Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
12 MEI 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
Titre
12 MAI 2023. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2012 fixant le rĂšglement flamand relatif Ă la gestion durable de cycles de matĂ©riaux et de dĂ©chets
Documentinformatie
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu.
Article 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© prĂ©voit la transposition partielle de la directive (UE) 2019/904 du Parlement europĂ©en et du Conseil du 5 juin 2019 relative Ă la rĂ©duction de l'incidence de certains produits en plastique sur l'environnement.
Art. 2. Aan artikel 1.1.1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 juli 2021, wordt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "15° Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu.".
  "15° Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu.".
Art. 2. L'article 1.1.1, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2012 fixant le rĂšglement flamand relatif Ă la gestion durable de cycles de matĂ©riaux et de dĂ©chets, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 juillet 2021, est complĂ©tĂ© par un point 15°, rĂ©digĂ© comme suit :
  " 15° Directive (UE) 2019/904 du Parlement européen et du Conseil du 5 juin 2019 relative à la réduction de l'incidence de certains produits en plastique sur l'environnement. ".
  " 15° Directive (UE) 2019/904 du Parlement européen et du Conseil du 5 juin 2019 relative à la réduction de l'incidence de certains produits en plastique sur l'environnement. ".
Art. 3. In artikel 1.2.1 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt punt 47° opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "47° kunststof: een polymeer in de zin van artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van 18 december 2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt;";
  2° in paragraaf 2 wordt punt 66° opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "66° plastic: een polymeer in de zin van artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van 18 december 2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt;";
  3° in paragraaf 6 wordt punt 1° vervangen door:
  "1° cateringmateriaal: alles wat gebruikt wordt voor het aanbieden en het nuttigen van etenswaren, met uitsluiting van voorverpakte etenswaren en servetten;";
  4° in paragraaf 6 worden een punt 6° tot en met 8° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "6° evenement: een eenmalige of een periodieke gebeurtenis op het gebied van kunst, cultuur, sport, festiviteit of volksvermaak. De gebeurtenis wordt publiek aangekondigd en is voor iedereen toegankelijk, al dan niet tegen betaling. Ze gaat door op een welbepaald tijdstip en is tijdelijk. De locatie kan zich zowel op publiek als op privaat terrein bevinden. Het evenement kan zowel in de openlucht doorgaan als in een gesloten ruimte.;
  7° recipiënt: alles wat gebruikt wordt voor het aanbieden en het nuttigen van drank.;
  8° serveren: het aanbieden, opdienen, bedienen van etenswaren of drank aan de eindgebruiker, met uitzondering van drankautomaten.";
  5° er wordt een paragraaf 8 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 8. Voor de toepassing van onderafdeling 3.4.14 van hoofdstuk 3 wordt verstaan onder:
  1° vistuig: elk voorwerp of onderdeel van een werktuig dat wordt gebruikt in de visserij of de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen, te vangen of te kweken, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken, te vangen of te kweken;
  2° vistuigafval: elk vistuig dat valt onder de definitie van afvalstoffen, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 1°, van het Materialendecreet, met inbegrip van alle afzonderlijke bestanddelen, stoffen of materialen die deel uitmaakten of bevestigd waren aan een dergelijk vistuig toen het werd afgedankt, werd achtergelaten of verloren raakte;
  3° in de handel brengen van kunststofhoudend vistuig: het voor het eerst op de markt brengen van een dergelijk product op het grondgebied;
  4° op de markt brengen van kunststofhoudend vistuig: het in het kader van een commerciële activiteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een dergelijk product met het oog op distributie, consumptie of gebruik;
  5° producent van kunststofhoudend vistuig:
  a) elke op het grondgebied gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van verkoop op afstand overeenkomstig de bepalingen van artikel I. 8, 15°, van het Wetboek van economisch recht, kunststofhoudend vistuig in de handel brengt, en die een andere persoon is dan de personen die visserijactiviteiten uitvoeren als vermeld in artikel 4, punt 28, van Verordening (EG) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad;
  b) elke buiten het grondgebied gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig via verkoop op afstand, in de zin van artikel I.8, 15°, van het Wetboek van economisch recht, rechtstreeks of door gebruik van een online marktplaats, aan particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens kunststofhoudend vistuig op het grondgebied verkoopt, en die een andere persoon is dan de personen die visserijactiviteiten uitvoeren als vermeld in artikel 4, punt 28, van Verordening (EG) nr. 1380/2013;
  6° havenontvangstvoorziening: een havenontvangstvoorziening als vermeld in artikel 1.2.1, § 4/1, 2°. ".
  1° in paragraaf 2 wordt punt 47° opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "47° kunststof: een polymeer in de zin van artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van 18 december 2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt;";
  2° in paragraaf 2 wordt punt 66° opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "66° plastic: een polymeer in de zin van artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van 18 december 2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt;";
  3° in paragraaf 6 wordt punt 1° vervangen door:
  "1° cateringmateriaal: alles wat gebruikt wordt voor het aanbieden en het nuttigen van etenswaren, met uitsluiting van voorverpakte etenswaren en servetten;";
  4° in paragraaf 6 worden een punt 6° tot en met 8° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "6° evenement: een eenmalige of een periodieke gebeurtenis op het gebied van kunst, cultuur, sport, festiviteit of volksvermaak. De gebeurtenis wordt publiek aangekondigd en is voor iedereen toegankelijk, al dan niet tegen betaling. Ze gaat door op een welbepaald tijdstip en is tijdelijk. De locatie kan zich zowel op publiek als op privaat terrein bevinden. Het evenement kan zowel in de openlucht doorgaan als in een gesloten ruimte.;
  7° recipiënt: alles wat gebruikt wordt voor het aanbieden en het nuttigen van drank.;
  8° serveren: het aanbieden, opdienen, bedienen van etenswaren of drank aan de eindgebruiker, met uitzondering van drankautomaten.";
  5° er wordt een paragraaf 8 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 8. Voor de toepassing van onderafdeling 3.4.14 van hoofdstuk 3 wordt verstaan onder:
  1° vistuig: elk voorwerp of onderdeel van een werktuig dat wordt gebruikt in de visserij of de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen, te vangen of te kweken, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken, te vangen of te kweken;
  2° vistuigafval: elk vistuig dat valt onder de definitie van afvalstoffen, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 1°, van het Materialendecreet, met inbegrip van alle afzonderlijke bestanddelen, stoffen of materialen die deel uitmaakten of bevestigd waren aan een dergelijk vistuig toen het werd afgedankt, werd achtergelaten of verloren raakte;
  3° in de handel brengen van kunststofhoudend vistuig: het voor het eerst op de markt brengen van een dergelijk product op het grondgebied;
  4° op de markt brengen van kunststofhoudend vistuig: het in het kader van een commerciële activiteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een dergelijk product met het oog op distributie, consumptie of gebruik;
  5° producent van kunststofhoudend vistuig:
  a) elke op het grondgebied gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van verkoop op afstand overeenkomstig de bepalingen van artikel I. 8, 15°, van het Wetboek van economisch recht, kunststofhoudend vistuig in de handel brengt, en die een andere persoon is dan de personen die visserijactiviteiten uitvoeren als vermeld in artikel 4, punt 28, van Verordening (EG) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad;
  b) elke buiten het grondgebied gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig via verkoop op afstand, in de zin van artikel I.8, 15°, van het Wetboek van economisch recht, rechtstreeks of door gebruik van een online marktplaats, aan particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens kunststofhoudend vistuig op het grondgebied verkoopt, en die een andere persoon is dan de personen die visserijactiviteiten uitvoeren als vermeld in artikel 4, punt 28, van Verordening (EG) nr. 1380/2013;
  6° havenontvangstvoorziening: een havenontvangstvoorziening als vermeld in artikel 1.2.1, § 4/1, 2°. ".
Art. 3. A l'article 1.2.1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans le paragraphe 2 le point 47° est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 47° matiÚre synthétique : un polymÚre au sens de l'article 3, paragraphe 5 du RÚglement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH), instituant une agence européenne des produits chimiques, modifiant la directive 1999/45/CE et abrogeant le rÚglement (CEE) n° 793/93 du Conseil et le rÚglement (CE) n° 1488/94 de la Commission ainsi que la directive 76/769/CEE du Conseil et les directives 91/155/CEE, 93/67/CEE, 93/105/CE et 2000/21/CE de la Commission, auquel des additifs ou d'autres substances ont éventuellement été ajoutés et qui peut constituer la partie principale de la structure de produits finaux ; " ;
  2° dans le paragraphe 2 le point 66° est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 66° plastique : un polymÚre au sens de l'article 3, paragraphe 5 du RÚglement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH), instituant une agence européenne des produits chimiques, modifiant la directive 1999/45/CE et abrogeant le rÚglement (CEE) n° 793/93 du Conseil et le rÚglement (CE) n° 1488/94 de la Commission ainsi que la directive 76/769/CEE du Conseil et les directives 91/155/CEE, 93/67/CEE, 93/105/CE et 2000/21/CE de la Commission, auquel des additifs ou d'autres substances ont éventuellement été ajoutés et qui peut constituer la partie principale de la structure de produits finaux ; " ;
  3° dans le paragraphe 6, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° matériel de restauration : tout matériel utilisé pour l'offre et la consommation d'aliments, à l'exception d'aliments et de serviettes préemballés ;
  4° le paragraphe 6 est complété par les points 6° à 8°, rédigés comme suit :
  " 6° Ă©vĂ©nement : un Ă©vĂ©nement ponctuel ou pĂ©riodique dans le domaine de l'art, de la culture, du sport, de la fĂȘte ou du divertissement populaire. L'Ă©vĂ©nement est annoncĂ© publiquement et est ouvert Ă tous, gratuit ou payant. Il a lieu Ă un moment bien dĂ©fini et est temporaire. Il se dĂ©roule sur un terrain public ou privĂ©. L'Ă©vĂ©nement se dĂ©roule en plein air ou dans un espace couvert ;
  7° récipient : tout ce qui sert à offrir et à consommer des boissons ;
  8° offrir : proposer, servir ou distribuer des aliments ou des boissons à l'utilisateur final, sauf par le biais de distributeurs automatiques. " ;
  5° il est ajouté un paragraphe 8, rédigé comme suit :
  " § 8. Aux fins de l'application de la sous-section 3.4.14 du chapitre 3, on entend par :
  1° engin de pĂȘche : tout objet ou partie d'un instrument utilisĂ© dans la pĂȘche ou l'aquaculture pour isoler, capturer ou Ă©lever des organismes qui vivent en mer, ou flottant Ă la surface de la mer et dĂ©ployĂ© dans le but d'attirer, capturer ou Ă©lever de tels organismes qui vivent en mer ;
  2° dĂ©chet d'engins de pĂȘche : tout engin de pĂȘche rĂ©pondant Ă la dĂ©finition de dĂ©chet figurant Ă l'article 3, § 1er, alinĂ©a 1er, 1°, du DĂ©cret MatĂ©riaux, y compris tout composant, substance ou matĂ©riau individuel qui faisait partie ou Ă©tait attachĂ© Ă un tel engin lorsqu'il a Ă©tĂ© mis au rebut, abandonnĂ© ou perdu ;
  3° commercialisation d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques : la mise sur le marchĂ© d'un tel produit pour la premiĂšre fois sur le territoire ;
  4° mise sur le marchĂ© d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques : la fourniture d'un tel produit destinĂ© Ă ĂȘtre distribuĂ©, consommĂ© ou utilisĂ© dans le cadre d'une activitĂ© commerciale, que ce soit Ă titre onĂ©reux ou gratuit ;
  5° producteur d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques :
  a) toute personne physique ou morale Ă©tablie sur le territoire qui, Ă titre professionnel et quelle que soit la technique de vente utilisĂ©e, y compris la vente Ă distance conformĂ©ment aux dispositions de l'article I.8, 15° du Code de droit Ă©conomique, commercialise des engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, autre que les personnes qui exercent des activitĂ©s de pĂȘche au sens de l'article 4, point 28, du rĂšglement (UE) no 1380/2013 du Parlement europĂ©en et du Conseil ;
  b) toute personne physique ou morale Ă©tablie en dehors du territoire qui, Ă titre professionnel, vend Ă distance au sens de l'article I.8, 15° du Code de droit Ă©conomique, directement ou par le biais d'un marchĂ© en ligne, Ă des mĂ©nages privĂ©s ou Ă des utilisateurs autres que des mĂ©nages privĂ©s, des engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques sur le territoire, autre que les personnes qui exercent des activitĂ©s de pĂȘche au sens de l'article 4, point 28, du rĂšglement (UE) no 1380/2013 ;
  6° installations de réception portuaires : des installations de réception portuaires au sens de l'article 1.2.1, § 4/1, 2°. ".
  1° dans le paragraphe 2 le point 47° est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 47° matiÚre synthétique : un polymÚre au sens de l'article 3, paragraphe 5 du RÚglement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH), instituant une agence européenne des produits chimiques, modifiant la directive 1999/45/CE et abrogeant le rÚglement (CEE) n° 793/93 du Conseil et le rÚglement (CE) n° 1488/94 de la Commission ainsi que la directive 76/769/CEE du Conseil et les directives 91/155/CEE, 93/67/CEE, 93/105/CE et 2000/21/CE de la Commission, auquel des additifs ou d'autres substances ont éventuellement été ajoutés et qui peut constituer la partie principale de la structure de produits finaux ; " ;
  2° dans le paragraphe 2 le point 66° est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 66° plastique : un polymÚre au sens de l'article 3, paragraphe 5 du RÚglement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH), instituant une agence européenne des produits chimiques, modifiant la directive 1999/45/CE et abrogeant le rÚglement (CEE) n° 793/93 du Conseil et le rÚglement (CE) n° 1488/94 de la Commission ainsi que la directive 76/769/CEE du Conseil et les directives 91/155/CEE, 93/67/CEE, 93/105/CE et 2000/21/CE de la Commission, auquel des additifs ou d'autres substances ont éventuellement été ajoutés et qui peut constituer la partie principale de la structure de produits finaux ; " ;
  3° dans le paragraphe 6, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° matériel de restauration : tout matériel utilisé pour l'offre et la consommation d'aliments, à l'exception d'aliments et de serviettes préemballés ;
  4° le paragraphe 6 est complété par les points 6° à 8°, rédigés comme suit :
  " 6° Ă©vĂ©nement : un Ă©vĂ©nement ponctuel ou pĂ©riodique dans le domaine de l'art, de la culture, du sport, de la fĂȘte ou du divertissement populaire. L'Ă©vĂ©nement est annoncĂ© publiquement et est ouvert Ă tous, gratuit ou payant. Il a lieu Ă un moment bien dĂ©fini et est temporaire. Il se dĂ©roule sur un terrain public ou privĂ©. L'Ă©vĂ©nement se dĂ©roule en plein air ou dans un espace couvert ;
  7° récipient : tout ce qui sert à offrir et à consommer des boissons ;
  8° offrir : proposer, servir ou distribuer des aliments ou des boissons à l'utilisateur final, sauf par le biais de distributeurs automatiques. " ;
  5° il est ajouté un paragraphe 8, rédigé comme suit :
  " § 8. Aux fins de l'application de la sous-section 3.4.14 du chapitre 3, on entend par :
  1° engin de pĂȘche : tout objet ou partie d'un instrument utilisĂ© dans la pĂȘche ou l'aquaculture pour isoler, capturer ou Ă©lever des organismes qui vivent en mer, ou flottant Ă la surface de la mer et dĂ©ployĂ© dans le but d'attirer, capturer ou Ă©lever de tels organismes qui vivent en mer ;
  2° dĂ©chet d'engins de pĂȘche : tout engin de pĂȘche rĂ©pondant Ă la dĂ©finition de dĂ©chet figurant Ă l'article 3, § 1er, alinĂ©a 1er, 1°, du DĂ©cret MatĂ©riaux, y compris tout composant, substance ou matĂ©riau individuel qui faisait partie ou Ă©tait attachĂ© Ă un tel engin lorsqu'il a Ă©tĂ© mis au rebut, abandonnĂ© ou perdu ;
  3° commercialisation d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques : la mise sur le marchĂ© d'un tel produit pour la premiĂšre fois sur le territoire ;
  4° mise sur le marchĂ© d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques : la fourniture d'un tel produit destinĂ© Ă ĂȘtre distribuĂ©, consommĂ© ou utilisĂ© dans le cadre d'une activitĂ© commerciale, que ce soit Ă titre onĂ©reux ou gratuit ;
  5° producteur d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques :
  a) toute personne physique ou morale Ă©tablie sur le territoire qui, Ă titre professionnel et quelle que soit la technique de vente utilisĂ©e, y compris la vente Ă distance conformĂ©ment aux dispositions de l'article I.8, 15° du Code de droit Ă©conomique, commercialise des engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, autre que les personnes qui exercent des activitĂ©s de pĂȘche au sens de l'article 4, point 28, du rĂšglement (UE) no 1380/2013 du Parlement europĂ©en et du Conseil ;
  b) toute personne physique ou morale Ă©tablie en dehors du territoire qui, Ă titre professionnel, vend Ă distance au sens de l'article I.8, 15° du Code de droit Ă©conomique, directement ou par le biais d'un marchĂ© en ligne, Ă des mĂ©nages privĂ©s ou Ă des utilisateurs autres que des mĂ©nages privĂ©s, des engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques sur le territoire, autre que les personnes qui exercent des activitĂ©s de pĂȘche au sens de l'article 4, point 28, du rĂšglement (UE) no 1380/2013 ;
  6° installations de réception portuaires : des installations de réception portuaires au sens de l'article 1.2.1, § 4/1, 2°. ".
Art. 4. In artikel 3.1.1, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 juli 2021, wordt punt 9° opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "9° kunststofhoudend vistuigafval;".
  "9° kunststofhoudend vistuigafval;".
Art. 4. Dans l'article 3.1.1, § 1er, alinĂ©a 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 juillet 2021, le point 9° est rĂ©tabli dans la rĂ©daction suivante :
  " 9° dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques ; ".
  " 9° dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques ; ".
Art. 5. Aan hoofdstuk 3, afdeling 3.4, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 juli 2021, wordt een onderafdeling 3.4.14, die bestaat uit artikel 3.4.14.1 tot en met 3.4.14.3, toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 3.4.14. Kunststofhoudend vistuigafval
  Art. 3.4.14.1. § 1. Voor kunststofhoudend vistuigafval wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van de aanvaardingsplicht, vermeld in afdeling 3.2. De aanvaardingsplicht is van toepassing vanaf 31 december 2024.
  De verplichtingen, vermeld in artikel 3.2.1.1, § 1/1 en § 2, gelden niet voor kunststofhoudend vistuigafval.
  § 2. Het individueel aanvaardingsplichtplan en de aanvaardingsplichtconvenant, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen in het bijzonder de kostendekking door de producenten van kunststofhoudend vistuig voor de gescheiden inzameling van het kunststofhoudende vistuigafval dat bij de daarvoor bestemde havenontvangstvoorzieningen is afgeleverd in overeenstemming met onderafdeling 5.2.10 inzake afval van schepen van de zeevaart, en de kosten voor het daaropvolgende vervoer en de verwerking ervan. De vereisten van dit artikel vullen de vereisten aan voor afval van vissersvaartuigen als vermeld in onderafdeling 5.2.10 inzake afval van schepen van de zeevaart.
  Art. 3.4.14.2. § 1. De producenten van kunststofhoudend vistuig dekken de kosten voor de gescheiden inzameling van het kunststofhoudende vistuigafval dat bij de daarvoor bestemde havenontvangstvoorzieningen is afgeleverd in overeenstemming met onderafdeling 5.2.10 inzake afval van schepen van de zeevaart, en de kosten voor het daaropvolgende vervoer en de verwerking ervan.
  De vereisten van dit artikel vullen de vereisten aan voor afval van vissersvaartuigen als vermeld in onderafdeling 5.2.10 inzake afval van schepen van de zeevaart.
  § 2. De producent van kunststofhoudend vistuig of de organisatie die daarvoor is aangewezen, bezorgt de OVAM voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar:
  1° een overzicht van de totale hoeveelheid kunststofhoudend vistuig die in het Vlaamse Gewest in de handel is gebracht, uitgedrukt in kilogram en in soorten;
  2° een overzicht van de totale hoeveelheid kunststofhoudend vistuigafval, uitgedrukt in kilogram en in soorten, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst is genomen. Het betreft zowel kunststofhoudend vistuigafval als afzonderlijke onderdelen, stoffen of materialen die deel uitmaakten van of bevestigd waren aan het vistuigafval toen het werd afgedankt, ook als het werd achtergelaten of verloren;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop het kunststofhoudende vistuigafval dat in ontvangst was genomen, werd verwerkt.
  De eerste verslagperiode met de informatie, vermeld in het eerste lid, bestrijkt het kalenderjaar 2022.
  § 3. De aanvaardingsplicht voor kunststofhoudend vistuigafval moet ertoe leiden dat al het kunststofhoudend vistuigafval dat wordt aangeboden, wordt ingezameld. Vanaf 1 januari 2025 geldt een jaarlijks minimum inzamelpercentage voor het recyclen van kunststofhoudend vistuigafval van 25%. Het ingezameld kunststofhoudend vistuigafval wordt verwerkt met toepassing van de beste beschikbare technieken.
  Art. 3.4.14.3. De producenten van kunststofhoudend vistuig nemen maatregelen om gebruikers voor te lichten en verantwoordelijk productgebruik te stimuleren, om tot een vermindering van marien zwerfafval te komen, en nemen maatregelen om gebruikers van kunststofhoudend vistuig in te lichten, in het bijzonder over:
  1° de beschikbaarheid van herbruikbare alternatieven, systemen voor hergebruik en mogelijkheden voor afvalbeheer van kunststofhoudend vistuig, alsook over de beste praktijken voor een degelijk afvalbeheer in overeenstemming met artikel 4 § 3, 2°, van het Materialendecreet;
  2° de effecten op het milieu, in het bijzonder het mariene milieu, van zwerfafval en andere ongepaste vormen van verwijdering van afval van kunststofhoudend vistuig.".
  "Onderafdeling 3.4.14. Kunststofhoudend vistuigafval
  Art. 3.4.14.1. § 1. Voor kunststofhoudend vistuigafval wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van de aanvaardingsplicht, vermeld in afdeling 3.2. De aanvaardingsplicht is van toepassing vanaf 31 december 2024.
  De verplichtingen, vermeld in artikel 3.2.1.1, § 1/1 en § 2, gelden niet voor kunststofhoudend vistuigafval.
  § 2. Het individueel aanvaardingsplichtplan en de aanvaardingsplichtconvenant, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen in het bijzonder de kostendekking door de producenten van kunststofhoudend vistuig voor de gescheiden inzameling van het kunststofhoudende vistuigafval dat bij de daarvoor bestemde havenontvangstvoorzieningen is afgeleverd in overeenstemming met onderafdeling 5.2.10 inzake afval van schepen van de zeevaart, en de kosten voor het daaropvolgende vervoer en de verwerking ervan. De vereisten van dit artikel vullen de vereisten aan voor afval van vissersvaartuigen als vermeld in onderafdeling 5.2.10 inzake afval van schepen van de zeevaart.
  Art. 3.4.14.2. § 1. De producenten van kunststofhoudend vistuig dekken de kosten voor de gescheiden inzameling van het kunststofhoudende vistuigafval dat bij de daarvoor bestemde havenontvangstvoorzieningen is afgeleverd in overeenstemming met onderafdeling 5.2.10 inzake afval van schepen van de zeevaart, en de kosten voor het daaropvolgende vervoer en de verwerking ervan.
  De vereisten van dit artikel vullen de vereisten aan voor afval van vissersvaartuigen als vermeld in onderafdeling 5.2.10 inzake afval van schepen van de zeevaart.
  § 2. De producent van kunststofhoudend vistuig of de organisatie die daarvoor is aangewezen, bezorgt de OVAM voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar:
  1° een overzicht van de totale hoeveelheid kunststofhoudend vistuig die in het Vlaamse Gewest in de handel is gebracht, uitgedrukt in kilogram en in soorten;
  2° een overzicht van de totale hoeveelheid kunststofhoudend vistuigafval, uitgedrukt in kilogram en in soorten, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst is genomen. Het betreft zowel kunststofhoudend vistuigafval als afzonderlijke onderdelen, stoffen of materialen die deel uitmaakten van of bevestigd waren aan het vistuigafval toen het werd afgedankt, ook als het werd achtergelaten of verloren;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop het kunststofhoudende vistuigafval dat in ontvangst was genomen, werd verwerkt.
  De eerste verslagperiode met de informatie, vermeld in het eerste lid, bestrijkt het kalenderjaar 2022.
  § 3. De aanvaardingsplicht voor kunststofhoudend vistuigafval moet ertoe leiden dat al het kunststofhoudend vistuigafval dat wordt aangeboden, wordt ingezameld. Vanaf 1 januari 2025 geldt een jaarlijks minimum inzamelpercentage voor het recyclen van kunststofhoudend vistuigafval van 25%. Het ingezameld kunststofhoudend vistuigafval wordt verwerkt met toepassing van de beste beschikbare technieken.
  Art. 3.4.14.3. De producenten van kunststofhoudend vistuig nemen maatregelen om gebruikers voor te lichten en verantwoordelijk productgebruik te stimuleren, om tot een vermindering van marien zwerfafval te komen, en nemen maatregelen om gebruikers van kunststofhoudend vistuig in te lichten, in het bijzonder over:
  1° de beschikbaarheid van herbruikbare alternatieven, systemen voor hergebruik en mogelijkheden voor afvalbeheer van kunststofhoudend vistuig, alsook over de beste praktijken voor een degelijk afvalbeheer in overeenstemming met artikel 4 § 3, 2°, van het Materialendecreet;
  2° de effecten op het milieu, in het bijzonder het mariene milieu, van zwerfafval en andere ongepaste vormen van verwijdering van afval van kunststofhoudend vistuig.".
Art. 5. Le chapitre 3, section 3.4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 juillet 2021, est complĂ©tĂ© par une sous-section 3.4.14, comprenant les articles 3.4.14.1 Ă 3.4.14.3, rĂ©digĂ©e comme suit :
  " Sous-section 3.4.14. DĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques
  Art. 3.4.14.1. § 1er. Pour les dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, la responsabilitĂ© Ă©largie du producteur est concrĂ©tisĂ©e par l'obligation d'acceptation figurant dans la section 3.2. L'obligation d'acceptation s'applique Ă partir du 31 dĂ©cembre 2024.
  Les obligations Ă©noncĂ©es Ă l'article 3.2.1.1, § 1er/1 et § 2, ne s'appliquent pas aux dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques.
  § 2. Le plan individuel d'obligation d'acceptation et la convention d'obligation d'acceptation, figurant Ă l'article 3.2.1.2, § 1er, rĂ©glementent en particulier la prise en charge des coĂ»ts par les producteurs d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, supportĂ©s pour la collecte sĂ©parĂ©e des dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, dĂ©posĂ©s dans les installations de rĂ©ception portuaires dĂ©signĂ©es Ă cette fin conformĂ©ment Ă la sous-section 5.2.10 relative aux dĂ©chets provenant des navires de navigation maritime, ainsi que les coĂ»ts de leur transport et de leur traitement ultĂ©rieurs. Les exigences du prĂ©sent article complĂštent les exigences relatives aux dĂ©chets provenant des navires de pĂȘche, Ă©noncĂ©es Ă la sous-section 5.2.10 relative aux dĂ©chets provenant des navires de navigation maritime.
  Art. 3.4.14.2. § 1er. Les producteurs d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques prennent en charge les coĂ»ts pour la collecte sĂ©parĂ©e des dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, dĂ©posĂ©s dans les installations de rĂ©ception portuaires dĂ©signĂ©es Ă cette fin conformĂ©ment Ă la sous-section 5.2.10 relative aux dĂ©chets provenant des navires de navigation maritime, ainsi que les coĂ»ts de leur transport et de leur traitement ultĂ©rieurs.
  Les exigences du prĂ©sent article complĂštent les exigences relatives aux dĂ©chets provenant des navires de pĂȘche, Ă©noncĂ©es Ă la sous-section 5.2.10 relative aux dĂ©chets provenant des navires de navigation maritime.
  § 2. Le producteur d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques ou l'organisation dĂ©signĂ©e Ă cette fin, fournit Ă l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque annĂ©e, les donnĂ©es suivantes portant sur l'annĂ©e civile Ă©coulĂ©e :
  1° un aperçu de la quantitĂ© totale d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques commercialisĂ©s en RĂ©gion flamande, exprimĂ©e en kilogrammes et en types ;
  2° un aperçu de la quantitĂ© totale de dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, exprimĂ©e en kilogrammes et en types, rĂ©ceptionnĂ©e dans le cadre de l'exercice de l'obligation d'acceptation. Il s'agit tant des dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques que des composants, substances ou matĂ©riaux individuels qui faisaient partie des dĂ©chets d'engins de pĂȘche ou y Ă©taient attachĂ©s lorsqu'ils ont Ă©tĂ© mis au rebut, y compris s'ils ont Ă©tĂ© abandonnĂ©s ou perdus ;
  3° les installations dans lesquelles et la maniĂšre dont les dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques rĂ©ceptionnĂ©s ont Ă©tĂ© traitĂ©s.
  La premiÚre période pour le rapport contenant les informations énoncées à l'alinéa 1er couvre l'année civile 2022.
  § 3. L'obligation d'acceptation des dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques doit aboutir Ă ce que tout dĂ©chet d'engin de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques qui est prĂ©sentĂ©, doit ĂȘtre collectĂ©. A partir du 1er janvier 2025, le taux annuel minimum de collecte pour le recyclage des dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques est de 25 %. Les dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques collectĂ©s sont traitĂ©s en utilisant les meilleures techniques disponibles.
  Art. 3.4.14.3. Les producteurs d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques prennent des mesures pour Ă©duquer les utilisateurs et encourager une utilisation responsable des produits afin de rĂ©duire les dĂ©chets sauvages marins, et prennent des mesures pour informer les utilisateurs d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, en particulier sur les points suivants :
  1° la disponibilitĂ© d'alternatives rĂ©utilisables, les systĂšmes de rĂ©utilisation et les possibilitĂ©s de gestion des dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, ainsi que sur les meilleures pratiques pour une gestion rationnelle des dĂ©chets conformĂ©ment Ă l'article 4, § 3, 2°, du DĂ©cret MatĂ©riaux ;
  2° les effets sur l'environnement, en particulier l'environnement marin, des dĂ©chets sauvages et autres formes inappropriĂ©es d'Ă©limination des dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques. ".
  " Sous-section 3.4.14. DĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques
  Art. 3.4.14.1. § 1er. Pour les dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, la responsabilitĂ© Ă©largie du producteur est concrĂ©tisĂ©e par l'obligation d'acceptation figurant dans la section 3.2. L'obligation d'acceptation s'applique Ă partir du 31 dĂ©cembre 2024.
  Les obligations Ă©noncĂ©es Ă l'article 3.2.1.1, § 1er/1 et § 2, ne s'appliquent pas aux dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques.
  § 2. Le plan individuel d'obligation d'acceptation et la convention d'obligation d'acceptation, figurant Ă l'article 3.2.1.2, § 1er, rĂ©glementent en particulier la prise en charge des coĂ»ts par les producteurs d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, supportĂ©s pour la collecte sĂ©parĂ©e des dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, dĂ©posĂ©s dans les installations de rĂ©ception portuaires dĂ©signĂ©es Ă cette fin conformĂ©ment Ă la sous-section 5.2.10 relative aux dĂ©chets provenant des navires de navigation maritime, ainsi que les coĂ»ts de leur transport et de leur traitement ultĂ©rieurs. Les exigences du prĂ©sent article complĂštent les exigences relatives aux dĂ©chets provenant des navires de pĂȘche, Ă©noncĂ©es Ă la sous-section 5.2.10 relative aux dĂ©chets provenant des navires de navigation maritime.
  Art. 3.4.14.2. § 1er. Les producteurs d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques prennent en charge les coĂ»ts pour la collecte sĂ©parĂ©e des dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, dĂ©posĂ©s dans les installations de rĂ©ception portuaires dĂ©signĂ©es Ă cette fin conformĂ©ment Ă la sous-section 5.2.10 relative aux dĂ©chets provenant des navires de navigation maritime, ainsi que les coĂ»ts de leur transport et de leur traitement ultĂ©rieurs.
  Les exigences du prĂ©sent article complĂštent les exigences relatives aux dĂ©chets provenant des navires de pĂȘche, Ă©noncĂ©es Ă la sous-section 5.2.10 relative aux dĂ©chets provenant des navires de navigation maritime.
  § 2. Le producteur d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques ou l'organisation dĂ©signĂ©e Ă cette fin, fournit Ă l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque annĂ©e, les donnĂ©es suivantes portant sur l'annĂ©e civile Ă©coulĂ©e :
  1° un aperçu de la quantitĂ© totale d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques commercialisĂ©s en RĂ©gion flamande, exprimĂ©e en kilogrammes et en types ;
  2° un aperçu de la quantitĂ© totale de dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, exprimĂ©e en kilogrammes et en types, rĂ©ceptionnĂ©e dans le cadre de l'exercice de l'obligation d'acceptation. Il s'agit tant des dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques que des composants, substances ou matĂ©riaux individuels qui faisaient partie des dĂ©chets d'engins de pĂȘche ou y Ă©taient attachĂ©s lorsqu'ils ont Ă©tĂ© mis au rebut, y compris s'ils ont Ă©tĂ© abandonnĂ©s ou perdus ;
  3° les installations dans lesquelles et la maniĂšre dont les dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques rĂ©ceptionnĂ©s ont Ă©tĂ© traitĂ©s.
  La premiÚre période pour le rapport contenant les informations énoncées à l'alinéa 1er couvre l'année civile 2022.
  § 3. L'obligation d'acceptation des dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques doit aboutir Ă ce que tout dĂ©chet d'engin de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques qui est prĂ©sentĂ©, doit ĂȘtre collectĂ©. A partir du 1er janvier 2025, le taux annuel minimum de collecte pour le recyclage des dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques est de 25 %. Les dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques collectĂ©s sont traitĂ©s en utilisant les meilleures techniques disponibles.
  Art. 3.4.14.3. Les producteurs d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques prennent des mesures pour Ă©duquer les utilisateurs et encourager une utilisation responsable des produits afin de rĂ©duire les dĂ©chets sauvages marins, et prennent des mesures pour informer les utilisateurs d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, en particulier sur les points suivants :
  1° la disponibilitĂ© d'alternatives rĂ©utilisables, les systĂšmes de rĂ©utilisation et les possibilitĂ©s de gestion des dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques, ainsi que sur les meilleures pratiques pour une gestion rationnelle des dĂ©chets conformĂ©ment Ă l'article 4, § 3, 2°, du DĂ©cret MatĂ©riaux ;
  2° les effets sur l'environnement, en particulier l'environnement marin, des dĂ©chets sauvages et autres formes inappropriĂ©es d'Ă©limination des dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant des matiĂšres synthĂ©tiques. ".
Art. 6. Artikel 5.3.12.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 5.3.12.1. Vanaf 15 juni 2023 is het serveren van drank in recipiënten voor eenmalig gebruik bij evenementen verboden, met uitzondering van petflessen en blikjes als de eventorganisator daarvoor in een systeem voorziet dat garandeert dat minstens 95% van die eenmalige recipiënten gescheiden wordt ingezameld voor recyclage.
  Voor evenementen, vermeld in het eerste lid, georganiseerd in 2023 kan de minister uitzonderingen voorzien als de eventorganisator kan aantonen dat ondanks tijdige en behoorlijke inspanningen voor een bepaald evenement er onvoldoende capaciteit aan herbruikbare recipiënten en/of wasfaciliteiten beschikbaar is.
  De uitzondering, vermeld in het eerste lid, vervalt vanaf 1 januari 2025.".
  "Art. 5.3.12.1. Vanaf 15 juni 2023 is het serveren van drank in recipiënten voor eenmalig gebruik bij evenementen verboden, met uitzondering van petflessen en blikjes als de eventorganisator daarvoor in een systeem voorziet dat garandeert dat minstens 95% van die eenmalige recipiënten gescheiden wordt ingezameld voor recyclage.
  Voor evenementen, vermeld in het eerste lid, georganiseerd in 2023 kan de minister uitzonderingen voorzien als de eventorganisator kan aantonen dat ondanks tijdige en behoorlijke inspanningen voor een bepaald evenement er onvoldoende capaciteit aan herbruikbare recipiënten en/of wasfaciliteiten beschikbaar is.
  De uitzondering, vermeld in het eerste lid, vervalt vanaf 1 januari 2025.".
Art. 6. L'article 5.3.12.1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 mars 2019, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 5.3.12.1. A partir du 15 juin 2023, il est interdit de servir des boissons dans des conteneurs Ă usage unique lors d'Ă©vĂ©nements, exception faite des bouteilles en plastique PET et des canettes si l'organisateur de l'Ă©vĂ©nement prĂ©voit un systĂšme garantissant qu'au moins 95 % de ces conteneurs Ă usage unique sont collectĂ©s sĂ©parĂ©ment en vue d'ĂȘtre recyclĂ©s.
  Pour les événements, figurant à l'alinéa 1er, organisés en 2023, le ministre peut prévoir des exceptions si l'organisateur de l'événement peut démontrer que, malgré les efforts déployés en temps utile et de maniÚre appropriée pour un événement particulier, la capacité disponible des récipients réutilisables et/ou des installations de lavage est insuffisante.
  L'exception prĂ©vue Ă l'alinĂ©a 1er cesse d'ĂȘtre applicable Ă partir du 1er janvier 2025. ".
  " Art. 5.3.12.1. A partir du 15 juin 2023, il est interdit de servir des boissons dans des conteneurs Ă usage unique lors d'Ă©vĂ©nements, exception faite des bouteilles en plastique PET et des canettes si l'organisateur de l'Ă©vĂ©nement prĂ©voit un systĂšme garantissant qu'au moins 95 % de ces conteneurs Ă usage unique sont collectĂ©s sĂ©parĂ©ment en vue d'ĂȘtre recyclĂ©s.
  Pour les événements, figurant à l'alinéa 1er, organisés en 2023, le ministre peut prévoir des exceptions si l'organisateur de l'événement peut démontrer que, malgré les efforts déployés en temps utile et de maniÚre appropriée pour un événement particulier, la capacité disponible des récipients réutilisables et/ou des installations de lavage est insuffisante.
  L'exception prĂ©vue Ă l'alinĂ©a 1er cesse d'ĂȘtre applicable Ă partir du 1er janvier 2025. ".
Art. 7. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 juli 2021, wordt een artikel 5.3.12.4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 5.3.12.4. Bij het gebruik van herbruikbare recipiënten en herbruikbaar cateringmateriaal, met uitzondering van recipiënten uit glas en porselein, is het verplicht om in een systeem te voorzien dat garandeert dat minstens 90% van deze recipiënten en dit cateringmateriaal wordt ingezameld voor hergebruik. Bij evenementen is dit de verantwoordelijkheid van de eventorganisator."
  "Art. 5.3.12.4. Bij het gebruik van herbruikbare recipiënten en herbruikbaar cateringmateriaal, met uitzondering van recipiënten uit glas en porselein, is het verplicht om in een systeem te voorzien dat garandeert dat minstens 90% van deze recipiënten en dit cateringmateriaal wordt ingezameld voor hergebruik. Bij evenementen is dit de verantwoordelijkheid van de eventorganisator."
Art. 7. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 juillet 2021, il est insĂ©rĂ© un article 5.3.12.4, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 5.3.12.4. Lors de l'utilisation de conteneurs et de matĂ©riel de restauration rĂ©utilisables, Ă l'exception des conteneurs en verre et en porcelaine, il est obligatoire de prĂ©voir un systĂšme garantissant qu'au moins 90 % de ces conteneurs et matĂ©riel de restauration sont collectĂ©s en vue d'ĂȘtre rĂ©utilisĂ©s. Lors d'Ă©vĂ©nements, cette responsabilitĂ© incombe Ă l'organisateur de l'Ă©vĂ©nement. ".
  " Art. 5.3.12.4. Lors de l'utilisation de conteneurs et de matĂ©riel de restauration rĂ©utilisables, Ă l'exception des conteneurs en verre et en porcelaine, il est obligatoire de prĂ©voir un systĂšme garantissant qu'au moins 90 % de ces conteneurs et matĂ©riel de restauration sont collectĂ©s en vue d'ĂȘtre rĂ©utilisĂ©s. Lors d'Ă©vĂ©nements, cette responsabilitĂ© incombe Ă l'organisateur de l'Ă©vĂ©nement. ".
Art. 8. Aan artikel 5.3.13.2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 juli 2021, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het eerste lid geldt niet voor afvalzakken die gebruikt worden op schepen en niet voor afvalzakken die gebruikt worden voor risicohoudend of niet-risicohoudend medisch afval.".
  "Het eerste lid geldt niet voor afvalzakken die gebruikt worden op schepen en niet voor afvalzakken die gebruikt worden voor risicohoudend of niet-risicohoudend medisch afval.".
Art. 8. L'article 5.3.13.2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 juillet 2021, est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a 2, rĂ©digĂ© comme suit :
  " L'alinéa 1er ne s'applique pas aux sacs poubelles utilisés sur les navires, ni à ceux utilisés pour les déchets médicaux à risque ou sans risque. ".
  " L'alinéa 1er ne s'applique pas aux sacs poubelles utilisés sur les navires, ni à ceux utilisés pour les déchets médicaux à risque ou sans risque. ".
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9. Le ministre flamand qui a l'environnement, l'amĂ©nagement du territoire et la nature dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.