Art.12. De subsidie-enveloppe voor de oproep wordt vastgesteld op maximaal 10.000.000 euro. Dat bedrag kan één keer verhoogd worden door de minister met maximaal 9.000.000 euro.
Art.12. L'enveloppe subventionnelle pour l'appel est fixée à 10 000 000 euros maximum. Ce montant peut être majoré une seule fois par le ministre de 9 000 000 euros maximum.
Art.13. De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele uitgaven.
Art.13. La subvention s'élève à 50 % des dépenses subventionnables.
Art.14. De uitgaven voor de aanleg, installatie, verbetering of uitbreiding van een walstroominstallatie die hoofdzakelijk wordt gebruikt door zeeschepen in een zeehaven in Vlaanderen, zijn subsidiabel.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° walstroominstallatie: een installatie aan de wal aan de hand waarvan een schip het elektriciteitsnet kan gebruiken;
2° zeehaven: de haven, vermeld in artikel 2, punt 155, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3° zeeschepen: de schepen, vermeld in artikel 2, punt 163, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
De uitgaven, vermeld in het eerste lid, kunnen het volgende omvatten:
1° de laadinfrastructuur en de bijbehorende technische uitrusting, waaronder vaste, mobiele of drijvende installaties;
2° de installatie van of verbeteringen aan elektrische of andere componenten, waaronder elektrische kabels en energietransformatoren, die nodig zijn om de oplaad- of tankinfrastructuur aan te sluiten op het net, inclusief de uitgaven voor netverzwaring, of op een lokale productie- of opslaginstallatie voor elektriciteit of waterstof;
3° de civieltechnische werken;
4° de aanpassingen van gronden of wegen;
5° de installatie-uitgaven en de uitgaven van vergunningen die daarmee verband houden.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° walstroominstallatie: een installatie aan de wal aan de hand waarvan een schip het elektriciteitsnet kan gebruiken;
2° zeehaven: de haven, vermeld in artikel 2, punt 155, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3° zeeschepen: de schepen, vermeld in artikel 2, punt 163, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
De uitgaven, vermeld in het eerste lid, kunnen het volgende omvatten:
1° de laadinfrastructuur en de bijbehorende technische uitrusting, waaronder vaste, mobiele of drijvende installaties;
2° de installatie van of verbeteringen aan elektrische of andere componenten, waaronder elektrische kabels en energietransformatoren, die nodig zijn om de oplaad- of tankinfrastructuur aan te sluiten op het net, inclusief de uitgaven voor netverzwaring, of op een lokale productie- of opslaginstallatie voor elektriciteit of waterstof;
3° de civieltechnische werken;
4° de aanpassingen van gronden of wegen;
5° de installatie-uitgaven en de uitgaven van vergunningen die daarmee verband houden.
Art.14. Les dépenses pour l'aménagement, la mise en place, l'amélioration ou l'extension d'une installation d'alimentation électrique à quai qui est principalement utilisée par des navires de mer dans un port maritime en Flandre, sont subventionnables.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° installation d'alimentation électrique à quai : une installation à quai permettant à un navire d'utiliser le réseau d'électricité ;
2° port maritime : le port, visé à l'article 2, point 155, du règlement général d'exemption par catégorie ;
3° navires de mer : les navires, visés à l'article 2, point 163, du règlement général d'exemption par catégorie.
Les dépenses visées à l'alinéa 1er peuvent comprendre les éléments suivants :
1° l'infrastructure de recharge et l'équipement technique correspondant, y compris des installations fixes, mobiles ou flottantes ;
2° l'installation ou l'amélioration de composants électriques ou autres, y compris les câbles électriques et les transformateurs de puissance, nécessaires pour connecter l'infrastructure de recharge ou de ravitaillement au réseau, y compris les dépenses liées au renforcement du réseau, ou à une installation locale de production ou de stockage d'électricité ou d'hydrogène ;
3° les travaux de génie civil ;
4° les adaptations de terrains ou de routes ;
5° les dépenses d'installation et les dépenses de permis qui y sont liées.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° installation d'alimentation électrique à quai : une installation à quai permettant à un navire d'utiliser le réseau d'électricité ;
2° port maritime : le port, visé à l'article 2, point 155, du règlement général d'exemption par catégorie ;
3° navires de mer : les navires, visés à l'article 2, point 163, du règlement général d'exemption par catégorie.
Les dépenses visées à l'alinéa 1er peuvent comprendre les éléments suivants :
1° l'infrastructure de recharge et l'équipement technique correspondant, y compris des installations fixes, mobiles ou flottantes ;
2° l'installation ou l'amélioration de composants électriques ou autres, y compris les câbles électriques et les transformateurs de puissance, nécessaires pour connecter l'infrastructure de recharge ou de ravitaillement au réseau, y compris les dépenses liées au renforcement du réseau, ou à une installation locale de production ou de stockage d'électricité ou d'hydrogène ;
3° les travaux de génie civil ;
4° les adaptations de terrains ou de routes ;
5° les dépenses d'installation et les dépenses de permis qui y sont liées.
Art.15. De volgende investeringen zijn niet subsidiabel:
1° de investeringen die vroeger zijn geactiveerd en opgenomen in de afschrijvingstabel, en die verworven worden van:
a) een onderneming waarin de subsidieaanvragende onderneming rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
b) een onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks participeert in de subsidieaanvragende onderneming;
c) een verwante patrimoniumvennootschap;
2° de investeringen die verworven worden van een zaakvoerder, een bestuurder of een aandeelhouder van de subsidieaanvragende onderneming;
3° de investeringen die verband houden met niet-vervoergerelateerde activiteiten, industriële productiefaciliteiten, kantoren of winkels en havensuprastructuren.
In het eerste lid, 3°, wordt verstaan onder havensuprastructuur: de havensuprastructuur, vermeld in artikel 2, punt 158, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
1° de investeringen die vroeger zijn geactiveerd en opgenomen in de afschrijvingstabel, en die verworven worden van:
a) een onderneming waarin de subsidieaanvragende onderneming rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
b) een onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks participeert in de subsidieaanvragende onderneming;
c) een verwante patrimoniumvennootschap;
2° de investeringen die verworven worden van een zaakvoerder, een bestuurder of een aandeelhouder van de subsidieaanvragende onderneming;
3° de investeringen die verband houden met niet-vervoergerelateerde activiteiten, industriële productiefaciliteiten, kantoren of winkels en havensuprastructuren.
In het eerste lid, 3°, wordt verstaan onder havensuprastructuur: de havensuprastructuur, vermeld in artikel 2, punt 158, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Art.15. Les investissements suivants ne sont pas subventionnables :
1° les investissements auparavant activés et repris dans le tableau d'amortissement, acquis :
a) d'une entreprise à laquelle l'entreprise demandant la subvention participe directement ou indirectement ;
b) d'une entreprise qui participe directement ou indirectement dans l'entreprise demandant la subvention ;
c) d'une société patrimoniale apparentée ;
2° les investissements acquis d'un gérant, d'un administrateur ou d'un actionnaire de l'entreprise demandant la subvention ;
3° les investissements relatifs à des activités non liées au transport, les installations de production industrielle, les bureaux ou commerces et les superstructures portuaires.
Dans l'alinéa 1er, 3°, on entend par superstructure portuaire : la superstructure portuaire, visée à l'article 2, point 158, du règlement général d'exemption par catégorie.
1° les investissements auparavant activés et repris dans le tableau d'amortissement, acquis :
a) d'une entreprise à laquelle l'entreprise demandant la subvention participe directement ou indirectement ;
b) d'une entreprise qui participe directement ou indirectement dans l'entreprise demandant la subvention ;
c) d'une société patrimoniale apparentée ;
2° les investissements acquis d'un gérant, d'un administrateur ou d'un actionnaire de l'entreprise demandant la subvention ;
3° les investissements relatifs à des activités non liées au transport, les installations de production industrielle, les bureaux ou commerces et les superstructures portuaires.
Dans l'alinéa 1er, 3°, on entend par superstructure portuaire : la superstructure portuaire, visée à l'article 2, point 158, du règlement général d'exemption par catégorie.
Art.16. De subsidie bedraagt maximaal 4.000.000 euro.
De subsidiabele uitgaven bedragen minimaal 1.000.000 euro.
De subsidiabele uitgaven bedragen minimaal 1.000.000 euro.
Art.16. La subvention s'élève à 4 000 000 euros au maximum.
Les dépenses subventionnables s'élèvent à 1 000 000 euros au minimum.
Les dépenses subventionnables s'élèvent à 1 000 000 euros au minimum.
HOOFDSTUK 5. - Procedure
CHAPITRE 5. - Procédure
Afdeling 1. - De subsidieaanvraag
Section 1re. - La demande de subvention
Art.17. De subsidie wordt toegekend via een oproepprocedure.
Art.17. La subvention est octroyée via une procédure d'appel.
Art.18. De subsidieaanvraag wordt ingediend bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen aan de hand van het aanvraagformulier dat daarvoor ter beschikking wordt gesteld via de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, conform de voorwaarden, vermeld op die website.
De indieningsperiode van de subsidieaanvraag wordt bepaald op de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan de uiterste indieningsdatum verlengen op voorwaarde dat de onderneming een gemotiveerd verzoek indient bij het voormelde agentschap, waarbij wordt aangegeven dat de vertraging te verklaren is door al dan niet tijdelijke onvoorziene factoren buiten hun wil om.
De indieningsperiode van de subsidieaanvraag wordt bepaald op de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan de uiterste indieningsdatum verlengen op voorwaarde dat de onderneming een gemotiveerd verzoek indient bij het voormelde agentschap, waarbij wordt aangegeven dat de vertraging te verklaren is door al dan niet tijdelijke onvoorziene factoren buiten hun wil om.
Art.18. La demande de subvention est introduite auprès de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat à l'aide du formulaire de demande mis à disposition à cet effet sur le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, conformément aux conditions mentionnées sur ce site web.
Le délai d'introduction de la demande de subvention est fixé sur le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut prolonger la date limite d'introduction à condition que l'entreprise introduise une demande motivée auprès de l'agence précitée, en indiquant que le retard s'explique par des facteurs, temporaires ou non, imprévus, indépendants de leur volonté.
Le délai d'introduction de la demande de subvention est fixé sur le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut prolonger la date limite d'introduction à condition que l'entreprise introduise une demande motivée auprès de l'agence précitée, en indiquant que le retard s'explique par des facteurs, temporaires ou non, imprévus, indépendants de leur volonté.
Afdeling 2. - Ontvankelijkheid en beoordeling
Section 2. - Recevabilité et évaluation
Art.19. De leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen beslist over de ontvankelijkheid van de subsidieaanvragen conform de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in artikel 4, 5, 6, 7, 11 en artikel 16, tweede lid.
De leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen brengt de subsidieaanvrager op de hoogte van de onontvankelijkheid van zijn subsidieaanvraag.
De leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen brengt de subsidieaanvrager op de hoogte van de onontvankelijkheid van zijn subsidieaanvraag.
Art.19. Le fonctionnaire dirigeant de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat décide de la recevabilité des demandes de subvention conformément aux conditions de recevabilité visées aux articles 4, 5, 6, 7, 11 et à l'article 16, alinéa 2.
Le fonctionnaire dirigeant de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat informe le demandeur de subvention de l'irrecevabilité de sa demande de subvention.
Le fonctionnaire dirigeant de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat informe le demandeur de subvention de l'irrecevabilité de sa demande de subvention.
Art.20. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen beoordeelt de subsidieaanvragen die conform artikel 19 ontvankelijk zijn, op basis van de volgende boordelingscriteria:
1° de timing van uitvoering van de subsidiabele uitgaven;
2° de potentiële CO2-reductie per jaar;
3° de oppervlakte Natura 2000-gebieden in een straal van 25 kilometer rondom de subsidiabele uitgaven.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen garandeert een evenwichtige regionale spreiding van de subsidies verleend op basis van dit besluit.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kent een score toe aan de beoordelingscriteria, vermeld in het eerste lid, en op basis daarvan worden de subsidieaanvragen gerangschikt en beslist het Agentschap Innoveren en Ondernemen over de toekenning van de subsidie.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen brengt de subsidieaanvrager op de hoogte van de beslissing tot subsidietoekenning.
1° de timing van uitvoering van de subsidiabele uitgaven;
2° de potentiële CO2-reductie per jaar;
3° de oppervlakte Natura 2000-gebieden in een straal van 25 kilometer rondom de subsidiabele uitgaven.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen garandeert een evenwichtige regionale spreiding van de subsidies verleend op basis van dit besluit.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kent een score toe aan de beoordelingscriteria, vermeld in het eerste lid, en op basis daarvan worden de subsidieaanvragen gerangschikt en beslist het Agentschap Innoveren en Ondernemen over de toekenning van de subsidie.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen brengt de subsidieaanvrager op de hoogte van de beslissing tot subsidietoekenning.
Art.20. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat évalue les demandes de subvention recevables conformément à l'article 19 sur la base des critères d'évaluation suivants :
1° le calendrier de mise en oeuvre des dépenses subventionnables ;
2° la réduction potentielle de CO2 par an ;
3° la superficie des sites Natura 2000 dans un rayon de 25 kilomètres autour des dépenses subventionnables.
L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat garantit une répartition régionale équilibrée des subventions accordées sur la base du présent arrêté.
L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat attribue un score aux critères d'évaluation visés à l'alinéa 1er, et sur la base de ce score, les demandes de subvention sont classées et l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat décide de l'octroi de la subvention.
L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat informe le demandeur de subvention de la décision d'octroi de la subvention.
1° le calendrier de mise en oeuvre des dépenses subventionnables ;
2° la réduction potentielle de CO2 par an ;
3° la superficie des sites Natura 2000 dans un rayon de 25 kilomètres autour des dépenses subventionnables.
L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat garantit une répartition régionale équilibrée des subventions accordées sur la base du présent arrêté.
L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat attribue un score aux critères d'évaluation visés à l'alinéa 1er, et sur la base de ce score, les demandes de subvention sont classées et l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat décide de l'octroi de la subvention.
L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat informe le demandeur de subvention de la décision d'octroi de la subvention.
HOOFDSTUK 6. - Uitbetaling
CHAPITRE 6. - Paiement
Art.21. De uitbetaling van de subsidie wordt aangevraagd conform de regels, vermeld op de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
Art.21. Le paiement de la subvention est demandé conformément aux règles, mentionnées sur le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat.
Art.22. De subsidie wordt in de volgende drie schijven uitbetaald:
1° een eerste schijf van 30%, op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot subsidietoekenning op voorwaarde dat de subsidieaanvrager de volgende twee voorwaarden vervult:
a) de onderneming vraagt de uitbetaling van de schijf aan;
b) de onderneming heeft de subsidiabele uitgaven voor 30% uitgevoerd;
2° een tweede schijf van 30%, op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot subsidietoekenning op voorwaarde dat de subsidieaanvrager de volgende twee voorwaarden vervult:
a) de onderneming vraagt de uitbetaling van de schijf aan;
b) de onderneming heeft de subsidiabele uitgaven voor 60% uitgevoerd;
3° een derde schijf van 40%, op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot subsidietoekenning en na de beëindiging van de uitgaven, op voorwaarde dat de subsidieaanvrager de volgende drie voorwaarden vervult:
a) de onderneming vraagt de uitbetaling van de schijf aan;
b) de onderneming heeft de uitgaven volledig uitgevoerd;
c) de onderneming voldoet aan alle voorwaarden van dit besluit, de algemene groepsvrijstellingsverordening en de herstel- en veerkrachtverordening.
1° een eerste schijf van 30%, op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot subsidietoekenning op voorwaarde dat de subsidieaanvrager de volgende twee voorwaarden vervult:
a) de onderneming vraagt de uitbetaling van de schijf aan;
b) de onderneming heeft de subsidiabele uitgaven voor 30% uitgevoerd;
2° een tweede schijf van 30%, op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot subsidietoekenning op voorwaarde dat de subsidieaanvrager de volgende twee voorwaarden vervult:
a) de onderneming vraagt de uitbetaling van de schijf aan;
b) de onderneming heeft de subsidiabele uitgaven voor 60% uitgevoerd;
3° een derde schijf van 40%, op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot subsidietoekenning en na de beëindiging van de uitgaven, op voorwaarde dat de subsidieaanvrager de volgende drie voorwaarden vervult:
a) de onderneming vraagt de uitbetaling van de schijf aan;
b) de onderneming heeft de uitgaven volledig uitgevoerd;
c) de onderneming voldoet aan alle voorwaarden van dit besluit, de algemene groepsvrijstellingsverordening en de herstel- en veerkrachtverordening.
Art.22. La subvention est payée dans les 3 tranches suivantes :
1° une première tranche de 30 %, au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention, à condition que le demandeur de subvention remplisse les deux conditions suivantes :
a) l'entreprise demande le paiement de la tranche ;
b) l'entreprise a réalisé 30 % des dépenses subventionnables ;
2° une deuxième tranche de 30 %, au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention, à condition que le demandeur de subvention remplisse les deux conditions suivantes :
a) l'entreprise demande le paiement de la tranche ;
b) l'entreprise a réalisé 60 % des dépenses subventionnables ;
3° une troisième tranche de 40 %, au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention, et après la fin des dépenses, à condition que le demandeur de subvention remplisse les trois conditions suivantes :
a) l'entreprise demande le paiement de la tranche ;
b) l'entreprise a réalisé la totalité des dépenses ;
c) l'entreprise remplit toutes les conditions du présent arrêté, du règlement général d'exemption par catégorie et du règlement de reprise et de résilience.
1° une première tranche de 30 %, au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention, à condition que le demandeur de subvention remplisse les deux conditions suivantes :
a) l'entreprise demande le paiement de la tranche ;
b) l'entreprise a réalisé 30 % des dépenses subventionnables ;
2° une deuxième tranche de 30 %, au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention, à condition que le demandeur de subvention remplisse les deux conditions suivantes :
a) l'entreprise demande le paiement de la tranche ;
b) l'entreprise a réalisé 60 % des dépenses subventionnables ;
3° une troisième tranche de 40 %, au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention, et après la fin des dépenses, à condition que le demandeur de subvention remplisse les trois conditions suivantes :
a) l'entreprise demande le paiement de la tranche ;
b) l'entreprise a réalisé la totalité des dépenses ;
c) l'entreprise remplit toutes les conditions du présent arrêté, du règlement général d'exemption par catégorie et du règlement de reprise et de résilience.
Art.23. De aanvragen tot uitbetaling worden ingediend binnen dertig dagen na de beëindiging van de subsidiabele uitgaven. Als de subsidiabele uitgaven al voor de beslissing tot toekenning van de subsidie zijn beëindigd, worden de voormelde aanvragen tot uitbetaling ingediend binnen twaalf maanden na de voormelde beslissing.
Art.23. Les demandes de paiement sont introduites dans les trente jours suivant la fin des dépenses subventionnables. Si les dépenses subventionnables ont déjà pris fin avant la décision d'octroi de la subvention, les demandes de paiement précitées sont introduites dans un délai de 12 mois à compter de la décision précitée.
Art.24. Er wordt geen subsidie uitbetaald als de onderneming een procedure op basis van Europees, nationaal of regionaal recht heeft lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd. Als er een procedure tot terugvordering lopende is, wordt de uitbetaling van de subsidie opgeschort tot de onderneming het bewijs levert dat het teruggevorderde bedrag is terugbetaald of de procedure tot terugvordering is afgelopen.
Art.24. Aucune subvention ne sera versée si l'entreprise fait l'objet d'une procédure de droit européen, national ou régional visant la récupération de l'aide octroyée. Si une procédure de récupération est en cours, le versement de la subvention est suspendu jusqu'à ce que l'entreprise apporte la preuve que le montant récupéré a été remboursé ou que la procédure de récupération est terminée.
HOOFDSTUK 7. - Controle en terugvordering
CHAPITRE 7. - Contrôle et récupération
Art.25. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan vanaf de indiening van de subsidieaanvraag op elk moment controleren, op basis van de opgevraagde stukken of ter plaatse, of de voorwaarden van dit besluit, de algemene groepsvrijstellingsverordening en de herstel- en veerkrachtverordening worden nageleefd.
Als uit de controle, vermeld in het eerste lid, blijkt dat de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, niet worden nageleefd beslist het Agentschap Innoveren en Ondernemen, afhankelijk van het feit of de steun al dan niet werd toegekend, tot:
1° weigering van de steun;
2° niet-uitbetaling of terugvordering van de toegekende steun.
Als uit de controle, vermeld in het eerste lid, blijkt dat de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, niet worden nageleefd beslist het Agentschap Innoveren en Ondernemen, afhankelijk van het feit of de steun al dan niet werd toegekend, tot:
1° weigering van de steun;
2° niet-uitbetaling of terugvordering van de toegekende steun.
Art.25. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut contrôler, à tout moment à partir de l'introduction de la demande de subvention, sur la base des documents demandés ou sur place, si les conditions du présent arrêté, du règlement général d'exemption par catégorie et du règlement de reprise et de résilience sont remplies.
Si le contrôle visé à l'alinéa 1er révèle que les conditions visées à l'alinéa 1er ne sont pas respectées, l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat décide, selon que l'aide a été octroyée ou non :
1° du refus de l'aide ;
2° du non-paiement ou de la récupération de l'aide octroyée.
Si le contrôle visé à l'alinéa 1er révèle que les conditions visées à l'alinéa 1er ne sont pas respectées, l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat décide, selon que l'aide a été octroyée ou non :
1° du refus de l'aide ;
2° du non-paiement ou de la récupération de l'aide octroyée.
Art.26. Met behoud van de toepassing van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 en het Besluit Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 17 mei 2019 wordt de subsidie teruggevorderd als de voorwaarden van dit besluit, de algemene groepsvrijstellingsverordening en de herstel- en veerkrachtverordening niet worden nageleefd.
In geval van terugvordering wordt de Europese referentierentevoet voor terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun toegepast.
In geval van terugvordering wordt de Europese referentierentevoet voor terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun toegepast.
Art.26. Sans préjudice de l'application de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes, du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019 et de l'Arrêté relatif au Code flamand des Finances publiques du 17 mai 2019, la subvention sera récupérée si les conditions du présent arrêté, du règlement général d'exemption par catégorie et du règlement de reprise et de résilience ne sont pas respectées.
En cas de récupération, le taux d'intérêt de référence européen pour la récupération des aides d'Etat illégalement octroyées est d'application.
En cas de récupération, le taux d'intérêt de référence européen pour la récupération des aides d'Etat illégalement octroyées est d'application.
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Art.27. Dit besluit treedt in werking op 15 september 2023.
Art.27. Le présent arrêté entre en vigueur le 15 septembre 2023.
Art. 28. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 28. Le ministre flamand qui a l'économie dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.