Artikel 1. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 3 mei 1995 houdende erkenning en subsidiëring van palliatieve netwerken, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° worden de woorden "zonder bijkomende erkenning" opgeheven;
  2° punt 3° wordt opgeheven.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 JANUARI 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van verschillende besluiten, wat betreft het opheffen van het onderscheid tussen woonzorgcentra en woonzorgcentra met een bijkomende erkenning ter uitvoering van het zesde Vlaams Intersectoraal Akkoord
Titre
20 JANVIER 2023. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant diffĂ©rents arrĂȘtĂ©s en matiĂšre de suppression de la distinction entre centres de soins rĂ©sidentiels et centres de soins rĂ©sidentiels bĂ©nĂ©ficiant d'un agrĂ©ment supplĂ©mentaire en exĂ©cution du sixiĂšme Accord intersectoriel flamand
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 12. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 13. - Slotbepalingen
Afdeling 1. - Opheffingsbepaling
Afdeling 2. - Overgangsbepalingen
Afdeling 3. - Inwerkingtredingsbepaling en uitv...
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Go...
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 9. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 10. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gou...
CHAPITRE 11. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gou...
CHAPITRE 12. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gou...
CHAPITRE 13. - Dispositions finales
Section 1re. - Disposition abrogatoire
Section 2. - Dispositions transitoires
Section 3. - Disposition d'entrée en vigueur et...
Tekst (89)
Texte (89)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 3 mei 1995 houdende erkenning en subsidiëring van palliatieve netwerken
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 mai 1995 portant agrĂ©ment et subventionnement des rĂ©seaux palliatifs
Article 1er. A l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 mai 1995 portant agrĂ©ment et subventionnement de rĂ©seaux palliatifs, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 2°, les mots " sans agrément supplémentaire " sont abrogés ;
  2° le point 3° est abrogé.
  1° au point 2°, les mots " sans agrément supplémentaire " sont abrogés ;
  2° le point 3° est abrogé.
Art. 2. In artikel 27 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, wordt de zinsnede "woonzorgcentrum, met of zonder bijkomende erkenning" vervangen door het woord "woonzorgcentrum".
Art. 2. A l'article 27 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, le membre de phrase " centre de soins rĂ©sidentiels, avec ou sans agrĂ©ment supplĂ©mentaire " est remplacĂ© par les mots " centre de soins rĂ©sidentiels ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions gĂ©nĂ©rales et sectorielles en matiĂšre d'hygiĂšne de l'environnement
Art. 3. In rubriek 49.1 van bijlage 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, wordt de zinsnede "woonzorgcentra met een bijkomende erkenning, erkend door de Vlaamse Gemeenschap conform artikel 10/4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers" vervangen door de zinsnede "woonzorgcentra die erkend zijn door de Vlaamse Gemeenschap conform artikel 38 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019".
Art. 3. A la rubrique 49.1 de l'annexe 1re de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions gĂ©nĂ©rales et sectorielles en matiĂšre d'hygiĂšne de l'environnement, insĂ©rĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 et modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, le membre de phrase " centres de soins rĂ©sidentiels avec agrĂ©ment supplĂ©mentaire, agréés par la CommunautĂ© flamande conformĂ©ment Ă l'article 10/4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, les conditions d'agrĂ©ment et le rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ© " est remplacĂ© par le membre de phrase " centres de soins rĂ©sidentiels agréés par la CommunautĂ© flamande conformĂ©ment Ă l'article 38 du dĂ©cret sur les soins rĂ©sidentiels du 15 fĂ©vrier 2019 ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 rĂ©glant la garantie d'investissement alternative octroyĂ©e par le Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables (" Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ")
Art. 4. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 5° wordt opgeheven;
  2° in punt 8° worden de woorden "een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" opgeheven.
  1° punt 5° wordt opgeheven;
  2° in punt 8° worden de woorden "een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" opgeheven.
Art. 4. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 rĂ©glant la garantie d'investissement alternative octroyĂ©e par le Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 5° est abrogé ;
  2° au point 8°, les mots " un centre de soins résidentiels avec agrément supplémentaire " sont abrogés.
  1° le point 5° est abrogé ;
  2° au point 8°, les mots " un centre de soins résidentiels avec agrément supplémentaire " sont abrogés.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 rĂ©glant les subventions d'investissement alternatives octroyĂ©es par le Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables (" Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ")
Art. 5. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014 en 30 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 16° wordt opgeheven;
  2° in punt 17° worden de woorden "een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" opgeheven.
  1° punt 16° wordt opgeheven;
  2° in punt 17° worden de woorden "een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" opgeheven.
Art. 5. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 rĂ©glant les subventions d'investissement alternatives octroyĂ©es par le Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 14 fĂ©vrier 2014 et 30 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 16° est abrogé ;
  2° au point 17°, les mots " un centre de soins résidentiels avec agrément supplémentaire " sont abrogés.
  1° le point 16° est abrogé ;
  2° au point 17°, les mots " un centre de soins résidentiels avec agrément supplémentaire " sont abrogés.
Art. 6. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden de woorden "woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" vervangen door het woord "woonzorgcentrum".
Art. 6. A l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les mots " centre de soins rĂ©sidentiels avec agrĂ©ment supplĂ©mentaire " sont remplacĂ©s par les mots " centre de soins rĂ©sidentiels ".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013 houdende nadere regels inzake duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest voor niet-land- en tuinbouwactiviteiten en de opmaak van het Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013 portant les modalitĂ©s relatives Ă l'utilisation durable des pesticides en RĂ©gion flamande pour les activitĂ©s non agricoles et non horticoles et Ă l'Ă©tablissement du Plan d'Action flamand pour l'Utilisation durable des Pesticides (" Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik ")
Art. 7. In artikel 3, tweede lid, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013 houdende nadere regels inzake duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest voor niet-land- en tuinbouwactiviteiten en de opmaak van het Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden de woorden "een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" vervangen door de woorden "een woonzorgcentrum".
Art. 7. A l'article 3, alinĂ©a 2, 5°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013 portant les modalitĂ©s relatives Ă l'utilisation durable des pesticides en RĂ©gion flamande pour les activitĂ©s non agricoles et non horticoles et Ă l'Ă©tablissement du Plan d'Action flamand pour l'Utilisation durable des Pesticides, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les mots " un centre de soins rĂ©sidentiels avec agrĂ©ment supplĂ©mentaire " sont remplacĂ©s par les mots " un centre de soins rĂ©sidentiels ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 tot facilitering van de infrastructuurfinanciering via de alternatieve investeringswaarborg, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013 facilitant le financement de l'infrastructure par le biais de la garantie d'investissement alternative, octroyĂ©e par le Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables ( " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ")
Art. 8. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 tot facilitering van de infrastructuurfinanciering via de alternatieve investeringswaarborg, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 20° wordt opgeheven;
  2° in punt 21° worden de woorden "een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" vervangen door de woorden "een woonzorgcentrum";
  3° punt 23° wordt vervangen door wat volgt:
  "23° woonzorgcentrum: een woonzorgcentrum als vermeld in artikel 33 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;".
  1° punt 20° wordt opgeheven;
  2° in punt 21° worden de woorden "een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" vervangen door de woorden "een woonzorgcentrum";
  3° punt 23° wordt vervangen door wat volgt:
  "23° woonzorgcentrum: een woonzorgcentrum als vermeld in artikel 33 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;".
Art. 8. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013 facilitant le financement de l'infrastructure par le biais de la garantie d'investissement alternative, octroyĂ©e par le Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 20° est abrogé ;
  2° au point 21°, les mots " un centre de soins résidentiels avec agrément supplémentaire " sont remplacés par les mots " un centre de soins résidentiels " ;
  3° le point 23° est remplacé par ce qui suit :
  " 23° centre de soins résidentiels : un centre de soins résidentiels tel que visé à l'article 33 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ; ".
  1° le point 20° est abrogé ;
  2° au point 21°, les mots " un centre de soins résidentiels avec agrément supplémentaire " sont remplacés par les mots " un centre de soins résidentiels " ;
  3° le point 23° est remplacé par ce qui suit :
  " 23° centre de soins résidentiels : un centre de soins résidentiels tel que visé à l'article 33 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ; ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 tot vaststelling van de procedures voor de gezondheidszorgvoorzieningen
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 avril 2014 fixant les procĂ©dures pour les structures de soins de santĂ©
Art. 9. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 tot vaststelling van de procedures voor de gezondheidszorgvoorzieningen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 en 7 december 2018, wordt punt 11° opgeheven.
Art. 9. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 avril 2014 fixant les procĂ©dures pour les structures de soins de santĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 novembre 2018 et 7 dĂ©cembre 2018, le point 11° est abrogĂ©.
Art. 10. In artikel 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 en 7 december 2018, wordt de zinsnede "een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning," opgeheven.
Art. 10. A l'article 2, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 novembre 2018 et 7 dĂ©cembre 2018, le membre de phrase " une centre de soins rĂ©sidentiels avec agrĂ©ment supplĂ©mentaire, " est abrogĂ©.
Art. 11. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, 7 december 2018 en 26 april 2019, wordt in het opschrift van hoofdstuk 3 de zinsnede "woonzorgcentra met een bijkomende erkenning," opgeheven.
Art. 11. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 novembre 2018, 7 dĂ©cembre 2018 et 26 avril 2019, le membre de phrase " les centres de soins rĂ©sidentiels avec agrĂ©ment supplĂ©mentaire, " dans l'intitulĂ© du chapitre 3 est abrogĂ©.
Art. 12. In hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 en 7 december 2018, worden in het opschrift van afdeling 1 de woorden "bijkomende erkenning van een woonzorgcentrum en voorlopige" opgeheven.
Art. 12. Au chapitre 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 novembre 2018 et 7 dĂ©cembre 2018, dans l'intitulĂ© de la section 1re, les mots " Approbation complĂ©mentaire provisoire d'un Ă©tablissement de soins rĂ©sidentiels et approbation prĂ©liminaire " sont remplacĂ©s par les mots " AgrĂ©ment provisoire ".
Art. 13. In artikel 32 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 en 7 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "bijkomende erkenning voor een woonzorgcentrum," opgeheven;
  2° in het tweede lid wordt punt 1° opgeheven.
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "bijkomende erkenning voor een woonzorgcentrum," opgeheven;
  2° in het tweede lid wordt punt 1° opgeheven.
Art. 13. A l'article 32 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 novembre 2018 et 7 dĂ©cembre 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " d'agrément supplémentaire pour un établissement de soins résidentiels, " est abrogé ;
  2° à l'alinéa 2, le point 1° est abrogé.
  1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " d'agrément supplémentaire pour un établissement de soins résidentiels, " est abrogé ;
  2° à l'alinéa 2, le point 1° est abrogé.
Art. 14. In artikel 34 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "of voorlopige bijkomende erkenning" opgeheven;
  2° in het eerste en tweede lid worden de woorden "of de voorlopige bijkomende erkenning" opgeheven;
  3° het vierde lid wordt opgeheven.
  1° in het eerste lid worden de woorden "of voorlopige bijkomende erkenning" opgeheven;
  2° in het eerste en tweede lid worden de woorden "of de voorlopige bijkomende erkenning" opgeheven;
  3° het vierde lid wordt opgeheven.
Art. 14. A l'article 34 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " ou l'agrément provisoire supplémentaire " sont abrogés ;
  2° aux alinéas 1er et 2, les mots " ou l'agrément provisoire supplémentaire " sont abrogés ;
  3° l'alinéa 4 est abrogé.
  1° à l'alinéa 1er, les mots " ou l'agrément provisoire supplémentaire " sont abrogés ;
  2° aux alinéas 1er et 2, les mots " ou l'agrément provisoire supplémentaire " sont abrogés ;
  3° l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 15. In artikel 35 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden de woorden "of de voorlopige bijkomende erkenning" telkens opgeheven.
Art. 15. A l'article 35 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les mots " ou l'agrĂ©ment supplĂ©mentaire provisoire " sont chaque fois abrogĂ©s.
Art. 16. In artikel 36 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Gedurende de periode waarvoor de voorlopige erkenning is verleend, onderzoekt het agentschap of bij de exploitatie van het psychiatrisch verzorgingstehuis of het initiatief van beschut wonen de erkenningsnormen of erkenningsvoorwaarden worden nageleefd.".
  "Gedurende de periode waarvoor de voorlopige erkenning is verleend, onderzoekt het agentschap of bij de exploitatie van het psychiatrisch verzorgingstehuis of het initiatief van beschut wonen de erkenningsnormen of erkenningsvoorwaarden worden nageleefd.".
Art. 16. A l'article 36 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Pendant la période pour laquelle l'agrément provisoire est accordé, l'agence examine si les normes d'agrément ou les conditions d'agrément sont respectées lors de l'exploitation du foyer de soins psychiatriques ou l'initiative de logement protégé. "
  " Pendant la période pour laquelle l'agrément provisoire est accordé, l'agence examine si les normes d'agrément ou les conditions d'agrément sont respectées lors de l'exploitation du foyer de soins psychiatriques ou l'initiative de logement protégé. "
Art. 17. In hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 en 7 december 2018, worden in het opschrift van afdeling 2 de woorden "Bijkomende erkenning van een woonzorgcentrum en" opgeheven.
Art. 17. Au chapitre 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 novembre 2018 et 7 dĂ©cembre 2018, les mots " AgrĂ©ment supplĂ©mentaire d'un Ă©tablissement de soins rĂ©sidentiels et " dans l'intitulĂ© de la section 2 sont abrogĂ©s.
Art. 18. Artikel 37 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 37. § 1. Als een voorlopige erkenning is verleend conform afdeling 1, wordt, uiterlijk dertig dagen voor het einde van de voorlopige erkenningstermijn, de beslissing van de administrateur-generaal tot toekenning van de erkenning aan de aanvrager bezorgd, of wordt zijn voornemen tot weigering van de erkenning met een aangetekende zending betekend aan de aanvrager.
  Artikel 5 tot en met 8 zijn van overeenkomstige toepassing op het voornemen tot weigering van de erkenning.
  § 2. De beslissing tot erkenning vermeldt de erkende capaciteit, uitgedrukt in maximaal aantal bedden, plaatsen of zorggebruikers.
  De erkenning van psychiatrische verzorgingstehuizen en van initiatieven van beschut wonen wordt verleend voor maximaal zes jaar en kan worden verlengd.".
  "Art. 37. § 1. Als een voorlopige erkenning is verleend conform afdeling 1, wordt, uiterlijk dertig dagen voor het einde van de voorlopige erkenningstermijn, de beslissing van de administrateur-generaal tot toekenning van de erkenning aan de aanvrager bezorgd, of wordt zijn voornemen tot weigering van de erkenning met een aangetekende zending betekend aan de aanvrager.
  Artikel 5 tot en met 8 zijn van overeenkomstige toepassing op het voornemen tot weigering van de erkenning.
  § 2. De beslissing tot erkenning vermeldt de erkende capaciteit, uitgedrukt in maximaal aantal bedden, plaatsen of zorggebruikers.
  De erkenning van psychiatrische verzorgingstehuizen en van initiatieven van beschut wonen wordt verleend voor maximaal zes jaar en kan worden verlengd.".
Art. 18. L'article 37 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 dĂ©cembre 2018, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 37. § 1er. Lorsque l'agrément provisoire a été accordé conformément à la section 1er, la décision de l'administrateur général d'accorder l'agrément est notifiée au demandeur au plus tard trente jours avant la fin de la période d'agrément provisoire, ou l'intention de refuser l'agrément est notifiée au demandeur par lettre recommandée.
  Les articles 5 à 8 s'appliquent mutatis mutandis à l'intention de refuser l'agrément.
  § 2. La décision d'agrément mentionne la capacité agréée, exprimée en nombre maximal de lits, de places ou d'usagers de soins.
  L'agrĂ©ment des foyers de soins psychiatriques et des initiatives de logement protĂ©gĂ© est accordĂ© pour une pĂ©riode maximale de six ans et peut ĂȘtre renouvelĂ©. ".
  " Art. 37. § 1er. Lorsque l'agrément provisoire a été accordé conformément à la section 1er, la décision de l'administrateur général d'accorder l'agrément est notifiée au demandeur au plus tard trente jours avant la fin de la période d'agrément provisoire, ou l'intention de refuser l'agrément est notifiée au demandeur par lettre recommandée.
  Les articles 5 à 8 s'appliquent mutatis mutandis à l'intention de refuser l'agrément.
  § 2. La décision d'agrément mentionne la capacité agréée, exprimée en nombre maximal de lits, de places ou d'usagers de soins.
  L'agrĂ©ment des foyers de soins psychiatriques et des initiatives de logement protĂ©gĂ© est accordĂ© pour une pĂ©riode maximale de six ans et peut ĂȘtre renouvelĂ©. ".
Art. 19. In hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 en 7 december 2018, worden in het opschrift van afdeling 5 de woorden "Schorsing van de bijkomende erkenning en intrekking van de bijkomende erkenning van een woonzorgcentrum en" opgeheven.
Art. 19. Au chapitre 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 novembre 2018 et 7 dĂ©cembre 2018, les mots " Suspension de l'agrĂ©ment supplĂ©mentaire et retrait de l'agrĂ©ment supplĂ©mentaire d'un centre de soins rĂ©sidentiels, et " dans l'intitulĂ© de la section 5 sont abrogĂ©s.
Art. 20. In artikel 40 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede ", een samenwerkingsverband of de entiteiten met een bijkomende erkenning binnen een woonzorgcentrum" vervangen door de woorden "of een samenwerkingsverband";
  2° in het tweede lid worden de woorden "of de bijkomende erkenning" opgeheven.
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede ", een samenwerkingsverband of de entiteiten met een bijkomende erkenning binnen een woonzorgcentrum" vervangen door de woorden "of een samenwerkingsverband";
  2° in het tweede lid worden de woorden "of de bijkomende erkenning" opgeheven.
Art. 20. A l'article 40 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " , un partenariat ou les entités ayant obtenu un agrément supplémentaire dans un centre de soins résidentiels " est remplacé par les mots " ou un partenariat " ;
  2° à l'alinéa 2, les mots " ou l'agrément supplémentaire " sont abrogés.
  1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " , un partenariat ou les entités ayant obtenu un agrément supplémentaire dans un centre de soins résidentiels " est remplacé par les mots " ou un partenariat " ;
  2° à l'alinéa 2, les mots " ou l'agrément supplémentaire " sont abrogés.
Art. 21. In artikel 41 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, paragraaf 2, tweede lid, en paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "of de bijkomende erkenning" opgeheven;
  2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "van het woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning," opgeheven;
  3° in paragraaf 3 worden de woorden "of de bijkomende erkenning" telkens opgeheven;
  4° in paragraaf 4 wordt het eerste lid opgeheven.
  1° in paragraaf 1, eerste lid, paragraaf 2, tweede lid, en paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "of de bijkomende erkenning" opgeheven;
  2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "van het woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning," opgeheven;
  3° in paragraaf 3 worden de woorden "of de bijkomende erkenning" telkens opgeheven;
  4° in paragraaf 4 wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 21. A l'article 41 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, paragraphe 2, alinéa 2, et paragraphe 4, alinéa 2, les mots " ou l'agrément supplémentaire " sont abrogés ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " de la centre de soins résidentiels avec agrément supplémentaire, " est abrogé ;
  3° au paragraphe 3, les mots " ou de l'agrément supplémentaire " sont chaque fois abrogés ;
  4° au paragraphe 4, l'alinéa 1er est abrogé.
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, paragraphe 2, alinéa 2, et paragraphe 4, alinéa 2, les mots " ou l'agrément supplémentaire " sont abrogés ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " de la centre de soins résidentiels avec agrément supplémentaire, " est abrogé ;
  3° au paragraphe 3, les mots " ou de l'agrément supplémentaire " sont chaque fois abrogés ;
  4° au paragraphe 4, l'alinéa 1er est abrogé.
Art. 22. In artikel 43, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden de woorden "of de bijkomende erkenning" opgeheven.
Art. 22. A l'article 43, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les mots " ou l'agrĂ©ment supplĂ©mentaire " sont abrogĂ©s.
Art. 23. In hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 en 7 december 2018, wordt in het opschrift van afdeling 6 de zinsnede "een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning," opgeheven.
Art. 23. Au chapitre 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 novembre 2018 et 7 dĂ©cembre 2018, le membre de phrase " d'un Ă©tablissement de soins rĂ©sidentiels avec agrĂ©ment supplĂ©mentaire, " dans l'intitulĂ© de la section 6 est abrogĂ©.
Art. 24. In artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 24. A l'article 45 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, l'alinĂ©a 1er est abrogĂ©.
Art. 25. Artikel 46 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 46. Als een psychiatrisch verzorgingstehuis of een initiatief van beschut wonen, waarvan de erkenning ingetrokken is, binnen twee jaar na de datum van de intrekking of, in voorkomend geval, van een arrest van de Raad van State dat uitgesproken is met toepassing van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geen nieuwe erkenning heeft gekregen, vervalt ook de planningsvergunning waarop de oorspronkelijke erkenning is gebaseerd.".
  "Art. 46. Als een psychiatrisch verzorgingstehuis of een initiatief van beschut wonen, waarvan de erkenning ingetrokken is, binnen twee jaar na de datum van de intrekking of, in voorkomend geval, van een arrest van de Raad van State dat uitgesproken is met toepassing van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geen nieuwe erkenning heeft gekregen, vervalt ook de planningsvergunning waarop de oorspronkelijke erkenning is gebaseerd.".
Art. 25. L'article 46 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 46. Si un foyer de soins psychiatriques ou une initiative d'hĂ©bergement protĂ©gĂ©, dont l'agrĂ©ment a Ă©tĂ© retirĂ©, n'a pas obtenu un nouvel agrĂ©ment dans les deux ans suivant la date du retrait ou, le cas Ă©chĂ©ant, de l'arrĂȘt rendu par le Conseil d'Etat en application de l'article 14 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnĂ©es le 12 janvier 1973, l'autorisation de planification sur laquelle l'agrĂ©ment initial Ă©tait fondĂ© tombe Ă©galement. ".
  " Art. 46. Si un foyer de soins psychiatriques ou une initiative d'hĂ©bergement protĂ©gĂ©, dont l'agrĂ©ment a Ă©tĂ© retirĂ©, n'a pas obtenu un nouvel agrĂ©ment dans les deux ans suivant la date du retrait ou, le cas Ă©chĂ©ant, de l'arrĂȘt rendu par le Conseil d'Etat en application de l'article 14 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnĂ©es le 12 janvier 1973, l'autorisation de planification sur laquelle l'agrĂ©ment initial Ă©tait fondĂ© tombe Ă©galement. ".
Art. 26. In artikel 47 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden de woorden "beslissing tot intrekken van de bijkomende erkenning van een woonzorgcentrum en de" opgeheven.
Art. 26. A l'article 47 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les mots " dĂ©cision de retirer l'agrĂ©ment supplĂ©mentaire d'un centre de soins rĂ©sidentiels et la " sont abrogĂ©s.
Art. 27. In artikel 48, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "of de bijkomende erkenning" worden telkens opgeheven;
  2° de zinsnede "het woonzorgcentrum," wordt opgeheven.
  1° de woorden "of de bijkomende erkenning" worden telkens opgeheven;
  2° de zinsnede "het woonzorgcentrum," wordt opgeheven.
Art. 27. A l'article 48, alinĂ©a 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  2° les mots " ou un agrément supplémentaire ", " ou d'un agrément supplémentaire ", " ou agrément supplémentaire " et " ou de l'agrément supplémentaire " sont chaque fois abrogés.
  2° le membre de phrase " du centre de soins résidentiels, " est abrogé.
  2° les mots " ou un agrément supplémentaire ", " ou d'un agrément supplémentaire ", " ou agrément supplémentaire " et " ou de l'agrément supplémentaire " sont chaque fois abrogés.
  2° le membre de phrase " du centre de soins résidentiels, " est abrogé.
Art. 28. In artikel 52 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning," opgeheven;
  2° het derde lid wordt opgeheven.
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning," opgeheven;
  2° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 28. A l'article 52 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " une centre de soins résidentiels avec agrément supplémentaire, " est abrogé ;
  2° l'alinéa 3 est abrogé.
  1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " une centre de soins résidentiels avec agrément supplémentaire, " est abrogé ;
  2° l'alinéa 3 est abrogé.
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 houdende de regels voor de erkenning van meerdere vestigingen van een woonzorgcentrum, een centrum voor kortverblijf, een dagverzorgingscentrum, een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning of een dagverzorgingscentrum met bijkomende erkenning als één woonzorgcentrum, één centrum voor kortverblijf, één dagverzorgingscentrum, één woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning of één dagverzorgingscentrum met bijkomende erkenning
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 mai 2014 fixant les rĂšgles rĂ©gissant l'agrĂ©ment de plusieurs implantations d'un centre de services de soins et de logement, d'un centre de court sĂ©jour, d'un centre des soins de jour, d'un centre de soins rĂ©sidentiels dotĂ© d'un agrĂ©ment supplĂ©mentaire ou d'un centre de soins de jour dotĂ© d'un agrĂ©ment supplĂ©mentaire comme un seul centre de soins rĂ©sidentiels, un seul centre de court sĂ©jour, un seul centre de soins rĂ©sidentiels dotĂ© d'un agrĂ©ment supplĂ©mentaire ou un seul centre de soins de jour dotĂ© d'un agrĂ©ment supplĂ©mentaire
Art. 29. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 houdende de regels voor de erkenning van meerdere vestigingen van een woonzorgcentrum, een centrum voor kortverblijf, een dagverzorgingscentrum, een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning of een dagverzorgingscentrum met bijkomende erkenning als één woonzorgcentrum, één centrum voor kortverblijf, één dagverzorgingscentrum, één woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning of één dagverzorgingscentrum met bijkomende erkenning, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede ", een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" wordt opgeheven;
  2° de zinsnede ", één woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" wordt opgeheven.
  1° de zinsnede ", een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" wordt opgeheven;
  2° de zinsnede ", één woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" wordt opgeheven.
Art. 29. Dans l'intitulĂ© de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 mai 2014 fixant les rĂšgles rĂ©gissant l'agrĂ©ment de plusieurs implantations d'un centre de services de soins et de logement, d'un centre de court sĂ©jour, d'un centre des soins de jour, d'un centre de soins rĂ©sidentiels dotĂ© d'un agrĂ©ment supplĂ©mentaire ou d'un centre de soins de jour dotĂ© d'un agrĂ©ment supplĂ©mentaire comme un seul centre de soins rĂ©sidentiels, un seul centre de court sĂ©jour, un seul centre de soins rĂ©sidentiels dotĂ© d'un agrĂ©ment supplĂ©mentaire ou un seul centre de soins de jour dotĂ© d'un agrĂ©ment supplĂ©mentaire, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 mars 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le membre de phrase " , d'un centre de soins résidentiels doté d'un agrément supplémentaire " est abrogé ;
  2° le membre de phrase " , un seul centre de soins résidentiels doté d'un agrément supplémentaire " est abrogé.
  1° le membre de phrase " , d'un centre de soins résidentiels doté d'un agrément supplémentaire " est abrogé ;
  2° le membre de phrase " , un seul centre de soins résidentiels doté d'un agrément supplémentaire " est abrogé.
Art. 30. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, 29 maart 2019 en 5 april 2019, wordt hoofdstuk 4, dat bestaat uit artikel 7 tot en met 9, opgeheven.
Art. 30. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 novembre 2018, 29 mars 2019 et 5 avril 2019, le chapitre 4, composĂ© des articles 7 Ă 9, est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
CHAPITRE 9. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement
Art. 31. In artikel 35, § 15, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden de woorden "woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" vervangen door het woord "woonzorgcentrum".
Art. 31. A l'article 35, § 15, 1°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les mots " d'une centre de soins rĂ©sidentiels avec agrĂ©ment supplĂ©mentaire " sont remplacĂ©s par les mots " d'un centre de soins rĂ©sidentiels ".
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2019 houdende de toekenning van een planningsvergunning en de erkenning van woongelegenheden met een bijzondere erkenning voor de zorg en ondersteuning van personen met jongdementie en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
CHAPITRE 10. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2019 portant l'octroi d'une autorisation de planification et l'agrĂ©ment de logements disposant d'un agrĂ©ment spĂ©cial pour les soins et le soutien de personnes atteintes de dĂ©mence prĂ©coce, et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ© et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 18 mai 2018 relatif Ă la protection sociale flamande
Art. 32. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2019 houdende de toekenning van een planningsvergunning en de erkenning van woongelegenheden met een bijzondere erkenning voor de zorg en ondersteuning van personen met jongdementie en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming wordt het woord "bijzondere" vervangen door het woord "bijkomende".
Art. 32. Dans l'intitulĂ© de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2019 portant l'octroi d'une autorisation de planification et l'agrĂ©ment de logements disposant d'un agrĂ©ment spĂ©cial pour les soins et le soutien de personnes atteintes de dĂ©mence prĂ©coce, et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ© et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 18 mai 2018 relatif Ă la protection sociale flamande, le mot " spĂ©cial " est remplacĂ© par le mot " supplĂ©mentaire ".
Art. 33. In artikel 1, 4°, van hetzelfde besluit wordt het woord "bijzondere" telkens vervangen door het woord "bijkomende".
Art. 33. A l'article 1er, 4°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " spĂ©cial " est chaque fois remplacĂ© par le mot " supplĂ©mentaire ".
Art. 34. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020, wordt in het opschrift van hoofdstuk 3 het woord "Bijzondere" vervangen door het woord "Bijkomende".
Art. 34. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2020, le mot " spĂ©cial " est remplacĂ© par le mot " supplĂ©mentaire " dans l'intitulĂ© du chapitre 3.
Art. 35. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het woord "bijzondere" telkens vervangen door het woord "bijkomende";
  2° in paragraaf 1 worden de woorden "het woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" telkens vervangen door "het woonzorgcentrum";
  3° in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "bijzondere" vervangen door het woord "bijkomende".
  1° in paragraaf 1 wordt het woord "bijzondere" telkens vervangen door het woord "bijkomende";
  2° in paragraaf 1 worden de woorden "het woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" telkens vervangen door "het woonzorgcentrum";
  3° in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "bijzondere" vervangen door het woord "bijkomende".
Art. 35. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1er, le mot " spécial " est chaque fois remplacé par le mot " supplémentaire " ;
  2° au paragraphe 1er, les mots " le centre de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire " sont chaque fois remplacés par " le centre de soins résidentiels " ;
  3° au paragraphe 3, alinéa 2, le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire ".
  1° au paragraphe 1er, le mot " spécial " est chaque fois remplacé par le mot " supplémentaire " ;
  2° au paragraphe 1er, les mots " le centre de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire " sont chaque fois remplacés par " le centre de soins résidentiels " ;
  3° au paragraphe 3, alinéa 2, le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire ".
Art. 36. In artikel 7, § 1, eerste lid, en tweede lid, 2° en 3°, en § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "bijzondere" wordt telkens vervangen door het woord "bijkomende";
  2° de woorden "het woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" worden telkens vervangen door "het woonzorgcentrum".
  1° het woord "bijzondere" wordt telkens vervangen door het woord "bijkomende";
  2° de woorden "het woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" worden telkens vervangen door "het woonzorgcentrum".
Art. 36. A l'article 7, § 1er, alinĂ©a 1er, et alinĂ©a 2, 2° et 3°, et § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le mot " spécial " est chaque fois remplacé par le mot " supplémentaire " ;
  2° les mots " centre de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire " sont chaque fois remplacés par " centre de soins résidentiels ".
  1° le mot " spécial " est chaque fois remplacé par le mot " supplémentaire " ;
  2° les mots " centre de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire " sont chaque fois remplacés par " centre de soins résidentiels ".
Art. 37. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste en tweede lid worden de woorden "woonzorgcentra met een bijkomende erkenning" vervangen door het woord "woonzorgcentra";
  2° in het eerste en tweede lid wordt het woord "bijzondere" vervangen door het woord "bijkomende";
  3° in het derde lid wordt het woord "bijzondere" telkens vervangen door het woord "bijkomende".
  1° in het eerste en tweede lid worden de woorden "woonzorgcentra met een bijkomende erkenning" vervangen door het woord "woonzorgcentra";
  2° in het eerste en tweede lid wordt het woord "bijzondere" vervangen door het woord "bijkomende";
  3° in het derde lid wordt het woord "bijzondere" telkens vervangen door het woord "bijkomende".
Art. 37. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° aux alinéas 1er et 2, les mots " centres de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire " sont remplacés par " centres de soins résidentiels " ;
  2° aux alinéas 1er et 2, le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire " ;
  3° à l'alinéa 3, le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire ".
  1° aux alinéas 1er et 2, les mots " centres de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire " sont remplacés par " centres de soins résidentiels " ;
  2° aux alinéas 1er et 2, le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire " ;
  3° à l'alinéa 3, le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire ".
Art. 38. In artikel 9, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020, wordt het woord "bijzondere" vervangen door het woord "bijkomende".
Art. 38. A l'article 9, alinĂ©a 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2020, le mot " spĂ©cial " est remplacĂ© par le mot " supplĂ©mentaire ".
Art. 39. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" vervangen door het woord "woonzorgcentrum";
  2° in het eerste lid wordt het woord "bijzondere" telkens vervangen door het woord "bijkomende";
  3° in het tweede lid wordt het woord "bijzondere" vervangen door het woord "bijkomende".
  1° in het eerste lid worden de woorden "woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning" vervangen door het woord "woonzorgcentrum";
  2° in het eerste lid wordt het woord "bijzondere" telkens vervangen door het woord "bijkomende";
  3° in het tweede lid wordt het woord "bijzondere" vervangen door het woord "bijkomende".
Art. 39. A l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " centre de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire " sont remplacés par les mots " centre de soins résidentiels " ;
  2° à l'alinéa 1er, le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire " ;
  3° à l'alinéa 2, le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire ".
  1° à l'alinéa 1er, les mots " centre de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire " sont remplacés par les mots " centre de soins résidentiels " ;
  2° à l'alinéa 1er, le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire " ;
  3° à l'alinéa 2, le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire ".
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers
CHAPITRE 11. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de soins rĂ©sidentiels et d'associations d'intervenants de proximitĂ© et d'usagers
Art. 40. In artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° een woonzorgcentrum voor het aanbieden van gespecialiseerde zorg aan specifieke doelgroepen.";
  2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
  1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° een woonzorgcentrum voor het aanbieden van gespecialiseerde zorg aan specifieke doelgroepen.";
  2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. 40. A l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de soins rĂ©sidentiels et d'associations d'intervenants de proximitĂ© et d'usagers, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 2, alinéa 1er, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° un centre de soins résidentiels en vue d'offrir des soins spécialisés à des groupes cibles spécifiques. " ;
  2° le paragraphe 3 est abrogé.
  1° au paragraphe 2, alinéa 1er, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° un centre de soins résidentiels en vue d'offrir des soins spécialisés à des groupes cibles spécifiques. " ;
  2° le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 41. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de woorden "of bijzondere" opgeheven.
Art. 41. A l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " ou spĂ©cial " sont abrogĂ©s.
Art. 42. In artikel 54 van bijlage 7 bij hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
  " § 2. Personeel voor reactivering als vermeld in paragraaf 1, 4°, beschikt over ten minste een van de kwalificaties, vermeld in artikel 45, § 2, eerste lid, 8°, van de bijlage 11, die bij dit besluit is gevoegd.".
  " § 2. Personeel voor reactivering als vermeld in paragraaf 1, 4°, beschikt over ten minste een van de kwalificaties, vermeld in artikel 45, § 2, eerste lid, 8°, van de bijlage 11, die bij dit besluit is gevoegd.".
Art. 42. A l'article 54 de l'annexe 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 2. Le personnel de rĂ©activation visĂ© au paragraphe 1er, 4°, dispose au moins de l'une des qualifications visĂ©es Ă l'article 45, § 2, alinĂ©a 1er, 8°, de l'annexe 11, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
  " § 2. Le personnel de rĂ©activation visĂ© au paragraphe 1er, 4°, dispose au moins de l'une des qualifications visĂ©es Ă l'article 45, § 2, alinĂ©a 1er, 8°, de l'annexe 11, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 43. In artikel 57 van bijlage 7 bij hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
  " § 2. Personeel voor reactivering als vermeld in paragraaf 1, 4°, beschikt over ten minste een van de kwalificaties, vermeld in artikel 45, § 2, eerste lid, 8°, van de bijlage 11, die bij dit besluit is gevoegd.".
  " § 2. Personeel voor reactivering als vermeld in paragraaf 1, 4°, beschikt over ten minste een van de kwalificaties, vermeld in artikel 45, § 2, eerste lid, 8°, van de bijlage 11, die bij dit besluit is gevoegd.".
Art. 43. A l'article 57 de l'annexe 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 2. Le personnel de rĂ©activation visĂ© au paragraphe 1er, 4°, dispose au moins de l'une des qualifications visĂ©es Ă l'article 45, § 2, alinĂ©a 1er, 8°, de l'annexe 11, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
  " § 2. Le personnel de rĂ©activation visĂ© au paragraphe 1er, 4°, dispose au moins de l'une des qualifications visĂ©es Ă l'article 45, § 2, alinĂ©a 1er, 8°, de l'annexe 11, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 44. In het eerste lid van artikel 66 van de bijlage 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers wordt de zinsnede "effectief gerealiseerde openingsdagen" vervangen door het cijfer "250".
Art. 44. A l'alinĂ©a 1er de l'article 66 de l'annexe 7 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de soins rĂ©sidentiels et d'associations d'intervenants de proximitĂ© et d'usagers, le membre de phrase " les jours d'ouverture effectivement rĂ©alisĂ©s " est remplacĂ© par le chiffre " 250 ".
Art. 45. In artikel 9 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit wordt de zinsnede ", 1°, 2°, 3°, a), en 4° tot en met 7° " opgeheven.
Art. 45. A l'article 9 de l'annexe 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " , 1°, 2°, 3°, a), et 4° Ă 7° " est abrogĂ©.
Art. 46. In artikel 17 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "wordt de erkende capaciteit van het centrum type 1 toegevoegd aan het aantal gebruikers van het woonzorgcentrum of van het centrum voor herstelverblijf" wordt vervangen door de zinsnede "wordt het aantal gebruikers van het erkende centrum type 1, met inbegrip van de gebruikers die afwezig zijn, toegevoegd aan het aantal gebruikers van het woonzorgcentrum of het centrum voor herstelverblijf";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Aanvullend op het personeel dat is vereist conform het eerste lid, beschikt het centrum voor kortverblijf type 1 over 1,4 voltijdse equivalenten personeelsleden voor reactivering per dertig gebruikers met de afhankelijkheidscategorie O en A, vermeld in artikel 425, tweede lid, 1° of 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming. Deze personeelsleden beschikken over ten minste een van de kwalificaties, vermeld in artikel 45, § 2, eerste lid, 8°, van bijlage 11, die bij dit besluit is gevoegd.".
  1° de zinsnede "wordt de erkende capaciteit van het centrum type 1 toegevoegd aan het aantal gebruikers van het woonzorgcentrum of van het centrum voor herstelverblijf" wordt vervangen door de zinsnede "wordt het aantal gebruikers van het erkende centrum type 1, met inbegrip van de gebruikers die afwezig zijn, toegevoegd aan het aantal gebruikers van het woonzorgcentrum of het centrum voor herstelverblijf";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Aanvullend op het personeel dat is vereist conform het eerste lid, beschikt het centrum voor kortverblijf type 1 over 1,4 voltijdse equivalenten personeelsleden voor reactivering per dertig gebruikers met de afhankelijkheidscategorie O en A, vermeld in artikel 425, tweede lid, 1° of 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming. Deze personeelsleden beschikken over ten minste een van de kwalificaties, vermeld in artikel 45, § 2, eerste lid, 8°, van bijlage 11, die bij dit besluit is gevoegd.".
Art. 46. A l'article 17 de l'annexe 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le membre de phrase " la capacité agréée du centre de type 1 est ajoutée au nombre d'usagers du centre de soins résidentiels ou du centre de convalescence " est remplacé par le membre de phrase " le nombre d'usagers du centre agréé de type 1, en ce compris les usagers absents, est ajouté au nombre d'usagers du centre de soins résidentiels ou du centre de convalescence " ;
  2° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " ComplĂ©mentairement au personnel requis conformĂ©ment Ă l'alinĂ©a 1er, le centre de court sĂ©jour de type 1 dispose de 1,4 Ă©quivalent temps plein membre du personnel de rĂ©activation par 30 usagers relevant des catĂ©gories de dĂ©pendance O et A, visĂ©es Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 1° ou 2°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 18 mai 2018 relatif Ă la protection sociale flamande. Ces membres du personnel disposent au moins de l'une des qualifications visĂ©es Ă l'article 45, § 2, alinĂ©a 1er, 8°, de l'annexe 11, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
  1° le membre de phrase " la capacité agréée du centre de type 1 est ajoutée au nombre d'usagers du centre de soins résidentiels ou du centre de convalescence " est remplacé par le membre de phrase " le nombre d'usagers du centre agréé de type 1, en ce compris les usagers absents, est ajouté au nombre d'usagers du centre de soins résidentiels ou du centre de convalescence " ;
  2° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " ComplĂ©mentairement au personnel requis conformĂ©ment Ă l'alinĂ©a 1er, le centre de court sĂ©jour de type 1 dispose de 1,4 Ă©quivalent temps plein membre du personnel de rĂ©activation par 30 usagers relevant des catĂ©gories de dĂ©pendance O et A, visĂ©es Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 1° ou 2°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 18 mai 2018 relatif Ă la protection sociale flamande. Ces membres du personnel disposent au moins de l'une des qualifications visĂ©es Ă l'article 45, § 2, alinĂ©a 1er, 8°, de l'annexe 11, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 47. Artikel 19 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 19. Artikel 48 en 49 van bijlage 11, die bij dit besluit is gevoegd, zijn van overeenkomstige toepassing.".
  "Art. 19. Artikel 48 en 49 van bijlage 11, die bij dit besluit is gevoegd, zijn van overeenkomstige toepassing.".
Art. 47. L'article 19 de l'annexe 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 19. Les articles 48 et 49 de l'annexe 11, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, s'appliquent mutatis mutandis. ".
  " Art. 19. Les articles 48 et 49 de l'annexe 11, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, s'appliquent mutatis mutandis. ".
Art. 48. In artikel 29 van bijlage 11 bij hetzelfde besluit wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° de paramedische zorg en ondersteuning:
  a) aan de bewoner met een afhankelijkheidscategorie O en A als vermeld in artikel 425, tweede lid, 1° of 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, worden de ergotherapeutische of de kinesitherapeutische of logopedische behandelingen die de behandelende arts voorgeschreven heeft, zoals besproken met de bewoner, en die opgenomen zijn in het woonzorgleefplan, gegarandeerd;
  b) aan de bewoner met een afhankelijkheidscategorie B, C, Cd en D als vermeld in artikel 425, tweede lid, 3°, 4°, 5° of 6°, van het voormelde besluit, wordt de noodzakelijke logopedische, ergo- of kinesitherapeutische ondersteuning geboden;".
  "3° de paramedische zorg en ondersteuning:
  a) aan de bewoner met een afhankelijkheidscategorie O en A als vermeld in artikel 425, tweede lid, 1° of 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, worden de ergotherapeutische of de kinesitherapeutische of logopedische behandelingen die de behandelende arts voorgeschreven heeft, zoals besproken met de bewoner, en die opgenomen zijn in het woonzorgleefplan, gegarandeerd;
  b) aan de bewoner met een afhankelijkheidscategorie B, C, Cd en D als vermeld in artikel 425, tweede lid, 3°, 4°, 5° of 6°, van het voormelde besluit, wordt de noodzakelijke logopedische, ergo- of kinesitherapeutische ondersteuning geboden;".
Art. 48. A l'article 29 de l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le point 3° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 3° les soins et le soutien paramédicaux :
  a) les traitements d'ergothĂ©rapie ou de kinĂ©sithĂ©rapie ou de logopĂ©die prescrits par le mĂ©decin traitant, tels que convenus avec le rĂ©sident et repris dans le plan de vie en soins rĂ©sidentiels, sont garantis aux rĂ©sidents relevant des catĂ©gories de dĂ©pendance O et A visĂ©es Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 1° ou 2°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 18 mai 2018 relatif Ă la protection sociale flamande ;
  b) le soutien de logopĂ©die, d'ergothĂ©rapie ou de kinĂ©sithĂ©rapie nĂ©cessaire est offert aux rĂ©sidents relevant des catĂ©gories de dĂ©pendance B, C, Cd et D visĂ©es Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 3°, 4°, 5° ou 6°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ; ".
  " 3° les soins et le soutien paramédicaux :
  a) les traitements d'ergothĂ©rapie ou de kinĂ©sithĂ©rapie ou de logopĂ©die prescrits par le mĂ©decin traitant, tels que convenus avec le rĂ©sident et repris dans le plan de vie en soins rĂ©sidentiels, sont garantis aux rĂ©sidents relevant des catĂ©gories de dĂ©pendance O et A visĂ©es Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 1° ou 2°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 18 mai 2018 relatif Ă la protection sociale flamande ;
  b) le soutien de logopĂ©die, d'ergothĂ©rapie ou de kinĂ©sithĂ©rapie nĂ©cessaire est offert aux rĂ©sidents relevant des catĂ©gories de dĂ©pendance B, C, Cd et D visĂ©es Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 3°, 4°, 5° ou 6°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ; ".
Art. 49. Artikel 45 van bijlage 11 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 45. § 1. Een woonzorgcentrum beschikt ten minste over het volgende personeel, ongeacht de afhankelijkheidscategorie van de bewoners:
  1° een directeur die de eindverantwoordelijke is voor de dagelijkse leiding, en die in het bezit is van minimaal een bachelordiploma dat relevant is voor de uit te oefenen functie. Vanaf 25 woongelegenheden wordt die functie voltijds ingevuld. Die functie kan gecumuleerd worden met de functie van overkoepelend directeur van woonzorgvoorzieningen aansluitend aan of in de onmiddellijke omgeving van het woonzorgcentrum. Elk van die woonzorgvoorzieningen beantwoordt echter aan de desbetreffende wettelijke voorwaarden voor de omkadering;
  2° twee voltijdse onderhouds- en keukenmedewerkers per dertig bewoners. De taken van het keukenpersoneel en het onderhoudspersoneel kunnen volledig of gedeeltelijk aan derden worden uitbesteed. In dit geval stemt het contract met de derde in aantal arbeidsuren overeen met het verminderde aantal personeelsuren in het centrum. Het contract voorziet ook in een voldoende spreiding gedurende de dag, zowel in de week als tijdens het weekend;
  3° een of meer begeleiders wonen en leven in het kader van het begeleiden van de bewoners en hun omgeving in de ondersteuning van hun leven in het woonzorgcentrum.
  Tot en met 30 juni 2023 wordt dit aantal als volgt bepaald:
  a) 0,50 voltijdse equivalenten voor een woonzorgcentrum met maximaal 30 woongelegenheden;
  b) 1 voltijdse equivalent voor een woonzorgcentrum met minstens 31 en maximaal 60 woongelegenheden;
  c) 1,50 voltijdse equivalenten voor een woonzorgcentrum met minstens 61 en maximaal 90 woongelegenheden;
  d) twee voltijdse equivalenten voor een woonzorgcentrum met minstens 91 en maximaal 120 woongelegenheden. Vanaf 120 woongelegenheden wordt per begonnen schijf van 30 woongelegenheden voorzien in een aanvullende tewerkstelling van 0,25 voltijdse equivalent.
  Vanaf 1 juli 2023 wordt dit aantal als volgt bepaald:
  e) 0,50 voltijdse equivalenten voor een woonzorgcentrum met maximaal 30 bewoners;
  f) 1 voltijdse equivalent voor een woonzorgcentrum met minstens 31 en maximaal 60 bewoners;
  g) 1,50 voltijdse equivalenten voor een woonzorgcentrum met minstens 61 en maximaal 90 bewoners;
  h) twee voltijdse equivalenten voor een woonzorgcentrum met minstens 91 en maximaal 120 bewoners. Vanaf 120 bewoners wordt per begonnen schijf van 30 bewoners voorzien in een aanvullende tewerkstelling van 0,25 voltijdse equivalent.
  § 2. Een woonzorgcentrum beschikt ten minste over het volgende personeel afhankelijk van de afhankelijkheidscategorie van de bewoners, per kwalificatie, uitgedrukt in voltijdse equivalenten en per dertig bewoners:
  1° voor de afhankelijkheidscategorie O, vermeld in artikel 425, tweede lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming: ten minste 0,25 verpleegkundigen;
  2° voor de afhankelijkheidscategorie A, vermeld in artikel 425, tweede lid, 2°, van het voormelde besluit:
  a) ten minste 1,20 verpleegkundigen;
  b) ten minste 1,05 zorgkundigen;
  3° voor de afhankelijkheidscategorie B, vermeld in artikel 425, tweede lid, 3°, van voormelde besluit:
  a) ten minste 5 verpleegkundigen;
  b) ten minste 5,2 zorgkundigen;
  c) ten minste 1 personeelslid voor reactivering;
  d) ten minste 0,1 bijkomend personeelslid voor reactivering dat aantoonbare ervaring heeft in vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg, ter ondersteuning van de verzorging van de bewoner die zich in de levenseindefase bevindt;
  4° voor de afhankelijkheidscategorie C, vermeld in artikel 425, tweede lid, 4°, van het voormelde besluit:
  a) ten minste 5 verpleegkundigen;
  b) ten minste 6,2 zorgkundigen;
  c) ten minste 1,5 personeelslid voor reactivering;
  d) ten minste 0,1 bijkomend personeelslid voor reactivering dat aantoonbare ervaring heeft in vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg, ter ondersteuning van de verzorging van de bewoner die zich in de levenseindefase bevindt;
  5° voor de afhankelijkheidscategorie Cd, vermeld in artikel 425, tweede lid, 5°, van het voormelde besluit:
  a) ten minste 5 verpleegkundigen;
  b) ten minste 6,7 zorgkundigen;
  c) ten minste 1,5 personeelslid voor reactivering;
  d) ten minste 0,1 bijkomend personeelslid voor reactivering dat aantoonbare ervaring heeft in vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg, ter ondersteuning van de verzorging van de bewoner die zich in de levenseindefase bevindt;
  6° voor de afhankelijkheidscategorie D, vermeld in artikel 425, tweede lid, 6°, van het voormelde besluit:
  a) ten minste 1,2 verpleegkundigen;
  b) ten minste 5,2 zorgkundigen;
  c) ten minste 2,6 personeelslid voor reactivering;
  7° het woonzorgcentrum beschikt binnen het aantal verpleegkundigen, vermeld in punt 3° tot en met 5°, voor de eerste dertig bewoners met een afhankelijkheidscategorie B, C en Cd over een voltijdse equivalent hoofdverpleegkundige. Boven de eerste dertig bewoners is bij overschrijding van de helft van elke nieuwe schijf van dertig bewoners, hetzij binnen het aantal vereiste verpleegkundigen een bijkomend voltijdse equivalent hoofdverpleegkundige verplicht, hetzij bovenop dat aantal een voltijdse equivalent teamverantwoordelijke die in het bezit is van ten minste een bachelordiploma in een zorg- of welzijnsdomein of een voltijdse equivalent met een combinatie van beide functies verplicht.
  De hoofdverpleegkundige of, in voorkomend geval, de teamverantwoordelijke, vervult al de volgende taken:
  a) de dagelijkse leiding geven aan een interdisciplinair samengesteld team dat zorg en ondersteuning biedt aan een groep van bewoners;
  b) de activiteiten met betrekking tot de totaalzorg aan de dertig bewoners uitgevoerd door het interdisciplinaire team coördineren binnen een of meer leefgroepen;
  c) waken over de opvolging en actualisering van het woonzorgleefplan van de bewoners;
  d) waken over de kwaliteit van de zorg, het wonen en het leven van de bewoners;
  e) samen met eventueel andere aanwezige hoofdverpleegkundigen, de teamverantwoordelijke en de directeur de coördinerend en raadgevend arts bijstaan bij de uitoefening van zijn functie;
  8° de personeelsleden voor reactivering beschikken over ten minste een van de volgende kwalificaties of over een kwalificatie die daarmee gelijkgesteld is door de bevoegde overheid:
  a) master of science in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie;
  b) gegradueerde in de kinesitherapie, op voorwaarde dat dit diploma is behaald vóór 1 november 2002 en de erkenning als kinesitherapeut is aangevraagd vóór 1 september 2019;
  c) bachelor in de logopedie en de audiologie;
  d) master of science in de logopedische en de audiologische wetenschappen;
  e) bachelor in de ergotherapie;
  f) master of science in de ergotherapeutische wetenschap;
  g) bachelor in de sociale readaptatiewetenschappen;
  h) bachelor in de voedings- en dieetkunde;
  i) gegradueerde in de orthopedagogie;
  j) gegradueerde in de orthopedagogische begeleiding;
  k) bachelor in de orthopedagogie;
  l) bachelor in de orthopedie;
  m) bachelor in de pedagogie van het jonge kind;
  n) master of science in de pedagogische wetenschappen;
  o) master of science in de psychologie;
  p) bachelor in de toegepaste psychologie;
  q) gegradueerde in het maatschappelijk werk;
  r) gegradueerde in het sociaal-cultureel werk;
  s) bachelor in het sociaal werk;
  t) master of science in het sociaal werk;
  u) master of science in het sociaal werk en het sociaal beleid;
  v) bachelor in de gezinswetenschappen;
  w) master of science in het management, zorg en beleid in de gerontologie;
  x) bachelor in de psychosociale gerontologie na het volgen van een bachelor-na-bacheloropleiding;
  y) bachelor in de mondzorg;
  z) master of arts in de muziek, afstudeerrichting muziektherapie;
  aa) master of arts in de dans;
  ab) master of arts in het drama;
  ac) bachelor in de creatieve therapie na het volgen van een bachelor-na-bacheloropleiding;
  ad) master of arts in de theologie en de religiewetenschappen;
  ae) master of arts in de protestantse theologie en religiestudies;
  af) master of arts in de wereldreligies;
  ag) master of arts in samenleving, recht en religie;
  ah) master of arts in de moraalwetenschappen;
  ai) master of arts in de wijsbegeerte en de moraalwetenschappen;
  aj) master of arts in de wijsbegeerte;
  ak) bachelor in de zorgtechnologie;
  al) bachelor in wellbeing- en vitaliteitsmanagement;
  am) bachelor in de toegepaste gezondheidswetenschappen;
  an) bachelor in sport en bewegen;
  ao) master of science in de lichamelijke opvoeding en de bewegingswetenschappen;
  ap) bachelor in de podologie;
  Met bachelor wordt steeds en professioneel gerichte bacheloropleiding bedoeld. Een bachelor bekomen na een academische bacheloropleiding komt niet in aanmerking.
  § 3. Maximaal 20% van de verpleegkundigen, vermeld in paragraaf 2, punt 1° tot en met 6°, mag worden vervangen door een personeelslid dat een van de kwalificaties, vermeld in paragraaf 2, punt 8°, heeft, als de permanentie, vermeld in artikel 48, wordt gerespecteerd.
  Bij gebrek aan personeelsleden die beschikken over een van de kwalificaties, vermeld in paragraaf 2, punt 8°, mag maximaal 20% van de verpleegkundigen door zorgkundigen vervangen worden ten belope van 1,2 voltijdse equivalenten zorgkundigen voor 1 voltijdse equivalent verpleegkundige.
  Het percentage van 20%, vermeld in het eerste lid, kan verhoogd worden tot 30% voor de woonzorgcentra, in voorkomend geval met bijbehorende centra voor kortverblijf, die minstens zeven voltijdse equivalenten verpleegkundigen tewerkstellen.
  § 4. Bij de tewerkstelling van de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, 2 en 3, worden de volgende voorwaarden nageleefd:
  1° de beheersinstantie van het woonzorgcentrum beschikt over eigen loontrekkend of statutair personeel. Personeel voor reactivering en onderhouds- en keukenpersoneel is loontrekkend, statutair of met het woonzorgcentrum verbonden door een ondernemingscontract. Een woonzorgcentrum toont voor elk personeelslid minimaal de volgende elementen aan: de identiteit van de werknemer aan de hand van de volledige naam en het rijksregisternummer, de omschrijving van de functie, de arbeidsduur en het arbeidsregime, de plaats van tewerkstelling, en de startdatum en in voorkomend geval de einddatum van de tewerkstelling. Bij tewerkstelling in verschillende voorzieningen of vestigingen van een voorziening worden de voormelde gegevens per voorziening of vestiging aangetoond;
  2° in afwijking van punt 1° kan de minister bepalen welke andere tewerkstellingsmodaliteiten in aanmerking komen voor het beschikken over het vereiste personeel. De minister bepaalt daarvoor de voorwaarden, waaronder de categorie van personeelsleden, de bewijsvoering van tewerkstelling en indien van toepassing de looptijd van de maatregel;
  3° het personeel beschikt over de nodige kwalificaties voor de taken die ze vervullen. De minister kan bepalen welke kwalificaties in aanmerking komen voor de tewerkstelling als begeleider wonen en leven;
  4° het personeel beheerst de Nederlandse taal;
  5° studenten die stage lopen, volgen het beleid van het woonzorgcentrum rond de stage;
  6° het minimale aantal vereiste personeelsleden wordt berekend op het aantal opgenomen bewoners in het woonzorgcentrum, inclusief de gebruikers van het centrum voor kortverblijf, ziekenhuisopnames en andere afwezigheden. Voor gebruikers van andere voorzieningen is een aparte personeelsequipe aantoonbaar.".
  "Art. 45. § 1. Een woonzorgcentrum beschikt ten minste over het volgende personeel, ongeacht de afhankelijkheidscategorie van de bewoners:
  1° een directeur die de eindverantwoordelijke is voor de dagelijkse leiding, en die in het bezit is van minimaal een bachelordiploma dat relevant is voor de uit te oefenen functie. Vanaf 25 woongelegenheden wordt die functie voltijds ingevuld. Die functie kan gecumuleerd worden met de functie van overkoepelend directeur van woonzorgvoorzieningen aansluitend aan of in de onmiddellijke omgeving van het woonzorgcentrum. Elk van die woonzorgvoorzieningen beantwoordt echter aan de desbetreffende wettelijke voorwaarden voor de omkadering;
  2° twee voltijdse onderhouds- en keukenmedewerkers per dertig bewoners. De taken van het keukenpersoneel en het onderhoudspersoneel kunnen volledig of gedeeltelijk aan derden worden uitbesteed. In dit geval stemt het contract met de derde in aantal arbeidsuren overeen met het verminderde aantal personeelsuren in het centrum. Het contract voorziet ook in een voldoende spreiding gedurende de dag, zowel in de week als tijdens het weekend;
  3° een of meer begeleiders wonen en leven in het kader van het begeleiden van de bewoners en hun omgeving in de ondersteuning van hun leven in het woonzorgcentrum.
  Tot en met 30 juni 2023 wordt dit aantal als volgt bepaald:
  a) 0,50 voltijdse equivalenten voor een woonzorgcentrum met maximaal 30 woongelegenheden;
  b) 1 voltijdse equivalent voor een woonzorgcentrum met minstens 31 en maximaal 60 woongelegenheden;
  c) 1,50 voltijdse equivalenten voor een woonzorgcentrum met minstens 61 en maximaal 90 woongelegenheden;
  d) twee voltijdse equivalenten voor een woonzorgcentrum met minstens 91 en maximaal 120 woongelegenheden. Vanaf 120 woongelegenheden wordt per begonnen schijf van 30 woongelegenheden voorzien in een aanvullende tewerkstelling van 0,25 voltijdse equivalent.
  Vanaf 1 juli 2023 wordt dit aantal als volgt bepaald:
  e) 0,50 voltijdse equivalenten voor een woonzorgcentrum met maximaal 30 bewoners;
  f) 1 voltijdse equivalent voor een woonzorgcentrum met minstens 31 en maximaal 60 bewoners;
  g) 1,50 voltijdse equivalenten voor een woonzorgcentrum met minstens 61 en maximaal 90 bewoners;
  h) twee voltijdse equivalenten voor een woonzorgcentrum met minstens 91 en maximaal 120 bewoners. Vanaf 120 bewoners wordt per begonnen schijf van 30 bewoners voorzien in een aanvullende tewerkstelling van 0,25 voltijdse equivalent.
  § 2. Een woonzorgcentrum beschikt ten minste over het volgende personeel afhankelijk van de afhankelijkheidscategorie van de bewoners, per kwalificatie, uitgedrukt in voltijdse equivalenten en per dertig bewoners:
  1° voor de afhankelijkheidscategorie O, vermeld in artikel 425, tweede lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming: ten minste 0,25 verpleegkundigen;
  2° voor de afhankelijkheidscategorie A, vermeld in artikel 425, tweede lid, 2°, van het voormelde besluit:
  a) ten minste 1,20 verpleegkundigen;
  b) ten minste 1,05 zorgkundigen;
  3° voor de afhankelijkheidscategorie B, vermeld in artikel 425, tweede lid, 3°, van voormelde besluit:
  a) ten minste 5 verpleegkundigen;
  b) ten minste 5,2 zorgkundigen;
  c) ten minste 1 personeelslid voor reactivering;
  d) ten minste 0,1 bijkomend personeelslid voor reactivering dat aantoonbare ervaring heeft in vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg, ter ondersteuning van de verzorging van de bewoner die zich in de levenseindefase bevindt;
  4° voor de afhankelijkheidscategorie C, vermeld in artikel 425, tweede lid, 4°, van het voormelde besluit:
  a) ten minste 5 verpleegkundigen;
  b) ten minste 6,2 zorgkundigen;
  c) ten minste 1,5 personeelslid voor reactivering;
  d) ten minste 0,1 bijkomend personeelslid voor reactivering dat aantoonbare ervaring heeft in vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg, ter ondersteuning van de verzorging van de bewoner die zich in de levenseindefase bevindt;
  5° voor de afhankelijkheidscategorie Cd, vermeld in artikel 425, tweede lid, 5°, van het voormelde besluit:
  a) ten minste 5 verpleegkundigen;
  b) ten minste 6,7 zorgkundigen;
  c) ten minste 1,5 personeelslid voor reactivering;
  d) ten minste 0,1 bijkomend personeelslid voor reactivering dat aantoonbare ervaring heeft in vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg, ter ondersteuning van de verzorging van de bewoner die zich in de levenseindefase bevindt;
  6° voor de afhankelijkheidscategorie D, vermeld in artikel 425, tweede lid, 6°, van het voormelde besluit:
  a) ten minste 1,2 verpleegkundigen;
  b) ten minste 5,2 zorgkundigen;
  c) ten minste 2,6 personeelslid voor reactivering;
  7° het woonzorgcentrum beschikt binnen het aantal verpleegkundigen, vermeld in punt 3° tot en met 5°, voor de eerste dertig bewoners met een afhankelijkheidscategorie B, C en Cd over een voltijdse equivalent hoofdverpleegkundige. Boven de eerste dertig bewoners is bij overschrijding van de helft van elke nieuwe schijf van dertig bewoners, hetzij binnen het aantal vereiste verpleegkundigen een bijkomend voltijdse equivalent hoofdverpleegkundige verplicht, hetzij bovenop dat aantal een voltijdse equivalent teamverantwoordelijke die in het bezit is van ten minste een bachelordiploma in een zorg- of welzijnsdomein of een voltijdse equivalent met een combinatie van beide functies verplicht.
  De hoofdverpleegkundige of, in voorkomend geval, de teamverantwoordelijke, vervult al de volgende taken:
  a) de dagelijkse leiding geven aan een interdisciplinair samengesteld team dat zorg en ondersteuning biedt aan een groep van bewoners;
  b) de activiteiten met betrekking tot de totaalzorg aan de dertig bewoners uitgevoerd door het interdisciplinaire team coördineren binnen een of meer leefgroepen;
  c) waken over de opvolging en actualisering van het woonzorgleefplan van de bewoners;
  d) waken over de kwaliteit van de zorg, het wonen en het leven van de bewoners;
  e) samen met eventueel andere aanwezige hoofdverpleegkundigen, de teamverantwoordelijke en de directeur de coördinerend en raadgevend arts bijstaan bij de uitoefening van zijn functie;
  8° de personeelsleden voor reactivering beschikken over ten minste een van de volgende kwalificaties of over een kwalificatie die daarmee gelijkgesteld is door de bevoegde overheid:
  a) master of science in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie;
  b) gegradueerde in de kinesitherapie, op voorwaarde dat dit diploma is behaald vóór 1 november 2002 en de erkenning als kinesitherapeut is aangevraagd vóór 1 september 2019;
  c) bachelor in de logopedie en de audiologie;
  d) master of science in de logopedische en de audiologische wetenschappen;
  e) bachelor in de ergotherapie;
  f) master of science in de ergotherapeutische wetenschap;
  g) bachelor in de sociale readaptatiewetenschappen;
  h) bachelor in de voedings- en dieetkunde;
  i) gegradueerde in de orthopedagogie;
  j) gegradueerde in de orthopedagogische begeleiding;
  k) bachelor in de orthopedagogie;
  l) bachelor in de orthopedie;
  m) bachelor in de pedagogie van het jonge kind;
  n) master of science in de pedagogische wetenschappen;
  o) master of science in de psychologie;
  p) bachelor in de toegepaste psychologie;
  q) gegradueerde in het maatschappelijk werk;
  r) gegradueerde in het sociaal-cultureel werk;
  s) bachelor in het sociaal werk;
  t) master of science in het sociaal werk;
  u) master of science in het sociaal werk en het sociaal beleid;
  v) bachelor in de gezinswetenschappen;
  w) master of science in het management, zorg en beleid in de gerontologie;
  x) bachelor in de psychosociale gerontologie na het volgen van een bachelor-na-bacheloropleiding;
  y) bachelor in de mondzorg;
  z) master of arts in de muziek, afstudeerrichting muziektherapie;
  aa) master of arts in de dans;
  ab) master of arts in het drama;
  ac) bachelor in de creatieve therapie na het volgen van een bachelor-na-bacheloropleiding;
  ad) master of arts in de theologie en de religiewetenschappen;
  ae) master of arts in de protestantse theologie en religiestudies;
  af) master of arts in de wereldreligies;
  ag) master of arts in samenleving, recht en religie;
  ah) master of arts in de moraalwetenschappen;
  ai) master of arts in de wijsbegeerte en de moraalwetenschappen;
  aj) master of arts in de wijsbegeerte;
  ak) bachelor in de zorgtechnologie;
  al) bachelor in wellbeing- en vitaliteitsmanagement;
  am) bachelor in de toegepaste gezondheidswetenschappen;
  an) bachelor in sport en bewegen;
  ao) master of science in de lichamelijke opvoeding en de bewegingswetenschappen;
  ap) bachelor in de podologie;
  Met bachelor wordt steeds en professioneel gerichte bacheloropleiding bedoeld. Een bachelor bekomen na een academische bacheloropleiding komt niet in aanmerking.
  § 3. Maximaal 20% van de verpleegkundigen, vermeld in paragraaf 2, punt 1° tot en met 6°, mag worden vervangen door een personeelslid dat een van de kwalificaties, vermeld in paragraaf 2, punt 8°, heeft, als de permanentie, vermeld in artikel 48, wordt gerespecteerd.
  Bij gebrek aan personeelsleden die beschikken over een van de kwalificaties, vermeld in paragraaf 2, punt 8°, mag maximaal 20% van de verpleegkundigen door zorgkundigen vervangen worden ten belope van 1,2 voltijdse equivalenten zorgkundigen voor 1 voltijdse equivalent verpleegkundige.
  Het percentage van 20%, vermeld in het eerste lid, kan verhoogd worden tot 30% voor de woonzorgcentra, in voorkomend geval met bijbehorende centra voor kortverblijf, die minstens zeven voltijdse equivalenten verpleegkundigen tewerkstellen.
  § 4. Bij de tewerkstelling van de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, 2 en 3, worden de volgende voorwaarden nageleefd:
  1° de beheersinstantie van het woonzorgcentrum beschikt over eigen loontrekkend of statutair personeel. Personeel voor reactivering en onderhouds- en keukenpersoneel is loontrekkend, statutair of met het woonzorgcentrum verbonden door een ondernemingscontract. Een woonzorgcentrum toont voor elk personeelslid minimaal de volgende elementen aan: de identiteit van de werknemer aan de hand van de volledige naam en het rijksregisternummer, de omschrijving van de functie, de arbeidsduur en het arbeidsregime, de plaats van tewerkstelling, en de startdatum en in voorkomend geval de einddatum van de tewerkstelling. Bij tewerkstelling in verschillende voorzieningen of vestigingen van een voorziening worden de voormelde gegevens per voorziening of vestiging aangetoond;
  2° in afwijking van punt 1° kan de minister bepalen welke andere tewerkstellingsmodaliteiten in aanmerking komen voor het beschikken over het vereiste personeel. De minister bepaalt daarvoor de voorwaarden, waaronder de categorie van personeelsleden, de bewijsvoering van tewerkstelling en indien van toepassing de looptijd van de maatregel;
  3° het personeel beschikt over de nodige kwalificaties voor de taken die ze vervullen. De minister kan bepalen welke kwalificaties in aanmerking komen voor de tewerkstelling als begeleider wonen en leven;
  4° het personeel beheerst de Nederlandse taal;
  5° studenten die stage lopen, volgen het beleid van het woonzorgcentrum rond de stage;
  6° het minimale aantal vereiste personeelsleden wordt berekend op het aantal opgenomen bewoners in het woonzorgcentrum, inclusief de gebruikers van het centrum voor kortverblijf, ziekenhuisopnames en andere afwezigheden. Voor gebruikers van andere voorzieningen is een aparte personeelsequipe aantoonbaar.".
Art. 49. L'article 45 de l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 45. § 1er. Un centre de soins résidentiels dispose au moins du personnel suivant, quelle que soit la catégorie de dépendance des résidents :
  1° un directeur qui est le responsable final de la direction journaliĂšre et qui est titulaire au minimum d'un diplĂŽme de bachelier pertinent pour la fonction Ă exercer. A partir de 25 logements, cette fonction est pourvue Ă temps plein. Cette fonction peut ĂȘtre cumulĂ©e avec celle de directeur chapeautant des structures de soins rĂ©sidentiels jouxtant le centre de soins rĂ©sidentiels ou sises dans ses environs immĂ©diats. Chacune de ces structures de soins rĂ©sidentiels rĂ©pond cependant aux conditions lĂ©gales concernĂ©es en matiĂšre d'encadrement ;
  2° du personnel d'entretien et de cuisine Ă raison de deux temps plein pour trente rĂ©sidents. Les tĂąches du personnel de cuisine et du personnel d'entretien peuvent ĂȘtre sous-traitĂ©es en tout ou en partie Ă des tiers. Dans ce cas, le contrat avec le tiers correspond en nombre d'heures de travail au nombre rĂ©duit d'heures de personnel dans le centre. Le contrat prĂ©voit Ă©galement une rĂ©partition suffisante sur la journĂ©e, tant en semaine que le week-end ;
  3° un ou plusieurs accompagnants de vie dans le cadre de l'accompagnement des résidents et de leur entourage dans le soutien de leur vie au centre de soins résidentiels.
  Jusqu'au 30 juin 2023, ce nombre est déterminé comme suit :
  a) 0,50 équivalent temps plein pour un centre de soins résidentiels de maximum 30 logements ;
  b) 1 équivalent temps plein pour un centre de soins résidentiels de minimum 31 à maximum 60 logements ;
  c) 1,50 équivalent temps plein pour un centre de soins résidentiels de minimum 61 à maximum 90 logements ;
  d) deux équivalents temps plein pour un centre de soins résidentiels de minimum 91 à maximum 120 logements. A partir de 120 logements, un emploi supplémentaire de 0,25 équivalent temps plein est prévu par tranche entamée de 30 logements.
  A compter du 1er juillet 2023, ce nombre est déterminé comme suit :
  e) 0,50 équivalent temps plein pour un centre de soins résidentiels de maximum 30 résidents ;
  f) 1 équivalent temps plein pour un centre de soins résidentiels de minimum 31 à maximum 60 résidents ;
  g) 1,50 équivalent temps plein pour un centre de soins résidentiels de minimum 61 à maximum 90 résidents ;
  h) deux équivalents temps plein pour un centre de soins résidentiels de minimum 91 à maximum 120 résidents. A partir de 120 résidents, un emploi supplémentaire de 0,25 équivalent temps plein est prévu par tranche entamée de 30 résidents.
  § 2. Un centre de soins résidentiels dispose au moins du personnel suivant, en fonction de la catégorie de dépendance des résidents, par qualification, exprimé en équivalents temps plein et par trente résidents :
  1° pour la catĂ©gorie de dĂ©pendance O, visĂ©e Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 18 mai 2018 relatif Ă la protection sociale flamande : 0,25 infirmier ;
  2° pour la catĂ©gorie de dĂ©pendance A, visĂ©e Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 2°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© :
  a) 1,20 infirmier ;
  b) 1,05 aide-soignant ;
  3° pour la catĂ©gorie de dĂ©pendance B, visĂ©e Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 3°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© :
  a) 5 infirmier ;
  b) 5,2 aides-soignants ;
  c) 1 membre du personnel de réactivation ;
  d) 0,1 membre supplémentaire du personnel de réactivation disposant d'une expérience avérée en programmation de soins précoces, soins palliatifs et soins de fin de vie pour soutenir les soins des résidents en phase terminale ;
  4° pour la catĂ©gorie de dĂ©pendance C, visĂ©e Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 4°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© :
  a) 5 infirmier ;
  b) 6,2 aides-soignants ;
  c) 1,5 membre du personnel de réactivation ;
  d) 0,1 membre supplémentaire du personnel de réactivation disposant d'une expérience avérée en programmation de soins précoces, soins palliatifs et soins de fin de vie pour soutenir les soins des résidents en phase terminale ;
  5° pour la catĂ©gorie de dĂ©pendance Cd, visĂ©e Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 5°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© :
  a) 5 infirmier ;
  b) 6,7 aides-soignants ;
  c) 1,5 membre du personnel de réactivation ;
  d) 0,1 membre supplémentaire du personnel de réactivation disposant d'une expérience avérée en programmation de soins précoces, soins palliatifs et soins de fin de vie pour soutenir les soins des résidents en phase terminale ;
  6° pour la catĂ©gorie de dĂ©pendance D, visĂ©e Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 6°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© :
  a) 1,2 infirmier ;
  b) 5,2 aides-soignants ;
  c) 2,6 membres du personnel de réactivation ;
  7° dans le nombre d'infirmiers, visĂ© aux points 3° Ă 5°, le centre de soins rĂ©sidentiels dispose, pour les 30 premiers rĂ©sidents des catĂ©gories de dĂ©pendance B, C et Cd, d'un Ă©quivalent temps plein infirmier en chef. Au-delĂ des 30 premiers rĂ©sidents, dĂšs que la moitiĂ© de chaque nouvelle tranche de trente rĂ©sidents est dĂ©passĂ©e, soit un Ă©quivalent temps plein infirmier en chef supplĂ©mentaire est obligatoire dans le nombre d'infirmiers requis, soit, en plus de ce nombre, un Ă©quivalent temps plein responsable d'Ă©quipe titulaire au minimum d'un diplĂŽme de bachelier dans le domaine des soins ou du bien-ĂȘtre, ou un Ă©quivalent temps plein avec une combinaison des deux fonctions.
  L'infirmier en chef ou, le cas échéant, le responsable d'équipe accomplit toutes les tùches suivantes :
  a) assurer la direction journaliÚre d'une équipe interdisciplinaire qui offre des soins et un soutien à un groupe de résidents ;
  b) coordonner, au sein d'une ou de plusieurs unités de vie, les activités exécutées par l'équipe interdisciplinaire concernant l'ensemble de soins prodigués aux trente résidents ;
  c) veiller au suivi et à l'actualisation du plan de vie en soins résidentiels des résidents ;
  d) veiller à la qualité des soins, du logement et de la vie des résidents ;
  e) assister, conjointement avec d'autres infirmiers en chef présents, le responsable d'équipe et le directeur, le médecin coordinateur et conseiller dans l'exercice de sa fonction ;
  8° les membres du personnel de réactivation doivent disposer d'au moins une des qualifications suivantes ou d'une qualification assimilée à celles-ci par l'autorité compétente :
  a) master of science en sciences de la réadaptation et kinésithérapie ;
  b) graduat en kinésithérapie, à condition que ce diplÎme ait été obtenu avant le 1er novembre 2002 et que l'agrément en tant que kinésithérapeute ait été demandé avant le 1er septembre 2019 ;
  c) bachelier en logopédie et audiologie ;
  d) master of science en sciences logopédiques et audiologiques ;
  e) bachelier en ergothérapie ;
  f) master of science en sciences ergothérapeutiques ;
  g) bachelier en sciences de réadaptation sociale ;
  h) bachelier en nutrition et diététique ;
  i) graduat en orthopédagogie ;
  j) graduat en accompagnement orthopédagogique ;
  k) bachelier en orthopédagogie ;
  l) bachelier en orthopédie ;
  m) bachelier en pédagogie du jeune enfant ;
  n) master of science en sciences pédagogiques ;
  o) master of science en psychologie ;
  p) bachelier en psychologie appliquée ;
  q) graduat en travail social ;
  r) graduat en travail socioculturel ;
  s) bachelier en travail social ;
  t) master of science en travail social ;
  u) master of science en travail social et politique sociale ;
  v) bachelier en sciences familiales ;
  w) master of science en gestion, soins et politique en gérontologie ;
  x) bachelier en gérontologie psychosociale aprÚs avoir suivi une formation de bachelier de spécialisation ;
  y) bachelier en soins bucaux ;
  z) master of arts en musique, orientation musicothérapie ;
  aa) master of arts en danse ;
  ab) master of arts en théùtre ;
  ac) bachelier en thérapie créative aprÚs avoir suivi une formation de bachelier de spécialisation ;
  ad) master of arts en théologie et sciences religieuses ;
  ae) master of arts en théologie protestante et études religieuses ;
  af) master of arts en religions du monde ;
  ag) master of arts en société, droit et religion ;
  ah) master of arts en sciences morales ;
  ai) master of arts en philosophie et sciences morales ;
  aj) master of arts en philosophie ;
  ak) bachelier en technologie des soins ;
  al) bachelier en gestion du bien-ĂȘtre et de la vitalitĂ© ;
  am) bachelier en sciences de la santé appliquées ;
  an) bachelier en sport et mouvement ;
  ao) master of science en éducation physique et en sciences de la motricité ;
  ap) bachelier en podologie ;
  Par bachelier, on entend toujours une formation de bachelier à caractÚre professionnel. L'obtention d'un bachelier aprÚs une formation académique de bachelier n'entre pas en ligne de compte.
  § 3. Maximum 20 % des infirmiers, visĂ©s au paragraphe 2, points 1° Ă 6°, peuvent ĂȘtre remplacĂ©s par un membre du personnel disposant de l'une des qualifications visĂ©es au paragraphe 2, point 8°, si la permanence visĂ©e Ă l'article 48 est respectĂ©e.
  En l'absence de membres du personnel disposant de l'une des qualifications visĂ©es au paragraphe 2, point 8°, maximum 20 % des infirmiers peuvent ĂȘtre remplacĂ©s par des aides-soignants, Ă concurrence de 1,2 Ă©quivalent temps plein aide-soignant pour 1 Ă©quivalent temps plein infirmier.
  Le pourcentage de 20 %, mentionnĂ© Ă l'alinĂ©a 1er, peut ĂȘtre augmentĂ© Ă 30 % pour les centres de soins rĂ©sidentiels, le cas Ă©chĂ©ant avec les centres de court sĂ©jour correspondants, qui emploient au moins sept Ă©quivalents temps plein infirmiers.
  § 4. Dans le cadre de l'occupation des membres du personnel, visés aux paragraphes 1er, 2 et 3, les conditions suivantes sont respectées :
  1° l'autorité de gestion du centre de soins résidentiels dispose de son propre personnel, salarié ou statutaire. Le personnel de réactivation et le personnel d'entretien et de cuisine est salarié, statutaire ou lié au centre de soins résidentiels par un contrat d'entreprise. Un centre de soins résidentiels démontre, pour chaque membre du personnel, au minimum les éléments suivants : l'identité du travailleur sur la base du nom complet et du numéro de registre national, la description de la fonction, la durée du travail et le régime de travail, le lieu de travail, et la date de début et le cas échéant la date de fin de l'occupation. En cas d'occupation dans différentes structures ou sites d'une structure, les données précitées sont démontrées par structure ou site ;
  2° par dérogation au point 1°, le ministre peut déterminer quelles sont les autres modalités d'occupation qui entrent en ligne de compte pour disposer du personnel requis. Le ministre détermine à cette fin les conditions, dont la catégorie de membres du personnel, la preuve de l'occupation et s'il y a lieu la durée de la mesure ;
  3° le personnel dispose des qualifications nécessaires pour les tùches qu'il accomplit. Le ministre peut déterminer quelles qualifications seront prises en compte pour l'occupation en tant qu'accompagnant de vie.
  4° le personnel maßtrise la langue néerlandaise ;
  5° les étudiants qui effectuent un stage suivent la politique du centre de soins résidentiels autour du stage ;
  6° le nombre minimum de membres du personnel requis est calculé en fonction du nombre de résidents enregistrés dans le centre de soins résidentiels, en ce compris les usagers du centre de court séjour, les admissions hospitaliÚres et autres absences. Pour les usagers d'autres structures, une équipe distincte de personnel est démontrable. ".
  " Art. 45. § 1er. Un centre de soins résidentiels dispose au moins du personnel suivant, quelle que soit la catégorie de dépendance des résidents :
  1° un directeur qui est le responsable final de la direction journaliĂšre et qui est titulaire au minimum d'un diplĂŽme de bachelier pertinent pour la fonction Ă exercer. A partir de 25 logements, cette fonction est pourvue Ă temps plein. Cette fonction peut ĂȘtre cumulĂ©e avec celle de directeur chapeautant des structures de soins rĂ©sidentiels jouxtant le centre de soins rĂ©sidentiels ou sises dans ses environs immĂ©diats. Chacune de ces structures de soins rĂ©sidentiels rĂ©pond cependant aux conditions lĂ©gales concernĂ©es en matiĂšre d'encadrement ;
  2° du personnel d'entretien et de cuisine Ă raison de deux temps plein pour trente rĂ©sidents. Les tĂąches du personnel de cuisine et du personnel d'entretien peuvent ĂȘtre sous-traitĂ©es en tout ou en partie Ă des tiers. Dans ce cas, le contrat avec le tiers correspond en nombre d'heures de travail au nombre rĂ©duit d'heures de personnel dans le centre. Le contrat prĂ©voit Ă©galement une rĂ©partition suffisante sur la journĂ©e, tant en semaine que le week-end ;
  3° un ou plusieurs accompagnants de vie dans le cadre de l'accompagnement des résidents et de leur entourage dans le soutien de leur vie au centre de soins résidentiels.
  Jusqu'au 30 juin 2023, ce nombre est déterminé comme suit :
  a) 0,50 équivalent temps plein pour un centre de soins résidentiels de maximum 30 logements ;
  b) 1 équivalent temps plein pour un centre de soins résidentiels de minimum 31 à maximum 60 logements ;
  c) 1,50 équivalent temps plein pour un centre de soins résidentiels de minimum 61 à maximum 90 logements ;
  d) deux équivalents temps plein pour un centre de soins résidentiels de minimum 91 à maximum 120 logements. A partir de 120 logements, un emploi supplémentaire de 0,25 équivalent temps plein est prévu par tranche entamée de 30 logements.
  A compter du 1er juillet 2023, ce nombre est déterminé comme suit :
  e) 0,50 équivalent temps plein pour un centre de soins résidentiels de maximum 30 résidents ;
  f) 1 équivalent temps plein pour un centre de soins résidentiels de minimum 31 à maximum 60 résidents ;
  g) 1,50 équivalent temps plein pour un centre de soins résidentiels de minimum 61 à maximum 90 résidents ;
  h) deux équivalents temps plein pour un centre de soins résidentiels de minimum 91 à maximum 120 résidents. A partir de 120 résidents, un emploi supplémentaire de 0,25 équivalent temps plein est prévu par tranche entamée de 30 résidents.
  § 2. Un centre de soins résidentiels dispose au moins du personnel suivant, en fonction de la catégorie de dépendance des résidents, par qualification, exprimé en équivalents temps plein et par trente résidents :
  1° pour la catĂ©gorie de dĂ©pendance O, visĂ©e Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 18 mai 2018 relatif Ă la protection sociale flamande : 0,25 infirmier ;
  2° pour la catĂ©gorie de dĂ©pendance A, visĂ©e Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 2°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© :
  a) 1,20 infirmier ;
  b) 1,05 aide-soignant ;
  3° pour la catĂ©gorie de dĂ©pendance B, visĂ©e Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 3°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© :
  a) 5 infirmier ;
  b) 5,2 aides-soignants ;
  c) 1 membre du personnel de réactivation ;
  d) 0,1 membre supplémentaire du personnel de réactivation disposant d'une expérience avérée en programmation de soins précoces, soins palliatifs et soins de fin de vie pour soutenir les soins des résidents en phase terminale ;
  4° pour la catĂ©gorie de dĂ©pendance C, visĂ©e Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 4°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© :
  a) 5 infirmier ;
  b) 6,2 aides-soignants ;
  c) 1,5 membre du personnel de réactivation ;
  d) 0,1 membre supplémentaire du personnel de réactivation disposant d'une expérience avérée en programmation de soins précoces, soins palliatifs et soins de fin de vie pour soutenir les soins des résidents en phase terminale ;
  5° pour la catĂ©gorie de dĂ©pendance Cd, visĂ©e Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 5°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© :
  a) 5 infirmier ;
  b) 6,7 aides-soignants ;
  c) 1,5 membre du personnel de réactivation ;
  d) 0,1 membre supplémentaire du personnel de réactivation disposant d'une expérience avérée en programmation de soins précoces, soins palliatifs et soins de fin de vie pour soutenir les soins des résidents en phase terminale ;
  6° pour la catĂ©gorie de dĂ©pendance D, visĂ©e Ă l'article 425, alinĂ©a 2, 6°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© :
  a) 1,2 infirmier ;
  b) 5,2 aides-soignants ;
  c) 2,6 membres du personnel de réactivation ;
  7° dans le nombre d'infirmiers, visĂ© aux points 3° Ă 5°, le centre de soins rĂ©sidentiels dispose, pour les 30 premiers rĂ©sidents des catĂ©gories de dĂ©pendance B, C et Cd, d'un Ă©quivalent temps plein infirmier en chef. Au-delĂ des 30 premiers rĂ©sidents, dĂšs que la moitiĂ© de chaque nouvelle tranche de trente rĂ©sidents est dĂ©passĂ©e, soit un Ă©quivalent temps plein infirmier en chef supplĂ©mentaire est obligatoire dans le nombre d'infirmiers requis, soit, en plus de ce nombre, un Ă©quivalent temps plein responsable d'Ă©quipe titulaire au minimum d'un diplĂŽme de bachelier dans le domaine des soins ou du bien-ĂȘtre, ou un Ă©quivalent temps plein avec une combinaison des deux fonctions.
  L'infirmier en chef ou, le cas échéant, le responsable d'équipe accomplit toutes les tùches suivantes :
  a) assurer la direction journaliÚre d'une équipe interdisciplinaire qui offre des soins et un soutien à un groupe de résidents ;
  b) coordonner, au sein d'une ou de plusieurs unités de vie, les activités exécutées par l'équipe interdisciplinaire concernant l'ensemble de soins prodigués aux trente résidents ;
  c) veiller au suivi et à l'actualisation du plan de vie en soins résidentiels des résidents ;
  d) veiller à la qualité des soins, du logement et de la vie des résidents ;
  e) assister, conjointement avec d'autres infirmiers en chef présents, le responsable d'équipe et le directeur, le médecin coordinateur et conseiller dans l'exercice de sa fonction ;
  8° les membres du personnel de réactivation doivent disposer d'au moins une des qualifications suivantes ou d'une qualification assimilée à celles-ci par l'autorité compétente :
  a) master of science en sciences de la réadaptation et kinésithérapie ;
  b) graduat en kinésithérapie, à condition que ce diplÎme ait été obtenu avant le 1er novembre 2002 et que l'agrément en tant que kinésithérapeute ait été demandé avant le 1er septembre 2019 ;
  c) bachelier en logopédie et audiologie ;
  d) master of science en sciences logopédiques et audiologiques ;
  e) bachelier en ergothérapie ;
  f) master of science en sciences ergothérapeutiques ;
  g) bachelier en sciences de réadaptation sociale ;
  h) bachelier en nutrition et diététique ;
  i) graduat en orthopédagogie ;
  j) graduat en accompagnement orthopédagogique ;
  k) bachelier en orthopédagogie ;
  l) bachelier en orthopédie ;
  m) bachelier en pédagogie du jeune enfant ;
  n) master of science en sciences pédagogiques ;
  o) master of science en psychologie ;
  p) bachelier en psychologie appliquée ;
  q) graduat en travail social ;
  r) graduat en travail socioculturel ;
  s) bachelier en travail social ;
  t) master of science en travail social ;
  u) master of science en travail social et politique sociale ;
  v) bachelier en sciences familiales ;
  w) master of science en gestion, soins et politique en gérontologie ;
  x) bachelier en gérontologie psychosociale aprÚs avoir suivi une formation de bachelier de spécialisation ;
  y) bachelier en soins bucaux ;
  z) master of arts en musique, orientation musicothérapie ;
  aa) master of arts en danse ;
  ab) master of arts en théùtre ;
  ac) bachelier en thérapie créative aprÚs avoir suivi une formation de bachelier de spécialisation ;
  ad) master of arts en théologie et sciences religieuses ;
  ae) master of arts en théologie protestante et études religieuses ;
  af) master of arts en religions du monde ;
  ag) master of arts en société, droit et religion ;
  ah) master of arts en sciences morales ;
  ai) master of arts en philosophie et sciences morales ;
  aj) master of arts en philosophie ;
  ak) bachelier en technologie des soins ;
  al) bachelier en gestion du bien-ĂȘtre et de la vitalitĂ© ;
  am) bachelier en sciences de la santé appliquées ;
  an) bachelier en sport et mouvement ;
  ao) master of science en éducation physique et en sciences de la motricité ;
  ap) bachelier en podologie ;
  Par bachelier, on entend toujours une formation de bachelier à caractÚre professionnel. L'obtention d'un bachelier aprÚs une formation académique de bachelier n'entre pas en ligne de compte.
  § 3. Maximum 20 % des infirmiers, visĂ©s au paragraphe 2, points 1° Ă 6°, peuvent ĂȘtre remplacĂ©s par un membre du personnel disposant de l'une des qualifications visĂ©es au paragraphe 2, point 8°, si la permanence visĂ©e Ă l'article 48 est respectĂ©e.
  En l'absence de membres du personnel disposant de l'une des qualifications visĂ©es au paragraphe 2, point 8°, maximum 20 % des infirmiers peuvent ĂȘtre remplacĂ©s par des aides-soignants, Ă concurrence de 1,2 Ă©quivalent temps plein aide-soignant pour 1 Ă©quivalent temps plein infirmier.
  Le pourcentage de 20 %, mentionnĂ© Ă l'alinĂ©a 1er, peut ĂȘtre augmentĂ© Ă 30 % pour les centres de soins rĂ©sidentiels, le cas Ă©chĂ©ant avec les centres de court sĂ©jour correspondants, qui emploient au moins sept Ă©quivalents temps plein infirmiers.
  § 4. Dans le cadre de l'occupation des membres du personnel, visés aux paragraphes 1er, 2 et 3, les conditions suivantes sont respectées :
  1° l'autorité de gestion du centre de soins résidentiels dispose de son propre personnel, salarié ou statutaire. Le personnel de réactivation et le personnel d'entretien et de cuisine est salarié, statutaire ou lié au centre de soins résidentiels par un contrat d'entreprise. Un centre de soins résidentiels démontre, pour chaque membre du personnel, au minimum les éléments suivants : l'identité du travailleur sur la base du nom complet et du numéro de registre national, la description de la fonction, la durée du travail et le régime de travail, le lieu de travail, et la date de début et le cas échéant la date de fin de l'occupation. En cas d'occupation dans différentes structures ou sites d'une structure, les données précitées sont démontrées par structure ou site ;
  2° par dérogation au point 1°, le ministre peut déterminer quelles sont les autres modalités d'occupation qui entrent en ligne de compte pour disposer du personnel requis. Le ministre détermine à cette fin les conditions, dont la catégorie de membres du personnel, la preuve de l'occupation et s'il y a lieu la durée de la mesure ;
  3° le personnel dispose des qualifications nécessaires pour les tùches qu'il accomplit. Le ministre peut déterminer quelles qualifications seront prises en compte pour l'occupation en tant qu'accompagnant de vie.
  4° le personnel maßtrise la langue néerlandaise ;
  5° les étudiants qui effectuent un stage suivent la politique du centre de soins résidentiels autour du stage ;
  6° le nombre minimum de membres du personnel requis est calculé en fonction du nombre de résidents enregistrés dans le centre de soins résidentiels, en ce compris les usagers du centre de court séjour, les admissions hospitaliÚres et autres absences. Pour les usagers d'autres structures, une équipe distincte de personnel est démontrable. ".
Art. 50. Aan artikel 48 van bijlage 11 bij hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Een verpleegkundige is overdag en 's nachts aanwezig in het woonzorgcentrum.".
  "Een verpleegkundige is overdag en 's nachts aanwezig in het woonzorgcentrum.".
Art. 50. A l'article 48 de l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la phrase suivante est ajoutĂ©e :
  " Un infirmier est présent en journée et la nuit dans le centre de soins résidentiels. ".
  " Un infirmier est présent en journée et la nuit dans le centre de soins résidentiels. ".
Art. 51. In artikel 49 van bijlage 11 bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt de zinsnede "voltijds verpleegkundig, zorgkundig, verzorgend, personeelslid voor reactivatie" vervangen door de zinsnede "voltijds verpleegkundig of zorgkundig personeelslid, personeelslid voor reactivering";
  2° in het vierde lid wordt tussen het woord "volgt" en het woord "acht" het woord "minstens" ingevoegd.
  1° in het tweede lid wordt de zinsnede "voltijds verpleegkundig, zorgkundig, verzorgend, personeelslid voor reactivatie" vervangen door de zinsnede "voltijds verpleegkundig of zorgkundig personeelslid, personeelslid voor reactivering";
  2° in het vierde lid wordt tussen het woord "volgt" en het woord "acht" het woord "minstens" ingevoegd.
Art. 51. A l'article 49 de l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 2, le membre de phrase " infirmier, aide-soignant, soignant, membre du personnel de réactivation à temps plein " est remplacé par le membre de phrase " membre du personnel infirmier ou aide-soignant, membre du personnel de réactivation à temps plein " ;
  2° à l'alinéa 4, les mots " au moins " sont insérés entre le mot " suit " et le mot " huit ".
  1° à l'alinéa 2, le membre de phrase " infirmier, aide-soignant, soignant, membre du personnel de réactivation à temps plein " est remplacé par le membre de phrase " membre du personnel infirmier ou aide-soignant, membre du personnel de réactivation à temps plein " ;
  2° à l'alinéa 4, les mots " au moins " sont insérés entre le mot " suit " et le mot " huit ".
Art. 52. In bijlage 11 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021, wordt hoofdstuk 5, dat bestaat uit artikel 59 tot en met 65, opgeheven.
Art. 52. A l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 mai 2021, le chapitre 5, composĂ© des articles 59 Ă 65, est abrogĂ©.
Art. 53. In bijlage 11 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020, wordt het opschrift van hoofdstuk 6 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 6. Bijkomende erkenningen voor gespecialiseerde zorg en ondersteuning aan specifieke doelgroepen".
  "Hoofdstuk 6. Bijkomende erkenningen voor gespecialiseerde zorg en ondersteuning aan specifieke doelgroepen".
Art. 53. A l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2020, l'intitulĂ© du chapitre 6 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Chapitre 6. Agréments supplémentaires pour les soins et le soutien spécialisés à des groupes-cibles spécifiques ".
  " Chapitre 6. Agréments supplémentaires pour les soins et le soutien spécialisés à des groupes-cibles spécifiques ".
Art. 54. In artikel 66, 1°, van bijlage 11 bij hetzelfde besluit wordt het woord "bijzondere" telkens vervangen door het woord "bijkomende".
Art. 54. A l'article 66, 1°, de l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " spĂ©cial " est chaque fois remplacĂ© par le mot " supplĂ©mentaire ".
Art. 55. In artikel 67, eerste lid, van bijlage 11 bij hetzelfde besluit wordt de zinsnede "die een bijzondere erkenning voor personen met jongdementie hebben" vervangen door "voor personen met jongdementie".
Art. 55. A l'article 67, alinĂ©a 1er, de l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " qui ont un agrĂ©ment spĂ©cial pour des personnes atteintes de dĂ©mence prĂ©coce " est remplacĂ© par " pour des personnes atteintes de dĂ©mence prĂ©coce ".
Art. 56. In hoofdstuk 6 van bijlage 11 bij hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 3 vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 3. Specifieke bijkomende erkenningsvoorwaarden".
  "Afdeling 3. Specifieke bijkomende erkenningsvoorwaarden".
Art. 56. Au chapitre 6 de l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© de la section 3 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Section 3. Conditions spécifiques d'agrément supplémentaire ".
  " Section 3. Conditions spécifiques d'agrément supplémentaire ".
Art. 57. In artikel 68 van bijlage 11 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "met een bijkomende erkenning" telkens opgeheven;
  2° in het eerste lid wordt het woord "bijzondere" vervangen door het woord "bijkomende";
  3° in het eerste lid wordt punt 3° opgeheven;
  4° het tweede lid wordt opgeheven.
  1° in het eerste lid worden de woorden "met een bijkomende erkenning" telkens opgeheven;
  2° in het eerste lid wordt het woord "bijzondere" vervangen door het woord "bijkomende";
  3° in het eerste lid wordt punt 3° opgeheven;
  4° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 57. A l'article 68 de l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2020, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " disposant d'un agrément supplémentaire " sont chaque fois abrogés ;
  2° à l'alinéa 1er, le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire " ;
  3° à l'alinéa 1er, le point 3° est abrogé ;
  4° l'alinéa 2 est abrogé.
  1° à l'alinéa 1er, les mots " disposant d'un agrément supplémentaire " sont chaque fois abrogés ;
  2° à l'alinéa 1er, le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire " ;
  3° à l'alinéa 1er, le point 3° est abrogé ;
  4° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 58. In artikel 69 van bijlage 11 bij hetzelfde besluit wordt de zinsnede "dat een bijzondere erkenning heeft," opgeheven.
Art. 58. A l'article 69 de l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " qui a un agrĂ©ment spĂ©cial " sont abrogĂ©s.
Art. 59. In artikel 70 van bijlage 11 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin wordt de zinsnede "dat een bijzondere erkenning heeft," opgeheven;
  2° in punt 2° wordt de zinsnede "afhankelijkheidscategorie Cd of B" vervangen door de zinsnede "afhankelijkheidscategorie B, Cd of D" en wordt de zinsnede "3° en 5° " vervangen door de zinsnede "3°, 5° en 6° ".
  1° in de inleidende zin wordt de zinsnede "dat een bijzondere erkenning heeft," opgeheven;
  2° in punt 2° wordt de zinsnede "afhankelijkheidscategorie Cd of B" vervangen door de zinsnede "afhankelijkheidscategorie B, Cd of D" en wordt de zinsnede "3° en 5° " vervangen door de zinsnede "3°, 5° en 6° ".
Art. 59. A l'article 70 de l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2020, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans la phrase introductive, les mots " qui a un agrément spécial " sont abrogés ;
  2° au point 2°, le membre de phrase " catégorie de dépendance Cd ou B " est remplacé par le membre de phrase " catégorie de dépendance B, Cd ou D " et le membre de phrase " 3° et 5° " est remplacé par le membre de phrase " 3°, 5° et 6° ".
  1° dans la phrase introductive, les mots " qui a un agrément spécial " sont abrogés ;
  2° au point 2°, le membre de phrase " catégorie de dépendance Cd ou B " est remplacé par le membre de phrase " catégorie de dépendance B, Cd ou D " et le membre de phrase " 3° et 5° " est remplacé par le membre de phrase " 3°, 5° et 6° ".
Art. 60. In artikel 71 en 72 van bijlage 11 bij hetzelfde besluit wordt de zinsnede "dat een bijzondere erkenning heeft," opgeheven.
Art. 60. Aux articles 71 et 72 de l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " qui a un agrĂ©ment spĂ©cial " sont abrogĂ©s.
Art. 61. In artikel 73 van bijlage 11 bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "met een bijkomende erkenning" worden opgeheven;
  2° het woord "bijzondere" wordt vervangen door het woord "bijkomende".
  1° de woorden "met een bijkomende erkenning" worden opgeheven;
  2° het woord "bijzondere" wordt vervangen door het woord "bijkomende".
Art. 61. A l'article 73 de l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les mots " disposant d'un agrément supplémentaire " sont abrogés ;
  2° le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire ".
  1° les mots " disposant d'un agrément supplémentaire " sont abrogés ;
  2° le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire ".
Art. 62. Artikel 80 en 81 van bijlage 11 bij hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 62. Les articles 80 et 81 de l'annexe 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
HOOFDSTUK 12. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020 tot vastlegging van de procedure voor het verlenen van voorafgaande vergunningen en planningsvergunningen voor lokale dienstencentra, centra voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, centra voor dagverzorging, centra voor kortverblijf, centra voor herstelverblijf of woonzorgcentra, en tot bepaling van de elementen van de globale zorgstrategische visie voor deze voorafgaande vergunningen
CHAPITRE 12. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2020 fixant la procĂ©dure d'octroi d'autorisations prĂ©alables et d'autorisations de planification pour centres locaux de services, centres d'accueil de jour d'un service d'aide aux familles, centres de soins de jour, centres de court sĂ©jour, centres de convalescence ou centres de soins rĂ©sidentiels, et dĂ©terminant les Ă©lĂ©ments de la vision globale en matiĂšre de stratĂ©gie de soins relative Ă ces autorisations prĂ©alables
Art. 63. In hoofdstuk 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020 tot vastlegging van de procedure voor het verlenen van voorafgaande vergunningen en planningsvergunningen voor lokale dienstencentra, centra voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, centra voor dagverzorging, centra voor kortverblijf, centra voor herstelverblijf of woonzorgcentra, en tot bepaling van de elementen van de globale zorgstrategische visie voor deze voorafgaande vergunningen wordt afdeling 1, die bestaat uit artikel 10 tot en met 15, opgeheven.
Art. 63. Au chapitre 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2020 fixant la procĂ©dure d'octroi d'autorisations prĂ©alables et d'autorisations de planification pour centres locaux de services, centres d'accueil de jour d'un service d'aide aux familles, centres de soins de jour, centres de court sĂ©jour, centres de convalescence ou centres de soins rĂ©sidentiels, et dĂ©terminant les Ă©lĂ©ments de la vision globale en matiĂšre de stratĂ©gie de soins relative Ă ces autorisations prĂ©alables, la section 1er, composĂ©e des articles 10 Ă 15, est abrogĂ©e.
Art. 64. In hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 4 vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 4. Planningsvergunning voor een bijkomende erkenning van woonzorgcentra voor de zorg en ondersteuning van personen met jongdementie".
  "Afdeling 4. Planningsvergunning voor een bijkomende erkenning van woonzorgcentra voor de zorg en ondersteuning van personen met jongdementie".
Art. 64. Au chapitre 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© de la section 4 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Section 4. Autorisation de planification pour un agrément supplémentaire des centres de soins résidentiels pour les soins et le soutien de personnes atteintes de démence précoce ".
  " Section 4. Autorisation de planification pour un agrément supplémentaire des centres de soins résidentiels pour les soins et le soutien de personnes atteintes de démence précoce ".
Art. 65. In artikel 28 en 33, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "bijzondere" vervangen door het woord "bijkomende".
Art. 65. Aux articles 28 et 33, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " spĂ©cial " est remplacĂ© par le mot " supplĂ©mentaire ".
Art. 66. In artikel 29, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1°, a) en c), worden de woorden "met een bijkomende erkenning" opgeheven;
  2° in punt 3° wordt het woord "bijzondere" vervangen door het woord "bijkomende".
  1° in punt 1°, a) en c), worden de woorden "met een bijkomende erkenning" opgeheven;
  2° in punt 3° wordt het woord "bijzondere" vervangen door het woord "bijkomende".
Art. 66. A l'article 29, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 1°, a) et c), les mots " disposant d'un agrément supplémentaire " sont abrogés ;
  2° au point 3°, le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire ".
  1° au point 1°, a) et c), les mots " disposant d'un agrément supplémentaire " sont abrogés ;
  2° au point 3°, le mot " spécial " est remplacé par le mot " supplémentaire ".
HOOFDSTUK 13. - Slotbepalingen
CHAPITRE 13. - Dispositions finales
Afdeling 1. - Opheffingsbepaling
Section 1re. - Disposition abrogatoire
Art. 67. Het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016 houdende de toekenning en de erkenning van bijkomende en vrijgekomen woongelegenheden met een bijkomende erkenning, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 mei 2018, 30 november 2018, 1 maart 2019 en 10 juli 2020, wordt opgeheven.
Art. 67. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 avril 2016 portant attribution et agrĂ©ment d'unitĂ©s de logement supplĂ©mentaires et vacantes avec agrĂ©ment supplĂ©mentaire, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 25 mai 2018, 30 novembre 2018, 1er mars 2019 et 10 juillet 2020, est abrogĂ©.
Afdeling 2. - Overgangsbepalingen
Section 2. - Dispositions transitoires
Art. 68. De bijkomende erkenningen van woongelegenheden in woonzorgcentra die voor 1 januari 2023 zijn verleend conform artikel 44, paragraaf 1, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, en artikel 80 of 81 van de bijlage 11 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, zoals van kracht op 31 december 2022, vervallen van rechtswege.
Art. 68. Les agrĂ©ments supplĂ©mentaires de logements dans des centres de soins rĂ©sidentiels accordĂ©s avant le 1er janvier 2023 conformĂ©ment Ă l'article 44, paragraphe 1er, du dĂ©cret sur les soins rĂ©sidentiels du 15 fĂ©vrier 2019, et Ă l'article 80 ou 81 de l'annexe 11 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de soins rĂ©sidentiels et d'associations d'intervenants de proximitĂ© et d'usagers, tels qu'en vigueur au 31 dĂ©cembre 2022, prennent fin de plein droit.
Art. 69. Planningsvergunningen voor de bijkomende erkenning van woongelegenheden in woonzorgcentra waarvoor een omzettingskalender als vermeld in artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2018 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een erkennings- of omzettingskalender en tot wijziging van de regels voor de voorafgaande vergunning, is toegewezen, vervallen van rechtswege.
Art. 69. Les autorisations de planification pour l'agrĂ©ment supplĂ©mentaire de logements dans des centres de soins rĂ©sidentiels pour lequel un calendrier de conversion, visĂ© Ă l'article 9 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 octobre 2018 rĂ©glementant l'octroi d'un calendrier d'agrĂ©ment ou de conversion et modifiant les rĂšgles de l'autorisation prĂ©alable, a Ă©tĂ© attribuĂ©, prennent fin de plein droit.
Art. 70. Planningsvergunningen voor de bijkomende erkenning van woongelegenheden in woonzorgcentra waarvoor een omzettingskalender als vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2019 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een omzettingskalender aan pilootprojecten en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2018 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een erkennings- of omzettingskalender en tot wijziging van de regels voor de voorafgaande vergunning, is toegewezen, vervallen van rechtswege.
Art. 70. Les autorisations de planification pour l'agrĂ©ment supplĂ©mentaire de logements dans des centres de soins rĂ©sidentiels pour lequel un calendrier de conversion, visĂ© Ă l'article 7 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2019 rĂ©glementant l'octroi d'un calendrier de conversion Ă des projets pilotes et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 octobre 2018 rĂ©glementant l'octroi d'un calendrier d'agrĂ©ment ou de conversion et modifiant les rĂšgles de l'autorisation prĂ©alable, a Ă©tĂ© attribuĂ©, prennent fin de plein droit.
Art. 71. Woonzorgcentra met bijkomende erkenning die voor 1 januari 2023 een bijzondere erkenning voor de zorg en ondersteuning van personen met jongdementie hebben conform artikel 44, § 1, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, zoals van kracht op 31 december 2022, worden van rechtswege als woonzorgcentra met een bijkomende erkenning voor de zorg en ondersteuning van personen met jongdementie beschouwd.
Art. 71. Les centres de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire qui ont un agrément spécial pour les soins et le soutien de personnes atteintes de démence précoce avant le 1er janvier 2023 conformément à l'article 44, § 1er du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, tel qu'en vigueur au 31 décembre 2022, sont considérés de plein droit comme des centres de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire pour les soins et le soutien de personnes atteintes de démence précoce.
Afdeling 3. - Inwerkingtredingsbepaling en uitvoeringsbepaling
Section 3. - Disposition d'entrée en vigueur et disposition d'exécution
Art. 72. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2023.
Art. 72. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2023.
Art. 73. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 73. Le ministre flamand qui a les soins de santĂ© et les soins rĂ©sidentiels dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.