Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
31 AUGUSTUS 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, wat betreft de invoering van een knelpuntpremie voor niet-beroepsactieven
Titre
31 AOUT 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand portant modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle, en ce qui concerne l'introduction d'une prime relative aux métiers en pénurie pour les citoyens sans activité professionnelle
Documentinformatie
Numac: 2023045553
Datum: 2023-08-31
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023045553
Date: 2023-08-31
Moniteur: Voir
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. Aan artikel 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2022, worden een punt 34° en een punt 35° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "34° knelpuntopleiding: een opleiding waarvan het knelpuntkarakter bij de start van de opleidingsactie bepaald wordt. Als een beroepsgerichte opleiding toegang geeft tot ten minste één knelpuntberoep bij de start spreken we van een knelpuntopleiding;
  35° tussentijdse kwalificatie: een kwalificatie die de cursist ontvangt nadat de cursist geslaagd is voor een deel van een knelpuntopleiding, die op zichzelf ook als knelpuntopleiding voor de knelpuntpremie in aanmerking komt.".
Article 1er. A l'article 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 octobre 2022, sont ajoutés un point 34° et un point 35° rédigés comme suit :
  " 34° formation dans un métier en pénurie : une formation dans un métier reconnu au début de l'action de formation comme étant en pénurie. Si une formation professionnelle donne accès à au moins un métier en pénurie au départ, il est question d'une formation dans un métier en pénurie ;
  35° qualification intermédiaire : une qualification que l'apprenant reçoit après avoir réussi une partie d'une formation dans un métier en pénurie et qui, en soi, entre également en considération en tant que formation dans un métier en pénurie donnant droit à la prime relative aux métiers en pénurie. ".
Art. 2. In artikel 6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 3 wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  " § 3. Een cursist heeft recht op een knelpuntpremie voor niet-beroepsactieven als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de cursist volgt een knelpuntopleiding waarvan de vastgestelde duurtijd minstens negentig kalenderdagen bedraagt;
  2° de cursist is in de twee jaar voor de startdatum van de knelpuntopleiding niet tewerkgesteld voor een periode van minstens negentig kalenderdagen of heeft geen opleiding succesvol voltooid onder het stelsel van de Belgische leerplicht;
  3° de cursist is ten minste twee jaar uitgeschreven uit het secundair onderwijs;
  4° de cursist ontvangt geen inkomen op de startdatum van de knelpuntopleiding.
  Met inkomen wordt bedoeld:
  a) een loon als vermeld in de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers;
  b) een werkloosheidsuitkering als vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
  c) een RIZIV-uitkering als vermeld in de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
  d) een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie of een equivalent van het leefloon als vermeld in artikel 60, § 3, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  e) een rustpensioen als vermeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  f) inkomen uit een zelfstandige activiteit.
  De knelpuntpremie voor niet-beroepsactieven wordt als volgt uitbetaald:
  1° de cursist ontvangt een eerste schijf van 750 euro als hij de knelpuntopleiding start. Het bedrag ontvangt de cursist vanaf de vierde week en op voorwaarde dat er voor die periode van de knelpuntopleiding prestaties geregistreerd zijn;
  2° de cursist ontvangt een tweede schijf van 1000 euro als hij succesvol geslaagd is voor een van de volgende onderdelen:
  a) de knelpuntopleiding;
  b) een tussentijdse kwalificatie.
  Als de knelpuntopleiding twee jaar of langer duurt, ontvangt de cursist ieder opleidingsjaar 1000 euro als hij het opleidingsjaar succesvol voltooid heeft.
  Het bedrag ontvangt de cursist één maand na de beëindiging van de knelpuntopleiding of, als de knelpuntopleiding twee jaar of langer duurt, één maand na het einde van het opleidingsjaar.
  De cursist heeft maar één keer per opleidingsjaar recht op de betaling van een tweede schijf van de knelpuntpremie;
  3° de cursist ontvangt een derde schijf van 1500 euro na tewerkstelling als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
  a) de cursist heeft de tweede schijf van de knelpuntpremie voor niet-beroepsactieven ontvangen;
  b) de cursist is succesvol geslaagd voor een knelpuntopleiding of voor een tussentijdse kwalificatie;
  c) de cursist heeft een tewerkstelling van minstens 28 werkdagen gedurende vier maanden nadat hij de knelpuntopleiding beëindigd heeft.
  Onder tewerkgestelde werkdagen wordt verstaan:
  a) dagen die gepresteerd zijn met een arbeidsovereenkomst of onder een ambtenarenstatuut;
  b) dagen die gepresteerd zijn met een IBO-overeenkomst als vermeld in titel III, hoofdstuk III, van dit besluit;
  c) dagen waarvoor de cursist als zelfstandige is ingeschreven.
  Het bedrag ontvangt de cursist vijf maanden nadat hij de knelpuntopleiding beëindigd heeft.
  Als de knelpuntopleiding stopgezet wordt vanwege ziekte, overmacht of zwangerschapsverlof, en als de cursist nadien dezelfde knelpuntopleiding opnieuw voortzet uiterlijk één jaar na de stopzetting, behoudt hij het recht op de uitbetaling van de resterende schijven als aan de voorwaarden voldaan is.
  De cursist kan maar één opleiding volgen waarbij hij in aanmerking komt voor de volledige knelpuntpremie of een deel ervan.
  Overeenkomsten voor knelpuntopleidingen die ingaan vanaf 1 september 2023, komen in aanmerking voor een knelpuntpremie voor niet-beroepsactieven.
  De laatste dag waarop een traject voor een knelpuntopleiding, die recht geeft op een knelpuntpremie, kan ingaan, is 31 oktober 2024.";
  2° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "en 2" vervangen door de zinsnede "tot en met 3".
Art. 2. A l'article 6 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 juillet 2018 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 3 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " § 3. Un apprenant a droit à une prime relative aux métiers en pénurie pour les citoyens sans activité professionnelle si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° l'apprenant suit une formation dans un métier en pénurie dont la durée constatée s'élève au minimum à nonante jours civils ;
  2° l'apprenant n'a pas travaillé pendant une période d'au moins nonante jours civils au cours des deux années précédant la date de début de la formation dans un métier en pénurie ou n'a pas terminé avec succès une formation dans le cadre du système d'enseignement obligatoire belge ;
  3° l'apprenant n'a plus été inscrit dans l'enseignement secondaire depuis au moins deux ans ;
  4° l'apprenant ne perçoit aucun revenu à la date de début de la formation dans un métier en pénurie.
  Il convient d'entendre par revenu :
  a) une rémunération telle que visée dans la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs ;
  b) une allocation de chômage telle que visée dans l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage ;
  c) une allocation de l'INAMI telle que visée dans la loi du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités ;
  d) un revenu d'intégration tel que visé dans la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale ou un équivalent du revenu d'intégration tel que visé à l'article 60, § 3, de la loi organique du 8 juillet 1976 sur les centres publics d'action sociale ;
  e) une pension de retraite telle que visée au chapitre II de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés ;
  f) les revenus provenant d'une activité indépendante.
  La prime relative aux métiers en pénurie pour les citoyens sans activité professionnelle est versée comme suit :
  1° l'apprenant reçoit une première tranche de 750 euros lorsqu'il commence la formation dans un métier en pénurie. Le montant est perçu par l'apprenant à partir de la quatrième semaine et à condition que des prestations aient été enregistrées pour cette période de la formation dans un métier en pénurie ;
  2° l'étudiant reçoit une seconde tranche de 1 000 euros s'il a réussi l'une des composantes suivantes :
  a) la formation dans un métier en pénurie ;
  b) une qualification intermédiaire.
  Si la formation dans un métier en pénurie dure deux ans ou plus, l'apprenant reçoit 1 000 euros par année de formation s'il a terminé avec succès cette année.
  Le montant est versé à l'apprenant un mois après la fin de la formation dans un métier en pénurie ou, si cette formation dure deux ans ou plus, un mois après la fin de l'année de formation.
  L'apprenant n'a droit au paiement d'une deuxième tranche de la prime relative aux métiers en pénurie qu'une seule fois par année de formation ;
  3° l'apprenant reçoit une troisième tranche de 1 500 euros après l'emploi si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  a) l'apprenant a reçu la deuxième tranche de la prime relative aux métiers en pénurie pour les citoyens sans activité professionnelle ;
  b) l'apprenant a réussi une formation dans un métier en pénurie ou une qualification intermédiaire ;
  c) l'apprenant a un emploi d'au moins 28 jours ouvrables pendant quatre mois suivant la fin de la formation dans un métier en pénurie.
  Il convient d'entendre par jours ouvrables employés :
  a) les journées prestées sous contrat de travail ou sous statut de fonctionnaire ;
  b) les journées prestées sous contrat IBO tel que visé au titre III, chapitre III, du présent arrêté ;
  c) les journées pour lesquelles l'apprenant est enregistré en tant qu'indépendant.
  Le montant est perçu par l'apprenant cinq mois après la fin de la formation dans un métier en pénurie.
  Si la formation dans un métier en pénurie est interrompue pour cause de maladie, de force majeure ou de congé de maternité, et si l'apprenant poursuit ensuite la même formation dans un métier en pénurie au plus tard un an après l'interruption, il conserve le droit au paiement des tranches restantes si les conditions sont remplies.
  L'apprenant ne peut suivre qu'une seule formation pour laquelle il est éligible à tout ou partie de la prime relative aux métiers en pénurie.
  Les contrats de formation dans un métier en pénurie débutant à partir du 1er septembre 2023 sont éligibles à une prime relative aux métiers en pénurie pour les citoyens sans activité professionnelle.
  La date ultime de début d'un parcours de formation dans un métier en pénurie, qui donne droit à une prime relative aux métiers en pénurie, est fixée au 31 octobre 2024. " ;
  2° dans le paragraphe 4, le membre de phrase " et 2 " est remplacé par le membre de phrase " à 3 " ;
Art. 3. Dit proefproject wordt uiterlijk 30 juni 2025 geëvalueerd door VDAB.
Art. 3. Ce projet pilote sera évalué par le VDAB le 30 juin 2025 au plus tard.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2023.
  Artikel 6, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, treedt buiten werking op 31 maart 2030.
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2023.
  L'article 6, § 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle, cesse de produire ses effets le 31 mars 2030.
Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le ministre flamand ayant l'emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.