Artikel 1. § 1. Dit samenwerkingsakkoord heeft tot doel het beleid op het gebied van de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen in het algemeen, en in het bijzonder het toezicht en de controle op de afvaloverbrengingen op het Belgisch grondgebied zoals gedefinieerd in artikel 2.34 van de Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, overeenkomstig artikel 6, § 5, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen te coördineren, rekening houdend met de respectieve bevoegdheden van de federale overheidsdiensten voor Financiën (douane en accijnzen) en Binnenlandse zaken (politie), en van de gewestelijke bevoegde overheden.
§ 2. Voor de toepassing van dit akkoord wordt verstaan onder:
- "Bevoegde overheid": die entiteit die volgens artikel 53 van de verordening werd meegedeeld aan de Europese Commissie, alsook, in voorkomend geval, de entiteit die op het gewestelijke vlak instaat voor de handhaving van de materie die door dit Samenwerkingsakkoord gevat is;
- "verordening": de Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
13 JULI 2021. - Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende de coördinatie van het beleid inzake grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen
Titre
13 JUILLET 2021. - Accord de coopération entre l'Etat fédéral, la Région flamande, la Région wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale portant coordination de la politique de transfert transfrontalier des déchets
Documentinformatie
Numac: 2023041479
Datum: 2021-07-13
Info du document
Numac: 2023041479
Date: 2021-07-13
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied
HOOFDSTUK 2. - Rol van de douane
HOOFDSTUK 3. - Rol van de politie
HOOFDSTUK 4. - Controles
HOOFDSTUK 5. - Opleiding en ondersteuning
HOOFDSTUK 6. - Uitwisseling van informatie
HOOFDSTUK 7. - Bevoegde autoriteit van doorvoer
HOOFDSTUK 8. - Financiële waarborg en administr...
HOOFDSTUK 9. - Formele samenwerking met derde p...
HOOFDSTUK 10. - Coördinatiegroep
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Champ d'application
CHAPITRE 2. - Rôle des douanes
CHAPITRE 3. - Rôle de la police
CHAPITRE 4. - Contrôles
CHAPITRE 5. - Formation et support
CHAPITRE 6. - Echange d'informations
CHAPITRE 7. - Autorité compétente en matière de...
CHAPITRE 8. - Garantie financière et frais admi...
CHAPITRE 9. - Coopération formelle avec des tiers
CHAPITRE 10. - Groupe de coordination
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
Tekst (25)
Texte (25)
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 1er. - Champ d'application
Article 1er. § 1er. Le présent accord de coopération a pour objet de coordonner la politique générale en matière de transferts transfrontaliers de déchets, et en particulier la surveillance et le contrôle des transferts de déchets sur le territoire belge tels que définis à l'article 2.34 du règlement CE) n° 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, conformément à l'article 6, § 5, de la loi spéciale de réformes institutionnelles, en tenant compte des compétences respectives des services publics fédéraux des Finances (douanes et accises), de l'Intérieur (police) et des autorités compétentes régionales.
§ 2. Au sens du présent accord, on entend par :
- " Autorité compétente " : l'organe qui a été communiqué à la Commission européenne conformément à l'article 53 du règlement, ainsi que, le cas échéant, l'organe responsable au niveau régional du contrôle de la matière visée par le présent accord de coopération ;
- " règlement " : le règlement (CE) n° 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets.
§ 2. Au sens du présent accord, on entend par :
- " Autorité compétente " : l'organe qui a été communiqué à la Commission européenne conformément à l'article 53 du règlement, ainsi que, le cas échéant, l'organe responsable au niveau régional du contrôle de la matière visée par le présent accord de coopération ;
- " règlement " : le règlement (CE) n° 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets.
HOOFDSTUK 2. - Rol van de douane
CHAPITRE 2. - Rôle des douanes
Art. 2. § 1. De administratie der douane en accijnzen vult haar algemene controlebevoegdheid met betrekking tot de invoer, de uitvoer en de doorvoer over het douanegebied van de Europese gemeenschap en de haar door de verordening toegewezen taken op zulke wijze in dat de door haar uitgeoefende controles de kans verhogen op het ontdekken van illegale overbrengingen van afvalstoffen in de zin van de verordening.
§ 2. Ingeval de administratie der douane en accijnzen bij het uitoefenen van haar controlebevoegdheden een mogelijke illegale overbrenging van afvalstoffen en/of mogelijke andere inbreuken op de verordening ontdekt, deelt die administratie dat onmiddellijk mee aan de bevoegde overheid volgens een onderling afgesproken procedure zoals bepaald in artikel 12, § 1.
§ 2. Ingeval de administratie der douane en accijnzen bij het uitoefenen van haar controlebevoegdheden een mogelijke illegale overbrenging van afvalstoffen en/of mogelijke andere inbreuken op de verordening ontdekt, deelt die administratie dat onmiddellijk mee aan de bevoegde overheid volgens een onderling afgesproken procedure zoals bepaald in artikel 12, § 1.
Art. 2. § 1er. L'administration des douanes et accises exerce son pouvoir général de contrôle sur l'importation, l'exportation et le transit à travers le territoire douanier de la Communauté européenne et accomplit les tâches qui lui sont dévolues par le règlement de telle manière que les contrôles exercés par elle augmentent la probabilité de découvrir des transferts illicites de déchets au sens du règlement.
§ 2. Lorsque l'administration des douanes et accises découvre, dans l'exercice de ses pouvoirs de contrôle, un transfert de déchets potentiellement illicite et/ou d'autres infractions éventuelles au règlement, elle en avise immédiatement l'autorité compétente, selon une procédure mutuellement convenue visée à l'article 12, § 1er.
§ 2. Lorsque l'administration des douanes et accises découvre, dans l'exercice de ses pouvoirs de contrôle, un transfert de déchets potentiellement illicite et/ou d'autres infractions éventuelles au règlement, elle en avise immédiatement l'autorité compétente, selon une procédure mutuellement convenue visée à l'article 12, § 1er.
HOOFDSTUK 3. - Rol van de politie
CHAPITRE 3. - Rôle de la police
Art. 3. In het kader van haar algemene opdracht, kan de politie, over het geheel van het Belgisch grondgebied, controles verrichten op de overbrenging van afvalstoffen, met het oog op de opsporing en vaststelling van overtredingen van de Europese, federale en regionale wetgeving en reglementering.
Art. 3. Dans le cadre de sa mission générale, la police pourra effectuer sur l'ensemble du territoire de la Belgique, des contrôles sur les transferts de déchets, afin de rechercher et de constater les infractions aux législations et réglementations européennes, fédérales et régionales.
HOOFDSTUK 4. - Controles
CHAPITRE 4. - Contrôles
Art. 4. Voor de toepassing van dit akkoord, moet onder controle worden verstaan: alle controles en inspecties op de overbrenging van afvalstoffen zoals vermeld in artikelen 2.35bis en 50 van de verordening. De partijen zijn het erover eens dat de prioriteiten met betrekking tot deze controles voorgesteld worden door de bevoegde overheden, rekening houdend met het Nationaal Veiligheidsplan. De prioriteiten worden in de coördinatiegroep besproken.
Art. 4. Par contrôle, au sens du présent accord, il faut entendre tous les contrôles et inspections des transferts de déchets tels que mentionnés aux articles 2.35bis et 50 du règlement. Les parties conviennent que les priorités concernant ces contrôles sont présentées par les autorités compétentes, compte tenu du Plan de Sécurité National. Les priorités sont discutées au sein du groupe de coordination.
HOOFDSTUK 5. - Opleiding en ondersteuning
CHAPITRE 5. - Formation et support
Art. 5. § 1. Voor opleidingen over aangelegenheden die tot de werkingssfeer van dit samenwerkingsakkoord behoren, kunnen de partijen een beroep doen op elkaars deskundigen. De partijen bij dit akkoord stellen gespecialiseerde opleidingen in de mate van het mogelijke voor deelname open aan elkaar.
§ 2. De bevoegde overheden onderzoeken in welke mate werk kan gemaakt worden van een permanentiesysteem voor vragen en meldingen over de materie waarover dit samenwerkingsakkoord handelt.
§ 3. De partijen kunnen elkaar ondersteunen met technische hulpmiddelen, in functie van ieders mogelijkheden.
§ 4. De partijen werken samen bij de ontwikkeling van ondersteunend materiaal, zoals interne procedures en brochures met betrekking tot de controle van grensoverschrijdende afvaloverbrengingen.
§ 5. Zolang de personele bezetting het toelaat, en na afweging van de noodzaak, kunnen de partijen elkaar verzoeken om fysiek te participeren in controles.
§ 6. De bevoegde overheden overleggen om geharmoniseerde praktische regelingen toe te passen met betrekking tot met name:
- hoe vaststellingen dienen te gebeuren over de grensoverschrijdende overbrengingen afkomstig van of bestemd voor een ander gewest,
- hoe deze vaststellingen worden overgemaakt aan de respectievelijke bevoegde overheden,
- hoe de opvolging dient te gebeuren van illegale grensoverschrijdende overbrengingen afkomstig uit of bestemd voor een ander gewest.
§ 2. De bevoegde overheden onderzoeken in welke mate werk kan gemaakt worden van een permanentiesysteem voor vragen en meldingen over de materie waarover dit samenwerkingsakkoord handelt.
§ 3. De partijen kunnen elkaar ondersteunen met technische hulpmiddelen, in functie van ieders mogelijkheden.
§ 4. De partijen werken samen bij de ontwikkeling van ondersteunend materiaal, zoals interne procedures en brochures met betrekking tot de controle van grensoverschrijdende afvaloverbrengingen.
§ 5. Zolang de personele bezetting het toelaat, en na afweging van de noodzaak, kunnen de partijen elkaar verzoeken om fysiek te participeren in controles.
§ 6. De bevoegde overheden overleggen om geharmoniseerde praktische regelingen toe te passen met betrekking tot met name:
- hoe vaststellingen dienen te gebeuren over de grensoverschrijdende overbrengingen afkomstig van of bestemd voor een ander gewest,
- hoe deze vaststellingen worden overgemaakt aan de respectievelijke bevoegde overheden,
- hoe de opvolging dient te gebeuren van illegale grensoverschrijdende overbrengingen afkomstig uit of bestemd voor een ander gewest.
Art. 5. § 1er. Pour les formations relatives à des matières relevant du champ d'application du présent accord de coopération, chacune des parties peut faire appel aux experts des autres parties. Dans la mesure du possible, les parties au présent accord ouvrent leurs formations spécialisées à la participation des autres parties.
§ 2. Les autorités compétentes examinent dans quelle mesure un système de permanence peut être réalisé pour les questions et les notifications sur la matière traitée par le présent accord de coopération.
§ 3. Chaque partie offre un soutien technique aux autres parties dans la mesure de ses possibilités.
§ 4. Les parties collaborent au développement de matériel de soutien tel que les procédures internes et les brochures concernant le contrôle des transferts transfrontaliers de déchets.
§ 5. Dans la mesure où les effectifs le permettent, et après examen de la nécessité, chacune des parties peut solliciter la participation physique des autres parties aux contrôles.
§ 6. Les autorités compétentes se concertent afin d'appliquer des modalités pratiques harmonisées ayant trait notamment :
- aux constats relatifs aux transferts transfrontaliers et provenant d'une autre région ou allant à une autre région,
- à la transmission des constats aux autorités compétentes respectives,
- au suivi des transferts transfrontaliers illicites provenant d'une autre région ou allant à une autre région.
§ 2. Les autorités compétentes examinent dans quelle mesure un système de permanence peut être réalisé pour les questions et les notifications sur la matière traitée par le présent accord de coopération.
§ 3. Chaque partie offre un soutien technique aux autres parties dans la mesure de ses possibilités.
§ 4. Les parties collaborent au développement de matériel de soutien tel que les procédures internes et les brochures concernant le contrôle des transferts transfrontaliers de déchets.
§ 5. Dans la mesure où les effectifs le permettent, et après examen de la nécessité, chacune des parties peut solliciter la participation physique des autres parties aux contrôles.
§ 6. Les autorités compétentes se concertent afin d'appliquer des modalités pratiques harmonisées ayant trait notamment :
- aux constats relatifs aux transferts transfrontaliers et provenant d'une autre région ou allant à une autre région,
- à la transmission des constats aux autorités compétentes respectives,
- au suivi des transferts transfrontaliers illicites provenant d'une autre région ou allant à une autre région.
HOOFDSTUK 6. - Uitwisseling van informatie
CHAPITRE 6. - Echange d'informations
Art. 6. § 1. Om de uitwisseling van gegevens met het oog op een doeltreffende controle op de overbrengingen van afvalstoffen mogelijk te maken, zorgen de overheden die bevoegd zijn voor de overbrenging van afvalstoffen, ieder voor wat haar betreft en binnen haar eigen bevoegdheden, ervoor dat alle gegevens betreffende de kennisgevingen en afschriften van kennisgevingen die ze ontvangen en de toestemmingen die ze geven krachtens de titels II, IV, V en VI van de verordening, alsook betreffende de beslissingen die ze treffen in verband met die kennisgevingen, voor zover deze gegevens voorkomen op de kennisgevings- en vervoersdocumenten bedoeld in deze verordening, in een gegevensbank worden ingevoerd.
§ 2. De in § 1 bedoelde overheden zorgen ervoor dat alle gegevens die in de gegevensbanken worden ingevoerd toegankelijk zijn via het nummer van het kennisgevingsdocument en vrij kunnen worden geraadpleegd door alle bevoegde overheden, hun toezichthouders, de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën en de politieambtenaren van lokale en federale politie met het oog op het verrichten van de controles op de grensoverschrijdende overbrengingen van afvalstoffen zoals bedoeld in dit akkoord.
§ 3. Indien een bevoegde overheid besluit om, met betrekking tot kennisgevingen, over te gaan tot elektronische gegevensuitwisseling met buitenlandse bevoegde overheden, dan gebeurt dit in overleg met de andere bevoegde overheden in België. De bevoegde overheden in België streven naar hetzelfde elektronische systeem van gegevensuitwisseling.
§ 4. Wanneer de Interregionale Verpakkingscommissie kennis krijgt van een onregelmatigheid met betrekking tot de verordening in het kader van een overbrenging in doorvoer, dan brengt zij de betrokken inspectiedienst op de hoogte.
De betrokken inspectiedienst is in dit geval:
- indien het transport zich op het Belgische grondgebied bevindt, de inspectiedienst van het gewest waar het transport zich fysiek bevindt;
- indien het transport zich niet op het Belgische grondgebied bevindt, de inspectiedienst van het gewest waarlangs het transport België is binnengekomen of zal binnenkomen.
§ 2. De in § 1 bedoelde overheden zorgen ervoor dat alle gegevens die in de gegevensbanken worden ingevoerd toegankelijk zijn via het nummer van het kennisgevingsdocument en vrij kunnen worden geraadpleegd door alle bevoegde overheden, hun toezichthouders, de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën en de politieambtenaren van lokale en federale politie met het oog op het verrichten van de controles op de grensoverschrijdende overbrengingen van afvalstoffen zoals bedoeld in dit akkoord.
§ 3. Indien een bevoegde overheid besluit om, met betrekking tot kennisgevingen, over te gaan tot elektronische gegevensuitwisseling met buitenlandse bevoegde overheden, dan gebeurt dit in overleg met de andere bevoegde overheden in België. De bevoegde overheden in België streven naar hetzelfde elektronische systeem van gegevensuitwisseling.
§ 4. Wanneer de Interregionale Verpakkingscommissie kennis krijgt van een onregelmatigheid met betrekking tot de verordening in het kader van een overbrenging in doorvoer, dan brengt zij de betrokken inspectiedienst op de hoogte.
De betrokken inspectiedienst is in dit geval:
- indien het transport zich op het Belgische grondgebied bevindt, de inspectiedienst van het gewest waar het transport zich fysiek bevindt;
- indien het transport zich niet op het Belgische grondgebied bevindt, de inspectiedienst van het gewest waarlangs het transport België is binnengekomen of zal binnenkomen.
Art. 6. § 1er. Afin de rendre possible un échange de données permettant un contrôle efficace des transferts, les autorités compétentes pour les transferts de déchets, chacune en ce qui la concerne et dans les limites de leurs compétences propres, veillent à l'introduction, dans une banque de données, de toutes les données relatives aux notifications et aux copies de notifications qu'elles reçoivent et aux autorisations qu'elles accordent, en vertu des titres II, IV, V et VI du règlement, ainsi qu'aux décisions qu'elles prennent au sujet de ces notifications, et qui figurent sur les documents de notification et de mouvement prévus audit règlement.
§ 2. Les autorités visées au § 1er veillent à ce que toutes les données introduites dans les banques de données soient accessibles via le numéro du document de notification et puissent être consultées librement par toutes les autorités compétentes, leurs agents chargés du contrôle, les fonctionnaires de l'Administration des douanes et accises du Service Public Fédéral Finances et les fonctionnaires de la police locale et fédérale en vue d'effectuer les contrôles sur les transferts transfrontaliers de déchets prévus dans le présent accord.
§ 3. Si une autorité compétente décide, concernant les notifications, de procéder à un échange informatisé de données avec des autorités étrangères compétentes, cet échange a lieu en concertation avec les autres autorités belges compétentes. Les autorités belges compétentes tendent à un système informatisé commun d'échange de données.
§ 4. Si la Commission Interrégionale de l'Emballage prend connaissance d'une irrégularité au règlement en ce qui concerne un transfert en transit, elle informe le service d'inspection concerné.
Le service d'inspection concerné est, dans ce cas :
- si le chargement se trouve sur le territoire belge, le service d'inspection de la région où le chargement se trouve physiquement ;
- si le transport ne se trouve pas sur le territoire belge, le service d'inspection de la région par laquelle le chargement est entré ou entrera en Belgique.
§ 2. Les autorités visées au § 1er veillent à ce que toutes les données introduites dans les banques de données soient accessibles via le numéro du document de notification et puissent être consultées librement par toutes les autorités compétentes, leurs agents chargés du contrôle, les fonctionnaires de l'Administration des douanes et accises du Service Public Fédéral Finances et les fonctionnaires de la police locale et fédérale en vue d'effectuer les contrôles sur les transferts transfrontaliers de déchets prévus dans le présent accord.
§ 3. Si une autorité compétente décide, concernant les notifications, de procéder à un échange informatisé de données avec des autorités étrangères compétentes, cet échange a lieu en concertation avec les autres autorités belges compétentes. Les autorités belges compétentes tendent à un système informatisé commun d'échange de données.
§ 4. Si la Commission Interrégionale de l'Emballage prend connaissance d'une irrégularité au règlement en ce qui concerne un transfert en transit, elle informe le service d'inspection concerné.
Le service d'inspection concerné est, dans ce cas :
- si le chargement se trouve sur le territoire belge, le service d'inspection de la région où le chargement se trouve physiquement ;
- si le transport ne se trouve pas sur le territoire belge, le service d'inspection de la région par laquelle le chargement est entré ou entrera en Belgique.
Art. 7. § 1. De partijen bij dit akkoord wisselen alle informatie uit die nodig is voor een doeltreffende controle op de materie die door dit akkoord gevat is, verantwoordingsinformatie en informatie ten behoeve van risicoanalyse inbegrepen. Desalniettemin blijft de toegang van de bevoegde overheden tot gegevens die deel uitmaken van een strafdossier onderworpen aan de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering en van artikel 125 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, totdat de toegang tot deze gegevens wettelijk geregeld wordt.
§ 2. De partijen streven naar een uniek systeem voor de vergaring en analyse van strategische informatie met betrekking tot de preventie en opsporing van illegale afvaloverbrengingen. De partijen kunnen de in dit systeem opgeslagen informatie bevragen.
§ 3. De partijen registreren de voor hen relevante informatie die nodig is voor de verplichte rapportering aan de Europese Commissie in het kader van de toepassing van de verordening. Deze informatie wordt op eenvoudige vraag ter beschikking gesteld van de coördinatiegroep bedoeld in artikel 12.
§ 4. De wijze waarop de informatie-uitwisseling plaats vindt zal concreet uitgewerkt worden door de coördinatiegroep bedoeld in artikel 12.
§ 2. De partijen streven naar een uniek systeem voor de vergaring en analyse van strategische informatie met betrekking tot de preventie en opsporing van illegale afvaloverbrengingen. De partijen kunnen de in dit systeem opgeslagen informatie bevragen.
§ 3. De partijen registreren de voor hen relevante informatie die nodig is voor de verplichte rapportering aan de Europese Commissie in het kader van de toepassing van de verordening. Deze informatie wordt op eenvoudige vraag ter beschikking gesteld van de coördinatiegroep bedoeld in artikel 12.
§ 4. De wijze waarop de informatie-uitwisseling plaats vindt zal concreet uitgewerkt worden door de coördinatiegroep bedoeld in artikel 12.
Art. 7. § 1er. Les parties au présent accord échangent toutes les informations nécessaires à un contrôle efficace de la matière visée par le présent accord, y compris les informations de justification et les informations pour l'analyse des risques. Néanmoins, l'accès des autorités compétentes aux données faisant partie d'un dossier répressif reste soumis aux dispositions du Code d'Instruction criminelle et de l'article 125 de l'Arrêté royal du 28 décembre 1950 portant règlement général sur les frais de justice en matière répressive, jusqu'à ce que l'accès à ces données soit réglementé par la loi.
§ 2. Les parties tendent à un système unique de collecte et d'analyse d'informations stratégiques concernant la prévention et la recherche de transferts illicites de déchets. Les parties peuvent consulter les informations stockées dans ce système.
§ 3. Les parties enregistrent les informations pertinentes pour elles qui sont nécessaires au rapport obligatoire à la Commission européenne dans le cadre de l'application du règlement. Ces informations sont mises à la disposition du groupe de coordination visé à l'article 12 sur simple demande.
§ 4. Les modalités d'échange d'informations seront élaborées par le groupe de coordination visé à l'article 12.
§ 2. Les parties tendent à un système unique de collecte et d'analyse d'informations stratégiques concernant la prévention et la recherche de transferts illicites de déchets. Les parties peuvent consulter les informations stockées dans ce système.
§ 3. Les parties enregistrent les informations pertinentes pour elles qui sont nécessaires au rapport obligatoire à la Commission européenne dans le cadre de l'application du règlement. Ces informations sont mises à la disposition du groupe de coordination visé à l'article 12 sur simple demande.
§ 4. Les modalités d'échange d'informations seront élaborées par le groupe de coordination visé à l'article 12.
Art. 8. De partijen bij dit akkoord verbinden zich ertoe deze gegevens niet voor andere doeleinden te gebruiken dan voor de finaliteit waarvoor ze verstrekt werden. Alle gegevens van commerciële of industriële aard zullen als vertrouwelijk worden behandeld.
Art. 8. Les parties au présent accord s'engagent à ne pas utiliser ces données à d'autres fins que celles pour lesquelles elles ont été fournies. Toutes les données à caractère commercial ou industriel seront traitées de manière confidentielle.
HOOFDSTUK 7. - Bevoegde autoriteit van doorvoer
CHAPITRE 7. - Autorité compétente en matière de transit
Art. 9. § 1. De Interregionale Verpakkingscommissie wordt met ingang van 1 januari 2015 aangewezen als de bevoegde autoriteit van doorvoer volgens de bepalingen van artikel 53 van de verordening. Haar taken, zoals beschreven in het Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval, worden dienovereenkomstig uitgebreid.
§ 2. De werkingskosten die de Interregionale Verpakkingscommissie heeft vanuit haar rol als doorvoerautoriteit, worden opgenomen in haar jaarlijkse begroting en verdeeld tussen de gewesten, zoals voorzien in artikel 25 van voornoemd Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008.
§ 3. Bij het opnemen van de bevoegdheid door de Interregionale Verpakkingscommissie worden haar taken opgesomd in de Bijlage, die deel uitmaakt van dit akkoord. De gewesten stellen het nodige personeel en de middelen ter beschikking van de Interregionale Verpakkingscommissie, zodat deze haar rol als doorvoerautoriteit naar behoren kan uitvoeren. Deze personeelsleden worden opgenomen in het organogram van de Interregionale Verpakkingscommissie.
Artikel 23 van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval is van toepassing op het in deze paragraaf bedoelde personeel.
§ 4. De coördinatiegroep bedoeld in artikel 12 formuleert de richtlijnen betreffende de taken opgenomen in de Bijlage. Deze richtlijnen zijn van toepassing na bekrachtiging door het beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie.
§ 5. De Interregionale Verpakkings-commissie, in samenwerking met de gewesten, voert binnen het jaar na de ondertekening van dit akkoord een meting uit van de effectiviteit en de efficiëntie van de behandeling van de doorvoerdossiers.
De meting zal betrekking hebben op:
- de bruikbaarheid van de gegevens voor controledoeleinden;
- de informatie die wordt ingebracht in het datatechnisch systeem;
- de beoordeling van de kennisgevingen;
- het opvolgen van de dossierkosten;
- de administratieve verwerking van de transportmeldingen.
De resultaten van de meting zullen gebruikt worden voor het realiseren van een administratieve vereenvoudiging en voor het actualiseren van het datatechnisch systeem.
Het datatechnisch systeem zal de mogelijkheid voorzien om:
- automatisch brieven of digitale boodschappen te genereren aan alle betrokken actoren;
- digitale gegevensinvoer toe te laten door de kennisgevers;
- af te stemmen op de standaarden die de Europese Commissie eventueel zal vastleggen;
- toe te laten dat gegevens uit de doorvoerkennisgevingen geverifieerd worden met data die beheerd worden door de gewesten.
Onverminderd de andere bepalingen van dit Samenwerkingsakkoord, inclusief de bijlage, zal het te implementeren datatechnisch systeem van de Interregionale Verpakkingscommissie compatibel zijn, in de mate van het mogelijke, met de systemen van de gewesten en zoveel mogelijk software die in gebruik of in ontwikkeling is bij de gewesten overnemen.
§ 2. De werkingskosten die de Interregionale Verpakkingscommissie heeft vanuit haar rol als doorvoerautoriteit, worden opgenomen in haar jaarlijkse begroting en verdeeld tussen de gewesten, zoals voorzien in artikel 25 van voornoemd Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008.
§ 3. Bij het opnemen van de bevoegdheid door de Interregionale Verpakkingscommissie worden haar taken opgesomd in de Bijlage, die deel uitmaakt van dit akkoord. De gewesten stellen het nodige personeel en de middelen ter beschikking van de Interregionale Verpakkingscommissie, zodat deze haar rol als doorvoerautoriteit naar behoren kan uitvoeren. Deze personeelsleden worden opgenomen in het organogram van de Interregionale Verpakkingscommissie.
Artikel 23 van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval is van toepassing op het in deze paragraaf bedoelde personeel.
§ 4. De coördinatiegroep bedoeld in artikel 12 formuleert de richtlijnen betreffende de taken opgenomen in de Bijlage. Deze richtlijnen zijn van toepassing na bekrachtiging door het beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie.
§ 5. De Interregionale Verpakkings-commissie, in samenwerking met de gewesten, voert binnen het jaar na de ondertekening van dit akkoord een meting uit van de effectiviteit en de efficiëntie van de behandeling van de doorvoerdossiers.
De meting zal betrekking hebben op:
- de bruikbaarheid van de gegevens voor controledoeleinden;
- de informatie die wordt ingebracht in het datatechnisch systeem;
- de beoordeling van de kennisgevingen;
- het opvolgen van de dossierkosten;
- de administratieve verwerking van de transportmeldingen.
De resultaten van de meting zullen gebruikt worden voor het realiseren van een administratieve vereenvoudiging en voor het actualiseren van het datatechnisch systeem.
Het datatechnisch systeem zal de mogelijkheid voorzien om:
- automatisch brieven of digitale boodschappen te genereren aan alle betrokken actoren;
- digitale gegevensinvoer toe te laten door de kennisgevers;
- af te stemmen op de standaarden die de Europese Commissie eventueel zal vastleggen;
- toe te laten dat gegevens uit de doorvoerkennisgevingen geverifieerd worden met data die beheerd worden door de gewesten.
Onverminderd de andere bepalingen van dit Samenwerkingsakkoord, inclusief de bijlage, zal het te implementeren datatechnisch systeem van de Interregionale Verpakkingscommissie compatibel zijn, in de mate van het mogelijke, met de systemen van de gewesten en zoveel mogelijk software die in gebruik of in ontwikkeling is bij de gewesten overnemen.
Art. 9. § 1. La Commission interrégionale de l'Emballage instituée par l'Accord de coopération du 4 novembre 2008 concernant la prévention et la gestion des déchets d'emballages est désignée comme autorité compétente en matière de transit selon les dispositions de l'article 53 du règlement, à partir du 1er janvier 2015. Ses missions, décrites dans l'Accord de coopération du 4 novembre 2008, sont élargies en conséquence.
§ 2. Les frais de fonctionnement de la Commission interrégionale de l'Emballage dans le cadre de sa mission d'autorité en matière de transit, sont inclus dans son budget annuel et répartis entre les régions, comme le prévoit l'article 25 de l'Accord de coopération précité du 4 novembre 2008.
§ 3. A la reprise de la compétence par la Commission interrégionale de l'Emballage, ses tâches sont énumérées dans l'Annexe, qui fait partie intégrante du présent accord. Les régions mettent le personnel et les moyens nécessaires à disposition de la Commission interrégionale de l'Emballage, pour lui permettre de mener à bien sa mission d'autorité en matière de transit. Ces membres du personnel sont repris dans l'organigramme de la Commission interrégionale de l'Emballage.
L'article 23 de l'accord de coopération du 4 novembre 2008 concernant la prévention et la gestion des déchets d'emballages est d'application au personnel visé au présent paragraphe.
§ 4. Le groupe de coordination visé à l'article 12, formule les directives relatives aux tâches visées à l'Annexe. Ces directives sont d'application après ratification par l'organe de décision de la Commission interrégionale de l'Emballage.
§ 5. La Commission interrégionale de l'Emballage procède à une évaluation d'effectivité et d'efficience du traitement des dossiers de transit endéans un an après la signature du présent accord, en coopération avec les régions.
L'évaluation portera sur :
- l'utilité des données à des fins de contrôle ;
- les informations à saisir dans le système informatique de données ;
- l'évaluation des notifications ;
- le suivi des frais de dossier ;
- le traitement administratif des notifications de transport.
Les résultats de l'évaluation seront utilisés pour la réalisation d'une simplification administrative et la mise-à-jour du système informatique de données.
Le système informatique de données prévoira la possibilité de :
- générer des lettres ou des messages numériques automatisés à destination de tous les acteurs concernés ;
- permettre la saisie de données numériques par les notifiants ;
- s'aligner sur les standards qu'éventuellement la Commission européenne fixera ;
- permettre que les données des notifications de transit soient vérifiées au moyen de données gérées par les régions.
Sans préjudice des autres dispositions du présent Accord de coopération, en ce compris son annexe, le système informatique de données de la Commission interrégionale de l'Emballage sera, dans la mesure du possible, compatible avec les systèmes des régions et se calquera autant que possible sur les logiciels utilisés ou en cours de développement au niveau des régions.
§ 2. Les frais de fonctionnement de la Commission interrégionale de l'Emballage dans le cadre de sa mission d'autorité en matière de transit, sont inclus dans son budget annuel et répartis entre les régions, comme le prévoit l'article 25 de l'Accord de coopération précité du 4 novembre 2008.
§ 3. A la reprise de la compétence par la Commission interrégionale de l'Emballage, ses tâches sont énumérées dans l'Annexe, qui fait partie intégrante du présent accord. Les régions mettent le personnel et les moyens nécessaires à disposition de la Commission interrégionale de l'Emballage, pour lui permettre de mener à bien sa mission d'autorité en matière de transit. Ces membres du personnel sont repris dans l'organigramme de la Commission interrégionale de l'Emballage.
L'article 23 de l'accord de coopération du 4 novembre 2008 concernant la prévention et la gestion des déchets d'emballages est d'application au personnel visé au présent paragraphe.
§ 4. Le groupe de coordination visé à l'article 12, formule les directives relatives aux tâches visées à l'Annexe. Ces directives sont d'application après ratification par l'organe de décision de la Commission interrégionale de l'Emballage.
§ 5. La Commission interrégionale de l'Emballage procède à une évaluation d'effectivité et d'efficience du traitement des dossiers de transit endéans un an après la signature du présent accord, en coopération avec les régions.
L'évaluation portera sur :
- l'utilité des données à des fins de contrôle ;
- les informations à saisir dans le système informatique de données ;
- l'évaluation des notifications ;
- le suivi des frais de dossier ;
- le traitement administratif des notifications de transport.
Les résultats de l'évaluation seront utilisés pour la réalisation d'une simplification administrative et la mise-à-jour du système informatique de données.
Le système informatique de données prévoira la possibilité de :
- générer des lettres ou des messages numériques automatisés à destination de tous les acteurs concernés ;
- permettre la saisie de données numériques par les notifiants ;
- s'aligner sur les standards qu'éventuellement la Commission européenne fixera ;
- permettre que les données des notifications de transit soient vérifiées au moyen de données gérées par les régions.
Sans préjudice des autres dispositions du présent Accord de coopération, en ce compris son annexe, le système informatique de données de la Commission interrégionale de l'Emballage sera, dans la mesure du possible, compatible avec les systèmes des régions et se calquera autant que possible sur les logiciels utilisés ou en cours de développement au niveau des régions.
HOOFDSTUK 8. - Financiële waarborg en administratieve kosten voor kennisgevingsdossiers
CHAPITRE 8. - Garantie financière et frais administratifs pour les dossiers de notification
Art. 10. § 1. De partijen bij dit akkoord informeren de coördinatiegroep bedoeld in artikel 12 over de wijzigingen van hun regelgeving, meer bepaald met betrekking tot de berekening van de financiële waarborg en de administratieve kosten zoals bedoeld in artikelen 6 en 29 van de verordening.
§ 2. Inzake de doorvoer van afvalstoffen wordt er aan elke kennisgever door de Interregionale Verpakkingscommissie een retributie aangerekend, in het kader van de procedures voor de kennisgeving en voor de opvolging van de transporten.
§ 3 De retributie bedoeld in paragraaf 2 wordt vastgelegd op 400 euro per kennisgeving van overbrenging van afvalstoffen.
De retributie is echter beperkt tot 200 euro per kennisgeving van overbrenging van afvalstoffen, indien aan de volgende voorwaarden cumulatief voldaan is:
- een elektronisch systeem voor geautomatiseerde datacommunicatie wordt ter beschikking gesteld van de kennisgevers en van de verwerkingsinstallaties, door de Interregionale Verpakkingscommissie, met inachtneming van de richtlijnen bedoeld in artikel 9 § 4, voor de opvolging van de transporten bepaald in artikel 15, onder c en d, en in artikel 16, onder b, d en e, van de verordening, en voor de andere procedures die bepaald kunnen worden door richtlijnen bedoeld in artikel 9 § 4;
- de kennisgever en de verwerkingsinstallatie, evenals in voorkomend geval de bestemmeling, verbinden er zich allen schriftelijk toe om, op het ogenblik van kennisgeving, dit systeem uitsluitend te gebruiken in het kader van de betrokken kennisgeving;
- de kennisgever en de verwerkingsinstallatie, evenals in voorkomend geval de bestemmeling, komen allemaal dit engagement na, voor alle transporten bedoeld in de betrokken kennisgeving.
In afwijking van de voorgaande leden, wordt de retributie vastgelegd op 0 euro voor de kennisgevingen van overbrenging van afvalstoffen die uitsluitend betrekking hebben op de zeehavengebieden.
Wanneer de Interregionale Verpakkingscommissie overeenkomstig paragraaf 4 of andere toepasselijke bepalingen overgaat tot de schorsing of de intrekking van een instemming die ze afgeleverd heeft voor een kennisgeving, wordt er ambtshalve aan de kennisgever een aanvullende retributie van 200 euro per betrokken kennisgeving aangerekend.
De bedragen bedoeld in deze paragraaf worden aangepast in functie van de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen in België. De basisbedragen worden vermenigvuldigd met het gemiddelde van de indexen van de vier eerste maanden van het vorige jaar, gedeeld door het gemiddelde van de indexen van de vier eerste maanden van 2015 en vervolgens afgerond naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 25 euro. Indien de afstand tussen twee veelvouden van 25 gelijk is, krijgt het hoogste veelvoud van 25 de voorkeur.
De bedragen van de in deze paragraaf bedoelde retributie kunnen worden verlaagd in de gevallen en onder de voorwaarden die worden vastgesteld in een uitvoerend samenwerkingsakkoord tussen de gewestelijke overheden.
De retributies zijn van toepassing op de kennisgevingen die ontvangen worden door de Interregionale Verpakkingscommissie vanaf de eerste dag van de derde maand van inwerkingtreding van dit Samenwerkingsakkoord.
§ 4. De volledige betaling van het totaalbedrag van de retributies die verschuldigd zijn krachtens onderhavig Akkoord is een belangrijk element van de kennisgeving van overbrenging van afvalstoffen. Indien deze volledige betaling niet ontvangen is of in geval van achterstallige betalingen op het ogenblik dat de Interregionale Verpakkingscommissie zich uitspreekt over een kennisgeving, moet zij haar instemming voor deze kennisgeving koppelen aan een voorwaarde betreffende de volledige betaling van deze retributies, binnen een bepaalde termijn, of een bezwaar opperen. Een richtlijn bedoeld in artikel 9 § 4 kan deze modaliteiten nader bepalen en met name herinneringskosten berekenen op basis van de kosten en ongemakken die de betalingsachterstand met zich meebrengt. Deze herinneringskosten kunnen een bedrag als laattijdigheidsboete omvatten. Het maximum van deze laattijdigheidsboete bedraagt 50 euro en wordt aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen zoals bepaald in paragraaf 3. De Interregionale Verpakkingscommissie trekt haar instemming in wanneer de kennisgever in gebreke blijft na verloop van de vastgelegde termijn om het totaalbedrag van de retributies verschuldigd krachtens onderhavig Akkoord.
De Interregionale Verpakkingscommissie staat in voor de juiste inning van de retributies verbonden aan de overbrengingen van afvalstoffen en past de vooropgestelde sancties in voorkomend geval toe, met inachtneming van de regels die krachtens onderhavig Akkoord en door de gewesten zijn aangenomen. Zij staat in voor de publicatie in het Belgisch Staatsblad van het tarief van de geïndexeerde retributies die aan de kennisgevers worden aangerekend, evenals de beslissingen van haar Beslissingsorgaan en van de richtlijnen bedoeld in artikel 9 § 4, die betrekking hebben het huidige artikel.
De bedragen van de retributies inzake de overbrenging van afvalstoffen, evenals de herinneringskosten, worden opgenomen in een specifieke post van de jaarlijkse begroting van de Interregionale Verpakkingscommissie bedoeld in artikel 9 § 2.
§ 2. Inzake de doorvoer van afvalstoffen wordt er aan elke kennisgever door de Interregionale Verpakkingscommissie een retributie aangerekend, in het kader van de procedures voor de kennisgeving en voor de opvolging van de transporten.
§ 3 De retributie bedoeld in paragraaf 2 wordt vastgelegd op 400 euro per kennisgeving van overbrenging van afvalstoffen.
De retributie is echter beperkt tot 200 euro per kennisgeving van overbrenging van afvalstoffen, indien aan de volgende voorwaarden cumulatief voldaan is:
- een elektronisch systeem voor geautomatiseerde datacommunicatie wordt ter beschikking gesteld van de kennisgevers en van de verwerkingsinstallaties, door de Interregionale Verpakkingscommissie, met inachtneming van de richtlijnen bedoeld in artikel 9 § 4, voor de opvolging van de transporten bepaald in artikel 15, onder c en d, en in artikel 16, onder b, d en e, van de verordening, en voor de andere procedures die bepaald kunnen worden door richtlijnen bedoeld in artikel 9 § 4;
- de kennisgever en de verwerkingsinstallatie, evenals in voorkomend geval de bestemmeling, verbinden er zich allen schriftelijk toe om, op het ogenblik van kennisgeving, dit systeem uitsluitend te gebruiken in het kader van de betrokken kennisgeving;
- de kennisgever en de verwerkingsinstallatie, evenals in voorkomend geval de bestemmeling, komen allemaal dit engagement na, voor alle transporten bedoeld in de betrokken kennisgeving.
In afwijking van de voorgaande leden, wordt de retributie vastgelegd op 0 euro voor de kennisgevingen van overbrenging van afvalstoffen die uitsluitend betrekking hebben op de zeehavengebieden.
Wanneer de Interregionale Verpakkingscommissie overeenkomstig paragraaf 4 of andere toepasselijke bepalingen overgaat tot de schorsing of de intrekking van een instemming die ze afgeleverd heeft voor een kennisgeving, wordt er ambtshalve aan de kennisgever een aanvullende retributie van 200 euro per betrokken kennisgeving aangerekend.
De bedragen bedoeld in deze paragraaf worden aangepast in functie van de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen in België. De basisbedragen worden vermenigvuldigd met het gemiddelde van de indexen van de vier eerste maanden van het vorige jaar, gedeeld door het gemiddelde van de indexen van de vier eerste maanden van 2015 en vervolgens afgerond naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 25 euro. Indien de afstand tussen twee veelvouden van 25 gelijk is, krijgt het hoogste veelvoud van 25 de voorkeur.
De bedragen van de in deze paragraaf bedoelde retributie kunnen worden verlaagd in de gevallen en onder de voorwaarden die worden vastgesteld in een uitvoerend samenwerkingsakkoord tussen de gewestelijke overheden.
De retributies zijn van toepassing op de kennisgevingen die ontvangen worden door de Interregionale Verpakkingscommissie vanaf de eerste dag van de derde maand van inwerkingtreding van dit Samenwerkingsakkoord.
§ 4. De volledige betaling van het totaalbedrag van de retributies die verschuldigd zijn krachtens onderhavig Akkoord is een belangrijk element van de kennisgeving van overbrenging van afvalstoffen. Indien deze volledige betaling niet ontvangen is of in geval van achterstallige betalingen op het ogenblik dat de Interregionale Verpakkingscommissie zich uitspreekt over een kennisgeving, moet zij haar instemming voor deze kennisgeving koppelen aan een voorwaarde betreffende de volledige betaling van deze retributies, binnen een bepaalde termijn, of een bezwaar opperen. Een richtlijn bedoeld in artikel 9 § 4 kan deze modaliteiten nader bepalen en met name herinneringskosten berekenen op basis van de kosten en ongemakken die de betalingsachterstand met zich meebrengt. Deze herinneringskosten kunnen een bedrag als laattijdigheidsboete omvatten. Het maximum van deze laattijdigheidsboete bedraagt 50 euro en wordt aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen zoals bepaald in paragraaf 3. De Interregionale Verpakkingscommissie trekt haar instemming in wanneer de kennisgever in gebreke blijft na verloop van de vastgelegde termijn om het totaalbedrag van de retributies verschuldigd krachtens onderhavig Akkoord.
De Interregionale Verpakkingscommissie staat in voor de juiste inning van de retributies verbonden aan de overbrengingen van afvalstoffen en past de vooropgestelde sancties in voorkomend geval toe, met inachtneming van de regels die krachtens onderhavig Akkoord en door de gewesten zijn aangenomen. Zij staat in voor de publicatie in het Belgisch Staatsblad van het tarief van de geïndexeerde retributies die aan de kennisgevers worden aangerekend, evenals de beslissingen van haar Beslissingsorgaan en van de richtlijnen bedoeld in artikel 9 § 4, die betrekking hebben het huidige artikel.
De bedragen van de retributies inzake de overbrenging van afvalstoffen, evenals de herinneringskosten, worden opgenomen in een specifieke post van de jaarlijkse begroting van de Interregionale Verpakkingscommissie bedoeld in artikel 9 § 2.
Art. 10. § 1er. Les parties au présent accord informent le groupe de coordination visé à l'article 12, des modifications de leurs règlementations, notamment en matière de calcul de la garantie financière et des frais administratifs visés aux articles 6 et 29 du règlement.
§ 2. En matière de transit de déchets, il est imputé à chaque notifiant, par la Commission interrégionale de l'Emballage, une redevance dans le cadre de la mise en oeuvre des procédures de notification et de suivi des transports.
§ 3 La redevance visée au paragraphe 2 est fixée à 400 euros par notification de transit de déchets.
Toutefois, la redevance est réduite à 200 euros par notification de transit de déchets, si les conditions suivantes sont rencontrées cumulativement :
- un système électronique de communication automatisée des données est mis à la disposition des notifiants et des installations de traitement, par la Commission interrégionale de l'Emballage, dans le respect des directives visées à l'article 9 § 4, pour le suivi des transports prévu par l'article 15, sous c et d, et par l'article 16, sous b, d et e, du règlement, et pour les autres procédures qui peuvent être déterminées par des directives visées à l'article 9 § 4 ;
- le notifiant et l'installation de traitement, ainsi que le cas échéant le destinataire, s'engagent tous par écrit, au moment dépôt de la notification, à utiliser exclusivement ce système dans le cadre de la notification concernée ;
- le notifiant et l'installation de traitement, ainsi que le cas échéant le destinataire, respectent tous cet engagement, pour tous les transports visés par la notification concernée.
Par dérogation aux alinéas précédents, la redevance est fixée à 0 euro pour les notifications de transit de déchets qui concernent exclusivement les zones portuaires maritimes.
Lorsque conformément au paragraphe 4 ou à d'autres dispositions applicables, la Commission interrégionale de l'Emballage procède au retrait ou à la suspension d'un consentement qu'elle a délivré précédemment à une notification, il est imputé d'office au notifiant une redevance supplémentaire de 200 euros par notification concernée.
Les montants visés au présent paragraphe sont adaptés en fonction des fluctuations de l'indice des prix à la consommation du Royaume. Les montants de base sont multipliés par la moyenne des indices des quatre premiers mois de l'année précédente, divisés par la moyenne des indices des quatre premiers mois de l'année 2015 et ensuite arrondi au multiple de 25 euros le plus proche. En cas d'égalité de distance entre deux multiples de 25, le multiple de 25 le plus élevé est privilégié.
Les montants de la redevance visés au présent paragraphe peuvent être réduits dans les cas et aux conditions déterminés par voie d'accord de coopération d'exécution passé entre les gouvernements régionaux.
Les redevances s'appliquent aux notifications qui sont reçues par la Commission interrégionale de l'Emballage à compter du premier jour du troisième mois d'entrée en vigueur du présent Accord de coopération.
§ 4. Le payement complet du montant total des redevances dues en vertu du présent Accord est un élément constitutif de la notification de transit de déchet. Dans le cas où ce payement complet n'a pas été reçu au moment où la Commission interrégionale de l'Emballage statue sur une notification ou en cas d'arriérés, elle doit assortir son consentement à cette notification, d'une condition relative au payement complet de ces redevances, dans un délai donné, ou émettre une objection. Une directive visée à l'article 9 § 4 peut préciser ces modalités et notamment établir des frais de rappel sur base des coûts et inconvénients que génèrent les retards de payement. Ces frais de rappel peuvent comprendre un montant au titre de pénalité de retard. Le maximum de cette pénalité de retard est de 50 euros et est adapté aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation comme prévu par le paragraphe 3. La Commission interrégionale de l'Emballage retire son consentement lorsque le notifiant reste en défaut après écoulement des délais fixés de payer la totalité des redevances dues en vertu du présent Accord.
La Commission interrégionale de l'Emballage assure la juste perception des redevances relatives aux transits de déchets et applique les sanctions prévues le cas échéant, le tout dans le respect des règles adoptées en vertu du présent Accord et par les régions. Elle assure la publication au Moniteur belge du tarif des redevances indexées qui sont imputées aux notifiants, ainsi que des décisions de son Organe de décision et des directives visées à l'article 9 § 4, qui concernent le présent article.
Les montants des redevances en matière de transit de déchets, ainsi que les frais de rappel, sont repris dans un poste spécifique du budget annuel de la Commission interrégionale de l'Emballage visé à l'article 9 § 2.
§ 2. En matière de transit de déchets, il est imputé à chaque notifiant, par la Commission interrégionale de l'Emballage, une redevance dans le cadre de la mise en oeuvre des procédures de notification et de suivi des transports.
§ 3 La redevance visée au paragraphe 2 est fixée à 400 euros par notification de transit de déchets.
Toutefois, la redevance est réduite à 200 euros par notification de transit de déchets, si les conditions suivantes sont rencontrées cumulativement :
- un système électronique de communication automatisée des données est mis à la disposition des notifiants et des installations de traitement, par la Commission interrégionale de l'Emballage, dans le respect des directives visées à l'article 9 § 4, pour le suivi des transports prévu par l'article 15, sous c et d, et par l'article 16, sous b, d et e, du règlement, et pour les autres procédures qui peuvent être déterminées par des directives visées à l'article 9 § 4 ;
- le notifiant et l'installation de traitement, ainsi que le cas échéant le destinataire, s'engagent tous par écrit, au moment dépôt de la notification, à utiliser exclusivement ce système dans le cadre de la notification concernée ;
- le notifiant et l'installation de traitement, ainsi que le cas échéant le destinataire, respectent tous cet engagement, pour tous les transports visés par la notification concernée.
Par dérogation aux alinéas précédents, la redevance est fixée à 0 euro pour les notifications de transit de déchets qui concernent exclusivement les zones portuaires maritimes.
Lorsque conformément au paragraphe 4 ou à d'autres dispositions applicables, la Commission interrégionale de l'Emballage procède au retrait ou à la suspension d'un consentement qu'elle a délivré précédemment à une notification, il est imputé d'office au notifiant une redevance supplémentaire de 200 euros par notification concernée.
Les montants visés au présent paragraphe sont adaptés en fonction des fluctuations de l'indice des prix à la consommation du Royaume. Les montants de base sont multipliés par la moyenne des indices des quatre premiers mois de l'année précédente, divisés par la moyenne des indices des quatre premiers mois de l'année 2015 et ensuite arrondi au multiple de 25 euros le plus proche. En cas d'égalité de distance entre deux multiples de 25, le multiple de 25 le plus élevé est privilégié.
Les montants de la redevance visés au présent paragraphe peuvent être réduits dans les cas et aux conditions déterminés par voie d'accord de coopération d'exécution passé entre les gouvernements régionaux.
Les redevances s'appliquent aux notifications qui sont reçues par la Commission interrégionale de l'Emballage à compter du premier jour du troisième mois d'entrée en vigueur du présent Accord de coopération.
§ 4. Le payement complet du montant total des redevances dues en vertu du présent Accord est un élément constitutif de la notification de transit de déchet. Dans le cas où ce payement complet n'a pas été reçu au moment où la Commission interrégionale de l'Emballage statue sur une notification ou en cas d'arriérés, elle doit assortir son consentement à cette notification, d'une condition relative au payement complet de ces redevances, dans un délai donné, ou émettre une objection. Une directive visée à l'article 9 § 4 peut préciser ces modalités et notamment établir des frais de rappel sur base des coûts et inconvénients que génèrent les retards de payement. Ces frais de rappel peuvent comprendre un montant au titre de pénalité de retard. Le maximum de cette pénalité de retard est de 50 euros et est adapté aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation comme prévu par le paragraphe 3. La Commission interrégionale de l'Emballage retire son consentement lorsque le notifiant reste en défaut après écoulement des délais fixés de payer la totalité des redevances dues en vertu du présent Accord.
La Commission interrégionale de l'Emballage assure la juste perception des redevances relatives aux transits de déchets et applique les sanctions prévues le cas échéant, le tout dans le respect des règles adoptées en vertu du présent Accord et par les régions. Elle assure la publication au Moniteur belge du tarif des redevances indexées qui sont imputées aux notifiants, ainsi que des décisions de son Organe de décision et des directives visées à l'article 9 § 4, qui concernent le présent article.
Les montants des redevances en matière de transit de déchets, ainsi que les frais de rappel, sont repris dans un poste spécifique du budget annuel de la Commission interrégionale de l'Emballage visé à l'article 9 § 2.
HOOFDSTUK 9. - Formele samenwerking met derde partijen
CHAPITRE 9. - Coopération formelle avec des tiers
Art. 11. Wanneer partijen in het kader van de handhaving en binnen hun eigen bevoegdheden samenwerkingsovereenkomsten wensen af te sluiten met derden die een mogelijke impact (van financiële, personele of technische aard) hebben op de werking van de overige partijen m.b.t. de materie die door dit samenwerkingsakkoord gevat is, brengen zij deze hiervan op de hoogte en nodigen zij deze uit om deel te nemen aan de verdere uitwerking van de samenwerking. De partijen streven ernaar om de formele samenwerking met derden, in het kader van de handhaving van de verordening, gezamenlijk te formaliseren. Dit streven geldt minstens voor de partijen die rechtstreekse gevolgen van een dergelijke samenwerking kunnen ondervinden.
Art. 11. Lorsque les parties souhaitent conclure, dans le cadre de l'application et dans les limites de leurs compétences propres, des accords de coopération avec des tiers ayant une incidence potentielle (sur le plan financier, du personnel ou technique) sur le fonctionnement des autres parties par rapport à la matière visée par le présent accord de coopération, elles les en avisent et les invitent à prendre part au développement de la coopération. Les parties tendent à formaliser en concertation la coopération formelle avec des tiers dans le cadre de l'application du règlement. Cet effort s'applique au moins aux parties susceptibles d'être directement affectées par une telle coopération.
HOOFDSTUK 10. - Coördinatiegroep
CHAPITRE 10. - Groupe de coordination
Art. 12. § 1. Met het oog op een regelmatig overleg over de coördinatie van het handhavingsbeleid inzake grensoverschrijdende overbrengingen van afvalstoffen, wordt een coördinatiegroep opgericht.
De coördinatiegroep is belast met het volgende:
- het afstemmen van werkprogramma's en van de controleplannen volgens artikel 50 paragraaf 2 bis van de verordening, en het formuleren van voorstellen i.v.m. controleacties op het terrein;
- het samenwerken in het kader van de risicoanalyse zoals bedoeld in artikel 50 paragraaf 2 bis van de verordening;
- het evalueren van de samenwerking zoals vermeld in artikel 50 paragraaf 2 bis van de verordening, alsook het valideren van de rapportering aan de Europese Commissie zoals bedoeld in Bijlage IX, het deel betreffende artikel 50 paragraaf 2 bis;
- het overleg plegen over elektronische gegevensuitwisseling met betrekking tot kennisgevingen, bedoeld in artikel 6, § 2;
- het overleg plegen over voorstellen tot wijzigingen van regelgevingen, alsook over interpretatievragen van Europese, gewestelijke of federale wetgeving voor zoverre deze regelgeving en deze vragen betrekking hebben op de handhaving van de verordening;
- het geven van ondersteuning aan de CCIM werkgroep "Transfer van afvalstoffen" bij het bepalen van standpunten die moeten worden ingenomen met betrekking tot alle aangelegenheden in verband met het toezicht op en de controle van grensoverschrijdende overbrengingen van afvalstoffen;
- het coördineren van de verplichte rapportering aan de Europese Commissie in het kader van de handhaving van de verordening, en deze rapportering voorbereiden voor de CCIM werkgroep Transfer van afvalstoffen;
- het wederzijds informeren over alle formele vormen van samenwerking met betrekking tot de handhaving van de verordening die één of meerdere partijen wenst af te sluiten met derden;
- het formuleren van richtlijnen ter attentie van de doorvoerautoriteit, zoals bepaald in artikel 9, § 4 en artikel 10 §§ 2 tot 4.
Bovendien kan de coördinatiegroep initiatieven nemen in het kader van:
- het afstemmen van werkprogramma's en het formuleren van voorstellen i.v.m. controleacties op het terrein;
- het afstemmen van procedures voor de inspectie van afvaloverbrengingen;
- het afstemmen van procedures voor de opsporing van frauduleuze afvaloverbrengingen;
- het afstemmen van procedures voor de vervolging van vastgestelde overtredingen op de verordening;
- het afstemmen van een indicatieve lijst van inbreuken en bijhorende afhandelingsprocedure voor individuele vaststellingen van illegale overbrengingen;
- het optimaliseren van de uitwisseling van informatie, bijvoorbeeld door middel van een beveiligd netwerk.
§ 2. De coördinatiegroep is samengesteld uit:
- voor Binnenlandse Zaken: één vertegenwoordiger van de Federale Politie, en een bijkomende vertegenwoordiger, beiden aan te duiden door de minister van Binnenlandse Zaken;
- één vertegenwoordiger van Justitie, aan te duiden door de minister van Justitie;
- één vertegenwoordiger van het College van procureurs-generaal, aan te duiden door dit College;
- twee vertegenwoordigers van de douane, aan te duiden door de minister van Financiën;
- voor de bevoegde overheden, behalve voor de Interregionale Verpakkings-commissie: elk maximaal twee vertegenwoordigers, afkomstig van de administraties bevoegd voor handhaving en beleid van de materie waarover dit samenwerkingsakkoord handelt, aan te duiden door de bevoegde ministers;
- maximaal twee vertegenwoordigers van de Interregionale Verpakkingscommissie, aan te duiden door haar beslissingsorgaan.
Voor elke aangeduide persoon wordt eveneens een vervanger aangeduid.
§ 3. De coördinatiegroep komt geldig bijeen op voorwaarde dat de drie gewesten en de Federale Staat vertegenwoordigd zijn. Zij neemt haar besluiten bij consensus.
In een huishoudelijk reglement worden de bepalingen opgenomen die van toepassing zijn op de werking van de coördinatiegroep. Dit wordt aangenomen door een uitvoerend samenwerkingsakkoord.
§ 4. De coördinatiegroep overlegt minimaal vier maal per jaar en de leden verzekeren de organisatie en het voorzitterschap volgens een beurtrol.
§ 5. Op voordracht van een lid van de coördinatiegroep kunnen experten uitgenodigd worden om deel te nemen aan vergaderingen van de coördinatiegroep.
De coördinatiegroep is belast met het volgende:
- het afstemmen van werkprogramma's en van de controleplannen volgens artikel 50 paragraaf 2 bis van de verordening, en het formuleren van voorstellen i.v.m. controleacties op het terrein;
- het samenwerken in het kader van de risicoanalyse zoals bedoeld in artikel 50 paragraaf 2 bis van de verordening;
- het evalueren van de samenwerking zoals vermeld in artikel 50 paragraaf 2 bis van de verordening, alsook het valideren van de rapportering aan de Europese Commissie zoals bedoeld in Bijlage IX, het deel betreffende artikel 50 paragraaf 2 bis;
- het overleg plegen over elektronische gegevensuitwisseling met betrekking tot kennisgevingen, bedoeld in artikel 6, § 2;
- het overleg plegen over voorstellen tot wijzigingen van regelgevingen, alsook over interpretatievragen van Europese, gewestelijke of federale wetgeving voor zoverre deze regelgeving en deze vragen betrekking hebben op de handhaving van de verordening;
- het geven van ondersteuning aan de CCIM werkgroep "Transfer van afvalstoffen" bij het bepalen van standpunten die moeten worden ingenomen met betrekking tot alle aangelegenheden in verband met het toezicht op en de controle van grensoverschrijdende overbrengingen van afvalstoffen;
- het coördineren van de verplichte rapportering aan de Europese Commissie in het kader van de handhaving van de verordening, en deze rapportering voorbereiden voor de CCIM werkgroep Transfer van afvalstoffen;
- het wederzijds informeren over alle formele vormen van samenwerking met betrekking tot de handhaving van de verordening die één of meerdere partijen wenst af te sluiten met derden;
- het formuleren van richtlijnen ter attentie van de doorvoerautoriteit, zoals bepaald in artikel 9, § 4 en artikel 10 §§ 2 tot 4.
Bovendien kan de coördinatiegroep initiatieven nemen in het kader van:
- het afstemmen van werkprogramma's en het formuleren van voorstellen i.v.m. controleacties op het terrein;
- het afstemmen van procedures voor de inspectie van afvaloverbrengingen;
- het afstemmen van procedures voor de opsporing van frauduleuze afvaloverbrengingen;
- het afstemmen van procedures voor de vervolging van vastgestelde overtredingen op de verordening;
- het afstemmen van een indicatieve lijst van inbreuken en bijhorende afhandelingsprocedure voor individuele vaststellingen van illegale overbrengingen;
- het optimaliseren van de uitwisseling van informatie, bijvoorbeeld door middel van een beveiligd netwerk.
§ 2. De coördinatiegroep is samengesteld uit:
- voor Binnenlandse Zaken: één vertegenwoordiger van de Federale Politie, en een bijkomende vertegenwoordiger, beiden aan te duiden door de minister van Binnenlandse Zaken;
- één vertegenwoordiger van Justitie, aan te duiden door de minister van Justitie;
- één vertegenwoordiger van het College van procureurs-generaal, aan te duiden door dit College;
- twee vertegenwoordigers van de douane, aan te duiden door de minister van Financiën;
- voor de bevoegde overheden, behalve voor de Interregionale Verpakkings-commissie: elk maximaal twee vertegenwoordigers, afkomstig van de administraties bevoegd voor handhaving en beleid van de materie waarover dit samenwerkingsakkoord handelt, aan te duiden door de bevoegde ministers;
- maximaal twee vertegenwoordigers van de Interregionale Verpakkingscommissie, aan te duiden door haar beslissingsorgaan.
Voor elke aangeduide persoon wordt eveneens een vervanger aangeduid.
§ 3. De coördinatiegroep komt geldig bijeen op voorwaarde dat de drie gewesten en de Federale Staat vertegenwoordigd zijn. Zij neemt haar besluiten bij consensus.
In een huishoudelijk reglement worden de bepalingen opgenomen die van toepassing zijn op de werking van de coördinatiegroep. Dit wordt aangenomen door een uitvoerend samenwerkingsakkoord.
§ 4. De coördinatiegroep overlegt minimaal vier maal per jaar en de leden verzekeren de organisatie en het voorzitterschap volgens een beurtrol.
§ 5. Op voordracht van een lid van de coördinatiegroep kunnen experten uitgenodigd worden om deel te nemen aan vergaderingen van de coördinatiegroep.
Art. 12. § 1er. Un groupe de coordination est institué en vue d'une concertation régulière portant sur la coordination de la politique d'application concernant les transferts transfrontaliers de déchets.
Le groupe de coordination est chargé de :
- l'harmonisation des plans d'inspection selon l'article 50 paragraphe 2 bis du règlement et formulation des propositions en rapport avec des actions de contrôle sur le terrain ;
- la collaboration dans le cadre de l'évaluation des risques visée par l'article 50 paragraphe 2 bis du règlement ;
- le réexamen de la coopération comme mentionnée à l'article 50 paragraphe 2 bis du règlement, ainsi que la validation du rapportage à la Commission Européenne comme prévue dans l'Annexe IX, la partie relative à l'article 2 bis ;
- la concertation sur l'échange informatisé de données concernant les notifications, tel que visé à l'article 6, § 2 ;
- la concertation concernant les propositions de modifications réglementaires, ainsi que les questions d'interprétation de la législation européenne, régionale ou fédérale dans la mesure où ladite réglementation ou lesdites questions ont trait à l'application du règlement ;
- le soutien du groupe de travail "Transfert de déchets" du CCPIE dans la détermination des positions à adopter en ce qui concerne toutes les questions relatives à la surveillance et au contrôle des transferts transfrontaliers de déchets ;
- la coordination du rapport obligatoire à la Commission européenne dans le cadre de l'application du règlement et la préparation de ce rapport pour le groupe de travail Transfert de déchets du CCPIE ;
- l'information mutuelle concernant toutes formes formelles de coopération concernant l'application du règlement qu'une ou plusieurs parties souhaite(nt) conclure avec des tiers ;
- la formulation de directives à l'attention de l'autorité compétente en matière de transit, prévue à l'article 9, § 4 et à l'article 10 §§ 2 à 4.
En outre le groupe de coordination peut prendre des initiatives dans le cadre de :
- l'harmonisation des programmes de travail et la formulation de propositions concernant des actions de contrôle sur le terrain ;
- l'harmonisation des procédures pour l'inspection des transferts de déchets ;
- l'harmonisation des procédures pour la recherche de transferts frauduleux de déchets ;
- l'harmonisation des procédures pour la poursuite des infractions constatées au règlement ;
- l'harmonisation d'une liste indicative d'infractions et des procédures de règlement connexe pour les constatations individuelles de transferts illicites ;
- l'optimisation de l'échange d'informations, par exemple au moyen d'un réseau informatique sécurisé.
§ 2. Le groupe de coordination est composé de :
- pour l'Intérieur : un représentant de la Police Fédérale et un représentant complémentaire, tous deux à désigner par le Ministre de l'Intérieur ;
- un représentant de la Justice, à désigner par le Ministre de la Justice ;
- un représentant du Collège des procureurs généraux, à désigner par ce Collège ;
- deux représentants des douanes, à désigner par le Ministre des Finances ;
- pour les autorités compétentes, sauf pour la Commission interrégionale de l'Emballage : deux représentants maximum par autorité, provenant des administrations compétentes pour l'application et la politique de la matière traitée par le présent accord de coopération, à désigner par les ministres compétents ;
- deux représentants maximum de la Commission interrégionale de l'Emballage, à désigner par son organe de décision.
Pour chaque personne désignée un suppléant est également désigné.
§ 3. Le groupe de coordination se réunit valablement pour autant que les trois régions et l'Etat fédéral soient représentés. Il prend ses décisions au consensus.
Un règlement d'ordre intérieur précise les dispositions applicables au fonctionnement du groupe de coordination. Il est adopté par voie d'accord de coopération d'exécution.
§ 4. Le groupe de coordination se concerte au minimum quatre fois par an et les membres s'assurent de l'organisation et de la présidence à tour de rôle.
§ 5. Sur la proposition d'un membre du groupe de coordination, des experts peuvent être invités à prendre part aux réunions du groupe de coordination.
Le groupe de coordination est chargé de :
- l'harmonisation des plans d'inspection selon l'article 50 paragraphe 2 bis du règlement et formulation des propositions en rapport avec des actions de contrôle sur le terrain ;
- la collaboration dans le cadre de l'évaluation des risques visée par l'article 50 paragraphe 2 bis du règlement ;
- le réexamen de la coopération comme mentionnée à l'article 50 paragraphe 2 bis du règlement, ainsi que la validation du rapportage à la Commission Européenne comme prévue dans l'Annexe IX, la partie relative à l'article 2 bis ;
- la concertation sur l'échange informatisé de données concernant les notifications, tel que visé à l'article 6, § 2 ;
- la concertation concernant les propositions de modifications réglementaires, ainsi que les questions d'interprétation de la législation européenne, régionale ou fédérale dans la mesure où ladite réglementation ou lesdites questions ont trait à l'application du règlement ;
- le soutien du groupe de travail "Transfert de déchets" du CCPIE dans la détermination des positions à adopter en ce qui concerne toutes les questions relatives à la surveillance et au contrôle des transferts transfrontaliers de déchets ;
- la coordination du rapport obligatoire à la Commission européenne dans le cadre de l'application du règlement et la préparation de ce rapport pour le groupe de travail Transfert de déchets du CCPIE ;
- l'information mutuelle concernant toutes formes formelles de coopération concernant l'application du règlement qu'une ou plusieurs parties souhaite(nt) conclure avec des tiers ;
- la formulation de directives à l'attention de l'autorité compétente en matière de transit, prévue à l'article 9, § 4 et à l'article 10 §§ 2 à 4.
En outre le groupe de coordination peut prendre des initiatives dans le cadre de :
- l'harmonisation des programmes de travail et la formulation de propositions concernant des actions de contrôle sur le terrain ;
- l'harmonisation des procédures pour l'inspection des transferts de déchets ;
- l'harmonisation des procédures pour la recherche de transferts frauduleux de déchets ;
- l'harmonisation des procédures pour la poursuite des infractions constatées au règlement ;
- l'harmonisation d'une liste indicative d'infractions et des procédures de règlement connexe pour les constatations individuelles de transferts illicites ;
- l'optimisation de l'échange d'informations, par exemple au moyen d'un réseau informatique sécurisé.
§ 2. Le groupe de coordination est composé de :
- pour l'Intérieur : un représentant de la Police Fédérale et un représentant complémentaire, tous deux à désigner par le Ministre de l'Intérieur ;
- un représentant de la Justice, à désigner par le Ministre de la Justice ;
- un représentant du Collège des procureurs généraux, à désigner par ce Collège ;
- deux représentants des douanes, à désigner par le Ministre des Finances ;
- pour les autorités compétentes, sauf pour la Commission interrégionale de l'Emballage : deux représentants maximum par autorité, provenant des administrations compétentes pour l'application et la politique de la matière traitée par le présent accord de coopération, à désigner par les ministres compétents ;
- deux représentants maximum de la Commission interrégionale de l'Emballage, à désigner par son organe de décision.
Pour chaque personne désignée un suppléant est également désigné.
§ 3. Le groupe de coordination se réunit valablement pour autant que les trois régions et l'Etat fédéral soient représentés. Il prend ses décisions au consensus.
Un règlement d'ordre intérieur précise les dispositions applicables au fonctionnement du groupe de coordination. Il est adopté par voie d'accord de coopération d'exécution.
§ 4. Le groupe de coordination se concerte au minimum quatre fois par an et les membres s'assurent de l'organisation et de la présidence à tour de rôle.
§ 5. Sur la proposition d'un membre du groupe de coordination, des experts peuvent être invités à prendre part aux réunions du groupe de coordination.
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
Art. 13. Dit akkoord is afgesloten voor onbepaalde duur. Bij een éénzijdige opzegging van dit akkoord komen de partijen overeen dat zij een onderhandelingstermijn van zes maanden in acht nemen vanaf het ogenblik dat de opzeggende partij zijn intentie hiertoe heeft bekendgemaakt aan al de overige contracterende partijen.
Art. 13. Le présent accord est conclu pour une durée indéterminée. En cas de dénonciation unilatérale du présent accord, les parties conviennent de respecter un délai de négociation de six mois. Ce délai prend cours à la date à laquelle cette intention à été communiquée aux autres parties contractantes.
Art. 14. § 1. Het samenwerkingsakkoord van 26 oktober 1994 tussen de Belgische Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende de coördinatie van het beleid inzake invoer, uitvoer en doorvoer van afvalstoffen, wordt opgeheven.
§ 2. Dit akkoord treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de publicatie in het Belgisch Staatsblad van de laatste instemmingsakte van de partijen. Het akkoord wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad door de diensten van de eerste minister, op aanvraag van de partij waarvan de wetgever als laatste zijn instemming met het akkoord heeft gegeven.
§ 2. Dit akkoord treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de publicatie in het Belgisch Staatsblad van de laatste instemmingsakte van de partijen. Het akkoord wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad door de diensten van de eerste minister, op aanvraag van de partij waarvan de wetgever als laatste zijn instemming met het akkoord heeft gegeven.
Art. 14. § 1er. L'accord de coopération du 26 octobre 1994 entre l'Etat belge, la Région flamande, la Région wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale portant coordination de la politique d'importation, d'exportation et de transit des déchets est abrogé.
§ 2. Le présent accord entre en vigueur le premier jour du deuxième mois qui suit la publication au Moniteur belge du dernier acte législatif d'assentiment des Parties. L'accord est publié au Moniteur belge par les services du Premier Ministre, à la demande de la partie dont le législateur aura donné son assentiment à l'accord en dernier lieu.
§ 2. Le présent accord entre en vigueur le premier jour du deuxième mois qui suit la publication au Moniteur belge du dernier acte législatif d'assentiment des Parties. L'accord est publié au Moniteur belge par les services du Premier Ministre, à la demande de la partie dont le législateur aura donné son assentiment à l'accord en dernier lieu.