Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
1 MAART 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013 en het Subsidiebesluit van 22 november 2013 in het kader van de uitvoering van de septemberverklaring van de Vlaamse Regering van 2023
Titre
1 MARS 2024. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'ArrĂȘtĂ© d'autorisation du 22 novembre 2013 et l'ArrĂȘtĂ© de subvention du 22 novembre 2013 dans le cadre de la mise en oeuvre de la DĂ©claration de septembre 2023 du Gouvernement flamand
Documentinformatie
Numac: 2024002571
Datum: 2024-03-01
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024002571
Date: 2024-03-01
Moniteur: Voir
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013
CHAPITRE 1er. - Modification de l'ArrĂȘtĂ© d'autorisation du 22 novembre 2013
Artikel 1. In artikel 42 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2023, worden het eerste tot en met derde lid vervangen door wat volgt:
  "De organisator van groepsopvang zorgt ervoor dat er niet meer dan het volgende aantal tegelijk aanwezige kinderen worden opgevangen per aanwezige kinderbegeleider per kinderopvanglocatie:
  1° in groepen met alleen baby's tot twaalf maanden: vijf kinderen;
  2° in groepen met naast baby's tot twaalf maanden, ook kinderen vanaf twaalf maanden: zeven kinderen;
  3° in groepen met alleen kinderen vanaf twaalf maanden: acht kinderen;
  4° op het moment dat de kinderen rusten, in afwijking op punt 1°, 2° en 3°, en op voorwaarde dat er minstens twee kinderbegeleiders in de kinderopvanglocatie aanwezig zijn, gedurende maximaal twee aansluitende uren: veertien kinderen.
  De organisator van gezinsopvang zorgt ervoor dat er niet meer dan zeven tegelijk aanwezige kinderen worden opgevangen per aanwezige kinderbegeleider, en levert een inspanning om gemiddeld maximaal vier kinderen tegelijk op te vangen per aanwezige kinderbegeleider per kwartaal.
  De organisator van groepsopvang kan voor de naleving van de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, andere personen inschakelen dan kinderbegeleiders, in volgende situaties:
  1° de organisator kan een logistieke medewerker, die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 45, inschakelen voor maximaal 25% van het aantal vereiste kinderbegeleiders, op voorwaarde dat er altijd twee kinderbegeleiders met een kwalificatiebewijs als vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, a), aanwezig zijn in de leefgroep in kwestie;
  2° uitzonderlijk en voor maximaal 30 dagen per kalenderjaar kan de organisator personen, vermeld in artikel 45, inschakelen, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  a) er is altijd een kinderbegeleider met een kwalificatiebewijs als vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, a), aanwezig in de leefgroep in kwestie;
  b) hij dit meldt aan het agentschap met daarbij de motivatie waarom dit nodig is en hoe hij de kwaliteit van de kinderopvang garandeert.".
Article 1er. A l'article 42 de l'ArrĂȘtĂ© d'autorisation du 22 novembre 2013, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mars 2023, les alinĂ©as 1er Ă  3 sont remplacĂ©s par ce qui suit :
  " L'organisateur d'accueil en groupe veille Ă  ce que le nombre d'enfants accueillis au mĂȘme moment par accompagnateur d'enfants prĂ©sent et par milieu d'accueil ne soit pas supĂ©rieur au nombre suivant :
  1° dans des groupes composés uniquement de bébés jusqu'à 12 mois : cinq enfants ;
  2° dans des groupes composés non seulement de bébés jusqu'à 12 mois, mais aussi d'enfants à partir de 12 mois : sept enfants ;
  3° dans des groupes composés uniquement d'enfants ùgés de 12 mois et plus : huit enfants ;
  4° lorsque les enfants font la sieste, par dérogation aux points 1°, 2° et 3°, et à condition qu'au moins deux accompagnateurs d'enfants soient présents dans le milieu d'accueil, pendant maximum deux heures consécutives : quatorze enfants.
  L'organisateur d'accueil familial veille Ă  ce que sept enfants maximum soient accueillis en mĂȘme temps par accompagnateur d'enfants prĂ©sent et s'efforce de ne pas accueillir plus de quatre enfants en moyenne en mĂȘme temps par accompagnateur d'enfants prĂ©sent par trimestre.
  L'organisateur d'accueil en groupe peut faire appel à des personnes autres que des accompagnateurs d'enfants afin de respecter la condition visée à l'alinéa 1er, dans les situations suivantes :
  1° l'organisateur peut faire appel à du personnel logistique qui répond aux conditions visées à l'article 45, pour un maximum de 25 % du nombre d'accompagnateurs d'enfants requis, à condition que deux accompagnateurs d'enfants titulaires d'un titre de qualification tel que visé à l'article 43, § 2, alinéa 1er, 4°, a), soient présents dans le groupe de vie concerné ;
  2° à titre exceptionnel et pour un maximum de 30 jours par année civile, l'organisateur peut faire appel aux personnes visées à l'article 45, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  a) un accompagnateur d'enfants titulaire d'un titre de qualification tel que visé à l'article 43, § 2, alinéa 1er, 4°, a), est toujours présent dans le groupe de vie concerné ;
  b) il le signale à l'agence, en motivant sa décision et en décrivant la maniÚre dont il garantit la qualité de l'accueil des enfants. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Subsidiebesluit van 22 november 2013
CHAPITRE 2. - Modifications de l'ArrĂȘtĂ© de subvention du 22 novembre 2013
Art. 2. Artikel 11 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2023, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11. De basissubsidie voor gezinsopvang bedraagt:
  1° 490,83 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats per kalenderjaar voor een subsidiegroep met subsidie voor inkomenstarief;
  2° 2000 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats per kalenderjaar voor een subsidiegroep zonder subsidie voor inkomenstarief.".
Art. 2. L'article 11 de l'ArrĂȘtĂ© de subvention du 22 novembre 2013, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 janvier 2023, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 11. La subvention de base pour l'accueil familial s'élÚve à :
  1° 490,83 euros par place d'accueil subventionnée par année civile pour un groupe de subvention bénéficiant d'une subvention pour la réalisation du tarif sur la base des revenus ;
  2° 2 000 euros par place d'accueil subventionnée par année civile pour un groupe de subvention ne bénéficiant pas d'une subvention pour la réalisation du tarif sur la base des revenus. ".
Art. 3. In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2023, wordt het bedrag "1358,33 euro" vervangen door het bedrag "4039,88 euro".
Art. 3. A l'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 janvier 2023, le montant " 1358,33 euros " est remplacĂ© par le montant " 4039,88 euros ".
Art. 4. In artikel 12 van hetzelfde besluit, vervangen bij dit besluit, wordt het bedrag "4039,88 euro" vervangen door het bedrag "4733,13 euro".
Art. 4. A l'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le montant " 4039,88 euros " est remplacĂ© par le montant " 4733,13 euros ".
Art. 5. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2023, wordt een artikel 15/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 15/1. De organisator van groepsopvang doet een inspanning om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 50/7.
  De organisator van gezinsopvang doet een inspanning om ervoor te zorgen dat er niet meer dan zeven tegelijk aanwezige kinderen worden opgevangen per aanwezige kinderbegeleider".
Art. 5. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 septembre 2023, est insĂ©rĂ© un article 15/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 15/1. L'organisateur d'accueil en groupe s'efforce de remplir la condition visée à l'article 50/7.
  L'organisateur d'accueil familial veille Ă  ce que sept enfants maximum soient accueillis en mĂȘme temps par accompagnateur d'enfants prĂ©sent ".
Art. 6. Artikel 15/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij dit besluit, wordt opgeheven.
Art. 6. L'article 15/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, est abrogĂ©.
Art. 7. In artikel 17, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015, 7 juni 2019, 5 maart 2021 en 8 september 2023, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de subsidie bedraagt 31,93 euro voor een kinderopvangprestatie die vijf tot elf uur duurt, en bedraagt 60% van dat bedrag voor een kinderopvangprestatie die minder dan vijf uur duurt;".
Art. 7. A l'article 17, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 9 octobre 2015, 7 juin 2019, 5 mars 2021 et 8 septembre 2023, le point 1° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 1° la subvention s'élÚve à 31,93 euros pour une prestation d'accueil d'une durée comprise entre cinq et onze heures, et à 60 % de ce montant pour une prestation d'accueil d'une durée inférieure à cinq heures ; ".
Art. 8. In artikel 17, tweede lid, 1°, van hetzelfde besluit, vervangen bij dit besluit, wordt het bedrag "31,93 euro" vervangen door het bedrag "32,33 euro".
Art. 8. A l'article 17, alinĂ©a 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le montant " 31,93 euros " est remplacĂ© par le montant " 32,33 euros ".
Art. 9. In artikel 18, vijfde lid, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2023, wordt het bedrag "5910,32 euro" vervangen door het bedrag "4392,22 euro".
Art. 9. A l'article 18, alinĂ©a 5, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 janvier 2023, le montant " 5910,32 euros " est remplacĂ© par le montant " 4392,22 euros ".
Art. 10. Artikel 22 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 22. § 1. Conform artikel 8, § 1, eerste en tweede lid, van het decreet van 20 april 2012, geeft de organisator voorrang aan gezinnen waarvoor kinderopvang noodzakelijk is om te werken of om een opleiding met het oog op werk te volgen. In het kader van de voormelde voorrang geeft de organisator absolute voorrang aan:
  1° gezinnen die in totaliteit gemiddeld minstens hetzij 4/5-werken, hetzij een 4/5-dagopleiding met het oog op werk volgen, hetzij een 4/5-combinatie van werken en dagopleiding met het oog op werk realiseren;
  2° broertjes of zusjes van kinderen die op hetzelfde moment reeds gebruik maken van dezelfde kinderopvang;
  3° pleegkinderen als vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg, in het gezin en die in aanmerking komen voor kinderopvang als vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van het decreet van 20 april 2012.
  Bij de absolute voorrang, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt verstaan onder 4/5-dagopleiding met het oog op werk: een intensief traject naar werk, een inburgeringstraject of een opleiding die leidt tot een onderwijskwalificatie.
  De organisator past de voorrang, vermeld in het eerste lid, toe op basis van een verklaring op erewoord van het gezin op het moment van de aanvraag en informeert het gezin dat het dat moet kunnen aantonen, op basis van een of meer van de volgende attesten:
  1° een attest van de werkgever of een uittreksel uit de kruispuntbank voor ondernemingen;
  2° een attest van een arbeidsbemiddelingsdienst, een opleidingsinstantie of een andere instantie die een gelijkwaardig traject van arbeidsbemiddeling of opleiding aanbiedt;
  3° een inburgeringscontract, zoals vermeld in artikel 34/2, § 1, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid;
  4° een attest van gezinssamenstelling;
  5° een attest van de pleegzorgorganisatie;
  6° als dat van toepassing is, een uitspraak van de rechtbank over de verblijfsregeling van de kinderen.
  § 2. Conform artikel 8, § 1, vierde lid, van het decreet van 20 april 2012, kan de organisator afwijken van de voorrang, vermeld in artikel 8, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet, voor maximaal 10% van alle kinderen die op jaarbasis opgevangen worden in de kinderopvanglocatie, in het belang van het kind of door een gezondheids- of welzijnssituatie in het gezin.
  De afwijking van de voorrang, vermeld in het eerste lid, wordt toegepast op basis van een advies van een instantie die werkt met gezinnen.
  § 3. De organisator heeft een opnamebeleid waarin de voorrangsregels, vermeld in paragraaf 1 en 2, worden toegepast en neemt dat op in het huishoudelijk reglement.".
Art. 10. L'article 22 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 22. § 1er. Conformément à l'article 8, § 1er, alinéas 1er et 2, du décret du 20 avril 2012, l'organisateur donne la priorité aux ménages pour lesquels la garde d'enfants est nécessaire pour travailler ou suivre une formation en vue de l'emploi. Aux fins de la priorité précitée, l'organisateur accorde une priorité absolue aux:
  1° ménages qui au total travaillent en moyenne à 4/5e temps, soit qui suivent une formation de jour à 4/5e temps en vue de l'emploi, soit qui combinent travail et formation de jour en vue de l'emploi dans une proportion de 4/5e ;
  2° frĂšres et soeurs d'enfants ayant dĂ©jĂ  recours au mĂȘme moment au mĂȘme service de garde d'enfants ;
  3° enfants placés, tels que visés à l'article 2, 10°, du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial, dans la famille et qui sont éligibles à la garde d'enfants visée à l'article 2, alinéa 1er, 2°, du décret du 20 avril 2012.
  Dans le cadre de la priorité absolue visée à l'alinéa 1er, 1°, on entend par formation de jour à 4/5e temps : un parcours intensif vers l'emploi, un parcours d'insertion civique ou une formation menant à une qualification d'enseignement.
  L'organisateur applique la prioritĂ© visĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er, sur la base d'une dĂ©claration sur l'honneur du mĂ©nage au moment de la demande et informe le mĂ©nage qu'il doit ĂȘtre en mesure de le dĂ©montrer, sur la base d'une ou plusieurs des attestations suivantes :
  1° une attestation de l'employeur ou un extrait de la Banque-Carrefour des Entreprises ;
  2° une attestation d'un service de l'emploi, d'une instance de formation ou d'un autre organisme proposant un parcours de placement professionnel ou une formation équivalent ;
  3° un contrat d'insertion civique tel que visé à l'article 34/2, 1er § , du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'insertion civique ;
  4° une attestation de composition de ménage ;
  5° une attestation de l'organisme de placement familial ;
  6° le cas échéant, une décision de justice sur le régime d'hébergement des enfants.
  § 2. ConformĂ©ment Ă  l'article 8, § 1er, alinĂ©a 4, du dĂ©cret du 20 avril 2012, l'organisateur peut dĂ©roger Ă  la prioritĂ©, visĂ©e Ă  l'article 8, § 1er, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret prĂ©citĂ©, de maximum 10 % de l'ensemble des enfants accueillis dans le milieu d'accueil sur une base annuelle, dans l'intĂ©rĂȘt de l'enfant ou en raison d'une situation de santĂ© ou de bien-ĂȘtre au sein du mĂ©nage.
  La dérogation à la priorité visée à l'alinéa 1er, est appliquée sur la base d'un avis d'une organisation travaillant avec des ménages.
  § 3. L'organisateur dispose d'une politique d'accueil appliquant les rÚgles de priorité visées aux paragraphes 1er et 2, et l'inclut dans le rÚglement d'ordre intérieur. ".
Art. 11. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2023, wordt een titel 5/1, die bestaat uit een hoofdstuk 1, dat bestaat uit een artikel 50/6, en een hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel 50/7, ingevoegd, die luidt als volgt:
  "Titel 5/1. Subsidie voor de versterking van het medewerkersbeleid
  HOOFDSTUK 1. - Bedrag subsidie
  Art. 50/6. Het bedrag, vermeld in artikel 12, wordt aangevuld met een bedrag van 693,25 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats per kalenderjaar. In afwijking van artikel 9 wordt het voormelde aanvullende bedrag uitbetaald met ingang van 1 januari 2025, als de organisator het naleven van de voorwaarde, vermeld in artikel 50/7, kan aantonen.
  HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden specifieke dienstverlening
  Art. 50/7. De organisator van groepsopvang zorgt ervoor dat er niet meer dan het volgende aantal tegelijk aanwezige kinderen worden opgevangen per aanwezige kinderbegeleider per kinderopvanglocatie:
  1° in groepen met alleen baby's tot twaalf maanden: vijf kinderen;
  2° in groepen met naast baby's tot twaalf maanden, ook kinderen vanaf twaalf maanden: zeven kinderen;
  3° in groepen met alleen kinderen vanaf twaalf maanden: acht kinderen;
  4° op het moment dat de kinderen rusten, in afwijking op punt 1°, 2° en 3°, en op voorwaarde dat er minstens twee kinderbegeleiders in de kinderopvanglocatie aanwezig zijn, gedurende maximaal twee aansluitende uren: veertien kinderen.
  De organisator kan voor de naleving van de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, ook logistieke medewerkers, die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 45 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, inschakelen voor maximaal 25%.".
Art. 11. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 septembre 2023, est insĂ©rĂ© un titre 5/1, composĂ© d'un chapitre 1er, comprenant un article 50/6, et d'un chapitre 2, comprenant l'article 50/7, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Titre 5/1. Subvention destinée au renforcement de la politique du personnel
  CHAPITRE 1er- Montant de la subvention
  Art. 50/6. Le montant visé à l'article 12, est complété par un montant de 693,25 euros par place d'accueil subventionnée par année civile. Par dérogation à l'article 9, le montant complémentaire précité est versé à partir du 1er janvier 2025, si l'organisateur est en mesure de démontrer qu'il respecte la condition visée à l'article 50/7.
  CHAPITRE 2. - Conditions inhérentes à la prestation de service spécifique
  Art. 50/7. L'organisateur d'accueil en groupe veille Ă  ce que le nombre d'enfants accueillis au mĂȘme moment par accompagnateur d'enfants prĂ©sent et par milieu d'accueil ne soit pas supĂ©rieur au nombre suivant :
  1° dans des groupes composés uniquement de bébés jusqu'à 12 mois : cinq enfants ;
  2° dans des groupes composés non seulement de bébés jusqu'à 12 mois, mais aussi d'enfants à partir de 12 mois : sept enfants ;
  3° dans des groupes composés uniquement d'enfants ùgés de 12 mois et plus : huit enfants ;
  4° lorsque les enfants font la sieste, par dérogation aux points 1°, 2° et 3°, et à condition qu'au moins deux accompagnateurs d'enfants soient présents dans le milieu d'accueil, pendant maximum deux heures consécutives : quatorze enfants.
  En vue de respecter la condition visĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er, l'organisateur peut Ă©galement faire appel Ă  du personnel logistique, qui rĂ©pond aux conditions visĂ©es Ă  l'article 45 de l'ArrĂȘtĂ© d'autorisation du 22 novembre 2013, selon une proportion maximale de 25 %. ".
Art. 12. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij dit besluit, wordt titel 5/1, die bestaat uit artikel 50/6 en 50/7, opgeheven.
Art. 12. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le titre 5/1, composĂ© des articles 50/6 Ă  50/7, est abrogĂ©.
Art. 13. In artikel 65, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 september 2021, wordt het bedrag "21,55 euro" vervangen door het bedrag "28,15 euro".
Art. 13. A l'article 65, alinĂ©a 1er, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 septembre 2021, le montant " 21,55 euros " est remplacĂ© par le montant " 28,15 euros ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 14. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2024.
  Artikel 1, 4, 6 en 12 treden in werking op 1 januari 2027.
  Artikel 8 en 10 treden in werking op 1 april 2024.
Art. 14. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets Ă  compter du 1er janvier 2024.
  Les articles 1, 4, 6 et 12 entrent en vigueur le 1er janvier 2027.
  Les articles 8 et 10 entrent en vigueur le 1er avril 2024.
Art. 15. De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le ministre flamand qui a le grandir dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.