Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 APRIL 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van steun aan ondernemingen die worden geconfronteerd met stijgende energie-uitgaven ten gevolge van de Russische agressie tegen Oekraïne, wat betreft het eerste kwartaal van 2023
Titre
21 AVRIL 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand portant octroi d'aides aux entreprises confrontées à des dépenses énergétiques croissantes en raison de l'agression russe contre l'Ukraine, en ce qui concerne le premier trimestre 2023
Documentinformatie
Info du document
Tekst (36)
Texte (36)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° Agentschap Innoveren en Ondernemen: het agentschap, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
  2° bedrijfstak: de bedrijfstak, vermeld in artikel 12:11 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  3° decreet van 16 maart 2012: het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
  4° EBITDA: inkomsten vóór aftrek van rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie met uitzondering van eenmalige bijzondere waardeverminderingen. De EBITDA wordt geattesteerd door een erkende externe accountant, een bedrijfsrevisor of een gecertificeerde externe accountant;
  5° energiebeleidsovereenkomst: de energiebeleidsovereenkomst van 10 november 2022 voor Vlaamse energie-intensieve ondernemingen (VER-bedrijven) of de energiebeleidsovereenkomst van 10 november 2022 voor Vlaamse energie-intensieve ondernemingen (niet VER-bedrijven);
  6° energie-intensieve onderneming: de ondernemingen, vermeld in artikel 17, lid 1, punt a), eerste alinea van Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit, waarbij de energie-uitgaven in het kalenderjaar 2021 minstens 3% vertegenwoordigden van de omzet behaald tijdens dezelfde periode als af te leiden uit de jaarrekening of resultatenrekening. Alleen een vennootschap, vereniging of stichting met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut, die, voor zover zij reeds opgestart waren, voor de kalenderjaren 2019, 2020 en 2021 een jaarrekening heeft neergelegd en voor de kalenderjaren 2022 en 2023 een jaarrekening zal neerleggen, komt in aanmerking als energie-intensieve onderneming;
  7° energie-uitgaven: alle kosten die verband houden met de aankoop van aardgas, inclusief CNG (compressed natural gas) en LNG (liquified natural gas), en elektriciteit, die alle belastingen omvatten, behalve de belasting over de toegevoegde waarde, voor de vestigingen in het Vlaamse Gewest, zoals opgenomen in de Kruispuntbank der Ondernemingen en actief op uiterlijk 1 oktober 2021. Als een onderneming warmte, opgewekt op basis van aardgas of elektriciteit, aankoopt bij een aanverwante onderneming, die zelf niet in aanmerking komt voor de steun onder dit besluit, worden de kosten aanzien als energie-uitgaven.
  8° externe leverancier: een niet-aanverwante onderneming die rechtstreeks aardgas of elektriciteit levert aan de eindverbruiker of onrechtstreeks via een aanverwante onderneming van de eindverbruiker. Bij doorfacturatie van energie-uitgaven tussen aanverwante ondernemingen wordt de steun berekend op basis van de kosten betaald aan de externe leverancier;
  9° groepsniveau: het geheel van verbonden ondernemingen in de zin van artikel 3, lid 3 van bijlage I bij de Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard ("de algemene groepsvrijstellingsverordening");
  10° kmo-groeisubsidie: steun voor kmo-groeitrajecten toegekend krachtens hoofdstuk 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten en kmo-groeitrajecten;
  11° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de economie;
  12° onderneming: de natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent, de vennootschap, vereniging of stichting met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut. De vereniging en de stichting moeten een commerciële activiteit uitoefenen.
  De vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut moeten minstens één werkende vennoot of bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één personeelslid tewerkstellen op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen.
  De vereniging en stichting met een commerciële activiteit moeten bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één personeelslid tewerkstellen op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen;
  13° referentie-EBITDA: één vierde van de EBITDA van het kalenderjaar 2021. Indien de onderneming werd opgericht tussen 1 januari en 30 september 2021 wordt de EBITDA van het kalenderjaar 2021 pro rata berekend.
  14° referentieperiode: de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021. Voor de vestigingen in het Vlaamse Gewest die zijn opgericht tussen 1 januari en 30 september 2021 komt de referentieperiode overeen met de periode tussen de oprichtingsdatum van de onderneming, overeenkomstig de Kruispuntbank van Ondernemingen, en 31 december 2021;
  15° strategische transformatiesteun: de steun toegekend krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013 tot toekenning van strategische transformatiesteun aan ondernemingen in het Vlaamse Gewest;
  16° tijdelijk crisiskader Oekraïne: de mededeling van de Europese Commissie betreffende een tijdelijk crisiskader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie na de Russische agressie tegen Oekraïne (2022/C 426/01);
  17° verificatiebureau: het verificatiebureau, vermeld in artikel 1.1.1., § 2, 103° /1, van het Energiebesluit van 19 november 2010.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat : l'agence créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
  2° branche d'activité : la branche d'activité visée à l'article 12:11 du Code des sociétés et des associations ;
  3° décret du 16 mars 2012 : le décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
  4° EBITDA : bénéfice avant intérêts, impôts, dépréciation et amortissement, à l'exception des réductions de valeur particulières non récurrentes. L'EBITDA est attesté par un expert-comptable externe agréé, un réviseur d'entreprise ou un expert-comptable certifié ;
  5° contrat de politique énergétique : le contrat de politique énergétique du 10 novembre 2022 pour les entreprises flamandes à consommation d'énergie intensive (entreprises EDE) ou le contrat de politique énergétique du 10 novembre 2022 pour les entreprises flamandes à consommation d'énergie intensive (entreprises non EDE) ;
  6° entreprise à consommation d'énergie intensive : les entreprises visées à l'article 17, alinéa 1er, point a), alinéa 1er, de la Directive 2003/96/CE du Conseil du 27 octobre 2003 restructurant le cadre communautaire de taxation des produits énergétiques et de l'électricité, lorsque les dépenses énergétiques dans l'année civile 2021 ont représenté au moins 3 % du chiffre d'affaires réalisé au cours de la même période, tel que déduit des comptes annuels ou des comptes de résultat. Seule une société, association ou fondation ayant la personnalité juridique de droit privé et une entreprise étrangère de statut similaire, qui, dans la mesure où elles ont déjà commencé, ont déposé des comptes annuels 2022 pour les années civiles 2019, 2020 et 2021 et qui présenteront des comptes annuels pour les années civiles 2022 et 2023, peuvent être considérées comme une entreprise à consommation d'énergie intensive ;
  7° dépenses énergétiques : tous les coûts liés à l'achat de gaz naturel, y compris le GNC (compressed natural gaz) et le GNL (liquified natural gaz) et d'électricité, qui comprennent toutes les taxes sauf la taxe sur la valeur ajoutée, pour les établissements de la Région flamande, tels qu'ils sont repris dans la Banque-Carrefour des Entreprises et actifs au plus tard le 1er octobre 2021. Si une entreprise achète de la chaleur, produite à partir de gaz naturel ou d'électricité, auprès d'une entreprise liée, qui n'est pas elle-même éligible à une aide au titre du présent arrêté, les coûts sont considérés comme des dépenses énergétiques ;
  8° fournisseur externe : une entreprise non liée fournissant directement du gaz naturel ou de l'électricité au consommateur final ou indirectement par l'intermédiaire d'une entreprise liée du consommateur final. Lorsque les dépenses d'énergie sont refacturées entre des entreprises liées, l'aide est calculée sur la base des coûts payés au fournisseur externe ;
  9° niveau du groupe : l'ensemble d'entreprises liées au sens de l'article 3, alinéa 3 de l'annexe Ire au Règlement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014, déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du Traité (" le règlement général d'exemption par catégorie ") ;
  10° subvention de croissance PME : aide aux trajectoires de croissance PME octroyée en vertu du chapitre 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat et des trajectoires de croissance PME ;
  11° ministre : le ministre flamand compétent pour l'économie ;
  12° entreprise : la personne physique qui exerce une activité professionnelle en tant qu'indépendant, la société, l'association ou la fondation dotée de la personnalité juridique de droit privé et l'entreprise étrangère jouissant d'un statut équivalent. L'association et la fondation doivent exercer une activité commerciale.
  La société dotée de la personnalité juridique de droit privé et l'entreprise étrangère avec un statut comparable doivent occuper au moins un associé actif ou au moins un membre du personnel auprès de l'Office national de Sécurité sociale sur la base de la classe de personnel ONSS la plus récente disponible dans la Banque-Carrefour enrichie des Entreprises.
  L'association et la fondation ayant une activité commerciale doivent occuper auprès de l'Office national de Sécurité sociale au moins un membre du personnel sur la base de la classe de personnel ONSS la plus récente disponible dans la Banque-Carrefour enrichie des Entreprises ;
  13° EBITDA de référence : un quart de l'EBITDA de l'année civile 2021. Si l'entreprise a été créée entre le 1er janvier et le 30 septembre 2021, l'EBITDA de l'année civile 2021 est calculé au prorata.
  14° période de référence : la période du 1er janvier 2021 au 31 décembre 2021. Pour les établissements de la Région flamande créés entre le 1er janvier et le 30 septembre 2021, la période de référence correspond à la période comprise entre la date de création de l'entreprise, conformément à la Banque-Carrefour des Entreprises, et le 31 décembre 2021 ;
  15° aide stratégique à la transformation : l'aide accordée en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2013 portant octroi d'aides stratégiques à la transformation aux entreprises établies en Région flamande ;
  16° encadrement temporaire de crise Ukraine : la communication de la Commission européenne relative à l'encadrement temporaire de crise pour les mesures d'aide d'Etat visant à soutenir l'économie à la suite de l'agression de la Russie contre l'Ukraine (2022/C 426/01) ;
  17° bureau de vérification : le bureau de vérification visé à l'article 1.1.1., § 2, 103° /1, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010.
Art.2. De uitzonderlijk scherpe stijging van de energie-uitgaven ten gevolge van de Russische agressie tegen Oekraïne wordt door de Vlaamse Regering erkend als een crisis, vermeld in artikel 35 van het decreet van 16 maart 2012.
Art.2. Le Gouvernement flamand reconnaît que l'augmentation exceptionnellement forte des dépenses énergétiques à la suite de l'agression russe contre l'Ukraine constitue une crise visée à l'article 35 du décret du 16 mars 2012.
Art.3. Alle steun die toegekend wordt krachtens dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt verleend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in het tijdelijk crisiskader Oekraïne.
  De regelgeving in dit besluit valt onder de toepassing van afdeling 2.4 van het tijdelijk crisiskader Oekraïne.
  Uiterlijk op 31 december 2023 wordt beslist over de toekenning van de steun.
Art.3. Toute aide accordée en vertu du présent arrêté et de ses arrêtés d'exécution est octroyée dans les limites et conditions visées dans l'encadrement temporaire de crise Ukraine.
  La réglementation du présent arrêté relève de l'application de la section 2.4 de l'encadrement temporaire de crise Ukraine.
  Une décision relative à l'octroi de l'aide sera prise le 31 décembre 2023 au plus tard.
HOOFDSTUK 2. - Algemene voorwaarden
CHAPITRE 2. - Conditions générales
Art.4. Er wordt steun toegekend aan ondernemingen voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2023. Dit betreft de steunperiode.
Art.4. L'aide sera accordée aux entreprises pour la période du 1er janvier 2023 au 31 mars 2023. Il s'agit de la période d'aide.
Art.5. Alleen ondernemingen met een daling van de EBITDA in de steunperiode ten opzichte van de referentie-EBITDA en die aan één van volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor steun:
  1° de onderneming heeft een negatieve EBITDA in de steunperiode;
  2° de onderneming heeft een daling van de EBITDA in de steunperiode van minstens 50% ten opzichte van de referentie-EBITDA.
  De totale meerkost voor energie, vermeld in artikel 11, tweede lid, bedraagt minstens 50% van de daling van de EBITDA, vermeld in het eerste lid.
  In afwijking van het tweede lid bedraagt de totale meerkost voor energie, vermeld in artikel 11, tweede lid, minstens 35% van de referentie-EBITDA als voldaan is aan beide volgende voorwaarden:
  1° de onderneming heeft een referentie-EBITDA hoger dan nul;
  2° de onderneming heeft een EBITDA-daling, vermeld in het eerste lid, van meer dan 70%.
Art.5. Seules les entreprises dont l'EBITDA a diminué au cours de la période d'aide par rapport à l'EBITDA de référence et qui remplissent l'une des conditions suivantes peuvent bénéficier d'une aide :
  1° l'entreprise a un EBITDA négatif au cours de la période d'aide ;
  2° l'entreprise a une diminution de l'EBITDA dans la période d'aide d'au moins 50 % par rapport à l'EBITDA de référence.
  Le coût supplémentaire total pour l'énergie visé à l'article 11, alinéa 2, est au moins égal à 50 % de la diminution de l'EBITDA visée à l'alinéa 1er.
  Par dérogation à l'alinéa 2, le coût supplémentaire total de l'énergie visé à l'article 11, alinéa 2, est d'au moins 35 % de l'EBITDA de référence si les deux conditions suivantes sont remplies :
  1° l'entreprise a un EBITDA de référence supérieur à zéro ;
  2° l'entreprise a une diminution de l'EBITDA visée à l'alinéa 1er, de plus de 70 %.
Art.6. Een onderneming komt in aanmerking voor steun als ze in het kalenderjaar 2021 minstens 7.500 euro aan energie-uitgaven had.
  Indien de onderneming werd opgericht tussen 1 januari en 30 september 2021 worden de minimale energie-uitgaven, vermeld in het eerste lid, pro rata berekend voor het kalenderjaar 2021.
Art.6. Une entreprise est admissible au bénéfice de l'aide si elle a consacré au moins 7 500 euros de dépenses énergétiques au cours de l'année civile 2021.
  Si l'entreprise a été créée entre le 1er janvier et le 30 septembre 2021, les dépenses énergétiques minimales visées à l'alinéa 1er sont calculées au prorata de l'année civile 2021.
Art.7. Een onderneming die steun aanvraagt onder dit besluit mag in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 geen dividend uitkeren.
Art.7. Une entreprise qui demande une aide au titre du présent arrêté ne peut pas verser de dividendes pendant la période du 1er janvier 2023 au 31 décembre 2023.
Art.8. Een onderneming die steun ontvangt onder dit besluit komt gedurende het kalenderjaar 2023 niet in aanmerking voor strategische transformatiesteun.
  Als het gaat om een project van uitzonderlijk belang voor de ontwikkeling van de regionale economie, zoals vermeld in artikel 9 van het besluit strategische transformatiesteun, kan de Vlaamse Regering binnen de maximale Europese grenzen, afwijkingen toestaan op het eerste lid.
Art.8. Une entreprise bénéficiant d'une aide au titre du présent arrêté ne pourra pas bénéficier d'une aide stratégique à la transformation au cours de l'année civile 2023.
  S'il s'agit d'un projet présentant un intérêt exceptionnel pour le développement de l'économie régionale, tel que mentionné à l'article 9 de l'arrêté accordant une aide stratégique à la transformation, le Gouvernement flamand peut, dans les limites maximales européennes, autoriser des dérogations à l'alinéa 1er.
Art.9. Vanaf de start van de steunperiode tot 12 maanden na het verlopen van de steunperiode wordt de steun, uitbetaald onder dit besluit, in mindering gebracht van het maximale steunbedrag van een aanvraag kmo-groeisubsidie.
Art.9. A partir du début de la période d'aide jusqu'à 12 mois après l'expiration de la période d'aide, l'aide payée en vertu du présent arrêté est déduite du montant maximal de l'aide d'une demande de subvention à la croissance des PME.
HOOFDSTUK 3. - Steunintensiteit
CHAPITRE 3. - Intensité de l'aide
Art.10. Het budget voor deze maatregel bedraagt 125 miljoen euro.
  In geval van overschrijding wordt het beschikbare budget pro rata uitbetaald aan de begunstigde ondernemingen, na toepassing van de steunpercentages en steunplafonds, vermeld in de artikelen 12, 13, 14 en 16 van dit besluit.
Art.10. Le budget pour cette mesure s'élève à 125 millions d'euros.
  En cas de dépassement, le budget disponible sera versé au prorata aux entreprises bénéficiaires, après application des taux et plafonds d'aide visés aux articles 12, 13, 14 et 16 du présent arrêté.
Art.11. De steun wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende meerkost.
  De totale meerkost is het product van enerzijds het verschil tussen de eenheidsprijs die de vestigingen in het Vlaamse Gewest, zoals opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemen en actief op uiterlijk 1 oktober 2021, als eindverbruiker bij een externe leverancier hebben betaald tijdens de steunperiode en de gemiddelde eenheidsprijs die deze vestigingen als eindverbruiker bij een externe leverancier hebben betaald voor deze energie-uitgaven tijdens de referentieperiode, en anderzijds het volume dat voor dit energietype is verbruikt tijdens de steunperiode, door deze vestigingen.
  De totale meerkost wordt berekend voor de volledige steunperiode en per energietype, op basis van de energiefacturen, en opgeteld over beide energietypes.
  De in aanmerking komende meerkost wordt berekend volgens de berekening van de totale meerkost, vermeld in het tweede lid, waarbij de gemiddelde eenheidsprijs tijdens de referentieperiode wordt verhoogd met 50% én waarbij het volume per energietype per maand in de steunperiode maximaal 70% van het verbruikte volume in dezelfde maand in 2021 bedraagt. Voor ondernemingen opgericht in het kalenderjaar 2021 wordt een gemiddeld maandelijks volume in de steunperiode pro rata berekend.
  De in aanmerking komende meerkost wordt berekend zowel per maand als per energietype op basis van de energiefacturen. Als de in aanmerking komende meerkost voor een bepaald energietype of voor een bepaalde maand negatief is, wordt dit bedrag in mindering gebracht.
  De meerkost voor warmte wordt berekend aan de hand van de kosten van elektriciteit en aardgas die gebruikt werden om deze warmte op te wekken. Verkochte volumes van elektriciteit, opgewekt op basis van aardgas, worden in mindering gebracht van deze energie-uitgaven.
Art.11. L'aide est calculée comme un pourcentage du coût supplémentaire éligible.
  Le coût supplémentaire total est le produit de, d'une part, la différence entre le prix unitaire payé par les implantations en Région flamande, telles que reprises dans la Banque-Carrefour des Entreprises et actives au plus tard le 1er octobre 2021, en tant que consommateur final auprès d'un fournisseur externe pendant la période d'aide et le prix unitaire moyen payé par ces implantations en tant que consommateur final auprès d'un fournisseur externe pour les dépenses énergétiques pendant la période de référence, et, d'autre part, le volume consommé par ces implantations pour ce type d'énergie pendant la période d'aide.
  Le coût supplémentaire total est calculé pour l'ensemble de la période d'aide et par type d'énergie, sur la base des factures d'énergie, et additionné pour les deux types d'énergie.
  Le coût supplémentaire éligible est calculé selon le calcul du coût supplémentaire total visé à l'alinéa 2, lorsque le prix unitaire moyen au cours de la période de référence est majoré de 50 % et que le volume par type d'énergie par mois au cours de la période d'aide ne dépasse pas 70 % du volume consommé au cours du même mois en 2021. Pour les entreprises établies au cours de l'année civile 2021, un volume mensuel moyen au cours de la période d'aide est calculé au prorata.
  Le coût éligible est calculé tant par mois que par type d'énergie sur la base des factures d'énergie. Si le coût supplémentaire éligible pour un certaines type d'énergie ou pour un certain mois est négatif, ce montant sera déduit.
  Le coût supplémentaire de la chaleur est calculé sur la base du coût de l'électricité et du gaz naturel utilisés pour produire cette chaleur. Les volumes vendus d'électricité produite à partir de gaz naturel sont déduits de ces dépenses énergétiques.
Art.12. De steun bedraagt 25% van de in aanmerking komende meerkost, vermeld in artikel 11, derde lid.
  De steun bedraagt maximaal het verschil tussen 70% van de referentie-EBITDA en de EBITDA van de onderneming van de steunperiode. Indien de EBITDA in de referentieperiode negatief was, mag de steun niet leiden tot een stijging van de EBITDA in de steunperiode tot boven 0.
  Het maximale steunbedrag voor de onderneming en op groepsniveau bedraagt 500.000 euro.
Art.12. L'aide s'élève à 25 % du coût supplémentaire éligible visé à l'article 11, alinéa 3.
  L'aide ne dépassera pas la différence entre 70 % de l'EBITDA de référence et l'EBITDA de l'entreprise de la période d'aide. Si l'EBITDA était négatif au cours de la période de référence, l'aide ne peut entraîner une augmentation de l'EBITDA supérieure à 0 au cours de la période d'aide.
  Le montant maximum d'aide pour l'entreprise et au niveau du groupe est de 500 000 euros.
Art.13. Voor energie-intensieve ondernemingen bedraagt de steun 30% van de in aanmerking komende meerkost, vermeld in artikel 11, derde lid.
  De steun bedraagt maximaal het verschil tussen 70% van de referentie-EBITDA en de EBITDA van de onderneming van de steunperiode. Indien de EBITDA in de referentieperiode negatief was, mag de steun niet leiden tot een stijging van de EBITDA in de steunperiode tot boven 0.
  Het maximale steunbedrag voor de onderneming en op groepsniveau bedraagt 4.000.000 euro.
Art.13. Pour les entreprises à consommation d'énergie intensive, l'aide s'élève à 30 % du coût supplémentaire éligible visé à l'article 11, alinéa 3.
  L'aide ne dépassera pas la différence entre 70 % de l'EBITDA de référence et l'EBITDA de l'entreprise de la période d'aide. Si l'EBITDA était négatif au cours de la période de référence, l'aide ne peut pas entraîner une augmentation de l'EBITDA supérieure à 0 au cours de la période d'aide.
  Le montant maximum d'aide pour l'entreprise et au niveau du groupe est de 4 000 000 euros.
Art.14. Voor energie-intensieve ondernemingen die actief zijn in een of meer bijzonder getroffen sectoren en subsectoren, bedraagt de steun 35% van de in aanmerking komende meerkost, vermeld in artikel 11, derde lid.
  De steun bedraagt maximaal het verschil tussen 70% van de referentie-EBITDA en de EBITDA van de onderneming van de steunperiode. Indien de EBITDA in de referentieperiode negatief was, mag de steun niet leiden tot een stijging van de EBITDA in de steunperiode tot boven 0.
  Het maximale steunbedrag voor de onderneming en op groepsniveau bedraagt 7.500.000 euro.
  In het eerste lid wordt verstaan onder de bijzonder getroffen sectoren en subsectoren: de sectoren opgenomen als bijlage 1 bij het tijdelijk crisiskader Oekraïne.
  Een onderneming wordt geacht actief te zijn in een vermelde sector of subsector als ze over een overeenstemmende RSZ- of btw-NACE-code beschikt in de Kruispuntbank van Ondernemingen of indien een of meer van de activiteiten die zij uitoefent en die in de bijlage, vermeld in het vijfde lid, zijn opgenomen, in de referentieperiode meer dan 50% van haar omzet heeft gegenereerd.
Art.14. Pour les entreprises à consommation d'énergie intensive actives dans un ou plusieurs secteurs et sous-secteurs particulièrement touchés, l'aide s'élève à 35 % du coût supplémentaire éligible.
  L'aide ne dépassera pas la différence entre 70 % de l'EBITDA de référence et l'EBITDA de l'entreprise de la période d'aide. Si l'EBITDA était négatif au cours de la période de référence, l'aide ne peut pas entraîner une augmentation de l'EBITDA supérieure à 0 au cours de la période d'aide.
  Le montant maximum d'aide pour l'entreprise et au niveau du groupe est de 7 500 000 euros.
  A l'alinéa 1er, on entend par secteurs et sous-secteurs particulièrement touchés : les secteurs figurant à l'annexe 1re de l'encadrement temporaire de crise pour l'Ukraine.
  Une entreprise est réputée être active dans un secteur ou sous-secteur mentionné si elle dispose d'un code ONSS ou NACE T.V.A. dans la Banque-Carrefour des Entreprises ou si une ou plusieurs des activités qu'elle exerce et qui sont reprises dans l'annexe visée à l'alinéa 5 ont généré plus de 50 % de son chiffre d'affaires au cours de la période de référence.
HOOFDSTUK 4. - Steun voor een bedrijfstak
CHAPITRE 4. - Aide à une branche d'activité
Art.15. Een energie-intensieve onderneming met een referentie-EBITDA hoger dan nul, die niet voldoet aan één van de voorwaarden vermeld in artikel 5 van dit besluit, komt in aanmerking voor steun voor een of meerdere bedrijfstakken van de onderneming onder de volgende voorwaarden:
  1° de onderneming heeft een daling van de EBITDA in de steunperiode van minstens 40% ten opzichte van de referentie-EBITDA;
  2° de onderneming heeft een omzet van minstens 40 miljoen euro in het kalenderjaar 2021;
  3° elke betrokken bedrijfstak heeft uiterlijk op 1 oktober 2021 actieve vestigingen in het Vlaamse Gewest, zoals opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  4° elke betrokken bedrijfstak heeft een omzet van minstens 20 miljoen euro in het kalenderjaar 2021;
  5° elke betrokken bedrijfstak heeft een negatieve EBITDA in de steunperiode;
  6° voor elke betrokken bedrijfstak bedraagt de in aanmerking komende meerkost, vermeld in artikel 11, derde lid, minstens 50% van de negatieve EBITDA in de steunperiode.
  De overige voorwaarden van dit besluit blijven van toepassing voor de toekenning van de steun, vermeld in het eerste lid.
Art.15. Une entreprise à consommation d'énergie intensive dont l'EBITDA de référence est supérieure à zéro, qui ne remplit pas l'une des conditions visées à l'article 5 du présent arrêté, peut bénéficier d'une aide pour une ou plusieurs branches d'activité de l'entreprise dans les conditions suivantes :
  1° l'entreprise a une diminution de l'EBITDA dans la période d'aide d'au moins 40 % par rapport à l'EBITDA de référence ;
  2° l'entreprise réalise un chiffre d'affaires d'au moins 40 millions d'euros au cours de l'année civile 2021 ;
  3° chaque branche d'activité concernée a, au plus tard le 1 octobre 2021, des implantations actives en Région flamande, telles que reprises dans la Banque-Carrefour des Entreprises ;
  4° chaque branche d'activité concernée a un chiffre d'affaires d'au moins 20 millions d'euros au cours de l'année civile 2021 ;
  5° chaque branche d'activité concernée présente un EBITDA négatif au cours de la période d'aide ;
  6° pour chaque branche d'activité concernée, les coûts supplémentaires éligibles mentionnés à l'article 11, alinéa 3, représentent au moins 50 % de l'EBITDA négatif au cours de la période d'aide.
  Les autres conditions du présent arrêté restent d'application pour l'octroi de l'aide visée à l'alinéa 1er.
Art.16. De steun wordt berekend overeenkomstig de artikelen 13 en 14.
  De steun bedraagt maximaal het verschil tussen 70% van de referentie-EBITDA en de EBITDA van de onderneming van de steunperiode. Indien de EBITDA in de referentieperiode negatief was, mag de steun niet leiden tot een stijging van de EBITDA in de steunperiode tot boven 0.
  Het maximale steunbedrag voor energie-intensieve ondernemingen die steun aanvragen voor een of meerdere bedrijfstakken bedraagt 75% van de steunplafonds overeenkomstig de artikelen 13 en 14 van dit besluit.
  In geval van overschrijding van de budgettaire enveloppe, vermeld in artikel 10 van dit besluit, wordt de steun pro rata toegekend aan de bedrijfstak na toepassing van het steunpercentage en steunplafond.
Art.16. L'aide est calculée conformément aux articles 13 et 14.
  L'aide ne dépassera pas la différence entre 70 % de l'EBITDA de référence et l'EBITDA de l'entreprise de la période d'aide. Si l'EBITDA était négatif au cours de la période de référence, l'aide ne peut pas entraîner une augmentation de l'EBITDA supérieure à 0 au cours de la période d'aide.
  Le montant maximal de l'aide pour les entreprises à consommation d'énergie intensive qui demandent une aide pour une ou plusieurs branches d'activité est de 75 % des plafonds d'aide conformément aux articles 13 et 14 du présent arrêté.
  En cas de dépassement de l'enveloppe budgétaire mentionnée à l'article 10 du présent arrêté, l'aide sera accordée au prorata à la branche d'activité après application du taux et du plafond d'aide.
HOOFDSTUK 5. - Bijkomende voorwaarden
CHAPITRE 5. - Conditions supplémentaires
Art.17. De onderneming komt alleen in aanmerking voor steun indien zij over de gehele steunperiode niet meer dan 35% van het bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid ingeschreven personeel in koppen op tijdelijke werkloosheid zet. Als kop op tijdelijke werkloosheid wordt beschouwd het personeelslid dat iedere maand van de steunperiode 10 werkdagen of meer op tijdelijke werkloosheid werd gezet.
  De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing als de onderneming kan aantonen dat het plaatsen van personeel op tijdelijke werkloosheid te wijten is aan externe omstandigheden, vreemd aan de stijgende energieprijzen.
  De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing op ondernemingen met een maximale tewerkstelling van 10 personen, op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen.
Art.17. L'entreprise ne peut bénéficier de l'aide que si, sur l'ensemble de la période d'aide, elle ne met pas en chômage temporaire plus de 35 % des personnes inscrites à l'Office national de Sécurité sociale. Est considéré comme personne qui a été mise au chômage temporaire, le membre du personnel qui, chaque mois de la période d'aide, a été mis en chômage temporaire pendant 10 jours ouvrables ou plus.
  La condition mentionnée à l'alinéa 1er ne s'applique pas si l'entreprise peut démontrer que le placement du personnel en chômage temporaire est dû à des circonstances extérieures, étrangères à la hausse des prix de l'énergie.
  La condition mentionnée à l'alinéa 1er ne s'applique pas aux entreprises qui emploient au maximum 10 personnes, sur la base de la dernière classe de personnel disponible de l'ONSS dans la Banque-Carrefour enrichie des Entreprises.
Art.18. De steun kan enkel behouden blijven indien de activiteiten van de vestigingen in het Vlaamse Gewest, als opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen, op basis waarvan de in aanmerking komende meerkost, vermeld in artikel 11, derde lid, wordt berekend gedurende vijf jaar na de uiterste indieningsdatum, overeenkomstig artikel 22, zesde lid van dit besluit, uitgeoefend blijven in de vermelde vestigingen.
  Indien de vestiging, vermeld in het eerste lid, van adres wijzigt binnen het Vlaamse Gewest, loopt de periode van vijf jaar door.
  Indien de onderneming steun ontvangt voor een bedrijfstak, overeenkomstig de artikelen 15 en 16, gelden de voorwaarden bepaald in het eerste en tweede lid voor deze bedrijfstak.
Art.18. L'aide ne peut être maintenue que si les activités des implantations en Région flamande, telles qu'elles sont reprises dans la Banque-Carrefour des Entreprises, sur la base desquelles le coût supplémentaire éligible visé à l'article 11, alinéa 3, est calculé, restent exercées dans les implantations mentionnées pendant cinq ans après la date limite d'introduction, conformément à l'article 22, alinéa 6, du présent arrêté.
  Si l'implantation visée à l'alinéa 1er change d'adresse au sein de la Région flamande, la période de cinq ans continue.
  Si l'entreprise bénéficie d'une aide pour une branche d'activité, conformément aux articles 15 et 16, les conditions prévues aux alinéas 1er et 2 pour cette branche, s'appliquent.
Art.19. De onderneming die voor minstens één vestiging behoort tot het toepassingsgebied van een energiebeleidsovereenkomst komt enkel in aanmerking voor steun als alle vestigingen van de onderneming die behoren tot het toepassingsgebied van deze energiebeleidsovereenkomst tot deze energiebeleidsovereenkomst toetreden en de voorwaarden ervan naleven gedurende de volledige looptijd ervan.
Art.19. L'entreprise appartenant au champ d'application d'un contrat de politique énergétique pour au moins une implantation ne pourra bénéficier de l'aide que si toutes les implantations de l'entreprise appartenant au champ d'application de ce contrat de politique énergétique adhèrent à ce contrat et en respectent les conditions pendant toute sa durée.
Art.20. De volgende ondernemingen komen niet in aanmerking voor steun:
  1° ondernemingen die zich in één van de volgende rechtstoestanden bevinden:
  a) ontbinding;
  b) stopzetting;
  c) faillissement;
  d) vereffening;
  2° ondernemingen die zowel in het boekjaar 2019 als het boekjaar 2021 een negatief eigen vermogen hadden;
  3° ondernemingen die op 1 oktober 2021 niet beschikten over een actieve exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest, overeenkomstig de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  4° de kredietinstellingen en de financiële instellingen die onder toezicht vallen van de Nationale Bank van België;
  5° ondernemingen waar een administratieve overheid, als vermeld in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, of een buitenlandse vergelijkbare administratieve overheid, over een dominerende invloed beschikt. Er is een vermoeden van dominerende invloed als de onderneming voor 25% of meer van het kapitaal, de inbreng of de stemrechten rechtstreeks of onrechtstreeks in handen is van de administratieve overheid. Dit vermoeden kan worden weerlegd als de onderneming kan aantonen dat de administratieve overheid in werkelijkheid geen dominerende invloed uitoefent op het beleid van de onderneming;
  6° ondernemingen die als hoofdactiviteit elektriciteits- of warmteproductie (NACE-codes 35.1 of 35.3) uitoefenen;
  7° ondernemingen die op het moment van de steunaanvraag een insolventieprocedure, als vermeld in artikel I.22, 1°, van het Wetboek van economisch recht, hebben lopen of gedagvaard zijn door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, als vermeld in de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen;
  8° ondernemingen die een openstaande onbetwiste schuld hebben bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen of het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, vermeld in artikel 41, § 1 van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002;
  9° ondernemingen die voor dezelfde steunperiode een steun onder de vorm van subsidies ontvangen van de Vlaamse Overheid als tegemoetkoming voor sterk verhoogde energiekosten.
  In het eerste lid, 6° wordt verstaan onder hoofdactiviteit: de activiteit die is opgenomen als activiteit in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder de RSZ-NACE-code of, voor zover deze niet beschikbaar is, onder de btw-NACE-code en die meer dan 50% van de omzet van 2021 vertegenwoordigt.
Art.20. Les entreprises suivantes ne sont pas éligibles à l'aide :
  1° les entreprises qui se trouvent dans une des situations juridiques suivantes :
  a) dissolution ;
  b) cessation ;
  c) faillite ;
  d) liquidation ;
  2° les entreprises qui présentaient des fonds propres négatifs à la fois pour l'exercice 2019 et pour l'exercice 2021 ;
  3° les entreprises qui ne disposaient pas, au 1er octobre 2021, d'un siège d'exploitation actif en Région flamande, conformément à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
  4° les établissements de crédit et les institutions financières relevant de la surveillance de la Banque Nationale de Belgique ;
  5° les entreprises où une autorité administrative telle que visée à l'article 14 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, ou une autorité administrative étrangère similaire, exerce une influence dominante. Il y a présomption d'influence dominante lorsque 25 % ou plus du capital, de l'apport ou des droits de vote de l'entreprise sont directement ou indirectement détenus par l'autorité administrative. Cette présomption peut être réfutée si l'entreprise peut démontrer que l'autorité administrative n'exerce en réalité aucune influence dominante sur la politique de l'entreprise ;
  6° les entreprises dont l'activité principale est la production d'électricité ou de chaleur (codes NACE 35.1 ou 35.3) ;
  7° les entreprises qui, au moment de la demande d'aide font l'objet d'une procédure d'insolvabilité telle que visée à l'article I.22, 1°, du Code de droit économique ou ont été convoquées par l'Office national de Sécurité sociale, telle que mentionnée dans la Banque-Carrefour enrichie des Entreprises ;
  8° les entreprises ayant une dette incontestée en souffrance auprès de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ou auprès du Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat, visées à l'article 41, § 1er du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002 ;
  9° les entreprises qui, pour la même période d'aide reçoivent une aide sous forme de subventions de l'Autorité flamande en compensation de la forte augmentation des coûts énergétiques.
  Dans l'alinéa 1er, 6°, on entend par activité principale : l'activité qui est reprise comme activité dans la Banque-Carrefour des Entreprises sous le code ONSS-NACE ou, dans la mesure où ce code n'est pas disponible, le code T.V.A.-NACE et qui représente plus de 50 % du chiffre d'affaires de 2021.
Art.21. De steun verleend in het kader van dit besluit is intuitu personae en kan niet worden overgedragen aan een derde en is niet vatbaar voor beslag.
  De steun kan geweigerd, niet-uitbetaald of teruggevorderd worden als de onderneming niet voldoet aan de regelgeving die van toepassing is in het Vlaamse Gewest.
Art.21. L'aide accordée dans le cadre du présent arrêté est octroyée intuitu personae, est incessible à un tiers et est insaisissable.
  L'aide peut être refusée, non payée ou récupérée si l'entreprise ne satisfait pas à la réglementation applicable en Région flamande.
HOOFDSTUK 6. - Procedure
CHAPITRE 6. - Procédure
Art.22. Na ontvangst van de facturen met betrekking tot de energie-uitgaven in de steunperiode en, voor zover verplicht, na neerlegging van de jaarrekening(en) met betrekking tot het kalenderjaar 2021 dient de onderneming een steunaanvraag in via de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, VLAIO genoemd, volgens de modaliteiten toegelicht op deze website.
  De onderneming vermeldt daarbij haar ondernemingsnummer en onder meer de omzet en de gemiddelde energiekost op maandbasis van de referentieperiode. De onderneming laadt bij haar aanvraag de gevraagde stavingstukken op, onder meer de facturen, vermeld in het eerste lid, en de facturen met betrekking tot de energie-uitgaven in de referentieperiode, een bankattest ter staving van het rekeningnummer, vermeld in artikel 24, derde lid, en het attest van de erkende externe accountant, bedrijfsrevisor of gecertificeerd account ter staving van de EBITDA, vermeld in artikel 1, 4°.
  Het Agentschap Innoveren en Ondernemen stelt een rekenmodule op voor de berekening van de maandelijkse verbruiken en kosten voor kleinverbruikers met jaarlijks uitgelezen tellers voor aardgas of elektriciteit.
  Het maandelijks aardgas- en elektriciteitsverbruik gemeten via jaarlijks uitgelezen meters wordt door het Agentschap Innoveren en Ondernemen berekend conform de door de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt ("VREG") goedgekeurde lastprofielen S11 voor elektriciteit en S31 voor aardgas voor het jaar 2021. De berekening gebeurt op basis van de twee laatste meteropnames vermeld op de recentste afrekeningsfactuur bij indiening van de steunaanvraag.
  De maandelijkse aardgas- en elektriciteitsprijs van variabele energiecontracten bij jaarlijks uitgelezen meters wordt door het Agentschap Innoveren en Ondernemen berekend op basis van het gewogen gemiddelde op basis van marktaandeel van de in Vlaanderen aangeboden variabele energiecontracten in de betrokken maanden.
  De steunaanvraag wordt ten laatste ingediend op de datum, vermeld op de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
Art.22. Après réception des factures relatives aux dépenses énergétiques pendant la période d'aide et, dans la mesure où cela est requis, après avoir déposé le(s) compte(s) annuel(s) relatif(s) à l'année civile 2021, l'entreprise introduit une demande d'aide accordée via le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, appelée VLAIO, selon les modalités expliquées sur ce site web.
  L'entreprise indique son numéro d'entreprise et, entre autres, le chiffre d'affaires et le coût moyen de l'énergie sur une base mensuelle pour la période de référence. L'entreprise télécharge, lors de sa demande, les pièces justificatives demandées, notamment les factures mentionnées à l'alinéa 1er et les factures relatives aux dépenses énergétiques dans la période de référence, une attestation bancaire à l'appui du numéro de compte mentionné à l'article 24, alinéa 3 et l'attestation du comptable externe agréé, du réviseur d'entreprises ou de l'expert-comptable certifié à l'appui de l'EBITDA mentionné à l'article 1er, 4°.
  L'Agence de l'Innovation et l'Entrepreneuriat prépare un module de calcul de la consommation et des coûts mensuels pour les petits consommateurs disposant de compteurs de gaz naturel ou d'électricité à lecture annuelle.
  La consommation mensuelle de gaz naturel et d'électricité mesurée par des compteurs à lecture annuelle est calculée par l'Agence de l'Innovation et l'Entrepreneuriat conformément aux profils de charge S11 pour l'électricité et S31 pour le gaz naturel pour l'année 2021, approuvés par le Régulateur flamand du marché de l'électricité et du gaz (" VREG "). Le calcul est effectué sur la base des deux derniers relevés de compteur mentionnés sur la facture de décompte la plus récente au moment de l'introduction de la demande d'aide.
  Le prix mensuel du gaz naturel et de l'électricité des contrats d'énergie variable aux compteurs relevés annuellement est calculé par l'Agence de l'innovation et de l'Entrepreunariat sur la base de la moyenne pondérée fondée sur la part de marché des contrats d'énergie variable proposés en Flandre au cours des mois concernés.
  La demande de subvention est introduite au plus tard à la date mentionnée sur le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat.
Art.23. De steunaanvraag wordt elektronisch afgehandeld.
  Het Agentschap Innoveren en Ondernemen onderzoekt de naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij dit besluit en beslist of de steun wordt toegekend.
  Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan zich beroepen op het verificatiebureau ter controle van de steunaanvraag en de stavingstukken.
  Indien het onderzoek vermeld in het tweede lid niet kan worden afgerond binnen de beslissingstermijn, vermeld in artikel 3, derde lid, kan het Agentschap Innoveren en Ondernemen een beslissing tot voorwaardelijke steuntoekenning nemen.
  De onderneming ontvangt een schriftelijke kennisgeving van de beslissing, vermeld in het tweede en vierde lid.
Art.23. La demande d'aide est traitée de manière électronique.
  L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat contrôle le respect des conditions imposées par le présent arrêté et décide de l'octroi de l'aide.
  L'Agence de l'Innovation et l'Entrepreneuriat peut faire appel au bureau de vérification pour contrôler la demande d'aide et les pièces justificatives.
  Si l'examen visé à l'alinéa 2 ne peut être achevé dans le délai de décision visé à l'article 3, alinéa 3, l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut prendre la décision d'accorder un aide conditionnelle.
  L'entreprise reçoit une notification écrite de la décision visée aux alinéas 2 et 4.
Art.24. De uitbetaling gebeurt na controle van de stavingstukken en onder de voorwaarde dat de onderneming de voorwaarden die zijn opgelegd bij het decreet van 16 maart 2012, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten ervan heeft nageleefd, zich niet bevindt in één van de rechtstoestanden, vermeld in artikel 20, 1°, of een insolventieprocedure, vermeld in artikel 20, 7°.
  Als bij de controle van de uitbetalingsaanvraag blijkt dat de onderneming ook een subsidie verleend door de Vlaamse Overheid als tegemoetkoming voor sterk verhoogde energiekosten heeft aangevraagd zal de onderneming moeten kenbaar maken of ze voor de steun onder dit besluit kiest of voor voormelde subsidie.
  De steun wordt alleen uitbetaald op een zakelijk Belgisch rekeningnummer op naam van de begunstigde onderneming. De begunstigde onderneming blijft steeds verantwoordelijk voor de naleving van de voorwaarden waarbij de steun werd toegekend en voor de verantwoording van de aanwending ervan.
Art.24. Le paiement est effectué après le contrôle des justificatifs et à condition que l'entreprise ait respecté les conditions imposées par le décret du 16 mars 2012, le présent arrêté ou ses arrêtés d'exécution, ne se trouve pas dans l'une des situations juridiques visées à l'article 20, 1°, ou dans une procédure d'insolvabilité visée à l'article 20, 7°.
  Si la vérification de la demande de paiement montre que l'entreprise a également demandé une subvention accordée par l'Autorité flamande en compensation de la forte augmentation des coûts énergétiques, l'entreprise devra faire savoir si elle opte pour l'aide au titre du présent arrêté ou pour la subvention susmentionnée.
  L'aide sera payée uniquement sur un numéro de compte réel belge au nom de l'entreprise bénéficiaire. L'entreprise bénéficiaire demeure toujours responsable du respect des conditions d'octroi de l'aide et de la justification de son affectation.
HOOFDSTUK 7. - Controle en terugvordering
CHAPITRE 7. - Contrôle et récupération
Art.25. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan de waarachtigheid van onder meer de door de onderneming gerapporteerde omzet, de EBITDA en de energie-uitgaven controleren op basis van de administratieve gegevens en van de boekhouding van de onderneming, en dit zowel voorafgaandelijk aan als tot vijf jaar na de uitbetaling van de steun.
  De begunstigde onderneming geeft bij indiening van de steunaanvraag het Agentschap Innoveren en Ondernemen de toelating om de gegevens, vermeld in het eerste lid, op te vragen bij de federale of Vlaamse gegevensbronnen, de netbeheerders, de energieleveranciers en het verificatiebureau.
  Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan beroep doen op het verificatiebureau ter controle van de voorwaarden vermeld in artikel 19.
  In toepassing van artikel 40 van het decreet van 16 maart 2012 wordt de steun teruggevorderd in geval van niet-naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij het voormelde decreet, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten ervan.
  Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.
  Als uit een controle blijkt dat de onderneming een steunaanvraag heeft ingediend op basis van onjuiste verklaringen of foutieve informatie en die niet spontaan heeft gecorrigeerd, komt die onderneming gedurende een periode van vijf jaar, vanaf het moment van de kennisgeving van de voormelde vaststelling, niet in aanmerking voor steun, als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 16 maart 2012, artikel 4, eerste en vijfde lid, van het decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning van een hinderpremie aan kleine ondernemingen die ernstige hinder ondervinden van openbare werken in het Vlaamse Gewest, en artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.
Art.25. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut vérifier, entre autres, la véracité du chiffre d'affaires déclaré par l'entreprise, l'EBITDA et les dépenses énergétiques, sur la base des données administratives et de la comptabilité de l'entreprise, et ce avant et jusqu'à cinq ans après le versement de l'aide.
  Lors de l'introduction de la demande d'aide, l'entreprise bénéficiaire autorise l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat à demander les données mentionnées à l'alinéa 1er aux sources de données fédérales ou flamandes, aux gestionnaires du réseau, aux fournisseurs d'énergie et au bureau de vérification.
  L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut faire appel au bureau de vérification pour vérifier les conditions visées à l'article 19.
  En application de l'article 40 du décret du 16 mars 2012, l'aide est récupérée en cas de non-respect des conditions imposées par le décret précité, le présent arrêté ou ses arrêtés d'exécution.
  Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés.
  S'il ressort d'un contrôle que l'entreprise a introduit une demande d'aide sur la base de déclarations inexactes ou d'informations erronées et qu'elle ne les a pas corrigées spontanément, cette entreprise n'est pas éligible, pendant une période de cinq ans à compter du moment de la notification du constat précité, à l'aide telle que visée à l'article 3, 5°, du décret du 16 mars 2012, à l'article 4, alinéas 1er et 5, du décret du 15 juillet 2016 portant octroi d'une prime de nuisances aux petites entreprises sérieusement incommodées par des travaux publics en Région flamande, et à l'article 41ter, § 2, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002.
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Art.26. De minister kan bijkomende preciseringen bepalen.
Art.26. Le ministre peut arrêter des précisions supplémentaires.
Art.27. De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.27. Le ministre est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. 28. Dit besluit treedt in werking op 21 april 2023.
  De minister kan dit besluit opheffen.
Art. 28. Le présent arrêté entre en vigueur le 21 avril 2023
  Le ministre peut abroger le présent arrêté.