Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 FEBRUARI 2024. - Wet houdende diverse bepalingen inzake economie
Titre
9 FEVRIER 2024. - Loi portant dispositions diverses en matière d'économie
Documentinformatie
Numac: 2024002118
Datum: 2024-02-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024002118
Date: 2024-02-09
Moniteur: Voir
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van ... HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van ... Afdeling 1. - Wijzigingen van boek I van het We... Afdeling 2. - Wijzigingen van boek III van het ... Afdeling 3. - Wijzigingen van boek V van het We... Afdeling 4. - Wijzigingen van boek VI van het W... Afdeling 5. - Wijzigingen van boek VII van het ... Afdeling 6. - Wijziging van boek VIII van het W... Afdeling 7. - Wijzigingen van boek X van het We... Afdeling 8. - Wijzigingen van boek XI van het W... Afdeling 9. - Wijzigingen van boek XV van het W... Afdeling 10. - Wijziging van boek XVII van het ... HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 22 ja... HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 26 ju... HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 9 jul... HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 6 jul... HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 11 au... HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de programmawet ... HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van de wet van 11 j... HOOFDSTUK 11. - Wijziging van de wet van 13 jun... HOOFDSTUK 12. - Wijzigingen van de kaderwet van... HOOFDSTUK 13. - Wijzigingen van de wet van 10 n... HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de kaderwet van... HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen van de wet van 11 f... HOOFDSTUK 16. - Wijzigingen in de wet van 13 ma... HOOFDSTUK 17. - Wijzigingen van de wet van 15 j... HOOFDSTUK 18. - Wijzigingen van de wet van 7 de... HOOFDSTUK 19. - Wijzigingen van de wet van 31 m... HOOFDSTUK 20. - Wijzigingen van de wet van 18 s... HOOFDSTUK 21. - Wijzigingen van de wet van 29 m... HOOFDSTUK 22. - Wijzigingen van de wet van 25 n... HOOFDSTUK 23. - Wijzigingen van de wet van 17 m... HOOFDSTUK 24. - Wijzigingen van de wet van 9 me... HOOFDSTUK 25. - Wijziging van de wet van 19 jun... HOOFDSTUK 26. - Wijzigingen van de wet van 26 j... HOOFDSTUK 27. - Wijziging van de wet van 28 nov... HOOFDSTUK 28. - Wijzigingen van de programmawet... HOOFDSTUK 29. - Opheffingsbepalingen HOOFDSTUK 30. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition générale CHAPITRE 2. - Modifications du Code des société... CHAPITRE 3. - Modifications du Code de droit éc... Section 1er. - Modifications du livre Ier du Co... Section 2. - Modifications du livre III du Code... Section 3. - Modifications du livre V du Code d... Section 4. - Modifications du livre VI du Code ... Section 5. - Modifications du livre VII du Code... Section 6. - Modification du livre VIII du Code... Section 7. - Modifications du livre X du Code d... Section 8. - Modifications du livre XI du Code ... Section 9. - Modifications du livre XV du Code ... Section 10. - Modification du livre XVII du Cod... CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 22 jan... CHAPITRE 5. - Modifications de la loi du 26 jui... CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 9 juil... CHAPITRE 7. - Modifications de la loi du 6 juil... CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 11 aoû... CHAPITRE 9. - Modifications de la loi-programme... CHAPITRE 10. - Modifications de la loi du 11 ju... CHAPITRE 11. - Modification de la loi du 13 jui... CHAPITRE 12. - Modifications de la loi-cadre du... CHAPITRE 13. - Modifications de la loi du 10 no... CHAPITRE 14. - Modifications de la loi-cadre du... CHAPITRE 15. - Modifications de la loi du 11 fé... CHAPITRE 16. - Modifications de la loi du 13 ma... CHAPITRE 17. - Modifications de la loi du 15 ju... CHAPITRE 18. - Modifications de la loi du 7 déc... CHAPITRE 19. - Modifications de la loi du 31 ma... CHAPITRE 20. - Modifications de la loi du 18 se... CHAPITRE 21. - Modifications de la loi du 29 ma... CHAPITRE 22. - Modifications de la loi du 25 no... CHAPITRE 23. - Modifications de la loi du 17 ma... CHAPITRE 24. - Modifications de la loi du 9 mai... CHAPITRE 25. - Modification de la loi du 19 jui... CHAPITRE 26. - Modifications de la loi du 26 ju... CHAPITRE 27. - Modification de la loi du 28 nov... CHAPITRE 28. - Modifications de la loi programm... CHAPITRE 29. - - Dispositions abrogatoires CHAPITRE 30. - Dispositions finales
Tekst (250)
Texte (250)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
CHAPITRE 2. - Modifications du Code des sociétés et des associations
Art. 2. Artikel 3:13 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen wordt vervangen als volgt:
  "Art. 3:13. De Koning bepaalt onder welke voorwaarden en op welke wijze de stukken bedoeld in de artikelen 3:10 en 3:12 worden neergelegd en stelt het bedrag vast van de openbaarmakingskosten, alsook de wijze van betaling.
  Hij bepaalt welke categorieën van vennootschappen die neerlegging anders mogen uitvoeren dan langs elektronische weg.
  De vennootschappen die hun jaarrekening, en in voorkomend geval hun geconsolideerde jaarrekening, openbaar maken door neerlegging bij de Nationale Bank van België meer dan één maand na het verstrijken van de in artikel 3:10, tweede lid, in artikel 3:20, § 1, tweede lid, in artikel 3:35, tweede lid, of in artikel 2:99, tweede lid, bedoelde termijn van zeven maanden na afsluiting van het boek jaar, dragen bij in de door de federale toezichthoudende overheden gemaakte kosten voor de opsporing en controle van ondernemingen in moeilijkheden.
  Deze bijdrage bedraagt:
  1° 400 euro, wanneer de jaarrekening of, in voorkomend geval, de geconsolideerde jaarrekening neergelegd wordt tijdens de negende maand na de afsluiting van het boek jaar;
  2° 600 euro, wanneer deze stukken neergelegd worden vanaf de tiende maand en tot de twaalfde maand na de afsluiting van het boek jaar;
  3° 1.200 euro, wanneer deze stukken neergelegd worden vanaf de dertiende maand na de afsluiting van het boek jaar.
  De in het vierde lid bedoelde bedragen worden teruggebracht tot respectievelijk 120, 180 en 360 euro voor de kleine vennootschappen of microvennootschappen die gebruik maken van de mogelijkheid bedoeld in artikel 3:11 om hun jaarrekening volgens het verkort schema of microschema openbaar te maken.
  Deze bijdrage wordt door de Nationale Bank van België samen met de kosten voor de openbaarmaking van de betrokken jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening geïnd voor rekening van de federale overheid, volgens de nadere regels die de Koning bepaalt.
  De bedragen bedoeld in het vierde en vijfde lid, worden elk jaar op 1 januari automatisch aangepast in functie van de evolutie van de consumptieprijsindex van de maand november van het voorgaande jaar, naar boven afgerond op de eerstvolgende hogere euro. De aanvangsindexcijfer voor de indexeringsformule is de index van oktober 2018. De aangepaste bedragen worden uiterlijk op 15 december van elk jaar in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  In geval van overmacht, en ten laatste binnen de achttien maanden na de afsluiting van het desbetreffende boek jaar, kunnen de vennootschappen een aanvraag tot terugbetaling indienen van de betaalde bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden.
  De Koning legt de nadere regels vast betreffende deze aanvraag tot terugbetaling.".
Art. 2. L'article 3:13 du Code des sociétés et des associations est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 3:13. Le Roi détermine les conditions et les modalités du dépôt des documents visés aux articles 3:10 et 3:12 ainsi que le montant et les modes de paiement des frais de publicité.
  Il détermine les catégories de sociétés pouvant effectuer ce dépôt autrement que par la voie électronique.
  Les sociétés qui publient leurs comptes annuels et, le cas échéant, leurs comptes consolidés par dépôt auprès de la Banque nationale de Belgique plus d'un mois après l'échéance du délai de sept mois suivant la clôture de l'exercice social, visé à l'article 3:10, alinéa 2, à l'article 3:20, § 1er, alinéa 2, à l'article 3:35, alinéa 2, ou à l'article 2:99, alinéa 2, contribuent aux frais exposés par les autorités fédérales de surveillance en vue de dépister et de contrôler les entreprises en difficultés.
  Cette contribution s'élève à:
  1° 400 euros, lorsque les comptes annuels ou, le cas échéant, consolidés sont déposés durant le neuvième mois suivant la clôture de l'exercice social;
  2° 600 euros, lorsque ces pièces sont déposées à partir du dixième mois et jusqu'au douzième mois suivant la clôture de l'exercice social;
  3° 1.200 euros, lorsque ces pièces sont déposées à partir du treizième mois suivant la clôture de l'exercice social.
  Les montants visés à l'alinéa 4 sont ramenés à respectivement 120, 180 et 360 euros pour les petites sociétés ou les microsociétés qui font usage de la faculté visée à l'article 3:11 de publier leurs comptes annuels selon un schéma abrégé ou un microschéma.
  Cette contribution est prélevée par la Banque nationale de Belgique en même temps que les frais de publicité des comptes annuels ou consolidés concernés, pour le compte de l'autorité fédérale, suivant des modalités à déterminer par le Roi.
  Les montants visés aux alinéas 4 et 5 sont automatiquement adaptés le 1er janvier de chaque année en fonction de l'évolution de l'indice des prix à la consommation du mois de novembre de l'année précédente, en arrondissant à l'euro supérieur. L'indice de départ de la formule d'indexation est l'indice du mois d'octobre 2018. Les montants adaptés sont publiés au Moniteur belge au plus tard le 15 décembre de chaque année.
  En cas de force majeure, et au plus tard dans les dix-huit mois suivant la date de clôture de l'exercice social concerné, les sociétés peuvent introduire une demande de remboursement de la contribution aux frais exposés par les autorités fédérales de surveillance qui a été payée.
  Le Roi fixe les modalités de cette demande de remboursement.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
CHAPITRE 3. - Modifications du Code de droit économique
Afdeling 1. - Wijzigingen van boek I van het Wetboek van economisch recht
Section 1er. - Modifications du livre Ier du Code de droit économique
Art. 3. In artikel I.2, 16°, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden "in België" ingevoegd tussen de woorden "een adres" en de woorden ", waar ten minste".
Art. 3. A l'article I.2, 16°, du Code de droit économique, inséré par la loi du 17 juillet 2013 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les mots "en Belgique" sont insérés entre les mots "une adresse" et les mots ", où s'exerce".
Afdeling 2. - Wijzigingen van boek III van het Wetboek van economisch recht
Section 2. - Modifications du livre III du Code de droit économique
Art. 4. In artikel III.15 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het vijfde lid wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende:
  "3° de gegevens ingeschreven in het rechtspersonenregister overmaken met het oog op het beschikbaar stellen aan het publiek en aan de centrale handels- en vennootschapsregisters van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte. Deze gegevens omvatten het rijksregisternummer van de personen die gemachtigd zijn om een onderneming te besturen en te vertegenwoordigen wanneer de informatie over hen wordt overgemaakt aan de voornoemde registers.";
  2° tussen het vijfde en het zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "De verspreiding als bedoeld in het vijfde lid, 3°, verloopt via het Europese systeem van gekoppelde registers als bedoeld in artikel 22 van de Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht.";
  3° het vroegere zesde lid, dat het zevende lid wordt, wordt opgeheven.
Art. 4. A l'article III.15 du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 5 est complété par un 3° rédigé comme suit:
  "3° transmettre en vue d'une mise à disposition du public et aux registres centraux, du commerce et des sociétés des Etats membres de l'Espace économique européen les données inscrites dans le registre des personnes morales. Ces données comprennent le numéro de Registre national des personnes habilitées à administrer et à représenter une entreprise lorsque l'information relative à ces dernières est transmise aux registres précités.";
  2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 5 et 6:
  "La transmission visée à l'alinéa 5, 3°, s'effectue via le système européen d'interconnexion des registres visé à l'article 22 de la directive (UE) 2017/1132 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 relative à certains aspects du droit des sociétés.";
  3° l'alinéa 6 ancien, devenant l'alinéa 7, est abrogé.
Art. 5. In artikel III.16, § 1, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013 en vervangen bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
  "1° elke natuurlijke persoon die zich dient in te schrijven in de hoedanigheid van inschrijvingsplichtige onderneming;";
  b) in de bepaling onder 3°, worden de woorden ", een vestigingseenheid" ingevoegd tussen de woorden "een zetel" en de woorden "of een bijkantoor";
  c) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
  "4° elke organisatie zonder rechtspersoonlijkheid die zich dient in te schrijven in de hoedanigheid van inschrijvingsplichtige onderneming;";
  d) in de bepaling onder 6° wordt het woord "andere" opgeheven.
Art. 5. A l'article III.16, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013 et remplacé par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  a) le 1° est remplacé par ce qui suit:
  "1° à toute personne physique tenue de s'inscrire en qualité d'entreprise soumise à inscription;";
  b) dans le 3°, les mots ", une unité d'établissement "sont insérés entre les mots "un siège" et les mots "ou une succursale";
  c) le 4° est remplacé par ce qui suit:
  "4° à toute organisation sans personnalité juridique tenue de s'inscrire en qualité d'entreprise soumise à inscription;";
  d) au 6°, le mot "autre" est abrogé.
Art. 6. In artikel III.18 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 worden de woorden "na advies van het in artikel III.44 bedoelde Toezichtcomité en" opgeheven;
  2° in paragraaf 4 worden de woorden ", of van de definitieve stopzetting van de activiteit" vervangen door de woorden "naar Belgische recht of de doorhaling van de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen".
Art. 6. A l'article III.18 du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 2, les mots "après avis du Comité de Surveillance visé à l'article III.44 et" sont abrogés;
  2° dans le paragraphe 4, les mots "ou de la cessation définitive d'activité" sont remplacés par les mots "de droit belge ou de la radiation de l'inscription dans la Banque-Carrefour des Entreprises".
Art. 7. Artikel III.20 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
  " § 2. In het kader van de identificatie van de personen die bevoegd zijn om ondernemingen te besturen en te vertegenwoordigen, kunnen de centrale handels- en vennootschapsregisters van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte het identificatienummer van het Rijksregister, ontvangen via het systeem van gekoppelde registers bedoeld in artikel III.15, zesde lid, gebruiken.".
Art. 7. Dans le même Code, l'article III.20, inséré par la loi du 17 juillet 2013, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit:
  " § 2. Dans le cadre de l'identification des personnes habilitées à administrer et à représenter des entreprises, les registres centraux, du commerce et des sociétés des Etats membres de l'Espace économique européen peuvent utiliser le numéro d'identification du Registre national, reçu via le système d'interconnexion des registres visé à l'article III.15, alinéa 6.".
Art. 8. In artikel III.29 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden ", zonder voorafgaande machtiging van het Toezichtcomité, worden verleend aan de overheden, besturen, diensten of andere instanties, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun wettelijke of reglementaire opdrachten" vervangen door de woorden "worden verleend aan de overheden, besturen, diensten of andere instanties handelend in het kader van de uitoefening van hun wettelijke of reglementaire opdrachten";
  2° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 11° aangevuld met een bepaling onder i), luidende:
  "i) het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;";
  3° in paragraaf 2 worden de woorden "en na advies van het Toezichtcomité bedoeld in de artikelen III.44" opgeheven.
Art. 8. A l'article III.29 du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "sans autorisation préalable du Comité de Surveillance, aux autorités, administrations, services ou autres instances pour autant que ces données soient nécessaires à l'exécution de leurs missions légales ou règlementaires" sont remplacés par les mots "aux autorités, administrations, services ou autres instances agissant dans le cadre de l'exécution de leurs missions légales ou réglementaires";
  2° dans le paragraphe 1er, le 11° est complété par un i) rédigé comme suit:
  "i) le Code des sociétés et des associations;";
  3° dans le paragraphe 2, les mots "et après avis du Comité de Surveillance visé à l'article III.44" sont abrogés.
Art. 9. Artikel III.30 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, wordt vervangen als volgt:
  "Art. III.30. § 1. De toegang tot de andere gegevens opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen dan die opgesomd in artikel III.29, kan worden verleend door de beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen, mits machtiging door de minister bevoegd voor Economie, aan de overheden, besturen, diensten of andere instanties handelend in het kader van de uitoefening van hun wettelijke of reglementaire opdrachten. De minister verifieert of de doeleinden, waarvoor de machtiging wordt gevraagd, welbepaald, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigd zijn en of de gegevens toereikend, ter zake dienend en niet-buitensporig zijn ten aanzien van die doeleinden. Hij verifieert ook of de gevraagde toegang in overeenstemming is met deze titel alsook met zijn uitvoeringsbesluiten.
  De minister bevoegd voor Economie wint het advies in van de functionaris voor gegevensbescherming van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
  § 2. De minister bevoegd voor Economie kan de bevoegdheid om de machtiging als bedoeld in paragraaf 1 toe te kennen delegeren aan de ambtenaar verantwoordelijk voor de beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen.
  § 3. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels van de toegang als bedoeld in paragraaf 1.
  § 4. In afwijking van paragraaf 1, wordt de machtiging tot de toegang en/of het gebruik van het rijksregisternummer toegekend overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 5 en 8 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, in afwijking van paragraaf 1, de gevallen uitbreiden waarin een machtiging van de minister bevoegd voor Economie niet vereist is.".
Art. 9. L'article III.30 du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. III.30. § 1er. L'accès aux données autres que celles énumérées à l'article III.29, reprises dans la Banque-Carrefour des Entreprises, peut être accordé par le service de gestion de la Banque-Carrefour des Entreprises, moyennant autorisation du ministre ayant l'Economie dans ses attributions, aux autorités, administrations, services et autres instances agissant dans le cadre de leurs missions légales ou règlementaires. Le ministre vérifie si les finalités pour lesquelles l'autorisation est demandée sont déterminées, explicites et légitimes et si les données sont adéquates, pertinentes et non excessives par rapport à ces finalités. Il vérifie également si l'accès demandé est conforme au présent titre ainsi qu'à ses arrêtés d'exécution.
  Le ministre ayant l'Economie dans ses attributions sollicite l'avis du délégué à la protection des données du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie.
  § 2. Le ministre ayant l'Economie dans ses attributions peut déléguer au fonctionnaire responsable du service de gestion de la Banque-Carrefour des Entreprises le pouvoir d'octroyer l'autorisation visée au paragraphe 1er.
  § 3. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités de l'accès visées au paragraphe 1er.
  § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, l'autorisation d'accéder et/ou d'utiliser le numéro de Registre national est octroyée conformément aux dispositions des articles 5 et 8 de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, élargir les cas où, par dérogation au paragraphe 1er, une autorisation du ministre qui a l'Economie dans ses attributions n'est pas requise.".
Art. 10. In artikel III.33, eerste lid, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, worden de woorden ", na advies van het Toezichtcomité," opgeheven.
Art. 10. Dans l'article III.33, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013, les mots ", après avis du Comité de Surveillance," sont abrogés.
Art. 11. In artikel III.34 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt paragraaf 3 opgeheven.
Art. 11. Dans l'article III.34 du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013 et modifié par la loi du 15 avril 2018, le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 12. In artikel III.42 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden "en de organisaties zonder rechtspersoonlijkheid" ingevoegd tussen de woorden "van rechtspersonen" en de woorden "waarvan de afsluiting van de vereffening" en wordt het woord "geleden" vervangen door het woord "eerder";
  b) in paragraaf 1, eerste lid, 3°, worden de woorden "ten minste drie maanden na de beslissing tot sluiting van de verrichtingen van het faillissement in toepassing van de faillissementswet van 8 augustus 1997 of van boek XX van dit Wetboek " vervangen door de woorden "en organisaties zonder rechtspersoonlijkheid waarvan de sluiting van het faillissement minstens drie maanden eerder werd uitgesproken";
  c) paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende:
  "7° de ambtshalve doorhaling van de activiteiten, hoedanigheden, toelatingen en vestigingseenheden van buitenlandse vennootschappen die minstens drie maanden eerder werden stopgezet door de beheersdienst als gevolg van de digitaal ontvangen informatie via het Europese systeem van gekoppelde registers als bedoeld in artikel III.15, zesde lid.".
Art. 12. A l'article III.42 du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 novembre 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, les mots "et des organisations sans personnalité juridique" sont insérés entre les mots "personnes morales" et les mots "dont la clôture de liquidation" et, dans le texte néerlandais, le mot "geleden" est remplacé par le mot "eerder";
  b) dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, les mots "lorsque, depuis au moins trois mois, la clôture de faillite a été prononcée conformément à la loi du 8 août 1997 sur les faillites ou au livre XX du présent Code" sont remplacés par les mots "et des organisations sans personnalité juridique dont la clôture de faillite a été prononcée depuis au moins trois mois";
  c) le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par un 7° rédigé comme suit:
  "7° à la radiation d'office des activités, qualités, autorisations et unités d'établissement des sociétés étrangères arrêtées, depuis au moins trois mois, par le service de gestion à la suite des informations reçues par voie électronique via le système européen d'interconnexion des registres visé à l'article III.15, alinéa 6.".
Art. 13. Artikel III.44 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, wordt opgeheven.
Art. 13. L'article III.44 du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013, est abrogé.
Art. 14. In artikel III.49 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013 en vervangen bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Vooraleer haar activiteiten te starten, is elke onderneming gehouden zich bij een ondernemingsloket naar keuze in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen in de hoedanigheid van inschrijvingsplichtige onderneming. Deze inschrijving moet uitgevoerd worden voor zover de activiteiten worden uitgeoefend in of vanuit een vestigingseenheid.";
  2° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 1° opgeheven.
Art. 14. A l'article III.49 du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013 et remplacé par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Avant de démarrer ses activités, toute entreprise est tenue de s'inscrire, dans la Banque-Carrefour des Entreprises, en qualité d'entreprise soumise à inscription auprès du guichet d'entreprises de son choix. Cette inscription doit être effectuée pour autant que les activités soient exercées au sein ou au départ d'une unité d'établissement.";
  2° au paragraphe 2, le 1° est abrogé.
Afdeling 3. - Wijzigingen van boek V van het Wetboek van economisch recht
Section 3. - Modifications du livre V du Code de droit économique
Art. 15. In artikel V.10 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en gewijzigd bij de wetten van 26 oktober 2015, 29 juni 2016 en 30 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, eerste streep, worden de woorden "of de registratie van het geneesmiddel of door een houder van een vergunning voor parallelinvoer of door een houder van een kennisgeving voor parallelle distributie uitgaande van het Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling" vervangen door de woorden "of van de registratie van het geneesmiddel of door een houder van een vergunning voor parallelinvoer of door een houder van een notificatie voor parallelle distributie";
  2° in de Franse tekst van paragraaf 1, tweede lid, tweede streep, worden de woorden "appareils ou substances" vervangen door de woorden "appareils et substances";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "of registratie van het geneesmiddel of door een houder van een verwijzing voor parallelle invoer van het geneesmiddel" vervangen door de woorden "of van de registratie van het geneesmiddel of door een houder van een vergunning voor parallelinvoer of door een houder van een notificatie voor parallelle distributie".
Art. 15. A l'article V.10 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et modifié par les lois des 26 octobre 2015, 29 juin 2016 et 30 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, premier tiret, les mots "du médicament ou de l'enregistrement du médicament ou par un détenteur d'une autorisation d'importation parallèle ou par un détenteur d'une notification issue par l'Agence européenne pour l'évaluation des médicaments pour la distribution parallèle "sont remplacés par les mots "ou de l'enregistrement du médicament ou par un détenteur d'une autorisation d'importation parallèle ou par un détenteur d'une notification de distribution parallèle";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, deuxième tiret, les mots "appareils ou substances "sont remplacés par les mots "appareils et substances";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "ou par un détenteur d'une autorisation d'importation parallèle du médicament "sont remplacés par les mots "ou par un détenteur d'une autorisation d'importation parallèle ou par un détenteur d'une notification de distribution parallèle".
Art. 16. In artikel V.14, §§ 1 en 2, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 3 april 2013, worden de woorden "van de geneesmiddelen" telkens vervangen door de woorden "of de houder van een notificatie voor parallelle distributie".
Art. 16. Dans l'article V.14, §§ 1er et 2, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013, les mots "ou le détenteur d'une autorisation d'importation parallèle du médicament" sont chaque fois remplacés par les mots "ou le détenteur d'une autorisation d'importation parallèle ou le détenteur d'une notification de distribution parallèle".
Afdeling 4. - Wijzigingen van boek VI van het Wetboek van economisch recht
Section 4. - Modifications du livre VI du Code de droit économique
Art. 17. In boek VI, titel 2, hoofdstuk 2/1, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014 en gewijzigd bij de wet van 17 maart 2022, wordt een artikel VI.7/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. VI.7/5. § 1. Overeenkomstig artikel 128, § 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarbij de euro wettig betaalmiddel wordt, en de artikelen 10 en 11 van Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro, aanvaardt de onderneming een betaling in speciën van de consument wanneer een betaling in euro in gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument en de onderneming plaatsvindt.
  Dit artikel is van toepassing onverminderd de bepalingen van boek III van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, mag de onderneming tijdelijk betalingen in speciën weigeren voor naar behoren gemotiveerde redenen van veiligheid. Ze deelt dit aan de consument op duidelijke, begrijpelijke en goed zichtbare wijze mee aan de ingang van haar verkoopruimte en aan de kassa.
  De onderneming mag de nominale waarde van de door haar aanvaarde biljetten beperken indien de nominale waarde van het aangeboden biljet niet in verhouding staat tot het door de consument verschuldigde bedrag.".
Art. 17. Dans le livre VI, titre 2, chapitre 2/1, du même Code, inséré par la loi du 15 mai 2014 et modifié par la loi du 17 mars 2022, il est inséré un article VI.7/5 rédigé comme suit:
  "Art. VI.7/5. § 1er. Conformément à l'article 128, § 1er, du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, conférant cours légal à l'euro, et aux articles 10 et 11 du règlement (CE) n° 974/98 du Conseil du 3 mai 1998 concernant l'introduction de l'euro, l'entreprise accepte les paiements en espèces du consommateur, lorsque le paiement en euro a lieu en présence physique et simultanée du consommateur et de l'entreprise.
  Le présent article s'applique sans préjudice des dispositions du livre III de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, l'entreprise peut temporairement refuser les paiements en espèces pour des raisons de sécurité dûment justifiées. Elle en informe le consommateur de manière claire, compréhensible et bien visible à l'entrée de son établissement commercial et à la caisse.
  L'entreprise peut limiter la valeur nominale des billets qu'elle accepte si la valeur nominale du billet de banque proposé est disproportionnée par rapport au montant dû par le consommateur.".
Art. 18. In boek VI, titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt een artikel VI.45/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. VI.45/2. § 1. Onverminderd de overige verplichtingen die worden opgelegd door deze afdeling biedt de onderneming aan de consument, voordat de consument door een overeenkomst op afstand gebonden is, minstens twee verschillende leveringswijzen voor de goederen die hij te koop aanbiedt.
  Deze bepaling is enkel van toepassing op overeenkomsten waarbij de levering van de bestelde goederen op Belgisch grondgebied plaatsvindt.
  § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing indien er objectieve redenen eigen aan de aangekochte goederen of eigen aan de plaats waar de aangekochte goederen geleverd of gebruikt zijn om slechts één leveringswijze aan te bieden. In dat geval verstrekt de onderneming objectieve informatie over de reden waarom aan de consument geen tweede leveringswijze wordt aangeboden.
  Paragraaf 1 is niet van toepassing indien de enige aangeboden leveringswijze bestaat in het ophalen van het bestelde goed in een vestigingseenheid van de onderneming.
  Paragraaf 1 is niet van toepassing op ondernemingen die minder dan drie jaar geleden zijn opgericht.
  De Koning kan na beraadslaging in Ministerraad de goederen of de categorieën van goederen aanwijzen waarvoor paragraaf 1 niet van toepassing is.
  § 3. Vier jaar na de datum van inwerkingtreding evalueert de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie de toepassing van deze bepaling. Het verslag van deze evaluatie wordt overgemaakt aan de minister, de minister bevoegd voor Middenstand, de minister bevoegd voor Consumenten, en de minister bevoegd voor Post.".
Art. 18. Dans le livre VI, titre 3, chapitre 2, section 1re, du même Code, insérée par la loi du 21 décembre 2013, il est inséré un article VI.45/2 rédigé comme suit:
  "Art. VI.45/2. § 1er. Sans préjudice des autres obligations imposées par la présente section, l'entreprise propose au consommateur, avant que le consommateur ne soit lié par un contrat à distance, au moins deux options de livraison différentes pour les biens qu'elle offre à la vente.
  Cette disposition ne s'applique qu'aux contrats pour lesquels la livraison des biens commandés a lieu sur le territoire belge.
  § 2. Le paragraphe 1er ne s'applique pas s'il existe des raisons objectives propres aux biens achetés ou au lieu où les biens achetés sont livrés ou utilisés, de ne proposer qu'une seule option de livraison. Dans ce cas, l'entreprise fournit des informations objectives sur la raison pour laquelle une deuxième option de livraison n'est pas proposée au consommateur.
  Le paragraphe 1er ne s'applique pas si la seule option de livraison proposée est l'enlèvement du bien commandé dans une unité d'établissement de l'entreprise.
  Le paragraphe 1er ne s'applique pas aux entreprises fondées depuis moins de trois ans.
  Le Roi peut, après délibération en Conseil des ministres, désigner les biens ou les catégories de biens auxquels le paragraphe 1er ne s'applique pas.
  § 3. Quatre ans après la date d'entrée en vigueur, le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie évalue l'application de cette disposition. Le rapport de cette évaluation est soumis au ministre, au ministre ayant les Classes moyennes dans ses attributions, au ministre ayant les Consommateurs dans ses attributions, et au ministre ayant la Poste dans ses attributions.".
Art. 19. In boek VI, titel 3, hoofdstuk 6, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt een artikel VI.81/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. VI.81/1. Dit hoofdstuk is ook van toepassing op de overeenkomsten gesloten tussen een onderneming en een vereniging van mede-eigenaars bedoeld in artikel 3.86 van het Burgerlijk Wetboek van het gebouw of van een groep van gebouwen in gedwongen mede-eigendom waarvan vijfenzeventig procent of meer van haar aandelen in de gemeenschappelijke delen zijn toebedeeld aan kavels die geen professionele bestemming kunnen hebben overeenkomstig de statuten van de mede-eigendom."
Art. 19. Dans le livre VI, titre 3, chapitre 6, du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, il est inséré un article VI.81/1 rédigé comme suit:
  "Art. VI.81/1. Le présent chapitre est également applicable aux contrats conclus entre une entreprise et une association des copropriétaires visée à l'article 3.86 du Code civil d'un immeuble ou d'un groupe d'immeubles en copropriété forcée dont septante-cinq pour cent des quotes-parts ou plus dans ses parties communes sont attribuées à des lots qui ne peuvent pas avoir une affectation professionnelle conformément aux statuts de copropriété."
Art. 20. Artikel VI.86 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 21 december 2013 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 december 2017, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
  " § 4. De bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen kan van de ondernemingen die in de sector actief zijn die het voorwerp uitmaakt van een vraag om advies, eisen dat zij haar binnen de termijn die zij vaststelt, de bedingen en voorwaarden die in tekoopaanbiedingen en in verkopen van producten voorkomen, overmaken.
  De betrokken ondernemingen kunnen zich bij dit verzoek niet beroepen op het bedrijfsgeheim, noch op een geheimhoudingsclausule.
  De leden van de bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen en al diegenen die aan haar werkzaamheden deelnemen, zijn gehouden tot geheimhouding voor de feiten, daden en inlichtingen waarvan zij uit hoofde van hun ambt kennis hebben.".
Art. 20. L'article VI.86 du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013 et modifié par l'arrêté royal du 13 décembre 2017, est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit:
  " § 4. La Commission consultative spéciale Clauses abusives peut exiger des entreprises qui sont actives dans un secteur qui fait l'objet d'une demande d'avis, qu'elles lui transmettent, dans le délai qu'elle fixe, les clauses et conditions utilisées dans les offres en vente et dans les ventes de produits.
  Les entreprises concernées ne peuvent pas, dans le cadre de cette demande, invoquer le secret d'affaires ni une clause de confidentialité.
  Les membres de la Commission consultative spéciale Clauses abusives et tous ceux qui apportent leur concours à ses travaux sont astreints au secret pour les faits, actes et renseignements dont ils ont pu avoir connaissance en raison de leurs fonctions.".
Art. 21. In boek VI, titel 3, hoofdstuk 9, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt een artikel VI.90/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. VI.90/1. Dit hoofdstuk is ook van toepassing op de overeenkomsten gesloten tussen een onderneming en een vereniging van mede-eigenaars bedoeld in artikel 3.86 van het Burgerlijk Wetboek van het gebouw of van een groep van gebouwen in gedwongen mede-eigendom waarvan vijfenzeventig procent of meer van haar aandelen in de gemeenschappelijke delen zijn toebedeeld aan kavels die geen professionele bestemming kunnen hebben overeenkomstig de statuten van de mede-eigendom."
Art. 21. Dans le livre VI, titre 3, chapitre 9, du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, il est inséré un article VI.90/1 rédigé comme suit:
  "Art. VI.90/1. Le présent chapitre est également applicable aux contrats conclus entre une entreprise et une association de copropriétaires visée à l'article 3.86 du Code civil d'un immeuble ou d'un groupe d'immeubles en copropriété forcée dont septante-cinq pour cent des quotes-parts ou plus dans ses parties communes sont attribuées à des lots qui ne peuvent pas avoir une affectation professionnelle conformément aux statuts de copropriété."
Art. 22. Artikel VI.91/1 van hetzelfde wetboek , ingevoegd bij de wet van 4 april 2019, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
  " § 3. Deze titel is ook van toepassing op de overeenkomsten gesloten tussen een onderneming en een vereniging van mede-eigenaars bedoeld in artikel 3.86 van het Burgerlijk Wetboek van het gebouw of van een groep van gebouwen in gedwongen mede-eigendom waarvan meer dan vijfentwintig procent van haar aandelen in de gemeenschappelijke delen zijn toebedeeld aan kavels die een professionele bestemming kunnen hebben overeenkomstig de statuten van de mede-eigendom.".
Art. 22. L'article VI.91/1 du même Code, inséré par la loi du 4 avril 2019, est complété par le paragraphe 3 rédigé comme suit:
  " § 3. Le présent titre est également applicable aux contrats conclus entre une entreprise et une association de copropriétaires visée à l'article 3.86 du Code civil d'un immeuble ou d'un groupe d'immeubles en copropriété forcée dont plus de vingt-cinq pour cent des quotes-parts dans ses parties communes sont attribuées à des lots qui peuvent avoir une affectation professionnelle conformément aux statuts de copropriété.".
Art. 23. In artikel VI.91/8 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 4 april 2019, wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
  " § 1/1. De bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen kan de ondernemingen die actief zijn in een sector die het voorwerp uitmaakt van een vraag om advies, eisen dat zij haar, binnen de termijn die zij vaststelt, hun bedingen en contractvoorwaarden overmaken.
  De betrokken ondernemingen kunnen zich bij dit verzoek niet beroepen op het bedrijfsgeheim, noch op een geheimhoudingsclausule.
  De leden van de bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen en al diegenen die aan haar werkzaamheden deelnemen, zijn gehouden tot geheimhouding voor de feiten, daden en inlichtingen waarvan zij uit hoofde van hun ambt kennis hebben.".
Art. 23. Dans l'article VI.91/8 du même Code, inséré par la loi du 4 avril 2019, il est inséré un paragraphe 1er/1 rédigé comme suit:
  " § 1er/1. La Commission consultative spéciale Clauses abusives peut exiger des entreprises qui sont actives dans un secteur qui fait l'objet d'une demande d'avis de lui transmettre, dans le délai qu'elle fixe, leurs clauses et conditions contractuelles.
  Les entreprises concernées ne peuvent pas, dans le cadre de cette demande, invoquer le secret d'affaires ni une clause de confidentialité.
  Les membres de la Commission consultative spéciale Clauses abusives et tous ceux qui apportent leur concours à ses travaux sont astreints au secret pour les faits, actes et renseignements dont ils ont pu avoir connaissance en raison de leurs fonctions.".
Afdeling 5. - Wijzigingen van boek VII van het Wetboek van economisch recht
Section 5. - Modifications du livre VII du Code de droit économique
Art. 24. In artikel VII.57, § 2, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 22 december 2017, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
  "Naast consumenten, bedoeld in het eerste lid, is deze afdeling van toepassing op verenigingen van mede-eigenaars, bedoeld in artikel 3.86 van het Burgerlijk Wetboek , van een gebouw of van een groep van gebouwen in gedwongen mede-eigendom waarvan vijfenzeventig procent of meer van haar aandelen in de gemeenschappelijke delen zijn toebedeeld aan kavels die geen professionele bestemming kunnen hebben overeenkomstig de statuten van de mede-eigendom. Elke wijziging aan deze bestemming in de statuten wordt onverwijld meegedeeld aan de kredietinstelling bij wie de basisbankdienst wordt aangevraagd of verleend.".
Art. 24. Dans l'article VII.57, § 2, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 22 décembre 2017, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
  "Outre le consommateur visé à l'alinéa 1er, la présente section est également applicable à toute association de copropriétaires visée à l'article 3.86 du Code civil d'un immeuble ou d'un groupe d'immeubles en copropriété forcée dont septante-cinq pour cent des quotes-parts ou plus dans ses parties communes sont attribuées à des lots qui ne peuvent pas avoir une affectation professionnelle conformément aux statuts de copropriété. Toute modification de cette affectation dans les statuts est notifiée sans délai à l'établissement de crédit auprès duquel le service bancaire de base est demandé ou fourni.".
Art. 25. In artikel VII.59/4 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 8 november 2020 en gewijzigd bij de wetten van 25 september 2022 en 5 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of aan wie ten minste tweemaal een aanvraag tot opening van voormelde minimale betalingsdiensten is geweigerd, en ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd" ingevoegd tussen de woorden "een aanvraag tot opening van minimaal de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a, b of c is geweigerd" en de woorden ", heeft recht, onder de voorwaarden bepaald bij deze afdeling";
  2° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende:
  "Naast ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, is deze afdeling van toepassing op verenigingen van mede-eigenaars, bedoeld in artikel 3.86 van het Burgerlijk Wetboek , van een gebouw of van een groep van gebouwen in gedwongen mede-eigendom waarvan meer dan vijfentwintig procent van haar aandelen in de gemeenschappelijke delen zijn toebedeeld aan kavels die een professionele bestemming kunnen hebben overeenkomstig de statuten van de mede-eigendom. Elke wijziging aan deze bestemming in de statuten wordt onverwijld meegedeeld aan de kredietinstelling bij wie de basisbankdienst wordt aangevraagd of verleend.";
  3° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De basisbankdienst-aanbieder aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, vijfde lid, rekent op jaarbasis niet meer dan 420 euro aan voor het aanbieden van de basisbankdienst aan de betrokken onderneming of diplomatieke zending. Dit bedrag kan jaarlijks worden geïndexeerd. De Koning kan het bedrag, op advies van de Bank, aanpassen.".
Art. 25. A l'article VII.59/4 du même Code, inséré par la loi du 8 novembre 2020 et modifié par les lois des 25 septembre 2022 et 5 novembre 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ou qui s'est vu refuser au moins deux fois une demande d'ouverture des services de paiement susmentionnés et qui a été informée de la résiliation de ses comptes," sont insérés entre les mots "une demande d'ouverture d'au minimum les services de paiement visés à l'article I.9, 1°, a, b ou c," et les mots "a droit, aux conditions fixées par la présente section";
  2° dans le paragraphe 1er, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3:
  "Outre les entreprises visées à l'alinéa 1er, la présente section est également applicable à toute association de copropriétaires visée à l'article 3.86 du Code Civil d'un immeuble ou d'un groupe d'immeubles en copropriété forcée dont plus de vingt-cinq pour cent des quotes-parts dans ses parties communes sont attribuées à des lots qui peuvent avoir une affectation professionnelle conformément aux statuts de copropriété. Toute modification de cette affectation dans les statuts est notifiée sans délai à l'établissement de crédit auprès duquel le service bancaire de base est demandé ou fourni.";
  3° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Le prestataire du service bancaire de base désigné conformément au paragraphe 3, alinéa 5, facture à l'entreprise ou à la mission diplomatique concernée un montant qui ne peut pas excéder 420 euros sur une base annuelle pour la prestation du service bancaire de base. Ce montant peut être indexé annuellement. Le Roi peut modifier le montant sur avis de la Banque.".
Art. 26. In artikel VII.59/5 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 8 november 2020 en gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, wordt het derde lid aangevuld met de woorden "of van het feit dat de onderneming of de diplomatieke zending ten minste tweemaal een aanvraag tot betalingsdiensten zoals bepaald in artikel VII.59/4, § 1, is geweigerd, en dat zij ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd".
Art. 26. Dans l'article VII.59/5 du même Code, inséré par la loi du 8 novembre 2020 et modifié par la loi du 25 septembre 2022, l'alinéa 3 est complété par les mots "ou que l'entreprise ou la mission diplomatique s'est vu refuser au moins deux fois une demande d'ouverture des services de paiement visés à l'article VII.59/4, § 1er, et qu'elle a été informée de la résiliation de ses comptes".
Art. 27. In artikel VII.59/9, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 25 september 2022, worden de woorden "in paragraaf 1, 1° en 2° " vervangen door de woorden "in paragraaf 1, 1°, 2° en 5° ".
Art. 27. Dans l'article VII.59/9, § 2, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 25 septembre 2022, les mots "visées aux paragraphe 1er, 1° et 2° " sont remplacés par les mots "visées aux paragraphe 1er, 1°, 2° et 5° ".
Afdeling 6. - Wijziging van boek VIII van het Wetboek van economisch recht
Section 6. - Modification du livre VIII du Code de droit économique
Art. 28. In artikel VIII.57 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 29 juni 2016, worden de woorden "kan de Koning" vervangen door de woorden "en Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011 alsook de omzetting of toepassing van etiketteringsregels op energiegerelateerde producten zoals bedoeld in Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 tot vaststelling van een kader voor energie-etikettering en tot intrekking van Richtlijn 2010/30/EU en haar gedelegeerde handelingen, kan de Koning, zonder zich te beperken tot de minimumeisen".
Art. 28. Dans l'article VIII.57 du même Code, inséré par la loi du 29 juin 2016, les mots ", le Roi peut" sont remplacés par les mots "et au règlement (UE) 2019/1020 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 sur la surveillance du marché et la conformité des produits, et modifiant la directive 2004/42/CE et les règlements (CE) n° 765/2008 et (UE) n° 305/2011 ainsi qu'en vue de la transposition ou l'implémentation des règles d'étiquetage sur des produits liés à l'énergie visée au règlement (UE) 2017/1369 du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2017 établissant un cadre pour l'étiquetage énergétique et abrogeant la directive 2010/30/UE et ses actes délégués, le Roi peut, sans toutefois se limiter aux exigences minimales".
Afdeling 7. - Wijzigingen van boek X van het Wetboek van economisch recht
Section 7. - Modifications du livre X du Code de droit économique
Art. 29. In artikel X.28, § 1, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 2 april 2014, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
  "1° Belangrijke contractuele bepalingen, voor zover ze zijn voorzien in de commerciële samenwerkings-- overeenkomst:
  a) de vermelding dat de commerciële samenwerkingsovereenkomst al dan niet specifiek met inachtneming van de persoon wordt gesloten;
  b) de duur van de commerciële samenwerkingsovereenkomst en de voorwaarden voor de hernieuwing en de opzegging alsook de financiële gevolgen ervan, in het bijzonder wat de lasten en de investeringen betreft;
  c) de rechtstreekse vergoeding die de persoon die het recht verkrijgt, moet betalen aan degene die het recht verleent en de berekeningswijze voor de onrechtstreekse vergoeding die de persoon die het recht verleent, ontvangt en, in voorkomend geval, de wijze van herziening in de loop van de overeenkomst en bij de hernieuwing ervan;
  d) de kosten bij opstart of wederkerende kosten zoals de marketing, informatica, transport, opleiding ten laste van de persoon die het recht verkrijgt en de voorwaarden tot wijziging hiervan;
  e) de exclusiviteit die is voorbehouden aan de persoon die het recht verleent;
  f) de concurrentiebedingen, hun duur, de voorwaarden en de gevolgen van het niet behalen ervan;
  g) de verplichtingen inzake het hanteren van maximumprijzen;
  h) de verplichtingen inzake minimumomzet en minimumafname en de gevolgen van het niet behalen ervan;
  i) de beperkingen op het gebruik van de intellectuele eigendomsrechten;
  j) de beperkingen op de toegang tot en de gebruiksrechten van cliënteeldata tijdens en na de overeenkomst van de persoon die het recht verkrijgt;
  k) de beperkingen inzake online verkoop en online promotie;
  l) de voorkooprechten of de aankoopoptie ten voordele van de persoon die het recht verleent en de regels voor de waardebepaling van de handelszaak bij de uitoefening van deze rechten of deze optie;
  m) de bedingen betreffende de relatie en de afhankelijkheid tussen de commerciële samenwerkingsovereenkomst en de huurovereenkomst of elke andere overeenkomst betreffende de exploitatievestiging;
  n) de redenen voor de uitdrukkelijke ontbinding van de overeenkomst alsook de financiële gevolgen ervan, in het bijzonder wat de lasten en de investeringen betreft;
  o) het bevoegdheidsbeding, de rechtskeuze en de proceduretaal.".
Art. 29. Dans l'article X.28, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 2 avril 2014, le 1° est remplacé par ce qui suit:
  "1° Dispositions contractuelles importantes, pour autant qu'elles soient prévues dans l'accord de partenariat commercial:
  a) la mention que l'accord de partenariat commercial est conclu ou non en considération de la personne;
  b) la durée de l'accord de partenariat commercial, les conditions de son renouvellement et de sa résiliation, ainsi que les conséquences financières de celle-ci, en particulier en ce qui concerne les charges et investissements;
  c) la rémunération directe que devra payer la personne qui reçoit le droit à celle qui octroie le droit et le mode de calcul de la rémunération indirecte que percevra la personne qui octroie le droit et, le cas échéant, son mode de révision en cours de contrat et lors de son renouvellement;
  d) les coûts de démarrage ou les coûts récurrents tels que les coûts de marketing, d'informatique, de transport, de formation à charge de la personne recevant le droit et les conditions de modification de ceux-ci;
  e) l'exclusivité réservée à la personne qui octroie le droit;
  f) les clauses de non-concurrence, leur durée, les conditions et les conséquences de leur non-respect;
  g) les obligations relatives à l'application de prix maximaux;
  h) les obligations en matière de chiffre d'affaires minimum et d'achat minimum et conséquences de la non-réalisation de celles-ci;
  i) les limitations à l'utilisation des droits de propriété intellectuelle;
  j) les limitations de l'accès aux droits d'utilisation des données clients pendant et après le contrat de la personne qui reçoit le droit;
  k) les limitations relatives aux ventes en ligne et à la promotion en ligne;
  l) le droit de préemption ou l'option d'achat en faveur de la personne qui octroie le droit et les règles de détermination de la valeur du commerce lors de l'exercice de ce droit ou de cette option;
  m) les clauses relatives à la relation et la dépendance entre l'accord de partenariat commercial et le contrat de bail ou tout autre contrat relatif au siège d'exploitation;
  n) les motifs de résolution expresse du contrat ainsi que ses conséquences financières, en particulier en ce qui concerne les charges et les investissements;
  o) la clause attributive de juridiction, le choix de la loi et la langue de procédure.".
Afdeling 8. - Wijzigingen van boek XI van het Wetboek van economisch recht
Section 8. - Modifications du livre XI du Code de droit économique
Art. 30. In artikel XI.34, § 1, b), van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de wet van 19 december 2017, wordt het woord "proefnemingen" vervangen door de woorden "handelingen voor experimentele doeleinden".
Art. 30. Dans le texte néerlandais de l'article XI.34, § 1er, b), du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et remplacé par la loi du 19 décembre 2017, le mot "proef-nemingen" est remplacé par les mots "handelingen voor experimentele doeleinden".
Art. 31. Artikel XI.65 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
  " § 2. De Dienst stelt het register van erkende gemachtigden via elektronische weg ter beschikking van het publiek.
  De Koning bepaalt de voorwaarden voor beschikbaarstelling van het publiek van het register van erkende gemachtigden, alsook de vermeldingen van het register die onderworpen zijn aan de inzage ten behoeve van het publiek.".
Art. 31. L'article XI.65 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 2 mai 2019, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit:
  " § 2. L'Office met à la disposition du public le registre des mandataires agréés par voie électronique.
  Le Roi détermine les conditions de mise à la disposition du public du registre des mandataires agréés, ainsi que les mentions du registre qui sont soumises à l'inspection publique.".
Art. 32. Artikel XI.65/1 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vernummerd bij de wet van 8 juli 2018, wordt opgeheven.
Art. 32. L'article XI.65/1 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et renuméroté par la loi du 8 juillet 2018, est abrogé.
Art. 33. In artikel XI.72, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 8 juli 2018, worden de woorden "paragraaf 2 van dit artikel" vervangen door de woorden "paragraaf 1, tweede lid, van dit artikel".
Art. 33. Dans l'article XI.72, alinéa 1er, 2°, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 8 juillet 2018, les mots "paragraphe 2 dudit article" sont remplacés par les mots "paragraphe 1er, alinéa 2, dudit article".
Art. 34. In artikel XI.73, 1°, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de wet van 8 juli 2018, worden de woorden "bedoeld in artikel XI.72, eerste lid, 1° tot 3° " vervangen door de woorden "bedoeld in de artikelen XI.71 en XI.72, eerste lid, 1° tot 3° ".
Art. 34. Dans l'article XI.73, 1°, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et remplacé par la loi du 8 juillet 2018, les mots "visés à l'article XI.72, alinéa 1er, 1° à 3° "sont remplacés par les mots "visés aux articles XI.71 et XI.72, alinéa 1er, 1° à 3° ".
Art. 35. Artikel XI.97 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De aanvraag voor een certificaat kan niet worden geweigerd zonder dat de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld binnen een door de Koning bepaalde termijn commentaar te leveren op de voorgenomen weigering.".
Art. 35. L'article XI.97 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 2 mai 2019, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "La demande de certificat ne peut être rejetée sans que soit donnée au demandeur la possibilité de présenter ses observations sur le refus envisagé dans le délai fixé par le Roi.".
Art. 36. In artikel XI.225, § 1, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de wet van 1 april 2022, worden de woorden" of in licentie heeft gegeven," ingevoegd tussen de woorden ", heeft overgedragen" en de woorden "aan een producent van een audiovisueel werk,".
Art. 36. Dans l'article XI.225, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et remplacé par la loi du 1er avril 2022, les mots "ou donné sous licence" sont insérés entre les mots "ou un artiste-interprète ou exécutant a cédé" et les mots "son droit d'autoriser ou d'interdire".
Art. 37. In artikel XI.227/1, § 1, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 25 november 2018, worden de woorden "of in licentie heeft gegeven," ingevoegd tussen de woorden ", heeft overgedragen" en de woorden "aan een producent van een audiovisueel werk,".
Art. 37. Dans l'article XI.227/1, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 25 novembre 2018, les mots "ou donné sous licence" sont insérés entre les mots "ou un artiste-interprète ou exécutant a cédé" et les mots "son droit d'autoriser ou d'interdire".
Art. 38. In artikel XI.228/4, § 1, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 19 juni 2022, worden de woorden "of in licentie heeft gegeven" ingevoegd tussen de woorden ", heeft overgedragen" en de woorden ", behoudt hij het recht".
Art. 38. Dans l'article XI.228/4, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 juin 2022, les mots "ou donné sous licence" sont insérés entre les mots "ou un artiste-interprète ou exécutant a cédé" et les mots "son droit d'autoriser ou d'interdire".
Art. 39. In artikel XI.228/11 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 19 juni 2022, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt:
  " § 1. Wanneer een auteur of een uitvoerend kunstenaar van een geluids- of audiovisueel werk zijn recht om de mededeling aan het publiek, met inbegrip van de beschikbaarstelling aan het publiek, door een dienstverlener van de informatiemaatschappij bedoeld in artikel XI.228/10, toe te staan of te verbieden, heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven aan een producent of uitgever, behoudt hij het recht op een vergoeding voor de mededeling aan het publiek door een dienstverlener van de informatiemaatschappij bedoeld in artikel XI.228/10.".
Art. 39. Dans l'article XI.228/11 du même Code, inséré par la loi du 19 juin 2022, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Lorsqu'un auteur ou un artiste-interprète ou exécutant d'une oeuvre sonore ou audiovisuelle a cédé ou donné sous licence son droit d'autoriser ou d'interdire la communication au public, en ce compris la mise à disposition du public, par un prestataire de services de la société de l'information visé à l'article XI.228/10, à un producteur ou à un éditeur, il conserve le droit d'obtenir une rémunération au titre de la communication au public par un prestataire de services de la société de l'information, visé à l'article XI.228/10.".
Art. 40. In artikel XI.240 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, vervangen bij de wet van 22 december 2016 en gewijzigd bij de wet van 19 juni 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "artikel XI.191/1, § 1, 3°, 4° en 8° " vervangen door de woorden "artikel XI.191/1, § 1, 3°, 4°, 6° en 8° ";
  2° in het derde lid worden de woorden "artikel XI.217/1, 3°, 4 en 7" vervangen door de woorden "artikel XI.217/1, 3°, 4°, 5° en 7° ".
Art. 40. A l'article XI.240 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, remplacé par la loi du 22 décembre 2016 et modifié par la loi du 19 juin 2022, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "l'article XI.191/1, § 1er, 3°, 4° et 8° " sont remplacés par les mots "l'article XI.191/1, § 1er, 3°, 4°, 6° et 8° ";
  2° dans l'alinéa 3, les mots "l'article XI.217/1, 3°, 4° et 7° " sont remplacés par les mots "l'article XI.217/1, 3°, 4°, 5° et 7° ".
Art. 41. In artikel XI.250, eerste lid, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de wet van 8 juni 2017, worden de woorden "niet-speculatieve" vervangen door het woord "defensieve".
Art. 41. Dans l'article XI.250, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et remplacé par la loi du 8 juin 2017, les mots "non spéculatifs" sont remplacés par le mot "défensifs".
Art. 42. In artikel XI.272, eerste lid, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de wet van 8 juni 2017, worden de woorden "de lidmaatschapsvoorwaarden en" ingevoegd tussen de woorden "de voorstellen tot wijziging van de statuten," en de woorden "de tarifering-, inning- of verdelingregels".
Art. 42. Dans le texte néerlandais de l'article XI.272, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et remplacé par la loi du 8 juin 2017, les mots "de lidmaatschapsvoorwaarden en" sont insérés entre les mots "de voorstellen tot wijziging van de statuten," et les mots "de tarifering-, inning- of verdelingregels".
Art. 43. In boek XI, titel 10, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel XI.338/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.338/1. De ministers die bevoegd zijn voor intellectuele eigendom respectievelijk justitie, worden gemachtigd een verzoek tot oprichting van een lokale afdeling in België te richten aan de voorzitter van het administratief comité overeenkomstig artikel 7(3) van de Overeenkomst van 19 februari 2013 betreffende het eengemaakt octrooigerecht, waarmee werd ingestemd bij de wet van 27 mei 2014.
  Deze lokale afdeling heeft haar zetel te Brussel.".
Art. 43. Dans le livre XI, titre 10, chapitre 1er, du même Code, il est inséré un article XI.338/1 rédigé comme suit:
  "Art. XI.338/1. Les ministres ayant respectivement la propriété intellectuelle ou la justice dans leurs attributions sont habilités à adresser une demande au président du comité administratif en vue de la création d'une division locale en Belgique conformément à l'article 7(3) de l'Accord du 19 février 2013 relatif à une juridiction unifiée du brevet, approuvé par la loi du 27 mai 2014.
  Cette division locale a son siège à Bruxelles.".
Art. 44. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel XI.338/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.338/2. In toepassing van artikel 49 van de voornoemde Overeenkomst, zijn de proceduretalen van de lokale afdeling, het Nederlands, het Frans, het Duits en het Engels.".
Art. 44. Dans le même chapitre, il est inséré un article XI.338/2 rédigé comme suit:
  "Art. XI.338/2. En application de l'article 49 de l'Accord précité, les langues de procédure de cette division locale sont le néerlandais, le français, l'allemand et l'anglais.".
Art. 45. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel XI.338/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.338/3. Personeel van het departement van de minister bevoegd voor Economie kan door de Koning deeltijds of voltijds ter beschikking gesteld worden van het Eengemaakt Octrooigerecht.
  De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de nadere regels van die terbeschikkingstelling.".
Art. 45. Dans le même chapitre, il est inséré un article XI.338/3 rédigé comme suit:
  "Art. XI.338/3. Le personnel du département du ministre qui a l'Economie dans ses attributions peut être mis, par le Roi, à la disposition de la Juridiction unifiée du brevet à temps partiel ou à temps plein.
  Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités de la mise à disposition.".
Afdeling 9. - Wijzigingen van boek XV van het Wetboek van economisch recht
Section 9. - Modifications du livre XV du Code de droit économique
Art. 46. In artikel XV.31/2/1 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 29 september 2020 en gewijzigd bij de wet van 5 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "en aan de collectieve belangen van ondernemingen" ingevoegd tussen de woorden "aan de collectieve consumentenbelangen" en de woorden "te voorkomen,";
  2° in het eerste lid worden de woorden "en/of ondernemingen" ingevoegd tussen de woorden "toebrengen aan consumenten" en de woorden ", en van de gegevens";
  3° in het tweede lid worden de woorden "die de schadelijke praktijken hanteert" ingevoegd tussen de woorden "bedoelde ambtenaren de onderneming" en de woorden "op de hoogte te brengen van de feiten";
  4° in het derde lid worden de woorden "vierentwintig uur" vervangen door de woorden "twee werkdagen".
Art. 46. A l'article XV.31/2/1 du même Code, inséré par la loi du 29 septembre 2020 et modifié par la loi du 5 novembre 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "et aux intérêts collectifs des entreprises" sont insérés entre les mots "aux intérêts collectifs des consommateurs" et les mots ", les agents visés";
  2° dans l'alinéa 1er, les mots "et/ou aux entreprises" sont insérés entre les mots "portent préjudice aux consommateurs" et les mots ", de données relatives";
  3° dans l'alinéa 2, les mots "qui utilise les pratiques nuisibles" sont insérés entre les mots "informer l'entreprise" et les mots "des faits qui sont à la base";
  4° dans l'alinéa 3, les mots "quarante-huit heures" sont remplacés par les mots "deux jours ouvrables".
Art. 47. Artikel XV.60/2 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 29 september 2020, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "In geval van laattijdige betaling van de transactie bedoeld in artikel XV.61, § 1 en indien het openbaar ministerie overeenkomstig artikel XV.69/1 heeft afgezien van het instellen van een strafvervolging, van het voorstellen van een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of van een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek , kunnen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 deze laattijdige betaling nog aanvaarden en de administratieve vervolging stopzetten.".
Art. 47. L'article XV.60/2 du même Code, inséré par la loi du 29 septembre 2020, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "En cas de paiement tardif de la transaction visée à l'article XV.61, § 1er et si le ministère public renonce, conformément à l'article XV.69/1, à intenter les poursuites pénales, à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou à proposer une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 peuvent encore accepter ce paiement tardif et classer la poursuite administrative sans suite.".
Art. 48. In artikel XV.60/7 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 29 september 2020, wordt een vierde lid ingevoegd, luidende:
  "De bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen een verlenging van de termijn bedoeld in het eerste lid, 2°, toekennen, mits de overtreder of diens raadsman hiertoe een met redenen omkleed verzoek indient.".
Art. 48. A l'article XV.60/7 du même Code, inséré par la loi du 29 septembre 2020, il est inséré un alinéa 4 rédigé comme suit:
  "Les agents compétents visés à l'article XV.60/4 peuvent accorder une prolongation du délai visé à l'alinéa 1er, 2°, à condition que le contrevenant ou son conseil introduise une demande motivée à cet effet.".
Art. 49. Artikel XV.60/13, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 29 september 2020, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Indien de overtreder verzuimd heeft de aangetekende brief bij de post af te halen binnen de vastgestelde termijn, kunnen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 hem ter informatie bij gewone brief een afschrift van de beslissing toezenden.".
Art. 49. L'article XV.60/13 du même Code, inséré par la loi du 29 septembre 2020, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Si le contrevenant a omis de retirer la lettre recommandée à la poste dans le délai requis, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 peuvent lui envoyer, à titre informatif, une copie de la décision par pli ordinaire.".
Art. 50. In artikel XV.62/2, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 29 september 2020, wordt het woord "definitieve" ingevoegd tussen de woorden "die volgt op een" en de woorden "administratieve beslissing tot schuldigverklaring" en tussen de woorden "tot schuldigverklaring, op een" en de woorden "administratieve beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete".
Art. 50. A l'article XV.62/2 du même Code, inséré par la loi du 29 septembre 2020, le mot "définitive" est inséré entre les mots "qui suit une décision administrative" et les mots "déclarant la culpabilité" et entre les mots "une décision administrative" et les mots "infligeant une amende administrative".
Art. 51. In artikel XV.72, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, worden de woorden ", een definitieve administratieve beslissing tot schuldigverklaring of een definitieve administratieve beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete" ingevoegd tussen de woorden "kracht van gewijsde gegane veroordeling" en de woorden "wegens dezelfde inbreuk,".
Art. 51. A l'article XV.72 du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013, les mots ", d'une décision administrative définitive déclarant la culpabilité ou d'une décision administrative définitive infligeant une amende administrative" sont insérés entre les mots "coulée en force de chose jugée" et les mots "du chef de la même infraction,".
Art. 52. In boek XV, titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 4, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt een artikel XV.82/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. XV.82/1. Met een sanctie van niveau 1 worden gestraft, zij die de bepalingen overtreden van artikel VI.7/5 betreffende de verplichting tot betaling in speciën.
  De sanctie kan pas opgelegd worden voor zover de feiten die een inbreuk kunnen uitmaken minstens twee maal zijn vastgesteld door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 en geen gepast gevolg is gegeven aan een waarschuwing bedoeld in artikel XV.31 die wordt opgesteld bij de eerste vaststelling van de inbreuk.".
Art. 52. Dans le livre XV, titre 3, chapitre 2, section 4, du même Code, insérée par la loi du 21 décembre 2013, il est inséré un article XV.82/1 rédigé comme suit:
  "Art. XV.82/1. Sont punis d'une sanction de niveau 1, ceux qui commettent une infraction aux dispositions de l'article VI.7/5 relatif à l'obligation d'acceptation des paiements en espèces.
  La sanction ne peut être imposée que dans la mesure où les faits susceptibles de constituer une infraction ont été constatés à au moins deux reprises par les agents visés à l'article XV.2 et qu'aucune suite adéquate n'a été donnée à l'avertissement visé à l'article XV.31, établi lors de la première constatation d'infraction.".
Art. 53. In artikel XV.83, eerste lid, van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 21 december 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) een bepaling onder 10° /2 wordt ingevoegd, luidende:
  "10° /2 van artikel VI.86, § 4, betreffende het overmaken van bedingen en voorwaarden die in tekoopaanbiedingen en in verkopen van producten voorkomen, aan de bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen;";
  b) een bepaling onder 11° /1 wordt ingevoegd, luidende:
  "11° /1 van artikel VI.91/8, § 1/1, betreffende het overmaken van bedingen en contractvoorwaarden aan de bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen;".
Art. 53. Dans l'article XV.83, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 novembre 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  a) il est inséré un 10° /2 rédigé comme suit:
  "10° /2 de l'article VI.86, § 4, concernant la transmission des clauses et conditions utilisées dans les offres en vente et dans les ventes de produits, à la Commission consultative spéciale Clauses abusives;";
  b) il est inséré un 11° /1 rédigé comme suit:
  "11° /1 de l'article VI.91/8, § 1er/1, concernant la transmission des clauses et conditions contractuelles à la Commission consultative spéciale Clauses abusives;".
Art. 54. In artikel XV.90 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° een bepaling onder 12° /1 wordt ingevoegd, luidende:
  "12° /1 als kredietgever of kredietbemiddelaar de bepalingen van de artikelen VII.70, § 1, vierde lid, of VII.130 overtreden;";
  2° in de bepaling onder 15° worden de woorden "VII.109, § 2" vervangen door de woorden "VII.109, §§ 1 en 2";
  3° een bepaling onder 15° /1 wordt ingevoegd, luidende:
  "15° /1 als kredietgever de bepalingen van de artikelen VII.77, § 1 of VII.133, § 1, betreffende de grondige beoordeling van de kredietwaardigheid van de consument en de persoonlijke zekerheidsstellers overtreden;";
  4° in de bepaling onder 18° worden de woorden "VII.147/26, § 1" vervangen door de woorden "VII.147/26, §§ 1 en 2";
  5° in de bepaling onder 19° worden de woorden "VII.130" vervangen door de woorden "VII.131".
Art. 54. A l'article XV.90 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 novembre 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  1° il est inséré un 12° /1 rédigé comme suit:
  "12° /1 en tant que prêteur ou intermédiaire de crédit, contreviennent aux dispositions des articles VII.70, § 1er, alinéa 4, ou VII.130;";
  2° dans le 15°, les mots "VII.109, § 2" sont remplacés par les mots "VII.109, §§ 1er et 2";
  3° il est inséré un 15° /1 rédigé comme suit:
  "15° /1 en tant que prêteur contreviennent aux dispositions des articles VII.77, § 1er ou VII.133, § 1er, relatives à l'évaluation rigoureuse de la solvabilité du consommateur et des personnes qui ont constitué une sûreté personnelle";
  4° dans le 18°, les mots "VII.147/26, § 1er" sont remplacés par les mots "VII.147/26, §§ 1er et 2";
  5° dans le 19°, les mots "VII.130" sont remplacés par les mots "VII.131".
Art. 55. Artikel XV.125/4/1, ingevoegd bij de wet van 25 september 2022, wordt artikel XV.125/4/1/1.
Art. 55. L'article XV.125/4/1, inséré par la loi du 25 septembre 2022, devient l'article XV.125/4/1/1.
Art. 56. Artikel XV.125/4/2, ingevoegd bij de wet van 25 september 2022, wordt artikel XV.125/4/2/1.
Art. 56. L'article XV.125/4/2, inséré par la loi du 25 septembre 2022, devient l'article XV.125/4/2/1.
Afdeling 10. - Wijziging van boek XVII van het Wetboek van economisch recht
Section 10. - Modification du livre XVII du Code de droit économique
Art. 57. Artikel XVII.2 van hetzelfde Wetboek , ingevoegd bij de wet van 26 december 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 november 2023, wordt aangevuld met een bepaling onder 18°, luidende:
  "18° de niet-naleving van de bepalingen van de wet van 11 juni 2004 betreffende de informatieverstrekking bij de verkoop van tweedehandsvoertuigen.".
Art. 57. L'article XVII.2 du même Code, inséré par la loi du 26 décembre 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 novembre 2023, est complété par un 18° rédigé comme suit:
  "18° le non-respect des dispositions de la loi du 11 juin 2004 relative à l'information à fournir lors de la vente de véhicules d'occasion.".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 22 janvier 1945 sur la réglementation économique et les prix
Art. 58. In artikel 7 van de wet van 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1967, wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende:
  " § 2/1. Onverminderd de paragrafen 1 en 2, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel 6, § 1, eerste lid, c), de inbreuken op deze wet, de besluitwet van 14 mei 1946 houdende verscherping van de controle der prijzen en hun uitvoeringsbesluiten opsporen en vaststellen overeenkomstig de bepalingen bedoeld in boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 58. Dans l'article 7 de la loi du 22 janvier 1945 sur la réglementation économique et les prix, modifié en dernier lieu par la loi du 10 octobre 1967, il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit:
  " § 2/1. Sans préjudice des paragraphes 1er et 2, les agents visés à l'article 6, § 1er, alinéa 1er, c), peuvent rechercher et constater les infractions à la présente loi, à l'arrêté-loi du 14 mai 1946 renforçant le contrôle des prix et à leurs arrêtés d'exécution, conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique.".
Art. 59. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een artikel 7ter ingevoegd, luidende:
  "Art. 7ter. § 1. De inbreuken bedoeld in de artikelen 5, 8 en 9 of de uitvoeringsbesluiten ervan opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren bedoeld in artikel 6, § 1, eerste lid, c), kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 11bis, § 1;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 59. Dans le chapitre III de la même loi, il est inséré un article 7ter rédigé comme suit:
  "Art. 7ter. § 1er. Les infractions visées aux articles 5, 8 et 9 ou à ses arrêtés d'exécution recherchées et constatées par les agents visés à l'article 6, § 1er, alinéa 1er, c), peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 11bis, § 1er;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 60. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een artikel 7quater ingevoegd, luidende:
  "Art. 7quater. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 60. Dans le chapitre III de la même loi, il est inséré un article 7quater rédigé comme suit:
  "Art. 7quater. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 61. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een artikel 7quinquies ingevoegd, luidende:
  "Art. 7quinquies. Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 61. Dans le chapitre III de la même loi, il est inséré un article 7quinquies rédigé comme suit:
  "Art. 7quinquies. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 62. In artikel 8, § 1, eerste lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "strafrechtelijke" wordt ingevoegd tussen de woorden "gestraft met een" en de woorden "geldboete van 100";
  2° het woord "frank" wordt vervangen door het woord "euro";
  3° de eerste zin wordt aangevuld met de woorden ", hetzij met een administratieve geldboete van 100 tot 100.000 euro".
Art. 62. A l'article 8, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le mot "pénale" est inséré entre les mots "d'une amende" et les mots "de 100 à 100.000";
  2° le mot "francs" est remplacé par le mot "euros";
  3° la première phrase est complétée par les mots ", ou d'une amende administrative de 100 à 100.000 euros".
Art. 63. In artikel 9 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 14 februari 1948, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "een strafrechtelijke" ingevoegd tussen de woorden "jaar en met" en de woorden "geldboete van 100";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "frank" vervangen door het woord "euro";
  3° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de woorden ", hetzij met een administratieve geldboete van 100 tot 100.000 euro.";
  4° in paragraaf 1, derde lid, wordt het woord "frank" vervangen door het woord "euro";
  5° in paragraaf 5, b), wordt het woord "frank" vervangen door het woord "euro".
Art. 63. A l'article 9 de la même loi, modifié par la loi du 14 février 1948, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot "pénale" est inséré entre les mots "d'une amende" et les mots "de 100 à 1.000.000";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot "francs" est remplacé par le mot "euros";
  3° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par les mots ", ou d'une amende administrative de 100 à 100.000 euros";
  4° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, le mot "francs "est remplacé par le mot "euros";
  5° dans le paragraphe 5, b), le mot "francs "est remplacé par le mot "euros".
Art. 64. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een artikel 10bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 10bis. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.".
Art. 64. Dans le chapitre III de la même loi, il est inséré un article 10bis rédigé comme suit:
  "Art. 10bis. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 65. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een artikel 10ter ingevoegd, luidende:
  "Art. 10ter. De artikelen XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet die worden onderzocht en vastgesteld door de ambtenaren en beambten daartoe speciaal aangesteld door de minister bevoegd voor Economie.".
Art. 65. Dans le chapitre III de la même loi, il est inséré un article 10ter rédigé comme suit:
  "Art. 10ter. Les articles XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi recherchées et constatées par les agents spécialement commissionnés à cet effet par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions.".
Art. 66. Artikel 11bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 juli 1971, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 11bis. § 1. Wanneer de in artikel 6, § 1, eerste lid, c), bedoelde ambtenaren inbreuken op de artikelen 5, 8 en 9 of de uitvoeringsbesluiten ervan vaststellen, kunnen de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren een geldsom voorstellen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.
  § 2. Wanneer zij inbreuken op de artikelen 5, 8 en 9 of de uitvoeringsbesluiten ervan vaststellen, kunnen de ambtenaren en beambten daartoe speciaal aangesteld door de minister bevoegd voor Economie, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 66. L'article 11bis de la même loi, inséré par la loi du 30 juillet 1971, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 11bis. § 1er. Lorsque les agents, visés à l'article 6, § 1er, alinéa 1er, c), constatent des infractions aux articles 5, 8 et 9 ou à ses arrêtés d'exécution, les agents désignés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une somme, dont le paiement volontaire par l'auteur de l'infraction éteint l'action publique, conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, majorée des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.
  § 2. Lorsqu'ils constatent des infractions aux articles 5, 8 et 9 ou à ses arrêtés d'exécution, les agents spécialement commissionnés à cet effet par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een orde van architecten
CHAPITRE 5. - Modifications de la loi du 26 juin 1963 créant un Ordre des architectes
Art. 67. In artikel 7 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een orde van architecten, gewijzigd bij de wet van 15 februari 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid worden de woorden "Vlaams-Brabant," ingevoegd tussen de woorden "In de provincies" en het woord "Antwerpen";
  2° in het derde lid worden de woorden "Waals-Brabant," ingevoegd tussen de woorden "In de provincies" en het woord "Henegouwen";
  3° het vierde en het vijfde lid worden opgeheven;
  4° het zesde lid, dat het vierde lid wordt, wordt vervangen als volgt:
  "De leden natuurlijk persoon en de leden rechtspersoon die respectievelijk de hoofdzetel van hun activiteit of hun zetel gevestigd hebben in de gemeenten van de Brusselse agglomeratie ressorteren naar keuze onder de raad van de Orde van Vlaams-Brabant en Brussel-Hoofdstad of onder de raad van de Orde van Brussel-Hoofdstad en Waals-Brabant.".
Art. 67. A l'article 7 de la loi du 26 juin 1963 créant un Ordre des architectes, modifié par la loi du 15 février 2006, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 2, les mots "du Brabant flamand," sont insérés entre les mots "Dans les provinces" et les mots "d'Anvers";
  2° dans l'alinéa 3, les mots "du Brabant wallon," sont insérés entre les mots "Dans les provinces" et les mots "de Hainaut";
  3° les alinéas 4 et 5 sont abrogés;
  4° l'alinéa 6, devenant l'alinéa 4, est remplacé par ce qui suit:
  "Les membres personnes physiques et les membres personnes morales ayant respectivement le siège principal de leur activité ou leur siège dans les communes de l'agglomération bruxelloise relèvent, à leur choix, du conseil de l'Ordre du Brabant flamand et de Bruxelles-capitale ou du conseil de l'Ordre de Bruxelles-Capitale et du Brabant wallon.".
Art. 68. Artikel 34 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 34. § 1. De nationale raad van de Orde van architecten bestaat uit:
  a) tien gewone leden en tien plaatsvervangende leden, die zitting hebben bij verhindering van de gewone leden, door de raden van de Orde onder hun leden gekozen voor een termijn van zes jaar, naar rata van een gewoon en een plaatsvervangend lid per raad;
  b) twee leden voor een termijn van zes jaar door de Koning benoemd onder de gemeentelijke of provinciale architecten-ambtenaren;
  c) twee leden voor een termijn van zes jaar door de Koning benoemd onder de architecten-ambtenaren die niet bedoeld zijn in de bepaling onder b);
  d) zes leden, architecten, voor een termijn van zes jaar benoemd door de Koning onder de personeelsleden die de architectuur of de architectural engineering onderwijzen in universiteiten.
  De universiteiten die onder de bevoegdheid van de Franse gemeenschap vallen, stellen een lijst voor met drie leden bedoeld in het eerste lid, d), en de universiteiten die onder de bevoegdheid van de Vlaamse gemeenschap vallen stellen een lijst voor met drie leden bedoeld in het eerste lid, d).
  Elk van de drie leden vermeld in de twee voorstellen behoort tot een andere universiteit.
  Indien de verschillende universiteiten echter onvoldoende kandidaten voorstellen, kunnen de leden van het onderwijzend personeel tot dezelfde universiteit behoren. Indien nodig, zijn de regels bedoeld in het vijfde en zesde lid van toepassing om het ontbrekende lid of de ontbrekende leden voor te stellen.
  Indien er meer kandidaten dan het te benoemen aantal leden worden voorgesteld, stellen de betrokken universiteiten in onderling overleg een lijst met drie namen op. Zij bezorgen hun voorstel ten minste drie maanden voor het verstrijken van de opdracht van de benoemde leden aan de minister bevoegd voor Middenstand.
  Indien binnen de gestelde termijn geen overeenstemming over een gemeenschappelijke lijst wordt bereikt, bezorgen de betrokken universiteiten de kandidatuurstellingen en de ontvangen informatie onmiddellijk aan de minister bevoegd voor Middenstand. De Koning benoemt dan de kandidaat met de meeste beroepservaring als docent. Indien kandidaten een gelijkwaardige beroepservaring hebben, kan Hij in voorkomend geval bij zijn beslissing rekening houden met troeven zoals de ervaring in soortgelijke organen, publicaties en het aantal studenten in een faculteit. Als de kandidaten gelijkwaardig zijn op basis van een vergelijking van de titels en verdiensten, kan de Koning, in voorkomend geval, de kandidaat benoemen van het gender dat het minst vertegenwoordigd is onder de leden van de Orde.
  § 2. De nationale raad van de Orde van architecten wordt bijgestaan door een rechtskundig bijzitter en meerdere plaatsvervangend rechtskundig bijzitters die door de Koning worden benoemd. De rechtskundig bijzitter heeft raadgevende stem. Zij worden gekozen voor een termijn van zes jaar onder de voorzitters en de raadsheren, de magistraten, titularis of honorair, van het Hof van beroep van Brussel of onder de advocaten van de balie te Brussel, die sedert ten minste tien jaar op een tabel van de Orde van advocaten zijn ingeschreven. Ze hebben een grondige kennis van de twee landstalen.
  § 3. De leden van de nationale raad bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, b) tot d), mogen niet meer dan twee keer na elkaar worden benoemd.
  Indien een benoemd lid zijn hoedanigheid van lid van het onderwijzend personeel of van ambtenaar verliest, wordt hij geacht ontslag te hebben genomen en wordt een nieuw lid in zijn plaats benoemd voor de rest van de periode waarvoor het lid dat hij vervangt benoemd was, op basis van een nieuw voorstel van de overheidsinstantie of de universiteit die hij vertegenwoordigde.".
Art. 68. L'article 34 de la même loi, modifié par la loi du 8 juin 2008, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 34. § 1er. Le conseil national de l'Ordre des architectes se compose:
  a) de dix membres effectifs et de dix membres suppléants siégeant en cas d'empêchement des membres effectifs, choisis par les conseils de l'Ordre parmi leurs membres et élus pour un terme de six ans à raison d'un membre effectif et d'un membre suppléant par conseil;
  b) de deux membres nommés par le Roi pour un terme de six ans parmi les architectes fonctionnaires communaux et provinciaux;
  c) de deux membres nommés par le Roi pour un terme de six ans parmi les architectes fonctionnaires non visés au b);
  d) de six membres, architectes, nommés par le Roi pour un terme de six ans parmi les membres du personnel enseignant l'architecture ou l'ingénierie architecturale au sein des universités.
  Les universités relevant de la Communauté française proposent une liste de trois membres tels que visés à l'alinéa 1er, d), et les universités relevant de la Communauté flamande proposent une liste de trois membres tels que visés à l'alinéa 1er, d).
  Les trois membres repris dans les deux propositions sont chacun issus d'une université différente.
  Toutefois, s'il n'y a pas assez de candidats proposés par des universités différentes, les membres du personnel enseignant peuvent être issus d'une même université. Si nécessaire, les règles visées aux alinéas 5 et 6 sont d'application pour proposer le ou les membres manquants.
  Lorsqu'il y a plus de candidats proposés que de membres à nommer, les universités concernées établissent de commun accord une liste de trois noms. Elles transmettent leur proposition au ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions, trois mois au moins avant la date d'échéance de la mission des membres nommés.
  A défaut d'accord sur une liste commune dans le délai requis, les universités concernées transmettent immédiatement les actes de candidatures et les informations reçues au ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions. Le Roi nomme alors le candidat qui a le plus d'expérience professionnelle en tant qu'enseignant. En vue de départager des candidats qui ont une expérience professionnelle jugée équivalente, Il peut également, le cas échéant, tenir compte d'atouts tels que l'expérience dans des organes similaires, les publications réalisées et le nombre d'étudiants au sein d'une faculté. En cas d'égalité à la suite d'une comparaison des titres et mérites, le Roi peut également, le cas échéant, nommer le candidat du genre le moins représenté parmi l'ensemble des membres de l'Ordre.
  § 2. Le conseil national de l'Ordre des architectes est assisté par un assesseur juridique et par plusieurs assesseurs juridiques suppléants, nommés par le Roi. L'assesseur juridique a voix consultative. Ils sont choisis pour un terme de six ans parmi les présidents et conseillers, magistrats effectifs ou honoraires, de la Cour d'appel de Bruxelles, ou parmi les avocats du barreau de Bruxelles inscrits depuis dix ans au moins à un tableau de l'Ordre des avocats. Ils ont une connaissance approfondie des deux langues nationales.
  § 3. Les membres du conseil national visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, b) à d), ne peuvent pas être nommés consécutivement plus de deux fois.
  Lorsqu'un membre nommé perd sa qualité de membre du personnel de l'enseignement ou de fonctionnaire, il est réputé démissionnaire et un nouveau membre est nommé à sa place pour le reste du délai pour lequel le membre qu'il remplace avait été nommé, sur la base d'une nouvelle proposition de l'autorité publique ou de l'université qu'il représentait.".
Art. 69. In artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 15 februari 2006 en 24 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "De ene is samengesteld uit de afgevaardigden van de raden van de Orde van de provincies Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en van de raad van de Orde van Brussel-Hoofdstad en Waals-Brabant, uit een Franstalig lid dat door de Koning werd benoemd overeenkomstig letter b van artikel 34, § 1, eerste lid, uit een Franstalig lid dat door de Koning werd benoemd overeenkomstig letter c van artikel 34, § 1, eerste lid, en uit drie Franstalige leden die door de Koning werden benoemd overeenkomstig letter d van artikel 34, § 1, eerste lid. De voorzitters van de raden van de Orde bedoeld in huidig lid wonen de afzonderlijke beraadslagingen bij.";
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt:
  "De andere afdeling is samengesteld uit de afgevaardigden van de raden van de Orde van de provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en van de raad van de Orde van Vlaams Brabant en Brussel-Hoofdstad, uit een Nederlandstalig lid dat door de Koning werd benoemd overeenkomstig letter b van artikel 34, § 1, eerste lid, uit een Nederlandstalig lid dat door de Koning werd benoemd overeenkomstig letter c van artikel 34, § 1, eerste lid, en uit drie Nederlandstalige leden die door de Koning werden benoemd overeenkomstig letter d van artikel 34, § 1, eerste lid. De voorzitters van de raden van de Orde bedoeld in huidig lid wonen de afzonderlijke beraadslagingen bij.".
Art. 69. A l'article 35 de la même loi, modifié par les lois des 15 février 2006 et 24 juillet 2008, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "L'une est composée des délégués des conseils de l'Ordre des provinces de Hainaut, de Liège, de Luxembourg, de Namur et du conseil de l'Ordre de Bruxelles-Capitale et du Brabant wallon, d'un membre d'expression française nommé par le Roi, conformément au littéra b de l'article 34, § 1er, alinéa 1er, d'un membre d'expression française nommé par le Roi, conformément au littéra c de l'article 34, § 1er, alinéa 1er, et de trois membres d'expression française nommés par le Roi, conformément au littéra d de l'article 34, § 1er, alinéa 1er. Les présidents des conseils de l'Ordre mentionnés au présent alinéa assistent aux délibérations séparées.";
  2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
  "L'autre section est composée des délégués des conseils de l'Ordre des provinces d'Anvers, de Limbourg, de Flandre occidentale, de Flandre orientale et du conseil de l'Ordre du Brabant flamand et de Bruxelles-capitale, d'un membre d'expression néerlandaise nommé par le Roi, conformément au littéra b de l'article 34, § 1er, alinéa 1er, d'un membre d'expression néerlandaise nommé par le Roi, conformément au littéra c de l'article 34, § 1er, alinéa 1er, et de trois membres d'expression néerlandaise nommés par le Roi, conformément au littéra d de l'article 34, § 1er, alinéa 1er. Les présidents des conseils de l'Ordre mentionnés au présent alinéa assistent aux délibérations séparées.".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 9 juillet 1971 réglementant la construction d'habitations et la vente d'habitations à construire ou en voie de construction
Art. 70. Artikel 14 van de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen wordt vervangen als volgt:
  "Art. 14. Onverminderd de bevoegdheden van de politieambtenaren van de lokale en federale politie, zijn de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren bevoegd om de inbreuken op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen.
  De opsporing en vaststelling van de inbreuken bedoeld in deze wet, door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren, gebeuren overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.
  De door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen dertig dagen na vaststelling van de inbreuk aan de overtreder bij een aangetekende zending met ontvangstmelding betekend of hem overhandigd, op de wijze bedoeld in artikel XV.2, § 2, van het Wetboek van economisch recht.
  In de uitoefening van hun ambt kunnen de in het eerste lid bedoelde ambtenaren de bijstand van de politiediensten vorderen.".
Art. 70. L'article 14 de la loi du 9 juillet 1971 réglementant la construction d'habitations et la vente d'habitations à construire ou en voie de construction est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 14. Sans préjudice des compétences des fonctionnaires de police de la police locale et fédérale, les agents désignés par le ministre ayant l'Economie dans ses attributions sont compétents pour rechercher et constater les infractions à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution.
  La recherche et la constatation des infractions visées dans la présente loi par les agents visés à l'alinéa 1er ont lieu conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique.
  Les procès-verbaux dressés par les agents visés à l'alinéa 1er font foi jusqu'à preuve du contraire. Dans les trente jours qui suivent la date de la constatation de l'infraction, une copie du procès-verbal est notifiée au contrevenant par envoi recommandé avec accusé de réception ou lui est remise en mains propres, dans les formes prévues à l'article XV.2, § 2, du Code de droit économique.
  Dans l'exercice de leur fonction, les agents visés à l'alinéa 1er peuvent exiger l'aide des services de police.".
Art. 71. In dezelfde wet wordt een artikel 14/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 14/1. Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk op deze wet of één van haar uitvoeringsbesluiten vormt, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel 14, eerste lid, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van deze handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 71. Dans la même loi, il est inséré un article 14/1 rédigé comme suit:
  "Art. 14/1. Lorsqu'il est constaté qu'un acte constitue une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution, les agents visés à l'article 14, alinéa 1er, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.".
Art. 72. In dezelfde wet wordt een artikel 14/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 14/2. Wanneer de in artikel 14, eerste lid, bedoelde ambtenaren inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten vaststellen, kunnen de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren aan de overtreders een transactie voorstellen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 72. Dans la même loi, il est inséré un article 14/2 rédigé comme suit:
  "Art. 14/2. Lorsque les agents visés à l'article 14, alinéa 1er, constatent des infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution, les agents commissionnés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une transaction aux contrevenants conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, majorée des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
Art. 73. In dezelfde wet wordt een artikel 14/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 14/3. § 1. De inbreuken op deze wet of één van haar uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 14/2;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 73. Dans la même loi, il est inséré un article 14/3 rédigé comme suit:
  "Art. 14/3. § 1er. Les infractions à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 14/2;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 74. In dezelfde wet wordt een artikel 14/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 14/4. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 74. Dans la même loi, il est inséré un article 14/4 rédigé comme suit:
  "Art. 14/4. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 75. In dezelfde wet wordt een artikel 14/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 14/5. Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 75. Dans la même loi, il est inséré un article 14/5 rédigé comme suit:
  "Art. 14/5. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 76. In dezelfde wet wordt een artikel 14/6 ingevoegd, luidende:
  "Art. 14/6. Zij die de bepalingen van de artikelen 7, 8, 9 en 11 of de uitvoeringsbesluiten ervan overtreden, worden gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij met een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 10.000 euro of tot vier procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boek jaar voorgaand aan het opleggen van de strafrechtelijke of administratieve geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt.
  Zij die de bepalingen van de artikelen 10 en 12 of de uitvoeringsbesluiten ervan overtreden, worden gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij met een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 50.000 euro of tot zes procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boek jaar voorgaand aan het opleggen van de strafrechtelijke of administratieve geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt."
Art. 76. Dans la même loi, il est inséré un article 14/6 rédigé comme suit:
  "Art. 14/6. Ceux qui commettent une infraction aux articles 7, 8, 9 et 11, ou ses arrêtés d'exécution sont punis soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 10.000 euros ou de quatre pour cent du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende pénale ou administrative au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé.
  Ceux qui commettent une infraction aux articles 10 et 12, ou ses arrêtés d'exécution, sont punis soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 50.000 euros ou de six pour cent du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende pénale ou administrative au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé."
Art. 77. In dezelfde wet wordt een artikel 14/7 ingevoegd, luidende:
  "Art. 14/7. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.".
Art. 77. Dans la même loi, il est inséré un article 14/7 rédigé comme suit:
  "Art. 14/7. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.".
Art. 78. In dezelfde wet wordt een artikel 14/8 ingevoegd, luidende:
  "Art. 14/8. De artikelen XV.69, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.".
Art. 78. Dans la même loi, il est inséré un article 14/8 rédigé comme suit:
  "Art. 14/8. Les articles XV.69, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution.".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 6 juli 1976 tot beteugeling van het sluikwerk met handels- of ambachtskarakter
CHAPITRE 7. - Modifications de la loi du 6 juillet 1976 sur la répression du travail frauduleux à caractère commercial ou artisanal
Art. 79. In artikel 2, § 1, eerste lid, van de wet van 6 juli 1976 tot beteugeling van het sluikwerk met handels- of ambachtskarakter worden de woorden "het ambachts- of handelsregister" vervangen door de woorden "de Kruispuntbank van Ondernemingen bedoeld in artikel I.2, 1°, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 79. Dans l'article 2, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 6 juillet 1976 sur la répression du travail frauduleux à caractère commercial ou artisanal, les mots "au registre du commerce ou de l'artisanat" sont remplacés par les mots "à la Banque-Carrefour des Entreprises visée à l'article I.2, 1°, du Code de droit économique".
Art. 80. In artikel 3, eerste lid, van dezelfde wet wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt:
  "a) de ambtenaren van de Algemene Directie Economische Inspectie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;".
Art. 80. Dans l'article 3, alinéa 1er, de la même loi, le a) est remplacé par ce qui suit:
  "a) les agents de la Direction générale de l'Inspection économique du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie;".
Art. 81. In artikel 4 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 ingevoegd, luidende:
  " § 2. In afwijking van paragraaf 1, gebeuren de opsporing en de vaststelling van de inbreuken bedoeld in deze wet, door de ambtenaren bedoeld in artikel 3, eerste lid, a), overeenkomstig de bepalingen bedoeld in boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht, waarbij ze zich voor de bevoegdheid bedoeld in artikel XV.3, eerste lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht te allen tijde toegang kunnen verschaffen of toegang kunnen laten verschaffen tot de in artikel XV.3, eerste lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht bedoelde plaatsen.".
Art. 81. Dans l'article 4 de la même loi, dont le texte actuel constituera le paragraphe 1er, il est inséré un paragraphe 2 rédigé comme suit:
  " § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la recherche et la constatation des infractions visées par la présente loi sont effectuées par les agents visés à l'article 3, alinéa 1er, a), conformément aux dispositions visées au livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique, en vertu desquelles, pour la compétence visée à l'article XV.3, alinéa 1er, 1°, du Code de droit économique, ils peuvent à tout moment pénétrer ou accéder aux lieux visés à l'article XV.3, alinéa 1er, 1°, du Code de droit économique.".
Art. 82. In dezelfde wet wordt een artikel 4/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 4/3. De inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 4/2;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht, met uitzondering van artikel XV.60/1, § 2, indien de inbreuken op deze wet zijn opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren bedoeld in artikel 3, eerste lid, b), c) of d).".
Art. 82. Dans la même loi, il est inséré un article 4/3 rédigé comme suit:
  "Art. 4/3. Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 4/2;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique, à l'exception de l'article XV.60/1, § 2, si les infractions à la présente loi ont été recherchées et constatées par les agents visés à l'article 3, alinéa 1er, b), c) ou d).".
Art. 83. In dezelfde wet wordt een artikel 4/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 4/4. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 83. Dans la même loi, il est inséré un article 4/4 rédigé comme suit:
  "Art. 4/4. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 84. In dezelfde wet wordt een artikel 4/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 4/5. Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 84. Dans la même loi, il est inséré un article 4/5 rédigé comme suit:
  "Art. 4/5. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 85. Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Art. 5. Met hetzij een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 500 euro of met één van die straffen alleen, hetzij een administratieve geldboete van 26 tot 500 euro wordt gestraft, hij die sluikwerk verricht of gebruik maakt van de diensten van iemand die sluikwerk verricht.".
Art. 85. L'article 5 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 5. Est puni soit d'un emprisonnement de huit jours à un mois et d'une amende pénale de 26 à 500 euros ou d'une de ces peines seulement, soit d'une amende administrative de 26 à 500 euros, celui qui se sera livré à un travail frauduleux ou aura eu recours aux services d'un travailleur frauduleux.".
Art. 86. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Art. 6. Met hetzij een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met een strafrechtelijke geldboete van 100 tot 1.000 euro of met één van die straffen alleen, hetzij een administratieve geldboete van 100 tot 1.000 euro wordt gestraft, hij die het krachtens deze wet geregelde toezicht verhindert.".
Art. 86. L'article 6 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 6. Est puni soit d'un emprisonnement de huit jours à un mois et d'une amende pénale de 100 à 1.000 euros ou d'une de ces peines seulement, soit d'une amende administrative de 100 à 1.000 euros, celui qui met obstacle à la surveillance organisée en vertu de la présente loi.".
Art. 87. In dezelfde wet wordt een artikel 7/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 7/1. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.".
Art. 87. Dans la même loi, il est inséré un article 7/1 rédigé comme suit:
  "Art. 7/1. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 88. In dezelfde wet wordt een artikel 7/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 7/2. De artikelen XV.71, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet.".
Art. 88. Dans la même loi, il est inséré un article 7/2 rédigé comme suit:
  "Art. 7/2. Les articles XV.71, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi.".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 11 augustus 1987 houdende waarborg van werken uit edele metalen
CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 11 août 1987 relative à la garantie des ouvrages en métaux précieux
Art. 89. In artikel 21 van de wet van 11 augustus 1987 houdende waarborg van werken uit edele metalen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "een administratieve of strafrechtelijke" ingevoegd tussen de woorden "gestraft met" en de woorden "geldboete van 50 EUR";
  2° tussen het tweede en derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "In geval van herhaling kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4, indien ze een beslissing nemen tot het opleggen van een administratieve geldboete, eveneens een verbod uitspreken om werken te waarborgen door het aanbrengen van een stempelhandtekening.";
  3° in het vroegere vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "of definitieve beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete" ingevoegd tussen de woorden "vonnis of arrest" en de woorden "waarbij het verbod".
Art. 89. A l'article 21 de la loi du 11 août 1987 relative à la garantie des ouvrages en métaux précieux, modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 2001, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "administrative ou pénale "sont insérés entre les mots "d'une amende" et les mots "de 50 EUR";
  2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3:
  "En cas de récidive, les agents visés à l'article XV.60/4, s'ils prennent la décision d'infliger une amende administrative, peuvent également prononcer une interdiction de garantir les ouvrages par l'apposition du poinçon-signature.";
  3° dans l'alinéa 4 ancien, devenant l'alinéa 5, les mots "ou décision définitive d'infliger une amende administrative" sont insérés entre les mots "jugement ou arrêt" et les mots "prononçant l'interdiction".
Art. 90. In artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "hetzij een" worden ingevoegd tussen de woorden "wordt gestraft met" en de woorden "gevangenisstraf van acht";
  2° het artikel wordt aangevuld met de woorden ", hetzij een administratieve geldboete van 26 tot 2.000 EUR.".
Art. 90. A l'article 22 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 2001, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le mot "soit" est inséré entre les mots "sera punie "et les mots "d'un emprisonnement de huit";
  2° l'article est complété par les mots ", soit d'une amende administrative de 26 à 2.000 EUR.".
Art. 91. In artikel 25 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 27 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "de in artikel XV.2 van het Wetboek van economisch recht bedoelde ambtenaren" vervangen door de woorden "de ambtenaren van de Algemene Directie Economische Inspectie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie";
  2° het tweede lid van paragraaf 2 vormt een nieuwe paragraaf 3.
Art. 91. A l'article 25 de la même loi, remplacé par la loi du 27 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "les agents visés à l'article XV.2 du Code de droit économique" sont remplacés par les mots "les agents de la Direction générale de l'Inspection économique du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie";
  2° l'alinéa 2 du paragraphe 2 forme un nouveau paragraphe 3.
Art. 92. In dezelfde wet wordt een artikel 25/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 25/1. § 1. De inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 25, § 3;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 92. Dans la même loi, il est inséré un article 25/1 rédigé comme suit:
  "Art. 25/1. § 1er. Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 25, § 3;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 93. In dezelfde wet wordt een artikel 25/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 25/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 93. Dans la même loi, il est inséré un article 25/2 rédigé comme suit:
  "Art. 25/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 94. In dezelfde wet wordt een artikel 25/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 25/3. Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 94. Dans la même loi, il est inséré un article 25/3 rédigé comme suit:
  "Art. 25/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 95. In dezelfde wet wordt een artikel 25/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 25/4. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.".
Art. 95. Dans la même loi, il est inséré un article 25/4 rédigé comme suit:
  "Art. 25/4. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 96. In dezelfde wet wordt een artikel 25/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 25/5. De artikelen XV.71, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet.".
Art. 96. Dans la même loi, il est inséré un article 25/5 rédigé comme suit:
  "Art. 25/5. Les articles XV.71, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi.".
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de programmawet van 2 augustus 2002
CHAPITRE 9. - Modifications de la loi-programme du 2 août 2002
Art. 97. In de programmawet van 2 augustus 2002 wordt een artikel 169/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 169/1. § 1. Wanneer zij inbreuken op het in artikel 169 of de uitvoeringsbesluiten ervan omschreven toezicht vaststellen, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel 170, § 2, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.
  § 2. Wanneer de in artikel 170, § 2, bedoelde ambtenaren inbreuken op het in artikel 169 of de uitvoeringsbesluiten ervan omschreven toezicht vaststellen, kunnen de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren een geldsom voorstellen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 97. Dans la loi-programme du 2 août 2002, il est inséré un article 169/1 rédigé comme suit:
  "Art. 169/1. § 1er. Lorsqu'ils constatent des infractions à la surveillance visée à l'article 169 ou à ses arrêtés d'exécution, les agents visés à l'article 170, § 2, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.
  § 2. Lorsque les agents visés à l'article 170, § 2, constatent des infractions à la surveillance visée à l'article 169 ou à ses arrêtés d'exécution, les agents désignés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une somme, dont le paiement volontaire par l'auteur de l'infraction éteint l'action publique, conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, majorée des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
Art. 98. In artikel 170 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Inbreuken op het in artikel 169 omschreven toezicht worden gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij met een administratieve geldboete van 100 tot 100.000 euro.";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "overtredingen van krachtens, deze wet uitgevaardigde bepalingen" vervangen door de woorden "inbreuken op het in artikel 169 omschreven toezicht" en worden de woorden ", overeenkomstig de bepalingen bedoeld in boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht" ingevoegd na de woorden "vast te stellen";
  3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
  " § 3. De door de ambtenaren bedoeld in artikel 170, § 2, opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen dertig dagen na vaststelling van de inbreuk aan de overtreder bij een aangetekende zending met ontvangstmelding betekend of hem overhandigd, op de wijze bedoeld in artikel XV.2, § 2, van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 98. A l'article 170 de la même loi, modifié par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Les infractions à la surveillance visée à l'article 169, peuvent être sanctionnées soit par une amende pénale, soit par une amende administrative de 100 à 100.000 euros.";
  2° dans le paragraphe 2, les mots "les infractions aux dispositions prises en vertu de la présente loi." sont remplacés par les mots "les infractions à la surveillance visée à l'article 169, conformément aux dispositions prévues dans le livre XV, titre 1er, chapitre 1er du Code de droit économique.";
  3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
  " § 3. Les procès-verbaux établis par les agents visés à l'article 170, § 2, font foi jusqu'à preuve du contraire. Dans les trente jours qui suivent la date de la constatation de l'infraction, une copie du procès-verbal est notifiée au contrevenant par lettre recommandée avec accusé de réception ou lui est remise en mains propres, dans les formes prévues à l'article XV.2, § 2, du Code de droit économique.".
Art. 99. In titel VIII, hoofdstuk II, van dezelfde wet wordt een artikel 170/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 170/1. § 1. De inbreuken op het in artikel 169 of de uitvoeringsbesluiten ervan omschreven toezicht opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren bedoeld in artikel 170, § 2, kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 169/1, § 2;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 99. Dans le titre VIII, chapitre II, de la même loi, il est inséré un article 170/1 rédigé comme suit:
  "Art. 170/1. § 1er. Les infractions à la surveillance visée à l'article 169 ou à ses arrêtés d'exécution recherchées et constatées par les agents visés à l'article 170, § 2, peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 169/1, § 2;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 100. In titel VIII, hoofdstuk II, van dezelfde wet wordt een artikel 170/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 170/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 100. Dans le titre VIII, chapitre II, de la même loi, il est inséré un article 170/2 rédigé comme suit:
  "Art. 170/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 101. In titel VIII, hoofdstuk II, van dezelfde wet wordt een artikel 170/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 170/3. Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 101. Dans le titre VIII, chapitre II, de la même loi, il est inséré un article 170/3 rédigé comme suit:
  "Art. 170/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 102. In titel VIII, hoofdstuk II, van dezelfde wet wordt een artikel 170/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 170/4. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.".
Art. 102. Dans le titre VIII, chapitre II, de la même loi, il est inséré un article 170/4 rédigé comme suit:
  "Art. 170/4. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 103. In titel VIII, hoofdstuk II, van dezelfde wet wordt een artikel 170/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 170/5. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek , met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de inbreuken op het in artikel 169 of de uitvoeringsbesluiten ervan omschreven toezicht.".
Art. 103. Dans le titre VIII, chapitre II, de la même loi, il est inséré un article 170/5 rédigé comme suit:
  "Art. 170/5. Les dispositions du livre Ier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont d'application aux infractions à la surveillance définie par l'article 169 ou ses arrêtés d'exécution.".
Art. 104. In titel VIII, hoofdstuk II, van dezelfde wet wordt een artikel 170/6 ingevoegd, luidende:
  "Art. 170/6. De artikelen XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op het in artikel 169 of de uitvoeringsbesluiten ervan omschreven toezicht die worden onderzocht en vastgesteld door de ambtenaren bedoeld in artikel 170, § 2.".
Art. 104. Dans le titre VIII, chapitre II, de la même loi, il est inséré un article 170/6 rédigé comme suit:
  "Art. 170/6. Les articles XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la surveillance visée à l'article 169 ou à ses arrêtés d'exécution recherchées et constatées par les agents visés à l'article 170, § 2.".
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van de wet van 11 juni 2004 betreffende de informatieverstrekking bij de verkoop van tweedehandsvoertuigen
CHAPITRE 10. - Modifications de la loi du 11 juin 2004 relative à l'information à fournir lors de la vente de véhicules d'occasion
Art. 105. Artikel 8 van de wet van 11 juni 2004 betreffende de informatieverstrekking bij de verkoop van tweedehandsvoertuigen, gewijzigd bij de wetten van 28 november 2018 en 29 september 2020, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 8. Onverminderd de toepassing van strengere straffen waarin het Strafwetboek voorziet, worden gestraft:
  1° met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 10.000 euro of tot 4 % van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boek jaar voorgaand aan het opleggen van de geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt, zij die de bepalingen overtreden van:
  a) artikel 3/1;
  b) artikel 5 of de uitvoeringsbesluiten ervan;
  c) artikel 6, § 3, of de uitvoeringsbesluiten ervan, voor wat de vaklui, de erkende instellingen voor automobielinspectie en de auto-experts betreft;
  2° met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 50.000 euro of tot 6 % van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boek jaar voorgaand aan het opleggen van de geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt, zij die de bepalingen overtreden van:
  a) artikel 3, § 1;
  b) artikel 6, § 3, of de uitvoeringsbesluiten ervan, voor wat de fabrikanten van nieuwe voertuigen of hun gemachtigden betreft.
  In geval van herhaling binnen een termijn van vijf jaar te rekenen van een in kracht van gewijsde gegane veroordeling, een definitieve administratieve beslissing tot schuldigverklaring of een definitieve administratieve beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete wegens dezelfde inbreuk, worden de geldboeten op het dubbele van het maximum gebracht.".
Art. 105. L'article 8 de la loi du 11 juin 2004 relative à l'information à fournir lors de la vente de véhicules d'occasion, modifié par les lois des 28 novembre 2018 et 29 septembre 2020, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 8. Sans préjudice de l'application de peines plus sévères prévues par le Code pénal, sont punis:
  1° soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 10.000 euros ou de 4 % du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé, ceux qui enfreignent les dispositions de:
  a) l'article 3/1;
  b) l'article 5 ou de ses arrêtés d'exécution;
  c) l'article 6, § 3, ou de ses arrêtés d'exécution, en ce qui concerne les professionnels, les organismes agréés d'inspection automobile et les experts en automobiles;
  2° soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 50.000 euros ou de 6 % du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé, ceux qui enfreignent les dispositions de:
  a) l'article 3, § 1er;
  b) l'article 6, § 3, ou de ses arrêtés d'exécution, en ce qui concerne les constructeurs de véhicules nouveaux ou leurs préposés.
  En cas de récidive dans les cinq ans à dater d'une condamnation coulée en force de chose jugée, d'une décision administrative définitive déclarant la culpabilité ou d'une décision administrative définitive infligeant une amende administrative du chef de la même infraction, le maximum des amendes est porté au double.".
Art. 106. In artikel 9, § 1, tweede lid, van dezelfde wet wordt de tweede zin aangevuld met de woorden ", op de wijze bedoeld in artikel XV.2, § 2, van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 106. A l'article 9, § 1er, alinéa 2, de la même loi, la deuxième phrase est complétée par les mots ", dans les formes prévues à l'article XV.2, § 2, du Code de droit économique.".
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie
CHAPITRE 11. - Modification de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques
Art. 107. In artikel 22/2 van bijlage 1 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, ingevoegd bij de wet van 30 augustus 2023, worden de paragrafen 1 en 2 vervangen als volgt:
  " § 1. Op 1 maart 2024 wordt een sociaal tarief gecreëerd met betrekking tot de breedbandinternettoegangsdiensten op een vaste locatie, zoals beschreven in artikel 38/1.
  § 2. Voor de toepassing van de diensten bedoeld in paragraaf 1 wordt beschouwd als rechthebbende van het sociaal tarief, iedere persoon die kan bewijzen dat hijzelf of een andere persoon die tot hetzelfde gezin behoort een beslissing geniet tot toekenning:
  1° door een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn:
  a) van het leefloon toegekend krachtens de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
  b) van een financiële maatschappelijke dienstverlening, die geheel of gedeeltelijk door de Federale Staat ten laste wordt genomen overeenkomstig artikel 5 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  c) van een wachtuitkering op de inkomensgarantie voor ouderen of op een uitkering voor personen met een handicap;
  2° door de Directie-generaal Personen met een handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid:
  a) van de inkomensvervangende tegemoetkoming bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
  b) van de integratietegemoetkoming bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
  c) van een tegemoetkoming bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen;
  d) van een aanvullende tegemoetkoming bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen;
  3° door een instelling van een gewest of een gemeenschap:
  a) van een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden toegekend in overeenstemming met de artikelen 84 en 85 van het decreet van 18 mei 2018 van de Vlaamse Gemeenschap houdende de Vlaamse sociale bescherming;
  b) van een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden toegekend in overeenstemming met artikel 3 van de ordonnantie van 10 december 2020 van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden;
  c) van een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden toegekend in overeenstemming met artikel 43/33, onder voorbehoud van artikel 43/34, van het eerste deel, boek IIIquater, van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid;
  d) van een tegemoetkoming toegekend door de Duitstalige Gemeenschap in overeenstemming met artikel 4 van het decreet van 27 juni 2022 betreffende het zorgbudget voor ouderen;
  4° genomen op basis van een wet, een decreet of een ordonnantie die een erkenning verschaft van een handicap van minimaal 4 punten in pijler 1 aan een kind, in overeenstemming met de bepalingen vastgelegd krachtens:
  a) artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2018 betreffende de nadere regels voor het verkrijgen van een zorgtoeslag;
  b) artikel 4 van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 25 mei 2023 betreffende de toekenning van kinderbijslag voor kinderen met een aandoening;
  c) artikel 5 van het besluit van de Waalse regering van 23 mei 2019 tot bepaling van de voorwaarden voor de toekenning van de toeslag op de kinderbijslag ten gunste van een kind met een handicap ter uitvoering van artikel 16 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen;
  d) artikel 14 van het besluit van de regering tot uitvoering van het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 23 april 2018 betreffende de gezinsbijslagen;
  5° door de Federale Pensioendienst:
  a) van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, bedoeld in de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden;
  b) van de inkomensgarantie voor ouderen, bedoeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen;
  c) van een tegemoetkoming voor hulp van derden bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen;
  d) van een tegemoetkoming ter aanvulling van het gewaarborgd inkomen aan bejaarden, bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen.
  Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad kunnen de in het eerste lid bedoelde categorieën van rechthebbenden van het in paragraaf 1 bedoelde sociaal tarief gewijzigd of aangevuld worden door de Koning. Elk besluit dat daartoe wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, als het niet bij wet bekrachtigd is binnen twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding ervan.".
Art. 107. Dans l'article 22/2 de l'annexe 1 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques, inséré par la loi du 30 août 2023, les paragraphes 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit:
  " § 1er. A dater du 1er mars 2024, est créé un tarif social portant sur les services d'accès à Internet à haut débit fournis en position déterminée, tels que décrits à l'article 38/1 de la présente annexe.
  § 2. Pour l'application des services visés au paragraphe 1er, est considérée comme étant un ayant droit du tarif social, toute personne qui peut prouver qu'elle-même ou qu'une autre personne appartenant au même ménage bénéficie d'une décision d'octroi:
  1° par un centre public d'aide sociale:
  a) du revenu d'intégration accordé en vertu de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
  b) d'une aide sociale financière dispensée et prise en charge totalement ou partiellement par l'Etat conformément à l'article 5 de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale;
  c) d'une allocation d'attente soit de la garantie de revenus aux personnes âgées, soit d'une allocation pour personnes handicapées;
  2° par la Direction générale Personnes handicapées du Service public fédéral Sécurité sociale:
  a) de l'allocation de remplacement de revenus visée à l'article 2, § 1er, de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées;
  b) de l'allocation d'intégration visée à l'article 2, § 2, de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées;
  c) d'une allocation telle que visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés;
  d) d'une allocation complémentaire telle que visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés;
  3° par une institution d'une région ou d'une communauté:
  a) d'une allocation d'aide aux personnes âgées octroyée conformément aux articles 84 et 85 du décret du 18 mai 2018 de la Communauté flamande relatif à la protection sociale flamande;
  b) d'une allocation d'aide aux personnes âgées octroyée conformément à l'article 3 de l'ordonnance du 10 décembre 2020 de la Région de Bruxelles-Capitale relative à l'allocation pour l'aide aux personnes âgées;
  c) d'une allocation d'aide aux personnes âgées octroyée conformément à l'article 43/33, sous réserve de l'article 43/34, de la partie première, livre IIIquater, du Code wallon de l'action sociale et de la santé;
  d) d'une allocation octroyée par la Communauté germanophone conformément à l'article 4 du décret du 27 juin 2022 relatif à l'allocation de soins pour personnes âgées;
  4° prise sur la base d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance octroyant une reconnaissance d'un handicap d'un minimum de 4 points dans le pilier 1 à un enfant, conformément aux dispositions prises en vertu:
  a) de l'article 9 de l'arrêté du gouvernement flamand du 7 décembre 2018 concernant les modalités d'obtention d'une allocation de soins;
  b) de l'article 4 de l'arrêté du Collège réuni de la Commission communautaire commune du 25 mai 2023 relatif à l'octroi des allocations familiales en faveur de l'enfant atteint d'une affection;
  c) de l'article 5 de l'arrêté du gouvernement wallon du 23 mai 2019 déterminant les conditions d'octroi du supplément d'allocations familiales pour un enfant atteint d'un handicap en faveur d'un enfant atteint d'un handicap en exécution de l'article 16 du décret du 8 février 2018 relatif à la gestion et au paiement des prestations familiales;
  d) de l'article 14 de l'arrêté du gouvernement portant exécution du décret de la Communauté germanophone du 23 avril 2018 relatif aux prestations familiales;
  5° par le Service fédéral des Pensions:
  a) du revenu garanti aux personnes âgées, visé dans la loi du 1er avril 1969 instituant un revenu garanti aux personnes âgées;
  b) de la garantie de revenus aux personnes âgées, visée dans la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées;
  c) d'une allocation pour l'aide d'une tierce personne, visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés;
  d) d'une allocation de complément du revenu garanti aux personnes âgées, telle que visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés.
  Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, la catégorie des ayants droit visée à l'alinéa 1er du tarif social visé au paragraphe 1er peut être modifiée ou complétée par le Roi. Tout arrêté pris dans ce but est censé ne jamais avoir produit d'effet s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les douze mois de sa date d'entrée en vigueur.".
HOOFDSTUK 12. - Wijzigingen van de kaderwet van 24 september 2006 betreffende het voeren van de beroepstitel van een dienstverlenend intellectueel beroep en het voeren van de beroepstitel van een ambachtelijk beroep
CHAPITRE 12. - Modifications de la loi-cadre du 24 septembre 2006 sur le port du titre professionnel d'une profession intellectuelle prestataire de services et sur le port du titre professionnel d'une profession artisanale
Art. 108. In artikel 15 van de kaderwet van 24 september 2006 betreffende het voeren van de beroepstitel van een dienstverlenend intellectueel beroep en het voeren van de beroepstitel van een ambachtelijk beroep worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "Met geldboete van" worden vervangen door de woorden "Hetzij met een strafrechtelijke geldboete van";
  2° de woorden ", hetzij met een administratieve geldboete van 200 euro tot 1.000 euro" worden ingevoegd tussen de woorden "tot 1.000 euro" en de woorden "wordt gestraft:".
Art. 108. A l'article 15 de la loi-cadre du 24 septembre 2006 sur le port du titre professionnel d'une profession intellectuelle prestataire de services et sur le port du titre professionnel d'une profession artisanale, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "puni d'une amende" sont remplacés par les mots "puni soit d'une amende pénale";
  2° les mots "soit d'une amende administrative de 200 à 1.000 euros" sont insérés entre les mots "à 1.000 euros" et les mots "1° celui qui contrevient".
Art. 109. In artikel 17 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "De door deze ambtenaren opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen dertig dagen na de datum van de vaststelling van de inbreuk aan de overtreder bij een aangetekende zending met ontvangstmelding betekend of hem overhandigd, op de wijze bedoeld in artikel XV.2, § 2, van het Wetboek van economisch recht.";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De opsporing en de vaststelling van de inbreuken bedoeld in deze wet, door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren, gebeuren overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 109. A l'article 17 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Les procès-verbaux établis par ces agents font foi jusqu'à preuve du contraire. Dans les trente jours qui suivent la date de la constatation de l'infraction, une copie du procès-verbal est notifiée au contrevenant par envoi recommandé avec accusé de réception ou lui est remise en mains propres, dans les formes prévues à l'article XV.2, § 2, du Code de droit économique.";
  2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "La recherche et la constatation des infractions visées dans la présente loi par les agents visés à l'alinéa 1er ont lieu conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique.".
Art. 110. In titel IV van dezelfde wet wordt een artikel 17/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 17/1. § 1. Wanneer zij inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten vaststellen, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel 17, eerste lid, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.
  § 2. Wanneer de in artikel 17, eerste lid, bedoelde ambtenaren inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten vaststellen, kunnen de door de minister bevoegd voor Middenstand aangestelde ambtenaren een geldsom voorstellen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 110. Dans le titre IV de la même loi, il est inséré un article 17/1 rédigé comme suit:
  "Art. 17/1. § 1er. Lorsqu'ils constatent des infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution, les agents visés à l'article 17, alinéa 1er peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.
  § 2. Lorsque les agents visés à l'article 17, alinéa 1er, constatent des infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution, les agents désignés par le ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions peuvent proposer une somme, dont le paiement volontaire par l'auteur de l'infraction éteint l'action publique, conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, majorée des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
Art. 111. In titel IV van dezelfde wet wordt een artikel 17/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 17/2. § 1. De inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren bedoeld in artikel 17, eerste lid, kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 17/1, § 2;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 111. Dans le titre IV de la même loi, il est inséré un article 17/2 rédigé comme suit:
  "Art. 17/2. § 1er. Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution recherchées et constatées par les agents visés à l'article 17, alinéa 1er, peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 17/1, § 2;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 112. In titel IV van dezelfde wet wordt een artikel 17/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 17/3. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 112. Dans le titre IV de la même loi, il est inséré un article 17/3 rédigé comme suit:
  "Art. 17/3. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 113. In titel IV van dezelfde wet wordt een artikel 17/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 17/4. Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 113. Dans le titre IV de la même loi, il est inséré un article 17/4 rédigé comme suit:
  "Art. 17/4. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 114. In titel IV van dezelfde wet wordt een artikel 17/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 17/5. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.".
Art. 114. Dans le titre IV de la même loi, il est inséré un article 17/5 rédigé comme suit:
  "Art. 17/5. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 115. In titel IV van dezelfde wet wordt een artikel 17/6 ingevoegd, luidende:
  "Art. 17/6. De artikelen XV.71, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet.".
Art. 115. Dans le titre IV de la même loi, il est inséré un article 17/6 rédigé comme suit:
  "Art. 17/6. Les articles XV.71, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi.".
HOOFDSTUK 13. - Wijzigingen van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening
CHAPITRE 13. - Modifications de la loi du 10 novembre 2006 relative aux heures d'ouverture dans le commerce, l'artisanat et les services
Art. 116. In artikel 19 van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de inspecteurs en controleurs van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie" vervangen door de woorden "de ambtenaren van de Algemene Directie Economische Inspectie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie";
  2° Een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende:
  " § 1/1. De opsporing en de vaststelling van de inbreuken op de bepalingen van deze wet, met uitzondering van de bepalingen van artikel 17, derde en vierde lid, gebeuren overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht door de ambtenaren van de Algemene Directie Economische Inspectie bedoeld in paragraaf 1.".
Art. 116. A l'article 19 de la loi du 10 novembre 2006 relative aux heures d'ouverture dans le commerce, l'artisanat et les services, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "les inspecteurs et contrôleurs de la Direction générale Contrôle et Médiation du Service public fédéral Economie, Classes moyennes, PME et Energie" sont remplacés par les mots "les agents de la Direction générale de l'Inspection économique du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie";
  2° il est inséré un paragraphe 1er/1 rédigé comme suit:
  " § 1er/1. La recherche et la constatation des infractions aux dispositions de la présente loi, à l'exception des dispositions de l'article 17, alinéas 3 et 4, se font conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique par les agents de la Direction générale de l'Inspection économique visés au paragraphe 1er.".
Art. 117. In de inleidende zin van artikel 20 van dezelfde wet worden de woorden "deze agenten" vervangen door de woorden "de officieren en agenten van de federale en lokale politie".
Art. 117. Dans la phrase liminaire de l'article 20 de la même loi, les mots "ces agents" sont remplacés par les mots "les officiers et agents de la police fédérale et de la police locale".
Art. 118. Artikel 21 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Art. 21. Wanneer zij inbreuken op de bepalingen van deze wet, met uitzondering van de bepalingen van artikel 17, derde en vierde lid, of haar uitvoeringsbesluiten vaststellen, kunnen de ambtenaren van de Algemene Directie Economische Inspectie bedoeld in artikel 19, § 1, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 118. L'article 21 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 21. Lorsqu'ils constatent des infractions aux dispositions de la présente loi, à l'exception des dispositions de l'article 17, alinéas 3 et 4, ou à ses arrêtés d'exécution, les agents de la Direction générale de l'Inspection économique visés à l'article 19, § 1er, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.".
Art. 119. In dezelfde wet wordt een artikel 21/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 21/1. § 1. De inbreuken op de bepalingen van deze wet, met uitzondering van de bepalingen van artikel 17, derde en vierde lid, of haar uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 22, § 3;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 119. Dans la même loi, il est inséré un article 21/1 rédigé comme suit:
  "Art. 21/1. § 1er. Les infractions aux dispositions de la présente loi, à l'exception des dispositions de l'article 17, alinéas 3 et 4, ou à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 22, § 3;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 120. In dezelfde wet wordt een artikel 21/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 21/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 120. Dans la même loi, il est inséré un article 21/2 rédigé comme suit:
  "Art. 21/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 121. In hoofdstuk VI van dezelfde wet wordt een artikel 21/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 21/3. Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 121. Dans le chapitre VI de la même loi, il est inséré un article 21/3 rédigé comme suit:
  "Art. 21/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, il envoie une copie des pièces de procédure des actes d'enquête complémentaires aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 122. In artikel 22 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
  " § 1. De inbreuken op de verbodsbepalingen die door deze wet zijn voorzien, worden bestraft met hetzij een gevangenisstraf van één maand tot één jaar en een boete van 250 tot 10.000 euro of met slechts één van deze straffen, hetzij een administratieve geldboete van 250 tot 10.000 euro.";
  2° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  "Wanneer de ambtenaren van de Algemene Directie Economische Inspectie bedoeld in artikel 19, § 1, inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten vaststellen, kunnen de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren een geldsom voorstellen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.";
  3° in paragraaf 3 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
  "Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.".
Art. 122. A l'article 22 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Les infractions aux dispositions d'interdiction prévues par la présente loi, sont punies soit d'une peine d'emprisonnement allant d'un mois à un an et d'une amende de 250 à 10.000 euros ou d'une de ces peines seulement, soit d'une amende administrative de 250 à 10.000 euros.";
  2° dans le paragraphe 3, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
  "Quand les agents de la Direction générale de l'Inspection économique visés à l'article 19, § 1er, constatent des infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution, les agents désignés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une somme dont le paiement volontaire par le contrevenant éteint l'action publique, conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.";
  3° dans le paragraphe 3, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1 et 2:
  "Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, majoré des décimes additionnels.".
Art. 123. In hoofdstuk VI van dezelfde wet wordt een artikel 22/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 22/1. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.".
Art. 123. Dans le chapitre VI de la même loi, il est inséré un article 22/1 rédigé comme suit:
  "Art. 22/1. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 124. In hoofdstuk VI van dezelfde wet wordt een artikel 22/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 22/2. De artikelen XV.71, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet.".
Art. 124. Dans le chapitre VI de la même loi, il est inséré un article 22/2 rédigé comme suit:
  "Art. 22/2. Les articles XV.71, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi.".
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de kaderwet van 3 augustus 2007 betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen
CHAPITRE 14. - Modifications de la loi-cadre du 3 août 2007 relative aux professions intellectuelles prestataires de services
Art. 125. In artikel 11, eerste lid, van de kaderwet van 3 augustus 2007 betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "hetzij een" worden ingevoegd tussen de woorden "straffen wordt met" en de woorden "gevangenisstraf van acht";
  2° de woorden "een strafrechtelijke" worden ingevoegd tussen de woorden "drie maanden en met" en de woorden "geldboete van 200 tot 2.000";
  3° de eerste zin wordt aangevuld met de woorden ", hetzij een administratieve geldboete van 200 tot 2.000 euro:".
Art. 125. A l'article 11, alinéa 1er, de la loi-cadre du 3 août 2007 relative aux professions intellectuelles prestataires de services, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le mot "soit" est inséré entre le mot "puni" et les mots "d'un emprisonnement";
  2° le mot "pénale" est inséré entre le mot "amende "et les mots "de 200 à 2.000 euros";
  3° la première phrase est complétée par les mots ", soit d'une amende administrative de 200 à 2.000 euros:".
Art. 126. In artikel 13 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "De door deze ambtenaren opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen dertig dagen na vaststelling van de inbreuk aan de overtreder bij een aangetekende zending met ontvangstmelding betekend of hem overhandigd, op de wijze bedoeld in artikel XV.2, § 2 van het Wetboek van economisch recht.";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De opsporing en de vaststelling van de inbreuken bedoeld in deze wet, door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren, gebeuren overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 126. A l'article 13 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Les procès-verbaux établis par ces agents font foi jusqu'à preuve du contraire. Dans les trente jours qui suivent la date de la constatation de l'infraction, une copie du procès-verbal est notifiée au contrevenant par envoi recommandé avec accusé de réception ou lui est remise en mains propres, dans les formes prévues à l'article XV.2, § 2 du Code de droit économique.";
  2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "La recherche et la constatation des infractions visées dans la présente loi par les agents visés à l'alinéa 1er ont lieu conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique.".
Art. 127. In titel II, hoofdstuk IV, van dezelfde wet wordt een artikel 13/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 13/1. § 1. Wanneer zij inbreuken op deze kaderwet of haar uitvoeringsbesluiten vaststellen, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel 13, eerste lid, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.
  § 2. Wanneer de in artikel 13, eerste lid, bedoelde ambtenaren inbreuken bedoeld in deze kaderwet of haar uitvoeringsbesluiten vaststellen, kunnen de door de minister bevoegd voor Middenstand aangestelde ambtenaren een geldsom voorstellen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 127. Dans le titre II, chapitre IV, de la même loi, il est inséré un article 13/1 rédigé comme suit:
  "Art. 13/1. § 1er. Lorsqu'ils constatent des infractions à la présente loi-cadre ou à ses arrêtés d'exécution, les agents visés à l'article 13, alinéa 1er, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.
  § 2. Lorsque les agents visés à l'article 13, alinéa 1er, constatent des infractions à la présente loi-cadre ou à ses arrêtés d'exécution, les agents désignés par le ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions peuvent proposer une somme, dont le paiement volontaire par l'auteur de l'infraction éteint l'action publique, conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, majorée des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
Art. 128. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 13/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 13/2. § 1. De inbreuken bedoeld in deze kaderwet of haar uitvoeringsbesluiten opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren bedoeld in artikel 13, eerste lid, kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 13/1, § 2;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 128. Dans le même chapitre, il est inséré un article 13/2 rédigé comme suit:
  "Art. 13/2. § 1er. Les infractions à la présente loi-cadre ou à ses arrêtés d'exécution recherchées et constatées par les agents visés à l'article 13, alinéa 1er, peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 13/1, § 2;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 129. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 13/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 13/3. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 129. Dans le même chapitre, il est inséré un article 13/3 rédigé comme suit:
  "Art. 13/3. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 130. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 13/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 13/4. Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 130. Dans le même chapitre, il est inséré un article 13/4 rédigé comme suit:
  "Art. 13/4. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 131. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 13/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 13/5. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze kaderwet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze kaderwet.".
Art. 131. Dans le même chapitre, il est inséré un article 13/5 rédigé comme suit:
  "Art. 13/5. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi-cadre.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi-cadre.".
Art. 132. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 13/6 ingevoegd, luidende:
  "Art. 13/6. De artikelen XV.71, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze kaderwet.".
Art. 132. Dans le même chapitre, il est inséré un article 13/6 rédigé comme suit:
  "Art. 13/6. Les articles XV.71, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi-cadre.".
Art. 133. In artikel 14, tweede lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "hetzij een" worden ingevoegd tussen de woorden "gestraft met" en de woorden "gevangenisstraf van";
  2° de woorden "een strafrechtelijke" worden ingevoegd tussen de woorden "dagen en met" en de woorden "geldboete van 26 tot 1.000 euro";
  3° het lid wordt aangevuld met de woorden ", hetzij een administratieve geldboete van 26 tot 1.000 euro".
Art. 133. A l'article 14, alinéa 2, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le mot "soit" est inséré entre le mot "puni" et les mots "d'un emprisonnement";
  2° le mot "pénale "est inséré entre le mot "amende" et les mots "de 26 à 1.000 euros";
  3° les mots "soit d'une amende administrative de 26 à 1.000 euros," sont insérés entre le mot "seulement," et les mots "celui qui refusera".
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar
CHAPITRE 15. - Modifications de la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier
Art. 134. In artikel 22, eerste lid, van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "hetzij een" worden ingevoegd tussen het woord "met" en de woorden "gevangenisstraf van";
  2° de woorden "een strafrechtelijke" worden ingevoegd tussen de woorden "en met" en de woorden "geldboete van 500 euro";
  3° de woorden ", hetzij met een administratieve geldboete van 500 tot 5.000 euro" worden ingevoegd tussen de woorden "die straffen alleen" en het woord "gestraft:".
Art. 134. A l'article 22, alinéa 1er, de la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le mot "soit" est inséré entre le mot "puni" et les mots "d'un emprisonnement de";
  2° le mot "pénale" est inséré entre le mot "amende" et les mots "de 500 euros";
  3° la phrase introductive est complétée par les mots ", soit d'une amende administrative de 500 à 5.000 euros:".
Art. 135. In artikel 24 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "De door deze ambtenaren opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen dertig dagen na vaststelling van de inbreuk aan de overtreder bij een aangetekende zending met ontvangstmelding betekend of hem overhandigd, op de wijze bedoeld in artikel XV.2, § 2, van het Wetboek van economisch recht.";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De opsporing en de vaststelling van de inbreuken bedoeld in de artikelen 22 en 25, door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren, gebeuren overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 135. A l'article 24 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Les procès-verbaux établis par ces agents font foi jusqu'à preuve du contraire. Dans les trente jours qui suivent la constatation de l'infraction, une copie du procès-verbal est notifiée au contrevenant par envoi recommandé avec accusé de réception ou lui est remise en mains propres, dans les formes prévues à l'article XV.2, § 2, du Code de droit économique.";
  2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "La recherche et la constatation des infractions visées aux articles 22 et 25 par les agents visés à l'alinéa 1er ont lieu conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique.".
Art. 136. In hoofdstuk 5 van dezelfde wet wordt een artikel 24/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 24/1. § 1. Wanneer zij inbreuken bedoeld in de artikelen 22 en 25 vaststellen, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel 24, eerste lid, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.
  § 2. Wanneer de in artikel 24, eerste lid, bedoelde ambtenaren inbreuken bedoeld in de artikelen 22 en 25 vaststellen, kunnen de door de minister bevoegd voor Middenstand aangestelde ambtenaren een geldsom voorstellen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 136. Dans le chapitre 5 de la même loi, il est inséré un article 24/1 rédigé comme suit:
  "Art. 24/1. § 1er. Lorsqu'ils constatent des infractions visées aux articles 22 et 25, les agents visés à l'article 24, alinéa 1er, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.
  § 2. Lorsque les agents visés à l'article 24, alinéa 1er constatent des infractions visées aux articles 22 et 25, les agents désignés par le ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions peuvent proposer une somme, dont le paiement volontaire par l'auteur de l'infraction éteint l'action publique, conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, majorée des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
Art. 137. In hoofdstuk 5 van dezelfde wet wordt een artikel 24/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 24/2. § 1. De inbreuken bedoeld in de artikelen 22 en 25 opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren bedoeld in artikel 24, eerste lid, kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 24/1, § 2;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 137. Dans le chapitre 5 de la même loi, il est inséré un article 24/2 rédigé comme suit:
  "Art. 24/2. § 1er. Les infractions visées aux articles 22 et 25 recherchées et constatées par les agents visés à l'article 24, alinéa 1er, peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 24/1, § 2;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 138. In hoofdstuk 5 van dezelfde wet wordt een artikel 24/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 24/3. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 138. Dans le chapitre 5 de la même loi, il est inséré un article 24/3 rédigé comme suit:
  "Art. 24/3. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 139. In hoofdstuk 5 van dezelfde wet wordt een artikel 24/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 24/4. Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 139. Dans le chapitre 5 de la même loi, il est inséré un article 24/4 rédigé comme suit:
  "Art. 24/4. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 140. In hoofdstuk 5 van dezelfde wet wordt een artikel 24/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 24/5. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.".
Art. 140. Dans le chapitre 5 de la même loi, il est inséré un article 24/5 rédigé comme suit:
  "Art. 24/5. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 141. In hoofdstuk 5 van dezelfde wet wordt een artikel 24/6 ingevoegd, luidende:
  "Art. 24/6. De artikelen XV.71, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken bedoeld in de artikelen 22 en 25.".
Art. 141. Dans le chapitre 5 de la même loi, il est inséré un article 24/6 rédigé comme suit:
  "Art. 24/6. Les articles XV.71, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales visées aux articles 22 et 25.".
Art. 142. In artikel 25, tweede lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "hetzij een" worden ingevoegd tussen het woord "met" en de woorden "gevangenisstraf van";
  2° de woorden "een strafrechtelijke" worden ingevoegd tussen de woorden "en met" en de woorden "geldboete van 500 euro";
  3° het lid wordt aangevuld met de woorden ", hetzij met een administratieve geldboete van 500 tot 5.000 euro.".
Art. 142. A l'article 25, alinéa 2, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le mot "soit" est inséré entre le mot "puni" et les mots "d'un emprisonnement de";
  2° le mot "pénale" est inséré entre le mot "amende" et les mots "de 500 euros";
  3° les mots "soit d'une amende administrative de 500 à 5.000 euros," sont insérés entre les mots "d'une de ces peines seulement," et les mots "celui qui refusera".
HOOFDSTUK 16. - Wijzigingen in de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen
CHAPITRE 16. - Modifications de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance
Art. 143. In artikel 40, § 1, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zinnen:
  "Deze personen moeten in het bijzonder eerlijk, integer en met onafhankelijkheid van geest handelen. Wat de leden van het wettelijk bestuursorgaan betreft, moet dit hen in staat stellen om daadwerkelijk de besluiten van het directiecomité, of, bij ontstentenis van een directiecomité, de besluiten van de effectieve leiding te beoordelen en deze ter discussie te stellen indien zulks noodzakelijk is en om daadwerkelijk toe te zien en controle uit te oefenen op de bestuurlijke besluitvorming.".
Art. 143. Dans l'article 40, § 1er, de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance, l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante:
  "En particulier, ces personnes doivent faire preuve d'une honnêteté, d'une intégrité et d'une indépendance d'esprit qui, s'agissant des membres de l'organe légal d'administration, permettent d'évaluer et de remettre en question effectivement, si nécessaire, les décisions du comité de direction, ou en l'absence de celui-ci, de la direction effective et d'assurer la supervision et le suivi effectifs des décisions prises en matière de gestion.".
Art. 144. In boek II, titel I, hoofdstuk II, afdeling VII, onderafdeling II, van dezelfde wet wordt een artikel 47/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 47/1. Het wettelijk bestuursorgaan en het directiecomité zijn zodanig samengesteld dat deze organen in hun geheel genomen over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring beschikken om inzicht te hebben in alle bedrijfsactiviteiten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met inbegrip van de voornaamste risico's waaraan zij is blootgesteld.".
Art. 144. Dans le livre II, titre Ier, chapitre II, section VII, sous-section II, de la même loi, il est inséré un article 47/1 rédigé comme suit:
  "Art. 47/1. La composition de l'organe légal d'administration et du comité de direction assure que ces organes disposent collectivement des connaissances, des compétences et de l'expérience nécessaires à la compréhension de l'ensemble des activités de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, y compris des principaux risques auxquels elle est exposée.".
Art. 145. In artikel 60 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 5 december 2017, worden de woorden "en 48 tot" vervangen door de woorden "en 47/1 tot".
Art. 145. Dans l'article 60 de la même loi, remplacé par la loi du 5 décembre 2017, les mots "et 48 à" sont remplacés par les mots "et 47/1 à".
Art. 146. In artikel 76 van dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  "Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming houdt de documenten die nodig zijn voor het toezicht dat door de Bank en de FSMA op haar wordt uitgeoefend ter beschikking van deze autoriteiten.".
Art. 146. Dans l'article 76 de la même la loi, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
  "Les entreprises d'assurance ou de réassurance tiennent à la disposition de la Banque et de la FSMA les documents nécessaires au contrôle auquel elles sont soumises par ces autorités.".
Art. 147. In artikel 81 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste kennisgeving delen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan de Bank alle documenten en informatie mee die haar toelaten te beoordelen of:
  1° de personen waarvan de benoeming wordt voorgesteld, overeenkomstig artikel 40 over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken;
  2° het profiel van de betrokken personen zodanig is dat voldaan wordt aan het vereiste van collectieve bekwaamheid van artikel 47/1.";
  2° in paragraaf 2 wordt het eerste lid aangevuld met de volgende zin:
  "De goedkeuring van de Bank wordt enkel verleend indien de betrokken benoeming waarborgt dat de betrokken persoon voldoet aan de vereisten van artikel 40 en de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan die van artikel 47/1.".
Art. 147. A l'article 81 de la même loi, modifié par la loi du 5 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Dans le cadre de l'information requise en vertu de l'alinéa 1er, les entreprises d'assurance ou de réassurance communiquent à la Banque tous les documents et informations lui permettant d'évaluer si:
  1° les personnes dont la nomination est proposée disposent de l'honorabilité professionnelle nécessaire et de l'expertise adéquate à l'exercice de leur fonction conformément à l'article 40;
  2° le profil des personnes concernées permet de satisfaire à l'exigence de compétence collective prévue par l'article 47/1.";
  2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante:
  "L'approbation de la Banque n'est donnée que si la nomination considérée assure le respect de l'article 40 dans le chef de la personne concernée et de l'article 47/1 dans le chef de l'entreprise d'assurance ou de réassurance.".
HOOFDSTUK 17. - Wijzigingen van de wet van 15 juli 2016 tot uitvoering van de Verordening (EU) 2019/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 98/2013
CHAPITRE 17. - Modifications de la loi du 15 juillet 2016 portant exécution du règlement (UE) 2019/1148 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 relatif à la commercialisation et à l'utilisation de précurseurs d'explosifs, modifiant le règlement (CE) n° 1907/2006 et abrogeant le règlement (UE) n° 98/2013
Art. 148. In de wet van 15 juli 2016 tot uitvoering van de Verordening (EU) 2019/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 98/2013, wordt een artikel 7/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 7/1. § 1. Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten uitmaakt, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel 6, § 1, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van deze handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.
  § 2. Wanneer de in artikel 6, § 1, bedoelde ambtenaren inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten vaststellen, kunnen de door de minister aangestelde ambtenaren een geldsom voorstellen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 148. Dans la loi du 15 juillet 2016 portant exécution du Règlement (UE) 2019/1148 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 relatif à la commercialisation et à l'utilisation de précurseurs d'explosifs, modifiant le Règlement (CE) n° 1907/2006 et abrogeant le Règlement (UE) n° 98/2013, il est inséré un article 7/1 rédigé comme suit:
  "Art. 7/1. § 1er. Lorsqu'il est constaté qu'un acte constitue une infraction à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution, les agents visés à l'article 6, § 1er, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.
  § 2. Lorsque les agents visés à l'article 6, § 1er, constatent des infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution, les agents désignés par le ministre peuvent proposer une somme, dont le paiement volontaire par l'auteur de l'infraction éteint l'action publique, conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, majorée des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
Art. 149. In dezelfde wet wordt een artikel 9/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 9/1. § 1. De inbreuken bedoeld in artikel 10, § 1, of de uitvoeringsbesluiten ervan, kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 7/1, § 2;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht, met uitzondering van artikel XV.60/1, § 2, indien de inbreuken op deze wet zijn opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren aangesteld door de minister bevoegd voor Leefmilieu en de ambtenaren van de Algemene administratie van de douane en accijnzen.".
Art. 149. Dans la même loi, il est inséré un article 9/1 rédigé comme suit:
  "Art. 9/1. § 1er. Les infractions visées à l'article 10, § 1er, ou à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 7/1, § 2;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique, à l'exception de l'article XV.60/1, § 2, lorsque les infractions à la présente loi sont recherchées et constatées par les agents désignés par le ministre qui a l'Environnement dans ses attributions et par les agents de l'Administration générale des douanes et accises.".
Art. 150. In dezelfde wet wordt een artikel 9/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 9/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 150. Dans la même loi, il est inséré un article 9/2 rédigé comme suit:
  "Art. 9/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 151. In dezelfde wet wordt een artikel 9/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 9/3. Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 151. Dans la même loi, il est inséré un article 9/3 rédigé comme suit:
  "Art. 9/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 152. In artikel 10 van dezelfde wet wordt paragraaf 1 vervangen als volgt:
  " § 1. Onverminderd de toepassing van strengere straffen waarin het Strafwetboek voorziet, worden de inbreuken of pogingen tot inbreuk op de Verordening, op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete van 100 euro tot 100.000 euro en een gevangenisstraf van één jaar tot vijf jaar of met één van die straffen alleen, hetzij met een administratieve geldboete van 100 tot 100.000 euro.".
Art. 152. A l'article 10 de la même loi, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Sans préjudice de l'application de peines plus sévères prévues par le Code pénal, les infractions ou tentatives d'infraction au Règlement, à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution, sont punies soit d'une amende pénale de 100 euros à 100.000 euros et d'une peine d'emprisonnement d'un an à cinq ans ou de l'une de ces deux peines seulement, soit d'une amende administrative de 100 à 100.000 euros.".
Art. 153. In dezelfde wet wordt een artikel 11/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 11/1. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.".
Art. 153. Dans la même loi, il est inséré un article 11/1 rédigé comme suit:
  "Art. 11/1. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 154. In dezelfde wet wordt een artikel 11/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 11/2. De artikelen XV.69, XV.71, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet.".
Art. 154. Dans la même loi, il est inséré un article 11/2 rédigé comme suit:
  "Art. 11/2. Les articles XV.69, XV.71, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi.".
HOOFDSTUK 18. - Wijzigingen van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren
CHAPITRE 18. - Modifications de la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises
Art. 155. In artikel 44 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid worden de woorden "in artikel 33" vervangen door de woorden "in artikel 32";
  2° het derde en het vierde lid worden vervangen als volgt:
  "Het eerste lid is niet van toepassing op de verstrekking van vertrouwelijke informatie door de leden van het Comité bedoeld in artikel 35, eerste lid, 2°, aan de FSMA. Artikel 74, eerste lid, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten is van toepassing op die informatie. De FSMA richt een verzoek aan het College indien zij deze informatie wil gebruiken voor de uitoefening van haar wettelijke opdrachten. Het College behandelt dit verzoek overeenkomstig artikel 45.
  Het eerste lid is niet van toepassing op de verstrekking van vertrouwelijke informatie door de leden van het Comité bedoeld in artikel 35, eerste lid, 1°, aan de Bank. Artikel 35 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België is van toepassing op die informatie. De Bank richt een verzoek aan het College indien zij deze informatie wil gebruiken voor de uitoefening van haar wettelijke opdrachten. Het College onderzoekt dit verzoek om na te gaan of het voldoet aan artikel 45, § 1, eerste lid, 8°. ";
  3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Het eerste lid belet niet de verstrekking van vertrouwelijke informatie door het College aan de FSMA in het kader van de administratieve, operationele en logistieke ondersteuning van het College door de FSMA bedoeld in artikel 40, 4°, en de waarneming van het secretariaat van het College door de FSMA bedoeld in artikel 40, 3°. Artikel 74, eerste lid, van de voornoemde wet van 2 augustus 2002 is van toepassing op die informatie. De FSMA richt een verzoek aan het College indien zij deze informatie wil gebruiken voor de uitoefening van haar wettelijke opdrachten. Het College behandelt dit verzoek overeenkomstig artikel 45.".
Art. 155. A l'article 44 de la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans alinéa 2, les mots "à l'article 33" sont remplacés par les mots "à l'article 32";
  2° les alinéas 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit:
  "L'alinéa 1er ne s'applique pas à la divulgation d'informations confidentielles, par les membres du Comité visés à l'article 35, alinéa 1er, 2°, à la FSMA. L'article 74, alinéa 1er, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers est d'application en ce qui concerne ces informations. La FSMA soumet une demande au Collège si elle souhaite utiliser ces informations dans l'exercice de ses missions légales. Le Collège traite cette demande conformément à l'article 45.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas à la divulgation d'informations confidentielles, par les membres du Comité visés à l'article 35, alinéa 1er, 1°, à la Banque. L'article 35 de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique est d'application en ce qui concerne ces informations. La Banque soumet une demande au Collège si elle souhaite utiliser ces informations dans l'exercice de ses missions légales. Le Collège examine cette demande pour vérifier le respect de l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 8°. ";
  3° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "L'alinéa 1er n'empêche pas la communication d'informations confidentielles par le Collège à la FSMA dans le cadre du soutien administratif, opérationnel et logistique apporté au Collège par la FSMA visé à l'article 40, 4°, ni dans le cadre du secrétariat du Collège assuré par la FSMA visé à l'article 40, 3°. L'article 74, alinéa 1er, de la loi du 2 août 2002 précitée est d'application à ces informations. La FSMA soumet une demande au Collège si elle souhaite utiliser ces informations dans l'exercice de ses missions légales. Le Collège traite cette demande conformément à l'article 45.".
Art. 156. In artikel 45 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 8° vervangen als volgt:
  "8° aan de Bank en de FSMA als die informatie van belang is voor de uitoefening van hun respectieve wettelijke opdrachten;";
  2° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de bepalingen onder 12° tot 14°, luidende:
  "12° aan de Cel voor financiële informatieverwerking en de buitenlandse toezichtautoriteiten bedoeld in de artikelen 76 en 120/2 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;
  13° aan de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen bedoeld in artikel 49 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;
  14° aan de minister bevoegd voor Justitie of aan de door hem gemachtigde ambtenaar in het kader van het nationaal register voor gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken bedoeld in artikel 555/10 van het Gerechtelijk Wetboek .";
  3° in paragraaf 2 worden de woorden "overeenkomstig § 1, 6° tot 11° " vervangen door de woorden "overeenkomstig paragraaf 1, 6° tot 14° ";
  4° in paragraaf 3 worden de woorden "in artikel 33" vervangen door de woorden "in artikel 32";
  5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende:
  " § 5. De rechtelijke overheden brengen het College op de hoogte van het gevolg dat zij geven aan de in paragraaf 1, eerste lid, 3°, bedoelde aangifte van strafrechtelijke misdrijven.".
Art. 156. A l'article 45 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le 8° est remplacé par ce qui suit:
  "8° à la Banque et à la FSMA lorsque ces informations présentent un intérêt pour l'exercice de leurs missions légales respectives;";
  2° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par les 12° à 14° rédigés comme suit:
  "12° à la Cellule de traitement de l'information financière et aux autorités de contrôle étrangères visées aux articles 76 et 120/2 de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces;
  13° à l'Office de contrôle des mutualités et des unions nationales de mutualités visé à l'article 49 de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités;
  14° au ministre qui a la Justice dans ses attributions ou au fonctionnaire délégué par lui dans le cadre du Registre national des experts judiciaires et des traducteurs, interprètes et traducteurs-interprètes jurés visé à l'article 555/10 du Code judiciaire.";
  3° dans le paragraphe 2, les mots "en vertu du § 1er, 6° à 11° " sont remplacés par les mots "en vertu du paragraphe 1er, 6° à 14° ";
  4° dans le paragraphe 3, les mots "à l'article 33" sont remplacés par les mots "à l'article 32";
  5° l'article est complété par le paragraphe 5 rédigé comme suit:
  " § 5. Les autorités judiciaires informent le Collège des suites qu'elles donnent à la dénonciation des infractions pénales visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°. ".
HOOFDSTUK 19. - Wijzigingen van de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect
CHAPITRE 19. - Modifications de la loi du 31 mai 2017 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile décennale des entrepreneurs, architectes et autres prestataires du secteur de la construction de travaux immobiliers et portant modification de la loi du 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte
Art. 157. In artikel 15 van wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, gewijzigd bij de wet van 9 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "hetzij" worden ingevoegd tussen de woorden "bestraft met" en de woorden "een strafrechtelijke geldboete";
  2° het artikel wordt aangevuld met de woorden ", hetzij met een administratieve geldboete van 26 tot 10.000 euro.".
Art. 157. A l'article 15 de la loi du 31 mai 2017 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile décennale des entrepreneurs, architectes et autres prestataires du secteur de la construction de travaux immobiliers et portant modification de la loi du 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte, modifié par la loi du 9 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le mot "soit" est inséré entre le mot "punies" et les mots "d'une amende";
  2° l'article est complété par les mots ", soit d'une amende administrative de 26 à 10.000 euros.".
Art. 158. Artikel 18 van dezelfde wet wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 158. L'article 18 de la même loi est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
  "Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, majorée des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
Art. 159. In dezelfde wet wordt een artikel 18/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 18/1. § 1. De inbreuken op de artikelen 5 en 12, § 1, eerste lid, 2°, kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 18;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 159. Dans la même loi, il est inséré un article 18/1 rédigé comme suit:
  "Art. 18/1. § 1er. Les infractions aux articles 5 et 12, § 1er, alinéa 1er, 2°, peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 18;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 160. In dezelfde wet wordt een artikel 18/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 18/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 160. Dans la même loi, il est inséré un article 18/2 rédigé comme suit:
  "Art. 18/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 161. In dezelfde wet wordt een artikel 18/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 18/3. Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 161. Dans la même loi, il est inséré un article 18/3 rédigé comme suit:
  "Art. 18/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 162. In dezelfde wet wordt een artikel 18/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 18/4. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.".
Art. 162. Dans la même loi, il est inséré un article 18/4 rédigé comme suit:
  "Art. 18/4. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 163. In dezelfde wet wordt een artikel 18/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 18/5. De artikelen XV.69, XV.71, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet.".
Art. 163. Dans la même loi, il est inséré un article 18/5 rédigé comme suit:
  "Art. 18/5. Les articles XV.69, XV.71, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi.".
HOOFDSTUK 20. - Wijzigingen van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten
CHAPITRE 20. - Modifications de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces
Art. 164. In artikel 5, § 1, eerste lid, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, wordt de bepaling onder 31° /6 ingevoegd, luidende:
  "31° /6 de verhuurders van brandkasten die hun activiteit moeten melden overeenkomstig artikel 1021, laatste lid, van het Wetboek der successierechten en die niet reeds onderworpen zijn op grond van een van de punten 1° tot 21° ".
Art. 164. Dans l'article 5, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2022, il est inséré un 31° /6 rédigé comme suit:
  "31° /6 les loueurs de coffres-forts qui sont tenus de notifier leur activité conformément à l'article 1021, dernier alinéa, du Code des droits de succession et qui ne sont pas déjà assujettis sous l'un des points 1° à 21° ".
Art. 165. In artikel 20 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 20 juli 2020, worden de woorden "en 31° /6" ingevoegd tussen de woorden "tot en met 22° " en de woorden ", bedoelde onderworpen entiteiten".
Art. 165. Dans l'article 20 de la même loi, remplacé par la loi du 20 juillet 2020, les mots "et 31° / 6" sont insérés entre les mots "à 22° "et les mots ", ne peuvent ouvrir des comptes".
Art. 166. In artikel 67, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "Behalve in het geval van een openbare verkoop onder toezicht van een deurwaarder, mag de betaling voor koperen kabels, oude metalen of goederen die edele materialen bevatten echter niet in contanten worden gedaan of ontvangen wanneer de koper geen consument is, tenzij deze edele materialen slechts in kleine hoeveelheden aanwezig zijn en uitsluitend vanwege hun noodzakelijke fysieke eigenschappen.".
   (NOTA : opgeheven bij AGH 2025-03-20/08, art. ; Inwerkingtreding : 09-02-2024)
Art. 166. Dans l'article 67, § 2, de la même loi, modifié par la loi du 20 juillet 2020, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Toutefois, sauf en cas de vente publique effectuée sous la supervision d'un huissier de justice, le paiement de câbles de cuivre, de vieux métaux ou de biens contenant des matières précieuses ne peut être pas effectué ou reçu en espèces lorsque l'acheteur n'est pas un consommateur, à moins que ces matières précieuses ne soient présentes en faible quantité seulement et uniquement en raison de leurs propriétés physiques nécessaires.".
   (NOTE : annulé par ACC 2025-03-20/08, art. ; En vigueur : 09-02-2024)
Art. 167. In artikel 85, § 1, 5°, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2020 en 23 juni 2022, wordt het woord "31° /5" vervangen door het woord "31° /6".
Art. 167. Dans l'article 85, § 1er, 5°, de la même loi, modifié par les lois des 20 juillet 2020 et 23 juin 2022, le mot "31° /5" est remplacé par le mot "31° /6".
Art. 168. In boek IV, titel 4, hoofdstuk 4, van dezelfde wet, wordt in het opschrift van afdeling 1, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2020 en 23 juni 2022, het woord "31° /5" vervangen door het woord "31° /6".
Art. 168. Dans le livre IV, titre 4, chapitre 4, de la même loi, dans l'intitulé de la section 1re, modifié par les lois des 20 juillet 2020 et 23 juin 2022, le mot "31° / 5" est remplacé par le mot "31° /6".
Art. 169. In artikel 108, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2020 en 23 juni 2022, wordt het woord "31° /5" vervangen door het woord "31° /6".
Art. 169. Dans l'article 108, § 1er, de la même loi, modifié par les lois des 20 juillet 2020 et 23 juin 2022, le mot "31° /5" est remplacé par le mot "31° /6".
HOOFDSTUK 21. - Wijzigingen van de wet van 29 maart 2018 tot registratie van de dienstverleners aan vennootschappen
CHAPITRE 21. - Modifications de la loi du 29 mars 2018 portant enregistrement des prestataires de services aux sociétés
Art. 170. In artikel 10 van de wet van 29 maart 2018 tot registratie van de dienstverleners aan vennootschappen worden de volgende wijzingen aangebracht:
  1° de woorden "op basis van artikel XV.2 van het Wetboek van economisch recht" worden opgeheven;
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De opsporing en de vaststelling van de inbreuken bedoeld in deze wet, gebeuren overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 170. A l'article 10 de la loi du 29 mars 2018 portant enregistrement des prestataires de services aux sociétés, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "en vertu de l'article XV.2 du Code de droit économique" sont abrogés;
  2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "La recherche et la constatation des infractions visées par la présente loi se font conformément aux dispositions prévues dans le livre XV, titre 1er, chapitre 1er du Code de droit économique.".
Art. 171. In dezelfde wet wordt een artikel 10/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 10/1. § 1. De inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 11, vierde lid;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 171. Dans la même loi, il est inséré un article 10/1 rédigé comme suit:
  "Art. 10/1. § 1er. Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 11, alinéa 4;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 172. In dezelfde wet wordt een artikel 10/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 10/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 172. Dans la même loi, il est inséré un article 10/2 rédigé comme suit:
  "Art. 10/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 173. In dezelfde wet wordt een artikel 10/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 10/3. Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 173. Dans la même loi, il est inséré un article 10/3 rédigé comme suit:
  "Art. 10/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, il envoie une copie des pièces de procédure des actes d'enquête complémentaires aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 174. In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "De dienstenverlener aan vennootschappen die zijn diensten verstrekt zonder geregistreerd te zijn of die geregistreerd werd maar niet meer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 6 en 8 of in de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt bestraft met hetzij een boete van 250 tot 100.000 euro, hetzij met een administratieve geldboete van 250 tot 100.000 euro.";
  2° in het derde lid worden de woorden "aangeduid door de minister bevoegd voor Economie op basis van artikel XV.2 van het Wetboek van economisch recht" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 10";
  3° in het derde lid worden de woorden "of hen overeenkomstig artikel XV.61 van het genoemde Wetboek een geldsom tussen 50 en 600.000 euro voorstellen waarvan de vrijwillige betaling de strafvordering doet vervallen" opgeheven;
  4° het artikel wordt aangevuld met de volgende leden:
  "Wanneer de in artikel 10 bedoelde ambtenaren inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten vaststellen, kunnen de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren een geldsom voorstellen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 174. A l'article 11 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
  "Le prestataire de services aux sociétés qui preste ses services sans être enregistré ou qui s'est fait enregistrer et ne remplit plus les conditions prévues aux articles 6 et 8 ou dans ses arrêtés d'exécution, est puni soit d'une amende de 250 à 100.000 euros, soit d'une amende administrative de 250 à 100.000 euros.";
  2° dans l'alinéa 3, les mots "commissionnés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions en vertu de l'article XV.2 du Code de droit économique" sont remplacés par les mots "visés à l'article 10";
  3° dans l'alinéa 3, les mots "ou leur proposer le paiement d'une somme dont le paiement volontaire éteint l'action publique, conformément à l'article XV.61 dudit Code, comprise entre 50 et 600.000 euros" sont abrogés;
  4° l'article est complété par les alinéas suivants:
  "Quand les agents visés à l'article 10 constatent des infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution, les agents désignés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une somme, dont le paiement volontaire par l'auteur de l'infraction éteint l'action publique, conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, majorée des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
Art. 175. In hoofdstuk 4 van dezelfde wet wordt een artikel 11/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 11/1. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.".
Art. 175. Dans le chapitre 4 de la même loi, il est inséré un article 11/1 rédigé comme suit:
  "Art. 11/1. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 176. In hoofdstuk 4 van dezelfde wet wordt een artikel 11/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 11/2. De artikelen XV.69, XV.71, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet.".
Art. 176. Dans le chapitre 4 de la même loi, il est inséré un article 11/2 rédigé comme suit:
  "Art. 11/2. Les articles XV.69, XV.71, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi.".
HOOFDSTUK 22. - Wijzigingen van de wet van 25 november 2018 houdende de oprichting van de Nationale Raad voor de Productiviteit
CHAPITRE 22. - Modifications de la loi du 25 novembre 2018 portant création du Conseil National de la Productivité
Art. 177. In artikel 5, § 2, van de wet van 25 november 2018 houdende de oprichting van de Nationale Raad voor de Productiviteit wordt in de Franse tekst, het woord "présentation" telkens vervangen door het woord "proposition".
Art. 177. Dans l'article 5, § 2, de la loi du 25 novembre 2018 portant création du Conseil National de la Productivité, le mot "présentation" est chaque fois remplacé par le mot "proposition".
Art. 178. In artikel 5 van dezelfde wet wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende:
  " § 2/1. De Koning regelt bij een koninklijk besluit vastgesteld overeenkomstig artikel 92ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen de samenstelling van de Raad op gewestelijk niveau."
Art. 178. Dans l'article 5 de la même loi, il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit:
  " § 2/1. Le Roi règle la composition du Conseil au niveau régional par un arrêté royal pris conformément à l'article 92ter de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles."
Art. 179. Artikel 7 van dezelfde wet wordt aangevuld met de bepalingen onder 5° en 6°, luidende:
  "5° lid zijn van een vereniging, organisatie of federatie die een economische activiteit vertegenwoordigt of opkomt voor de belangen van een economische activiteit;
  6° medewerkers zijn van in de onder 5° bedoelde verenigingen of federaties.".
Art. 179. L'article 7 de la même loi est complété par les 5° et 6° rédigés comme suit:
  "5° sont membres d'une association, organisation ou fédération représentant une activité économique ou défendant ses intérêts;
  6° sont collaborateurs d'une association ou fédération visée au 5°. ".
Art. 180. In artikel 11 van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "De Koning wijst de overheidsdienst aan die het secretariaat van de Raad verzorgt.".
Art. 180. Dans l'article 11 de la même loi, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Le Roi désigne le service public qui assure le secrétariat du Conseil.".
HOOFDSTUK 23. - Wijzigingen van de wet van 17 maart 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur
CHAPITRE 23. - Modifications de la loi du 17 mars 2019 relative aux professions d'expert-comptable et de conseiller fiscal
Art. 181. In de inleidende zin van artikel 117, eerste lid, van de wet van 17 maart 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "hetzij" wordt ingevoegd tussen het woord "Met" en de woorden "een gevangenisstraf van";
  2° het woord "strafrechtelijke" wordt ingevoegd tussen de woorden "en met een" en de woorden "geldboete van tweehonderd";
  3° de woorden ", hetzij met een administratieve geldboete van tweehonderd tot tweeduizend euro" worden ingevoegd tussen de woorden "die straffen alleen" en de woorden "wordt gestraft:".
Art. 181. Dans la phrase introductive de l'article 117, alinéa 1er, de la loi du 17 mars 2019 relative aux professions d'expert-comptable et de conseiller fiscal, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le mot "soit" est inséré entre le mot "punis" et les mots "d'une peine d'emprisonnement";
  2° le mot "pénale" est inséré entre le mot "amende" et les mots "de deux cents à deux milles euros";
  3° la première phrase est complétée par les mots ", soit d'une amende administrative de deux cents à deux mille euros:".
Art. 182. In artikel 118 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de derde zin worden de woorden "en aan de bevoegde ambtenaren van het Openbaar Ministerie" opgeheven;
  2° in de vierde zin worden de woorden "zeven werkdagen te rekenen vanaf de vaststelling van de inbreuken, op straffe van nietigheid." vervangen door de woorden "dertig dagen vanaf de datum van de vaststelling van de inbreuken.";
  3° in de vierde zin worden de woorden ", alsook aan de hierboven vermelde ministers" opgeheven;
  4° in de zesde zin wordt het woord "hetzij" ingevoegd tussen de woorden "wordt gestraft met" en de woorden "een gevangenisstraf van";
  5° in de zesde zin wordt het woord "strafrechtelijke" ingevoegd tussen de woorden "en met een" en het woord "geldboete";
  6° de zesde zin wordt aangevuld met de woorden ", hetzij met een administratieve geldboete van 26 tot 1.000 euro"";
  7° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De opsporing en de vaststelling van de inbreuken bedoeld in deze wet, door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren, gebeuren overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 182. A l'article 118 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans la troisième phrase, les mots "et aux officiers compétents du Ministère public" sont abrogés;
  2° dans la quatrième phrase, les mots "sept jours ouvrables de la constatation des infractions, le tout à peine de nullité." sont remplacés par les mots "trente jours qui suivent la date de la constatation de l'infraction.";
  3° dans la quatrième phrase, les mots ", ainsi qu'aux ministres précités" sont abrogés;
  4° dans la sixième phrase, le mot "soit" est inséré entre le mot "puni" et les mots "d'un emprisonnement";
  5° dans la sixième phrase, le mot "pénale" est inséré entre le mot "amende" et les mots "de 26 à 1.000 euros";
  6° dans la sixième phrase, les mots ", soit d'une amende administrative de 26 à 1.000 euros" sont insérés entre les mots "d'une de ces peines seulement" et les mots ", celui qui refusera";
  7° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "La recherche et la constatation des infractions visées dans la présente loi par les agents visés à l'alinéa 1er ont lieu conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique.".
Art. 183. In dezelfde wet wordt een artikel 118/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 118/1. § 1. Wanneer zij inbreuken bedoeld in artikel 117, eerste lid vaststellen, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel 118, eerste lid, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.
  § 2. Wanneer de in artikel 118, eerste lid, bedoelde ambtenaren inbreuken bedoeld in artikel 117, eerste lid, vaststellen, kunnen de door de minister bevoegd voor Middenstand aangestelde ambtenaren een geldsom voorstellen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 183. Dans la même loi, il est inséré un article 118/1 rédigé comme suit:
  "Art. 118/1. § 1er. Lorsqu'ils constatent des infractions visées à l'article 117, alinéa 1er, les agents visés à l'article 118, alinéa 1er, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.
  § 2. Lorsque les agents visés à l'article 118, alinéa 1er, constatent des infractions visées à l'article 117, alinéa 1er, les agents désignés par le ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions peuvent proposer une somme, dont le paiement volontaire par l'auteur de l'infraction éteint l'action publique, conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, majorée des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
Art. 184. In dezelfde wet wordt een artikel 118/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 118/2. § 1. De inbreuken bedoeld in artikel 117, eerste lid opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren bedoeld in artikel 118, eerste lid, kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 118/1, § 2;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 184. Dans la même loi, il est inséré un article 118/2 rédigé comme suit:
  "Art. 118/2. § 1er. Les infractions visées à l'article 117, alinéa 1er, recherchées et constatées par les agents visés à l'article 118, alinéa 1er, peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 118/1, § 2;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 185. In dezelfde wet wordt een artikel 118/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 118/3. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 185. Dans la même loi, il est inséré un article 118/3 rédigé comme suit:
  "Art. 118/3. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 186. In dezelfde wet wordt een artikel 118/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 118/4. Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 186. Dans la même loi, il est inséré un article 118/4 rédigé comme suit:
  "Art. 118/4. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 187. In dezelfde wet wordt een artikel 118/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 118/5. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.".
Art. 187. Dans la même loi, il est inséré un article 118/5 rédigé comme suit:
  "Art. 118/5. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 188. In dezelfde wet wordt een artikel 118/6 ingevoegd, luidende:
  "Art. 118/6. De artikelen XV.69, XV.71, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet.".
Art. 188. Dans la même loi, il est inséré un article 118/6 rédigé comme suit:
  "Art. 118/6. Les articles XV.69, XV.71, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi.".
HOOFDSTUK 24. - Wijzigingen van de wet van 9 mei 2019 betreffende de verplichte verzekering van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid van architecten, landmeters-experten, veiligheids- en gezondheidscoördinatoren en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van diverse wetsbepalingen betreffende de verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid in de bouwsector
CHAPITRE 24. - Modifications de la loi du 9 mai 2019 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile professionnelle des architectes, des géomètres-experts, des coordinateurs de sécurité-santé et autres prestataires du secteur de la construction de travaux immobiliers et portant modification de diverses dispositions légales en matière d'assurance de responsabilité civile dans le secteur de la construction
Art. 189. In artikel 16 van de wet van 9 mei 2019 betreffende de verplichte verzekering van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid van architecten, landmeters-experten, veiligheids- en gezondheidscoördinatoren en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van diverse wetsbepalingen betreffende de verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid in de bouwsector, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "hetzij" worden ingevoegd tussen de woorden "worden bestraft met" en de woorden "een strafrechtelijke geldboete";
  2° de eerste zin wordt aangevuld met de woorden ", hetzij met een administratieve geldboete van 26 tot 10.000 euro.".
Art. 189. A l'article 16 de la loi du 9 mai 2019 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile professionnelle des architectes, des géomètres-experts, des coordinateurs de sécurité-santé et autres prestataires du secteur de la construction de travaux immobiliers et portant modification de diverses dispositions légales en matière d'assurance de responsabilité civile dans le secteur de la construction, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le mot "soit" est inséré entre le mot "punies" et les mots "d'une amende";
  2° la première phrase est complétée par les mots ", soit d'une amende administrative de 26 à 10.000 euros.".
Art. 190. Artikel 19 van dezelfde wet wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 190. L'article 19 de la même loi est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
  "Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, majorée des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
Art. 191. In hoofdstuk 7 van dezelfde wet wordt een artikel 19/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 19/1. § 1. De inbreuken van de architect op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 19;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 191. Dans le chapitre 7 de la même loi, il est inséré un article 19/1 rédigé comme suit:
  "Art. 19/1. § 1er. Les infractions de l'architecte à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 19;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 192. In hoofdstuk 7 van dezelfde wet wordt een artikel 19/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 19/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 192. Dans le chapitre 7 de la même loi, il est inséré un article 19/2 rédigé comme suit:
  "Art. 19/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 193. In hoofdstuk 7 van dezelfde wet wordt een artikel 19/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 19/3. Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 193. Dans le chapitre 7 de la même loi, il est inséré un article 19/3 rédigé comme suit:
  "Art. 19/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 194. In hoofdstuk 7 van dezelfde wet wordt een artikel 19/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 19/4. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.".
Art. 194. Dans le chapitre 7 de la même loi, il est inséré un article 19/4 rédigé comme suit:
  "Art. 19/4. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 195. In hoofdstuk 7 van dezelfde wet wordt een artikel 19/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 19/5. De artikelen XV.69, XV.71, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet.".
Art. 195. Dans le chapitre 7 de la même loi, il est inséré un article 19/5 rédigé comme suit:
  "Art. 19/5. Les articles XV.69, XV.71, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi.".
HOOFDSTUK 25. - Wijziging van de wet van 19 juni 2022 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG
CHAPITRE 25. - Modification de la loi du 19 juin 2022 transposant la directive (UE) 2019/790 du Parlement européen et du Conseil du 17 avril 2019 sur le droit d'auteur et les droits voisins dans le marché unique numérique et modifiant les directives 96/9/CE et 2001/29/CE
Art. 196. In artikel 99 van de wet van 19 juni 2022 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG, wordt het derde lid vervangen als volgt:
  "De bepalingen, zoals ingevoegd bij deze wet, zijn niet alleen van toepassing op situaties die na haar inwerkingtreding ontstaan, maar ook op de toekomstige gevolgen van onder de vroegere wet ontstane situaties die zich voordoen of voortduren onder deze wet, voor zover dit geen afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten. De bepalingen die overeenkomstig deze wet van dwingend recht zijn, zijn van toepassing op de lopende contracten.".
Art. 196. Dans l'article 99 de la loi du 19 juin 2022 transposant la directive (UE) 2019/790 du Parlement européen et du Conseil du 17 avril 2019 sur le droit d'auteur et les droits voisins dans le marché unique numérique et modifiant les directives 96/9/CE et 2001/29/CE, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
  "Les dispositions, telles qu'insérées par la présente loi, sont applicables non seulement aux situations nées après son entrée en vigueur, mais aussi aux effets futurs de situations nées sous l'empire de la loi ancienne qui se produisent ou perdurent sous la présente loi, pour autant qu'il ne soit pas ainsi porté atteinte à des droits déjà irrévocablement fixés. Les dispositions qui sont de droit impératif, conformément à la présente loi, sont applicables aux contrats en cours.".
HOOFDSTUK 26. - Wijzigingen van de wet van 26 juni 2022 houdende toekenning van een toelage voor het aanschaffen van huisbrandolie of propaan in bulk bestemd voor de verwarming van een privéwoning
CHAPITRE 26. - Modifications de la loi du 26 juin 2022 visant à octroyer une allocation pour l'acquisition de gasoil ou de propane en vrac destinés au chauffage d'une habitation privée
Art. 197. In artikel 3, § 5, van de wet van 26 juni 2022 houdende toekenning van een toelage voor het aanschaffen van huisbrandolie of propaan in bulk bestemd voor de verwarming van een privéwoning, gewijzigd bij de wet van 30 oktober 2022, worden de woorden "uiterlijk tot en met 30 april 2023" opgeheven.
Art. 197. Dans l'article 3, § 5, de la loi du 26 juin 2022 visant à octroyer une allocation pour l'acquisition de gasoil ou de propane en vrac destinés au chauffage d'une habitation privée, modifié par la loi du 30 octobre 2022, les mots "au plus tard le 30 avril 2023 inclus, " sont abrogés.
Art. 198. In artikel 6, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 oktober 2022, worden de woorden "binnen de twee maanden volgend op de ontvangst van de aanvraag, en uiterlijk op 30 juni 2023" vervangen door de woorden "binnen een redelijke termijn".
Art. 198. Dans l'article 6, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 30 octobre 2022, les mots "dans les deux mois suivant sa réception, et au plus tard le 30 juin 2023 "sont remplacés par les mots"dans un délai raisonnable".
HOOFDSTUK 27. - Wijziging van de wet van 28 november 2022 betreffende de bescherming van melders van inbreuken op het Unie- of nationale recht vastgesteld binnen een juridische entiteit in de private sector
CHAPITRE 27. - Modification de la loi du 28 novembre 2022 sur la protection des personnes qui signalent des violations au droit de l'Union ou au droit national constatées au sein d'une entité juridique du secteur privé
Art. 199. In artikel 11, § 2, van de wet van 28 november 2022 betreffende de bescherming van melders van inbreuken op het Unie- of nationale recht vastgesteld binnen een juridische entiteit in de private sector wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "De drempel wordt berekend volgens het gemiddelde van de werknemers tewerkgesteld in de onderneming in de zin van artikel 14 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven en van artikel 49 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, waarbij dit gemiddelde jaarlijks op 1 januari wordt berekend op dezelfde wijze als omschreven in artikel 7, §§ 1 en 2, van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, evenwel over de referteperiode van de vier trimesters van het voorgaande kalenderjaar.".
Art. 199. Dans l'article 11, § 2, de la loi du 28 novembre 2022 sur la protection des personnes qui signalent des violations au droit de l'Union ou au droit national constatées au sein d'une entité juridique du secteur privé, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Ce seuil est calculé au regard de la moyenne des travailleurs occupés dans l'entreprise au sens de l'article 14 de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie et de l'article 49 de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail, telle que calculée chaque année au 1er janvier en utilisant la méthode décrite à l'article 7, §§ 1er et 2, de la loi du 4 décembre 2007 relative aux élections sociales, avec comme période de référence les quatre trimestres de l'année civile précédente.".
HOOFDSTUK 28. - Wijzigingen van de programmawet van 26 december 2022
CHAPITRE 28. - Modifications de la loi programme du 26 décembre 2022
Art. 200. In artikel 4, § 5, van de programmawet van 26 december 2022 worden de woorden "uiterlijk tot en met 30 april 2023" opgeheven.
Art. 200. A l'article 4, § 5, de la loi programme du 26 décembre 2022, les mots "au plus tard le 30 avril 2023 inclus" sont abrogés.
Art. 201. In artikel 8, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "binnen twee maanden volgend op de ontvangst van de aanvraag, en uiterlijk op 30 juni 2023" vervangen door de woorden "binnen een redelijke termijn".
Art. 201. A l'article 8, alinéa 1er, de la même loi, les mots "dans les deux mois suivant sa réception, et au plus tard le 30 juin 2023" sont remplacés par les mots "dans un délai raisonnable".
HOOFDSTUK 29. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 29. - - Dispositions abrogatoires
Art. 202. De artikelen 87 en 88 van de wet van 29 juni 2016 houdende diverse bepalingen inzake Economie worden opgeheven.
Art. 202. Les articles 87 et 88 de la loi du 29 juin 2016 portant dispositions diverses en matière d'Economie sont abrogés.
Art. 203. De wet van 21 februari 1986 tot strafbaarstelling van de overtredingen van de verordeningen van de Europese Economische Gemeenschap inzake de wijnmarkt wordt opgeheven.
Art. 203. La loi du 21 février 1986 sanctionnant les infractions aux règlements de la Communauté économique européenne en matière de marché viti-vinicole est abrogée.
HOOFDSTUK 30. - Slotbepalingen
CHAPITRE 30. - Dispositions finales
Art. 204. Artikel 29 van deze wet is van toepassing op de precontractuele informatiedocumenten betreffende nieuwe commerciële samenwerkingsovereenkomsten die gesloten zijn na de inwerkingtreding van deze wet en op de wijzigingen en de hernieuwingen van lopende commerciële samenwerkingsovereenkomsten die zich hebben voorgedaan na de inwerkingtreding van deze wet.
Art. 204. L'article 29 de la présente loi s'applique aux documents de l'information précontractuelle relatifs aux nouveaux accords de partenariat commercial conclus après l'entrée en vigueur de la présente loi et aux modifications et renouvellements des accords de partenariat commercial existants survenus après l'entrée en vigueur de la présente loi.
Art. 205. Artikel 29 van deze wet treedt in werking op de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 205. L'article 29 de la présente loi entre en vigueur le premier jour du sixième mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge.
Art. 206. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van artikel 35 van deze wet.
Art. 206. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur de l'article 35 de la présente loi.
Art. 207. De artikelen 36, 37, 38, 39, 42 en 196 treden in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt.
Art. 207. Les articles 36, 37, 38, 39, 42 et 196 entrent en vigueur le jour de leur publication au Moniteur belge.
Art. 208. Het faillissement van Belgische rechtspersonen wordt beschouwd als automatisch gesloten op 1 april 2017 wanneer aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
  1° het vonnis dat de procedure opent werd uitgesproken voor 1 juli 2003;
  2° de sluiting van het faillissement is niet ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  3° volgens het Centraal Register voor Solvabiliteit, is de faillissementsprocedure er niet in opgenomen.
  Deze sluiting van het faillissement wordt in de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven door de beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen.
  De sluiting van het faillissement wordt kosteloos bekendgemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad op initiatief van de beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen.
Art. 208. La faillite des personnes morales de droit belge est considérée comme étant clôturée automatiquement en date du 1er avril 2017 lorsque les conditions cumulatives suivantes sont remplies:
  1° le jugement d'ouverture a été prononcé avant le 1er juillet 2003;
  2° la clôture de faillite n'est pas inscrite dans la Banque-Carrefour des Entreprises;
  3° la procédure de faillite n'est, selon le Registre Central de la Solvabilité, pas reprise en son sein.
  Cette clôture de faillite est inscrite dans la Banque-Carrefour des Entreprises par le service de gestion de la Banque-Carrefour des Entreprises.
  La clôture de faillite est publiée gratuitement aux Annexes du Moniteur belge à l'initiative du service de gestion de la Banque-Carrefour des Entreprises.
Art. 209. Artikel 34, § 2, van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een orde van architecten, vervangen bij artikel 68, is van toepassing op de lopende benoemingen van de rechtskundig bijzitter en van de plaatsvervangende rechtskundig bijzitters. De duur van de benoeming voor zes jaar vangt aan op de dag die volgt op de inwerkingtreding van hun respectieve benoemingsbesluiten. De benoemingen die meer dan zes jaar voor de inwerkingtreding van deze wet aanvingen, eindigen op de eerste dag van de zevende maand die volgt op de inwerkingtreding van deze wet.
  Artikel 34, § 3, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij artikel 68, is alleen van toepassing op de benoemingen die na de inwerkintreding van deze wet plaatsvinden.
Art. 209. L'article 34, § 2, de la loi du 26 juin 1963 créant un Ordre des architectes, remplacé par l'article 68, s'applique aux nominations de l'assesseur juridique et des assesseurs juridiques suppléants qui sont en cours. La durée de la nomination de six ans commence le jour suivant l'entrée en vigueur de leurs arrêtés de nomination respectifs. Les nominations qui ont débuté plus de six ans avant l'entrée en vigueur de la présente loi prennent fin le premier jour du septième mois suivant l'entrée en vigueur de la présente loi.
  L'article 34, § 3, alinéa 1er, de la même loi, remplacé par l'article 68, ne s'applique qu'aux nominations intervenues après l'entrée en vigueur de la présente loi.
Art. 210. In artikel 2, § 8, van het koninklijk besluit van 16 december 2022 houdende de basisbankdienst voor ondernemingen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  "1° de woorden "tien werkdagen" worden telkens vervangen door de woorden "vijfenveertig dagen";
  2° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden "van de bijkomende termijn die hij nodig heeft. Deze termijn kan de termijn van dertig dagen niet overschrijden.".
Art. 210. A l'article 2, § 8, de l'arrêté royal du 16 décembre 2022 relatif au service bancaire de base pour les entreprises, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "dix jours ouvrables" sont chaque fois remplacés par les mots "quarante-cinq jours";
  2° l'alinéa 2 est complété par les mots "du délai supplémentaire qui lui est nécessaire. Ce délai n'excède pas trente jours maximum.".