Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
5 NOVEMBER 2023. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 december 2009 houdende regeling van de operationele diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën
Titre
5 NOVEMBRE 2023. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 3 décembre 2009 organique des services opérationnels du Service public fédéral Finances
Documentinformatie
Numac: 2023046405
Datum: 2023-11-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023046405
Date: 2023-11-05
Moniteur: Voir
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. Artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 december 2009 houdende regeling van de operationele diensten van de Federale overheidsdienst Financiën, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 april 2022, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 4. De Algemene administratie van de inning en de invordering wordt belast met:
  1° de uitvoering van de wettelijke bepalingen met betrekking tot de inning en de invordering van de belastingen, rechten en gelijkgestelde belastingen bedoeld in artikel 2. Zij verzekert slechts, voor elk gewest, de inning en de invordering van de belastingen bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2°, 5°, 10°, 11° en 12° van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, voor zover de dienst van deze belastingen niet werd overgenomen door het betrokken gewest;
  2° de toewijzing van de ontvangsten voor orde ten bate van de provinciën, de gemeenten en agglomeraties van gemeenten, na aftrek van de ontheffingen die voor hun rekening werden vereffend in de loop van de maand van de inning van deze ontvangsten;
  3° de behandeling van de teruggaven van de belastingen, rechten en gelijkgestelde belastingen bedoeld in artikel 2 en van de teruggaven met betrekking tot de ontvangsten bedoeld onder 6° tot 10° ;
  4° de betaling van de onder 3° bedoelde teruggaven die niet werden uitgevoerd omwille van juridische of administratieve redenen;
  5° de betaling van de onder 3° bedoelde teruggaven die werden uitbetaald doch die terugkeren op de financiële rekening van de centraliserend rekenplichtige;
  6° de uitvoering van de volgende titels van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, en zijn uitvoeringsbesluiten:
  a) Titel I voor wat betreft de inning van de registratierechten, de interesten en de boeten op de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, al dan niet samen met bijlagen, of de plaatsbeschrijving die niet samen met de hiervoor bedoelde akten wordt aangeboden;
  b) Titel I voor wat betreft de inning van het speciaal registratierecht op de nationaliteit en op de verzoeken tot verandering van naam voldaan aan het elektronische loket via MyMinfin;
  c) Titel II voor wat betreft de inning van de hypotheekrechten;
  d) Titel III voor wat betreft de inning en de invordering van de rolrechten.
  7° de inning van de retributies bedoeld in artikel 146 van de Hypotheekwet van 16 december 1851;
  8° de inning en de invordering van alle niet-fiscale schuldvorderingen van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten en de instellingen die ervan afhangen, waarmee ze belast is door of krachtens een wettelijke of reglementaire bepaling of waarvoor geen enkele andere overheid uitdrukkelijk bevoegd werd verklaard.
  Tot deze niet-fiscale schuldvorderingen behoren in het bijzonder :
  - de penale boeten en de gerechtskosten;
  - de minnelijke schikkingen tot uitdoving van de publieke strafvordering;
  - de invorderingen voor rekening van derden;
  - de door de Staat in debet vereffende rechten en voorschotten gedaan in uitvoering van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand;
  - de in debet begrote rechten en andere kosten in het kader van de pro deo procedure voor de Raad van State;
  - de diverse en toevallige baten;
  9° de uitvoering van de taken van de Dienst voor alimentatievorderingen, opgericht bij wet van 21 februari 2003;
  10° alle bevoegdheden verleend door een wettelijke of reglementaire bepaling aan de voormalige Administratie van de btw, registratie en domeinen, een van haar rechtsvoorgangers of aan een van haar ambtenaren, voor zover het materies betreffen die worden bedoeld onder 8° en 9° van dit artikel."
Article 1er. L'article 4 de l'arrêté royal du 3 décembre 2009 organique des services opérationnels du Service public fédéral Finances, modifié par l'arrêté royal du 18 avril 2022, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 4. L'Administration générale de la perception et du recouvrement est chargée de :
  1° l'exécution des dispositions législatives relatives à la perception et au recouvrement des impôts, droits et taxes dont question à l'article 2. Elle n'assure, pour chaque région, la perception et le recouvrement des impôts visés par l'article 3, alinéa 1er, 1°, 2°, 5°, 10°, 11° et 12° de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions que pour autant que le service de ces impôts n'ait pas été repris par la région concernée ;
  2° l'attribution des recettes pour ordre réalisées au profit des provinces, communes et agglomérations de communes, déduction faite des dégrèvements liquidés pour leur compte au cours du mois de la perception de ces recettes ;
  3° le traitement des remboursements des impôts, droits et taxes assimilées visés à l'article 2 et des remboursements relatifs aux recettes visées aux 6° à 10° ;
  4° le paiement des remboursements visés au 3° qui n'ont pas été exécutés pour des raisons juridiques ou administratives ;
  5° le paiement des remboursements visés au 3° qui ont été payés mais sont revenus sur le compte financier du comptable centralisateur ;
  6° l'exécution des titres suivants du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, et de ses arrêtés d'exécution :
  a) le Titre Ier pour ce qui concerne la perception des droits d'enregistrement, des intérêts et des amendes sur les actes visés à l'article 19, alinéa 1er, 3°, avec ou sans annexes, ou l'état des lieux présenté séparément des actes visés ci-avant ;
  b) le Titre Ier pour ce qui concerne la perception du droit d'enregistrement spécial sur la nationalité et sur les demandes de changement de nom acquitté au guichet électronique via MyMinfin ;
  c) le Titre II pour ce qui concerne la perception des droits d'hypothèque ;
  d) le Titre III pour ce qui concerne la perception et le recouvrement des droits de mise au rôle.
  7° la perception des rétributions visées à l'article 146 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851 ;
  8° la perception et le recouvrement de toutes les créances non fiscales de l'Etat, des Communautés et des Régions et des institutions qui en dépendent, dont elle est chargée par ou en vertu d'une disposition législative ou réglementaire ou pour lesquelles aucune autre autorité n'a expressément été déclarée compétente.
  Parmi ces créances non fiscales, figurent en particulier :
  - les amendes pénales et les frais de justice ;
  - les transactions extinctives de l'action publique ;
  - les recouvrements pour compte de tiers ;
  - le recouvrement des droits liquidés en débet et des avances faites par l'Etat en exécution des dispositions du Code judiciaire relatives à l'aide juridique de deuxième ligne et à l'assistance judiciaire ;
  - les taxes liquidées en débet et autres dépens dans le cadre de la procédure pro deo devant le Conseil d'Etat ;
  - les actifs divers et occasionnels ;
  9° l'exécution des tâches du Service des créances alimentaires, créé par la loi du 21 février 2003 ;
  10° toutes les compétences attribuées par une disposition légale ou réglementaire à l'ancienne Administration de la T.V.A., de l'enregistrement et des domaines, à un de ses prédécesseurs juridiques ou à un de ses fonctionnaires, pour autant que les matières concernées soient reprises sous les points 8° et 9° du présent article."
Art. 2. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 3 december 2009 houdende regeling van de operationele diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 april 2022, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 6. De Algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie wordt belast met:
  1° de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en zijn uitvoeringsbesluiten, uitgezonderd de taken waarmee de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering wordt belast in uitvoering van artikel 4,6° van dit besluit;
  2° de uitvoering van het Wetboek der successierechten en zijn uitvoeringsbesluiten;
  3° de uitvoering van het Wetboek diverse rechten en taksen en zijn uitvoeringsbesluiten, uitgezonderd boek II en zijn uitvoeringsbesluiten;
  4° het beheer van het privaat domein van de Staat, beperkt tot de goederen waarvan de beherende dienst afhangt van de Administratie van de Patrimoniumdiensten, met inbegrip van de inning van de domaniale opbrengsten verbonden aan deze goederen;
  5° de vervreemding van onroerende goederen in uitvoering van de wet van 31 mei 1923 betreffende de vervreemding van onroerende domeingoederen en de vervreemding of de overdracht van roerende en onroerende goederen in uitvoering van artikel 117 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat;
  6° de uitoefening van de bevoegdheden toegekend aan de aankoopcomités (inzonderheid door het koninklijk besluit van 3 november 1960 betreffende de comités tot aankoop van onroerende goederen voor rekening van de Staat, van de staatsinstellingen en van de instellingen waarin de Staat een overwegend belang heeft, door artikel 61 van de programmawet van 6 juli 1989 en door artikel 15 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen);
  7° de uitvoering van titel IX van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat betreft de vaststelling van het kadastraal inkomen en het bewaren en bijhouden van de kadastrale documentatie, waaronder het kadastraal percelenplan, alsook het vervaardigen en uitreiken van uittreksels of kopieën daaruit en de uitvoering van het koninklijk besluit van 30 juli 2018 betreffende het aanleggen en bijhouden van de kadastrale documentatie en tot vaststelling van de modaliteiten voor het afleveren van kadastrale uittreksels;
  8° de uitvoering van de wetgeving met betrekking tot het aanleggen, de bijwerking en de bewaring van de documentatie betreffende het patrimonium, zowel wat de roerende en onroerende bestanddelen betreft, hieronder begrepen:
  - het bijhouden van de opeenvolgende zakenrechtelijke eigendomstoestanden van in België gelegen onroerende goederen, ook als onderdeel van de kadastrale documentatie;
  - het aanleggen en het bijhouden van een gegevensbestand van de geregistreerde huurcontracten;
  - de dienst van de openbaarmaking van de akten en stukken en de bewaring van de voorrechten en de hypotheken (Hypotheekwet van 16 december 1851 en hypothecaire openbaarmaking overeenkomstig andere wetten, decreten en ordonnanties), uitgezonderd de taken waarmee de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering wordt belast in uitvoering van artikel 4, 7° van dit besluit;
  - de dienst van de bewaring van het Nationaal Pandregister (wet van 11 juli 2013);
  - bij wijze van overgangsmaatregel : de formaliteiten met betrekking tot het in pand geven van handelszaken, het disconto en het in pand geven van de factuur (wet van 25 oktober 1919), en dit tot uiterlijk 31 december 2018;
  9° de vestiging en de invordering van de belasting van niet-inwoners op meerwaarden op onroerende goederen (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 301 en het uitvoeringsbesluit van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hoofdstuk III, afdeling 7, artikel 177);
  10° de inning van de bedrijfsvoorheffing op de meerwaarden gerealiseerd op onroerende inkomsten door niet-inwoners in het kader van hun beroepswerkzaamheid (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 412bis en het uitvoeringsbesluit van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hoofdstuk III, afdeling 13bis en 210ter);
  11° de inning en invordering van de rechten met betrekking tot de rechtspleging voor de Raad van State (artikel 71 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State);
  12° het afleveren van attesten van erfopvolging;
  13° alle bevoegdheden verleend door een wettelijke of reglementaire bepaling aan de voormalige Administratie van de btw, registratie en domeinen, een van haar rechtsvoorgangers of aan een van haar ambtenaren, voor zover het materies betreffen die behoren tot de sector registratie en domeinen, uitgezonderd de taken bedoeld in artikel 4, 6° tot 10° van dit besluit.
  De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie verzekert, voor elk Gewest, slechts de dienst van de belastingen bedoeld in artikel 3, eerste lid, 4°, 6°, 7° en 8° van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, voor zover deze dienst niet werd overgenomen door het betrokken Gewest;"
Art. 2. L'article 6 de l'arrêté royal du 3 décembre 2009 organique des services opérationnels du Service public fédéral Finances, modifié par l'arrêté royal du 18 avril 2022, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6. L'Administration générale de la documentation patrimoniale est chargée de :
  1° l'exécution du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe et de ses arrêtés d'exécution, excepté les tâches dont est en charge l'Administration générale de la Perception et du Recouvrement en application de l'article 4,6° du présent arrêté ;
  2° l'exécution du Code des droits de succession et de ses arrêtés d'exécution ;
  3° l'exécution du Code des droits et taxes divers et de ses arrêtés d'exécution, excepté le livre II et ses arrêtés d'exécution ;
  4° la gestion du domaine privé de l'Etat, limitée aux biens dont le service gestionnaire relève de l'Administration des Services patrimoniaux, en ce compris la perception des recettes domaniales liées à ces biens ;
  5° l'aliénation de biens immeubles en exécution de la loi du 31 mai 1923 relative à l'aliénation d'immeubles domaniaux, et l'aliénation ou le transfert de biens meubles ou immeubles en application de l'article 117 de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral ;
  6° l'exercice des compétences attribuées aux comités d'acquisition (notamment par l'arrêté royal du 3 novembre 1960 relatif aux comités d'acquisition d'immeubles pour compte de l'Etat, des organismes d'Etat et des organismes dans lesquels l'Etat a un intérêt prépondérant, par l'article 61 de la loi-programme du 6 juillet 1989 et par l'article 15 de la loi du 1er avril 1971 portant création d'une Régie des Bâtiments) ;
  7° l'exécution du titre IX du Code des impôts sur les revenus 1992 en ce qui concerne la fixation du revenu cadastral et la conservation et la mise à jour de la documentation cadastrale, en ce compris le plan des parcelles cadastrales, ainsi que la confection et la délivrance d'extraits ou de copies et l'exécution de l'arrêté royal du 30 juillet 2018 relatif à la constitution et la mise à jour de la documentation cadastrale et fixant les modalités pour la délivrance des extraits cadastraux ;
  8° l'exécution de la législation relative à la constitution, à la mise à jour et à la conservation de la documentation relative au patrimoine dans ses éléments tant mobiliers qu'immobiliers, en ce compris :
  - le suivi des mutations successives des droits réels concernant les biens immeubles sis en Belgique, également comme partie de la documentation cadastrale ;
  - la constitution et le suivi d'une base de données des baux enregistrés ;
  - le service de la publication des actes et pièces et de la conservation des privilèges et des hypothèques (loi hypothécaire du 16 décembre 1851 et publicité hypothécaire prévues par d'autres lois, décrets et ordonnances), excepté les tâches dont est en charge l'Administration générale de la Perception et du Recouvrement en application de l'article 4, 7° du présent arrêté ;
  - le service de la conservation du Registre national des gages (loi du 11 juillet 2013) ;
  - en tant que mesure transitoire : les formalités relatives à la mise en gage de fonds de commerce, la remise à l'escompte et la mise en gage de la facture (loi du 25 octobre 1919), et ceci au plus tard jusqu'au 31 décembre 2018 ;
  9° l'établissement et le recouvrement de l'impôt des non-résidents sur les plus-values réalisées sur des immeubles (Code des impôts sur les revenus 1992, article 301 et l'arrêté d'exécution du Code des impôts sur les revenus 1992, chapitre III, section 7, article 177) ;
  10° la perception du précompte professionnel sur les plus-values réalisées sur des biens immobiliers par des non-résidents dans le cadre de leur activité professionnelle (Code des impôts sur les revenus 1992, article 412bis et l'arrêté d'exécution du Code des impôts sur le revenu, chapitre III, section 13bis et 210ter) ;
  11° la perception et le recouvrement des droits relatifs à la procédure devant le Conseil d'Etat (article 71 de l'arrêté du Régent du 23 août 1948 réglant la procédure devant la section administrative du Conseil d'Etat) ;
  12° la délivrance de certificats d'hérédité ;
  13° toutes les compétences attribuées par une disposition légale ou réglementaire à l'ancienne Administration de la T.V.A., de l'enregistrement et des domaines, à un de ses prédécesseurs juridiques ou à un de ses fonctionnaires, pour autant que les matières concernées appartiennent au secteur enregistrement et domaines, excepté les tâches visées à l'article 4, 6° à 10° du présent arrêté.
  L'Administration générale de la documentation patrimoniale n'assure, pour chaque Région, le service des impôts visés par l'article 3, alinéa 1er, 4°, 6°, 7° et 8° de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions que pour autant que ce service n'ait pas été repris par la Région concernée. "
Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 6 november 2023.
Art. 3. Le présent arrêté entre en vigueur le 6 novembre 2023.
Art. 4. De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 4. Le ministre qui a les Finances dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.