15 JUNI 2023. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van acteurs en van erkende verenigingen die ijveren voor de integratie via huisvesting voor het uitvoeren van discriminatietesten in de huisvestingssector in uitvoering van artikel 214bis van de Brusselse Huisvestingscode
Art. 1-12
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° VIH: vereniging die ijvert voor de integratie via huisvesting, erkend door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van het besluit van de Brusselse Hoofdelijke Regering van 7 juli 2016;
2° Code: de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode;
3° Regering: de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
4° Minister: de Minister bevoegd voor Huisvesting;
5° Bestuur: de gewestelijke Huisvestingsinspectie van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel.
Art.2. Een aanvraag tot erkenning voor het uitvoeren van discriminatietesten op verzoek van het Bestuur wordt gericht aan de Minister door elke rechtspersoon die aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° hij moet beschikken over rechtspersoonlijkheid;
2° zijn administratieve zetel moet in België gevestigd zijn;
3° hij moet belangstelling aantonen voor de wettelijke opdrachten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in de huisvestingssector of inzake discriminatiebestrijding in de huisvestingssector;
4° hij moet de in artikel 6 van dit besluit bedoelde opleiding rond discriminatiebestrijding in de huisvestingssector volgen;
5° zijn maatschappelijke doel moet erin bestaan activiteiten aan te bieden die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met podiumkunsten of met cultuur, waaronder activiteiten in verband met de productie van beelden of video's.
6° hij moet zich ertoe verbinden discriminatietesten uit te voeren overeenkomstig de bepalingen van de Brusselse Huisvestingscode en de vertrouwelijkheid, objectiviteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid naleven.
Art.3. In afwijking van artikel 2 worden de VIH's die erkend zijn overeenkomstig artikelen 4 en 5 van het besluit van 7 juli 2016 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de toekenning van subsidies aan verenigingen die ijveren voor de integratie via de huisvesting, van rechtswege erkend om op verzoek van de beambten van het Bestuur discriminatietesten in de huisvestingssector uit te voeren op voorwaarde dat ze de in artikel 6 van dit besluit bedoelde opleiding hebben gevolgd.
Art.4. De in artikel 2 bedoelde aanvraag tot erkenning wordt gericht aan de Minister bij aangetekende schrijven met ontvangstbewijs of door elk ander middel voor verzending met vaste dagtekening Deze aanvraag bevat alle documenten en verbintenissen aan de hand waarvan kan worden nagegaan of aan de in artikel 2 bedoelde voorwaarden wordt voldaan.
De bevoegde minister deelt zijn beslissing mee binnen de drie maanden na ontvangst door het Bestuur van de aanvraag of de aanvulling ervan. Bij ontstentenis wordt de aanvraag tot erkenning geacht te zijn verworpen.
De aanvulling wordt overgemaakt aan het Bestuur binnen een termijn van maximaal een maand vanaf de datum van het verzoek van het Bestuur om aanvulling. De niet-naleving van deze termijn leidt van rechtswege tot de ontvankelijkheid van de erkenningsaanvraag.
Tegen de beslissing van de Minister kan een beroep worden ingesteld bij de Regering, volgens de modaliteiten bepaald in artikel 9 van dit besluit.
Art.5. De erkenning wordt toegekend voor een termijn van drie jaar. Ze is verlengbaar.
Aanvragen voor de verlenging van de erkenning worden uiterlijk vier maanden vóór het verstrijken van de lopende erkenning gericht aan de Minister overeenkomstig de voorwaarden beschreven in artikel 2 van dit besluit en volgens de procedure beschreven in artikel 4 van dit besluit.
Art.6. § 1. Het Bestuur, of een andere instantie waaraan het bestuur deze opdracht toevertrouwt, organiseert een opleiding van ten minste drie uur in verband met de bestrijding van discriminatie in de huisvestingssector. Aan het einde van de opleiding wordt een deelnameattest afgeleverd.
De opleiding moet minstens de volgende aspecten omvatten:
1° vormen van discriminatie;
2° de huurovereenkomst;
3° rechten en plichten van de verschillende partijen;
3° praktijksituaties.
§ 2. Indien het Bestuur de organisatie van deze opleiding toevertrouwt aan een andere instantie, wordt de inhoud van de opleiding vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur.
Art.7. Onverminderd artikel 9 van het besluit van 7 juli 2016 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de toekenning van subsidies aan verenigingen die ijveren voor de integratie via de huisvesting, leidt elke beslissing die de Minister neemt tot weigering,opschorting of intrekking van de erkenning van een VIH, van rechtswege tot de weigering, opschorting of intrekking van de erkenning om op verzoek van het Bestuur discriminatietesten uit te voeren.
Art.8. § 1. Om op verzoek van het Bestuur discriminatietesten uit te voeren, kan de Minister de erkenning intrekken of opschorten van een in artikel 2 bedoelde rechtspersoon of van een VIH die erkend is overeenkomstig artikelen 4 en 5 van het besluit van 7 juli 2016 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de toekenning van subsidies aan verenigingen die ijveren voor de integratie via de huisvesting:
1° Wanneer deze de bepalingen van de Code of van dit besluit niet of niet langer naleeft;
2° Wanneer deze bij de uitoefening van de activiteit ernstige nalatigheden begaat die de uitvoering van de door het Bestuur toevertrouwde opdrachten in gevaar brengen;
§ 2. De Minister kan de verlenging van een erkenning van een rechtspersoon weigeren;
§ 3. Voorafgaand aan de intrekking, opschorting of niet-verlenging van de erkenning stelt de Minister de betrokken rechtspersoon of VIH per brief in kennis van de redenen voor zijn beslissing.
Binnen de vijftien dagen die volgen op de kennisgeving van deze brief, kan de rechtspersoon of VIH zijn argumenten schriftelijk meedelen en/of aan de Minister zijn wens meedelen om door hem gehoord te worden door de Minister, zijn vertegenwoordiger of de leidend ambtenaar van het Bestuur aan wie de Minister deze opdracht toevertrouwt.
De intrekking of opschorting van de erkenning wordt per aangetekend schrijven meegedeeld aan de rechtspersoon of de VIH, met een opzegtermijn van drie maanden.
Art.9. Tegen elke beslissing tot weigering, niet-verlenging, opschorting of intrekking van een erkenning kan een gemotiveerd beroep worden ingesteld bij de Regering.
Dit beroep wordt uiterlijk binnen de drie maanden na de dag van kennisgeving van de betwiste beslissing of, bij gebreke van kennisgeving, na de dag die volgt op het verstrijken van de in artikel 4, lid 2 van dit besluit bepaalde termijn, per aangetekende schrijven met ontvangstbewijs bij de Regering ingediend.
Het ingestelde beroep tegen een opschorting of intrekking van een erkenning heeft een opschortende werking.
De Regering maakt haar beslissing over het beroep binnen de vier maanden na de ontvangst ervan bekend.
Art.10. Het Bestuur ziet toe op de toepassingsmodaliteiten van dit besluit. Daartoe kan het Bestuur elk bewijsstuk opvragen dat voor de uitoefening van deze controle nodig is.
Art.11. Het Bestuur overhandigt de Regering elk jaar een verslag van de discriminatietesten.
Art. 12. De Minister bevoegd voor Huisvesting wordt belast met de uitvoering van dit besluit.