Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 MEI 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering over het Departement Zorg
Titre
12 MAI 2023. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif au DĂ©partement Soins
Documentinformatie
Numac: 2023031102
Datum: 2023-05-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023031102
Date: 2023-05-12
Moniteur: Voir
Tekst (31)
Texte (31)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming: het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9, eerste lid, van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming;
2° beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: het beleidsdomein, vermeld in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
3° besluit van 30 oktober 2015: het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen en van de intern verzelfstandigde agentschappen;
4° departement: het departement, vermeld in artikel 2, eerste lid;
5° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, of de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, of de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale bescherming, of de Vlaamse minister, bevoegd voor de zorginfrastructuur;
6° Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden: het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, vermeld in artikel 3, eerste lid, van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden.
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
1° Agence de la Protection sociale flamande : l'Agence de la Protection sociale flamande mentionnée dans l'article 9, alinéa 1er, du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande ;
2° domaine politique du Bien-Etre, de la SantĂ© publique et de la Famille : le domaine politique mentionnĂ© dans l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif Ă  l'organisation de l'Administration flamande ;
3° arrĂȘtĂ© du 30 octobre 2015 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 octobre 2015 rĂ©glant la dĂ©lĂ©gation de compĂ©tences de dĂ©cision aux chefs des dĂ©partements et des agences autonomisĂ©es internes ;
4° département : le département mentionné dans l'article 2, alinéa 1er ;
5° ministre : le ministre flamand qui a le Bien-Etre dans ses attributions, le ministre flamand qui a les Soins de santé et résidentiels dans ses attributions, le ministre flamand qui a la Protection sociale dans ses attributions ou le ministre flamand qui a l'Infrastructure des soins dans ses attributions ;
6° Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux MatiÚres personnalisables : le Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux MatiÚres personnalisables mentionné dans l'article 3, alinéa 1er, du décret du 2 juin 2006 portant transformation du Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux MatiÚres personnalisables en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matiÚres personnalisables.
HOOFDSTUK 2. - Oprichting, missie en taakstelling van het departement
CHAPITRE 2. - Création, mission et tùches du département
Art. 2. Binnen het Vlaams Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt het Departement Zorg opgericht.
Het departement is de verderzetting van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin dat werd opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein, na de integratie van het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid dat is opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid". Het departement treedt in alle rechten en verplichtingen van het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid.
Het departement heeft de volgende opdrachten:
1° de ondersteuning van het beleid rond welzijn, volksgezondheid en gezin;
2° de uitvoering van het beleid rond welzijn en volksgezondheid.
Het departement behoort tot het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
Art. 2. Le DĂ©partement Soins est créé au sein du ministĂšre flamand du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille.
Le dĂ©partement est la continuation du DĂ©partement de l'Aide sociale, de la SantĂ© publique et de la Famille créé par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 mars 2006 concernant le DĂ©partement de l'Aide sociale, de la SantĂ© publique et de la Famille, relatif Ă  l'entrĂ©e en vigueur de la rĂ©glementation crĂ©ant des agences dans le domaine politique Aide sociale, SantĂ© publique et Famille et modifiant la rĂ©glementation concernant ce domaine politique, aprĂšs l'intĂ©gration de l'agence autonomisĂ©e interne Soins et SantĂ© créée par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 mai 2004 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne " Zorg en Gezondheid " (Soins et SantĂ©). Le dĂ©partement est subrogĂ© dans tous les droits et obligations de l'agence autonomisĂ©e interne Soins et SantĂ©.
Les missions du département sont les suivantes :
1° le soutien de la politique relative au bien-ĂȘtre, Ă  la santĂ© publique et Ă  la famille ;
2° la mise en oeuvre de la politique relative au bien-ĂȘtre et Ă  la santĂ© publique.
Le département relÚve du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille.
Art. 3. § 1. Het departement heeft als missie om samen te werken voor een zorgzame en gezonde samenleving. Het departement voert zijn missie uit door de volgende acties uit te voeren:
1° mensen stimuleren om gezond te leven, hen beschermen tegen besmettelijke ziektes of een ongezond milieu en aandoeningen sneller opsporen of voorkomen;
2° de uitbouw bevorderen van kwaliteitsvolle zorg en hulp- en dienstverlening door voorzieningen en zorgverstrekkers;
3° relevante gegevens produceren en beschikbaar stellen om het beleid en de samenleving te ondersteunen;
4° het beleid van de minister op een professionele en wetenschappelijk onderbouwde manier in een geest van samenwerking met de andere entiteiten van de Vlaamse overheid en met andere overheden ondersteunen. Het departement doet het voormelde als een organisatie van experts die elk binnen de eigen inhoudelijke of procesmatige deskundigheid hun kennis opbouwen, onderhouden en ter beschikking stellen van klanten en strategische partners.
§ 2. Het departement heeft naast de missie, vermeld in paragraaf 1, de missie om, ten aanzien van de doelgroep, vermeld in het tweede lid, toezicht te houden op de toepassing van de regelgeving van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin die op de voormelde doelgroep van toepassing is. Door de voormelde missie uit te voeren levert het departement een bijdrage aan:
1° de verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening van de voorzieningen;
2° de rechtmatige besteding van overheidsmiddelen;
3° een optimale beleidsvoorbereiding en -evaluatie.
De doelgroep waarop de activiteiten, vermeld in het eerste lid, betrekking hebben, wordt gevormd door:
1° de voorzieningen die door het departement of een agentschap van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin kunnen worden erkend, geattesteerd, vergund of gesubsidieerd of op een andere manier worden ondersteund, of die zich bij het departement of een agentschap van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin moeten melden;
2° de begunstigden van individuele tegemoetkomingen die door het departement of een agentschap van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin rechtstreeks worden uitgekeerd.
Bij het opnemen van de missie, vermeld in het eerste lid, streeft het departement ernaar om zich te ontwikkelen tot een competente, professionele, flexibele en klantgerichte organisatie. Het inzetten van de meest adequate inspectietechniek vormt daarbij een permanente opdracht.
Art. 3. § 1er. Le département a pour mission de collaborer à une société attentive à autrui et saine. Le département remplit sa mission en menant les actions suivantes :
1° encourager les hommes à vivre sainement, les protéger contre les maladies contagieuses ou un environnement malsain et détecter plus rapidement ou prévenir les affections ;
2° promouvoir le développement de soins, de prestations d'assistance et de services de qualité par le biais de structures et de prestataires de soins ;
3° produire et mettre à disposition des données pertinentes à l'appui de la politique et de la société ;
4° soutenir la politique du ministre de maniÚre professionnelle et scientifique dans un esprit de coopération avec les autres entités de l'Autorité flamande et avec d'autres autorités. Le département réalise ce qui précÚde en tant qu'organisation d'experts qui, chacun dans les limites de leur propre compétence sur le fond ou au niveau du processus, développent, entretiennent et mettent leurs connaissances à la disposition des clients et partenaires stratégiques.
§ 2. Outre la mission visée au paragraphe 1er, le département a pour mission de veiller, par rapport au groupe cible visé à l'alinéa 2, à l'application de la réglementation du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille qui s'applique au groupe cible précité. En remplissant la mission précitée, le département contribue à :
1° l'amélioration de la qualité du service des structures ;
2° l'utilisation légitime des moyens publics ;
3° une préparation et une évaluation optimales de la politique.
Le groupe cible auquel ont trait les activités visées à l'alinéa 1er comprend :
1° les structures susceptibles d'ĂȘtre agréées, attestĂ©es, autorisĂ©es ou subventionnĂ©es ou soutenues d'une autre maniĂšre par le domaine politique du Bien-Etre, de la SantĂ© publique et de la Famille ou qui doivent se prĂ©senter auprĂšs du dĂ©partement ou d'une agence du domaine politique du Bien-Etre, de la SantĂ© publique et de la Famille ;
2° les bénéficiaires d'interventions individuelles versées directement par le département ou une agence du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille.
Dans l'exercice de la mission visée à l'alinéa 1er, le département s'efforce de devenir une organisation compétente, professionnelle, flexible et orientée vers le client. A cet égard, l'utilisation de la technique d'inspection la plus adéquate constitue une mission permanente.
Art. 4. § 1. Het departement heeft de volgende taken:
1° de taken waarmee het departement is belast conform artikel 30 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
2° de volgende taken van beleid betreffende materies die tot het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin behoren:
a) de taken van beleid rond de persoonsgebonden aangelegenheden op het vlak van het gezondheidsbeleid, vermeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met inbegrip van de prijsbepaling in de oudereninstellingen en met uitzondering van:
1) het medisch schooltoezicht;
2) de medisch verantwoorde sportbeoefening;
3) de diensten voor pleegzorg, vermeld in artikel 7 van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg;
4) de taken van de openbare psychiatrische zorgcentra Geel en Rekem, vermeld in het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel en Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem;
b) de taken van beleid rond de persoonsgebonden aangelegenheden op het vlak van de bijstand aan personen, vermeld in artikel 5, § 1, II, 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
c) de andere taken van beleid dan de taken, vermeld in punt a) en b), die niet zijn toevertrouwd aan een verzelfstandigd agentschap van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
3° in het kader van de volksgezondheid inspecties uitvoeren, advies geven over milieuvergunningen en klachten en incidenten behandelen;
4° het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming beheren;
5° personeel ter beschikking stellen aan de vzw Vlaamse Zorgkas, vermeld in artikel 21, § 1, van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming;
6° het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden beheren;
7° de managementondersteunende dienstverlening van het departement organiseren en, in voorkomend geval, van andere entiteiten binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
Het departement kan infrastructuur en uitrusting ter beschikking stellen van de vzw Vlaamse Zorgkas, vermeld in het eerste lid, 5°.
In deze paragraaf verstaan onder taken van beleid: taken van beleidsvoorbereiding, -uitvoering en -evaluatie.
§ 2. Het departement heeft naast de taken, vermeld in paragraaf 1, ook de volgende taken:
1° het concrete functioneren van de doelgroep, vermeld in artikel 3, § 2, tweede lid, controleren, toetsen, checken en vaststellen om de conformiteit met de regelgeving te controleren. Onder regelgeving wordt niet alleen wetgeving verstaan, maar ook geformaliseerde afspraken;
2° de rapportering en de adviesverlening aan afdelingen van het departement en aan de agentschappen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin in het kader van de taak, vermeld in punt 1° ;
3° de adviesverlening over de conformiteit, vermeld in punt 1°, aan de voorzieningen die het departement inspecteert of aan begunstigden;
4° beleidsrelevante informatie signaleren aan afdelingen van het departement en aan de agentschappen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
De taken, vermeld in het eerste lid, omvatten in elk geval alle activiteiten rond toezicht op al de volgende elementen:
1° de vergunnings-, attesterings- of erkenningsnormen en andere geformaliseerde afspraken over het functioneren van de voorzieningen, vermeld in artikel 3, § 2, tweede lid, 1° ;
2° de voortgangscontrole en evaluatie van het kwaliteitsbeleid van de voorzieningen, vermeld in punt 1° ;
3° de aanwending van de overheidsmiddelen die aan de voorzieningen, vermeld in punt 1°, of aan de begunstigden, vermeld in artikel 3, § 2, tweede lid, 2°, ter beschikking worden gesteld.
De personeelsleden van het departement die de taken, vermeld in het eerste lid, uitvoeren of die de uitvoering van die taken ondersteunen, vormen samen Zorginspectie.
Voor de uitoefening van de taken, vermeld in het eerste lid, wordt gewaakt over de naleving van het beginsel van de functiescheiding tussen enerzijds de agentschappen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en de afdelingen van het Departement Zorg, die belast zijn met de aansturing van voorzieningen, en anderzijds Zorginspectie, vermeld in het derde lid.
§ 3. Het departement heeft naast de taken, vermeld in paragraaf 1 en 2, ook de taak om, voor de monitoring van personeelsgegevens in het kader van de Vlaamse Intersectorale Akkoorden voor de social/non-profitsectoren, conform het decreet van 29 maart 2019 tot oprichting van het Begeleidend Comité voor de opvolging van de monitoring van personeelsgegevens in het kader van de Vlaamse Intersectorale Akkoorden voor de social/non-profitsectoren, en de uitvoeringsbepalingen ervan, op te treden als gegevensverwerker als vermeld in artikel 4, eerste lid, 9°, van het voormelde decreet. Het departement verwerkt voor die taak ook personeelsgegevens die betrekking hebben op andere beleidsdomeinen dan het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. De gegevensverwerking is evenwel beperkt tot de beleidsdomeinen waarop de voormelde Vlaamse Intersectorale Akkoorden voor de social/non-profitsectoren betrekking hebben.
Art. 4. § 1er. Les tùches du département sont les suivantes :
1° les tĂąches dont le dĂ©partement a Ă©tĂ© chargĂ© conformĂ©ment Ă  l'article 30 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif Ă  l'organisation de l'Administration flamande ;
2° les tùches de politique suivantes qui concernent les matiÚres relevant du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille :
a) les tùches de politique concernant les matiÚres personnalisables sur le plan de la politique de santé, énoncées à l'article 5, § 1er, I, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, y compris la fixation des prix dans les institutions pour personnes ùgées et à l'exception :
1) de l'inspection médicale scolaire ;
2) de la pratique du sport dans le respect des impératifs de santé ;
3) des services de placement familial visés à l'article 7 du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial ;
4) des tùches des centres publics de soins psychiatriques de Geel et de Rekem mentionnés dans le décret du 30 avril 2004 portant création des agences autonomisées externes de droit public " Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel " et " Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem " ;
b) les tùches de politique concernant les matiÚres personnalisables sur le plan de l'aide aux personnes, visées à l'article 5, § 1er, II, 5°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles ;
c) les tùches de politique autres que celles énoncées aux points a) et b), qui n'ont pas été confiées à une agence autonomisée du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille ;
3° dans le cadre de la santé publique, effectuer des inspections, émettre des avis sur des autorisations écologiques et traiter les plaintes et incidents ;
4° gérer l'Agence de la Protection sociale flamande ;
5° mettre du personnel à la disposition de l'asbl Caisse flamande d'Assurance Soins (" Vlaamse Zorgkas ") visée à l'article 21, § 1er, du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande ;
6° gérer le Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux MatiÚres personnalisables ;
7° organiser les services d'aide à la gestion du département et, le cas échéant, d'autres entités au sein du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille.
Le département peut mettre une infrastructure et des équipements à la disposition de l'asbl Caisse flamande d'Assurance Soins visée à l'alinéa 1er, 5°.
Dans le présent paragraphe, on entend par " tùches de politique " : les tùches de préparation, de mise en oeuvre et d'évaluation de la politique.
§ 2. Outre les tùches énoncées au paragraphe 1er, les tùches suivantes sont également dévolues au département :
1° contrÎler, examiner, vérifier et constater le fonctionnement concret du groupe cible visé à l'article 3, § 2, alinéa 2, afin de contrÎler la conformité à la réglementation. La réglementation s'entend non seulement de la législation, mais également des accords formalisés ;
2° faire rapport et fournir des services de conseil aux divisions du département et aux agences du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille dans le cadre de la tùche visée au point 1° ;
3° fournir des services de conseil au sujet de la conformité visée au point 1° aux structures inspectées par le département ou aux bénéficiaires ;
4° signaler des informations pertinentes pour la politique aux divisions du département et aux agences du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille.
Les tùches énoncées à l'alinéa 1er comprennent en tout cas toutes les activités relatives au contrÎle sur l'ensemble des éléments suivants :
1° les normes d'autorisation, d'attestation ou d'agrément et autres accords formalisés au sujet du fonctionnement des structures visées à l'article 3, § 2, alinéa 2, 1° ;
2° le suivi et l'évaluation de la politique de qualité des structures visées au point 1° ;
3° l'utilisation des moyens publics mis à la disposition des structures visées au point 1° ou des bénéficiaires visés à l'article 3, § 2, alinéa 2, 2°.
Les membres du personnel du département qui exécutent les tùches énoncées à l'alinéa 1er ou qui soutiennent l'exécution de ces tùches constituent ensemble l'Inspection des Soins.
Pour l'exécution des tùches énoncées à l'alinéa 1er, on veille à respecter le principe de la séparation des fonctions entre, d'une part, les agences du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille et les divisions du Département Soins qui sont chargées de piloter les structures et, d'autre part, l'Inspection des Soins visée à l'alinéa 3.
§ 3. Outre les tùches énoncées aux paragraphes 1er et 2, le département a également pour tùche d'agir en tant que sous-traitant, tel que visé à l'article 4, alinéa 1er, 9°, du décret du 29 mars 2019 portant création du Comité d'accompagnement en vue du suivi du monitoring des données personnelles dans le cadre des accords intersectoriels flamands pour les secteurs sociaux et non-marchands, pour le monitoring des données à caractÚre personnel dans le cadre des Accords intersectoriels flamands en faveur des secteurs sociaux/non-marchands conformément au décret précité et à ses dispositions d'exécution. Pour cette tùche, le département traite également les données à caractÚre personnel qui se rapportent à d'autres domaines politiques que le domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille. Le traitement de données est cependant limité aux domaines politiques auxquels se rapportent les Accords intersectoriels flamands en faveur des secteurs sociaux/non-marchands précités.
Art. 5. Bij de uitoefening van zijn missie en taken, vermeld in artikel 3 en 4, treedt het departement op namens de rechtspersoon Vlaamse Gemeenschap.
In afwijking van het eerste lid treedt het departement bij de uitoefening van de taak, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 4°, op namens de rechtspersoon het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming.
In afwijking van het eerste lid treedt het departement bij de uitoefening van de taak, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 6°, op namens de rechtspersoon het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden.
Art. 5. Dans l'exercice de sa mission et de ses tùches énoncées aux articles 3 et 4, le département agit au nom de la personne morale Communauté flamande.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le département agit, dans l'exercice de la tùche visée à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 4°, au nom de la personne morale Agence de la Protection sociale flamande.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le département agit, dans l'exercice de la tùche visée à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 6°, au nom de la personne morale Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux MatiÚres personnalisables.
Art. 6. Het departement neemt klachten die geuit worden ten aanzien van de voorzieningen die door het departement zijn erkend op en behandelt het die klachten. De voormelde klachten worden behandeld conform de bepalingen, vermeld in titel II, hoofdstuk 5, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het departement brengt jaarlijks vóór 10 februari een schriftelijk verslag uit bij de Vlaamse ombudsman over de klachten, vermeld in het eerste lid, en over het resultaat van het onderzoek naar de voormelde klachten.
Art. 6. Le département enregistre les plaintes déposées à l'égard des structures qui ont été agréées par le département et les traite. Les plaintes précitées sont traitées conformément aux dispositions du titre II, chapitre 5, du décret de gouvernance du 7 décembre 2018.
Chaque annĂ©e avant le 10 fĂ©vrier, le dĂ©partement soumet au mĂ©diateur flamand un rapport Ă©crit sur les plaintes visĂ©es Ă  l'alinĂ©a 1er et sur les rĂ©sultats de l'enquĂȘte sur les plaintes prĂ©citĂ©es.
Art. 7. Het departement vervult zijn taken in samenhang met:
1° het beleid rond welzijn, volksgezondheid en gezin dat de Vlaamse Gemeenschap voert;
2° het beleid dat andere beleidsdomeinen en beleidsniveaus voeren.
Het departement ontwikkelt terreinexpertise over de taken, vermeld in artikel 4 van dit besluit. Het departement stelt kennis en expertise die het verworven heeft, ter beschikking van de beleidsondersteuning, vermeld in artikel III.2, derde lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het departement zorgt voor de permanente optimalisering en vernieuwing van zijn dienstverlening op basis van actuele ontwikkelingen over kennis en expertise.
Art. 7. Le département accomplit ses tùches en lien avec :
1° la politique relative au bien-ĂȘtre, Ă  la santĂ© publique et Ă  la famille menĂ©e par la CommunautĂ© flamande ;
2° la politique menée par d'autres domaines et niveaux politiques.
Le dĂ©partement dĂ©veloppe une expertise de terrain concernant les tĂąches Ă©noncĂ©es Ă  l'article 4 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Le dĂ©partement met les connaissances et l'expertise qu'il a acquises Ă  la disposition de l'aide Ă  la dĂ©cision politique conformĂ©ment Ă  l'article III.2, alinĂ©a 3, du dĂ©cret de gouvernance du 7 dĂ©cembre 2018.
Le département veille à optimiser et à moderniser ses services en permanence sur la base des développements actuels en matiÚre de connaissances et d'expertise.
Art. 8. Om zijn missie en taken te realiseren, werkt het departement samen met instanties, instellingen, diensten en verenigingen die op het vlak van de toegewezen taken actief zijn, en het sluit daarvoor overeenkomsten met hen.
Art. 8. Pour accomplir sa mission et ses tùches, le département collabore avec des organismes, institutions, services et associations actifs dans le domaine des tùches dévolues et conclut à cet effet des accords avec eux.
Art. 9. In het kader van de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 4, § 2, stelt het departement alle noodzakelijke gegevens ter beschikking van de agentschappen binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin die de Vlaamse Regering heeft aangewezen om de voorzieningen, vermeld in artikel 3, § 2, tweede lid, 1°, aan te sturen. Tussen het departement en die entiteiten kan een samenwerkingsovereenkomst worden gesloten, die minstens afspraken bevat over wederzijdse informatiedeling en over de voorbereiding, uitvoering van en rapportering over inspecties bevat.
De minister bepaalt de nadere regels voor de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in het eerste lid.
Art. 9. Dans le cadre de l'exécution des tùches énoncées à l'article 4, § 2, le département met toutes les données nécessaires à la disposition des agences qui relÚvent du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille que le Gouvernement flamand a désignées pour piloter les structures visées à l'article 3, § 2, alinéa 2, 1°. Le département et ces entités peuvent conclure un accord de coopération qui comporte au moins des accords sur le partage mutuel d'informations ainsi que sur la préparation et l'exécution d'inspections et l'établissement de rapports au sujet de celles-ci.
Le ministre précise les modalités de l'accord de coopération visé à l'alinéa 1er.
HOOFDSTUK 3. - Aansturing en leiding van het departement
CHAPITRE 3. - Pilotage et direction du département
Art. 10. Het departement ressorteert onder het hiërarchische gezag van de minister.
Art. 10. Le département relÚve de l'autorité hiérarchique du ministre.
Art. 11. Het hoofd van het departement is belast met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het departement, van het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming en van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, met behoud van de toepassing van de mogelijkheid tot delegatie en subdelegatie van die bevoegdheid.
Art. 11. Le chef du département est chargé de la direction générale, du fonctionnement et de la représentation du département, de l'Agence de la Protection sociale flamande et du Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux MatiÚres personnalisables, sans préjudice de l'application de la faculté de délégation et de sous-délégation de cette compétence.
HOOFDSTUK 4. - Delegatie van beslissingsbevoegdheden
CHAPITRE 4. - Délégation de compétences de décision
Art. 12. Het hoofd van het departement heeft delegatie van beslissingsbevoegdheid voor de aangelegenheden, vermeld in de hoofdstukken 2, 3, 4, 5 en 6 van het besluit van 30 oktober 2015.
Voor de aangelegenheden, vermeld in het eerste lid, worden aan het hoofd van het departement de volgende aanvullende delegaties verleend:
1° de toekenning van gereglementeerde subsidies waarvoor de reglementering geen vast recht instelt voor de mogelijke begunstigden;
2° de uitreiking van attesten of verklaringen die betrekking hebben op erkenningen, attesteringen, vergunningen, subsidies of enige andere vorm van ondersteuning in de sectoren die onder zijn bevoegdheid ressorteren.
Art. 12. Le chef du dĂ©partement a dĂ©lĂ©gation de compĂ©tence de dĂ©cision pour les matiĂšres Ă©noncĂ©es dans les chapitres 2, 3, 4, 5 et 6 de l'arrĂȘtĂ© du 30 octobre 2015.
Pour les matiÚres visées à l'alinéa 1er, les délégations complémentaires suivantes sont accordées au chef du département :
1° l'octroi de subventions réglementées pour lesquelles la réglementation n'institue pas de droit fixe pour les bénéficiaires éventuels ;
2° la délivrance d'attestations ou de déclarations relatives aux agréments, attestations, autorisations, subventions ou à toute autre forme de soutien dans les secteurs relevant de sa compétence.
Art. 13. Naast de delegaties voor de aangelegenheden, vermeld in artikel 12, worden aan het hoofd van het departement de volgende specifieke delegaties verleend:
1° het verlenen van afwijkingen van brandveiligheidsnormen en erkenningsnormen;
2° de toekenning van niet-gereglementeerde subsidies die niet nominatim in de begroting zijn vermeld, tot een maximaal bedrag van 150.000 euro;
3° die toekenning van subsidies die nominatim in de begroting zijn vermeld;
4° het beheren van het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming en het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden.
Art. 13. Outre les délégations pour les matiÚres visées à l'article 12, les délégations spécifiques suivantes sont accordées au chef du département :
1° l'octroi de dérogations aux normes de sécurité incendie et aux normes d'agrément ;
2° l'octroi de subventions non réglementées non mentionnées nommément dans le budget, à concurrence de 150.000 euros maximum ;
3° l'octroi de subventions mentionnées nommément dans le budget ;
4° la gestion de l'Agence de la Protection sociale flamande et du Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux MatiÚres personnalisables.
Art. 14. Als de delegaties, vermeld in artikel 12 en 13, worden gebruikt, zijn de bepalingen, vermeld in de hoofdstukken 7, 9, 10 en 11 van het besluit van 30 oktober 2015, van toepassing.
Voor het hoofd van het departement de delegaties, vermeld in artikel 13, 2°, gebruikt, verleent de minister zijn principiële goedkeuring.
Art. 14. S'il est fait usage des dĂ©lĂ©gations visĂ©es aux articles 12 et 13, les dispositions des chapitres 7, 9, 10 et 11 de l'arrĂȘtĂ© du 30 octobre 2015 sont applicables.
Avant que le chef du département ne fasse usage des délégations visées à l'article 13, 2°, le ministre donne son approbation de principe.
HOOFDSTUK 5. - Controle, voortgangscontrole en toezicht
CHAPITRE 5. - ContrĂŽle, suivi et surveillance
Art. 15. De minister is verantwoordelijk voor de voortgangscontrole van en het toezicht op het departement.
Art. 15. Le ministre est responsable du suivi et de la surveillance du département.
Art. 16. De minister kan, in het kader van de voortgangscontrole en de uitoefening van het toezicht, op ieder ogenblik aan het hoofd van het departement op geaggregeerd niveau en op het niveau van individuele onderwerpen en dossiers informatie, rapportering en verantwoording vragen over bepaalde aangelegenheden.
Art. 16. Dans le cadre du suivi et de l'exercice de la surveillance, le ministre peut demander à tout moment au chef du département des informations, des rapports et une justification concernant certaines matiÚres, à un niveau agrégé et au niveau de sujets et dossiers individuels.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie
Section 1re. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif Ă  l'organisation de l'Administration flamande
Art. 17. In artikel 23 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "gelijknamige departement en twee agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid :
1° Zorg en Gezondheid;
2° Jongerenwelzijn" vervangen door de woorden "Departement Zorg en het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Opgroeien";
2° in paragraaf 2 wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° Opgroeien regie;".
Art. 17. A l'article 23 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif Ă  l'organisation de l'Administration flamande, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 avril 2009 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans le paragraphe 1er, le membre de phrase " du dĂ©partement du mĂȘme nom et de deux agences sans personnalitĂ© juridique :
1° " Zorg en Gezondheid " (Soins et Santé) ;
2° " Jongerenwelzijn " (Aide sociale aux Jeunes) " est remplacé par les mots " Département Soins et de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique Grandir " ;
2° dans le paragraphe 2, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° Grandir régie (" Opgroeien regie ") ; ".
Afdeling 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2019 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering
Section 2. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 octobre 2019 fixant les attributions des membres du Gouvernement flamand
Art. 18. In artikel 3, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2019 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 mei 2022, wordt punt 2° opgeheven.
Art. 18. Dans l'article 3, § 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 octobre 2019 fixant les attributions des membres du Gouvernement flamand, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 mai 2022, le point 2° est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 19. De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid", het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 september 2021.
Art. 19. Les rÚglements suivants sont abrogés :
1° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 mai 2004 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne " Zorg en Gezondheid " (Soins et SantĂ©), modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 mai 2019 ;
2° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 mars 2006 concernant le DĂ©partement de l'Aide sociale, de la SantĂ© publique et de la Famille, relatif Ă  l'entrĂ©e en vigueur de la rĂ©glementation crĂ©ant des agences dans le domaine politique Aide sociale, SantĂ© publique et Famille et modifiant la rĂ©glementation concernant ce domaine politique, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 septembre 2021.
Art. 20. De volgende regelgevende teksten treden in werking op 1 juni 2023:
1° alle artikelen van het decreet van 21 april 2023 tot wijziging van decreten door de fusie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid tot het Departement Zorg, met uitzondering van artikel 3;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 tot wijziging van besluiten van de Vlaamse Regering door de fusie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid tot het Departement Zorg;
3° dit besluit.
Artikel 3 van het decreet van 21 april 2023 tot wijziging van decreten door de fusie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid tot het Departement Welzijn en Gezondheid treedt in werking op de dag van de inwerkingtreding van artikel 3 van het decreet van 23 december 2022 tot regeling van de verwerking van persoonsgegevens in het beleidsveld sociale bescherming en in het beleidsveld gezondheids- en woonzorg, wat betreft de erkenning van gezondheidszorgberoepen en de preventieve gezondheidszorg.
Art. 20. Les textes réglementaires suivants entrent en vigueur le 1er juin 2023 :
1° tous les articles du dĂ©cret du 21 avril 2023 modifiant divers dĂ©crets par suite de la fusion du DĂ©partement du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille et de l'Agence autonomisĂ©e interne Soins et SantĂ© pour former le DĂ©partement Soins, Ă  l'exception de l'article 3 ;
2° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 modifiant des arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand par suite de la fusion du DĂ©partement du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille et de l'agence autonomisĂ©e interne Soins et SantĂ© pour former le DĂ©partement Soins ;
3° le prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
L'article 3 du dĂ©cret du 21 avril 2023 modifiant divers dĂ©crets par suite de la fusion du DĂ©partement du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille et de l'Agence autonomisĂ©e interne Soins et SantĂ© pour former le DĂ©partement Soins entre en vigueur le jour de l'entrĂ©e en vigueur de l'article 3 du dĂ©cret du 23 dĂ©cembre 2022 rĂ©glant le traitement de donnĂ©es Ă  caractĂšre personnel dans le domaine politique de la protection sociale et dans le domaine politique des soins de santĂ© et rĂ©sidentiels, en ce qui concerne l'agrĂ©ment des professions des soins de santĂ© et les soins de santĂ© prĂ©ventifs.
Art. 21. De besluiten van de administrateur-generaal van het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid blijven van toepassing na de inwerkingtreding van dit besluit.
De secretaris-generaal van het Departement Zorg kan de besluiten, vermeld in het eerste lid, wijzigen, opheffen of intrekken.
Art. 21. Les arrĂȘtĂ©s de l'administrateur gĂ©nĂ©ral de l'agence autonomisĂ©e interne Soins et SantĂ© demeurent applicables aprĂšs l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Le secrĂ©taire gĂ©nĂ©ral du DĂ©partement Soins peut modifier, abroger ou retirer les arrĂȘtĂ©s visĂ©s Ă  l'alinĂ©a 1er.
Art. 22. De Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale bescherming, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de zorginfrastructuur, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 22. Le ministre flamand qui a le Bien-Etre dans ses attributions, le ministre flamand qui a les Soins de santĂ© et rĂ©sidentiels dans ses attributions, le ministre flamand qui a la Protection sociale dans ses attributions et le ministre flamand qui a l'Infrastructure des soins dans ses attributions sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.