Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° de minister: de minister die bevoegd is voor stadsvernieuwing;
2° bestuur: het bestuur Operationele en Ruimtelijke Ordening van de Waalse Overheidsdienst Grondgebied, Huisvesting, Erfgoed en Energie;
3° het Wetboek: het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling;
4° de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit: de commissie bedoeld in artikel D.I.7 van het Wetboek;
5° het centrum: het centrum `Ruimtelijke Ordening' van de Economische, Sociale en Milieuraad van Wallonië;
6° een gemeente met stedelijk karakter: een Franstalige gemeente met een bevolking tussen twaalf- en vijftigduizend inwoners, op basis van gegevens ter beschikking gesteld door de Federale Overheidsdienst Economie;
7° stadsontwikkelingsperspectief: het strategisch en operationeel intern bestuursinstrument bedoeld in artikel L.1123-27/1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, zoals ingevoegd bij decreet van 19 juli 2018;
8° stadsontwikkelingsoperatie: operatie voor stadsherstel of stadsvernieuwing, zoals bepaald in de artikelen D.V.13 of D.V.14 van het Wetboek;
9° prioritaire wijk: het gebied binnen de gemeente dat bereikbaar is met duurzame vervoersmiddelen en dat basisvoorzieningen biedt aan de bevolking, en dat prioritaire interventie vereist in het licht van de transversale ambities van de gemeente en de economische, ecologische, stedenbouwkundige of sociale context ervan;
10° Loket voor lokale besturen: de IT-tool waarmee de gemeenten hun formulieren en bewijsstukken elektronisch kunnen verzenden.
In afwijking van lid 1, 6°, kan een gemeente met minder dan twaalfduizend inwoners worden geacht een stedelijk karakter te hebben op voorwaarde dat dit naar behoren wordt aangetoond op basis van de volgende criteria:
1° bevolkingsdichtheid hoger dan het gewestelijke gemiddelde;
2° de concentratie van woningen;
3° de concentratie van basisdiensten voor de bevolking.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
13 JULI 2023. - Besluit van de Waalse Regering inzake steun en financiële bijstand voor stadsontwikkelingsoperaties(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-10-2023 en tekstbijwerking tot 27-11-2025)
Titre
13 JUILLET 2023. - Arrêté du Gouvernement wallon portant sur l'accompagnement et le soutien financier apportés aux opérations de développement urbain(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-10-2023 et mise à jour au 27-11-2025)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (45)
Texte (45)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Des dispositions générales
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
1° le Ministre : le Ministre qui a la rénovation urbaine dans ses attributions ;
2° l'administration : la direction de l'Aménagement opérationnel et de la Ville du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie ;
3° le Code : le Code du Développement territorial ;
4° la CCATM : la commission visée à l'article D.I.7 du code ;
5° le Pôle : le pôle " Aménagement du territoire " du Conseil économique, social et environnemental de Wallonie ;
6° la commune à caractère urbain : commune de langue française dont la population, arrêtée sur base des données rendues disponibles par le Service public Fédéral Economie, s'établit entre douze mille habitants et cinquante mille habitants ;
7° la perspective de développement urbain : l'outil stratégique et opérationnel de gouvernance interne visé à l'article L.1123-27/1 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation, tel qu'inséré par décret du 19 juillet 2018 ;
8° l'opération de développement urbain : opération de revitalisation urbaine ou de rénovation urbaine, telles que prévues aux articles D.V.13 ou D.V.14 du Code ;
9° le quartier prioritaire : le périmètre intracommunal en fonction des services de base à la population et accessible en moyen de transport durable qui nécessite une intervention prioritaire au regard des ambitions transversales de la commune ainsi que du contexte économique, environnemental, urbanistique ou social de celle-ci ;
10° le Guichet des pouvoirs locaux : l'outil informatique permettant aux communes de transmettre électroniquement leurs formulaires et pièces justificatives.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 6°, une commune de moins de douze mille habitants peut être considérée comme disposant d'un caractère urbain à la condition que celui-ci soit dûment démontré sur base des critères suivants :
1° la densité de population supérieure à la moyenne régionale ;
2° la concentration en logements ;
3° la concentration en services de base à la population.
1° le Ministre : le Ministre qui a la rénovation urbaine dans ses attributions ;
2° l'administration : la direction de l'Aménagement opérationnel et de la Ville du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie ;
3° le Code : le Code du Développement territorial ;
4° la CCATM : la commission visée à l'article D.I.7 du code ;
5° le Pôle : le pôle " Aménagement du territoire " du Conseil économique, social et environnemental de Wallonie ;
6° la commune à caractère urbain : commune de langue française dont la population, arrêtée sur base des données rendues disponibles par le Service public Fédéral Economie, s'établit entre douze mille habitants et cinquante mille habitants ;
7° la perspective de développement urbain : l'outil stratégique et opérationnel de gouvernance interne visé à l'article L.1123-27/1 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation, tel qu'inséré par décret du 19 juillet 2018 ;
8° l'opération de développement urbain : opération de revitalisation urbaine ou de rénovation urbaine, telles que prévues aux articles D.V.13 ou D.V.14 du Code ;
9° le quartier prioritaire : le périmètre intracommunal en fonction des services de base à la population et accessible en moyen de transport durable qui nécessite une intervention prioritaire au regard des ambitions transversales de la commune ainsi que du contexte économique, environnemental, urbanistique ou social de celle-ci ;
10° le Guichet des pouvoirs locaux : l'outil informatique permettant aux communes de transmettre électroniquement leurs formulaires et pièces justificatives.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 6°, une commune de moins de douze mille habitants peut être considérée comme disposant d'un caractère urbain à la condition que celui-ci soit dûment démontré sur base des critères suivants :
1° la densité de population supérieure à la moyenne régionale ;
2° la concentration en logements ;
3° la concentration en services de base à la population.
Art. 2. § 1. Als een gemeente met stedelijk karakter financiële steun wil krijgen voor de stadsontwikkelingsoperatie die ze plant om de doelstellingen van artikel D.V.13 of D.V.14 van het Wetboek te bereiken, moet ze eerst over een ontwerp van een stadsontwikkelingsperspectief beschikken dat aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° er wordt een strategische visie ontwikkeld voor de tenuitvoerlegging van één of meer wijken die op het gemeentelijke grondgebied als prioritair worden beschouwd;
2° het moet worden aangenomen door de gemeenteraad, na overleg met de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit of, bij ontstentenis daarvan, de lokale stadsontwikkelingscommissie.
§ 2. Als onderdeel van de uitvoering van dit besluit kan het stadsontwikkelingsperspectief om de drie jaar geheel of gedeeltelijk worden herzien.
De bepalingen voor het opstellen van het stadsontwikkelingsperspectief zijn van toepassing op de herziening ervan. Als de herziening gedeeltelijk is, zal het herzieningsdossier alleen de elementen bevatten die betrekking hebben op de geplande herziening.
§ 3. De minister keurt de benoeming door de gemeenteraad van de plaatselijke stadsontwikkelingscommissie, de samenstelling en het reglement ervan goed.
1° er wordt een strategische visie ontwikkeld voor de tenuitvoerlegging van één of meer wijken die op het gemeentelijke grondgebied als prioritair worden beschouwd;
2° het moet worden aangenomen door de gemeenteraad, na overleg met de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit of, bij ontstentenis daarvan, de lokale stadsontwikkelingscommissie.
§ 2. Als onderdeel van de uitvoering van dit besluit kan het stadsontwikkelingsperspectief om de drie jaar geheel of gedeeltelijk worden herzien.
De bepalingen voor het opstellen van het stadsontwikkelingsperspectief zijn van toepassing op de herziening ervan. Als de herziening gedeeltelijk is, zal het herzieningsdossier alleen de elementen bevatten die betrekking hebben op de geplande herziening.
§ 3. De minister keurt de benoeming door de gemeenteraad van de plaatselijke stadsontwikkelingscommissie, de samenstelling en het reglement ervan goed.
Art. 2. § 1er. Lorsque la commune à caractère urbain souhaite bénéficier d'un soutien financier à l'opération de développement urbain qu'elle envisage pour atteindre les objectifs prévus aux articles D.V.13 ou D.V.14 du Code, celle-ci dispose préalablement d'un projet de perspective de développement urbain répondant aux conditions suivantes :
1° elle développe une vision stratégique sur le déploiement d'un ou de plusieurs quartiers considérés comme prioritaires sur le territoire communal ;
2° être adopté par le conseil communal, après concertation avec la CCATM ou, à défaut, la commission locale de développement urbain.
§ 2. Dans le cadre de l'exécution du présent arrêté, la perspective de développement urbain peut faire l'objet d'une révision, totale ou partielle, tous les trois ans.
Les dispositions réglant l'élaboration de la perspective de développement urbain sont applicables à sa révision. Si la révision est partielle, le dossier de révision comporte uniquement les éléments en lien avec la révision projetée.
§ 3. Le Ministre approuve la désignation par le conseil communal de la commission locale de développement urbain, sa composition et son règlement d'ordre intérieur.
1° elle développe une vision stratégique sur le déploiement d'un ou de plusieurs quartiers considérés comme prioritaires sur le territoire communal ;
2° être adopté par le conseil communal, après concertation avec la CCATM ou, à défaut, la commission locale de développement urbain.
§ 2. Dans le cadre de l'exécution du présent arrêté, la perspective de développement urbain peut faire l'objet d'une révision, totale ou partielle, tous les trois ans.
Les dispositions réglant l'élaboration de la perspective de développement urbain sont applicables à sa révision. Si la révision est partielle, le dossier de révision comporte uniquement les éléments en lien avec la révision projetée.
§ 3. Le Ministre approuve la désignation par le conseil communal de la commission locale de développement urbain, sa composition et son règlement d'ordre intérieur.
Art. 3. In het kader van de uitvoering van dit decreet wordt via het loket voor lokale besturen een dossier met een ontwerp van stadsontwikkelingsperspectief ingediend bij de administratie. Dit dossier bevat het volgende:
1° een contextuele analyse voor elke prioritaire wijk, gebaseerd op de ruimtelijke strategie van de gemeente;
2° een identificatie van de belangrijkste ruimtelijke vraagstukken, vooruitzichten en behoeften op sociaal, economisch, demografisch, energie-, erfgoed-, milieu-, mobiliteits- en huisvestingsgebied, alsook van de mogelijkheden en beperkingen van het betrokken gebied of de betrokken gebieden;
3° een uitsplitsing van de gemeentelijke doelstellingen inzake ontwikkeling, ruimtelijke ordening en stedenbouw voor de prioritaire wijk(en);
4° identificatie, aan de hand van een kaart, van de bebouwde structuur van de prioritaire wijk(en), met vermelding van de ontwikkelingsmogelijkheden, rekening houdend met de ruimtelijke structuur van de gemeente;
5° informatie over de geraamde totale kostprijs en de financiering van de stadsontwikkelingsoperatie;
6° in voorkomend geval, de koppelingen met een gemeentelijk of meergemeentelijk ontwikkelingsplan dat reeds is goedgekeurd of in voorbereiding is, of met de naburige gemeenten.
1° een contextuele analyse voor elke prioritaire wijk, gebaseerd op de ruimtelijke strategie van de gemeente;
2° een identificatie van de belangrijkste ruimtelijke vraagstukken, vooruitzichten en behoeften op sociaal, economisch, demografisch, energie-, erfgoed-, milieu-, mobiliteits- en huisvestingsgebied, alsook van de mogelijkheden en beperkingen van het betrokken gebied of de betrokken gebieden;
3° een uitsplitsing van de gemeentelijke doelstellingen inzake ontwikkeling, ruimtelijke ordening en stedenbouw voor de prioritaire wijk(en);
4° identificatie, aan de hand van een kaart, van de bebouwde structuur van de prioritaire wijk(en), met vermelding van de ontwikkelingsmogelijkheden, rekening houdend met de ruimtelijke structuur van de gemeente;
5° informatie over de geraamde totale kostprijs en de financiering van de stadsontwikkelingsoperatie;
6° in voorkomend geval, de koppelingen met een gemeentelijk of meergemeentelijk ontwikkelingsplan dat reeds is goedgekeurd of in voorbereiding is, of met de naburige gemeenten.
Art. 3. Dans le cadre de l'exécution du présent arrêté, un dossier comprenant un projet de perspective de développement urbain est introduit auprès de l'administration via le Guichet des pouvoirs locaux. Ce dossier contient :
1° une analyse contextuelle établie par quartier prioritaire, réalisée au regard de la stratégie territoriale de la commune ;
2° une identification des principaux enjeux territoriaux, des perspectives et des besoins en termes sociaux, économiques, démographiques, énergétiques, patrimoniaux, environnementaux, de mobilité et de logements ainsi que des potentialités et des contraintes de ce ou ces territoires ;
3° une déclinaison des objectifs communaux de développement, d'aménagement du territoire et d'urbanisme à l'échelle du ou des quartiers prioritaires ;
4° une identification, par cartographie, de la structure bâtie du ou des quartiers prioritaires, en y précisant les options de développement, compte tenu de la structure territoriale de la commune ;
5° des informations concernant l'estimation du coût global et du financement de l'opération de développement urbain ;
6° le cas échéant, les liens avec un schéma de développement communal ou pluricommunal déjà validé ou en cours d'élaboration ou avec les communes limitrophes.
1° une analyse contextuelle établie par quartier prioritaire, réalisée au regard de la stratégie territoriale de la commune ;
2° une identification des principaux enjeux territoriaux, des perspectives et des besoins en termes sociaux, économiques, démographiques, énergétiques, patrimoniaux, environnementaux, de mobilité et de logements ainsi que des potentialités et des contraintes de ce ou ces territoires ;
3° une déclinaison des objectifs communaux de développement, d'aménagement du territoire et d'urbanisme à l'échelle du ou des quartiers prioritaires ;
4° une identification, par cartographie, de la structure bâtie du ou des quartiers prioritaires, en y précisant les options de développement, compte tenu de la structure territoriale de la commune ;
5° des informations concernant l'estimation du coût global et du financement de l'opération de développement urbain ;
6° le cas échéant, les liens avec un schéma de développement communal ou pluricommunal déjà validé ou en cours d'élaboration ou avec les communes limitrophes.
Art. 4. § 1. Het bestuur bevestigt via het loket voor lokale besturen de ontvangst van het volledige dossier betreffende het ontwerp van stadsontwikkelingsperspectief binnen vijftien dagen na ontvangst van het dossier bedoeld in artikel 3.
Als blijkt dat het dossier onvolledig is, stuurt het bestuur de gemeente binnen vijftien dagen een volledige lijst van de ontbrekende documenten.
Binnen vijftien dagen na ontvangst van een volledig dossier stuurt het bestuur dit door naar het Centrum voor advies, dat zijn advies binnen vijfenveertig dagen voorlegt aan de minister. Als het advies niet binnen deze periode wordt ontvangen, wordt het geacht gunstig te zijn.
§ 2. Binnen zestig dagen na ontvangst van het advies van het Centrum keurt de minister het stadsontwikkelingsperspectief goed, met inbegrip van de motivering, de analyse en het project voor elke prioritaire wijk en de bijbehorende algemene begrotingsraming.
§ 3. De in de leden 1 en 2 vastgestelde termijnen worden tussen 16 juli en 15 augustus opgeschort.
Als blijkt dat het dossier onvolledig is, stuurt het bestuur de gemeente binnen vijftien dagen een volledige lijst van de ontbrekende documenten.
Binnen vijftien dagen na ontvangst van een volledig dossier stuurt het bestuur dit door naar het Centrum voor advies, dat zijn advies binnen vijfenveertig dagen voorlegt aan de minister. Als het advies niet binnen deze periode wordt ontvangen, wordt het geacht gunstig te zijn.
§ 2. Binnen zestig dagen na ontvangst van het advies van het Centrum keurt de minister het stadsontwikkelingsperspectief goed, met inbegrip van de motivering, de analyse en het project voor elke prioritaire wijk en de bijbehorende algemene begrotingsraming.
§ 3. De in de leden 1 en 2 vastgestelde termijnen worden tussen 16 juli en 15 augustus opgeschort.
Art. 4. § 1er. L'administration accuse réception, via le Guichet des pouvoirs locaux, du dossier complet relatif au projet de perspective de développement urbain dans les quinze jours de la réception du dossier visé à l'article 3.
S'il apparaît que le dossier est incomplet, l'administration renvoie à la commune la liste exhaustive des pièces manquantes dans un délai de quinze jours.
Dans un délai de quinze jours après réception d'un dossier complet, l'administration transmet celui-ci pour avis au Pôle, lequel remet son avis dans les quarante-cinq jours au Ministre. A défaut de la remise de l'avis dans ce délai, l'avis est considéré comme favorable.
§ 2. Le Ministre approuve la perspective de développement urbain y compris la justification, l'analyse et le projet par quartier prioritaire et l'estimation budgétaire globale y afférent dans les soixante jours de la réception de l'avis du Pôle.
§ 3. Les délais prévus aux paragraphes 1er et 2 sont suspendus entre le 16 juillet et le 15 août.
S'il apparaît que le dossier est incomplet, l'administration renvoie à la commune la liste exhaustive des pièces manquantes dans un délai de quinze jours.
Dans un délai de quinze jours après réception d'un dossier complet, l'administration transmet celui-ci pour avis au Pôle, lequel remet son avis dans les quarante-cinq jours au Ministre. A défaut de la remise de l'avis dans ce délai, l'avis est considéré comme favorable.
§ 2. Le Ministre approuve la perspective de développement urbain y compris la justification, l'analyse et le projet par quartier prioritaire et l'estimation budgétaire globale y afférent dans les soixante jours de la réception de l'avis du Pôle.
§ 3. Les délais prévus aux paragraphes 1er et 2 sont suspendus entre le 16 juillet et le 15 août.
Art. 5. § 1. De gemeente waarvan het stadsontwikkelingsproject wordt goedgekeurd door de minister, stelt met toepassing van artikel 4, § 2, een driejarig operationeel actieprogramma op in overleg met de vertegenwoordigers van de inwoners van de betrokken wijk(en) in het kader van de plaatselijke stadsontwikkelingscommissie.
§ 2. De gemeenteraad benoemt de leden van de plaatselijke stadsontwikkelingscommissie en de vertegenwoordigers van de bewoners van de wijk waar de operatie zich situeert.
De minister keurt de samenstelling van de lokale stadsontwikkelingscommissie, de benoeming van haar leden en haar huishoudelijk reglement goed.
De lokale stadsontwikkelingscommissie wordt samengesteld in overeenstemming met het decreet van 27 maart 2014 tot bevordering van een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen binnen de adviesorganen.
§ 2. De gemeenteraad benoemt de leden van de plaatselijke stadsontwikkelingscommissie en de vertegenwoordigers van de bewoners van de wijk waar de operatie zich situeert.
De minister keurt de samenstelling van de lokale stadsontwikkelingscommissie, de benoeming van haar leden en haar huishoudelijk reglement goed.
De lokale stadsontwikkelingscommissie wordt samengesteld in overeenstemming met het decreet van 27 maart 2014 tot bevordering van een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen binnen de adviesorganen.
Art. 5. § 1er. La commune dont le projet de développement urbain est approuvé par le Ministre, en application de l'article 4, § 2, élabore un programme d'actions triennal opérationnel, en concertation avec les représentants des habitants du ou des quartiers concernés dans le cadre de la commission locale de développement urbain.
§ 2. Le conseil communal désigne les membres de la commission locale de développement urbain ainsi que les représentants des habitants du quartier où s'inscrit le périmètre de l'opération.
Le Ministre approuve la composition de la commission locale de développement urbain, la désignation de ses membres et son règlement d'ordre intérieur.
La commission locale de développement urbain est composée conformément au décret du 27 mars 2014 visant à promouvoir une représentation équilibrée des hommes et des femmes dans les organes consultatifs.
§ 2. Le conseil communal désigne les membres de la commission locale de développement urbain ainsi que les représentants des habitants du quartier où s'inscrit le périmètre de l'opération.
Le Ministre approuve la composition de la commission locale de développement urbain, la désignation de ses membres et son règlement d'ordre intérieur.
La commission locale de développement urbain est composée conformément au décret du 27 mars 2014 visant à promouvoir une représentation équilibrée des hommes et des femmes dans les organes consultatifs.
Art. 6. Het driejarige operationele actieprogramma:
1° wordt vastgesteld door de gemeenteraad, na raadpleging van de vertegenwoordigers van de inwoners van de betrokken wijk(en) in het kader van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit of, bij ontstentenis daarvan, de plaatselijke stadsontwikkelingscommissie;
2° beantwoordt aan de gemeentelijke doelstellingen inzake ontwikkeling, ruimtelijke ordening en stedenbouw voor de prioritaire wijk(en);
3° is gelegen binnen één of meer van de prioritaire wijken geïdentificeerd in het eerder goedgekeurde stadsontwikkelingsproject;
4° heeft voornamelijk betrekking op de in aanmerking komende investeringsuitgaven in het kader van de doelstellingen van de artikelen D.V.13 en D.V.14 van het Wetboek en toont de hefboomeffecten aan;
5° [1 ...]1.
In afwijking van lid 1, 3°, kan een gemeente met stedelijk karakter in haar driejarig operationeel actieprogramma een actie opnemen die buiten een prioritaire wijk moet worden uitgevoerd onder de volgende voorwaarden:
1° de actie heeft een impact die bijdraagt tot het bereiken van één of meer gemeentelijke doelstellingen voor een prioritaire wijk;
2° de financiering van de actie mag niet meer bedragen dan twintig procent van de globale subsidie voor het driejarig operationeel actieprogramma.
1° wordt vastgesteld door de gemeenteraad, na raadpleging van de vertegenwoordigers van de inwoners van de betrokken wijk(en) in het kader van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit of, bij ontstentenis daarvan, de plaatselijke stadsontwikkelingscommissie;
2° beantwoordt aan de gemeentelijke doelstellingen inzake ontwikkeling, ruimtelijke ordening en stedenbouw voor de prioritaire wijk(en);
3° is gelegen binnen één of meer van de prioritaire wijken geïdentificeerd in het eerder goedgekeurde stadsontwikkelingsproject;
4° heeft voornamelijk betrekking op de in aanmerking komende investeringsuitgaven in het kader van de doelstellingen van de artikelen D.V.13 en D.V.14 van het Wetboek en toont de hefboomeffecten aan;
5° [1 ...]1.
In afwijking van lid 1, 3°, kan een gemeente met stedelijk karakter in haar driejarig operationeel actieprogramma een actie opnemen die buiten een prioritaire wijk moet worden uitgevoerd onder de volgende voorwaarden:
1° de actie heeft een impact die bijdraagt tot het bereiken van één of meer gemeentelijke doelstellingen voor een prioritaire wijk;
2° de financiering van de actie mag niet meer bedragen dan twintig procent van de globale subsidie voor het driejarig operationeel actieprogramma.
Art. 6. Le programme d'actions triennal opérationnel :
1° est adopté par le conseil communal, après concertation avec les représentants des habitants du ou des quartiers concernés dans le cadre de la CCATM ou, à défaut, de la commission locale de développement urbain ;
2° rencontre les objectifs communaux de développement, d'aménagement du territoire et d'urbanisme à l'échelle du ou des quartiers prioritaires ;
3° se situe au sein du ou des quartiers prioritaires identifiés dans le projet de développement urbain approuvé préalablement ;
4° porte principalement sur des dépenses d'investissement éligibles au regard des objectifs poursuivis en vertu des articles D.V.13 et D.V.14 du Code, et en démontrer les effets levier ;
5° [1 ...]1.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 3°, la commune à caractère urbain peut introduire dans son programme d'actions triennal opérationnel une action à mener hors d'un quartier prioritaire aux conditions suivantes :
1° l'action a un impact permettant de contribuer à la réalisation d'un ou plusieurs objectifs communaux en faveur d'un quartier prioritaire ;
2° le financement de l'action ne peut pas dépasser vingt pour cent de la subvention globale prévue pour le programme d'actions triennal opérationnel.
1° est adopté par le conseil communal, après concertation avec les représentants des habitants du ou des quartiers concernés dans le cadre de la CCATM ou, à défaut, de la commission locale de développement urbain ;
2° rencontre les objectifs communaux de développement, d'aménagement du territoire et d'urbanisme à l'échelle du ou des quartiers prioritaires ;
3° se situe au sein du ou des quartiers prioritaires identifiés dans le projet de développement urbain approuvé préalablement ;
4° porte principalement sur des dépenses d'investissement éligibles au regard des objectifs poursuivis en vertu des articles D.V.13 et D.V.14 du Code, et en démontrer les effets levier ;
5° [1 ...]1.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 3°, la commune à caractère urbain peut introduire dans son programme d'actions triennal opérationnel une action à mener hors d'un quartier prioritaire aux conditions suivantes :
1° l'action a un impact permettant de contribuer à la réalisation d'un ou plusieurs objectifs communaux en faveur d'un quartier prioritaire ;
2° le financement de l'action ne peut pas dépasser vingt pour cent de la subvention globale prévue pour le programme d'actions triennal opérationnel.
Wijzigingen
Art. 7. De gemeente met stedelijk karakter dient via het loket voor lokale besturen haar driejarig operationeel actieprogramma in, dat het volgende moet bevatten:
1° de beraadslaging van de gemeenteraad;
2° een lijst van acties die over een periode van ten minste drie jaar moeten worden ondernomen om de doelstellingen van artikel D.V.13 of D.V.14 van het Wetboek te bereiken, elk gestaafd door objectieve gegevens en met inbegrip van:
a) een beschrijving van de inventarisatie en de uit te voeren werkzaamheden, met een planning of aanduiding van de einddatum, waaruit blijkt dat zij in overeenstemming zijn met het eerder goedgekeurde stadsontwikkelingsperspectief;
b) een plattegrond;
c) foto's van de locaties;
d) een kostenraming;
e) een omschrijving van de voorgestelde ontwikkeling, met inbegrip van, waar van toepassing, de bestemming van de locaties en een schets;
f) als de actie wordt voorgesteld overeenkomstig artikel D.V.13 van het Wetboek, de overeenkomst tussen de gemeente en de privaatrechtelijke persoon.
De minister kan de modaliteiten bepalen voor het opstellen van de overeenkomst vermeld in lid 1, 2°, f).
1° de beraadslaging van de gemeenteraad;
2° een lijst van acties die over een periode van ten minste drie jaar moeten worden ondernomen om de doelstellingen van artikel D.V.13 of D.V.14 van het Wetboek te bereiken, elk gestaafd door objectieve gegevens en met inbegrip van:
a) een beschrijving van de inventarisatie en de uit te voeren werkzaamheden, met een planning of aanduiding van de einddatum, waaruit blijkt dat zij in overeenstemming zijn met het eerder goedgekeurde stadsontwikkelingsperspectief;
b) een plattegrond;
c) foto's van de locaties;
d) een kostenraming;
e) een omschrijving van de voorgestelde ontwikkeling, met inbegrip van, waar van toepassing, de bestemming van de locaties en een schets;
f) als de actie wordt voorgesteld overeenkomstig artikel D.V.13 van het Wetboek, de overeenkomst tussen de gemeente en de privaatrechtelijke persoon.
De minister kan de modaliteiten bepalen voor het opstellen van de overeenkomst vermeld in lid 1, 2°, f).
Art. 7. La commune à caractère urbain introduit, via le Guichet des pouvoirs locaux, son programme d'actions triennal opérationnel, qui contient :
1° la délibération du conseil communal ;
2° la liste des actions à mener pendant une période d'au moins trois ans et visant à atteindre les objectifs prévus aux articles D.V.13 ou D.V.14 du Code, chacune étayée par des données objectives et reprenant :
a) un descriptif de l'état des lieux et des travaux à réaliser, avec planning ou indication de l'échéance de réalisation et démontrant la cohérence avec la perspective de développement urbain approuvée préalablement ;
b) un plan de localisation ;
c) des photos des lieux ;
d) une estimation des coûts ;
e) une définition des aménagements envisagés avec, le cas échéant, l'affectation des locaux et une esquisse ;
f) si l'action est proposée en exécution de l'article D.V.13 du Code, la convention passée entre la commune et la personne de droit privé.
Le Ministre peut arrêter les modalités d'établissement de la convention visée à l'alinéa 1er, 2°, f).
1° la délibération du conseil communal ;
2° la liste des actions à mener pendant une période d'au moins trois ans et visant à atteindre les objectifs prévus aux articles D.V.13 ou D.V.14 du Code, chacune étayée par des données objectives et reprenant :
a) un descriptif de l'état des lieux et des travaux à réaliser, avec planning ou indication de l'échéance de réalisation et démontrant la cohérence avec la perspective de développement urbain approuvée préalablement ;
b) un plan de localisation ;
c) des photos des lieux ;
d) une estimation des coûts ;
e) une définition des aménagements envisagés avec, le cas échéant, l'affectation des locaux et une esquisse ;
f) si l'action est proposée en exécution de l'article D.V.13 du Code, la convention passée entre la commune et la personne de droit privé.
Le Ministre peut arrêter les modalités d'établissement de la convention visée à l'alinéa 1er, 2°, f).
Art. 8. De gemeente met stedelijk karakter stuurt het driejarige operationele actieprogramma naar het bestuur tegen 15 maart van het jaar:
1° na de goedkeuring van de stadsontwikkelingsoperatie door de minister of van het jaar daarna;
2° na het einde van het vorige, door de minister goedgekeurde driejarige operationele actieprogramma.
1° na de goedkeuring van de stadsontwikkelingsoperatie door de minister of van het jaar daarna;
2° na het einde van het vorige, door de minister goedgekeurde driejarige operationele actieprogramma.
Art. 8. La commune à caractère urbain transmet le programme d'actions triennal opérationnel à l'administration pour le 15 mars de l'année :
1° suivant l'adoption de l'opération de développement urbain par le Ministre ou de l'année suivante ;
2° de la fin du programme d'actions triennal opérationnel précédent approuvé par le Ministre.
1° suivant l'adoption de l'opération de développement urbain par le Ministre ou de l'année suivante ;
2° de la fin du programme d'actions triennal opérationnel précédent approuvé par le Ministre.
Art. 9. § 1. Het driejarige operationele actieprogramma wordt goedgekeurd door de minister op basis van een analyseverslag van het bestuur, dat binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van het volledige actieprogramma wordt verstuurd.
§ 2. De ministeriële beslissing om het driejarige operationele actieprogramma geheel of gedeeltelijk goed te keuren of af te wijzen, houdt rekening met de samenhang met het eerder goedgekeurde stadsontwikkelingsproject en de technische, sociale, economische en ecologische waarde van elk van de voorgestelde acties.
§ 3. De minister neemt een besluit binnen dertig dagen na ontvangst van het analyseverslag van het bestuur over het driejarige operationele actieprogramma. Hij of zij kan deze termijn eenmaal met maximaal vijftien dagen verlengen.
Wanneer de minister het bij hem of haar ingediende driejarige operationele actieprogramma gedeeltelijk goedkeurt, wordt de gemeente uitgenodigd om binnen dertig dagen na kennisgeving van het ministeriële besluit een gecorrigeerd programma in te dienen.
Wanneer de minister het driejarige operationele actieprogramma geheel of gedeeltelijk goedkeurt, bepaalt hij of zij het bedrag van de subsidie op basis van de geselecteerde acties.
§ 2. De ministeriële beslissing om het driejarige operationele actieprogramma geheel of gedeeltelijk goed te keuren of af te wijzen, houdt rekening met de samenhang met het eerder goedgekeurde stadsontwikkelingsproject en de technische, sociale, economische en ecologische waarde van elk van de voorgestelde acties.
§ 3. De minister neemt een besluit binnen dertig dagen na ontvangst van het analyseverslag van het bestuur over het driejarige operationele actieprogramma. Hij of zij kan deze termijn eenmaal met maximaal vijftien dagen verlengen.
Wanneer de minister het bij hem of haar ingediende driejarige operationele actieprogramma gedeeltelijk goedkeurt, wordt de gemeente uitgenodigd om binnen dertig dagen na kennisgeving van het ministeriële besluit een gecorrigeerd programma in te dienen.
Wanneer de minister het driejarige operationele actieprogramma geheel of gedeeltelijk goedkeurt, bepaalt hij of zij het bedrag van de subsidie op basis van de geselecteerde acties.
Art. 9. § 1er. Le programme d'actions triennal opérationnel est approuvé par le Ministre sur la base d'un rapport d'analyse de l'administration, transmis dans les quarante-cinq jours de la réception du programme d'actions complet.
§ 2. La décision ministérielle d'approbation totale, partielle ou de refus du programme d'actions triennal opérationnel prend en considération la cohérence avec le projet de développement urbain préalablement approuvé et la valeur technique, sociale, économique et environnementale de chacune des actions proposées.
§ 3. Le Ministre statue dans les trente jours de la réception du rapport d'analyse de l'administration du programme d'actions triennal opérationnel. Il peut proroger ce délai une seule fois d'une durée maximale de quinze jours.
Lorsque le Ministre approuve partiellement le programme d'actions triennal opérationnel qui lui est soumis, la commune est invitée à lui soumettre un programme rectifié dans les trente jours de la notification de la décision ministérielle.
Lorsque le Ministre approuve, en tout ou partie, le programme d'actions triennal opérationnel, il arrête le montant de la subvention sur base des actions retenues.
§ 2. La décision ministérielle d'approbation totale, partielle ou de refus du programme d'actions triennal opérationnel prend en considération la cohérence avec le projet de développement urbain préalablement approuvé et la valeur technique, sociale, économique et environnementale de chacune des actions proposées.
§ 3. Le Ministre statue dans les trente jours de la réception du rapport d'analyse de l'administration du programme d'actions triennal opérationnel. Il peut proroger ce délai une seule fois d'une durée maximale de quinze jours.
Lorsque le Ministre approuve partiellement le programme d'actions triennal opérationnel qui lui est soumis, la commune est invitée à lui soumettre un programme rectifié dans les trente jours de la notification de la décision ministérielle.
Lorsque le Ministre approuve, en tout ou partie, le programme d'actions triennal opérationnel, il arrête le montant de la subvention sur base des actions retenues.
Art. 10. Als het driejarige operationele actieprogramma wordt afgewezen, mag de gemeente met stedelijk karakter binnen drie jaar na de afwijzingsbeslissing één keer een nieuw actieprogramma indienen.
Art. 10. Lorsque le programme d'actions triennal opérationnel est refusé, la commune à caractère urbain peut introduire une seule fois un nouveau programme d'actions dans les trois années qui suivent la décision de refus.
Art. 11. Binnen dertig maanden na goedkeuring van het driejarige operationele actieprogramma kan de gemeente met stedelijk karakter een verzoek tot wijziging ervan indienen bij het bestuur.
De bepalingen betreffende de opstelling van het driejarige operationele actieprogramma zijn van toepassing op de wijziging ervan.
De bepalingen betreffende de opstelling van het driejarige operationele actieprogramma zijn van toepassing op de wijziging ervan.
Art. 11. Dans les trente mois qui suivent l'approbation du programme d'actions triennal opérationnel, la commune à caractère urbain peut introduire auprès de l'administration une demande de modification de celui-ci.
Les dispositions relatives à l'élaboration du programme d'actions triennal opérationnel sont applicables à sa modification.
Les dispositions relatives à l'élaboration du programme d'actions triennal opérationnel sont applicables à sa modification.
HOOFDSTUK 2. - Over het financieringsmechanisme en de uitbetaling van de subsidies
CHAPITRE 2. - Du mécanisme de financement et de la liquidation des subventions
Art. 12. Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingsmiddelen kan een gemeente met stedelijk karakter waarvan de stadsontwikkelingsoperatie en het bijbehorende driejarige operationele actieprogramma vooraf zijn goedgekeurd, in aanmerking komen voor een gewestelijke subsidie.
Het totale bedrag van deze subsidie wordt vastgesteld voor een periode van drie jaar op basis van het driejarige operationele actieprogramma. De subsidie dekt elke actie waarvoor een opdracht is gegund, onroerend goed is aangekocht of werkingskosten zijn gemaakt in de 36 maanden na de goedkeuring van het driejarige operationele actieprogramma.
Het totale bedrag van de gewestelijke subsidie mag niet hoger zijn dan zes miljoen euro per driejarig operationeel actieprogramma.
Het totale bedrag van deze subsidie wordt vastgesteld voor een periode van drie jaar op basis van het driejarige operationele actieprogramma. De subsidie dekt elke actie waarvoor een opdracht is gegund, onroerend goed is aangekocht of werkingskosten zijn gemaakt in de 36 maanden na de goedkeuring van het driejarige operationele actieprogramma.
Het totale bedrag van de gewestelijke subsidie mag niet hoger zijn dan zes miljoen euro per driejarig operationeel actieprogramma.
Art. 12. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, la commune à caractère urbain dont l'opération de développement urbain ainsi que le programme d'actions triennal opérationnel y afférent sont approuvés préalablement peut bénéficier d'une subvention régionale.
Le montant global de cette subvention est arrêté pour une période de trois ans sur la base du programme d'actions triennal opérationnel. Est couvert par la subvention, toute action ayant fait l'objet d'une attribution de marché, d'une acquisition de biens immobiliers ou d'une dépense de fonctionnement pendant les trente-six mois qui suivent l'approbation du programme d'actions triennal opérationnel.
Le montant global de la subvention régionale ne peut pas excéder six millions d'euros par programme d'actions triennal opérationnel.
Le montant global de cette subvention est arrêté pour une période de trois ans sur la base du programme d'actions triennal opérationnel. Est couvert par la subvention, toute action ayant fait l'objet d'une attribution de marché, d'une acquisition de biens immobiliers ou d'une dépense de fonctionnement pendant les trente-six mois qui suivent l'approbation du programme d'actions triennal opérationnel.
Le montant global de la subvention régionale ne peut pas excéder six millions d'euros par programme d'actions triennal opérationnel.
Art. 13. [1 De subsidies voor stadsontwikkeling worden automatisch in schijven uitbetaald volgens onderstaande tabel:
Art. 13. [1 La liquidation des subventions octroyées en développement urbain s'effectue automatiquement, par tranche, conformément au tableau suivant :
| Jaren | Aandeel van het budget |
| N+4 | 1/6 van het budget |
| N+5 | 1/6 van het budget |
| N+6 | 1/3 van het budget |
| N+7 | 1/3 van het budget |
Jaar N zijnde het jaar van het subsidiebesluit.
De vereffening van de laatste twee schijven is afhankelijk van de overlegging van de bewijsstukken overeenkomstig de artikelen 20 en 21.]1
| Années | Part de l'enveloppe |
| N+4 | 1/6 de l'enveloppe |
| N+5 | 1/6 de l'enveloppe |
| N+6 | 1/3 de l'enveloppe |
| N+7 | 1/3 de l'enveloppe |
L'année N étant l'année de l'arrêté de subvention.
La liquidation des deux dernières tranches est conditionnée à la transmission des pièces justificatives conformément aux articles 20 et 21. ]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK 3. - Subsidiabiliteit van de uitgaven en subsidiepercentages
CHAPITRE 3. - Eligibilité des dépenses et taux de subvention
Art. 14. Voor de toepassing van de artikelen D.V.13 en D.V.14 van het Wetboek wordt verstaan onder:
1° `stedelijke uitrusting voor collectief gebruik':
a) pleinen;
b) open en veilige openbare ruimten die voor vrijetijdsdoeleinden worden gebruikt;
c) de aanleg en renovatie van infrastructuur die is aangepast aan actieve mobiliteitswijzen, waaronder voet- en fietspaden, intermodale ruimten en ruimten op kruispunten voor langzaam verkeer;
d) bovengrondse en ondergrondse parkings voor openbaar gebruik;
e) openbare bewegwijzering, riolering en nutsvoorzieningen;
f) openbare verlichting, straatmeubilair en straatkunst;
g) apparatuur voor hernieuwbare energie;
h) de aanleg van openbare ruimten voor laadpalen voor elektrische auto's;
i) openbare toiletten;
2° `groene ruimten': pleinen, parken, biodiversiteitszones en tuinen die toegankelijk zijn voor het publiek en deel uitmaken van de groene infrastructuur;
3° `gezellige ruimten': pleinen, speeltuinen en open, veerkrachtige openbare ruimten die gebruikt worden voor ontmoetings- en ontspanningsdoeleinden en voorbehouden zijn voor actieve vervoersmiddelen;
4° `lokale infrastructuur': een gebouw dat geheel of gedeeltelijk ter beschikking wordt gesteld van de bevolking van de prioritaire wijk om de lokale sociale samenhang en het gemeenschapsleven te bevorderen.
1° `stedelijke uitrusting voor collectief gebruik':
a) pleinen;
b) open en veilige openbare ruimten die voor vrijetijdsdoeleinden worden gebruikt;
c) de aanleg en renovatie van infrastructuur die is aangepast aan actieve mobiliteitswijzen, waaronder voet- en fietspaden, intermodale ruimten en ruimten op kruispunten voor langzaam verkeer;
d) bovengrondse en ondergrondse parkings voor openbaar gebruik;
e) openbare bewegwijzering, riolering en nutsvoorzieningen;
f) openbare verlichting, straatmeubilair en straatkunst;
g) apparatuur voor hernieuwbare energie;
h) de aanleg van openbare ruimten voor laadpalen voor elektrische auto's;
i) openbare toiletten;
2° `groene ruimten': pleinen, parken, biodiversiteitszones en tuinen die toegankelijk zijn voor het publiek en deel uitmaken van de groene infrastructuur;
3° `gezellige ruimten': pleinen, speeltuinen en open, veerkrachtige openbare ruimten die gebruikt worden voor ontmoetings- en ontspanningsdoeleinden en voorbehouden zijn voor actieve vervoersmiddelen;
4° `lokale infrastructuur': een gebouw dat geheel of gedeeltelijk ter beschikking wordt gesteld van de bevolking van de prioritaire wijk om de lokale sociale samenhang en het gemeenschapsleven te bevorderen.
Art. 14. Pour l'application des articles D.V.13 et D.V.14 du Code, l'on entend par :
1° " équipement urbain à usage collectif " :
a) les places ;
b) les espaces publics ouverts et sécurisés, affectés à des fins de loisirs ;
c) la création et rénovation d'infrastructures adaptées aux modes de mobilité active, dont les trottoirs et pistes cyclables, les espaces intermodaux, ainsi que les espaces de jonction réservés aux circulations lentes ;
d) les parkings de surface et souterrains à usage public ;
e) la signalisation publique, l'égouttage et les impétrants ;
f) l'éclairage public, le mobilier urbain et les éléments d'art urbain ;
g) les équipements d'énergies renouvelables ;
h) l'aménagement d'espaces publics en vue d'accueillir des bornes de recharges pour voitures électriques ;
i) les toilettes publiques ;
2° " espaces verts " : les squares, les parcs, les espaces de biodiversité et les jardins accessibles au public qui participent à l'infrastructure verte ;
3° " espaces de convivialité " : les places, les espaces de jeux et les espaces publics ouverts et résilients, affectés à des fins de rencontre et de loisirs réservés aux modes de déplacement actifs ;
4° " infrastructure de proximité " : bâtiment mis, en tout ou partie, à la disposition de la population du quartier prioritaire de manière à favoriser, au niveau local, la cohésion sociale et la vie collective.
1° " équipement urbain à usage collectif " :
a) les places ;
b) les espaces publics ouverts et sécurisés, affectés à des fins de loisirs ;
c) la création et rénovation d'infrastructures adaptées aux modes de mobilité active, dont les trottoirs et pistes cyclables, les espaces intermodaux, ainsi que les espaces de jonction réservés aux circulations lentes ;
d) les parkings de surface et souterrains à usage public ;
e) la signalisation publique, l'égouttage et les impétrants ;
f) l'éclairage public, le mobilier urbain et les éléments d'art urbain ;
g) les équipements d'énergies renouvelables ;
h) l'aménagement d'espaces publics en vue d'accueillir des bornes de recharges pour voitures électriques ;
i) les toilettes publiques ;
2° " espaces verts " : les squares, les parcs, les espaces de biodiversité et les jardins accessibles au public qui participent à l'infrastructure verte ;
3° " espaces de convivialité " : les places, les espaces de jeux et les espaces publics ouverts et résilients, affectés à des fins de rencontre et de loisirs réservés aux modes de déplacement actifs ;
4° " infrastructure de proximité " : bâtiment mis, en tout ou partie, à la disposition de la population du quartier prioritaire de manière à favoriser, au niveau local, la cohésion sociale et la vie collective.
Art. 15. Voor alle stadsontwikkelingsoperaties zijn de subsidiabele uitgaven als volgt:
1° investeringsuitgaven waarvoor een opdracht is gegund;
2° investeringsuitgaven voor de verwerving van onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van een authentieke akte of een vonnis in plaats van een authentieke verkoopakte;
3° [1 ...]1.
Wanneer een van de acties is voorzien in uitvoering van artikel D.V. 14 van het Wetboek, omvatten de investeringsuitgaven:
1° de verbouwing of bouw van woningen, garages geïntegreerd in de woningen ten belope van maximaal één plaats per woning;
2° de aanleg of verbetering van gemeenschapsvoorzieningen, groene ruimten, lokale infrastructuur en de oppervlakte van gebouwen die bestemd zijn voor commerciële en dienstverleningsactiviteiten, wanneer de commerciële oppervlakte minder dan tweehonderdvijftig vierkante meter bedraagt en de bovenste verdiepingen uitsluitend bestemd zijn voor huisvesting.
1° investeringsuitgaven waarvoor een opdracht is gegund;
2° investeringsuitgaven voor de verwerving van onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van een authentieke akte of een vonnis in plaats van een authentieke verkoopakte;
3° [1 ...]1.
Wanneer een van de acties is voorzien in uitvoering van artikel D.V. 14 van het Wetboek, omvatten de investeringsuitgaven:
1° de verbouwing of bouw van woningen, garages geïntegreerd in de woningen ten belope van maximaal één plaats per woning;
2° de aanleg of verbetering van gemeenschapsvoorzieningen, groene ruimten, lokale infrastructuur en de oppervlakte van gebouwen die bestemd zijn voor commerciële en dienstverleningsactiviteiten, wanneer de commerciële oppervlakte minder dan tweehonderdvijftig vierkante meter bedraagt en de bovenste verdiepingen uitsluitend bestemd zijn voor huisvesting.
Art. 15. Pour toute opération de développement urbain, les dépenses éligibles sont :
1° les dépenses d'investissement qui font l'objet d'une attribution de marché ;
2° les dépenses d'investissement relatives à l'acquisition de biens immobiliers qui font l`objet d'un acte authentique ou d'un jugement tenant lieu d'acte authentique de vente ;
3° [1 ...]1.
Lorsqu'une des actions est prévue en exécution de l'article D.V. 14 du Code, les dépenses d'investissement portent sur :
1° la réhabilitation ou à la construction de logements, de garages intégrés aux logements à raison d'un emplacement par logement maximum ;
2° la création ou à l'amélioration des équipements collectifs, d'espaces verts, d'une infrastructure de proximité ainsi que des surfaces des immeubles destinées aux activités de commerces et de services, dont la surface commerciale est inférieure à deux cent cinquante mètres carrés et dont les étages sont destinés exclusivement au logement.
1° les dépenses d'investissement qui font l'objet d'une attribution de marché ;
2° les dépenses d'investissement relatives à l'acquisition de biens immobiliers qui font l`objet d'un acte authentique ou d'un jugement tenant lieu d'acte authentique de vente ;
3° [1 ...]1.
Lorsqu'une des actions est prévue en exécution de l'article D.V. 14 du Code, les dépenses d'investissement portent sur :
1° la réhabilitation ou à la construction de logements, de garages intégrés aux logements à raison d'un emplacement par logement maximum ;
2° la création ou à l'amélioration des équipements collectifs, d'espaces verts, d'une infrastructure de proximité ainsi que des surfaces des immeubles destinées aux activités de commerces et de services, dont la surface commerciale est inférieure à deux cent cinquante mètres carrés et dont les étages sont destinés exclusivement au logement.
Wijzigingen
Art. 16. § 1. Het gewestelijke subsidiepercentage voor vastgoedwerken en -aankopen die onder artikel D.V.13 van het Wetboek vallen, is honderd procent.
§ 2. Het gewestelijke subsidiepercentage voor vastgoedwerken en -aankopen die onder artikel D.V. 14 van het Wetboek vallen, is [1 vijftig]1 procent.
Er kunnen meerdere partijen deelnemen aan de financiering van elk project, op voorwaarde dat het gemeentelijke aandeel in de totale begroting niet minder dan twintig procent bedraagt.
§ 3. Voor opdrachten voor werken wordt een extra forfaitair bedrag van vijf procent van het bedrag van de werken toegevoegd om de studiekosten te dekken wanneer de gemeente een beroep doet op een externe projectontwikkelaar.
Als de gemeente het project zelf ontwikkelt, wordt bij het toekennen van de subsidie rekening gehouden met de studiekosten, die forfaitair worden vastgesteld op drie procent van het bedrag van de subsidiabele werken.
§ 2. Het gewestelijke subsidiepercentage voor vastgoedwerken en -aankopen die onder artikel D.V. 14 van het Wetboek vallen, is [1 vijftig]1 procent.
Er kunnen meerdere partijen deelnemen aan de financiering van elk project, op voorwaarde dat het gemeentelijke aandeel in de totale begroting niet minder dan twintig procent bedraagt.
§ 3. Voor opdrachten voor werken wordt een extra forfaitair bedrag van vijf procent van het bedrag van de werken toegevoegd om de studiekosten te dekken wanneer de gemeente een beroep doet op een externe projectontwikkelaar.
Als de gemeente het project zelf ontwikkelt, wordt bij het toekennen van de subsidie rekening gehouden met de studiekosten, die forfaitair worden vastgesteld op drie procent van het bedrag van de subsidiabele werken.
Art. 16. § 1er. Le taux d'intervention régional pour les travaux et acquisitions de biens immobiliers relevant de l'application de l'article D.V.13 du Code est de cent pour cent.
§ 2. Le taux d'intervention régional pour les travaux et acquisitions de biens immobiliers relevant de l'application de l'article D.V. 14 du Code est de [1 cinquante]1 pour cent.
Plusieurs intervenants peuvent participer au financement de chaque projet, pour autant que la part communale dans le budget total ne soit pas inférieure à vingt pour cent.
§ 3. Pour les marchés de travaux, un montant supplémentaire forfaitaire de cinq pour cent du montant des travaux est ajouté pour couvrir les frais d'étude lorsque la commune recourt à l'intervention d'un auteur de projet externe.
Lorsque la commune est son propre auteur de projet, les frais d'études fixés forfaitairement à trois pour cent du montant des travaux subsidiables sont pris en considération pour l'octroi de la subvention.
§ 2. Le taux d'intervention régional pour les travaux et acquisitions de biens immobiliers relevant de l'application de l'article D.V. 14 du Code est de [1 cinquante]1 pour cent.
Plusieurs intervenants peuvent participer au financement de chaque projet, pour autant que la part communale dans le budget total ne soit pas inférieure à vingt pour cent.
§ 3. Pour les marchés de travaux, un montant supplémentaire forfaitaire de cinq pour cent du montant des travaux est ajouté pour couvrir les frais d'étude lorsque la commune recourt à l'intervention d'un auteur de projet externe.
Lorsque la commune est son propre auteur de projet, les frais d'études fixés forfaitairement à trois pour cent du montant des travaux subsidiables sont pris en considération pour l'octroi de la subvention.
Wijzigingen
HOOFDSTUK 4. - Over de opvolging en de controle van de stadsontwikkelingsoperaties
CHAPITRE 4. - Du suivi et du contrôle des opérations de développement urbain
Art. 17. § 1. De gemeente die de subsidies ontvangt, benoemt een stadsontwikkelingsadviseur om toezicht te houden op de uitvoering van de stadsontwikkelingsoperatie.
Deze stadsontwikkelingsadviseur volgt de jaarlijkse opleidingen die speciaal voor hem of haar zijn bestemd.
§ 2. [1 ...]1.
Deze stadsontwikkelingsadviseur volgt de jaarlijkse opleidingen die speciaal voor hem of haar zijn bestemd.
§ 2. [1 ...]1.
Art. 17. § 1er. La commune bénéficiaire de subventions désigne un conseiller en développement urbain en vue de garantir le suivi de la mise en oeuvre de l'opération de développement urbain.
Ce conseiller en développement urbain suit les formations annuelles qui lui sont spécifiquement destinées.
§ 2. [1 ...]1.
Ce conseiller en développement urbain suit les formations annuelles qui lui sont spécifiquement destinées.
§ 2. [1 ...]1.
Wijzigingen
Art. 18. § 1. Er wordt een toezichtcomité opgericht voor de uitvoering van het driejarige operationele actieplan. Dit toezichtcomité is als volgt samengesteld:
1° een vertegenwoordiger van de minister, die de commissie voorzit;
2° twee vertegenwoordigers van de gemeente, waaronder de stadsontwikkelingsadviseur;
3° een vertegenwoordiger van het bestuur, die optreedt als secretaris;
4° een vertegenwoordiger van de Waalse Overheidsdienst Grondgebied, Huisvesting, Erfgoed en Energie;
5° een vertegenwoordiger van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuur;
6° een vertegenwoordiger van de Waalse Overheidsdienst Binnenlandse Zaken en Sociale Actie;
7° de lokaal bevoegde gedelegeerde ambtenaar of zijn of haar vertegenwoordiger.
Het toezichtcomité behoudt zich het recht voor om elke persoon uit te nodigen die het comité kan bijstaan in zijn opdracht.
Voor gemeenten die naast hun stadsontwikkelingsoperatie ook een plattelandsontwikkelingsoperatie uitvoeren, wordt een vertegenwoordiger van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Milieu uitgenodigd.
§ 2. Het toezichtcomité komt minstens één keer per jaar samen en op elk verzoek van een lid van het comité.
Het bestuur stelt notulen op van deze vergadering.
1° een vertegenwoordiger van de minister, die de commissie voorzit;
2° twee vertegenwoordigers van de gemeente, waaronder de stadsontwikkelingsadviseur;
3° een vertegenwoordiger van het bestuur, die optreedt als secretaris;
4° een vertegenwoordiger van de Waalse Overheidsdienst Grondgebied, Huisvesting, Erfgoed en Energie;
5° een vertegenwoordiger van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuur;
6° een vertegenwoordiger van de Waalse Overheidsdienst Binnenlandse Zaken en Sociale Actie;
7° de lokaal bevoegde gedelegeerde ambtenaar of zijn of haar vertegenwoordiger.
Het toezichtcomité behoudt zich het recht voor om elke persoon uit te nodigen die het comité kan bijstaan in zijn opdracht.
Voor gemeenten die naast hun stadsontwikkelingsoperatie ook een plattelandsontwikkelingsoperatie uitvoeren, wordt een vertegenwoordiger van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Milieu uitgenodigd.
§ 2. Het toezichtcomité komt minstens één keer per jaar samen en op elk verzoek van een lid van het comité.
Het bestuur stelt notulen op van deze vergadering.
Art. 18. § 1er. Un comité de suivi de la mise en oeuvre du plan d'actions triennal opérationnel est institué. Ce comité de suivi est composé comme suit :
1° un représentant du Ministre, qui le préside ;
2° deux représentants de la commune, dont le conseiller en développement urbain ;
3° un représentant de l'administration, qui assure le secrétariat ;
4° un représentant du SPW Territoire, Logement, Patrimoine et Energie ;
5° un représentant du SPW Mobilité et Infrastructures ;
6° un représentant du SPW Intérieur et Action sociale ;
7° le fonctionnaire-délégué compétent territorialement ou son représentant.
Le comité de suivi se réserve le droit d'inviter toute personne susceptible de l'éclairer dans sa mission.
Pour les communes menant également une opération de développement rural en parallèle de leur opération de développement urbain, un représentant du SPW Agriculture, Ressources naturelles et Environnement est invité.
§ 2. Le comité de suivi se réunit au moins une fois par an et à chaque demande d'un membre du comité.
L'administration établit un procès-verbal de cette réunion.
1° un représentant du Ministre, qui le préside ;
2° deux représentants de la commune, dont le conseiller en développement urbain ;
3° un représentant de l'administration, qui assure le secrétariat ;
4° un représentant du SPW Territoire, Logement, Patrimoine et Energie ;
5° un représentant du SPW Mobilité et Infrastructures ;
6° un représentant du SPW Intérieur et Action sociale ;
7° le fonctionnaire-délégué compétent territorialement ou son représentant.
Le comité de suivi se réserve le droit d'inviter toute personne susceptible de l'éclairer dans sa mission.
Pour les communes menant également une opération de développement rural en parallèle de leur opération de développement urbain, un représentant du SPW Agriculture, Ressources naturelles et Environnement est invité.
§ 2. Le comité de suivi se réunit au moins une fois par an et à chaque demande d'un membre du comité.
L'administration établit un procès-verbal de cette réunion.
Art. 20. Zodra de overheidsopdracht aan de opdrachtnemer is meegedeeld, stuurt de gemeente met stedelijk karakter het volgende naar het bestuur:
1° een kopie van de kennisgeving van de overheidsopdracht;
2° de opdracht om met de werkzaamheden te beginnen.
1° een kopie van de kennisgeving van de overheidsopdracht;
2° de opdracht om met de werkzaamheden te beginnen.
Art. 20. La commune à caractère urbain transmet à l'administration dès notification du marché public à l'adjudicataire :
1° une copie de la notification du marché public ;
2° l'ordre de commencer les travaux.
1° une copie de la notification du marché public ;
2° l'ordre de commencer les travaux.
Art. 21. § 1. Binnen zes maanden na de voorlopige oplevering en ten laatste binnen zes jaar na de beslissing om de subsidie toe te kennen, moet het `eindafrekeningsdossier' van de werkzaamheden via het loket voor lokale besturen worden ingediend bij het bestuur. Dit dossier moet de volgende bewijsstukken bevatten:
1° de eindafrekening van de onderneming, opgesteld volgens de norm NBN B06-006, met de details van de berekening van de herzieningen per staat en de bijhorende factuur;
2° een rapport, post per post opgesteld, waarin overschrijdingen van meer dan tien procent van de vermoedelijke hoeveelheden van de posten van de initiële opdracht gerechtvaardigd worden;
3° het proces-verbaal van voorlopige oplevering;
4° de beraadslaging tot goedkeuring van de afrekening;
5° de eventuele vervoersbewijzen;
6° de facturen en processen-verbaal van de tests, vergezeld van het verslag van de projectmanager, eventueel met details van de posten waarop kortingen van toepassing zijn en de berekening ervan;
7° de berekening van de tijd die nodig is voor de uitvoering van de werkzaamheden;
8° een verslag, met inbegrip van een kopie van de beraadslagingen en de eventuele aanhangsels die niet werden verstuurd, waarin alle werkzaamheden, post per post toegelicht, worden opgesomd die het voorwerp uitmaken van een wijziging aan de initiële opdracht;
9° voor dossiers met betrekking tot gebouwen, indien van toepassing:
a) het rapport van de gewestelijke brandweer na voltooiing van de werkzaamheden;
b) het proces-verbaal van oplevering, opgesteld door een erkende instantie, voor een installatie met betrekking tot elektriciteit, gas, een lift of branddetectie;
10° wanneer handelingen worden verricht overeenkomstig artikel D.V.13 van het Wetboek, zijn de technische en boekhoudkundige gegevens die nodig zijn om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake is van particuliere financiering, de volgende:
a) een staat van de gedane uitgaven, hetzij in de vorm van een overzichtstabel van de door de privaatrechtelijke persoon gedane investeringen, gestaafd met de relevante boekingsbescheiden, hetzij in de vorm van de analytische boekhouding van de persoon, gestaafd met de relevante bewijsstukken;
b) goedkeuring door de gemeente van de door de privaatrechtelijke persoon afgegeven genoemde documenten.
De vervoersbewijzen bedoeld in lid 1, 5°, worden bewaard door de gemeente met stedelijk karakter en zijn beschikbaar voor een eventuele controle ter plaatse.
De eventuele bevelen tot onderbreking en hervatting van de werkzaamheden bedoeld in lid 1, 7°, worden, indien ze niet zijn verzonden, bijgevoegd, evenals, in voorkomend geval, de motiveringen met betrekking tot de extra tijd en de berekening van de verwijlinteresten.
In onvoorziene situaties die buiten de macht van de gemeente met stedelijk karakter liggen, kan de in lid 1 bedoelde periode van zes jaar worden verlengd [1 voor een periode van een jaar]1 op basis van een voorstel van het bestuur, met instemming van de minister.
§ 2. Voor dossiers betreffende de aankoop van onroerend goed moet de gemeente met stedelijk karakter binnen zes maanden na de verwerving of, in geval van onteigening, na het vonnis dat de definitieve schadeloosstelling vaststelt en ten laatste binnen zes jaar na de beslissing om de subsidie toe te kennen, een kopie van de authentieke akte van verwerving of, in geval van onteigening, van het vonnis dat de definitieve schadeloosstelling vaststelt, bezorgen aan het bestuur.
In onvoorziene situaties die buiten de macht van de gemeente met stedelijk karakter liggen, kan de in lid 1 bedoelde periode van zes jaar worden verlengd [1 voor een periode van een jaar]1 op basis van een voorstel van het bestuur, met instemming van de minister.
1° de eindafrekening van de onderneming, opgesteld volgens de norm NBN B06-006, met de details van de berekening van de herzieningen per staat en de bijhorende factuur;
2° een rapport, post per post opgesteld, waarin overschrijdingen van meer dan tien procent van de vermoedelijke hoeveelheden van de posten van de initiële opdracht gerechtvaardigd worden;
3° het proces-verbaal van voorlopige oplevering;
4° de beraadslaging tot goedkeuring van de afrekening;
5° de eventuele vervoersbewijzen;
6° de facturen en processen-verbaal van de tests, vergezeld van het verslag van de projectmanager, eventueel met details van de posten waarop kortingen van toepassing zijn en de berekening ervan;
7° de berekening van de tijd die nodig is voor de uitvoering van de werkzaamheden;
8° een verslag, met inbegrip van een kopie van de beraadslagingen en de eventuele aanhangsels die niet werden verstuurd, waarin alle werkzaamheden, post per post toegelicht, worden opgesomd die het voorwerp uitmaken van een wijziging aan de initiële opdracht;
9° voor dossiers met betrekking tot gebouwen, indien van toepassing:
a) het rapport van de gewestelijke brandweer na voltooiing van de werkzaamheden;
b) het proces-verbaal van oplevering, opgesteld door een erkende instantie, voor een installatie met betrekking tot elektriciteit, gas, een lift of branddetectie;
10° wanneer handelingen worden verricht overeenkomstig artikel D.V.13 van het Wetboek, zijn de technische en boekhoudkundige gegevens die nodig zijn om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake is van particuliere financiering, de volgende:
a) een staat van de gedane uitgaven, hetzij in de vorm van een overzichtstabel van de door de privaatrechtelijke persoon gedane investeringen, gestaafd met de relevante boekingsbescheiden, hetzij in de vorm van de analytische boekhouding van de persoon, gestaafd met de relevante bewijsstukken;
b) goedkeuring door de gemeente van de door de privaatrechtelijke persoon afgegeven genoemde documenten.
De vervoersbewijzen bedoeld in lid 1, 5°, worden bewaard door de gemeente met stedelijk karakter en zijn beschikbaar voor een eventuele controle ter plaatse.
De eventuele bevelen tot onderbreking en hervatting van de werkzaamheden bedoeld in lid 1, 7°, worden, indien ze niet zijn verzonden, bijgevoegd, evenals, in voorkomend geval, de motiveringen met betrekking tot de extra tijd en de berekening van de verwijlinteresten.
In onvoorziene situaties die buiten de macht van de gemeente met stedelijk karakter liggen, kan de in lid 1 bedoelde periode van zes jaar worden verlengd [1 voor een periode van een jaar]1 op basis van een voorstel van het bestuur, met instemming van de minister.
§ 2. Voor dossiers betreffende de aankoop van onroerend goed moet de gemeente met stedelijk karakter binnen zes maanden na de verwerving of, in geval van onteigening, na het vonnis dat de definitieve schadeloosstelling vaststelt en ten laatste binnen zes jaar na de beslissing om de subsidie toe te kennen, een kopie van de authentieke akte van verwerving of, in geval van onteigening, van het vonnis dat de definitieve schadeloosstelling vaststelt, bezorgen aan het bestuur.
In onvoorziene situaties die buiten de macht van de gemeente met stedelijk karakter liggen, kan de in lid 1 bedoelde periode van zes jaar worden verlengd [1 voor een periode van een jaar]1 op basis van een voorstel van het bestuur, met instemming van de minister.
Art. 21. § 1er. Dans les six mois à dater de la réception provisoire et au plus tard dans les six ans suivant la décision d'octroi de la subvention, le dossier " décompte final " des travaux, est introduit auprès de l'administration via le Guichet des pouvoirs locaux et comprend les pièces justificatives suivantes :
1° le décompte final de l'entreprise, établi selon la norme NBN B06-006, en ce compris le détail du calcul des révisions par état et la facture correspondante ;
2° le rapport, établi poste par poste, justifiant les dépassements de plus de dix pour cent des quantités présumées des postes du marché initial ;
3° le procès-verbal de réception provisoire ;
4° la délibération approuvant le décompte ;
5° les bons de transports éventuels ;
6° les factures et les procès-verbaux des essais accompagnés du rapport de l'auteur de projet avec éventuellement le détail des postes sur lesquels s'appliquent les réfactions et le calcul de celles-ci ;
7° le calcul du délai d'exécution des travaux ;
8° un rapport, en ce compris une copie des délibérations et des éventuels avenants qui n'ont pas été transmis, reprenant tous les travaux, détaillés poste par poste, faisant l'objet d'une modification du marché initial ;
9° pour les dossiers relatifs aux bâtiments, le cas échéant :
a) le rapport du Service régional d'incendie après travaux ;
b) le procès-verbal de réception par un organisme agréé d'une installation relative à l'électricité, au gaz, à un ascenseur, ou à la détection d'incendie ;
10° lorsque des actions sont menées en exécution de l'article D.V.13 du Code, les éléments techniques et comptables nécessaires à la détermination de la réalité du financement privé, sont en particulier :
a) le relevé des dépenses investies présenté sous forme soit du tableau récapitulatif de l'investissement de la personne de droit privé appuyé par les pièces comptables y relatives, soit de sa comptabilité analytique appuyée des pièces justificatives ;
b) l'approbation par la commune desdits documents émanant de la personne de droit privé.
Les bons de transport visés à l'alinéa 1er, 5°, sont conservés par la commune à caractère urbain et disponibles pour un éventuel contrôle sur place.
Les éventuels ordres d'interruption et de reprise des travaux visés à l'alinéa 1er, 7°, sont joints s'ils n'ont pas été transmis ainsi que, le cas échéant, les justifications relatives aux délais supplémentaires et au calcul des pénalités de retard.
Dans des situations imprévisibles et indépendantes de la volonté de la commune à caractère urbain, le délai de six ans, visé à l'alinéa 1er, peut être prolongé, [1 pour une durée d'un an,]1 sur proposition de l'administration, moyennant accord du Ministre.
§ 2. Pour les dossiers d'acquisition de biens immobiliers, dans les six mois à dater de l'acquisition ou, pour les expropriations, du jugement fixant l'indemnité définitive et au plus tard dans les six ans suivant la décision d'octroi de la subvention, la commune à caractère urbain transmet une copie de l'acte authentique d'acquisition à l'administration ou, en cas d'expropriation, le jugement fixant l'indemnité définitive.
Dans des situations imprévisibles et indépendantes de la volonté de la commune à caractère urbain, le délai de six ans, visé à l'alinéa 1er, peut être prolongé, [1 pour une durée d'un an,]1 sur proposition de l'administration, moyennant accord du Ministre.
1° le décompte final de l'entreprise, établi selon la norme NBN B06-006, en ce compris le détail du calcul des révisions par état et la facture correspondante ;
2° le rapport, établi poste par poste, justifiant les dépassements de plus de dix pour cent des quantités présumées des postes du marché initial ;
3° le procès-verbal de réception provisoire ;
4° la délibération approuvant le décompte ;
5° les bons de transports éventuels ;
6° les factures et les procès-verbaux des essais accompagnés du rapport de l'auteur de projet avec éventuellement le détail des postes sur lesquels s'appliquent les réfactions et le calcul de celles-ci ;
7° le calcul du délai d'exécution des travaux ;
8° un rapport, en ce compris une copie des délibérations et des éventuels avenants qui n'ont pas été transmis, reprenant tous les travaux, détaillés poste par poste, faisant l'objet d'une modification du marché initial ;
9° pour les dossiers relatifs aux bâtiments, le cas échéant :
a) le rapport du Service régional d'incendie après travaux ;
b) le procès-verbal de réception par un organisme agréé d'une installation relative à l'électricité, au gaz, à un ascenseur, ou à la détection d'incendie ;
10° lorsque des actions sont menées en exécution de l'article D.V.13 du Code, les éléments techniques et comptables nécessaires à la détermination de la réalité du financement privé, sont en particulier :
a) le relevé des dépenses investies présenté sous forme soit du tableau récapitulatif de l'investissement de la personne de droit privé appuyé par les pièces comptables y relatives, soit de sa comptabilité analytique appuyée des pièces justificatives ;
b) l'approbation par la commune desdits documents émanant de la personne de droit privé.
Les bons de transport visés à l'alinéa 1er, 5°, sont conservés par la commune à caractère urbain et disponibles pour un éventuel contrôle sur place.
Les éventuels ordres d'interruption et de reprise des travaux visés à l'alinéa 1er, 7°, sont joints s'ils n'ont pas été transmis ainsi que, le cas échéant, les justifications relatives aux délais supplémentaires et au calcul des pénalités de retard.
Dans des situations imprévisibles et indépendantes de la volonté de la commune à caractère urbain, le délai de six ans, visé à l'alinéa 1er, peut être prolongé, [1 pour une durée d'un an,]1 sur proposition de l'administration, moyennant accord du Ministre.
§ 2. Pour les dossiers d'acquisition de biens immobiliers, dans les six mois à dater de l'acquisition ou, pour les expropriations, du jugement fixant l'indemnité définitive et au plus tard dans les six ans suivant la décision d'octroi de la subvention, la commune à caractère urbain transmet une copie de l'acte authentique d'acquisition à l'administration ou, en cas d'expropriation, le jugement fixant l'indemnité définitive.
Dans des situations imprévisibles et indépendantes de la volonté de la commune à caractère urbain, le délai de six ans, visé à l'alinéa 1er, peut être prolongé, [1 pour une durée d'un an,]1 sur proposition de l'administration, moyennant accord du Ministre.
Wijzigingen
Art. 22. Het bestuur kan het gebruik van de toegekende subsidies ter plaatse controleren.
Als het bestuur of het toezichtcomité in eender welke fase van de procedure vaststelt dat de stadsontwikkelingsoperatie niet voldoet aan de wettelijke of technische normen die erop van toepassing zijn, kan dit ertoe leiden dat het deel van de subsidie dat aan dat project is toegekend, niet voor financiering in aanmerking komt, tot het bedrag van het deel dat niet aan de normen voldoet.
Als het bestuur of het toezichtcomité in eender welke fase van de procedure vaststelt dat de stadsontwikkelingsoperatie niet voldoet aan de wettelijke of technische normen die erop van toepassing zijn, kan dit ertoe leiden dat het deel van de subsidie dat aan dat project is toegekend, niet voor financiering in aanmerking komt, tot het bedrag van het deel dat niet aan de normen voldoet.
Art. 22. L'administration peut contrôler sur place l'emploi des subventions octroyées.
A tout stade de la procédure, le non-respect de la conformité légale ou technique de l'opération de développement urbain à l'égard de l'ensemble des normes qui lui sont applicables, constaté par l'administration ou par le comité de suivi, peut entrainer la non-éligibilité de la part du montant de la subvention affectée audit projet, à concurrence de la part non conforme.
A tout stade de la procédure, le non-respect de la conformité légale ou technique de l'opération de développement urbain à l'égard de l'ensemble des normes qui lui sont applicables, constaté par l'administration ou par le comité de suivi, peut entrainer la non-éligibilité de la part du montant de la subvention affectée audit projet, à concurrence de la part non conforme.
Art. 23. De gemeente met stedelijk karakter betaalt de subsidie geheel of gedeeltelijk terug in de volgende gevallen:
1° de inning van subsidies of toelagen die door andere departementen of overheden worden toegekend ter uitvoering van andere verplichtingen of bepalingen, met uitzondering van Europese steunverlening, ten belope van de bedragen die voor hetzelfde doel werden geïnd;
2° wijziging, binnen tien jaar na de eindafrekening, van de bestemming of het gebruik van projecten die subsidies voor stadsvernieuwing hebben ontvangen, ten belope van de wijziging van het subsidiepercentage en het percentage van de gewijzigde oppervlakte;
3° de verkoop van een goed dat subsidies voor stedelijke ontwikkeling heeft ontvangen, in een verhouding die gelijk is aan het ontvangen subsidiepercentage en gebaseerd op de marktwaarde van het goed zoals geschat op het moment van de verkoop, afhankelijk van het geval, door een of meer van de volgende partijen: de aankoopcommissie, een notaris, een landmeter-expert voor vastgoed ingeschreven op de lijst die wordt bijgehouden door de Federale Raad van landmeters-experten of een architect die is ingeschreven bij de Orde van Architecten.
De gemeente met stedelijk karakter is geen terugbetaling verschuldigd als de verkoop van een onroerend goed waarvoor stadsontwikkelingssubsidies werden toegekend, plaatsvindt na een periode van tien jaar, te rekenen vanaf de datum van de voorlopige oplevering van de werkzaamheden of, bij gebreke daaraan, van de akte van aankoop van het betrokken onroerend goed.
1° de inning van subsidies of toelagen die door andere departementen of overheden worden toegekend ter uitvoering van andere verplichtingen of bepalingen, met uitzondering van Europese steunverlening, ten belope van de bedragen die voor hetzelfde doel werden geïnd;
2° wijziging, binnen tien jaar na de eindafrekening, van de bestemming of het gebruik van projecten die subsidies voor stadsvernieuwing hebben ontvangen, ten belope van de wijziging van het subsidiepercentage en het percentage van de gewijzigde oppervlakte;
3° de verkoop van een goed dat subsidies voor stedelijke ontwikkeling heeft ontvangen, in een verhouding die gelijk is aan het ontvangen subsidiepercentage en gebaseerd op de marktwaarde van het goed zoals geschat op het moment van de verkoop, afhankelijk van het geval, door een of meer van de volgende partijen: de aankoopcommissie, een notaris, een landmeter-expert voor vastgoed ingeschreven op de lijst die wordt bijgehouden door de Federale Raad van landmeters-experten of een architect die is ingeschreven bij de Orde van Architecten.
De gemeente met stedelijk karakter is geen terugbetaling verschuldigd als de verkoop van een onroerend goed waarvoor stadsontwikkelingssubsidies werden toegekend, plaatsvindt na een periode van tien jaar, te rekenen vanaf de datum van de voorlopige oplevering van de werkzaamheden of, bij gebreke daaraan, van de akte van aankoop van het betrokken onroerend goed.
Art. 23. La commune à caractère urbain rembourse tout ou partie de la subvention en cas de :
1° perception de primes ou de subventions allouées par d'autres départements ou autorités, en exécution d'autres engagements ou dispositions, à l'exception des aides européennes et ce, à concurrence des sommes perçues pour le même objet ;
2° modification, dans les dix ans à dater du décompte final, de l'affectation ou de l'usage des projets qui ont bénéficié de subventions de rénovation urbaine, à concurrence de la modification du taux de subside et du pourcentage de la superficie modifiée ;
3° vente d'un bien qui a bénéficié de subventions en développement urbain et ce, dans une proportion égale au taux de subventionnement perçu et en fonction de la valeur vénale du bien telle qu'estimée au moment de la vente, en fonction du cas, par l'un ou plusieurs des intervenants suivants : le comité d'acquisition, un notaire, un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau tenu par le conseil fédéral des géomètre-experts ou un architecte inscrit à l'Ordre des architectes.
Aucun remboursement n'est dû par la commune à caractère urbain si la vente d'un bien qui a bénéficié de subventions en développement urbain s'effectue après une durée de dix ans, calculée à dater de la réception provisoire des travaux ou, à défaut, de l'acte d'acquisition du bien concerné.
1° perception de primes ou de subventions allouées par d'autres départements ou autorités, en exécution d'autres engagements ou dispositions, à l'exception des aides européennes et ce, à concurrence des sommes perçues pour le même objet ;
2° modification, dans les dix ans à dater du décompte final, de l'affectation ou de l'usage des projets qui ont bénéficié de subventions de rénovation urbaine, à concurrence de la modification du taux de subside et du pourcentage de la superficie modifiée ;
3° vente d'un bien qui a bénéficié de subventions en développement urbain et ce, dans une proportion égale au taux de subventionnement perçu et en fonction de la valeur vénale du bien telle qu'estimée au moment de la vente, en fonction du cas, par l'un ou plusieurs des intervenants suivants : le comité d'acquisition, un notaire, un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau tenu par le conseil fédéral des géomètre-experts ou un architecte inscrit à l'Ordre des architectes.
Aucun remboursement n'est dû par la commune à caractère urbain si la vente d'un bien qui a bénéficié de subventions en développement urbain s'effectue après une durée de dix ans, calculée à dater de la réception provisoire des travaux ou, à défaut, de l'acte d'acquisition du bien concerné.
Art. 24. De gemeente met stedelijk karakter informeert het bestuur en het toezichtcomité indien zij voor dezelfde investering externe financiële steun heeft verkregen of aangevraagd op grond van andere wettelijke, reglementaire of contractuele bepalingen. Deze informatieplicht geldt voor alle fasen van de procedure.
Art. 24. La commune à caractère urbain informe l'administration et le comité de suivi lorsqu'elle a obtenu ou sollicité une intervention financière extérieure pour la réalisation du même investissement en application d'autres dispositions légales, réglementaires ou contractuelles. Cette obligation d'information s'applique à tout stade de la procédure.
Art. 25. De gemeente met stedelijk karakter kan de opbrengst van de verkoop van een goed dat de subsidie heeft ontvangen, herverdelen, en dit in een verhouding die gelijk is aan het ontvangen subsidiepercentage en gebaseerd op de marktwaarde van het goed zoals geschat op het moment van de verkoop, afhankelijk van het geval, door een of meer van de volgende partijen: de aankoopcommissie, een notaris, een landmeter-expert voor vastgoed die is ingeschreven op de lijst die wordt bijgehouden door de Federale Raad van landmeters-experten of een architect die is ingeschreven bij de Orde van Architecten.
De herverdeling is het voorwerp van een overeenkomst tussen het Waals Gewest en de gemeente.
Binnen drie jaar na kennisgeving van de overeenkomst inzake herverdeling voert de gemeente met stedelijk karakter de herverdeelde acties uit en stuurt ze de documenten waaruit blijkt dat het herverdeelde bedrag is gebruikt.
De herverdeling is het voorwerp van een overeenkomst tussen het Waals Gewest en de gemeente.
Binnen drie jaar na kennisgeving van de overeenkomst inzake herverdeling voert de gemeente met stedelijk karakter de herverdeelde acties uit en stuurt ze de documenten waaruit blijkt dat het herverdeelde bedrag is gebruikt.
Art. 25. La commune à caractère urbain peut réaffecter le produit de la vente d'un bien qui a fait l'objet de la subvention et ce, dans une proportion égale au taux de subventionnement perçu et en fonction de la valeur vénale du bien telle qu'estimée au moment de la vente en fonction du cas, par l'un ou plusieurs des intervenants suivants : le comité d'acquisition, un notaire, un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau tenu par le conseil fédéral des géomètre-experts ou un architecte inscrit à l'Ordre des architectes.
La réaffectation fait l'objet d'une convention entre la Région wallonne et la commune.
Dans les trois ans de la notification de la convention de réaffectation, la commune à caractère urbain met en oeuvre les actions qui font l'objet d'une réaffectation et envoie les documents qui attestent de l'utilisation du montant réaffecté.
La réaffectation fait l'objet d'une convention entre la Région wallonne et la commune.
Dans les trois ans de la notification de la convention de réaffectation, la commune à caractère urbain met en oeuvre les actions qui font l'objet d'une réaffectation et envoie les documents qui attestent de l'utilisation du montant réaffecté.
Art. 26. Gedurende een periode van tien jaar vanaf de datum van de eindafrekening van de werkzaamheden of de akte van aankoop van het betrokken onroerend goed, moet de gemeente het gebruik van het onroerend goed respecteren en de eigendom van de zakelijke rechten behouden voor onroerend goed dat subsidies heeft ontvangen als onderdeel van een stadsontwikkelingsoperatie.
In afwijking van lid 1 kan de minister een wijziging van het gebruik toestaan, mits het nieuwe gebruik in overeenstemming is met de opties van de stadsontwikkelingsoperatie.
In afwijking van lid 1 kan de gemeente met stedelijk karakter erfpachtrechten of zakelijke rechten verlenen op verworven, hersteld of gebouwd onroerend goed waarvoor stadsontwikkelingssubsidies zijn toegekend, op voorwaarde dat de ontwerpovereenkomst inzake de verlening van rechten door de minister wordt goedgekeurd.
De overeenkomst inzake de verlening van rechten mag niet afwijken van de volgende bepalingen:
1° in geval van verhuring of opbouw van gesplitste zakelijke rechten worden de huurprijzen en de prijzen vastgesteld overeenkomstig de waarden die door de markt worden bepaald op basis van het advies van de aankoopcommissie, een notaris, een vastgoedlandmeter-expert die is ingeschreven op de lijst die wordt bijgehouden door de Federale Raad van landmeter-experten of een architect die ingeschreven is bij de Orde van Architecten;
2° in het geval van de verhuur van een woning met behulp van stadsontwikkelingssubsidies wordt de huurprijs vastgesteld overeenkomstig het reglement betreffende de verhuur van woningen die worden beheerd door de Société wallonne du Logement of door vennootschappen die erdoor zijn erkend, of overeenkomstig de bepalingen die zijn aangenomen krachtens het Waalse Wetboek van duurzaam wonen.
In afwijking van lid 1 kan de minister een wijziging van het gebruik toestaan, mits het nieuwe gebruik in overeenstemming is met de opties van de stadsontwikkelingsoperatie.
In afwijking van lid 1 kan de gemeente met stedelijk karakter erfpachtrechten of zakelijke rechten verlenen op verworven, hersteld of gebouwd onroerend goed waarvoor stadsontwikkelingssubsidies zijn toegekend, op voorwaarde dat de ontwerpovereenkomst inzake de verlening van rechten door de minister wordt goedgekeurd.
De overeenkomst inzake de verlening van rechten mag niet afwijken van de volgende bepalingen:
1° in geval van verhuring of opbouw van gesplitste zakelijke rechten worden de huurprijzen en de prijzen vastgesteld overeenkomstig de waarden die door de markt worden bepaald op basis van het advies van de aankoopcommissie, een notaris, een vastgoedlandmeter-expert die is ingeschreven op de lijst die wordt bijgehouden door de Federale Raad van landmeter-experten of een architect die ingeschreven is bij de Orde van Architecten;
2° in het geval van de verhuur van een woning met behulp van stadsontwikkelingssubsidies wordt de huurprijs vastgesteld overeenkomstig het reglement betreffende de verhuur van woningen die worden beheerd door de Société wallonne du Logement of door vennootschappen die erdoor zijn erkend, of overeenkomstig de bepalingen die zijn aangenomen krachtens het Waalse Wetboek van duurzaam wonen.
Art. 26. Pendant une durée de dix ans à dater du décompte final des travaux ou de l'acte d'acquisition du bien concerné, la commune respecte l'affectation et reste détentrice des droits réels des biens qui ont bénéficié de subvention dans le cadre d'une opération de développement urbain.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le Ministre peut autoriser la modification de l'affectation pour autant que la nouvelle affectation respecte les options de l'opération de développement urbain.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la commune à caractère urbain peut concéder des droits de bail ou des droits réels démembrés de la propriété sur les biens immobiliers acquis, réhabilités ou construits qui ont bénéficié de subventions octroyées en développement urbain, pour autant que le projet de convention de concession des droits soit approuvé par le Ministre.
La convention de concession des droits ne peut déroger aux dispositions qui suivent :
1° en cas de location ou de constitution de droits réels démembrés, les loyers et les prix sont fixés conformément aux valeurs établies par le marché sur la base de l'avis du comité d'acquisition, d'un notaire, d'un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau tenu par le conseil fédéral des géomètre-experts ou d'un architecte inscrit à l'Ordre des architectes ;
2° en cas de location d'un logement qui est mis en oeuvre à l'aide de subventions octroyées en développement urbain, le loyer est fixé conformément à la réglementation relative à la location des logements gérés par la Société wallonne du Logement ou par les sociétés agréées par celle-ci ou conformément aux dispositions prises en exécution du Code wallon de l'Habitation durable.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le Ministre peut autoriser la modification de l'affectation pour autant que la nouvelle affectation respecte les options de l'opération de développement urbain.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la commune à caractère urbain peut concéder des droits de bail ou des droits réels démembrés de la propriété sur les biens immobiliers acquis, réhabilités ou construits qui ont bénéficié de subventions octroyées en développement urbain, pour autant que le projet de convention de concession des droits soit approuvé par le Ministre.
La convention de concession des droits ne peut déroger aux dispositions qui suivent :
1° en cas de location ou de constitution de droits réels démembrés, les loyers et les prix sont fixés conformément aux valeurs établies par le marché sur la base de l'avis du comité d'acquisition, d'un notaire, d'un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau tenu par le conseil fédéral des géomètre-experts ou d'un architecte inscrit à l'Ordre des architectes ;
2° en cas de location d'un logement qui est mis en oeuvre à l'aide de subventions octroyées en développement urbain, le loyer est fixé conformément à la réglementation relative à la location des logements gérés par la Société wallonne du Logement ou par les sociétés agréées par celle-ci ou conformément aux dispositions prises en exécution du Code wallon de l'Habitation durable.
Art. 27. De gemeente met stedelijk karakter identificeert de investeringen die zijn gedaan op basis van de toegekende subsidies door de volgende informatie op een zichtbare en duidelijke manier op te nemen:
1° de naam en het hoofddoel van elke actie;
2° de identiteit van de subsidiërende dienst.
1° de naam en het hoofddoel van elke actie;
2° de identiteit van de subsidiërende dienst.
Art. 27. La commune à caractère urbain identifie les investissements réalisés sur base des subventions octroyées en reprenant, de manière visible et claire, les informations suivantes :
1° le nom et le principal objectif de chaque action ;
2° l'identité du pouvoir subsidiant.
1° le nom et le principal objectif de chaque action ;
2° l'identité du pouvoir subsidiant.
Art. 28. De gemeente met stedelijk karakter neemt sociale, milieu- en ethische clausules op in elk van haar bestekken, in overeenstemming met de omzendbrief van de Waalse Regering van 28 november 2013 betreffende de implementatie van een duurzaam aankoopbeleid voor de Waalse gewestelijke aanbestedende overheden, in het kader van de gunning van overheidsopdrachten voor werken of leveringen voor de uitvoering van het driejarige operationele actieplan.
Art. 28. La commune à caractère urbain insère des clauses sociales, environnementales et éthiques dans chacun de ses cahiers spéciaux des charges conformément à la circulaire du Gouvernement wallon du 28 novembre 2013 relative à la mise en place d'une politique d'achat durable pour les pouvoirs adjudicateurs régionaux wallons, dans le cadre de la passation de marchés publics de travaux ou de fournitures pour la mise en oeuvre du plan d'actions triennal opérationnel.
HOOFDSTUK 5. - Intrekkings-, overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Des dispositions abrogatoires, transitoires et finales
Art. 29. Het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013 betreffende de toekenning door het Waals Gewest van subsidies voor de uitvoering van stadsvernieuwingswerken wordt ingetrokken.
Art. 29. L'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2013 relatif à l'octroi par la Région wallonne de subventions pour l'exécution d'opérations de rénovation urbaine est abrogé.
Art. 30. De artikelen R.V.13-1 tot en met R.V.13-6 van het Wetboek worden ingetrokken.
Art. 30. Les articles R.V.13-1 à R.V.13-6 du Code sont abrogés.
Art. 31. Het ministerieel besluit van 24 juni 2013 houdende uitvoering van artikel 1, eerste lid van het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013 betreffende de toekenning van toelagen door het Waals Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties wordt ingetrokken.
Art. 31. L'arrêté ministériel du 24 juin 2013 portant exécution de l'article 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2013 relatif à l'octroi par la Région wallonne de subventions pour l'exécution d'opérations de rénovation urbaine est abrogé.
Art. 32. Het ministerieel besluit van 24 juni 2013 houdende uitvoering van artikel 6, derde lid, en artikel 9, derde lid, van het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013 betreffende de toekenning van toelagen door het Waals Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties wordt ingetrokken.
Art. 32. L'arrêté ministériel du 24 juin 2013 portant exécution de l'article 6, alinéa 3, et de l'article 9, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2013 relatif à l'octroi par la Région wallonne de subventions pour l'exécution d'opérations de rénovation urbaine est abrogé.
Art. 33. § 1. Een gemeente die geniet van een subsidiebeslissing genomen krachtens de bepalingen ingetrokken door artikel 29 of 30, geniet vanaf de inwerkingtreding van dit besluit van de toepassing van de bepalingen vervat in hoofdstuk IV en beschikt over een termijn van twee jaar vanaf de inwerkingtreding van dit besluit om overheidsopdrachten te gunnen of onroerend goed te verwerven dat het voorwerp uitmaakt van een authentieke akte of een vonnis in plaats van een authentieke verkoopakte met het oog op de voltooiing van lopende projecten voor stadsvernieuwing of stadsherstel.
De basis, de percentages en de berekening van de subsidies blijven die welke zijn vastgesteld in toepassing van de voorschriften die van kracht zijn op de datum waarop de subsidie wordt toegekend.
De gemeente heeft vijf jaar de tijd, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit, om aan het bestuur de documenten voor te leggen die nodig zijn om de subsidies voor de lopende projecten voor stadsvernieuwing of stadsherstel vrij te geven.
§ 2. Een gemeente die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit minder dan twaalfduizend inwoners telt en die geniet van een beslissing genomen krachtens de bepalingen die zijn ingetrokken bij artikel 29 of 30, wordt voor de toepassing van deze overgangsbepalingen gelijkgesteld met een gemeente met stedelijk karakter.
§ 3. Binnen vijftien jaar na het erkenningsbesluit wordt het werk voor stadsvernieuwing of stadsherstel waarvoor een gemeente geniet van een beslissing genomen krachtens de bepalingen ingetrokken bij artikel 29 of 30, gelijkgesteld met een stadsontwikkelingsperspectief en onderworpen aan de bepalingen van onderhavig besluit.
§ 4. Wanneer een dossier voor de erkenning van een stadsvernieuwings- of stadshersteloperatie door de gemeenteraad werd goedgekeurd vóór de inwerkingtreding van onderhavig besluit, wordt het door het bestuur behandeld overeenkomstig de erkenningsprocedure die vóór die datum van kracht was.
De basis, de percentages en de berekening van de subsidies blijven die welke zijn vastgesteld in toepassing van de voorschriften die van kracht zijn op de datum waarop de subsidie wordt toegekend.
De gemeente heeft vijf jaar de tijd, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit, om aan het bestuur de documenten voor te leggen die nodig zijn om de subsidies voor de lopende projecten voor stadsvernieuwing of stadsherstel vrij te geven.
§ 2. Een gemeente die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit minder dan twaalfduizend inwoners telt en die geniet van een beslissing genomen krachtens de bepalingen die zijn ingetrokken bij artikel 29 of 30, wordt voor de toepassing van deze overgangsbepalingen gelijkgesteld met een gemeente met stedelijk karakter.
§ 3. Binnen vijftien jaar na het erkenningsbesluit wordt het werk voor stadsvernieuwing of stadsherstel waarvoor een gemeente geniet van een beslissing genomen krachtens de bepalingen ingetrokken bij artikel 29 of 30, gelijkgesteld met een stadsontwikkelingsperspectief en onderworpen aan de bepalingen van onderhavig besluit.
§ 4. Wanneer een dossier voor de erkenning van een stadsvernieuwings- of stadshersteloperatie door de gemeenteraad werd goedgekeurd vóór de inwerkingtreding van onderhavig besluit, wordt het door het bestuur behandeld overeenkomstig de erkenningsprocedure die vóór die datum van kracht was.
Art. 33. § 1er. La commune qui bénéficie d'une décision de subvention prise en vertu des dispositions abrogées par l'article 29 ou 30 jouit, dès l'entrée en vigueur du présent arrêté, de l'application des dispositions contenues au chapitre IV et dispose d'un délai de deux ans à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté pour attribuer les marchés publics ou acquérir les biens immobiliers qui font l`objet d'un acte authentique ou d'un jugement tenant lieu d'acte authentique de vente en vue de finaliser les projets en cours de rénovation ou de revitalisation urbaines.
L'assiette, les taux et le calcul des subventions restent ceux fixés en application de la réglementation en vigueur à la date de l'octroi de la subvention.
La commune dispose d'un délai de cinq ans à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté pour transmettre à l'administration les documents permettant la libération des subsides afférant aux projets en cours de rénovation ou de revitalisation urbaines.
§ 2. La commune de moins de douze mille habitants au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté et qui bénéficie d'une décision prise en vertu des dispositions abrogées par l'article 29 ou 30 est assimilée, dans le cadre de l'exécution des présentes dispositions transitoires, à une commune à caractère urbain.
§ 3. Dans les quinze ans à dater de l'arrêté de reconnaissance, l'opération de rénovation ou de revitalisation urbaines pour laquelle une commune bénéficie d'une décision prise en vertu des dispositions abrogées par l'article 29 ou 30 est assimilée à une perspective de développement urbain et se voit appliquer les dispositions contenues dans le présent arrêté.
§ 4. Lorsqu'un dossier de reconnaissance d'une opération de rénovation ou de revitalisation urbaines a été adopté par le conseil communal avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, celui-ci est traité par l'administration selon la procédure de reconnaissance en vigueur avant cette date.
L'assiette, les taux et le calcul des subventions restent ceux fixés en application de la réglementation en vigueur à la date de l'octroi de la subvention.
La commune dispose d'un délai de cinq ans à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté pour transmettre à l'administration les documents permettant la libération des subsides afférant aux projets en cours de rénovation ou de revitalisation urbaines.
§ 2. La commune de moins de douze mille habitants au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté et qui bénéficie d'une décision prise en vertu des dispositions abrogées par l'article 29 ou 30 est assimilée, dans le cadre de l'exécution des présentes dispositions transitoires, à une commune à caractère urbain.
§ 3. Dans les quinze ans à dater de l'arrêté de reconnaissance, l'opération de rénovation ou de revitalisation urbaines pour laquelle une commune bénéficie d'une décision prise en vertu des dispositions abrogées par l'article 29 ou 30 est assimilée à une perspective de développement urbain et se voit appliquer les dispositions contenues dans le présent arrêté.
§ 4. Lorsqu'un dossier de reconnaissance d'une opération de rénovation ou de revitalisation urbaines a été adopté par le conseil communal avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, celui-ci est traité par l'administration selon la procédure de reconnaissance en vigueur avant cette date.
Art. 34. Tijdens de jaren 2023 en 2024 kan, binnen de grenzen van de beschikbare budgettaire middelen, een subsidie worden toegekend voor de uitvoering van een stadsontwikkelingsoperatie in een prioritaire wijk in Franstalige gemeenten met een bevolking tussen twaalfduizend en vijftigduizend inwoners en in de gemeenten bedoeld in artikel 33, § 2.
De in lid 1 bedoelde gemeenten kunnen in 2023 vóór 15 oktober en in 2024 vóór 15 maart via het loket voor lokale besturen een vereenvoudigd dossier indienen voor een stadsontwikkelingsoperatie die in een prioritaire wijk moet worden uitgevoerd. Dit dossier bevat het volgende:
1° een contextuele analyse die specifiek voor de prioritaire wijk is opgesteld en gebaseerd is op de ruimtelijke strategie van de gemeente;
2° een beschrijving van ten minste drie van de doelstellingen vermeld in artikel L.1123-27/1, § 4, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie;
3° identificatie van de grenzen van de prioritaire wijk, met vermelding van de ontwikkelingsopties;
4° informatie over de geraamde totale kostprijs en de financiering van de stadsontwikkelingsoperatie die in de prioritaire wijk zal worden uitgevoerd.
De in lid 1 bedoelde gemeenten kunnen in 2023 vóór 15 oktober en in 2024 vóór 15 maart via het loket voor lokale besturen een vereenvoudigd dossier indienen voor een stadsontwikkelingsoperatie die in een prioritaire wijk moet worden uitgevoerd. Dit dossier bevat het volgende:
1° een contextuele analyse die specifiek voor de prioritaire wijk is opgesteld en gebaseerd is op de ruimtelijke strategie van de gemeente;
2° een beschrijving van ten minste drie van de doelstellingen vermeld in artikel L.1123-27/1, § 4, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie;
3° identificatie van de grenzen van de prioritaire wijk, met vermelding van de ontwikkelingsopties;
4° informatie over de geraamde totale kostprijs en de financiering van de stadsontwikkelingsoperatie die in de prioritaire wijk zal worden uitgevoerd.
Art. 34. Durant les années 2023 et 2024, une subvention peut, dans les limites des moyens budgétaires disponibles, être octroyée pour mener une opération de développement urbain dans un quartier prioritaire aux communes de langue française dont la population s'établit entre douze mille habitants et cinquante mille habitants ainsi qu'aux communes visées à l'article 33, § 2.
Les communes visées à l'alinéa 1er peuvent introduire, via le Guichet des pouvoirs locaux, en 2023 avant le 15 octobre et en 2024 avant le 15 mars, un dossier simplifié portant sur une opération de développement urbain à mener dans un quartier prioritaire. Il contient :
1° une analyse contextuelle établie spécifiquement pour le quartier prioritaire et réalisée au regard de la stratégie territoriale de la commune ;
2° une déclinaison d'au moins trois objectifs prévus à l'article L.1123-27/1, § 4, du Code de la démocratie locale et de la décentralisation ;
3° une identification du périmètre du quartier prioritaire, en y précisant les options de développement ;
4° des informations concernant l'estimation du coût global et du financement de l'opération de développement urbain à mener dans le quartier prioritaire.
Les communes visées à l'alinéa 1er peuvent introduire, via le Guichet des pouvoirs locaux, en 2023 avant le 15 octobre et en 2024 avant le 15 mars, un dossier simplifié portant sur une opération de développement urbain à mener dans un quartier prioritaire. Il contient :
1° une analyse contextuelle établie spécifiquement pour le quartier prioritaire et réalisée au regard de la stratégie territoriale de la commune ;
2° une déclinaison d'au moins trois objectifs prévus à l'article L.1123-27/1, § 4, du Code de la démocratie locale et de la décentralisation ;
3° une identification du périmètre du quartier prioritaire, en y précisant les options de développement ;
4° des informations concernant l'estimation du coût global et du financement de l'opération de développement urbain à mener dans le quartier prioritaire.
Art. 35. § 1. Het bestuur bevestigt de ontvangst van het volledige dossier binnen tien dagen na ontvangst ervan. Als blijkt dat het dossier onvolledig is, stuurt het bestuur de gemeente binnen vijf dagen een volledige lijst van de ontbrekende documenten.
§ 2. De stadsontwikkelingsoperatie wordt goedgekeurd door de minister op basis van een analyseverslag van het bestuur, dat binnen dertig dagen na ontvangst van een volledig dossier wordt verstuurd.
Wanneer de minister de stadsontwikkelingsoperatie goedkeurt, bepaalt hij het subsidiebedrag dat nodig is om de operatie uit te voeren.
Het bedrag van de subsidie mag niet hoger zijn dan zes miljoen euro.
§ 3. De in de leden 1 en 2 vastgestelde termijnen worden tussen 16 juli en 15 augustus opgeschort.
§ 2. De stadsontwikkelingsoperatie wordt goedgekeurd door de minister op basis van een analyseverslag van het bestuur, dat binnen dertig dagen na ontvangst van een volledig dossier wordt verstuurd.
Wanneer de minister de stadsontwikkelingsoperatie goedkeurt, bepaalt hij het subsidiebedrag dat nodig is om de operatie uit te voeren.
Het bedrag van de subsidie mag niet hoger zijn dan zes miljoen euro.
§ 3. De in de leden 1 en 2 vastgestelde termijnen worden tussen 16 juli en 15 augustus opgeschort.
Art. 35. § 1er. L'administration accuse réception du dossier complet dans les dix jours de sa réception. S'il apparaît que le dossier est incomplet, l'administration renvoie à la commune la liste exhaustive des pièces manquantes dans un délai de cinq jours.
§ 2. L'opération de développement urbain est approuvée par le Ministre sur la base d'un rapport d'analyse de l'administration, transmis dans les trente jours de la réception d'un dossier complet.
Lorsque le Ministre approuve l'opération de développement urbain, il arrête le montant de la subvention nécessaire à la réalisation de celle-ci.
Le montant de la subvention ne peut excéder six millions d'euros.
§ 3. Les délais prévus aux paragraphes 1er et 2 sont suspendus entre le 16 juillet et le 15 août.
§ 2. L'opération de développement urbain est approuvée par le Ministre sur la base d'un rapport d'analyse de l'administration, transmis dans les trente jours de la réception d'un dossier complet.
Lorsque le Ministre approuve l'opération de développement urbain, il arrête le montant de la subvention nécessaire à la réalisation de celle-ci.
Le montant de la subvention ne peut excéder six millions d'euros.
§ 3. Les délais prévus aux paragraphes 1er et 2 sont suspendus entre le 16 juillet et le 15 août.
Art. 36. § 1. De subsidie die wordt toegekend om een stadsontwikkelingsoperatie in een prioritaire wijk uit te voeren, wordt automatisch in schijven uitbetaald volgens de onderstaande tabel:
Jaren Aandeel van het budget
N 1/5 van het budget
N+1 1/5 van het budget
N+2 1/5 van het budget
N+3 1/5 van het budget
N+4 1/5 van het budget
N is het jaar waarin de stadsontwikkelingsoperatie werd goedgekeurd.
Jaren Aandeel van het budget
N 1/5 van het budget
N+1 1/5 van het budget
N+2 1/5 van het budget
N+3 1/5 van het budget
N+4 1/5 van het budget
N is het jaar waarin de stadsontwikkelingsoperatie werd goedgekeurd.
Art. 36. § 1er. La liquidation de la subvention octroyée pour mener une opération de développement urbain dans un quartier prioritaire s'effectue automatiquement, par tranche, conformément au tableau suivant :
Années Part de l'enveloppe
N 1/5 de l'enveloppe
N+1 1/5 de l'enveloppe
N+2 1/5 de l'enveloppe
N+3 1/5 de l'enveloppe
N+4 1/5 de l'enveloppe
N étant l'année d'approbation de l'opération de développement urbain.
Années Part de l'enveloppe
N 1/5 de l'enveloppe
N+1 1/5 de l'enveloppe
N+2 1/5 de l'enveloppe
N+3 1/5 de l'enveloppe
N+4 1/5 de l'enveloppe
N étant l'année d'approbation de l'opération de développement urbain.
Art. 37. Vanaf 1 januari 2025 kunnen steden met meer dan 50.000 inwoners genieten van de ondersteuning en de financiële steun voorzien in het kader van de uitvoering van onderhavig besluit als het geïntegreerde stedelijke beleid, waarvoor de procedure en de uitvoeringsmodaliteiten van het trekkingsrecht onder toezicht werden vastgelegd in een omzendbrief van 15 mei 2021, niet wordt bestendigd door de bepaling van een decreet of reglementering.
Art. 37. A partir du 1er janvier 2025, les villes de plus de 50.000 habitants peuvent bénéficier de l'accompagnement et du soutien financier prévus dans le cadre de l'exécution du présent arrêté si la politique intégrée de la ville, pour laquelle la procédure et les modalités de mise en oeuvre du droit de tirage encadré ont été fixés par circulaire du 15 mai 2021, n'est pas pérennisée à travers une disposition décrétale ou réglementaire.
Art. 38. Voor de toepassing van onderhavig besluit wordt de dag van verzending of ontvangst van de akte, die het startpunt van een termijn vormt, niet meegerekend in de termijn.
De vervaldatum is opgenomen in de termijn. Als deze dag echter een zaterdag, zondag of feestdag is, wordt de vervaldatum verschoven naar de volgende werkdag.
De vervaldatum is opgenomen in de termijn. Als deze dag echter een zaterdag, zondag of feestdag is, wordt de vervaldatum verschoven naar de volgende werkdag.
Art. 38. Pour l'application du présent arrêté, le jour de l'envoi ou de la réception de l'acte, qui est le point de départ d'un délai, n'est pas compris dans le délai.
Le jour de l'échéance est compris dans le délai. Toutefois, lorsque ce jour est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au jour ouvrable suivant.
Le jour de l'échéance est compris dans le délai. Toutefois, lorsque ce jour est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au jour ouvrable suivant.
Art. 39. Onderhavig besluit treedt in werking op 1 september 2023, met uitzondering van de artikelen 2 tot en met 13, die in werking treden op 1 januari 2025.
Art. 39. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2023 à l'exception des articles 2 à 13 qui entrent en vigueur le 1er janvier 2025.
Art. 40. De minister die bevoegd is voor stadsvernieuwing wordt belast met de uitvoering van onderhavig besluit.
Art. 40. Le Ministre qui a la rénovation urbaine dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.