Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
11 JANUARI 2023. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestatie van gebouwen
Titre
11 JANVIER 2023. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 28 novembre 2013 relatif Ă  la performance Ă©nergĂ©tique des bĂątiments
Documentinformatie
Numac: 2023030672
Datum: 2023-01-11
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023030672
Date: 2023-01-11
Moniteur: Voir
Inhoud
Inhoud
Tekst (37)
Texte (37)
Artikel 1. Artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 wordt aangevuld met een punt 3°, luidend als volgt:
  "3° Richtlijn (EU) 2018/844 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen en Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie".
Article 1er. L'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 28 novembre 2013 est complĂ©tĂ© par un 3°, rĂ©digĂ© comme suit :
  " 3° la Directive 2018/844/UE du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 modifiant la directive 2010/31/UE sur la performance énergétique des bùtiments et la directive 2012/27/UE relative à l'efficacité énergétique ".
Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 18 december 2014 en 28 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in 4° worden de woorden "Waalse Overheidsdienst, Operationeel directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Erfgoed en Energie" vervangen door de woorden "Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie";
  2° er wordt een punt 14° ingevoegd, luidend als volgt:
  "14° ventilatiesysteem gecombineerd met een verwarmings- of klimaatregelingssysteem: een ventilatiesysteem uitgerust:
  a) ofwel met warmte-/koude- afgifte-elementen die zijn aangesloten op het verwarmings-/ klimaatregelingssysteem;
  b) ofwel met warmte-/koude- afgifte-elementen die niet zijn aangesloten op het verwarmings- of klimaatregelingssysteem en die een ruimte bedient voorzien van warmte-/koude- afgifte-elementen die zijn aangesloten op het verwarmings- of klimaatregelingssysteem.".
Art. 2. Dans l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement wallon du 18 dĂ©cembre 2014 et du 28 janvier 2016, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au 4°, les mots " Service public de Wallonie, la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie " sont remplacés par les mots " Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie " ;
  2° un 14° est inséré, rédigé comme suit :
  " 14° systÚme de ventilation combiné à un systÚme de chauffage ou de climatisation : un systÚme de ventilation équipé :
  a) soit, d'émetteurs de chaleur ou de froid reliés au systÚme de chauffage ou de climatisation ;
  b) soit, d'émetteurs de chaleur ou de froid qui ne sont pas reliés au systÚme de chauffage ou de climatisation, lorsque le systÚme de ventilation dessert un local équipé d'émetteurs de chaleur ou de froid reliés au systÚme de chauffage ou de climatisation. ".
Art. 3. In hetzelfde besluit wordt een artikel 3/1 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. 3/1. De energieprestatie van de systemen wordt beoordeeld op basis van de in bijlage C4 vastgestelde methode.".
Art. 3. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 3/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 3/1. La performance énergétique des systÚmes est évaluée sur base de la méthode déterminée à l'annexe C4. ".
Art. 4. In artikel 5, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "Minister" vervangen door de woorden "directeur van de administratie".
Art. 4. Dans l'article 5, § 3, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " Ministre " est remplacĂ© par les mots " directeur de l'administration ".
Art. 5. In artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "Minister" vervangen door de woorden "directeur van de administratie".
Art. 5. Dans l'article 6, alinéa 1er, le mot " Ministre " est remplacé par les mots " directeur de l'administration ".
Art. 6. In artikel 7, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "Minister" vervangen door de woorden "directeur van de administratie".
Art. 6. Dans l'article 7, le mot " Ministre " est remplacé par les mots " directeur de l'administration ".
Art. 7. In artikel 8, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "Minister" vervangen door de woorden "directeur van de administratie".
Art. 7. Dans l'article 8, § 3, alinéa 1er, le mot " Ministre " est remplacé par les mots " directeur de l'administration ".
Art. 8. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van Titel III aangevuld met de woorden "en de elektromobiliteit".
Art. 8. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© du titre III est complĂ©tĂ© par les mots " et d'Ă©lectromobilitĂ© ".
Art. 9. In hetzelfde besluit wordt een artikel 9/1 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art.9/1. § 1. De eisen van de artikelen 13/1, 13/2 en 13/3, § 1, van hetzelfde decreet zijn niet van toepassing wanneer:
  1° de vereiste infrastructuur voor leidingen afhankelijk is van geïsoleerde microsystemen;
  2° de gebouwen eigendom zijn van en gebruikt worden door kleine en middelgrote ondernemingen, zoals gedefinieerd in titel I van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EC van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen;
  3° de kosten van de oplaadinstallaties en leidingen meer bedragen dan 7 % van de totale kosten van de ingrijpende renovatie van het gebouw.
  De Minister kan de modaliteiten voor de toepassing van het eerste lid bepalen.
  Hij specificeert de elementen voor het bepalen van de kosten van de werken, bedoeld in het eerste lid, 3°.
  § 2. Als de EPB-aangever acht dat zijn aanvraag geheel of gedeeltelijk in aanmerking kan komen voor één van de in paragraaf 1 bedoelde uitzonderingen op de eisen inzake elektromobiliteit, voegt hij bij zijn vergunningsaanvraag voor het desbetreffende onderdeel, in plaats van de beschrijving van de maatregelen die moeten worden uitgevoerd om aan de eisen inzake elektromobiliteit te voldoen, een verantwoordingsnota waarin de toepasselijke uitzondering wordt aangegeven.
  De aangever die geen verantwoordingsnota bij zijn aanvraag voegt, ziet af van het voordeel van de uitzondering.".
Art. 9. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 9/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 9/1. § 1er. Les exigences des articles 13/1, 13/2 et 13/3, § 1er, du décret ne sont pas applicables lorsque :
  1° l'infrastructure de raccordement nécessaire repose sur des micro-réseaux isolés ;
  2° les bùtiments sont possédés et occupés par des petites et moyennes entreprises, définies à l'annexe, titre I, de la recommandation 2003/361/CE de la Commission du 6 mai 2003 concernant la définition des micros, petites et moyennes entreprises ;
  3° lorsque le coût des installations de recharge et de raccordement représente plus de 7 % du coût total de la rénovation importante du bùtiment.
  Le Ministre peut déterminer les modalités d'application de l'alinéa 1er ;
  Il précise les éléments permettant de déterminer le coût des travaux visés à l'alinéa 1er, 3°.
  § 2. Lorsque le déclarant PEB estime que sa demande peut bénéficier, en tout ou en partie, d'une des exceptions aux exigences d'électromobilité établies au paragraphe 1er, il joint à sa demande de permis, pour la partie concernée, à la place du descriptif des mesures à mettre en oeuvre pour répondre aux exigences d'électromobilité, une note justificative indiquant l'exception applicable.
  Le déclarant qui ne joint pas de note justificative à sa demande renonce à se prévaloir de l'exception. ".
Art. 10. Artikel 19/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 28 januari 2016 en gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 15 december 2016, wordt vervangen als volgt:
  "19/1. In de gebouwen en EPB-eenheden voldoen de in artikel 2, 15°, van het decreet bedoelde systemen, wanneer zij worden geïnstalleerd, vervangen of aangepast, aan de eisen inzake energieprestaties, correcte installatie, passende dimensionering, afstelling en regeling, zoals bepaald in bijlage C 4, voor zover dit technisch, economisch en functioneel haalbaar is.".
Art. 10. L'article 19/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 28 janvier 2016 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 15 dĂ©cembre 2016, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 19/1. Dans les bùtiments et unités PEB, les systÚmes visés à l'article 2, 15°, du décret respectent, lors de leur installation, leur remplacement ou leur modernisation, les exigences de performance énergétique, d'installation correcte, de dimensionnement, de réglage et de contrÎle appropriés, déterminées à l'annexe C 4 lorsque c'est techniquement, économiquement et fonctionnellement réalisable. ".
Art. 11. Artikel 19/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 28 januari 2016, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 19/2. Voor de toepassing van artikel 12, § 1, lid 6, van het decreet wordt de beoordeling van de prestaties van het gewijzigde onderdeel of, in voorkomend geval, van het gehele systeem gedocumenteerd overeenkomstig bijlage C4.".
Art. 11. L'article 19/2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 28 janvier 2016, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 19/2. Pour l'application de l'article 12, § 1er, alinéa 6, du décret, l'évaluation de la performance de la partie modifiée ou, le cas échéant, de l'ensemble du systÚme est documentée conformément à l'annexe C4. ".
Art. 12. In hetzelfde besluit wordt een artikel 19/3 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. 19/3. § 1. Uiterlijk op 31 december 2025 moeten niet-residentiële gebouwen die worden bediend door verwarmingssystemen en, indien van toepassing, door ventilatiesystemen gecombineerd met dergelijke verwarmingssystemen en die een totaal nominaal vermogen hebben van meer dan 290 kW, zijn uitgerust met een systeem voor gebouwautomatisering en -controle met functies die voldoen aan de eisen van bijlage C4.
  De in lid 1 bedoelde eisen zijn van toepassing op gebouwen die zowel delen voor individuele huisvesting als delen voor niet-residentiële of collectieve huisvesting omvatten, wanneer de som van de oppervlakten van de delen voor niet-residentiële of collectieve huisvesting gelijk is aan of groter is dan vijftig procent van de totale bruikbare vloeroppervlakte van het gebouw.
  § 2. Uiterlijk op 31 december 2025 moeten niet-residentiële gebouwen die worden bediend door klimaatregelingssystemen en, indien van toepassing, door ventilatiesystemen gecombineerd met dergelijke klimaatregelingssystemen en die een totaal nominaal vermogen hebben van meer dan 290 kW, zijn uitgerust met een systeem voor gebouwautomatisering en -controle met functies die voldoen aan de eisen van bijlage C4.
  De in lid 1 bedoelde eisen zijn van toepassing op gebouwen die zowel delen voor individuele huisvesting als delen voor niet-residentiële of collectieve huisvesting omvatten, wanneer de som van de oppervlakten van de delen voor niet-residentiële of collectieve huisvesting gelijk is aan of groter is dan vijftig procent van de totale bruikbare vloeroppervlakte van het gebouw.
  § 3. Uiterlijk op 31 december 2025 voldoen de verwarmings- en klimaatregelingssystemen in alle gebouwen aan de controle-eisen van bijlage C4.
  § 4. Uiterlijk op 31 december 2025 worden de warmwaterleidingen voor verwarming en warm tapwater, de leidingen voor gekoeld water en de luchtkanalen in alle gebouwen geïsoleerd volgens de eisen van bijlage C4.
Art. 12. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, un article 19/3 est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 19/3. § 1er. D'ici au 31 décembre 2025, les bùtiments non résidentiels qui sont desservis par des systÚmes de chauffage et, le cas échéant, par des systÚmes de ventilation combinés à ces systÚmes de chauffage et qui totalisent une puissance nominale utile de plus de 290 kW, sont équipés d'un systÚme d'automatisation et de contrÎle de bùtiment dont les fonctionnalités répondent aux exigences de l'annexe C4.
  Les exigences visées à l'alinéa 1er sont applicables aux bùtiments comprenant à la fois des parties destinées au logement individuel et des parties non résidentielles ou destinées au logement collectif, lorsque la somme des surfaces des parties non résidentielles ou destinées au logement collectif est supérieure ou égale à cinquante pour cent de la surface utile totale du bùtiment.
  § 2. D'ici au 31 décembre 2025, les bùtiments non résidentiels qui sont desservis par des systÚmes de climatisation et, le cas échéant, par des systÚmes de ventilation combinés à ces systÚmes de climatisation et qui totalisent une puissance nominale utile de plus de 290 kW, sont équipés d'un systÚme d'automatisation et de contrÎle de bùtiment dont les fonctionnalités répondent aux exigences de l'annexe C4.
  Les exigences visées à l'alinéa 1er sont applicables aux bùtiments comprenant à la fois des parties destinées au logement individuel et des parties non résidentielles ou destinées au logement collectif, lorsque la somme des surfaces des parties non résidentielles ou destinées au logement collectif est supérieure ou égale à cinquante pour cent de la surface utile totale du bùtiment.
  § 3. D'ici au 31 décembre 2025, les systÚmes de chauffage et les systÚmes de climatisation équipant tous les bùtiments répondent aux exigences de régulation de l'annexe C4.
  § 4. D'ici au 31 décembre 2025, les conduites d'eau chaude pour le chauffage et l'eau chaude sanitaire, les conduites d'eau glacée et les conduits d'air équipant tous les bùtiments sont calorifugés conformément aux exigences de l'annexe C4. ".
Art. 13. In titel III van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk II/1 ingevoegd, dat artikel 19/4 omvat, luidend als volgt:
  "Hoofdstuk II/1. Eisen inzake elektromobiliteit
Art. 13. Dans le titre III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un chapitre II/1, comportant l'article 19/4, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Chapitre II/1. Exigences d'électromobilité
Art. 19/4. § 1. Vanaf 1 januari 2025 moeten niet-residentiële gebouwen met meer dan 20 parkeerplaatsen voorzien zijn van een oplaadpunt, alsook van de infrastructuur voor leidingen voor één op de vijf parkeerplaatsen, wanneer:
  1° het parkeerterrein zich binnen het gebouw bevindt;
  2° het parkeerterrein zich naast het gebouw bevindt.
  Met betrekking tot punt 1, 2°, wordt ervan uitgegaan dat een parkeerterrein grenst aan het gebouw indien aan de volgende drie criteria is voldaan:
  1° er is een fysieke of technische verbinding tussen het parkeerterrein en het gebouw;
  2° het parkeerterrein wordt uitsluitend of hoofdzakelijk door de bewoners van het gebouw gebruikt;
  3° het parkeerterrein en het gebouw zijn eigendom van dezelfde houder van een zakelijk recht.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde eisen zijn van toepassing op gebouwen waarvan de som van de oppervlakten van de niet-residentiële delen of van de voor collectieve huisvesting bestemde delen gelijk is aan of groter is dan de som van de oppervlakten van de delen bestemd voor individuele huisvesting, die meer dan twintig parkeerplaatsen omvatten, wanneer:
  1° het parkeerterrein zich binnen het gebouw bevindt;
  2° het parkeerterrein zich naast het gebouw bevindt.
  Met betrekking tot punt 1, 2°, wordt ervan uitgegaan dat een parkeerterrein grenst aan het gebouw indien aan de volgende drie criteria is voldaan:
  1° er is een fysieke of technische verbinding tussen het parkeerterrein en het gebouw;
  2° het parkeerterrein wordt uitsluitend of hoofdzakelijk door de bewoners van het gebouw gebruikt;
  3° het parkeerterrein en het gebouw zijn eigendom van dezelfde houder van een zakelijk recht.
  De in lid 1 bedoelde oppervlakten zijn de overeenkomstig de bijlagen A1 en A3 bepaalde verwarmde of geklimatiseerde vloeroppervlakten.
  § 3. De in artikel 13/3, § 1, van het decreet bedoelde oppervlakten zijn de overeenkomstig de bijlagen A1 en A3 bepaalde verwarmde of geklimatiseerde vloeroppervlakten.".
Art. 19/4. § 1er. A partir du 1er janvier 2025, les bùtiments non résidentiels comprenant plus de vingt emplacements de stationnement sont équipés d'un point de recharge, ainsi que de l'infrastructure de raccordement pour un emplacement de stationnement sur cinq lorsque :
  1° le parc de stationnement est situé à l'intérieur du bùtiment ;
  2° le parc de stationnement jouxte le bùtiment.
  Concernant l'alinéa 1er, 2°, pour considérer qu'un parc de stationnement jouxte le bùtiment, les trois critÚres suivants sont respectés :
  1° il existe une connexion physique ou technique entre le parc de stationnement et le bùtiment ;
  2° le parc de stationnement est utilisé exclusivement ou principalement par les occupants du bùtiment ;
  3° le parc de stationnement et le bĂątiment sont dĂ©tenus par le mĂȘme titulaire de droit rĂ©el.
  § 2. Les exigences visées au paragraphe 1er sont applicables aux bùtiments dont la somme des surfaces des parties non résidentielles ou destinées au logement collectif est supérieure ou égale à la somme des surfaces des parties destinées au logement individuel, comprenant plus de vingt emplacements de stationnement, lorsque :
  1° le parc de stationnement est situé à l'intérieur du bùtiment ;
  2° le parc de stationnement jouxte le bùtiment.
  Concernant l'alinéa 1er, 2°, pour considérer qu'un parc de stationnement jouxte le bùtiment, les trois critÚres suivants sont respectés :
  1° il existe une connexion physique ou technique entre le parc de stationnement et le bùtiment ;
  2° le parc de stationnement est utilisé exclusivement ou principalement par les occupants du bùtiment ;
  3° le parc de stationnement et le bĂątiment sont dĂ©tenus par le mĂȘme titulaire de droit rĂ©el.
  Les surfaces visées à l'alinéa 1er sont les surfaces de plancher chauffées ou climatisées, déterminées conformément aux annexes A1 et A3.
  § 3. Les surfaces visées à l'article 13/3, § 1er, du décret sont les surfaces de plancher chauffées ou climatisées, déterminées conformément aux annexes A1 et A3. ".
Art. 14. In Titel III van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk III aangevuld met de woorden "en de eisen inzake elektromobiliteit".
Art. 14. Dans le titre III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© du chapitre III est complĂ©tĂ© par les mots " et aux exigences d'Ă©lectromobilitĂ© ".
Art. 15. Artikel 21 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt :
  1° in het eerste lid worden de woorden "en de eisen inzake elektromobiliteit" ingevoegd tussen de woorden "met de EPB-eisen" en de woorden "worden opgesteld aan de hand";
  2° artikel 3 wordt aangevuld met een derde lid, luidend als volgt :
  "De Minister kan de inhoud en de vorm van het verslag over de energieprestaties van de systemen nader bepalen.".
Art. 15. A l'article 21 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " et aux exigences d'électromobilité " sont insérés entre les mots " aux exigences PEB " et " sont établis au moyen de formulaires " ;
  2° l'article est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Le Ministre peut préciser le contenu et la forme du rapport d'évaluation de la performance énergétique des systÚmes. ".
Art. 16. In artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 6° wordt het woord "eisen" vervangen door de woorden "EPB-eisen";
  2° er wordt een punt 6° /1 ingevoegd, luidend als volgt :
  "6° /1 in voorkomend geval, de eisen inzake elektromobiliteit die van toepassing zijn op het gebouw in functie van de bestemming ervan;".
Art. 16. A l'article 23 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 11 avril 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au 6°, le mot " exigences " est remplacé par les mots " exigences PEB " ;
  2° il est inséré un 6° /1 rédigé comme suit :
  " 6° /1 le cas échéant, les exigences d'électromobilité applicables au bùtiment en fonction de sa destination ; ".
Art. 17. In artikel 24, 4°, van hetzelfde besluit wordt het woord "eisen" vervangen door de woorden "EPB-eisen".
Art. 17. A l'article 24, 4°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " exigences " est remplacĂ© par les mots " exigences PEB ".
Art. 18. Artikel 28 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt :
  1° de woorden "de EPB-procedures en -eisen" worden vervangen door de woorden "de procedures en eisen inzake EPB en elektromobiliteit";
  2° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidend als volgt:
  "Het verslag van de evaluatie bedoeld in artikel 12, § 1, zesde lid, van het decreet wordt door de auteur ervan aan de administratie toegezonden.
  De Minister kan de modaliteiten voor de toepassing van het eerste lid nader bepalen.
  De Minister bepaalt de modaliteiten voor de toepassing van het tweede lid.".
Art. 18. A l'article 28 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les mots " exigences PEB " sont remplacés par les mots " exigences PEB et d'électromobilité " ;
  2° l'article est complété par deux alinéas, rédigés comme suit :
  " Le rapport de l'évaluation visée à l'article 12, § 1er, alinéa 6, du décret est adressé à l'administration par son auteur.
  Le Ministre peut préciser les modalités d'application de l'alinéa 1er.
  Le Ministre précise les modalités d'application de l'alinéa 2. ".
Art. 19. In titel III van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk IV gewijzigd als volgt: "EPB-en electromobiliteitsprocedures".
Art. 19. Dans le titre III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© du chapitre IV est complĂ©tĂ© par les mots " et d'Ă©lectromobilitĂ© ".
Art. 20. In de Franse versie van artikel 30, § 2, van hetzelfde decreet wordt 2° vervangen als volgt:
  "2° le nom de l'acquéreur et sa signature;".
Art. 20. A l'article 30, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le 2° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 2° le nom de l'acquéreur et sa signature ; ".
Art. 21. In Titel IV, hoofdstuk 1 van hetzelfde besluit, wordt een artikel 46/1 ingevoegd luidend als volgt : "Art. 46/1. De administratie verstrekt de eigenaar van een gebouw, alsmede eenieder die daarom voor statistische en onderzoeksdoeleinden verzoekt, geaggregeerde en geanonimiseerde gegevens over de energieprestatie van gebouwen uit de databanken bedoeld in de artikelen 14 en 32 van het decreet.".
Art. 21. Dans le Titre IV, chapitre 1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 46/1 rĂ©digĂ© comme suit : " Art. 46/1. L'administration fournit au propriĂ©taire d'un bĂątiment, ainsi qu'Ă  toute personne qui en fait la demande Ă  des fins statistiques et de recherche, des donnĂ©es agrĂ©gĂ©es et anonymisĂ©es relatives Ă  la performance Ă©nergĂ©tique des bĂątiments issues des bases de donnĂ©es visĂ©es aux articles 14 et 32 du dĂ©cret. ".
Art. 22. In artikel 64, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "De Minister" vervangen door de woorden "De Inspecteur-generaal van het Departement Energie en Duurzame Gebouwen van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie".
Art. 22. Dans l'article 64, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " Le Ministre " sont remplacĂ©s par les mots " L'inspecteur gĂ©nĂ©ral du DĂ©partement de l'Energie et du BĂątiment durable du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie ".
Art. 23. In artikel 65, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "De Minister" vervangen door de woorden "De Inspecteur-generaal van het Departement Energie en Duurzame Gebouwen van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie".
Art. 23. Dans l'article 65, § 1er, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les termes " Le Ministre " sont remplacĂ©s par les termes " L'inspecteur gĂ©nĂ©ral du DĂ©partement de l'Energie et du BĂątiment durable ".
Art. 24. In artikel 67, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "De Minister" vervangen door de woorden "De Inspecteur-generaal van het Departement Energie en Duurzame Gebouwen van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie".
Art. 24. Dans l'article 67, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " Le Ministre " sont remplacĂ©s par les mots " L'inspecteur gĂ©nĂ©ral du DĂ©partement de l'Energie et du BĂątiment durable du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie ".
Art. 25. In artikel 68, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "De Minister" vervangen door de woorden "De Inspecteur-generaal van het Departement Energie en Duurzame Gebouwen van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie".
Art. 25. Dans l'article 68, § 1er, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " Le Ministre " sont remplacĂ©s par les mots " L'inspecteur gĂ©nĂ©ral du DĂ©partement de l'Energie et du BĂątiment durable du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie ".
Art. 26. In hetzelfde besluit worden de artikelen 69/1 en 69/2 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. 69/1. De erkende EPB-beheerder, de erkende EPB-certificeerder of de auteur van een erkende technische, milieutechnische en economische haalbaarheidsstudie die zijn activiteiten wenst stop te zetten, dient een aanvraag tot intrekking van de erkenning op vrijwillige basis in bij de administratie.
  De administratie bericht ontvangst van de aanvraag binnen tien dagen.
  De beslissing om de erkenning op vrijwillige basis in te trekken wordt genomen door de Inspecteur-generaal van het Departement Energie en Duurzame Gebouwen van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie en ter kennis gebracht van de aanvrager binnen dertig dagen na de datum van de ontvangstbevestiging.
  De intrekking van de erkenning op vrijwillige basis gaat in op de datum van ondertekening van de beslissing.".
Art. 26. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont insĂ©rĂ©s les articles 69/1 et 69/2 rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Art. 69/1. Le responsable PEB agréé, le certificateur PEB agréé ou l'auteur d'étude de faisabilité technique, environnementale et économique agréé souhaitant cesser ses activités introduit une demande de retrait d'agrément sur base volontaire auprÚs de l'administration.
  L'administration accuse réception de la demande dans les dix jours.
  La décision de retrait d'agrément sur base volontaire est prise par l'inspecteur général du Département de l'Energie et du Bùtiment durable du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie et notifiée au demandeur dans les trente jours de la date de l'accusé de réception.
  Le retrait d'agrément sur base volontaire prend cours à dater de la signature de la décision. ".
Art. 69/2. Een als EPB-beheerder, EPB-certificeerder of auteur van een technische, ecologische en economische haalbaarheidsstudie erkende rechtspersoon verliest automatisch zijn erkenning wanneer de overeenkomst tussen hem en de natuurlijke persoon die over de vereiste erkenning beschikt, eindigt.
  Lid 1 is niet van toepassing indien de erkende rechtspersoon een andere natuurlijke persoon met de vereiste erkenning onder zijn personeel of medewerkers heeft en deze informatie aan de administratie meedeelt overeenkomstig artikel 40, § 3, artikel 41, § 3, of artikel 42, § 3, van het decreet.".
Art. 69/2. La personne morale agréée en tant que responsable PEB, certificateur PEB ou auteur d'étude de faisabilité technique, environnementale et économique perd de plein droit son agrément lorsque la convention qui la lie avec la personne physique titulaire de l'agrément requis prend fin.
  L'alinéa 1er n'est pas applicable lorsque la personne morale agréée compte parmi son personnel ou ses collaborateurs une autre personne physique disposant de l'agrément requis et notifie cette information à l'administration conformément aux articles 40, § 3, 41, § 3, ou 42, § 3, du décret. ".
Art. 27. In artikel 80, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "door de administratie" vervangen door de woorden "door de in artikel 79 bedoelde personen".
Art. 27. Dans l'article 80, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les termes " par l'administration " sont remplacĂ©s par les termes " par les personnes visĂ©es Ă  l'article 79 ".
Art. 28. Artikel 81 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt :
  1° in lid 1 en lid 3 wordt het woord "Minister" telkens vervangen door de woorden "Directeur-generaal van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid 4, luidend als volgt:
  "De waarschuwing bedoeld in artikel 53, lid 2, van het decreet wordt gegeven door de Directeur-generaal van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie.
Art. 28. Dans l'article 81 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° aux alinéas 1er et 3, le mots " Ministre " sont chaque fois remplacés par les mots " directeur général du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie " ;
  2° l'article est complété par un alinéa 4 rédigé comme suit :
  " L'avertissement visé à l'article 53, alinéa 2, du décret est prononcé par le directeur général du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie. ".
Art. 29. In artikel 82, derde lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "Minister" vervangen door de woorden "Directeur-generaal van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie".
Art. 29. Dans l'article 82, alinĂ©a 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " Ministre " est remplacĂ© par les mots " directeur gĂ©nĂ©ral du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie ".
Art. 30. In artikel 87 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 20 september 2018 en 11 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidend als volgt:
  " § 2/1. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 2°, van het decreet worden, wat betreft de verplichting bedoeld in artikel 12, § 1, zesde lid, van het decreet, bestraft met een geldboete van 250 euro.";
  2° er wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidend als volgt:
  " § 3/1. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 2°, van het decreet worden, wat betreft de eisen inzake elektromobiliteit, bestraft met een geldboete van volgend bedrag:
  1° 100 euro vermenigvuldigd met het verschil tussen het aantal met infrastructuur voor leidingen uit te rusten parkeerplaatsen en het aantal met infrastructuur voor leidingen uitgeruste parkeerplaatsen;
  2° 4000 vermenigvuldigd met het verschil tussen het aantal te installeren oplaadpunten en het aantal geïnstalleerde oplaadpunten.".
Art. 30. A l'article 87 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement wallon des 20 septembre 2018 et 11 avril 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit :
  " § 2/1. Les manquements établis à l'article 59, 2°, du décret, en ce qu'il concerne l'obligation visée à l'article 12, § 1er, alinéa 6, du décret, sont punis d'une amende dont le montant est de 250 euros. " ;
  2° il est inséré un paragraphe 3/1 rédigé comme suit :
  " § 3/1. Les manquements établis à l'article 59, 2°, du décret, en ce qu'il concerne les exigences d'électromobilité, sont punis d'une d'amende dont le montant est de :
  1° 100 euros multipliés par la différence entre le nombre d'emplacements de stationnements à équiper d'infrastructure de raccordement et le nombre d'emplacements de stationnements équipés d'infrastructure de raccordement ;
  2° 4 000 euros multipliés par la différence entre le nombre de points de recharge à installer et le nombre de points de recharge installés. ".
Art. 31. Bijlage C4 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 28 januari 2016 en gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 15 december 2016, wordt vervangen door de bij dit besluit gevoegde bijlage.
Art. 31. L'annexe C4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 28 janvier 2016 et modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 15 dĂ©cembre 2016, est remplacĂ©e par l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 32. In het besluit van de Waalse Regering van 23 mei 2019 betreffende de overdrachten van bevoegdheden in de Waalse Overheidsdienst worden de artikelen 129, 130 en 131 opgeheven.
Art. 32. Dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 23 mai 2019 relatif aux dĂ©lĂ©gations de pouvoirs au Service public de Wallonie, les articles 129, 130 et 131 sont abrogĂ©s.
Art. 33. De Minister bevoegd voor het energiebeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 33. Le Ministre qui a l'Ă©nergie dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 17-03-2023, p. 32296)
Art. N.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 17-03-2023, p. 32188)