Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° Agentschap Innoveren en Ondernemen: het agentschap, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
2° bedrijfstak: de bedrijfstak, vermeld in artikel 12:11 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
3° decreet van 16 maart 2012: het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
4° EBITDA: inkomsten vóór aftrek van rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie met uitzondering van eenmalige bijzondere waardeverminderingen. Indien de onderneming werd opgericht tussen 1 januari en 30 september 2021 wordt de EBITDA pro rata berekend voor het kalenderjaar 2021. De EBITDA wordt geattesteerd door een erkende externe accountant, een bedrijfsrevisor of een gecertificeerde accountant;
5° energiebeleidsovereenkomst 2014: de energiebeleidsovereenkomst van 4 april 2014 voor de verankering van en voor blijvende energie-efficiëntie in de Vlaamse energie-intensieve industrie (VER-bedrijven) of de energiebeleidsovereenkomst van 4 april 2014 voor de verankering van en voor blijvende energie-efficiëntie in de Vlaamse energie-intensieve industrie (niet VER-bedrijven);
6° energiebeleidsovereenkomst 2022: de energiebeleidsovereenkomst van 10 november 2022 voor Vlaamse energie-intensieve ondernemingen (VER-bedrijven) of de energiebeleidsovereenkomst van 10 november 2022 voor Vlaamse energie-intensieve ondernemingen (niet VER-bedrijven);
7° energie-intensieve onderneming: de ondernemingen, vermeld in artikel 17, lid 1, punt a), eerste alinea van Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit, waarbij de energie-uitgaven in het kalenderjaar 2021 minstens 3% vertegenwoordigden van de omzet behaald tijdens dezelfde periode als af te leiden uit de jaarrekening of resultatenrekening. Alleen een vennootschap, vereniging of stichting met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut, die, voor zover zij reeds opgestart waren, voor het kalenderjaar 2019, 2020 en 2021 een jaarrekening heeft neergelegd en voor het kalenderjaar 2022 een jaarrekening zal neerleggen, komt in aanmerking als energie-intensieve onderneming;
8° energie-uitgaven: alle kosten die verband houden met de aankoop van aardgas en elektriciteit, die alle belastingen omvatten, behalve de belasting over de toegevoegde waarde, voor de vestigingen in het Vlaamse Gewest, zoals opgenomen in de Kruispuntbank der Ondernemingen en actief op uiterlijk 1 oktober 2021. Als een onderneming warmte, opgewekt op basis van aardgas of elektriciteit, aankoopt bij een aanverwante onderneming die zelf niet in aanmerking komt voor steun onder dit besluit, worden deze kosten aanzien als energie-uitgaven;
9° externe leverancier: een niet-aanverwante onderneming die rechtstreeks aardgas of elektriciteit levert aan de eindverbruiker of onrechtstreeks via een aanverwante onderneming van de eindverbruiker. Bij doorfacturatie van energie-uitgaven tussen aanverwante ondernemingen wordt de steun berekend op basis van de kosten betaald aan de externe leverancier;
10° groepsniveau: het geheel van verbonden ondernemingen in de zin van artikel 3, lid 3 van bijlage I bij de Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard ("de algemene groepsvrijstellingsverordening");
11° in aanmerking komende meerkost: het product van enerzijds het verschil tussen de eenheidsprijs die de vestigingen in het Vlaamse Gewest, zoals opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen en actief op uiterlijk 1 oktober 2021, als eindverbruiker bij een externe leverancier hebben betaald tijdens de steunperiode en het dubbele van de gemiddelde eenheidsprijs die deze vestigingen als eindverbruiker bij een externe leverancier hebben betaald voor de energie-uitgaven tijdens de referentieperiode, en anderzijds het volume dat voor dit energietype is verbruikt tijdens de steunperiode, door deze vestigingen. De in aanmerking komende meerkost wordt berekend per maand en per energietype op basis van de energiefacturen. Als de in aanmerking komende meerkost voor een energietype voor een bepaalde maand negatief is, wordt dit bedrag in mindering gebracht. Het volume per energietype ter berekening van de in aanmerking komende meerkost bedraagt maximaal 70% van het verbruikte volume in dezelfde maand in 2021. De meerkost voor warmte wordt berekend aan de hand van de kosten van elektriciteit en gas die gebruikt werden om deze warmte op te wekken;
12° kmo-groeisubsidie: steun voor kmo-groeitrajecten toegekend krachtens hoofdstuk 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten en kmo-groeitrajecten;
13° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de economie;
14° onderneming: de natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent, de vennootschap, vereniging of stichting met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut. De vereniging en de stichting moeten een commerciële activiteit uitoefenen.
De vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut moeten minstens één werkende vennoot of bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één personeelslid tewerkstellen op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen.
De vereniging en stichting met een commerciële activiteit moeten bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één personeelslid tewerkstellen op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen;
15° operationeel verlies: negatieve EBITDA, Het operationeel verlies wordt geattesteerd door een erkende externe accountant, een bedrijfsrevisor of een gecertificeerde accountant;
16° referentieperiode: de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021. Voor de vestigingen in het Vlaamse Gewest die zijn opgericht tussen 1 januari en 30 september 2021 komt de referentieperiode overeen met de periode tussen de oprichtingsdatum van de onderneming, overeenkomstig de Kruispuntbank van Ondernemingen, en 31 december 2021;
17° strategische transformatiesteun: de steun toegekend krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013 tot toekenning van strategische transformatiesteun aan ondernemingen in het Vlaamse Gewest;
18° tijdelijk crisiskader Oekraïne: de mededeling van de Europese Commissie betreffende een tijdelijk crisiskader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie na de Russische agressie tegen Oekraïne (2022/C 426/01);
19° verificatiebureau: het verificatiebureau, vermeld in artikel 1.1.1., § 2, 103° /1, van het Energiebesluit van 19 november 2010.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 DECEMBER 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van steun aan ondernemingen die worden geconfronteerd met stijgende energie-uitgaven ten gevolge van de Russische agressie tegen Oekraïne, wat betreft het vierde kwartaal van 2022, en tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering met betrekking tot de coronasteunmaatregelen, wat betreft de administratiekost
Titre
9 DECEMBRE 2022. - Arrêté du Gouvernement flamand portant octroi d'aides aux entreprises confrontées à une augmentation des dépenses énergétiques en raison de l'agression russe contre l'Ukraine, en ce qui concerne le quatrième trimestre de 2022, et modifiant divers arrêtés du Gouvernement flamand relatives aux mesures d'aide prises dans le cadre de la crise du coronavirus, en ce qui concerne les frais administratifs
Documentinformatie
Numac: 2023030383
Datum: 2022-12-09
Info du document
Numac: 2023030383
Date: 2022-12-09
Inhoud
Afdeling 1. - Steun aan ondernemingen die worde...
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Algemene voorwaarden
HOOFDSTUK 3. - Steunintensiteit
HOOFDSTUK 4. - Steun voor een bedrijfstak
HOOFDSTUK 5. - Bijkomende voorwaarden
HOOFDSTUK 5. - Procedure
HOOFDSTUK 6. - Controle en terugvordering
Afdeling 2. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 14. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 15. - Wijziging van het besluit van d...
Afdeling 3. - Slotbepalingen
Inhoud
Section 1. - Aide aux entreprises confrontées à...
CHAPITRE 1. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Conditions générales
CHAPITRE 3. - Intensité de l'aide
CHAPITRE 4. - Aide à une branche d'activité
CHAPITRE 5. - Conditions supplémentaires
CHAPITRE 5. - Procédure
CHAPITRE 6. - Contrôle et recouvrement
Section 2. - Dispositions modificatives
CHAPITRE 1. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 9. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 10. - Modification de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 11. - Modification de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 12. - Modification de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 13. - Modification de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 14. - Modification de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 15. - Modification de l'arrêté du Gouv...
Section 3. - Dispositions finales
Tekst (65)
Texte (65)
Afdeling 1. - Steun aan ondernemingen die worden geconfronteerd met stijgende energie-uitgaven ten gevolge van de Russische agressie tegen Oekraïne
Section 1. - Aide aux entreprises confrontées à l'augmentation des dépenses énergétiques en raison de l'agression russe contre l'Ukraine
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1. - Dispositions générales
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat : l'agence, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
2° branche d'activité : la branche d'activité visée à l'article 12:11 du Code des sociétés et des associations ;
3° décret du 16 mars 2012 : le décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
4° EBITDA : bénéfice avant intérêts, impôts, dépréciation et amortissement, à l'exception des réductions de valeur particulières non récurrentes. Si l'entreprise a été créée entre le 1 janvier et le 30 septembre 2021, l'EBITDA est calculé au prorata de l'année civile 2021. L'EBITDA est attesté par un expert-comptable externe agréé, un réviseur d'entreprise ou un expert-comptable certifié ;
5° convention de politique énergétique 2014 : la convention de politique énergétique du 4 avril 2014 pour l'ancrage et l'efficacité énergétique permanente dans l'industrie flamande à consommation d'énergie intensive (entreprises VER) ou la convention de politique énergétique du 4 avril 2014 pour l'ancrage et l'efficacité énergétique permanente dans l'industrie flamande à consommation d'énergie intensive (entreprises non-VER) ;
6° convention de politique énergétique 2022 : la convention de politique énergétique du 10 novembre 2022 pour les entreprises flamandes à consommation d'énergie intensive (entreprises VER) ou la convention de politique énergétique du 10 novembre 2022 pour les entreprises flamandes à consommation d'énergie intensive (entreprises non-VER) ;
7° entreprise à consommation d'énergie intensive : les entreprises visées à l'article 17, alinéa 1, point a), alinéa 1, de la Directive 2003/96/CE du Conseil du 27 octobre 2003 restructurant le cadre communautaire de taxation des produits énergétiques et de l'électricité, lorsque les dépenses énergétiques dans l'année civile 2021 ont représenté au moins 3 % du chiffre d'affaires réalisé au cours de la même période, tel que déduit des comptes annuels ou des comptes de résultat. Seule une société, association ou fondation ayant la personnalité juridique de droit privé et une entreprise étrangère de statut similaire, qui, dans la mesure où elles ont déjà commencé, ont déposé des comptes annuels pour les années civiles 2019, 2020 et 2021 et qui présenteront des comptes annuels pour l'année civile 2022, peuvent être considérées comme une entreprise à consommation d'énergie intensive ;
8° dépenses énergétiques : tous les coûts liés à l'achat de gaz naturel et d'électricité, qui comprennent toutes les taxes sauf la taxe sur la valeur ajoutée, pour les établissements de la Région flamande, tels qu'ils sont repris dans la Banque-Carrefour des Entreprises et actifs au plus tard le 1 octobre 2021. Si une entreprise achète de la chaleur, produite à partir de gaz naturel ou d'électricité, à une entreprise liée qui n'est pas elle-même éligible à une aide au titre du présent arrêté, ces coûts sont considérés comme des dépenses énergétiques ;
9° fournisseur externe : une entreprise non liée fournissant directement du gaz naturel ou de l'électricité au consommateur final ou indirectement par l'intermédiaire d'une entreprise liée du consommateur final. Lorsque les dépenses d'énergie sont refacturées entre des entreprises liées, l'aide est calculée sur la base des coûts payés au fournisseur externe ;
10° niveau du groupe : l'ensemble d'entreprises liées au sens de l'article 3, alinéa 3 de l'annexe I au Règlement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014, déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du Traité (" le règlement général d'exemption par catégorie ") ;
11° frais supplémentaires éligibles : le produit de, d'une part, la différence entre le prix unitaire payé par les établissements de la Région flamande, tels que repris dans la Banque-Carrefour des Entreprises et actifs au plus tard le 1 octobre 2021, en tant que consommateur final auprès d'un fournisseur externe pendant la période d'aide et le double du prix unitaire moyen payé par ces établissements en tant que consommateur final auprès d'un fournisseur externe pour les dépenses énergétiques pendant la période de référence, et, d'autre part, le volume consommé par ces établissements pour ce type d'énergie pendant la période d'aide. Le coût supplémentaire éligible est calculé par mois et par type d'énergie sur la base des factures d'énergie. Si le coût supplémentaire éligible pour un type d'énergie pour un certain mois est négatif, ce montant sera déduit. Le volume par type d'énergie pour le calcul du coût supplémentaire éligible ne dépassera pas 70 % du volume consommé au cours du même mois en 2021. Le coût supplémentaire de la chaleur est calculé sur la base du coût de l'électricité et du gaz utilisés pour produire cette chaleur;
12° subvention de croissance PME : aide aux trajectoires de croissance PME octroyée en vertu du chapitre 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat et des trajectoires de croissance PME ;
13° ministre : le ministre flamand compétent pour l'économie ;
14° entreprise : la personne physique qui exerce une activité professionnelle en tant qu'indépendant, la société, l'association ou la fondation dotée de la personnalité juridique de droit privé et l'entreprise étrangère jouissant d'un statut équivalent. L'association et la fondation doivent exercer une activité commerciale.
La société dotée de la personnalité juridique de droit privé et l'entreprise étrangère avec un statut comparable doivent occuper au moins un associé actif ou au moins un membre du personnel auprès de l'Office national de Sécurité sociale sur la base de la dernière classe de personnel ONSS disponible dans la Banque-Carrefour enrichie des Entreprises.
L'association et la fondation ayant une activité commerciale doivent occuper auprès de l'Office national de Sécurité sociale au moins un membre du personnel sur la base de la dernière classe de personnel de l'ONSS disponible dans la Banque-Carrefour enrichie des Entreprises ;
15° perte opérationnelle : EBITDA négatif, la perte opérationnelle est attestée par un expert-comptable externe agréé, un réviseur d'entreprise ou un expert-comptable certifié ;
16° période de référence : la période du 1 janvier au 31 décembre 2021. Pour les établissements de la Région flamande créés entre le 1 janvier et le 30 septembre 2021, la période de référence correspond à la période comprise entre la date de création de l'entreprise, conformément à la Banque-Carrefour des Entreprises, et le 31 décembre 2021 ;
17° aide stratégique à la transformation : l'aide accordée en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2013 portant octroi d'aides stratégiques à la transformation aux entreprises établies en Région flamande ;
18° encadrement temporaire de crise Ukraine : la communication de la Commission européenne relative à l'encadrement temporaire de crise pour les mesures d'aide d'Etat visant à soutenir l'économie à la suite de l'agression de la Russie contre l'Ukraine (2022/C 426/01) ;
19° bureau de vérification : le bureau de vérification visé à l'article 1.1.1., § 2, 103° /1, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010.
1° Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat : l'agence, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
2° branche d'activité : la branche d'activité visée à l'article 12:11 du Code des sociétés et des associations ;
3° décret du 16 mars 2012 : le décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
4° EBITDA : bénéfice avant intérêts, impôts, dépréciation et amortissement, à l'exception des réductions de valeur particulières non récurrentes. Si l'entreprise a été créée entre le 1 janvier et le 30 septembre 2021, l'EBITDA est calculé au prorata de l'année civile 2021. L'EBITDA est attesté par un expert-comptable externe agréé, un réviseur d'entreprise ou un expert-comptable certifié ;
5° convention de politique énergétique 2014 : la convention de politique énergétique du 4 avril 2014 pour l'ancrage et l'efficacité énergétique permanente dans l'industrie flamande à consommation d'énergie intensive (entreprises VER) ou la convention de politique énergétique du 4 avril 2014 pour l'ancrage et l'efficacité énergétique permanente dans l'industrie flamande à consommation d'énergie intensive (entreprises non-VER) ;
6° convention de politique énergétique 2022 : la convention de politique énergétique du 10 novembre 2022 pour les entreprises flamandes à consommation d'énergie intensive (entreprises VER) ou la convention de politique énergétique du 10 novembre 2022 pour les entreprises flamandes à consommation d'énergie intensive (entreprises non-VER) ;
7° entreprise à consommation d'énergie intensive : les entreprises visées à l'article 17, alinéa 1, point a), alinéa 1, de la Directive 2003/96/CE du Conseil du 27 octobre 2003 restructurant le cadre communautaire de taxation des produits énergétiques et de l'électricité, lorsque les dépenses énergétiques dans l'année civile 2021 ont représenté au moins 3 % du chiffre d'affaires réalisé au cours de la même période, tel que déduit des comptes annuels ou des comptes de résultat. Seule une société, association ou fondation ayant la personnalité juridique de droit privé et une entreprise étrangère de statut similaire, qui, dans la mesure où elles ont déjà commencé, ont déposé des comptes annuels pour les années civiles 2019, 2020 et 2021 et qui présenteront des comptes annuels pour l'année civile 2022, peuvent être considérées comme une entreprise à consommation d'énergie intensive ;
8° dépenses énergétiques : tous les coûts liés à l'achat de gaz naturel et d'électricité, qui comprennent toutes les taxes sauf la taxe sur la valeur ajoutée, pour les établissements de la Région flamande, tels qu'ils sont repris dans la Banque-Carrefour des Entreprises et actifs au plus tard le 1 octobre 2021. Si une entreprise achète de la chaleur, produite à partir de gaz naturel ou d'électricité, à une entreprise liée qui n'est pas elle-même éligible à une aide au titre du présent arrêté, ces coûts sont considérés comme des dépenses énergétiques ;
9° fournisseur externe : une entreprise non liée fournissant directement du gaz naturel ou de l'électricité au consommateur final ou indirectement par l'intermédiaire d'une entreprise liée du consommateur final. Lorsque les dépenses d'énergie sont refacturées entre des entreprises liées, l'aide est calculée sur la base des coûts payés au fournisseur externe ;
10° niveau du groupe : l'ensemble d'entreprises liées au sens de l'article 3, alinéa 3 de l'annexe I au Règlement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014, déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du Traité (" le règlement général d'exemption par catégorie ") ;
11° frais supplémentaires éligibles : le produit de, d'une part, la différence entre le prix unitaire payé par les établissements de la Région flamande, tels que repris dans la Banque-Carrefour des Entreprises et actifs au plus tard le 1 octobre 2021, en tant que consommateur final auprès d'un fournisseur externe pendant la période d'aide et le double du prix unitaire moyen payé par ces établissements en tant que consommateur final auprès d'un fournisseur externe pour les dépenses énergétiques pendant la période de référence, et, d'autre part, le volume consommé par ces établissements pour ce type d'énergie pendant la période d'aide. Le coût supplémentaire éligible est calculé par mois et par type d'énergie sur la base des factures d'énergie. Si le coût supplémentaire éligible pour un type d'énergie pour un certain mois est négatif, ce montant sera déduit. Le volume par type d'énergie pour le calcul du coût supplémentaire éligible ne dépassera pas 70 % du volume consommé au cours du même mois en 2021. Le coût supplémentaire de la chaleur est calculé sur la base du coût de l'électricité et du gaz utilisés pour produire cette chaleur;
12° subvention de croissance PME : aide aux trajectoires de croissance PME octroyée en vertu du chapitre 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat et des trajectoires de croissance PME ;
13° ministre : le ministre flamand compétent pour l'économie ;
14° entreprise : la personne physique qui exerce une activité professionnelle en tant qu'indépendant, la société, l'association ou la fondation dotée de la personnalité juridique de droit privé et l'entreprise étrangère jouissant d'un statut équivalent. L'association et la fondation doivent exercer une activité commerciale.
La société dotée de la personnalité juridique de droit privé et l'entreprise étrangère avec un statut comparable doivent occuper au moins un associé actif ou au moins un membre du personnel auprès de l'Office national de Sécurité sociale sur la base de la dernière classe de personnel ONSS disponible dans la Banque-Carrefour enrichie des Entreprises.
L'association et la fondation ayant une activité commerciale doivent occuper auprès de l'Office national de Sécurité sociale au moins un membre du personnel sur la base de la dernière classe de personnel de l'ONSS disponible dans la Banque-Carrefour enrichie des Entreprises ;
15° perte opérationnelle : EBITDA négatif, la perte opérationnelle est attestée par un expert-comptable externe agréé, un réviseur d'entreprise ou un expert-comptable certifié ;
16° période de référence : la période du 1 janvier au 31 décembre 2021. Pour les établissements de la Région flamande créés entre le 1 janvier et le 30 septembre 2021, la période de référence correspond à la période comprise entre la date de création de l'entreprise, conformément à la Banque-Carrefour des Entreprises, et le 31 décembre 2021 ;
17° aide stratégique à la transformation : l'aide accordée en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2013 portant octroi d'aides stratégiques à la transformation aux entreprises établies en Région flamande ;
18° encadrement temporaire de crise Ukraine : la communication de la Commission européenne relative à l'encadrement temporaire de crise pour les mesures d'aide d'Etat visant à soutenir l'économie à la suite de l'agression de la Russie contre l'Ukraine (2022/C 426/01) ;
19° bureau de vérification : le bureau de vérification visé à l'article 1.1.1., § 2, 103° /1, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010.
Art.2. De uitzonderlijk scherpe stijging van de energie-uitgaven ten gevolge van de Russische agressie tegen Oekraïne wordt door de Vlaamse Regering erkend als een crisis, als vermeld in artikel 35 van het decreet van 16 maart 2012.
Art.2. Le Gouvernement flamand reconnaît que l'augmentation exceptionnellement forte des dépenses énergétiques suite à l'agression russe contre l'Ukraine constitue une crise, telle que visée à l'article 35 du décret du 16 mars 2012.
Art.3. Alle steun die toegekend wordt krachtens dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt verleend binnen de grenzen en de voorwaarden, als vermeld in het tijdelijk crisiskader Oekraïne.
De regelgeving in dit besluit valt onder de toepassing van afdeling 2.4 van het tijdelijk crisiskader Oekraïne.
Uiterlijk op 31 december 2023 wordt beslist over de toekenning van de steun.
De regelgeving in dit besluit valt onder de toepassing van afdeling 2.4 van het tijdelijk crisiskader Oekraïne.
Uiterlijk op 31 december 2023 wordt beslist over de toekenning van de steun.
Art.3. Toute aide accordée en vertu de présent arrêté et de ses arrêtés d'exécution est octroyée dans les limites et conditions telles que visées dans l'encadrement temporaire de crise Ukraine.
La réglementation du présent arrêté relève de l'application de la section 2.4 de l'encadrement temporaire de crise Ukraine.
Une décision relative à l'octroi de l'aide sera prise le 31 décembre 2023 au plus tard.
La réglementation du présent arrêté relève de l'application de la section 2.4 de l'encadrement temporaire de crise Ukraine.
Une décision relative à l'octroi de l'aide sera prise le 31 décembre 2023 au plus tard.
HOOFDSTUK 2. - Algemene voorwaarden
CHAPITRE 2. - Conditions générales
Art.4. Er wordt steun toegekend aan ondernemingen voor de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2022. Dit betreft de steunperiode.
Art.4. L'aide sera accordée aux entreprises pour la période du 1 octobre au 31 décembre 2022. Il s'agit de la période d'aide.
Art.5. Alleen ondernemingen met een operationeel verlies in de steunperiode komen in aanmerking voor steun.
Art.5. Seules les entreprises ayant subi une perte opérationnelle au cours de la période d'aide peuvent bénéficier de l'aide.
Art.6. Een onderneming komt in aanmerking voor steun als ze in het kalenderjaar 2021 minstens 7.500 euro aan energie-uitgaven had.
Indien de onderneming werd opgericht tussen 1 januari en 30 september 2021 worden de minimale energie-uitgaven, vermeld in het eerste lid, pro rata berekend voor het kalenderjaar 2021.
Indien de onderneming werd opgericht tussen 1 januari en 30 september 2021 worden de minimale energie-uitgaven, vermeld in het eerste lid, pro rata berekend voor het kalenderjaar 2021.
Art.6. Une entreprise est admissible au bénéfice de l'aide si elle a consacré au moins 7 500 euros de dépenses énergétiques au cours de l'année civile 2021.
Si l'entreprise a été créée entre le 1 janvier et le 30 septembre 2021, les dépenses énergétiques minimales visées à l'alinéa 1 sont calculées au prorata de l'année civile 2021.
Si l'entreprise a été créée entre le 1 janvier et le 30 septembre 2021, les dépenses énergétiques minimales visées à l'alinéa 1 sont calculées au prorata de l'année civile 2021.
Art.7. Een onderneming die steun aanvraagt onder dit besluit mag in de periode van 1 oktober 2022 tot en met 31 december 2023 geen dividend uitkeren.
Art.7. Une entreprise qui demande une aide au titre du présent arrêté ne peut pas verser de dividendes pendant la période du 1 octobre 2022 au 31 décembre 2023.
Art.8. Een onderneming die steun ontvangt onder dit besluit komt gedurende het kalenderjaar 2023 niet in aanmerking voor strategische transformatiesteun.
Als het gaat om een project van uitzonderlijk belang voor de ontwikkeling van de regionale economie, zoals vermeld in artikel 9 van het besluit strategische transformatiesteun, kan de Vlaamse Regering binnen de maximale Europese grenzen, afwijkingen toestaan op het eerste lid.
Als het gaat om een project van uitzonderlijk belang voor de ontwikkeling van de regionale economie, zoals vermeld in artikel 9 van het besluit strategische transformatiesteun, kan de Vlaamse Regering binnen de maximale Europese grenzen, afwijkingen toestaan op het eerste lid.
Art.8. Une entreprise bénéficiant d'une aide au titre du présent arrêté ne pourra pas bénéficier d'une aide stratégique à la transformation au cours de l'année civile 2023.
S'il s'agit d'un projet présentant un intérêt exceptionnel pour le développement de l'économie régionale, tel que mentionné à l'article 9 de l'arrêté accordant une aide stratégique à la transformation, le Gouvernement flamand peut, dans les limites maximales européennes, autoriser des dérogations à l'alinéa 1.
S'il s'agit d'un projet présentant un intérêt exceptionnel pour le développement de l'économie régionale, tel que mentionné à l'article 9 de l'arrêté accordant une aide stratégique à la transformation, le Gouvernement flamand peut, dans les limites maximales européennes, autoriser des dérogations à l'alinéa 1.
Art.9. Vanaf de start van de steunperiode tot 12 maanden na het verlopen van de steunperiode wordt de steun, uitbetaald onder dit besluit, in mindering gebracht van het maximale steunbedrag van een aanvraag kmo-groeisubsidie.
Art.9. A partir du début de la période d'aide jusqu'à 12 mois après l'expiration de la période d'aide, l'aide payée en vertu du présent arrêté est déduite du montant maximal de l'aide d'une demande de subvention à la croissance des PME.
HOOFDSTUK 3. - Steunintensiteit
CHAPITRE 3. - Intensité de l'aide
Art.10. Het budget voor deze maatregel bedraagt 125 miljoen euro.
In geval van overschrijding wordt het beschikbare budget pro rata uitbetaald aan de begunstigde ondernemingen, na toepassing van de steunpercentages en steunplafonds, vermeld in de artikelen 11, 12, 13 en 15 van dit besluit.
In geval van overschrijding van het beschikbare budget met minstens 125 miljoen euro, kan de minister het budget, vermeld in het eerste lid, verhogen tot maximaal 250 miljoen euro. In geval van overschrijding van dit verhoogd budget wordt de steun pro rata toegekend, als vermeld in het tweede lid.
In geval van overschrijding wordt het beschikbare budget pro rata uitbetaald aan de begunstigde ondernemingen, na toepassing van de steunpercentages en steunplafonds, vermeld in de artikelen 11, 12, 13 en 15 van dit besluit.
In geval van overschrijding van het beschikbare budget met minstens 125 miljoen euro, kan de minister het budget, vermeld in het eerste lid, verhogen tot maximaal 250 miljoen euro. In geval van overschrijding van dit verhoogd budget wordt de steun pro rata toegekend, als vermeld in het tweede lid.
Art.10. Le budget pour cette mesure s'élève à 125 millions d'euros.
En cas de dépassement, le budget disponible sera versé au prorata aux entreprises bénéficiaires, après application des taux et plafonds d'aide visés aux articles 11, 12, 13 et 15 du présent arrêté.
Si le budget disponible est dépassé d'au moins 125 millions d'euros, le ministre peut augmenter le budget mentionné à l'alinéa 1 jusqu'à un maximum de 250 millions d'euros. Si ce budget augmenté est dépassé, l'aide sera accordée au prorata, tel que visé à l'alinéa 2.
En cas de dépassement, le budget disponible sera versé au prorata aux entreprises bénéficiaires, après application des taux et plafonds d'aide visés aux articles 11, 12, 13 et 15 du présent arrêté.
Si le budget disponible est dépassé d'au moins 125 millions d'euros, le ministre peut augmenter le budget mentionné à l'alinéa 1 jusqu'à un maximum de 250 millions d'euros. Si ce budget augmenté est dépassé, l'aide sera accordée au prorata, tel que visé à l'alinéa 2.
Art.11. De steun bedraagt 25% van de in aanmerking komende meerkost.
De steun bedraagt maximaal 80% van het operationeel verlies in de steunperiode.
Het maximale steunbedrag voor de onderneming en op groepsniveau bedraagt 500.000 euro.
De steun bedraagt maximaal 80% van het operationeel verlies in de steunperiode.
Het maximale steunbedrag voor de onderneming en op groepsniveau bedraagt 500.000 euro.
Art.11. L'aide s'élève à 25% du coût supplémentaire éligible.
L'aide ne dépassera pas 80 % de la perte opérationnelle pendant la période d'aide.
Le montant maximum d'aide pour l'entreprise et au niveau du groupe est de 500 000 euros.
L'aide ne dépassera pas 80 % de la perte opérationnelle pendant la période d'aide.
Le montant maximum d'aide pour l'entreprise et au niveau du groupe est de 500 000 euros.
Art.12. Voor energie-intensieve ondernemingen bedraagt de steun 30% van de in aanmerking komende meerkost.
De in aanmerking komende meerkost bedraagt minimaal 50% van het operationeel verlies in de steunperiode. Indien aan deze voorwaarde niet is voldaan, komt de onderneming niet in aanmerking voor steun onder dit artikel.
De steun bedraagt maximaal 80% van het operationeel verlies in de steunperiode.
Het maximale steunbedrag voor de onderneming en op groepsniveau bedraagt 4.000.000 euro.
De in aanmerking komende meerkost bedraagt minimaal 50% van het operationeel verlies in de steunperiode. Indien aan deze voorwaarde niet is voldaan, komt de onderneming niet in aanmerking voor steun onder dit artikel.
De steun bedraagt maximaal 80% van het operationeel verlies in de steunperiode.
Het maximale steunbedrag voor de onderneming en op groepsniveau bedraagt 4.000.000 euro.
Art.12. Pour les entreprises à consommation d'énergie intensive, l'aide s'élève à 30 % du coût supplémentaire éligible.
Le coût supplémentaire éligible est au moins égal à 50 % de la perte opérationnelle pendant la période d'aide. Si cette condition n'est pas remplie, l'entreprise ne peut bénéficier de l'aide prévue par le présent article.
L'aide ne dépassera pas 80 % de la perte opérationnelle pendant la période d'aide.
Le montant maximum d'aide pour l'entreprise et au niveau du groupe est de 4 000 000 euros.
Le coût supplémentaire éligible est au moins égal à 50 % de la perte opérationnelle pendant la période d'aide. Si cette condition n'est pas remplie, l'entreprise ne peut bénéficier de l'aide prévue par le présent article.
L'aide ne dépassera pas 80 % de la perte opérationnelle pendant la période d'aide.
Le montant maximum d'aide pour l'entreprise et au niveau du groupe est de 4 000 000 euros.
Art.13. Voor energie-intensieve ondernemingen die actief zijn in een of meer bijzonder getroffen sectoren en subsectoren, bedraagt de steun 35% van de in aanmerking komende meerkost.
De in aanmerking komende meerkost bedraagt minimaal 50% van het operationeel verlies in de steunperiode. Indien aan deze voorwaarde niet is voldaan, komt de onderneming niet in aanmerking voor steun onder dit artikel.
De steun bedraagt maximaal 80% van het operationeel verlies in de steunperiode.
Het maximale steunbedrag voor de onderneming en op groepsniveau bedraagt 7.500.000 euro.
In het eerste lid wordt verstaan onder de bijzonder getroffen sectoren en subsectoren: de sectoren opgenomen als bijlage 1 bij het tijdelijk crisiskader Oekraïne.
Een onderneming wordt geacht actief te zijn in een vermelde sector of subsector op grond van de classificatie van de onderneming in de sectorale nationale rekeningen of indien een of meer van de activiteiten die hij uitoefent en die in de bijlage, vermeld in het vijfde lid, zijn opgenomen, in de referentieperiode meer dan 50 % van zijn omzet heeft gegenereerd.
De in aanmerking komende meerkost bedraagt minimaal 50% van het operationeel verlies in de steunperiode. Indien aan deze voorwaarde niet is voldaan, komt de onderneming niet in aanmerking voor steun onder dit artikel.
De steun bedraagt maximaal 80% van het operationeel verlies in de steunperiode.
Het maximale steunbedrag voor de onderneming en op groepsniveau bedraagt 7.500.000 euro.
In het eerste lid wordt verstaan onder de bijzonder getroffen sectoren en subsectoren: de sectoren opgenomen als bijlage 1 bij het tijdelijk crisiskader Oekraïne.
Een onderneming wordt geacht actief te zijn in een vermelde sector of subsector op grond van de classificatie van de onderneming in de sectorale nationale rekeningen of indien een of meer van de activiteiten die hij uitoefent en die in de bijlage, vermeld in het vijfde lid, zijn opgenomen, in de referentieperiode meer dan 50 % van zijn omzet heeft gegenereerd.
Art.13. Pour les entreprises à consommation d'énergie intensive dans un ou plusieurs secteurs et sous-secteurs particulièrement touchés, l'aide s'élève à 35 % du coût supplémentaire éligible.
Le coût supplémentaire éligible est au moins égal à 50 % de la perte opérationnelle pendant la période d'aide. Si cette condition n'est pas remplie, l'entreprise ne peut bénéficier de l'aide prévue par le présent article.
L'aide ne dépassera pas 80 % de la perte opérationnelle pendant la période d'aide.
Le montant maximum d'aide pour l'entreprise et au niveau du groupe est de 7 500 000 euros.
A l'alinéa 1, on entend par secteurs et sous-secteurs particulièrement touchés : les secteurs figurant à l'annexe 1re de l'encadrement temporaire de crise pour l'Ukraine.
Une entreprise est réputée être active dans un secteur ou sous-secteur mentionné sur la base de sa classification dans les comptes nationaux sectoriels ou si une ou plusieurs des activités qu'elle exerce et qui sont reprises dans l'annexe visée à l'alinéa 5 ont généré plus de 50 % de son chiffre d'affaires au cours de la période de référence.
Le coût supplémentaire éligible est au moins égal à 50 % de la perte opérationnelle pendant la période d'aide. Si cette condition n'est pas remplie, l'entreprise ne peut bénéficier de l'aide prévue par le présent article.
L'aide ne dépassera pas 80 % de la perte opérationnelle pendant la période d'aide.
Le montant maximum d'aide pour l'entreprise et au niveau du groupe est de 7 500 000 euros.
A l'alinéa 1, on entend par secteurs et sous-secteurs particulièrement touchés : les secteurs figurant à l'annexe 1re de l'encadrement temporaire de crise pour l'Ukraine.
Une entreprise est réputée être active dans un secteur ou sous-secteur mentionné sur la base de sa classification dans les comptes nationaux sectoriels ou si une ou plusieurs des activités qu'elle exerce et qui sont reprises dans l'annexe visée à l'alinéa 5 ont généré plus de 50 % de son chiffre d'affaires au cours de la période de référence.
HOOFDSTUK 4. - Steun voor een bedrijfstak
CHAPITRE 4. - Aide à une branche d'activité
Art.14. Een energie-intensieve onderneming, die niet voldoet aan de voorwaarde vermeld in artikel 5 van dit besluit, komt in aanmerking voor steun voor een of meerdere bedrijfstakken van de onderneming onder de volgende voorwaarden:
1° de onderneming heeft een daling van de EBITDA in de steunperiode van minstens 40% ten opzichte van één vierde van de EBITDA van het kalenderjaar 2021;
2° de onderneming heeft een omzet van minstens 40 miljoen euro in het kalenderjaar 2021;
3° elke betrokken bedrijfstak heeft uiterlijk op 1 oktober 2021 actieve vestigingen in het Vlaamse Gewest, zoals opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
4° elke betrokken bedrijfstak heeft een omzet van minstens 20 miljoen euro in het kalenderjaar 2021;
5° elke betrokken bedrijfstak heeft een operationeel verlies in de steunperiode.
De overige voorwaarden van dit besluit blijven van toepassing voor de toekenning van de steun, vermeld in het eerste lid.
1° de onderneming heeft een daling van de EBITDA in de steunperiode van minstens 40% ten opzichte van één vierde van de EBITDA van het kalenderjaar 2021;
2° de onderneming heeft een omzet van minstens 40 miljoen euro in het kalenderjaar 2021;
3° elke betrokken bedrijfstak heeft uiterlijk op 1 oktober 2021 actieve vestigingen in het Vlaamse Gewest, zoals opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
4° elke betrokken bedrijfstak heeft een omzet van minstens 20 miljoen euro in het kalenderjaar 2021;
5° elke betrokken bedrijfstak heeft een operationeel verlies in de steunperiode.
De overige voorwaarden van dit besluit blijven van toepassing voor de toekenning van de steun, vermeld in het eerste lid.
Art.14. Une entreprise à consommation d'énergie intensive qui ne remplit pas la condition visée à l'article 5 du présent arrêté peut bénéficier d'une aide pour une ou plusieurs branches d'activités de l'entreprise dans les conditions suivantes :
1° l'entreprise a une diminution de l'EBITDA dans la période d'aide d'au moins 40 % par rapport à un quart de l'EBITDA de l'année civile 2021 ;
2° l'entreprise réalise un chiffre d'affaires d'au moins 40 millions d'euros au cours de l'année civile 2021 ;
3° chaque branche d'activité concernée a des établissements actives en Région flamande, telles que reprises dans la Banque-Carrefour des Entreprises, au plus tard le 1 octobre 2021 ;
4° chaque branche d'activité concernée a un chiffre d'affaires d'au moins 20 millions d'euros au cours de l'année civile 2021 ;
5° chaque branche d'activité concernée présente une perte opérationnelle au cours de la période d'aide.
Les autres conditions du présent arrêté restent d'application pour l'octroi de l'aide visée à l'alinéa 1.
1° l'entreprise a une diminution de l'EBITDA dans la période d'aide d'au moins 40 % par rapport à un quart de l'EBITDA de l'année civile 2021 ;
2° l'entreprise réalise un chiffre d'affaires d'au moins 40 millions d'euros au cours de l'année civile 2021 ;
3° chaque branche d'activité concernée a des établissements actives en Région flamande, telles que reprises dans la Banque-Carrefour des Entreprises, au plus tard le 1 octobre 2021 ;
4° chaque branche d'activité concernée a un chiffre d'affaires d'au moins 20 millions d'euros au cours de l'année civile 2021 ;
5° chaque branche d'activité concernée présente une perte opérationnelle au cours de la période d'aide.
Les autres conditions du présent arrêté restent d'application pour l'octroi de l'aide visée à l'alinéa 1.
Art.15. De steun wordt berekend overeenkomstig de artikelen 12 en 13.
De steun bedraagt maximaal 80% van het operationeel verlies van de bedrijfstak in de steunperiode.
De steun bedraagt maximaal het verschil tussen 70% van één vierde van de EBITDA van de onderneming van het kalenderjaar 2021 en de EBITDA van de onderneming van de steunperiode.
Het maximale steunbedrag voor energie-intensieve ondernemingen die steun aanvragen voor een of meerdere bedrijfstakken bedraagt 75% van de steunplafonds overeenkomstig de artikelen 12 en 13 van dit besluit.
In geval van overschrijding van de budgettaire enveloppe, vermeld in artikel 10 van dit besluit, wordt de steun pro rata toegekend aan de bedrijfstak na toepassing van het steunpercentage en steunplafond.
De steun bedraagt maximaal 80% van het operationeel verlies van de bedrijfstak in de steunperiode.
De steun bedraagt maximaal het verschil tussen 70% van één vierde van de EBITDA van de onderneming van het kalenderjaar 2021 en de EBITDA van de onderneming van de steunperiode.
Het maximale steunbedrag voor energie-intensieve ondernemingen die steun aanvragen voor een of meerdere bedrijfstakken bedraagt 75% van de steunplafonds overeenkomstig de artikelen 12 en 13 van dit besluit.
In geval van overschrijding van de budgettaire enveloppe, vermeld in artikel 10 van dit besluit, wordt de steun pro rata toegekend aan de bedrijfstak na toepassing van het steunpercentage en steunplafond.
Art.15. L'aide est calculée conformément aux articles 12 et 13.
L'aide ne dépassera pas 80 % de la perte opérationnelle de la branche d'activité pendant la période d'aide.
L'aide ne dépassera pas la différence entre 70% d'un quart de l'EBITDA de l'entreprise de l'année civile 2021 et l'EBITDA de l'entreprise de la période d'aide.
Le montant maximal de l'aide pour les entreprises à consommation d'énergie intensive qui demandent une aide pour une ou plusieurs branches d'activité est de 75 % des plafonds d'aide conformément aux articles 12 et 13 du présent arrêté.
En cas de dépassement de l'enveloppe budgétaire mentionnée à l'article 10 du présent arrêté, l'aide sera accordée au prorata à la branche d'activité après application du taux et du plafond d'aide.
L'aide ne dépassera pas 80 % de la perte opérationnelle de la branche d'activité pendant la période d'aide.
L'aide ne dépassera pas la différence entre 70% d'un quart de l'EBITDA de l'entreprise de l'année civile 2021 et l'EBITDA de l'entreprise de la période d'aide.
Le montant maximal de l'aide pour les entreprises à consommation d'énergie intensive qui demandent une aide pour une ou plusieurs branches d'activité est de 75 % des plafonds d'aide conformément aux articles 12 et 13 du présent arrêté.
En cas de dépassement de l'enveloppe budgétaire mentionnée à l'article 10 du présent arrêté, l'aide sera accordée au prorata à la branche d'activité après application du taux et du plafond d'aide.
HOOFDSTUK 5. - Bijkomende voorwaarden
CHAPITRE 5. - Conditions supplémentaires
Art.16. De onderneming komt alleen in aanmerking voor steun indien zij over de gehele steunperiode niet meer dan 35% van het bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid ingeschreven personeel in koppen op tijdelijke werkloosheid zet. Als kop op tijdelijke werkloosheid wordt beschouwd het personeelslid dat iedere maand van de steunperiode 10 werkdagen of meer op tijdelijke werkloosheid werd gezet.
De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing als de onderneming kan aantonen dat het plaatsen van personeel op tijdelijke werkloosheid te wijten is aan externe omstandigheden, vreemd aan de stijgende energieprijzen.
De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing op ondernemingen met een maximale tewerkstelling van 10 personen, op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen.
De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing als de onderneming kan aantonen dat het plaatsen van personeel op tijdelijke werkloosheid te wijten is aan externe omstandigheden, vreemd aan de stijgende energieprijzen.
De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing op ondernemingen met een maximale tewerkstelling van 10 personen, op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen.
Art.16. L'entreprise ne peut bénéficier de l'aide que si, sur l'ensemble de la période d'aide, elle ne met pas en chômage temporaire plus de 35 % des personnes inscrites à l'Office national de Sécurité sociale. Est considéré comme personne qui a été mise au chômage temporaire, le membre du personnel qui, chaque mois de la période d'aide, a été mis en chômage temporaire pendant 10 jours ouvrables ou plus.
La condition mentionnée à l'alinéa 1 ne s'applique pas si l'entreprise peut démontrer que le placement du personnel en chômage temporaire est dû à des circonstances extérieures, étrangères à la hausse des prix de l'énergie.
La condition mentionnée à l'alinéa 1 ne s'applique pas aux entreprises qui emploient au maximum 10 personnes, sur la base de la dernière classe de personnel disponible de l'ONSS dans la Banque-Carrefour enrichie des Entreprises.
La condition mentionnée à l'alinéa 1 ne s'applique pas si l'entreprise peut démontrer que le placement du personnel en chômage temporaire est dû à des circonstances extérieures, étrangères à la hausse des prix de l'énergie.
La condition mentionnée à l'alinéa 1 ne s'applique pas aux entreprises qui emploient au maximum 10 personnes, sur la base de la dernière classe de personnel disponible de l'ONSS dans la Banque-Carrefour enrichie des Entreprises.
Art.17. De steun kan enkel behouden blijven indien de vestigingen van de onderneming in het Vlaamse Gewest, als opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen, op basis waarvan de in aanmerking komende meerkost wordt berekend gedurende vijf jaar na de uiterste indieningsdatum, overeenkomstig artikel 21, lid 2 van dit besluit, actief blijven in de vermelde vestigingen.
Indien de vestiging, vermeld in het eerste lid, van adres wijzigt binnen het Vlaamse Gewest, loopt de periode van vijf jaar door.
Indien de onderneming steun ontvangt voor een bedrijfstak, overeenkomstig de artikelen 14 en 15, gelden de voorwaarden bepaald in het eerste en tweede lid voor deze bedrijfstak.
Indien de vestiging, vermeld in het eerste lid, van adres wijzigt binnen het Vlaamse Gewest, loopt de periode van vijf jaar door.
Indien de onderneming steun ontvangt voor een bedrijfstak, overeenkomstig de artikelen 14 en 15, gelden de voorwaarden bepaald in het eerste en tweede lid voor deze bedrijfstak.
Art.17. L'aide ne peut être maintenue que si les établissements de l'entreprise en Région flamande, tels qu'ils sont repris dans la Banque-Carrefour des Entreprises, sur la base desquels le coût supplémentaire éligible est calculé, restent actifs dans les établissements mentionnés pendant cinq ans après la date limite d'introduction, conformément à l'article 21, alinéa 2, du présent arrêté.
Si l'établissement visé à l'alinéa 1 change d'adresse en Région flamande, la période de cinq ans continue.
Si l'entreprise bénéficie d'une aide pour une branche d'activité, conformément aux articles 14 et 15, les conditions prévues aux alinéas 1 et 2 pour cette branche, s'appliquent.
Si l'établissement visé à l'alinéa 1 change d'adresse en Région flamande, la période de cinq ans continue.
Si l'entreprise bénéficie d'une aide pour une branche d'activité, conformément aux articles 14 et 15, les conditions prévues aux alinéas 1 et 2 pour cette branche, s'appliquent.
Art.18. De onderneming die voor minstens één vestiging behoort tot het toepassingsgebied van een energiebeleidsovereenkomst 2014 komt enkel in aanmerking voor steun als alle vestigingen van de onderneming die behoren tot het toepassingsgebied van deze energiebeleidsovereenkomst uiterlijk op 1 oktober 2022 zijn toegetreden tot deze energiebeleidsovereenkomst en de voorwaarden ervan naleven.
De onderneming die voor minstens één vestiging behoort tot het toepassingsgebied van een energiebeleidsovereenkomst 2022 komt enkel in aanmerking voor steun als alle vestigingen van de onderneming die behoren tot het toepassingsgebied van deze energiebeleidsovereenkomst tot deze energiebeleidsovereenkomst toetreden en de voorwaarden ervan naleven gedurende de volledige looptijd ervan.
De onderneming die voor minstens één vestiging behoort tot het toepassingsgebied van een energiebeleidsovereenkomst 2022 komt enkel in aanmerking voor steun als alle vestigingen van de onderneming die behoren tot het toepassingsgebied van deze energiebeleidsovereenkomst tot deze energiebeleidsovereenkomst toetreden en de voorwaarden ervan naleven gedurende de volledige looptijd ervan.
Art.18. L'entreprise qui, pour au moins un établissement, relève du champ d'application d'une convention de politique énergétique 2014 n'est admissible au bénéfice de l'aide que si tous les établissements de l'entreprise relevant du champ d'application de cette convention ont adhéré à la présente convention de politique énergétique au plus tard le 1 octobre 2022 et en respectent les conditions.
L'entreprise appartenant au champ d'application d'une convention de politique énergétique 2022 pour au moins un établissement ne pourra bénéficier de l'aide que si tous les établissements de l'entreprise appartenant au champ d'application de cette convention de politique énergétique adhèrent à cette convention de politique énergétique et en respectent les conditions pendant toute sa durée.
L'entreprise appartenant au champ d'application d'une convention de politique énergétique 2022 pour au moins un établissement ne pourra bénéficier de l'aide que si tous les établissements de l'entreprise appartenant au champ d'application de cette convention de politique énergétique adhèrent à cette convention de politique énergétique et en respectent les conditions pendant toute sa durée.
Art.19. De volgende ondernemingen komen niet in aanmerking voor steun:
1° ondernemingen die zich in één van de volgende rechtstoestanden bevinden:
a) ontbinding;
b) stopzetting;
c) faillissement;
d) vereffening;
2° ondernemingen die zowel in het boekjaar 2019 als het boekjaar 2021 een negatief eigen vermogen hadden;
3° ondernemingen die op 1 oktober 2021 niet beschikten over een actieve exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest, overeenkomstig de Kruispuntbank van Ondernemingen;
3° de kredietinstellingen en de financiële instellingen die onder toezicht vallen van de Nationale Bank van België;
4° ondernemingen waar een administratieve overheid, als vermeld in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, of een buitenlandse vergelijkbare administratieve overheid, over een dominerende invloed beschikt. Er is een vermoeden van dominerende invloed als de onderneming voor 25% of meer van het kapitaal, de inbreng of de stemrechten rechtstreeks of onrechtstreeks in handen is van de administratieve overheid. Dit vermoeden kan worden weerlegd als de onderneming kan aantonen dat de administratieve overheid in werkelijkheid geen dominerende invloed uitoefent op het beleid van de onderneming;
5° ondernemingen die als hoofdactiviteit elektriciteits- of warmteproductie (NACE-codes 35.1 of 35.3) uitoefenen;
6° ondernemingen die op het moment van de steunaanvraag een insolventieprocedure, als vermeld in artikel I.22, 1°, van het Wetboek van economisch recht, hebben lopen of gedagvaard zijn door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, als vermeld in de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen;
7° ondernemingen die een openstaande onbetwiste schuld hebben bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen of het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, vermeld in artikel 41, § 1 van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002;
8° ondernemingen die voor dezelfde steunperiode een steun onder de vorm van subsidies ontvangen van de Vlaamse Overheid als tegemoetkoming voor sterk verhoogde energiekosten.
In het eerste lid wordt verstaan onder hoofdactiviteit: de activiteit die is opgenomen als activiteit in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder de RSZ-NACE-code of, voor zover deze niet beschikbaar is, onder de btw-NACE-code en die meer dan 50% van de omzet van 2021 vertegenwoordigt.
1° ondernemingen die zich in één van de volgende rechtstoestanden bevinden:
a) ontbinding;
b) stopzetting;
c) faillissement;
d) vereffening;
2° ondernemingen die zowel in het boekjaar 2019 als het boekjaar 2021 een negatief eigen vermogen hadden;
3° ondernemingen die op 1 oktober 2021 niet beschikten over een actieve exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest, overeenkomstig de Kruispuntbank van Ondernemingen;
3° de kredietinstellingen en de financiële instellingen die onder toezicht vallen van de Nationale Bank van België;
4° ondernemingen waar een administratieve overheid, als vermeld in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, of een buitenlandse vergelijkbare administratieve overheid, over een dominerende invloed beschikt. Er is een vermoeden van dominerende invloed als de onderneming voor 25% of meer van het kapitaal, de inbreng of de stemrechten rechtstreeks of onrechtstreeks in handen is van de administratieve overheid. Dit vermoeden kan worden weerlegd als de onderneming kan aantonen dat de administratieve overheid in werkelijkheid geen dominerende invloed uitoefent op het beleid van de onderneming;
5° ondernemingen die als hoofdactiviteit elektriciteits- of warmteproductie (NACE-codes 35.1 of 35.3) uitoefenen;
6° ondernemingen die op het moment van de steunaanvraag een insolventieprocedure, als vermeld in artikel I.22, 1°, van het Wetboek van economisch recht, hebben lopen of gedagvaard zijn door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, als vermeld in de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen;
7° ondernemingen die een openstaande onbetwiste schuld hebben bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen of het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, vermeld in artikel 41, § 1 van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002;
8° ondernemingen die voor dezelfde steunperiode een steun onder de vorm van subsidies ontvangen van de Vlaamse Overheid als tegemoetkoming voor sterk verhoogde energiekosten.
In het eerste lid wordt verstaan onder hoofdactiviteit: de activiteit die is opgenomen als activiteit in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder de RSZ-NACE-code of, voor zover deze niet beschikbaar is, onder de btw-NACE-code en die meer dan 50% van de omzet van 2021 vertegenwoordigt.
Art.19. Les entreprises suivantes ne sont pas éligibles à l'aide :
1° les entreprises qui se trouvent dans une des situations juridiques suivantes :
a) dissolution ;
b) cessation ;
c) faillite ;
d) liquidation ;
2° les entreprises qui présentaient des fonds propres négatifs à la fois pour l'exercice 2019 et pour l'exercice 2021 ;
3° les entreprises qui ne disposaient pas, au 1 octobre 2021, d'un siège d'exploitation actif en Région flamande, conformément à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
3° les établissements de crédit et les institutions financières relevant de la surveillance de la Banque Nationale de Belgique ;
4° les entreprises où une autorité administrative telle que visée à l'article 14 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, ou une autorité administrative étrangère similaire, exerce une influence dominante. Il y a présomption d'influence dominante lorsque 25 % ou plus du capital de l'apport ou des droits de vote de l'entreprise sont directement ou indirectement détenus par l'autorité administrative. Cette présomption peut être réfutée si l'entreprise peut démontrer que l'autorité administrative n'exerce en réalité aucune influence dominante sur la politique de l'entreprise ;
5° les entreprises dont l'activité principale est la production d'électricité ou de chaleur (codes NACE 35.1 ou 35.3) ;
6° les entreprises qui, au moment de la demande de subvention, font l'objet d'une procédure d'insolvabilité telle que visée à l'article I.22, 1°, du Code de droit économique ou ont été convoquées par l'Office national de Sécurité sociale telle que mentionnée dans la Banque-Carrefour enrichie des Entreprises ;
7° les entreprises ayant une dette incontestée en souffrance auprès de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ou auprès du Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat, visés à l'article 41, § 1 du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002 ;
8° les entreprises qui, pour la même période d'aide reçoivent une aide sous forme de subventions de l'Autorité flamande en compensation de la forte augmentation des coûts énergétiques.
Dans l'alinéa 1, on entend par activité principale : l'activité qui est reprise comme activité dans la Banque-Carrefour des Entreprises sous le code ONSS-NACE ou, dans la mesure où ce code n'est pas disponible, le code T.V.A.-NACE et qui représente plus de 50 % du chiffre d'affaires de 2021.
1° les entreprises qui se trouvent dans une des situations juridiques suivantes :
a) dissolution ;
b) cessation ;
c) faillite ;
d) liquidation ;
2° les entreprises qui présentaient des fonds propres négatifs à la fois pour l'exercice 2019 et pour l'exercice 2021 ;
3° les entreprises qui ne disposaient pas, au 1 octobre 2021, d'un siège d'exploitation actif en Région flamande, conformément à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
3° les établissements de crédit et les institutions financières relevant de la surveillance de la Banque Nationale de Belgique ;
4° les entreprises où une autorité administrative telle que visée à l'article 14 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, ou une autorité administrative étrangère similaire, exerce une influence dominante. Il y a présomption d'influence dominante lorsque 25 % ou plus du capital de l'apport ou des droits de vote de l'entreprise sont directement ou indirectement détenus par l'autorité administrative. Cette présomption peut être réfutée si l'entreprise peut démontrer que l'autorité administrative n'exerce en réalité aucune influence dominante sur la politique de l'entreprise ;
5° les entreprises dont l'activité principale est la production d'électricité ou de chaleur (codes NACE 35.1 ou 35.3) ;
6° les entreprises qui, au moment de la demande de subvention, font l'objet d'une procédure d'insolvabilité telle que visée à l'article I.22, 1°, du Code de droit économique ou ont été convoquées par l'Office national de Sécurité sociale telle que mentionnée dans la Banque-Carrefour enrichie des Entreprises ;
7° les entreprises ayant une dette incontestée en souffrance auprès de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ou auprès du Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat, visés à l'article 41, § 1 du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002 ;
8° les entreprises qui, pour la même période d'aide reçoivent une aide sous forme de subventions de l'Autorité flamande en compensation de la forte augmentation des coûts énergétiques.
Dans l'alinéa 1, on entend par activité principale : l'activité qui est reprise comme activité dans la Banque-Carrefour des Entreprises sous le code ONSS-NACE ou, dans la mesure où ce code n'est pas disponible, le code T.V.A.-NACE et qui représente plus de 50 % du chiffre d'affaires de 2021.
Art.20. De steun verleend in het kader van dit besluit is intuitu personae en kan niet worden overgedragen aan een derde en is niet vatbaar voor beslag.
De steun kan geweigerd, niet-uitbetaald of teruggevorderd worden als de onderneming niet voldoet aan de regelgeving die van toepassing is in het Vlaamse Gewest.
De steun kan geweigerd, niet-uitbetaald of teruggevorderd worden als de onderneming niet voldoet aan de regelgeving die van toepassing is in het Vlaamse Gewest.
Art.20. L'aide accordée dans le cadre du présent arrêté est octroyée intuitu personae, est incessible à un tiers et est insaisissable.
L'aide peut être refusée, non payée ou récupérée si l'entreprise ne satisfait pas à la réglementation applicable en Région flamande.
L'aide peut être refusée, non payée ou récupérée si l'entreprise ne satisfait pas à la réglementation applicable en Région flamande.
HOOFDSTUK 5. - Procedure
CHAPITRE 5. - Procédure
Art.21. De onderneming dient een steunaanvraag in via de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, VLAIO genoemd, en vermeldt daarbij haar ondernemingsnummer en onder meer de omzet en de gemiddelde energiekost op maandbasis van de referentieperiode.
De steunaanvraag wordt ten laatste ingediend op de datum, vermeld op de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
De steunaanvraag wordt elektronisch afgehandeld.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen stelt een rekenmodule op voor de berekening van de maandelijkse verbruiken en kosten voor kleinverbruikers met jaarlijks uitgelezen tellers voor gas of elektriciteit. Deze rekenmodule zal worden gepubliceerd op de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
Het gebruik van de rekenmodule, vermeld in het vierde lid, is optioneel.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen onderzoekt de naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij dit besluit en beslist of de steun wordt toegekend.
De onderneming ontvangt een schriftelijke kennisgeving van de beslissing, vermeld in het vierde lid.
Na ontvangst van de facturen met betrekking tot de energie-uitgaven in de steunperiode en, voor zover verplicht, na neerlegging van de jaarrekening(en) met betrekking tot het kalenderjaar 2021 vraagt de onderneming de uitbetaling van de toegekende steun aan via de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, volgens de modaliteiten toegelicht op deze website.
De uitbetaling gebeurt na controle van de stavingstukken en onder de voorwaarde dat de onderneming de voorwaarden die zijn opgelegd bij het decreet van 16 maart 2012, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten ervan heeft nageleefd, zich niet bevindt in één van de rechtstoestanden, vermeld in artikel 19, 1°, of een insolventieprocedure, vermeld in artikel 19, 6°.
Als bij de controle van de uitbetalingsaanvraag blijkt dat de onderneming ook een subsidie verleend door de Vlaamse Overheid als tegemoetkoming voor sterk verhoogde energiekosten heeft aangevraagd zal de onderneming moeten kenbaar maken of ze voor de steun onder dit besluit kiest of voor voormelde subsidie.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan zich beroepen op het verificatiebureau ter controle van de steunaanvraag en de stavingstukken.
De steun wordt alleen uitbetaald op een zakelijk Belgisch rekeningnummer op naam van de begunstigde onderneming. De begunstigde onderneming blijft steeds verantwoordelijk voor de naleving van de voorwaarden waarbij de steun werd toegekend en voor de verantwoording van de aanwending ervan.
De steunaanvraag wordt ten laatste ingediend op de datum, vermeld op de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
De steunaanvraag wordt elektronisch afgehandeld.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen stelt een rekenmodule op voor de berekening van de maandelijkse verbruiken en kosten voor kleinverbruikers met jaarlijks uitgelezen tellers voor gas of elektriciteit. Deze rekenmodule zal worden gepubliceerd op de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
Het gebruik van de rekenmodule, vermeld in het vierde lid, is optioneel.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen onderzoekt de naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij dit besluit en beslist of de steun wordt toegekend.
De onderneming ontvangt een schriftelijke kennisgeving van de beslissing, vermeld in het vierde lid.
Na ontvangst van de facturen met betrekking tot de energie-uitgaven in de steunperiode en, voor zover verplicht, na neerlegging van de jaarrekening(en) met betrekking tot het kalenderjaar 2021 vraagt de onderneming de uitbetaling van de toegekende steun aan via de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, volgens de modaliteiten toegelicht op deze website.
De uitbetaling gebeurt na controle van de stavingstukken en onder de voorwaarde dat de onderneming de voorwaarden die zijn opgelegd bij het decreet van 16 maart 2012, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten ervan heeft nageleefd, zich niet bevindt in één van de rechtstoestanden, vermeld in artikel 19, 1°, of een insolventieprocedure, vermeld in artikel 19, 6°.
Als bij de controle van de uitbetalingsaanvraag blijkt dat de onderneming ook een subsidie verleend door de Vlaamse Overheid als tegemoetkoming voor sterk verhoogde energiekosten heeft aangevraagd zal de onderneming moeten kenbaar maken of ze voor de steun onder dit besluit kiest of voor voormelde subsidie.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan zich beroepen op het verificatiebureau ter controle van de steunaanvraag en de stavingstukken.
De steun wordt alleen uitbetaald op een zakelijk Belgisch rekeningnummer op naam van de begunstigde onderneming. De begunstigde onderneming blijft steeds verantwoordelijk voor de naleving van de voorwaarden waarbij de steun werd toegekend en voor de verantwoording van de aanwending ervan.
Art.21. L'entreprise introduit une demande d'aide via le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, dénommée VLAIO, en indiquant entre autres son numéro d'entreprise et, entre autres, le chiffre d'affaires et les coûts énergétiques moyens sur une base mensuelle de la période de référence.
La demande de subvention est introduite au plus tard à la date mentionnée sur le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat.
La demande d'aide est traitée de manière électronique.
L'Agence de l'Innovation et l'Entrepreneuriat prépare un module de calcul de la consommation et des coûts mensuels pour les petits consommateurs disposant de compteurs de gaz ou d'électricité à lecture annuelle. Ce module de calcul sera publié sur le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat.
L'utilisation du module de calcul visé à l'alinéa 4 est optionnelle.
L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat contrôle le respect des conditions imposées par le présent arrêté et décide de l'octroi de l'aide.
L'entreprise reçoit une notification écrite de la décision visée à l'alinéa 4.
Après réception des factures relatives aux dépenses énergétiques pendant la période de l'aide et, dans la mesure où cela est requis, après avoir déposé le(s) compte(s) annuel(s) relatif(s) à l'année civile 2021, l'entreprise demande le paiement de l'aide accordée via le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, selon les modalités expliquées sur ce site web.
Le paiement est effectué après le contrôle des justificatifs et à condition que l'entreprise ait respecté les conditions imposées par le décret du 16 mars 2012, le présent arrêté ou ses arrêtés d'exécution, ne se trouve pas dans l'une des situations juridiques visées à l'article 19, 1° ou dans une procédure d'insolvabilité visée à l'article 19, 6°.
Si la vérification de la demande de paiement montre que l'entreprise a également demandé une subvention accordée par l'Autorité flamande en compensation de la forte augmentation des coûts énergétiques, l'entreprise devra faire savoir si elle opte pour l'aide au titre du présent arrêté ou pour la subvention susmentionnée.
L'Agence de l'Innovation et l'Entrepreneuriat peut faire appel au bureau de vérification pour contrôler la demande d'aide et les pièces justificatives.
L'aide sera payée uniquement sur un numéro de compte réel belge au nom de l'entreprise bénéficiaire. L'entreprise bénéficiaire demeure toujours responsable du respect des conditions d'octroi de l'aide et de la justification de son affectation.
La demande de subvention est introduite au plus tard à la date mentionnée sur le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat.
La demande d'aide est traitée de manière électronique.
L'Agence de l'Innovation et l'Entrepreneuriat prépare un module de calcul de la consommation et des coûts mensuels pour les petits consommateurs disposant de compteurs de gaz ou d'électricité à lecture annuelle. Ce module de calcul sera publié sur le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat.
L'utilisation du module de calcul visé à l'alinéa 4 est optionnelle.
L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat contrôle le respect des conditions imposées par le présent arrêté et décide de l'octroi de l'aide.
L'entreprise reçoit une notification écrite de la décision visée à l'alinéa 4.
Après réception des factures relatives aux dépenses énergétiques pendant la période de l'aide et, dans la mesure où cela est requis, après avoir déposé le(s) compte(s) annuel(s) relatif(s) à l'année civile 2021, l'entreprise demande le paiement de l'aide accordée via le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, selon les modalités expliquées sur ce site web.
Le paiement est effectué après le contrôle des justificatifs et à condition que l'entreprise ait respecté les conditions imposées par le décret du 16 mars 2012, le présent arrêté ou ses arrêtés d'exécution, ne se trouve pas dans l'une des situations juridiques visées à l'article 19, 1° ou dans une procédure d'insolvabilité visée à l'article 19, 6°.
Si la vérification de la demande de paiement montre que l'entreprise a également demandé une subvention accordée par l'Autorité flamande en compensation de la forte augmentation des coûts énergétiques, l'entreprise devra faire savoir si elle opte pour l'aide au titre du présent arrêté ou pour la subvention susmentionnée.
L'Agence de l'Innovation et l'Entrepreneuriat peut faire appel au bureau de vérification pour contrôler la demande d'aide et les pièces justificatives.
L'aide sera payée uniquement sur un numéro de compte réel belge au nom de l'entreprise bénéficiaire. L'entreprise bénéficiaire demeure toujours responsable du respect des conditions d'octroi de l'aide et de la justification de son affectation.
HOOFDSTUK 6. - Controle en terugvordering
CHAPITRE 6. - Contrôle et recouvrement
Art.22. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan de waarachtigheid van onder meer de door de onderneming gerapporteerde omzet, het operationeel verlies en de energie-uitgaven controleren op basis van de administratieve gegevens en van de boekhouding van de onderneming, en dit zowel voorafgaandelijk aan als tot vijf jaar na de uitbetaling van de steun.
De begunstigde onderneming geeft bij indiening van de steunaanvraag het Agentschap Innoveren en Ondernemen de toelating om de gegevens, vermeld in het eerste lid, op te vragen bij de federale of Vlaamse gegevensbronnen, de netbeheerders, de energieleveranciers en het verificatiebureau.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan beroep doen op het verificatiebureau ter controle van de voorwaarden vermeld in artikel 18.
In toepassing van artikel 40 van het decreet van 16 maart 2012 wordt de steun teruggevorderd in geval van niet-naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij het voormelde decreet, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten ervan.
Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.
Als uit een controle blijkt dat de onderneming een steunaanvraag heeft ingediend op basis van onjuiste verklaringen of foutieve informatie en die niet spontaan heeft gecorrigeerd, komt die onderneming gedurende een periode van vijf jaar, vanaf het moment van de kennisgeving van de voormelde vaststelling, niet in aanmerking voor steun, als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 16 maart 2012, artikel 4, eerste en vijfde lid, van het decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning van een hinderpremie aan kleine ondernemingen die ernstige hinder ondervinden van openbare werken in het Vlaamse Gewest, en artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.
De begunstigde onderneming geeft bij indiening van de steunaanvraag het Agentschap Innoveren en Ondernemen de toelating om de gegevens, vermeld in het eerste lid, op te vragen bij de federale of Vlaamse gegevensbronnen, de netbeheerders, de energieleveranciers en het verificatiebureau.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan beroep doen op het verificatiebureau ter controle van de voorwaarden vermeld in artikel 18.
In toepassing van artikel 40 van het decreet van 16 maart 2012 wordt de steun teruggevorderd in geval van niet-naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij het voormelde decreet, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten ervan.
Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.
Als uit een controle blijkt dat de onderneming een steunaanvraag heeft ingediend op basis van onjuiste verklaringen of foutieve informatie en die niet spontaan heeft gecorrigeerd, komt die onderneming gedurende een periode van vijf jaar, vanaf het moment van de kennisgeving van de voormelde vaststelling, niet in aanmerking voor steun, als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 16 maart 2012, artikel 4, eerste en vijfde lid, van het decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning van een hinderpremie aan kleine ondernemingen die ernstige hinder ondervinden van openbare werken in het Vlaamse Gewest, en artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.
Art.22. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut vérifier, entre autres, la véracité du chiffre d'affaires déclaré par l'entreprise, des pertes opérationnelles et des dépenses énergétiques, sur la base des données administratives et de la comptabilité de l'entreprise, et ce avant et jusqu'à cinq ans après le versement de l'aide.
Lors de l'introduction de la demande d'aide, l'entreprise bénéficiaire autorise l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat à demander les données mentionnées à l'alinéa 1 aux sources de données fédérales ou flamandes, aux gestionnaires de réseau, aux fournisseurs d'énergie et au bureau de vérification.
L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut faire appel au bureau de vérification pour vérifier les conditions visées à l'article 18.
En application de l'article 40 du décret du 16 mars 2012, l'aide est recouvrée en cas de non-respect des conditions imposées par le décret précité, le présent arrêté ou ses arrêtés d'exécution.
Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés.
S'il ressort d'un contrôle que l'entreprise a introduit une demande d'aide sur la base de déclarations inexactes ou d'informations erronées et qu'elle ne les a pas corrigées spontanément, cette entreprise n'est pas éligible, pendant une période de cinq ans à compter du moment de la notification du constat précité, à l'aide visée à l'article 3, 5°, du décret du 16 mars 2012, à l'article 4, alinéas 1 et 5, du décret du 15 juillet 2016 portant octroi d'une prime de nuisances aux petites entreprises sérieusement incommodées par des travaux publics en Région flamande, et à l'article 41ter, § 2, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002.
Lors de l'introduction de la demande d'aide, l'entreprise bénéficiaire autorise l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat à demander les données mentionnées à l'alinéa 1 aux sources de données fédérales ou flamandes, aux gestionnaires de réseau, aux fournisseurs d'énergie et au bureau de vérification.
L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut faire appel au bureau de vérification pour vérifier les conditions visées à l'article 18.
En application de l'article 40 du décret du 16 mars 2012, l'aide est recouvrée en cas de non-respect des conditions imposées par le décret précité, le présent arrêté ou ses arrêtés d'exécution.
Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés.
S'il ressort d'un contrôle que l'entreprise a introduit une demande d'aide sur la base de déclarations inexactes ou d'informations erronées et qu'elle ne les a pas corrigées spontanément, cette entreprise n'est pas éligible, pendant une période de cinq ans à compter du moment de la notification du constat précité, à l'aide visée à l'article 3, 5°, du décret du 16 mars 2012, à l'article 4, alinéas 1 et 5, du décret du 15 juillet 2016 portant octroi d'une prime de nuisances aux petites entreprises sérieusement incommodées par des travaux publics en Région flamande, et à l'article 41ter, § 2, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002.
Afdeling 2. - Wijzigingsbepalingen
Section 2. - Dispositions modificatives
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 over de corona hinderpremie
CHAPITRE 1. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 concernant la prime de nuisances corona
Art.23. In artikel 9/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2021, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.23. A l'article 9/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de Sécurité à partir du 12 mars 2020, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2021, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat les subventions indûment perçues. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. "
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat les subventions indûment perçues. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. "
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 over de corona compensatiepremie
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 avril 2020 concernant la prime de compensation corona
Art.24. In artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2021, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.24. Dans l'article 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 avril 2020 portant octroi d'une aide aux entreprises confrontées à une baisse du chiffre d'affaires à la suite des restrictions d'exploitation imposées par les mesures prises par le Conseil national de Sécurité à partir du 12 mars 2020 concernant le coronavirus, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2021, l'alinéa 3 est remplacée par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 over de corona ondersteuningspremie
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juin 2020 concernant la prime de soutien corona
Art.25. In artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ondanks de versoepelde coronavirusmaatregelen, tot wijziging van de artikelen 1, 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, en tot wijziging van de artikelen 1, 6, 9 en 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2021, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.25. A l'article 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juin 2020 attribuant de l'aide aux entreprises souffrant d'une baisse de leur chiffre d'affaires malgré l'assouplissement des mesures de lutte contre le coronavirus, modifiant les articles 1, 9 et 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 avril 2020 portant octroi d'une aide aux entreprises confrontées à une baisse du chiffre d'affaires à la suite des restrictions d'exploitation imposées par les mesures prises par le Conseil national de Sécurité à partir du 12 mars 2020 concernant le coronavirus et modifiant les articles 1, 6, 9 et 12 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de sécurité à partir du 12 mars 2020, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2021, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 augustus 2020 over het Vlaams Beschermingsmechanisme 1
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 août 2020 concernant le mécanisme de protection flamand 1
Art.26. In artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 augustus 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen genomen vanaf 29 juli 2020, tot wijziging van artikel 10 en 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 inzake de corona ondersteuningspremie en tot wijziging van artikel 1 van en tot toevoeging van een bijlage aan het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2020 inzake de corona handelshuurlening, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2021, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.26. A l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 août 2020 concernant le mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises à partir du 29 juillet 2020, modifiant les articles 10 et 21 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juin 2020 relatif à la prime de soutien corona et modifiant l'article 1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2020 relatif au prêt corona au bail commercial et ajoutant une annexe à cet arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2021, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 oktober 2020 over het Nieuw Vlaams Beschermingsmechanisme
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 octobre 2020 concernant le Mécanisme de protection flamand
Art.27. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 oktober 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen genomen op 6 en 16 oktober 2020 en tot wijziging van artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2021, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.27. A l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 octobre 2020 concernant le Mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises les 6 et 16 octobre 2020 et modifiant l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de Sécurité à partir du 12 mars 2020, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2021, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 over het Vlaams Beschermingsmechanisme 3
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2020 concernant le Mécanisme de protection flamand 3
Art.28. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020 en tot wijziging van artikel 1, 3 en 4 van en toevoeging van een bijlage aan het besluit van de Vlaamse Regering van 23 oktober 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen genomen op 6 en 16 oktober 2020 en tot wijziging van artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2021, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.28. A l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2020 relatif au Mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises le 28 octobre 2020 et modifiant les articles 1, 3 et 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 octobre 2020 relatif au mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises les 6 et 16 octobre 2020, et ajoutant une annexe à cet arrêté et modifiant l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de Sécurité à partir du 12 mars 2020, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2021 over het Vlaams Beschermingsmechanisme 4 en 5
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 février 2021 concernant les Mécanismes de protection flamands 4 et 5
Art.29. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2021 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de aanhoudende coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2021, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.29. A l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 février 2021 relatif au Mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures persistantes de lutte contre le coronavirus du 28 octobre 2020, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2021, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2021 over het Globalisatiemechanisme 2020
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2021 relatif au Mécanisme de globalisation 2020
Art.30. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2021 betreffende het corona globalisatiemechanisme voor ondernemingen met een grote omzetdaling in 2020 ten gevolge van de coronavirusmaatregelen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2021, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.30. A l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2021 relatif au mécanisme de globalisation corona pour les entreprises enregistrant une forte baisse de leur chiffre d'affaires en 2020 à la suite des mesures de lutte contre le coronavirus, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2021, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2021 over het Vlaams Beschermingsmechanisme 6 en 7
CHAPITRE 9. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2021 concernant les Mécanismes de protection flamands 6 et 7
Art.31. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2021 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de aanhoudende coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020, tot invoeging van artikel 9/1 in het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 over de corona hinderpremie en tot wijziging van artikel 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 over de corona compensatiepremie, van artikel 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 over de corona ondersteuningspremie, van artikel 7 en 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 augustus 2020 over het Vlaamse Beschermingsmechanisme, van artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 oktober 2020 over het Vlaamse Beschermingsmechanisme, van artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 over het Vlaamse Beschermingsmechanisme en van artikel 7 en 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2021 over het Vlaamse Beschermingsmechanisme, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2021, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.31. A l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2021 relatif au mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures persistantes de lutte contre le coronavirus du 28 octobre 2020, insérant l'article 9/1 dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 concernant la prime de nuisances corona et modifiant les articles 9 et 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 avril 2020 concernant la prime de compensation corona, les articles 9 et 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juin 2020 concernant la prime de soutien corona, les articles 7 et 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 août 2020 concernant le Mécanisme de protection flamand, l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 octobre 2020 concernant le Mécanisme de protection flamand, l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2020 concernant le Mécanisme de protection flamand et les articles 7 et 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 février 2021 concernant le Mécanisme de protection flamand, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 juin 2021, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2021 over het Vlaams Beschermingsmechanisme 8 en 9
CHAPITRE 10. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mai 2021 concernant les Mécanismes de protection flamands 8 et 9
Art.32. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2021 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de aanhoudende coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.32. A l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mai 2021 relatif au Mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises le 28 octobre 2020, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021 over het Vlaams Beschermingsmechanisme 10
CHAPITRE 11. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2021 concernant le Mécanisme de protection flamand 10
Art.33. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020 en tot wijziging van artikel 9/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 over de corona hinderpremie, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.33. A l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2021 relatif au Mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires à la suite des mesures de lutte contre le coronavirus du 28 octobre 2020 et modifiant l'article 9/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 concernant la prime de nuisances corona, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 september 2021 over de omboekingspremie
CHAPITRE 12. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 septembre 2021 relatif à l'indemnisation des frais de modification de réservation
Art.34. In artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 september 2021 over de compensatie van de omboekingskosten van evenementen ten gevolge van de coronavirusmaatregelen, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.34. A l'article 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 septembre 2021 relatif à l'indemnisation des frais de modification de réservation à des événements à la suite des mesures de lutte contre le coronavirus, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 januari 2022 over het Vlaams Beschermingsmechanisme 11
CHAPITRE 13. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 janvier 2022 concernant le Mécanisme de protection flamand 11
Art.35. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 januari 2022 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2021, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.35. A l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 janvier 2022 relatif au Mécanisme de Protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures de lutte contre le coronavirus du 28 octobre 2021, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
HOOFDSTUK 14. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 maart 2022 over het Vlaams Beschermingsmechanisme 12
CHAPITRE 14. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 mars 2022 concernant le Mécanisme de protection flamand 12
Art.36. In artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 maart 2022 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2021, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.36. A l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 mars 2022 relatif au Mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures de lutte contre le coronavirus du 28 octobre 2021, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
HOOFDSTUK 15. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 mei 2022 over het Globalisatiemechanisme 2021
CHAPITRE 15. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 mai 2022 relatif au Mécanisme de globalisation 2021
Art.37. In artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 mei 2022 betreffende het corona globalisatiemechanisme voor ondernemingen met een grote omzetdaling in 2021 ten gevolge van de coronavirusmaatregelen, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
"Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.".
Art.37. A l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 mai 2022 relatif au mécanisme de globalisation corona pour les entreprises ayant enregistré une forte baisse de leur chiffre d'affaires en 2021 à la suite des mesures de lutte contre le coronavirus, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
" Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés. ".
Afdeling 3. - Slotbepalingen
Section 3. - Dispositions finales
Art.38. De minister kan bijkomende preciseringen bepalen.
Art.38. Le Ministre peut arrêter des précisions supplémentaires.
Art.39. De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.39. Le Ministre est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. 40. Dit besluit treedt in werking op 9 december 2022.
De minister kan dit besluit opheffen.
De minister kan dit besluit opheffen.
Art. 40. Le présent arrêté entre en vigueur le 9 décembre 2022.
Le Ministre peut abroger le présent arrêté.
Le Ministre peut abroger le présent arrêté.