Artikel 1. In artikel 3 van koninklijk besluit van 16 september 1991 tot vaststelling van de vergoeding voor administratiekosten van de uitbetalingsinstellingen belast met de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 mei 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het derde lid wordt de factor "0,05091" vervangen door de factor "0,03782";
2° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"In afwijking van het eerste lid, 1°, wordt, indien het aantal aanvaarde gevallen daalt in vergelijking met het aantal gevallen dat in 1991 werd aanvaard, voor het dienstjaar 2024 de vergoeding vastgesteld door toepassing van de volgende formule:
(104.764.761 euro - (1,2395 euro x X) - (104.764.761 euro x 0,03839 x Y)) x k1 x k2";
3° in het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt "2024" vervangen door "2025";
4° in het vijfde lid, dat het zesde lid wordt, worden de woorden ", tweede, derde en vierde" vervangen door de woorden "tot vijfde".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
11 OKTOBER 2023. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 september 1991 tot vaststelling van de vergoeding voor administratiekosten van de uitbetalingsinstellingen belast met de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen, het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, en het koninklijk besluit van 22 december 2020 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering betreffende het verhogen van de minima in het kader van de strijd tegen de armoede
Titre
11 OCTOBRE 2023. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 16 septembre 1991 portant fixation des indemnités pour les frais d'administration des organismes de paiement des allocations de chômage, l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, et l'arrêté royal du 22 décembre 2020 modifiant l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage concernant l'augmentation des minima dans le cadre de la lutte contre la pauvreté
Documentinformatie
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1er. A l'article 3 de l'arrêté royal du 16 septembre 1991 portant fixation des indemnités pour les frais d'administration des organismes de paiement des allocations de chômage, modifié par l'arrêté royal du 15 mai 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 3 le facteur " 0,05091 " est remplacé par le facteur " 0,03782 ";
2° entre les alinéas 3 et 4 est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, pour l'exercice 2024, lorsque le nombre de cas acceptés diminue par rapport à celui de 1991, l'indemnité est déterminée par l'application de la formule suivante :
(104.764.761 euros - (1,2395 euros x X) - (104.764.761 euros x 0,03839 x Y)) x k1 x k2 ";
3° dans l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 5, " 2024 " est remplacé par " 2025 ";
4° dans l'alinéa 5, qui devient l'alinéa 6, les mots ", 2, 3 et 4 " sont remplacés par les mots " à 5 ".
1° dans l'alinéa 3 le facteur " 0,05091 " est remplacé par le facteur " 0,03782 ";
2° entre les alinéas 3 et 4 est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, pour l'exercice 2024, lorsque le nombre de cas acceptés diminue par rapport à celui de 1991, l'indemnité est déterminée par l'application de la formule suivante :
(104.764.761 euros - (1,2395 euros x X) - (104.764.761 euros x 0,03839 x Y)) x k1 x k2 ";
3° dans l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 5, " 2024 " est remplacé par " 2025 ";
4° dans l'alinéa 5, qui devient l'alinéa 6, les mots ", 2, 3 et 4 " sont remplacés par les mots " à 5 ".
Art. 2. In artikel 58/6 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 2015, worden tussen het zesde en zevende lid vier leden ingevoegd, luidende:
"Wanneer de werkloze tot twee keer toe verhinderd is op de dag van het evaluatiegesprek en het motief dat hij inroept door de bevoegde gewestelijke instelling als wettig wordt beschouwd, past de bevoegde gewestelijke instelling een schriftelijke procedure toe.
De bevoegde gewestelijke instelling stuurt dan een schrijven naar de werkloze waarin hij hem vraagt om binnen een maximum termijn van drie weken de bewijzen en de gegevens mee te delen betreffende de elementen bedoeld in het derde lid, 1° tot 4°.
Binnen de termijn bedoeld in het achtste lid kan de werkloze de bewijzen en de gegevens betreffende de elementen bedoeld in het derde lid, 1° tot 4° meedelen, hetzij door zich persoonlijk aan te melden bij de bevoegde gewestelijke instelling, hetzij door hem een brief of elektronisch bericht te sturen.
Op het einde van de termijn bedoeld in het achtste lid gaat de bevoegde gewestelijke instelling over tot de evaluatie bedoeld in dit artikel door zich te baseren op het geheel van elementen waarover hij beschikt."
"Wanneer de werkloze tot twee keer toe verhinderd is op de dag van het evaluatiegesprek en het motief dat hij inroept door de bevoegde gewestelijke instelling als wettig wordt beschouwd, past de bevoegde gewestelijke instelling een schriftelijke procedure toe.
De bevoegde gewestelijke instelling stuurt dan een schrijven naar de werkloze waarin hij hem vraagt om binnen een maximum termijn van drie weken de bewijzen en de gegevens mee te delen betreffende de elementen bedoeld in het derde lid, 1° tot 4°.
Binnen de termijn bedoeld in het achtste lid kan de werkloze de bewijzen en de gegevens betreffende de elementen bedoeld in het derde lid, 1° tot 4° meedelen, hetzij door zich persoonlijk aan te melden bij de bevoegde gewestelijke instelling, hetzij door hem een brief of elektronisch bericht te sturen.
Op het einde van de termijn bedoeld in het achtste lid gaat de bevoegde gewestelijke instelling over tot de evaluatie bedoeld in dit artikel door zich te baseren op het geheel van elementen waarover hij beschikt."
Art. 2. Dans l'article 58/6 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, inséré par l'arrêté royal du 14 décembre 2015, sont insérés quatre alinéas, entre l'alinéa 6 et l'alinéa 7, rédigés comme suit :
" Lorsque le chômeur est empêché, à deux reprises, de se présenter le jour de l'entretien d'évaluation et que le motif qu'il invoque est considéré comme légitime par l'organisme régional compétent, l'organisme régional compétent applique une procédure écrite.
L'organisme régional compétent envoie alors un courrier au chômeur en lui demandant de communiquer, dans un délai de maximum trois semaines, les preuves et les informations concernant les éléments visés à l'alinéa 3, 1° à 4°.
Dans le délai visé à l'alinéa 8, le chômeur peut communiquer les preuves et les informations concernant les éléments visés à l'alinéa 3, 1° à 4° soit en se présentant personnellement auprès de l'organisme régional compétent, soit en les lui adressant par courrier postal ou électronique.
A l'issue du délai visé à l'alinéa 8, l'organisme régional compétent procède à l'évaluation telle que visée au présent article en se basant sur l'ensemble des éléments dont il dispose. ".
" Lorsque le chômeur est empêché, à deux reprises, de se présenter le jour de l'entretien d'évaluation et que le motif qu'il invoque est considéré comme légitime par l'organisme régional compétent, l'organisme régional compétent applique une procédure écrite.
L'organisme régional compétent envoie alors un courrier au chômeur en lui demandant de communiquer, dans un délai de maximum trois semaines, les preuves et les informations concernant les éléments visés à l'alinéa 3, 1° à 4°.
Dans le délai visé à l'alinéa 8, le chômeur peut communiquer les preuves et les informations concernant les éléments visés à l'alinéa 3, 1° à 4° soit en se présentant personnellement auprès de l'organisme régional compétent, soit en les lui adressant par courrier postal ou électronique.
A l'issue du délai visé à l'alinéa 8, l'organisme régional compétent procède à l'évaluation telle que visée au présent article en se basant sur l'ensemble des éléments dont il dispose. ".
Art. 3. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 december 2020 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering betreffende het verhogen van de minima in het kader van de strijd tegen de armoede worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepalingen onder 1°, d) worden opgeheven;
2° de bepalingen onder 2°, d) worden opgeheven.
1° de bepalingen onder 1°, d) worden opgeheven;
2° de bepalingen onder 2°, d) worden opgeheven.
Art. 3. A l'article 1er de l'arrêté royal du 22 décembre 2020 modifiant l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage concernant l'augmentation des minima dans le cadre de la lutte contre la pauvreté, les modifications suivantes sont apportées :
1° le 1°, d) est abrogé;
2° le 2°, d) est abrogé;
1° le 1°, d) est abrogé;
2° le 2°, d) est abrogé;
Art. 4. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepalingen onder 1°, d) worden opgeheven;
2° de bepalingen onder 2°, d) worden opgeheven;
3° de bepalingen onder 4°, d) worden opgeheven;
4° de bepalingen onder 5°, d) worden opgeheven;
5° de bepalingen onder 6°, d) worden opgeheven;
6° de bepalingen onder 7°, d) worden opgeheven.
1° de bepalingen onder 1°, d) worden opgeheven;
2° de bepalingen onder 2°, d) worden opgeheven;
3° de bepalingen onder 4°, d) worden opgeheven;
4° de bepalingen onder 5°, d) worden opgeheven;
5° de bepalingen onder 6°, d) worden opgeheven;
6° de bepalingen onder 7°, d) worden opgeheven.
Art. 4. A l'article 2 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° le 1°, d) est abrogé;
2° le 2°, d) est abrogé;
3° le 4°, d) est abrogé;
4° le 5°, d) est abrogé;
5° le 6°, d) est abrogé;
6° le 7°, d) est abrogé.
1° le 1°, d) est abrogé;
2° le 2°, d) est abrogé;
3° le 4°, d) est abrogé;
4° le 5°, d) est abrogé;
5° le 6°, d) est abrogé;
6° le 7°, d) est abrogé.
Art. 5. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepalingen onder 1°, d) worden opgeheven;
2° de bepalingen onder 2°, d)worden opgeheven;
3° de bepalingen onder 3°, d) worden opgeheven;
4° de bepalingen onder 4°, d) worden opgeheven;
5° de bepalingen onder 5°, d) worden opgeheven;
6° de bepalingen onder 6°, d) worden opgeheven.
7° de bepalingen onder 7°, d) worden opgeheven.
8° de bepalingen onder 8°, d) worden opgeheven.
9° de bepalingen onder 9°, d) worden opgeheven.
1° de bepalingen onder 1°, d) worden opgeheven;
2° de bepalingen onder 2°, d)worden opgeheven;
3° de bepalingen onder 3°, d) worden opgeheven;
4° de bepalingen onder 4°, d) worden opgeheven;
5° de bepalingen onder 5°, d) worden opgeheven;
6° de bepalingen onder 6°, d) worden opgeheven.
7° de bepalingen onder 7°, d) worden opgeheven.
8° de bepalingen onder 8°, d) worden opgeheven.
9° de bepalingen onder 9°, d) worden opgeheven.
Art. 5. A l'article 3 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° le 1°, d) est abrogé;
2° le 2°, d) est abrogé;
3° le 3°, d) est abrogé;
4° le 4°, d) est abrogé;
5° le 5°, d) est abrogé;
6° le 6°, d) est abrogé;
7° le 7°, d) est abrogé;
8° le 8°, d) est abrogé;
9° le 9°, d) est abrogé.
1° le 1°, d) est abrogé;
2° le 2°, d) est abrogé;
3° le 3°, d) est abrogé;
4° le 4°, d) est abrogé;
5° le 5°, d) est abrogé;
6° le 6°, d) est abrogé;
7° le 7°, d) est abrogé;
8° le 8°, d) est abrogé;
9° le 9°, d) est abrogé.
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024.
In afwijking van het eerste lid, heeft artikel 1 uitwerking vanaf 1 januari 2023.
In afwijking van het eerste lid, heeft artikel 1 uitwerking vanaf 1 januari 2023.
Art. 6. Cet arrêté entre en vigueur au 1er janvier 2024.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 1er produit ses effets à partir du 1er janvier 2023.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 1er produit ses effets à partir du 1er janvier 2023.
Art. 7. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le ministre qui a le Travail dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.