Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
4 APRIL 2024. - Ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-04-2024 en tekstbijwerking tot 08-10-2025)
Titre
4 AVRIL 2024. - Ordonnance portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 25-04-2024 et mise à jour au 08-10-2025)
Documentinformatie
Numac: 2024003460
Datum: 2024-04-04
Info du document
Numac: 2024003460
Date: 2024-04-04
Inhoud
DEEL 1. Inleidende bepalingen
BOEK 1. Algemeenheden
BOEK 2. Het toepassingsgebied
DEEL 2. De begroting
BOEK 1. De begrotingsbeginselen
BOEK 2. De begrotingsfondsen
BOEK 3. Het begrotingskader
TITEL 1-. De begroting in een meerjarig perspec...
HOOFDSTUK 1-. De regeringsverklaring en de begr...
HOOFDSTUK 2-. De meerjarige begrotingsplanning ...
TITEL 2. - De interne monitoring
BOEK 4. De ontvangsten- en uitgavenbegroting
TITEL 1. - De begrotingskredieten
TITEL 2. - De begrotingsstructuur
TITEL 3. - De rapportering betreffende de begro...
HOOFDSTUK 1. - De ontwerpen van begrotingsordon...
Afdeling 1. - Samenstelling
Afdeling 2. - Opmaak en goedkeuring
Afdeling 3. - Stemming en akteneming van de beg...
Afdeling 4. - Communicatie aan de Regering en s...
HOOFDSTUK 2. - De ontvangstenbegroting van het ...
HOOFDSTUK 3. - De uitgavenbegroting van het Gewest
HOOFDSTUK 4. - De voorlopige kredieten
TITEL 4 - De algemene toelichting
BOEK 5. De aanpassingen van de begroting
TITEL 1. - De aanpassingen met parlementaire pr...
HOOFDSTUK 1. - De begrotingsberaadslagingen
HOOFDSTUK 2. - De begrotingsaanpassingen
TITEL 2. - De aanpassingen zonder parlementaire...
HOOFDSTUK 1. - De kredietherverdeling
Afdeling 1. - De kredietherverdelingen voor de ...
Onderafdeling 1. - Machtiging
Onderafdeling 2. - Mededeling
Afdeling 2. - De kredietherverdelingen voor de ...
HOOFDSTUK 2. - De kredietoverschrijdingen voor ...
Afdeling 1. - De kredietoverschrijdingen voor d...
Onderafdeling 1. - Machtiging
Onderafdeling 2. - Mededeling
Afdeling 2. - De kredietoverschrijdingen voor d...
BOEK 6. Het Rekenhof
BOEK 7. De bekendmaking van de begroting
DEEL 3. De boekhouding
BOEK 1. Algemeenheden
BOEK 2. De actoren van de boekhouding
TITEL 1. - De gewestelijke boekhouder
HOOFDSTUK 1. - Aanstelling
HOOFDSTUK 2. - Opdrachten
TITEL 2. - De boekhouder van de diensten van de...
HOOFDSTUK 1. - Aanstelling
HOOFDSTUK 2. - Opdrachten
BOEK 3. De boekhoudkundige verrichtingen
TITEL 1. - De ontvangstenverrichtingen
HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden
HOOFDSTUK 2. - De vaststelling van een recht
HOOFDSTUK 3. - De ordonnancering van de ontvang...
HOOFDSTUK 4. - De invordering
HOOFDSTUK 5. - De uitdoving van een vastgesteld...
HOOFDSTUK 6. - De betalingsfaciliteiten
HOOFDSTUK 7. - De opeising van niet-ingevorderd...
TITEL 2. - De uitgavenverrichtingen
HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden
HOOFDSTUK 2. - De vastlegging
HOOFDSTUK 3. - De vereffening
HOOFDSTUK 4. - De ordonnancering van de uitgaven
HOOFDSTUK 5. - De betaling
TITEL 3. - De verrichtingen die nodig zijn om d...
BOEK 4. De rekeningen
TITEL 1. - De samenstelling van de verschillend...
HOOFDSTUK 1. - De algemene rekening
HOOFDSTUK 2-. De jaarrekening
HOOFDSTUK 3. - De uitvoeringsrekening van de be...
HOOFDSTUK 4. - De consolidatie
TITEL 2. - De verschillende algemene rekeningen
HOOFDSTUK 1. - De algemene rekening van de gewe...
HOOFDSTUK 2. - De algemene rekening van de dien...
HOOFDSTUK 3. - De algemene rekening van de ABI's 1
HOOFDSTUK 4. - De algemene rekening van de ABI's 2
TITEL 3. - De verbetering van de algemene reken...
BOEK 5. De bekendmaking die aan de rekening wor...
BOEK 6. De ontwerpen van ordonnantie en documen...
BOEK 7. De boekhoudkundige controle
DEEL 4. De thesaurie
BOEK 1. Algemeenheden
BOEK 2. Het Financieel Coördinatiecentrum voor ...
BOEK 3. De rekenplichtigen
TITEL 1. - De aanstelling
TITEL 2. - De algemene opdrachten van de rekenp...
TITEL 3. - De mandatarissen
BOEK 4. De financiële controle
DEEL 5. Schuldbeheer en financiële verrichtingen
BOEK 1. Het schuldbeheer
BOEK 2. De financiële verrichtingen
TITEL 1. - Financieel beheer
TITEL 2. - Mededeling van financiële informatie
TITEL 3. - Schulden van de ABI's
TITEL 4. - Beleggingen van de ABI's
DEEL 6. Het controle- en beheersingssysteem
BOEK 1. De organisatiebeheersing
TITEL 1. - Algemeenheden
TITEL 2. - De interne audit
BOEK 2. De beheerscontrole
BOEK 3. De beheersing van de uitgaven
TITEL 1. - De investeringen
TITEL 2. - De uitgaven- en ontvangstentoetsingen
BOEK 4. De administratieve en begrotingscontrole
TITEL 1. - Algemeenheden
TITEL 2. - De personeelsplannen en de personeel...
BOEK 5. Toezicht op de uitvoering van de begroting
TITEL 1. - De periodieke monitoring door de Reg...
TITEL 2. - De controle van de vastleggingen en ...
DEEL 7. De onverenigbaarheden
DEEL 8. De actoren van de openbare financiën
BOEK 1. De ordonnateurs
BOEK 2. De controleactoren
TITEL 1. - Algemeenheden
TITEL 2. - De gecoördineerde audit
TITEL 3. - De inspecteurs van financiën
TITEL 4. - Het Rekenhof
HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden
HOOFDSTUK 2. - De certificering
TITEL 5. - De regeringscommissarissen en gemach...
TITEL 6. - De controle van de algemene rekening...
DEEL 9. De toekenning en de controle op de aanw...
DEEL 10. Bepalingen betreffende giften, legaten...
DEEL 11. De verjaring
DEEL 12. De goederen van het Gewest en de ABI's
BOEK 1. - De goederen van het openbaar en het p...
BOEK 2. - Statuut van de goederen van het openb...
BOEK 3. - Overdracht van tot het openbaar domei...
BOEK 4. - Bepalingen betreffende de afbakening ...
DEEL 13. De vervreemding
BOEK 1. De roerende goederen
BOEK 2. De onroerende goederen
DEEL 14. Vertegenwoordiging in rechte van het G...
DEEL 15. Wijzigingsbepalingen
DEEL 16. Opheffings-, overgangs-, en slotbepali...
Inhoud
PARTIE 1re. Dispositions introductives
LIVRE 1er. Généralités
LIVRE 2. Le champ d'application
PARTIE 2. Le budget
LIVRE 1er. Les principes budgétaires
LIVRE 2. Les fonds budgétaires
LIVRE 3. Le cadre budgétaire
TITRE 1er. - Le budget dans une perspective plu...
CHAPITRE 1er. - La Déclaration gouvernementale ...
CHAPITRE 2. - La programmation budgétaire pluri...
TITRE 2. - Le monitoring interne
LIVRE 4. Le budget des recettes et des dépenses
TITRE 1er. - Les crédits budgétaires
TITRE 2. - La structure du budget
TITRE 3. - Le reporting relatif au budget
CHAPITRE 1er. - Les projets d'ordonnances budgé...
Section 1re. - Composition
Section 2. - Elaboration et approbation
Section 3. - Vote et prise d'acte du budget par...
Section 4. - Communication au Gouvernement et s...
CHAPITRE 2. - Le budget des recettes de la Région
CHAPITRE 3. - Le budget des dépenses de la Région
CHAPITRE 4. - Les crédits provisoires
TITRE 4. - L'exposé général
LIVRE 5. Les adaptations du budget
TITRE 1er. - Les adaptations avec procédure par...
CHAPITRE 1er. - Les délibérations budgétaires
CHAPITRE 2. - Les ajustements budgétaires
TITRE 2. - Les adaptations sans procédure parle...
CHAPITRE 1er. - La reventilation de crédits
Section 1re. - La reventilation de crédits pour...
Sous-section 1re. - Autorisation
Sous-section 2. - Communication
Section 2. - Les reventilations de crédits pour...
CHAPITRE 2. - Les dépassements des crédits pour...
Section 1re. - Les dépassements des crédits pou...
Sous-section 1re. - Autorisation
Sous-section 2. - Communication
Section 2. - Les dépassements de crédits pour l...
LIVRE 6. La Cour des comptes
LIVRE 7. La publicité du budget
PARTIE 3. La comptabilité
LIVRE 1er. Généralités
LIVRE 2. Les acteurs de la comptabilité
TITRE 1er. - Le comptable régional
CHAPITRE 1er. - Désignation
CHAPITRE 2. - Missions
TITRE 2. - Le comptable des services du Gouvern...
CHAPITRE 1er. - Désignation
CHAPITRE 2. - Missions
LIVRE 3. Les opérations comptables
TITRE 1er. - Les opérations de recettes
CHAPITRE 1er. - Généralités
CHAPITRE 2. - La constatation d'un droit
CHAPITRE 3. - L'ordonnancement des recettes
CHAPITRE 4. - Le recouvrement
CHAPITRE 5. - L'extinction d'un droit constaté
CHAPITRE 6. - Les facilités de paiement
CHAPITRE 7. - La poursuite des créances non rec...
TITRE 2. - Les opérations de dépenses
CHAPITRE 1er. - Généralités
CHAPITRE 2. - L'engagement
CHAPITRE 3. - La liquidation
CHAPITRE 4. - L'ordonnancement des dépenses
CHAPITRE 5. - Le paiement
TITRE 3. - Les opérations visant à assurer la c...
LIVRE 4. Les comptes
TITRE 1er. - La composition des différents comptes
CHAPITRE 1er. - Le compte général
CHAPITRE 2. - Le compte annuel
CHAPITRE 3. - Le compte d'exécution du budget
CHAPITRE 4. - La consolidation
TITRE 2. - Les différents comptes généraux
CHAPITRE 1er. - Le compte général de l'entité r...
CHAPITRE 2. - Le compte général des services du...
CHAPITRE 3. - Le compte général des OAA1
CHAPITRE 4. - Le compte général des OAA2
TITRE 3. - La correction des comptes généraux
LIVRE 5. La publicité accordée au compte
LIVRE 6. Les projets d'ordonnance et documents ...
LIVRE 7. Le contrôle comptable
PARTIE 4. La trésorerie
LIVRE 1er. Généralités
LIVRE 2. Le Centre de Coordination financière p...
LIVRE 3. Les comptables-trésoriers
TITRE 1er. - La désignation
TITRE 2. - Les missions générales des comptable...
TITRE 3. - Les mandataires
LIVRE 4. Le contrôle financier
PARTIE 5. Gestion de la dette et opérations fin...
LIVRE 1er. La gestion de la dette
LIVRE 2. Les opérations financières
TITRE 1er. - Gestion financière
TITRE 2. - Communication d'informations financi...
TITRE 3. - Dettes des OAA
TITRE 4. - Placements des OAA
PARTIE 6. Le système de contrôle et de maîtrise
LIVRE 1er. La maitrise de l'organisation
TITRE 1er. - Généralités
TITRE 2. - L'audit interne
LIVRE 2. Le contrôle de gestion
LIVRE 3. La maîtrise des dépenses
TITRE 1er. - Les investissements
TITRE 2. - Les revues des dépenses et des recettes
LIVRE 4. Le contrôle administratif et budgétaire
TITRE 1er. - Généralités
TITRE 2. - Les plans et statuts du personnel de...
LIVRE 5. Le suivi de l'exécution du budget
TITRE 1er. - Le monitoring périodique par le Go...
TITRE 2. - Le contrôle des engagements et des l...
PARTIE 7. Les incompatibilités
PARTIE 8. Les acteurs des finances publiques
LIVRE 1er. Les ordonnateurs
LIVRE 2. Les acteurs de contrôle
TITRE 1er. - Généralités
TITRE 2. - L'audit coordonné
TITRE 3. - Les inspecteurs des finances
TITRE 4. - La Cour des comptes
CHAPITRE 1er. - Généralités
CHAPITRE 2. - La certification
TITRE 5. - Les commissaires du gouvernement et ...
TITRE 6. - Le contrôle des comptes généraux par...
PARTIE 9. L'octroi et le contrôle de l'emploi d...
PARTIE 10. Dispositions relatives aux dons, leg...
PARTIE 11. La prescription
PARTIE 12. Les biens de la Région et des OAA
LIVRE 1er. - Les biens du domaine public et du ...
LIVRE 2. - Statut des biens du domaine public e...
LIVRE 3. - Cession de biens affectés au domaine...
LIVRE 4. - Dispositions relatives à la délimita...
PARTIE 13. L'aliénation
LIVRE 1er. Les biens meubles
LIVRE 2. Les biens immeubles
PARTIE 14. Représentation de la Région en justice
PARTIE 15. Dispositions modificatives
PARTIE 16. Dispositions abrogatoires, transitoi...
Tekst (348)
Texte (348)
DEEL 1. Inleidende bepalingen
PARTIE 1re. Dispositions introductives
BOEK 1. Algemeenheden
LIVRE 1er. Généralités
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art.2. Voor de toepassing van deze ordonnantie dient te worden verstaan onder:
1° gewestelijke entiteit: het geheel gevormd door de diensten van de Regering en de autonome bestuursinstellingen;
2° autonome bestuursinstelling (hierna ABI genaamd): elke andere rechtspersoon dan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die in de door het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) opgestelde lijst van de institutionele eenheden van de overheidssector is ingedeeld in de subsector "Deelstaatoverheid (S.1312)" in de zin van het Europees rekeningenstelsel, en die door het INR wordt beschouwd als onder de exclusieve politieke controle van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vallend.
De ABI zijn onderverdeeld in:
a) de autonome bestuursinstellingen van eerste categorie, hierna ABI's 1 genaamd, opgericht bij een wetgevende tekst, met rechtspersoonlijkheid en rechtstreeks onderworpen aan het gezag van de Regering;
b) de autonome bestuursinstellingen van tweede categorie, hierna ABI's 2 genaamd, met rechtspersoonlijkheid, niet bedoeld in punt a);
3° Regering: de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
4° ESR: het Europees systeem van rekeningen, zijnde bijlage A bij de Europese verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie;
5° diensten van de Regering: de eigen administraties waarover de Regering beschikt in de zin van artikelen 87 en volgende van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 40 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen. Voor de toepassing van deze ordonnantie worden de kabinetten van de ministers en staatssecretarissen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelijkgesteld met de diensten van de Regering, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld;
6° ordonnateur: de persoon die het initiatief neemt tot een verrichting ter uitvoering van de begroting en die hiertoe belast is met het nemen van de beslissingen tot realisering van ontvangsten en uitvoering van uitgaven overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer en met het waarborgen van de wettigheid en regelmatigheid ervan;
7° wet van 16 mei 2003: de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof;
[2 [3 8° nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn: het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn als bedoeld in de artikelen 11 en volgende van Verordening (EG) nr. 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad;
9° jaarlijks voortgangsverslag: het jaarlijks voortgangsverslag als bedoeld in artikel 21 van Verordening (EG) nr. 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad;]3]2
10° Parlement: het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;
11° economische classificatie: de economische classificatie vastgesteld in toepassing van artikel 5 van het samenwerkingsakkoord van 1 oktober 1991 tussen de federale overheid, de Gemeenschappen, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Gewesten, tot oprichting van een algemene gegevensbank;
12° Gewest: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
13° GOB: hetzij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, hetzij één van de andere gewestelijke overheidsdiensten Brussel die ook deel uitmaken van de diensten van de Regering;
14° bestuursorgaan: het orgaan van de ABI 2 belast met de bepaling van de strategische koers ervan. Bij vele ABI 2 wordt dit orgaan doorgaans de Raad van Bestuur genoemd;
15° subsidie: elke vorm van financiële ondersteuning die door een boekhoudkundige entiteit wordt verstrekt en bestemd is ter ondersteuning van een door de begunstigde van de subsidie gerealiseerde actie die het algemeen belang dient, ongeacht de benaming die aan die ondersteuning wordt gegeven, en ongeacht de benaming of de aard van de akte waarmee deze ondersteuning wordt toegekend;
16° boekhoudkundige entiteit: de diensten van de Regering of elke ABI;
17° recurrente verbintenis: de verbintenis waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren uitstrekken en waarvan de aanrekening op de begroting van het jaar van haar ontstaan een kost betekent die met dat jaar geen economische band heeft;
18° directieorgaan: het orgaan dat belast is met het operationele beheer van een ABI en waarin de leidende ambtenaren van deze ABI zetelen;
19° mandatarissen: de personeelsleden van de entiteit die belast is met de uitvoering, in België of in het buitenland, van het gewestelijke beleid inzake advies en begeleiding van ondernemingen en handelszaken met het oog op hun ontwikkeling of investeringen in het Gewest;
20° toezichtsorgaan (TO): het orgaan dat belast is met de controle en omkadering van de rekenplichtigen die de bankrekeningen van de boekhoudkundige eenheden beheren;
21° ABI FCCB: de ABI waarvoor de Regering de procedure tot integratie in het Financieel Coördinatiecentrum voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (hierna FCCB genaamd) heeft geïnitieerd;
22° ABI TO: de ABI die een dienstovereenkomst heeft ondertekend met het toezichtsorgaan van de diensten van de Regering;
23° globale staat: het totale bedrag van de saldi van een geheel van bankrekeningen geopend bij de gewestelijke kassier krachtens het kassierscontract;
24° kassierscontract: het dienstencontract afgesloten tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en een bankinstelling die de opdrachten en prestaties op zich neemt die verwacht worden van de gewestelijke kassier;
25° beschikbare gelden: de liquiditeiten die overeenkomstig het wettelijke en reglementaire kader en volgens de bepalingen van het kassierscontract ter beschikking staan van de rekenplichtigen van de gewestelijke entiteit;
26° eigen ontvangsten: de ontvangsten die niet voortkomen uit de overdrachten van bedragen afkomstig van de diensten van de Regering of een ABI;
27° interne audit: de onafhankelijke en objectieve, waarborgende en adviserende activiteit waarbij de opdracht erin bestaat voor toegevoegde waarde te zorgen en de werking van de organisatie te verbeteren;
28° gift: elke vorm van overdracht van middelen door een boekhoudkundige entiteit of te haren gunste, los van enige specifieke waardering van prestaties, en los van enige door de begunstigde te organiseren actie van algemeen nut;
29° prijs: elke vorm van financiële steun die eenzijdig door een boekhoudkundige entiteit wordt toegekend ten gunste van derden als waardering voor hun activiteiten. De prijs kan bestaan uit het toekennen van geldmiddelen of uit het verlenen van een voordeel in natura waarvan de financiële last gedragen wordt door de boekhoudkundige entiteit;
30° AVG: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
31° regeringsverklaring: verklaring van de Minister-president voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement waarin de nieuwe Regering, aan het begin van de nieuwe legislatuur, haar beleid, opgenomen in het regeerakkoord, voor deze legislatuur uiteenzet en die de Regering aan de vertrouwensstemming van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement voorlegt;
32° bevoegde boekhouder: de boekhouder van de diensten van de Regering voor de diensten van de regering, de boekhouder van een ABI voor deze ABI, en de gewestelijke boekhouder voor de gewestelijke entiteit en voor de aangelegenheden opgenomen in de artikelen van de ordonnantie waar de gewestelijke boekhouder specifiek wordt vermeld;
33° groepsauditeur: de groepsauditor is de auditor die verantwoordelijk is voor de controleopdracht op groepsniveau en voor de uitvoering daarvan, alsmede voor de certificeringsverklaring van de algemene rekening van de groep, die de financiële gegevens van de ABI's 2 omvatten die door een andere auditor zijn gecontroleerd;
34° certificering: het met redenen omklede en gedetailleerde oordeel over de regelmatigheid, de waarachtigheid en de betrouwbaarheid van de algemene rekening.
1° gewestelijke entiteit: het geheel gevormd door de diensten van de Regering en de autonome bestuursinstellingen;
2° autonome bestuursinstelling (hierna ABI genaamd): elke andere rechtspersoon dan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die in de door het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) opgestelde lijst van de institutionele eenheden van de overheidssector is ingedeeld in de subsector "Deelstaatoverheid (S.1312)" in de zin van het Europees rekeningenstelsel, en die door het INR wordt beschouwd als onder de exclusieve politieke controle van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vallend.
De ABI zijn onderverdeeld in:
a) de autonome bestuursinstellingen van eerste categorie, hierna ABI's 1 genaamd, opgericht bij een wetgevende tekst, met rechtspersoonlijkheid en rechtstreeks onderworpen aan het gezag van de Regering;
b) de autonome bestuursinstellingen van tweede categorie, hierna ABI's 2 genaamd, met rechtspersoonlijkheid, niet bedoeld in punt a);
3° Regering: de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
4° ESR: het Europees systeem van rekeningen, zijnde bijlage A bij de Europese verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie;
5° diensten van de Regering: de eigen administraties waarover de Regering beschikt in de zin van artikelen 87 en volgende van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 40 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen. Voor de toepassing van deze ordonnantie worden de kabinetten van de ministers en staatssecretarissen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelijkgesteld met de diensten van de Regering, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld;
6° ordonnateur: de persoon die het initiatief neemt tot een verrichting ter uitvoering van de begroting en die hiertoe belast is met het nemen van de beslissingen tot realisering van ontvangsten en uitvoering van uitgaven overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer en met het waarborgen van de wettigheid en regelmatigheid ervan;
7° wet van 16 mei 2003: de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof;
[2 [3 8° nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn: het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn als bedoeld in de artikelen 11 en volgende van Verordening (EG) nr. 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad;
9° jaarlijks voortgangsverslag: het jaarlijks voortgangsverslag als bedoeld in artikel 21 van Verordening (EG) nr. 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad;]3]2
10° Parlement: het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;
11° economische classificatie: de economische classificatie vastgesteld in toepassing van artikel 5 van het samenwerkingsakkoord van 1 oktober 1991 tussen de federale overheid, de Gemeenschappen, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Gewesten, tot oprichting van een algemene gegevensbank;
12° Gewest: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
13° GOB: hetzij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, hetzij één van de andere gewestelijke overheidsdiensten Brussel die ook deel uitmaken van de diensten van de Regering;
14° bestuursorgaan: het orgaan van de ABI 2 belast met de bepaling van de strategische koers ervan. Bij vele ABI 2 wordt dit orgaan doorgaans de Raad van Bestuur genoemd;
15° subsidie: elke vorm van financiële ondersteuning die door een boekhoudkundige entiteit wordt verstrekt en bestemd is ter ondersteuning van een door de begunstigde van de subsidie gerealiseerde actie die het algemeen belang dient, ongeacht de benaming die aan die ondersteuning wordt gegeven, en ongeacht de benaming of de aard van de akte waarmee deze ondersteuning wordt toegekend;
16° boekhoudkundige entiteit: de diensten van de Regering of elke ABI;
17° recurrente verbintenis: de verbintenis waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren uitstrekken en waarvan de aanrekening op de begroting van het jaar van haar ontstaan een kost betekent die met dat jaar geen economische band heeft;
18° directieorgaan: het orgaan dat belast is met het operationele beheer van een ABI en waarin de leidende ambtenaren van deze ABI zetelen;
19° mandatarissen: de personeelsleden van de entiteit die belast is met de uitvoering, in België of in het buitenland, van het gewestelijke beleid inzake advies en begeleiding van ondernemingen en handelszaken met het oog op hun ontwikkeling of investeringen in het Gewest;
20° toezichtsorgaan (TO): het orgaan dat belast is met de controle en omkadering van de rekenplichtigen die de bankrekeningen van de boekhoudkundige eenheden beheren;
21° ABI FCCB: de ABI waarvoor de Regering de procedure tot integratie in het Financieel Coördinatiecentrum voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (hierna FCCB genaamd) heeft geïnitieerd;
22° ABI TO: de ABI die een dienstovereenkomst heeft ondertekend met het toezichtsorgaan van de diensten van de Regering;
23° globale staat: het totale bedrag van de saldi van een geheel van bankrekeningen geopend bij de gewestelijke kassier krachtens het kassierscontract;
24° kassierscontract: het dienstencontract afgesloten tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en een bankinstelling die de opdrachten en prestaties op zich neemt die verwacht worden van de gewestelijke kassier;
25° beschikbare gelden: de liquiditeiten die overeenkomstig het wettelijke en reglementaire kader en volgens de bepalingen van het kassierscontract ter beschikking staan van de rekenplichtigen van de gewestelijke entiteit;
26° eigen ontvangsten: de ontvangsten die niet voortkomen uit de overdrachten van bedragen afkomstig van de diensten van de Regering of een ABI;
27° interne audit: de onafhankelijke en objectieve, waarborgende en adviserende activiteit waarbij de opdracht erin bestaat voor toegevoegde waarde te zorgen en de werking van de organisatie te verbeteren;
28° gift: elke vorm van overdracht van middelen door een boekhoudkundige entiteit of te haren gunste, los van enige specifieke waardering van prestaties, en los van enige door de begunstigde te organiseren actie van algemeen nut;
29° prijs: elke vorm van financiële steun die eenzijdig door een boekhoudkundige entiteit wordt toegekend ten gunste van derden als waardering voor hun activiteiten. De prijs kan bestaan uit het toekennen van geldmiddelen of uit het verlenen van een voordeel in natura waarvan de financiële last gedragen wordt door de boekhoudkundige entiteit;
30° AVG: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
31° regeringsverklaring: verklaring van de Minister-president voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement waarin de nieuwe Regering, aan het begin van de nieuwe legislatuur, haar beleid, opgenomen in het regeerakkoord, voor deze legislatuur uiteenzet en die de Regering aan de vertrouwensstemming van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement voorlegt;
32° bevoegde boekhouder: de boekhouder van de diensten van de Regering voor de diensten van de regering, de boekhouder van een ABI voor deze ABI, en de gewestelijke boekhouder voor de gewestelijke entiteit en voor de aangelegenheden opgenomen in de artikelen van de ordonnantie waar de gewestelijke boekhouder specifiek wordt vermeld;
33° groepsauditeur: de groepsauditor is de auditor die verantwoordelijk is voor de controleopdracht op groepsniveau en voor de uitvoering daarvan, alsmede voor de certificeringsverklaring van de algemene rekening van de groep, die de financiële gegevens van de ABI's 2 omvatten die door een andere auditor zijn gecontroleerd;
34° certificering: het met redenen omklede en gedetailleerde oordeel over de regelmatigheid, de waarachtigheid en de betrouwbaarheid van de algemene rekening.
Art.2. Pour l'application de la présente ordonnance, on entend par:
1° entité régionale: l'ensemble formé par les services du Gouvernement et les organismes administratifs autonomes;
2° organisme administratif autonome (ci-après dénommé OAA): toute personne morale, autre que la Région de Bruxelles-Capitale, classée dans la liste des unités institutionnelles du secteur public établie par l'Institut des Comptes Nationaux (ICN) dans le sous-secteur " Administrations d'Etats fédérés (S.1312) " au sens du système européen des comptes, et qui est considérée par l'ICN comme étant sous le contrôle politique exclusif de la Région de Bruxelles-Capitale.
Les OAA sont répartis entre:
a) les organismes administratifs autonomes de première catégorie, ci-après dénommés OAA1, créés par un texte législatif, dotés de la personnalité juridique et soumis directement à l'autorité du Gouvernement;
b) les organismes administratifs autonomes de deuxième catégorie, ci-après dénommés OAA2, dotés de la personnalité juridique, non visés au point a);
3° Gouvernement: le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale;
4° SEC: le système européen des comptes, étant l'annexe A au règlement européen (UE) no 549/2013 du Parlement européen et du Conseil du 21 mai 2013 relatif au système européen des comptes nationaux et régionaux dans l'Union européenne;
5° services du Gouvernement: les administrations dont dispose en propre le Gouvernement, au sens des articles 87 et suivants de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles et de l'article 40 de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux institutions bruxelloises. Pour l'application de la présente ordonnance, les cabinets des ministres et secrétaires d'état de la Région de Bruxelles-Capitale sont assimilés aux services du Gouvernement, sauf indication contraire expresse;
6° ordonnateur: la personne initiatrice d'une opération visant à exécuter le budget et chargée, à ce titre, de prendre les décisions pour réaliser les recettes et effectuer les dépenses conformément aux principes de bonne gestion financière, et d'en assurer la légalité et la régularité;
7° loi du 16 mai 2003: la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes;
[2 [3 8° plan budgétaire et structurel national à moyen terme: le plan budgétaire et structurel national à moyen terme visé aux articles 11 et suivants du Règlement (CE) n° 2024/1263 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2024 relatif à la coordination efficace des politiques économiques et à la surveillance budgétaire multilatérale et abrogeant le règlement (CE) n° 1466/97 du Conseil;
9° rapport d'avancement annuel: le rapport d'avancement annuel, visé à l'article 21 du Règlement (CE) n° 2024/1263 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2024 relatif à la coordination efficace des politiques économiques et à la surveillance budgétaire multilatérale et abrogeant le règlement (CE) n° 1466/97 du Conseil;]3]2
10° Parlement: le Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale;
11° classification économique: la classification économique établie en application de l'article 5 de l'accord de coopération du 1er octobre 1991, entre le pouvoir fédéral, les Communautés, la Commission communautaire commune et les Régions portant création d'une base documentaire générale;
12° Région: la Région de Bruxelles-Capitale;
13° SPRB: soit le Service public régional de Bruxelles, soit l'un des autres services publics régionaux de Bruxelles faisant également partie des services du Gouvernement;
14° organe d'administration: l'organe de l'OAA2 chargé de fixer les orientations stratégiques de celui-ci. Dans de nombreux OAA2, cet organe est généralement appelé le Conseil d'administration;
15° subvention: toute forme de soutien financier octroyé par une entité comptable, et destiné à soutenir une action réalisée par le bénéficiaire de la subvention et qui sert l'intérêt général, quelle que soit la dénomination donnée à ce soutien, et quelle que soit la dénomination ou la nature de l'acte par lequel ce soutien est octroyé;
16° entité comptable: les services du Gouvernement ou chaque OAA;
17° obligation récurrente: l'obligation dont les effets s'étendent sur plusieurs années et dont l'imputation sur le budget de l'année de sa naissance représente une charge sans lien économique avec cette année- là;
18° organe de direction: l'organe chargé de la gestion opérationnelle d'un OAA, au sein duquel siègent les fonctionnaires dirigeants de cet OAA;
19° mandataires: les membres du personnel de l'entité chargée de mettre en oeuvre, en Belgique ou à l'étranger, la politique régionale en matière de conseil et d'accompagnement aux entreprises et aux commerces en vue de leur développement ou en vue de leur investissement dans la Région;
20° organe de surveillance (OS): l'organe chargé du contrôle et de l'encadrement des comptables-trésoriers qui gèrent les comptes bancaires des entités comptables;
21° OAA CCFB: l'OAA pour lequel le Gouvernement a initié la procédure d'intégration au Centre de Coordination financière pour la Région de Bruxelles-Capitale (ci-après dénommé CCFB);
22° OAA OS: l'OAA ayant signé une convention de service avec l'organe de surveillance des services du Gouvernement;
23° état global: le montant total des soldes d'un ensemble de comptes bancaires ouverts auprès du caissier régional en vertu du contrat de caissier;
24° contrat de caissier: le contrat de services conclu entre la Région de Bruxelles-Capitale et une institution bancaire qui reprend les missions et les prestations attendues du caissier régional;
25° fonds disponibles: les liquidités dont disposent les comptables-trésoriers de l'entité régionale conformément au cadre légal et réglementaire et selon les dispositions du contrat de caissier;
26° recettes propres: les recettes autres que celles qui proviennent de transferts de montants en provenance des services du Gouvernement ou d'un OAA;
27° audit interne: l'activité indépendante et objective d'assurance et de conseil, dont la mission est d'apporter une valeur ajoutée et d'améliorer le fonctionnement de l'organisation;
28° don: toute forme de transfert de moyens par une entité comptable ou à son profit, indépendamment de toute appréciation spécifique de prestations, et indépendamment de toute action d'utilité générale à organiser par le bénéficiaire;
29° prix: toute forme d'aide financière octroyée de manière unilatérale par une entité comptable au bénéfice de tiers en tant qu'appréciation de leurs activités. Le prix peut consister en l'attribution de fonds ou l'octroi d'un avantage en nature dont la charge financière incombe à l'entité comptable;
30° RGPD: Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données);
31° déclaration gouvernementale: déclaration du Ministre-Président devant le Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale dans laquelle le nouveau Gouvernement, au début de la nouvelle législature, expose sa politique, contenue dans l'accord de Gouvernement, pour cette législature et que le Gouvernement soumet au vote de confiance du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale;
32° comptable compétent: le comptable des services du Gouvernement pour les services du gouvernement, le comptable d'un OAA pour cet OAA, et le comptable régional pour l'entité régionale et pour les matières reprises dans les articles de l'ordonnance où le comptable régional est mentionné spécifiquement;
33° auditeur de groupe: l'auditeur de groupe est l'auditeur responsable de la mission de contrôle au niveau du groupe et de son exécution, ainsi que de la déclaration de certification du compte général du groupe, qui comprend les données financières des OAA2 contrôlées par un autre auditeur;
34° certification: l'opinion motivée et étayée sur la régularité, la sincérité et la fidélité du compte général.
1° entité régionale: l'ensemble formé par les services du Gouvernement et les organismes administratifs autonomes;
2° organisme administratif autonome (ci-après dénommé OAA): toute personne morale, autre que la Région de Bruxelles-Capitale, classée dans la liste des unités institutionnelles du secteur public établie par l'Institut des Comptes Nationaux (ICN) dans le sous-secteur " Administrations d'Etats fédérés (S.1312) " au sens du système européen des comptes, et qui est considérée par l'ICN comme étant sous le contrôle politique exclusif de la Région de Bruxelles-Capitale.
Les OAA sont répartis entre:
a) les organismes administratifs autonomes de première catégorie, ci-après dénommés OAA1, créés par un texte législatif, dotés de la personnalité juridique et soumis directement à l'autorité du Gouvernement;
b) les organismes administratifs autonomes de deuxième catégorie, ci-après dénommés OAA2, dotés de la personnalité juridique, non visés au point a);
3° Gouvernement: le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale;
4° SEC: le système européen des comptes, étant l'annexe A au règlement européen (UE) no 549/2013 du Parlement européen et du Conseil du 21 mai 2013 relatif au système européen des comptes nationaux et régionaux dans l'Union européenne;
5° services du Gouvernement: les administrations dont dispose en propre le Gouvernement, au sens des articles 87 et suivants de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles et de l'article 40 de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux institutions bruxelloises. Pour l'application de la présente ordonnance, les cabinets des ministres et secrétaires d'état de la Région de Bruxelles-Capitale sont assimilés aux services du Gouvernement, sauf indication contraire expresse;
6° ordonnateur: la personne initiatrice d'une opération visant à exécuter le budget et chargée, à ce titre, de prendre les décisions pour réaliser les recettes et effectuer les dépenses conformément aux principes de bonne gestion financière, et d'en assurer la légalité et la régularité;
7° loi du 16 mai 2003: la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes;
[2 [3 8° plan budgétaire et structurel national à moyen terme: le plan budgétaire et structurel national à moyen terme visé aux articles 11 et suivants du Règlement (CE) n° 2024/1263 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2024 relatif à la coordination efficace des politiques économiques et à la surveillance budgétaire multilatérale et abrogeant le règlement (CE) n° 1466/97 du Conseil;
9° rapport d'avancement annuel: le rapport d'avancement annuel, visé à l'article 21 du Règlement (CE) n° 2024/1263 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2024 relatif à la coordination efficace des politiques économiques et à la surveillance budgétaire multilatérale et abrogeant le règlement (CE) n° 1466/97 du Conseil;]3]2
10° Parlement: le Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale;
11° classification économique: la classification économique établie en application de l'article 5 de l'accord de coopération du 1er octobre 1991, entre le pouvoir fédéral, les Communautés, la Commission communautaire commune et les Régions portant création d'une base documentaire générale;
12° Région: la Région de Bruxelles-Capitale;
13° SPRB: soit le Service public régional de Bruxelles, soit l'un des autres services publics régionaux de Bruxelles faisant également partie des services du Gouvernement;
14° organe d'administration: l'organe de l'OAA2 chargé de fixer les orientations stratégiques de celui-ci. Dans de nombreux OAA2, cet organe est généralement appelé le Conseil d'administration;
15° subvention: toute forme de soutien financier octroyé par une entité comptable, et destiné à soutenir une action réalisée par le bénéficiaire de la subvention et qui sert l'intérêt général, quelle que soit la dénomination donnée à ce soutien, et quelle que soit la dénomination ou la nature de l'acte par lequel ce soutien est octroyé;
16° entité comptable: les services du Gouvernement ou chaque OAA;
17° obligation récurrente: l'obligation dont les effets s'étendent sur plusieurs années et dont l'imputation sur le budget de l'année de sa naissance représente une charge sans lien économique avec cette année- là;
18° organe de direction: l'organe chargé de la gestion opérationnelle d'un OAA, au sein duquel siègent les fonctionnaires dirigeants de cet OAA;
19° mandataires: les membres du personnel de l'entité chargée de mettre en oeuvre, en Belgique ou à l'étranger, la politique régionale en matière de conseil et d'accompagnement aux entreprises et aux commerces en vue de leur développement ou en vue de leur investissement dans la Région;
20° organe de surveillance (OS): l'organe chargé du contrôle et de l'encadrement des comptables-trésoriers qui gèrent les comptes bancaires des entités comptables;
21° OAA CCFB: l'OAA pour lequel le Gouvernement a initié la procédure d'intégration au Centre de Coordination financière pour la Région de Bruxelles-Capitale (ci-après dénommé CCFB);
22° OAA OS: l'OAA ayant signé une convention de service avec l'organe de surveillance des services du Gouvernement;
23° état global: le montant total des soldes d'un ensemble de comptes bancaires ouverts auprès du caissier régional en vertu du contrat de caissier;
24° contrat de caissier: le contrat de services conclu entre la Région de Bruxelles-Capitale et une institution bancaire qui reprend les missions et les prestations attendues du caissier régional;
25° fonds disponibles: les liquidités dont disposent les comptables-trésoriers de l'entité régionale conformément au cadre légal et réglementaire et selon les dispositions du contrat de caissier;
26° recettes propres: les recettes autres que celles qui proviennent de transferts de montants en provenance des services du Gouvernement ou d'un OAA;
27° audit interne: l'activité indépendante et objective d'assurance et de conseil, dont la mission est d'apporter une valeur ajoutée et d'améliorer le fonctionnement de l'organisation;
28° don: toute forme de transfert de moyens par une entité comptable ou à son profit, indépendamment de toute appréciation spécifique de prestations, et indépendamment de toute action d'utilité générale à organiser par le bénéficiaire;
29° prix: toute forme d'aide financière octroyée de manière unilatérale par une entité comptable au bénéfice de tiers en tant qu'appréciation de leurs activités. Le prix peut consister en l'attribution de fonds ou l'octroi d'un avantage en nature dont la charge financière incombe à l'entité comptable;
30° RGPD: Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données);
31° déclaration gouvernementale: déclaration du Ministre-Président devant le Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale dans laquelle le nouveau Gouvernement, au début de la nouvelle législature, expose sa politique, contenue dans l'accord de Gouvernement, pour cette législature et que le Gouvernement soumet au vote de confiance du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale;
32° comptable compétent: le comptable des services du Gouvernement pour les services du gouvernement, le comptable d'un OAA pour cet OAA, et le comptable régional pour l'entité régionale et pour les matières reprises dans les articles de l'ordonnance où le comptable régional est mentionné spécifiquement;
33° auditeur de groupe: l'auditeur de groupe est l'auditeur responsable de la mission de contrôle au niveau du groupe et de son exécution, ainsi que de la déclaration de certification du compte général du groupe, qui comprend les données financières des OAA2 contrôlées par un autre auditeur;
34° certification: l'opinion motivée et étayée sur la régularité, la sincérité et la fidélité du compte général.
BOEK 2. Het toepassingsgebied
LIVRE 2. Le champ d'application
Art.3. Deze ordonnantie is van toepassing op de gewestelijke entiteit.
Art.3. La présente ordonnance est d'application à l'entité régionale.
Art.4. § 1. In afwijking van artikel 3, zijn enkel de ABI's 2 waarvan het totale bedrag van hun ontvangsten of het totale bedrag van hun uitgaven meer bedraagt dan 7 miljoen euro, onderworpen aan de bepalingen van deze ordonnantie.
De drempel van 7 miljoen euro wordt voor het eerst beoordeeld door de Regering in het jaar van de inwerkingtreding van deze ordonnantie voor de ABI's 2.
Deze drempel van 7 miljoen wordt jaarlijks geïndexeerd in functie van de evolutie van de consumptieprijsindex van het vorige jaar. De geïndexeerde drempel wordt jaarlijks vermeld in het beschikkend gedeelte van de uitgavenbegroting.
De Regering herbeoordeelt de in het derde lid bedoelde drempel om de drie jaar. De Regering kan die beoordeling echter ook vóór het verstrijken van de termijn van drie jaar uitvoeren als er wijzigingen zijn die een grote impact kunnen hebben op de begroting van de gewestelijke entiteit of op het ogenblik dat een ABI 2 deel begint uit te maken van de gewestelijke entiteit.
§ 2. Voor de ABI's 2, waarvan het totale bedrag van hun ontvangsten of het totale bedrag van hun uitgaven de drempel, vermeld in paragraaf 1, overschrijdt, maar die:
1° vóór de inwerkingtreding van deze ordonnantie nog niet in de begroting van het Gewest waren opgenomen of;
2° bij een eerdere beoordeling, zijnde de eerste beoordeling op het moment van de inwerkingtreding van de ordonnantie of een latere beoordeling als bedoeld in paragraaf 1, vierde lid, de drempel niet overschreden, gelden, in afwijking van paragraaf 1, enkel de onderstaande verplichtingen, volgens de door de Regering te bepalen modaliteiten. De ABI 2 heeft één jaar de tijd om hieraan te voldoen.
De in het eerste lid vermelde verplichtingen zijn:
1° de tijdige overmaking van de jaarlijkse initiële en aangepaste begrotingen op basis van de aggregaten in het kader van de opmaak van de begroting van het Gewest;
2° de tijdige overmaking van de meerjarige begrotingsplanning op zes jaar op basis van de aggregaten in het kader van de opmaak van de begroting van het Gewest;
3° minimaal de trimestriële overmaking van de begrotingsuitvoering op basis van de aggregaten uit de begroting;
4° de overmaking van alle informatie inzake boekhouding, waaronder de algemene rekening, en thesaurie.
§ 3. De ABI 2 waarvan het totale bedrag van hun ontvangsten en het totale bedrag van hun uitgaven 7 miljoen euro of minder bedragen, zijn niet onderworpen aan de bepalingen van deze ordonnantie, maar dienen hun jaarrekeningen binnen de gestelde termijnen aan de Regering over te maken.
Per begrotingsjaar worden de ten gunste van deze ABI's 2 te vereffenen, bij de begrotingsopmaak, of vereffende, bij de begrotingsuitvoering, subsidies meegenomen als ESR-uitgaven voor de berekening van het ESR- vorderingensaldo van dat begrotingsjaar.
§ 4. ABI's die op de datum van de inwerkingtreding van deze ordonnantie geen deel uitmaken van de begroting van het Gewest, die een beroep tegen het INR hebben ingediend betreffende hun indeling bij de subsector S13.12 "Deelstaatoverheid" en waarvoor door het INR nog niet definitief werd geoordeeld, worden nog niet als ABI 2 beschouwd.
§ 5. In afwijking van paragraaf 2, eerste lid, paragraaf 3, eerste lid, en paragraaf 4 zijn alle ABI's die begunstigden zijn van een subsidie onderworpen aan de bepalingen van Deel 9 betreffende de toekenning en de controle op de aanwending van subsidies.
In afwijking van paragraaf 2, zijn de artikelen met betrekking tot het FCCB van toepassing op Brugel en Brupartners.
§ 6. In afwijking van paragraaf 1, kan de Regering beslissen om een ABI 2, ongeacht de beoordeling van de drempel, te onderwerpen aan de bepalingen van deze ordonnantie die zij vastlegt.
De drempel van 7 miljoen euro wordt voor het eerst beoordeeld door de Regering in het jaar van de inwerkingtreding van deze ordonnantie voor de ABI's 2.
Deze drempel van 7 miljoen wordt jaarlijks geïndexeerd in functie van de evolutie van de consumptieprijsindex van het vorige jaar. De geïndexeerde drempel wordt jaarlijks vermeld in het beschikkend gedeelte van de uitgavenbegroting.
De Regering herbeoordeelt de in het derde lid bedoelde drempel om de drie jaar. De Regering kan die beoordeling echter ook vóór het verstrijken van de termijn van drie jaar uitvoeren als er wijzigingen zijn die een grote impact kunnen hebben op de begroting van de gewestelijke entiteit of op het ogenblik dat een ABI 2 deel begint uit te maken van de gewestelijke entiteit.
§ 2. Voor de ABI's 2, waarvan het totale bedrag van hun ontvangsten of het totale bedrag van hun uitgaven de drempel, vermeld in paragraaf 1, overschrijdt, maar die:
1° vóór de inwerkingtreding van deze ordonnantie nog niet in de begroting van het Gewest waren opgenomen of;
2° bij een eerdere beoordeling, zijnde de eerste beoordeling op het moment van de inwerkingtreding van de ordonnantie of een latere beoordeling als bedoeld in paragraaf 1, vierde lid, de drempel niet overschreden, gelden, in afwijking van paragraaf 1, enkel de onderstaande verplichtingen, volgens de door de Regering te bepalen modaliteiten. De ABI 2 heeft één jaar de tijd om hieraan te voldoen.
De in het eerste lid vermelde verplichtingen zijn:
1° de tijdige overmaking van de jaarlijkse initiële en aangepaste begrotingen op basis van de aggregaten in het kader van de opmaak van de begroting van het Gewest;
2° de tijdige overmaking van de meerjarige begrotingsplanning op zes jaar op basis van de aggregaten in het kader van de opmaak van de begroting van het Gewest;
3° minimaal de trimestriële overmaking van de begrotingsuitvoering op basis van de aggregaten uit de begroting;
4° de overmaking van alle informatie inzake boekhouding, waaronder de algemene rekening, en thesaurie.
§ 3. De ABI 2 waarvan het totale bedrag van hun ontvangsten en het totale bedrag van hun uitgaven 7 miljoen euro of minder bedragen, zijn niet onderworpen aan de bepalingen van deze ordonnantie, maar dienen hun jaarrekeningen binnen de gestelde termijnen aan de Regering over te maken.
Per begrotingsjaar worden de ten gunste van deze ABI's 2 te vereffenen, bij de begrotingsopmaak, of vereffende, bij de begrotingsuitvoering, subsidies meegenomen als ESR-uitgaven voor de berekening van het ESR- vorderingensaldo van dat begrotingsjaar.
§ 4. ABI's die op de datum van de inwerkingtreding van deze ordonnantie geen deel uitmaken van de begroting van het Gewest, die een beroep tegen het INR hebben ingediend betreffende hun indeling bij de subsector S13.12 "Deelstaatoverheid" en waarvoor door het INR nog niet definitief werd geoordeeld, worden nog niet als ABI 2 beschouwd.
§ 5. In afwijking van paragraaf 2, eerste lid, paragraaf 3, eerste lid, en paragraaf 4 zijn alle ABI's die begunstigden zijn van een subsidie onderworpen aan de bepalingen van Deel 9 betreffende de toekenning en de controle op de aanwending van subsidies.
In afwijking van paragraaf 2, zijn de artikelen met betrekking tot het FCCB van toepassing op Brugel en Brupartners.
§ 6. In afwijking van paragraaf 1, kan de Regering beslissen om een ABI 2, ongeacht de beoordeling van de drempel, te onderwerpen aan de bepalingen van deze ordonnantie die zij vastlegt.
Art.4. § 1er. Par dérogation à l'article 3, seuls les OAA2 dont le montant total de leurs recettes ou le montant total de leurs dépenses est supérieur à 7 millions d'euros, sont soumis aux dispositions de la présente ordonnance.
Le seuil de 7 millions d'euros est évalué par le Gouvernement pour la première fois l'année de l'entrée en vigueur de la présente ordonnance pour les OAA2.
Ce seuil de 7 millions est annuellement indexé en fonction de l'évolution de l'indice des prix à la consommation de l'année précédente. Le seuil indexé est repris chaque année dans le dispositif du budget des dépenses.
Le Gouvernement procède à une nouvelle évaluation du seuil visé au troisième alinéa tous les trois ans. Le Gouvernement peut néanmoins procéder à cette évaluation avant l'expiration du délai de trois ans en cas de changements susceptibles d'avoir un impact important sur le budget de l'entité régionale ou au moment où un OAA2 commence à faire partie de l'entité régionale.
§ 2. Pour les OAA2, dont le montant total de leurs recettes ou le montant total de leurs dépenses dépasse le seuil, mentionné au paragraphe 1er, mais qui:
1° n'étaient pas encore repris au budget de la Région avant l'entrée en vigueur de la présente ordonnance ou;
2° ne dépassaient pas le seuil lors d'une évaluation antérieure, à savoir la première évaluation au moment de l'entrée en vigueur de l'ordonnance ou une évaluation ultérieure telle que visée au paragraphe 1er, alinéa 4, par dérogation au paragraphe 1er, seules les obligations reprises ci-dessous s'appliquent, selon les modalités à déterminer par le Gouvernement. L'OAA2 dispose d'un an pour se mettre en conformité.
Les obligations mentionnées dans le premier alinéa sont les suivantes:
1° la transmission en temps utile des budgets annuels initiaux et ajustés sur la base des agrégats dans le cadre de l'élaboration du budget de la Région;
2° la transmission en temps utile de la programmation budgétaire pluriannuelle sur six ans sur la base des agrégats dans le cadre de l'élaboration du budget de la Région;
3° au minimum la transmission trimestrielle de l'exécution budgétaire sur la base des agrégats du budget;
4° la transmission de toute information comptable, dont les comptes généraux, et de trésorerie.
§ 3. Les OAA2 dont le montant total de leurs recettes et le montant total de leurs dépenses sont inférieurs ou égaux à 7 millions d'euros, ne sont pas soumis aux dispositions de la présente ordonnance, mais doivent soumettre leurs comptes annuels au Gouvernement dans les délais impartis.
Par année budgétaire, les subventions à liquider, lors de l'élaboration du budget, ou liquidées, lors de l'exécution du budget, en faveur de ces OAA2 sont reprises comme dépenses SEC dans le calcul du solde de financement SEC de cette année budgétaire.
§ 4. Les OAA qui ne font pas partie du budget de la Région à la date d'entrée en vigueur de la présente ordonnance, qui ont introduit un recours contre l'ICN concernant leur classification dans le sous-secteur S13.12 " Administration d'Etats fédérés " et pour lesquels un jugement définitif n'a pas encore été rendu par l'ICN, ne sont pas encore considérés comme OAA2.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 2, alinéa 1er, paragraphe 3, alinéa 1er, et paragraphe 4, tous les OAA qui sont bénéficiaires d'une subvention sont soumis aux dispositions de la Partie 9 concernant l'octroi et le contrôle de l'emploi des subventions.
Par dérogation au paragraphe 2, les articles concernant le CCFB sont d'application pour Brugel et Brupartners.
§ 6. Par dérogation au paragraphe 1er, le Gouvernement peut décider de soumettre un OAA2, indépendamment de l'évaluation du seuil, aux dispositions de la présente ordonnance qu'il détermine.
Le seuil de 7 millions d'euros est évalué par le Gouvernement pour la première fois l'année de l'entrée en vigueur de la présente ordonnance pour les OAA2.
Ce seuil de 7 millions est annuellement indexé en fonction de l'évolution de l'indice des prix à la consommation de l'année précédente. Le seuil indexé est repris chaque année dans le dispositif du budget des dépenses.
Le Gouvernement procède à une nouvelle évaluation du seuil visé au troisième alinéa tous les trois ans. Le Gouvernement peut néanmoins procéder à cette évaluation avant l'expiration du délai de trois ans en cas de changements susceptibles d'avoir un impact important sur le budget de l'entité régionale ou au moment où un OAA2 commence à faire partie de l'entité régionale.
§ 2. Pour les OAA2, dont le montant total de leurs recettes ou le montant total de leurs dépenses dépasse le seuil, mentionné au paragraphe 1er, mais qui:
1° n'étaient pas encore repris au budget de la Région avant l'entrée en vigueur de la présente ordonnance ou;
2° ne dépassaient pas le seuil lors d'une évaluation antérieure, à savoir la première évaluation au moment de l'entrée en vigueur de l'ordonnance ou une évaluation ultérieure telle que visée au paragraphe 1er, alinéa 4, par dérogation au paragraphe 1er, seules les obligations reprises ci-dessous s'appliquent, selon les modalités à déterminer par le Gouvernement. L'OAA2 dispose d'un an pour se mettre en conformité.
Les obligations mentionnées dans le premier alinéa sont les suivantes:
1° la transmission en temps utile des budgets annuels initiaux et ajustés sur la base des agrégats dans le cadre de l'élaboration du budget de la Région;
2° la transmission en temps utile de la programmation budgétaire pluriannuelle sur six ans sur la base des agrégats dans le cadre de l'élaboration du budget de la Région;
3° au minimum la transmission trimestrielle de l'exécution budgétaire sur la base des agrégats du budget;
4° la transmission de toute information comptable, dont les comptes généraux, et de trésorerie.
§ 3. Les OAA2 dont le montant total de leurs recettes et le montant total de leurs dépenses sont inférieurs ou égaux à 7 millions d'euros, ne sont pas soumis aux dispositions de la présente ordonnance, mais doivent soumettre leurs comptes annuels au Gouvernement dans les délais impartis.
Par année budgétaire, les subventions à liquider, lors de l'élaboration du budget, ou liquidées, lors de l'exécution du budget, en faveur de ces OAA2 sont reprises comme dépenses SEC dans le calcul du solde de financement SEC de cette année budgétaire.
§ 4. Les OAA qui ne font pas partie du budget de la Région à la date d'entrée en vigueur de la présente ordonnance, qui ont introduit un recours contre l'ICN concernant leur classification dans le sous-secteur S13.12 " Administration d'Etats fédérés " et pour lesquels un jugement définitif n'a pas encore été rendu par l'ICN, ne sont pas encore considérés comme OAA2.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 2, alinéa 1er, paragraphe 3, alinéa 1er, et paragraphe 4, tous les OAA qui sont bénéficiaires d'une subvention sont soumis aux dispositions de la Partie 9 concernant l'octroi et le contrôle de l'emploi des subventions.
Par dérogation au paragraphe 2, les articles concernant le CCFB sont d'application pour Brugel et Brupartners.
§ 6. Par dérogation au paragraphe 1er, le Gouvernement peut décider de soumettre un OAA2, indépendamment de l'évaluation du seuil, aux dispositions de la présente ordonnance qu'il détermine.
Art.5. § 1. In afwijking van artikel 3, is Deel 12 van de ordonnantie getiteld "De goederen van het Gewest en de ABI's" van toepassing op:
1° de gewestelijke entiteit;
2° finance&invest.brussels;
3° de SFAR's;
4° de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (hierna "citydev.brussels" genoemd);
5° de Brusselse Maatschappij voor Waterbeheer (hierna "Hydria" genoemd);
6° de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (hierna "MSI" genoemd);
7° de Trieercentrum.
De principes uiteengezet in Deel 12 zijn van toepassing zonder afbreuk te doen aan enige bijzondere regelgeving die reeds van toepassing is op de goederen van alle organismes bedoeld in het vorige lid.
Enkel voor Deel 12, titels 1, 2 en 3, worden met de term "ABI" zowel de ABI's zoals bepaald in artikel 2, 2°, als de instellingen bedoeld in § 1, 1ste lid, 2° tot en met 7° beoogd.
Deel 12. van de ordonnantie blijft van toepassing op de ABI's, bedoeld in artikel 2, 2°, zelfs indien deze instellingen, na de datum van de inwerkingtreding van de ordonnantie, door het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) niet langer geheel of gedeeltelijk worden ingedeeld onder de subsector "Deelstaatoverheid (S.1312)" in de zin van het Europees rekeningenstelsel.
§ 2. In afwijking van artikel 3, is Deel 13 van de ordonnantie getiteld "De vervreemding" alleen van toepassing op de diensten van de Regering.
§ 3. In afwijking van artikel 3, is Deel 14 van de ordonnantie getiteld "Vertegenwoordiging in rechte van het Gewest" alleen van toepassing op de diensten van de Regering.
1° de gewestelijke entiteit;
2° finance&invest.brussels;
3° de SFAR's;
4° de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (hierna "citydev.brussels" genoemd);
5° de Brusselse Maatschappij voor Waterbeheer (hierna "Hydria" genoemd);
6° de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (hierna "MSI" genoemd);
7° de Trieercentrum.
De principes uiteengezet in Deel 12 zijn van toepassing zonder afbreuk te doen aan enige bijzondere regelgeving die reeds van toepassing is op de goederen van alle organismes bedoeld in het vorige lid.
Enkel voor Deel 12, titels 1, 2 en 3, worden met de term "ABI" zowel de ABI's zoals bepaald in artikel 2, 2°, als de instellingen bedoeld in § 1, 1ste lid, 2° tot en met 7° beoogd.
Deel 12. van de ordonnantie blijft van toepassing op de ABI's, bedoeld in artikel 2, 2°, zelfs indien deze instellingen, na de datum van de inwerkingtreding van de ordonnantie, door het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) niet langer geheel of gedeeltelijk worden ingedeeld onder de subsector "Deelstaatoverheid (S.1312)" in de zin van het Europees rekeningenstelsel.
§ 2. In afwijking van artikel 3, is Deel 13 van de ordonnantie getiteld "De vervreemding" alleen van toepassing op de diensten van de Regering.
§ 3. In afwijking van artikel 3, is Deel 14 van de ordonnantie getiteld "Vertegenwoordiging in rechte van het Gewest" alleen van toepassing op de diensten van de Regering.
Art.5. § 1er. Par dérogation à l'article 3, la Partie 12 de l'ordonnance intitulée " Les biens de la Région et des OAA " est d'application:
1° à l'entité régionale;
2° à finance&invest.brussels;
3° aux SFAR;
4° à la Société de développement pour la Région de Bruxelles-Capitale (ci-après dénommé " citydev.brussels ");
5° à la Société bruxelloise de Gestion de l'Eau (ci-après dénommée " Hydria ");
6° à la Société d'Aménagement urbain (ci-après dénommée " SAU ");
7° au Centre de Tri.
Les principes posés dans la Partie 12 s'appliquent sans préjudice de réglementations spécifiques qui régiraient déjà les biens de tous les organismes visés à l'alinéa précédent.
Pour la seule Partie 12, titres 1, 2 et 3, le terme " OAA " vise à la fois les OAA tels que définis à l'article 2, 2°, et les organismes visés au § 1er, alinéa 1er, 2° à 7°.
La Partie 12 de l'ordonnance reste applicable aux OAA, visés à l'article 2, 2°, même si ces organismes, après la date d'entrée en vigueur de l'ordonnance, ne sont plus totalement ou partiellement classés dans le sous-secteur " Administrations publiques (S.1312) " au sens du système européen des comptes par l'Institut des Comptes Nationaux (ICN).
§ 2. Par dérogation à l'article 3, la Partie 13 de l'ordonnance intitulée " L'aliénation ", s'applique uniquement aux services du Gouvernement.
§ 3. Par dérogation à l'article 3, la Partie 14 de l'ordonnance intitulée " Représentation de la Région en justice ", s'applique uniquement aux services du Gouvernement.
1° à l'entité régionale;
2° à finance&invest.brussels;
3° aux SFAR;
4° à la Société de développement pour la Région de Bruxelles-Capitale (ci-après dénommé " citydev.brussels ");
5° à la Société bruxelloise de Gestion de l'Eau (ci-après dénommée " Hydria ");
6° à la Société d'Aménagement urbain (ci-après dénommée " SAU ");
7° au Centre de Tri.
Les principes posés dans la Partie 12 s'appliquent sans préjudice de réglementations spécifiques qui régiraient déjà les biens de tous les organismes visés à l'alinéa précédent.
Pour la seule Partie 12, titres 1, 2 et 3, le terme " OAA " vise à la fois les OAA tels que définis à l'article 2, 2°, et les organismes visés au § 1er, alinéa 1er, 2° à 7°.
La Partie 12 de l'ordonnance reste applicable aux OAA, visés à l'article 2, 2°, même si ces organismes, après la date d'entrée en vigueur de l'ordonnance, ne sont plus totalement ou partiellement classés dans le sous-secteur " Administrations publiques (S.1312) " au sens du système européen des comptes par l'Institut des Comptes Nationaux (ICN).
§ 2. Par dérogation à l'article 3, la Partie 13 de l'ordonnance intitulée " L'aliénation ", s'applique uniquement aux services du Gouvernement.
§ 3. Par dérogation à l'article 3, la Partie 14 de l'ordonnance intitulée " Représentation de la Région en justice ", s'applique uniquement aux services du Gouvernement.
DEEL 2. De begroting
PARTIE 2. Le budget
BOEK 1. De begrotingsbeginselen
LIVRE 1er. Les principes budgétaires
Art.6. De opstelling en de uitvoering van de begroting nemen de volgende beginselen in acht:
1° het eenheidsbeginsel;
2° het begrotingswaarachtigheidsbeginsel;
3° het jaarperiodiciteitsbeginsel;
4° het rekeneenheidsbeginsel;
5° het universaliteitsbeginsel;
6° het specialiteitsbeginsel;
7° het beginsel van het goede financiële beheer;
8° het transparantiebeginsel.
1° het eenheidsbeginsel;
2° het begrotingswaarachtigheidsbeginsel;
3° het jaarperiodiciteitsbeginsel;
4° het rekeneenheidsbeginsel;
5° het universaliteitsbeginsel;
6° het specialiteitsbeginsel;
7° het beginsel van het goede financiële beheer;
8° het transparantiebeginsel.
Art.6. L'établissement et l'exécution du budget respectent les principes suivants:
1° le principe de l'unité;
2° le principe de la sincérité;
3° le principe de l'annualité;
4° le principe de l'unité de compte;
5° le principe de l'universalité;
6° le principe de la spécialité;
7° le principe de la bonne gestion financière;
8° le principe de la transparence.
1° le principe de l'unité;
2° le principe de la sincérité;
3° le principe de l'annualité;
4° le principe de l'unité de compte;
5° le principe de l'universalité;
6° le principe de la spécialité;
7° le principe de la bonne gestion financière;
8° le principe de la transparence.
BOEK 2. De begrotingsfondsen
LIVRE 2. Les fonds budgétaires
Art.7. § 1. In afwijking van artikel 6, 5°, kan één enkele materiële ordonnantie begrotingsfondsen oprichten.
Voor elk begrotingsfonds worden er via de bepalingen van deze ordonnantie een of meerdere specifieke ontvangsten van de ontvangstenbegroting van de diensten van de Regering gepreciseerd, die in kastermen worden toegewezen aan een of meerdere specifieke uitgaven van de uitgavenbegroting van de diensten van de Regering.
§ 2. De begrotingsfondsen kunnen niet worden gespijsd via kredieten ingeschreven in de uitgavenbegroting van de diensten van de Regering.
Er mag geen vastlegging noch een vereffening worden gedaan ten laste van een met een begrotingsfonds verbonden uitgavenpost boven de in dat begrotingsfonds beschikbare geïnde ontvangsten.
§ 3. De toegewezen geïnde ontvangsten worden verdeeld over de met het begrotingsfonds verbonden uitgavenposten van de uitgavenbegroting van de diensten van de Regering. De geïnde ontvangsten zijn beschikbaar voor vastleggingen en vereffeningen op deze uitgavenposten binnen de grenzen van de in de begroting ingeschreven bedragen van de vastleggings- en vereffeningskredieten.
§ 4. Op het einde van het begrotingsjaar worden, per begrotingsfonds, de beschikbare geïnde ontvangsten overgedragen naar het volgende begrotingsjaar.
Vanaf het begin van het begrotingsjaar kunnen, per begrotingsfonds, de overgedragen beschikbare geïnde ontvangsten waarvoor nog geen vastleggingen plaatsvonden, benut worden voor nieuwe vastleggingen binnen de grenzen van de in de begroting ingeschreven vastleggingskredieten.
Vanaf het begin van het begrotingsjaar kunnen, per begrotingsfonds, de overgedragen beschikbare geïnde ontvangsten waarvoor nog geen vereffeningen plaatsvonden, benut worden voor nieuwe vereffeningen binnen de grenzen van de in de begroting ingeschreven vereffeningskredieten.
§ 5. Het bedrag van de verminderde of geannuleerde vastleggingen van de individuele begrotingsfondsen wordt terug bij de beschikbare ontvangsten van deze individuele begrotingsfondsen gevoegd voor nieuwe vastleggingen.
§ 6. Voor de uitgaven vermeld in paragraaf 3 kunnen geen aparte budgetten buiten het begrotingsfonds worden ingeschreven, behoudens uitzonderingen toegestaan door de Regering.
§ 7. De Regering bepaalt de modaliteiten betreffende de begrotingsfondsen waaronder de beheersopvolging en de financiële en budgettaire rapporteringsverplichtingen.
Voor elk begrotingsfonds worden er via de bepalingen van deze ordonnantie een of meerdere specifieke ontvangsten van de ontvangstenbegroting van de diensten van de Regering gepreciseerd, die in kastermen worden toegewezen aan een of meerdere specifieke uitgaven van de uitgavenbegroting van de diensten van de Regering.
§ 2. De begrotingsfondsen kunnen niet worden gespijsd via kredieten ingeschreven in de uitgavenbegroting van de diensten van de Regering.
Er mag geen vastlegging noch een vereffening worden gedaan ten laste van een met een begrotingsfonds verbonden uitgavenpost boven de in dat begrotingsfonds beschikbare geïnde ontvangsten.
§ 3. De toegewezen geïnde ontvangsten worden verdeeld over de met het begrotingsfonds verbonden uitgavenposten van de uitgavenbegroting van de diensten van de Regering. De geïnde ontvangsten zijn beschikbaar voor vastleggingen en vereffeningen op deze uitgavenposten binnen de grenzen van de in de begroting ingeschreven bedragen van de vastleggings- en vereffeningskredieten.
§ 4. Op het einde van het begrotingsjaar worden, per begrotingsfonds, de beschikbare geïnde ontvangsten overgedragen naar het volgende begrotingsjaar.
Vanaf het begin van het begrotingsjaar kunnen, per begrotingsfonds, de overgedragen beschikbare geïnde ontvangsten waarvoor nog geen vastleggingen plaatsvonden, benut worden voor nieuwe vastleggingen binnen de grenzen van de in de begroting ingeschreven vastleggingskredieten.
Vanaf het begin van het begrotingsjaar kunnen, per begrotingsfonds, de overgedragen beschikbare geïnde ontvangsten waarvoor nog geen vereffeningen plaatsvonden, benut worden voor nieuwe vereffeningen binnen de grenzen van de in de begroting ingeschreven vereffeningskredieten.
§ 5. Het bedrag van de verminderde of geannuleerde vastleggingen van de individuele begrotingsfondsen wordt terug bij de beschikbare ontvangsten van deze individuele begrotingsfondsen gevoegd voor nieuwe vastleggingen.
§ 6. Voor de uitgaven vermeld in paragraaf 3 kunnen geen aparte budgetten buiten het begrotingsfonds worden ingeschreven, behoudens uitzonderingen toegestaan door de Regering.
§ 7. De Regering bepaalt de modaliteiten betreffende de begrotingsfondsen waaronder de beheersopvolging en de financiële en budgettaire rapporteringsverplichtingen.
Art.7. § 1er. Par dérogation à l'article 6, 5°, une ordonnance matérielle unique peut créer des fonds budgétaires.
Pour chaque fonds budgétaire, il est précisé par les dispositions de cette ordonnance une ou plusieurs recettes spécifiques du budget des recettes des services du Gouvernement qui sont affectées, en termes de caisse, à une ou plusieurs dépenses spécifiques du budget des dépenses des services du Gouvernement.
§ 2. Les fonds budgétaires ne peuvent pas être alimentés par des crédits inscrits au budget des dépenses des services du Gouvernement.
Il ne peut être pris d'engagement ni de liquidation à charge d'un poste de dépenses lié à un fonds budgétaire au-delà des recettes encaissées disponibles dans ce fonds budgétaire.
§ 3. Les recettes perçues affectées sont ventilées sur les postes de dépenses, liés au fonds budgétaire, du budget des dépenses des services du Gouvernement. Les recettes perçues sont disponibles pour des engagements et liquidations sur ces postes de dépenses dans les limites des montants des crédits d'engagement et de liquidation inscrits au budget.
§ 4. A la fin de l'année budgétaire, les recettes perçues disponibles sont transférées à l'année budgétaire suivante par fonds budgétaire.
Dès le début de l'année budgétaire, les recettes perçues disponibles transférées à charge desquelles des engagements n'ont pas encore été effectués, peuvent être utilisées, par fonds budgétaire, pour de nouveaux engagements dans les limites des crédits d'engagement inscrits au budget.
Dès le début de l'année budgétaire, les recettes perçues disponibles transférées à charge desquelles des liquidations n'ont pas encore été effectuées, peuvent être utilisés, par fonds budgétaire, pour de nouvelles liquidations dans les limites des crédits de liquidation inscrits au budget.
§ 5. Le montant des engagements réduits ou annulés des fonds budgétaires individuels est restitué aux recettes disponibles de ces fonds budgétaires individuels pour de nouveaux engagements.
§ 6. Pour les dépenses mentionnées au paragraphe 3, aucun budget séparé ne peut être inscrit en dehors du fonds budgétaire, sauf exceptions autorisées par le Gouvernement.
§ 7. Le Gouvernement détermine les modalités concernant les fonds budgétaires, dont le suivi de la gestion et les obligations en matière d'information financière et budgétaire.
Pour chaque fonds budgétaire, il est précisé par les dispositions de cette ordonnance une ou plusieurs recettes spécifiques du budget des recettes des services du Gouvernement qui sont affectées, en termes de caisse, à une ou plusieurs dépenses spécifiques du budget des dépenses des services du Gouvernement.
§ 2. Les fonds budgétaires ne peuvent pas être alimentés par des crédits inscrits au budget des dépenses des services du Gouvernement.
Il ne peut être pris d'engagement ni de liquidation à charge d'un poste de dépenses lié à un fonds budgétaire au-delà des recettes encaissées disponibles dans ce fonds budgétaire.
§ 3. Les recettes perçues affectées sont ventilées sur les postes de dépenses, liés au fonds budgétaire, du budget des dépenses des services du Gouvernement. Les recettes perçues sont disponibles pour des engagements et liquidations sur ces postes de dépenses dans les limites des montants des crédits d'engagement et de liquidation inscrits au budget.
§ 4. A la fin de l'année budgétaire, les recettes perçues disponibles sont transférées à l'année budgétaire suivante par fonds budgétaire.
Dès le début de l'année budgétaire, les recettes perçues disponibles transférées à charge desquelles des engagements n'ont pas encore été effectués, peuvent être utilisées, par fonds budgétaire, pour de nouveaux engagements dans les limites des crédits d'engagement inscrits au budget.
Dès le début de l'année budgétaire, les recettes perçues disponibles transférées à charge desquelles des liquidations n'ont pas encore été effectuées, peuvent être utilisés, par fonds budgétaire, pour de nouvelles liquidations dans les limites des crédits de liquidation inscrits au budget.
§ 5. Le montant des engagements réduits ou annulés des fonds budgétaires individuels est restitué aux recettes disponibles de ces fonds budgétaires individuels pour de nouveaux engagements.
§ 6. Pour les dépenses mentionnées au paragraphe 3, aucun budget séparé ne peut être inscrit en dehors du fonds budgétaire, sauf exceptions autorisées par le Gouvernement.
§ 7. Le Gouvernement détermine les modalités concernant les fonds budgétaires, dont le suivi de la gestion et les obligations en matière d'information financière et budgétaire.
BOEK 3. Het begrotingskader
LIVRE 3. Le cadre budgétaire
TITEL 1-. De begroting in een meerjarig perspectief
TITRE 1er. - Le budget dans une perspective pluriannuelle
HOOFDSTUK 1-. De regeringsverklaring en de begrotingsnota
CHAPITRE 1er. - La Déclaration gouvernementale et la note budgétaire
Art.8. Bij de Regeringsverklaring wordt een begrotingsnota gevoegd.
De begrotingsnota wordt omgezet in een meerjarige begrotingsraming.
De Regering is gemachtigd de modaliteiten te bepalen voor de opmaak en mededeling van de begrotingsnota en de meerjarige begrotingsraming.
De begrotingsnota wordt omgezet in een meerjarige begrotingsraming.
De Regering is gemachtigd de modaliteiten te bepalen voor de opmaak en mededeling van de begrotingsnota en de meerjarige begrotingsraming.
Art.8. Une note budgétaire est annexée à la Déclaration gouvernementale.
La note budgétaire est traduite en une estimation budgétaire pluriannuelle.
Le Gouvernement est autorisé à déterminer les modalités d'élaboration et de communication de la note budgétaire et de l'estimation budgétaire pluriannuelle.
La note budgétaire est traduite en une estimation budgétaire pluriannuelle.
Le Gouvernement est autorisé à déterminer les modalités d'élaboration et de communication de la note budgétaire et de l'estimation budgétaire pluriannuelle.
HOOFDSTUK 2-. De meerjarige begrotingsplanning en de begrotingsdoelstellingen
CHAPITRE 2. - La programmation budgétaire pluriannuelle et les objectifs budgétaires
Art.9. Overeenkomstig artikel 16/12 van de wet van 16 mei 2003, wordt de jaarlijkse begroting aangevuld met een meerjarige begrotingsplanning.
De meerjarige begrotingsplanning wordt samen met de beleidsnota's en nadien met de beleidsbrieven opgesteld.
De meerjarige begrotingsplanning houdt rekening met de besliste afspraken in het kader van [2 [3 het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn en het jaarlijks voortgangsverslag]3]2 .
De meerjarige begrotingsplanning vertaalt de gedefinieerde beleidsopties in een meerjarig budgettair perspectief en geeft een raming van de begrotingsevolutie voor een periode van 6 jaren.
De Regering actualiseert de meerjarige begrotingsplanning in het geval van begrotingsaanpassingen.
Het ontwerp van begrotingsordonnantie en de meerjarige begrotingsplanning voorzien, binnen de overeengekomen contouren, de middelen die nodig zijn om de doelstellingen te bereiken inzake de vermindering van de directe uitstoot van broeikasgassen, zoals bepaald in artikel 1.2.2 van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, en om de maatregelen bedoeld in artikel 1.4.1 van voornoemde ordonnantie uit te voeren.
De meerjarige begrotingsplanning wordt samen met de beleidsnota's en nadien met de beleidsbrieven opgesteld.
De meerjarige begrotingsplanning houdt rekening met de besliste afspraken in het kader van [2 [3 het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn en het jaarlijks voortgangsverslag]3]2 .
De meerjarige begrotingsplanning vertaalt de gedefinieerde beleidsopties in een meerjarig budgettair perspectief en geeft een raming van de begrotingsevolutie voor een periode van 6 jaren.
De Regering actualiseert de meerjarige begrotingsplanning in het geval van begrotingsaanpassingen.
Het ontwerp van begrotingsordonnantie en de meerjarige begrotingsplanning voorzien, binnen de overeengekomen contouren, de middelen die nodig zijn om de doelstellingen te bereiken inzake de vermindering van de directe uitstoot van broeikasgassen, zoals bepaald in artikel 1.2.2 van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, en om de maatregelen bedoeld in artikel 1.4.1 van voornoemde ordonnantie uit te voeren.
Art.9. Conformément à l'article 16/12 de la loi du 16 mai 2003, le budget annuel est complété par une programmation budgétaire pluriannuelle.
La programmation budgétaire pluriannuelle est conjointement établie avec les notes d'orientation et ensuite avec les lettres d'orientation.
La programmation budgétaire pluriannuelle tient compte des engagements pris dans le cadre [2 [3 du plan budgétaire et structurel national à moyen terme et du rapport d'avancement annuel]3]2.
La programmation budgétaire pluriannuelle traduit les options politiques définies en une perspective budgétaire pluriannuelle et fournit une estimation de l'évolution budgétaire pour une période de 6 années.
Le Gouvernement actualise la programmation budgétaire pluriannuelle en cas d'ajustement budgétaire.
Le projet d'ordonnance budgétaire et la programmation budgétaire pluriannuelle prévoient, dans les contours convenus, les moyens nécessaires à l'atteinte des objectifs de réduction des émissions directes de gaz à effet de serre, définis à l'article 1.2.2 de l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie, ainsi qu'à la mise en oeuvre des mesures visées à l'article 1.4.1 de ladite ordonnance.
La programmation budgétaire pluriannuelle est conjointement établie avec les notes d'orientation et ensuite avec les lettres d'orientation.
La programmation budgétaire pluriannuelle tient compte des engagements pris dans le cadre [2 [3 du plan budgétaire et structurel national à moyen terme et du rapport d'avancement annuel]3]2.
La programmation budgétaire pluriannuelle traduit les options politiques définies en une perspective budgétaire pluriannuelle et fournit une estimation de l'évolution budgétaire pour une période de 6 années.
Le Gouvernement actualise la programmation budgétaire pluriannuelle en cas d'ajustement budgétaire.
Le projet d'ordonnance budgétaire et la programmation budgétaire pluriannuelle prévoient, dans les contours convenus, les moyens nécessaires à l'atteinte des objectifs de réduction des émissions directes de gaz à effet de serre, définis à l'article 1.2.2 de l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie, ainsi qu'à la mise en oeuvre des mesures visées à l'article 1.4.1 de ladite ordonnance.
Art.10. Wanneer het bereiken van de budgettaire jaar- en/of meerjarendoelstelling in gevaar dreigt te komen, stelt de Regering de maatregelen, zoals bedoeld in het volgende lid, voor die het bereiken van de budgettaire doelstellingen moeten verzekeren.
In afwachting van de stemming door het Parlement van de hieruit voortvloeiende aanpassing van de begroting, kan de Regering tijdelijke bewarende maatregelen nemen, en met name het bepalen van grenzen inzake de uitvoering van de uitgavenbegroting in termen van boekhoudkundige vastleggingen.
Deze maatregelen worden aan het Parlement en aan het Rekenhof meegedeeld.
In afwachting van de stemming door het Parlement van de hieruit voortvloeiende aanpassing van de begroting, kan de Regering tijdelijke bewarende maatregelen nemen, en met name het bepalen van grenzen inzake de uitvoering van de uitgavenbegroting in termen van boekhoudkundige vastleggingen.
Deze maatregelen worden aan het Parlement en aan het Rekenhof meegedeeld.
Art.10. Lorsque l'objectif budgétaire annuel ou pluriannuel risque de ne pas être atteint, le Gouvernement présente les mesures, telles que visées à l'alinéa suivant, qui doivent garantir que les objectifs budgétaires seront atteints.
Dans l'attente du vote, par le Parlement, de l'ajustement du budget qui en résulte, le Gouvernement peut prendre des mesures conservatoires temporaires, et notamment définir des limites en matière d'exécution du budget des dépenses en termes d'engagements comptables.
Ces mesures sont communiquées au Parlement et à la Cour des comptes.
Dans l'attente du vote, par le Parlement, de l'ajustement du budget qui en résulte, le Gouvernement peut prendre des mesures conservatoires temporaires, et notamment définir des limites en matière d'exécution du budget des dépenses en termes d'engagements comptables.
Ces mesures sont communiquées au Parlement et à la Cour des comptes.
TITEL 2. - De interne monitoring
TITRE 2. - Le monitoring interne
Art.11. De Regering is gemachtigd om een comité voor begrotingsmonitoring voor de gewestelijke entiteit op te richten.
Art.11. Le Gouvernement est autorisé à créer un comité de monitoring budgétaire pour l'entité régionale.
Art.12. De Regering beslist over de samenstelling van het monitoringscomité, de opdrachten alsook over de modaliteiten betreffende het monitoringcomité. De Inspectie van Financiën heeft zitting in dit comité.
Art.12. Le Gouvernement arrête la composition du comité de monitoring, les missions ainsi que les modalités relatives au comité de monitoring. L'Inspection des Finances siège au sein de ce comité.
BOEK 4. De ontvangsten- en uitgavenbegroting
LIVRE 4. Le budget des recettes et des dépenses
TITEL 1. - De begrotingskredieten
TITRE 1er. - Les crédits budgétaires
Art.13. De ontvangsten- en uitgavenbegrotingen van de diensten van de Regering en van de ABI's voorzien in en verlenen machtiging voor alle verrichtingen die aanleiding geven tot een financiële afwikkeling en die voor eigen rekening worden uitgevoerd met derden.
De ontvangsten- en uitgavenbegrotingen van de diensten van de Regering en van de ABI's bevatten eveneens specifieke ESR-verrichtingen die niet noodzakelijk tot een financiële afwikkeling leiden.
De begrotingen van de diensten van de Regering en van de ABI's bevatten:
1° qua ontvangsten, de raming van de rechten die tijdens het begrotingsjaar te hunnen bate zullen worden vastgesteld;
2° qua uitgaven:
a) de vastleggingskredieten ten belope waarvan bedragen kunnen worden vastgelegd uit hoofde van juridische verbintenissen die tijdens het begrotingsjaar te hunnen laste ontstaan of worden gesloten en, voor de recurrente juridische verbintenissen waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren voordoen, ten belope van de bedragen die tijdens het begrotingsjaar opeisbaar zullen worden;
b) de vereffeningskredieten ten belope waarvan tijdens het begrotingsjaar bedragen kunnen worden vereffend uit hoofde van te hunnen laste vastgestelde rechten ter aanzuivering van voorafgaandelijk of gelijktijdig vastgelegde juridische verbintenissen.
De ontvangsten- en uitgavenbegrotingen van de diensten van de Regering en van de ABI's bevatten eveneens specifieke ESR-verrichtingen die niet noodzakelijk tot een financiële afwikkeling leiden.
De begrotingen van de diensten van de Regering en van de ABI's bevatten:
1° qua ontvangsten, de raming van de rechten die tijdens het begrotingsjaar te hunnen bate zullen worden vastgesteld;
2° qua uitgaven:
a) de vastleggingskredieten ten belope waarvan bedragen kunnen worden vastgelegd uit hoofde van juridische verbintenissen die tijdens het begrotingsjaar te hunnen laste ontstaan of worden gesloten en, voor de recurrente juridische verbintenissen waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren voordoen, ten belope van de bedragen die tijdens het begrotingsjaar opeisbaar zullen worden;
b) de vereffeningskredieten ten belope waarvan tijdens het begrotingsjaar bedragen kunnen worden vereffend uit hoofde van te hunnen laste vastgestelde rechten ter aanzuivering van voorafgaandelijk of gelijktijdig vastgelegde juridische verbintenissen.
Art.13. Les budgets des recettes et des dépenses des services du Gouvernement et des OAA prévoient et autorisent toutes les opérations qui donnent lieu à un dénouement financier et qui sont réalisées pour compte propre avec des tiers.
Les budgets des recettes et des dépenses des services du Gouvernement et des OAA incluent également des opérations SEC spécifiques qui ne donnent pas nécessairement lieu à un dénouement financier.
Les budgets des services du Gouvernement et des OAA comprennent:
1° en recettes, l'estimation des droits qui seront constatés à leur profit au cours de l'année budgétaire;
2° en dépenses:
a) les crédits d'engagement à concurrence desquels des sommes peuvent être engagées du chef d'obligations juridiques nées ou contractées à leur charge au cours de l'année budgétaire et, pour les obligations juridiques récurrentes dont les effets s'étendent sur plusieurs années, à concurrence des sommes qui seront exigibles au cours de l'année budgétaire;
b) les crédits de liquidation à concurrence desquels des sommes peuvent être liquidées au cours de l'année budgétaire du chef de droits constatés à leur charge en vue d'apurer des obligations juridiques préalablement ou simultanément engagées.
Les budgets des recettes et des dépenses des services du Gouvernement et des OAA incluent également des opérations SEC spécifiques qui ne donnent pas nécessairement lieu à un dénouement financier.
Les budgets des services du Gouvernement et des OAA comprennent:
1° en recettes, l'estimation des droits qui seront constatés à leur profit au cours de l'année budgétaire;
2° en dépenses:
a) les crédits d'engagement à concurrence desquels des sommes peuvent être engagées du chef d'obligations juridiques nées ou contractées à leur charge au cours de l'année budgétaire et, pour les obligations juridiques récurrentes dont les effets s'étendent sur plusieurs années, à concurrence des sommes qui seront exigibles au cours de l'année budgétaire;
b) les crédits de liquidation à concurrence desquels des sommes peuvent être liquidées au cours de l'année budgétaire du chef de droits constatés à leur charge en vue d'apurer des obligations juridiques préalablement ou simultanément engagées.
Art.14. Overeenkomstig artikel 4, derde lid van de wet van 16 mei 2003 en in afwijking van artikel 13, lid 3, 2°, b) kan de begroting bepalen dat voor de uitgaven die ze aanwijst, de kredieten ten belope waarvan bedragen vereffend kunnen worden, niet-limitatief zijn.
Art.14. Conformément à l'article 4, alinéa 3, de la loi du 16 mai 2003, et par dérogation à l'article 13, alinéa 3, 2°, b), le budget peut prévoir que, pour les dépenses qu'il désigne, les crédits à concurrence desquels des sommes peuvent être liquidées, sont non-limitatifs.
Art.15. De vastleggingskredieten die op 31 december van het lopende begrotingsjaar nog beschikbaar zijn, worden uiterlijk op die datum geannuleerd.
De vereffeningskredieten die nog op de begroting van het afgelopen begrotingsjaar beschikbaar zijn, worden uiterlijk op 31 januari van het volgende begrotingsjaar geannuleerd.
De vereffeningskredieten die nog op de begroting van het afgelopen begrotingsjaar beschikbaar zijn, worden uiterlijk op 31 januari van het volgende begrotingsjaar geannuleerd.
Art.15. Les crédits d'engagement encore disponibles au 31 décembre de l'année budgétaire en cours sont annulés au plus tard à cette date.
Les crédits de liquidation encore disponibles au budget de l'année budgétaire écoulée sont annulés au plus tard le 31 janvier de l'année budgétaire suivante.
Les crédits de liquidation encore disponibles au budget de l'année budgétaire écoulée sont annulés au plus tard le 31 janvier de l'année budgétaire suivante.
TITEL 2. - De begrotingsstructuur
TITRE 2. - La structure du budget
Art.16. De begroting is samengesteld uit opdrachten. Iedere opdracht stemt overheen met een gewestelijk bevoegdheidsdomein of met een coherente groepering van gewestelijke bevoegdheidsdomeinen.
Iedere opdracht wordt opgedeeld in diverse programma's die samen bijdragen tot het realiseren van een welbepaald overheidsbeleid.
Ieder programma komt overeen met:
a) hetzij een langetermijndoelstelling van de Regering;
b) hetzij een transversale organisatiedoelstelling;
c) hetzij de financieringen die bestemd zijn voor de ABI's waarvan de opdrachten verbonden zijn met het betrokken bevoegdheidsdomein.
De programma's zijn opgedeeld in bijhorende uitgaven- of ontvangstenposten op basis van de door de Regering bepaalde aggregaten die gelinkt zijn aan de economische classificatie.
Iedere opdracht wordt opgedeeld in diverse programma's die samen bijdragen tot het realiseren van een welbepaald overheidsbeleid.
Ieder programma komt overeen met:
a) hetzij een langetermijndoelstelling van de Regering;
b) hetzij een transversale organisatiedoelstelling;
c) hetzij de financieringen die bestemd zijn voor de ABI's waarvan de opdrachten verbonden zijn met het betrokken bevoegdheidsdomein.
De programma's zijn opgedeeld in bijhorende uitgaven- of ontvangstenposten op basis van de door de Regering bepaalde aggregaten die gelinkt zijn aan de economische classificatie.
Art.16. Le budget est structuré en missions. Chaque mission correspond à un domaine de compétence régional ou à un groupement cohérent de domaines de compétence régionaux.
Chaque mission est divisée en divers programmes concourant ensemble à la réalisation d'une politique publique bien définie.
Chaque programme correspond:
a) soit à un objectif à long terme du Gouvernement;
b) soit à un objectif organisationnel transversal;
c) soit aux financements à destination des OAA dont les missions sont en lien avec le domaine de compétence concerné.
Les programmes sont divisés en postes de dépenses ou de recettes y relatifs sur la base des agrégats fixés par le Gouvernement et liés à la classification économique.
Chaque mission est divisée en divers programmes concourant ensemble à la réalisation d'une politique publique bien définie.
Chaque programme correspond:
a) soit à un objectif à long terme du Gouvernement;
b) soit à un objectif organisationnel transversal;
c) soit aux financements à destination des OAA dont les missions sont en lien avec le domaine de compétence concerné.
Les programmes sont divisés en postes de dépenses ou de recettes y relatifs sur la base des agrégats fixés par le Gouvernement et liés à la classification économique.
Art.17. De Regering bepaalt de gedetailleerde structuur van de ontvangsten- en uitgavenbegroting van de diensten van de Regering en van de ABI's.
Art.17. Le Gouvernement arrête la structure détaillée du budget des recettes et du budget des dépenses des services du Gouvernement et des OAA.
TITEL 3. - De rapportering betreffende de begroting
TITRE 3. - Le reporting relatif au budget
HOOFDSTUK 1. - De ontwerpen van begrotingsordonnanties
CHAPITRE 1er. - Les projets d'ordonnances budgétaires
Afdeling 1. - Samenstelling
Section 1re. - Composition
Art.18. § 1. Het ontwerp van begroting van het Gewest omvat:
1° het beschikkend gedeelte dat het ontwerp van ontvangstenbegroting van de diensten van de Regering vergezelt;
2° het beschikkend gedeelte dat het ontwerp van uitgavenbegroting van de diensten van de Regering en de ontwerpen van uitgaven- en ontvangstenbegroting van de ABI's vergezelt;
3° de begrotingstabel van het ontwerp van ontvangstenbegroting van de diensten van de Regering;
4° de begrotingstabel van het ontwerp van uitgavenbegroting van de diensten van de Regering;
5° de begrotingstabel van het ontwerp van ontvangsten- en uitgavenbegroting van iedere ABI 1 en ABI 2;
6° de begrotingstabel van de ontvangsten en uitgaven verbonden aan de opdrachten die door de gewestelijke entiteit gedelegeerd worden aan andere instanties;
7° de algemene toelichting, bedoeld in artikel 34;
8° de beleidsnota's en beleidsbrieven, als bedoeld in artikel 35.
§ 2. De ontvangstenbegroting van het Gewest is samengesteld uit de documenten vermeld in de punten 1° en 3° opgenomen in paragraaf 1.
De uitgavenbegroting van het Gewest is samengesteld uit de documenten vermeld in de punten 2°, 4°, 5° en 6° opgenomen in paragraaf 1.
De begeleidende documenten bij de begroting van het Gewest zijn vermeld in de punten 7° en 8° opgenomen in paragraaf 1.
1° het beschikkend gedeelte dat het ontwerp van ontvangstenbegroting van de diensten van de Regering vergezelt;
2° het beschikkend gedeelte dat het ontwerp van uitgavenbegroting van de diensten van de Regering en de ontwerpen van uitgaven- en ontvangstenbegroting van de ABI's vergezelt;
3° de begrotingstabel van het ontwerp van ontvangstenbegroting van de diensten van de Regering;
4° de begrotingstabel van het ontwerp van uitgavenbegroting van de diensten van de Regering;
5° de begrotingstabel van het ontwerp van ontvangsten- en uitgavenbegroting van iedere ABI 1 en ABI 2;
6° de begrotingstabel van de ontvangsten en uitgaven verbonden aan de opdrachten die door de gewestelijke entiteit gedelegeerd worden aan andere instanties;
7° de algemene toelichting, bedoeld in artikel 34;
8° de beleidsnota's en beleidsbrieven, als bedoeld in artikel 35.
§ 2. De ontvangstenbegroting van het Gewest is samengesteld uit de documenten vermeld in de punten 1° en 3° opgenomen in paragraaf 1.
De uitgavenbegroting van het Gewest is samengesteld uit de documenten vermeld in de punten 2°, 4°, 5° en 6° opgenomen in paragraaf 1.
De begeleidende documenten bij de begroting van het Gewest zijn vermeld in de punten 7° en 8° opgenomen in paragraaf 1.
Art.18. § 1er. Le projet de budget de la Région comprend:
1° le dispositif qui accompagne le projet de budget des recettes des services du Gouvernement;
2° le dispositif qui accompagne le projet de budget des dépenses des services du Gouvernement et les projets de budget des dépenses et des recettes des OAA;
3° le tableau budgétaire du projet de budget des recettes des services du Gouvernement;
4° le tableau budgétaire du projet de budget des dépenses des services du Gouvernement;
5° le tableau budgétaire du projet de budget des recettes et des dépenses de chaque OAA1 et OAA2;
6° le tableau budgétaire des recettes et des dépenses liées aux missions qui sont déléguées par l'entité régionale à d'autres instances;
7° l'exposé général, visé à l'article 34;
8° les notes d'orientation et les lettres d'orientation, telles que visées à l'article 35.
§ 2. Le budget des recettes de la Région est composé des documents repris aux points 1° et 3° repris au paragraphe 1er.
Le budget des dépenses de la Région est composé des documents repris aux points 2°, 4°, 5° et 6° repris au paragraphe 1er.
Les documents accompagnant le budget de la Région sont mentionnés aux points 7° et 8° repris au paragraphe 1er.
1° le dispositif qui accompagne le projet de budget des recettes des services du Gouvernement;
2° le dispositif qui accompagne le projet de budget des dépenses des services du Gouvernement et les projets de budget des dépenses et des recettes des OAA;
3° le tableau budgétaire du projet de budget des recettes des services du Gouvernement;
4° le tableau budgétaire du projet de budget des dépenses des services du Gouvernement;
5° le tableau budgétaire du projet de budget des recettes et des dépenses de chaque OAA1 et OAA2;
6° le tableau budgétaire des recettes et des dépenses liées aux missions qui sont déléguées par l'entité régionale à d'autres instances;
7° l'exposé général, visé à l'article 34;
8° les notes d'orientation et les lettres d'orientation, telles que visées à l'article 35.
§ 2. Le budget des recettes de la Région est composé des documents repris aux points 1° et 3° repris au paragraphe 1er.
Le budget des dépenses de la Région est composé des documents repris aux points 2°, 4°, 5° et 6° repris au paragraphe 1er.
Les documents accompagnant le budget de la Région sont mentionnés aux points 7° et 8° repris au paragraphe 1er.
Afdeling 2. - Opmaak en goedkeuring
Section 2. - Elaboration et approbation
Art.19. De Regering beslist over de maatregelen, noodzakelijk voor de opmaak van de begroting.
De Regering kan het advies inwinnen van de Inspectie van Financiën en de regeringscommissarissen over de begrotingsvoorstellen van respectievelijk de diensten van de Regering, de ABI's 1 en de ABI's 2.
De Regering kan het advies inwinnen van de Inspectie van Financiën en de regeringscommissarissen over de begrotingsvoorstellen van respectievelijk de diensten van de Regering, de ABI's 1 en de ABI's 2.
Art.19. Le Gouvernement décide des mesures indispensables à l'élaboration du budget.
Le Gouvernement peut demander l'avis de l'Inspection des Finances et des commissaires du Gouvernement sur les propositions budgétaires des services du Gouvernement, des OAA1 et des OAA2, respectivement.
Le Gouvernement peut demander l'avis de l'Inspection des Finances et des commissaires du Gouvernement sur les propositions budgétaires des services du Gouvernement, des OAA1 et des OAA2, respectivement.
Art.20. De ontwerpen van uitgaven- en ontvangstenbegrotingen van de diensten van de Regering en van iedere ABI 1 worden opgemaakt en goedgekeurd door de Regering. Hetzelfde geldt voor de ermee verbonden regeringsamendementen.
Art.20. Les projets de budgets des dépenses et des recettes des services du Gouvernement et de chaque OAA1 sont élaborés et approuvés par le Gouvernement. Il en va de même pour les amendements gouvernementaux y relatifs.
Art.21. De ontwerpen van uitgaven- en ontvangstenbegrotingen van iedere ABI 2 worden, binnen de grenzen van de meerjarige begrotingsplanning vermeld in artikel 9, opgemaakt en goedgekeurd door haar bestuursorgaan. De functioneel bevoegde ministers van de instelling maken de begrotingen aan de Regering over.
De Regering neemt akte van de ontwerpen van begrotingen van de ABI's 2.
De Regering neemt akte van de ontwerpen van begrotingen van de ABI's 2.
Art.21. Les projets de budgets des dépenses et des recettes de chaque OAA2 sont, dans les limites de la programmation budgétaire pluriannuelle visée à l'article 9, élaborés et approuvés par son organe d'administration. Les ministres fonctionnellement compétents pour l'organisme transmettent les budgets au Gouvernement.
Le Gouvernement prend acte des projets de budgets des OAA2.
Le Gouvernement prend acte des projets de budgets des OAA2.
Art.22. De ontwerpen van uitgaven- en ontvangstenbegrotingen van iedere instelling die een gedelegeerde opdracht uitvoert voor de gewestelijke entiteit worden, binnen de grenzen van de meerjarige begrotingsplanning vermeld in artikel 9, opgemaakt en goedgekeurd door haar bestuursorgaan enkel voor wat de gedelegeerde opdracht betreft. De functioneel bevoegde minister van de instelling maakt de begrotingen aan de Regering over.
De Regering neemt akte van de ontwerpen van begrotingen van iedere instelling die een gedelegeerde opdracht uitvoert voor de gewestelijke entiteit.
De Regering neemt akte van de ontwerpen van begrotingen van iedere instelling die een gedelegeerde opdracht uitvoert voor de gewestelijke entiteit.
Art.22. Les projets de budgets des dépenses et des recettes de chaque organisme qui effectue une mission déléguée pour l'entité régionale sont, dans les limites de la programmation budgétaire pluriannuelle visée à l'article 9, élaborés et approuvés par son organe d'administration uniquement pour ce qui concerne la mission déléguée. Le ministre fonctionnellement compétent de l'organisme transmet les budgets au Gouvernement.
Le Gouvernement prend acte des projets de budgets de chaque organisme qui effectue une mission déléguée pour l'entité régionale.
Le Gouvernement prend acte des projets de budgets de chaque organisme qui effectue une mission déléguée pour l'entité régionale.
Art.23. § 1. De Regering keurt de ontwerpen van initiële begrotingen van de diensten van de Regering en van de ABI's 1 goed en neemt akte van de ontwerpen van initiële begrotingen van de ABI's 2 en van iedere instelling die een gedelegeerde opdracht uitvoert voor de gewestelijke entiteit, uiterlijk 31 oktober van het jaar dat aan het begrotingsjaar voorafgaat dat verband houdt met deze ontwerpen.
§ 2. De ontwerpen van initiële begrotingen worden uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat aan het begrotingsjaar voorafgaat dat verband houdt met deze ontwerpen bij het Parlement ingediend.
§ 2. De ontwerpen van initiële begrotingen worden uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat aan het begrotingsjaar voorafgaat dat verband houdt met deze ontwerpen bij het Parlement ingediend.
Art.23. § 1er. Le Gouvernement approuve les projets de budgets initiaux des services du Gouvernement et des OAA1 et prend acte des projets de budgets initiaux des OAA2 et de chaque organisme qui effectue une mission déléguée pour l'entité régionale au plus tard le 31 octobre de l'année qui précède l'année budgétaire concernée par ces projets.
§ 2. Les projets de budgets initiaux sont déposés au Parlement au plus tard le 31 octobre de l'année qui précède l'année budgétaire concernée par ces projets.
§ 2. Les projets de budgets initiaux sont déposés au Parlement au plus tard le 31 octobre de l'année qui précède l'année budgétaire concernée par ces projets.
Afdeling 3. - Stemming en akteneming van de begroting door het Parlement
Section 3. - Vote et prise d'acte du budget par le Parlement
Art.24. § 1. De initiële begrotingen van de diensten van de Regering en van de ABI's 1 worden per programma opgesteld en uiterlijk op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het begrotingsjaar waarop deze ontwerpen betrekking hebben, gestemd.
De aangepaste begrotingen van de diensten van de Regering en van de ABI's 1 voor het lopende jaar worden per programma opgesteld en in de loop van het begrotingsjaar gestemd.
§ 2. De initiële en aangepaste begrotingen van de ABI's 2 en de initiële en aangepaste begrotingen van de instellingen die een gedelegeerde opdracht als bedoeld in artikel 18, 6° uitvoeren, worden ter kennis gebracht van het Parlement.
De aangepaste begrotingen van de diensten van de Regering en van de ABI's 1 voor het lopende jaar worden per programma opgesteld en in de loop van het begrotingsjaar gestemd.
§ 2. De initiële en aangepaste begrotingen van de ABI's 2 en de initiële en aangepaste begrotingen van de instellingen die een gedelegeerde opdracht als bedoeld in artikel 18, 6° uitvoeren, worden ter kennis gebracht van het Parlement.
Art.24. § 1er. Les budgets initiaux des services du Gouvernement et des OAA1 sont établis par programme et votés au plus tard le 31 décembre de l'année qui précède l'année budgétaire concernée par ces projets.
Les budgets ajustés des services du Gouvernement et des OAA1 de l'année en cours sont établis par programme et votés durant l'année budgétaire.
§ 2. Les budgets initiaux et ajustés des OAA2 ainsi que les budgets initiaux et ajustés des organismes qui effectuent une mission déléguée telle que visée à l'article 18, 6° sont notifiés au Parlement.
Les budgets ajustés des services du Gouvernement et des OAA1 de l'année en cours sont établis par programme et votés durant l'année budgétaire.
§ 2. Les budgets initiaux et ajustés des OAA2 ainsi que les budgets initiaux et ajustés des organismes qui effectuent une mission déléguée telle que visée à l'article 18, 6° sont notifiés au Parlement.
Afdeling 4. - Communicatie aan de Regering en sanctie
Section 4. - Communication au Gouvernement et sanction
Art.25. Indien een ABI 2 haar ontwerpbegroting niet heeft overgemaakt, volgens de termijn bepaald door de Regering, dan worden de betalingen van de subsidies van de diensten van de Regering aan die ABI 2 opgeschort.
Art.25. L'absence de transmission, selon l'échéance fixée par le Gouvernement, de la part d'un OAA2 de son projet de budget entraîne la suspension des paiements des subventions des services du Gouvernement à cet OAA2.
HOOFDSTUK 2. - De ontvangstenbegroting van het Gewest
CHAPITRE 2. - Le budget des recettes de la Région
Art.26. Het beschikkend gedeelte van de ontvangstenbegroting van het Gewest verleent met name machtiging voor de invordering van de belasting overeenkomstig de wetten, ordonnanties, besluiten en tarieven die er betrekking op hebben. Het beschikkend gedeelte bevat de raming van de vastgestelde rechten van de diensten van de Regering en verleent machtiging, binnen de grenzen en onder de voorwaarden die het bepaalt, tot het aangaan van leningen.
Art.26. Le dispositif du budget des recettes de la Région autorise notamment la perception de l'impôt conformément aux lois, ordonnances, arrêtés et tarifs qui s'y rapportent. Le dispositif contient l'estimation des droits constatés des services du Gouvernement et autorise, dans les limites et conditions qu'il précise, la conclusion des emprunts.
HOOFDSTUK 3. - De uitgavenbegroting van het Gewest
CHAPITRE 3. - Le budget des dépenses de la Région
Art.27. Het beschikkend gedeelte van de uitgavenbegroting van het Gewest verleent met name, per programma, machtiging voor de geraamde uitgaven van de uitgavenbegrotingen van de diensten van de Regering en van de ABI's 1.
Art.27. Le dispositif du budget des dépenses de la Région autorise notamment, par programme, les dépenses estimées des budgets des dépenses des services du Gouvernement et des OAA1.
Art.28. Het beschikkend gedeelte van de uitgavenbegroting van het Gewest bepaalt, indien nodig, de aan de uitgaven verbonden voorwaarden.
Art.28. Le dispositif du budget des dépenses de la Région définit, s'il y a lieu, les conditions relatives aux dépenses.
Art.29. Onverminderd de delegaties aan de ordonnateurs, is de Regering gemachtigd om, ten laste van de uitgavenbegrotingen van de GOB's en de ABI's 1, subsidies toe te kennen die geen rechtsgrond hebben in een materiële ordonnantie.
De Regering moet de machtiging tot het toekennen van dit type subsidies jaarlijks in de uitgavenbegroting van het Gewest inschrijven via een bepaling in het beschikkend gedeelte van deze begroting.
De Regering moet de machtiging tot het toekennen van dit type subsidies jaarlijks in de uitgavenbegroting van het Gewest inschrijven via een bepaling in het beschikkend gedeelte van deze begroting.
Art.29. Sans préjudice des délégations aux ordonnateurs, le Gouvernement est autorisé à octroyer des subventions, à charge des budgets des dépenses des SPRB et des OAA1, qui n'ont pas de base juridique dans une ordonnance matérielle.
Le Gouvernement doit annuellement inscrire l'autorisation d'octroyer ce type de subventions au budget des dépenses de la Région par une disposition dans le dispositif de ce budget.
Le Gouvernement doit annuellement inscrire l'autorisation d'octroyer ce type de subventions au budget des dépenses de la Région par une disposition dans le dispositif de ce budget.
HOOFDSTUK 4. - De voorlopige kredieten
CHAPITRE 4. - Les crédits provisoires
Art.30. Indien blijkt dat de initiële uitgavenbegroting van het Gewest en bijgevolg de initiële uitgavenbegrotingen van de diensten van de Regering en van de ABI's 1 voor een gegeven begrotingsjaar niet vóór het begin van dat begrotingsjaar kunnen worden gestemd, dan opent een ordonnantie voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten die bedoeld zijn om de continuïteit van de openbare dienst te garanderen.
De voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden vervangen door de vastleggings- en vereffenings-kredieten van de uitgavenbegroting van het gegeven begrotingsjaar zodra deze gestemd is.
In voorkomend geval worden ordonnantieontwerpen waarbij voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden geopend bij het Parlement ingediend.
De voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden vervangen door de vastleggings- en vereffenings-kredieten van de uitgavenbegroting van het gegeven begrotingsjaar zodra deze gestemd is.
In voorkomend geval worden ordonnantieontwerpen waarbij voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden geopend bij het Parlement ingediend.
Art.30. S'il s'avère que le budget des dépenses initial de la Région et, par conséquent, les budgets des dépenses initiaux des services du Gouvernement et des OAA1 pour une année budgétaire donnée ne pourront être votés avant le début de cette année budgétaire, une ordonnance ouvre des crédits d'engagement et de liquidation provisoires afin de pouvoir assurer la continuité du service public.
Les crédits d'engagement et de liquidation provisoires sont remplacés par des crédits d'engagement et de liquidation du budget des dépenses de l'année budgétaire considérée une fois celui-ci est voté.
Le cas échéant, des projets d'ordonnance ouvrant des crédits d'engagement et de liquidation provisoires sont déposés au Parlement.
Les crédits d'engagement et de liquidation provisoires sont remplacés par des crédits d'engagement et de liquidation du budget des dépenses de l'année budgétaire considérée une fois celui-ci est voté.
Le cas échéant, des projets d'ordonnance ouvrant des crédits d'engagement et de liquidation provisoires sont déposés au Parlement.
Art.31. De ordonnantie waarbij voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden geopend, stelt de termijn vast waarop deze kredieten betrekking hebben.
De termijn waarvoor voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten per ordonnantie worden toegekend, mag niet meer dan vier maanden bedragen.
De Regering kan meerdere keren na elkaar een ordonnantie houdende voorlopige kredieten ter goedkeuring indienen bij het Parlement indien nodig.
De termijn waarvoor voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten per ordonnantie worden toegekend, mag niet meer dan vier maanden bedragen.
De Regering kan meerdere keren na elkaar een ordonnantie houdende voorlopige kredieten ter goedkeuring indienen bij het Parlement indien nodig.
Art.31. L'ordonnance ouvrant des crédits d'engagement et de liquidation provisoires fixe la période à laquelle ces crédits se rapportent.
La période pour laquelle des crédits d'engagement et de liquidation provisoires sont alloués par ordonnance ne peut excéder quatre mois.
Le Gouvernement peut soumettre une ordonnance contenant des crédits provisoires à l'approbation du Parlement plusieurs fois de suite si nécessaire.
La période pour laquelle des crédits d'engagement et de liquidation provisoires sont alloués par ordonnance ne peut excéder quatre mois.
Le Gouvernement peut soumettre une ordonnance contenant des crédits provisoires à l'approbation du Parlement plusieurs fois de suite si nécessaire.
Art.32. De voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden berekend op grond van de overeenkomstige vastleggings- en vereffeningskredieten in de laatst gestemde uitgavenbegroting.
De voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten mogen niet worden aangewend voor uitgaven voor nieuwe initiatieven waartoe het Parlement voordien geen machtiging heeft verleend.
Behoudens specifieke bepalingen opgenomen in de ordonnanties waarbij voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden geopend, mogen de uitgaven niet hoger liggen dan de bedragen van de vastleggings- en vereffeningskredieten, per programma, van de laatst gestemde begroting, en dit in verhouding tot de termijn waarop deze voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten betrekking hebben.
De voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten mogen niet worden aangewend voor uitgaven voor nieuwe initiatieven waartoe het Parlement voordien geen machtiging heeft verleend.
Behoudens specifieke bepalingen opgenomen in de ordonnanties waarbij voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden geopend, mogen de uitgaven niet hoger liggen dan de bedragen van de vastleggings- en vereffeningskredieten, per programma, van de laatst gestemde begroting, en dit in verhouding tot de termijn waarop deze voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten betrekking hebben.
Art.32. Les crédits d'engagement et de liquidation provisoires sont calculés sur la base des crédits d'engagement et de liquidation correspondants du dernier budget des dépenses qui a été voté.
Les crédits d'engagement et de liquidation provisoires ne peuvent être affectés à des dépenses pour de nouvelles initiatives non autorisées antérieurement par le Parlement.
Sauf dispositions particulières reprises aux ordonnances ouvrant des crédits d'engagement et de liquidation provisoires, les dépenses ne pourront dépasser les montants des crédits d'engagement et de liquidation, par programme, du dernier budget qui a été voté, et ce proportionnellement à la période à laquelle ces crédits d'engagement et de liquidation provisoires se rapportent.
Les crédits d'engagement et de liquidation provisoires ne peuvent être affectés à des dépenses pour de nouvelles initiatives non autorisées antérieurement par le Parlement.
Sauf dispositions particulières reprises aux ordonnances ouvrant des crédits d'engagement et de liquidation provisoires, les dépenses ne pourront dépasser les montants des crédits d'engagement et de liquidation, par programme, du dernier budget qui a été voté, et ce proportionnellement à la période à laquelle ces crédits d'engagement et de liquidation provisoires se rapportent.
Art.33. De goedkeuring door het Parlement van de initiële uitgavenbegroting doet de ordonnanties vervallen waarbij voorlopige kredieten werden geopend.
Art.33. L'adoption par le Parlement du budget des dépenses initial rend caduques les ordonnances ouvrant des crédits provisoires.
TITEL 4 - De algemene toelichting
TITRE 4. - L'exposé général
Art.34. § 1. De algemene toelichting bij de initiële begroting bevat minstens:
1° de analyse en de synthese van de initiële ontvangstenbegroting en initiële uitgavenbegroting van het Gewest, evenals van het begrotingsbeleid met inbegrip van de vooropgestelde begrotingsdoelstellingen;
2° een toelichting over de Europese verplichtingen;
3° de meerjarige begrotingsplanning als bepaald in artikel 9;
4° een financieel verslag, dat met name een verslag over de toestand van de gewestelijke schuld en van de thesaurie van de diensten van de Regering bevat;
5° een verslag over de uitvoering van de begroting van het laatste afgelopen jaar;
6° een toelichting over het investeringsbeleid van het Gewest;
7° de verwachte en uitgevoerde uitgaven - en ontvangstentoetsingen, met de verantwoording bij de bereikte resultaten;
8° de elementen opgenomen in de artikelen 16/9, 16/11, punten 1°, 2° en 3°, en 16/14 van de wet van 16 mei 2003;
9° een nota over de strategische doelstellingen die bijdragen aan de klimaatdoelstellingen van het Gewest overeenkomstig de bepalingen in de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, zoals bepaald in de beleidsbrieven en -nota's als vermeld in artikel 35, paragraaf 1;
10° de gendernota overeenkomstig de bepalingen in de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
1° de analyse en de synthese van de initiële ontvangstenbegroting en initiële uitgavenbegroting van het Gewest, evenals van het begrotingsbeleid met inbegrip van de vooropgestelde begrotingsdoelstellingen;
2° een toelichting over de Europese verplichtingen;
3° de meerjarige begrotingsplanning als bepaald in artikel 9;
4° een financieel verslag, dat met name een verslag over de toestand van de gewestelijke schuld en van de thesaurie van de diensten van de Regering bevat;
5° een verslag over de uitvoering van de begroting van het laatste afgelopen jaar;
6° een toelichting over het investeringsbeleid van het Gewest;
7° de verwachte en uitgevoerde uitgaven - en ontvangstentoetsingen, met de verantwoording bij de bereikte resultaten;
8° de elementen opgenomen in de artikelen 16/9, 16/11, punten 1°, 2° en 3°, en 16/14 van de wet van 16 mei 2003;
9° een nota over de strategische doelstellingen die bijdragen aan de klimaatdoelstellingen van het Gewest overeenkomstig de bepalingen in de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, zoals bepaald in de beleidsbrieven en -nota's als vermeld in artikel 35, paragraaf 1;
10° de gendernota overeenkomstig de bepalingen in de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Art.34. § 1er. L'exposé général du budget initial contient au minimum:
1° l'analyse et la synthèse du budget initial des recettes et du budget initial des dépenses de la Région, ainsi que de la politique budgétaire, y compris les objectifs budgétaires envisagés;
2° une explication sur les engagements européens;
3° la programmation budgétaire pluriannuelle comme stipulée à l'article 9;
4° un rapport financier, qui comprend notamment un rapport sur la situation de la dette régionale et de la trésorerie des services du Gouvernement;
5° un rapport sur l'exécution du budget de la dernière année écoulée;
6° une explication sur la politique d'investissement de la Région;
7° les revues de dépenses et de recettes prévues et effectuées, avec la justification des résultats obtenus;
8° les élément repris aux articles 16/9, 16/11, points 1°, 2° et 3°, et 16/14 de la loi du 16 mai 2003;
9° une note concernant les objectifs stratégiques participant aux objectifs climatiques de la Région conformément aux dispositions de l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie, tels que repris dans les notes et lettres d'orientation visées à l'article 35 paragraphe 1er;
10° la note de genre conformément aux dispositions de l'ordonnance du 29 mars 2012 relative à l'intégration de la dimension genre dans les politiques de la Région de Bruxelles-Capitale.
1° l'analyse et la synthèse du budget initial des recettes et du budget initial des dépenses de la Région, ainsi que de la politique budgétaire, y compris les objectifs budgétaires envisagés;
2° une explication sur les engagements européens;
3° la programmation budgétaire pluriannuelle comme stipulée à l'article 9;
4° un rapport financier, qui comprend notamment un rapport sur la situation de la dette régionale et de la trésorerie des services du Gouvernement;
5° un rapport sur l'exécution du budget de la dernière année écoulée;
6° une explication sur la politique d'investissement de la Région;
7° les revues de dépenses et de recettes prévues et effectuées, avec la justification des résultats obtenus;
8° les élément repris aux articles 16/9, 16/11, points 1°, 2° et 3°, et 16/14 de la loi du 16 mai 2003;
9° une note concernant les objectifs stratégiques participant aux objectifs climatiques de la Région conformément aux dispositions de l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie, tels que repris dans les notes et lettres d'orientation visées à l'article 35 paragraphe 1er;
10° la note de genre conformément aux dispositions de l'ordonnance du 29 mars 2012 relative à l'intégration de la dimension genre dans les politiques de la Région de Bruxelles-Capitale.
Art.35. § 1. Het eerste ontwerp van initiële begroting van het Gewest, neergelegd na de eedaflegging van de Regering, bevat de beleidsnota's die in hun structuur de opdrachten en programma's hernemen van de begroting en die de daarmee verbonden strategische en operationele doelstellingen van de Regering, waaronder deze die door andere ordonnanties worden opgelegd, met inbegrip van de strategische doelstellingen die bijdragen tot de klimaatdoelstellingen van het Gewest overeenkomstig de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, definiëren voor de duur van de regeerperiode.
In samenhang met de initiële begroting zet de Regering haar beleid en de daaraan gekoppelde budgettaire impact meer in detail uiteen in de beleidsbrieven die in hun structuur de opdrachten en programma's hernemen van de begroting.
§ 2. De beleidsnota's en beleidsbrieven bevatten eveneens:
1° de verantwoordingen van de ontvangstenbegrotingen van de diensten van de Regering, de ABI's 1 en de ABI's 2 die per opdracht, programma en per ontvangstenpost de initiatieven van de Regering en de in aanmerking genomen hypotheses preciseren waarop de raming van de kredieten is gebaseerd;
2° de verantwoordingen van de uitgavenbegrotingen van de diensten van de Regering, de ABI's 1 en de ABI's 2 die per opdracht, programma en per uitgavenpost de initiatieven van de Regering en de in aanmerking genomen hypotheses preciseren waarop de raming van de kredieten is gebaseerd.
In samenhang met de initiële begroting zet de Regering haar beleid en de daaraan gekoppelde budgettaire impact meer in detail uiteen in de beleidsbrieven die in hun structuur de opdrachten en programma's hernemen van de begroting.
§ 2. De beleidsnota's en beleidsbrieven bevatten eveneens:
1° de verantwoordingen van de ontvangstenbegrotingen van de diensten van de Regering, de ABI's 1 en de ABI's 2 die per opdracht, programma en per ontvangstenpost de initiatieven van de Regering en de in aanmerking genomen hypotheses preciseren waarop de raming van de kredieten is gebaseerd;
2° de verantwoordingen van de uitgavenbegrotingen van de diensten van de Regering, de ABI's 1 en de ABI's 2 die per opdracht, programma en per uitgavenpost de initiatieven van de Regering en de in aanmerking genomen hypotheses preciseren waarop de raming van de kredieten is gebaseerd.
Art.35. § 1er. Le premier projet de budget initial de la Région, déposé après la prestation de serment du Gouvernement, contient les notes d'orientation qui reprennent dans leur structure les missions et programmes du budget et qui définissent les objectifs stratégiques et opérationnels du Gouvernement y liés, dont ceux qui sont rendus obligatoires par d'autres ordonnances, en ce compris les objectifs stratégiques participant aux objectifs climatiques de la Région conformément à l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie, pour la durée de la législature.
En lien avec le budget initial, le Gouvernement expose ses politiques et leur impact budgétaire de manière plus détaillée dans les lettres d'orientation, qui reprennent dans leur structure les missions et les programmes du budget.
§ 2. Les notes et lettres d'orientation comprennent également:
1° les justifications des budgets des recettes des services du Gouvernement, des OAA1 et OAA2 précisant par mission, programme et par poste de recettes les initiatives du Gouvernement et les hypothèses retenues qui ont présidé à l'estimation des crédits;
2° les justifications des budgets des dépenses des services du Gouvernement, des OAA1 et OAA2 précisant par mission, par programme et par poste de dépenses les initiatives du Gouvernement et les hypothèses retenues qui ont présidé à l'estimation des crédits.
En lien avec le budget initial, le Gouvernement expose ses politiques et leur impact budgétaire de manière plus détaillée dans les lettres d'orientation, qui reprennent dans leur structure les missions et les programmes du budget.
§ 2. Les notes et lettres d'orientation comprennent également:
1° les justifications des budgets des recettes des services du Gouvernement, des OAA1 et OAA2 précisant par mission, programme et par poste de recettes les initiatives du Gouvernement et les hypothèses retenues qui ont présidé à l'estimation des crédits;
2° les justifications des budgets des dépenses des services du Gouvernement, des OAA1 et OAA2 précisant par mission, par programme et par poste de dépenses les initiatives du Gouvernement et les hypothèses retenues qui ont présidé à l'estimation des crédits.
BOEK 5. De aanpassingen van de begroting
LIVRE 5. Les adaptations du budget
TITEL 1. - De aanpassingen met parlementaire procedure
TITRE 1er. - Les adaptations avec procédure parlementaire
HOOFDSTUK 1. - De begrotingsberaadslagingen
CHAPITRE 1er. - Les délibérations budgétaires
Art.36. In dringende gevallen, veroorzaakt door uitzonderlijke of onvoorzienbare omstandigheden, kan de Regering, bij gemotiveerde begrotingsberaadslaging, machtiging verlenen tot het vastleggen, vereffenen en betalen van uitgaven boven de limiet van de vastleggings- en/of vereffeningskredieten ingeschreven in de goedgekeurde uitgavenbegrotingen van de diensten van de Regering of, bij ontstentenis van begrotingskredieten, ten belope van de door deze begrotingsberaadslaging vastgestelde bedragen.
De Regering kan tijdens het begrotingsjaar meerdere achtereenvolgende begrotingsberaadslagingen nemen.
De Regering kan tijdens het begrotingsjaar meerdere achtereenvolgende begrotingsberaadslagingen nemen.
Art.36. Dans les cas d'urgence, causés par des circonstances exceptionnelles ou imprévisibles, le Gouvernement peut, par délibération budgétaire motivée, autoriser l'engagement, la liquidation et le paiement des dépenses au-delà de la limite des crédits d'engagement et/ou de liquidation inscrits aux budgets des dépenses adoptés des services du Gouvernement ou, en l'absence de crédits budgétaires, à concurrence des montants fixés par cette délibération budgétaire.
Le Gouvernement peut prendre plusieurs délibérations budgétaires successives durant l'année budgétaire.
Le Gouvernement peut prendre plusieurs délibérations budgétaires successives durant l'année budgétaire.
Art.37. De begrotingsberaadslagingen worden aan het Parlement en het Rekenhof meegedeeld. Het Rekenhof maakt in voorkomend geval zijn bemerkingen over aan het Parlement.
Art.37. Les délibérations budgétaires sont communiquées au Parlement et à la Cour des comptes. La Cour des comptes fait, le cas échéant, parvenir ses observations au Parlement.
Art.38. Wanneer zij globaal betrekking heeft op een bedrag van minstens 10 miljoen euro in vastleggings- en/of vereffeningskredieten, moet de begrotingsberaadslaging steeds gevolgd worden door een begrotingsaanpassing ad hoc waarbinnen de begrotingsberaadslaging wordt opgenomen.
In geval van opeenvolgende begrotingsberaadslagingen wordt de drempel van 10 miljoen euro aan vastleggings- en/of vereffeningskredieten beoordeeld door bij iedere nieuwe beraadslaging de bedragen aan vastleggings- en/of vereffeningskredieten op te tellen waarvoor in de ter goedkeuring voorgelegde beraadslaging en in de vorige beraadslagingen toestemming is verleend.
Iedere uitvoering van de begrotingsberaadslaging wordt opgeschort tot het in lid 1 bedoelde ontwerp van begrotingsordonnantie ad hoc is ingediend.
In geval van opeenvolgende begrotingsberaadslagingen wordt de drempel van 10 miljoen euro aan vastleggings- en/of vereffeningskredieten beoordeeld door bij iedere nieuwe beraadslaging de bedragen aan vastleggings- en/of vereffeningskredieten op te tellen waarvoor in de ter goedkeuring voorgelegde beraadslaging en in de vorige beraadslagingen toestemming is verleend.
Iedere uitvoering van de begrotingsberaadslaging wordt opgeschort tot het in lid 1 bedoelde ontwerp van begrotingsordonnantie ad hoc is ingediend.
Art.38. Lorsqu'elle porte globalement sur un montant d'au moins 10 millions d'euros en crédits d'engagement et/ou de liquidation, la délibération budgétaire doit toujours être suivie d'un ajustement budgétaire ad hoc au sein duquel la délibération budgétaire est reprise.
En cas de délibérations budgétaires successives, l'évaluation du seuil de 10 millions d'euros en crédits d'engagement et/ou de liquidation est réalisée en additionnant lors de chaque nouvelle délibération les montants des crédits d'engagement et/ou de liquidation autorisés par la délibération soumise à l'approbation et par les délibérations précédentes.
Toute exécution de la délibération budgétaire est suspendue jusqu'au dépôt du projet d'ordonnance budgétaire ad hoc visé à l'alinéa 1.
En cas de délibérations budgétaires successives, l'évaluation du seuil de 10 millions d'euros en crédits d'engagement et/ou de liquidation est réalisée en additionnant lors de chaque nouvelle délibération les montants des crédits d'engagement et/ou de liquidation autorisés par la délibération soumise à l'approbation et par les délibérations précédentes.
Toute exécution de la délibération budgétaire est suspendue jusqu'au dépôt du projet d'ordonnance budgétaire ad hoc visé à l'alinéa 1.
HOOFDSTUK 2. - De begrotingsaanpassingen
CHAPITRE 2. - Les ajustements budgétaires
Art.39. Minstens eenmaal per jaar gaat de Regering over tot een onderzoek van de begroting op basis van de begrotingsdoelstellingen. Als gevolg van dit onderzoek legt de Regering aan het Parlement, uiterlijk op 31 oktober van het beschouwde begrotingsjaar, een aanpassing van de ontvangsten- en/of van de uitgavenbegroting van het Gewest voor.
De ontwerpen van ordonnantie houdende aanpassing van de begroting worden vergezeld van een bijhorende toelichting.
De ontwerpen van ordonnantie houdende aanpassing van de begroting worden op dezelfde wijze door de Regering goedgekeurd als de ontwerpen van ordonnantie houdende de initiële begroting.
De ontwerpen van ordonnantie houdende aanpassing van de begroting worden ingediend bij het Parlement.
Onverminderd bovenstaande, kan de Regering op ieder moment een technische begrotingsaanpassing in het Parlement indienen.
De ontwerpen van ordonnantie houdende aanpassing van de begroting worden vergezeld van een bijhorende toelichting.
De ontwerpen van ordonnantie houdende aanpassing van de begroting worden op dezelfde wijze door de Regering goedgekeurd als de ontwerpen van ordonnantie houdende de initiële begroting.
De ontwerpen van ordonnantie houdende aanpassing van de begroting worden ingediend bij het Parlement.
Onverminderd bovenstaande, kan de Regering op ieder moment een technische begrotingsaanpassing in het Parlement indienen.
Art.39. Au moins une fois par an, le Gouvernement procède à un examen du budget sur la base des objectifs budgétaires. Suite à cet examen, le Gouvernement soumet au Parlement, au plus tard le 31 octobre de l'année budgétaire concernée, un ajustement du budget des recettes et/ou du budget des dépenses de la Région.
Les projets d'ordonnances portant ajustement du budget sont accompagnés d'un exposé y relatif.
Les projets d'ordonnances portant ajustement du budget sont approuvés par le Gouvernement de la même manière que les projets d'ordonnances portant le budget initial.
Les projets d'ordonnances portant ajustement du budget sont soumis au Parlement.
Nonobstant ce qui précède, le Gouvernement peut à tout moment soumettre au Parlement un ajustement budgétaire technique.
Les projets d'ordonnances portant ajustement du budget sont accompagnés d'un exposé y relatif.
Les projets d'ordonnances portant ajustement du budget sont approuvés par le Gouvernement de la même manière que les projets d'ordonnances portant le budget initial.
Les projets d'ordonnances portant ajustement du budget sont soumis au Parlement.
Nonobstant ce qui précède, le Gouvernement peut à tout moment soumettre au Parlement un ajustement budgétaire technique.
TITEL 2. - De aanpassingen zonder parlementaire procedure
TITRE 2. - Les adaptations sans procédure parlementaire
HOOFDSTUK 1. - De kredietherverdeling
CHAPITRE 1er. - La reventilation de crédits
Afdeling 1. - De kredietherverdelingen voor de diensten van de Regering en voor de ABI's 1
Section 1re. - La reventilation de crédits pour les services du Gouvernement et pour les OAA1
Onderafdeling 1. - Machtiging
Sous-section 1re. - Autorisation
Art.40. § 1. De Regering is gemachtigd om de vastleggingskredieten van de uitgavenbegroting voor de diensten van de Regering te herverdelen. Deze herverdeling kan gebeuren:
1° hetzij binnen eenzelfde programma van eenzelfde opdracht;
2° hetzij vanuit een in de begroting ingeschreven provisie voor de doeleinden als omschreven in de jaarlijks goed te keuren begrotingsordonnantie.
§ 2. De Regering is gemachtigd om de vereffeningskredieten van de uitgavenbegroting voor de diensten van de Regering te herverdelen. Deze herverdeling kan gebeuren:
1° hetzij binnen eenzelfde opdracht, met uitzondering van de uitgavenposten betreffende de personeels- en werkingskosten;
2° hetzij vanuit een in de begroting ingeschreven provisie voor de doeleinden als omschreven in de jaarlijks goed te keuren begrotingsordonnantie;
§ 3. De Regering is gemachtigd om de vastleggings- en vereffeningskredieten van de uitgavenbegroting voor de ABI 1 te herverdelen.
Een kredietherverdeling moet budgettair neutraal zijn.
§ 4. De Regering bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de herverdelingen mogen plaatsvinden.
1° hetzij binnen eenzelfde programma van eenzelfde opdracht;
2° hetzij vanuit een in de begroting ingeschreven provisie voor de doeleinden als omschreven in de jaarlijks goed te keuren begrotingsordonnantie.
§ 2. De Regering is gemachtigd om de vereffeningskredieten van de uitgavenbegroting voor de diensten van de Regering te herverdelen. Deze herverdeling kan gebeuren:
1° hetzij binnen eenzelfde opdracht, met uitzondering van de uitgavenposten betreffende de personeels- en werkingskosten;
2° hetzij vanuit een in de begroting ingeschreven provisie voor de doeleinden als omschreven in de jaarlijks goed te keuren begrotingsordonnantie;
§ 3. De Regering is gemachtigd om de vastleggings- en vereffeningskredieten van de uitgavenbegroting voor de ABI 1 te herverdelen.
Een kredietherverdeling moet budgettair neutraal zijn.
§ 4. De Regering bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de herverdelingen mogen plaatsvinden.
Art.40. § 1er. Le Gouvernement est autorisé à reventiler les crédits d'engagement du budget des dépenses, pour les services du Gouvernement Cette reventilation peut s'opérer:
1° soit à l'intérieur d'un même programme d'une même mission;
2° soit à partir d'une provision inscrite au budget pour les finalités telles que définies dans l'ordonnance budgétaire à approuver annuellement.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à reventiler les crédits de liquidation du budget des dépenses, pour les services du Gouvernement. Cette reventilation peut s'opérer:
1° soit à l'intérieur d'une même mission, à l'exception des postes de dépenses concernant les coûts de personnel et de fonctionnement;
2° soit à partir d'une provision inscrite au budget pour les finalités telles que définies dans l'ordonnance budgétaire à approuver annuellement;
§ 3. Le Gouvernement est autorisé à reventiler les crédits d'engagement et de liquidation du budget des dépenses pour les OAA1.
Une reventilation de crédits doit être budgétairement neutre.
§ 4. Le Gouvernement détermine les modalités selon lesquelles les reventilations peuvent s'opérer.
1° soit à l'intérieur d'un même programme d'une même mission;
2° soit à partir d'une provision inscrite au budget pour les finalités telles que définies dans l'ordonnance budgétaire à approuver annuellement.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à reventiler les crédits de liquidation du budget des dépenses, pour les services du Gouvernement. Cette reventilation peut s'opérer:
1° soit à l'intérieur d'une même mission, à l'exception des postes de dépenses concernant les coûts de personnel et de fonctionnement;
2° soit à partir d'une provision inscrite au budget pour les finalités telles que définies dans l'ordonnance budgétaire à approuver annuellement;
§ 3. Le Gouvernement est autorisé à reventiler les crédits d'engagement et de liquidation du budget des dépenses pour les OAA1.
Une reventilation de crédits doit être budgétairement neutre.
§ 4. Le Gouvernement détermine les modalités selon lesquelles les reventilations peuvent s'opérer.
Art.41. Het voorstel tot herverdeling van kredieten is onderworpen aan het voorafgaandelijke advies van de Inspectie van Financiën en aan het voorafgaandelijke akkoord van de Minister bevoegd voor Begroting, onverminderd de door de Regering bepaalde uitzonderingen.
Art.41. La proposition de reventilation de crédits est soumise à l'avis préalable de l'Inspection des Finances et à l'accord préalable du Ministre ayant le Budget dans ses compétences, sans préjudice des exceptions fixées par le Gouvernement.
Onderafdeling 2. - Mededeling
Sous-section 2. - Communication
Art.42. Elke beslissing tot herverdeling wordt ter beschikking gesteld van het Parlement en het Rekenhof.
Art.42. Toute décision de reventilation est mise à disposition du Parlement et de la Cour des comptes.
Afdeling 2. - De kredietherverdelingen voor de ABI's 2 Machtiging
Section 2. - Les reventilations de crédits pour les OAA2 Autorisation
Art.43. Het bestuursorgaan van een ABI 2 is gemachtigd om de vastleggings- en vereffeningskredieten van haar uitgavenbegroting te herverdelen.
Daarbij kunnen ook herverdelingen van vereffeningskredieten plaatsvinden vanuit het in de begroting ingeschreven overgedragen begrotingsresultaat, onder voorbehoud van de goedkeuring door de Regering.
Een kredietherverdeling moet budgettair neutraal zijn.
De Regering bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de herverdelingen mogen plaatsvinden.
Daarbij kunnen ook herverdelingen van vereffeningskredieten plaatsvinden vanuit het in de begroting ingeschreven overgedragen begrotingsresultaat, onder voorbehoud van de goedkeuring door de Regering.
Een kredietherverdeling moet budgettair neutraal zijn.
De Regering bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de herverdelingen mogen plaatsvinden.
Art.43. L'organe d'administration d'un OAA2 est autorisé à reventiler les crédits d'engagement et de liquidation de son budget des dépenses.
Il peut également s'agir de reventilations de crédits de liquidation, à partir du résultat budgétaire reporté, inscrits au budget, sous réserve de la validation du Gouvernement.
Une reventilation de crédits doit être budgétairement neutre.
Le Gouvernement détermine les modalités selon lesquelles les reventilations peuvent s'opérer.
Il peut également s'agir de reventilations de crédits de liquidation, à partir du résultat budgétaire reporté, inscrits au budget, sous réserve de la validation du Gouvernement.
Une reventilation de crédits doit être budgétairement neutre.
Le Gouvernement détermine les modalités selon lesquelles les reventilations peuvent s'opérer.
Art.44. Het voorstel tot herverdeling van kredieten is onderworpen aan het voorafgaandelijke akkoord van de Regeringscommissarissen, onverminderd de door de Regering bepaalde uitzonderingen.
Art.44. La proposition de reventilation de crédits est soumise à l'accord préalable des commissaires du Gouvernement, sans préjudice des exceptions fixées par le Gouvernement.
HOOFDSTUK 2. - De kredietoverschrijdingen voor de ABI
CHAPITRE 2. - Les dépassements des crédits pour les OAA
Afdeling 1. - De kredietoverschrijdingen voor de ABI 1
Section 1re. - Les dépassements des crédits pour les OAA1
Onderafdeling 1. - Machtiging
Sous-section 1re. - Autorisation
Art.45. De Regering is gemachtigd om een overschrijding door te voeren van de limitatieve vereffenings- en/of vastleggingskredieten van de uitgavenbegroting van een ABI 1, op voorwaarde dat deze overschrijding van de vereffenings- en/of vastleggingskredieten gecompenseerd wordt door een verhoging van ontvangsten in de ontvangstenbegroting van deze ABI 1, gerealiseerd in termen van vastgestelde rechten van het lopende begrotingsjaar.
Een kredietoverschrijding moet budgettair neutraal zijn.
Het voorstel tot kredietoverschrijding is onderworpen aan het voorafgaandelijke advies van de Inspectie van Financiën en het voorafgaandelijke akkoord van de Minister bevoegd voor Begroting.
De Regering bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de overschrijdingen mogen plaatsvinden.
Een kredietoverschrijding moet budgettair neutraal zijn.
Het voorstel tot kredietoverschrijding is onderworpen aan het voorafgaandelijke advies van de Inspectie van Financiën en het voorafgaandelijke akkoord van de Minister bevoegd voor Begroting.
De Regering bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de overschrijdingen mogen plaatsvinden.
Art.45. Le Gouvernement est autorisé à procéder à un dépassement des crédits de liquidation et/ou d'engagement limitatifs du budget des dépenses d'un OAA1, à condition que ce dépassement des crédits de liquidation et/ou d'engagement soit compensé par une augmentation de recettes dans le budget des recettes de cet OAA1, réalisées en termes de droits constatés de l'année budgétaire en cours.
Un dépassement de crédits doit être budgétairement neutre.
La proposition de dépassement des crédits est soumise à l'avis préalable de l'Inspection des Finances et à l'accord préalable du Ministre ayant le budget dans ses compétences.
Le Gouvernement détermine les modalités selon lesquelles les dépassements peuvent s'opérer.
Un dépassement de crédits doit être budgétairement neutre.
La proposition de dépassement des crédits est soumise à l'avis préalable de l'Inspection des Finances et à l'accord préalable du Ministre ayant le budget dans ses compétences.
Le Gouvernement détermine les modalités selon lesquelles les dépassements peuvent s'opérer.
Onderafdeling 2. - Mededeling
Sous-section 2. - Communication
Art.46. Elke beslissing tot kredietoverschrijding wordt ter beschikking gesteld van het Parlement en het Rekenhof.
Art.46. Toute décision de dépassement des crédits est mise à disposition du Parlement et de la Cour des comptes.
Afdeling 2. - De kredietoverschrijdingen voor de ABI's 2 Machtiging
Section 2. - Les dépassements de crédits pour les OAA2 Autorisation
Art.47. Het bestuursorgaan is gemachtigd om een overschrijding door te voeren van de limitatieve vereffenings- en/of vastleggingskredieten van de uitgavenbegroting van de ABI 2 op voorwaarde dat deze overschrijding van de vereffenings- en/of vastleggingskredieten gecompenseerd wordt door een verhoging van ontvangsten in de ontvangstenbegroting van deze ABI 2, gerealiseerd in termen van vastgestelde rechten van het lopende begrotingsjaar.
Een kredietoverschrijding moet budgettair neutraal zijn.
Het voorstel tot kredietoverschrijding is onderworpen aan het voorafgaandelijke akkoord van de regeringscommissarissen.
De Regering bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de kredietoverschrijdingen mogen plaatsvinden.
Een kredietoverschrijding moet budgettair neutraal zijn.
Het voorstel tot kredietoverschrijding is onderworpen aan het voorafgaandelijke akkoord van de regeringscommissarissen.
De Regering bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de kredietoverschrijdingen mogen plaatsvinden.
Art.47. L'organe d'administration est autorisé à procéder à un dépassement des crédits de liquidation et/ou d'engagement limitatifs du budget des dépenses de l'OAA2, à condition que ce dépassement des crédits de liquidation et/ou d'engagement soit compensé par une augmentation de recettes dans le budget des recettes de cet OAA2, réalisées en termes de droits constatés de l'année budgétaire en cours.
Un dépassement de crédits doit être budgétairement neutre.
La proposition de dépassement est soumise à l'accord préalable des commissaires du Gouvernement.
Le Gouvernement détermine les modalités selon lesquelles les dépassements peuvent s'opérer.
Un dépassement de crédits doit être budgétairement neutre.
La proposition de dépassement est soumise à l'accord préalable des commissaires du Gouvernement.
Le Gouvernement détermine les modalités selon lesquelles les dépassements peuvent s'opérer.
BOEK 6. Het Rekenhof
LIVRE 6. La Cour des comptes
Art.48. Het Rekenhof deelt, in voorkomend geval, aan het Parlement zijn opmerkingen mee aangaande de volgende documenten:
1° de initiële begrotingen;
2° de aangepaste begrotingen;
3° de voorlopige kredieten;
4° de begrotingsberaadslagingen.
1° de initiële begrotingen;
2° de aangepaste begrotingen;
3° de voorlopige kredieten;
4° de begrotingsberaadslagingen.
Art.48. La Cour des comptes communique, le cas échéant, au Parlement ses remarques sur les documents suivants:
1° les budgets initiaux;
2° les budgets ajustés;
3° les crédits provisoires;
4° les délibérations budgétaires.
1° les budgets initiaux;
2° les budgets ajustés;
3° les crédits provisoires;
4° les délibérations budgétaires.
BOEK 7. De bekendmaking van de begroting
LIVRE 7. La publicité du budget
Art.49. De goedgekeurde begrotingen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art.49. Les budgets approuvés sont publiés au Moniteur belge.
DEEL 3. De boekhouding
PARTIE 3. La comptabilité
BOEK 1. Algemeenheden
LIVRE 1er. Généralités
Art.50. Elke boekhoudkundige entiteit voert een algemene boekhouding op basis van een genormaliseerd boekhoudplan opgesteld overeenkomstig artikel 5 van de wet van 16 mei 2003 en in toepassing van het koninklijk besluit van 10 november 2009 tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in de versie van kracht op 10 november 2009 of overeenkomstig het rekeningstelsel vastgelegd door het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het Wetboek van economisch recht.
De algemene rekening van iedere boekhoudkundige entiteit, met inbegrip van de bijlage bij de jaarrekening, moet in overeenstemming zijn met de structuur van het boekhoudplan opgenomen in de bijlagen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 10 november 2009 tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in de versie van kracht op 10 november 2009.
De algemene rekening van iedere boekhoudkundige entiteit, met inbegrip van de bijlage bij de jaarrekening, moet in overeenstemming zijn met de structuur van het boekhoudplan opgenomen in de bijlagen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 10 november 2009 tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in de versie van kracht op 10 november 2009.
Art.50. Chaque entité comptable tient une comptabilité générale sur la base d'un plan comptable normalisé établi conformément à l'article 5 de la loi du 16 mai 2003 et en application de l'arrêté royal du 10 novembre 2009 fixant le plan comptable applicable à l'Etat fédéral, aux communautés, aux régions et à la Commission communautaire commune dans sa version en vigueur au 10 novembre 2009 ou selon le plan comptable fixé par l'arrêté royal du 21 octobre 2018 portant exécution des articles III.82 à III.95 du Code de droit économique.
Le compte général de chaque entité comptable, en ce compris l'annexe au compte annuel, doit respecter la structure du plan comptable fixé aux annexes 2 et 3 de l'arrêté royal du 10 novembre 2009 fixant le plan comptable applicable à l'Etat fédéral, aux communautés, aux régions et à la Commission communautaire commune dans sa version en vigueur au 10 novembre 2009.
Le compte général de chaque entité comptable, en ce compris l'annexe au compte annuel, doit respecter la structure du plan comptable fixé aux annexes 2 et 3 de l'arrêté royal du 10 novembre 2009 fixant le plan comptable applicable à l'Etat fédéral, aux communautés, aux régions et à la Commission communautaire commune dans sa version en vigueur au 10 novembre 2009.
Art.51. Overeenkomstig artikel 6 van de wet van 16 mei 2003 wordt de algemene boekhouding gevoerd volgens de gebruikelijke regels van het dubbel boekhouden.
Ze betreft de totaliteit van de bezittingen en rechten van elke boekhoudkundige entiteit, haar schulden, verplichtingen en verbintenissen van welke aard ook.
Elke boekhoudverrichting wordt, zonder uitstel, getrouw en volledig en naar tijdsorde geboekt, gestaafd met een verantwoordingsstuk.
Het boekjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december daaropvolgend.
Ze betreft de totaliteit van de bezittingen en rechten van elke boekhoudkundige entiteit, haar schulden, verplichtingen en verbintenissen van welke aard ook.
Elke boekhoudverrichting wordt, zonder uitstel, getrouw en volledig en naar tijdsorde geboekt, gestaafd met een verantwoordingsstuk.
Het boekjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december daaropvolgend.
Art.51. Conformément à l'article 6 de la loi du 16 mai 2003, la comptabilité générale est tenue selon les règles usuelles de la comptabilité en partie double.
Elle s'étend à l'ensemble des avoirs et droits de chaque entité comptable, de ses dettes, obligations et engagements de toute nature.
Toute opération comptable est inscrite, sans retard, de manière fidèle et complète et par ordre de dates, à l'appui d'une pièce justificative.
L'exercice comptable commence le 1er janvier et se termine le 31 décembre suivant.
Elle s'étend à l'ensemble des avoirs et droits de chaque entité comptable, de ses dettes, obligations et engagements de toute nature.
Toute opération comptable est inscrite, sans retard, de manière fidèle et complète et par ordre de dates, à l'appui d'une pièce justificative.
L'exercice comptable commence le 1er janvier et se termine le 31 décembre suivant.
Art.52. De algemene boekhouding bevat analytische componenten. De Regering bepaalt de gemeenschappelijke en verplichte basisstructuur van deze componenten.
Art.52. La comptabilité générale contient des composantes analytiques. Le Gouvernement détermine la structure de base commune et obligatoire de ces composantes.
Art.53. Overeenkomstig artikel 7 van de wet van 16 mei 2003 stelt elke boekhoudkundige entiteit een jaarlijkse inventaris op van de activa en passiva van zijn vermogen, in dezelfde vorm als het rekeningenstelstel.
Art.53. Conformément à l'article 7 de la loi du 16 mai 2003, chaque entité comptable dresse, dans la même forme que le plan comptable, un inventaire annuel des éléments actifs et passifs de son patrimoine.
Art.54. Overeenkomstig artikel 8 van de wet van 16 mei 2003 wordt de begrotingsboekhouding in relatie met de algemene boekhouding gevoerd. Ze moet een permanente opvolging mogelijk maken van de begrotingsuitvoering van elke boekhoudkundige entiteit.
Art.54. Conformément à l'article 8 de la loi du 16 mai 2003, la comptabilité budgétaire est tenue en liaison avec la comptabilité générale. Elle doit permettre un suivi permanent de l'exécution du budget de chaque entité comptable.
Art.55. Elke verrichting wordt gehecht aan het boekjaar waarin ze heeft plaats gehad. Om tot een boekjaar te behoren moeten de rechten bovendien vastgesteld zijn in dat boekjaar.
De vastgestelde rechten van het boekjaar die evenwel niet vóór 1 februari van het volgend jaar zijn geboekt, maken deel uit van een volgend jaar.
De vastgestelde rechten van het boekjaar die evenwel niet vóór 1 februari van het volgend jaar zijn geboekt, maken deel uit van een volgend jaar.
Art.55. Toute opération est rattachée à l'exercice comptable durant lequel elle a lieu. Par ailleurs, pour appartenir à un exercice comptable, les droits doivent avoir été constatés durant celui-ci.
Toutefois, les droits constatés de l'exercice comptable qui ne sont pas comptabilisés avant le 1er février de l'année suivante, appartiennent à une année ultérieure.
Toutefois, les droits constatés de l'exercice comptable qui ne sont pas comptabilisés avant le 1er février de l'année suivante, appartiennent à une année ultérieure.
Art.56. In toepassing van artikel 13, paragraaf 3, wordt een recht inzake ontvangsten vastgesteld of inzake vereffeningen als vastgesteld beschouwd als volgende voorwaarden worden vervuld:
1° zijn bedrag is op nauwkeurige wijze vastgesteld;
2° de identiteit van de schuldenaar of van de schuldeiser is bepaalbaar;
3° de verplichting om te betalen bestaat;
4° een verantwoordingsstuk is in het bezit van de betrokken boekhoudkundige entiteit.
1° zijn bedrag is op nauwkeurige wijze vastgesteld;
2° de identiteit van de schuldenaar of van de schuldeiser is bepaalbaar;
3° de verplichting om te betalen bestaat;
4° een verantwoordingsstuk is in het bezit van de betrokken boekhoudkundige entiteit.
Art.56. En application de l'article 13, paragraphe 3, un droit est constaté au niveau des recettes ou est considéré comme constaté au niveau des liquidations quand les conditions suivantes sont remplies:
1° son montant est déterminé de manière exacte;
2° l'identité du débiteur ou du créancier est déterminable;
3° l'obligation de payer existe;
4° une pièce justificative est en possession de l'entité comptable concernée.
1° son montant est déterminé de manière exacte;
2° l'identité du débiteur ou du créancier est déterminable;
3° l'obligation de payer existe;
4° une pièce justificative est en possession de l'entité comptable concernée.
Art.57. De verrichtingen worden methodisch geboekt in de algemene boekhouding en, voor zover ze ook begrotingsverrichtingen zijn, tegelijkertijd in de begrotingsboekhouding.
Art.57. Les opérations sont méthodiquement inscrites en comptabilité générale et, pour autant qu'elles soient aussi des opérations budgétaires, simultanément en comptabilité budgétaire.
Art.58. De verantwoordingsstukken worden methodisch geklasseerd gedurende een periode van tien jaar en ze worden bewaard op een manier die ze toegankelijk maakt.
In afwijking van het voorgaande lid wordt de bewaringstermijn beperkt tot drie jaar voor de documenten die niet tegenstelbaar zijn aan derden.
De Regering is gemachtigd om de voorwaarden te bepalen waaraan de verantwoordingsstukken moeten beantwoorden, alsook de voorwaarden met betrekking tot hun bewaring en de beschikbaarstelling ervan ten behoeve van de toezichtsorganen.
In afwijking van het voorgaande lid wordt de bewaringstermijn beperkt tot drie jaar voor de documenten die niet tegenstelbaar zijn aan derden.
De Regering is gemachtigd om de voorwaarden te bepalen waaraan de verantwoordingsstukken moeten beantwoorden, alsook de voorwaarden met betrekking tot hun bewaring en de beschikbaarstelling ervan ten behoeve van de toezichtsorganen.
Art.58. Les pièces justificatives sont classées de manière méthodique pendant une période de dix ans et conservées d'une manière qui en permette l'accès.
En dérogation à l'alinéa précédent, pour les documents qui ne sont pas opposables aux tiers, le délai de conservation est limité à trois ans.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les conditions auxquelles doivent répondre les pièces justificatives, ainsi que les conditions relatives à leur conservation et à leur mise à disposition des organes de contrôle.
En dérogation à l'alinéa précédent, pour les documents qui ne sont pas opposables aux tiers, le délai de conservation est limité à trois ans.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les conditions auxquelles doivent répondre les pièces justificatives, ainsi que les conditions relatives à leur conservation et à leur mise à disposition des organes de contrôle.
Art.59. De boeken en journalen worden bijgehouden en bewaard op een wijze die hun materiële continuïteit, hun regelmatigheid en de onomkeerbaarheid van de boekingen verzekert.
De Regering is gemachtigd om er de modaliteiten van te bepalen.
De Regering is gemachtigd om er de modaliteiten van te bepalen.
Art.59. Les livres et les journaux sont tenus et conservés de façon à garantir leur continuité matérielle, leur régularité et l'irréversibilité des écritures.
Le Gouvernement est autorisé à en déterminer les modalités.
Le Gouvernement est autorisé à en déterminer les modalités.
Art.60. Worden alleen aangerekend op de begrotingsboekhouding van een bepaald jaar:
1° als ontvangsten: de tijdens het begrotingsjaar ten voordele van de boekhoudkundige entiteit vastgestelde rechten;
2° als uitgaven:
a) ten laste van de vastleggingskredieten, de bedragen die worden vastgelegd uit hoofde van verbintenissen ontstaan of gesloten tijdens het begrotingsjaar en, voor de recurrente verbintenissen, waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren voordoen, de bedragen die tijdens het begrotingsjaar opeisbaar zullen worden;
b) ten laste van de vereffeningskredieten, de bedragen die worden vereffend tijdens het begrotingsjaar uit hoofde van de vastgestelde rechten verworven ten laste van de boekhoudkundige entiteit ter aanzuivering van voorafgaandelijk of gelijktijdig vastgelegde verbintenissen.
1° als ontvangsten: de tijdens het begrotingsjaar ten voordele van de boekhoudkundige entiteit vastgestelde rechten;
2° als uitgaven:
a) ten laste van de vastleggingskredieten, de bedragen die worden vastgelegd uit hoofde van verbintenissen ontstaan of gesloten tijdens het begrotingsjaar en, voor de recurrente verbintenissen, waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren voordoen, de bedragen die tijdens het begrotingsjaar opeisbaar zullen worden;
b) ten laste van de vereffeningskredieten, de bedragen die worden vereffend tijdens het begrotingsjaar uit hoofde van de vastgestelde rechten verworven ten laste van de boekhoudkundige entiteit ter aanzuivering van voorafgaandelijk of gelijktijdig vastgelegde verbintenissen.
Art.60. Seuls sont imputés dans la comptabilité budgétaire d'une année déterminée:
1° en recettes: les droits constatés au profit de l'entité comptable pendant l'année budgétaire;
2° en dépenses:
a) à charge des crédits d'engagement, les sommes qui sont engagées du chef d'obligations nées ou contractées au cours de l'année budgétaire et, pour les obligations récurrentes, dont les effets s'étendent sur plusieurs années, les sommes qui seront exigibles au cours de l'année budgétaire;
b) à charge des crédits de liquidation, les sommes qui sont liquidées au cours de l'année budgétaire du chef des droits constatés acquis à charge de l'entité comptable en vue d'apurer des obligations préalablement ou simultanément engagées.
1° en recettes: les droits constatés au profit de l'entité comptable pendant l'année budgétaire;
2° en dépenses:
a) à charge des crédits d'engagement, les sommes qui sont engagées du chef d'obligations nées ou contractées au cours de l'année budgétaire et, pour les obligations récurrentes, dont les effets s'étendent sur plusieurs années, les sommes qui seront exigibles au cours de l'année budgétaire;
b) à charge des crédits de liquidation, les sommes qui sont liquidées au cours de l'année budgétaire du chef des droits constatés acquis à charge de l'entité comptable en vue d'apurer des obligations préalablement ou simultanément engagées.
Art.61. De uitstaande vastleggingen worden minstens één keer per jaar in de algemene boekhouding geboekt en dit op datum van de inventaris.
Art.61. La comptabilisation des encours d'engagement est opérée au moins une fois par an dans la comptabilité générale et ce à la date d'inventaire.
BOEK 2. De actoren van de boekhouding
LIVRE 2. Les acteurs de la comptabilité
TITEL 1. - De gewestelijke boekhouder
TITRE 1er. - Le comptable régional
HOOFDSTUK 1. - Aanstelling
CHAPITRE 1er. - Désignation
Art.62. De Regering stelt voor de gewestelijke entiteit een gewestelijke boekhouder aan onder de personeelsleden van het voor de boekhouding bevoegde bestuur van de GOB.
Art.62. Le Gouvernement désigne, pour l'entité régionale, un comptable régional parmi les membres du personnel de l'administration du SPRB compétente en matière de comptabilité.
HOOFDSTUK 2. - Opdrachten
CHAPITRE 2. - Missions
Art.63. De gewestelijke boekhouder is belast met:
1° het voeren van de geconsolideerde boekhouding van de gewestelijke entiteit overeenkomstig dit Deel;
2° het vaststellen en valideren van het boekhoudkundig referentiekader van de gewestelijke entiteit, evenals, in voorkomend geval, het valideren van de systemen die door de ordonnateurs van de boekhoudkundige entiteiten zijn vastgesteld en die bestemd zijn voor het verstrekken of verantwoorden van boekhoudkundige informatie;
3° het opstellen en voorleggen van de algemene rekening van de gewestelijke entiteit overeenkomstig Boek 4 van dit Deel;
4° het organiseren van de samenwerking met de boekhouders bedoeld in Titel 2 van dit Boek en van de opvolging van de hen meegedeelde instructies;
5° het verifiëren van de volledigheid van de te consolideren rekeningen.
1° het voeren van de geconsolideerde boekhouding van de gewestelijke entiteit overeenkomstig dit Deel;
2° het vaststellen en valideren van het boekhoudkundig referentiekader van de gewestelijke entiteit, evenals, in voorkomend geval, het valideren van de systemen die door de ordonnateurs van de boekhoudkundige entiteiten zijn vastgesteld en die bestemd zijn voor het verstrekken of verantwoorden van boekhoudkundige informatie;
3° het opstellen en voorleggen van de algemene rekening van de gewestelijke entiteit overeenkomstig Boek 4 van dit Deel;
4° het organiseren van de samenwerking met de boekhouders bedoeld in Titel 2 van dit Boek en van de opvolging van de hen meegedeelde instructies;
5° het verifiëren van de volledigheid van de te consolideren rekeningen.
Art.63. Le comptable régional est chargé:
1° de tenir la comptabilité consolidée de l'entité régionale, conformément à la présente Partie;
2° de définir et de valider le cadre de référence comptable de l'entité régionale, ainsi que, le cas échéant, de valider les systèmes définis par les ordonnateurs des entités comptables et destinés à fournir ou justifier des informations comptables;
3° de préparer et de présenter le compte général de l'entité régionale, conformément au Livre 4 de la présente Partie;
4° d'organiser la collaboration avec les comptables visés au Titre 2 du présent Livre et le suivi des instructions qui leur sont communiquées;
5° de vérifier l'exhaustivité des comptes à consolider.
1° de tenir la comptabilité consolidée de l'entité régionale, conformément à la présente Partie;
2° de définir et de valider le cadre de référence comptable de l'entité régionale, ainsi que, le cas échéant, de valider les systèmes définis par les ordonnateurs des entités comptables et destinés à fournir ou justifier des informations comptables;
3° de préparer et de présenter le compte général de l'entité régionale, conformément au Livre 4 de la présente Partie;
4° d'organiser la collaboration avec les comptables visés au Titre 2 du présent Livre et le suivi des instructions qui leur sont communiquées;
5° de vérifier l'exhaustivité des comptes à consolider.
Art.64. De Regering is gemachtigd de modaliteiten van samenwerking vast te stellen tussen de gewestelijke boekhouder, de boekhouder van de diensten van de Regering en de boekhouders van de ABI's.
Art.64. Le Gouvernement est autorisé à déterminer les modalités de collaboration entre le comptable régional, le comptable des services du Gouvernement et les comptables des OAA.
TITEL 2. - De boekhouder van de diensten van de Regering en de boekhouders van de ABI's
TITRE 2. - Le comptable des services du Gouvernement et les comptables des OAA
HOOFDSTUK 1. - Aanstelling
CHAPITRE 1er. - Désignation
Art.65. § 1. De Regering stelt een boekhouder van de diensten van de Regering aan onder de personeelsleden van het voor de boekhouding bevoegde bestuur van de GOB.
§ 2. Binnen elke ABI 1 stelt de Regering een boekhouder aan.
Binnen elke ABI 2 stelt het bestuursorgaan van de ABI 2 een boekhouder aan.
§ 2. Binnen elke ABI 1 stelt de Regering een boekhouder aan.
Binnen elke ABI 2 stelt het bestuursorgaan van de ABI 2 een boekhouder aan.
Art.65. § 1er. Le Gouvernement désigne un comptable des services du Gouvernement parmi les membres du personnel de l'administration du SPRB compétente en matière de comptabilité.
§ 2. Au sein de chaque OAA1, le Gouvernement désigne un comptable.
Au sein de chaque OAA2, l'organe d'administration de l'OAA 2 désigne un comptable.
§ 2. Au sein de chaque OAA1, le Gouvernement désigne un comptable.
Au sein de chaque OAA2, l'organe d'administration de l'OAA 2 désigne un comptable.
HOOFDSTUK 2. - Opdrachten
CHAPITRE 2. - Missions
Art.66. Onverminderd artikel 63 zijn de boekhouder van de diensten van de Regering en de boekhouders van de ABI's belast met:
1° het voeren van de boekhouding van hun boekhoudkundige entiteit, overeenkomstig dit Deel;
2° het bepalen van het boekhoudkundig referentiekader van hun boekhoudkundige entiteit met het oog op de validering ervan door de gewestelijke boekhouder;
3° het opmaken en voorleggen van de algemene rekening van hun boekhoudkundige entiteit, overeenkomstig Boek 4 van dit Deel;
4° het samenwerken met de gewestelijke boekhouder.
1° het voeren van de boekhouding van hun boekhoudkundige entiteit, overeenkomstig dit Deel;
2° het bepalen van het boekhoudkundig referentiekader van hun boekhoudkundige entiteit met het oog op de validering ervan door de gewestelijke boekhouder;
3° het opmaken en voorleggen van de algemene rekening van hun boekhoudkundige entiteit, overeenkomstig Boek 4 van dit Deel;
4° het samenwerken met de gewestelijke boekhouder.
Art.66. Sans préjudice de l'article 63, le comptable des services du Gouvernement et les comptables des OAA sont chargés:
1° de tenir la comptabilité de leur entité comptable, conformément à la présente Partie;
2° de définir le cadre de référence comptable de leur entité comptable en vue de sa validation par le comptable régional;
3° de préparer et de présenter le compte général de leur entité comptable, conformément au Livre 4 de la présente Partie;
4° de collaborer avec le comptable régional.
1° de tenir la comptabilité de leur entité comptable, conformément à la présente Partie;
2° de définir le cadre de référence comptable de leur entité comptable en vue de sa validation par le comptable régional;
3° de préparer et de présenter le compte général de leur entité comptable, conformément au Livre 4 de la présente Partie;
4° de collaborer avec le comptable régional.
BOEK 3. De boekhoudkundige verrichtingen
LIVRE 3. Les opérations comptables
TITEL 1. - De ontvangstenverrichtingen
TITRE 1er. - Les opérations de recettes
HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden
CHAPITRE 1er. - Généralités
Art.67. Elke ontvangst maakt achtereenvolgens het voorwerp uit van een vaststelling van een recht, een ordonnancering en een invordering.
In afwijking van het vorige lid kan een ontvangst het voorwerp uitmaken van een contant recht, dat wil zeggen een recht dat wordt vastgesteld nadat het is geïnd.
In afwijking van het vorige lid kan een ontvangst het voorwerp uitmaken van een contant recht, dat wil zeggen een recht dat wordt vastgesteld nadat het is geïnd.
Art.67. Toute recette fait l'objet successivement d'une constatation d'un droit, d'un ordonnancement et d'un recouvrement.
Par dérogation à l'alinéa précédent, une recette peut faire l'objet d'un droit au comptant, à savoir un droit dont la constatation est faite après sa perception.
Par dérogation à l'alinéa précédent, une recette peut faire l'objet d'un droit au comptant, à savoir un droit dont la constatation est faite après sa perception.
HOOFDSTUK 2. - De vaststelling van een recht
CHAPITRE 2. - La constatation d'un droit
Art.68. De vaststelling van een recht is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur het vastgesteld recht tot stand brengt, overeenkomstig artikel 56 van deze ordonnantie.
Ieder vastgesteld recht, met inbegrip van de invordering van ten onrechte betaalde bedragen, dient het voorwerp uit te maken van een invorderingsbevel opgemaakt door de bevoegde ordonnateur.
De bevoegde ordonnateur belast de bevoegde boekhouder met de boeking van het vastgesteld recht.
Indien er aanwijzingen zijn dat het bedrag niet invorderbaar is, wordt dit als een dubieuze vordering geboekt.
Behoudens een specifieke bepaling, zijn door de schuldenaar verwijlinteresten verschuldigd, aan de wettelijke interestvoet, in geval van niet-betaling op de vervaldag.
Ieder vastgesteld recht, met inbegrip van de invordering van ten onrechte betaalde bedragen, dient het voorwerp uit te maken van een invorderingsbevel opgemaakt door de bevoegde ordonnateur.
De bevoegde ordonnateur belast de bevoegde boekhouder met de boeking van het vastgesteld recht.
Indien er aanwijzingen zijn dat het bedrag niet invorderbaar is, wordt dit als een dubieuze vordering geboekt.
Behoudens een specifieke bepaling, zijn door de schuldenaar verwijlinteresten verschuldigd, aan de wettelijke interestvoet, in geval van niet-betaling op de vervaldag.
Art.68. La constatation d'un droit est l'acte par lequel l'ordonnateur compétent établit le droit constaté, conformément à l'article 56 de la présente ordonnance.
Tout droit constaté, en ce compris le recouvrement des montants indûment payés, doit faire l'objet d'un ordre de recouvrement établi par l'ordonnateur compétent.
L'ordonnateur compétent charge le comptable compétent d'enregistrer le droit constaté.
S'il y a des indices que le montant n'est pas recouvrable, une créance douteuse est comptabilisée.
Sauf disposition particulière, des intérêts de retard, au taux d'intérêt légal, sont dus en cas de non-paiement à l'échéance par le débiteur.
Tout droit constaté, en ce compris le recouvrement des montants indûment payés, doit faire l'objet d'un ordre de recouvrement établi par l'ordonnateur compétent.
L'ordonnateur compétent charge le comptable compétent d'enregistrer le droit constaté.
S'il y a des indices que le montant n'est pas recouvrable, une créance douteuse est comptabilisée.
Sauf disposition particulière, des intérêts de retard, au taux d'intérêt légal, sont dus en cas de non-paiement à l'échéance par le débiteur.
HOOFDSTUK 3. - De ordonnancering van de ontvangsten
CHAPITRE 3. - L'ordonnancement des recettes
Art.69. De ordonnancering van de ontvangsten is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur aan de bevoegde rekenplichtige van de ontvangsten, via de bevoegde boekhouder, de instructie geeft om een schuldvordering in te vorderen die hij heeft vastgesteld.
De bevoegde rekenplichtige van de ontvangsten staat in voor een tijdige inning van de ontvangsten en zorgt voor het behoud van de rechten ervan.
De bevoegde rekenplichtige van de ontvangsten staat in voor een tijdige inning van de ontvangsten en zorgt voor het behoud van de rechten ervan.
Art.69. L'ordonnancement des recettes est l'acte par lequel l'ordonnateur compétent donne au comptable-trésorier de recettes compétent, via le comptable compétent, l'instruction de recouvrer une créance qu'il a constatée.
Le comptable-trésorier des recettes compétent assure la perception des recettes en temps utile et veille à la conservation des droits relatifs à celles-ci.
Le comptable-trésorier des recettes compétent assure la perception des recettes en temps utile et veille à la conservation des droits relatifs à celles-ci.
HOOFDSTUK 4. - De invordering
CHAPITRE 4. - Le recouvrement
Art.70. § 1. De rekenplichtigen van de ontvangsten voor de niet-fiscale ontvangsten volgen de ingevoerde procedures voor de invordering van de aan de gewestelijke entiteit verschuldigde niet-fiscale schuldvorderingen.
§ 2. Om de schuldenaars van de schuldvorderingen van de gewestelijke entiteit, de medeschuldenaars en de personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn, te kunnen identificeren en contacteren, hebben de rekenplichtigen van de niet-fiscale ontvangsten toegang tot:
1° wat de natuurlijke personen betreft: het rijksregister van de natuurlijke personen geregeld bij de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
2° wat de ondernemingen betreft (natuurlijke en rechtspersonen): de Kruispuntbank van Ondernemingen, opgericht bij de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, en het UBO-register waar alle "Ultimate Beneficial Owners" of "uiteindelijke begunstigden" van een vennootschap of andere juridische entiteit in geregistreerd staan.
In een eerste fase worden om de rechtstreekse schuldenaar van de schuldvordering te identificeren en te contacteren alleen de volgende gegevens geraadpleegd:
1° de naam;
2° de voornaam;
3° de hoofdverblijfplaats;
4° het rijksregisternummer of ondernemingsnummer;
5° de plaats en datum van overlijden of de datum van de faillietverklaring.
In een tweede fase, enkel indien de rechtstreekse schuldenaar niet kon worden gevonden en om de mogelijke medeschuldenaars en elke persoon die hoofdelijk aansprakelijk is te bepalen, worden de volgende gegevens geraadpleegd:
1° de burgerlijke staat;
2° de samenstelling van het huishouden;
3° de naam van de eventuele vennoten of bestuurders;
4° de voornaam van de eventuele vennoten of bestuurders;
5° de hoofdverblijfplaats van de eventuele vennoten of bestuurders, indien van toepassing;
6° het rijksregisternummer of ondernemingsnummer van de vennoten of bestuurders, indien van toepassing.
Indien de uitgevoerde opzoekingen niet toelaten de rechtstreekse schuldenaar of zijn echtgenoot of echtgenote te vinden, wordt de identiteit van de rechthebbende(n) geraadpleegd.
§ 2. Om de schuldenaars van de schuldvorderingen van de gewestelijke entiteit, de medeschuldenaars en de personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn, te kunnen identificeren en contacteren, hebben de rekenplichtigen van de niet-fiscale ontvangsten toegang tot:
1° wat de natuurlijke personen betreft: het rijksregister van de natuurlijke personen geregeld bij de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
2° wat de ondernemingen betreft (natuurlijke en rechtspersonen): de Kruispuntbank van Ondernemingen, opgericht bij de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, en het UBO-register waar alle "Ultimate Beneficial Owners" of "uiteindelijke begunstigden" van een vennootschap of andere juridische entiteit in geregistreerd staan.
In een eerste fase worden om de rechtstreekse schuldenaar van de schuldvordering te identificeren en te contacteren alleen de volgende gegevens geraadpleegd:
1° de naam;
2° de voornaam;
3° de hoofdverblijfplaats;
4° het rijksregisternummer of ondernemingsnummer;
5° de plaats en datum van overlijden of de datum van de faillietverklaring.
In een tweede fase, enkel indien de rechtstreekse schuldenaar niet kon worden gevonden en om de mogelijke medeschuldenaars en elke persoon die hoofdelijk aansprakelijk is te bepalen, worden de volgende gegevens geraadpleegd:
1° de burgerlijke staat;
2° de samenstelling van het huishouden;
3° de naam van de eventuele vennoten of bestuurders;
4° de voornaam van de eventuele vennoten of bestuurders;
5° de hoofdverblijfplaats van de eventuele vennoten of bestuurders, indien van toepassing;
6° het rijksregisternummer of ondernemingsnummer van de vennoten of bestuurders, indien van toepassing.
Indien de uitgevoerde opzoekingen niet toelaten de rechtstreekse schuldenaar of zijn echtgenoot of echtgenote te vinden, wordt de identiteit van de rechthebbende(n) geraadpleegd.
Art.70. § 1er. Les comptables-trésoriers des recettes pour les recettes non fiscales suivent les procédures mises en place afin de recouvrer les créances non fiscales dues à l'entité régionale.
§ 2. Afin de pouvoir identifier et contacter les débiteurs des créances de l'entité régionale, les codébiteurs et les personnes solidairement responsables, les comptables-trésoriers des recettes non fiscales ont accès:
1° pour ce qui concerne les personnes physiques: au registre national des personnes physiques organisé par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques;
2° pour ce qui concerne les entreprises, personnes physiques et morales: à la Banque Carrefour des Entreprises créée par la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions, et le registre UBO dans lequel sont inscrits tous les " Ultimate Beneficial Owners " ou " bénéficiaires effectifs " d'une société ou d'une autre entité juridique.
Afin de pouvoir identifier et contacter le débiteur direct de la créance, seules les données suivantes seront consultées, dans un premier temps:
1° le nom;
2° le prénom;
3° le lieu de résidence principale;
4° le numéro de registre national ou le numéro d'entreprise;
5° le lieu et la date de décès ou la date de la déclaration de faillite.
Dans un second temps, uniquement si le débiteur direct n'a pas pu être retrouvé et dans l'objectif de déterminer les éventuels codébiteurs et toute personne solidairement imputable, les données suivantes sont consultées:
1° l'état civil;
2° la composition du ménage;
3° le nom des associés ou administrateurs, le cas échéant;
4° le prénom des associés ou administrateurs, le cas échéant;
5° le lieu de résidence principale des associés ou administrateurs, le cas échéant;
6° le numéro de registre national ou le numéro d'entreprise des associés ou administrateurs, le cas échéant.
Si les recherches effectuées ne permettent pas de retrouver le débiteur direct, ni son ou sa conjoint(e), l'identité de(s) ayant(s)-droit(s) sera consultée.
§ 2. Afin de pouvoir identifier et contacter les débiteurs des créances de l'entité régionale, les codébiteurs et les personnes solidairement responsables, les comptables-trésoriers des recettes non fiscales ont accès:
1° pour ce qui concerne les personnes physiques: au registre national des personnes physiques organisé par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques;
2° pour ce qui concerne les entreprises, personnes physiques et morales: à la Banque Carrefour des Entreprises créée par la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions, et le registre UBO dans lequel sont inscrits tous les " Ultimate Beneficial Owners " ou " bénéficiaires effectifs " d'une société ou d'une autre entité juridique.
Afin de pouvoir identifier et contacter le débiteur direct de la créance, seules les données suivantes seront consultées, dans un premier temps:
1° le nom;
2° le prénom;
3° le lieu de résidence principale;
4° le numéro de registre national ou le numéro d'entreprise;
5° le lieu et la date de décès ou la date de la déclaration de faillite.
Dans un second temps, uniquement si le débiteur direct n'a pas pu être retrouvé et dans l'objectif de déterminer les éventuels codébiteurs et toute personne solidairement imputable, les données suivantes sont consultées:
1° l'état civil;
2° la composition du ménage;
3° le nom des associés ou administrateurs, le cas échéant;
4° le prénom des associés ou administrateurs, le cas échéant;
5° le lieu de résidence principale des associés ou administrateurs, le cas échéant;
6° le numéro de registre national ou le numéro d'entreprise des associés ou administrateurs, le cas échéant.
Si les recherches effectuées ne permettent pas de retrouver le débiteur direct, ni son ou sa conjoint(e), l'identité de(s) ayant(s)-droit(s) sera consultée.
Art.71. § 1. De rekenplichtigen van de niet-fiscale ontvangsten raadplegen in het kader van de hun door de Regering toevertrouwde opdrachten de persoonsgegevens en gebruiken deze uitsluitend in het kader van de invordering van de schuldvorderingen die zij moeten beheren.
In het geval dat de rekenplichtige van de niet-fiscale uitgaven de schuldvordering onmogelijk zelf kan invorderen, kunnen deze gegevens worden meegedeeld aan dienstverleners die belast zijn met de invordering van deze schuldvorderingen, namelijk deurwaarders, advocaten en invorderingsinstellingen. Laatstgenoemden gebruiken deze gegevens uitsluitend voor het uitvoeren van de invorderingsopdracht waarmee zij werden belast.
De maximale bewaringstermijn is deze die in artikel 58 wordt bepaald.
§ 2. De verwerkingsverantwoordelijke van de persoonsgegevens in het kader van de invordering van de niet-fiscale ontvangsten en, bijgevolg, de verantwoordelijke van de opzoekingen bedoeld in artikel 70 is:
1° op het niveau van de diensten van de Regering, elk bestuur van de GOB of elke GOB voor de invordering van de ontvangsten die hen aanbelangen;
2° op het niveau van de ABI, de betrokken ABI voor de invordering van haar ontvangsten.
In het geval dat de rekenplichtige van de niet-fiscale uitgaven de schuldvordering onmogelijk zelf kan invorderen, kunnen deze gegevens worden meegedeeld aan dienstverleners die belast zijn met de invordering van deze schuldvorderingen, namelijk deurwaarders, advocaten en invorderingsinstellingen. Laatstgenoemden gebruiken deze gegevens uitsluitend voor het uitvoeren van de invorderingsopdracht waarmee zij werden belast.
De maximale bewaringstermijn is deze die in artikel 58 wordt bepaald.
§ 2. De verwerkingsverantwoordelijke van de persoonsgegevens in het kader van de invordering van de niet-fiscale ontvangsten en, bijgevolg, de verantwoordelijke van de opzoekingen bedoeld in artikel 70 is:
1° op het niveau van de diensten van de Regering, elk bestuur van de GOB of elke GOB voor de invordering van de ontvangsten die hen aanbelangen;
2° op het niveau van de ABI, de betrokken ABI voor de invordering van haar ontvangsten.
Art.71. § 1er. Les comptables-trésoriers des recettes non fiscales, dans le cadre des missions qui leur sont confiées par le Gouvernement, consultent les données personnelles et les utilisent exclusivement dans le cadre du recouvrement des créances qu'ils doivent gérer.
Dans le cas où le comptable-trésorier des recettes non-fiscales est dans l'impossibilité de recouvrer lui-même la créance, ces données pourront être communiquées à des prestataires chargés du recouvrement de ces créances, à savoir des huissiers, des avocats et des organismes de recouvrement. Ces derniers utilisent ces données uniquement pour l'exécution de la mission de recouvrement dont ils sont chargés.
La durée de conservation maximale est celle fixée à l'article 58.
§ 2. Le responsable du traitement des données personnelles dans le cadre du recouvrement des recettes non fiscales et, par conséquent, le responsable des recherches visées à l'article 70 est:
1° au niveau des services du Gouvernement, chaque administration du SPRB ou chaque SPRB pour le recouvrement des recettes qui les concernent;
2° au niveau de chaque OAA, l'OAA concerné pour le recouvrement de ses recettes.
Dans le cas où le comptable-trésorier des recettes non-fiscales est dans l'impossibilité de recouvrer lui-même la créance, ces données pourront être communiquées à des prestataires chargés du recouvrement de ces créances, à savoir des huissiers, des avocats et des organismes de recouvrement. Ces derniers utilisent ces données uniquement pour l'exécution de la mission de recouvrement dont ils sont chargés.
La durée de conservation maximale est celle fixée à l'article 58.
§ 2. Le responsable du traitement des données personnelles dans le cadre du recouvrement des recettes non fiscales et, par conséquent, le responsable des recherches visées à l'article 70 est:
1° au niveau des services du Gouvernement, chaque administration du SPRB ou chaque SPRB pour le recouvrement des recettes qui les concernent;
2° au niveau de chaque OAA, l'OAA concerné pour le recouvrement de ses recettes.
HOOFDSTUK 5. - De uitdoving van een vastgesteld recht
CHAPITRE 5. - L'extinction d'un droit constaté
Art.72. De vastgestelde rechten ten gunste van elke boekhoudkundige entiteit doven uit door de betaling, annulering of verjaring ervan.
De Regering kan een vastgesteld recht geheel of gedeeltelijk annuleren of akte nemen van de verjaring ervan in de volgende gevallen:
1° op grond van een verantwoordingsstuk dat de annulering of de verjaring rechtvaardigt;
2° in het geval de invorderingsprocedure voor een niet-fiscale schuldvordering onrendabel is. De Regering bepaalt de gevallen waarin de invorderingsprocedure als onrendabel wordt beschouwd.
De Regering kan een vastgesteld recht geheel of gedeeltelijk annuleren of akte nemen van de verjaring ervan in de volgende gevallen:
1° op grond van een verantwoordingsstuk dat de annulering of de verjaring rechtvaardigt;
2° in het geval de invorderingsprocedure voor een niet-fiscale schuldvordering onrendabel is. De Regering bepaalt de gevallen waarin de invorderingsprocedure als onrendabel wordt beschouwd.
Art.72. Les droits constatés au profit de chaque entité comptable s'éteignent par leur paiement, leur annulation ou leur prescription.
Le Gouvernement peut annuler, partiellement ou entièrement, un droit constaté ou en acter la prescription dans les cas suivants:
1° sur la base d'une pièce justificative qui justifie l'annulation ou la prescription;
2° en cas de non-rentabilité de la procédure de recouvrement pour une créance non fiscale. Le Gouvernement détermine les cas dans lesquels la procédure de recouvrement est jugée non-rentable.
Le Gouvernement peut annuler, partiellement ou entièrement, un droit constaté ou en acter la prescription dans les cas suivants:
1° sur la base d'une pièce justificative qui justifie l'annulation ou la prescription;
2° en cas de non-rentabilité de la procédure de recouvrement pour une créance non fiscale. Le Gouvernement détermine les cas dans lesquels la procédure de recouvrement est jugée non-rentable.
Art.73. De Regering is gemachtigd om de modaliteiten te bepalen voor de boeking van de vastgestelde rechten als dubieuze schuldvorderingen, voor het in onbeperkt uitstel brengen of het oninvorderbaar verklaren van de vastgestelde rechten en de modaliteiten van delegatie.
Art.73. Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités de comptabilisation des droits constatés en créances douteuses, de leur mise en surséance indéfinie ou en irrécouvrabilité et les modalités de délégation.
HOOFDSTUK 6. - De betalingsfaciliteiten
CHAPITRE 6. - Les facilités de paiement
Art.74. § 1. Voor de diensten van de Regering en de ABI's 1, met het oog op de invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, kan de Regering, onverminderd de door haar toegestane delegaties dienaangaande, onder de voorwaarden die zij in elk specifiek geval bepaalt, uitstel van betaling toestaan voor de hoofdsom, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de interestenschuld verlenen en ermee instemmen dat de gedeeltelijke betalingen eerst op het kapitaal worden verrekend.
In het geval waarin de toestand van de schuldenaar die te goeder trouw is dat wettigt, gaat de Regering met hem een dading aan.
§ 2. Voor de ABI's 2, gaat het om het bestuursorgaan.
In het geval waarin de toestand van de schuldenaar die te goeder trouw is dat wettigt, gaat de Regering met hem een dading aan.
§ 2. Voor de ABI's 2, gaat het om het bestuursorgaan.
Art.74. § 1er. Pour les services du Gouvernement et les OAA1, en vue du recouvrement des créances non fiscales, le Gouvernement peut, sans préjudice des délégations y relatives autorisées par lui, aux conditions qu'il fixe dans chaque cas particulier, accorder des délais pour le paiement du principal, remettre tout ou partie de la dette en intérêts et consentir à ce que les paiements partiels soient imputés d'abord sur le capital.
Dans le cas où la situation du débiteur de bonne foi le justifie, le Gouvernement conclut avec lui une transaction.
§ 2. Pour les OAA2, il s'agit de l'organe d'administration.
Dans le cas où la situation du débiteur de bonne foi le justifie, le Gouvernement conclut avec lui une transaction.
§ 2. Pour les OAA2, il s'agit de l'organe d'administration.
HOOFDSTUK 7. - De opeising van niet-ingevorderde schuldvorderingen
CHAPITRE 7. - La poursuite des créances non recouvrées
Art.75. § 1. De invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen die niet binnen de wettelijke termijnen zijn voldaan, mag overeenkomstig de regels bepaald door de Regering worden vervolgd. De dwangschriften die de opeising van de niet-fiscale schuldvorderingen mogelijk maken die niet binnen de wettelijke termijnen werden betaald, worden door de bevoegde ordonnateur uitgevaardigd, ondertekend en uitvoerbaar verklaard.
§ 2. De Regering bepaalt de modaliteiten van:
1° de vervolging;
2° de vervolgingskosten.
De Regering kan bepalen welke personen belast zijn met vervolging en welke regels ze moeten naleven.
Voor de ABI's 2, gaat het om het bestuursorgaan.
§ 2. De Regering bepaalt de modaliteiten van:
1° de vervolging;
2° de vervolgingskosten.
De Regering kan bepalen welke personen belast zijn met vervolging en welke regels ze moeten naleven.
Voor de ABI's 2, gaat het om het bestuursorgaan.
Art.75. § 1er. Le recouvrement des créances non fiscales qui n'ont pas été acquittées dans les délais légaux peut être poursuivi conformément aux règles arrêtées par le Gouvernement. Les contraintes qui permettent la poursuite des créances non fiscales qui n'ont pas été acquittées dans les délais légaux, sont décernées, visées et rendues exécutoires par l'ordonnateur compétent.
§ 2. Le Gouvernement détermine les modalités:
1° de la poursuite;
2° des frais de poursuites.
Le Gouvernement peut déterminer quelles sont les personnes chargées de la poursuite et quelles sont les règles qu'elles doivent respecter.
Pour les OAA2, il s'agit de l'organe d'administration.
§ 2. Le Gouvernement détermine les modalités:
1° de la poursuite;
2° des frais de poursuites.
Le Gouvernement peut déterminer quelles sont les personnes chargées de la poursuite et quelles sont les règles qu'elles doivent respecter.
Pour les OAA2, il s'agit de l'organe d'administration.
TITEL 2. - De uitgavenverrichtingen
TITRE 2. - Les opérations de dépenses
HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden
CHAPITRE 1er. - Généralités
Art.76. Iedere uitgave maakt het voorwerp uit van een vastlegging, een vereffening, en in voorkomend geval, van een ordonnancering en een betaling.
Art.76. Toute dépense fait l'objet d'un engagement, d'une liquidation et, le cas échéant, d'un ordonnancement et d'un paiement.
HOOFDSTUK 2. - De vastlegging
CHAPITRE 2. - L'engagement
Art.77. § 1. De vastlegging bestaat uit de aanrekening, ten laste van het vastleggingskrediet, van de bedragen die nodig zijn voor latere of gelijktijdige vereffeningen, met het oog op een juridische verbintenis.
De juridische verbintenis is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur een juridische verplichting creëert of vaststelt die tot een kost leidt.
§ 2. De Regering is gemachtigd om in het besluit dat de aangelegenheden van de vastlegging, de vereffening en de controle van de vastleggingen en vereffeningen regelt, de modaliteiten betreffende de organisatie en de te volgen stappen inzake vastleggingen te bepalen.
De juridische verbintenis is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur een juridische verplichting creëert of vaststelt die tot een kost leidt.
§ 2. De Regering is gemachtigd om in het besluit dat de aangelegenheden van de vastlegging, de vereffening en de controle van de vastleggingen en vereffeningen regelt, de modaliteiten betreffende de organisatie en de te volgen stappen inzake vastleggingen te bepalen.
Art.77. § 1er. L'engagement consiste dans l'imputation, à charge du crédit d'engagement, des sommes nécessaires à des liquidations ultérieures ou simultanées, en vue d'un engagement juridique.
L'engagement juridique est l'acte par lequel l'ordonnateur compétent crée ou constate une obligation juridique de laquelle il résulte une charge.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités relatives à l'organisation et aux étapes à suivre en matière d'engagements, dans l'arrêté qui règle les matières de l'engagement, de la liquidation et du contrôle des engagements et des liquidations.
L'engagement juridique est l'acte par lequel l'ordonnateur compétent crée ou constate une obligation juridique de laquelle il résulte une charge.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités relatives à l'organisation et aux étapes à suivre en matière d'engagements, dans l'arrêté qui règle les matières de l'engagement, de la liquidation et du contrôle des engagements et des liquidations.
Art.78. § 1. Een vastlegging wordt geannuleerd als er geen verplichting meer uit kan ontstaan en uiterlijk na zes jaar, tenzij de onderliggende juridische verbintenis nog in uitvoering is.
De Regering bepaalt de modaliteiten om de vastleggingen te annuleren.
§ 2. De op het einde van het begrotingsjaar uitstaande vastleggingen worden naar het volgende begrotingsjaar overgedragen.
De Regering bepaalt de modaliteiten om de vastleggingen te annuleren.
§ 2. De op het einde van het begrotingsjaar uitstaande vastleggingen worden naar het volgende begrotingsjaar overgedragen.
Art.78. § 1er. Un engagement est annulé lorsque plus aucune obligation ne peut en découler et au plus tard après six ans, sauf si l'engagement juridique sous-jacent est toujours en cours.
Le Gouvernement détermine les modalités d'annulation des engagements.
§ 2. L'encours des engagements à la fin de l'année budgétaire est reporté à l'année budgétaire suivante.
Le Gouvernement détermine les modalités d'annulation des engagements.
§ 2. L'encours des engagements à la fin de l'année budgétaire est reporté à l'année budgétaire suivante.
Art.79. Vooraleer over te gaan tot een boeking van een vastlegging vergewist de bevoegde ordonnateur zich van:
1° de juistheid van de budgettaire aanrekening;
2° de beschikbaarheid van de kredieten;
3° de conformiteit van de uitgave met de wettelijke en regelgevende bepalingen;
4° de naleving van het beginsel van goed financieel beheer.
1° de juistheid van de budgettaire aanrekening;
2° de beschikbaarheid van de kredieten;
3° de conformiteit van de uitgave met de wettelijke en regelgevende bepalingen;
4° de naleving van het beginsel van goed financieel beheer.
Art.79. Avant de procéder à l'enregistrement d'un engagement, l'ordonnateur compétent s'assure:
1° de l'exactitude de l'imputation budgétaire;
2° de la disponibilité des crédits;
3° de la conformité de la dépense au regard des dispositions légales et réglementaires;
4° du respect du principe de bonne gestion financière.
1° de l'exactitude de l'imputation budgétaire;
2° de la disponibilité des crédits;
3° de la conformité de la dépense au regard des dispositions légales et réglementaires;
4° du respect du principe de bonne gestion financière.
HOOFDSTUK 3. - De vereffening
CHAPITRE 3. - La liquidation
Art.80. De vereffening van een uitgave is de handeling waardoor de bevoegde ordonnateur het door de derde gevorderde vastgestelde recht valideert, overeenkomstig artikel 56 van deze ordonnantie.
Na, indien vereist, het vereffeningsvisum bedoeld in artikel 148 te hebben bekomen, belast de bevoegde ordonnateur de bevoegde boekhouder met de boeking van de vereffening.
De Regering is gemachtigd om in het besluit dat de aangelegenheden van de vastlegging, de vereffening en de controle van de vastleggingen en vereffeningen regelt, de modaliteiten met betrekking tot de vereffeningen te bepalen.
Na, indien vereist, het vereffeningsvisum bedoeld in artikel 148 te hebben bekomen, belast de bevoegde ordonnateur de bevoegde boekhouder met de boeking van de vereffening.
De Regering is gemachtigd om in het besluit dat de aangelegenheden van de vastlegging, de vereffening en de controle van de vastleggingen en vereffeningen regelt, de modaliteiten met betrekking tot de vereffeningen te bepalen.
Art.80. La liquidation d'une dépense est l'acte par lequel l'ordonnateur compétent valide le droit constaté revendiqué par le tiers, conformément à l'article 56 de la présente ordonnance.
Après avoir obtenu le visa de liquidation visé à l'article 148, s'il est requis, l'ordonnateur compétent charge le comptable compétent de comptabiliser la liquidation.
Le Gouvernement est autorisé à fixer, dans l'arrêté qui règle les matières de l'engagement, de la liquidation et du contrôle des engagements et des liquidations, les modalités relatives aux liquidations.
Après avoir obtenu le visa de liquidation visé à l'article 148, s'il est requis, l'ordonnateur compétent charge le comptable compétent de comptabiliser la liquidation.
Le Gouvernement est autorisé à fixer, dans l'arrêté qui règle les matières de l'engagement, de la liquidation et du contrôle des engagements et des liquidations, les modalités relatives aux liquidations.
HOOFDSTUK 4. - De ordonnancering van de uitgaven
CHAPITRE 4. - L'ordonnancement des dépenses
Art.81. De ordonnancering van de uitgaven is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur, aan de centraliserende rekenplichtige van de uitgaven van de betrokken boekhoudkundige entiteit, via de bevoegde boekhouder, de instructie geeft om het bedrag van de door hem vereffende uitgave te betalen.
Art.81. L'ordonnancement des dépenses est l'acte par lequel l'ordonnateur compétent, donne, via le comptable compétent, l'instruction au comptable-trésorier centralisateur des dépenses de l'entité comptable concernée de payer le montant de la dépense dont il a effectué la liquidation.
HOOFDSTUK 5. - De betaling
CHAPITRE 5. - Le paiement
Art.82. De betaling van de uitgaven wordt door de centraliserende rekenplichtige van de uitgaven van de betrokken boekhoudkundige entiteit verzekerd binnen de grenzen van de beschikbare thesauriemiddelen.
Art.82. Le paiement des dépenses est assuré par le comptable-trésorier centralisateur des dépenses de l'entité comptable concernée dans la limite des moyens de trésorerie disponibles.
TITEL 3. - De verrichtingen die nodig zijn om de continuïteit van de werking van de gewestelijke entiteit te verzekeren
TITRE 3. - Les opérations visant à assurer la continuité du fonctionnement de l'entité régionale
Art.83. § 1. Onverminderd bepaalde andere wettelijke, reglementaire en contractuele verplichtingen, mogen de juridische verbintenissen die nodig zijn om de continuïteit van de werking van de gewestelijke entiteit te verzekeren worden aangegaan vanaf 1 november van het lopende begrotingsjaar, ten laste van de vastleggingskredieten van de begroting van het volgende begrotingsjaar, beperkt tot een derde van de vastleggingskredieten ingeschreven in de laatst goedgekeurde uitgavenbegroting van het lopende begrotingsjaar.
De Inspectie van Financiën, op het niveau van de diensten van de Regering en de ABI's 1, en de regeringscommissarissen of de gemachtigden van de Minister van Begroting, op het niveau van de ABI's 2, beoordelen voorafgaandelijk de noodzaak van de uitgaven om de continuïteit van de werking van de diensten van de Regering, de ABI's 1 en de ABI's 2 te verzekeren.
§ 2. De vastleggingsakten bepalen dat de leveringen niet mogen gebeuren en de diensten niet mogen worden verleend vóór de opening van het nieuwe begrotingsjaar.
De Inspectie van Financiën, op het niveau van de diensten van de Regering en de ABI's 1, en de regeringscommissarissen of de gemachtigden van de Minister van Begroting, op het niveau van de ABI's 2, beoordelen voorafgaandelijk de noodzaak van de uitgaven om de continuïteit van de werking van de diensten van de Regering, de ABI's 1 en de ABI's 2 te verzekeren.
§ 2. De vastleggingsakten bepalen dat de leveringen niet mogen gebeuren en de diensten niet mogen worden verleend vóór de opening van het nieuwe begrotingsjaar.
Art.83. § 1er. Sans préjudice de certaines autres obligations légales, réglementaires ou contractuelles, les engagements juridiques nécessaires pour assurer la continuité du fonctionnement de l'entité régionale peuvent être contractées à partir du 1er novembre de l'année budgétaire en cours, à charge des crédits d'engagement du budget de l'année budgétaire suivante, dans la limite du tiers des crédits d'engagement inscrits au dernier budget des dépenses adopté de l'année budgétaire en cours.
L'Inspection des Finances, au niveau des services du Gouvernement et des OAA1, et les commissaires du Gouvernement ou les délégués du Ministre du Budget, au niveau des OAA2, évaluent préalablement la nécessité des dépenses pour assurer la continuité du fonctionnement des services du Gouvernement, des OAA1 et des OAA2.
§ 2. Les actes d'engagement stipulent que les fournitures ne peuvent être livrées, ni les services prestés, avant l'ouverture de la nouvelle année budgétaire.
L'Inspection des Finances, au niveau des services du Gouvernement et des OAA1, et les commissaires du Gouvernement ou les délégués du Ministre du Budget, au niveau des OAA2, évaluent préalablement la nécessité des dépenses pour assurer la continuité du fonctionnement des services du Gouvernement, des OAA1 et des OAA2.
§ 2. Les actes d'engagement stipulent que les fournitures ne peuvent être livrées, ni les services prestés, avant l'ouverture de la nouvelle année budgétaire.
BOEK 4. De rekeningen
LIVRE 4. Les comptes
TITEL 1. - De samenstelling van de verschillende rekeningen
TITRE 1er. - La composition des différents comptes
HOOFDSTUK 1. - De algemene rekening
CHAPITRE 1er. - Le compte général
Art.84. Overeenkomstig artikel 9 van de wet van 16 mei 2003 leggen de boekhoudkundige entiteiten en de gewestelijke entiteit ieder jaar een algemene rekening voor die bestaat uit de jaarrekening, de rekening van uitvoering van de begroting en de bijhorende bijlagen.
Art.84. Conformément à l'article 9 de la loi du 16 mai 2003, les entités comptables et l'entité régionale présentent chaque année, un compte général qui comprend le compte annuel, le compte d'exécution du budget et les annexes y relatives.
HOOFDSTUK 2-. De jaarrekening
CHAPITRE 2. - Le compte annuel
Art.85. De jaarrekening is samengesteld uit:
1° de balans op 31 december;
2° de resultatenrekening, opgesteld op basis van de kosten en de opbrengsten van het verlopen boekjaar;
3° de rekening van de rechten en verplichtingen buiten balans op 31 december;
4° de samenvattende rekening van de begrotingsverrichtingen van het jaar, zowel wat de ontvangsten als wat de uitgaven betreft;
5° de bijhorende bijlage.
1° de balans op 31 december;
2° de resultatenrekening, opgesteld op basis van de kosten en de opbrengsten van het verlopen boekjaar;
3° de rekening van de rechten en verplichtingen buiten balans op 31 december;
4° de samenvattende rekening van de begrotingsverrichtingen van het jaar, zowel wat de ontvangsten als wat de uitgaven betreft;
5° de bijhorende bijlage.
Art.85. Le compte annuel est composé:
1° du bilan au 31 décembre;
2° du compte de résultats établi sur la base des charges et produits de l'exercice écoulé;
3° du compte de droits et engagements hors bilan au 31 décembre;
4° du compte de récapitulation des opérations budgétaires de l'année, tant en recettes qu'en dépenses;
5° de l'annexe y relative.
1° du bilan au 31 décembre;
2° du compte de résultats établi sur la base des charges et produits de l'exercice écoulé;
3° du compte de droits et engagements hors bilan au 31 décembre;
4° du compte de récapitulation des opérations budgétaires de l'année, tant en recettes qu'en dépenses;
5° de l'annexe y relative.
Art.86. De bijlage bij de jaarrekening omvat minstens:
1° een commentaar in verband met de aangenomen consolidatie- en waarderingsregels;
2° een verslag over de eventuele verkopen of andere vervreemdingen van de roerende en onroerende goederen die in de loop van het boekjaar hebben plaatsgevonden;
3° een verslag over de transparantie als bedoeld in het artikel 7, paragraaf 1 van de gezamenlijke ordonnantie van het Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 14 december 2017 betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen.
De Regering is gemachtigd om de vorm en de inhoud van die bijlage te bepalen.
1° een commentaar in verband met de aangenomen consolidatie- en waarderingsregels;
2° een verslag over de eventuele verkopen of andere vervreemdingen van de roerende en onroerende goederen die in de loop van het boekjaar hebben plaatsgevonden;
3° een verslag over de transparantie als bedoeld in het artikel 7, paragraaf 1 van de gezamenlijke ordonnantie van het Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 14 december 2017 betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen.
De Regering is gemachtigd om de vorm en de inhoud van die bijlage te bepalen.
Art.86. L'annexe au compte annuel comprend au minimum:
1° un commentaire relatif aux règles de consolidation et aux règles d'évaluation retenues;
2° un rapport sur les ventes ou autres aliénations éventuelles des biens meubles et immeubles qui ont eu lieu au cours de l'exercice;
3° un rapport sur la transparence tel que visé à l'article 7, paragraphe 1er de l'ordonnance conjointe à la Région et à la Commission communautaire commune du 14 décembre 2017 sur la transparence des rémunérations et avantages des mandataires publics bruxellois.
Le Gouvernement est autorisé à arrêter la forme et le contenu de cette annexe.
1° un commentaire relatif aux règles de consolidation et aux règles d'évaluation retenues;
2° un rapport sur les ventes ou autres aliénations éventuelles des biens meubles et immeubles qui ont eu lieu au cours de l'exercice;
3° un rapport sur la transparence tel que visé à l'article 7, paragraphe 1er de l'ordonnance conjointe à la Région et à la Commission communautaire commune du 14 décembre 2017 sur la transparence des rémunérations et avantages des mandataires publics bruxellois.
Le Gouvernement est autorisé à arrêter la forme et le contenu de cette annexe.
HOOFDSTUK 3. - De uitvoeringsrekening van de begroting
CHAPITRE 3. - Le compte d'exécution du budget
Art.87. De uitvoeringsrekening van de begroting en de bijhorende bijlage worden opgesteld op basis van de begrotings-boekhouding en worden voorgelegd volgens het door de Regering bepaalde model.
Art.87. Le compte d'exécution du budget et l'annexe y relative sont établis à partir de la comptabilité budgétaire et sont présentés suivant le modèle fixé par le Gouvernement.
Art.88. De bijlage bij de uitvoeringsrekening van de begroting omvat voor de vastleggingsuitgaven:
a) de uitstaande vastleggingen op 1 januari;
b) de vastleggingskredieten vermeld in artikel 13, lid 3, 2°, a);
c) de op de vastleggingskredieten aangerekende vastleggingen;
d) het verschil tussen de vastleggingskredieten vermeld in punt b) en de aangerekende vastleggingen vermeld in punt c);
e) de geannuleerde vastleggingen;
f) de geannuleerde vastleggingskredieten op het einde van het begrotingsjaar;
g) de uitstaande vastleggingen op 31 december.
a) de uitstaande vastleggingen op 1 januari;
b) de vastleggingskredieten vermeld in artikel 13, lid 3, 2°, a);
c) de op de vastleggingskredieten aangerekende vastleggingen;
d) het verschil tussen de vastleggingskredieten vermeld in punt b) en de aangerekende vastleggingen vermeld in punt c);
e) de geannuleerde vastleggingen;
f) de geannuleerde vastleggingskredieten op het einde van het begrotingsjaar;
g) de uitstaande vastleggingen op 31 december.
Art.88. L'annexe au compte d'exécution du budget comprend pour les dépenses d'engagement:
a) l'encours des engagements au 1er janvier;
b) les crédits d'engagement, mentionnés à l'article 13, alinéa 3, point 2, a);
c) les engagements imputés aux crédits d'engagement;
d) la différence entre les crédits d'engagement, mentionnés au point b), et les engagements imputés mentionnés au point c);
e) les engagements annulés;
f) les crédits d'engagement annulés à la fin de l'année budgétaire;
g) l'encours des engagements au 31 décembre.
a) l'encours des engagements au 1er janvier;
b) les crédits d'engagement, mentionnés à l'article 13, alinéa 3, point 2, a);
c) les engagements imputés aux crédits d'engagement;
d) la différence entre les crédits d'engagement, mentionnés au point b), et les engagements imputés mentionnés au point c);
e) les engagements annulés;
f) les crédits d'engagement annulés à la fin de l'année budgétaire;
g) l'encours des engagements au 31 décembre.
HOOFDSTUK 4. - De consolidatie
CHAPITRE 4. - La consolidation
Art.89. De jaarrekeningen van de ABI's die deel uitmaken van de ESR-consolidatieperimeter S1312 en die in de begroting van het Gewest zijn opgenomen, worden geconsolideerd met de jaarrekening van de diensten van de Regering, binnen de algemene rekening van de gewestelijke entiteit.
De Regering is gemachtigd om de consolidatiemodaliteiten te bepalen.
De Regering is gemachtigd om de consolidatiemodaliteiten te bepalen.
Art.89. Les comptes annuels des OAA qui font partie du périmètre de consolidation SEC S1312 et qui sont repris au niveau du budget de la Région, sont consolidés avec le compte annuel des services du Gouvernement, au sein du compte général de l'entité régionale.
Le Gouvernement est autorisé à arrêter les modalités de consolidation.
Le Gouvernement est autorisé à arrêter les modalités de consolidation.
TITEL 2. - De verschillende algemene rekeningen
TITRE 2. - Les différents comptes généraux
HOOFDSTUK 1. - De algemene rekening van de gewestelijke entiteit
CHAPITRE 1er. - Le compte général de l'entité régionale
Art.90. § 1. De Regering keurt de algemene rekening van de gewestelijke entiteit goed uiterlijk op 31 augustus van het jaar dat volgt op het jaar waarop zij betrekking heeft.
§ 2. De algemene rekening van de gewestelijke entiteit wordt door de Minister van Financiën en Begroting uiterlijk op de eerste werkdag na de goedkeuring ervan aan het Rekenhof ter certificering toegezonden via elektronische weg.
§ 3. Het Rekenhof bezorgt zijn opmerkingen over deze algemene rekening aan de Regering.
§ 2. De algemene rekening van de gewestelijke entiteit wordt door de Minister van Financiën en Begroting uiterlijk op de eerste werkdag na de goedkeuring ervan aan het Rekenhof ter certificering toegezonden via elektronische weg.
§ 3. Het Rekenhof bezorgt zijn opmerkingen over deze algemene rekening aan de Regering.
Art.90. § 1er. Le Gouvernement approuve le compte général de l'entité régionale, au plus tard le 31 août de l'année qui suit celle à laquelle il se rapporte.
§ 2. Au plus tard le premier jour ouvrable qui suit son approbation, le compte général de l'entité régionale est transmis, par voie électronique, à la Cour des comptes, par le Ministre des Finances et du Budget, pour certification.
§ 3. La Cour des comptes transmet au Gouvernement ses observations sur ce compte général.
§ 2. Au plus tard le premier jour ouvrable qui suit son approbation, le compte général de l'entité régionale est transmis, par voie électronique, à la Cour des comptes, par le Ministre des Finances et du Budget, pour certification.
§ 3. La Cour des comptes transmet au Gouvernement ses observations sur ce compte général.
HOOFDSTUK 2. - De algemene rekening van de diensten van de Regering
CHAPITRE 2. - Le compte général des services du Gouvernement
Art.91. § 1. De algemene rekening van de diensten van de Regering wordt opgesteld uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop zij betrekking heeft en wordt overgemaakt aan de gewestelijke boekhouder.
De GOB's en de ABI's verstrekken aan de boekhouder van de diensten van de Regering alle voor de opstelling van de algemene rekening van de diensten van de Regering benodigde documenten en informatie uiterlijk op 28 februari van het jaar dat volgt op het jaar waarop zij betrekking heeft.
§ 2. De algemene rekening van de diensten van de Regering wordt uiterlijk op 31 mei van het jaar dat volgt op het jaar waarop zij betrekking heeft door de Regering goedgekeurd en wordt ter certificering via elektronische weg overgemaakt aan het Rekenhof.
§ 3. Het Rekenhof bezorgt zijn opmerkingen over deze algemene rekening aan de Regering.
§ 4. Uiterlijk binnen een termijn van twee maanden na de mededeling van het controleverslag van het Rekenhof, dienen de betrokken leidende ambtenaren van de diensten van de Regering bij de gewestelijke boekhouder een voorstel in als antwoord op de opmerkingen van het Rekenhof.
De GOB's en de ABI's verstrekken aan de boekhouder van de diensten van de Regering alle voor de opstelling van de algemene rekening van de diensten van de Regering benodigde documenten en informatie uiterlijk op 28 februari van het jaar dat volgt op het jaar waarop zij betrekking heeft.
§ 2. De algemene rekening van de diensten van de Regering wordt uiterlijk op 31 mei van het jaar dat volgt op het jaar waarop zij betrekking heeft door de Regering goedgekeurd en wordt ter certificering via elektronische weg overgemaakt aan het Rekenhof.
§ 3. Het Rekenhof bezorgt zijn opmerkingen over deze algemene rekening aan de Regering.
§ 4. Uiterlijk binnen een termijn van twee maanden na de mededeling van het controleverslag van het Rekenhof, dienen de betrokken leidende ambtenaren van de diensten van de Regering bij de gewestelijke boekhouder een voorstel in als antwoord op de opmerkingen van het Rekenhof.
Art.91. § 1er. Le compte général des services du Gouvernement est établi au plus tard pour le 30 avril de l'année qui suit celle à laquelle il se rapporte et est communiqué au comptable régional.
Les SPRB's et les OAA communiquent, au comptable des services du Gouvernement, tous les documents et informations nécessaires à l'établissement du compte général des services du Gouvernement au plus tard pour le 28 février de l'année qui suit celle à laquelle il se rapporte.
§ 2. Le compte général des services du Gouvernement est approuvé par le Gouvernement au plus tard le 31 mai de l'année qui suit celle à laquelle il se rapporte et est transmis par voie électronique à la Cour des comptes pour certification.
§ 3. La Cour des comptes transmet au Gouvernement ses observations sur ce compte général.
§ 4. Les fonctionnaires dirigeants concernés des services du Gouvernement soumettent au comptable régional, au plus tard dans un délai de deux mois après la communication du rapport de contrôle de la Cour des comptes, une proposition comme réponse aux observations de la Cour des comptes.
Les SPRB's et les OAA communiquent, au comptable des services du Gouvernement, tous les documents et informations nécessaires à l'établissement du compte général des services du Gouvernement au plus tard pour le 28 février de l'année qui suit celle à laquelle il se rapporte.
§ 2. Le compte général des services du Gouvernement est approuvé par le Gouvernement au plus tard le 31 mai de l'année qui suit celle à laquelle il se rapporte et est transmis par voie électronique à la Cour des comptes pour certification.
§ 3. La Cour des comptes transmet au Gouvernement ses observations sur ce compte général.
§ 4. Les fonctionnaires dirigeants concernés des services du Gouvernement soumettent au comptable régional, au plus tard dans un délai de deux mois après la communication du rapport de contrôle de la Cour des comptes, une proposition comme réponse aux observations de la Cour des comptes.
HOOFDSTUK 3. - De algemene rekening van de ABI's 1
CHAPITRE 3. - Le compte général des OAA1
Art.92. § 1. De algemene rekening van elke ABI 1, in voorkomend geval gecontroleerd door een gemandateerde bedrijfsrevisor die is ingeschreven in het openbaar register van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, overeenkomstig de bepalingen van deze ordonnantie, wordt uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop de rekening betrekking heeft, opgesteld door de boekhouder van de ABI 1.
§ 2. De algemene rekening van de ABI 1 wordt goedgekeurd door haar directieorgaan, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop de rekening betrekking heeft.
§ 3. De algemene rekening van de ABI 1 wordt, via elektronische weg, door haar leidende ambtenaren uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop zij betrekking heeft, ter voorlegging aan de Regering, overgemaakt aan de bevoegde minister(s) en aan de gewestelijke boekhouder.
§ 4. De Regering keurt de algemene rekening van de ABI 1 goed uiterlijk op 31 mei van het jaar dat volgt op het jaar waarop deze rekening betrekking heeft.
§ 5. Via elektronische weg maakt of maken de bevoegde minister(s) de goedgekeurde algemene rekening uiterlijk de eerste werkdag na de goedkeuring ervan, ter certificering over aan het Rekenhof.
§ 6. Het Rekenhof bezorgt zijn opmerkingen over deze algemene rekening aan de Regering en de betrokken leidende ambtenaar.
§ 7. Uiterlijk binnen een termijn van twee maanden na de mededeling van het controleverslag van het Rekenhof, dienen de betrokken leidende ambtenaren van de ABI 1 bij de gewestelijke boekhouder een voorstel in als antwoord op de opmerkingen van het Rekenhof.
§ 2. De algemene rekening van de ABI 1 wordt goedgekeurd door haar directieorgaan, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop de rekening betrekking heeft.
§ 3. De algemene rekening van de ABI 1 wordt, via elektronische weg, door haar leidende ambtenaren uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop zij betrekking heeft, ter voorlegging aan de Regering, overgemaakt aan de bevoegde minister(s) en aan de gewestelijke boekhouder.
§ 4. De Regering keurt de algemene rekening van de ABI 1 goed uiterlijk op 31 mei van het jaar dat volgt op het jaar waarop deze rekening betrekking heeft.
§ 5. Via elektronische weg maakt of maken de bevoegde minister(s) de goedgekeurde algemene rekening uiterlijk de eerste werkdag na de goedkeuring ervan, ter certificering over aan het Rekenhof.
§ 6. Het Rekenhof bezorgt zijn opmerkingen over deze algemene rekening aan de Regering en de betrokken leidende ambtenaar.
§ 7. Uiterlijk binnen een termijn van twee maanden na de mededeling van het controleverslag van het Rekenhof, dienen de betrokken leidende ambtenaren van de ABI 1 bij de gewestelijke boekhouder een voorstel in als antwoord op de opmerkingen van het Rekenhof.
Art.92. § 1er. Le compte général de chaque OAA1, le cas échéant contrôlé par un réviseur d'entreprises mandaté inscrit au registre public de l'Institut des réviseurs d'entreprises, conformément aux dispositions de la présente ordonnance, est établi par le comptable de l'OAA1 au plus tard le 30 avril de l'année qui suit celle à laquelle le compte se rapporte.
§ 2. Le compte général de l'OAA1 est approuvé par son organe de direction au plus tard le 30 avril de l'année qui suit celle à laquelle le compte se rapporte.
§ 3. Le compte général de l'OAA1 est transmis, par voie électronique, au(x) ministre(s) compétent(s), par ses fonctionnaires dirigeants, pour soumission au Gouvernement, et au comptable régional, au plus tard le 30 avril de l'année qui suit celle à laquelle il se rapporte.
§ 4. Le Gouvernement approuve le compte général de l'OAA1 au plus tard le 31 mai de l'année qui suit celle à laquelle ce compte se rapporte.
§ 5. Le(s) ministre(s) compétent(s) transmet(tent) le compte général approuvé, par voie électronique, au plus tard le premier jour ouvrable qui suit son approbation, à la Cour des comptes pour certification.
§ 6. La Cour des comptes transmet au Gouvernement et au fonctionnaire dirigeant concerné ses observations sur ce compte général.
§ 7. Les fonctionnaires dirigeants concernés des OAA1 soumettent au comptable régional, au plus tard dans un délai de deux mois après la communication du rapport de contrôle de la Cour des comptes, une proposition comme réponse aux observations de la Cour des comptes.
§ 2. Le compte général de l'OAA1 est approuvé par son organe de direction au plus tard le 30 avril de l'année qui suit celle à laquelle le compte se rapporte.
§ 3. Le compte général de l'OAA1 est transmis, par voie électronique, au(x) ministre(s) compétent(s), par ses fonctionnaires dirigeants, pour soumission au Gouvernement, et au comptable régional, au plus tard le 30 avril de l'année qui suit celle à laquelle il se rapporte.
§ 4. Le Gouvernement approuve le compte général de l'OAA1 au plus tard le 31 mai de l'année qui suit celle à laquelle ce compte se rapporte.
§ 5. Le(s) ministre(s) compétent(s) transmet(tent) le compte général approuvé, par voie électronique, au plus tard le premier jour ouvrable qui suit son approbation, à la Cour des comptes pour certification.
§ 6. La Cour des comptes transmet au Gouvernement et au fonctionnaire dirigeant concerné ses observations sur ce compte général.
§ 7. Les fonctionnaires dirigeants concernés des OAA1 soumettent au comptable régional, au plus tard dans un délai de deux mois après la communication du rapport de contrôle de la Cour des comptes, une proposition comme réponse aux observations de la Cour des comptes.
HOOFDSTUK 4. - De algemene rekening van de ABI's 2
CHAPITRE 4. - Le compte général des OAA2
Art.93. § 1. De algemene rekening van iedere ABI 2 wordt opgesteld door de boekhouder van de ABI 2 en gecertificeerd door een gemandateerde bedrijfsrevisor die is ingeschreven in het openbaar register van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, overeenkomstig de normen van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren en de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop de rekening betrekking heeft.
§ 2. Het bestuursorgaan van de ABI 2, en in voorkomend geval de algemene vergadering, keurt de algemene rekening, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop ze betrekking heeft, goed en maakt de algemene rekening en het verslag van de gemandateerde bedrijfsrevisor via elektronische weg over aan de gewestelijke boekhouder.
§ 3. De leidende ambtenaren van de ABI 2 maken de algemene rekening, vergezeld van de certificering van de gemandateerde bedrijfsrevisor, uiterlijk op 31 mei van het jaar dat volgt op het jaar waarop deze rekening betrekking heeft, via elektronische weg, over aan de bevoegde minister(s) en het Rekenhof.
§ 4. Uiterlijk binnen een termijn van twee maanden na de mededeling van het controleverslag van de gemandateerde bedrijfsrevisor dienen de betrokken leidende ambtenaren van de ABI 2 bij de gewestelijke boekhouder een voorstel in als antwoord op de opmerkingen van de gemandateerde bedrijfsrevisor en op de eventueel bijkomende opmerkingen van het Rekenhof.
§ 2. Het bestuursorgaan van de ABI 2, en in voorkomend geval de algemene vergadering, keurt de algemene rekening, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop ze betrekking heeft, goed en maakt de algemene rekening en het verslag van de gemandateerde bedrijfsrevisor via elektronische weg over aan de gewestelijke boekhouder.
§ 3. De leidende ambtenaren van de ABI 2 maken de algemene rekening, vergezeld van de certificering van de gemandateerde bedrijfsrevisor, uiterlijk op 31 mei van het jaar dat volgt op het jaar waarop deze rekening betrekking heeft, via elektronische weg, over aan de bevoegde minister(s) en het Rekenhof.
§ 4. Uiterlijk binnen een termijn van twee maanden na de mededeling van het controleverslag van de gemandateerde bedrijfsrevisor dienen de betrokken leidende ambtenaren van de ABI 2 bij de gewestelijke boekhouder een voorstel in als antwoord op de opmerkingen van de gemandateerde bedrijfsrevisor en op de eventueel bijkomende opmerkingen van het Rekenhof.
Art.93. § 1er. Le compte général de chaque OAA2 est établi par le comptable de l'OAA2 et certifié par un réviseur d'entreprises mandaté inscrit au registre public de l'Institut des réviseurs d'entreprises, conformément aux normes de l'Institut des réviseurs d'entreprises et aux dispositions de la présente ordonnance et ses arrêtés d'exécution, au plus tard le 30 avril de l'année qui suit celle à laquelle le compte se rapporte.
§ 2. L'organe d'administration de l'OAA2, et le cas échéant l'assemblée générale, approuve le compte général au plus tard le 30 avril de l'année suivant celle à laquelle il se rapporte et transmet au comptable régional, par voie électronique, le compte général et le rapport du réviseur mandaté.
§ 3. Les fonctionnaires dirigeants de l'OAA2 transmettent, par voie électronique, le compte général, accompagné de la certification du réviseur d'entreprises mandaté, au(x) ministre(s) compétent(s) et à la Cour des comptes, au plus tard le 31 mai de l'année qui suit celle à laquelle ce compte se rapporte.
§ 4. Les fonctionnaires dirigeants concernés des OAA2 soumettent au comptable régional, au plus tard dans un délai de deux mois après la communication du rapport de contrôle du réviseur d'entreprises mandaté, une proposition comme réponse aux observations du réviseur d'entreprises mandaté et aux observations complémentaires éventuelles de la Cour des comptes.
§ 2. L'organe d'administration de l'OAA2, et le cas échéant l'assemblée générale, approuve le compte général au plus tard le 30 avril de l'année suivant celle à laquelle il se rapporte et transmet au comptable régional, par voie électronique, le compte général et le rapport du réviseur mandaté.
§ 3. Les fonctionnaires dirigeants de l'OAA2 transmettent, par voie électronique, le compte général, accompagné de la certification du réviseur d'entreprises mandaté, au(x) ministre(s) compétent(s) et à la Cour des comptes, au plus tard le 31 mai de l'année qui suit celle à laquelle ce compte se rapporte.
§ 4. Les fonctionnaires dirigeants concernés des OAA2 soumettent au comptable régional, au plus tard dans un délai de deux mois après la communication du rapport de contrôle du réviseur d'entreprises mandaté, une proposition comme réponse aux observations du réviseur d'entreprises mandaté et aux observations complémentaires éventuelles de la Cour des comptes.
TITEL 3. - De verbetering van de algemene rekeningen
TITRE 3. - La correction des comptes généraux
Art.94. § 1. Na de afsluiting van het boekjaar en zolang de algemene rekening van de gewestelijke entiteit en van iedere boekhoudkundige entiteit nog niet aan het Rekenhof of aan de gemandateerde bedrijfsrevisor ter certificering, overeenkomstig de bepalingen van deze ordonnantie, werd overgemaakt, voert de bevoegde boekhouder de verbeteringen aan de algemene rekening van zijn boekhoudkundige entiteit uit die nodig zijn voor een regelmatige en waarachtige voorstelling van de rekeningen.
§ 2. De bevoegde boekhouders kunnen respectievelijk voor hun entiteit, na overmaking van de algemene rekening aan het Rekenhof of aan de gemandateerde bedrijfsrevisor, nog verbeteringen aanbrengen die nodig zijn voor een regelmatige en waarachtige voorstelling van de rekeningen mits het voorafgaandelijk akkoord van het Rekenhof overeenkomstig artikelen 91 en 92 of van de gemandateerde bedrijfsrevisor overeenkomstig artikel 93.
De verbeteringen kunnen aangebracht worden voor zover de algemene rekening nog niet werd gecertificeerd door het Rekenhof of door de gemandateerde bedrijfsrevisor.
§ 3. De gecorrigeerde rekeningen worden overeenkomstig artikelen 91, 92 en 93 opnieuw ter goedkeuring voorgelegd aan de Regering of het bevoegde bestuursorgaan.
De gewestelijke boekhouder maakt de verbeterde rekeningen aan het Rekenhof of aan de gemandateerde bedrijfsrevisor over.
§ 4. Het Rekenhof en de gemandateerde bedrijfsrevisor houden met deze verbeteringen rekening in hun certificeringsverslag.
§ 2. De bevoegde boekhouders kunnen respectievelijk voor hun entiteit, na overmaking van de algemene rekening aan het Rekenhof of aan de gemandateerde bedrijfsrevisor, nog verbeteringen aanbrengen die nodig zijn voor een regelmatige en waarachtige voorstelling van de rekeningen mits het voorafgaandelijk akkoord van het Rekenhof overeenkomstig artikelen 91 en 92 of van de gemandateerde bedrijfsrevisor overeenkomstig artikel 93.
De verbeteringen kunnen aangebracht worden voor zover de algemene rekening nog niet werd gecertificeerd door het Rekenhof of door de gemandateerde bedrijfsrevisor.
§ 3. De gecorrigeerde rekeningen worden overeenkomstig artikelen 91, 92 en 93 opnieuw ter goedkeuring voorgelegd aan de Regering of het bevoegde bestuursorgaan.
De gewestelijke boekhouder maakt de verbeterde rekeningen aan het Rekenhof of aan de gemandateerde bedrijfsrevisor over.
§ 4. Het Rekenhof en de gemandateerde bedrijfsrevisor houden met deze verbeteringen rekening in hun certificeringsverslag.
Art.94. § 1er. Après la clôture de l'exercice comptable et tant que le compte général de l'entité régionale et de chaque entité comptable n'a pas encore été transmis à la Cour des comptes ou au réviseur d'entreprises mandaté pour certification, conformément aux dispositions de la présente ordonnance, le comptable concerné procède aux corrections du compte général de son entité comptable qui sont nécessaires à une présentation régulière et sincère des comptes.
§ 2. Les comptables compétents peuvent encore, respectivement, apporter pour leur entité, après transmission du compte général à la Cour des comptes ou au réviseur d'entreprises mandaté, les corrections nécessaires à une présentation régulière et fidèle des comptes, sous réserve de l'accord préalable de la Cour des comptes conformément aux articles 91 et 92 ou du réviseur d'entreprises mandaté conformément à l'article 93.
Les corrections peuvent être apportées dans la mesure où le compte général n'a pas encore été certifié par la Cour des comptes ou par le réviseur d'entreprises mandaté.
§ 3. Les comptes corrigés sont soumis à nouveau à l'approbation du Gouvernement ou de l'organe d'administration conformément aux articles 91, 92 et 93.
Le comptable régional transmet les comptes corrigés à la Cour des comptes ou au réviseur d'entreprises mandaté.
§ 4. Ces corrections sont prises en compte par la Cour des comptes et par le réviseur d'entreprises mandaté dans leur rapport de certification.
§ 2. Les comptables compétents peuvent encore, respectivement, apporter pour leur entité, après transmission du compte général à la Cour des comptes ou au réviseur d'entreprises mandaté, les corrections nécessaires à une présentation régulière et fidèle des comptes, sous réserve de l'accord préalable de la Cour des comptes conformément aux articles 91 et 92 ou du réviseur d'entreprises mandaté conformément à l'article 93.
Les corrections peuvent être apportées dans la mesure où le compte général n'a pas encore été certifié par la Cour des comptes ou par le réviseur d'entreprises mandaté.
§ 3. Les comptes corrigés sont soumis à nouveau à l'approbation du Gouvernement ou de l'organe d'administration conformément aux articles 91, 92 et 93.
Le comptable régional transmet les comptes corrigés à la Cour des comptes ou au réviseur d'entreprises mandaté.
§ 4. Ces corrections sont prises en compte par la Cour des comptes et par le réviseur d'entreprises mandaté dans leur rapport de certification.
BOEK 5. De bekendmaking die aan de rekening wordt gegeven
LIVRE 5. La publicité accordée au compte
Art.95. Uiterlijk binnen een termijn van vier weken na de certificering van deze rekening door het Rekenhof, wordt de algemene rekening van de gewestelijke entiteit op initiatief van de Regering bekendgemaakt op de website van de GOB.
Uiterlijk binnen een termijn van vier weken na de certificering van deze rekening door het Rekenhof, wordt de algemene rekening van de diensten van de Regering op initiatief van de Regering bekendgemaakt op de website van de GOB.
Uiterlijk binnen een termijn van vier weken na de certificering van deze rekening door het Rekenhof of door de bedrijfsrevisor, wordt de algemene rekening van elke ABI1 en van elke ABI 2 bekendgemaakt op de website van deze ABI 1 of van deze ABI 2.
Uiterlijk binnen een termijn van vier weken na de certificering van deze rekening door het Rekenhof, wordt de algemene rekening van de diensten van de Regering op initiatief van de Regering bekendgemaakt op de website van de GOB.
Uiterlijk binnen een termijn van vier weken na de certificering van deze rekening door het Rekenhof of door de bedrijfsrevisor, wordt de algemene rekening van elke ABI1 en van elke ABI 2 bekendgemaakt op de website van deze ABI 1 of van deze ABI 2.
Art.95. Le compte général de l'entité régionale est publié sur le site web du SPRB, à l'initiative du Gouvernement, au plus tard dans un délai de quatre semaines à compter de la certification de ce compte par la Cour des comptes.
Le compte général des services du Gouvernement est publié sur le site web du SPRB, à l'initiative du Gouvernement, au plus tard dans un délai de quatre semaines à compter de la certification de ce compte par la Cour des comptes.
Le compte général de chaque OAA1 et de chaque OAA2 est publié sur le site web de cet OAA1 ou de cet OAA2, au plus tard dans un délai de quatre semaines à compter de la certification de ce compte par la Cour des comptes ou par le réviseur d'entreprises.
Le compte général des services du Gouvernement est publié sur le site web du SPRB, à l'initiative du Gouvernement, au plus tard dans un délai de quatre semaines à compter de la certification de ce compte par la Cour des comptes.
Le compte général de chaque OAA1 et de chaque OAA2 est publié sur le site web de cet OAA1 ou de cet OAA2, au plus tard dans un délai de quatre semaines à compter de la certification de ce compte par la Cour des comptes ou par le réviseur d'entreprises.
BOEK 6. De ontwerpen van ordonnantie en documenten betreffende de algemene rekening en de eindregeling van de begroting
LIVRE 6. Les projets d'ordonnance et documents relatifs au compte général et au règlement définitif du budget
Art.96. § 1. Het ontwerp van ordonnantie houdende de algemene rekening en de eindregeling van de begroting van het Gewest wordt, na goedkeuring door de Regering, uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat volgt op het begrotingsjaar waarop deze algemene rekening en deze eindregeling van de begroting betrekking hebben aan het Parlement overgemaakt. De stemming door het Parlement vindt plaats uiterlijk op 31 december van het jaar van deze overmaking.
Deze omvat:
1° de algemene rekening en de eindregeling van de begroting van de diensten van de Regering;
2° de algemene rekening en de eindregeling van de begroting van iedere ABI1;
3° de algemene rekening van de gewestelijke entiteit.
De algemene rekening en de eindregeling van de begroting van iedere ABI 2 wordt in bijlage, louter ter akte-neming door de Regering en door het Parlement, toegevoegd.
Het ontwerp van ordonnantie houdende goedkeuring van de algemene rekening en de eindregeling van de begroting van het Gewest bevat de algemene rekeningen in de zin van artikel 84 van deze ordonnantie.
§ 2. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de opmaak en goedkeuring van het voormelde ontwerp van ordonnantie.
Deze omvat:
1° de algemene rekening en de eindregeling van de begroting van de diensten van de Regering;
2° de algemene rekening en de eindregeling van de begroting van iedere ABI1;
3° de algemene rekening van de gewestelijke entiteit.
De algemene rekening en de eindregeling van de begroting van iedere ABI 2 wordt in bijlage, louter ter akte-neming door de Regering en door het Parlement, toegevoegd.
Het ontwerp van ordonnantie houdende goedkeuring van de algemene rekening en de eindregeling van de begroting van het Gewest bevat de algemene rekeningen in de zin van artikel 84 van deze ordonnantie.
§ 2. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de opmaak en goedkeuring van het voormelde ontwerp van ordonnantie.
Art.96. § 1er. Le projet d'ordonnance portant le compte général et le règlement définitif du budget de la Région est, après approbation par le Gouvernement, transmis au Parlement, au plus tard le 31 octobre de l'année qui suit l'année budgétaire à laquelle ce compte général et ce règlement définitif du budget se rapportent. Le vote du Parlement a lieu au plus tard le 31 décembre de l'année de cette transmission.
Celui-ci comprend:
1° le compte général et le règlement définitif du budget des services du Gouvernement;
2° le compte général et le règlement définitif du budget de chaque OAA1;
3° le compte général de l'entité régionale.
Le compte général et le règlement définitif du budget de chaque OAA2 est ajouté en annexe, seulement pour prise d'acte par le Gouvernement et le Parlement.
Le projet d'ordonnance portant le compte général et le règlement définitif du budget de la Région contient les comptes généraux au sens de l'article 84 de la présente ordonnance.
§ 2. Le Gouvernement détermine les modalités de confection et d'approbation du projet d'ordonnance précité.
Celui-ci comprend:
1° le compte général et le règlement définitif du budget des services du Gouvernement;
2° le compte général et le règlement définitif du budget de chaque OAA1;
3° le compte général de l'entité régionale.
Le compte général et le règlement définitif du budget de chaque OAA2 est ajouté en annexe, seulement pour prise d'acte par le Gouvernement et le Parlement.
Le projet d'ordonnance portant le compte général et le règlement définitif du budget de la Région contient les comptes généraux au sens de l'article 84 de la présente ordonnance.
§ 2. Le Gouvernement détermine les modalités de confection et d'approbation du projet d'ordonnance précité.
BOEK 7. De boekhoudkundige controle
LIVRE 7. Le contrôle comptable
Art.97. De boekhoudkundige controle omvat een geheel van boekhoudkundige procedures dat ervoor zorgt dat de juistheid en de betrouwbaarheid van de inschrijvingen in de rekeningen en in de andere boekhoudkundige documenten geverifieerd worden en dat de bescherming van het vermogen verzekerd wordt.
De Regering is gemachtigd om de modaliteiten van deze boekhoudkundige controle te bepalen.
De Regering is gemachtigd om de modaliteiten van deze boekhoudkundige controle te bepalen.
Art.97. Le contrôle comptable englobe un ensemble de procédures comptables qui vise à vérifier l'exactitude et la fiabilité des enregistrements dans les comptes et dans les autres documents comptables ainsi qu'à assurer la protection du patrimoine.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités de ce contrôle comptable.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités de ce contrôle comptable.
DEEL 4. De thesaurie
PARTIE 4. La trésorerie
BOEK 1. Algemeenheden
LIVRE 1er. Généralités
Art.98. Voor de diensten van de Regering en de ABI's 1, kunnen er geen gelden worden uitbetaald zonder tussenkomst van de Regering, noch van een rekenplichtige, noch zonder vereffeningsvisum indien vereist.
Voor de ABI's 2 kunnen er geen gelden worden uitbetaald zonder tussenkomst van het bestuursorgaan, noch van een rekenplichtige, noch zonder vereffeningsvisum indien vereist.
Voor de ABI's 2 kunnen er geen gelden worden uitbetaald zonder tussenkomst van het bestuursorgaan, noch van een rekenplichtige, noch zonder vereffeningsvisum indien vereist.
Art.98. Pour les services du Gouvernement et les OAA1, aucune sortie de fonds ne peut se faire sans l'intervention du Gouvernement, ni sans l'intervention d'un comptable-trésorier, ni sans visa de liquidation s'il est requis.
Pour les OAA2, aucune sortie de fonds ne peut se faire sans l'intervention de l'organe d'administration, ni sans l'intervention d'un comptable-trésorier, ni sans visa de liquidation s'il est requis.
Pour les OAA2, aucune sortie de fonds ne peut se faire sans l'intervention de l'organe d'administration, ni sans l'intervention d'un comptable-trésorier, ni sans visa de liquidation s'il est requis.
Art.99. Het bestuur van de GOB, bevoegd voor het beheer van de thesaurie van de diensten van de Regering, beheert en actualiseert de thesaurieplanning van de diensten van de Regering met daarin de vooruitzichten van de uitgaven en de ontvangsten voor alle bankrekeningen van de diensten van de Regering.
Art.99. L'administration du SPRB, compétente en matière de gestion de la trésorerie des services du Gouvernement, gère et actualise le planning de trésorerie des services du Gouvernement comprenant les prévisions des dépenses et des recettes pour tous les comptes bancaires des services du Gouvernement.
Art.100. De ABI's beheren en actualiseren hun thesaurieplanning met daarin de vooruitzichten van de uitgaven en ont-vangsten voor al hun bankrekeningen.
De ABI's bezorgen de informatie betreffende hun thesaurie, evenals hun netto te financieren saldo, aan het bestuur van de GOB bevoegd inzake financiën en begroting.
De ABI's bezorgen de informatie betreffende hun thesaurie, evenals hun netto te financieren saldo, aan het bestuur van de GOB bevoegd inzake financiën en begroting.
Art.100. Les OAA gèrent et actualisent leur planning de trésorerie comprenant les prévisions des dépenses et des recettes pour tous leurs comptes bancaires.
Les OAA transmettent les informations relatives à leur trésorerie, ainsi que leur solde net à financer, à l'administration du SPRB compétente en matière de finances et de budget.
Les OAA transmettent les informations relatives à leur trésorerie, ainsi que leur solde net à financer, à l'administration du SPRB compétente en matière de finances et de budget.
Art.101. § 1. De Regering duidt een kassier aan. Het betreft de kredietinstelling die de dagstaat van de thesaurie van de diensten van de Regering bijhoudt. De Regering organiseert hiertoe de daarmee verbonden controle en kan ter-mijnbeleggingen doen.
§ 2. De kassier houdt de dagstaat bij van de thesaurie van de ABI's TO en de ABI's FCCB.
§ 3. Behoudens de door de Regering bepaalde uitzonderingen, vertrouwen de diensten van de Regering, de ABI's TO en de ABI's FCCB al hun bankrekeningen toe aan de kassier.
§ 2. De kassier houdt de dagstaat bij van de thesaurie van de ABI's TO en de ABI's FCCB.
§ 3. Behoudens de door de Regering bepaalde uitzonderingen, vertrouwen de diensten van de Regering, de ABI's TO en de ABI's FCCB al hun bankrekeningen toe aan de kassier.
Art.101. § 1er. Le Gouvernement désigne un caissier. Il s'agit de l'établissement de crédit tenant la situation journalière de la trésorerie des services du Gouvernement. A cette fin, le Gouvernement organise le contrôle y relatif et peut effectuer des placements à terme.
§ 2. Le caissier tient la situation journalière de la trésorerie des OAA OS et des OAA CCFB.
§ 3. Sous réserve des exceptions que le Gouvernement détermine, les services du Gouvernement, les OAA OS et les OAA CCFB confient tous leurs comptes bancaires au caissier.
§ 2. Le caissier tient la situation journalière de la trésorerie des OAA OS et des OAA CCFB.
§ 3. Sous réserve des exceptions que le Gouvernement détermine, les services du Gouvernement, les OAA OS et les OAA CCFB confient tous leurs comptes bancaires au caissier.
Art.102. De kassier bedoeld in artikel 101 berekent en beheert de globale staten en verzekert het verband tussen de bankrekeningen van de diensten van de Regering, de ABI's TO, de ABI's FCCB en deze globale staten.
De betreffende modaliteiten worden bepaald in het kassierscontract.
De betreffende modaliteiten worden bepaald in het kassierscontract.
Art.102. Le caissier visé à l'article 101 calcule et gère les états globaux et assure le lien entre les comptes bancaires des services du Gouvernement, des OAA OS, des OAA CCFB et ces états globaux.
Les modalités y relatives sont fixées au sein du contrat de caissier.
Les modalités y relatives sont fixées au sein du contrat de caissier.
Art.103. De in de lopende rekening van het Gewest opgenomen bankrekeningen van de ABI's FCCB geven geen aanleiding tot debetinteresten of creditinteresten ten gunste of ten laste van de titularissen van deze rekeningen.
Art.103. Les comptes bancaires des OAA CCFB repris dans le compte courant de la Région ne donnent pas lieu à des intérêts débiteurs ou créditeurs au profit de ou à charge des titulaires de ces comptes.
Art.104. De interesten op de beleggingen worden als ontvangsten ingeschreven op de begroting van de diensten van de Regering.
Art.104. Les intérêts sur les placements sont inscrits comme recettes au budget des services du Gouvernement.
Art.105. De ontvangsten en uitgaven van de diensten van de Regering worden geboekt op centrale rekeningen, geopend bij de kassier.
De ontvangsten- en uitgavenrekeningen zijn verbonden met een lopende rekening.
De ontvangsten- en uitgavenrekeningen zijn verbonden met een lopende rekening.
Art.105. Les recettes et les dépenses des services du Gouvernement sont portées à des comptes centraux ouverts auprès du caissier.
Les comptes de recettes et de dépenses sont associés à un compte courant.
Les comptes de recettes et de dépenses sont associés à un compte courant.
Art.106. De transitrekeningen maken deel uit van de lopende rekening van de diensten van de Regering. De centraliserende rekenplichtige van de uitgaven van de diensten van de Regering is de beheerder van deze rekeningen.
Art.106. Les comptes de transit font partie du compte courant des services du Gouvernement. Le comptable-trésorier centralisateur des dépenses des services du Gouvernement est le gestionnaire de ces comptes.
Art.107. De creditinteresten worden op de vervaldag gestort op de daartoe bestemde rekening of rekeningen van de diensten van de Regering.
De debetinteresten worden automatisch door de financiële instelling gedebiteerd op de daartoe bestemde rekening of rekeningen van de diensten van de Regering.
De debetinteresten worden automatisch door de financiële instelling gedebiteerd op de daartoe bestemde rekening of rekeningen van de diensten van de Regering.
Art.107. Les intérêts créditeurs sont virés à l'échéance sur le(s) compte(s) des services du Gouvernement destiné(s) à cette fin.
Les intérêts débiteurs sont débités d'office par l'organisme financier sur le(s) compte(s) des services du Gouvernement destiné(s) à cette fin.
Les intérêts débiteurs sont débités d'office par l'organisme financier sur le(s) compte(s) des services du Gouvernement destiné(s) à cette fin.
Art.108. De interesten en commissies mogen automatisch door de financiële instelling gedebiteerd worden op de bankrekeningen van de aanvullende kredietlijnen. Het toezichtsorgaan van de diensten van de Regering beschikt in het kader van zijn controletaak over een consultatietoegang tot deze bankrekeningen.
Art.108. Les intérêts et les commissions peuvent être débités d'office par l'organisme financier sur les comptes bancaires des lignes de crédits complémentaires. L'organe de surveillance des services du Gouvernement dispose d'un accès en consultation à ces comptes bancaires dans le cadre de sa mission de contrôle.
Art.109. Wanneer de wetgeving de kassier verplicht om zelf te zorgen voor de invordering van een taks of een belasting die het Gewest verschuldigd is, dan wordt dit bedrag automatisch gedebiteerd van de rekening van de diensten van de Regering die wordt aangewezen door het bestuur van de GOB, bevoegd inzake het beheer van de thesaurie van de diensten van de Regering.
Art.109. Lorsque la législation impose au caissier de se charger lui-même du recouvrement d'une taxe ou d'un impôt dont est redevable la Région, ce montant est débité d'office du compte des services du Gouvernement désigné à cette fin par l'administration du SPRB, compétente en matière de gestion de la trésorerie des services du Gouvernement.
Art.110. Op de uitgavenbegroting van de diensten van de Regering worden de nodige kredieten ingeschreven ter aanzuivering van het debetsaldo van de rekening of rekeningen van de diensten van de Regering voorzien in artikelen 107 tot en met 109.
Art.110. Les crédits nécessaires sont inscrits au budget des dépenses des services du Gouvernement afin d'apurer le solde débiteur du ou des comptes des services du Gouvernement prévus aux articles 107 à 109 compris.
Art.111. Geen enkele rekening van de diensten van de Regering mag een negatief saldo vertonen.
In afwijking van het voorgaande lid, mogen de centrale uitgavenrekening, de in artikel 107, tweede lid, bedoelde rekening of rekeningen, de termijnbeleggingsrekeningen en de rekeningen van aanvullende kredietlijnen een negatief saldo vertonen.
Behoudens afwijkingen toegestaan door de Regering, mag geen enkele ABI FCCB-rekening en ABI TO-rekening een negatief saldo vertonen.
In afwijking van het voorgaande lid, mogen de centrale uitgavenrekening, de in artikel 107, tweede lid, bedoelde rekening of rekeningen, de termijnbeleggingsrekeningen en de rekeningen van aanvullende kredietlijnen een negatief saldo vertonen.
Behoudens afwijkingen toegestaan door de Regering, mag geen enkele ABI FCCB-rekening en ABI TO-rekening een negatief saldo vertonen.
Art.111. Aucun compte des services du Gouvernement ne peut présenter un solde négatif.
Par dérogation à l'alinéa précédent, le compte central des dépenses, le ou les comptes prévus à l'article 107, alinéa 2, les comptes de placements à terme et les comptes de lignes de crédit complémentaires peuvent présenter un solde négatif.
Sous réserve des dérogations accordées par le Gouvernement, aucun compte des OAA CCFB et OAA OS ne peut présenter un solde négatif.
Par dérogation à l'alinéa précédent, le compte central des dépenses, le ou les comptes prévus à l'article 107, alinéa 2, les comptes de placements à terme et les comptes de lignes de crédit complémentaires peuvent présenter un solde négatif.
Sous réserve des dérogations accordées par le Gouvernement, aucun compte des OAA CCFB et OAA OS ne peut présenter un solde négatif.
BOEK 2. Het Financieel Coördinatiecentrum voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (FCCB)
LIVRE 2. Le Centre de Coordination financière pour la Région de Bruxelles-Capitale (CCFB)
Art.112. § 1. Onverminderd artikel 101, wordt het FCCB belast met het centraliseren en het coördineren van de financiering van de thesaurieën van de ABI's die begunstigden zijn van gewestelijke subsidies.
§ 2. De Regering is bevoegd om de integratie van een ABI in het FCCB te initiëren. Deze ABI wordt hierdoor een ABI FCCB
§ 3. De Regering bepaalt de voorwaarden en modaliteiten voor de deelname van een ABI aan het FCCB.
§ 2. De Regering is bevoegd om de integratie van een ABI in het FCCB te initiëren. Deze ABI wordt hierdoor een ABI FCCB
§ 3. De Regering bepaalt de voorwaarden en modaliteiten voor de deelname van een ABI aan het FCCB.
Art.112. § 1er. Sans préjudice de l'article 101, le CCFB est chargé de centraliser et de coordonner le financement des trésoreries des OAA qui bénéficient de subventions régionales.
§ 2. Le Gouvernement est compétent pour initier l'intégration d'un OAA au CCFB. Cet OAA devient, de ce fait, un OAA CCFB.
§ 3. Le Gouvernement détermine les conditions et les modalités de participation d'un OAA au CCFB.
§ 2. Le Gouvernement est compétent pour initier l'intégration d'un OAA au CCFB. Cet OAA devient, de ce fait, un OAA CCFB.
§ 3. Le Gouvernement détermine les conditions et les modalités de participation d'un OAA au CCFB.
Art.113. Dit boek is niet van toepassing op het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën (BGHGT), opgericht door de ordonnantie van 8 april 1993 houdende oprichting van het Brussels Gewestelijk Herfinancierings-fonds van de Gemeentelijke Thesaurieën, zoals gewijzigd door de ordonnanties van 2 mei 2002 en 24 november 2011, wat de financiële verrichtingen betreft in het kader van de overeenkomsten bedoeld in artikel 2, § 3 van de voornoemde ordonnantie.
Art.113. Le présent livre n'est pas applicable au Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales (FRBRTC), créé par l'ordonnance du 8 avril 1993 portant création du Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales, telle que modifiée par les ordonnances du 2 mai 2002 et du 24 novembre 2011, pour ce qui concerne les opérations financières dans le cadre des conventions prévues à l'article 2, § 3 de l'ordonnance précitée.
BOEK 3. De rekenplichtigen
LIVRE 3. Les comptables-trésoriers
TITEL 1. - De aanstelling
TITRE 1er. - La désignation
Art.114. De Regering stelt binnen haar diensten en binnen elke ABI 1 rekenplichtigen aan volgens de noodwendigheden van deze diensten en ABI 1.
Het bestuursorgaan van iedere ABI 2 stelt binnen de ABI 2 rekenplichtigen aan volgens de noodwendigheden van deze ABI 2.
Het bestuursorgaan van iedere ABI 2 stelt binnen de ABI 2 rekenplichtigen aan volgens de noodwendigheden van deze ABI 2.
Art.114. Le Gouvernement désigne au sein de ses services et au sein de chaque OAA1, des comptables-trésoriers selon les nécessités de ces services et cet OAA1.
L'organe d'administration de chaque OAA2 désigne au sein de l'OAA2 des comptables-trésoriers selon les nécessités de cet OAA2.
L'organe d'administration de chaque OAA2 désigne au sein de l'OAA2 des comptables-trésoriers selon les nécessités de cet OAA2.
Art.115. De Regering bepaalt de aanstellingsbepalingen, de modaliteiten voor de uitoefening van de functies en de verantwoordelijkheden van de titelvoerende en plaatsvervangende rekenplichtigen.
Art.115. Le Gouvernement arrête les dispositions concernant la désignation, les modalités d'exercice des fonctions et les responsabilités des comptables-trésoriers, titulaires et suppléants.
Art.116. De soorten rekenplichtigen die worden aangesteld, indien noodzakelijk, zijn de volgende:
1° de centraliserende rekenplichtige van de uitgaven;
2° de centraliserende rekenplichtige van de ontvangsten voor de niet-fiscale ontvangsten en/of de fiscale ontvangsten;
3° de rekenplichtige van de geschillen;
4° de rekenplichtige van de liggende gelden;
5° de rekenplichtige(n) van de ontvangsten voor de niet-fiscale ontvangsten;
6° de rekenplichtige(n) van de ontvangsten voor de fiscale ontvangsten;
7° de beheerder(s) van voorschotten;
8° de rekenplichtige(n) van de gelden voor rekening van derden;
9° de rekenplichtige(n) van de aanvullende kredietlijnen.
De bevoegdheden van de Ontvanger voor de Agglomeratie Brussel worden uitgeoefend door de rekenplichtige bedoeld in punt 2° of in punt 6° van lid 1.
1° de centraliserende rekenplichtige van de uitgaven;
2° de centraliserende rekenplichtige van de ontvangsten voor de niet-fiscale ontvangsten en/of de fiscale ontvangsten;
3° de rekenplichtige van de geschillen;
4° de rekenplichtige van de liggende gelden;
5° de rekenplichtige(n) van de ontvangsten voor de niet-fiscale ontvangsten;
6° de rekenplichtige(n) van de ontvangsten voor de fiscale ontvangsten;
7° de beheerder(s) van voorschotten;
8° de rekenplichtige(n) van de gelden voor rekening van derden;
9° de rekenplichtige(n) van de aanvullende kredietlijnen.
De bevoegdheden van de Ontvanger voor de Agglomeratie Brussel worden uitgeoefend door de rekenplichtige bedoeld in punt 2° of in punt 6° van lid 1.
Art.116. Les types de comptables-trésoriers qui sont désignés, le cas échéant, sont les suivants:
1° le comptable-trésorier centralisateur des dépenses;
2° le comptable-trésorier centralisateur des recettes pour les recettes non-fiscales et/ou les recettes fiscales;
3° le comptable-trésorier du contentieux;
4° le comptable-trésorier des fonds en souffrance;
5° le ou les comptable(s)-trésorier(s) des recettes pour les recettes non-fiscales;
6° le ou les comptable(s)-trésorier(s) des recettes pour les recettes fiscales;
7° le ou les régisseur(s) d'avances;
8° le ou les comptable(s)-trésorier(s) de fonds pour compte de tiers;
9° le ou les comptable(s)-trésorier(s) des lignes de crédit complémentaires.
Les compétences du Receveur de l'Agglomération de Bruxelles sont exercées par le comptable-trésorier visé au point 2° ou au point 6° de l'alinéa 1er.
1° le comptable-trésorier centralisateur des dépenses;
2° le comptable-trésorier centralisateur des recettes pour les recettes non-fiscales et/ou les recettes fiscales;
3° le comptable-trésorier du contentieux;
4° le comptable-trésorier des fonds en souffrance;
5° le ou les comptable(s)-trésorier(s) des recettes pour les recettes non-fiscales;
6° le ou les comptable(s)-trésorier(s) des recettes pour les recettes fiscales;
7° le ou les régisseur(s) d'avances;
8° le ou les comptable(s)-trésorier(s) de fonds pour compte de tiers;
9° le ou les comptable(s)-trésorier(s) des lignes de crédit complémentaires.
Les compétences du Receveur de l'Agglomération de Bruxelles sont exercées par le comptable-trésorier visé au point 2° ou au point 6° de l'alinéa 1er.
TITEL 2. - De algemene opdrachten van de rekenplichtigen
TITRE 2. - Les missions générales des comptables-trésoriers
Art.117. De rekenplichtigen zijn belast, onder hun eigen handtekening, manueel of elektronisch, met de uitvoering van de thesaurieverrichtingen op één of meerdere specifiek toegewezen bankrekeningen die vallen binnen het toepassingsgebied van de boekhoudkundige entiteit waartoe zij behoren.
Art.117. Les comptables-trésoriers sont chargés, sous leur propre signature, manuelle ou électronique, de l'exécution des opérations de trésorerie sur un ou plusieurs comptes bancaires, spécifiquement attribués et relevant de l'entité comptable à laquelle ils appartiennent.
Art.118. De rekenplichtigen zijn verantwoordelijk voor de liquiditeiten die zich op de bankrekeningen bevinden waarmee zij belast zijn.
Art.118. Les comptables-trésoriers sont responsables des liquidités qui se trouvent sur les comptes bancaires dont ils ont la charge.
Art.119. De titelvoerende rekenplichtigen stellen een beheers-rekening op van de thesaurieverrichtingen die ze hebben uitgevoerd:
1° minstens één keer per jaar met afsluiting op 31 december;
2° bij vaststelling van een tekort;
3° op de dag waarop hun functie van rekenplichtige eindigt;
4° voor wat de beheerder van voorschotten betreft, driemaandelijks.
[1 [2 Indien de laatste driemaandelijkse beheersrekening niet binnen de gestelde termijn werd overgelegd, is het toezichtsorgaan gemachtigd de toekenning van nieuwe voorschotten aan de beheerders van voorschotten op te schorten.]2]1
Deze beheersrekening wordt ondertekend door de titelvoerende rekenplichtige en, bij afwezigheid of ontstentenis van de titelvoerende rekenplichtige, door de vertegenwoordiger van de betrokken administratie.
De Regering is gemachtigd om de modaliteiten in verband met de opmaak en de indiening van de beheersrekeningen vast te stellen.
De beheersrekeningen van de diensten van de Regering en de ABI's 1 worden naar het Rekenhof gezonden door het toezichtsorgaan dat belast is met de controle ervan.
1° minstens één keer per jaar met afsluiting op 31 december;
2° bij vaststelling van een tekort;
3° op de dag waarop hun functie van rekenplichtige eindigt;
4° voor wat de beheerder van voorschotten betreft, driemaandelijks.
[1 [2 Indien de laatste driemaandelijkse beheersrekening niet binnen de gestelde termijn werd overgelegd, is het toezichtsorgaan gemachtigd de toekenning van nieuwe voorschotten aan de beheerders van voorschotten op te schorten.]2]1
Deze beheersrekening wordt ondertekend door de titelvoerende rekenplichtige en, bij afwezigheid of ontstentenis van de titelvoerende rekenplichtige, door de vertegenwoordiger van de betrokken administratie.
De Regering is gemachtigd om de modaliteiten in verband met de opmaak en de indiening van de beheersrekeningen vast te stellen.
De beheersrekeningen van de diensten van de Regering en de ABI's 1 worden naar het Rekenhof gezonden door het toezichtsorgaan dat belast is met de controle ervan.
Art.119. Les comptables-trésoriers titulaires établissent un compte de gestion relatif aux opérations de trésorerie qu'ils ont effectuées:
1° au moins une fois par an avec clôture au 31 décembre;
2° en cas de constatation d'un débet;
3° à la date à laquelle leur fonction de comptable-trésorier cesse;
4° pour ce qui concerne le régisseur d'avances, trimestriellement.
[1 [2 En cas de non remise du dernier compte trimestriel de gestion dans les délais prévus, l'organe de surveillance est habilité à suspendre provisoirement l'octroi de nouvelles avances de fonds aux régisseurs d'avances.]2]1
Ce compte de gestion est signé par le comptable-trésorier titulaire, et en cas d'absence ou d'inexistence du comptable-trésorier titulaire par le représentant de l'administration concernée.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités relatives à la confection et la reddition des comptes de gestion.
Les comptes de gestion des services du Gouvernement et des OAA1 sont transmis à la Cour des comptes par l'organe de surveillance chargé de leur vérification.
1° au moins une fois par an avec clôture au 31 décembre;
2° en cas de constatation d'un débet;
3° à la date à laquelle leur fonction de comptable-trésorier cesse;
4° pour ce qui concerne le régisseur d'avances, trimestriellement.
[1 [2 En cas de non remise du dernier compte trimestriel de gestion dans les délais prévus, l'organe de surveillance est habilité à suspendre provisoirement l'octroi de nouvelles avances de fonds aux régisseurs d'avances.]2]1
Ce compte de gestion est signé par le comptable-trésorier titulaire, et en cas d'absence ou d'inexistence du comptable-trésorier titulaire par le représentant de l'administration concernée.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités relatives à la confection et la reddition des comptes de gestion.
Les comptes de gestion des services du Gouvernement et des OAA1 sont transmis à la Cour des comptes par l'organe de surveillance chargé de leur vérification.
Art.120. De rekenplichtigen van de ontvangsten, met inbegrip van de centraliserende rekenplichtige van de ontvangsten, moeten de definitief verworven ontvangsten maandelijks storten op de centrale uitgavenrekening.
Art.120. Les comptables-trésoriers des recettes, en ce compris le comptable-trésorier centralisateur des recettes, sont tenus de verser mensuellement les recettes définitivement acquises sur le compte centralisateur des dépenses.
Art.121. De Regering is gemachtigd om de modaliteiten te bepalen voor de uitoefening van de opdrachten eigen aan elke soort van rekenplichtige.
Art.121. Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités d'exercice des missions propres à chaque type de comptable-trésorier.
TITEL 3. - De mandatarissen
TITRE 3. - Les mandataires
Art.122. De mandatarissen zijn beheerders van de bankrekeningen die hen worden toevertrouwd met het oog op opdrachten uitgevoerd in België of in het buitenland. Zij moeten het saldo van hun rekeningen verantwoorden.
De mandatarissen worden aangesteld door de boekhoudkundige entiteit die belast is met de uitvoering, in België of in het buitenland, van het gewestelijke beleid op het gebied van advies en ondersteuning aan ondernemingen en handelszaken met het oog op hun ontwikkeling of met het oog op hun investeringen in het Gewest.
De Regering legt hun rechten en plichten vast.
De mandatarissen worden aangesteld door de boekhoudkundige entiteit die belast is met de uitvoering, in België of in het buitenland, van het gewestelijke beleid op het gebied van advies en ondersteuning aan ondernemingen en handelszaken met het oog op hun ontwikkeling of met het oog op hun investeringen in het Gewest.
De Regering legt hun rechten en plichten vast.
Art.122. Les mandataires sont gestionnaires des comptes bancaires qui leur sont confiés en vue de missions exercées en Belgique ou à l'étranger. Ils doivent justifier le solde de leurs comptes.
Les mandataires sont désignés par l'entité comptable chargée de mettre en oeuvre, en Belgique ou à l'étranger, la politique régionale en matière de conseil et d'accompagnement aux entreprises et aux commerces en vue de leur développement ou en vue de leurs investissements dans la Région.
Le Gouvernement détermine leurs droits et obligations.
Les mandataires sont désignés par l'entité comptable chargée de mettre en oeuvre, en Belgique ou à l'étranger, la politique régionale en matière de conseil et d'accompagnement aux entreprises et aux commerces en vue de leur développement ou en vue de leurs investissements dans la Région.
Le Gouvernement détermine leurs droits et obligations.
BOEK 4. De financiële controle
LIVRE 4. Le contrôle financier
Art.123. § 1. De Regering organiseert de financiële controle van de rekenplichtigen en van de mandatarissen en bepaalt de modaliteiten ervan.
Met het oog op de uitvoering van deze modaliteiten, wijst de Regering, binnen het bestuur van de GOB dat bevoegd is voor de financiële controle, een toezichtsorgaan aan voor de diensten van de Regering en als ambtshalve toezichtsorgaan voor de ABI's.
§ 2. De personeelsleden die worden belast met de financiële controle zijn onderworpen aan dezelfde tuchtprocedure als deze voor de controleurs van de vastleggingen en vereffeningen.
§ 3. Het toezichtsorgaan ziet erop toe dat de rekenplichtigen en de mandatarissen de wettelijke en reglementaire voorschriften naleven die op hen van toepassing zijn en dat de zuinigheid, wettigheid en regelmatigheid van de uitgevoerde thesaurieverrichtingen worden geëerbiedigd. Het zorgt er ook voor dat de beheersrekeningen overeenstemmen met de boekhoudkundige gegevens en dat fraude wordt voorkomen en opgespoord.
Met het oog op de uitvoering van deze modaliteiten, wijst de Regering, binnen het bestuur van de GOB dat bevoegd is voor de financiële controle, een toezichtsorgaan aan voor de diensten van de Regering en als ambtshalve toezichtsorgaan voor de ABI's.
§ 2. De personeelsleden die worden belast met de financiële controle zijn onderworpen aan dezelfde tuchtprocedure als deze voor de controleurs van de vastleggingen en vereffeningen.
§ 3. Het toezichtsorgaan ziet erop toe dat de rekenplichtigen en de mandatarissen de wettelijke en reglementaire voorschriften naleven die op hen van toepassing zijn en dat de zuinigheid, wettigheid en regelmatigheid van de uitgevoerde thesaurieverrichtingen worden geëerbiedigd. Het zorgt er ook voor dat de beheersrekeningen overeenstemmen met de boekhoudkundige gegevens en dat fraude wordt voorkomen en opgespoord.
Art.123. § 1er. Le Gouvernement organise le contrôle financier des comptables-trésoriers et des mandataires et en fixe les modalités.
En vue de l'exécution de ces modalités, le Gouvernement désigne un organe de surveillance, au sein de l'administration du SPRB compétente pour le contrôle financier pour les services du Gouvernement et comme organe de surveillance par défaut, pour les OAA.
§ 2. Les membres du personnel chargés du contrôle financier sont soumis à la même procédure disciplinaire que celle pour les contrôleurs des engagements et des liquidations.
§ 3. L'organe de surveillance veille au respect, par les comptables-trésoriers et les mandataires, des prescrits légaux et réglementaires qui leur sont applicables, ainsi qu'au respect de l'économie, de la légalité et de la régularité des opérations de trésorerie effectuées. Il veille également à la conformité des comptes de gestion aux données comptables ainsi qu'à la prévention et détection des fraudes.
En vue de l'exécution de ces modalités, le Gouvernement désigne un organe de surveillance, au sein de l'administration du SPRB compétente pour le contrôle financier pour les services du Gouvernement et comme organe de surveillance par défaut, pour les OAA.
§ 2. Les membres du personnel chargés du contrôle financier sont soumis à la même procédure disciplinaire que celle pour les contrôleurs des engagements et des liquidations.
§ 3. L'organe de surveillance veille au respect, par les comptables-trésoriers et les mandataires, des prescrits légaux et réglementaires qui leur sont applicables, ainsi qu'au respect de l'économie, de la légalité et de la régularité des opérations de trésorerie effectuées. Il veille également à la conformité des comptes de gestion aux données comptables ainsi qu'à la prévention et détection des fraudes.
Art.124. De Regering bepaalt de opdrachten en verantwoordelijkheden van de toezichtsorganen.
Art.124. Le Gouvernement fixe les missions et les responsabilités des organes de surveillance.
DEEL 5. Schuldbeheer en financiële verrichtingen
PARTIE 5. Gestion de la dette et opérations financières
BOEK 1. Het schuldbeheer
LIVRE 1er. La gestion de la dette
Art.125. De Regering is bevoegd voor het beheer van de schuld van het Gewest.
De Regering is gemachtigd om de modaliteiten inzake organisatie en uitvoering van de daarmee verbonden opdrachten te bepalen.
De Regering is gemachtigd om de modaliteiten inzake organisatie en uitvoering van de daarmee verbonden opdrachten te bepalen.
Art.125. Le Gouvernement est compétent pour la gestion de la dette de la Région.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités d'organisation et d'exercice des missions y relatives.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités d'organisation et d'exercice des missions y relatives.
BOEK 2. De financiële verrichtingen
LIVRE 2. Les opérations financières
TITEL 1. - Financieel beheer
TITRE 1er. - Gestion financière
Art.126. De Regering is gemachtigd om, binnen de door de begrotingsordonnantie van het jaar bepaalde grenzen:
1° elke transactie van financieel beheer te sluiten in het algemeen belang van de gewestelijke thesaurie en van elke transactie van gewestelijk schuldbeheer, met inbegrip van transacties waarvan de aanvang na het lopende begrotingsjaar kan plaatsvinden;
2° met leningen de vervroegde aflossing van leningen en derivaten te dekken, overeenkomstig de bepalingen van de leningsovereenkomsten en de bepalingen van de derivatenovereenkomsten, alsmede de financiële beheers-verrichtingen gerealiseerd in het algemeen belang van de gewestelijke thesaurie en de uitgaven die voortvloeien uit de verrichtingen inzake het beheer van de gewestschuld;
3° rentedragende financiering te creëren, met inbegrip van thesauriebewijzen bedoeld in de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen.
1° elke transactie van financieel beheer te sluiten in het algemeen belang van de gewestelijke thesaurie en van elke transactie van gewestelijk schuldbeheer, met inbegrip van transacties waarvan de aanvang na het lopende begrotingsjaar kan plaatsvinden;
2° met leningen de vervroegde aflossing van leningen en derivaten te dekken, overeenkomstig de bepalingen van de leningsovereenkomsten en de bepalingen van de derivatenovereenkomsten, alsmede de financiële beheers-verrichtingen gerealiseerd in het algemeen belang van de gewestelijke thesaurie en de uitgaven die voortvloeien uit de verrichtingen inzake het beheer van de gewestschuld;
3° rentedragende financiering te creëren, met inbegrip van thesauriebewijzen bedoeld in de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen.
Art.126. Le Gouvernement est autorisé, dans les limites fixées par l'ordonnance budgétaire de l'année, à:
1° conclure toute opération de gestion financière dans l'intérêt général de la trésorerie régionale et toute opération de gestion de la dette régionale, y compris les opérations dont le démarrage pourra avoir lieu au-delà de l'année budgétaire en cours;
2° couvrir par des emprunts le remboursement par anticipation d'emprunts et de produits dérivés, conformément aux dispositions des conventions d'emprunt et aux dispositions des conventions de produits dérivés, ainsi que les opérations de gestion financière réalisées dans l'intérêt général de la trésorerie régionale et les dépenses découlant des opérations de gestion de la dette régionale;
3° créer des moyens de financement productifs d'intérêts en ce compris les billets de trésorerie visés par la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt.
1° conclure toute opération de gestion financière dans l'intérêt général de la trésorerie régionale et toute opération de gestion de la dette régionale, y compris les opérations dont le démarrage pourra avoir lieu au-delà de l'année budgétaire en cours;
2° couvrir par des emprunts le remboursement par anticipation d'emprunts et de produits dérivés, conformément aux dispositions des conventions d'emprunt et aux dispositions des conventions de produits dérivés, ainsi que les opérations de gestion financière réalisées dans l'intérêt général de la trésorerie régionale et les dépenses découlant des opérations de gestion de la dette régionale;
3° créer des moyens de financement productifs d'intérêts en ce compris les billets de trésorerie visés par la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt.
TITEL 2. - Mededeling van financiële informatie
TITRE 2. - Communication d'informations financières
Art.127. De ABI's bezorgen alle nodige financiële documenten en informatie aan het bestuur van de GOB bevoegd inzake schuldbeheer.
De Regering bepaalt de inhoud en de modaliteiten van de mededeling van deze informatie.
De Regering bepaalt de inhoud en de modaliteiten van de mededeling van deze informatie.
Art.127. Les OAA communiquent tous les documents et informations financiers nécessaires à l'administration du SPRB compétente en matière de gestion de la dette.
Le Gouvernement détermine le contenu et les modalités de la communication de ces informations.
Le Gouvernement détermine le contenu et les modalités de la communication de ces informations.
TITEL 3. - Schulden van de ABI's
TITRE 3. - Dettes des OAA
Art.128. De leningen op meer dan tien dagen, die de ABI's mogen aangaan binnen de in hun organieke ordonnantie en hun statuten gestelde perken, worden aan de minister of ministers waaronder ze ressorteren en aan de Minister van Financiën ter machtiging voorgelegd.
In afwijking van lid 1 is dit artikel niet van toepassing op het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën (BGHGT) voor wat betreft de machtigingen.
In afwijking van lid 1 is dit artikel niet van toepassing op het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën (BGHGT) voor wat betreft de machtigingen.
Art.128. Les emprunts à plus de dix jours de date, que les OAA peuvent contracter, dans les limites fixées par leur ordonnance organique et leurs statuts, sont soumis à l'autorisation du ou des ministre(s) dont ils relèvent et du Ministre des Finances.
En dérogation à l'alinéa 1er, le présent article n'est pas applicable au Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales (FRBRTC) en ce qui concerne les autorisations.
En dérogation à l'alinéa 1er, le présent article n'est pas applicable au Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales (FRBRTC) en ce qui concerne les autorisations.
TITEL 4. - Beleggingen van de ABI's
TITRE 4. - Placements des OAA
Art.129. De ABI's gebruiken hun tegoeden en beschikbare gelden slechts om de in hun organieke ordonnantie of hun statuten bepaalde opdrachten te verwezenlijken.
Indien de organieke ordonnantie of statuten niet voorzien in de kenmerken van de belegging van de beschikbare gelden, dan moeten deze worden geïnvesteerd in de door het Gewest uitgegeven of gewaarborgde effecten.
De Minister van Financiën kan echter andere modaliteiten bepalen voor de belegging op zicht of op korte termijn van een gedeelte van de beschikbare gelden.
Indien de organieke ordonnantie of statuten niet voorzien in de kenmerken van de belegging van de beschikbare gelden, dan moeten deze worden geïnvesteerd in de door het Gewest uitgegeven of gewaarborgde effecten.
De Minister van Financiën kan echter andere modaliteiten bepalen voor de belegging op zicht of op korte termijn van een gedeelte van de beschikbare gelden.
Art.129. Les OAA n'utilisent leurs avoirs et leurs fonds disponibles que pour réaliser les missions prévues par leur ordonnance organique ou leurs statuts.
Lorsque l'ordonnance organique ou les statuts ne prévoient pas les caractéristiques de placement des fonds disponibles, ceux-ci doivent être investis en valeurs émises ou garanties par la Région.
Le Ministre des Finances peut toutefois arrêter d'autres modalités pour le placement à vue ou à court terme d'une portion des fonds disponibles.
Lorsque l'ordonnance organique ou les statuts ne prévoient pas les caractéristiques de placement des fonds disponibles, ceux-ci doivent être investis en valeurs émises ou garanties par la Région.
Le Ministre des Finances peut toutefois arrêter d'autres modalités pour le placement à vue ou à court terme d'une portion des fonds disponibles.
DEEL 6. Het controle- en beheersingssysteem
PARTIE 6. Le système de contrôle et de maîtrise
BOEK 1. De organisatiebeheersing
LIVRE 1er. La maitrise de l'organisation
TITEL 1. - Algemeenheden
TITRE 1er. - Généralités
Art.130. De Regering organiseert een systeem van organisatiebeheersing.
De organisatiebeheersing is het geheel aan maatregelen die toelaten om een redelijke zekerheid te geven over:
1° de effectieve verwezenlijking van de gestelde doelen en de beheersing van de processen;
2° de overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving;
3° het beginsel van goed beheer, waaronder met name het goed financieel beheer, met inbegrip van de zuinigheid, doeltreffendheid en doelmatigheid van de verrichtingen;
4° de betrouwbaarheid van de financiële en niet financiële informatie, wat vereist dat de verrichtingen wettig, regelmatig en gerechtvaardigd zijn en dat het vermogen correct wordt beschermd;
5° de preventie en detectie van fraude;
6° het adequaat beheer van de risico's verbonden met de doelstellingen.
De organisatiebeheersing is het geheel aan maatregelen die toelaten om een redelijke zekerheid te geven over:
1° de effectieve verwezenlijking van de gestelde doelen en de beheersing van de processen;
2° de overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving;
3° het beginsel van goed beheer, waaronder met name het goed financieel beheer, met inbegrip van de zuinigheid, doeltreffendheid en doelmatigheid van de verrichtingen;
4° de betrouwbaarheid van de financiële en niet financiële informatie, wat vereist dat de verrichtingen wettig, regelmatig en gerechtvaardigd zijn en dat het vermogen correct wordt beschermd;
5° de preventie en detectie van fraude;
6° het adequaat beheer van de risico's verbonden met de doelstellingen.
Art.130. Le Gouvernement organise un système de maitrise de l'organisation.
La maitrise de l'organisation est l'ensemble des mesures qui permettent de fournir une assurance raisonnable quant à:
1° l'atteinte effective des objectifs fixés et la maitrise des processus;
2° la conformité aux législations et aux règlementations en vigueur;
3° le principe de bonne gestion, dont notamment la bonne gestion financière, en ce compris, l'économie, l'efficacité et l'efficience des opérations;
4° la fiabilité des informations financières et non-financières, ce qui requiert que les opérations soient légales, régulières et justifiées et que le patrimoine soit correctement protégé;
5° la prévention et la détection de la fraude;
6° la gestion appropriée des risques liés aux objectifs.
La maitrise de l'organisation est l'ensemble des mesures qui permettent de fournir une assurance raisonnable quant à:
1° l'atteinte effective des objectifs fixés et la maitrise des processus;
2° la conformité aux législations et aux règlementations en vigueur;
3° le principe de bonne gestion, dont notamment la bonne gestion financière, en ce compris, l'économie, l'efficacité et l'efficience des opérations;
4° la fiabilité des informations financières et non-financières, ce qui requiert que les opérations soient légales, régulières et justifiées et que le patrimoine soit correctement protégé;
5° la prévention et la détection de la fraude;
6° la gestion appropriée des risques liés aux objectifs.
Art.131. De organisatiebeheersing is georganiseerd volgens het drie-lijnen-beheersingsmodel.
De eerste beheersingslijn betreft de verantwoordelijkheid en verplichting om rekenschap te geven voor de beoordeling, het beheer en de directe beperking van de risico's. Zij behoort tot de verantwoordelijkheid van de leidende ambtenaren.
De tweede beheersingslijn voorziet in een expertise, ondersteuning en monitoring van risico gerelateerde zaken. Ze verstrekt analyses en verslaggeving over de toereikendheid en de effectiviteit van het risicobeheer.
Ze bestaat uit functies die via activiteiten van begeleiding, methodologische ondersteuning of expertise, van evaluatie en controle een bijkomende garantie bieden en een opvolging inzake optimalisering van de kwaliteit van de dossiers, waaronder de uitvoering van de begroting, inzake risicobeheer en inzake organisatiebeheersing. Ze omvat met name de controle van de vastleggingen en de vereffeningen, de boekhoudkundige controle en de financiële controle.
De derde beheersingslijn, binnen de gewestelijke entiteit, behoort tot de verantwoordelijkheid van de interne audit. Deze lijn biedt in alle onafhankelijkheid en objectiviteit een redelijke zekerheid en aanbevelingen over de governance, de risicobeheersing en de interne controle.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de organisatiebeheersing op het niveau van deze drie beheersingslijnen.
De eerste beheersingslijn betreft de verantwoordelijkheid en verplichting om rekenschap te geven voor de beoordeling, het beheer en de directe beperking van de risico's. Zij behoort tot de verantwoordelijkheid van de leidende ambtenaren.
De tweede beheersingslijn voorziet in een expertise, ondersteuning en monitoring van risico gerelateerde zaken. Ze verstrekt analyses en verslaggeving over de toereikendheid en de effectiviteit van het risicobeheer.
Ze bestaat uit functies die via activiteiten van begeleiding, methodologische ondersteuning of expertise, van evaluatie en controle een bijkomende garantie bieden en een opvolging inzake optimalisering van de kwaliteit van de dossiers, waaronder de uitvoering van de begroting, inzake risicobeheer en inzake organisatiebeheersing. Ze omvat met name de controle van de vastleggingen en de vereffeningen, de boekhoudkundige controle en de financiële controle.
De derde beheersingslijn, binnen de gewestelijke entiteit, behoort tot de verantwoordelijkheid van de interne audit. Deze lijn biedt in alle onafhankelijkheid en objectiviteit een redelijke zekerheid en aanbevelingen over de governance, de risicobeheersing en de interne controle.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de organisatiebeheersing op het niveau van deze drie beheersingslijnen.
Art.131. La maitrise de l'organisation est organisée suivant le modèle des trois lignes de maitrise.
La première ligne de maitrise consiste en la responsabilité et en l'obligation de rendre compte de l'évaluation, de la gestion et de l'atténuation directe des risques. Elle est du ressort des fonctionnaires dirigeants.
La deuxième ligne de maîtrise apporte une expertise, une assistance et un suivi sur les questions ayant trait aux risques. Elle produit des analyses et des rapports sur l'adéquation et l'efficacité de la gestion des risques.
Elle est composée de fonctions qui par des activités d'accompagnement, d'apport méthodologique ou d'expertise, d'évaluation et de contrôle apportent une garantie complémentaire et un suivi en termes d'optimisation de la qualité des dossiers, dont l'exécution du budget, en termes de gestion des risques et en termes de maîtrise de l'organisation. Elle comprend notamment le contrôle des engagements et des liquidations, le contrôle comptable et le contrôle financier.
La troisième ligne de maîtrise, au sein de l'entité régionale, est du ressort de l'audit interne. Cette ligne fournit en toute indépendance et objectivité une assurance raisonnable et des recommandations sur la gouvernance, la gestion des risques et le contrôle interne.
Le Gouvernement définit les modalités de la maîtrise de l'organisation au niveau de ces trois lignes de maîtrise.
La première ligne de maitrise consiste en la responsabilité et en l'obligation de rendre compte de l'évaluation, de la gestion et de l'atténuation directe des risques. Elle est du ressort des fonctionnaires dirigeants.
La deuxième ligne de maîtrise apporte une expertise, une assistance et un suivi sur les questions ayant trait aux risques. Elle produit des analyses et des rapports sur l'adéquation et l'efficacité de la gestion des risques.
Elle est composée de fonctions qui par des activités d'accompagnement, d'apport méthodologique ou d'expertise, d'évaluation et de contrôle apportent une garantie complémentaire et un suivi en termes d'optimisation de la qualité des dossiers, dont l'exécution du budget, en termes de gestion des risques et en termes de maîtrise de l'organisation. Elle comprend notamment le contrôle des engagements et des liquidations, le contrôle comptable et le contrôle financier.
La troisième ligne de maîtrise, au sein de l'entité régionale, est du ressort de l'audit interne. Cette ligne fournit en toute indépendance et objectivité une assurance raisonnable et des recommandations sur la gouvernance, la gestion des risques et le contrôle interne.
Le Gouvernement définit les modalités de la maîtrise de l'organisation au niveau de ces trois lignes de maîtrise.
Art.132. De leidende ambtenaar is de uiteindelijke verantwoordelijke voor de doorvoering en voor de goede werking van de organisatiebeheersing binnen zijn boekhoudkundige entiteit.
Art.132. Le fonctionnaire dirigeant est le responsable final de la mise en place et du bon fonctionnement de la maîtrise de l'organisation au sein de son entité comptable.
TITEL 2. - De interne audit
TITRE 2. - L'audit interne
Art.133. § 1. De interne audit helpt de organisatie haar doelstellingen te bereiken door, via een systematische en methodische aanpak, haar risicomanagement-, beheersings- en governance-processen te evalueren en te verbeteren, en door voorstellen te doen om de doeltreffendheid ervan te versterken.
De interne audit is bevoegd voor de uitvoering van forensische audits.
§ 2. De dienst die de functie van interne audit uitoefent binnen de GOB, is belast met het uitoefenen van de in-terne-auditfunctie binnen de diensten van de Regering en de ABI's 1.
§ 3. De ABI's 2 beschikken over een dienst die de interne auditfunctie uitoefent. Indien de ABI 2 niet beschikt over zijn eigen dienst die de interne auditfunctie uitoefent, kan ze beroep doen op de dienst die de interne auditfunctie uitoefent binnen de GOB.
De dienst die de interne auditfunctie uitoefent binnen een ABI 2 sluit een protocol met de dienst die de interne auditfunctie binnen de GOB uitoefent. Dit protocol bepaalt minstens de modaliteiten volgens dewelke deze interne auditdiensten samenwerken, hun activiteiten coördineren, informatie uitwisselen en gezamenlijk communiceren.
§ 4. De interne audit stemt haar werkzaamheden af op de verschillende controle-actoren in het kader van het geïntegreerde-auditprincipe.
§ 5. De Regering is gemachtigd om de modaliteiten van organisatie en tussenkomst van de interne audit te bepalen, met inbegrip van de aspecten van de bescherming van persoonsgegevens.
De interne audit is bevoegd voor de uitvoering van forensische audits.
§ 2. De dienst die de functie van interne audit uitoefent binnen de GOB, is belast met het uitoefenen van de in-terne-auditfunctie binnen de diensten van de Regering en de ABI's 1.
§ 3. De ABI's 2 beschikken over een dienst die de interne auditfunctie uitoefent. Indien de ABI 2 niet beschikt over zijn eigen dienst die de interne auditfunctie uitoefent, kan ze beroep doen op de dienst die de interne auditfunctie uitoefent binnen de GOB.
De dienst die de interne auditfunctie uitoefent binnen een ABI 2 sluit een protocol met de dienst die de interne auditfunctie binnen de GOB uitoefent. Dit protocol bepaalt minstens de modaliteiten volgens dewelke deze interne auditdiensten samenwerken, hun activiteiten coördineren, informatie uitwisselen en gezamenlijk communiceren.
§ 4. De interne audit stemt haar werkzaamheden af op de verschillende controle-actoren in het kader van het geïntegreerde-auditprincipe.
§ 5. De Regering is gemachtigd om de modaliteiten van organisatie en tussenkomst van de interne audit te bepalen, met inbegrip van de aspecten van de bescherming van persoonsgegevens.
Art.133. § 1er. L'audit interne consiste essentiellement à aider l'organisation à atteindre ses objectifs en évaluant et améliorant, par une approche systématique et méthodique, ses processus de management des risques, de maîtrise et de gouvernance, et en faisant des propositions pour renforcer leur efficacité.
L'audit interne est compétent pour l'exécution d'audits forensics.
§ 2. Le service exerçant la fonction d'audit interne au sein du SPRB, est chargé d'exercer la fonction d'audit interne au sein des services du Gouvernement et des OAA1.
§ 3. Les OAA2 disposent d'un service exerçant la fonction d'audit interne. Si l'OAA2 ne dispose pas de son propre service exerçant la fonction d'audit interne, elle peut s'appuyer sur le service exerçant la fonction d'audit interne au sein du SPRB.
Le service exerçant la fonction d'audit interne au sein d'un OAA2 conclut un protocole avec le service exerçant la fonction d'audit interne au sein du SPRB. Ce protocole définit au moins les modalités selon lesquelles ces services d'audit interne coopèrent, coordonnent leurs activités, échangent des informations et communiquent conjointement.
§ 4. L'audit interne coordonne ses activités avec les différents acteurs de contrôle dans le cadre du principe de l'audit intégré.
§ 5. Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités d'organisation et d'intervention de l'audit interne, y compris les aspects de la protection des données à caractère personnel.
L'audit interne est compétent pour l'exécution d'audits forensics.
§ 2. Le service exerçant la fonction d'audit interne au sein du SPRB, est chargé d'exercer la fonction d'audit interne au sein des services du Gouvernement et des OAA1.
§ 3. Les OAA2 disposent d'un service exerçant la fonction d'audit interne. Si l'OAA2 ne dispose pas de son propre service exerçant la fonction d'audit interne, elle peut s'appuyer sur le service exerçant la fonction d'audit interne au sein du SPRB.
Le service exerçant la fonction d'audit interne au sein d'un OAA2 conclut un protocole avec le service exerçant la fonction d'audit interne au sein du SPRB. Ce protocole définit au moins les modalités selon lesquelles ces services d'audit interne coopèrent, coordonnent leurs activités, échangent des informations et communiquent conjointement.
§ 4. L'audit interne coordonne ses activités avec les différents acteurs de contrôle dans le cadre du principe de l'audit intégré.
§ 5. Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités d'organisation et d'intervention de l'audit interne, y compris les aspects de la protection des données à caractère personnel.
Art.134. De personeelsleden van de diensten die de interne auditfunctie uitoefenen, voeren hun werkzaamheden uit overeenkomstig het Internationaal Raamwerk voor de Beroepsuitoefening van de interne audit van het Instituut van Interne Auditoren.
Art.134. Les membres du personnel des services exerçant la fonction d'audit interne exercent leurs activités conformément au Cadre de Référence International des Pratiques Professionnelles de l'audit interne de l'Institut des Auditeurs Internes.
Art.135. Binnen het kader van hun opdracht hebben de diensten die de interne auditfunctie uitoefenen onbeperkte toegang, behoudens wettelijke of reglementaire verbodsbepalingen, tot alle personen, informatie, documenten en materiële of immateriële activa.
Art.135. Dans le cadre de leur mission, les services exerçant la fonction d'audit interne ont un accès illimité, sous réserve des interdictions légales ou réglementaires, à l'ensemble des personnes, informations, documents et biens matériels ou immatériels.
Art.136. § 1. De interne audit ressorteert functioneel onder een Auditcomité.
Het Auditcomité is een adviesorgaan opgericht om de onafhankelijkheid en objectiviteit van de diensten die de interne auditfunctie uitoefenen te garanderen, evenals de naleving, door de personeelsleden van de diensten die de interne auditfunctie uitoefenen, van het Internationaal Raamwerk voor de Beroepsuitoefening van de interne audit van het Instituut van Interne Auditoren.
§ 2. De Regering is gemachtigd om de modaliteiten van organisatie en tussenkomst van de Auditcomités te bepalen.
Het Auditcomité is een adviesorgaan opgericht om de onafhankelijkheid en objectiviteit van de diensten die de interne auditfunctie uitoefenen te garanderen, evenals de naleving, door de personeelsleden van de diensten die de interne auditfunctie uitoefenen, van het Internationaal Raamwerk voor de Beroepsuitoefening van de interne audit van het Instituut van Interne Auditoren.
§ 2. De Regering is gemachtigd om de modaliteiten van organisatie en tussenkomst van de Auditcomités te bepalen.
Art.136. § 1er. L'audit interne est rattaché fonctionnellement à un Comité d'audit.
Le Comité d'audit est un organe consultatif mis en place afin de garantir l'indépendance et l'objectivité des services exerçant la fonction d'audit interne, ainsi que le respect, par les membres du personnel des services exerçant la fonction d'audit interne, du Cadre de Référence International des Pratiques Professionnelles de l'audit interne de l'Institut des Auditeurs Internes.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités d'organisation et d'intervention des Comités d'audit.
Le Comité d'audit est un organe consultatif mis en place afin de garantir l'indépendance et l'objectivité des services exerçant la fonction d'audit interne, ainsi que le respect, par les membres du personnel des services exerçant la fonction d'audit interne, du Cadre de Référence International des Pratiques Professionnelles de l'audit interne de l'Institut des Auditeurs Internes.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités d'organisation et d'intervention des Comités d'audit.
Art.137. Aan de personeelsleden van de diensten die de interne auditfunctie uitoefenen kan geen tuchtstraf, of andere maatregel die hen kan benadelen, worden opgelegd zonder het voorafgaandelijk advies van het bevoegd Audit-comité op het dossier waarin het verzuim wordt opgetekend en dat voorafgaandelijk door de bevoegde hiërarchische instantie wordt bezorgd.
De Regering is gemachtigd om de modaliteiten van de desbetreffende procedure vast te stellen, met inbegrip van de termijnen.
De Regering is gemachtigd om de modaliteiten van de desbetreffende procedure vast te stellen, met inbegrip van de termijnen.
Art.137. Aucune peine disciplinaire ni aucune autre mesure de nature à leur porter préjudice, ne peut être infligée aux membres du personnel des services exerçant la fonction d'audit interne, sans l'avis préalable du Comité d'audit compétent sur le dossier constatant le manquement et préalablement communiqué par l'autorité hiérarchique compétente.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités de la procédure y relative, en ce compris les délais.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités de la procédure y relative, en ce compris les délais.
BOEK 2. De beheerscontrole
LIVRE 2. Le contrôle de gestion
Art.138. § 1. Onverminderd artikel 35, § 2, is de beheerscontrole een geheel van procedures vastgesteld om de verwezenlijking van de strategische en operationele doelstellingen te beoordelen. Hij maakt een analyse mogelijk van de voortgang van de acties en projecten met betrekking tot deze doelstellingen, van het budget dat aan deze doelstellingen is gekoppeld, evenals het nemen van eventuele corrigerende maatregelen.
§ 2. De beheerscontrole wordt uitgevoerd volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten.
§ 2. De beheerscontrole wordt uitgevoerd volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten.
Art.138. § 1er. Sans préjudice de l'article 35, paragraphe 2, le contrôle de gestion est un ensemble de procédures établies afin d'évaluer la réalisation des objectifs stratégiques et opérationnels. Il permet une analyse de l'état d'avancement des actions et projets relatifs à ces objectifs, du budget lié à ces objectifs, ainsi que la prise de mesures correctrices éventuelles.
§ 2. Le contrôle de gestion est exercé selon les modalités fixées par le Gouvernement.
§ 2. Le contrôle de gestion est exercé selon les modalités fixées par le Gouvernement.
BOEK 3. De beheersing van de uitgaven
LIVRE 3. La maîtrise des dépenses
TITEL 1. - De investeringen
TITRE 1er. - Les investissements
Art.139. § 1. In het kader van het beheer van en het toezicht op de investeringsprojecten binnen de gewestelijke entiteit legt de Regering de volgende elementen vast:
1° de modaliteiten en de organisatie betreffende de strategische planning, de evaluatie, de selectie en de prioritering van de aan de Regering voorgelegde investeringsprojecten en investeringssubsidies;
2° de methodologie voor de implementatie, de controle en de bijsturing tijdens het project;
3° het onderzoek en de beoordeling van de resultaten die ten gevolge van de verwezenlijking van deze investeringsprojecten werden bereikt.
§ 2. Voor de toepassing van de elementen bedoeld in paragraaf 1 wordt de Regering bijgestaan door een orgaan dat onafhankelijk is van de instantie die het investeringsproject initieert.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de oprichting en organisatie van dit orgaan.
1° de modaliteiten en de organisatie betreffende de strategische planning, de evaluatie, de selectie en de prioritering van de aan de Regering voorgelegde investeringsprojecten en investeringssubsidies;
2° de methodologie voor de implementatie, de controle en de bijsturing tijdens het project;
3° het onderzoek en de beoordeling van de resultaten die ten gevolge van de verwezenlijking van deze investeringsprojecten werden bereikt.
§ 2. Voor de toepassing van de elementen bedoeld in paragraaf 1 wordt de Regering bijgestaan door een orgaan dat onafhankelijk is van de instantie die het investeringsproject initieert.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de oprichting en organisatie van dit orgaan.
Art.139. § 1er. Dans le cadre de la gestion et du suivi des projets d'investissements au sein de l'entité régionale, le Gouvernement fixe les éléments suivants:
1° les modalités et l'organisation relatives à la planification stratégique, l'évaluation, la sélection et la priorisation des projets d'investissement et des subventions d'investissement soumis au Gouvernement;
2° la méthodologie de mise en oeuvre, de contrôle et d'ajustement en cours de projet;
3° l'examen et l'évaluation des résultats obtenus suite à la réalisation de ces projets d'investissements.
§ 2. Pour la mise en oeuvre des éléments visés au paragraphe 1er, le Gouvernement est assisté par un organe indépendant de l'instance initiatrice du projet d'investissement.
Le Gouvernement détermine les modalités de création et de l'organisation de cet organe.
1° les modalités et l'organisation relatives à la planification stratégique, l'évaluation, la sélection et la priorisation des projets d'investissement et des subventions d'investissement soumis au Gouvernement;
2° la méthodologie de mise en oeuvre, de contrôle et d'ajustement en cours de projet;
3° l'examen et l'évaluation des résultats obtenus suite à la réalisation de ces projets d'investissements.
§ 2. Pour la mise en oeuvre des éléments visés au paragraphe 1er, le Gouvernement est assisté par un organe indépendant de l'instance initiatrice du projet d'investissement.
Le Gouvernement détermine les modalités de création et de l'organisation de cet organe.
Art.140. De investeringen moeten beantwoorden aan het beginsel dat ze geen ernstige afbreuk mogen doen aan de milieudoelstellingen opgenomen in "het plan", als bedoeld in artikel 1.4.1 van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing.
De Regering bepaalt de modaliteiten dienaangaande.
De Regering bepaalt de modaliteiten dienaangaande.
Art.140. Les investissements doivent répondre au principe d'absence de préjudice important causé aux objectifs environnementaux repris dans le " plan " tel que visé à l'article 1.4.1 de l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie.
Le Gouvernement détermine les modalités à cet égard.
Le Gouvernement détermine les modalités à cet égard.
TITEL 2. - De uitgaven- en ontvangstentoetsingen
TITRE 2. - Les revues des dépenses et des recettes
Art.141. § 1. De uitgaven en de ontvangsten van de gewestelijke entiteit worden regelmatig geëvalueerd.
Deze uitgaven- en ontvangstentoetsingen zijn instrumenten die het ontwikkelen, beoordelen en aanbevelen van beleidsopties mogelijk maken door de bestaande uitgaven en ontvangsten van de Regering te analyseren. Ze koppelen deze opties aan het begrotingsproces.
De doelen van een uitgaven- of ontvangstentoetsing zijn de volgende:
1° de Regering in staat stellen om het globale niveau van de uitgaven en ontvangsten te beheren;
2° de uitgaven en ontvangsten afstemmen op de prioriteiten van de Regering;
3° de doeltreffendheid van het beleid verbeteren.
§ 2. De Regering bepaalt de methodologie en de modaliteiten van de organisatie van deze uitgaven- en ont-vangstentoetsingen, en duidt een centrale dienst aan voor de opvolging.
Deze uitgaven- en ontvangstentoetsingen zijn instrumenten die het ontwikkelen, beoordelen en aanbevelen van beleidsopties mogelijk maken door de bestaande uitgaven en ontvangsten van de Regering te analyseren. Ze koppelen deze opties aan het begrotingsproces.
De doelen van een uitgaven- of ontvangstentoetsing zijn de volgende:
1° de Regering in staat stellen om het globale niveau van de uitgaven en ontvangsten te beheren;
2° de uitgaven en ontvangsten afstemmen op de prioriteiten van de Regering;
3° de doeltreffendheid van het beleid verbeteren.
§ 2. De Regering bepaalt de methodologie en de modaliteiten van de organisatie van deze uitgaven- en ont-vangstentoetsingen, en duidt een centrale dienst aan voor de opvolging.
Art.141. § 1er. Les dépenses et les recettes de l'entité régionale sont régulièrement évaluées.
Ces revues des dépenses et des recettes sont des outils permettant d'élaborer, d'évaluer et de recommander des options politiques en analysant les dépenses et recettes existantes du Gouvernement. Elles établissent un lien entre ces options et le processus budgétaire.
Les objectifs d'une revue des dépenses ou des recettes sont les suivants:
1° permettre au Gouvernement de gérer le niveau global des dépenses et des recettes;
2° aligner les dépenses et les recettes sur les priorités du Gouvernement;
3° améliorer l'efficacité des politiques.
§ 2. Le Gouvernement fixe la méthodologie et les modalités de l'organisation de ces revues de dépenses et de recettes, et désigne un service central pour le suivi.
Ces revues des dépenses et des recettes sont des outils permettant d'élaborer, d'évaluer et de recommander des options politiques en analysant les dépenses et recettes existantes du Gouvernement. Elles établissent un lien entre ces options et le processus budgétaire.
Les objectifs d'une revue des dépenses ou des recettes sont les suivants:
1° permettre au Gouvernement de gérer le niveau global des dépenses et des recettes;
2° aligner les dépenses et les recettes sur les priorités du Gouvernement;
3° améliorer l'efficacité des politiques.
§ 2. Le Gouvernement fixe la méthodologie et les modalités de l'organisation de ces revues de dépenses et de recettes, et désigne un service central pour le suivi.
BOEK 4. De administratieve en begrotingscontrole
LIVRE 4. Le contrôle administratif et budgétaire
TITEL 1. - Algemeenheden
TITRE 1er. - Généralités
Art.142. § 1. De Regering organiseert een administratieve en begrotingscontrole en bepaalt de modaliteiten voor de uitoefening ervan.
§ 2. Voor de administratieve en begrotingscontrole op de diensten van de Regering en de ABI's 1 doet de Regering een beroep op de Inspectie van Financiën die haar ter beschikking wordt gesteld.
§ 3. Voor de administratieve en begrotingscontrole op de ABI's 2 stelt de Regering regeringscommissarissen aan.
De Minister bevoegd voor Begroting kan in samenspraak met de bevoegde minister een gemachtigde van de Minister van Begroting aanstellen met dezelfde bevoegdheden als de regeringscommissarissen inzake openbare financiën, waaronder de begroting en haar uitvoering.
Bij ontstentenis van de aanstelling van regeringscommissarissen, kan de Regering beslissen dat de gemachtigde van de Minister van Begroting alle bevoegdheden van de regeringscommissarissen uitoefent.
§ 4. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de toezichtfunctie van die regeringscommissarissen en gemachtigden van de Minister van Begroting op het vlak van rapporteringsverplichting, deontologie, onverenigbaarheden en vergoeding.
§ 2. Voor de administratieve en begrotingscontrole op de diensten van de Regering en de ABI's 1 doet de Regering een beroep op de Inspectie van Financiën die haar ter beschikking wordt gesteld.
§ 3. Voor de administratieve en begrotingscontrole op de ABI's 2 stelt de Regering regeringscommissarissen aan.
De Minister bevoegd voor Begroting kan in samenspraak met de bevoegde minister een gemachtigde van de Minister van Begroting aanstellen met dezelfde bevoegdheden als de regeringscommissarissen inzake openbare financiën, waaronder de begroting en haar uitvoering.
Bij ontstentenis van de aanstelling van regeringscommissarissen, kan de Regering beslissen dat de gemachtigde van de Minister van Begroting alle bevoegdheden van de regeringscommissarissen uitoefent.
§ 4. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de toezichtfunctie van die regeringscommissarissen en gemachtigden van de Minister van Begroting op het vlak van rapporteringsverplichting, deontologie, onverenigbaarheden en vergoeding.
Art.142. § 1er. Le Gouvernement organise un contrôle administratif et budgétaire et en fixe les modalités d'exercice.
§ 2. Pour le contrôle administratif et budgétaire des services du Gouvernement et des OAA1, le Gouvernement fait appel à l'Inspection des Finances mise à sa disposition.
§ 3. Pour le contrôle administratif et budgétaire des OAA2, le Gouvernement désigne des commissaires du gouvernement.
Le Ministre qui a le budget dans ses compétences, peut en concertation avec le ministre compétent désigner un délégué du Ministre du Budget avec les mêmes compétences que les commissaires du gouvernement en matière de finances publiques, dont le budget et son exécution.
En l'absence de désignation de commissaires du gouvernement, le gouvernement peut décider que le délégué du Ministre du Budget assume toutes les compétences des commissaires du gouvernement.
§ 4. Le Gouvernement détermine les modalités de la fonction de contrôle de ces commissaires du gouvernement et délégués du Ministre du Budget en termes d'obligation de reporting, de déontologie, d'incompatibilités et de rémunération.
§ 2. Pour le contrôle administratif et budgétaire des services du Gouvernement et des OAA1, le Gouvernement fait appel à l'Inspection des Finances mise à sa disposition.
§ 3. Pour le contrôle administratif et budgétaire des OAA2, le Gouvernement désigne des commissaires du gouvernement.
Le Ministre qui a le budget dans ses compétences, peut en concertation avec le ministre compétent désigner un délégué du Ministre du Budget avec les mêmes compétences que les commissaires du gouvernement en matière de finances publiques, dont le budget et son exécution.
En l'absence de désignation de commissaires du gouvernement, le gouvernement peut décider que le délégué du Ministre du Budget assume toutes les compétences des commissaires du gouvernement.
§ 4. Le Gouvernement détermine les modalités de la fonction de contrôle de ces commissaires du gouvernement et délégués du Ministre du Budget en termes d'obligation de reporting, de déontologie, d'incompatibilités et de rémunération.
TITEL 2. - De personeelsplannen en de personeelsstatuten van de diensten van de Regering en van de ABI's
TITRE 2. - Les plans et statuts du personnel des services du Gouvernement et des OAA
Art.143. § 1. Bij ontstentenis van specifieke bepalingen dienaangaande in de ordonnanties tot oprichting van de ABI's of in hun statuten, stelt de Regering het statuut van het personeel van de ABI's van publiek recht vast, op de voordracht van de minister of van de ministers onder wie zij ressorteren en met het akkoord van de Minister van Ambtenarenzaken in het algemeen en het akkoord van de Minister van Begroting voor de vaststelling van het geldelijk statuut.
§ 2. Elke ABI van publiek recht krijgt, naargelang het geval, een personeelsformatie, een personeelsplan of eender welke gelijkwaardige maatregel die als doel heeft de behoeften inzake personeel van de instelling te bepalen.
§ 3. Voor de ABI's van publiek recht wordt een personeelsplan opgesteld, dat bepaald wordt:
1° door de Regering, indien het een ABI 1 betreft;
2° door het bestuursorgaan van de instelling, mits de regeringscommissarissen een gunstig advies gaven, indien het een ABI 2 van publiek recht betreft.
Bij gebrek aan een gunstig advies van de Inspectie van Financiën of van de regeringscommissarissen, vraagt de minister of vragen de ministers waaronder de instelling ressorteert het akkoord van de Minister van Begroting en de Minister van Ambtenarenzaken.
Bij gebrek aan akkoord van één van deze laatsten, kunnen zij het personeelsplan aan de Regering voorleggen.
§ 4. De leidende ambtenaren van de ABI's zijn gehouden niet alleen aan de minister of ministers waaronder ze ressorteren, maar ook aan de Minister van Begroting en aan de Minister van Ambtenarenzaken, alle door een van hen in verband met de administratieve en geldelijke toestand van hun personeel gevraagde inlichtingen rechtstreeks te verstrekken. Wanneer de inlichtingen worden gevraagd door de Minister van Begroting of door de Minister van de Ambtenarenzaken, verstrekt de instelling ze terzelfdertijd aan de minister of ministers waaronder ze ressorteert en aan de minister die erom vraagt.
§ 5. De Regering bepaalt de modaliteiten voor het meedelen van de personeelsplannen, met inbegrip van de verplicht te gebruiken methodologie en modellen van personeelsplannen.
§ 2. Elke ABI van publiek recht krijgt, naargelang het geval, een personeelsformatie, een personeelsplan of eender welke gelijkwaardige maatregel die als doel heeft de behoeften inzake personeel van de instelling te bepalen.
§ 3. Voor de ABI's van publiek recht wordt een personeelsplan opgesteld, dat bepaald wordt:
1° door de Regering, indien het een ABI 1 betreft;
2° door het bestuursorgaan van de instelling, mits de regeringscommissarissen een gunstig advies gaven, indien het een ABI 2 van publiek recht betreft.
Bij gebrek aan een gunstig advies van de Inspectie van Financiën of van de regeringscommissarissen, vraagt de minister of vragen de ministers waaronder de instelling ressorteert het akkoord van de Minister van Begroting en de Minister van Ambtenarenzaken.
Bij gebrek aan akkoord van één van deze laatsten, kunnen zij het personeelsplan aan de Regering voorleggen.
§ 4. De leidende ambtenaren van de ABI's zijn gehouden niet alleen aan de minister of ministers waaronder ze ressorteren, maar ook aan de Minister van Begroting en aan de Minister van Ambtenarenzaken, alle door een van hen in verband met de administratieve en geldelijke toestand van hun personeel gevraagde inlichtingen rechtstreeks te verstrekken. Wanneer de inlichtingen worden gevraagd door de Minister van Begroting of door de Minister van de Ambtenarenzaken, verstrekt de instelling ze terzelfdertijd aan de minister of ministers waaronder ze ressorteert en aan de minister die erom vraagt.
§ 5. De Regering bepaalt de modaliteiten voor het meedelen van de personeelsplannen, met inbegrip van de verplicht te gebruiken methodologie en modellen van personeelsplannen.
Art.143. § 1er. En l'absence de dispositions spécifiques à cet effet dans les ordonnances créant les OAA ou dans leurs statuts, le Gouvernement fixe le statut du personnel des OAA de droit public, sur proposition du ou des ministres dont ils relèvent et avec l'accord du Ministre de la Fonction publique en général et l'accord du Ministre du Budget pour la fixation du statut pécuniaire.
§ 2. Chaque OAA de droit public est doté, selon le cas, d'un cadre organique, d'un plan de personnel ou de toute autre mesure équivalente ayant pour but de définir les besoins en personnel de l'organisme.
§ 3. Pour les OAA de droits public, il est établi un plan du personnel, fixé:
1° par le Gouvernement, s'il s'agit d'un OAA1;
2° par l'organe d'administration de l'organisme, moyennant l'avis favorable des commissaires du gouvernement s'il s'agit d'un OAA2 de droit public.
A défaut d'un avis favorable de l'Inspection des Finances ou des commissaires du gouvernement, le ou les ministres dont l'organisme relève sollicitent l'accord du Ministre du Budget et du Ministre de la Fonction publique.
A défaut d'accord d'un de ces derniers, ils peuvent soumettre le plan de personnel au Gouvernement.
§ 4. Les fonctionnaires dirigeants des OAA sont tenus de fournir directement non seulement au(x) ministre(s) dont ils relèvent, mais aussi au Ministre du Budget et au Ministre de la Fonction publique, tous les renseignements demandés par l'un de ceux-ci au sujet de la situation administrative et pécuniaire de leur personnel. Lorsque les renseignements sont demandés par le Ministre du Budget ou par le Ministre de la Fonction publique, l'organisme les fournit simultanément au(x) ministre(s) dont il relève et au ministre qui les demande.
§ 5. Le Gouvernement détermine les modalités de communication des plans de personnel, en ce compris la méthodologie et les modèles de plan de personnel obligatoires à utiliser.
§ 2. Chaque OAA de droit public est doté, selon le cas, d'un cadre organique, d'un plan de personnel ou de toute autre mesure équivalente ayant pour but de définir les besoins en personnel de l'organisme.
§ 3. Pour les OAA de droits public, il est établi un plan du personnel, fixé:
1° par le Gouvernement, s'il s'agit d'un OAA1;
2° par l'organe d'administration de l'organisme, moyennant l'avis favorable des commissaires du gouvernement s'il s'agit d'un OAA2 de droit public.
A défaut d'un avis favorable de l'Inspection des Finances ou des commissaires du gouvernement, le ou les ministres dont l'organisme relève sollicitent l'accord du Ministre du Budget et du Ministre de la Fonction publique.
A défaut d'accord d'un de ces derniers, ils peuvent soumettre le plan de personnel au Gouvernement.
§ 4. Les fonctionnaires dirigeants des OAA sont tenus de fournir directement non seulement au(x) ministre(s) dont ils relèvent, mais aussi au Ministre du Budget et au Ministre de la Fonction publique, tous les renseignements demandés par l'un de ceux-ci au sujet de la situation administrative et pécuniaire de leur personnel. Lorsque les renseignements sont demandés par le Ministre du Budget ou par le Ministre de la Fonction publique, l'organisme les fournit simultanément au(x) ministre(s) dont il relève et au ministre qui les demande.
§ 5. Le Gouvernement détermine les modalités de communication des plans de personnel, en ce compris la méthodologie et les modèles de plan de personnel obligatoires à utiliser.
BOEK 5. Toezicht op de uitvoering van de begroting
LIVRE 5. Le suivi de l'exécution du budget
TITEL 1. - De periodieke monitoring door de Regering
TITRE 1er. - Le monitoring périodique par le Gouvernement
Art.144. De Regering houdt toezicht op de uitvoering van de begroting.
Ze bepaalt haar houding ten opzichte van de voorstellen van ordonnantie en de van het Parlement uitgaande amendementen, waarvan de goedkeuring een weerslag zou kunnen hebben, hetzij op de ontvangsten, hetzij op de uitgaven.
Ze bepaalt haar houding ten opzichte van de voorstellen van ordonnantie en de van het Parlement uitgaande amendementen, waarvan de goedkeuring een weerslag zou kunnen hebben, hetzij op de ontvangsten, hetzij op de uitgaven.
Art.144. Le Gouvernement surveille l'exécution du budget.
Il détermine son attitude à l'égard des propositions d'ordonnance et des amendements d'initiative parlementaire dont l'adoption serait de nature à avoir une incidence, soit sur les recettes, soit sur les dépenses.
Il détermine son attitude à l'égard des propositions d'ordonnance et des amendements d'initiative parlementaire dont l'adoption serait de nature à avoir une incidence, soit sur les recettes, soit sur les dépenses.
Art.145. De diensten van de Regering, de ABI's 1 en ABI's 2 bezorgen de informatie betreffende de uitvoering van hun begroting aan de Minister van Begroting, die ze meedeelt aan de Regering.
De Regering is gemachtigd om de modaliteiten van de periodieke opvolging van de begrotingsuitvoering te b-palen, met inbegrip van de termijnen voor de mededeling van de verschillende gevraagde documenten en gegevens.
De Regering is gemachtigd om de modaliteiten van de periodieke opvolging van de begrotingsuitvoering te b-palen, met inbegrip van de termijnen voor de mededeling van de verschillende gevraagde documenten en gegevens.
Art.145. Les services du Gouvernement, les OAA1 et les OAA2 transmettent les données relatives à l'exécution de leur budget au Ministre du Budget qui les communique au Gouvernement.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités du suivi périodique de l'exécution budgétaire, en ce compris les délais de communication des différents documents et données demandés.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités du suivi périodique de l'exécution budgétaire, en ce compris les délais de communication des différents documents et données demandés.
TITEL 2. - De controle van de vastleggingen en de vereffeningen
TITRE 2. - Le contrôle des engagements et des liquidations
Art.146. De Regering organiseert de controle van de vastleggingen en de vereffeningen en bepaalt de modaliteiten ervan.
Deze controle wordt uitgevoerd door controleurs van de vastleggingen en de vereffeningen.
De controle is onafhankelijk van de beherende administratieve eenheden van de boekhoudkundige entiteiten die de initiators zijn van de verrichting die hij onderzoekt.
De controleurs van de vastleggingen en vereffeningen van de diensten van de Regering en van de ABI's 1 worden aangesteld door de Regering, op voordracht van de Minister van Begroting en Financiën.
De controleurs van de vastleggingen en vereffeningen van de ABI's 2 worden aangesteld door hun bestuursorgaan. Op verzoek van het bestuursorgaan van een ABI 2, kan de Regering de Controle van de Vastleggingen en Vereffeningen van de GOB voor die ABI 2 aanstellen.
Deze controle wordt uitgevoerd door controleurs van de vastleggingen en de vereffeningen.
De controle is onafhankelijk van de beherende administratieve eenheden van de boekhoudkundige entiteiten die de initiators zijn van de verrichting die hij onderzoekt.
De controleurs van de vastleggingen en vereffeningen van de diensten van de Regering en van de ABI's 1 worden aangesteld door de Regering, op voordracht van de Minister van Begroting en Financiën.
De controleurs van de vastleggingen en vereffeningen van de ABI's 2 worden aangesteld door hun bestuursorgaan. Op verzoek van het bestuursorgaan van een ABI 2, kan de Regering de Controle van de Vastleggingen en Vereffeningen van de GOB voor die ABI 2 aanstellen.
Art.146. Le Gouvernement organise le contrôle des engagements et des liquidations et en fixe les modalités.
Ce contrôle est exercé par des contrôleurs des engagements et des liquidations.
Le contrôle est indépendant des unités administratives gestionnaires des entités comptables qui sont les initiateurs de l'opération qu'il examine.
Les contrôleurs des engagements et des liquidations des services du Gouvernement et des OAA1 sont désignés par le Gouvernement, sur proposition du Ministre du Budget et des Finances.
Les contrôleurs des engagements et des liquidations des OAA2 sont désignés par leur organe d'administration. Sur demande de l'organe d'administration d'un OAA2, le Gouvernement peut désigner le contrôle des engagements et des liquidations du SPRB pour cet OAA2.
Ce contrôle est exercé par des contrôleurs des engagements et des liquidations.
Le contrôle est indépendant des unités administratives gestionnaires des entités comptables qui sont les initiateurs de l'opération qu'il examine.
Les contrôleurs des engagements et des liquidations des services du Gouvernement et des OAA1 sont désignés par le Gouvernement, sur proposition du Ministre du Budget et des Finances.
Les contrôleurs des engagements et des liquidations des OAA2 sont désignés par leur organe d'administration. Sur demande de l'organe d'administration d'un OAA2, le Gouvernement peut désigner le contrôle des engagements et des liquidations du SPRB pour cet OAA2.
Art.147. Aan de controleurs van de vastleggingen en de vereffeningen kan geen tuchtstraf of andere maatregel die hen kan benadelen worden opgelegd zonder het voorafgaandelijke advies van het Rekenhof over het dossier waarin het verzuim wordt opgetekend en dat haar voorafgaandelijk door de bevoegde hiërarchische instantie wordt bezorgd.
De Regering legt de modaliteiten van de desbetreffende procedure vast, met inbegrip van de termijnen.
De Regering legt de modaliteiten van de desbetreffende procedure vast, met inbegrip van de termijnen.
Art.147. Aucune peine disciplinaire, ni aucune autre mesure de nature à leur porter préjudice, ne peut être infligée aux contrôleurs des engagements et des liquidations, sans l'avis préalable de la Cour des comptes sur le dossier constatant le manquement et qui lui aura été préalablement communiqué par l'autorité hiérarchique compétente.
Le Gouvernement fixe les modalités de la procédure y relative, en ce compris les délais.
Le Gouvernement fixe les modalités de la procédure y relative, en ce compris les délais.
Art.148. De controleurs van de vastleggingen en vereffeningen:
1° verlenen een visum voor de uitgevoerde vastleggingen ten laste van de begroting teneinde erop toe te zien dat ze de vastleggingskredieten niet overschrijden;
2° verlenen een visum voor de uitgevoerde vereffeningen ten laste van de begroting teneinde erop toe te zien dat ze noch de vereffeningskredieten, noch het bedrag van de vastleggingen waarop ze betrekking hebben overschrijden;
3° verlenen een visum, voor de betekening van de goedkeuring van de contracten en de overheidsopdrachten voor werken en leveringen van goederen of diensten evenals voor de besluiten tot toekenning van subsidies alvorens die door de bevoegde ordonnateur worden betekend aan de begunstigde.
De Regering is gemachtigd om in het besluit dat de aangelegenheden van de vastlegging, de vereffening en de controle van de vastleggingen en vereffeningen regelt, de modaliteiten betreffende de visa vermeld in de punten 1°, 2° en 3° van het eerste lid en de uitgaven waarvoor kan worden afgeweken van de gewone vastlegging te bepalen, waaronder eventuele vrijstellingen.
1° verlenen een visum voor de uitgevoerde vastleggingen ten laste van de begroting teneinde erop toe te zien dat ze de vastleggingskredieten niet overschrijden;
2° verlenen een visum voor de uitgevoerde vereffeningen ten laste van de begroting teneinde erop toe te zien dat ze noch de vereffeningskredieten, noch het bedrag van de vastleggingen waarop ze betrekking hebben overschrijden;
3° verlenen een visum, voor de betekening van de goedkeuring van de contracten en de overheidsopdrachten voor werken en leveringen van goederen of diensten evenals voor de besluiten tot toekenning van subsidies alvorens die door de bevoegde ordonnateur worden betekend aan de begunstigde.
De Regering is gemachtigd om in het besluit dat de aangelegenheden van de vastlegging, de vereffening en de controle van de vastleggingen en vereffeningen regelt, de modaliteiten betreffende de visa vermeld in de punten 1°, 2° en 3° van het eerste lid en de uitgaven waarvoor kan worden afgeweken van de gewone vastlegging te bepalen, waaronder eventuele vrijstellingen.
Art.148. Les contrôleurs des engagements et des liquidations:
1° visent les engagements effectués à charge du budget afin de veiller à ce qu'ils n'excèdent pas les crédits d'engagement;
2° visent les liquidations effectuées à charge du budget afin de veiller à ce qu'elles n'excèdent ni les crédits de liquidation ni le montant des engagements auxquels elles se rapportent;
3° visent la notification de l'approbation des contrats et marchés publics pour travaux et fournitures de biens ou de services, ainsi que des arrêtés d'octroi de subventions avant que ceux-ci ne soient communiqués au bénéficiaire par l'ordonnateur compétent.
Le Gouvernement est autorisé à déterminer, dans l'arrêté qui règle les matières de l'engagement, de la liquidation et du contrôle des engagements et des liquidations, les modalités concernant les visas repris aux point 1°, 2° et 3° de l'alinéa 1eret les dépenses qui peuvent faire l'objet d'une dérogation à l'engagement ordinaire dont d'éventuelles exemptions.
1° visent les engagements effectués à charge du budget afin de veiller à ce qu'ils n'excèdent pas les crédits d'engagement;
2° visent les liquidations effectuées à charge du budget afin de veiller à ce qu'elles n'excèdent ni les crédits de liquidation ni le montant des engagements auxquels elles se rapportent;
3° visent la notification de l'approbation des contrats et marchés publics pour travaux et fournitures de biens ou de services, ainsi que des arrêtés d'octroi de subventions avant que ceux-ci ne soient communiqués au bénéficiaire par l'ordonnateur compétent.
Le Gouvernement est autorisé à déterminer, dans l'arrêté qui règle les matières de l'engagement, de la liquidation et du contrôle des engagements et des liquidations, les modalités concernant les visas repris aux point 1°, 2° et 3° de l'alinéa 1eret les dépenses qui peuvent faire l'objet d'une dérogation à l'engagement ordinaire dont d'éventuelles exemptions.
Art.149. § 1. In het kader van de controle bedoeld in artikel 148, eerste lid, punten 1°, 2° en 3°, gaan de controleurs van de vastleggingen en de vereffeningen de correcte toepassing na van de wettelijke en reglementaire bepalingen.
§ 2. De controleurs van de vastleggingen en de vereffeningen kunnen zich, in elektronische of andere vorm, alle documenten, inlichtingen en verduidelijkingen in verband met de vastleggingen en de vereffeningen laten bezorgen.
§ 2. De controleurs van de vastleggingen en de vereffeningen kunnen zich, in elektronische of andere vorm, alle documenten, inlichtingen en verduidelijkingen in verband met de vastleggingen en de vereffeningen laten bezorgen.
Art.149. § 1er. Dans le cadre du contrôle visé à l'article 148, alinéa 1er, points 1°, 2° et 3°, les contrôleurs des engagements et liquidations vérifient la bonne application des dispositions légales et réglementaires.
§ 2. Les contrôleurs des engagements et des liquidations peuvent se faire fournir, sous forme électronique ou autres, tous documents, renseignements et éclaircissements relatifs aux engagements et aux liquidations.
§ 2. Les contrôleurs des engagements et des liquidations peuvent se faire fournir, sous forme électronique ou autres, tous documents, renseignements et éclaircissements relatifs aux engagements et aux liquidations.
DEEL 7. De onverenigbaarheden
PARTIE 7. Les incompatibilités
Art.150. Behalve de uitzonderingen beslist door de Regering, zijn de functies van ordonnateur, van boekhouder, van rekenplichtige en van controleurs van de vastleggingen en vereffeningen onderling gescheiden en onverenigbaar.
De functie van rekenplichtige is ook onverenigbaar met de functies van financieel controleur en intern auditor.
De functie van rekenplichtige is ook onverenigbaar met de functies van financieel controleur en intern auditor.
Art.150. Sauf exceptions arrêtées par le Gouvernement, les fonctions d'ordonnateur, de comptable, de comptable-trésorier et de contrôleurs des engagements et des liquidations sont séparées et incompatibles entre elles.
La fonction de comptable-trésorier est également incompatible avec les fonctions de contrôleur financier et d'auditeur interne.
La fonction de comptable-trésorier est également incompatible avec les fonctions de contrôleur financier et d'auditeur interne.
DEEL 8. De actoren van de openbare financiën
PARTIE 8. Les acteurs des finances publiques
BOEK 1. De ordonnateurs
LIVRE 1er. Les ordonnateurs
Art.151. De ontvangsten- en uitgavenbegrotingen van de gewestelijke entiteit worden uitgevoerd op initiatief van de ordonnateurs, ten laste van deze begrotingen.
Voor de diensten van de Regering en de ABI's 1 is de Regering de primaire ordonnateur. Voor de ABI's 2 is het bestuursorgaan de primaire ordonnateur.
Voor de diensten van de Regering en de ABI's 1 is de Regering de primaire ordonnateur. Voor de ABI's 2 is het bestuursorgaan de primaire ordonnateur.
Art.151. Les budgets des recettes et des dépenses de l'entité régionale sont exécutés à l'initiative des ordonnateurs, à charge de ces budgets.
Pour les services du Gouvernement et les OAA1, le Gouvernement est l'ordonnateur primaire. Pour les OAA2, l'organe d'administration est l'ordonnateur primaire.
Pour les services du Gouvernement et les OAA1, le Gouvernement est l'ordonnateur primaire. Pour les OAA2, l'organe d'administration est l'ordonnateur primaire.
Art.152. De Regering bepaalt de modaliteiten van aanstelling en de verantwoordelijkheden van de secundaire, gedelegeerde en gesubdelegeerde ordonnateurs van de diensten van de Regering en van de ABI's 1.
In elke ABI 2 stelt het bestuursorgaan zijn secundaire, gedelegeerde en gesubdelegeerde ordonnateurs aan volgens de bepalingen die van toepassing zijn op deze ABI 2.
In elke ABI 2 stelt het bestuursorgaan zijn secundaire, gedelegeerde en gesubdelegeerde ordonnateurs aan volgens de bepalingen die van toepassing zijn op deze ABI 2.
Art.152. Le Gouvernement fixe les modalités de désignation et les responsabilités des ordonnateurs secondaires, délégués et subdélégués des services du Gouvernement et des OAA1.
Dans chaque OAA2, l'organe d'administration désigne ses ordonnateurs secondaires, délégués et subdélégués conformément aux dispositions applicables à cet OAA2.
Dans chaque OAA2, l'organe d'administration désigne ses ordonnateurs secondaires, délégués et subdélégués conformément aux dispositions applicables à cet OAA2.
BOEK 2. De controleactoren
LIVRE 2. Les acteurs de contrôle
TITEL 1. - Algemeenheden
TITRE 1er. - Généralités
Art.153. Onder controleactoren wordt verstaan:
1° de Minister van de Regering belast met Financiën en Begroting;
2° de Inspectie van Financiën;
3° het Rekenhof;
4° de regeringscommissarissen of, in voorkomend geval, de gemachtigden van de Minister van Begroting;
5° de bedrijfsrevisor;
6° de interne audit.
1° de Minister van de Regering belast met Financiën en Begroting;
2° de Inspectie van Financiën;
3° het Rekenhof;
4° de regeringscommissarissen of, in voorkomend geval, de gemachtigden van de Minister van Begroting;
5° de bedrijfsrevisor;
6° de interne audit.
Art.153. Il est entendu par acteurs de contrôle:
1° le Ministre du Gouvernement chargé des Finances et du Budget;
2° l'Inspection des Finances;
3° la Cour des comptes;
4° les commissaires du gouvernement ou, le cas échéant, les délégués du Ministre du Budget;
5° le réviseur d'entreprises;
6° l'audit interne.
1° le Ministre du Gouvernement chargé des Finances et du Budget;
2° l'Inspection des Finances;
3° la Cour des comptes;
4° les commissaires du gouvernement ou, le cas échéant, les délégués du Ministre du Budget;
5° le réviseur d'entreprises;
6° l'audit interne.
TITEL 2. - De gecoördineerde audit
TITRE 2. - L'audit coordonné
Art.154. De Regering bevordert de samenwerking tussen de controleactoren volgens de methode van de "gecoördineerde audit". Zij bevordert de samenwerking tussen die actoren en de uitwisseling van de controleresultaten op basis van het "gecoördineerde-audit"-principe, dat inhoudt dat de controleactoren met elkaar afspraken maken om het controle- en auditproces doeltreffend en efficiënt te maken.
De Minister van Financiën en Begroting, het Rekenhof en het Instituut van de Bedrijfsrevisoren bepalen in overleg het tijdschema voor de controle van de algemene rekeningen van de ABI's 2, zodat het Rekenhof binnen de in deze ordonnantie vastgestelde termijnen verslag kan uitbrengen aan het Parlement.
De bedrijfsrevisoren en het Rekenhof stellen naar aanleiding van de controle van de rekeningen een gedetailleerd schriftelijk verslag op. Daartoe bezorgt de boekhouder van de ABI 2 hen de nodige stukken, zodat de in deze ordonnantie vastgestelde termijnen worden nageleefd. Als de boekhouder van de ABI 2 deze documenten niet binnen de voorziene termijn bezorgt, stellen de bedrijfsrevisoren of het Rekenhof een ingebrekestelling op.
De Minister van Financiën en Begroting, het Rekenhof en het Instituut van de Bedrijfsrevisoren bepalen in overleg het tijdschema voor de controle van de algemene rekeningen van de ABI's 2, zodat het Rekenhof binnen de in deze ordonnantie vastgestelde termijnen verslag kan uitbrengen aan het Parlement.
De bedrijfsrevisoren en het Rekenhof stellen naar aanleiding van de controle van de rekeningen een gedetailleerd schriftelijk verslag op. Daartoe bezorgt de boekhouder van de ABI 2 hen de nodige stukken, zodat de in deze ordonnantie vastgestelde termijnen worden nageleefd. Als de boekhouder van de ABI 2 deze documenten niet binnen de voorziene termijn bezorgt, stellen de bedrijfsrevisoren of het Rekenhof een ingebrekestelling op.
Art.154. Le Gouvernement facilite la collaboration entre les acteurs de contrôle selon la méthode de " l'audit coordonné ". Il favorise la coopération entre ces acteurs et l'échange des résultats du contrôle sur la base du principe de " l'audit coordonné " qui implique que les acteurs de contrôle concluent des accords entre eux pour rendre le processus de contrôle et d'audit efficace et efficient.
Le Ministre chargé des Finances et du Budget, la Cour des comptes et l'Institut des Réviseurs d'entreprises déterminent en concertation le calendrier de contrôle des comptes généraux des OAA2 afin que la Cour des comptes puisse faire rapport au Parlement dans les délais prévus par la présente ordonnance.
Les réviseurs d'entreprises et la Cour des comptes rédigent un rapport écrit circonstancié suite au contrôle des comptes. A cette fin, le comptable de l'OAA2 leur fournit les documents nécessaires de sorte que les délais fixés dans cette ordonnance soient respectés. Si le comptable de l'OAA2 ne fournit pas ces documents dans le délai prévu, les réviseurs d'entreprises ou la Cour des comptes établissent un constat de carence.
Le Ministre chargé des Finances et du Budget, la Cour des comptes et l'Institut des Réviseurs d'entreprises déterminent en concertation le calendrier de contrôle des comptes généraux des OAA2 afin que la Cour des comptes puisse faire rapport au Parlement dans les délais prévus par la présente ordonnance.
Les réviseurs d'entreprises et la Cour des comptes rédigent un rapport écrit circonstancié suite au contrôle des comptes. A cette fin, le comptable de l'OAA2 leur fournit les documents nécessaires de sorte que les délais fixés dans cette ordonnance soient respectés. Si le comptable de l'OAA2 ne fournit pas ces documents dans le délai prévu, les réviseurs d'entreprises ou la Cour des comptes établissent un constat de carence.
Art.155. § 1. Naast de uitzonderingen op het verplichte beroepsgeheim vermeld in artikel 86 van de wet van 7 december 2016 houdende de organisatie van het beroep en het openbaar toezicht op de bedrijfsrevisoren, is de geheimhoudingsplicht niet van toepassing ten aanzien van de andere betrokken controleactoren, bedoeld in artikel 153, wat betreft:
1° de informatie en werkdocumenten;
2° de uitwisseling van informatie tussen de bedrijfsrevisor en de andere controleactoren over de auditstrategie en -planning, de monitoring en analyse van de risico's, de controle en de rapportering alsook over de auditmethodes met betrekking tot de boekhoudkundige entiteiten van de gewestelijke entiteit waarvoor ze gemeenschappelijk bevoegd zijn.
§ 2. Het permanente dossier bevat bijgewerkte algemene informatie, gevoelige informatie die inherent is aan de instelling en vertrouwelijke informatie. De gevoelige informatie die inherent is aan de instelling en de vertrouwelijke informatie is enkel toegankelijk voor de betrokken instelling en de controleactoren die aan deze instelling verbonden zijn.
Onder gevoelige informatie die inherent is aan de instelling wordt verstaan:
1° de beschrijving van het beheer van de risico's van de entiteit;
2° alle auditverslagen en aanbevelingsbrieven van de laatste vijf jaar.
De permanente dossiers worden bijgehouden in een centraal register. Elke betrokken instelling of controleactor heeft toegang tot het permanente dossier van de betrokken instelling, zonder kosten of aankoop van een specifieke software.
1° de informatie en werkdocumenten;
2° de uitwisseling van informatie tussen de bedrijfsrevisor en de andere controleactoren over de auditstrategie en -planning, de monitoring en analyse van de risico's, de controle en de rapportering alsook over de auditmethodes met betrekking tot de boekhoudkundige entiteiten van de gewestelijke entiteit waarvoor ze gemeenschappelijk bevoegd zijn.
§ 2. Het permanente dossier bevat bijgewerkte algemene informatie, gevoelige informatie die inherent is aan de instelling en vertrouwelijke informatie. De gevoelige informatie die inherent is aan de instelling en de vertrouwelijke informatie is enkel toegankelijk voor de betrokken instelling en de controleactoren die aan deze instelling verbonden zijn.
Onder gevoelige informatie die inherent is aan de instelling wordt verstaan:
1° de beschrijving van het beheer van de risico's van de entiteit;
2° alle auditverslagen en aanbevelingsbrieven van de laatste vijf jaar.
De permanente dossiers worden bijgehouden in een centraal register. Elke betrokken instelling of controleactor heeft toegang tot het permanente dossier van de betrokken instelling, zonder kosten of aankoop van een specifieke software.
Art.155. § 1er. Outre les exceptions à l'obligation de secret professionnel reprises à l'article 86 de la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises, l'obligation du secret n'est pas d'application à l'égard des autres acteurs de contrôle concernés, visés à l'article 153, quant aux:
1° informations et documents;
2° échanges d'informations sur la stratégie et la planification de l'audit, sur le monitoring et l'analyse des risques, sur le contrôle et le rapportage ainsi que sur les méthodes d'audit entre le réviseur d'entreprises et les autres acteurs de contrôle en ce qui concerne les entités comptables de l'entité régionale qui relèvent de leur compétence commune.
§ 2. Le dossier permanent contient des informations générales actualisées et des informations sensibles, inhérentes à l'organisme, et confidentielles. Les informations sensibles, inhérentes à l'organisme, et confidentielles ne sont accessibles qu'à l'organisme concerné et aux acteurs de contrôle associés à cet organisme.
Il est entendu par informations sensibles inhérentes à l'organisme:
1° la description de la gestion des risques de l'entité;
2° tous les rapports d'audit et lettres de recommandation des cinq dernières années.
Les dossiers permanents sont conservés dans un registre central. Chaque organisme ou acteur de contrôle concerné a accès au dossier permanent de l'organisme concerné, sans charges ou achat de logiciel spécifique.
1° informations et documents;
2° échanges d'informations sur la stratégie et la planification de l'audit, sur le monitoring et l'analyse des risques, sur le contrôle et le rapportage ainsi que sur les méthodes d'audit entre le réviseur d'entreprises et les autres acteurs de contrôle en ce qui concerne les entités comptables de l'entité régionale qui relèvent de leur compétence commune.
§ 2. Le dossier permanent contient des informations générales actualisées et des informations sensibles, inhérentes à l'organisme, et confidentielles. Les informations sensibles, inhérentes à l'organisme, et confidentielles ne sont accessibles qu'à l'organisme concerné et aux acteurs de contrôle associés à cet organisme.
Il est entendu par informations sensibles inhérentes à l'organisme:
1° la description de la gestion des risques de l'entité;
2° tous les rapports d'audit et lettres de recommandation des cinq dernières années.
Les dossiers permanents sont conservés dans un registre central. Chaque organisme ou acteur de contrôle concerné a accès au dossier permanent de l'organisme concerné, sans charges ou achat de logiciel spécifique.
TITEL 3. - De inspecteurs van financiën
TITRE 3. - Les inspecteurs des finances
Art.156. De inspecteurs van financiën vervullen de functie van budgettaire en financiële raadgever van de minister bij wie ze zijn geaccrediteerd.
De inspecteurs van financiën brengen hun adviezen uit in volle onafhankelijkheid en in overeenstemming met de deontologie van het interfederaal Korps van de Inspectie van Financiën.
De inspecteurs van financiën voeren hun opdracht uit op stukken en ter plaatse. Ze hebben toegang tot alle dossiers en alle archieven van de aan deze ordonnantie onderworpen diensten van de Regering en ABI's 1, en ontvangen van deze diensten en instellingen alle inlichtingen die zij vragen.
Zij mogen niet deelnemen aan het bestuur noch aan het beheer van de diensten van de Regering en de ABI's en ook geen bevelen geven tot het verhinderen of schorsen van verrichtingen.
De inspecteurs van financiën brengen hun adviezen uit in volle onafhankelijkheid en in overeenstemming met de deontologie van het interfederaal Korps van de Inspectie van Financiën.
De inspecteurs van financiën voeren hun opdracht uit op stukken en ter plaatse. Ze hebben toegang tot alle dossiers en alle archieven van de aan deze ordonnantie onderworpen diensten van de Regering en ABI's 1, en ontvangen van deze diensten en instellingen alle inlichtingen die zij vragen.
Zij mogen niet deelnemen aan het bestuur noch aan het beheer van de diensten van de Regering en de ABI's en ook geen bevelen geven tot het verhinderen of schorsen van verrichtingen.
Art.156. Les inspecteurs des finances assument la fonction de conseiller budgétaire et financier du ministre auprès duquel ils sont accrédités.
Les inspecteurs des finances rendent leurs avis en toute indépendance et conformément à la déontologie du Corps interfédéral de l'Inspection des finances.
Les inspecteurs des finances accomplissent leur mission sur pièces et sur place. Ils ont accès à tous les dossiers et à toutes les archives des services du Gouvernement et des OAA1 soumis à la présente ordonnance, et reçoivent de ces services et organismes tous les renseignements qu'ils demandent.
Ils ne peuvent ni participer à la direction ou à la gestion des services du Gouvernement et des OAA, ni donner d'ordres tendant à empêcher ou à suspendre des opérations.
Les inspecteurs des finances rendent leurs avis en toute indépendance et conformément à la déontologie du Corps interfédéral de l'Inspection des finances.
Les inspecteurs des finances accomplissent leur mission sur pièces et sur place. Ils ont accès à tous les dossiers et à toutes les archives des services du Gouvernement et des OAA1 soumis à la présente ordonnance, et reçoivent de ces services et organismes tous les renseignements qu'ils demandent.
Ils ne peuvent ni participer à la direction ou à la gestion des services du Gouvernement et des OAA, ni donner d'ordres tendant à empêcher ou à suspendre des opérations.
Art.157. In opdracht van de Regering kunnen de inspecteurs van financiën worden belast met een onderzoeksopdracht aangaande financiële en begrotingsaspecten bij de diensten van de Regering en de ABI's.
De inspecteurs van financiën beschikken voor het vervullen van deze taak over de ruimste onderzoeksbevoegdheid.
De Regering is gemachtigd om de modaliteiten van deze opdracht vast te stellen.
De inspecteurs van financiën beschikken voor het vervullen van deze taak over de ruimste onderzoeksbevoegdheid.
De Regering is gemachtigd om de modaliteiten van deze opdracht vast te stellen.
Art.157. Sur instruction donnée par le Gouvernement, les inspecteurs des finances peuvent être chargés d'une mission d'enquête portant sur des aspects financiers et budgétaires auprès des services du Gouvernement et des OAA.
Les inspecteurs des finances disposent des pouvoirs d'investigation les plus larges pour l'accomplissement de cette mission.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités de cette mission.
Les inspecteurs des finances disposent des pouvoirs d'investigation les plus larges pour l'accomplissement de cette mission.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités de cette mission.
TITEL 4. - Het Rekenhof
TITRE 4. - La Cour des comptes
HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden
CHAPITRE 1er. - Généralités
Art.158. § 1. Overeenkomstig artikel 10 van de wet van 16 mei 2003, is het Rekenhof belast met de controle van de algemene boekhouding en de begrotingsboekhouding van elke boekhoudkundige entiteit en van de gewestelijke entiteit. Het waakt erover dat geen uitgavenkrediet van de begroting wordt overschreden en dat geen overschrijving plaatsheeft.
§ 2. Het Rekenhof heeft permanent en onmiddellijk toegang tot de budgettaire aanrekeningen en tot de boekingen. Het licht zonder uitstel de Regering in over elke vastgestelde overschrijding of overdracht van de uitgavenkredieten. Het licht ook het Parlement in op eigen initiatief of op verzoek van die laatste.
§ 3. Het Rekenhof is belast met het onderzoek en het vereffenen van de beheersrekeningen van alle rekenplichtigen van de diensten van de Regering en de ABI's 1.
§ 4. Het Rekenhof onderzoekt de wettigheid en de regelmatigheid van de uitgaven en de ontvangsten. Inzake ontvangsten oefent het Rekenhof een algemene controle uit op verrichtingen in verband met de vaststelling en de invordering.
§ 5. Het Rekenhof controleert de goede besteding van de overheidsgelden. Het vergewist zich ervan dat de beginselen van zuinigheid, doeltreffendheid en doelmatigheid in acht worden genomen.
§ 6. Het Rekenhof is gemachtigd om zich alle documenten en inlichtingen te doen verstrekken, van welke aard ook, met betrekking tot het beheer van de boekhoudkundige entiteiten die aan zijn controle zijn onderworpen. Het kan een controle ter plaatse organiseren.
§ 2. Het Rekenhof heeft permanent en onmiddellijk toegang tot de budgettaire aanrekeningen en tot de boekingen. Het licht zonder uitstel de Regering in over elke vastgestelde overschrijding of overdracht van de uitgavenkredieten. Het licht ook het Parlement in op eigen initiatief of op verzoek van die laatste.
§ 3. Het Rekenhof is belast met het onderzoek en het vereffenen van de beheersrekeningen van alle rekenplichtigen van de diensten van de Regering en de ABI's 1.
§ 4. Het Rekenhof onderzoekt de wettigheid en de regelmatigheid van de uitgaven en de ontvangsten. Inzake ontvangsten oefent het Rekenhof een algemene controle uit op verrichtingen in verband met de vaststelling en de invordering.
§ 5. Het Rekenhof controleert de goede besteding van de overheidsgelden. Het vergewist zich ervan dat de beginselen van zuinigheid, doeltreffendheid en doelmatigheid in acht worden genomen.
§ 6. Het Rekenhof is gemachtigd om zich alle documenten en inlichtingen te doen verstrekken, van welke aard ook, met betrekking tot het beheer van de boekhoudkundige entiteiten die aan zijn controle zijn onderworpen. Het kan een controle ter plaatse organiseren.
Art.158. § 1er. Conformément à l'article 10 de la loi du 16 mai 2003, la Cour des comptes est chargée du contrôle de la comptabilité générale et de la comptabilité budgétaire de chaque entité comptable et de l'entité régionale. Elle veille à ce qu'aucun crédit de dépenses du budget ne soit dépassé et qu'aucun transfert n'ait lieu.
§ 2. La Cour des comptes a accès en permanence et en temps réel aux imputations budgétaires et aux écritures comptables. Elle informe sans délai le Gouvernement de tout dépassement ou de tout transfert de crédits des dépenses constaté. Elle en informe également le Parlement, d'initiative ou à la demande de ce dernier.
§ 3. La Cour des comptes est chargée de l'examen et de la liquidation des comptes de gestion de tous les comptables-trésoriers des services du Gouvernement et des OAA1.
§ 4. La Cour des comptes examine la légalité et la régularité des dépenses et des recettes. En ce qui concerne les recettes, la Cour des comptes exerce un contrôle général sur les opérations relatives à l'établissement et au recouvrement.
§ 5. La Cour des comptes contrôle le bon emploi des deniers publics. Elle s'assure du respect des principes d'économie, d'efficacité et d'efficience.
§ 6. La Cour des comptes est habilitée à se faire communiquer tous documents et renseignements, de quelque nature que ce soit, relatifs à la gestion des entités comptables soumis à son contrôle. Elle peut organiser un contrôle sur place.
§ 2. La Cour des comptes a accès en permanence et en temps réel aux imputations budgétaires et aux écritures comptables. Elle informe sans délai le Gouvernement de tout dépassement ou de tout transfert de crédits des dépenses constaté. Elle en informe également le Parlement, d'initiative ou à la demande de ce dernier.
§ 3. La Cour des comptes est chargée de l'examen et de la liquidation des comptes de gestion de tous les comptables-trésoriers des services du Gouvernement et des OAA1.
§ 4. La Cour des comptes examine la légalité et la régularité des dépenses et des recettes. En ce qui concerne les recettes, la Cour des comptes exerce un contrôle général sur les opérations relatives à l'établissement et au recouvrement.
§ 5. La Cour des comptes contrôle le bon emploi des deniers publics. Elle s'assure du respect des principes d'économie, d'efficacité et d'efficience.
§ 6. La Cour des comptes est habilitée à se faire communiquer tous documents et renseignements, de quelque nature que ce soit, relatifs à la gestion des entités comptables soumis à son contrôle. Elle peut organiser un contrôle sur place.
HOOFDSTUK 2. - De certificering
CHAPITRE 2. - La certification
Art.159. § 1. In het kader van de gecoördineerde audit, is het Rekenhof belast met de certificering van de algemene rekeningen van de diensten van de Regering, van de ABI's 1 en van de algemene rekening van de gewestelijke entiteit.
In het kader van de gecoördineerde audit, zijn de bij de ABI 2 gemandateerde bedrijfsrevisoren belast met de certificering van de algemene rekeningen van de ABI's 2.
Zolang er geen gemandateerde bedrijfsrevisor is aangesteld voor de certificeringsopdracht in een ABI 2, blijft het Rekenhof belast met deze certificering.
In dat geval bezorgt het Rekenhof haar certificering aan het Parlement in bijlage van de algemene rekening van de ABI 2 en voegt er haar opmerkingen aan toe uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarop de rekening betrekking heeft.
§ 2. Als groepsauditeur ontvangt het Rekenhof een kopie van de verslagen die werden opgesteld door elke bedrijfsrevisor die een opdracht van certificering of beperkt nazicht uitvoert van de algemene rekeningen van een boekhoudkundige entiteit van de gewestelijke entiteit.
§ 3. Het Rekenhof maakt de certificeringen aan het Parlement over als bijlage bij de geconsolideerde rekening van de gewestelijke entiteit en de algemene rekeningen van de diensten van de Regering en van de ABI's 1 en de ABI's 2 en voegt er zijn opmerkingen aan toe. De overmaking vindt plaats uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarop de geconsolideerde rekening van de gewestelijke entiteit en de algemene rekeningen van de diensten van de Regering en van de ABI's 1 en ABI's 2 betrekking hebben.
§ 4. Het Rekenhof kan de algemene rekeningen van elke entiteit waarvan de rekeningen krachtens dit artikel gecertificeerd worden, publiceren in zijn Boeken van Opmerkingen.
In het kader van de gecoördineerde audit, zijn de bij de ABI 2 gemandateerde bedrijfsrevisoren belast met de certificering van de algemene rekeningen van de ABI's 2.
Zolang er geen gemandateerde bedrijfsrevisor is aangesteld voor de certificeringsopdracht in een ABI 2, blijft het Rekenhof belast met deze certificering.
In dat geval bezorgt het Rekenhof haar certificering aan het Parlement in bijlage van de algemene rekening van de ABI 2 en voegt er haar opmerkingen aan toe uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarop de rekening betrekking heeft.
§ 2. Als groepsauditeur ontvangt het Rekenhof een kopie van de verslagen die werden opgesteld door elke bedrijfsrevisor die een opdracht van certificering of beperkt nazicht uitvoert van de algemene rekeningen van een boekhoudkundige entiteit van de gewestelijke entiteit.
§ 3. Het Rekenhof maakt de certificeringen aan het Parlement over als bijlage bij de geconsolideerde rekening van de gewestelijke entiteit en de algemene rekeningen van de diensten van de Regering en van de ABI's 1 en de ABI's 2 en voegt er zijn opmerkingen aan toe. De overmaking vindt plaats uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarop de geconsolideerde rekening van de gewestelijke entiteit en de algemene rekeningen van de diensten van de Regering en van de ABI's 1 en ABI's 2 betrekking hebben.
§ 4. Het Rekenhof kan de algemene rekeningen van elke entiteit waarvan de rekeningen krachtens dit artikel gecertificeerd worden, publiceren in zijn Boeken van Opmerkingen.
Art.159. § 1er. Dans le cadre de l'audit coordonné, la Cour des comptes est chargée de la certification des comptes généraux des services du Gouvernement, des OAA1 et du compte général de l'entité régionale.
Dans le cadre de l'audit coordonné, les réviseurs d'entreprises mandatés auprès des OAA2 sont chargés de la certification des comptes généraux des OAA2.
Tant qu'un réviseur d'entreprises mandaté n'a pas été désigné pour la mission de certification dans un OAA2, la Cour des comptes reste chargée de cette certification.
Dans ce cas, la Cour des comptes transmet sa certification au Parlement en annexe du compte général de l'OAA2 et y joint ses observations au plus tard le 31 octobre de l'année qui suit l'année à laquelle le compte se rapporte.
§ 2. En tant qu'auditeur de groupe, la Cour des comptes reçoit une copie des rapports établis par tout réviseur d'entreprises effectuant une mission de certification ou d'examen limité des comptes généraux d'une entité comptable de l'entité régionale.
§ 3. La Cour des comptes transmet les certifications au Parlement en annexe du compte consolidé de l'entité régionale et des comptes généraux des services du Gouvernement et des OAA1 et OAA2 et y joint ses observations. La transmission a lieu au plus tard le 31 octobre de l'année qui suit celle à laquelle le compte consolidé de l'entité régionale et les comptes généraux des services du Gouvernement et des OAA1 et OAA2 se rapportent.
§ 4. La Cour des comptes peut publier, dans ses Cahiers d'observations, les comptes généraux de toute entité dont les comptes sont certifiés en vertu du présent article.
Dans le cadre de l'audit coordonné, les réviseurs d'entreprises mandatés auprès des OAA2 sont chargés de la certification des comptes généraux des OAA2.
Tant qu'un réviseur d'entreprises mandaté n'a pas été désigné pour la mission de certification dans un OAA2, la Cour des comptes reste chargée de cette certification.
Dans ce cas, la Cour des comptes transmet sa certification au Parlement en annexe du compte général de l'OAA2 et y joint ses observations au plus tard le 31 octobre de l'année qui suit l'année à laquelle le compte se rapporte.
§ 2. En tant qu'auditeur de groupe, la Cour des comptes reçoit une copie des rapports établis par tout réviseur d'entreprises effectuant une mission de certification ou d'examen limité des comptes généraux d'une entité comptable de l'entité régionale.
§ 3. La Cour des comptes transmet les certifications au Parlement en annexe du compte consolidé de l'entité régionale et des comptes généraux des services du Gouvernement et des OAA1 et OAA2 et y joint ses observations. La transmission a lieu au plus tard le 31 octobre de l'année qui suit celle à laquelle le compte consolidé de l'entité régionale et les comptes généraux des services du Gouvernement et des OAA1 et OAA2 se rapportent.
§ 4. La Cour des comptes peut publier, dans ses Cahiers d'observations, les comptes généraux de toute entité dont les comptes sont certifiés en vertu du présent article.
TITEL 5. - De regeringscommissarissen en gemachtigden van de Minister van Begroting
TITRE 5. - Les commissaires du gouvernement et les délégués du Ministre du Budget
Art.160. De regeringscommissarissen wonen met raadgevende stem de vergaderingen bij van de beheers-, bestuurs- en controleorganen van de ABI's 2.
Zij beschikken over de ruimste bevoegdheden voor het vervullen van hun opdracht. Zij beschikken onder meer over de bevoegdheid om iedere controle te verrichten die hen noodzakelijk lijkt voor de uitoefening van hun mandaat. Ze hebben toegang tot alle dossiers en archieven van de instellingen die tot hun bevoegdheid behoren en ontvangen van die instellingen alle inlichtingen die zij vragen.
Iedere regeringscommissaris beschikt over een termijn van vier volle werkdagen, te rekenen vanaf de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voor zover de regeringscommissaris daarop regelmatig werd uitgenodigd, en, in het tegenovergestelde geval, vanaf de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen, om bij de Regering een beroep in te stellen tegen de uitvoering van elke beslissing die hij strijdig acht met deze ordonnantie, haar uitvoeringsbesluiten, met verschillende andere van toepassing zijnde wetgevende en regelgevende bepalingen, met de statuten van de betrokken ABI of met het algemeen belang.
Een plaatsvervanger kan door de Regering worden aangesteld voor het geval de commissaris of de gemachtigde van de Minister van Begroting verhinderd is.
Het beroep is opschortend.
Deze opschortingstermijn loopt vanaf de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voor zover de regeringscommissaris hierop op reguliere wijze werd uitgenodigd en, in het tegengestelde geval, vanaf de dag dat hij erover werd geïnformeerd.
Als binnen een termijn van twintig volle werkdagen, die op dezelfde dag begint als op de dag van aanvang van de termijn van de opschorting, de door het beroep gevatte Regering geen annulering heeft uitgesproken, dan wordt de beslissing definitief.
Op beslissing van de Regering, betekend aan het directieorgaan van de instelling, kan de termijn van het onderzoek van het beroep met tien volle werkdagen verlengd worden.
De annulering van de beslissing wordt door de Regering aan het directieorgaan van de instelling betekend.
Zij beschikken over de ruimste bevoegdheden voor het vervullen van hun opdracht. Zij beschikken onder meer over de bevoegdheid om iedere controle te verrichten die hen noodzakelijk lijkt voor de uitoefening van hun mandaat. Ze hebben toegang tot alle dossiers en archieven van de instellingen die tot hun bevoegdheid behoren en ontvangen van die instellingen alle inlichtingen die zij vragen.
Iedere regeringscommissaris beschikt over een termijn van vier volle werkdagen, te rekenen vanaf de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voor zover de regeringscommissaris daarop regelmatig werd uitgenodigd, en, in het tegenovergestelde geval, vanaf de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen, om bij de Regering een beroep in te stellen tegen de uitvoering van elke beslissing die hij strijdig acht met deze ordonnantie, haar uitvoeringsbesluiten, met verschillende andere van toepassing zijnde wetgevende en regelgevende bepalingen, met de statuten van de betrokken ABI of met het algemeen belang.
Een plaatsvervanger kan door de Regering worden aangesteld voor het geval de commissaris of de gemachtigde van de Minister van Begroting verhinderd is.
Het beroep is opschortend.
Deze opschortingstermijn loopt vanaf de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voor zover de regeringscommissaris hierop op reguliere wijze werd uitgenodigd en, in het tegengestelde geval, vanaf de dag dat hij erover werd geïnformeerd.
Als binnen een termijn van twintig volle werkdagen, die op dezelfde dag begint als op de dag van aanvang van de termijn van de opschorting, de door het beroep gevatte Regering geen annulering heeft uitgesproken, dan wordt de beslissing definitief.
Op beslissing van de Regering, betekend aan het directieorgaan van de instelling, kan de termijn van het onderzoek van het beroep met tien volle werkdagen verlengd worden.
De annulering van de beslissing wordt door de Regering aan het directieorgaan van de instelling betekend.
Art.160. Les commissaires du gouvernement assistent avec voix consultative aux réunions des organes de gestion, d'administration et de contrôle des OAA2.
Ils détiennent les pouvoirs les plus étendus pour l'accomplissement de leur mission. Ils disposent entre autres de la compétence d'effectuer chaque contrôle qui leur parait nécessaire à l'exécution de leur mandat. Ils ont accès à tous les dossiers et archives des organismes qui relèvent de leur compétence et reçoivent de ces organismes tous les renseignements qu'ils demandent.
Tout commissaire du gouvernement dispose d'un délai de quatre jours ouvrables entiers, à compter du jour de la réunion à laquelle la décision a été prise, pour autant que le commissaire du gouvernement y ait été régulièrement convoqué et, dans le cas contraire, à partir du jour où il en a reçu connaissance, pour introduire devant le Gouvernement un recours contre l'exécution de toute décision qu'il estime contraire à la présente ordonnance, à ses arrêtés d'exécution, aux différentes autres dispositions législatives et réglementaires applicables, aux statuts de l'OAA concerné ou à l'intérêt général.
Un suppléant peut être désigné par le Gouvernement pour le cas d'empêchement du commissaire ou du délégué du Ministre du Budget.
Le recours est suspensif.
Ce délai de suspension court à partir du jour de la réunion à laquelle la décision a été prise, pour autant que le commissaire du gouvernement y ait été régulièrement convoqué et, dans le cas contraire, à partir du jour où il en est informé.
Si dans un délai de vingt jours ouvrables entiers, commençant le même jour que celui de la prise de cours du délai de suspension, le Gouvernement saisi du recours n'a pas prononcé l'annulation, la décision devient définitive.
Par décision du Gouvernement, notifiée à l'organe de direction de l'organisme, le délai d'examen du recours peut être augmenté de dix jours ouvrables francs.
L'annulation de la décision est notifiée à l'organe de direction de l'organisme par le Gouvernement.
Ils détiennent les pouvoirs les plus étendus pour l'accomplissement de leur mission. Ils disposent entre autres de la compétence d'effectuer chaque contrôle qui leur parait nécessaire à l'exécution de leur mandat. Ils ont accès à tous les dossiers et archives des organismes qui relèvent de leur compétence et reçoivent de ces organismes tous les renseignements qu'ils demandent.
Tout commissaire du gouvernement dispose d'un délai de quatre jours ouvrables entiers, à compter du jour de la réunion à laquelle la décision a été prise, pour autant que le commissaire du gouvernement y ait été régulièrement convoqué et, dans le cas contraire, à partir du jour où il en a reçu connaissance, pour introduire devant le Gouvernement un recours contre l'exécution de toute décision qu'il estime contraire à la présente ordonnance, à ses arrêtés d'exécution, aux différentes autres dispositions législatives et réglementaires applicables, aux statuts de l'OAA concerné ou à l'intérêt général.
Un suppléant peut être désigné par le Gouvernement pour le cas d'empêchement du commissaire ou du délégué du Ministre du Budget.
Le recours est suspensif.
Ce délai de suspension court à partir du jour de la réunion à laquelle la décision a été prise, pour autant que le commissaire du gouvernement y ait été régulièrement convoqué et, dans le cas contraire, à partir du jour où il en est informé.
Si dans un délai de vingt jours ouvrables entiers, commençant le même jour que celui de la prise de cours du délai de suspension, le Gouvernement saisi du recours n'a pas prononcé l'annulation, la décision devient définitive.
Par décision du Gouvernement, notifiée à l'organe de direction de l'organisme, le délai d'examen du recours peut être augmenté de dix jours ouvrables francs.
L'annulation de la décision est notifiée à l'organe de direction de l'organisme par le Gouvernement.
Art.161. De Regering mag bijkomende voorwaarden opleggen tot regeling van de controleopdracht van de regeringscommissarissen die ten minste hun verplichting betreft om aan haar te rapporteren, hun deontologie, hun expertise, de onverenigbaarheden, alsook de opportuniteit en de vorm van een eventuele vergoeding voor de uitoefening van hun opdracht bevatten.
Art.161. Le Gouvernement peut fixer des conditions supplémentaires règlementant la mission de contrôle des commissaires du gouvernement, comprenant au minimum leur obligation de lui faire rapport, leur déontologie, leur expertise, les incompatibilités ainsi que l'opportunité et la forme d'un éventuel défraiement pour l'exercice de leur mission.
Art.162. In opdracht van de Regering kunnen de regeringscommissarissen en de gemachtigden van de Minister van Begroting worden belast met een onderzoeksopdracht aangaande financiële en begrotingsaspecten bij de ABI's 2.
De regeringscommissarissen en de gemachtigden van de Minister van Begroting beschikken voor het vervullen van deze taak over de ruimste onderzoeksbevoegdheid.
De Regering is gemachtigd om de modaliteiten van deze opdracht vast te stellen.
De regeringscommissarissen en de gemachtigden van de Minister van Begroting beschikken voor het vervullen van deze taak over de ruimste onderzoeksbevoegdheid.
De Regering is gemachtigd om de modaliteiten van deze opdracht vast te stellen.
Art.162. Sur instruction donnée par le Gouvernement, les commissaires du gouvernement et les délégués du Ministre du Budget peuvent être chargés d'une mission d'enquête portant sur des aspects financiers et budgétaires auprès des OAA2.
Les commissaires du gouvernement et les délégués du Ministre du Budget disposent des pouvoirs d'investigation les plus larges pour l'accomplissement de cette mission.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités de cette mission.
Les commissaires du gouvernement et les délégués du Ministre du Budget disposent des pouvoirs d'investigation les plus larges pour l'accomplissement de cette mission.
Le Gouvernement est autorisé à fixer les modalités de cette mission.
Art.163. Wanneer het algemeen belang of de naleving van de wet- of de regelgeving het eist, kan of kunnen de betrokken minister of ministers of in voorkomend geval de daartoe gemachtigde regeringscommissaris het bestuursorgaan van de ABI's 2 verplichten om, binnen de door hem of hen gestelde termijn, te beraadslagen over iedere door hem of hen bepaalde aangelegenheid.
Heeft het bestuursorgaan, bij het verstrijken van deze termijn, geen beslissing genomen of stemt of stemmen de betrokken minister of ministers niet in met de door dit orgaan genomen beslissing, dan kan de Regering, bij in Regering overlegd besluit, de beslissing nemen in de plaats van het bestuursorgaan. Van haar besluit wordt onmiddellijk een afschrift overgemaakt aan het Parlement.
Heeft het bestuursorgaan, bij het verstrijken van deze termijn, geen beslissing genomen of stemt of stemmen de betrokken minister of ministers niet in met de door dit orgaan genomen beslissing, dan kan de Regering, bij in Regering overlegd besluit, de beslissing nemen in de plaats van het bestuursorgaan. Van haar besluit wordt onmiddellijk een afschrift overgemaakt aan het Parlement.
Art.163. Lorsque l'intérêt général ou le respect de la législation ou de la réglementation le requiert, le(s) ministre(s) concerné(s) ou, le cas échéant, le commissaire du gouvernement y habilité, peut requérir l'organe d'administration des OAA2 de délibérer, dans le délai qu'il (ils)fixe(nt), sur toute question qu'il (ils) détermine(nt).
Lorsqu'à l'expiration du délai, l'organe d'administration n'a pas pris de décision ou lorsque le(s) ministre(s) concerné(s) ne se rallie(nt) pas à la décision prise par cet organe, le Gouvernement peut, par arrêté délibéré en Gouvernement, prendre la décision en lieu et place de l'organe d'administration. Copie de son arrêté est immédiatement transmise au Parlement.
Lorsqu'à l'expiration du délai, l'organe d'administration n'a pas pris de décision ou lorsque le(s) ministre(s) concerné(s) ne se rallie(nt) pas à la décision prise par cet organe, le Gouvernement peut, par arrêté délibéré en Gouvernement, prendre la décision en lieu et place de l'organe d'administration. Copie de son arrêté est immédiatement transmise au Parlement.
TITEL 6. - De controle van de algemene rekeningen door de bedrijfsrevisoren
TITRE 6. - Le contrôle des comptes généraux par les réviseurs d'entreprises
Art.164. § 1. De betrokken minister of ministers en de Minister bevoegd voor Financiën en Begroting kunnen, in onderlinge overeenstemming, bij de boekhoudkundige entiteiten van de gewestelijke entiteit één of meer bedrijfsrevisoren aanwijzen. Deze bedrijfsrevisoren worden onder de leden van het Instituut voor Bedrijfsrevisoren gekozen.
§ 2. De bedrijfsrevisoren zijn ermee belast:
1° zich te schikken naar de regels die van toepassing zijn op de bedrijfsrevisoren overeenkomstig artikelen 3:55 en volgende van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
2° de naleving van de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten te controleren.
§ 3. Zij bezorgen aan de bevoegde minister(s), de Minister van Financiën en Begroting, de leidende ambtenaren van de diensten van de Regering of aan de bestuursorganen en directieorganen van de ABI's een verslag over de controle van de algemene rekening van de betrokken ABI die zij hebben uitgevoerd.
Zij melden hun onverwijld elke onachtzaamheid, onregelmatigheid en meer algemeen elke situatie die de solvabiliteit en de liquiditeit van de boekhoudkundige entiteit in ernstige mate kan schaden.
§ 4. Voor de ABI's 2 zijn de bedrijfsrevisoren ermee belast de algemene rekeningen te certificeren overeenkomstig de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten. Zij maken hun certificeringen uiterlijk op 30 april over aan het Rekenhof.
§ 2. De bedrijfsrevisoren zijn ermee belast:
1° zich te schikken naar de regels die van toepassing zijn op de bedrijfsrevisoren overeenkomstig artikelen 3:55 en volgende van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
2° de naleving van de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten te controleren.
§ 3. Zij bezorgen aan de bevoegde minister(s), de Minister van Financiën en Begroting, de leidende ambtenaren van de diensten van de Regering of aan de bestuursorganen en directieorganen van de ABI's een verslag over de controle van de algemene rekening van de betrokken ABI die zij hebben uitgevoerd.
Zij melden hun onverwijld elke onachtzaamheid, onregelmatigheid en meer algemeen elke situatie die de solvabiliteit en de liquiditeit van de boekhoudkundige entiteit in ernstige mate kan schaden.
§ 4. Voor de ABI's 2 zijn de bedrijfsrevisoren ermee belast de algemene rekeningen te certificeren overeenkomstig de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten. Zij maken hun certificeringen uiterlijk op 30 april over aan het Rekenhof.
Art.164. § 1er. Le ou les ministre(s) compétent(s) et le Ministre ayant les Finances et le Budget dans ses compétences peuvent désigner, de commun accord un ou plusieurs réviseurs d'entreprises auprès des entités comptables de l'entité régionale. Ces réviseurs d'entreprises sont choisis parmi les membres de l'Institut des Réviseurs d'entreprises.
§ 2. Les réviseurs d'entreprises sont chargés:
1° de se conformer aux règles applicables aux réviseurs d'entreprises conformément aux articles 3:55 et suivants du Code des sociétés et des associations;
2° de vérifier le respect des dispositions de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution.
§ 3. Ils adressent au(x) ministre(s) compétent(s), au Ministre ayant les Finances et le Budget dans ses compétences, aux fonctionnaires dirigeants des services du Gouvernement ou aux organes d'administration et de direction des OAA un rapport sur le contrôle du compte général de l'OAA concerné, qu'ils ont effectué.
Ils leur signalent, sans délai, toute négligence, toute irrégularité et en général toute situation susceptible de compromettre de façon significative la solvabilité et la liquidité de l'entité comptable.
§ 4. Les réviseurs d'entreprises sont chargés, pour les OAA2, de la certification des comptes généraux selon les dispositions de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution. Ils transmettent leurs certifications à la Cour des comptes au plus tard le 30 avril.
§ 2. Les réviseurs d'entreprises sont chargés:
1° de se conformer aux règles applicables aux réviseurs d'entreprises conformément aux articles 3:55 et suivants du Code des sociétés et des associations;
2° de vérifier le respect des dispositions de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution.
§ 3. Ils adressent au(x) ministre(s) compétent(s), au Ministre ayant les Finances et le Budget dans ses compétences, aux fonctionnaires dirigeants des services du Gouvernement ou aux organes d'administration et de direction des OAA un rapport sur le contrôle du compte général de l'OAA concerné, qu'ils ont effectué.
Ils leur signalent, sans délai, toute négligence, toute irrégularité et en général toute situation susceptible de compromettre de façon significative la solvabilité et la liquidité de l'entité comptable.
§ 4. Les réviseurs d'entreprises sont chargés, pour les OAA2, de la certification des comptes généraux selon les dispositions de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution. Ils transmettent leurs certifications à la Cour des comptes au plus tard le 30 avril.
DEEL 9. De toekenning en de controle op de aanwending van subsidies
PARTIE 9. L'octroi et le contrôle de l'emploi des subventions
Art.165. § 1. Overeenkomstig artikel 11 van de wet van 16 mei 2003, moet iedere subsidie verleend door de gewestelijke entiteit of door een rechtspersoon, die rechtstreeks of onrechtstreeks door de gewestelijke entiteit wordt gesubsidieerd, daarin begrepen ieder door haar zonder interest verleend terugvorderbaar geldvoorschot, worden aangewend voor de doeleinden waarvoor zij werd verleend.
Behalve wanneer een wettelijke of reglementaire bepaling daarin voorziet, vermeldt iedere beslissing houdende toekenning van een subsidie nauwkeurig de aard, de omvang en de modaliteiten betreffende het gebruik en betreffende de door de begunstigde van de subsidie te verstrekken verantwoording.
Iedere begunstigde van een subsidie is ertoe gehouden verantwoording te verstrekken over de aanwending van de ontvangen bedragen, tenzij een ordonnantie hem daartoe vrijstelling verleent.
§ 2. Geen enkele gesubsidieerde actie mag door de begunstigde of de begunstigden van de subsidie worden uitgevoerd vóór de kennisgeving van het ondertekende en gedateerde besluit tot verlening ervan en, in voorkomend geval, van de desbetreffende overeenkomst.
De Regering is gemachtigd om de uitzonderingen op dit artikel te bepalen.
§ 3. De Regering is gemachtigd om verschillende subsidietypes te bepalen in het besluit dat de begrotingscontrole regelt.
Behalve wanneer een wettelijke of reglementaire bepaling daarin voorziet, vermeldt iedere beslissing houdende toekenning van een subsidie nauwkeurig de aard, de omvang en de modaliteiten betreffende het gebruik en betreffende de door de begunstigde van de subsidie te verstrekken verantwoording.
Iedere begunstigde van een subsidie is ertoe gehouden verantwoording te verstrekken over de aanwending van de ontvangen bedragen, tenzij een ordonnantie hem daartoe vrijstelling verleent.
§ 2. Geen enkele gesubsidieerde actie mag door de begunstigde of de begunstigden van de subsidie worden uitgevoerd vóór de kennisgeving van het ondertekende en gedateerde besluit tot verlening ervan en, in voorkomend geval, van de desbetreffende overeenkomst.
De Regering is gemachtigd om de uitzonderingen op dit artikel te bepalen.
§ 3. De Regering is gemachtigd om verschillende subsidietypes te bepalen in het besluit dat de begrotingscontrole regelt.
Art.165. § 1er. Conformément à l'article 11 de la loi du 16 mai 2003, toute subvention accordée par l'entité régionale ou par une personne morale subventionnée directement ou indirectement par l'entité régionale, en ce compris toute avance de fonds récupérable consentie par elle sans intérêt, doit être utilisée aux fins pour lesquelles elle est accordée.
Sauf dans les cas où une disposition légale ou réglementaire y pourvoit, toute décision allouant une subvention précise la nature, l'étendue et les modalités de l'utilisation et des justifications à fournir par le bénéficiaire de la subvention.
Tout bénéficiaire d'une subvention doit justifier de l'emploi des sommes reçues, à moins qu'une ordonnance ne l'en dispense.
§ 2. Aucune action subventionnée ne peut être mise en oeuvre par le ou les bénéficiaires de la subvention avant la notification de l'arrêté signé et daté octroyant celle-ci et, le cas échéant, de la convention qui s'y rapporte.
Le Gouvernement est autorisé à déterminer les exceptions au présent article.
§ 3. Le Gouvernement est autorisé à déterminer différents types de subventions dans l'arrêté qui règle le contrôle budgétaire.
Sauf dans les cas où une disposition légale ou réglementaire y pourvoit, toute décision allouant une subvention précise la nature, l'étendue et les modalités de l'utilisation et des justifications à fournir par le bénéficiaire de la subvention.
Tout bénéficiaire d'une subvention doit justifier de l'emploi des sommes reçues, à moins qu'une ordonnance ne l'en dispense.
§ 2. Aucune action subventionnée ne peut être mise en oeuvre par le ou les bénéficiaires de la subvention avant la notification de l'arrêté signé et daté octroyant celle-ci et, le cas échéant, de la convention qui s'y rapporte.
Le Gouvernement est autorisé à déterminer les exceptions au présent article.
§ 3. Le Gouvernement est autorisé à déterminer différents types de subventions dans l'arrêté qui règle le contrôle budgétaire.
Art.166. Overeenkomstig artikel 12 van de wet van 16 mei 2003, verleent de begunstigde, door het aanvaarden van de subsidie, meteen ook aan iedere boekhoudkundige entiteit het recht om ter plaatse controle te doen uitoefenen op de aanwending van de toegekende gelden.
Art.166. Conformément à l'article 12 de la loi du 16 mai 2003, par le seul fait de l'acceptation de la subvention, le bénéficiaire reconnaît également à toute entité comptable le droit de faire procéder sur place au contrôle de l'emploi des fonds attribués.
Art.167. Overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003, is gehouden tot onmiddellijke terugbetaling van het bedrag van de subsidie de begunstigde:
1° die de voorwaarden niet naleeft, waaronder de subsidie werd verleend;
2° die de subsidie niet aanwendt voor de doeleinden, waarvoor zij werd verleend;
3° die de in artikel 166 bedoelde controle verhindert;
4° die voor hetzelfde doel al een subsidie ontvangt van een andere instelling op basis van dezelfde verantwoordingsstukken.
Blijft de begunstigde van de subsidie in gebreke inzake het verstrekken van de in artikel 165 bedoelde verantwoordingen, dan is hij gehouden tot terugbetaling ten belope van het deel dat niet werd verantwoord.
1° die de voorwaarden niet naleeft, waaronder de subsidie werd verleend;
2° die de subsidie niet aanwendt voor de doeleinden, waarvoor zij werd verleend;
3° die de in artikel 166 bedoelde controle verhindert;
4° die voor hetzelfde doel al een subsidie ontvangt van een andere instelling op basis van dezelfde verantwoordingsstukken.
Blijft de begunstigde van de subsidie in gebreke inzake het verstrekken van de in artikel 165 bedoelde verantwoordingen, dan is hij gehouden tot terugbetaling ten belope van het deel dat niet werd verantwoord.
Art.167. Conformément à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003, est tenu de rembourser sans délai le montant de la subvention, le bénéficiaire:
1° qui ne respecte pas les conditions d'octroi de la subvention;
2° qui n'utilise pas la subvention aux fins pour lesquelles elle est accordée;
3° qui met obstacle au contrôle visé à l'article 166;
4° qui perçoit déjà une subvention d'une autre institution pour le même objet, sur la base des mêmes pièces justificatives.
Lorsque le bénéficiaire reste en défaut de fournir les justifications visées à l'article 165, il est tenu au remboursement à concurrence de la partie non justifiée.
1° qui ne respecte pas les conditions d'octroi de la subvention;
2° qui n'utilise pas la subvention aux fins pour lesquelles elle est accordée;
3° qui met obstacle au contrôle visé à l'article 166;
4° qui perçoit déjà une subvention d'une autre institution pour le même objet, sur la base des mêmes pièces justificatives.
Lorsque le bénéficiaire reste en défaut de fournir les justifications visées à l'article 165, il est tenu au remboursement à concurrence de la partie non justifiée.
Art.168. Overeenkomstig artikel 14 van de wet van 16 mei 2003, kan de uitkering van de subsidies worden opgeschort zolang de begunstigde voor soortgelijke subsidies, die hij voordien heeft ontvangen, verzuimt de in artikel 165 bedoelde verantwoordingen te verstrekken of zich aan de in artikel 166 bepaalde controle te onderwerpen.
Wordt een subsidie in schijven uitgekeerd, dan wordt iedere schijf voor de toepassing van dit artikel als een afzonderlijke subsidie beschouwd.
Wordt een subsidie in schijven uitgekeerd, dan wordt iedere schijf voor de toepassing van dit artikel als een afzonderlijke subsidie beschouwd.
Art.168. Conformément à l'article 14 de la loi du 16 mai 2003, il peut être sursis au paiement des subventions aussi longtemps que, pour des subventions analogues reçues antérieurement, le bénéficiaire reste en défaut de produire les justifications visées à l'article 165 ou de se soumettre au contrôle prévu par l'article 166.
Lorsqu'une subvention est payée par tranches, chaque tranche est considérée comme une subvention indépendante pour l'application du présent article.
Lorsqu'une subvention est payée par tranches, chaque tranche est considérée comme une subvention indépendante pour l'application du présent article.
Art.169. In het kader van de toekenning van subsidies gaan de rekenplichtigen van de niet-fiscale ontvangsten en de dossierbeheerders van de boekhoudkundige entiteiten vooraf na of er niet-geïnde vervallen schuldvorderingen ten gunste van hun boekhoudkundige entiteit uitstaan op een natuurlijke of rechtspersoon die een subsidie aanvraagt.
De dossierbeheerder verzoekt de debiteur zijn schuld te vereffenen opdat de subsidie hem toegekend zou kunnen worden.
De Regering is gemachtigd om de uitzonderingen op dit artikel te bepalen.
De dossierbeheerder verzoekt de debiteur zijn schuld te vereffenen opdat de subsidie hem toegekend zou kunnen worden.
De Regering is gemachtigd om de uitzonderingen op dit artikel te bepalen.
Art.169. Dans le cadre de l'octroi de subventions, les comptables-trésoriers des recettes non fiscales et les gestionnaires de dossiers des entités comptables vérifient au préalable l'existence de créances non recouvrées, au profit de leur entité comptable, dont l'échéance est dépassée, dues par une personne physique ou morale demanderesse d'une subvention.
Le gestionnaire de dossier invite le débiteur à solder sa dette afin que la subvention puisse lui être octroyée.
Le Gouvernement est autorisé à déterminer les exceptions au présent article.
Le gestionnaire de dossier invite le débiteur à solder sa dette afin que la subvention puisse lui être octroyée.
Le Gouvernement est autorisé à déterminer les exceptions au présent article.
DEEL 10. Bepalingen betreffende giften, legaten en prijzen
PARTIE 10. Dispositions relatives aux dons, legs et prix
Art.170. Onverminderd de artikelen 177, 187, § 3 en 192, paragraaf 1, punten 1° tot en met 3°, kan de toekenning van een gift aan een derde door de diensten van de Regering of een ABI enkel gebeuren op basis van een materiële ordonnantie. Het afstand doen, door een GOB of een ABI, van een gift of van een legaat afkomstig van een derde kan enkel gebeuren op basis van een materiële ordonnantie.
Art.170. Sans préjudice des articles 177, 187, § 3 et 192, paragraphe 1er, points 1° à 3°, l'octroi d'un don à un tiers, par les services du Gouvernement ou un OAA, ne peut se faire que sur la base d'une ordonnance matérielle. La renonciation, par un SPRB ou un OAA, à un don ou à un legs, en provenance d'un tiers, ne peut se faire que sur la base d'une ordonnance matérielle.
Art.171. Een prijs kan slechts door het Gewest of een ABI aan een derde worden uitgereikt op basis van een ordonnantie tot instelling van deze prijs, en van hun eventuele uitvoeringsbesluiten.
Art.171. Un prix ne peut être remis, par la Région ou un OAA à un tiers, que sur la base d'une ordonnance instaurant ce prix, et de leurs arrêtés d'exécution éventuels.
DEEL 11. De verjaring
PARTIE 11. La prescription
Art.172. Overeenkomstig artikel 15 van de wet van 16 mei 2003 en onverminderd de bepalingen van artikel 173 zijn de verjaringsregels van het gemeen recht van toepassing op de gewestelijke entiteit.
Art.172. Conformément à l'article 15 de la loi du 16 mai 2003, et sans préjudice des dispositions de l'article 173, les règles de prescription du droit commun sont applicables à l'entité régionale.
Art.173. § 1. Overeenkomstig artikel 16 van de wet van 16 mei 2003, zijn, inzake salarissen en voorschotten daarop, evenals inzake vergoedingen, toelagen of uitkeringen die een toebehoren van de salarissen vormen of ermee gelijkstaan, de door de gewestelijke entiteit ten onrechte uitbetaalde sommen voorgoed vervallen aan hen die ze hebben ontvangen, als de terugbetaling daarvan niet is gevraagd binnen een termijn van maximaal vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar van de betaling.
§ 2. Om geldig te zijn moet deze vraag tot terugbetaling ter kennis van de schuldenaar worden gebracht hetzij via een bij de Post aangetekende brief, hetzij via elektronische weg zoals bedoeld in artikel 205 en moet ze bevatten:
1° het totale bedrag van de teruggevraagde som met, per jaar, de opgave van de ten onrechte uitgevoerde betalingen;
2° de bepalingen in strijd waarmee de betalingen zijn gedaan.
Te rekenen vanaf de afgifte van de aangetekende brief bij de Post, kan het onverschuldigde bedrag worden teruggevorderd gedurende tien jaar.
§ 3. De in paragraaf 1 vastgestelde termijn wordt verlengd tot tien jaar wanneer de onverschuldigde sommen zijn verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of bewust onvolledige verklaringen.
§ 2. Om geldig te zijn moet deze vraag tot terugbetaling ter kennis van de schuldenaar worden gebracht hetzij via een bij de Post aangetekende brief, hetzij via elektronische weg zoals bedoeld in artikel 205 en moet ze bevatten:
1° het totale bedrag van de teruggevraagde som met, per jaar, de opgave van de ten onrechte uitgevoerde betalingen;
2° de bepalingen in strijd waarmee de betalingen zijn gedaan.
Te rekenen vanaf de afgifte van de aangetekende brief bij de Post, kan het onverschuldigde bedrag worden teruggevorderd gedurende tien jaar.
§ 3. De in paragraaf 1 vastgestelde termijn wordt verlengd tot tien jaar wanneer de onverschuldigde sommen zijn verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of bewust onvolledige verklaringen.
Art.173. § 1er. Conformément à l'article 16 de la loi du 16 mai 2003, sont définitivement acquises à ceux qui les ont reçues les sommes payées indûment par l'entité régionale en matière de traitements, d'avances sur ceux-ci ainsi que d'indemnités, d'allocations ou de prestations qui sont accessoires ou similaires aux traitements, lorsque le remboursement n'en a pas été réclamé dans un délai de cinq ans à partir du premier janvier de l'année du paiement.
§ 2. Pour être valable, la demande de remboursement doit être notifiée au débiteur par lettre recommandée soit par la Poste soit par voie électronique tel que visé à l'article 205 et doit contenir:
1° le montant total de la somme réclamée avec, par année, le relevé des paiements indus;
2° la mention des dispositions en violation desquelles les paiements ont été faits.
A dater du dépôt de la lettre recommandée à la Poste, la répétition de l'indu peut être poursuivie pendant dix ans.
§ 3. Le délai fixé au paragraphe 1er est porté à dix ans lorsque les sommes indues ont été obtenues par des manoeuvres frauduleuses ou par des déclarations fausses ou sciemment incomplètes.
§ 2. Pour être valable, la demande de remboursement doit être notifiée au débiteur par lettre recommandée soit par la Poste soit par voie électronique tel que visé à l'article 205 et doit contenir:
1° le montant total de la somme réclamée avec, par année, le relevé des paiements indus;
2° la mention des dispositions en violation desquelles les paiements ont été faits.
A dater du dépôt de la lettre recommandée à la Poste, la répétition de l'indu peut être poursuivie pendant dix ans.
§ 3. Le délai fixé au paragraphe 1er est porté à dix ans lorsque les sommes indues ont été obtenues par des manoeuvres frauduleuses ou par des déclarations fausses ou sciemment incomplètes.
DEEL 12. De goederen van het Gewest en de ABI's
PARTIE 12. Les biens de la Région et des OAA
BOEK 1. - De goederen van het openbaar en het privaat domein
LIVRE 1er. - Les biens du domaine public et du domaine privé
Art.174. § 1. De goederen die eigendom zijn van het Gewest of van een ABI of waarop zij een ander zakelijk recht hebben, en die worden gebruikt voor de uitvoering van de openbare dienstopdrachten of waarin openbare dienstopdrachten worden uitgevoerd, maken deel uit van het openbaar domein. Ze blijven in het openbaar domein tot aan hun desaffectatie.
§ 2. De goederen waarvan het Gewest of een ABI niet de eigenaar zijn en waarop zij geen andere zakelijk recht hebben, maar wel een recht van bezettingkrachtens een huurovereenkomst, een recht van bezetting ter bede, een commodaat of een vergelijkbare titel hebben, en die worden gebruikt voor de uitvoering van de openbare dienstopdrachten of waarin openbare dienstopdrachten worden uitgevoerd, maken deel uit van het openbaar domein. Ze blijven in het openbaar domein tot aan hun desaffectatie of tot aan het verstrijken van de bezettingstitel van het Gewest of van de ABI.
§ 3. De goederen die uitdrukkelijk zijn gedesaffecteerd en de goederen die sinds hun verwerving niet werden gebruikt, zelfs niet gedeeltelijk, voor de uitvoering van de openbare dienstopdrachten of die op geen enkel moment de plaats van uitvoering van openbare dienstopdrachten zijn geweest, maken deel uit van het privaat domein.
§ 4. De toewijzing van een goed aan het openbaar domein vloeit voort uit een uitdrukkelijke handeling of uit het eerste gebruik van dit goed voor de vervulling van een openbare dienstopdracht, of zodra dit goed de plaats is waar een openbare dienstopdracht wordt uitgevoerd.
De desaffectatie van een goed van het openbaar domein wordt niet vermoed. De desaffectatie is uitdrukkelijk, ofwel stilzwijgend maar zeker, overeenkomstig paragraaf 3.
§ 5. De loutere staat van verlatenheid van een goed van het openbaar domein houdt in geen geval de desaffectatie ervan in. Het loutere gebruik van een goed van het openbaar domein door een derde, zelfs gedurende een lange periode, houdt in geen geval de desaffectatie ervan in.
§ 6. Het Gewest of een ABI kan eigenaar zijn of houder van zakelijke rechten of van persoonlijke rechten op goederen die buiten het grondgebied van het Gewest gelegen zijn.
§ 2. De goederen waarvan het Gewest of een ABI niet de eigenaar zijn en waarop zij geen andere zakelijk recht hebben, maar wel een recht van bezettingkrachtens een huurovereenkomst, een recht van bezetting ter bede, een commodaat of een vergelijkbare titel hebben, en die worden gebruikt voor de uitvoering van de openbare dienstopdrachten of waarin openbare dienstopdrachten worden uitgevoerd, maken deel uit van het openbaar domein. Ze blijven in het openbaar domein tot aan hun desaffectatie of tot aan het verstrijken van de bezettingstitel van het Gewest of van de ABI.
§ 3. De goederen die uitdrukkelijk zijn gedesaffecteerd en de goederen die sinds hun verwerving niet werden gebruikt, zelfs niet gedeeltelijk, voor de uitvoering van de openbare dienstopdrachten of die op geen enkel moment de plaats van uitvoering van openbare dienstopdrachten zijn geweest, maken deel uit van het privaat domein.
§ 4. De toewijzing van een goed aan het openbaar domein vloeit voort uit een uitdrukkelijke handeling of uit het eerste gebruik van dit goed voor de vervulling van een openbare dienstopdracht, of zodra dit goed de plaats is waar een openbare dienstopdracht wordt uitgevoerd.
De desaffectatie van een goed van het openbaar domein wordt niet vermoed. De desaffectatie is uitdrukkelijk, ofwel stilzwijgend maar zeker, overeenkomstig paragraaf 3.
§ 5. De loutere staat van verlatenheid van een goed van het openbaar domein houdt in geen geval de desaffectatie ervan in. Het loutere gebruik van een goed van het openbaar domein door een derde, zelfs gedurende een lange periode, houdt in geen geval de desaffectatie ervan in.
§ 6. Het Gewest of een ABI kan eigenaar zijn of houder van zakelijke rechten of van persoonlijke rechten op goederen die buiten het grondgebied van het Gewest gelegen zijn.
Art.174. § 1er. Les biens dont la Région ou un OAA sont propriétaires ou sur lesquels ils sont titulaires d'un autre droit réel, et qui sont utilisés pour l'exercice des missions de service public, ou dans lesquels sont accomplies des missions de service public, font partie du domaine public. Ils demeurent dans le domaine public jusqu'à leur désaffectation.
§ 2. Les biens dont la Région ou un OAA ne sont pas propriétaires et sur lesquels ils ne disposent pas d'un autre droit réel, mais disposent d'un droit d'occupation en vertu d'un bail, d'un droit d'occupation précaire, d'un commodat, ou d'un titre analogue, et qui sont utilisés pour l'exercice des missions de service public, ou dans lesquels sont accomplies des missions de service public font partie du domaine public. Ils demeurent dans le domaine public jusqu'à leur désaffectation, ou jusqu'à l'expiration du titre d'occupation de la Région ou de l'OAA.
§ 3. Les biens expressément désaffectés, et ceux qui depuis leur acquisition n'ont pas été utilisés, même en partie, pour l'exercice des missions de service public ou qui n'ont, à aucun moment, été le lieu d'exercice de missions de service public, font partie du domaine privé.
§ 4. L'affectation d'un bien au domaine public résulte d'un acte exprès ou de la première utilisation de ce bien pour l'accomplissement d'une mission de service public, ou encore dès que ce bien est le lieu d'exercice d'une mission de service public.
La désaffectation d'un bien du domaine public ne se présume pas. La désaffectation est expresse, ou bien tacite mais certaine, conformément au paragraphe 3.
§ 5. Le simple état d'abandon d'un bien du domaine public n'emporte en aucun cas sa désaffectation. La simple utilisation d'un bien du domaine public par un tiers, même pendant une longue période, n'emporte en aucun cas sa désaffectation.
§ 6. La Région ou un OAA peuvent être propriétaire ou titulaire de droits réels ou de droits personnels sur des biens situés en dehors du territoire de la Région.
§ 2. Les biens dont la Région ou un OAA ne sont pas propriétaires et sur lesquels ils ne disposent pas d'un autre droit réel, mais disposent d'un droit d'occupation en vertu d'un bail, d'un droit d'occupation précaire, d'un commodat, ou d'un titre analogue, et qui sont utilisés pour l'exercice des missions de service public, ou dans lesquels sont accomplies des missions de service public font partie du domaine public. Ils demeurent dans le domaine public jusqu'à leur désaffectation, ou jusqu'à l'expiration du titre d'occupation de la Région ou de l'OAA.
§ 3. Les biens expressément désaffectés, et ceux qui depuis leur acquisition n'ont pas été utilisés, même en partie, pour l'exercice des missions de service public ou qui n'ont, à aucun moment, été le lieu d'exercice de missions de service public, font partie du domaine privé.
§ 4. L'affectation d'un bien au domaine public résulte d'un acte exprès ou de la première utilisation de ce bien pour l'accomplissement d'une mission de service public, ou encore dès que ce bien est le lieu d'exercice d'une mission de service public.
La désaffectation d'un bien du domaine public ne se présume pas. La désaffectation est expresse, ou bien tacite mais certaine, conformément au paragraphe 3.
§ 5. Le simple état d'abandon d'un bien du domaine public n'emporte en aucun cas sa désaffectation. La simple utilisation d'un bien du domaine public par un tiers, même pendant une longue période, n'emporte en aucun cas sa désaffectation.
§ 6. La Région ou un OAA peuvent être propriétaire ou titulaire de droits réels ou de droits personnels sur des biens situés en dehors du territoire de la Région.
BOEK 2. - Statuut van de goederen van het openbaar en het privaat domein
LIVRE 2. - Statut des biens du domaine public et du domaine privé
Art.175. [1 § 1. De goederen van het openbaar domein zijn onderworpen aan de beginselen van artikel 3.45, tweede lid, van het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
Ze mogen alleen in beslag worden genomen binnen de grenzen van artikel 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek.
Ze zijn niet in de handel.
§ 2. De goederen van het openbaar domein kunnen worden bezwaard met zakelijke of persoonlijke rechten ten gunste van derden als deze zakelijke of persoonlijke rechten verenigbaar zijn met het gebruik van dit goed voor een openbare dienstopdracht. In voorkomend geval blijft het goed in het openbaar domein van het Gewest of van de ABI voor de resterende bestanddelen van dit goed die in het vermogen van het Gewest of van de ABI blijven.
§ 3. Onverminderd de vrijstellingen die expliciet voorzien zijn door de wet, zijn openbare domeingoederen en de private domeingoederen die bestemd zijn voor een openbare dienst of een dienst van algemeen belang onderworpen aan de gewestelijke heffingen en belastingen.
In afwijking van artikel 5, § 1, is deze paragraaf ook van toepassing op de openbare en private domeingoederen die niet toebehoren aan de in artikel 5, § 1, bedoelde entiteit en instellingen.]1
Ze mogen alleen in beslag worden genomen binnen de grenzen van artikel 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek.
Ze zijn niet in de handel.
§ 2. De goederen van het openbaar domein kunnen worden bezwaard met zakelijke of persoonlijke rechten ten gunste van derden als deze zakelijke of persoonlijke rechten verenigbaar zijn met het gebruik van dit goed voor een openbare dienstopdracht. In voorkomend geval blijft het goed in het openbaar domein van het Gewest of van de ABI voor de resterende bestanddelen van dit goed die in het vermogen van het Gewest of van de ABI blijven.
§ 3. Onverminderd de vrijstellingen die expliciet voorzien zijn door de wet, zijn openbare domeingoederen en de private domeingoederen die bestemd zijn voor een openbare dienst of een dienst van algemeen belang onderworpen aan de gewestelijke heffingen en belastingen.
In afwijking van artikel 5, § 1, is deze paragraaf ook van toepassing op de openbare en private domeingoederen die niet toebehoren aan de in artikel 5, § 1, bedoelde entiteit en instellingen.]1
Art.175. [1 § 1er. Les biens du domaine public obéissent aux principes de l'article 3.45, alinéa 2, du nouveau Code civil.
Ils ne peuvent être saisis que dans les limites fixées par l'article 1412bis du Code judiciaire.
Ils sont hors commerce.
§ 2. Les biens du domaine public peuvent être grevés de droits réels ou personnels au profit de tiers si ces droits réels ou personnels sont compatibles avec l'utilisation de ce bien pour une mission de service public. Le cas échéant, le bien demeurera dans le domaine public de la Région ou de l'OAA, pour le reliquat des composantes de ce bien qui restent dans le patrimoine de la Région ou de l'OAA.
§ 3. Sans préjudice des exonérations expressément prévues par la loi, les biens du domaine public et ceux du domaine privé affectés à un service public ou d'intérêt général sont assujettis aux taxes et impôts régionaux.
Par dérogation à l'article 5, § 1er, ce paragraphe est aussi applicable aux biens domaniaux publics et privés qui n'appartiennent pas à l'entité et aux organismes visés à l'article 5, § 1er. ]1
Ils ne peuvent être saisis que dans les limites fixées par l'article 1412bis du Code judiciaire.
Ils sont hors commerce.
§ 2. Les biens du domaine public peuvent être grevés de droits réels ou personnels au profit de tiers si ces droits réels ou personnels sont compatibles avec l'utilisation de ce bien pour une mission de service public. Le cas échéant, le bien demeurera dans le domaine public de la Région ou de l'OAA, pour le reliquat des composantes de ce bien qui restent dans le patrimoine de la Région ou de l'OAA.
§ 3. Sans préjudice des exonérations expressément prévues par la loi, les biens du domaine public et ceux du domaine privé affectés à un service public ou d'intérêt général sont assujettis aux taxes et impôts régionaux.
Par dérogation à l'article 5, § 1er, ce paragraphe est aussi applicable aux biens domaniaux publics et privés qui n'appartiennent pas à l'entité et aux organismes visés à l'article 5, § 1er. ]1
Wijzigingen
Art.176. De goederen van het privaat domein kunnen het voorwerp uitmaken van een verjaring en kunnen in beslag worden genomen overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek.
Art.176. Les biens du domaine privé peuvent faire l'objet d'une prescription et peuvent être saisis conformément aux modalités fixées par l'article 1412bis du Code judiciaire.
BOEK 3. - Overdracht van tot het openbaar domein behorende goederen tussen publiekrechtelijke rechtspersonen
LIVRE 3. - Cession de biens affectés au domaine public entre personnes morales de droit public
Art.177. De goederen van het openbaar domein kunnen worden overgedragen aan of aangekocht van andere publiekrechtelijke rechtspersonen met behoud van hun toewijzing aan het openbaar domein. Ze kunnen op een soortgelijke manier het voorwerp uitmaken van zakelijke rechten of persoonlijke rechten van genot of bezetting ten behoeve van een andere publiekrechtelijke rechtspersoon zonder dat een van de bestanddelen van dit goed zijn toewijzing aan het openbaar domein verliest.
In het geval van de overdracht van een goed van het publieke domein aan een andere publiekrechtelijke rechtspersoon of de vestiging van een zakelijk recht, wordt de desaffectatie niet vermoed. Daarvoor is een uitdrukkelijke of stilzwijgende, maar zekere, beslissing tot desaffectatie vereist.
In het geval van de overdracht van een goed van het publieke domein aan een andere publiekrechtelijke rechtspersoon of de vestiging van een zakelijk recht, wordt de desaffectatie niet vermoed. Daarvoor is een uitdrukkelijke of stilzwijgende, maar zekere, beslissing tot desaffectatie vereist.
Art.177. Les biens du domaine public peuvent être cédés à ou acquis d'autres personnes morales de droit public en conservant leur affectation au domaine public. Ils peuvent, de manière similaire, faire l'objet de droits réels ou de droits personnel de jouissance ou d'occupation au profit d'une autre personne morale de droit public sans qu'aucune des composantes de ce bien ne perde son affectation au domaine public.
En cas de cession d'un bien du domaine public à une autre personne morale de droit public, ou de constitution d'un droit réel, la désaffectation ne se présume pas. Elle devra faire l'objet d'une décision expresse ou tacite mais certaine de désaffectation.
En cas de cession d'un bien du domaine public à une autre personne morale de droit public, ou de constitution d'un droit réel, la désaffectation ne se présume pas. Elle devra faire l'objet d'une décision expresse ou tacite mais certaine de désaffectation.
BOEK 4. - Bepalingen betreffende de afbakening en de afpaling van de goederen van het Gewest en van de ABI's
LIVRE 4. - Dispositions relatives à la délimitation et au bornage des biens de la Région et des OAA
Art.178. Voor de toepassing van deze titel omvat de term "instelling" zowel de ABI's bedoeld in artikel 2 als Finances&invest, citydev.brussels, Hydria, de SFARS, het Trieercentrum en de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI).
Art.178. Pour l'application du présent titre, le terme " organisme " comprend tant les OAA visés l'article 2 que Finances&invest, citydev.brussels, Hydria, les SFARS, le Centre de tri et la Société d'Aménagement urbain (SAU).
Art.179. Wanneer het Gewest of een instelling waarvan de goederen onderworpen zijn aan deze ordonnantie, een algemene of gedeeltelijke afbakening van hun goederen wensen uit te voeren, andere dan deze bedoeld in artikel 40 van het Veldwetboek, wordt een beroep gedaan op een landmeter-expert die rechtmatig ingeschreven is in de tabel van landmeters-experten. De kosten van de afbakening worden gedragen door degene die de verrichting vraagt.
Art.179. Lorsque la Région ou un organisme dont les biens sont régis par la présente ordonnance voudront procéder à la délimitation générale ou partielle de leurs biens, autres que ceux dont il est question à l'article 40 du Code rural, il sera fait appel à un géomètre expert régulièrement inscrit au tableau des géomètres experts. Les frais de la délimitation sont supportés par celui qui demande l'opération.
Art.180. De aangrenzende eigenaars ten aanzien van wie de grenzen moeten worden geïdentificeerd en vastgesteld, worden ten minste één maand van tevoren per aangetekende brief op de hoogte gesteld van de dag van de verrichting.
Wanneer de aangrenzende eigenaar een mede-eigendom is die valt onder de artikelen 3.84 en volgende van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, geldt de kennisgeving aan de syndicus of de vereniging van mede-eigenaars als kennisgeving aan elke van de mede-eigenaars van het vastgoedcomplex in mede-eigendom.
Wanneer de aangrenzende eigenaar een mede-eigendom is die valt onder de artikelen 3.84 en volgende van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, geldt de kennisgeving aan de syndicus of de vereniging van mede-eigenaars als kennisgeving aan elke van de mede-eigenaars van het vastgoedcomplex in mede-eigendom.
Art.180. Les propriétaires riverains, à l'égard desquels il s'agit de reconnaître et de fixer les limites, seront avertis, au moins un mois à l'avance, du jour de l'opération par courrier recommandé.
Lorsque le propriétaire riverain est une copropriété régie par les articles 3.84 et suivants du nouveau Code civil, l'avertissement du syndic ou de l'association des copropriétaires tient lieu d'avertissement à chacun des copropriétaires de l'ensemble immobilier détenu en copropriété.
Lorsque le propriétaire riverain est une copropriété régie par les articles 3.84 et suivants du nouveau Code civil, l'avertissement du syndic ou de l'association des copropriétaires tient lieu d'avertissement à chacun des copropriétaires de l'ensemble immobilier détenu en copropriété.
Art.181. § 1. Op de aangegeven dag wordt de afbakening uitgevoerd in aanwezigheid of afwezigheid van de aangrenzende eigenaars.
§ 2. Als de aanwezige aangrenzende eigenaars het tracé van de grenzen niet betwisten, wordt de afbakening tegensprekelijk geacht. De afbakening wordt vastgelegd in een proces-verbaal en een plan die worden ondertekend door de betrokken partijen.
§ 2. Als de aanwezige aangrenzende eigenaars het tracé van de grenzen niet betwisten, wordt de afbakening tegensprekelijk geacht. De afbakening wordt vastgelegd in een proces-verbaal en een plan die worden ondertekend door de betrokken partijen.
Art.181. § 1er. Au jour indiqué, il sera procédé à la délimitation, en présence ou en l'absence des propriétaires riverains.
§ 2. La délimitation est réputée contradictoire si les propriétaires riverains présents ne présentent aucune contestation sur le tracé des limites. La délimitation est constatée par un procès-verbal et un plan signés par les parties intéressées.
§ 2. La délimitation est réputée contradictoire si les propriétaires riverains présents ne présentent aucune contestation sur le tracé des limites. La délimitation est constatée par un procès-verbal et un plan signés par les parties intéressées.
Art.182. Het plan en het proces-verbaal worden binnen een maand na de datum van de afbakening per aangetekend schrijven aan de partijen ter kennis gebracht. De partijen die afwezig zijn of die het plan en het proces-verbaal niet hebben ondertekend, beschikken over een termijn van vijftien kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag na de verzending van de kennisgeving, om hun eventuele opmerkingen of bezwaren per aangetekende brief aan de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, voor de goederen van het Gewest, of aan de betrokken instelling mee te delen. Opmerkingen of betwistingen die na het verstrijken van de termijn worden ingediend, zijn onontvankelijk, zodat het ontwerp van plan en het ontwerp van proces-verbaal geacht worden door de betrokken partij op tegenspraak te zijn erkend. Eventuele opmerkingen of betwistingen die binnen deze termijn worden ingediend, worden beoordeeld door de administratief verantwoordelijke van de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of door de betrokken instelling.
Wanneer de aangrenzende eigenaar een mede-eigendom is die valt onder de artikelen 3.84 en volgende van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, geldt de handtekening van de syndicus of de voorzitter van de vereniging van mede-eigenaars als goedkeuring op tegenspraak voor elk van de mede-eigenaars van het vastgoedcomplex in mede-eigendom.
Wanneer de aangrenzende eigenaar een mede-eigendom is die valt onder de artikelen 3.84 en volgende van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, geldt de handtekening van de syndicus of de voorzitter van de vereniging van mede-eigenaars als goedkeuring op tegenspraak voor elk van de mede-eigenaars van het vastgoedcomplex in mede-eigendom.
Art.182. Le plan et le procès-verbal sont notifiés aux parties par courrier recommandé dans le mois qui suit le jour de la délimitation. Les parties absentes ou qui n'ont pas signé le plan et le procès-verbal disposent d'un délai de quinze jours calendrier à compter du lendemain de l'envoi de la notification pour faire valoir, par courrier recommandé, leurs observations ou contestations éventuelles envers la Régie foncière de la Région de Bruxelles-Capitale, pour les biens de la Région, ou envers l'organisme concerné. Toute observation ou contestation envoyée hors délai sera irrecevable, de sorte que le projet de plan et le projet de procès-verbal seront considérés comme contradictoirement reconnus par la partie concernée. Les observations et contestations éventuelles envoyées dans ce délai sont tranchées par le responsable administratif de la Régie foncière de la Région de Bruxelles-Capitale, pour les biens de la Région, ou par l'organisme concerné.
Lorsque le propriétaire riverain est une copropriété régie par les articles 3.84 et suivants du nouveau Code civil, la signature du syndic ou du président de l'association des copropriétaires tient lieu d'approbation contradictoire envers chacun des copropriétaires de l'ensemble immobilier détenu en copropriété.
Lorsque le propriétaire riverain est une copropriété régie par les articles 3.84 et suivants du nouveau Code civil, la signature du syndic ou du président de l'association des copropriétaires tient lieu d'approbation contradictoire envers chacun des copropriétaires de l'ensemble immobilier détenu en copropriété.
Art.183. Zodra het proces-verbaal van afbakening en het plan zijn goedgekeurd door de administratief verantwoordelijke van de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of door de betrokken instelling, worden het plan en het proces-verbaal definitief en wordt de afpaling uitgevoerd. Elke persoon die een rechtmatig belang aantoont, kan de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de betrokken instelling vragen of hij de afpalingswerkzaamheden kan bijwonen. Dit verzoek moet schriftelijk gebeuren en moet de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de betrokken instelling ten laatste twee werkdagen voor de geplande datum voor de afpaling bereiken.
Art.183. Dès que le procès-verbal de délimitation et le plan auront été approuvés par le responsable administratif de la Régie foncière de la Région de Bruxelles-Capitale ou par l'organisme concerné, le plan et le procès-verbal seront définitifs, et il sera procédé au bornage. Toute personne justifiant d'un intérêt légitime pourra demander à la Régie foncière de la Région de Bruxelles-Capitale ou à l'organisme concerné d'assister aux travaux de bornage. Cette demande devra être exprimée par écrit, et parvenir à la Régie foncière de la Région de Bruxelles-Capitale ou à l'organisme concerné au plus tard deux jours ouvrables avant la date prévue pour le bornage.
Art.184. Elke persoon die een rechtmatig belang aantoont, kan verzoeken om toegang tot de plannen en processen-verbaal van afbakening die overeenkomstig de bepalingen van deze titel zijn opgesteld.
De Regering bepaalt in een besluit de modaliteiten waaronder toegang kan worden gevraagd, de redenen op grond waarvan die kan worden geweigerd en de kosten die aangerekend kunnen worden om aan die vraag tegemoet te komen.
De Regering bepaalt in een besluit de modaliteiten waaronder toegang kan worden gevraagd, de redenen op grond waarvan die kan worden geweigerd en de kosten die aangerekend kunnen worden om aan die vraag tegemoet te komen.
Art.184. Toute personne démontrant un intérêt légitime pourra solliciter l'accès aux plans et procès-verbaux de délimitation réalisés selon les dispositions de ce titre.
Le Gouvernement définit par arrêté les modalités dans lesquelles l'accès pourra être sollicité, les motifs pour lesquels il peut être refusé et les frais qui pourront être demandés pour répondre à la demande.
Le Gouvernement définit par arrêté les modalités dans lesquelles l'accès pourra être sollicité, les motifs pour lesquels il peut être refusé et les frais qui pourront être demandés pour répondre à la demande.
Art.185. Artikelen 41 tot 47 van het Veldwetboek zijn niet van toepassing op de afbakening en de afpaling van de goederen van het Gewest en van de instellingen bedoeld in artikel 178.
Art.185. Les articles 41 à 47 du Code rural ne s'appliquent pas à la délimitation et au bornage des biens de la Région et des organismes visées à l'article 178.
Art.186. Elke betwisting die ontstaat in het kader van of na de afbakenings- en afpalingsverrichtingen zal worden voorgelegd aan de administratief verantwoordelijke van de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of aan de betrokken instelling. De genomen beslissing kan worden aangevochten bij het bevoegde rechtscollege.
Art.186. Toute contestation élevée dans le cadre des opérations de bornage et de délimitation, ou postérieurement à celle-ci sera soumise au responsable administratif de la Régie foncière de la Région de Bruxelles-Capitale ou à l'organisme concerné. La décision qui aura été rendue, pourra être contestée devant la juridiction de l'ordre judiciaire compétente.
DEEL 13. De vervreemding
PARTIE 13. L'aliénation
BOEK 1. De roerende goederen
LIVRE 1er. Les biens meubles
Art.187. § 1. De roerende goederen die eigendom zijn van het Gewest, die niet opnieuw kunnen worden gebruikt en die kunnen worden vervreemd, moeten worden verkocht of op een andere manier tegen betaling worden vervreemd.
§ 2. De tussenkomst van de Regering is niet verplicht voor de roerende goederen aangewend in het buitenland en waarvan het algemeen belang een verkoop ter plaatse vereist.
§ 3. In afwijking van de eerste paragraaf, kan het Gewest, met de toestemming van de Minister van Begroting, roerende goederen die voor deze diensten geen nut meer hebben of waarvan de marktwaarde verwaarloosbaar is, kosteloos afstaan aan:
1° de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (de OCMW's);
2° de organisaties die zich bezighouden met duurzame ontwikkeling in de zin van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een ander gewest of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
3° de organisaties die de ontwikkelingslanden bijstaan en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een ander gewest of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
4° de organisaties die bijstand verlenen aan oorlogsslachtoffers, personen met een handicap, ouderen, beschermde minderjarigen of behoeftigen en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een ander gewest of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
5° de sociale ondernemingen in de zin van de ordonnantie van 23 juli 2018 met betrekking tot de erkenning en de ondersteuning van de sociale ondernemingen of soortgelijke organisaties uit een ander gewest of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
6° de privaatrechtelijke verenigingen of stichtingen in de zin van artikel 1:6, § 2 en artikel 1:7 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met een sociaal oogmerk of een oogmerk van openbaar nut. De vervreemde roerende goederen mogen uitsluitend gebruikt worden voor sociale doeleinden of doeleinden van openbaar nut en mogen enkel met toestemming van de Regering opnieuw worden vervreemd;
7° de bij wet, decreet of ordonnantie opgerichte publiekrechtelijke verenigingen of stichtingen met sociaal oogmerk of oogmerk van algemeen nut. De vervreemde roerende goederen mogen uitsluitend gebruikt worden voor sociale doeleinden of doeleinden van openbaar nut.
8° de personeelsleden van de diensten van de Regering en de ABI's, volgens door de Regering te bepalen nadere regels.
§ 4. De Regering is bevoegd om de giften te bepalen die worden vrijgesteld van een voorafgaandelijke toestemming van de Minister van Begroting.
§ 2. De tussenkomst van de Regering is niet verplicht voor de roerende goederen aangewend in het buitenland en waarvan het algemeen belang een verkoop ter plaatse vereist.
§ 3. In afwijking van de eerste paragraaf, kan het Gewest, met de toestemming van de Minister van Begroting, roerende goederen die voor deze diensten geen nut meer hebben of waarvan de marktwaarde verwaarloosbaar is, kosteloos afstaan aan:
1° de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (de OCMW's);
2° de organisaties die zich bezighouden met duurzame ontwikkeling in de zin van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een ander gewest of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
3° de organisaties die de ontwikkelingslanden bijstaan en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een ander gewest of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
4° de organisaties die bijstand verlenen aan oorlogsslachtoffers, personen met een handicap, ouderen, beschermde minderjarigen of behoeftigen en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een ander gewest of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
5° de sociale ondernemingen in de zin van de ordonnantie van 23 juli 2018 met betrekking tot de erkenning en de ondersteuning van de sociale ondernemingen of soortgelijke organisaties uit een ander gewest of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;
6° de privaatrechtelijke verenigingen of stichtingen in de zin van artikel 1:6, § 2 en artikel 1:7 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met een sociaal oogmerk of een oogmerk van openbaar nut. De vervreemde roerende goederen mogen uitsluitend gebruikt worden voor sociale doeleinden of doeleinden van openbaar nut en mogen enkel met toestemming van de Regering opnieuw worden vervreemd;
7° de bij wet, decreet of ordonnantie opgerichte publiekrechtelijke verenigingen of stichtingen met sociaal oogmerk of oogmerk van algemeen nut. De vervreemde roerende goederen mogen uitsluitend gebruikt worden voor sociale doeleinden of doeleinden van openbaar nut.
8° de personeelsleden van de diensten van de Regering en de ABI's, volgens door de Regering te bepalen nadere regels.
§ 4. De Regering is bevoegd om de giften te bepalen die worden vrijgesteld van een voorafgaandelijke toestemming van de Minister van Begroting.
Art.187. § 1er. Les biens meubles appartenant à la Région, qui ne peuvent être réemployés et sont susceptibles d'être aliénés, doivent être vendus ou aliénés d'une autre manière à titre onéreux.
§ 2. L'intervention du Gouvernement n'est pas obligatoire pour les biens meubles utilisés à l'étranger et dont l'intérêt général nécessite une vente sur place.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, la Région peut, avec l'autorisation du Ministre du Budget, céder à titre gratuit des biens meubles n'ayant plus d'utilité pour ses services ou dont la valeur de marché est négligeable:
1° aux centres publics d'action sociale (les CPAS);
2° aux organisations qui s'occupent du développement durable, au sens de la loi du 5 mai 1997 relative à la coordination de la politique fédérale de développement durable, et qui bénéficient de l'agrément visé à l'article 145/33 du Code des impôts sur les revenus 1992 ou à des organisations similaires d'une autre région ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
3° aux organisations qui assistent les pays en développement et qui bénéficient de l'agrément visé à l'article 145/33 du Code des impôts sur les revenus 1992 ou à des organisations similaires d'une autre région ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
4° aux organisations qui assistent les victimes de la guerre, les personnes handicapées, les personnes âgées, les mineurs d'âge protégés ou les indigents et qui bénéficient de l'agrément visé à l'article 145/33 du Code des impôts sur les revenus 1992, ou aux organisations similaires d'une autre région ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
5° aux entreprises sociales au sens de l'ordonnance du 23 juillet 2018 relative à l'agrément et au soutien des entreprises sociales ou à des organisations similaires d'une autre région ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen, agréées de manière analogue;
6° aux associations ou fondations de droit privé au sens d'article 1:6, § 2 et 1:7 du Code des sociétés et des associations poursuivant une finalité sociale ou d'intérêt public. Les biens meubles aliénés ne peuvent être utilisés qu'à des fins sociales ou d'intérêt public et ne peuvent faire l'objet d'une aliénation ultérieure qu'avec l'autorisation du Gouvernement;
7° aux associations ou fondations de droit public créées par la loi, le décret ou l'ordonnance poursuivant une finalité sociale ou d'intérêt public. Les biens meubles aliénés ne peuvent être utilisés qu'à des fins sociales ou d'intérêt public;
8° aux membres du personnel des services du Gouvernement et des OAA selon des modalités à déterminer par le Gouvernement.
§ 4. Le Gouvernement est autorisé à définir les dons qui sont dispensés d'une autorisation préalable du Ministre du Budget.
§ 2. L'intervention du Gouvernement n'est pas obligatoire pour les biens meubles utilisés à l'étranger et dont l'intérêt général nécessite une vente sur place.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, la Région peut, avec l'autorisation du Ministre du Budget, céder à titre gratuit des biens meubles n'ayant plus d'utilité pour ses services ou dont la valeur de marché est négligeable:
1° aux centres publics d'action sociale (les CPAS);
2° aux organisations qui s'occupent du développement durable, au sens de la loi du 5 mai 1997 relative à la coordination de la politique fédérale de développement durable, et qui bénéficient de l'agrément visé à l'article 145/33 du Code des impôts sur les revenus 1992 ou à des organisations similaires d'une autre région ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
3° aux organisations qui assistent les pays en développement et qui bénéficient de l'agrément visé à l'article 145/33 du Code des impôts sur les revenus 1992 ou à des organisations similaires d'une autre région ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
4° aux organisations qui assistent les victimes de la guerre, les personnes handicapées, les personnes âgées, les mineurs d'âge protégés ou les indigents et qui bénéficient de l'agrément visé à l'article 145/33 du Code des impôts sur les revenus 1992, ou aux organisations similaires d'une autre région ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
5° aux entreprises sociales au sens de l'ordonnance du 23 juillet 2018 relative à l'agrément et au soutien des entreprises sociales ou à des organisations similaires d'une autre région ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen, agréées de manière analogue;
6° aux associations ou fondations de droit privé au sens d'article 1:6, § 2 et 1:7 du Code des sociétés et des associations poursuivant une finalité sociale ou d'intérêt public. Les biens meubles aliénés ne peuvent être utilisés qu'à des fins sociales ou d'intérêt public et ne peuvent faire l'objet d'une aliénation ultérieure qu'avec l'autorisation du Gouvernement;
7° aux associations ou fondations de droit public créées par la loi, le décret ou l'ordonnance poursuivant une finalité sociale ou d'intérêt public. Les biens meubles aliénés ne peuvent être utilisés qu'à des fins sociales ou d'intérêt public;
8° aux membres du personnel des services du Gouvernement et des OAA selon des modalités à déterminer par le Gouvernement.
§ 4. Le Gouvernement est autorisé à définir les dons qui sont dispensés d'une autorisation préalable du Ministre du Budget.
BOEK 2. De onroerende goederen
LIVRE 2. Les biens immeubles
Art.188. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
1° vervreemding: de overdracht van een onroerend goed of de toekenning van zakelijke gebruiksrechten erop;
2° raming: de expertise die rekening houdt met alle specifieke voorwaarden die verbonden zijn aan de vervreemding en die wordt uitgevoerd door het Aankoopcomité onroerende goederen, door andere gemandateerde overheidsambtenaren, door een notaris of door een dienstverlener;
3° dienstverlener: ofwel een landmeter-expert vastgoed die is ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 27 maart 2023 tot bescherming van het beroep en de titel van landmeter-expert en tot oprichting van een Orde van landmeters-experten, ofwel een vastgoedmakelaar die is ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar, ofwel elke persoon die minstens een erkend diploma van het hoger secundair onderwijs kan voorleggen en die kan aantonen dat hij over een voldoende opleidings- en kennisniveau beschikt, met minstens drie jaar praktijkervaring na het behalen van het diploma op het vlak van de raming van terreinen en gebouwen gelegen op de desbetreffende locatie.
1° vervreemding: de overdracht van een onroerend goed of de toekenning van zakelijke gebruiksrechten erop;
2° raming: de expertise die rekening houdt met alle specifieke voorwaarden die verbonden zijn aan de vervreemding en die wordt uitgevoerd door het Aankoopcomité onroerende goederen, door andere gemandateerde overheidsambtenaren, door een notaris of door een dienstverlener;
3° dienstverlener: ofwel een landmeter-expert vastgoed die is ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 27 maart 2023 tot bescherming van het beroep en de titel van landmeter-expert en tot oprichting van een Orde van landmeters-experten, ofwel een vastgoedmakelaar die is ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar, ofwel elke persoon die minstens een erkend diploma van het hoger secundair onderwijs kan voorleggen en die kan aantonen dat hij over een voldoende opleidings- en kennisniveau beschikt, met minstens drie jaar praktijkervaring na het behalen van het diploma op het vlak van de raming van terreinen en gebouwen gelegen op de desbetreffende locatie.
Art.188. Pour l'application du présent titre, on entend par:
1° aliénation: la cession d'un bien immeuble ou l'octroi de droits réels d'usage sur ce bien;
2° estimation: l'expertise qui tient compte de toutes les conditions particulières liées à l'aliénation et qui est réalisée soit par le Comité d'acquisition d'immeubles, soit par d'autres fonctionnaires publics mandatés, soit par un notaire, soit par un prestataire de service;
3° prestataire de services: soit un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau visé à la loi du 27 mars 2023 protégeant la profession le titre de géomètre-expert et créant un Ordre des géomètres-experts, soit un agent immobilier inscrit au tableau visé à la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier, soit toute personne pouvant au minimum présenter un diplôme de fin d'études secondaires reconnu et attester d'un niveau de formation et de connaissance suffisant, avec trois ans au minimum d'expérience pratique après obtention du diplôme dans le domaine de l'évaluation de terrains et de bâtiments situés dans le lieu considéré.
1° aliénation: la cession d'un bien immeuble ou l'octroi de droits réels d'usage sur ce bien;
2° estimation: l'expertise qui tient compte de toutes les conditions particulières liées à l'aliénation et qui est réalisée soit par le Comité d'acquisition d'immeubles, soit par d'autres fonctionnaires publics mandatés, soit par un notaire, soit par un prestataire de service;
3° prestataire de services: soit un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau visé à la loi du 27 mars 2023 protégeant la profession le titre de géomètre-expert et créant un Ordre des géomètres-experts, soit un agent immobilier inscrit au tableau visé à la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier, soit toute personne pouvant au minimum présenter un diplôme de fin d'études secondaires reconnu et attester d'un niveau de formation et de connaissance suffisant, avec trois ans au minimum d'expérience pratique après obtention du diplôme dans le domaine de l'évaluation de terrains et de bâtiments situés dans le lieu considéré.
Art.189. De Regering is gemachtigd om openbaar, onderhands of door ruil alle zakelijke rechten op onroerende goederen te vervreemden.
Wanneer de raming lager is dan 1.000.000 euro, is de administratief verantwoordelijke van de Grondregie, aangesteld door de Regering overeenkomstig artikel 20 van de ordonnantie van 8 september 1994 houdende de oprichting van de "Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest", gemachtigd om openbaar, onderhands of door ruil alle zakelijke rechten op onroerende goederen te vervreemden.
Behoudens in geval van openbare verkoop of wanneer de onteigening ten algemenen nutte wettelijk werd uitgevaardigd, maken de in deze titel bedoelde vervreemdingen die betrekking hebben op goederen waarvan één van de ramingen of de prijs meer dan 6,25 miljoen euro bedraagt, het voorwerp uit van een goedkeuring bij ordonnantie.
Dit artikel geldt niet voor de beboste eigendommen die het Gewest bezit, die enkel bij ordonnantie vervreemd kunnen worden, met uitzondering van diegene waarvan de onteigening ten algemenen nutte werd beslist of die geruild worden, voor zoverre laatstgenoemde verrichtingen de uitgestrektheid van het gewestelijk bosdomein niet verminderen.
Wanneer de raming lager is dan 1.000.000 euro, is de administratief verantwoordelijke van de Grondregie, aangesteld door de Regering overeenkomstig artikel 20 van de ordonnantie van 8 september 1994 houdende de oprichting van de "Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest", gemachtigd om openbaar, onderhands of door ruil alle zakelijke rechten op onroerende goederen te vervreemden.
Behoudens in geval van openbare verkoop of wanneer de onteigening ten algemenen nutte wettelijk werd uitgevaardigd, maken de in deze titel bedoelde vervreemdingen die betrekking hebben op goederen waarvan één van de ramingen of de prijs meer dan 6,25 miljoen euro bedraagt, het voorwerp uit van een goedkeuring bij ordonnantie.
Dit artikel geldt niet voor de beboste eigendommen die het Gewest bezit, die enkel bij ordonnantie vervreemd kunnen worden, met uitzondering van diegene waarvan de onteigening ten algemenen nutte werd beslist of die geruild worden, voor zoverre laatstgenoemde verrichtingen de uitgestrektheid van het gewestelijk bosdomein niet verminderen.
Art.189. Le Gouvernement est autorisé à aliéner publiquement, de gré à gré ou par voie d'échange, tous droits réels immobiliers.
Lorsque l'estimation est inférieure à 1.000.000 d'euros, le responsable administratif de la Régie foncière, désigné par le Gouvernement conformément à l'article 20 de l'ordonnance du 8 septembre 1994 portant création de la " Région foncière de la Région de Bruxelles-Capitale ", est autorisé à aliéner publiquement, de gré à gré ou par voie d'échange, tous droits réels immobiliers.
Sauf en cas de vente publique ou lorsque l'expropriation pour cause d'utilité publique a été légalement décrétée, les aliénations visées par ce titre qui ont trait à des biens dont une des estimations ou le prix dépasse 6,25 millions d'euros, font l'objet d'une approbation par ordonnance.
Le présent article ne concerne pas les propriétés boisées appartenant à la Région, qui ne peuvent être aliénées que par ordonnance, à l'exception de celles dont l'expropriation pour cause d'utilité publique a été décidée ou qui font l'objet d'échanges, pour autant que ces dernières opérations ne diminuent pas l'étendue du domaine forestier régional.
Lorsque l'estimation est inférieure à 1.000.000 d'euros, le responsable administratif de la Régie foncière, désigné par le Gouvernement conformément à l'article 20 de l'ordonnance du 8 septembre 1994 portant création de la " Région foncière de la Région de Bruxelles-Capitale ", est autorisé à aliéner publiquement, de gré à gré ou par voie d'échange, tous droits réels immobiliers.
Sauf en cas de vente publique ou lorsque l'expropriation pour cause d'utilité publique a été légalement décrétée, les aliénations visées par ce titre qui ont trait à des biens dont une des estimations ou le prix dépasse 6,25 millions d'euros, font l'objet d'une approbation par ordonnance.
Le présent article ne concerne pas les propriétés boisées appartenant à la Région, qui ne peuvent être aliénées que par ordonnance, à l'exception de celles dont l'expropriation pour cause d'utilité publique a été décidée ou qui font l'objet d'échanges, pour autant que ces dernières opérations ne diminuent pas l'étendue du domaine forestier régional.
Art.190. De Regering doet een beroep op de personeelsleden die zijn aangewezen krachtens de ordonnantie van 23 juni 2016 betreffende de overname van de activiteiten van de Comités tot aankoop van onroerende goederen door het Gewest of op andere gemandateerde overheidsambtenaren, notarissen of dienstverleners om de in deze titel bedoelde verrichtingen geheel of gedeeltelijk uit te voeren.
Indien de raming het in artikel 189, tweede lid, bedoelde bedrag overschrijdt, is de Regering verplicht een beroep te doen op de personeelsleden van het Aankoopcomité onroerende goederen om een raming van het onroerend goed uit te voeren.
Indien het verlijden van de akte niet wordt toevertrouwd aan een personeelslid van het Aankoopcomité onroerende goederen, wordt de ontwerpakte tot vervreemding van zakelijke rechten op onroerende goederen voorgelegd aan het Aankoopcomité onroerende goederen dat, binnen de maand na ontvangst, een met redenen omkleed advies uitbrengt aan de Regering. Het advies wordt geacht gunstig te zijn als het Comité de bovengenoemde periode laat verstrijken.
In geval van een negatief advies kan de verrichting slechts uitgevoerd worden na beslissing van de Regering.
Indien de raming het in artikel 189, tweede lid, bedoelde bedrag overschrijdt, is de Regering verplicht een beroep te doen op de personeelsleden van het Aankoopcomité onroerende goederen om een raming van het onroerend goed uit te voeren.
Indien het verlijden van de akte niet wordt toevertrouwd aan een personeelslid van het Aankoopcomité onroerende goederen, wordt de ontwerpakte tot vervreemding van zakelijke rechten op onroerende goederen voorgelegd aan het Aankoopcomité onroerende goederen dat, binnen de maand na ontvangst, een met redenen omkleed advies uitbrengt aan de Regering. Het advies wordt geacht gunstig te zijn als het Comité de bovengenoemde periode laat verstrijken.
In geval van een negatief advies kan de verrichting slechts uitgevoerd worden na beslissing van de Regering.
Art.190. Le Gouvernement fait appel aux membres du personnel désignés en vertu de l'ordonnance du 23 juin 2016 relative à la reprise des activités des Comités d'acquisition d'immeubles par la Région ou à d'autres fonctionnaires publics mandatés, des notaires ou prestataires de services pour exécuter, en tout ou en partie, les opérations visées au présent titre.
Si l'estimation dépasse le montant visé à l'article 189, alinéa 2, le Gouvernement est tenu de faire appel aux membres du personnel du Comité d'acquisition d'immeubles afin d'effectuer une estimation du bien.
Au cas où la passation de l'acte n'est pas confiée à un membre du personnel du Comité d'acquisition d'immeubles, le projet d'acte portant aliénation de droits réels immobiliers est soumis au Comité d'acquisition d'immeubles qui, dans le mois suivant la réception, communique un avis motivé au Gouvernement. L'avis est censé être favorable si le Comité laisse expirer le délai précité.
En cas d'avis négatif, l'opération ne peut être réalisée qu'après décision du Gouvernement.
Si l'estimation dépasse le montant visé à l'article 189, alinéa 2, le Gouvernement est tenu de faire appel aux membres du personnel du Comité d'acquisition d'immeubles afin d'effectuer une estimation du bien.
Au cas où la passation de l'acte n'est pas confiée à un membre du personnel du Comité d'acquisition d'immeubles, le projet d'acte portant aliénation de droits réels immobiliers est soumis au Comité d'acquisition d'immeubles qui, dans le mois suivant la réception, communique un avis motivé au Gouvernement. L'avis est censé être favorable si le Comité laisse expirer le délai précité.
En cas d'avis négatif, l'opération ne peut être réalisée qu'après décision du Gouvernement.
Art.191. § 1. De uit te voeren vervreemdingen ter uitvoering van artikel 189 worden gedaan aan de hoogste bieder en worden openbaar gemaakt door toereikende regelen van openbaarmaking, die de geïnteresseerden kunnen bereiken.
In het geval van een openbare verkoop, specificeert de Regering ook of deze minstens tegen de geraamde prijs moet plaatsvinden. De Regering motiveert haar beslissing om de vervreemding niet afhankelijk te stellen van de geraamde minimumprijs.
§ 2. Het eerste lid van paragraaf 1 wordt geacht vervuld te zijn in geval van openbare verkoop van een onroerend goed in de zin van artikel 1 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt.
§ 3. De formaliteiten van openbaarmaking bedoeld in lid 1 van paragraaf 1 zijn niet vereist wanneer de onteigening ten algemenen nutte van het te vervreemden domeingoed wettelijk wordt bevolen.
In het geval van een openbare verkoop, specificeert de Regering ook of deze minstens tegen de geraamde prijs moet plaatsvinden. De Regering motiveert haar beslissing om de vervreemding niet afhankelijk te stellen van de geraamde minimumprijs.
§ 2. Het eerste lid van paragraaf 1 wordt geacht vervuld te zijn in geval van openbare verkoop van een onroerend goed in de zin van artikel 1 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt.
§ 3. De formaliteiten van openbaarmaking bedoeld in lid 1 van paragraaf 1 zijn niet vereist wanneer de onteigening ten algemenen nutte van het te vervreemden domeingoed wettelijk wordt bevolen.
Art.191. § 1er. Les aliénations à réaliser en exécution de l'article 189 seront faites au plus offrant et seront rendues publiques par toute mesure de publicité suffisante susceptible d'atteindre les intéressés.
En cas de vente publique, le Gouvernement précise également si celle-ci doit se faire au minimum au prix de l'estimation. Le Gouvernement motive sa décision de ne pas conditionner l'aliénation au prix minimum de l'estimation.
§ 2. L'alinéa 1er du paragraphe 1er est présumé respecté lorsqu'il est procédé à une vente publique d'immeuble au sens de l'article 1er de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat.
§ 3. Les formalités de publicité visées à l'alinéa 1er du paragraphe 1er ne sont pas requises lorsque l'expropriation pour cause d'utilité publique du bien domanial à aliéner est légalement décrétée.
En cas de vente publique, le Gouvernement précise également si celle-ci doit se faire au minimum au prix de l'estimation. Le Gouvernement motive sa décision de ne pas conditionner l'aliénation au prix minimum de l'estimation.
§ 2. L'alinéa 1er du paragraphe 1er est présumé respecté lorsqu'il est procédé à une vente publique d'immeuble au sens de l'article 1er de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat.
§ 3. Les formalités de publicité visées à l'alinéa 1er du paragraphe 1er ne sont pas requises lorsque l'expropriation pour cause d'utilité publique du bien domanial à aliéner est légalement décrétée.
Art.192. § 1. De Regering is gemachtigd om een onroerend goed van het Gewest te vervreemden aan:
1° een ABI, finance&invest.brussels, de SFAR's, citydev.brussels, Hydria, het Trieercentrum of de MSI, met het oog op de toewijzing ervan aan een project in het kader van het maatschappelijk doel van deze ABI, van finance&invest.brussels, van de SFAR's, van citydev.brussels, van Hydria van het Trieercentrum of van de MSI;
2° een publiekrechtelijke rechtspersoon, met het oog op een toewijzing die past binnen het beleid dat de Regering voert om tegemoet te komen aan de belangen van het Gewest of in het kader van het maatschappelijk doel van deze publiekrechtelijke rechtspersoon. In dit geval:
a) heeft een vervreemding die betrekking heeft op zakelijke gebruiksrechten, een looptijd van maximaal 50 jaar;
b) mag een verkoop in volle eigendom niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs, behalve bij een naar behoren gemotiveerde regeringsbeslissing;
3° een publiekrechtelijke rechtspersoon, wanneer het goed werd aangekocht in het kader van een programma of een operatie van stedelijke herwaardering geregeld door de ordonnantie van 6 oktober 2016 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering of in het kader van een van de prioritaire ontwikkelingspolen of -terreinen zoals die door de Regering zijn omschreven. Die vervreemding heeft betrekking op zakelijke gebruiksrechten met een looptijd van maximaal 50 jaar voor een eenmalige erfpachtvergoeding van een euro. De Regering bepaalt uiterlijk op de datum van de vervreemding welke verrichtingen ofwel in toepassing van de ordonnantie van 6 oktober 2016 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering, ofwel in toepassing van de ontwikkelingsplannen voor de door de Regering omschreven prioritaire ontwikkelingspolen of -terreinen uitgevoerd moeten worden, alsook de voorwaarden voor de vervreemding.
Die voorwaarden moeten garanties bieden voor de bouw, de renovatie of de herwaardering van het onroerend goed tot openbare, sociale of middenklassewoningen, buurtvoorzieningen of openbare ruimten;
4° elke andere persoon, met het oog op een toewijzing van openbaar nut die past binnen het beleid dat de Regering voert om tegemoet te komen aan de belangen van het Gewest. De vervreemding moet gepaard gaan met voorwaarden die maximale garanties bieden dat het project waarvoor de vervreemding plaatsvond, zo snel mogelijk zal worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door middel van een gunstig stedenbouwkundig attest, een Duurzaam Wijkcontract, een Stadsvernieuwingscontract of een programma of operatie van het Stadsbeleid, een richtschema of een richtplan van aanleg. In dit geval:
a) heeft een vervreemding die betrekking heeft op zakelijke gebruiksrechten, een looptijd van maximaal 50 jaar;
b) mag een verkoop in volle eigendom niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs, behalve bij een naar behoren gemotiveerde regeringsbeslissing;
5° de omwonende van een gewestelijk perceel, wanneer de rechtstoestand en de feitelijke toestand rechtvaardigt dat hij de enige mogelijke koper is. Een verkoop in volle eigendom mag niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs.
§ 2. Voor de in paragraaf 1, 2° tot en met 4° bedoelde vervreemdingen bepaalt de Regering de te vervullen voorwaarden om deze verrichtingen te laten plaatsvinden.
§ 3. Artikel 191 is niet van toepassing op de in paragraaf 1 bedoelde vervreemdingen.
§ 4. De Regering moet de ontwerpakte van de in paragraaf 1 bedoelde vervreemdingen voorleggen aan het Aankoopcomité onroerende goederen, dat binnen een maand na ontvangst een met redenen omkleed advies uitbrengt. Het advies wordt geacht gunstig te zijn als, bij het verstrijken van de termijn, het Comité geen advies heeft gegeven.
Indien het advies van het Aankoopcomité onroerende goederen ongunstig is, moet het dossier voor voorafgaand akkoord worden voorgelegd aan de minister die bevoegd is voor het grondbeleid.
1° een ABI, finance&invest.brussels, de SFAR's, citydev.brussels, Hydria, het Trieercentrum of de MSI, met het oog op de toewijzing ervan aan een project in het kader van het maatschappelijk doel van deze ABI, van finance&invest.brussels, van de SFAR's, van citydev.brussels, van Hydria van het Trieercentrum of van de MSI;
2° een publiekrechtelijke rechtspersoon, met het oog op een toewijzing die past binnen het beleid dat de Regering voert om tegemoet te komen aan de belangen van het Gewest of in het kader van het maatschappelijk doel van deze publiekrechtelijke rechtspersoon. In dit geval:
a) heeft een vervreemding die betrekking heeft op zakelijke gebruiksrechten, een looptijd van maximaal 50 jaar;
b) mag een verkoop in volle eigendom niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs, behalve bij een naar behoren gemotiveerde regeringsbeslissing;
3° een publiekrechtelijke rechtspersoon, wanneer het goed werd aangekocht in het kader van een programma of een operatie van stedelijke herwaardering geregeld door de ordonnantie van 6 oktober 2016 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering of in het kader van een van de prioritaire ontwikkelingspolen of -terreinen zoals die door de Regering zijn omschreven. Die vervreemding heeft betrekking op zakelijke gebruiksrechten met een looptijd van maximaal 50 jaar voor een eenmalige erfpachtvergoeding van een euro. De Regering bepaalt uiterlijk op de datum van de vervreemding welke verrichtingen ofwel in toepassing van de ordonnantie van 6 oktober 2016 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering, ofwel in toepassing van de ontwikkelingsplannen voor de door de Regering omschreven prioritaire ontwikkelingspolen of -terreinen uitgevoerd moeten worden, alsook de voorwaarden voor de vervreemding.
Die voorwaarden moeten garanties bieden voor de bouw, de renovatie of de herwaardering van het onroerend goed tot openbare, sociale of middenklassewoningen, buurtvoorzieningen of openbare ruimten;
4° elke andere persoon, met het oog op een toewijzing van openbaar nut die past binnen het beleid dat de Regering voert om tegemoet te komen aan de belangen van het Gewest. De vervreemding moet gepaard gaan met voorwaarden die maximale garanties bieden dat het project waarvoor de vervreemding plaatsvond, zo snel mogelijk zal worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door middel van een gunstig stedenbouwkundig attest, een Duurzaam Wijkcontract, een Stadsvernieuwingscontract of een programma of operatie van het Stadsbeleid, een richtschema of een richtplan van aanleg. In dit geval:
a) heeft een vervreemding die betrekking heeft op zakelijke gebruiksrechten, een looptijd van maximaal 50 jaar;
b) mag een verkoop in volle eigendom niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs, behalve bij een naar behoren gemotiveerde regeringsbeslissing;
5° de omwonende van een gewestelijk perceel, wanneer de rechtstoestand en de feitelijke toestand rechtvaardigt dat hij de enige mogelijke koper is. Een verkoop in volle eigendom mag niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs.
§ 2. Voor de in paragraaf 1, 2° tot en met 4° bedoelde vervreemdingen bepaalt de Regering de te vervullen voorwaarden om deze verrichtingen te laten plaatsvinden.
§ 3. Artikel 191 is niet van toepassing op de in paragraaf 1 bedoelde vervreemdingen.
§ 4. De Regering moet de ontwerpakte van de in paragraaf 1 bedoelde vervreemdingen voorleggen aan het Aankoopcomité onroerende goederen, dat binnen een maand na ontvangst een met redenen omkleed advies uitbrengt. Het advies wordt geacht gunstig te zijn als, bij het verstrijken van de termijn, het Comité geen advies heeft gegeven.
Indien het advies van het Aankoopcomité onroerende goederen ongunstig is, moet het dossier voor voorafgaand akkoord worden voorgelegd aan de minister die bevoegd is voor het grondbeleid.
Art.192. § 1er. Le Gouvernement est autorisé à aliéner un bien immeuble appartenant à la Région:
1° à un OAA, finance&invest.brussels, les SFAR, citydev.brussels, Hydria, le Centre de Tri ou la SAU, en vue de son affectation à un projet s'inscrivant dans le cadre de l'objectif social de cet OAA, de finance&invest.brussels, des SFAR, de citydev.brussels, de Hydria du Centre de tri ou de la SAU;
2° à une personne morale de droit public en vue d'une affectation qui s'inscrit dans la politique menée par le Gouvernement pour rencontrer les intérêts de la Région ou dans le cadre de l'objectif social de cette personne morale de droit public. Dans ce cas:
a) une aliénation qui porte sur des droits réels d'usage aura une durée de maximum 50 ans;
b) une vente en pleine propriété ne pourra être inférieure au prix de l'estimation, sauf décision dûment motivée du Gouvernement;
3° à une personne morale de droit public, lorsque le bien a été acquis dans le cadre d'un programme ou d'une opération de revitalisation urbaine régi par l'ordonnance de revitalisation urbaine du 6 octobre 2016 ou dans le cadre d'un des pôles ou des sites de développement prioritaire tels que définis par le Gouvernement. Cette aliénation porte sur des droits réels d'usage d'une durée de maximum 50 ans pour un canon unique d'un euro. Le Gouvernement précise la ou les opérations à mettre en oeuvre, soit en application de l'ordonnance de revitalisation urbaine du 6 octobre 2016, soit en application des plans de développement des pôles ou sites de développement prioritaires tels que définis par le Gouvernement ainsi que les conditions de l'aliénation au plus tard à la date de l'aliénation.
Ces conditions doivent garantir la construction, rénovation ou réhabilitation dudit bien immeuble en logements publics, sociaux ou moyens, en infrastructures de proximité ou en espaces publics;
4° à toute autre personne, en vue d'une affectation d'intérêt public qui s'inscrit dans la politique menée par le Gouvernement pour rencontrer les intérêts de la Région. L'aliénation doit être assortie de conditions offrant des garanties maximales pour une réalisation aussi rapide que possible du projet pour lequel l'aliénation a été effectuée, au moyen par exemple d'un certificat d'urbanisme favorable, d'un contrat de quartier durable, d'un Contrat de Rénovation Urbaine ou d'un programme ou opération de la Politique de la Ville, d'un schéma directeur ou d'un plan d'aménagement directeur. Dans ce cas:
a) une aliénation qui porte sur des droits réels d'usages aura une durée de maximum 50 ans;
b) une vente en pleine propriété ne pourra être inférieure au prix de l'estimation, sauf décision dûment motivée du Gouvernement;
5° au riverain d'une parcelle régionale lorsque la situation de droit et de fait justifie qu'il soit le seul acquéreur possible. Une vente en pleine propriété ne pourra être inférieure au prix de l'estimation.
§ 2. Pour les aliénations prévues au paragraphe 1er, 2° à 4°, le Gouvernement détermine les conditions à remplir pour que ces opérations puissent avoir lieu.
§ 3. L'article 191 ne s'applique pas aux aliénations visées au paragraphe 1er.
§ 4. Le Gouvernement est tenu de soumettre le projet d'acte des aliénations visées au paragraphe 1er au Comité d'acquisition d'immeubles qui, dans le mois suivant la réception, communique un avis motivé. L'avis est réputé favorable si, à l'expiration du délai, le Comité n'a pas rendu d'avis.
Si l'avis du Comité d'acquisition d'immeubles est défavorable, le dossier doit être soumis au ministre en charge de la politique foncière pour accord préalable.
1° à un OAA, finance&invest.brussels, les SFAR, citydev.brussels, Hydria, le Centre de Tri ou la SAU, en vue de son affectation à un projet s'inscrivant dans le cadre de l'objectif social de cet OAA, de finance&invest.brussels, des SFAR, de citydev.brussels, de Hydria du Centre de tri ou de la SAU;
2° à une personne morale de droit public en vue d'une affectation qui s'inscrit dans la politique menée par le Gouvernement pour rencontrer les intérêts de la Région ou dans le cadre de l'objectif social de cette personne morale de droit public. Dans ce cas:
a) une aliénation qui porte sur des droits réels d'usage aura une durée de maximum 50 ans;
b) une vente en pleine propriété ne pourra être inférieure au prix de l'estimation, sauf décision dûment motivée du Gouvernement;
3° à une personne morale de droit public, lorsque le bien a été acquis dans le cadre d'un programme ou d'une opération de revitalisation urbaine régi par l'ordonnance de revitalisation urbaine du 6 octobre 2016 ou dans le cadre d'un des pôles ou des sites de développement prioritaire tels que définis par le Gouvernement. Cette aliénation porte sur des droits réels d'usage d'une durée de maximum 50 ans pour un canon unique d'un euro. Le Gouvernement précise la ou les opérations à mettre en oeuvre, soit en application de l'ordonnance de revitalisation urbaine du 6 octobre 2016, soit en application des plans de développement des pôles ou sites de développement prioritaires tels que définis par le Gouvernement ainsi que les conditions de l'aliénation au plus tard à la date de l'aliénation.
Ces conditions doivent garantir la construction, rénovation ou réhabilitation dudit bien immeuble en logements publics, sociaux ou moyens, en infrastructures de proximité ou en espaces publics;
4° à toute autre personne, en vue d'une affectation d'intérêt public qui s'inscrit dans la politique menée par le Gouvernement pour rencontrer les intérêts de la Région. L'aliénation doit être assortie de conditions offrant des garanties maximales pour une réalisation aussi rapide que possible du projet pour lequel l'aliénation a été effectuée, au moyen par exemple d'un certificat d'urbanisme favorable, d'un contrat de quartier durable, d'un Contrat de Rénovation Urbaine ou d'un programme ou opération de la Politique de la Ville, d'un schéma directeur ou d'un plan d'aménagement directeur. Dans ce cas:
a) une aliénation qui porte sur des droits réels d'usages aura une durée de maximum 50 ans;
b) une vente en pleine propriété ne pourra être inférieure au prix de l'estimation, sauf décision dûment motivée du Gouvernement;
5° au riverain d'une parcelle régionale lorsque la situation de droit et de fait justifie qu'il soit le seul acquéreur possible. Une vente en pleine propriété ne pourra être inférieure au prix de l'estimation.
§ 2. Pour les aliénations prévues au paragraphe 1er, 2° à 4°, le Gouvernement détermine les conditions à remplir pour que ces opérations puissent avoir lieu.
§ 3. L'article 191 ne s'applique pas aux aliénations visées au paragraphe 1er.
§ 4. Le Gouvernement est tenu de soumettre le projet d'acte des aliénations visées au paragraphe 1er au Comité d'acquisition d'immeubles qui, dans le mois suivant la réception, communique un avis motivé. L'avis est réputé favorable si, à l'expiration du délai, le Comité n'a pas rendu d'avis.
Si l'avis du Comité d'acquisition d'immeubles est défavorable, le dossier doit être soumis au ministre en charge de la politique foncière pour accord préalable.
Art.193. De administratief verantwoordelijke van de Grondregie, aangesteld door de Regering overeenkomstig artikel 20 van de ordonnantie van 8 september 1994 houdende de oprichting van de "Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest", is gemachtigd erfdienstbaarheden te vestigen op de onroerende goederen die toebehoren aan het Gewest.
Art.193. Le responsable administratif de la Régie foncière, désigné par le Gouvernement conformément à l'article 20 de l'ordonnance du 8 septembre 1994 portant création de la " Région foncière de la Région de Bruxelles-Capitale ", est autorisé à établir des servitudes grevant les biens immeubles appartenant à la Région.
Art.194. De Regering brengt elk jaar bij de bespreking in het Parlement van het ontwerp van initiële begroting van het Gewest verslag uit aan het Parlement over de verrichtingen die zijn uitgevoerd krachtens de in deze titel bedoelde machtigingen.
Art.194. Le Gouvernement fait, chaque année, lors de la discussion au Parlement du projet de budget initial de la Région, rapport au Parlement, relativement aux opérations faites en vertu des autorisations visées par le présent titre.
Art.195. De Regering is verantwoordelijk voor het opstellen en bijwerken van een inventaris van het vastgoedpatrimonium van het Gewest.
Art.195. Le Gouvernement est chargé de dresser et de tenir à jour un inventaire du patrimoine immobilier de la Région.
DEEL 14. Vertegenwoordiging in rechte van het Gewest
PARTIE 14. Représentation de la Région en justice
Art.196. In alle geschillen waarin het Gewest optreedt als eiser, verweerder of tussenkomende partij, kan het daartoe gemachtigde personeelslid van het Gewest en die houder is van een universitair diploma van doctor in de rechten, licentiaat in de rechten of master in de rechten, in persoon verschijnen in naam van het Gewest. Hij alleen kan de processtukken ondertekenen.
De Regering kan de praktische modaliteiten van de uitoefening van deze mogelijkheid bepalen, met name om de omstandigheden te preciseren waarin de briefwisseling tussen dit personeelslid en de advocaten van de tegenpartijen vertrouwelijk [2 [3 bepaalt]3]2, en om garanties van onafhankelijkheid in te voeren in hoofde van het personeelslid dat het Gewest zal verdedigen.
Het Gewest neemt de volledige aansprakelijkheid op zich van de door deze personeelsleden uitgevoerde handelingen in dit kader.
Dit artikel is niet van toepassing in het kader van de uitvoering van de opdracht voorzien in artikel 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 december 2016 betreffende de oprichting van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit en met name voor de betwistingen bedoeld in:
1° artikel 131 van de ordonnantie van 6 maart 2019 betreffende de Brusselse Codex Fiscale Procedure;
2° artikel 30/1 van de ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
3° artikel 8 van de ordonnantie van 23 juni 2016 betreffende de overname van de activiteiten van de Comités tot aankoop van onroerende goederen door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
4° artikel 14/1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25 januari 2018 betreffende het instellen van een lage-emissiezone.
De Regering kan de praktische modaliteiten van de uitoefening van deze mogelijkheid bepalen, met name om de omstandigheden te preciseren waarin de briefwisseling tussen dit personeelslid en de advocaten van de tegenpartijen vertrouwelijk [2 [3 bepaalt]3]2, en om garanties van onafhankelijkheid in te voeren in hoofde van het personeelslid dat het Gewest zal verdedigen.
Het Gewest neemt de volledige aansprakelijkheid op zich van de door deze personeelsleden uitgevoerde handelingen in dit kader.
Dit artikel is niet van toepassing in het kader van de uitvoering van de opdracht voorzien in artikel 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 december 2016 betreffende de oprichting van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit en met name voor de betwistingen bedoeld in:
1° artikel 131 van de ordonnantie van 6 maart 2019 betreffende de Brusselse Codex Fiscale Procedure;
2° artikel 30/1 van de ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
3° artikel 8 van de ordonnantie van 23 juni 2016 betreffende de overname van de activiteiten van de Comités tot aankoop van onroerende goederen door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
4° artikel 14/1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25 januari 2018 betreffende het instellen van een lage-emissiezone.
Art.196. Dans tous les litiges dans lesquels la Région agit comme demanderesse, défenderesse, ou partie intervenante, la comparution en personne au nom de la Région peut être assurée par le membre du personnel de la Région qui en a été autorisé et qui est titulaire d'un diplôme universitaire de docteur en droit, licencié en droit, ou master en droit. Il pourra signer, seul, les écrits de procédure.
Le Gouvernement [2 [3 définit]3]2 les modalités pratiques de l'exercice de cette faculté, notamment afin de préciser dans quelles circonstances les correspondances échangées entre ce membre du personnel et les avocats des autres parties adverses pourront revêtir un caractère confidentiel, et d'introduire des garanties d'indépendance dans le chef du membre du personnel qui défendra la Région.
La Région assume l'entière responsabilité des actes posés par ces membres du personnel dans ce cadre.
Cet article n'est pas d'application dans le cadre de la mise en oeuvre de la mission prévue à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 15 décembre 2016 portant création du Service public régional de Bruxelles fiscalité et notamment pour les contestations visées dans:
1° l'article 131 de l'ordonnance du 6 mars 2019 relative au Code bruxellois de procédure fiscale;
2° l'article 30/1 de l'ordonnance du 21 décembre 2012 établissant la procédure fiscale en Région de Bruxelles-Capitale;
3° l'article 8 de l'ordonnance du 23 juin 2016 relative à la reprise des activités des Comités d'acquisition d'immeubles par la Région de Bruxelles-Capitale;
4° l'article 14/1 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 25 janvier 2018 relatif à la création d'une zone de basses émissions.
Le Gouvernement [2 [3 définit]3]2 les modalités pratiques de l'exercice de cette faculté, notamment afin de préciser dans quelles circonstances les correspondances échangées entre ce membre du personnel et les avocats des autres parties adverses pourront revêtir un caractère confidentiel, et d'introduire des garanties d'indépendance dans le chef du membre du personnel qui défendra la Région.
La Région assume l'entière responsabilité des actes posés par ces membres du personnel dans ce cadre.
Cet article n'est pas d'application dans le cadre de la mise en oeuvre de la mission prévue à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 15 décembre 2016 portant création du Service public régional de Bruxelles fiscalité et notamment pour les contestations visées dans:
1° l'article 131 de l'ordonnance du 6 mars 2019 relative au Code bruxellois de procédure fiscale;
2° l'article 30/1 de l'ordonnance du 21 décembre 2012 établissant la procédure fiscale en Région de Bruxelles-Capitale;
3° l'article 8 de l'ordonnance du 23 juin 2016 relative à la reprise des activités des Comités d'acquisition d'immeubles par la Région de Bruxelles-Capitale;
4° l'article 14/1 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 25 janvier 2018 relatif à la création d'une zone de basses émissions.
DEEL 15. Wijzigingsbepalingen
PARTIE 15. Dispositions modificatives
Art.197. In de ordonnantie van 20 juli 2005 betreffende de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting wordt een artikel 21bis ingevoegd, dat als volgt luidt:
"Art. 21bis. Artikel 154 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eveneens van toepassing op de MSI.".
"Art. 21bis. Artikel 154 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eveneens van toepassing op de MSI.".
Art.197. Dans l'ordonnance du 20 juillet 2005 relative à la Société d'aménagement urbain, il est inséré un article 21bis, rédigé comme suit:
" Art. 21bis. L'article 154 de l'ordonnance portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale est également d'application à la SAU. ".
" Art. 21bis. L'article 154 de l'ordonnance portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale est également d'application à la SAU. ".
Art.198. In de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid wordt een artikel 29bis ingevoegd, dat als volgt luidt:
"Art. 29bis. Artikel 154 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eveneens van toepassing op HYDRIA.".
"Art. 29bis. Artikel 154 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eveneens van toepassing op HYDRIA.".
Art.198. Dans l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau, il est inséré un article 29bis, rédigé comme suit:
" Art. 29bis. L'article 154 de l'ordonnance portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale est également d'application à HYDRIA. ".
" Art. 29bis. L'article 154 de l'ordonnance portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale est également d'application à HYDRIA. ".
Art.199. In de ordonnantie van 27 februari 2014 betreffende de vennootschap NEO wordt een artikel 11bis ingevoegd, dat als volgt luidt:
"Art. 11bis. Artikel 154 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eveneens van toepassing op NEO.".
"Art. 11bis. Artikel 154 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eveneens van toepassing op NEO.".
Art.199. Dans l'ordonnance du 27 février 2014 relative à la société NEO, il est inséré un article 11bis, rédigé comme suit:
" Art. 11bis. L'article 154 l'ordonnance portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale est également d'application à NEO. ".
" Art. 11bis. L'article 154 l'ordonnance portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale est également d'application à NEO. ".
Art.200. Aan artikel 1410, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek wordt een punt 15° toegevoegd, dat als volgt luidt:
"15° onverminderd artikel 167 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de subsidies die worden toegekend door de diensten van de Regering of een autonome bestuursinstelling overeenkomstig artikel 165 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, op voorwaarde dat de schuld die de oorzaak vormt van de inbeslagname, geen rechtstreeks verband houdt met de gesubsidieerde activiteit.".
"15° onverminderd artikel 167 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de subsidies die worden toegekend door de diensten van de Regering of een autonome bestuursinstelling overeenkomstig artikel 165 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, op voorwaarde dat de schuld die de oorzaak vormt van de inbeslagname, geen rechtstreeks verband houdt met de gesubsidieerde activiteit.".
Art.200. Dans l'article 1410, § 2, du Code judiciaire, il est ajouté un point 15° rédigé comme suit:
" 15° sans préjudice de l'article 167 de l'ordonnance portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale, les subventions qui sont octroyées par les services du Gouvernement ou un organisme administratif autonome conformément à l'article 165 de l'ordonnance portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale pour autant que la dette à l'origine de la saisie n'ait aucun lien direct avec l'activité subventionnée. ".
" 15° sans préjudice de l'article 167 de l'ordonnance portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale, les subventions qui sont octroyées par les services du Gouvernement ou un organisme administratif autonome conformément à l'article 165 de l'ordonnance portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale pour autant que la dette à l'origine de la saisie n'ait aucun lien direct avec l'activité subventionnée. ".
Art.201. In artikel 17 van de ordonnantie van 8 september 1994 houdende de oprichting van de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, laatstelijk gewijzigd door de ordonnantie van 23 februari 2006, wordt de tweede alinea vervangen door de volgende tekst:
"Ze wordt bijgehouden door een daartoe aangesteld personeelslid, met de kwalificatie van boekhouder van de Grondregie, die voor al zijn bevoegdheden in verband met het bijhouden van de rekeningen onder het gezag van de gewestelijk boekhouder wordt geplaatst.".
"Ze wordt bijgehouden door een daartoe aangesteld personeelslid, met de kwalificatie van boekhouder van de Grondregie, die voor al zijn bevoegdheden in verband met het bijhouden van de rekeningen onder het gezag van de gewestelijk boekhouder wordt geplaatst.".
Art.201. Dans l'article 17 de l'ordonnance du 8 septembre 1994 portant création de la Région foncière de la Région de Bruxelles-Capitale, modifiée en dernier lieu par l'ordonnance du 23 février 2006, le deuxième alinéa est remplacé comme suit:
" Elle est tenue par un membre du personnel désigné à cette fin, qualifié comptable de la Régie foncière et placé, pour toutes ses attributions en lien avec la tenue des comptes, sous l'autorité du comptable régional. ".
" Elle est tenue par un membre du personnel désigné à cette fin, qualifié comptable de la Régie foncière et placé, pour toutes ses attributions en lien avec la tenue des comptes, sous l'autorité du comptable régional. ".
Art.202. In de ordonnantie van 8 september 1994 houdende de oprichting van de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, laatstelijk gewijzigd door de ordonnantie van 23 februari 2006, wordt een artikel 3bis ingevoegd, dat als volgt luidt:
"Art. 3bis. Verwerking van persoonsgegevens
§ 1. Verantwoordelijkheid, doeleinden en rechtmatigheid van de verwerkingen
De Grondregie is, met toepassing van artikel 4, 7) van de AVG, en krachtens artikel 3 van deze ordonnantie, de verantwoordelijke voor de verwerkingen van persoonsgegevens die worden verricht om:
1° haar grondbeleid voort te zetten met betrekking tot de verwerving van nieuwe onroerende goederen of zakelijke rechten, onteigening, vervreemding, ruil, ruilverkaveling van eigendom of herbestemming van onroerende goederen, met het oog op:
a) het ondernemen van stappen inzake prospectie of onderzoek naar onroerende goederen van derden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
b) het treffen van toereikende publiciteitsmaatregelen, zoals het informeren van de eigenaars of houders van het zakelijke hoofdrecht op percelen die grenzen aan die van het gewestelijk patrimonium, voorafgaand aan deze verrichtingen;
2° het voeren van een goed operationeel beheer van de onroerende goederen die deel uitmaken van het gewestelijk patrimonium, via verhuur, bouw en renovatie, het bouwrijp maken en het onderhoud, waarvoor de eigenaars, exploitanten, huurders en andere bezetters van de aangrenzende percelen moeten kunnen worden geidentificeerd, gecontacteerd of geïnformeerd;
3° het bijwerken van de inventaris van het vastgoedpatrimonium van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in haar rol van permanente opvolging en actualisering van de gegevens van de kadastrale percelen met betrekking tot de goederen die aan het gewestelijk vermogen zijn onttrokken en waarvoor de oorspronkelijke kadastrale gegevens (onder eigendom van het Gewest) moeten kunnen worden gereconstrueerd.
§ 2. Bewaartermijnen
Voor de doeleinden vermeld in § 1, 1° tot 3°, worden deze gegevens maximaal 30 jaar bewaard.
§ 3. Toegang tot de gegevens
In het kader van de doelstelling die wordt nagestreefd in paragraaf 1, 1° a), is de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën gemachtigd om aan de Grondregie de gegevens te bezorgen met betrekking tot de onroerende goederen die het voorwerp uitmaken van deze doeleinden [identificatie van de kadastrale percelen, hun aard, hun adres, hun oppervlakte], tot de gegevens met betrekking tot de houders van de zakelijke rechten op deze onroerende goederen, tot de identificatie van de eigenaar of de houders van de zakelijke rechten op het onroerend goed en tot de identificatie van dit zakelijk recht, tot de gegevens met betrekking tot het kadastrale inkomen van het onroerend goed en gegevens met betrekking tot de geschiedenis van de veranderingen en wijzigingen van de kadastrale matrix sinds 1979.
In het kader van de doelstelling die wordt nagestreefd in paragraaf 1, 1° b) en 2°, is de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën gemachtigd om aan de Grondregie de gegevens te bezorgen met betrekking tot de onroerende goederen die het voorwerp uitmaken van deze doeleinden, tot de identificatie van de kadastrale percelen, hun aard, hun adres, tot de gegevens met betrekking tot de houders van zakelijke rechten op deze onroerende goederen, tot de identificatie van de eigenaar of de houders van de zakelijke rechten op het onroerend goed en tot de identificatie van dit zakelijk recht.
In het kader van de doelstelling die wordt nagestreefd in paragraaf 1, 3°, is de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën gemachtigd om aan de Grondregie de gegevens te bezorgen met betrekking tot de onroerende goederen waarop deze doelstellingen betrekking hebben, tot de identificatie van de kadastrale percelen, hun aard, hun adres, en tot de gegevens met betrekking tot de geschiedenis van de veranderingen en wijzigingen van de kadastrale matrix sinds 1979.
§ 4. Doorgifte/mededeling van de gegevens:
De aanvrager verklaart eveneens dat voor de in § 1 vermelde doeleinden mededelingen zullen worden gedaan aan de volgende derden:
- de eigenaars;
- de belanghebbende partijen (in het kader van de wettelijke procedures);
- het beslissingsorgaan van de aanvrager;
- de instrumenterende ambtenaren: het gewestelijk Aankoopcomité onroerende goederen of andere gemandateerde overheidsambtenaren (notarissen, landmeters-experten vastgoed of vastgoedmakelaars belast met de uitvoering van de handelingen);
- de gerechtelijke autoriteiten, in het kader van de onteigeningsprocedure, in toepassing van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte.".
"Art. 3bis. Verwerking van persoonsgegevens
§ 1. Verantwoordelijkheid, doeleinden en rechtmatigheid van de verwerkingen
De Grondregie is, met toepassing van artikel 4, 7) van de AVG, en krachtens artikel 3 van deze ordonnantie, de verantwoordelijke voor de verwerkingen van persoonsgegevens die worden verricht om:
1° haar grondbeleid voort te zetten met betrekking tot de verwerving van nieuwe onroerende goederen of zakelijke rechten, onteigening, vervreemding, ruil, ruilverkaveling van eigendom of herbestemming van onroerende goederen, met het oog op:
a) het ondernemen van stappen inzake prospectie of onderzoek naar onroerende goederen van derden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
b) het treffen van toereikende publiciteitsmaatregelen, zoals het informeren van de eigenaars of houders van het zakelijke hoofdrecht op percelen die grenzen aan die van het gewestelijk patrimonium, voorafgaand aan deze verrichtingen;
2° het voeren van een goed operationeel beheer van de onroerende goederen die deel uitmaken van het gewestelijk patrimonium, via verhuur, bouw en renovatie, het bouwrijp maken en het onderhoud, waarvoor de eigenaars, exploitanten, huurders en andere bezetters van de aangrenzende percelen moeten kunnen worden geidentificeerd, gecontacteerd of geïnformeerd;
3° het bijwerken van de inventaris van het vastgoedpatrimonium van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in haar rol van permanente opvolging en actualisering van de gegevens van de kadastrale percelen met betrekking tot de goederen die aan het gewestelijk vermogen zijn onttrokken en waarvoor de oorspronkelijke kadastrale gegevens (onder eigendom van het Gewest) moeten kunnen worden gereconstrueerd.
§ 2. Bewaartermijnen
Voor de doeleinden vermeld in § 1, 1° tot 3°, worden deze gegevens maximaal 30 jaar bewaard.
§ 3. Toegang tot de gegevens
In het kader van de doelstelling die wordt nagestreefd in paragraaf 1, 1° a), is de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën gemachtigd om aan de Grondregie de gegevens te bezorgen met betrekking tot de onroerende goederen die het voorwerp uitmaken van deze doeleinden [identificatie van de kadastrale percelen, hun aard, hun adres, hun oppervlakte], tot de gegevens met betrekking tot de houders van de zakelijke rechten op deze onroerende goederen, tot de identificatie van de eigenaar of de houders van de zakelijke rechten op het onroerend goed en tot de identificatie van dit zakelijk recht, tot de gegevens met betrekking tot het kadastrale inkomen van het onroerend goed en gegevens met betrekking tot de geschiedenis van de veranderingen en wijzigingen van de kadastrale matrix sinds 1979.
In het kader van de doelstelling die wordt nagestreefd in paragraaf 1, 1° b) en 2°, is de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën gemachtigd om aan de Grondregie de gegevens te bezorgen met betrekking tot de onroerende goederen die het voorwerp uitmaken van deze doeleinden, tot de identificatie van de kadastrale percelen, hun aard, hun adres, tot de gegevens met betrekking tot de houders van zakelijke rechten op deze onroerende goederen, tot de identificatie van de eigenaar of de houders van de zakelijke rechten op het onroerend goed en tot de identificatie van dit zakelijk recht.
In het kader van de doelstelling die wordt nagestreefd in paragraaf 1, 3°, is de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën gemachtigd om aan de Grondregie de gegevens te bezorgen met betrekking tot de onroerende goederen waarop deze doelstellingen betrekking hebben, tot de identificatie van de kadastrale percelen, hun aard, hun adres, en tot de gegevens met betrekking tot de geschiedenis van de veranderingen en wijzigingen van de kadastrale matrix sinds 1979.
§ 4. Doorgifte/mededeling van de gegevens:
De aanvrager verklaart eveneens dat voor de in § 1 vermelde doeleinden mededelingen zullen worden gedaan aan de volgende derden:
- de eigenaars;
- de belanghebbende partijen (in het kader van de wettelijke procedures);
- het beslissingsorgaan van de aanvrager;
- de instrumenterende ambtenaren: het gewestelijk Aankoopcomité onroerende goederen of andere gemandateerde overheidsambtenaren (notarissen, landmeters-experten vastgoed of vastgoedmakelaars belast met de uitvoering van de handelingen);
- de gerechtelijke autoriteiten, in het kader van de onteigeningsprocedure, in toepassing van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte.".
Art.202. Dans l'ordonnance du 8 septembre 1994 portant création de la Région foncière de la Région de Bruxelles-Capitale, modifiée en dernier lieu par l'ordonnance du 23 février 2006, il est inséré un article 3bis, rédigé comme suit:
" Art. 3bis. Traitement des données à caractère personnel
§ 1er. Responsabilité, finalités et licéité des traitements
La Régie foncière est, en application de l'article 4, 7) du RGPD, et en vertu de l'article 3 de la présente ordonnance, le responsable des traitements de données à caractère personnel effectués pour:
1° la poursuite de sa politique foncière en matière d'acquisition de nouveaux biens immobiliers ou droits réels, d'expropriation, d'aliénation, d'échange, de remembrement de propriété ou de réaffectation de biens immobiliers, en vue de:
a) mettre en oeuvre des démarches de prospection ou d'étude sur les biens immobiliers de tiers en Région de Bruxelles-Capitale;
b) mettre en oeuvre des mesures de publicité suffisantes telles que l'information préalable de ces opérations aux propriétaires ou titulaires de droit réel principal sur des parcelles contiguës à celles du patrimoine régional;
2° la bonne gestion opérationnelle des biens immobiliers faisant partie du patrimoine régional, au travers de la location, la construction et rénovation, la viabilisation et l'entretien, nécessitant de pouvoir identifier, contacter ou informer les propriétaires, exploitants, locataires et autres occupants des parcelles voisines contiguës;
3° la mise à jour de l'inventaire du patrimoine immobilier de la Région de Bruxelles-Capitale dans son rôle de suivi permanent et d'actualisation des données des parcelles cadastrales en ce qui concerne les biens sortis du patrimoine régional, dont les données cadastrales d'origine (sous la propriété de la Région) doivent pouvoir être reconstruites.
§ 2. Délais de conservation
Dans le cadre des finalités poursuivies au § 1er, 1° à 3°, ces données sont conservées pour une durée maximale de 30 ans.
§ 3. Accès aux données
Dans le cadre de la finalité poursuivie au paragraphe 1er, 1° a), l'Administration générale de la documentation patrimoniale du SPF Finances est autorisée à transmettre à la Régie foncière les données relatives aux biens immobiliers visés par ces finalités [identification des parcelles cadastrales, leur nature, leur adresse, leur superficie], aux données relatives aux titulaires de droits réels sur ces biens immobiliers, à l'identification du propriétaire ou des titulaires de droits réels sur le bien immobilier et à l'identification de ce droit réel, aux données relatives au revenu cadastral du bien immobilier ainsi qu'aux données relatives à l'historique des mutations et des changements de matrice cadastrale depuis 1979.
Dans le cadre de la finalité poursuivie au paragraphe 1er, 1° b) et 2°, l'Administration générale de la documentation patrimoniale du SPF Finances est autorisée à transmettre à la Régie foncière les données relatives aux biens immobiliers visés par ces finalités, à l'identification des parcelles cadastrales, leur nature, leur adresse, aux données relatives aux titulaires de droits réels sur ces biens immobiliers, à l'identification du propriétaire ou des titulaires de droits réels sur le bien immobilier et à l'identification de ce droit réel.
Dans le cadre de la finalité poursuivie au paragraphe 1er, 3°, l'Administration générale de la documentation patrimoniale du SPF Finances est autorisée à transmettre à la Régie foncière les données relatives aux biens visés par ces finalités, à l'identification des parcelles cadastrales, leur nature, leur adresse et aux données relatives à l'historique des mutations et des changements de matrice cadastrale historique des plans cadastraux depuis 1979.
§ 4. Transmission/communication des données:
Le demandeur indique également que, aux fins mentionnées au § 1er, les communications seront faites aux tiers suivants:
- les propriétaires;
- les parties prenantes (dans le cadre des procédures légales);
- l'organe de décision du demandeur;
- les officiers instrumentants: le Comité d'acquisition d'immeuble régional ou d'autres fonctionnaires publics mandatés (notaires, géomètres-experts immobiliers ou agents immobiliers chargés de l'exécution des actes);
- les autorités judiciaires, dans le cadre de la procédure d'expropriation, en application de la loi du 26 juillet 1962 relative à la procédure d'extrême urgence en matière d'expropriation pour cause d'utilité publique. ".
" Art. 3bis. Traitement des données à caractère personnel
§ 1er. Responsabilité, finalités et licéité des traitements
La Régie foncière est, en application de l'article 4, 7) du RGPD, et en vertu de l'article 3 de la présente ordonnance, le responsable des traitements de données à caractère personnel effectués pour:
1° la poursuite de sa politique foncière en matière d'acquisition de nouveaux biens immobiliers ou droits réels, d'expropriation, d'aliénation, d'échange, de remembrement de propriété ou de réaffectation de biens immobiliers, en vue de:
a) mettre en oeuvre des démarches de prospection ou d'étude sur les biens immobiliers de tiers en Région de Bruxelles-Capitale;
b) mettre en oeuvre des mesures de publicité suffisantes telles que l'information préalable de ces opérations aux propriétaires ou titulaires de droit réel principal sur des parcelles contiguës à celles du patrimoine régional;
2° la bonne gestion opérationnelle des biens immobiliers faisant partie du patrimoine régional, au travers de la location, la construction et rénovation, la viabilisation et l'entretien, nécessitant de pouvoir identifier, contacter ou informer les propriétaires, exploitants, locataires et autres occupants des parcelles voisines contiguës;
3° la mise à jour de l'inventaire du patrimoine immobilier de la Région de Bruxelles-Capitale dans son rôle de suivi permanent et d'actualisation des données des parcelles cadastrales en ce qui concerne les biens sortis du patrimoine régional, dont les données cadastrales d'origine (sous la propriété de la Région) doivent pouvoir être reconstruites.
§ 2. Délais de conservation
Dans le cadre des finalités poursuivies au § 1er, 1° à 3°, ces données sont conservées pour une durée maximale de 30 ans.
§ 3. Accès aux données
Dans le cadre de la finalité poursuivie au paragraphe 1er, 1° a), l'Administration générale de la documentation patrimoniale du SPF Finances est autorisée à transmettre à la Régie foncière les données relatives aux biens immobiliers visés par ces finalités [identification des parcelles cadastrales, leur nature, leur adresse, leur superficie], aux données relatives aux titulaires de droits réels sur ces biens immobiliers, à l'identification du propriétaire ou des titulaires de droits réels sur le bien immobilier et à l'identification de ce droit réel, aux données relatives au revenu cadastral du bien immobilier ainsi qu'aux données relatives à l'historique des mutations et des changements de matrice cadastrale depuis 1979.
Dans le cadre de la finalité poursuivie au paragraphe 1er, 1° b) et 2°, l'Administration générale de la documentation patrimoniale du SPF Finances est autorisée à transmettre à la Régie foncière les données relatives aux biens immobiliers visés par ces finalités, à l'identification des parcelles cadastrales, leur nature, leur adresse, aux données relatives aux titulaires de droits réels sur ces biens immobiliers, à l'identification du propriétaire ou des titulaires de droits réels sur le bien immobilier et à l'identification de ce droit réel.
Dans le cadre de la finalité poursuivie au paragraphe 1er, 3°, l'Administration générale de la documentation patrimoniale du SPF Finances est autorisée à transmettre à la Régie foncière les données relatives aux biens visés par ces finalités, à l'identification des parcelles cadastrales, leur nature, leur adresse et aux données relatives à l'historique des mutations et des changements de matrice cadastrale historique des plans cadastraux depuis 1979.
§ 4. Transmission/communication des données:
Le demandeur indique également que, aux fins mentionnées au § 1er, les communications seront faites aux tiers suivants:
- les propriétaires;
- les parties prenantes (dans le cadre des procédures légales);
- l'organe de décision du demandeur;
- les officiers instrumentants: le Comité d'acquisition d'immeuble régional ou d'autres fonctionnaires publics mandatés (notaires, géomètres-experts immobiliers ou agents immobiliers chargés de l'exécution des actes);
- les autorités judiciaires, dans le cadre de la procédure d'expropriation, en application de la loi du 26 juillet 1962 relative à la procédure d'extrême urgence en matière d'expropriation pour cause d'utilité publique. ".
Art.203. In artikel 2 van de ordonnantie houdende oprichting van begrotingsfondsen van 12 december 1991, wordt de tekst "met toepassing van artikel 8 van de ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle" vervangen door "in toepassing van artikel 7 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest".
Art.203. A l'article 2 de l'ordonnance créant des fonds budgétaires du 12 décembre 1991, le texte " en application de l'article 8 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, a la comptabilité et au contrôle " est remplacé par " en application de l'article 7 de l'ordonnance portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale ".
Art.204. In de Franse titel van de ordonnantie van 8 september 1994 tot oprichting van de "Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest" wordt het woord "Région" aan het begin van de titel vervangen door "Régie".
Art.204. Dans l'intitulé en français de l'ordonnance du 8 septembre 1994 portant création de la " Région foncière de la Région de Bruxelles-Capitale ", le mot " Région " au début de l'intitulé est remplacé par " Régie ".
Art.205. § 1. Artikel 30bis, paragraaf 8, van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt aangevuld me een vierde lid dat luidt als volgt: "De algemene rekening en de eindregeling van de begroting van BRUGEL worden door BRUGEL aan het Parlement overgemaakt uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat volgt op het begrotingsjaar waarop deze algemene rekening en deze eindregeling van de begroting betrekking hebben. De goedkeuring door het Parlement vindt uiterlijk op 31 december van het jaar van die overmaking plaats.".
§ 2. In artikel 42, paragraaf 1, derde lid, van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen worden de woorden "november 2022, basis 2006" vervangen door de woorden "november 2021, basis 2004".
§ 3. Het eerste lid van punt 17° van artikel 2 van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt vervangen door wat volgt: "Bestemd worden voor het Fonds, de ontvangsten die voortvloeien uit de belasting op het verbranden van afvalstoffen die door de artikelen 40 en 41 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen wordt ingevoerd. De ontvangsten uit de belasting bedoeld in artikel 40 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen worden verdeeld tussen het Agentschap ten bedrage van 96% en Leefmilieu Brussel ten bedrage van 4% van de beschikbare bedragen.".
§ 2. In artikel 42, paragraaf 1, derde lid, van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen worden de woorden "november 2022, basis 2006" vervangen door de woorden "november 2021, basis 2004".
§ 3. Het eerste lid van punt 17° van artikel 2 van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt vervangen door wat volgt: "Bestemd worden voor het Fonds, de ontvangsten die voortvloeien uit de belasting op het verbranden van afvalstoffen die door de artikelen 40 en 41 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen wordt ingevoerd. De ontvangsten uit de belasting bedoeld in artikel 40 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen worden verdeeld tussen het Agentschap ten bedrage van 96% en Leefmilieu Brussel ten bedrage van 4% van de beschikbare bedragen.".
Art.205. § 1er. L'article 30bis, paragraphe 8, de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale, est complété par un quatrième alinéa libellé comme suit: " Le compte général et le règlement définitif du budget de BRUGEL, sont transmis au Parlement par BRUGEL, au plus tard le 31 octobre de l'année qui suit l'année budgétaire à laquelle ce compte général et ce règlement définitif du budget se rapportent. L'approbation du Parlement a lieu au plus tard le 31 décembre de l'année de cette transmission ".
§ 2. Dans l'article 42, paragraphe 1er, alinéa 3, de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets, les mots " novembre 2022, base 2006 " sont remplacés par les mots " novembre 2021, base 2004 ".
§ 3. L'alinéa 1er du point 17° de l'article 2 de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires est remplacé par ce qui suit: " Sont affectées au Fonds les recettes de la taxe à l'incinération des déchets établie par les articles 40 et 41 de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets. Les recettes de la taxe visée à l'article 40 de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets sont réparties entre l'Agence à concurrence de 96 % et Bruxelles Environnement à concurrence de 4 % des montants disponibles. ".
§ 2. Dans l'article 42, paragraphe 1er, alinéa 3, de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets, les mots " novembre 2022, base 2006 " sont remplacés par les mots " novembre 2021, base 2004 ".
§ 3. L'alinéa 1er du point 17° de l'article 2 de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires est remplacé par ce qui suit: " Sont affectées au Fonds les recettes de la taxe à l'incinération des déchets établie par les articles 40 et 41 de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets. Les recettes de la taxe visée à l'article 40 de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets sont réparties entre l'Agence à concurrence de 96 % et Bruxelles Environnement à concurrence de 4 % des montants disponibles. ".
DEEL 16. Opheffings-, overgangs-, en slotbepalingen
PARTIE 16. Dispositions abrogatoires, transitoires et finales
Art.206. De handtekeningen kunnen schriftelijk of via een geautomatiseerde of elektronische procedure worden aangebracht.
Art.206. Les signatures peuvent être apposées par écrit ou par une procédure informatisée ou électronique.
Art.207. Tenzij anders vermeld in de artikelen van deze ordonnantie, mogen de verzendingen gebeuren via brief of aangetekende brief met of zonder ontvangstbevestiging. De verzending via een elektronische procedure die, op aantoonbare wijze, de authenticiteit en de integriteit van de inhoud van de communicatie garandeert, wordt als evenwaardig beschouwd.
Het ter beschikking stellen van informatie kan steeds op digitale wijze gebeuren indien het digitaal format vlot toegankelijk is en een waardig alternatief biedt.
In afwijking op de voorgaande leden, mogen voor wat Deel 3, "De boekhouding", en meer specifiek Boek 4, "De rekeningen", betreft, overmakingen enkel op elektronische wijze gebeuren.
Het ter beschikking stellen van informatie kan steeds op digitale wijze gebeuren indien het digitaal format vlot toegankelijk is en een waardig alternatief biedt.
In afwijking op de voorgaande leden, mogen voor wat Deel 3, "De boekhouding", en meer specifiek Boek 4, "De rekeningen", betreft, overmakingen enkel op elektronische wijze gebeuren.
Art.207. Sauf indications contraires au sein des articles de la présente ordonnance, les envois peuvent être effectués par lettre ou par lettre recommandée avec ou sans accusé de réception. Est considérée comme équivalente la transmission par un procédé électronique qui garantit, d'une manière vérifiable, l'authenticité et l'intégrité du contenu de la communication.
La mise à disposition d'informations peut toujours se faire sous forme numérique si le format numérique est facilement accessible et offre une alternative valable.
En dérogation aux alinéas précédents, pour ce qui concerne la Partie 3, " La comptabilité ", et plus particulièrement le Livre 4 " Les comptes ", les envois se font uniquement par voie électronique.
La mise à disposition d'informations peut toujours se faire sous forme numérique si le format numérique est facilement accessible et offre une alternative valable.
En dérogation aux alinéas précédents, pour ce qui concerne la Partie 3, " La comptabilité ", et plus particulièrement le Livre 4 " Les comptes ", les envois se font uniquement par voie électronique.
Art.208. De organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, het laatst gewijzigd bij de ordonnantie van 23 december 2022, wordt opgeheven.
Art.208. L'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, modifiée en dernier lieu par l'ordonnance du 23 décembre 2022, est abrogée.
Art.209. De wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, met uitzondering van artikel 11, wordt opgeheven.
De Regering is gemachtigd om de opheffing van artikel 11 van de wet van 16 maart 1954 te beslissen bij besluit van de Regering.
De Regering is gemachtigd om de opheffing van artikel 11 van de wet van 16 maart 1954 te beslissen bij besluit van de Regering.
Art.209. La loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, à l'exception de l'article 11, est abrogée.
Toutefois, le Gouvernement est autorisé à décider l'abrogation de l'article 11 de la loi du 16 mars 1954 par arrêté du Gouvernement.
Toutefois, le Gouvernement est autorisé à décider l'abrogation de l'article 11 de la loi du 16 mars 1954 par arrêté du Gouvernement.
Art.210. Voor wat de begrotingsfondsen betreft worden opgeheven:
1° het artikel 2, 4°, "Het Fonds voor het financieel herstel van de gemeenten en van de Agglomeratie" van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen;
2° het artikel 2, 18°, "het Fonds Maatregelen voor tewerkstelling" van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen;
3° het artikel 2, 19°, "het Fonds voor statistiek en analyse" van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen;
4° het artikel 6 van de ordonnantie van 27 februari 2014 betreffende de oprichting van een naamloze vennootschap actief in de sector van het personeelsbeheer.
1° het artikel 2, 4°, "Het Fonds voor het financieel herstel van de gemeenten en van de Agglomeratie" van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen;
2° het artikel 2, 18°, "het Fonds Maatregelen voor tewerkstelling" van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen;
3° het artikel 2, 19°, "het Fonds voor statistiek en analyse" van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen;
4° het artikel 6 van de ordonnantie van 27 februari 2014 betreffende de oprichting van een naamloze vennootschap actief in de sector van het personeelsbeheer.
Art.210. Pour ce qui concerne les fonds budgétaires sont abrogés:
1° l'article 2, 4°, " Le Fonds de redressement financier des communes et de l'Agglomération " de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires;
2° l'article 2, 18°, " le Fonds Mesures pour l'emploi " de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires;
3° l'article 2, 19°, " Le Fonds pour la Statistique et l'Analyse " de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires;
4° l'article 6 de l'ordonnance du 27 février 2014 relative à la constitution d'une société anonyme active dans le secteur des ressources humaines.
1° l'article 2, 4°, " Le Fonds de redressement financier des communes et de l'Agglomération " de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires;
2° l'article 2, 18°, " le Fonds Mesures pour l'emploi " de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires;
3° l'article 2, 19°, " Le Fonds pour la Statistique et l'Analyse " de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires;
4° l'article 6 de l'ordonnance du 27 février 2014 relative à la constitution d'une société anonyme active dans le secteur des ressources humaines.
Art.211. De Regering geeft uitvoering aan het artikel 143 van deze ordonnantie via regeringsbesluit.
Art.211. Le Gouvernement mettra en oeuvre l'article 143 de la présente ordonnance par arrêté du Gouvernement.
Art. 212. § 1.Met uitzondering van de paragrafen 2 en 3 van artikel 205 treedt deze ordonnantie op 1 januari 2025 in werking, met dien verstande dat de werkzaamheden rond de begroting vermeld in deel 2 voor het jaar 2025 zullen gebeuren conform de regels van deze ordonnantie. De Regering kan beslissen de inwerkingtreding van de volgende bepalingen uit te stellen tot een latere datum, die evenwel niet later mag vallen dan 1 januari 2026: de artikelen 16, 96, 143, 154, 159, § 2, 164, § 4.
§ 2. De paragrafen 2 en 3 van artikel 205 treden in werking op 1 januari 2024.
[2 § 3. [3 De Regering legt de inwerkingtreding van artikel 196 van deze ordonnantie vast.]3]2
§ 2. De paragrafen 2 en 3 van artikel 205 treden in werking op 1 januari 2024.
[2 § 3. [3 De Regering legt de inwerkingtreding van artikel 196 van deze ordonnantie vast.]3]2
Art. 212. § 1er.A l'exception des paragraphes 2 et 3 de l'article 205, la présente ordonnance entre en vigueur le 1er janvier 2025, étant entendu que les travaux autour du budget mentionné dans la partie 2 pour l'année 2025 se feront conformément aux règles de cette ordonnance. Le Gouvernement peut décider de reporter l'entrée en vigueur des dispositions suivantes à une date ultérieure, mais qui ne peut être postérieure au 1er janvier 2026 : articles 16, 96, 143, 154, 159, § 2, 164, § 4.
§ 2. Les paragraphes 2 et 3 de l'article 205 produisent leurs effets le 1er janvier 2024.
[2 § 3. [3 Le Gouvernement fixe l'entrée en vigueur de l'article 196 de la présente ordonnance.]3]2
§ 2. Les paragraphes 2 et 3 de l'article 205 produisent leurs effets le 1er janvier 2024.
[2 § 3. [3 Le Gouvernement fixe l'entrée en vigueur de l'article 196 de la présente ordonnance.]3]2