Artikel 1. In artikel 1 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° voor punt 1°, dat punt 1/1° wordt, wordt een nieuw punt 1° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "1° agentschap: het agentschap, vermeld in artikel 2 van het decreet van 20 april 2012;";
  2° er wordt een punt 2/1° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "2/1° crisis: een situatie waarbij de fysieke of psychische integriteit van een kind tijdens de kinderopvang in gevaar of geschonden is;";
  3° er wordt een punt 4/1° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "4/1° grensoverschrijdend gedrag: een situatie waarin een kind het slachtoffer is of dreigt te worden van onterende handelingen, bedreigingen of geweld door een persoon die aanwezig is in de kinderopvang;";
  4° punt 9° wordt opgeheven.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 MAART 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, wat betreft het beleidsvoerend vermogen en de versterking van risicomanagement(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-09-2023 en tekstbijwerking tot 27-11-2023)
Titre
17 MARS 2023. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'ArrĂȘtĂ© d'autorisation du 22 novembre 2013, en ce qui concerne les compĂ©tences de gestion et le renforcement de la gestion des risques(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 05-09-2023 et mise Ă jour au 27-11-2023)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (40)
Texte (40)
Article 1er. A l'article 1er de l'ArrĂȘtĂ© d'autorisation du 22 novembre 2013, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° avant le point 1°, qui devient le point 1° /1, il est inséré un nouveau point 1°, rédigé comme suit :
  " 1° agence : l'agence visée à l'article 2 du décret du 20 avril 2012 ; " ;
  2° il est inséré un point 2/1°, rédigé comme suit :
  " 2/1° crise : une situation mettant en péril ou entravant l'intégrité physique ou psychique d'un enfant pendant la garde ; " ;
  3° il est inséré un point 4/1°, rédigé comme suit :
  " 4/1° comportement abusif : une situation dans laquelle un enfant est ou risque d'ĂȘtre victime d'actes dĂ©gradants, de menaces ou de violences de la part d'une personne prĂ©sente dans le milieu d'accueil ; " ;
  4° le point 9° est abrogé.
  1° avant le point 1°, qui devient le point 1° /1, il est inséré un nouveau point 1°, rédigé comme suit :
  " 1° agence : l'agence visée à l'article 2 du décret du 20 avril 2012 ; " ;
  2° il est inséré un point 2/1°, rédigé comme suit :
  " 2/1° crise : une situation mettant en péril ou entravant l'intégrité physique ou psychique d'un enfant pendant la garde ; " ;
  3° il est inséré un point 4/1°, rédigé comme suit :
  " 4/1° comportement abusif : une situation dans laquelle un enfant est ou risque d'ĂȘtre victime d'actes dĂ©gradants, de menaces ou de violences de la part d'une personne prĂ©sente dans le milieu d'accueil ; " ;
  4° le point 9° est abrogé.
Art. 2. In artikel 5 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015, wordt het woord "geschiktheid" vervangen door de woorden "het beleidsvoerend vermogen".
Art. 2. A l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 dĂ©cembre 2015, les mots " l'intĂ©gritĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " les compĂ©tences de gestion ".
Art. 3. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 en 9 oktober 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 8. De organisator heeft een starterstraject met succes afgerond.
  Een starterstraject als vermeld in het eerste lid, focust op het beleidsvoerend vermogen van de organisator.
  De minister bepaalt de nadere regels, minstens voor de inhoud van de kennis die aan bod komt in het starterstraject, vermeld in het eerste lid, en de validering ervan.".
  "Art. 8. De organisator heeft een starterstraject met succes afgerond.
  Een starterstraject als vermeld in het eerste lid, focust op het beleidsvoerend vermogen van de organisator.
  De minister bepaalt de nadere regels, minstens voor de inhoud van de kennis die aan bod komt in het starterstraject, vermeld in het eerste lid, en de validering ervan.".
Art. 3. L'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 4 avril 2014 et 9 octobre 2015, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 8. L'organisateur a accompli avec succÚs un parcours starter.
  Un parcours starter tel que visé à l'alinéa 1er, se concentre sur les compétences de gestion de l'organisateur.
  Le ministre arrĂȘte les modalitĂ©s au minimum relatives au contenu des connaissances abordĂ©es dans le parcours starter visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er, et Ă leur validation. ".
  " Art. 8. L'organisateur a accompli avec succÚs un parcours starter.
  Un parcours starter tel que visé à l'alinéa 1er, se concentre sur les compétences de gestion de l'organisateur.
  Le ministre arrĂȘte les modalitĂ©s au minimum relatives au contenu des connaissances abordĂ©es dans le parcours starter visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er, et Ă leur validation. ".
Art. 4. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11. De organisator van gezinsopvang zorgt ervoor dat elke kinderbegeleider een traject gezinsopvang met succes heeft doorlopen.
  Een traject gezinsopvang als vermeld in het eerste lid, focust op inzicht in de specifieke context van gezinsopvang.
  De minister bepaalt de nadere regels, minstens voor de inhoud van de kennis die aan bod komt in het traject gezinsopvang, vermeld in het eerste lid.".
  "Art. 11. De organisator van gezinsopvang zorgt ervoor dat elke kinderbegeleider een traject gezinsopvang met succes heeft doorlopen.
  Een traject gezinsopvang als vermeld in het eerste lid, focust op inzicht in de specifieke context van gezinsopvang.
  De minister bepaalt de nadere regels, minstens voor de inhoud van de kennis die aan bod komt in het traject gezinsopvang, vermeld in het eerste lid.".
Art. 4. L'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 11. L'organisateur d'accueil familial s'assure que chaque accompagnateur d'enfants a suivi avec succÚs un parcours d'accueil familial.
  Un parcours d'accueil familial, tel que visé à l'alinéa 1er, se concentre sur la compréhension du contexte spécifique de l'accueil familial.
  Le ministre arrĂȘte les modalitĂ©s au minimum relatives au contenu des connaissances abordĂ©es dans le parcours d'accueil familial visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er. ".
  " Art. 11. L'organisateur d'accueil familial s'assure que chaque accompagnateur d'enfants a suivi avec succÚs un parcours d'accueil familial.
  Un parcours d'accueil familial, tel que visé à l'alinéa 1er, se concentre sur la compréhension du contexte spécifique de l'accueil familial.
  Le ministre arrĂȘte les modalitĂ©s au minimum relatives au contenu des connaissances abordĂ©es dans le parcours d'accueil familial visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er. ".
Art. 5. In hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, wordt voor afdeling 1, die afdeling 1/1 wordt, een nieuwe afdeling 1, die bestaat uit een artikel 13/0, ingevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 1. Beleidsvoerend vermogen
  Art. 13/0. De organisator heeft de integriteit en het beleidsvoerend vermogen om op een rechtmatige manier, rekening houdend met de geldende normen en waarden, kwaliteitsvolle en duurzame kinderopvang te organiseren.
  De naleving van de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, blijkt uit de manier waarop de volgende aspecten in de vergunde werking aanwezig zijn:
  1° duidelijk leiderschap, met een gestructureerde werkomgeving, waar de bevoegdheden en verantwoordelijkheden duidelijk worden toebedeeld en waarbij de organisator ervoor zorgt dat alle medewerkers minstens de geïntegreerde aanpak, vermeld in punt 2°, kennen en toepassen;
  2° een geïntegreerde aanpak van al de volgende thema's:
  a) infrastructuur als vermeld in artikel 13/1 tot en met artikel 21;
  b) veiligheid en gezondheid als vermeld in artikel 22 tot en met artikel 29;
  c) omgang met de kinderen en de gezinnen als vermeld in artikel 30 tot en met artikel 38;
  d) personen die in de kinderopvanglocatie werken als vermeld in artikel 39 tot en met artikel 45;
  e) organisatorisch management als vermeld in artikel 46 tot en met artikel 58;
  f) samenwerking als vermeld in artikel 59 tot en met artikel 62;
  3° een reflectieve, proactieve en reactieve houding met het oog op een voortdurende verbetering van de eigen werking, rekening houdend met de feedback en input van gezinnen, medewerkers en relevante expertise van externe organisaties;
  4° een innovatieve houding, waarbij er oog is voor vernieuwing, rekening houdend met ontwikkelingen in de omgeving, de samenleving en de regelgeving;
  5° doeltreffende communicatie en transparantie, waarbij erop gelet wordt dat de nodige en correcte informatie tijdig en duidelijk bij de juiste mensen terechtkomt, waaronder de personen die werken in de kinderopvanglocatie en de gezinnen van de opgevangen kinderen;
  6° samenwerking en transparante communicatie met het agentschap, het lokaal bestuur, het lokaal loket kinderopvang en andere lokale partners.
  De organisator zorgt voor ondersteuning voor zichzelf en voor zijn medewerkers voor alle voorwaarden, vermeld in het eerste en tweede lid.
  De organisator kan de naleving van alle voorwaarden, vermeld in het eerste, tweede en derde lid, aantonen op basis van onder meer documentatie.".
  "Afdeling 1. Beleidsvoerend vermogen
  Art. 13/0. De organisator heeft de integriteit en het beleidsvoerend vermogen om op een rechtmatige manier, rekening houdend met de geldende normen en waarden, kwaliteitsvolle en duurzame kinderopvang te organiseren.
  De naleving van de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, blijkt uit de manier waarop de volgende aspecten in de vergunde werking aanwezig zijn:
  1° duidelijk leiderschap, met een gestructureerde werkomgeving, waar de bevoegdheden en verantwoordelijkheden duidelijk worden toebedeeld en waarbij de organisator ervoor zorgt dat alle medewerkers minstens de geïntegreerde aanpak, vermeld in punt 2°, kennen en toepassen;
  2° een geïntegreerde aanpak van al de volgende thema's:
  a) infrastructuur als vermeld in artikel 13/1 tot en met artikel 21;
  b) veiligheid en gezondheid als vermeld in artikel 22 tot en met artikel 29;
  c) omgang met de kinderen en de gezinnen als vermeld in artikel 30 tot en met artikel 38;
  d) personen die in de kinderopvanglocatie werken als vermeld in artikel 39 tot en met artikel 45;
  e) organisatorisch management als vermeld in artikel 46 tot en met artikel 58;
  f) samenwerking als vermeld in artikel 59 tot en met artikel 62;
  3° een reflectieve, proactieve en reactieve houding met het oog op een voortdurende verbetering van de eigen werking, rekening houdend met de feedback en input van gezinnen, medewerkers en relevante expertise van externe organisaties;
  4° een innovatieve houding, waarbij er oog is voor vernieuwing, rekening houdend met ontwikkelingen in de omgeving, de samenleving en de regelgeving;
  5° doeltreffende communicatie en transparantie, waarbij erop gelet wordt dat de nodige en correcte informatie tijdig en duidelijk bij de juiste mensen terechtkomt, waaronder de personen die werken in de kinderopvanglocatie en de gezinnen van de opgevangen kinderen;
  6° samenwerking en transparante communicatie met het agentschap, het lokaal bestuur, het lokaal loket kinderopvang en andere lokale partners.
  De organisator zorgt voor ondersteuning voor zichzelf en voor zijn medewerkers voor alle voorwaarden, vermeld in het eerste en tweede lid.
  De organisator kan de naleving van alle voorwaarden, vermeld in het eerste, tweede en derde lid, aantonen op basis van onder meer documentatie.".
Art. 5. Au chapitre 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2021, il est insĂ©rĂ© avant la section 1re, qui devient la section 1/1, une nouvelle section composĂ©e d'un article 13/0, rĂ©digĂ©e comme suit :
  " Section 1re. Compétences de gestion
  Art. 13/0. L'organisateur fait preuve de l'intégrité et dispose des compétences de gestion lui permettant d'organiser une garde d'enfants de maniÚre légitime, en tenant compte des normes et valeurs en vigueur, de qualité et durable.
  Le respect de la condition visée à l'alinéa 1er, est attesté par la maniÚre dont les aspects suivants sont présents dans le fonctionnement autorisé :
  1° une direction claire, dans un environnement de travail structurĂ©, oĂč les compĂ©tences et les responsabilitĂ©s sont clairement attribuĂ©es et oĂč l'organisateur veille Ă ce que l'ensemble des collaborateurs connaissent et appliquent au moins l'approche intĂ©grĂ©e visĂ©e au point 2° ;
  2° une approche intégrée de tous les thÚmes suivants :
  a) l'infrastructure telle que visée aux articles 13/1 à 21 ;
  b) la sécurité et la santé telles que visées aux articles 22 à 29 ;
  c) les contacts avec les enfants et les familles tels que visés aux articles 30 à 38 ;
  d) les personnes qui travaillent dans le milieu de garde d'enfants telles que visées aux articles 39 à 45 ;
  e) la direction organisationnelle telle que visée aux articles 46 à 58 ;
  f) la collaboration telle que visée aux articles 59 à 62 ;
  3° une attitude réflective, proactive et réactive en vue d'une amélioration continue du propre fonctionnement, en tenant compte du feed-back et de la contribution des familles, des collaborateurs et de l'expertise pertinente d'organisations externes ;
  4° une attitude innovante, en portant une attention à la modernisation, compte tenu des évolutions de l'environnement, de la société et des réglementations ;
  5° une communication efficace et toute la transparence requise, en veillant à ce que les informations nécessaires et correctes parviennent aux bonnes personnes en temps voulu et de maniÚre claire, dont les personnes employées au sein du milieu d'accueil et les familles des enfants gardés ;
  6° une coopération et une communication transparente avec l'agence, l'administration locale, le guichet local en matiÚre d'accueil d'enfants et d'autres partenaires locaux.
  L'organisateur fournit un soutien pour lui-mĂȘme et ses collaborateurs pour toutes les conditions visĂ©es aux alinĂ©as 1er et 2.
  L'organisateur est capable de démontrer le respect de toutes les conditions visées aux alinéas 1er, 2 et 3, sur la base, entre autres, d'une documentation. ".
  " Section 1re. Compétences de gestion
  Art. 13/0. L'organisateur fait preuve de l'intégrité et dispose des compétences de gestion lui permettant d'organiser une garde d'enfants de maniÚre légitime, en tenant compte des normes et valeurs en vigueur, de qualité et durable.
  Le respect de la condition visée à l'alinéa 1er, est attesté par la maniÚre dont les aspects suivants sont présents dans le fonctionnement autorisé :
  1° une direction claire, dans un environnement de travail structurĂ©, oĂč les compĂ©tences et les responsabilitĂ©s sont clairement attribuĂ©es et oĂč l'organisateur veille Ă ce que l'ensemble des collaborateurs connaissent et appliquent au moins l'approche intĂ©grĂ©e visĂ©e au point 2° ;
  2° une approche intégrée de tous les thÚmes suivants :
  a) l'infrastructure telle que visée aux articles 13/1 à 21 ;
  b) la sécurité et la santé telles que visées aux articles 22 à 29 ;
  c) les contacts avec les enfants et les familles tels que visés aux articles 30 à 38 ;
  d) les personnes qui travaillent dans le milieu de garde d'enfants telles que visées aux articles 39 à 45 ;
  e) la direction organisationnelle telle que visée aux articles 46 à 58 ;
  f) la collaboration telle que visée aux articles 59 à 62 ;
  3° une attitude réflective, proactive et réactive en vue d'une amélioration continue du propre fonctionnement, en tenant compte du feed-back et de la contribution des familles, des collaborateurs et de l'expertise pertinente d'organisations externes ;
  4° une attitude innovante, en portant une attention à la modernisation, compte tenu des évolutions de l'environnement, de la société et des réglementations ;
  5° une communication efficace et toute la transparence requise, en veillant à ce que les informations nécessaires et correctes parviennent aux bonnes personnes en temps voulu et de maniÚre claire, dont les personnes employées au sein du milieu d'accueil et les familles des enfants gardés ;
  6° une coopération et une communication transparente avec l'agence, l'administration locale, le guichet local en matiÚre d'accueil d'enfants et d'autres partenaires locaux.
  L'organisateur fournit un soutien pour lui-mĂȘme et ses collaborateurs pour toutes les conditions visĂ©es aux alinĂ©as 1er et 2.
  L'organisateur est capable de démontrer le respect de toutes les conditions visées aux alinéas 1er, 2 et 3, sur la base, entre autres, d'une documentation. ".
Art. 6. Artikel 14 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 14. De kinderopvanglocatie heeft de volgende afzonderlijke binnenruimtes:
  1° een of meer leefruimtes per leefgroep;
  2° een rustruimte waar elk aanwezig kind dat jonger dan achttien maanden is of dat `s nachts opgevangen wordt, kan slapen.
  Als er meer dan 36 kinderopvangplaatsen zijn, zijn alle leefgroepen apart bereikbaar.
  In elke leef- en rustruimte die de kinderen in de kinderopvanglocatie gebruiken, vinden er tijdens de openingsuren geen activiteiten plaats die niet gerelateerd zijn aan kinderopvang.".
  "Art. 14. De kinderopvanglocatie heeft de volgende afzonderlijke binnenruimtes:
  1° een of meer leefruimtes per leefgroep;
  2° een rustruimte waar elk aanwezig kind dat jonger dan achttien maanden is of dat `s nachts opgevangen wordt, kan slapen.
  Als er meer dan 36 kinderopvangplaatsen zijn, zijn alle leefgroepen apart bereikbaar.
  In elke leef- en rustruimte die de kinderen in de kinderopvanglocatie gebruiken, vinden er tijdens de openingsuren geen activiteiten plaats die niet gerelateerd zijn aan kinderopvang.".
Art. 6. L'article 14 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 14. Le milieu d'accueil d'enfants dispose des espaces intérieurs distincts suivants :
  1° un ou plusieurs espaces de vie par groupe d'ùge ;
  2° un espace de repos oĂč chaque enfant prĂ©sent de moins de dix-huit mois ou Ă©tant accueilli de nuit peut dormir.
  Si le milieu d'accueil d'enfants compte plus de 36 places d'accueil, tous les groupes d'ùge sont accessibles séparément.
  Dans chaque espace de vie et de repos que les enfants utilisent au sein du milieu d'accueil, des activités autres que l'accueil d'enfants n'ont pas lieu durant les heures d'ouverture. ".
  " Art. 14. Le milieu d'accueil d'enfants dispose des espaces intérieurs distincts suivants :
  1° un ou plusieurs espaces de vie par groupe d'ùge ;
  2° un espace de repos oĂč chaque enfant prĂ©sent de moins de dix-huit mois ou Ă©tant accueilli de nuit peut dormir.
  Si le milieu d'accueil d'enfants compte plus de 36 places d'accueil, tous les groupes d'ùge sont accessibles séparément.
  Dans chaque espace de vie et de repos que les enfants utilisent au sein du milieu d'accueil, des activités autres que l'accueil d'enfants n'ont pas lieu durant les heures d'ouverture. ".
Art. 7. Aan artikel 20, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015, wordt de zinsnede "aanwezig in de binnenruimtes, vermeld in artikel 14" toegevoegd.
Art. 7. A l'article 20, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015, le membre de phrase " dans les espaces intĂ©rieurs visĂ©s Ă l'article 14, " est insĂ©rĂ© entre les mots " est disponible " et les mots " pour chaque enfant ".
Art. 8. Artikel 24 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 24. De organisator zorgt voor een omgeving die gezond is en zo veilig als nodig. Om deze omgeving te realiseren maakt de organisator een risicoanalyse.
  De risicoanalyse, vermeld in het eerste lid, gaat over al de volgende elementen:
  1° de voorkoming van verwondingen, ongevallen, crisissen, levensbedreigende situaties en het verdwijnen van kinderen;
  2° de voorkoming van ziekte, besmetting en verontreiniging.
  In de risicoanalyse, vermeld in het eerste lid, houdt de organisator rekening met al de volgende elementen:
  1° een permanente begeleiding van de kinderen en een actief, auditief en visueel toezicht, ook tijdens de slaapsituatie;
  2° de draagkracht bij de medewerkers;
  3° het kwaliteitsvol en integer handelen van medewerkers.".
  "Art. 24. De organisator zorgt voor een omgeving die gezond is en zo veilig als nodig. Om deze omgeving te realiseren maakt de organisator een risicoanalyse.
  De risicoanalyse, vermeld in het eerste lid, gaat over al de volgende elementen:
  1° de voorkoming van verwondingen, ongevallen, crisissen, levensbedreigende situaties en het verdwijnen van kinderen;
  2° de voorkoming van ziekte, besmetting en verontreiniging.
  In de risicoanalyse, vermeld in het eerste lid, houdt de organisator rekening met al de volgende elementen:
  1° een permanente begeleiding van de kinderen en een actief, auditief en visueel toezicht, ook tijdens de slaapsituatie;
  2° de draagkracht bij de medewerkers;
  3° het kwaliteitsvol en integer handelen van medewerkers.".
Art. 8. L'article 24 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 24. L'organisateur fournit un environnement sain et aussi sûr que nécessaire. Pour mettre en place cet environnement, l'organisateur procÚde à une analyse des risques.
  L'analyse des risques visée à l'alinéa 1er, concerne tous les éléments suivants :
  1° la prévention de blessures, d'accidents, de crises, de situations mettant la vie en péril et de la disparition d'enfants ;
  2° la prévention de maladies, de contaminations et de pollutions.
  Dans son analyse des risques visée à l'alinéa 1er, l'organisateur tient compte de tous les éléments suivants :
  1° un encadrement constant des enfants et un contrÎle actif, auditif et visuel, y compris pendant le sommeil ;
  2° la capacité de résistance des collaborateurs ;
  3° la qualité et l'intégrité des actions des collaborateurs. ".
  " Art. 24. L'organisateur fournit un environnement sain et aussi sûr que nécessaire. Pour mettre en place cet environnement, l'organisateur procÚde à une analyse des risques.
  L'analyse des risques visée à l'alinéa 1er, concerne tous les éléments suivants :
  1° la prévention de blessures, d'accidents, de crises, de situations mettant la vie en péril et de la disparition d'enfants ;
  2° la prévention de maladies, de contaminations et de pollutions.
  Dans son analyse des risques visée à l'alinéa 1er, l'organisateur tient compte de tous les éléments suivants :
  1° un encadrement constant des enfants et un contrÎle actif, auditif et visuel, y compris pendant le sommeil ;
  2° la capacité de résistance des collaborateurs ;
  3° la qualité et l'intégrité des actions des collaborateurs. ".
Art. 9. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2021, wordt er een artikel 24/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 24/1. Een kind dat jonger dan één jaar is, wordt op de rug te slapen gelegd, zowel binnen als buiten.
  De organisator kan een uitzondering toestaan op de verplichting, vermeld in het eerste lid, op basis van een attest van een arts van medische tegenindicatie of op basis van een attest van de contracthouder volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld.
  Een kind dat jonger dan één jaar is, krijgt geen kussens of dekbed tijdens het slapen, zowel binnen als buiten.".
  "Art. 24/1. Een kind dat jonger dan één jaar is, wordt op de rug te slapen gelegd, zowel binnen als buiten.
  De organisator kan een uitzondering toestaan op de verplichting, vermeld in het eerste lid, op basis van een attest van een arts van medische tegenindicatie of op basis van een attest van de contracthouder volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld.
  Een kind dat jonger dan één jaar is, krijgt geen kussens of dekbed tijdens het slapen, zowel binnen als buiten.".
Art. 9. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 janvier 2021, est insĂ©rĂ© un article 24/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 24/1. Un enfant de moins d'un an est couché sur le dos, à l'intérieur comme à l'extérieur.
  L'organisateur peut autoriser une exception à l'obligation visée à l'alinéa 1er, sur la base d'un certificat médical pour cause de contre-indication médicale ou sur la base d'une attestation du titulaire du contrat selon le modÚle fixé par le ministre.
  Un enfant de moins d'un an dort sans oreiller ni couette à l'intérieur comme à l'extérieur. ".
  " Art. 24/1. Un enfant de moins d'un an est couché sur le dos, à l'intérieur comme à l'extérieur.
  L'organisateur peut autoriser une exception à l'obligation visée à l'alinéa 1er, sur la base d'un certificat médical pour cause de contre-indication médicale ou sur la base d'une attestation du titulaire du contrat selon le modÚle fixé par le ministre.
  Un enfant de moins d'un an dort sans oreiller ni couette à l'intérieur comme à l'extérieur. ".
Art. 10. Artikel 27 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 27. De organisator zorgt ervoor dat elke medewerker de aanpak kent in verband met het correct en accuraat handelen in geval van crisis, grensoverschrijdend gedrag en verontrusting en in staat is om deze aanpak toe te passen.
  In het eerste lid wordt verstaan onder verontrusting: een bezorgdheid, ook buiten de kinderopvang, over de fysieke of psychische integriteit van een kind.".
  "Art. 27. De organisator zorgt ervoor dat elke medewerker de aanpak kent in verband met het correct en accuraat handelen in geval van crisis, grensoverschrijdend gedrag en verontrusting en in staat is om deze aanpak toe te passen.
  In het eerste lid wordt verstaan onder verontrusting: een bezorgdheid, ook buiten de kinderopvang, over de fysieke of psychische integriteit van een kind.".
Art. 10. L'article 27 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2021, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 27. L'organisateur veille à ce que chaque collaborateur connaisse l'approche permettant d'agir correctement et avec précision en cas de crise, de comportement abusif et de préoccupation, et à ce qu'il soit en mesure d'appliquer cette approche.
  A l'alinéa 1er, on entend par préoccupation : une inquiétude, y compris en dehors du milieu d'accueil, concernant l'intégrité physique ou psychologique d'un enfant. ".
  " Art. 27. L'organisateur veille à ce que chaque collaborateur connaisse l'approche permettant d'agir correctement et avec précision en cas de crise, de comportement abusif et de préoccupation, et à ce qu'il soit en mesure d'appliquer cette approche.
  A l'alinéa 1er, on entend par préoccupation : une inquiétude, y compris en dehors du milieu d'accueil, concernant l'intégrité physique ou psychologique d'un enfant. ".
Art. 11. Artikel 28 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, wordt opgeheven.
Art. 11. L'article 28 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2021, est abrogĂ©.
Art. 12. In hoofdstuk 3, afdeling 3, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, worden in het opschrift van onderafdeling 2 de woorden "en pedagogische ondersteuning" opgeheven.
Art. 12. Au chapitre 3, section 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2021, dans l'intitulĂ© de la sous-section 2, les mots " et soutien pĂ©dagogique " sont abrogĂ©s.
Art. 13. Artikel 31 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 31. § 1. De organisator realiseert een pedagogisch beleid dat minstens betrekking heeft op al de volgende elementen:
  1° de systematische screening en bevordering van het welbevinden van elk kind;
  2° de systematische screening en bevordering van de betrokkenheid van elk kind;
  3° de emotionele ondersteuning van elk kind door de kinderbegeleider;
  4° de educatieve ondersteuning van elk kind door de kinderbegeleider;
  5° de omgeving;
  6° gezinnen en diversiteit.
  In het eerste lid wordt verstaan onder:
  1° welbevinden: kunnen genieten, spontaan en zichzelf kunnen zijn, ontspannen zijn, zich openstellen, levenslust uitstralen, zelfvertrouwen hebben, weerbaar en assertief zijn en in contact zijn met zijn gevoelens;
  2° betrokkenheid: geconcentreerd en tijdvergeten bezig zijn, gemotiveerd bezig zijn, een open houding hebben voor wat de omgeving te bieden heeft, intens mentaal actief zijn, exploratiedrang hebben en zich bewegen aan de grens van de eigen mogelijkheden;
  3° emotionele ondersteuning: warm, respectvol en enthousiast omgaan met de kinderen met aandacht voor hun emotionele behoeften;
  4° educatieve ondersteuning: het leren en de ontwikkeling van de kinderen stimuleren met aandacht voor de ideeën, de initiatieven en het standpunt van de kinderen zelf en met het gebruik van een rijke en gevarieerde taal;
  5° omgeving: een toegankelijke en stimulerende indeling van de opvangruimtes voor de kinderen met een gevarieerd aanbod aan materialen en activiteiten en een doeltreffende organisatie van tijd en personeel voor de kinderen;
  6° gezinnen en diversiteit: het samenwerken en communiceren met gezinnen, inspraak geven aan en ondersteunen van gezinnen met respect voor de eigenheid van elk gezin.
  In het pedagogische beleid realiseert de organisator:
  1° regelmaat in de dagindeling;
  2° continuïteit in de begeleiding;
  3° het wennen;
  4° het buitenspel;
  5° een taalbeleid dat de Nederlandse taalverwerving van elk kind stimuleert, met daarnaast positieve aandacht voor de taal die het kind in zijn thuismilieu spreekt;
  6° het bevorderen van een onderlinge respectvolle houding.
  § 2. Aansluitend bij de realisatie van het pedagogische beleid, vermeld in paragraaf 1, voldoet de organisator aan een pedagogische norm die betrekking heeft op dimensies die overeenkomen met de elementen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De minister stelt de nadere regels vast.".
  "Art. 31. § 1. De organisator realiseert een pedagogisch beleid dat minstens betrekking heeft op al de volgende elementen:
  1° de systematische screening en bevordering van het welbevinden van elk kind;
  2° de systematische screening en bevordering van de betrokkenheid van elk kind;
  3° de emotionele ondersteuning van elk kind door de kinderbegeleider;
  4° de educatieve ondersteuning van elk kind door de kinderbegeleider;
  5° de omgeving;
  6° gezinnen en diversiteit.
  In het eerste lid wordt verstaan onder:
  1° welbevinden: kunnen genieten, spontaan en zichzelf kunnen zijn, ontspannen zijn, zich openstellen, levenslust uitstralen, zelfvertrouwen hebben, weerbaar en assertief zijn en in contact zijn met zijn gevoelens;
  2° betrokkenheid: geconcentreerd en tijdvergeten bezig zijn, gemotiveerd bezig zijn, een open houding hebben voor wat de omgeving te bieden heeft, intens mentaal actief zijn, exploratiedrang hebben en zich bewegen aan de grens van de eigen mogelijkheden;
  3° emotionele ondersteuning: warm, respectvol en enthousiast omgaan met de kinderen met aandacht voor hun emotionele behoeften;
  4° educatieve ondersteuning: het leren en de ontwikkeling van de kinderen stimuleren met aandacht voor de ideeën, de initiatieven en het standpunt van de kinderen zelf en met het gebruik van een rijke en gevarieerde taal;
  5° omgeving: een toegankelijke en stimulerende indeling van de opvangruimtes voor de kinderen met een gevarieerd aanbod aan materialen en activiteiten en een doeltreffende organisatie van tijd en personeel voor de kinderen;
  6° gezinnen en diversiteit: het samenwerken en communiceren met gezinnen, inspraak geven aan en ondersteunen van gezinnen met respect voor de eigenheid van elk gezin.
  In het pedagogische beleid realiseert de organisator:
  1° regelmaat in de dagindeling;
  2° continuïteit in de begeleiding;
  3° het wennen;
  4° het buitenspel;
  5° een taalbeleid dat de Nederlandse taalverwerving van elk kind stimuleert, met daarnaast positieve aandacht voor de taal die het kind in zijn thuismilieu spreekt;
  6° het bevorderen van een onderlinge respectvolle houding.
  § 2. Aansluitend bij de realisatie van het pedagogische beleid, vermeld in paragraaf 1, voldoet de organisator aan een pedagogische norm die betrekking heeft op dimensies die overeenkomen met de elementen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De minister stelt de nadere regels vast.".
Art. 13. L'article 31 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 31. § 1. L'organisateur met en oeuvre une politique pédagogique qui couvre au moins tous les éléments suivants :
  1° le screening systĂ©matique et la promotion du bien-ĂȘtre de chaque enfant ;
  2° le screening systématique et la promotion de l'implication de chaque enfant ;
  3° le soutien émotionnel de chaque enfant par l'accompagnateur d'enfants ;
  4° le soutien éducatif de chaque enfant par l'accompagnateur d'enfants ;
  5° l'environnement ;
  6° les familles et la diversité.
  A l'alinéa 1er, on entend par :
  1° bien-ĂȘtre : ĂȘtre en mesure de prendre du bon temps, d'ĂȘtre spontanĂ© et soi-mĂȘme, d'ĂȘtre dĂ©tendu, de faire preuve d'ouverture, de respirer la joie de vivre, d'avoir confiance en soi, d'ĂȘtre capable de se dĂ©fendre, de faire preuve d'assertivitĂ© et d'ĂȘtre Ă l'Ă©coute de ses sentiments ;
  2° implication: le fait d'ĂȘtre concentrĂ© et d'exercer une activitĂ© avec motivation, sans se soucier du temps qui passe, faire preuve d'ouverture d'esprit vis-Ă -vis de l'environnement, avoir une activitĂ© mentale intense, avoir soif d'exploration et dĂ©passer ses limites ;
  3° soutien Ă©motionnel : traiter les enfants chaleureusement, avec respect et enthousiasme, en prĂȘtant attention Ă leurs besoins Ă©motionnels ;
  4° soutien Ă©ducatif : encourager l'apprentissage et le dĂ©veloppement des enfants en prĂȘtant attention Ă leurs idĂ©es, initiatives et points de vue et en utilisant un langage riche et variĂ© ;
  5° environnement : un aménagement accessible et stimulant des espaces d'accueil pour les enfants proposant une offre variée de matériels et d'activités et une organisation efficace du temps et du personnel pour les enfants ;
  6° familles et diversité : collaborer et communiquer avec les familles, leur donner la parole et les soutenir tout en respectant l'individualité de chacune d'entre elles.
  Dans le cadre de la politique pédagogique, l'organisateur met en oeuvre :
  1° la régularité de la répartition de la journée ;
  2° la continuité dans l'accompagnement ;
  3° l'adaptation ;
  4° le jeux à l'extérieur ;
  5° une politique linguistique qui stimule l'apprentissage de la langue néerlandaise de chaque enfant, avec, en outre, une attention positive pour la langue que l'enfant parle dans son milieu familial ;
  6° l'encouragement d'une attitude mutuelle respectueuse.
  § 2. Dans le cadre de la réalisation de la politique pédagogique visée au paragraphe 1er, l'organisateur se conforme à une norme pédagogique relative aux dimensions correspondant aux éléments visés au paragraphe 1er, alinéa 1er. Le ministre précise les rÚgles. ".
  " Art. 31. § 1. L'organisateur met en oeuvre une politique pédagogique qui couvre au moins tous les éléments suivants :
  1° le screening systĂ©matique et la promotion du bien-ĂȘtre de chaque enfant ;
  2° le screening systématique et la promotion de l'implication de chaque enfant ;
  3° le soutien émotionnel de chaque enfant par l'accompagnateur d'enfants ;
  4° le soutien éducatif de chaque enfant par l'accompagnateur d'enfants ;
  5° l'environnement ;
  6° les familles et la diversité.
  A l'alinéa 1er, on entend par :
  1° bien-ĂȘtre : ĂȘtre en mesure de prendre du bon temps, d'ĂȘtre spontanĂ© et soi-mĂȘme, d'ĂȘtre dĂ©tendu, de faire preuve d'ouverture, de respirer la joie de vivre, d'avoir confiance en soi, d'ĂȘtre capable de se dĂ©fendre, de faire preuve d'assertivitĂ© et d'ĂȘtre Ă l'Ă©coute de ses sentiments ;
  2° implication: le fait d'ĂȘtre concentrĂ© et d'exercer une activitĂ© avec motivation, sans se soucier du temps qui passe, faire preuve d'ouverture d'esprit vis-Ă -vis de l'environnement, avoir une activitĂ© mentale intense, avoir soif d'exploration et dĂ©passer ses limites ;
  3° soutien Ă©motionnel : traiter les enfants chaleureusement, avec respect et enthousiasme, en prĂȘtant attention Ă leurs besoins Ă©motionnels ;
  4° soutien Ă©ducatif : encourager l'apprentissage et le dĂ©veloppement des enfants en prĂȘtant attention Ă leurs idĂ©es, initiatives et points de vue et en utilisant un langage riche et variĂ© ;
  5° environnement : un aménagement accessible et stimulant des espaces d'accueil pour les enfants proposant une offre variée de matériels et d'activités et une organisation efficace du temps et du personnel pour les enfants ;
  6° familles et diversité : collaborer et communiquer avec les familles, leur donner la parole et les soutenir tout en respectant l'individualité de chacune d'entre elles.
  Dans le cadre de la politique pédagogique, l'organisateur met en oeuvre :
  1° la régularité de la répartition de la journée ;
  2° la continuité dans l'accompagnement ;
  3° l'adaptation ;
  4° le jeux à l'extérieur ;
  5° une politique linguistique qui stimule l'apprentissage de la langue néerlandaise de chaque enfant, avec, en outre, une attention positive pour la langue que l'enfant parle dans son milieu familial ;
  6° l'encouragement d'une attitude mutuelle respectueuse.
  § 2. Dans le cadre de la réalisation de la politique pédagogique visée au paragraphe 1er, l'organisateur se conforme à une norme pédagogique relative aux dimensions correspondant aux éléments visés au paragraphe 1er, alinéa 1er. Le ministre précise les rÚgles. ".
Art. 14. Artikel 32 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, wordt opgeheven.
Art. 14. L'article 32 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 fĂ©vrier 2018 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2021, est abrogĂ©.
Art. 15. Artikel 33 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 en 12 maart 2021, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 33. De organisator zorgt voor betrokkenheid en participatie van de gezinnen door:
  1° met de gezinnen individueel en collectief in dialoog te gaan over al de volgende aspecten:
  a) de opvang van hun kind, waaronder de pedagogische aanpak, de omgang met het kind en als er problemen zijn;
  b) de werking, waaronder de opvolging van een eventuele crisis of de opvolging van eventuele klachten, en de evaluatie van de werking door de gezinnen;
  2° transparant te zijn over al de volgende aspecten:
  a) de inspectierapporten van Zorginspectie;
  b) de aanmaningen en elke bestuurlijke maatregel van het agentschap ten aanzien van de organisator;
  c) de aanpak waarin de organisator voorziet en die de organisator hanteert naar aanleiding van de inspecties, aanmaningen en bestuurlijke maatregelen, vermeld in punt a) en b).".
  "Art. 33. De organisator zorgt voor betrokkenheid en participatie van de gezinnen door:
  1° met de gezinnen individueel en collectief in dialoog te gaan over al de volgende aspecten:
  a) de opvang van hun kind, waaronder de pedagogische aanpak, de omgang met het kind en als er problemen zijn;
  b) de werking, waaronder de opvolging van een eventuele crisis of de opvolging van eventuele klachten, en de evaluatie van de werking door de gezinnen;
  2° transparant te zijn over al de volgende aspecten:
  a) de inspectierapporten van Zorginspectie;
  b) de aanmaningen en elke bestuurlijke maatregel van het agentschap ten aanzien van de organisator;
  c) de aanpak waarin de organisator voorziet en die de organisator hanteert naar aanleiding van de inspecties, aanmaningen en bestuurlijke maatregelen, vermeld in punt a) en b).".
Art. 15. L'article 33 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 9 octobre 2015 et 12 mars 2021, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 33. L'organisateur veille à l'implication et à la participation des familles :
  1° en s'engageant dans un dialogue, individuel et collectif, avec les familles sur tous les aspects suivants :
  a) l'accueil de leur enfant, y compris l'approche pédagogique, la maniÚre dont il interagit avec l'enfant et les problÚmes éventuels ;
  b) le fonctionnement, y compris le suivi de toute crise ou de toute plainte éventuelle, et l'évaluation du fonctionnement par les familles ;
  2° en faisant preuve de transparence sur tous les aspects suivants :
  a) les rapports d'inspection de l'Inspection des soins ;
  b) les sommations et toute mesure administrative prise par l'agence à l'encontre de l'organisateur ;
  c) l'approche prévue et employée par l'organisateur à la suite des inspections, sommations et mesures administratives visées aux points a) et b). ".
  " Art. 33. L'organisateur veille à l'implication et à la participation des familles :
  1° en s'engageant dans un dialogue, individuel et collectif, avec les familles sur tous les aspects suivants :
  a) l'accueil de leur enfant, y compris l'approche pédagogique, la maniÚre dont il interagit avec l'enfant et les problÚmes éventuels ;
  b) le fonctionnement, y compris le suivi de toute crise ou de toute plainte éventuelle, et l'évaluation du fonctionnement par les familles ;
  2° en faisant preuve de transparence sur tous les aspects suivants :
  a) les rapports d'inspection de l'Inspection des soins ;
  b) les sommations et toute mesure administrative prise par l'agence à l'encontre de l'organisateur ;
  c) l'approche prévue et employée par l'organisateur à la suite des inspections, sommations et mesures administratives visées aux points a) et b). ".
Art. 16. In artikel 34, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019 en 12 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 3° wordt punt c) vervangen door wat volgt:
  "c) om klachten te uiten, eerst bij de organisator via de procedure voor klachtenbehandeling, vermeld in artikel 58, en pas nadien via het agentschap, met uitzondering van klachten over een crisis, die direct tot het agentschap gericht kunnen worden. Het adres, e-mailadres en het telefoonnummer van het agentschap worden daarbij vermeld;";
  2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
  "4° de verwijzing naar:
  a) de vergunning en de bijbehorende beslissing, en de duidelijke bekendmaking ervan;
  b) de link naar de website van het agentschap over de status van handhaving;
  c) de verzekeringen, vermeld in artikel 29, met de naam en het adres van de verzekeringsmaatschappij en het polisnummer.".
  1° in punt 3° wordt punt c) vervangen door wat volgt:
  "c) om klachten te uiten, eerst bij de organisator via de procedure voor klachtenbehandeling, vermeld in artikel 58, en pas nadien via het agentschap, met uitzondering van klachten over een crisis, die direct tot het agentschap gericht kunnen worden. Het adres, e-mailadres en het telefoonnummer van het agentschap worden daarbij vermeld;";
  2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
  "4° de verwijzing naar:
  a) de vergunning en de bijbehorende beslissing, en de duidelijke bekendmaking ervan;
  b) de link naar de website van het agentschap over de status van handhaving;
  c) de verzekeringen, vermeld in artikel 29, met de naam en het adres van de verzekeringsmaatschappij en het polisnummer.".
Art. 16. A l'article 34, alinĂ©a 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 25 janvier 2019 et 12 mars 2021, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au point 3°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
  " c) de soumettre des plaintes, tout d'abord auprĂšs de l'organisateur, par le biais de la procĂ©dure pour le traitement des plaintes, visĂ©e Ă l'article 58, et seulement ensuite auprĂšs de l'agence, Ă l'exception des plaintes relatives Ă une crise, qui peuvent ĂȘtre adressĂ©es directement Ă l'agence. L'adresse, l'adresse e-mail et le numĂ©ro de tĂ©lĂ©phone de l'agence sont mentionnĂ©s ; " ;
  2° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° la référence :
  a) à l'autorisation et à la décision y afférente, et à sa publication claire ;
  b) au lien vers le site web de l'agence sur le statut de l'application ;
  c) aux assurances, visées à l'article 29, avec les nom et adresse de la compagnie d'assurance et le numéro de police. ".
  1° au point 3°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
  " c) de soumettre des plaintes, tout d'abord auprĂšs de l'organisateur, par le biais de la procĂ©dure pour le traitement des plaintes, visĂ©e Ă l'article 58, et seulement ensuite auprĂšs de l'agence, Ă l'exception des plaintes relatives Ă une crise, qui peuvent ĂȘtre adressĂ©es directement Ă l'agence. L'adresse, l'adresse e-mail et le numĂ©ro de tĂ©lĂ©phone de l'agence sont mentionnĂ©s ; " ;
  2° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° la référence :
  a) à l'autorisation et à la décision y afférente, et à sa publication claire ;
  b) au lien vers le site web de l'agence sur le statut de l'application ;
  c) aux assurances, visées à l'article 29, avec les nom et adresse de la compagnie d'assurance et le numéro de police. ".
Art. 17. In artikel 40, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
  "4° een attest van kennis van levensreddend handelen bij kinderen. De minister bepaalt wat de leerinhouden voor die attesten zijn en op welke wijze de uitreikende instanties zich kunnen bekendmaken;";
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "1° en" opgeheven;
  3° in het tweede lid wordt de zinsnede "Het document, vermeld in het eerste lid, 4° " vervangen door de zinsnede "Het document, vermeld in het eerste lid, 1° en 4° ";
  4° aan het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De organisator zorgt voor een jaarlijkse actualisatie van de kennis over de reanimatietechnieken of andere aspecten van levensreddend handelen.".
  1° in het eerste lid wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
  "4° een attest van kennis van levensreddend handelen bij kinderen. De minister bepaalt wat de leerinhouden voor die attesten zijn en op welke wijze de uitreikende instanties zich kunnen bekendmaken;";
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "1° en" opgeheven;
  3° in het tweede lid wordt de zinsnede "Het document, vermeld in het eerste lid, 4° " vervangen door de zinsnede "Het document, vermeld in het eerste lid, 1° en 4° ";
  4° aan het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De organisator zorgt voor een jaarlijkse actualisatie van de kennis over de reanimatietechnieken of andere aspecten van levensreddend handelen.".
Art. 17. A l'article 40, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2021, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1er, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° une attestation de connaissance des premiers secours chez les enfants. Le ministre détermine le contenu pédagogique de ces attestations et la maniÚre dont les organismes qui les délivrent peuvent se faire connaßtre ; " ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " 1° et " est abrogé ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " Le document visé à l'alinéa premier, 4° " est remplacé par le membre de phrase " Le document visé à l'alinéa 1er, 1° et 4° " ;
  4° l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante :
  " L'organisateur prévoit une mise à jour annuelle des connaissances sur les techniques de réanimation ou d'autres aspects en matiÚre de premiers secours. ".
  1° à l'alinéa 1er, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° une attestation de connaissance des premiers secours chez les enfants. Le ministre détermine le contenu pédagogique de ces attestations et la maniÚre dont les organismes qui les délivrent peuvent se faire connaßtre ; " ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " 1° et " est abrogé ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " Le document visé à l'alinéa premier, 4° " est remplacé par le membre de phrase " Le document visé à l'alinéa 1er, 1° et 4° " ;
  4° l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante :
  " L'organisateur prévoit une mise à jour annuelle des connaissances sur les techniques de réanimation ou d'autres aspects en matiÚre de premiers secours. ".
Art. 18. Artikel 41 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 18. L'article 41 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 19. Aan artikel 42 van hetzelfde besluit worden een derde en vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De organisator groepsopvang kan de verplichtingen, vermeld in het eerste en tweede lid, uitzonderlijk en voor maximaal 30 dagen per kalenderjaar laten opnemen door de personen, vermeld in artikel 45, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  1° er is altijd een kinderbegeleider met een kwalificatiebewijs als vermeld in artikel 43, § 2, 4°, a), aanwezig in de leefgroep in kwestie;
  2° hij dit meldt aan het agentschap met daarbij de motivatie waarom dit nodig is en hoe hij de kwaliteit van de kinderopvang garandeert.
  De mogelijkheid, vermeld in het derde lid, zal geëvalueerd worden door het agentschap tegen uiterlijk 1 april 2025.".
  "De organisator groepsopvang kan de verplichtingen, vermeld in het eerste en tweede lid, uitzonderlijk en voor maximaal 30 dagen per kalenderjaar laten opnemen door de personen, vermeld in artikel 45, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  1° er is altijd een kinderbegeleider met een kwalificatiebewijs als vermeld in artikel 43, § 2, 4°, a), aanwezig in de leefgroep in kwestie;
  2° hij dit meldt aan het agentschap met daarbij de motivatie waarom dit nodig is en hoe hij de kwaliteit van de kinderopvang garandeert.
  De mogelijkheid, vermeld in het derde lid, zal geëvalueerd worden door het agentschap tegen uiterlijk 1 april 2025.".
Art. 19. A l'article 42 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont ajoutĂ©s des alinĂ©as 3 et 4, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " L'organisateur de l'accueil en groupe peut, à titre exceptionnel et pour une durée maximale de 30 jours par année civile, faire assumer les obligations visées aux alinéas 1er et 2, par les personnes visées à l'article 45, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° un accompagnateur d'enfants titulaire d'un titre de qualification tel que visé à l'article 43, § 2, 4°, a), est toujours présent dans le groupe de vie concerné ;
  2° il le signale à l'agence, en motivant sa décision et en décrivant la maniÚre dont il garantit la qualité de l'accueil des enfants.
  La possibilité visée à l'alinéa 3, sera évaluée par l'agence au plus tard le 1er avril 2025. ".
  " L'organisateur de l'accueil en groupe peut, à titre exceptionnel et pour une durée maximale de 30 jours par année civile, faire assumer les obligations visées aux alinéas 1er et 2, par les personnes visées à l'article 45, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° un accompagnateur d'enfants titulaire d'un titre de qualification tel que visé à l'article 43, § 2, 4°, a), est toujours présent dans le groupe de vie concerné ;
  2° il le signale à l'agence, en motivant sa décision et en décrivant la maniÚre dont il garantit la qualité de l'accueil des enfants.
  La possibilité visée à l'alinéa 3, sera évaluée par l'agence au plus tard le 1er avril 2025. ".
Art. 20. In artikel 43 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 september 2018 en 12 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1 wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De kinderbegeleider in een kwalificerend traject duaal leren wordt minstens achttien jaar in het schooljaar waarin hij start met het kwalificerende traject duaal leren.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° een attest van kennis van levensreddend handelen bij kinderen. De minister bepaalt wat de leerinhouden voor die attesten zijn en op welke wijze de uitreikende instanties zich kunnen bekendmaken;";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, 4°, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
  "b) een bewijs van actieve deelname aan een kwalificerend traject dat de minister vaststelt, dat ertoe leidt dat de kinderbegeleider een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a) haalt, en de voormelde kinderbegeleider specifiek ondersteund wordt op de werkplek. Voor groepsopvang gelden naast de voormelde voorwaarde de volgende bijkomende voorwaarden:
  1) per kinderbegeleider in een kwalificerend traject werken er drie voltijdsequivalenten kinderbegeleiders met een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a), op het niveau van de organisator;
  2) er is altijd een kinderbegeleider met een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a), aanwezig in de kinderopvanglocatie;";
  4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "1° en" opgeheven;
  5° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "Het document, vermeld in het eerste lid, 3° " vervangen door de zinsnede "Het document, vermeld in het eerste lid, 1° en 3° ";
  6° aan paragraaf 2, tweede lid, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De organisator zorgt voor een jaarlijkse actualisatie van de reanimatietechnieken of andere aspecten van levensreddend handelen.".
  1° aan paragraaf 1 wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De kinderbegeleider in een kwalificerend traject duaal leren wordt minstens achttien jaar in het schooljaar waarin hij start met het kwalificerende traject duaal leren.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° een attest van kennis van levensreddend handelen bij kinderen. De minister bepaalt wat de leerinhouden voor die attesten zijn en op welke wijze de uitreikende instanties zich kunnen bekendmaken;";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, 4°, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
  "b) een bewijs van actieve deelname aan een kwalificerend traject dat de minister vaststelt, dat ertoe leidt dat de kinderbegeleider een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a) haalt, en de voormelde kinderbegeleider specifiek ondersteund wordt op de werkplek. Voor groepsopvang gelden naast de voormelde voorwaarde de volgende bijkomende voorwaarden:
  1) per kinderbegeleider in een kwalificerend traject werken er drie voltijdsequivalenten kinderbegeleiders met een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a), op het niveau van de organisator;
  2) er is altijd een kinderbegeleider met een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a), aanwezig in de kinderopvanglocatie;";
  4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "1° en" opgeheven;
  5° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "Het document, vermeld in het eerste lid, 3° " vervangen door de zinsnede "Het document, vermeld in het eerste lid, 1° en 3° ";
  6° aan paragraaf 2, tweede lid, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De organisator zorgt voor een jaarlijkse actualisatie van de reanimatietechnieken of andere aspecten van levensreddend handelen.".
Art. 20. A l'article 43 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 7 septembre 2018 et 12 mars 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le paragraphe 1er est complété par la phrase suivante :
  " L'accompagnateur d'enfants dans un parcours de qualification d'apprentissage dual atteint au moins dix-huit ans au cours de l'année scolaire durant laquelle il commence le parcours de qualification d'apprentissage dual. " ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 1, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° une attestation de connaissance des premiers secours chez les enfants. Le ministre détermine le contenu pédagogique de ces attestations et la maniÚre dont les organismes qui les délivrent peuvent se faire connaßtre ; " ;
  3° au paragraphe 2, alinéa 1er, 4°, le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) un certificat de participation active à un parcours de qualification établi par le ministre, qui aboutit à l'obtention par l'accompagnateur d'enfants d'un certificat de qualification tel que visé au point a), et à l'accompagnement spécifique de l'accompagnateur d'enfants précité sur le lieu de travail. Pour l'accueil en groupe, outre la condition précitée, les conditions supplémentaires suivantes s'appliquent :
  1) par accompagnateur d'enfants dans un parcours de qualification, trois accompagnateurs d'enfants équivalents temps plein titulaires d'un titre de qualification tel que visé au point a), sont employés au niveau de l'organisateur ;
  2) un accompagnateur d'enfants titulaire d'un titre de qualification tel que visé au point a), est toujours présent dans le milieu d'accueil ; " ;
  4° au paragraphe 2, alinéa 2, le membre de phrase " 1° et " est abrogé ;
  5° au paragraphe 2, alinéa 2, le membre de phrase " Le document visé à l'alinéa premier, 3° ", est remplacé par le membre de phrase " Le document visé à l'alinéa 1er, 1° et 3° " ;
  6° le paragraphe 2, alinéa 2, est complété par la phrase suivante :
  " L'organisateur prévoit une mise à jour annuelle des techniques de réanimation ou d'autres aspects en matiÚre de premiers secours. ".
  1° le paragraphe 1er est complété par la phrase suivante :
  " L'accompagnateur d'enfants dans un parcours de qualification d'apprentissage dual atteint au moins dix-huit ans au cours de l'année scolaire durant laquelle il commence le parcours de qualification d'apprentissage dual. " ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 1, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° une attestation de connaissance des premiers secours chez les enfants. Le ministre détermine le contenu pédagogique de ces attestations et la maniÚre dont les organismes qui les délivrent peuvent se faire connaßtre ; " ;
  3° au paragraphe 2, alinéa 1er, 4°, le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) un certificat de participation active à un parcours de qualification établi par le ministre, qui aboutit à l'obtention par l'accompagnateur d'enfants d'un certificat de qualification tel que visé au point a), et à l'accompagnement spécifique de l'accompagnateur d'enfants précité sur le lieu de travail. Pour l'accueil en groupe, outre la condition précitée, les conditions supplémentaires suivantes s'appliquent :
  1) par accompagnateur d'enfants dans un parcours de qualification, trois accompagnateurs d'enfants équivalents temps plein titulaires d'un titre de qualification tel que visé au point a), sont employés au niveau de l'organisateur ;
  2) un accompagnateur d'enfants titulaire d'un titre de qualification tel que visé au point a), est toujours présent dans le milieu d'accueil ; " ;
  4° au paragraphe 2, alinéa 2, le membre de phrase " 1° et " est abrogé ;
  5° au paragraphe 2, alinéa 2, le membre de phrase " Le document visé à l'alinéa premier, 3° ", est remplacé par le membre de phrase " Le document visé à l'alinéa 1er, 1° et 3° " ;
  6° le paragraphe 2, alinéa 2, est complété par la phrase suivante :
  " L'organisateur prévoit une mise à jour annuelle des techniques de réanimation ou d'autres aspects en matiÚre de premiers secours. ".
Art. 21. Artikel 44 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 21. L'article 44 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 22. In artikel 45 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt tussen het woord "kinderopvanglocatie" en het woord "direct" het woord "regelmatig" ingevoegd;
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "1° en" opgeheven.
  1° in het eerste lid wordt tussen het woord "kinderopvanglocatie" en het woord "direct" het woord "regelmatig" ingevoegd;
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "1° en" opgeheven.
Art. 22. A l'article 45 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, le mot " directs " est inséré entre le mot " contacts " et le mot " avec " ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " 1° et " est abrogé.
  1° à l'alinéa 1er, le mot " directs " est inséré entre le mot " contacts " et le mot " avec " ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " 1° et " est abrogé.
Art. 23. In hoofdstuk 3, afdeling 5, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020, wordt het opschrift van onderafdeling 1 vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling 1. Medewerkersbeleid".
  "Onderafdeling 1. Medewerkersbeleid".
Art. 23. Au chapitre 3, section 5, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 avril 2020, l'intitulĂ© de la sous-section 1Ăšre est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Sous-section 1Úre. Politique du personnel ".
  " Sous-section 1Úre. Politique du personnel ".
Art. 24. Artikel 46 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 46. De organisator zorgt voor een actualisatie van de kennis die aan bod komt in het starterstraject, vermeld in artikel 8.".
  "Art. 46. De organisator zorgt voor een actualisatie van de kennis die aan bod komt in het starterstraject, vermeld in artikel 8.".
Art. 24. L'article 46 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 46. L'organisateur prévoit une mise à jour des connaissances traitées dans le cadre du parcours starter visé à l'article 8. ".
  " Art. 46. L'organisateur prévoit une mise à jour des connaissances traitées dans le cadre du parcours starter visé à l'article 8. ".
Art. 25. Artikel 47 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 47. De organisator realiseert een medewerkersbeleid en zorgt voor goede werkomstandigheden.
  De organisator screent de competenties van zijn medewerkers en analyseert hun vormings- en ondersteuningsbehoeften.
  De organisator heeft een specifiek beleid rond kinderbegeleiders in een kwalificerend traject als vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, b).
  Voor de aanwezigheid van de kinderbegeleiders zorgt de organisator voor een planning en een registratie, minimaal voor de toepassing van het nodige aantal kinderbegeleiders, vermeld in artikel 42. De voormelde registratie is voor de afgelopen twaalf maanden ter beschikking in de kinderopvanglocatie.".
  "Art. 47. De organisator realiseert een medewerkersbeleid en zorgt voor goede werkomstandigheden.
  De organisator screent de competenties van zijn medewerkers en analyseert hun vormings- en ondersteuningsbehoeften.
  De organisator heeft een specifiek beleid rond kinderbegeleiders in een kwalificerend traject als vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, b).
  Voor de aanwezigheid van de kinderbegeleiders zorgt de organisator voor een planning en een registratie, minimaal voor de toepassing van het nodige aantal kinderbegeleiders, vermeld in artikel 42. De voormelde registratie is voor de afgelopen twaalf maanden ter beschikking in de kinderopvanglocatie.".
Art. 25. L'article 47 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 47. L'organisateur met en place une politique du personnel et assure de bonnes conditions de travail.
  L'organisateur examine les compétences de ses collaborateurs et analyse leurs besoins en matiÚre de formation et de soutien.
  L'organisateur applique une politique spécifique concernant les accompagnateurs d'enfants dans un parcours de qualification tel que visé à l'article 43, § 2, alinéa 1er, 4°, b).
  En ce qui concerne la présence des accompagnateurs d'enfants, l'organisateur assure la planification et l'enregistrement, au moins pour l'application du nombre nécessaire d'accompagnateurs d'enfants visé à l'article 42. L'enregistrement précité est disponible dans le milieu d'accueil pour les 12 derniers mois. ".
  " Art. 47. L'organisateur met en place une politique du personnel et assure de bonnes conditions de travail.
  L'organisateur examine les compétences de ses collaborateurs et analyse leurs besoins en matiÚre de formation et de soutien.
  L'organisateur applique une politique spécifique concernant les accompagnateurs d'enfants dans un parcours de qualification tel que visé à l'article 43, § 2, alinéa 1er, 4°, b).
  En ce qui concerne la présence des accompagnateurs d'enfants, l'organisateur assure la planification et l'enregistrement, au moins pour l'application du nombre nécessaire d'accompagnateurs d'enfants visé à l'article 42. L'enregistrement précité est disponible dans le milieu d'accueil pour les 12 derniers mois. ".
Art. 26. In artikel 49 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 en 12 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zin "De organisator heeft de integriteit en geschiktheid om op een rechtmatige manier, rekening houdend met geldende normen en waarden, kwaliteitsvolle kinderopvang te organiseren." opgeheven;
  2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven.
  1° in paragraaf 1 wordt de zin "De organisator heeft de integriteit en geschiktheid om op een rechtmatige manier, rekening houdend met geldende normen en waarden, kwaliteitsvolle kinderopvang te organiseren." opgeheven;
  2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 26. A l'article 49 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 11 dĂ©cembre 2015 et 12 mars 2021, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, la phrase " L'organisateur a l'intégrité et l'éligibilité à organiser de maniÚre légitime et en tenant compte des normes et valeurs en vigueur, un accueil des enfants qualitatif. " est abrogée ;
  2° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est abrogé.
  1° au paragraphe 1er, la phrase " L'organisateur a l'intégrité et l'éligibilité à organiser de maniÚre légitime et en tenant compte des normes et valeurs en vigueur, un accueil des enfants qualitatif. " est abrogée ;
  2° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 27. Artikel 50 en 51 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 27. Les articles 50 et 51 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 28. Artikel 53 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 53. De organisator met meer dan vijfhonderd vergunde kinderopvangplaatsen zorgt voor:
  1° voldoende controlemechanismen tussen de raad van bestuur, de algemene vergadering en de directie waardoor ze elkaars werking en beslissingen op onafhankelijke en kritische wijze kunnen beoordelen;
  2° een evenwichtige samenstelling van die organen, waarbij de leden complementair zijn ten opzichte van elkaar wat competentie en expertise betreft.".
  "Art. 53. De organisator met meer dan vijfhonderd vergunde kinderopvangplaatsen zorgt voor:
  1° voldoende controlemechanismen tussen de raad van bestuur, de algemene vergadering en de directie waardoor ze elkaars werking en beslissingen op onafhankelijke en kritische wijze kunnen beoordelen;
  2° een evenwichtige samenstelling van die organen, waarbij de leden complementair zijn ten opzichte van elkaar wat competentie en expertise betreft.".
Art. 28. L'article 53 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 avril 2020, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 53. L'organisateur qui dispose de plus de 500 places d'accueil d'enfants autorisées, prévoit :
  1° des mécanismes de contrÎle suffisants entre le conseil d'administration, l'assemblée générale et la direction permettant d'évaluer mutuellement le fonctionnement et les décisions de chacun de maniÚre indépendante et critique ;
  2° une composition Ă©quilibrĂ©e de ces organes, dont les membres doivent ĂȘtre complĂ©mentaires en termes de compĂ©tences et d'expertise. ".
  " Art. 53. L'organisateur qui dispose de plus de 500 places d'accueil d'enfants autorisées, prévoit :
  1° des mécanismes de contrÎle suffisants entre le conseil d'administration, l'assemblée générale et la direction permettant d'évaluer mutuellement le fonctionnement et les décisions de chacun de maniÚre indépendante et critique ;
  2° une composition Ă©quilibrĂ©e de ces organes, dont les membres doivent ĂȘtre complĂ©mentaires en termes de compĂ©tences et d'expertise. ".
Art. 29. Artikel 54 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 54. De organisator voert een financieel beleid dat erop gericht is continuïteit en kwaliteit in de organisatie van de kinderopvang te realiseren.".
  "Art. 54. De organisator voert een financieel beleid dat erop gericht is continuïteit en kwaliteit in de organisatie van de kinderopvang te realiseren.".
Art. 29. L'article 54 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 54. L'organisateur mÚne une politique financiÚre visant à assurer la continuité et la qualité de l'organisation de l'accueil des enfants. ".
  " Art. 54. L'organisateur mÚne une politique financiÚre visant à assurer la continuité et la qualité de l'organisation de l'accueil des enfants. ".
Art. 30. Artikel 57 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, wordt opgeheven.
Art. 30. L'article 57 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 avril 2014, est abrogĂ©.
Art. 31. Artikel 58 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 58. De organisator behandelt klachten van gezinnen en derden en hanteert daarvoor een procedure.
  De procedure, vermeld in het eerste lid, bevat:
  1° een ontvangstmelding van de klacht;
  2° het onderzoek van de klacht;
  3° een schriftelijke mededeling van het resultaat aan de klager;
  4° de wijze waarop over de klachtopvolging transparantie wordt verleend aan de gezinnen, vermeld in artikel 33, 1°, b).
  Bij de procedure worden de termijnen vermeld voor de stappen, vermeld in het tweede lid, 1°, 2° en 3°.
  De organisator registreert de klachten. In de voormelde registratie worden minstens de volgende gegevens opgenomen:
  1° een omschrijving of samenvatting van de klacht;
  2° het resultaat van de klachtenbehandeling in termen van gegrond, ongegrond of onduidelijk.".
  "Art. 58. De organisator behandelt klachten van gezinnen en derden en hanteert daarvoor een procedure.
  De procedure, vermeld in het eerste lid, bevat:
  1° een ontvangstmelding van de klacht;
  2° het onderzoek van de klacht;
  3° een schriftelijke mededeling van het resultaat aan de klager;
  4° de wijze waarop over de klachtopvolging transparantie wordt verleend aan de gezinnen, vermeld in artikel 33, 1°, b).
  Bij de procedure worden de termijnen vermeld voor de stappen, vermeld in het tweede lid, 1°, 2° en 3°.
  De organisator registreert de klachten. In de voormelde registratie worden minstens de volgende gegevens opgenomen:
  1° een omschrijving of samenvatting van de klacht;
  2° het resultaat van de klachtenbehandeling in termen van gegrond, ongegrond of onduidelijk.".
Art. 31. L'article 58 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 58. L'organisateur traite les plaintes des familles et des tiers et applique une procédure à cet effet.
  La procédure visée à l'alinéa 1er, contient :
  1° un accusé de réception de la plainte ;
  2° l'examen de la plainte ;
  3° une communication écrite du résultat au plaignant ;
  4° la maniÚre dont la transparence sur le suivi des plaintes est garantie aux familles visées à l'article 33, 1°, b).
  La procédure indique les délais pour les étapes visées à l'alinéa 2, 1°, 2° et 3°.
  L'organisateur enregistre les plaintes. L'enregistrement précité comprend au moins les données suivantes :
  1° une description ou un résumé de la plainte ;
  2° le résultat du traitement des plaintes dans les termes suivants : fondée, non fondée ou imprécise. ".
  " Art. 58. L'organisateur traite les plaintes des familles et des tiers et applique une procédure à cet effet.
  La procédure visée à l'alinéa 1er, contient :
  1° un accusé de réception de la plainte ;
  2° l'examen de la plainte ;
  3° une communication écrite du résultat au plaignant ;
  4° la maniÚre dont la transparence sur le suivi des plaintes est garantie aux familles visées à l'article 33, 1°, b).
  La procédure indique les délais pour les étapes visées à l'alinéa 2, 1°, 2° et 3°.
  L'organisateur enregistre les plaintes. L'enregistrement précité comprend au moins les données suivantes :
  1° une description ou un résumé de la plainte ;
  2° le résultat du traitement des plaintes dans les termes suivants : fondée, non fondée ou imprécise. ".
Art. 32. Artikel 59 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Art. 59. De organisator meldt de volgende situaties onmiddellijk aan het agentschap:
  1° een crisis en grensoverschrijdend gedrag;
  2° een klacht over een crisis;
  3° als de organisator zelf of een van zijn medewerkers het voorwerp uitmaakt van een strafonderzoek of een veroordeling voor feiten ten aanzien van minderjarigen die een impact heeft op het goed gedrag en zeden van de persoon in kwestie en meer bepaald op zijn onberispelijke gedrag in de omgang met minderjarigen;
  4° problemen of ontwikkelingen die een impact kunnen hebben op de continuïteit van de kinderopvang;
  5° belangrijke wijzigingen in het bestuur van de organisator.
  De organisator geeft bij de melding, vermeld in het eerste lid, aan op welke wijze hij gevolg heeft gegeven aan de voormelde melding en in de toekomst preventief zal optreden.".
  "Art. 59. De organisator meldt de volgende situaties onmiddellijk aan het agentschap:
  1° een crisis en grensoverschrijdend gedrag;
  2° een klacht over een crisis;
  3° als de organisator zelf of een van zijn medewerkers het voorwerp uitmaakt van een strafonderzoek of een veroordeling voor feiten ten aanzien van minderjarigen die een impact heeft op het goed gedrag en zeden van de persoon in kwestie en meer bepaald op zijn onberispelijke gedrag in de omgang met minderjarigen;
  4° problemen of ontwikkelingen die een impact kunnen hebben op de continuïteit van de kinderopvang;
  5° belangrijke wijzigingen in het bestuur van de organisator.
  De organisator geeft bij de melding, vermeld in het eerste lid, aan op welke wijze hij gevolg heeft gegeven aan de voormelde melding en in de toekomst preventief zal optreden.".
Art. 32. L'article 59 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, abrogĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015, est rĂ©tabli dans la rĂ©daction suivante :
  " Art. 59. L'organisateur signale immédiatement à l'agence les situations suivantes :
  1° une crise et tout comportement abusif ;
  2° une plainte concernant une crise ;
  3° si l'organisateur lui-mĂȘme ou l'un de ses collaborateurs fait l'objet d'une enquĂȘte pĂ©nale ou d'une condamnation pour des faits Ă l'encontre de mineurs qui a un impact sur la bonne conduite et la moralitĂ© de la personne en question et, plus particuliĂšrement, sur son comportement irrĂ©prochable Ă l'Ă©gard des mineurs ;
  4° les problÚmes ou les développements qui peuvent avoir un impact sur la continuité de l'accueil des enfants ;
  5° des changements importants dans l'administration de l'organisateur.
  Dans le signalement visé à l'alinéa 1er, l'organisateur indique la maniÚre dont il a donné suite au signalement précité et les mesures préventives qu'il entend prendre à l'avenir. ".
  " Art. 59. L'organisateur signale immédiatement à l'agence les situations suivantes :
  1° une crise et tout comportement abusif ;
  2° une plainte concernant une crise ;
  3° si l'organisateur lui-mĂȘme ou l'un de ses collaborateurs fait l'objet d'une enquĂȘte pĂ©nale ou d'une condamnation pour des faits Ă l'encontre de mineurs qui a un impact sur la bonne conduite et la moralitĂ© de la personne en question et, plus particuliĂšrement, sur son comportement irrĂ©prochable Ă l'Ă©gard des mineurs ;
  4° les problÚmes ou les développements qui peuvent avoir un impact sur la continuité de l'accueil des enfants ;
  5° des changements importants dans l'administration de l'organisateur.
  Dans le signalement visé à l'alinéa 1er, l'organisateur indique la maniÚre dont il a donné suite au signalement précité et les mesures préventives qu'il entend prendre à l'avenir. ".
Art. 33. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2021, wordt het opschrift van hoofdstuk 4 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 4. Afwijkings- en overgangsbepalingen".
  "Hoofdstuk 4. Afwijkings- en overgangsbepalingen".
Art. 33. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 janvier 2021, l'intitulĂ© du chapitre 4 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Chapitre 4. Dispositions dérogatoires et transitoires ".
  " Chapitre 4. Dispositions dérogatoires et transitoires ".
Art. 34. Artikel 64 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 64. Personen die een attest tot afwijking of een bewijs van kennis hebben op basis van voorheen geldend artikel 64 tot en met artikel 66/1, voor de toepassing van de voorwaarden, vermeld in artikel 8, 11, 40, § 2, eerste lid, 3° en 5°, en § 3, en artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, behouden hun recht op de voormelde afwijking.
  Er geldt een overgangsperiode tot en met 31 maart 2024 om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°.
  De organisator van groepsopvang met kinderbegeleiders die in het specifieke sociaal statuut voor onthaalouders werken, kan, zolang de kinderbegeleiders in dat statuut werken, geen vergunning krijgen voor meer dan achttien kinderopvangplaatsen voor die kinderopvanglocatie.
  Als de kinderbegeleider in de gezinsopvang, die ook als verantwoordelijke werkt, zich tussen 1 januari 2019 en 31 december 2023 laat ondersteunen door een pool gezinsopvang als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 houdende de toekenning van een subsidie aan pools gezinsopvang, geldt voor die persoon de kwalificatie, vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, a), van dit besluit, in afwijking van de werkingsvoorwaarde over de kwalificatie, vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 5°, van dit besluit, uiterlijk tot en met 31 maart 2024.".
  "Art. 64. Personen die een attest tot afwijking of een bewijs van kennis hebben op basis van voorheen geldend artikel 64 tot en met artikel 66/1, voor de toepassing van de voorwaarden, vermeld in artikel 8, 11, 40, § 2, eerste lid, 3° en 5°, en § 3, en artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, behouden hun recht op de voormelde afwijking.
  Er geldt een overgangsperiode tot en met 31 maart 2024 om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°.
  De organisator van groepsopvang met kinderbegeleiders die in het specifieke sociaal statuut voor onthaalouders werken, kan, zolang de kinderbegeleiders in dat statuut werken, geen vergunning krijgen voor meer dan achttien kinderopvangplaatsen voor die kinderopvanglocatie.
  Als de kinderbegeleider in de gezinsopvang, die ook als verantwoordelijke werkt, zich tussen 1 januari 2019 en 31 december 2023 laat ondersteunen door een pool gezinsopvang als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 houdende de toekenning van een subsidie aan pools gezinsopvang, geldt voor die persoon de kwalificatie, vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, a), van dit besluit, in afwijking van de werkingsvoorwaarde over de kwalificatie, vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 5°, van dit besluit, uiterlijk tot en met 31 maart 2024.".
Art. 34. L'article 64 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2021, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 64. Les personnes qui disposent d'une attestation de dérogation ou d'une preuve de connaissance sur la base des articles 64 à 66/1 précédemment applicables, pour l'application des conditions visées aux articles 8, 11, 40, § 2, alinéa 1er, 3° et 5°, et § 3, et à l'article 43, § 2, alinéa 1er, 4°, conservent leur droit à la dérogation précitée.
  Une période transitoire est prévue jusqu'au 31 mars 2024 pour satisfaire à la condition visée à l'article 43, § 2, alinéa 1er, 4°.
  L'organisateur de l'accueil en groupe employant des accompagnateurs d'enfants qui travaillent dans le statut social spécifique des parents d'accueil ne peut, tant que les accompagnateurs d'enfants travaillent dans ce statut, obtenir une autorisation pour plus de 18 places d'accueil d'enfants pour ce milieu d'accueil d'enfants.
  Si, entre le 1er janvier 2019 et le 31 dĂ©cembre 2023, l'accompagnateur d'enfants en accueil familial, qui travaille Ă©galement comme responsable, est soutenu par un pool d'accueil familial tel que visĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2019 portant octroi d'une subvention aux pools d'accueil familial, la qualification visĂ©e Ă l'article 43, § 2, alinĂ©a 1er, 4°, a), du prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique Ă cette personne, par dĂ©rogation Ă la condition de fonctionnement sur la qualification visĂ©e Ă l'article 40, § 2, alinĂ©a 1er, 5°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, au plus tard jusqu'au 31 mars 2024. ".
  " Art. 64. Les personnes qui disposent d'une attestation de dérogation ou d'une preuve de connaissance sur la base des articles 64 à 66/1 précédemment applicables, pour l'application des conditions visées aux articles 8, 11, 40, § 2, alinéa 1er, 3° et 5°, et § 3, et à l'article 43, § 2, alinéa 1er, 4°, conservent leur droit à la dérogation précitée.
  Une période transitoire est prévue jusqu'au 31 mars 2024 pour satisfaire à la condition visée à l'article 43, § 2, alinéa 1er, 4°.
  L'organisateur de l'accueil en groupe employant des accompagnateurs d'enfants qui travaillent dans le statut social spécifique des parents d'accueil ne peut, tant que les accompagnateurs d'enfants travaillent dans ce statut, obtenir une autorisation pour plus de 18 places d'accueil d'enfants pour ce milieu d'accueil d'enfants.
  Si, entre le 1er janvier 2019 et le 31 dĂ©cembre 2023, l'accompagnateur d'enfants en accueil familial, qui travaille Ă©galement comme responsable, est soutenu par un pool d'accueil familial tel que visĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2019 portant octroi d'une subvention aux pools d'accueil familial, la qualification visĂ©e Ă l'article 43, § 2, alinĂ©a 1er, 4°, a), du prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique Ă cette personne, par dĂ©rogation Ă la condition de fonctionnement sur la qualification visĂ©e Ă l'article 40, § 2, alinĂ©a 1er, 5°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, au plus tard jusqu'au 31 mars 2024. ".
Art. 35. In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven:
  1° artikel 65, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021;
  2° artikel 66, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021;
  3° artikel 66/1, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 en 12 maart 2021.
  1° artikel 65, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021;
  2° artikel 66, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021;
  3° artikel 66/1, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 en 12 maart 2021.
Art. 35. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, les articles suivants sont abrogĂ©s :
  1° l'article 65, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2021 ;
  2° l'article 66, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2021 ;
  3° l'article 66/1, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 avril 2014 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 9 octobre 2015 et 12 mars 2021.
  1° l'article 65, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2021 ;
  2° l'article 66, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2021 ;
  3° l'article 66/1, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 avril 2014 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 9 octobre 2015 et 12 mars 2021.
Art. 36. In hoofdstuk 5 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, worden afdeling 1, die bestaat uit artikel 67, en afdeling 2, die bestaat uit artikel 68 tot en met 74, opgeheven.
Art. 36. Au chapitre 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2021, la section 1re, composĂ©e de l'article 67, et la section 2, composĂ©e des articles 68 Ă 74, sont abrogĂ©es.
Art. 37. Bijlage 1 bij hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015, wordt opnieuw opgenomen onder de vorm van de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 37. L'annexe 1re au mĂȘme arrĂȘtĂ©, abrogĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015, est rĂ©tablie sous la forme de l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 38. Bijlage 9 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015, wordt opgeheven.
Art. 38. L'annexe 9 au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015, est abrogĂ©e.
Art. 39. [1 Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024, met uitzondering van artikel 3, dat in werking treedt op 1 juli 2024.
  Artikel 4, 6, 7, 17, 1°, artikel 19, 20, 1°, 2° en 3°, artikel 37 en 38, hebben uitwerking met ingang van 1 april 2023.]1
 Â
  Artikel 4, 6, 7, 17, 1°, artikel 19, 20, 1°, 2° en 3°, artikel 37 en 38, hebben uitwerking met ingang van 1 april 2023.]1
 Â
Wijzigingen
Art. 39. [1 Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2024, Ă l'exception de l'article 3, qui entre en vigueur le 1er juillet 2024.
  Les articles 4, 6, 7, 17, 1°, 19, 20, 1°, 2° et 3°, 37 et 38 produisent leurs effets à partir du 1er avril 2023. ]1
 Â
  Les articles 4, 6, 7, 17, 1°, 19, 20, 1°, 2° et 3°, 37 et 38 produisent leurs effets à partir du 1er avril 2023. ]1
 Â
Wijzigingen
Art. 40. De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 40. Le ministre flamand compĂ©tent pour le grandir est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 05-09-2023, p. 71843)
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 05-09-2023, p. 71859)