Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 JULI 2023. - Decreet tot uitvoering van maatregelen over het lerarenambt
Titre
14 JUILLET 2023. - Décret portant exécution des mesures relatives à la fonction d'enseignant
Documentinformatie
Numac: 2023044710
Datum: 2023-07-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023044710
Date: 2023-07-14
Moniteur: Voir
Tekst (109)
Texte (109)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991
CHAPITRE 2. - Modifications du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire
Art. 2. Aan artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een punt h) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"h) tellen de kalenderdagen die gepresteerd zijn als tijdelijk personeelslid tussen 1 juli en 31 augustus in een betrekking van het zomeraanbod, vermeld in artikel 130quater van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, mee om de dienstanciënniteit te berekenen, vermeld in punt a), eerste lid.".
Art. 2. L'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, est complété par un point h) rédigé comme suit :
" h) les jours calendrier qui sont prestés comme membre du personnel temporaire entre le 1er juillet et le 31 août dans un emploi de l'offre d'été, visée à l'article 130quater du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, sont pris en compte pour calculer l'ancienneté de service, visée au point a), alinéa 1er. ".
Art. 3. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt een hoofdstuk IIocties ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk IIocties. Flexibele werkregeling".
Art. 3. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, il est inséré un chapitre IIocties, rédigé comme suit :
" Chapitre IIocties. Régime de travail flexible ".
Art. 4. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023 , wordt in hoofdstuk IIocties, ingevoegd bij artikel 3, een artikel 12decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 12decies. Dit hoofdstuk voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad.".
Art. 4. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans le chapitre IIocties, lui-même inséré par l'article 3, il est inséré un article 12decies, rédigé comme suit :
" Art. 12decies. Ce chapitre prévoit la transposition partielle de la directive 2019/1158 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 concernant l'équilibre entre vie professionnelle et vie privée des parents et des aidants et abrogeant la directive 2010/18/UE du Conseil. ".
Art. 5. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in hetzelfde hoofdstuk IIocties een artikel 12undecies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 12undecies. Een personeelslid dat aan de voorwaarden voldoet om volgens de geldende regelgeving recht te hebben op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand, voor mantelzorg of voor palliatieve zorgen, heeft, ongeacht of dat personeelslid die loopbaanonderbreking al of niet opneemt, het recht om voor een aaneengesloten periode van maximaal twaalf maanden een flexibele werkregeling aan te vragen voor zorgdoeleinden.
Een flexibele werkregeling als vermeld in het eerste lid, is een aanpassing van het bestaande werkpatroon van het personeelslid.".
Art. 5. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans le même chapitre IIocties, il est inséré un article 12undecies, rédigé comme suit :
" Art. 12undecies. Un membre du personnel qui remplit les conditions pour avoir droit, conformément à la réglementation en vigueur, à une interruption de carrière pour congé parental, pour assistance médicale, pour services de proximité ou pour soins palliatifs, a le droit, que le membre du personnel prenne ou non cette interruption de carrière, de demander pour une période ininterrompue de douze mois maximum un régime de travail flexible à des fins de soins.
Un régime de travail flexible tel que visé à l'alinéa 1er, est une adaptation du régime de travail existant du membre du personnel. ".
Art. 6. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in hetzelfde hoofdstuk IIocties een artikel 12duodecies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 12duodecies. Het personeelslid dat een flexibele werkregeling wil voor zorgdoeleinden als vermeld in artikel 12undecies, bezorgt daarvoor een schriftelijke aanvraag aan de raad van bestuur minstens twee maanden vóór de gewenste begindatum of, als het gaat om een aanvraag voor palliatieve zorgen, minstens twee weken vóór de gewenste begindatum. De voormelde termijnen kunnen in onderling akkoord tussen de raad van bestuur en het personeelslid worden ingekort. De voormelde aanvraag vermeldt de gewenste begin- en einddatum en het ingeroepen zorgdoeleinde.
De raad van bestuur heeft het recht om een document of documenten te vragen om het zorgdoeleinde te staven dat conform het eerste lid wordt ingeroepen.".
Art. 6. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans le même chapitre IIocties, il est inséré un article 12duodecies, rédigé comme suit :
" Art. 12duodecies. Le membre du personnel qui veut un régime de travail flexible à des fins de soins tel que visé à l'article 12undecies, remet à cet effet une demande écrite au conseil d'administration au moins deux mois avant la date de début souhaitée ou, s'il s'agit d'une demande pour soins palliatifs, au moins deux semaines avant la date de début souhaitée. Les délais précités peuvent être réduits d'un commun accord entre le conseil d'administration et le membre du personnel. La demande précitée mentionne la date de début et la date de fin souhaitées, et la finalité des soins invoquée.
Le conseil d'administration a le droit de demander un document ou des documents étayant la finalité des soins invoquée conformément à l'alinéa 1er. ".
Art. 7. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in hetzelfde hoofdstuk IIocties een artikel 12ter decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 12ter decies. De raad van bestuur kan de aanvraag, vermeld in artikel 12duodecies, rekening houdend met de behoeften van het personeelslid en de continuiteit van het onderwijs en de dienstverlening inwilligen, weigeren of een gemotiveerd tegenvoorstel doen dat bestaat uit een andere flexibele werkregeling of een andere periode voor de uitoefening van de flexibele werkregeling. Het uitstel van een flexibele werkregeling mag niet tot gevolg hebben dat de flexibele werkregeling onmogelijk wordt.
De raad van bestuur bezorgt het personeelslid een schriftelijk antwoord binnen dertig dagen nadat de raad van bestuur de voormelde aanvraag heeft ontvangen. Als de raad van bestuur weigert, deelt de raad van bestuur de gemotiveerde weigeringsbeslissing schriftelijk mee aan het personeelslid.
Het uitblijven van een antwoord van de raad van bestuur of een niet of onvoldoende gemotiveerde weigeringsbeslissing wordt gelijkgesteld met een akkoord.".
Art. 7. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans le même chapitre IIocties, il est inséré un article 12ter decies, rédigé comme suit :
" Art. 12ter decies. Tenant compte des besoins du membre du personnel et de la continuité de l'enseignement et de la prestation de services, le conseil d'administration peut accepter ou refuser la demande, visée à l'article 12duodecies, ou formuler une contre-proposition motivée consistant en un autre régime de travail flexible ou une autre période pour l'exercice du régime de travail flexible. Le report d'un régime de travail flexible ne doit pas avoir pour conséquence que le régime de travail flexible devienne impossible.
Le conseil d'administration remet au membre du personnel une réponse écrite dans les trente jours suivant la réception de la demande précitée par le conseil d'administration. Si le conseil d'administration refuse, il communique la décision de refus motivée par écrit au membre du personnel.
L'absence d'une réponse du conseil d'administration ou une décision de refus non motivée ou insuffisamment motivée est assimilée à un accord. ".
Art. 8. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in hetzelfde hoofdstuk IIocties een artikel 12quater decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 12quater decies. Het personeelslid heeft het recht om na afloop van de flexibele werkregeling, vermeld in artikel 12undecies, zijn oorspronkelijke werkpatroon te hervatten.".
Art. 8. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans le même chapitre IIocties, il est inséré un article 12quater decies, rédigé comme suit :
" Art. 12quater decies. Le membre du personnel a le droit, à la fin du régime de travail flexible, visé à l'article 12undecies, de reprendre son régime de travail initial. ".
Art. 9. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in hetzelfde hoofdstuk IIocties een artikel 12quinquies decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 12quinquies decies. De flexibele werkregeling, vermeld in artikel 12undecies, kan vervroegd worden stopgezet. De raad van bestuur kan een opzeggingstermijn vastleggen voor de aanvraag van de stopzetting.".
Art. 9. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans le même chapitre IIocties, il est inséré un article 12quinquies decies, rédigé comme suit :
" Art. 12quinquies decies. Il peut être mis fin de manière anticipée au régime de travail flexible, visé à l'article 12undecies. Le conseil d'administration peut fixer un délai de préavis pour la demande d'arrêt. ".
Art. 10. In artikel 40septies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003 en vervangen bij het decreet van 7 juli 2006, worden de woorden "de wervingsambten" vervangen door de woorden "de wervings- en selectieambten".
Art. 10. Dans l'article 40septies, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 10 juillet 2003 et remplacé par le décret du 7 juillet 2006, les mots " les fonctions de recrutement " sont remplacés par les mots " les fonctions de recrutement et de sélection ".
Art. 11. In artikel 40octies, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003 en gewijzigd bij de decreten van 22 juni 2007 en 8 juli 2022, worden in punt 2° de woorden "de beleidsondersteuner" vervangen door de zinsnede "de beleidsondersteuner, de adjunct-directeur".
Art. 11. Dans l'article 40octies, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 10 juillet 2003 et modifié par les décrets du 22 juin 2007 et du 8 juillet 2022, au point 2°, les mots " le collaborateur à la politique " sont remplacés par le membre de phrase " le collaborateur à la politique, le directeur adjoint ".
Art. 12. Aan hoofdstuk III van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt een afdeling VIII toegevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling VIII. Mandaat van leraar-specialist".
Art. 12. Au chapitre III du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, une section VIII rédigée comme suit est ajoutée :
" Section VIII. Mandat d'enseignant-spécialiste ".
Art. 13. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023 , wordt in afdeling VIII, toegevoegd bij artikel 12, een artikel 40quinquies decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 40quinquies decies. In afwijking van artikel 3, 36°, wordt in deze afdeling verstaan onder leraar: een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het basisonderwijs en in het secundair onderwijs.
In deze afdeling wordt verstaan onder lesomkadering:
1° in het gewoon voltijds secundair onderwijs: het totaal van de uren-leraar waar de school dat schooljaar recht op heeft conform artikel 22/19, 22/22, 22/24, 65, 209, 210, 222, 226, 227, 234 en 235 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
2° in het buitengewoon secundair onderwijs: het totaal van de lesuren waar de school dat schooljaar recht op heeft conform artikel 22/19, 22/22, 22/24, 65, 298, 318 en 319 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
3° in de centra voor deeltijds onderwijs: het totaal van de uren-leraar waar het centrum dat schooljaar recht op heeft conform artikel 89 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap en conform artikel 22/19, 22/22, 22/24 en 65 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
4° in het gewoon basisonderwijs: het totaal van de lestijden waar de school dat schooljaar recht op heeft conform artikel 132, 134 en 135, artikel 138, § 1, eerste lid, 1°, 3°, 3° bis, 8°, 9° en 10°, artikel 141, § 2, artikel 173quater, 173quinquies/1 en 146, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
5° in het buitengewoon basisonderwijs: het totaal van de lestijden waar de school dat schooljaar recht op heeft conform artikel 137bis, 138, § 1, eerste lid, 1°, 4°, 6°, 7°, 8°, 9° en 10°, en artikel 146, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.".
Art. 13. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, à la section VIII, ajoutée par l'article 12, il est inséré un article 40quinquies decies, rédigé comme suit :
" Art. 40quinquies decies. Par dérogation à l'article 3, 36°, dans la présente section, on entend par enseignant : une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement secondaire.
Dans la présente section, on entend par encadrement pédagogique :
1° dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein : le total des périodes-professeur auxquelles l'école a droit cette année scolaire conformément aux articles 22/19, 22/22, 22/24, 65, 209, 210, 222, 226, 227, 234 et 235 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
2° dans l'enseignement secondaire spécial : le total des heures de cours auxquelles l'école a droit cette année scolaire conformément aux articles 22/19, 22/22, 22/24, 65, 298, 318 et 319 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
3° dans les centres d'enseignement à temps partiel : le total des périodes-professeur auxquelles le centre a droit cette année scolaire conformément à l'article 89 du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande et conformément aux articles 22/19, 22/22, 22/24 et 65 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
4° dans l'enseignement fondamental ordinaire : le total des périodes de cours auxquelles l'école a droit cette année scolaire conformément aux articles 132, 134 et 135, à l'article 138, § 1er, alinéa 1er, 1°, 3°, 3° bis, 8°, 9° et 10°, à l'article 141, § 2, aux articles 173quater, 173quinquies/1 et 146, § 2, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental ;
5° dans l'enseignement fondamental spécial : le total des périodes de cours auxquelles l'école a droit cette année scolaire conformément aux articles 137bis, 138, § 1, alinéa 1er, 1°, 4°, 6°, 7°, 8°, 9° et 10°, et à l'article 146, § 2, du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997. ".
Art. 14. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in dezelfde afdeling VIII een artikel 40sexies decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 40sexies decies. § 1. De raad van bestuur kan een mandaat van leraar-specialist toekennen aan een of meer personeelsleden die aangesteld zijn in een ambt van leraar.
De raad van bestuur kan een opdracht in het mandaat van leraar-specialist, vermeld in het eerste lid, toekennen aan een of meer personeelsleden van een school voor gewoon basisonderwijs, voor buitengewoon basisonderwijs, voor voltijds gewoon secundair onderwijs of voor buitengewoon secundair onderwijs, of van een centrum voor deeltijds onderwijs tot een maximum van 5% van de lesomkadering waar die school of dat centrum dat schooljaar recht op heeft. De opdracht die een personeelslid in het mandaat van leraar-specialist toegewezen krijgt, moet minstens een derde van een voltijdse lesopdracht bedragen. Als het maximum van 5% van de lesomkadering van de school of het centrum minder bedraagt dan een derde van een voltijdse lesopdracht, kan de raad van bestuur in die school of dat centrum aan één personeelslid een mandaat van leraar-specialist toewijzen dat kleiner is dan een derde van een voltijdse opdracht en tot een maximum van 5% van de voormelde lesomkadering.
De raad van bestuur onderhandelt over de criteria en de specifieke taken voor de toekenning van het mandaat van leraar-specialist in het bevoegde lokaal comité. Bij het vastleggen van die criteria en specifieke taken houdt de raad van bestuur rekening met de volgende voorwaarden:
1° het personeelslid heeft minstens tien jaar dienstanciënniteit verworven in het ambt van leraar waarin het personeelslid het mandaat van leraar-specialist krijgt;
2° het personeelslid bezit aantoonbare expertise in functie van de specifieke taak of taken die hij toegewezen krijgt of het personeelslid zal die expertise verwerven;
3° het personeelslid heeft in het ambt van leraar als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" verkregen.
§ 2. Het mandaat van leraar-specialist, vermeld in paragraaf 1, wordt toegekend voor drie schooljaren en kan worden verlengd.".
Art. 14. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans la même section VIII, il est inséré un article 40sexies decies, rédigé comme suit :
" Art. 40sexies decies. § 1er. Le conseil d'administration peut octroyer un mandat d'enseignant-spécialiste à un ou plusieurs membres du personnel qui ont été désignés dans une fonction d'enseignant.
Le conseil d'administration peut confier une mission dans le mandat d'enseignant-spécialiste, visé à l'alinéa 1er, à un ou plusieurs membres du personnel d'une école de l'enseignement fondamental ordinaire, de l'enseignement fondamental spécial, de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein ou de l'enseignement secondaire spécial, ou d'un centre d'enseignement à temps partiel jusqu'à 5 % de l'encadrement pédagogique auquel cette école ou ce centre a droit cette année scolaire. La mission qui est confiée à un membre du personnel dans le mandat d'enseignant-spécialiste, doit s'élever au moins à un tiers d'une mission d'enseignement à temps plein. Si le maximum de 5 % de l'encadrement pédagogique de l'école ou du centre représente moins d'un tiers d'une mission d'enseignement à temps plein, le conseil d'administration de cette école ou ce centre peut octroyer à un seul membre du personnel un mandat d'enseignant-spécialiste qui est inférieur à un tiers d'une mission d'enseignement à temps plein et jusqu'à un maximum de 5 % de l'encadrement pédagogique précité.
Le conseil d'administration négocie les critères et les tâches spécifiques pour l'octroi du mandat d'enseignant-spécialiste dans le comité local compétent. Pour la détermination de ces critères et tâches spécifiques, le conseil d'administration tient compte des conditions suivantes :
1° le membre du personnel a acquis au moins dix ans d'ancienneté de service dans la fonction d'enseignant dans laquelle le membre du personnel obtient le mandat d'enseignant-spécialiste ;
2° le membre du personnel possède une expertise démontrable dans la fonction de la tâche ou des tâches spécifiques qui lui sont confiées ou le membre du personnel va acquérir cette expertise ;
3° le membre du personnel n'a pas obtenu comme dernière évaluation dans la fonction d'enseignant une évaluation portant la conclusion finale " insuffisant ".
§ 2. Le mandat d'enseignant-spécialiste, visé au paragraphe 1er, est octroyé pour trois années scolaires et peut être prolongé. ".
Art. 15. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in dezelfde afdeling VIII een artikel 40septies decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 40septies decies. De raad van bestuur kan een eind maken aan een mandaat van leraar-specialist als vermeld in artikel 40sexies decies met een gemotiveerde opzeg van drie maanden.
In de volgende gevallen maakt de raad van bestuur een eind aan een mandaat van leraar-specialist als vermeld in artikel 40sexies decies:
1° na een definitieve evaluatie met de eindconclusie "onvoldoende" voor het voormelde mandaat;
2° met toepassing van artikel 23, eerste lid, f), h), i), k) en m), en artikel 86. Als met toepassing van artikel 23, eerste lid, k), bij de start van het schooljaar de opdrachten die al zijn toegekend in een mandaat van leraar-specialist als vermeld in artikel 40sexies decies, in de school of in het centrum het maximum van 5% van de toegekende lesomkadering van dat schooljaar overschrijden door een daling in de lesomkadering, onderhandelt de raad van bestuur in het lokaal comité over de criteria die toegepast zullen worden om te bepalen op welke wijze de voormelde daling wordt toegepast ten aanzien van de personeelsleden die een mandaat van leraar-specialist hebben.
Een personeelslid dat belast is met een mandaat van leraar-specialist als vermeld in artikel 40sexies decies, kan op 1 september vrijwillig afzien van dat mandaat. Het personeelslid deelt dat met een aangetekende brief mee aan de raad van bestuur vóór 1 april van hetzelfde jaar. In onderling overleg kan van beide van de voormelde data worden afgeweken.".
Art. 15. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans la même section VIII, il est inséré un article 40septies decies, rédigé comme suit :
" Art. 40septies decies. Le conseil d'administration peut mettre fin à un mandat d'enseignant-spécialiste tel que visé à l'article 40sexies decies moyennant un préavis motivé de trois mois.
Dans les cas suivants, le conseil d'administration met fin à un mandat d'enseignant-spécialiste tel que visé à l'article 40sexies decies :
1° après une évaluation définitive portant la conclusion finale " insuffisant " pour le mandat précité ;
2° en application de l'article 23, alinéa 1er, f), h), i), k) et m), et de l'article 86. Si en application de l'article 23, alinéa 1er, k), les missions qui ont déjà été attribuées dans un mandat d'enseignant-spécialiste tel que visé à l'article 40sexies decies dépassent dans l'école ou le centre en début d'année scolaire le maximum de 5 % de l'encadrement pédagogique octroyé de cette année scolaire en raison d'une baisse de l'encadrement pédagogique, le conseil d'administration négocie dans le comité local les critères qui seront appliqués pour déterminer de quelle manière la baisse précitée sera appliquée à l'égard des membres du personnel qui ont un mandat d'enseignant-spécialiste.
Un membre du personnel qui est chargé d'un mandat d'enseignant-spécialiste tel que visé à l'article 40sexies decies, peut renoncer volontairement à ce mandat le 1er septembre. Le membre du personnel le communique par lettre recommandée au conseil d'administration avant le 1er avril de la même année. D'un commun accord, il est possible de déroger aux deux dates précitées. ".
Art. 16. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in dezelfde afdeling VIII een artikel 40duodevicies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 40duodevicies. Het personeelslid dat het mandaat van leraar-specialist, vermeld in artikel 40sexies decies, uitoefent, heeft recht op een niet-verworven salarisschaal voor de opdracht waarvoor het personeelslid met dat mandaat is belast.
De Vlaamse Regering bepaalt de niet-verworven salarisschaal en de voorwaarden voor de toekenning ervan.".
Art. 16. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans la même section VIII, il est inséré un article 40duodevicies, rédigé comme suit :
" Art. 40duodevicies. Le membre du personnel qui exerce le mandat d'enseignant-spécialiste, visé à l'article 40sexies decies, a droit à une échelle de traitement non acquise pour la mission aux fins de laquelle le membre du personnel a été chargé de ce mandat.
Le Gouvernement flamand arrête l'échelle de traitement non acquise et les modalités d'attribution. ".
Art. 17. Aan artikel 41quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003 en gewijzigd bij de decreten van 15 juni 2007, 5 mei 2023 en 16 juni 2023, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 5. In afwijking van paragraaf 1 kan in het basisonderwijs een betrekking in een selectieambt worden toegekend aan een of meer personeelsleden.".
Art. 17. A l'article 41quater du même décret, inséré par le décret du 14 février 2003 et modifié par les décrets du 15 juin 2007, du 5 mai 2023 et du 16 juin 2023, il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Par dérogation au paragraphe 1er, dans l'enseignement fondamental, un emploi dans une fonction de sélection peut être attribué à un ou plusieurs membres du personnel. ".
Art. 18. Aan artikel 83, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003, 8 mei 2009 en 16 juni 2017, wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"9° die gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ziekte of gebrekkigheid tijdens een verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte.".
Art. 18. A l'article 83, § 2, du même décret, modifié par les décrets du 14 février 2003, du 8 mai 2009 et du 16 juin 2017, un point 9°, rédigé comme suit, est ajouté :
" 9° qui sont partiellement mis à disposition pour cause de maladie ou d'invalidité pendant un congé pour prestations réduites pour cause de maladie. ".
Art. 19. Aan artikel 84, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 april 1993 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"d) wegens ziekte, aanspraak kunnen maken op een wachtgeld.".
Art. 19. A l'article 84, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 28 avril 1993 et modifié par le décret du 16 juin 2017, un point d), rédigé comme suit, est ajouté :
" d) pour cause de maladie, peuvent prétendre à un traitement d'attente. ".
Art. 20. Aan artikel 100quater decies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 maart 2019 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt een paragraaf 10 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 10. Als een personeelslid in toepassing van paragraaf 1 tot en met 9 in het ambt van leraar het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en het personeelslid daarna in hetzelfde ambt van leraar dat recht ook wil laten gelden voor een opleiding, een module, een vak of een specialiteit waarvoor hij een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepaling of bij overgangsmaatregel, bezit, dan moet dit personeelslid voor die opleiding, die module, dit vak of die specialiteit een dienstanciënniteit verwerven van ten minste 290 dagen, waarvan 200 dagen effectief gepresteerd zijn, als vermeld in artikel 21, § 3, of artikel 21bis, § 3.".
Art. 20. A l'article 100quater decies du même décret, inséré par le décret du 15 mars 2019 et modifié par le décret du 9 juillet 2021, il est ajouté un paragraphe 10, rédigé comme suit :
" § 10. Si, en application des paragraphes 1er à 9 inclus, un membre du personnel dans la fonction d'enseignant a acquis le droit à une désignation temporaire pour une durée ininterrompue et le membre du personnel veut ensuite également faire valoir ce droit dans la même fonction d'enseignant pour une formation, un module, un cours ou une spécialité pour lequel il possède un titre jugé suffisant, par disposition organique ou par mesure transitoire, ce membre du personnel doit acquérir pour cette formation, ce module, ce cours ou cette spécialité une ancienneté de service d'au moins 290 jours, dont 200 jours ont été effectivement prestés, tel que visé à l'article 21, § 3, ou à l'article 21bis, § 3. ".
Art. 21. Aan artikel 100quinquies decies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van van 15 maart 2019 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt een paragraaf 10 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 10. Als een personeelslid in toepassing van paragraaf 1 tot en met 9 in het ambt van leraar het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en het personeelslid daarna in hetzelfde ambt van leraar dat recht ook wil laten gelden voor een opleiding, een module, een vak of een specialiteit waarvoor hij een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepaling of bij overgangsmaatregel, bezit, dan moet dit personeelslid voor die opleiding, die module, dit vak of die specialiteit een dienstanciënniteit verwerven van ten minste 290 dagen, waarvan 200 dagen effectief gepresteerd zijn, als vermeld in artikel 21, § 3, of artikel 21bis, § 3.".
Art. 21. A l'article 100quinquies decies du même décret, inséré par le décret du 15 mars 2019 et modifié par le décret du 9 juillet 2021, il est ajouté un paragraphe 10, rédigé comme suit :
" § 10. Si, en application des paragraphes 1er à 9 inclus, un membre du personnel dans la fonction d'enseignant a acquis le droit à une désignation temporaire pour une durée ininterrompue et le membre du personnel veut ensuite également faire valoir ce droit dans la même fonction d'enseignant pour une formation, un module, un cours ou une spécialité pour lequel il possède un titre jugé suffisant, par disposition organique ou par mesure transitoire, ce membre du personnel doit acquérir pour cette formation, ce module, ce cours ou cette spécialité une ancienneté de service d'au moins 290 jours, dont 200 jours ont été effectivement prestés, tel que visé à l'article 21, § 3, ou à l'article 21bis, § 3. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991
CHAPITRE 3. - Modifications du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991
Art. 22. Aan artikel 6, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een punt h) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"h) tellen de kalenderdagen die gepresteerd zijn als tijdelijk personeelslid tussen 1 juli en 31 augustus in een betrekking van het zomeraanbod, vermeld in artikel 130quater van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, mee om de dienstanciënniteit te berekenen, vermeld in punt a), eerste lid.".
Art. 22. A l'article 6, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, un point h), rédigé comme suit, est ajouté :
" h) les jours calendrier qui sont prestés comme membre du personnel temporaire entre le 1er juillet et le 31 août dans un emploi de l'offre d'été, visée à l'article 130quater du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, sont pris en compte pour calculer l'ancienneté de service, visée au point a), alinéa 1er. ".
Art. 23. In titel II van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt een hoofdstuk IIsepties ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk IIsepties. Flexibele werkregeling".
Art. 23. Dans le titre II du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, il est inséré un chapitre IIsepties, rédigé comme suit :
" Chapitre IIsepties. Régime de travail flexible ".
Art. 24. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in hoofdstuk IIsepties, ingevoegd bij artikel 23, een artikel 17novies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 17novies. Dit hoofdstuk voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad.".
Art. 24. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans le chapitre IIsepties, lui-même inséré par l'article 23, il est inséré un article 17novies, rédigé comme suit :
" Art. 17novies. Ce chapitre prévoit la transposition partielle de la directive 2019/1158 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 concernant l'équilibre entre vie professionnelle et vie privée des parents et des aidants et abrogeant la directive 2010/18/UE du Conseil. ".
Art. 25. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in hetzelfde hoofdstuk IIsepties een artikel 17decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 17decies. Een personeelslid dat aan de voorwaarden voldoet om volgens de geldende regelgeving recht te hebben op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand, voor mantelzorg of voor palliatieve zorgen, heeft, ongeacht of dat personeelslid die loopbaanonderbreking al of niet opneemt, het recht om voor een aaneengesloten periode van maximaal twaalf maanden een flexibele werkregeling aan te vragen voor zorgdoeleinden.
Een flexibele werkregeling als vermeld in het eerste lid, is een aanpassing van het bestaande werkpatroon van het personeelslid.".
Art. 25. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans le même chapitre IIsepties, il est inséré un article 17decies, rédigé comme suit :
" Art. 17decies. Un membre du personnel qui remplit les conditions pour avoir droit, conformément à la réglementation en vigueur, à une interruption de carrière pour congé parental, pour assistance médicale, pour services de proximité ou pour soins palliatifs, a le droit, que le membre du personnel prenne ou non cette interruption de carrière, de demander pour une période ininterrompue de douze mois maximum un régime de travail flexible à des fins de soins.
Un régime de travail flexible tel que visé à l'alinéa 1er, est une adaptation du régime de travail existant du membre du personnel. ".
Art. 26. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in hetzelfde hoofdstuk IIsepties een artikel 17undecies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 17undecies. Het personeelslid dat een flexibele werkregeling wil voor zorgdoeleinden als vermeld in artikel 17novies, bezorgt daarvoor een schriftelijke aanvraag aan de inrichtende macht minstens twee maanden vóór de gewenste begindatum of, als het gaat om een aanvraag voor palliatieve zorgen, minstens twee weken vóór de gewenste begindatum. De voormelde termijnen kunnen in onderling akkoord tussen de inrichtende macht en het personeelslid worden ingekort. De voormelde aanvraag vermeldt de gewenste begin- en einddatum en het ingeroepen zorgdoeleinde.
De inrichtende macht heeft het recht om een document of documenten te vragen om het zorgdoeleinde te staven dat conform het eerste lid wordt ingeroepen.".
Art. 26. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans le même chapitre IIsepties, il est inséré un article 17undecies, rédigé comme suit :
" Art. 17undecies. Le membre du personnel qui veut un régime de travail flexible à des fins de soins tel que visé à l'article 17novies, remet à cet effet une demande écrite au pouvoir organisateur au moins deux mois avant la date de début souhaitée ou, s'il s'agit d'une demande pour soins palliatifs, au moins deux semaines avant la date de début souhaitée. Les délais précités peuvent être réduits d'un commun accord entre le pouvoir organisateur et le membre du personnel. La demande précitée mentionne la date de début et la date de fin souhaitées, et la finalité des soins invoquée.
Le pouvoir organisateur a le droit de demander un document ou des documents étayant la finalité des soins invoquée conformément à l'alinéa 1er. ".
Art. 27. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in hetzelfde hoofdstuk IIsepties een artikel 17duodecies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 17duodecies. De inrichtende macht kan de aanvraag, vermeld in artikel 17undecies, rekening houdend met de behoeften van het personeelslid en de continuïteit van het onderwijs en de dienstverlening inwilligen, weigeren of een gemotiveerd tegenvoorstel doen dat bestaat uit een andere flexibele werkregeling of een andere periode voor de uitoefening van de flexibele werkregeling. Het uitstel van een flexibele werkregeling mag niet tot gevolg hebben dat de flexibele werkregeling onmogelijk wordt.
De inrichtende macht bezorgt het personeelslid een schriftelijk antwoord binnen dertig dagen nadat de inrichtende macht de voormelde aanvraag heeft ontvangen. Als de inrichtende macht weigert, deelt de inrichtende macht de gemotiveerde weigeringsbeslissing schriftelijk mee aan het personeelslid. Het uitblijven van een antwoord van de inrichtende macht of een niet of onvoldoende gemotiveerde weigeringsbeslissing wordt gelijkgesteld met een akkoord.".
Art. 27. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans le même chapitre IIsepties, il est inséré un article 17duodecies, rédigé comme suit :
" Art. 17duodecies. Tenant compte des besoins du membre du personnel et de la continuité de l'enseignement et de la prestation de services, le pouvoir organisateur peut accepter ou refuser la demande, visée à l'article 17undecies, ou formuler une contre-proposition motivée consistant en un autre régime de travail flexible ou une autre période pour l'exercice du régime de travail flexible. Le report d'un régime de travail flexible ne doit pas avoir pour conséquence que le régime de travail flexible devienne impossible.
Le pouvoir organisateur remet au membre du personnel une réponse écrite dans les trente jours suivant la réception de la demande précitée par le pouvoir organisateur. Si le pouvoir organisateur refuse, ce dernier notifie par écrit au membre du personnel sa décision de refus motivée. L'absence d'une réponse du pouvoir organisateur ou une décision de refus non motivée ou insuffisamment motivée est assimilée à un accord. ".
Art. 28. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in hetzelfde hoofdstuk IIsepties een artikel 17ter decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 17ter decies. Het personeelslid heeft het recht om na afloop van de flexibele werkregeling, vermeld in artikel 17decies, zijn oorspronkelijke werkpatroon te hervatten.".
Art. 28. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans le même chapitre IIsepties, il est inséré un article 17ter decies, rédigé comme suit :
" Art. 17ter decies. Le membre du personnel a le droit, à la fin du régime de travail flexible, visé à l'article 17decies, de reprendre son régime de travail initial. ".
Art. 29. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in hetzelfde hoofdstuk IIsepties een artikel 17quater decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 17quater decies. De flexibele werkregeling, vermeld in artikel 17decies, kan vervroegd worden stopgezet. De inrichtende macht kan een opzeggingstermijn vastleggen voor de aanvraag van de stopzetting.".
Art. 29. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans le même chapitre IIsepties, il est inséré un article 17quater decies, rédigé comme suit :
" Art. 17quater decies. Il peut être mis fin de manière anticipée au régime de travail flexible, visé à l'article 17decies. Le pouvoir organisateur peut fixer un délai de préavis pour la demande d'arrêt. ".
Art. 30. In artikel 36quinquies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003 en vervangen bij het decreet van 7 juli 2006, worden de woorden "de wervingsambten" vervangen door de woorden "de wervingsen selectieambten".
Art. 30. Dans l'article 36quinquies, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 10 juillet 2003 et remplacé par le décret du 7 juillet 2006, les mots " les fonctions de recrutement " sont remplacés par les mots " les fonctions de recrutement et de sélection ".
Art. 31. In artikel 36sexies, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003 en gewijzigd bij de decreten van 22 juni 2007 en 8 juli 2022, worden in punt 2° de woorden "de beleidsondersteuner" vervangen door de zinsnede "de beleidsondersteuner, de adjunct-directeur".
Art. 31. Dans l'article 36sexies, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 10 juillet 2003 et modifié par les décrets du 22 juin 2007 et du 8 juillet 2022, au point 2°, les mots " le collaborateur à la politique " sont remplacés par le membre de phrase " le collaborateur à la politique, le directeur adjoint ".
Art. 32. Aan titel II, hoofdstuk III, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt een afdeling VIII toegevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling VIII. Mandaat van leraar-specialist".
Art. 32. Au titre II, chapitre III, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, une section VIII rédigée comme suit est ajoutée :
" Section VIII. Mandat d'enseignant-spécialiste ".
Art. 33. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in afdeling 11, toegevoegd bij artikel 32, een artikel 36novies/5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 36novies/5. In afwijking van artikel 5, 26°, wordt in deze afdeling verstaan onder leraar: een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het basisonderwijs en in het secundair onderwijs.
In deze afdeling wordt verstaan onder lesomkadering:
1° in het gewoon voltijds secundair onderwijs: het totaal van de uren-leraar waar de school dat schooljaar recht op heeft conform artikel 22/19, 22/22, 22/24, 65, 209, 210, 222, 226, 227, 234 en 235 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
2° in het buitengewoon secundair onderwijs: het totaal van de lesuren waar de school dat schooljaar recht op heeft conform artikel 22/19, 22/22, 22/24, 65, 298, 318 en 319 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
3° in de centra voor deeltijds onderwijs: het totaal van de uren-leraar waar het centrum dat schooljaar recht op heeft conform artikel 89 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap en conform artikel 22/19, 22/22, 22/24 en 65 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
4° in het gewoon basisonderwijs: het totaal van de lestijden waar de school dat schooljaar recht op heeft conform artikel 132, 134 en 135, artikel 138, § 1, eerste lid, 1°, 3°, 3° bis, 8°, 9° en 10°, artikel 141, § 2, artikel 173quater, 173quinquies/1 en 146, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
5° in het buitengewoon basisonderwijs: het totaal van de lestijden waar de school dat schooljaar recht op heeft conform artikel 137bis, 138, § 1, eerste lid, 1°, 4°, 6°, 7°, 8°, 9° en 10°, en artikel 146, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.".
Art. 33. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, à la section 11, ajoutée par l'article 32, un article 36novies/5, rédigé comme suit, est ajouté :
" Art. 36novies/5. Par dérogation à l'article 5, 26°, dans la présente section, on entend par enseignant : une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement secondaire.
Dans la présente section, on entend par encadrement pédagogique :
1° dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein : le total des périodes-professeur auxquelles l'école a droit cette année scolaire conformément aux articles 22/19, 22/22, 22/24, 65, 209, 210, 222, 226, 227, 234 et 235 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
2° dans l'enseignement secondaire spécial : le total des heures de cours auxquelles l'école a droit cette année scolaire conformément aux articles 22/19, 22/22, 22/24, 65, 298, 318 et 319 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
3° dans les centres d'enseignement à temps partiel : le total des périodes-professeur auxquelles le centre a droit cette année scolaire conformément à l'article 89 du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande et conformément aux articles 22/19, 22/22, 22/24 et 65 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
4° dans l'enseignement fondamental ordinaire : le total des périodes de cours auxquelles l'école a droit cette année scolaire conformément aux articles 132, 134 et 135, à l'article 138, § 1er, alinéa 1er, 1°, 3°, 3° bis, 8°, 9° et 10°, à l'article 141, § 2, aux articles 173quater, 173quinquies/1 et 146, § 2, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental ;
5° dans l'enseignement fondamental spécial : le total des périodes de cours auxquelles l'école a droit cette année scolaire conformément aux articles 137bis, 138, § 1, alinéa 1er, 1°, 4°, 6°, 7°, 8°, 9° et 10°, et à l'article 146, § 2, du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997. ".
Art. 34. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in dezelfde afdeling 11 een artikel 36novies/6 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 36novies/6. § 1. De inrichtende macht kan een mandaat van leraar-specialist toekennen aan een of meer personeelsleden die aangesteld zijn in een ambt van leraar.
De inrichtende macht kan een opdracht in het mandaat van leraar-specialist, vermeld in het eerste lid, toekennen aan een of meer personeelsleden van een school voor gewoon basisonderwijs, voor buitengewoon basisonderwijs, voor voltijds gewoon secundair onderwijs of voor buitengewoon secundair onderwijs, of van een centrum voor deeltijds onderwijs tot een maximum van 5% van de lesomkadering waar die school of dat centrum dat schooljaar recht op heeft. De opdracht die een personeelslid in het mandaat van leraar-specialist toegewezen krijgt, moet minstens een derde van een voltijdse lesopdracht bedragen. Als het maximum van 5% van de lesomkadering van de school of het centrum minder bedraagt dan een derde van een voltijdse lesopdracht, kan de inrichtende macht in die school of dat centrum aan één personeelslid een mandaat van leraar-specialist toewijzen dat kleiner is dan een derde van een voltijdse lesopdracht en tot een maximum van 5% van de voormelde lesomkadering.
De inrichtende macht onderhandelt over de criteria en de specifieke taken voor de toekenning van het mandaat van leraar-specialist, vermeld in het eerste lid, in het bevoegde lokaal comité. Bij het vaststellen van die criteria en specifieke taken houdt de inrichtende macht rekening met de volgende voorwaarden:
1° het personeelslid heeft minstens tien jaar dienstanciënniteit verworven in het ambt van leraar waarin het personeelslid het mandaat van leraar-specialist krijgt;
2° het personeelslid bezit aantoonbare expertise in functie van de specifieke taak of taken die hij toegewezen krijgt of het personeelslid zal die expertise verwerven;
3° het personeelslid heeft in het ambt van leraar als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" verkregen.
§ 2. Het mandaat van leraar-specialist, vermeld in paragraaf 1, wordt toegekend voor drie schooljaren en kan worden verlengd.".
Art. 34. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans la même section 11, il est inséré un article 36novies/6, rédigé comme suit :
" Art. 36novies/6. § 1er. Le pouvoir organisateur peut octroyer un mandat d'enseignant-spécialiste à un ou plusieurs membres du personnel qui ont été désignés dans une fonction d'enseignant.
Le pouvoir organisateur peut confier une mission dans le mandat d'enseignant-spécialiste, visé à l'alinéa 1er, à un ou plusieurs membres du personnel d'une école de l'enseignement fondamental ordinaire, de l'enseignement fondamental spécial, de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein ou de l'enseignement secondaire spécial, ou d'un centre d'enseignement à temps partiel jusqu'à 5 % de l'encadrement pédagogique auquel cette école ou ce centre a droit cette année scolaire. La mission qui est confiée à un membre du personnel dans le mandat d'enseignant-spécialiste, doit s'élever au moins à un tiers d'une mission d'enseignement à temps plein. Si le maximum de 5 % de l'encadrement pédagogique de l'école ou du centre représente moins d'un tiers d'une mission d'enseignement à temps plein, le pouvoir organisateur de cette école ou ce centre peut octroyer à un seul membre du personnel un mandat d'enseignant-spécialiste qui est inférieur à un tiers d'une mission d'enseignement à temps plein et jusqu'à un maximum de 5 % de l'encadrement pédagogique précité.
Le pouvoir organisateur négocie les critères et les tâches spécifiques pour l'octroi du mandat d'enseignant-spécialiste, visé à l'alinéa 1er, dans le comité local compétent. Pour l'établissement de ces critères et tâches spécifiques, le pouvoir organisateur tient compte des conditions suivantes :
1° le membre du personnel a acquis au moins dix ans d'ancienneté de service dans la fonction d'enseignant dans laquelle le membre du personnel obtient le mandat d'enseignant-spécialiste ;
2° le membre du personnel possède une expertise démontrable dans la fonction de la tâche ou des tâches spécifiques qui lui sont confiées ou le membre du personnel va acquérir cette expertise ;
3° le membre du personnel n'a pas obtenu comme dernière évaluation dans la fonction d'enseignant une évaluation portant la conclusion finale " insuffisant ".
§ 2. Le mandat d'enseignant-spécialiste, visé au paragraphe 1er, est octroyé pour trois années scolaires et peut être prolongé. ".
Art. 35. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in dezelfde afdeling 11 een artikel 36novies/7 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 36novies/7. De inrichtende macht kan een eind maken aan een mandaat van leraar-specialist als vermeld in artikel 36novies/6 met een gemotiveerde opzeg van drie maanden.
In de volgende gevallen maakt de inrichtende macht een eind aan een mandaat van leraar-specialist als vermeld in artikel 36novies/6:
1° na een definitieve evaluatie met de eindconclusie "onvoldoende" voor het mandaat;
2° met toepassing van artikel 21, § 1, eerste lid, d), g), h), i) en j), en artikel 86. Als met toepassing van artikel 21, § 1, eerste lid, d), bij de start van het schooljaar de opdrachten die al zijn toegekend in een mandaat van leraar-specialist als vermeld in artikel 36novies/6, in de school of in het centrum het maximum van 5% van de toegekende lesomkadering van dat schooljaar overschrijden door een daling in de lesomkadering, onderhandelt de inrichtende macht in het lokaal comité over de criteria die gehanteerd zullen worden om te bepalen op welke wijze de voormelde daling wordt toegepast ten aanzien van de personeelsleden die een mandaat van leraar-specialist hebben.
Een personeelslid dat belast is met een mandaat van leraar-specialist als vermeld in artikel 36novies/6, kan op 1 september vrijwillig afzien van dat mandaat. Het personeelslid deelt dat met een aangetekende brief mee aan de inrichtende macht vóór 1 april van hetzelfde jaar. In onderling overleg kan van beide van de voormelde data worden afgeweken.".
Art. 35. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans la même section 11, il est inséré un article 36novies/7, rédigé comme suit :
" Art. 36novies/7. Le pouvoir organisateur peut mettre fin à un mandat d'enseignant-spécialiste tel que visé à l'article 36novies/6 moyennant un préavis motivé de trois mois.
Dans les cas suivants, le pouvoir organisateur met fin à un mandat d'enseignant-spécialiste tel que visé à l'article 36novies/6 :
1° après une évaluation définitive portant la conclusion finale " insuffisant " pour le mandat ;
2° en application de l'article 21, § 1er, alinéa 1er, d), g), h), i) et j), et de l'article 86. Si en application de l'article 21, § 1er, alinéa 1er, d), les missions qui ont déjà été attribuées dans un mandat d'enseignant-spécialiste tel que visé à l'article 36novies/6 dépassent dans l'école ou le centre en début d'année scolaire le maximum de 5 % de l'encadrement pédagogique octroyé de cette année scolaire en raison d'une baisse de l'encadrement pédagogique, le pouvoir organisateur négocie dans le comité local les critères qui seront utilisés pour déterminer de quelle manière la baisse précitée sera appliquée à l'égard des membres du personnel qui ont un mandat d'enseignant-spécialiste.
Un membre du personnel qui est chargé d'un mandat d'enseignant-spécialiste tel que visé à l'article 36novies/6, peut renoncer volontairement à ce mandat le 1er septembre. Le membre du personnel le communique par lettre recommandée au pouvoir organisateur avant le 1er avril de la même année. D'un commun accord, il est possible de déroger aux deux dates précitées. ".
Art. 36. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, wordt in dezelfde afdeling 11 een artikel 36novies/8 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 36novies/8. Het personeelslid dat het mandaat van leraar-specialist, vermeld in artikel 36novies/6, uitoefent, heeft recht op een niet-verworven salarisschaal voor de opdracht waarvoor het personeelslid met dat mandaat is belast.
De Vlaamse Regering bepaalt de niet-verworven salarisschaal en de voorwaarden voor de toekenning ervan.".
Art. 36. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, dans la même section 11, il est inséré un article 36novies/8, rédigé comme suit :
" Art. 36novies/8. Le membre du personnel qui exerce le mandat d'enseignant-spécialiste, visé à l'article 36novies/6, a droit à une échelle de traitement non acquise pour la mission aux fins de laquelle le membre du personnel a été chargé de ce mandat.
Le Gouvernement flamand arrête l'échelle de traitement non acquise et les modalités d'attribution. ".
Art. 37. Aan artikel 37bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003 en gewijzigd bij de decreten van 15 juni 2007, 5 mei 2023 en 16 juni 2023, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 5. In afwijking van paragraaf 1 kan in het basisonderwijs een betrekking in een selectieambt worden toegekend aan een of meer personeelsleden.".
Art. 37. A l'article 37bis du même décret, inséré par le décret du 14 février 2003 et modifié par les décrets du 15 juin 2007, du 5 mai 2023 et du 16 juin 2023, il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Par dérogation au paragraphe 1er, dans l'enseignement fondamental, un emploi dans une fonction de sélection peut être attribué à un ou plusieurs membres du personnel. ".
Art. 38. Aan artikel 57, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003, 8 mei 2009 en 16 juni 2017, wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"9° die gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ziekte of gebrekkigheid tijdens een verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte.".
Art. 38. A l'article 57, § 2, du même décret, modifié par les décrets du 14 février 2003, du 8 mai 2009 et du 16 juin 2017, un point 9°, rédigé comme suit, est ajouté :
" 9° qui sont partiellement mis à disposition pour cause de maladie ou d'invalidité pendant un congé pour prestations réduites pour cause de maladie. ".
Art. 39. Aan artikel 58, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 april 1993 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"d) wegens ziekte, aanspraak kunnen maken op een wachtgeldtoelage.".
Art. 39. A l'article 58, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 28 avril 1993 et modifié par le décret du 16 juin 2017, un point d), rédigé comme suit, est ajouté :
" d) pour cause de maladie, peuvent prétendre à une subvention-traitement d'attente. ".
Art. 40. Aan artikel 77bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 maart 2019 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt een paragraaf 10 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 10. Als een personeelslid in toepassing van paragraaf 1 tot en met 9 in het ambt van leraar het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en het personeelslid daarna in hetzelfde ambt van leraar dit recht ook wil laten gelden voor een opleiding, een module, een vak of een specialiteit waarvoor hij een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepaling of bij overgangsmaatregel, bezit, dan moet dit personeelslid voor die opleiding, die module, dit vak of die specialiteit een dienstanciënniteit verwerven van ten minste 290 dagen, waarvan 200 dagen effectief gepresteerd zijn, als vermeld in artikel 23, § 3.".
Art. 40. A l'article 77bis du même décret, inséré par le décret du 15 mars 2019 et modifié par le décret du 9 juillet 2021, il est ajouté un paragraphe 10, rédigé comme suit :
" § 10. Si, en application des paragraphes 1er à 9 inclus, un membre du personnel dans la fonction d'enseignant a acquis le droit à une désignation temporaire pour une durée ininterrompue et le membre du personnel veut ensuite également faire valoir ce droit dans la même fonction d'enseignant pour une formation, un module, un cours ou une spécialité pour lequel il possède un titre jugé suffisant, par disposition organique ou par mesure transitoire, ce membre du personnel doit acquérir pour cette formation, ce module, ce cours ou cette spécialité une ancienneté de service d'au moins 290 jours, dont 200 jours ont été effectivement prestés, tel que visé à l'article 23, § 3. ".
Art. 41. Aan artikel 77ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 maart 2019 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt een paragraaf 11 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 11. Als een personeelslid in toepassing van paragraaf 1 tot en met 9 in het ambt van leraar het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en het personeelslid daarna in hetzelfde ambt van leraar dit recht ook wil laten gelden voor een opleiding, een module, een vak of een specialiteit waarvoor hij een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepaling of bij overgangsmaatregel, bezit, dan moet dit personeelslid voor die opleiding, die module, dit vak of die specialiteit een dienstanciënniteit verwerven van ten minste 290 dagen, waarvan 200 dagen effectief gepresteerd zijn, als vermeld in artikel 23bis, § 3.".
Art. 41. A l'article 77ter du même décret, inséré par le décret du 15 mars 2019 et modifié par le décret du 9 juillet 2021, il est ajouté un paragraphe 11, rédigé comme suit :
" § 11. Si, en application des paragraphes 1er à 9 inclus, un membre du personnel dans la fonction d'enseignant a acquis le droit à une désignation temporaire pour une durée ininterrompue et le membre du personnel veut ensuite également faire valoir ce droit dans la même fonction d'enseignant pour une formation, un module, un cours ou une spécialité pour lequel il possède un titre jugé suffisant, par disposition organique ou par mesure transitoire, ce membre du personnel doit acquérir pour cette formation, ce module, ce cours ou cette spécialité une ancienneté de service d'au moins 290 jours, dont 200 jours ont été effectivement prestés, tel que visé à l'article 23bis, § 3. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken
CHAPITRE 4. - Modifications du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques
Art. 42. In titel II, hoofdstuk II, van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016 en bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt een afdeling 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling 1/1. Flexibele werkregeling".
Art. 42. Dans le titre II, chapitre II, du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 octobre 2016 et sanctionné par le décret du 23 décembre 2016, il est inséré une section 1/1, rédigée comme suit :
" Section 1/1. Régime de travail flexible ".
Art. 43. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 20 december 2019, wordt in afdeling 1/1, ingevoegd bij artikel 42, een artikel 9/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 9/1. Artikel 60/2 tot en met 60/6 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs zijn van toepassing op de leden van de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.".
Art. 43. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 20 décembre 2019, dans la section 1/1, insérée par l'article 42, il est inséré un article 9/1, rédigé comme suit :
" Art. 9/1. Les articles 60/2 à 60/6 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement sont d'application aux membres de l'inspection et de l'encadrement des cours philosophiques. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
CHAPITRE 5. - Modifications du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental
Art. 44. In artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt een punt 17° ter ingevoegd, dat luidt als volgt:
" 17° ter Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR);".
Art. 44. Dans l'article 3 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, il est inséré un point 17° ter, rédigé comme suit :
" 17° ter Cadre européen commun de référence pour les langues : la traduction française du Common European Framework of Reference for Languages (CEFR) publié par le Conseil de l'Europe ; ".
Art. 45. In artikel 130, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 juli 2022, wordt tussen het woord "toegekende" en het woord "lestijden" het woord "vacante" ingevoegd.
Art. 45. A l'article 130, § 2, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 8 juillet 2022, le mot " vacantes " est inséré entre les mots " périodes de cours " et le mot " attribuées ".
Art. 46. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt een artikel 130bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 130bis. § 1. Een schoolbestuur kan bij een tekort van onderwijzend personeel op de arbeidsmarkt een deel van zijn omkadering voor het onderwijzend personeel van een of meer van zijn scholen telkens voor maximaal één schooljaar aanwenden om via een overeenkomst van dienstverlening tussen het schoolbestuur en een organisatie of onderneming in de publieke of private sector, in die school of scholen een of meer werknemers van die organisatie of onderneming in dienst te nemen via een dienstverleningsovereenkomst. Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 en de uitvoeringsbesluiten van die decreten zijn niet van toepassing op de voormelde werknemers.
Bij de wijze van aanwending van de omkadering voor het onderwijzend personeel, vermeld in het eerste lid, kan het schoolbestuur dat het personeelslid in dienst neemt, lestijden van een of meer van zijn scholen, vermeld in het eerste lid, omzetten in een krediet ten belope van de lesopdracht of lesopdrachten die in de dienstverleningsovereenkomst zijn vastgelegd. Het voormelde krediet wordt aangewend als financiële tegemoetkoming voor de onderneming of de organisatie, vermeld in het eerste lid. Het schoolbestuur wendt voor de voormelde financiële tegemoetkoming lestijden aan uit de lestijden die aan de school zijn toegekend conform artikel 132, 134, 135, 137bis, 138, § 1, eerste lid, 1°, artikel 141, § 2, artikel 173quater of 173quinquies/1.
De regering bepaalt het bedrag dat een schoolbestuur per lestijd kan omzetten in een krediet en de wijze van melding van voormelde omzetting aan de bevoegde dienst die de regering aanwijst. Het schoolbestuur machtigt de voormelde dienst om de financiële tegemoetkoming rechtstreeks uit te betalen aan de organisatie of onderneming, vermeld in het eerste lid, waarmee het schoolbestuur een dienstverleningsovereenkomst sluit.
De regering stelt een model van dienstverleningsovereenkomst op, waarbij ze rekening houdt met de voorwaarden, vermeld in de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. In het voormelde model van dienstverleningsovereenkomst worden al de volgende elementen opgenomen:
1° de specifieke opdracht van de werknemer, vermeld in het eerste lid, in de school;
2° de aanstellings- en arbeidsvoorwaarden die gelden voor de werknemer, vermeld in het eerste lid, waarbij alvast het salaris en de financiële voordelen die de voormelde werknemer in zijn onderneming of organisatie geniet gegarandeerd blijven door de uitsturende onderneming of organisatie;
3° de opleiding die de werknemer, vermeld in het eerste lid, moet gevolgd hebben;
4° de plichten die de werknemer, vermeld in het eerste lid, moet naleven bij het uitoefenen van zijn opdracht. In de voormelde plichten wordt uitdrukkelijk bepaald dat de voormelde werknemer altijd onder het gezag blijft van zijn organisatie of onderneming, tenzij het gaat om plichten die betrekking hebben
op het welzijn op het werk of over specifieke instructies die nodig zijn voor de goede uitvoering van de specifieke opdracht;
5° de duur van de dienstverleningsovereenkomst;
6° de mogelijkheden tot voortijdige beëindiging van de dienstverleningsovereenkomst.
De werknemers, vermeld in het eerste lid, moeten voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden die de regering opneemt in het model van dienstverleningsovereenkomst, vermeld in het vierde lid. Werknemers als vermeld in het eerste lid, die ter beschikking worden gesteld van een school die in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, tonen daarenboven aan dat ze de kennis van het Nederlands als onderwijstaal beheersen op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. De voormelde werknemers bewijzen de voormelde vereiste taalkennis op een van de volgende wijzen:
1° met een bekwaamheidsbewijs dat de regering vastlegt voor een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en dat behaald is in de onderwijstaal;
2° met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
3° met een studiebewijs dat gelijkwaardig is met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs en dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
4° met een getuigschrift, een certificaat of een attest dat het vereiste niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen aantoont.
§ 2. Het tekort van onderwijzend personeel op de arbeidsmarkt, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, blijkt uit het feit dat het schoolbestuur in de school waar het de werknemer van een organisatie of onderneming, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, in dienst wil nemen voor een vacature in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel ambt van kleuteronderwijzer of onderwijzer, de voormelde vacature niet kan invullen via een reguliere aanstelling van een personeelslid dat daarvoor beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.
In het eerste lid wordt verstaan onder vacature: een volledige of onvolledige betrekking die vacant is of waarvan de afwezige titularis of zijn vervanger regulier kan worden vervangen.
Om de vacature, vermeld in het eerste lid, in te vullen, sluit het schoolbestuur van de school een dienstverleningsovereenkomst met zijn onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. In de voormelde dienstverleningsovereenkomst worden de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of organisatie voor een welbepaalde opdracht en de periode van de terbeschikkingstelling opgenomen. De dienstverleningsovereenkomst regelt altijd een lesopdracht die de volgende taken omvat:
1° de planning en voorbereiding van lessen;
2° het lesgeven zelf;
3° de klaseigen leerlingenbegeleiding;
4° de evaluatie van de leerlingen;
5° het overleg en de samenwerking met directie, collega's, CLB, leersteuncentra en ouders.
Het schoolbestuur en de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, sluiten de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 1, af. De voormelde dienstverleningsovereenkomst bevat de volgende bepalingen en voorwaarden over de uitvoering van de opdracht, vermeld in het derde lid:
1° de gegevens van het schoolbestuur dat als opdrachtgever optreedt en de gegevens van de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die als opdrachtnemer optreedt;
2° de contactgegevens van de gemachtigden die de beide partijen aanwijzen;
3° de opdracht die wordt overeengekomen, de wijze van uitvoering van die opdracht en de ondersteuning waarop de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, recht heeft tijdens die uitvoering en die de school aanbiedt;
4° de voorwaarden waaraan de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, inschakelt, moet beantwoorden, waarbij uitdrukkelijk bepaald wordt dat de werknemer onder het gezag blijft van de onderneming of organisatie, tenzij het gaat om instructies die het schoolbestuur aan de werknemer geeft in het kader van de uitvoering van de opdracht en die in de deelovereenkomst worden opgenomen;
5° de financiële en sociale verplichtingen ten aanzien van de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die ten laste van de onderneming of organisatie blijven;
6° de financiële tegemoetkoming die het schoolbestuur betaalt aan de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en de modaliteiten van betaling;
7° bepalingen over de vertrouwelijkheid waartoe de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, zich verbindt met het oog op de uitvoering van de opdracht. In de voormelde bepalingen wordt in elk geval opgenomen dat de werknemer van de onderneming of organisatie het ambtsgeheim in onderwijs moet naleven;
8° bepalingen over de intellectuele eigendom, waarbij de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, zich ermee akkoord verklaart dat alle auteurs- of andere intellectuele rechten op werken die in het kader van de uitvoering van de opdracht worden gerealiseerd, overgedragen worden aan het schoolbestuur en waarbij afspraken opgenomen kunnen worden over het eventuele interne gebruik van dit intellectuele eigendom in de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid;
9° bepalingen over de aansprakelijkheid bij de uitvoering van de opdracht, waarbij in elk geval wordt opgenomen dat het schoolbestuur ervoor zorgt dat de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, tijdens de uitvoering van de opdracht op dezelfde wijze is verzekerd als al zijn andere personeelsleden;
10° de bepalingen, vermeld in artikel 8 tot en met 10 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
11° de duurtijd van de dienstverleningsovereenkomst.
§ 3. De onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, selecteert een werknemer om de opdracht uit te oefenen die in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 2, vierde lid, is vastgelegd. De werknemer moet aan al de volgende voorwaarden voldoen:
1° de werknemer is minstens drie jaren in dienst bij de onderneming of bij de organisatie;
2° de werknemer is van onberispelijk gedrag. Het voormelde blijkt uit een uittreksel uit het strafregister met de finaliteit 596.2 - model bestemd voor contacten met minderjarigen, dat op het ogenblik van voorleggen niet langer dan een maand tevoren is afgegeven;
3° de werknemer die ter beschikking wordt gesteld van een school die in het Nederlandse taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, beschikt over de vereiste kennis van het Nederlands als onderwijstaal, wat blijkt uit het feit dat de werknemer het Nederlands beheerst op het niveau C1 van het Europees Referentiekader voor Talen. De voormelde vereiste taalkennis blijkt uit het feit dat de werknemer minstens beschikt over een diploma dat in het Nederlands is behaald en dat toegang geeft tot het wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarin hij een lesopdracht opneemt conform artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs of conform artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs;
4° de werknemer beschikt over een diploma dat minstens een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is voor het wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarin hij een lesopdracht opneemt conform artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs of conform artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs.
De onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, stelt de werknemer, vermeld in het eerste lid, voor aan het schoolbestuur, dat controleert of de werknemer aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, voldoet en dat vervolgens beslist om de opdracht al of niet toe te kennen aan de voormelde werknemer. Het schoolbestuur bewaart de gegevens van de voormelde werknemer, vermeld in het eerste lid, 2°, 3° en 4°, die het door de voormelde controle verkrijgt, op de wijze en gedurende de termijnen die het schoolbestuur hanteert voor de gegevens van al haar personeelsleden, conform de algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
§ 4. De individuele opdracht van de werknemer, vermeld in paragraaf 3, in de school wordt opgenomen in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 1.
In de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid, worden ook de specifieke afspraken opgenomen over de aanvangsbegeleiding en de ondersteuning waarop de werknemer, vermeld in het eerste lid, een beroep kan doen in de school waar hij zijn lesopdracht opneemt.
De werknemer, vermeld in het eerste lid, blijft tijdens de uitvoering van de overeengekomen opdracht altijd onder het gezag van zijn onderneming of organisatie. Het schoolbestuur kan aan de voormelde werknemer in het kader van de uitvoering van de concrete lesopdracht instructies geven. De bepalingen over die instructies worden opgenomen in een bijlage bij de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid.
De werknemer, vermeld in het eerste lid, behoudt tijdens de uitvoering van de opdracht in de school het salaris waar hij bij zijn onderneming of organisatie recht op heeft, en ook alle daarbij horende financiële en extralegale voordelen.
De dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 2, vierde lid, regelt de algemene rechtsverhouding tussen het schoolbestuur en de onderneming of organisatie voor de duur van de overeengekomen opdracht. Bij een tegenstrijdigheid of afwijking hebben de bepalingen van de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid, voorrang op de bepalingen van de voormelde dienstverleningsovereenkomst. De bepalingen van een recentere deelovereenkomst als vermeld in het eerste lid, hebben altijd voorrang op die van een vorige deelovereenkomst.
De werknemer, vermeld in het eerste lid, is in het kader van de lesopdracht die hij in de school opneemt ambtshalve stemgerechtigd lid van de klassenraad. Tussen de school en de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, worden praktische afspraken gemaakt over het functioneren van de voormelde werknemer in de klassenraad, met inbegrip van het al dan niet aanwezig zijn van de voormelde werknemer op klassenraadsvergaderingen. De voormelde afspraken worden opgenomen in de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid.
§ 5. De regering kan subsidies toekennen aan een externe organisatie of bedrijf om in het kader van het lerarentekort tussen schoolbesturen en ondernemingen of organisaties een bemiddelende of coachende rol op te nemen.
§ 6. De maatregelen, vermeld in dit artikel, worden geëvalueerd tijdens het schooljaar 2024-2025.".
Art. 46. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, il est inséré un article 130bis, rédigé comme suit :
" Art. 130bis. § 1er. En cas de pénurie de personnel enseignant sur le marché du travail, une autorité scolaire peut utiliser une partie de l'encadrement du personnel enseignant d'une ou de plusieurs de ses écoles, pour une durée maximale d'une année scolaire à la fois, afin d'employer dans cette ou ces écoles, par le biais d'un contrat de services entre l'autorité scolaire et une organisation ou entreprise du secteur public ou privé, un ou plusieurs employés de cette organisation ou entreprise. Le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991, le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 et les arrêtés d'exécution de ces décrets ne s'appliquent pas aux employés précités.
Dans le mode d'affectation de l'encadrement du personnel enseignant, visé à l'alinéa 1er, l'autorité scolaire qui engage le membre du personnel peut convertir des périodes de cours d'une ou de plusieurs de ses écoles, visées à l'alinéa 1er, en crédit à concurrence de la mission d'enseignement ou des missions d'enseignement qui ont été fixées dans le contrat de services. Le crédit précité est utilisé comme intervention financière pour l'entreprise ou l'organisation, visée à l'alinéa 1er. Pour l'intervention financière précitée, l'autorité scolaire affecte des périodes de cours provenant des périodes de cours qui ont été attribuées à l'école conformément aux articles 132, 134, 135, 137bis, 138, § 1er, alinéa 1er, 1°, à l'article 141, § 2, à l'article 173quater ou 173quinquies/1.
Le gouvernement détermine le montant qu'une autorité scolaire peut convertir par période de cours en crédit et le mode de notification de la conversion précitée au service compétent désigné par le gouvernement. L'autorité scolaire autorise le service précité à verser l'intervention financière directement à l'organisation ou l'entreprise, visée à l'alinéa 1er, avec laquelle l'autorité scolaire conclut un contrat de services.
Le gouvernement établit un modèle de contrat de services, en tenant compte des conditions, visées à la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs. Dans le modèle de contrat de services précité, tous les éléments suivants sont repris :
1° la mission spécifique de l'employé, visé à l'alinéa 1er, dans l'école ;
2° les conditions de désignation et de travail applicables à l'employé, visé à l'alinéa 1er, dont le salaire et les avantages financiers dont l'employé précité bénéficie dans son entreprise ou organisation sont garantis par l'entreprise ou l'organisation d'origine ;
3° la formation que l'employé, visé à l'alinéa 1er, doit avoir suivie ; 4° les obligations que l'employé, visé à l'alinéa 1er, doit respecter dans l'exercice de sa mission Les obligations précitées stipulent expressément que l'employé précité reste toujours sous l'autorité de son organisation ou entreprise, sauf s'il s'agit d'obligations qui ont trait au bien-être au travail ou d'instructions spécifiques indispensables à la bonne exécution de la mission spécifique ;
5° la durée du contrat de services ;
6° les possibilités de cessation anticipée du contrat de services.
Les employés, visés à l'alinéa 1er, doivent remplir les conditions de désignation qui sont reprises par le gouvernement dans le modèle de contrat de services, visé à l'alinéa 4. Les employés, tels que visés à l'alinéa 1er, qui sont mis à la disposition d'une école située dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, démontrent en outre qu'ils maîtrisent la connaissance du néerlandais comme langue d'enseignement au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les langues. Les employés précités prouvent la connaissance linguistique requise précitée de l'une des manières suivantes :
1° avec un titre fixé par le gouvernement pour une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant et qui a été obtenu dans la langue d'enseignement ;
2° avec un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
3° avec un titre qui est équivalent à un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
4° avec un certificat de fin d'études, un certificat ou une attestation démontrant le niveau C1 requis du Cadre européen de référence pour les langues.
§ 2. La pénurie de personnel enseignant sur le marché du travail, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ressort du fait que l'autorité scolaire de l'école où elle veut engager l'employé d'une organisation ou entreprise, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, pour une vacance dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant, dans une fonction d'instituteur maternel ou d'instituteur primaire, ne peut pas pourvoir la vacance précitée par le biais d'une désignation régulière d'un membre du personnel qui possède à cet effet un titre requis ou jugé suffisant.
Dans le premier alinéa on entend par vacance, un emploi complet ou incomplet qui est vacant ou pour lequel le titulaire absent ou son remplaçant peut être remplacé de manière régulière.
Pour pourvoir la vacance, visée à l'alinéa 1er, l'autorité scolaire de l'école conclut un contrat de services avec son entreprise ou organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er. Le contrat de services précité reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation pour une mission spécifique et la période de la mise à disposition. Le contrat de services régit toujours une mission d'enseignement qui comprend les tâches suivantes :
1° la planification et la préparation des cours ;
2° l'enseignement proprement dit ;
3° l'encadrement des élèves spécifique à la classe ;
4° l'évaluation des élèves ;
5° la consultation et la coopération avec la direction, les collègues, le centre d'encadrement des élèves, les centres de soutien à l'apprentissage et les parents.
L'autorité scolaire et l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, concluent le contrat de services, visé au paragraphe 1er. Le contrat de services précité contient les dispositions et conditions suivantes concernant l'exécution de la mission visée à l'alinéa 3 :
1° les données de l'autorité scolaire agissant en tant que donneur d'ordre et les données de l'entreprise ou de l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, agissant en tant que preneur d'ordre ;
2° les coordonnées des mandataires désignés par les deux parties ;
3° la mission qui est convenue, le mode d'exécution de cette mission et le soutien auquel l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, a droit pendant cette exécution et qui est proposé par l'école ;
4° les conditions à remplir par l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, mis à disposition par l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, stipulant explicitement que l'employé reste sous l'autorité de l'entreprise ou de l'organisation, sauf s'il s'agit d'instructions données par l'autorité scolaire à l'employé dans le cadre de l'exécution de la mission, qui sont incluses dans la sous-convention ;
5° les obligations financières et sociales à l'égard de l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, qui restent à charge de l'entreprise ou organisation ;
6° l'intervention financière payée par l'autorité scolaire à l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et les modalités de paiement ;
7° des dispositions relatives à la confidentialité auxquelles s'engage l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, en vue de l'exécution de la mission. Les dispositions précitées stipulent en tous les cas que l'employé de l'entreprise ou de l'organisation doit respecter le secret professionnel de l'enseignement ;
8° des dispositions sur la propriété intellectuelle par lesquelles l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, accepte notamment que tous les droits d'auteur ou autres droits de propriété intellectuelle sur les oeuvres réalisées dans le cadre de l'exécution de la mission soient transférés à l'autorité scolaire et qui peuvent inclure des accords sur l'utilisation éventuelle de cette propriété intellectuelle dans l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er ;
9° des dispositions sur la responsabilité dans l'exécution de la mission, qui prévoient dans tous les cas que l'autorité scolaire veille à ce que l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, soit assuré de la même manière que tous ses autres employés pendant l'exécution de la mission ;
10° des dispositions, visées aux articles 8 à 10 de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail ;
11° la durée du contrat de services.
§ 3. L'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, sélectionne un employé pour exercer la mission qui a été fixée dans le contrat de services, visé au paragraphe 2, alinéa 4. L'employé doit réunir les conditions suivantes :
1° l'employé est au moins depuis trois ans en service dans l'entreprise ou l'organisation ;
2° l'employé a une conduite irréprochable. Ce qui précède ressort d'un extrait du casier judiciaire avec la finalité 596.2 - modèle destiné aux contacts avec des mineurs, qui n'a pas été délivré plus d'un mois avant sa présentation ;
3° l'employé qui est mis à la disposition d'une école située dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, a la connaissance requise du néerlandais comme langue d'enseignement, ce qui est attesté par le fait que l'employé maîtrise le néerlandais au niveau C1 du Cadre européen de référence pour les langues. La connaissance linguistique requise précitée ressort du fait que l'employé possède au moins un diplôme qui a été obtenu en néerlandais et qui donne accès à la fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant dans le cadre de laquelle il assume une mission d'enseignement conformément à l'article 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire ou conformément à l'article 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial ;
4° l'employé possède un diplôme qui est au moins un titre jugé suffisant pour la fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant dans le cadre de laquelle il assume une mission d'enseignement conformément à l'article 10 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire ou conformément à l'article 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial.
L'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, propose l'employé, visé à l'alinéa 1er, à l'autorité scolaire, qui contrôle si l'employé remplit les conditions, visées à l'alinéa 1er, et qui décide ensuite de confier la mission ou non à l'employé précité. L'autorité scolaire conserve les données de l'employé précité, visé à l'alinéa 1er, 2°, 3° et 4°, qu'elle obtient par le biais du contrôle précité, de la manière et pendant les délais appliqués par l'autorité scolaire pour les données de tous les membres de son personnel, conformément au règlement général sur la protection des données (RGPD).
§ 4. La mission individuelle de l'employé, visée au paragraphe 3, dans l'école est incluse dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention inclus dans le modèle de contrat de services, visé au paragraphe 1er.
La sous-convention, visée à l'alinéa 1er, contient également les accords spécifiques sur l'encadrement initial et le soutien auxquels l'employé, visé à l'alinéa 1er, peut faire appel dans l'école où il assume sa mission d'enseignement.
L'employé, visé à l'alinéa 1er, reste toujours sous l'autorité de son entreprise ou organisation pendant l'exécution de la mission convenue. L'autorité scolaire peut donner des instructions à l'employé précité dans le cadre de l'exécution de la mission d'enseignement concrète. Les dispositions relatives à ces instructions figurent dans une annexe de la sous-convention, visée à l'alinéa 1er.
L'employé, visé à l'alinéa 1er, conserve le salaire auquel il a droit dans son entreprise ou organisation pendant l'exécution de la mission dans l'école, ainsi que tous les avantages financiers et extralégaux y afférents.
Le contrat de services, visé au paragraphe 2, alinéa 4, régit la relation juridique générale entre l'autorité scolaire et l'entreprise ou l'organisation pour la durée de la mission convenue. En cas de contradiction ou de dérogation, les dispositions de la sous-convention, visée à l'alinéa 1er, prévalent sur les dispositions du contrat de services précité. Les dispositions d'une sous-convention plus récente, telle que visée à l'alinéa 1er, prévalent toujours sur celles d'une sous-convention antérieure.
L'employé, visé à l'alinéa 1er, est membre de droit du conseil de classe avec droit de vote dans le cadre de la mission d'enseignement qu'il assume dans l'école. Des accords pratiques sont convenus entre l'école et l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, sur le fonctionnement de l'employé précité dans le conseil de classe, y compris la présence ou non de l'employé précité aux réunions du conseil de classe. Les accords précités sont repris dans la sous-convention, visée à l'alinéa 1er.
§ 5. Dans le cadre de la pénurie d'enseignants, le gouvernement peut octroyer des subventions à une organisation ou entreprise externe pour assumer un rôle de médiation ou de coach entre des autorités scolaires et des entreprises ou organisations.
§ 6. Les mesures, visées au présent article, seront évaluées pendant l'année scolaire 2024-2025. ".
Art. 47. Aan artikel 141 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 6 juli 2012, 19 juli 2013 en 13 november 2005, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 4. Een school kan tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 het lestijdenpakket, vermeld in paragraaf 1, ook aanwenden voor het inzetten van een gastleraar. Het aantal vacante lestijden dat aan gastleraren kan worden besteed, wordt door het schoolbestuur vastgelegd na onderhandeling in het lokaal comité. Per gastleraar kan maximum het aantal lestijden worden aangewend dat overeenstemt met een derde van een voltijdse lesopdracht.
Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, is een persoon die geen deel uitmaakt van het schoolbestuur of van het personeel van de school. Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, geeft in eigen naam of in dienst van een organisatie of onderneming uit de publieke of private sector, in een of enkele onderdelen van een specifiek leergebied gastlessen in de school of op een andere locatie in het kader van de realisatie van het onderwijsprogramma en vanuit zijn deskundigheid of ervaring in dat leergebied.
Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, is van onberispelijk gedrag. Het voormelde blijkt uit een uittreksel uit het strafregister met de finaliteit 596.2 - model bestemd voor contacten met minderjarigen, dat op het ogenblik van het voorleggen niet langer dan een maand tevoren is afgegeven. Daarnaast toont de voormelde gastleraar die gastlessen geeft in een school die in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, aan dat hij de kennis van het Nederlands als onderwijstaal beheerst op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. De voormelde gastleraar bewijst de voormelde vereiste taalkennis op een van de volgende wijzen:
1° met een bekwaamheidsbewijs dat de Vlaamse Regering vastlegt voor een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en dat behaald is in de onderwijstaal;
2° met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
3° met een studiebewijs dat gelijkwaardig is met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs en dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
4° met een getuigschrift, een certificaat of een attest dat het vereiste niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen aantoont.
Bij de wijze van aanwending, vermeld in het eerste lid, worden lestijden ten belope van de lesopdracht van de gastleraar omgezet in een krediet. De regering bepaalt de wijze van melding van voormelde aanwending aan de dienst van de administratie die de regering aanwijst, de grootte van het krediet per lestijd dat wordt omgezet en de wijze van toekenning van het krediet.
De maatregelen, vermeld in deze paragraaf, worden geëvalueerd tijdens het schooljaar 2024-2025.".
Art. 47. L'article 141 du même décret, modifié par les décrets du 6 juillet 2012, du 19 juillet 2013 et du 13 novembre 2005, est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
" § 4. Pendant les années scolaires 2023-2024 et 2024-2025, une école peut également affecter le capital-périodes, visé au paragraphe 1er, à l'engagement d'un enseignant invité. Le nombre de périodes de cours vacantes pouvant être affectées à des enseignants invités, est fixé par l'autorité scolaire après négociation dans le comité local. Par enseignant invité, on peut affecter au maximum le nombre de périodes de cours qui correspond à un tiers d'une mission d'enseignement à temps plein.
Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, est une personne qui ne fait pas partie de l'autorité scolaire ou du personnel de l'école. Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, donne en nom propre ou au service d'une organisation ou entreprise du secteur public ou privé, dans une ou plusieurs parties d'un domaine d'apprentissage spécifique, des cours d'invité dans l'école ou à un autre endroit dans le cadre de la réalisation du programme d'enseignement et sur la base de son expertise ou expérience dans ce domaine d'apprentissage.
Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, a une conduite irréprochable. Ce qui précède ressort d'un extrait du casier judiciaire avec la finalité 596.2 - modèle destiné aux contacts avec des mineurs, qui n'a pas été délivré plus d'un mois avant sa présentation. De plus, l'enseignant invité précité qui donne des cours d'invité dans une école située dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, démontre qu'il maîtrise la connaissance du néerlandais comme langue d'enseignement au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les langues. L'enseignant invité précité prouve la connaissance linguistique requise précitée de l'une des manières suivantes :
1° avec un titre fixé par le Gouvernement flamand pour une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant et qui a été obtenu dans la langue d'enseignement ;
2° avec un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
3° avec un titre qui est équivalent à un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
4° avec un certificat de fin d'études, un certificat ou une attestation démontrant le niveau C1 requis du Cadre européen de référence pour les langues.
Dans le mode d'affectation, visé à l'alinéa 1er, les périodes de cours à concurrence de la mission d'enseignement de l'enseignant invité sont converties en crédit. Le gouvernement détermine le mode de notification de l'affectation précitée au service de l'administration désignée par le gouvernement, le montant du crédit par période de cours qui est convertie et le mode d'attribution du crédit.
Les mesures, visées au présent paragraphe, seront évaluées pendant l'année scolaire 2024-2025. ".
Art. 48. In hoofdstuk IX van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt afdeling 3quinquies opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Afdeling 3quinquies. Flexibilisering van de vervangingen".
Art. 48. Au chapitre IX du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, la section 3quinquies est rétablie dans la rédaction suivante :
" Section 3quinquies. Flexibilisation des remplacements ".
Art. 49. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt in afdeling 3quinquies, hersteld bij artikel 48, artikel 153vicies sexies opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Art. 153vicies sexies. Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 de lestijden van de betrekkingen in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komen voor een reguliere vervanging als vermeld in artikel 153terdecies,
1°, a), omzetten in punten voor de aanwending in ambten van het beleids- en ondersteunend personeel of in uren voor de aanwending in ambten van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel.
De omzetting, vermeld in het eerste lid, geldt altijd maximaal voor de duur van de afwezigheid van de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging als vermeld in artikel 153terdecies, 1°, a), en maximaal voor de duur van het lopende schooljaar.
In afwijking van het tweede lid eindigt de omzetting, vermeld in het eerste lid:
1° vanaf het ogenblik dat de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging vervroegd terugkeert uit zijn afwezigheid. Het personeelslid dat tijdelijk aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd ingericht in een ambt van het beleidsen ondersteunend personeel of in een ambt van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel wordt bij de terugkeer van de titularis ontslagen volgens artikel 23, eerste lid, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 21, § 1, eerste lid, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;
2° als het personeelslid dat tijdelijk aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd ingericht in een ambt van het beleids- en ondersteunend personeel of in een ambt van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. In dat geval eindigt de omzetting voor het overeenkomende deel van de lestijden vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.
De regering bepaalt de wijze waarop de lestijden, vermeld in het eerste lid, kunnen worden omgezet in punten voor het beleidsen ondersteunend personeel en in uren voor het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel.
De criteria om het tekort aan onderwijzend personeel te bepalen en de aanwending in ambten van het beleidsen ondersteunend personeel of van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel als vermeld in het eerste lid, worden vastgelegd na onderhandeling in het bevoegde lokale comité.
De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het beleids- en ondersteunend personeel of van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel als vermeld in het eerste lid, komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.".
Art. 49. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, à la section 3quinquies, rétablie par l'article 48, l'article 153vicies sexies est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 153vicies sexies. En cas de pénurie de personnel enseignant, pendant les années scolaires 2023-2024 et 2024-2025, l'autorité scolaire peut convertir les périodes de cours des emplois dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant qui entrent en ligne de compte pour un remplacement régulier, tel que visé à l'article 153terdecies, 1°, a), en points pour l'affectation dans des fonctions du personnel de gestion et d'appui ou en heures pour l'affectation dans des fonctions du personnel paramédical, social, médical, psychologique et orthopédagogique.
La conversion, visée à l'alinéa 1er, vaut toujours au maximum pour la durée de l'absence du titulaire de l'emploi qui entre en ligne de compte pour un remplacement régulier, tel que visé à l'article 153terdecies, 1°, a), et au maximum pour la durée de l'année scolaire en cours.
Par dérogation à l'alinéa 2, la conversion, visée à l'alinéa 1er, prend fin : 1° à partir du moment où le titulaire de l'emploi qui entre en ligne de compte pour un remplacement régulier revient de son absence de manière anticipée. Le membre du personnel qui est désigné à titre temporaire dans un emploi qui a été aménagé par la conversion précitée en une fonction du personnel de gestion et d'appui ou dans une fonction du personnel paramédical, social, médical, psychologique et orthopédagogique, est licencié au retour du titulaire selon l'article 23, alinéa 1er, a), du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ou selon l'article 21, § 1er, alinéa 1er, a), du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné ;
2° si le membre du personnel désigné temporairement dans un emploi qui a été aménagé via la conversion précitée dans une fonction du personnel de gestion et d'appui ou dans une fonction du personnel paramédical, médical, social, psychologique et orthopédagogique, démissionne volontairement conformément à l'article 25 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire ou conformément à l'article 26 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné. Dans ce cas, la conversion prend fin pour la partie correspondante des périodes de cours à partir du moment où la démission prend effet.
Le gouvernement détermine la manière dont les périodes de cours, visées à l'alinéa 1er, peuvent être converties en points pour le personnel de gestion et d'appui et en heures pour le personnel paramédical, social, médical, psychologique et orthopédagogique.
Les critères de détermination de la pénurie de personnel enseignant et de l'utilisation dans des fonctions du personnel de gestion et d'appui ou dans des fonctions du personnel paramédical, social, médical, psychologique et orthopédagogique, visées à l'alinéa 2, sont déterminés après négociation au sein du comité local compétent.
Les emplois créés dans des fonctions du personnel de gestion et d'appui ou du personnel paramédical, social, médical, psychologique et orthopédagogique, visées à l'alinéa 1er, n'entrent pas en ligne de compte pour une déclaration de vacance et l'autorité scolaire ne peut en aucun cas nommer un membre du personnel à titre définitif, l'affecter ou le muter dans un de ces emplois. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs
CHAPITRE 6. - Modifications du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes
Art. 50. In artikel 2 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 maart 2022, wordt een punt 16° ter ingevoegd, dat luidt als volgt:
" 16° ter Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR);".
Art. 50. Dans l'article 2 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, modifié en dernier lieu par le décret du 25 mars 2022, il est inséré un point 16° ter, rédigé comme suit :
" 16° ter Cadre européen commun de référence pour les langues : la traduction française du Common European Framework of Reference for Languages (CEFR) publié par le Conseil de l'Europe ; ".
Art. 51. In artikel 85 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009, 16 maart 2018, 4 februari 2022 en 25 februari 2022, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt:
" § 3. In afwijking van paragraaf 1 kan een Centrum voor Basiseducatie de voor alle opleidingen toegekende VTE ook aanwenden voor de aanwerving van gastleraren. Het aantal vacante VTE dat aan gastleraren kan worden besteed, wordt door het centrumbestuur vastgelegd na onderhandeling in het lokaal comité.
Een gastleraar als vermeld in het eerste lid is een persoon die geen deel uitmaakt van het centrumbestuur of van het personeel van het centrum. Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, geeft in eigen naam of in dienst van een organisatie of onderneming in de publieke of private sector, gastlessen in het centrum in het kader van de realisatie van het onderwijsprogramma en vanuit zijn deskundigheid of ervaring met betrekking tot de arbeidsmarkt en de bedrijfswereld.
Een gastleraar als vermeld in het eerste lid is van onberispelijk gedrag. Het voormelde blijkt uit een uittreksel uit het strafregister met de finaliteit 596.2 - model bestemd voor contacten met minderjarigen, dat op het ogenblik van voorleggen niet langer dan een jaar tevoren is afgegeven. Daarnaast toont de gastleraar die gastlessen geeft in een centrum dat in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, aan dat hij de kennis van het Nederlands als onderwijstaal beheerst op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. De voormelde gastleraar bewijst de voormelde vereiste taalkennis op een van de volgende wijzen:
1° met een bekwaamheidsbewijs dat de Vlaamse Regering vastlegt voor een ambt van het onderwijzend personeel en dat behaald is in de onderwijstaal;
2° met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
3° met een studiebewijs dat gelijkwaardig is met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs en dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
4° met een getuigschrift, een certificaat of een attest dat het vereiste niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen aantoont.
Bij de wijze van aanwending, vermeld in het eerste lid, worden VTE omgezet in een krediet ten belope van de lesopdracht van de gastleraar. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van melding van voormelde aanwending aan de bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst, de grootte van het krediet per VTE die wordt omgezet en de wijze van toekenning van het krediet.
De maatregelen, vermeld in deze paragraaf, worden geëvalueerd tijdens het schooljaar 2024-2025.".
Art. 51. A l'article 85 du même décret, modifié par les décrets des 8 mai 2009, 16 mars 2018, 4 février 2022 et 25 février 2022, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, un centre d'éducation de base peut, pour toutes les formations, utiliser des ETP accordés pour le recrutement d'enseignants invités. Le nombre d'ETP vacants pouvant être affectés à des enseignants invités, est fixé par l'autorité du centre après négociation dans le comité local.
Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, est une personne qui ne fait pas partie de l'autorité du centre ou du personnel du centre. Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, donne en nom propre ou au service d'une organisation ou entreprise du secteur public ou privé des cours d'invité dans le centre dans le cadre de la réalisation du programme d'enseignement et sur la base de son expertise ou expérience en ce qui concerne le marché du travail et le monde des affaires.
Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, a une conduite irréprochable. Ce qui précède ressort d'un extrait du casier judiciaire avec la finalité 596.2 - modèle destiné aux contacts avec des mineurs, qui n'a pas été délivré plus d'un an avant sa présentation. De plus, l'enseignant invité qui donne des cours d'invité dans un centre situé dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, démontre qu'il maîtrise la connaissance du néerlandais comme langue d'enseignement au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les langues. L'enseignant invité précité prouve la connaissance linguistique requise précitée de l'une des manières suivantes :
1° avec un titre fixé par le Gouvernement flamand pour une fonction du personnel enseignant et qui a été obtenu dans la langue d'enseignement ;
2° avec un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
3° avec un titre qui est équivalent à un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
4° avec un certificat de fin d'études, un certificat ou une attestation démontrant le niveau C1 requis du Cadre européen de référence pour les langues.
Dans le mode d'affectation, visé à l'alinéa 1er, des ETP sont convertis en crédit à concurrence de la mission d'enseignement de l'enseignant invité. Le Gouvernement flamand détermine le mode de notification de l'affectation précitée au service compétent désigné par le Gouvernement flamand, le montant du crédit par ETP qui est converti et le mode d'attribution du crédit.
Les mesures, visées au présent paragraphe, seront évaluées pendant l'année scolaire 2024-2025. ".
Art. 52. In artikel 98 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 4 februari 2022, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt:
" § 3. In afwijking van paragraaf 1 kan een centrum voor volwassenenonderwijs leraarsuren ook aanwenden voor de aanwerving van gastleraren. Het aantal vacante leraarsuren dat aan gastleraren kan worden besteed wordt door het centrumbestuur vastgelegd na onderhandeling in het lokaal comité.
Een gastleraar als vermeld in het eerste lid is een persoon die geen deel uitmaakt van het centrumbestuur of van het personeel van het centrum. Een gastleraar geeft in eigen naam of in dienst van een organisatie of onderneming in de publieke of private sector, gastlessen in het centrum in het kader van de realisatie van het onderwijsprogramma en vanuit zijn deskundigheid of ervaring met betrekking tot de arbeidsmarkt en de bedrijfswereld.
Een gastleraar als vermeld in het eerste lid is van onberispelijk gedrag. Het voormelde blijkt uit een uittreksel uit het strafregister met de finaliteit 596.2 - model bestemd voor contacten met minderjarigen, dat op het ogenblik van het voorleggen niet langer dan een jaar tevoren is afgegeven. Daarnaast toont de voormelde gastleraar die gastlessen geeft in een centrum dat in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, aan dat hij de kennis van het Nederlands als onderwijstaal beheerst op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. De voormelde gastleraar bewijst de vereiste taalkennis op een van de volgende wijzen:
1° met een bekwaamheidsbewijs dat de Vlaamse Regering vastlegt voor een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en dat behaald is in de onderwijstaal;
2° met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
3° met een studiebewijs dat gelijkwaardig is met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs en dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
4° met een getuigschrift, een certificaat of een attest dat het vereiste niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen aantoont.
Bij de wijze van aanwending, vermeld in het eerste lid, worden leraarsuren omgezet in een krediet ten belope van de lesopdracht van de gastleraar. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van melding van voormelde aanwending aan de bevoegde dienst van de administratie die de Vlaamse Regering aanwijst, de grootte van het krediet per leraarsuur dat wordt omgezet en de wijze van toekenning van het krediet.
De maatregelen, vermeld in deze paragraaf, worden geëvalueerd tijdens het schooljaar 2024-2025.".
Art. 52. Dans l'article 98 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 4 février 2022, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, un centre d'éducation des adultes peut aussi utiliser des périodes-enseignant pour le recrutement d'enseignants invités. Le nombre de périodes-enseignant vacantes pouvant être affectées à des enseignants invités, est fixé par l'autorité du centre après négociation dans le comité local.
Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, est une personne qui ne fait pas partie de l'autorité du centre ou du personnel du centre. Un enseignant invité donne en nom propre ou au service d'une organisation ou entreprise du secteur public ou privé des cours d'invité dans le centre dans le cadre de la réalisation du programme d'enseignement et sur la base de son expertise ou expérience en ce qui concerne le marché du travail et le monde des affaires.
Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, a une conduite irréprochable. Ce qui précède ressort d'un extrait du casier judiciaire avec la finalité 596.2 - modèle destiné aux contacts avec des mineurs, qui n'a pas été délivré plus d'un an avant sa présentation. De plus, l'enseignant invité précité qui donne des cours d'invité dans un centre situé dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, démontre qu'il maîtrise la connaissance du néerlandais comme langue d'enseignement au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les langues. L'enseignant invité précité prouve la connaissance linguistique requise précitée de l'une des manières suivantes :
1° avec un titre fixé par le Gouvernement flamand pour une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant et qui a été obtenu dans la langue d'enseignement ;
2° avec un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
3° avec un titre qui est équivalent à un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
4° avec un certificat de fin d'études, un certificat ou une attestation démontrant le niveau C1 requis du Cadre européen de référence pour les langues.
Dans le mode d'affectation, visé à l'alinéa 1er, des périodes-enseignant sont converties en crédit à concurrence de la mission d'enseignement de l'enseignant invité. Le Gouvernement flamand détermine le mode de notification de l'affectation précitée au service compétent de l'administration désignée par le Gouvernement flamand, le montant du crédit par période-enseignant qui est convertie et le mode d'attribution du crédit.
Les mesures, visées au présent paragraphe, seront évaluées pendant l'année scolaire 2024-2025. ".
Art. 53. In titel V, hoofdstuk II, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 29 december 2022, wordt een artikel 98bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 98bis. § 1. Een centrumbestuur kan bij een tekort van onderwijzend personeel op de arbeidsmarkt een deel van zijn omkadering voor het onderwijzend personeel van een of meer van zijn centra voor volwassenenonderwijs telkens voor maximaal één schooljaar aanwenden om via een overeenkomst van dienstverlening tussen het centrumbestuur en een organisatie of onderneming in de publieke of private sector in dat centrum voor volwassenenonderwijs of die centra voor volwassenenonderwijs een of meer werknemers van die organisatie of onderneming in dienst te nemen via een dienstverleningsovereenkomst. Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 en de uitvoeringsbesluiten van die decreten zijn niet van toepassing op de voormelde werknemers.
Bij de wijze van aanwending van de omkadering voor het onderwijzend personeel, vermeld in het eerste lid, kan het centrumbestuur dat het personeelslid in dienst neemt, leraarsuren van een of meer van zijn centra voor volwassenenonderwijs, vermeld in het eerste lid, omzetten in een krediet ten belope van de lesopdracht of lesopdrachten die in de dienstverleningsovereenkomst zijn vastgelegd. Het voormelde krediet wordt aangewend als financiële tegemoetkoming voor de onderneming of de organisatie, vermeld in het eerste lid. Het centrumbestuur wendt voor de voormelde financiële tegemoetkoming leraarsuren aan die aan het centrum voor volwassenenonderwijs zijn toegekend, als vermeld in artikel 98, § 1.
De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag per leraarsuur dat een centrumbestuur kan omzetten in een krediet voor de financiële tegemoetkoming, vermeld in het tweede lid, en de wijze van melding van voormelde omzetting aan de bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst. Het centrumbestuur machtigt de bevoegde dienst van de administratie om de voormelde financiële tegemoetkoming rechtstreeks uit te betalen aan de organisatie of onderneming, vermeld in het eerste lid, waarmee het centrumbestuur een dienstverleningsovereenkomst sluit.
De Vlaamse Regering stelt een model van dienstverleningsovereenkomst op, waarbij ze rekening houdt met de voorwaarden, vermeld in de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. In de voormelde dienstverleningsovereenkomst worden al de volgende elementen opgenomen:
1° de specifieke opdracht van de werknemer, vermeld in het eerste lid, in het centrum voor volwassenenonderwijs;
2° de aanstellings- en arbeidsvoorwaarden die gelden voor de werknemer, vermeld in het eerste lid, waarbij alvast het salaris en de financiële voordelen die de voormelde werknemer in zijn onderneming of organisatie geniet gegarandeerd blijven door de uitsturende onderneming of organisatie;
3° de opleiding die de werknemer, vermeld in het eerste lid, moet gevolgd hebben;
4° de plichten die de werknemer, vermeld in het eerste lid, moet naleven bij het uitoefenen van zijn opdracht. In de voormelde verplichtingen wordt alvast uitdrukkelijk bepaald dat de voormelde werknemer altijd onder het gezag blijft van zijn organisatie of onderneming, tenzij het gaat om plichten die betrekking hebben op het welzijn op het werk of over specifieke instructies die nodig zijn voor de goede uitvoering van de specifieke opdracht;
5° de duur van de dienstverleningsovereenkomst;
6° de mogelijkheden tot voortijdige beëindiging van de dienstverlenings overeenkomst.
De werknemers, vermeld in het eerste lid, moeten voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden die de Vlaamse Regering opneemt in het model van dienstverleningsovereenkomst, vermeld in het vierde lid. Werknemers als vermeld in het eerste lid, die ter beschikking worden gesteld van een centrum voor volwassenenonderwijs dat in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, tonen daarenboven aan dat ze de kennis van het Nederlands als onderwijstaal beheersen op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. De werknemers bewijzen de voormelde vereiste taalkennis op een van de volgende wijzen:
1° met een bekwaamheidsbewijs dat de Vlaamse Regering vastlegt voor een wervingsambt van het bestuursen onderwijzend personeel en dat behaald is in de onderwijstaal;
2° met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
3° met een studiebewijs dat gelijkwaardig is met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs en dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
4° met een getuigschrift, een certificaat of een attest dat het vereiste niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen aantoont.
§ 2. Het tekort van onderwijzend personeel op de arbeidsmarkt, vermeld in het paragraaf 1, eerste lid, blijkt uit het feit dat het centrumbestuur in het centrum voor volwassenenonderwijs waar ze de werknemer van een organisatie of onderneming, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, in dienst wil nemen voor een vacature in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, de voormelde vacature niet kan invullen via een reguliere aanstelling van een personeelslid dat daarvoor beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.
In het eerste lid wordt verstaan onder vacature: een volledige of onvolledige betrekking die vacant is of waarvan de afwezige titularis of zijn vervanger regulier kan worden vervangen.
Om de vacature, vermeld in het eerste lid, in te vullen, sluit het centrumbestuur van het centrum voor volwassenenonderwijs een dienstverleningsovereenkomst met de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. In de voormelde dienstverleningsovereenkomst worden de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of organisatie voor een welbepaalde opdracht en de periode van de terbeschikkingstelling opgenomen. De dienstverleningsovereenkomst regelt altijd een lesopdracht die de volgende taken omvat:
1° de planning en voorbereiding van lessen;
2° het lesgeven zelf;
3° de klaseigen cursistenbegeleiding;
4° de evaluatie van de cursisten;
5° het overleg en de samenwerking met directie en collega's.
Het centrumbestuur en de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, sluiten een dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 1, af. De voormelde dienstverleningsovereenkomst bevat de volgende bepalingen en voorwaarden over de uitvoering van de opdracht, vermeld in het derde lid:
1° de gegevens van het centrumbestuur dat als opdrachtgever optreedt en de gegevens van de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die als opdrachtnemer optreedt;
2° de contactgegevens van de gemachtigden die de beide partijen aanwijzen;
3° de opdracht die wordt overeengekomen, de wijze van uitvoering van die opdracht en de ondersteuning waarop de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, recht heeft tijdens die uitvoering en die het centrum voor volwassenenonderwijs aanbiedt;
4° de voorwaarden waaraan de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, inschakelt, moet beantwoorden, waarbij uitdrukkelijk bepaald wordt dat de werknemer onder het gezag blijft van de onderneming of organisatie, tenzij het gaat om instructies die het centrumbestuur aan de werknemer geeft in het kader van de uitvoering van de opdracht en die in de deelovereenkomst worden opgenomen;
5° de financiële en sociale verplichtingen ten aanzien van de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die ten laste van de onderneming of organisatie blijven;
6° de financiële tegemoetkoming die het centrumbestuur betaalt aan de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en de modaliteiten van betaling;
7° bepalingen over de vertrouwelijkheid waartoe de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, zich verbindt met het oog op de uitvoering van de opdracht. In de voormelde bepalingen wordt in elk geval opgenomen dat de werknemer van de onderneming of organisatie het ambtsgeheim in onderwijs moet naleven;
8° bepalingen over de intellectuele eigendom, waarbij de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, zich ermee akkoord verklaart dat alle auteurs- of andere intellectuele rechten op werken die in het kader van de uitvoering van de opdracht worden gerealiseerd, overgedragen worden aan het centrumbestuur en waarbij afspraken opgenomen kunnen worden over het eventuele interne gebruik van dit intellectuele eigendom in de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid;
9° bepalingen over de aansprakelijkheid bij de uitvoering van de opdracht, waarbij in elk geval wordt opgenomen dat het centrumbestuur ervoor zorgt dat de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, tijdens de uitvoering van de opdracht op dezelfde wijze is verzekerd als al zijn andere personeelsleden;
10° de bepalingen, vermeld in artikel 8 tot en met 10 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
11° de duurtijd van de dienstverleningsovereenkomst.
§ 3. De onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, selecteert een werknemer om de opdracht uit te oefenen die in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 2, vierde lid, is vastgelegd. De werknemer moet aan al de volgende voorwaarden voldoen:
1° de werknemer is minstens drie jaren in dienst bij de onderneming of organisatie;
2° de werknemer is van onberispelijk gedrag. Het voormelde blijkt uit een uittreksel uit het strafregister met de finaliteit 596.2 - model bestemd voor contacten met minderjarigen, dat op het ogenblik van voorleggen niet langer dan een jaar tevoren is afgegeven;
3° de werknemer die ter beschikking wordt gesteld van een centrum voor volwassenenonderwijs dat in het Nederlandse taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, beschikt over de vereiste kennis van het Nederlands als onderwijstaal, wat blijkt uit het feit dat de werknemer het Nederlands beheerst op het niveau C1 van het Europees Referentiekader voor Talen. De voormelde vereiste taalkennis blijkt uit het feit dat de werknemer minstens beschikt over een diploma dat in het Nederlands is behaald en dat toegang geeft tot een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel conform artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2010 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs;
4° de werknemer beschikt over een diploma dat minstens een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is voor het wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarin hij een lesopdracht opneemt conform artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2010 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs.
De onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, stelt de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, voor aan het centrumbestuur, dat controleert of de werknemer aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, voldoet en dat vervolgens beslist om de opdracht al of niet toe te kennen aan de voormelde werknemer. Het centrumbestuur bewaart de gegevens van de voormelde werknemer, vermeld in het eerste lid, 2°, 3° en 4°, die het door de voormelde controle verkrijgt, op de wijze en gedurende de termijnen die het centrumbestuur al hanteert voor de gegevens van al zijn personeelsleden, conform de algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
§ 4. De individuele opdracht van de werknemer, vermeld in paragraaf 3, in het centrum voor volwassenenonderwijs wordt opgenomen in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 1.
In de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid, worden ook de specifieke afspraken opgenomen over de aanvangsbegeleiding en de ondersteuning waarop de werknemer, vermeld in het eerste lid, een beroep kan doen in het centrum voor volwassenenonderwijs waar hij zijn lesopdracht opneemt.
De werknemer, vermeld in het eerste lid, blijft tijdens de uitvoering van de overeengekomen opdracht altijd onder het gezag van zijn onderneming of organisatie. Het centrumbestuur kan aan de voormelde werknemer in het kader van de uitvoering van de concrete lesopdracht instructies geven. De bepalingen over die instructies worden opgenomen in een bijlage bij de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid.
De werknemer, vermeld in het eerste lid, behoudt tijdens de uitvoering van de opdracht in het centrum voor volwassenenonderwijs het salaris waar hij bij zijn onderneming of organisatie recht op heeft, en ook alle daarbij horende financiële en extralegale voordelen.
De dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 2, vierde lid, regelt de algemene rechtsverhouding tussen het centrumbestuur en de onderneming of organisatie voor de duur van de overeengekomen opdracht. Bij een tegenstrijdigheid of afwijking hebben de bepalingen van de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid, voorrang op de bepalingen van de dienstverleningsovereenkomst. De bepalingen van een recentere deelovereenkomst als vermeld in het eerste lid, hebben altijd voorrang op die van een vorige deelovereenkomst.
§ 5. De Vlaamse Regering kan subsidies toekennen aan een externe organisatie of bedrijf om in het kader van het lerarentekort tussen centrumbesturen en ondernemingen of organisaties een bemiddelende of coachende rol op te nemen.
§ 6. De maatregelen, vermeld in dit artikel, worden geëvalueerd tijdens het schooljaar 2024-2025.".
Art. 53. Dans le titre V, chapitre II du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 29 décembre 2022, il est inséré un article 98bis, rédigé comme suit :
" Art. 98bis. § 1er. En cas de pénurie de personnel enseignant sur le marché du travail, une autorité du centre peut utiliser une partie de l'encadrement du personnel enseignant d'un ou de plusieurs de ses centres d'éducation des adultes, pour une durée maximale d'une année scolaire à la fois, afin d'employer dans ce centre d'éducation des adultes ou ces centres d'éducation des adultes, par le biais d'un contrat de services entre l'autorité scolaire et une organisation ou entreprise du secteur public ou privé, un ou plusieurs employés de cette organisation ou entreprise. Le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991, le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 et les arrêtés d'exécution de ces décrets ne s'appliquent pas aux employés précités.
Dans le mode d'affectation de l'encadrement du personnel enseignant, visé à l'alinéa 1er, l'autorité du centre qui engage le membre du personnel peut convertir des périodes-enseignant d'un ou de plusieurs de ses centres d'éducation des adultes, visés à l'alinéa 1er, en crédit à concurrence de la mission d'enseignement ou des missions d'enseignement qui ont été fixées dans le contrat de services. Le crédit précité est utilisé comme intervention financière pour l'entreprise ou l'organisation, visée à l'alinéa 1er. Pour l'intervention financière précitée, l'autorité du centre utilise des périodes-enseignant qui ont été attribuées au centre d'éducation des adultes, tel que visé à l'article 98, § 1er.
Le Gouvernement flamand détermine le montant par période-enseignant qu'une autorité du centre peut convertir en crédit pour l'intervention financière, visée à l'alinéa 2, et le mode de notification de la conversion précitée au service compétent désigné par le Gouvernement flamand. L'autorité du centre autorise le service compétent de l'administration à verser l'intervention financière précitée directement à l'organisation ou à l'entreprise, visée à l'alinéa 1er, avec laquelle l'autorité du centre conclut un contrat de services.
Le Gouvernement flamand établit un modèle de contrat de services, en tenant compte des conditions, visées à la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise d'e travailleurs à la disposition d'utilisateurs. Dans le contrat de services précité, tous les éléments suivants sont repris :
1° la mission spécifique de l'employé, visé à l'alinéa 1er, dans le centre d'éducation des adultes ;
2° les conditions de désignation et de travail applicables à l'employé, visé à l'alinéa 1er, dont le salaire et les avantages financiers dont l'employé précité bénéficie dans son entreprise ou organisation sont garantis par l'entreprise ou l'organisation d'origine ;
3° la formation que l'employé, visé à l'alinéa 1er, doit avoir suivie ;
4° les obligations que l'employé, visé à l'alinéa 1er, doit respecter dans l'exercice de sa mission Les obligations précitées stipulent expressément que l'employé précité reste toujours sous l'autorité de son organisation ou entreprise, sauf s'il s'agit d'obligations qui ont trait au bien-être au travail ou d'instructions spécifiques indispensables à la bonne exécution de la mission spécifique ;
5° la durée du contrat de services ;
6° les possibilités de cessation anticipée du contrat de services.
Les employés, visés à l'alinéa 1er, doivent remplir les conditions de désignation qui sont reprises par le Gouvernement flamand dans le modèle de contrat de services, visé à l'alinéa 4. Les employés, tels que visés à l'alinéa 1er, qui sont mis à la disposition d'un centre d'éducation des adultes situé dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, démontrent en outre qu'ils maîtrisent la connaissance du néerlandais comme langue d'enseignement au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les langues. Les employés prouvent la connaissance linguistique requise précitée de l'une des manières suivantes :
1° avec un titre fixé par le Gouvernement flamand pour une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant et qui a été obtenu dans la langue d'enseignement ;
2° avec un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
3° avec un titre qui est équivalent à un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
4° avec un certificat de fin d'études, un certificat ou une attestation démontrant le niveau C1 requis du Cadre européen de référence pour les langues.
§ 2. La pénurie de personnel enseignant sur le marché du travail, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ressort du fait que l'autorité du centre du centre d'éducation des adultes où elle veut engager l'employé d'une organisation ou entreprise, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, pour une vacance dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant, ne peut pas pourvoir la vacance précitée par le biais d'une désignation régulière d'un membre du personnel qui possède à cet effet un titre requis ou jugé suffisant.
Dans le premier alinéa on entend par vacance, un emploi complet ou incomplet qui est vacant ou pour lequel le titulaire absent ou son remplaçant peut être remplacé de manière régulière.
Pour pourvoir la vacance, visée à l'alinéa 1er, l'autorité du centre du centre d'éducation des adultes conclut un contrat de services avec l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er. Le contrat de services précité reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation pour une mission spécifique et la période de la mise à disposition. Le contrat de services régit toujours une mission d'enseignement qui comprend les tâches suivantes :
1° la planification et la préparation des cours ;
2° l'enseignement proprement dit ;
3° l'encadrement des apprenants spécifique à la classe ;
4° l'évaluation des apprenants ;
5° la consultation et la coopération avec la direction et les collègues.
L'autorité du centre et l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, concluent un contrat de services, visé au paragraphe 1er. Le contrat de services précité contient les dispositions et conditions suivantes concernant l'exécution de la mission visée à l'alinéa 3 :
1° les données de l'autorité du centre agissant en tant que donneur d'ordre et les données de l'entreprise ou de l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, agissant en tant que preneur d'ordre ;
2° les coordonnées des mandataires désignés par les deux parties ;
3° la mission qui est convenue, le mode d'exécution de cette mission et le soutien auquel l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, a droit pendant cette exécution et qui est proposé par le centre d'éducation des adultes ;
4° les conditions à remplir par l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, mis à disposition par l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, stipulant explicitement que l'employé reste sous l'autorité de l'entreprise ou de l'organisation, sauf s'il s'agit d'instructions données par l'autorité du centre à l'employé dans le cadre de l'exécution de la mission, qui sont incluses dans la sous-convention ;
5° les obligations financières et sociales à l'égard de l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, qui restent à charge de l'entreprise ou organisation ;
6° l'intervention financière payée par l'autorité du centre à l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et les modalités de paiement ;
7° des dispositions relatives à la confidentialité auxquelles s'engage l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, en vue de l'exécution de la mission. Les dispositions précitées stipulent en tous les cas que l'employé de l'entreprise ou de l'organisation doit respecter le secret professionnel de l'enseignement ;
8° des dispositions sur la propriété intellectuelle par lesquelles l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, accepte notamment que tous les droits d'auteur ou autres droits de propriété intellectuelle sur les oeuvres réalisées dans le cadre de l'exécution de la mission soient transférés à l'autorité du centre et qui peuvent inclure des accords sur l'utilisation éventuelle de cette propriété intellectuelle dans l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er ;
9° des dispositions sur la responsabilité dans l'exécution de la mission, qui prévoient dans tous les cas que l'autorité du centre veille à ce que l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, soit assuré de la même manière que tous ses autres employés pendant l'exécution de la mission ;
10° des dispositions, visées aux articles 8 à 10 de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail ;
11° la durée du contrat de services.
§ 3. L'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, sélectionne un employé pour exercer la mission qui a été fixée dans le contrat de services, visé au paragraphe 2, alinéa 4. L'employé doit réunir les conditions suivantes :
1° l'employé est au moins depuis trois ans en service dans l'entreprise ou l'organisation ;
2° l'employé a une conduite irréprochable. Ce qui précède ressort d'un extrait du casier judiciaire avec la finalité 596.2 - modèle destiné aux contacts avec des mineurs, qui n'a pas été délivré plus d'un an avant sa présentation ;
3° l'employé qui est mis à la disposition d'un centre d'éducation des adultes situé dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, a la connaissance requise du néerlandais comme langue d'enseignement, ce qui est attesté par le fait que l'employé maîtrise le néerlandais au niveau C1 du Cadre européen de référence pour les langues. La connaissance linguistique requise précitée ressort du fait que l'employé possède au moins un diplôme qui a été obtenu en néerlandais et qui donne accès à la fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant conformément à l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 avril 2010 relatif aux titres et échelles de traitement des membres du personnel des centres d'éducation des adultes ;
4° l'employé possède au moins un diplôme qui est un titre jugé suffisant pour la fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant dans le cadre de laquelle il assume une mission d'enseignement conformément à l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 avril 2010 relatif aux titres et échelles de traitement des membres du personnel des centres d'éducation des adultes.
L'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, propose l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, à l'autorité du centre, qui contrôle si l'employé remplit les conditions, visées à l'alinéa 1er, et qui décide ensuite de confier la mission ou non à l'employé précité. L'autorité du centre conserve les données de l'employé précité, visé à l'alinéa 1er, 2°, 3° et 4°, qu'elle obtient par le biais du contrôle précité, de la manière et pendant les délais déjà appliqués par l'autorité du centre pour les données de tous ses membres du personnel, conformément au règlement général sur la protection des données (RGPD).
§ 4. La mission individuelle de l'employé, visée au paragraphe 3, dans le centre d'éducation des adultes est incluse dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention inclus dans le modèle de contrat de services, visé au paragraphe 1er.
La sous-convention, visée à l'alinéa 1er, contient également les accords spécifiques sur l'encadrement initial et le soutien auxquels l'employé, visé à l'alinéa 1er, peut faire appel dans le centre d'éducation des adultes où il assume sa mission d'enseignement.
L'employé, visé à l'alinéa 1er, reste toujours sous l'autorité de son entreprise ou organisation pendant l'exécution de la mission convenue. L'autorité du centre peut donner des instructions à l'employé précité dans le cadre de l'exécution de la mission d'enseignement concrète. Les dispositions relatives à ces instructions figurent dans une annexe de la sous-convention, visée à l'alinéa 1er.
L'employé, visé à l'alinéa 1er, conserve le salaire auquel il a droit dans son entreprise ou organisation pendant l'exécution de la mission dans le centre d'éducation des adultes, ainsi que tous les avantages financiers et extralégaux y afférents.
Le contrat de services, visé au paragraphe 2, alinéa 4, régit la relation juridique générale entre l'autorité du centre et l'entreprise ou l'organisation pour la durée de la mission convenue. En cas de contradiction ou de dérogation, les dispositions de la sous-convention, visée à l'alinéa 1er, prévalent sur les dispositions du contrat de services. Les dispositions d'une sous-convention plus récente, telle que visée à l'alinéa 1er, prévalent toujours sur celles d'une sous-convention antérieure.
§ 5. Dans le cadre de la pénurie d'enseignants, le Gouvernement flamand peut octroyer des subventions à une organisation ou entreprise externe pour assumer un rôle de médiation ou de coach entre des autorités du centre et des entreprises ou organisations.
§ 6. Les mesures, visées au présent article, seront évaluées pendant l'année scolaire 2024-2025. ".
Art. 54. Aan titel VI, hoofdstuk II, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2022, wordt een afdeling V toegevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling V. Het zomeraanbod".
Art. 54. Au titre VI, chapitre II, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 8 juillet 2022, une section V rédigée comme suit est ajoutée :
" Section V. L'offre d'été ".
Art. 55. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 december 2022, wordt aan afdeling V, ingevoegd bij artikel 54, een artikel 130quater toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 130quater. Het zomeraanbod is een aanbod van een opleiding uit een van de studiegebieden, vermeld in artikel 7, § 1, tijdens de periode van 1 juli tot en met 31 augustus.".
Art. 55. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 16 décembre 2022, la section V, insérée par l'article 54, il est inséré un article 130quater, rédigé comme suit :
" Art. 130quater. L'offre d'été est une offre de formation de l'une des disciplines, visées à l'article 7, § 1er, pendant la période du 1er juillet au 31 août inclus. ".
Art. 56. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 december 2022, wordt aan dezelfde afdeling V een artikel 130quinquies toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 130quinquies. Het personeelslid dat in een betrekking in het zomeraanbod, vermeld in artikel 130quater, wordt aangesteld, wordt naargelang van zijn statuut aangesteld als vastbenoemd of tijdelijk personeelslid.
De bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 zijn van toepassing op het personeelslid, vermeld in het eerste lid, met uitzondering van de volgende bepalingen:
1° de betrekking is niet onderworpen aan de reglementering over de ter beschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling. Het centrumbestuur van het Centrum voor Volwassenenonderwijs waaraan de betrekking wordt toegewezen, kan evenwel op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. De voormelde aanstelling wordt beschouwd als een reaffectatie of een wedertewerkstelling. De voormelde reaffectatie of wedertewerkstelling gebeurt altijd met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid;
2° het centrumbestuur van het Centrum voor Volwassenenonderwijs waaraan de betrekking wordt toegewezen, hoeft in de voormelde betrekking geen personeelslid aan te stellen dat voorrang heeft voor een tijdelijke aanstelling of dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven conform artikel 21 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en artikel 23 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;
3° de betrekking kan niet vacant worden verklaard. Het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in de voormelde betrekking.".
Art. 56. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 16 décembre 2022, à la même section V, un article 130quinquies, rédigé comme suit, est ajouté :
" Art. 130quinquies. Le membre du personnel qui est désigné dans l'offre d'été, visée à l'article 130quater, est désigné suivant son statut membre du personnel nommé à titre définitif ou temporaire.
Les dispositions du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire et du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné s'appliquent au membre du personnel, visé à l'alinéa 1er, à l'exception des dispositions suivantes :
1° l'emploi n'est pas régi par la réglementation relative à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation et à la remise au travail. L'autorité du centre du centre d'éducation des adultes auquel l'emploi est attribué peut toutefois désigner, sur une base volontaire, un membre du personnel mis en disponibilité par défaut d'emploi. La désignation précitée est considérée comme une réaffectation ou une remise au travail. La réaffectation ou remise au travail précitée s'opère toujours avec le consentement du membre du personnel mis en disponibilité ;
2° l'autorité du centre du centre d'éducation des adultes auquel l'emploi est attribué n'est pas tenue de désigner à cet emploi un membre du personnel ayant la priorité pour une désignation temporaire ou ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue, conformément à l'article 21 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire et à l'article 23 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné ;
3° l'emploi ne peut être déclaré vacant. L'autorité du centre ne peut en aucun cas nommer à titre définitif, affecter ou muter un membre du personnel dans l'emploi précité. ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap
CHAPITRE 7. - Modifications du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande
Art. 57. In artikel 87, tweede lid, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren".
Art. 57. Dans l'article 87, alinéa 2, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités ".
Art. 58. In artikel 88, derde lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 mei 2009, wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren".
Art. 58. Dans l'article 88, alinéa 3, du même décret, remplacé par le décret du 8 mai 2009, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités ".
Art. 59. In artikel 90 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009, 30 maart 2018, 3 juli 2020 en 8 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 1°, wordt het woord "voordrachten" vervangen door het woord "gastlessen" en wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren";
2° in paragraaf 1 wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° inzetten van gastleraren: in voorkomend geval wordt maximaal 20 % van het pakket uren-leraar omgezet in een krediet. De uren-leraar worden omgezet in een krediet ten belope van de lesopdracht van de gastleraar. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van melding van voormelde omzetting aan de bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst, de grootte van het krediet per uur-leraar dat wordt omgezet en de wijze van toekenning van het krediet. De gastleraar moet voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 211, § 3, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;";
3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt tussen het woord "toegekende" en het woord "uren-leraar" het woord "vacante" ingevoegd.
Art. 59. A l'article 90 du même décret, modifié par les décrets des 8 mai 2009, 30 mars 2018, 3 juillet 2020 et 8 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, 1°, le mot " conférences " est remplacé par les mots " cours d'invité " et le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités " ;
2° dans le paragraphe 1er, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° engagement d'enseignants invités ; le cas échéant maximum 20 % du capital de périodes-professeur sont convertis en crédit. Les périodes-professeur sont converties en crédit à concurrence de la mission d'enseignement de l'enseignant invité. Le Gouvernement flamand détermine le mode de notification de la conversion précitée au service compétent désigné par le Gouvernement flamand, le montant du crédit par période-professeur qui est convertie et le mode d'attribution du crédit. L'enseignant invité doit remplir les conditions, visées à l'article 211, § 3 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le mot " vacantes " est inséré entre les mots " périodes-professeur " et le mot " accordées ".
Art. 60. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2022, wordt een artikel 90bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 90bis. § 1. Een centrumbestuur kan bij een tekort van onderwijzend personeel op de arbeidsmarkt een deel van zijn omkadering voor het onderwijzend personeel van een of meer van zijn centra telkens voor maximaal één schooljaar aanwenden om via een overeenkomst van dienstverlening tussen het centrumbestuur en een organisatie of onderneming uit de publieke of private sector in dat centrum of die centra een of meer werknemers van die organisatie of onderneming in dienst te nemen via een dienstverleningsovereenkomst. Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 en de uitvoeringsbesluiten van die decreten zijn niet van toepassing op de voormelde werknemers.
Bij de wijze van aanwending van de omkadering voor het onderwijzend personeel, vermeld in het eerste lid, kan het centrumbestuur dat het personeelslid in dienst neemt, uren-leraar van een of meer van zijn centra, vermeld in het eerste lid, omzetten in een krediet ten belope van de lesopdracht of lesopdrachten die in de dienstverleningsovereenkomst zijn vastgelegd. Het voormelde krediet wordt aangewend als financiële tegemoetkoming voor de onderneming of de organisatie, vermeld in het eerste lid. Het centrumbestuur wendt voor de voormelde financiële tegemoetkoming uren-leraar aan uit het pakket wekelijkse uren-leraar, vermeld in artikel 89, § 1, eerste lid, dat aan het centrum is toegekend.
De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag per uur-leraar dat een centrumbestuur kan omzetten in een krediet voor de financiële tegemoetkoming, vermeld in het tweede lid, en de wijze van melding van voormelde omzetting aan de bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst. Het centrumbestuur machtigt de bevoegde dienst van de administratie om de voormelde financiële tegemoetkoming rechtstreeks uit te betalen aan de organisatie of onderneming, vermeld in het eerste lid, waarmee het centrumbestuur een dienstverleningsovereenkomst sluit.
De Vlaamse Regering stelt een model van dienstverleningsovereenkomst op, waarbij ze rekening houdt met de voorwaarden, vermeld in de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. In de voormelde dienstverleningsovereenkomst worden al de volgende elementen opgenomen:
1° de specifieke opdracht van de werknemer, vermeld in het eerste lid, in het centrum;
2° de aanstellings- en arbeidsvoorwaarden die gelden voor de werknemer, vermeld in het eerste lid, waarbij alvast het salaris en de financiële voordelen die de voormelde werknemer in zijn onderneming of organisatie geniet gegarandeerd blijven door de uitsturende onderneming of organisatie;
3° de opleiding die de werknemer, vermeld in het eerste lid, moet gevolgd hebben;
4° de plichten die de werknemer, vermeld in het eerste lid, moet naleven bij het uitoefenen van zijn opdracht. In de voormelde verplichtingen wordt alvast uitdrukkelijk bepaald dat de voormelde werknemer altijd onder het gezag blijft van zijn organisatie of onderneming, tenzij het gaat om plichten die betrekking hebben op het welzijn op het werk of over specifieke instructies die nodig zijn voor de goede uitvoering van de specifieke opdracht;
5° de duur van de dienstverleningsovereenkomst;
6° de mogelijkheden tot voortijdige beëindiging van de dienstverleningsovereenkomst.
De werknemers, vermeld in het eerste lid, moeten voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden die de Vlaamse Regering opneemt in het model van dienstverleningsovereenkomst, vermeld in het vierde lid. Werknemers als vermeld in het eerste lid, die ter beschikking worden gesteld van een centrum dat in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, tonen daarenboven aan dat ze de kennis van het Nederlands als onderwijstaal beheersen op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. De werknemers bewijzen de voormelde vereiste taalkennis op een van de volgende wijzen:
1° met een bekwaamheidsbewijs dat de Vlaamse Regering vastlegt voor een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en dat behaald is in de onderwijstaal;
2° met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
3° met een studiebewijs dat gelijkwaardig is met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs en dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
4° met een getuigschrift, een certificaat of een attest dat het vereiste niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen aantoont.
In het vijfde lid wordt verstaan onder Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages.
§ 2. Het tekort van onderwijzend personeel op de arbeidsmarkt, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, blijkt uit het feit dat het centrumbestuur in het centrum waar ze de werknemer van een organisatie of onderneming, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, in dienst wil nemen voor een vacature in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, de voormelde vacature niet kan invullen via een reguliere aanstelling van een personeelslid dat daarvoor beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.
In het eerste lid wordt verstaan onder vacature: een volledige of onvolledige betrekking die vacant is of waarvan de afwezige titularis of zijn vervanger regulier kan worden vervangen.
Om de vacature, vermeld in het eerste lid, in te vullen, sluit het centrumbestuur van het centrum een dienstverleningsovereenkomst met de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. In de voormelde dienstverleningsovereenkomst worden de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of organisatie voor een welbepaalde opdracht en de periode van de terbeschikkingstelling opgenomen. De dienstverleningsovereenkomst regelt altijd een lesopdracht die de volgende taken omvat:
1° de planning en voorbereiding van lessen;
2° het lesgeven zelf;
3° de klaseigen leerlingenbegeleiding;
4° de evaluatie van de leerlingen;
5° het overleg en de samenwerking met directie, collega's, en in voorkomend geval CLB, leersteuncentra en ouders.
Het centrumbestuur en de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, sluiten een dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 1, af. De voormelde dienstverleningsovereenkomst bevat de volgende bepalingen en voorwaarden over de uitvoering van de opdracht, vermeld in het derde lid:
1° de gegevens van het centrumbestuur dat als opdrachtgever optreedt en de gegevens van de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die als opdrachtnemer optreedt;
2° de contactgegevens van de gemachtigden die de beide partijen aanwijzen;
3° de opdracht die wordt overeengekomen, de wijze van uitvoering van die opdracht en de ondersteuning waarop de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, recht heeft tijdens die uitvoering en die het centrum aanbiedt;
4° de voorwaarden waaraan de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, inschakelt, moet beantwoorden, waarbij uitdrukkelijk bepaald wordt dat de werknemer onder het gezag blijft van de onderneming of organisatie, tenzij het gaat om instructies die het centrumbestuur aan de werknemer geeft in het kader van de uitvoering van de opdracht en die in de deelovereenkomst worden opgenomen;
5° de financiële en sociale verplichtingen ten aanzien van de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die ten laste van de onderneming of organisatie blijven;
6° de financiële tegemoetkoming die het centrumbestuur betaalt aan de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en de modaliteiten van betaling;
7° bepalingen over de vertrouwelijkheid waartoe de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, zich verbindt met het oog op de uitvoering van de opdracht. In de voormelde bepalingen wordt in elk geval opgenomen dat de werknemer van de onderneming of organisatie het ambtsgeheim in onderwijs moet naleven;
8° bepalingen over de intellectuele eigendom waarbij de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, zich ermee akkoord verklaart dat alle auteurs- of andere intellectuele rechten op werken die in het kader van de uitvoering van de opdracht worden gerealiseerd, overgedragen worden aan het centrumbestuur en waarbij afspraken opgenomen kunnen worden over het eventuele interne gebruik van dit intellectuele eigendom in de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid;
9° bepalingen over aansprakelijkheid bij de uitvoering van de opdracht, waarbij in elk geval wordt opgenomen dat het centrumbestuur ervoor zorgt dat de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, tijdens de uitvoering van de opdracht op dezelfde wijze is verzekerd als al zijn andere personeelsleden;
10° de bepalingen, vermeld in artikel 8 tot en met 10 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
11° de duurtijd van de dienstverleningsovereenkomst.
§ 3. De onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, selecteert een werknemer om de opdracht uit te oefenen die in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 2, vierde lid, is vastgelegd. De werknemer aan al de volgende voorwaarden voldoen:
1° de werknemer is minstens drie jaren in dienst bij de onderneming of organisatie;
2° de werknemer is van onberispelijk gedrag. Het voormelde blijkt uit een uittreksel uit het strafregister met de finaliteit 596.2 - model bestemd voor contacten met minderjarigen, dat op het ogenblik van voorleggen niet langer dan een maand tevoren is afgegeven;
3° de werknemer die ter beschikking wordt gesteld van een centrum dat in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, beschikt over de vereiste kennis van het Nederlandse als onderwijstaal, wat blijkt uit het feit dat de werknemer het Nederlands beheerst op het niveau C1 van het Europees Referentiekader voor Talen. De voormelde vereiste taalkennis blijkt uit het feit dat de werknemer minstens beschikt over een diploma dat in het Nederlands is behaald en dat toegang geeft tot een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel conform artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs;
4° de werknemer beschikt over een diploma dat minstens een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is voor het wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarin hij een lesopdracht opneemt conform artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.
De onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, stelt de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, voor aan het centrumbestuur, dat controleert of de werknemer aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, voldoet en dat vervolgens beslist om de opdracht al of niet toe te kennen aan de voormelde werknemer. Het centrumbestuur bewaart de gegevens van de voormelde werknemer, vermeld in het eerste lid, 2°, 3° en 4°, die het door de voormelde controle verkrijgt, op de wijze en gedurende de termijnen die het centrumbestuur al hanteert voor de gegevens van al zijn personeelsleden, conform de algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
§ 4. De individuele opdracht van de werknemer, vermeld in paragraaf 3, in het centrum wordt opgenomen in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 1.
In de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid, worden ook de specifieke afspraken opgenomen over de aanvangsbegeleiding en de ondersteuning waarop de werknemer, vermeld in het eerste lid, een beroep kan doen in het centrum waar hij zijn lesopdracht opneemt.
De werknemer, vermeld in het eerste lid, blijft tijdens de uitvoering van de overeengekomen opdracht altijd onder het gezag van zijn onderneming of organisatie. Het centrumbestuur kan aan de voormelde werknemer in het kader van de uitvoering van de concrete lesopdracht instructies geven. De bepalingen over die instructies worden opgenomen in een bijlage bij de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid.
De werknemer, vermeld in het eerste lid, behoudt tijdens de uitvoering van de opdracht in het centrum het salaris waar hij bij zijn onderneming of organisatie recht op heeft, en ook alle daarbij horende financiële en extralegale voordelen.
De dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 2, vierde lid, regelt de algemene rechtsverhouding tussen het centrumbestuur en de onderneming of organisatie voor de duur van de overeengekomen opdracht. Bij een tegenstrijdigheid of afwijking hebben de bepalingen van de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid, voorrang op de bepalingen van de dienstverleningsovereenkomst. De bepalingen van een recentere deelovereenkomst als vermeld in het eerste lid, hebben altijd voorrang op die van een vorige deelovereenkomst.
De werknemer, vermeld in het eerste lid, is in het kader van de lesopdracht die hij in het centrum opneemt ambtshalve stemgerechtigd lid van de klassenraad. Tussen het centrum en de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, worden praktische afspraken gemaakt over het functioneren van de voormelde werknemer in de klassenraad, met inbegrip van het al dan niet aanwezig zijn van de voormelde werknemer op klassenraadsvergaderingen. De voormelde afspraken worden opgenomen in de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid.
In het zesde lid wordt verstaan onder klassenraad: de begeleidende klassenraad of de delibererende klassenraad.
§ 5. De Vlaamse Regering kan subsidies toekennen aan een externe organisatie of bedrijf om in het kader van het lerarentekort tussen centrumbesturen en ondernemingen of organisaties een bemiddelende of coachende rol op te nemen.
§ 6. De maatregelen, vermeld in dit artikel, worden geëvalueerd tijdens het schooljaar 2024-2025.".
Art. 60. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 8 juillet 2022, il est inséré un article 90bis, rédigé comme suit :
" Art. 90bis. § 1er. En cas de pénurie de personnel enseignant sur le marché du travail, une autorité du centre peut utiliser une partie de l'encadrement du personnel enseignant d'un ou de plusieurs de ses centres, pour une durée maximale d'une année scolaire à la fois, afin d'employer dans ce centre ou ces centres, par le biais d'un contrat de services entre l'autorité du centre et une organisation ou entreprise du secteur public ou privé, un ou plusieurs employés de cette organisation ou entreprise. Le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991, le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 et les arrêtés d'exécution de ces décrets ne s'appliquent pas aux employés précités.
Dans le mode d'affectation de l'encadrement du personnel enseignant, visé à l'alinéa 1er, l'autorité du centre qui engage le membre du personnel peut convertir des périodes-professeur d'un ou de plusieurs de ses centres, visés à l'alinéa 1er, en crédit à concurrence de la mission d'enseignement ou des missions d'enseignement qui ont été fixées dans le contrat de services. Le crédit précité est utilisé comme intervention financière pour l'entreprise ou l'organisation, visée à l'alinéa 1er. Pour l'intervention financière précitée, l'autorité du centre utilise des périodes-professeur du capital hebdomadaire des périodes-professeur, visé à l'article 89, § 1er, alinéa 1er, qui a été octroyé au centre.
Le Gouvernement flamand détermine le montant par période-professeur qu'une autorité du centre peut convertir en crédit pour l'intervention financière, visée à l'alinéa 2, et le mode de notification de la conversion précitée au service compétent désigné par le Gouvernement flamand. L'autorité du centre autorise le service compétent de l'administration à verser l'intervention financière précitée directement à l'organisation ou à l'entreprise, visée à l'alinéa 1er, avec laquelle l'autorité du centre conclut un contrat de services.
Le Gouvernement flamand établit un modèle de contrat de services, en tenant compte des conditions, visées à la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise d'e travailleurs à la disposition d'utilisateurs. Dans le contrat de services précité, tous les éléments suivants sont repris :
1° la mission spécifique de l'employé, visé à l'alinéa 1er, dans le centre ;
2° les conditions de désignation et de travail applicables à l'employé, visé à l'alinéa 1er, dont le salaire et les avantages financiers dont l'employé précité bénéficie dans son entreprise ou organisation sont garantis par l'entreprise ou l'organisation d'origine ;
3° la formation que l'employé, visé à l'alinéa 1er, doit avoir suivie ;
4° les obligations que l'employé, visé à l'alinéa 1er, doit respecter dans l'exercice de sa mission Les obligations précitées stipulent expressément que l'employé précité reste toujours sous l'autorité de son organisation ou entreprise, sauf s'il s'agit d'obligations qui ont trait au bien-être au travail ou d'instructions spécifiques indispensables à la bonne exécution de la mission spécifique ;
5° la durée du contrat de services ;
6° les possibilités de cessation anticipée du contrat de services.
Les employés, visés à l'alinéa 1er, doivent remplir les conditions de désignation qui sont reprises par le Gouvernement flamand dans le modèle de contrat de services, visé à l'alinéa 4. Les employés, tels que visés à l'alinéa 1er, qui sont mis à la disposition d'un centre situé dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, démontrent en outre qu'ils maîtrisent la connaissance du néerlandais comme langue d'enseignement au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les langues. Les employés prouvent la connaissance linguistique requise précitée de l'une des manières suivantes :
1° avec un titre fixé par le Gouvernement flamand pour une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant et qui a été obtenu dans la langue d'enseignement ;
2° avec un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
3° avec un titre qui est équivalent à un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
4° avec un certificat de fin d'études, un certificat ou une attestation démontrant le niveau C1 requis du Cadre européen de référence pour les langues.
A l'alinéa 5, on entend par Cadre européen commun de référence pour les langues : la traduction française du Common European Framework of Reference for Languages publié par le Conseil de l'Europe.
§ 2. La pénurie de personnel enseignant sur le marché du travail, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ressort du fait que l'autorité du centre du centre où elle veut engager l'employé d'une organisation ou entreprise, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, pour une vacance dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant, ne peut pas pourvoir la vacance précitée par le biais d'une désignation régulière d'un membre du personnel qui possède à cet effet un titre requis ou jugé suffisant.
Dans le premier alinéa on entend par vacance, un emploi complet ou incomplet qui est vacant ou pour lequel le titulaire absent ou son remplaçant peut être remplacé de manière régulière.
Pour pourvoir la vacance, visée à l'alinéa 1er, l'autorité du centre du centre conclut un contrat de services avec l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er. Le contrat de services précité reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation pour une mission spécifique et la période de la mise à disposition. Le contrat de services régit toujours une mission d'enseignement qui comprend les tâches suivantes :
1° la planification et la préparation des cours ;
2° l'enseignement proprement dit ;
3° l'encadrement des élèves spécifique à la classe ;
4° l'évaluation des élèves ;
5° la consultation et la coopération avec la direction, les collègues et, le cas échéant, le centre d'encadrement des élèves, les centres de soutien à l'apprentissage et les parents.
L'autorité du centre et l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, concluent un contrat de services, visé au paragraphe 1er. Le contrat de services précité contient les dispositions et conditions suivantes concernant l'exécution de la mission visée à l'alinéa 3 :
1° les données de l'autorité du centre agissant en tant que donneur d'ordre et les données de l'entreprise ou de l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, agissant en tant que preneur d'ordre ;
2° les coordonnées des mandataires désignés par les deux parties ;
3° la mission qui est convenue, le mode d'exécution de cette mission et le soutien auquel l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, a droit pendant cette exécution et qui est proposé par le centre ;
4° les conditions à remplir par l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, mis à disposition par l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, stipulant explicitement que l'employé reste sous l'autorité de l'entreprise ou de l'organisation, sauf s'il s'agit d'instructions données par l'autorité du centre à l'employé dans le cadre de l'exécution de la mission, qui sont incluses dans la sous-convention ;
5° les obligations financières et sociales à l'égard de l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, qui restent à charge de l'entreprise ou organisation ;
6° l'intervention financière payée par l'autorité du centre à l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et les modalités de paiement ;
7° des dispositions relatives à la confidentialité auxquelles s'engage l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, en vue de l'exécution de la mission. Les dispositions précitées stipulent en tous les cas que l'employé de l'entreprise ou de l'organisation doit respecter le secret professionnel de l'enseignement ;
8° des dispositions sur la propriété intellectuelle par lesquelles l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, accepte notamment que tous les droits d'auteur ou autres droits de propriété intellectuelle sur les oeuvres réalisées dans le cadre de l'exécution de la mission soient transférés à l'autorité du centre et qui peuvent inclure des accords sur l'utilisation éventuelle de cette propriété intellectuelle dans l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er ;
9° des dispositions sur la responsabilité dans l'exécution de la mission, qui prévoient dans tous les cas que l'autorité du centre veille à ce que l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, soit assuré de la même manière que tous ses autres employés pendant l'exécution de la mission ;
10° des dispositions, visées aux articles 8 à 10 de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail ;
11° la durée du contrat de services.
§ 3. L'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, sélectionne un employé pour exercer la mission qui a été fixée dans le contrat de services, visé au paragraphe 2, alinéa 4. L'employé doit réunir les conditions suivantes :
1° l'employé est au moins depuis trois ans en service dans l'entreprise ou l'organisation ;
2° l'employé a une conduite irréprochable. Ce qui précède ressort d'un extrait du casier judiciaire avec la finalité 596.2 - modèle destiné aux contacts avec des mineurs, qui n'a pas été délivré plus d'un mois avant sa présentation ;
3° l'employé qui est mis à la disposition d'un centre situé dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, a la connaissance requise du néerlandais comme langue d'enseignement, ce qui est attesté par le fait que l'employé maîtrise le néerlandais au niveau C1 du Cadre européen de référence pour les langues. La connaissance linguistique requise précitée est attestée par le fait que l'employé possède au moins un diplôme obtenu en néerlandais, qui donne accès à la fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant conformément à l'article 10 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire ;
4° l'employé possède au moins un diplôme qui est un titre jugé suffisant pour la fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant dans le cadre de laquelle il assume une mission d'enseignement conformément à l'article 10 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire.
L'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, propose l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, à l'autorité du centre, qui contrôle si l'employé remplit les conditions, visées à l'alinéa 1er, et qui décide ensuite de confier la mission ou non à l'employé précité. L'autorité du centre conserve les données de l'employé précité, visé à l'alinéa 1er, 2°, 3° et 4°, qu'elle obtient par le biais du contrôle précité, de la manière et pendant les délais déjà appliqués par l'autorité du centre pour les données de tous ses membres du personnel, conformément au règlement général sur la protection des données (RGPD).
§ 4. La mission individuelle de l'employé, visée au paragraphe 3, dans le centre est incluse dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention inclus dans le modèle de contrat de services, visé au paragraphe 1er.
La sous-convention, visée à l'alinéa 1er, contient également les accords spécifiques sur l'encadrement initial et le soutien auxquels l'employé, visé à l'alinéa 1er, peut faire appel dans le centre où il assume sa mission d'enseignement.
L'employé, visé à l'alinéa 1er, reste toujours sous l'autorité de son entreprise ou organisation pendant l'exécution de la mission convenue. L'autorité du centre peut donner des instructions à l'employé précité dans le cadre de l'exécution de la mission d'enseignement concrète. Les dispositions relatives à ces instructions figurent dans une annexe de la sous-convention, visée à l'alinéa 1er.
L'employé, visé à l'alinéa 1er, conserve le salaire auquel il a droit dans son entreprise ou organisation pendant l'exécution de la mission dans le centre, ainsi que tous les avantages financiers et extralégaux y afférents.
Le contrat de services, visé au paragraphe 2, alinéa 4, régit la relation juridique générale entre l'autorité du centre et l'entreprise ou l'organisation pour la durée de la mission convenue. En cas de contradiction ou de dérogation, les dispositions de la sous-convention, visée à l'alinéa 1er, prévalent sur les dispositions du contrat de services. Les dispositions d'une sous-convention plus récente, telle que visée à l'alinéa 1er, prévalent toujours sur celles d'une sous-convention antérieure.
L'employé, visé à l'alinéa 1er, est membre de droit du conseil de classe avec droit de vote dans le cadre de la mission d'enseignement qu'il assume dans le centre. Des accords pratiques sont convenus entre le centre et l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, sur le fonctionnement de l'employé précité dans le conseil de classe, y compris la présence ou non de l'employé précité aux réunions du conseil de classe. Les accords précités sont repris dans la sous-convention, visée à l'alinéa 1er.
A l'alinéa 6, on entend par conseil de classe, le conseil de classe accompagnateur ou le conseil de classe délibérant.
§ 5. Dans le cadre de la pénurie d'enseignants, le Gouvernement flamand peut octroyer des subventions à une organisation ou entreprise externe pour assumer un rôle de médiation ou de coach entre des autorités du centre et des entreprises ou organisations.
§ 6. Les mesures, visées au présent article, seront évaluées pendant l'année scolaire 2024-2025. ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs
CHAPITRE 8. - Modifications du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement
Art. 61. In deel III van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt een hoofdstuk II/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk II/1. Flexibele werkregeling".
Art. 61. Dans la partie III décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, il est inséré un chapitre II/1, rédigé comme suit :
" Chapitre II/1. Régime de travail flexible ".
Art. 62. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023 wordt in hoofdstuk II/1, ingevoegd bij artikel 61, een artikel 60/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 60/1. Dit hoofdstuk voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad.".
Art. 62. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, dans le chapitre II/1, inséré par l'article 61, il est inséré un article 60/1, rédigé comme suit :
" Art. 60/1. Ce chapitre prévoit la transposition partielle de la directive 2019/1158 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 concernant l'équilibre entre vie professionnelle et vie privée des parents et des aidants et abrogeant la directive 2010/18/UE du Conseil. ".
Art. 63. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023 wordt in hetzelfde hoofdstuk II/1 een artikel 60/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 60/2. Een personeelslid dat aan de voorwaarden voldoet om volgens de geldende regelgeving recht te hebben op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand, voor mantelzorg of voor palliatieve zorgen, heeft, ongeacht of dat personeelslid die loopbaanonderbreking al of niet opneemt, het recht om voor een aaneengesloten periode van maximaal twaalf maanden een flexibele werkregeling aan te vragen voor zorgdoeleinden.
Een flexibele werkregeling als vermeld in het eerste lid, is een aanpassing van het bestaande werkpatroon van het personeelslid.".
Art. 63. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, dans le même chapitre II/1, il est inséré un article 60/2, rédigé comme suit :
" Art. 60/2. Un membre du personnel qui remplit les conditions pour avoir droit, conformément à la réglementation en vigueur, à une interruption de carrière pour congé parental, pour assistance médicale, pour services de proximité ou pour soins palliatifs, a le droit, que le membre du personnel prenne ou non cette interruption de carrière, de demander pour une période ininterrompue de douze mois maximum un régime de travail flexible à des fins de soins.
Un régime de travail flexible tel que visé à l'alinéa 1er, est une adaptation du régime de travail existant du membre du personnel. ".
Art. 64. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt in hetzelfde hoofdstuk II/1 een artikel 60/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 60/3. Het personeelslid dat een flexibele werkregeling wil voor zorgdoeleinden als vermeld in artikel 60/2, bezorgt daarvoor een schriftelijke aanvraag aan de inspecteur-generaal minstens twee maanden vóór de gewenste begindatum of, als het gaat om een aanvraag voor palliatieve zorgen, minstens twee weken vóór de gewenste begindatum. De voormelde termijnen kunnen in onderling akkoord tussen de inspecteur-generaal en het personeelslid worden ingekort. De voormelde aanvraag vermeldt de gewenste begin- en einddatum en het ingeroepen zorgdoeleinde.
De inspecteur-generaal heeft het recht om een document of documenten te vragen om het zorgdoeleinde te staven dat conform het eerste lid wordt ingeroepen.".
Art. 64. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, dans le même chapitre II/1, il est inséré un article 60/3, rédigé comme suit :
" Art. 60/3. Le membre du personnel qui veut un régime de travail flexible à des fins de soins tel que visé à l'article 60/2, remet à cet effet une demande écrite à l'inspecteur général au moins deux mois avant la date de début souhaitée ou, s'il s'agit d'une demande pour soins palliatifs, au moins deux semaines avant la date de début souhaitée.
Les délais précités peuvent être réduits d'un commun accord entre l'inspecteur général et le membre du personnel. La demande précitée mentionne la date de début et la date de fin souhaitées, et la finalité des soins invoquée.
L'inspecteur général a le droit de demander un document ou des documents étayant la finalité des soins invoquée conformément à l'alinéa 1er. ".
Art. 65. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt in hetzelfde hoofdstuk II/1 een artikel 60/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 60/4. De inspecteur-generaal kan de aanvraag, vermeld in artikel 60/3, rekening houdend met de behoeften van het personeelslid en de continuïteit van het onderwijs en de dienstverlening inwilligen, weigeren of een gemotiveerd tegenvoorstel doen dat bestaat uit een andere flexibele werkregeling of een andere periode voor de uitoefening van de flexibele werkregeling. Het uitstel van een flexibele werkregeling mag niet tot gevolg hebben dat de flexibele werkregeling onmogelijk wordt.
De inspecteur-generaal bezorgt het personeelslid een schriftelijk antwoord binnen dertig dagen nadat hij de voormelde aanvraag heeft ontvangen. Als de inspecteur-generaal weigert, deelt hij de gemotiveerde weigeringsbeslissing schriftelijk mee aan het personeelslid.
Het uitblijven van een antwoord van de inspecteur-generaal of een niet of onvoldoende gemotiveerde weigeringsbeslissing wordt gelijkgesteld met een akkoord.".
Art. 65. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, dans le même chapitre II/1, il est inséré un article 60/4, rédigé comme suit :
" Art. 60/4. Tenant compte des besoins du membre du personnel et de la continuité de l'enseignement et de la prestation de services, l'inspecteur général peut accepter ou refuser la demande, visée à l'article 60/3, ou formuler une contre-proposition motivée consistant en un autre régime de travail flexible ou une autre période pour l'exercice du régime de travail flexible. Le report d'un régime de travail flexible ne doit pas avoir pour conséquence que le régime de travail flexible devienne impossible.
L'inspecteur général remet au membre du personnel une réponse écrite dans les trente jours suivant la réception de la demande précitée. Si l'inspecteur général refuse, ce dernier notifie par écrit au membre du personnel sa décision de refus motivée.
L'absence de réponse de la part de l'inspecteur général ou une décision de refus non motivée ou insuffisamment motivée est assimilée à un accord. ".
Art. 66. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt in hetzelfde hoofdstuk II/1 een artikel 60/5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 60/5. Het personeelslid heeft het recht om na afloop van de flexibele werkregeling, vermeld in artikel 60/2, zijn oorspronkelijke werkpatroon te hervatten.".
Art. 66. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, dans le même chapitre II/1, il est inséré un article 60/5, rédigé comme suit :
" Art. 60/5. Le membre du personnel a le droit, à la fin du régime de travail flexible, visé à l'article 60/2, de reprendre son régime de travail initial. ".
Art. 67. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt in hetzelfde hoofdstuk II/1 een artikel 60/6 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 60/6. De flexibele werkregeling, vermeld in artikel 60/2, kan vervroegd worden stopgezet. De inspecteur-generaal kan een opzeggingstermijn vastleggen voor de aanvraag van de stopzetting.".
Art. 67. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, dans le même chapitre II/1, il est inséré un article 60/6, rédigé comme suit :
" Art. 60/6. Il peut être mis fin de manière anticipée au régime de travail flexible, visé à l'article 60/2. L'inspecteur général peut fixer un délai de préavis pour la demande d'arrêt. ".
Art. 68. Aan artikel 147 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 december 2012, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het eerste lid is niet van toepassing op de personeelsleden die gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ziekte of gebrekkigheid tijdens een verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte.".
Art. 68. A l'article 147 du même décret, modifié par le décret du 21 décembre 2012, un alinéa 2, rédigé comme suit, est ajouté :
" L'alinéa 1er ne s'applique pas aux membres du personnel qui sont partiellement mis à disposition pour cause de maladie ou d'invalidité pendant un congé pour prestations réduites pour cause de maladie. ".
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010
CHAPITRE 9. - Modifications du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010
Art. 69. In artikel 3 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt een punt 14° /3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"14° /3 Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR).".
Art. 69. Dans l'article 3 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, il est inséré un point 14° /3, rédigé comme suit :
" 14° /3 Cadre européen commun de référence pour les langues : la traduction française du Common European Framework of Reference for Languages (CEFR) publié par le Conseil de l'Europe. ".
Art. 70. In deel III, titel 1, hoofdstuk 3, afdeling 2, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt onderafdeling 2/2 opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Onderafdeling 2/2. Flexibilisering van de vervangingen".
Art. 70. Dans la partie III, titre 1er, chapitre 3, section 2, du même Code, modifiée en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, la sous-section 2/2 est rétablie dans la rédaction suivante :
" Sous-section 2/2. Flexibilisation des remplacements ".
Art. 71. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt in onderafdeling 2/2, hersteld bij artikel 70, artikel 22/15 opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Art. 22/15. Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 in een school voor gewoon secundair onderwijs of in een centrum voor deeltijds onderwijs de uren-leraar van de betrekkingen in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een school die in aanmerking komen voor een reguliere vervanging als vermeld in artikel 22/2, 1°, omzetten in punten voor de aanwending in de school of in het centrum in ambten van het ondersteunend personeel.
Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 in een school voor buitengewoon secundair onderwijs de lesuren van de betrekkingen in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komen voor een reguliere vervanging als vermeld in artikel 22/2, 1°, omzetten in punten voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel of in uren voor de aanwending in ambten van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel.
De omzetting, vermeld in het eerste en tweede lid, geldt altijd maximaal voor de duur van de afwezigheid van de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging als vermeld in artikel 22/2, 1°, en maximaal voor de duur van het lopende schooljaar.
In afwijking van het derde lid eindigt de omzetting, vermeld in het eerste en tweede lid:
1° vanaf het ogenblik dat de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging vervroegd terugkeert uit zijn afwezigheid. Het personeelslid dat tijdelijk aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd ingericht in een ambt van het ondersteunend personeel of in een ambt van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel wordt bij de terugkeer van de titularis ontslagen volgens artikel 23, eerste lid, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 21, § 1, eerste lid, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;
2° als het personeelslid dat tijdelijk aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd ingericht in een ambt van het ondersteunend personeel of in een ambt van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de lestijden vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de uren-leraar, vermeld in het eerste lid, kunnen worden omgezet in punten voor het ondersteunend personeel en de wijze waarop de lesuren, vermeld in het tweede lid, kunnen worden omgezet in punten voor het ondersteunend personeel en in uren voor het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel.
De criteria om het tekort aan onderwijzend personeel te bepalen en de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel als vermeld in het eerste lid, of in ambten van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel als vermeld in het tweede lid, worden vastgelegd na onderhandeling in het bevoegde lokale comité.
De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het ondersteunend personeel als vermeld in het eerste lid, of in ambten van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel als vermeld in het tweede lid, komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.".
Art. 71. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, à la sous-section 2/2, rétablie par l'article 70, l'article 22/15 est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 22/15. En cas de pénurie de personnel enseignant, pendant les années scolaires 2023-2024 et 2024-2025, dans une école d'enseignement secondaire ordinaire ou dans un centre d'enseignement à temps partiel, l'autorité scolaire peut convertir les périodes-professeur des emplois dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant dans une école qui entrent en ligne de compte pour un remplacement régulier, tel que visé à l'article 22/2, 1°, en points pour l'affectation dans l'école ou dans le centre dans des fonctions du personnel d'appui.
En cas de pénurie de personnel enseignant, pendant les années scolaires 2023-2024 et 2024-2025, dans une école d'enseignement secondaire spécial, l'autorité scolaire peut convertir les heures de cours des emplois dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant qui entrent en ligne de compte pour un remplacement régulier, tel que visé à l'article 22/2, 1°, en points pour l'affectation dans des fonctions du personnel d'appui ou en heures pour l'affectation dans des fonctions du personnel paramédical, social, médical, psychologique et orthopédagogique.
La conversion, visée aux alinéas 1er et 2, vaut toujours au maximum pour la durée de l'absence du titulaire de l'emploi qui entre en ligne de compte pour un remplacement régulier, tel que visé à l'article 22/2, 1°, et au maximum pour la durée de l'année scolaire en cours.
Par dérogation à l'alinéa 3, la conversion, visée aux alinéas 1er et 2, prend fin :
1° à partir du moment où le titulaire de l'emploi qui entre en ligne de compte pour un remplacement régulier revient de son absence de manière anticipée. Le membre du personnel désigné temporairement dans un emploi qui a été aménagé via la conversion précitée dans une fonction du personnel d'appui ou dans une fonction du personnel paramédical, médical, social, psychologique et orthopédagogique, est licencié au retour du titulaire conformément à l'article 23, alinéa 1er, a), du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire ou conformément à l'article 21, § 1er, alinéa 1er, a), du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné ;
2° si le membre du personnel désigné temporairement dans un emploi qui a été aménagé via la conversion précitée dans une fonction du personnel d'appui ou dans une fonction du personnel paramédical, médical, social, psychologique et orthopédagogique, démissionne volontairement conformément à l'article 25 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire ou conformément à l'article 26 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné. Dans ce cas, la conversion prend fin pour la partie correspondante des périodes de cours à partir du moment où la démission prend effet.
Le Gouvernement flamand détermine la manière dont les périodes-professeur, visées à l'alinéa 1er, peuvent être converties en points pour le personnel d'appui et la manière dont les heures de cours, visées à l'alinéa 2, peuvent être converties en points pour le personnel d'appui et en heures pour le personnel paramédical, social, médical, psychologique et orthopédagogique.
Les critères de détermination de la pénurie de personnel enseignant et de l'utilisation dans des fonctions du personnel d'appui tel que visé à l'alinéa 1er ou dans des fonctions du personnel paramédical, social, médical, psychologique et orthopédagogique, visé à l'alinéa 2, sont déterminés après négociation au sein du comité local de négociation compétent.
Les emplois créés dans des fonctions du personnel d'appui tel que visé à l'alinéa 1er ou dans des fonctions du personnel paramédical, social, médical, psychologique et orthopédagogique, visé à l'alinéa 2, n'entrent pas en ligne de compte pour une déclaration de vacance et l'autorité scolaire ne peut en aucun cas nommer un membre du personnel à titre définitif, l'affecter ou le muter dans un de ces emplois. ".
Art. 72. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt in dezelfde onderafdeling 2/2 artikel 22/16 opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Art. 22/16. Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs of een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs kan tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 de uren-leraar van een betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging als vermeld in artikel 22/2, 1°, omzetten in een krediet voor de aanwending voor een gastleraar als vermeld in artikel 211, § 3, of in artikel 211/1.
Een school voor buitengewoon secundair onderwijs kan de lesuren van een betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging als vermeld in artikel 22/2, 1°, omzetten in een krediet voor de aanwending voor een gastleraar als vermeld in artikel 308/4 of in artikel 308/5.
De omzetting, vermeld in het eerste en tweede lid, geldt steeds maximaal voor de duur van de afwezigheid van de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging als vermeld in artikel 22/2, 1°, en maximaal voor de duur van het lopende schooljaar.
In afwijking van het derde lid eindigt de omzetting, vermeld in het eerste en tweede lid:
1° vanaf het ogenblik dat de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging vervroegd terugkeert uit zijn afwezigheid. Hierdoor eindigt ook de aanstelling van de gastleraar;
2° als de gastleraar vrijwillig een einde maakt aan zijn aanstelling.
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de uren-leraar, vermeld in het eerste lid, en de lesuren, vermeld in het tweede lid, kunnen worden omgezet in een krediet, de wijze van melding van voormelde omzetting aan de bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst, de grootte van het krediet per uur-leraar of per lesuur dat wordt omgezet en de wijze van toekenning van het krediet.".
Art. 72. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, à la même sous-section 2/2, l'article 22/16 est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 22/16. Une école d'enseignement secondaire ordinaire à temps plein ou un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel peut, pendant les années scolaires 2023-2024 et 2024-2025, convertir les périodes-professeur d'un emploi dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant qui entrent en ligne de compte pour un remplacement régulier, tel que visé à l'article 22/2, 1°, en crédit pour l'affectation d'un enseignant invité tel que visé à l'article 211, § 3, ou à l'article 211/1.
Une école d'enseignement secondaire spécial peut convertir les heures de cours d'un emploi dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant qui entrent en ligne de compte pour un remplacement régulier, tel que visé à l'article 22/2, 1°, en crédit pour l'affectation d'un enseignant invité tel que visé à l'article 308/4 ou à l'article 308/5.
La conversion, visée aux alinéas 1er et 2, vaut toujours au maximum pour la durée de l'absence du titulaire de l'emploi qui entre en ligne de compte pour un remplacement régulier, tel que visé à l'article 22/2, 1°, et au maximum pour la durée de l'année scolaire en cours.
Par dérogation à l'alinéa 3, la conversion, visée aux alinéas 1er et 2, prend fin :
1° à partir du moment où le titulaire de l'emploi qui entre en ligne de compte pour un remplacement régulier revient de son absence de manière anticipée. De ce fait se termine également la désignation de l'enseignant invité ;
2° lorsque l'enseignant invité met volontairement fin à sa désignation.
Le Gouvernement flamand détermine la manière dont les périodes-professeur, visées à l'alinéa 1er, et les heures de cours, visées à l'alinéa 2, peuvent être converties en crédit, le mode de notification de la conversion précitée au service compétent désigné par le Gouvernement flamand, le montant du crédit par période-professeur ou par heure de cours qui est convertie et le mode d'attribution du crédit. ".
Art. 73. In artikel 25 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 17 juni 2011 en 19 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 5, vijfde lid, 2°, wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren";
2° in paragraaf 6, vijfde lid, wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren".
Art. 73. A l'article 25 du même Code, modifié par les décrets des 17 juin 2011 et 19 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 5, alinéa 5, 2°, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités " ;
2° dans le paragraphe 6, alinéa 5, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités ".
Art. 74. In artikel 26, § 3, vierde lid, 2°, van dezelfde codex wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren".
Art. 74. Dans l'article 26, § 3, alinéa 4, 2°, du même Code, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités ".
Art. 75. In artikel 28, § 3, vijfde lid, van dezelfde codex wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren".
Art. 75. Dans l'article 28, § 3, alinéa 5, du même Code, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités ".
Art. 76. In artikel 130, § 2, vierde lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 17 juni 2016, wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren".
Art. 76. Dans l'article 130, § 2, alinéa 4, du même Code, remplacé par le décret du 17 juin 2016, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités ".
Art. 77. In artikel 134/2, vierde lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 20 april 2018, wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren".
Art. 77. Dans l'article 134/2, alinéa 4, du même Code, inséré par le décret du 20 avril 2018, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités ".
Art. 78. In artikel 136/3, § 1, 2°, e), van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2012 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt het woord "voordrachtgever" vervangen door het woord "gastleraar".
Art. 78. Dans l'article 136/3, § 1er, 2°, e), du même Code, inséré par le décret du 21 décembre 2012 et modifié par le décret du 25 avril 2014, le mot " conférencier " est remplacé par les mots " enseignant invité ".
Art. 79. In artikel 211 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs of een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs kan het wekelijks aantal uren-leraar, vermeld in paragraaf 1, ook aanwenden voor het inzetten van een gastleraar in volgende structuuronderdelen:
1° alle structuuronderdelen van het studiegebied Ballet van de tweede en de derde graad kso;
2° alle structuuronderdelen van de derde graad tso;
3° alle structuuronderdelen van de derde graad bso;
4° hbo-verpleegkunde.
Het aantal lesuren van de wekelijkse lessentabel van het betrokken structuuronderdeel dat, omgerekend naar schooljaarbasis, aan gastleraren kan worden besteed, bedraagt maximum 2, uitgezonderd in de structuuronderdelen van het studiegebied Ballet en Integrale Veiligheid, waar het maximum 6 bedraagt.
Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, is een persoon die geen deel uitmaakt van het schoolbestuur of centrumbestuur of van het personeel van de school of het centrum. Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, geeft in eigen naam of in dienst van een organisatie of onderneming uit de publieke of private sector, gastlessen in de school, in het centrum of op een andere locatie in het kader van de realisatie van het onderwijsprogramma en vanuit zijn deskundigheid of ervaring met betrekking tot de arbeidsmarkt en de bedrijfswereld.
Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, is van onberispelijk gedrag. Het voormelde blijkt uit een uittreksel uit het strafregister met de finaliteit 596.2 - model bestemd voor contacten met minderjarigen, dat op het ogenblik van het voorleggen niet langer dan een maand tevoren is afgegeven. Daarnaast toont de voormelde gastleraar die gastlessen geeft in een school die of in een centrum dat in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, aan dat hij de kennis van het Nederlands als onderwijstaal beheerst op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. De gastleraar bewijst die vereiste taalkennis op een van de volgende wijzen:
1° met een bekwaamheidsbewijs dat de Vlaamse Regering vastlegt voor een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en dat behaald is in de onderwijstaal;
2° met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
3° met een studiebewijs dat gelijkwaardig is met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs en dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
4° met een getuigschrift, een certificaat of een attest dat het vereiste niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen aantoont.
Bij de wijze van aanwending, vermeld in het eerste lid, worden uren-leraar omgezet in een krediet ten belope van de lesopdracht van de gastleraar. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van melding van voormelde omzetting aan de bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst, de grootte van het krediet per uur-leraar dat wordt omgezet en de wijze van toekenning van het krediet.";
2° paragraaf 3bis wordt vervangen door wat volgt;
" § 3bis. In afwijking van paragraaf 3, eerste en tweede lid, kan een schoolbestuur van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2025 in het voltijds secundair onderwijs in elk structuuronderdeel uren-leraar aanwenden voor van het inzetten van gastleraren en dit voor een maximum van een derde van de lesuren van de wekelijkse lessentabel van het betrokken structuuronderdeel.
Deze maatregel wordt geëvalueerd tijdens het schooljaar 2024-2025.";
3° in paragraaf 4, eerste lid, wordt tussen het woord "toegekende" en het woord "uren-leraar" het woord "vacante" ingevoegd.
Art. 79. A l'article 211 du même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Une école d'enseignement secondaire ordinaire à temps plein ou un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel peut également utiliser le nombre de périodes-professeur hebdomadaires, visé au paragraphe 1er, pour l'engagement d'un enseignant invité dans les subdivisions structurelles suivantes :
1° toutes les subdivisions structurelles de la discipline Ballet des deuxième et troisième degrés ESA ;
2° toutes les subdivisions structurelles du troisième degré EST ;
3° toutes les subdivisions structurelles du troisième degré ESP ;
4° une formation HBO-5 de nursing.
Le nombre d'heures de cours de la grille horaire hebdomadaire de la subdivision structurelle concernée pouvant être destiné, sur la base d'une année scolaire, à des enseignants invités, est de 2 au maximum, sauf dans les subdivisions structurelles de la discipline Ballet et Sécurité intégrale, où le maximum est de 6.
Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, est une personne qui ne fait pas partie de l'autorité scolaire ou de l'autorité du centre ou du personnel de l'école ou du centre. Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, donne en nom propre ou au service d'une organisation ou entreprise du secteur public ou privé des cours d'invité dans l'école, dans le centre ou à un autre endroit dans le cadre de la réalisation du programme d'enseignement et sur la base de son expertise ou expérience en ce qui concerne le marché du travail et le monde des affaires.
Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, a une conduite irréprochable. Ce qui précède ressort d'un extrait du casier judiciaire avec la finalité 596.2 - modèle destiné aux contacts avec des mineurs, qui n'a pas été délivré plus d'un mois avant sa présentation. De plus, l'enseignant invité précité qui donne des cours d'invité dans une école ou un centre situé dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, démontre qu'il maîtrise la connaissance du néerlandais comme langue d'enseignement au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les langues. L'enseignant invité prouve cette connaissance linguistique requise précitée de l'une des manières suivantes :
1° avec un titre fixé par le Gouvernement flamand pour une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant et qui a été obtenu dans la langue d'enseignement ;
2° avec un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
3° avec un titre qui est équivalent à un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
4° avec un certificat de fin d'études, un certificat ou une attestation démontrant le niveau C1 requis du Cadre européen de référence pour les langues.
Dans le mode d'affectation, visé à l'alinéa 1er, des périodes-professeur sont converties en crédit à concurrence de la mission d'enseignement de l'enseignant invité. Le Gouvernement flamand détermine le mode de notification de la conversion précitée au service compétent désigné par le Gouvernement flamand, le montant du crédit par période-professeur qui est convertie et le mode d'attribution du crédit. " ;
2° le paragraphe 3bis est remplacé par ce qui suit :
" § 3bis. Par dérogation au paragraphe 3, alinéas 1er et 2, du 1er septembre 2023 au 31 août 2025 inclus, une autorité scolaire peut utiliser dans l'enseignement secondaire à temps plein, dans chaque subdivision structurelle, des périodes-professeur pour l'engagement d'enseignants invités, et ce pour un maximum d'un tiers des heures de cours de la grille horaire hebdomadaire de la subdivision structurelle concernée.
Cette mesure sera évaluée pendant l'année scolaire 2024-2025. " ;
3° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, le mot " vacantes " est inséré entre les mots " périodes-professeur " et le mot " accordées ".
Art. 80. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt een artikel 211/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 211/1. § 1. Een schoolbestuur kan bij een tekort van onderwijzend personeel op de arbeidsmarkt een deel van zijn omkadering voor het onderwijzend personeel van een of meer van zijn scholen telkens voor maximaal één schooljaar aanwenden om via een overeenkomst van dienstverlening tussen het schoolbestuur en een organisatie of onderneming uit de publieke of private sector in die school of scholen een of meer werknemers van die organisatie of onderneming in dienst te nemen via een dienstverleningsovereenkomst. Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 en de uitvoeringsbesluiten van die decreten zijn niet van toepassing op de voormelde werknemers.
Bij de wijze van aanwending van de omkadering voor het onderwijzend personeel, vermeld in het eerste lid, kan het schoolbestuur dat het personeelslid in dienst neemt, uren-leraar van een of meer van zijn scholen, vermeld in het eerste lid, omzetten in een krediet ten belope van de lesopdracht of lesopdrachten die in de dienstverleningsovereenkomst zijn vastgelegd. Het voormelde krediet wordt aangewend als financiële tegemoetkoming voor de onderneming of de organisatie, vermeld in het eerste lid, die een of meer werknemers ter beschikking stelt van het schoolbestuur. Het schoolbestuur wendt voor de voormelde financiële tegemoetkoming uren-leraar aan uit het pakket wekelijkse uren-leraar, vermeld in artikel 209, § 1, dat aan de school is toegekend.
De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag per uur-leraar dat een schoolbestuur kan omzetten in een krediet voor de financiële tegemoetkoming, vermeld in het tweede lid, en de wijze van melding van voormelde omzetting aan de bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst. Het schoolbestuur machtigt de bevoegde dienst van de administratie om de voormelde financiële tegemoetkoming rechtstreeks uit te betalen aan de organisatie of onderneming, vermeld in het eerste lid, waarmee het schoolbestuur een dienstverleningsovereenkomst sluit.
De Vlaamse Regering stelt een model van dienstverleningsovereenkomst op, waarbij ze rekening houdt met de voorwaarden, vermeld in van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. In de voormelde dienstverleningsovereenkomst worden al de volgende elementen opgenomen:
1° de specifieke opdracht van de werknemer, vermeld in het eerste lid, in de school;
2° de aanstellings- en arbeidsvoorwaarden die gelden voor de werknemer, vermeld in het eerste lid, waarbij alvast het salaris en de financiële voordelen die de voormelde werknemer in zijn onderneming of organisatie geniet gegarandeerd blijven door de uitsturende onderneming of organisatie;
3° de opleiding die de werknemer, vermeld in het eerste lid, moet gevolgd hebben;
4° de plichten die de werknemer, vermeld in het eerste lid, moet naleven bij het uitoefenen van zijn opdracht. In de voormelde verplichtingen wordt alvast uitdrukkelijk bepaald dat de voormelde werknemer altijd onder het gezag blijft van zijn organisatie of onderneming, tenzij het gaat om plichten die betrekking hebben op het welzijn op het werk of over specifieke instructies die nodig zijn voor de goede uitvoering van de specifieke opdracht;
5° de duur van de dienstverleningsovereenkomst;
6° de mogelijkheden tot voortijdige beëindiging van de dienstverleningsovereenkomst.
De werknemers, vermeld in het eerste lid, moeten voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden die de Vlaamse Regering opneemt in het model van dienstverleningsovereenkomst, vermeld in het vierde lid. Werknemers als vermeld in het eerste lid, die ter beschikking worden gesteld van een school die in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, tonen daarenboven aan dat ze de kennis van het Nederlands als onderwijstaal beheersen op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. De werknemers bewijzen die vereiste taalkennis op een van de volgende wijzen:
1° met een bekwaamheidsbewijs dat de Vlaamse Regering vastlegt voor een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en dat behaald is in de onderwijstaal;
2° met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
3° met een studiebewijs dat gelijkwaardig is met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs en dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
4° met een getuigschrift, een certificaat of een attest dat het vereiste niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen aantoont.
§ 2. Het tekort van onderwijzend personeel op de arbeidsmarkt, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, blijkt uit het feit dat het schoolbestuur in de school waar het de werknemer van een organisatie of onderneming, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, in dienst wil nemen voor een vacature in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, de voormelde vacature niet kan invullen via een reguliere aanstelling van een personeelslid dat daarvoor beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.
Om de vacature, vermeld in het eerste lid, in te vullen, sluit het schoolbestuur van de school een dienstverleningsovereenkomst met de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. In de voormelde dienstverleningsovereenkomst worden de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of organisatie voor een welbepaalde opdracht en de periode van de terbeschikkingstelling opgenomen. De dienstverleningsovereenkomst regelt altijd een lesopdracht die de volgende taken omvat:
1° de planning en voorbereiding van lessen;
2° het lesgeven zelf;
3° de klaseigen leerlingenbegeleiding;
4° de evaluatie van de leerlingen;
5° het overleg en de samenwerking met directie, collega's, en in voorkomend geval CLB, leersteuncentra en ouders.
Het schoolbestuur en de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, sluiten een dienstverleningsovereenkomst als vermeld in paragraaf 1, af. De voormelde dienstverleningsovereenkomst bevat de volgende bepalingen en voorwaarden over de uitvoering van de opdracht, vermeld in het tweede lid:
1° de gegevens van het schoolbestuur dat als opdrachtgever optreedt en de gegevens van de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die als opdrachtnemer optreedt;
2° de contactgegevens van de gemachtigden die de beide partijen aanwijzen;
3° de opdracht die wordt overeengekomen, de wijze van uitvoering van die opdracht en de ondersteuning waarop de werknemer recht heeft tijdens die uitvoering en die de school aanbiedt;
4° de voorwaarden waaraan de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, inschakelt, moet beantwoorden, waarbij uitdrukkelijk bepaald wordt dat de werknemer onder het gezag blijft van de onderneming of organisatie, tenzij het gaat om instructies die het schoolbestuur aan de werknemer geeft in het kader van de uitvoering van de opdracht en die in de deelovereenkomst worden opgenomen;
5° de financiële en sociale verplichtingen ten aanzien van de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die ten laste van de onderneming of organisatie blijven;
6° de financiële tegemoetkoming die het schoolbestuur betaalt aan de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en de modaliteiten van betaling;
7° bepalingen over de vertrouwelijkheid waartoe de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, zich verbindt met het oog op de uitvoering van de opdracht. In de voormelde bepalingen wordt in elk geval opgenomen dat de werknemer van de onderneming of organisatie het ambtsgeheim in onderwijs moet naleven;
8° bepalingen over de intellectuele eigendom waarbij de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, zich ermee akkoord verklaart dat alle auteurs- of andere intellectuele rechten op werken die in het kader van de uitvoering van de opdracht worden gerealiseerd, overgedragen worden aan het schoolbestuur en waarbij afspraken opgenomen kunnen worden over het eventuele interne gebruik van dit intellectuele eigendom in de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid;
9° bepalingen over de aansprakelijkheid bij de uitvoering van de opdracht, waarbij in elk geval wordt opgenomen dat het schoolbestuur ervoor zorgt dat de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, tijdens de uitvoering van de opdracht op dezelfde wijze is verzekerd als al zijn andere personeelsleden;
10° de bepalingen, vermeld in artikel 8 tot en met 10 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
11° de duurtijd van de dienstverleningsovereenkomst.
§ 3. De onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, selecteert een werknemer om de opdracht uit te oefenen die in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 2, is vastgelegd. De werknemer moet aan al de volgende voorwaarden voldoen:
1° de werknemer is minstens drie jaren in dienst bij de onderneming of de organisatie;
2° de werknemer is van onberispelijk gedrag. Het voormelde blijkt uit een uittreksel uit het strafregister met de finaliteit 596.2 - model bestemd voor contacten met minderjarigen, dat op het ogenblik van voorleggen niet langer dan een maand tevoren is afgegeven;
3° de werknemer die ter beschikking wordt gesteld van een school die in het Nederlandse taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, beschikt over de vereiste kennis van het Nederlands als onderwijstaal, wat blijkt uit het feit dat de werknemer het Nederlands beheerst op het niveau C1 van het Europees Referentiekader voor Talen. Die vereiste taalkennis blijkt uit het feit dat de werknemer minstens beschikt over een diploma dat in het Nederlands is behaald en dat toegang geeft tot een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarin hij een lesopdracht opneemt conform artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs;
4° de werknemer beschikt over een diploma dat minstens een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is voor het wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarin hij een lesopdracht opneemt conform artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.
De onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, stelt de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, voor aan het schoolbestuur, dat controleert of de werknemer aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, voldoet en dat vervolgens beslist om de opdracht al of niet toe te kennen aan de voormelde werknemer. Het schoolbestuur bewaart de gegevens van de voormelde werknemer, vermeld in het eerste lid, 2°, 3° en 4°, die het door de voormelde controle verkrijgt op de wijze en gedurende de termijnen die het schoolbestuur al hanteert voor de gegevens van al zijn personeelsleden, conform de algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
§ 4. De individuele opdracht van de werknemer, vermeld in paragraaf 3, in de school wordt opgenomen in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 1.
In de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid, worden ook de specifieke afspraken opgenomen over de aanvangsbegeleiding en ondersteuning waarop de werknemer, vermeld in het eerste lid, een beroep kan doen in de school waar hij zijn lesopdracht opneemt.
De werknemer, vermeld in het eerste lid, blijft tijdens de uitvoering van de overeengekomen opdracht altijd onder het gezag van zijn onderneming of organisatie. Het schoolbestuur kan aan de voormelde werknemer in het kader van de uitvoering van de concrete lesopdracht instructies geven. De bepalingen over die instructies worden opgenomen in een bijlage bij de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid.
De werknemer, vermeld in het eerste lid, behoudt tijdens de uitvoering van de opdracht in de school het salaris waar hij bij zijn onderneming of organisatie recht op heeft, en ook alle daarbij horende financiële en extralegale voordelen.
De dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 2, derde lid, regelt de algemene rechtsverhouding tussen het schoolbestuur en de onderneming of organisatie voor de duur van de overeengekomen opdracht. Bij een tegenstrijdigheid of afwijking hebben de bepalingen van de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid, voorrang op de bepalingen van de dienstverleningsovereenkomst. De bepalingen van een recentere deelovereenkomst als vermeld in het eerste lid, hebben altijd voorrang op die van een vorige deelovereenkomst.
De werknemer, vermeld in het eerste lid, is in het kader van de lesopdracht die hij in de school opneemt ambtshalve stemgerechtigd lid van de klassenraad. Tussen de school en de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, worden praktische afspraken gemaakt over het functioneren van de voormelde werknemer in de klassenraad, met inbegrip van het al dan niet aanwezig zijn van de voormelde werknemer op klassenraadsvergaderingen. De voormelde afspraken worden opgenomen in de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid.
In het zesde lid wordt verstaan onder klassenraad: de begeleidende klassenraad of de delibererende klassenraad in het voltijds gewoon secundair onderwijs.
§ 5. De Vlaamse Regering kan subsidies toekennen aan een externe organisatie of bedrijf om in het kader van het lerarentekort tussen schoolbesturen en ondernemingen of organisaties een bemiddelende of coachende rol op te nemen.
§ 6. De maatregelen, vermeld in dit artikel, worden geëvalueerd tijdens het schooljaar 2024-2025.".
Art. 80. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, il est inséré un article 211/1, rédigé comme suit :
" Art. 211/1. § 1er. En cas de pénurie de personnel enseignant sur le marché du travail, une autorité scolaire peut utiliser une partie de l'encadrement du personnel enseignant d'une ou de plusieurs de ses écoles, pour une durée maximale d'une année scolaire à la fois, afin d'employer dans cette ou ces écoles, par le biais d'un contrat de services entre l'autorité scolaire et une organisation ou entreprise du secteur public ou privé, un ou plusieurs employés de cette organisation ou entreprise. Le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991, le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 et les arrêtés d'exécution de ces décrets ne s'appliquent pas aux employés précités.
Dans le mode d'affectation de l'encadrement du personnel enseignant, visé à l'alinéa 1er, l'autorité scolaire qui engage le membre du personnel peut convertir des périodes-professeur d'une ou de plusieurs de ses écoles, visées à l'alinéa 1er, en crédit à concurrence de la mission d'enseignement ou des missions d'enseignement qui ont été fixées dans le contrat de services. Le crédit précité est affecté comme intervention financière pour l'entreprise ou l'organisation, visée à l'alinéa 1er, qui met un ou plusieurs travailleurs à la disposition de l'autorité scolaire. Pour l'intervention financière précitée, l'autorité scolaire utilise des périodes-professeur du capital hebdomadaire des périodes-professeur, visé à l'article 209, § 1er, qui a été octroyé à l'école.
Le Gouvernement flamand détermine le montant par période-professeur qu'une autorité scolaire peut convertir en crédit pour l'intervention financière, visée à l'alinéa 2, et le mode de notification de la conversion précitée au service compétent désigné par le Gouvernement flamand. L'autorité scolaire autorise le service compétent de l'administration à verser l'intervention financière précitée directement à l'organisation ou l'entreprise, visée à l'alinéa 1er, avec laquelle l'autorité scolaire conclut un contrat de services.
Le Gouvernement flamand établit un modèle de contrat de services, en tenant compte des conditions, visées à la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise d'employés à la disposition d'utilisateurs. Dans le contrat de services précité, tous les éléments suivants sont repris :
1° la mission spécifique de l'employé, visé à l'alinéa 1er, dans l'école ;
2° les conditions de désignation et de travail applicables à l'employé, visé à l'alinéa 1er, dont le salaire et les avantages financiers dont l'employé précité bénéficie dans son entreprise ou organisation sont garantis par l'entreprise ou l'organisation d'origine ;
3° la formation que l'employé, visé à l'alinéa 1er, doit avoir suivie ;
4° les obligations que l'employé, visé à l'alinéa 1er, doit respecter dans l'exercice de sa mission Les obligations précitées stipulent expressément que l'employé précité reste toujours sous l'autorité de son organisation ou entreprise, sauf s'il s'agit d'obligations qui ont trait au bien-être au travail ou d'instructions spécifiques indispensables à la bonne exécution de la mission spécifique ;
5° la durée du contrat de services ;
6° les possibilités de cessation anticipée du contrat de services.
Les employés, visés à l'alinéa 1er, doivent remplir les conditions de désignation qui sont reprises par le Gouvernement flamand dans le modèle de contrat de services, visé à l'alinéa 4. Les employés, tels que visés à l'alinéa 1er, qui sont mis à la disposition d'une école située dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, démontrent en outre qu'ils maîtrisent la connaissance du néerlandais comme langue d'enseignement au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les langues. Les employés prouvent cette connaissance linguistique requise de l'une des manières suivantes :
1° avec un titre fixé par le Gouvernement flamand pour une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant et qui a été obtenu dans la langue d'enseignement ;
2° avec un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
3° avec un titre qui est équivalent à un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
4° avec un certificat de fin d'études, un certificat ou une attestation démontrant le niveau C1 requis du Cadre européen de référence pour les langues.
§ 2. La pénurie de personnel enseignant sur le marché du travail, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ressort du fait que l'autorité scolaire de l'école où elle veut engager l'employé d'une organisation ou entreprise, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, pour une vacance dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant, ne peut pas pourvoir la vacance précitée par le biais d'une désignation régulière d'un membre du personnel qui possède à cet effet un titre requis ou jugé suffisant.
Pour pourvoir la vacance, visée à l'alinéa 1er, l'autorité scolaire de l'école conclut un contrat de services avec l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er. Le contrat de services précité reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation pour une mission spécifique et la période de la mise à disposition. Le contrat de services régit toujours une mission d'enseignement qui comprend les tâches suivantes :
1° la planification et la préparation des cours ;
2° l'enseignement proprement dit ;
3° l'encadrement des élèves spécifique à la classe ;
4° l'évaluation des élèves ;
5° la consultation et la coopération avec la direction, les collègues et, le cas échéant, le centre d'encadrement des élèves, les centres de soutien à l'apprentissage et les parents.
L'autorité scolaire et l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, concluent un contrat de services, tel que visé au paragraphe 1er. Le contrat de services précité contient les dispositions et conditions suivantes concernant l'exécution de la mission visée à l'alinéa 2 :
1° les données de l'autorité scolaire agissant en tant que donneur d'ordre et les données de l'entreprise ou de l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, agissant en tant que preneur d'ordre ;
2° les coordonnées des mandataires désignés par les deux parties ;
3° la mission qui est convenue, le mode d'exécution de cette mission et le soutien auquel l'employé a droit pendant cette exécution et qui est proposée par l'école ;
4° les conditions à remplir par l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, mis à disposition par l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, stipulant explicitement que l'employé reste sous l'autorité de l'entreprise ou de l'organisation, sauf s'il s'agit d'instructions données par l'autorité scolaire à l'employé dans le cadre de l'exécution de la mission, qui sont incluses dans la sous-convention ;
5° les obligations financières et sociales à l'égard de l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, qui restent à charge de l'entreprise ou organisation ;
6° l'intervention financière payée par l'autorité scolaire à l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et les modalités de paiement ;
7° des dispositions relatives à la confidentialité auxquelles s'engage l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, en vue de l'exécution de la mission. Les dispositions précitées stipulent en tous les cas que l'employé de l'entreprise ou de l'organisation doit respecter le secret professionnel de l'enseignement ;
8° des dispositions sur la propriété intellectuelle par lesquelles l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, accepte notamment que tous les droits d'auteur ou autres droits de propriété intellectuelle sur les oeuvres réalisées dans le cadre de l'exécution de la mission soient transférés à l'autorité scolaire et qui peuvent inclure des accords sur l'utilisation éventuelle de cette propriété intellectuelle dans l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er ;
9° des dispositions sur la responsabilité dans l'exécution de la mission, qui prévoient dans tous les cas que l'autorité scolaire veille à ce que l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, soit assuré de la même manière que tous ses autres employés pendant l'exécution de la mission ;
10° des dispositions, visées aux articles 8 à 10 de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail ;
11° la durée du contrat de services.
§ 3. L'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, sélectionne un employé pour exercer la mission qui a été fixée dans le contrat de services, visé au paragraphe 2. L'employé doit réunir les conditions suivantes :
1° l'employé est au moins depuis trois ans en service dans l'entreprise ou l'organisation ;
2° l'employé a une conduite irréprochable. Ce qui précède ressort d'un extrait du casier judiciaire avec la finalité 596.2 - modèle destiné aux contacts avec des mineurs, qui n'a pas été délivré plus d'un mois avant sa présentation ;
3° l'employé qui est mis à la disposition d'une école située dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, a la connaissance requise du néerlandais comme langue d'enseignement, ce qui est attesté par le fait que l'employé maîtrise le néerlandais au niveau C1 du Cadre européen de référence pour les langues. Cette connaissance linguistique requise est attestée par le fait que l'employé possède au moins un diplôme obtenu en néerlandais, qui donne accès à la fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant dans le cadre de laquelle il assume une mission d'enseignement conformément à l'article 10 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire ;
4° l'employé possède au moins un diplôme qui est un titre jugé suffisant pour la fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant dans le cadre de laquelle il assume une mission d'enseignement conformément à l'article 10 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire.
L'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, propose l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, à l'autorité scolaire, qui contrôle si l'employé remplit les conditions, visées à l'alinéa 1er, et qui décide ensuite de confier la mission ou non à l'employé précité. L'autorité scolaire conserve les données de l'employé précité, visé à l'alinéa 1er, 2°, 3° et 4°, qu'elle obtient par le biais du contrôle précité, de la manière et pendant les délais déjà appliqués par l'autorité scolaire pour les données de tous ses membres du personnel, conformément au règlement général sur la protection des données (RGPD).
§ 4. La mission individuelle de l'employé, visée au paragraphe 3, dans l'école est incluse dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention inclus dans le modèle de contrat de services, visé au paragraphe 1er.
La sous-convention, visée à l'alinéa 1er, contient également les accords spécifiques sur l'encadrement initial et le soutien auxquels l'employé, visé à l'alinéa 1er, peut faire appel dans l'école où il assume sa mission d'enseignement.
L'employé, visé à l'alinéa 1er, reste toujours sous l'autorité de son entreprise ou organisation pendant l'exécution de la mission convenue. L'autorité scolaire peut donner des instructions à l'employé précité dans le cadre de l'exécution de la mission d'enseignement concrète. Les dispositions relatives à ces instructions figurent dans une annexe de la sous-convention, visée à l'alinéa 1er.
L'employé, visé à l'alinéa 1er, conserve le salaire auquel il a droit dans son entreprise ou organisation pendant l'exécution de la mission dans l'école, ainsi que tous les avantages financiers et extralégaux y afférents.
Le contrat de services, visé au paragraphe 2, alinéa 3, régit la relation juridique générale entre l'autorité scolaire et l'entreprise ou l'organisation pour la durée de la mission convenue. En cas de contradiction ou de dérogation, les dispositions de la sous-convention, visée à l'alinéa 1er, prévalent sur les dispositions du contrat de services. Les dispositions d'une sous-convention plus récente, telle que visée à l'alinéa 1er, prévalent toujours sur celles d'une sous-convention antérieure.
L'employé, visé à l'alinéa 1er, est membre de droit du conseil de classe avec droit de vote dans le cadre de la mission d'enseignement qu'il assume dans l'école. Des accords pratiques sont convenus entre l'école et l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, sur le fonctionnement de l'employé précité dans le conseil de classe, y compris la présence ou non de l'employé précité aux réunions du conseil de classe. Les accords précités sont repris dans la sous-convention, visée à l'alinéa 1er.
A l'alinéa 6, on entend par conseil de classe, le conseil de classe accompagnateur ou le conseil de classe délibérant dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein.
§ 5. Dans le cadre de la pénurie d'enseignants, le Gouvernement flamand peut octroyer des subventions à une organisation ou entreprise externe pour assumer un rôle de médiation ou de coach entre des autorités scolaires et des entreprises ou organisations.
§ 6. Les mesures, visées au présent article, seront évaluées pendant l'année scolaire 2024-2025. ".
Art. 81. In artikel 308/3, eerste lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 8 juli 2022, wordt tussen het woord "toegekende" en het woord "lesuren" het woord "vacante" ingevoegd.
Art. 81. A l'article 308/3, alinéa 1er, du même Code, inséré par le décret du 8 juillet 2022, le mot " vacantes " est inséré entre les mots " heures de cours " et le mot " attribuées ".
Art. 82. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt een artikel 308/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 308/4. § 1. Een schoolbestuur kan bij een tekort van onderwijzend personeel op de arbeidsmarkt een deel van zijn omkadering voor het onderwijzend personeel van een of meer van zijn scholen telkens voor maximaal één schooljaar aanwenden om via een overeenkomst van dienstverlening tussen het schoolbestuur en een organisatie of onderneming uit de publieke of private sector in een die school of scholen een of meer werknemers van die organisatie of onderneming in dienst te nemen via een dienstverleningsovereenkomst. Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 en de uitvoeringsbesluiten van die decreten zijn niet van toepassing op de voormelde werknemers.
Bij de wijze van aanwending van de omkadering voor het onderwijzend personeel, vermeld in het eerste lid, kan het schoolbestuur dat het personeelslid in dienst neemt, lesuren van een of meer van haar scholen, vermeld in het eerste lid, omzetten in een krediet ten belope van de lesopdracht of lesopdrachten die in de dienstverleningsovereenkomst zijn vastgelegd. Het voormelde krediet wordt aangewend als financiële tegemoetkoming voor de onderneming of de organisatie, vermeld in het eerste lid, die een of meer werknemers ter beschikking stelt van het schoolbestuur. Het schoolbestuur wendt voor de voormelde financiële tegemoetkoming lesuren aan uit het lesurenpakket, vermeld in artikel 298 en 300, dat aan de school is toegekend.
De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag dat een schoolbestuur per lesuur kan omzetten in een krediet en de wijze van melding van voormelde omzetting aan de bevoegde dienst van de administratie. Het schoolbestuur machtigt de bevoegde dienst van de administratie om de voormelde financiële tegemoetkoming rechtstreeks uit te betalen aan de organisatie of onderneming, vermeld in het eerste lid, waarmee het schoolbestuur een dienstverleningsovereenkomst sluit.
De Vlaamse Regering stelt een model van dienstverleningsovereenkomst op, waarbij ze rekening houdt met de voorwaarden, vermeld in de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. In de voormelde dienstverleningsovereenkomst worden al de volgende elementen opgenomen:
1° de specifieke opdracht van de werknemer, vermeld in het eerste lid, in de school;
2° de aanstellingsen arbeidsvoorwaarden die gelden voor de werknemer, vermeld in het eerste lid, waarbij alvast het salaris en de financiële voordelen die de voormelde werknemer in zijn onderneming of organisatie geniet gegarandeerd blijven door de uitsturende onderneming of organisatie;
3° de opleiding die de werknemer, vermeld in het eerste lid, moet gevolgd hebben;
4° de plichten die de werknemer, vermeld in het eerste lid, moet naleven bij het uitoefenen van zijn opdracht. In de voormelde verplichtingen wordt alvast uitdrukkelijk bepaald dat de voormelde werknemer altijd onder het gezag blijft van zijn organisatie of onderneming, tenzij het gaat om plichten die betrekking hebben op het welzijn op het werk of over specifieke instructies die nodig zijn voor de goede uitvoering van de specifieke opdracht;
5° de duur van de dienstverleningsovereenkomst;
6° de mogelijkheden tot voortijdige beëindiging van de dienstverleningsovereenkomst.
De werknemers, vermeld in het eerste lid, moeten voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden die de Vlaamse Regering opneemt in het model van dienstverleningsovereenkomst, vermeld in het vierde lid. Werknemers als vermeld in het eerste lid, die ter beschikking worden gesteld van een school die in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, tonen daarenboven aan dat ze de kennis van het Nederlands als onderwijstaal beheersen op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. De werknemers bewijzen die vereiste taalkennis op een van de volgende wijzen:
1° met een bekwaamheidsbewijs dat de Vlaamse Regering vastlegt voor een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en dat behaald is in de onderwijstaal;
2° met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
3° met een studiebewijs dat gelijkwaardig is met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs en dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
4° met een getuigschrift, een certificaat of een attest dat het vereiste niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen aantoont.
§ 2. Het tekort van onderwijzend personeel op de arbeidsmarkt, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, blijkt uit het feit dat het schoolbestuur in de school waar het de werknemer van een organisatie of onderneming, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, in dienst wil nemen voor een vacature in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, de voormelde vacature niet kan invullen via een reguliere aanstelling van een personeelslid dat daarvoor beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.
Om de vacature, vermeld in het eerste lid, in te vullen, sluit het schoolbestuur van de school een dienstverleningsovereenkomst met de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. In de voormelde dienstverleningsovereenkomst worden de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of organisatie voor een welbepaalde opdracht en periode van de terbeschikkingstelling opgenomen. De dienstverleningsovereenkomst regelt altijd een lesopdracht die de volgende taken omvat:
1° de planning en voorbereiding van lessen;
2° het lesgeven zelf;
3° de klaseigen leerlingenbegeleiding;
4° de evaluatie van de leerlingen;
5° het overleg en de samenwerking met directie, collega's, en in voorkomend geval CLB, leersteuncentra en ouders.
Het schoolbestuur en de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, sluiten een dienstverleningsovereenkomst als vermeld in paragraaf 1, af. De dienstverleningsovereenkomst bevat de volgende bepalingen en voorwaarden over de uitvoering van de opdracht, vermeld in het tweede lid:
1° de gegevens van het schoolbestuur dat als opdrachtgever optreedt en de gegevens van de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die als opdrachtnemer optreedt;
2° de contactgegevens van de gemachtigden die de beide partijen aanwijzen;
3° de opdracht die wordt overeengekomen, de wijze van uitvoering van die opdracht en de ondersteuning waarop de werknemer recht heeft tijdens die uitvoering en die de school aanbiedt;
4° de voorwaarden waaraan de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, inschakelt, moet beantwoorden, waarbij uitdrukkelijk bepaald wordt dat de werknemer onder het gezag blijft van de onderneming of organisatie, tenzij het gaat om instructies die het schoolbestuur aan de werknemer geeft in het kader van de uitvoering van de opdracht en die in de deelovereenkomst worden opgenomen;
5° de financiële en sociale verplichtingen ten aanzien van de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die ten laste van de onderneming of organisatie blijven;
6° de financiële tegemoetkoming die het schoolbestuur betaalt aan de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en de modaliteiten van betaling;
7° bepalingen over de vertrouwelijkheid waartoe de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, zich verbindt met het oog op de uitvoering van de opdracht. In de voormelde bepalingen wordt in elk geval opgenomen dat de werknemer van de onderneming of organisatie het ambtsgeheim in onderwijs moet naleven;
8° bepalingen over de intellectuele eigendom waarbij de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, zich ermee akkoord verklaart dat alle auteursof andere intellectuele rechten op werken die in het kader van de uitvoering van de opdracht worden gerealiseerd, overgedragen worden aan het schoolbestuur en waarbij afspraken opgenomen kunnen worden over het eventuele interne gebruik van dit intellectuele eigendom in de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid;
9° bepalingen over de aansprakelijkheid bij de uitvoering van de opdracht, waarbij in elk geval wordt opgenomen dat het schoolbestuur ervoor zorgt dat de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, tijdens de uitvoering van de opdracht op dezelfde wijze is verzekerd als al zijn andere personeelsleden;
10° de bepalingen, vermeld in artikel 8 tot en met 10 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
11° de duurtijd van de dienstverleningsovereenkomst.
§ 3. De onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, selecteert een werknemer om de opdracht uit te oefenen die in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 2, derde lid, is vastgelegd. De werknemer moet aan al de volgende voorwaarden voldoen:
1° de werknemer is minstens drie jaren in dienst bij de onderneming of de organisatie;
2° de werknemer is van onberispelijk gedrag. Het voormelde blijkt uit een uittreksel uit het strafregister met de finaliteit 596.2 - model bestemd voor contacten met minderjarigen, dat op het ogenblik van voorleggen niet langer dan een maand tevoren is afgegeven;
3° de werknemer die ter beschikking wordt gesteld van een school die in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, beschikt over de vereiste kennis van het Nederlands als onderwijstaal, wat blijkt uit het feit dat de werknemer het Nederlands beheerst op het niveau C1 van het Europees Referentiekader voor Talen. Die vereiste taalkennis blijkt uit het feit dat de werknemer minstens beschikt over een diploma dat in het Nederlands is behaald en dat toegang geeft tot een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarin hij een lesopdracht opneemt conform artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs;
4° de werknemer beschikt over een diploma dat minstens een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is voor het wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarin hij een lesopdracht opneemt conform artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs.
De onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, stelt de werknemer, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, voor aan het schoolbestuur, dat controleert of de werknemer aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, voldoet en dat vervolgens beslist om de opdracht al of niet toe te kennen aan de voormelde werknemer. Het schoolbestuur bewaart de gegevens van de voormelde werknemer, vermeld in het eerste lid, 2°, 3° en 4°, die het door de voormelde controle verkrijgt op de wijze en gedurende de termijnen die het schoolbestuur al hanteert voor de gegevens van al zijn personeelsleden, conform de algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
§ 4. De individuele opdracht van de werknemer, vermeld in paragraaf 3, in de school wordt opgenomen in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 1.
In de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid, worden ook de specifieke afspraken opgenomen over de aanvangsbegeleiding en de ondersteuning waarop de werknemer, vermeld in het eerste lid, een beroep kan doen in de school waar hij zijn lesopdracht opneemt.
De werknemer, vermeld in het eerste lid, blijft tijdens de uitvoering van de overeengekomen opdracht altijd onder het gezag van zijn onderneming of organisatie. Het schoolbestuur kan aan de voormelde werknemer in het kader van de uitvoering van de concrete lesopdracht instructies geven. De bepalingen over die instructies worden opgenomen in een bijlage bij de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid.
De werknemer, vermeld in het eerste lid, behoudt tijdens de uitvoering van de opdracht in de school het salaris waar hij bij zijn onderneming of organisatie recht op heeft, en ook alle daarbij horende financiële en extralegale voordelen.
De dienstverleningsovereenkomst, vermeld in paragraaf 2, regelt de algemene rechtsverhouding tussen het schoolbestuur en de onderneming of organisatie voor de duur van de overeengekomen opdracht. Bij een tegenstrijdigheid of afwijking hebben de bepalingen van de deelovereenkomst, vermeld in het eerste lid, voorrang op de bepalingen van de dienstverleningsovereenkomst. De bepalingen van een recentere deelovereenkomst als vermeld in het eerste lid, hebben altijd voorrang op die van een vorige deelovereenkomst.
De werknemer, vermeld in het eerste lid, is in het kader van de lesopdracht die hij in de school opneemt ambtshalve stemgerechtigd lid van de klassenraad. Tussen de school en de onderneming of organisatie, vermeld in paragraaf 1, worden praktische afspraken gemaakt over het functioneren van de voormelde werknemer in de klassenraad, met inbegrip van het al dan niet aanwezig zijn van de voormelde werknemer op klassenraadsvergaderingen. Die afspraken worden opgenomen in de deelovereenkomst.
In het zesde lid wordt verstaan onder klassenraad: de begeleidende klassenraad of de delibererende klassenraad.
§ 5. De Vlaamse Regering kan subsidies toekennen aan een externe organisatie of bedrijf om in het kader van het lerarentekort tussen schoolbesturen en ondernemingen of organisaties een bemiddelende of coachende rol op te nemen.
§ 6. De maatregelen vervat in dit artikel worden geëvalueerd tijdens het schooljaar 2024-2025.".
Art. 82. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, il est inséré un article 308/4, rédigé comme suit :
" Art. 308/4. § 1er. En cas de pénurie de personnel enseignant sur le marché du travail, une autorité scolaire peut utiliser une partie de l'encadrement du personnel enseignant d'une ou de plusieurs de ses écoles, pour une durée maximale d'une année scolaire à la fois, afin d'employer dans cette ou ces écoles, par le biais d'un contrat de services entre l'autorité scolaire et une organisation ou entreprise du secteur public ou privé, un ou plusieurs employés de cette organisation ou entreprise. Le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991, le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 et les arrêtés d'exécution de ces décrets ne s'appliquent pas aux employés précités.
Dans le mode d'affectation de l'encadrement du personnel enseignant, visé à l'alinéa 1er, l'autorité scolaire qui engage le membre du personnel peut convertir des périodes-professeur d'une ou de plusieurs de ses écoles, visées à l'alinéa 1er, en crédit à concurrence de la mission d'enseignement ou des missions d'enseignement qui ont été fixées dans le contrat de services. Le crédit précité est affecté comme intervention financière pour l'entreprise ou l'organisation, visée à l'alinéa 1er, qui met un ou plusieurs travailleurs à la disposition de l'autorité scolaire. Pour l'intervention financière précitée, l'autorité scolaire affecte des heures de cours provenant du capital périodes, visé aux articles 298 et 300, qui a été attribué à l'école.
Le Gouvernement flamand détermine le montant qu'une autorité scolaire peut convertir par heure de cours en crédit et le mode de notification de la conversion précitée au service compétent de l'administration. L'autorité scolaire autorise le service compétent de l'administration à verser l'intervention financière précitée directement à l'organisation ou l'entreprise, visée à l'alinéa 1er, avec laquelle l'autorité scolaire conclut un contrat de services.
Le Gouvernement flamand établit un modèle de contrat de services, en tenant compte des conditions, visées à la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise d'e travailleurs à la disposition d'utilisateurs. Dans le contrat de services précité, tous les éléments suivants sont repris :
1° la mission spécifique de l'employé, visé à l'alinéa 1er, dans l'école ;
2° les conditions de désignation et de travail applicables à l'employé, visé à l'alinéa 1er, dont le salaire et les avantages financiers dont l'employé précité bénéficie dans son entreprise ou organisation sont garantis par l'entreprise ou l'organisation d'origine ;
3° la formation que l'employé, visé à l'alinéa 1er, doit avoir suivie ;
4° les obligations que l'employé, visé à l'alinéa 1er, doit respecter dans l'exercice de sa mission Les obligations précitées stipulent expressément que l'employé précité reste toujours sous l'autorité de son organisation ou entreprise, sauf s'il s'agit d'obligations qui ont trait au bien-être au travail ou d'instructions spécifiques indispensables à la bonne exécution de la mission spécifique ;
5° la durée du contrat de services ;
6° les possibilités de cessation anticipée du contrat de services.
Les employés, visés à l'alinéa 1er, doivent remplir les conditions de désignation qui sont reprises par le Gouvernement flamand dans le modèle de contrat de services, visé à l'alinéa 4. Les employés, tels que visés à l'alinéa 1er, qui sont mis à la disposition d'une école située dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, démontrent en outre qu'ils maîtrisent la connaissance du néerlandais comme langue d'enseignement au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les langues. Les employés prouvent cette connaissance linguistique requise de l'une des manières suivantes :
1° avec un titre fixé par le Gouvernement flamand pour une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant et qui a été obtenu dans la langue d'enseignement ;
2° avec un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
3° avec un titre qui est équivalent à un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
4° avec un certificat de fin d'études, un certificat ou une attestation démontrant le niveau C1 requis du Cadre européen de référence pour les langues.
§ 2. La pénurie de personnel enseignant sur le marché du travail, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ressort du fait que l'autorité scolaire de l'école où elle veut engager l'employé d'une organisation ou entreprise, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, pour une vacance dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant, ne peut pas pourvoir la vacance précitée par le biais d'une désignation régulière d'un membre du personnel qui possède à cet effet un titre requis ou jugé suffisant.
Pour pourvoir la vacance, visée à l'alinéa 1er, l'autorité scolaire de l'école conclut un contrat de services avec l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er. Le contrat de services précité reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation pour une mission spécifique et la période de la mise à disposition. Le contrat de services régit toujours une mission d'enseignement qui comprend les tâches suivantes :
1° la planification et la préparation des cours ;
2° l'enseignement proprement dit ;
3° l'encadrement des élèves spécifique à la classe ;
4° l'évaluation des élèves ;
5° la consultation et la coopération avec la direction, les collègues et, le cas échéant, le centre d'encadrement des élèves, les centres de soutien à l'apprentissage et les parents.
L'autorité scolaire et l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, concluent un contrat de services, tel que visé au paragraphe 1er. Le contrat de services contient les dispositions et conditions suivantes concernant l'exécution de la mission visée à l'alinéa 2 :
1° les données de l'autorité scolaire agissant en tant que donneur d'ordre et les données de l'entreprise ou de l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, agissant en tant que preneur d'ordre ;
2° les coordonnées des mandataires désignés par les deux parties ;
3° la mission qui est convenue, le mode d'exécution de cette mission et le soutien auquel l'employé a droit pendant cette exécution et qui est proposée par l'école ;
4° les conditions à remplir par l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, mis à disposition par l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, stipulant explicitement que l'employé reste sous l'autorité de l'entreprise ou de l'organisation, sauf s'il s'agit d'instructions données par l'autorité scolaire à l'employé dans le cadre de l'exécution de la mission, qui sont incluses dans la sous-convention ;
5° les obligations financières et sociales à l'égard de l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, qui restent à charge de l'entreprise ou organisation ;
6° l'intervention financière payée par l'autorité scolaire à l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et les modalités de paiement ;
7° des dispositions relatives à la confidentialité auxquelles s'engage l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, en vue de l'exécution de la mission. Les dispositions précitées stipulent en tous les cas que l'employé de l'entreprise ou de l'organisation doit respecter le secret professionnel de l'enseignement ;
8° des dispositions sur la propriété intellectuelle par lesquelles l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, accepte notamment que tous les droits d'auteur ou autres droits de propriété intellectuelle sur les oeuvres réalisées dans le cadre de l'exécution de la mission soient transférés à l'autorité scolaire et qui peuvent inclure des accords sur l'utilisation éventuelle de cette propriété intellectuelle dans l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er ;
9° des dispositions sur la responsabilité dans l'exécution de la mission, qui prévoient dans tous les cas que l'autorité scolaire veille à ce que l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, soit assuré de la même manière que tous ses autres employés pendant l'exécution de la mission ;
10° des dispositions, visées aux articles 8 à 10 de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail ;
11° la durée du contrat de services.
§ 3. L'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, sélectionne un employé pour exercer la mission qui a été fixée dans le contrat de services, visé au paragraphe 2, alinéa 3. L'employé doit réunir les conditions suivantes :
1° l'employé est au moins depuis trois ans en service dans l'entreprise ou l'organisation ;
2° l'employé a une conduite irréprochable. Ce qui précède ressort d'un extrait du casier judiciaire avec la finalité 596.2 - modèle destiné aux contacts avec des mineurs, qui n'a pas été délivré plus d'un mois avant sa présentation ;
3° l'employé qui est mis à la disposition d'une école située dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, a la connaissance requise du néerlandais comme langue d'enseignement, ce qui est attesté par le fait que l'employé maîtrise le néerlandais au niveau C1 du Cadre européen de référence pour les langues. Cette connaissance linguistique requise est attestée par le fait que l'employé possède au moins un diplôme obtenu en néerlandais, qui donne accès à la fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant dans le cadre de laquelle il assume une mission d'enseignement conformément à l'article 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial ;
4° l'employé possède au moins un diplôme qui est un titre jugé suffisant pour la fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant dans le cadre de laquelle il assume une mission d'enseignement conformément à l'article 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial.
L'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, propose l'employé, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, à l'autorité scolaire, qui contrôle si l'employé remplit les conditions, visées à l'alinéa 1er, et qui décide ensuite de confier la mission ou non à l'employé précité. L'autorité scolaire conserve les données de l'employé précité, visé à l'alinéa 1er, 2°, 3° et 4°, qu'elle obtient par le biais du contrôle précité, de la manière et pendant les délais déjà appliqués par l'autorité scolaire pour les données de tous ses membres du personnel, conformément au règlement général sur la protection des données (RGPD).
§ 4. La mission individuelle de l'employé, visée au paragraphe 3, dans l'école est incluse dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention inclus dans le modèle de contrat de services, visé au paragraphe 1er.
La sous-convention, visée à l'alinéa 1er, contient également les accords spécifiques sur l'encadrement initial et le soutien auxquels l'employé, visé à l'alinéa 1er, peut faire appel dans l'école où il assume sa mission d'enseignement.
L'employé, visé à l'alinéa 1er, reste toujours sous l'autorité de son entreprise ou organisation pendant l'exécution de la mission convenue. L'autorité scolaire peut donner des instructions à l'employé précité dans le cadre de l'exécution de la mission d'enseignement concrète. Les dispositions relatives à ces instructions figurent dans une annexe de la sous-convention, visée à l'alinéa 1er.
L'employé, visé à l'alinéa 1er, conserve le salaire auquel il a droit dans son entreprise ou organisation pendant l'exécution de la mission dans l'école, ainsi que tous les avantages financiers et extralégaux y afférents.
Le contrat de services, visé au paragraphe 2, régit la relation juridique générale entre l'autorité scolaire et l'entreprise ou l'organisation pour la durée de la mission convenue. En cas de contradiction ou de dérogation, les dispositions de la sous-convention, visée à l'alinéa 1er, prévalent sur les dispositions du contrat de services. Les dispositions d'une sous-convention plus récente, telle que visée à l'alinéa 1er, prévalent toujours sur celles d'une sous-convention antérieure.
L'employé, visé à l'alinéa 1er, est membre de droit du conseil de classe avec droit de vote dans le cadre de la mission d'enseignement qu'il assume dans l'école. Des accords pratiques sont convenus entre l'école et l'entreprise ou l'organisation, visée au paragraphe 1er, sur le fonctionnement de l'employé précité dans le conseil de classe, y compris la présence ou non de l'employé précité aux réunions du conseil de classe. Ces accords sont repris dans la sous-convention.
A l'alinéa 6, on entend par conseil de classe, le conseil de classe accompagnateur ou le conseil de classe délibérant.
§ 5. Dans le cadre de la pénurie d'enseignants, le Gouvernement flamand peut octroyer des subventions à une organisation ou entreprise externe pour assumer un rôle de médiation ou de coach entre des autorités scolaires et des entreprises ou organisations.
§ 6. Les mesures, contenues dans le présent article, seront évaluées pendant l'année scolaire 2024-2025. ".
Art. 83. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 april 2023, wordt een artikel 308/5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 308/5. De aanwending van het wekelijks lesurenpakket, vermeld in deze afdeling, kan tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 ook plaatsvinden voor het inzetten van een gastleraar en dit voor een maximum van een derde van de lesuren van de wekelijkse lessentabel van de betrokken opleidingsvorm. Het aantal vacante lesuren dat aan gastleraren kan worden besteed, wordt door het schoolbestuur vastgelegd na onderhandeling in het lokaal comité.
Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, is een persoon die geen deel uitmaakt van het schoolbestuur of van het personeel van de school. Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, geeft in eigen naam of in dienst van een organisatie of onderneming uit de publieke of private sector, gastlessen in de school of op een andere locatie in het kader van de realisatie van het onderwijsprogramma en vanuit zijn deskundigheid of ervaring met betrekking tot de arbeidsmarkt en de bedrijfswereld.
Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, is van onberispelijk gedrag. Het voormelde blijkt uit een uittreksel uit het strafregister met de finaliteit 596.2 - model bestemd voor contacten met minderjarigen, dat op het ogenblik van voorleggen niet langer dan een maand tevoren is afgegeven. Daarnaast toont de voormelde gastleraar die gastlessen geeft in een school die in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, aan dat hij de kennis van het Nederlands als onderwijstaal beheerst op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. De voormelde gastleraar bewijst de voormelde vereiste taalkennis op een van de volgende wijzen:
1° met een bekwaamheidsbewijs dat de Vlaamse Regering vastlegt voor een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en dat behaald is in de onderwijstaal;
2° met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
3° met een studiebewijs dat gelijkwaardig is met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs en dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
4° met een getuigschrift, een certificaat of een attest dat het vereiste niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen aantoont.
Bij de wijze van aanwending, vermeld in het eerste lid, worden lesuren omgezet in een krediet ten belope van de lesopdracht van de gastleraar. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van melding van voormelde omzetting aan de bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst, de grootte van het krediet per lesuur dat wordt omgezet en de wijze van toekenning van het krediet.
De maatregelen, vermeld in deze paragraaf, worden geëvalueerd tijdens het schooljaar 2024-2025.".
Art. 83. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 28 avril 2023, il est inséré un article 308/5, rédigé comme suit :
" Art. 308/5. Le capital périodes hebdomadaire, visé à la présente section, peut également être utilisé pendant les années scolaires 2023-2024 et 2024-2025 pour l'engagement d'un enseignant invité et ce pour un maximum d'un tiers des heures de cours de la grille horaire hebdomadaire de la forme d'enseignement concernée. Le nombre d'heures de cours vacantes pouvant être affectées à des enseignants invités, est fixé par l'autorité scolaire après négociation dans le comité local.
Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, est une personne qui ne fait pas partie de l'autorité scolaire ou du personnel de l'école. Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, donne en nom propre ou au service d'une organisation ou entreprise du secteur public ou privé des cours d'invité dans l'école ou à un autre endroit dans le cadre de la réalisation du programme d'enseignement et sur la base de son expertise ou expérience en ce qui concerne le marché du travail et le monde des affaires.
Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, a une conduite irréprochable. Ce qui précède ressort d'un extrait du casier judiciaire avec la finalité 596.2 - modèle destiné aux contacts avec des mineurs, qui n'a pas été délivré plus d'un mois avant sa présentation. De plus, l'enseignant invité précité qui donne des cours d'invité dans une école située dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, démontre qu'il maîtrise la connaissance du néerlandais comme langue d'enseignement au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les langues. L'enseignant invité précité prouve la connaissance linguistique requise précitée de l'une des manières suivantes :
1° avec un titre fixé par le Gouvernement flamand pour une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant et qui a été obtenu dans la langue d'enseignement ;
2° avec un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
3° avec un titre qui est équivalent à un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
4° avec un certificat de fin d'études, un certificat ou une attestation démontrant le niveau C1 requis du Cadre européen de référence pour les langues.
Dans le mode d'affectation, visé à l'alinéa 1er, des heures de cours sont converties en crédit à concurrence de la mission d'enseignement de l'enseignant invité. Le Gouvernement flamand détermine le mode de notification de la conversion précitée au service compétent désigné par le Gouvernement flamand, le montant du crédit par heure de cours qui est convertie et le mode d'attribution du crédit.
Les mesures, visées au présent paragraphe, seront évaluées pendant l'année scolaire 2024-2025. ".
Art. 84. In artikel 357/27, 2°, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 30 maart 2018, wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren".
Art. 84. Dans l'article 357/27, 2°, du même Code, inséré par le décret du 30 mars 2018, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités ".
Art. 85. In artikel 357/68, 2°, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 30 november 2018, wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren".
Art. 85. Dans l'article 357/68, 2°, du même Code, inséré par le décret du 30 novembre 2018, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités ".
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013
CHAPITRE 10. - Modifications du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013
Art. 86. In artikel II.108 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, vervangen bij het decreet van 4 mei 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt een punt 1° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"1° /1 LIO-baan: een leraar-in-opleidingbaan;";
2° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"De inservicetraining gebeurt in de vorm van een LIO-baan.";
3° in paragraaf 3 wordt het derde lid opgeheven;
4° er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 4. De LIO-baan voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° de LIO-baan wordt uitgeoefend in een of meer erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs of de basiseducatie;
2° de leraar in opleiding is aangesteld in een ambt van het onderwijzend personeel en volgt een lerarenopleiding die opleiding biedt voor hetzelfde onderwijsniveau als waar het ambt wordt uitgeoefend;
3° de leraar in opleiding wordt begeleid door een personeelslid van een of meer onderwijsinstellingen, dat belast is met het mentorschap;
4° de instellingen die de lerarenopleidingen aanbieden, sluiten een overeenkomst met de betrokken onderwijsinstellingen. Die overeenkomst bevat onder meer de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de onderwijsinstelling, de leraar in opleiding en de instelling die de lerarenopleiding aanbiedt, waarbij de rol van de onderwijsinstelling bij de opleiding, begeleiding en evaluatie van de leraar in opleiding wordt vastgelegd;
5° een LIO-baan die op jaarbasis ten minste vijfhonderd uren-leraar, lesuren, leraarsuren of lestijden bedraagt, kan maximaal dertig studiepunten praktijkcomponent vervangen. In een centrum voor basiseducatie kan een LIO-baan die ten minste 0,6 vte bedraagt, maximaal dertig studiepunten praktijkcomponent vervangen. Een LIO-baan die op jaarbasis minder dan vijfhonderd uren-leraar, lesuren, leraarsuren of lestijden bedraagt, wordt aangevuld met preservicetraining. Een LIO-baan in een centrum voor basiseducatie die op jaarbasis minder dan 0,6 vte bedraagt, wordt aangevuld met preservicetraining;
6° de LIO-baan kan nooit meer dan dertig studiepunten praktijkcomponent vervangen.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid is een LIO-baan in het basisonderwijs alleen mogelijk voor:
1° de leraar in opleiding die wordt aangesteld in een ambt als vermeld in artikel 2, 1°, a) tot en met d), van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 januari 2003 tot vaststelling en indeling van de ambten in het buitengewoon onderwijs;
2° de leraar in opleiding die wordt aangesteld in een ambt als vermeld in artikel 2, 1°, a) tot en met c), van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2004 tot vaststelling en indeling van de ambten in de instellingen van het gewoon basisonderwijs.".
Art. 86. A l'article II.108 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, remplacé par le décret du 4 mai 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, il est inséré un point 1° /1, rédigé comme suit :
" 1° /1 Emploi LIO : un emploi d'enseignant en formation ; " ;
2° dans le paragraphe 3, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le stage en cours d'emploi se déroule sous la forme d'un emploi LIO. " ;
3° au paragraphe 3, l'alinéa 3 est abrogé ;
4° un paragraphe 4, rédigé comme suit, est ajouté :
" § 4. L'emploi LIO répond aux conditions suivantes :
1° l'emploi LIO est exercé dans un ou plusieurs établissements d'enseignement agréés, financés ou subventionnés de l'enseignement fondamental ordinaire ou spécial, de l'enseignement secondaire ordinaire ou spécial, ou de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, l'enseignement artistique à horaire réduit, l'éducation des adultes ou l'éducation de base ;
2° l'enseignant en formation est désigné dans une fonction du personnel enseignant et suit une formation des enseignants qui offre une formation pour le même niveau d'éducation que celui où la fonction est exercée ;
3° l'enseignant en formation est accompagné par un membre du personnel d'un ou de plusieurs établissements d'enseignement, qui est chargé du tutorat ;
4° les établissements qui proposent les formations des enseignants, concluent une convention avec les établissements d'enseignement concernés. Cette convention prévoit entre autres la répartition des responsabilités entre l'établissement d'enseignement, l'enseignant en formation et l'établissement qui propose la formation des enseignants, et fixe le rôle de l'établissement d'enseignement dans la formation, l'accompagnement et l'évaluation de l'enseignant en formation ;
5° un emploi LIO qui représente sur une base annuelle au moins cinq cents périodes-professeur, heures de cours, périodes-enseignant ou périodes de cours, peut remplacer au maximum trente unités d'études composante pratique. Dans un centre d'éducation de base, un emploi LIO qui représente au moins 0,6 ETP, peut remplacer au maximum trente unités d'études composante pratique. Un emploi LIO qui représente sur une base annuelle moins de cinq cents périodes-professeur, heures de cours, périodes-enseignant ou périodes de cours, est complété par un stage pré-emploi. Un emploi LIO dans un centre d'éducation de base qui représente sur une base annuelle moins de 0,6 ETP, est complété par un stage pré-emploi ;
6° l'emploi LIO ne peut jamais remplacer plus de trente unités d'études composante pratique.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa 1er, un emploi LIO dans l'enseignement fondamental est uniquement possible pour :
1° l'enseignant en formation qui est désigné dans une fonction telle que visée à l'article 2, 1°, a) à d) inclus, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 janvier 2003 déterminant et classant les fonctions dans l'enseignement spécial ;
2° l'enseignant en formation qui est désigné dans une fonction telle que visée à l'article 2, 1°, a) à c) inclus, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 juin 2004 déterminant et classant les fonctions dans l'enseignement fondamental ordinaire. ".
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017
CHAPITRE 11. - Modifications du décret relatif au statut des membres du personnel de l'éducation de base du 7 juillet 2017
Art. 87. In het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2022, wordt een hoofdstuk 7/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk 7/1. Flexibele werkregeling".
Art. 87. Dans le décret relatif au statut des membres du personnel de l'éducation de base du 7 juillet 2017, modifié en dernier lieu par le décret du 25 février 2022, il est inséré un chapitre 7/1, rédigé comme suit :
" Chapitre 7/1. Régime de travail flexible ".
Art. 88. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2022, wordt in hoofdstuk 7/1, ingevoegd bij artikel 87, een artikel 14/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 14/1. Dit hoofdstuk voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad.".
Art. 88. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 février 2022, au chapitre 7/1, inséré par l'article 87, il est inséré un article 14/1, rédigé comme suit :
" Art. 14/1. Ce chapitre prévoit la transposition partielle de la directive 2019/1158 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 concernant l'équilibre entre vie professionnelle et vie privée des parents et des aidants et abrogeant la directive 2010/18/UE du Conseil. ".
Art. 89. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2022, wordt in hetzelfde hoofdstuk 7/1 een artikel 14/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 14/2. Een personeelslid dat aan de voorwaarden voldoet om volgens de geldende regelgeving recht te hebben op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand, voor mantelzorg of voor palliatieve zorgen, heeft, ongeacht of dat personeelslid die loopbaanonderbreking al of niet opneemt, het recht om voor een aaneengesloten periode van maximaal twaalf maanden een flexibele werkregeling aan te vragen voor zorgdoeleinden.
Een flexibele werkregeling als vermeld in het eerste lid, is een aanpassing van het bestaande werkpatroon van het personeelslid.".
Art. 89. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 février 2022, dans le même chapitre 7/1, il est inséré un article 14/2, rédigé comme suit :
" Art. 14/2. Un membre du personnel qui remplit les conditions pour avoir droit, conformément à la réglementation en vigueur, à une interruption de carrière pour congé parental, pour assistance médicale, pour services de proximité ou pour soins palliatifs, a le droit, que le membre du personnel prenne ou non cette interruption de carrière, de demander pour une période ininterrompue de douze mois maximum un régime de travail flexible à des fins de soins.
Un régime de travail flexible tel que visé à l'alinéa 1er, est une adaptation du régime de travail existant du membre du personnel. ".
Art. 90. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2022, wordt in hetzelfde hoofdstuk 7/1 een artikel 14/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 14/3. Het personeelslid dat een flexibele werkregeling wil voor zorgdoeleinden als vermeld in artikel 14/2, bezorgt daarvoor een schriftelijke aanvraag aan het centrumbestuur minstens twee maanden vóór de gewenste begindatum of, als het gaat om een aanvraag voor palliatieve zorgen, minstens twee weken vóór de gewenste begindatum. De voormelde termijnen kunnen in onderling akkoord tussen het centrumbestuur en het personeelslid worden ingekort. De voormelde aanvraag vermeldt de gewenste begin- en einddatum en het ingeroepen zorgdoeleinde.
Het centrumbestuur heeft het recht om een document of documenten te vragen om het zorgdoeleinde te staven dat conform het eerste lid wordt ingeroepen.".
Art. 90. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 février 2022, dans le même chapitre 7/1, il est inséré un article 14/3, rédigé comme suit :
" Art. 143. Le membre du personnel qui veut un régime de travail flexible à des fins de soins tel que visé à l'article 14/2, remet à cet effet une demande écrite à l'autorité du centre au moins deux mois avant la date de début souhaitée ou, s'il s'agit d'une demande pour soins palliatifs, au moins deux semaines avant la date de début souhaitée. Les délais précités peuvent être réduits d'un commun accord entre l'autorité du centre et le membre du personnel. La demande précitée mentionne la date de début et la date de fin souhaitées, et la finalité des soins invoquée.
L'autorité du centre a le droit de demander un document ou des documents étayant la finalité des soins invoquée conformément à l'alinéa 1er. ".
Art. 91. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2022, wordt in hetzelfde hoofdstuk 7/1 een artikel 14/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 14/4. Het centrumbestuur kan de aanvraag, vermeld in artikel 14/3, rekening houdend met de behoeften van het personeelslid en de continuïteit van het onderwijs en de dienstverlening inwilligen, weigeren of een gemotiveerd tegenvoorstel doen dat bestaat uit een andere flexibele werkregeling of een andere periode voor de uitoefening van de flexibele werkregeling. Het uitstel van een flexibele werkregeling mag niet tot gevolg hebben dat de flexibele werkregeling onmogelijk wordt.
Het centrumbestuur bezorgt het personeelslid een schriftelijk antwoord binnen dertig dagen nadat het centrumbestuur de voormelde aanvraag heeft ontvangen. Als het centrumbestuur weigert, deelt het centrumbestuur de gemotiveerde weigeringsbeslissing schriftelijk mee aan het personeelslid.".
Het uitblijven van een antwoord van het centrumbestuur of een niet of onvoldoende gemotiveerde weigeringsbeslissing wordt gelijkgesteld met een akkoord.
Art. 91. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 février 2022, dans le même chapitre 7/1, il est inséré un article 14/4, rédigé comme suit :
" Art. 14/4. Tenant compte des besoins du membre du personnel et de la continuité de l'enseignement et de la prestation de services, l'autorité du centre peut accepter ou refuser la demande, visée à l'article 14/3, ou formuler une contre-proposition motivée consistant en un autre régime de travail flexible ou une autre période pour l'exercice du régime de travail flexible. Le report d'un régime de travail flexible ne doit pas avoir pour conséquence que le régime de travail flexible devienne impossible.
L'autorité du centre remet au membre du personnel une réponse écrite dans les trente jours suivant la réception de la demande précitée par l'autorité du centre. Si l'autorité du centre refuse, elle communique la décision de refus motivée par écrit au membre du personnel. ".
L'absence d'une réponse de l'autorité du centre ou une décision de refus non motivée ou insuffisamment motivée est assimilée à un accord.
Art. 92. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2022, wordt in hetzelfde hoofdstuk 7/1 een artikel 14/5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 14/5. Het personeelslid heeft het recht om na afloop van de flexibele werkregeling, vermeld in artikel 14/2, zijn oorspronkelijke werkpatroon te hervatten.".
Art. 92. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 février 2022, dans le même chapitre 7/1, il est inséré un article 14/5, rédigé comme suit :
" Art. 14/5. Le membre du personnel a le droit, à la fin du régime de travail flexible, visé à l'article 14/2, de reprendre son régime de travail initial. ".
Art. 93. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2022, wordt in hetzelfde hoofdstuk 7/1 een artikel 14/6 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 14/6. De flexibele werkregeling, vermeld in artikel 14/1, kan vervroegd worden stopgezet. Het centrumbestuur kan een opzeggingstermijn vastleggen voor de aanvraag van de stopzetting.".
Art. 93. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 février 2022, dans le même chapitre 7/1, il est inséré un article 14/6, rédigé comme suit :
" Art. 14/6. Il peut être mis fin de manière anticipée au régime de travail flexible, visé à l'article 14/1. L'autorité du centre peut fixer un délai de préavis pour la demande d'arrêt. ".
Art. 94. In artikel 23, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "de personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens ziekte en voor wie" worden vervangen door de woorden "de volgende personeelsleden";
2° in punt 1° worden vóór de woorden "er een geschil" de woorden "de personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens ziekte en voor wie" ingevoegd;
3° in punt 2° worden vóór de woorden "de procedure" de woorden "de personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens ziekte en voor wie" ingevoegd;
4° er wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° de personeelsleden die gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ziekte of gebrekkigheid tijdens een verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte.".
Art. 94. A l'article 23, alinéa 2, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " aux membres du personnel qui sont mis en disponibilité pour maladie et pour qui " sont remplacés par les mots " aux membres du personnel suivants " ;
2° au point 1°, avant les mots " un litige " sont insérés les mots " aux membres du personnel qui sont mis en disponibilité pour maladie et pour qui " ;
3° au point 2°, avant les mots " la procédure " sont insérés les mots " les membres du personnel qui sont mis en disponibilité pour maladie et pour qui " ;
4° un point 3°, rédigé comme suit, est ajouté :
" 3° les membres du personnel qui sont partiellement mis en disponibilité pour maladie ou invalidité pendant un congé pour prestations réduites pour cause de maladie. ".
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs
CHAPITRE 12. - Modification du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel
Art. 95. In artikel 73 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs, gewijzigd bij de decreten van 5 april 2019 en 8 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. Een schoolbestuur kan de lestijden die worden berekend conform artikel 69 tot en met 72, ook aanwenden om gastleraren in te zetten. Het aantal vacante lestijden dat aan gastleraren kan worden besteed, wordt door het schoolbestuur vastgelegd na onderhandeling in het lokaal comité.
Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, is een persoon die geen deel uitmaakt van het schoolbestuur of van het personeel van de academie. Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, geeft, in eigen naam of in dienst van een organisatie of onderneming uit de publieke of private sector, gastlessen in de academie of op een andere locatie in het kader van de realisatie van de basiscompetenties, specifieke eindtermen en beroepskwalificaties vanuit zijn deskundigheid of ervaring in de amateurkunsten, de professionele kunsten, de creatieve industrie of het cultureel erfgoed. Als de capaciteit dat toelaat, kunnen naast leerlingen van de academie ook andere geïnteresseerden de gastlessen bijwonen.
Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, is van onberispelijk gedrag. Het voormelde blijkt uit een uittreksel uit het strafregister met de finaliteit 596.2 - model bestemd voor contacten met minderjarigen, dat op het ogenblik van voorleggen niet langer dan een maand tevoren is afgegeven. Daarnaast toont de voormelde gastleraar die gastlessen geeft in een academie die in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, aan dat hij de kennis van het Nederlands als onderwijstaal beheerst op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. De voormelde gastleraar bewijst de voormelde vereiste taalkennis op een van de volgende wijzen:
1° met een bekwaamheidsbewijs dat de Vlaamse Regering vastlegt voor een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en dat behaald is in de onderwijstaal;
2° met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
3° met een studiebewijs dat gelijkwaardig is met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs en dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
4° met een getuigschrift, een certificaat of een attest dat het vereiste niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen aantoont.
In het vierde lid wordt verstaan onder Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages.
Bij de wijze van aanwending, vermeld in het eerste lid, worden lestijden omgezet in een krediet ten belope van de lesopdracht van de gastleraar. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van melding van voormelde omzetting aan de dienst van de administratie die de Vlaamse Regering aanwijst, de grootte van het krediet per lestijd dat wordt omgezet en de wijze van toekenning van het krediet.
De maatregelen vervat in deze paragraaf worden geëvalueerd tijdens het schooljaar 2024-2025.";
2° in paragraaf 4 worden het derde en vierde lid vervangen door wat volgt:
"Een schoolbestuur kan lestijden voor leeractiviteiten op maat omzetten in een krediet om experten te vergoeden die deskundig zijn in een of meer van de doelstellingen, vermeld in artikel 4, derde lid. Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs onderwijs van 27 maart 1991 en het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs 27 maart 1991 zijn niet van toepassing op deze experten.
Een expert als vermeld in het derde lid, is van onberispelijk gedrag. Het voormelde blijkt uit een uittreksel uit het strafregister met de finaliteit 596.2 - model bestemd voor contacten met minderjarigen, dat op het ogenblik van voorleggen niet langer dan een maand tevoren is afgegeven. Daarnaast toont de voormelde expert in een academie die in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, aan dat hij de kennis van het Nederlands als onderwijstaal beheerst op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. De voormelde expert bewijst de voormelde vereiste taalkennis op een van de volgende wijzen:
1° met een bekwaamheidsbewijs dat de Vlaamse Regering vastlegt voor een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en dat behaald is in de onderwijstaal;
2° met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
3° met een studiebewijs dat gelijkwaardig is met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs en dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
4° met een getuigschrift, een certificaat of een attest dat het vereiste niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen aantoont.
In het derde lid wordt verstaan onder Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages.".
Art. 95. A l'article 73 du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel, modifié par les décrets des 5 avril 2019 et 8 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Une autorité scolaire peut également utiliser les périodes de cours qui sont calculées conformément aux articles 69 à 72 inclus pour engager des enseignants invités. Le nombre de périodes de cours vacantes pouvant être affectées à des enseignants invités, est fixé par l'autorité scolaire après négociation dans le comité local.
Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, est une personne qui ne fait pas partie de l'autorité scolaire ou du personnel de l'académie. Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, donne en nom propre ou au service d'une organisation ou entreprise du secteur public ou privé, des cours d'invité dans l'académie ou à un autre endroit dans le cadre de la réalisation des compétences de base, des objectifs finaux spécifiques et des qualifications professionnelles sur la base de son expertise ou expérience dans les arts amateurs, les arts professionnels, l'industrie créative ou le patrimoine culturel. Si la capacité le permet, outre les élèves de l'académie, d'autres personnes intéressées peuvent également assister aux cours d'invité.
Un enseignant invité, tel que visé à l'alinéa 1er, a une conduite irréprochable. Ce qui précède ressort d'un extrait du casier judiciaire avec la finalité 596.2 - modèle destiné aux contacts avec des mineurs, qui n'a pas été délivré plus d'un mois avant sa présentation. De plus, l'enseignant invité précité qui donne des cours d'invité dans une académie située dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, démontre qu'il maîtrise la connaissance du néerlandais comme langue d'enseignement au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les langues. L'enseignant invité précité prouve la connaissance linguistique requise précitée de l'une des manières suivantes :
1° avec un titre fixé par le Gouvernement flamand pour une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant et qui a été obtenu dans la langue d'enseignement ;
2° avec un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
3° avec un titre qui est équivalent à un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
4° avec un certificat de fin d'études, un certificat ou une attestation démontrant le niveau C1 requis du Cadre européen de référence pour les langues.
A l'alinéa 4, on entend par Cadre européen commun de référence pour les langues : la traduction française du Common European Framework of Reference for Languages publié par le Conseil de l'Europe.
Dans le mode d'affectation, visé à l'alinéa 1er, des périodes de cours sont converties en crédit à concurrence de la mission d'enseignement de l'enseignant invité. Le Gouvernement flamand détermine le mode de notification de la conversion précitée au service de l'administration désignée par le Gouvernement flamand, le montant du crédit par période de cours qui est convertie et le mode d'attribution du crédit.
Les mesures, contenues au présent paragraphe, seront évaluées pendant l'année scolaire 2024-2025. " ;
2° au paragraphe 4, les alinéas 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
" Une autorité scolaire peut convertir des périodes de cours pour des activités d'apprentissage sur mesure en un crédit pour rétribuer des experts spécialisés dans un ou plusieurs des objectifs visés à l'article 4, alinéa 3. Le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 et le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 ne s'appliquent pas à ces experts.
Un expert, tel que visé à l'alinéa 3, a une conduite irréprochable. Ce qui précède ressort d'un extrait du casier judiciaire avec la finalité 596.2 - modèle destiné aux contacts avec des mineurs, qui n'a pas été délivré plus d'un mois avant sa présentation. De plus, l'expert précité dans une académie située dans la région de langue néerlandaise, à l'exception des communes à facilités, démontre qu'il maîtrise la connaissance du néerlandais comme langue d'enseignement au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les langues. L'expert précité prouve la connaissance linguistique requise précitée de l'une des manières suivantes :
1° avec un titre fixé par le Gouvernement flamand pour une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant et qui a été obtenu dans la langue d'enseignement ;
2° avec un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
3° avec un titre qui est équivalent à un titre de l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande démontrant le niveau requis de la connaissance linguistique ;
4° avec un certificat de fin d'études, un certificat ou une attestation démontrant le niveau C1 requis du Cadre européen de référence pour les langues.
A l'alinéa 3, on entend par Cadre européen commun de référence pour les langues : la traduction française du Common European Framework of Reference for Languages publié par le Conseil de l'Europe. ".
HOOFDSTUK 13. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 13. - Entrée en vigueur
Art. 96. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2023.
Artikel 18, 19, 38, 39, 68 en 94 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2023.
Art. 96. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2023.
Les articles 18, 19, 38, 39, 68 et 94 produisent leurs effets le 1er janvier 2023.