Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder:
1° "Agentschap": het Gewestelijk Agentschap voor Netheid, opgericht bij ordonnantie van 19 juli 1990 houdende oprichting van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid;
2° "afvalstoffen": de afvalstoffen gedefinieerd in artikel 3, 1° van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen;
3° "huishoudelijke afvalstoffen": de huishoudelijke afvalstoffen in de zin van artikel 3, 5° van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen;
4° "andere afvalstoffen dan huishoudelijke": de afvalstoffen niet afkomstig van de normale activiteit van de huishoudens;
5° "grofvuil": de afvalstoffen die niet kunnen worden opgehaald in zakken of in containers, wegens hun aard, hun gewicht of hun omvang, en die niet afkomstig zijn van een afsplitsing van een woning of van een afsplitsing van een plaats waar een activiteit wordt uitgeoefend;
6° "bouw- en sloopafval": het bouw- en sloopafval in de zin van artikel 3, 4/2°, van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen;
7° "afgedankte elektrische en elektronische apparatuur" of "A.E.E.A.": de afgedankte elektrische en elektronische apparatuur in de zin van artikel 1, § 1, 19°, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen;
8° "afvalstoffenproducent": de producent van afvalstoffen in de zin van artikel 3, 7°, van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen;
9° "afvalstoffenhouder": de houder van afvalstoffen in de zin van artikel 3, 8°, van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen;
10° "afvalstoffenbeheer": het beheer van afvalstoffen in de zin van artikel 3, 14°, van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen, inclusief de ophaling en de verwerking;
11° "reguliere ophaling": de huis-aan-huisophaling op de woonplaats of op de voorziene plaats, van afvalstoffen in zakken of in containers.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 FEBRUARI 2023. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de terugvordering van de door het Gewestelijk Agentschap voor Netheid gemaakte kosten in het kader van het afvalstoffenbeheer bij inbreuk of achtergelaten afvalstoffen
Titre
9 FEVRIER 2023. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif au recouvrement des coûts exposés par l'Agence régionale pour la propreté dans le cadre de la gestion des déchets en cas d'infraction ou d'abandon
Documentinformatie
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° "Agence" : l'Agence régionale pour la propreté, créée par l'ordonnance du 19 juillet 1990 portant création de l'Agence régionale pour la propreté ;
2° "déchets" : les déchets définis par l'article 3, 1°, de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets ;
3° "déchets ménagers" : les déchets ménagers au sens de l'article 3, 5°, de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets ;
4° "déchets autres que ménagers" : les déchets ne provenant pas de l'activité normale des ménages ;
5° "déchets encombrants" : les déchets qui ne peuvent être collectés en sacs ou en conteneurs, en raison de leur nature, de leur poids ou de leur dimension, et qui ne proviennent pas d'un détachement d'une habitation ou d'un détachement d'un lieu d'exercice d'une activité ;
6° "déchets de construction et de démolition" : les déchets de construction et de démolition au sens de l'article 3, 4/2°, de l'ordonnance du 14 juin 20212 relative aux déchets ;
7° "déchets d'équipements électriques et électroniques" ou " D.E.E.E." : les déchets d'équipements électriques et électroniques au sens de l'article 1, § 1er, 19°, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 1er décembre 2016 relatif à la gestion des déchets ;
8° "producteur de déchets" : le producteur de déchets au sens de l'article 3, 7°, de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets ;
9° "détenteur de déchets" : le détenteur de déchets au sens de l'article 3, 8°, de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets ;
10° "gestion des déchets" : la gestion des déchets au sens de l'article 3, 14°, de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets, en ce compris l'enlèvement et le traitement ;
11° "collecte régulière" : l'enlèvement en porte-à-porte à domicile, ou à l'endroit prévu, de déchets en sacs ou en conteneurs.
1° "Agence" : l'Agence régionale pour la propreté, créée par l'ordonnance du 19 juillet 1990 portant création de l'Agence régionale pour la propreté ;
2° "déchets" : les déchets définis par l'article 3, 1°, de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets ;
3° "déchets ménagers" : les déchets ménagers au sens de l'article 3, 5°, de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets ;
4° "déchets autres que ménagers" : les déchets ne provenant pas de l'activité normale des ménages ;
5° "déchets encombrants" : les déchets qui ne peuvent être collectés en sacs ou en conteneurs, en raison de leur nature, de leur poids ou de leur dimension, et qui ne proviennent pas d'un détachement d'une habitation ou d'un détachement d'un lieu d'exercice d'une activité ;
6° "déchets de construction et de démolition" : les déchets de construction et de démolition au sens de l'article 3, 4/2°, de l'ordonnance du 14 juin 20212 relative aux déchets ;
7° "déchets d'équipements électriques et électroniques" ou " D.E.E.E." : les déchets d'équipements électriques et électroniques au sens de l'article 1, § 1er, 19°, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 1er décembre 2016 relatif à la gestion des déchets ;
8° "producteur de déchets" : le producteur de déchets au sens de l'article 3, 7°, de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets ;
9° "détenteur de déchets" : le détenteur de déchets au sens de l'article 3, 8°, de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets ;
10° "gestion des déchets" : la gestion des déchets au sens de l'article 3, 14°, de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets, en ce compris l'enlèvement et le traitement ;
11° "collecte régulière" : l'enlèvement en porte-à-porte à domicile, ou à l'endroit prévu, de déchets en sacs ou en conteneurs.
Art. 2. Onverminderd de sancties voorzien door het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid, zullen de door het Agentschap gemaakte kosten voor het afvalstoffenbeheer in het kader van artikel 10/2 van de ordonnantie van 19 juli 1990 houdende oprichting van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid en van artikelen 18 en 25 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen als volgt worden vastgelegd:
a. Zakken met afvalstoffen afkomstig van producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen, wanneer deze zakken geen verboden afvalstoffen bevatten voor de reguliere ophaling van de producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen overeenkomstig het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 februari 2023 betreffende de ophaalmodaliteiten van toepassing op de producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2000 tot regeling van haar werkwijze en tot regeling van de ondertekening van de akten van de Regering: 100 euro per begonnen kubieke meter, met een minimum van 100 euro.
b. Zakken met afvalstoffen afkomstig van producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen, wanneer deze zakken een of meerdere verboden afvalstoffen bevatten voor de reguliere ophaling van de producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen overeenkomstig het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 februari 2023 betreffende de ophaalmodaliteiten van toepassing op de producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2000 tot regeling van haar werkwijze en tot regeling van de ondertekening van de akten van de Regering: 150 euro per begonnen kubieke meter, met een minimum van 150 euro.
c. Zakken met afvalstoffen van producenten of houders van andere afvalstoffen dan huishoudelijke: dezelfde kosten als bepaald in punten a. en b. van dit artikel, naargelang het geval.
d. Bouw- en sloopafval, zowel in zakken als in bulk, zowel van producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen als van andere afvalstoffen dan huishoudelijke: 300 euro per begonnen kubieke meter, met een minimum van 300 euro.
e. Grofvuil, zowel van producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen als van andere afvalstoffen dan huishoudelijke: 250 euro per begonnen kubieke meter, met een minimum van 250 euro.
f. A.E.E.A., zowel van producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen als van andere afvalstoffen dan huishoudelijke: 300 euro per begonnen kubieke meter, met een minimum van 300 euro.
g. Zakken die niet conform zijn artikelen 4, § 1, 10 en 19, § 3, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 februari 2023 betreffende de ophaalmodaliteiten van toepassing op de producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2000 tot regeling van haar werkwijze en tot regeling van de ondertekening van de akten van de Regering: dezelfde kosten als bepaald in de punten a., b. en c. van dit artikel, naargelang het geval, vermeerderd met 25 percent.
h. Afvalstoffen afkomstig van producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen of van andere afvalstoffen dan huishoudelijke, niet opgenomen in de vorige punten: de reële door het Agentschap gemaakte kosten, vermeerderd met 10 percent.
a. Zakken met afvalstoffen afkomstig van producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen, wanneer deze zakken geen verboden afvalstoffen bevatten voor de reguliere ophaling van de producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen overeenkomstig het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 februari 2023 betreffende de ophaalmodaliteiten van toepassing op de producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2000 tot regeling van haar werkwijze en tot regeling van de ondertekening van de akten van de Regering: 100 euro per begonnen kubieke meter, met een minimum van 100 euro.
b. Zakken met afvalstoffen afkomstig van producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen, wanneer deze zakken een of meerdere verboden afvalstoffen bevatten voor de reguliere ophaling van de producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen overeenkomstig het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 februari 2023 betreffende de ophaalmodaliteiten van toepassing op de producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2000 tot regeling van haar werkwijze en tot regeling van de ondertekening van de akten van de Regering: 150 euro per begonnen kubieke meter, met een minimum van 150 euro.
c. Zakken met afvalstoffen van producenten of houders van andere afvalstoffen dan huishoudelijke: dezelfde kosten als bepaald in punten a. en b. van dit artikel, naargelang het geval.
d. Bouw- en sloopafval, zowel in zakken als in bulk, zowel van producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen als van andere afvalstoffen dan huishoudelijke: 300 euro per begonnen kubieke meter, met een minimum van 300 euro.
e. Grofvuil, zowel van producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen als van andere afvalstoffen dan huishoudelijke: 250 euro per begonnen kubieke meter, met een minimum van 250 euro.
f. A.E.E.A., zowel van producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen als van andere afvalstoffen dan huishoudelijke: 300 euro per begonnen kubieke meter, met een minimum van 300 euro.
g. Zakken die niet conform zijn artikelen 4, § 1, 10 en 19, § 3, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 februari 2023 betreffende de ophaalmodaliteiten van toepassing op de producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2000 tot regeling van haar werkwijze en tot regeling van de ondertekening van de akten van de Regering: dezelfde kosten als bepaald in de punten a., b. en c. van dit artikel, naargelang het geval, vermeerderd met 25 percent.
h. Afvalstoffen afkomstig van producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen of van andere afvalstoffen dan huishoudelijke, niet opgenomen in de vorige punten: de reële door het Agentschap gemaakte kosten, vermeerderd met 10 percent.
Art. 2. Sans préjudice des sanctions prévues par le Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de responsabilité environnementale, les coûts exposés par l'Agence pour la gestion des déchets dans le cadre de l'article 10/2 de l'ordonnance du 19 juillet 1990 portant création de l'Agence régionale pour la propreté et des articles 18 et 25 de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets sont fixés comme suit :
a. Sacs contenant des déchets provenant de producteurs ou détenteurs de déchets ménagers, lorsque ces sacs ne contiennent pas de déchets interdits à la collecte régulière des producteurs ou détenteurs de déchets ménagers conformément à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 9 février 2023 relatif aux modalités de collecte applicables aux producteurs ou détenteurs de déchets ménagers en Région de Bruxelles-Capitale et modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 juillet 2000 portant règlement de son fonctionnement et réglant la signature des actes du Gouvernement : 100 euros par mètre cube entamé, avec un minimum de 100 euros.
b. Sacs contenant des déchets provenant de producteurs ou détenteurs de déchets ménagers, lorsque ces sacs contiennent un ou des déchet(s) interdit(s) à la collecte régulière des producteurs ou détenteurs de déchets ménagers conformément aux prescrits de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 9 février 2023 relatif aux modalités de collecte applicables aux producteurs ou détenteurs de déchets ménagers en Région de Bruxelles-Capitale et modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 juillet 2000 portant règlement de son fonctionnement et réglant la signature des actes du Gouvernement : 150 euros par mètre cube entamé, avec un minimum de 150 euros.
c. Sacs contenant des déchets provenant de producteurs ou détenteurs de déchets autres que ménagers : mêmes coûts que ceux déterminés aux points a. et b. du présent article, selon le cas.
d. Déchets de construction et de démolition, qu'ils soient en sacs ou en vrac et qu'ils proviennent de producteurs ou détenteurs de déchets ménagers ou autres que ménagers : 300 euros par mètre cube entamé, avec un minimum de 300 euros.
e. Déchets encombrants, qu'ils proviennent de producteurs ou détenteurs de déchets ménagers ou autres que ménagers : 250 euros par mètre cube entamé, avec un minimum de 250 euros.
f. D.E.E.E., qu'ils proviennent de producteurs ou détenteurs de déchets ménagers ou autres que ménagers : 300 euros par mètre cube entamé, avec un minimum de 300 euros.
g. Sacs non conformes aux articles 4, § 1er, 10 et 19, § 3, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 9 février 2023 relatif aux modalités de collecte applicables aux producteurs ou détenteurs de déchets ménagers en Région de Bruxelles-Capitale et modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 juillet 2000 portant règlement de son fonctionnement et réglant la signature des actes du Gouvernement : mêmes coûts que ceux déterminés aux points a., b. et c. du présent article, selon le cas, et majoré de 25 pourcent.
h. Déchets provenant de producteurs ou détenteurs de déchets ménagers ou autres que ménagers, non-repris aux points précédents : coût réel supporté par l'Agence, majoré de 10 pourcent.
a. Sacs contenant des déchets provenant de producteurs ou détenteurs de déchets ménagers, lorsque ces sacs ne contiennent pas de déchets interdits à la collecte régulière des producteurs ou détenteurs de déchets ménagers conformément à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 9 février 2023 relatif aux modalités de collecte applicables aux producteurs ou détenteurs de déchets ménagers en Région de Bruxelles-Capitale et modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 juillet 2000 portant règlement de son fonctionnement et réglant la signature des actes du Gouvernement : 100 euros par mètre cube entamé, avec un minimum de 100 euros.
b. Sacs contenant des déchets provenant de producteurs ou détenteurs de déchets ménagers, lorsque ces sacs contiennent un ou des déchet(s) interdit(s) à la collecte régulière des producteurs ou détenteurs de déchets ménagers conformément aux prescrits de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 9 février 2023 relatif aux modalités de collecte applicables aux producteurs ou détenteurs de déchets ménagers en Région de Bruxelles-Capitale et modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 juillet 2000 portant règlement de son fonctionnement et réglant la signature des actes du Gouvernement : 150 euros par mètre cube entamé, avec un minimum de 150 euros.
c. Sacs contenant des déchets provenant de producteurs ou détenteurs de déchets autres que ménagers : mêmes coûts que ceux déterminés aux points a. et b. du présent article, selon le cas.
d. Déchets de construction et de démolition, qu'ils soient en sacs ou en vrac et qu'ils proviennent de producteurs ou détenteurs de déchets ménagers ou autres que ménagers : 300 euros par mètre cube entamé, avec un minimum de 300 euros.
e. Déchets encombrants, qu'ils proviennent de producteurs ou détenteurs de déchets ménagers ou autres que ménagers : 250 euros par mètre cube entamé, avec un minimum de 250 euros.
f. D.E.E.E., qu'ils proviennent de producteurs ou détenteurs de déchets ménagers ou autres que ménagers : 300 euros par mètre cube entamé, avec un minimum de 300 euros.
g. Sacs non conformes aux articles 4, § 1er, 10 et 19, § 3, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 9 février 2023 relatif aux modalités de collecte applicables aux producteurs ou détenteurs de déchets ménagers en Région de Bruxelles-Capitale et modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 juillet 2000 portant règlement de son fonctionnement et réglant la signature des actes du Gouvernement : mêmes coûts que ceux déterminés aux points a., b. et c. du présent article, selon le cas, et majoré de 25 pourcent.
h. Déchets provenant de producteurs ou détenteurs de déchets ménagers ou autres que ménagers, non-repris aux points précédents : coût réel supporté par l'Agence, majoré de 10 pourcent.
Art. 3. § 1. Elke begonnen kubieke meter wordt afgerond naar de hogere kubieke meter.
§ 2. Als de afvalstoffen op het trottoir of weg verspreid liggen, bedragen de reinigingskosten 50 euro per vierkante meter, met een minimum van 50 euro, onder voorbehoud van de extra door het Agentschap gemaakte reinigingskosten en gestaafd met een gedetailleerd document, en onverminderd de kosten voor afvalstoffenbeheer bedoeld in artikel 2.
§ 3. In geval van samenloop van meerdere inbreuken of achtergelaten afvalstoffen, zullen de bedragen van de kosten worden gecumuleerd.
§ 2. Als de afvalstoffen op het trottoir of weg verspreid liggen, bedragen de reinigingskosten 50 euro per vierkante meter, met een minimum van 50 euro, onder voorbehoud van de extra door het Agentschap gemaakte reinigingskosten en gestaafd met een gedetailleerd document, en onverminderd de kosten voor afvalstoffenbeheer bedoeld in artikel 2.
§ 3. In geval van samenloop van meerdere inbreuken of achtergelaten afvalstoffen, zullen de bedragen van de kosten worden gecumuleerd.
Art. 3. § 1er. Tout mètre cube entamé est arrondi au mètre cube supérieur.
§ 2. En cas d'éparpillement de déchets sur le trottoir ou la voirie, le coût de nettoiement est fixé à 50 euros par mètre carré, avec un minimum de 50 euros, sous réserve des coûts de nettoiement supplémentaires exposés par l'Agence et justifiés par un document détaillé, et sans préjudice des coûts de gestion des déchets dont question à l'article 2.
§ 3. En cas de concours de plusieurs infractions ou abandons, les montants des coûts seront cumulés.
§ 2. En cas d'éparpillement de déchets sur le trottoir ou la voirie, le coût de nettoiement est fixé à 50 euros par mètre carré, avec un minimum de 50 euros, sous réserve des coûts de nettoiement supplémentaires exposés par l'Agence et justifiés par un document détaillé, et sans préjudice des coûts de gestion des déchets dont question à l'article 2.
§ 3. En cas de concours de plusieurs infractions ou abandons, les montants des coûts seront cumulés.
Art. 4. De in dit besluit opgegeven bedragen zullen door het Agentschap worden gevorderd:
1° van de overtreder(s);
2° van de bezetter of eigenaar van de plaatsen in de andere gevallen.
Het Agentschap vordert de onbetaalde bedragen met alle rechtsmiddelen.
1° van de overtreder(s);
2° van de bezetter of eigenaar van de plaatsen in de andere gevallen.
Het Agentschap vordert de onbetaalde bedragen met alle rechtsmiddelen.
Art. 4. Les montants repris dans le présent arrêté sont réclamés par l'Agence :
1° au(x) contrevenant(s) ;
2° à l'occupant ou au propriétaire des lieux dans les autres cas.
L'Agence assure le recouvrement des montants impayés par toute voie de droit.
1° au(x) contrevenant(s) ;
2° à l'occupant ou au propriétaire des lieux dans les autres cas.
L'Agence assure le recouvrement des montants impayés par toute voie de droit.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge.
Art. 6. De Minister bevoegd voor Openbare netheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le Ministre qui a la Propreté publique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.