Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 JULI 2023. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Titre
6 JUILLET 2023. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale portant modification de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des services publics régionaux de Bruxelles, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale et de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (42)
Texte (42)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel.
CHAPITRE Ier. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles.
Artikel 1. In de Franstalige versie van artikel 2/1, paragraaf 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, ingevoegd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2020, wordt in het vierde lid het woord "présente" vervangen door het woord "présent".
Article 1er. Dans l'article 2/1, § 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles, inséré par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 29 octobre 2020, à l'alinéa 4, le mot " présente " est remplacé par le mot " présent ".
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een artikel 14/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
" § 1. De ambtenaar heeft recht op deconnectie.
Dit is het recht om buiten zijn werktijd niet verbonden te zijn met professionele digitale hulpmiddelen en om professionele oproepen en berichten niet te beantwoorden, behalve:
1° om uitzonderlijke en onvoorziene redenen die maatregelen vereisen die niet tot de volgende werkperiode kunnen wachten, of
2° indien de ambtenaar voor een wachtdienst is aangewezen en gedurende de perioden dat de ambtenaar daadwerkelijk wachtdienst heeft, of
3° indien vooraf anders is overeengekomen, om een gemotiveerde reden, tussen de functioneel chef en de ambtenaar.
De ambtenaar mag geen nadelige gevolgen ondervinden van het niet beantwoorden van de telefoon of het lezen van werk gerelateerde berichten buiten zijn/haar normale werkuren.
§ 2. De Secretaris-Generaal organiseert op geregelde tijdstippen in de bevoegde overlegcommissie een overleg over het thema ontkoppeling van het werk en het gebruik van digitale communicatiemiddelen.
Dit overleg vindt ten minste eenmaal per jaar plaats.
Dit moet ervoor zorgen dat de rusttijden, de jaarlijkse vakantie en andere verloven van de ambtenaren worden gerespecteerd en dat het evenwicht tussen werk en privéleven wordt bewaard.
Ook kan het advies van de preventieadviseur worden ingewonnen.
§ 3. Elke betrokken Gewestelijke Overheidsdienst zorgt ervoor dat het bestaan van het in paragraaf 1 bedoelde recht op deconnectie, alsmede de concrete uitvoeringsbepalingen daarvan, in haar arbeidsreglement worden opgenomen.".
" § 1. De ambtenaar heeft recht op deconnectie.
Dit is het recht om buiten zijn werktijd niet verbonden te zijn met professionele digitale hulpmiddelen en om professionele oproepen en berichten niet te beantwoorden, behalve:
1° om uitzonderlijke en onvoorziene redenen die maatregelen vereisen die niet tot de volgende werkperiode kunnen wachten, of
2° indien de ambtenaar voor een wachtdienst is aangewezen en gedurende de perioden dat de ambtenaar daadwerkelijk wachtdienst heeft, of
3° indien vooraf anders is overeengekomen, om een gemotiveerde reden, tussen de functioneel chef en de ambtenaar.
De ambtenaar mag geen nadelige gevolgen ondervinden van het niet beantwoorden van de telefoon of het lezen van werk gerelateerde berichten buiten zijn/haar normale werkuren.
§ 2. De Secretaris-Generaal organiseert op geregelde tijdstippen in de bevoegde overlegcommissie een overleg over het thema ontkoppeling van het werk en het gebruik van digitale communicatiemiddelen.
Dit overleg vindt ten minste eenmaal per jaar plaats.
Dit moet ervoor zorgen dat de rusttijden, de jaarlijkse vakantie en andere verloven van de ambtenaren worden gerespecteerd en dat het evenwicht tussen werk en privéleven wordt bewaard.
Ook kan het advies van de preventieadviseur worden ingewonnen.
§ 3. Elke betrokken Gewestelijke Overheidsdienst zorgt ervoor dat het bestaan van het in paragraaf 1 bedoelde recht op deconnectie, alsmede de concrete uitvoeringsbepalingen daarvan, in haar arbeidsreglement worden opgenomen.".
Art. 2. Dans le même arrêté, il est inséré un article 14/1 rédigé comme suit :
" § 1. L'agent a un droit à la déconnexion.
Il s'agit du droit de ne pas être connecté en dehors de son temps de travail, aux outils numériques professionnels et de ne pas répondre aux appels et messages professionnels, sauf :
1° pour des raisons exceptionnelles et imprévues nécessitant une action qui ne peut attendre la prochaine période de travail, ou
2° si l'agent est désigné à un service de garde, et durant les périodes pendant lesquelles l'agent est effectivement de garde, ou
3° s'il en a été préalablement convenu autrement, pour une raison dument justifiée, entre le chef fonctionnel et l'agent.
L'agent ne peut subir de conséquences défavorables s'il ne répond pas au téléphone ou ne lit pas de messages liés au travail en dehors de son régime de travail habituel.
§ 2. Le Secrétaire général organise une concertation, au sein du comité de concertation compétent, à des intervalles réguliers, au sujet de la déconnexion du travail et de l'utilisation des moyens de communication numériques.
Cette concertation a lieu au minimum une fois par an.
Cela en vue d'assurer le respect des temps de repos, des vacances annuelles et des autres congés des agents, ainsi que de préserver l'équilibre entre le travail et la vie privée.
L'avis du conseiller en prévention peut en outre être demandé.
§ 3. Chaque Service public régional concerné veille à intégrer dans son règlement de travail, l'existence du droit à la déconnexion, repris au paragraphe 1er, ainsi que ses modalités concrètes de mise en oeuvre. ".
" § 1. L'agent a un droit à la déconnexion.
Il s'agit du droit de ne pas être connecté en dehors de son temps de travail, aux outils numériques professionnels et de ne pas répondre aux appels et messages professionnels, sauf :
1° pour des raisons exceptionnelles et imprévues nécessitant une action qui ne peut attendre la prochaine période de travail, ou
2° si l'agent est désigné à un service de garde, et durant les périodes pendant lesquelles l'agent est effectivement de garde, ou
3° s'il en a été préalablement convenu autrement, pour une raison dument justifiée, entre le chef fonctionnel et l'agent.
L'agent ne peut subir de conséquences défavorables s'il ne répond pas au téléphone ou ne lit pas de messages liés au travail en dehors de son régime de travail habituel.
§ 2. Le Secrétaire général organise une concertation, au sein du comité de concertation compétent, à des intervalles réguliers, au sujet de la déconnexion du travail et de l'utilisation des moyens de communication numériques.
Cette concertation a lieu au minimum une fois par an.
Cela en vue d'assurer le respect des temps de repos, des vacances annuelles et des autres congés des agents, ainsi que de préserver l'équilibre entre le travail et la vie privée.
L'avis du conseiller en prévention peut en outre être demandé.
§ 3. Chaque Service public régional concerné veille à intégrer dans son règlement de travail, l'existence du droit à la déconnexion, repris au paragraphe 1er, ainsi que ses modalités concrètes de mise en oeuvre. ".
Art. 3. In artikel 101 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° Paragraaf 3 wordt opgeheven;
2° In paragraaf 4 wordt het vierde lid opgeheven;
3° Paragraaf 4 wordt aangevuld met twee leden, die als volgt luiden:
"De kosten van de proeven in deze reeks komen ten laste van de betrokken Gewestelijke Overheidsdienst, op voorwaarde dat de ambtenaar zich er formeel toe verbindt deze cursussen te volgen en hij bij het HRM een bewijs van deelname aan deze cursussen indient. Als de ambtenaar in de onmogelijkheid verkeert om de cursus bij te wonen, moet hij onmiddellijk zijn afwezigheid verantwoorden bij het HRM.
Er wordt dienstvrijstelling verleend indien de cursussen en de examens plaatsvinden tijdens de diensturen. Als de bovenvermelde cursussen en examens buiten de diensturen plaatsvinden, wordt hiervoor in een compensatie per uur voorzien. Het totaal van de dienstvrijstellingen en de uurvergoeding mag niet meer bedragen dan 120 uren per schooljaar.".
1° Paragraaf 3 wordt opgeheven;
2° In paragraaf 4 wordt het vierde lid opgeheven;
3° Paragraaf 4 wordt aangevuld met twee leden, die als volgt luiden:
"De kosten van de proeven in deze reeks komen ten laste van de betrokken Gewestelijke Overheidsdienst, op voorwaarde dat de ambtenaar zich er formeel toe verbindt deze cursussen te volgen en hij bij het HRM een bewijs van deelname aan deze cursussen indient. Als de ambtenaar in de onmogelijkheid verkeert om de cursus bij te wonen, moet hij onmiddellijk zijn afwezigheid verantwoorden bij het HRM.
Er wordt dienstvrijstelling verleend indien de cursussen en de examens plaatsvinden tijdens de diensturen. Als de bovenvermelde cursussen en examens buiten de diensturen plaatsvinden, wordt hiervoor in een compensatie per uur voorzien. Het totaal van de dienstvrijstellingen en de uurvergoeding mag niet meer bedragen dan 120 uren per schooljaar.".
Art. 3. Dans l'article 101 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° Le paragraphe 3 est abrogé ;
2° Au paragraphe 4, l'alinéa 4 est abrogé ;
3° Le paragraphe 4 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
" Les frais des épreuves de la présente série sont supportés par le Service public régional concerné pour autant que l'agent s'engage formellement à suivre ces cours et présente à la GRH une attestation de présence à ces cours. Si l'agent est empêché d'y assister, il doit immédiatement communiquer la justification de son absence à la GRH.
Une dispense de service est accordée lorsque les cours et les examens ont lieu durant les heures de service. Lorsque les cours et les examens susmentionnés ont lieu en dehors des heures de service, ils donnent lieu à une compensation horaire. Le total des dispenses de service et de la compensation horaire ne peut pas dépasser 120 heures par année scolaire. ".
1° Le paragraphe 3 est abrogé ;
2° Au paragraphe 4, l'alinéa 4 est abrogé ;
3° Le paragraphe 4 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
" Les frais des épreuves de la présente série sont supportés par le Service public régional concerné pour autant que l'agent s'engage formellement à suivre ces cours et présente à la GRH une attestation de présence à ces cours. Si l'agent est empêché d'y assister, il doit immédiatement communiquer la justification de son absence à la GRH.
Une dispense de service est accordée lorsque les cours et les examens ont lieu durant les heures de service. Lorsque les cours et les examens susmentionnés ont lieu en dehors des heures de service, ils donnent lieu à une compensation horaire. Le total des dispenses de service et de la compensation horaire ne peut pas dépasser 120 heures par année scolaire. ".
Art. 4. In artikel 280 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen als volgt:
" § 2. Dienstvrijstelling wordt verleend ingeval de doorlopende beroepsvorming plaatsvindt tijdens de diensturen, om cursussen te volgen en examens af te leggen.
Als de bovengenoemde opleiding buiten de diensturen plaatsvindt, wordt hiervoor een compensatie per uur voorzien. Het totaal van de dienstvrijstellingen en van de compensatie per uur mag niet meer dan 120 uren per kalenderjaar bedragen, tenzij de Secretaris generaal vrijstelling verleent.".
" § 2. Dienstvrijstelling wordt verleend ingeval de doorlopende beroepsvorming plaatsvindt tijdens de diensturen, om cursussen te volgen en examens af te leggen.
Als de bovengenoemde opleiding buiten de diensturen plaatsvindt, wordt hiervoor een compensatie per uur voorzien. Het totaal van de dienstvrijstellingen en van de compensatie per uur mag niet meer dan 120 uren per kalenderjaar bedragen, tenzij de Secretaris generaal vrijstelling verleent.".
Art. 4. Dans l'article 280 du même arrêté, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Une dispense de service est accordée lorsque la formation professionnelle continuée a lieu durant les heures de service, pour assister aux cours et passer les examens.
Lorsque la formation susmentionnée a lieu en dehors des heures de service, elle donne lieu à une compensation horaire. Le total des dispenses de service et de la compensation horaire ne peut pas dépasser 120 heures par année civile sauf dérogation accordée par le Secrétaire général. ".
" § 2. Une dispense de service est accordée lorsque la formation professionnelle continuée a lieu durant les heures de service, pour assister aux cours et passer les examens.
Lorsque la formation susmentionnée a lieu en dehors des heures de service, elle donne lieu à une compensation horaire. Le total des dispenses de service et de la compensation horaire ne peut pas dépasser 120 heures par année civile sauf dérogation accordée par le Secrétaire général. ".
Art. 5. Artikel 284 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" § 1. In het kader van de vrijwillige beroepsvorming kan de ambtenaar een vormingsverlof van maximaal 120 uren per schooljaar verkrijgen om de cursussen bij te wonen en de examens af te leggen. Met schooljaar wordt bedoeld de periode van 1 september tot 31 augustus.
Het vormingsverlof wordt bezoldigd en gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
§ 2. Het maximum dat in de eerste paragraaf van dit artikel vastgesteld is, wordt evenredig verminderd naargelang de volgende verloven en afwezigheden gedurende het lopende schooljaar verkregen zijn:
1° De afwezigheden waarbij de ambtenaar in de administratieve toestand van non-activiteit of disponibiliteit is geplaatst;
2° het verlof voor onderbreking van de beroepsloopbaan;
3° het halftijds werken vanaf de leeftijd van 50 en 55 jaar;
4° de vierdagenweek;
5° het verlof om een stage te doen in een openbare dienst;
6° het verlof voor opdracht;
7° het verlof om zich kandidaat te stellen bij verkiezingen.".
" § 1. In het kader van de vrijwillige beroepsvorming kan de ambtenaar een vormingsverlof van maximaal 120 uren per schooljaar verkrijgen om de cursussen bij te wonen en de examens af te leggen. Met schooljaar wordt bedoeld de periode van 1 september tot 31 augustus.
Het vormingsverlof wordt bezoldigd en gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
§ 2. Het maximum dat in de eerste paragraaf van dit artikel vastgesteld is, wordt evenredig verminderd naargelang de volgende verloven en afwezigheden gedurende het lopende schooljaar verkregen zijn:
1° De afwezigheden waarbij de ambtenaar in de administratieve toestand van non-activiteit of disponibiliteit is geplaatst;
2° het verlof voor onderbreking van de beroepsloopbaan;
3° het halftijds werken vanaf de leeftijd van 50 en 55 jaar;
4° de vierdagenweek;
5° het verlof om een stage te doen in een openbare dienst;
6° het verlof voor opdracht;
7° het verlof om zich kandidaat te stellen bij verkiezingen.".
Art. 5. L'article 284 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Dans le cadre de la formation professionnelle volontaire, l'agent peut obtenir un congé de formation de maximum 120 heures par année scolaire pour assister aux cours et passer les examens. Par année scolaire, on entend la période du 1er septembre au 31 août.
Le congé de formation est rémunéré et assimilé à une période d'activité de service.
§ 2. Le maximum fixé par le paragraphe premier du présent article est diminué proportionnellement aux congés et absences ci-après obtenus durant l'année scolaire en cours :
1° les absences pendant lesquelles l'agent est placé dans la position administrative de non-activité ou de disponibilité ;
2° le congé pour interruption de la carrière professionnelle ;
3° le travail à mi-temps à partir de 50 ou 55 ans ;
4° la semaine de quatre jours ;
5° le congé pour accomplir un stage dans un service public ;
6° le congé pour mission ;
7° le congé pour présenter sa candidature aux élections. ".
" § 1er. Dans le cadre de la formation professionnelle volontaire, l'agent peut obtenir un congé de formation de maximum 120 heures par année scolaire pour assister aux cours et passer les examens. Par année scolaire, on entend la période du 1er septembre au 31 août.
Le congé de formation est rémunéré et assimilé à une période d'activité de service.
§ 2. Le maximum fixé par le paragraphe premier du présent article est diminué proportionnellement aux congés et absences ci-après obtenus durant l'année scolaire en cours :
1° les absences pendant lesquelles l'agent est placé dans la position administrative de non-activité ou de disponibilité ;
2° le congé pour interruption de la carrière professionnelle ;
3° le travail à mi-temps à partir de 50 ou 55 ans ;
4° la semaine de quatre jours ;
5° le congé pour accomplir un stage dans un service public ;
6° le congé pour mission ;
7° le congé pour présenter sa candidature aux élections. ".
Art. 6. In artikel 354 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 9 geschrapt.
Art. 6. Dans l'article 354 du même arrêté le paragraphe 9 est abrogé.
Art. 7. In artikel 355, § 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het 1° worden de cijfers "335,06" vervangen door de cijfers "439,27";
b) in het 2° worden de cijfers "2,5" vervangen door het cijfer "3".
a) in het 1° worden de cijfers "335,06" vervangen door de cijfers "439,27";
b) in het 2° worden de cijfers "2,5" vervangen door het cijfer "3".
Art. 7. Dans l'article 355, § 7 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
a) au 1°, les chiffres " 335,06 " sont remplacés par les chiffres " 439,27 " ;
b) au 2°, les chiffres " 2,5 " sont remplacés par le chiffre " 3 ".
a) au 1°, les chiffres " 335,06 " sont remplacés par les chiffres " 439,27 " ;
b) au 2°, les chiffres " 2,5 " sont remplacés par le chiffre " 3 ".
Art. 8. Artikel 361 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid luidende:
"De diensten die de ambtenaar verkiest te verrichten in het kader van de flexibele werktijden vormen geen overuren in de zin van dit artikel.".
"De diensten die de ambtenaar verkiest te verrichten in het kader van de flexibele werktijden vormen geen overuren in de zin van dit artikel.".
Art. 8. L'article 361 du même arrêté est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" Les prestations que l'agent choisit d'accomplir dans le cadre des plages mobiles de son horaire ne constituent pas des heures supplémentaires au sens du présent article. ".
" Les prestations que l'agent choisit d'accomplir dans le cadre des plages mobiles de son horaire ne constituent pas des heures supplémentaires au sens du présent article. ".
Art. 9. In de Franstalige versie van hetzelfde besluit wordt in Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV, eerste afdeling, het woord "bicyclette" vervangen door het woord "vélo".
Art. 9. Dans le Livre I, Titre III, Chapitre IV, section 1ière du même arrêté, le mot " bicyclette " est remplacé par le mot " vélo ".
Art. 10. Artikel 409 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" § 1. De ambtenaar die zich per fiets van zijn woonplaats naar zijn standplaats begeeft of een gedeelte van het traject tussen zijn woonplaats en zijn standplaats aflegt, heeft recht op een vergoeding.
Onder "fiets" wordt verstaan elk tweewielig voertuig uitgerust met pedalen, voortbewogen door de spierkracht van de fietser, eventueel, voor het primaire doel van hulp bij het trappen, uitgerust met een hulpaandrijving waarvan de energievoorziening wordt onderbroken wanneer het voertuig een maximumsnelheid van 25 km per uur bereikt.
Een gemotoriseerde of niet gemotoriseerde rolstoel of een ander ongemotoriseerd licht vervoermiddel wordt beschouwd als een fiets.
Het gebruik van een speed pedelec wordt beschouwd als het gebruik van een fiets.
§ 2. Wanneer deze verplaatsingen geheel of gedeeltelijk via een zelfbedieningsfietssysteem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verlopen, krijgt het personeelslid, op zijn verzoek, de bijdrage terugbetaald.".
" § 1. De ambtenaar die zich per fiets van zijn woonplaats naar zijn standplaats begeeft of een gedeelte van het traject tussen zijn woonplaats en zijn standplaats aflegt, heeft recht op een vergoeding.
Onder "fiets" wordt verstaan elk tweewielig voertuig uitgerust met pedalen, voortbewogen door de spierkracht van de fietser, eventueel, voor het primaire doel van hulp bij het trappen, uitgerust met een hulpaandrijving waarvan de energievoorziening wordt onderbroken wanneer het voertuig een maximumsnelheid van 25 km per uur bereikt.
Een gemotoriseerde of niet gemotoriseerde rolstoel of een ander ongemotoriseerd licht vervoermiddel wordt beschouwd als een fiets.
Het gebruik van een speed pedelec wordt beschouwd als het gebruik van een fiets.
§ 2. Wanneer deze verplaatsingen geheel of gedeeltelijk via een zelfbedieningsfietssysteem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verlopen, krijgt het personeelslid, op zijn verzoek, de bijdrage terugbetaald.".
Art. 10. L'article 409 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" § 1. L'agent qui se déplace à vélo pour se rendre de sa résidence vers son lieu de travail ou pour faire une partie du trajet entre sa résidence et son lieu de travail a droit à une indemnité.
Par vélo, on entend tout véhicule à deux roues, équipé de pédales, propulsé par l'énergie musculaire du cycliste, éventuellement équipé, dans le but premier d'aider au pédalage, d'un mode de propulsion auxiliaire dont l'alimentation est interrompue lorsque le véhicule atteint une vitesse maximale de 25 km à l'heure.
Est assimilé à l'utilisation du vélo un fauteuil roulant motorisé ou non-motorisé ou un autre moyen de transport léger non motorisé.
L'utilisation d'un speed pédélec est assimilée à l'utilisation du vélo.
§ 2. Lorsque ces déplacements sont effectués partiellement ou totalement avec un système de vélos en libre-service dans la Région de Bruxelles-capitale, l'agent obtient, sur demande, le remboursement de l'abonnement. ".
" § 1. L'agent qui se déplace à vélo pour se rendre de sa résidence vers son lieu de travail ou pour faire une partie du trajet entre sa résidence et son lieu de travail a droit à une indemnité.
Par vélo, on entend tout véhicule à deux roues, équipé de pédales, propulsé par l'énergie musculaire du cycliste, éventuellement équipé, dans le but premier d'aider au pédalage, d'un mode de propulsion auxiliaire dont l'alimentation est interrompue lorsque le véhicule atteint une vitesse maximale de 25 km à l'heure.
Est assimilé à l'utilisation du vélo un fauteuil roulant motorisé ou non-motorisé ou un autre moyen de transport léger non motorisé.
L'utilisation d'un speed pédélec est assimilée à l'utilisation du vélo.
§ 2. Lorsque ces déplacements sont effectués partiellement ou totalement avec un système de vélos en libre-service dans la Région de Bruxelles-capitale, l'agent obtient, sur demande, le remboursement de l'abonnement. ".
Art. 11. In hetzelfde besluit wordt in boek II, titel III, een hoofdstuk IV/1 ingevoegd, luidende:
"HOOFDSTUK IV/1 - Telewerkvergoeding".
"HOOFDSTUK IV/1 - Telewerkvergoeding".
Art. 11. Dans le même arrêté, dans le Livre II, titre III, il est inséré un chapitre IV/1 rédigé comme suit :
" CHAPITRE IV/1 - De l'indemnité pour frais de télétravail ".
" CHAPITRE IV/1 - De l'indemnité pour frais de télétravail ".
Art. 12. In hetzelfde besluit wordt een artikel 412/1 ingevoegd, luidende:
"Een aansluitingsvergoeding van twintig euro per maand, niet-indexeerbaar, wordt toegekend aan de ambtenaar die ten minste 1 dag per maand telewerkt.
Aanvullend wordt een kantoorvergoeding van dertig euro per maand, niet-indexeerbaar, toegekend aan de ambtenaar die ten minste 4 dagen per maand telewerkt.
Werkdagen in een satellietkantoor worden niet meegerekend.".
"Een aansluitingsvergoeding van twintig euro per maand, niet-indexeerbaar, wordt toegekend aan de ambtenaar die ten minste 1 dag per maand telewerkt.
Aanvullend wordt een kantoorvergoeding van dertig euro per maand, niet-indexeerbaar, toegekend aan de ambtenaar die ten minste 4 dagen per maand telewerkt.
Werkdagen in een satellietkantoor worden niet meegerekend.".
Art. 12. Dans le même arrêté, il est inséré un article 412/1 rédigé comme suit :
" Une indemnité de connexion de vingt euros par mois, non indexable, est octroyée à l'agent qui effectue du télétravail au minimum 1 jour par mois.
Complémentairement, une indemnité de bureau de trente euros par mois, non indexable, est octroyée à l'agent qui effectue du télétravail au minimum 4 jours par mois.
Les jours de travail en bureau satellite n'entrent pas dans ce décompte. ".
" Une indemnité de connexion de vingt euros par mois, non indexable, est octroyée à l'agent qui effectue du télétravail au minimum 1 jour par mois.
Complémentairement, une indemnité de bureau de trente euros par mois, non indexable, est octroyée à l'agent qui effectue du télétravail au minimum 4 jours par mois.
Les jours de travail en bureau satellite n'entrent pas dans ce décompte. ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel.
CHAPITRE II. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des services publics régionaux de Bruxelles.
Art. 13. Artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel wordt aangevuld met een paragraaf vijf, volgt luidend:
" § 5. De algemene bepalingen die zijn vastgelegd in de artikelen 2 en 2/1 van het statuut zijn eveneens van toepassing in het kader van dit besluit.".
" § 5. De algemene bepalingen die zijn vastgelegd in de artikelen 2 en 2/1 van het statuut zijn eveneens van toepassing in het kader van dit besluit.".
Art. 13. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des services publics régionaux de Bruxelles est complété par un paragraphe 5 rédigé comme suit :
" § 5. Les dispositions générales fixées aux articles 2 et 2/1 du statut s'appliquent également dans le cadre du présent arrêté. ".
" § 5. Les dispositions générales fixées aux articles 2 et 2/1 du statut s'appliquent également dans le cadre du présent arrêté. ".
Art. 14. In artikel 4 van hetzelfde besluit wordt het getal "14" vervangen door het getal "14/1".
Art. 14. Dans le même arrêté, à l'article 4, le nombre " 14 " est remplacé par le nombre " 14/1 ".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
CHAPITRE III. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale.
Art. 15. In artikel 2/1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, ingevoegd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° In de Franstalige versie worden in paragraaf 1, eerste lid, de woorden "l'arrêté" vervangen door het woord "arrêté";
2° In paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "bij gewone brief of bij aangetekende zending" vervangen door de woorden "per aangetekende brief";
3° In paragraaf 2, zesde lid, van de Franstalige versie wordt het woord "compte" vervangen door het woord "contient";
4° In paragraaf 2, zevende lid, van de Franstalige versie wordt het woord "présente" vervangen door het woord "présent".
1° In de Franstalige versie worden in paragraaf 1, eerste lid, de woorden "l'arrêté" vervangen door het woord "arrêté";
2° In paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "bij gewone brief of bij aangetekende zending" vervangen door de woorden "per aangetekende brief";
3° In paragraaf 2, zesde lid, van de Franstalige versie wordt het woord "compte" vervangen door het woord "contient";
4° In paragraaf 2, zevende lid, van de Franstalige versie wordt het woord "présente" vervangen door het woord "présent".
Art. 15. Dans l'article 2/1 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, inséré par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 29 octobre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° Au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " l'arrêté " sont remplacés par le mot " arrêté " ;
2° Au paragraphe 2, alinéa 3, les mots " par lettre normale ou lettre recommandée " sont remplacés par les mots " par lettre recommandée " ;
3° Au paragraphe 2, alinéa 6, le mot " compte " est remplacé par le mot " contient " ;
4° Au paragraphe 2, alinéa 7, le mot " présente " est remplacé par le mot " présent ".
1° Au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " l'arrêté " sont remplacés par le mot " arrêté " ;
2° Au paragraphe 2, alinéa 3, les mots " par lettre normale ou lettre recommandée " sont remplacés par les mots " par lettre recommandée " ;
3° Au paragraphe 2, alinéa 6, le mot " compte " est remplacé par le mot " contient " ;
4° Au paragraphe 2, alinéa 7, le mot " présente " est remplacé par le mot " présent ".
Art. 16. In hetzelfde besluit wordt een artikel 14ter ingevoegd, dat luidt als volgt:
" § 1. De ambtenaar heeft recht op deconnectie.
Dit is het recht om buiten zijn werktijd niet verbonden te zijn met professionele digitale hulpmiddelen en om professionele oproepen en berichten niet te beantwoorden, behalve:
1° om uitzonderlijke en onvoorziene redenen die maatregelen vereisen die niet tot de volgende werkperiode kunnen wachten, of
2° indien de ambtenaar voor een wachtdienst is aangewezen en gedurende de perioden dat de ambtenaar daadwerkelijk wachtdienst heeft, of
3° indien vooraf anders is overeengekomen, om een gemotiveerde reden, tussen de functioneel chef en de ambtenaar.
De ambtenaar mag geen nadelige gevolgen ondervinden van het niet beantwoorden van de telefoon of het lezen van werk gerelateerde berichten buiten zijn/haar normale werkuren.
§ 2 De directeur-generaal organiseert op geregelde tijdstippen een overleg in de bevoegde overlegcommissie over het thema ontkoppeling van het werk en het gebruik van digitale communicatiemiddelen.
Dit overleg vindt ten minste eenmaal per jaar plaats.
Dit moet ervoor zorgen dat de rusttijden, de jaarlijkse vakantie en andere verloven van de ambtenaren worden gerespecteerd en dat het evenwicht tussen werk en privéleven wordt bewaard.
Ook kan het advies van de preventieadviseur worden ingewonnen.
§ 3. Elke instelling zorgt ervoor dat het bestaan van het in paragraaf 1 bedoelde recht op deconnectie, alsmede de concrete uitvoeringsbepalingen daarvan, in haar arbeidsreglement worden opgenomen. ".
" § 1. De ambtenaar heeft recht op deconnectie.
Dit is het recht om buiten zijn werktijd niet verbonden te zijn met professionele digitale hulpmiddelen en om professionele oproepen en berichten niet te beantwoorden, behalve:
1° om uitzonderlijke en onvoorziene redenen die maatregelen vereisen die niet tot de volgende werkperiode kunnen wachten, of
2° indien de ambtenaar voor een wachtdienst is aangewezen en gedurende de perioden dat de ambtenaar daadwerkelijk wachtdienst heeft, of
3° indien vooraf anders is overeengekomen, om een gemotiveerde reden, tussen de functioneel chef en de ambtenaar.
De ambtenaar mag geen nadelige gevolgen ondervinden van het niet beantwoorden van de telefoon of het lezen van werk gerelateerde berichten buiten zijn/haar normale werkuren.
§ 2 De directeur-generaal organiseert op geregelde tijdstippen een overleg in de bevoegde overlegcommissie over het thema ontkoppeling van het werk en het gebruik van digitale communicatiemiddelen.
Dit overleg vindt ten minste eenmaal per jaar plaats.
Dit moet ervoor zorgen dat de rusttijden, de jaarlijkse vakantie en andere verloven van de ambtenaren worden gerespecteerd en dat het evenwicht tussen werk en privéleven wordt bewaard.
Ook kan het advies van de preventieadviseur worden ingewonnen.
§ 3. Elke instelling zorgt ervoor dat het bestaan van het in paragraaf 1 bedoelde recht op deconnectie, alsmede de concrete uitvoeringsbepalingen daarvan, in haar arbeidsreglement worden opgenomen. ".
Art. 16. Dans le même arrêté, il est inséré un article 14ter rédigé comme suit :
" § 1. L'agent a un droit à la déconnexion.
Il s'agit du droit de ne pas être connecté en dehors de son temps de travail, aux outils numériques professionnels et de ne pas répondre aux appels et messages professionnels, sauf :
1° pour des raisons exceptionnelles et imprévues nécessitant une action qui ne peut attendre la prochaine période de travail, ou
2° si l'agent est désigné à un service de garde, et durant les périodes pendant lesquelles l'agent est effectivement de garde, ou
3° s'il en a été préalablement convenu autrement, pour une raison dument justifiée, entre le chef fonctionnel et l'agent.
L'agent ne peut subir de conséquences défavorables s'il ne répond pas au téléphone ou s'il ne lit pas de messages liés au travail, en dehors de son régime de travail habituel.
§ 2. Le directeur général organise une concertation, au sein du comité de concertation compétent, à des intervalles réguliers, au sujet de la déconnexion du travail et de l'utilisation des moyens de communication numériques.
Cette concertation a lieu au minimum une fois par an.
Cela en vue d'assurer le respect des temps de repos, des vacances annuelles et des autres congés des agents, ainsi que de préserver l'équilibre entre le travail et la vie privée.
L'avis du conseiller en prévention peut en outre être demandé.
§ 3. Chaque organisme veille à intégrer dans son règlement de travail, l'existence du droit à la déconnexion, repris au paragraphe 1er, ainsi que ses modalités concrètes de mise en oeuvre. ".
" § 1. L'agent a un droit à la déconnexion.
Il s'agit du droit de ne pas être connecté en dehors de son temps de travail, aux outils numériques professionnels et de ne pas répondre aux appels et messages professionnels, sauf :
1° pour des raisons exceptionnelles et imprévues nécessitant une action qui ne peut attendre la prochaine période de travail, ou
2° si l'agent est désigné à un service de garde, et durant les périodes pendant lesquelles l'agent est effectivement de garde, ou
3° s'il en a été préalablement convenu autrement, pour une raison dument justifiée, entre le chef fonctionnel et l'agent.
L'agent ne peut subir de conséquences défavorables s'il ne répond pas au téléphone ou s'il ne lit pas de messages liés au travail, en dehors de son régime de travail habituel.
§ 2. Le directeur général organise une concertation, au sein du comité de concertation compétent, à des intervalles réguliers, au sujet de la déconnexion du travail et de l'utilisation des moyens de communication numériques.
Cette concertation a lieu au minimum une fois par an.
Cela en vue d'assurer le respect des temps de repos, des vacances annuelles et des autres congés des agents, ainsi que de préserver l'équilibre entre le travail et la vie privée.
L'avis du conseiller en prévention peut en outre être demandé.
§ 3. Chaque organisme veille à intégrer dans son règlement de travail, l'existence du droit à la déconnexion, repris au paragraphe 1er, ainsi que ses modalités concrètes de mise en oeuvre. ".
Art. 17. In artikel 94 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° Paragraaf 3 wordt opgeheven;
2° In paragraaf 4 wordt het vierde lid opgeheven;
3° Paragraaf 4 wordt aangevuld door twee leden, luidende:
"De kosten van de proeven in deze reeks komen ten laste van de betrokken instelling, op voorwaarde dat de ambtenaar zich er formeel toe verbindt deze cursussen te volgen en hij bij het HRM een bewijs van deelname aan deze cursussen indient. Als de ambtenaar in de onmogelijkheid verkeert om de cursus bij te wonen, moet hij onmiddellijk zijn afwezigheid verantwoorden bij het HRM.
Er wordt dienstvrijstelling verleend indien de cursussen en de examens plaatsvinden tijdens de diensturen. Als de bovenvermelde cursussen en examens buiten de diensturen plaatsvinden, wordt hiervoor in een compensatie per uur voorzien. Het totaal van de dienstvrijstellingen en de uurvergoeding mag niet meer bedragen dan 120 uur per schooljaar.".
1° Paragraaf 3 wordt opgeheven;
2° In paragraaf 4 wordt het vierde lid opgeheven;
3° Paragraaf 4 wordt aangevuld door twee leden, luidende:
"De kosten van de proeven in deze reeks komen ten laste van de betrokken instelling, op voorwaarde dat de ambtenaar zich er formeel toe verbindt deze cursussen te volgen en hij bij het HRM een bewijs van deelname aan deze cursussen indient. Als de ambtenaar in de onmogelijkheid verkeert om de cursus bij te wonen, moet hij onmiddellijk zijn afwezigheid verantwoorden bij het HRM.
Er wordt dienstvrijstelling verleend indien de cursussen en de examens plaatsvinden tijdens de diensturen. Als de bovenvermelde cursussen en examens buiten de diensturen plaatsvinden, wordt hiervoor in een compensatie per uur voorzien. Het totaal van de dienstvrijstellingen en de uurvergoeding mag niet meer bedragen dan 120 uur per schooljaar.".
Art. 17. Dans l'article 94 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° Le paragraphe 3 est abrogé ;
2° Au paragraphe 4, l'alinéa 4 est abrogé ;
3° Le paragraphe 4 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
" Les frais des épreuves de la présente série sont supportés par l'organisme concerné pour autant que l'agent s'engage formellement à suivre ces cours et présente à la GRH une attestation de présence à ces cours. Si l'agent est empêché d'y assister, il doit immédiatement communiquer la justification de son absence à la GRH.
Une dispense de service est accordée lorsque les cours et les examens ont lieu durant les heures de service. Lorsque les cours et les examens susmentionnés ont lieu en dehors des heures de service, ils donnent lieu à une compensation horaire. Le total des dispenses de service et de la compensation horaire ne peut pas dépasser 120 heures par année scolaire. ".
1° Le paragraphe 3 est abrogé ;
2° Au paragraphe 4, l'alinéa 4 est abrogé ;
3° Le paragraphe 4 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
" Les frais des épreuves de la présente série sont supportés par l'organisme concerné pour autant que l'agent s'engage formellement à suivre ces cours et présente à la GRH une attestation de présence à ces cours. Si l'agent est empêché d'y assister, il doit immédiatement communiquer la justification de son absence à la GRH.
Une dispense de service est accordée lorsque les cours et les examens ont lieu durant les heures de service. Lorsque les cours et les examens susmentionnés ont lieu en dehors des heures de service, ils donnent lieu à une compensation horaire. Le total des dispenses de service et de la compensation horaire ne peut pas dépasser 120 heures par année scolaire. ".
Art. 18. In artikel 273 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen als volgt:
" § 2. Dienstvrijstelling wordt verleend ingeval de doorlopende beroepsvorming plaatsvindt tijdens de diensturen, om cursussen te volgen en examens af te leggen.
Als de bovenvermelde vorming buiten de diensturen plaatsvindt, wordt hiervoor een compensatie per uur voorzien. Het totaal van de dienstvrijstellingen en de compensatie per uur mag niet meer dan 120 uren per kalenderjaar bedragen, tenzij de directeur-generaal een afwijking toekent.".
" § 2. Dienstvrijstelling wordt verleend ingeval de doorlopende beroepsvorming plaatsvindt tijdens de diensturen, om cursussen te volgen en examens af te leggen.
Als de bovenvermelde vorming buiten de diensturen plaatsvindt, wordt hiervoor een compensatie per uur voorzien. Het totaal van de dienstvrijstellingen en de compensatie per uur mag niet meer dan 120 uren per kalenderjaar bedragen, tenzij de directeur-generaal een afwijking toekent.".
Art. 18. Dans l'article 273 du même arrêté, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Une dispense de service est accordée lorsque la formation professionnelle continuée a lieu durant les heures de service, pour assister aux cours et passer les examens.
Lorsque la formation susmentionnée a lieu en dehors des heures de service, elle donne lieu à une compensation horaire. Le total des dispenses de service et de la compensation horaire ne peut pas dépasser 120 heures par année civile sauf dérogation accordée par le Directeur général. ".
" § 2. Une dispense de service est accordée lorsque la formation professionnelle continuée a lieu durant les heures de service, pour assister aux cours et passer les examens.
Lorsque la formation susmentionnée a lieu en dehors des heures de service, elle donne lieu à une compensation horaire. Le total des dispenses de service et de la compensation horaire ne peut pas dépasser 120 heures par année civile sauf dérogation accordée par le Directeur général. ".
Art. 19. In het besluit wordt artikel 277 vervangen door de volgende tekst:
" § 1. In het kader van de vrijwillige beroepsvorming kan de ambtenaar een vormingsverlof van maximaal 120 uren per schooljaar verkrijgen om de cursussen bij te wonen en de examens af te leggen. Met schooljaar wordt bedoeld de periode van 1 september tot 31 augustus.
Het vormingsverlof wordt bezoldigd en gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
§ 2. Het maximum dat in de eerste paragraaf van dit artikel vastgesteld is, wordt evenredig verminderd naargelang de volgende verloven en afwezigheden gedurende het lopende schooljaar verkregen zijn:
1° de afwezigheden waarbij de ambtenaar in de administratieve toestand van non-activiteit of disponibiliteit is geplaatst;
2° het verlof voor onderbreking van de beroepsloopbaan;
3° het halftijds werken vanaf de leeftijd van 50 en 55 jaar;
4° de vierdagenweek;
5° het verlof om een stage te doen in een openbare dienst;
6° het verlof voor opdracht;
7° verlof om zich kandidaat te stellen bij verkiezingen.".
" § 1. In het kader van de vrijwillige beroepsvorming kan de ambtenaar een vormingsverlof van maximaal 120 uren per schooljaar verkrijgen om de cursussen bij te wonen en de examens af te leggen. Met schooljaar wordt bedoeld de periode van 1 september tot 31 augustus.
Het vormingsverlof wordt bezoldigd en gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
§ 2. Het maximum dat in de eerste paragraaf van dit artikel vastgesteld is, wordt evenredig verminderd naargelang de volgende verloven en afwezigheden gedurende het lopende schooljaar verkregen zijn:
1° de afwezigheden waarbij de ambtenaar in de administratieve toestand van non-activiteit of disponibiliteit is geplaatst;
2° het verlof voor onderbreking van de beroepsloopbaan;
3° het halftijds werken vanaf de leeftijd van 50 en 55 jaar;
4° de vierdagenweek;
5° het verlof om een stage te doen in een openbare dienst;
6° het verlof voor opdracht;
7° verlof om zich kandidaat te stellen bij verkiezingen.".
Art. 19. L'article 277 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Dans le cadre de la formation professionnelle volontaire, l'agent peut obtenir un congé de formation de maximum 120 heures par année scolaire pour assister aux cours et passer les examens. Par année scolaire, on entend la période du 1er septembre au 31 août.
Le congé de formation est rémunéré et assimilé à une période d'activité de service.
§ 2. Le maximum fixé par le paragraphe premier du présent article est diminué proportionnellement aux congés et absences ci-après obtenus durant l'année scolaire en cours :
1° les absences pendant lesquelles l'agent est placé dans la position administrative de non-activité ou de disponibilité ;
2° le congé pour interruption de la carrière professionnelle ;
3° le travail à mi-temps à partir de 50 ou 55 ans ;
4° la semaine de quatre jours ;
5° le congé pour accomplir un stage dans un service public ;
6° le congé pour mission ;
7° le congé pour présenter sa candidature aux élections. ".
" § 1er. Dans le cadre de la formation professionnelle volontaire, l'agent peut obtenir un congé de formation de maximum 120 heures par année scolaire pour assister aux cours et passer les examens. Par année scolaire, on entend la période du 1er septembre au 31 août.
Le congé de formation est rémunéré et assimilé à une période d'activité de service.
§ 2. Le maximum fixé par le paragraphe premier du présent article est diminué proportionnellement aux congés et absences ci-après obtenus durant l'année scolaire en cours :
1° les absences pendant lesquelles l'agent est placé dans la position administrative de non-activité ou de disponibilité ;
2° le congé pour interruption de la carrière professionnelle ;
3° le travail à mi-temps à partir de 50 ou 55 ans ;
4° la semaine de quatre jours ;
5° le congé pour accomplir un stage dans un service public ;
6° le congé pour mission ;
7° le congé pour présenter sa candidature aux élections. ".
Art. 20. In artikel 348 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 9 opgeheven.
Art. 20. Dans l'article 348 du même arrêté le paragraphe 9 est abrogé.
Art. 21. In artikel 349, § 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het 1° worden de cijfers "335,06" vervangen door de cijfers "439,27";
b) in het 2° worden de cijfers "2,5" vervangen door het cijfer "3".
a) in het 1° worden de cijfers "335,06" vervangen door de cijfers "439,27";
b) in het 2° worden de cijfers "2,5" vervangen door het cijfer "3".
Art. 21. Dans l'article 349, § 7 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
a) au 1°, les chiffres " 335,06 " sont remplacés par les chiffres " 439,27 " ;
b) au 2°, les chiffres " 2,5 " sont remplacés par le chiffre " 3 ".
a) au 1°, les chiffres " 335,06 " sont remplacés par les chiffres " 439,27 " ;
b) au 2°, les chiffres " 2,5 " sont remplacés par le chiffre " 3 ".
Art. 22. Artikel 355 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid luidende:
"De diensten die de ambtenaar verkiest te verrichten in het kader van de flexibele werktijden vormen geen overuren in de zin van dit artikel.".
"De diensten die de ambtenaar verkiest te verrichten in het kader van de flexibele werktijden vormen geen overuren in de zin van dit artikel.".
Art. 22. L'article 355 du même arrêté est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" Les prestations que l'agent choisit d'accomplir dans le cadre des plages mobiles de son horaire ne constituent pas des heures supplémentaires au sens du présent article. ".
" Les prestations que l'agent choisit d'accomplir dans le cadre des plages mobiles de son horaire ne constituent pas des heures supplémentaires au sens du présent article. ".
Art. 23. In hetzelfde besluit, in Boek II, Titel III wordt de nummering van HOOFDSTUK II. - De vergoeding voor verblijfkosten, vervangen door de volgende nummering:
" HOOFDSTUK III. - De vergoeding voor verblijfkosten".
" HOOFDSTUK III. - De vergoeding voor verblijfkosten".
Art. 23. Dans le même arrêté, dans le Livre II, Titre III, la numérotation du CHAPITRE II. - Du remboursement des frais de séjour, est remplacée par la numérotation suivante:
" CHAPITRE III. - Du remboursement des frais de séjour ".
" CHAPITRE III. - Du remboursement des frais de séjour ".
Art. 24. In hetzelfde besluit, hetzelfde boek en dezelfde titel wordt de nummering van HOOFDSTUK III. - De vergoeding voor vervoerskosten op de weg van en naar het werk, vervangen door de volgende nummering:
" HOOFDSTUK IV. - De vergoeding voor vervoerskosten op de weg van en naar het werk".
" HOOFDSTUK IV. - De vergoeding voor vervoerskosten op de weg van en naar het werk".
Art. 24. Dans le même arrêté, le même livre et le même titre, la numérotation du CHAPITRE III. - Des indemnités pour frais de déplacement sur le chemin du travail, est remplacée par la numérotation suivante:
" CHAPITRE IV. - Des indemnités pour frais de déplacement sur le chemin du travail ".
" CHAPITRE IV. - Des indemnités pour frais de déplacement sur le chemin du travail ".
Art. 25. In de Franstalige versie van hetzelfde besluit in Boek II, Titel III, Hoofdstuk III, eerste afdeling, wordt het woord "bicyclette" vervangen door het woord "vélo".
Art. 25. Dans le Livre II, Titre II, Chapitre III, section 1ère du même arrêté, le mot " bicyclette " est remplacé par le mot " vélo ".
Art. 26. Artikel 402 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" § 1. Het personeelslid dat zich per fiets van zijn woonplaats naar zijn standplaats begeeft of een gedeelte van het traject tussen zijn woonplaats en zijn standplaats aflegt, heeft recht op een vergoeding.
Onder "fiets" wordt verstaan elk tweewielig voertuig uitgerust met pedalen, voortbewogen door de spierkracht van de fietser, eventueel, voor het primaire doel van hulp bij het trappen, uitgerust met een hulpaandrijving waarvan de energievoorziening wordt onderbroken wanneer het voertuig een maximumsnelheid van 25 km per uur bereikt.
Een gemotoriseerde of niet gemotoriseerde rolstoel of een ander ongemotoriseerd licht vervoermiddel wordt beschouwd als een fiets.
Het gebruik van een speed pedelec wordt beschouwd als het gebruik van een fiets.
§ 2. Wanneer deze verplaatsingen geheel of gedeeltelijk via een zelfbedieningsfietssysteem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verlopen, krijgt het personeelslid, op zijn verzoek, de jaarlijkse bijdrage terugbetaald.".
" § 1. Het personeelslid dat zich per fiets van zijn woonplaats naar zijn standplaats begeeft of een gedeelte van het traject tussen zijn woonplaats en zijn standplaats aflegt, heeft recht op een vergoeding.
Onder "fiets" wordt verstaan elk tweewielig voertuig uitgerust met pedalen, voortbewogen door de spierkracht van de fietser, eventueel, voor het primaire doel van hulp bij het trappen, uitgerust met een hulpaandrijving waarvan de energievoorziening wordt onderbroken wanneer het voertuig een maximumsnelheid van 25 km per uur bereikt.
Een gemotoriseerde of niet gemotoriseerde rolstoel of een ander ongemotoriseerd licht vervoermiddel wordt beschouwd als een fiets.
Het gebruik van een speed pedelec wordt beschouwd als het gebruik van een fiets.
§ 2. Wanneer deze verplaatsingen geheel of gedeeltelijk via een zelfbedieningsfietssysteem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verlopen, krijgt het personeelslid, op zijn verzoek, de jaarlijkse bijdrage terugbetaald.".
Art. 26. L'article 402 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" § 1. L'agent qui se déplace à vélo pour se rendre de sa résidence vers son lieu de travail ou pour faire une partie du trajet entre sa résidence et son lieu de travail a droit à une indemnité.
Par vélo, on entend tout véhicule à deux roues, équipé de pédales, propulsé par l'énergie musculaire du cycliste, éventuellement équipé, dans le but premier d'aider au pédalage, d'un mode de propulsion auxiliaire dont l'alimentation est interrompue lorsque le véhicule atteint une vitesse maximale de 25 km à l'heure.
Est assimilé à l'utilisation du vélo un fauteuil roulant motorisé ou non-motorisé ou un autre moyen de transport léger non motorisé.
L'utilisation d'un speed pédélec est assimilée à l'utilisation du vélo.
§ 2. Lorsque ces déplacements sont effectués partiellement ou totalement avec un système de vélos en libre-service dans la Région de Bruxelles-capitale l'agent obtient, sur demande, le remboursement de l'abonnement annuel.".
" § 1. L'agent qui se déplace à vélo pour se rendre de sa résidence vers son lieu de travail ou pour faire une partie du trajet entre sa résidence et son lieu de travail a droit à une indemnité.
Par vélo, on entend tout véhicule à deux roues, équipé de pédales, propulsé par l'énergie musculaire du cycliste, éventuellement équipé, dans le but premier d'aider au pédalage, d'un mode de propulsion auxiliaire dont l'alimentation est interrompue lorsque le véhicule atteint une vitesse maximale de 25 km à l'heure.
Est assimilé à l'utilisation du vélo un fauteuil roulant motorisé ou non-motorisé ou un autre moyen de transport léger non motorisé.
L'utilisation d'un speed pédélec est assimilée à l'utilisation du vélo.
§ 2. Lorsque ces déplacements sont effectués partiellement ou totalement avec un système de vélos en libre-service dans la Région de Bruxelles-capitale l'agent obtient, sur demande, le remboursement de l'abonnement annuel.".
Art. 27. In hetzelfde besluit, in Boek II, Titel III, wordt een hoofdstuk IV/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"HOOFDSTUK IV/1 - Telewerkvergoeding".
"HOOFDSTUK IV/1 - Telewerkvergoeding".
Art. 27. Dans le Livre II, Titre III du même arrêté, il est inséré un chapitre IV/1 rédigé comme suit :
" CHAPITRE IV/1 - De l'indemnité pour frais de télétravail ".
" CHAPITRE IV/1 - De l'indemnité pour frais de télétravail ".
Art. 28. In hetzelfde besluit, hetzelfde boek en dezelfde titel wordt een artikel 405/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Een aansluitingsvergoeding van twintig euro per maand, niet-indexeerbaar, wordt toegekend aan de ambtenaar die ten minste 1 dag per maand telewerkt.
Aanvullend, wordt een kantoorvergoeding van dertig euro per maand, niet-indexeerbaar, toegekend aan de ambtenaar die ten minste 4 dagen per maand telewerkt.
Werkdagen in een satellietkantoor worden niet meegerekend.".
"Een aansluitingsvergoeding van twintig euro per maand, niet-indexeerbaar, wordt toegekend aan de ambtenaar die ten minste 1 dag per maand telewerkt.
Aanvullend, wordt een kantoorvergoeding van dertig euro per maand, niet-indexeerbaar, toegekend aan de ambtenaar die ten minste 4 dagen per maand telewerkt.
Werkdagen in een satellietkantoor worden niet meegerekend.".
Art. 28. Dans le même arrêté, le même livre et le même titre, il est inséré un article 405/1 rédigé comme suit :
" Une indemnité de connexion de vingt euros par mois, non indexable, est octroyée à l'agent qui effectue du télétravail au minimum 1 jour par mois.
Complémentairement, une indemnité de bureau de trente euros par mois, non indexable, est octroyée à l'agent qui effectue du télétravail au minimum 4 jours par mois.
Les jours de travail en bureau satellite n'entrent pas dans ce décompte. ".
" Une indemnité de connexion de vingt euros par mois, non indexable, est octroyée à l'agent qui effectue du télétravail au minimum 1 jour par mois.
Complémentairement, une indemnité de bureau de trente euros par mois, non indexable, est octroyée à l'agent qui effectue du télétravail au minimum 4 jours par mois.
Les jours de travail en bureau satellite n'entrent pas dans ce décompte. ".
Art. 29. In hetzelfde besluit in Boek II, Titel III, wordt de nummering van HOOFDSTUK IV. - Huisvestingskosten, vervangen door de volgende nummering:
" HOOFDSTUK V. - Huisvestingskosten".
" HOOFDSTUK V. - Huisvestingskosten".
Art. 29. Dans le Livre II, Titre III du même arrêté, la numérotation du CHAPITRE IV. - Des frais de logement, est remplacée par la numérotation suivante :
" CHAPITRE V. - Des frais de logement ".
" CHAPITRE V. - Des frais de logement ".
Art. 30. In hetzelfde besluit in Boek II, Titel III, wordt de nummering van HOOFDSTUK V. - De toelage voor huisbewaarders of hun vervangers, vervangen door de volgende nummering:
" HOOFDSTUK VI. - De toelage voor huisbewaarders of hun vervangers".
" HOOFDSTUK VI. - De toelage voor huisbewaarders of hun vervangers".
Art. 30. Dans le Livre II, Titre II du même arrêté, la numérotation du CHAPITRE V. - De l'allocation aux concierges ou à leurs remplaçants, est remplacée par la numérotation suivante :
" CHAPITRE VI. - De l'allocation aux concierges ou à leurs remplaçants ".
" CHAPITRE VI. - De l'allocation aux concierges ou à leurs remplaçants ".
Art. 31. In hetzelfde besluit in Boek II, Titel III wordt de nummering van HOOFDSTUK VI. - Vergoeding van de begrafeniskosten bij overlijden van een ambtenaar, vervangen door de volgende nummering:
" HOOFDSTUK VII. - Vergoeding van de begrafeniskosten bij overlijden van een ambtenaar".
" HOOFDSTUK VII. - Vergoeding van de begrafeniskosten bij overlijden van een ambtenaar".
Art. 31. Dans le Livre II, Titre III du même arrêté, la numérotation du CHAPITRE VI. - De l'indemnité pour frais funéraires en cas de décès d'un agent, est remplacée par la numérotation suivante :
" CHAPITRE VII. - De l'indemnité pour frais funéraires en cas de décès d'un agent ".
" CHAPITRE VII. - De l'indemnité pour frais funéraires en cas de décès d'un agent ".
Art. 32. In hetzelfde besluit in Boek II, Titel III, wordt de nummering van HOOFDSTUK VII. - De terbeschikkingstelling van geldsommen om dienstuitgaven te verrichten, vervangen door de volgende nummering:
" HOOFDSTUK VIII. - De terbeschikkingstelling van geldsommen om dienstuitgaven te verrichten".
" HOOFDSTUK VIII. - De terbeschikkingstelling van geldsommen om dienstuitgaven te verrichten".
Art. 32. Dans le Livre II, Titre III du même arrêté, la numérotation du CHAPITRE VII. - De la mise à disposition de sommes dans le but d'effectuer des dépenses de service, est remplacée par la numérotation suivante :
" CHAPITRE VIII. - De la mise à disposition de sommes dans le but d'effectuer des dépenses de service ".
" CHAPITRE VIII. - De la mise à disposition de sommes dans le but d'effectuer des dépenses de service ".
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
CHAPITRE IV. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale
Art. 33. Artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt aangevuld met een paragraaf drie, luidende:
" § 3. De algemene bepalingen die zijn vastgelegd in de artikelen 2 en 2/1 van het statuut, zijn eveneens van toepassing in het kader van dit besluit.".
" § 3. De algemene bepalingen die zijn vastgelegd in de artikelen 2 en 2/1 van het statuut, zijn eveneens van toepassing in het kader van dit besluit.".
Art. 33. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale est complété par le paragraphe 3 rédigé comme suit :
" § 3. Les dispositions générales fixées aux articles 2 et 2/1 du statut s'appliquent également dans le cadre du présent arrêté. ".
" § 3. Les dispositions générales fixées aux articles 2 et 2/1 du statut s'appliquent également dans le cadre du présent arrêté. ".
Art. 34. In artikel 4 van hetzelfde besluit wordt het getal "14bis" vervangen door het getal "14ter".
Art. 34. Dans l'article 4 du même arrêté, le nombre " 14bis " est remplacé par le nombre " 14ter ".
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
CHAPITRE V. - Dispositions finales
Art. 35. Alle door dit besluit gewijzigde procedures die reeds lopende zijn op het moment van inwerkingtreding van dit besluit, worden verdergezet overeenkomstig de modaliteiten die voorzien waren vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 35. Toutes les procédures modifiées par le présent arrêté et déjà en cours au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté, se poursuivent conformément aux modalités prévues avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 36. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikelen 6, 7, 9 10, 11, 12, 20, 21, 25, 26, 27, 28 die van kracht zijn op 1 april 2022.
Art. 36. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception des articles 6, 7, 9, 10, 11, 12, 20, 21, 25, 26, 27, 28, qui produisent leurs effets au 1er avril 2022.
Art. 37. De minister bevoegd voor Ambtenarenzaken wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 37. Le ministre de la Fonction publique est chargé de l'exécution du présent arrêté.