Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
8 MAART 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de maatregelen tot het versterken van de financiële weerbaarheid van de woonzorgcentra
Titre
8 MARS 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand établissant les mesures visant à renforcer la résilience financière des centres de soins résidentiels
Documentinformatie
Info du document
Tekst (28)
Texte (28)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° eigen vermogen: het eigen vermogen van een erkende initiatiefnemer zoals dat blijkt uit de boekhouding die gevoerd wordt overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, en met uitsluiting van de herwaarderingsmeerwaarden en met toevoeging van de achtergestelde leningen;
  2° erkende initiatiefnemer: dit is een initiatiefnemer van een woonzorgcentrum en in voorkomend geval een centrum voor kortverblijf en/of een centrum voor dagverzorging;
  3° OCMW 's en Welzijnsverenigingen: de organisaties vermeld in artikel 475 tot 495 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° fonds propres : les fonds propres d'un initiateur agréé tels qu'ils ressortent de la comptabilité tenue conformément aux dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 concernant la comptabilité et le rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, et à l'exclusion des plus-values de réévaluation et en ajoutant les prêts subordonnés;
  2° initiateur agréé : initiateur d'un centre de soins résidentiels et, le cas échéant, un centre de court séjour et/ou un centre de soins de jour ;
  3° les CPAS et les associations d'aide sociale : les organisations visées aux articles 475 à 495 du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale.
HOOFDSTUK 2. - Aanzuiveren negatief eigen vermogen
CHAPITRE 2. - Apurer les fonds propres négatifs
Art.2. Erkende initiatiefnemers, met uitzondering van OCMW's en Welzijnsverenigingen, moeten de nodige maatregelen nemen van zodra zij vaststellen dat het eigen vermogen negatief is geworden.
Art.2. Les initiateurs agréés, à l'exception des CPAS et des associations d'aide sociale, doivent prendre les mesures nécessaires dès qu'ils constatent que les fonds propres sont devenus négatifs.
Art.3. De erkende initiatiefnemer maakt, binnen de 3 maanden nadat het negatief eigen vermogen werd vastgesteld, hiervan melding aan de administratie bevoegd voor de erkenning van de zorgexploitatie.
Art.3. Dans les 3 mois suivant la fixation des fonds propres négatifs, l'initiateur agréé le notifie à l'administration compétente pour l'agrément de l'exploitation des soins.
Art.4. De erkende initiatiefnemer dient, door middel van een gemotiveerd plan, aan te geven hoe hij de situatie zal remediëren.
  Het remediëringsplan houdt de noodzakelijke maatregelen in die leiden naar een aanzuivering van het negatief eigen vermogen.
  Voor erkende initiatiefnemers die minder dan vijf jaar zijn opgericht moet het eigen vermogen volledig zijn aangezuiverd binnen de zeven jaar na de oprichting voor zover kan worden voorzien in een bijkomende waarborg.
  Voor andere initiatiefnemers dan de initiatiefnemers, vermeld in het derde lid, met inbegrip van de initiatiefnemers die niet kunnen voorzien in de waarborg, vermeld in het derde lid, moet het eigen vermogen volledig zijn aangezuiverd binnen de drie jaar nadat het negatief eigen vermogen is vastgesteld.
Art.4. L'initiateur agréé doit indiquer, au moyen d'un plan motivé, comment il remédiera à la situation.
  Le plan de remédiation comprend les mesures nécessaires pour permettre l'apurement des fonds propres négatifs.
  Pour les initiateurs agréés établis depuis moins de cinq ans, les fonds propres doivent être entièrement apurés dans les sept ans suivant l'établissement, dans la mesure où une garantie supplémentaire peut être fournie.
  Pour les initiateurs autres que ceux visés à l'alinéa 3, y compris ceux qui ne peuvent pas fournir la garantie visée à l'alinéa 3, les fonds propres doivent être intégralement apurés dans un délai de trois ans à compter de la fixation des fonds propres négatifs.
Art.5. In het geval het eigen vermogen wordt aangezuiverd door middel van een achtergestelde lening mag de rentecomponent van deze lening niet uitbetaald worden zolang het te bestemmen resultaat van het boekjaar negatief is.
Art.5. En cas d'apurement des fonds propres au moyen d'un prêt subordonné, la composante intérêt de ce prêt ne peut être versée tant que le résultat à affecter de l'exercice budgétaire est négatif.
Art.6. De minister kan de concrete modaliteiten van het remediëringsplan en de bijkomende garanties bepalen.
Art.6. Le ministre peut déterminer les modalités concrètes du plan de remédiation et les garanties supplémentaires.
HOOFDSTUK 3. - Beperking van interest op leningen
CHAPITRE 3. - Limitation des intérêts sur les prêts
Art.7. Gelden afkomstig van een derde, die geen financiële instelling is die in de Europese Unie is erkend, kunnen aan een erkende initiatiefnemer slechts ter beschikking worden gesteld indien de erkende initiatiefnemer het bewijs levert dat dit gebeurt aan een basisinterestvoet van maximaal de interest toegekend op een lineaire obligatie (OLO) die geldt voor de looptijd van het ter beschikking stellen. Als referentie interest wordt de gemiddelde interestvoet genomen die van toepassing is in de maand voorafgaand aan de maand waarin de leningsovereenkomst wordt gesloten.
  In het eerste lid wordt verstaan onder financiële instelling: een vennootschap met als hoofdfunctie financiële bemiddeling of het verlenen van financiële hulpdiensten.
Art.7. Les fonds provenant d'un tiers, qui n'est pas une institution financière agréée dans l'Union européenne, ne peuvent être mis à la disposition d'un initiateur agréé que si ce dernier apporte la preuve que cette mise à disposition se fait à un taux d'intérêt de base ne dépassant pas le taux d'intérêt accordé sur une obligation linéaire (OLO) applicable pour la durée de la mise à disposition. Le taux d'intérêt de référence est le taux d'intérêt moyen applicable au cours du mois précédant celui de la conclusion du contrat de prêt.
  A l'alinéa 1er, on entend par institution financière : une société dont l'activité principale est l'intermédiation financière ou la fourniture de services financiers auxiliaires.
Art.8. De basisinterestvoet mag worden verhoogd met maximaal 150 basispunten, tenzij de erkende initiatiefnemer het objectieve bewijs kan leveren dat de rentemarges, die door de banken worden gehanteerd, 150 basispunten overstijgen.
Art.8. Le taux d'intérêt de base peut être augmenté de 150 points de base au maximum, sauf si l'initiateur agréé peut fournir des preuves objectives que les marges d'intérêt appliquées par les banques dépassent 150 points de base.
Art.9. De correctie, vermeld in artikel 8, wordt gebracht op 250 basispunten in het geval aan de erkende initiatiefnemer gelden door middel van een achtergestelde lening worden ter beschikking gesteld.
Art.9. La correction mentionnée à l'article 8 est portée à 250 points de base dans le cas où des fonds sont mis à la disposition de l'initiateur agréé au moyen d'un prêt subordonné.
HOOFDSTUK 4. - Beperking op risicodragende beleggingen
CHAPITRE 4. - Limitation des placements à risque
Art.10. Erkende initiatiefnemers, met uitzondering van OCMW 's en welzijnsverenigingen, kunnen eventuele financiële reserves slechts onder de hierna bepaalde voorwaarden beleggen indien zij beschikken over voldoende onmiddellijk beschikbare financiële middelen om minstens twee maanden loon te betalen.
  Onder loon moet worden begrepen: het geheel van de gemiddelde bruto bezoldigingen vermeerderd met de sociale lasten.
  In het eerste lid wordt verstaan onder financiële reserves: het totaal van de financiële vaste activa, vermeerderd met enerzijds geldbeleggingen en liquide middelen en anderzijds met gelden die ter beschikking worden gesteld aan derden in de vorm van leningen, aankoop van of inschrijving op aandelen, deelbewijzen, stortingen in rekening-courant, nivelleringsovereenkomsten of cashpoolings met verbonden entiteiten, of in een andere vorm. Ook de toekenning van een betalingstermijn van meer dan zestig dagen bij de verkoop van goederen of diensten wordt als een ter-beschikking stelling van gelden aan derden beschouwd. Van dit totaal worden de schulden op korte termijn in mindering gebracht. Bij deze berekening wordt geen rekening gehouden met participaties binnen de zorgsector met functionele meerwaarde voor de activiteit van de zorgvoorziening.
  In het derde lid wordt verstaan onder financiële vaste activa, geldbeleggingen en liquide middelen: de gelijknamige balansposities zoals die blijken uit de boekhouding die gevoerd wordt conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
Art.10. Les initiateurs agréés, à l'exception des CPAS et des associations d'aide sociale, ne peuvent placer leurs réserves financières que dans les conditions mentionnées ci-dessous, s'ils disposent de ressources financières immédiatement disponibles et suffisantes pour payer au moins deux mois de salaire.
  Par salaire il faut entendre le total de la rémunération brute moyenne majoré des charges sociales.
  Dans l'alinéa 1er, on entend par réserves financières : le total des immobilisations financières augmenté, d'une part, des placements et des liquidités et, d'autre part, des fonds mis à la disposition de tiers sous forme de prêts, d'achat ou de souscription d'actions, de parts, de dépôts en compte courant, de conventions de nivellement ou de cash pooling avec des entités liées, ou sous toute autre forme. L'octroi d'un délai de paiement de plus de 60 jours lors de la vente de biens ou de services est également considéré comme une mise à disposition de fonds à des tiers. Les dettes à court terme sont déduites de ce total. Ce calcul ne tient pas compte des participations dans le secteur des soins ayant une valeur ajoutée fonctionnelle à l'activité de la structure de soins.
  Dans l'alinéa 3, on entend par immobilisations financières, placements et liquidités : les bilans du même nom tels qu'ils ressortent de la comptabilité tenue conformément aux dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 concernant la comptabilité et le rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille.
Art.11. De financiële reserves, verminderd met de onmiddellijk beschikbare financiële middelen, vermeld in artikel 10, eerste lid, kunnen door de erkende initiatiefnemers worden belegd als de erkende initiatiefnemer al de volgende bewijzen levert:
  1° minstens 80% van de overige beschikbare gelden wordt uitsluitend belegd in obligaties in euro die op het moment van de intekening of de aankoop minimaal een "investment grade"-rating hebben;
  2° minimaal 75% van wat rest na de belegging die wordt uitgevoerd conform punt 1°, wordt in effecten in euro belegd.
Art.11. Les réserves financières diminuées des ressources financières immédiatement disponibles mentionnées à l'article 10, alinéa 1er, peuvent être investies par les initiateurs agréés si l'initiateur agréé fournit toutes les preuves suivantes :
  1° au moins 80 % des fonds disponibles restants seront investis exclusivement dans des obligations libellées en euros bénéficiant au minimum d'une notation " investment grade " au moment de la souscription ou de l'achat ;
  2° au moins 75 % de ce qui reste après l'investissement effectué conformément au point 1° est investi dans des titres libellés en euros.
HOOFDSTUK 5. - Beperken van de mogelijkheid tot schenken van roerende of onroerende goederen
CHAPITRE 5. - Limiter les possibilités de donations mobilières ou immobilières
Art.12. Schenkingen door een erkende initiatiefnemer zijn slechts mogelijk onder de volgende voorwaarden:
  1° het bedrag wordt beperkt tot 10.000 EUR op jaarbasis;
  2° het vorig boekjaar werd afgesloten zonder verlies;
  3° de erkende initiatiefnemer heeft een positief eigen vermogen;
  4° de schenking beantwoordt aan het maatschappelijk doel van de erkende initiatiefnemer.
  In afwijking van hetgeen bepaald is in het eerste lid, 1° zijn schenkingen van meer dan 10.000 EUR mogelijk mits machtiging van de secretaris - generaal van het departement.
  De bepalingen van dit hoofdstuk zijn alleen van toepassingen op schenkingen zoals omschreven in artikel 894 Oud Burgerlijk Wetboek (artikel 4.132 Nieuw Burgerlijk Wetboek).
Art.12. Les donations effectuées par un initiateur agréé ne sont possibles que dans les conditions suivantes :
  1° le montant sera limité à 10 000 EUR sur une base annuelle ;
  2° l'exercice budgétaire précédent a été clôturé sans perte ;
  3° l'initiateur agréé dispose de fonds propres positifs ;
  4° la donation répond à l'objectif social de l'initiateur agréé.
  Par dérogation aux dispositions de l'alinéa 1er, 1°, les donations d'un montant supérieur à 10 000 euros sont possibles moyennant l'autorisation du secrétaire général du département.
  Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent qu'aux donations telles que décrites à l'article 894 de l'ancien Code civil (article 4.132 du nouveau Code civil).
HOOFDSTUK 6. - Maatregelen voor vervreemden en huren van onroerende goederen
CHAPITRE 6. - Mesures relatives à l'aliénation et à la location de biens immobiliers
Art.13. Het vervreemden, onder welke vorm ook, huren en/of verhuren van onroerende goederen die toebehoren aan een erkende initiatiefnemer is slechts mogelijk indien de erkende initiatiefnemer, aan de hand van een schattingsverslag opgesteld door een erkend meetkundig schatter van onroerende goederen, het objectieve bewijs levert dat de vervreemding, de huur en/of de verhuur gebeurt aan de werkelijke waarde of respectievelijke huurwaarde van het onroerend goed.
  Deze bepaling is niet van toepassing op overeenkomsten die de erkende initiatiefnemer tot voordeel strekken.
Art.13. L'aliénation, sous quelque forme que ce soit, la location et/ou la mise en location de biens immobiliers appartenant à un initiateur agréé n'est possible que si l'initiateur agréé, sur la base d'un rapport d'expertise préparé par un estimateur géométrique agréé de biens immobiliers, fournit la preuve objective que l'aliénation, la location et/ou la mise en location se font à la valeur réelle ou à la valeur locative respective du bien immobilier.
  Cette disposition ne s'applique pas aux accords qui seront bénéfiques pour l'initiateur agréé.
HOOFDSTUK 7. - Beperkingen op het verstrekken van waarborgen aan derden
CHAPITRE 7. - Restrictions à l'octroi de garanties à des tiers
Art.14. Een erkende initiatiefnemer, met uitzondering van OCMW 's en welzijnsverenigingen, kan zich geen borg stellen voor de verplichtingen van een derde.
Art.14. Un initiateur agréé, à l'exception des CPAS et des associations d'aide sociale, ne peut pas se porter garant pour les obligations d'un tiers.
Art.15. In afwijking van hetgeen bepaald in artikel 14 kan een erkende initiatiefnemer zich borg stellen als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° erkenningen die door de Vlaamse Regering werden verstrekt overeenkomstig artikel 38 tot en met 41 van het Woonzorgdecreet worden als waarborg gebruikt;
  2° de borgstelling strekt de duurzame exploitatie van de eigen locatie van de erkende initiatiefnemer of van een andere erkende initiatiefnemer tot voordeel;
  3° de minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, aanvaardt of verwerpt de aanvraag binnen de 30 dagen na het ontvangen van de aanvraag tot borgstelling; bij gebreke aan een antwoord van de minister binnen de 30 dagen wordt de aanvraag verondersteld aanvaard te zijn.
  4° de borg wordt uitsluitend gesteld tot waarborg van schulden van de derde bij een bank of een onderneming waarvan de maatschappelijke zetel in België is gevestigd.
Art.15. Par dérogation aux dispositions de l'article 14, un initiateur agréé peut se porter garant si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° les agréments accordés par le Gouvernement flamand conformément aux articles 38 à 41 du décret sur les soins résidentiels sont utilisés comme garantie ;
  2° la caution bénéficie à l'exploitation durable du site propre de l'initiateur agréé ou de celui d'un autre initiateur agréé ;
  3° le ministre ayant la santé et les soins résidentiels dans ses attributions accepte ou rejette la demande dans les 30 jours de la réception de la demande de caution ; en l'absence de réponse du ministre dans les 30 jours, la demande est réputée acceptée.
  4° la caution n'est amenée à garantir les dettes du tiers qu'auprès d'une banque ou d'une entreprise ayant son siège en Belgique.
HOOFDSTUK 8. - Sancties
CHAPITRE 8. - Sanctions
Art.16. Onverminderd de sancties die opgelegd worden in artikel 64, 65, 66 en 67 van het Woonzorgdecreet, kan bij overtreding van de bepalingen van dit besluit aan de erkende voorziening een administratieve geldboete worden opgelegd van 2.500 tot 25.000 EUR.
Art.16. Sans préjudice des sanctions prévues aux articles 64, 65, 66 et 67 du décret sur les soins résidentiels, une amende administrative de 2 500 à 25 000 euros peut être imposée en cas d'infraction aux dispositions du présent arrêté.
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Art.17. De maatregelen, vermeld in de artikelen van dit besluit, zijn van toepassing op de erkende initiatiefnemer. Indien binnen de erkende initiatiefnemer de woonzorgactiviteit boekhoudkundig kan worden afgezonderd, dan gelden deze maatregelen uitsluitend voor de woonzorgactiviteit.
Art.17. Les mesures mentionnées dans les articles du présent arrêté s'appliquent à l'initiateur agréé. Si, au sein de l'initiateur agréé, l'activité de soins résidentiels peut être séparée à des fins comptables, ces mesures ne s'appliquent qu'à l'activité de soins résidentiels.
Art.18. De maatregelen, vermeld in de artikelen van dit besluit, zijn van toepassing op:
  1° de vaststellingen, vermeld in hoofdstuk 2, die plaatsvinden vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit;
  2° de leningen, vermeld in hoofdstuk 3, die aangegaan worden vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit;
  3° de beleggingen, vermeld in hoofdstuk 4, die aangegaan worden vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit;
  4° de schenkingen, vermeld in hoofdstuk 5, die gegeven worden vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit;
  5° de vervreemdingen, het huren en verhuren van onroerende goederen, vermeld in hoofdstuk 6, die plaatsvinden of afgesloten worden vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit;
  6° de borgstellingen, vermeld in hoofdstuk 7, die verstrekt worden vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.
Art.18. Les mesures mentionnées aux articles du présent arrêté s'appliquent :
  1° aux fixations mentionnées au chapitre 2, qui interviennent à compter de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté ;
  2° aux prêts mentionnés au chapitre 3, qui sont contractés à compter de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté ;
  3° aux placements mentionnés au chapitre 4, qui sont réalisés à partir de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté ;
  4° aux donations visées au chapitre 5, qui interviennent à compter de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté ;
  5° aux aliénations, aux locations et à la mise en location de biens immobiliers mentionnés au chapitre 6, qui ont lieu ou sont conclues à partir de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté ;
  6° aux cautions mentionnées au chapitre 7, qui sont réalisées à partir de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 19. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. Le ministre flamand qui a les soins de santé et les soins résidentiels dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.