Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 FEBRUARI 2023. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel en van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Titre
9 FEVRIER 2023. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale portant modification de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles et de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van richtlijn 2010/18/EU van de Raad.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement la directive (UE) 2019/1158 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 concernant l'équilibre entre vie professionnelle et vie privée des parents et des aidants et abrogeant la directive 2010/18/UE du Conseil.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles
Art. 2. Artikel 2, § 1, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, wordt aangevuld met de bepaling onder 15°, luidende:
"15° flexibele werkregelingen: de mogelijkheid voor werknemers om hun werkregeling aan te passen, voorzien in het arbeidsreglement, onder meer door middel van telewerkregelingen, flexibele werkschema's of verminderde werkuren.".
"15° flexibele werkregelingen: de mogelijkheid voor werknemers om hun werkregeling aan te passen, voorzien in het arbeidsreglement, onder meer door middel van telewerkregelingen, flexibele werkschema's of verminderde werkuren.".
Art. 2. Dans l'article 2, § 1er de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles, il est inséré le 15° rédigé comme suit :
" 15° formule souple de travail : la possibilité pour les travailleurs d'aménager leur régime de travail, prévu dans le règlement de travail, y compris par le recours au travail à distance, à des horaires de travail souples ou à une réduction du temps de travail. ".
" 15° formule souple de travail : la possibilité pour les travailleurs d'aménager leur régime de travail, prévu dans le règlement de travail, y compris par le recours au travail à distance, à des horaires de travail souples ou à une réduction du temps de travail. ".
Art. 3. In artikel 49 derde lid van hetzelfde besluit:
a) wordt de bepaling onder 7° aangevuld met " en het verlof wegens dwingende familiale redenen;"
b) wordt de bepaling onder 10° vervangen als volgt:
"10° verlof voor loopbaanonderbreking voor palliatieve verzorging, in het kader van ouderschapsverlof, alsook in het kader van het verlof voor erkende mantelzorgers;"
a) wordt de bepaling onder 7° aangevuld met " en het verlof wegens dwingende familiale redenen;"
b) wordt de bepaling onder 10° vervangen als volgt:
"10° verlof voor loopbaanonderbreking voor palliatieve verzorging, in het kader van ouderschapsverlof, alsook in het kader van het verlof voor erkende mantelzorgers;"
Art. 3. Dans l'article 49 troisième alinéa du même arrêté :
a) le 7° est complété par : " et du congé pour des motifs impérieux d'ordre familial ; "
b) le 10° est remplacé par ce qui suit :
" 10° du congé pour interruption de carrière pour soins palliatifs, dans le cadre du congé parental lors de la naissance ou de l'adoption d'un enfant, ainsi que dans le cadre du congé pour les aidants proches reconnus ;".
a) le 7° est complété par : " et du congé pour des motifs impérieux d'ordre familial ; "
b) le 10° est remplacé par ce qui suit :
" 10° du congé pour interruption de carrière pour soins palliatifs, dans le cadre du congé parental lors de la naissance ou de l'adoption d'un enfant, ainsi que dans le cadre du congé pour les aidants proches reconnus ;".
Art. 4. Artikel 167, § 2, van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende:
"6° in het kader van het verlof voor erkende mantelzorgers.".
"6° in het kader van het verlof voor erkende mantelzorgers.".
Art. 4. Dans l'article 167, § 2 du même arrêté, il est inséré le 6° rédigé comme suit :
"6° dans le cadre du congé pour les aidants proches reconnus.".
"6° dans le cadre du congé pour les aidants proches reconnus.".
Art. 5. In artikel 168 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 1 worden de woorden "voor palliatieve verzorging en in het kader van het ouderschapsverlof bedoeld in artikel 167, § 2, 4° en 5° " vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 167, § 2, 4°, 5° en 6° ";
2° in § 2, lid 2, worden de woorden "of de adjunct-secretaris-generaal" vervangen door de woorden ", de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde".
1° in § 1 worden de woorden "voor palliatieve verzorging en in het kader van het ouderschapsverlof bedoeld in artikel 167, § 2, 4° en 5° " vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 167, § 2, 4°, 5° en 6° ";
2° in § 2, lid 2, worden de woorden "of de adjunct-secretaris-generaal" vervangen door de woorden ", de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde".
Art. 5. Dans l'article 168 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 1er, les mots " pour soins palliatifs et dans le cadre du congé parental visés à l'article 167, § 2, 4° et 5° " sont remplacés par les mots " visés à l'article 167, § 2, 4°, 5° et 6° " ;
2° au § 2, alinéa 2, les mots " ou du Secrétaire général adjoint " sont remplacés par les mots ", du Secrétaire général adjoint ou de leur délégué ".
1° au § 1er, les mots " pour soins palliatifs et dans le cadre du congé parental visés à l'article 167, § 2, 4° et 5° " sont remplacés par les mots " visés à l'article 167, § 2, 4°, 5° et 6° " ;
2° au § 2, alinéa 2, les mots " ou du Secrétaire général adjoint " sont remplacés par les mots ", du Secrétaire général adjoint ou de leur délégué ".
Art. 6. Artikel 169 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 169. § 1. Bij gedeeltelijke loopbaanonderbreking worden de dienstprestaties ofwel dagelijks ofwel volgens een andere indeling van de werkweek, ofwel volgens een andere indeling van de vijftien dagen.
In afwijking van het eerste lid kan de secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde beslissen voor sommige door hem bepaalde functies een indeling van de dienstprestaties per maand op te leggen.
§ 2. De ambtenaar mag gebruik van flexibele werkregelingen vragen in de gevallen bedoeld in artikel 167, § 2, 3°, 4°, 5° en 6°. De secretaris- generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde onderzoekt en antwoordt op de aanvraag om flexibele werkregelingen binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
Hij motiveert de weigering of het uitstel van de toekenning van het verlof en van de flexibele werkregelingen schriftelijk.
Wanneer flexibele werkregelingen worden toegekend heeft de ambtenaar het recht om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling aan het einde van de overeengekomen periode. De ambtenaar heeft ook het recht om te vragen om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling vóór het einde van de overeengekomen periode, wanneer een verandering in de omstandigheden dit rechtvaardigt.
De secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt een verzoek om eerder terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling en antwoordt binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
§ 3. Onverminderd artikel 170 kan de ambtenaar zijn functie hervatten vooraleer de periode van loopbaanonderbreking verstreken is met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden die per aangetekend schrijven aan de secretaris-generaal, de adjunct-secretaris- generaal of hun afgevaardigde ter kennis wordt gebracht, tenzij laatstgenoemde een kortere termijn aanvaardt.
§ 4. Onverminderd artikel 170, aan het einde van het verlof:
a) de rechten die verworven zijn of zullen worden verworven, met inbegrip van wijzigingen voortvloeiend uit de wetgeving of nationale of regionale praktijk, zijn van toepassing;
b) heeft de ambtenaar het recht zijn functie opnieuw uit te oefenen of, indien dat onmogelijk is, een gelijkwaardige functie, op voorwaarden die niet minder gunstig zijn voor hem, terug te keren;
c) geniet de ambtenaar elke verbetering van de arbeidsvoorwaarden waarop hij recht zou hebben gehad indien hij geen verlof had opgenomen.".
"Art. 169. § 1. Bij gedeeltelijke loopbaanonderbreking worden de dienstprestaties ofwel dagelijks ofwel volgens een andere indeling van de werkweek, ofwel volgens een andere indeling van de vijftien dagen.
In afwijking van het eerste lid kan de secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde beslissen voor sommige door hem bepaalde functies een indeling van de dienstprestaties per maand op te leggen.
§ 2. De ambtenaar mag gebruik van flexibele werkregelingen vragen in de gevallen bedoeld in artikel 167, § 2, 3°, 4°, 5° en 6°. De secretaris- generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde onderzoekt en antwoordt op de aanvraag om flexibele werkregelingen binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
Hij motiveert de weigering of het uitstel van de toekenning van het verlof en van de flexibele werkregelingen schriftelijk.
Wanneer flexibele werkregelingen worden toegekend heeft de ambtenaar het recht om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling aan het einde van de overeengekomen periode. De ambtenaar heeft ook het recht om te vragen om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling vóór het einde van de overeengekomen periode, wanneer een verandering in de omstandigheden dit rechtvaardigt.
De secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt een verzoek om eerder terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling en antwoordt binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
§ 3. Onverminderd artikel 170 kan de ambtenaar zijn functie hervatten vooraleer de periode van loopbaanonderbreking verstreken is met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden die per aangetekend schrijven aan de secretaris-generaal, de adjunct-secretaris- generaal of hun afgevaardigde ter kennis wordt gebracht, tenzij laatstgenoemde een kortere termijn aanvaardt.
§ 4. Onverminderd artikel 170, aan het einde van het verlof:
a) de rechten die verworven zijn of zullen worden verworven, met inbegrip van wijzigingen voortvloeiend uit de wetgeving of nationale of regionale praktijk, zijn van toepassing;
b) heeft de ambtenaar het recht zijn functie opnieuw uit te oefenen of, indien dat onmogelijk is, een gelijkwaardige functie, op voorwaarden die niet minder gunstig zijn voor hem, terug te keren;
c) geniet de ambtenaar elke verbetering van de arbeidsvoorwaarden waarop hij recht zou hebben gehad indien hij geen verlof had opgenomen.".
Art. 6. L'article 169 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 169. § 1er. En cas d'interruption partielle de la carrière, les prestations s'effectuent soit chaque jour soit selon une autre répartition sur la semaine ou la quinzaine.
En dérogation à l'alinéa 1er, le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué peut décider d'une répartition par mois pour certaines fonctions qu'il détermine.
§ 2. L'agent peut demander des formules souples de travail dans les cas visés à l'article 167 § 2, 3°, 4°, 5° et 6°. Le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué examine et répond à la demande des formules souples de travail dans un délai raisonnable en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
Il justifie le refus ou le report de l'octroi des formules souples de travail par écrit.
Lorsque des formules souples de travail sont octroyées, l'agent a le droit de revenir au régime de travail de départ à la fin de la période convenue. L'agent a aussi le droit de demander à revenir au régime de travail de départ avant la fin de la période convenue, dès lors qu'un changement de circonstances le justifie.
Le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué examine une demande visant à revenir plus tôt au régime de travail de départ et y répond dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
§ 3. Sans préjudice de l'article 170, l'agent peut reprendre sa fonction avant l'échéance de la période d'interruption de carrière moyennant un préavis de trois mois, communiqué par lettre recommandée au Secrétaire général, au Secrétaire général adjoint ou à leur délégué, à moins que celui-ci n'accepte un délai plus court.
§ 4. Sans préjudice de l'article 170, à l'issue du congé :
a) les droits acquis ou en cours d'acquisition, y compris les changements découlant de la législation ou de la pratique nationale ou régionale, s'appliquent ;
b) l'agent a le droit de retrouver sa fonction ou, en cas d'impossibilité, une fonction équivalente à des conditions qui ne lui soient pas moins favorables ;
c) l'agent bénéficie de toute amélioration des conditions de travail à laquelle il aurait eu droit s'il n'avait pas pris congé. ".
" Art. 169. § 1er. En cas d'interruption partielle de la carrière, les prestations s'effectuent soit chaque jour soit selon une autre répartition sur la semaine ou la quinzaine.
En dérogation à l'alinéa 1er, le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué peut décider d'une répartition par mois pour certaines fonctions qu'il détermine.
§ 2. L'agent peut demander des formules souples de travail dans les cas visés à l'article 167 § 2, 3°, 4°, 5° et 6°. Le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué examine et répond à la demande des formules souples de travail dans un délai raisonnable en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
Il justifie le refus ou le report de l'octroi des formules souples de travail par écrit.
Lorsque des formules souples de travail sont octroyées, l'agent a le droit de revenir au régime de travail de départ à la fin de la période convenue. L'agent a aussi le droit de demander à revenir au régime de travail de départ avant la fin de la période convenue, dès lors qu'un changement de circonstances le justifie.
Le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué examine une demande visant à revenir plus tôt au régime de travail de départ et y répond dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
§ 3. Sans préjudice de l'article 170, l'agent peut reprendre sa fonction avant l'échéance de la période d'interruption de carrière moyennant un préavis de trois mois, communiqué par lettre recommandée au Secrétaire général, au Secrétaire général adjoint ou à leur délégué, à moins que celui-ci n'accepte un délai plus court.
§ 4. Sans préjudice de l'article 170, à l'issue du congé :
a) les droits acquis ou en cours d'acquisition, y compris les changements découlant de la législation ou de la pratique nationale ou régionale, s'appliquent ;
b) l'agent a le droit de retrouver sa fonction ou, en cas d'impossibilité, une fonction équivalente à des conditions qui ne lui soient pas moins favorables ;
c) l'agent bénéficie de toute amélioration des conditions de travail à laquelle il aurait eu droit s'il n'avait pas pris congé. ".
Art. 7. In artikel 176, tweede lid, 4°, van hetzelfde besluit worden de woorden ", voor erkende mantelzorgers, " ingevoegd tussen de woorden "palliatieve zorgen" en de woorden "of om bijstand".
Art. 7. Dans l'article 176 alinéa 2, 4°, du même arrêté, les mots ", pour aidants proches reconnus, " sont insérés entre les mots " soins palliatifs " et les mots " ou pour assister".
Art. 8. In artikel 183, eerste lid, 1° van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) het woord "vaderschapsverlof" wordt vervangen door het woord "geboorteverlof,";
b) de woorden ", het verlof voor erkende mantelzorgers," worden ingevoegd tussen de woorden "ouderschapsverlof" en de woorden "of opvangverlof;".
a) het woord "vaderschapsverlof" wordt vervangen door het woord "geboorteverlof,";
b) de woorden ", het verlof voor erkende mantelzorgers," worden ingevoegd tussen de woorden "ouderschapsverlof" en de woorden "of opvangverlof;".
Art. 8. Dans l'article 183, 1er alinéa, 1° du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
a) les mots " congé de paternité " sont remplacés par les mots " congé de naissance, " ;
b) les mots ", le congé pour les aidants proches reconnus, " sont insérés entre les mots " congé parental " et les mots " et le congé d'accueil ; ".
a) les mots " congé de paternité " sont remplacés par les mots " congé de naissance, " ;
b) les mots ", le congé pour les aidants proches reconnus, " sont insérés entre les mots " congé parental " et les mots " et le congé d'accueil ; ".
Art. 9. In artikel 194, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 september 2022, worden de woorden "de bevalling van de echtgenote of van de samenwonende partner van de ambtenaar, op het ogenblik van de gebeurtenis:" vervangen door de woorden "de geboorte van een kind indien de ambtenaar wordt erkend als de vader van dat kind of gelijkgestelde tweede ouder, om voor dat kind te zorgen:".
Art. 9. Dans l'article 194, alinéa 1er, 2°, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 29 septembre 2022, les mots " l'accouchement de l'épouse ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple au moment de l'événement : " sont remplacés par les mots " la naissance d'un enfant si l'agent est reconnu comme père de cet enfant ou second parent équivalent, pour s'occuper de cet enfant : ".
Art. 10. Artikel 196 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" § 1. De ambtenaar heeft het recht afwezig te zijn wegens overmacht in verband met dringende familiale redenen in geval van ziekte of ongeval waardoor zijn onmiddellijke aanwezigheid vereist is.
§ 2. Met een maximum van vijfenveertig werkdagen per kalenderjaar, kan de ambtenaar verlof krijgen wegens:
1° ziekenhuisopname of autonomieverlies van een persoon die met de ambtenaar onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad die niet met de ambtenaar onder hetzelfde dak woont;
2° opvang van zijn kinderen en kleinkinderen die niet de leeftijd van 18 jaar bereikt hebben.
Het verlof wordt genomen per volledige of per halve dag. Het wordt toegekend door de functionele chef.
Indien het verlof wegens dwingende familiale redenen tijdens een periode van deeltijdse arbeid genomen wordt, wordt de duur van het verlof in evenredige mate verminderd.
§ 3. Voor het in paragraaf 1 bedoelde verlof mag de ambtenaar gebruik van flexibele werkregelingen vragen.
De secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde onderzoekt en antwoordt op de aanvraag om flexibele werkregelingen binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
Hij motiveert de weigering of het uitstel van de toekenning van de flexibele werkregelingen schriftelijk.
Wanneer flexibele werkregelingen worden toegekend heeft de ambtenaar het recht om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling aan het einde van de overeengekomen periode. De ambtenaar heeft ook het recht om te vragen om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling vóór het einde van de overeengekomen periode, wanneer een verandering in de omstandigheden dit rechtvaardigt.
De secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde onderzoekt een verzoek om eerder terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling en antwoordt binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
§ 4. De rechten die verworven zijn of zullen worden verworven op de aanvangsdatum van deze verlofperiode blijven behouden tot het einde van de verlofperiode bedoeld in paragraaf 1.
Deze rechten, met inbegrip van wijzigingen voortvloeiend uit de wetgeving of regionale of nationale praktijk, zijn van toepassing na afloop van de periode van verlof.".
" § 1. De ambtenaar heeft het recht afwezig te zijn wegens overmacht in verband met dringende familiale redenen in geval van ziekte of ongeval waardoor zijn onmiddellijke aanwezigheid vereist is.
§ 2. Met een maximum van vijfenveertig werkdagen per kalenderjaar, kan de ambtenaar verlof krijgen wegens:
1° ziekenhuisopname of autonomieverlies van een persoon die met de ambtenaar onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad die niet met de ambtenaar onder hetzelfde dak woont;
2° opvang van zijn kinderen en kleinkinderen die niet de leeftijd van 18 jaar bereikt hebben.
Het verlof wordt genomen per volledige of per halve dag. Het wordt toegekend door de functionele chef.
Indien het verlof wegens dwingende familiale redenen tijdens een periode van deeltijdse arbeid genomen wordt, wordt de duur van het verlof in evenredige mate verminderd.
§ 3. Voor het in paragraaf 1 bedoelde verlof mag de ambtenaar gebruik van flexibele werkregelingen vragen.
De secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde onderzoekt en antwoordt op de aanvraag om flexibele werkregelingen binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
Hij motiveert de weigering of het uitstel van de toekenning van de flexibele werkregelingen schriftelijk.
Wanneer flexibele werkregelingen worden toegekend heeft de ambtenaar het recht om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling aan het einde van de overeengekomen periode. De ambtenaar heeft ook het recht om te vragen om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling vóór het einde van de overeengekomen periode, wanneer een verandering in de omstandigheden dit rechtvaardigt.
De secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde onderzoekt een verzoek om eerder terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling en antwoordt binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
§ 4. De rechten die verworven zijn of zullen worden verworven op de aanvangsdatum van deze verlofperiode blijven behouden tot het einde van de verlofperiode bedoeld in paragraaf 1.
Deze rechten, met inbegrip van wijzigingen voortvloeiend uit de wetgeving of regionale of nationale praktijk, zijn van toepassing na afloop van de periode van verlof.".
Art. 10. L'article 196 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. L'agent a le droit de s'absenter pour raisons de force majeure liée à des raisons familiales urgentes en cas de maladie ou d'accident qui rend indispensable sa présence immédiate.
§ 2. L'agent peut obtenir un congé de maximum quarante-cinq jours ouvrables par année civile en raison de :
1° l'hospitalisation ou la perte d'autonomie d'une personne habitant sous le même toit que l'agent, ou d'un parent ou allié au premier ou au deuxième degré n'habitant pas sous le même toit que l'agent;
2° la garde de ses enfants et de ses petits-enfants qui n'ont pas atteint l'âge de 18 ans.
Le congé est pris par jour entier ou par demi-jour. Il est accordé par le chef fonctionnel.
Si le congé pour des motifs impérieux d'ordre familial est pris au cours d'une période de travail à temps partiel, sa durée est réduite à due concurrence.
§ 3. Pour le congé visé au paragraphe 1er l'agent peut demander des formules souples de travail.
Le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué examine et répond à la demande des formules souples de travail dans un délai raisonnable en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
Il justifie le refus ou le report de l'octroi des formules souples de travail par écrit.
Lorsque des formules souples de travail sont octroyées, l'agent a le droit de revenir au régime de travail de départ à la fin de la période convenue. L'agent a aussi le droit de demander à revenir au régime de travail de départ avant la fin de la période convenue, dès lors qu'un changement de circonstances le justifie.
Le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué examine une demande visant à revenir plus tôt au régime de travail de départ et y répond dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
§ 4. Les droits acquis ou en cours d'acquisition à la date du début du congé visé au paragraphe 1er sont maintenus jusqu'à la fin de ce congé.
Ces droits, y compris les changements découlant de la législation ou de la pratique nationale ou régionale, s'appliquent à l'issue de ce congé. ".
" § 1er. L'agent a le droit de s'absenter pour raisons de force majeure liée à des raisons familiales urgentes en cas de maladie ou d'accident qui rend indispensable sa présence immédiate.
§ 2. L'agent peut obtenir un congé de maximum quarante-cinq jours ouvrables par année civile en raison de :
1° l'hospitalisation ou la perte d'autonomie d'une personne habitant sous le même toit que l'agent, ou d'un parent ou allié au premier ou au deuxième degré n'habitant pas sous le même toit que l'agent;
2° la garde de ses enfants et de ses petits-enfants qui n'ont pas atteint l'âge de 18 ans.
Le congé est pris par jour entier ou par demi-jour. Il est accordé par le chef fonctionnel.
Si le congé pour des motifs impérieux d'ordre familial est pris au cours d'une période de travail à temps partiel, sa durée est réduite à due concurrence.
§ 3. Pour le congé visé au paragraphe 1er l'agent peut demander des formules souples de travail.
Le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué examine et répond à la demande des formules souples de travail dans un délai raisonnable en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
Il justifie le refus ou le report de l'octroi des formules souples de travail par écrit.
Lorsque des formules souples de travail sont octroyées, l'agent a le droit de revenir au régime de travail de départ à la fin de la période convenue. L'agent a aussi le droit de demander à revenir au régime de travail de départ avant la fin de la période convenue, dès lors qu'un changement de circonstances le justifie.
Le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué examine une demande visant à revenir plus tôt au régime de travail de départ et y répond dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
§ 4. Les droits acquis ou en cours d'acquisition à la date du début du congé visé au paragraphe 1er sont maintenus jusqu'à la fin de ce congé.
Ces droits, y compris les changements découlant de la législation ou de la pratique nationale ou régionale, s'appliquent à l'issue de ce congé. ".
Art. 11. Artikel 198 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van het Brusselse Hoofdstedelijk Regering van 29 oktober 2020, wordt vervangen als volgt:
" § 1. Aan de ambtenaar in dienstactiviteit wordt, bij de geboorte of de adoptie van een kind of de plaatsing van een kind in een opvanggezin in het kader van de pleegzorg, vier maanden ouderschapsverlof buiten loopbaanonderbreking toegestaan.
§ 2. Dit verlof moet genomen worden vóór het kind de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt.
Het verlof mag enkel gesplitst worden in maanden en mag enkel genomen worden met volledige dagen.
De ambtenaar mag, in het kader van dit verlof, gebruik van flexibele werkregelingen vragen.
§ 3. De verlofaanvraag en de aanvraag om flexibele werkregelingen worden ingediend bij de secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde.
Deze moeten de aanvang en het einde van de verlofperiode vermelden.
Deze worden ingediend minstens drie maanden vóór de aanvang van de periode van het verlof. Deze termijn kan in onderling akkoord worden verkort.
§ 4. De secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt en antwoordt op de aanvraag om flexibele werkregelingen binnen een redelijke termijn rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als van de betrokken dienst.
Hij motiveert de weigering of het uitstel van de toekenning van de flexibele werkregelingen schriftelijk.
§ 5. Wanneer flexibele werkregelingen worden toegekend heeft de ambtenaar het recht om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling aan het einde van de overeengekomen periode. De ambtenaar heeft ook het recht om te vragen om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling vóór het einde van de overeengekomen periode wanneer een verandering in de omstandigheden dit rechtvaardigt.
De secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt een verzoek om eerder terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling en antwoordt binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
§ 6. Aan het einde van dit verlof:
a) de rechten die verworven zijn of zullen worden verworven, met inbegrip van wijzigingen voortvloeiend uit de wetgeving of nationale of regionale praktijk, zijn van toepassing;
b) heeft de ambtenaar het recht zijn functie opnieuw uit te oefenen of, indien dat onmogelijk is, een gelijkwaardige functie, op voorwaarden die niet minder gunstig zijn voor hem, terug te keren;
c) geniet de ambtenaar elke verbetering van de arbeidsvoorwaarden waarop hij recht zou hebben gehad indien hij geen verlof had opgenomen.".
" § 1. Aan de ambtenaar in dienstactiviteit wordt, bij de geboorte of de adoptie van een kind of de plaatsing van een kind in een opvanggezin in het kader van de pleegzorg, vier maanden ouderschapsverlof buiten loopbaanonderbreking toegestaan.
§ 2. Dit verlof moet genomen worden vóór het kind de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt.
Het verlof mag enkel gesplitst worden in maanden en mag enkel genomen worden met volledige dagen.
De ambtenaar mag, in het kader van dit verlof, gebruik van flexibele werkregelingen vragen.
§ 3. De verlofaanvraag en de aanvraag om flexibele werkregelingen worden ingediend bij de secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde.
Deze moeten de aanvang en het einde van de verlofperiode vermelden.
Deze worden ingediend minstens drie maanden vóór de aanvang van de periode van het verlof. Deze termijn kan in onderling akkoord worden verkort.
§ 4. De secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt en antwoordt op de aanvraag om flexibele werkregelingen binnen een redelijke termijn rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als van de betrokken dienst.
Hij motiveert de weigering of het uitstel van de toekenning van de flexibele werkregelingen schriftelijk.
§ 5. Wanneer flexibele werkregelingen worden toegekend heeft de ambtenaar het recht om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling aan het einde van de overeengekomen periode. De ambtenaar heeft ook het recht om te vragen om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling vóór het einde van de overeengekomen periode wanneer een verandering in de omstandigheden dit rechtvaardigt.
De secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt een verzoek om eerder terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling en antwoordt binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
§ 6. Aan het einde van dit verlof:
a) de rechten die verworven zijn of zullen worden verworven, met inbegrip van wijzigingen voortvloeiend uit de wetgeving of nationale of regionale praktijk, zijn van toepassing;
b) heeft de ambtenaar het recht zijn functie opnieuw uit te oefenen of, indien dat onmogelijk is, een gelijkwaardige functie, op voorwaarden die niet minder gunstig zijn voor hem, terug te keren;
c) geniet de ambtenaar elke verbetering van de arbeidsvoorwaarden waarop hij recht zou hebben gehad indien hij geen verlof had opgenomen.".
Art. 11. L'article 198 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 29 octobre 2020, est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Un congé parental de quatre mois est accordé hors de l'interruption de carrière à l'agent en activité de service, après la naissance ou l'adoption d'un enfant ou le placement d'un enfant dans une famille d'accueil dans le cadre de la politique d'accueil.
§ 2. Ce congé doit être pris avant que l'enfant n'ait atteint l'âge de 12 ans.
Le congé ne peut être fractionné que par mois et ne peut être pris que par jour entier.
L'agent peut, dans le cadre de ce congé, demander des formules souples de travail.
§ 3. La demande de congé et la demande des formules souples de travail sont introduites auprès du Secrétaire général, du Secrétaire général adjoint ou de leur délégué.
Elles doivent mentionner le début et la fin de la période de congé.
Elles sont introduites au moins trois mois avant le début du congé. Ce délai peut être réduit de commun accord.
§ 4. Le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué, examine et répond à la demande des formules souples de travail dans un délai raisonnable en tenant compte des besoins de l'agent et du service concerné.
Il justifie le refus ou le report de l'octroi des formules souples de travail par écrit.
§ 5. Lorsque des formules souples de travail sont octroyées, l'agent a le droit de revenir au régime de travail de départ à la fin de la période convenue. L'agent a aussi le droit de demander à revenir au régime de travail de départ avant la fin de la période convenue, dès lors qu'un changement de circonstances le justifie.
Le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué, examine une demande visant à revenir plus tôt au régime de travail de départ et y répond dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
§ 6. A l'issue de ce congé :
a) les droits acquis ou en cours d'acquisition, y compris les changements découlant de la législation ou de la pratique nationale ou régionale, s'appliquent ;
b) l'agent a le droit de retrouver sa fonction ou, en cas d'impossibilité, une fonction équivalente à des conditions qui ne lui soient pas moins favorables ;
c) l'agent bénéficie de toute amélioration des conditions de travail à laquelle il aurait eu droit s'il n'avait pas pris congé. ".
" § 1er. Un congé parental de quatre mois est accordé hors de l'interruption de carrière à l'agent en activité de service, après la naissance ou l'adoption d'un enfant ou le placement d'un enfant dans une famille d'accueil dans le cadre de la politique d'accueil.
§ 2. Ce congé doit être pris avant que l'enfant n'ait atteint l'âge de 12 ans.
Le congé ne peut être fractionné que par mois et ne peut être pris que par jour entier.
L'agent peut, dans le cadre de ce congé, demander des formules souples de travail.
§ 3. La demande de congé et la demande des formules souples de travail sont introduites auprès du Secrétaire général, du Secrétaire général adjoint ou de leur délégué.
Elles doivent mentionner le début et la fin de la période de congé.
Elles sont introduites au moins trois mois avant le début du congé. Ce délai peut être réduit de commun accord.
§ 4. Le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué, examine et répond à la demande des formules souples de travail dans un délai raisonnable en tenant compte des besoins de l'agent et du service concerné.
Il justifie le refus ou le report de l'octroi des formules souples de travail par écrit.
§ 5. Lorsque des formules souples de travail sont octroyées, l'agent a le droit de revenir au régime de travail de départ à la fin de la période convenue. L'agent a aussi le droit de demander à revenir au régime de travail de départ avant la fin de la période convenue, dès lors qu'un changement de circonstances le justifie.
Le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué, examine une demande visant à revenir plus tôt au régime de travail de départ et y répond dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
§ 6. A l'issue de ce congé :
a) les droits acquis ou en cours d'acquisition, y compris les changements découlant de la législation ou de la pratique nationale ou régionale, s'appliquent ;
b) l'agent a le droit de retrouver sa fonction ou, en cas d'impossibilité, une fonction équivalente à des conditions qui ne lui soient pas moins favorables ;
c) l'agent bénéficie de toute amélioration des conditions de travail à laquelle il aurait eu droit s'il n'avait pas pris congé. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale
Art. 12. Artikel 2, § 1, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, wordt aangevuld de met de bepaling onder 16°, luidende:
"16° flexibele werkregelingen: de mogelijkheid voor werknemers om hun werkregeling aan te passen, voorzien in het arbeidsreglement, onder meer door middel van telewerkregelingen, flexibele werkschema's of verminderde werkuren.".
"16° flexibele werkregelingen: de mogelijkheid voor werknemers om hun werkregeling aan te passen, voorzien in het arbeidsreglement, onder meer door middel van telewerkregelingen, flexibele werkschema's of verminderde werkuren.".
Art. 12. Dans l'article 2, § 1er de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, il est inséré le 16° rédigé comme suit :
" 16° formules souples de travail : la possibilité pour les travailleurs d'aménager leur régime de travail, prévu dans le règlement de travail, y compris par le recours au travail à distance, à des horaires de travail souples ou à une réduction du temps de travail. ".
" 16° formules souples de travail : la possibilité pour les travailleurs d'aménager leur régime de travail, prévu dans le règlement de travail, y compris par le recours au travail à distance, à des horaires de travail souples ou à une réduction du temps de travail. ".
Art. 13. In artikel 42 derde lid van hetzelfde besluit:
a) wordt de bepaling onder 7° aangevuld met " en het verlof wegens dwingende familiale redenen;"
b) wordt de bepaling onder 10° vervangen als volgt:
"10° verlof voor loopbaanonderbreking voor palliatieve verzorging, in het kader van ouderschapsverlof, alsook in het kader van het verlof voor erkende mantelzorgers;"
a) wordt de bepaling onder 7° aangevuld met " en het verlof wegens dwingende familiale redenen;"
b) wordt de bepaling onder 10° vervangen als volgt:
"10° verlof voor loopbaanonderbreking voor palliatieve verzorging, in het kader van ouderschapsverlof, alsook in het kader van het verlof voor erkende mantelzorgers;"
Art. 13. Dans l'article 42 troisième alinéa du même arrêté :
a) le 7° est complété par : " et du congé pour des motifs impérieux d'ordre familial ; "
b) le 10° est remplacé par ce qui suit :
" 10° du congé pour interruption de carrière pour soins palliatifs, dans le cadre du congé parental lors de la naissance ou de l'adoption d'un enfant, ainsi que dans le cadre du congé pour les aidants proches reconnus ;".
a) le 7° est complété par : " et du congé pour des motifs impérieux d'ordre familial ; "
b) le 10° est remplacé par ce qui suit :
" 10° du congé pour interruption de carrière pour soins palliatifs, dans le cadre du congé parental lors de la naissance ou de l'adoption d'un enfant, ainsi que dans le cadre du congé pour les aidants proches reconnus ;".
Art. 14. Artikel 160, § 2, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende:
"6° in het kader van het verlof voor erkende mantelzorgers.".
"6° in het kader van het verlof voor erkende mantelzorgers.".
Art. 14. Dans l'article 160, § 2 du même arrêté, il est inséré le 6° rédigé comme suit :
"6° dans le cadre du congé pour les aidants proches reconnus.".
"6° dans le cadre du congé pour les aidants proches reconnus.".
Art. 15. In artikel 161, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden "voor palliatieve verzorging en in het kader van het ouderschapsverlof bedoeld in artikel 160, § 2, 4° en 5° " vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 160, § 2, 4°, 5° en 6° ".
Art. 15. Dans l'article 161, § 1er, du même arrêté, les mots " pour soins palliatifs et dans le cadre du congé parental visés à l'article 160, § 2, 4° et 5° " sont remplacés par les mots " visés à l'article 160, § 2, 4°, 5° et 6° ".
Art. 16. Artikel 162 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art.162. § 1. Bij gedeeltelijke loopbaanonderbreking worden de dienstprestaties ofwel dagelijks ofwel volgens een andere indeling van de werkweek, ofwel volgens een andere indeling van de vijftien dagen.
In afwijking van het eerste lid kan de directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde beslissen voor sommige door hem bepaalde functies een indeling van de dienstprestaties per maand op te leggen.
§ 2. De ambtenaar mag gebruik van flexibele werkregelingen vragen in de gevallen bedoeld in artikel 160 § 2, 3°, 4°, 5° en 6°. De directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt en antwoordt op de aanvraag om flexibele werkregelingen binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
Hij motiveert de weigering of het uitstel van de toekenning van het verlof en van de flexibele werkregelingen schriftelijk.
Wanneer flexibele werkregelingen worden toegekend heeft de ambtenaar het recht om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling aan het einde van de overeengekomen periode. De ambtenaar heeft ook het recht om te vragen om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling vóór het einde van de overeengekomen periode wanneer een verandering in de omstandigheden dit rechtvaardigt.
De directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt een verzoek om eerder terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling en antwoordt binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst .
§ 3. Onverminderd artikel 163 kan de ambtenaar zijn functie hervatten vooraleer de periode van loopbaanonderbreking verstreken is met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden die per aangetekend schrijven aan de directeur-generaal, de adjunct-directeur- generaal of hun afgevaardigde ter kennis wordt gebracht, tenzij laatstgenoemde een kortere termijn aanvaardt.
§ 4. Onverminderd artikel 163, aan het einde van het verlof:
a) de rechten die verworven zijn of zullen worden verworven, met inbegrip van wijzigingen voortvloeiend uit de wetgeving of nationale of regionale praktijk, zijn van toepassing;
b) heeft de ambtenaar het recht zijn functie opnieuw uit te oefenen of, indien dat onmogelijk is, een gelijkwaardige functie, op voorwaarden die niet minder gunstig zijn voor hem, terug te keren;
c) geniet de ambtenaar elke verbetering van de arbeidsvoorwaarden waarop hij recht zou hebben gehad indien hij geen verlof had opgenomen.".
"Art.162. § 1. Bij gedeeltelijke loopbaanonderbreking worden de dienstprestaties ofwel dagelijks ofwel volgens een andere indeling van de werkweek, ofwel volgens een andere indeling van de vijftien dagen.
In afwijking van het eerste lid kan de directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde beslissen voor sommige door hem bepaalde functies een indeling van de dienstprestaties per maand op te leggen.
§ 2. De ambtenaar mag gebruik van flexibele werkregelingen vragen in de gevallen bedoeld in artikel 160 § 2, 3°, 4°, 5° en 6°. De directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt en antwoordt op de aanvraag om flexibele werkregelingen binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
Hij motiveert de weigering of het uitstel van de toekenning van het verlof en van de flexibele werkregelingen schriftelijk.
Wanneer flexibele werkregelingen worden toegekend heeft de ambtenaar het recht om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling aan het einde van de overeengekomen periode. De ambtenaar heeft ook het recht om te vragen om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling vóór het einde van de overeengekomen periode wanneer een verandering in de omstandigheden dit rechtvaardigt.
De directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt een verzoek om eerder terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling en antwoordt binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst .
§ 3. Onverminderd artikel 163 kan de ambtenaar zijn functie hervatten vooraleer de periode van loopbaanonderbreking verstreken is met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden die per aangetekend schrijven aan de directeur-generaal, de adjunct-directeur- generaal of hun afgevaardigde ter kennis wordt gebracht, tenzij laatstgenoemde een kortere termijn aanvaardt.
§ 4. Onverminderd artikel 163, aan het einde van het verlof:
a) de rechten die verworven zijn of zullen worden verworven, met inbegrip van wijzigingen voortvloeiend uit de wetgeving of nationale of regionale praktijk, zijn van toepassing;
b) heeft de ambtenaar het recht zijn functie opnieuw uit te oefenen of, indien dat onmogelijk is, een gelijkwaardige functie, op voorwaarden die niet minder gunstig zijn voor hem, terug te keren;
c) geniet de ambtenaar elke verbetering van de arbeidsvoorwaarden waarop hij recht zou hebben gehad indien hij geen verlof had opgenomen.".
Art. 16. L'article 162 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 162. § 1er. En cas d'interruption partielle de la carrière, les prestations s'effectuent soit chaque jour soit selon une autre répartition sur la semaine ou la quinzaine.
En dérogation à l'alinéa 1er, le directeur général, le directeur général adjoint ou leur délégué peut décider d'une répartition par mois pour certaines fonctions qu'il détermine.
§ 2. L'agent peut demander des formules souples de travail dans les cas visés à l'article 160 § 2, 3°, 4°, 5° et 6°. Le directeur général, le directeur général adjoint ou leur délégué, examine et répond à la demande des formules souples de travail dans un délai raisonnable en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
Il justifie le refus ou le report de l'octroi des formules souples de travail par écrit.
Lorsque des formules souples de travail sont octroyées, l'agent a le droit de revenir au régime de travail de départ à la fin de la période convenue. L'agent a aussi le droit de demander à revenir au régime de travail de départ avant la fin de la période convenue, dès lors qu'un changement de circonstances le justifie.
Le directeur général, le directeur général adjoint ou leur délégué, examine une demande visant à revenir plus tôt au régime de travail de départ et y répond dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
§ 3. Sans préjudice de l'article 163, l'agent peut reprendre sa fonction avant l'échéance de la période d'interruption de carrière moyennant un préavis de trois mois, communiqué par lettre recommandée au directeur général, au directeur général adjoint ou à leur délégué, à moins que celui-ci n'accepte un délai plus court.
§ 4. Sans préjudice de l'article 163, à l'issue du congé :
a) les droits acquis ou en cours d'acquisition, y compris les changements découlant de la législation ou de la pratique nationale ou régionale, s'appliquent ;
b) l'agent a le droit de retrouver sa fonction ou, en cas d'impossibilité, une fonction équivalente à des conditions qui ne lui soient pas moins favorables ;
c) l'agent bénéficie de toute amélioration des conditions de travail à laquelle il aurait eu droit s'il n'avait pas pris congé. ".
" Art. 162. § 1er. En cas d'interruption partielle de la carrière, les prestations s'effectuent soit chaque jour soit selon une autre répartition sur la semaine ou la quinzaine.
En dérogation à l'alinéa 1er, le directeur général, le directeur général adjoint ou leur délégué peut décider d'une répartition par mois pour certaines fonctions qu'il détermine.
§ 2. L'agent peut demander des formules souples de travail dans les cas visés à l'article 160 § 2, 3°, 4°, 5° et 6°. Le directeur général, le directeur général adjoint ou leur délégué, examine et répond à la demande des formules souples de travail dans un délai raisonnable en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
Il justifie le refus ou le report de l'octroi des formules souples de travail par écrit.
Lorsque des formules souples de travail sont octroyées, l'agent a le droit de revenir au régime de travail de départ à la fin de la période convenue. L'agent a aussi le droit de demander à revenir au régime de travail de départ avant la fin de la période convenue, dès lors qu'un changement de circonstances le justifie.
Le directeur général, le directeur général adjoint ou leur délégué, examine une demande visant à revenir plus tôt au régime de travail de départ et y répond dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
§ 3. Sans préjudice de l'article 163, l'agent peut reprendre sa fonction avant l'échéance de la période d'interruption de carrière moyennant un préavis de trois mois, communiqué par lettre recommandée au directeur général, au directeur général adjoint ou à leur délégué, à moins que celui-ci n'accepte un délai plus court.
§ 4. Sans préjudice de l'article 163, à l'issue du congé :
a) les droits acquis ou en cours d'acquisition, y compris les changements découlant de la législation ou de la pratique nationale ou régionale, s'appliquent ;
b) l'agent a le droit de retrouver sa fonction ou, en cas d'impossibilité, une fonction équivalente à des conditions qui ne lui soient pas moins favorables ;
c) l'agent bénéficie de toute amélioration des conditions de travail à laquelle il aurait eu droit s'il n'avait pas pris congé. ".
Art. 17. In artikel 169, tweede lid, 4°, van hetzelfde besluit, worden de woorden ", voor erkende mantelzorgers, " ingevoegd tussen de woorden "palliatieve zorgen" en de woorden "of om bijstand".
Art. 17. Dans l'article 169 alinéa 2, 4°, du même arrêté, les mots ", pour aidants proches reconnus, " sont insérés entre les mots " soins palliatifs " et les mots " ou pour assister".
Art. 18. In artikel 176, eerste lid, 1° van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) het woord "vaderschapsverlof" wordt vervangen door het woord "geboorteverlof,";
b) de woorden ", het verlof voor erkende mantelzorgers," worden ingevoegd tussen de woorden "ouderschapsverlof" en de woorden "of opvangverlof;".
a) het woord "vaderschapsverlof" wordt vervangen door het woord "geboorteverlof,";
b) de woorden ", het verlof voor erkende mantelzorgers," worden ingevoegd tussen de woorden "ouderschapsverlof" en de woorden "of opvangverlof;".
Art. 18. Dans l'article 176, 1er alinéa, 1° du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
a) les mots " congé de paternité " sont remplacés par les mots " congé de naissance, " ;
b) les mots ", le congé pour les aidants proches reconnus, " sont insérés entre les mots " congé parental " et les mots " et le congé d'accueil ; ".
a) les mots " congé de paternité " sont remplacés par les mots " congé de naissance, " ;
b) les mots ", le congé pour les aidants proches reconnus, " sont insérés entre les mots " congé parental " et les mots " et le congé d'accueil ; ".
Art. 19. In artikel 187, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 september 2022, worden de woorden "de bevalling van de echtgenote of van de samenwonende partner van de ambtenaar, op het ogenblik van de gebeurtenis:" vervangen door de woorden "de geboorte van een kind indien de ambtenaar wordt erkend als de vader van dat kind of gelijkgestelde tweede ouder, om voor dat kind te zorgen:".
Art. 19. Dans l'article 187, alinéa 1er, 2° du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 29 septembre 2022, les mots " l'accouchement de l'épouse ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple au moment de l'événement : " sont remplacés par les mots " la naissance d'un enfant si l'agent est reconnu comme père de cet enfant ou second parent équivalent, pour s'occuper de cet enfant : ".
Art. 20. Artikel 189 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" § 1. De ambtenaar heeft het recht afwezig te zijn wegens overmacht in verband met dringende familiale redenen in geval van ziekte of ongeval waardoor zijn onmiddellijke aanwezigheid vereist is.
§ 2. Met een maximum van vijfenveertig werkdagen per kalenderjaar, kan de ambtenaar verlof krijgen wegens:
1° ziekenhuisopname of autonomieverlies van een persoon die met de ambtenaar onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad die niet met de ambtenaar onder hetzelfde dak woont;
2° opvang van zijn kinderen en kleinkinderen die niet de leeftijd van 18 jaar bereikt hebben.
Het verlof wordt genomen per volledige of per halve dag. Het wordt toegekend door de functionele chef.
Indien het verlof wegens dwingende familiale redenen tijdens een periode van deeltijdse arbeid genomen wordt, wordt de duur van het verlof in evenredige mate verminderd.
§ 3. De ambtenaar mag gebruik van flexibele werkregelingen vragen.
De directeur-generaal, de adjunct-directeur- generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt en antwoordt op de aanvraag om flexibele werkregelingen binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
Hij motiveert de weigering of het uitstel van de toekenning van de flexibele werkregelingen schriftelijk.
Wanneer flexibele werkregelingen worden toegekend heeft de ambtenaar het recht om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling aan het einde van de overeengekomen periode. De ambtenaar heeft ook het recht om te vragen om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling vóór het einde van de overeengekomen periode wanneer een verandering in de omstandigheden dit rechtvaardigt.
De directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt een verzoek om eerder terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling en antwoordt binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
§ 4. De rechten die verworven zijn of zullen worden verworven op de aanvangsdatum van deze verlofperiode blijven behouden tot het einde van deze verlofperiode.
Deze rechten, met inbegrip van wijzigingen voortvloeiend uit de wetgeving of regionale of nationale praktijk, zijn van toepassing na afloop van de periode van verlof.".
" § 1. De ambtenaar heeft het recht afwezig te zijn wegens overmacht in verband met dringende familiale redenen in geval van ziekte of ongeval waardoor zijn onmiddellijke aanwezigheid vereist is.
§ 2. Met een maximum van vijfenveertig werkdagen per kalenderjaar, kan de ambtenaar verlof krijgen wegens:
1° ziekenhuisopname of autonomieverlies van een persoon die met de ambtenaar onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad die niet met de ambtenaar onder hetzelfde dak woont;
2° opvang van zijn kinderen en kleinkinderen die niet de leeftijd van 18 jaar bereikt hebben.
Het verlof wordt genomen per volledige of per halve dag. Het wordt toegekend door de functionele chef.
Indien het verlof wegens dwingende familiale redenen tijdens een periode van deeltijdse arbeid genomen wordt, wordt de duur van het verlof in evenredige mate verminderd.
§ 3. De ambtenaar mag gebruik van flexibele werkregelingen vragen.
De directeur-generaal, de adjunct-directeur- generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt en antwoordt op de aanvraag om flexibele werkregelingen binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
Hij motiveert de weigering of het uitstel van de toekenning van de flexibele werkregelingen schriftelijk.
Wanneer flexibele werkregelingen worden toegekend heeft de ambtenaar het recht om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling aan het einde van de overeengekomen periode. De ambtenaar heeft ook het recht om te vragen om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling vóór het einde van de overeengekomen periode wanneer een verandering in de omstandigheden dit rechtvaardigt.
De directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt een verzoek om eerder terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling en antwoordt binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst.
§ 4. De rechten die verworven zijn of zullen worden verworven op de aanvangsdatum van deze verlofperiode blijven behouden tot het einde van deze verlofperiode.
Deze rechten, met inbegrip van wijzigingen voortvloeiend uit de wetgeving of regionale of nationale praktijk, zijn van toepassing na afloop van de periode van verlof.".
Art. 20. L'article 189 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. L'agent a le droit de s'absenter pour raisons de force majeure liée à des raisons familiales urgentes en cas de maladie ou d'accident qui rend indispensable sa présence immédiate.
§ 2. L'agent peut obtenir un congé de maximum quarante-cinq jours ouvrables par année civile en raison de :
1° l'hospitalisation ou la perte d'autonomie d'une personne habitant sous le même toit que l'agent, ou d'un parent ou allié au premier ou au deuxième degré n'habitant pas sous le même toit que l'agent;
2° la garde de ses enfants et de ses petits-enfants qui n'ont pas atteint l'âge de 18 ans.
Le congé est pris pour jour ou par demi-jour. Il est accordé par le chef fonctionnel.
Si le congé pour des motifs impérieux d'ordre familial est pris au cours d'une période de travail à temps partiel, sa durée est réduite à due concurrence.
§ 3. L'agent peut demander des formules souples de travail .
Le directeur général, le directeur général adjoint ou leur délégué, examine et répond à la demande des formules souples de travail dans un délai raisonnable en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
Il justifie le refus ou le report de l'octroi des formules souples de travail par écrit.
Lorsque des formules souples de travail sont octroyées, l'agent a le droit de revenir au régime de travail de départ à la fin de la période convenue. L'agent a aussi le droit de demander à revenir au régime de travail de départ avant la fin de la période convenue dès lors qu'un changement de circonstances le justifie.
Le directeur général, le directeur général adjoint ou leur délégué, examine une demande visant à revenir plus tôt au régime de travail de départ et y répond dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
§ 4. Les droits acquis ou en cours d'acquisition à la date du début de ce congé sont maintenus jusqu'à la fin de ce congé.
Ces droits, y compris les changements découlant de la législation ou de la pratique nationale ou régionale, s'appliquent à l'issue de ce congé. ".
" § 1er. L'agent a le droit de s'absenter pour raisons de force majeure liée à des raisons familiales urgentes en cas de maladie ou d'accident qui rend indispensable sa présence immédiate.
§ 2. L'agent peut obtenir un congé de maximum quarante-cinq jours ouvrables par année civile en raison de :
1° l'hospitalisation ou la perte d'autonomie d'une personne habitant sous le même toit que l'agent, ou d'un parent ou allié au premier ou au deuxième degré n'habitant pas sous le même toit que l'agent;
2° la garde de ses enfants et de ses petits-enfants qui n'ont pas atteint l'âge de 18 ans.
Le congé est pris pour jour ou par demi-jour. Il est accordé par le chef fonctionnel.
Si le congé pour des motifs impérieux d'ordre familial est pris au cours d'une période de travail à temps partiel, sa durée est réduite à due concurrence.
§ 3. L'agent peut demander des formules souples de travail .
Le directeur général, le directeur général adjoint ou leur délégué, examine et répond à la demande des formules souples de travail dans un délai raisonnable en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
Il justifie le refus ou le report de l'octroi des formules souples de travail par écrit.
Lorsque des formules souples de travail sont octroyées, l'agent a le droit de revenir au régime de travail de départ à la fin de la période convenue. L'agent a aussi le droit de demander à revenir au régime de travail de départ avant la fin de la période convenue dès lors qu'un changement de circonstances le justifie.
Le directeur général, le directeur général adjoint ou leur délégué, examine une demande visant à revenir plus tôt au régime de travail de départ et y répond dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
§ 4. Les droits acquis ou en cours d'acquisition à la date du début de ce congé sont maintenus jusqu'à la fin de ce congé.
Ces droits, y compris les changements découlant de la législation ou de la pratique nationale ou régionale, s'appliquent à l'issue de ce congé. ".
Art. 21. Artikel 191 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van het Brusselse Hoofdstedelijk Regering van 29 oktober 2020, wordt vervangen als volgt:
" § 1. Aan de ambtenaar in dienstactiviteit wordt, bij de geboorte of de adoptie van een kind of de plaatsing van een kind in een opvanggezin in het kader van de pleegzorg, vier maanden ouderschapsverlof buiten loopbaanonderbreking toegestaan.
§ 2. Dit verlof moet genomen worden vóór het kind de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt.
Het verlof mag enkel gesplitst worden in maanden en mag enkel genomen worden met volledige dagen.
De ambtenaar kan, in het kader van dit verlof, gebruik van flexibele werkregelingen vragen.
§ 3. De verlofaanvraag en de aanvraag om flexibele werkregelingen worden ingediend bij de directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde.
Deze moeten de aanvang en het einde van de verlofperiode vermelden.
Deze worden ingediend minstens drie maanden vóór de aanvang van de periode van het verlof. Deze termijn kan in onderling akkoord worden verkort.
§ 4. De directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde onderzoekt en antwoordt op de aanvraag om flexibele werkregelingen binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als van de betrokken dienst.
Hij motiveert de weigering of het uitstel van de toekenning van de flexibele werkregelingen schriftelijk.
§ 5. Wanneer flexibele werkregelingen worden toegekend heeft de ambtenaar het recht om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling aan het einde van de overeengekomen periode. De ambtenaar heeft ook het recht om te vragen om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling vóór het einde van de overeengekomen periode wanneer een verandering in de omstandigheden dit rechtvaardigt.
De directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt een verzoek om eerder terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling en antwoordt binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst .
§ 6. Aan het einde van dit verlof:
a) de rechten die verworven zijn of zullen worden verworven, met inbegrip van wijzigingen voortvloeiend uit de wetgeving of nationale of regionale praktijk, zijn van toepassing;
b) heeft de ambtenaar het recht zijn functie opnieuw uit te oefenen of, indien dat onmogelijk is, een gelijkwaardige functie, op voorwaarden die niet minder gunstig zijn voor hem, terug te keren;
c) geniet de ambtenaar elke verbetering van de arbeidsvoorwaarden waarop hij recht zou hebben gehad indien hij geen verlof had opgenomen.".
" § 1. Aan de ambtenaar in dienstactiviteit wordt, bij de geboorte of de adoptie van een kind of de plaatsing van een kind in een opvanggezin in het kader van de pleegzorg, vier maanden ouderschapsverlof buiten loopbaanonderbreking toegestaan.
§ 2. Dit verlof moet genomen worden vóór het kind de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt.
Het verlof mag enkel gesplitst worden in maanden en mag enkel genomen worden met volledige dagen.
De ambtenaar kan, in het kader van dit verlof, gebruik van flexibele werkregelingen vragen.
§ 3. De verlofaanvraag en de aanvraag om flexibele werkregelingen worden ingediend bij de directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde.
Deze moeten de aanvang en het einde van de verlofperiode vermelden.
Deze worden ingediend minstens drie maanden vóór de aanvang van de periode van het verlof. Deze termijn kan in onderling akkoord worden verkort.
§ 4. De directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde onderzoekt en antwoordt op de aanvraag om flexibele werkregelingen binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als van de betrokken dienst.
Hij motiveert de weigering of het uitstel van de toekenning van de flexibele werkregelingen schriftelijk.
§ 5. Wanneer flexibele werkregelingen worden toegekend heeft de ambtenaar het recht om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling aan het einde van de overeengekomen periode. De ambtenaar heeft ook het recht om te vragen om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling vóór het einde van de overeengekomen periode wanneer een verandering in de omstandigheden dit rechtvaardigt.
De directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt een verzoek om eerder terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling en antwoordt binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als deze van de betrokken dienst .
§ 6. Aan het einde van dit verlof:
a) de rechten die verworven zijn of zullen worden verworven, met inbegrip van wijzigingen voortvloeiend uit de wetgeving of nationale of regionale praktijk, zijn van toepassing;
b) heeft de ambtenaar het recht zijn functie opnieuw uit te oefenen of, indien dat onmogelijk is, een gelijkwaardige functie, op voorwaarden die niet minder gunstig zijn voor hem, terug te keren;
c) geniet de ambtenaar elke verbetering van de arbeidsvoorwaarden waarop hij recht zou hebben gehad indien hij geen verlof had opgenomen.".
Art. 21. L'article 191 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 29 octobre 2020, est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Un congé parental de quatre mois est accordé hors de l'interruption de carrière à l'agent en activité de service, après la naissance ou l'adoption d'un enfant ou le placement d'un enfant dans une famille d'accueil dans le cadre de la politique d'accueil.
§ 2. Ce congé doit être pris avant que l'enfant n'ait atteint l'âge de 12 ans.
Le congé ne peut être fractionné que par mois et ne peut être pris que par jour entier.
L'agent peut, dans le cadre de ce congé, demander des formules souples de travail.
§ 3. La demande de congé et la demande des formules souples de travail sont introduites auprès du directeur général, du directeur général adjoint ou de leur délégué.
Elles doivent mentionner le début et la fin de la période de congé.
Elles sont introduites au moins trois mois avant le début du congé. Ce délai peut être réduit de commun accord.
§ 4. Le directeur général, le directeur général adjoint ou leur délégué examine et répond à la demande des formules souples de travail dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et du service concerné.
Il justifie le refus ou le report de l'octroi des formules souples de travail par écrit.
§ 5. Lorsque des formules souples de travail sont octroyées, l'agent a le droit de revenir au régime de travail de départ à la fin de la période convenue. L'agent a aussi le droit de demander à revenir au régime de travail de départ avant la fin de la période convenue, dès lors qu'un changement de circonstances le justifie.
Le directeur général, le directeur général adjoint, ou leur délégué, examine une demande visant à revenir plus tôt au régime de travail de départ et y répond dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
§ 6. A l'issue de ce congé :
a) les droits acquis ou en cours d'acquisition, y compris les changements découlant de la législation ou de la pratique nationale ou régionale, s'appliquent ;
b) l'agent a le droit de retrouver sa fonction ou, en cas d'impossibilité, une fonction équivalente à des conditions qui ne lui soient pas moins favorables ;
c) l'agent bénéficie de toute amélioration des conditions de travail à laquelle il aurait eu droit s'il n'avait pas pris congé. ".
" § 1er. Un congé parental de quatre mois est accordé hors de l'interruption de carrière à l'agent en activité de service, après la naissance ou l'adoption d'un enfant ou le placement d'un enfant dans une famille d'accueil dans le cadre de la politique d'accueil.
§ 2. Ce congé doit être pris avant que l'enfant n'ait atteint l'âge de 12 ans.
Le congé ne peut être fractionné que par mois et ne peut être pris que par jour entier.
L'agent peut, dans le cadre de ce congé, demander des formules souples de travail.
§ 3. La demande de congé et la demande des formules souples de travail sont introduites auprès du directeur général, du directeur général adjoint ou de leur délégué.
Elles doivent mentionner le début et la fin de la période de congé.
Elles sont introduites au moins trois mois avant le début du congé. Ce délai peut être réduit de commun accord.
§ 4. Le directeur général, le directeur général adjoint ou leur délégué examine et répond à la demande des formules souples de travail dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et du service concerné.
Il justifie le refus ou le report de l'octroi des formules souples de travail par écrit.
§ 5. Lorsque des formules souples de travail sont octroyées, l'agent a le droit de revenir au régime de travail de départ à la fin de la période convenue. L'agent a aussi le droit de demander à revenir au régime de travail de départ avant la fin de la période convenue, dès lors qu'un changement de circonstances le justifie.
Le directeur général, le directeur général adjoint, ou leur délégué, examine une demande visant à revenir plus tôt au régime de travail de départ et y répond dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
§ 6. A l'issue de ce congé :
a) les droits acquis ou en cours d'acquisition, y compris les changements découlant de la législation ou de la pratique nationale ou régionale, s'appliquent ;
b) l'agent a le droit de retrouver sa fonction ou, en cas d'impossibilité, une fonction équivalente à des conditions qui ne lui soient pas moins favorables ;
c) l'agent bénéficie de toute amélioration des conditions de travail à laquelle il aurait eu droit s'il n'avait pas pris congé. ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 22. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van tien dagen die ingaat de dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 22. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois suivant l'expiration d'une période de dix jours à compter du jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 23. De minister bevoegd voor het openbaar ambt is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 23. Le ministre qui a la fonction publique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.