Artikel 1. In artikel 2, § 1, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de gemeenschappelijke begrippen voor de interventies en steunmaatregelen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de conditionaliteit worden de volgende wijzigingen aangebracht
1° in lid 1, 5° :
a) worden de woorden "van inheemse soorten" ingevoegd tussen het woord "bomen" en de woorden "met de volgende kenmerken";
b) wordt er een e) ingevoegd, luidend als volgt:
"e) de omtrek van hun stam, gemeten op anderhalve meter hoogte, bedraagt ten minste veertig centimeter. ";
2° in lid 1, 7°, worden de woorden "op meer dan vijf meter van andere bomen, struiken of heesters staan" vervangen door de woorden "waarvan de kroon op meer dan vijf meter van andere bomen, struiken of heesters staat";
3° in lid 1, 17°, wordt het woord "meerjarige" opgeheven;
4° in lid 1, 24°, b), worden de woorden "wat betreft heggen en ten minste vijf meter lang wat betreft bomen in rij," ingevoegd tussen de woorden "tien meter lang" en de woorden ", met inbegrip van";
5° in lid 5, 26°, van de Franse versie, wordt het woord "le" ingevoegd tussen het woord "entre" en de woorden "1er novembre";
6° in lid 1, 43°, worden de woorden ", de locaties die in aanmerking komen voor het Natura 2000-netwerk " ingevoegd tussen de woorden "de Natura 2000-locaties" en de woorden "en van de sites met een hoge biologische waarde";
7° lid 4 wordt aangevuld met de volgende zin:
"In afwijking van lid 1, 26°, mag de oppervlakte van een vijver minder dan vijfentwintig vierkante meter bedragen in geval van grote droogte. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 JANUARI 2024. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van verschillende besluiten inzake landbouwsteun
Titre
10 JANVIER 2024. - Arrêté du Gouvernement wallon modifiant divers arrêtés en matière d'aides agricoles
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging in het besluit van de ...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Go...
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Tekst (65)
Texte (65)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de gemeenschappelijke begrippen voor de interventies en steunmaatregelen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de conditionaliteit
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif aux notions communes aux interventions et aides de la politique agricole commune et à la conditionnalité
Article 1er. A l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif aux notions communes aux interventions et aides de la politique agricole commune et à la conditionnalité, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, 5° :
a) les mots " d'essences indigènes " sont insérés entre les mots " les arbres " et le mot " présentant " ;
b) est inséré un e) rédigé comme suit :
" e) la circonférence de leur tronc, mesurée à un mètre et demi de hauteur, est d'au moins quarante centimètres. " ;
2° dans l'alinéa 1er, 7°, le mot " situés " est remplacé par les mots " dont la couronne est située " ;
3° dans l'alinéa 1er, 17°, le mot " pluriannuels " est abrogé ;
4° dans l'alinéa 1er, 24°, b), les mots " en ce qui concerne les haies et de minimum cinq mètres en ce qui concerne les arbres alignés, " sont insérés entre les mots " de minimum dix mètres " et les mots " en ce compris " ;
5° dans l'alinéa 1er, 26°, le mot " le " est inséré entre le mot " entre " et les mots " 1er novembre " ;
6° dans l'alinéa 1er, 43°, les mots ", des sites candidats au réseau Natura 2000 " sont insérés entre les mots " sites Natura 2000 " et les mots " et des sites de grand intérêt biologique " ;
7° l'alinéa 4 est complété par la phrase suivante :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, 26°, la superficie d'une mare peut être inférieure à vingt-cinq mètres carrés en cas de forte sécheresse. ".
1° dans l'alinéa 1er, 5° :
a) les mots " d'essences indigènes " sont insérés entre les mots " les arbres " et le mot " présentant " ;
b) est inséré un e) rédigé comme suit :
" e) la circonférence de leur tronc, mesurée à un mètre et demi de hauteur, est d'au moins quarante centimètres. " ;
2° dans l'alinéa 1er, 7°, le mot " situés " est remplacé par les mots " dont la couronne est située " ;
3° dans l'alinéa 1er, 17°, le mot " pluriannuels " est abrogé ;
4° dans l'alinéa 1er, 24°, b), les mots " en ce qui concerne les haies et de minimum cinq mètres en ce qui concerne les arbres alignés, " sont insérés entre les mots " de minimum dix mètres " et les mots " en ce compris " ;
5° dans l'alinéa 1er, 26°, le mot " le " est inséré entre le mot " entre " et les mots " 1er novembre " ;
6° dans l'alinéa 1er, 43°, les mots ", des sites candidats au réseau Natura 2000 " sont insérés entre les mots " sites Natura 2000 " et les mots " et des sites de grand intérêt biologique " ;
7° l'alinéa 4 est complété par la phrase suivante :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, 26°, la superficie d'une mare peut être inférieure à vingt-cinq mètres carrés en cas de forte sécheresse. ".
Art. 2. In artikel 16, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt aangevuld met een punt 6° en een punt 7° luidend als volgt:
"6° beboste oppervlaktes;
7° oppervlakken van stilstaande wateren. ";
2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
"Voor de toepassing van lid 1, 1°, wordt verstaan onder "beboste oppervlakten", de gebieden die bestaan uit bomen of struiken die op korte afstand van elkaar zijn geplant zodat ze een dicht struikgewas vormen. ".
1° het eerste lid wordt aangevuld met een punt 6° en een punt 7° luidend als volgt:
"6° beboste oppervlaktes;
7° oppervlakken van stilstaande wateren. ";
2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
"Voor de toepassing van lid 1, 1°, wordt verstaan onder "beboste oppervlakten", de gebieden die bestaan uit bomen of struiken die op korte afstand van elkaar zijn geplant zodat ze een dicht struikgewas vormen. ".
Art. 2. A l'article 16, § 2, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er, est complété par les 6° et 7° rédigés comme suit :
" 6° les surfaces boisées ;
7° les surfaces d'eau stagnante. " ;
2° le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Pour l'application de l'alinéa 1er, 1°, l'on entend par " surfaces boisées ", les étendues composées d'arbres ou d'arbustes implantés à faible distance les uns des autres de façon à constituer des couverts arbustifs denses. ".
1° l'alinéa 1er, est complété par les 6° et 7° rédigés comme suit :
" 6° les surfaces boisées ;
7° les surfaces d'eau stagnante. " ;
2° le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Pour l'application de l'alinéa 1er, 1°, l'on entend par " surfaces boisées ", les étendues composées d'arbres ou d'arbustes implantés à faible distance les uns des autres de façon à constituer des couverts arbustifs denses. ".
Art. 3. Artikel 17 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
"Lid 1 is niet van toepassing op de volgende oppervlakten:
1° blijvend grasland dat bestaat uit oppervlakten die geschikt zijn voor begrazing en die vallen onder de gangbare plaatselijke praktijken, waar de kruidachtige deklaag niet overheerst, in de zin van artikel 2, § 1, eerste lid, 35° ;
2° blijvende teelten;
3° populierenbossen. ".
"Lid 1 is niet van toepassing op de volgende oppervlakten:
1° blijvend grasland dat bestaat uit oppervlakten die geschikt zijn voor begrazing en die vallen onder de gangbare plaatselijke praktijken, waar de kruidachtige deklaag niet overheerst, in de zin van artikel 2, § 1, eerste lid, 35° ;
2° blijvende teelten;
3° populierenbossen. ".
Art. 3. L'article 17 du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" L'alinéa 1er ne s'applique pas aux surfaces suivantes :
1° les prairies permanentes consistant en des surfaces adaptées au pâturage et relevant de pratiques locales établies où la couverture herbacée ne prédomine pas traditionnellement, au sens de l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 35° ;
2° les cultures permanentes ;
3° les peupleraies. ".
" L'alinéa 1er ne s'applique pas aux surfaces suivantes :
1° les prairies permanentes consistant en des surfaces adaptées au pâturage et relevant de pratiques locales établies où la couverture herbacée ne prédomine pas traditionnellement, au sens de l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 35° ;
2° les cultures permanentes ;
3° les peupleraies. ".
Art. 4. In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in lid 1, 2°, worden de woorden "een getuigschrift van nascholing type B" vervangen door de woorden "een getuigschrift van nascholing verkregen na het beëindigen van cursussen in landbouwbeheer en -economie";
2° in lid 2 wordt het woord ", 2° " ingevoegd tussen de woorden "het eerste lid" en de woorden "bepaalt de Minister";
3° het wordt aangevuld met volgend lid: "De Minister bepaalt de datum waarop een landbouwer die steun aanvraagt, moet voldoen aan de definitie van een actieve landbouwer".
1° in lid 1, 2°, worden de woorden "een getuigschrift van nascholing type B" vervangen door de woorden "een getuigschrift van nascholing verkregen na het beëindigen van cursussen in landbouwbeheer en -economie";
2° in lid 2 wordt het woord ", 2° " ingevoegd tussen de woorden "het eerste lid" en de woorden "bepaalt de Minister";
3° het wordt aangevuld met volgend lid: "De Minister bepaalt de datum waarop een landbouwer die steun aanvraagt, moet voldoen aan de definitie van een actieve landbouwer".
Art. 4. A l'article 21 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, 2°, les mots " certificat post-scolaire de type B " sont remplacés par les mots " certificat postscolaire obtenu à l'issue des cours de gestion et d'économie agricole " ;
2° dans l'alinéa 2, le mot " 2°, " est inséré entre les mots " l'alinéa 1er, " et les mots " le Ministre détermine " ;
3° il est complété par un alinéa rédigé comme suit : " Le Ministre détermine la date limite à laquelle l'agriculteur demandeur d'aides répond à la définition d'agriculteur actif ".
1° dans l'alinéa 1er, 2°, les mots " certificat post-scolaire de type B " sont remplacés par les mots " certificat postscolaire obtenu à l'issue des cours de gestion et d'économie agricole " ;
2° dans l'alinéa 2, le mot " 2°, " est inséré entre les mots " l'alinéa 1er, " et les mots " le Ministre détermine " ;
3° il est complété par un alinéa rédigé comme suit : " Le Ministre détermine la date limite à laquelle l'agriculteur demandeur d'aides répond à la définition d'agriculteur actif ".
Art. 5. In artikel 27 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 aangevuld met een punt 3°, luidend als volgt:
"3° de soorten documenten die aanvaard worden om de aandelen, de verdeling van de gebruiksrechten en de inbreng in het bedrijf van partner vast te stellen. ".
"3° de soorten documenten die aanvaard worden om de aandelen, de verdeling van de gebruiksrechten en de inbreng in het bedrijf van partner vast te stellen. ".
Art. 5. Dans l'article 27 du même arrêté, le paragraphe 2 est complété par un 3°, rédigé comme suit :
" 3° les types de documents acceptés pour déterminer les parts, la répartition des droits d'usage et les apports dans l'activité du partenaire. ".
" 3° les types de documents acceptés pour déterminer les parts, la répartition des droits d'usage et les apports dans l'activité du partenaire. ".
Art. 6. Artikel 28 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 28. § 1. Wanneer een besluit inzake een interventie in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voorziet in de berekening van een veebezetting, wordt deze bepaald overeenkomstig dit artikel.
§ 2. De gemiddelde veebezetting wordt beoordeeld op bedrijfsniveau voor een bepaald kalenderjaar, op basis van het aantal dieren in verhouding tot de totale oppervlakte voederarealen van het bedrijf.
De gemiddelde veebezetting wordt bepaald door de coëfficiënten van artikel 29 toe te passen op de desbetreffende dieren.
§ 3. De gemiddelde veebezetting wordt bepaald op basis van de volgende gegevens:
1° wat runderen betreft, het gemiddelde van de dagelijkse gegevens uit "Sanitel";
2° wat paardachtigen betreft, het aantal dieren aangegeven door de landbouwer in zijn verzamelaanvraagformulier voor het betrokken jaar;
3° wat geiten, schapen, hertachtigen en kameelachtigen betreft, de jaarlijkse inventaris betreffende de identificatie en registratie van schapen, geiten, hertachtigen en kameelachtigen.
Voor de berekening van de veebezetting worden alleen dieren in aanmerking genomen die aan de volgende cumulatieve kenmerken voldoen:
1° zij maken deel uit van de veestapel van het bedrijf van de landbouwer die de steunaanvraag heeft ingediend en, wat paarden betreft, worden zij door de landbouwer aangegeven in zijn verzamelaanvraag voor het betrokken jaar;
2° zij bevinden zich in de productie-eenheid of -eenheden die door de landbouwer in België wordt beheerd en waarop de steunaanvraag betrekking heeft.
§ 4. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder "voederarealen" verstaan, de voederarealen vastgesteld overeenkomstig artikel 18, § 1 lid 2, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de steun voor de biologische landbouw.
Voor de berekening van de veebezetting worden alleen percelen voedergewassen in aanmerking genomen die gelegen zijn op het grondgebied van België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Nederland.
§ 5. Voor de toepassing van dit artikel en onverminderd de specifieke bepalingen betreffende een steunmaatregel in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, wordt, in het geval van een beweidingscontract in de zin van artikel R. 211 van boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt, de oppervlakte van de percelen voederareaal van de landbouwer-overnemer waarop dieren van de aan het bedrijf van de overdragende landbouwer verbonden veestapel grazen, opgenomen in het totale voederareaal van de overdragende landbouwer en afgetrokken van het totale voederareaal van de landbouwer-overnemer.
Het voederareaal dat opgenomen is in het totale voederareaal van de overdragende landbouwer en dat op grond van lid 1 afgetrokken is van het totale voederareaal van de landbouwer-overnemer, wordt verminderd naar rato van de duur van de beweiding tijdens het betrokken kalenderjaar zoals vermeld in het beweidingscontract voor het betrokken kalenderjaar overeenkomstig artikel R. 211, § 3, tweede lid, 2°, van boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:
1° de overdragende landbouwer: de landbouwer wiens dieren één of meerdere percelen voederareaal begrazen die toebehoren aan de landbouwer-overnemer;
2° de landbouwer-overnemer: de landbouwer wiens één of meerdere percelen voederareaal begraasd worden door de dieren van de overdragende landbouwer. ".
"Art. 28. § 1. Wanneer een besluit inzake een interventie in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voorziet in de berekening van een veebezetting, wordt deze bepaald overeenkomstig dit artikel.
§ 2. De gemiddelde veebezetting wordt beoordeeld op bedrijfsniveau voor een bepaald kalenderjaar, op basis van het aantal dieren in verhouding tot de totale oppervlakte voederarealen van het bedrijf.
De gemiddelde veebezetting wordt bepaald door de coëfficiënten van artikel 29 toe te passen op de desbetreffende dieren.
§ 3. De gemiddelde veebezetting wordt bepaald op basis van de volgende gegevens:
1° wat runderen betreft, het gemiddelde van de dagelijkse gegevens uit "Sanitel";
2° wat paardachtigen betreft, het aantal dieren aangegeven door de landbouwer in zijn verzamelaanvraagformulier voor het betrokken jaar;
3° wat geiten, schapen, hertachtigen en kameelachtigen betreft, de jaarlijkse inventaris betreffende de identificatie en registratie van schapen, geiten, hertachtigen en kameelachtigen.
Voor de berekening van de veebezetting worden alleen dieren in aanmerking genomen die aan de volgende cumulatieve kenmerken voldoen:
1° zij maken deel uit van de veestapel van het bedrijf van de landbouwer die de steunaanvraag heeft ingediend en, wat paarden betreft, worden zij door de landbouwer aangegeven in zijn verzamelaanvraag voor het betrokken jaar;
2° zij bevinden zich in de productie-eenheid of -eenheden die door de landbouwer in België wordt beheerd en waarop de steunaanvraag betrekking heeft.
§ 4. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder "voederarealen" verstaan, de voederarealen vastgesteld overeenkomstig artikel 18, § 1 lid 2, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de steun voor de biologische landbouw.
Voor de berekening van de veebezetting worden alleen percelen voedergewassen in aanmerking genomen die gelegen zijn op het grondgebied van België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Nederland.
§ 5. Voor de toepassing van dit artikel en onverminderd de specifieke bepalingen betreffende een steunmaatregel in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, wordt, in het geval van een beweidingscontract in de zin van artikel R. 211 van boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt, de oppervlakte van de percelen voederareaal van de landbouwer-overnemer waarop dieren van de aan het bedrijf van de overdragende landbouwer verbonden veestapel grazen, opgenomen in het totale voederareaal van de overdragende landbouwer en afgetrokken van het totale voederareaal van de landbouwer-overnemer.
Het voederareaal dat opgenomen is in het totale voederareaal van de overdragende landbouwer en dat op grond van lid 1 afgetrokken is van het totale voederareaal van de landbouwer-overnemer, wordt verminderd naar rato van de duur van de beweiding tijdens het betrokken kalenderjaar zoals vermeld in het beweidingscontract voor het betrokken kalenderjaar overeenkomstig artikel R. 211, § 3, tweede lid, 2°, van boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:
1° de overdragende landbouwer: de landbouwer wiens dieren één of meerdere percelen voederareaal begrazen die toebehoren aan de landbouwer-overnemer;
2° de landbouwer-overnemer: de landbouwer wiens één of meerdere percelen voederareaal begraasd worden door de dieren van de overdragende landbouwer. ".
Art. 6. L'article 28 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 28. § 1er. Lorsqu'un arrêté relatif à une intervention relevant de la politique agricole commune prévoit le calcul d'une charge en bétail moyenne, celle-ci est déterminée conformément au présent article.
§ 2. La charge en bétail moyenne est évaluée au niveau de l'exploitation par année civile donnée, sur la base du nombre d'animaux par rapport à la superficie totale de surfaces fourragères de l'exploitation.
La charge en bétail moyenne est déterminée en appliquant les coefficients prévus à l'article 29 aux animaux correspondants.
§ 3. La charge en bétail moyenne est déterminée sur base des indications suivantes :
1° en ce qui concerne les bovins, la moyenne des données journalières provenant de Sanitel ;
2° en ce qui concerne les équidés, le nombre d'animaux déclarés par l'agriculteur dans son formulaire de demande unique pour l'année considérée ;
3° en ce qui concerne les caprins, les ovins, les cervidés et les camélidés, l'inventaire annuel relatif à l'identification et l'enregistrement des ovins, des caprins, des cervidés et des camélidés.
Seuls les animaux répondant aux caractéristiques cumulatives suivantes sont pris en compte pour le calcul de la charge en bétail :
1° ils font partie du troupeau attaché à l'exploitation de l'agriculteur ayant introduit la demande d'aide et, en ce qui concerne les chevaux, ils sont déclarés par l'agriculteur dans son formulaire de demande unique pour l'année considérée ;
2° ils sont localisés dans l'unité ou les unités de production gérées par l'agriculteur en Belgique et concernées par la demande d'aide.
§ 4. Pour l'application du présent article, l'on entend par " surfaces fourragères ", les surfaces déterminées conformément à l'article 18, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide à l'agriculture biologique.
Seules les parcelles de surfaces fourragères situées sur le territoire de la Belgique, de l'Allemagne, de la France, du Luxembourg et des Pays-Bas sont prises en compte pour le calcul de la charge en bétail.
§ 5. Pour l'application du présent article et sans préjudice de dispositions spécifiques à une intervention relevant de la politique agricole commune, dans le cas d'un contrat de pâturage au sens de l'article R. 211 du livre II du Code l'Environnement contenant le Code de l'Eau, la superficie des parcelles de surfaces fourragères de l'agriculteur preneur sur lesquelles pâturent des animaux du troupeau attaché à l'exploitation de l'agriculteur cédant est intégrée à la superficie totale de surfaces fourragères de l'agriculteur cédant et déduite de la superficie totale de surfaces fourragères de l'agriculteur preneur.
La superficie de surfaces fourragères intégrée à la superficie totale de surfaces fourragères de l'agriculteur cédant et déduite de la superficie totale de surfaces fourragères de l'agriculteur preneur en vertu de l'alinéa 1er est réduite au prorata de la durée du pâturage au cours de l'année civile concernée telle que mentionnée dans le contrat de pâturage pour l'année civile concernée conformément à l'article R. 211, § 3, alinéa 2, 2°, du livre II du Code l'Environnement contenant le Code de l'Eau.
Pour l'application du présent paragraphe, l'on entend par :
1° l'agriculteur cédant : l'agriculteur dont les animaux pâturent une ou plusieurs parcelles de surfaces fourragères de l'agriculteur preneur ;
2° l'agriculteur preneur : l'agriculteur dont une ou plusieurs parcelles de surfaces fourragères sont pâturées par les animaux de l'agriculteur cédant. ".
" Art. 28. § 1er. Lorsqu'un arrêté relatif à une intervention relevant de la politique agricole commune prévoit le calcul d'une charge en bétail moyenne, celle-ci est déterminée conformément au présent article.
§ 2. La charge en bétail moyenne est évaluée au niveau de l'exploitation par année civile donnée, sur la base du nombre d'animaux par rapport à la superficie totale de surfaces fourragères de l'exploitation.
La charge en bétail moyenne est déterminée en appliquant les coefficients prévus à l'article 29 aux animaux correspondants.
§ 3. La charge en bétail moyenne est déterminée sur base des indications suivantes :
1° en ce qui concerne les bovins, la moyenne des données journalières provenant de Sanitel ;
2° en ce qui concerne les équidés, le nombre d'animaux déclarés par l'agriculteur dans son formulaire de demande unique pour l'année considérée ;
3° en ce qui concerne les caprins, les ovins, les cervidés et les camélidés, l'inventaire annuel relatif à l'identification et l'enregistrement des ovins, des caprins, des cervidés et des camélidés.
Seuls les animaux répondant aux caractéristiques cumulatives suivantes sont pris en compte pour le calcul de la charge en bétail :
1° ils font partie du troupeau attaché à l'exploitation de l'agriculteur ayant introduit la demande d'aide et, en ce qui concerne les chevaux, ils sont déclarés par l'agriculteur dans son formulaire de demande unique pour l'année considérée ;
2° ils sont localisés dans l'unité ou les unités de production gérées par l'agriculteur en Belgique et concernées par la demande d'aide.
§ 4. Pour l'application du présent article, l'on entend par " surfaces fourragères ", les surfaces déterminées conformément à l'article 18, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide à l'agriculture biologique.
Seules les parcelles de surfaces fourragères situées sur le territoire de la Belgique, de l'Allemagne, de la France, du Luxembourg et des Pays-Bas sont prises en compte pour le calcul de la charge en bétail.
§ 5. Pour l'application du présent article et sans préjudice de dispositions spécifiques à une intervention relevant de la politique agricole commune, dans le cas d'un contrat de pâturage au sens de l'article R. 211 du livre II du Code l'Environnement contenant le Code de l'Eau, la superficie des parcelles de surfaces fourragères de l'agriculteur preneur sur lesquelles pâturent des animaux du troupeau attaché à l'exploitation de l'agriculteur cédant est intégrée à la superficie totale de surfaces fourragères de l'agriculteur cédant et déduite de la superficie totale de surfaces fourragères de l'agriculteur preneur.
La superficie de surfaces fourragères intégrée à la superficie totale de surfaces fourragères de l'agriculteur cédant et déduite de la superficie totale de surfaces fourragères de l'agriculteur preneur en vertu de l'alinéa 1er est réduite au prorata de la durée du pâturage au cours de l'année civile concernée telle que mentionnée dans le contrat de pâturage pour l'année civile concernée conformément à l'article R. 211, § 3, alinéa 2, 2°, du livre II du Code l'Environnement contenant le Code de l'Eau.
Pour l'application du présent paragraphe, l'on entend par :
1° l'agriculteur cédant : l'agriculteur dont les animaux pâturent une ou plusieurs parcelles de surfaces fourragères de l'agriculteur preneur ;
2° l'agriculteur preneur : l'agriculteur dont une ou plusieurs parcelles de surfaces fourragères sont pâturées par les animaux de l'agriculteur cédant. ".
Art. 7. In artikel 30 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "of op de gebruikelijke dichtheden van hun inzaai in zuivere teelt";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden "en van gebruikelijke dichtheden van hun inzaai in zuivere teelt".
1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "of op de gebruikelijke dichtheden van hun inzaai in zuivere teelt";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden "en van gebruikelijke dichtheden van hun inzaai in zuivere teelt".
Art. 7. A l'article 30 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est complété par les mots " ou sur les densités usuelles de leur semis en culture pure " ;
2° l'alinéa 2 est complété par les mots " et de densités usuelles de leur semis en culture pure ".
1° l'alinéa 1er est complété par les mots " ou sur les densités usuelles de leur semis en culture pure " ;
2° l'alinéa 2 est complété par les mots " et de densités usuelles de leur semis en culture pure ".
Art. 8. Artikel 35 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de woorden "met uitzondering van die welke in het kader van de conditionaliteit worden uitgevoerd. ".
Art. 8. L'article 35 du même arrêté est complété par les mots ", à l'exception de ceux réalisés dans le cadre de la conditionnalité. ".
Art. 9. In Deel 3, titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 3, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van onderafdeling 1 vervangen als volgt:
"Minimaal grondbeheer op basis van de specifieke omstandigheden ter plaatse om de erosie te beperken (GLMC 5)".
"Minimaal grondbeheer op basis van de specifieke omstandigheden ter plaatse om de erosie te beperken (GLMC 5)".
Art. 9. Dans la partie 3, titre 2, chapitre 1er, section 3, du même arrêté, l'intitulé de la sous-section 1re, est remplacé par ce qui suit :
" Gestion minimale de la terre reflétant les conditions locales spécifiques en vue de limiter l'érosion (BCAE 5) ".
" Gestion minimale de la terre reflétant les conditions locales spécifiques en vue de limiter l'érosion (BCAE 5) ".
Art. 10. De artikelen 55, 56 en 57 van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt:
"Art. 54. § 1. Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt een perceel geacht een erosierisico te lopen als het perceel een gebied van meer dan 50 % van zijn oppervlakte of een aaneengesloten gebied van meer dan vijftig are omvat, met een helling van 10 % of meer.
Het betaalorgaan kent een informatiecode toe aan elk perceel met erosierisico. De informatiecode wordt op het formulier van de verzamelaanvraag naar de landbouwers gestuurd.
§ 2. De Minister stelt de lijst vast van in aanmerking komende hakvruchten of soortgelijke planten voor de toepassing van deze onderafdeling.
"Art. 54. § 1. Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt een perceel geacht een erosierisico te lopen als het perceel een gebied van meer dan 50 % van zijn oppervlakte of een aaneengesloten gebied van meer dan vijftig are omvat, met een helling van 10 % of meer.
Het betaalorgaan kent een informatiecode toe aan elk perceel met erosierisico. De informatiecode wordt op het formulier van de verzamelaanvraag naar de landbouwers gestuurd.
§ 2. De Minister stelt de lijst vast van in aanmerking komende hakvruchten of soortgelijke planten voor de toepassing van deze onderafdeling.
Art. 10. Les articles 55, 56 et 57 du même arrêté sont remplacés par ce qui suit :
" Art. 54. § 1. Pour l'application de la présente sous-section, une parcelle est considérée comme étant à risque d'érosion lorsqu'elle comprend une zone de plus de 50 % de sa superficie ou une zone d'un seul tenant de plus de cinquante ares présentant une pente supérieure ou égale à 10 %.
L'organisme payeur attribue un code informatif pour chaque parcelle présentant un risque d'érosion. Le code informatif est communiqué aux agriculteurs au moyen du formulaire de la demande unique.
§ 2. Le Ministre détermine la liste des plantes sarclées ou assimilées admissibles aux fins de l'application de la présente sous-section.
" Art. 54. § 1. Pour l'application de la présente sous-section, une parcelle est considérée comme étant à risque d'érosion lorsqu'elle comprend une zone de plus de 50 % de sa superficie ou une zone d'un seul tenant de plus de cinquante ares présentant une pente supérieure ou égale à 10 %.
L'organisme payeur attribue un code informatif pour chaque parcelle présentant un risque d'érosion. Le code informatif est communiqué aux agriculteurs au moyen du formulaire de la demande unique.
§ 2. Le Ministre détermine la liste des plantes sarclées ou assimilées admissibles aux fins de l'application de la présente sous-section.
Art. 55. Dit besluit heeft uitwerking op 1 januari 2024.
Art. 55. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2024.
Art. 56. De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 56. Le Ministre qui a l'agriculture dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. 11. De artikelen 57 tot 60 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 11. Les articles 57 à 60 du même arrêté sont abrogés.
Art. 12. In artikel 61 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° lid 3 wordt aangevuld met de volgende zin:
"In het geval van meteorologische beperkingen die de inzaai verstoren en die in een wetenschappelijk rapport worden beschreven, kan de Minister kale grond toestaan gedurende een periode van maximaal vier weken. ";
2° in lid 5 worden de woorden "De voorschriften van lid 1 zijn niet van toepassing" vervangen door de woorden "Het voorschrift van lid 1 is van toepassing";
3° het artikel wordt aangevuld met volgend lid :
"Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor bouwland dat wordt gebruikt voor gediversifieerde tuinbouw op kleine oppervlakten in de zin van artikel 1er, § 1er, 5°, van het ministerieel besluit van 23 februari 2023 tot uitvoering van het besluit van de Waalse regering van 23 februari 2023 betreffende de steun aan de biologische landbouw, voor zover de landbouwer tijdens de in lid 1 bedoelde periode voor een bodembedekking zorgt van ten minste 50% van de oppervlakte. ".
1° lid 3 wordt aangevuld met de volgende zin:
"In het geval van meteorologische beperkingen die de inzaai verstoren en die in een wetenschappelijk rapport worden beschreven, kan de Minister kale grond toestaan gedurende een periode van maximaal vier weken. ";
2° in lid 5 worden de woorden "De voorschriften van lid 1 zijn niet van toepassing" vervangen door de woorden "Het voorschrift van lid 1 is van toepassing";
3° het artikel wordt aangevuld met volgend lid :
"Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor bouwland dat wordt gebruikt voor gediversifieerde tuinbouw op kleine oppervlakten in de zin van artikel 1er, § 1er, 5°, van het ministerieel besluit van 23 februari 2023 tot uitvoering van het besluit van de Waalse regering van 23 februari 2023 betreffende de steun aan de biologische landbouw, voor zover de landbouwer tijdens de in lid 1 bedoelde periode voor een bodembedekking zorgt van ten minste 50% van de oppervlakte. ".
Art. 12. A l'article 61 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 3 est complété par la phrase suivante :
" En cas de contraintes météorologiques perturbant les semis et décrites dans un rapport scientifique, le Ministre peut autoriser la présence d'un sol nul pendant une durée de quatre semaines maximum. " ;
2° dans l'alinéa 5, les mots " Les exigences prévues " sont remplacés par les mots " L'exigence prévue " et les mots " s'appliquent " sont remplacés par les mots " s'applique " ;
3° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" L'exigence prévue à l'alinéa 1er ne s'applique pas aux terres arables consacrées au maraîchage diversifié sur petites surfaces au sens de l'article 1er, § 1er, 5°, de l'arrêté ministériel du 23 février 2023 exécutant l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide à l'agriculture biologique, pour autant que l'agriculteur assure pendant la période visée à l'alinéa 1er une couverture du sol sur au moins 50 % de leur superficie. ".
1° l'alinéa 3 est complété par la phrase suivante :
" En cas de contraintes météorologiques perturbant les semis et décrites dans un rapport scientifique, le Ministre peut autoriser la présence d'un sol nul pendant une durée de quatre semaines maximum. " ;
2° dans l'alinéa 5, les mots " Les exigences prévues " sont remplacés par les mots " L'exigence prévue " et les mots " s'appliquent " sont remplacés par les mots " s'applique " ;
3° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" L'exigence prévue à l'alinéa 1er ne s'applique pas aux terres arables consacrées au maraîchage diversifié sur petites surfaces au sens de l'article 1er, § 1er, 5°, de l'arrêté ministériel du 23 février 2023 exécutant l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide à l'agriculture biologique, pour autant que l'agriculteur assure pendant la période visée à l'alinéa 1er une couverture du sol sur au moins 50 % de leur superficie. ".
Art. 13. In hetzelfde besluit worden in artikel 62, waarvan de huidige tekst paragraaf 1 zal vormen, de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in lid 1 wordt de zin "De landbouwer zorgt van 15 september tot en met 31 december voor een vegetatiebedekking op percelen bouwland met een hoge, zeer hoge of extreme erosiegevoeligheid. " vervangen door de zin "Van 15 september tot en met 31 december zorgt de landbouwer voor een vegetatiebedekking op delen van percelen bouwland met een helling van 10% of meer";
2° de leden 4 en 5 worden opgeheven;
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidend als volgt:
" § 2. Het bepaalde in paragraaf 1, lid 1, geldt niet voor de volgende oppervlakken:
1° percelen die in de herfst zijn ingezaaid met een wintergewas om in het volgende seizoen te worden geoogst of begraasd;
2° braakgelegde of met meerjarige gewassen, gras of andere kruidachtige voedergewassen bedekte percelen, op voorwaarde dat de bedekking gedurende de in het eerste lid bedoelde periode wordt gehandhaafd;
3° percelen met hakvruchten waarop de landbouwer een erosiebestrijdingsstrook aanlegt die voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 55, § 2;
4° percelen met hakvruchten of soortgelijke planten waarop de landbouwer een erosiebestrijdingsstrook aanlegt die voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 55, § 2;
5° percelen met hakvruchten of soortgelijke planten onderaan een helling die grenst aan een kruidachtige oppervlakte of een bebost gebied van minstens negen meter breed.
Voor de toepassing van het eerste lid, 4°, wordt de erosiebestrijdingsstrook uiterlijk op 30 november van het voorgaande jaar beplant.
De Minister stelt de lijst vast van in aanmerking komende hakvruchten of soortgelijke planten voor de toepassing van deze paragraaf. ".
1° in lid 1 wordt de zin "De landbouwer zorgt van 15 september tot en met 31 december voor een vegetatiebedekking op percelen bouwland met een hoge, zeer hoge of extreme erosiegevoeligheid. " vervangen door de zin "Van 15 september tot en met 31 december zorgt de landbouwer voor een vegetatiebedekking op delen van percelen bouwland met een helling van 10% of meer";
2° de leden 4 en 5 worden opgeheven;
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidend als volgt:
" § 2. Het bepaalde in paragraaf 1, lid 1, geldt niet voor de volgende oppervlakken:
1° percelen die in de herfst zijn ingezaaid met een wintergewas om in het volgende seizoen te worden geoogst of begraasd;
2° braakgelegde of met meerjarige gewassen, gras of andere kruidachtige voedergewassen bedekte percelen, op voorwaarde dat de bedekking gedurende de in het eerste lid bedoelde periode wordt gehandhaafd;
3° percelen met hakvruchten waarop de landbouwer een erosiebestrijdingsstrook aanlegt die voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 55, § 2;
4° percelen met hakvruchten of soortgelijke planten waarop de landbouwer een erosiebestrijdingsstrook aanlegt die voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 55, § 2;
5° percelen met hakvruchten of soortgelijke planten onderaan een helling die grenst aan een kruidachtige oppervlakte of een bebost gebied van minstens negen meter breed.
Voor de toepassing van het eerste lid, 4°, wordt de erosiebestrijdingsstrook uiterlijk op 30 november van het voorgaande jaar beplant.
De Minister stelt de lijst vast van in aanmerking komende hakvruchten of soortgelijke planten voor de toepassing van deze paragraaf. ".
Art. 13. Dans le même arrêté, à l'article 62, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, la phrase " L'agriculteur assure une couverture végétale du sol sur les parcelles de terres arables présentant une sensibilité élevée, très élevée ou extrême à l'érosion du 15 septembre au 31 décembre. " est remplacée par la phrase " Du 15 septembre au 31 décembre, l'agriculteur assure une couverture végétale du sol sur les parties de parcelles de terres arables présentant une pente supérieure ou égale à 10 % " ;
2° les alinéas 4 et 5 sont abrogés ;
3° l'article est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit :
" § 2. L'exigence prévue au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne s'applique pas aux surfaces suivantes :
1° les parcelles ensemencées à l'automne d'une culture hivernale à des fins de récolte ou de pâturage au cours de la campagne suivante ;
2° les parcelles mises en jachère ou couvertes de cultures pluriannuelles, d'herbe ou d'autres plantes fourragères herbacées à condition que la couverture soit maintenue pendant la période visée à l'alinéa 1er ;
3° les parcelles de plantes sarclées sur lesquelles l'agriculteur implante une bande anti-érosion répondant aux exigences visées à l'article 55, § 2 ;
4° les parcelles de plantes sarclées ou assimilées contiguës en bas de pente à une bande anti-érosion répondant aux exigences visées à l'article 55, § 2 ;
5° les parcelles de plantes sarclées ou assimilées contiguës en bas de pente à une surface herbacée ou une zone boisée d'une largeur d'au moins neuf mètres.
Pour l'application de l'alinéa 1er, 4°, la bande anti-érosion est implantée au plus tard le 30 novembre de l'année précédente.
Le Ministre détermine la liste des plantes sarclées ou assimilées admissibles aux fins de l'application du présent paragraphe. ".
1° dans l'alinéa 1er, la phrase " L'agriculteur assure une couverture végétale du sol sur les parcelles de terres arables présentant une sensibilité élevée, très élevée ou extrême à l'érosion du 15 septembre au 31 décembre. " est remplacée par la phrase " Du 15 septembre au 31 décembre, l'agriculteur assure une couverture végétale du sol sur les parties de parcelles de terres arables présentant une pente supérieure ou égale à 10 % " ;
2° les alinéas 4 et 5 sont abrogés ;
3° l'article est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit :
" § 2. L'exigence prévue au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne s'applique pas aux surfaces suivantes :
1° les parcelles ensemencées à l'automne d'une culture hivernale à des fins de récolte ou de pâturage au cours de la campagne suivante ;
2° les parcelles mises en jachère ou couvertes de cultures pluriannuelles, d'herbe ou d'autres plantes fourragères herbacées à condition que la couverture soit maintenue pendant la période visée à l'alinéa 1er ;
3° les parcelles de plantes sarclées sur lesquelles l'agriculteur implante une bande anti-érosion répondant aux exigences visées à l'article 55, § 2 ;
4° les parcelles de plantes sarclées ou assimilées contiguës en bas de pente à une bande anti-érosion répondant aux exigences visées à l'article 55, § 2 ;
5° les parcelles de plantes sarclées ou assimilées contiguës en bas de pente à une surface herbacée ou une zone boisée d'une largeur d'au moins neuf mètres.
Pour l'application de l'alinéa 1er, 4°, la bande anti-érosion est implantée au plus tard le 30 novembre de l'année précédente.
Le Ministre détermine la liste des plantes sarclées ou assimilées admissibles aux fins de l'application du présent paragraphe. ".
Art. 14. Artikel 68 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 68. § 1. Voor de toepassing van artikel 67, § 1, worden de volgende niet-productieve gebieden en elementen in aanmerking genomen:
1° geïsoleerde struiken en heesters;
2° de weideranden ;
3° braakland;
4° braakland met drachtplanten;
5° de topografische bijzonderheden;
6° landbouwarealen waarvoor een verbintenis voor agromilieu- en klimaatmaatregelen nr. 5 "met gras bezaaide perceelsranden " of nr. 7 "ingerichte percelen" is aangegaan, overeenkomstig artikel 3, eerste lid, 3° en 4°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de steun voor agromilieu- en klimaatmaatregelen;
7° de percelen met nog staande graangewassen;
In afwijking van artikel 2, § 1, eerste lid, 35°, blijft bouwland dat langer dan vijf jaar is braakgelegd, braakgelegd voor areaal met drachtplanten of braakgelegd aan de rand van een veld, bouwland.
Een landbouwer die een verbintenis heeft aangegaan voor de agromilieu- en klimaatmaatregel nr. 12 "Percelen met nog staande graangewassen" overeenkomstig artikel 3, § 1er, 7°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de steun voor agromilieu- en klimaatmaatregelen, kan de in lid 1, 7°, bedoelde oppervlakten niet aangeven voor de toepassing van artikel 67, § 1.
§ 2. Om in aanmerking te worden genomen voor de toepassing van artikel 67, § 1, moeten niet-productieve gebieden en elementen voldoen aan de kenmerken die in dit artikel zijn opgenomen.
§ 3. Niet-productieve gebieden en elementen bevinden zich op het bouwland van het bedrijf.
§ 4. Met betrekking tot braakblijvende arealen met drachtplanten bepaalt de Minister :
1° hun zaaiperiode;
2° de lijst van soorten die rijk zijn aan stuifmeel en nectar en die gebruikt moeten worden voor hun aanleg.
De Minister kan aanvullende eisen vaststellen voor de aanleg van braakliggend areaal met drachtplanten.
Percelen bouwland die in de vijf jaar voorafgaand aan de aangifte via de verzamelaanvraag zijn omgezet in braakblijvende arealen en braakblijvende arealen met drachtplanten, worden voor de toepassing van artikel 67, § 1, niet in aanmerking genomen. Het betaalorgaan kent een informatiecode toe aan elk betrokken perceel. De informatiecode wordt op het formulier van de verzamelaanvraag naar de landbouwers gestuurd.
§ 5. De taluds moeten minstens tien meter lang zijn.
§ 6. In afwijking van artikel 2, § 1, eerste lid, 4°, 5°, 7°, 11° en 24°, kunnen alleenstaande bomen, dichtstbijzijnde bomen, alleenstaande struiken en heesters, bosjes, heggen en bomen in rij vanaf het eerste jaar van hun aanplanting in aanmerking worden genomen.
§ 7. Poelen moeten aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
1° zij hebben een oppervlakte van één tot dertig are;
2° ze liggen minstens zes meter uit elkaar.
Een begroeide strook die grenst aan de waterpoel kan worden meegerekend bij de berekening van de oppervlakte van de waterpoel. Onverminderd de vereisten bepaald in artikel 68/1, § 3, eerste lid, 1°, moet de begroeide strook aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
1° de strook mag beplant worden met bomen;
2° maaien en begrazen van de vegetatie in de strook is verboden;
3° ploegen van de strook is verboden;
4° de strook wordt in aanmerking genomen binnen de limiet bepaald in lid 1, 1°.
In afwijking van lid 2, 2° mag de waterpoel toegankelijk zijn voor het drenken van vee, op voorwaarde dat het voor dit doel toegankelijke gedeelte niet groter is dan 25% van de omtrek van de waterpoel.
Wanneer op een landbouwbedrijf meer dan tien poelen aanwezig zijn, vraagt het betaalorgaan een advies aan een deskundige die is aangewezen overeenkomstig artikel 5, § 1, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de steun voor agromilieu- en klimaatmaatregelen. De deskundige bepaalt welke poelen op grond van hun milieubelang in aanmerking kunnen worden genomen1.
§ 8. Akkerranden voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
1° ze zijn minstens zes meter breed;
2° zij worden ten minste gehandhaafd tot de datum van vernietiging van het aangrenzende bouwland;
3° ze niet gelegen zijn in landbouwarealen aangewezen als "extensieve stroken" (UG 4) bij artikel 2, 4°, van het besluit van de Waalse Regering van 19 mei 2011 tot bepaling van de beheerseenheidstypes die binnen een Natura 2000-locatie zouden kunnen worden afgebakend, alsook tot bepaling van de verbodsmaatregelen en van de bijzondere preventieve maatregelen die erop toepasselijk zijn.
Er wordt rekening gehouden met akkerranden tot een maximale breedte van twintig meter.
§ 9. De percelen met nog staande graangewassen voldoen aan de door de Minister vastgestelde kenmerken. ".
"Art. 68. § 1. Voor de toepassing van artikel 67, § 1, worden de volgende niet-productieve gebieden en elementen in aanmerking genomen:
1° geïsoleerde struiken en heesters;
2° de weideranden ;
3° braakland;
4° braakland met drachtplanten;
5° de topografische bijzonderheden;
6° landbouwarealen waarvoor een verbintenis voor agromilieu- en klimaatmaatregelen nr. 5 "met gras bezaaide perceelsranden " of nr. 7 "ingerichte percelen" is aangegaan, overeenkomstig artikel 3, eerste lid, 3° en 4°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de steun voor agromilieu- en klimaatmaatregelen;
7° de percelen met nog staande graangewassen;
In afwijking van artikel 2, § 1, eerste lid, 35°, blijft bouwland dat langer dan vijf jaar is braakgelegd, braakgelegd voor areaal met drachtplanten of braakgelegd aan de rand van een veld, bouwland.
Een landbouwer die een verbintenis heeft aangegaan voor de agromilieu- en klimaatmaatregel nr. 12 "Percelen met nog staande graangewassen" overeenkomstig artikel 3, § 1er, 7°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de steun voor agromilieu- en klimaatmaatregelen, kan de in lid 1, 7°, bedoelde oppervlakten niet aangeven voor de toepassing van artikel 67, § 1.
§ 2. Om in aanmerking te worden genomen voor de toepassing van artikel 67, § 1, moeten niet-productieve gebieden en elementen voldoen aan de kenmerken die in dit artikel zijn opgenomen.
§ 3. Niet-productieve gebieden en elementen bevinden zich op het bouwland van het bedrijf.
§ 4. Met betrekking tot braakblijvende arealen met drachtplanten bepaalt de Minister :
1° hun zaaiperiode;
2° de lijst van soorten die rijk zijn aan stuifmeel en nectar en die gebruikt moeten worden voor hun aanleg.
De Minister kan aanvullende eisen vaststellen voor de aanleg van braakliggend areaal met drachtplanten.
Percelen bouwland die in de vijf jaar voorafgaand aan de aangifte via de verzamelaanvraag zijn omgezet in braakblijvende arealen en braakblijvende arealen met drachtplanten, worden voor de toepassing van artikel 67, § 1, niet in aanmerking genomen. Het betaalorgaan kent een informatiecode toe aan elk betrokken perceel. De informatiecode wordt op het formulier van de verzamelaanvraag naar de landbouwers gestuurd.
§ 5. De taluds moeten minstens tien meter lang zijn.
§ 6. In afwijking van artikel 2, § 1, eerste lid, 4°, 5°, 7°, 11° en 24°, kunnen alleenstaande bomen, dichtstbijzijnde bomen, alleenstaande struiken en heesters, bosjes, heggen en bomen in rij vanaf het eerste jaar van hun aanplanting in aanmerking worden genomen.
§ 7. Poelen moeten aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
1° zij hebben een oppervlakte van één tot dertig are;
2° ze liggen minstens zes meter uit elkaar.
Een begroeide strook die grenst aan de waterpoel kan worden meegerekend bij de berekening van de oppervlakte van de waterpoel. Onverminderd de vereisten bepaald in artikel 68/1, § 3, eerste lid, 1°, moet de begroeide strook aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
1° de strook mag beplant worden met bomen;
2° maaien en begrazen van de vegetatie in de strook is verboden;
3° ploegen van de strook is verboden;
4° de strook wordt in aanmerking genomen binnen de limiet bepaald in lid 1, 1°.
In afwijking van lid 2, 2° mag de waterpoel toegankelijk zijn voor het drenken van vee, op voorwaarde dat het voor dit doel toegankelijke gedeelte niet groter is dan 25% van de omtrek van de waterpoel.
Wanneer op een landbouwbedrijf meer dan tien poelen aanwezig zijn, vraagt het betaalorgaan een advies aan een deskundige die is aangewezen overeenkomstig artikel 5, § 1, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de steun voor agromilieu- en klimaatmaatregelen. De deskundige bepaalt welke poelen op grond van hun milieubelang in aanmerking kunnen worden genomen1.
§ 8. Akkerranden voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
1° ze zijn minstens zes meter breed;
2° zij worden ten minste gehandhaafd tot de datum van vernietiging van het aangrenzende bouwland;
3° ze niet gelegen zijn in landbouwarealen aangewezen als "extensieve stroken" (UG 4) bij artikel 2, 4°, van het besluit van de Waalse Regering van 19 mei 2011 tot bepaling van de beheerseenheidstypes die binnen een Natura 2000-locatie zouden kunnen worden afgebakend, alsook tot bepaling van de verbodsmaatregelen en van de bijzondere preventieve maatregelen die erop toepasselijk zijn.
Er wordt rekening gehouden met akkerranden tot een maximale breedte van twintig meter.
§ 9. De percelen met nog staande graangewassen voldoen aan de door de Minister vastgestelde kenmerken. ".
Art. 14. L'article 68 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 68. § 1er. Les zones et éléments non productifs admissibles aux fins de l'application de l'article 67, § 1er, sont les suivants :
1° les arbustes et les buissons isolés ;
2° les bordures de champs ;
3° les jachères ;
4° les jachères mellifères ;
5° les particularités topographiques ;
6° les surfaces agricoles faisant l'objet d'un engagement pour les mesures agro-environnementales et climatiques n° 5 " tournières enherbées " et n° 7 " parcelles aménagées ", conformément à l'article 3, alinéa 1er, 3° et 4° respectivement, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide aux mesures agro-environnementales et climatiques ;
7° les parcelles de céréales laissées sur pied.
Par dérogation à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 35°, les terres arables mises en jachère, en jachère mellifère ou en bordure de champ depuis plus de cinq années pour l'application de l'article 67, § 1er, restent des terres arables.
L'agriculteur ayant souscrit un engagement pour la mesure agro-environnementale et climatique n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied " en vertu de l'article 3, alinéa 1er, 7°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide aux mesures agro-environnementales et climatiques, ne peut déclarer les surfaces visées à l'alinéa 1er, 7°, aux fins de l'application de l'article 67, § 1er.
§ 2. Pour être pris en compte pour l'application de l'article 67, § 1er, les zones et éléments non productifs répondent aux caractéristiques prévues par le présent article.
§ 3. Les zones et les éléments non productifs sont situés sur les terres arables de l'exploitation.
§ 4. En ce qui concerne les jachères mellifères, le Ministre fixe :
1° leur période d'ensemencement ;
2° la liste des espèces riches en pollen et en nectar devant être utilisées pour leur implantation.
Le Ministre peut définir les exigences supplémentaires en ce qui concerne les modalités d'implantation des jachères mellifères.
Les parcelles de terres arables ayant été converties en jachères ou jachères mellifères à partir d'une prairie permanente au cours des cinq années précédant leur déclaration via la demande unique ne sont pas prises en compte pour l'application de l'article 67, § 1er. L'organisme payeur attribue un code informatif pour chaque parcelle concernée. Le code informatif est communiqué aux agriculteurs au moyen du formulaire de la demande unique.
§ 5. Les talus présentent une longueur d'au moins dix mètres.
§ 6. Par dérogation à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 4°, 5°, 7°, 11° et 24°, les arbres isolés, les arbres proches, les arbustes et buissons isolés, les bosquets, les haies et les arbres alignés peuvent être pris en compte dès la première année de leur implantation.
§ 7. Les mares répondent aux conditions cumulatives suivantes :
1° elles présentent une superficie comprise entre un et trente ares ;
2° elles sont distantes d'au moins six mètres les unes des autres.
Une bande végétalisée bordant la mare peut être prise en compte pour le calcul de la superficie de la mare. Sans préjudice des exigences prévues à l'article 68/1, § 3, alinéa 1er, 1°, la bande végétalisée répond aux conditions cumulatives suivantes :
1° la bande peut être arborée ;
2° la coupe et le pâturage de la végétation de la bande sont interdits ;
3° le labour de la bande est interdit ;
4° la bande est prise en compte dans la limite prévue à l'alinéa 1er, 1°.
Par dérogation à l'alinéa 2, 2°, un accès à la mare pour l'abreuvement du bétail peut être aménagé, à condition que la partie accessible à cet effet ne dépasse pas 25 % du périmètre de la mare.
Lorsque plus de dix mares sont présentes sur une exploitation, l'organisme payeur sollicite un avis auprès d'un expert désigné conformément à l'article 5, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide aux mesures agro-environnementales et climatiques. L'expert identifie les mares pouvant être prises en compte sur base de leur intérêt environnemental.
§ 8. Les bordures de champs répondent aux conditions cumulatives suivantes :
1° elles présentent une largeur minimale de six mètres ;
2° elles sont maintenues au moins jusqu'à la date de destruction du couvert de la terre arable adjacente ;
3° elles ne sont pas implantées sur des surfaces agricoles désignées comme " bandes extensives " (UG 4) par l'article 2, 4°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 mai 2011 fixant les types d'unités de gestion susceptibles d'être délimitées au sein d'un site Natura 2000 ainsi que les interdictions et mesures préventives particulières qui y sont applicables.
Les bordures de champs sont prises en considération à hauteur de vingt mètres de largeur au maximum.
§ 9. Les parcelles de céréales laissées sur pied répondent aux caractéristiques déterminées par le Ministre. ".
" Art. 68. § 1er. Les zones et éléments non productifs admissibles aux fins de l'application de l'article 67, § 1er, sont les suivants :
1° les arbustes et les buissons isolés ;
2° les bordures de champs ;
3° les jachères ;
4° les jachères mellifères ;
5° les particularités topographiques ;
6° les surfaces agricoles faisant l'objet d'un engagement pour les mesures agro-environnementales et climatiques n° 5 " tournières enherbées " et n° 7 " parcelles aménagées ", conformément à l'article 3, alinéa 1er, 3° et 4° respectivement, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide aux mesures agro-environnementales et climatiques ;
7° les parcelles de céréales laissées sur pied.
Par dérogation à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 35°, les terres arables mises en jachère, en jachère mellifère ou en bordure de champ depuis plus de cinq années pour l'application de l'article 67, § 1er, restent des terres arables.
L'agriculteur ayant souscrit un engagement pour la mesure agro-environnementale et climatique n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied " en vertu de l'article 3, alinéa 1er, 7°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide aux mesures agro-environnementales et climatiques, ne peut déclarer les surfaces visées à l'alinéa 1er, 7°, aux fins de l'application de l'article 67, § 1er.
§ 2. Pour être pris en compte pour l'application de l'article 67, § 1er, les zones et éléments non productifs répondent aux caractéristiques prévues par le présent article.
§ 3. Les zones et les éléments non productifs sont situés sur les terres arables de l'exploitation.
§ 4. En ce qui concerne les jachères mellifères, le Ministre fixe :
1° leur période d'ensemencement ;
2° la liste des espèces riches en pollen et en nectar devant être utilisées pour leur implantation.
Le Ministre peut définir les exigences supplémentaires en ce qui concerne les modalités d'implantation des jachères mellifères.
Les parcelles de terres arables ayant été converties en jachères ou jachères mellifères à partir d'une prairie permanente au cours des cinq années précédant leur déclaration via la demande unique ne sont pas prises en compte pour l'application de l'article 67, § 1er. L'organisme payeur attribue un code informatif pour chaque parcelle concernée. Le code informatif est communiqué aux agriculteurs au moyen du formulaire de la demande unique.
§ 5. Les talus présentent une longueur d'au moins dix mètres.
§ 6. Par dérogation à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 4°, 5°, 7°, 11° et 24°, les arbres isolés, les arbres proches, les arbustes et buissons isolés, les bosquets, les haies et les arbres alignés peuvent être pris en compte dès la première année de leur implantation.
§ 7. Les mares répondent aux conditions cumulatives suivantes :
1° elles présentent une superficie comprise entre un et trente ares ;
2° elles sont distantes d'au moins six mètres les unes des autres.
Une bande végétalisée bordant la mare peut être prise en compte pour le calcul de la superficie de la mare. Sans préjudice des exigences prévues à l'article 68/1, § 3, alinéa 1er, 1°, la bande végétalisée répond aux conditions cumulatives suivantes :
1° la bande peut être arborée ;
2° la coupe et le pâturage de la végétation de la bande sont interdits ;
3° le labour de la bande est interdit ;
4° la bande est prise en compte dans la limite prévue à l'alinéa 1er, 1°.
Par dérogation à l'alinéa 2, 2°, un accès à la mare pour l'abreuvement du bétail peut être aménagé, à condition que la partie accessible à cet effet ne dépasse pas 25 % du périmètre de la mare.
Lorsque plus de dix mares sont présentes sur une exploitation, l'organisme payeur sollicite un avis auprès d'un expert désigné conformément à l'article 5, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide aux mesures agro-environnementales et climatiques. L'expert identifie les mares pouvant être prises en compte sur base de leur intérêt environnemental.
§ 8. Les bordures de champs répondent aux conditions cumulatives suivantes :
1° elles présentent une largeur minimale de six mètres ;
2° elles sont maintenues au moins jusqu'à la date de destruction du couvert de la terre arable adjacente ;
3° elles ne sont pas implantées sur des surfaces agricoles désignées comme " bandes extensives " (UG 4) par l'article 2, 4°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 mai 2011 fixant les types d'unités de gestion susceptibles d'être délimitées au sein d'un site Natura 2000 ainsi que les interdictions et mesures préventives particulières qui y sont applicables.
Les bordures de champs sont prises en considération à hauteur de vingt mètres de largeur au maximum.
§ 9. Les parcelles de céréales laissées sur pied répondent aux caractéristiques déterminées par le Ministre. ".
Art. 15. In hetzelfde besluit wordt een artikel 68/1 ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 68/1. § 1. De landbouwer voldoet aan de in dit artikel vastgestelde eisen met betrekking tot de niet-productieve gebieden en elementen die in aanmerking worden genomen voor de toepassing van artikel 67, § 1.
§ 2. De braakblijvende arealen en de braakblijvende aeralen met drachtplanten worden gehandhaafd op door de Minister vastgestelde tijdstippen.
§ 3. In het geval van waterpoelen is het volgende verboden:
1° het maaien en begrazen van vegetatie en het verbouwen van gewassen op een afstand van minder dan één meter van een waterpoel;
2° elke storting van materiaal of afval in de waterpoel.
In afwijking van lid 1, 1°, mag de waterpoel toegankelijk zijn voor het drenken van vee, op voorwaarde dat het voor dit doel toegankelijke gedeelte niet groter is dan 25% van de omtrek van de waterpoel.
§ 4. Braakland, braakland met drachtplanten, taluds, sloten en akkerranden worden niet gebruikt voor landbouwproductie.
In afwijking van lid 1 is het versnipperen en maaien van kruidachtige vegetatie en het begrazen van braakland, braakland met drachtpen akkerranden toegestaan van 15 juli tot en met 30 november.
§ 5. In het geval van percelen met nog staande graangewassen die blijven staan, verbindt de landbouwer zich ertoe het gewas op het hele perceel niet te oogsten en het te laten staan tot de laatste dag van februari.
§ 6. Het gebruik van meststoffen of bodemverbeteraars is verboden op akkerranden, braakland, braakland met drachtplanten, taluds en sloten.
§ 7. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is verboden op akkerranden, braakland, braakland met drachtplanten, taluds en sloten.
Voor percelen met nog staande graangewassen, is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verboden gedurende de door de Minister bepaalde periode.
"Art. 68/1. § 1. De landbouwer voldoet aan de in dit artikel vastgestelde eisen met betrekking tot de niet-productieve gebieden en elementen die in aanmerking worden genomen voor de toepassing van artikel 67, § 1.
§ 2. De braakblijvende arealen en de braakblijvende aeralen met drachtplanten worden gehandhaafd op door de Minister vastgestelde tijdstippen.
§ 3. In het geval van waterpoelen is het volgende verboden:
1° het maaien en begrazen van vegetatie en het verbouwen van gewassen op een afstand van minder dan één meter van een waterpoel;
2° elke storting van materiaal of afval in de waterpoel.
In afwijking van lid 1, 1°, mag de waterpoel toegankelijk zijn voor het drenken van vee, op voorwaarde dat het voor dit doel toegankelijke gedeelte niet groter is dan 25% van de omtrek van de waterpoel.
§ 4. Braakland, braakland met drachtplanten, taluds, sloten en akkerranden worden niet gebruikt voor landbouwproductie.
In afwijking van lid 1 is het versnipperen en maaien van kruidachtige vegetatie en het begrazen van braakland, braakland met drachtpen akkerranden toegestaan van 15 juli tot en met 30 november.
§ 5. In het geval van percelen met nog staande graangewassen die blijven staan, verbindt de landbouwer zich ertoe het gewas op het hele perceel niet te oogsten en het te laten staan tot de laatste dag van februari.
§ 6. Het gebruik van meststoffen of bodemverbeteraars is verboden op akkerranden, braakland, braakland met drachtplanten, taluds en sloten.
§ 7. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is verboden op akkerranden, braakland, braakland met drachtplanten, taluds en sloten.
Voor percelen met nog staande graangewassen, is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verboden gedurende de door de Minister bepaalde periode.
Art. 15. Dans le même arrêté, il est inséré un 68/1 rédigé comme suit :
" Art. 68/1. § 1er. L'agriculteur respecte les exigences prévues par le présent article à l'égard des zones et éléments non productifs pris en compte pour l'application de l'article 67, § 1er.
§ 2. Les jachères et les jachères mellifères sont maintenues aux périodes déterminées par le Ministre.
§ 3. En ce qui concerne les mares, sont interdits :
1° la coupe et le pâturage de la végétation ainsi que la mise en culture sont interdits à une distance de moins d'un mètre d'une mare ;
2° tout dépôt de matériaux ou de déchets dans la mare.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, un accès à la mare pour l'abreuvement du bétail peut être aménagé, à condition que la partie accessible à cet effet ne dépasse pas 25 % du périmètre de la mare.
§ 4. Les jachères, les jachères mellifères, les talus, les fossés et les bordures de champs ne sont pas utilisés à des fins de production agricole.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le broyage et la coupe de la végétation herbacée ainsi que le pâturage sont autorisés sur les jachères, les jachères mellifères et les bordures de champs du 15 juillet au 30 novembre inclus.
§ 5. En ce qui concerne les parcelles de céréales laissées sur pied, l'agriculteur s'engage sur l'entièreté de la parcelle à ne pas récolter la culture présente et à la laisser sur pied jusqu'au dernier jour du mois de février.
§ 6. L'utilisation de fertilisants ou d'amendements est interdite sur les bordures de champs, les jachères, les jachères mellifères, les talus et les fossés.
§ 7. L'utilisation de produits phytopharmaceutiques est interdite sur les bordures de champs, les jachères, les jachères mellifères, les talus et les fossés.
En ce qui concerne les parcelles de céréales laissées sur pied, l'utilisation de produits phytopharmaceutiques est interdite durant la période déterminée par le Ministre.
" Art. 68/1. § 1er. L'agriculteur respecte les exigences prévues par le présent article à l'égard des zones et éléments non productifs pris en compte pour l'application de l'article 67, § 1er.
§ 2. Les jachères et les jachères mellifères sont maintenues aux périodes déterminées par le Ministre.
§ 3. En ce qui concerne les mares, sont interdits :
1° la coupe et le pâturage de la végétation ainsi que la mise en culture sont interdits à une distance de moins d'un mètre d'une mare ;
2° tout dépôt de matériaux ou de déchets dans la mare.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, un accès à la mare pour l'abreuvement du bétail peut être aménagé, à condition que la partie accessible à cet effet ne dépasse pas 25 % du périmètre de la mare.
§ 4. Les jachères, les jachères mellifères, les talus, les fossés et les bordures de champs ne sont pas utilisés à des fins de production agricole.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le broyage et la coupe de la végétation herbacée ainsi que le pâturage sont autorisés sur les jachères, les jachères mellifères et les bordures de champs du 15 juillet au 30 novembre inclus.
§ 5. En ce qui concerne les parcelles de céréales laissées sur pied, l'agriculteur s'engage sur l'entièreté de la parcelle à ne pas récolter la culture présente et à la laisser sur pied jusqu'au dernier jour du mois de février.
§ 6. L'utilisation de fertilisants ou d'amendements est interdite sur les bordures de champs, les jachères, les jachères mellifères, les talus et les fossés.
§ 7. L'utilisation de produits phytopharmaceutiques est interdite sur les bordures de champs, les jachères, les jachères mellifères, les talus et les fossés.
En ce qui concerne les parcelles de céréales laissées sur pied, l'utilisation de produits phytopharmaceutiques est interdite durant la période déterminée par le Ministre.
Art. 16. In artikel 70 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Voor de toepassing van artikel 67, § 1, tweede lid, worden arealen met stikstofbindende gewassen aangelegd door het inzaaien van stikstofbindende planten of een mengsel van stikstofbindende planten en andere gewassen. In het geval van een mengsel van stikstofbindende planten en andere gewassen is het totale gewicht van het zaad van stikstofbindende planten en andere gewassen respectievelijk meer dan 50% en minder dan 50% van het gewicht dat normaal wordt gebruikt voor de inzaai ervan in zuivere teelt. ".
"Voor de toepassing van artikel 67, § 1, tweede lid, worden arealen met stikstofbindende gewassen aangelegd door het inzaaien van stikstofbindende planten of een mengsel van stikstofbindende planten en andere gewassen. In het geval van een mengsel van stikstofbindende planten en andere gewassen is het totale gewicht van het zaad van stikstofbindende planten en andere gewassen respectievelijk meer dan 50% en minder dan 50% van het gewicht dat normaal wordt gebruikt voor de inzaai ervan in zuivere teelt. ".
Art. 16. Dans l'article 70 du même arrêté, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Aux fins de l'application de l'article 67, § 1er, alinéa 2, les surfaces portant des cultures fixatrices d'azote sont mises en place par l'ensemencement de plantes fixant l'azote ou d'un mélange de plantes fixant l'azote et d'autres cultures. Dans le cas d'un mélange de plantes fixant l'azote et d'autres cultures, le poids total des semences de plantes fixant l'azote et des semences d'autres cultures correspond respectivement à plus de 50 % et à moins de 50 % du poids habituellement utilisé pour leur semis en culture pure. ".
" Aux fins de l'application de l'article 67, § 1er, alinéa 2, les surfaces portant des cultures fixatrices d'azote sont mises en place par l'ensemencement de plantes fixant l'azote ou d'un mélange de plantes fixant l'azote et d'autres cultures. Dans le cas d'un mélange de plantes fixant l'azote et d'autres cultures, le poids total des semences de plantes fixant l'azote et des semences d'autres cultures correspond respectivement à plus de 50 % et à moins de 50 % du poids habituellement utilisé pour leur semis en culture pure. ".
Art. 17. In artikel 71 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "akkerranden, braakblijvende arealen, braakblijvende arealen met drachtplanten, taluds, sloten," worden opgeheven;
2° het wordt aangevuld met de woorden ", tweede lid. ".
1° de woorden "akkerranden, braakblijvende arealen, braakblijvende arealen met drachtplanten, taluds, sloten," worden opgeheven;
2° het wordt aangevuld met de woorden ", tweede lid. ".
Art. 17. A l'article 71 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " les bordures de champs, les jachères, les jachères mellifères, les talus, les fossés, " sont abrogés ;
2° il est complété par les mots ", alinéa 2. ".
1° les mots " les bordures de champs, les jachères, les jachères mellifères, les talus, les fossés, " sont abrogés ;
2° il est complété par les mots ", alinéa 2. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de basisinkomenssteun voor duurzaamheid, de aanvullende herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid en de aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide de base au revenu pour un développement durable, à l'aide redistributive complémentaire au revenu pour un développement durable et à l'aide complémentaire au revenu pour les jeunes agriculteurs
Art. 18. In artikel 11 van het besluit van de Waalse regering van 23 februari 2023 betreffende de basisinkomenssteun voor duurzame ontwikkeling, de aanvullende herverdelende inkomenssteun voor duurzame ontwikkeling en de aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers wordt de zin "De Minister kan beslissen om een voorafname te verrichten op de overdrachten van betalingsrechten voor de basisinkomenssteun zonder gronden en ze in de gewestelijke reserve terug te storten " vervangen door de zin "Wanneer betalingsrechten voor de basisinkomenssteun worden overgedragen zonder gronden, kan de Minister besluiten dat een deel van de overgedragen toeslagrechten wordt teruggestort in de gewestelijke reserve. "
Art. 18. Dans l'article 11 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide de base au revenu pour un développement durable, à l'aide redistributive complémentaire au revenu pour un développement durable et à l'aide complémentaire au revenu pour les jeunes agriculteurs la phrase " Le Ministre peut décider d'effectuer un prélèvement sur les transferts de droits au paiement de base au revenu sans terre et de le reverser à la réserve régionale. " est remplacée par la phrase " Lorsque les droits au paiement de base au revenu sont transférés sans terre, le Ministre peut décider qu'une partie des droits transférés est reversée à la réserve régionale. "
Art. 19. In artikel 12, derde lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "verzamelaanvraag" vervangen door de woorden "aanvraag voor de toegang tot de reserve".
Art. 19. Dans l'article 12, alinéa 3, du même arrêté, le mot " unique " est remplacé par les mots " d'accès à la réserve ".
Art. 20. In hetzelfde besluit wordt een artikel 12/1 ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 12/1. Voor de toepassing van artikel 26, § 4, van Verordening (EU) nr. 2021/2115 van 2 december 2021, voldoet de aanvrager aan de voorwaarden bepaald in artikel 24, § 1er, 2° en 3°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023, voor de definitie van jonge landbouwer en aan de voorwaarden, vermeld in artikel 25, § 1, 2° en 3°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023, voor de definitie van nieuwe landbouwer, en dit uiterlijk op 31 mei van het jaar van de aanvraag.
In afwijking van lid 1 is elke ervaring gevalideerd door het Vestigingscomité overeenkomstig de artikelen 24, lid 2, 4°, en 25, lid 3, 4°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 geldig voor het jaar waarin het zijn advies uitbrengt.
De leeftijdsvoorwaarde bedoeld in artikel 24, lid 1, 1°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 wordt tijdens de aanvraag voor toegang tot de reserve in de verzamelaanvraag nagegaan. ".
"Art. 12/1. Voor de toepassing van artikel 26, § 4, van Verordening (EU) nr. 2021/2115 van 2 december 2021, voldoet de aanvrager aan de voorwaarden bepaald in artikel 24, § 1er, 2° en 3°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023, voor de definitie van jonge landbouwer en aan de voorwaarden, vermeld in artikel 25, § 1, 2° en 3°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023, voor de definitie van nieuwe landbouwer, en dit uiterlijk op 31 mei van het jaar van de aanvraag.
In afwijking van lid 1 is elke ervaring gevalideerd door het Vestigingscomité overeenkomstig de artikelen 24, lid 2, 4°, en 25, lid 3, 4°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 geldig voor het jaar waarin het zijn advies uitbrengt.
De leeftijdsvoorwaarde bedoeld in artikel 24, lid 1, 1°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 wordt tijdens de aanvraag voor toegang tot de reserve in de verzamelaanvraag nagegaan. ".
Art. 20. Dans le même arrêté, il est inséré un article 12/1 rédigé comme suit :
" Art. 12/1. Pour l'application de l'article 26, § 4, du règlement (UE) n° 2021/2115 du 2 décembre 2021, le demandeur répond aux conditions prévues à l'article 24, alinéa 1er, 2° et 3°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023, pour la définition de jeune agriculteur et aux conditions prévues à l'article 25, alinéa 1er, 2° et 3°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023, pour la définition du nouvel agriculteur, pour le 31 mai de l'année de la demande.
Par dérogation à l'alinéa 1er, toute expérience validée par le Comité d'installation en application des articles 24, alinéa 2, 4°, et 25, alinéa 3, 4°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 vaut pour l'année au cours de laquelle il rend son avis.
La condition d'âge visée à l'article 24, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 est vérifiée lors de la demande d'accès à la réserve dans la demande unique. ".
" Art. 12/1. Pour l'application de l'article 26, § 4, du règlement (UE) n° 2021/2115 du 2 décembre 2021, le demandeur répond aux conditions prévues à l'article 24, alinéa 1er, 2° et 3°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023, pour la définition de jeune agriculteur et aux conditions prévues à l'article 25, alinéa 1er, 2° et 3°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023, pour la définition du nouvel agriculteur, pour le 31 mai de l'année de la demande.
Par dérogation à l'alinéa 1er, toute expérience validée par le Comité d'installation en application des articles 24, alinéa 2, 4°, et 25, alinéa 3, 4°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 vaut pour l'année au cours de laquelle il rend son avis.
La condition d'âge visée à l'article 24, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 est vérifiée lors de la demande d'accès à la réserve dans la demande unique. ".
Art. 21. Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met twee leden, luidend als volgt:
"Een landbouwer die in het kader van de vorige programmering toegang heeft gekregen tot de reserve overeenkomstig artikel 34 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers, kan in het kader van de huidige programmering geen toegang krijgen tot de gewestelijke reserve.
Lid 2 is niet van toepassing op jonge landbouwers die zich onlangs voor het eerst aan het hoofd van een landbouwbedrijf in de zin van artikel 12, lid 3, hebben gevestigd. ".
"Een landbouwer die in het kader van de vorige programmering toegang heeft gekregen tot de reserve overeenkomstig artikel 34 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers, kan in het kader van de huidige programmering geen toegang krijgen tot de gewestelijke reserve.
Lid 2 is niet van toepassing op jonge landbouwers die zich onlangs voor het eerst aan het hoofd van een landbouwbedrijf in de zin van artikel 12, lid 3, hebben gevestigd. ".
Art. 21. L'article 13 du même arrêté est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
" Un agriculteur ayant bénéficié d'un accès à la réserve sous la précédente programmation en application de l'article 34 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 12 février 2015 exécutant le régime des paiements directs en faveur des agriculteurs ne peut pas bénéficier d'un accès à la réserve régionale sous la présente programmation.
L'alinéa 2 ne s'applique pas aux jeunes agriculteurs installés récemment pour la première fois à la tête d'une exploitation au sens de l'article 12, alinéa 3. ".
" Un agriculteur ayant bénéficié d'un accès à la réserve sous la précédente programmation en application de l'article 34 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 12 février 2015 exécutant le régime des paiements directs en faveur des agriculteurs ne peut pas bénéficier d'un accès à la réserve régionale sous la présente programmation.
L'alinéa 2 ne s'applique pas aux jeunes agriculteurs installés récemment pour la première fois à la tête d'une exploitation au sens de l'article 12, alinéa 3. ".
Art. 22. In artikel 26 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in lid 2 worden de woorden "het eerste jaar van indiening van de verzamelaanvraag" vervangen door de woorden "het eerste jaar waarin jonge landbouwers in aanmerking komen voor de aanvullende inkomenssteun";
2° het wordt aangevuld met twee leden, luidend als volgt:
"Voor de toepassing van lid 1 voldoet de aanvrager op 31 mei van het jaar van de aanvraag aan de voorwaarden bepaald in artikel 24, lid 1, 2° en 3°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023, voor de definitie van jonge landbouwer.
In afwijking van lid 3 is elke ervaring gevalideerd door het Vestigingscomité overeenkomstig artikel 24, lid 2, 4°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 geldig voor het jaar waarin het zijn advies uitbrengt. ";
3° in het huidige derde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "jaar van indiening van de verzamelaanvraag. " vervangen door "jaar waarin jonge landbouwers in aanmerking komen voor de aanvullende inkomenssteun. ".
1° in lid 2 worden de woorden "het eerste jaar van indiening van de verzamelaanvraag" vervangen door de woorden "het eerste jaar waarin jonge landbouwers in aanmerking komen voor de aanvullende inkomenssteun";
2° het wordt aangevuld met twee leden, luidend als volgt:
"Voor de toepassing van lid 1 voldoet de aanvrager op 31 mei van het jaar van de aanvraag aan de voorwaarden bepaald in artikel 24, lid 1, 2° en 3°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023, voor de definitie van jonge landbouwer.
In afwijking van lid 3 is elke ervaring gevalideerd door het Vestigingscomité overeenkomstig artikel 24, lid 2, 4°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 geldig voor het jaar waarin het zijn advies uitbrengt. ";
3° in het huidige derde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "jaar van indiening van de verzamelaanvraag. " vervangen door "jaar waarin jonge landbouwers in aanmerking komen voor de aanvullende inkomenssteun. ".
Art. 22. A l'article 26 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 2, les mots " l'année de la soumission de la demande unique " sont remplacés par les mots " la première année d'admissibilité à l'aide complémentaire au revenu pour les jeunes agriculteurs " ;
2° il est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
" Pour l'application de l'alinéa 1er, le demandeur répond aux conditions prévues à l'article 24, alinéa 1er, 2° et 3°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023, pour la définition de jeune agriculteur pour le 31 mai de l'année de la demande.
Par dérogation à l'alinéa 3, toute expérience validée par le Comité d'installation en application des articles 24, alinéa 2, 4°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 vaut pour l'année au cours de laquelle il rend son avis. " ;
3° dans l'alinéa 3 actuel qui formera l'alinéa 5, les mots " année de soumission de la demande unique. " sont remplacés par les mots " année d'admissibilité à l'aide complémentaire au revenu pour les jeunes agriculteurs. ".
1° dans l'alinéa 2, les mots " l'année de la soumission de la demande unique " sont remplacés par les mots " la première année d'admissibilité à l'aide complémentaire au revenu pour les jeunes agriculteurs " ;
2° il est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
" Pour l'application de l'alinéa 1er, le demandeur répond aux conditions prévues à l'article 24, alinéa 1er, 2° et 3°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023, pour la définition de jeune agriculteur pour le 31 mai de l'année de la demande.
Par dérogation à l'alinéa 3, toute expérience validée par le Comité d'installation en application des articles 24, alinéa 2, 4°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 vaut pour l'année au cours de laquelle il rend son avis. " ;
3° dans l'alinéa 3 actuel qui formera l'alinéa 5, les mots " année de soumission de la demande unique. " sont remplacés par les mots " année d'admissibilité à l'aide complémentaire au revenu pour les jeunes agriculteurs. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging in het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffend de steun voor de ecoregelingen
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide aux éco-régimes
Art. 23. In artikel 6, lid 1, van de Franse versie van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende steun voor de ecoregelingen worden de woorden "prenant court" vervangen door de woorden "prenant cours".
Art. 23. Dans l'article 6, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide aux éco-régimes, les mots " prenant court " sont remplacés par les mots " prenant cours ".
Art. 24. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° lid 1 wordt vervangen door wat volgt
De steun voor de ecoregeling "milieuvriendelijke teelten" wordt niet verleend voor volgende landbouwgebieden:
1° de landbouwarealen waarvoor een verbintenis voor agromilieu- en klimaatmaatregelen nr. 5 "grasland", nr. 7 "ingerichte percelen" of nr. 12 "percelen met nog staande graangewassen" geldt, overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 de steun voor agromilieu- en klimaatmaatregelen.
2° de arealen die zijn aangewezen als niet-productieve gebieden overeenkomstig artikel 67, § 1, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023;
3° de arealen waarvoor een verbintenis voor de ecoregeling "ecologische vermazing" geldt. ";
2° het wordt aangevuld met volgend lid:
"Lid 1, 2° en 3°, is niet van toepassing op geïsoleerde struiken en heesters en topografische bijzonderheden in de zin van artikel 2, § 1, lid 1, 7° en 32°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023. ".
1° lid 1 wordt vervangen door wat volgt
De steun voor de ecoregeling "milieuvriendelijke teelten" wordt niet verleend voor volgende landbouwgebieden:
1° de landbouwarealen waarvoor een verbintenis voor agromilieu- en klimaatmaatregelen nr. 5 "grasland", nr. 7 "ingerichte percelen" of nr. 12 "percelen met nog staande graangewassen" geldt, overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 de steun voor agromilieu- en klimaatmaatregelen.
2° de arealen die zijn aangewezen als niet-productieve gebieden overeenkomstig artikel 67, § 1, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023;
3° de arealen waarvoor een verbintenis voor de ecoregeling "ecologische vermazing" geldt. ";
2° het wordt aangevuld met volgend lid:
"Lid 1, 2° en 3°, is niet van toepassing op geïsoleerde struiken en heesters en topografische bijzonderheden in de zin van artikel 2, § 1, lid 1, 7° en 32°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023. ".
Art. 24. A l'article 13 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" L'aide à l'éco-régime " cultures favorables à l'environnement " n'est pas octroyée pour les surfaces agricoles suivantes :
1° les surfaces faisant l'objet d'un engagement pour les mesures agro-environnementales et climatiques n° 5 " tournières enherbées ", n° 7 " parcelles aménagées " ou n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied ", conformément à l'arrêté du 23 février 2023 relatif à l'aide aux mesures agro-environnementales et climatiques ;
2° les surfaces désignées comme zones non productives en application de l'article 67, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 ;
3° les surfaces faisant l'objet d'un engagement pour l'éco-régime " maillage écologique ". " ;
2° il est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" L'alinéa 1er, 2° et 3°, ne s'applique pas à l'égard des arbustes, des buissons isolés et des particularités topographiques au sens de l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 7° et 32°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023. ".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" L'aide à l'éco-régime " cultures favorables à l'environnement " n'est pas octroyée pour les surfaces agricoles suivantes :
1° les surfaces faisant l'objet d'un engagement pour les mesures agro-environnementales et climatiques n° 5 " tournières enherbées ", n° 7 " parcelles aménagées " ou n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied ", conformément à l'arrêté du 23 février 2023 relatif à l'aide aux mesures agro-environnementales et climatiques ;
2° les surfaces désignées comme zones non productives en application de l'article 67, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 ;
3° les surfaces faisant l'objet d'un engagement pour l'éco-régime " maillage écologique ". " ;
2° il est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" L'alinéa 1er, 2° et 3°, ne s'applique pas à l'égard des arbustes, des buissons isolés et des particularités topographiques au sens de l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 7° et 32°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023. ".
Art. 25. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° lid 1 wordt vervangen door wat volgt
De steun voor de ecoregeling "vermindering van productiemiddelen" wordt niet verleend voor volgende landbouwgebieden:
1° de landbouwarealen waarvoor een verbintenis voor agromilieu- en klimaatmaatregelen nr. 5 "grasland", nr. 7 "ingerichte percelen" of nr. 12 "percelen met blijvend graan" geldt, overeenkomstig het besluit van de Waalse regering van 23 februari 2023 betreffende steun voor agromilieu- en klimaatmaatregelen;
2° de arealen die zijn aangewezen als niet-productieve gebieden overeenkomstig artikel 67, § 1, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023;
3° de arealen waarvoor een verbintenis voor de ecoregeling "ecologische vermazing" geldt;
4° de landbouwarealen waarvoor een verbintenis geldt om biologische landbouwpraktijken en -methoden toe te passen, overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de steun voor de biologische landbouw ";
2° het wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
"Lid 1, 2° en 3°, is niet van toepassing op geïsoleerde struiken en heesters en topografische bijzonderheden in de zin van artikel 2, § 1, lid 1, 7° en 32°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023. ".
1° lid 1 wordt vervangen door wat volgt
De steun voor de ecoregeling "vermindering van productiemiddelen" wordt niet verleend voor volgende landbouwgebieden:
1° de landbouwarealen waarvoor een verbintenis voor agromilieu- en klimaatmaatregelen nr. 5 "grasland", nr. 7 "ingerichte percelen" of nr. 12 "percelen met blijvend graan" geldt, overeenkomstig het besluit van de Waalse regering van 23 februari 2023 betreffende steun voor agromilieu- en klimaatmaatregelen;
2° de arealen die zijn aangewezen als niet-productieve gebieden overeenkomstig artikel 67, § 1, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023;
3° de arealen waarvoor een verbintenis voor de ecoregeling "ecologische vermazing" geldt;
4° de landbouwarealen waarvoor een verbintenis geldt om biologische landbouwpraktijken en -methoden toe te passen, overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de steun voor de biologische landbouw ";
2° het wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
"Lid 1, 2° en 3°, is niet van toepassing op geïsoleerde struiken en heesters en topografische bijzonderheden in de zin van artikel 2, § 1, lid 1, 7° en 32°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023. ".
Art. 25. A l'article 14 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" L'aide à l'éco-régime " réduction d'intrants " n'est pas octroyée pour les surfaces agricoles suivantes :
1° les surfaces faisant l'objet d'un engagement pour les mesures agro-environnementales et climatiques n° 5 " tournières enherbées " ou n° 7 " parcelles aménagées " ou n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied ", conformément à l'arrêté du 23 février 2023 relatif à l'aide aux mesures agro-environnementales et climatiques ;
2° les surfaces désignées comme zones non productives en application de l'article 67, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 ;
3° les surfaces faisant l'objet d'un engagement pour l'éco-régime " maillage écologique " ;
4° les surfaces agricoles faisant l'objet d'un engagement à mettre en oeuvre les pratiques et méthodes de l'agriculture biologique, conformément à l'arrêté du 23 février 2023 relatif à l'aide à l'agriculture biologique. " ;
2° il est complété d'un alinéa rédigé comme suit :
" L'alinéa 1er, 2° et 3°, ne s'applique pas à l'égard des arbustes, des buissons isolés et des particularités topographiques au sens de l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 7° et 32°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023. ".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" L'aide à l'éco-régime " réduction d'intrants " n'est pas octroyée pour les surfaces agricoles suivantes :
1° les surfaces faisant l'objet d'un engagement pour les mesures agro-environnementales et climatiques n° 5 " tournières enherbées " ou n° 7 " parcelles aménagées " ou n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied ", conformément à l'arrêté du 23 février 2023 relatif à l'aide aux mesures agro-environnementales et climatiques ;
2° les surfaces désignées comme zones non productives en application de l'article 67, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 ;
3° les surfaces faisant l'objet d'un engagement pour l'éco-régime " maillage écologique " ;
4° les surfaces agricoles faisant l'objet d'un engagement à mettre en oeuvre les pratiques et méthodes de l'agriculture biologique, conformément à l'arrêté du 23 février 2023 relatif à l'aide à l'agriculture biologique. " ;
2° il est complété d'un alinéa rédigé comme suit :
" L'alinéa 1er, 2° et 3°, ne s'applique pas à l'égard des arbustes, des buissons isolés et des particularités topographiques au sens de l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 7° et 32°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023. ".
Art. 26. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 15. De steun voor de eco-regeling "ecologische vermazing" wordt niet verleend voor landbouwarealen waarvoor een verbintenis voor agromilieu- en klimaatmaatregel nr. 12 "percelen met nog staande graangewassen" geldt, overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende steun voor agromilieu- en klimaatmaatregelen. ".
"Art. 15. De steun voor de eco-regeling "ecologische vermazing" wordt niet verleend voor landbouwarealen waarvoor een verbintenis voor agromilieu- en klimaatmaatregel nr. 12 "percelen met nog staande graangewassen" geldt, overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende steun voor agromilieu- en klimaatmaatregelen. ".
Art. 26. L'article 15 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 15. L'aide à l'éco-régime " maillage écologique " n'est pas octroyée pour les surfaces agricoles faisant l'objet d'un engagement pour la mesure agro-environnementale et climatique n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied ", conformément à l'arrêté du 23 février 2023 relatif à l'aide aux mesures agro-environnementales et climatiques. ".
" Art. 15. L'aide à l'éco-régime " maillage écologique " n'est pas octroyée pour les surfaces agricoles faisant l'objet d'un engagement pour la mesure agro-environnementale et climatique n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied ", conformément à l'arrêté du 23 février 2023 relatif à l'aide aux mesures agro-environnementales et climatiques. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de steun voor de biologische landbouw
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide à l'agriculture biologique
Art. 27. In artikel 6, lid 1, van de Franse versie, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de steun voor de biologische landbouw worden de woorden "prenant court" vervangen door de woorden "prenant cours".
Art. 27. Dans l'article 6, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide à l'agriculture biologique, les mots " prenant court " sont remplacés par les mots " prenant cours ".
Art. 28. Artikel 18, § 1, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met drie leden, luidend als volgt:
"In afwijking van lid 1 is voor bedrijven die alleen runderen of geitachtigen tot hun gemiddelde veebezetting rekenen, de minimale veebezetting voor de toepassing van dit artikel 0,4 GVE per hectare voederareaal.
Lid 3 is niet van toepassing op een landbouwer-overnemer die gedurende het kalenderjaar van de steunaanvraag een beweidingscontract in de zin van artikel R. 211 van Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt, aangaat.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder "landbouwer-overnemer" verstaan een landbouwer wiens een of meerdere percelen voederareaal door dieren van een andere landbouwer worden begraasd. ".
"In afwijking van lid 1 is voor bedrijven die alleen runderen of geitachtigen tot hun gemiddelde veebezetting rekenen, de minimale veebezetting voor de toepassing van dit artikel 0,4 GVE per hectare voederareaal.
Lid 3 is niet van toepassing op een landbouwer-overnemer die gedurende het kalenderjaar van de steunaanvraag een beweidingscontract in de zin van artikel R. 211 van Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt, aangaat.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder "landbouwer-overnemer" verstaan een landbouwer wiens een of meerdere percelen voederareaal door dieren van een andere landbouwer worden begraasd. ".
Art. 28. L'article 18, § 1er, du même arrêté est complété par trois alinéas, rédigés comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, pour les exploitations comptabilisant uniquement des ovins ou des caprins dans leur charge en bétail moyenne, la charge en bétail minimale pour l'application du présent article est de 0,4 UGB par hectare de surface fourragère.
L'alinéa 3 ne s'applique pas à l'égard de l'agriculteur preneur engagé dans un contrat de pâturage au sens de l'article R. 211 du livre II du Code l'Environnement contenant le Code de l'Eau au cours de l'année civile de la demande d'aide.
Pour l'application du présent paragraphe, l'on entend par " agriculteur preneur ", l'agriculteur dont une ou plusieurs parcelles de surfaces fourragères sont pâturées par les animaux d'un autre agriculteur. ".
" Par dérogation à l'alinéa 1er, pour les exploitations comptabilisant uniquement des ovins ou des caprins dans leur charge en bétail moyenne, la charge en bétail minimale pour l'application du présent article est de 0,4 UGB par hectare de surface fourragère.
L'alinéa 3 ne s'applique pas à l'égard de l'agriculteur preneur engagé dans un contrat de pâturage au sens de l'article R. 211 du livre II du Code l'Environnement contenant le Code de l'Eau au cours de l'année civile de la demande d'aide.
Pour l'application du présent paragraphe, l'on entend par " agriculteur preneur ", l'agriculteur dont une ou plusieurs parcelles de surfaces fourragères sont pâturées par les animaux d'un autre agriculteur. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de steun voor agromilieu- en klimaatmaatregelen
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide aux mesures agro-environnementales et climatiques
Art. 29. In artikel 3, tweede lid, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de steun voor agromilieu- en klimaatmaatregelen worden de woorden "in het eerste lid, 5°, " vervangen door de woorden "in het eerste lid, 8°, ".
Art. 29. Dans l'article 3, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif à l'aide aux mesures agro-environnementales et climatiques les mots " à l'alinéa 1er, 5°, " sont remplacés par les mots " à l'alinéa 1er, 8°, ".
Art. 30. In artikel 7, zesde lid, van de Franse versie, van hetzelfde besluit worden de woorden "prenant court" vervangen door de woorden "prenant cours".
Art. 30. Dans l'article 7, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " prenant court " sont remplacés par les mots " prenant cours ".
Art. 31. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in lid 2 worden de woorden "minder dan" ingevoegd tussen de woorden "de jaarlijks aangegeven oppervlakte" en de woorden "20% afwijken van";
2° het artikel wordt aangevuld met volgend lid :
"In afwijking van lid 1 en in het kader van een verbintenis tot uitvoering van maatregel nr. 5 "met gras bezaaide perceelsranden", mag de jaarlijks aangegeven oppervlakte 40% afwijken van de in de steunaanvraag aangegeven oppervlakte waarvoor de verbintenis geldt, op voorwaarde dat de percelen die van de verbintenis worden vrijgesteld, aangegeven worden als niet-productieve gebieden in toepassing van artikel 67, § 1, van het besluit van 23 februari 2023. ".
1° in lid 2 worden de woorden "minder dan" ingevoegd tussen de woorden "de jaarlijks aangegeven oppervlakte" en de woorden "20% afwijken van";
2° het artikel wordt aangevuld met volgend lid :
"In afwijking van lid 1 en in het kader van een verbintenis tot uitvoering van maatregel nr. 5 "met gras bezaaide perceelsranden", mag de jaarlijks aangegeven oppervlakte 40% afwijken van de in de steunaanvraag aangegeven oppervlakte waarvoor de verbintenis geldt, op voorwaarde dat de percelen die van de verbintenis worden vrijgesteld, aangegeven worden als niet-productieve gebieden in toepassing van artikel 67, § 1, van het besluit van 23 februari 2023. ".
Art. 31. Dans l'article 9 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 2, les mots " moins de " sont insérés entre les mots " peut varier de " et les mots " 20 % par rapport " ;
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, dans le cadre d'un engagement à mettre en oeuvre la mesure n° 5 " tournières enherbées ", la superficie déclarée chaque année peut varier de 40 % par rapport à celle désignée dans la demande d'aide comme faisant l'objet de l'engagement, à condition que les parcelles désengagées soient déclarées comme zones non-productives en application de l'article 67, § 1er, de l'arrêté du 23 février 2023. ".
1° dans l'alinéa 2, les mots " moins de " sont insérés entre les mots " peut varier de " et les mots " 20 % par rapport " ;
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, dans le cadre d'un engagement à mettre en oeuvre la mesure n° 5 " tournières enherbées ", la superficie déclarée chaque année peut varier de 40 % par rapport à celle désignée dans la demande d'aide comme faisant l'objet de l'engagement, à condition que les parcelles désengagées soient déclarées comme zones non-productives en application de l'article 67, § 1er, de l'arrêté du 23 février 2023. ".
Art. 32. In artikel 10, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "mag" vervangen door het woord "moet".
Art. 32. Dans l'article 10, alinéa 2, du même arrêté, le mot " peut " est remplacé par le mot " doit ".
Art. 33. In artikel 11, § 1, van hetzelfde besluit, wordt een lid ingevoegd tussen het eerste lid en het tweede lid, luidend als volgt:
"Lid 1 is niet van toepassing op landbouwarealen waarvoor de maatregelen nr. 5 "met gras bezaaide perceelsranden" en nr. 7 "ingerichte percelen" of nr. 8 "ingerichte perceelstroken" bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 3 september 2015 betreffende agromilieu- en klimaatsteun worden toegepast op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan de steunaanvraag die in het kader van dit besluit wordt ingediend.". ".
"Lid 1 is niet van toepassing op landbouwarealen waarvoor de maatregelen nr. 5 "met gras bezaaide perceelsranden" en nr. 7 "ingerichte percelen" of nr. 8 "ingerichte perceelstroken" bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 3 september 2015 betreffende agromilieu- en klimaatsteun worden toegepast op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan de steunaanvraag die in het kader van dit besluit wordt ingediend.". ".
Art. 33. Dans l'article 11, § 1er, du même arrêté, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" L'alinéa 1er ne s'applique pas à l'égard des surfaces agricoles engagées pour les méthodes n° 5 " tournières enherbées " ou n° 7 " parcelles aménagées " ou n° 8 " bandes aménagées " prévues par l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 septembre 2015 relatif aux aides agro-environnementales et climatiques le 31 décembre de l'année précédant la demande d'aide introduite en vertu du présent arrêté. ".
" L'alinéa 1er ne s'applique pas à l'égard des surfaces agricoles engagées pour les méthodes n° 5 " tournières enherbées " ou n° 7 " parcelles aménagées " ou n° 8 " bandes aménagées " prévues par l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 septembre 2015 relatif aux aides agro-environnementales et climatiques le 31 décembre de l'année précédant la demande d'aide introduite en vertu du présent arrêté. ".
Art. 34. In artikel 20 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 2, derde lid, worden de woorden "van de kennisgeving van de overdracht van het bedrijf of de percelen" vervangen door de woorden "van de kennisgeving ervan";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "nr. 12 "percelen met nog staande graangewassen"", nr. 10 "actieplan voor een milieuvriendelijke landbouw" of" ingevoegd tussen het woord "maatregel" en het woord "14".
1° in § 2, derde lid, worden de woorden "van de kennisgeving van de overdracht van het bedrijf of de percelen" vervangen door de woorden "van de kennisgeving ervan";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "nr. 12 "percelen met nog staande graangewassen"", nr. 10 "actieplan voor een milieuvriendelijke landbouw" of" ingevoegd tussen het woord "maatregel" en het woord "14".
Art. 34. Dans l'article 20 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots " la notification du transfert de l'exploitation ou des parcelles " sont remplacés par les mots " sa notification " ;
2° dans le paragraphe 3, les mots " n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied ", n° 10 " plan d'action agro-environnemental " ou " sont insérés entre les mots " la mesure " et les mots " n° 14 ".
1° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots " la notification du transfert de l'exploitation ou des parcelles " sont remplacés par les mots " sa notification " ;
2° dans le paragraphe 3, les mots " n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied ", n° 10 " plan d'action agro-environnemental " ou " sont insérés entre les mots " la mesure " et les mots " n° 14 ".
Art. 35. In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "maatregel nr. 12 "percelen met nog staande graangewassen" en van" ingevoegd tussen de woorden "Met uitzondering van" en de woorden "maatregel nr. 14 "bodems"";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "maatregel nr. 12 "percelen met nog staande graangewassen" en van" ingevoegd tussen de woorden "Met uitzondering van" en de woorden "maatregel nr. 14 "bodems"";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art. 35. Dans l'article 22 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " la mesure n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied " et de " sont insérés entre les mots " A l'exception de " et les mots " la mesure n° 14 " ;
2° le paragraphe 2 est abrogé.
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " la mesure n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied " et de " sont insérés entre les mots " A l'exception de " et les mots " la mesure n° 14 " ;
2° le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 36. In artikel 23, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden ", nr. 12 "percelen met nog staande graangewassen" ingevoegd tussen de woorden "voor de maatregelen nr. 10 "actieplan voor een milieuvriendelijke landbouw"" en de woorden "en nr. 14 "bodems"".
Art. 36. Dans l'article 23, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " , n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied " sont insérés entre les mots " plan d'action environnemental " " et les mots " et n° 14 ".
Art. 37. In artikel 23, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden ", nr. 12 "percelen met nog staande graangewassen" ingevoegd tussen de woorden "voor de maatregelen nr. 10 "actieplan voor een milieuvriendelijke landbouw"" en de woorden "en nr. 14 "bodems"".
Art. 37. Dans l'article 23, alinéa 1er, du même arrêté, les mots ", n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied " sont insérés entre les mots " plan d'action environnemental " " et les mots " et n° 14 ".
Art. 38. In hetzelfde besluit wordt een artikel 29/1 ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 29/1. Vanaf 1 januari 2024 worden nieuwe verbintenissen voor de uitvoering van maatregel nr. 12 percelen met nog staande graangewassen" geweigerd.
Verbintenissen die zijn aangegaan vóór de in lid 1 bedoelde datum worden nagekomen overeenkomstig de in dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan vastgestelde voorwaarden. ".
"Art. 29/1. Vanaf 1 januari 2024 worden nieuwe verbintenissen voor de uitvoering van maatregel nr. 12 percelen met nog staande graangewassen" geweigerd.
Verbintenissen die zijn aangegaan vóór de in lid 1 bedoelde datum worden nagekomen overeenkomstig de in dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan vastgestelde voorwaarden. ".
Art. 38. Dans le même arrêté, il est inséré un article 29/1 rédigé comme suit :
" Art. 29/1. A compter du 1er janvier 2024, les nouveaux engagements à mettre en oeuvre la mesure n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied " sont refusés.
Les engagements souscrits avant la date visée à l'alinéa 1er sont exécutés aux conditions prévues par le présent arrêtés et ses arrêtés d'exécution. ".
" Art. 29/1. A compter du 1er janvier 2024, les nouveaux engagements à mettre en oeuvre la mesure n° 12 " parcelles de céréales laissées sur pied " sont refusés.
Les engagements souscrits avant la date visée à l'alinéa 1er sont exécutés aux conditions prévues par le présent arrêtés et ses arrêtés d'exécution. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de vestigingssteun en de investeringssteun in de sectoren landbouw, aquacultuur en de tuinbouw en voor coöperaties en andere ondernemingen die actief zijn op het gebied van de primaire verwerking en de afzet in de agrovoedingssector en de bosbouw
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif aux aides à l'installation et aux investissements concernant les secteurs agricole, aquacole et horticole, ainsi que les coopératives et autres entreprises dans la première transformation et commercialisation dans le secteur agro-alimentaire et sylvicole
Art. 39. Het opschrift van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de vestigingssteun en de investeringssteun in de sectoren landbouw, aquacultuur en de tuinbouw en voor coöperaties en andere ondernemingen die actief zijn op het gebied van de primaire verwerking en de afzet in de agrovoedingssector en de bosbouw wordt vervangen als volgt:
"Besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de vestigingssteun en de investeringssteun in de sectoren landbouw en tuinbouw, alsmede de coöperaties en andere ondernemingen die actief zijn op het gebied van de verwerking en de afzet in de agrovoedingssector en op het gebied van de primaire verwerking en de afzet in de bosbouwsector".
"Besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de vestigingssteun en de investeringssteun in de sectoren landbouw en tuinbouw, alsmede de coöperaties en andere ondernemingen die actief zijn op het gebied van de verwerking en de afzet in de agrovoedingssector en op het gebied van de primaire verwerking en de afzet in de bosbouwsector".
Art. 39. L'intitulé de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif aux aides à l'installation et aux investissements concernant les secteurs agricole, aquacole et horticole, ainsi que les coopératives et autres entreprises dans la première transformation et commercialisation dans le secteur agro-alimentaire et sylvicole est remplacé par ce qui suit :
" L'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif aux aides à l'installation et aux investissements concernant les secteurs agricole et horticole, ainsi que les coopératives et autres entreprises dans la transformation et commercialisation dans le secteur agro-alimentaire et dans la première transformation et commercialisation dans le secteur sylvicole ".
" L'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif aux aides à l'installation et aux investissements concernant les secteurs agricole et horticole, ainsi que les coopératives et autres entreprises dans la transformation et commercialisation dans le secteur agro-alimentaire et dans la première transformation et commercialisation dans le secteur sylvicole ".
Art. 40. In artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de vestigingssteun en de investeringssteun in de sectoren landbouw, aquacultuur en de tuinbouw en voor coöperaties en andere ondernemingen die actief zijn op het gebied van de primaire verwerking en de afzet in de agrovoedingssector en de bosbouw worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in punt 5° worden de woorden "de erkenningsbepalingen die in het Waalse Gewest van kracht zijn" vervangen door de woorden "de bepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning, de handhaving en de intrekking van de erkenning van de centra voor landbouwbedrijfsboekhouding";
b) in punt 11° van de Franse versie worden de woorden "soit à comme indépendant" vervangen door de woorden "soit comme indépendant";
c) in punt 15° van de Franse versie wordt het woord "visé" vervangen door het woord "visée".
a) in punt 5° worden de woorden "de erkenningsbepalingen die in het Waalse Gewest van kracht zijn" vervangen door de woorden "de bepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning, de handhaving en de intrekking van de erkenning van de centra voor landbouwbedrijfsboekhouding";
b) in punt 11° van de Franse versie worden de woorden "soit à comme indépendant" vervangen door de woorden "soit comme indépendant";
c) in punt 15° van de Franse versie wordt het woord "visé" vervangen door het woord "visée".
Art. 40. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif aux aides à l'installation et aux investissements concernant les secteurs agricole, aquacole et horticole, ainsi que les coopératives et autres entreprises dans la première transformation et commercialisation dans le secteur agro-alimentaire et sylvicole, les modifications suivantes sont apportées :
a) au 5°, les mots " d'agrément en vigueur en Région wallonne " sont remplacés par les mots " de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 définissant les conditions d'octroi, de maintien et de suppression de l'agrément accordé aux centres de comptabilité de gestion agricole " ;
b) au 11°, les mots " soit à comme indépendant " sont remplacés par les mots " soit comme indépendant " ;
c) au 15°, le mot " visé " est remplacé par le mot " visée ".
a) au 5°, les mots " d'agrément en vigueur en Région wallonne " sont remplacés par les mots " de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 définissant les conditions d'octroi, de maintien et de suppression de l'agrément accordé aux centres de comptabilité de gestion agricole " ;
b) au 11°, les mots " soit à comme indépendant " sont remplacés par les mots " soit comme indépendant " ;
c) au 15°, le mot " visé " est remplacé par le mot " visée ".
Art. 41. In artikel 7, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "twee aanvragen voor investeringssteun" vervangen door de woorden "twee aanvragen per type investeringssteun ".
Art. 41. Dans l'article 7, alinéa 2, du même arrêté, les mots " par type " sont insérés entre les mots " deux demandes " et les mots " d'aide à l'investissement ".
Art. 42. In artikel 10, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "in aanmerking komende" ingevoegd tussen de woorden "de datum van afgifte van het" en de woorden "eerste bewijsstuk".
Art. 42. Dans l'article 10, § 2, alinéa 1er, du même arrêté, le mot " admissible " est inséré entre le mot " justificatif " et le mot " ainsi ".
Art. 43. In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 9° opgeheven;
2° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "Het eerste lid, 4°, 5° en 9° is" vervangen door de woorden "Het eerste lid, 4° en 5°, is";
3° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidend als volgt:
" § 1/1. De begunstigde van de steun verbindt zich ertoe te garanderen dat eenzelfde lid geen investeringssteun kan aanvragen en ontvangen onder de dekmantel van meerdere landbouwers of meerdere ondernemingen, inclusief ondernemingen voor de verwerking en afzet in de agrovoedings- of bosbouwsector.
Lid 1 is niet van toepassing wanneer de aanvraag wordt ingediend door een GVL of een CVAV. ".
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 9° opgeheven;
2° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "Het eerste lid, 4°, 5° en 9° is" vervangen door de woorden "Het eerste lid, 4° en 5°, is";
3° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidend als volgt:
" § 1/1. De begunstigde van de steun verbindt zich ertoe te garanderen dat eenzelfde lid geen investeringssteun kan aanvragen en ontvangen onder de dekmantel van meerdere landbouwers of meerdere ondernemingen, inclusief ondernemingen voor de verwerking en afzet in de agrovoedings- of bosbouwsector.
Lid 1 is niet van toepassing wanneer de aanvraag wordt ingediend door een GVL of een CVAV. ".
Art. 43. A l'article 11 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, le 9° est abrogé ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots " L'alinéa 1er, 4°, 5° et 9° " sont remplacés par les mots " L'alinéa 1er, 4° et 5° " ;
3° il est inséré un paragraphe 1er/1 rédigé comme suit :
" § 1er/1. Le bénéficiaire de l'aide s'engage à respecter qu'un même membre ne puisse pas demander et bénéficier d'une aide à l'investissement sous le couvert de plusieurs agriculteurs ou de plusieurs entreprises dont les entreprises de transformation et de commercialisation dans le secteur agroalimentaire ou sylvicole.
L'alinéa 1er n'est pas applicable lorsque la demande est faite par une CUMA ou une SCTC. ".
1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, le 9° est abrogé ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots " L'alinéa 1er, 4°, 5° et 9° " sont remplacés par les mots " L'alinéa 1er, 4° et 5° " ;
3° il est inséré un paragraphe 1er/1 rédigé comme suit :
" § 1er/1. Le bénéficiaire de l'aide s'engage à respecter qu'un même membre ne puisse pas demander et bénéficier d'une aide à l'investissement sous le couvert de plusieurs agriculteurs ou de plusieurs entreprises dont les entreprises de transformation et de commercialisation dans le secteur agroalimentaire ou sylvicole.
L'alinéa 1er n'est pas applicable lorsque la demande est faite par une CUMA ou une SCTC. ".
Art. 44. Artikel 13 wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
"De Minister bepaalt welke soorten documenten worden aanvaard voor de vaststelling van de aandelen, in de zin van het derde, vierde en vijfde lid, in het bedrijf van de partner. ".
"De Minister bepaalt welke soorten documenten worden aanvaard voor de vaststelling van de aandelen, in de zin van het derde, vierde en vijfde lid, in het bedrijf van de partner. ".
Art. 44. L'article 13 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Ministre détermine les types de documents acceptés pour déterminer les parts, au sens des alinéas 3, 4 et 5, dans l'activité du partenaire. ".
" Le Ministre détermine les types de documents acceptés pour déterminer les parts, au sens des alinéas 3, 4 et 5, dans l'activité du partenaire. ".
Art. 45. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid, worden de woorden "Het eerste lid, 3°, " vervangen door de woorden "Het eerste lid, 4°, ".
2° het wordt aangevuld met volgend lid:
"De Minister bepaalt welke soorten documenten worden aanvaard voor de vaststelling van de aandelen, in de zin van het derde, vierde en vijfde lid, in het bedrijf van de partner. ".
1° in het tweede lid, worden de woorden "Het eerste lid, 3°, " vervangen door de woorden "Het eerste lid, 4°, ".
2° het wordt aangevuld met volgend lid:
"De Minister bepaalt welke soorten documenten worden aanvaard voor de vaststelling van de aandelen, in de zin van het derde, vierde en vijfde lid, in het bedrijf van de partner. ".
Art. 45. A l'article 16 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 2, les mots " L'alinéa 1er, 3° " sont remplacés par les mots " L'alinéa 1er, 4° " ;
2° il est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Ministre détermine les types de documents acceptés pour déterminer les parts, au sens des alinéas 3 et 4, dans l'activité du partenaire. ".
1° dans l'alinéa 2, les mots " L'alinéa 1er, 3° " sont remplacés par les mots " L'alinéa 1er, 4° " ;
2° il est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Ministre détermine les types de documents acceptés pour déterminer les parts, au sens des alinéas 3 et 4, dans l'activité du partenaire. ".
Art. 46. In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° lid 2 wordt vervangen door wat volgt : "De begunstigde verstrekt de nodige documenten, zoals bepaald door de Minister, opdat de investering als subsidiabel kan worden beschouwd;
2° lid 3 wordt opgeheven.
1° lid 2 wordt vervangen door wat volgt : "De begunstigde verstrekt de nodige documenten, zoals bepaald door de Minister, opdat de investering als subsidiabel kan worden beschouwd;
2° lid 3 wordt opgeheven.
Art. 46. A l'article 17 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit : " Le bénéficiaire fournit les documents nécessaires, tels que déterminés par le Ministre, pour que l'investissement soit considéré comme admissible " ;
2° l'alinéa 3 est abrogé.
1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit : " Le bénéficiaire fournit les documents nécessaires, tels que déterminés par le Ministre, pour que l'investissement soit considéré comme admissible " ;
2° l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 47. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 6 vervangen door wat volgt:
"Hoofdstuk 6. Steun voor investeringen in de verwerking of afzet van landbouwproducten tot landbouwproducten en niet-landbouwproducten en voor niet-agrarische diversificatie".
"Hoofdstuk 6. Steun voor investeringen in de verwerking of afzet van landbouwproducten tot landbouwproducten en niet-landbouwproducten en voor niet-agrarische diversificatie".
Art. 47. Dans le même arrêté, l'intitulé du chapitre 6 est remplacé par ce qui suit :
" Chapitre 6. Aides aux investissements dans la transformation ou la commercialisation de produits agricoles en produits agricoles et en produits non agricoles ainsi que dans la diversification non agricole ".
" Chapitre 6. Aides aux investissements dans la transformation ou la commercialisation de produits agricoles en produits agricoles et en produits non agricoles ainsi que dans la diversification non agricole ".
Art. 48. In artikel 23 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 1 worden de woorden "in de primaire verwerking of afzet van landbouwproducten en in niet-agrarische diversificatie" vervangen door de woorden "in de verwerking of afzet van landbouwproducten tot landbouwproducten en niet-landbouwproducten en in de niet-agrarische diversificatie";
2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
"De Minister bepaalt welke soorten documenten worden aanvaard voor de vaststelling van de aandelen, in de zin van het derde, vierde en vijfde lid, in het bedrijf van de partner. ";
3° in § 2 wordt het woord "eerste" opgeheven.
1° in § 1 worden de woorden "in de primaire verwerking of afzet van landbouwproducten en in niet-agrarische diversificatie" vervangen door de woorden "in de verwerking of afzet van landbouwproducten tot landbouwproducten en niet-landbouwproducten en in de niet-agrarische diversificatie";
2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
"De Minister bepaalt welke soorten documenten worden aanvaard voor de vaststelling van de aandelen, in de zin van het derde, vierde en vijfde lid, in het bedrijf van de partner. ";
3° in § 2 wordt het woord "eerste" opgeheven.
Art. 48. A l'article 23 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, les mots " dans les secteurs de la première transformation ou de la commercialisation des produits agricoles et dans la diversification non agricole " sont remplacés par les mots " dans la transformation ou la commercialisation de produits agricoles en produits agricoles et en produits non agricoles ainsi que dans la diversification non agricole " ;
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Ministre détermine les types de documents acceptés pour déterminer les parts, au sens des alinéas 2, 3 et 4, dans l'activité du partenaire. " ;
3° dans le § 2, le mot " première " est chaque fois abrogé.
1° dans le § 1er, les mots " dans les secteurs de la première transformation ou de la commercialisation des produits agricoles et dans la diversification non agricole " sont remplacés par les mots " dans la transformation ou la commercialisation de produits agricoles en produits agricoles et en produits non agricoles ainsi que dans la diversification non agricole " ;
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Ministre détermine les types de documents acceptés pour déterminer les parts, au sens des alinéas 2, 3 et 4, dans l'activité du partenaire. " ;
3° dans le § 2, le mot " première " est chaque fois abrogé.
Art. 49. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 7 vervangen door wat volgt:
"Hoofdstuk 7. Steun voor de vestiging van jonge landbouwers
"Hoofdstuk 7. Steun voor de vestiging van jonge landbouwers
Art. 49. Dans le même arrêté, l'intitulé du chapitre 7 est remplacé par ce qui suit :
" Chapitre 7. Aide à l'installation des jeunes agriculteurs ".
" Chapitre 7. Aide à l'installation des jeunes agriculteurs ".
Art. 50. In artikel 26, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "de haard- of de standplaatstoelage," opgeheven.
Art. 50. Dans l'article 26, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " et des jeunes entreprises rurales, " sont abrogés.
Art. 51. In artikel 31, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "van het betalingsverzoek" vervangen door de woorden "van een verzoek tot betaling zoals bedoeld in artikel 10".
Art. 51. Dans l'article 31, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " de la demande de paiement " sont remplacés par les mots " d'une demande de paiement telle que prévue à l'article 10 ".
Art. 52. In artikel 36 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt aangevuld met volgende woorden: "gedurende een periode van minimaal vijf jaar vanaf de datum van de eerste steunbetaling. ";
2° het artikel wordt aangevuld met volgend lid : "Lid 1 is niet van toepassing op de begunstigden van steun verkregen in het kader van het Waals herstelplan en van de "couveuses d'entreprise" die erkend zijn overeenkomstig het decreet van 21 december 2022 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de "structures d'accompagnement à l'autocréation d'emploi" (begeleidingsstructuren voor zelftewerkstelling ). ".
1° het eerste lid wordt aangevuld met volgende woorden: "gedurende een periode van minimaal vijf jaar vanaf de datum van de eerste steunbetaling. ";
2° het artikel wordt aangevuld met volgend lid : "Lid 1 is niet van toepassing op de begunstigden van steun verkregen in het kader van het Waals herstelplan en van de "couveuses d'entreprise" die erkend zijn overeenkomstig het decreet van 21 december 2022 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de "structures d'accompagnement à l'autocréation d'emploi" (begeleidingsstructuren voor zelftewerkstelling ). ".
Art. 52. Dans l'article 36, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est complété par les mots : " pour une période minimale de cinq ans à partir de la date du premier paiement de l'aide. " ;
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit : " L'alinéa 1er n'est pas applicable pour les bénéficiaires des aides obtenues dans le cadre du Plan de relance de la Wallonie ainsi que des couveuses d'entreprise qui sont reconnues conformément au décret du 21 décembre 2022 relatif à l'agrément et au subventionnement des structures d'accompagnement à l'autocréation d'emploi. ".
1° l'alinéa 1er est complété par les mots : " pour une période minimale de cinq ans à partir de la date du premier paiement de l'aide. " ;
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit : " L'alinéa 1er n'est pas applicable pour les bénéficiaires des aides obtenues dans le cadre du Plan de relance de la Wallonie ainsi que des couveuses d'entreprise qui sont reconnues conformément au décret du 21 décembre 2022 relatif à l'agrément et au subventionnement des structures d'accompagnement à l'autocréation d'emploi. ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 10 maart 2023 betreffende de erkenning van producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties en brancheorganisaties in de groente- en fruitsector alsook betreffende operationele programma's
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté du Gouvernement wallon du 10 mars 2023 relatif à la reconnaissance des organisations de producteurs, des associations d'organisations de producteurs et des organisations interprofessionnelles de producteurs dans le secteur des fruits et légumes ainsi qu'aux programmes opérationnels
Art. 53. In artikel 33, derde lid, van het besluit van de Waalse Regering van 10 maart 2023 betreffende de erkenning van producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties en brancheorganisaties in de groente- en fruitsector alsook betreffende operationele programma's wordt het woord "arrest" vervangen door het woord "besluit".
Art. 53. A l'article 33, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 10 mars 2023 relatif à la reconnaissance des organisations de producteurs, des associations d'organisations de producteurs et des organisations interprofessionnelles de producteurs dans le secteur des fruits et légumes ainsi qu'aux programmes opérationnels, le mot " arrêt " est remplacé par le mot " arrêté ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de gekoppelde steun aan de landbouwers voor eiwithoudende gewassen, vrouwelijke vleesrunderen, gemengde koeien, melkkoeien en schapen
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif aux aides couplées au revenu pour les cultures protéagineuses, les bovins femelles viandeux, les vaches mixtes, les vaches laitières et les brebis
Art. 54. In artikel 4 van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023 betreffende de gekoppelde steun aan de landbouwers voor eiwithoudende gewassen, vrouwelijke vleesrunderen, gemengde koeien, melkkoeien en schapen wordt het eerste lid aangevuld met de woorden "en die ze na 15 juni oogsten".
Art. 54. Dans l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2023 relatif aux aides couplées au revenu pour les cultures protéagineuses, les bovins femelles viandeux, les vaches mixtes, les vaches laitières et les brebis, l'alinéa 1er est complété par les mots " et procédant à leur récolte après le 15 juin ".
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen.
CHAPITRE 9. - Dispositions finales