Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
8 NOVEMBER 2023. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikelen 8bis, 31bis en 32bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders
Titre
8 NOVEMBRE 2023. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant les articles 8bis, 31bis et 32bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 novembre 1969 pris en exĂ©cution de la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs
Documentinformatie
Numac: 2023205657
Datum: 2023-11-08
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023205657
Date: 2023-11-08
Moniteur: Voir
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. In artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juni 1994 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 juni 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) In paragraaf 1, tweede lid, 1°, wordt het tweede lid opgeheven;
  b) In paragraaf 1, tweede lid, wordt de bepaling onder 6° opgeheven;
  c) In paragraaf 1, worden het derde, vierde en vijfde lid opgeheven;
  d) Een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende:
  " § 1/1. In afwijking van § 1, tweede lid, 1°, 2°, 4° en 5°, wordt, voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, als gelegenheidsarbeider in de zin van dit artikel beschouwd:
  1° wat de handarbeiders betreft die onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf ressorteren: de handarbeider tewerkgesteld gedurende maximaal 100 dagen per kalenderjaar, tenzij de tewerkstelling bestaat uit het aanplanten en onderhouden van parken en tuinen;
  2° wat de handarbeiders betreft die onder het Paritair Comité voor de landbouw ressorteren, met uitzondering van de handarbeiders die in een onderneming met als hoofdactiviteit het fokken van melkvee, vallend onder NACE-code 01.410, tewerkgesteld zijn: de handarbeider tewerkgesteld aan werken op de eigen gronden van de werkgever of de gebruiker van diensten, gedurende maximaal 50 dagen per kalenderjaar;
  3° wat de handarbeiders betreft die in een onderneming met als hoofdactiviteit het fokken van melkvee, vallend onder NACE-code 01.410, tewerkgesteld zijn: de handarbeider tewerkgesteld gedurende maximaal 100 halve dagen per kalenderjaar voor het melken, voederen, verzorgen van de dieren en het schoonmaken van de stal. Onder "halve dag" wordt verstaan, een periode van 4 uur tussen middernacht en twaalf uur 's middags of tussen twaalf uur 's middags en middernacht. Indien het aantal uren wordt overschreden of bij overlapping tussen twee periodes, worden deze als twee halve dagen geteld.";
  e) In paragraaf 2, worden het vierde, het vijfde en het zesde lid opgeheven;
  f) Een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende:
  " § 2/1. In afwijking van § 2, wordt, voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, de beperking van de onderwerping bedoeld in § 1, eerste lid, beperkt tot maximaal 100 dagen per handarbeider en per kalenderjaar.
  Voor de toepassing van het eerste lid wordt één dag beschouwd als twee halve dagen voor de handarbeiders in een onderneming zoals bedoeld in § 1/1, 3°.
  De beperking van de onderwerping bedoeld in § 1/1, 2° en 3°, wordt beperkt tot maximaal 50 volledige of 100 halve dagen per handarbeider en per kalenderjaar.
  De afwijking waar § 2, derde lid, in voorziet, is niet van toepassing voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023.";
  g) In paragraaf 2bis wordt het negende lid opgeheven;
  h) Een paragraaf 2bis/1 wordt ingevoegd, luidende:
  " § 2bis/1. In afwijking van § 2bis, eerste lid, moet, voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, voor de gelegenheidsarbeiders in de champignonteelt, de tewerkstelling bij één of meerdere werkgevers plaatsvinden gedurende de periode van intense activiteit,
  beperkt tot 156 dagen per werkgever per kalenderjaar. De tewerkstelling van de werknemer wordt niet beperkt tot de periode van intense activiteit van 156 dagen per kalenderjaar voor zover aan de voorwaarden bepaald in § 2bis, 1°, 3°, 4° en 5° is voldaan.";
  i) De paragraaf 2ter wordt opgeheven;
  j) In paragraaf 3, worden het derde, het vierde en het vijfde lid opgeheven;
  k) De paragraaf 3 wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, wordt in afwijking het eerste lid, de beperking tot 65 dagen verhoogd tot 100 dagen.
  Voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023 is de in het tweede bedoelde afwijking niet van toepassing.";
  l) Een paragraaf 5 wordt ingevoegd, luidende:
  " § 5. Deze regelingen worden vijfjaarlijks geëvalueerd in de betrokken paritaire comités. Deze evaluaties worden overgemaakt aan de Nationale Arbeidsraad.".
Article 1er. Dans l'article 8bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 novembre 1969 pris en exĂ©cution de la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 21 juin 1994 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 juin 2022, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  a) Au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, l'alinéa 2 est abrogé;
  b) Au paragraphe 1er, alinéa 2, le 6° est abrogé;
  c) Au paragraphe 1er, les alinéas 3, 4 et 5 sont abrogés;
  d) Il est inséré un paragraphe 1er/1 rédigé comme suit :
  " § 1er/1. Par dérogation au § 1er, alinéa 2, 1°, 2°, 4° et 5°, pour la période du 1er juillet 2023 au 31 décembre 2023 inclus, est considéré comme travailleur occasionnel au sens du présent article :
  1° en ce qui concerne les travailleurs manuels ressortissant à la Commission paritaire pour les entreprises horticoles : le travailleur manuel occupé durant un maximum de 100 jours par année civile à moins que l'emploi ne consiste en la plantation et l'entretien de parcs et jardins;
  2° en ce qui concerne les travailleurs manuels ressortissant à la Commission paritaire de l'agriculture, à l'exception des travailleurs manuels occupés au sein d'une entreprise ayant pour activité principale l'élevage de vaches laitiÚres relevant du code NACE 01.410 : le travailleur manuel occupé aux travaux sur les terrains propres de l'employeur ou de l'utilisateur de services, durant un maximum de 50 jours par année civile;
  3° en ce qui concerne les travailleurs manuels occupés au sein d'une entreprise ayant pour activité principale l'élevage de vaches laitiÚres relevant du code NACE 01.410 : le travailleur manuel occupé durant un maximum de 100 demi-jours par année civile pour la traite, le nourrissage, le soin aux animaux et le nettoyage de l'étable. Il y a lieu d'entendre par " demi-jour ", une période de 4 heures entre minuit et midi ou entre midi et minuit. En cas de dépassement du nombre d'heures ou en cas de chevauchement sur deux périodes, celles-ci sont comptabilisées comme deux demi-jours. ";
  e) Au paragraphe 2, les alinéas 4, 5 et 6 sont abrogés;
  f) Il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit :
  " § 2/1. Par dérogation au § 2, pour la période du 1er juillet 2023 au 31 décembre 2023 inclus, la limitation à l'assujettissement visée au § 1er, alinéa 1er, est limitée à maximum 100 jours par travailleur manuel et par année civile.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, un jour est considéré comme deux demi-jours pour les travailleurs manuels occupés au sein d'une entreprise telle que visée au § 1er/1, 3°.
  La limitation à l'assujettissement visée au § 1er/1, 2° et 3°, est limitée à 50 jours complets ou 100 demi-journées par travailleur manuel et par année civile.
  La dérogation prévue au § 2, alinéa 3, n'est pas applicable durant la période du 1er juillet 2023 au 31 décembre 2023 inclus. ";
  g) Au paragraphe 2bis, l'alinéa 9, est abrogé;
  h) Il est inséré un paragraphe 2bis/1 rédigé comme suit :
  " § 2bis/1. Par dérogation au § 2bis, alinéa 1er, pour la période du 1er juillet 2023 au 31 décembre 2023 inclus, pour les travailleurs occasionnels du secteur de la culture des champignons, l'occupation doit avoir lieu chez un ou plusieurs employeurs pendant la période d'intense activité limitée à 156 jours par employeur par année civile. L'occupation du travailleur n'est pas limitée à la période d'intense activité de 156 jours par année civile pour autant que les conditions énoncées au § 2bis, 1°, 3°, 4° et 5°, soient réunies. ";
  i) Le paragraphe 2ter est abrogé;
  j) Au paragraphe 3, les alinéas 3, 4 et 5 sont abrogés;
  k) Le paragraphe 3 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, pour la période du 1er juillet 2023 au 31 décembre 2023 inclus, la limitation à 65 jours sera augmentée à 100 jours.
  Pour la période du 1er juillet 2023 au 31 décembre 2023 inclus, la dérogation prévue à l'alinéa 2 n'est pas d'application. ";
  l) Il est inséré un paragraphe 5 rédigé comme suit :
  " § 5. Tous les cinq ans, les commissions paritaires font une évaluation de ces réglementations. Ces évaluations sont transmises au Conseil national du travail. ".
Art. 2. In artikel 31bis van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 30 april 2007 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) In paragraaf 1, tweede lid, wordt de zin "Voor het jaar 2021 wordt de regeling voor de eerste 65 dagen uitgebreid tot de eerste 100 dagen." opgeheven;
  b) Een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende:
  " § 1/1. In afwijking van § 1, eerste en tweede lid, worden, voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, de bijdragen voor de gelegenheidsarbeiders bedoeld in artikel 8bis, berekend op een forfaitair dagloon, zoals hierna bepaald:
  1° wat de handarbeiders betreft die onder het Paritair Comité voor de landbouw ressorteren, bedraagt het forfaitair dagloon 12,04 EUR;
  2° wat de handarbeiders betreft die onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf ressorteren, met uitzondering van de handarbeiders die in de bloementeelt en fruitteelt werken, bedraagt het forfaitair dagloon 24,80 EUR;
  3° wat de handarbeiders betreft die in de bloementeelt werken, bedraagt het forfaitair dagloon 15,73 EUR;
  4° wat de handarbeiders betreft die werkzaam zijn in de fruitteelt bedraagt, het vaste dagloon 21,87 EUR.
  In afwijking van het vorige lid worden, voor handarbeiders die in de witloofteelt werken, de verschuldigde bijdragen op een forfaitair dagloon berekend dat respectievelijk 24,80 EUR voor de eerste 65 dagen van tewerkstelling bedraagt en 31,01 EUR voor de 35 volgende dagen.";
  c) In paragraaf 4, wordt de zin "De 35 laatste dagen van de 100 dagen worden, voor het jaar 2020, de 70 laatste dagen van de 200 dagen." opgeheven;
  d) De paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "In afwijking van het eerste lid is voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023 wat de afwijking voor de werkgever die werknemers ressorterend onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, in de witloofteelt tewerkstelt, niet van toepassing.".
Art. 2. Dans l'article 31bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 30 avril 2007 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© royal du 28 dĂ©cembre 2020, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  a) Au paragraphe 1er, alinéa 2, la phrase " Pour l'année 2021, la rÚgle pour les 65 premiers jours est étendue aux 100 premiers jours. " est abrogée;
  b) Il est inséré un paragraphe 1er/1 rédigé comme suit :
  " § 1er/1. Par dérogation au § 1er, alinéas 1er et 2, pour la période du 1er juillet 2023 au 31 décembre 2023 inclus, les cotisations dues pour les travailleurs occasionnels visés à l'article 8bis sont calculées sur une rémunération journaliÚre forfaitaire, comme indiqué ci-aprÚs :
  1° en ce qui concerne les travailleurs manuels ressortissant à la Commission paritaire de l'agriculture, la rémunération journaliÚre forfaitaire est de 12,04 EUR;
  2° en ce qui concerne les travailleurs manuels ressortissant à la Commission paritaire pour les entreprises horticoles, à l'exception des travailleurs manuels occupés au travail de la culture des fleurs et la culture de fruits, la rémunération journaliÚre forfaitaire est de 24,80 EUR;
  3° en ce qui concerne les travailleurs manuels occupés dans le travail de la culture des fleurs, la rémunération journaliÚre forfaitaire est de 15,73 EUR;
  4° en ce qui concerne les travailleurs manuels occupés dans le travail de de la culture de fruits, la rémunération journaliÚre forfaitaire est de 21,87 EUR.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, en ce qui concerne les travailleurs manuels qui travaillent dans la culture du chicon, les cotisations dues sont calculées sur une rémunération journaliÚre forfaitaire respectivement de 24,80 EUR pour les 65 premiers jours d'occupation et de 31,01 EUR pour les 35 jours suivants. ";
  c) Au paragraphe 4, la phrase " Pour l'année 2020, les 35 derniers jours des 100 jours deviennent les 70 derniers jours des 200 jours. " est abrogée;
  d) Le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, pour la période du 1er juillet 2023 au 31 décembre 2023 inclus, l'exception qui concerne l'employeur qui occupe des travailleurs relevant de la Commission paritaire des entreprises horticoles, dans le travail de la culture du chicon, n'est pas d'application. ".
Art. 3. Artikel 32bis, § 2, van hetzelfde besluit, hersteld bij het koninklijk besluit van 18 maart 2018, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "In afwijking van het tweede lid, voor de toepassing van het artikel 31bis, § 1/1, voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, gelden de forfaitaire daglonen die van toepassing zijn op 1 juli 2023, als basis voor de vergelijking en aanpassing bedoeld in het eerste lid.".
Art. 3. L'article 32bis, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, rĂ©tabli par l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2018, est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a rĂ©digĂ© comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 2, pour l'application de l'article 31bis, § 1er/1, pour la période du 1er juillet 2023 au 31 décembre 2023 inclus, les rémunérations journaliÚres forfaitaires applicables au 1er juillet 2023 servent de base de la comparaison et de l'adaptation mentionnées dans l'alinéa 1er. ".
Art. 4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2023.
Art. 4. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er juillet 2023.
Art. 5. De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions et le ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions sont, chacun en ce qui le concerne, chargĂ©s de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.