Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 MAART 2023. - Decreet betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-07-2023 en tekstbijwerking tot 21-02-2025)
Titre
9 MARS 2023. - Décret relatif aux déchets, à la circularité des matières et à la propreté publique(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-07-2023 et mise à jour au 21-02-2025)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
TITEL I. - GRONDSLAGEN, CONCEPTEN EN BEGINSELEN HOOFDSTUK 1.-. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Inleidende bepalingen Afdeling 2. - Doel en toepassingsgebied Afdeling 3. - Begripsomschrijving Afdeling 4. - Algemene principes Onderafdeling 1-. - Afvalhiërarchie Onderafdeling 2. - Beginselen van zelfvoorzieni... Afdeling 5. - Kwalificatiecriteria Onderafdeling 1. - Bijproducten Onderafdeling 2. - Einde-afvalfase Onderafdeling 3. - Lijst van afvalstoffen Afdeling 6. - Methodes voor de afname, monstern... Afdeling 7. - Planning inzake afvalstoffen, cir... HOOFDSTUK 2. - Preventie inzake afval Afdeling 1. - Algemene bevoegdheden van de Rege... Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor bepaal... Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor bepaal... Onderafdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor p... HOOFDSTUK 3. - Beheer van de afvalstoffen en ma... Afdeling 1. - Algemene bevoegdheden van de Rege... Afdeling 2. - Algemene bepalingen Afdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor voorbe... Afdeling 4. - Bijzondere bepalingen inzake verw... Afdeling 5. - Berekeningsmethoden voor het bepa... Afdeling 6. - Verantwoordelijkheid voor afvalbe... Onderafdeling 1. - Materiële aansprakelijkheid Onderafdeling 2. - Financiële aansprakelijkheid HOOFDSTUK 4. - Bijzondere bepalingen voor bepaa... Afdeling 1. - Algemene bevoegdheden van de Rege... Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor bepaal... Onderafdeling 1. - Gevaarlijke afvalstoffen Onderafdeling 2. - Huishoudelijke afvalstoffen Onderafdeling 3. - Beroepsafval Onderafdeling 4. - Afgewerkte oliën Onderafdeling 5. - Bioafval Onderafdeling 6. - Dierlijke bijproducten Afdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor bepaal... Afdeling 4. - Bijzondere bepalingen voor de ove... Afdeling 5. - Register en traceerbaarheidsdocument HOOFDSTUK 5. - Milieuvergunningen en aangifte v... Afdeling 1. - Algemene bepalingen Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor afvalv... Afdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor centra... Afdeling 4. - Bijzondere bepalingen voor instal... HOOFDSTUK 6. - Erkenningen en registraties Afdeling 1. - Algemene bepalingen Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de erkenni... Onderafdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalinge... Onderafdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor d... Onderafdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor d... Onderafdeling 4. - Bijzondere bepalingen voor d... Onderafdeling 5. - Bijzondere bepalingen voor d... Onderafdeling 6. - Bijzondere bepalingen voor d... Onderafdeling 7. - Bijzondere bepalingen voor d... Afdeling 3. - Bepalingen betreffende de registr... Onderafdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalinge... Onderafdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor d... Onderafdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor d... TITEL 2. - UITGEBREIDE PRODUCENTENVERANTWOORDEL... HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen Afdeling 1. - Doelstellingen en toepassingsgebied Afdeling 2. - Begripsomschrijving Afdeling 3. - Machtigingen van de Regering Afdeling 4. - Productproducenten en delegatiere... HOOFDSTUK 2. - Belangrijkste verplichtingen Afdeling 1. - Verplichting tot afvalbeheer Afdeling 2. - Verplichting tot financiering van... Onderafdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalinge... Onderafdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor d... Afdeling 3. - Informatie- en sensibiliseringsve... Afdeling 4. - Rapportageplicht Afdeling 5. - Verplichting om een strategisch p... Onderafdeling 1. - Strategisch plan Onderafdeling 2. - Uitvoering en administratief... HOOFDSTUK 3. - Verplichtingen die door de Reger... Afdeling 1. - Terugnameplicht Onderafdeling 1. - Bijzondere bepalingen voor h... Onderafdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor s... Afdeling 2. - Verplichting om afval te voorkomen Afdeling 3. - Verplichting om streefcijfers voo... Afdeling 4. - Verplichting tot financiering van... HOOFDSTUK 4. - Bijzondere bepalingen die van to... Afdeling 1. - Inleidende bepalingen Afdeling 2. - Formele verplichtingen Afdeling 3. - Algemene verplichtingen Afdeling 4. - Verplichting tot het stellen van ... HOOFDSTUK 5. - Governanceverplichtingen Afdeling 1. - Inleidende bepalingen Onderafdeling 2. - Mededingingsprocedures voor ... Onderafdeling 3. - Gelijkheid, non-discriminati... Onderafdeling 4. - Kunstmatige beperking van de... Onderafdeling 5. - Belangenconflicten Onderafdeling 6. - Naleving van milieu-, social... Onderafdeling 7. - Marktdeelnemers Onderafdeling 8. - Forfaitair beginsel Onderafdeling 9. - Prijsherziening Onderafdeling 10. - Vertrouwelijkheid Afdeling 6. - Strengere verplichtingen voor str... Afdeling 7. - Bijzondere bepalingen in geval va... HOOFDSTUK 5. - Erkenningen van uitgebreide prod... Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voo... Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor erkenn... Onderafdeling 1. - Inhoud van de aanvraag tot e... Onderafdeling 2. - Procedures Afdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor beslis... Onderafdeling 1. - Inhoud van de aanvraag tot g... Onderafdeling 2. - Procedures TITEL 3. - algemene bepalingen HOOFDSTUK 1. - Administratieve en strafrechteli... Afdeling 1. - Herstel- en veiligheidsmaatregelen Afdeling 2. - Erkenningscommissie inzake afval Afdeling 3. - Adviescommissie inzake administra... Afdeling 4. - Gemeenschappelijke administratiev... Afdeling 5. - Strafbepalingen HOOFDSTUK 2. - Bepalingen betreffende de omzett... Afdeling 1. - Kennisgeving en mededeling van de... Afdeling 2. - Verwijzingen naar Europees recht HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen Afdeling 1. - Dossierrechten- en administratiek... Afdeling 2. - Indexering van dossierrechten, ad... Afdeling 3. - Codificatie van de afvalstoffenwe... Afdeling 4. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen Afdeling 1. - Boek I van het Milieuwetboek Onderafdeling 2. - Decreet van 27 juni 1996 bet... Onderafdeling 3. - Decreet van 6 mei 1999 betre... Onderafdeling 4. - Fiscaal decreet van 22 maart... Onderafdeling 5. - Decreet van 6 november 2008 ... Onderafdeling 6. - Decreet van 23 juni 2016 tot... Onderafdeling 7. - Decreet van 1 maart 2018 bet... Afdeling 5. - Overgangsbepalingen en inwerkingt...
Inhoud
TITRE Ier. - FONDEMENTS, CONCEPTS ET PRINCIPES CHAPITRE 1er. - Dispositions générales Section 1. - Disposition introductive Section 2. - Objet et champ d'application Section 3. - Définitions Section 4. - Principes généraux Sous-section 1. - Hiérarchie des déchets Sous-section 2. - Principes d'autosuffisance et... Section 5. - Critères de qualification Sous-section 1. - Sous-produits Sous-section 2. - Fin du statut de déchet Sous-section 3. - Listes de déchets Section 6. - Méthodes de prélèvement, d'échanti... Section 7. - Planification en matière de déchet... CHAPITRE 2. - Prévention en matière de déchets Section 1. - Habilitations générales au Gouvern... Section 2. - Dispositions particulières à certa... Sous-section 1. - Dispositions générales Sous-section 2. - Dispositions particulières à ... Sous-section 3. - Dispositions particulières au... CHAPITRE 3. - Gestion des déchets et des matières Section 1. - Habilitations générales au Gouvern... Section 2. - Dispositions générales Section 3. - Dispositions particulières à la pr... Section 4. - Dispositions particulières à l'éli... Section 5. - Modalités de calcul visant à déter... Section 6. - Responsabilité de la gestion des d... Sous-section 1. - Responsabilité matérielle Sous-section 2. - Responsabilité financière CHAPITRE 4. - Dispositions particulières à cert... Section 1. - Habilitations générales au Gouvern... Section 2. - Dispositions particulières à certa... Sous-section 1. - Déchets dangereux Sous-section 2. - Déchets ménagers Sous-section 3. - Déchets professionnels Sous-section 4. - Huiles usagées Sous-section 5. - Biodéchets Sous-section 6. - Sous-produits animaux Section 3. - Dispositions particulières à certa... Section 4. - Dispositions particulières aux tra... Section 5. - Registre et document de traçabilité CHAPITRE 5. - Permis d'environnement et déclara... Section 1. - Dispositions générales Section 2. - Dispositions particulières aux ins... Section 3. - Dispositions particulières aux cen... Section 4. - Dispositions particulières aux ins... CHAPITRE 6. - Agréments et enregistrements Section 1. - Dispositions générales Section 2. - Dispositions relatives aux agréments Sous-section 1. - Dispositions communes à tous ... Sous-section 2. - Dispositions particulières à ... Sous-section 3. - Dispositions particulières à ... Sous-section 4. - Dispositions particulières à ... Sous-section 5. - Dispositions particulières à ... Sous-section 6. - Dispositions particulières à ... Sous-section 7. - Dispositions particulières à ... Section 3. - Dispositions relatives aux enregis... Sous-section 1. - Dispositions communes à tous ... Sous-section 2. - Dispositions particulières à ... Sous-section 3. - Dispositions particulières à ... TITRE 2. - RESPONSABILITE ELARGIE DES PRODUCTEU... CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives Section 1. - Objectifs et champ d'application Section 2. - Définitions Section 3. - Habilitations générales au Gouvern... Section 4. - Producteurs de produits et modalit... CHAPITRE 2. - Obligations principales Section 1. - Obligation de gestion des déchets Section 2. - Obligation de financement de la ge... Sous-section 1. - Dispositions communes à tous ... Sous-section 2. - Dispositions particulières au... Section 3. - Obligation d'information et de sen... Section 4. - Obligation de rapportage Section 5. - Obligation de réalisation d'un pla... Sous-section 1. - Plan stratégique Sous-section 2. - Exécution et suivi administra... CHAPITRE 3. - Obligations activables par le Gou... Section 1. - Obligation de reprise Sous-section 1. - Dispositions particulières au... Sous-section 2. - Dispositions particulières au... Section 2. - Obligation de prévention en matièr... Section 3. - Obligation d'atteindre des objecti... Section 4. - Obligation de financement de la pr... CHAPITRE 4. - Dispositions particulières applic... Section 1. - Dispositions introductives Section 2. - Obligations formelles Section 3. - Obligations générales Section 4. - Obligation de constitution d'une s... Section 5. - Obligation en matière de gouvernance Sous-section 1. - Dispositions introductives Sous-section 2. - Mise en concurrence des opéra... Sous-section 3. - Egalité, non-discrimination, ... Sous-section 4. - Limitation artificielle de la... Sous-section 5. - Conflits d'intérêt Sous-section 6. - Respect du droit environnemen... Sous-section 7. - Opérateurs économiques Sous-section 8. - Principe forfaitaire Sous-section 9. - Révision des prix Sous-section 10. - Confidentialité Section 6. - Obligation renforcée en matière de... Section 7. - Dispositions particulières en cas ... CHAPITRE 5. - Agréments en matière de responsab... Section 1. - Dispositions communes aux agrément... Section 2. - Dispositions particulières aux agr... Sous-section 1. - Contenu de la demande d'agrém... Sous-section 2. - Procédures Section 3. - Dispositions particulières aux déc... Sous-section 1. - Contenu de la demande d'appro... Sous-section 2. - Procédures TITRE 3. - DISPOSITIONS DIVERSES CHAPITRE 1er. - Dispositions administratives et... Section 1. - Mesures de remise en état et mesur... Section 2. - Commission d'agrément en matière d... Section 3. - Commission d'avis sur les recours ... Section 4. - Dispositions administratives communes Section 5. - Dispositions pénales CHAPITRE 2. - Dispositions relatives à la trans... Section 1. - Notification et communication des ... Section 2. - Références au droit européen CHAPITRE 3. - Dispositions finales Section 1. - Droits de dossier et frais adminis... Section 2. - Indexation des droits de dossier, ... Section 3. - Codification du droit des déchets Section 4. - Dispositions modificatives et abro... Sous-section 1. - Livre Ier du Code de l'Enviro... Sous-section 2. - Décret du 27 juin 1996 relati... Sous-section 3. - Décret du 6 mai 1999 relatif ... Sous-section 4. - Décret fiscal du 22 mars 2007... Sous-section 5. - Décret du 6 novembre 2008 por... Sous-section 6. - Décret du 23 juin 2016 modifi... Sous-section 7. - Décret du 1er mars 2018 relat... Section 5. - Dispositions transitoires et entré...
Tekst (403)
Texte (403)
TITEL I. - GRONDSLAGEN, CONCEPTEN EN BEGINSELEN
TITRE Ier. - FONDEMENTS, CONCEPTS ET PRINCIPES
HOOFDSTUK 1.-. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Afdeling 1. - Inleidende bepalingen
Section 1. - Disposition introductive
Artikel 1. Bij dit decreet worden de volgende richtlijnen gedeeltelijk omgezet:
  1° Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;
  2° Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/852 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;
  3° Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/850 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;
  4° Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/849 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;
  5° Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van Richtlijn 91/157/EEG, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/849 van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;
  6° Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 20212 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) (herschikking), zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/849van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 2018;
  7° Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu.
Article 1er. Le présent décret transpose partiellement :
  1° la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil du 19 novembre 2008 relative aux déchets et abrogeant certaines directives, telle que modifiée en dernier lieu par la directive (UE) 2018/851 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018;
  2° la directive 94/62/CE du Parlement européen et du Conseil du 20 dé- cembre 1994 relative aux emballages et aux déchets d'emballages, telle que modifiée en dernier lieu par la directive (UE) 2018/852 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018;
  3° la directive 1999/31/CE du Conseil du 26 avril 1999 concernant la mise en décharge des déchets, telle que modifiée en dernier lieu par la directive (UE) 2018/850 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018;
  4° la directive 2000/53/CE du Parlement européen et du Conseil du 18 septembre 2000 relative aux véhicules hors d'usage, telle que modifiée en dernier lieu par la directive (UE) 2018/849 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018;
  5° la directive 2006/66/CE du Parlement européen et du Conseil du 6 septembre 2006 relative aux piles et accumulateurs ainsi qu'aux déchets de piles et d'accumulateurs et abrogeant la directive 91/157/CEE, telle que modifiée en dernier lieu par la directive (UE) 2018/849 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018;
  6° la directive 2012/19/UE du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2012 relative aux déchets d'équipements électriques et électroniques (DEEE) (refonte), telle que modifiée en dernier lieu par la directive (UE) 2018/849 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018;
  7° la directive (UE) 2019/904 du Parlement européen et du Conseil du 5 juin 2019 relative à la réduction de l'incidence de certains produits en plastique sur l'environnement.
Afdeling 2. - Doel en toepassingsgebied
Section 2. - Objet et champ d'application
Art.2. Dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan hebben tot doel het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen door afvalproductie en de schadelijke effecten van afvalproductie en -beheer te voorkomen of te verminderen, en door de algemene impact van het gebruik van hulpbronnen te beperken en het efficiënt gebruik ervan te verbeteren, wat essentieel is voor de overgang naar een circulaire economie en het concurrentievermogen van het Waalse Gewest en de Europese Unie op lange termijn.
Art.2. Le présent décret et ses mesures d'exécution visent à protéger l'environnement et la santé humaine par la prévention ou la réduction de la production de déchets et des effets nocifs de la production et de la gestion des déchets, et par une réduction des incidences globales de l'utilisation des ressources et une amélioration de l'efficacité de cette utilisation, qui sont essentielles pour la transition vers une économie circulaire et la compétitivité à long terme de la Région wallonne et de l'Union européenne.
Art.3. Van het toepassingsgebied van dit decreet zijn uitgesloten:
  1° gasvormige effluenten die in de atmosfeer worden uitgestoten;
  2° kooldioxide dat wordt afgevangen en getransporteerd met het oog op geologische opslag en dat geologisch is opgeslagen overeenkomstig het decreet van 10 juli 2013 betreffende de geologische opslag van kooldioxide krachtens artikel 2, lid 2;
  3° grond (in situ), met inbegrip van niet-uitgegraven verontreinigde grond en gebouwen die permanent met de grond verbonden zijn;
  4° afvalwater dat onderworpen is aan de decreetgevende en de reglementaire delen van Boek II van het Milieubesluit dat het Waterwetboek inhoudt, met uitzondering van de inzameling door een installatie of een geklasseerde installatie en het vervoer per voertuig van slib als bedoeld in artikel D.2, 54°, 4de streepje, van voornoemd Boek II;
  5° radioactieve afvalstoffen, andere dan vrijgegeven afvalstoffen in de zin van het samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat en de Gewesten van 17 oktober 2002 met betrekking tot het beheer van vrijgegeven afvalstoffen;
  6° lijken, met uitzondering van kadavers van dieren;
  7° stoffen die bestemd zijn om te worden gebruikt als voedermiddelen in de zin van artikel 3, tweede lid, onder g), van Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad en die niet uit dierlijke bijproducten bestaan of deze bevatten.
Art.3. Sont exclus du champ d'application du présent décret :
  1° les effluents gazeux émis dans l'atmosphère;
  2° le dioxyde de carbone capté et transporté en vue de son stockage géologique et effectivement stocké dans des formations géologiques conformément au décret du 10 juillet 2013 relatif au stockage géologique du dioxyde de carbone ou exclu du champ d'application dudit décret par son article 2, alinéa 2;
  3° les sols (in situ), y compris les sols pollués non excavés et les bâtiments reliés au sol de manière permanente;
  4° les eaux usées soumises aux parties décrétale et réglementaire du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, à l'exclusion de la collecte par une installation ou une installation classée et le transport par véhicule des gadoues telles que définies à l'article D.2, 54°, 4e tiret, dudit Livre II;
  5° les déchets radioactifs autres que les déchets libérés au sens de l'accord de coopération entre l'Etat fédéral et les Régions du 17 octobre 2002 relatif à la gestion des déchets libérés;
  6° les cadavres, à l'exception des cadavres d'animaux;
  7° les substances qui sont destinées à être utilisées comme matières premières pour aliments des animaux au sens de l'article 3, § 2, point g), du règlement (CE) n° 767/2009 du Parlement européen et du Conseil et qui ne sont pas constituées de sous-produits animaux ou ne contiennent pas de sous-produits animaux.
Art.4. Dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan zijn van toepassing onder voorbehoud van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval en, in voorkomend geval, de uitvoeringsmaatregelen ervan op interregionaal niveau.
Art.4. Le présent décret et ses mesures d'exécution s'appliquent sous réserve de l'accord de coopération du 4 novembre 2008 concernant la prévention et la gestion des déchets d'emballages et le cas échéant, de ses mesures d'exécution prises au niveau interrégional.
Afdeling 3. - Begripsomschrijving
Section 3. - Définitions
Art.5. § 1er. Voor de toepassing van dit decreet dient te worden verstaan onder :
  1° "afvalstof": elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;
  2° "gevaarlijke afvalstof": een afvalstof die een of meer van de in bijlage 1 genoemde gevaarlijke eigenschappen bezit;
  3° "niet-gevaarlijke afvalstof": een afvalstof die niet onder 2° valt;
  4° "afvalstoffenproducent": eenieder wiens activiteiten afvalstoffen voortbrengen (eerste producent) of eenieder die voorbehandelingen, vermengingen of andere bewerkingen verricht die leiden tot een wijziging in de aard of de samenstelling van die afvalstoffen;
  5° "afvalstoffenhouder": de afvalstoffenproducent dan wel de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen in zijn bezit heeft;
  6° "inzamelaar": iedere onderneming (natuurlijke persoon, rechtspersoon of organisatie met of zonder rechtspersoonlijkheid) die beroepsmatig afval inzamelt;
  7° "vervoerder": iedere onderneming (natuurlijke persoon, rechtspersoon of organisatie met of zonder rechtspersoonlijkheid) die beroepsmatig afval vervoert;
  8° "handelaar": iedere onderneming (natuurlijke persoon, rechtspersoon of organisatie met of zonder rechtspersoonlijkheid) die als verantwoordelijke optreedt bij het aankopen en vervolgens verkopen van afval, met inbegrip van de handelaar die de afvalstoffen niet fysiek in zijn bezit heeft;
  9° "makelaar": iedere onderneming (natuurlijke persoon, rechtspersoon of organisatie met of zonder rechtspersoonlijkheid) die ten behoeve van anderen de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen organiseert, met inbegrip van de makelaar die de afvalstoffen niet fysiek in zijn bezit heeft;
  10° "afvalstoffenbeheer": inzameling, vervoer, samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing (met inbegrip van mengen of sorteren) en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en het toezicht op, het herstel in de vroegere staat en de rehabilitatie van die handelingen van de stortplaatsen in installaties voor samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars;
  11° "inzameling": het verzamelen van afvalstoffen, inclusief de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een installatie voor de samenbrenging, voorbehandeling of verwerking van afvalstoffen;
  12° "gescheiden inzameling": de inzameling waarbij een afvalstroom gescheiden wordt naar soort en aard van het afval om een specifieke behandeling te vergemakkelijken;
  13° "vervoer": belading, vervoer, lossen van de afvalstoffen;
  14° "samenbrenging": elke handeling waarbij afvalstoffen worden opgeslagen voorafgaand aan een voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering, met uitsluiting van tijdelijke opslag voorafgaand aan inzameling op de plaats waar de afvalstoffen worden geproduceerd;
  15° "preventie": maatregelen die worden genomen voordat een stof, materiaal of product afvalstof is geworden, ter vermindering van:
  de hoeveelheid afvalstoffen, inclusief via het hergebruik van producten of de verlenging van de levensduur van producten;
  de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid; of
  het gehalte aan schadelijke stoffen in materialen en producten;";
  16° "hergebruik": elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld;
  17° "voorbehandeling": elke behandeling voorafgaand aan een volgende handeling voor de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen, bestaande uit een fysisch, chemisch, thermisch of biologisch proces, met inbegrip van het mengen of het sorteren (eventueel door middel van visuele inspectie), waardoor de eigenschappen of kenmerken van het afval zodanig worden bepaald of gewijzigd dat het volume of het gevaarlijke of verontreinigende karakter ervan wordt verkleind, de behandeling ervan wordt vergemakkelijkt, de nuttige toepassing ervan wordt bevorderd of de verwijdering ervan mogelijk wordt gemaakt;
  18° "verwerking": nuttige toepassing of verwijdering, met inbegrip van aan toepassing of verwijdering voorafgaande voorbereidende handelingen;
  19° "voorbereiding voor hergebruik" : elke nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is;
  20° "nuttige toepassing": elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt.
  21° "nuttige toepassing materialen": iedere nuttige toepassing, met uitzondering van de nuttige toepassing en bewerking tot materialen die bestemd zijn voor gebruik als brandstof of voor andere middelen om energie op te wekken, met inbegrip van voorbereiding voor hergebruik, recycling en opvulling;
  22° "recycling": elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal;
  23° "opvulling": elke nuttige toepassing waarbij geschikt niet-gevaarlijk afval wordt gebruikt voor om uitgegraven gebieden of, bij ingenieurswerken, landschappelijke inrichtingswerken in oorspronkelijke staat te herstellen;
  24° "regeneratie van afgewerkte olie": iedere recyclingshandeling waardoor basisoliën kunnen worden geproduceerd door raffinage van afgewerkte olie, in het bijzonder door uit die olie de verontreinigende stoffen, oxidatieproducten en additieven te verwijderen;
  25° "verbranding": iedere thermische verwerking van afval, al dan niet met terugwinning van de geproduceerde verbrandingswarmte, door de verbranding door oxidatie van afval alsmede andere thermische behandelingsprocessen zoals pyrolyse, vergassing en plasmaproces, voor zover de producten van de behandeling vervolgens worden verbrand;
  26° "meeverbranding": elke verwerkingshandeling die in hoofdzaak bedoeld is om energie of materiële producten te produceren, en :
  die afval gebruikt als vaste of aanvullende brandstof, of ;
  waarbij afval thermisch wordt verwerkt met het oog op verwijdering door verbranding door oxidatie of door andere thermische verwerkingsprocessen, zoals pyrolyse, vergassing of plasmaproces,, voor zover de producten van de behandeling vervolgens worden verbrand;
  27° "verwijdering": iedere handeling die geen nuttige toepassing is zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen;
  28° "zwerfvuil": elke afval die achtergelaten, afgedankt of beheerd wordt:
  buiten containers of plaatsen die daartoe zijn ingericht of toegestaan door een lokale overheid of een andere overheid die bevoegd is voor het behoud van het openbaar domein of de volksgezondheid; of
  zonder inachtneming van de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  29° "illegale afvalstorting": elke handeling die zwerfvuil heeft voortgebracht of voortbrengt;
  30° "inert afval" : afval dat geen significante fysische, chemische of biologische veranderingen ondergaat. Inert afval lost niet op, verbrandt niet en vertoont ook geen andere fysische of chemische reacties, het wordt niet biologisch afgebroken en heeft geen zodanige nadelige effecten op andere stoffen waarmee het in contact komt dat milieuverontreiniging of schade aan de menselijke gezondheid dreigt te ontstaan;
  31° "stedelijk afval": afval dat huishoudelijk en soortgelijk afval omvat, met uitzondering van afval van productie, landbouw, bosbouw, visserij, septische tanks en het riolerings- en zuiveringsstelsel, met inbegrip van zuiveringsslib, afgedankte voertuigen of bouw- en sloopafval;
  32° "huishoudelijk afval": gemengd afval en gescheiden ingezameld afval van huishoudens, met inbegrip van papier en karton, glas, metaal, plastic, hout, verpakkingen, textiel, bioafval, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, afgedankte batterijen en accu's, grofvuil, met inbegrip van gebruikte matrassen en meubels;
  33° "soortgelijk afval": gemengd afval en gescheiden ingezameld afval uit andere bronnen dan de voormelde bronnen als de aard en samenstelling van dat afval vergelijkbaar zijn met de aard en samenstelling van afval van huishoudens;
  34° "professioneel afval" : afval dat niet onder 32° en 33° valt;
  35° "grofvuil": afval waarvan alle buitenafmetingen gelijk zijn aan of groter dan veertig centimeter of waarvan het volume gelijk is aan of groter dan zestig kubieke decimeter, alsmede alle gebruikte matrassen en alle gebruikte meubelen, ongeacht de grootte van hun buitenafmetingen of hun volume;
  36° "biologisch afbreekbaar afval": afval dat anaëroob of aëroob kan worden afgebroken, zoals voedselresten en tuinafval, alsook papier- en kartonafval;
  37° "bioafval": biologisch afbreekbaar tuin- en plantsoenafval, levensmiddelen- en keukenafval van huishoudens, kantoren, restaurants, groothandels, kantines, cateringfaciliteiten of winkels en vergelijkbare afvalstoffen van de levensmiddelenindustrie;
  38° "voedselafval": levensmiddelen in de zin van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, die afval zijn geworden in de zin van 1° van deze paragraaf;
  39° "voedselverlies": de productie van voedselafval in de hele productie- en toeleveringsketen, met inbegrip van verliezen na de oogst;
  40° "voedselverspilling": de productie van voedselafval in de consumptiefase;
  41° "afgewerkte olie": minerale of synthetische, smeer- of industriële olie die niet voor voedingsdoeleinden bestemd is en die ongeschikt is geworden voor het gebruik waarvoor ze oorspronkelijk was bedoeld, zoals gebruikte olie van verbrandingsmotoren en versnellingsbakken, alsmede smeerolie, olie voor turbines en olie voor hydraulische systemen.
  42° "bouw-, afbraak- en sloopafval": afval dat ontstaat bij bouw-, afbraak- en sloopactiviteiten;
  43° "dierlijke bijproducten": de dierlijke bijproducten in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009;
  44° "kadavers van dieren": karkassen of delen van karkassen van dieren die zijn gestorven op een andere wijze dan door slachting voor menselijke consumptie, met inbegrip van dieren die zijn gedood met het oog op de uitroeiing van een epizoötie, en die moeten worden verwijderd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1069/2009;
  45° "onderneming voor sociale economie": een vereniging of coöperatie zonder winstoogmerk die erkend is als sociale onderneming overeenkomstig artikel 8:5, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, die de beginselen vervat in artikel 1 van het decreet van 20 november 2008 betreffende de sociale economie naleeft en die actief is in afvalpreventie of -beheer, in het bijzonder in het hergebruik of de voorbereiding voor hergebruik van afvalstoffen, producten of aanverwante componenten;
  46° "verpakking": de verpakking in de zin van artikel 2 van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval;
  47° "product voor eenmalig gebruik": elk vervaardigd product dat niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te maken door te worden teruggestuurd naar een producent om opnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te worden voor het doel waarvoor het gemaakt was;
  48° "kunststof": een materiaal bestaande uit een polymeer zoals bedoeld in artikel 3, punt 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006, waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt;
  49° "kunststofproduct voor eenmalig gebruik": een product dat geheel of gedeeltelijk van kunststoffen is gemaakt en niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te maken door te worden teruggestuurd naar een producent om opnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te worden voor het doel waarvoor het gemaakt was;
  50° "plastic draagtassen": van plastic gemaakte draagtassen, met of zonder handgreep, die aan consumenten wordt verstrekt op de plaats van verkoop van goederen of producten;
  51° "lichte plastic draagtassen": plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron;
  52 "zeer lichte plastic draagtassen": plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 15 micron die om hygiënische redenen zijn vereist of als primaire verpakking voor losse levensmiddelen worden verstrekt als dit helpt om voedselverspilling te voorkomen;
  53° "milieuvergunning": de beslissing zoals gedefinieerd in artikel 1, 1° en 12°, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning;
  54° "aangifte van een inrichting van klasse 3": de handeling zoals gedefinieerd in artikel 1, 2° en 12°, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning;
  55° "beste beschikbare technieken": de technieken zoals gedefinieerd in artikel 1, 9°, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning;
  56° "installatie": de site ingericht voor de inzameling, samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen;
  57° "ingedeelde installatie": de installatie zoals bepaald in 56° wanneer ze krachtens het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen ervan ingedeeld is;
  58° "centrum voor technische ingraving": de locatie waar afvalstoffen worden verwijderd door ze op of in de bodem (ook ondergronds) te storten, met inbegrip van:
  interne locaties, d.w.z. sites waar een afvalstoffenproducent zelf afvalstoffen verwijdert op de plaats van productie, en;
  permanente locaties, d.w.z. locaties die langer dan een jaar worden gebruikt voor de tijdelijke opslag van afvalstoffen;
  59° "vereniging van gemeenten": de samenbrenging van gemeenten georganiseerd volgens één van de samenwerkingsvormen tussen gemeenten als bedoeld bij boek V van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie ;
  60° "administratie": de administratieve dienst(en), aangewezen door de Regering ;
  61° "bevoegde autoriteit": het lid of de leden van de Regering of de[00e2][80][88]administratieve[00e2][80][88]dienst(en), aangewezen door de Regering ;
  62° "autoriteit van afgifte in eerste instantie": de administratie(s) bedoeld in 60° in het kader van een administratieve procedure die voorziet in een administratief beroep georganiseerd door dit decreet;
  63° "autoriteit die bevoegd is voor administratieve beroepen" : de bevoegde autoriteit(en) bedoeld in 61°, andere dan bedoeld in 62°, in het kader van een administratieve procedure die voorziet in een administratief beroep georganiseerd door dit decreet;
  64° "SPAQuE": de "Société publique d'Aide à la Qualité de l'Environnement";
  65° "Richtlijn 94/62/EG": Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1964 betreffende verpakking en verpakkingsafval;
  66° "Richtlijn 1999/31/EG" : Richtlijn 1999/21/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen;
  67° "Richtlijn 2000/53/EG": Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken;
  68° "Richtlijn 2006/66/ EG": Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van Richtlijn 91/157/EEG;
  69° "Richtlijn 2008/98/EG" : Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen ;
  70° "Richtlijn 2012/19/EU" van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) (herschikking);
  71° "Richtlijn (EU) 2015/1535": Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij;
  72° "Richtlijn (EU) 2019/904": Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu;
  73° "Verordening (EG) nr. 1069/2009": Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002;
  74° "Verordening (EG) nr. 1013/2006" : Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en van de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen;
  75° "Verordening (EG) nr. 1907/2006": Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie;
  76° "Verordening nr. 1272/2008": Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006;
  § 2. Met betrekking tot de definitie van "afvalstoffenbeheer", vermeld in § 1, 10°, kan de Regering, onverminderd het recht van de Europese Unie, de handelingen van afvalstoffenbeheer definiëren.
  Met betrekking tot de definitie van "nuttige toepassing", vermeld in paragraaf 1, 20°, bevat bijlage 2 een niet-limitatieve lijst van handelingen van nuttige toepassing. Onverminderd het recht van de Europese Unie kan de Regering als nuttige toepassing andere handelingen definiëren dan die bedoeld in die bijlage.
  Met betrekking tot paragraaf 1, 23°, moeten de afvalstoffen die worden gebruikt voor opvulling, om te voldoen aan de definitie van "opvulling", materialen vervangen die geen afvalstoffen zijn, moeten ze geschikt zijn voor de voornoemde doeleinden en moeten ze beperkt blijven tot de hoeveelheden die strikt noodzakelijk zijn om die doeleinden te bereiken.
  Met betrekking tot de definitie van "verwijdering", vermeld in paragraaf 1, 27°, bevat bijlage 3 een niet-limitatieve lijst van verwijderingshandelingen. Onverminderd het recht van de Europese Unie kan de Regering als verwijdering andere handelingen definiëren dan die bedoeld in die bijlage.
  Met betrekking paragraaf 1, 28° en 29°, doen de definities van "zwerfvuil" en "illegale afvalstorting" geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Regering en de lokale overheden om de bestrijding van zwerfvuil met betrekking tot bepaalde soorten zwerfvuil te specificeren of te prioriteren op basis van hun aard, omvang, hoeveelheid, aanwezigheid op bepaalde locaties of andere criteria die de Regering of de lokale overheden bepalen.
  Met betrekking paragraaf 1, 30°, om te voldoen aan de definitie van "inert afval", moeten de totale productie van percolaat, het gehalte aan verontreinigende stoffen van de afvalstoffen en de ecotoxiciteit van het percolaat verwaarloosbaar zijn en mogen ze in het bijzonder geen nadelige invloed hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater of het grondwater.
  Met betrekking to paragraaf 1, 31° en 34°, laten de definities van "stedelijk afval" en "professioneel afval" de verdeling van de verantwoordelijkheden voor het afvalstoffenbeheer tussen publieke en private actoren onverlet.
  Met betrekking tot paragraaf 1, 48°, kan de Regering, wanneer ze uitvoeringsmaatregelen neemt om het recht dat van toepassing is op het grondgebied van het Waals Gewest in overeenstemming te brengen met het recht van de Europese Unie, natuurlijke polymeren die niet chemisch gewijzigd zijn, uitsluiten van de definitie van "kunststof".
  Met betrekking tot paragraaf 1, 58°, sluit de definitie van "centrum voor technische ingraving" de volgende elementen uit :
  installaties waar afvalstoffen worden uitgeladen om ze klaar te maken voor verder vervoer met het oog op een nuttige toepassing, behandeling of verwijdering op een andere plaats, en;
  de opslag van afvalstoffen voorafgaand aan een nuttige toepassing of behandeling voor een periode van in de regel minder dan drie jaar, of;
  de opslag van afvalstoffen voorafgaand aan verwijdering voor een periode van minder dan een jaar.
  § 3. Met het oog op de aanpassing van dit decreet en van de uitvoeringsmaatregelen ervan aan het recht van de Europese Unie en het internationaal recht, kan de Regering de bijlagen bij dit decreet intrekken, wijzigen, aanvullen of vervangen.
  De maatregelen die de Regering krachtens deze paragraaf neemt, verliezen van rechtswege hun werking indien ze niet binnen een termijn van twaalf maanden na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad bij decreet worden bevestigd.
Art.5. § 1er. Pour l'application du présent décret, l'on entend par :
  1° le " déchet " : toute substance ou tout objet dont le détenteur se défait ou dont il a l'intention ou l'obligation de se défaire;
  2° le " déchet dangereux " : tout déchet qui présente une ou plusieurs des propriétés dangereuses énumérées à l'annexe 1re;
  3° le " déchet non dangereux " : tout déchet qui n'est pas couvert par le 2° ;
  4° le " producteur de déchets " : toute personne dont l'activité produit des déchets (producteur de déchets initial) ou toute personne qui effectue des opérations de prétraitement, de mélange ou autres conduisant à un changement de nature ou de composition de ces déchets;
  5° le " détenteur de déchets " : le producteur des déchets ou la personne physique ou morale qui a les déchets en sa possession;
  6° le " collecteur " : toute entreprise (personne physique, personne morale ou organisation avec ou sans personnalité juridique) qui assure la collecte de déchets à titre professionnel;
  7° le " transporteur " : toute entreprise (personne physique, personne morale ou organisation avec ou sans personnalité juridique) qui assure le transport de déchets à titre professionnel;
  8° le " négociant " : toute entreprise (personne physique, personne morale ou organisation avec ou sans personnalité juridique) qui entreprend pour son propre compte l'acquisition et la vente ultérieure de déchets, y compris le négociant qui ne prend pas physiquement possession des déchets;
  9° le " courtier " : toute entreprise (personne physique, personne morale ou organisation avec ou sans personnalité juridique) qui organise la valorisation ou l'élimination de déchets pour le compte de tiers, y compris le courtier qui ne prend pas physiquement possession des déchets;
  10° la " gestion des déchets " : la collecte, le transport, le regroupement, le prétraitement, la valorisation (y compris le mélange ou le tri), et l'élimination des déchets, y compris la surveillance de ces opérations ainsi que la surveillance, la remise en état et la réhabilitation des lieux de dépôt de déchets des installations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination après leur fermeture et notamment les actions menées en tant que négociant ou courtier;
  11° la " collecte " : le ramassage des déchets, y compris leur tri et stockage préliminaires, en vue de leur transport vers une installation de regroupement, de prétraitement ou de traitement des déchets;
  12° la " collecte sélective " : la collecte dans le cadre de laquelle un flux de déchets est conservé séparément en fonction de son type et de sa nature afin de faciliter un traitement spécifique;
  13° le " transport " : le chargement, l'acheminement et le déchargement des déchets;
  14° le " regroupement " : toute opération de stockage de déchets préalablement à une opération de prétraitement, de valorisation ou d'élimination, à l'exclusion du stockage temporaire avant collecte sur le site de productions des déchets;
  15° la " prévention " : toute mesure prise avant qu'une substance, une matière ou un produit ne devienne un déchet et réduisant :
  la quantité de déchets, y compris par l'intermédiaire du réemploi ou de la prolongation de la durée de vie des produits;
  les effets nocifs des déchets produits sur l'environnement et la santé humaine ou;
  la teneur en substances dangereuses des matières et produits;
  16° le " réemploi " : toute opération par laquelle des produits ou des composants qui ne sont pas des déchets sont utilisés de nouveau pour un usage identique à celui pour lequel ils avaient été conçus;
  17° le " prétraitement " : toute préparation qui précède une opération ultérieure de valorisation ou d'élimination de déchets et qui consiste en un processus physique, chimique, thermique ou biologique, y compris le mélange ou le tri (le cas échéant par contrôle visuel), permettant d'identifier ou modifiant les propriétés ou les caractéristiques des déchets de manière à réduire leur volume ou leur caractère dangereux ou polluant, à en faciliter la manipulation, à en favoriser la valorisation ou à en permettre l'élimination;
  18° le " traitement " : toute opération de valorisation ou d'élimination, y compris la préparation qui précède la valorisation ou l'élimination;
  19° la " préparation en vue du réemploi " : toute opération de contrôle, de nettoyage ou de réparation en vue de la valorisation, par laquelle des produits ou des composants de produits qui sont devenus des déchets sont préparés de manière à être réutilisés sans autre opération de prétraitement;
  20° la " valorisation " : toute opération dont le résultat principal est que des déchets servent à des fins utiles en remplaçant d'autres matières qui auraient été utilisées à une fin particulière, ou que des déchets soient préparés pour être utilisés à cette fin, dans l'usine ou dans l'ensemble de l'économie;
  21° la " valorisation matière " : toute opération de valorisation autre que la valorisation énergétique et le retraitement en matières destinées à servir de combustible ou d'autre moyen de produire de l'énergie, notamment la préparation en vue du réemploi, le recyclage et le remblayage;
  22° le " recyclage " : toute opération de valorisation par laquelle les déchets sont retraités en produits, matières ou substances aux fins de leur fonction initiale ou à d'autres fins, en ce compris le retraitement des matières organiques, mais à l'exclusion de la valorisation énergétique, la conversion pour l'utilisation comme combustible ou pour des opérations de remblayage;
  23° le " remblayage " : toute opération de valorisation par laquelle des déchets appropriés non dangereux sont utilisés à des fins de remise en état dans des zones excavées ou, en ingénierie, pour des travaux d'aménagement paysager;
  24° la " régénération des huiles usagées " : toute opération de recyclage permettant de produire des huiles de base par un raffinage d'huiles usagées, impliquant notamment l'extraction des contaminants, des produits d'oxydation et des additifs contenus dans ces huiles;
  25° l'" incinération " : toute opération de traitement thermique de déchets, avec ou sans récupération de la chaleur produite par la combustion, par incinération par oxydation des déchets ou par tout autre procédé de traitement thermique, tel que la pyrolyse, la gazéification ou le traitement plasmatique, si les substances qui en résultent sont ensuite incinérées;
  26° la " coincinération " : toute opération de traitement dont l'objectif essentiel est de produire de l'énergie ou des produits matériels, et :
  qui utilise des déchets comme combustible habituel ou d'appoint, ou;
  dans laquelle les déchets sont soumis à un traitement thermique en vue de leur élimination par incinération par oxydation ou par d'autres procédés de traitement thermique, tels que la pyrolyse, la gazéification ou le traitement plasmatique, pour autant que les substances qui en résultent soient ensuite incinérées;
  27° l'" élimination " : toute opération qui n'est pas de la valorisation, même lorsque ladite opération a comme conséquence secondaire la récupération de substances ou d'énergie;
  28° le " déchet sauvage " : tout déchet abandonné, rejeté ou géré :
  en dehors des contenants ou emplacements aménagés ou autorisés à cet effet par une autorité locale ou toute autre autorité compétente en matière de conservation du domaine public ou en matière de salubrité publique ou;
  sans respecter les dispositions du présent décret et ses mesures d'exécution;
  29° le " dépôt sauvage de déchet " : tout acte ayant généré ou générant un déchet sauvage;
  30° les " déchets inertes " : les déchets qui ne subissent aucune modification physique, chimique ou biologique importante, ne se décomposent pas, ne brûlent pas et ne produisent aucune autre réaction physique ou chimique, ne sont pas biodégradables et ne détériorent pas d'autres matières avec lesquelles ils entrent en contact, d'une manière susceptible d'entraîner une pollution de l'environnement ou de nuire à la santé humaine;
  31° les " déchets municipaux " : les déchets comprenant les déchets ménagers et les déchets assimilés, à l'exclusion des déchets provenant de la production, de l'agriculture, de la sylviculture, de la pêche, des fosses septiques et des réseaux d'égouts et des stations d'épuration, y compris les boues d'épuration, les véhicules hors d'usage ou les déchets de construction, de déconstruction et de démolition;
  32° les " déchets ménagers " : les déchets en mélange et les déchets collectés sélectivement provenant des ménages, y compris les déchets de papier, de carton, de verre, de métaux, de matières plastiques, de bois, d'emballages, de textiles, les biodéchets, les déchets d'équipements électriques et électroniques, les déchets de piles et d'accumulateurs, ainsi que les déchets encombrants, y compris les matelas usagés et le mobilier usagé;
  33° les " déchets assimilés " : les déchets en mélange et collectés sélectivement provenant d'autres sources que les ménages, lorsque ces déchets sont similaires par leur nature et leur composition aux déchets ménagers;
  34° les " déchets professionnels " : les déchets qui ne sont pas couverts par le 32° et le 33° ;
  35° les " déchets encombrants " : les déchets dont toutes les dimensions extérieures sont égales ou supérieures à quarante centimètres ou dont le volume est égal ou supérieur à soixante décimètres cubes ainsi que tous les matelas usagés et tout le mobilier usagé indépendamment de la taille de leurs dimensions extérieures ou de leur volume;
  36° les " déchets biodégradables " : les déchets pouvant subir une décomposition anaérobie ou aérobie, comme les déchets alimentaires et les déchets de jardin, ainsi que les déchets de papier et les déchets de carton;
  37° les " biodéchets " : les déchets biodégradables de jardin ou de parc, les déchets alimentaires ou de cuisine provenant des ménages, des bureaux, des restaurants, du commerce de gros, des cantines, des traiteurs ou des magasins de vente au détail, ainsi que les déchets comparables provenant des usines de transformation de denrées alimentaires;
  38° les " déchets alimentaires " : les denrées alimentaires au sens de l'article 2 du règlement (CE) n° 178/2002 du Parlement européen et du Conseil du 28 janvier 2002 établissant les principes généraux et les prescriptions générales de la législation alimentaire, instituant l'Autorité européenne de sécurité des aliments et fixant des procédures relatives à la sécurité des denrées alimentaires, qui sont devenues des déchets au sens du 1° du présent paragraphe;
  39° la " perte alimentaire " : la production de déchets alimentaires tout au long des chaînes de production et d'approvisionnement, y compris les pertes après récolte;
  40° le " gaspillage alimentaire " : la production de déchets alimentaires au stade de la consommation;
  41° les " huiles usagées " : les huiles à usage non alimentaire, minérales ou synthétiques, lubrifiantes ou industrielles, qui sont devenues impropres à l'usage auquel elles étaient initialement destinées, telles que les huiles usagées des moteurs à combustion et des systèmes de transmission, les huiles lubrifiantes, les huiles pour turbines et celles pour systèmes hydrauliques;
  42° les " déchets de construction, de déconstruction et de démolition " : les déchets produits par les activités de construction, de déconstruction et de démolition;
  43° les " sous-produits animaux " : les sous-produits animaux au sens du règlement (CE) n° 1069/2009;
  44° les " cadavres d'animaux " : les carcasses ou parties de carcasse d'animaux morts autrement que par abattage en vue d'une consommation humaine, y compris les animaux mis à mort pour l'éradication d'une épizootie, et qui doivent être éliminés conformément au règlement (CE) n° 1069/2009;
  45° l'" entreprise d'économie sociale " : l'association sans but lucratif ou la société coopérative agréée comme entreprise sociale conformément à l'article 8:5, § 1er, du Code des sociétés et des associations qui répond aux principes visés à l'article 1er du décret du 20 novembre 2008 relatif à l'économie sociale et qui est active en matière de prévention ou de gestion de déchets, notamment en matière de réemploi ou de préparation en vue du réemploi de déchets, produits ou composants y relatifs;
  46° l'" emballage " : l'emballage au sens de l'article 2 de l'accord de coopération du 4 novembre 2008 concernant la prévention et la gestion des déchets d'emballages;
  47° le " produit à usage unique " : tout produit fabriqué qui n'est pas conçu, créé ou mis sur le marché pour accomplir, pendant sa durée de vie, plusieurs trajets ou rotations en étant retourné à un producteur de produits pour être rempli à nouveau ou réemployé pour un usage identique à celui pour lequel il a été conçu;
  48° le " plastique " : un matériau constitué d'un polymère tel que défini à l'article 3, point 5), du règlement (CE) n° 1907/2006, auquel des additifs ou d'autres substances peuvent avoir été ajoutés, et qui peut jouer le rôle de composant structurel principal de produits finaux;
  49° le " produit en plastique à usage unique " : le produit fabriqué entièrement ou partiellement à partir de plastique et qui n'est pas conçu, créé ou mis sur le marché pour accomplir, pendant sa durée de vie, plusieurs trajets ou rotations en étant retourné à un producteur de produits pour être rempli à nouveau ou réemployé pour un usage identique à celui pour lequel il a été conçu;
  50° les " sacs en plastique " : les sacs, avec ou sans poignées, composés de plastique, qui sont fournis aux consommateurs dans les points de vente de marchandises ou de produits;
  51° les " sacs en plastique légers " : les sacs en plastique d'une épaisseur inférieure à cinquante micromètres;
  52° les " sacs en plastique très légers " : les sacs en plastique d'une épaisseur inférieure à quinze micromètres nécessaires à des fins d'hygiène ou fournis comme emballage primaire pour les denrées alimentaires en vrac lorsque cela contribue à prévenir le gaspillage alimentaire;
  53° le " permis d'environnement " : la décision telle que définie à l'article 1er, 1° et 12°, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement;
  54° la " déclaration d'établissement de classe 3 " : l'acte tel que défini à l'article 1er, 2°, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement;
  55° les " meilleures techniques disponibles " : les techniques telles que définies à l'article 1er, 19°, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement;
  56° l'" installation " : le site aménagé pour la collecte, le regroupement, le prétraitement, la valorisation ou l'élimination des déchets;
  57° l'" installation classée " : l'installation telle que définie au 56° lorsqu'elle est classée en vertu du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et ses mesures d'exécution;
  58° le " centre d'enfouissement technique " : le site d'élimination des déchets par dépôt des déchets sur ou dans le sol (y compris en sous-sol), y compris :
  les sites internes, c'est-à-dire les sites au sein desquels un producteur de déchets procède lui-même à l'élimination des déchets sur le lieu de production, et;
  les sites permanents, c'est-à-dire pour une durée supérieure à un an, utilisé pour stocker temporairement les déchets;
  59° l'" association de communes " : le groupement de communes organisé selon l'une des formes de coopération entre communes prévues par le Livre V du Code de la démocratie locale et de la décentralisation;
  60° l'" administration " : le ou les services administratifs désignés par le Gouvernement;
  61° l'" autorité compétente " : le ou les membres du Gouvernement ou le ou les services administratifs, désignés par le Gouvernement;
  62° l'" autorité délivrante en première instance " : l'administration ou les administrations visées au 60° dans le cadre d'une procédure administrative prévoyant un recours administratif organisé par le présent décret;
  63° l'" autorité compétente sur recours administratif " : le ou les autorités compétentes visées au 61° autres que celles visées au 62° dans le cadre d'une procédure administrative prévoyant un recours administratif orga- nisé par le présent décret;
  64° la " SPAQuE " : la Société publique d'Aide à la Qualité de l'Environnement;
  65° la " directive 94/62/CE " : la directive 94/62/CE du Parlement européen et du Conseil du 20 décembre 1994 relative aux emballages et aux déchets d'emballages;
  66° la " directive 1999/31/CE " : la directive 1999/31/CE du Conseil du 26 avril 1999 concernant la mise en décharge des déchets;
  67° la " directive 2000/53/CE " : la directive 2000/53/CE du Parlement européen et du Conseil du 18 septembre 2000 relative aux véhicules hors d'usage;
  68° la " directive 2006/66/CE " : la directive 2006/66/CE du Parlement européen et du Conseil du 6 septembre 2006 relative aux piles et accumulateurs ainsi qu'aux déchets de piles et d'accumulateurs et abrogeant la directive 91/157/CEE;
  69° la " directive 2008/98/CE " : la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil du 19 novembre 2008 relative aux déchets et abrogeant certaines directives;
  70° la " directive 2012/19/UE " : la directive 2012/19/UE du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2012 relative aux déchets d'équipements électriques et électroniques (DEEE) (refonte);
  71° la " directive (UE) 2015/1535 " : la directive (UE) 2015/1535 du Parle- ment européen et du Conseil du 9 septembre 2015 prévoyant une procédure d'information dans le domaine des réglementations techniques et des règles relatives aux services de la société de l'information;
  72° la " directive (UE) 2019/904 " : la directive (UE) 2019/904 du Parlement européen et du Conseil du 5 juin 2019 relative à la réduction de l'incidence de certains produits en plastique sur l'environnement;
  73° le " règlement (CE) n° 1069/2009 " : le règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le règlement (CE) n° 1774/2002;
  74° le " règlement (CE) n° 1013/2006 " : le règlement (CE) n° 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets;
  75° le " règlement (CE) n° 1907/2006 " : le règlement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH), instituant une agence européenne des produits chimiques, modifiant la directive 1999/45/CE et abrogeant le règlement (CEE) n° 793/93 du Conseil et le règlement (CE) n° 1488/94 de la Commission ainsi que la directive 76/769/CEE du Conseil et les directives 91/155/CEE, 93/67/CEE, 93/105/CE et 2000/21/CE de la Commission;
  76° le " règlement (CE) n° 1272/2008 " : le règlement (CE) n° 1272/2008 du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 relatif à la classification, à l'étiquetage et à l'emballage des substances et des mélanges, modifiant et abrogeant les directives 67/548/CEE et 1999/45/CE et modifiant le règlement (CE) n° 1907/2006.
  § 2. Concernant la définition de la " gestion des déchets " visée au paragraphe 1er, 10°, sans préjudice du droit de l'Union européenne, le Gouvernement peut définir des opérations de gestion des déchets.
  Concernant la définition de la " valorisation " visée au paragraphe 1er, 20°, l'annexe 2 énumère une liste non exhaustive d'opérations de valorisation. Sans préjudice du droit de l'Union européenne, le Gouvernement peut définir comme opération de valorisation d'autres opérations que celles visées à ladite annexe.
  Concernant le paragraphe 1er, 23°, pour répondre de la définition du " remblayage ", les déchets utilisés pour le remblayage doivent remplacer des matières qui ne sont pas des déchets, être adaptés aux fins susvisées et limités aux quantités strictement nécessaires pour parvenir à ces fins.
  Concernant la définition de l'" élimination " visée au paragraphe 1er, 27°, l'annexe 3 énumère une liste non exhaustive d'opérations d'élimination. Sans préjudice du droit de l'Union européenne, le Gouvernement peut définir comme opération d'élimination d'autres opérations que celles visées à ladite annexe.
  Concernant le paragraphe 1er, 28° et 29°, les définitions du " déchet sauvage " et du " dépôt sauvage de déchets " sont sans préjudice du pouvoir du Gouvernement et des autorités locales de préciser ou de prioriser leur lutte contre les déchets sauvages à l'égard de certains sous-types de déchets sauvages en fonction de leur nature, de leur taille, de leur quantité, de leur présence dans certains lieux ou selon d'autres critères que le Gouvernement ou les autorités locales déterminent.
  Concernant le paragraphe 1er, 30°, pour répondre de la définition des " déchets inertes ", la production totale de lixiviats et la teneur des déchets en polluants ainsi que l'écotoxicité des lixiviats doivent être négligeables et, en particulier, ne doivent pas porter atteinte à la qualité des eaux de surface ou des eaux souterraines.
  Concernant le paragraphe 1er, 31° et 34°, les définitions des " déchets municipaux " et des " déchets professionnels " sont sans préjudice de la répartition des compétences en matière de gestion des déchets entre les acteurs publics et privés.
  Concernant le paragraphe 1er, 48°, lorsque le Gouvernement prend des mesures d'exécution visant à rendre le droit applicable sur le territoire de la Région wallonne conforme au droit de l'Union européenne, il peut exclure de la définition du " plastique " les polymères naturels qui n'ont pas été chimiquement modifiés.
  Concernant le paragraphe 1er, 58°, la définition du " centre d'enfouissement technique " exclut :
  les installations où les déchets sont déchargés afin de permettre leur préparation à un transport ultérieur en vue d'une valorisation, d'un traitement ou d'une élimination en un endroit différent, et;
  le stockage des déchets avant valorisation ou traitement pour une durée inférieure à trois ans en règle générale, ou;
  le stockage des déchets avant élimination pour une durée inférieure à un an.
  § 3. En vue de rendre le présent décret et ses mesures d'exécution conformes au droit de l'Union européenne et au droit international, le Gouvernement peut abroger, modifier, compléter ou remplacer les annexes du présent décret.
  Les mesures prises par le Gouvernement en vertu du présent paragraphe cessent de plein droit de produire leurs effets si elles ne sont pas confirmées par décret dans un délai de douze mois après leur publication au Moniteur belge.
Afdeling 4. - Algemene principes
Section 4. - Principes généraux
Onderafdeling 1-. - Afvalhiërarchie
Sous-section 1. - Hiérarchie des déchets
Art.6. § 1. Bij het opstellen van de wetgeving, de reglementering en het Waals beleid voor de preventie en het beheer van afvalstoffen wordt als prioriteitsvolgorde de volgende afvalhiërarchie gehanteerd:
  1° preventie:
  2° voorbereiding voor hergebruik;
  3° recyclage;
  4° andere nuttige toepassing, in het bijzonder energieterugwinning; en
  5° verwijdering.
  § 2. Bij de toepassing van de afvalhiërarchie, bedoeld in paragraaf 1, neemt de Regering maatregelen om oplossingen te stimuleren die over het geheel genomen het beste milieuresultaat opleveren. Dit kan betekenen dat voor specifieke afvalstromen moet worden afgeweken van de hiërarchie, indien dit gerechtvaardigd is op grond van het levenscyclusdenken over de totale effecten van de productie en het beheer van die afvalstoffen.
  Er wordt rekening gehouden met de algemene milieubeschermingsprincipes zoals het voorzorgs- en duurzaamheidsbeginsel, de technische uitvoerbaarheid en economische haalbaarheid, de bescherming van hulpbronnen, alsook met de algemene effecten voor milieu en menselijke gezondheid en op economisch en maatschappelijk gebied, overeenkomstig de artikelen 2 en 32.
  § 3. Met betrekking tot het opstellen van wetgeving, regelgeving en het Waalse afvalstoffenbeleid legt de Regering elk voorontwerp van wettelijke bepaling tot wijziging van dit decreet en elk ontwerp van besluit uitgevaardigd krachtens dit decreet voor aan minstens de beleidsgroep "Leefmilieu", afdeling "Afvalstoffen", overeenkomstig het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie .
  § 4. De Regering kan een beroep doen op economische instrumenten en andere maatregelen om de toepassing van de afvalhiërarchie aan te moedigen, zoals die vermeld in bijlage 4, indien deze kunnen worden aangenomen via bepalingen van regelgevende aard, of op andere geschikte instrumenten en maatregelen.
Art.6. § 1er. La hiérarchie des déchets ci-après s'applique par ordre de priorité dans la législation, la réglementation et la politique wallonne en matière de prévention et de gestion des déchets :
  1° prévention;
  2° préparation en vue du réemploi;
  3° recyclage;
  4° autre valorisation, notamment valorisation énergétique; et;
  5° élimination.
  § 2. Lorsque le Gouvernement applique la hiérarchie des déchets visée au paragraphe 1er, il prend des mesures pour encourager les solutions produisant le meilleur résultat global sur le plan de l'environnement. Cela peut exiger que certains flux de déchets spécifiques s'écartent de la hiérarchie, lorsque cela se justifie par une réflexion fondée sur l'approche de cycle de vie concernant les effets globaux de la production et de la gestion de ces déchets.
  Il est tenu compte des principes généraux de précaution et de gestion durable en matière de protection de l'environnement, de la faisabilité technique et de la viabilité économique, de la protection des ressources ainsi que des effets globaux sur l'environnement et la santé humaine, et des effets économiques et sociaux, conformément aux articles 2 et 32.
  § 3. Concernant l'élaboration de la législation, de la réglementation et de la politique wallonne en matière de déchets, le Gouvernement soumet tout avant-projet de disposition législative modifiant le présent décret et tout projet d'arrêté pris en vertu du présent décret au moins au pôle " Environnement ", section " Déchets ", conformément au décret du 6 novembre 2008 portant rationalisation de la fonction consultative.
  § 4. Le Gouvernement peut avoir recours à des instruments économiques et à d'autres mesures pour inciter à l'application de la hiérarchie des déchets, tels que ceux indiqués à l'annexe 4 si ces derniers sont susceptibles d'être adoptés via des dispositions de nature réglementaire, ou à d'autres instruments et mesures appropriés.
Onderafdeling 2. - Beginselen van zelfvoorziening en nabijheid
Sous-section 2. - Principes d'autosuffisance et de proximité
Art.7. § 1. De Regering neemt passende maatregelen, in samenwerking met de andere gewestelijke overheden of de Federale Overheid van de Belgische Staat alsmede met andere Lidstaten van de Europese Unie, wanneer zulks noodzakelijk of raadzaam is, om een adequaat geïntegreerd netwerk tot stand te brengen van afvalverwijderingsinstallaties en van installaties voor de nuttige toepassing van gemengd huishoudelijk afval, ingezameld bij particuliere huishoudens, ook indien die inzameling dergelijk afval van andere producenten omvat, rekening houdend met de beste beschikbare technieken.
  § 2. Het netwerk moet zo worden opgezet dat de Europese Unie als geheel hierdoor zelfvoorzienend kan worden zowel voor afvalverwijdering als voor nuttige toepassing van afval als bedoeld in § 1, en dat elke lidstaat afzonderlijk naar dat doel toe kan groeien, rekening houdend met de geografische omstandigheden en de behoefte aan gespecialiseerde installaties voor bepaalde soorten afval.
  § 3. Het netwerk moet het mogelijk maken afval te verwijderen of afval als bedoeld in § 1 nuttig toe te passen in een van de meest nabijgelegen daartoe geschikte installaties, met behulp van de meest geschikte methoden en technologieën, om een hoog niveau van bescherming van het milieu en de volksgezondheid te waarborgen.
  § 4. De beginselen van nabijheid en zelfvoorziening betekenen niet dat het Waalse Gewest zelf over alle faciliteiten voor definitieve nuttige toepassing moet beschikken.".
  § 5. De Regering kan de toepassing van dit artikel uitbreiden tot andere soorten afvalstoffen dan die bedoeld in paragraaf 1
Art.7. § 1er. Le Gouvernement prend les mesures appropriées, en coopération avec les autres autorités régionales ou l'Autorité fédérale de l'Etat belge ainsi qu'avec d'autres Etats membres de l'Union européenne lorsque cela s'avère nécessaire ou opportun, en vue de l'établissement d'un réseau intégré et adéquat d'installations d'élimination des déchets et d'installations de valorisation des déchets municipaux en mélange collectés auprès des ménages, y compris lorsque cette collecte concerne également de tels déchets provenant d'autres producteurs de déchets, en tenant compte des meilleures techniques disponibles.
  § 2. Le réseau est conçu de manière à permettre à l'Union européenne dans son ensemble d'assurer elle-même l'élimination de ses déchets, ainsi que la valorisation des déchets visés au paragraphe 1er, et à permettre aux Etats membres de l'Union européenne de tendre individuellement vers ce but, en tenant compte des conditions géographiques ou du besoin d'installations spécialisées pour certains types de déchets.
  § 3. Le réseau permet l'élimination des déchets ou la valorisation des déchets visés au paragraphe 1er dans l'une des installations appropriées les plus proches, grâce à l'utilisation des méthodes et technologies les plus appropriées, pour garantir un niveau élevé de protection de l'environnement et de la santé publique.
  § 4. Les principes de proximité et d'autosuffisance ne signifient pas que la Région wallonne doit posséder la panoplie complète d'installations de valorisation finale sur son territoire.
  § 5. Le Gouvernement peut étendre l'application du présent article à d'autres types de déchets que ceux visés au paragraphe 1er.
Afdeling 5. - Kwalificatiecriteria
Section 5. - Critères de qualification
Onderafdeling 1. - Bijproducten
Sous-section 1. - Sous-produits
Art.8. § 1. In overeenstemming met de criteria die in voorkomend geval op het niveau van de Europese Unie zijn vastgesteld, wordt een stof of zaak die het resultaat is van een productieproces dat niet in de eerste plaats tot doel heeft die stof of die zaak te produceren, niet beschouwd als een afvalstof, maar als een bijproduct, als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° het is zeker dat de stof of het voorwerp zal worden gebruikt;
  2° de stof of het voorwerp kan onmiddellijk worden gebruikt zonder verdere andere behandeling dan die welke bij de normale productie gangbaar is;
  3° de stof of het voorwerp wordt geproduceerd als een integraal onderdeel van een productieproces; en
  4° verder gebruik is rechtmatig, m.a.w. de stof of het voorwerp voldoet aan alle voorschriften inzake producten, milieu en gezondheidsbescherming voor het specifieke gebruik en zal niet leiden tot over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid.
  § 2. Bij gebrek aan criteria die op het niveau van de Europese Unie zijn vastgelegd, kan de Regering gedetailleerde criteria vastleggen voor de toepassing van de in paragraaf 1 vermelde voorwaarden op specifieke stoffen of voorwerpen.
  § 3. De Regering bepaalt de procedurele modaliteiten volgens welke een stof of voorwerp als bijproduct en niet als afvalstof wordt erkend. Deze procedurele modaliteiten kunnen eenzijdige administratieve beslissingen van individuele strekking omvatten, genomen door de Regering of door de bevoegde autoriteit die zij daartoe aanwijst. Deze administratieve beslissingen worden in elk geval bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op zijn minst op een website van het Waalse Gewest.
  § 4. De Regering kan de procedurele modaliteiten van een facultatief individueel certificeringsmechanisme aannemen en vastleggen, waardoor elke exploitant die stoffen of voorwerpen voortbrengt die in het Waalse Gewest als bijproducten worden beschouwd, uitdrukkelijk en op individuele basis kan worden erkend als exploitant die een bijproduct voortbrengt dat in het Waalse Gewest is toegelaten.
  § 5. De Regering kan :
  1° een lijst opstellen, al dan niet per categorie, van stoffen of voorwerpen die van rechtswege als bijproducten worden erkend;
  2° de volgende elementen openbaar maken :
  langs elektronische weg, in aanvulling op de in paragraaf 3 bedoelde middelen, informatie met betrekking tot de beslissingen die geval per geval worden genomen krachtens die paragraaf;
  langs elektronische weg, informatie betreffende de resultaten van de door de administratie verrichte controles.
  Met betrekking tot het eerste lid, 1°, past de Regering ten minste om de vijf jaar de lijst(en) van stoffen of voorwerpen in de reglementering aan teneinde er in voorkomend geval de inhoud van de in het derde lid bedoelde administratieve beslissingen in op te nemen.
  § 6. Wanneer de uitoefening van een beroepsactiviteit een bijproduct voortbrengt dat alle eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden vertoont en in alle opzichten voldoet aan die van een bij regeringsbesluit of bij administratieve beslissing van individuele strekking erkend bijproduct, kan de houder van dat materiaal een aanvraag tot individuele certificering indienen met betrekking tot de bedoelde stof of het bedoelde voorwerp die/dat als bijproduct is erkend en overeenkomstig paragraaf 4 en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
Art.8. § 1er. Dans le respect des critères arrêtés au niveau de l'Union européenne le cas échéant, une substance ou un objet issu d'un processus de production dont le but premier n'est pas de produire ladite substance ou ledit objet est considéré non pas comme un déchet, mais comme un sous-produit, si les conditions suivantes sont réunies :
  1° l'utilisation ultérieure de la substance ou de l'objet est certaine;
  2° la substance ou l'objet peut être utilisé directement sans traitement supplémentaire autre que les pratiques industrielles courantes;
  3° la substance ou l'objet est produit en faisant partie intégrante d'un processus de production; et;
  4° l'utilisation ultérieure est légale, c'est-à-dire que la substance ou l'objet répond à toutes les prescriptions pertinentes relatives au produit, à l'environnement et à la protection de la santé prévues pour l'utilisation spécifique et n'aura pas d'incidences globales nocives pour l'environnement ou la santé humaine.
  § 2. En l'absence de critères fixés au niveau de l'Union européenne, le Gouvernement peut établir des critères détaillés concernant l'application des conditions énoncées au paragraphe 1er à des substances ou objets spécifiques.
  § 3. Le Gouvernement détermine les modalités procédurales selon lesquelles une substance ou un objet est reconnu comme un sous-produit et non comme un déchet. Lesdites modalités procédurales peuvent inclure des décisions administratives unilatérales à portée individuelle adoptées par le Gouvernement ou par l'autorité compétente qu'il désigne à cet effet. En toute hypothèse, lesdites décisions administratives sont publiées au Moniteur belge et au moins sur un site internet de la Région wallonne.
  § 4. Le Gouvernement peut arrêter et déterminer les modalités procédurales d'un mécanisme facultatif de certification individuelle permettant à tout exploitant qui génère des substances ou des objets considérés comme sous-produits en Région wallonne d'être explicitement reconnu à titre individuel comme générant un sous-produit admis en Région wallonne.
  § 5. Le Gouvernement peut :
  1° lister, par catégorie ou non, des substances ou des objets reconnus de plein droit comme sous-produits;
  2° rendre publiques :
  par des moyens électroniques supplémentaires à ceux visés au paragraphe 3 des informations relatives aux décisions adoptées au cas par cas en vertu dudit paragraphe;
  par des moyens électroniques des informations relatives aux résultats des vérifications effectuées par l'administration.
  Concernant l'alinéa 1er, 1°, le Gouvernement adapte au moins tous les cinq ans dans la réglementation la ou les listes des substances ou des objets en vue d'y intégrer, le cas échéant, le contenu des décisions administratives visées au paragraphe 3.
  § 6. Lorsque l'exercice d'une activité à titre professionnel génère un sous-produit présentant et respectant l'ensemble des propriétés, des caractéristiques, des critères ou des conditions égal en tout point à celui d'un sous-produit reconnu par arrêté du Gouvernement ou par décision administrative à portée individuelle, le détenteur de tels matières peut introduire une demande de certification individuelle visant ladite substance ou ledit objet reconnu comme sous-produit et conformément au paragraphe 4 et ses mesures d'exécution.
Onderafdeling 2. - Einde-afvalfase
Sous-section 2. - Fin du statut de déchet
Art.9. § 1. In overeenstemming met de criteria die zijn vastgesteld op het niveau van de Europese Unie, waar van toepassing, wordt afval dat een recyclingsverrichting of een andere nuttige toepassing heeft ondergaan, geacht geen afval meer te zijn als het aan de volgende voorwaarden voldoet:
  1° de stof of het voorwerp moet voor specifieke doelen worden gebruikt ;
  2° er is een markt voor of vraag naar de stof of het voorwerp;
  3° de stof of het voorwerp voldoet aan de technische voorschriften voor de specifieke doelen en aan de voor producten geldende wetgeving, reglementering en normen; en
  4° het gebruik van de stof of het voorwerp heeft over het geheel genomen geen ongunstige effecten voor het milieu of de menselijke gezondheid.
  § 2. Bij gebrek aan criteria die op het niveau van de Europese Unie zijn vastgelegd, kan de Regering gedetailleerde criteria vastleggen voor de toepassing van de in paragraaf 1 vermelde voorwaarden op specifieke stoffen of voorwerpen. Deze gedetailleerde criteria houden rekening met mogelijke schadelijke effecten van de stof of het voorwerp op het milieu en de menselijke gezondheid. Deze gedetailleerde criteria omvatten :
  1° de avalstoffen die worden gebruikt als input voor de nuttige toepassing;
  2° toegestane verwerkingsprocessen en -technieken;
  3° de kwaliteitscriteria die van toepassing zijn op de materialen die voortkomen uit de nuttige toepassing en die ophouden afvalstoffen te zijn, overeenkomstig de relevante productnormen, met inbegrip van, indien nodig, grenswaarden voor verontreinigende stoffen;
  4° de eisen voor beheersystemen om de naleving van de eindeafvalcriteria aan te tonen, met inbegrip van kwaliteitscontrole en zelfcontrole, en, indien nodig, accreditatie; en
  5° de eis van een conformiteitsverklaring.
  § 3. Bij gebrek aan op het niveau van de Europese Unie vastgestelde of door de Regering overeenkomstig paragraaf 2 aangenomen criteria, kan de Regering of de bevoegde autoriteit die zij daartoe aanwijst, geval per geval beslissen dat bepaalde afvalstoffen geen afvalstoffen meer zijn of passende maatregelen nemen om dit te verifiëren, op basis van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, en, indien nodig, door de vereisten, vermeld in paragraaf 2, 1° tot 5°, over te nemen en rekening houdend met de grenswaarden voor verontreinigende stoffen en mogelijke schadelijke gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid. Dergelijke beslissingen per geval hoeven niet te worden gemeld aan de Europese Commissie overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/1535.
  § 4. Elke natuurlijke of rechtspersoon die voor het eerst een materiaal gebruikt dat niet langer een afvalstof is en dat niet op de markt is gebracht, of die voor het eerst een materiaal op de markt brengt nadat het niet langer een afvalstof is, zorgt ervoor dat dit materiaal voldoet aan de relevante voorschriften van de toepasselijke wet- en regelgeving inzake chemische stoffen en producten.
  Aan de voorwaarden in paragraaf 1 moet zijn voldaan voordat de wet- en regelgeving inzake chemische stoffen en producten van toepassing is op het materiaal dat niet langer een afvalstof is.
  § 5 De Regering bepaalt de procedurele modaliteiten volgens welke :
  1° een stof of voorwerp wordt erkend als niet langer een afvalstof te zijn overeenkomstig de §§ 1 en 2, en
  2° zij of de bevoegde autoriteit die zij daartoe aanwijst, een stof of voorwerp kan erkennen als zijnde niet langer een afvalstof overeenkomstig § 3.
  De procedurele modaliteiten, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, kunnen eenzijdige administratieve beslissingen van individuele strekking omvatten, genomen door de Regering of door de bevoegde autoriteit die zij daartoe aanwijst. In elk geval worden die administratieve beslissingen bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en minstens op een website van het Waalse Gewest.
  De Regering stelt de uitoefening van elke activiteit waarbij een stof of zaak vrijkomt die beschouwd wordt niet langer een afvalstof te zijn, afhankelijk van een voorafgaande registratie.
  Wanneer bij de uitoefening van een beroepsactiviteit een stof of voorwerp vrijkomt die/dat is erkend als niet langer afvalstof en alle eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden heeft en daaraan voldoet die in elk opzicht gelijk zijn aan die van een stof of voorwerp die/dat bij regeringsbesluit of bij administratieve beslissing van individuele strekking is erkend als niet langer afvalstof, moet de houder ervan een verzoek tot registratie indienen overeenkomstig paragraaf 4 en de uitvoeringsmaatregelen daarvan en met betrekking tot die stof of dat voorwerp die/dat is erkend als niet langer afvalstof.
  § 7. De Regering kan :
  1° een lijst opstellen, al dan niet per categorie, van stoffen of voorwerpen die niet langer als afvalstoffen worden beschouwd;
  2° de volgende elementen openbaar maken :
  langs elektronische weg, in aanvulling op de in paragraaf 5 bedoelde middelen, informatie met betrekking tot de beslissingen die geval per geval worden genomen krachtens die paragraaf;
  langs elektronische weg, informatie betreffende de resultaten van de door de administratie verrichte controles.
  Met betrekking tot het eerste lid, 1°, past de Regering ten minste om de vijf jaar de lijst(en) van stoffen of voorwerpen in de reglementering aan teneinde er in voorkomend geval de inhoud van de in de §§ 3 en 5 bedoelde administratieve beslissingen in op te nemen.
Art.9. § 1er. Dans le respect des critères arrêtés au niveau de l'Union européenne le cas échéant, les déchets qui ont subi une opération de recyclage ou une autre opération de valorisation sont considérés comme ayant cessé d'être des déchets s'ils remplissent les conditions suivantes :
  1° la substance ou l'objet doit être utilisé à des fins spécifiques;
  2° il existe un marché ou une demande pour une telle substance ou un tel objet;
  3° la substance ou l'objet remplit les exigences techniques aux fins spécifiques et respecte la législation, la réglementation et les normes applicables aux produits; et;
  4° l'utilisation de la substance ou de l'objet n'aura pas d'effets globaux nocifs pour l'environnement ou la santé humaine.
  § 2. En l'absence de critères fixés au niveau de l'Union européenne, le Gouvernement peut établir des critères détaillés concernant l'application des conditions visées au paragraphe 1er, à des substances ou objets spécifiques. Ces critères détaillés tiennent compte de tout effet nocif possible de la substance ou de l'objet sur l'environnement et la santé humaine. Ces critères dé- taillés incluent :
  1° les déchets autorisés utilisés en tant qu'intrants pour l'opération de valorisation;
  2° les procédés et techniques de traitement autorisés;
  3° les critères de qualité applicables aux matières issues de l'opération de valorisation qui cessent d'être des déchets, conformément aux normes pertinentes applicables aux produits, y compris, si nécessaire, les valeurs limites pour les polluants;
  4° les exigences pour les systèmes de gestion, permettant de prouver le respect des critères de fin du statut de déchet, notamment en termes de contrôle et d'autocontrôle de la qualité, et d'accréditation, le cas échéant; et;
  5° l'exigence d'une déclaration de conformité.
  § 3. En l'absence de critères fixés au niveau de l'Union européenne ou arrêtés par le Gouvernement conformément au paragraphe 2, le Gouvernement ou l'autorité compétente qu'il désigne à cet effet peut décider au cas par cas que certains déchets ont cessé d'être des déchets ou prendre des mesures appropriées pour le vérifier, sur la base des conditions énoncées au paragraphe 1er, et, si nécessaire, en reprenant les exigences énoncées au paragraphe 2, 1° à 5°, et en tenant compte des valeurs limites pour les polluants et de tout effet nocif possible sur l'environnement et la santé humaine. Ces décisions adoptées au cas par cas ne doivent pas être notifiées à la Commission européenne conformément à la directive (UE) 2015/1535.
  § 4. Toute personne physique ou morale qui utilise pour la première fois une matière qui a cessé d'être un déchet et qui n'a pas été mise sur le marché, ou qui met pour la première fois sur le marché une matière après qu'elle a cessé d'être un déchet, veille à ce que cette matière respecte les exigences pertinentes de la législation et de la réglementation applicables sur les substances chimiques et les produits.
  Les conditions énoncées au paragraphe 1er doivent être remplies avant que la législation et la réglementation sur les substances chimiques et les produits ne s'appliquent à la matière qui a cessé d'être un déchet.
  § 5. Le Gouvernement détermine les modalités procédurales selon lesquelles :
  1° une substance ou un objet est reconnu comme ayant cessé d'être un déchet en exécution des paragraphes 1er et 2; et;
  2° lui-même ou l'autorité compétente qu'il désigne à cet effet peut reconnaître, une substance ou un objet comme ayant cessé d'être un déchet en exécution du paragraphe 3.
  Les modalités procédurales visées à l'alinéa 1er, 1° et 2°, peuvent inclure des décisions administratives unilatérales à portée individuelle adoptées par le Gouvernement ou par l'autorité compétente qu'il désigne à cet effet. En toute hypothèse, lesdites décisions administratives sont publiées au Moniteur belge et au moins sur un site internet de la Région wallonne.
  § 6. Le Gouvernement soumet à enregistrement préalable l'exercice de toute activité qui génère une substance ou un objet considéré comme ayant cessé d'être un déchet.
  Lorsque l'exercice d'une activité à titre professionnel génère une substance ou un objet reconnu comme ayant cessé d'être un déchet présentant et respectant l'ensemble des propriétés, des caractéristiques, des critères ou des conditions égal en tout point à celui d'une substance ou d'un objet reconnu comme ayant cessé d'être un déchet par arrêté du Gouvernement ou par décision administrative à portée individuelle, son détenteur doit introduire une demande d'enregistrement conformément au paragraphe 4 et ses mesures d'exécution et visant ladite substance ou ledit objet reconnu comme ayant cessé d'être un déchet.
  § 7. Le Gouvernement peut :
  1° lister, par catégorie ou non, des substances ou des objets reconnus comme ayant cessé d'être un déchet;
  2° rendre publiques :
  par des moyens électroniques supplémentaires à ceux visés au paragraphe 5 des informations relatives aux décisions adoptées au cas par cas en vertu dudit paragraphe;
  par des moyens électroniques des informations relatives aux résultats des vérifications effectuées par l'administration.
  Concernant l'alinéa 1er, 1°, le Gouvernement adapte au moins tous les cinq ans dans la réglementation la ou les listes des substances ou des objets en vue d'y intégrer, le cas échéant, le contenu des décisions administratives visées aux paragraphes 3 et 5.
Onderafdeling 3. - Lijst van afvalstoffen
Sous-section 3. - Listes de déchets
Art.10. § 1. De Regering kan een lijst opstellen van afvalsoorten volgens eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden die ze bepaalt.
  § 2. Wanneer de Regering een afvalsoort opsomt overeenkomstig het eerste lid, bepaalt zij :
  1° het toepasselijke vermoeden volgens hetwelk:
  elke op de lijst voorkomende afvalstof behoort tot de afvalstoffen van de lijst; of
  elke afvalstof die niet op de lijst voorkomt, niet tot de opgesomde afvalsoort behoort;
  2° het weerlegbare of onweerlegbare karakter van het vermoeden.
  § 3. Wanneer de Regering krachtens dit artikel afvalstoffen opsomt, vermeldt zij dit uitdrukkelijk en:
  - met betrekking tot paragraaf 2, 1°, wanneer de Regering niet uitdrukkelijk voorziet in het vermoeden dat van toepassing is tussen a) en b), is a) van rechtswege van toepassing;
  - met betrekking tot paragraaf 2, 2°, wanneer de Regering niet uitdrukkelijk voorziet in het weerlegbare karakter van het vermoeden of de wijze waarop het weerlegbaar wordt gemaakt, is dit vermoeden van rechtswege onweerlegbaar.
Art.10. § 1er. Le Gouvernement peut lister des types de déchets en fonction de propriétés, de caractéristiques, de critères ou de conditions qu'il détermine.
  § 2. Lorsque le Gouvernement liste un type de déchets conformément au paragraphe 1er, il définit :
  1° la présomption applicable selon laquelle :
  soit tout déchet présent sur la liste appartient au type de déchets listé;
  soit tout déchet absent de la liste n'appartient pas au type de déchets listé;
  2° le caractère réfragable ou irréfragable de la présomption.
  § 3. Lorsque le Gouvernement liste des types de déchets en vertu du présent article, il le mentionne expressément et :
  - concernant le paragraphe 2, 1°, lorsque le Gouvernement ne prévoit pas expressément la présomption applicable entre le point a) et le point b), le point a) est applicable de plein droit ;
  - concernant le paragraphe 2, 2°, lorsque le Gouvernement ne prévoit pas expressément le caractère réfragable ou les modalités permettant de renverser la présomption, ladite présomption est irréfragable de plein droit.
Art.11. § 1. Wanneer de vermoedens voorzien bij of krachtens dit decreet weerlegbaar zijn, naargelang het geval :
  1° hetzij de weerlegging van het weerlegbaar vermoeden gebaseerd is op het bewijs dat de afvalstoffen op een lijst van de betrokken afvalstoffen niet voldoen aan alle eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden die de Regering overeenkomstig artikel 10 heeft bepaald voor de samenstelling van die lijst;
  2° hetzij de weerlegging van het weerlegbaar vermoeden gebaseerd is op het bewijs dat de afvalstoffen die niet voorkomen op een betrokken lijst van afvalstoffen voldoen aan alle eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden die de Regering overeenkomstig artikel 10 heeft bepaald voor het opstellen van die lijst.
  § 2. Wanneer de Regering een vermoeden vestigt dat door of krachtens dit decreet kan worden weerlegd, regelt ze de procedurele modaliteiten voor het weerleggen van dat vermoeden, zo nodig geval per geval.
  § 3. Wanneer de Regering bij of krachtens dit decreet een weerlegbaar vermoeden vestigt, kan zij de voorwaarden vaststellen voor de erkenning van de eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden overeenkomstig artikel 10, van afvalstoffen :
  1° in gevallen waarin zij, hoewel zij niet als zodanig voorkomen op een bij of krachtens dit decreet opgestelde lijst van afvalstoffen, kunnen worden erkend als behorende tot het soort afvalstoffen dat op de lijst voorkomt;
  2° die, hoewel zij worden aangemerkt als deel uitmakend van een bij of krachtens dit decreet vastgestelde lijst van afvalstoffen, kunnen worden erkend als niet behorend tot het soort afvalstoffen.
  Elk verzoek om een dergelijke erkenning bevat ten minste een milieurisicoanalyse.
  De Regering kan de minimumeisen voor de milieurisicoanalyse, bedoeld in het tweede lid, vaststellen.
Art.11. § 1er. Lorsque les présomptions prévues par ou en vertu du présent décret sont réfragables, selon le cas :
  1° soit le renversement de la présomption réfragable se fonde sur des éléments probants dont il ressort que des déchets présents sur une liste de déchets concernée ne rencontrent pas l'ensemble des propriétés, des caractéristiques, des critères ou des conditions déterminées par le Gouvernement conformément à l'article 10 pour constituer ladite liste;
  2° soit le renversement de la présomption réfragable se fonde sur des éléments probants dont il ressort que des déchets absents d'une liste de déchets concernée rencontrent l'ensemble des propriétés, des caractéristiques, des critères ou des conditions déterminées par le Gouvernement conformément à l'article 10 pour constituer ladite liste.
  § 2. Lorsque le Gouvernement arrête une présomption réfragable par ou en vertu du présent décret, il réglemente les modalités procédurales permettant de renverser, le cas échéant au cas par cas, ladite présomption.
  § 3. Lorsque le Gouvernement arrête une présomption réfragable par ou en vertu du présent décret, il peut fixer des modalités de reconnaissance des propriétés, des caractéristiques, des critères ou des conditions conformément à l'article 10, de déchets :
  1° dans le cas où, même s'ils ne figurent pas comme tels sur une liste de déchets prise par ou en vertu du présent décret, peuvent être reconnus comme étant du type de déchets listé;
  2° quoiqu'identifiés comme faisant partie d'une liste de déchets prise par ou en vertu du présent décret, peuvent être reconnus comme n'étant pas du type de déchets listé.
  Toute demande d'une telle reconnaissance contient au moins une analyse de risques environnementaux.
  Le Gouvernement peut arrêter les exigences minimales de l'analyse de risques environnementaux visée à l'alinéa 2.
Art.12. De weerlegbare en onweerlegbare vermoedens voorzien bij of krachtens dit decreet doen geen afbreuk aan de bevoegdheden van de Regering om voorschriften uit te vaardigen krachtens dit decreet mits administratieve toelating, en in het bijzonder om afwijkingen te voorzien van de verbodsbepalingen voorzien bij of krachtens dit decreet.
Art.12. Les présomptions réfragables et irréfragables prévues par ou en vertu du présent décret sont sans préjudice des pouvoirs du Gouvernement de soumettre à autorisation administrative dans les réglementations prises en vertu du présent décret, et notamment de prévoir des dérogations aux interdictions prévues par ou en vertu du présent décret.
Art.13. Elke lijst van afvalstoffen vastgesteld bij of krachtens dit decreet vormt de referentienomenclatuur voor het afvalstoffenbeheer.
  De aanwezigheid van een stof of voorwerp op een lijst van afvalstoffen betekent niet noodzakelijk dat het in alle gevallen een afvalstof is. Een stof of voorwerp wordt pas als afvalstof beschouwd als ze voldoet aan de definitie, vermeld in artikel 5, § 1, 1°
Art.13. Toute liste de déchets établie par ou en vertu du présent décret constitue la nomenclature de référence pour la gestion des déchets.
  La présence d'une substance ou d'un objet dans une liste de déchets ne signifie pas forcément qu'il soit un déchet dans tous les cas. Une substance ou un objet n'est considéré comme un déchet que lorsqu'il répond à la définition visée à l'article 5, § 1er, 1°.
Art.14. § 1. De Regering stelt de lijst van gevaarlijke afvalstoffen op, rekening houdend met de oorsprong en de samenstelling van de afvalstoffen en, in voorkomend geval, de grenswaarden voor de concentratie van gevaarlijke stoffen.
  De identificatie van afvalstoffen als gevaarlijke afvalstoffen op de lijst van gevaarlijke afvalstoffen houdt een weerlegbaar vermoeden in dat de afvalstoffen een of meer van de in bijlage 1 vermelde gevaarlijke eigenschappen bezitten.
  De herindeling van gevaarlijke afvalstoffen als niet-gevaarlijke afvalstoffen mag niet plaatsvinden na verdunning of vermenging met het oogmerk om de oorspronkelijke concentraties van gevaarlijke stoffen onder de drempelwaarde voor kenmerking als gevaarlijk te brengen.
  Onverminderd eventuele uitvoeringsmaatregelen die de Regering overeenkomstig de artikelen 10 en 11 neemt met betrekking tot de lijst van gevaarlijke afvalstoffen die zij overeenkomstig deze paragraaf vaststelt, past zij de overeenkomstig deze paragraaf vastgestelde lijst van gevaarlijke afvalstoffen aan om deze in overeenstemming te brengen met de door de Europese Unie vastgestelde lijst van gevaarlijke afvalstoffen.
  § 2. De Regering stelt de lijst van de inerte afvalstoffen vast.
  Het ontbreken van een afvalstof op de lijst van inerte afvalstoffen vormt een weerlegbaar vermoeden dat de genoemde afvalstof niet inert is.
Art.14. § 1er. Le Gouvernement établit la liste des déchets dangereux en tenant compte de l'origine et de la composition des déchets et, le cas échéant, des valeurs limites de concentration de substances dangereuses.
  L'identification des déchets comme déchets dangereux au sein de la liste de déchets dangereux constitue une présomption réfragable que les déchets possèdent une ou plusieurs des propriétés dangereuses énumérées à l'annexe 1re.
  Le déclassement de déchets dangereux en déchets non dangereux ne peut pas se faire par dilution ou mélange en vue d'une diminution des concentrations initiales en substances dangereuses sous les seuils définissant le caractère dangereux d'un déchet.
  Sans préjudice le cas échéant des mesures d'exécution prises par le Gouvernement en vertu des articles 10 et 11, en ce qui concerne la liste des déchets dangereux arrêtées par lui en vertu du présent paragraphe, il adapte la liste de déchets dangereux arrêtée conformément au présent paragraphe en vue de la rendre conforme à la liste de déchets dangereux adoptées par l'Union européenne.
  § 2. Le Gouvernement établit la liste des déchets inertes.
  L'absence d'un déchet dans la liste de déchets inertes constitue une présomption réfragable que ledit déchet n'est pas inerte.
Art.15. Indien er meer dan één lijst van afvalstoffen overeenkomstig dit decreet wordt opgesteld, kan de Regering één of meer afzonderlijke lijsten opstellen, vergezeld van een referentiesysteem dat het mogelijk maakt om binnen die ene lijst of lijsten verschillende lijsten van afvalstoffen te onderscheiden.
Art.15. En cas de pluralité de listes de déchets arrêtées conformément au présent décret, le Gouvernement peut constituer une ou plusieurs listes uniques assorties d'un système de référencement permettant de distinguer différentes listes de déchets au sein de ladite ou desdites listes uniques.
Afdeling 6. - Methodes voor de afname, monsterneming en analyse op het gebied van afvalstoffen
Section 6. - Méthodes de prélèvement, d'échantillonnage et d'analyse en matière de déchets
Art.16. De Regering kan :
  1° minimumvoorschriften vaststellen voor de methodes voor de afname, monsterneming en analyse die tot doel hebben de eigenschappen en de fysisch-chemische kenmerken van de afvalstoffen of het gehalte aan verontreinigende stoffen vast te stellen;
  2° één of meerdere technische handleidingen van indicatieve waarde goedkeuren die de kwaliteit van de expertises van afvalstoffen moeten waarborgen.
  De minimumvoorschriften, vermeld in het eerste lid, 1°, omvatten ten minste criteria die de ontvangers in staat stellen te rechtvaardigen en te waarborgen dat de door hen voorgestelde methodes voor de afname, monsterneming en analyse een informatieniveau en -kwaliteit garanderen die gelijkwaardig zijn aan de krachtens het eerste lid, 2°, goedgekeurde technische aanwijzingen.
  In geval van tegenstrijdigheid tussen de vermeldingen in een technische handleiding, worden de meest recente vermeldingen toegepast.
Art.16. Le Gouvernement peut :
  1° arrêter les dispositions minimales en matière de méthodes de prélèvement, d'échantillonnage et d'analyse visant à déterminer notamment les propriétés et les caractéristiques physico-chimiques des déchets ou leurs teneurs en polluants;
  2° approuver un ou plusieurs guides techniques à valeur indicative visant à assurer la qualité des expertises en matière de déchets.
  Les dispositions minimales visées à l'alinéa 1er, 1°, comportent au moins des critères permettant à leurs destinataires de justifier et de garantir que les méthodes de prélèvement, d'échantillonnage et d'analyse qu'ils proposent assurent un niveau et une qualité d'information équivalents aux indications techniques approuvées en vertu de l'alinéa 1er, 2°.
  En cas de contradiction entre des indications d'un guide technique, il est fait application des indications les plus récentes.
Afdeling 7. - Planning inzake afvalstoffen, circulair gebruik en openbare netheid
Section 7. - Planification en matière de déchets, de circularité des matières et de propreté publique
Art.17. Het "Plan wallon des Déchets-Ressources" (Waals plan inzake afval en grondstoffen) bestrijkt het hele grondgebied van het Waalse Gewest en beschrijft de richtlijnen op korte, middellange en lange termijn, evenals de maatregelen die moeten worden genomen om ten minste de doelstellingen te bereiken die door dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten zijn vastgesteld.
  Het kan verschillende afzonderlijke plannen, programma's of delen bevatten die betrekking hebben op specifieke kwesties of thema's in verband met afval, het circulair gebruik van materialen of openbare netheid.
Art.17. Le plan wallon des déchets-ressources couvre l'ensemble du territoire de la Région wallonne et fixe les lignes directrices à court terme, moyen terme et long terme, ainsi que les mesures à prendre afin d'atteindre au moins les objectifs fixés par le présent décret et ses arrêtés d'exécution.
  Il peut comporter plusieurs plans, programmes ou volets distincts traitant de problématiques ou thématiques spécifiques en matière de déchets, de circularité des matières ou de propreté publique.
Art.18. § 1. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen:
  1°
  2° bepaalt de te bereiken preventiedoelstellingen, de doelstellingen die zijn erop gericht de economische groei los te koppelen van de milieueffecten die gepaard gaan met de productie van afvalstoffen.
  3° bepaalt de te bereiken beheersdoelstellingen;
  4° legt de maatregelen vast die moeten worden genomen om de doelstellingen, bedoeld in 2° en 3°, te bereiken, in het bijzonder de maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de afvalstoffen in de best mogelijke omstandigheden en op milieuvriendelijke wijze worden verwerkt met het oog op hergebruik, recycling, nuttige toepassing of verwijdering;
  5° legt de financiële middelen vast die nodig zijn om ze te bereiken;
  6° houdt een evaluatie in van de wijze waarop het de uitvoering van de bepalingen en de verwezenlijking van de doelstellingen van dit decreet en zijn uitvoeringsmaatregelen ondersteunt;
  7° bevat stimulansen om een positieve gedragswijziging inzake afvalbeheer bij de burgers en het bedrijfsleven teweeg te brengen.
  § 2. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen bevat gegevens over zijn budgettaire gevolgen voor de overheid, alsook over de voorzienbare gevolgen op korte, middellange en lange termijn voor de economie in het algemeen en over de voorzienbare gevolgen voor het milieu.
  § 3. Het Waalse plan inzake afval en grondstoffen definieert duidelijk de doelstellingen en maatregelen met betrekking tot afvalpreventie en afvalbeheer.
Art.18. § 1er. Le plan wallon des déchets-ressources :
  1° établit une analyse de la situation en matière de prévention et de gestion des déchets en Région wallonne;
  2° définit les objectifs de prévention à atteindre, les objectifs visant à rompre le lien entre la croissance économique et les incidences environnementales associées à la production de déchets;
  3° définit les objectifs de gestion à atteindre;
  4° établit les mesures à prendre pour la réalisation des objectifs visés aux 2° et 3°, notamment celles nécessaires pour assurer dans les meilleures conditions possibles une préparation des déchets respectueuse de l'environnement en vue de leur réemploi, recyclage, valorisation ou élimination;
  5° établit les moyens financiers nécessaires à leur réalisation;
  6° comprend une évaluation de la manière dont il soutient la mise en oeuvre des dispositions et la réalisation des objectifs du présent décret et de ses mesures d'exécution;
  7° comprend des mesures incitatives visant à faire évoluer positivement les comportements en matière de gestion des déchets auprès des citoyens et des secteurs économiques.
  § 2. Le plan wallon des déchets-ressources est accompagné de données relatives à ses implications budgétaires pour les pouvoirs publics, à ses effets prévisibles sur l'économie en général à court terme, moyen terme et long terme, et à ses conséquences prévisibles sur l'environnement.
  § 3. Le plan wallon des déchets-ressources définit clairement quels sont les objectifs et les mesures qui concernent la prévention des déchets et ceux et celles qui concernent la gestion des déchets.
Art.19. § 1. Sommige van de maatregelen betreffende de afvalpreventie vermeld in het Waals plan inzake afval en grondstoffen :
  1° bevatten de maatregelen van artikel 22 overeenkomstig de artikelen 2 en 6;
  2° beschrijven de reeds bestaande afvalpreventiemaatregelen en bevatten de nuttig geachte voorbeelden uit bijlage 5 of elke andere geschikt geachte maatregel, alsook hun bijdrage tot afvalpreventie;
  3° beschrijven in voorkomend geval de bijdrage van de in bijlage 4 opgesomde instrumenten en maatregelen tot afvalpreventie en beoordelen het nut van de in bijlage 5 opgesomde voorbeelden van maatregelen of andere passend geachte maatregelen;
  4° hebben betrekking op verpakkingsafval;
  5° betrekking hebben op voedselverspilling en voedselverliezen.
  § 2. Met het oog op de opvolging van de vooruitgang op het vlak van afvalpreventie wordt in het Waalse plan inzake afval en grondstoffen een geactualiseerde stand van zaken opgemaakt en worden relevante kwalitatieve of kwantitatieve doelstellingen op dat vlak opgenomen, alsook indicatoren om de verwezenlijking van die doelstellingen op te volgen.
Art.19. § 1er. Parmi les mesures relatives à la prévention des déchets figurant dans le plan wallon des déchets-ressources, au moins certaines d'entre elles :
  1° reprennent les mesures énoncées à l'article 22 conformément aux articles 2 et 6;
  2° décrivent les mesures de prévention déjà existantes et contiennent celles reprises en exemple à l'annexe 5 jugées utiles ou toute autre mesure jugée appropriée, ainsi que leur contribution à la prévention des déchets;
  3° décrivent, le cas échéant, la contribution apportée par les instruments et mesures énumérés à l'annexe 4 à la prévention des déchets et évaluent l'utilité des exemples de mesures figurant à l'annexe 5 ou d'autres mesures appropriées;
  4° ont trait aux déchets d'emballages;
  5° ont trait au gaspillage alimentaire et aux pertes alimentaires.
  § 2. En vue de suivre les progrès réalisés en matière de prévention des déchets, le plan wallon des déchets-ressources dresse un état actualisé de la situation et reprend des objectifs qualitatifs ou quantitatifs pertinents en la matière ainsi que des indicateurs de suivi de l'atteinte desdits objectifs.
Art.20. § 1. De maatregelen inzake afvalbeheer die zijn opgenomen in het Waalse plan inzake afval en grondstoffen bevatten ten minste de volgende elementen:
  1° het type, de hoeveelheid en de herkomst van de op het grondgebied van het Gewest geproduceerde afvalstoffen, de afstoffen die vanuit of naar het grondgebied van het Gewest kunnen worden overgebracht en een evaluatie van de ontwikkeling van de afvalstromen in de toekomst;
  2° de belangrijkste bestaande verwijderings- en terugwinningsinstallaties, met inbegrip van eventuele speciale voorzieningen voor afgewerkte olie, gevaarlijk afval, afval dat aanzienlijke hoeveelheden kritieke grondstoffen bevat, of afvalstromen die vallen onder specifieke bepalingen van de EU-wetgeving- of regelgeving;
  3° een beoordeling van de behoefte aan sluiting van bestaande afvalverwerkingsinstallaties en aan aanvullende afvalverwerkingsinstallaties overeenkomstig artikel 7;
  4° informatie over de maatregelen die moeten worden genomen om de doelstellingen te bereiken die zijn opgenomen in artikel 41 of in andere strategische documenten die het hele grondgebied van het Waalse Gewest bestrijken;
  5° een evaluatie van de bestaande systemen voor de inzameling van afval, met inbegrip van de fysieke en territoriale dekking van de selectieve inzameling en de maatregelen om de werking ervan te verbeteren, de eventuele vrijstellingen die zijn verleend overeenkomstig artikel 49, § 2, en de behoefte aan nieuwe inzamelingssystemen;
  6° voldoende informatie over locatiecriteria voor de identificatie van locaties en de capaciteit van toekomstige verwijderingsinstallaties of grote terugwinningsinstallaties, indien nodig;
  7° algemeen afvalbeheerbeleid, inclusief geplande afvalbeheertechnologieën en -methoden of beleid voor afval dat specifieke beheersproblemen oplevert.
  8° maatregelen om alle vormen van ongecontroleerd storten van afval te voorkomen en alle soorten ongecontroleerd afval te verwijderen;
  9° passende kwalitatieve of kwantitatieve indicatoren en streefcijfers, in het bijzonder met betrekking tot de hoeveelheid geproduceerde en ingezamelde afvalstoffen en de verwerking ervan, in het bijzonder voor stedelijk afval dat wordt verwijderd of dat energieterugwinning ondergaat;
  10° specifieke bepalingen inzake verpakking en het beheer van verpakkingsafval;
  11° maatregelen ter vermindering van de hoeveelheid biologisch afbreekbaar afval dat wordt gestort.
  Met betrekking tot paragraaf 1, 3°, omvat de daarin bedoelde evaluatie van de behoeften een analyse van de investeringen en andere financiële middelen, ook voor de overheden, in het bijzonder de lokale overheden, die nodig zijn om aan die behoeften te voldoen.
  § 2. De maatregelen inzake afvalbeheer die zijn opgenomen in het Waalse plan inzake afval en grondstoffen kunnen ook de volgende elementen bevatten:
  1° organisatorische aspecten in verband met afvalbeheer, inclusief een beschrijving van de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de openbare en private actoren die het afvalbeheer uitvoeren;
  2° een evaluatie van het nut en de geschiktheid van economische of andersoortige instrumenten voor het aanpakken van diverse afvalproblemen, rekening houdend met de noodzaak om de goede werking van de interne markt in stand te houden;
  3° gebruik van bewustmakingscampagnes en verstrekking van informatie ten behoeve van het brede publiek of specifieke categorieën consumenten of andere doelgroepen;;
  4° historisch verontreinigde afvalverwijderingslocaties en de maatregelen om deze te saneren.
Art.20. § 1er. Les mesures relatives à la gestion des déchets figurant dans le plan wallon des déchets-ressources contiennent au moins les éléments suivants :
  1° le type, la quantité et la source des déchets produits sur le territoire régional, les déchets susceptibles d'être transférés au départ ou à destination du territoire régional et une évaluation de l'évolution future des flux de déchets;
  2° les principales installations d'élimination et de valorisation existantes, y compris toutes les dispositions particulières concernant les huiles usagées, les déchets dangereux, les déchets contenant des quantités non négligeables de matières premières critiques, ou les flux de déchets visés par des dispositions spécifiques de la législation ou de la réglementation de l'Union européenne;
  3° une évaluation des besoins en matière de fermeture d'infrastructures de traitement des déchets existantes et en matière d'installations supplémentaires de traitement des déchets conformément à l'article 7;
  4° des informations sur les mesures à prendre pour atteindre les objectifs énoncés à l'article 41 ou dans d'autres documents stratégiques couvrant l'ensemble du territoire de la Région wallonne;
  5° une évaluation des systèmes existants de collecte des déchets, y compris en ce qui concerne la couverture matérielle et territoriale de la collecte sélective et des mesures destinées à en améliorer le fonctionnement, de toute dérogation accordée conformément à l'article 49, § 2, et de la nécessité de nouveaux systèmes de collecte;
  6° des informations suffisantes sur les critères d'emplacement pour l'identification des sites et la capacité des futures installations d'élimination ou grandes installations de valorisation, si nécessaire;
  7° les grandes orientations en matière de gestion des déchets, y compris les méthodes et technologies de gestion des déchets prévues, ou des orientations en matière de gestion d'autres déchets posant des problèmes particuliers de gestion;
  8° les mesures visant à empêcher et prévenir toute forme de dépôt sauvage de déchets et faire disparaître tous les types de déchets sauvages;
  9° des indicateurs et des objectifs qualitatifs ou quantitatifs appropriés, notamment en ce qui concerne la quantité de déchets produits et collectés et leur traitement, en particulier pour les déchets municipaux qui sont éliminés ou font l'objet d'une valorisation énergétique;
  10° les dispositions spécifiques relatives aux emballages et la gestion des déchets d'emballages;
  11° des mesures visant à la réduction des déchets biodégradables mis en centre d'enfouissement technique.
  Concernant l'alinéa 1er, 3°, l'évaluation des besoins y visée comporte une analyse des investissements et des autres moyens financiers, y compris pour les autorités publiques, notamment locales, nécessaires pour satisfaire lesdits besoins.
  § 2. Les mesures relatives à la gestion des déchets figurant dans le plan wallon des déchets-ressources peuvent également contenir les éléments suivants :
  1° les aspects organisationnels de la gestion des déchets, y compris une description de la répartition des compétences entre les acteurs publics et privés assurant la gestion des déchets;
  2° une évaluation de l'utilité et de la validité de l'utilisation d'instruments économiques ou autres pour résoudre divers problèmes en matière de déchets, en tenant compte de la nécessité d'assurer le bon fonctionnement du marché intérieur de l'Union européenne;
  3° la mise en oeuvre de campagnes de sensibilisation et d'information à l'intention soit du grand public, soit de catégories particulières de consommateurs ou soit encore d'autres catégories ciblées d'acteurs;
  4° les sites d'élimination de déchets contaminés de longue date et les mesures prises pour leur assainissement.
Art.21. § 1. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen en alle herzieningen ervan worden aangenomen in overeenstemming met de milieueffectbeoordelings- en inspraakprocedures uiteengezet in Boek I van het Milieuwetboek die van toepassing zijn op plannen en programma's van categorie A.1. in de zin van dat Boek.
  § 2. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen wordt minstens om de zes jaar geëvalueerd en, indien nodig, herzien in overeenstemming met de artikelen 22 en 38.
  § 3. Het Waals plan inzake afval en grondstoffen, zijn evaluatie en, indien van toepassing, zijn herziening, worden gepubliceerd op een website van het Waalse Gewest.
Art.21. § 1er. Le plan wallon des déchets-ressources et ses éventuelles révisions sont adoptés conformément aux procédures d'évaluation des incidences sur l'environnement et de participation du public prévues par le Livre Ier du Code de l'environnement applicables aux plans et programmes de catégorie A.1. au sens dudit Livre.
  § 2. Le plan wallon des déchets-ressources est évalué au moins tous les six ans et révisé, s'il y a lieu, et, dans l'affirmative, conformément aux articles 22 et 38.
  § 3. Le plan wallon des déchets-ressources, son évaluation et, le cas échéant, sa révision, sont publiés sur un site internet de la Région wallonne.
HOOFDSTUK 2. - Preventie inzake afval
CHAPITRE 2. - Prévention en matière de déchets
Afdeling 1. - Algemene bevoegdheden van de Regering
Section 1. - Habilitations générales au Gouvernement
Art.22. § 1. Teneinde het ontstaan van afvalstoffen te voorkomen, de hoeveelheid of schadelijkheid ervan te verminderen of het beheer ervan te vergemakkelijken, kan de Regering alle passende maatregelen nemen, onder meer :
  1° het bepalen en gebruiken van passende kwalitatieve of kwantitatieve indicatoren en doelstellingen;
  2° het controleren, begeleiden en evalueren van de uitvoering van afvalpreventiemaatregelen, in het bijzonder met betrekking tot de hoeveelheid geproduceerde afvalstoffen, door middel van maatregelen genomen krachtens 1° ;
  3° het bevorderen, aanmoedigen en ondersteunen van :
  duurzame productie- en consumptiepatronen;
  het onderzoek naar en de ontwikkeling, het ontwerp, de vervaardiging en het gebruik van producten die zuinig omspringen met hulpbronnen, duurzaam zijn (in het bijzonder wat levensduur en de afwezigheid van geprogrammeerde veroudering betreft), herstelbaar en herbruikbaar zijn en een evolutief ontwerp hebben;
  de verbetering, door middel van maatregelen inzake ecologisch ontwerp, van de herbruikbaarheid of recycleerbaarheid van bepaalde types producten of afval die zij identificeert;
  het hergebruik van producten en de totstandbrenging van systemen ter bevordering van herstellings- en hergebruikactiviteiten, met name voor elektrische en elektronische apparatuur, textiel en meubilair, alsmede voor verpakking en bouwmaterialen en -producten;
  voor zover van toepassing en zonder afbreuk te doen aan intellectuele-eigendomsrechten, de beschikbaarheid van reserveonderdelen, gebruiksaanwijzingen, technische informatie of andere instrumenten, apparatuur of software waarmee producten kunnen worden gerepareerd en hergebruikt zonder dat de kwaliteit of veiligheid in het gedrang komt;
  voorlichtingscampagnes om mensen bewuster te maken van afvalpreventie en zwerfvuil;
  beëindiging van de productie van zwerfvuil dat schadelijk is voor het mariene milieu, teneinde bij te dragen aan de doelstelling van de Verenigde Naties inzake duurzame ontwikkeling om alle soorten mariene verontreiniging te voorkomen en aanzienlijk te verminderen;
  4° het verminderen van :
  rekening houdend met de beste beschikbare technieken, het ontstaan van afvalstoffen bij processen die verband houden met :
  de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van die welke verband houden met de winning van mineralen;
  industriële productie, fabricage, bouw, afbraak en sloop;
  de productie van diensten;
  de productie van afval, in het bijzonder afval dat niet geschikt is om te worden voorbereid voor hergebruik of recycling;
  het gehalte aan schadelijke stoffen in materialen en producten;
  5° het vermijden, voorkomen en verminderen van afval van producten :
  die kritieke grondstoffen bevatten;
  die de belangrijkste bronnen zijn van ongecontroleerd storten van afval, in het bijzonder in het natuurlijke en mariene milieu;
  6° het reguleren, invoeren en ondersteunen van :
  het gebruik van producten en diensten die voortkomen uit modellen bedoeld in 3°, a);
  de verplichting om aan de gebruikers van producten informatie te verstrekken over :
  de risico's van verontreiniging die deze producten opleveren of de ecologische gevolgen van hun productie, verhandeling en gebruik;
  de wijze van nuttige toepassing of verwijdering van het afval van genoemde producten;
  het opstellen van een afvalpreventieplan, met of zonder evaluatie daarvan, voor installaties en activiteiten die meer afval produceren dan een bepaalde drempel die zij vaststelt;
  7° aan producenten van producten of houders van producten die gevaarlijke afvalstoffen kunnen worden, een of meer van de volgende verplichtingen opleggen:
  een analytische boekhouding voeren van de bedoelde producten;
  de overheid in te lichten over de toewijzing, het gebruik of de wijze van nuttige toepassing of verwijdering van de bedoelde producten;
  8° het definiëren, het bepalen van de procedures voor of het reglementeren van :
  handelingen waardoor stoffen, materialen of producten, al dan niet afvalstoffen geworden, opnieuw worden gebruikt, voor hetzelfde of een ander doel dan waarvoor ze bestemd waren;
  controle-, reinigings- of herstelverrichtingen met het oog op nuttige toepassing waarbij stoffen, materialen of producten die afvalstoffen zijn geworden, zodanig worden behandeld dat ze zonder verdere voorbehandeling opnieuw kunnen worden gebruikt;
  9° het regelen of het verbieden van de vernietiging van bepaalde herbruikbare of nog verbruikbare producten of afvalstoffen die zij bepaalt;
  10° het bepalen van de financieringsmechanismen, het regelen van de toekenning van subsidies of andere steunmaatregelen, investeringen doen en het invoeren van retributies voor de acties en maatregelen die krachtens dit artikel worden uitgevoerd.
  § 2. Wanneer de Regering uitvoeringsmaatregelen aanneemt overeenkomstig paragraaf 1, 3°, a) en b), kunnen die maatregelen in het bijzonder de ontwikkeling, de productie en de commercialisering van technisch duurzame producten voor meervoudig gebruik en de daarmee verband houdende schenkings-, uitleen- en verhuurdiensten aanmoedigen.
  Wanneer de Regering uitvoeringsmaatregelen aanneemt krachtens paragraaf 1, 4°, c), zullen deze maatregelen worden genomen onverminderd de geharmoniseerde wettelijke vereisten die op het niveau van de Europese Unie zijn vastgelegd voor de genoemde materialen en producten, en zullen zij ervoor zorgen dat elke leverancier van een artikel in de zin van artikel 3, 33) van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad de informatie voorzien in artikel 33, § 1er van de genoemde verordening meedeelt aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen vanaf 5 januari 2021.
  Onder de uitvoeringsmaatregelen genomen krachtens paragraaf 1, 5°, kan de Regering in het bijzonder beslissen om deze toelating uit te voeren door middel van een gebruiksverbod in bepaalde omstandigheden of op bepaalde plaatsen die zij bepaalt, overeenkomstig artikel 24 van dit decreet.
  De krachtens paragraaf 1, 10°, genomen uitvoeringsmaatregelen worden toegekend binnen de grenzen van de daartoe in de begroting uitgetrokken kredieten.
Art.22. § 1er. Afin de prévenir l'apparition des déchets, de réduire leur quantité ou leur nocivité, ou de faciliter leur gestion, le Gouvernement peut prendre toutes mesures appropriées, impliquant de :
  1° fixer et utiliser des indicateurs et des objectifs qualitatifs ou quantitatifs appropriés;
  2° suivre, surveiller et évaluer la mise en oeuvre des mesures de prévention des déchets, notamment en ce qui concerne la quantité de déchets produits, et ce au moyen de mesures prises en vertu du 1° ;
  3° promouvoir, favoriser et soutenir :
  des modèles de production et de consommation durables;
  la recherche et développement, la conception, la fabrication et l'utilisation de produits qui représentent une utilisation efficace des ressources, sont durables (notamment en termes de durée de vie et d'absence d'obsolescence programmée), réparables, réemployables et de conception évolutive;
  l'amélioration, par des mesures d'écoconception, du caractère réemployable ou recyclable de certains types de produits ou de déchets qu'il détermine;
  le réemploi des produits et la mise en place de systèmes promouvant les activités de réparation et de réemploi, en particulier pour les équipements électriques et électroniques, les textiles et le mobilier, ainsi que pour les emballages et les matériaux et produits de construction;
  selon les besoins et sans préjudice des droits de propriété intellectuelle, la disponibilité de pièces détachées, de modes d'emploi, d'in- formations techniques ou de tout autre instrument, équipement ou logiciel permettant la réparation et le réemploi des produits, sans compromettre leur qualité ou leur sécurité;
  des campagnes d'information afin de sensibiliser à la prévention des déchets et au dépôt sauvage de déchets;
  la fin de la production de déchets sauvages nuisibles pour le milieu marin afin de contribuer à l'objectif de développement durable des Nations unies visant à prévenir et à réduire nettement la pollution marine de tous types;
  4° réduire :
  tout en tenant compte des meilleures techniques disponibles, la production de déchets dans les procédés liés à :
  l'exploitation des ressources naturelles, en ce compris ceux liés à l'extraction des minéraux;
  la production industrielle, à la fabrication, à la construction, à la déconstruction et à la démolition;
  la production de services;
  la production de déchets, notamment de déchets qui ne se prêtent pas à la préparation en vue du réemploi ou au recyclage;
  la teneur en substances dangereuses des matériaux et des produits;
  5° éviter, prévenir et réduire les déchets issus des produits :
  contenant des matières premières critiques;
  constituant les principales sources de dépôt sauvage de déchets, notamment dans le milieu naturel et l'environnement marin;
  6° réglementer, instaurer et soutenir :
  l'utilisation de produits et de services résultant de modèles visés au 3°, a);
  une obligation d'information des utilisateurs des produits, en ce qui concerne :
  les risques de pollution que lesdits produits comportent ou l'impact écologique de leur production, leur commercialisation et leur utilisation;
  le mode de valorisation ou d'élimination des déchets provenant de desdits produits;
  la réalisation d'un plan de prévention des déchets, assorti ou non d'un bilan y relatif, pour les installations et activités productrices de déchets dépassant un certain seuil qu'il fixe;
  7° imposer aux producteurs de produits ou aux détenteurs de produits susceptibles de devenir des déchets dangereux une ou plusieurs des obligations suivantes :
  tenir une comptabilité analytique desdits produits;
  informer l'administration de l'affectation, de l'usage ou du mode de valorisation ou d'élimination desdits produits;
  8° définir, déterminer les modalités ou réglementer :
  des opérations par lesquelles des substances, matières ou produits, qui sont devenus des déchets ou non, sont utilisés de nouveau, pour un usage identique ou autre à celui pour lequel ils avaient été conçus;
  des opérations de contrôle, de nettoyage ou de réparation en vue de la valorisation par lesquelles des substances, matières ou produits qui sont devenus des déchets sont préparés de manière à être réutilisés sans autre opération de prétraitement;
  9° réglementer ou interdire la destruction de certains produits ou déchets réemployables ou encore consommables qu'il détermine;
  10° déterminer les mécanismes de financement, réglementer l'octroi de subventions ou de toute autre mesure de soutien, déployer des investissements ainsi qu'instaurer des redevances, pour les actions menées et les mesures prises en vertu du présent article.
  § 2. Lorsque le Gouvernement adopte des mesures d'exécution en vertu du paragraphe 1er, 3°, a) et b), lesdites mesures peuvent notamment encourager le développement, la production et la commercialisation de produits à usage multiple et de services de don, de prêt et de location y relatifs, techniquement durables.
  Lorsque le Gouvernement adopte des mesures d'exécution en vertu du paragraphe 1er, 4°, c), lesdites mesures sont prises sans préjudice des exigences légales harmonisées fixées au niveau de l'Union européenne pour lesdits matériaux et produits, et veillent à ce que tout fournisseur d'un article au sens de l'article 3, 33), du règlement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil, communique les informations prévues à l'article 33, § 1er, dudit règlement, à l'Agence européenne des produits chimiques à compter du 5 janvier 2021.
  Parmi les mesures d'exécution prises en vertu du paragraphe 1er, 5°, le Gouvernement peut notamment décider de mettre en oeuvre cette habilitation par le biais d'interdiction d'utilisation dans certaines circonstances ou dans certains lieux qu'il détermine, conformément à l'article 24 du présent décret.
  Les mesures d'exécution prises en vertu du paragraphe 1er, 10°, sont octroyées dans les limites des crédits prévus à cet effet au budget.
Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor bepaalde soorten producten
Section 2. - Dispositions particulières à certains types de produits
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Sous-section 1. - Dispositions générales
Art.23. Wanneer de Regering op grond van deze afdeling uitvoeringsmaatregelen neemt die door het recht van de Europese Unie met marktbeperkingen kunnen worden gelijkgesteld, stelt zij de Europese Commissie van die uitvoeringsmaatregelen in kennis.
Art.23. Lorsque le Gouvernement prend des mesures d'exécution en vertu de la présente section qui sont susceptibles d'être assimilées à des restrictions de marché par le droit de l'Union européenne, il notifie lesdites mesures d'exécution à la Commission européenne.
Art.24. De Regering kan in bepaalde omstandigheden of op bepaalde plaatsen die zij bepaalt, het gebruik van andere dan de in de onderafdelingen 2 en 3 van deze afdeling bedoelde producten verbieden. Zij ziet erop toe dat deze beperkingen evenredig en niet-discriminerend zijn.
Art.24. Le Gouvernement peut interdire dans certaines circonstances ou dans certains lieux qu'il détermine, l'utilisation de produits autres que ceux visés dans les sous-sections 2 et 3 de la présente section. Il veille à ce que lesdites restrictions soient proportionnées et non discriminatoires.
Art.25. Wanneer de Regering op grond van deze afdeling uitvoeringsmaatregelen neemt, kan zij voorzien in uitzonderingen, eventueel van beperkte duur, om rekening te houden met specifieke hygiëne-, behandelings- of veiligheidseisen voor de onder die maatregelen vallende soorten producten. Zij kan de kenmerken en voorwaarden specificeren waaraan de onder een uitzondering vallende soort of soorten producten moet(en) voldoen.
  De in het eerste lid bedoelde uitvoeringsmaatregelen moeten in overeenstemming zijn met de levensmiddelenwetgeving van de Unie, zodat de levensmiddelenhygiëne en de voedselveiligheid niet in het gedrang komen.
Art.25. Lorsque le Gouvernement prend des mesures d'exécution en vertu de la présente section, il peut prévoir des exceptions, le cas échéant d'une durée limitée, visant à tenir compte des exigences d'hygiène, de manutention ou de sécurité spécifiques aux types de produits visés par lesdites mesures. Il peut préciser les caractéristiques et les conditions auxquelles répondent le ou les types de produits visés par une exception.
  Les mesures d'exécution visées à l'alinéa 1er sont conformes au droit de l'Union sur les denrées alimentaires de sorte que l'hygiène des denrées alimentaires et la sécurité des aliments ne soient pas compromises.
Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor bepaalde soorten kunststofproducten
Sous-section 2. - Dispositions particulières à certains types de produits en plastique
Art.26. Op plaatsen en in ruimtes die gewijd zijn aan culturele, sportieve, recreatieve, volks- of vrijetijdsevenementen, is het gebruik van plastic wegwerpbekers voor dranken verboden als onderdeel van elke contractuele relatie en elk aanbod tot contract door wie dan ook.
Art.26. Dans les lieux et les espaces dédiés aux évènements culturels, sportifs, récréatifs, folkloriques ou de loisirs, l'utilisation de gobelets en plastique à usage unique pour boissons est interdite dans le cadre de toute relation contractuelle et de toute offre de contracter de quiconque.
Art.27. § 1. Op plaatsen en in ruimten gewijd aan handel, is het gebruik van lichtgewicht plastic zakken en zeer lichtgewicht plastic zakken als serviceverpakking verboden als onderdeel van elke contractuele relatie en elk aanbod om een contract aan te gaan tussen :
  1° handelaars, met inbegrip van hun werknemers en onderaannemers; en
  2° klanten of consumenten.
  § 2. Overeenkomstig artikel 25 kan de Regering voorzien in uitzonderingen op paragraaf 1 van dit artikel.
  § 3. Voor de toepassing van dit artikel omvat het begrip "kunststof" niet de natuurlijke polymeren die niet chemisch zijn gewijzigd.
Art.27. § 1er. Dans les lieux et les espaces dédiés au commerce, l'utilisation comme emballage de service de sacs en plastique légers et de sacs en plastique très légers est interdite dans le cadre de toute relation contractuelle et de toute offre de contracter entre :
  1° les commerçants en ce compris leurs préposés et leurs sous-traitants; et;
  2° les clients ou les consommateurs.
  § 2. En vertu de l'article 25, le Gouvernement peut prévoir des exceptions au paragraphe 1er du présent article.
  § 3. Au sens du présent article, la notion de " plastique " exclut les polymères naturels qui n'ont pas été chimiquement modifiés.
Onderafdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor publicaties in plastic of papier en papieren kastickets
Sous-section 3. - Dispositions particulières aux publications sur support en plastique ou en papier et aux tickets de caisse sur support en papier
Art.28. § 1. De Regering neemt de gepaste uitvoeringsmaatregelen om de productie van plastic en papierafval van publicaties te beperken en om de problemen van openbare netheid in verband met de verspreiding ervan te bestrijden.
  De Regering bepaalt ten minste de soorten publicaties en de distributiemethoden die onder dit artikel en de uitvoeringsmaatregelen ervan vallen.
  § 2. Onder de uitvoeringsmaatregelen die de Regering neemt krachtens paragraaf 1, kunnen sommige een verbod inhouden op :
  1° plastic folies rond die publicaties;
  2° het aanbrengen van reclame op de ruiten van voertuigen voor commerciële doeleinden, met uitzondering van flocking;
  3° de verspreiding van bepaalde publicaties die zij bepaalt :
  hetzij aan personen die uitdrukkelijk te kennen hebben gegeven dat zij deze niet wensen te ontvangen;
  hetzij aan personen die niet uitdrukkelijk hun instemming hebben betuigd om ze te ontvangen;
  Met betrekking tot lid 1, 3°, moet het verzet bedoeld onder a) of de toestemming bedoeld onder b) vrij, specifiek en geïnformeerd zijn.
  § 3 Indien de Regering uitvoeringsmaatregelen neemt krachtens paragraaf 2, eerste lid, 3°, a) of b), kan zij:
  1° hetgeen volgt invoeren en bepalen:
  een verplichting tot informatie van de in paragraaf 2, eerste lid, 3°, a) of b), bedoelde personen, hetzij in hoofde van degenen die de publicaties laten uitgeven, hetzij in hoofde van degenen die de in dit artikel en zijn uitvoeringsmaatregelen bedoelde publicaties verspreiden;
  een administratieve opvolging van de verzoeken van de personen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, a) of b), of de verplichting om regelmatig verslag uit te brengen aan de administratie;
  2° niet-bindende modaliteiten voor het uiten van het daarin bedoelde verzet of instemming bevorderen.
Art.28. § 1er. Le Gouvernement prend les mesures d'exécution appropriées en vue de limiter la production de déchets de plastique et de papier provenant de publications et de lutter contre les problèmes de propreté publique liés à leur distribution.
  Le Gouvernement définit au moins des types de publication et des modes de distributions visés par le présent article et ses mesures d'exécution.
  § 2. Parmi les mesures d'exécution prises par le Gouvernement en vertu du paragraphe 1er, certaines d'entre elles peuvent interdire :
  1° les films plastiques autour desdites publications;
  2° l'apposition de publicités sur le vitrage des véhicules dans un objectif commercial, à l'exclusion du flocage;
  3° la distribution de certaines publications qu'il détermine :
  soit aux personnes ayant manifesté expressément leur opposition à les recevoir;
  soit aux personnes n'ayant pas manifesté expressément leur consentement à les recevoir.
  Concernant l'alinéa 1er, 3°, l'opposition visée au point a) ou le consentement visé au point b) doit être libre, spécifique et éclairé.
  § 3. Si le Gouvernement prend des mesures d'exécution en vertu du paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, a) ou b), il peut :
  1° instaurer et définir :
  une obligation d'information des personnes visées au paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, a) ou b), soit à charge de ceux qui font éditer les publications, soit à charge de ceux qui distribuent les publications visées par le présent article et ses mesures d'exécution;
  un suivi administratif des demandes exprimées par les personnes visées au paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, a) ou b), ou une obligation de rapportage régulier à l'administration;
  2° promouvoir des modalités non contraignantes d'expression de l'opposition ou du consentement y visés.
Art.29. Onverminderd andere wettelijke bepalingen wordt op plaatsen en in ruimten die bestemd zijn voor de handel, alleen op verzoek van de klant een papieren kasticket afgedrukt.
Art.29. Sans préjudice d'autres dispositions légales, dans les lieux et les espaces dédiés au commerce, tout ticket de caisse sur support en papier n'est imprimé qu'à la demande du client.
HOOFDSTUK 3. - Beheer van de afvalstoffen en materialen
CHAPITRE 3. - Gestion des déchets et des matières
Afdeling 1. - Algemene bevoegdheden van de Regering
Section 1. - Habilitations générales au Gouvernement
Art.30. De Regering kan alle passende maatregelen nemen om:
  1° doelstellingen vast te leggen voor de nuttige toepassing van bepaalde categorieën van afvalstoffen;
  2° het onderzoek naar en de ontwikkeling van technieken voor milieuvriendelijke samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering, alsook het gebruik ervan, te bevorderen, aan te moedigen en te ondersteunen;
  3° technische innovaties te bevorderen, aan te moedigen en te ondersteunen op het gebied van nuttige toepassing, in het bijzonder elke nuttige toepassing die bestaat uit een gelijktijdige combinatie van recyclage en energieterugwinning uit een afvalstroom in een thermisch verwerkingsproces dat gericht is op de vervaardiging van producten;
  4° installaties voor de samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen te bouwen, te verbeteren of te vernieuwen en zo nodig door onteigening, van de onroerende goederen die daarvoor nodig zijn, te verwerven;
  5° de selectieve inzameling of de nuttige toepassing van huishoudelijke afvalstoffen, vergelijkbare afvalstoffen, stadsafvalstoffen of beroepsafvalstoffen, met inbegrip van verpakkingsafval, en de openbare netheid te bevorderen;
  6° de indienstneming en het behoud van personeelsleden op gemeentelijk niveau te bevorderen voor de preventie, de opsporing en de vaststelling van overtredingen inzake de afvalstoffen;
  7° de indienstneming of de opleiding van personeelsleden van de openbare of privé-sector bevorderen wat betreft de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen of de openbare netheid;
  8° informatie- of sensibilisatiecampagnes over afval, circulair gebruik van materialen of openbare netheid te bevorderen, aan te moedigen en te ondersteunen;
  9° in bepaalde door haar bepaalde gevallen, de opneming van door haar vastgestelde bepalingen in de speciale bestekken van de gewestelijke administratie, de Waalse bestuurseenheden en de plaatselijke besturen verplicht te stellen of te bevorderen, waarbij zij de inschrijver verplicht of de mogelijkheid biedt om teruggewonnen producten en materialen of daaruit vervaardigde materialen te gebruiken, die kwalitatief voldoende zijn in vergelijking met niet-teruggewonnen producten of materialen of materialen die uitsluitend uit niet-teruggewonnen materialen zijn vervaardigd;
  10° de interne nuttige toepassing binnen de afvalproducerende onderneming te bevorderen;
  11° technische stortplaatsen en voormalige stortplaatsen te herstellen of te saneren;
  12° het afvoeren van afvalstoffen van stortplaatsen te regelen met het oog op hun herverwerking volgens de beste technieken die momenteel beschikbaar zijn;
  13° de financieringsmechanismen te bepalen, de toekenning van subsidies of andere steunmaatregelen te regelen, investeringen te doen en retributies in te voeren voor de acties en maatregelen die krachtens dit artikel worden uitgevoerd.
  Met betrekking tot lid 1, 2°, kunnen de daarin bedoelde technieken in het bijzonder geschikte technieken zijn voor de verwijdering van gevaarlijke stoffen in afvalstoffen.
  De krachtens lid 1, 13°, genomen uitvoeringsmaatregelen worden toegekend binnen de grenzen van de daartoe in de begroting uitgetrokken kredieten.
Art.30. Le Gouvernement peut prendre toutes mesures appropriées visant à :
  1° fixer des objectifs de valorisation pour certaines catégories de déchets;
  2° promouvoir, favoriser et soutenir la recherche et développement de techniques de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination écologiquement rationnelle, ainsi que leur utilisation;
  3° promouvoir, favoriser et soutenir des innovations techniques en matière de valorisation, notamment toute opération de valorisation consistant en une combinaison simultanée de recyclage et de récupération d'énergie à partir d'un flux de déchets dans un procédé de traitement thermique visant la fabrication de produits;
  4° construire, améliorer ou renouveler des installations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination de déchets, ainsi qu'acquérir, le cas échéant par voie d'expropriation, les biens immeubles nécessaires pour ce faire;
  5° favoriser la collecte sélective ou la valorisation de déchets ménagers, de déchets assimilés, de déchets municipaux ou de déchets professionnels, en ce compris les déchets d'emballages, et la propreté publique;
  6° favoriser l'engagement et le maintien au niveau communal d'agents pour la prévention, la recherche et le constat des infractions en matière de déchets;
  7° favoriser l'engagement ou la formation du personnel du secteur public ou privé en matière de déchets, de circularité des matières ou de propreté publique;
  8° promouvoir, favoriser et soutenir des campagnes d'information ou de sensibilisation en matière de déchets, de circularité des matières ou de propreté publique;
  9° rendre obligatoire ou promouvoir, dans certains cas qu'il détermine, l'insertion, dans les cahiers spéciaux des charges de l'administration régionale, des unités d'administration publique de la Région wallonne et des pouvoirs locaux, de dispositions édictées par lui imposant ou permettant au soumissionnaire l'utilisation de produits et matières récupérées ou de matériaux qui en sont issus, de qualité adéquate par rapport à celle de produits ou matières non récupérées ou de matériaux qui sont exclusivement issus de matières non récupérées;
  10° promouvoir la valorisation interne à l'entreprise productrice de déchets;
  11° remettre en état ou réhabiliter les centres d'enfouissement technique et anciens dépotoirs;
  12° réglementer l'extraction de déchets mis dans les centres d'enfouissement technique en vue de leur retraitement au regard des meilleurs techniques disponibles actuelles;
  13° déterminer les mécanismes de financement, réglementer l'octroi de subventions ou de toute autre mesure de soutien, déployer des investissements ainsi qu'instaurer des redevances, pour les actions menées et les mesures prises en vertu du présent article.
  Concernant l'alinéa 1er, 2°, les techniques y visées peuvent notamment être des techniques appropriées en vue de l'élimination des substances dangereuses contenues dans les déchets.
  Les mesures d'exécution prises en vertu de l'alinéa 1er, 13°, sont octroyées dans les limites des crédits prévus à cet effet au budget.
Art.31. § 1. De Regering kan installaties aanwijzen voor tijdelijke opslag, samenbrenging, voorbehandeling, terugwinning of verwijdering van afval die, tot bepaalde capaciteiten of hoeveelheden, afval ontvangen dat in het Waalse Gewest wordt geproduceerd en waarvoor op korte of middellange termijn geen andere oplossingen bestaan voor het beheer van dit afval in het Waalse Gewest.
  Deze installaties worden aangewezen rekening houdend met de technische en milieuvereisten, alsook met de beheerskosten die met deze installaties gepaard gaan.
  § 2. Bij het nemen van maatregelen overeenkomstig paragraaf 1 bepaalt de Regering :
  1° het (de) type(n) of subtype(n) van de betrokken afvalstoffen;
  2° de capaciteiten voor tijdelijke opslag, samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering per installatie;
  3° de gebruiksduur van de installatie op grond van dit artikel;
  4° de omstandigheden waarin de betrokken installaties gebruikt mogen worden;
  5° de procedure en de voorwaarden voor de uitvoering van de capaciteiten voor tijdelijke opslag, samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering per installatie;
  6° de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen die om het gebruik van tijdelijke opslag-, samenbrengings-, voorbehandelings-, terugwinnings- of verwijderingscapaciteit kunnen verzoeken.
  § 3. Wanneer de bedoelde installaties ten minste toebehoren aan een of meerdere privaatrechtelijke personen, kan de Regering de rechten die nodig zijn voor het gebruik van de bedoelde installaties verkrijgen door een overheidsopdracht, door onteigening of door opvordering.
  Wanneer de bedoelde installaties uitsluitend toebehoren aan een of meerdere publiekrechtelijke personen, kan de Regering de rechten die nodig zijn voor het gebruik van de bedoelde installaties verkrijgen door middel van een contract, onteigening of opvordering.
  § 4. Onverminderd de bevoegdheden van de plaatselijke overheden inzake de algemene bestuurlijke politie, in het bijzonder inzake de openbare veiligheid, is alleen de Regering bevoegd om de toegang tot de bedoelde installaties toe te staan binnen de grenzen die nodig zijn voor de uitvoering van dit artikel.
  § 5. De begunstigden dragen alle kosten van het gebruik, met inbegrip van de verwerving van de gebruiksrechten door de Regering en de belastingen die betrekking hebben op het verwerkingsproces van de gebruikte installatie.
  § 6. Wanneer de Regering krachtens dit artikel uitvoeringsmaatregelen neemt, bepaalt zij de procedurele en toepassingsmodaliteiten.
Art.31. § 1er. Le Gouvernement peut désigner des installations de stockage temporaire, de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination de déchets accueillant, à concurrence de certaines capacités ou quantités, des déchets produits en Région wallonne et ne disposant pas, à court ou moyen terme, d'autres solutions de gestion desdits déchets en Région wallonne.
  Lesdites installations sont désignées en tenant compte des contraintes techniques et environnementales, ainsi que des coûts de gestion liés auxdites installations.
  § 2. Lorsqu'il prend des mesures en vertu du paragraphe 1er, le Gouvernement détermine :
  1° le ou les types ou sous-types de déchets concernés;
  2° les capacités de stockage temporaire, regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination par installation;
  3° la durée d'utilisation de l'installation sous le couvert du présent article;
  4° les circonstances dans lesquelles les installations concernées peuvent être utilisées;
  5° la procédure et les conditions de mise en oeuvre des capacités de stockage temporaire, de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination;
  6° les personnes morales de droit public ou privé pouvant solliciter l'utilisation d'une capacité de stockage temporaire, de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination.
  § 3. Lorsque lesdites installations appartiennent au moins à une ou plusieurs personnes de droit privé, le Gouvernement peut acquérir les droits nécessaires à l'utilisation desdites installations par voie de marché public, d'expropriation ou de réquisition.
  Lorsque lesdites installations appartiennent exclusivement à une ou plusieurs personnes de droit public, le Gouvernement peut acquérir les droits nécessaires à l'utilisation desdites installations par voie contractuelle, d'expropriation ou de réquisition.
  § 4. Sans préjudice des pouvoirs des autorités locales en matière de police administrative générale, notamment en matière de sécurité publique, le Gouvernement est le seul habilité à autoriser l'accès auxdites installations dans les limites nécessaires à la mise en oeuvre du présent article.
  § 5. Les bénéficiaires supportent l'ensemble des coûts d'utilisation, en ce compris l'acquisition des droits d'utilisation par le Gouvernement et les taxes afférentes au procédé de traitement de l'installation utilisée.
  § 6. Lorsque le Gouvernement prend des mesures d'exécution en vertu du présent article, il en détermine les modalités procédurales et les modalités d'application.
Afdeling 2. - Algemene bepalingen
Section 2. - Dispositions générales
Art.32. Het afvalstoffenbeheer levert geen gevaar op voor de gezondheid van de mens en heeft geen nadelige gevolgen voor het milieu, met name:
  1° zonder risico voor water, lucht, bodem, fauna of flora;
  2° zonder geluids- of stankhinder te veroorzaken; en tevens
  3° zonder schade te berokkenen aan natuur- en landschapsschoon.
Art.32. La gestion des déchets s'effectue sans mettre en danger la santé humaine, sans nuire à l'environnement, et notamment :
  1° sans créer de risque pour l'eau, l'air, le sol, la faune ou la flore;
  2° sans provoquer de nuisances sonores ou olfactives; et;
  3° sans porter atteinte aux paysages et aux sites présentant un intérêt particulier.
Art.33. Het is verboden afvalstoffen achter te laten, te storten of te beheren :
  1° buiten plaatsen die daartoe zijn ingericht of toegestaan door een lokale overheid of een andere overheid die bevoegd is voor het behoud van het openbaar domein of de volksgezondheid; of
  2° zonder inachtneming van de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
Art.33. Il est interdit d'abandonner, de rejeter ou de gérer un déchet :
  1° en dehors des emplacements aménagés ou autorisés à cet effet par une autorité locale ou toute autre autorité compétente en matière de conservation du domaine public ou en matière de salubrité publique; ou;
  2° sans respecter les dispositions du présent décret et ses mesures d'exécution.
Art.34. Onverminderd de bepalingen van Deel VIII van Boek I van het Milieuwetboek kunnen de Regering of de plaatselijke overheden op eigen initiatief zorgen voor het beheer van zwerfvuil.
Art.34. Sans préjudice des dispositions de la partie VIII du Livre Ier du Code de l'Environnement, le Gouvernement ou les autorités locales peuvent pourvoir d'office à la gestion des déchets sauvages.
Art.35. Elke initiële afvalstoffenproducent of andere afvalstoffenhouder sorteert zijn afvalstoffen overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving.
Art.35. Tout producteur initial de déchets ou autre détenteur de déchets trie ses déchets conformément à la législation et à la réglementation en vigueur.
Art.36. § 1. Afvalstoffen worden voorbereid voor hergebruik, recycling of andere nuttige toepassing of verwijdering in overeenstemming met de artikelen 6 en 32.
  § 2. Als dat kan bijdragen tot de naleving van paragraaf 1 en om de voorbereiding voor hergebruik, recyclage en andere nuttige toepassing te vergemakkelijken of te verbeteren, worden de afvalstoffen selectief ingezameld en niet gemengd met andere afvalstoffen of materialen met andere eigenschappen overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving.
  Wanneer de Regering een verplichting tot selectieve inzameling oplegt voor een afvalsoort die zij bepaalt en die in aanmerking komt voor een van de in het eerste lid van deze paragraaf bedoelde handelingen, kan zij uitzonderingen regelen overeenkomstig artikel 49, § 2.
  § 3. De Regering neemt maatregelen om ervoor te zorgen dat afvalstoffen die selectief zijn ingezameld ter voorbereiding op hergebruik en recyclage overeenkomstig artikel 38, §§ 1 tot en met 3, en artikel 65, niet worden verbrand of meeverbrand, met uitzondering van afvalstoffen die afkomstig zijn van latere verwerkingshandelingen van selectief ingezameld afval waarvoor verbranding of meeverbranding overeenkomstig artikel 6 het beste milieuresultaat oplevert.
  § 4. Indien dit noodzakelijk is voor de naleving van paragraaf 1 van dit artikel en om de nuttige toepassing of verwijdering te vergemakkelijken of te verbeteren, neemt de Regering de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat gevaarlijke stoffen, mengsels en bestanddelen van gevaarlijke afvalstoffen vóór of tijdens de nuttige toepassing of verwijdering worden verwijderd, zodat zij kunnen worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 6 en 32.
  § 5. De uitvoeringsmaatregelen die krachtens dit artikel door de Regering worden genomen, worden waar nodig aangevuld met de maatregelen die door de lokale overheden worden genomen inzake de algemene bestuurlijke politie, in het bijzonder op het gebied van de volksgezondheid en de gemeentelijke afvalinzameling.
Art.36. § 1er. Les déchets font l'objet d'une préparation en vue du réemploi, d'un recyclage ou d'autres opérations de valorisation, ou d'une opération d'élimination, conformément aux articles 6 et 32.
  § 2. Lorsque cela est susceptible de concourir au respect du paragraphe 1er et pour faciliter ou améliorer la préparation en vue du réemploi, du recyclage et d'autres opérations de valorisation, les déchets font l'objet d'une collecte sélective et ne sont pas mélangés à d'autres déchets ou matériaux aux propriétés différentes conformément à la législation et à la réglementation en vigueur.
  Lorsque le Gouvernement impose une obligation de collecte sélective pour un type de déchets qu'il détermine et susceptible de l'une des opérations visées à l'alinéa 1er du présent paragraphe, il peut réglementer des dérogations en vertu de l'article 49, § 2.
  § 3. Le Gouvernement prend des mesures pour que les déchets qui ont été collectés sélectivement pour la préparation en vue du réemploi et le recyclage en vertu de l'article 38, §§ 1er à 3, et de l'article 65 ne soient pas incinérés ou coincinérés, à l'exception des déchets issus d'opérations de traitement ultérieures de déchets collectés sélectivement pour lesquels l'incinération ou la coincinération produit le meilleur résultat sur le plan de l'environnement conformément à l'article 6.
  § 4. Lorsque cela est nécessaire au respect du paragraphe 1er du présent article, pour faciliter ou améliorer la valorisation ou l'élimination, le Gouvernement prend les mesures nécessaires pour que soient retirées, avant ou pendant la valorisation ou l'élimination, les substances dangereuses, les mélanges et les composants de déchets dangereux afin qu'ils soient traités conformément aux articles 6 et 32.
  § 5. Les mesures d'exécution prises en vertu du présent article par le Gouvernement sont complétées, le cas échéant, par celles prises par les autorités locales en matière de police administrative générale, notamment en matière de salubrité publique et de collecte des déchets municipaux.
Art.37. Wanneer afvalstoffen niet nuttig worden toegepast in overeenstemming met dit decreet, het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen ervan en de Europese en internationale bepalingen inzake afvalstoffen, worden ze op een veilige manier verwijderd in overeenstemming met de bepalingen van artikel 32 betreffende de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu.
Art.37. Lorsque les déchets ne sont pas valorisés conformément au présent décret, au décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et leurs mesures d'exécution ainsi qu'aux dispositions de l'Union européenne et internationales relatives aux déchets, ils font l'objet d'opérations d'élimination sûres qui répondent aux dispositions de l'article 32 en matière de protection de la santé humaine et de l'environnement.
Afdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor voorbereiding met het oog op hergebruik en recycling
Section 3. - Dispositions particulières à la préparation en vue du réemploi et au recyclage
Art.38. § 1. De Regering neemt passende maatregelen om activiteiten ter voorbereiding van hergebruik te bevorderen, in het bijzonder door de oprichting en ondersteuning van netwerken ter voorbereiding van hergebruik en reparatie aan te moedigen.
  Onder die maatregelen met betrekking tot de netwerken, vermeld in lid 1, kunnen er enkele in het bijzonder gericht zijn op :
  1° het vergemakkelijken, voor zover verenigbaar met een goed afvalbeheer, van de toegang van de in het eerste lid bedoelde netwerken tot afvalstoffen die in het bezit zijn van inzamelings-, samenbrengings- of voorbehandelingssystemen of -installaties en die kunnen worden klaargemaakt voor hergebruik, maar die niet bestemd zijn om door het betrokken inzamelingssysteem of de betrokken inzamelingsinstallatie te worden klaargemaakt; en
  2° het gebruik van economische instrumenten, aankoopcriteria, kwantitatieve doelstellingen of andere maatregelen bevorderen.
  De administratie controleert en evalueert de uitvoering van de maatregelen inzake hergebruik door het hergebruik te meten op basis van de gemeenschappelijke methodologie die is vastgesteld bij de uitvoeringshandeling, vermeld in artikel 9, zevende lid, van Richtlijn 2008/98/EG, en dit vanaf het eerste volledige kalenderjaar na de aanneming van die uitvoeringshandeling.
  De Regering neemt ook maatregelen om recycling van hoge kwaliteit te bevorderen en bepaalt daartoe, onder voorbehoud van artikel 36, § 2, en artikel 49, § 2, de modaliteiten voor het beheer en de uitvoering van de selectieve inzameling van afval, ten minste voor papier, metalen, kunststoffen en glas en, uiterlijk tegen 1 januari 2025, voor textiel. Zij kan de verplichting tot gescheiden inzameling overeenkomstig artikel 49, § 1, uitbreiden tot andere soorten afvalstoffen.
  § 3. De Regering neemt maatregelen om selectieve afbraak en sloop aan te moedigen, teneinde de veilige verwijdering en behandeling van gevaarlijke stoffen mogelijk te maken en de voorbereiding voor hergebruik, hoogwaardige hergebruik en recycling door selectieve verwijdering van materialen te vergemakkelijken, en ervoor te zorgen dat er systemen zijn voor het sorteren van bouw-, afbraak- en sloopafval, ten minste voor hout, metaal, glas, kunststof, gips, koolwaterstofbindmiddelen (bitumineuze en geteerde coatings) en minerale fracties (beton, bakstenen, steen, tegels en keramiek).
  § 4. Om te voldoen aan de doelstellingen van dit decreet en om te evolueren naar een Waalse en Europese recyclingsamenleving, met een hoog niveau van hulpbronnenefficiëntie, moeten op gewestelijk niveau de volgende doelstellingen worden bereikt:
  1° vanaf 2020 worden de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van afval zoals ten minste papier, metaal, kunststof en glas in huishoudelijk afval en eventueel in afval van andere oorsprong, op voorwaarde dat deze afvalstromen worden gelijkgesteld met huishoudelijk afval, verhoogd tot ten minste vijftig procent van het totale gewicht;
  2° vanaf 2020 wordt de voorbereiding voor hergebruik, de recycling en de andere vormen van materiaalterugwinning, met inbegrip van opvulactiviteiten waarbij afvalstoffen worden gebruikt in plaats van andere materialen, van niet-gevaarlijk bouw-, sloop- en sloopafval, met uitzondering van natuurlijke geologische materialen gedefinieerd in categorie 17 05 04 van de lijst van afvalstoffen vastgesteld door de Europese Unie, verhoogd tot minimaal zeventig gewichtsprocent;
  3° vanaf 2025 worden de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd tot minimum vijfenvijftig gewichtsprocent;
  4° vanaf 2030 worden de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd tot minimum zestig gewichtsprocent;
  5° vanaf 2035 worden de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd tot minimum vijfenzestig gewichtsprocent;
  § 5. Onverminderd paragraaf 4 kan de Regering met cijfers onderbouwde doelstellingen vastleggen voor de voorbereiding voor hergebruik, recycling of enige vorm van nuttige toepassing. De doelstellingen kunnen worden gespecificeerd voor bepaalde types of subtypes van afvalstoffen. De Regering kan ook de nodige maatregelen nemen om de in paragraaf 4 en in deze paragraaf beschreven doelstellingen te bereiken.
Art.38. § 1er. Le Gouvernement prend des mesures appropriées afin de promouvoir les activités de préparation en vue du réemploi, notamment en encourageant la mise en place et le soutien de réseaux de préparation en vue du réemploi et de réparation.
  Parmi ces mesures portant sur les réseaux visés à l'alinéa 1er, certaines d'entre elles peuvent notamment viser à :
  1° faciliter, lorsqu'il est compatible avec la bonne gestion des déchets, l'accès des réseaux visés à l'alinéa 1er aux déchets qui sont détenus par les systèmes ou les installations de collecte, de regroupement ou de prétraitement et qui sont susceptibles de faire l'objet d'une préparation en vue du réemploi mais qui ne sont pas destinés à faire l'objet d'une telle préparation par le système ou l'installation de collecte en question; et;
  2° promouvoir l'utilisation d'instruments économiques, de critères de passation de marchés, d'objectifs quantitatifs ou d'autres mesures.
  L'administration suit et évalue la mise en oeuvre des mesures en matière de réemploi en mesurant le réemploi sur la base de la méthodologie commune établie par l'acte d'exécution visé à l'article 9, § 7, de la directive 2008/98/CE, à compter de la première année civile complète suivant l'adoption dudit acte d'exécution.
  § 2. Le Gouvernement prend également des mesures pour promouvoir un recyclage de qualité élevée et, à cet effet, sous réserve de l'article 36, § 2, et de l'article 49, § 2, détermine les modalités de gestion et de mise en place de la collecte sélective des déchets au moins pour les papiers, les métaux, les plastiques et les verres et, le 1er janvier 2025 au plus tard, pour les textiles. Il peut étendre l'obligation de collecte sélective à d'autres types de déchets conformément à l'article 49, § 1er.
  § 3. Le Gouvernement prend des mesures pour encourager la déconstruction et la démolition sélective afin de permettre le retrait et la manipulation en toute sécurité des substances dangereuses et de faciliter la préparation en vue du réemploi, le réemploi et le recyclage de qualité élevée grâce au retrait sélectif des matériaux, ainsi que pour garantir la mise en place de systèmes de tri des déchets de construction, de déconstruction et de démolition au moins pour le bois, le métal, le verre, le plastique, le plâtre, les liants hydrocarbonés (revêtements bitumeux et goudronnés) ainsi que pour les fractions minérales (béton, briques, pierres, tuiles et céramiques).
  § 4. Afin de se conformer aux objectifs du présent décret, et de tendre vers une société wallonne et européenne du recyclage, avec un niveau élevé de rendement des ressources, les objectifs suivants doivent être atteints à l'échelon régional :
  1° dès 2020, la préparation en vue du réemploi et le recyclage des déchets tels que, au moins, le papier, le métal, le plastique et le verre contenus dans les déchets ménagers et, éventuellement, dans les déchets d'autres origines pour autant que ces flux de déchets soient assimilés aux déchets ménagers, passent à un minimum de cinquante pour cent en poids global;
  2° dès 2020, la préparation en vue du réemploi, le recyclage et les autres formules de valorisation de matière, y compris les opérations de remblayage qui utilisent des déchets au lieu d'autres matériaux, des déchets non dangereux de construction, de déconstruction et de démolition, à l'exclusion des matériaux géologiques naturels définis dans la catégorie 17 05 04 de la liste de déchets adoptée par l'Union européenne, passent à un minimum de septante pour cent en poids;
  3° dès 2025, la préparation en vue du réemploi et le recyclage des déchets municipaux passent à un minimum de cinquante-cinq pour cent en poids;
  4° dès 2030, la préparation en vue du réemploi et le recyclage des déchets municipaux passent à un minimum de soixante pour cent en poids;
  5° dès 2035, la préparation en vue du réemploi et le recyclage des déchets municipaux passent à un minimum de soixante-cinq pour cent en poids.
  § 5. Sans préjudice du paragraphe 4, le Gouvernement peut définir des objectifs chiffrés de préparation en vue du réemploi, de recyclage ou de toute forme de valorisation. Les objectifs peuvent être précisés pour certains types ou sous-types de de déchets. Le Gouvernement peut également prendre les mesures nécessaires pour atteindre les objectifs décrits au paragraphe 4 et au présent paragraphe.
Afdeling 4. - Bijzondere bepalingen inzake verwijdering
Section 4. - Dispositions particulières à l'élimination
Art.39. Onverminderd artikel 79 bepaalt de Regering de toelatingscriteria voor de soorten afvalstoffen die tot de centra voor technische ingraving worden toegelaten.
Art.39. Sans préjudice de l'article 79, le Gouvernement détermine les critères d'admission des types de déchets admis dans les centres d'enfouissement technique.
Art.40. § 1. Het storten in een centrum voor technische ingraving van biologisch afbreekbaar organisch huishoudelijk afval is verboden.
  Het storten in een centrum voor technische ingraving van gelijkgesteld biologisch afbreekbaar organisch afval dat samen met het huishoudelijk afval, vermeld in lid 1, wordt ingezameld, is verboden.
  Vanaf 31 december 2023 is het storten in een centrum voor technische ingraving van bioafval dat niet onder lid 1 en 2 valt en van elk ander type biologisch afbreekbaar organisch beroepsafval verboden.
  § 2. De Regering kan een lijst opstellen van andere soorten afvalstoffen dan die bedoeld in paragraaf 1 waarvoor het storten in een centrum voor technische ingraving verboden is:
  1° zonder voorbehandeling; of;
  2° omdat ze nuttig kunnen worden toegepast.
  De aanwezigheid van een afvalstof op die lijst veronderstelt dat zij behoort tot het soort afvalstoffen dat in een centrum voor technische ingraving niet mag worden gestort. Dat vermoeden is onweerlegbaar.
  § 3. De Regering kan de mogelijkheden tot afwijking van het stortverbod voor bepaalde afvalstoffen waarin bij of krachtens dit decreet is voorzien, regelen overeenkomstig het recht van de Europese Unie. Indien zij voorziet in de mogelijkheid om van geval tot geval af te wijken, legt zij de procedurele modaliteiten vast.
  Deze afwijkingen zijn beperkt in de tijd en gerechtvaardigd in het kader van onvoorziene, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden die leiden tot het onvoorziene uitstel, de stopzetting, de ontoereikendheid of de afwezigheid van een beheerskanaal, installaties of geclassificeerde installaties die daarmee verband houden.
Art.40. § 1er. La mise en centre d'enfouissement technique des déchets ménagers organiques biodégradables est interdite.
  La mise en centre d'enfouissement technique des déchets assimilés organiques biodégradables collectés concomitamment aux déchets ménagers visés à l'alinéa 1er est interdite.
  A partir du 31 décembre 2023, la mise en centre d'enfouissement technique des biodéchets non visés aux alinéas 1er et 2 ainsi que de tout autre type de déchet professionnel organique biodégradable est interdite.
  § 2. Le Gouvernement peut lister d'autres types de déchets que ceux visés au paragraphe 1er dont la mise en centre d'enfouissement technique est interdite :
  1° sans prétraitement; ou;
  2° en raison du fait qu'ils sont susceptibles d'être valorisés.
  La présence d'un déchet sur ladite liste présume qu'il appartient au type de déchet interdit de mise en centre d'enfouissement technique. Ladite présomption est irréfragable.
  § 3. Le Gouvernement peut réglementer les possibilités de dérogations aux interdictions de mise en centre d'enfouissement technique de certains déchets prévues par ou en vertu du présent décret conformément au droit de l'Union européenne. S'il prévoit des possibilités de dérogations au cas par cas, il en arrête les modalités procédurales.
  Lesdites dérogations sont limitées dans le temps et justifiées dans le cadre de circonstances imprévisibles, graves et exceptionnelles et occasionnant le retard imprévu, l'arrêt, l'insuffisance ou l'absence d'une filière de gestion, des installations ou des installations classées y relatives.
Art.41. § 1. De Regering neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat tegen 2030 geen enkel afval dat kan worden gerecycleerd of nuttig toegepast, in het bijzonder stedelijk afval, wordt toegelaten tot een centrum voor technische ingraving, met uitzondering van afval waarvoor het storten in een centrum voor technische ingraving overeenkomstig artikel 6 vanuit milieuoogpunt het beste resultaat oplevert.
  § 2. De Regering neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat tegen 2035 de hoeveelheid gestort stedelijk afval kleiner is dan of gelijk is aan tien procent van de totale hoeveelheid (in gewicht) geproduceerd stedelijk afval.
Art.41. § 1er. Le Gouvernement prend les mesures nécessaires pour que, d'ici à 2030, aucun des déchets susceptibles d'être recyclés ou valorisés, en particulier les déchets municipaux, ne soient admis dans un centre d'enfouissement technique, à l'exception des déchets dont la mise en centre d'enfouissement technique produit le meilleur résultat sur le plan de l'environnement conformément à l'article 6.
  § 2. Le Gouvernement prend les mesures nécessaires pour que, d'ici à 2035, la quantité de déchets municipaux mis en centre d'enfouissement technique soit inférieure à dix pour cent ou moins de la quantité totale de déchets municipaux produite (en poids).
Art.42. De Regering bepaalt voor welke soorten afvalstoffen verbranding verboden is:
  1° zonder voorbehandeling; of;
  2° omdat ze nuttig kunnen worden toegepast.
  De Regering bepaalt eveneens voor welke soorten afvalstoffen meeverbranding zonder voorbehandeling verboden is.
Art.42. Le Gouvernement détermine les types de déchets dont l'incinération est interdite :
  1° sans prétraitement; ou;
  2° en raison du fait qu'ils sont susceptibles d'être valorisés.
  Le Gouvernement détermine en outre les types de déchets dont la coincinération est interdite sans prétraitement.
Art.43. Teneinde bij te dragen tot de in deze afdeling vastgestelde doelstellingen kan de Regering economische instrumenten en andere maatregelen gebruiken om de toepassing van de afvalhiërarchie aan te moedigen.
  Die instrumenten en maatregelen kunnen de volgende elementen omvatten:
  1° de instrumenten en maatregelen vermeld in bijlage 4 indien deze laatste kunnen worden aangenomen via bepalingen van regelgevende aard; of
  2° andere passende instrumenten en maatregelen.
Art.43. Afin de contribuer aux objectifs fixés dans la présente section, le Gouvernement peut avoir recours à des instruments économiques et à d'autres mesures pour inciter à l'application de la hiérarchie des déchets.
  Lesdits instruments et mesures peuvent inclure :
  1° les instruments et mesures indiqués à l'annexe 4 si ces derniers sont susceptibles d'être adoptés via des dispositions de nature réglementaire; ou;
  2° d'autres instruments et mesures appropriés.
Art.44. De Regering kan de mogelijkheid regelen om af te wijken van het verbod om afval te verbranden of mee te verbranden, overeenkomstig het recht van de Europese Unie. Indien zij voorziet in de mogelijkheid om per geval af te wijken, zal zij de procedurele modaliteiten vastleggen.
  Deze afwijkingen zijn beperkt in de tijd en gerechtvaardigd in het kader van onvoorziene, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden die leiden tot het onvoorziene uitstel, de stopzetting, de ontoereikendheid of de afwezigheid van een beheerskanaal, installaties of geclassificeerde installaties die daarmee verband houden.
Art.44. Le Gouvernement peut réglementer les possibilités de dérogation aux interdictions d'incinération ou de coincinération des déchets conformément au droit de l'Union européenne. S'il prévoit des possibilités de dérogations au cas par cas, il en arrête les modalités procédurales.
  Lesdites dérogations sont limitées dans le temps et justifiées dans le cadre de circonstances imprévisibles, graves et exceptionnelles et occasionnant le retard imprévu, l'arrêt, l'insuffisance ou l'absence d'une filière de gestion, des installations ou des installations classées y relatives.
Art.45. § 1. Behoudens de verbranding van droog natuurlijk afval uit bossen, velden en tuinen overeenkomstig het Bosbouwwetboek en het Landbouwwetboek en hun uitvoeringsmaatregelen, is het verboden afval in de open lucht te verbranden.
  Grote branden en andere verbrandingen die worden georganiseerd in het kader van folkloristische evenementen waarvoor de gemeente toestemming heeft verleend, vallen niet onder het in lid 1 bedoelde verbod.
  § 2. De Regering kan de mogelijkheden tot afwijking van het verbod, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, regelen. Indien zij van geval tot geval in de mogelijkheid van uitzonderingen voorziet, bepaalt zij de procedurele modaliteiten.
  Deze afwijkingen zijn beperkt in de tijd en gerechtvaardigd in het kader van onvoorzienbare, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden en alleen in geval van het ontbreken of de ontoereikendheid van een beheerssysteem en de bijbehorende installaties of geclassificeerde installaties.
Art.45. § 1er. Sous réserve du brûlage des déchets secs naturels provenant des forêts, des champs et des jardins conformément au Code forestier et au Code rural et leurs mesures d'exécution, il est interdit de brûler à l'air libre des déchets.
  Les grands feux et autres brûlages organisés dans le cadre de manifestations folkloriques autorisés par la commune ne sont pas visés par l'interdiction visée à l'alinéa 1er.
  § 2. Le Gouvernement peut réglementer les possibilités de dérogations à l'interdiction visée au paragraphe 1er, alinéa 1er. S'il prévoit des possibilités de dérogation au cas par cas, il en arrête les modalités procédurales.
  Lesdites dérogations sont limitées dans le temps et justifiées dans le cadre de circonstances imprévisibles, graves et exceptionnelles et uniquement en cas d'absence ou d'insuffisance d'une filière de gestion et des installations ou des installations classées y relatives.
Afdeling 5. - Berekeningsmethoden voor het bepalen van het behalen van enkele van de doelstellingen vermeld in de afdelingen 3 en 4
Section 5. - Modalités de calcul visant à déterminer l'atteinte de certains des objectifs énoncés dans les sections 3 et 4
Art.46. § 1. Om te berekenen of de doelstellingen van artikel 38, § 4, en artikel 41, § 2, zijn gehaald, bepaalt de Regering de modaliteiten van deze berekeningen in overeenstemming met het recht van de Europese Unie.
  § 2. Wanneer sommige van de in paragraaf 1 vermelde berekeningsmethoden onderworpen zijn aan voorwaarden van het recht van de Europese Unie, neemt de Regering, om te garanderen dat die voorwaarden vervuld zijn, maatregelen om een doeltreffend kwaliteitscontrole- en traceerbaarheidssysteem op te zetten voor ten minste de volgende soorten afvalstoffen:
  1° de geproduceerde stedelijke afvalstoffen;
  2° de nuttig toegepaste stedelijke afvalstoffen;
  3° de stedelijke afvalstoffen gestort in een centrum voor technische ingraving.
  De Regering kan de maatregelen die krachtens deze paragraaf worden genomen, uitbreiden tot andere soorten afvalstoffen naar gelang van hun aard of de wijze waarop ze worden verwerkt.
  § 3. Teneinde de betrouwbaarheid en de juistheid van de verzamelde gegevens over bepaalde soorten afvalstoffen, waaronder gerecycleerde afvalstoffen, te garanderen, kan het in § 1 bedoelde systeem de vorm aannemen van een of meerdere elektronische registers, aangemaakt overeenkomstig artikel 72, § 5, technische specificaties betreffende de kwaliteit van gesorteerde afvalstoffen of gemiddelde verliespercentages voor gesorteerde afvalstoffen, respectievelijk voor de verschillende soorten afvalstoffen en de verschillende afvalbeheerpraktijken.
  Gemiddelde verliespercentages worden alleen gebruikt in gevallen waarin op geen enkele andere wijze betrouwbare gegevens kunnen worden verkregen en worden berekend op basis van de in het recht van de Europese Unie vastgestelde berekeningsregels.
Art.46. § 1er. Aux fins des calculs visant à déterminer si les objectifs fixés à l'article 38, § 4, et à l'article 41, § 2, ont été atteints, le Gouvernement arrête les modalités desdits calculs conformément au droit de l'Union européenne.
  § 2. Lorsque certaines des modalités de calcul visées au paragraphe 1er sont assorties de conditions par le droit de l'Union européenne, afin de garantir que lesdites conditions soient remplies, le Gouvernement prend des mesures visant la mise en place d'un système efficace de contrôle de qualité et de traçabilité au moins pour les types de déchets suivants :
  1° les déchets municipaux produits;
  2° les déchets municipaux valorisés;
  3° les déchets municipaux mis en centre d'enfouissement technique.
  Le Gouvernement peut étendre les mesures prises en vertu du présent paragraphe à d'autres types de déchets en fonction de leur nature ou de leur mode de traitement.
  § 3. En vue de garantir la fiabilité et l'exactitude des données recueillies sur certains types de déchets, dont les déchets recyclés, le système visé au paragraphe 2 peut prendre la forme d'un ou de plusieurs registres électroniques créés en vertu de l'article 72, § 5, de spécifications techniques relatives à la qualité des déchets triés ou de taux moyens de perte pour les déchets triés, respectivement pour les différents types de déchets et les différentes pratiques de gestion des déchets.
  Les taux moyens de perte ne sont utilisés que dans les cas où des données fiables ne peuvent être obtenues d'une autre manière et sont calculés sur la base des règles de calcul établies par le droit de l'Union européenne.
Afdeling 6. - Verantwoordelijkheid voor afvalbeheer
Section 6. - Responsabilité de la gestion des déchets
Onderafdeling 1. - Materiële aansprakelijkheid
Sous-section 1. - Responsabilité matérielle
Art.47. § 1. Elke initiële afvalstoffenproducent of andere afvalstoffenhouder is verantwoordelijk voor het beheer ervan overeenkomstig de artikelen 6 en 32.
  Elke initiële afvalstoffenproducent of andere afvalstoffenhouder:
  1° verwerkt de afvalstoffen zelf; of
  2° geeft ze af aan inzamelaar, een handelaar, een makelaar, een installatie of een onderneming die beschikt over de erkenning, registratie of enige andere administratieve vergunning die overeenkomstig de artikelen 6 en 32 vereist is om de activiteiten van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van de bedoelde afvalstoffen uit te voeren.
  § 2. Inzamelaars en vervoerders vervoeren de ingezamelde en vervoerde afvalstoffen naar geschikte en erkende installaties voor samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen 6 en 32.
  § 3. Wanneer afvalstoffen met het oog op voorbehandeling worden overgedragen van de initiële afvalstoffenproducent of afvalstoffenhouder aan een van de natuurlijke personen of rechtspersonen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, wordt de initiële afvalstoffenproducent of afvalstoffenhouder niet ontheven van de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van een volledige nuttige toepassing of verwijdering.
  Onverminderd Verordening (EG) nr. 1013/2006 kan de Regering de voorwaarden voor de verantwoordelijkheid preciseren en beslissen in welke gevallen de initiële afvalstoffenproducent de verantwoordelijkheid behoudt voor de volledige beheersketen, met inbegrip van de verwerkingsketen, of in welke gevallen deze verantwoordelijkheid kan worden gedeeld of gedelegeerd tussen de verschillende deelnemers aan de beheersketen, met inbegrip van de verwerkingsketen.
  Die modaliteiten betreffende de vrijstelling, de vermindering of de verdeling van de verantwoordelijkheid worden bepaald op grond van criteria zoals de aard van de afvalstoffen, het belang van hun stroom, hun traceerbaarheid, de naleving van de wettelijke en reglementaire verplichtingen voor elke actor van de keten.
  § 4. Elke houder van beroepsafvalstoffen of gelijkgestelde afvalstoffen kan bewijzen dat hij voldoet aan dit artikel.
  Daartoe doet hij het volgende:
  1° indien hij de bedoelde afvalstoffen zelf verwerkt in een installatie of onderneming die beschikt over de erkenning, de registratie of elke andere vergunning die vereist is om alle verwerkingshandelingen voor de bedoelde afvalstoffen uit te voeren, toont hij dat aan door middel van het afvalstoffenregister bedoeld in artikel 72;
  2° indien hij de bedoelde afvalstoffen vervoert of doet vervoeren naar een inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming die beschikt over de erkenning, registratie of enige andere vergunning die vereist is om de handelingen van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van de bedoelde afvalstoffen te verrichten, toont hij dit aan door middel van de volgende cumulatieve bewijsmiddelen :
  het afvalstoffenregister bedoeld in artikel 72;
  een schriftelijk contract of enig ander document van genoemde inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming waaruit blijkt dat de artikelen 6 en 32 zijn nageleefd; en
  onder voorbehoud van de vrijstellingen van registratie en erkenning voor het vervoer van dergelijke afvalstoffen waarin dit decreet voorziet :
  indien hij genoemde afvalstoffen zelf heeft vervoerd, elk document waaruit zijn registratie of erkenning als vervoerder voor de betreffende afvalsoort(en) blijkt;
  indien hij de bedoelde afvalstoffen door een derde heeft laten vervoeren, een schriftelijke overeenkomst of elk door die derde afgegeven document waaruit zijn inschrijving of erkenning als vervoerder voor de betrokken afvalsoort(en) blijkt;
  3° indien hij de bedoelde afvalstoffen afgeeft een inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming die beschikt over de erkenning, registratie of enige andere vergunning die vereist is om de handelingen van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van de bedoelde afvalstoffen te verrichten, toont hij dit aan door middel van de volgende cumulatieve bewijsmiddelen :
  het afvalstoffenregister bedoeld in artikel 72;
  een schriftelijk contract of enig ander document van genoemde inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming waaruit blijkt dat de artikelen 6 en 32 zijn nageleefd; en
  onder voorbehoud van de vrijstellingen van registratie en erkenning voor het vervoer van dergelijke afvalstoffen waarin dit decreet voorziet :
  indien hij genoemde afvalstoffen zelf heeft vervoerd, elk document waaruit zijn registratie of erkenning als vervoerder voor de betreffende afvalsoort(en) blijkt;
  indien hij voornoemd afval heeft laten vervoeren door voornoemde inzamelaar, voornoemde handelaar, voornoemde makelaar, voornoemde installatie, voornoemde onderneming of voornoemde derde, een schriftelijk contract of enig document afgegeven door voornoemde inzamelaar, voornoemde handelaar, voornoemde makelaar, voornoemde installatie, voornoemde onderneming of voornoemde derde waaruit zijn registratie of erkenning als vervoerder voor de betreffende afvalsoort(en) blijkt.
  § 5. De Regering kan de vorm en de inhoud van de overeenkomst(en) en het/de in § 4 bedoelde document(en) geheel of gedeeltelijk regelen.
Art.47. § 1er. Tout producteur initial de déchets ou autre détenteur de déchets en assure la gestion conformément aux articles 6 et 32.
  Tout producteur initial de déchets ou autre détenteur de déchets :
  1° procède lui-même à leur traitement; ou;
  2° les remet à un collecteur, un négociant, un courtier, une installation ou une entreprise disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre autorisation requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination desdits déchets, conformément aux articles 6 et 32.
  § 2. Les collecteurs et les transporteurs acheminent les déchets collectés et transportés vers des installations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination appropriées et autorisées respectant les dispositions des articles 6 et 32.
  § 3. Lorsque des déchets sont transférés, à des fins de prétraitement, du producteur initial de déchets ou du détenteur de déchets à l'une des personnes physiques ou morales visées au paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, la responsabilité d'effectuer une opération complète de valorisation ou d'élimination n'est pas levée dans le chef du producteur initial ou du détenteur de déchets.
  Sans préjudice du règlement (CE) n° 1013/2006, le Gouvernement peut préciser les conditions de la responsabilité et décider dans quels cas le producteur initial de déchets conserve la responsabilité de l'ensemble de la chaîne de gestion, y compris de la chaîne de traitement, ou dans quels cas cette responsabilité peut être partagée ou déléguée parmi les différents intervenants dans la chaîne de gestion, y compris de la chaîne de traitement.
  Ces modalités d'exonération, d'atténuation ou de partage de responsabilité sont arrêtées sur la base de critères tels que le type de déchets, l'importance de leur flux, leur traçabilité, le respect de leurs obligations légales et réglementaires par chaque acteur de la chaîne.
  § 4. Tout détenteur de déchets professionnels ou de déchets assimilés est en mesure de prouver qu'il respecte le présent article.
  Pour ce faire :
  1° s'il traite lui-même lesdits déchets dans une installation ou une entreprise disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre autorisation requise pour effectuer l'ensemble des opérations de traitement desdits déchets, il le démontre au moyen du registre de déchets visé à l'article 72;
  2° s'il transporte ou fait transporter lesdits déchets vers un collecteur, un négociant, un courtier, une installation ou une entreprise disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre autorisation requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination desdits déchets, il le démontre via les moyens de preuve cumulatifs suivants :
  le registre de déchets visé à l'article 72;
  un contrat écrit ou tout document délivré par ledit collecteur, ledit négociant, ledit courtier, ladite installation ou ladite entreprise attestant du respect des articles 6 et 32; et;
  sous réserve des dispenses d'enregistrement et d'agrément pour le transport de tels déchets prévues par le présent décret :
  s'il a transporté lui-même lesdits déchets, tout document attestant de son enregistrement ou de son agrément en qualité de transporteur pour le ou les types de déchets concernés;
  s'il a fait transporter lesdits déchets par un tiers, un contrat écrit ou tout document délivré par ledit tiers attestant de son enregistrement ou de son agrément en qualité de transporteur pour le ou les types de déchets concernés;
  3° s'il remet lesdits déchets à un collecteur, un négociant, un courtier, une installation ou une entreprise disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre autorisation requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination desdits déchets, il le démontre via les moyens de preuve cumulatifs suivants :
  le registre de déchets visé à l'article 72;
  un contrat écrit ou tout document délivré par ledit collecteur, ledit négociant, ledit courtier, ladite installation ou ladite entreprise attestant du respect des articles 6 et 32; et;
  sous réserve des dispenses d'agrément et d'enregistrement pour le transport de tels déchets prévues par le présent décret :
  s'il a transporté lui-même lesdits déchets, tout document attestant de son agrément ou de son enregistrement en qualité de transporteur pour le ou les types de déchets concernés;
  s'il a fait transporter lesdits déchets par ledit collecteur, ledit négociant, ledit courtier, ladite installation, ladite entreprise ou un tiers, un contrat écrit ou tout document délivré par ledit collecteur, ledit négociant, ledit courtier, ladite installation, ladite entreprise ou ledit tiers attestant de son enregistrement ou de son agrément en qualité de transporteur pour le ou les types de déchets concernés.
  § 5. Le Gouvernement peut réglementer la forme et le contenu de tout ou partie du ou des contrats et du ou des documents visés au paragraphe 4.
Onderafdeling 2. - Financiële aansprakelijkheid
Sous-section 2. - Responsabilité financière
Art.48. § 1. Overeenkomstig het beginsel dat de vervuiler betaalt, worden de kosten voor het beheer van afvalstoffen, met inbegrip van de kosten voor de noodzakelijke infrastructuur en de werking ervan, gedragen door de initiële afvalstoffenproducent of door de huidige of vorige afvalstoffenhouder.
  Onverminderd titel 2 van dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan, omvatten de kosten voor afvalbeheer bedoeld in het eerste lid van deze paragraaf, de sanering of het herstel van de illegale afvalstortingsplaatsen.
  § 2. Wanneer meerdere van de in § 1 bedoelde personen aansprakelijk worden gesteld voor de afvalstoffen, ook in geval van illegale afvalstorting, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk.
  § 3. De persoon die zwerfvuil heeft voortgebracht, is aansprakelijk voor de kosten die elke houder van de genoemde afvalstoffen of de overheid maakt voor het herstel of de sanering van de illegale afvalstortingsplaats. De gemaakte kosten omvatten alle schade die tijdens de uitvoering van het herstel of de sanering wordt veroorzaakt.
  In afwijking van lid 1 is de persoon die zwerfvuil heeft voortgebracht niet aansprakelijk voor de kosten onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
  1° hij bewijst dat hij niet in gebreke of nalatig is geweest; en;
  2° het storten van de afvalstoffen te wijten is aan een emissie of gebeurtenis die op het ogenblik van de emissie of gebeurtenis uitdrukkelijk is toegestaan krachtens dit decreet of het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunningen en hun uitvoeringsmaatregelen.
  § 4. Elk contractueel beding dat afwijkt van dit artikel is nietig.
  § 5. In het kader van een gerechtelijke procedure doen de bepalingen van dit decreet geen afbreuk aan :
  het recht van de aansprakelijke persoon om andere rechtsmiddelen in te roepen;
  andere rechten uitgeoefend door benadeelden of personen die kosten hebben gedragen tegen de aansprakelijke personen of tegen andere personen.
Art.48. § 1er. Conformément au principe du pollueur-payeur, les coûts de la gestion des déchets, y compris ceux liés aux infrastructures nécessaires et à leur fonctionnement, sont supportés par le producteur initial de déchets ou par le détenteur actuel ou antérieur des déchets.
  Sans préjudice du titre 2 du présent décret et ses mesures d'exécution, les coûts de la gestion des déchets visés à l'alinéa 1er du présent paragraphe incluent la remise en état ou la réhabilitation des lieux du dépôt sauvage de déchets.
  § 2. Lorsque plusieurs des personnes visées au paragraphe 1er sont tenues responsables des déchets, y compris en cas de dépôt sauvage de déchets, elles sont solidairement responsables.
  § 3. Celui qui a généré un déchet sauvage est responsable des frais exposés par tout détenteur dudit déchet ou par les autorités publiques pour la remise en état ou la réhabilitation des lieux du dépôt sauvage de déchets. Les frais exposés incluent les éventuels dommages causés dans le cadre de l'exécution de la remise en état ou de la réhabilitation.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, celui qui a généré un déchet sauvage n'est pas tenu responsable desdits frais aux conditions cumulatives suivantes :
  1° il apporte la preuve qu'il n'a pas commis de faute ou de négligence; et;
  2° le dépôt de déchets est dû à une émission ou à un évènement expressément autorisé au moment de l'émission ou de l'évènement, en vertu du présent décret ou du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et de leurs mesures d'exécution.
  § 4. Toute clause contractuelle dérogeant au présent article est nulle de plein droit.
  § 5. Dans le cadre des recours judiciaires, les dispositions du présent décret ne portent pas atteinte :
  à la faculté dont dispose la personne responsable d'invoquer d'autres moyens de droit;
  aux autres droits exercés par les personnes lésées ou exposant des frais contre les personnes responsables ou contre d'autres personnes.
HOOFDSTUK 4. - Bijzondere bepalingen voor bepaalde soorten afvalstoffen, bepaalde operatoren die afvalstoffen voorkomen of beheren, overbrengingen van afvalstoffen en het afvalstoffenregister en de traceerbaarheidsdocumenten
CHAPITRE 4. - Dispositions particulières à certains types de déchets, à certains opérateurs actifs en matière de prévention ou de gestion de déchets, aux transferts de déchets, et au registre et documents de traçabilité en matière de déchets
Afdeling 1. - Algemene bevoegdheden van de Regering
Section 1. - Habilitations générales au Gouvernement
Art.49. § 1. Voor elk type of subtype afvalstoffen die zij bepaalt, kan de Regering :
  1° de daarmee samenhangende preventie- en beheersmethoden en -technieken regelen;
  2° de inzameling ervan regelen;
  3° het vervoer ervan regelen;
  4° de voorwaarden en verplichtingen vastleggen die inherent zijn aan het beheer ervan;
  5° bijzondere maatregelen nemen wegens hun aard, samenstelling, oorsprong, omstandigheden van productie of bezit, hoeveelheid of wijze van beheer, inzonderheid door behandelingsnormen op te leggen.
  Met betrekking tot het eerste lid, 1° tot en met 4°, kan de Regering met name:
  1° al dan niet cumulatief hetgeen volgt opleggen :
  een verplichting tot selectieve inzameling;
  een verplichting om afvalstoffen aan de bron te sorteren;
  een verplichting om afvalstoffen te sorteren in een vergunde inrichting voor samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering;
  een verplichting om de sortering zoals uitgevoerd in een eerdere fase of eerdere fasen in de afvalbeheerketen te behouden;
  een verplichting om gegevens en informatie met betrekking tot de betrokken afvalstoffen te rapporteren of door te geven :
  hetzij aan de administratie ;
  hetzij aan de gemeenten of verenigingen van gemeenten;
  2° de instelling van statiegeldsystemen regelen.
  § 2. Wanneer de Regering de selectieve inzameling oplegt voor één of meerdere soorten afvalstoffen die zij bepaalt, kan zij, indien nodig per geval, de mogelijkheid tot afwijking regelen, voor zover ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de inzameling ervan samen met andere soorten afvalstoffen is niet van invloed op hun geschiktheid om te worden voorbereid voor hergebruik, recycling of andere handelingen tot nuttige toepassing of verwijdering overeenkomstig artikel 6 en levert aan het einde van die handelingen een resultaat op dat kwalitatief vergelijkbaar is met het resultaat dat wordt verkregen door middel van selectieve inzameling;
  2° selectieve inzameling technisch niet haalbaar is in het licht van goede praktijken inzake afvalinzameling.
  De Regering of de bevoegde instantie die zij daartoe aanwijst, herziet deze vrijstellingen regelmatig, rekening houdend met goede praktijken inzake gescheiden afvalinzameling en andere ontwikkelingen op het gebied van afvalbeheer.
Art.49. § 1er. Pour chaque type ou sous-type de déchets qu'il détermine, le Gouvernement peut :
  1° réglementer les modalités et les techniques de prévention et de gestion y relatives;
  2° réglementer leur collecte;
  3° réglementer leur transport;
  4° définir les conditions préalables et les obligations inhérentes à leurs opérations de gestion;
  5° adopter des mesures particulières en raison de leur nature, de leur composition, de leur origine, de leur circonstance de production ou de détention, de leur quantité ou de leur mode de gestion, notamment en imposant des normes de traitement.
  Concernant l'alinéa 1er, 1° à 4°, le Gouvernement peut, notamment :
  1° imposer de manière cumulative ou non :
  une obligation de collecte sélective;
  une obligation de tri à la source de la production initiale du déchet;
  une obligation de tri au sein d'une installation de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination autorisée;
  une obligation de préserver le tri tel qu'effectué à un stade précédent ou aux stades précédents de la chaîne de gestion du déchet;
  une obligation de rapportage ou de transmission de données et d'informations portant sur les déchets concernés :
  soit à l'administration;
  soit aux communes ou aux associations de communes;
  2° réglementer l'établissement de systèmes de consigne.
  § 2. Lorsque le Gouvernement impose une collecte sélective pour un ou plusieurs types de déchets qu'il détermine, il peut réglementer des possibilités de dérogation, le cas échéant au cas par cas, à condition qu'au moins l'une des conditions suivantes soit remplie :
  1° leur collecte conjointe avec d'autres types de déchets n'affecte pas leur capacité à faire l'objet d'une préparation en vue du réemploi, d'un recyclage ou d'autres opérations de valorisation ou d'élimination conformément à l'article 6 et produit, à l'issue de ces opérations, un résultat de qualité comparable à celui obtenu au moyen d'une collecte sélective;
  2° leur collecte sélective n'est pas techniquement réalisable compte tenu des bonnes pratiques de collecte des déchets.
  Le Gouvernement ou l'autorité compétente qu'il désigne à cet effet réexamine régulièrement lesdites dérogations en tenant compte des bonnes pratiques de collecte sélective des déchets et d'autres évolutions de la gestion des déchets.
Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor bepaalde soorten afvalstoffen
Section 2. - Dispositions particulières à certains types de déchets
Onderafdeling 1. - Gevaarlijke afvalstoffen
Sous-section 1. - Déchets dangereux
Art.50. De productie, de inzameling en het vervoer van gevaarlijke afvalstoffen, evenals de opslag, samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing en verwijdering ervan, vinden plaats onder omstandigheden die het milieu en de menselijke gezondheid beschermen en voldoen aan de bepalingen van artikel 32.
  De in het eerste lid bedoelde voorwaarden omvatten ook maatregelen om de traceerbaarheid van gevaarlijke afvalstoffen vanaf het productiestadium tot de eindbestemming en de controle daarop te waarborgen, teneinde te voldoen aan de voorschriften van de artikelen 33 en 72.
Art.50. La production, la collecte et le transport des déchets dangereux, ainsi que leur stockage, leur regroupement, leur prétraitement, leur valorisation et leur élimination, sont réalisés dans des conditions de protection de l'environnement et de la santé humaine qui respectent les dispositions de l'article 32.
  Les conditions visées à l'alinéa 1er comprennent également des mesures visant à assurer la traçabilité des déchets dangereux depuis le stade de la production jusqu'à la destination finale ainsi que leur contrôle afin de respecter les exigences des articles 33 et 72.
Art.51. § 1. Gevaarlijke afvalstoffen mogen niet worden gemengd met andere categorieën gevaarlijke afvalstoffen of met andere afvalstoffen, stoffen of materialen. Onder mengen valt ook het verdunnen van gevaarlijke stoffen.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 is het mengen in overeenstemming met dit decreet voor zover voldaan is aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
  1° de handeling van het mengen is toegelaten en wordt uitgevoerd overeenkomstig de genomen uitvoeringsmaatregelen of de voorwaarden van een administratieve vergunning afgeleverd krachtens dit decreet of het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning;
  2° de bepalingen van artikel 32 worden nageleefd en de schadelijke gevolgen van het beheer van afvalstoffen voor de gezondheid van de mens en voor het milieu niet worden verergerd;
  3° de menghandeling wordt uitgevoerd overeenkomstig de beste beschikbare technieken.
  § 3. Onverminderd de toepassing van de bepalingen van Deel VIII van Boek I van het Milieuwetboek, wordt, wanneer gevaarlijke afvalstoffen in strijd met dit artikel illegaal gemengd zijn, een scheiding uitgevoerd als die handeling technisch haalbaar en noodzakelijk is om te voldoen aan artikel 32.
  Indien een scheiding krachtens lid 1 niet vereist is, worden de gemengde afvalstoffen verwerkt in een installatie die overeenkomstig artikel 76 en de bijbehorende uitvoeringsmaatregelen gemachtigd is om dit mengsel te verwerken.
Art.51. § 1er. Il est interdit de mélanger les déchets dangereux avec d'autres catégories de déchets dangereux ainsi qu'avec d'autres déchets, substances ou matières. Le mélange comprend la dilution de substances dangereuses.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le mélange est conforme au présent décret moyennant le respect des conditions cumulatives suivantes :
  1° l'opération de mélange est autorisée et s'effectue conformément aux me- sures d'exécution prises ou aux conditions d'une autorisation administrative délivrée en vertu du présent décret ou du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement;
  2° les dispositions de l'article 32 sont remplies et les effets nocifs de la gestion des déchets sur la santé humaine et l'environnement ne sont pas aggravés;
  3° l'opération de mélange s'effectue selon les meilleures techniques disponibles.
  § 3. Sans préjudice de l'application des dispositions de la partie VIII du Livre Ier du Code de l'Environnement, lorsque des déchets dangereux ont été mélangés illégalement, en violation du présent article, une séparation est effectuée si cette opération est techniquement faisable et nécessaire pour se conformer à l'article 32.
  Lorsqu'une séparation n'est pas requise en vertu de l'alinéa 1er, les déchets mélangés sont traités dans une installation autorisée conformément à l'article 76 et ses mesures d'exécution pour traiter ce mélange.
Art.52. De Regering kan :
  1° voorzien in bijkomende maatregelen met betrekking tot het beheer van gevaarlijke afvalstoffen;
  2° sommige bepalingen van deze onderverdeling van toepassing maken op niet-gevaarlijke afvalstoffen;
  3° maatregelen nemen om de selectieve inzameling en de passende verwerking van gevaarlijke afvalstoffen te vergemakkelijken;
  4° afvalstoffen als gevaarlijk aanmerken als ze, ook al staan ze niet als zodanig op de lijst van gevaarlijke afvalstoffen, één of meerdere van de eigenschappen vertonen die in bijlage 1 zijn opgesomd.
Art.52. Le Gouvernement peut :
  1° prévoir des mesures complémentaires en matière de gestion des déchets dangereux;
  2° rendre applicable certaines dispositions de la présente sous-section à des déchets non dangereux;
  3° prendre des mesures pour faciliter la collecte sélective et le traitement adéquat des déchets dangereux;
  4° considérer des déchets comme dangereux dans le cas où, même s'ils ne figurent pas comme tels sur la liste de déchets dangereux, ils présentent une ou plusieurs des propriétés énumérées à l'annexe 1re.
Onderafdeling 2. - Huishoudelijke afvalstoffen
Sous-section 2. - Déchets ménagers
Art.53. § 1. De inzameling van huishoudelijke afvalstoffen is een openbare dienst. Elke natuurlijke persoon die in hoofd- of bijberoep op het grondgebied van het Waalse Gewest woont of verblijft, heeft recht op een openbare dienst voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen.
  Elke gemeente garandeert de uitoefening van dit recht.
  Teneinde te voldoen aan de verplichtingen die haar worden opgelegd door deze onderafdeling en de uitvoeringsmaatregelen ervan, kan elke gemeente :
  1° zelf haar verplichtingen nakomen;
  2° hetzij haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk laten uitvoeren door een vereniging van gemeenten waartoe ze behoort.
  Wat het vierde lid, 2°, betreft, mag de vereniging van gemeenten alleen die verplichtingen uitvoeren waarvan de uitvoering haar uitdrukkelijk door de betrokken gemeente is toevertrouwd.
  § 2. De gemeente is exclusief bevoegd voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
  Die exclusiviteit betreft de huishoudelijke afvalstoffen van personen die hun woonplaats of hoofd- of nevenverblijf hebben op het grondgebied van de gemeente, met inbegrip van een studentenkot bij particulieren, met uitzondering van de afvalstoffen van rusthuizen, instellingen voor begeleid wonen, gevangenissen, ziekenhuizen en studentenkoten die beheerd worden door een onderneming of een instelling voor hoger onderwijs.
  § 3. In afwijking van paragraaf 2 kan elke natuurlijke persoon bedoeld in de genoemde paragraaf een vergunningsaanvraag indienen bij de betrokken gemeente om zijn huishoudelijke afvalstoffen af te leveren aan een derde partij andere dan de gemeente.
  Deze gemeentelijke vergunning kan alleen worden verleend op een naar behoren gemotiveerd verzoek waaruit blijkt dat de door de gemeente ingestelde dienst voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen niet kan voldoen aan de behoeften of beperkingen van de natuurlijke persoon die om deze machtiging verzoekt.
  De aanvraagprocedure voor de in lid 1 bedoelde vergunning omvat, indien van toepassing, een verzoek om advies van de vereniging van gemeenten waaraan de betrokken gemeente de dienst voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen heeft toevertrouwd.
  De gemeentelijke vergunning, vermeld in paragraaf 1, is niet vereist om :
  1° zonder tussenkomst van een erkende of geregistreerde vervoerder huishoudelijke afvalstoffen brengen naar een inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming die beschikt over de erkenning, registratie of andere vergunning die vereist is om de handelingen van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van de genoemde afvalstoffen te verrichten, ook wanneer de genoemde inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming een vrijwillig afgiftepunt vormt dat is ingesteld overeenkomstig titel 2 van dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  2° zonder tussenkomst van een erkende of geregistreerde vervoerder huishoudelijke afvalstoffen brengen naar een vrijwillig afgiftepunt dat beschikt over de erkenning, registratie of andere vergunning die vereist is voor het uitvoeren van handelingen voor het samenbrengen of voorbehandelen van de genoemde afvalstoffen, zoals glas, papier, karton, kunststof en textielbubbels, met inbegrip van gebruikte kleding en gebruikt schoeisel;
  3° zonder tussenkomst van een erkende of geregistreerde vervoerder huishoudelijke afvalstoffen brengen naar een inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming die beschikt over de erkenning, registratie of andere vergunning die vereist is om de handelingen van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van de genoemde afvalstoffen te verrichten, ook wanneer de genoemde inzamelaar, handelaar, makelaar, installatie of onderneming een onderneming van de sociale economie is die erkend is krachtens artikel 103.
  Elke natuurlijke persoon die de aanvraag tot gemeentelijke vergunning bedoeld in het eerste lid heeft ingediend, blijft gehouden tot naleving van de gemeentelijke verordeningen bedoeld in § 6, alsook tot betaling van de kosten bedoeld in artikel 59, § 1. Elke handeling of overeenkomst die in strijd met deze paragraaf wordt aangegaan of gesloten, is nietig.
  § 4. De Regering kan de procedurele modaliteiten van de aanvraag van een gemeentelijke vergunning, bedoeld in paragraaf 3, vaststellen.
  Bij ontstentenis van uitvoeringsmaatregelen van de Regering krachtens deze paragraaf, is de gemeente bevoegd om deze procedurele modaliteiten vast te stellen.
  § 5. De gemeente bepaalt ten minste:
  1° de periodiciteit en de inzamelplaatsen per type of subtype ingezamelde afvalstoffen;
  2° de wijze van inzameling van de afvalstoffen zoals huis-aan-huisinzameling, collectieve containers, de punten voor vrijwillige toevoer of de containerparken;
  3° de voorwaarden voor de aanvaarding van de afvalstoffen volgens aard en hoeveelheid, overeenkomstig de specifieke inzamelmodaliteiten;
  4° de modaliteiten van de afvalinzameling door verenigingen en scholen;
  5° de sociale maatregelen met betrekking tot afvalstoffen;
  6° de bepalingen die van toepassing zijn op gelijkaardige afvalstoffen die samen met de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld;
  7° de bepalingen die van toepassing zijn op de afvalstoffen die specifiek worden geproduceerd door artsen, tandartsen, dierenartsen en thuisverzorgers in het kader van hun beroepsactiviteit;
  8° de bepalingen die van toepassing zijn op tijdelijke evenementen, zoals markten of beurzen;
  9° de bepalingen die tot doel hebben het vermengen van huishoudelijke afvalstoffen met andere soorten afvalstoffen waarvoor op het gemeentelijke grondgebied een selectieve huis-aan-huisinzameling wordt georganiseerd, te ontmoedigen.
  Met betrekking tot lid 1, 2°, gebeurt elke huis-aan-huisinzameling van afvalstoffen uitsluitend in de containers die daartoe door de gemeente ter beschikking worden gesteld.
  § 6. De gemeente bepaalt bij gemeentelijke verordening de wijze van uitvoering van de verplichtingen die haar bij of krachtens deze onderafdeling en de bijbehorende uitvoeringsmaatregelen zijn opgelegd.
  § 7. De gemeente kan bij de inzameling van ruw huishoudelijk afval en, indien van toepassing, bij de inzameling van papier- en kartonafval de voorkeur geven aan het gebruik van herbruikbare verzamelcontainers.
  In het in paragraaf 1, vierde lid, 2°, bedoelde geval deelt de vereniging van gemeenten, binnen de perken van de verplichtingen die haar uitdrukkelijk door de gemeente worden opgelegd, aan de betrokken gemeente de bepalingen mee die nodig zijn voor het opstellen van haar gemeentelijke verordening.
Art.53. § 1er. La collecte des déchets ménagers est une mission de service public. Toute personne physique domiciliée ou résidant à titre principal ou secondaire sur le territoire de la Région wallonne a droit à un service public de gestion des déchets ménagers.
  Chaque commune garantit l'exercice de ce droit.
  Pour le respect des obligations qui lui sont imposées par la présente sous-section et ses mesures d'exécution, chaque commune peut :
  1° soit remplir elle-même ses obligations;
  2° soit faire exécuter tout ou partie de ses obligations via une association de communes à laquelle elle adhère.
  Concernant l'alinéa 4, 2°, l'association de communes ne peut exécuter que les obligations dont l'exécution lui a été expressément confiée par la commune concernée.
  § 2. La commune est exclusivement compétente pour la collecte des déchets ménagers.
  Cette exclusivité concerne les déchets ménagers des personnes domiciliées ou résidant à titre principal ou secondaire sur le territoire de la commune, en ce compris dans un kot d'étudiant chez les particuliers, à l'exclusion des déchets issus des maisons de repos, des résidences-services, des prisons, des hôpitaux et des kots d'étudiants gérés par une entreprise ou une institution d'enseignement supérieur.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 2, toute personne physique visée audit paragraphe peut transmettre une demande d'autorisation à la commune concernée permettant à ladite personne de remettre ses déchets ménagers à un tiers autre que la commune.
  Cette autorisation communale ne peut être octroyée que sur demande dûment motivée démontrant que le service de gestion des déchets ménagers mis en place par la commune ne peut pas répondre aux besoins ou aux contraintes de la personne physique sollicitant ladite autorisation.
  La procédure de demande de l'autorisation visée à l'alinéa 1er comporte, le cas échéant, une demande d'avis à l'association de communes à laquelle la commune concernée a confié le service de collecte des déchets ménagers.
  L'autorisation communale visée à l'alinéa 1er n'est pas requise pour :
  1° apporter sans l'entremise d'un transporteur agréé ou enregistré des déchets ménagers auprès d'un collecteur, d'un négociant, d'un courtier, d'une installation ou d'une entreprise disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de tout autre autorisation requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination desdits déchets, y compris lorsque ledit collecteur, ledit négociant, ledit courtier, ladite installation ou ladite entreprise constitue un point d'apport volontaire mis en place conformément au titre 2 du présent décret et ses mesures d'exécution;
  2° apporter sans l'entremise d'un transporteur agréé ou enregistré des déchets ménagers auprès d'un point d'apport volontaire disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de tout autre autorisation requise pour effectuer des opérations de regroupement ou de prétraitement desdits déchets, telles que les bulles à verre, à papier, à carton, à plastique et à textile y compris les vêtements usagés et les chaussures usagées;
  3° remettre des déchets ménagers auprès d'un collecteur, d'un négociant, d'un courtier, d'une installation ou d'une entreprise disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de tout autre autorisation requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination desdits déchets, y compris lorsque ledit collecteur, ledit négociant, ledit courtier, ladite installation ou ladite entreprise est une entreprise d'économie sociale agréée en vertu de l'article 103.
  Toute personne physique ayant transmis la demande d'autorisation communale visée à l'alinéa 1er reste tenue de se conformer au règlement communal prévu en vertu du paragraphe 6, ainsi qu'au paiement des coûts visés à l'article 59, § 1er. Tout acte ou contrat passé ou conclu dérogeant au présent alinéa est nul de plein droit.
  § 4. Le Gouvernement peut arrêter les modalités procédurales de la demande d'autorisation communale visée au paragraphe 3.
  En l'absence de mesures d'exécution prise par le Gouvernement en vertu du présent paragraphe, la commune est compétente pour arrêter lesdites modalités procédurales.
  § 5. La commune détermine au moins :
  1° la périodicité et les lieux de collecte par type ou sous-type de déchets collectés;
  2° les modalités de collecte des déchets, telles que la collecte en porte-à-porte, les conteneurs collectifs, les points d'apport volontaire ou les parcs à conteneurs;
  3° les conditions d'acceptation des déchets, en nature et en quantité, selon leurs modalités de collecte spécifiques;
  4° les modalités de collecte des déchets par les associations et les écoles;
  5° les mesures sociales en matière de déchets;
  6° les dispositions applicables aux déchets assimilés collectés concomitamment aux déchets ménagers;
  7° les dispositions applicables aux déchets spécifiquement générés par les médecins, les dentistes, les vétérinaires et les prestataires de soins à domicile dans l'exercice de leur activité professionnelle;
  8° les dispositions applicables aux évènements temporaires, tels que les marchés ou les foires;
  9° les dispositions visant à dissuader le mélange des ordures ménagères brutes avec d'autres types de déchets pour lesquels une collecte sélective en porte-à-porte est organisée sur son territoire communal.
  Concernant l'alinéa 1er, 2°, toute collecte en porte-à-porte de déchets s'effectue exclusivement dans les conteneurs prévus à cet effet par la commune.
  § 6. La commune fixe par règlement communal les modalités d'exécution des obligations qui lui sont imposées par ou en vertu de la présente sous-section et ses mesures d'exécution.
  § 7. La commune peut privilégier l'utilisation de conteneurs de collecte réutilisables pour la collecte des ordures ménagères brutes et, le cas échéant, pour celle des déchets de papiers-cartons.
  Dans le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 4, 2°, dans les limites des obligations qui lui sont expressément confiées par la commune, l'association de communes communique à la commune concernée les dispositions nécessaires à l'établissement de son règlement communal.
Art.54. Teneinde de overgang naar één of meerdere van de in artikel 2 bedoelde doelstellingen te begeleiden of in geval van verstoringen van de verhouding tussen kosten en baten ten gevolge van onvoorziene, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden, kan de Regering de toekenning regelen van subsidies of elke andere steunmaatregel ter compensatie van een deel van de door de gemeenten vastgestelde sociale maatregelen met betrekking tot afval.
  De krachtens lid 1 genomen uitvoeringsmaatregelen worden toegekend binnen de grenzen van de daartoe in de begroting uitgetrokken kredieten.
Art.54. Afin d'accompagner la transition vers un ou plusieurs des objectifs visés à l'article 2 ou en cas de perturbations du coût-vérité liées à des circonstances imprévisibles, graves et exceptionnelles, le Gouvernement peut réglementer l'octroi de subventions ou de toute autre mesure de soutien visant à compenser certaines des mesures sociales en matière de déchets déterminées par les communes.
  Les mesures d'exécution prises en vertu de l'alinéa 1er sont octroyées dans les limites des crédits prévus à cet effet au budget.
Art.55. Onverminderd artikel 53 is de gemeente, of de vereniging van gemeenten waaraan zij een uitdrukkelijke opdracht heeft gegeven in het kader van een "in-house-betrekking" in de zin van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, uitsluitend belast met de inzameling van de soortgelijke afvalstoffen van de diensten en inrichtingen van de gemeente of die door haar worden georganiseerd.
Art.55. Sans préjudice de l'article 53, la commune, ou l'association de communes à laquelle elle a confié un mandat exprès pour ce faire dans le cadre d'une relation " in house " au sens de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, est exclusivement compétente pour la collecte des déchets assimilés des services et établissements de la commune ou organisés par elle.
Art.56. De gemeente brengt elke natuurlijke persoon bedoeld in artikel 53, § 1, met inbegrip van elke houder van de gemeentelijke vergunning bedoeld in artikel 53, § 3 en § 4, op de hoogte van de dagen waarop het huishoudelijk afval wordt opgehaald en van de andere maatregelen die zijn genomen om de minimale openbare dienst voor het beheer van huishoudelijk afval en, in voorkomend geval, de aanvullende dienst(en) voor afvalbeheer die zij aanbiedt, te waarborgen. Zij informeert hen ook over de verschillende componenten van de kosten voor het beheer van het ingezamelde afval, die door de gemeente worden gedragen, alsmede over de financieringsmodaliteiten op basis van een door de Regering vastgesteld model.
Art.56. La commune informe chaque personne physique visée à l'article 53, § 1er, en ce compris chacune d'entre elles titulaires de l'autorisation communale visée à l'article 53, § 3 et § 4, des jours de collecte des déchets ménagers et des autres dispositions prises pour assurer le service public minimal de gestion des déchets ménagers et, le cas échéant, le ou les services complémentaires de gestion des déchets qu'elle propose. Elle leur communique également les différents éléments constitutifs du coût de la gestion des déchets collectés qui sont supportés par la commune ainsi que les modalités de financement sur la base d'un modèle défini par le Gouvernement.
Art.57. Wanneer de gemeente, om welke reden dan ook, niet langer in staat is de inzameling op haar gehele grondgebied of een gedeelte daarvan te organiseren, neemt de gouverneur van de provincie passende maatregelen, met inachtneming van het Waalse plan inzake afval en grondstoffen. De kosten van de door de gouverneur van de provincie genomen maatregelen komen ten laste van de in gebreke blijvende gemeente.
Art.57. Lorsque la commune n'est plus en mesure, pour une cause quelconque, d'organiser la collecte sur tout ou partie de son territoire communal, si cette défaillance constitue une menace pour la santé de la population ou pour l'environnement, le gouverneur de la province prend les mesures adéquates, tout en respectant le plan wallon des déchets-ressources. Les frais des mesures prises par le gouverneur de la province sont à charge de la commune défaillante.
Art.58. Elk jaar bezorgt de gemeente aan de administratie, binnen de termijnen en volgens de modaliteiten die door de Regering zijn vastgelegd :
  1° de krachtens artikel 56 genomen maatregelen; en
  2° de werkelijke kosten van het afvalbeheer, in voorkomend geval berekend op basis van de werkelijke kosten meegedeeld door de verenigingen van gemeenten op basis van procedures of een model bepaald door de Regering.
  De overheid richt een waarnemingspost op en houdt deze bij:
  1° een waarnemingscentrum voor de vaststelling door de gemeente van de retributies, dat met name het dekkingspercentage van de reële kostprijs vergelijkt op basis van begrotingen en afgesloten rekeningen; en
  2° een waarnemingspost voor sociale maatregelen en de technische kosten voor het beheer van huishoudelijk afval en soortgelijk afval dat tegelijk met huishoudelijk afval wordt ingezameld.
Art.58. La commune transmet annuellement à l'administration dans les délais et selon les modalités définies par le Gouvernement :
  1° les mesures prises en vertu de l'article 56; et;
  2° les coûts réels de gestion des déchets, calculés le cas échéant sur la base des coûts réels communiqués par les associations de communes sur la base de modalités ou d'un modèle définis par le Gouvernement.
  L'administration instaure et tient à jour :
  1° un observatoire de la tarification communale comparant notamment le taux de couverture du coût-vérité sur la base des budgets et des comptes clôturés; et;
  2° un observatoire des mesures sociales et des coûts techniques de la gestion des déchets ménagers et des déchets assimilés collectés concomitamment aux déchets ménagers.
Art.59. § 1. De gemeente brengt aan de houders van het in artikel 53, § 1, bedoelde recht, met inbegrip van de houders van de in artikel 53, § 3 en § 4, bedoelde gemeentelijke vergunning, alle kosten van beheer in rekening waarvoor zij verantwoordelijk is, en zendt hun een document waarin de bestanddelen van deze kosten op transparante wijze worden vermeld.
  Onverminderd de uitvoeringsmaatregelen die de Regering krachtens deze onderafdeling neemt, voorzien de gemeenten in maatregelen die rekening houden met de sociale situatie van sommige houders van het in artikel 53, § 1, bedoelde recht.
  § 2. Wanneer de gemeente een beheersdienst organiseert voor soortgelijk afval dat tegelijk met huishoudelijk afval wordt ingezameld, worden de eventuele beheerskosten voor deze soorten afval doorberekend aan de producenten of houders van deze soorten afval. Zij zendt deze producenten en houders een document waarin de bestanddelen van deze kosten op transparante wijze worden vermeld.
  De bijdrage wordt vastgesteld om de kosten te dekken, overeenkomstig het beginsel "de vervuiler betaalt".
Art.59. § 1er. La commune impute la totalité des coûts de gestion dont elle a la charge aux titulaires du droit visé à l'article 53, § 1er, en ce compris aux titulaires de l'autorisation communale visée à l'article 53, § 3 et § 4, et leur envoie un document reprenant de manière transparente les éléments constitutifs de ces coûts.
  Sans préjudice des mesures d'exécution prises par le Gouvernement en vertu de la présente sous-section, les communes prévoient des mesures tenant compte de la situation sociale de certains des titulaires du droit visé à l'article 53, § 1er.
  § 2. Lorsque la commune organise un service de gestion de déchets assimilés collectés concomitamment aux déchets ménagers, les coûts éventuels de gestion de ces types de déchets sont répercutés sur les producteurs ou les détenteurs desdits types de déchets. Elle envoie auxdits producteurs et détenteurs un document reprenant de manière transparente les éléments constitutifs de ces coûts.
  La contribution est établie en vue de couvrir les coûts, conformément au principe du pollueur-payeur.
Art.60. § 1. Onverminderd artikel 53, § 5, stelt de Regering de modaliteiten vast voor het opzetten van minimale openbare diensten voor het beheer van huishoudelijk afval.
  Daartoe neemt de Regering ten minste maatregelen voor :
  1° het bepalen en specificeren van de soorten huishoudelijke afvalstoffen die onder de minimale openbare diensten voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen vallen;
  2° het opzetten van een selectieve inzameling voor de fracties gevaarlijk huishoudelijk afval, zodat dit afval overeenkomstig de artikelen 6 en 32 wordt verwerkt en geen andere gemeentelijke afvalstromen verontreinigt.
  Met betrekking tot het tweede lid, 2°, neemt de Regering alle uitvoeringsmaatregelen uiterlijk op 1 januari 2025.
  § 2. Bovendien kan de Regering :
  1° een onderscheid maken tussen:
  de minimale diensten voor het beheer van huishoudelijk afval die elke houder van het in artikel 53, § 1, bedoelde recht geniet; en
  aanvullende afvalbeheerdiensten die in specifieke behoeften voorzien;
  2° de soorten of sub-soorten afvalstoffen specificeren die onder de diensten bedoeld in 1°, a) of b) vallen;
  3° voor één of meerdere soorten of subtypen afvalstoffen die overeenkomstig 2° bepaalde zijn, de harmonisatie van de in 1°, a) of b), bedoelde diensten bevorderen tussen gemeenten die dezelfde inrichting(en) gebruiken voor de samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen voor de bedoelde soort of soorten of subtypen afvalstoffen;
  4° de volgende verplichten opleggen aan de gemeenten of verenigingen van gemeenten:
  een verplichting om aan de administratie bepaalde gegevens mee te delen betreffende de kosten en opbrengsten, uitgesplitst per soort afval en per beheersmethode en per type infrastructuur, alsook bepaalde gegevens betreffende de openbare netheid; en, in voorkomend geval;
  een verplichting om de kwaliteit van de verzamelde gegevens te controleren met het oog op de naleving van de onder a) bedoelde verplichting;
  5° de inzameling door derden van huishoudelijk textielafval, met inbegrip van gebruikte kleding en schoenen, onderwerpen aan een voorafgaande overeenkomst met de gemeente of de daartoe door de gemeente gemandateerde vereniging van gemeenten.
  Met betrekking tot lid 1, 4°, kan de Regering met name de vormen bepalen waarin de daarin bedoelde gegevens worden doorgegeven of het mechanisme of de mechanismen bepalen om de kwaliteit van de verzamelde gegevens te controleren.
Art.60. § 1er. Sans préjudice de l'article 53, § 5, le Gouvernement détermine les modalités de mise en place des services publics minimaux de gestion des déchets ménagers.
  Pour ce faire, le Gouvernement prend au moins des mesures visant à :
  1° déterminer et préciser les types de déchets ménagers visés par les services publics minimaux de gestion des déchets ménagers;
  2° mettre en place une collecte sélective pour les fractions de déchets dangereux produites par les ménages afin que ces déchets soient traités conformément aux articles 6 et 32 et qu'ils ne contaminent pas d'autres flux de déchets municipaux.
  Concernant l'alinéa 2, 2°, le Gouvernement prend les mesures d'exécution au plus tard le 1er janvier 2025.
  § 2. En outre, le Gouvernement peut :
  1° distinguer :
  les services minimaux de gestion des déchets ménagers bénéficiant à tout titulaire du droit visé à l'article 53, § 1er; et;
  les services complémentaires de gestion des déchets répondant à des besoins spécifiques;
  2° préciser les types ou sous-types de déchets visés par les services visés au 1°, a) ou b);
  3° pour un ou plusieurs types ou sous-types de déchets précisés en vertu du 2°, faciliter l'harmonisation des services visés au 1°, a) ou b), entre communes utilisant la ou les mêmes installations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination de déchets pour ledit ou lesdits types ou sous-types de déchets;
  4° imposer aux communes ou aux associations de communes :
  une obligation de communiquer à l'administration certaines données relatives aux coûts et aux recettes, ventilées par type de déchets et par mode de gestion et par type d'infrastructure, ainsi que certaines données relatives à la propreté publique; et, le cas échéant;
  une obligation de contrôler la qualité des données recueillies en vue du respect de l'obligation visée au point a);
  5° soumettre à convention préalable avec la commune ou l'association de communes mandatée à cette fin par ladite commune la collecte par des tiers de déchets ménagers de textiles, y compris les vêtements usagés et les chaussures usagées.
  Concernant l'alinéa 1er, 4°, le Gouvernement peut notamment arrêter les formes dans lesquelles les données y visées sont transmises ou définir le ou les mécanismes de contrôle de la qualité des données recueillies.
Art.61. § 1. De Regering kan voor alle of sommige openbare diensten voor het beheer van huishoudelijk afval en met inachtneming van het beginsel "de vervuiler betaalt" de berekeningsmethoden vaststellen.
  § 2. Bij gebrek aan uitvoeringsmaatregelen van de Regering krachtens paragraaf 1 zijn alle volgende bepalingen van toepassing:
  1° de bijdrage van elke houder van het in artikel 53, § 1, bedoelde recht wordt zodanig vastgesteld dat zij tussen vijfennegentig en honderdtien procent van de kosten van het beheer van huishoudelijke afvalstoffen dekt;
  2° het kostendekkingspercentage wordt jaarlijks bij het opmaken van de begrotingen bepaald op basis van de kosten van het voorlaatste boekjaar en de gekende elementen inzake de wijziging van die kosten.
  3° de gemeente verifieert en rechtvaardigt jaarlijks de inachtneming van het overeenkomstig dit lid vastgelegde kostendekkingspercentage.
  De toekenning en betaling van subsidies aan gemeenten voor afvalpreventie en -beheer kunnen afhankelijk worden gesteld van de naleving door de gemeenten van dit artikel en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
  [1 Op voorwaarde dat het dekkingspercentage van de kosten voor het beheer van huishoudelijk afval tussen 95% en 110% wordt gehandhaafd, worden gemeenten die van oordeel zijn dat zij conjuncturele stijgingen ten opzichte van de reële kostprijs 2023 niet kunnen doorrekenen in de reële kostprijs 2024, niettemin geacht te hebben voldaan aan dit artikel en de uitvoeringsmaatregelen ervan, met name voor de toekenning in 2024 van de subsidies bedoeld in de artikelen 22, 30 en 31 van dit decreet. Deze mogelijkheid creëert echter geen recht op eender welke gewestelijke compensatie in hoofde van de gemeenten die er gebruik van zouden maken.]1
  [2 Op voorwaarde dat het dekkingspercentage van de kosten voor het beheer van huishoudelijk afval tussen 95% en 110% wordt gehandhaafd, worden gemeenten die van oordeel zijn dat zij conjuncturele stijgingen ten opzichte van de reële kostprijs 2025 niet kunnen doorrekenen in de reële kostprijs 2024, niettemin geacht te hebben voldaan aan dit artikel en de uitvoeringsmaatregelen ervan, met name voor de toekenning in 2025 van de subsidies bedoeld in de artikelen 22, 30 en 31 van dit decreet. Deze mogelijkheid creëert echter geen recht op eender welke gewestelijke compensatie in hoofde van de gemeenten die er gebruik van zouden maken.]2
  
Art.61. § 1er. Le Gouvernement peut fixer, pour l'ensemble ou certains des services publics de gestion des déchets ménagers, et en respectant le principe du pollueur-payeur, leurs modalités de calcul.
  § 2. En l'absence de mesures d'exécution prises par le Gouvernement en vertu du paragraphe 1er, l'ensemble des dispositions suivantes sont applicables :
  1° la contribution de chaque titulaire du droit visé à l'article 53, § 1er, est établie de manière à couvrir entre nonante-cinq et cent dix pour cent des coûts de gestion des déchets ménagers;
  2° le taux de couverture des coûts est déterminé annuellement, lors de l'établissement des budgets, sur la base des coûts du pénultième exercice et des éléments connus de modification de ces coûts;
  3° la commune vérifie et justifie chaque année le respect du taux de couverture des coûts établi conformément au présent alinéa.
  L'octroi et la liquidation de subventions aux communes en matière de prévention et de gestion des déchets peuvent être conditionnés au respect par les communes du présent article et de ses mesures d'exécution.
  [1 A la condition que le taux de couverture des coûts de gestion des déchets ménagers soit maintenu entre 95% et 110%, les communes qui estiment ne pas pouvoir répercuter dans le coût vérité 2024 les hausses conjoncturelles par rapport au coût vérité 2023 sont cependant considérées comme ayant respecté le présent article et ses mesures d'exécution et ce notamment pour l'octroi en 2024 des subventions visées aux articles 22, 30 et 31 du présent décret. Cette faculté ne crée cependant aucun droit à une quelconque compensation régionale dans le chef des communes qui en feraient l'usage.]1
  [2 A la condition que le taux de couverture des coûts de gestion des déchets ménagers soit maintenu entre 95% et 110%, les communes qui estiment ne pas pouvoir répercuter dans le coût vérité 2025 les hausses conjoncturelles par rapport au coût vérité 2024 sont cependant considérées comme ayant respecté le présent article et ses mesures d'exécution et ce notamment pour l'octroi en 2025 des subventions visées aux articles 22, 30 et 31 du présent décret. Cette faculté ne crée cependant aucun droit à une quelconque compensation régionale dans le chef des communes qui en feraient l'usage.]2
  
Art.62. § 1. De artikelen 50, lid 2, 51, § 1, 72 en 75 zijn niet van toepassing op door huishoudens geproduceerde gemengde afvalstoffen.
  § 2. De artikelen 72 en 75 zijn niet van toepassing op gescheiden fracties van door huishoudens geproduceerde gevaarlijke afvalstoffen.
  § 3. De in de paragrafen 1 en 2 van dit artikel bedoelde vrijstellingen zijn slechts van toepassing zolang de in die paragrafen bedoelde afvalstoffen niet, al dan niet met tussenkomst van een vervoerder, worden overgedragen aan een inzamelaar, een handelaar, een makelaar, een inrichting of een onderneming die beschikt over de erkenning, de registratie of enige andere vergunning die vereist is om de handelingen van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van die afvalstoffen overeenkomstig de artikelen 6 en 32 te verrichten.
Art.62. § 1er. Les articles 50, alinéa 2, 51, § 1er, 72 et 75 ne s'appliquent pas aux déchets en mélange produits par les ménages.
  § 2. Les articles 72 et 75 ne s'appliquent pas aux fractions séparées de déchets dangereux produits par les ménages.
  § 3. Les dispenses prévues aux paragraphes 1er et 2 du présent article sont applicables uniquement tant que les déchets visés auxdits paragraphes ne sont pas remis, avec ou sans l'entremise d'un transporteur, à un collecteur, à un négociant, à un courtier, à une installation ou une entreprise disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre autorisation requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination desdits déchets, conformément aux articles 6 et 32.
Onderafdeling 3. - Beroepsafval
Sous-section 3. - Déchets professionnels
Art.63. Elke publiekrechtelijke rechtspersoon mag slechts handelingen van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van beroepsafvalstoffen verrichten onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
  1° de capaciteit die elk jaar voor de genoemde handelingen wordt ingezet, bedraagt niet meer dan tien procent van de totale jaarcapaciteit van de betrokken inrichting;
  2° de totale hoeveelheid beroepsafval die daadwerkelijk is samengebracht, voorbehandeld, nuttig toegepast of verwijderd in verhouding tot de totale hoeveelheid afvalstoffen die in de betrokken inrichting gedurende een periode van twaalf opeenvolgende maanden daadwerkelijk is samengebracht, voorbehandeld, nuttig toegepast of verwijderd, het in 1° bedoelde maximumpercentage niet overschrijdt; en;
  3° de genoemde handelingen maken het voorwerp uit van een analytische boekhouding die het mogelijk maakt een onderscheid te maken tussen :
  de kosten en opbrengsten van de betrokken inrichting met betrekking tot de samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen;
  de kosten en opbrengsten van de betrokken inrichting met betrekking tot de samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van beroepsafval.
  Iedere publiekrechtelijke rechtspersoon die activiteiten op het gebied van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van beroepsafval wil verrichten, moet op eerste verzoek van de administratie aantonen dat aan alle in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan.
  De administratie kan van de betrokken publiekrechtelijke rechtspersoon tevens alle informatie verlangen die zij nuttig achten om na te gaan of aan alle in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan
  De handelingen van publiekrechtelijke rechtspersonen in verband met de samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van beroepsafval vallen onder het Wetboek van economisch recht en de uitvoeringsmaatregelen daarvan.
Art.63. Toute personne morale de droit public ne peut effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination portant sur des déchets professionnels qu'aux conditions cumulatives suivantes :
  1° la capacité affectée chaque année auxdites opérations n'excède pas dix pour cent de la capacité annuelle globale de l'installation concernée;
  2° la quantité totale de déchets professionnels ayant effectivement fait l'objet d'une opération de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination par rapport à la quantité totale de déchets ayant effectivement fait l'objet d'une opération de regroupement, de prétraite- ment, de valorisation ou d'élimination dans l'installation concernée au cours de toute période de douze mois successifs n'excède pas le pourcentage maximum visé au 1° ; et;
  3° lesdites opérations font l'objet d'une comptabilité analytique permettant de distinguer :
  les coûts et les revenus de l'installation concernée liés aux opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination effectuées sur des déchets ménagers;
  les coûts et les revenus de l'installation concernée liés aux opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination effectuées sur des déchets professionnels.
  Toute personne morale de droit public souhaitant effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination portant sur des déchets professionnels démontre le respect de l'ensemble des conditions visées à l'alinéa 1er à la première demande de l'administration.
  L'administration peut en outre enjoindre la personne morale de droit public concernée de transmettre toutes les informations qu'elle juge utile pour vérifier que l'ensemble des conditions visées à l'alinéa 1er sont rencontrées.
  Les actes des personnes morales de droit public posés dans le cadre d'opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination portant sur des déchets professionnels sont soumis au Code de droit économique et ses mesures d'exécution.
Onderafdeling 4. - Afgewerkte oliën
Sous-section 4. - Huiles usagées
Art.64. § 1. Onverminderd de in de artikelen 50, 51 en 75, §§ 1 en 2, vermelde verplichtingen inzake het beheer van gevaarlijke afvalstoffen, wordt afgewerkte olie selectief ingezameld, tenzij selectieve inzameling technisch niet haalbaar is in het licht van goede praktijken.
  Afgewerkte oliën worden behandeld, waarbij overeenkomstig de artikelen 6 en 32 voorrang wordt gegeven aan regeneratie of andere vormen van recycling die in totaal gelijkwaardige of betere milieuresultaten opleveren dan regeneratie.
  Afgewerkte oliën met verschillende eigenschappen mogen niet met elkaar of met andere afvalstoffen of stoffen worden gemengd, indien deze vermenging regeneratie of andere vormen van recycling met gelijkwaardige of betere algemene milieuresultaten dan regeneratie in de weg staat.
  § 2. Met het oog op de selectieve inzameling van afgewerkte oliën en de passende behandeling ervan kan de Regering aanvullende maatregelen toepassen, zoals technische eisen, economische instrumenten of vrijwillige overeenkomsten.
  § 3. Indien de Regering eisen inzake regeneratie stelt, kan zij voorschrijven dat die afgewerkte oliën moeten worden geregenereerd indien zulks technisch haalbaar is en, indien de artikelen 11 en 12 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van toepassing zijn, de grensoverschrijdende overbrenging van afgewerkte olie uit het Waalse Gewest naar verbrandings- of meeverbrandingsinstallaties beperken, teneinde voorrang te geven aan de regeneratie van afgewerkte olie.
Art.64. § 1er. Sans préjudice des obligations relatives à la gestion des déchets dangereux énoncées aux articles 50, 51 et 75, §§ 1er et 2, les huiles usagées sont collectées sélectivement, à moins qu'une collecte sélective ne soit pas techniquement faisable compte tenu des bonnes pratiques.
  Les huiles usagées sont traitées, en donnant la priorité à la régénération ou à d'autres opérations de recyclage fournissant des résultats d'ensemble sur le plan environnemental équivalents à ceux de la régénération ou meilleurs que ceux-ci, conformément aux articles 6 et 32.
  Les huiles usagées dotées de caractéristiques différentes ne sont pas mélangées entre elles ni avec d'autres déchets ou substances, si un tel mélange empêche leur régénération ou une autre opération de recyclage fournissant des résultats d'ensemble sur le plan environnemental équivalents à ceux de la régénération ou meilleurs que ceux-ci.
  § 2. Aux fins de la collecte sélective des huiles usagées et de leur traitement approprié, le Gouvernement peut appliquer des mesures complémentaires telles que des exigences techniques, des instruments économiques ou des accords volontaires.
  § 3. Si le Gouvernement soumet les huiles usagées à des exigences en matière de régénération, il peut prescrire que de telles huiles usagées soient régénérées si cela est techniquement faisable et, si les articles 11 et 12 du règlement (CE) n° 1013/2006 s'appliquent, limiter les transferts transfrontaliers d'huiles usagées depuis la Région wallonne vers des installations d'incinération ou de coincinération, afin de donner la priorité à la régénération des huiles usagées.
Onderafdeling 5. - Bioafval
Sous-section 5. - Biodéchets
Art.65. § 1. Uiterlijk op 31 december 2023 en behoudens de artikelen 36, § 2, en 49, § 2, wordt bioafval aan de bron gesorteerd en gerecycleerd of selectief ingezameld en niet gemengd met andere soorten afval.
  § 2. De Regering kan toestemming geven voor de gezamenlijke inzameling van bioafval en afval met vergelijkbare biologische afbreekbaarheid en composteerbaarheid dat voldoet aan de desbetreffende Europese normen of aan gelijkwaardige regionale of nationale normen voor verpakkingen die door compostering en biologische afbraak kunnen worden teruggewonnen.
  § 3 De Regering neemt, overeenkomstig de artikelen 6 en 32, passende maatregelen ter bevordering en aanmoediging van :
  1° de recycling, met inbegrip van compostering en biomethanisering, van bioafval op zodanige wijze dat wordt voldaan aan een hoog niveau van milieubescherming en dat resultaten worden bereikt die voldoen aan hoge kwaliteitsnormen;
  2° huishoudelijke en collectieve compostering; en
  3° het gebruik van uit bioafval vervaardigde materialen.
Art.65. § 1er. Pour le 31 décembre 2023 au plus tard et sous réserve des articles 36, § 2, et 49, § 2, les biodéchets sont soit triés et recyclés à la source, soit collectés sélectivement et non mélangés avec d'autres types de déchets.
  § 2. Le Gouvernement peut autoriser la collecte conjointe des biodéchets et des déchets présentant des propriétés de biodégradabilité et de compostabilité similaires qui sont conformes aux normes européennes pertinentes ou à toute norme régionale ou nationale équivalente, applicables aux emballages valorisables par compostage et biodégradation.
  § 3. Le Gouvernement prend des mesures appropriées, conformément aux articles 6 et 32, pour promouvoir et encourager :
  1° le recyclage, y compris le compostage et la biométhanisation, des biodéchets de manière à satisfaire à un niveau élevé de protection de l'environnement et à aboutir à des résultats répondant à des normes de qualité élevées;
  2° le compostage domestique et collectif; et;
  3° l'utilisation de matières produites à partir de biodéchets.
Art.66. § 1. De Regering neemt passende maatregelen om voedselverspilling en voedselverlies bij de primaire productie, verwerking en bewerking, in de detailhandel en bij andere vormen van voedseldistributie, in restaurants en cateringdiensten en in huishoudens te verminderen.
  In dit kader neemt zij ook passende maatregelen ter bevordering, aanmoediging en ondersteuning van voedselschenkingen en andere vormen van herverdeling voor menselijke consumptie, waarbij voorrang wordt gegeven aan menselijke consumptie boven diervoeding en verwerking tot niet-voedingsproducten.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde maatregelen dragen bij tot de doelstelling van de Verenigde Naties inzake duurzame ontwikkeling om tegen 2030 de hoeveelheid voedselafval per hoofd van de bevolking op het niveau van distributie en consumptie met 50% te verminderen en de verliezen van levensmiddelen in de hele productie- en toeleveringsketen, met inbegrip van verliezen na de oogst, te beperken.
  § 3. De administratie controleert en evalueert de uitvoering van de maatregelen ter voorkoming van voedselverspilling door de niveaus van voedselverspilling te meten op basis van de methodologie die is vastgesteld bij de in artikel 9, § 8, van Richtlijn 2008/98/EG bedoelde gedelegeerde handeling, met ingang van het eerste volledige kalenderjaar na de aanneming van die gedelegeerde handeling.
Art.66. § 1er. Le Gouvernement prend des mesures appropriées visant à réduire le gaspillage alimentaire et les pertes alimentaires dans la production primaire, la transformation et la fabrication, le commerce de détail et les autres formes de distribution des produits alimentaires, dans les restaurants et les services de restauration ainsi qu'au sein des ménages.
  Dans ce cadre, il prend également des mesures appropriées visant à promouvoir, favoriser et soutenir les dons alimentaires et les autres formes de redistribution en vue de la consommation humaine, en donnant la priorité à la consommation humaine par rapport à l'alimentation animale et à la transformation en produits non alimentaires.
  § 2. Les mesures visées au paragraphe 1er contribuent à l'objectif de développement durable des Nations unies visant à réduire de cinquante pour cent à l'échelle mondiale le volume de déchets alimentaires par habitant au niveau de la distribution comme de la consommation et à réduire les pertes de pro- duits alimentaires tout au long des chaînes de production et d'approvisionnement, y compris les pertes après récolte, d'ici à 2030.
  § 3. L'administration suit et évalue la mise en oeuvre des mesures de prévention des déchets alimentaires en mesurant les niveaux de déchets alimentaires sur la base de la méthodologie établie par l'acte délégué visé à l'article 9, § 8, de la directive 2008/98/CE, à compter de la première année civile complète suivant l'adoption dudit acte délégué.
Onderafdeling 6. - Dierlijke bijproducten
Sous-section 6. - Sous-produits animaux
Art.67. De Regering neemt de nodige maatregelen ter uitvoering van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1069/2009 en van de op grond van die verordening vastgestelde handelingen van de Europese Unie betreffende het administratieve toezicht op afvalstoffen.
Art.67. Le Gouvernement prend les mesures nécessaires pour mettre en oeuvre les dispositions du règlement (CE) n° 1069/2009 ainsi que les actes de l'Union européenne adoptés sur la base dudit règlement relevant de la police administrative des déchets.
Art.68. De Regering kan bepalen voor welke activiteiten zij de kosten die voortvloeien uit de inzameling, het vervoer, de verwerking en de verwijdering van krengen van dieren geheel of gedeeltelijk op zich neemt.
Art.68. Le Gouvernement peut déterminer les activités pour lesquelles il prend en charge intégralement ou partiellement les coûts résultant de la collecte, du transport, de la transformation et de l'élimination des cadavres d'animaux.
Afdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor bepaalde operatoren die afvalstoffen voorkomen of beheren
Section 3. - Dispositions particulières à certains opérateurs actifs en matière de prévention ou de gestion de déchets
Art.69. Elke overeenkomstig artikel 103 erkende onderneming in de sociale economie verricht een dienst van algemeen economisch belang.
  De Regering bepaalt ten minste al het volgende :
  1° de rechten, verplichtingen of voorwaarden voor de uitoefening van de dienst van algemeen economisch belang;
  2° per compensatie voor de dienst van algemeen economisch belang :
  de betrokken soort(en) goederen of afvalstoffen;
  de betrokken handeling(en) inzake hergebruik of het betrokken afvalbeheer;
  3° de parameters voor de berekening, de controle en de herziening van de genoemde compensatie(s) om zich ervan te vergewissen dat het bedrag van de compensatie niet hoger is dan wat nodig is om de kosten voortvloeiend uit de uitvoering van de verplichtingen tot het verrichten van een dienst van algemeen economisch belang te dekken, rekening houdende met de desbetreffende ontvangsten alsmede met een redelijke winst op het eigen kapitaal dat nodig is voor de uitvoering van die verplichtingen;
  6° de controleprocedure die de administratie regelmatig uitvoert of laat uitvoeren om ervoor te zorgen dat een in het eerste lid bedoelde onderneming geen hogere compensatie ontvangt dan de bedragen die zijn voorzien overeenkomstig de in 3° bedoelde berekeningsparameters en dat elke compensatie daadwerkelijk wordt gebruikt om het beheer van de dienst van algemeen economisch belang te verzekeren, zonder afbreuk te doen aan het vermogen van de onderneming om een redelijke winst te maken.
Art.69. Toute entreprise d'économie sociale agréée en vertu de l'article 103 exerce un service d'intérêt économique général.
  Le Gouvernement détermine au moins l'ensemble des éléments suivants :
  1° les droits, les obligations ou les conditions d'exercice du service d'intérêt économique général;
  2° par compensation octroyée au service d'intérêt économique général :
  le ou les types de biens ou de déchets visés;
  le ou les opérations de réemploi visées ou la ou les opérations de gestion des déchets visées;
  3° les paramètres de calcul, de contrôle et de révision de ladite ou desdites compensations afin de s'assurer que le montant de chaque compensation n'excède pas ce qui est nécessaire pour couvrir les coûts occasionnés par l'exécution des obligations de service d'intérêt économique général, compte tenu des recettes y relatives ainsi que d'un bénéfice raisonnable sur les capitaux propres nécessaires pour l'exécution desdites obligations;
  4° la procédure de contrôle à laquelle l'administration procède ou fait procéder de manière régulière afin de s'assurer que toute entreprise visée à l'alinéa 1er ne bénéficie pas de compensations supérieures aux montants prévus conformément aux paramètres de calcul visés au 3° et que chaque compensation soit effectivement utilisée pour assurer le fonctionnement du service d'intérêt économique général, sans préjudice de la capacité de l'entreprise à profiter d'un bénéfice raisonnable.
Afdeling 4. - Bijzondere bepalingen voor de overbrenging van afvalstoffen
Section 4. - Dispositions particulières aux transferts de déchets
Art.70. § 1. De Regering neemt de nodige maatregelen ter uitvoering van :
  1° Verordening (EG) nr. 1013/2006 en de op basis daarvan vastgestelde handelingen van de Europese Unie;
  2° het Verdrag inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, ondertekend te Bazel op 22 maart 1989;
  3° elke andere handeling, betreffende het vervoer of de overbrenging van afvalstoffen, die voortvloeit uit internationale verdragen en in het bijzonder uit verdragen betreffende de Europese Unie.
  Te dien einde kan de Regering met name:
  1° de overbrenging van afvalstoffen afhankelijk stellen van een aangifte of vergunning;
  2° per geval maatregelen nemen om de overbrenging van bepaalde door haar bepaalde soorten afvalstoffen geheel, gedeeltelijk of tijdelijk te verbieden;
  3° het aanbrengen van specifieke tekens op vervoermiddelen voor afvalstoffen verplicht stellen;
  4° de overbrenging van afvalstoffen afhankelijk maken van het stellen, naar keuze van de kennisgever, van een borgsom of een gelijkwaardige verzekering ter dekking van de kosten van vervoer, nuttige toepassing en verwijdering, met name wanneer de overbrenging niet kan worden voltooid of in geval van terugzending van de afvalstoffen naar de afzender.
  § 2. In afwijking van Verordening (EG) nr. 1013/2006 kan, ter bescherming van het in artikel 7, §§ 1 tot en met 4, bedoelde netwerk, de invoer van afvalstoffen die bestemd zijn voor verbrandingsovens en binnen het toepassingsgebied van de nuttige toepassing vallen, worden beperkt wanneer is vastgesteld dat die invoer ertoe leidt dat Waals afval moet worden verwijderd of dat dat afval zou moeten worden verwerkt op een wijze die niet in overeenstemming is met het Waalse afvalstoffenplan.
  § 3. De afvaluitvoeren kunnen om milieuredenen beperkt worden, zoals bepaald in Verordening (EG)nr. 1013/2006.
Art.70. § 1er. Le Gouvernement prend les mesures nécessaires pour mettre en oeuvre :
  1° le règlement (CE) n° 1013/2006 ainsi que les actes de l'Union européenne adoptés sur la base de ce règlement;
  2° la Convention sur le contrôle des mouvements transfrontaliers de déchets dangereux et de leur élimination, signée à Bâle le 22 mars 1989;
  3° tout autre acte, concernant le transport ou le transfert de déchets, résultant de traités internationaux et notamment des traités relatifs à l'Union européenne.
  A cette fin, le Gouvernement peut notamment :
  1° soumettre les transferts de déchets à déclaration ou autorisation;
  2° prendre des mesures au cas par cas interdisant totalement, partiellement ou temporairement le transfert de certains types de déchets qu'il détermine;
  3° imposer l'apposition de panneaux signalétiques spécifiques sur les moyens de transport des déchets;
  4° soumettre le transfert de déchets à la constitution au choix du notifiant d'une garantie financière ou d'une assurance équivalente visant à couvrir les coûts de transport, de valorisation et d'élimination, notamment lorsque le transfert n'a pu être mené à terme ou en cas de renvoi des déchets vers l'expéditeur.
  § 2. Par dérogation au règlement (CE) n° 1013/2006, en vue de protéger le réseau visé à l'article 7, §§ 1er à 4, les importations de déchets destinés aux incinérateurs et relevant de la valorisation peuvent être limitées lorsqu'il a été établi que de telles importations ont pour conséquence de devoir éliminer des déchets wallons ou que lesdits déchets devraient être traités d'une manière qui n'est pas conforme au plan wallon des déchets-ressources.
  § 3. Les exportations de déchets peuvent être limitées pour des motifs environnementaux énoncés dans le règlement (CE) n° 1013/2006.
Art.71. De Regering kan ook:
  1° de volgende bepalingen voor de overbrenging van afvalstoffen binnen het grondgebied van het Waals Gewest verplicht stellen:
  sommige bepalingen die zij bepaalt uit die van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en die van de op basis van die verordening vastgestelde handelingen van de Europese Unie;
  alle of een deel van de bepalingen aangenomen krachtens artikel 70;
  2° het gebruik van inrichtingen voor samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen uit andere Gewesten of vreemde Staten aan bijzondere voorwaarden te onderwerpen.
Art.71. Le Gouvernement peut en outre :
  1° rendre obligatoire aux transferts de déchets à l'intérieur du territoire de la Région wallonne :
  certaines des dispositions qu'il détermine parmi celles du règlement (CE) n° 1013/2006 ainsi que celles des actes de l'Union européenne adoptés sur la base dudit règlement;
  tout ou partie des dispositions prises en vertu de l'article 70;
  2° soumettre à des conditions particulières l'utilisation des installations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination pour des déchets en provenance des autres Régions ou d'Etats étrangers.
Afdeling 5. - Register en traceerbaarheidsdocument
Section 5. - Registre et document de traçabilité
Art.72. § 1. Met het oog op de traceerbaarheid van de afvalstoffen en het toezicht op de naleving van de bepalingen betreffende een milieu- en gezondheidsvriendelijk afvalbeheer, moeten de volgende personen een afvalstoffenregister bijhouden en bijwerken:
  1° de personen die afvalstoffen groeperen, voorbehandelen, nuttig toepassen of verwijderen;
  2° de producenten van gevaarlijke afvalstoffen;
  3° de inzamelaars;
  4° de vervoerders;
  5° de handelaars;
  6° de makelaars;
  7° de krachtens de artikelen 104 tot en met 107 erkende personen;
  8° in voorkomend geval, de personen aangewezen door de Regering.
  § 2. Het register vermeldt, in chronologische volgorde, alle volgende gegevens :
  1° de hoeveelheid, de aard en de oorsprong van de afvalstoffen;
  2° de naam en het adres van de eerste producent van de afvalstoffen of van de vorige houder van de afvalstoffen ;
  3° de datum waarop de afvalstoffen zijn overgedragen of onder zich zijn genomen; en;
  4° volgens de verrichtingen voor samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering die de afvalstof heeft ondergaan:
  indien de bedoelde afvalstoffen nuttig worden toegepast, de hoeveelheid en de aard van de producten, materialen of afvalstoffen die overblijven of die het resultaat zijn van de voorbereiding voor hergebruik, recycling of andere nuttige toepassingen;
  indien die afvalstoffen worden verwijderd, de hoeveelheid en de aard van de producten, materialen of afvalstoffen die bij de verwijderingshandeling of -handelingen overblijven of ontstaan;
  5° in voorkomend geval:
  de bestemming, de frequentie van de inzameling, het vervoermiddel, de naam en het adres van de gemachtigde of geregistreerde vervoerder en de voor deze afvalstoffen bedoelde methode van consolidatie, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering;
  de bestemming, de frequentie van de inzameling, de naam en het adres van de inzamelaar, de handelaar of de makelaar die de afvalstoffen of de fracties van producten, materialen of afvalstoffen die bij een of meerdere van de in 4°, a) of b), bedoelde handelingen overblijven of ontstaan, in ontvangst heeft genomen.
  De in paragraaf 1 bedoelde personen stellen deze gegevens ter beschikking van de administratie door middel van het/de overeenkomstig paragraaf 5 aangelegde elektronische register(s).
  § 3. De gegevens in het register worden minimaal vijf jaar en maximaal tien jaar bewaard. Op verzoek van de administratie of een eerdere houder van de afvalstoffen worden bewijsstukken met betrekking tot de uitvoering van het afvalbeheer verstrekt.
  § 4. De in paragraaf 1vermelde personen zijn de verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4.7. van Verordening (EG) 2016/79 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
  § 5. De Regering stelt een elektronisch register in om de gegevens betreffende gevaarlijke afvalstoffen bedoeld in paragraaf 2 te registreren voor het hele grondgebied van het Waalse Gewest. De Regering kan maatregelen nemen voor de coördinatie van dit elektronisch register met de elektronische registers waarin de gegevens betreffende gevaarlijke afvalstoffen in de andere Gewesten worden geregistreerd.
  De Regering kan dergelijke registers aanleggen voor andere afvalstromen, met name voor die waarvoor in de wetgevingshandelingen van de Europese Unie doelstellingen zijn vastgesteld.
  De administratie gebruikt de afvalgegevens die door de industriële exploitanten worden meegedeeld in het kader van het Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen, dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad.
Art.72. § 1er. En vue d'assurer la traçabilité des déchets et de contrôler le respect des dispositions incombant d'assurer une gestion des déchets respectueuse de l'environnement et de la santé humaine, sont tenus de détenir et de tenir à jour un registre de déchets :
  1° les personnes exerçant des activités de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination de déchets;
  2° les producteurs de déchets dangereux;
  3° les collecteurs;
  4° les transporteurs;
  5° les négociants;
  6° les courtiers;
  7° les personnes agréées en vertu des articles 104 à 107;
  8° le cas échéant, les personnes désignées par le Gouvernement.
  § 2. Le registre indique, par ordre chronologique, l'ensemble des informations suivantes :
  1° la quantité, la nature et l'origine des déchets;
  2° le nom et l'adresse du producteur initial des déchets ou du détenteur antérieur des déchets;
  3° la date à laquelle les déchets sont cédés ou pris en charge; et;
  4° selon l'opération ou les opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination subies par les déchets :
  lorsque lesdits déchets sont valorisés, la quantité et la nature des produits, des matières ou des déchets, subsistant ou résultant de la préparation en vue du réemploi, du recyclage ou d'autres opérations de valorisation;
  lorsque lesdits déchets sont éliminés, la quantité et la nature des produits, des matières ou des déchets, subsistant ou résultant de l'opération ou des opérations d'élimination;
  5° s'il y a lieu :
  la destination, la fréquence de collecte, le moyen de transport, le nom et l'adresse du transporteur agréé ou enregistré ainsi que le mode de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination visés pour ces déchets;
  la destination, la fréquence de collecte, le nom et l'adresse du collecteur, du négociant, ou du courtier ayant pris en charge les déchets ou les fractions des produits, des matières ou des déchets, subsistant ou résultant d'une ou de plusieurs des opérations visées au 4°, a) ou b).
  Les personnes visées au paragraphe 1er mettent ces données à la disposition de l'administration au moyen du ou des registres électroniques créés en vertu du paragraphe 5.
  § 3. Les données du registre sont conservées pendant au minimum cinq ans et au maximum dix ans. Les pièces justificatives concernant l'exécution des opérations de gestion de déchets sont fournies à la demande de l'administration ou d'un détenteur antérieur des déchets.
  § 4. Les personnes visées au paragraphe 1er constituent les responsables de traitement au sens de l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
  § 5. Le Gouvernement crée un registre électronique pour consigner les données relatives aux déchets dangereux visées au paragraphe 2, pour l'ensemble du territoire de la Région wallonne. Le Gouvernement peut adopter des mesures visant à assurer la coordination dudit registre électronique avec les registres électroniques consignant les données relatives aux déchets dangereux des autres Régions.
  Le Gouvernement peut créer de tels registres pour d'autres flux de déchets, notamment pour ceux pour lesquels les actes législatifs de l'Union européenne fixent des objectifs.
  L'administration utilise les données relatives aux déchets communiquées par les exploitants industriels dans le cadre du registre européen des rejets et des transferts de polluants, institué par le règlement (CE) n° 166/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 janvier 2006 concernant la création d'un registre européen des rejets et des transferts de polluants, et modifiant les directives 91/689/CEE et 96/61/CE du Conseil.
Art.73. § 1. De Regering stelt het model van het register of de registers vast.
  § 2. De Regering kan voor alle of sommige van de registers die zij vaststelt:
  1° de in artikel 72, § 2, bedoelde gegevens specificeren;
  2° bepalen dat het register of de registers die bij of krachtens deze afdeling worden gehouden of aangelegd, aanvullende gegevens bevatten;
  3° de wijze waarop en de frequentie waarmee de gegevens in het/de register(s) geheel of gedeeltelijk aan de administratie worden toegezonden, bepalen;
  4° degenen die verplicht zijn een afvalstoffenregister bij te houden en bij te werken en die tevens verplicht zijn gegevens en informatie te melden of door te geven aan de overheid, in staat stellen deze verplichtingen na te komen via een of meer IT-platforms.
  Met betrekking tot het eerste lid, 3°, kunnen sommige van de door de Regering vastgestelde methoden van toezending voorzien in methoden van toezending van informatie in geval van afwezigheid of storing van een of meer bij of krachtens deze afdeling ingestelde elektronische registers
Art.73. § 1er. Le Gouvernement détermine le modèle du ou des registres.
  § 2. Le Gouvernement peut, pour l'ensemble ou certains des registres qu'il détermine :
  1° préciser les informations visées à l'article 72, § 2;
  2° prévoir que le ou les registres tenus ou créés par ou en vertu de la présente section comportent des informations supplémentaires;
  3° déterminer les modalités et la périodicité de la transmission de tout ou partie des informations du ou des registres à l'administration;
  4° permettre aux débiteurs de l'obligation de détenir et de tenir à jour un registre de déchets qui sont également tenus à une obligation de rapportage ou de transmission de données et d'informations à l'administration d'exécuter lesdites obligations via une ou plusieurs plateformes informatiques.
  Concernant l'alinéa 1er, 3°, parmi les modalités de transmission arrêtées par le Gouvernement, certaines d'entre elles peuvent prévoir des modalités de transmission des informations en cas d'absence ou de carence du ou des registres électroniques créés par ou en vertu de la présente section.
Art.74. Voor alle of elke soort afvalstoffen die zij bepaalt, kan de Regering aan producenten, houders, inzamelaars, handelaars, makelaars, vervoerders en personen die afvalstoffen groeperen, voorbewerken, nuttig toepassen of verwijderen, de volgende verplichtingen opleggen :
  1° de verplichting om de bevoegde autoriteit in te lichten over het bezit en de verplaatsing van afvalstoffen, onder meer door middel van registers, traceerbladen, specifieke formulieren of elk passend elektronisch middel;
  2° de verplichting om een ontvangstbewijs voor de overbrenging van afvalstoffen of een verklaring van nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen te verkrijgen.
Art.74. Pour l'ensemble ou par type de déchets qu'il détermine, le Gouvernement peut imposer aux producteurs, détenteurs, collecteurs, négociants, courtiers, transporteurs, personnes exerçant des activités de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination de déchets :
  1° l'obligation d'informer l'autorité compétente au sujet de la détention et des déplacements des déchets, y compris via l'utilisation de registres, de bordereaux de suivi, de formulaires déterminés ou tout moyen électronique approprié;
  2° l'obligation de se faire remettre un récépissé lors de la cession des déchets ou un certificat de valorisation ou d'élimination des déchets.
Art.75. § 1. Tijdens de inzameling, het vervoer en de tijdelijke opslag worden gevaarlijke afvalstoffen verpakt en geëtiketteerd overeenkomstig de geldende regionale, nationale, Europese en internationale normen.
  § 2. Indien gevaarlijke afvalstoffen binnen het grondgebied van het Waalse Gewest worden overgebracht, gaan ze vergezeld van een traceerbaarheidsdocument dat wordt afgegeven bij de levering en de ontvangst van genoemde afvalstoffen. Dit document vergezelt de afvalstoffen tijdens het vervoer. Dit document kan in elektronisch formaat zijn opgesteld en bevat de relevante gegevens die in bijlage I B van Verordening (EG) nr. 1013/2006 zijn gespecificeerd.
  De Regering kan bepalen welke aanvullende informatie in het traceerbaarheidsdocument moet worden opgenomen, het model ervan, de bewaartermijn, de gevallen waarin en de wijze waarop het aan de administratie moet worden toegezonden.
  § 3. De Regering kan alle of sommige van de verplichtingen die zij bepaalt onder de verplichtingen bedoeld bij of krachtens paragraaf 2, uitbreiden tot ongevaarlijke gelijkaardige afvalstoffen of ongevaarlijke beroepsafvalstoffen die zij bepaalt.
Art.75. § 1er. Lors de la collecte, du transport et du stockage temporaire, les déchets dangereux sont emballés et étiquetés conformément aux normes régionales, nationales, de l'Union européenne et internationales en vigueur.
  § 2. Si des déchets dangereux sont transférés à l'intérieur du territoire de la Région wallonne, ils sont accompagnés d'un document de traçabilité délivré lors de la remise et de la réception desdits déchets. Ce document accompagne lesdits déchets lors de leur transport. Ce document peut être au format électronique et contient les données pertinentes précisées à l'annexe I B du règle- ment (CE) n° 1013/2006.
  Le Gouvernement peut déterminer les informations complémentaires que comporte le document de traçabilité, son modèle, sa durée de conservation, les cas dans lesquels il est transmis à l'administration ainsi que ses modalités de transmission.
  § 3. Le Gouvernement peut étendre l'ensemble ou certaines des obligations qu'il détermine parmi celles visées par ou en vertu du paragraphe 2 à des déchets assimilés non dangereux ou professionnels non dangereux qu'il détermine.
HOOFDSTUK 5. - Milieuvergunningen en aangifte van de inrichtingen van klasse 3 inzake afvalstoffen
CHAPITRE 5. - Permis d'environnement et déclaration d'établissement de classe 3 en matière de déchets
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1. - Dispositions générales
Art.76. § 1. Onverminderd de artikelen 100, § 1, en 118, § 1, zijn de ingedeelde installaties voor de samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen onderworpen aan een milieuvergunning of een aangifte van een inrichting van klasse 3 overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
  In afwijking van paragraaf 1 en onverminderd de artikelen 100, § 1, en 118, § 1, zijn de ingedeelde inrichtingen die andere handelingen verrichten dan de verwijdering van hun eigen ongevaarlijke afvalstoffen op de plaats van productie of andere dan de nuttige toepassing van afvalstoffen, uitsluitend onderworpen aan een milieuvergunning overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunningen en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
  § 2. De sectorale, integrale of specifieke voorwaarden met betrekking tot de milieuvergunningen bedoeld in paragraaf 1 alsook de integrale of specifieke voorwaarden met betrekking tot de aangifte van de inrichtingen van klasse3 bedoeld in paragraaf 1 bepalen ten minste:
  1° soorten en hoeveelheden van de afvalstoffen die mogen worden verwerkt;
  2° voor elk type vergunde handeling, de technische en andersoortige voorschriften die op de betrokken locatie van toepassing zijn;
  3° de te nemen veiligheids- en voorzorgsmaatregelen;
  4° de voor elk type handeling toe te passen methode;
  5° de monitoring- en controlehandelingen voor zover noodzakelijk;
  6° de bepalingen inzake sluiting en nazorg voor zover noodzakelijk.
  De krachtens deze paragraaf genomen uitvoeringsmaatregelen moeten ervoor zorgen dat de afvalstoffen overeenkomstig artikel 32 worden verwerkt.
  § 3. De milieuvergunning voor een ingedeelde installatie voor het groeperen, voorbehandelen, nuttig toepassen of verwijderen van afvalstoffen kan niet worden verleend indien de voorgenomen verwerkingsmethode vanuit het oogpunt van milieubescherming niet aanvaardbaar is, met name indien zij niet in overeenstemming is met artikel 32.
Art.76. § 1er. Sans préjudice des articles 100, § 1er, et 118, § 1er, les installations classées de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination de déchets sont soumises à permis d'environnement ou à déclaration d'établissement de classe 3 conformément au décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et ses mesures d'exécution.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, sans préjudice des articles 100, § 1er, et 118,§ 1er, les installations classées effectuant des opérations autres que l'élimination de leurs propres déchets non dangereux sur le lieu de production ou autre que la valorisation des déchets sont soumises exclusivement à permis d'environnement conformément au décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et ses mesures d'exécution.
  § 2. Les conditions sectorielles, intégrales ou particulières portant sur les permis d'environnement visés au paragraphe 1er ainsi que les conditions intégrales ou particulières portant sur les déclarations des établissements de classe 3 visés au paragraphe 1er déterminent au moins :
  1° les types et quantités de déchets pouvant être traités;
  2° pour chaque type d'opération faisant l'objet d'une autorisation, les prescriptions techniques et toutes autres prescriptions applicables au site concerné;
  3° les mesures de sécurité et de précaution à prendre;
  4° la méthode à utiliser pour chaque type d'opération;
  5° les opérations de suivi et de contrôle, selon les besoins;
  6° les dispositions relatives à la fermeture et à la surveillance après fermeture qui s'avèrent nécessaires.
  Les mesures d'exécution prises en vertu du présent paragraphe sont élaborées pour garantir que les déchets sont traités conformément à l'article 32.
  § 3. Le permis d'environnement relatif à une installation classée de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination de déchets ne peut être accordé lorsque la méthode de traitement envisagée n'est pas acceptable du point de vue de la protection de l'environnement, notamment lorsqu'elle n'est pas conforme à l'article 32.
Art.77. Onverminderd de artikelen 100, § 1, en 118, § 1, zijn de ingedeelde installaties voor de tijdelijke opslag van afvalstoffen onderworpen aan een milieuvergunning of een aangifte van inrichting van klasse3 overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
  In afwijking van paragraaf 1 en onverminderd de artikelen 100, § 1, en 118, § 1, zijn de ingedeelde installaties voor de tijdelijke opslag van afvalstoffen die andere handelingen verrichten dan de verwijdering van hun eigen ongevaarlijke afvalstoffen op de plaats van productie of andere dan de nuttige toepassing van afvalstoffen, uitsluitend onderworpen aan een milieuvergunning overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
Art.77. Sans préjudice des articles 100, § 1er, et 118, § 1er, les installations classées de stockage temporaire de déchets sont soumises à permis d'environnement ou à déclaration d'établissement de classe 3 conformément au décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et ses mesures d'exécution.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, sans préjudice des articles 100, § 1er, et 118, § 1er, les installations classées de stockage temporaire de déchets préalablement à des opérations autres que l'élimination de leurs propres déchets non dangereux sur le lieu de production ou autre que la valorisation des déchets sont soumises exclusivement à permis d'environnement, conformément au décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et ses mesures d'exécution.
Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor afvalverbrandings- en meeverbrandingsinstallaties
Section 2. - Dispositions particulières aux installations d'incinération et de coincinération de déchets
Art.78. § 1. De milieuvergunning voor een ingedeelde afvalverbrandings- of meeverbrandingsinstallatie met terugwinning van energie wordt slechts verleend indien deze terugwinning een hoge energie-efficiëntie heeft.
  Met betrekking tot de ingedeelde verbrandingsinstallaties waarvan de hoofdactiviteit bestaat in de verwerking van vast stedelijk afval, wordt de energie-efficiëntie als hoog gekwalificeerd wanneer de ingedeelde installatie voldoet aan de voorwaarden van bijlage 2, R 1, zoals vastgesteld in het kader van de op het niveau van de Europese Unie aangenomen bepalingen.
  § 2. De Regering kan voor andere ingedeelde afvalverbrandings- of meeverbrandingsinstallaties met terugwinning van energie de criteria voor hun energie-efficiëntie vaststellen.
Art.78. § 1er. Le permis d'environnement relatif à une installation classée d'incinération ou de coincinération de déchets avec valorisation énergétique est accordé uniquement si cette valorisation présente une efficacité énergétique élevée.
  En ce qui concerne les installations classées d'incinération dont l'activité principale consiste à traiter les déchets municipaux solides, l'efficacité énergétique est qualifiée d'élevée lorsque l'installation classée respecte les conditions de l'annexe 2, R 1, telles qu'arrêtées dans le cadre des dispositions prises au niveau de l'Union européenne.
  § 2. Le Gouvernement peut, pour les autres installations classées d'incinération ou de coincinération de déchets avec valorisation énergétique, déterminer les critères de leur efficacité énergétique.
Afdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor centra voor technische ingraving
Section 3. - Dispositions particulières aux centres d'enfouissement technique
Art.79. § 1. Overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning deelt de Regering de stortplaatsen in op basis van de oorsprong en de kenmerken van de afvalstoffen.
  Zij kan verschillende categorieën of subcategorieën van stortplaatsen vaststellen naar gelang van het soort of de soorten afvalstoffen die worden aanvaard.
  § 2. De ligging en de exploitatie van andere centra voor technische ingraving dan die welke uitsluitend bestemd zijn voor het gebruik van een eerste producent van afvalstoffen, zijn een opdracht van openbare dienst.
  § 3. Onverminderd de bijzondere toegangsvoorwaarden, met name de financiële voorwaarden, die worden toegekend aan de gemeenten die lid zijn van een vereniging van gemeenten, moeten alle exploitanten van kunstmatige stortplaatsen ervoor zorgen dat de gebruikers gelijke toegang hebben tot de door hen geëxploiteerde kunstmatige stortplaatsen.
  § 4. Onverminderd het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen ervan, houdt een exploitant die meerdere technische centra voor technische ingraving beheert, een analytische boekhouding bij aan de hand waarvan elke door hem geëxploiteerde technische stortplaats kan worden onderscheiden en die voor elke technische stortplaats de bij of krachtens artikel 72 van dit decreet vereiste gegevens bevat.
Art.79. § 1er. Conformément au décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, le Gouvernement classe les centres d'enfouissement technique en fonction de l'origine et des caractéristiques des déchets.
  Il peut déterminer plusieurs catégories ou sous-catégories de centres d'enfouissement technique en fonction du ou des types de déchets admis.
  § 2. L'implantation et l'exploitation des centres d'enfouissement technique autres que destinés à l'usage exclusif d'un producteur initial de déchets sont une mission de service public.
  § 3. Sans préjudice des conditions particulières d'accès, notamment financières, accordées aux communes adhérant à une association de communes, tous les exploitants de centres d'enfouissement technique assurent l'égalité des utilisateurs dans l'accès aux centres d'enfouissement technique qu'ils exploitent.
  § 4. Sans préjudice du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et ses mesures d'exécution, si un exploitant gère plusieurs centres d'enfouissement technique, il tient une comptabilité analytique permettant de distinguer chaque centre d'enfouissement technique qu'il exploite et reprenant, pour chaque centre d'enfouissement technique, les informations demandées par ou en vertu de l'article 72 du présent décret.
Art.80. Na gunstige instemming van de Regering, eventueel onder voorwaarden, kunnen de publiekrechtelijke rechtspersoon of rechtspersonen die een centrum voor technische ingraving willen exploiteren of de SPAQuE de onroerende goederen die nodig zijn voor de aanleg van het centrum voor technische ingraving om redenen van algemeen belang onteigenen.
Art.80. Sur avis conforme favorable du Gouvernement, le cas échéant sous conditions, la ou les personnes morales de droit public souhaitant exploiter un centre d'enfouissement technique ou la SPAQuE peuvent procéder à l'expropriation pour cause d'utilité publique des biens immeubles nécessaires à l'implantation du centre d'enfouissement technique.
Afdeling 4. - Bijzondere bepalingen voor installaties voor het beheer van winningsafval
Section 4. - Dispositions particulières aux installations de gestion des déchets d'extraction
Art.81. Een milieuvergunning voor een onder het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen daarvan vallende installatie voor het beheer van winningsafval wordt alleen afgegeven als de bevoegde autoriteit ervan overtuigd is dat het beheer van het afval niet rechtstreeks in strijd is met het Waalse afval- en grondstoffenplan of de uitvoering daarvan anderszins belemmert.
Art.81. Un permis d'environnement pour une installation de gestion de déchets d'extraction visée par le décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et ses mesures d'exécution est délivré uniquement si l'autorité compétente a l'assurance que la gestion des déchets n'entre pas directement en conflit ou n'interfère pas d'une autre manière avec la mise en oeuvre du plan wallon des déchets-ressources.
HOOFDSTUK 6. - Erkenningen en registraties
CHAPITRE 6. - Agréments et enregistrements
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1. - Dispositions générales
Art.82. § 1. Onverminderd, in voorkomend geval, de artikelen 76 en 77, is de uitoefening van bepaalde soorten activiteiten met betrekking tot afvalstoffen onderworpen aan een erkenning of registratie overeenkomstig dit hoofdstuk en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
  De in het eerste lid bedoelde soorten activiteiten in verband met afvalstoffen worden vastgesteld bij en overeenkomstig dit hoofdstuk.
  § 2. Voor elke soort afvalactiviteit die bij en krachtens dit hoofdstuk aan een erkenning of registratie is onderworpen, kan de Regering de specifieke voorwaarden voor de uitoefening van die soort activiteit vaststellen op basis van de vergunningen waarin dit decreet voorziet.
  Wanneer de Regering specifieke voorwaarden vaststelt, wijzigt of aanvult, vermeldt zij de termijn waarbinnen de nieuwe voorwaarden van toepassing zullen zijn op bestaande activiteiten. Bij gebreke daarvan zijn de nieuwe voorwaarden, zodra zij in werking treden, van toepassing op activiteiten die vóór die inwerkingtreding zijn goedgekeurd of geregistreerd.
Art.82. § 1er. Sans préjudice le cas échéant des articles 76 et 77, l'exercice de certains types d'activités en matière de déchets est soumis à agrément ou à enregistrement conformément au présent chapitre et ses mesures d'exécution.
  Les types d'activités en matière de déchets visées à l'alinéa 1er sont déterminés par et en vertu du présent chapitre.
  § 2. Pour chaque type d'activité en matière de déchets soumis à agrément ou à enregistrement par et en vertu du présent chapitre, le Gouvernement peut arrêter les conditions spécifiques d'exercice dudit type d'activité sur la base des habilitations prévues par le présent décret.
  Lorsque le Gouvernement arrête, modifie ou complète des conditions spécifiques, il précise le délai dans lequel les nouvelles conditions s'appliquent aux activités existantes. A défaut de précision, les nouvelles conditions s'appliquent dès leur entrée en vigueur aux activités agréées ou enregistrées antérieurement à ladite entrée en vigueur.
Art.83. § 1. Niemand mag een type afvalactiviteit verrichten waarvoor bij en krachtens dit hoofdstuk een erkenning of registratie vereist is, zonder eerst over een uitvoerbare erkenning of registratie voor het betrokken type activiteit te beschikken
  § 2. Elke persoon die bij en krachtens dit hoofdstuk is erkend of geregistreerd, meldt aan de bevoegde autoriteit onverwijld:
  1° elk ongeval of incident dat de in artikel 32 bedoelde belangen kan schaden;
  2° elke wijziging van de essentiële gegevens in het aanvraagdossier sinds de afgifte van de erkenning of registratie, met inbegrip van de stopzetting van de activiteit.
  § 3. Elke bij en krachtens dit hoofdstuk afgegeven erkenning of registratie is niet overdraagbaar.
  § 4. Alle akten, facturen, publicaties, brieven, bestelbonnen en andere documenten die door elke persoon die bij en krachtens dit hoofdstuk is erkend of geregistreerd, worden afgegeven bij de uitoefening van de soorten afvalactiviteiten die bij en krachtens dit hoofdstuk zijn erkend of geregistreerd, bevatten een verwijzing naar zijn erkenning of registratie, alsmede de datum waarop deze is verleend en de vervaldatum ervan.
Art.83. § 1er. Nul ne peut exercer un type d'activité en matière de déchets soumis à agrément ou à enregistrement par et en vertu du présent chapitre sans être préalablement titulaire de l'agrément ou de l'enregistrement exécutoire pour le type d'activité concerné.
  § 2. Toute personne agréée ou enregistrée par et en vertu du présent chapitre signale sans délai à l'autorité compétente :
  1° tout accident ou incident de nature à porter préjudice aux intérêts visés à l'article 32;
  2° tout changement d'une des données essentielles figurant dans le dossier de demande intervenu depuis la délivrance de l'agrément ou de l'enregistrement, y compris la cessation d'activité.
  § 3. Tout agrément ou enregistrement délivré par et en vertu du présent chapitre est incessible.
  § 4. Tous les actes, factures, publications, lettres, notes de commandes et autres documents émis dans l'exercice des types d'activités en matière de déchets soumis à agrément ou à enregistrement par et en vertu du présent chapitre, émanant de toute personne agréée ou enregistrée par et en vertu du présent chapitre, contiennent la mention de son agrément ou de son enregistrement, ainsi que sa date d'octroi et sa date d'expiration.
Art.84. Tenzij anders bepaald of specifiek voorzien in dit hoofdstuk of de uitvoeringsmaatregelen ervan, wordt elke goedkeuring of registratie bedoeld in en krachtens dit hoofdstuk verleend voor een periode van ten hoogste vijf jaar.
  Voor elk type afvalactiviteit dat bij en krachtens dit hoofdstuk aan goedkeuring of registratie is onderworpen, kan de Regering een kortere maximumtermijn vaststellen.
Art.84. Sauf disposition contraire ou particulière dans le présent chapitre ou ses mesures d'exécution, tout agrément ou enregistrement visé par et en vertu du présent chapitre est octroyé pour une durée maximale de cinq ans.
  Pour chaque type d'activité en matière de déchets soumis à agrément ou à enregistrement par et en vertu du présent chapitre, le Gouvernement peut fixer une durée maximale inférieure.
Art.85. § 1. Tenzij in dit decreet anders is bepaald of specifiek is bepaald, wijst de Regering voor elk type afvalactiviteit dat bij en krachtens dit hoofdstuk aan een erkenning of registratie is onderworpen, de autoriteit van afgifte in eerste instantie en de bevoegde instantie in administratief beroep aan.
  De autoriteit van afgifte in eerste instantie kan dezelfde zijn voor erkenning en registratie.
  De autoriteit die bevoegd is voor administratieve beroepen kan dezelfde zijn voor erkenning en registratie.
  § 2. Teneinde na te gaan of een persoon die een goedkeuring of registratie aanvraagt bij en krachtens dit hoofdstuk van dien aard is dat een adequate bescherming van het milieu is gewaarborgd, in alle of een deel van de specifieke voorwaarden die door de Regering zijn vastgesteld voor de soorten afvalactiviteiten die onderworpen zijn aan goedkeuring of registratie bij en krachtens dit hoofdstuk, kan de Regering eisen dat:
  1° elke natuurlijke persoon, elke rechtspersoon en elke persoon met de wettelijke bevoegdheid om een rechtspersoon te vertegenwoordigen die de betrokken erkenning of registratie aanvraagt, gedurende ten minste tien jaar niet zijn veroordeeld op grond van een definitieve rechterlijke beslissing of een definitieve administratieve beslissing waarbij een of meerdere administratieve sancties zijn opgelegd, en op het ogenblik van de indiening van de aanvraag niet nog onderworpen zijn aan een verbods- of ontzeggingsmaatregel die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het soort afvalactiviteit waarop de erkennings- of registratieaanvraag betrekking heeft;
  2° de houder van de betrokken erkenning of registratie is gedurende de volledige looptijd van zijn bij en krachtens dit hoofdstuk verleende erkenning of registratie met betrekking tot afvalstoffen niet bij een definitieve rechterlijke beslissing of bij een definitieve administratieve beslissing waarbij een of meerdere administratieve sancties zijn opgelegd, veroordeeld voor ten minste één overtreding van de regionale of federale wet- en regelgeving betreffende afvalstoffen of van enige andere wet- en regelgeving van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte met betrekking tot afvalstoffen.
Art.85. § 1er. Sauf disposition contraire ou particulière dans le présent décret, pour chaque type d'activités en matière de déchets soumis à agrément ou à enregistrement par et en vertu du présent chapitre, le Gouvernement désigne l'autorité délivrante en première instance et l'autorité compétente sur recours administratif.
  L'autorité délivrante en première instance peut être la même en matière d'agrément et d'enregistrement.
  L'autorité compétente sur recours administratif peut être la même en matière d'agrément et d'enregistrement.
  § 2. Afin de vérifier que toute personne sollicitant un agrément ou un enregistrement par et en vertu du présent chapitre dispose d'une moralité de nature à assurer une protection adéquate de l'environnement, dans toutes ou certaines des conditions spécifiques arrêtées par le Gouvernement pour les types d'activités en matière de déchets soumis à agrément ou à enregistrement par et en vertu du présent chapitre, le Gouvernement peut imposer que :
  1° toute personne physique, toute personne morale et toute personne ayant le pouvoir légal de représenter une personne morale sollicitant l'agrément ou l'enregistrement concerné, n'aient pas encouru de condamnation depuis au moins dix ans, en raison d'une décision judiciaire coulée en force de chose jugée ou d'une décision administrative définitive imposant une ou plusieurs sanctions administratives, et ne soient pas, lors de l'introduction de la demande, encore sous le coup d'une mesure d'interdiction ou de déchéance portant en totalité ou en partie, sur le type d'activité en matière de déchets qui fait l'objet de la demande d'agrément ou d'enregistrement;
  2° tout titulaire de l'agrément concerné ou de l'enregistrement concerné n'encoure pas, durant toute la durée de son agrément ou de son enregistrement en matière de déchet délivré par et en vertu du présent chapitre, une condamnation, par une décision judiciaire coulée en force de chose jugée ou par une décision administrative définitive imposant une ou plusieurs sanctions administratives, pour au moins une infraction aux législations et réglementations régionales, fédérales en matière de déchets ou toute autre législation et réglementation d'un Etat membre de l'Union européenne ou de l'Espace Economique Européen en matière de déchets.
Art.86. § 1. Onverminderd artikel D.198 van boek I van het Milieuwetboek, kan de autoriteit van afgifte in eerste instantie ter zake van erkenning of die ter zake van registratie te allen tijde de in eerste aanleg of in administratief beroep verleende erkenning, bedoeld bij en krachtens dit hoofdstuk, voor ten hoogste zes maanden schorsen of intrekken, alsmede de door de instantie van afgifte, bedoeld bij en krachtens dit hoofdstuk, verleende registratie voor ten hoogste zes maanden schorsen of intrekken, indien de houder van de erkenning of registratie:
  1° zich niet of niet langer houdt aan de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan, in het bijzonder :
  a) de specifieke voorwaarden die door de Regering zijn vastgesteld voor het soort afvalactiviteiten waarvoor de erkenning geldt en de eventuele aanvullende voorwaarden die door de autoriteit van afgifte in eerste instantie of door de bevoegde instantie in administratief beroep van toepassing zijn op de erkenning van die houder; of
  b) de specifieke voorwaarden die door de Regering zijn vastgesteld voor het soort afvalactiviteiten die aan registratie zijn onderworpen en die van toepassing zijn op de registratie van genoemde houder;
  2° diensten verricht voor ten minste één ander type afvalactiviteit waarvoor een erkenning of registratie is vereist dan waarvoor hij is erkend of geregistreerd;
  3° diensten verleent van onvoldoende kwaliteit;
  4° in voorkomend geval, niet voldoet of niet meer voldoet aan de verplichtingen die op hem van toepassing zijn krachtens het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen.
  § 2. Behoudens in geval van bijzonder gemotiveerde noodzakelijkheid, wordt elke beslissing tot schorsing van een erkenning of registratie genomen nadat de houder van de betrokken erkenning of registratie in de gelegenheid is gesteld om binnen een termijn van ten minste vijftien dagen zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk kenbaar te maken.
  Elke beslissing tot intrekking van de erkenning of tot doorhaling van de registratie wordt genomen nadat de houder van de betrokken erkenning of registratie in de gelegenheid is gesteld om binnen een termijn van ten minste vijftien dagen zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk kenbaar te maken.
  § 3. Elke beslissing tot schorsing, intrekking of doorhaling van een erkenning of registratie wordt aan de houder van de erkenning of registratie meegedeeld.
Art.86. § 1er. Sans préjudice de l'article D.198 du Livre Ier du Code de l'Environnement, l'autorité délivrante en première instance en matière d'agrément ou celle en matière d'enregistrement peut, à tout moment, suspendre pour une durée maximale de six mois ou retirer l'agrément délivré en première instance ou sur recours administratif visé par et en vertu du présent chapitre ainsi que suspendre pour une durée maximale de six mois ou radier l'enregistrement délivré par l'autorité délivrante visé par et en vertu du présent chapitre, si le titulaire de l'agrément ou de l'enregistrement :
  1° ne remplit pas ou ne remplit plus les dispositions du présent décret et ses mesures d'exécution, notamment :
  les conditions spécifiques arrêtées par le Gouvernement pour le type d'activités en matière de déchets soumis à agrément et les éventuelles conditions supplémentaires décidées par l'autorité délivrante en première instance ou par l'autorité compétente sur recours administratif applicables à l'agrément dudit titulaire; ou;
  les conditions spécifiques arrêtées par le Gouvernement pour le type d'activités en matière de déchets soumis à enregistrement applicables à l'enregistrement dudit titulaire;
  2° fournit des prestations pour au moins un type d'activités en matière de déchets soumis à agrément ou à enregistrement autre que celui pour lequel il est agréé ou enregistré;
  3° fournit des prestations qui sont d'une qualité insuffisante;
  4° le cas échéant, ne remplit pas ou ne remplit plus les obligations qui lui sont applicables en vertu du décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes et ses mesures d'exécution.
  § 2. Sauf en cas d'urgence spécialement motivée, toute décision de suspension de l'agrément ou de l'enregistrement est prise après avoir donné, au titulaire de l'agrément ou de l'enregistrement concerné, la possibilité d'adresser dans un délai minimum de quinze jours ses observations oralement ou par écrit.
  Toute décision de retrait de l'agrément ou de radiation de l'enregistrement est prise après avoir donné, au titulaire de l'agrément ou de l'enregistrement concerné, la possibilité d'adresser dans un délai minimum de quinze jours ses observations oralement ou par écrit.
  § 3. Tout décision de suspension, de retrait ou de radiation est envoyée au titulaire de l'agrément ou de l'enregistrement.
Art.87. Teneinde de erkende personen en de krachtens deze titel geregistreerde personen te kunnen identificeren en het contact met hen door andere actoren in de afvalbeheerketen te vergemakkelijken, publiceren de autoriteit van afgifte in eerste instantie inzake erkenning en de autoriteit van afgifte in eerste instantie inzake registratie op ten minste één website in het Waalse Gewest de lijst van erkende personen en de afvalactiviteiten waarvoor zij zijn erkend, alsook de lijst van geregistreerde personen en de afvalactiviteiten waarvoor zij zijn geregistreerd, en werken zij deze lijsten bij.
  Deze lijsten kunnen de volgende informatie bevatten: 1° in het geval van :
  een natuurlijke persoon: voor- en achternaam, adres van zijn onderneming en, facultatief voor de houder van de erkenning of registratie, telefoonnummer, e-mailadres, telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst;
  een rechtspersoon: zijn naam of handelsnaam, het adres van zijn maatschappelijke zetel en, facultatief voor de houder van de erkenning of registratie, zijn telefoonnummer, zijn elektronisch adres, het telefoonnummer en het elektronisch adres van een andere contactpersoon of -dienst;
  2° in voorkomend geval, het inschrijvingsnummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen van de erkende of geregistreerde persoon of, bij ontstentenis daarvan, zijn identificatienummer bij elk ander gelijkaardig handels- of handelsregister, in voorkomend geval uitgegeven krachtens buitenlandse wetgeving of reglementering;
  3° het identificatienummer of de administratieve referentie van de erkenning of registratie;
  4° de vervaldatum van de erkenning of registratie;
  5° in voorkomend geval, en als keuzemogelijkheid voor de houder van de betrokken erkenning of registratie, het adres van zijn website;
  6° de beslissing tot schorsing van de erkenning of registratie, met inbegrip van de vervaldatum van de schorsing;
  7° De beslissing tot intrekking van de erkenning of de beslissing tot doorhaling van de erkenning.
Art.87. Afin de permettre l'identification des personnes agréées et des personnes enregistrées en vertu du présent titre et de faciliter la prise de contact de ceux-ci par d'autres acteurs de la chaîne de gestion de déchets, l'autorité délivrante en première instance en matière d'agrément et celle en matière d'enregistrement publient et mettent à jour sur au moins un site internet de la Région wallonne la liste des personnes agréées et des activités en matière de déchets pour lesquelles elles sont agréées ainsi que la liste des personnes enregistrées et des activités en matière de déchets pour lesquelles elles sont enregistrées.
  Lesdites listes peuvent inclure les informations suivantes : 1° s'il s'agit :
  d'une personne physique : ses prénom et nom, l'adresse de son entreprise, ainsi que, de manière optionnelle pour le titulaire de l'agrément ou de l'enregistrement, son numéro de téléphone, son adresse électronique, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact;
  d'une personne morale : sa dénomination ou sa raison sociale, l'adresse de son siège social ainsi que, de manière optionnelle pour le titulaire de l'agrément ou de l'enregistrement, son numéro de téléphone, son adresse électronique, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact;
  2° le cas échéant, le numéro d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises de la personne agréée ou enregistrée ou, à défaut, son numéro d'identification à tout autre registre de commerce ou des métiers similaire, le cas échéant délivré en vertu d'une législation ou d'une réglementation étrangère;
  3° le numéro d'identification ou la référence administrative de l'agrément ou de l'enregistrement;
  4° la date d'expiration de l'agrément ou de l'enregistrement;
  5° le cas échéant, et de manière optionnelle pour le titulaire de l'agrément ou de l'enregistrement concerné, l'adresse de son site internet;
  6° la décision de suspension de l'agrément ou de l'enregistrement, y compris la date d'expiration de ladite suspension;
  7° la décision de retrait de l'agrément ou la décision de radiation de l'enregistrement.
Art.88. De Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder houders van een erkenning, registratie of andere administratieve handeling met gelijkwaardige individuele draagwijdte, afgegeven in een ander Gewest of in een andere Lidstaat van de Europese Unie worden erkend of geregistreerd voor de uitoefening van dezelfde afvalgerelateerde activiteit als die welke onderworpen is aan erkenning of registratie in het Waalse Gewest, en waarvan de gelijkwaardigheid is vastgesteld, van rechtswege of volgens een door de Regering bepaalde vereenvoudigde procedure .
Art.88. Le Gouvernement peut fixer des conditions auxquelles sont agréés ou enregistrés de plein droit ou selon une procédure simplifiée arrêtée par le Gouvernement, les titulaires d'un agrément, d'un enregistrement ou d'un autre acte administratif à portée individuelle équivalent délivré dans une autre Région ou dans un autre Etat membre de l'Union européenne pour l'exercice de la même activité en matière de déchets que celle soumise à agrément ou à enregistrement en Région wallonne et dont l'équivalence a été établie.
Art.89. § 1. Behoudens andersluidende of specifieke bepalingen in dit hoofdstuk of in de uitvoeringsmaatregelen ervan, verloopt elke verzending bedoeld bij en krachtens dit hoofdstuk via een van de volgende twee communicatiemiddelen:
  1° hetzij op papier :
  bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst;
  via elke gelijksoortige formule die de verzend- en ontvangstdatum van de akte waarborgen, ongeacht de dienst die de gebruikte post verdeelt ;
  via neerlegging tegen ontvangstbewijs.
  2° hetzij elektronisch via:
  een gewaarmerkte elektronische handtekening;
  een met de hand ondertekende digitale kopie van de administratieve handeling of van elke andere informatie die in het kader van de administratieve verwerking wordt meegedeeld.
  Wat het eerste lid, 1°, b) en 2°, kan de Regering de lijst van de procédés of de modaliteiten bepalen die volgens haar een vaste datum aan de verzending en de ontvangst kunnen geven.
  § 2. Voor elk type afvalactiviteit dat onderworpen is aan erkenning of registratie door en krachtens dit hoofdstuk, of voor sommige ervan die zij bepaalt, kan de Regering één of meerdere overeenstemmende formulieren voor erkenning of registratie vaststellen.
  Dat overeenstemmend formulier of die overeenstemmende formulieren kunnen met name het volgende bepalen:
  1° een algemeen gedeelte dat gemeenschappelijk is voor alle soorten aan erkenning onderworpen afvalactiviteiten;
  2° een algemeen gedeelte dat gemeenschappelijk is voor alle soorten aan registratie onderworpen afvalactiviteiten;
  3° een specifiek deel voor het type afvalactiviteit waarvoor een erkenning of registratie vereist is.
  § 3. Tenzij anders bepaald of specifiek bepaald in dit hoofdstuk of de uitvoeringsmaatregelen ervan, wordt elk overeenstemmend formulier dat door de Regering wordt vastgesteld, aan de bevoegde autoriteit bezorgd via een van de communicatiemiddelen, vermeld in paragraaf 1.
Art.89. § 1er. Sauf disposition contraire ou particulière dans le présent chapitre ou ses mesures d'exécution, tout envoi visé par et en vertu du présent chapitre est exécuté selon l'un des deux modes de communication suivants :
  1° soit la voie papier par :
  lettre recommandée à la poste avec accusé de réception;
  recours à toute formule similaire permettant de donner date certaine à l'envoi et à la réception de l'acte, quel que soit le service de distribution du courrier utilisé; ou;
  par dépôt contre récépissé;
  2° soit la voie électronique par :
  signature électronique authentifiée;
  copie numérique de l'acte administratif ou de toute autre information communiquée dans le cadre du traitement administratif signé manuellement.
  Concernant l'alinéa 1er, 1°, b), et 2°, le Gouvernement peut déterminer les procédés ou les modalités qu'il reconnaît comme permettant de donner une date certaine à l'envoi et à la réception.
  § 2. Pour chaque type d'activités en matière de déchets soumis à agrément ou à enregistrement par et en vertu du présent chapitre ou pour certains d'entre eux qu'il détermine, le Gouvernement peut arrêter un ou plusieurs formulaires conformes d'agrément ou d'enregistrement.
  Ledit ou lesdits formulaires conformes peuvent notamment déterminer :
  1° une partie générale commune à tous les types d'activités en matière de déchets soumis à agrément;
  2° une partie générale commune à tous les types d'activités en matière de déchets soumis à enregistrement;
  3° une partie spécifique dédiée au type d'activité en matière de déchets soumis à agrément ou à enregistrement.
  § 3. Sauf disposition contraire ou particulière dans le présent chapitre ou ses mesures d'exécution, tout formulaire conforme arrêté par le Gouvernement est envoyé à l'autorité compétente selon l'un des modes de communication visé au paragraphe 1er.
Art.90. § 1. Met betrekking tot de berekening van de termijnen:
  1° is de dag van verzending of ontvangst die het beginpunt van een termijn is, niet in die termijn begrepen;
  2° is de dag waarop een termijn verstrijkt, in de termijn begrepen..
  In afwijking van lid 1, 2° wordt, wanneer de dag waarop een termijn verstrijkt een zaterdag, een zondag of een feestdag is, de dag waarop de termijn verstrijkt, verschoven naar de eerstvolgende werkdag.
  § 2. Alle in dit hoofdstuk bedoelde termijnen worden van rechtswege opgeschort tussen 16 juli en 15 augustus en tussen 24 december en 1 januari.
  In geval van schorsing van de in het eerste lid bedoelde termijnen worden de termijnen voor verzending en vervaldag verlengd met de duur van de schorsing of verlenging.
Art.90. § 1er. Concernant le calcul des délais :
  1° le jour de l'envoi ou de la réception qui est le point de départ d'un délai n'est pas compris dans ce délai;
  2° le jour de l'échéance d'un délai est compris dans celui-ci.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 2°, lorsque le jour de l'échéance d'un délai est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au jour ouvrable suivant.
  § 2. Tous les délais visés dans le présent chapitre sont suspendus de plein droit du 16 juillet au 15 août et du 24 décembre au 1er janvier.
  En cas de suspension de délai visée à l'alinéa 1er, les délais d'envoi et d'échéance sont prorogés de la durée de la suspension ou de la prolongation.
Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de erkenningen
Section 2. - Dispositions relatives aux agréments
Onderafdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voor alle erkenningen
Sous-section 1. - Dispositions communes à tous les agréments
Art.91. § 1. Alle goedkeuringsaanvragen moeten ondertekend zijn en de volgende informatie bevatten:
  1° indien de aanvrager:
  een natuurlijke persoon is : zijn voor- en achternaam, geboortedatum, bedrijfsadres, telefoonnummer en e-mailadres en, facultatief voor de aanvrager, het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst;
  een rechtspersoon is:
  zijn naam of bedrijfsnaam, het adres van zijn statutaire zetel, zijn telefoonnummer en e-mailadres en, facultatief voor de aanvrager, het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst; en;
  de voornaam, de familienaam en de functie van de persoon die door de betrokken rechtspersoon gemachtigd is om het verzoek in te dienen;
  2° in voorkomend geval, het inschrijvingsnummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen van aanvrager of, bij ontstentenis daarvan, zijn identificatienummer bij elk ander gelijkaardig handels- of handelsregister, in voorkomend geval uitgegeven krachtens buitenlandse wetgeving of reglementering
  § 2. Onverminderd de artikelen 208 en 209, kan de Regering voor elk type activiteit dat aan erkenning door en krachtens dit hoofdstuk is onderworpen, de inhoud van de aanvraag tot erkenning aanvullen, die het mogelijk moet maken de aanvrager van de erkenning te identificeren en, in voorkomend geval, zijn technische, financiële of menselijke middelen en de naleving van artikel 32 of artikel 85, § 2, 1°, te beoordelen.
  Te dien einde kan de Regering de inhoud van de in § 1 bedoelde erkenningsaanvraag aanvullen met alle of enkele van de volgende gegevens :
  de technische middelen waarover de aanvrager beschikt, met name de uitrusting waarover hij beschikt voor het verrichten van het soort activiteit waarvoor een erkenning vereist is en waarop de erkenningsaanvraag betrekking heeft;
  de financiële middelen waarover de aanvrager beschikt, met name het bewijs van verzekering ter dekking van de wettelijke aansprakelijkheid voor het soort activiteit waarvoor een erkenning wordt aangevraagd of, bij ontstentenis daarvan, een formele verbintenis om een dergelijke verzekering af te sluiten voordat het soort activiteit waarvoor een erkenning wordt aangevraagd, wordt uitgevoerd
  de personele middelen waarover de aanvrager beschikt, namelijk :
  het aantal personeelsleden waarover de aanvrager beschikt om het soort activiteiten uit te oefenen waarvoor een erkenning vereist is en waarop de erkenningsaanvraag betrekking heeft;
  het bewijs dat de aanvrager of bepaalde van zijn personeelsleden in het bezit zijn van bepaalde diploma's, certificaten of andere beroepsattesten die zij vaststelt;
  de aard van de soort(en) afvalstoffen waarop de erkenningsaanvraag betrekking heeft of kan hebben;
  de hoeveelheid van de soort(en) afvalstoffen waarop de erkenningsaanvraag betrekking heeft of kan hebben;
  de plaats(en) van bestemming van de afvalsoort(en) waarop het verzoek om goedkeuring betrekking heeft of kan hebben;
  de maatregelen ter voorkoming van gevaar voor de gezondheid van de mens en schade aan het milieu;
  indien zij het bezit van een milieuvergunning of een aangifte van een inrichting van klasse 3 als voorwaarde stelt voor het verlenen van de erkenning, het identificatienummer of het administratieve kenmerk van de betrokken milieuvergunning of aangifte van een inrichting van klasse 3 of, bij ontstentenis daarvan, een afschrift van die vergunning of aangifte;
  een uittreksel uit het strafregister dat minder dan zes maanden oud is overeenkomstig het model bedoeld in artikel 596, lid 1, van het Wetboek van Strafvordering en de uitvoeringsbepalingen daarvan.
  § 3. Teneinde de aanvrager van de erkenning te identificeren en, in voorkomend geval, zijn technische, financiële of menselijke middelen en de naleving van artikel 32 of van artikel 85, § 2, 1°, te beoordelen, kan de Regering de inhoud van de aanvraag tot erkenning bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in voorkomend geval aangevuld krachtens het tweede lid van dit artikel, nader bepalen. Zij kan eveneens bepalen hoeveel exemplaren van de erkenningsaanvraag moeten worden overgelegd wanneer de aanvraag op papier wordt verzonden.
  § 4. Onverminderd de specifieke bepalingen met betrekking tot het uitbrengen van adviezen in dit hoofdstuk, kan de Regering een of meerdere bevoegde instanties of autoriteiten aanwijzen die belast zijn met het uitbrengen van een advies in het kader van de administratieve procedures met betrekking tot erkenningen waarin bij of krachtens dit hoofdstuk is voorzien.
  Binnen dit kader kan de Regering voor elke door haar aangewezen instantie of bevoegde autoriteit die met het uitbrengen van advies is belast, bepalen of deze instantie of bevoegde autoriteit haar advies ambtshalve uitbrengt dan wel alleen op verzoek van de autoriteit van afgifte in eerste instantie of van de autoriteit die bevoegd is voor administratieve beroepen.
Art.91. § 1er. Toute demande d'agrément est signée et comprend les informations suivantes :
  1° si le demandeur est :
  une personne physique : ses prénom et nom, sa date de naissance, l'adresse de son entreprise, son numéro de téléphone et son adresse électronique ainsi que, de manière optionnelle pour le demandeur, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact;
  une personne morale :
  sa dénomination ou sa raison sociale, l'adresse de son siège social, son numéro de téléphone et son adresse électronique ainsi que, de manière optionnelle pour le demandeur, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact; et;
  les prénom, nom et qualité de la personne mandatée par la personne morale concernée pour introduire la demande;
  2° le cas échéant, le numéro d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises du demandeur ou, à défaut, son numéro d'identification à tout autre registre de commerce ou des métiers similaire, le cas échéant délivré en vertu d'une législation ou d'une réglementation étrangère.
  § 2. Sans préjudice des articles 208 et 209, pour chaque type d'activités soumis à agrément par et en vertu du présent chapitre, le Gouvernement peut compléter le contenu de la demande d'agrément, qui doit permettre d'identifier le demandeur d'agrément et le cas échéant d'évaluer ses moyens techniques, financiers ou humains ainsi que le respect de l'article 32 ou de l'article 85, § 2, 1°.
  Pour ce faire, le Gouvernement peut compléter le contenu de la demande d'agrément visé au paragraphe 1er de toutes ou de certaines des informations suivantes :
  les moyens techniques dont dispose le demandeur, notamment le matériel dont dispose le demandeur pour exercer le type d'activités soumis à agrément et visé par la demande d'agrément;
  les moyens financiers dont dispose le demandeur, notamment la preuve de la souscription à une assurance couvrant la responsabilité civile résultant du type d'activités pour lequel l'agrément est demandé ou, à défaut, l'engagement formel à souscrire à une telle assurance préalablement à l'exercice du type d'activités pour lequel l'agrément est demandé;
  les moyens humains dont dispose le demandeur, à savoir :
  le nombre de ressources humaines dont dispose le demandeur pour exercer le type d'activités soumis à agrément et visé par la demande d'agrément;
  la preuve de la titularité du demandeur ou de certaines de ses ressources humaines, de certains diplômes, de certains certificats ou de tout autre attestation professionnelle qu'il détermine;
  la nature du ou des types de déchets concernés ou susceptibles d'être concernés par la demande d'agrément;
  la quantité du ou des types de déchets concernés ou susceptibles d'être concernés par la demande d'agrément;
  le ou les lieux de destination du ou des types de déchets concernés ou susceptibles d'être concernés par la demande d'agrément;
  les mesures destinées à éviter tout danger pour la santé de l'homme et tout préjudice pour l'environnement;
  s'il érige la détention d'un permis d'environnement ou d'une déclaration d'établissement de classe 3 en condition d'octroi de l'agrément, le numéro d'identification ou la référence administrative du permis d'environnement ou de la déclaration d'établissement de classe 3 concerné ou, à défaut, la copie dudit permis ou de ladite déclaration;
  un extrait de casier judiciaire datant de moins de six mois selon le modèle visé à l'article 596, alinéa 1er, du Code d'instruction criminelle et ses mesures d'exécution.
  § 3. Afin de permettre d'identifier le demandeur d'agrément et le cas échéant d'évaluer ses moyens techniques, financiers ou humains ainsi que le respect de l'article 32 ou de l'article 85, § 2, 1°, le Gouvernement peut préciser le contenu de la demande d'agrément visé au paragraphe 1er du présent article, le cas échéant tel que complété en vertu du paragraphe 2 dudit article. Il peut également fixer le nombre d'exemplaires de la demande d'agrément à introduire lorsque ladite demande est envoyée par voie papier.
  § 4. Sans préjudice de dispositions particulières en matière de remise d'avis dans le présent chapitre, le Gouvernement peut désigner une ou plusieurs instances ou autorités compétentes chargées de remettre un avis dans le cadre des procédures administratives en matière d'agrément prévues par ou en vertu du présent chapitre.
  Dans ce cadre, le Gouvernement peut, pour chaque instance ou autorité compétente de remise d'avis qu'il désigne, déterminer si ladite instance ou ladite autorité compétente rend son avis d'office ou uniquement sur demande de l'autorité délivrante en première instance ou de l'autorité compétente sur recours administratif.
Art.92. § 1. Elke erkenningsaanvraag wordt in eerste aanleg naar de instantie van afgifte gestuurd.
  § 2. De autoriteit van afgifte in eerste instantie bezorgt de aanvrager van de erkenning binnen een termijn van tien dagen een ontvangstbewijs van zijn aanvraag:
  1° per gewone post indien de aanvraag op papier werd ingediend;
  2° per niet-gewaarmerkte e-mail of niet-gewaarmerkt bericht als de aanvraag elektronisch werd ingediend.
  § 3. De autoriteit van afgifte in eerste instantie richt haar beslissing over de volledigheid en ontvankelijkheid van de erkenningsaanvraag binnen dertig dagen te rekenen van de dag van ontvangst van de erkenningsaanvraag.
  § 4. Als de erkenningsaanvraag onvolledig is, stuurt de autoriteit van afgifte in eerste instantie de aanvrager binnen dertig dagen na ontvangst van de erkenningsaanvraag de lijst met ontbrekende gegevens of documenten, hierna de aanvullingen genoemd. In dat geval wordt de administratieve procedure hervat vanaf de datum van ontvangst van de aanvullende informatie.
  De aanvrager van de erkenning moet de gevraagde aanvullingen binnen dertig dagen na de verzending van het verzoek om deze aanvullingen naar de autoriteit van afgifte in eerste instantie sturen.
  De autoriteit van afgifte in eerste instantie bezorgt de aanvrager van de erkenning binnen een termijn van tien dagen een ontvangstbewijs van de aanvullingen:
  1° per gewone post als de aanvullingen op papier werden verstuurd;
  2° per niet-gewaarmerkte e-mail of niet-gewaarmerkt bericht als de aanvullingen elektronisch werden ingediend.
  Binnen twintig dagen na ontvangst van de aanvullingen door de autoriteit van afgifte in eerste instantie, stuurt deze de aanvrager de beslissing over de volledigheid en de ontvankelijkheid van de erkenningsaanvraag.
  De autoriteit van afgifte in eerste instantie stuurt de aanvrager de beslissing waarin wordt vastgesteld dat de vergunningsaanvraag onontvankelijk is, als:
  1° zij, in voorkomend geval, werd ingediend zonder naleving van de uitvoeringsmaatregelen genomen krachtens artikel 85, § 2;
  2° zij werd ingediend zonder naleving van artikel 89 en de uitvoeringsmaatregelen ervan ;
  3° zij werd ingediend zonder naleving van artikel 91 en de uitvoeringsmaatregelen ervan ;
  4° de aanvrager van de erkenning de gevraagde aanvullingen niet heeft overgemaakt binnen de termijn bedoeld in het tweede lid van deze paragraaf;
  5° als ze tweemaal onvolledig wordt beschouwd;
  6° zij werd ingediend zonder naleving van artikel 98.
  § 5. Na het verstrijken van de in de paragrafen 3 en 4 bedoelde termijnen wordt de erkenningsaanvraag geacht van rechtswege ontvankelijk te zijn, indien de beslissing of de erkenningsaanvraag volledig en ontvankelijk dan wel niet-ontvankelijk is, niet aan de aanvrager is toegezonden.
Art.92. § 1er. Toute demande d'agrément est envoyée à l'autorité délivrante en première instance.
  § 2. L'autorité délivrante en première instance envoie au demandeur d'agrément un accusé de réception de sa demande dans un délai de dix jours :
  1° par pli ordinaire si la demande a été introduite par voie papier;
  2° par courriel non authentifié ou message non authentifié si la demande a été introduite par voie électronique.
  § 3. L'autorité délivrante en première instance envoie au demandeur la décision statuant sur le caractère complet et recevable de sa demande d'agrément dans un délai de trente jours à dater de la réception de la demande d'agrément.
  § 4. Si la demande d'agrément est incomplète, l'autorité délivrante en première instance envoie au demandeur la liste des renseignements ou documents manquants, ci-après dénommés les compléments, dans un délai de trente jours à dater de la réception de la demande d'agrément. Dans ce cas, la procédure administrative recommence à dater de la réception desdits compléments.
  Le demandeur d'agrément envoie à l'autorité délivrante en première instance les compléments demandés dans un délai de trente jours à dater de l'envoi de la demande desdits compléments.
  L'autorité délivrante en première instance envoie au demandeur d'agrément un accusé de réception des compléments dans un délai de dix jours :
  1° par pli ordinaire si lesdits compléments ont été envoyés par voie papier;
  2° par courriel non authentifié ou message non authentifié si lesdits compléments ont été envoyés par voie électronique.
  Dans les vingt jours à dater de la réception des compléments par l'autorité délivrante en première instance, celle-ci envoie au demandeur la décision statuant sur le caractère complet et recevable de la demande d'agrément.
  L'autorité délivrante en première instance envoie au demandeur la décision statuant sur le caractère irrecevable de la demande d'agrément si :
  1° le cas échéant, elle a été introduite sans respecter les mesures d'exécution prises en vertu de l'article 85, § 2;
  2° elle a été introduite sans respecter l'article 89 et ses mesures d'exécution;
  3° elle a été introduite sans respecter l'article 91 et ses mesures d'exécution;
  4° le demandeur d'agrément n'a pas envoyé les compléments demandés dans le délai visé à l'alinéa 2 du présent paragraphe;
  5° elle est considérée incomplète à deux reprises;
  6° elle a été introduite sans respecter l'article 98.
  § 5. Au terme des délais prévus aux paragraphes 3 et 4, à défaut d'envoi de la décision statuant sur le caractère complet et recevable ou irrecevable de la demande d'agrément au demandeur, la demande d'agrément est réputée recevable de plein droit.
Art.93. § 1. Op de dag waarop de autoriteit van afgifte in eerste instantie de beslissing over de volledigheid en de ontvankelijkheid van de erkenningsaanvraag verzendt of, bij ontstentenis van een dergelijke beslissing, op de dag van de stilzwijgende beslissing over de ontvankelijkheid overeenkomstig artikel 92, vijfde lid, vraagt zij, in voorkomend geval, het advies van de bevoegde instanties of autoriteiten die bij of krachtens dit hoofdstuk zijn aangewezen.
  Deze bevoegde instanties of autoriteiten zenden hun advies binnen vijfenveertig dagen na de datum waarop de zaak hun door de autoriteit van afgifte in eerste instantie is voorgelegd.
  Indien binnen de in lid 2 genoemde termijnen geen advies is uitgebracht, wordt de procedure voortgezet.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de Regering voor elke soort afvalactiviteit die krachtens dit hoofdstuk aan erkenning onderworpen is of voor bepaalde soorten activiteiten die zij bepaalt, de door de bevoegde instanties of autoriteiten vastgestelde termijn voor het indienen van adviezen verkorten of verlengen.
Art.93. § 1er. Le jour où l'autorité délivrante en première instance envoie la décision statuant sur le caractère complet et recevable de la demande d'agrément ou en l'absence d'une telle décision, le jour de la décision tacite de recevabilité conformément à l'article 92, § 5, elle sollicite le cas échéant l'avis des instances ou des autorités compétentes désignées par ou en vertu du présent chapitre.
  Lesdites instances ou lesdites autorités compétentes envoient leur avis dans un délai de quarante-cinq jours à dater de leur saisine par l'autorité délivrante en première instance.
  A défaut d'envoi d'avis dans les délais prévus à l'alinéa 2, la procédure se poursuit.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, pour chaque type d'activités en matière de déchet soumis à agrément par le présent chapitre ou pour certains d'entre eux qu'il détermine, le Gouvernement peut réduire ou augmenter le délai imparti par les instances ou les autorités compétentes pour la remise d'avis.
Art.94. § 1. Vanaf de datum van verzending van de beslissing over de volledigheid en de ontvankelijkheid van de erkenningsaanvraag of, bij ontstentenis van een dergelijke beslissing, vanaf de datum van de stilzwijgende beslissing over de ontvankelijkheid overeenkomstig artikel 92, § 5, stuurt de autoriteit van afgifte in eerste instantie de beslissing tot toekenning of weigering van de erkenning naar de aanvrager binnen een termijn van:
  1° zestig dagen indien artikel 93 niet van toepassing is;
  2° honderdtwintig dagen indien artikel 93 van toepassing is in het kader van raadplegingen van bevoegde instanties of autoriteiten waarin dit hoofdstuk of de uitvoeringsmaatregelen ervan van rechtswege voorzien.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de Regering voor het soort afvalactiviteiten waarvoor krachtens dit hoofdstuk een erkenning vereist is of voor bepaalde afvalactiviteiten die zij bepaalt, de termijn waarover de autoriteit van afgifte in eerste instantie beschikt om haar beslissing tot verlening of weigering van de erkenning aan de aanvrager toe te sturen, verkorten of verlengen.
  § 3. Indien na afloop van de in of krachtens de paragrafen 1 en 2 bepaalde termijnen de beslissing tot verlening of weigering van de erkenning niet aan de aanvrager is toegezonden, wordt de aanvraag tot erkenning geacht van rechtswege te zijn geweigerd.
Art.94. § 1er. A compter de l'envoi de la décision statuant sur le caractère complet et recevable de la demande d'agrément ou en l'absence d'une telle décision, à compter de la décision tacite de recevabilité conformément à l'article 92, § 5, l'autorité délivrante en première instance envoie la décision d'octroi ou de refus de l'agrément au demandeur dans un délai de :
  1° soixante jours si l'article 93 n'est pas applicable;
  2° cent vingt jours si l'article 93 est applicable dans le cadre de consultations d'instances ou d'autorités compétentes prévues d'office par le pré- sent chapitre ou ses mesures d'exécution.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, pour le type d'activités en matière de déchet soumis à agrément par le présent chapitre ou pour certains d'entre eux qu'il détermine, le Gouvernement peut réduire ou augmenter le délai imparti à l'autorité délivrante en première instance pour envoyer sa décision d'octroi ou de refus au demandeur de l'agrément.
  § 3. Au terme des délais prévus par ou en vertu des paragraphes 1er et 2, à défaut d'envoi de la décision statuant sur l'octroi ou le refus d'agrément au demandeur, la demande d'agrément est réputée refusée de plein droit.
Art.95. § 1. De autoriteit van afgifte in eerste instantie of de autoriteit die bevoegd is voor administratieve beroepen kan eisen dat de houder van de betrokken erkenning, vóór de uitvoering van die erkenning, al dan niet cumulatief, :
  1° ten gunste van de Regering een zekerheid stelt om de nakoming te waarborgen van haar verplichtingen in verband met haar aan erkenning onderworpen afvalactiviteit, met inbegrip van de sanering of rehabilitatie van de stortplaatsen, ten belope van een bedrag gelijk aan de kosten die de overheid zou moeten dragen indien zij tot die sanering of rehabilitatie zou moeten overgaan;
  2° een verzekering afsluit die haar wettelijke aansprakelijkheid dekt ten voordele van elke derde die bij de uitoefening van haar aan erkenning onderworpen afvalactiviteit schade lijdt.
  De Regering bepaalt in welke gevallen een zekerheid of een verzekeringspolis altijd vereist is. Zij kan voor de door haar bepaalde soorten afvalactiviteiten waarvoor een erkenning vereist is, bepalen dat het bedrag van de zekerheid of de verzekeringspolis de kosten dekt voor de periode van onderhoud, toezicht en controle van de betrokken activiteit, alsook de verplichtingen inzake de opvolging na de stopzetting van de activiteit. De Regering kan ook modaliteiten vaststellen voor de berekening van het bedrag van de zekerheid en voor de herziening van het bedrag van de zekerheid tijdens de periode van erkenning.
  § 2. De zekerheid bestaat, naar keuze van de aanvrager of de houder van de erkenning, uit een deposito bij de Deposito- en Consignatiekas of een onafhankelijke bankgarantie of elke andere vorm van zekerheid die de Regering bepaalt, ten belope van het in de betrokken erkenning vermelde bedrag.
  In het geval dat de zekerheid bestaat in een storting in speciën, dient de houder van de betrokken erkenning jaarlijks de zekerheid te verhogen ten belope van de interesten opgebracht tijdens het vorig jaar.
  Wanneer de zekerheid bestaat uit een onafhankelijke bankgarantie, moet deze zijn afgegeven door een kredietinstelling die is erkend door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten of door een andere autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie die bevoegd is om toezicht te houden op kredietinstellingen.
  § 3 Wanneer een zekerheid of verzekeringspolis is vereist, is de desbetreffende erkenning pas uitvoerbaar vanaf het moment dat de autoriteit van afgifte in eerste instantie erkent dat de zekerheid is verstrekt of dat de verzekeringspolis is afgesloten.
  § 4. De bevoegde autoriteit in eerste instantie stelt het herstel van de afvalstortplaats plaats in de vroegere staat of de rehabilitatie ervan vast binnen zestig dagen na de datum waarop de betrokken houder van de erkenning de aanvraag voor een vaststelling heeft ingediend. Bij gebreke van een beslissing binnen de vereiste termijn wordt het herstel van de afvalstortplaats plaats in de vroegere staat of de rehabilitatie ervan geacht conform te zijn.
  Na het verstrijken van een termijn van negentig dagen vanaf de datum van het rapport inzake het herstel van de afvalstortplaats plaats in de vroegere staat of de rehabilitatie ervan, en indien de autoriteit van afgifte in eerste instantie of de autoriteit die bevoegd is voor administratieve beroepen geen voorbehoud maakt, wordt de zekerheid vrijgegeven en wordt eventuele opgelopen rente terugbetaald, indien van toepassing overeenkomstig de procedures die zijn vastgesteld krachtens lid 6.
  § 5. De autoriteit van afgifte in eerste instantie of de autoriteit die bevoegd is voor administratieve beroepen kan één enkele aanvullende termijn toestaan voor het herstel van de afvalstortplaats plaats in de vroegere staat of de rehabilitatie ervan. Indien de plaats niet binnen de vereiste termijn hersteld of gerehabiliteerd wordt, laat de Regering de bergplaats ambtshalve overgaan tot het herstel van de afvalstortplaats plaats in de vroegere staat of de rehabilitatie ervan met gebruikmaking van de zekerheid.
  Als het bedrag ontoereikend is, verhaalt de Regering of de bevoegde autoriteit die zij daartoe aanwijst, de gemaakte extra kosten op de houder van de betrokken erkenning.
  § 6. De Regering kan voor alle of voor elk type activiteit waarvoor een erkenning voor afvalstoffen is vereist, de aanvullende voorwaarden vaststellen waaraan de zekerheden of verzekeringspolissen moeten voldoen en, in voorkomend geval, de standaardvoorwaarden voor zekerheden of verzekeringspolissen. Zij bepaalt de voorwaarden voor het vrijgeven van de zekerheid wanneer de houder van de betreffende erkenning heeft voldaan aan al zijn verplichtingen met betrekking tot het herstel van de afvalstortplaats plaats in de vroegere staat of de rehabilitatie ervan, alsmede de procedure in geval van niet-nakoming van deze verplichtingen.
Art.95. § 1er. L'autorité délivrante en première instance ou l'autorité compétente sur recours administratif peut imposer au titulaire de l'agrément concerné, préalablement à la mise en oeuvre dudit agrément, de manière cumulative ou non, de :
  1° constituer une sûreté au profit du Gouvernement destinée à assurer l'exécution de ses obligations relatives à son activité en matière de déchets soumise à agrément, y compris la remise en état ou la réhabilitation des lieux de dépôt de déchets, et dont le montant est équivalent aux frais que supporteraient les pouvoirs publics s'ils devaient faire procéder à ladite remise en état ou ladite réhabilitation;
  2° souscrire à une police d'assurance couvrant sa responsabilité civile au profit de tout tiers lésé dans le cadre de l'exercice de son activité en matière de déchets soumise à agrément.
  Le Gouvernement détermine les cas où une sûreté ou une police d'assurance est toujours exigée. Il peut prévoir, pour les types d'activités en matière de déchets soumise à agrément qu'il détermine, que le montant de la sûreté ou de la police d'assurance couvre les frais afférents à la période de maintenance, de surveillance et de contrôle de l'activité concernée, ainsi que les obligations relatives au suivi après cessation de ladite activité. Le Gouvernement peut en outre arrêter des modalités de calcul du montant des sûretés ainsi que des modalités de révision du montant desdites sûretés en cours d'agrément.
  § 2. La sûreté consiste, au choix du demandeur ou du titulaire de l'agrément, en un dépôt à la Caisse des dépôts et consignations ou en une garantie bancaire indépendante ou en toute autre forme de sûreté que le Gouvernement détermine, à concurrence du montant précisé dans l'agrément concerné.
  Dans le cas où la sûreté consiste en un versement en numéraire, le titulaire de l'agrément concerné augmente annuellement la sûreté à concurrence des intérêts produits durant l'année précédente.
  Dans le cas où la sûreté consiste en une garantie bancaire indépendante, celle-ci est obligatoirement émise par un établissement de crédit agréé soit auprès de l'Autorité des services et marchés financiers, soit auprès de toute autre autorité d'un Etat membre de l'Union européenne qui est habilitée à contrôler les établissements de crédit.
  § 3. Lorsqu'une sûreté ou une police d'assurance est requise, l'agrément concerné n'est exécutoire qu'à partir du moment où l'autorité délivrante en première instance reconnaît que la sûreté a été constituée ou que la police d'assurance a été contractée.
  § 4. L'autorité compétente en première instance constate la remise en état ou la réhabilitation des lieux de dépôt des déchets dans un délai de soixante jours à dater de l'introduction par le titulaire d'agrément concerné de la demande de constat. A défaut de décision dans le délai requis, la remise en état ou la réhabilitation des lieux de dépôt des déchets est réputée conforme.
  A l'expiration d'un délai de nonante jours à dater du constat de remise en état ou de réhabilitation des lieux du dépôt des déchets, et en l'absence de réserves de l'autorité délivrante en première instance ou de l'autorité compétente sur recours administratif, la sûreté est libérée et les intérêts éventuels produits sont restitués, le cas échéant conformément aux modalités fixées en vertu du paragraphe 6.
  § 5. L'autorité délivrante en première instance ou l'autorité compétente sur recours administratif peut accorder un délai complémentaire unique pour la remise en état ou la réhabilitation des lieux du dépôt des déchets. Si les lieux ne sont pas remis en état ou réhabilités dans le délai requis, le Gouvernement fait procéder d'office à la remise en état ou à la réhabilitation du dépôt des déchets, en faisant appel à la sûreté.
  Si le montant est insuffisant, le Gouvernement ou l'autorité compétente qu'il désigne à cet effet récupère les frais complémentaires exposés auprès du titulaire de l'agrément concerné.
  § 6. Pour l'ensemble ou par type d'activités soumises à agrément en matière de déchets, le Gouvernement peut fixer les modalités complémentaires auxquelles les sûretés ou les polices d'assurance doivent répondre et, le cas échéant, des conditions types de sûreté ou de police d'assurance. Il détermine les modalités de libération de la sûreté lorsque le titulaire de l'agrément concerné a satisfait à toutes ses obligations en matière de remise en état ou de réhabilitation des lieux du dépôt des déchets, ainsi que la procédure en cas de non-respect de ces obligations.
Art.96. § 1. Wanneer de autoriteit van afgifte in eerste instantie of de autoriteit die bevoegd is voor administratieve beroepen bij de verlening van de erkenning vaststelt dat het soort afvalgerelateerde activiteit waarop de erkenning betrekking heeft, schadelijk is of kan zijn voor de in artikel 32 bedoelde belangen of wanneer artikel 95 van toepassing is op dat soort activiteit, kan de autoriteit van afgifte in eerste instantie of de autoriteit die bevoegd is in administratief beroep aan elke aanvrager aanvullende voorwaarden opleggen met betrekking tot de uitoefening van zijn afvalgerelateerde activiteit.
  Deze aanvullende voorwaarden kunnen met name betrekking hebben op:
  1° de maatregelen die moeten worden genomen in geval van een ongeval of incident dat de in artikel 32 bedoelde belangen kan schaden;
  2° de maatregelen die moeten worden genomen in het kader van artikel 95.
  § 2. Dit artikel is ook van toepassing tijdens de geldigheidsduur van de erkenning verleend in eerste aanleg of in administratief beroep.
  In voorkomend geval is artikel 93 mutatis mutandis van toepassing op elke administratieve procedure die ertoe strekt bijkomende voorwaarden op te leggen tijdens de geldigheidsduur van de in eerste aanleg of in administratief beroep verleende erkenning.
  § 3. Geen enkele bijkomende voorwaarde mag afwijken van of minder streng zijn dan dit decreet en zijn uitvoeringsmaatregelen.
Art.96. § 1er. Lorsque l'autorité délivrante en première instance ou l'autorité compétente sur recours administratif constate au moment où elle délivre l'agrément que le type d'activités en matière de déchets visé par l'agrément porte ou risque de porter préjudice aux intérêts visés à l'article 32 ou lorsque l'article 95 est applicable audit type d'activité, l'autorité délivrante en première instance ou l'autorité compétente sur recours administratif peut prescrire à tout demandeur, des conditions supplémentaires relatives à l'exercice de son activité en matière de déchets.
  Lesdites conditions supplémentaires peuvent porter notamment sur :
  1° les mesures à prendre, en cas d'accident ou d'incident susceptible de porter préjudice aux intérêts visés à l'article 32;
  2° les mesures à prendre dans le cadre de l'article 95.
  § 2. Le présent article est également applicable au cours de la durée de validité de l'agrément délivré en première instance ou sur recours administratif.
  Le cas échéant, l'article 93 est applicable mutatis mutandis à toute procédure administrative visant à imposer des conditions supplémentaires au cours de la durée de validité de l'agrément délivré en première instance ou sur recours administratif.
  § 3. Aucune condition supplémentaire ne peut déroger ou être moins sévère que le présent décret et ses mesures d'exécution.
Art.97. § 1. Tijdens de geldigheidsduur van de in eerste instantie of in administratief beroep verleende erkenning kan de autoriteit van afgifte in eerste instantie op eigen initiatief de in eerste instantie of in administratief beroep verleende erkenning aanvullen of wijzigen :
  1° indien dit noodzakelijk wordt geacht om de naleving van artikel 82, § 2, en de uitvoeringsmaatregelen ervan te verzekeren;
  2° indien dit noodzakelijk wordt geacht om de naleving van artikel 95 te verzekeren op grond van een wijziging van de geraamde kosten voor het herstel van de afvalstortplaats in de vroegere staat of de rehabilitatie ervan of voor het herstel van de schade die aan derden is toegebracht in het kader van de aan erkenning onderworpen afvalactiviteit;
  3° indien zij vaststelt dat de bijkomende voorwaarden opgelegd krachtens artikel 96 niet langer geschikt zijn om de naleving van artikel 32 te verzekeren;
  4° indien zij vaststelt dat een essentieel gegeven in het aanvraagdossier is gewijzigd sinds de erkenning werd verleend.
  Behalve in een bijzonder gemotiveerd spoedeisend geval wordt elke beslissing tot wijziging van de erkenning als bedoeld in het eerste lid genomen nadat de houder in de gelegenheid is gesteld mondeling of schriftelijk opmerkingen te maken.
  De wijzigingsbeslissing wordt naar de houder van de erkenning gestuurd.
  § 2. Tijdens de geldigheidsduur van de in eerste instantie of in administratief beroep afgegeven erkenning kan de houder van de erkenning op eigen initiatief de autoriteit van afgifte in eerste instantie verzoeken zijn erkenning te wijzigen wegens een of meerdere wijzigingen in een of meerdere essentiële gegevens in het aanvraagdossier die zich hebben voorgedaan sinds de afgifte van de erkenning, met inbegrip van de beëindiging van de activiteit.
  De artikelen 91 tot en met 96 zijn mutatis mutandis van toepassing op de in het eerste lid bedoelde aanvraag tot wijziging van de erkenning.
Art.97. § 1er. Au cours de la durée de validité de l'agrément délivré en première instance ou sur recours administratif, l'autorité délivrante en première instance peut d'initiative compléter ou modifier l'agrément délivré en première instance ou sur recours administratif :
  1° si cela est considéré nécessaire pour assurer le respect de l'article 82, § 2, et ses mesures d'exécution;
  2° si cela est considéré nécessaire pour assurer le respect de l'article 95 sur la base d'une évolution du coût estimé de la remise en état ou de la réhabilitation des lieux du dépôt des déchets ou de la réparation des dommages causés aux tiers dans l'exercice de l'activité en matière de déchets soumise à agrément;
  3° si elle constate que les conditions supplémentaires imposées en vertu de l'article 96 ne sont plus appropriées pour assurer le respect de l'article 32;
  4° si elle constate un changement d'une des données essentielles figurant dans le dossier de demande intervenu depuis la délivrance de l'agrément.
  Sauf en cas d'urgence spécialement motivé, toute décision de modification d'agrément visée à l'alinéa 1er est prise après avoir donné à son titulaire la possibilité d'adresser ses observations oralement ou par écrit.
  La décision de modification est envoyée au titulaire de l'agrément.
  § 2. Au cours de la durée de validité de l'agrément délivré en première instance ou sur recours administratif, le titulaire d'agrément peut d'initiative demander à l'autorité délivrante en première instance de modifier son agrément en raison d'un ou de plusieurs changements d'une des données essentielles figurant dans le dossier de demande intervenu depuis la délivrance de l'agrément, y compris la cessation d'activité.
  Les articles 91 à 96 sont applicables mutatis mutandis à la demande de modification d'agrément visée à l'alinéa 1er.
Art.98. Op straffe van niet-ontvankelijkheid kan elke houder van een erkenning ten vroegste honderdtwintig dagen vóór het verstrijken van de erkenningstermijn een nieuwe erkenningsaanvraag indienen voor hetzelfde soort afvalactiviteit en dezelfde soorten afval of, indien van toepassing, dezelfde categorieën bemonsterings- of analysemethoden waarvoor hij reeds erkend is.
Art.98. Sous peine d'irrecevabilité, tout titulaire d'agrément peut introduire une nouvelle demande d'agrément portant sur le même type d'activité en matière de déchets et les mêmes types de déchets ou le cas échéant les mêmes catégories de méthodes d'échantillonnage ou d'analyse, pour lesquels il est déjà agréé, au plus tôt cent vingt jours avant l'expiration de la durée de son agrément.
Art.99. § 1. Bij de bevoegde instantie kan administratief beroep worden ingesteld tegen beslissingen of tegen het uitblijven van een beslissing binnen de termijn die door de autoriteit van afgifte in eerste instantie is vastgesteld inzake de erkenning.
  Het recht om administratief beroep in te stellen wordt uitsluitend verleend aan de aanvrager van een erkenning of de houder van de erkenning, hierna de verzoeker genoemd..
  § 2 Wanneer het administratief beroep betrekking heeft op een schorsingsbeslissing genomen krachtens artikel 86, schorst het niet de schorsingsbeslissing waarvan het administratief beroep uitgaat.
  Wanneer het administratief beroep betrekking heeft op een andere stilzwijgende of uitdrukkelijke beslissing dan die bedoeld in het eerste lid, schorst het de beslissing waartegen administratief beroep wordt ingesteld.
  § 3 Op straffe van onontvankelijkheid moet het administratief beroep worden ingesteld binnen een termijn van dertig dagen:
  1° na ontvangst van de administratieve beslissing of beslissingen die voortvloeien uit artikel 86, 92, 94, 95, 96 of 97; of;
  2° bij ontstentenis van een beslissing als bedoeld in 1°, na het verstrijken van de termijn waarover de autoriteit van afgifte in eerste instantie beschikt om de beslissing te geven.
  § 4 Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt het administratief beroep ingesteld door een verzoek dat wordt ingediend op de wijze bepaald bij of krachtens artikel 89. De verzoeker zendt tegelijkertijd een afschrift van zijn verzoek aan de autoriteit van afgifte in eerste instantie.
  Dit verzoek wordt ondertekend en bevat ten minste de volgende gegevens:
  1° indien de verzoeker :
  een natuurlijke persoon is : voor- en achternaam, geboortedatum, bedrijfsadres, telefoonnummer en e-mailadres en, facultatief voor de verzoeker, het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst;
  een rechtspersoon is:
  zijn naam of bedrijfsnaam, het adres van zijn statutaire zetel, zijn telefoonnummer en e-mailadres en, facultatief voor de verzoeker, het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst; en;
  de voornaam, de familienaam en de functie van de persoon die door de betrokken rechtspersoon gemachtigd is om het beroep in te dienen;
  2° in voorkomend geval, het inschrijvingsnummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen van de verzoeker of, bij ontstentenis daarvan, zijn identificatienummer bij elk ander gelijkaardig handels- of handelsregister, in voorkomend geval uitgegeven krachtens buitenlandse wetgeving of reglementering;
  3° het identificatienummer of de administratieve referentie van de beslissing waartegen administratief beroep wordt ingesteld;
  4° de gronden die zijn aangevoerd tegen de beslissing waartegen administratief beroep wordt ingesteld.
  § 5. Binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek door de autoriteit die bevoegd is voor administratieve beroepen, stuurt deze autoriteit de verzoeker een ontvangstbevestiging van het verzoek.
  § 6. De autoriteit die bevoegd de bevoegd is voor administratieve beroepen zendt de beslissing over het administratief beroep binnen negentig dagen na de verzending van de ontvangstbevestiging van het verzoek naar de verzoeker.
  De beslissing op administratief beroep vervangt de beslissing in eerste aanleg of, bij ontstentenis van een dergelijke beslissing, de stilzwijgende afwijzende beslissing in eerste aanleg.
  § 7. Na het verstrijken van de in § 6 bepaalde termijn wordt, indien de beslissing op het administratief beroep niet aan de verzoeker is toegezonden, de beslissing op het administratief beroep of, bij ontstentenis van een dergelijke beslissing, de stilzwijgende afwijzende beslissing in eerste aanleg van rechtswege bevestigd.
Art.99. § 1er. Un recours administratif est ouvert auprès de l'autorité compétente sur recours administratif à l'encontre des décisions ou l'absence dans le délai imparti de décision de l'autorité délivrante en première instance en matière d'agrément.
  Le droit d'introduire ledit recours administratif est accordé exclusivement au demandeur d'agrément ou au titulaire d'agrément, ci-après dénommé le requérant.
  § 2. Lorsque le recours administratif porte sur une décision de suspension prise en vertu de l'article 86, il est non suspensif de la décision de suspension dont recours administratif.
  Lorsque le recours administratif porte sur une décision tacite ou explicite autre que celle visée à l'alinéa 1er, il est suspensif de la décision dont recours administratif.
  § 3. Sous peine d'irrecevabilité, le recours administratif est introduit dans un délai de trente jours :
  1° à dater de la réception de la ou des décisions administratives découlant de l'article 86, 92, 94, 95, 96 ou 97; ou;
  2° en l'absence de décision telle que visée au 1°, à dater de l'expiration du délai imparti à l'autorité délivrante en première instance pour rendre la décision.
  § 4. Sous peine d'irrecevabilité, le recours administratif est initié par requête introduite selon les modalités prévues par ou en vertu de l'article 89. Concomitamment, le requérant transmet une copie de sa requête à l'autorité délivrante en première instance.
  Ladite requête est signée et comprend au minimum les informations suivantes :
  1° si le requérant est :
  une personne physique : ses prénom et nom, sa date de naissance, l'adresse de son entreprise, son numéro de téléphone et son adresse électronique ainsi que, de manière optionnelle pour le requérant, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact;
  une personne morale :
  sa dénomination ou sa raison sociale, l'adresse de son siège social, son numéro de téléphone et son adresse électronique ainsi que, de manière optionnelle pour le requérant, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact; et;
  les prénom, nom et qualité de la personne mandatée par la personne morale concernée pour introduire le recours;
  2° le cas échéant, le numéro d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises du requérant ou, à défaut, son numéro d'identification à tout autre registre de commerce ou des métiers similaire, le cas échéant délivré en vertu d'une législation ou d'une réglementation étrangère;
  3° le numéro d'identification ou la référence administrative de la décision dont recours administratif;
  4° les moyens développés à l'encontre de la décision dont recours administratif.
  § 5. Dans les quinze jours à dater de la réception de la requête par l'autorité compétente sur recours administratif, celle-ci envoie au requérant un accusé de réception de sa requête.
  § 6. L'autorité compétente sur recours administratif envoie au requérant la décision statuant sur recours administratif dans un délai de nonante jours à dater de l'envoi de l'accusé de réception de la requête.
  La décision sur recours administratif remplace la décision délivrée en première instance ou en l'absence d'une telle décision, la décision tacite de refus en première instance.
  § 7. Au terme du délai prévu au paragraphe 6, à défaut d'envoi au requérant de la décision statuant sur recours administratif, la décision dont recours administratif ou en l'absence d'une telle décision, la décision tacite de refus en première instance, est confirmée de plein droit.
Onderafdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor de erkenning van inzameling, handel en bemiddeling, vervoer en activiteiten met betrekking tot de samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing en verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen
Sous-section 2. - Dispositions particulières à l'agrément des activités de collecte, de négoce et de courtage, des activités de transport, et des activités de regroupement, de prétraitement, de valorisation et d'élimination, en matière de déchets dangereux
Art.100. § 1. De Regering onderwerpt de volgende activiteiten aan erkenning:
  1° de beroepsmatige inzameling, handel en bemiddeling van gevaarlijke afvalstoffen;
  2° het beroepsmatig vervoer van gevaarlijke afvalstoffen;
  3° de beroepsmatige samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing en verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen.
  Daartoe kan de Regering de erkenning of de soorten erkenningen met betrekking tot voornoemde soorten activiteiten regelen naargelang van het soort of subtype afvalstoffen dat zij vaststelt.
  § 2. Initiële producenten van soortgelijke gevaarlijke afvalstoffen die hun eigen soortgelijke gevaarlijke afvalstoffen vervoeren, worden vrijgesteld van de erkenning voor het vervoer van die afvalstoffen onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
  1° de hoeveelheid vervoerde afvalstoffen bedraagt niet meer dan tweehonderd vijftig kilogram per maand; en;
  2° de bedoelde afvalstoffen worden vervoerd naar een inzamelaar, een handelaar, een makelaar, een inrichting of een onderneming die beschikt over de erkenning, registratie of enige andere administratieve vergunning die overeenkomstig de artikelen 6 en 32 vereist is om de activiteiten van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van de bedoelde afvalstoffen uit te voeren.
Art.100. § 1er. Le Gouvernement soumet à agrément les activités suivantes :
  1° la collecte, le négoce et le courtage de déchets dangereux à titre professionnel;
  2° le transport de déchets dangereux à titre professionnel;
  3° le regroupement, le prétraitement, la valorisation et l'élimination de déchets dangereux à titre professionnel.
  Pour ce faire, le Gouvernement peut réglementer l'agrément ou les types d'agrément portant sur lesdits types d'activités en fonction du type ou du sous-type de déchets qu'il détermine.
  § 2. Les producteurs initiaux de déchets assimilés dangereux transportant leurs propres déchets assimilés dangereux sont dispensés d'agrément pour le transport de ceux-ci aux conditions cumulatives suivantes :
  1° la quantité desdits déchets transportés n'excède pas deux cent cinquante kilogrammes par mois; et;
  2° lesdits déchets sont transportés vers un collecteur, un négociant, un cour- tier, une installation ou une entreprise disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre autorisation administrative requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination desdits déchets, conformément aux articles 6 et 32.
Art.101. Op verzoek van de autoriteit van afgifte in eerste instantie brengt de Erkenningscommissie inzake afval advies uit overeenkomstig artikel 93.
Art.101. Sur demande de l'autorité délivrante en première instance, la Commission d'agrément en matière de déchets rend un avis conformément à l'article 93.
Art.102. Elke houder van een erkenning voor ten minste een van de soorten afvalactiviteiten bedoeld in artikel 100, § 1, informeert de begunstigde van de afvalbeheerdienst over de gedetailleerde beheersprocedures en -kosten, alsook over de bestemming van de afvalstoffen.
Art.102. Tout titulaire d'agrément pour au moins l'un des types d'activités en matière de déchets visé à l'article 100, § 1er, informe le bénéficiaire du service de gestion de déchets des modalités et des coûts détaillés de la gestion ainsi que de la destination des déchets.
Onderafdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor de erkenning van de activiteiten van ondernemingen van de sociale economie die erkend willen worden als dienst van algemeen economisch belang
Sous-section 3. - Dispositions particulières à l'agrément des activités des entreprises d'économie sociale souhaitant être reconnue service d'intérêt économique général
Art.103. De Regering legt de activiteiten van de ondernemingen van de sociale economie die erkend wensen te worden als dienst van algemeen economisch belang overeenkomstig artikel 69 ter erkenning voor.
Art.103. Le Gouvernement soumet à agrément les activités des entreprises d'économie sociale souhaitant être reconnue service d'intérêt économique général conformément à l'article 69.
Onderafdeling 4. - Bijzondere bepalingen voor de erkenning van recyclage- en stortactiviteiten voor bepaalde soorten ongevaarlijke afvalstoffen
Sous-section 4. - Dispositions particulières à l'agrément des activités de recyclage et de remblayage de certains types de déchets non dangereux
Art.104. § 1. De Regering kan in het Waalse Gewest de recyclage of opvulling van bepaalde door haar bepaalde soorten ongevaarlijke afvalstoffen aan een erkenning onderwerpen.
  § 2. Daartoe kan de Regering een lijst opstellen van ongevaarlijke afvalstoffen die in het Waalse Gewest een recyclage- of stortactiviteit kunnen ondergaan die onderworpen is aan de in paragraaf 1 bedoelde erkenning.
  De afwezigheid van een afval op die lijst veronderstelt dat het niet behoort tot het soort afvalstoffen dat in het Waalse Gewest aan een recyclage- of opvuloperatie onderworpen aan de in paragraaf 1 bedoelde erkenning kan worden onderworpen. Dit vermoeden kan worden weerlegd.
  § 3 De Regering stelt de procedurele modaliteiten vast voor de erkenning van de eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden van afvalstoffen in gevallen waarin, zelfs indien de afvalstoffen niet als zodanig voorkomen op de lijst van afvalstoffen bedoeld in paragraaf 2, die afvalstoffen kunnen worden erkend als behorend tot het soort afvalstoffen dat krachtens paragraaf 2 op de lijst is geplaatst.
  Het weerlegbare vermoeden van paragraaf 2 wordt weerlegd aan de hand van bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de afvalstoffen die niet in de in § 2 bedoelde lijst van afvalstoffen zijn opgenomen, voldoen aan alle eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden die door de regering zijn vastgesteld voor de in § 2 bedoelde lijst van afvalstoffen.
  Elk verzoek om een dergelijke erkenning bevat ten minste een milieurisicoanalyse.
  De Regering kan de minimumeisen voor de milieurisicoanalyse, bedoeld in het derde lid, vaststellen.
  § 4. De Regering vaardigt zelf de erkenningsbeslissingen uit bedoeld in paragraaf 3 of wijst daartoe de bevoegde autoriteit aan.
  Elke erkenningsbeslissing volgens hetwelk een afval wordt erkend als behorende tot de afvalstoffen die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in paragraaf 2, wordt gepubliceerd op ten minste één website van het Waalse Gewest.
  Wanneer de uitoefening van een beroepsactiviteit afvalstoffen voortbrengt die alle eigenschappen, kenmerken, criteria of voorwaarden bezitten en naleven die in elk opzicht gelijk zijn aan die van afvalstoffen die door een erkenningsbeslissing erkend zijn als afvalstoffen van het type afvalstoffen vermeld in de lijst overeenkomstig paragraaf 2, kan de houder van deze afvalstoffen een voorafgaande erkenningsaanvraag indienen om deze afvalstoffen in het Waals Gewest te mogen recycleren of storten.
  Ten minste om de drie jaar past de Regering de in paragraaf 2 bedoelde lijst van afvalstoffen aan om er, in voorkomend geval, de in deze paragraaf bedoelde erkenningsbeslissingen in op te nemen.
  § 5. Voor elke recyclage- of opvulactiviteit in het Waalse Gewest van bepaalde door de Regering bepaalde soorten ongevaarlijke afvalstoffen die aan een erkenning onderworpen zijn, bepalen de specifieke voorwaarden die van toepassing zijn krachtens artikel 82, § 2, of bij ontstentenis van dergelijke specifieke voorwaarden, de bijkomende voorwaarden waartoe beslist wordt krachtens artikel 96, minstens:
  1° de soorten en hoeveelheden ongevaarlijke afvalstoffen die mogen worden gerecycleerd of opgevuld;
  2° de omstandigheden waarin ze worden geproduceerd
  3° de plaats of plaatsen waar ze worden bewaard;
  4° voor elk type recyclage- of opvulactiviteit waarop de erkenning betrekking heeft, de technische voorschriften en alle andere voorschriften die van toepassing zijn op de betrokken locatie(s);
  5° de te nemen veiligheids- en voorzorgsmaatregelen;
  6° de methode die voor elk type recyclage- of opvulactiviteit moet worden gebruikt, met inbegrip van, in voorkomend geval, de exhaustieve en exclusieve methoden voor het gebruik van de betrokken afvalstoffen;
  7° de plaats(en) waar de genoemde handelingen zullen worden uitgevoerd;
  8° de monitoring- en controlehandelingen voor zover noodzakelijk;
  9° de bepalingen inzake sluiting en nazorg voor zover noodzakelijk.
  § 6. De erkenning mag niet worden verleend indien de voorgenomen recyclage- of opvulmethode uit milieubeschermingsoogpunt niet aanvaardbaar is, in het bijzonder indien zij niet in overeenstemming is met artikel 32.
Art.104. § 1er. Le Gouvernement peut soumettre à agrément les activités de recyclage ou de remblayage en Région wallonne de certains types de déchets non dangereux qu'il détermine.
  § 2. Pour ce faire, le Gouvernement peut lister des déchets non dangereux susceptibles de subir une opération de recyclage ou de remblayage en Région wallonne moyennant l'agrément visé au paragraphe 1er.
  L'absence d'un déchet sur ladite liste présume qu'il n'appartient pas au type de déchet susceptible de subir une opération de recyclage ou de remblayage en Région wallonne moyennant l'agrément visé au paragraphe 1er. Ladite présomption est réfragable.
  § 3. Le Gouvernement fixe les modalités procédurales de reconnaissance des propriétés, des caractéristiques, des critères ou des conditions de déchets dans le cas où, même si des déchets ne figurent pas comme tels sur la liste de déchets visée au paragraphe 2, lesdits déchets peuvent être reconnus comme étant du type de déchets listé en vertu du paragraphe 2.
  Le renversement de la présomption réfragable visée au paragraphe 2 se fonde sur des éléments probants dont il ressort que des déchets absents de la liste de déchets visée au paragraphe 2 rencontrent l'ensemble des propriétés, des caractéristiques, des critères ou des conditions déterminées par le Gouvernement pour constituer la liste des déchets visée au paragraphe 2.
  Toute demande d'une telle reconnaissance contient au moins une analyse de risques environnementaux.
  Le Gouvernement peut arrêter les exigences minimales de l'analyse de risques environnementaux visée à l'alinéa 3.
  § 4. Le Gouvernement rend lui-même les décisions de reconnaissance visées au paragraphe 3 ou désigne l'autorité compétente à cet effet.
  Toute décision de reconnaissance selon laquelle un déchet est reconnu comme du type de déchets listé visé au paragraphe 2 est publiée sur au moins un site internet de la Région wallonne.
  Lorsque l'exercice d'une activité à titre professionnel génère un déchet présentant et respectant l'ensemble des propriétés, des caractéristiques, des critères ou des conditions égal en tout point à celui d'un déchet reconnu par une décision de reconnaissance comme étant du type de déchets listés en vertu du paragraphe 2, le détenteur de tels déchets peut introduire une demande préalable d'agrément afin d'être autorisé à opérer le recyclage ou le remblayage en Région wallonne de tels déchets.
  Le Gouvernement adapte au moins tous les trois ans la liste des déchets visée au paragraphe 2 en vue d'y intégrer, le cas échéant, les décisions de reconnaissance visée au présent paragraphe.
  § 5. Pour chaque activité de recyclage ou de remblayage en Région wallonne de certains types de déchets non dangereux déterminés par le Gouvernement soumise à agrément, les conditions spécifiques applicables en vertu de l'article 82, § 2, ou, en l'absence de telles conditions spécifiques, les conditions supplémentaires décidées en vertu de l'article 96, déterminent au moins :
  1° les types et quantités de déchets non dangereux pouvant être recyclés ou remblayés;
  2° leurs circonstances de production;
  3° le ou les endroits de leur détention;
  4° pour chaque type d'opération de recyclage ou de remblayage faisant l'objet de l'agrément, les prescriptions techniques et toutes autres prescriptions applicables au site concerné ou aux sites concernés;
  5° les mesures de sécurité et de précaution à prendre;
  6° la méthode à utiliser pour chaque type d'opération de recyclage ou de remblayage, y compris le cas échéant les modes exhaustifs et exclusifs d'utilisation des déchets concernés;
  7° le ou les endroits de réalisation desdites opérations;
  8° les opérations de suivi et de contrôle, selon les besoins;
  9° les dispositions relatives à la fermeture et à la surveillance après fermeture qui s'avèrent nécessaires.
  § 6. L'agrément ne peut être accordé lorsque la méthode de recyclage ou de remblayage envisagée n'est pas acceptable du point de vue de la protection de l'environnement, notamment lorsqu'elle n'est pas conforme à l'article 32.
Art.105. Elke houder van een overeenkomstig deze onderafdeling afgegeven erkenning houdt een register van dergelijke afvalstoffen bij overeenkomstig artikel 72 en stelt de bevoegde autoriteit onmiddellijk in kennis van het feitelijke gebruik van dergelijke afvalstoffen.
Art.105. Tout titulaire d'un agrément délivré en vertu de la présente sous-section tient un registre propre auxdits déchets conformément à l'article 72 et informe immédiatement l'autorité compétente de l'utilisation effective desdits déchets.
Art.106. Elk afval dat in de lijst, vermeld in artikel 104, is opgenomen of dat erkend is als afval van het type, vermeld in de lijst, behoudt zijn aard als afval en blijft onderworpen aan de bepalingen van dit decreet en aan de uitvoeringsmaatregelen ervan tot het in het Waalse Gewest gerecycleerd of opgevuld wordt overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen genomen krachtens deze onderafdeling.
Art.106. Tout déchet repris dans la liste visée à l'article 104 ou reconnu comme étant du type de déchets tel que listé conserve sa nature de déchet et reste soumis aux dispositions du présent décret et de ses mesures d'exécution jusqu'au moment de son recyclage ou son remblayage en Région wallonne conformément aux mesures d'exécution prises en vertu de la présente sous-section.
Art.107. Elke milieuvergunning en elke aangifte van een inrichting van klasse 3 die het storten van ongevaarlijke afvalstoffen en de recyclage of opvulling ervan regelt op de site waar de afvalstoffen worden geproduceerd of ontvangen, vormt een erkenning in de zin van deze onderafdeling.
Art.107. Tout permis d'environnement et toute déclaration d'établissement de classe 3 réglant le dépôt de déchets non dangereux ainsi que leur recyclage ou leur remblayage sur leur site de production ou d'accueil desdits déchets vaut agrément au sens de la présente sous-section.
Onderafdeling 5. - Bijzondere bepalingen voor de erkenning van activiteiten met betrekking tot de samenbrenging, voorbehandeling en nuttige toepassing van zuiveringsslib bestemd voor gebruik in de landbouw
Sous-section 5. - Dispositions particulières à l'agrément des activités de regroupement, de prétraitement et de valorisation des boues d'épuration ayant vocation à être valorisées en agriculture
Art.108. Onverminderd artikel 9 kan de Regering de activiteiten van samenbrenging, voorbehandeling en nuttige toepassing van de door haar bepaalde soorten afvalstoffen, met inbegrip van zuiveringsslib, bestemd voor nuttige toepassing door middel van een of meer van de handelingen, vermeld in bijlage 2, A, R3 of R10, aan een erkenning onderwerpen.
Art.108. Sans préjudice de l'article 9, le Gouvernement peut soumettre à agrément les activités de regroupement, de prétraitement et de valorisation des types de déchets qu'il détermine, y compris des boues d'épuration, ayant vocation à être valorisées via une ou plusieurs des opérations visées à l'annexe 2, A, R3 ou R10.
Onderafdeling 6. - Bijzondere bepalingen voor de erkenning van activiteiten inzake het beheer van dierlijke bijproducten
Sous-section 6. - Dispositions particulières à l'agrément des activités de gestion des sous-produits animaux
Art.109. De Regering kan activiteiten voor het beheer van dierlijke bijproducten die onder het bestuurlijke afvalstoffenbeleid vallen, onderwerpen aan een erkenning.
  Daartoe kan de Regering de erkenning of erkenningssoorten regelen voor met name de activiteiten van intermediaire inrichtingen of inrichtingen voor de opslag van dierlijke bijproducten en de activiteiten van bedrijven voor de verwerking, compostering, productie van biogas of verbranding van dierlijke bijproducten.
Art.109. Le Gouvernement peut soumettre à agrément les activités de gestion des sous-produits animaux relevant de la police administrative des déchets.
  Pour ce faire, le Gouvernement peut réglementer l'agrément ou les types d'agrément portant notamment sur les activités des établissements intermédiaires ou d'entreposage de sous-produits animaux et les activités des usines de transformation, de compostage, de production de biogaz ou d'incinération de sous-produits animaux.
Onderafdeling 7. - Bijzondere bepalingen voor de erkenning van activiteiten voor wetenschappelijke analyses van afvalstoffen ten behoeve van derden
Sous-section 7. - Dispositions particulières à l'agrément des activités d'analyses scientifiques pour compte de tiers en matière de déchets
Art.110. § 1. De Regering kan de activiteiten voor wetenschappelijke analyses voor rekening van derden met betrekking tot afvalstoffen op professionele basis aan een erkenning onderwerpen.
  Daartoe kan de Regering de erkenning of soorten erkenningen met betrekking tot deze activiteiten regelen op basis van bepaalde categorieën van bemonsterings- of analysemethoden die zij bepaalt.
  § 2. Elke houder van een erkenning voor het type activiteiten met betrekking tot afvalstoffen, vermeld in § 1:
  1° verleent diensten met inachtneming van de uitvoeringsmaatregelen genomen krachtens artikel 16, eerste lid, 1° ;
  2° voldoet aan de krachtens artikel 16, eerste lid, 2°, goedgekeurde indicatieve technische bepalingen of kan een gelijkwaardige kwaliteit van zijn deskundigheid aantonen.
Art.110. § 1er. Le Gouvernement peut soumettre à agrément, les activités d'analyses scientifiques pour compte de tiers en matière de déchets à titre professionnel.
  Pour ce faire, le Gouvernement peut réglementer l'agrément ou les types d'agrément portant sur lesdites activités en fonction de certaines catégories de méthodes d'échantillonnage ou d'analyse qu'il détermine.
  § 2. Tout titulaire d'agrément pour le type d'activités en matière de déchets visé au paragraphe 1er :
  1° fournit des prestations respectant les mesures d'exécution prises en vertu de l'article 16, alinéa 1er, 1° ;
  2° se conforme aux dispositions techniques à valeur indicative approuvées en vertu de l'article 16, alinéa 1er, 2°, ou est en mesure de démontrer l'équivalence de qualité de son expertise.
Afdeling 3. - Bepalingen betreffende de registraties
Section 3. - Dispositions relatives aux enregistrements
Onderafdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voor alle registraties
Sous-section 1. - Dispositions communes à tous les enregistrements
Art.111. § 1. Alle registatieaanvragen moeten ondertekend zijn en de volgende informatie bevatten:
  1° indien de aanvrager:
  een natuurlijke persoon is : voor- en achternaam, geboortedatum, bedrijfsadres, telefoonnummer en e-mailadres en, facultatief voor de aanvrager, het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst;
  een rechtspersoon is:
  zijn naam of bedrijfsnaam, het adres van zijn statutaire zetel, zijn telefoonnummer en e-mailadres en, facultatief voor de aanvrager, het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst; en;
  de voornaam, de familienaam en de functie van de persoon die door de betrokken rechtspersoon gemachtigd is om het verzoek in te dienen;
  2° in voorkomend geval, het inschrijvingsnummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen van aanvrager of, bij ontstentenis daarvan, zijn identificatienummer bij elk ander gelijkaardig handels- of handelsregister, in voorkomend geval uitgegeven krachtens buitenlandse wetgeving of reglementering
  § 2. Onverminderd de artikelen 208 en 209, kan de Regering voor elk type activiteit dat aan registratie door en krachtens dit hoofdstuk is onderworpen, de inhoud van de aanvraag tot erkenning aanvullen, die het mogelijk moet maken de aanvrager van de registratie te identificeren en, in voorkomend geval, zijn technische, financiële of menselijke middelen en de naleving van artikel 32 of artikel 85, § 2, °, te attesteren.
  Te dien einde kan de Regering de inhoud van de in § 1 bedoelde registratieaanvraag aanvullen met alle of enkele van de volgende gegevens :
  de technische middelen waarover de aanvrager beschikt, met name de uitrusting waarover hij beschikt voor het verrichten van het soort activiteit waarvoor een registratie vereist is en waarop de registratieaanvraag betrekking heeft;
  de financiële middelen waarover de aanvrager beschikt, met name het bewijs van verzekering ter dekking van de wettelijke aansprakelijkheid voor het soort activiteit waarvoor een registratie wordt aangevraagd of, bij ontstentenis daarvan, een formele verbintenis om een dergelijke verzekering af te sluiten voordat het soort activiteit waarvoor een registratie wordt aangevraagd, wordt uitgevoerd
  de personele middelen waarover de aanvrager beschikt, namelijk :
  het aantal personeelsleden waarover de aanvrager beschikt om het soort activiteiten uit te oefenen waarvoor een registratie vereist is en waarop de registratieaanvraag betrekking heeft;
  het bewijs dat de aanvrager of bepaalde van zijn personeelsleden in het bezit zijn van bepaalde diploma's, certificaten of andere beroepsattesten die zij vaststelt;
  de aard van de soort(en) afvalstoffen waarop de registratieaanvraag betrekking heeft of kan hebben;
  de hoeveelheid van de soort(en) afvalstoffen waarop de registratieaanvraag betrekking heeft of kan hebben;
  de plaats(en) van bestemming van de afvalsoort(en) waarop registratieaanvraag betrekking heeft of kan hebben;
  de maatregelen ter voorkoming van gevaar voor de gezondheid van de mens en schade aan het milieu;
  indien hij het bezit van een milieuvergunning of een aangifte van een inrichting van klasse 3 als voorwaarde stelt voor het verlenen van de registratie, het identificatienummer of het administratieve kenmerk van de betrokken milieuvergunning of aangifte van een inrichting van klasse 3 of, bij ontstentenis daarvan, een afschrift van die vergunning of aangifte;
  een uittreksel uit het strafregister dat minder dan zes maanden oud is overeenkomstig het model bedoeld in artikel 596, lid 1, van het Wetboek van Strafvordering en de uitvoeringsbepalingen daarvan.
  § 3. Teneinde de aanvrager van de registratie te identificeren en, in voorkomend geval, zijn technische, financiële of menselijke middelen en de naleving van artikel 32 of van artikel 85, § 2, 1°, te attesteren, kan de Regering de inhoud van de registratieaanvraag bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in voorkomend geval aangevuld krachtens het tweede lid van dit artikel, nader bepalen. Zij kan eveneens bepalen hoeveel exemplaren van de registratieaanvraag moeten worden overgelegd wanneer de aanvraag op papier wordt verzonden.
Art.111. § 1er. Toute demande d'enregistrement est signée et comprend les informations suivantes :
  1° si le demandeur est :
  une personne physique : ses prénom et nom, sa date de naissance, l'adresse de son entreprise, son numéro de téléphone et son adresse électronique ainsi que, de manière optionnelle pour le demandeur, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact;
  une personne morale :
  sa dénomination ou sa raison sociale, l'adresse de son siège social, son numéro de téléphone et son adresse électronique ainsi que, de manière optionnelle pour le demandeur, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact; et;
  les prénom, nom et qualité de la personne mandatée par la personne morale concernée pour introduire la demande;
  2° le cas échéant, le numéro d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises du demandeur ou, à défaut, son numéro d'identification à tout autre registre de commerce ou des métiers similaire, le cas échéant délivré en vertu d'une législation ou d'une réglementation étrangère.
  § 2. Sans préjudice des articles 208 et 209, pour chaque type d'activités soumis à enregistrement par et en vertu du présent chapitre, le Gouvernement peut compléter le contenu de la demande d'enregistrement, qui doit permettre d'identifier le demandeur d'enregistrement et le cas échéant d'attester de ses moyens techniques, financiers ou humains ainsi que le respect de l'article 32 ou de l'article 85, § 2.
  Pour ce faire, le Gouvernement peut compléter le contenu de la demande d'enregistrement visé au paragraphe 1er de toutes ou de certaines des informations suivantes :
  les moyens techniques dont dispose le demandeur, notamment le matériel dont dispose le demandeur pour exercer le type d'activités soumis à enregistrement et visé par la demande d'enregistrement;
  les moyens financiers dont dispose le demandeur, notamment la preuve de la souscription à une assurance couvrant la responsabilité civile résultant du type d'activités pour lequel l'enregistrement est demandé ou, à dé- faut, l'engagement formel à souscrire à une telle assurance préalablement à l'exercice du type d'activités pour lequel l'enregistrement est demandé;
  les moyens humains dont dispose le demandeur, à savoir :
  le nombre de ressources humaines dont dispose le demandeur pour exercer le type d'activités soumis à enregistrement et visé par la demande d'enregistrement;
  la preuve de la titularité du demandeur ou de certaines de ses ressources humaines, de certains diplômes, de certains certificats ou de toute autre attestation professionnelle qu'il détermine;
  la nature du ou des types de déchets concernés ou susceptibles d'être concernés par la demande d'enregistrement;
  la quantité du ou des types de déchets concernés ou susceptibles d'être concernés par la demande d'enregistrement;
  le ou les lieux de destination du ou des types de déchets concernés ou susceptibles d'être concernés par la demande d'enregistrement;
  les mesures destinées à éviter tout danger pour la santé de l'homme et tout préjudice pour l'environnement;
  s'il érige la détention d'un permis d'environnement ou d'une déclaration d'établissement de classe 3 en condition d'octroi de l'enregistrement, le numéro d'identification ou la référence administrative du permis d'environnement ou de la déclaration d'établissement de classe 3 concerné ou, à défaut, la copie dudit permis ou de ladite déclaration;
  un extrait de casier judiciaire datant de moins de six mois selon le modèle visé à l'article 596, alinéa 1er, du Code d'instruction criminelle et ses mesures d'exécution.
  § 3. Afin de permettre d'identifier le demandeur d'enregistrement et le cas échéant d'attester de ses moyens techniques, financiers ou humains ainsi que le respect de l'article 32 ou de l'article 85, § 2, 1°, le Gouvernement peut préciser le contenu de la demande d'enregistrement visé au paragraphe 1er du présent article, le cas échéant tel que complété en vertu du paragraphe 2 dudit article. Il peut également fixer le nombre d'exemplaires de la demande d'enregistrement à introduire lorsque ladite demande est envoyée par voie papier.
Art.112. Elke aanvrager van een registratie die houder is van een erkenning, registratie of andere administratieve handeling van gelijke individuele strekking, uitgereikt in een ander Gewest voor de uitoefening van dezelfde afvalgerelateerde activiteit als die welke onderworpen is aan registratie in het Waalse Gewest, mag het type afvalgerelateerde activiteit dat onderworpen is aan registratie in het Waalse Gewest uitoefenen na ontvangst van de ontvangstbevestiging van zijn registratieaanvraag en voor de duur van de administratieve behandeling ervan bij de autoriteit van afgifte in eerste instantie in het Waalse Gewest.
  Aan het einde van de administratieve behandeling van zijn registratieaanvraag in het Waalse Gewest, indien deze aanvraag wordt geweigerd door de autoriteit van afgifte in eerste instantie, beëindigt de aanvrager de uitoefening van het soort activiteit dat onderworpen is aan registratie op het grondgebied van het Waalse Gewest na ontvangst van de beslissing tot weigering van registratie door de autoriteit van afgifte in eerste instantie of, bij ontstentenis van een dergelijke beslissing, aan het einde van de in artikel 114, § 5 bedoelde periode.
Art.112. Tout demandeur d'enregistrement qui est titulaire d'un agrément, d'un enregistrement ou d'un autre acte administratif à portée individuelle équivalent délivré dans une autre Région pour l'exercice de la même activité en matière de déchets que celle soumise à enregistrement en Région wallonne, peut exercer le type d'activités en matière de déchets soumis à enregistrement en Région wallonne dès réception de l'accusé de réception de sa demande d'enregistrement et pendant toute la durée de son traitement administratif auprès de l'autorité délivrante en première instance en Région wallonne.
  Au terme du traitement administratif de sa demande d'enregistrement en Région wallonne, si ladite demande est refusée par l'autorité délivrante en première instance, le demandeur cesse d'exercer le type d'activités soumis à enregistrement sur le territoire de la Région wallonne dès réception de la décision refusant l'enregistrement par l'autorité délivrante en première instance ou, à défaut d'une telle décision, au terme du délai visé à l'article 114, § 5.
Art.113. De Regering kan, in voorkomend geval onder voorwaarden, voorzien in de gelijkwaardigheid tussen elke erkenning, registratie of andere administratieve handeling van individuele aard, afgegeven door of krachtens de Waalse wetgeving, en bepaalde registraties die zij bepaalt onder die welke bij en krachtens dit hoofdstuk vereist zijn.
Art.113. Le Gouvernement peut prévoir l'équivalence, le cas échéant sous conditions, entre d'une part tout agrément, tout enregistrement ou tout autre acte administratif à portée individuelle délivré par ou en vertu de la législation wallonne et d'autre part certains enregistrements qu'il détermine parmi ceux qui sont requis par et en vertu du présent chapitre.
Art.114. § 1. Elke registratieaanvraag wordt naar de autoriteit van afgifte in eerste instantie gestuurd.
  § 2. De instantie van afgifte in eerste aanleg bezorgt de aanvrager van de registratie binnen een termijn van tien dagen een ontvangstbewijs van zijn aanvraag:
  1° per gewone post indien de aanvraag op papier werd ingediend;
  2° per niet-gewaarmerkte e-mail of niet-gewaarmerkt bericht als de aanvraag elektronisch werd ingediend.
  § 3. Als de registratieaanvraag volledig is, stuurt de autoriteit van afgifte in eerste instantie de aanvrager de beslissing tot registratie binnen dertig dagen na ontvangst van de registratieaanvraag.
  § 4. Als de registratiesaanvraag onvolledig is, stuurt de instantie van afgifte in eerste aanleg de aanvrager binnen dertig dagen na ontvangst van de registratieaanvraag de lijst met ontbrekende gegevens of documenten, hierna de aanvullingen genoemd. In dat geval wordt de administratieve procedure hervat vanaf de datum van ontvangst van de aanvullende informatie.
  De aanvrager van de registratie moet de gevraagde aanvullingen binnen dertig dagen na de verzending van het verzoek om deze aanvullingen naar de instantie van afgifte in eerste aanleg sturen.
  De instantie van afgifte in eerste aanleg bezorgt de aanvrager van de registratie binnen een termijn van tien dagen een ontvangstbewijs van de aanvullingen:
  1° per gewone post als de aanvullingen op papier werden verstuurd;
  2° per niet-gewaarmerkte e-mail of niet-gewaarmerkt bericht als de aanvullingen elektronisch werden ingediend.
  Binnen twintig dagen na ontvangst van de aanvullingen door de autoriteit van afgifte in eerste instantie, stuurt deze de aanvrager de beslissing waarbij zijn registratie wordt bevestigd..
  De autoriteit van afgifte in eerste instantie zendt de aanvrager de beslissing waarbij de registratie wordt geweigerd indien :
  1° zij werd ingediend zonder naleving van artikel 89;
  2° zij werd ingediend zonder naleving van artikel 111 en de uitvoeringsmaatregelen ervan ;
  4° de aanvrager van de registratie de gevraagde aanvullingen niet heeft overgemaakt binnen de termijn bedoeld in het tweede lid van deze paragraaf;
  4° als ze tweemaal onvolledig wordt beschouwd;
  5° zij werd ingediend zonder naleving van artikel 116.
  § 5. Na het verstrijken van de in de §§ 3 en 4 bedoelde termijnen wordt, als de beslissing tot bevestiging van de registratie van de aanvrager niet is verzonden, de aanvraag tot registratie van rechtswege geacht te zijn geweigerd.
Art.114. § 1er. Toute demande d'enregistrement est envoyée à l'autorité délivrante en première instance.
  § 2. L'autorité délivrante en première instance envoie au demandeur d'enregistrement un accusé de réception de sa demande dans un délai de dix jours :
  1° par pli ordinaire si la demande a été introduite par voie papier;
  2° par courriel non authentifié ou message non authentifié si la demande a été introduite par voie électronique.
  § 3. Si la demande d'enregistrement est complète, l'autorité délivrante en première instance envoie au demandeur la décision actant son enregistrement dans un délai de trente jours à dater de la réception de la demande d'enregistrement.
  § 4. Si la demande d'enregistrement est incomplète, l'autorité délivrante en première instance envoie au demandeur la liste des renseignements ou documents manquants, ci-après dénommés les compléments, dans un délai de trente jours à dater de la réception de la demande d'enregistrement. Dans ce cas, la procédure administrative recommence à dater de la réception de ces compléments.
  Le demandeur d'enregistrement envoie à l'autorité délivrante en première instance les compléments demandés dans un délai de trente jours à dater de l'envoi de la demande desdits compléments.
  L'autorité délivrante en première instance envoie au demandeur d'enregistrement un accusé de réception des compléments dans un délai de dix jours :
  1° par pli ordinaire si lesdits compléments ont été envoyés par voie papier;
  2° par courriel non authentifié ou message non authentifié si lesdits compléments ont été envoyés par voie électronique.
  Dans les vingt jours à dater de la réception des compléments par l'autorité délivrante en première instance, celle-ci envoie au demandeur la décision actant son enregistrement.
  L'autorité délivrante en première instance envoie au demandeur la décision refusant son enregistrement si :
  1° elle a été introduite sans respecter l'article 89;
  2° elle a été introduite sans respecter l'article 111 et ses mesures d'exécution;
  3° le demandeur d'enregistrement n'a pas envoyé les compléments demandés dans le délai visé à l'alinéa 2 du présent paragraphe;
  4° elle est considérée incomplète à deux reprises;
  5° elle a été introduite sans respecter l'article 116.
  § 5. Au terme des délais prévus aux paragraphes 3 et 4, à défaut d'envoi de la décision actant l'enregistrement du demandeur, la demande d'enregistrement est réputée refusée de plein droit.
Art.115. § 1. Tijdens de geldigheidsduur van de door de autoriteit van afgifte in eerste instantie of in administratief beroep afgegeven registratie kan de autoriteit van afgifte in eerste instantie op eigen initiatief de afgegeven registratie aanvullen of wijzigen indien zij vaststelt dat een van de essentiële gegevens in het aanvraagdossier sinds de afgifte van de registratie is gewijzigd.
  Behalve in een bijzonder gemotiveerd spoedeisend geval wordt elke beslissing tot wijziging van een registratie als bedoeld in het eerste lid genomen nadat de houder in de gelegenheid is gesteld mondeling of schriftelijk opmerkingen te maken.
  De wijzigingsbeslissing wordt naar de houder van de registratie gestuurd.
  § 2. Tijdens de geldigheidsduur van de in eerste instantie of in administratief beroep afgegeven registratie kan de houder van de registratie op eigen initiatief de autoriteit van afgifte in eerste instantie verzoeken zijn registratie te wijzigen wegens een of meerdere wijzigingen in een of meerdere essentiële gegevens in het aanvraagdossier die zich hebben voorgedaan sinds de afgifte van de registratie, met inbegrip van de beëindiging van de activiteit.
  De artikelen 111 tot en met 114 zijn mutatis mutandis van toepassing op de in het eerste lid bedoelde aanvraag tot wijziging van de registratie.
Art.115. § 1er. Au cours de la durée de validité de l'enregistrement délivré par l'autorité délivrante en première instance ou sur recours administratif, l'autorité délivrante en première instance peut d'initiative compléter ou modifier l'enregistrement délivré si elle constate un changement d'une des données essentielles figurant dans le dossier de demande intervenu depuis la délivrance de l'enregistrement.
  Sauf en cas d'urgence spécialement motivé, toute décision de modification d'enregistrement visée à l'alinéa 1er est prise après avoir donné à son titulaire la possibilité d'adresser ses observations oralement ou par écrit.
  La décision de modification est envoyée au titulaire de l'enregistrement.
  § 2. Au cours de la durée de validité de l'enregistrement délivré en première instance ou sur recours administratif, le titulaire d'enregistrement peut d'initiative demander à l'autorité délivrante en première instance de modifier son enregistrement en raison d'un ou de plusieurs changements d'une des données essentielles figurant dans le dossier de demande intervenu depuis la délivrance de l'enregistrement, y compris la cessation d'activité.
  Les articles 111 et 114 sont applicables mutatis mutandis à la demande de modification d'enregistrement visée à l'alinéa 1er.
Art.116. Op straffe van niet-ontvankelijkheid kan elk registratiehouder ten vroegste honderdtwintig dagen vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van zijn registratie een nieuwe registratieaanvraag indienen voor dezelfde soort afvalactiviteit en dezelfde soorten afval of, indien van toepassing, dezelfde categorieën bemonsteringsmethoden waarvoor hij reeds is geregistreerd.
Art.116. Sous peine d'irrecevabilité, tout titulaire d'enregistrement peut introduire une nouvelle demande d'enregistrement portant sur le même type d'activité en matière de déchets et les mêmes types de déchets ou le cas échéant les mêmes catégories de méthodes de prélèvements d'échantillons, pour lesquels il est déjà enregistré, au plus tôt cent vingt jours avant l'expiration de la durée de son enregistrement.
Art.117. § 1. Tegen beslissingen van de autoriteit van afgifte in eerste instantie op grond van artikel 86 kan administratief beroep worden ingesteld bij de bevoegde autoriteit.
  Het recht om administratief beroep in te stellen wordt uitsluitend verleend aan de persoon die de registratie heeft aangevraagd of aan de houder van de registratie, hierna de verzoeker genoemd.
  § 2 Wanneer het administratief beroep betrekking heeft op een schorsingsbeslissing genomen krachtens artikel 86, schorst het niet de schorsingsbeslissing waarvan het administratief beroep uitgaat.
  Wanneer het administratief beroep betrekking heeft op een andere stilzwijgende of uitdrukkelijke beslissing dan die bedoeld in het eerste lid, schorst het de beslissing waartegen administratief beroep wordt ingesteld.
  § 3 Op straffe van onontvankelijkheid moet het administratief beroep worden ingesteld binnen een termijn van dertig dagen:
  1° na ontvangst van de administratieve beslissing of beslissingen die voortvloeien uit artikel 86, 114 of 115; of;
  2° bij ontstentenis van een beslissing als bedoeld in 1°, na het verstrijken van de termijn waarover de autoriteit van afgifte in eerste instantie beschikt om de beslissing te geven.
  § 4 Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt het administratief beroep ingesteld door een verzoek dat wordt ingediend op de wijze bepaald bij of krachtens artikel 89. De verzoeker zendt tegelijkertijd een afschrift van zijn verzoek aan de autoriteit van afgifte in eerste instantie.
  Dit verzoek wordt ondertekend en bevat ten minste de volgende gegevens:
  1° indien de verzoeker :
  een natuurlijke persoon is : voor- en achternaam, geboortedatum, bedrijfsadres, telefoonnummer en e-mailadres en, facultatief voor de verzoeker, het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst;
  een rechtspersoon is:
  zijn naam of bedrijfsnaam, het adres van zijn statutaire zetel, zijn telefoonnummer en e-mailadres en, facultatief voor de verzoeker, het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst; en;
  de voornaam, de familienaam en de functie van de persoon die door de betrokken rechtspersoon gemachtigd is om het beroep in te dienen;
  2° in voorkomend geval, het inschrijvingsnummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen van de verzoeker of, bij ontstentenis daarvan, zijn identificatienummer bij elk ander gelijkaardig handels- of handelsregister, in voorkomend geval uitgegeven krachtens buitenlandse wetgeving of reglementering;
  3° het identificatienummer of de administratieve referentie van de beslissing waartegen administratief beroep wordt ingesteld;
  4° de gronden die zijn aangevoerd tegen de beslissing waartegen administratief beroep wordt ingesteld.
  § 5. Binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek door de autoriteit bevoegd voor het administratief beroep, stuurt deze autoriteit de verzoeker een ontvangstbevestiging van het verzoek.
  § 6. De autoriteit die bevoegd is voor administratieve beroepen zendt de beslissing over het administratief beroep binnen vijfenveertig dagen na de verzending van de ontvangstbevestiging van het verzoek naar de verzoeker.
  De beslissing ingevolge een administratief beroep annuleert of bevestigt de beslissing die in eerste aanleg is uitgesproken.
  § 7. Na het verstrijken van de in § 6 bepaalde termijn wordt, indien de beslissing ingevolge een administratief beroep niet aan de verzoeker is toegezonden, de beslissing waartegen administratief beroep wordt ingesteld van rechtswege bevestigd.
Art.117. § 1er. Un recours administratif est ouvert auprès de l'autorité compétente sur recours administratif à l'encontre des décisions prises par l'autorité délivrante en première instance en vertu de l'article 86.
  Le droit d'introduire ledit recours administratif est accordé exclusivement à la personne qui a sollicité l'enregistrement ou au titulaire d'enregistrement, ci-après dénommé le requérant.
  § 2. Lorsque le recours administratif porte sur une décision de suspension prise en vertu de l'article 86, il est non suspensif de la décision de suspension dont recours administratif.
  Lorsque le recours administratif porte sur une décision tacite ou explicite autre que celle visée à l'alinéa 1er, il est suspensif de la décision dont recours administratif.
  § 3. Sous peine d'irrecevabilité, le recours administratif est introduit dans un délai de trente jours :
  1° à dater de la réception de la ou des décisions découlant des articles 86, 114 ou 115; ou;
  2° en l'absence de décision telle que visée au 1°, à dater de l'expiration du délai imparti à l'autorité délivrante en première instance pour rendre la décision.
  § 4. Sous peine d'irrecevabilité, le recours administratif est initié par requête introduite selon les modalités prévues par ou en vertu de l'article 89. Concomitamment, le requérant transmet une copie de sa requête à l'autorité délivrante en première instance.
  Ladite requête est signée et comprend au minimum les informations suivantes :
  1° si le requérant est :
  une personne physique : ses prénom et nom, sa date de naissance, l'adresse de son entreprise, son numéro de téléphone et son adresse électronique ainsi que, de manière optionnelle pour le requérant, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact;
  une personne morale :
  sa dénomination ou sa raison sociale, l'adresse de son siège social, son numéro de téléphone et son adresse électronique ainsi que, de manière optionnelle pour le requérant, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact; et;
  les prénom, nom et qualité de la personne mandatée par la personne morale concernée pour introduire le recours;
  2° le cas échéant, le numéro d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises du requérant ou, à défaut, son numéro d'identification à tout autre registre de commerce ou des métiers similaire, le cas échéant délivré en vertu d'une législation ou d'une réglementation étrangère;
  3° le numéro d'identification ou la référence administrative de la décision dont recours administratif;
  4° les moyens développés à l'encontre de la décision dont recours administratif.
  § 5. Dans les quinze jours à dater de la réception de la requête par l'autorité compétente sur recours administratif, celle-ci envoie au requérant un accusé de réception de sa requête.
  § 6. L'autorité compétente sur recours administratif envoie au requérant la décision statuant sur recours administratif dans un délai de quarante-cinq jours à dater de l'envoi de l'accusé de réception de la requête.
  La décision sur recours administratif annule ou confirme la décision délivrée en première instance.
  § 7. Au terme du délai prévu au paragraphe 6, à défaut d'envoi au requérant de la décision statuant sur recours administratif, la décision dont recours administratif est confirmée de plein droit.
Onderafdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor de registratie van inzameling, handel en bemiddeling, vervoer en activiteiten met betrekking tot de samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing en verwijdering van ongevaarlijke afvalstoffen
Sous-section 2. - Dispositions particulières à l'enregistrement des activités de collecte, de négoce et de courtage, des activités de transport, des activités de regroupement, de prétraitement, de valorisation et d'élimination, en matière de déchets non dangereux
Art.118. § 1. De Regering onderwerpt de volgende activiteiten aan registratie:
  1° de beroepsmatige inzameling, handel en bemiddeling van ongevaarlijke afvalstoffen;
  2° het beroepsmatig vervoer van ongevaarlijke afvalstoffen;
  3° de beroepsmatige samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing en verwijdering van ongevaarlijke afvalstoffen.
  Daartoe kan de Regering de registratie of de soorten registraties met betrekking tot voornoemde soorten activiteiten regelen naargelang van het soort of subtype afvalstoffen dat zij vaststelt.
  § 2. Initiële producenten van soortgelijke ongevaarlijke afvalstoffen die hun eigen soortgelijke ongevaarlijke afvalstoffen vervoeren, zijn vrijgesteld van transportregistratie voor het vervoer van die afvalstoffen onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
  1° de hoeveelheid vervoerde afvalstoffen bedraagt niet meer dan tweehonderd vijftig kilogram per maand; en;
  2° de bedoelde afvalstoffen worden vervoerd naar een inzamelaar, een handelaar, een makelaar, een inrichting of een onderneming die beschikt over de erkenning, registratie of enige andere administratieve vergunning die overeenkomstig de artikelen 6 en 32 vereist is om de activiteiten van samenbrenging, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van de bedoelde afvalstoffen uit te voeren.
Art.118. § 1er. Le Gouvernement soumet à enregistrement :
  1° la collecte, le négoce et le courtage de déchets non dangereux à titre professionnel;
  2° le transport de déchets non dangereux à titre professionnel;
  3° le regroupement, le prétraitement, la valorisation et l'élimination de déchets non dangereux à titre professionnel.
  Pour ce faire, le Gouvernement peut réglementer l'enregistrement ou les types d'enregistrement portant sur lesdits types d'activités en fonction du type ou du sous-type de déchets qu'il détermine.
  § 2. Les producteurs initiaux de déchets assimilés non dangereux transportant leurs propres déchets assimilés non dangereux sont dispensés d'enregistrement de transport pour le transport de ceux-ci aux conditions cumulatives suivantes :
  1° la quantité desdits déchets transportés n'excède pas deux cent cinquante kilogrammes par mois; et;
  2° lesdits déchets sont transportés vers un collecteur, un négociant, un courtier, une installation ou une entreprise disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre autorisation administrative requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination desdits déchets, conformément aux articles 6 et 32.
Art.119. Elke houder van een registratie voor ten minste een van de soorten afvalactiviteiten bedoeld in artikel 118, § 1, informeert de begunstigde van de afvalbeheerdienst over de gedetailleerde beheersprocedures en -kosten, alsook over de bestemming van de afvalstoffen.
Art.119. Tout titulaire d'enregistrement pour au moins l'un des types d'activités en matière de déchets visé à l'article 118, § 1er, informe le bénéficiaire du service de gestion de déchets des modalités et des coûts détaillés de la gestion ainsi que de la destination des déchets.
Onderafdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor de registratie van afvalbemonsteringsactiviteiten
Sous-section 3. - Dispositions particulières à l'enregistrement des activités de prélèvement d'échantillons en matière de déchets
Art.120. § 1. De Regering kan de professionele afvalbemonsteringsactiviteiten aan registratie onderwerpen.
  Daartoe kan de Regering de registratie of soorten registraties met betrekking tot deze activiteiten regelen op basis van bepaalde categorieën van monsternemingsmethoden die zij bepaalt.
  § 2. Elke houder van een registratie voor het type activiteiten met betrekking tot afvalstoffen, vermeld in § 1:
  1° verleent diensten met inachtneming van de uitvoeringsmaatregelen genomen krachtens artikel 16, eerste lid, 1° ;
  2° voldoet aan de krachtens artikel 16, eerste lid, 2°, goedgekeurde indicatieve technische bepalingen of kan een gelijkwaardige kwaliteit van zijn deskundigheid aantonen.
Art.120. § 1er. Le Gouvernement peut soumettre à enregistrement les activités de prélèvement d'échantillons en matière de déchets à titre professionnel.
  Pour ce faire, le Gouvernement peut réglementer l'enregistrement ou les types d'enregistrement portant sur lesdites activités en fonction de certaines catégories de méthodes de prélèvement d'échantillons qu'il détermine.
  § 2. Tout titulaire d'enregistrement pour le type d'activités en matière de déchets visé au paragraphe 1er :
  1° fournit des prestations respectant les mesures d'exécution prises en vertu de l'article 16, alinéa 1er, 1° ;
  2° se conforme aux dispositions techniques à valeur indicative approuvées en vertu de l'article 16, alinéa 1er, 2°, ou est en mesure de démontrer l'équivalence de qualité de son expertise.
TITEL 2. - UITGEBREIDE PRODUCENTENVERANTWOORDELIJKHEID
TITRE 2. - RESPONSABILITE ELARGIE DES PRODUCTEURS DE PRODUITS
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Afdeling 1. - Doelstellingen en toepassingsgebied
Section 1. - Objectifs et champ d'application
Art.121. § 1. In het belang van de milieubescherming en een verantwoord gebruik van hulpbronnen, met inbegrip van natuurlijke hulpbronnen, worden in deze titel de minimumeisen vastgesteld die van toepassing zijn op regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die gericht zijn op versterking van afvalpreventie, voorbereiding voor hergebruik, hergebruik, recycling en andere nuttige toepassingen.
  § 2. Het bij deze titel en de uitvoeringsmaatregelen ervan ingevoerde systeem van uitgebreide verantwoordelijkheid van de producent van producten is van toepassing op de volgende afvalstoffen :
  1° afval van elektrische of elektronische uitrustingen;
  2° afval van batterijen en accu's;
  3° afgedankte voertuigen;
  4° gebruikte banden;
  5° afgewerkte oliën;
  6° afgedankte matrassen.
  7° sanitair textielafval voor eenmalig gebruik, met inbegrip van gebruikte vochtige doekjes;
  8° gebruikte ballonnen;
  9° gebruikt vistuig dat plastic bevat;
  10° sigarettenpeuken.
  § 2. De Regering kan een systeem van uitgebreide verantwoordelijkheid van de producent van producten overeenkomstig deze titel invoeren voor de volgende afvalstoffen :
  1° gebruikt meubilair;
  2° 2° gebruikte kauwgom;
  3° gebruikt textiel;
  4° gebruikte wegwerpluiers.
  § 3. Elke regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevoerd door deze titel en haar uitvoeringsmaatregelen leidt, naargelang het geval, tot :
  1° alle volgende hoofdverplichtingen :
  een verplichting om afvalstoffen te beheren;
  een verplichting om afvalbeheer en bepaalde afvalpreventiemaatregelen te financieren;
  een verplichting tot voorlichting en bewustmaking;
  een rapporteringsverplichting;
  een verplichting om een strategisch plan en bijbehorende jaarlijkse uitvoeringsplannen op te stellen;
  2° onverminderd 1°, alle of sommige van de volgende verplichtingen die door de Regering kunnen worden geactiveerd :
  een verplichting tot terugname van afvalstoffen;
  een verplichting om afvalstoffen te voorkomen;
  een verplichting om gekwantificeerde doelstellingen inzake inzameling of nuttige toepassing te bereiken, in het bijzonder voor recycling, of om te streven naar streefwaarden voor voorbereiding voor hergebruik of hergebruik;
  een verplichting om de openbare netheid te financieren.
Art.121. § 1er. Dans le respect de la protection de l'environnement et dans une perspective d'utilisation responsable des ressources, y compris des ressources naturelles, le présent titre établit les exigences minimales applicables aux régimes de responsabilité élargie des producteurs dont l'objectif est de renforcer la prévention, la préparation en vue du réemploi, le réemploi, le recyclage et autre valorisation en matière de déchets.
  § 2. Le régime de responsabilité élargie du producteur de produits instauré par le présent titre et ses mesures d'exécution s'applique à l'égard des déchets suivants :
  1° les déchets d'équipements électriques et électroniques;
  2° les déchets de piles et accumulateurs;
  3° les véhicules hors d'usage;
  4° les pneus usagés;
  5° les huiles usagées;
  6° les matelas usagés;
  7° les déchets de textiles sanitaires à usage unique, en ce compris les lingettes humides usagées;
  8° les ballons de baudruche usagés;
  9° les engins de pêche usagés contenant du plastique;
  10° les mégots.
  Le Gouvernement peut instaurer un régime de responsabilité élargie du producteur de produits conformément au présent titre à l'égard des déchets suivants :
  1° le mobilier usagé;
  2° les chewing-gums usagés;
  3° les textiles usagés;
  4° les langes jetables usagés.
  § 3. Chaque régime de responsabilité élargie du producteur de produits instauré par le présent titre et ses mesures d'exécution se traduit, selon le cas, par :
  1° l'ensemble des obligations principales suivantes :
  une obligation de gestion des déchets;
  une obligation de financement de la gestion des déchets et de certaines mesures de prévention des déchets;
  une obligation d'information et de sensibilisation;
  une obligation de rapportage;
  une obligation de réalisation d'un plan stratégique et de plans annuels d'exécution y relatifs;
  2° sans préjudice du 1°, tout ou partie des obligations activables par le Gouvernement suivantes :
  une obligation de reprise des déchets;
  une obligation de prévention en matière de déchets;
  une obligation d'atteindre des objectifs chiffrés de collecte ou de valorisation, notamment de recyclage, ou de tendre vers des valeurs cibles de préparation en vue du réemploi ou de réemploi;
  une obligation de financement de la propreté publique.
Art.122. De regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid geldt onverminderd de in artikel 47, § 1, bedoelde verantwoordelijkheid voor afvalbeheer en onverminderd de geldende specifieke wet- en regelgeving betreffende afvalstromen en de geldende specifieke wet- en regelgeving betreffende producten.
  De regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid laat de verplichtingen en taken van lokale autoriteiten met betrekking tot de volksgezondheid onverlet, en de verplichtingen en taken van lokale autoriteiten met betrekking tot de volksgezondheid laten de verplichtingen van producenten van producten in het kader van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid dat op hen van toepassing is, onverlet.
Art.122. Le régime de responsabilité élargie des producteurs de produits s'applique sans préjudice de la responsabilité en matière de gestion des déchets, prévue à l'article 47, § 1er, et sans préjudice de la législation ou de la réglementation spécifique en vigueur concernant les flux de déchets et de la législation ou de la réglementation spécifique en vigueur concernant les produits.
  Le régime de responsabilité élargie des producteurs de produits ne porte pas préjudice aux obligations et devoirs qui incombent aux autorités locales en matière de salubrité publique, et les obligations et devoirs qui incombent aux autorités locales en matière de salubrité publique ne portent pas préjudice aux obligations qui découlent, pour les producteurs de produits, du régime de responsabilité élargie qui leur est applicable.
Afdeling 2. - Begripsomschrijving
Section 2. - Définitions
Art.123. § 1. Onverminderd artikel 5 wordt voor de toepassing van deze titel verstaan onder:
  1° de "regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid": een geheel van maatregelen om ervoor te zorgen dat de producenten van producten financiële of financiële en organisatorische verantwoordelijkheid nemen voor het beheer van de afvalfase van de levenscyclus van een product;
  2° de "huishoudelijke afval": de afval voortgebracht door de gewone activiteit van de gezinnen alsook de afval voortgebracht door een beroepsactiviteit die vanwege de aard en samenstelling ervan vergelijkbaar is en gelijkgesteld wordt met de gewone activiteit van de gezinnen ;
  3° "industriële afval" : de afval die niet onder 2° valt;
  4° "streefwaarde": een doelstelling bestaande uit een niveau dat is vastgesteld met het oog op het vermijden, voorkomen of verminderen van schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu in zijn geheel, en dat binnen een bepaalde periode zoveel mogelijk moet worden bereikt;
  5° "elektrische en elektronische apparatuur" of "EEA": apparaten die afhankelijk zijn van elektrische stromen of elektromagnetische velden om naar behoren te werken en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden en die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1 000 volt bij wisselstroom en 1 500 volt bij gelijkstroom
  6° "batterij" of "accu": bron van door rechtstreekse omzetting van chemische energie verkregen elektrische energie, bestaande uit één of meer primaire (niet-oplaadbare) batterijcellen of uit één of meer secundaire (oplaadbare) batterijcellen;
  7° "voertuig": elk voertuig ingedeeld in categorie M1 of N1, zoals bedoeld in Verordening (EU) 2018/858, alsmede de driewielers zoals omschreven in Verordening (EU) 168/2013, met uitzondering van de driewielers met motor, ongeacht hoe het voertuig tijdens het gebruik werd onderhouden of gerepareerd en ongeacht of het werd uitgerust met door de producent geleverde onderdelen dan wel met andere onderdelen die als vervangings- of inbouwonderdeel in overeenstemming met de relevante gemeenschapsbepalingen of interne bepalingen werden aangebracht;
  8° "band" betekent elk ringvormig voorwerp van rubber en eventueel van andere materialen, pneumatisch of massief, met inbegrip van banden, maar met uitzondering van fietsbanden;
  9° "olie" alle soorten minerale of synthetische smeerolie of industriële olie, zoals olie van verbrandingsmotoren en versnellingsbakken, alsmede smeerolie, olie voor turbines en hydraulische oliën;
  10° "matrassen" : alle producten die bestemd zijn om op te slapen en te rusten, bestaande uit een sterke hoes, gevuld met basismaterialen, en die kunnen worden geplaatst op een bestaande ondersteunende bedstructuur, met inbegrip van de dekmatrasssen;
  11° "dekmatras": elk stuk beddengoed met een maximumdikte van tien centimeter dat bestemd is om bovenop een matras te worden gelegd;
  12° "sanitair textiel voor eenmalig gebruik": alle producten voor eenmalig gebruik die bestemd zijn voor intieme lichaamshygiëne of huishoudelijke hygiëne, zoals vochtige doekjes;
  13° "vochtige doekjes" : alle vooraf bevochtigde doekjes voor persoonlijke hygiëne, en huishoudelijke doekjes;
  14° "ballonnen": alle niet-poreuze voorwerpen van licht materiaal die bestemd zijn om met lucht of gas te worden opgeblazen, met uitzondering van ballonnen voor industriële of andere professionele toepassingen die niet aan consumenten worden verstrekt.
  15° "vistuig voor de zeevisserij": elk voorwerp of uitrusting dat bij de visserij of de aquacultuur wordt gebruikt om levende mariene hulpbronnen te bevissen, te vangen of te kweken, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt ingezet om deze levende mariene hulpbronnen aan te trekken en te vangen of te kweken;
  16° "vistuig voor de zoetwatervisserij": elk voorwerp of uitrusting dat bij de visserij of de aquacultuur wordt gebruikt om biologische hulpbronnen in zoet water aan te trekken, te vangen of te kweken, of dat op het zoetwateroppervlak drijft en wordt ingezet om die biologische hulpbronnen in zoet water aan te trekken en te vangen of te kweken;
  17° "vistuig" : de categorie van producten die het in 15° en 16° bedoelde vistuig omvat;
  18° "tabaksproducten": alle producten die kunnen worden geconsumeerd en zelfs gedeeltelijk uit tabak bestaan, al dan niet genetisch gemodificeerd, alsmede filters die in de handel worden gebracht voor gebruik in combinatie met tabaksproducten;
  19° "peuken": alle afgedankte tabaksproducten met kunststoffilters voor eenmalig gebruik en alle afgedankte kunststoffilters voor eenmalig gebruik die in de handel zijn gebracht toen zij producten waren die in combinatie met tabaksproducten kunnen worden gebruikt
  20° "meubilair": elk roerend goed waarvan de buitenafmetingen gelijk zijn aan of groter zijn dan veertig centimeter of waarvan het volume gelijk is aan of groter is dan zestig kubieke decimeter en dat bestemd is voor het gebruik of de decoratie van lokalen of de buitenkant ervan, met uitzondering van levende dieren en matrassen;
  21° "kauwgom": alle al dan niet gecoate kauwgom die bedoeld is om op te kauwen en niet om door te slikken;
  22° "textiel": alle kleding, schoeisel, linnengoed en producten van natuurlijke of synthetische vezels;
  23° "wegwerpluiers": alle wegwerpproducten die bestemd zijn om de ontlasting of de urine van de drager ervan op te vangen, met uitzondering van stomazakjes;
  24° [1 ...]1;
  25° [1 ...]1;
  26° [1 ...]1;
  27° [1 ...]1;
  28° [1 ...]1;
  29° "distributeur": elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die deel uitmaakt van de toeleveringsketen en EEA of andere producten die onder een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vallen, op de markt aanbiedt.
  30° "detailhandelaar": elke natuurlijke of rechtspersoon die een product dat onder een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid valt, te koop aanbiedt aan de consument;
  31° "consument": iedere natuurlijke of rechtspersoon die producten die onder een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheidsstelsel valt, privé of beroepsmatig verwerft om ze te consumeren of te gebruiken.
  § 2 Met betrekking tot paragraaf 1, 1°, in de definitie van "uitgebreide producentenverantwoordelijkheid" omvat de "afvalfase" van de levenscyclus van een product selectieve inzameling, sortering en verwerking. De "uitgebreide producentenverantwoordelijkheid" kan in voorkomend geval ook de verantwoordelijkheid omvatten om bij te dragen tot afvalpreventie en tot de herbruikbaarheid en recycleerbaarheid van producten.
  Met betrekking tot de definitie van "afvalstoffen van huishoudelijke oorsprong", bedoeld in paragraaf 1, 2°, kan de Regering afvalstoffen van beroepsactiviteiten opsommen die gelijkgesteld worden met afvalstoffen van de gebruikelijke huishoudelijke activiteiten.
  Met betrekking tot punt 1, 20°, moet een product, om te bepalen of het onder de definitie van "meubilair" valt, qua ontwerp geschikt zijn om op te zitten, te liggen, te leunen of te zitten, om voorwerpen op te slaan, neer te leggen of op te bergen, of om te versieren.
  Met betrekking tot de definitie van "producent van EEA", bedoeld in paragraaf 1, 25°, en de definitie van "producent van andere producten", bedoeld in paragraaf 1, 28°, wordt een persoon die uitsluitend financiering verstrekt krachtens of overeenkomstig een financieringsovereenkomst, niet als "producent" beschouwd, tenzij hij ook optreedt als producent in de zin van de punten a) tot en met d) van die definities.
  Wat de definitie van "distributeur" in paragraaf 1, 29° en de definitie van "detailhandelaar" in paragraaf 1, 30° betreft, beletten deze definities niet dat een "distributeur" of "detailhandelaar" ook een "producent van producten" in de zin van paragraaf 1, 24° is.
  § 3. Teneinde dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan in overeenstemming te brengen met het recht van de Europese Unie en het internationaal recht, kan de Regering de bepalingen van deze afdeling intrekken, wijzigen, aanvullen of vervangen.
  Wanneer de door de Regering krachtens dit lid genomen maatregelen dit decreet wijzigen, verliezen zij hun werking van rechtswege indien zij niet binnen twaalf maanden na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad bij decreet worden bevestigd.
  
Art.123. § 1er. Sans préjudice de l'article 5, pour l'application du présent titre, l'on entend par :
  1° le " régime de responsabilité élargie des producteurs de produits " : un ensemble de mesures prises pour veiller à ce que les producteurs de produits assument la responsabilité financière ou la responsabilité financière et organisationnelle de la gestion de la phase " déchet " du cycle de vie d'un produit;
  2° les " déchets d'origine domestique " : tous les déchets provenant de l'activité usuelle des ménages ainsi que tous les déchets provenant d'une activité professionnelle qui en raison de leur nature et de leur composition, sont similaires aux déchets provenant de l'activité usuelle des ménages et y sont assimilés;
  3° les " déchets d'origine industrielle " : tous les déchets qui ne sont pas couverts par le 2° ;
  4° la " valeur cible " : un objectif consistant en un niveau fixé dans le but d'éviter, de prévenir ou de réduire les effets nocifs sur la santé humaine ou l'environnement dans son ensemble, à atteindre dans la mesure du possible sur une période donnée;
  5° les " équipements électriques et électroniques " ou " EEE " : tous les équipements fonctionnant grâce à des courants électriques ou à des champs électromagnétiques et tous équipements de production, de transfert et de mesure de ces courants et champs, conçus pour être utilisés à une tension ne dépassant pas 1 000 volts en courant alternatif et 1 500 volts en courant continu;
  6° la " pile " ou l'" accumulateur " : toute source d'énergie électrique obtenue par transformation directe d'énergie chimique, constituée d'un ou de plusieurs éléments primaires (non rechargeables) ou d'un ou de plu- sieurs éléments secondaires (rechargeables);
  7° le " véhicule " : tous les véhicule des catégories M1 ou N1 définies dans le règlement (UE) 2018/858, ainsi que les véhicules à trois roues, tels que définis dans le règlement (UE) 168/2013, mais à l'exclusion des tricycles à moteur, indépendamment de la manière dont le véhicule a été entretenu ou réparé en cours d'utilisation, et indépendamment du fait s'il a été équipé d'accessoires fournis par le constructeur ou d'autres éléments montés en tant que pièce de rechange ou intégrés conformément aux prescriptions générales ou à des dispositions internes;
  8° le " pneu " : tout objet de forme torique en caoutchouc et éventuellement d'autres matériaux, pneumatique ou plein, en ce compris les bandages, à l'exclusion des pneus de vélo;
  9° les " huiles " : toutes les huiles à usage non alimentaire, minérales ou synthétiques, lubrifiantes ou industrielles, telles que les huiles des moteurs à combustion et des systèmes de transmission, les huiles lubrifiantes, les huiles pour turbines et celles pour systèmes hydrauliques;
  10° les " matelas " : tous les produits destinés au couchage et au repos constitués d'une housse solide, rembourrée de matériaux de base, et susceptibles d'être mis sur une structure de lit de support, en ce compris les surmatelas;
  11° le " surmatelas " : tout élément de literie d'une épaisseur maximale de dix centimètres qui a vocation à être placé sur un matelas;
  12° les " textiles sanitaires à usage unique " : tous les produits à usage unique destinés à l'hygiène intime du corps ou à l'hygiène de la maison, tels que les lingettes humides;
  13° les " lingettes humides " : toutes les lingettes pré-imbibées pour usages corporels et domestiques;
  14° les " ballons de baudruche " : tous les objets non poreux en matériau léger destiné à être gonflé avec de l'air ou du gaz, à l'exception des ballons de baudruche utilisés pour des usages et applications industriels ou professionnels, et qui ne sont pas distribués aux consommateurs;
  15° l'" engin de pêche en mer " : tout élément ou toute pièce d'équipement qui est utilisé dans le cadre de la pêche ou de l'aquaculture pour cibler, capturer ou élever des ressources biologiques de la mer, ou qui flotte à la surface de la mer, et est déployé dans le but d'attirer et de capturer ou d'élever de telles ressources biologiques de la mer;
  16° l'" engin de pêche en eau douce " : tout élément ou toute pièce d'équipement qui est utilisé dans le cadre de la pêche ou de l'aquaculture pour cibler, capturer ou élever des ressources biologiques des eaux douces, ou qui flotte à la surface des eaux douces, et est déployé dans le but d'attirer et de capturer ou d'élever de telles ressources biologiques des eaux douces;
  17° les " engins de pêche " : la catégorie de produits reprenant les engins de pêche visés au 15° et ceux visés au 16° ;
  18° les " produits à base de tabac " : tous les produits pouvant être consommés et composés même partiellement de tabac, qu'il soit ou non génétiquement modifié, ainsi que les filtres commercialisés pour être utilisés en combinaison avec des produits du tabac;
  19° les " mégots " : tous les déchets de produits à base de tabac avec filtres en plastique à usage unique et tous les déchets de filtres en plastique à usage unique commercialisés lorsqu'ils étaient des produits pour être utilisés en combinaison avec des produits à base de tabac;
  20° le " mobilier " : toute chose meuble dont toutes les dimensions extérieures sont égales ou supérieures à quarante centimètres ou dont le volume est égal ou supérieur à soixante décimètres cubes et qui est destinée à l'usage ou à l'ornement des locaux ou de leurs extérieurs, à l'exclusion des animaux vivants et des matelas;
  21° les " chewing-gums " : toutes les gommes, enrobées ou non, destinées à être mâchées et non avalées;
  22° les " textiles " : tous les vêtements, les chaussures, le linge et les produits fabriqués à partir de fibres naturelles ou synthétiques;
  23° les " langes jetables " : tous les produits à usage unique conçus pour recueillir les selles ou l'urine de leur porteur, à l'exclusion des poches de stomie;
  24° [1 ...]1;
  25° [1 ...]1;
  26° [1 ...]1;
  27° [1 ...]1;
  28° [1 ...]1;
  29° le " distributeur " : toute personne physique ou morale dans la chaîne d'approvisionnement qui met des EEE ou d'autres produits soumis à un régime de responsabilité élargie des producteurs de produits, à disposition sur le marché;
  30° le " détaillant " : toute personne physique ou morale qui offre en vente au consommateur un produit soumis à un régime de responsabilité élargie des producteurs de produits;
  31° le " consommateur " : toute personne physique ou morale qui acquiert les produits soumis à un régime de responsabilité élargie des producteurs de produits, à titre privé ou professionnel, afin de les consommer ou de les utiliser.
  § 2. Concernant le paragraphe 1er, 1°, dans la définition de la " responsabilité élargie des producteurs de produits ", la phase " déchet " du cycle de vie d'un produit comprend les opérations de collecte sélective, de tri et de traitement. La " responsabilité élargie des producteurs de produits " peut également englober, le cas échéant, la responsabilité de contribuer à la prévention des déchets et aux possibilités de réemploi et à la recyclabilité des produits.
  Concernant la définition des " déchets d'origine domestique " visée au paragraphe 1er, 2°, le Gouvernement peut lister des déchets provenant d'activités professionnelles qui sont assimilés à des déchets provenant de l'activité usuelle des ménages.
  Concernant le paragraphe 1er, 20°, afin de déterminer si un produit relève de la définition du " mobilier ", il doit, dans sa conception, permettre de s'asseoir, de s'allonger, de s'aliter, de servir à s'y appuyer ou s'y attabler, de stocker, de déposer ou de ranger des objets, ou d'ornementer.
  Concernant la définition du " producteur d'EEE " visée au paragraphe 1er, 25°, et la définition du " producteur d'autres produits " visée au paragraphe 1er, 28°, toute personne qui assure exclusivement un financement en vertu de ou conformément à un contrat de financement n'est pas considérée comme " producteur ", à moins qu'elle n'agisse aussi comme producteur au sens des points a) à d), desdites définitions.
  Concernant la définition du " distributeur " visée au paragraphe 1er, 29°, et la définition du " détaillant " visée au paragraphe 1er, 30°, lesdites définitions n'empêchent pas un " distributeur " ou un " détaillant " d'être également " producteur de produits " au sens du paragraphe 1er, 24°.
  § 3. En vue de rendre le présent décret et ses mesures d'exécution conformes au droit de l'Union européenne et au droit international, le Gouvernement peut abroger, modifier, compléter ou remplacer les dispositions de la présente section.
  Lorsque les mesures prises par le Gouvernement en vertu du présent paragraphe modifient le présent décret, elles cessent de plein droit de produire leurs effets si elles ne sont pas confirmées par décret dans un délai de douze mois après leur publication au Moniteur belge.
  
Afdeling 3. - Machtigingen van de Regering
Section 3. - Habilitations générales au Gouvernement
Art.124. § 1. Onverminderd het recht van de Europese Unie zal de Regering voor elke regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid :
  1° het (de) type(n) of subtype(n) van de betrokken afval vermelden;
  2° in overeenstemming met de afvalhiërarchie, doelstellingen inzake afvalbeheer vaststellen met het oog op het bereiken van de kwantitatieve doelstellingen die relevant zijn voor de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die door het recht van de Europese Unie en door dit besluit en de uitvoeringsmaatregelen ervan worden vastgesteld;
  3° om de twee jaar aan het Waals Parlement een verslag richten over de uitvoering van deze titel en de maatregelen ter uitvoering ervan.
  § 2. Onverminderd het recht van de Europese Unie kan de Regering voor elke regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid :
  1° bepaalde subtypes van afvalstoffen of producten die zij vaststelt, uitsluiten van het toepassingsgebied van een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;
  2° hogere of andere kwantitatieve of kwalitatieve doelstellingen vaststellen die relevant worden geacht voor de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de betreffende producten die hoger liggen of anders zijn dan de doelstellingen bedoeld in paragraaf 1, 2° ;
  3° in het kader van artikel 134 en artikel 137, § 2, definiëren, vaststellen of specificeren :
  het/de passende zelfcontrolemechanisme(n);
  het concept van gecertificeerde onafhankelijke audit;
  hun regelmaat;
  4° onverminderd de bevoegdheden van de federale Staat, passende maatregelen nemen om te bevorderen dat producten of componenten van producten zodanig worden ontworpen dat hun milieueffecten en het ontstaan van afval tijdens de productie en het latere gebruik van de producten worden beperkt, en ervoor zorgen dat de nuttige toepassing en de verwijdering van producten die afvalstoffen zijn geworden, plaatsvinden overeenkomstig de artikelen 6 en 32;
  5° maatregelen nemen om het passende kader voor toezicht en controle op de toepassing van deze titel en de uitvoeringsmaatregelen ervan te versterken, met de volgende doelstellingen:
  de naleving van verplichtingen inzake uitgebreide verantwoordelijkheid door productproducenten en organisaties voor uitgebreide productverantwoordelijkheid, ook bij verkoop op afstand;
  het efficiënte gebruik van de financiële middelen; en
  de rapportage van betrouwbare gegevens door alle actoren die betrokken zijn bij de uitvoering van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;
  6° onverminderd artikel 142, verdere maatregelen nemen om de regelmatige dialoog te versterken tussen de belanghebbenden die betrokken zijn bij de uitvoering van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, waaronder producenten en distributeurs van producten, publieke of particuliere actoren op het gebied van afvalbeheer, plaatselijke overheden, organisaties uit het maatschappelijk middenveld en, in voorkomend geval, actoren uit de sociale economie, netwerken voor hergebruik en reparatie en actoren die actief zijn op het gebied van de voorbereiding van hergebruik
  7° de aanwijzing van de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 129, § 2 verplicht maken.
  Met betrekking tot lid 1, 3°, blijven de verplichtingen van de daarin bedoelde producent van producten van toepassing ondanks het ontbreken van uitvoeringsmaatregelen van de Regering.
  Met betrekking tot lid 1, 4°, houden de daarin bedoelde maatregelen rekening met de effecten van producten gedurende hun gehele levenscyclus, alsmede met de afvalhiërarchie en, in voorkomend geval, de mogelijkheid van meervoudige recycling. Deze maatregelen kunnen onder meer de ontwikkeling, de productie en het op de markt brengen van multifunctionele producten of productcomponenten met gerecycleerde, technisch duurzame en gemakkelijk te herstellen materialen aanmoedigen. Nadat dergelijke producten of productcomponenten afval zijn geworden, moeten zij geschikt zijn om te worden voorbereid voor hergebruik en recycling, teneinde de correcte toepassing van de afvalhiërarchie te vergemakkelijken.
Art.124. § 1er. Sans préjudice du droit de l'Union européenne, pour chaque régime de responsabilité élargie du producteur de produits, le Gouvernement :
  1° précise le ou les types ou les sous-types de déchet visés;
  2° établit, conformément à la hiérarchie des déchets, des objectifs de gestion des déchets en vue d'atteindre les objectifs quantitatifs pertinents pour le régime de responsabilité élargie des producteurs de produits qui sont fixés par le droit de l'Union européenne ainsi que par le présent décret et ses mesures d'exécution;
  3° adresse au Parlement wallon tous les deux ans un rapport sur la mise en oeuvre du présent titre et ses mesures d'exécution.
  § 2. Sans préjudice du droit de l'Union européenne, pour chaque régime de responsabilité élargie du producteur de produits, le Gouvernement peut :
  1° exclure certains sous-types de déchets ou de produits qu'il détermine du champ d'application d'un régime de responsabilité élargie des producteurs de produits;
  2° établir des objectifs quantitatifs ou qualitatifs jugés pertinents pour le régime de responsabilité élargie des producteurs de produits concerné supérieurs ou autres que les objectifs visés au paragraphe 1er, 2° ;
  3° dans le cadre de l'article 134 et de l'article 137, § 2, définir, déterminer ou préciser :
  le ou les mécanismes d'autocontrôle approprié;
  la notion d'audit indépendant certifié;
  leur régularité;
  4° sans préjudice des compétences de l'Etat fédéral, prendre des mesures appropriées pour encourager la conception de produits ou de composants de produits aux fins d'en réduire les incidences sur l'environnement et la production de déchets au cours de la production et de l'utilisation ultérieure des produits et afin de veiller à ce que la valorisation et l'élimination des produits qui sont devenus des déchets aient lieu conformément aux articles 6 et 32;
  5° prendre des mesures visant à renforcer le cadre approprié de suivi et de contrôle de l'application du présent titre et ses mesures d'exécution, et ayant pour objectifs :
  le respect des obligations de responsabilité élargie par les producteurs de produits et les organismes en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits, y compris en cas de ventes à distance;
  l'utilisation à bon escient des moyens financiers; et;
  la déclaration de données fiables par tous les acteurs intervenant dans la mise en oeuvre des régimes de responsabilité élargie des producteurs de produits;
  6° sans préjudice de l'article 142, prendre d'autres mesures visant à renforcer le dialogue régulier entre les parties prenantes concernées par la mise en oeuvre de régimes de responsabilité élargie des producteurs de produits, y compris les producteurs de produits et les distributeurs de produits, les acteurs publics ou privés de gestion des déchets, les autorités locales, les organisations de la société civile et, le cas échéant, les acteurs de l'économie sociale et solidaire, les réseaux de réemploi et de réparation ainsi que les acteurs actifs en matière de préparation en vue du réemploi;
  7° rendre obligatoire la désignation du mandataire visé à l'article 129, § 2.
  Concernant l'alinéa 1er, 3°, les obligations du producteur de produits qui y sont visées demeurent applicables malgré l'absence de mesures d'exécution prises par le Gouvernement.
  Concernant l'alinéa 1er, 4°, les mesures y visées tiennent compte des incidences des produits tout au long de leur cycle de vie ainsi que de la hiérarchie des déchets et, le cas échéant, de la possibilité de recyclage multiple. De telles mesures peuvent entre autres encourager la mise au point, la production et la commercialisation de produits ou de composants de produits à usages multiples, contenant des matériaux recyclés, techniquement durables et facilement réparables. Après être devenus des déchets, lesdits produits ou lesdits composants de produits doivent se prêter à la préparation en vue du réemploi et au recyclage, afin de faciliter la bonne mise en oeuvre de la hiérarchie des déchets.
Art.125. De door de regering uit hoofde van deze titel genomen uitvoeringsmaatregelen :
  1° houden rekening met de technische haalbaarheid en de economische levensvatbaarheid, alsmede met de algemene gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid en de sociale gevolgen, met inachtneming van de noodzaak de goede werking van de interne markt van de Europese Unie te waarborgen;
  2° zorgen voor gelijke behandeling van producenten van producten, ongeacht hun oorsprong of omvang, zonder een onevenredige regelgevende last op te leggen aan producenten van producten, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen, van kleine hoeveelheden producten.
Art.125. Les mesures d'exécution prises par le Gouvernement en vertu du présent titre :
  1° tiennent compte de la faisabilité technique et de la viabilité économique, ainsi que des incidences globales sur l'environnement et la santé humaine, et des incidences sociales, tout en respectant la nécessité d'assurer le bon fonctionnement du marché intérieur de l'Union européenne;
  2° garantissent l'égalité de traitement des producteurs de produits, quelle que soit leur origine ou leur taille, sans imposer de charge réglementaire disproportionnée aux producteurs de produits, y compris les petites et moyennes entreprises, de petites quantités de produits.
Art.126. Voorlichting aan het publiek uit hoofde van deze titel en de uitvoeringsmaatregelen ervan laat de bescherming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie overeenkomstig het toepasselijke nationale recht en het recht van de Europese Unie onverlet.
Art.126. L'information du public en vertu du présent titre et ses mesures d'exécution ne porte pas atteinte à la protection de la confidentialité des informations commercialement sensibles conformément au droit national et au droit de l'Union européenne applicables.
Afdeling 4. - Productproducenten en delegatieregelingen
Section 4. - Producteurs de produits et modalités de délégation
Art.127. § 1. [1 ...]1.
  § 2. Om te voldoen aan de verplichtingen die hem bij of krachtens deze titel zijn opgelegd, kan de producent van producten :
  1° hetzij zelf aan zijn verplichtingen voldoen door middel van een individueel strategisch plan dat door de administratie of door de bevoegde instantie op administratief beroep is goedgekeurd overeenkomstig hoofdstuk 2, afdeling 5, en hoofdstuk 5 van deze titel en de uitvoeringsbepalingen daarvan;
  2° hetzij zijn verplichtingen laten nakomen via een organisatie die overeenkomstig hoofdstuk 2, afdeling 5, en hoofdstuk 5 van deze titel en de uitvoeringsbepalingen daarvan door de administratie of door de Regering in administratief beroep is erkend in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten en waarbij hij zich heeft aangesloten, in welk geval hij wordt geacht aan zijn verplichtingen te hebben voldaan zodra en zolang hij aantoont dat hij rechtstreeks of via een tot vertegenwoordiging bevoegde persoon met deze erkende organisatie een overeenkomst heeft gesloten.
  § 3 De producent van producten of de met de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten belaste organisatie kan met elke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke derde een contract sluiten om zijn verplichtingen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten na te komen.
  Elke producent van producten moet in het kader van zijn aanvraag tot goedkeuring van zijn individueel strategisch plan of elke organisatie in het kader van zijn aanvraag tot goedkeuring, en tijdens de geldigheidsduur van dat plan en die goedkeuring, aan de administratie meedelen op welke wijze hij die verplichtingen nakomt of op welke wijze de derde waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten, de nakoming van die verplichtingen mogelijk maakt.
  § 4 De producent van producten of de organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid blijft gebonden aan al zijn verplichtingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in geval van gehele of gedeeltelijke niet-nakoming van verplichtingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid door zijn mede- of onderaannemers.
  
Art.127. § 1er. [1 ...]1.
  § 2. Pour le respect des obligations qui lui sont imposées par ou en vertu du présent titre, le producteur de produits peut :
  1° soit remplir lui-même ses obligations via un plan stratégique individuel approuvé par l'administration ou par l'autorité compétente sur recours administratif conformément au chapitre 2, section 5, et au chapitre 5, du présent titre et leurs mesures d'exécution;
  2° soit faire exécuter ses obligations via un organisme agréé en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits par l'administration ou par le Gouvernement sur recours administratif, conformément au chapitre 2, section 5, et au chapitre 5, du présent titre et leurs mesures d'exécution, et auquel il a adhéré, auquel cas il est réputé satisfaire à ses obligations dès et tant qu'il établit avoir contracté avec ledit organisme agréé directement ou par l'intermédiaire d'une personne habilitée à le représenter.
  § 3. Le producteur de produits ou l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits peut contracter avec toute tierce personne de droit public ou de droit privé pour remplir ses obligations en matière de responsabilité élargie du producteur de produits.
  Tout producteur de produits dans le cadre de sa demande d'approbation de son plan stratégique individuel ou tout organisme dans le cadre de sa demande d'agrément, et durant la durée de validité dudit plan et dudit agrément, communique à l'administration la manière dont il satisfait auxdites obligations ou la manière dont la tierce personne avec qui il a contracté permet l'exécution desdites obligations.
  § 4. Le producteur de produits ou l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits reste tenu de toutes ses obligations en matière de responsabilité élargie en cas d'inexécution totale ou partielle d'obligations en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits par ses co-contractants ou sous-traitants.
  
Art.128. § 1. In het geval van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor huishoudelijk afval kunnen de plaatselijke overheden en de openbare instanties voor afvalbeheer, in geval van opschorting of intrekking van een individueel strategisch plan of goedkeuring voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid bij een administratief besluit, dat kan worden genomen na een administratief beroep, van rechtswege voorzien in de gunning en uitvoering van contracten met betrekking tot de operationele verantwoordelijkheid voor dergelijke regelingen voor huishoudelijk afval.
  § 2. [1 ...]1 .
  
Art.128. § 1er. Concernant les régimes de responsabilité élargie des producteurs de produits qui portent sur des déchets d'origine domestique, en cas de suspension ou de retrait de plan stratégique individuel ou d'agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits par une décision administrative le cas échéant rendue sur recours administratif, les autorités locales et les acteurs publics de gestion des déchets peuvent de plein droit pourvoir eux-mêmes à la passation et à l'exécution des contrats relatifs à la responsabilité opérationnelle de tels régimes pour ce qui concerne les déchets ménagers.
  § 2. [1 ...]1.
  
Art.129. § 1. [1 ...]1.
  § 2 Een op het grondgebied van het Waalse Gewest gevestigde producent van producten die producten in de handel brengt waarvan de in artikel 121, § 2, bedoelde afval afkomstig is uit een andere Lidstaat van de Europese Unie waar hij niet gevestigd is, kan in die Lidstaat een vertegenwoordiger aanwijzen die belast is met het toezicht op de naleving van de verplichtingen van die producent van producten met betrekking tot de uitgebreide verantwoordelijkheid van de producent op het grondgebied van die Lidstaat van de Europese Unie krachtens de aldaar geldende wet- en regelgeving.
  
Art.129. § 1er. [1 ...]1.
  § 2. Le producteur de produits établi sur le territoire de la Région wallonne, qui commercialise des produits à l'origine de déchets visés à l'article 121, § 2, dans un autre Etat membre de l'Union européenne dans lequel il n'est pas établi, peut désigner un mandataire dans ledit Etat membre chargé d'assurer le respect des obligations qui incombent audit producteur de produits en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits sur le territoire de cet Etat membre de l'Union européenne en vertu de la législation ou de la réglementation qui y est applicable.
  
HOOFDSTUK 2. - Belangrijkste verplichtingen
CHAPITRE 2. - Obligations principales
Afdeling 1. - Verplichting tot afvalbeheer
Section 1. - Obligation de gestion des déchets
Art.130. Om aan hun verplichtingen inzake afvalbeheer te voldoen, moet de producent van producten :
  1° in het Waalse Gewest een duidelijk omschreven geografische dekking hebben van de producten en materialen waaruit de afval, bedoeld in artikel 121, § 2, afkomstig is, zonder dat deze gebieden beperkt zijn tot die waar de inzameling en het beheer van afval het meest rendabel zijn;
  2° in voldoende beschikbaarheid voorzien van afvalinzamelingssystemen in de onder 1° bedoelde gebieden.
Art.130. En vue de remplir son obligation de gestion des déchets, le producteur de produits :
  1° dispose d'une couverture géographique en Région wallonne clairement définie, des produits et des matières dont sont issus les déchets visés à l'article 121, § 2, sans que ces domaines ne se limitent à ceux où la collecte et la gestion des déchets sont les plus rentables;
  2° prévoit une disponibilité suffisante de systèmes de collecte de déchets dans les domaines visés au 1°.
Art.131. § 1. Al het afval dat overeenkomstig deze titel onder een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid valt, wordt beheerd overeenkomstig de geldende milieuwet- en regelgeving.
  § 2 De producent van producten zorgt ervoor dat de verplichtingen inzake beheer, met inbegrip van behandeling en met name recycling, worden nagekomen en dat het ingezamelde afval wordt behandeld met de beste beschikbare technieken voor de bescherming van de gezondheid en het milieu.
  Daartoe geeft de producent, overeenkomstig de beginselen van zelfvoorziening en nabijheid als bedoeld in artikel 7, zoveel mogelijk de voorkeur aan lokale beheerskanalen, lokale installaties of lokaal ingedeelde inrichtingen.
Art.131. § 1er. Tous les déchets soumis à un régime de responsabilité élargie des producteurs de produits conformément au présent titre sont gérés conformément aux législations et réglementations environnementales en vigueur.
  § 2. Le producteur de produits s'assure que les obligations en matière de gestion, y compris en matière de traitement et particulièrement en matière de recyclage, soient remplies et que les déchets collectés soient traités en utilisant les meilleures techniques disponibles en termes de protection de la santé et de l'environnement.
  Pour ce faire, conformément aux principes d'autosuffisance et de proximité visés à l'article 7, le producteur de produits privilégie au maximum les filières de gestion locales, les installations locales ou les installations classées locales.
Afdeling 2. - Verplichting tot financiering van afvalbeheer en bepaalde afvalpreventiemaatregelen
Section 2. - Obligation de financement de la gestion des déchets et de certaines mesures de prévention des déchets
Onderafdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voor alle afvalstoffen waarvoor de verplichting tot financiering van afvalbeheer en bepaalde afvalpreventiemaatregelen geldt
Sous-section 1. - Dispositions communes à tous les déchets soumis à l'obligation de financement de la gestion des déchets et de certaines mesures de prévention des déchets
Art.132. § 1. [1 ...]1.
  § 2 De Regering kan voor elk door haar bepaalde regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid de dekking van de kosten, vermeld in paragraaf 1, 1°, a) tot c), uitbreiden tot de kosten voor het opzetten van specifieke infrastructuur voor de inzameling van de betrokken afvalstoffen, zoals geschikte recipiënten op plaatsen waar de onder de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid illegale afvalstoffen het vaakst worden gestort.
  § 3 Indien het recht van de Europese Unie zulks vereist, kan de Regering van dit artikel afwijken.
  
Art.132. § 1er. [1 ...]1.
  § 2. Pour chaque régime de responsabilité élargie du producteur de produits qu'il détermine, le Gouvernement peut étendre la couverture des coûts visée au paragraphe 1er, 1°, a) à c), aux coûts de la mise en place d'infrastructures spécifiques pour la collecte des déchets concernés, telles que des réceptacles appropriés dans les lieux où les déchets visés par le régime de responsabilité élargie du producteur de produits font le plus fréquemment l'objet d'un dépôt sauvage.
  § 3. Si le droit de l'Union européenne le requiert, le Gouvernement peut déroger au présent article.
  
Art.133. De producent van producten zorgt ervoor dat de in en krachtens artikel 132 bedoelde financiële bijdragen die hij toepast voor dezelfde soort of subtype afval dat onder de regeling voor uitgebreide verantwoordelijkheid valt en dat hem betreffen, ten aanzien van hetzelfde type producent van oorspronkelijk afval, gelijkwaardig zijn, ongeacht met welke actor hij een contract sluit.
Art.133. Le producteur de produits garantit que les contributions financières visées par et en vertu de l'article 132 qu'il applique à un même type ou sous-type de déchet visé par le régime de responsabilité élargie qui le concerne et à l'égard d'un même type de producteur initial de déchets, sont équivalentes quel que soit l'acteur avec lequel il contracte.
Art.134. De productproducent voert een passend zelfcontrolemechanisme in, gebaseerd op regelmatige gecertificeerde onafhankelijke audits, om zijn financieel beheer te beoordelen, met inbegrip van de naleving van de vereisten van :
  1° de door de Regering krachtens artikel 132, § 2, genomen aanvullende of afwijkende maatregelen en, bij gebreke daarvan;
  2° artikel 132, § 1, en de uitvoeringsbepalingen daarvan, alsmede, in voorkomend geval, die van artikel 135.
Art.134. Le producteur de produits met en place un mécanisme d'autocontrôle approprié, reposant sur des audits indépendants réguliers certifiés, afin d'évaluer sa gestion financière, y compris le respect des exigences énoncées par :
  1° les mesures complémentaires ou dérogatoires prises par le Gouvernement en vertu de l'article 132, § 2, et, à défaut;
  2° l'article 132, § 1er, et ses mesures d'exécution et, le cas échéant, celles de l'article 135.
Onderafdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor de financiering van het beheer van huishoudelijk afval en maatregelen voor afvalpreventie en -beheer door krachtens artikel 103 erkende ondernemingen van de sociale economiebedrijven
Sous-section 2. - Dispositions particulières au financement de la gestion des déchets ménagers et des mesures de prévention et de gestion en matière de déchets prises en charge par les entreprises d'économie sociale agréées en vertu de l'article 103
Art.135. Wanneer het operationele beheer van huishoudelijke afval wordt uitgevoerd door een publiekrechtelijke rechtspersoon die daarvoor territoriaal verantwoordelijk is, of wanneer afvalpreventie- en afvalbeheersmaatregelen worden uitgevoerd door een krachtens artikel 103 erkend sociale economiebedrijf waarmee de producent van producten een overeenkomst heeft gesloten, kan de Regering, in voorkomend geval voor elke betrokken soort of subtype afval, bindende regels vaststellen voor het in rekening brengen van de in artikel 132 bedoelde kosten en opbrengsten. Deze bindende voorschriften omvatten ten minste een model voor de berekening van die kosten en een lijst van de te dragen nettokosten.
  Indien de Regering de in lid 1 bedoelde bindende regeling vaststelt, kan zij tevens, met inachtneming van de eventuele ontvangsten en de niet-opgevraagde statiegeldbijdragen, de verdeling en de invordering van deze kosten bij de producenten van de betrokken producten organiseren door middel van een regionaal retributiesysteem ten behoeve van de betrokken publiekrechtelijke rechtspersonen en de krachtens artikel 103 erkende sociale economiebedrijven.
Art.135. Lorsque la gestion opérationnelle des déchets ménagers est prise en charge par une personne morale de droit public territorialement responsable pour ce faire ou lorsque des mesures de prévention et de gestion des déchets sont prises en charge par une entreprise d'économie sociale agréée en vertu de l'article 103 avec laquelle le producteur de produits a contracté, le Gouvernement peut, le cas échéant par type ou sous-type de déchet visé, fixer des règles contraignantes pour l'imputation des coûts et des recettes visés à l'article 132. Lesdites règles contraignantes incluent au moins un modèle de calcul desdits coûts et une liste des coûts nets à prendre en charge.
  Si le Gouvernement fixe les règles contraignantes visées à l'alinéa 1er, il peut en outre organiser, en tenant compte des recettes éventuelles et des éventuels droits de consigne non réclamés, l'imputation et la récupération desdits coûts auprès des producteurs de produits concernés via un système de redevance régionale au profit des personnes morales de droit public concernées et des entreprises d'économie sociale agréées en vertu de l'article 103 concernées.
Afdeling 3. - Informatie- en sensibiliseringsverplichtingen
Section 3. - Obligation d'information et de sensibilisation
Art.136. § 1. De producent van producten stelt de houders van afval die onder de op hem toepasselijke en overeenkomstig deze titel en de uitvoeringsmaatregelen ervan opgezette regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vallen, in kennis van het bestaan van afvalpreventiemaatregelen, van centra voor hergebruik en voorbereiding voor hergebruik, van terugnamesystemen en systemen voor afvalinzameling en van het voorkomen van illegale afvalstorting.
  Daartoe zorgt de producent van de producten ervoor, met name door middel van voorlichtings- en bewustmakingscampagnes, dat de consumenten, met inbegrip van professionele gebruikers, worden geïnformeerd :
  1° van de voordelen van hergebruik en het belang om afval van hun producten niet als ongesorteerd afval weg te gooien en deel te nemen aan de selectieve inzameling ervan om hergebruik, verwerking en recycling te vergemakkelijken;
  2° van het milieuvriendelijke gebruik van hun producten en de wijze waarop het product kan worden hergebruikt, voorbereid voor hergebruik, gerecycleerd of anderszins nuttig toegepast;
  3° van de inzamelings- en beheerssystemen die hen ter beschikking gesteld worden ;
  4° van de rol die zij moeten spelen bij de recycling van het afval van hun producten. De producent zorgt tevens voor de doeltreffendheid van de afvalbeheersketen, met name door voorlichting en bewustmaking van inzamelaars, handelaren, makelaars, vervoerders, inrichtingen en ondernemingen die in het bezit zijn van de erkenning, registratie of enige andere administratieve vergunning die vereist is om namens de genoemde producent van het product handelingen van groepering, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering te verrichten.
  § 2 Indien de in hoofdstuk 3, afdeling 1, bedoelde terugnameplicht door de Regering van toepassing wordt verklaard op de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de betrokken producten, zorgt de detailhandelaar ervoor dat de consumenten, met inbegrip van professionele gebruikers, worden geïnformeerd :
  1° van de meest geschikte manier om het product te gebruiken en te onderhouden;
  2° van de mogelijkheid van reparatie in geval van storing en de beschikbaarheid van reserveonderdelen;
  3° van het bestaan van krachtens artikel 103 erkende ondernemingen van de sociale economie en andere actoren die actief zijn op het gebied van hergebruik en voorbereiding voor hergebruik;
  4° van hoe consumenten en professionele gebruikers zich van de betrokken afvalstoffen kunnen ontdoen;
  5° in voorkomend geval, van de mogelijkheid om afvalstoffen die onder de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vallen, terug te brengen naar hun verkooppunten.
  De detailhandelaar brengt op een zichtbare plaats in de voor de handel bestemde ruimte, of anders op zijn website, een mededeling aan waarin hij onder de titel "UITGEBREIDE AANSPRAKELIJKHEID VAN PRODUCENTEN" aangeeft hoe hij de bepalingen van deze titel en de uitvoeringsmaatregelen ervan naleeft.
Art.136. § 1er. Le producteur de produits informe les détenteurs de déchets visés par le régime de responsabilité élargie des producteurs de produits qui lui est applicable et mis en place conformément au présent titre et ses mesures d'exécution, de l'existence de mesures de prévention des déchets, de centres de réemploi et de préparation en vue du réemploi, de systèmes de reprise et de systèmes de collecte des déchets et de la prévention du dépôt sauvage de déchets.
  Pour ce faire, le producteur de produits veille, notamment par des campagnes d'information et de sensibilisation, à ce que les consommateurs, en ce compris les utilisateurs professionnels, soient informés :
  1° de l'intérêt du réemploi et de l'importance de ne pas éliminer les déchets de leurs produits comme des déchets non triés et de prendre part à leur collecte sélective de manière à en faciliter le réemploi, le traitement et le recyclage;
  2° de l'utilisation écologiquement rationnelle de leurs produits et de la manière dont le produit peut faire l'objet d'un réemploi, être préparé au réemploi, recyclé ou autrement valorisé;
  3° des systèmes de collecte et de gestion mis à leur disposition;
  4° du rôle qu'ils ont à jouer dans le recyclage des déchets de leurs produits. Le producteur de produits veille également à l'efficacité de la filière de gestion des déchets, notamment par une information et une sensibilisation des collecteurs, des négociants, des courtiers, des transporteurs, des installations et des entreprises disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre autorisation administrative requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination agissant pour le compte dudit producteur de produits.
  § 2. Si l'obligation de reprise visée au chapitre 3, section 1re, est rendue applicable au régime de responsabilité élargie des producteurs de produits concerné par le Gouvernement, le détaillant veille à ce que les consommateurs, en ce compris les utilisateurs professionnels, soient informés :
  1° de la manière la plus appropriée d'utiliser et d'entretenir le produit;
  2° des possibilités de réparation en cas de panne et de la disponibilité des pièces de rechange;
  3° de l'existence des entreprises d'économie sociale agréées en vertu de l'article 103 et des autres acteurs actifs en matière de réemploi et de préparation en vue du réemploi;
  4° de la manière dont les consommateurs et les utilisateurs professionnels peuvent se défaire du déchet concerné;
  5° le cas échéant, de la possibilité de remettre les déchets soumis audit régime de responsabilité élargie du producteur de produits à leurs points de vente.
  Le détaillant appose, à un endroit visible dans son espace dédié au commerce, ou à défaut, sur son site internet, un avis dans lequel il est stipulé, sous l'intitulé " RESPONSABILITE ELARGIE DES PRODUCTEURS DE PRODUITS ", de quelle manière il répond aux dispositions du présent titre et ses mesures d'exécution.
Afdeling 4. - Rapportageplicht
Section 4. - Obligation de rapportage
Art.137. § 1. De producent van producten zet een systeem van gegevensrapportering op om gegevens te verzamelen over de producten die hij op de Belgische markt brengt en gegevens over de inzameling en verwerking van het afval van zijn producten, waarbij in voorkomend geval de materiaalstromen worden gespecificeerd, alsmede andere door de Regering bepaalde relevante gegevens.
  Daarbij kan de producent van het product in voorkomend geval rekening houden met registraties in het kader van het communautaire milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) of een ander referentiesysteem voor milieubeheer.
  § 2 De producent van de producten voert een passend zelfcontrolemechanisme in, gebaseerd op regelmatige gecertificeerde onafhankelijke audits, om de kwaliteit van de overeenkomstig paragraaf 1 en de eisen van Verordening (EG) nr. 1013/2006 verzamelde en gerapporteerde gegevens te beoordelen.
Art.137. § 1er. Le producteur de produits met en place un système de communication des données afin de recueillir des données sur les produits mis sur le marché belge par lui et des données sur la collecte et le traitement des déchets issus de ses produits en précisant, le cas échéant, les flux de matières, ainsi que d'autres données pertinentes déterminées par le Gouvernement.
  Pour ce faire, le producteur de produits peut, le cas échéant, tenir compte des enregistrements obtenus dans le cadre du système communautaire de management environnemental et d'audit (EMAS) ou de tout autre référentiel de management environnemental.
  § 2. Le producteur de produits met en place un mécanisme d'autocontrôle approprié, reposant sur des audits indépendants réguliers certifiés, afin d'évaluer la qualité des données recueillies et communiquées conformément au paragraphe 1er et aux exigences du règlement (CE) n° 1013/2006.
Art.138. § 1. De producenten van de producten moeten de administratie uiterlijk op 31 mei van elk jaar de volgende gegevens verstrekken:
  1° de wijze waarop hij de verplichtingen nakomt die voortvloeien uit de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de hem betreffende producten;
  2° de totale hoeveelheid, uitgedrukt in kilogram en in voorkomend geval in aantal, van de betrokken producten die in België op de markt zijn gebracht in het jaar waarop het verslag betrekking heeft;
  3° de inzamelings- en recyclingsystemen die hij gebruikt;
  4° een lijst van de inrichtingen waar de afvalstoffen worden verwerkt, alsook de verwerkingsresten en -wijzen;
  5° een beschrijving van de verwerkingsmethoden die op de in 4° bedoelde afval en verwerkingsresiduen zijn toegepast en, in voorkomend geval, het behaalde recyclagerendement;
  6° [1 ...]1;
  7° [1 ...]1;
  8° in voorkomend geval, de door de Regering krachtens artikel 137, § 1, bepaalde relevante gegevens.
  Met betrekking tot paragraaf 1, 6°, kan de Regering voor elke regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die zij vaststelt, voorzien in :
  een ander onderscheid dan dat tussen afval van huishoudelijke oorsprong en afval van industriële oorsprong door subtypes van afval te specificeren die onder de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vallen;
  dat het eerste lid, 6°, niet van toepassing is of niet van toepassing is gedurende een door de Regering bepaalde periode.
  § 2 De administratie kan van elke producent van producten verlangen dat hij haar alle informatie verstrekt die nodig is om te beoordelen of de doelstellingen van deze titel en de uitvoeringsmaatregelen zijn bereikt en om toe te zien op de uitvoering ervan.
  § 3 Milieu-informatie die overeenkomstig dit artikel en de maatregelen ter uitvoering ervan is gerapporteerd en waarvan de producent van producten vaststelt dat zij vertrouwelijk is omdat een rechtmatig economisch belang moet worden beschermd en dat bekendmaking hem schade kan berokkenen, kan in aanmerking komen voor beperkingen van de toegang tot de informatie overeenkomstig de eisen van de milieuwetgeving en de maatregelen ter uitvoering ervan.
  § 4 De Regering kan de wijze van mededeling van het in het eerste lid bedoelde verslag aan de Administratie bepalen en verplicht stellen.
  § 5 De producent van producten deelt de gegevens betreffende het huishoudelijk afval dat hij heeft ingezameld of heeft laten inzamelen mee aan de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijk afval.
  
Art.138. § 1er. Le producteur de produits fournit annuellement à l'administration, avant le 31 mai de chaque année, les informations suivantes :
  1° la manière dont il remplit les obligations découlant du régime de responsabilité élargie du producteur de produits le concernant;
  2° la quantité totale, exprimée en kilogrammes et le cas échéant en nombre, de produits concernés qui ont été mis sur le marché belge durant l'année faisant l'objet du rapportage;
  3° les systèmes de collecte et de recyclage auxquels il recourt;
  4° la liste des installations au sein desquels sont traités les déchets, ainsi que les résidus de leur traitement et les modes de traitement;
  5° la description des modes de traitement appliqués aux déchets et résidus de traitement visés au 4°, ainsi que le cas échéant le rendement des recyclages atteints;
  6° [1 ...]1;
  7° [1 ...]1;
  8° le cas échéant, les données pertinentes déterminées par le Gouvernement en vertu de l'article 137, § 1er.
  Concernant l'alinéa 1er, 6°, le Gouvernement, pour chaque régime de responsabilité élargie des producteurs qu'il détermine, peut prévoir :
  d'autres distinctions que celle entre les déchets d'origine domestique et les déchets d'origine industrielle en précisant des sous-types de déchets soumis audit régime de responsabilité élargie des producteurs de produits;
  que l'alinéa 1er, 6°, ne s'applique pas ou ne s'applique pas pour une durée déterminée par le Gouvernement.
  § 2. L'administration peut exiger de tout producteur de produits de lui fournir toute information pour l'appréciation de la réalisation des objectifs visés par le présent titre et ses mesures d'exécution et le contrôle de leur mise en oeuvre.
  § 3. L'information environnementale rapportée en vertu du présent article et ses mesures d'exécution, dont le producteur de produits établit que la confidentialité relève de la nécessité de protéger un intérêt économique légitime et que la publication est de nature à lui causer un préjudice, peut bénéficier de restrictions d'accès à l'information dans le respect des exigences fixées par le Code de l'environnement et ses mesures d'exécution.
  § 4. Le Gouvernement peut arrêter et rendre obligatoire des modalités de communication à l'administration du rapport visé au paragraphe 1er.
  Le Gouvernement peut autoriser ou exiger, aux conditions qu'il fixe, le dépôt en tout ou partie dudit rapport sous forme électronique.
  § 5. Le producteur de produits communique aux personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers les données afférentes aux déchets ménagers qu'il a collectées ou fait collecter.
  
Art.139. § 1. In het kader van zijn meldingsplicht aan de administratie heeft de producent van producten het recht om de volgende persoonsgegevens te verzamelen bij inzamelaars, handelaren, makelaars, vervoerders, inrichtingen en bedrijven die beschikken over de erkenning, registratie of enige andere administratieve vergunning die nodig is om namens de producent van producten groeperings-, voorbehandelings-, terugwinnings- of verwijderingsactiviteiten uit te voeren:
  1° voor een natuurlijke persoon: voor- en achternaam, geboortedatum, bedrijfsadres, telefoonnummer en e-mailadres;
  2° Wanneer het om een rechtspersoon gaat:
  zijn naam of bedrijfsnaam, het adres van zijn maatschappelijke zetel, het telefoonnummer en het e-mailadres van genoemde persoon; en;
  de voornaam, achternaam en functie van de persoon die door de betrokken juridische entiteit gemachtigd is om de gevraagde gegevens te verstrekken;
  3° in voorkomend geval, het inschrijvingsnummer van de onderneming bij de Kruispuntbank van Ondernemingen of, bij gebreke daarvan, zijn identificatienummer bij elk ander gelijkaardig handels- of beroepsregister, in voorkomend geval uitgegeven krachtens een buitenlandse wetgeving of reglementering;
  Met betrekking tot de persoonsgegevens die hij verzamelt in het kader van de vervulling van zijn meldingsplicht aan de overheid, is de productproducent de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 4, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
  Deze gegevens worden uitsluitend verzameld en verwerkt om te voldoen aan de verslagleggingsverplichting jegens de autoriteiten en worden bewaard gedurende ten hoogste vijf jaar na het verstrijken van het besluit tot goedkeuring van het strategisch plan.
  In het geval van een collectief systeem is dit lid van overeenkomstige toepassing op elk orgaan voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid waarbij producenten van producten zijn aangesloten. In dit geval worden de gegevens maximaal vijf jaar na het verstrijken van het goedkeuringsbesluit bewaard.
  § 2. Wanneer de producent van producten zelf zijn verplichtingen nakomt in het kader van de uitgebreide verantwoordelijkheid van producenten van producten, inzamelaars, handelaars, makelaars, vervoerders, inrichtingen en bedrijven met de erkenning, registratie of enige andere administratieve vergunning die vereist is om groeperingswerkzaamheden uit te voeren, voorverwerking, nuttige toepassing of verwijdering voor rekening van de producent van producten, op eerste verzoek van de producent en binnen een met de producent contractueel overeengekomen termijn, de gegevens verstrekken die nodig zijn om de in deze afdeling vastgestelde meldingsplicht vast te stellen.
  Wanneer de producent van producten zijn verplichtingen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid laat nakomen via een erkende instantie overeenkomstig deze titel, verstrekken de inzamelaars, handelaren, makelaars, vervoerders, inrichtingen en bedrijven die over de erkenning, registratie of enige andere administratieve vergunning beschikken om voor rekening van de producent van producten groeperings-, voorbewerkings-, terugwinnings- of verwijderingsactiviteiten uit te voeren, op eerste verzoek van de erkende instantie en binnen een termijn die met deze instantie is overeengekomen overeenkomstig de contractueel vastgelegde voorwaarden, de informatie die nodig is om de in deze afdeling vastgestelde rapportageverplichtingen na te komen.
Art.139. § 1er. Dans le cadre de l'exécution de son obligation de rapportage auprès de l'administration, le producteur de produits dispose du droit de collecter auprès des collecteurs, des négociants, des courtiers, des transporteurs, des installations et des entreprises disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre autorisation administrative requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination pour le compte du producteur de produits, les données à caractère personnel suivantes :
  1° s'il s'agit d'une personne physique : ses prénom et nom, sa date de naissance, l'adresse de son entreprise, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de ladite personne;
  2° s'il s'agit d'une personne morale :
  sa dénomination ou sa raison sociale, l'adresse de son siège social, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de ladite personne; et;
  les prénom, nom et qualité de la personne mandatée par la personne morale concernée pour communiquer les données demandées;
  3° le cas échéant, le numéro d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises de l'entreprise ou, à défaut, son numéro d'identification à tout autre registre de commerce ou des métiers similaire, le cas échéant délivré en vertu d'une législation ou d'une réglementation étrangère.
  Concernant les données à caractère personnel qu'il récolte dans le cadre de l'exécution de son obligation de rapportage auprès de l'administration, le producteur de produits est le responsable du traitement au sens de l'article 4, 7), du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traite- ment des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
  Lesdites données sont collectées et traitées uniquement aux fins de l'exécution de son obligation de rapportage auprès de l'administration et sont conservées pour une durée maximale de cinq ans à partir de l'expiration de la décision d'approbation de son plan stratégique.
  En cas de système collectif, le présent paragraphe est applicable mutatis mutandis à tout organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits auquel des producteurs de produits adhèrent. Dans ce cas, les données sont conservées pour une durée maximale de cinq ans à partir de l'expiration de la décision d'agrément.
  § 2. Lorsque le producteur de produits remplit lui-même ses obligations en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits, les collecteurs, les négociants, les courtiers, les transporteurs, les installations et les entreprises disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre autorisation administrative requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination pour le compte du producteur de produits remettent à première demande audit producteur et dans un délai fixé avec lui en fonction de modalités fixées par voie contractuelle, les informations nécessaires à l'établissement de l'obligation de rapportage prévue par la présente section.
  Lorsque le producteur de produits fait exécuter ses obligations en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits via un organisme agréé conformément au présent titre auquel il adhère, les collecteurs, les négociants, les courtiers, les transporteurs, les installations et les entreprises disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre autorisation administrative requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraite- ment, de valorisation ou d'élimination pour le compte du producteur de produits remettent à première demande audit organisme agréé et dans un délai fixé avec lui en fonction de modalités fixées par voie contractuelle, les informations nécessaires à l'établissement de l'obligations de rapportage prévue par la présente section.
Afdeling 5. - Verplichting om een strategisch plan en bijbehorende jaarlijkse uitvoeringsplannen op te stellen
Section 5. - Obligation de réalisation d'un plan stratégique et de plans annuels d'exécution y relatifs
Onderafdeling 1. - Strategisch plan
Sous-section 1. - Plan stratégique
Art.141. Afhankelijk van de verplichting(en) bedoeld in artikel 121, § 3, 2°, die de Regering toepast, vult de producent het strategisch plan bedoeld in artikel 140 aan met ten minste de volgende elementen :
  1° betreffende de terugnameplicht bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 1, en de uitvoeringsmaatregelen daarvan :
  de maatregelen die zijn genomen om de naleving van deze verplichting te waarborgen;
  een schriftelijke verbintenis, gedateerd en ondertekend door de producent van het product die alleen handelt of, in het geval van een collectief systeem, door de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgebreide verantwoordelijkheid van de producent van het product, waarin wordt verklaard dat het afval waarop het strategisch plan betrekking heeft en dat aan hem wordt aangeboden door derden, in toepassing van deze titel en de uitvoeringsmaatregelen ervan, in voorkomend geval door kleinhandelaars en distributeurs, kosteloos zal worden aanvaard door hemzelf of door een of meer actoren die hij daartoe heeft aangewezen;
  wanneer de terugnameplicht betrekking heeft op huishoudelijk afval, de wijze van samenwerking met de publiekrechtelijke rechtspersonen die belast zijn met het beheer van huishoudelijk afval of met andere actoren, met name wat de vrijwillige afgiftepunten betreft;
  2° met betrekking tot de verplichting tot afvalpreventie bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 2, en de uitvoeringsmaatregelen ervan, een beschrijving van het gedeelte van het plan dat gewijd is aan preventie, met inbegrip van de maatregelen die gericht zijn op de naleving van die verplichting en de beoordelingsindicatoren;
  3) met betrekking tot de verplichting om streefcijfers voor inzameling of nuttige toepassing te halen, met name voor recycling, of om te streven naar streefwaarden voor de voorbereiding voor hergebruik of hergebruik als bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 3, en de uitvoeringsmaatregelen daarvan, de maatregelen die zijn genomen om die verplichting of die verplichtingen te doen naleven;
  4° betreffende de in hoofdstuk 3, afdeling 4, bedoelde verplichting tot financiering van de openbare netheid en de uitvoeringsmaatregelen ervan :
  de regelingen ter dekking van de kosten van openbare netheid overeenkomstig hoofdstuk 3, afdeling 4, en de uitvoeringsbepalingen daarvan;
  de passende mechanismen voor zelfcontrole die overeenkomstig artikel 134 zijn ingesteld om het financieel beheer te beoordelen;
  in voorkomend geval, de methoden en criteria voor de vaststelling van de door de consumenten te betalen milieubijdragen.
Art.141. Selon l'obligation ou les obligations visées à l'article 121, § 3, 2°, rendues applicables par le Gouvernement, le producteur de produits complète le plan stratégique visé à l'article 140, au moins des éléments suivants :
  1° concernant l'obligation de reprise visée au chapitre 3, section 1re, et ses mesures d'exécution :
  les dispositions prises en vue de garantir le respect de ladite obligation;
  l'engagement écrit, daté et signé par le producteur de produits agissant seul ou en cas de système collectif, par l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits, par lequel il atteste que les déchets qui sont régis par le plan stratégique et qui lui sont présentés par des tiers, en application du présent titre et ses mesures d'exécution, le cas échéant par des détaillants et des distributeurs, seront acceptés gratuitement par lui ou par un ou plusieurs acteurs qu'il aura désigné à cette fin;
  lorsque l'obligation de reprise vise des déchets ménagers, les modalités de collaboration avec les personnes morales de droit public responsables de la gestion des déchets ménagers ou avec tout autre acteur, notamment en ce qui concerne les points d'apport volontaire;
  2° concernant l'obligation de prévention en matière de déchets visée au chapitre 3, section 2, et ses mesures d'exécution, une description de la partie du plan dédiée à la prévention comprenant des mesures visant à respecter ladite obligation et les indicateurs d'évaluation;
  3° concernant l'obligation d'atteindre des objectifs chiffrés de collecte ou de valorisation, notamment de recyclage, ou de tendre vers des valeurs cibles de préparation en vue du réemploi ou de réemploi visée au chapitre 3, section 3, et ses mesures d'exécution, les dispositions prises en vue de garantir le respect de cette ou ces obligations;
  4° concernant l'obligation de financement de la propreté publique visée au chapitre 3, section 4, et ses mesures d'exécution :
  les dispositions prises en vue de couvrir les coûts de la propreté publique conformément au chapitre 3, section 4, et ses mesures d'exécution;
  les mécanismes d'autocontrôle approprié mis en place conformément à l'article 134, afin d'évaluer la gestion financière;
  le cas échéant, les modalités et les critères intervenant dans la détermination des contributions environnementales à charge du consommateur.
Onderafdeling 2. - Uitvoering en administratief toezicht op het strategisch plan
Sous-section 2. - Exécution et suivi administratif du plan stratégique
Art.142. Elk jaar, vanaf het jaar dat volgt op het jaar waarin de beslissing tot goedkeuring van het individuele strategische plan of de beslissing tot verlening van goedkeuring voor uitgebreide productverantwoordelijkheid in werking treedt, stelt elke houder van een individueel strategisch plan dat, in voorkomend geval op administratief beroep, is goedgekeurd, of elke houder van een goedkeuring voor uitgebreide productverantwoordelijkheid die, in voorkomend geval op administratief beroep, is verleend, een jaarlijks uitvoeringsplan op dat gericht is op de uitvoering van en het administratieve toezicht op het betrokken strategische plan.
  Met het oog op een regelmatige dialoog tussen de betrokken belanghebbenden legt elke in lid 1 bedoelde houder om de twee jaar, te beginnen met het jaar dat volgt op het jaar waarin de beslissing tot goedkeuring van het individuele strategische plan of de vergunningsbeslissing is genomen, de laatste twee jaarlijkse uitvoeringsplannen voor aan de beleidsgroep "Leefmilieu", afdeling "Afval".
Art.142. Chaque année à partir de l'année suivant celle de l'entrée en vigueur de la décision d'approbation du plan stratégique individuel ou de la décision d'agrément en matière de responsabilité élargie du producteur de produits, tout titulaire d'un plan stratégique individuel approuvé, le cas échéant sur re- cours administratif ou tout titulaire d'un agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits délivré, le cas échéant sur recours administratif, réalise un plan annuel d'exécution visant à assurer l'exécution et le suivi administratif du plan stratégique concerné.
  En vue d'assurer un dialogue régulier entre les parties prenantes concernées, tout titulaire visé à l'alinéa 1er présente tous les deux ans à compter de l'année suivant celle de la décision d'approbation du plan stratégique individuel ou de la décision d'agrément, les deux derniers plans d'exécution annuels au pôle " Environnement ", section " Déchets ".
Art.143. Tijdens de geldigheidsduur van alle beslissingen tot goedkeuring van individuele strategische plannen en alle beslissingen tot verlening van vergunningen voor uitgebreide productverantwoordelijkheid moeten de houders ervan de bij verordening vastgestelde maatregelen voor de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die op hen betrekking heeft, alsook de aanvullende voorwaarde(n) waartoe op grond van artikel 187 of artikel 194 is besloten, naleven en uitvoeren.
Art.143. Au cours de la durée de validité de toutes les décisions d'approbation de plan stratégique individuel et de toutes les décisions d'agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits, leur titulaire respecte et exécute les mesures arrêtées par voie réglementaire pour le régime de responsabilité élargie des producteurs de produits qui le concerne ainsi que la ou les conditions additionnelles décidées en vertu de l'article 187 ou de l'article 194.
HOOFDSTUK 3. - Verplichtingen die door de Regering kunnen worden geactiveerd
CHAPITRE 3. - Obligations activables par le Gouvernement
Afdeling 1. - Terugnameplicht
Section 1. - Obligation de reprise
Onderafdeling 1. - Bijzondere bepalingen voor huishoudelijk afval
Sous-section 1. - Dispositions particulières aux déchets ménagers
Art.144. § 1. De detailhandelaar of distributeur, naar gelang van het geval, aanvaardt kosteloos van de consument huishoudelijk afval van een product dat dezelfde functies vervult als het product dat hij op de markt aanbiedt en waarvoor de terugnameplicht geldt, op voorwaarde dat de consument bij die detailhandelaar of distributeur een product met dezelfde functies verkrijgt of ten hoogste dertig dagen voordien heeft verkregen.
  In afwijking van het eerste lid kan de Regering voor elke door haar vastgestelde regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten waarvoor de terugnameplicht geldt, bepalen dat :
  1° hetzij de kleinhandelaar en de distributeur, in voorkomend geval, van de consument gratis de afvalstoffen aanvaarden van een product dat dezelfde functies vervult als het product dat hij op de markt aanbiedt en waarvoor de terugnameplicht geldt, zonder dat de consument verplicht is een product met dezelfde functies te kopen of te verkrijgen;
  2° of lid 1 is niet van toepassing.
  § 2 Onder voorbehoud van paragraaf 1, tweede lid, 2°, leveren of laten leveren de kleinhandelaar en de distributeur aan de producent van producten of aan een door die producent aangewezen persoon het afval dat die kleinhandelaar en die distributeur overeenkomstig paragraaf 1 hebben aanvaard.
  De Regering kan van lid 1 afwijken. Indien de Regering in een dergelijke afwijking voorziet, laten de distributeur en de detailhandelaar de genoemde afvalstoffen verwerken in erkende inrichtingen.
Art.144. § 1er. Le détaillant ou le distributeur le cas échéant, acceptent gratuitement du consommateur, tout déchet ménager issu d'un produit remplissant les mêmes fonctions que celui qu'il met à disposition sur le marché et qui est soumis à l'obligation de reprise, à condition que celui-ci se procure ou se soit procuré au maximum trente jours auparavant, auprès dudit détaillant ou distributeur un produit remplissant les mêmes fonctions.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le Gouvernement peut prévoir, pour chaque régime de responsabilité élargie des producteurs de produits soumis à l'obligation de reprise qu'il détermine, que :
  1° soit le détaillant et le distributeur le cas échéant acceptent gratuitement du consommateur, tout déchet issu d'un produit remplissant les mêmes fonctions que celui qu'il met à disposition sur le marché et qui est soumis à l'obligation de reprise sans obligation pour ledit consommateur d'acheter ou de se procurer un produit remplissant les mêmes fonctions;
  2° soit l'alinéa 1er n'est pas applicable.
  § 2. Sous réserve du paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, le détaillant et le distributeur remettent ou font remettre au producteur de produits ou à toute personne désignée par ledit producteur les déchets que ledit détaillant et ledit distributeur ont acceptés conformément au paragraphe 1er.
  Le Gouvernement peut déroger à l'alinéa 1er. Lorsqu'une telle dérogation est prévue par le Gouvernement, le distributeur et le détaillant font traiter lesdits déchets dans des installations autorisées.
Art.145. Wanneer het afval waarvoor de terugnameplicht geldt, huishoudelijk afval is, stelt de producent van het product kosteloos de noodzakelijke verpakking en andere inzamelmiddelen ter beschikking van alle erkende inzamelaars en alle inzamelpunten waarmee een overeenkomst voor de terugname van het afval is gesloten, of financiert hij deze. Bij de wijze van inzameling wordt met name rekening gehouden met de maximale opslagcapaciteit van containerparken, bedrijven, met name bedrijven uit de sociale economie die overeenkomstig artikel 103 zijn erkend, en, in voorkomend geval, detailhandelaren.
  De producent van de producten zorgt ook voor een optimale veiligheid van die opslag, voorbereiding voor hergebruik en hergebruik.
Art.145. Lorsque les déchets soumis à l'obligation de reprise sont des déchets ménagers, le producteur de produits met gratuitement ou assure le financement des conditionnements et autres moyens de collecte nécessaires pour tous les collecteurs autorisés et tous les points de collecte avec lesquels un contrat est conclu en vue de la reprise des déchets. Les moyens de collecte tiennent notamment compte des capacités maximales de stockage des parcs à conteneurs, des entreprises, notamment des entreprises d'économie sociale agréées en vertu de l'article 103, et le cas échéant, des détaillants.
  Le producteur de produits veille également à optimiser la sécurité desdits stockages, la préparation en vue du réemploi et le réemploi.
Art.146. Onverminderd artikel 160, eerste lid, 1°, haalt de producent van producten op zijn kosten en op regelmatige basis al het afval op dat onder de terugnameplicht valt en dat hem aan de distributeurs en kleinhandelaars in het Waalse Gewest wordt teruggegeven, of laat hij dit ophalen. De producent van het product aanvaardt gratis alle afval dat onder de terugnameplicht valt van distributeurs en detailhandelaren.
  De distributeur of, in voorkomend geval, de producent van het product aanvaardt van de detailhandelaar kosteloos het afval van de producten die hij op de markt aanbiedt en waarvoor de terugnameplicht geldt.
Art.146. Sans préjudice de l'article 160, alinéa 1er, 1°, le producteur de produits collecte ou fait collecter, à ses frais et de manière régulière, tous les déchets soumis à l'obligation de reprise qui le concerne, lorsque lesdits déchets sont rapportés auprès des distributeurs et des détaillants en Région wallonne. Le producteur de produits accepte gratuitement des distributeurs et des détaillants tous les déchets soumis à l'obligation de reprise qui le concerne.
  Le distributeur ou le producteur de produits le cas échéant, accepte gratuitement du détaillant, les déchets issus des produits qu'il met à disposition sur le marché et qui sont soumis à l'obligation de reprise.
Art.147. Onverminderd artikel 49 kan afval dat onder de terugnameplicht vallen, op initiatief en op kosten van de producent van de producten, selectief worden ingezameld door afgifte aan inzamelaars, handelaren, makelaars, vervoerders, inrichtingen of ondernemingen die in het bezit zijn van de erkenning, registratie of enige andere administratieve vergunning die vereist is voor het groeperen, voorbewerken, nuttig toepassen of verwijderen van de genoemde afval.
Art.147. Sans préjudice de l'article 49, les déchets soumis à l'obligation de reprise peuvent faire l'objet d'une collecte sélective, à l'initiative et à charge du producteur de produits, impliquant leur remise à des collecteurs, des négociants, des courtiers, des transporteurs, des installations ou des entreprises disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre autorisation administrative requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination desdits déchets.
Art.148. Behoudens artikel 128 en tenzij tussen de producent van producten en de betrokken publiekrechtelijke rechtspersoon of rechtspersonen anders is overeengekomen, neemt de producent van producten op eigen kosten en op gezette tijden de hem betreffende, aan de terugnameplicht onderworpen afval terug dat door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal met het beheer van huishoudelijke afval zijn belast, zijn ingezameld, hetzij aan huis, hetzij op containerparken, hetzij op een andere wijze van inzameling.
Art.148. Sous réserve de l'article 128, et sauf convention contraire entre le producteur de produits et la ou les personnes morales de droit public concernées, le producteur de produits reprend, à ses frais et de manière régulière, les déchets soumis à l'obligation de reprise qui le concerne, collectés par les personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers, soit en porte à porte, soit auprès des parcs à conteneurs ou d'autres modes de collecte.
Art.149. De producent van producten neemt op eigen kosten en op regelmatige basis het afval terug of laat deze terugnemen dat onder de terugnameplicht valt en dat is ingezameld door de krachtens artikel 103 erkende ondernemingen van de sociale economie en door elke andere actor die actief is op het gebied van hergebruik en voorbereiding voor hergebruik en waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten.
Art.149. Le producteur de produits reprend ou fait reprendre, à ses frais et de manière régulière, les déchets soumis à l'obligation de reprise qui le concerne collectés par les entreprises d'économie sociale agréées en vertu de l'article 103 et par tout autre acteur actif en matière de réemploi et de préparation en vue du réemploi, avec lesquels il a conclu un contrat.
Onderafdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor soortgelijke afval en industrieel afval
Sous-section 2. - Dispositions particulières aux déchets assimilés et aux déchets d'origine industrielle
Art.150. Wanneer het afval waarvoor de terugnameplicht geldt, soortgelijke afval of afval van industriële oorsprong is, staat het de oorspronkelijke producent van die afval vrij een inzamelaar, handelaar, makelaar, vervoerder, installatie of onderneming te kiezen die over de erkenning, registratie of enige andere vereiste administratieve vergunning beschikt om de handelingen van groepering, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van die afval te verrichten.
Art.150. Lorsque les déchets soumis à l'obligation de reprise sont des déchets assimilés ou des déchets d'origine industrielle, le producteur initial de tels déchets est libre de choisir un collecteur, un négociant, un courtier, un transporteur, une installation ou une entreprise disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre autorisation administrative requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination desdits déchets.
Afdeling 2. - Verplichting om afval te voorkomen
Section 2. - Obligation de prévention en matière de déchets
Art.151. Onverminderd de bevoegdheden van de federale staat en wanneer de regering de afvalpreventieverplichting van toepassing verklaart op de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten die haar betreffen, neemt de producent van producten maatregelen om :
  1° de hoeveelheid afval te verminderen die wordt veroorzaakt door het in de handel brengen van producten die onder de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vallen;
  2° de hoeveelheid gevaarlijke afval en potentieel voor de menselijke gezondheid of het milieu schadelijke materialen in op de markt gebrachte producten te verminderen;
  3° het hergebruikspotentieel en de recycleerbaarheid van de producten die de producent op de markt brengt te verbeteren;
  4° de milieuschade, zowel tijdens het ontwerp als tijdens het gebruik van het product te verminderen, met inbegrip van de in hoofdstuk 2, afdeling 3, bedoelde voorlichtingsmaatregelen en de uitvoeringsmaatregelen daarvan.
Art.151. Sans préjudice des compétences de l'Etat fédéral et lorsque le Gouvernement rend l'obligation de prévention en matière de déchets applicable au régime de responsabilité élargie du producteur de produits le concernant, le producteur de produits prend des mesures visant à :
  1° diminuer la quantité de déchets occasionnés du fait de la mise sur le marché des produits soumis à la responsabilité élargie du producteur de produits;
  2° diminuer la quantité de déchets dangereux et de matériaux potentiellement nuisibles pour la santé humaine ou l'environnement dans les produits mis sur le marché;
  3° améliorer le potentiel de réemploi et la recyclabilité des produits que le producteur de produits met sur le marché;
  4° limiter les nuisances environnementales tant lors de la conception du produit que lors de son utilisation, en ce compris les mesures d'information visées au chapitre 2, section 3, et ses mesures d'exécution.
Art.152. § 1. Wanneer de in artikel 121, § 2, bedoelde afval waarschijnlijk voor hergebruik zal worden klaargemaakt, neemt de producent van producten, teneinde de voorbereiding voor hergebruik en hergebruik te bevorderen, maatregelen om de toegang tot het depot van afval dat is ingezameld in het kader van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die hem aangaat, te bevorderen voor ondernemingen van de sociale economie die overeenkomstig artikel 103 zijn erkend en voor elke andere actor die actief is op het gebied van de voorbereiding voor hergebruik en hergebruik. Deze maatregelen omvatten ten minste de verplichting om technische informatie over de betrokken producten te verstrekken die reparatie mogelijk of gemakkelijker maakt.
  De voorwaarden voor toegang tot het depot worden in onderling overleg overeengekomen tussen de producent van het product en de krachtens artikel 103 erkende onderneming van de sociale economie of elke andere speler die actief is op het gebied van de voorbereiding voor hergebruik en het hergebruik.
  § 2 Teneinde de voorbereiding voor hergebruik van de in artikel 121, § 2, bedoelde afvalstoffen te vergroten, kunnen de overeenkomstig artikel 103 erkende onderneming van de sociale economie en elke andere actor die actief is op het gebied van voorbereiding voor hergebruik en hergebruik en waarmee de producent een overeenkomst heeft gesloten, de voor de voorbereiding voor hergebruik noodzakelijke delen afhalen, met name de reparatie van die afvalstoffen. Het doel van de extractie kan niet zijn deze onderdelen te recycleren.
Art.152. § 1er. Lorsque les déchets visés à l'article 121, § 2, sont susceptibles d'une préparation en vue du réemploi, afin de favoriser la préparation en vue du réemploi et le réemploi, le producteur de produits prend des mesures favorisant l'accès au gisement des déchets collectés dans le cadre du régime de responsabilité élargie des producteurs qui le concerne aux entreprises d'économie sociale agréées en vertu de l'article 103 et à tout autre acteur actif en matière de préparation en vue du réemploi et de réemploi. Lesdites mesures comportent au moins l'obligation de transmettre les informations techniques des produits concernés permettant ou facilitant la réparation.
  Les modalités d'accès au gisement sont convenues de commun accord entre d'une part le producteur de produits et d'autre part l'entreprise d'économie sociale agréée en vertu de l'article 103 ou tout autre acteur actif en matière de préparation en vue du réemploi et de réemploi.
  § 2. Pour augmenter la préparation en vue du réemploi des déchets visés à l'article 121, § 2, susceptibles d'une telle préparation, l'entreprise d'économie sociale agréée en vertu de l'article 103 et tout autre acteur actif en matière de préparation en vue du réemploi et de réemploi avec lequel le producteur a contracté peuvent extraire des pièces nécessaires à la préparation en vue du réemploi, notamment la réparation desdits déchets. L'extraction ne peut avoir pour but le recyclage desdites pièces.
Art.153. Tenzij er een contractuele overeenkomst bestaat tussen, enerzijds, de producent van de producten en, anderzijds, de krachtens artikel 103 erkende onderneming van de sociale economie of elke andere actor die actief is op het gebied van de voorbereiding voor hergebruik en hergebruik, die deze onderneming of actor van de sociale economie opdraagt de volledige en niet-herbruikbare afval over te dragen aan een ophaler, handelaar, makelaar, vervoerder, inrichting of onderneming die over de erkenning beschikt, registratie of enige andere administratieve vergunning die vereist is om de handelingen van groepering, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering van die afvalstoffen te verrichten, overhandigt die onderneming of actor van de sociale economie aan de producent van het product of aan de door hem aangewezen persoon alle volledige en niet-herbruikbare afval waartoe zij of hij via de inzamelingskanalen van de producent van het product toegang heeft gehad.
Art.153. Sauf disposition contractuelle contraire entre, d'une part, le producteur de produits et, d'autre part, l'entreprise d'économie sociale agréée en vertu de l'article 103 ou tout autre acteur actif en matière de préparation en vue du réemploi et de réemploi, chargeant ladite entreprise d'économie sociale ou ledit acteur de remettre les déchets complets et non réemployables à un collecteur, un négociant, un courtier, un transporteur, une installation ou une entreprise disposant de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre autorisation administrative requise pour effectuer des opérations de regroupement, de prétraitement, de valorisation ou d'élimination desdits déchets, ladite entreprise d'économie sociale ou ledit acteur remet au producteur de produits ou à la personne désignée par celui-ci l'ensemble des déchets complets et non réemployables auxquels elle ou il a accédé via les canaux de collecte du producteur de produits.
Afdeling 3. - Verplichting om streefcijfers voor inzameling of nuttige toepassing te halen, met name voor recycling, of om te streven naar streefwaarden voor de voorbereiding voor hergebruik of hergebruik
Section 3. - Obligation d'atteindre des objectifs chiffrés de collecte ou de valorisation, notamment de recyclage, ou de tendre vers des valeurs cibles de préparation en vue du réemploi ou de réemploi
Art.154. § 1. Krachtens deze afdeling kan de Regering voor elke regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, al dan niet cumulatief, voorzien in twee soorten verplichtingen:
  1° een verplichting om een of meer streefcijfers voor inzameling, terugwinning en recycling te halen;
  2° een verplichting om toe te werken naar één of meer streefwaarden voor de voorbereiding voor hergebruik of hergebruik.
  Wanneer de Regering één of alle verplichtingen, vermeld in het eerste lid, 1° of 2°, verplicht stelt, bepaalt zij de daarmee samenhangende gekwantificeerde doelstellingen en streefwaarden overeenkomstig artikel 124, § 1, 2°, en § 2, eerste lid, 2°.
  § 2 Wat betreft paragraaf 1, eerste lid, 1°, wanneer de Regering krachtens artikel 124, § 1, 2°, of § 2, eerste lid, 2°, voorziet in een of meer doelstellingen van inzameling, hergebruik of nuttige toepassing, met name recycling, moet de producent van producten :
  1° de verwezenlijking van die doelstelling(en) garanderen; en;
  2° alle nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de genoemde doelstelling(en) binnen de gestelde termijn wordt (worden) bereikt.
  Met betrekking tot paragraaf 1, eerste lid, 2°, geldt dat wanneer de Regering krachtens artikel 124, § 1, 3°, of § 2, eerste lid, 2°, een of meer streefwaarden voor inzameling, hergebruik of nuttige toepassing, met name recycling, vaststelt, de producent van producten maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat die streefwaarde(n) geleidelijk wordt (worden) bereikt.
Art.154. § 1er. En vertu de la présente section, pour chaque régime de responsabilité élargie des producteurs de produits, le Gouvernement peut prévoir, de manière cumulative ou non, deux types d'obligation :
  1° une obligation d'atteindre un ou plusieurs objectifs chiffrés de collecte, de valorisation, notamment de recyclage;
  2° une obligation de tendre vers une ou plusieurs valeurs cibles de préparation en vue du réemploi ou de réemploi.
  Lorsque le Gouvernement rend obligatoire une ou l'ensemble des obligations visées à l'alinéa 1er, 1° ou 2°, il fixe les objectifs chiffrés y relatifs et les valeurs cibles y relatives en vertu de l'article 124, § 1er, 2°, et § 2, alinéa 1er, 2°.
  § 2. Concernant le paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, lorsque le Gouvernement prévoit, en vertu de l'article 124, § 1er, 2°, ou § 2, alinéa 1er, 2°, un ou plusieurs objectifs de collecte, de réemploi, ou de valorisation, notamment de recyclage, le producteur de produits :
  1° garantit l'atteinte dudit ou desdits objectifs fixés; et;
  2° prend toutes les dispositions nécessaires pour que ledit ou lesdits objectifs soient atteints dans les délais prévus.
  Concernant le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, lorsque le Gouvernement prévoit en vertu de l'article 124, § 1er, 3°, ou § 2, alinéa 1er, 2°, une ou plusieurs valeurs cibles de collecte, de réemploi, ou de valorisation, notamment de recyclage, le producteur de produits prend des mesures pour que ladite ou lesdites valeurs cibles soient progressivement atteintes au cours du temps.
Afdeling 4. - Verplichting tot financiering van de openbare netheid
Section 4. - Obligation de financement de la propreté publique
Art.155. § 1. Wanneer de Regering de verplichting tot financiering van openbare netheid van toepassing verklaart op een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, draagt de betrokken producent van producten de geraamde kosten van de inzamelingsdiensten, met inbegrip van het schoonmaken, voor het in artikel 121, lid 2, bedoelde afval, wanneer dat afval zwerfafval is, alsmede de daaropvolgende vervoers- en verwerkingsdiensten voor dat zwerfafval, sensibiliseringsmaatregelen, gegevensverzameling en rapportage en de kosten van de bijdrage aan de algemene kosten van het overheidsbeleid inzake zwerfafval, met inbegrip van monitoring.
  § 2 De in paragraaf 1 bedoelde te dekken kosten mogen niet hoger zijn dan de kosten die nodig zijn om de daarin bedoelde diensten op kosteneffectieve wijze te verlenen en worden op transparante wijze tussen de betrokken partijen vastgesteld.
  De kosten voor het opruimen van zwerfvuil zijn beperkt tot de activiteiten van het Waals Gewest, de gemeenten, de provincies en elke andere ter zake bevoegde publiekrechtelijke rechtspersoon, met inbegrip van alle personen die voor of namens hen optreden. De berekeningsmethode is zodanig ontwikkeld dat de kosten voor het opruimen van zwerfvuil op evenredige wijze kunnen worden vastgesteld
  § 3 Onverminderd het recht van de Europese Unie kan de regering dit artikel preciseren.
Art.155. § 1er. Lorsque le Gouvernement rend l'obligation de financement de la propreté publique applicable à un régime de responsabilité élargie du producteur de produits, le producteur de produits concerné couvre les coûts estimés des services de collecte, en ce compris le nettoyage, des déchets visés à l'article 121, § 2, lorsque ces derniers sont sauvages, ainsi que les services de transport et de traitement ultérieurs desdits déchets sauvages, les mesures de sensibilisation, la collecte et le rapportage de données et les coûts de contribution aux frais généraux de la politique des autorités publiques en matière de déchets sauvages, en ce compris le contrôle.
  § 2. Les coûts à couvrir visés au paragraphe 1er n'excèdent pas les coûts nécessaires à la fourniture des services qui y sont visés de manière rentable et sont établis de manière transparente entre les acteurs concernés.
  Les coûts du nettoyage des déchets sauvages se limitent aux activités exercées par la Région wallonne, les communes, les provinces et toute autre personne morale de droit public compétente en la matière, y compris toutes les personnes agissant pour leur compte ou en leur nom. La méthode de calcul est mise au point de telle sorte que les coûts du nettoyage des déchets sauvages puissent être établis de manière proportionnée.
  § 3. Sans préjudice du droit de l'Union européenne, le Gouvernement peut préciser le présent article.
Art.156. Artikel 134 is van overeenkomstige toepassing op de verplichting tot financiering van de openbare netheid.
Art.156. L'article 134 est applicable mutatis mutandis à l'obligation de financement de la propreté publique.
Art.157. De Regering kan bij verordening of bij individueel administratief besluit, in voorkomend geval voor elke betrokken soort of subsoort afval, bindende regels vaststellen voor het in rekening brengen van de in artikel 155 bedoelde kosten. Deze bindende voorschriften omvatten ten minste een model voor de berekening van die kosten en een lijst van de te dragen nettokosten.
  Indien de Regering bij verordening de in het eerste lid bedoelde bindende regeling vaststelt, kan zij tevens de aanrekening en de invordering van deze kosten bij de producenten van de betrokken producten organiseren via een stelsel van gewestelijke retributies ten behoeve van het Waals Gewest en van alle andere publiekrechtelijke rechtspersonen bedoeld in artikel 155, § 2.
Art.157. Le Gouvernement peut, par voie réglementaire ou par décision administrative à portée individuelle, le cas échéant par type ou sous-type de déchet visé, fixer des règles contraignantes pour l'imputation des coûts visés à l'article 155. Lesdites règles contraignantes incluent au moins un modèle de calcul desdits coûts et une liste des coûts nets à prendre en charge.
  Si le Gouvernement fixe les règles contraignantes visées à l'alinéa 1er par voie réglementaire, il peut en outre organiser l'imputation et la récupération desdits coûts auprès des producteurs de produits concernés via un système de redevance régionale au profit de la Région wallonne et de toutes les autres personnes morales de droit public visées à l'article 155, § 2.
HOOFDSTUK 4. - Bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op organisaties voor uitgebreide productaansprakelijkheid
CHAPITRE 4. - Dispositions particulières applicables aux organismes en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits
Afdeling 1. - Inleidende bepalingen
Section 1. - Dispositions introductives
Art.158. De bepalingen van dit hoofdstuk en de op grond daarvan vastgestelde bepalingen vormen een aanvulling op de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot en met 3 van deze titel en de uitvoeringsbepalingen daarvan.
  De organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voert de door de producenten van de producten aan haar toevertrouwde verplichtingen uit via een overeenkomstig deze titel afgegeven erkenning, in voorkomend geval op administratief beroep.
Art.158. Les dispositions du présent chapitre et celles prises en exécution de celui-ci complètent les dispositions des chapitres 1er à 3 du présent titre et leurs mesures d'exécution.
  L'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits exécute les obligations qui lui ont été confiées par les producteurs de produits via un agrément délivré conformément au présent titre, le cas échéant sur recours administratif.
Afdeling 2. - Formele verplichtingen
Section 2. - Obligations formelles
Art.159. De vergunning voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van een instantie die door producenten van producten in het kader van deze titel en de uitvoeringsmaatregelen ervan kan worden belast, kan alleen worden verleend aan rechtspersonen die elk aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen :
  1° worden opgericht als vereniging zonder winstoogmerk overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen;
  2° als enig statutair doel hebben om namens haar contractanten de verplichtingen inzake de uitgebreide verantwoordelijkheid van producenten van producten op zich te nemen;
  3° onder zijn bestuurders of onder de personen die ertoe gemachtigd zijn de vereniging te verbinden alleen personen tellen die artikel 177 naleven;
  4° onder zijn bestuurders of onder de personen die de vereniging kunnen verbinden, geen personen opnemen die bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing of bij een definitieve administratieve beslissing waarbij een of meer administratieve sancties zijn opgelegd, veroordeeld zijn geweest voor ten minste één inbreuk op de gewestelijke of federale wet- en regelgeving betreffende afval of op enige andere wet- en regelgeving van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte betreffende afval.
Art.159. L'agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits d'un organisme qui peut être chargé par des producteurs de produits en vertu du présent titre et de ses mesures d'exécution, ne peut être accordé qu'à des personnes morales qui remplissent chacune les conditions cumulatives suivantes :
  1° être constituée en association sans but lucratif conformément au Code des sociétés et des associations;
  2° avoir comme seul objet statutaire la prise en charge pour le compte de ses contractants des obligations en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits;
  3° ne compter parmi ses administrateurs ou parmi les personnes pouvant engager l'association que des personnes respectant l'article 177;
  4° ne compter parmi ses administrateurs ou parmi les personnes pouvant engager l'association, aucun qui ait été condamné par une décision judiciaire coulée en force de chose jugée ou par une décision administrative définitive imposant une ou plusieurs sanctions administratives, pour au moins une infraction aux législations et réglementations régionales, fédérales en matière de déchets ou toute autre législation et réglementation d'un Etat membre de l'Union européenne ou de l'Espace Economique Européen en matière de déchets.
Afdeling 3. - Algemene verplichtingen
Section 3. - Obligations générales
Art.160. De organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten :
  1° [2 ...]2;
  2° voldoet aan de aanvullende voorwaarden die bij de erkenning zijn vastgesteld;
  3° beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid na te komen;
  4° sluit een verzekeringsovereenkomst ter dekking van de schade die door zijn activiteit kan worden veroorzaakt;
  5° int op niet-discriminerende wijze bij de aangesloten producenten van producten de financiële bijdragen overeenkomstig de in hoofdstuk 2, afdeling 1, bedoelde verplichting tot financiering van afvalpreventie of afvalbeheer;
  6° verbindt zich ertoe om, in voorkomend geval, met elke producent van producten die onder regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vallen en die daarom verzoekt, een toetredingsovereenkomst te sluiten die voldoet aan 8° ;
  7° legt elk jaar aan de administratie haar balansen en resultatenrekeningen van het voorgaande jaar en haar ontwerpbegroting voor het volgende jaar voor, in voorkomend geval in de vorm en binnen de termijnen die in de machtiging zijn vastgesteld;
  8° past de modelovereenkomsten, waaronder de bij de vergunningsaanvraag gevoegde modelovereenkomst voor lidmaatschap, aan de voorwaarden van de verleende vergunning aan, binnen de in de vergunning gestelde termijnen;
  9° [1 ...]1;
  10° in voorkomend geval de nodige maatregelen nemen voor de gescheiden inzameling van de afvalstoffen die onder de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de betrokken producten vallen;
  11° eerbiedigt de wetten en voorschriften betreffende het gebruik van talen in administratieve aangelegenheden, in de handelingen en documenten die hij opstelt.
  Wat betreft lid 1, 5° :
  kan de Regering maatregelen nemen om te bevorderen dat de daarin bedoelde financiële bijdragen, waar mogelijk, worden gedifferentieerd voor elk product of elke groep van soortgelijke producten, waarbij met name rekening wordt gehouden met de duurzaamheid, de herstelbaarheid, de herbruikbaarheid en de recycleerbaarheid ervan, alsmede met de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, en daartoe een op de levenscyclus gebaseerde aanpak wordt gevolgd, in overeenstemming met de voorschriften van het recht van de Europese Unie op dit gebied en, indien deze bestaan, op basis van geharmoniseerde criteria, teneinde de goede werking van de interne markt van de Europese Unie te waarborgen;
  als onderdeel van haar erkenningsaanvraag of haar aanvraag tot wijziging van haar erkenning kan de organisatie voor uitgebreide productverantwoordelijkheid :
  in aanvulling op de uitvoeringsmaatregelen die de Regering op basis van punt a) heeft genomen, aanvullende bepalingen inzake ecologische modulatie overeenkomstig genoemd punt voorstellen;
  indien de Regering op basis van punt a) geen uitvoeringsmaatregelen heeft genomen, overeenkomstig dat punt bepalingen voorstellen.
  
Art.160. L'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits :
  1° [2 ...]2;
  2° se conforme aux conditions additionnelles fixées dans son agrément;
  3° dispose des moyens suffisants pour accomplir les obligations en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits;
  4° conclut un contrat d'assurance couvrant les dommages susceptibles d'être causés par son activité;
  5° perçoit, de manière non discriminatoire, auprès de ses producteurs de produits adhérents les contributions financières conformément à l'obligation de financement de la prévention ou de la gestion des déchets visées au chapitre 2, section 1;
  6° accepte de conclure un contrat d'adhésion respectant le cas échéant le 8° avec tout producteur de produits soumis au régime de responsabilité élargie de produits le concernant, qui le sollicite;
  7° dépose chaque année auprès de l'administration, ses bilans et comptes de résultats pour l'année écoulée et ses projets de budget pour l'année suivante, le cas échéant dans les formes et les délais fixés dans l'agrément;
  8° adapte les modèles de contrats, en ce compris le modèle de contrat d'adhésion figurant dans la demande d'agrément aux conditions de l'agrément octroyé, dans les délais fixés dans l'agrément;
  9° [1 ...]1;
  10° le cas échéant, prend les mesures nécessaires pour la collecte sélective du ou des déchets visés par la responsabilité élargie du producteur de produits le concernant;
  11° respecte la législation et la réglementation relative à l'emploi des langues dans les matières administratives, dans les actes et documents qu'il produit.
  Concernant l'alinéa 1er, 5° :
  le Gouvernement peut prendre des mesures visant à favoriser le fait que les contributions financières y visées soient modulées, lorsque cela est possible, pour chaque produit ou groupe de produits similaires, compte tenu notamment de la durabilité, de la réparabilité, des possibilités de réemploi et de la recyclabilité de ceux-ci ainsi que de la présence de substances dangereuses, en adoptant pour ce faire une approche fondée sur le cycle de vie et conforme aux exigences fixées par le droit de l'Union européenne en la matière et, lorsqu'ils existent, sur la base de critères harmonisés afin de garantir le bon fonctionnement du marché intérieur de l'Union européenne;
  dans le cadre de l'introduction de sa demande d'agrément ou de sa demande de modification de son agrément, l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits peut :
  en complément des mesures d'exécution prises par le Gouvernement sur la base du point a), proposer des dispositions complémentaires en matière d'éco-modulation conformément audit point;
  en l'absence de mesures d'exécution prises par le Gouvernement sur la base du point a), proposer des dispositions conformément audit point.
  
Afdeling 4. - Verplichting tot het stellen van zekerheid
Section 4. - Obligation de constitution d'une sûreté
Art.161. § 1. Wanneer de betrokken regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op huishoudelijk afval, stelt de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid een financiële zekerheid om te waarborgen dat de verplichtingen die gelden voor de betrokken regeling voor uitgebreide productaansprakelijkheid worden nagekomen, waarvan het bedrag, dat wordt vastgesteld in het besluit tot goedkeuring van de organisatie voor uitgebreide productaansprakelijkheid, gelijk is aan de geraamde kosten van de overheidsinstanties die de volledige verantwoordelijkheid voor de genoemde verplichtingen op zich nemen voor een periode van negen maanden.
  De Regering kan procedures vaststellen voor de berekening van het bedrag van de financiële zekerheid en voor de herziening van dat bedrag tijdens de uitvoering van het besluit tot goedkeuring van de organisatie voor de uitgebreide verantwoordelijkheid van de producent voor producten.
  Elke financiële zekerheid wordt ten gunste van de overheid gesteld binnen zestig dagen na de datum van kennisgeving van het besluit om de organisatie goedkeuring te verlenen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
  § 2 De financiële zekerheid bestaat hetzij uit een deposito bij de Deposito- en Consignatiekas, hetzij uit een onafhankelijke bankgarantie, hetzij uit een inpandgeving op een of meer bankrekeningen ten belope van het door de administratie overeenkomstig § 1 berekende bedrag.
  Wanneer de financiële zekerheid wordt gevormd door een onafhankelijke bankgarantie of door een inpandgeving op een of meer bankrekeningen, wordt deze financiële zekerheid verstrekt door een kredietinstelling die is erkend door de Autoriteit voor financiële diensten en markten of door een andere autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie die bevoegd is om toezicht te houden op kredietinstellingen.
  Wanneer de financiële zekerheid wordt gesteld in de vorm van een pandrecht op een of meer bankrekeningen, garandeert de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid dat ten minste tweederde van de in de vorm van een pandrecht gestelde financiële zekerheid gedurende twaalf maanden van het jaar op de in pand gegeven bankrekening(en) blijft staan. Het totaalbedrag van de financiële zekerheid die in de vorm van pandrechten ter beschikking wordt gesteld, wordt gedurende ten minste negen maanden van het jaar op de in pand gegeven bankrekening(en) aangehouden. De administratie heeft permanent elektronisch toegang tot de verpande bankrekening(en).
  Een besluit tot erkenning van de erkende instantie voor de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de betrokken producten is pas uitvoerbaar vanaf het moment dat de overheid erkent dat de zekerheid is gesteld.
  § 3 In elk geval kan de financiële zekerheid gelijktijdig met of na een administratieve beslissing tot schorsing of intrekking, in voorkomend geval afgegeven op administratief beroep, op eenvoudig verzoek van de administratie geheel of gedeeltelijk worden vrijgegeven op grond van de gehele of gedeeltelijke niet-nakoming van de verplichtingen van de erkende organisatie voor de betrokken regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. De erkende organisatie die de zekerheid stelt, vermeldt de inhoud van dit paragraaf uitdrukkelijk in de documenten die de financiële zekerheid vormen.
  § 4 De administratie geeft de financiële zekerheid terug nadat zij naar behoren heeft vastgesteld dat bij het verstrijken of de vroegtijdige beëindiging van de beslissing tot erkenning geen nieuwe erkenning wordt aangevraagd en dat de producent van de producten of de erkende organisatie heeft voldaan aan al zijn verplichtingen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten.
  De administratie neemt een beslissing over de teruggave van de financiële zekerheid binnen honderdtachtig dagen na het verstrijken of de vervroegde beëindiging van de geldigheidsduur van de beslissing tot het verlenen van de vergunning.
  De administratie brengt haar beslissing ter kennis van de Deposito- en Consignatiekas of de bankinstelling die de financiële zekerheid heeft gesteld, en van de erkende organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de betrokken producten.
  § 5 De Regering kan aanvullende maatregelen nemen met betrekking tot de vormen van garantie waarin de afvalstoffenwetgeving van de Europese Unie voorziet.
Art.161. § 1er. Lorsque le régime de responsabilité élargie des producteurs de produits le concernant porte en tout ou en partie sur des déchets ménagers, l'organisme en matière de responsabilité élargie du producteur de produits constitue une sûreté financière visant à garantir le respect des obligations applicables au régime de responsabilité élargie des producteurs concerné et dont le montant, déterminé dans la décision d'octroi de l'agrément de l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits, est équivalent aux frais estimés pour la prise en charge intégrale desdites obligations par les pouvoirs publics pendant une période de neuf mois.
  Le Gouvernement peut arrêter des modalités de calcul du montant des sûretés financières ainsi que des modalités de révision du montant desdites sûretés en cours d'exécution de la décision d'octroi de l'agrément de l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits.
  Chaque sûreté financière est constituée au bénéfice de l'administration dans un délai de soixante jours à compter de la date de notification de la décision d'octroi de l'agrément de l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits.
  § 2. La sûreté financière est constituée soit par un dépôt à la Caisse des Dépôts et Consignations, soit par une garantie bancaire indépendante, soit par un nantissement d'un ou de plusieurs comptes bancaires, à concurrence du montant calculé par l'administration conformément au paragraphe 1er.
  Lorsque la sûreté financière est constituée par une garantie bancaire indépendante ou par un nantissement d'un ou de plusieurs comptes bancaires, lesdites sûretés financières sont émises par un établissement de crédit agréé soit auprès de l'Autorité des services et marchés financiers, soit auprès de tout autre autorité d'un Etat membre de l'Union européenne qui est habilitée à contrôler les établissements de crédit.
  Lorsque la sûreté financière est constituée par un nantissement d'un ou de plusieurs comptes bancaires, l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits garantit qu'au moins les deux tiers de la sûreté financière engagée sous forme de nantissement, restent dans tous les cas douze mois par an sur le ou les comptes bancaires donnés en nantissement. Le montant total de la sûreté financière mise à disposition sous forme de nantissement se trouve au moins neuf mois par an sur le ou les comptes bancaires donnés en nantissement. L'administration dispose d'un accès électronique permanent au compte ou aux comptes bancaires donnés en nantissement.
  Toute décision d'octroi de l'agrément de l'organisme agréé pour le régime de responsabilité élargie des producteurs de produits concerné, n'est exécutoire qu'à partir du moment où l'administration reconnaît que la sûreté a été constituée.
  § 3. En toute hypothèse, concomitamment ou postérieurement à une décision administrative de suspension ou de retrait, le cas échéant rendue sur recours administratif, la sûreté financière est en tout ou en partie libérable sur simple demande de l'administration motivée par l'inexécution, totale ou partielle, de toutes ou certaines des obligations de l'organisme agréé pour le régime de responsabilité élargie des producteurs de produits concerné. L'organisme agréé qui constitue la sureté stipule expressément le contenu du pré- sent paragraphe dans les documents constitutifs de la sûreté financière.
  § 4. L'administration restitue la sûreté financière après avoir dûment constaté qu'à l'expiration ou la terminaison anticipée de la décision d'octroi de l'agrément, un nouvel agrément n'est pas demandé et que le producteur de produits ou l'organisme agréé a satisfait à toutes ses obligations en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits.
  L'administration statue sur la restitution de la sûreté financière dans les cent quatre-vingts jours suivant l'expiration ou la terminaison anticipée de la décision d'octroi de l'agrément.
  L'administration notifie sa décision à la Caisse des Dépôts et Consignations ou à l'organisme bancaire ayant constitué la sûreté financière ainsi qu'à l'organisme agréé en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits concerné.
  § 5. Le Gouvernement peut adopter des mesures complémentaires portant sur des formes de garantie prévues par le droit des déchets de l'Union européenne.
HOOFDSTUK 5. - Governanceverplichtingen
Section 5. - Obligation en matière de gouvernance
Afdeling 1. - Inleidende bepalingen
Sous-section 1. - Dispositions introductives
Art.162. Bij de sluiting en uitvoering van elk contract inzake uitgebreide productverantwoordelijkheid dat op haar betrekking heeft en door haar of namens haar wordt gesloten, hierna in deze afdeling kortweg "contract" genoemd, neemt de organisatie voor uitgebreide productverantwoordelijkheid alle nodige maatregelen om ten minste te voldoen aan de bepalingen van deze afdeling en de uitvoeringsmaatregelen daarvan.
  Deze contracten hebben een minimale looptijd van twee jaar en een maximale looptijd van vijf jaar.
  De regering kan voor elke door haar te bepalen regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid de in het tweede lid bedoelde maximumduur van contracten voor door haar te bepalen soorten proefprojecten verlengen tot tien jaar.
Art.162. Dans la passation et l'exécution de tout contrat relatif à la responsabilité élargie des producteurs de produits le concernant, passé par lui ou pour son compte, ci-après dénommé en abrégé dans la présente section tout " contrat ", l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits prend toutes les mesures nécessaires afin de respecter au moins les dispositions de la présente section et leurs mesures d'exécution.
  Lesdits contrats ont une durée minimum de deux ans et une durée maximum de cinq ans.
  Le Gouvernement peut, pour chaque régime de responsabilité élargie des producteurs de produits qu'il détermine, porter jusqu'à dix ans la durée maximum visée à l'alinéa 2 pour les contrats portant sur des types de projets pilotes qu'il détermine.
Onderafdeling 2. - Mededingingsprocedures voor marktdeelnemers
Sous-section 2. - Mise en concurrence des opérateurs économiques
Art.163. Voor de gunning van haar opdrachten nodigt de met de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid belaste organisatie marktdeelnemers die aan haar behoeften kunnen voldoen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten die haar betreffen uit tot mededinging door middel van een aanbesteding of een andere offerte om een contract met haar te sluiten.
Art.163. Pour la passation de ses contrats, l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits assure une mise en concurrence des opérateurs économiques susceptibles de répondre à ses besoins dans le cadre de la responsabilité élargie des producteurs de produits le concernant via un appel au marché ou toute autre offre de contracter avec lui.
Onderafdeling 3. - Gelijkheid, non-discriminatie, transparantie en proportionaliteit
Sous-section 3. - Egalité, non-discrimination, transparence et proportionnalité
Art.164. De organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid behandelt marktdeelnemers gelijk en zonder te discrimineren en handelt op een transparante en proportionele manier.
Art.164. L'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits traite les opérateurs économiques sur un pied d'égalité et sans discrimination et agit d'une manière transparente et proportionnée.
Onderafdeling 4. - Kunstmatige beperking van de mededinging
Sous-section 4. - Limitation artificielle de la concurrence
Art.165. § 1. De organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid mag een aanbesteding of een andere offerte om een contract met haar te sluiten niet opstellen met de bedoeling de concurrentie kunstmatig te beperken. Concurrentie wordt als kunstmatig beperkt beschouwd wanneer een aanbesteding of een andere aanbieding om een contract met de organisatie te sluiten, is bedoeld om bepaalde marktdeelnemers onrechtmatig te bevoordelen of te benadelen.
  Marktdeelnemers ondernemen geen actie en gaan geen overeenkomsten of afspraken aan die de normale concurrentievoorwaarden kunnen verstoren.
  § 2 Niet-naleving van de in lid 1, tweede alinea, bedoelde bepaling geeft aanleiding tot de toepassing van de volgende maatregelen, behalve wanneer ook niet wordt voldaan aan paragraaf 1, eerste lid, in welk geval paragraaf 3 van toepassing is:
  1° zolang het orgaan dat verantwoordelijk is voor de uitgebreide verantwoordelijkheid van de producenten van producten geen eindbeslissing heeft genomen en het contract dat voortvloeit uit de aanbesteding of het aanbod tot contractsluiting niet is gesloten, de afwijzing van de aanvragen tot deelname of van de offertes die naar aanleiding van een dergelijke handeling, overeenkomst of akkoord zijn ingediend;
  2° als het contract dat voortvloeit uit de uitnodiging tot inschrijving of het aanbod tot inschrijving al is gesloten, de onmiddellijke stopzetting van de uitvoering van dat contract, tenzij de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgebreide verantwoordelijkheid van de producenten van producten in een gemotiveerde beslissing anders beslist.
  Met betrekking tot het eerste lid, 2°, deelt de met de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid belaste organisatie, indien zij de daarin bedoelde gemotiveerde beslissing neemt, deze onverwijld mee aan de administratie.
  § 3 Niet-naleving van de bepalingen van § 1, eerste lid, al dan niet gepaard gaande met niet-naleving van de bepalingen van § 1, tweede lid, geeft aanleiding tot de toepassing van de volgende maatregelen:
  1° zolang de organisatie met uitgebreide producentenverantwoordelijkheid het contract dat voortvloeit uit de uitnodiging tot inschrijving of het aanbod om met haar een contract te sluiten, nog niet heeft gesloten, het afzien van de gunning of sluiting van dat contract, in welke vorm dan ook;
  2° wanneer het contract dat voortvloeit uit de aanbesteding of het aanbod om een contract te sluiten met de organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten, reeds is gesloten, ongeacht de vorm, de onmiddellijke stopzetting van de uitvoering van dat contract.
Art.165. § 1er. L'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits ne peut concevoir un appel au marché ou toute autre offre de contracter avec lui dans l'intention de limiter artificiellement la concurrence. La concurrence est considérée comme artificiellement limitée lorsqu'un appel au marché ou toute autre offre de contracter avec lui est conçu dans l'intention de favoriser ou de défavoriser indûment certains opérateurs économiques.
  Les opérateurs économiques ne posent aucun acte, ne concluent aucune convention ou entente de nature à fausser les conditions normales de la concurrence.
  § 2. Le non-respect de la disposition visée au paragraphe 1er, alinéa 2, donne lieu à l'application des mesures suivantes, excepté dans le cas où le paragraphe 1er, alinéa 1er, n'est pas non plus respecté, auquel cas le paragraphe 3 est d'application :
  1° tant que l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits n'a pas pris de décision finale et que le contrat résultant de l'appel au marché ou de l'offre de contracter n'est pas conclu, l'écartement des demandes de participation ou des offres introduites à la suite d'un tel acte, convention ou entente;
  2° lorsque le contrat résultant de l'appel au marché ou de l'offre de contracter est déjà conclu, la cessation sans délai de l'exécution dudit contrat, à moins que l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits n'en dispose autrement par décision motivée.
  Concernant l'alinéa 1er, 2°, si l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits prend la décision motivée y visée, il la communique sans délai à l'administration.
  § 3. Le non-respect des dispositions visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, accompagné ou non du non-respect des dispositions du paragraphe 1er, alinéa 2, donne lieu à l'application des mesures suivantes :
  1° tant que l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits n'a pas encore conclu le contrat résultant de l'appel au marché ou de l'offre de contracter avec lui, la renonciation à l'attribution ou à la conclusion dudit contrat, quelle qu'en soit la forme;
  2° lorsque le contrat résultant de l'appel au marché ou de l'offre de contracter avec l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits est déjà conclu, quelle qu'en soit la forme, la cessation sans délai de l'exécution dudit contrat.
Onderafdeling 5. - Belangenconflicten
Sous-section 5. - Conflits d'intérêt
Art.166. § 1. De organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid neemt de nodige maatregelen om belangenconflicten bij de gunning en uitvoering van haar contracten doeltreffend te voorkomen, op te sporen en te corrigeren.
  Het begrip belangenconflict verwijst naar elke situatie waarin, tijdens de gunning of uitvoering van een contract, een persoon die op welke manier dan ook verbonden is met de organisatie op het gebied van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, evenals een persoon die de gunning of het resultaat van het contract kan beïnvloeden, een direct of indirect financieel, economisch of ander persoonlijk belang heeft dat kan worden gezien als een aantasting van hun onpartijdigheid of onafhankelijkheid bij de gunning of uitvoering van het contract.
  § 2 Het is elke persoon die op welke manier dan ook verbonden is met de organisatie voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van producten, alsook elke persoon die de gunning van een opdracht of het resultaat ervan kan beïnvloeden, verboden om op welke manier dan ook, rechtstreeks of onrechtstreeks, tussen te komen bij de gunning of de uitvoering van deze opdracht, zodra hij zich, persoonlijk of via een tussenpersoon, in een situatie van belangenconflict bevindt met een van de aannemers, leveranciers of dienstverleners die partij zijn bij deze opdracht.
  § 3 Het bestaan van een belangenconflict wordt in elk geval verondersteld:
  1° zodra er sprake is van een relatie of samenwerkingsverband, in rechte lijn tot en met de derde graad en in zijlijn tot en met de vierde graad, of in geval van wettelijk samenwonen, tussen een persoon die op enigerlei wijze verbonden is met de organisatie op het vlak van de uitgebreide verantwoordelijkheid van producenten van producten, alsmede iedere persoon die invloed kan uitoefenen op de gunning van de opdracht of het resultaat daarvan, en een van de aannemers, leveranciers of dienstverleners die partij zijn bij de genoemde opdracht of iedere andere natuurlijke persoon die namens een van hen vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid uitoefent;
  2° wanneer een persoon die op enigerlei wijze verbonden is met de organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, of een persoon die de gunning van een opdracht of het resultaat daarvan kan beïnvloeden, zelf of via een tussenpersoon eigenaar, mede-eigenaar of actieve partner is van een van de contractanten, leveranciers of dienstverleners die partij zijn bij de genoemde opdracht, dan wel zelf of, in voorkomend geval, via een tussenpersoon, rechtens of feitelijk een bevoegdheid uitoefent op het gebied van vertegenwoordiging, besluitvorming of controle.
  Elke persoon die zich in een situatie van belangenconflict bevindt, moet zich terugtrekken. Hij/zij moet de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en de autoriteiten onverwijld schriftelijk informeren.
  Wanneer een persoon die op enigerlei wijze verbonden is met de organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, of een persoon die invloed kan uitoefenen op de gunning van een opdracht of het resultaat daarvan, zelf of via een tussenpersoon een of meer aandelen bezit die ten minste vijf procent van het aandelenkapitaal van een van de contractanten, leveranciers of dienstverleners van de opdracht vertegenwoordigen, is hij verplicht de organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en de administratie daarvan op de hoogte te stellen.
Art.166. § 1er. L'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits prend les mesures nécessaires permettant de prévenir, de détecter et de corriger de manière efficace les conflits d'intérêt lors de la passation et de l'exécution de ses contrats.
  La notion de conflit d'intérêts vise toute situation dans laquelle lors de la passation ou de l'exécution d'un contrat, toute personne liée à l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits de quelque manière que ce soit, ainsi que toute personne susceptible d'influencer la passation de ce contrat ou l'issue de celle-ci, ont directement ou indirectement un intérêt financier, économique ou un autre intérêt personnel qui pourrait être perçu comme compromettant leur impartialité ou leur indépendance dans le cadre de la passation ou de l'exécution dudit contrat.
  § 2. Il est interdit à toute personne liée à l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits de quelque manière que ce soit, ainsi que toute personne susceptible d'influencer la passation d'un contrat ou l'issue de celle-ci, d'intervenir d'une façon quelconque, directement ou indirectement, dans la passation ou l'exécution dudit contrat, dès qu'il peut se trouver, soit personnellement, soit par personne interposée, dans une situation de conflit d'intérêts avec l'un des entrepreneurs, des fournisseurs et des prestataires de services qui est partie audit contrat.
  § 3. L'existence d'un conflit d'intérêts est en tout cas présumée :
  1° dès qu'il y a parenté ou alliance, en ligne directe jusqu'au troisième degré et, en ligne collatérale, jusqu'au quatrième degré, ou en cas de cohabitation légale, entre une personne liée à l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits de quelque manière que ce soit, ainsi que toute personne susceptible d'influencer la passation du contrat ou l'issue de celle-ci, et l'un des entrepreneurs, des fournisseurs et des prestataires de services qui est partie audit contrat ou toute autre personne physique qui exerce pour le compte de l'un de ceux-ci un pouvoir de représentation, de décision ou de contrôle;
  2° lorsqu'une personne liée à l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits de quelque manière que ce soit, ou une personne susceptible d'influencer la passation d'un contrat ou l'issue de celle-ci, est, lui-même ou par personne interposée, propriétaire, copropriétaire ou associé actif de l'un des entrepreneurs, des fournisseurs et des prestataires de services qui est partie audit contrat ou exerce, en droit ou en fait, lui-même ou, le cas échéant, par personne interposée, un pouvoir de représentation, de décision ou de contrôle.
  Toute personne se trouvant dans une situation de conflit d'intérêt est tenue de se récuser. Elle en informe par écrit et sans délai l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits et l'administration.
  Lorsqu'une personne liée à l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits de quelque manière que ce soit, ou une personne susceptible d'influencer la passation d'un contrat ou l'issue de celle- ci, détient, soit elle-même, soit par personne interposée, une ou plusieurs actions ou parts représentant au moins cinq pour cent du capital social de l'un des entrepreneurs, des fournisseurs et des prestataires de services audit contrat, elle a l'obligation d'en informer l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits et l'administration.
Onderafdeling 6. - Naleving van milieu-, sociale en arbeidswetgeving
Sous-section 6. - Respect du droit environnemental, social et du travail
Art.167. Marktdeelnemers eerbiedigen en verzekeren dat alle personen die in welke fase dan ook als onderaannemer optreden en alle personen die personeel ter beschikking stellen voor de uitvoering van de opdracht, alle toepasselijke verplichtingen op het gebied van milieu-, sociaal en arbeidsrecht naleven die zijn vastgelegd in het recht van de Europese Unie, het nationale recht, collectieve overeenkomsten of internationale bepalingen op het gebied van milieu-, sociaal en arbeidsrecht.
  Onverminderd de toepassing van sancties als bedoeld in andere wettelijke, bestuursrechtelijke of contractuele bepalingen, worden inbreuken op de in het eerste lid bedoelde verplichtingen door de organisatie voor uitgebreide productaansprakelijkheid geregistreerd en geven zij zo nodig aanleiding tot de toepassing van de contractuele maatregelen in geval van inbreuk op de bepalingen van het contract.
Art.167. Les opérateurs économiques respectent et font respecter par toute personne agissant en qualité de sous-traitant à quelque stade que ce soit et par toute personne mettant du personnel à disposition pour l'exécution du contrat, toutes les obligations applicables dans les domaines du droit environnemental, social et du travail établies par le droit de l'Union européenne, le droit national, les conventions collectives ou par les dispositions internationales en matière de droit environnemental, social et du travail.
  Sans préjudice de l'application des sanctions visées dans d'autres dispositions légales, réglementaires ou conventionnelles, les manquements aux obligations visées à l'alinéa 1er sont constatés par l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits et donnent lieu, si nécessaire, à l'application des mesures conventionnellement prévues en cas de manque- ment aux clauses du contrat.
Onderafdeling 7. - Marktdeelnemers
Sous-section 7. - Opérateurs économiques
Art.168. § 1. Marktdeelnemers die krachtens de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaat waar zij zijn gevestigd, gerechtigd zijn de betrokken dienst te verlenen, mogen niet worden afgewezen louter op grond van het feit dat zij krachtens de in België geldende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen hetzij een natuurlijke persoon, hetzij een rechtspersoon zouden moeten zijn.
  § 2 Groepen marktdeelnemers kunnen deelnemen aan aanbestedingen en offertes voor contracten met de uitgebreide organisatie voor producentenverantwoordelijkheid. De uitgebreide organisatie voor producentenverantwoordelijkheid verplicht hen niet om een specifieke rechtsvorm te hebben om een verzoek tot deelname of een offerte in te dienen.
  Prestatievoorwaarden die in een uitnodiging tot inschrijving of in een offerte voor een opdracht aan dergelijke combinaties van ondernemers worden opgelegd en die verschillen van die welke aan individuele deelnemers worden opgelegd, moeten op objectieve gronden gerechtvaardigd en evenredig zijn.
  In afwijking van lid 1 kunnen organisaties voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van combinaties van ondernemers verlangen dat zij een bepaalde rechtsvorm aannemen wanneer de opdracht aan hen is gegund, mits dit voor de goede uitvoering van de opdracht noodzakelijk is.
Art.168. § 1er. Les opérateurs économiques qui, en vertu de la législation ou de la réglementation de l'Etat membre dans lequel ils sont établis, sont habilités à fournir la prestation concernée ne peuvent être rejetés au seul motif qu'ils seraient tenus, en vertu de la législation ou de la réglementation applicable en Belgique, d'être soit des personnes physiques, soit des personnes morales.
  § 2. Les groupements d'opérateurs économiques peuvent participer aux appels aux marchés et aux offres de contracter avec l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits. Ils ne sont pas contraints par l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits d'avoir une forme juridique déterminée pour présenter une demande de participation ou une offre.
  Toutes les conditions d'exécution prévues dans un appel au marché ou dans une offre de contracter imposées à de tels groupements d'opérateurs économiques, qui diffèrent de celles imposées aux participants individuels, sont justifiées par des motifs objectifs et doivent être proportionnées.
  Malgré l'alinéa 1er, les organismes en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits peuvent exiger que les groupements d'opérateurs économiques adoptent une forme juridique déterminée lorsque le contrat leur a été attribué, pour autant que ceci soit nécessaire pour la bonne exécution dudit contrat.
Onderafdeling 8. - Forfaitair beginsel
Sous-section 8. - Principe forfaitaire
Art.169. Contracten die voortvloeien uit aanbestedingen of offertes om contracten te sluiten met de organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid worden gegund op basis van een vaste prijs en tijdens de uitvoering ervan mogen geen wijzigingen worden aangebracht die als substantieel worden beschouwd.
  In de volgende gevallen kunnen opdrachten echter zonder vaste prijs worden gegund:
  1° in uitzonderlijke gevallen, voor werken, leveringen of diensten die complex zijn of met een nieuwe techniek die grote technische onzekerheden inhoudt, waardoor de uitvoering moet beginnen wanneer niet alle voorwaarden voor de uitvoering en de verplichtingen volledig kunnen worden bepaald;
  2° in geval van buitengewone en onvoorzienbare omstandigheden die een zorgvuldige organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid niet kon voorzien, in geval van dringende werken, leveringen of diensten waarvan de uitvoeringsvoorwaarden moeilijk te bepalen zijn.
Art.169. Les contrats résultant des appels au marché ou des offres de contracter avec l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits sont passés à forfait, sans qu'il ne puisse être apporté dans le cadre de leur exécution des modifications considérées comme substantielles.
  Les contrats peuvent néanmoins être passés sans fixation forfaitaire des prix et ce, dans les cas suivants :
  1° dans des cas exceptionnels, pour des travaux, fournitures ou services complexes ou d'une technique nouvelle, présentant des aléas techniques importants, qui obligent à commencer l'exécution des prestations alors que toutes les conditions de réalisation et obligations ne peuvent être déterminées complètement;
  2° en cas de circonstances extraordinaires et imprévisibles qu'un organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits diligent ne pouvait pas prévoir, dans le cas de travaux, fournitures ou services urgents dont les conditions d'exécution sont difficiles à définir.
Onderafdeling 9. - Prijsherziening
Sous-section 9. - Révision des prix
Art.170. Het forfaitaire karakter van de in artikel 169 bedoelde contracten belet niet dat de prijzen op grond van specifieke economische of sociale factoren kunnen worden herzien, op voorwaarde dat een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige prijsherzieningsclausule is opgenomen in de documenten betreffende de uitnodiging tot inschrijving of het aanbod om een contract te sluiten met de organisatie voor de uitbreiding van de verantwoordelijkheid van de producenten van producten.
  Prijsherzieningen moeten veranderingen in de prijzen van de belangrijkste componenten van de kostprijs weerspiegelen.
  Indien de markdeelnemer een beroep doet op onderaannemers, moeten deze, in voorkomend geval, hun prijzen laten herzien volgens de procedures die door de met de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid belaste instantie zijn vastgesteld in de inschrijvingsdocumenten of de offerte voor het sluiten van een overeenkomst met de onderaannemer, en wel in die mate die overeenstemt met de aard van de door hen verleende diensten.
Art.170. Le caractère forfaitaire des contrats visé à l'article 169 ne fait pas obstacle à la révision des prix en fonction de facteurs déterminés d'ordre économique ou social, à la condition qu'une clause de révision de prix claire, précise et univoque, soit prévue dans les documents de l'appel au marché ou de l'offre de contracter avec l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits.
  La révision des prix doit rencontrer l'évolution des prix des principaux composants du prix de revient.
  Si l'opérateur économique a recours à des sous-traitants, ceux-ci doivent, s'il y a lieu, se voir appliquer la révision de leurs prix suivant les modalités fixées par l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits dans les documents de l'appel au marché ou de l'offre de contracter avec lui, et dans la mesure correspondant à la nature des prestations qu'ils exécutent.
Onderafdeling 10. - Vertrouwelijkheid
Sous-section 10. - Confidentialité
Art.171. § 1. Zolang de organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid geen beslissing heeft genomen over, naar gelang van het geval, de selectie of kwalificatie van gegadigden of deelnemers, de regelmatigheid van de inschrijvingen, de gunning van de aanbesteding of de aanbieding om een contract met haar te sluiten, of het afzien van de gunning van de aanbesteding of de aanbieding om een contract met haar te sluiten, hebben de gegadigden, deelnemers, inschrijvers en derden, met uitzondering van de administratie, geen toegang tot de documenten die verband houden met de gunningsprocedure, met name de verzoeken tot deelneming of erkenning, de inschrijvingen en de interne documenten van de organisatie betreffende de uitgebreide verantwoordelijkheid van de producenten van de producten.
  Van het bepaalde in het eerste lid mag worden afgeweken na schriftelijke instemming van de gegadigde of inschrijver die aan de onderhandelingen deelneemt, en alleen met betrekking tot door die gegadigde of inschrijver verstrekte vertrouwelijke informatie. Deze afwijking laat het recht van de administratie op toegang tot de in lid 1 bedoelde documenten onverlet.
  § 2 De organisatie die belast is met de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten maakt geen informatie bekend die de marktdeelnemer haar op vertrouwelijke basis heeft meegedeeld, met inbegrip van eventuele technische of commerciële geheimen en vertrouwelijke aspecten van het aanbod.
  Hetzelfde geldt voor elke persoon die uit hoofde van zijn functie of de hem toevertrouwde opdrachten kennis heeft van dergelijke vertrouwelijke informatie.
  § 3 De organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid kan de marktdeelnemer eisen opleggen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van de informatie die haar ter beschikking wordt gesteld.
  § 4 Persoonsgegevens die ten behoeve van de verwerking van facturen zijn verkregen, mogen uitsluitend voor deze doeleinden of voor andere daarmee verenigbare doeleinden worden gebruikt. De regels met betrekking tot de openbaarmaking van persoonsgegevens die zijn verzameld in het kader van de verwerking van elektronische facturen moeten in overeenstemming zijn met de doeleinden van openbaarmaking en het beginsel van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Art.171. § 1er. Aussi longtemps que l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits n'a pas pris de décision, selon le cas, au sujet de la sélection ou de la qualification des candidats ou participants, de la régularité des offres, de l'attribution de l'appel au marché ou de l'offre de contracter avec lui, ou de la renonciation à la passation de l'appel au marché ou de l'offre de contracter avec lui, les candidats, les participants, les soumissionnaires et les tiers autres que l'administration n'ont aucun accès aux documents relatifs à la procédure de passation, notamment aux demandes de participation ou de qualification, aux offres et aux documents internes de l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits.
  Il peut être dérogé à l'alinéa 1er moyennant l'accord écrit du candidat ou du soumissionnaire participant aux négociations, et ce, uniquement pour les informations confidentielles communiquées par ce candidat ou soumissionnaire. Ladite dérogation ne peut pas porter sur le droit d'accès de l'administration aux documents visés à l'alinéa 1er.
  § 2. L'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits ne divulgue pas les renseignements que l'opérateur économique lui a communiqué à titre confidentiel, y compris, les éventuels secrets techniques ou commerciaux et les aspects confidentiels de l'offre.
  Il en est de même pour toute personne qui, en raison de ses fonctions ou des missions qui lui ont été confiées, a connaissance de tels renseignements confidentiels.
  § 3. L'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits peut imposer à l'opérateur économique des exigences visant à protéger la confidentialité des informations qu'il met à sa disposition.
  § 4. Les données à caractère personnel obtenues aux fins du traitement de factures ne peuvent être utilisées qu'à ces fins ou à d'autres fins compatibles avec celles-ci. Les règles de la publication de données à caractère personnel collectées lors du traitement de factures électroniques sont conformes aux finalités de la publication ainsi qu'au principe de protection de la vie privée.
Afdeling 6. - Strengere verplichtingen voor strategische plannen
Section 6. - Obligation renforcée en matière de plan stratégique
Afdeling 7. - Bijzondere bepalingen in geval van meerdere organisaties voor uitgebreide productverantwoordelijkheid die onder dezelfde regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vallen
Section 7. - Dispositions particulières en cas de pluralité d'organismes en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits actifs dans le cadre d'un même régime de responsabilité élargie des producteurs de produits
Art.173. Wanneer op het grondgebied van het Waalse Gewest verschillende instanties voor uitgebreide productverantwoordelijkheid namens productproducenten verplichtingen uitvoeren in het kader van dezelfde uitgebreide productverantwoordelijkheid, houdt de administratie toezicht op de uitvoering van de verplichtingen in het kader van de uitgebreide productverantwoordelijkheid.
  De Regering kan alle passende maatregelen nemen om het coherente naast elkaar bestaan van twee of meer organen voor uitgebreide productverantwoordelijkheid voor eenzelfde uitgebreide productverantwoordelijkheid op het grondgebied van het Waals Gewest te garanderen.
Art.173. Lorsque, sur le territoire de la Région wallonne, plusieurs organismes en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits mettent en oeuvre des obligations de la même responsabilité élargie des producteurs de produits pour le compte des producteurs de produits, l'administration surveille la mise en oeuvre des obligations en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits.
  Le Gouvernement peut prendre toutes les mesures appropriées visant à assurer la coexistence cohérente de deux ou plusieurs organismes en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits pour la même responsabilité élargie des producteurs de produits sur le territoire de la Région wallonne.
HOOFDSTUK 5. - Erkenningen van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en beslissingen om individuele strategische plannen goed te keuren
CHAPITRE 5. - Agréments en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits et décisions d'approbation des plans stratégiques individuels
Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voor goedkeuringen van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en besluiten tot goedkeuring van individuele strategische plannen
Section 1. - Dispositions communes aux agréments en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits et aux décisions d'approbation des plans stratégiques individuels
Art.174. § 1. Niemand mag de bij en krachtens deze titel vastgestelde verplichtingen namens en voor rekening van producenten van producten die onder een uitgebreid producentenverantwoordelijkheidsstelsel vallen, uitvoeren zonder eerst in het bezit te zijn van een uitvoerbare goedkeuring die voor het betrokken regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is afgegeven, in voorkomend geval op administratief beroep.
  § 2 Behoudens artikel 127, § 2, 2°, kan niemand zijn verplichtingen in verband met de uitgebreide verantwoordelijkheid van producenten van producten overeenkomstig deze titel en de uitvoeringsmaatregelen ervan nakomen zonder houder te zijn van een uitvoerbaar individueel strategisch plan dat is goedgekeurd, in voorkomend geval op administratief beroep.
  § 3 Elke persoon die houder is van een goedkeuring van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor afgegeven producten en elke persoon die houder is van een individueel strategisch plan dat door en overeenkomstig deze titel is goedgekeurd, stelt de autoriteiten daarvan onverwijld in kennis:
  1° elk ongeval of incident dat de in artikel 32 bedoelde belangen kan schaden;
  2° elke wijziging van de essentiële gegevens in het aanvraagdossier sinds de goedkeuring van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid of de goedkeuring van het individueel strategisch plan, met inbegrip van de stopzetting van de activiteit.
  § 4. Elke erkenning van uitgebreide productverantwoordelijkheid die is verleend of elk individueel strategisch plan dat is goedgekeurd, door en in overeenstemming met deze titel, is niet overdraagbaar.
  § 5 Alle akten, facturen, publicaties, brieven, bestelbonnen en andere documenten die worden uitgereikt in het kader van een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, door een persoon die beschikt over een uitgereikte erkenning voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid of door een persoon die beschikt over een goedgekeurd individueel strategisch plan, door en overeenkomstig deze titel, bevatten een verwijzing naar zijn erkenning of goedgekeurd individueel strategisch plan, alsook de datum waarop ze werd uitgereikt en de vervaldatum ervan.
Art.174. § 1er. Nul ne peut exécuter les obligations prévues par et en vertu du présent titre au nom et pour le compte des producteurs de produits visés par un régime de responsabilité élargie des producteurs de produits sans être préalablement titulaire d'un agrément exécutoire délivré pour le régime de responsabilité élargie des producteurs de produits concerné, le cas échéant sur recours administratif.
  § 2. Sous réserve de l'article 127, § 2, 2°, nul ne peut exécuter ses obligations en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits conformément au présent titre et ses mesures d'exécution sans être préalablement titulaire d'un plan stratégique individuel exécutoire approuvé, le cas échéant sur recours administratif.
  § 3. Toute personne titulaire d'un agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits délivré et toute personne titulaire d'un plan stratégique individuel approuvé, par et en vertu du présent titre, signale sans délai à l'administration :
  1° tout accident ou incident de nature à porter préjudice aux intérêts visés à l'article 32;
  2° tout changement d'une des données essentielles figurant dans le dossier de demande intervenu depuis l'octroi de l'agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits ou de l'approbation du plan stratégique individuel, y compris la cessation d'activité.
  § 4. Tout agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits délivré ou tout plan stratégique individuel approuvé, par et en vertu du présent titre, est incessible.
  § 5. Tous les actes, factures, publications, lettres, notes de commandes et autres documents émis dans le cadre d'un régime de responsabilité élargie des producteurs de produits, émanant de toute personne titulaire d'un agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits délivré ou de toute personne titulaire d'un plan stratégique individuel approuvé, par et en vertu du présent titre, contiennent la mention de son agrément ou de son plan stratégique individuel approuvé, ainsi que sa date d'octroi et sa date d'expiration.
Art.175. Elke erkenning van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid of individueel strategisch plan, goedgekeurd bij en krachtens deze titel, wordt afgegeven voor een periode van maximaal vijf jaar.
Art.175. Tout agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits délivré ou tout plan stratégique individuel approuvé par et en vertu du présent titre, l'est pour une durée maximale de cinq ans.
Art.176. Voor alle regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid:
  1° met betrekking tot erkenningen voor uitgebreide productaansprakelijkheid is de Regering bevoegd om uitspraak te doen over administratieve beroepen die worden ingesteld tegen administratieve beslissingen;
  2° voor de afzonderlijke strategische plannen wijst de Regering de instantie aan die bevoegd is om uitspraak te doen over de administratieve beroepen die tegen de administratieve beslissingen worden ingesteld.
Art.176. Pour l'ensemble des régimes de responsabilité élargie des producteurs de produits :
  1° concernant les agréments en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits, le Gouvernement est compétent pour statuer sur les recours administratifs introduits contre les décisions de l'administration;
  2° concernant les plans stratégiques individuels, le Gouvernement désigne l'autorité compétente sur recours administratif pour statuer sur les recours administratifs introduits contre les décisions de l'administration.
Art.177. Teneinde na te gaan of een persoon die krachtens deze titel verzoekt om goedkeuring van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid of goedkeuring van een individueel strategisch plan, van dien aard is dat een adequate bescherming van het milieu is gewaarborgd, kan elke natuurlijke persoon, rechtspersoon of persoon met wettelijke bevoegdheid om een rechtspersoon te vertegenwoordigen die verzoekt om goedkeuring van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid of goedkeuring van een individueel strategisch plan gedurende ten minste tien jaar niet zijn veroordeeld voor een delict dat voortvloeit uit een definitieve rechterlijke beslissing of een definitieve administratieve beslissing waarbij een of meer administratieve sancties zijn opgelegd, en op het moment van de indiening van de aanvraag tot goedkeuring of erkenning niet nog onderworpen zijn aan een verbods- of ontzeggingsmaatregel die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op afvalactiviteiten waarvoor de goedkeuring of erkenning wordt aangevraagd.
Art.177. Afin de vérifier que toute personne sollicitant un agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits ou l'approbation d'un plan stratégique individuel en vertu du présent titre dispose d'une moralité de nature à assurer une protection adéquate de l'environnement, toute personne physique, toute personne morale ou toute personne ayant le pouvoir légal de représenter une personne morale sollicitant l'agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits ou l'approbation d'un plan stratégique individuel, ne peut pas avoir encouru de condamnation depuis au moins dix ans, en raison d'une décision judiciaire coulée en force de chose jugée ou d'une décision administrative définitive imposant une ou plusieurs sanctions administratives, et ne peut pas, lors de l'introduction de la demande d'agrément ou d'approbation, être encore sous le coup d'une mesure d'interdiction ou de déchéance portant en totalité ou en partie, sur des activités en matière de déchets qui font l'objet de la demande d'agrément ou d'approbation.
Art.178. § 1. Onverminderd artikel D.198 van boek I van het Milieuwetboek, kan de administratie op elk moment de goedkeuring voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten die bij en krachtens deze titel is verleend, voor een periode van maximaal zes maanden schorsen of intrekken, in voorkomend geval door de Regering op administratief beroep, evenals het individuele strategische plan dat bij en krachtens deze titel is goedgekeurd, voor een periode van maximaal zes maanden schorsen of intrekken, in voorkomend geval door de bevoegde autoriteit op administratief beroep:
  1° indien de houder van de uitgebreide erkenning van producentenverantwoordelijkheid geheel of gedeeltelijk niet voldoet aan alle of sommige van :
  de bij en krachtens deze titel vastgestelde verplichtingen van de producent van producten voor de betrokken regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;
  de uitgebreide productverantwoordelijkheidsverplichtingen van de organisatie overeenkomstig dit hoofdstuk en de bijbehorende uitvoeringsmaatregelen;
  indien van toepassing, de aanvullende voorwaarde(n) die overeenkomstig artikel 187 in de erkenningsbeslissing betreffende de uitgebreide productverantwoordelijkheid van de producent is/zijn opgenomen;
  in voorkomend geval, de verplichtingen die op hem van toepassing zijn krachtens het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen en zijn uitvoeringsmaatregelen;
  2° indien de houder van het individuele strategische plan er niet in slaagt geheel of gedeeltelijk uitvoering te geven aan alle of sommige van :
  de bij en krachtens deze titel vastgestelde verplichtingen van de producent van producten voor de betrokken regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;
  in voorkomend geval, de bijkomende voorwaarde(n) ingevoegd in de beslissing tot goedkeuring van het individueel strategisch plan overeenkomstig artikel 194, in voorkomend geval goedgekeurd op administratief beroep;
  in voorkomend geval, de verplichtingen die op hem van toepassing zijn krachtens het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen en zijn uitvoeringsmaatregelen.
  § 2 Behalve in speciaal gerechtvaardigde spoedeisende gevallen wordt elke beslissing tot opschorting van de goedkeuring van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid of het individuele strategische plan genomen nadat de houder van de goedkeuring of het individuele strategische plan in kwestie de gelegenheid heeft gekregen om binnen een termijn van ten minste vijftien dagen zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk kenbaar te maken.
  Elk beslissing tot intrekking van de goedkeuring voor uitgebreide producententverantwoordelijkheid of het individuele strategische plan wordt genomen nadat de houder van de goedkeuring of het individuele strategische plan in kwestie de gelegenheid is geboden om binnen een termijn van ten minste vijftien dagen mondeling of schriftelijk opmerkingen in te dienen
  § 3 Elk beslissing tot schorsing of intrekking wordt verzonden naar de houder van de erkenning of het individuele strategische plan.
Art.178. § 1er. Sans préjudice de l'article D.198 du Livre Ier du Code de l'Environnement, l'administration peut, à tout moment, suspendre pour une durée maximale de six mois ou retirer l'agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits délivré par et en vertu du présent titre, le cas échéant par le Gouvernement sur recours administratif ainsi que suspendre pour une durée maximale de six mois ou retirer le plan stratégique individuel approuvé par et en vertu du présent titre, le cas échéant par l'autorité compétente sur recours administratif :
  1° si le titulaire de l'agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits n'exécute pas, totalement ou partiellement, toutes ou certaines :
  des obligations du producteur de produits prévues par et en vertu du présent titre pour le régime de responsabilité élargie des producteurs de produits concerné;
  des obligations de l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits conformément au présent chapitre et ses mesures d'exécution;
  le cas échéant, la ou les conditions additionnelles insérées dans la décision d'agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits conformément à l'article 187;
  le cas échéant, les obligations qui lui sont applicables en vertu du décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes et ses mesures d'exécution;
  2° si le titulaire de plan stratégique individuel n'exécute pas, totalement ou partiellement, toutes ou certaines :
  des obligations du producteur de produits prévues par et en vertu du présent titre pour le régime de responsabilité élargie des producteurs de produits concerné;
  le cas échéant, la ou les conditions additionnelles insérées dans la décision d'approbation de plan stratégique individuelle conformément à l'article 194, le cas échéant approuvée sur recours administratif;
  le cas échéant, les obligations qui lui sont applicables en vertu du décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes et ses mesures d'exécution.
  § 2. Sauf en cas d'urgence spécialement motivée, toute décision de suspension de l'agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits ou du plan stratégique individuel est prise après avoir donné, au titulaire de l'agrément ou du plan stratégique individuel concerné, la possibilité d'adresser dans un délai minimum de quinze jours ses observations oralement ou par écrit.
  Toute décision de retrait de l'agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits ou du plan stratégique individuel est prise après avoir donné, au titulaire de l'agrément ou du plan stratégique individuel concerné, la possibilité d'adresser dans un délai minimum de quinze jours ses observations oralement ou par écrit.
  § 3. Toute décision de suspension ou de retrait est envoyée au titulaire de l'agrément ou du plan stratégique individuel.
Art.179. Om de identificatie van erkende organisaties en producenten van producten die houder zijn van een individueel strategisch plan overeenkomstig deze titel mogelijk te maken en om het contact met hen te vergemakkelijken voor andere actoren in de afvalbeheerketen die onderworpen zijn aan een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid overeenkomstig deze titel, publiceert en actualiseert de administratie op minstens één website in het Waals Gewest de lijst van erkende organisaties en de lijst van producenten van producten die houder zijn van een individueel strategisch plan en specificeert de regelingen voor uitgebreide productenverantwoordelijkheid waarvoor de genoemde organisaties houder zijn van een dergelijke erkenning en de genoemde productproducenten houder zijn van een dergelijk individueel strategisch plan.
  Deze lijsten kunnen de volgende informatie bevatten: 1° als het gaat om:
  een erkende organisatie: haar naam of bedrijfsnaam, het adres van haar statutaire zetel en, facultatief voor de genoemde organisatie, haar telefoonnummer, haar e-mailadres, het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst;
  een productproducent met een individueel strategisch plan :
  die handelt als een natuurlijke persoon: hun voor- en achternaam, het adres van hun bedrijf en, optioneel voor de genoemde producent, hun telefoonnummer, hun e-mailadres en het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst;
  die als rechtspersoon optreedt: zijn naam of handelsnaam, het adres van zijn statutaire zetel en, facultatief voor de genoemde producent, zijn telefoonnummer en e-mailadres, en het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst;
  2° in voorkomend geval, het inschrijvingsnummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen van de erkende organisatie of productproducent die houder is van een individueel strategisch plan of, bij ontstentenis daarvan, haar identificatienummer bij elk ander gelijkaardig handels- of beroepsregister, in voorkomend geval uitgegeven krachtens buitenlandse wetgeving of reglementering;
  3° het identificatienummer of de administratieve referentie van de erkenning of goedkeuring van het individueel strategisch plan voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;
  4° de vervaldatum van de erkenning of van het individueel strategisch plan;
  5° in voorkomend geval, en facultatief voor de erkende instelling of productproducent met een individueel strategisch plan, het adres van haar website;
  6° de beslissing tot schorsing van de erkenning of van het individueel strategisch plan, met inbegrip van de datum waarop de schorsing verstrijkt;
  7° de beslissing om de erkenning of het individueel strategisch plan in te trekken.
Art.179. Afin de permettre l'identification des organismes agréés et des producteurs de produits titulaires d'un plan stratégique individuel en vertu du présent titre et de faciliter la prise de contact de ceux-ci par d'autres acteurs de la chaîne de gestion de déchets soumis à un régime de responsabilité élargie des producteurs de produits conformément au présent titre, l'administration publie et met à jour sur au moins un site internet de la Région wallonne la liste des organismes agréés et la liste des producteurs de produits titulaires d'un plan stratégique individuel et précise les régimes de responsabilité élargie des producteurs de produits pour lesquelles lesdits organismes sont titulaires d'un tel agrément et lesdits producteurs de produits sont titulaires d'un tel plan stratégique individuel.
  Lesdites listes peuvent inclure les informations suivantes : 1° s'il s'agit :
  d'un organisme agréé : sa dénomination ou sa raison sociale, l'adresse de son siège social, ainsi que, de manière optionnelle pour ledit organisme, son numéro de téléphone, son adresse électronique, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact;
  d'un producteur de produits titulaire d'un plan stratégique individuel :
  agissant en personne physique : ses prénom et nom, l'adresse de son entreprise, ainsi que, de manière optionnelle pour ledit producteur, son numéro de téléphone, son adresse électronique, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact;
  agissant en personne morale : sa dénomination ou sa raison sociale, l'adresse de son siège social, ainsi que, de manière optionnelle pour ledit producteur, son numéro de téléphone et son adresse électronique, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact;
  2° le cas échéant, le numéro d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises de l'organisme agréé ou du producteur de produits titulaire d'un plan stratégique individuel ou, à défaut, son numéro d'identification à tout autre registre de commerce ou des métiers similaire, le cas échéant délivré en vertu d'une législation ou d'une réglementation étrangère;
  3° le numéro d'identification ou la référence administrative de l'agrément ou de l'approbation du plan stratégique individuel en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits;
  4° la date d'expiration de l'agrément ou du plan stratégique individuel;
  5° le cas échéant, et de manière optionnelle pour l'organisme agréé ou le producteur de produits titulaire d'un plan stratégique individuel, l'adresse de son site internet;
  6° la décision de suspension de l'agrément ou du plan stratégique individuel, y compris la date d'expiration de ladite suspension;
  7° la décision de retrait de l'agrément ou du plan stratégique individuel.
Art.180. § 1. Tenzij anders of specifiek bepaald in dit hoofdstuk of de uitvoeringsmaatregelen ervan, wordt elke zending die onder en krachtens dit hoofdstuk valt, uitgevoerd via een van de volgende twee communicatiemethoden:
  1° op papier door :
  1° ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst;
  elke soortgelijke formule waarmee vaste datum aan de verzending en aan de ontvangst van de akte gegeven kan worden, ongeacht de distributiedienst ;
  neerlegging tegen ontvangstbewijs.
  2° of elektronisch door :
  geauthenticeerde elektronische handtekening;
  digitale kopie van de administratieve handeling of andere informatie die is verstrekt als onderdeel van het administratieve proces, met de hand ondertekend.
  Met betrekking tot het eerste lid, 1°, b), en 2°, kan de Regering de procédés of methoden bepalen die zij erkent om aan de verzending en de ontvangst van een stuk een zekere datum te geven.
  § 2 Voor elk regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten die onder deze titel vallen of voor bepaalde systemen die zij bepaalt, kan de Regering formulieren vaststellen voor de erkenning en de goedkeuring van het individuele strategische plan.
  Wanneer de Regering overeenkomstig lid 1 een overeenstemmend formulier aanneemt, kan zij met name binnen dat formulier :
  1° een algemeen gedeelte dat gemeenschappelijk is voor alle regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vaststellen;
  2° 2° een specifieke sectie gewijd aan elke regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vaststellen.
  § 3 Behoudens andersluidende of specifieke bepalingen in deze titel of in de uitvoeringsbepalingen ervan, wordt elk conform formulier dat door de Regering wordt aangenomen, aan de administratie toegezonden met behulp van een van de in paragraaf 1 bedoelde communicatiemiddelen.
Art.180. § 1er. Sauf disposition contraire ou particulière dans le présent chapitre ou ses mesures d'exécution, tout envoi visé par et en vertu du présent chapitre est exécuté selon l'un des deux modes de communication suivants :
  1° soit la voie papier par :
  lettre recommandée à la poste avec accusé de réception;
  recours à toute formule similaire permettant de donner date certaine à l'envoi et à la réception de l'acte, quel que soit le service de distribution du courrier utilisé; ou;
  par dépôt contre récépissé;
  2° soit la voie électronique par :
  signature électronique authentifiée;
  copie numérique de l'acte administratif ou de toute autre information communiquée dans le cadre du traitement administratif signé manuellement.
  Concernant l'alinéa 1er, 1°, b), et 2°, le Gouvernement peut déterminer les procédés ou les modalités qu'il reconnaît comme permettant de donner une date certaine à l'envoi et à la réception.
  § 2. Pour chaque régime de responsabilité élargie des producteurs de produits visé par le présent titre ou pour certains d'entre eux qu'il détermine, le Gouvernement peut arrêter des formulaires conformes d'agrément et d'approbation de plan stratégique individuel.
  Lorsque le Gouvernement arrête un formulaire conforme en vertu de l'alinéa 1er, il peut notamment déterminer au sein dudit formulaire :
  1° une partie générale commune à tous les régimes de responsabilité élargie des producteurs de produits;
  2° une partie spécifique dédiée à chaque régime de responsabilité élargie des producteurs de produits.
  § 3. Sauf disposition contraire ou particulière dans le présent titre ou ses mesures d'exécution, tout formulaire conforme arrêté par le Gouvernement est envoyé à l'administration selon l'un des modes de communication visé au paragraphe 1er.
Art.181. § 1. De regering kan bepalen en voorleggen :
  1° bepaalde maatregelen die de productproducent moet uitvoeren tijdens de geldigheidsduur van de beslissing tot goedkeuring van het individueel strategisch plan aan :
  informatie aan de administratie;
  het advies van de administratie;
  de administratieve goedkeuring;
  2° bepaalde maatregelen die de erkende organisatie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid tijdens de geldigheidsduur van de erkenning moet uitvoeren naar :
  de informatie aan de administratie of aan een of meer door de Regering bepaalde instanties;
  het advies aan de administratie of naar een of meer door de Regering bepaalde instanties;
  de administratieve goedkeuring;
  § 2 Voor alle administratieve goedkeuringsbeslissingen, vermeld in paragraaf 1, 1°, c), en 2°, c), of voor sommige daarvan die zij bepaalt, kan de Regering de overeenkomstige toepassing vaststellen:
  1° betreffende de door de organisatie uit te voeren maatregelen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten tijdens de geldigheidsduur van de erkenningsbeslissing, artikel 190;
  2° betreffende de maatregelen die de producent moet uitvoeren tijdens de geldigheidsduur van de beslissing tot goedkeuring van het individueel strategisch plan, artikel 197.
Art.181. § 1er. Le Gouvernement peut déterminer et soumettre :
  1° certaines mesures à exécuter par le producteur de produits durant la durée de validité de la décision d'approbation du plan stratégique individuel à :
  l'information de l'administration;
  l'avis de l'administration;
  l'approbation de l'administration;
  2° certaines mesures à exécuter par l'organisme agréé en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits durant la durée de validité de l'agrément à :
  l'information de l'administration ou à une ou plusieurs instances déterminées par le Gouvernement;
  l'avis de l'administration ou à une ou plusieurs instances déterminées par le Gouvernement;
  l'approbation de l'administration.
  § 2. Pour toutes les décisions administratives d'approbation visées au paragraphe 1er, 1°, c), et 2°, c), ou pour certaines d'entre elles qu'il détermine, le Gouvernement peut rendre applicable mutatis mutandis :
  1° concernant les mesures à exécuter par l'organisme en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits durant la durée de validité de la décision d'agrément, l'article 190;
  2° concernant les mesures à exécuter par le producteur de produits durant la durée de validité de la décision d'approbation du plan stratégique individuel, l'article 197.
Art.182. § 1. Met betrekking tot de berekening van de termijnen:
  1° is de dag van verzending of ontvangst die het beginpunt van een termijn is, niet in die termijn begrepen;
  2° is de dag waarop een termijn verstrijkt, in de termijn begrepen..
  In afwijking van lid 1, 2°, wordt, wanneer de dag waarop een termijn verstrijkt een zaterdag, een zondag of een feestdag is, de dag waarop de termijn verstrijkt, verschoven naar de eerstvolgende werkdag.
  § 2 Alle in dit hoofdstuk bedoelde termijnen worden van rechtswege geschorst van 16 juli tot en met 15 augustus en van 24 december tot en met 1 januari.
  In geval van schorsing van de in lid 1 bedoelde termijn worden de termijnen voor verzending en verstrijken verlengd met de duur van de schorsing of verlenging.
Art.182. § 1er. Concernant le calcul des délais :
  1° le jour de l'envoi ou de la réception qui est le point de départ d'un délai n'est pas compris dans ce délai;
  2° le jour de l'échéance d'un délai est compris dans celui-ci.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 2°, lorsque le jour de l'échéance d'un délai est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au jour ouvrable suivant.
  § 2. Tous les délais visés dans le présent chapitre sont suspendus de plein droit du 16 juillet au 15 août et du 24 décembre au 1er janvier.
  En cas de suspension de délai visée à l'alinéa 1er, les délais d'envoi et d'échéance sont prorogés de la durée de la suspension ou de la prolongation.
Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor erkenningen van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten
Section 2. - Dispositions particulières aux agréments en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits
Onderafdeling 1. - Inhoud van de aanvraag tot erkenning van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
Sous-section 1. - Contenu de la demande d'agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits
Art.183. Alle aanvragen om erkenning in het kader van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moeten ten minste de volgende informatie bevatten:
  1° een strategisch groepsplan overeenkomstig hoofdstuk 2, afdeling 5 en hoofdstuk 4, afdeling 6;
  2° een kopie van de statuten van de betrokken rechtspersoon en de eventuele wijzigingen eraan tot op de datum van indiening van de vergunningsaanvraag, zoals bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad;
  3° een uittreksel uit het strafregister van de betrokken rechtspersoon van minder dan zes maanden volgens het model bedoeld in artikel 596, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
Art.183. Toute demande d'agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits contient au moins l'ensemble des éléments suivant :
  1° un plan stratégique collectif conformément au chapitre 2, section 5 et au chapitre 4, section 6;
  2° une copie des statuts de la personne morale concernée et ses éventuelles modifications jusqu'à la date d'introduction de la demande d'agrément, tels que publiés au Moniteur belge;
  3° un extrait de casier judiciaire de la personne morale concernée datant de moins de six mois selon le modèle visé à l'article 596, alinéa 1er, du Code d'instruction criminelle et ses mesures d'exécution.
Onderafdeling 2. - Procedures
Sous-section 2. - Procédures
Art.184. § 1. Alle aanvragen voor erkenning van uitgebreide productverantwoordelijkheid, hierna "aanvragen voor erkenning" genoemd, worden naar de administratie gezonden.
  § 2 De administratie stuurt de aanvrager binnen tien dagen een ontvangstbevestiging van de aanvraag:
  1° per gewone post als de aanvraag op papier werd ingediend;
  2° per niet-geauthenticeerde e-mail of niet-geauthenticeerd bericht als de aanvraag elektronisch werd ingediend.
  § 3. De administratie richt de beslissing over de volledigheid en ontvankelijkheid van zijn erkenningsaanvraag binnen vijfenveertig dagen te rekenen van de dag van ontvangst van de erkenningsaanvraag.
  § 4 Als de erkenningsaanvraag onvolledig is, stuurt de administratie de aanvrager binnen dertig dagen na ontvangst van de erkenningsaanvraag een lijst met de ontbrekende gegevens of documenten, hierna de stukken genoemd. In dat geval wordt de administratieve procedure hervat vanaf de datum van ontvangst van de stukken.
  De erkenningsaanvrager stuurt de gevraagde bijkomende stukken aan de administratie binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen van de datum van verzending van de aanvraag van de stukken.
  De administratie stuurt de erkenningsaanvrager binnen tien dagen een ontvangstbevestiging van de stukken:
  1° per gewone post indien de genoemde stukken op papier werden verzonden;
  2° per niet-geauthenticeerde e-mail of niet-geauthenticeerd bericht als de stukken elektronisch werden ingediend.
  De administratie stuurt het besluit over het volledige en ontvankelijke karakter van de erkenningsaanvraag aan de aanvrager binnen dertig dagen, te rekenen van de datum waarop zij de bijkomende stukken in ontvangst neemt.
  De administratie stuurt de aanvrager een beslissing waarin staat dat de erkenningsaanvraag niet-ontvankelijk is als :
  1° ze werd ingediend zonder te voldoen aan artikel 177;
  2° ze werd ingediend zonder te voldoen aan artikel 180 en zijn uitvoeringsmaatregelen;
  3° ze werd ingediend zonder te voldoen aan artikel 183 en zijn uitvoeringsmaatregelen;
  4° de aanvrager van de erkenning de gevraagde stukken niet heeft overgemaakt binnen de in lid 2 van dit paragraaf bedoelde termijn;
  5° ze tweemaal onvolledig wordt bevonden;
  6° ze werd ingediend zonder te voldoen aan artikel 189;
  § 5 Bij het verstrijken van de in de derde en vierde paragraaf bedoelde termijnen, indien de beslissing over de volledigheid en de ontvankelijkheid of de niet-ontvankelijkheid van de erkenningsaanvraag niet aan de aanvrager is meegedeeld, wordt de erkenningsaanvraag geacht van rechtswege ontvankelijk te zijn.
Art.184. § 1er. Toute demande d'agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits, ci-après dénommée dans la présente sous-section la demande d'agrément, est envoyée à l'administration.
  § 2. L'administration envoie au demandeur d'agrément un accusé de réception de sa demande dans un délai de dix jours :
  1° par pli ordinaire si la demande a été introduite par voie papier;
  2° par courriel non authentifié ou message non authentifié si la demande a été introduite par voie électronique.
  § 3. L'administration envoie au demandeur la décision statuant sur le caractère complet et recevable de sa demande d'agrément dans un délai de quarante-cinq jours à dater de la réception de la demande d'agrément.
  § 4. Si la demande d'agrément est incomplète, l'administration envoie au demandeur la liste des renseignements ou documents manquants, ci-après dénommés les compléments, dans un délai de trente jours à dater de la réception de la demande d'agrément. Dans ce cas, la procédure administrative recommence à dater de la réception desdits compléments.
  Le demandeur d'agrément envoie à l'administration les compléments demandés dans un délai de trente jours à dater de l'envoi de la demande desdits compléments.
  L'administration envoie au demandeur d'agrément un accusé de réception des compléments dans un délai de dix jours :
  1° par pli ordinaire si lesdits compléments ont été envoyés par voie papier;
  2° par courriel non authentifié ou message non authentifié si lesdits compléments ont été envoyés par voie électronique.
  Dans les trente jours à dater de la réception des compléments par l'administration, celle-ci envoie au demandeur la décision statuant sur le caractère complet et recevable de la demande d'agrément.
  L'administration envoie au demandeur la décision statuant sur le caractère irrecevable de la demande d'agrément si :
  1° elle a été introduite sans respecter l'article 177;
  2° elle a été introduite sans respecter l'article 180 et ses mesures d'exécution;
  3° elle a été introduite sans respecter l'article 183 et ses mesures d'exécution;
  4° le demandeur d'agrément n'a pas envoyé les compléments demandés dans le délai visé à l'alinéa 2 du présent paragraphe;
  5° elle est considérée incomplète à deux reprises;
  6° elle a été introduite sans respecter l'article 189.
  § 5. Au terme des délais prévus aux paragraphes 3 et 4, à défaut d'envoi de la décision statuant sur le caractère complet et recevable ou irrecevable de la demande d'agrément au demandeur, la demande d'agrément est réputée recevable de plein droit.
Art.185. Binnen negentig dagen na de datum waarop de administratie de beslissing over de volledigheid en de ontvankelijkheid van de erkenningsaanvraag heeft verzonden of, bij ontstentenis van dergelijke beslissing, op de datum van de stilzwijgende beslissing over de ontvankelijkheid overeenkomstig artikel 184, § 5, vraagt zij het advies van de beleidsgroep "Leefmilieu", afdeling "Afval". De adviesaanvraag gaat vergezeld van ten minste één ontwerp-beslissing.
  De beleidsgroep "Leefmilieu", afdeling "Afval", stuurt haar advies binnen vijfenveertig dagen na de datum van aanhangigmaking door de administratie.
  Indien binnen de in lid 2 genoemde termijnen geen advies is verzonden, wordt de procedure voortgezet.
Art.185. Endéans les nonantes jours à compter du jour où l'administration envoie la décision statuant sur le caractère complet et recevable de la demande d'agrément ou en l'absence d'une telle décision, le jour de la décision tacite de recevabilité conformément à l'article 184, § 5, elle sollicite l'avis du pôle " Environnement ", section " Déchets ". Ladite demande d'avis comporte au moins un projet de décision.
  Le pôle " Environnement ", section " Déchets ", envoie son avis dans un délai de quarante-cinq jours à dater de sa saisine par l'administration.
  A défaut d'envoi d'avis dans les délais prévus à l'alinéa 2, la procédure se poursuit.
Art.186. Vanaf de datum van de beslissing over de volledigheid en de ontvankelijkheid van de erkenningsaanvraag of, bij ontstentenis van een dergelijke beslissing, vanaf de datum van de stilzwijgende beslissing over de ontvankelijkheid overeenkomstig artikel 184, § 5, stuurt de administratie de beslissing tot toekenning of weigering van de erkenning binnen honderdtwintig dagen naar de aanvrager.
  Indien het beslissing tot verlening of weigering van de erkenning aan het einde van de in het eerste lid bedoelde termijn niet aan de aanvrager is toegezonden, wordt de erkenningsaanvraag geacht van rechtswege te zijn afgewezen.
Art.186. A compter de la décision statuant sur le caractère complet et recevable de la demande d'agrément ou en l'absence d'une telle décision, à compter de la décision tacite de recevabilité conformément à l'article 184, § 5, l'administration envoie la décision d'octroi ou de refus de l'agrément au demandeur dans un délai de cent vingt jours.
  Au terme du délai prévu à l'alinéa 1er, à défaut d'envoi de la décision statuant sur l'octroi ou le refus d'agrément au demandeur, la demande d'agrément est réputée refusée de plein droit.
Art.187. § 1. De erkenningsbeslissing door de administratie of, indien van toepassing, de regering na een administratief beroep :
  1° bepaalt de geldigheidsduur ervan, die niet meer dan vijf jaar mag bedragen;
  2° in voorkomend geval, identificeert de handelingen en documenten, ter uitvoering van het collectief strategisch plan, die onderworpen zijn aan informatie-, advies- of goedkeuringsprocedures overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen genomen krachtens artikel 181;
  3° in voorkomend geval, voorziet in één of meer bijkomende voorwaarden die noodzakelijk geacht worden voor de naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen, en in het bijzonder van het "Plan wallon des Déchets-Ressources " (Waals plan inzake afval en grondstoffen), die van toepassing zijn op de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor het betrokken product;
  4° in voorkomend geval, voorziet in de vaststelling van een zekerheid overeenkomstig hoofdstuk 4, afdeling 4.
  Met betrekking tot het eerste lid, 1°, moet elke erkenningsbeslissing die voorziet in een periode van minder dan vijf jaar worden gemotiveerd.
  Met betrekking tot het eerste lid, 2° en 3°, als een bijkomende voorwaarde bestaat in het herhaaldelijk verrichten van handelingen of het opstellen van documenten tijdens de geldigheidsduur van de erkenning, bepaalt de beslissing van de administratie of de Regering op administratief beroep de frequentie. Als een bijkomende voorwaarde bestaat in het uitvoeren van handelingen of het voorleggen van documenten die niet terugkerend zijn, bepaalt de beslissing van de administratie of de Regering op administratief beroep de termijn waarbinnen aan die voorwaarde moet worden voldaan.
  § 2 Dit artikel is ook van toepassing tijdens de geldigheidsduur van de erkenning die door de administratie of door de Regering op administratief beroep werd uitgereikt.
  § 3 Geen enkele bijkomende voorwaarde mag afwijken van of minder streng zijn dan dit decreet en zijn uitvoeringsmaatregelen.
Art.187. § 1er. La décision d'agrément de l'administration ou le cas échéant du Gouvernement sur recours administratif :
  1° précise sa durée de validité, qui ne peut dépasser cinq ans;
  2° le cas échéant, identifie les actes et les documents, en exécution du plan stratégique collectif, soumis aux procédures d'information, d'avis ou d'approbation conformément aux mesures d'exécution prises en vertu de l'article 181;
  3° le cas échéant, prévoit une ou plusieurs conditions additionnelles jugées nécessaires au respect des dispositions législatives, réglementaires et notamment du plan wallon des déchets-ressources, applicables au régime de responsabilité élargie du producteur de produit concerné;
  4° le cas échéant, prévoit la fixation d'une sûreté conformément au chapitre 4, section 4.
  Concernant l'alinéa 1er, 1°, chaque décision d'agrément prévoyant une période inférieure à cinq ans est motivée.
  Concernant l'alinéa 1er, 2° et 3°, si une condition additionnelle consiste à réaliser des actes ou produire des documents de manière récurrente au cours de la durée de validité de l'agrément, la décision de l'administration ou du Gouvernement sur recours administratif en précise la fréquence. Si une condition additionnelle consiste à réaliser des actes ou produire des documents dépourvus de caractère récurrent, la décision de l'administration ou du Gouvernement sur recours administratif précise le délai imparti ou la date butoir visant à rencontrer ladite condition.
  § 2. Le présent article est également applicable au cours de la durée de validité de l'agrément délivré par l'administration ou par le Gouvernement sur recours administratif.
  § 3. Aucune condition additionnelle ne peut déroger ou être moins sévère que le présent décret et ses mesures d'exécution.
Art.188. § 1. Tijdens de geldigheidsduur van de door de administratie of door de Regering in administratief beroep afgegeven erkenning kan de administratie op eigen initiatief de door haar of door de Regering in administratief beroep afgegeven erkenning aanvullen of wijzigen:
  1° indien dit noodzakelijk wordt geacht om de naleving van de bij en krachtens deze titel genomen handhavingsmaatregelen te verzekeren;
  2° indien zij van mening is dat de aanvullende voorwaarde of voorwaarden die op grond van artikel 187 zijn opgelegd, niet of niet langer geschikt zijn om de naleving van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn op de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor het betrokken product, met name sectie 32, te garanderen;
  3° als het een wijziging vaststelt in een van de essentiële gegevens in het aanvraagdossier sinds de afgifte van de erkenning of registratie.
  Behoudens in bijzonder gemotiveerde spoedeisende gevallen wordt een beslissing tot wijziging van de in het eerste lid bedoelde erkenning genomen nadat de houder van de erkenning in de gelegenheid is gesteld zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk kenbaar te maken.
  De wijzigingsbeslissing wordt naar de erkenningshouder gestuurd.
  § 2 Tijdens de geldigheidsduur van de in eerste instantie of in administratief beroep afgegeven erkenning kan de erkenninghouder op eigen initiatief de autoriteit van afgifte in eerste instantie verzoeken zijn erkenning te wijzigen wegens een of meer wijzigingen in een of meer essentiële gegevens van het aanvraagdossier die zich hebben voorgedaan sinds de afgifte van de erkenning, met inbegrip van de beëindiging van de activiteit.
  De artikelen 184 en 186 zijn van overeenkomstige toepassing op de in lid 1 bedoelde aanvraag tot wijziging van een erkenning.
Art.188. § 1er. Au cours de la durée de validité de l'agrément délivré par l'administration ou par le Gouvernement sur recours administratif, l'administration peut d'initiative compléter ou modifier l'agrément délivré par elle ou par le Gouvernement sur recours administratif :
  1° si cela est considéré nécessaire pour assurer le respect des mesures d'exécution prises par et en vertu du présent titre;
  2° si elle constate que la ou les conditions additionnelles imposées en vertu de l'article 187 n'est plus ou ne sont plus appropriées pour assurer le respect des dispositions législatives et réglementaires applicables au régime de responsabilité élargie du producteur de produit concerné, notamment l'article 32;
  3° si elle constate un changement d'une des données essentielles figurant dans le dossier de demande intervenu depuis la délivrance de l'agrément ou de l'enregistrement.
  Sauf en cas d'urgence spécialement motivé, toute décision de modification d'agrément visée à l'alinéa 1er est prise après avoir donné à son titulaire la possibilité d'adresser ses observations oralement ou par écrit.
  La décision de modification est envoyée au titulaire de l'agrément.
  § 2. Au cours de la durée de validité de l'agrément délivré en première instance ou sur recours administratif, le titulaire d'agrément peut d'initiative demander à l'autorité délivrante en première instance de modifier son agrément en raison d'un ou de plusieurs changements d'une des données essentielles figurant dans le dossier de demande intervenu depuis la délivrance de l'agrément, y compris la cessation d'activité.
  Les articles 184 et 186 sont applicables mutatis mutandis à la demande de modification d'agrément visée à l'alinéa 1er.
Art.189. Op straffe van niet-ontvankelijkheid kan een houder van een erkenning ten vroegste driehonderdvijfenzestig dagen vóór het verstrijken van de erkenningstermijn een nieuwe aanvraag indienen voor goedkeuring van dezelfde regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten waarvoor hij reeds is erkend.
Art.189. Sous peine d'irrecevabilité, tout titulaire d'agrément peut introduire une nouvelle demande d'agrément portant sur le même régime de responsabilité élargie des producteurs de produits pour lequel il est déjà agréé, au plus tôt trois cent soixante-cinq jours avant l'expiration de la durée de son agrément.
Art.190. § 1. Tegen beslissingen of het uitblijven van een beslissing binnen de door de administratie vastgestelde termijn voor erkenning kan administratief beroep worden aangetekend bij de Regering.
  Het recht om genoemd administratief beroep in te stellen wordt uitsluitend verleend aan de aanvrager van de erkenning of de houder van de erkenning, hierna "de aanvrager" genoemd.
  § 2 Wanneer het administratief beroep betrekking heeft op een schorsingsbeslissing genomen overeenkomstig artikel 178, schorst het niet de schorsingsbeslissing van welk administratief beroep.
  Wanneer het administratief beroep betrekking heeft op een andere stilzwijgende of uitdrukkelijke beslissing dan de in het eerste lid bedoelde beslissing, schorst het de beslissing waarop het administratief beroep is gebaseerd.
  § 3 Op straffe van niet-ontvankelijkheid moet het administratief beroep binnen een termijn van dertig dagen worden ingesteld:
  1° vanaf de datum van ontvangst van de beslissing bedoeld in artikel 178, 184, 186, 187 of 188; of;
  2° bij ontstentenis van een beslissing als bedoeld in 1°, vanaf het verstrijken van de termijn waarover de administratie beschikt om de beslissing te nemen.
  § 4. Op straffe van onontvankelijkheid wordt het administratief beroep ingeleid door een verzoek dat wordt ingediend bij de Regering of bij de persoon die zij daartoe aanwijst volgens de modaliteiten bepaald bij of krachtens artikel 180. Tegelijkertijd zendt de verzoeker een afschrift van zijn verzoek aan de administratie.
  Dit beroep wordt ondertekend en bevat minstens de volgende gegevens:
  1° indien de verzoeker :
  een natuurlijk persoon is: voor- en achternaam, geboortedatum, bedrijfsadres, telefoonnummer en e-mailadres en, optioneel voor de aanvrager, het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst;
  een rechtspersoon is :
  haar naam of bedrijfsnaam, het adres van haar statutaire zetel en, facultatief voor de genoemde organisatie, haar telefoonnummer, haar e-mailadres, en, facultatief voor de verzoeker, het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst;
  de voornaam, achternaam en functie van de persoon die door de betrokken rechtspersoon is gemachtigd om het beroep in te stellen;
  2° in voorkomend geval, het inschrijvingsnummer van de verzoeker bij de Kruispuntbank van Ondernemingen of, bij gebreke daarvan, zijn identificatienummer bij elk ander gelijkaardig handels- of beroepsregister, in voorkomend geval uitgegeven krachtens een buitenlandse wetgeving of reglementering;
  3° het voorwerp, de datum en het afschrift van de beslissing waarvan administratief beroep;
  4° de middelen die ingezet worden tegen de beslissing van welk administratief beroep.
  § 5 Binnen dertig dagen na ontvangst van het verzoek door de Regering of de persoon die zij daartoe aanwijst, stuurt deze de verzoeker een ontvangstbewijs.
  § 6 De Regering stuurt de verzoeker de beslissing op het administratief beroep binnen een termijn van negentig dagen vanaf de datum van verzending van de ontvangstbevestiging van het verzoek. De beslissing op het administratief beroep vervangt de beslissing van de administratie of, bij ontstentenis ervan, de stilzwijgende beslissing van rechtswege van de administratie.
  § 7 Na het verstrijken van de in paragraaf 6 bedoelde termijn wordt, indien de beslissing op het administratief beroep niet aan de verzoeker is toegezonden, de beslissing op het administratief beroep of, bij ontstentenis daarvan, de stilzwijgende afwijzende beslissing in eerste aanleg van rechtswege bevestigd.
Art.190. § 1er. Un recours administratif est ouvert auprès du Gouvernement à l'encontre des décisions ou l'absence dans le délai imparti de décision de l'administration en matière d'agrément.
  Le droit d'introduire ledit recours administratif est accordé exclusivement au demandeur d'agrément ou au titulaire d'agrément, ci-après dénommé le requérant.
  § 2. Lorsque le recours administratif porte sur une décision de suspension prise en vertu de l'article 178, il est non suspensif de la décision de suspension dont recours administratif.
  Lorsque le recours administratif porte sur une décision tacite ou explicite autre que celle visée à l'alinéa 1er, il est suspensif de la décision dont recours administratif.
  § 3. Sous peine d'irrecevabilité, le recours administratif est introduit dans un délai de trente jours :
  1° à dater de la réception de la décision visée à l'article 178, 184, 186, 187 ou 188; ou;
  2° en l'absence de décision telle que visée au 1°, à dater de l'expiration du délai imparti à l'administration pour rendre la décision.
  § 4. Sous peine d'irrecevabilité, le recours administratif est initié par requête introduite auprès du Gouvernement ou la personne qu'il désigne à cette fin selon les modalités prévues par ou en vertu de l'article 180. Concomitamment, le requérant transmet une copie de sa requête à l'administration.
  Ladite requête est signée et comprend au minimum les informations suivantes :
  1° si le requérant est :
  une personne physique : ses prénom et nom, sa date de naissance, l'adresse de son entreprise, son numéro de téléphone et son adresse électronique ainsi que, de manière optionnelle pour le requérant, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact;
  une personne morale :
  sa dénomination ou sa raison sociale, l'adresse de son siège social, son numéro de téléphone et son adresse électronique ainsi que, de manière optionnelle pour le requérant, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact; et;
  les prénom, nom et qualité de la personne mandatée par la personne morale concernée pour introduire le recours;
  2° le cas échéant, le numéro d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises du requérant ou, à défaut, son numéro d'identification à tout autre registre de commerce ou des métiers similaire, le cas échéant délivré en vertu d'une législation ou d'une réglementation étrangère;
  3° l'objet, la date et la copie de la décision dont recours administratif;
  4° les moyens développés à l'encontre de la décision dont recours administratif.
  § 5. Dans les trente jours à dater de la réception de la requête par le Gouvernement ou la personne qu'il désigne à cette fin, celui-ci ou celle-ci envoie au requérant un accusé de réception de sa requête.
  § 6. Le Gouvernement envoie au requérant la décision statuant sur recours administratif dans un délai de nonante jours à dater de l'envoi de l'accusé de réception de la requête. La décision sur recours administratif remplace la décision délivrée par l'administration ou en l'absence d'une telle décision, la décision de l'administration tacite de plein droit.
  § 7. Au terme du délai prévu au paragraphe 6, à défaut d'envoi au requérant de la décision statuant sur recours administratif, la décision dont recours administratif ou en l'absence d'une telle décision, la décision tacite de refus en première instance, est confirmée de plein droit.
Afdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor beslissingen tot goedkeuring van individuele strategische plannen
Section 3. - Dispositions particulières aux décisions d'approbation de plan stratégique individuel
Onderafdeling 1. - Inhoud van de aanvraag tot goedkeuring van een individueel strategisch plan
Sous-section 1. - Contenu de la demande d'approbation de plan stratégique individuel
Art.191. Elke aanvraag voor goedkeuring van een individueel strategisch plan moet alle volgende elementen bevatten:
  1° een individueel strategisch plan overeenkomstig hoofdstuk 2, afdeling 5 van deze titel;
  2° indien de producent van de producten een rechtspersoon is :
  2° een kopie van de statuten van de betrokken persoon en de eventuele wijzigingen eraan tot op de datum van indiening van de vergunningsaanvraag, zoals bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad;
  een uittreksel uit het strafregister van de betrokken rechtspersoon van minder dan zes maanden volgens het model bedoeld in artikel 596, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
Art.191. Toute demande d'approbation de plan stratégique individuel contient l'ensemble des éléments suivant :
  1° un plan stratégique individuel conformément au chapitre 2, section 5 du présent titre;
  2° si le producteur de produits est une personne morale :
  une copie des statuts de ladite personne et ses éventuelles modifications jusqu'à la date d'introduction de la demande d'agrément, tels que publiés au Moniteur belge;
  un extrait de casier judiciaire de ladite personne morale datant de moins de six mois selon le modèle visé à l'article 596, alinéa 1er, du Code d'instruction criminelle et ses mesures d'exécution.
Onderafdeling 2. - Procedures
Sous-section 2. - Procédures
Art.192. § 1. Alle verzoeken om goedkeuring van individuele strategische plannen worden naar de administratie gestuurd.
  § 2. De administratie stuurt de aanvrager van goedkeuring van het individueel strategisch plan binnen tien dagen een ontvangstbevestiging van de aanvraag:
  1° per gewone post als de aanvraag op papier werd ingediend;
  2° per niet-geauthenticeerde e-mail of niet-geauthenticeerd bericht als de aanvraag elektronisch werd ingediend.
  § 3. De administratie stuurt de aanvrager de beslissing over de volledigheid en de ontvankelijkheid van de aanvraag tot goedkeuring van het individueel strategisch plan binnen de dertig dagen na ontvangst van de aanvraag tot goedkeuring van het individueel strategisch plan.
  § 4 Als de aanvraag tot goedkeuring van het individueel strategisch plan onvolledig is, stuurt de administratie de aanvrager binnen dertig dagen na ontvangst van de aanvraag tot goedkeuring van het individueel strategisch plan een lijst met de ontbrekende gegevens of documenten, hierna de stukken genoemd. In dat geval wordt de administratieve procedure hervat vanaf de datum van ontvangst van de stukken.
  De aanvrager tot goedkeuring van het individueel strategisch plan stuurt de gevraagde bijkomende stukken aan de administratie binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen van de datum van verzending van de aanvraag van de stukken.
  De administratie stuurt de aanvrager van goedkeuring van het individueel strategisch plan binnen tien dagen een ontvangstbevestiging van de stukken:
  1° per gewone post indien de genoemde stukken op papier werden verzonden;
  2° per niet-geauthenticeerde e-mail of niet-geauthenticeerd bericht als de stukken elektronisch werden ingediend.
  De administratie stuurt het besluit over het volledige en ontvankelijke karakter van de aanvraag tot goedkeuring van het individueel strategisch plan aan de aanvrager binnen twintig dagen, te rekenen van de datum waarop zij de bijkomende stukken in ontvangst neemt.
  De administratie stuurt de aanvrager een beslissing waarin staat dat de aanvraag tot goedkeuring van het strategisch individueel plan niet-ontvankelijk is als:
  1° het werd ingediend zonder te voldoen aan artikel 177;
  2° ze werd ingediend zonder te voldoen aan artikel 180 en zijn uitvoeringsmaatregelen;
  3° ze werd ingediend zonder te voldoen aan artikel 191 en zijn uitvoeringsmaatregelen;
  4° de aanvrager van de goedkeuring van het individueel strategisch plan de gevraagde stukken niet heeft overgemaakt binnen de in lid 2 van dit paragraaf bedoelde termijn;
  5° ze tweemaal onvolledig wordt bevonden;
  6° ze werd ingediend zonder te voldoen aan artikel 196;
  § 5. Bij het verstrijken van de in de derde en vierde paragraaf bedoelde termijnen, indien de beslissing over de volledigheid en de ontvankelijkheid of de niet-ontvankelijkheid van de aanvraag tot goedkeuring van het individueel strategisch plan niet aan de aanvrager is meegedeeld, wordt de aanvraag tot goedkeuring van het individueel strategisch plan geacht van rechtswege ontvankelijk te zijn.
Art.192. § 1er. Toute demande d'approbation de plan stratégique individuel est envoyée à l'administration.
  § 2. L'administration envoie au demandeur d'approbation du plan stratégique individuel un accusé de réception de sa demande dans un délai de dix jours :
  1° par pli ordinaire si la demande a été introduite par voie papier;
  2° par courriel non authentifié ou message non authentifié si la demande a été introduite par voie électronique.
  § 3. L'administration envoie au demandeur la décision statuant sur le caractère complet et recevable de sa demande d'approbation du plan stratégique individuel dans un délai de trente jours à dater de la réception de la demande d'approbation du plan stratégique individuel.
  § 4. Si la demande d'approbation du plan stratégique individuel est incomplète, l'administration envoie au demandeur la liste des renseignements ou documents manquants, ci-après dénommés les compléments, dans un délai de trente jours à dater de la réception de la demande d'approbation du plan stratégique individuel. Dans ce cas, la procédure administrative recommence à dater de la réception desdits compléments.
  Le demandeur d'approbation du plan stratégique individuel envoie à l'administration les compléments demandés dans un délai de trente jours à dater de l'envoi de la demande desdits compléments.
  L'administration envoie au demandeur d'approbation du plan stratégique individuel un accusé de réception des compléments dans un délai de dix jours :
  1° par pli ordinaire si lesdits compléments ont été envoyés par voie papier;
  2° par courriel non authentifié ou message non authentifié si lesdits compléments ont été envoyés par voie électronique.
  Dans les vingt jours à dater de la réception des compléments par l'administration, celle-ci envoie au demandeur la décision statuant sur le caractère complet et recevable de la demande d'approbation du plan stratégique individuel.
  L'administration envoie au demandeur la décision statuant sur le caractère irrecevable de la demande d'approbation du plan stratégique individuel si :
  1° elle a été introduite sans respecter l'article 177;
  2° elle a été introduite sans respecter l'article 180 et ses mesures d'exécution;
  3° elle a été introduite sans respecter l'article 191 et ses mesures d'exécution;
  4° le demandeur d'approbation du plan stratégique individuel n'a pas envoyé les compléments demandés dans le délai visé à l'alinéa 2 du présent paragraphe;
  5° elle est considérée incomplète à deux reprises;
  6° elle a été introduite sans respecter l'article 196.
  § 5. Au terme des délais prévus aux paragraphes 3 et 4, à défaut d'envoi de la décision statuant sur le caractère complet et recevable ou irrecevable de la demande d'approbation du plan stratégique individuel au demandeur, la demande d'approbation du plan stratégique individuel est réputée recevable de plein droit.
Art.193. Vanaf de datum van de beslissing over de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag tot goedkeuring van het individuele strategische plan of, bij ontstentenis van een dergelijk beslissing, vanaf de datum van de stilzwijgende beslissing tot ontvankelijkheid overeenkomstig artikel 192, lid 5, zendt de administratie de beslissing tot goedkeuring of weigering van het individuele strategische plan binnen zestig dagen toe aan de aanvrager.
  Indien het beslissing tot verlening of weigering tot goedkeuring aan het einde van de in het eerste lid bedoelde termijn niet aan de aanvrager is toegezonden, wordt de goedkeuringsaanvraag geacht van rechtswege te zijn afgewezen.
Art.193. A compter de la décision statuant sur le caractère complet et recevable de la demande d'approbation du plan stratégique individuel ou en l'absence d'une telle décision, à compter de la décision tacite de recevabilité conformément à l'article 192, § 5, l'administration envoie la décision d'approbation ou de refus du plan stratégique individuel au demandeur dans un délai de soixante jours.
  Au terme du délai prévu à l'alinéa 1er, à défaut d'envoi de la décision statuant sur l'approbation ou le refus d'approbation au demandeur, la demande d'approbation est réputée refusée de plein droit.
Art.194. § 1. De goedkeuringsbeslissing van de administratie of, indien van toepassing, de bevoegde autoriteit na een administratief beroep :
  1° bepaalt de geldigheidsduur ervan, die niet meer dan vijf jaar mag bedragen;
  2° in voorkomend geval, identificeert de handelingen en documenten, ter uitvoering van het individueel strategisch plan, die onderworpen zijn aan informatie-, advies- of goedkeuringsprocedures overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen genomen krachtens artikel 181;
  3° in voorkomend geval, voorziet in één of meer bijkomende voorwaarden die noodzakelijk geacht worden voor de naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen, en in het bijzonder van het "Plan wallon des Déchets-Ressources " (Waals plan inzake afval en grondstoffen), die van toepassing zijn op de betrokken regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;
  4° in voorkomend geval, voorziet in de vaststelling van een zekerheid overeenkomstig hoofdstuk 4, afdeling 4.
  Met betrekking tot het eerste lid, 1°, moet elke beslissing tot goedkeuring van het individueel strategisch plan die voorziet in een periode van minder dan vijf jaar worden gemotiveerd.
  Met betrekking tot het eerste lid, 2° en 3°, als een bijkomende voorwaarde bestaat in het herhaaldelijk verrichten van handelingen of het produceren van documenten tijdens de geldigheidsduur van het individueel strategisch plan, wordt in de beslissing van de administratie of van de bevoegde autoriteit op administratief beroep de frequentie vermeld. Als een aanvullende voorwaarde bestaat uit het uitvoeren van handelingen of het overleggen van documenten die niet van terugkerende aard zijn, vermeldt de beslissing van de administratie of van de bevoegde autoriteit over een administratief beroep de toegestane tijd of de termijn waarbinnen aan de genoemde voorwaarde moet worden voldaan.
  § 2 Dit artikel is ook van toepassing tijdens de geldigheidsduur van het individueel strategisch plan dat is goedgekeurd door de administratie of door de bevoegde autoriteit na administratief beroep.
  § 3 Geen enkele bijkomende voorwaarde mag afwijken van of minder streng zijn dan dit decreet en zijn uitvoeringsmaatregelen.
Art.194. § 1er. La décision d'approbation de l'administration ou le cas échéant de l'autorité compétente sur recours administratif :
  1° précise sa durée de validité, qui ne peut dépasser cinq ans;
  2° le cas échéant, identifie les actes et les documents, en exécution du plan stratégique individuel, soumis aux procédures d'information, d'avis ou d'approbation conformément aux mesures d'exécution prises en vertu de l'article 181;
  3° le cas échéant, prévoit une ou plusieurs conditions additionnelles jugées nécessaires au respect des dispositions législatives, réglementaires et notamment du plan wallon des déchets-ressources, applicables au régime de responsabilité élargie du producteur de produit concerné;
  4° le cas échéant, prévoit la fixation d'une sûreté conformément au chapitre 4, section 4.
  Concernant l'alinéa 1er, 1°, chaque décision d'approbation du plan stratégique individuel prévoyant une période inférieure à cinq ans est motivée.
  Concernant l'alinéa 1er, 2° et 3°, si une condition additionnelle consiste à réaliser des actes ou produire des documents de manière récurrente au cours de la durée de validité du plan stratégique individuel, la décision de l'administration ou de l'autorité compétente sur recours administratif en précise la fréquence. Si une condition additionnelle consiste à réaliser des actes ou produire des documents dépourvus de caractère récurrent, la décision de l'administration ou de l'autorité compétente sur recours administratif précise le délai imparti ou la date butoir visant à rencontrer ladite condition.
  § 2. Le présent article est également applicable au cours de la durée de validité du plan stratégique individuel approuvé par l'administration ou par l'autorité compétente sur recours administratif.
  § 3. Aucune condition additionnelle ne peut déroger ou être moins sévère que le présent décret et ses mesures d'exécution.
Art.195. § 1. Tijdens de geldigheidsduur van het individuele strategische plan dat is goedgekeurd door de administratie of door de autoriteit die bevoegd is om kennis te nemen van een administratief beroep, kan de administratie het individuele strategische plan dat door haar of door de autoriteit die bevoegd is om kennis te nemen van een administratief beroep, op eigen initiatief aanvullen of wijzigen:
  1° indien dit noodzakelijk wordt geacht om de naleving te waarborgen van de wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor het betrokken product;
  2° indien zij van mening is dat de aanvullende voorwaarden die op grond van artikel 194 zijn opgelegd, niet langer geschikt zijn om de naleving van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor het betrokken product te garanderen;
  3° als zij een wijziging vaststelt in een van de essentiële gegevens uit het aanvraagdossier sinds de goedkeuring van het individueel strategisch plan.
  Behoudens in bijzonder gemotiveerde spoedeisende gevallen wordt een beslissing tot wijziging van de in het eerste lid bedoelde goedgekeurde individueel strategisch plan genomen nadat de houder van de erkenning in de gelegenheid is gesteld zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk kenbaar te maken.
  De wijzigingsbeslissing wordt naar de erkenningshouder gestuurd.
  § 2 Tijdens de geldigheidsduur van het individueel strategisch plan goedgekeurd in eerste instantie of in administratief beroep, kan de houder van het goedgekeurde individueel strategisch plan op eigen initiatief de autoriteit van afgifte in eerste instantie verzoeken zijn goedgekeurd individueel strategisch plan te wijzigen wegens een of meer wijzigingen in een of meer essentiële gegevens van het aanvraagdossier die zich hebben voorgedaan sinds de afgifte van een dergelijk strategisch plan, met inbegrip van de beëindiging van de activiteit.
  De artikelen 192 en 193 zijn van overeenkomstige toepassing op de in lid 1 bedoelde aanvraag tot wijziging van een erkenning.
Art.195. § 1er. Au cours de la durée de validité du plan stratégique individuel approuvé par l'administration ou par l'autorité compétente sur recours administratif, l'administration peut d'initiative compléter ou modifier le plan stratégique individuel approuvé par elle ou par l'autorité compétente sur recours administratif :
  1° si cela est considéré nécessaire pour assurer le respect des dispositions législatives et réglementaires applicables au régime de responsabilité élargie du producteur de produit concerné;
  2° si elle constate que les conditions additionnelles imposées en vertu de l'article 194 ne sont plus appropriées pour assurer le respect du régime de responsabilité élargie du producteur de produit concerné;
  3° si elle constate un changement d'une des données essentielles figurant dans le dossier de demande intervenu depuis l'approbation du plan stratégique individuel.
  Sauf en cas d'urgence spécialement motivé, toute décision de modification de plan stratégique individuel approuvé visée à l'alinéa 1er est prise après avoir donné à son titulaire la possibilité d'adresser ses observations oralement ou par écrit.
  La décision de modification est envoyée au titulaire de l'agrément.
  § 2. Au cours de la durée de validité du plan stratégique individuel approuvé en première instance ou sur recours administratif, le titulaire du plan stratégique individuel approuvé peut d'initiative demander à l'autorité délivrante en première instance de modifier son plan stratégique individuel approuvé en raison d'un ou de plusieurs changements d'une des données essentielles figurant dans le dossier de demande intervenu depuis la délivrance d'un tel plan stratégique, y compris la cessation d'activité.
  Les articles 192 et 193 sont applicables mutatis mutandis à la demande de modification d'agrément visée à l'alinéa 1er.
Art.196. Op straffe van niet-ontvankelijkheid kan elke houder van een individueel strategisch plan ten vroegste honderdtwintig dagen vóór het verstrijken van de looptijd van zijn goedgekeurd individueel strategisch plan een nieuwe aanvraag indienen tot goedkeuring van een individueel strategisch plan dat betrekking heeft op dezelfde regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid waarvoor hij reeds over een dergelijk strategisch plan beschikt.
Art.196. Sous peine d'irrecevabilité, tout titulaire d'un plan stratégique individuel peut introduire une nouvelle demande d'approbation d'un plan stratégique individuel portant sur le même régime de responsabilité élargie des producteurs de produits pour lequel il est déjà titulaire d'un tel plan stratégique, au plus tôt cent vingt jours avant l'expiration de la durée de son plan stratégique individuel approuvé.
Art.197. § 1. Er kan administratief beroep worden ingesteld bij de bevoegde autoriteit op basis van een administratief beroep tegen beslissingen of het uitblijven van een beslissing van de administratie over het individuele strategische plan binnen de vastgestelde termijn.
  Het recht om genoemd administratief beroep in te stellen wordt uitsluitend verleend aan de aanvrager van het individueel strategisch plan of de houder van het individueel strategisch plan, hierna "de verzoeker" genoemd.
  Het administratief beroep schorst de beslissing van welk administratief beroep dan ook.
  § 2 Op straffe van niet-ontvankelijkheid moet het administratief beroep binnen een termijn van dertig dagen worden ingesteld:
  1° vanaf de datum van ontvangst van de beslissing bedoeld in artikel 178, 192, 193, 194 of 195;
  2° bij ontstentenis van een beslissing als bedoeld in 1°, vanaf het verstrijken van de termijn waarover de administratie beschikt om de beslissing te nemen.
  § 3. Op straffe van onontvankelijkheid wordt het administratief beroep ingeleid door een verzoek dat wordt ingediend volgens de modaliteiten bepaald bij of krachtens artikel 180. Tegelijkertijd zendt de verzoeker een afschrift van zijn verzoek aan de administratie.
  Dit beroep wordt ondertekend en bevat minstens de volgende gegevens:
  1° indien de verzoeker :
  een natuurlijk persoon is: voor- en achternaam, geboortedatum, bedrijfsadres, telefoonnummer en e-mailadres en, optioneel voor de aanvrager, het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst;
  een rechtspersoon is :
  haar naam of bedrijfsnaam, het adres van haar statutaire zetel en, facultatief voor de genoemde organisatie, haar telefoonnummer, haar e-mailadres, en, facultatief voor de verzoeker, het telefoonnummer en e-mailadres van een andere contactpersoon of -dienst;
  de voornaam, achternaam en functie van de persoon die door de betrokken rechtspersoon is gemachtigd om het beroep in te stellen;
  2° in voorkomend geval, het inschrijvingsnummer van de verzoeker bij de Kruispuntbank van Ondernemingen of, bij gebreke daarvan, zijn identificatienummer bij elk ander gelijkaardig handels- of beroepsregister, in voorkomend geval uitgegeven krachtens een buitenlandse wetgeving of reglementering;
  3° het voorwerp, de datum en het afschrift van de beslissing waarvan administratief beroep;
  4° de middelen die ingezet worden tegen de beslissing van welk administratief beroep.
  § 4 Binnen dertig dagen na ontvangst van het verzoek door de autoriteit die bevoegd is om administratieve beroepen te horen, stuurt deze autoriteit de verzoeker een ontvangstbevestiging van het verzoek.
  § 5 De bevoegde autoriteit voor administratief beroep stuurt de beslissing over het administratief beroep naar de aanvrager binnen negentig dagen na de datum van verzending van de ontvangstbevestiging van het verzoek.
  De beslissing op administratief beroep vervangt de goedkeuringsbeslissing van de administratie of, bij gebrek aan een dergelijke beslissing, de stilzwijgende beslissing van de administratie van rechtswege.
  § 6 Na het verstrijken van de in paragraaf 5 bedoelde termijn wordt, indien de beslissing op het administratief beroep niet aan de verzoeker is toegezonden, de beslissing op het administratief beroep of, bij ontstentenis daarvan, de stilzwijgende afwijzende beslissing in eerste aanleg van rechtswege bevestigd.
Art.197. § 1er. Un recours administratif est ouvert auprès de l'autorité compétente sur recours administratif à l'encontre des décisions ou l'absence dans le délai imparti de décision de l'administration en matière de plan stratégique individuel.
  Le droit d'introduire ledit recours administratif est accordé exclusivement au demandeur de plan stratégique individuel ou au titulaire de plan stratégique individuel, ci-après dénommé le requérant.
  Le recours administratif est suspensif de la décision dont recours administratif.
  § 2. Sous peine d'irrecevabilité, le recours administratif est introduit dans un délai de trente jours :
  1° à dater de la réception de la décision visée à l'article 178, 192, 193, 194 ou 195;
  2° en l'absence de décision telle que visée au 1°, à dater de l'expiration du délai imparti à l'administration pour rendre la décision.
  § 3. Sous peine d'irrecevabilité, le recours administratif est initié par requête introduite selon les modalités prévues par ou en vertu de l'article 180. Concomitamment, le requérant transmet une copie de sa requête à l'administration.
  Ladite requête est signée et comprend au minimum les informations suivantes :
  1° si le requérant est :
  une personne physique : ses prénom et nom, sa date de naissance, l'adresse de son entreprise, son numéro de téléphone et son adresse électronique ainsi que, de manière optionnelle pour le requérant, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact;
  une personne morale :
  sa dénomination ou sa raison sociale, l'adresse de son siège social, son numéro de téléphone et son adresse électronique ainsi que, de manière optionnelle pour le requérant, le numéro de téléphone et l'adresse électronique de toute autre personne ou service de contact; et;
  les prénom, nom et qualité de la personne mandatée par la personne morale concernée pour introduire le recours;
  2° le cas échéant, le numéro d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises du requérant ou, à défaut, son numéro d'identification à tout autre registre de commerce ou des métiers similaire, le cas échéant délivré en vertu d'une législation ou d'une réglementation étrangère;
  3° l'objet, la date et la copie de la décision dont recours administratif;
  4° les moyens développés à l'encontre de la décision dont recours administratif.
  § 4. Dans les trente jours à dater de la réception de la requête par l'autorité compétente sur recours administratif, celle-ci envoie au requérant un accusé de réception de sa requête.
  § 5. L'autorité compétente sur recours administratif envoie au requérant la décision statuant sur recours administratif dans un délai de nonante jours à dater de l'envoi de l'accusé de réception de la requête.
  La décision sur recours administratif remplace la décision d'approbation rendue par l'administration ou en l'absence d'une telle décision, la décision de l'administration tacite de plein droit.
  § 6. Au terme du délai prévu au paragraphe 5, à défaut d'envoi au requérant de la décision statuant sur recours administratif, la décision dont recours ad- ministratif ou en l'absence d'une telle décision, la décision tacite de refus en première instance, est confirmée de plein droit.
TITEL 3. - algemene bepalingen
TITRE 3. - DISPOSITIONS DIVERSES
HOOFDSTUK 1. - Administratieve en strafrechtelijke bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions administratives et pénales
Afdeling 1. - Herstel- en veiligheidsmaatregelen
Section 1. - Mesures de remise en état et mesures de sécurité
Art.198. § 1. Wanneer de aanwezigheid van afval een ernstige bedreiging kan vormen voor de mens of het milieu, kan de Regering alle passende maatregelen nemen om het gevaar te voorkomen of weg te nemen. Zij kan de overbrenging van het afval bevelen naar een plaats die zij aanwijst in overeenstemming met de bepalingen van het "Plan wallon des Déchets-Ressources " (Waals plan inzake afval en grondstoffen)
  De Regering kan de houder van het afval en, indien het afval werd achtergelaten, gestort of op onregelmatige wijze beheerd, elke persoon die zij aanwijst en die aan de onregelmatigheid heeft deelgenomen, bevelen de plaats te herstellen binnen de termijn en onder de voorwaarden die door de Regering zijn vastgesteld.
  Als deze persoon of personen de opgelegde maatregelen niet binnen de gestelde termijn nemen, kan de Regering de SPAQuE belasten met de ambtshalve uitvoering van de sanering, die wordt uitgevoerd op kosten van de persoon of personen die in gebreke zijn gesteld. Bovendien kan de Regering van de in dit lid bedoelde personen een waarborg eisen ten gunste van de administratie, volgens één van de procedures van artikel 55 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunningen, ten belope van het bedrag bepaald door de administratie en overeenstemmend met de geraamde kosten voor de overheid van de uitvoering van de dwangmaatregelen.
  De Regering verwittigt de persoon of personen die een zekerheid moeten stellen bij aangetekend schrijven en wijst ze op het bedrag en de mogelijke wijzen van betaling. Indien binnen acht dagen geen zekerheid is gesteld, betekent de Regering aan de houder, de overeenkomstig lid 2 aangewezen persoon of personen, een dagvaarding om binnen vierentwintig uur te betalen op straffe van executie door middel van beslaglegging.
  Het stellen van een zekerheid waarvan het bedrag onvoldoende is, ingevolge de betekening van een dwangbevel, is geen beletsel voor de voortzetting van de vervolgingen.
  Na afloop van de beveltermijn kan de Regering laten overgaan tot de inbeslagneming, die uitgevoerd wordt op de wijze waarin het Gerechtelijk Wetboek voorziet.
  Bij volmacht van de Regering kan de administratie namens het Waals Gewest de maatregelen nemen of de acties uitvoeren waarin dit artikel voorziet.
  § 2 De Regering of de Burgemeester kan een beroep doen op de ordediensten en de diensten voor civiele bescherming om alle nuttige maatregelen te nemen om het gevaar te voorkomen of te verhelpen en om de verwijdering en het vervoer van afval alsook de veiligheid van deze handelingen te verzekeren. Hij dient daartoe een verzoek in bij de bevoegde leden van de federale Regering.
  § 3 De Regering gelast de gemeentelijke overheden ook om alle technische en menselijke middelen in te zetten die nodig zijn om de door de Regering gecompenseerde maatregelen tot een goed einde te brengen en om de betrokken bevolkingsgroepen te informeren.
  § 4. De krachtens dit artikel genomen maatregelen gelden als milieuvergunning, globale vergunning, stedenbouwkundige vergunning, aangifte van vestiging van klasse 3 in de zin van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling en zijn uitvoeringsmaatregelen.
  § 5. De Regering geeft de gewestelijke administratie kennis van de maatregelen genomen overeenkomstig dit artikel.
Art.198. § 1er. Lorsque la présence de déchets risque de constituer une menace grave pour l'homme ou pour l'environnement, le Gouvernement peut prendre toutes mesures utiles pour prévenir le danger ou pour y remédier. Il peut en ordonner le transfert à un endroit désigné par lui dans le respect des dispositions du plan wallon des déchets-ressources.
  Le Gouvernement peut ordonner que le détenteur des déchets et, si les déchets ont été abandonnés, rejetés ou gérés irrégulièrement, toute personne qu'il désigne ayant participé à l'irrégularité, procèdent à la remise en état du site dans le délai et aux conditions fixés par le Gouvernement.
  A défaut pour cette ou ces personnes de prendre les mesures imposées dans le délai fixé, le Gouvernement peut confier à la SPAQuE, l'exécution d'office de la remise en état, laquelle s'effectue à charge de la ou des personnes mises en demeure. En outre, le Gouvernement peut imposer que les personnes visées au présent alinéa fournissent une sûreté au bénéfice de l'administration, suivant l'une des modalités prévues à l'article 55 du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, à concurrence du montant déterminé par l'administration et équivalant à l'estimation des frais qu'entraînera, pour les pouvoirs publics, l'exécution des mesures d'exécution d'office.
  Le Gouvernement avise par recommandé la ou les personnes devant fournir la sûreté en en précisant le montant et les modes de constitution possibles. Si aucune sûreté n'a été fournie dans les huit jours, le Gouvernement fait signifier au détenteur, à la personne ou aux personnes désignées conformément à l'alinéa 2, un commandement de payer dans les vingt-quatre heures à peine d'exécution par voie de saisie.
  La fourniture d'une sûreté au montant insuffisant, en suite de la signification d'un commandement, ne fait pas obstacle à la continuation des poursuites.
  Le délai du commandement étant expiré, le Gouvernement peut faire procéder à saisie, laquelle s'effectue de la manière établie par le Code judiciaire.
  Sur délégation du Gouvernement, l'administration peut prendre les mesures ou exercer les actions prévues au présent article, au nom de la Région wallonne.
  § 2. Le Gouvernement ou le bourgmestre peut faire appel aux forces de l'ordre et aux services de la protection civile pour assurer toute mesure utile pour prévenir le danger ou pour y remédier ainsi que pour assurer l'enlèvement et le transport des déchets ainsi que la sécurité de ces opérations. Il en adresse demande aux membres compétents du Gouvernement fédéral.
  § 3. Le Gouvernement enjoint également aux autorités communales de mettre en oeuvre tous les moyens techniques et humains nécessaires à assurer la bonne fin des mesures moyennant indemnisation par lui et d'en informer les populations concernées.
  § 4. Les mesures prises en vertu du présent article valent permis d'environnement, permis d'urbanisme, permis unique et déclaration d'établissement de classe 3 au sens du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et du Code du développement territorial et leurs mesures d'exécution.
  § 5. Le Gouvernement informe l'administration régionale des mesures prises en application du présent article.
Afdeling 2. - Erkenningscommissie inzake afval
Section 2. - Commission d'agrément en matière de déchets
Art.199. § 1. Er wordt een Erkenningscommissie inzake afval opgericht.
  In het bijzonder is zij verantwoordelijk voor het uitbrengen van adviezen over alle aanvragen voor een erkenning voor het inzamelen, verhandelen of bemiddelen van gevaarlijke afval of voor het vervoer van gevaarlijke afval.
  De Regering kan elke kwestie met betrekking tot het verlenen van erkenningen voor afval voor advies voorleggen aan de Erkenningscommissie inzake afval.
  § 2 Onverminderd het decreet van 27 maart 2014 ter bevordering van een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de adviesorganen, is de Erkenningscommissie inzake afval samengesteld uit:
  1° de directeur-generaal van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu of zijn afgevaardigde die de Commissie voorzit;
  2° de inspecteur-generaal van het Departement Bodem en Afvalstoffen van de Administratie of zijn afgevaardigde;
  3° de inspecteur-generaal van het Departement Vergunningen en Toelatingen of zijn afgevaardigde;
  4° de inspecteur-generaal van het Departement Leefmilieu en Water of zijn afgevaardigde;
  5° de inspecteur-generaal van het Departement Ordehandhaving en Controles of zijn afgevaardigde;
  6° drie personen gekozen krachtens hun bijzondere wetenschappelijke bevoegdheid met name op de volgende gebieden : chemische techniek, toxicologie en landbouwkunde;
  7° een vertegenwoordiger van het "Institut scientifique de service public" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut) (ISSEP);
  8° een secretaris gekozen uit de administratie.
  De leden van de in het eerste lid, 6° tot en met 8°, bedoelde Erkenningscommissie inzake afval worden voor een termijn van zes jaar benoemd door de Regering. Hun mandaat is hernieuwbaar bij het verstrijken van de termijn.
  Wanneer het mandaat voortijdig wordt beëindigd, benoemt de Regering een plaatsvervanger die het lopende mandaat voleindigt.
  Alle leden van de Erkenningscommissie inzake afval hebben stemrecht, met uitzondering van de secretaris.
  De Erkenningscommissie is slechts geldig samengesteld als ten minste de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Adviezen worden gegeven bij gewone meerderheid van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
  § 3 De Erkenningscommissie inzake afval kan de aanvrager of de houder van de erkenning, alsmede elke andere persoon die zij nuttig acht, oproepen en horen.
  Behoudens andersluidende of specifieke bepalingen in dit decreet of in de uitvoeringsbepalingen ervan, brengt de Erkenningscommissie inzake afval haar advies uit binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aanvraag haar is voorgelegd. Na deze termijn wordt de procedure voortgezet.
  Als de Erkenningscommissie inzake afval een gunstig advies uitbrengt, kan zij voorwaarden voor de uitvoering van activiteiten voorstellen, met name met betrekking tot financiële garanties.
Art.199. § 1er. Il est créé une Commission d'agrément en matière de déchets.
  Elle est notamment chargée de remettre les avis sur toute demande d'agrément portant sur une activité de collecte, de négoce et de courtage de déchets dangereux ou sur une activité de transport de déchets dangereux.
  Le Gouvernement peut soumettre à l'avis de la Commission d'agrément en matière de déchets toute question relative à l'octroi d'agréments en matière de déchets.
  § 2. Sans préjudice du décret du 27 mars 2014 visant à promouvoir une représentation équilibrée des hommes et des femmes dans les organes consultatifs, la Commission d'agrément en matière de déchets est composée :
  1° du directeur général de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement ou de son délégué, qui en assume la présidence;
  2° de l'inspecteur général du Département du sol et des déchets de l'administration ou de son délégué;
  3° de l'inspecteur général du Département des Permis et Autorisations ou de son délégué;
  4° de l'inspecteur général du Département de l'Environnement et de l'Eau ou de son délégué;
  5° de l'inspecteur général du Département de la Police et des Contrôles ou de son délégué;
  6° de trois experts choisis en vertu de leur compétence scientifique particulière notamment dans les domaines suivants : génie chimique, toxicologie et agronomie;
  7° d'un représentant de l'Institut scientifique de Service public (ISSEP);
  8° d'un secrétaire choisi au sein de l'administration.
  Les membres de la Commission d'agrément en matière de déchets visés à l'alinéa 1er, 6° à 8°, sont nommés pour un terme de six ans par le Gouvernement. Leur mandat est renouvelable à l'expiration du délai.
  Lorsque le mandat prend fin avant terme, le Gouvernement nomme un remplaçant qui achève le mandat en cours.
  Tous les membres de la Commission d'agrément en matière de déchets ont voix délibérative à l'exception du secrétaire.
  La Commission d'agrément en matière de déchets ne siège valablement que si la moitié au moins des membres ayant voix délibérative sont présents. L'avis est donné à la majorité simple des membres présents. En cas de parité des voix, celle du président est prépondérante.
  § 3. La Commission d'agrément en matière de déchets peut convoquer et entendre le demandeur ou le titulaire d'agrément, ainsi que toute autre personne qu'elle juge utile.
  A défaut de disposition contraire ou particulière dans le présent décret ou ses mesures d'exécution, la Commission d'agrément en matière de déchets rend son avis dans un délai de soixante jours à dater du jour où elle a été saisie de la demande. Passé ce délai, la procédure se poursuit.
  Si la Commission d'agrément en matière de déchets émet un avis favorable, elle peut proposer des conditions d'exercice d'activités, notamment en matière de garanties financières.
Afdeling 3. - Adviescommissie inzake administratief beroep betreffende uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
Section 3. - Commission d'avis sur les recours administratifs en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits
Art.200. § 1. Er wordt een "Adviescommissie voor administratieve beroepen inzake betreffende uitgebreide producentenverantwoordelijkheid opgericht, hierna "Adviescommissie genoemd.
  De Adviescommissie brengt advies uit aan de Regering over administratieve beroepen die worden ingesteld tegen alle administratieve beslissingen betreffende een individueel strategisch plan of erkenning op dit gebied.
  § 2 Onverminderd het decreet van 27 maart 2014 ter bevordering van een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de adviesorganen, is de Adviescommissie samengesteld uit:
  1° een vertegenwoordiger van de Minister-President, die het voorzitterschap waarneemt;
  2° een vertegenwoordiger van de Minister bevoegd voor het afvalbeleid;
  3° een vertegenwoordiger van de Minister bevoegd voor het economisch beleid.
  Elke vertegenwoordiger is stemgerechtigd.
  § 3 De leden van de adviescommissie kunnen zich laten bijstaan door een of meer personen van hun keuze.
  Deze persoon of personen zijn niet stemgerechtigd.
  § 4. De Adviescommissie is slechts geldig samengesteld als ten minste de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Adviezen worden gegeven bij gewone meerderheid van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
  § 5 De adviescommissie kan de aanvrager en elke andere persoon die zij nuttig acht oproepen en horen.
  § 6. De Regering bepaalt de samenstelling en de werkwijze van de Adviescommissie.
  De leden van de Adviescommissie worden benoemd door de Regering.
Art.200. § 1er. Il est créé une Commission d'avis sur les recours administratifs en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits, ci-après dénommé la " Commission d'avis ".
  La Commission d'avis remet un avis au Gouvernement sur les recours administratifs introduits contre toutes les décisions de l'administration concernant un plan stratégique individuel ou un agrément en la matière.
  § 2. Sans préjudice du décret du 27 mars 2014 visant à promouvoir une représentation équilibrée des hommes et des femmes dans les organes consultatifs, la Commission d'avis est composée :
  1° d'un représentant du ministre-président, qui en assume la présidence;
  2° d'un représentant du ministre ayant la politique des déchets dans ses attributions;
  3° d'un représentant du ministre ayant la politique économique dans ses attributions.
  Chaque représentant a une voix délibérative.
  § 3. Les membres de la Commission d'avis peuvent se faire assister par une ou plusieurs personnes de leur choix.
  La ou lesdites personnes n'ont pas de voix délibérative.
  § 4. La Commission d'avis ne siège valablement que si la moitié au moins des membres ayant voix délibérative sont présents. L'avis est donné à la majorité simple des membres présents. En cas de parité des voix, celle du président est prépondérante.
  § 5. La Commission d'avis peut convoquer et entendre le requérant, ainsi que toute autre personne qu'elle juge utile.
  § 6. Le Gouvernement arrête les modalités de composition et de fonctionnement de la Commission d'avis.
  Les membres de la Commission d'avis sont nommés par le Gouvernement.
Afdeling 4. - Gemeenschappelijke administratieve bepalingen
Section 4. - Dispositions administratives communes
Art.201. De administratie of elke andere bevoegde autoriteit waarnaar in of krachtens dit besluit wordt verwezen, kan alle aanvullende informatie of documenten opvragen die zij nuttig acht voor het onderzoek van de aanvragen en de controle van de vergunningen, met name erkenningen en registraties, waarnaar in of krachtens dit decreet wordt verwezen.
  Daartoe kan de administratie of elke andere bevoegde autoriteit waarnaar wordt verwezen bij of krachtens dit decreet, in het bijzonder de datum van overlijden van een natuurlijke persoon opvragen bij de bevoegde administratieve diensten.
Art.201. L'administration ou tout autre autorité compétente visée par ou en vertu du présent décret peut demander toute information ou tout document supplémentaire qu'elle juge utile à l'examen des demandes et au suivi des autorisations, notamment des agréments, et des enregistrements, visés par ou en vertu du présent décret.
  Pour ce faire, l'administration ou tout autre autorité compétente visée par ou en vertu du présent décret peut notamment demander auprès des services administratifs compétents la date de décès d'une personne physique.
Art.202. § 1. Alle persoonsgegevens, hierna "informatie" genoemd, die worden verzameld of meegedeeld in het kader van artikel 8, §§ 3, 4 en 6, artikel 9, §§ 5 en 6, artikel 44, artikel 45, § 2, artikel 53, § 3, artikel 70, artikelen 82 tot 120, artikel 129, artikelen 138 tot 143, artikel 161, artikel 166, artikelen 172 tot 197, en hun uitvoeringsmaatregelen, aan de administratie, de bevoegde autoriteit, de autoriteit van afgifte in eerste instantie, de bevoegde autoriteit in administratief beroep of de Regering, hetzij in digitaal formaat, hetzij op papier, worden verwerkt voor de volgende doeleinden:
  1° de naleving van dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan, in het bijzonder de behandeling van aanvragen voor erkenningen, registraties of andere administratieve beslissingen, alsook de daarmee verband houdende administratieve opvolging en controle;
  2° indien het beschikken over een milieuvergunning of een aangifte van vestiging van klasse 3 als voorwaarde wordt gesteld voor het verlenen van een erkenning, registratie of enig ander administratief besluit bedoeld bij of krachtens dit decreet, het toezicht op de naleving van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  3° de naleving van het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen, in het bijzonder de controles om ervoor te zorgen dat de houder van een vergunning, registratie of elke andere administratieve beslissing bedoeld in of krachtens dit decreet, de verplichtingen naleeft die op hem van toepassing zijn krachtens voornoemd fiscaal decreet;
  4° het beheer van geschillen, de uitvoering van rechterlijke beslissingen en de invordering van bedragen met betrekking tot afval, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid in het kader van de wet- en regelgeving bedoeld in 1° tot 3° ;
  5° de voorbereiding of ontwikkeling van het Waals plan inzake afval en grondstoffen, wetgeving of reglementering met betrekking tot afval;
  6° de naleving van internationale, Europese of interregionale verplichtingen. Voor elke administratieve procedure die zij instelt bij of krachtens dit besluit, kan de Regering het doel of de doelen van de verwerking, vermeld in paragraaf 1, 1° tot 6°, specificeren.
  § 2 De administratie of elke andere daartoe door de Regering aangewezen bevoegde autoriteit is de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 4, 7), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
  Met betrekking tot titel 1, hoofdstuk 6, van dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen daarvan, vallen de gegevens die door de autoriteit van afgifte in eerste instantie en door de bevoegde autoriteit in administratief beroep worden verzameld in het kader van de erkennings- of registratieprocedures waarin het genoemde hoofdstuk voorziet, onder de verantwoordelijkheid van deze laatste. Aan het einde van een administratieve beroepsprocedure zendt de voor het administratieve beroep verantwoordelijke autoriteit onverwijld alle in de loop van die procedure verzamelde gegevens toe aan de autoriteit van afgifte in eerste instantie.
  Betreffende titel 2 van dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan :
  1° de informatie die door de administratie en door de administratieve beroepsinstantie wordt verzameld in het kader van de procedures met betrekking tot het individueel strategisch plan, valt onder de verantwoordelijkheid van deze laatste;
  2° de informatie die door de administratie en door de Regering wordt verzameld in het kader van de procedures met betrekking tot de erkenning van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, valt onder de verantwoordelijkheid van deze laatste.
  Aan het einde van een administratieve beroepsprocedure zendt de voor het administratieve beroep verantwoordelijke autoriteit of de Regering onverwijld alle in de loop van die procedure verzamelde gegevens toe aan de administratie.
  § 3 De in paragraaf 2 bedoelde informatie wordt door de voor de verwerking verantwoordelijke bewaard gedurende ten hoogste vijf jaar, te rekenen vanaf de dag volgend op het verstrijken van de geldigheidsduur van de door de betrokkene gevraagde toestemming, registratie of enig ander administratief besluit, het besluit tot niet-ontvankelijkheid of weigering of, in geval van een rechtsgeschil of terugvorderingssituatie, het laatste in kracht van gewijsde gegane rechterlijke vonnis of enige andere uitvoerbare titel. Deze informatie kan, mits zij vooraf is geanonimiseerd, worden gebruikt voor statistische doeleinden of om het afvalbeheerbeleid te verbeteren.
  In afwijking van het eerste lid, in het kader van artikel 8, §§ 3, 4 en 6, en artikel 9, §§ 5 en 6, en de uitvoeringsmaatregelen daarvan, worden de gegevens bedoeld in paragraaf 2 door de verantwoordelijke voor de verwerking bewaard gedurende ten hoogste tien jaar, te rekenen vanaf de dag volgend op de datum waarop het door de betrokkene gevraagde administratieve besluit verstrijkt, het besluit tot niet-ontvankelijkheid of weigering of, in geval van een gerechtelijk geschil of een invorderingssituatie, de laatste gerechtelijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan of een andere uitvoerbare titel. Deze informatie kan, mits zij vooraf is geanonimiseerd, worden gebruikt voor statistische doeleinden of om het afvalbeheerbeleid te verbeteren.
Art.202. § 1er. Toutes les données à caractère personnel, ci-après les informations, recueillies ou communiquées dans le cadre de l'article 8, §§ 3, 4, et 6, de l'article 9, §§ 5 et 6, de l'article 44, de l'article 45, § 2, de l'article 53, § 3, de l'article 70, des articles 82 à 120, de l'article 129, des articles 138 à 143, de l'article 161, de l'article 166, des articles 172 à 197, et leurs mesures d'exécution, à l'administration, à l'autorité compétente, à l'autorité délivrante en première instance, à l'autorité compétente sur recours administratif ou au Gouvernement, qu'elles soient sous format numérique ou sur support papier, sont traitées en ayant pour finalité :
  1° le respect du présent décret et ses mesures d'exécution, spécialement le traitement des demandes portant sur les agréments, les enregistrements ou toute autre décision administrative, ainsi que le suivi administratif et le contrôle y relatifs;
  2° si la détention d'un permis d'environnement ou d'une déclaration d'établissement de classe 3 est érigée en condition d'octroi de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre décision administrative visé par ou en vertu du présent décret, le contrôle du respect du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et ses mesures d'exécution;
  3° le respect du décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes, spécialement le contrôle visant à assurer que le titulaire d'un agrément, d'un enregistrement ou de toute autre décision administrative visée par ou en vertu du présent décret respecte les obligations qui lui sont applicables en vertu dudit décret fiscal;
  4° la gestion des contentieux, l'exécution des décisions juridictionnelles et le recouvrement en matière de déchets, de circularité des matières et de propreté publique dans le cadre des législations et réglementations visées aux 1° à 3° ;
  5° la préparation ou l'élaboration du plan wallon des déchets-ressources, d'une législation ou d'une réglementation en matière de déchets;
  6° le respect d'obligations internationales, européennes ou interrégionales. Pour chaque procédure administrative qu'il instaure par ou en vertu du présent décret, le Gouvernement peut préciser la ou les finalités de traitement visées à l'alinéa 1er, 1° à 6°.
  § 2. L'administration ou toute autre autorité compétente désignée à cet effet par le Gouvernement est le responsable du traitement au sens de l'article 4, 7), du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
  Concernant le titre 1er, chapitre 6, du présent décret et ses mesures d'exécution, les informations récoltées par l'autorité délivrante en première instance et par l'autorité compétente sur recours administratif dans le cadre des procédures en matière d'agrément ou d'enregistrement prévues par ledit chapitre sont sous la responsabilité de celles-ci. Au terme de toute procédure de recours administratif, l'autorité compétente sur recours administratif transmet sans délai l'intégralité des données récoltées dans le cadre de ladite procédure à l'autorité délivrante en première instance.
  Concernant le titre 2 du présent décret et ses mesures d'exécution :
  1° les informations récoltées par l'administration et par l'autorité compétente sur recours administratif dans le cadre des procédures relatives au plan stratégique individuel sont sous la responsabilité de celles-ci;
  2° les informations récoltées par l'administration et par le Gouvernement dans le cadre des procédures relatives à l'agrément en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits sont sous la responsabilité de ceux-ci.
  Au terme de toute procédure de recours administratif, l'autorité compétente sur recours administratif ou le Gouvernement transmet sans délai l'intégralité des données récoltées dans le cadre de ladite procédure à l'administration.
  § 3. Les informations sont conservées par le responsable du traitement visé au paragraphe 2 pendant une durée maximale de cinq ans à partir du jour qui suit la date d'expiration de l'agrément, de l'enregistrement ou de toute autre décision administrative sollicité par la personne concernée, de la décision d'irrecevabilité ou de refus ou, en cas de litige juridictionnel ou situation de recouvrement, de la dernière décision juridictionnelle coulée en force de chose jugée ou de tout autre titre exécutoire. Lesdites informations, pour autant qu'elles aient été préalablement anonymisées, peuvent être utilisées à des fins statistiques ou d'amélioration de la politique de gestion des déchets.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, dans le cadre de l'article 8, §§ 3, 4 et 6, et de l'article 9, §§ 5 et 6, et de leurs mesures d'exécution, les informations sont conservées par le responsable du traitement visé au paragraphe 2 pendant une durée maximale de dix ans à partir du jour qui suit la date d'expiration de la décision administrative sollicitée par la personne concernée, de la décision d'irrecevabilité ou de refus ou, en cas de litige juridictionnel ou situation de recouvrement, de la dernière décision juridictionnelle coulée en force de chose jugée ou de tout autre titre exécutoire. Lesdites informations, pour autant qu'elles aient été préalablement anonymisées, peuvent être utilisées à des fins statistiques ou d'amélioration de la politique de gestion des déchets.
Art.203. § 1. Wanneer verschillende erkenningen, verschillende registraties, verschillende gebruikscertificaten of verschillende andere toelatingen of administratieve beslissingen met een individuele draagwijdte van dezelfde persoon worden geëist of door die persoon worden aangevraagd in toepassing van dit besluit en zijn uitvoeringsmaatregelen, kan de Regering het verlenen van een eenmalige erkenning, een eenmalige registratie of elke andere toelating of administratieve beslissing met een individuele draagwijdte regelen.
  § 2 Wanneer het bijhouden van meerdere registers, meerdere opvolgingslijsten of het invullen van meerdere aangiften van eenzelfde persoon wordt vereist of door hem wordt gevraagd in toepassing van dit decreet en zijn uitvoeringsmaatregelen, kan de Regering het bijhouden van een eenmalig register, eenmalige opvolgingsfiche of aangifte regelen.
  § 3 Wanneer de Regering de administratieve procedures vastlegt krachtens dit decreet, neemt de Regering maatregelen om de elektronische communicatie tussen gebruikers en de overheid te bevorderen.
Art.203. § 1er. Lorsque plusieurs agréments, plusieurs enregistrements, plusieurs certificats d'utilisation ou plusieurs autres autorisations ou décisions administratives à portée individuelle sont requis dans le chef de la même personne ou sollicités par elle en application du présent décret et ses mesures d'exécution, le Gouvernement peut réglementer l'octroi d'un agrément unique, d'un enregistrement unique ou de toute autre autorisation ou décision administrative à portée individuelle unique.
  § 2. Lorsque la tenue de plusieurs registres, de plusieurs bordereaux de suivi ou l'accomplissement de plusieurs déclarations sont requis dans le chef de la même personne ou sollicités par elle en application du présent décret et ses mesures d'exécution, le Gouvernement peut réglementer la tenue d'un registre, d'un bordereau de suivi ou d'une déclaration unique.
  § 3. Lorsque le Gouvernement arrête les procédures administratives en vertu du présent décret, le Gouvernement prend des mesures visant à favoriser les communications par voie électronique entre les usagers et l'administration.
Afdeling 5. - Strafbepalingen
Section 5. - Dispositions pénales
Art.204. Er wordt een overtreding van tweede categorie in de zin van deel VIII van Boek I van het Milieuwetboek begaan door degene die:
  1° de aard van het afval verbergt;
  2° niet in overeenstemming is met de door de Regering krachtens artikel 8, § 2, vastgestelde bepalingen;
  3° niet in overeenstemming is met de bepalingen die krachtens artikel 8, § 3, door de Regering of door de daartoe aangewezen bevoegde autoriteit zijn vastgesteld en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad;
  4° niet in overeenstemming is met de door de Regering krachtens artikel 9, § 2, vastgestelde bepalingen;
  5° niet in overeenstemming is met de bepalingen die krachtens artikel 9, § 4, door de Regering of door de daartoe aangewezen bevoegde autoriteit zijn vastgesteld en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad;
  6° niet in overeenstemming is met artikel 9, § 5;
  7° niet in overeenstemming is met artikel 22, § 1, 8°, en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  7° niet in overeenstemming is met de artikelen 24 tot 27 en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  7° niet in overeenstemming is met artikel 28 en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  10° niet voldoet aan artikel 33, 1°, in het kader van de normale bedrijfsuitoefening;
  11° niet in overeenstemming is met artikel 33, 1°, zodanig dat het milieu en, in voorkomend geval, de menselijke gezondheid in gevaar zijn of kunnen worden gebracht;
  12° niet voldoet aan artikel 33, 1°, op zodanige wijze dat het welzijn en, in voorkomend geval, het leven van het dier in gevaar zijn of kunnen worden gebracht;
  13° niet in overeenstemming is met artikel 33, 1°, in een andere context dan bedoeld in 10° en op een andere wijze dan bedoeld in 11° en 12° ;
  14° niet in overeenstemming is met artikel 33, 2;
  15° niet in overeenstemming is met artikel 34 en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  16° niet in overeenstemming is met artikel 40 en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  17° niet in overeenstemming is met artikel 42 en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  18° niet in overeenstemming is met artikel 45 en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  19° niet in overeenstemming is met artikel 47, §§ 1 tot 3, en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  20° de bij artikel 47, §§ 4 en 5, en de uitvoeringsmaatregelen ervan voorgeschreven bewijzen niet kan leveren bij een onderzoek door een of meer vaststellende beambten in de zin van boek I van het milieuwetboek of door een of meer leden van de lokale en federale politie;
  21° niet in overeenstemming is met artikel 49 en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  22° niet in overeenstemming is met artikel 51;
  23° een gemeente of een vereniging van gemeenten is die zich niet voegt naar de bepalingen vastgesteld door de Regering krachtens artikel 60, § 2, eerste lid, 4° ;
  24° een publiekrechtelijke rechtspersoon is die, rechtstreeks of onrechtstreeks, met name via een andere rechtspersoon, een of meer van de in artikel 63 bedoelde handelingen verricht zonder aan alle in dat artikel genoemde voorwaarden te voldoen;
  25° niet in overeenstemming is met de artikelen 70 en 71 en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  26° niet in overeenstemming is met de artikelen 72 en 73 en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  27° niet voldoet aan de bepalingen die de Regering krachtens artikel 82 heeft vastgesteld voor de uitoefening van een soort afvalactiviteit die onderworpen is aan een vergunnings- of registratieplicht ter zake;
  28° niet in overeenstemming is met artikel 83, §§ 1 tot 3;
  29° niet in overeenstemming is met artikel 104 en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  30°, indien hij door de Regering verplicht wordt gesteld krachtens artikel 124, § 2, eerste lid, 7°, voor de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die erop betrekking hebben, niet in overeenstemming is met artikel 129, § 2, en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  31° niet in overeenstemming is met artikel 131 en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  32° niet in overeenstemming is met de artikelen 133 en 134 en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  33° niet in overeenstemming is met artikel 136, § 1, lid 1 en 3, en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  34° indien hij door de Regering toepasselijk wordt gesteld krachtens artikel 121, § 3, 2°, a), voor de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die erop betrekking hebben, niet in overeenstemming is met artikel 136, § 2, en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  35° niet in overeenstemming is met artikel 137, § 1, en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  36° niet in overeenstemming is met artikel 143 en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  37° indien hij verplicht wordt gesteld door de Regering krachtens artikel 121, § 3, 2°, voor de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die er betrekking op hebben, niet voldoet aan :
  artikel 144 en zijn uitvoeringsmaatregelen;
  artikel 146 en zijn uitvoeringsmaatregelen;
  artikel 148 en zijn uitvoeringsmaatregelen;
  artikel 149 en zijn uitvoeringsmaatregelen;
  artikel 154, § 1, eerste lid, 1°, en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  artikel 160, eerste lid, 1°, 2°, 4°, 5° en 9°, en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  de artikelen 164 tot 171 en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  38° een erkende organisatie is voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten en niet voldoet aan artikel 172, lid 2, met inbegrip van de numerieke limieten en de maatregelen die van toepassing zijn in geval van overschrijding overeenkomstig de wetgeving of boekhoudkundige voorschriften die op haar van toepassing zijn;
  39° niet in overeenstemming is met artikel 174, §§ 1, 2 en 3, 1°.
  Met betrekking tot het eerste lid, 12°, mag de administratieve of strafrechtelijke geldboete niet minder bedragen dan 1.000 euro.
Art.204. Commet une infraction de deuxième catégorie au sens de la partie VIII du Livre Ier du Code de l'environnement, celui ou celle qui :
  1° dissimule la nature d'un déchet;
  2° ne respecte pas les dispositions arrêtées par le Gouvernement en vertu de l'article 8, § 2;
  3° ne respecte pas les dispositions décidées et publiées au Moniteur belge en vertu de l'article 8, § 3, par le Gouvernement ou par l'autorité compétente désignée à cet effet;
  4° ne respecte pas les dispositions arrêtées par le Gouvernement en vertu de l'article 9, § 2;
  5° ne respecte pas les dispositions décidées et publiées au Moniteur belge en vertu de l'article 9, § 4, par le Gouvernement ou par l'autorité compétente désignée à cet effet;
  6° ne respecte pas l'article 9, § 5;
  7° ne respecte pas l'article 22, § 1er, 8°, et ses mesures d'exécution;
  8° ne respecte pas les articles 24 à 27 et leurs mesures d'exécution;
  9° ne respecte pas l'article 28 et ses mesures d'exécution;
  10° ne respecte pas l'article 33, 1°, dans le cadre de l'exercice habituel d'une activité;
  11° ne respecte pas l'article 33, 1°, d'une manière telle que l'environnement et le cas échéant la santé humaine, ont été ou sont susceptibles d'être mis en danger;
  12° ne respecte pas l'article 33, 1°, d'une manière telle que le bien-être animal et le cas échéant la vie de l'animal, ont été ou sont susceptibles d'être mis en danger;
  13° ne respecte pas l'article 33, 1°, dans un autre contexte que celui visé au 10° et d'une manière autre que celles visées aux 11° et 12° ;
  14° ne respecte pas l'article 33, 2° ;
  15° ne respecte pas l'article 34 et ses mesures d'exécution;
  16° ne respecte pas l'article 40 et ses mesures d'exécution;
  17° ne respecte pas l'article 42 et ses mesures d'exécution;
  18° ne respecte pas l'article 45 et ses mesures d'exécution;
  19° ne respecte pas l'article 47, §§ 1er à 3, et ses mesures d'exécution;
  20° ne peut pas présenter, lors d'un contrôle par un ou plusieurs agents constateurs au sens du Livre Ier du Code de l'environnement ou un ou plusieurs membres de la police locale et fédérale, les preuves requises en vertu de l'article 47, §§ 4 et 5, et ses mesures d'exécution;
  21° ne respecte pas l'article 49 et ses mesures d'exécution;
  22° ne respecte pas l'article 51;
  23° est une commune ou une association de communes ne respectant pas les dispositions arrêtées par le Gouvernement en vertu de l'article 60, § 2, alinéa 1er, 4° ;
  24° est une personne morale de droit public effectuant, que ce soit directement ou indirectement, notamment par l'entremise d'une autre personne morale, une ou plusieurs des opérations visées par l'article 63 sans respecter l'ensemble des conditions visées par ledit article;
  25° ne respecte pas les articles 70 et 71 et leurs mesures d'exécution;
  26° ne respecte pas les articles 72 et 73, et leurs mesures d'exécution;
  27° ne respecte pas les dispositions arrêtées par le Gouvernement en vertu de l'article 82 pour l'exercice d'un type d'activité en matière de déchets soumis à agrément ou à enregistrement le concernant;
  28° ne respecte pas l'article 83, §§ 1er à 3;
  29° ne respecte pas l'article 104 et ses mesures d'exécution;
  30° s'il est rendu obligatoire par le Gouvernement en vertu de l'article 124, § 2, alinéa 1er, 7°, pour le régime de responsabilité élargie des producteurs de produits le concernant, ne respecte pas l'article 129, § 2, et ses mesures d'exécution;
  31° ne respecte pas l'article 131 et ses mesures d'exécution;
  32° ne respecte pas les articles 133 et 134 et leurs mesures d'exécution;
  33° ne respecte pas l'article 136, § 1er, alinéas 1er et 3, et ses mesures d'exécution;
  34° s'il est rendu applicable par le Gouvernement en vertu de l'article 121, § 3, 2°, a), pour le régime de responsabilité élargie des producteurs de produits le concernant, ne respecte pas l'article 136, § 2, et ses mesures d'exécution;
  35° ne respecte pas l'article 137, § 1er, et ses mesures d'exécution;
  36° ne respecte pas l'article 143 et ses mesures d'exécution;
  37° s'il est rendu obligatoire par le Gouvernement en vertu de l'article 121, § 3, 2°, pour le régime de responsabilité élargie des producteurs de pro- duits le concernant, ne respecte pas :
  l'article 144 et ses mesures d'exécution;
  l'article 146 et ses mesures d'exécution;
  l'article 148 et ses mesures d'exécution;
  l'article 149 et ses mesures d'exécution;
  l'article 154, § 1er, alinéa 1er, 1°, et ses mesures d'exécution;
  l'article 160, alinéa 1er, 1°, 2°, 4°, 5° et 9°, et ses mesures d'exécution;
  les articles 164 à 171 et leurs mesures d'exécution;
  38° est un organisme agréé en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits et ne respecte pas l'article 172, alinéa 2, en ce compris les limites chiffrées ainsi que les mesures applicables en cas de dépasse- ment conformément à la législation ou à la réglementation comptable qui lui est applicable;
  39° ne respecte pas l'article 174, §§ 1er, 2 et 3, 1°.
  Concernant l'alinéa 1er, 12°, l'amende administrative ou pénale ne peut être inférieure à 1.000 euros.
Art.205. Er wordt een overtreding van derde categorie in de zin van deel VIII van Boek I van het Milieuwetboek begaan door degene die:
  1° niet in overeenstemming is met artikel 9, § 6;
  2° niet in overeenstemming is met artikel 83, § 4;
  3° niet in overeenstemming is met artikel 105;
  4° niet in overeenstemming is met artikel 138;
  5° niet in overeenstemming is met artikel 174, § 5;
Art.205. Commet une infraction de troisième catégorie au sens de la partie VIII du Livre Ier du Code de l'environnement, celui ou celle qui :
  1° ne respecte pas l'article 9, § 6;
  2° ne respecte pas l'article 83, § 4;
  3° ne respecte pas l'article 105;
  4° ne respecte pas l'article 138;
  5° ne respecte pas l'article 174, § 5.
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen betreffende de omzetting en uitvoering van bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen
CHAPITRE 2. - Dispositions relatives à la transposition et à l'exécution de dispositions résultant de traités internationaux
Afdeling 1. - Kennisgeving en mededeling van de gegevens
Section 1. - Notification et communication des données
Art.206. De Regering of de door haar daartoe aangewezen instantie stelt de Europese Commissie via de passende kanalen in kennis van ten minste :
  1° de gedetailleerde criteria vastgesteld krachtens artikel 8, tweede lid, overeenkomstig Richtlijn (EU) nr. 2015/1535, indien dit vereist is;
  2° de gedetailleerde criteria vastgesteld krachtens artikel 9, § 2, overeenkomstig Richtlijn (EU) nr. 2015/1535, indien dit vereist is;
  3° de gevallen waarin afval als gevaarlijk wordt beschouwd hoewel het niet als zodanig voorkomt op de Europese lijst van afvalstoffen bedoeld in artikel 7, § 1, van Richtlijn 2008/98/EG, en verstrekt zij alle relevante informatie aan de Europese Commissie;
  4° de gevallen waarin afval als niet-gevaarlijk worden beschouwd hoewel het als gevaarlijk is aangeduid op de Europese lijst van afval bedoeld in artikel 7, § 1 van Richtlijn 2008/98/EG, en levert de Europese Commissie de nodige bewijzen;
  5° het Waals plan inzake afval en grondstoffen en elke belangrijke herziening van dit plan;
  6° de krachtens artikel 23 vastgestelde bepalingen, overeenkomstig Richtlijn (EU) nr. 2015/1535, indien vereist door die richtlijn;
  7° de bepalingen aangenomen krachtens artikel 46, § 1;
  8° de volledige voorwaarden vastgesteld overeenkomstig artikel 76, § 2;
  9° de bepalingen aangenomen krachtens artikel 124, § 2, eerste lid, 2°.
Art.206. Le Gouvernement ou l'administration qu'il désigne à cet effet notifie à la Commission européenne via les canaux appropriés, au moins :
  1° les critères détaillés arrêtés en application de l'article 8, § 2, conformément à la directive (UE) n° 2015/1535, lorsque celle-ci l'exige;
  2° les critères détaillés arrêtés en application de l'article 9, § 2, conformément à la directive (UE) n° 2015/1535, lorsque celle-ci l'exige;
  3° les cas dans lesquels des déchets sont considérés comme dangereux alors qu'ils ne figurent pas comme tels sur la liste européenne de déchets visée à l'article 7, § 1er, de la directive 2008/98/CE, et fournit à la Commission européenne toutes les informations s'y rapportant;
  4° les cas dans lesquels des déchets sont considérés comme non dangereux alors qu'ils sont identifiés comme étant dangereux sur la liste européenne de déchets visée à l'article 7, § 1er, de la directive 2008/98/CE, et fournit à la Commission européenne les preuves nécessaires;
  5° le plan wallon des déchets-ressources, ainsi que toute révision notable de ce plan;
  6° les dispositions adoptées en application de l'article 23, conformément à la directive (UE) n° 2015/1535, lorsque celle-ci l'exige;
  7° les dispositions adoptées en application de l'article 46, § 1er;
  8° les conditions intégrales adoptées conformément à l'article 76, § 2;
  9° les dispositions adoptées en application de l'article 124, § 2, alinéa 1er, 2°.
Afdeling 2. - Verwijzingen naar Europees recht
Section 2. - Références au droit européen
Art.207. De verwijzingen in de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die van kracht zijn in het Waals Gewest naar de richtlijnen die zijn opgeheven bij :
  1° Richtlijn 2006/66/EG gelden als verwijzingen naar die Richtlijn;
  2° Richtlijn 2008/98/EG gelden als verwijzingen naar die Richtlijn;
  3° Richtlijn 2012/19/EG gelden als verwijzingen naar die Richtlijn.
Art.207. Les références faites, dans les dispositions législatives, réglementaires et administratives en vigueur en Région wallonne, aux directives abrogées par :
  1° la directive 2006/66/CE s'entendent comme faites à ladite directive;
  2° la directive 2008/98/CE s'entendent comme faites à ladite directive;
  3° la directive 2012/19/UE s'entendent comme faites à ladite directive.
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Afdeling 1. - Dossierrechten- en administratiekosten
Section 1. - Droits de dossier et frais administratifs
Art.208. § 1. Wanneer in het kader van dit decreet of de uitvoeringsmaatregelen ervan naar dit artikel wordt verwezen, wordt aan elke natuurlijke of rechtspersoon vrijstelling van dossierrecht verleend op grond van de indiening van een aanvraag, met inbegrip van een administratief beroep. Dit dossierrecht is verschuldigd op de datum van indiening van de genoemde aanvraag, inclusief administratief beroep.
  Wanneer een dergelijk dossierrecht van toepassing is, is de ontvankelijkheid van de betrokken aanvraag afhankelijk van de overlegging van een bewijs van betaling.
  § 2 Voor elk type aanvraag, met inbegrip van administratieve beroepen, voortvloeiend uit een administratieve procedure ingesteld bij of krachtens dit decreet dat zij bepaalt, kan de Regering de voorwaarden vaststellen voor de inning en vrijstelling van het(de) dossierrecht(en).
  § 3 Het minimumbedrag van het in paragraaf 1 bedoelde dossierrecht is 25 euro.
  Voor elk type aanvraag, met inbegrip van administratief beroep, voortvloeiend uit een administratieve procedure ingesteld bij of krachtens dit decreet dat zij bepaalt, kan de Regering het bedrag van het dossierrecht, vermeld in het eerste lid, verhogen tot een maximumbedrag van 1.000 euro.
  § 4. De opbrengst van de dossierrechten bedoeld in dit artikel wordt integraal gestort in het "Fonds pour la gestion des déchets" (Fonds voor afvalbeheer) bedoeld in artikel 44 van het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen
Art.208. § 1er. Lorsqu'il est fait référence au présent article dans le cadre du présent décret ou ses mesures d'exécution, un droit de dossier est levé à charge de toute personne physique ou morale en raison de l'introduction d'une demande, y compris d'un recours administratif. Ce droit de dossier est dû à la date d'introduction de ladite demande, y compris d'un recours administratif.
  Lorsqu'un tel droit de dossier est rendu applicable, la recevabilité de la demande concernée est conditionnée à la production d'une preuve de son paiement.
  § 2. Pour chaque type de demande, y compris les recours administratifs, découlant d'une procédure administrative instaurée par ou en vertu du présent décret qu'il détermine, le Gouvernement peut fixer des modalités de perception et d'exemption du ou droits de dossiers.
  § 3. Le montant minimal du droit de dossier visé au paragraphe 1er est de 25 euros.
  Pour chaque type de demande, y compris les recours administratifs, découlant d'une procédure administrative instaurée par ou en vertu du présent décret qu'il détermine, le Gouvernement peut augmenter le montant du droit de dossier visés à l'alinéa 1er jusqu'à un montant maximum de 1 000 euros.
  § 4. Le produit des droits de dossier visé au présent article est intégralement versé au Fonds pour la gestion des déchets visé à l'article 44 du décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes.
Afdeling 2. - Indexering van dossierrechten, administratieve kosten en retributies
Section 2. - Indexation des droits de dossier, frais administratifs et redevances
Art.209. § 1. Met ingang van het referentiekalenderjaar volgend op dat waarin dit besluit in werking treedt, worden de bedragen van alle aanvraagkosten, administratieve kosten en retributies, en in voorkomend geval hun kortingen of vrijstellingen, voorzien bij of krachtens dit besluit, jaarlijks aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
  De aanpassing gebeurt aan de hand van de coëfficiënt die wordt verkregen door het gemiddelde van de prijsindexen van de consumentenprijzen voor de maanden januari tot en met december van het jaar voorafgaand aan het jaar dat de aansprakelijkheidsperiode omvat, te delen door het gemiddelde van de prijsindexen voor 2019. Voor de berekening van de coëfficiënt wordt er afgerond als volgt :
  1° het gemiddelde van de indexcijfers wordt afgerond naar het hogere of lagere honderdste van een punt naargelang het cijfer van de duizendsten van een punt al dan niet 5 bereikt;
  2° de coëfficiënt wordt naar het hogere of lagere duizendste afgerond naargelang het cijfer van de honderdduizendsten al dan niet 5 bereikt.
  Na toepassing van de coëfficiënt worden de bedragen naar de hogere of lagere honderdste van een euro afgerond naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.
  § 2 De administratie publiceert in het Belgisch Staatsblad de bedragen van de dossierrechten, administratieve kosten en retributies zoals aangepast overeenkomstig dit artikel.
  In afwijking van lid 1 kan de Regering de gemeente, in plaats van de in lid 1 bedoelde administratie, opdragen de bedragen van bepaalde door haar vastgestelde retributies bekend te maken. In dat geval maakt de gemeente de genoemde bedragen ten minste bekend door aanplakking op de wijze als bepaald in artikel L1133-1 van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie. Artikel L1133-2 van dat Wetboek is van overeenkomstige toepassing.
Art.209. § 1er. A partir de l'année civile de référence suivant celle de l'entrée en vigueur du présent décret, les montants de tous les droits de dossier, frais administratifs et redevances, et le cas échéant de leurs réductions ou de leurs exonérations, prévus par ou en vertu du présent décret, sont adaptés annuellement en fonction des fluctuations de l'indice des prix à la consommation.
  L'adaptation est réalisée à l'aide du coefficient qui est obtenu en divisant la moyenne des indices des prix à la consommation des mois de janvier à décembre inclus de l'année qui précède l'année comprenant la période d'exigibilité par la moyenne des indices des prix de l'année 2019. Pour le calcul du coefficient, l'on arrondit de la manière suivante :
  1° la moyenne des indices est arrondie au centième supérieur ou inférieur d'un point selon que le chiffre des millièmes d'un point atteint ou non cinq;
  2° le coefficient est arrondi au dix millième supérieur ou inférieur selon que le chiffre des cent millièmes atteint ou non cinq.
  Après application du coefficient, les montants sont arrondis au centième d'euros supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non cinq.
  § 2. L'administration publie au Moniteur belge les montants des droits de dossier, frais administratifs et redevances tels qu'adaptés conformément au présent article.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le Gouvernement peut charger la commune, en lieu et place de l'administration visée à l'alinéa 1er, de publier les montants de certaines redevances qu'il détermine. Dans ce cas, la commune publie lesdits montants au moins par la voie de l'affichage selon les formes visées à l'article L1133-1 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation. L'article L1133-2 dudit Code est également applicable mutatis mutandis.
Afdeling 3. - Codificatie van de afvalstoffenwetgeving
Section 3. - Codification du droit des déchets
Art.210. De Regering kan de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende afval codificeren, daarbij rekening houdend met de uitdrukkelijke of stilzwijgende wijzigingen die deze bepalingen bij de codificatie hebben ondergaan.
  Daartoe kan ze:
  1° de volgorde, de nummering en in het algemeen de presentatie van de te codificeren bepalingen wijzigen;
  2° de eventuele verwijzingen in de te consolideren bepalingen aanpassen aan de nieuwe nummering;
  3° de formulering van de te codificeren bepalingen wijzigen en deze zodanig verdelen dat de onderlinge samenhang wordt gewaarborgd, alsmede de terminologie die in deze bepalingen wordt gebruikt eenvormig maken, zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in deze bepalingen zijn vervat;
  4° de titel van de codificatie hernoemen en nummeren.
  Onder voorbehoud van de door de Regering krachtens paragraaf 2, 4°, genomen maatregelen, zal de codificatie één van de boeken van het Milieuwetboek vormen met volgend opschrift: "Boek betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid".
  Ze treedt in werking op de datum van haar bevestiging bij decreet.
Art.210. Le Gouvernement peut codifier les dispositions législatives et réglementaires relatives aux déchets, en tenant compte des modifications expresses ou implicites que ces dispositions auraient subies au moment où la codification sera établie.
  A cette fin, il peut :
  1° modifier l'ordre, la numérotation et, en général, la présentation des dispositions à codifier;
  2° modifier les références qui seraient contenues dans les dispositions à codifier en vue de les mettre en concordance avec la numérotation nouvelle;
  3° modifier la rédaction et scinder des dispositions à codifier en vue d'assurer leur concordance et d'en unifier la terminologie sans qu'il puisse être porté atteinte aux principes inscrits dans lesdites dispositions;
  4° renommer et numéroter l'intitulé de la codification.
  Sous réserve des mesures prises par le Gouvernement en vertu de l'alinéa 2, 4°, la codification formera l'un des livres du Code de l'environnement et portera l'intitulé suivant : " Livre relatif aux déchets, à la circularité des matières et à la propreté publique ".
  Elle entrera en vigueur à la date de sa confirmation par le décret.
Afdeling 4. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
Section 4. - Dispositions modificatives et abrogatoires
Afdeling 1. - Boek I van het Milieuwetboek
Sous-section 1. - Livre Ier du Code de l'Environnement
Art.211. In artikel D.29-1, § 2, van Boek I van het Milieuwetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° er wordt een punt 4° /1 ingevoegd, luidend als volgt :
  " 4° /1 het "Plan wallon des Déchets-Ressources " (Waals plan inzake afval en grondstoffen) voorzien in het decreet van 9 maart 2023 betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid, met inbegrip van elke herziening van voornoemd plan;";
  2° de nummers 5° en 7° worden opgeheven.
Art.211. Dans l'article D.29-1, § 2, du Livre Ier du Code de l'Environnement, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un 4° /1 rédigé comme suit :
  " 4° /1 le plan wallon des déchets-ressources prévu par le décret du 9 mars 2023 relatif aux déchets, à la circularité des matières et à la propreté publique, en ce compris toute révision dudit plan; ";
  2° le 5° et le 7° sont abrogés.
Art.212. In artikel D.46, eerste lid, van hetzelfde Boek I van het Milieuwetboek wordt punt 1° opgeheven.
Art.212. Dans l'article D.46, alinéa 1er, du même Livre du Code de l'Environnement, le 1° est abrogé.
Art.213. In artikel D.138, eerste lid, van hetzelfde boek van het Milieuwetboek, vervangen bij het decreet van 6 mei 2019, wordt een 9° /1 ingevoegd, luidend als volgt:
  " 9° /1 het decreet van 9 maart 2023 betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid;".
Art.213. Dans l'article D.138, alinéa 1er, du même Livre du Code de l'Environnement, remplacé par le décret du 6 mai 2019, il est inséré un 9° /1 rédigé comme suit :
  " 9° /1 le décret du 9 mars 2023 relatif aux déchets, à la circularité des matières et à la propreté publique; ".
Art.214. In artikel D.141, § 1, van hetzelfde Boek van het Milieuwetboek, vervangen bij het decreet van 6 mei 2019, wordt punt 12° aangevuld met een streepje, luidend als volgt:
  "voor de inbreuken bedoeld in artikel 204, 10° tot 13°, van het decreet van 9 maart 2023 betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid, en voor zover de illegale afvalstorting gepaard gaat met ernstige aanwijzingen dat de bodemverontreiniging de drempelwaarden of achtergrondconcentraties overschrijdt of dreigt te overschrijden wanneer deze hoger zijn dan de drempelwaarden in de zin van het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering en de uitvoeringsmaatregelen ervan, het invoeren en uitvoeren van een herstelplan voor de plaats van de illegale afvalstorting overeenkomstig deel IX van dit Boek. ".
Art.214. Dans l'article D.141, § 1er, du même Livre du Code de l'Environnement, remplacé par le décret du 6 mai 2019, le 12° est complété par un tiret rédigé comme suit :
  " - pour les infractions prévues à l'article 204, 10° à 13°, du décret du 9 mars 2023 relatif aux déchets, à la circularité des matières et à la propreté publique, et pour autant que le dépôt sauvage de déchets implique des indications sérieuses qu'une pollution du sol dépasse ou risque de dépasser les valeurs seuil ou les concentrations de fond lorsque ces dernières sont supérieures aux valeurs seuil au sens du décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols et ses mesures d'exécution, l'introduction et l'exécution d'un plan de réhabilitation des lieux du dépôt sauvage de déchets conformément à la partie IX du présent Livre. ".
Art.215. In deel VIII, titel III, hoofdstuk II, van hetzelfde boek van het Milieuwetboek wordt een afdeling 1 ingevoegd waarin de artikelen D.160 tot en met D.163, vervangen bij het decreet van 6 mei 2019, met als opschrift "Algemene bepalingen", worden opgenomen.
Art.215. Dans la Partie VIII, Titre III, chapitre II, du même Livre du Code de l'Environnement, il est inséré une section 1re, reprenant les articles D.160 à D.163, remplacé par le décret du 6 mai 2019, intitulée " Dispositions générales ".
Art.216. In deel VIII, Titel III, hoofdstuk II, van hetzelfde Milieuwetboek, vervangen door het decreet van 6 mei 2019, wordt een afdeling 2 ingevoegd met als titel "Bijzondere bepalingen inzake afval".
Art.216. Dans la Partie VIII, Titre III, chapitre II, du même Livre du Code de l'Environnement, remplacé par le décret du 6 mai 2019, il est inséré une section 2 intitulée " Dispositions particulières en matière de déchets ".
Art.217. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in afdeling 2, ingevoegd bij artikel 216, een artikel D.163/1 ingevoegd, dat als volgt luidt:
  "Art. D.163/1. Inspecties betreffende inzamelings- en vervoershandelingen hebben minstens betrekking op de oorsprong, de aard, de hoeveelheid en de bestemming van de ingezamelde en vervoerde afvalstoffen.
  De personeelsleden mogen rekening houden met registraties die zijn verkregen volgens de regeling van het Communautair milieubeheer- en milieu-auditsysteem (EMAS), of volgens elk ander referentiesysteem voor milieumanagement, in het bijzonder wat betreft de frequentie en de intensiteit van de inspecties.".
Art.217. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la section 2 insérée par l'article 216, il est inséré un article D.163/1 rédigé comme suit :
  " Art. D.163/1. Les inspections relatives aux opérations de collecte et de transport de déchets portent au moins sur l'origine, la nature, la quantité et la destination des déchets collectés et transportés.
  Les agents peuvent tenir compte des enregistrements obtenus dans le cadre du système communautaire de management environnemental et d'audit (EMAS) ou de tout autre référentiel de management environnemental, plus particulièrement en ce qui concerne la fréquence et l'intensité des inspections. ".
Art.218. In artikel D.174, § 4, tweede lid, van hetzelfde Boek van het Milieuwetboek, vervangen bij het decreet van 6 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  punt 1° wordt vervangen als volgt:
  " 1° de overtredingen van het decreet van 9 maart 2023 betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid;".
  de punten 2° en 9° worden opgeheven.
Art.218. Dans l'article D.174, § 4, alinéa 2, du même Livre du Code de l'Environnement, remplacé par le décret du 6 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° les infractions au décret du 9 mars 2023 relatif aux déchets, à la circularité des matières et à la propreté publique; ";
  le 2° et le 9° sont abrogés.
Art.219. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek, wordt een artikel D.183bis ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.183bis. Er wordt een overtreding van tweede categorie begaan door degene die artikel D.239, § 2 overtreedt.".
Art.219. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, il est inséré un article D.183bis rédigé comme suit :
  " Art. D.183bis. Commet une infraction de deuxième catégorie celui qui contrevient à l'article D.239, § 2. ".
Art.220. In hetzelfde Milieuwetboek wordt een deel IX met als opschrift "Sanering van illegale afvalstortplaatsen" ingevoegd.
Art.220. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, il est inséré une Partie IX intitulée " Réhabilitation des lieux des dépôts sauvages de déchets ".
Art.221. In hetzelfde Milieuwetboek wordt in deel IX, ingevoegd bij artikel 220, een Titel 1 met als opschrift "Algemene bepalingen" ingevoegd.
Art.221. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie IX insérée par l'article 220, il est inséré un Titre 1er intitulé " Dispositions générales ".
Art.222. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Titel 1, ingevoegd bij artikel 221, een artikel D.223 ingevoegd, dat als volgt luidt:
  "Art. D.223. § 1. In de zin van dit hoofdstuk wordt onder "gewestelijke administratie" verstaan de door de Regering aangewezen administratieve dienst of diensten.
  § 2 Alle andere termen die in deze titel worden gebruikt, moeten worden verstaan in de zin van:
  1° het decreet van 9 maart 2023 betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid;".
  2° het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering.".
Art.222. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans le Titre 1er inséré par l'article 221, il est inséré un article D.223 rédigé comme suit :
  " Art. D.223. § 1er. Au sens du présent chapitre, l'on entend par l'" administration régionale ", le ou les services administratifs désignés par le Gouvernement.
  § 2. Tous les autres termes employés dans le présent titre s'entendent au sens :
  1° du décret du 9 mars 2023 relatif aux déchets, à la circularité des matières et à la propreté publique; et;
  2° du décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols. ".
Art.223. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Titel 1, ingevoegd bij artikel 221, een artikel D.224 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.224. § 1. Op voorwaarde dat er sprake is van minstens één illegale afvalstorting en er ernstige aanwijzingen zijn dat de bodemverontreiniging de drempelwaarden of achtergrondconcentraties overschrijdt of dreigt te overschrijden wanneer deze hoger zijn dan de drempelwaarden in de zin van het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering en de uitvoeringsmaatregelen ervan, kan dit hoofdstuk van toepassing zijn :
  1° bij beslissing van de burgemeester of de vaststellende beambte bedoeld in artikel D.146, genomen overeenkomstig artikel D.169;
  2° op voorstel van de sanctionerende ambtenaar overeenkomstig artikel D.173;
  3° op voorstel van de vaststellende ambtenaar overeenkomstig artikel D.174;
  4° bij beslissing van de rechter overeenkomstig artikel D.185;
  5° bij beslissing van de sanctionerende ambtenaar overeenkomstig artikel D.201;
  6° op initiatief van elke persoon die een zakelijk recht heeft op de betrokken grond.
  § 2 Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van plaatselijke overheden met betrekking tot algemene administratieve politiemaatregelen, in het bijzonder met betrekking tot de volksgezondheid en de openbare veiligheid.".
Art.223. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans le Titre 1er inséré par l'article 221, il est inséré un article D.224 rédigé comme suit :
  " Art. D.224. § 1er. Pour autant que la situation concernée présente au moins un dépôt sauvage de déchets et des indications sérieuses qu'une pollution du sol dépasse ou risque de dépasser les valeurs seuil ou les concentrations de fond lorsque ces dernières sont supérieures aux valeurs seuil au sens du décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols et ses mesures d'exécution, le présent chapitre peut être applicable :
  1° sur décision du bourgmestre ou de l'agent constatateur visé à l'article D.146 prise conformément à l'article D.169;
  2° sur proposition du fonctionnaire sanctionnateur conformément à l'article D.173;
  3° sur proposition de l'agent constateur conformément à l'article D.174;
  4° sur décision du juge conformément à l'article D.185;
  5° sur décision du fonctionnaire sanctionnateur conformément à l'article D.201;
  6° d'initiative par toute personne titulaire d'un droit réel sur le terrain concerné.
  § 2. Le présent chapitre est sans préjudice des pouvoirs des autorités locales en matière de police administrative générale, notamment en matière de salubrité et de sécurité publique. ".
Art.224. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Titel 1, ingevoegd bij artikel 221, een artikel D.225 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.225. Het herstelplan voor illegale afvalstorting is gericht op :
  1° de volledige verwijdering van het zwerfvuil van de illegale afvalstortingsplaatsen en het beheer ervan overeenkomstig het decreet van 9 maart 2023 betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid en de uitvoeringsmaatregelen ervan; en;
  2° het beheer en de sanering van de bodem aangetast door de aanwezigheid van zwerfvuil overeenkomstig het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering en de uitvoeringsmaatregelen ervan, onder voorbehoud van de artikelen D.226 tot en met D.232 van dit Boek.
  Met betrekking tot het eerste lid, 1°, indien het met de beste beschikbare technieken onmogelijk of uiterst moeilijk blijkt om alle of een deel van het zwerfvuil van de illegale afvalstortingsplaatsen te verwijderen, heeft de sanering van de plaatsen ten minste tot doel een gebruik mogelijk te maken dat bepaald wordt door de huidige of toekomstige feitelijke en juridische situatie van de grond, en een ernstige bedreiging voor het milieu en de menselijke gezondheid weg te nemen.".
Art.224. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans le Titre 1er inséré par l'article 221, il est inséré un article D.225 rédigé comme suit :
  " Art. D.225. Le plan de réhabilitation des lieux de dépôt sauvage de déchets vise :
  1° l'évacuation complète des déchets sauvages des lieux du dépôt sauvage ainsi que leur gestion conformément au décret du 9 mars 2023 relatif aux déchets, à la circularité des matières et à la propreté publique ainsi qu'à ses mesures d'exécution; et;
  2° la gestion et l'assainissement du sol affecté par la présence de déchets sauvages conformément au décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols ainsi qu'à ses mesures d'exécution sous réserve des articles D.226 à D.232 du présent Livre.
  Concernant l'alinéa 1er, 1°, s'il s'avère impossible ou excessivement difficile au regard des meilleurs techniques disponibles de procéder à l'évacuation totale ou partielle des déchets sauvages sur les lieux du dépôt sauvage, la réhabilitation des lieux vise au moins à permettre un usage déterminé en fonction de la situation de fait et de droit, actuelle ou future du terrain, et à oblitérer l'existence d'une menace grave pour l'environnement et la santé humaine. ".
Art.225. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Titel 1, ingevoegd bij artikel 221, een artikel D.226 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.226. Elk herstelplan in de zin van dit hoofdstuk wordt opgesteld door een deskundige erkend overeenkomstig het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering en de uitvoeringsmaatregelen ervan
  Elke houder van een herstelplan dat met of zonder voorwaarden is goedgekeurd, houdt een afvalstoffenregister bij dat uitsluitend gewijd is aan afval dat wordt afgevoerd van illegale afvalstortingsplaatsen overeenkomstig de artikelen 72 en 73 van het decreet van 9 maart 2023 betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid en de uitvoeringsmaatregelen ervan.".
Art.225. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans le Titre 1er inséré par l'article 221, il est inséré un article D.226 rédigé comme suit :
  " Art. D.226. Tout plan de réhabilitation au sens du présent chapitre est réalisé par un expert agréé conformément au décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols ainsi qu'à ses mesures d'exécution.
  Tout titulaire d'un plan de réhabilitation approuvé avec ou sans conditions tient un registre de déchets exclusivement dédié aux déchets évacués des lieux du dépôt sauvage conformément aux articles 72 et 73 du décret du 9 mars 2023 relatif aux déchets, à la circularité des matières et à la propreté publique et leurs mesures d'exécution. ".
Art.226. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in deel IX, ingevoegd bij artikel 220, een Titel 2 met als opschrift "Procedure" ingevoegd.
Art.226. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie IX insérée par l'article 220, il est inséré un Titre 2 intitulé " Procédure ".
Art.227. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Titel 2, ingevoegd bij artikel 226, een artikel D.227 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.227. § 1. Met betrekking tot de berekening van de termijnen:
  1° is de dag van verzending of ontvangst die het beginpunt van een termijn is, niet in die termijn begrepen;
  2° is de dag waarop een termijn verstrijkt, in de termijn begrepen..
  In afwijking van lid 1, 2°, wordt, wanneer de dag waarop een termijn verstrijkt een zaterdag, een zondag of een feestdag is, de dag waarop de termijn verstrijkt, verschoven naar de eerstvolgende werkdag.
  § 2 Alle in dit hoofdstuk bedoelde termijnen worden van rechtswege geschorst van 16 juli tot en met 15 augustus en van 24 december tot en met 1 januari.
  In geval van schorsing van de in lid 1 bedoelde termijn worden de termijnen voor verzending en verstrijken verlengd met de duur van de schorsing of verlenging.
  § 3. Tenzij anders of specifiek bepaald in dit hoofdstuk of de uitvoeringsmaatregelen ervan, wordt elke zending die onder en krachtens dit hoofdstuk valt, uitgevoerd via een van de volgende twee communicatiemethoden:
  1° op papier door :
  1° per ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst;
  per elke soortgelijke formule waarmee vaste datum aan de verzending en aan de ontvangst van de akte gegeven kan worden, ongeacht de distributiedienst ;
  per neerlegging tegen ontvangstbewijs.
  2° hetzij via de geauthentificeerde elektronische weg.
  Met betrekking tot het eerste lid, 1°, b), en 2°, kan de Regering de procédés of methoden bepalen die zij erkent om aan de verzending en de ontvangst van een stuk een zekere datum te geven.".
Art.227. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans le Titre 2 inséré par l'article 226, il est inséré un article D.227 rédigé comme suit :
  " Art. D.227. § 1er. Concernant le calcul des délais :
  1° le jour de l'envoi ou de la réception qui est le point de départ d'un délai n'est pas compris dans ce délai;
  2° le jour de l'échéance d'un délai est compris dans celui-ci.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 2°, lorsque le jour de l'échéance d'un délai est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au jour ouvrable suivant.
  § 2. Tous les délais visés dans le présent chapitre sont suspendus de plein droit du 16 juillet au 15 août et du 24 décembre au 1er janvier.
  En cas de suspension de délai visée à l'alinéa 1er, les délais d'envoi et d'échéance sont prorogés de la durée de la suspension ou de la prolongation.
  § 3. Sauf disposition contraire ou particulière dans le présent chapitre ou ses mesures d'exécution, tout envoi visé par et en vertu du présent chapitre est exécuté selon l'un des deux modes de communication suivants :
  1° soit la voie papier :
  par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception;
  par recours à toute formule similaire permettant de donner date certaine à l'envoi et à la réception de l'acte, quel que soit le service de distribution du courrier utilisé; ou;
  par dépôt contre récépissé;
  2° soit la voie électronique authentifiée.
  Concernant l'alinéa 1er, 1°, b), et 2°, le Gouvernement peut déterminer les procédés ou les modalités qu'il reconnaît comme permettant de donner une date certaine à l'envoi et à la réception. ".
Art.228. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Titel 2, ingevoegd bij artikel 226, een artikel D.228 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.228. § 1. Elke aanvraag voor goedkeuring van een herstelplan moet ten minste alle volgende informatie bevatten:
  1° indien de aanvrager :
  een natuurlijke persoon is : de achternaam, voornaam, geboortedatum en het adres van de aanvrager en, facultatief voor de aanvrager, het telefoonnummer van een contactpersoon of -dienst;
  een rechtspersoon is: de naam of bedrijfsnaam, de rechtsvorm, het adres van de statutaire zetel en de naam, voornaam, adres en hoedanigheid van de persoon die gemachtigd is om het verzoek in te dienen en, optioneel voor de aanvrager, het telefoonnummer van een contactpersoon of -dienst;
  2° de ligging van het grondstuk waarop de illegale afvalstorting plaatsvindt, met inbegrip van :
  adres, plaats en oppervlakte;
  de kadastrale kaart die het perceel identificeert;
  de naam van het (de) kadastrale perceel(en) waarop de aanvraag tot goedkeuring van het herstelplan betrekking heeft;
  de planologische toewijzing in het gewestplan of gemeentelijk ontwikkelingsplan en de locatie van het perceel op het gewestplan;
  de huidige bezetting van de locatie en de directe omgeving, in het bijzonder de habitat en het type vegetatie;
  een situatieplan met opgave van de bij het plan betrokken percelen op een topografische kaart op schaal 1/10.000e en hun Lambert-coördinaten met georeferentie;
  en plattegrond waarop de ligging van bijzondere of kwetsbare gebieden is aangegeven, met inbegrip van Natura 2000-gebieden (ten minste de gebieden binnen driehonderd meter van de illegale afvalstortingsplaats in kwestie).
  § 2. Elke aanvraag voor goedkeuring van een herstelplan moet bovendien alle volgende informatie bevatten:
  1° een plaatsbeschrijving van de betrokken gronden, met inbegrip van :
  beschrijving en identificatie van de aard van het aanwezige zwerfvuil en mogelijke verontreinigingen;
  een beschrijving van de grond, de geschiedenis ervan en de oorsprong van het zwerfvuil;
  de afbakening van het afval;
  de hoeveelheid aanwezig zwerfvuil, in totaal volume en respectieve percentages;
  e) recente en nauwkeurige foto's van de betrokken grond, genomen vanuit elke windstreek of de meest gevoelige gezichtspunten;
  2° beoordeling van de impact van het zwerfvuil:
  op grond van een pertinente geologische, hydrogeologische, geomorfologische en hydrografische studie, de beoordeling van de impact van het zwerfvuil op de grondwaterlagen en de eventuele waterwinningen, evenals op de oppervlaktewateren;
  de beoordeling van de gevolgen en de risico's voor de bodem, de ondergrond, de lucht, de menselijke gezondheid, de omgevingsfauna en -flora, w.o. de Natura 2000-gebieden;
  de mate van urgentie van de sanering, gezien de risico's voor het milieu en de volksgezondheid die het bestaan van de illegale afvalstorting met zich meebrengt;
  3° een omschrijving:
  van de verschillende technische saneringsmethoden die geschikt zijn voor zowel de verwijdering van het aanwezige zwerfvuil als het beheer en de sanering van de bodem, elk vergezeld van een raming :
  van de resultaten op het gebied van risicobeheer voor het milieu en de menselijke gezondheid;
  van zijn kosten, inclusief de kosten van beveiligings- of controlemaatregelen;
  van het uit te voeren werk en de eventuele fasering van het werk, met redelijke deadlines voor de voltooiing;
  van de beheermethode(n) voor elk type zwerfvuil dat van de illegale afvalstortingsplaatsen verwijderd moet worden;
  van de maatregelen die zijn genomen om de veiligheid tijdens de saneringswerkzaamheden te garanderen en de eventuele gevolgen van de werkzaamheden voor naburige gronden;
  4° een verantwoording dat de gekozen technische processen voor sanering voldoen aan de best beschikbare technieken zowel op het vlak van afvalbeheer als bodembeheer en -sanering;
  5° een omschrijving:
  van de toezichts- of veiligheidsmaatregelen die tijdens de sanering moeten worden genomen, samen met het (de) termijn(en) voor de handhaving ervan op de illegale afvalstortingsplaatsen;
  van de restrisico's en, indien van toepassing, veiligheidsmaatregelen die zijn aangepast aan het toekomstige gebruik van de grond, samen met de termijn(en) voor het onderhoud ervan op de gesaneerde plaatsen;
  6° een evaluatienota van de milieueffecten overeenkomstig Boek I van het Milieuwetboek;
  7° een niet-technische samenvatting van de gegevens bedoeld in dit lid.
  § 3 Voor elke aanvraag tot goedkeuring van een herstelplan is een dossierrecht van tweehonderdvijftig euro verschuldigd door de aanvrager.
  De opbrengst van de in lid 1 bedoelde dossierrecht wordt volledig gestort in het "Fonds pour la protection de l'Environnement "(Fonds voor de bescherming van het leefmilieu), "section Protection des sols" (afdeling Bodembescherming).".
  Elke aanvraag tot goedkeuring van een herstelplan dient vergezeld te gaan van het bewijs van betaling van het in lid 1 bedoelde dossierrecht, op straffe van niet-ontvankelijkheid.
  De aanvraag tot herstelplan en een synthese van de gegevens worden eveneens langs de elektronische weg verstrekt, volgens de modaliteiten die door de gewestelijke administratie bepaald worden.
  § 4 Elke aanvraag tot goedkeuring van een herstelplan bevat, indien van toepassing, ook de informatie of documenten die worden vereist door :
  1° artikel D.IV.26, § 1, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  2° artikel 17 en artikel 83, tweede lid, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen ervan.".
Art.228. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans le Titre 2 inséré par l'article 226, il est inséré un article D.228 rédigé comme suit :
  " Art. D.228. § 1er. Toute demande d'approbation d'un plan de réhabilitation contient au moins l'ensemble des informations suivantes :
  1° si le demandeur est :
  une personne physique : le nom, le prénom, la date de naissance, l'adresse du demandeur ainsi que, de manière optionnelle pour le demandeur, le numéro de téléphone d'une personne ou d'un service de contact;
  une personne morale : la dénomination ou la raison sociale, la forme juridique, l'adresse du siège social ainsi que le nom, le prénom, l'adresse et la qualité de la personne mandatée pour introduire la demande ainsi que, de manière optionnelle pour le demandeur, le numéro de téléphone d'une personne ou d'un service de contact;
  2° une localisation du terrain concerné par le dépôt sauvage, en ce compris :
  l'adresse, le lieu-dit et la superficie;
  le plan cadastral sur lequel est identifié le terrain;
  le libellé de la ou des parcelles cadastrales concernées par la demande d'approbation du plan de réhabilitation;
  l'affectation planologique au plan de secteur ou au plan communal d'aménagement et la localisation du terrain sur le plan de secteur;
  l'occupation actuelle du terrain et des alentours immédiats, notamment l'habitat et le type de végétation;
  un plan de situation reprenant la ou les parcelles concernées sur une carte topographique exécutée à l'échelle 1/10 000e ainsi que leurs coordonnées Lambert géoréférencées;
  un plan de localisation de zones particulières ou sensibles dont les périmètres Natura 2000 (au moins ceux présents dans les trois cents mètres du lieu du dépôt sauvage concerné).
  § 2. Toute demande d'approbation d'un plan de réhabilitation contient en outre au moins l'ensemble des informations suivantes :
  1° un état des lieux du terrain concerné, en ce compris :
  la description et l'identification de la nature des déchets sauvages présents et des potentiels contaminants;
  la description du terrain, son historique et l'origine de la présence des déchets sauvages;
  la délimitation des déchets;
  la quantité des déchets sauvages présents, en volume total et en pourcentages respectifs;
  des photographies récentes et précises du terrain concerné prises à partir de chaque point cardinal ou des points de vue les plus sensibles;
  2° une évaluation de l'impact des déchets sauvages :
  sur la base d'une étude géologique, hydrogéologique, géomorphologique et hydrographique pertinente, l'évaluation de l'impact des déchets sauvages sur les nappes phréatiques et les éventuels captages ainsi que sur les eaux de surface;
  l'évaluation des impacts et des risques sur le sol, le sous-sol, l'air, la santé humaine, la faune et la flore environnantes, dont les sites Natura 2000;
  le degré d'urgence de la réhabilitation compte tenu des risques liés à l'existence du dépôt sauvage pour l'environnement et la santé humaine;
  3° une description :
  des différents procédés techniques de réhabilitation pertinents tant pour l'évacuation des déchets sauvages présents que pour la gestion et l'assainissement du sol, accompagnés chacun d'une estimation :
  des résultats en termes de gestion des risques pour l'environnement et la santé humaine;
  de son coût, en ce compris celui des mesures de sécurité ou de suivi éventuelles;
  des actes et travaux, et le cas échéant de leur phasage éventuel, assortis de délais raisonnables de réalisation;
  du ou des modes de gestion pour chaque type de déchet sauvage nécessitant une évacuation des lieux du dépôt sauvage;
  des mesures prises pour assurer la sécurité lors de l'exécution des travaux de réhabilitation ainsi que l'impact éventuel desdits travaux sur les terrains voisins;
  4° une justification selon laquelle les procédés techniques choisis pour la réhabilitation répondent aux meilleures techniques disponibles tant en matière de gestion des déchets qu'en matière de gestion et d'assainissement des sols;
  5° un descriptif :
  des mesures de suivi ou de sécurité à prendre durant la réhabilitation, assorties du ou des délais de leur maintenance sur les lieux du dépôt sauvage;
  des risques résiduels et le cas échéant, les mesures de sécurité adaptées à l'usage futur du terrain assorties du ou des délais de leur maintenance sur les lieux réhabilités;
  6° une notice d'évaluation des incidences sur l'environnement conformément au Livre Ier du Code de l'environnement;
  7° un résumé non technique des données visées au présent paragraphe.
  § 3. Toute demande d'approbation d'un plan de réhabilitation est soumise à un droit de dossier fixé à deux cent cinquante euros à charge du demandeur.
  Le produit du droit de dossier visé à l'alinéa 1er est intégralement versé au Fonds pour la Protection de l'Environnement, section " Protection des sols. ".
  Sous peine d'irrecevabilité, toute demande d'approbation d'un plan de réhabilitation est accompagnée de la preuve de paiement du droit de dossier visé à l'alinéa 1er.
  La demande de plan de réhabilitation et une synthèse des données sont fournis sur support informatique selon les modalités définies par l'administration régionale.
  § 4. Toute demande d'approbation d'un plan de réhabilitation contient également, le cas échéant, les informations ou les documents requis par :
  1° l'article D.IV.26, § 1er, du Code du développement territorial et ses mesures d'exécution;
  2° l'article 17 et l'article 83, alinéa 2, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et leurs mesures d'exécution. ".
Art.229. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Titel 2, ingevoegd bij artikel 226, een artikel D.229 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.229. § 1. § 2. De gewestelijke administratie stuurt haar beslissing over de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag voor goedkeuring van het herstelplan binnen dertig dagen te rekenen van de dag van ontvangst van de aanvraag.
  Indien de aanvraag onvolledig is, zendt de gewestelijke administratie de aanvrager het overzicht van de ontbrekende stukken en informatie en wijst erop dat de procedure hervat wordt met ingang van de datum van ontvangst van het volledige dossier.
  Als er binnen deze termijn geen beslissing wordt genomen over de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag, wordt de aanvraag ontvankelijk geacht.
  § 2. Zodra de gewestelijke administratie haar beslissing over de volledigheid en de ontvankelijkheid van de aanvraag heeft verzonden of, bij gebreke daaraan, zodra de termijn verstreken is waarbinnen de gewestelijke administratie een beslissing moet nemen over de volledigheid en de ontvankelijkheid van die aanvraag, zendt het alle documenten en informatie vervat in de aanvraag tot goedkeuring van het herstelplan voor advies naar de verschillende bevoegde organen of overheden die het aanwijst, alsook naar het gemeentecollege van de betrokken gemeente of naar de gemeentecolleges van de betrokken gemeenten, naargelang van het gemeentelijk grondgebied of de gemeentelijke grondgebieden waarop de aanvraag tot goedkeuring van het herstelplan betrekking heeft
  Indien een geraadpleegde instantie of overheid of betrokken gemeentecollege wenst dat een overlegvergadering tussen de geraadpleegde instanties of overheden, het betrokken gemeentecollege of betrokken gemeentecollege, de gewestelijke administratie wordt gehouden, geeft ze de gewestelijke administratie binnen 15 dagen, te rekenen van de datum waarop om adviesverlening is verzocht, kennis daarvan bij aangetekend schrijven of via elke andere modaliteit die vaste datum verleent.
  Indien de gewestelijke administratie zelf wenst dat deze overlegvergadering plaatsvindt, brengt het de geraadpleegde instanties of overheden en het betrokken gemeentecollege of betrokken gemeentecolleges op dezelfde wijze en binnen dezelfde termijn op de hoogte.
  Alle geraadpleegde instanties of overheden en het betrokken gemeentecollege of de betrokken gemeentecolleges brengen binnen vijfendertig dagen na de datum van aanhangigmaking advies uit.
  Als een of meer betrokken instanties, overheden of gemeenten niet binnen deze termijn een advies uitbrengen, wordt de procedure voortgezet.".
Art.229. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans le Titre 2 inséré par l'article 226, il est inséré un article D.229 rédigé comme suit :
  " Art. D.229. § 1er. L'administration régionale envoie sa décision statuant sur le caractère complet et recevable de la demande d'approbation du plan de réhabilitation dans un délai de trente jours à dater de la réception de ladite demande.
  Si la demande est incomplète, l'administration régionale envoie au demandeur un relevé des documents et informations manquant et précise que la procédure recommence à dater de leur réception.
  En l'absence de décision sur le caractère complet et recevable de la demande dans ce délai, la demande est réputée recevable.
  § 2. Dès que l'administration régionale envoie sa décision statuant sur le caractère complet et recevable de la demande, ou à défaut, dès l'expiration du délai imparti à l'administration régionale pour statuer sur le caractère complet et recevable de ladite demande, elle envoie tous les documents et toutes les informations contenus dans la demande d'approbation du plan de réhabilitation pour avis aux différentes instances ou autorités compétentes qu'elle désigne ainsi qu'au collège communal de la commune concernée ou aux collèges communaux des communes concernées en fonction du ou des territoires communaux sur lesquels porte la demande de plan de réhabilitation.
  Si une instance ou une autorité consultée ou un collège communal concerné souhaite la tenue d'une réunion de concertation des instances ou autorités consultées, du collège communal concerné ou des collèges communaux concernés, de l'administration régionale, il en informe l'administration régionale par envoi recommandé ou toute autre modalité conférant date certaine dans un délai de quinze jours à dater de la demande d'avis.
  Si l'administration régionale souhaite elle-même la tenue de ladite réunion de concertation, elle en informe de la même manière et dans les mêmes délais les instances ou autorités consultées, le collège communal ou les collèges communaux concernés.
  Toutes les instances ou autorités consultées et le collège communal concerné ou les collèges communaux concernés transmettent leur avis dans un délai de trente-cinq jours à dater de leur saisine.
  A défaut d'avis rendu dans ce délai par une ou plusieurs instances, autorités ou par une commune concernée, la procédure se poursuit. ".
Art.230. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Titel 2, ingevoegd bij artikel 226, een artikel D.230 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.230. § 1. Voor zover het herstelplan niet onderworpen wordt aan een effectenonderzoek overeenkomstig de artikelen D.66, § 2, en D.68, §§ 2 en 3, van Boek I van het Milieuwetboek, wordt een fase van deelname van het publiek onder de vorm van een projectaankondiging verricht door de betrokken gemeente(n), volgens de modaliteiten bepaald in de paragrafen 2 tot 6 van dit artikel.
  § 2. Het project wordt aangekondigd door aanplakking van een bericht waarin te lezen staat dat er bij de gewestelijke administratie een aanvraag tot saneringsplan is ingediend.
  Het bericht wordt door de aanvrager langs de rooilijn, en leesbaar vanaf de openbare weg, op het grondstuk aangebracht, daags na de dag waarop hij kennis heeft genomen van de volledigheid en de ontvankelijkheid van het saneringsproject of daags na de dag waarop de aanvraag tot goedkeuring van het saneringsproject bij ontstentenis van rechtswege ontvankelijk is verklaard.
  Deze aanplakking blijft gedurende drie weken aanwezig.
  Binnen dezelfde termijn en voor dezelfde duur wordt het bericht door het gemeentebestuur op de gewone aanplakkingsplaatsen aangeplakt. Ze kan het bovendien bekendmaken op de website van de gemeente;
  § 3 De aanvrager is verantwoordelijk voor het ophangen van het bord op de grond waarop de aanvraag tot goedkeuring van het herstelplan betrekking heeft en voor het in goede staat houden van het bord gedurende de periode van drie weken.
  § 4. Het advies bevat minstens een omschrijving van de hoofdkenmerken van de aanvraag tot herstelplan, de periode waarin de bezwaren en bemerkingen aan het betrokken gemeentecollege of de betrokken gemeentecolleges kunnen worden gericht, evenals de dagen, uren en de plaats waar(op) eenieder inzage kan krijgen in het dossier. Het aan een projectaankondiging onderworpen dossier ligt kosteloos ter inzake in elk betrokken gemeentebestuur tijdens de kantooruren.
  § 5 Iedereen kan bij de persoon die daartoe door het betrokken gemeentecollege of de betrokken gemeentecolleges is aangewezen, uitleg krijgen over de aanvraag tot goedkeuring van het herstelplan.
  Bezwaren en bemerkingen worden tijdens de periode van vijftien dagen, bepaald in het bericht, aan één van de betrokken gemeentecolleges gericht. De aanplakking wordt uiterlijk vijf dagen voor de periode waarin de bezwaren en bemerkingen aan één van de betrokken gemeentecolleges kunnen worden gericht, uitgevoerd.
  § 6 Het gemeentecollege van elke gemeente waar een projectaankondiging werd georganiseerd, bezorgt aan de gewestelijk administratie, binnen de tien dagen na de afsluiting van de projectaankondiging, de bezwaren en opmerkingen, zowel schriftelijk als mondeling, die tijdens de inspraakfase van het publiek werden geformuleerd, met inbegrip van het proces-verbaal van afsluiting waarin de tijdens die fase geformuleerde opmerkingen en commentaren zijn opgenomen. Deze notulen worden ondertekend door de daartoe door het gemeentecollege aangewezen ambtenaar".".
Art.230. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans le Titre 2 inséré par l'article 226, il est inséré un article D.230 rédigé comme suit :
  " Art. D.230. § 1er. Pour autant que le plan de réhabilitation ne soit pas soumis à une étude d'incidences conformément aux articles D.64, § 2, et D.65, §§ 2 et 3, du Livre Ier du Code de l'Environnement, une phase de participation du public sous la forme d'une annonce de projet est organisée par la ou les communes concernées selon les modalités des paragraphes 2 à 6 du présent article.
  § 2. L'annonce de projet s'effectue par l'apposition d'un avis indiquant qu'une demande de plan de réhabilitation a été introduite auprès de l'administration régionale.
  L'avis est affiché par le demandeur sur le terrain à front de voirie et lisible à partir de celle-ci, le lendemain du jour où il prend connaissance du caractère complet et recevable du projet d'assainissement ou le lendemain du jour où la demande d'approbation du plan de réhabilitation est recevable par défaut de plein droit.
  L'affichage s'opère pour une durée de trois semaines.
  Dans le même délai et pour la même durée, l'administration communale affiche l'avis aux endroits habituels d'affichage. Elle peut en outre le publier sur le site internet de la commune.
  § 3. Le demandeur est responsable de l'affichage de l'avis sur le terrain visé par sa demande d'approbation de plan de réhabilitation ainsi que du maintien en bon état dudit affichage pendant la période de trois semaines.
  § 4. L'avis comporte au minimum une description des caractéristiques essentielles de la demande de plan de réhabilitation, la période durant laquelle les réclamations et observations peuvent être envoyées au collège communal concerné ou aux collèges communaux concernés ainsi que les jours, heures et lieu où toute personne peut consulter le dossier. Le dossier soumis à annonce de projet peut être consulté gratuitement dans chaque administration communale concernée, aux heures d'ouverture des bureaux.
  § 5. Toute personne peut obtenir des explications relatives à la demande d'approbation du plan de réhabilitation auprès de la personne désignée à cette fin par le collège communal concerné ou les collèges communaux concernés.
  Les réclamations et observations sont adressées à l'un des collèges communaux concernés pendant la période de quinze jours déterminée dans l'avis. L'affichage est réalisé au plus tard cinq jours avant la période durant laquelle les réclamations et observations peuvent être envoyées à l'un des collèges communaux concernés.
  § 6. Le collège communal de chaque commune où une annonce de projet a été organisée envoie à l'administration régionale, dans les dix jours de la clôture de l'annonce de projet, les objections et les observations, écrites et orales, formulées au cours de la phase de participation du public, y compris le procès-verbal de clôture consignant les remarques et observations émises durant ladite phase. Ledit procès-verbal est signé par l'agent désigné à cet effet par le collège communal. ".
Art.231. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Titel 2, ingevoegd bij artikel 226, een artikel D.231 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.231. Wanneer de aanvraag tot goedkeuring van het herstelplan aan een effectenonderzoek wordt onderworpen overeenkomstig de artikelen D.64, § 2 en D.65, §§ 2 en 3 van Boek I van het Milieuwetboek, wordt een openbaar onderzoek verricht door de betrokken gemeente(n) volgens de modaliteiten bepaald in Boek I van het Milieuwetboek.
  Het gemeentecollege van elke gemeente waar een openbaar onderzoek werd georganiseerd, bezorgt de gewestelijke administratie binnen tien dagen na afsluiting van het openbaar onderzoek de tijdens het onderzoek schriftelijke en mondelinge geformuleerde bezwaren en opmerkingen, met inbegrip van het proces-verbaal bedoeld in artikel D. 29-19 van Boek I van het Milieuwetboek.".
Art.231. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans le Titre 2 inséré par l'article 226, il est inséré un article D.231 rédigé comme suit :
  " Art. D.231. Lorsque la demande d'approbation du plan de réhabilitation est soumise à étude d'incidences conformément aux articles D.64, § 2, et D.65, §§ 2 et 3, du Livre Ier du Code de l'Environnement, une enquête publique est organisée par la commune concernée ou les communes concernées selon les modalités définies par le Livre Ier du Code de l'Environnement.
  Le collège communal de chaque commune où une enquête publique a été organisée envoie à l'administration régionale, dans les dix jours de la clôture de l'enquête publique, les objections et les observations, écrites et orales, formulées au cours de ladite enquête, y compris le procès-verbal visé à l'article D.29-19 du Livre Ier du Code de l'Environnement. ".
Art.232. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Titel 2, ingevoegd bij artikel 226, een artikel D.232 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.232. § 1. De gewestelijke administratie zendt haar beslissing tot goedkeuring, voorwaardelijke goedkeuring of weigering van de aanvraag tot goedkeuring van het herstelplan binnen honderdtwintig dagen vanaf :
  1° de datum van verzending van de beslissing over de volledigheid en ontvankelijkheid van voornoemde goedkeuringsaanvraag; of bij gebreke daaraan;
  2° vanaf de dag die volgt op de dag waarop de aanvraag tot goedkeuring van het herstelplan bij verstek ontvankelijk is.
  De beslissing wordt verstuurd naar de gemeente(n) waarop het herstelplan betrekking heeft.
  Als de aanvraag tot goedkeuring van het herstelplan wordt ingeleid op basis van artikel D.224, § 1, 1°, 2°, 3°, 4° of 5°, wordt de beslissing ook overgemaakt aan de gewestelijke sanctionerende ambtenaar.
  Indien binnen de in lid 1 bedoelde termijn geen beslissing is genomen, wordt de aanvraag tot goedkeuring van het herstelplan geacht te zijn afgewezen.
  § 2 Als de gewestelijke administratie het herstelplan met of zonder voorwaarden goedkeurt, stelt haar beslissing ten minste de termijn vast waarbinnen de saneringsmaatregelen en -werken moeten worden opgestart en voltooid.
  In voorkomend geval worden in de in het eerste lid bedoelde beslissing de gegevens of documenten vermeld die overeenkomstig de in paragraaf 4 bedoelde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vereist zijn, en met name :
  1° de artikelen D.IV.53 tot D.IV.58, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  2° artikel 45 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
  § 3 Wanneer de gewestelijke administratie het herstelplan onder voorwaarden goedkeurt, kan zij de aanvrager alle voorwaarden opleggen die zij nuttig acht om te waarborgen dat het herstelplan voldoet aan alle bepalingen van dit hoofdstuk, in het bijzonder aan de doelstellingen bedoeld in artikel D.225.
  § 4 Elke beslissing om een herstelplan goed te keuren, met of zonder voorwaarden, geldt als :
  milieuvergunning, globale vergunning, stedenbouwkundige vergunning, aangifte van vestiging van klasse 3 in de zin van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling en zijn uitvoeringsmaatregelen; en;
  2° administratieve beslissing over :
  het oriënteringsonderzoek;
  het kenmerkenonderzoek;
  het saneringsproject;
  de saneringshandelingen en -werken;
  de opvolgingsmaatregelen;
  de veiligheidsmaatregelen.
  In afwijking van het eerste lid, 2°, geldt de beslissing om het herstelplan onder voorwaarden goed te keuren niet voor alle administratieve beslissingen, vermeld onder a tot en met f, indien één of meer van deze punten als voorwaarde worden gesteld voor de goedkeuring van het herstelplan. In dit geval staat het besluit om het herstelplan onder voorwaarden goed te keuren gelijk aan een administratieve beslissing voor de punten a) tot en met f) die niet onder een voorwaarde van de genoemde goedkeuringsbeslissing vallen. De uitvoering en naleving van deze voorwaarden gebeurt overeenkomstig het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
  § 5 De gewestelijke administratie kan elke beslissing tot goedkeuring, met of zonder voorwaarden, van een herstelplan schorsen of intrekken indien de houder van de genoemde beslissing niet voldoet aan :
  1° het decreet van 9 maart 2023 betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid, en zijn uitvoeringsmaatregelen;
  2° het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering en zijn uitvoeringsmaatregelen;
  3° de bepalingen over achterlaten, storten en afvalbeheer in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
  4° indien van toepassing, de voorwaarden uiteengezet in de beslissing tot voorwaardelijke goedkeuring van het herstelplan uit hoofde van dit hoofdstuk.
  § 6 Op verzoek van de houder of op initiatief van de gewestelijke administratie kan elk goedkeuringsbesluit met of zonder voorwaarden worden gewijzigd.
  Als de aanvraag tot wijziging van een rehabilitatieplan dat al dan niet onder voorwaarden werd goedgekeurd, van de gewestelijke administratie komt, zal die administratie eerst de houder van het betrokken herstelplan de kans geven om mondeling of schriftelijk opmerkingen te maken.
  De procedure die van toepassing is op de aanvraag tot goedkeuring van het herstelplan is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot wijziging van het herstelplan.".
Art.232. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans le Titre 2 inséré par l'article 226, il est inséré un article D.232 rédigé comme suit :
  " Art. D.232. § 1er. L'administration régionale envoie sa décision d'approbation, d'approbation sous conditions ou de refus de la demande d'approbation du plan de réhabilitation au demandeur dans un délai de cent vingt jours à dater :
  1° du jour de l'envoi de la décision statuant sur le caractère complet et recevable de ladite demande d'approbation; ou à défaut;
  2° du lendemain du jour où la demande d'approbation du plan de réhabilitation est recevable par défaut de plein droit.
  La décision est envoyée à la ou aux communes concernées par le plan de réhabilitation.
  Lorsque la demande d'approbation du plan de réhabilitation est initiée sur la base de l'article D.224, § 1er, 1°, 2°, 3°, 4° ou 5°, la décision est également envoyée au fonctionnaire sanctionnateur régional.
  En l'absence de décision dans le délai visé à l'alinéa 1er, la demande d'approbation du plan de réhabilitation est réputée refusée.
  § 2. Si l'administration régionale approuve avec ou sans conditions le plan de réhabilitation, sa décision fixe au moins le délai endéans lequel les actes et travaux de réhabilitation doivent être entamés et terminés.
  Le cas échéant, la décision visée à l'alinéa 1er mentionne les informations ou les documents requis conformément aux législations et réglementations visées au paragraphe 4, et notamment :
  1° les articles D.IV.53 à D.IV.58 du Code du développement territorial et leurs mesures d'exécution;
  2° l'article 45 du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, et ses mesures d'exécution.
  § 3. Lorsque l'administration régionale approuve le plan de réhabilitation sous conditions, elle peut imposer au demandeur toute condition qu'elle juge utile en vue de garantir que le plan de réhabilitation rencontre toutes dispositions du présent chapitre, spécialement les objectifs visés à l'article D.225.
  § 4. Toute décision d'approbation sans ou avec conditions d'un plan de réhabilitation vaut :
  1° permis d'environnement, permis d'urbanisme, permis unique et déclaration d'établissement de classe 3 au sens du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et du Code du développement territorial et leurs mesures d'exécution; et;
  2° décision administrative statuant sur :
  l'étude d'orientation;
  l'étude de caractérisation;
  le projet d'assainissement;
  les actes et travaux d'assainissement;
  les mesures de suivi;
  les mesures de sécurité.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 2°, la décision d'approbation sous conditions du plan de réhabilitation ne vaut pas toutes les décisions administratives visées aux points a) à f) si un ou plusieurs desdits points sont érigés en condition d'approbation du plan de réhabilitation. Dans cette hypothèse, la décision d'approbation sous conditions du plan de réhabilitation vaut décision administrative pour les points a) à f) qui ne sont pas visés par une condition de ladite décision d'approbation. L'exécution et le respect de telles conditions se réalisent conformément au décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols ainsi qu'à ses mesures d'exécution.
  § 5. L'administration régionale peut suspendre ou retirer toute décision d'approbation avec ou sans conditions d'un plan de réhabilitation lorsque le titulaire de ladite décision ne respecte pas :
  1° le décret du 9 mars 2023 relatif aux déchets, à la circularité des matières et à la propreté publique, et ses mesures d'exécution ;
  2° le décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols et ses mesures d'exécution;
  3° les dispositions en matière d'abandon, de rejet et de gestion des déchets dans le décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et ses mesures d'exécution;
  4° le cas échéant, les conditions prévues par la décision d'approbation sous conditions du plan de réhabilitation prise en vertu du présent chapitre.
  § 6. A la demande de son titulaire ou à l'initiative de l'administration régionale, toute décision d'approbation avec ou sans conditions peut être modifiée.
  Si la demande de modification d'un plan de réhabilitation approuvé avec ou sans conditions émane de l'administration régionale, ladite administration permet préalablement au titulaire du plan de réhabilitation concerné de formuler ses observations oralement ou par écrit.
  La procédure applicable à la demande d'approbation du plan de réhabilitation s'applique mutatis mutandis à la demande de modification du plan de réhabilitation. ".
Art.233. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt een deel X met als opschrift "Société publique d'Aide à la Qualité de l'Environnement" (Openbare maatschappij voor hulpverlening inzake de verbetering van het leefmilieu), ingevoegd".
Art.233. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, il est inséré une Partie X intitulée " Société Publique d'Aide à la Qualité de l'Environnement ".
Art.234. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.233 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.233. De Regering richt een naamloze vennootschap op met de naam "Société publique d'Aide à la Qualité de l'Environnement" (Openbare maatschappij voor hulpverlening inzake de verbetering van het leefmilieu), afgekort "SPAQuE".
  Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen is erop van toepassing tenzij anders bepaald in dit Boek. De handelingen van "SPAQuE" zijn onderworpen aan het Wetboek van economisch recht en zijn uitvoeringsmaatregelen.".
Art.234. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.233 rédigé comme suit :
  " Art. D.233. Le Gouvernement constitue une société anonyme de droit public dénommée " Société publique d'Aide à la Qualité de l'Environnement ", en abrégé " SPAQuE ".
  Le Code des sociétés et des associations lui est applicable sauf dérogation dans le présent Livre. Les actes de la SPAQuE sont soumis au Code de droit économique et ses mesures d'exécution. ".
Art.235. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.234 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.234. De statuten van SPAQuE en alle wijzigingen daarvan moeten door de Regering worden goedgekeurd.
  De Regering keurt ook goed:
  1° de samenstelling van de Raad van bestuur;
  2° de oprichting van dochterondernemingen en de verkoop van meerderheidsbelangen;
  3° kapitaalverhogingen.".
Art.235. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.234 rédigé comme suit :
  " Art. D.234. Les statuts de la SPAQuE et leurs modifications sont soumis à l'approbation du Gouvernement.
  Le Gouvernement approuve également :
  1° la composition du Conseil d'administration;
  2° la création de filiales et la cession de participations majoritaires;
  3° les augmentations de capital. ".
Art.236. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.235 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.235. De SPAQuE is vrijgesteld van roerende voorheffing".
Art.236. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.235 rédigé comme suit :
  " Art. D.235. La SPAQuE est exonérée du précompte immobilier. ".
Art.237. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.236 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.236. SPAQuE heeft als doel :
  1° het uitvoeren van alle activiteiten met betrekking tot de preventie, de nuttige toepassing en de verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het uitvoeren van ambtshalve maatregelen;
  2° het uitvoeren van alle activiteiten met betrekking tot het beheer en de sanering van potentieel verontreinigde en verontreinigde bodems, met inbegrip van het uitvoeren van ambtshalve maatregelen, en het bijdragen tot het verbeteren van de kennis van de bodemtoestand en het voorkomen van schade aan de bodemkwaliteit;
  3° bijdragen tot de herontwikkeling van braakliggende terreinen in Wallonië, met inbegrip van stortplaatsen en oude industrieterreinen;
  4° de gecoördineerde aanleg van een grondreserve van strategische braakliggende openbare gronden, met name om ze te bestuderen, veilig te maken, te herstellen en opnieuw in te passen in een dichter territoriaal weefsel;
  5° het ondersteunen van publieke en private actoren die geconfronteerd worden met het probleem van potentieel verontreinigde of verontreinigde bodem, of in andere domeinen die verband houden met het doel ervan;
  6° de lokale besturen adviseren op gebieden die verband houden met haar doel;
  7° ondersteuning van toekomstplanning en de ontwikkeling van strategische plannen, programma's of instrumenten op gebieden die verband houden met haar doel;
  8° de administratie bijstaan in de uitvoering van haar opdrachten op gebieden die verband houden met haar doel;
  9° het onderzoeken, ontwikkelen en delen van expertise, ervaring, kennis en instrumenten ontwikkeld op gebieden die verband houden met haar doel en die bijdragen tot dergelijke acties;
  10° een technische bijdrage leveren tot de uitvoering van het beleid inzake milieu en duurzame ontwikkeling in het kader van haar opdracht;
  11° de internationale promotie van de Waalse knowhow op gebieden die verband houden met haar doel, waarbij industriële, commerciële of financiële risico's worden vermeden.".
Art.237. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.236 rédigé comme suit :
  " Art. D.236. La SPAQuE a pour objet :
  1° la réalisation de toutes les activités liées à la prévention, à la valorisation, à l'élimination, de déchets, en ce compris l'exécution de mesures d'office;
  2° la réalisation de toutes les activités liées à la gestion et à l'assainissement des sols potentiellement pollués et pollués, en ce compris l'exécution de mesures d'office, et la contribution à l'amélioration de la connaissance de l'état des sols, à la prévention des atteintes à la qualité des sols;
  3° la contribution à la revalorisation du foncier dégradé wallon, en ce compris les décharges et les friches industrielles;
  4° la constitution coordonnée d'une réserve foncière de terrains publics dégradés stratégiques, notamment dans la perspective de procéder à leur étude, leur mise en sécurité, leur remise en état et leur réintégration dans un tissu territorial densifié;
  5° l'accompagnement des acteurs publics et privés confrontés à une problématique de sol potentiellement pollué ou pollué ou dans d'autres domaines se rapportant à son objet;
  6° le conseil aux pouvoirs locaux dans les domaines se rapportant à son objet;
  7° le soutien à la prospective et l'élaboration de plans, programmes ou outils stratégiques dans les domaines se rapportant à son objet;
  8° l'assistance à l'administration pour la mise en oeuvre de ses missions dans les domaines se rapportant à son objet;
  9° la recherche, le développement et le partage de l'expertise, de l'expérience, des savoirs et des outils développés dans les domaines se rapportant à son objet et à la contribution à de telles actions;
  10° la contribution technique à la mise en oeuvre de politiques environnementales et en matière de développement durable dans le cadre des missions qui lui sont confiées;
  11° la valorisation à l'international du savoir-faire wallon dans les domaines se rapportant à son objet, en veillant à éviter les risques industriels, commerciaux ou financiers. ".
Art.238. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.237 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.237. De Regering kan de regels inzake tussenkomst van de SPAQuE bepalen wat betreft de uitvoering van deze opdrachten.
  De Regering kan SPAQuE ook andere opdrachten toevertrouwen die nauw verband houden met deze opdrachten.
Art.238. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.237 rédigé comme suit :
  " Art. D.237. Le Gouvernement peut déterminer les règles d'intervention de la SPAQuE en ce qui concerne la réalisation de ces missions.
  Le Gouvernement peut, en outre, confier à la SPAQuE d'autres missions en relation étroite avec ces missions. ".
Art.239. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.238 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.238. Om haar doel te bereiken, kan SPAQuE :
  1° alle commerciële, industriële, financiële, onroerende of roerende verrichtingen uitvoeren die nodig of nuttig zijn voor de verwezenlijking van haar doel;
  2° verrichtingen uitvoeren die inkomsten kunnen genereren binnen de grenzen van haar maatschappelijk doel;
  3° de krachten bundelen met een ander gespecialiseerd bedrijf om synergieën of expertisecentra te creëren.
Art.239. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.238 rédigé comme suit :
  " Art. D.238. En vue de la réalisation de son objet, la SPAQuE peut :
  1° accomplir toutes opérations commerciales, industrielles, financières, immobilières ou mobilières nécessaires ou utiles à la réalisation de son objet;
  2° réaliser des opérations susceptibles de générer des revenus dans les limites de son objet social;
  3° s'associer avec une autre société spécialisée en vue de créer des synergies ou pôles de compétences. ".
Art.240. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.239 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.239. § 1. Om haar opdrachten te verrichten, is de SPAQuE gemachtigd om tegen de door de Regering vastgestelde voorwaarden één of meerdere al dan niet gekadastreerde percelen, en de buitenkanten ervan, te betreden om er de onderzoeken, analyses en monsternames te verrichten, al dan niet vergezeld door deskundigen of gespecialiseerde ondernemingen.
  § 2. Zodra de SPAQuE belast wordt met de sanering van illegale afvalstorting in de zin van Deel IX van dit Boek, met de sanering krachtens artikel 198, § 1, van het decreet van 9 maart 2023 betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid, de uitvoering van maatregelen en werken voor de sanering van een terrein in de zin van artikel 81 van het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering of een te saneren terrein in de zin van artikel D. V.1 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, mogen geen handelingen worden gesteld die de goede uitvoering ervan kunnen belemmeren.
  § 3 Het onderhoud van de constructies en werken die nodig zijn voor de restauratie, sanering of herstel vormt een erfdienstbaarheid van openbaar nut op de grond waarop die constructies en werken betrekking hebben. De Regering bepaalt bij individueel besluit de beperkingen die worden opgelegd aan het gebruik van het goed. Er is geen vergoeding verschuldigd aan de houders van zakelijke of persoonlijke rechten".
Art.240. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.239 rédigé comme suit :
  " Art. D.239. § 1er. Aux fins de la réalisation de ses missions, la SPAQuE est autorisée à pénétrer, aux conditions fixées par le Gouvernement, sur et autour d'une ou plusieurs parcelles cadastrées ou non en vue d'y effectuer les études, analyses et prélèvements, en étant accompagnée si nécessaire d'experts ou d'entreprises spécialisées.
  § 2. Dès que la SPAQuE est chargée de la réhabilitation d'un lieu de dépôt sauvage de déchets au sens de la Partie IX du présent Livre, d'une remise en état en vertu de l'article 198, § 1er, du décret du 9 mars 2023 relatif aux déchets, à la circularité des matières et à la propreté publique, de la mise en oeuvre d'actes et travaux d'assainissement d'un site au sens de l'article 81 du décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols ou d'un site à réaménager au sens de l'article D.V.1 du Code du développement territorial, aucun acte de nature à nuire à sa bonne exécution ne peut être pris.
  § 3. Le maintien des ouvrages et travaux nécessaires à la remise en état, l'assainissement ou la réhabilitation constitue une servitude d'utilité publique grevant le terrain visé par lesdits ouvrages et travaux. Le Gouvernement détermine par arrêté individuel les limitations imposées à l'usage du bien. Aucune indemnisation n'est due aux titulaires de droits réels ou personnels. ".
Art.241. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.240 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.240. De waarborg van het Gewest t.o.v. derden wordt aan de SPAQuE toegekend onder de voorwaarden die de Regering bepaalt, tegen de rentevoet en de afschrijving van de door de SPAQuE uit te geven obligaties en tegen de aan te gane leningen.
  In geval van niet-terugbetaling van de obligaties of leningen of van de desbetreffende betalingen, stort het Gewest de aan de derden verschuldigde sommen aan de SPAQuE.".
Art.241. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.240 rédigé comme suit :
  " Art. D.240. La garantie de la Région envers les tiers est accordée à SPAQuE aux conditions que le Gouvernement détermine, à l'intérêt et à l'amortissement des obligations à émettre par la SPAQuE et aux emprunts à contracter.
  Dans les cas de non-remboursement des obligations ou emprunts ou des paiements y afférents, la Région fournit à la SPAQuE les sommes dues aux tiers. ".
Art.242. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.241 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.241. De voorschriften, modaliteiten en doelstellingen volgens dewelke de SPAQuE haar opdrachten vervult, liggen vast in het beheerscontract dat ze voor vijf jaar met het Waalse Gewest gesloten heeft.".
Art.242. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.241 rédigé comme suit :
  " Art. D.241. Les règles, modalités et objectifs selon lesquels la SPAQuE exerce ses missions sont déterminés dans un contrat de gestion conclu pour une durée de cinq ans, entre la Région wallonne et la SPAQuE. ".
Art.243. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.242 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.242. Kunnen aandeelhouders van de SPAQuE zijn:
  1° het Waalse Gewest;
  3° elke vennootschap waarvan het kapitaal rechtstreeks of onrechtstreeks ter hoogte van minstens 50 % in handen is van het Waalse Gewest of van elke andere publiekrechtelijke persoon ;
  3° elke andere privaatrechtelijke persoon.
  Ongeacht de samenstelling van het kapitaal wordt de meerderheid van de mandaten in de raad van bestuur toegewezen aan kandidaten voorgedragen door de aandeelhouders bedoeld onder de punten 1° tot 3° van het eerste lid.
  Het mandaat van voorzitter van de Raad van bestuur kan enkel toegewezen worden aan een bestuurder die benoemd wordt op de voordracht van de aandeelhouders bedoeld onder de punten 1° tot 3° van het eerste lid.".
Art.243. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.242 rédigé comme suit :
  " Art. D.242. Peuvent être actionnaires de la SPAQuE :
  1° la Région wallonne;
  2° toute société dont le capital est détenu directement ou indirectement par la Région wallonne ou par toute autre personne de droit public à concurrence d'au moins cinquante pour cent;
  3° toute autre personne de droit privé.
  Quelle que soit la composition du capital, la majorité des mandats au Conseil d'administration est attribuée à des candidats proposés par les actionnaires visés sous les points 1° à 3° de l'alinéa 1er.
  Le mandat de président du Conseil d'administration ne peut être attribué qu'à un administrateur nommé sur proposition des actionnaires visés sous les points 1° à 3° de l'alinéa 1er. ".
Art.244. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.243 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.243. § 1. De SPAQuE wordt bestuurd door een Raad van bestuur.
  § 2. De Raad van bestuur mag alle handelingen verrichten die nodig of nuttig zijn voor de uitvoering van het maatschappelijk doel van de SPAQuE, met uitzondering van degene die worden toegewezen krachtens de wet, de statuten of deze titel aan de algemene vergadering.
  § 3. De Raad van bestuur ziet toe op het dagelijkse beheer waargenomen door het Directiecomité, dat daarover regelmatig verslag uitbrengt aan de Raad. De Raad van bestuur kan via zijn voorzitter het directiecomité elk ogenblik verzoeken om een verslag over de activiteiten van de SPAQuE of over een deel ervan.
  § 4. De Raad van bestuur kan zijn bevoegdheden geheel of gedeeltelijk overdragen aan het directiecomité, behalve :
  1° het uitstippelen van het algemeen beleid van de SPAQuE;
  2° alle bevoegdheden die uitdrukkelijk aan de raad van bestuur worden toegewezen krachtens de wet, het decreet of de statuten.
  Elke machtigingsakte moet duidelijk aangeven op welke bevoegdheden de machtiging slaat en de duur ervan.".
Art.244. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.243 rédigé comme suit :
  " Art. D.243. § 1er. La SPAQuE est administrée par un Conseil d'administration.
  § 2. Le Conseil d'administration a le pouvoir d'accomplir tous les actes nécessaires ou utiles à la réalisation de l'objet social de la SPAQuE, à l'exception de ceux que la loi, les statuts ou le présent titre réservent à l'assemblée générale.
  § 3. Le Conseil d'administration contrôle la gestion journalière assurée par le comité de direction qui en fait régulièrement rapport au conseil. Le Conseil d'administration ou son président peut, à tout moment, demander au comité de direction un rapport sur les activités de la SPAQuE ou sur certaines d'entre elles.
  § 4. Le Conseil d'administration peut déléguer au comité de direction tout ou partie de ses pouvoirs, à l'exception des pouvoirs suivants :
  1° la définition de la politique générale de la SPAQuE;
  2° ceux que la loi, le décret ou les statuts réservent expressément au Conseil d'administration.
  Tout acte de délégation identifie de manière précise les pouvoirs visés par cette délégation et leur durée. ".
Art.245. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.244 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.244. De Regering wijst de leden van de raad van bestuur aan. Hij teelt negen leden.".
Art.245. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.244 rédigé comme suit :
  " Art. D.244. Le Gouvernement désigne les membres du Conseil d'administration. Il compte neuf membres. ".
Art.246. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.245 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.245. De Raad van Bestuur kan uit zijn leden een Uitvoerend Comité samenstellen".
Art.246. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.245 rédigé comme suit :
  " Art. D.245. Le Conseil d'administration peut constituer en son sein un bureau exécutif. ".
Art.247. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.246 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.246. Onverminderd enige andere beperkingen voorzien door of krachtens enige wet of decreet of in de Statuten, is het mandaat van Bestuurder onverenigbaar met :
  1° het lidmaatschap van het Directiecomité;
  2° het feit dat hij personeelslid of gepensioneerde van de Vennootschap is.
  Wanneer een bestuurder een van de in lid 1 bedoelde hoedanigheden verwerft, is hij verplicht binnen een termijn van drie maanden ontslag te nemen uit de betreffende mandaten of functies. Indien hij dit nalaat, wordt hij na het verstrijken van deze termijn geacht van rechtswege zijn mandaat bij de SPAQuE te hebben neergelegd.".
Art.247. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.246 rédigé comme suit :
  " Art. D.246. Sans préjudice des autres limitations prévues par ou en vertu d'une loi, d'un décret ou dans les statuts, le mandat d'administrateur est incompatible avec :
  1° la qualité de membre du comité de direction;
  2° la qualité de membre du personnel ou pensionné de la Société.
  Lorsqu'un administrateur acquiert l'une des qualités visées à l'alinéa 1er, il est tenu de se démettre des mandats ou fonctions en question dans un délai de trois mois. S'il ne le fait pas, il est réputé, à l'expiration de ce délai, s'être démis de plein droit de son mandat auprès de la SPAQuE. ".
Art.248. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.247 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.247. Een directeur-generaal, benoemd door de Regering, is belast met het dagelijks bestuur en de vertegenwoordiging van de SPAQuE, alsook met de uitvoering van de beslissingen van de Raad van Bestuur.
  De directeur-generaal woont de vergaderingen van de raad van bestuur en het uitvoerend bureau bij.
Art.248. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.247 rédigé comme suit :
  " Art. D.247. Un directeur général, nommé par le Gouvernement, est chargé de la gestion journalière et de la représentation de la SPAQuE, de même que de l'exécution des décisions du Conseil d'administration.
  Le directeur général assiste aux réunions du Conseil d'administration et du bureau exécutif. ".
Art.249. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.248 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.248. De directeur-generaal wordt periodiek beoordeeld door de Raad van Bestuur.
  De beoordelingsprocedures en hun precieze details worden beschreven in de SPAQuE-statuten.
  De beoordelingen zullen gericht zijn op de implementatie van vaardigheden met betrekking tot de functiebeschrijving en de doelstellingen van de Waalse Regering, met name met betrekking tot het beheerscontract.".
Art.249. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.248 rédigé comme suit :
  " Art. D.248. Le directeur général est soumis à des évaluations périodiques organisées par le Conseil d'administration.
  Les procédures d'évaluation et leurs modalités précises sont précisées dans les statuts de la SPAQuE.
  Les évaluations portent sur la mise en oeuvre des compétences en référence au descriptif de fonction et aux objectifs fixés par le Gouvernement wallon, notamment en lien avec le contrat de gestion. ".
Art.250. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.249 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.249. § 1. Het Gewest kan, met instemming van de raad van bestuur van SPAQuE, door middel van een regeringsbesluit,
  1° participaties inbrengen;
  2° het recht van beheer, het gebruiksrecht, het genotsrecht en elk zakelijk recht met betrekking tot elk stuk grond op haar domein dat nuttig is voor het uitvoeren van de opdrachten van de SPAQuE inbrengen, met inbegrip van het recht om te bouwen.
  In dit geval vallen de nieuwe verplichtingen die voortvloeien uit de uitoefening van de door het Gewest overgedragen rechten onder de verantwoordelijkheid van de SPAQuE.
  § 2 De SPAQuE kan, voor de verwezenlijking van haar maatschappelijk doel, na daartoe gemachtigd te zijn door de Regering, onroerende goederen onteigenen.".
Art.250. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.249 rédigé comme suit :
  " Art. D.249. § 1er. La Région peut, moyennant le consentement du Conseil d'administration de la SPAQuE, par le biais d'un arrêté du Gouvernement, faire apport :
  1° de participations;
  2° du droit de gestion, du droit d'usage, du droit de jouissance ainsi que de tout droit réel relatif à toute parcelle de son domaine utile à l'exercice des missions de la SPAQuE, en ce compris le droit de construire.
  Dans ce cas, les obligations nouvelles générées par l'exercice des droits cédés par la Région sont à charge de la SPAQuE.
  § 2. La SPAQuE peut, pour la réalisation de son objet social, après en avoir été autorisée par le Gouvernement, exproprier des immeubles. ".
Art.251. In hetzelfde Boek van het Milieuwetboek wordt in Deel X, ingevoegd bij artikel 233, een artikel D.250 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.250. De SPAQuE kan alleen worden ontbonden door middel van een decreet waarin de methode en voorwaarden van vereffening worden geregeld.".
Art.251. Dans le même Livre du Code de l'Environnement, dans la Partie X insérée par l'article 233, il est inséré un article D.250 rédigé comme suit :
  " Art. D.250. La dissolution de la SPAQuE ne peut être prononcée qu'en vertu d'un décret qui réglera le mode et les conditions de liquidation. ".
Onderafdeling 2. - Decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen
Sous-section 2. - Décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets
Art.252. Het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, laatst gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019 betreffende milieudeliquentie, wordt opgeheven.
Art.252. Le décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets, modifié en dernier lieu par le décret du 6 mai 2019 relatif à la délinquance environnementale, est abrogé.
Onderafdeling 3. - Decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen
Sous-section 3. - Décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes
Art.253. In artikel 53 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen, worden opgeheven:
  1° lid 4, ingevoegd bij het decreet van 13 december 2017 houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2018 en gewijzigd bij het decreet van 22 december 2021 houdende verscheidene bepalingen voor een rechtvaardiger belasting;
  1° lid 4, ingevoegd bij het decreet van 30 november 2018 houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2019 en gewijzigd bij het decreet van 22 december 2021 houdende verscheidene bepalingen voor een rechtvaardiger belasting;
  3° lid 4, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2019 houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2020 en gewijzigd bij het decreet van 22 december 2021 houdende verscheidene bepalingen voor een rechtvaardiger belasting;
  4° lid 17, ingevoegd bij het decreet van 17 december 2020 houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2021 en gewijzigd bij het decreet van 22 december 2021 houdende verscheidene bepalingen voor een rechtvaardiger belasting;
  5° lid 4, ingevoegd bij het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 en gewijzigd bij het decreet van 22 december 2021 houdende verscheidene bepalingen voor een rechtvaardiger belasting;
Art.253. Dans l'article 53 du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes, sont abrogés :
  1° l'alinéa 4, inséré par le décret du 13 décembre 2017 contenant le budget des recettes de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2018 et modifié par le décret du 22 décembre 2021 portant diverses dispositions pour un impôt plus juste;
  2° l'alinéa 4, inséré par le décret du 30 novembre 2018 contenant le budget des recettes de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2019 et modifié par le décret du 22 décembre 2021 portant diverses dispositions pour un impôt plus juste;
  3° l'alinéa 4, inséré par le décret du 19 décembre 2019 contenant le budget des recettes de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2020 et modifié par le décret du 22 décembre 2021 portant diverses dispositions pour un impôt plus juste;
  4° l'alinéa 4, inséré par le décret du 17 décembre 2020 contenant le budget des recettes de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2021 et modifié par le décret du 22 décembre 2021 portant diverses dispositions pour un impôt plus juste;
  5° l'alinéa 4, inséré par le décret du 22 décembre 2021 contenant le budget des recettes de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 et modifié par le décret du 22 décembre 2021 portant diverses dispositions pour un impôt plus juste.
Onderafdeling 4. - Fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en het geschil inzake rechtstreekse gewestelijke belastingen
Sous-section 4. - Décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes
Art.254. Artikel 22 van het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen, wordt opgeheven.
Art.254. L'article 22 du décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes est abrogé.
Art.255. Artikel 23 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.255. L'article 23 du même décret est abrogé.
Art.256. Artikel 24 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.256. L'article 24 du même décret est abrogé.
Art.257. Artikel 25 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.257. L'article 25 du même décret est abrogé.
Art.258. Artikel 26 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.258. L'article 26 du même décret est abrogé.
Art.259. Artikel 35 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.259. L'article 35 du même décret est abrogé.
Art.260. Artikel 36 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.260. L'article 36 du même décret est abrogé.
Art.261. Artikel 37 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.261. L'article 37 du même décret est abrogé.
Art.262. Artikel 38 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.262. L'article 38 du même décret est abrogé.
Onderafdeling 5. - Decreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie
Sous-section 5. - Décret du 6 novembre 2008 portant rationalisation de la fonction consultative
Art.263. In artikel 2/4, § 1, van het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie, ingevoegd bij het decreet van 16 februari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  in punt 3°, worden de woorden "en over de ontwerpen van reglementaire besluiten genomen krachtens het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, met uitzondering van de uitvoeringsbesluiten van de hoofdstukken V en X van dat decreet" opgeheven;
  in punt 6° wordt het woord "Ontwikkeling." vervangen door het woord "Ontwikkeling;";
  er wordt een punt 7° ingevoegd, luidend als volgt :
  "7° adviezen uit te brengen zoals bedoeld in artikel 6, § 3, van het decreet van 9 maart 2023 betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid.".
Art.263. Dans l'article 2/4, § 1er, du décret du 6 novembre 2008 portant rationalisation de la fonction consultative, inséré par le décret du 16 février 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  dans le 3°, les mots " et sur les projets d'arrêtés réglementaires pris en vertu du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets, à l'exception des arrêtés d'exécution des chapitres V et X de ce décret " sont abrogés;
  dans le 6°, les mots " territorial. " sont remplacés par les mots " territorial; ";
  il est inséré un 7° rédigé comme suit :
  " 7° remettre les avis tels que prévus à l'article 6, § 3, du décret du 9 mars 2023 relatif aux déchets, à la circularité des matières et à la propreté publique. ".
Onderafdeling 6. - Decreet van 23 juni 2016 tot wijziging van het Milieuwetboek, het Waterwetboek en verschillende decreten inzake afval en milieuvergunning
Sous-section 6. - Décret du 23 juin 2016 modifiant le Code de l'Environnement, le Code de l'Eau et divers décrets en matière de déchets et de permis d'environnement
Art.264. In het decreet van 23 juni 2016 tot wijziging van het Milieuwetboek, het Waterwetboek en verschillende decreten inzake afval en milieuvergunning, wordt artikel 112, § 3, opgeheven.
Art.264. Dans le décret du 23 juin 2016 modifiant le Code de l'Environnement, le Code de l'Eau et divers décrets en matière de déchets et de permis d'environnement, l'article 112, § 3, est abrogé.
Onderafdeling 7. - Decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering
Sous-section 7. - Décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols
Art.265. In artikel 2, punt 31°, van het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering, wordt een punt a/1) ingevoegd, luidend als volgt:
  "a/1) het herstelplan in de zin van Deel IX van Boek I van het Milieuwetboek;".
Art.265. Dans l'article 2, 31°, du décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols, il est inséré un a/1) rédigé comme suit :
  " a/1) le plan de réhabilitation au sens de la Partie IX du Livre Ier du Code de l'Environnement; ".
Art.266. In artikel 79, § 3, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "In het kader van haar opdrachten," vervangen door de woorden "In het kader van de opdrachten die haar uitdrukkelijk worden toevertrouwd door de Regering krachtens paragraaf 2, 2°, of door de Regering of elke andere publiekrechtelijke rechtspersoon krachtens paragraaf 2, 3°, ".
Art.266. Dans l'article 79, § 3, alinéa 2, du même décret, les mots " Dans le cadre de ses missions, " sont remplacés par les mots " Dans le cadre des missions qui lui sont expressément confiées par le Gouvernement en vertu du paragraphe 2, 2°, ou par le Gouvernement ou toute autre personne morale de droit public en vertu du paragraphe 2, 3°, ".
Art.267. In artikel 82, § 1, 1°, van hetzelfde decreet worden de woorden "intentioneel" geschrapt.
Art.267. Dans l'article 82, § 1er, 1°, du même décret, les mots " , de manière intentionnelle, " sont abrogés.
Afdeling 5. - Overgangsbepalingen en inwerkingtreding
Section 5. - Dispositions transitoires et entrée en vigueur
Art.268. Onverminderd de prerogatieven van de Regering bij de uitvoering van dit decreet :
  1° onder voorbehoud van de procedures bepaald in dit decreet, blijven de uitvoeringsmaatregelen genomen krachtens het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen van toepassing tot ze gewijzigd of opgeheven worden om alle voorschriften in overeenstemming te brengen met dit decreet;
  2° de uitvoeringsmaatregelen genomen krachtens de artikelen 24, 25 en 26 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en houdende vaststelling van een plan voor centra voor technische ingraving blijven uitwerking hebben tot alle rechten en plichten die verbonden zijn aan de administratieve vergunningen, en desgevallend de hernieuwingen ervan, met betrekking tot een centrum voor technische ingraving dat onder dat plan valt, vervallen;
  3° de onderzoeken, vaststellingen, vervolgingen, straffen en herstelmaatregelen met betrekking tot de inbreuken bedoeld in de artikelen 51 tot en met 55 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen worden gehandhaafd en blijven hun uitwerking behouden tot de gerechtelijke of administratieve overheidsactie is beëindigd.
Art.268. Sans préjudice des prérogatives du Gouvernement dans l'exécution du présent décret :
  1° sous réserve des procédures prévues dans le présent décret, les mesures d'exécution prises en vertu du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets demeurent applicables jusqu'à leur modification ou leur abrogation en vue de la mise en conformité de toutes les réglementations avec le présent décret;
  2° les mesures d'exécution prises en vertu des articles 24, 25 et 26 du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et adoptant un plan des centres d'enfouissement technique continuent à produire leurs effets jusqu'à l'extinction de tous les droits et de toutes les obligations inhérents aux autorisations administratives, et le cas échéant de leurs renouvellements, portant sur un centre d'enfouissement technique visé par ledit plan;
  3° les recherches, les constatations, les poursuites, les répressions et les mesures de réparation relatives à des infractions prévues aux articles 51 à 55 du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets sont maintenues et continuent à produire leurs effets jusqu'à l'extinction de l'action publique judiciaire ou administrative.
Art.269. § 1. Vergunningen, erkenningen, registraties, gebruikscertificaten en alle andere individuele vergunningen en administratieve beslissingen, met inbegrip van herstel- en veiligheidsmaatregelen, genomen krachtens het decreet van 27 juni 1996 betreffende afvalstoffen en de uitvoeringsmaatregelen ervan, blijven van kracht tot het verstrijken van de termijn waarvoor ze werden toegekend.
  § 2 Met uitzondering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producten, worden alle verzoeken betreffende een van de rechtshandelingen van individuele strekking bedoeld in paragraaf 1, met inbegrip van de bijbehorende administratieve beroepen, behandeld in overeenstemming met de bepalingen die van kracht zijn op de dag dat het verzoek wordt ingediend.
  § 3 De Regering kan de modaliteiten bepalen volgens dewelke de toelatingen en beslissingen die zijn uitgereikt of uitgesproken krachtens het decreet bedoeld in paragraaf 1 en de uitvoeringsmaatregelen ervan, kunnen worden gewijzigd door de bevoegde overheid die gemachtigd is ze uit te reiken bij of krachtens dit decreet, teneinde de eventuele werkingsvoorwaarden ervan verenigbaar te maken met dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
  § 4. Dit artikel is ook van toepassing op milieuovereenkomsten die gesloten zijn overeenkomstig boek I van het Milieuwetboek en die tot doel hebben bepaalde verplichtingen na te komen die inherent zijn aan het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
  Dit besluit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om de milieuovereenkomsten bedoeld in het eerste lid te verlengen of te wijzigen overeenkomstig de artikelen D.88 en D.89 van Boek 1 van het Milieuwetboek. In ieder geval mogen de genoemde milieuovereenkomsten, met inbegrip van eventuele verlengingen, niet worden gesloten voor een totale looptijd van meer dan tien jaar.
  § 5. Contractuele bepalingen met betrekking tot de inzameling van huishoudelijk afval in akten en contracten die zijn gesloten of aangegaan vóór de inwerkingtreding van dit decreet mogen worden uitgevoerd tot hun looptijd zonder stilzwijgend te worden verlengd of vernieuwd. Bij gebreke van een vaste termijn eindigen de genoemde contractuele clausules automatisch één jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet.
Art.269. § 1er. Les permis, les agréments, les enregistrements, les certificats d'utilisation et toutes les autres autorisations et décisions administratives à portée individuelle, y compris les mesures de remise en état et de sécurité, prises en vertu du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et ses mesures d'exécution continuent à produire leurs effets jusqu'à l'expiration du terme pour le- quel ils ont été accordés.
  § 2. Sauf en matière de responsabilité élargie des producteurs de produits, toutes les demandes concernant l'un des actes juridiques à portée individuelle visées au paragraphe 1er, en ce compris les recours administratifs y relatifs, sont traités selon les dispositions en vigueur au jour de l'introduction de la demande.
  § 3. Le Gouvernement peut fixer les modalités selon lesquelles les autorisations et décisions délivrées ou prononcées en vertu du décret visé au paragraphe 1er et ses mesures d'exécution peuvent être modifiées par l'autorité compétente habilitée à les accorder par ou en vertu du présent décret pour rendre leurs conditions, le cas échéant d'exploitation, compatibles avec le présent décret et ses mesures d'exécution.
  § 4. Le présent article est également applicable aux conventions environnementales conclues conformément au Livre Ier du Code de l'environnement et visant l'exécution de certaines obligations inhérentes au décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et à ses mesures d'exécution.
  Le présent décret est sans préjudice de la faculté de renouveler ou de modifier ces conventions environnementales visées à l'alinéa 1er conformément aux articles D.88 et D.89 du Livre 1er du Code de l'Environnement. En toute hypothèse, lesdites conventions environnementales, en ce compris le cas échéant leurs renouvellements, ne peuvent être conclues pour une durée totale supérieure à dix ans.
  § 5. Les clauses contractuelles concernant la collecte des déchets ménagers présentes dans les actes et contrats passés ou conclus avant l'entrée en vigueur du présent décret peuvent être exécutées jusqu'à leur terme sans pouvoir être tacitement reconduites ou renouvelées. A défaut de terme prévu, lesdites clauses contractuelles prennent fin de plein droit un an après la date d'entrée en vigueur du présent décret.
Art.270. § 1. Houders van een milieuvergunning of een aangifte van vestiging van klasse 3 die dateert van voor de inwerkingtreding van dit decreet en die betrekking heeft op de exploitatie van een zuiveringsstation voor de behandeling van afvalwater dat met een voertuig naar het zuiveringsstation wordt afgevoerd of andere vloeibare afvalstoffen die met een voertuig naar het waterzuiveringsstation worden afgevoerd mogen die installatie blijven exploiteren tot de vervaldatum van die vergunning of aangifte zonder dat zij een wijziging van die vergunning of aangifte moeten aanvragen of een nieuwe aanvraag voor die vergunning of aangifte moeten indienen, op voorwaarde dat zij erkend of geregistreerd zijn als afvalophaler overeenkomstig het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan.
  De houder van een milieuvergunning of van een aangifte van vestiging van klasse 3 als bedoeld in de hypothese, vermeld in het eerste lid, kan tot het verstrijken van de geldigheidsduur van zijn milieuvergunning of van zijn aangifte van vestiging van klasse 3 en op voorwaarde dat geen wijziging van die vergunning of aangifte noodzakelijk is om een andere reden dan de inwerkingtreding van dit decreet, een nieuwe erkenning of registratie als afvalophaler aanvragen overeenkomstig dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan. De op grond van dit lid verleende erkenning of registratie mag de geldigheidsduur van de milieuvergunning of de betrokken aangifte van vestiging van klasse 3 niet overschrijden.
  § 2 Vanaf de inwerkingtreding van dit decreet heeft elke milieuvergunning en elke aangifte van vestiging van klasse 3 die worden meegedeeld voor de exploitatie van een waterzuiveringsstation zoals bedoeld in paragraaf 1 ten minste betrekking op de rubriek of rubrieken in de zin van artikel 3 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en de uitvoeringsmaatregelen ervan die van toepassing zijn op de behandeling van afvalstoffen.
  De Regering kan deze rubriek of rubrieken nader omschrijven.
Art.270. § 1er. Tout titulaire d'un permis d'environnement ou d'une déclaration d'établissement de classe 3 qui est antérieur à l'entrée en vigueur du présent décret et qui porte sur l'exploitation d'une station d'épuration traitant des eaux usées acheminées ou tout autre déchet liquide acheminés jusqu'à ladite station d'épuration par véhicule, peuvent poursuivre ladite exploitation jusqu'au terme dudit permis ou de ladite déclaration sans devoir ni solliciter une modification dudit permis ou de ladite déclaration ni introduire une nouvelle demande d'un tel permis ou d'une telle déclaration, à la condition de disposer d'un agrément ou d'un enregistrement en tant que collecteur de déchets conformément au décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et au présent décret et leurs mesures d'exécution.
  Tout titulaire d'un permis d'environnement ou d'une déclaration d'établissement de classe 3 tels que visés par l'hypothèse prévue à l'alinéa 1er peut, jusqu'à l'expiration de son permis d'environnement ou de sa déclaration d'établissement de classe 3 et pour autant qu'aucune modification dudit permis ou de ladite déclaration n'est rendue nécessaire pour une raison autre que l'entrée en vigueur du présent décret, solliciter un nouvel agrément ou enregistrement en tant que collecteur de déchets conformément au présent décret et à ses mesures d'exécution. L'agrément ou l'enregistrement octroyé sur la base du présent alinéa ne peut dépasser la durée de validité du permis d'environnement ou de la déclaration d'établissement de classe 3 concerné.
  § 2. Dès l'entrée en vigueur du présent décret, tout permis d'environnement et toute déclaration d'établissement de classe 3 communiqués pour l'exploitation d'une station d'épuration telle que celle visée au paragraphe 1er couvrent à tout le moins la ou les rubriques au sens de l'article 3 du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et ses mesures d'exécution qui sont applicables en matière de traitement de déchets.
  Le Gouvernement peut préciser ladite ou lesdites rubriques.
Art. 271. § 1. Dit decreet treedt in werking de tiende dag na bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  § 2 In afwijking van paragraaf 1:
  1° treedt artikel 26 in werking op 1 september 2023;
  2° treedt artikel 63 in werking op 1 januari 2026;
  3° treden de artikelen 220 tot 232 in werking op 1 januari 2030.
  De Regering kan data van inwerkingtreding vastleggen die voorafgaan aan de data vermeld in het eerste lid.
Art. 271. § 1er. Le présent décret entre en vigueur le dixième jour après sa publication au Moniteur belge.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er :
  1° l'article 26 entre en vigueur le 1er septembre 2023;
  2° l'article 63 entre en vigueur le 1er janvier 2026;
  3° les articles 220 à 232 entrent en vigueur le 1er janvier 2030.
  Le Gouvernement peut fixer des dates d'entrée en vigueur antérieures à celles mentionnées à l'alinéa 1er.