Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 JULI 2023. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Titre
21 JUILLET 2023. - Arrêté royal modifiant divers arrêtés relatifs à la procédure devant la section du contentieux administratif du Conseil d'Etat
Documentinformatie
Numac: 2023043851
Datum: 2023-07-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023043851
Date: 2023-07-21
Moniteur: Voir
Tekst (35)
Texte (35)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
CHAPITRE Ier. - Modifications à l'arrêté du Régent du 23 août 1948 déterminant la procédure devant la section du contentieux administratif du Conseil d'Etat
Artikel 1. Artikel 2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 april 2007, wordt aangevuld met drie leden, luidende:
  "Het middel bestaat uit de vermelding van de rechtsregel waarvan de schending aangevoerd wordt en van de wijze waarop die rechtsregel concreet overtreden zou zijn.
  Als voor het middel een verdere uiteenzetting nodig is, bevat het verzoekschrift een samenvatting van de aangevoerde grief. De ontstentenis van de samenvatting van de grief kan niet leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het middel.
  De bewoording van het middel en, in voorkomend geval, de samenvatting van de grief worden ongewijzigd overgenomen in het verslag van de auditeur en in het arrest.".
Article 1er. L'article 2, § 1er, de l'arrêté du Régent du 23 août 1948 déterminant la procédure devant la section du contentieux administratif du Conseil d'Etat, remplacé par l'arrêté royal du 25 avril 2007, est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
  " Le moyen consiste en l'indication de la règle de droit dont la violation est invoquée et de la manière dont elle aurait été concrètement enfreinte.
  Si le moyen nécessite des développements, la requête comprend un résumé du grief allégué. L'absence de résumé du grief ne peut conduire à l'irrecevabilité du moyen.
  L' énoncé du moyen et, le cas échéant, le résumé du grief sont reproduits tels quels dans le rapport de l'auditeur et dans l'arrêt. ".
Art. 2. Artikel 6, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 april 2007, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Als voor het antwoord op de middelen een verdere uiteenzetting nodig is, bevat de memorie van antwoord een samenvatting van de argumenten van de verwerende partij.".
Art. 2. L'article 6, § 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 25 avril 2007, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Si la réponse aux moyens de la requête nécessite des développements, le mémoire en réponse comprend un résumé des arguments de la partie adverse. ".
Art. 3. In artikel 11/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 28 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, eerste zin, en in paragraaf 2, wordt de verwijzing naar " § 6" vervangen door de verwijzing naar " § 9";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin: "Zij voegen een schriftelijke verantwoording bij hun vraag om te worden gehoord.".
Art. 3. A l'article 11/2 du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 28 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, première phrase et dans le paragraphe 2, la référence au " § 6 " est remplacée par la référence au " § 9 " ;
  2° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante : " Elles joignent une justification écrite à leur demande d'être entendues. ".
Art. 4. In artikel 11/3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 28 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, en in paragraaf 2, wordt de verwijzing naar " § 7" vervangen door de verwijzing naar " § 10";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin: "Zij voegt een schriftelijke verantwoording bij haar vraag om te worden gehoord.".
Art. 4. A l'article 11/3, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 28 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er et dans le paragraphe 2, la référence au " § 7 " est remplacée par la référence au " § 10 " ;
  2° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante : " Elle joint une justification écrite à sa demande d'être entendue. ".
Art. 5. In titel I, hoofdstuk II, van hetzelfde besluit wordt een sectie I/2 ingevoegd die een artikel 11/5 bevat, luidende:
  "SECTIE I/2. Bijzondere procedureregels ingeval van afstand van het geding door de verzoekende partij of de intrekking, door de verwerende partij, van de bestreden akte of het bestreden reglement.
Art. 5. Dans le titre Ier, chapitre II, du même arrêté, il est inséré une section Ire/2, comportant l'article 11/5, rédigée comme suit :
  " SECTION Ire/2. Des règles de procédure particulières en cas de désistement de la partie requérante ou de retrait, par la partie adverse, de l'acte ou du règlement attaqué.
Art.11/5. Wanneer de verzoekende partij afstand doet van het geding, en er volgens de auditeur-verslaggever geen redenen zijn die zich verzetten tegen deze afstand, kan hij het dossier toezenden aan de griffie met de vermelding dat hij geen verslag zal indienen over het beroep tot nietigverklaring.
  Wanneer de verwerende partij de bestreden akte of het bestreden reglement intrekt, en er volgens de auditeur-verslaggever geen redenen zijn die zich verzetten tegen de verwerping van het beroep, kan hij het dossier toezenden aan de griffie met de vermelding dat hij geen verslag zal indienen over het beroep tot nietigverklaring.".
Art. 11/5. Lorsque la partie requérante se désiste de l'instance, et que, selon l'auditeur-rapporteur, aucun motif ne s'oppose à ce désistement, ce dernier peut communiquer le dossier au greffe en indiquant qu'il ne déposera pas de rapport sur le recours en annulation.
  Lorsque la partie adverse retire l'acte ou le règlement attaqué et que, selon l'auditeur-rapporteur, aucun motif ne s'oppose au rejet du recours, ce dernier peut communiquer le dossier au greffe en indiquant qu'il ne déposera pas de rapport sur le recours en annulation. ".
Art. 6. Artikel 12, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 april 2007, wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Wanneer de verwerende partij gebruikmaakt van de procedure bedoeld in artikel 85bis, bezorgt zij een niet-elektronische versie van het administratief dossier of van bepaalde stukken ervan wanneer de auditeur haar daartoe verzoekt.".
Art. 6. L'article 12, alinéa 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 25 avril 2007, est complété par la phrase suivante :
  " Lorsque la partie adverse fait usage de la procédure visée à l'article 85bis, elle communique une version non électronique du dossier administratif ou de certaines pièces de celui-ci lorsque l'auditeur lui en fait la demande. ".
Art. 7. In artikel 14 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 28 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Behalve wanneer nieuwe elementen meegedeeld moeten worden, en met uitzondering van de verzoeken geformuleerd met toepassing van de artikelen 14ter, 35/1, 36, § 1, eerste lid, eerste zin of derde lid, en 38, § 1, van de gecoördineerde wetten, wordt in de laatste memories louter op synthetische wijze gereageerd op de argumenten uiteengezet in het verslag van de auditeur of in de laatste memorie van de andere partijen.";
  2° in het derde lid worden de twee laatste zinnen, die aanvangen met de woorden "Het aangewezen lid van het auditoraat" en eindigen met het woord "gevoegd" vervangen als volgt:
  "Het aangewezen lid van het auditoraat stelt met betrekking tot dit onderwerp een geschreven advies op dat ten minste zeven werkdagen voor de terechtzitting aan de partijen en de kamer waarbij de zaak aanhangig is, wordt meegedeeld.";
  3° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "Het verzoek van de verwerende partij om met toepassing van artikel 38, § 1, van de gecoördineerde wetten in de gelegenheid te worden gesteld een beslissing tot herstel te nemen, wordt uiterlijk in de laatste memorie geformuleerd. Wanneer het verzoek voor de eerste keer in een laatste memorie wordt gedaan, kunnen de andere partijen hun schriftelijke opmerkingen doen gelden binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving van deze laatste memorie. Het aangewezen lid van het auditoraat stelt met betrekking tot dit onderwerp een geschreven advies op dat ten minste zeven werkdagen voor de terechtzitting aan de partijen en de kamer waarbij de zaak aanhangig is, wordt meegedeeld.";
  4° in het laatste lid worden de woorden "en derde" vervangen door de woorden "tot het vierde".
Art. 7. A l'article 14 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 28 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante :
  " Sauf si des éléments nouveaux doivent être communiqués et à l'exception des demandes formulées en application des articles 14ter, 35/1, 36, § 1er, alinéa 1er, première phrase ou alinéa 3, et 38, § 1er, des lois coordonnées, les derniers mémoires se limitent à réagir synthétiquement aux arguments développés dans le rapport de l'auditeur ou dans le dernier mémoire des autres parties. " ;
  2° dans l'alinéa 3, les deux dernières phrases débutant par les mots " Le membre de l'auditorat " et finissant par le mot " convocation " sont remplacées par les phrases suivantes :
  " Le membre de l'auditorat désigné rédige un avis écrit limité à cet objet qui est communiqué au moins sept jours ouvrables avant l'audience aux parties et à la chambre saisie. ";
  3° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 3 et 4 :
  " La demande de la partie adverse visant à être autorisée à prendre une décision réparatrice en application de l'article 38, § 1er, des lois coordonnées est formulée au plus tard dans le dernier mémoire. Lorsque la demande est formulée pour la première fois dans un dernier mémoire, les autres parties peuvent faire valoir leurs observations écrites dans un délai de trente jours à dater de la notification de ce dernier mémoire. Le membre de l'auditorat désigné rédige un avis écrit limité à cet objet qui est communiqué au moins sept jours ouvrables avant l'audience aux parties et à la chambre saisie. ";
  4° dans le dernier alinéa, les mots " alinéas 2 et 3 " sont remplacés par les mots " alinéas 2 à 4 ".
Art. 8. De artikelen 14bis, § 1, eerste lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 7 januari 1991 en vervangen bij het koninklijk besluit van 26 juni 2000, 14quater, tweede lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 7 januari 1991, vervangen bij het koninklijk besluit van 26 juni 2000 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 december 2017, 14quinquies, tweede lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 april 2007, en 71, vierde lid, hersteld bij het koninklijk besluit van 30 januari 2014 en vervangen bij het koninklijk besluit van 25 december 2017, van hetzelfde besluit, worden aangevuld met de volgende zin:
  "Zij voegt een schriftelijke verantwoording bij haar vraag om te worden gehoord.".
Art. 8. Les articles 14bis, § 1er, alinéa 1er, inséré par l'arrêté royal du 7 janvier 1991 et remplacé par l'arrêté royal du 26 janvier 2000, 14quater, alinéa 2, inséré par l'arrêté royal du 7 janvier 1991, remplacé par l'arrêté royal du 26 janvier 2000 et modifié par l'arrêté royal du 25 décembre 2017, 14quinquies, alinéa 2, inséré par l'arrêté royal du 25 avril 2007, et 71, alinéa 4, rétabli par l'arrêté royal du 30 janvier 2014 et remplacé par l'arrêté royal du 25 décembre 2017, du même arrêté, sont complétés par la phrase suivante :
  " Elle joint une justification écrite à sa demande d'être entendue. ".
Art. 9. In artikel 25/1, 3°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 april 2014 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 december 2017, worden de woorden "of het herstel ervan door een beslissing tot herstel" ingevoegd tussen de woorden "onwettigheid" en "werd".
Art. 9. Dans l'article 25/1, 3°, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 25 avril 2014 et modifié par l'arrêté royal du 25 décembre 2017, la phrase est complétée par les mots " ou sa réparation par une décision réparatrice ".
Art. 10. In artikel 25/3, § 4, eerste lid, eerste zin, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 april 2014 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 december 2017, worden de woorden "of het herstel ervan door een beslissing tot herstel" ingevoegd tussen de woorden "onwettigheid" en "werd".
Art. 10. Dans l'article 25/3, § 4, alinéa 1er, première phrase, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 25 avril 2014 et modifié par l'arrêté royal du 25 décembre 2017, les mots " ou sa réparation par une décision réparatrice " sont insérés entre les mots " l'illégalité " et la partie de phrase " , ou si cette demande ".
Art. 11. In artikel 34, 5°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1956 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 2007, worden de woorden "in openbare terechtzitting" opgeheven.
Art. 11. Dans l'article 34, 5°, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 6 juillet 1956 et modifié par l'arrêté royal du 25 avril 2007, les mots " en audience publique " sont abrogés.
Art. 12. In artikel 52 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 28 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "dertig" vervangen door het woord "zestig";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende: "Als voor het verzoekschrift tot tussenkomst een verdere uiteenzetting nodig is, bevat het een samenvatting van de argumenten van de tussenkomende partij.".
Art. 12. A l'article 52 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 28 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot " trente " est remplacé par le mot " soixante " ;
  2° le paragraphe 3 est complété par l'alinéa suivant : " Si la requête en intervention nécessite des développements, elle comprend un résumé des arguments de la partie intervenante. ".
Art. 13. In artikel 53 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 december 2017, worden het eerste en het tweede lid opgeheven.
Art. 13. Dans l'article 53 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 25 décembre 2017, les alinéas 1er et 2 sont abrogés.
Art. 14. In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk VII van titel VI, opgeheven bij het koninklijk besluit van 25 december 2017, hersteld als volgt:
  "HOOFDSTUK VII. De beslissing tot herstel".
Art. 14. Dans le même arrêté, le chapitre VII du titre VI, abrogé par l'arrêté royal du 25 décembre 2017, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " CHAPITRE VII. La décision réparatrice ".
Art. 15. In hoofdstuk VII, hersteld bij artikel 13, wordt artikel 65/1, opgeheven bij het koninklijk besluit van 25 december 2017, hersteld als volgt:
  "Art. 65/1. Ter uitvoering van artikel 38, § 10, van de gecoördineerde wetten worden specifiek aangewezen, de geschillen:
  1° inzake de akten en reglementen genomen met toepassing van het decreet van het Vlaamse Gewest van 25 april 2014 `betreffende complexe projecten';
  2° inzake de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen bedoeld in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, titel II, hoofdstuk II, afdeling 2;
  3° inzake de besluiten van de Waalse Regering tot herziening van een gewestplan als bedoeld in boek II, titel II van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling;
  4° inzake de besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van een gewestelijk bestemmingsplan als bedoeld in titel II, hoofdstuk III, van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening.".
Art. 15. Dans le chapitre VII rétabli par l'article 13, l'article 65/1 abrogé par l'arrêté royal du 25 décembre 2017, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 65/1. Les contentieux visés à l'article 38, § 10, des lois coordonnées sont :
  1° les actes et règlements pris en application du décret flamand du 25 avril 2014 relatif aux projets complexes ;
  2° les arrêtés du Gouvernement flamand opérant une révision d'un plan régional d'exécution spatial visé à la section 2 du chapitre II du titre II du Code flamand de l'aménagement du territoire ;
  3° les arrêtés du Gouvernement wallon opérant une révision d'un plan de secteur visé au titre II du livre II du Code wallon du développement territorial ;
  4° les arrêtés du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale opérant une modification du plan régional d'affectation du sol visé au chapitre III du titre II du Code bruxellois de l'aménagement du territoire. ".
Art. 16. In hoofdstuk VII, hersteld bij artikel 13, wordt een artikel 65/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 65/2. § 1. De kamervoorzitter beslist over de verlenging van de termijn waarbinnen de in artikel 38 van de gecoördineerde wetten bedoelde beslissing tot herstel kan worden genomen.
  § 2. De verwerende partij voegt aan de beslissing tot herstel die zij aan de afdeling bestuursrechtspraak bezorgt, het betrokken administratief dossier toe.
  De hoofdgriffier brengt de beslissing tot herstel ter kennis van de andere partijen en stelt hen in kennis van de neerlegging van het administratief dossier ter griffie. Zij beschikken over dertig dagen om schriftelijk hun opmerkingen te geven over de wijze en de wettigheid van het herstel van het gebrek dat in het tussenarrest werd vastgesteld.
  De verwerende partij beschikt over dertig dagen om op de schriftelijke opmerkingen te antwoorden, te rekenen van de kennisgeving ervan door de hoofdgriffier.
  Het aangewezen lid van het auditoraat stelt over het herstel in de beslissing tot herstel een verslag op, waarna de kamervoorzitter een zittingsdag bepaalt.
  § 3. Indien de afdeling bestuursrechtspraak niet binnen de gestelde termijn van een beslissing tot herstel in kennis is gesteld, brengt de hoofdgriffier op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat de partijen ter kennis dat de kamer uitspraak doet over de nietigverklaring van de bestreden akte of het bestreden reglement, tenzij een van die partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. Zij voegt een schriftelijke verantwoording bij haar vraag om te worden gehoord.
  Indien geen enkele partij vraagt om te worden gehoord, verklaart de kamer de bestreden akte of het bestreden reglement nietig.
  Indien een partij vraagt om te worden gehoord, roept de voorzitter of de aangewezen staatsraad de partijen op om op korte termijn te verschijnen.
  Na de partijen en het advies van het aangewezen lid van het auditoraat te hebben gehoord, doet de kamer onverwijld uitspraak over het beroep tot nietigverklaring.".
Art. 16. Dans le chapitre VII rétabli par l'article 13, il est inséré un l'article 65/2 rédigé comme suit :
  " Art. 65/2. § 1er. Le président de chambre statue sur la prolongation du délai dans lequel la décision réparatrice visée à l'article 38 des lois coordonnées peut être prise.
  § 2. La partie adverse joint le dossier administratif concerné à la décision réparatrice qu'elle communique à la section du contentieux administratif.
  Le greffier en chef notifie la décision réparatrice aux autres parties et les informe du dépôt du dossier administratif au greffe. Celles-ci disposent d'un délai de trente jours pour communiquer leurs observations écrites sur les modalités et la légalité de la réparation du vice constaté dans l'arrêt interlocutoire.
  La partie adverse dispose d'un délai de trente jours pour répondre aux observations écrites, à dater de la notification de ceux-ci par le greffier en chef.
  Le membre de l'auditorat désigné rédige un rapport concernant la réparation dans la décision réparatrice, après quoi le président de chambre fixe une date d'audience.
  § 3. Si la section du contentieux administratif n'est pas informée, dans le délai prescrit, d'une décision réparatrice, le greffier en chef, à la demande du membre de l'auditorat désigné, informe les parties que la chambre va statuer sur l'annulation de l'acte ou du règlement attaqué, à moins qu'une de ces parties demande, dans un délai de quinze jours, à être entendue. Elle joint une justification écrite à sa demande d'être entendue.
  Si aucune partie ne demande à être entendue, la chambre annule l'acte ou le règlement attaqué.
  Si une partie demande à être entendue, le président ou le conseiller d'Etat désigné convoque les parties à comparaître à bref délai.
  Après avoir entendu les parties et l'avis du membre de l'auditorat désigné, la chambre statue sans délai sur le recours en annulation. ".
Art. 17. In artikel 84, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 28 juli 1987 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 2007, worden de woorden "of per elektronisch bericht" ingevoegd tussen de woorden "bij gewone brief" en de woorden "worden gedaan wanneer".
Art. 17. Dans l'article 84, § 1er, alinéa 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 28 juillet 1987 et modifié par l'arrêté royal du 25 avril 2007, les mots " ou par courrier électronique " sont insérés entre les mots " par pli ordinaire " et les mots " lorsque leur réception ".
Art. 18. In artikel 85bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "voor de processtukken die neergelegd worden voordat het dossier aan een lid van het auditoraat wordt bezorgd met het oog op het opmaken van het verslag" opgeheven;
  2° in paragraaf 14, derde lid, wordt het woord "faxbericht" vervangen door de woorden "elektronisch bericht".
Art. 18. A l'article 85bis du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 13 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " pour les actes de procédure qui sont déposés avant la communication du dossier à un membre de l'auditorat en vue de la rédaction du rapport " sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 14, alinéa 3, le mot " télécopie " est remplacé par les mots " courrier électronique ".
Art. 19. Artikel 91 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 januari 1991, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De voor de proceshandelingen voorgeschreven termijnen, gelijk aan of korter dan dertig dagen, worden verhoogd met vijftien dagen wanneer ze, ten gevolge van de berekening uitgevoerd met toepassing van artikel 88, ingaan en verstrijken tussen 1 juli en 31 augustus."
Art. 19. L'article 91 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 7 janvier 1991, est complété par l'alinéa suivant :
  " Les délais prescrits pour les actes de la procédure, égaux ou inférieurs à trente jours, sont augmentés de quinze jours lorsque, à la suite de la computation effectuée en application de l'article 88, ils prennent cours et arrivent à échéance entre le 1er juillet et le 31 août. ".
Art. 20. Artikel 92 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk besluit van 25 april 2007, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 92. De arresten, beschikkingen, processen-verbaal, verslagen en andere stukken van de Raad van State worden ondertekend met een handgeschreven of elektronische handtekening.".
Art. 20. L'article 92 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 25 avril 2007, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 92. Les arrêts, les ordonnances, les procès-verbaux, les rapports et les autres documents émanant du Conseil d'Etat sont signés de manière manuscrite ou électronique. ".
Art. 21. In artikel 93 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 28 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid worden de twee laatste zinnen, die aanvangen met de woorden "Het aangewezen lid van het auditoraat" en eindigen met het woord "gevoegd" vervangen als volgt:
  "Het aangewezen lid van het auditoraat stelt met betrekking tot dit onderwerp een geschreven advies op dat ten minste zeven werkdagen voor de terechtzitting aan de partijen en de kamer waarbij de zaak aanhangig is, wordt meegedeeld.";
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "Wanneer het aangewezen lid van het auditoraat, in zijn verslag tot de nietigverklaring besluit, kan de verwerende partij binnen vijftien dagen na de kennisgeving van dit verslag vragen om met toepassing van artikel 38, § 1, van de gecoördineerde wetten in de gelegenheid te worden gesteld een beslissing tot herstel te nemen. Deze aanvraag wordt ter kennis van de andere partijen gebracht, die hun schriftelijke opmerkingen kunnen doen gelden binnen een termijn van vijftien dagen. Het aangewezen lid van het auditoraat stelt met betrekking tot dit onderwerp een geschreven advies op dat ten minste zeven werkdagen voor de terechtzitting aan de partijen en de kamer waarbij de zaak aanhangig is, wordt meegedeeld.".
Art. 21. A l'article 93 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 28 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les deux dernières phrases débutant par les mots " Le membre de l'auditorat " et finissant par le mot " convocation " sont remplacées par les phrases suivantes :
  " Le membre de l'auditorat désigné rédige un avis écrit limité à cet objet qui est communiqué au moins sept jours ouvrables avant l'audience aux parties et à la chambre saisie. " ;
  2° entre les alinéas 2 et 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit :
  " Lorsque, dans son rapport, le membre de l'auditorat désigné conclut à l'annulation, la partie adverse peut, dans les quinze jours de la notification de ce rapport, demander à ce que, en application de l'article 38, § 1er, des lois coordonnées, elle soit autorisée à prendre une décision réparatrice. Cette demande est notifiée aux autres parties, qui peuvent faire valoir leurs observations écrites dans un délai de quinze jours. Le membre de l'auditorat désigné rédige un avis écrit limité à cet objet qui est communiqué au moins sept jours ouvrables avant l'audience aux parties et à la chambre saisie. ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State
CHAPITRE II. - Modifications à l'arrêté royal du 5 décembre 1991 déterminant la procédure en référé devant le Conseil d'Etat
Art. 22. In artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, vervangen bij het koninklijk besluit van 28 januari 2014, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
  "In het geval bedoeld in het eerste lid, 5° en 6°, zijn de bepalingen vervat in artikel 2, § 1, tweede tot vierde lid, van de algemene procedureregeling van toepassing.".
Art. 22. Dans l'article 16, § 1er, de l'arrêté royal du 5 décembre 1991 déterminant la procédure en référé devant le Conseil d'Etat, remplacé par l'arrêté royal du 28 janvier 2014, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 5° et 6°, les dispositions énoncées à l'article 2, § 1er, alinéas 2 à 4, du règlement général de procédure sont applicables. ".
Art. 23. In artikel 42, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 april 2007, worden de woorden ",eerste lid," ingevoegd tussen de woorden "en 91" en "van het algemene procedurereglement".
Art. 23. Dans l'article 42, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 25 avril 2007, les mots " , alinéa 1er, " sont insérés entre les mots " et 91 " et " du règlement ".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State
CHAPITRE III. - Modifications à l'arrêté royal du 30 novembre 2006 déterminant la procédure en cassation devant le Conseil d'Etat
Art. 24. In artikel 18 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "teneinde te worden gehoord" opgeheven;
  2° in paragraaf 1, wordt het tweede lid vervangen door het volgende lid:
  "Indien de verzoekende partij niet vraagt om de voortzetting van de procedure, stelt de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, de verzoekende partij ervan in kennis dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen verzoekt om te worden gehoord.";
  3° in paragraaf 1, wordt het derde lid vervangen door de volgende leden:
  "Indien de verzoekende partij niet verzoekt te worden gehoord, spreekt de kamer de afstand van geding uit.
  Indien de verzoekende partij verzoekt te worden gehoord, voegt zij een schriftelijke verantwoording bij haar vraag om te worden gehoord. De voorzitter of de aangewezen staatsraad roept de partijen op om op korte termijn te verschijnen. Na partijen en het in zijn advies aangewezen lid van het auditoraat te hebben gehoord, doet de kamer onverwijld uitspraak over de afstand van geding.";
  4° in paragraaf 2 worden de woorden "of wanneer de verzoekende partij vraagt dat de procedure wordt voortgezet" ingevoegd na de woorden "Wanneer de auditeur niet concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is of moet worden verworpen";
  5° paragraaf 2 wordt aangevuld met de volgende leden, luidende:
  "De kamervoorzitter of de staatsraad die hij aanwijst kan, behoudens bezwaar van de auditeur, in die beschikking aan de partijen voorstellen dat de zaak niet op een terechtzitting wordt behandeld, tenzij een van de partijen binnen een termijn van acht dagen om een behandeling op een terechtzitting verzoekt. Behoudens zulk verzoek wordt het debat gesloten en wordt de zaak in beraad genomen op de in die beschikking vastgestelde datum. Als binnen de gestelde termijn ten minste één van de partijen daarom verzoekt, worden de partijen op de terechtzitting gehoord. Een partij die geen verzoek daartoe indient, wordt verondersteld akkoord te gaan met het voorstel.
  De beschikking maakt melding van dit artikel en wijst uitdrukkelijk op de gevolgen bij stilzitten van de partijen.
  De kamervoorzitter of de staatsraad die hij aanwijst, beslist ambtshalve, op verzoek van de auditeur of van één van de partijen dat de zaak toch ter terechtzitting wordt opgeroepen wanneer een nieuw en ter zake dienend gegeven een tegensprekelijk mondeling debat verantwoordt .".
Art. 24. A l'article 18 de l'arrêté royal du 30 novembre 2006 déterminant la procédure en cassation devant le Conseil d'Etat, modifié par l'arrêté royal du 25 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " afin d'être entendue " sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 2 est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Si la partie requérante ne demande pas la poursuite de la procédure, le greffier en chef, à la demande du membre de l'auditorat désigné, notifie à la partie requérante que la chambre va statuer en décrétant le désistement d'instance, à moins que dans un délai de quinze jours la partie requérante ne demande à être entendue. " ;
  3° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est remplacé par les alinéas suivants :
  " Si la partie requérante ne demande pas à être entendue, la chambre décrète le désistement d'instance.
  Si la partie requérante demande à être entendue, elle joint une justification écrite à sa demande à être entendue. Le président ou le conseiller désigné convoque les parties à comparaître à bref délai. Entendu les parties et le membre de l'auditorat désigné en son avis, la chambre statue sans délai sur le désistement d'instance. " ;
  4° dans le paragraphe 2, les mots " ou si la partie requérante demande la poursuite de la procédure " sont insérés après les mots " Lorsque l'auditeur ne conclut pas à l'irrecevabilité ou au rejet du recours " ;
  5° le paragraphe 2 est complété par les alinéas suivants :
  " Le président de chambre ou le conseiller que celui-ci délègue peut, sauf objection de l'auditeur, proposer dans cette ordonnance aux parties que l'affaire ne sera pas appelée à l'audience, à moins qu'une des parties ne demande dans un délai de huit jours qu'elle soit traitée lors d'une audience. Sauf pareille demande, les débats sont clos et l'affaire est prise en délibéré à la date fixée dans cette ordonnance. Si une des parties au moins le demande dans le délai imparti, les parties sont entendues à l'audience. Une partie qui n'introduit pas de demande à cette fin est supposée marquer son accord sur la proposition.
  L'ordonnance fait mention du présent article et attire expressément l'attention sur les conséquences liées à l'inaction des parties.
  Le président de chambre ou le conseiller que celui-ci délègue décide d'office, à la demande de l'auditeur ou d'une des parties que l'affaire sera malgré tout appelée à l'audience si un élément nouveau et pertinent en l'espèce justifie un débat oral contradictoire. ".
Art. 25. Artikel 19, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Hij kan in de beschikking tot vaststelling van de rechtsdag aan de partijen voorstellen dat de zaak niet behandeld wordt op een terechtzitting, overeenkomstig de procedure vastgelegd in artikel 18, § 2, tweede tot vierde lid.".
Art. 25. L'article 19, alinéa 2, du même arrêté, est complété par la phrase suivante :
  " Il peut proposer aux parties dans l'ordonnance de fixation que l'affaire ne sera pas appelée à l'audience, conformément à la procédure prévue à l'article 18, § 2, alinéas 2 à 4. ".
Art. 26. Artikel 46 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De voor de proceshandelingen voorgeschreven termijnen, gelijk aan of korter dan dertig dagen, worden verhoogd met vijftien dagen wanneer ze, ten gevolge van de berekening uitgevoerd met toepassing van artikel 43, ingaan en verstrijken tussen 1 juli en 31 augustus.".
Art. 26. L'article 46 du même arrêté est complété par l'alinéa suivant :
  " Les délais prescrits pour les actes de la procédure, égaux ou inférieurs à trente jours, sont augmentés de quinze jours lorsque, à la suite de la computation effectuée en application de l'article 43, ils prennent cours et arrivent à échéance entre le 1er juillet et le 31 août. ".
Art. 27. In artikel 47 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 27. Dans l'article 47 du même arrêté, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 28. In artikel 48, derde lid, van hetzelfde besluit wordt de bepaling onder 3° opgeheven.
Art. 28. Dans l'article 48, alinéa 3, du même arrêté, le 3° est abrogé.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions finales
Art. 29. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikelen 3, 1°, en 4, 1°.
  De artikelen 3, 1° en 4, 1° treden in werking op dezelfde dag als artikel 5 van de wet van 11 juli 2023 tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
  Dit besluit is enkel van toepassing op de beroepen en vorderingen die bij de Raad van State worden ingediend vanaf de datum bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de artikelen 3, 1° en 4, 1°.
  De artikelen 3, 1° en 4, 1° zijn enkel van toepassing op de beroepen en vorderingen die bij de Raad van State worden ingediend vanaf de datum bedoeld in het tweede lid.
Art. 29. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'un délai de dix jours prenant cours le jour après la publication du présent arrêté au Moniteur belge, à l'exception des articles 3, 1° et 4, 1°.
  Les articles 3, 1° et 4, 1° entrent en vigueur le même jour que l'article 5 de la loi du 11 juillet 2023 modifiant les lois coordonnées sur le Conseil d'Etat.
  Le présent arrêté est uniquement applicable aux recours et demandes qui ont été introduits au Conseil d'Etat à partir de la date visée à l'alinéa 1er, à l'exception des articles 3, 1° et 4, 1°.
  Les articles 3, 1° et 4, 1° sont uniquement applicables aux recours et demandes qui ont été introduits au Conseil d'Etat à partir de la date visée à l'alinéa 2.
Art. 30. De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 30. Le ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.