Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 SEPTEMBER 2023. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende uitkeringen ten gunste van zelfstandigen naar aanleiding van de geboorte van een levenloos kind
Titre
27 SEPTEMBRE 2023. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant diverses dispositions relatives aux prestations en faveur de travailleurs indĂ©pendants Ă  l'occasion de la naissance d'un enfant sans vie
Documentinformatie
Numac: 2023204914
Datum: 2023-09-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023204914
Date: 2023-09-27
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 17 januari 2006 tot invoering van een stelsel van uitkeringen voor moederschapshulp ten gunste van vrouwelijke zelfstandigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 17 janvier 2006 instaurant un rĂ©gime de prestations d'aide Ă  la maternitĂ© en faveur des travailleuses indĂ©pendantes et modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services
Artikel 1. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 17 januari 2006 tot invoering van een stelsel van uitkeringen voor moederschapshulp ten gunste van vrouwelijke zelfstandigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin:
  "De voorwaarde inzake de hoofdverblijfplaats van het kind is niet van toepassing wanneer het kind levenloos wordt geboren of kort na de geboorte overlijdt.";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Wanneer de vrouwelijke zelfstandige bevalt van een levenloos kind, kan de moederschapshulp slechts worden toegekend, op voorwaarde dat de zwangerschap minimaal honderdtachtig dagen heeft geduurd te rekenen van de verwekking.".
Article 1er. Dans l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© royal du 17 janvier 2006 instaurant un rĂ©gime de prestations d'aide Ă  la maternitĂ© en faveur des travailleuses indĂ©pendantes et modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° l'alinéa 3 est complété par la phrase suivante :
  " La condition relative à la résidence principale n'est pas applicable lorsque l'enfant est mort-né ou décÚde peu aprÚs la naissance. ";
  2° l'article est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Lorsque la travailleuse indĂ©pendante accouche d'un enfant sans vie, l'aide Ă  la maternitĂ© ne peut ĂȘtre octroyĂ©e que pour autant que la grossesse ait durĂ© un minimum de cent-quatre-vingts jours Ă  dater de la conception. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 december 2019 tot uitvoering van artikel 18bis, § 5, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 dĂ©cembre 2019 portant exĂ©cution de l'article 18bis, § 5, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indĂ©pendants
Art. 2. Artikel 2, 4°, van het koninklijk besluit van 15 december 2019 tot uitvoering van artikel 18bis, § 5, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Wanneer het kind levenloos geboren wordt, kan de vaderschaps- en geboorte-uitkering slechts worden toegekend, op voorwaarde dat de zwangerschap minimaal honderdtachtig dagen heeft geduurd te rekenen van de verwekking.".
Art. 2. L'article 2, 4°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 dĂ©cembre 2019 portant exĂ©cution de l'article 18bis, § 5, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indĂ©pendants est complĂ©tĂ© par la phrase suivante :
  " Lorsque l'enfant est mort-nĂ©, l'allocation de paternitĂ© et de naissance ne peut ĂȘtre octroyĂ©e que pour autant que la grossesse ait durĂ© un minimum de cent-quatre-vingts jours Ă  dater de la conception. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 20 december 2021 houdende toekenning van een uitkering ten voordele van de zelfstandige die zijn beroepsactiviteit tijdelijk onderbreekt naar aanleiding van het overlijden van een familielid
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 2021 accordant une allocation en faveur du travailleur indĂ©pendant qui interrompt temporairement son activitĂ© professionnelle en raison du dĂ©cĂšs d'un membre de la famille
Art. 3. Artikel 2, 4°, eerste lid, van het koninklijk besluit van 20 december 2021 houdende toekenning van een uitkering ten voordele van de zelfstandige die zijn beroepsactiviteit tijdelijk onderbreekt naar aanleiding van het overlijden van een familielid wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Wanneer het kind bedoeld in artikel 18ter, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 38, levenloos geboren wordt, kan de uitkering slechts worden toegekend, op voorwaarde dat de zwangerschap minimaal honderdtachtig dagen heeft geduurd te rekenen van de verwekking.".
Art. 3. L'article 2, 4°, alinĂ©a 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 2021 accordant une allocation en faveur du travailleur indĂ©pendant qui interrompt temporairement son activitĂ© professionnelle en raison du dĂ©cĂšs d'un membre de la famille est complĂ©tĂ© par la phrase suivante :
  " Lorsque l'enfant visĂ© Ă  l'article 18ter, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 38, est mort-nĂ©, l'allocation ne peut ĂȘtre octroyĂ©e que pour autant que la grossesse ait durĂ© un minimum de cent-quatre-vingts jours Ă  dater de la conception. ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 4. Dit besluit treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en is van toepassing op geboortes van een levenloos kind die zich voordoen vanaf deze datum.
Art. 4. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge et s'applique aux naissances des enfants sans vie qui surviennent Ă  partir de cette date.
Art. 5. De minister bevoegd voor Zelfstandigen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le ministre qui a statut social des travailleurs indĂ©pendants dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.