Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
7 FEBRUARI 2024. - Wet houdende boek 6 "Buitencontractuele aansprakelijkheid" van het Burgerlijk Wetboek
Titre
7 FEVRIER 2024. - Loi portant le livre 6 " La responsabilité extracontractuelle " du Code civil
Documentinformatie
Numac: 2024001600
Datum: 2024-02-07
Info du document
Numac: 2024001600
Date: 2024-02-07
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
HOOFDSTUK 2. - Inhoud van boek 6 "Buitencontrac...
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
Afdeling 1. - Algemene bepaling
Afdeling 2. - Samenloop
Afdeling 3. - Rechtspersonen
HOOFDSTUK 2. - Feiten die tot aansprakelijkheid...
Afdeling 1. - Aansprakelijkheid voor eigen daad
Onderafdeling 1. - Fout
Onderafdeling 2. - Gronden van uitsluiting van ...
Onderafdeling 3. - Aansprakelijkheid van minder...
Afdeling 2. - Aansprakelijkheid voor andermans ...
Afdeling 3. - Aansprakelijkheid voor zaken en d...
HOOFDSTUK 3. - Oorzakelijk verband
Afdeling 1. - Basisregels
Afdeling 2. - Pluraliteit van aansprakelijken
Afdeling 3. - Causale onzekerheid - Proportione...
HOOFDSTUK 4. - Schade
HOOFDSTUK 5. - Gevolgen van aansprakelijkheid
Afdeling 1. - Basisregels
Afdeling 2. - Herstel in natura
Afdeling 3. - Raming van de schade
HOOFDSTUK 6. - Bevel of verbod
HOOFDSTUK 7. - Bijzondere aansprakelijkheidsreg...
Afdeling 1. - Aansprakelijkheid voor gebrekkige...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk We...
Afdeling 2. (vroeger afdeling 3). - Wijziging v...
Afdeling 3. - Wijzigingen van het Wetboek van d...
Afdeling 4. - Wijzigingen van het Belgisch Sche...
Afdeling 5. - Wijzigingen van diverse wetten
Afdeling 6. - Andere wijzigingen
HOOFDSTUK 4. - Opheffingsbepalingen
HOOFDSTUK 5. - Overgangsbepaling
HOOFDSTUK 6. - Inwerkingtreding
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
CHAPITRE 2. - Contenu du livre 6 "La responsabi...
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Section 1re. - Disposition générale
Section 2. - Concours
Section 3. - Personnes morales
CHAPITRE 2. - Faits générateurs de responsabilité
Section 1re. - Responsabilité du fait personnel
Sous-section 1re. - Faute
Sous-section 2. - Causes d'exclusion de la resp...
Sous-section 3. - Responsabilité des mineurs et...
Section 2. - Responsabilité du fait d'autrui
Section 3. - Responsabilité du fait des choses ...
CHAPITRE 3. - Lien de causalité
Section 1re. - Règles de base
Section 2. - Pluralité de responsables
Section 3. - Incertitude causale - Responsabili...
CHAPITRE 4. -Dommage
CHAPITRE 5. - Conséquences de la responsabilité
Section 1re. - Règles de base
Section 2. - Réparation en nature
Section 3. - Evaluation du dommage
CHAPITRE 6. - Ordre ou interdiction
CHAPITRE 7. - Régimes particuliers de responsab...
Section 1re. - Responsabilité du fait des produ...
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
Section 1re. - Modifications du Code civil
Section 2. - Modification du Code pénal
Section 3. - Modifications du Code du recouvrem...
Section 4. - Modifications du Code belge de la ...
Section 5. - Modifications de diverses lois
Section 6. - Autres modifications
CHAPITRE 4. - Dispositions abrogatoires
CHAPITRE 5. - Disposition transitoire
CHAPITRE 6. - Entrée en vigueur
Tekst (135)
Texte (135)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Inhoud van boek 6 "Buitencontractuele aansprakelijkheid" van het Burgerlijk Wetboek
CHAPITRE 2. - Contenu du livre 6 "La responsabilité extracontractuelle" du Code civil
Art.2. Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 13 april 2019 tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van boek 8 "Bewijs" in dat Wetboek, bevat de volgende bepalingen:
"Boek 6. Buitencontractuele aansprakelijkheid
"Boek 6. Buitencontractuele aansprakelijkheid
Art.2. Le livre 6 du Code civil, créé par l'article 2 de la loi du 13 avril 2019 portant création d'un Code civil et y insérant un livre 8 "La preuve", comprend les dispositions suivantes:
"Livre 6. La responsabilité extracontractuelle
"Livre 6. La responsabilité extracontractuelle
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Afdeling 1. - Algemene bepaling
Section 1re. - Disposition générale
Art. 6.1. Aanvullend recht
De bepalingen van dit boek zijn van aanvullend recht tenzij uit de tekst of de draagwijdte ervan blijkt dat ze geheel of gedeeltelijk een karakter van dwingend recht of van openbare orde hebben.
De bepalingen van dit boek zijn van aanvullend recht tenzij uit de tekst of de draagwijdte ervan blijkt dat ze geheel of gedeeltelijk een karakter van dwingend recht of van openbare orde hebben.
Art. 6.1. Droit supplétif
Les dispositions du présent livre sont supplétives, à moins qu'il ne résulte de leur texte ou de leur portée qu'elles présentent, en tout ou en partie, un caractère impératif ou d'ordre public.
Les dispositions du présent livre sont supplétives, à moins qu'il ne résulte de leur texte ou de leur portée qu'elles présentent, en tout ou en partie, un caractère impératif ou d'ordre public.
Afdeling 2. - Samenloop
Section 2. - Concours
Art. 6.2. Niet-exclusieve werking
Tenzij de wet of het contract anders bepaalt, belet de toepassing van een bepaling van dit boek niet de toepassing van andere bepalingen van dit boek, van andere delen van dit Wetboek of van andere wetten.
Tenzij de wet of het contract anders bepaalt, belet de toepassing van een bepaling van dit boek niet de toepassing van andere bepalingen van dit boek, van andere delen van dit Wetboek of van andere wetten.
Art. 6.2. Application non exclusive
Sauf si la loi ou le contrat en dispose autrement, l'application d'une disposition du présent livre n'empêche pas l'application d'autres dispositions du présent livre, d'autres parties du présent Code ou d'autres lois.
Sauf si la loi ou le contrat en dispose autrement, l'application d'une disposition du présent livre n'empêche pas l'application d'autres dispositions du présent livre, d'autres parties du présent Code ou d'autres lois.
Art. 6.3. Buitencontractuele en contractuele aansprakelijkheid
§ 1. Tenzij de wet of het contract anders bepaalt, zijn de wettelijke bepalingen inzake buitencontractuele aansprakelijkheid van toepassing tussen medecontractanten.
Indien de benadeelde echter op grond van de buitencontractuele aansprakelijkheid schadeloosstelling voor schade veroorzaakt door de niet-nakoming van een contractuele verbintenis vordert van zijn medecontractant, kan deze medecontractant de verweermiddelen inroepen die voortvloeien uit zijn contract met de benadeelde, uit de wetgeving inzake bijzondere contracten en uit de bijzondere verjaringsregels van toepassing op het contract. Dit is niet het geval bij vorderingen tot schadeloosstelling voor schade als gevolg van een aantasting van de fysieke of psychische integriteit of van een fout begaan met het opzet schade te veroorzaken.
§ 2. Tenzij de wet of het contract anders bepaalt, zijn de wetsbepalingen inzake buitencontractuele aansprakelijkheid van toepassing tussen de benadeelde en de hulppersoon van zijn medecontractanten.
Indien de benadeelde echter op grond van de buitencontractuele aansprakelijkheid schadeloosstelling voor schade veroorzaakt door de niet-nakoming van een contractuele verbintenis vordert van een hulppersoon van zijn medecontractant, kan deze laatste dezelfde verweermiddelen inroepen als zijn opdrachtgever op grond van paragraaf 1 kan inroepen met betrekking tot de verbintenissen aan de uitvoering waarvan de hulppersoon meewerkt.
De hulppersoon kan eveneens de verweermiddelen inroepen die hij zelf in dit verband tegen zijn medecontractant kan inroepen op grond van paragraaf 1.
§ 1. Tenzij de wet of het contract anders bepaalt, zijn de wettelijke bepalingen inzake buitencontractuele aansprakelijkheid van toepassing tussen medecontractanten.
Indien de benadeelde echter op grond van de buitencontractuele aansprakelijkheid schadeloosstelling voor schade veroorzaakt door de niet-nakoming van een contractuele verbintenis vordert van zijn medecontractant, kan deze medecontractant de verweermiddelen inroepen die voortvloeien uit zijn contract met de benadeelde, uit de wetgeving inzake bijzondere contracten en uit de bijzondere verjaringsregels van toepassing op het contract. Dit is niet het geval bij vorderingen tot schadeloosstelling voor schade als gevolg van een aantasting van de fysieke of psychische integriteit of van een fout begaan met het opzet schade te veroorzaken.
§ 2. Tenzij de wet of het contract anders bepaalt, zijn de wetsbepalingen inzake buitencontractuele aansprakelijkheid van toepassing tussen de benadeelde en de hulppersoon van zijn medecontractanten.
Indien de benadeelde echter op grond van de buitencontractuele aansprakelijkheid schadeloosstelling voor schade veroorzaakt door de niet-nakoming van een contractuele verbintenis vordert van een hulppersoon van zijn medecontractant, kan deze laatste dezelfde verweermiddelen inroepen als zijn opdrachtgever op grond van paragraaf 1 kan inroepen met betrekking tot de verbintenissen aan de uitvoering waarvan de hulppersoon meewerkt.
De hulppersoon kan eveneens de verweermiddelen inroepen die hij zelf in dit verband tegen zijn medecontractant kan inroepen op grond van paragraaf 1.
Art. 6.3. Responsabilité contractuelle et extracontractuelle
§ 1er. Sauf si la loi ou le contrat en dispose autrement, les dispositions légales en matière de responsabilité extracontractuelle sont applicables entre cocontractants.
Toutefois, si, sur le fondement de la responsabilité extracontractuelle, la personne lésée demande à son cocontractant la réparation d'un dommage causé par l'inexécution d'une obligation contractuelle, ce cocontractant peut invoquer les moyens de défense découlant du contrat qu'il a conclu avec la partie lésée, de la législation en matière de contrats spéciaux et des règles particulières de prescription applicables au contrat. Tel n'est pas le cas pour les actions en réparation d'un dommage résultant d'une atteinte à l'intégrité physique ou psychique ou d'une faute commise avec l'intention de causer un dommage.
§ 2. Sauf si la loi ou le contrat en dispose autrement, les dispositions légales en matière de responsabilité extracontractuelle sont applicables entre la personne lésée et l'auxiliaire de ses cocontractants.
Toutefois, si, sur le fondement de la responsabilité extracontractuelle, la personne lésée demande à l'auxiliaire de son cocontractant la réparation d'un dommage causé par l'inexécution d'une obligation contractuelle, ce dernier peut invoquer les mêmes moyens de défense que son donneur d'ordre peut invoquer sur la base du paragraphe 1er et qui concernent l'exécution des obligations auxquelles l'auxiliaire collabore.
L'auxiliaire peut également invoquer les moyens de défense qu'il peut lui-même invoquer contre son cocontractant sur la base du paragraphe 1er.
§ 1er. Sauf si la loi ou le contrat en dispose autrement, les dispositions légales en matière de responsabilité extracontractuelle sont applicables entre cocontractants.
Toutefois, si, sur le fondement de la responsabilité extracontractuelle, la personne lésée demande à son cocontractant la réparation d'un dommage causé par l'inexécution d'une obligation contractuelle, ce cocontractant peut invoquer les moyens de défense découlant du contrat qu'il a conclu avec la partie lésée, de la législation en matière de contrats spéciaux et des règles particulières de prescription applicables au contrat. Tel n'est pas le cas pour les actions en réparation d'un dommage résultant d'une atteinte à l'intégrité physique ou psychique ou d'une faute commise avec l'intention de causer un dommage.
§ 2. Sauf si la loi ou le contrat en dispose autrement, les dispositions légales en matière de responsabilité extracontractuelle sont applicables entre la personne lésée et l'auxiliaire de ses cocontractants.
Toutefois, si, sur le fondement de la responsabilité extracontractuelle, la personne lésée demande à l'auxiliaire de son cocontractant la réparation d'un dommage causé par l'inexécution d'une obligation contractuelle, ce dernier peut invoquer les mêmes moyens de défense que son donneur d'ordre peut invoquer sur la base du paragraphe 1er et qui concernent l'exécution des obligations auxquelles l'auxiliaire collabore.
L'auxiliaire peut également invoquer les moyens de défense qu'il peut lui-même invoquer contre son cocontractant sur la base du paragraphe 1er.
Afdeling 3. - Rechtspersonen
Section 3. - Personnes morales
Art. 6.4. Gelijke behandeling van rechtspersonen en natuurlijke personen
Tenzij de wet anders bepaalt, zijn de bepalingen van dit boek van toepassing op zowel private en publieke rechtspersonen als natuurlijke personen.
Tenzij de wet anders bepaalt, zijn de bepalingen van dit boek van toepassing op zowel private en publieke rechtspersonen als natuurlijke personen.
Art. 6.4. Egalité de traitement des personnes morales et physiques
Sauf si la loi en dispose autrement, les dispositions du présent livre s'appliquent tant aux personnes morales, privées et publiques, qu'aux personnes physiques.
Sauf si la loi en dispose autrement, les dispositions du présent livre s'appliquent tant aux personnes morales, privées et publiques, qu'aux personnes physiques.
HOOFDSTUK 2. - Feiten die tot aansprakelijkheid leiden
CHAPITRE 2. - Faits générateurs de responsabilité
Afdeling 1. - Aansprakelijkheid voor eigen daad
Section 1re. - Responsabilité du fait personnel
Onderafdeling 1. - Fout
Sous-section 1re. - Faute
Art. 6.5. Beginsel
Eenieder is aansprakelijk voor de schade die hij door zijn fout aan een ander veroorzaakt.
Eenieder is aansprakelijk voor de schade die hij door zijn fout aan een ander veroorzaakt.
Art. 6.5. Principe
Toute personne est responsable du dommage qu'elle cause à autrui par sa faute.
Toute personne est responsable du dommage qu'elle cause à autrui par sa faute.
Art. 6.6. Definitie
§ 1. De fout bestaat uit de schending van een wettelijke regel die een bepaald gedrag oplegt of verbiedt of van de algemene zorgvuldigheidsnorm die geldt in het maatschappelijk verkeer.
§ 2. De algemene zorgvuldigheidsnorm vereist een gedrag dat overeenkomt met dat van een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst.
Bij de toepassing ervan kan onder meer rekening gehouden worden met:
1° de redelijkerwijze voorzienbare gevolgen van het gedrag;
2° de evenredigheid van het risico dat de schade zich voordoet, haar aard en haar omvang ten opzichte van de inspanningen en maatregelen nodig om haar te vermijden;
3° de stand van de techniek en van de wetenschappelijke kennis;
4° de eisen van goed vakmanschap en goede beroepspraktijken;
5° de beginselen van goed bestuur en goede organisatie.
§ 1. De fout bestaat uit de schending van een wettelijke regel die een bepaald gedrag oplegt of verbiedt of van de algemene zorgvuldigheidsnorm die geldt in het maatschappelijk verkeer.
§ 2. De algemene zorgvuldigheidsnorm vereist een gedrag dat overeenkomt met dat van een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst.
Bij de toepassing ervan kan onder meer rekening gehouden worden met:
1° de redelijkerwijze voorzienbare gevolgen van het gedrag;
2° de evenredigheid van het risico dat de schade zich voordoet, haar aard en haar omvang ten opzichte van de inspanningen en maatregelen nodig om haar te vermijden;
3° de stand van de techniek en van de wetenschappelijke kennis;
4° de eisen van goed vakmanschap en goede beroepspraktijken;
5° de beginselen van goed bestuur en goede organisatie.
Art. 6.6. Définition
§ 1er. La faute consiste dans un manquement à une règle légale imposant ou interdisant un comportement déterminé ou à la norme générale de prudence qui doit être respectée dans les rapports sociaux.
§ 2. La norme générale de prudence impose d'adopter un comportement conforme à celui qu'aurait adopté une personne prudente et raisonnable placée dans les mêmes circonstances.
A cet effet, peuvent notamment être pris en considération:
1° les conséquences raisonnablement prévisibles du comportement;
2° la proportionnalité entre le risque de survenance du dommage, sa nature et son étendue, et les efforts et mesures nécessaires pour l'éviter;
3° l'état des techniques et des connaissances scientifiques;
4° les règles de l'art et les bonnes pratiques professionnelles;
5° les principes de bonne administration et de bonne organisation.
§ 1er. La faute consiste dans un manquement à une règle légale imposant ou interdisant un comportement déterminé ou à la norme générale de prudence qui doit être respectée dans les rapports sociaux.
§ 2. La norme générale de prudence impose d'adopter un comportement conforme à celui qu'aurait adopté une personne prudente et raisonnable placée dans les mêmes circonstances.
A cet effet, peuvent notamment être pris en considération:
1° les conséquences raisonnablement prévisibles du comportement;
2° la proportionnalité entre le risque de survenance du dommage, sa nature et son étendue, et les efforts et mesures nécessaires pour l'éviter;
3° l'état des techniques et des connaissances scientifiques;
4° les règles de l'art et les bonnes pratiques professionnelles;
5° les principes de bonne administration et de bonne organisation.
Onderafdeling 2. - Gronden van uitsluiting van aansprakelijkheid voor fout
Sous-section 2. - Causes d'exclusion de la responsabilité pour faute
Art. 6.7. Overmacht
Er is overmacht wanneer het onmogelijk is de toepasselijke gedragsregel na te leven.
De persoon die zich in de onmogelijkheid bevindt de toepasselijke gedragsregel na te leven is niet aansprakelijk op grond van artikel 6.5, tenzij deze onmogelijkheid te wijten is aan zijn fout.
Bij de beoordeling van deze onmogelijkheid wordt rekening gehouden met het onvoorzienbare of onvermijdbare karakter van het feit dat de naleving van de regel verhindert.
Er is overmacht wanneer het onmogelijk is de toepasselijke gedragsregel na te leven.
De persoon die zich in de onmogelijkheid bevindt de toepasselijke gedragsregel na te leven is niet aansprakelijk op grond van artikel 6.5, tenzij deze onmogelijkheid te wijten is aan zijn fout.
Bij de beoordeling van deze onmogelijkheid wordt rekening gehouden met het onvoorzienbare of onvermijdbare karakter van het feit dat de naleving van de regel verhindert.
Art. 6.7. Force majeure
Il y a force majeure lorsqu'il est impossible de respecter la règle de conduite applicable.
La personne qui se trouve dans l'impossibilité de respecter la règle de conduite applicable n'est pas responsable sur la base de l'article 6.5, à moins que l'impossibilité ne résulte de sa propre faute.
Dans l'appréciation de cette impossibilité, il est tenu compte du caractère imprévisible ou inévitable du fait qui empêche le respect de cette règle.
Il y a force majeure lorsqu'il est impossible de respecter la règle de conduite applicable.
La personne qui se trouve dans l'impossibilité de respecter la règle de conduite applicable n'est pas responsable sur la base de l'article 6.5, à moins que l'impossibilité ne résulte de sa propre faute.
Dans l'appréciation de cette impossibilité, il est tenu compte du caractère imprévisible ou inévitable du fait qui empêche le respect de cette règle.
Art. 6.8. Andere gronden van uitsluiting van aansprakelijkheid voor fout
De persoon die de toepasselijke gedragsregel niet naleeft, is niet aansprakelijk op grond van artikel 6.5:
1° wanneer hij een onoverwinnelijke dwaling begaat, in feite of in rechte;
2° wanneer hij ingevolge fysieke of psychische dwang onmogelijk de in de wet bepaalde gedragsregels kan naleven;
3° wanneer een noodtoestand hem ertoe brengt een belang te vrijwaren dat aan een ernstig en dreigend gevaar is blootgesteld en waarvan de waarde hoger is dan het belang dat hij prijsgeeft;
4° wanneer hij handelt op grond van een bevel van de wet of van de overheid, tenzij dit bevel klaarblijkelijk onwettig is;
5° wanneer hij handelt uit wettige verdediging doordat een verweer noodzakelijk is ingevolge een onrechtmatige aantasting van zijn fysieke integriteit of een acute dreiging hiervan en dit verweer proportioneel is aan deze aantasting of dreiging;
6° wanneer de benadeelde geldig heeft toegestemd in de aantasting van belangen waarover deze kon beschikken.
De persoon die de toepasselijke gedragsregel niet naleeft, is niet aansprakelijk op grond van artikel 6.5:
1° wanneer hij een onoverwinnelijke dwaling begaat, in feite of in rechte;
2° wanneer hij ingevolge fysieke of psychische dwang onmogelijk de in de wet bepaalde gedragsregels kan naleven;
3° wanneer een noodtoestand hem ertoe brengt een belang te vrijwaren dat aan een ernstig en dreigend gevaar is blootgesteld en waarvan de waarde hoger is dan het belang dat hij prijsgeeft;
4° wanneer hij handelt op grond van een bevel van de wet of van de overheid, tenzij dit bevel klaarblijkelijk onwettig is;
5° wanneer hij handelt uit wettige verdediging doordat een verweer noodzakelijk is ingevolge een onrechtmatige aantasting van zijn fysieke integriteit of een acute dreiging hiervan en dit verweer proportioneel is aan deze aantasting of dreiging;
6° wanneer de benadeelde geldig heeft toegestemd in de aantasting van belangen waarover deze kon beschikken.
Art. 6.8. Autres causes d'exclusion de la responsabilité pour faute
La personne qui viole la règle de conduite applicable n'est pas responsable sur la base de l'article 6.5:
1° lorsqu'elle commet une erreur invincible, de fait ou de droit;
2° lorsqu'en raison d'une contrainte physique ou psychique, elle n'est pas en mesure de respecter les règles de conduite prévues par la loi;
3° lorsqu'un état de nécessité la conduit à sauvegarder un intérêt qui est exposé à un péril grave et imminent et dont la valeur est supérieure à l'intérêt qu'elle sacrifie;
4° lorsqu'elle agit sur la base d'un ordre résultant de la loi ou d'un ordre de l'autorité, sauf si cet ordre est manifestement illégal;
5° lorsqu'elle agit en état de légitime défense parce qu'elle est obligée de réagir en raison de l'atteinte injustifiée à son intégrité physique ou d'une menace sérieuse d'une telle atteinte et que cette défense est proportionnée à cette atteinte ou menace;
6° lorsque la personne lésée a valablement consenti à ce que l'on porte atteinte à des intérêts dont celle-ci pouvait disposer.
La personne qui viole la règle de conduite applicable n'est pas responsable sur la base de l'article 6.5:
1° lorsqu'elle commet une erreur invincible, de fait ou de droit;
2° lorsqu'en raison d'une contrainte physique ou psychique, elle n'est pas en mesure de respecter les règles de conduite prévues par la loi;
3° lorsqu'un état de nécessité la conduit à sauvegarder un intérêt qui est exposé à un péril grave et imminent et dont la valeur est supérieure à l'intérêt qu'elle sacrifie;
4° lorsqu'elle agit sur la base d'un ordre résultant de la loi ou d'un ordre de l'autorité, sauf si cet ordre est manifestement illégal;
5° lorsqu'elle agit en état de légitime défense parce qu'elle est obligée de réagir en raison de l'atteinte injustifiée à son intégrité physique ou d'une menace sérieuse d'une telle atteinte et que cette défense est proportionnée à cette atteinte ou menace;
6° lorsque la personne lésée a valablement consenti à ce que l'on porte atteinte à des intérêts dont celle-ci pouvait disposer.
Onderafdeling 3. - Aansprakelijkheid van minderjarigen en geestesgestoorden
Sous-section 3. - Responsabilité des mineurs et des personnes atteintes d'un trouble mental
Art. 6.9. Minderjarigen van minder dan twaalf jaar
De minderjarige van minder dan twaalf jaar is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De minderjarige van minder dan twaalf jaar is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
Art. 6.9. Mineurs de moins de douze ans
Le mineur de moins de douze ans n'est pas responsable du dommage causé par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité.
Le mineur de moins de douze ans n'est pas responsable du dommage causé par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité.
Art. 6.10. Minderjarigen van twaalf jaar of meer
De minderjarige van twaalf jaar of meer is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De rechter kan echter oordelen dat de minderjarige geen schadeloosstelling verschuldigd is of de door hem verschuldigde schadeloosstelling beperken. Hij doet uitspraak naar billijkheid, rekening houdend met de omstandigheden en met de economische en financiële toestand van de partijen.
Wanneer de aansprakelijkheid van de minderjarige gedekt is door een verzekeringsovereenkomst, kan de rechter niet oordelen dat geen schadeloosstelling verschuldigd is, noch deze beperken tot een bedrag dat lager is dan dat waarvoor deze verzekeringsovereenkomst dekking verleent.
De minderjarige van twaalf jaar of meer is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De rechter kan echter oordelen dat de minderjarige geen schadeloosstelling verschuldigd is of de door hem verschuldigde schadeloosstelling beperken. Hij doet uitspraak naar billijkheid, rekening houdend met de omstandigheden en met de economische en financiële toestand van de partijen.
Wanneer de aansprakelijkheid van de minderjarige gedekt is door een verzekeringsovereenkomst, kan de rechter niet oordelen dat geen schadeloosstelling verschuldigd is, noch deze beperken tot een bedrag dat lager is dan dat waarvoor deze verzekeringsovereenkomst dekking verleent.
Art. 6.10. Mineurs de douze ans ou plus
Le mineur de douze ans ou plus est responsable du dommage causé par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité.
Le juge peut néanmoins décider que le mineur ne doit aucune réparation ou limiter cette réparation. Il statue selon l'équité, en tenant compte des circonstances et de la situation économique et financière des parties.
Lorsque la responsabilité du mineur est couverte par un contrat d'assurance, le juge ne peut pas décider qu'aucune indemnité n'est due, ni limiter l'indemnité à un montant inférieur à celui pour lequel ce contrat d'assurance accorde une couverture.
Le mineur de douze ans ou plus est responsable du dommage causé par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité.
Le juge peut néanmoins décider que le mineur ne doit aucune réparation ou limiter cette réparation. Il statue selon l'équité, en tenant compte des circonstances et de la situation économique et financière des parties.
Lorsque la responsabilité du mineur est couverte par un contrat d'assurance, le juge ne peut pas décider qu'aucune indemnité n'est due, ni limiter l'indemnité à un montant inférieur à celui pour lequel ce contrat d'assurance accorde une couverture.
Art. 6.11. Personen met een geestesstoornis
De persoon die lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast, is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De rechter kan echter oordelen dat die persoon geen schadeloosstelling verschuldigd is of deze beperken op de wijze bepaald in artikel 6.10, tweede lid, rekening houdend met artikel 6.10, derde lid.
De persoon die lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast, is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De rechter kan echter oordelen dat die persoon geen schadeloosstelling verschuldigd is of deze beperken op de wijze bepaald in artikel 6.10, tweede lid, rekening houdend met artikel 6.10, derde lid.
Art. 6.11. Personnes atteintes d'un trouble mental
La personne atteinte d'un trouble mental qui abolit ou altère gravement sa capacité de discernement ou le contrôle de ses actes est responsable du dommage causé par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité.
Le juge peut néanmoins décider qu'aucune indemnité n'est due par cette personne ou limiter le montant de l'indemnité de la façon prévue à l'article 6.10, alinéa 2, compte tenu de l'article 6.10, alinéa 3.
La personne atteinte d'un trouble mental qui abolit ou altère gravement sa capacité de discernement ou le contrôle de ses actes est responsable du dommage causé par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité.
Le juge peut néanmoins décider qu'aucune indemnité n'est due par cette personne ou limiter le montant de l'indemnité de la façon prévue à l'article 6.10, alinéa 2, compte tenu de l'article 6.10, alinéa 3.
Afdeling 2. - Aansprakelijkheid voor andermans daad
Section 2. - Responsabilité du fait d'autrui
Art. 6.12. Aansprakelijkheid van titularissen van het gezag over de persoon van minderjarigen
Ouders, adoptanten, voogden en pleegzorgers, voor zover zij het gezag hebben over de persoon van een minderjarige van minder dan zestien jaar, zijn foutloos aansprakelijk voor de schade die deze laatste door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaakt aan derden.
Ouders, adoptanten, voogden en pleegzorgers, voor zover zij het gezag hebben over de persoon van een minderjarige van zestien jaar of meer, zijn aansprakelijk voor de schade die deze laatste door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaakt aan derden. Zij zijn niet aansprakelijk indien zij aantonen dat de schade niet te wijten is aan een fout van hun kant.
Ouders, adoptanten, voogden en pleegzorgers, voor zover zij het gezag hebben over de persoon van een minderjarige van minder dan zestien jaar, zijn foutloos aansprakelijk voor de schade die deze laatste door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaakt aan derden.
Ouders, adoptanten, voogden en pleegzorgers, voor zover zij het gezag hebben over de persoon van een minderjarige van zestien jaar of meer, zijn aansprakelijk voor de schade die deze laatste door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaakt aan derden. Zij zijn niet aansprakelijk indien zij aantonen dat de schade niet te wijten is aan een fout van hun kant.
Art. 6.12. Responsabilité des titulaires de l'autorité sur la personne des mineurs
Les parents, adoptants, tuteurs et accueillants familiaux, pour autant qu'ils disposent de l'autorité sur la personne d'un mineur de moins de seize ans, sont responsables sans faute du dommage causé à des tiers par celui-ci par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité.
Les parents, adoptants, tuteurs et accueillants familiaux, pour autant qu'ils disposent de l'autorité sur la personne d'un mineur de seize ans ou plus, sont responsables du dommage causé à des tiers par celui-ci par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité. Ils ne sont pas responsables s'ils démontrent que le dommage ne trouve pas sa cause dans une faute de leur part.
Les parents, adoptants, tuteurs et accueillants familiaux, pour autant qu'ils disposent de l'autorité sur la personne d'un mineur de moins de seize ans, sont responsables sans faute du dommage causé à des tiers par celui-ci par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité.
Les parents, adoptants, tuteurs et accueillants familiaux, pour autant qu'ils disposent de l'autorité sur la personne d'un mineur de seize ans ou plus, sont responsables du dommage causé à des tiers par celui-ci par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité. Ils ne sont pas responsables s'ils démontrent que le dommage ne trouve pas sa cause dans une faute de leur part.
Art. 6.13. Aansprakelijkheid van personen belast met het toezicht op anderen
De persoon die op grond van een wettelijke of reglementaire bepaling, een gerechtelijke of administratieve beslissing of een contract ermee belast is op globale en duurzame wijze de levenswijze van andere personen te organiseren en te controleren, is aansprakelijk voor de schade die deze laatsten door hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaken aan derden terwijl zij onder zijn toezicht staan. Hij is niet aansprakelijk indien hij aantoont dat de schade niet te wijten is aan een fout in het toezicht van zijn kant.
Een onderwijsinstelling is aansprakelijk voor de schade die haar leerlingen door hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaken aan derden terwijl zij onder haar toezicht staan. Zij is niet aansprakelijk indien zij aantoont dat de schade niet te wijten is aan een fout in het toezicht van haar kant.
De persoon die op grond van een wettelijke of reglementaire bepaling, een gerechtelijke of administratieve beslissing of een contract ermee belast is op globale en duurzame wijze de levenswijze van andere personen te organiseren en te controleren, is aansprakelijk voor de schade die deze laatsten door hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaken aan derden terwijl zij onder zijn toezicht staan. Hij is niet aansprakelijk indien hij aantoont dat de schade niet te wijten is aan een fout in het toezicht van zijn kant.
Een onderwijsinstelling is aansprakelijk voor de schade die haar leerlingen door hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaken aan derden terwijl zij onder haar toezicht staan. Zij is niet aansprakelijk indien zij aantoont dat de schade niet te wijten is aan een fout in het toezicht van haar kant.
Art. 6.13. Responsabilité des personnes chargées de la surveillance d'autrui
La personne qui est chargée, sur la base d'une disposition légale ou réglementaire, d'une décision judiciaire ou administrative ou d'un contrat, d'organiser et de contrôler de manière globale et durable le mode de vie d'autres personnes est responsable du dommage que celles-ci ont causé à des tiers par leur faute ou un autre fait générateur de responsabilité, pendant qu'elles sont sous sa surveillance. Elle n'est pas responsable si elle démontre que le dommage ne trouve pas sa cause dans une faute de surveillance de sa part.
Un établissement d'enseignement est responsable du dommage causé à des tiers par ses élèves par leur faute ou un autre fait générateur de responsabilité pendant qu'ils sont sous sa surveillance. Il n'est pas responsable s'il démontre que le dommage ne trouve pas sa cause dans une faute de surveillance de sa part.
La personne qui est chargée, sur la base d'une disposition légale ou réglementaire, d'une décision judiciaire ou administrative ou d'un contrat, d'organiser et de contrôler de manière globale et durable le mode de vie d'autres personnes est responsable du dommage que celles-ci ont causé à des tiers par leur faute ou un autre fait générateur de responsabilité, pendant qu'elles sont sous sa surveillance. Elle n'est pas responsable si elle démontre que le dommage ne trouve pas sa cause dans une faute de surveillance de sa part.
Un établissement d'enseignement est responsable du dommage causé à des tiers par ses élèves par leur faute ou un autre fait générateur de responsabilité pendant qu'ils sont sous sa surveillance. Il n'est pas responsable s'il démontre que le dommage ne trouve pas sa cause dans une faute de surveillance de sa part.
Art. 6.14. Aansprakelijkheid van de aansteller
§ 1. De aansteller is foutloos aansprakelijk voor de schade door zijn aangestelde aan derden veroorzaakt tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie, als gevolg van zijn fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De aansteller is de persoon die voor eigen rekening in feite gezag over en toezicht op het gedrag van een ander kan uitoefenen.
§ 2. De rechtspersoon van publiek recht is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn personeelsleden aan derden tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van hun functie, als gevolg van hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit, ook wanneer de toestand van deze personeelsleden statutair is geregeld of zij gehandeld hebben in de uitoefening van de openbare macht.
§ 1. De aansteller is foutloos aansprakelijk voor de schade door zijn aangestelde aan derden veroorzaakt tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie, als gevolg van zijn fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De aansteller is de persoon die voor eigen rekening in feite gezag over en toezicht op het gedrag van een ander kan uitoefenen.
§ 2. De rechtspersoon van publiek recht is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn personeelsleden aan derden tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van hun functie, als gevolg van hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit, ook wanneer de toestand van deze personeelsleden statutair is geregeld of zij gehandeld hebben in de uitoefening van de openbare macht.
Art. 6.14. Responsabilité du commettant
§ 1er. Le commettant est responsable sans faute du dommage causé à des tiers par son préposé pendant et à l'occasion de l'exercice de sa fonction, résultant de sa faute ou d'un autre fait générateur de responsabilité.
Le commettant est la personne qui, en fait, peut exercer pour son propre compte une autorité et une surveillance sur les actes d'une autre personne.
§ 2. La personne morale de droit public est responsable sans faute du dommage causé à des tiers par les membres de son personnel pendant et à l'occasion de l'exercice de leurs fonctions, résultant de leur faute ou d'un autre fait générateur de responsabilité, et ce aussi bien lorsque la situation de ces membres du personnel est réglée statutairement que lorsqu'ils ont agi dans l'exercice de la puissance publique.
§ 1er. Le commettant est responsable sans faute du dommage causé à des tiers par son préposé pendant et à l'occasion de l'exercice de sa fonction, résultant de sa faute ou d'un autre fait générateur de responsabilité.
Le commettant est la personne qui, en fait, peut exercer pour son propre compte une autorité et une surveillance sur les actes d'une autre personne.
§ 2. La personne morale de droit public est responsable sans faute du dommage causé à des tiers par les membres de son personnel pendant et à l'occasion de l'exercice de leurs fonctions, résultant de leur faute ou d'un autre fait générateur de responsabilité, et ce aussi bien lorsque la situation de ces membres du personnel est réglée statutairement que lorsqu'ils ont agi dans l'exercice de la puissance publique.
Art. 6.15. Aansprakelijkheid van rechtspersonen voor hun bestuursorganen
en de leden ervan
De rechtspersoon van privaat recht is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn bestuursorganen of door de leden, in rechte of in feite, van die organen aan derden tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van hun functie, als gevolg van hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De rechtspersoon van publiek recht is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn organen of de leden van zijn organen die geen deel uitmaken van zijn personeel aan derden tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van hun functie, als gevolg van hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
en de leden ervan
De rechtspersoon van privaat recht is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn bestuursorganen of door de leden, in rechte of in feite, van die organen aan derden tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van hun functie, als gevolg van hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De rechtspersoon van publiek recht is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn organen of de leden van zijn organen die geen deel uitmaken van zijn personeel aan derden tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van hun functie, als gevolg van hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
Art. 6.15. Responsabilité des personnes morales pour les organes de gestion et pour les membres de ceux-ci
La personne morale de droit privé est responsable sans faute du dommage causé à des tiers par ses organes de gestion ou par les membres, de droit ou de fait, de ces organes, pendant et à l'occasion de l'exercice de leurs fonctions, résultant de leur faute ou d'un autre fait générateur de responsabilité.
La personne morale de droit public est responsable sans faute du dommage causé à des tiers par ses organes ou les membres de ses organes qui ne font pas partie de son personnel pendant et à l'occasion de l'exercice de leurs fonctions, résultant de leur faute ou d'un autre fait générateur de responsabilité.
La personne morale de droit privé est responsable sans faute du dommage causé à des tiers par ses organes de gestion ou par les membres, de droit ou de fait, de ces organes, pendant et à l'occasion de l'exercice de leurs fonctions, résultant de leur faute ou d'un autre fait générateur de responsabilité.
La personne morale de droit public est responsable sans faute du dommage causé à des tiers par ses organes ou les membres de ses organes qui ne font pas partie de son personnel pendant et à l'occasion de l'exercice de leurs fonctions, résultant de leur faute ou d'un autre fait générateur de responsabilité.
Afdeling 3. - Aansprakelijkheid voor zaken en dieren
Section 3. - Responsabilité du fait des choses corporelles et des animaux
Art. 6.16. Aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken
De bewaarder van een zaak is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek van die zaak.
De bewaarder is de persoon die de niet-ondergeschikte macht van leiding en controle heeft over de zaak. De eigenaar wordt vermoed bewaarder van de zaak te zijn, tenzij hij bewijst dat de bewaring bij een ander berust.
Een zaak is gebrekkig wanneer zij door een van haar kenmerken niet de veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten in de gegeven omstandigheden.
De bewaarder van een zaak is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek van die zaak.
De bewaarder is de persoon die de niet-ondergeschikte macht van leiding en controle heeft over de zaak. De eigenaar wordt vermoed bewaarder van de zaak te zijn, tenzij hij bewijst dat de bewaring bij een ander berust.
Een zaak is gebrekkig wanneer zij door een van haar kenmerken niet de veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten in de gegeven omstandigheden.
Art. 6.16. Responsabilité pour les choses corporelles affectées d'un vice
Le gardien d'une chose corporelle est responsable sans faute du dommage causé par un vice de cette chose.
Le gardien est la personne qui dispose d'un pouvoir de direction et de contrôle non subordonné sur cette chose corporelle. Le propriétaire est présumé gardien de la chose, à moins qu'il ne prouve qu'une autre personne en exerce la garde.
Une chose corporelle est affectée d'un vice lorsque, en raison d'une de ses caractéristiques, elle n'offre pas la sécurité à laquelle on peut légitimement s'attendre dans les circonstances données.
Le gardien d'une chose corporelle est responsable sans faute du dommage causé par un vice de cette chose.
Le gardien est la personne qui dispose d'un pouvoir de direction et de contrôle non subordonné sur cette chose corporelle. Le propriétaire est présumé gardien de la chose, à moins qu'il ne prouve qu'une autre personne en exerce la garde.
Une chose corporelle est affectée d'un vice lorsque, en raison d'une de ses caractéristiques, elle n'offre pas la sécurité à laquelle on peut légitimement s'attendre dans les circonstances données.
Art. 6.17. Aansprakelijkheid voor dieren
De bewaarder van een dier is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door dit dier.
De bewaarder is de persoon die de niet-ondergeschikte macht van leiding en controle heeft over het dier. De eigenaar wordt vermoed bewaarder van het dier te zijn, tenzij hij bewijst dat de bewaring bij een ander berust.
De bewaarder van een dier is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door dit dier.
De bewaarder is de persoon die de niet-ondergeschikte macht van leiding en controle heeft over het dier. De eigenaar wordt vermoed bewaarder van het dier te zijn, tenzij hij bewijst dat de bewaring bij een ander berust.
Art. 6.17. Responsabilité pour les animaux
Le gardien d'un animal est responsable sans faute du dommage causé par cet animal.
Le gardien est la personne qui dispose d'un pouvoir de direction et de contrôle non subordonné sur l'animal. Le propriétaire est présumé gardien de l'animal, à moins qu'il ne prouve qu'une autre personne en exerce la garde.
Le gardien d'un animal est responsable sans faute du dommage causé par cet animal.
Le gardien est la personne qui dispose d'un pouvoir de direction et de contrôle non subordonné sur l'animal. Le propriétaire est présumé gardien de l'animal, à moins qu'il ne prouve qu'une autre personne en exerce la garde.
HOOFDSTUK 3. - Oorzakelijk verband
CHAPITRE 3. - Lien de causalité
Afdeling 1. - Basisregels
Section 1re. - Règles de base
Art. 6.18. Noodzakelijke voorwaarde
§ 1. Een tot aansprakelijkheid leidend feit is oorzaak van de schade indien het een noodzakelijke voorwaarde is voor deze laatste. Een feit is een noodzakelijke voorwaarde voor de schade indien de schade zich zonder dit feit, in de concrete omstandigheden die bestonden ten tijde van het schadegeval, niet zou hebben voorgedaan zoals deze zich heeft voorgedaan.
Indien een tot aansprakelijkheid leidend feit geen noodzakelijke voorwaarde is voor de schade om de enkele reden dat een of meer andere gelijktijdige feiten, afzonderlijk of samen, een voldoende voorwaarde zijn voor de schade, is het niettemin ook een oorzaak.
§ 2. Er is evenwel geen aansprakelijkheid indien het verband tussen het tot aansprakelijkheid leidende feit en de schade dermate verwijderd is dat het kennelijk onredelijk zou zijn de schade toe te rekenen aan de persoon die wordt aangesproken. Bij deze beoordeling wordt in het bijzonder rekening gehouden met het onwaarschijnlijke karakter van de schade in het licht van de normale gevolgen van het tot aansprakelijkheid leidende feit en met de omstandigheid dat dit feit niet op betekenisvolle wijze heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade.
§ 1. Een tot aansprakelijkheid leidend feit is oorzaak van de schade indien het een noodzakelijke voorwaarde is voor deze laatste. Een feit is een noodzakelijke voorwaarde voor de schade indien de schade zich zonder dit feit, in de concrete omstandigheden die bestonden ten tijde van het schadegeval, niet zou hebben voorgedaan zoals deze zich heeft voorgedaan.
Indien een tot aansprakelijkheid leidend feit geen noodzakelijke voorwaarde is voor de schade om de enkele reden dat een of meer andere gelijktijdige feiten, afzonderlijk of samen, een voldoende voorwaarde zijn voor de schade, is het niettemin ook een oorzaak.
§ 2. Er is evenwel geen aansprakelijkheid indien het verband tussen het tot aansprakelijkheid leidende feit en de schade dermate verwijderd is dat het kennelijk onredelijk zou zijn de schade toe te rekenen aan de persoon die wordt aangesproken. Bij deze beoordeling wordt in het bijzonder rekening gehouden met het onwaarschijnlijke karakter van de schade in het licht van de normale gevolgen van het tot aansprakelijkheid leidende feit en met de omstandigheid dat dit feit niet op betekenisvolle wijze heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade.
Art. 6.18. Condition nécessaire
§ 1er. Un fait générateur de responsabilité est la cause d'un dommage s'il est une condition nécessaire de ce dernier. Un fait est une condition nécessaire du dommage si, sans ce fait, le dommage ne se serait pas produit tel qu'il s'est produit dans les circonstances concrètes présentes lors de l'événement dommageable.
Si un fait générateur de responsabilité n'est pas une condition nécessaire du dommage pour la seule raison qu'un ou plusieurs autres faits simultanés, ensemble ou séparément, sont une condition suffisante de ce même dommage, il constitue néanmoins une cause de celui-ci.
§ 2. Toutefois, il n'y a pas de responsabilité si le lien entre le fait générateur de responsabilité et le dommage est à ce point distendu qu'il serait manifestement déraisonnable d'imputer ce dommage à la personne dont la responsabilité est invoquée. Dans cette appréciation, il est tenu compte, en particulier, du caractère improbable du dommage au regard des conséquences normales du fait générateur de responsabilité et de la circonstance que ce fait n'a pas contribué de manière significative à la survenance du dommage.
§ 1er. Un fait générateur de responsabilité est la cause d'un dommage s'il est une condition nécessaire de ce dernier. Un fait est une condition nécessaire du dommage si, sans ce fait, le dommage ne se serait pas produit tel qu'il s'est produit dans les circonstances concrètes présentes lors de l'événement dommageable.
Si un fait générateur de responsabilité n'est pas une condition nécessaire du dommage pour la seule raison qu'un ou plusieurs autres faits simultanés, ensemble ou séparément, sont une condition suffisante de ce même dommage, il constitue néanmoins une cause de celui-ci.
§ 2. Toutefois, il n'y a pas de responsabilité si le lien entre le fait générateur de responsabilité et le dommage est à ce point distendu qu'il serait manifestement déraisonnable d'imputer ce dommage à la personne dont la responsabilité est invoquée. Dans cette appréciation, il est tenu compte, en particulier, du caractère improbable du dommage au regard des conséquences normales du fait générateur de responsabilité et de la circonstance que ce fait n'a pas contribué de manière significative à la survenance du dommage.
Afdeling 2. - Pluraliteit van aansprakelijken
Section 2. - Pluralité de responsables
Art. 6.19. Aansprakelijkheid in solidum
§ 1. Meerdere personen die aansprakelijk zijn voor onderscheiden tot aansprakelijkheid leidende feiten die oorzaak zijn van eenzelfde schade, zijn in solidum aansprakelijk voor deze schade.
§ 2. Meerdere personen die aansprakelijk zijn voor eenzelfde tot aansprakelijkheid leidend feit zijn in solidum aansprakelijk voor de door dit feit veroorzaakte schade.
Wie een andere persoon aanzet om een fout te begaan of hem met dit doel helpt, is met deze persoon in solidum aansprakelijk voor de door deze fout veroorzaakte schade.
§ 1. Meerdere personen die aansprakelijk zijn voor onderscheiden tot aansprakelijkheid leidende feiten die oorzaak zijn van eenzelfde schade, zijn in solidum aansprakelijk voor deze schade.
§ 2. Meerdere personen die aansprakelijk zijn voor eenzelfde tot aansprakelijkheid leidend feit zijn in solidum aansprakelijk voor de door dit feit veroorzaakte schade.
Wie een andere persoon aanzet om een fout te begaan of hem met dit doel helpt, is met deze persoon in solidum aansprakelijk voor de door deze fout veroorzaakte schade.
Art. 6.19. Responsabilité in solidum
§ 1er. Si plusieurs personnes sont responsables pour des faits générateurs de responsabilité distincts qui sont la cause d'un même dommage, elles sont responsables in solidum de ce dommage.
§ 2. Si plusieurs personnes sont responsables pour un même fait générateur de responsabilité, elles sont responsables in solidum du dommage causé par ce fait.
Quiconque incite une autre personne à commettre une faute ou lui apporte son aide à cette fin, est responsable in solidum avec cette personne du dommage causé par cette faute.
§ 1er. Si plusieurs personnes sont responsables pour des faits générateurs de responsabilité distincts qui sont la cause d'un même dommage, elles sont responsables in solidum de ce dommage.
§ 2. Si plusieurs personnes sont responsables pour un même fait générateur de responsabilité, elles sont responsables in solidum du dommage causé par ce fait.
Quiconque incite une autre personne à commettre une faute ou lui apporte son aide à cette fin, est responsable in solidum avec cette personne du dommage causé par cette faute.
Art. 6.20. Feiten waarvoor de benadeelde aansprakelijk is en die een van de oorzaken zijn van de schade die hij lijdt
§ 1. Indien een feit waarvoor de benadeelde aansprakelijk is, een van de oorzaken is van de schade die hij lijdt, wordt zijn recht op schadeloosstelling verminderd in de mate waarin dit feit heeft bijgedragen tot het ontstaan van deze schade.
§ 2. Een persoon voor wie een ander aansprakelijk is op grond van de bepalingen over aansprakelijkheid voor andermans daad kan deze bepalingen niet inroepen tegen de persoon die op grond ervan voor hem aansprakelijk is.
Een persoon door wiens fout de voorwaarden vervuld zijn op grond waarvan een ander foutloos aansprakelijk is, kan deze foutloze aansprakelijkheid niet inroepen tegen de persoon die foutloos aansprakelijk is.
§ 3. De benadeelde heeft geen recht op schadeloosstelling indien een fout die hij zelf beging met het opzet schade te veroorzaken een van de oorzaken is van de schade die hij lijdt. Hetzelfde is het geval indien deze fout begaan werd door een persoon voor dewelke de benadeelde aansprakelijk is.
De benadeelde heeft recht op schadeloosstelling voor het geheel indien een van de oorzaken van de schade die hij lijdt een fout is die een aansprakelijke derde beging met het opzet schade te veroorzaken. Hetzelfde is het geval indien deze fout begaan werd door een persoon voor dewelke de derde aansprakelijk is.
Indien zowel de benadeelde als de aansprakelijke derde of een persoon voor wie zij aansprakelijk zijn een fout begingen met het opzet schade te veroorzaken, is paragraaf 1 van toepassing.
§ 4. Wanneer de benadeelde minder dan twaalf jaar is, wordt zijn recht op schadeloosstelling niet verminderd.
§ 1. Indien een feit waarvoor de benadeelde aansprakelijk is, een van de oorzaken is van de schade die hij lijdt, wordt zijn recht op schadeloosstelling verminderd in de mate waarin dit feit heeft bijgedragen tot het ontstaan van deze schade.
§ 2. Een persoon voor wie een ander aansprakelijk is op grond van de bepalingen over aansprakelijkheid voor andermans daad kan deze bepalingen niet inroepen tegen de persoon die op grond ervan voor hem aansprakelijk is.
Een persoon door wiens fout de voorwaarden vervuld zijn op grond waarvan een ander foutloos aansprakelijk is, kan deze foutloze aansprakelijkheid niet inroepen tegen de persoon die foutloos aansprakelijk is.
§ 3. De benadeelde heeft geen recht op schadeloosstelling indien een fout die hij zelf beging met het opzet schade te veroorzaken een van de oorzaken is van de schade die hij lijdt. Hetzelfde is het geval indien deze fout begaan werd door een persoon voor dewelke de benadeelde aansprakelijk is.
De benadeelde heeft recht op schadeloosstelling voor het geheel indien een van de oorzaken van de schade die hij lijdt een fout is die een aansprakelijke derde beging met het opzet schade te veroorzaken. Hetzelfde is het geval indien deze fout begaan werd door een persoon voor dewelke de derde aansprakelijk is.
Indien zowel de benadeelde als de aansprakelijke derde of een persoon voor wie zij aansprakelijk zijn een fout begingen met het opzet schade te veroorzaken, is paragraaf 1 van toepassing.
§ 4. Wanneer de benadeelde minder dan twaalf jaar is, wordt zijn recht op schadeloosstelling niet verminderd.
Art. 6.20. Faits dont la personne lésée est responsable et qui sont l'une des causes du dommage qu'elle a subi
§ 1er. Si un fait dont la personne lésée est responsable est l'une des causes du dommage qu'elle a subi, son droit à réparation est réduit dans la mesure où ce fait a contribué à la survenance de ce dommage.
§ 2. La personne dont une autre répond sur le fondement d'une responsabilité du fait d'autrui ne peut pas invoquer cette responsabilité contre la personne qui répond d'elle.
La personne par la faute de laquelle les conditions d'une responsabilité sans faute sont réunies ne peut pas invoquer cette responsabilité contre la personne responsable sans faute.
§ 3. La personne lésée n'a pas droit à réparation si une faute qu'elle a elle-même commise avec l'intention de causer un dommage est l'une des causes du dommage qu'elle a subi. Il en va de même si cette faute a été commise par une personne pour laquelle la personne lésée est responsable.
La personne lésée a droit à réparation pour le tout si une faute commise par un tiers responsable avec l'intention de causer un dommage est l'une des causes du dommage qu'elle a subi. Il en va de même si cette faute a été commise par une personne pour laquelle ce tiers est responsable.
Si tant la personne lésée que le tiers responsable ou une personne dont ceux-ci répondent ont commis une faute avec l'intention de causer un dommage, le paragraphe 1er s'applique.
§ 4. Lorsque la personne lésée a moins de douze ans, son droit à réparation ne peut pas être réduit.
§ 1er. Si un fait dont la personne lésée est responsable est l'une des causes du dommage qu'elle a subi, son droit à réparation est réduit dans la mesure où ce fait a contribué à la survenance de ce dommage.
§ 2. La personne dont une autre répond sur le fondement d'une responsabilité du fait d'autrui ne peut pas invoquer cette responsabilité contre la personne qui répond d'elle.
La personne par la faute de laquelle les conditions d'une responsabilité sans faute sont réunies ne peut pas invoquer cette responsabilité contre la personne responsable sans faute.
§ 3. La personne lésée n'a pas droit à réparation si une faute qu'elle a elle-même commise avec l'intention de causer un dommage est l'une des causes du dommage qu'elle a subi. Il en va de même si cette faute a été commise par une personne pour laquelle la personne lésée est responsable.
La personne lésée a droit à réparation pour le tout si une faute commise par un tiers responsable avec l'intention de causer un dommage est l'une des causes du dommage qu'elle a subi. Il en va de même si cette faute a été commise par une personne pour laquelle ce tiers est responsable.
Si tant la personne lésée que le tiers responsable ou une personne dont ceux-ci répondent ont commis une faute avec l'intention de causer un dommage, le paragraphe 1er s'applique.
§ 4. Lorsque la personne lésée a moins de douze ans, son droit à réparation ne peut pas être réduit.
Art. 6.21. Regresvorderingen onder medeaansprakelijken
§ 1. Wanneer meerdere personen aansprakelijk zijn voor eenzelfde schade, kan degene die de benadeelde heeft schadeloosgesteld regres uitoefenen tegen elke medeaansprakelijke in de mate waarin het feit waarop diens aansprakelijkheid berust heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade.
§ 2. Een persoon voor wie een ander aansprakelijk is op grond van een aansprakelijkheid voor andermans daad kan tegen de persoon die voor hem aansprakelijk is geen regres uitoefenen op basis van deze aansprakelijkheid.
Een persoon die foutloos aansprakelijk is kan regres uitoefenen voor het geheel tegen de persoon door wiens fout de voorwaarden voor deze aansprakelijkheid vervuld zijn.
§ 3. Degene die de benadeelde heeft schadeloosgesteld, kan geen regres tegen een medeaansprakelijke uitoefenen indien hij aansprakelijk is op grond van een fout die hijzelf of een persoon voor wie hij aansprakelijk is, beging met het opzet schade te veroorzaken.
Degene die de benadeelde heeft schadeloosgesteld, kan regres uitoefenen voor het geheel tegen elke medeaansprakelijke die aansprakelijk is op grond van een fout die hijzelf of een persoon voor wie hij aansprakelijk is, beging met het opzet schade te veroorzaken.
Indien zowel degene die de benadeelde heeft schadeloosgesteld als de medeaansprakelijke of een persoon voor wie zij aansprakelijk zijn, een fout begingen met het opzet schade te veroorzaken, is paragraaf 1 van toepassing.
§ 1. Wanneer meerdere personen aansprakelijk zijn voor eenzelfde schade, kan degene die de benadeelde heeft schadeloosgesteld regres uitoefenen tegen elke medeaansprakelijke in de mate waarin het feit waarop diens aansprakelijkheid berust heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade.
§ 2. Een persoon voor wie een ander aansprakelijk is op grond van een aansprakelijkheid voor andermans daad kan tegen de persoon die voor hem aansprakelijk is geen regres uitoefenen op basis van deze aansprakelijkheid.
Een persoon die foutloos aansprakelijk is kan regres uitoefenen voor het geheel tegen de persoon door wiens fout de voorwaarden voor deze aansprakelijkheid vervuld zijn.
§ 3. Degene die de benadeelde heeft schadeloosgesteld, kan geen regres tegen een medeaansprakelijke uitoefenen indien hij aansprakelijk is op grond van een fout die hijzelf of een persoon voor wie hij aansprakelijk is, beging met het opzet schade te veroorzaken.
Degene die de benadeelde heeft schadeloosgesteld, kan regres uitoefenen voor het geheel tegen elke medeaansprakelijke die aansprakelijk is op grond van een fout die hijzelf of een persoon voor wie hij aansprakelijk is, beging met het opzet schade te veroorzaken.
Indien zowel degene die de benadeelde heeft schadeloosgesteld als de medeaansprakelijke of een persoon voor wie zij aansprakelijk zijn, een fout begingen met het opzet schade te veroorzaken, is paragraaf 1 van toepassing.
Art. 6.21. Actions récursoires entre coresponsables
§ 1er. Lorsque plusieurs personnes sont responsables d'un même dommage, celui qui a indemnisé la personne lésée peut exercer un recours contre chacun des coresponsables dans la mesure où le fait sur lequel repose leur responsabilité a contribué à la survenance du dommage.
§ 2. La personne dont une autre doit répondre sur la base d'une responsabilité du fait d'autrui ne peut exercer aucun recours sur la base de cette responsabilité contre la personne qui est responsable pour elle.
La personne qui est responsable sans faute peut exercer un recours pour le tout contre la personne par la faute de laquelle les conditions de cette responsabilité sont réunies.
§ 3. Celui qui a indemnisé la personne lésée ne peut pas exercer de recours contre un coresponsable s'il est responsable sur la base d'une faute commise par lui ou une personne dont il répond, avec l'intention de causer un dommage.
Celui qui a indemnisé la personne lésée peut exercer un recours pour le tout contre chacun des coresponsables qui est responsable sur la base d'une faute commise par lui ou une personne dont il répond, avec l'intention de causer un dommage.
Si tant celui qui a indemnisé la personne lésée que le coresponsable ou une personne dont ceux-ci doivent répondre ont commis une faute avec l'intention de causer un dommage, le paragraphe 1er s'applique.
§ 1er. Lorsque plusieurs personnes sont responsables d'un même dommage, celui qui a indemnisé la personne lésée peut exercer un recours contre chacun des coresponsables dans la mesure où le fait sur lequel repose leur responsabilité a contribué à la survenance du dommage.
§ 2. La personne dont une autre doit répondre sur la base d'une responsabilité du fait d'autrui ne peut exercer aucun recours sur la base de cette responsabilité contre la personne qui est responsable pour elle.
La personne qui est responsable sans faute peut exercer un recours pour le tout contre la personne par la faute de laquelle les conditions de cette responsabilité sont réunies.
§ 3. Celui qui a indemnisé la personne lésée ne peut pas exercer de recours contre un coresponsable s'il est responsable sur la base d'une faute commise par lui ou une personne dont il répond, avec l'intention de causer un dommage.
Celui qui a indemnisé la personne lésée peut exercer un recours pour le tout contre chacun des coresponsables qui est responsable sur la base d'une faute commise par lui ou une personne dont il répond, avec l'intention de causer un dommage.
Si tant celui qui a indemnisé la personne lésée que le coresponsable ou une personne dont ceux-ci doivent répondre ont commis une faute avec l'intention de causer un dommage, le paragraphe 1er s'applique.
Afdeling 3. - Causale onzekerheid - Proportionele aansprakelijkheid
Section 3. - Incertitude causale - Responsabilité proportionnelle
Art. 6.22. Onzekerheid over het causale karakter van de fout - Verlies van een kans
Wanneer het onzeker is of de fout van de persoon die wordt aangesproken een noodzakelijke voorwaarde is voor de schade omdat de schade zich ook kon hebben voorgedaan indien deze persoon zich rechtmatig had gedragen eerder dan een fout te begaan, heeft de benadeelde recht op een gedeeltelijke schadeloosstelling voor de schade in verhouding tot de waarschijnlijkheid waarmee de fout de schade heeft veroorzaakt.
Deze bepaling vindt overeenkomstige toepassing bij aansprakelijkheid voor fouten begaan door een persoon voor wie men aansprakelijk is op grond van hoofdstuk 2, afdeling 2.
Wanneer het onzeker is of de fout van de persoon die wordt aangesproken een noodzakelijke voorwaarde is voor de schade omdat de schade zich ook kon hebben voorgedaan indien deze persoon zich rechtmatig had gedragen eerder dan een fout te begaan, heeft de benadeelde recht op een gedeeltelijke schadeloosstelling voor de schade in verhouding tot de waarschijnlijkheid waarmee de fout de schade heeft veroorzaakt.
Deze bepaling vindt overeenkomstige toepassing bij aansprakelijkheid voor fouten begaan door een persoon voor wie men aansprakelijk is op grond van hoofdstuk 2, afdeling 2.
Art. 6.22. Incertitude quant au caractère causal de la faute - Perte d'une chance
Lorsqu'il n'est pas certain que la faute commise par la personne dont la responsabilité est invoquée est une condition nécessaire du dommage parce que le dommage aurait pu se produire également si cette personne s'était comportée de manière licite plutôt que de commettre une faute, la personne lésée a droit à une réparation partielle en proportion de la probabilité que cette faute ait causé le dommage.
Cette disposition s'applique par analogie en cas de responsabilité pour des fautes commises par une personne dont on est responsable en vertu du chapitre 2, section 2.
Lorsqu'il n'est pas certain que la faute commise par la personne dont la responsabilité est invoquée est une condition nécessaire du dommage parce que le dommage aurait pu se produire également si cette personne s'était comportée de manière licite plutôt que de commettre une faute, la personne lésée a droit à une réparation partielle en proportion de la probabilité que cette faute ait causé le dommage.
Cette disposition s'applique par analogie en cas de responsabilité pour des fautes commises par une personne dont on est responsable en vertu du chapitre 2, section 2.
Art. 6.23. Onzekerheid over de identiteit van de aansprakelijke - Alternatieve oorzaken
Indien meerdere soortgelijke feiten waarvoor verschillende personen aansprakelijk zijn de benadeelde hebben blootgesteld aan het risico op het ontstaan van de schade die zich heeft voorgedaan, maar niet kan worden aangetoond welk van deze feiten de schade heeft veroorzaakt,
is elk van deze personen aansprakelijk in verhouding tot de waarschijnlijkheid waarmee het feit waarvoor hij instaat de schade heeft veroorzaakt. Wie bewijst dat het feit waarvoor hij instaat geen oorzaak is van de schade, is evenwel niet aansprakelijk.
Indien meerdere soortgelijke feiten waarvoor verschillende personen aansprakelijk zijn de benadeelde hebben blootgesteld aan het risico op het ontstaan van de schade die zich heeft voorgedaan, maar niet kan worden aangetoond welk van deze feiten de schade heeft veroorzaakt,
is elk van deze personen aansprakelijk in verhouding tot de waarschijnlijkheid waarmee het feit waarvoor hij instaat de schade heeft veroorzaakt. Wie bewijst dat het feit waarvoor hij instaat geen oorzaak is van de schade, is evenwel niet aansprakelijk.
Art. 6.23. Incertitude quant à l'identité du responsable - Causes alternatives
Si plusieurs faits similaires dont sont responsables des personnes différentes ont exposé la personne lésée au risque de survenance du dommage qui s'est produit, sans qu'il soit possible de démontrer lequel de ces faits a causé le dommage, chacune de ces personnes est responsable en proportion de la probabilité que le fait dont elle répond ait causé le dommage. Celle qui prouve que le fait dont elle répond n'est pas une cause du dommage n'est toutefois pas responsable.
Si plusieurs faits similaires dont sont responsables des personnes différentes ont exposé la personne lésée au risque de survenance du dommage qui s'est produit, sans qu'il soit possible de démontrer lequel de ces faits a causé le dommage, chacune de ces personnes est responsable en proportion de la probabilité que le fait dont elle répond ait causé le dommage. Celle qui prouve que le fait dont elle répond n'est pas une cause du dommage n'est toutefois pas responsable.
HOOFDSTUK 4. - Schade
CHAPITRE 4. -Dommage
Art. 6.24. Basisregel
Schade bestaat uit de economische en niet-economische gevolgen van de aantasting van een juridisch beschermd persoonlijk belang.
Schade die bestaat in het verlies van een voordeel dat rechtstreeks zijn oorsprong vindt in een onrechtmatige gebeurtenis of activiteit die aan de benadeelde kan worden aangerekend, leidt niet tot schadeloosstelling.
Schade bestaat uit de economische en niet-economische gevolgen van de aantasting van een juridisch beschermd persoonlijk belang.
Schade die bestaat in het verlies van een voordeel dat rechtstreeks zijn oorsprong vindt in een onrechtmatige gebeurtenis of activiteit die aan de benadeelde kan worden aangerekend, leidt niet tot schadeloosstelling.
Art. 6.24. Règle de base
Le dommage consiste dans les conséquences économiques ou non économiques d'une atteinte à un intérêt personnel juridiquement protégé.
Un dommage qui consiste dans la perte d'un avantage trouvant directement son origine dans une situation ou une activité illicite imputable à la personne lésée n'est pas réparable.
Le dommage consiste dans les conséquences économiques ou non économiques d'une atteinte à un intérêt personnel juridiquement protégé.
Un dommage qui consiste dans la perte d'un avantage trouvant directement son origine dans une situation ou une activité illicite imputable à la personne lésée n'est pas réparable.
Art. 6.25. Zekere schade
Enkel zekere schade leidt tot schadeloosstelling.
Toekomstige schade leidt tot schadeloosstelling indien zij het zekere gevolg is van de actuele aantasting van een juridisch beschermd persoonlijk belang.
Enkel zekere schade leidt tot schadeloosstelling.
Toekomstige schade leidt tot schadeloosstelling indien zij het zekere gevolg is van de actuele aantasting van een juridisch beschermd persoonlijk belang.
Art. 6.25. Dommage certain
Seul le dommage certain est réparable.
Un dommage futur est réparable s'il est la conséquence certaine d'une atteinte actuelle à un intérêt personnel juridiquement protégé.
Seul le dommage certain est réparable.
Un dommage futur est réparable s'il est la conséquence certaine d'une atteinte actuelle à un intérêt personnel juridiquement protégé.
Art. 6.26. Patrimoniale en extrapatrimoniale schade
Patrimoniale schade omvat alle economische gevolgen van de aantasting. Zij omvat zowel verliezen en kosten als winstderving en waardevermindering.
Extrapatrimoniale schade omvat alle niet-economische gevolgen van de aantasting van de fysieke of psychische integriteit. Deze schade is vergoedbaar in hoofde van de rechtspersoon, voor zover zij verenigbaar is met de aard van deze laatste.
Patrimoniale schade omvat alle economische gevolgen van de aantasting. Zij omvat zowel verliezen en kosten als winstderving en waardevermindering.
Extrapatrimoniale schade omvat alle niet-economische gevolgen van de aantasting van de fysieke of psychische integriteit. Deze schade is vergoedbaar in hoofde van de rechtspersoon, voor zover zij verenigbaar is met de aard van deze laatste.
Art. 6.26. Dommage patrimonial et extrapatrimonial
Le dommage patrimonial comprend toutes les conséquences économiques de l'atteinte. Il inclut tant les pertes et les frais que le manque à gagner et la réduction de valeur.
Le dommage extrapatrimonial comprend toutes les conséquences non économiques de l'atteinte à l'intégrité physique ou psychique. Ce dommage est réparable dans le chef de la personne morale, pour autant que celui-ci soit compatible avec la nature de celle-ci.
Le dommage patrimonial comprend toutes les conséquences économiques de l'atteinte. Il inclut tant les pertes et les frais que le manque à gagner et la réduction de valeur.
Le dommage extrapatrimonial comprend toutes les conséquences non économiques de l'atteinte à l'intégrité physique ou psychique. Ce dommage est réparable dans le chef de la personne morale, pour autant que celui-ci soit compatible avec la nature de celle-ci.
Art. 6.27. Schade bij terugslag
Schade bij terugslag leidt tot schadeloosstelling. Schade bij terugslag is de eigen schade die een persoon lijdt ten gevolge van een eerdere aantasting van het belang van een andere persoon met wie de eerste een juridische band of een voldoende nauwe genegenheidsband heeft.
De aansprakelijke kan aan de benadeelde bij terugslag zowel de fout van de rechtstreekse benadeelde tegenwerpen als de andere verweermiddelen ten gronde die hij aan deze laatste had kunnen tegenwerpen.
Schade bij terugslag leidt tot schadeloosstelling. Schade bij terugslag is de eigen schade die een persoon lijdt ten gevolge van een eerdere aantasting van het belang van een andere persoon met wie de eerste een juridische band of een voldoende nauwe genegenheidsband heeft.
De aansprakelijke kan aan de benadeelde bij terugslag zowel de fout van de rechtstreekse benadeelde tegenwerpen als de andere verweermiddelen ten gronde die hij aan deze laatste had kunnen tegenwerpen.
Art. 6.27. Dommage par ricochet
Le dommage par ricochet est réparable. Le dommage par ricochet est le dommage propre que subit une personne à la suite d'une atteinte préalable à l'intérêt d'une autre personne avec laquelle la première a un lien de droit ou un lien d'affection suffisamment étroit.
Le responsable peut opposer à la personne lésée par ricochet la faute de la victime directe de même que les autres moyens de défense au fond qu'il aurait pu opposer à celle-ci.
Le dommage par ricochet est réparable. Le dommage par ricochet est le dommage propre que subit une personne à la suite d'une atteinte préalable à l'intérêt d'une autre personne avec laquelle la première a un lien de droit ou un lien d'affection suffisamment étroit.
Le responsable peut opposer à la personne lésée par ricochet la faute de la victime directe de même que les autres moyens de défense au fond qu'il aurait pu opposer à celle-ci.
Art. 6.28. Preventie van schade
De kosten van dringende en redelijke maatregelen door de benadeelde genomen om dreigende schade of de verergering van schade te voorkomen, vallen ten laste van de aansprakelijke of van degene die aansprakelijk zou zijn indien de schade zich zou hebben voorgedaan, ook wanneer zij vruchteloos zijn geweest.
De rechter kan de aansprakelijke een bevel of verbod opleggen dat erop gericht is om de verergering van de schade te voorkomen die zou kunnen ontstaan door de herhaling of verderzetting van het schadeverwekkend feit.
De kosten van dringende en redelijke maatregelen door de benadeelde genomen om dreigende schade of de verergering van schade te voorkomen, vallen ten laste van de aansprakelijke of van degene die aansprakelijk zou zijn indien de schade zich zou hebben voorgedaan, ook wanneer zij vruchteloos zijn geweest.
De rechter kan de aansprakelijke een bevel of verbod opleggen dat erop gericht is om de verergering van de schade te voorkomen die zou kunnen ontstaan door de herhaling of verderzetting van het schadeverwekkend feit.
Art. 6.28. Prévention d'un dommage
Les frais résultant des mesures urgentes et raisonnables prises par la personne lésée pour prévenir un dommage imminent ou l'aggravation d'un dommage, sont à la charge du responsable ou de celui qui serait responsable si le dommage s'était produit, même lorsqu'ils ont été exposés sans résultat.
Le juge peut prononcer à l'encontre du responsable un ordre ou une interdiction visant à prévenir l'aggravation du dommage qui pourrait résulter de la répétition ou de la continuation du fait dommageable.
Les frais résultant des mesures urgentes et raisonnables prises par la personne lésée pour prévenir un dommage imminent ou l'aggravation d'un dommage, sont à la charge du responsable ou de celui qui serait responsable si le dommage s'était produit, même lorsqu'ils ont été exposés sans résultat.
Le juge peut prononcer à l'encontre du responsable un ordre ou une interdiction visant à prévenir l'aggravation du dommage qui pourrait résulter de la répétition ou de la continuation du fait dommageable.
Art. 6.29. Voorbeschiktheid en vooraf bestaande toestand van de benadeelde
De benadeelde die een voorbeschiktheid tot schade vertoont, heeft recht op integrale schadeloosstelling voor zijn schade, ook al is deze voorbeschiktheid één van de oorzaken ervan.
De benadeelde die zich reeds voorafgaand aan het tot aansprakelijkheid leidende feit in een gekende eerdere toestand bevond die al tot schadelijke gevolgen heeft geleid, heeft enkel recht op schadeloosstelling voor de nieuwe schade veroorzaakt door hetzelfde feit of voor de verergering van de bestaande schade.
Indien de aansprakelijke bewijst dat het tot aansprakelijkheid leidende feit tot gevolg heeft dat schade vroeger is opgetreden dan het geval zou zijn geweest zonder dit feit, leidt enkel de schade die het gevolg is van het vervroegde optreden tot schadeloosstelling.
De benadeelde die een voorbeschiktheid tot schade vertoont, heeft recht op integrale schadeloosstelling voor zijn schade, ook al is deze voorbeschiktheid één van de oorzaken ervan.
De benadeelde die zich reeds voorafgaand aan het tot aansprakelijkheid leidende feit in een gekende eerdere toestand bevond die al tot schadelijke gevolgen heeft geleid, heeft enkel recht op schadeloosstelling voor de nieuwe schade veroorzaakt door hetzelfde feit of voor de verergering van de bestaande schade.
Indien de aansprakelijke bewijst dat het tot aansprakelijkheid leidende feit tot gevolg heeft dat schade vroeger is opgetreden dan het geval zou zijn geweest zonder dit feit, leidt enkel de schade die het gevolg is van het vervroegde optreden tot schadeloosstelling.
Art. 6.29. Prédisposition et état antérieur de la personne lésée
La personne lésée qui est affectée d'une prédisposition à subir le dommage a droit à la réparation intégrale de son dommage même si cette prédisposition est une des causes de celui-ci.
La personne lésée qui, préalablement au fait générateur de responsabilité, se trouvait dans un état antérieur avéré ayant déjà entraîné des conséquences dommageables, a uniquement droit à la réparation du nouveau dommage causé par ce même fait ou de l'aggravation du dommage existant.
Si le responsable prouve que le fait générateur de responsabilité a eu pour conséquence d'anticiper la survenance d'un dommage qui serait survenu même sans ce fait, seul le dommage qui résulte de cette anticipation est réparé.
La personne lésée qui est affectée d'une prédisposition à subir le dommage a droit à la réparation intégrale de son dommage même si cette prédisposition est une des causes de celui-ci.
La personne lésée qui, préalablement au fait générateur de responsabilité, se trouvait dans un état antérieur avéré ayant déjà entraîné des conséquences dommageables, a uniquement droit à la réparation du nouveau dommage causé par ce même fait ou de l'aggravation du dommage existant.
Si le responsable prouve que le fait générateur de responsabilité a eu pour conséquence d'anticiper la survenance d'un dommage qui serait survenu même sans ce fait, seul le dommage qui résulte de cette anticipation est réparé.
HOOFDSTUK 5. - Gevolgen van aansprakelijkheid
CHAPITRE 5. - Conséquences de la responsabilité
Afdeling 1. - Basisregels
Section 1re. - Règles de base
Art. 6.30. Integrale schadeloosstelling
Degene die aansprakelijk is voor schade, is gehouden tot integrale schadeloosstelling ervan, rekening houdend met de concrete toestand waarin de benadeelde zich bevindt.
Degene die aansprakelijk is voor schade, is gehouden tot integrale schadeloosstelling ervan, rekening houdend met de concrete toestand waarin de benadeelde zich bevindt.
Art. 6.30. Réparation intégrale
La personne responsable d'un dommage est tenue de le réparer intégralement, compte tenu de la situation dans laquelle se trouve concrètement la personne lésée.
La personne responsable d'un dommage est tenue de le réparer intégralement, compte tenu de la situation dans laquelle se trouve concrètement la personne lésée.
Art. 6.31. Doelstellingen en wijzen van schadeloosstelling
§ 1. Schadeloosstelling voor patrimoniale schade strekt ertoe de benadeelde te plaatsen in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien het tot aansprakelijkheid leidende feit zich niet zou hebben voorgedaan.
Schadeloosstelling voor extrapatrimoniale schade heeft tot doel de benadeelde een billijke en passende vergoeding toe te kennen voor deze schade.
§ 2. Schadeloosstelling vindt plaats door herstel in natura of door schadevergoeding.
Deze wijzen van schadeloosstelling kunnen gelijktijdig toepassing vinden indien dit nodig is om integrale schadeloosstelling te verzekeren.
§ 3. Wanneer de aansprakelijke, opzettelijk en met de bedoeling winst te realiseren, inbreuk heeft gemaakt op een persoonlijkheidsrecht van de benadeelde of zijn eer of reputatie heeft aangetast, kan de rechter de benadeelde een bijkomende vergoeding toekennen gelijk aan het geheel of een deel van de nettowinst gerealiseerd door de aansprakelijke.
§ 1. Schadeloosstelling voor patrimoniale schade strekt ertoe de benadeelde te plaatsen in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien het tot aansprakelijkheid leidende feit zich niet zou hebben voorgedaan.
Schadeloosstelling voor extrapatrimoniale schade heeft tot doel de benadeelde een billijke en passende vergoeding toe te kennen voor deze schade.
§ 2. Schadeloosstelling vindt plaats door herstel in natura of door schadevergoeding.
Deze wijzen van schadeloosstelling kunnen gelijktijdig toepassing vinden indien dit nodig is om integrale schadeloosstelling te verzekeren.
§ 3. Wanneer de aansprakelijke, opzettelijk en met de bedoeling winst te realiseren, inbreuk heeft gemaakt op een persoonlijkheidsrecht van de benadeelde of zijn eer of reputatie heeft aangetast, kan de rechter de benadeelde een bijkomende vergoeding toekennen gelijk aan het geheel of een deel van de nettowinst gerealiseerd door de aansprakelijke.
Art. 6.31. Objectifs et modes de réparation
§ 1er. La réparation du dommage patrimonial vise à placer la personne lésée dans la situation où elle se serait trouvée si le fait générateur de responsabilité ne s'était pas produit.
La réparation du dommage extrapatrimonial a pour but d'accorder à la personne lésée une juste et adéquate compensation de ce dommage.
§ 2. La réparation a lieu en nature ou sous forme de dommages et intérêts.
Ces modes de réparation peuvent être appliqués simultanément si cela est nécessaire pour assurer la réparation intégrale du dommage.
§ 3. Lorsque le responsable a, intentionnellement et dans le but de réaliser un profit, violé un droit de la personnalité de la personne lésée ou porté atteinte à son honneur ou à sa réputation, le juge peut accorder à la personne lésée une indemnité complémentaire égale à tout ou partie du bénéfice net réalisé par le responsable.
§ 1er. La réparation du dommage patrimonial vise à placer la personne lésée dans la situation où elle se serait trouvée si le fait générateur de responsabilité ne s'était pas produit.
La réparation du dommage extrapatrimonial a pour but d'accorder à la personne lésée une juste et adéquate compensation de ce dommage.
§ 2. La réparation a lieu en nature ou sous forme de dommages et intérêts.
Ces modes de réparation peuvent être appliqués simultanément si cela est nécessaire pour assurer la réparation intégrale du dommage.
§ 3. Lorsque le responsable a, intentionnellement et dans le but de réaliser un profit, violé un droit de la personnalité de la personne lésée ou porté atteinte à son honneur ou à sa réputation, le juge peut accorder à la personne lésée une indemnité complémentaire égale à tout ou partie du bénéfice net réalisé par le responsable.
Art. 6.32. Ogenblik van de bepaling van de omvang van de schade
De omvang van de schade wordt bepaald op de datum die het tijdstip van de effectieve schadeloosstelling zo dicht mogelijk benadert.
De omvang van de schade wordt bepaald op de datum die het tijdstip van de effectieve schadeloosstelling zo dicht mogelijk benadert.
Art. 6.32. Moment de la détermination de l'étendue du dommage
L'étendue du dommage est déterminée à la date la plus proche du moment où celui-ci est effectivement réparé.
L'étendue du dommage est déterminée à la date la plus proche du moment où celui-ci est effectivement réparé.
Afdeling 2. - Herstel in natura
Section 2. - Réparation en nature
Art. 6.33. Herstel in natura
§ 1. Het herstel in natura strekt ertoe de schadelijke gevolgen van een tot aansprakelijkheid leidend feit in werkelijkheid ongedaan te maken.
De rechter kan hiertoe de rechtstoestand van partijen wijzigen of bevel geven maatregelen uit te voeren door de aansprakelijke of, op diens kosten, door een derde en kan de benadeelde machtigen zich hiervoor in de plaats te stellen van de aansprakelijke.
§ 2. Wanneer de benadeelde dit vordert, wordt het herstel in natura bevolen, tenzij dit onmogelijk of kennelijk onredelijk is, de uitoefening van dwang op de persoon van de aansprakelijke vereist of in strijd is met de menselijke waardigheid.
De aansprakelijke kan aanbieden om de schade in natura te herstellen. De benadeelde kan evenwel dit aanbod weigeren indien hij hiervoor gegronde redenen heeft.
§ 1. Het herstel in natura strekt ertoe de schadelijke gevolgen van een tot aansprakelijkheid leidend feit in werkelijkheid ongedaan te maken.
De rechter kan hiertoe de rechtstoestand van partijen wijzigen of bevel geven maatregelen uit te voeren door de aansprakelijke of, op diens kosten, door een derde en kan de benadeelde machtigen zich hiervoor in de plaats te stellen van de aansprakelijke.
§ 2. Wanneer de benadeelde dit vordert, wordt het herstel in natura bevolen, tenzij dit onmogelijk of kennelijk onredelijk is, de uitoefening van dwang op de persoon van de aansprakelijke vereist of in strijd is met de menselijke waardigheid.
De aansprakelijke kan aanbieden om de schade in natura te herstellen. De benadeelde kan evenwel dit aanbod weigeren indien hij hiervoor gegronde redenen heeft.
Art. 6.33. Réparation en nature
§ 1er. La réparation en nature vise à supprimer concrètement les conséquences dommageables d'un fait générateur de responsabilité.
A cet effet, le juge peut modifier la situation juridique des parties ou ordonner que des mesures soient prises par le responsable ou par un tiers à ses propres frais, et il peut autoriser la personne lésée à se substituer au responsable à cet effet.
§ 2. Si la personne lésée la demande, la réparation en nature est ordonnée, sauf si elle est impossible ou manifestement déraisonnable, si elle requiert le recours à la contrainte sur la personne du responsable ou si elle est contraire à la dignité humaine.
Le responsable peut proposer de réparer le dommage en nature. La personne lésée peut néanmoins refuser cette offre si elle peut se prévaloir de justes motifs.
§ 1er. La réparation en nature vise à supprimer concrètement les conséquences dommageables d'un fait générateur de responsabilité.
A cet effet, le juge peut modifier la situation juridique des parties ou ordonner que des mesures soient prises par le responsable ou par un tiers à ses propres frais, et il peut autoriser la personne lésée à se substituer au responsable à cet effet.
§ 2. Si la personne lésée la demande, la réparation en nature est ordonnée, sauf si elle est impossible ou manifestement déraisonnable, si elle requiert le recours à la contrainte sur la personne du responsable ou si elle est contraire à la dignité humaine.
Le responsable peut proposer de réparer le dommage en nature. La personne lésée peut néanmoins refuser cette offre si elle peut se prévaloir de justes motifs.
Afdeling 3. - Raming van de schade
Section 3. - Evaluation du dommage
Art. 6.34. Toekomstige schade die het gevolg is van een aantasting van de fysieke of psychische integriteit
Toekomstige schade die het gevolg is van een aantasting van de fysieke of psychische integriteit wordt vergoed onder de vorm van een bedrag vastgesteld op forfaitaire wijze, door kapitalisatie of onder de vorm van een rente, naargelang dit passend is. Hierbij wordt, onder meer rekening gehouden met de toestand van de partijen en de belangen van de benadeelde.
De rechter kan een rente opleggen ook al wordt zij niet gevorderd, wanneer doorslaggevende motieven in verband met de bescherming van de benadeelde dit verantwoorden.
Toekomstige schade die het gevolg is van een aantasting van de fysieke of psychische integriteit wordt vergoed onder de vorm van een bedrag vastgesteld op forfaitaire wijze, door kapitalisatie of onder de vorm van een rente, naargelang dit passend is. Hierbij wordt, onder meer rekening gehouden met de toestand van de partijen en de belangen van de benadeelde.
De rechter kan een rente opleggen ook al wordt zij niet gevorderd, wanneer doorslaggevende motieven in verband met de bescherming van de benadeelde dit verantwoorden.
Art. 6.34. Dommage futur résultant d'une atteinte à l'intégrité physique ou psychique
Le dommage futur qui est la conséquence d'une atteinte à l'intégrité physique ou psychique est réparé sous la forme d'un montant établi de manière forfaitaire, par la voie d'un calcul de capitalisation ou encore sous la forme d'une rente, selon ce qui est adéquat. à cet égard, il est tenu compte notamment de la situation des parties et des intérêts de la personne lésée.
Le juge peut imposer une rente même si celle-ci n'est pas demandée, lorsque des motifs déterminants liés à la protection de la personne lésée le justifient.
Le dommage futur qui est la conséquence d'une atteinte à l'intégrité physique ou psychique est réparé sous la forme d'un montant établi de manière forfaitaire, par la voie d'un calcul de capitalisation ou encore sous la forme d'une rente, selon ce qui est adéquat. à cet égard, il est tenu compte notamment de la situation des parties et des intérêts de la personne lésée.
Le juge peut imposer une rente même si celle-ci n'est pas demandée, lorsque des motifs déterminants liés à la protection de la personne lésée le justifient.
Art. 6.35. Uitkeringen en voordelen ontvangen door de benadeelde
De uitkeringen en voordelen die de benadeelde niet zou hebben ontvangen zonder het tot aansprakelijkheid leidende feit en die strekken tot schadeloosstelling van de door de aansprakelijke veroorzaakte schade, worden in mindering gebracht op de schadevergoeding.
Uitkeringen en voordelen toegekend met het oogmerk de benadeelde te begiftigen, worden niet in mindering gebracht op de schadevergoeding.
De uitkeringen en voordelen die de benadeelde niet zou hebben ontvangen zonder het tot aansprakelijkheid leidende feit en die strekken tot schadeloosstelling van de door de aansprakelijke veroorzaakte schade, worden in mindering gebracht op de schadevergoeding.
Uitkeringen en voordelen toegekend met het oogmerk de benadeelde te begiftigen, worden niet in mindering gebracht op de schadevergoeding.
Art. 6.35. Prestations et avantages reçus par la personne lésée
Les prestations et avantages que la personne lésée n'aurait pas reçus en l'absence du fait générateur de responsabilité et qui visent à réparer le dommage causé par le responsable sont déduits des dommages et intérêts.
Les prestations et avantages accordés en vue de gratifier la personne lésée ne sont pas déduits des dommages et intérêts.
Les prestations et avantages que la personne lésée n'aurait pas reçus en l'absence du fait générateur de responsabilité et qui visent à réparer le dommage causé par le responsable sont déduits des dommages et intérêts.
Les prestations et avantages accordés en vue de gratifier la personne lésée ne sont pas déduits des dommages et intérêts.
Art. 6.36. Afzonderlijke bepaling van de elementen van de schade
Onverminderd het derde lid bepaalt de rechter afzonderlijk elk van de elementen van de schade waarvoor hij schadevergoeding toekent.
De rechter kan de omvang van de schade bij benadering ramen wanneer de exacte bepaling ervan onmogelijk is of buitensporige kosten met zich meebrengt.
Wanneer de omvang van de schade op geen enkele andere wijze kan bepaald worden, kan de rechter de schadevergoeding naar billijkheid vaststellen.
Onverminderd het derde lid bepaalt de rechter afzonderlijk elk van de elementen van de schade waarvoor hij schadevergoeding toekent.
De rechter kan de omvang van de schade bij benadering ramen wanneer de exacte bepaling ervan onmogelijk is of buitensporige kosten met zich meebrengt.
Wanneer de omvang van de schade op geen enkele andere wijze kan bepaald worden, kan de rechter de schadevergoeding naar billijkheid vaststellen.
Art. 6.36. Détermination distincte des éléments du dommage
Sans préjudice de l'alinéa 3, le juge détermine distinctement chacun des éléments du dommage pour lesquels il accorde des dommages et intérêts.
Le juge peut procéder à une estimation approximative du dommage lorsqu'il est impossible d'en déterminer exactement l'étendue ou qu'une évaluation précise entraînerait des frais disproportionnés.
Lorsque l'étendue du dommage ne peut être déterminée d'aucune autre manière, le juge peut accorder les dommages et intérêts en équité.
Sans préjudice de l'alinéa 3, le juge détermine distinctement chacun des éléments du dommage pour lesquels il accorde des dommages et intérêts.
Le juge peut procéder à une estimation approximative du dommage lorsqu'il est impossible d'en déterminer exactement l'étendue ou qu'une évaluation précise entraînerait des frais disproportionnés.
Lorsque l'étendue du dommage ne peut être déterminée d'aucune autre manière, le juge peut accorder les dommages et intérêts en équité.
Art. 6.37. Nieuwe schade en verergering van de schade
De benadeelde die vergoed werd voor schade als gevolg van een aantasting van zijn fysieke of psychische integriteit kan een bijkomende schadevergoeding vorderen voor de nieuwe schade of een verergering van de schade die het gevolg is van dezelfde aantasting maar die nog niet in rekening is gebracht en waarvan hij op het ogenblik van de beslissing van de rechter of van de buitengerechtelijke regeling redelijkerwijze geen kennis kon hebben.
De afstand van dat recht blijft zonder uitwerking.
De benadeelde die vergoed werd voor schade als gevolg van een aantasting van zijn fysieke of psychische integriteit kan een bijkomende schadevergoeding vorderen voor de nieuwe schade of een verergering van de schade die het gevolg is van dezelfde aantasting maar die nog niet in rekening is gebracht en waarvan hij op het ogenblik van de beslissing van de rechter of van de buitengerechtelijke regeling redelijkerwijze geen kennis kon hebben.
De afstand van dat recht blijft zonder uitwerking.
Art. 6.37. Dommage nouveau et aggravation du dommage
La personne lésée qui a été indemnisée pour un dommage résultant d'une atteinte à son intégrité physique ou psychique peut demander des dommages et intérêts complémentaires pour un dommage nouveau ou une aggravation du dommage résultant de la même atteinte mais qui n'ont pas encore été pris en compte et dont elle ne pouvait raisonnablement pas avoir connaissance au moment de la décision du juge ou du règlement extrajudiciaire.
La renonciation à ce droit ne produit aucun effet.
La personne lésée qui a été indemnisée pour un dommage résultant d'une atteinte à son intégrité physique ou psychique peut demander des dommages et intérêts complémentaires pour un dommage nouveau ou une aggravation du dommage résultant de la même atteinte mais qui n'ont pas encore été pris en compte et dont elle ne pouvait raisonnablement pas avoir connaissance au moment de la décision du juge ou du règlement extrajudiciaire.
La renonciation à ce droit ne produit aucun effet.
Art. 6.38. Zaakschade
In geval van beschadiging van een zaak heeft de benadeelde recht op vergoeding van de kosten van het herstel ervan. Indien deze kosten hoger zijn dan de kosten van vervanging van de zaak door een zaak met dezelfde kenmerken, is de vergoeding beperkt tot het bedrag van deze laatste. De benadeelde heeft ook recht op vergoeding van de eventuele waardevermindering van de zaak na het herstel ervan.
In geval van tenietgaan van de zaak of wanneer het herstel ervan niet mogelijk is, heeft de benadeelde recht op vergoeding van de kosten die nodig zijn voor vervanging van de zaak door een zaak met dezelfde kenmerken die dezelfde functies vervult.
In geval van beschadiging van een zaak heeft de benadeelde recht op vergoeding van de kosten van het herstel ervan. Indien deze kosten hoger zijn dan de kosten van vervanging van de zaak door een zaak met dezelfde kenmerken, is de vergoeding beperkt tot het bedrag van deze laatste. De benadeelde heeft ook recht op vergoeding van de eventuele waardevermindering van de zaak na het herstel ervan.
In geval van tenietgaan van de zaak of wanneer het herstel ervan niet mogelijk is, heeft de benadeelde recht op vergoeding van de kosten die nodig zijn voor vervanging van de zaak door een zaak met dezelfde kenmerken die dezelfde functies vervult.
Art. 6.38. Dommage aux choses
En cas de dommage causé à une chose, la personne lésée a droit à une indemnité correspondant aux frais de réparation de cette chose. Si ces frais excèdent la valeur de remplacement d'une chose présentant les mêmes caractéristiques, l'indemnité est limitée à cette valeur. La personne lésée a également droit à l'indemnisation de la moins-value éventuelle de la chose qui résulte de sa réparation.
En cas de destruction d'une chose ou lorsque la réparation est impossible, la personne lésée a droit au remboursement des coûts qui sont nécessaires pour permettre le remplacement de cette chose par une chose présentant les mêmes caractéristiques et remplissant les mêmes fonctions.
En cas de dommage causé à une chose, la personne lésée a droit à une indemnité correspondant aux frais de réparation de cette chose. Si ces frais excèdent la valeur de remplacement d'une chose présentant les mêmes caractéristiques, l'indemnité est limitée à cette valeur. La personne lésée a également droit à l'indemnisation de la moins-value éventuelle de la chose qui résulte de sa réparation.
En cas de destruction d'une chose ou lorsque la réparation est impossible, la personne lésée a droit au remboursement des coûts qui sont nécessaires pour permettre le remplacement de cette chose par une chose présentant les mêmes caractéristiques et remplissant les mêmes fonctions.
Art. 6.39. Vrije beschikking over de schadevergoeding
Het bedrag van de schadevergoeding is niet afhankelijk van het gebruik dat de benadeelde ervan zal maken. Deze beschikt vrij over de schadevergoeding.
Het bedrag van de schadevergoeding is niet afhankelijk van het gebruik dat de benadeelde ervan zal maken. Deze beschikt vrij over de schadevergoeding.
Art. 6.39. Libre disposition des indemnités
Le montant des indemnités ne dépend pas de l'usage qu'en fera la personne lésée. Celle-ci en dispose librement.
Le montant des indemnités ne dépend pas de l'usage qu'en fera la personne lésée. Celle-ci en dispose librement.
HOOFDSTUK 6. - Bevel of verbod
CHAPITRE 6. - Ordre ou interdiction
Art. 6.40. Bevel of verbod
Bij vaststaande of ernstig dreigende schending van een wettelijke regel die een bepaald gedrag voorschrijft, kan de rechter, op vordering van een partij die aantoont hierdoor een aantasting van een van zijn zaken of van zijn fysieke integriteit te zullen lijden, een bevel of verbod opleggen dat erop gericht is deze wettelijke bepaling te doen naleven.
Bij vaststaande of ernstig dreigende schending van een wettelijke regel die een bepaald gedrag voorschrijft, kan de rechter, op vordering van een partij die aantoont hierdoor een aantasting van een van zijn zaken of van zijn fysieke integriteit te zullen lijden, een bevel of verbod opleggen dat erop gericht is deze wettelijke bepaling te doen naleven.
Art. 6.40. Ordre ou interdiction
En cas de violation avérée ou de menace grave de violation d'une règle légale imposant un comportement déterminé, le juge peut, à la demande d'une partie qui démontre qu'elle subira une atteinte à ses biens ou à son intégrité physique en raison de cette violation, prononcer un ordre ou une interdiction visant à faire respecter cette règle légale.
En cas de violation avérée ou de menace grave de violation d'une règle légale imposant un comportement déterminé, le juge peut, à la demande d'une partie qui démontre qu'elle subira une atteinte à ses biens ou à son intégrité physique en raison de cette violation, prononcer un ordre ou une interdiction visant à faire respecter cette règle légale.
HOOFDSTUK 7. - Bijzondere aansprakelijkheidsregimes
CHAPITRE 7. - Régimes particuliers de responsabilité
Afdeling 1. - Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten
Section 1re. - Responsabilité du fait des produits défectueux
Art. 6.41. Beginsel
De producent is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek in zijn product.
De producent is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek in zijn product.
Art. 6.41. Principe
Le producteur est responsable du dommage causé par un défaut de son produit.
Le producteur est responsable du dommage causé par un défaut de son produit.
Art. 6.42. Product
Onder "product" wordt verstaan elk lichamelijk roerend goed, ook indien het een bestanddeel vormt van een ander roerend of onroerend goed, of indien het door bestemming onroerend is geworden.
Onder product wordt ook elektriciteit verstaan.
Onder "product" wordt verstaan elk lichamelijk roerend goed, ook indien het een bestanddeel vormt van een ander roerend of onroerend goed, of indien het door bestemming onroerend is geworden.
Onder product wordt ook elektriciteit verstaan.
Art. 6.42. Produit
On entend par "produit" tout bien meuble corporel, même incorporé à un autre bien meuble ou immeuble, ou devenu immeuble par destination.
L'électricité est considérée comme un produit.
On entend par "produit" tout bien meuble corporel, même incorporé à un autre bien meuble ou immeuble, ou devenu immeuble par destination.
L'électricité est considérée comme un produit.
Art. 6.43. Producent
Onder "producent" wordt verstaan de fabrikant van een eindproduct, de fabrikant van een onderdeel van een eindproduct, de fabrikant of de producent van een grondstof, alsmede eenieder die zich als fabrikant of producent aandient door zijn naam, zijn merk of een ander herkenningsteken op het product aan te brengen.
Onder "producent" wordt verstaan de fabrikant van een eindproduct, de fabrikant van een onderdeel van een eindproduct, de fabrikant of de producent van een grondstof, alsmede eenieder die zich als fabrikant of producent aandient door zijn naam, zijn merk of een ander herkenningsteken op het product aan te brengen.
Art. 6.43. Producteur
On entend par "producteur" le fabricant d'un produit fini, le fabricant d'une partie composante d'un produit fini ou le producteur d'une matière première, et toute personne qui se présente comme fabricant ou producteur en apposant sur le produit son nom, sa marque ou un autre signe distinctif.
On entend par "producteur" le fabricant d'un produit fini, le fabricant d'une partie composante d'un produit fini ou le producteur d'une matière première, et toute personne qui se présente comme fabricant ou producteur en apposant sur le produit son nom, sa marque ou un autre signe distinctif.
Art. 6.44. Andere als producent beschouwde personen
Onverminderd de aansprakelijkheid van de producent, wordt eenieder die, in het kader van zijn economische werkzaamheden, een product in de Europese Unie invoert, met het oogmerk het te verkopen of het gebruik ervan aan derden over te dragen, als producent beschouwd; zijn aansprakelijkheid is dezelfde als die van de producent.
De leverancier van het product dat de schade heeft veroorzaakt, wordt als producent beschouwd wanneer:
1° in het geval het product vervaardigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie, niet kan worden vastgesteld wie de producent van het product is, tenzij de leverancier binnen een redelijke termijn aan de benadeelde de identiteit meedeelt van de producent of van degene die hem het product heeft geleverd;
2° in het geval het product ingevoerd is in de Europese Unie, niet kan worden vastgesteld wie de invoerder van het product is, ook al is de naam van de producent aangegeven, tenzij de leverancier binnen een redelijke termijn aan de benadeelde de identiteit meedeelt van de invoerder of van degene die hem het product heeft geleverd.
Onverminderd de aansprakelijkheid van de producent, wordt eenieder die, in het kader van zijn economische werkzaamheden, een product in de Europese Unie invoert, met het oogmerk het te verkopen of het gebruik ervan aan derden over te dragen, als producent beschouwd; zijn aansprakelijkheid is dezelfde als die van de producent.
De leverancier van het product dat de schade heeft veroorzaakt, wordt als producent beschouwd wanneer:
1° in het geval het product vervaardigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie, niet kan worden vastgesteld wie de producent van het product is, tenzij de leverancier binnen een redelijke termijn aan de benadeelde de identiteit meedeelt van de producent of van degene die hem het product heeft geleverd;
2° in het geval het product ingevoerd is in de Europese Unie, niet kan worden vastgesteld wie de invoerder van het product is, ook al is de naam van de producent aangegeven, tenzij de leverancier binnen een redelijke termijn aan de benadeelde de identiteit meedeelt van de invoerder of van degene die hem het product heeft geleverd.
Art. 6.44. Autres personnes considérées comme producteur
Sans préjudice de la responsabilité du producteur, toute personne qui, dans le cadre de son activité économique, importe dans l'Union européenne un produit dans le but de le vendre ou d'en transférer l'usage à un tiers, est considérée comme producteur de celui-ci et est responsable au même titre que le producteur.
Le fournisseur du produit ayant causé le dommage est considéré comme producteur lorsque:
1° dans le cas d'un produit fabriqué sur le territoire d'un Etat membre de l'Union européenne, le producteur ne peut être identifié, à moins que le fournisseur n'indique à la personne lésée, dans un délai raisonnable, l'identité du producteur ou de celui qui lui a fourni le produit;
2° dans le cas d'un produit importé dans l'Union européenne, l'importateur ne peut être identifié, même si le nom du producteur est indiqué, à moins que le fournisseur n'indique à la personne lésée, dans un délai raisonnable, l'identité de l'importateur ou de celui qui lui a fourni le produit.
Sans préjudice de la responsabilité du producteur, toute personne qui, dans le cadre de son activité économique, importe dans l'Union européenne un produit dans le but de le vendre ou d'en transférer l'usage à un tiers, est considérée comme producteur de celui-ci et est responsable au même titre que le producteur.
Le fournisseur du produit ayant causé le dommage est considéré comme producteur lorsque:
1° dans le cas d'un produit fabriqué sur le territoire d'un Etat membre de l'Union européenne, le producteur ne peut être identifié, à moins que le fournisseur n'indique à la personne lésée, dans un délai raisonnable, l'identité du producteur ou de celui qui lui a fourni le produit;
2° dans le cas d'un produit importé dans l'Union européenne, l'importateur ne peut être identifié, même si le nom du producteur est indiqué, à moins que le fournisseur n'indique à la personne lésée, dans un délai raisonnable, l'identité de l'importateur ou de celui qui lui a fourni le produit.
Art. 6.45. Gebrekkig product
Een product is gebrekkig wanneer het niet de veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten, alle omstandigheden in aanmerking genomen, met name:
1° de presentatie van het product;
2° het normaal of redelijkerwijze voorzienbaar gebruik van het product;
3° het tijdstip waarop het product in het verkeer is gebracht.
Een product mag niet als gebrekkig worden beschouwd uitsluitend omdat er nadien een beter product in het verkeer is gebracht.
Een product is gebrekkig wanneer het niet de veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten, alle omstandigheden in aanmerking genomen, met name:
1° de presentatie van het product;
2° het normaal of redelijkerwijze voorzienbaar gebruik van het product;
3° het tijdstip waarop het product in het verkeer is gebracht.
Een product mag niet als gebrekkig worden beschouwd uitsluitend omdat er nadien een beter product in het verkeer is gebracht.
Art. 6.45. Produit défectueux
Un produit est défectueux lorsqu'il n'offre pas la sécurité à laquelle on peut légitimement s'attendre compte tenu de toutes les circonstances et notamment:
1° de la présentation du produit;
2° de l'usage normal ou raisonnablement prévisible du produit;
3° du moment auquel le produit a été mis en circulation.
Un produit ne peut être considéré comme défectueux par le seul fait qu'un produit plus perfectionné a été mis en circulation ultérieurement.
Un produit est défectueux lorsqu'il n'offre pas la sécurité à laquelle on peut légitimement s'attendre compte tenu de toutes les circonstances et notamment:
1° de la présentation du produit;
2° de l'usage normal ou raisonnablement prévisible du produit;
3° du moment auquel le produit a été mis en circulation.
Un produit ne peut être considéré comme défectueux par le seul fait qu'un produit plus perfectionné a été mis en circulation ultérieurement.
Art. 6.46. In het verkeer brenging
Onder "in het verkeer brengen" wordt verstaan de eerste daad waaruit de bedoeling van de producent blijkt om aan het product de bestemming te verlenen die hij aan dat product geeft door overdracht aan derden of door gebruik ten behoeve van laatstgenoemden.
Onder "in het verkeer brengen" wordt verstaan de eerste daad waaruit de bedoeling van de producent blijkt om aan het product de bestemming te verlenen die hij aan dat product geeft door overdracht aan derden of door gebruik ten behoeve van laatstgenoemden.
Art. 6.46. Mise en circulation
On entend par "mise en circulation" le premier acte matérialisant l'intention du producteur de donner au produit l'affectation à laquelle il le destine par transfert à un tiers ou utilisation au profit de celui-ci.
On entend par "mise en circulation" le premier acte matérialisant l'intention du producteur de donner au produit l'affectation à laquelle il le destine par transfert à un tiers ou utilisation au profit de celui-ci.
Art. 6.47. Bewijslast
Het bewijs van de schade, van het gebrek en van het oorzakelijk verband tussen het gebrek en de schade moet door de benadeelde worden geleverd.
Het bewijs van de schade, van het gebrek en van het oorzakelijk verband tussen het gebrek en de schade moet door de benadeelde worden geleverd.
Art. 6.47. Charge de la preuve
La preuve du dommage, du défaut et du lien de causalité entre le défaut et le dommage incombe à la personne lésée.
La preuve du dommage, du défaut et du lien de causalité entre le défaut et le dommage incombe à la personne lésée.
Art. 6.48. Gronden van uitsluiting van aansprakelijkheid
De producent is uit hoofde van deze afdeling aansprakelijk, tenzij hij bewijst:
a) dat hij het product niet in het verkeer heeft gebracht;
b) dat het, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat het gebrek dat de schade heeft veroorzaakt, niet bestond op het tijdstip waarop hij het product in het verkeer heeft gebracht, dan wel dat het gebrek later is ontstaan;
c) dat het product noch voor de verkoop of voor enige andere vorm van verspreiding met een economisch doel van de producent is vervaardigd, noch vervaardigd of verspreid in het kader van de uitoefening van zijn beroep;
d) dat het gebrek een gevolg is van het feit dat het product in overeenstemming is met dwingende overheidsvoorschriften;
e) dat het op grond van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis op het tijdstip waarop hij het product in het verkeer bracht, onmogelijk was het bestaan van het gebrek te ontdekken;
f) dat, wat de producent van een onderdeel of de producent van een grondstof betreft, het gebrek te wijten is aan het ontwerp van het product waarvan het onderdeel of de grondstof een bestanddeel vormt, dan wel aan de onderrichtingen die door de producent van dat product zijn verstrekt.
De producent is uit hoofde van deze afdeling aansprakelijk, tenzij hij bewijst:
a) dat hij het product niet in het verkeer heeft gebracht;
b) dat het, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat het gebrek dat de schade heeft veroorzaakt, niet bestond op het tijdstip waarop hij het product in het verkeer heeft gebracht, dan wel dat het gebrek later is ontstaan;
c) dat het product noch voor de verkoop of voor enige andere vorm van verspreiding met een economisch doel van de producent is vervaardigd, noch vervaardigd of verspreid in het kader van de uitoefening van zijn beroep;
d) dat het gebrek een gevolg is van het feit dat het product in overeenstemming is met dwingende overheidsvoorschriften;
e) dat het op grond van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis op het tijdstip waarop hij het product in het verkeer bracht, onmogelijk was het bestaan van het gebrek te ontdekken;
f) dat, wat de producent van een onderdeel of de producent van een grondstof betreft, het gebrek te wijten is aan het ontwerp van het product waarvan het onderdeel of de grondstof een bestanddeel vormt, dan wel aan de onderrichtingen die door de producent van dat product zijn verstrekt.
Art. 6.48. Causes d'exclusion de la responsabilité
Le producteur n'est pas responsable en application de la présente section s'il prouve:
a) qu'il n'avait pas mis le produit en circulation;
b) que, compte tenu des circonstances, il y a lieu d'estimer que le défaut ayant causé le dommage n'existait pas au moment où le produit a été mis en circulation par lui ou que ce défaut est né postérieurement;
c) que le produit n'a été ni fabriqué pour la vente ou pour toute autre forme de distribution dans un but économique du producteur, ni fabriqué ou distribué dans le cadre de son activité professionnelle;
d) que le défaut est dû à la conformité du produit avec des règles impératives émanant des pouvoirs publics;
e) que l'état des connaissances scientifiques et techniques au moment de la mise en circulation du produit par lui ne permettait pas de déceler l'existence du défaut;
f) s'agissant du producteur d'une partie composante ou du producteur d'une matière première, que le défaut est imputable à la conception du produit dans lequel la partie composante ou la matière première a été incorporée ou aux instructions données par le producteur de ce produit.
Le producteur n'est pas responsable en application de la présente section s'il prouve:
a) qu'il n'avait pas mis le produit en circulation;
b) que, compte tenu des circonstances, il y a lieu d'estimer que le défaut ayant causé le dommage n'existait pas au moment où le produit a été mis en circulation par lui ou que ce défaut est né postérieurement;
c) que le produit n'a été ni fabriqué pour la vente ou pour toute autre forme de distribution dans un but économique du producteur, ni fabriqué ou distribué dans le cadre de son activité professionnelle;
d) que le défaut est dû à la conformité du produit avec des règles impératives émanant des pouvoirs publics;
e) que l'état des connaissances scientifiques et techniques au moment de la mise en circulation du produit par lui ne permettait pas de déceler l'existence du défaut;
f) s'agissant du producteur d'une partie composante ou du producteur d'une matière première, que le défaut est imputable à la conception du produit dans lequel la partie composante ou la matière première a été incorporée ou aux instructions données par le producteur de ce produit.
Art. 6.49. Hoofdelijke aansprakelijkheid
Indien uit hoofde van deze afdeling verscheidene personen aansprakelijk zijn voor dezelfde schade, is elk van hen, onverminderd het regresrecht, hoofdelijk aansprakelijk.
Indien uit hoofde van deze afdeling verscheidene personen aansprakelijk zijn voor dezelfde schade, is elk van hen, onverminderd het regresrecht, hoofdelijk aansprakelijk.
Art. 6.49. Responsabilité solidaire
Lorsqu'en application de la présente section, plusieurs personnes sont responsables du même dommage, leur responsabilité est solidaire, sans préjudice des droits de recours.
Lorsqu'en application de la présente section, plusieurs personnes sont responsables du même dommage, leur responsabilité est solidaire, sans préjudice des droits de recours.
Art. 6.50. Bedingen tot beperking van de aansprakelijkheid
§ 1. De aansprakelijkheid van de producent kan ten aanzien van de benadeelde niet worden uitgesloten of beperkt bij contract.
§ 2. Zij kan worden uitgesloten of beperkt wanneer de schade wordt veroorzaakt, zowel door een gebrek in het product, als door schuld van de benadeelde of van een persoon voor wie de benadeelde verantwoordelijk is.
Onverminderd het regresrecht, wordt de aansprakelijkheid ten aanzien van de benadeelde niet uitgesloten of beperkt wanneer de schade wordt veroorzaakt, zowel door een gebrek in het product, als door toedoen van derden.
§ 1. De aansprakelijkheid van de producent kan ten aanzien van de benadeelde niet worden uitgesloten of beperkt bij contract.
§ 2. Zij kan worden uitgesloten of beperkt wanneer de schade wordt veroorzaakt, zowel door een gebrek in het product, als door schuld van de benadeelde of van een persoon voor wie de benadeelde verantwoordelijk is.
Onverminderd het regresrecht, wordt de aansprakelijkheid ten aanzien van de benadeelde niet uitgesloten of beperkt wanneer de schade wordt veroorzaakt, zowel door een gebrek in het product, als door toedoen van derden.
Art. 6.50. Clauses limitatives de responsabilité
§ 1er. La responsabilité du producteur ne peut être limitée ou écartée à l'égard de la personne lésée par une clause limitative ou exonératoire de responsabilité.
§ 2. Elle peut être limitée ou écartée lorsque le dommage est causé conjointement par un défaut du produit et par la faute de la personne lésée ou d'une personne dont la personne lésée est responsable.
Sans préjudice des droits de recours, elle n'est pas limitée ou écartée à l'égard de la personne lésée lorsque le dommage est causé conjointement par un défaut du produit et par l'intervention d'un tiers.
§ 1er. La responsabilité du producteur ne peut être limitée ou écartée à l'égard de la personne lésée par une clause limitative ou exonératoire de responsabilité.
§ 2. Elle peut être limitée ou écartée lorsque le dommage est causé conjointement par un défaut du produit et par la faute de la personne lésée ou d'une personne dont la personne lésée est responsable.
Sans préjudice des droits de recours, elle n'est pas limitée ou écartée à l'égard de la personne lésée lorsque le dommage est causé conjointement par un défaut du produit et par l'intervention d'un tiers.
Art. 6.51. Vergoedbare schade
§ 1. De schadeloosstelling die uit hoofde van deze afdeling kan worden bekomen, dekt de schade toegebracht aan personen, met inbegrip van morele schade en, onder voorbehoud van de hiernavolgende bepalingen, de schade toegebracht aan goederen.
§ 2. Schade toegebracht aan goederen levert alleen grond tot schadeloosstelling op indien de goederen gewoonlijk bestemd zijn voor gebruik of verbruik in de privésfeer en door de benadeelde hoofdzakelijk zijn gebruikt voor gebruik of verbruik in de privésfeer.
Schade toegebracht aan het gebrekkig product levert geen grond tot schadeloosstelling op.
Schadeloosstelling voor schade toegebracht aan goederen is slechts verschuldigd onder aftrek van een franchise van vijfhonderd euro.
§ 3. De Koning kan het in paragraaf 2 bepaalde bedrag wijzigen teneinde het in overeenstemming te brengen met de besluiten die de Raad heeft vastgesteld met toepassing van artikel 18.2 van de Richtlijn 85/374/EEG van 25 juli 1985 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken.
§ 1. De schadeloosstelling die uit hoofde van deze afdeling kan worden bekomen, dekt de schade toegebracht aan personen, met inbegrip van morele schade en, onder voorbehoud van de hiernavolgende bepalingen, de schade toegebracht aan goederen.
§ 2. Schade toegebracht aan goederen levert alleen grond tot schadeloosstelling op indien de goederen gewoonlijk bestemd zijn voor gebruik of verbruik in de privésfeer en door de benadeelde hoofdzakelijk zijn gebruikt voor gebruik of verbruik in de privésfeer.
Schade toegebracht aan het gebrekkig product levert geen grond tot schadeloosstelling op.
Schadeloosstelling voor schade toegebracht aan goederen is slechts verschuldigd onder aftrek van een franchise van vijfhonderd euro.
§ 3. De Koning kan het in paragraaf 2 bepaalde bedrag wijzigen teneinde het in overeenstemming te brengen met de besluiten die de Raad heeft vastgesteld met toepassing van artikel 18.2 van de Richtlijn 85/374/EEG van 25 juli 1985 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken.
Art. 6.51. Dommages indemnisables
§ 1er. L'indemnisation qui peut être obtenue en application de la présente section couvre les dommages causés aux personnes, y compris les dommages moraux et, sous réserve des dispositions qui suivent, les dommages causés aux biens.
§ 2. Les dommages causés aux biens ne donnent lieu à indemnisation que s'ils concernent des biens qui sont d'un type normalement destiné à l'usage ou à la consommation privés et ont été utilisés par la personne lésée principalement pour son usage ou sa consommation privés.
Les dommages causés au produit défectueux lui-même ne donnent pas lieu à indemnisation.
L'indemnisation des dommages causés aux biens n'est due que sous déduction d'une franchise de cinq cents euros.
§ 3. Le Roi peut modifier le montant prévu au paragraphe 2 afin de le rendre conforme aux décisions prises par le Conseil, en application de l'article 18.2 de la directive 85/374/CEE du 25 juillet 1985 relative au rapprochement des dispositions législatives, réglementaires et administratives des Etats membres en matière de responsabilité du fait des produits défectueux.
§ 1er. L'indemnisation qui peut être obtenue en application de la présente section couvre les dommages causés aux personnes, y compris les dommages moraux et, sous réserve des dispositions qui suivent, les dommages causés aux biens.
§ 2. Les dommages causés aux biens ne donnent lieu à indemnisation que s'ils concernent des biens qui sont d'un type normalement destiné à l'usage ou à la consommation privés et ont été utilisés par la personne lésée principalement pour son usage ou sa consommation privés.
Les dommages causés au produit défectueux lui-même ne donnent pas lieu à indemnisation.
L'indemnisation des dommages causés aux biens n'est due que sous déduction d'une franchise de cinq cents euros.
§ 3. Le Roi peut modifier le montant prévu au paragraphe 2 afin de le rendre conforme aux décisions prises par le Conseil, en application de l'article 18.2 de la directive 85/374/CEE du 25 juillet 1985 relative au rapprochement des dispositions législatives, réglementaires et administratives des Etats membres en matière de responsabilité du fait des produits défectueux.
Art. 6.52. Verval- en verjaringstermijnen
§ 1. Onverminderd artikel 2277ter van het oud Burgerlijk Wetboek, vervalt het recht van de benadeelde om van de producent schadevergoeding te bekomen uit hoofde van deze afdeling na een termijn van tien jaar, te rekenen van de dag waarop deze het product in het verkeer heeft gebracht, tenzij de benadeelde gedurende die periode op grond van deze afdeling een gerechtelijke procedure heeft ingesteld.
§ 2. Onverminderd artikel 2277ter van het oud Burgerlijk Wetboek, verjaart de rechtsvordering ingesteld op grond van deze afdeling door verloop van drie jaar, te rekenen van de dag waarop de benadeelde redelijkerwijs kennis had moeten hebben van de schade, het gebrek en de identiteit van de producent.
De bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek betreffende schorsing en stuiting van de verjaring zijn op die rechtsvorderingen van toepassing.
§ 1. Onverminderd artikel 2277ter van het oud Burgerlijk Wetboek, vervalt het recht van de benadeelde om van de producent schadevergoeding te bekomen uit hoofde van deze afdeling na een termijn van tien jaar, te rekenen van de dag waarop deze het product in het verkeer heeft gebracht, tenzij de benadeelde gedurende die periode op grond van deze afdeling een gerechtelijke procedure heeft ingesteld.
§ 2. Onverminderd artikel 2277ter van het oud Burgerlijk Wetboek, verjaart de rechtsvordering ingesteld op grond van deze afdeling door verloop van drie jaar, te rekenen van de dag waarop de benadeelde redelijkerwijs kennis had moeten hebben van de schade, het gebrek en de identiteit van de producent.
De bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek betreffende schorsing en stuiting van de verjaring zijn op die rechtsvorderingen van toepassing.
Art. 6.52. Délais de déchéance et de prescription
§ 1er. Sans préjudice de l'article 2277ter de l'ancien Code civil, le droit de la personne lésée d'obtenir du producteur la réparation de son dommage sur le fondement de la présente section s'éteint à l'expiration d'un délai de dix ans à compter de la date à laquelle celui-ci a mis le produit en circulation, à moins que durant cette période la personne lésée n'ait engagé une procédure judiciaire fondée sur la présente section.
§ 2. Sans préjudice de l'article 2277ter de l'ancien Code civil, l'action fondée sur la présente section se prescrit par trois ans à compter du jour où la personne lésée aurait dû raisonnablement avoir connaissance du dommage, du défaut et de l'identité du producteur.
Les dispositions de l'ancien Code civil relatives à l'interruption et à la suspension de la prescription s'appliquent à cette action.
§ 1er. Sans préjudice de l'article 2277ter de l'ancien Code civil, le droit de la personne lésée d'obtenir du producteur la réparation de son dommage sur le fondement de la présente section s'éteint à l'expiration d'un délai de dix ans à compter de la date à laquelle celui-ci a mis le produit en circulation, à moins que durant cette période la personne lésée n'ait engagé une procédure judiciaire fondée sur la présente section.
§ 2. Sans préjudice de l'article 2277ter de l'ancien Code civil, l'action fondée sur la présente section se prescrit par trois ans à compter du jour où la personne lésée aurait dû raisonnablement avoir connaissance du dommage, du défaut et de l'identité du producteur.
Les dispositions de l'ancien Code civil relatives à l'interruption et à la suspension de la prescription s'appliquent à cette action.
Art. 6.53. Samenloop met andere aansprakelijkheidsgronden
Deze afdeling laat de rechten die de benadeelde ontleent aan het recht inzake contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid onverlet.
Deze afdeling laat de rechten die de benadeelde ontleent aan het recht inzake contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid onverlet.
Art. 6.53. Concours avec d'autres fondements de responsabilité
La présente section ne porte pas préjudice aux droits dont la personne lésée peut se prévaloir par ailleurs au titre du droit de la responsabilité contractuelle ou extracontractuelle.
La présente section ne porte pas préjudice aux droits dont la personne lésée peut se prévaloir par ailleurs au titre du droit de la responsabilité contractuelle ou extracontractuelle.
Art. 6.54. Samenloop met sociale zekerheidstelsels
Uitkeringsgerechtigden uit hoofde van een regeling inzake sociale zekerheid, arbeidsongevallenvergoeding of beroepsziektenverzekering blijven, ook met betrekking tot schadeloosstelling voor schade die door deze afdeling wordt gedekt, onderworpen aan de wettelijke bepalingen betreffende bedoelde regeling.
In zoverre de schade niet wordt vergoed uit hoofde van een regeling bedoeld in het eerste lid, hebben die uitkeringsgerechtigden het recht, op grond van deze afdeling, schadevergoeding te vorderen, mits zij tegen de aansprakelijke persoon een vordering naar gemeen recht kunnen instellen.
De personen of instellingen die, op grond van de in het eerste lid genoemde regelingen, uitkeringen hebben gedaan aan hen die schade hebben geleden welke door deze afdeling wordt gedekt, of aan hun rechtverkrijgenden, kunnen overeenkomstig deze afdeling tegen de producent het regresrecht uitoefenen dat hun door die regelingen wordt toegekend.
Uitkeringsgerechtigden uit hoofde van een regeling inzake sociale zekerheid, arbeidsongevallenvergoeding of beroepsziektenverzekering blijven, ook met betrekking tot schadeloosstelling voor schade die door deze afdeling wordt gedekt, onderworpen aan de wettelijke bepalingen betreffende bedoelde regeling.
In zoverre de schade niet wordt vergoed uit hoofde van een regeling bedoeld in het eerste lid, hebben die uitkeringsgerechtigden het recht, op grond van deze afdeling, schadevergoeding te vorderen, mits zij tegen de aansprakelijke persoon een vordering naar gemeen recht kunnen instellen.
De personen of instellingen die, op grond van de in het eerste lid genoemde regelingen, uitkeringen hebben gedaan aan hen die schade hebben geleden welke door deze afdeling wordt gedekt, of aan hun rechtverkrijgenden, kunnen overeenkomstig deze afdeling tegen de producent het regresrecht uitoefenen dat hun door die regelingen wordt toegekend.
Art. 6.54. Concours avec des régimes de sécurité sociale
Les bénéficiaires d'un régime de sécurité sociale ou de réparation des accidents du travail ou des maladies professionnelles restent soumis, même pour l'indemnisation d'un dommage couvert par la présente section, à la législation organisant ce régime.
Dans la mesure où ce dommage n'est pas réparé en application d'un des régimes visés à l'alinéa 1er, et pour autant qu'une action de droit commun contre le responsable leur soit ouverte, ces bénéficiaires ont le droit de demander réparation de leur dommage conformément à la présente section.
Les personnes ou organismes qui, en vertu des régimes visés à l'alinéa 1er, ont fourni des prestations aux personnes victimes d'un dommage couvert par la présente section ou à leurs ayants droit peuvent exercer contre le producteur, conformément à la présente section, les droits de recours que leur confèrent ces régimes.
Les bénéficiaires d'un régime de sécurité sociale ou de réparation des accidents du travail ou des maladies professionnelles restent soumis, même pour l'indemnisation d'un dommage couvert par la présente section, à la législation organisant ce régime.
Dans la mesure où ce dommage n'est pas réparé en application d'un des régimes visés à l'alinéa 1er, et pour autant qu'une action de droit commun contre le responsable leur soit ouverte, ces bénéficiaires ont le droit de demander réparation de leur dommage conformément à la présente section.
Les personnes ou organismes qui, en vertu des régimes visés à l'alinéa 1er, ont fourni des prestations aux personnes victimes d'un dommage couvert par la présente section ou à leurs ayants droit peuvent exercer contre le producteur, conformément à la présente section, les droits de recours que leur confèrent ces régimes.
Art. 6.55. Kernenergie
Deze afdeling is niet van toepassing op de vergoeding van schade gedekt door de wet van 22 juli 1985 betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, alsmede door de ter uitvoering van die wet genomen besluiten.".
Deze afdeling is niet van toepassing op de vergoeding van schade gedekt door de wet van 22 juli 1985 betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, alsmede door de ter uitvoering van die wet genomen besluiten.".
Art. 6.55. Energie nucléaire
La présente section n'est pas applicable à la réparation des dommages couverts par la loi du 22 juillet 1985 sur la responsabilité civile dans le domaine de l'énergie nucléaire et par les arrêtés pris en exécution de celle-ci.".
La présente section n'est pas applicable à la réparation des dommages couverts par la loi du 22 juillet 1985 sur la responsabilité civile dans le domaine de l'énergie nucléaire et par les arrêtés pris en exécution de celle-ci.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
Section 1re. - Modifications du Code civil
Art.3. In artikel 5.89 van het Burgerlijk Wetboek wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art.3. Dans l'article 5.89 du Code civil, le paragraphe 2 est abrogé.
Art.4. In artikel 5.127, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "de artikelen 1382 tot 1386bis van het oud Burgerlijk Wetboek" vervangen door de woorden "boek 6".
Art.4. Dans l'article 5.127, alinéa 1er, du même Code, les mots "des articles 1382 à 1386bis de l'ancien Code civil" sont remplacés par les mots "du livre 6".
Art.5. In artikel 5.237, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "De artikelen 1382 tot 1386bis van het oud Burgerlijk Wetboek zijn" worden vervangen door de woorden "Boek 6 is";
2° het woord "hun" wordt vervangen door het woord "zijn".
1° de woorden "De artikelen 1382 tot 1386bis van het oud Burgerlijk Wetboek zijn" worden vervangen door de woorden "Boek 6 is";
2° het woord "hun" wordt vervangen door het woord "zijn".
Art.5. A l'article 5.237, alinéa 2, du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "Les articles 1382 à 1386bis de l'ancien Code civil sont" sont remplacés par les mots "Le livre 6 est";
2° les mots "leur nature et leur portée" sont remplacés par les mots "sa nature et sa portée".
1° les mots "Les articles 1382 à 1386bis de l'ancien Code civil sont" sont remplacés par les mots "Le livre 6 est";
2° les mots "leur nature et leur portée" sont remplacés par les mots "sa nature et sa portée".
Afdeling 2. (vroeger afdeling 3). - Wijziging van het Strafwetboek
Section 2. - Modification du Code pénal
Art.6. In artikel 50 van het Strafwetboek worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt:
"Alle wegens eenzelfde misdrijf veroordeelde personen zijn hoofdelijk gehouden tot de gerechtskosten, wanneer zij door eenzelfde vonnis of arrest zijn veroordeeld.".
"Alle wegens eenzelfde misdrijf veroordeelde personen zijn hoofdelijk gehouden tot de gerechtskosten, wanneer zij door eenzelfde vonnis of arrest zijn veroordeeld.".
Art.6. Dans l'article 50 du Code pénal, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit:
"Tous les individus condamnés pour une même infraction sont tenus solidairement des frais de justice, lorsqu'ils ont été condamnés par le même jugement ou arrêt.".
"Tous les individus condamnés pour une même infraction sont tenus solidairement des frais de justice, lorsqu'ils ont été condamnés par le même jugement ou arrêt.".
Afdeling 3. - Wijzigingen van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen
Section 3. - Modifications du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales
Art.7. In artikel 35, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, gewijzigd bij de wet van 23 april 2020, wordt het woord "1382" vervangen door het woord "6.5".
Art.7. Dans l'article 35, § 1er, alinéa 1er, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, modifié par la loi du 23 avril 2020, le mot "1382" est remplacé par le mot "6.5".
Art.8. In artikel 37, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek wordt het woord "1382" vervangen door het woord "6.5".
Art.8. Dans l'article 37, § 1er, alinéa 3, du même Code, le mot "1382" est remplacé par le mot "6.5".
Art.9. In artikel 43, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 april 2020 en gewijzigd bij de wet van 30 juli 2022, wordt het woord "1382" vervangen door het woord "6.5".
Art.9. Dans l'article 43, § 1er, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 23 avril 2020 et modifié par la loi du 30 juillet 2022, le mot "1382" est remplacé par le mot "6.5".
Art.10. In artikel 49, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt het woord "1382" vervangen door het woord "6.5".
Art.10. Dans l'article 49, alinéa 1er, du même Code, le mot "1382" est remplacé par le mot "6.5".
Art.11. In artikel 51, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 20 december 2021, wordt het woord "1382" vervangen door het woord "6.6".
Art.11. Dans l'article 51, § 1er, alinéa 1er, du même Code, modifié par la loi du 20 décembre 2021, le mot "1382" est remplacé par le mot "6.6".
Afdeling 4. - Wijzigingen van het Belgisch Scheepvaartwetboek
Section 4. - Modifications du Code belge de la Navigation
Art.12. In artikel 2.3.1.19, eerste lid, 6°, van het Belgisch Scheepvaart-wetboek worden de woorden "1384, lid 3" vervangen door het woord "6.14".
Art.12. Dans l'article 2.3.1.19, alinéa 1er, 6°, du Code belge de la Navigation, les mots "1384, alinéa 3," sont remplacés par le mot "6.14".
Art.13. In artikel 2.6.2.58, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt het woord "1385" vervangen door het woord "6.17".
Art.13. Dans l'article 2.6.2.58, § 1er, alinéa 1er, du même Code, le mot "1385" est remplacé par le mot "6.17".
Art.14. In artikel 3.3.1.2, eerste lid, 4°, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "1384, lid 3" vervangen door het woord "6.14".
Art.14. Dans l'article 3.3.1.2, alinéa 1er, 4°, du même Code, les mots "1384, alinéa 3," sont remplacés par le mot "6.14".
Art.15. In artikel 4.1.1.5 van hetzelfde Wetboek wordt het woord "1384" vervangen door het woord "6.14".
Art.15. Dans l'article 4.1.1.5 du même Code, le mot "1384" est remplacé par le mot "6.14".
Art.16. In artikel 4.1.1.7 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 16 juni 2021, wordt het woord "1384" vervangen door het woord "6.14".
Art.16. Dans l'article 4.1.1.7 du même Code, inséré par la loi du 16 juin 2021, le mot "1384" est remplacé par le mot "6.14".
Afdeling 5. - Wijzigingen van diverse wetten
Section 5. - Modifications de diverses lois
Art.17. In artikel 72, § 5, van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 11 december 2013, worden de woorden "1384, derde lid," telkens vervangen door het woord "6.14".
Art.17. Dans l'article 72, § 5, de la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges, inséré par l'arrêté royal du 11 décembre 2013, les mots "1384, troisième alinéa," sont chaque fois remplacés par le mot "6.14".
Art.18. In artikel 1 van de wet van 14 februari 1935 tot invoering van de erfdienstbaarheid van opruiming van struikgewas op de langs de spoorwegen gelegen gronden worden de woorden "de artikelen 1382, 1383 en 1384" vervangen door de woorden "boek 6".
Art.18. Dans l'article 1er de la loi du 14 février 1935 établissant la servitude de débrousaillement sur les terrains limitrophes des voies ferrées, les mots "des articles 1382, 1383 et 1384" sont remplacés par les mots "du livre 6".
Art.19. In artikel 3, derde lid, van de wet van 15 juli 1960 tot zedelijke bescherming van de jeugd wordt het woord "1384" vervangen door het woord "6.14".
Art.19. Dans l'article 3, alinéa 3, de la loi du 15 juillet 1960 sur la préservation morale de la jeunesse, le mot "1384" est remplacé par le mot "6.14".
Art.20. In artikel 11, tweede lid, van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en de gewoontemisdadigers worden de woorden "artikel 1386bis" vervangen door de woorden "artikel 6.11".
Art.20. Dans l'article 11, alinéa 2, de la loi du 1er juillet 1964 de défense sociale à l'égard des anormaux et des délinquants d'habitude, les mots "à l'article 1386bis" sont remplacés par les mots "à l'article 6.11".
Art.21. In artikel 61, derde en zesde lid, van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, gewijzigd bij de wetten van 15 mei 2006 en 13 juni 2006, worden de woorden "artikel 1384" telkens vervangen door de woorden "de artikelen 6.12, 6.13 en 6.14".
Art.21. Dans l'article 61, alinéas 3 et 6, de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse, à la prise en charge des mineurs ayant commis un fait qualifié infraction et à la réparation du dommage causé par ce fait, modifié par les lois des 15 mai 2006 et 13 juin 2006, les mots "de l'article 1384" sont chaque fois remplacés par les mots "des articles 6.12, 6.13 et 6.14".
Art.22. In artikel 11, tweede lid, van de wet van 26 juni 1967 betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van goederenvervoer wordt het woord "1384" vervangen door het woord "6.14".
Art.22. Dans l'article 11, alinéa 2, de la loi du 26 juin 1967 relative au statut des auxiliaires de transport de marchandises, le mot "1384" est remplacé par le mot "6.14".
Art.23. In artikel 67 van de wegverkeerswet van 16 maart 1968, gewijzigd bij de wet van 14 juli 1976, worden de woorden "artikel 1384" vervangen door de woorden "de artikelen 6.12, 6.13 en 6.14".
Art.23. Dans l'article 67 de la loi du 16 mars 1968 sur la circulation routière, modifié par la loi du 14 juillet 1976, les mots "de l'article 1384" sont remplacés par les mots "des articles 6.12, 6.13 et 6.14".
Art.24. In artikel 2, § 4, van de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg wordt het woord "1384" vervangen door het woord "6.14".
Art.24. Dans l'article 2, § 4, de la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d'exécution des traités et actes internationaux en matière de transport par mer, par route, par chemin de fer ou par voie navigable, le mot "1384" est remplacé par le mot "6.14".
Art.25. In artikel 1, § 2, van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen worden de woorden "de artikelen 1382 tot 1386bis" vervangen door de woorden "boek 6".
Art.25. Dans l'article 1er, § 2, de la loi du 12 juillet 1976 relative à la réparation de certains dommages causés à des biens privés par des calamités naturelles, les mots "des articles 1382 à 1386bis" sont remplacés par les mots "du livre 6".
Art.26. In artikel 21, § 4, van de gecoördineerde wetten van 20 februari 1980 houdende het statuut van de gewetensbezwaarden worden de woorden "1384, derde lid," vervangen door het woord "6.14".
Art.26. Dans l'article 21, § 4, des lois coordonnées du 20 février 1980 portant le statut des objecteurs de conscience, les mots "1384, alinéa 3," sont remplacés par le mot "6.14".
Art.27. In artikel 7, § 2, 1°, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, vervangen bij de wet van 9 juli 2004, worden de woorden "de artikelen 1382 en volgende van het Burgerlijk Wetboek betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid" vervangen door de woorden "boek 6 van het Burgerlijk Wetboek".
Art.27. Dans l'article 7, § 2, 1°, de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées, remplacé par la loi du 9 juillet 2004, les mots "les articles 1382 et suivants du Code civil relatif à la responsabilité civile" sont remplacés par les mots "le livre 6 du Code civil".
Art.28. In artikel 156quater, § 5, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, ingevoerd bij het koninklijk besluit van 11 december 2013, worden de woorden "artikel 1384, eerste lid" vervangen door de woorden "artikel 6.16".
Art.28. Dans l'article 156quater, § 5, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, inséré par l'arrêté royal du 11 décembre 2013, les mots "de l'article 1384, alinéa 1er" sont remplacés par les mots "de l'article 6.16".
Art.29. In artikel 37quater, § 2, zevende lid, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, ingevoegd bij de wet van 22 december 2003, wordt het woord "1384" vervangen door het woord "6.14".
Art.29. Dans l'article 37quater, § 2, alinéa 7, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, inséré par la loi du 22 décembre 2003, le mot "1384" est remplacé par le mot "6.14".
Art.30. In artikel 168, zevende lid, van dezelfde wet wordt het woord "1384" vervangen door het woord "6.14".
Art.30. Dans l'article 168, alinéa 7, de la même loi, le mot "1384" est remplacé par le mot "6.14".
Art.31. In artikel 479-14, § 1, van de programmawet (I) van 24 december 2002 worden de woorden "Artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek is" vervangen door de woorden "De artikelen 6.12 en 6.13 van het Burgerlijk wetboek zijn".
Art.31. Dans l'article 479-14, § 1er, de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, les mots "L'article 1384 du Code civil n'est pas applicable" sont remplacés par les mots "Les articles 6.12 et 6.13 du Code civil ne s'appliquent pas".
Art.32. Artikel 3 van de wet van 10 februari 2003 betreffende de aansprakelijkheid van en voor de personeelsleden in dienst van openbare besturen wordt opgeheven.
Art.32. L'article 3 de la loi du 10 février 2003 relative à la responsabilité des et pour les membres du personnel au service des personnes publiques est abrogé.
Art.33. In artikel 15, vierde lid, van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht worden de woorden "de artikelen 1382 en volgende" vervangen door de woorden "boek 6".
Art.33. Dans l'article 15, alinéa 4, de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées, let mots "des articles 1382 et suivants" sont remplacés par les mots "du livre 6".
Art.34. In artikel 161 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid worden de woorden "artikel 1384" vervangen door de woorden "de artikelen 6.14 en 6.15".
Art.34. Dans l'article 161 de la loi du 15 mai 2007 relative à la sécurité civile, les mots "à l'article 1384" sont remplacés par les mots "aux articles 6.14 et 6.15".
Art.35. In artikel 157, § 1, eerste lid, van de programmawet (I) van 29 maart 2012, vervangen bij de wet van 23 april 2020 en gewijzigd bij de wet van 30 juli 2022, wordt het woord "1382" vervangen door het woord "6.5".
Art.35. Dans l'article 157, § 1er, alinéa 1er, de la loi-programme (I) du 29 mars 2012, remplacé par la loi du 23 avril 2020 et modifié par la loi du 30 juillet 2022, le mot "1382" est remplacé par le mot "6.5".
Art.36. In artikel 157/1, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 23 april 2020 en gewijzigd bij de wet van 30 juli 2022, wordt het woord "1382" vervangen door het woord "6.5".
Art.36. Dans l'article 157/1, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 23 avril 2020 et modifié par la loi du 30 juillet 2022, le mot "1382" est remplacé par le mot "6.5".
Art.37. Artikel 151, § 2, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Voor de verzekeringsovereenkomsten bedoeld bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 januari 1984 tot vaststelling van de minimumgarantievoorwaarden van de verzekeringsovereenkomsten tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking tot het privéleven is een schadegeval dat opzettelijk veroorzaakt werd door de minderjarige of dat het gevolg is van zijn grove schuld, zoals bepaald bij artikel 62, niet tegenwerpelijk aan de benadeelde.".
"Voor de verzekeringsovereenkomsten bedoeld bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 januari 1984 tot vaststelling van de minimumgarantievoorwaarden van de verzekeringsovereenkomsten tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking tot het privéleven is een schadegeval dat opzettelijk veroorzaakt werd door de minderjarige of dat het gevolg is van zijn grove schuld, zoals bepaald bij artikel 62, niet tegenwerpelijk aan de benadeelde.".
Art.37. L'article 151, § 2, de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Pour les contrats d'assurance visés à l'article 1er de l'arrêté royal du 12 janvier 1984 déterminant les conditions minimales de garantie des contrats d'assurance couvrant la responsabilité civile extra-contractuelle relative à la vie privée, un sinistre causé intentionnellement par un mineur ou résultant de sa faute lourde, comme prévu par l'article 62, n'est pas opposable à la personne lésée.".
"Pour les contrats d'assurance visés à l'article 1er de l'arrêté royal du 12 janvier 1984 déterminant les conditions minimales de garantie des contrats d'assurance couvrant la responsabilité civile extra-contractuelle relative à la vie privée, un sinistre causé intentionnellement par un mineur ou résultant de sa faute lourde, comme prévu par l'article 62, n'est pas opposable à la personne lésée.".
Art.38. In artikel 18, § 1, van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering wordt het woord "1386bis" vervangen door het woord "6.11".
Art.38. Dans l'article 18, § 1er, de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement, le mot "1386bis" est remplacé par le mot "6.11".
Art.39. In artikel 28 van de wet van 8 mei 2014 houdende diverse bepalingen inzake energie, tot wijziging van artikel 15/1, § 3/1, eerste lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen worden de woorden "de artikelen 1382 en 1383" vervangen door de woorden "artikel 6.5".
Art.39. Dans l'article 28 de la loi du 8 mai 2014 portant des dispositions diverses en matière d'énergie, modifiant l'article 15/1, § 3/1, alinéa 1er, de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, les mots "aux articles 1382 et 1383" sont remplacés par les mots "à l'article 6.5".
Art.40. In artikel 164 van de wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, tot wijziging van artikel 49, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, wordt het woord "1382" vervangen door het woord "6.5".
Art.40. Dans l'article 164 de la loi du 26 janvier 2021 sur la dématérialisation des relations entre le Service Public Fédéral Finances, les citoyens, personnes morales et certains tiers, et modifiant différents codes fiscaux et lois fiscales, modifiant l'article 49, alinéa 1er, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, le mot "1382" est remplacé par le mot "6.5".
Afdeling 6. - Andere wijzigingen
Section 6. - Autres modifications
Art.41. De Koning kan de verwijzingen, in andere wetten of in besluiten, naar de bepalingen opgeheven door de artikelen 42 en 43, vervangen door verwijzingen naar de ermee overeenstemmende bepalingen in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Art.41. Le Roi peut remplacer les références, dans d'autres lois ou dans des arrêtés, aux dispositions abrogées par les articles 42 et 43, par des références aux dispositions correspondantes du livre 6 du Code civil.
HOOFDSTUK 4. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions abrogatoires
Art.42. De artikelen 1382 tot 1386bis van het oud Burgerlijk Wetboek worden opgeheven.
Art.42. Les articles 1382 à 1386bis de l'ancien Code civil sont abrogés.
Art.43. De wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken wordt opgeheven.
Art.43. La loi du 25 février 1991 relative à la responsabilité du fait des produits défectueux est abrogée.
HOOFDSTUK 5. - Overgangsbepaling
CHAPITRE 5. - Disposition transitoire
Art.44. De bepalingen van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op feiten die tot aansprakelijkheid kunnen leiden en die zich hebben voorgedaan na de inwerkingtreding van deze wet.
Deze bepalingen zijn niet van toepassing op de toekomstige gevolgen van feiten die zich hebben voorgedaan voor de inwerkingtreding van deze wet.
Deze bepalingen zijn niet van toepassing op de toekomstige gevolgen van feiten die zich hebben voorgedaan voor de inwerkingtreding van deze wet.
Art.44. Les dispositions du livre 6 du Code civil s'appliquent aux faits pouvant générer une responsabilité qui se sont produits après l'entrée en vigueur de la présente loi.
Elles ne s'appliquent pas aux effets futurs de faits qui se sont produits avant l'entrée en vigueur de la présente loi.
Elles ne s'appliquent pas aux effets futurs de faits qui se sont produits avant l'entrée en vigueur de la présente loi.
HOOFDSTUK 6. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 6. - Entrée en vigueur
Art. 45. Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 45. La présente loi entre en vigueur le premier jour du sixième mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge.