Artikel 1. De kredieten voor het dekken van de uitgaven van Wallonië tijdens het begrotingsjaar 2022 worden geopend en verdeeld in basisallocaties (vakdomeinen) overeenkomstig de bij dit decreet gevoegde opgesomde programma's en begrotingstabel die hierna zijn samengevat.
Deze tabellen bevatten de raming van de verwachte uitgaven die in 2022 ten laste van de begrotingsfondsen dienen te worden aangerekend.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 JULI 2022. - Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022
Titre
20 JUILLET 2022. - Décret contenant le premier ajustement du budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Gewestelijke waarborgen
HOOFDSTUK 3. - Toekenning van voorschotten
HOOFDSTUK 4. - Afzonderlijke afdeling
HOOFDSTUK 5. - Administratieve diensten met boe...
HOOFDSTUK 6. - Instellingen
HOOFDSTUK 7. - Diverse bepalingen
HOOFDSTUK 8. - Slotbepaling
BIJLAGE.
Tekst (70)
Texte (70)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Les crédits destinés à couvrir les dépenses de la Wallonie afférentes à l'année budgétaire 2022 sont ouverts et ventilés en articles de base (domaines fonctionnels) conformément aux programmes et au tableau budgétaire annexés au présent décret et dont la synthèse figure ci-après.
Ces tableaux donnent l'estimation des dépenses prévisionnelles à imputer en 2022 à charge des fonds budgétaires.
Ces tableaux donnent l'estimation des dépenses prévisionnelles à imputer en 2022 à charge des fonds budgétaires.
| Duizend EUR | Vastleggingskredieten: | Limitatieve vereffenings-kredieten | Niet-limitatieve vereffeningskredieten: |
| Uitgavenkredieten | 22.296.123 | 20.265.401 | |
| Waaronder | Vastleggingsmiddelen | Vereffeningsmiddelen | |
| Verwachte uitgaven ten laste van de begrotingsfondsen | 440.938 | 442.858 |
| (En milliers euro) | Crédits d'engagement | Crédits de liquidation limitatifs | Crédits de liquidation non limitatifs |
| Crédits de dépenses | 22.296.123 | 20.265.401 | |
| Dont | Moyens d'engagement | Moyens de liquidation | |
| Dépenses prévisionnelles à charge des fonds budgétaires | 440.938 | 442.858 |
Art. 2. In 2022, het artikel 26, § 1, 3°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheid wordt opgeschort wat de verdelingen van de kredieten en de niet-limitatieve vereffeningskredieten.betreft.
Art. 2. En 2022, l'article 26, § 1er, 3°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes est suspendu pour ce qui concerne les répartitions de crédits de liquidation non limitatifs.
Art. 3. Artikel 4 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de kredieten nodig voor het voeren van het informaticabeleid over te dragen van de begrotingsprogramma's naar de basisallocaties (vakdomeinen) "Specifieke informatica" van de functionele programma's van de organisatieafdelingen naar de basisallocaties (vakdomeinen) van de Waalse Overheidsdienst Digitale Technologieën alsook van de begrotingsprogramma's de kredieten nodig voor acties inzake informaticabijstand naar de basisallocaties 12.05 en 74.05 (vakdomeinen 039.004 (ESER-code 12) en 039.012 (ESER-code 74)) van programma 12.21 (WBFIN-programma 12.039) voor eWBS. ".
In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de kredieten nodig voor het voeren van het informaticabeleid over te dragen van de begrotingsprogramma's naar de basisallocaties (vakdomeinen) "Specifieke informatica" van de functionele programma's van de organisatieafdelingen naar de basisallocaties (vakdomeinen) van de Waalse Overheidsdienst Digitale Technologieën alsook van de begrotingsprogramma's de kredieten nodig voor acties inzake informaticabijstand naar de basisallocaties 12.05 en 74.05 (vakdomeinen 039.004 (ESER-code 12) en 039.012 (ESER-code 74)) van programma 12.21 (WBFIN-programma 12.039) voor eWBS. ".
Art. 3. L'article 4 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires à la réalisation de politiques informatiques vers les articles de base (les domaines fonctionnels) " Informatique spécifique " des programmes fonctionnels des divisions organiques, vers les articles de base (les domaines fonctionnels) du SPW Digital ainsi que des programmes du budget les crédits nécessaires à des actions d'assistance informatique vers les articles de base 12.05 et 74.05 (les domaines fonctionnels 039.004 (code SEC 12) et 039.012 (code SEC 74)) du programme 12.21 (programme WBFIN 12.039) pour eWBS. ".
" Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires à la réalisation de politiques informatiques vers les articles de base (les domaines fonctionnels) " Informatique spécifique " des programmes fonctionnels des divisions organiques, vers les articles de base (les domaines fonctionnels) du SPW Digital ainsi que des programmes du budget les crédits nécessaires à des actions d'assistance informatique vers les articles de base 12.05 et 74.05 (les domaines fonctionnels 039.004 (code SEC 12) et 039.012 (code SEC 74)) du programme 12.21 (programme WBFIN 12.039) pour eWBS. ".
Art. 4. Het artikel 5 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"In afwijking van artikel L1332-3 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het "Fonds spécial de l'aide sociale pour le budget" voor de aangepaste begroting 2022 vastgesteld op 78.973 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in mei 2022 voor de inflatie 2021 en 2022 en van de structurele herfinanciering van 5.000 duizend euro die bij de aanvankelijke begroting 2010 is bekrachtigd. ".
"In afwijking van artikel L1332-3 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het "Fonds spécial de l'aide sociale pour le budget" voor de aangepaste begroting 2022 vastgesteld op 78.973 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in mei 2022 voor de inflatie 2021 en 2022 en van de structurele herfinanciering van 5.000 duizend euro die bij de aanvankelijke begroting 2010 is bekrachtigd. ".
Art. 4. L'article 5 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article L1332-3 du CDLD, l'enveloppe du Fonds spécial de l'aide sociale pour le budget ajusté 2022 est fixée à 78.973 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en mai 2022 pour l'inflation 2021 et 2022 et du refinancement structurel de 5.000 milliers d'euros confirmé lors du budget initial 2010. ".
" Par dérogation à l'article L1332-3 du CDLD, l'enveloppe du Fonds spécial de l'aide sociale pour le budget ajusté 2022 est fixée à 78.973 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en mai 2022 pour l'inflation 2021 et 2022 et du refinancement structurel de 5.000 milliers d'euros confirmé lors du budget initial 2010. ".
Art. 5. Het artikel 6 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"In afwijking van artikel L1332-4 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het "CRAC" voor de aangepaste begroting 2022 vastgesteld op 36.162 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in mei 2022 voor de inflatie 2021 en 2022. ".
"In afwijking van artikel L1332-4 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het "CRAC" voor de aangepaste begroting 2022 vastgesteld op 36.162 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in mei 2022 voor de inflatie 2021 en 2022. ".
Art. 5. L'article 6 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article L1332-4 du CDLD, l'enveloppe octroyée au CRAC pour le budget ajusté 2022 est fixée à 36.162 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en mai 2022 pour l'inflation 2021 et 2022. ".
" Par dérogation à l'article L1332-4 du CDLD, l'enveloppe octroyée au CRAC pour le budget ajusté 2022 est fixée à 36.162 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en mai 2022 pour l'inflation 2021 et 2022. ".
Art. 6. Het artikel 7 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"In afwijking van artikel L1332-5 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het Gemeentefonds voor de aangepaste begroting 2022 vastgesteld op 1.439.711 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in mei 2022 voor de inflatie 2021 en 2022 en van de structurele herfinanciering van 10.000 duizend euro die bij de aanvankelijk begroting 2009 is opgenomen, alsook, voor 2022, met een enveloppe van 11.189 duizend euro. ".
"In afwijking van artikel L1332-5 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het Gemeentefonds voor de aangepaste begroting 2022 vastgesteld op 1.439.711 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in mei 2022 voor de inflatie 2021 en 2022 en van de structurele herfinanciering van 10.000 duizend euro die bij de aanvankelijk begroting 2009 is opgenomen, alsook, voor 2022, met een enveloppe van 11.189 duizend euro. ".
Art. 6. L'article 7 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article L1332-5 du CDLD, l'enveloppe octroyée au Fonds des communes pour le budget ajusté 2022 est fixée à 1.439.711 milliers d'euros tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en mai 2022 pour l'inflation 2021 et 2022 et du refinancement structurel de 10.000 milliers d'euros intégré au budget initial 2009 ainsi que, pour 2022, d'une enveloppe de 11.189 milliers d'euros. ".
" Par dérogation à l'article L1332-5 du CDLD, l'enveloppe octroyée au Fonds des communes pour le budget ajusté 2022 est fixée à 1.439.711 milliers d'euros tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en mai 2022 pour l'inflation 2021 et 2022 et du refinancement structurel de 10.000 milliers d'euros intégré au budget initial 2009 ainsi que, pour 2022, d'une enveloppe de 11.189 milliers d'euros. ".
Art. 7. Het artikel 10 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Ambtenarenzaken en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de budgettaire overdrachten betreffende de bezoldigingen en allocaties van de personeelsleden uit te voeren, tussen de verschillende programma's van de organisatieafdelingen en programma 02 (WBFIN-programma 031) (personeelsbeheer) van organisatieafdeling 11 van de administratieve begroting van het Waalse Gewest. ".
"In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Ambtenarenzaken en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de budgettaire overdrachten betreffende de bezoldigingen en allocaties van de personeelsleden uit te voeren, tussen de verschillende programma's van de organisatieafdelingen en programma 02 (WBFIN-programma 031) (personeelsbeheer) van organisatieafdeling 11 van de administratieve begroting van het Waalse Gewest. ".
Art. 7. L'article 10 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de la Fonction publique et le Ministre du Budget sont habilités à procéder aux transferts budgétaires relatifs aux rémunérations et allocations des agents, entre les différents programmes des divisions organiques et le programme 02 (programme WBFIN 031) (gestion du personnel) de la division organique 11 du budget administratif de la Région wallonne. ".
" Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de la Fonction publique et le Ministre du Budget sont habilités à procéder aux transferts budgétaires relatifs aux rémunérations et allocations des agents, entre les différents programmes des divisions organiques et le programme 02 (programme WBFIN 031) (gestion du personnel) de la division organique 11 du budget administratif de la Région wallonne. ".
Art. 8. Het artikel 23 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Regering ertoe gemachtigd vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen van alle basisallocaties (vakdomeinen) van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest naar de basisallocaties 41.01 en 61.01 (vakdomeinen 091.018 (ESER-code 41) en 091.089 (ESER-code 61)) van programma 02 (WBFIN-programma 091) van organisatieafdeling 17 en 41.01 en 61.01 (058.024 (ESER-code 41) en 058.049 (ESER-code 61)) van programma 04 (WBFIN-programma 058) van organisatieafdeling 15 met het oog op de toekenning van bijkomende dotaties aan het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals fonds voor natuurrampen) alsook naar basisallocatie 01.01 (vakdomein 121.001 `ESER-code 01)) van programma 01 (WBFIN-programma 121) van organisatieafdeling 36 en van programma 01 (WBFIN-programma 120) van organisatieafdeling 34 om de reserve in verband met Europese cofinanciering te verhogen. ".
In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Regering ertoe gemachtigd vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen van alle basisallocaties (vakdomeinen) van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest naar de basisallocaties 41.01 en 61.01 (vakdomeinen 091.018 (ESER-code 41) en 091.089 (ESER-code 61)) van programma 02 (WBFIN-programma 091) van organisatieafdeling 17 en 41.01 en 61.01 (058.024 (ESER-code 41) en 058.049 (ESER-code 61)) van programma 04 (WBFIN-programma 058) van organisatieafdeling 15 met het oog op de toekenning van bijkomende dotaties aan het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals fonds voor natuurrampen) alsook naar basisallocatie 01.01 (vakdomein 121.001 `ESER-code 01)) van programma 01 (WBFIN-programma 121) van organisatieafdeling 36 en van programma 01 (WBFIN-programma 120) van organisatieafdeling 34 om de reserve in verband met Europese cofinanciering te verhogen. ".
Art. 8. L'article 23 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Gouvernement est habilité à transférer des crédits d'engagement et de liquidation au départ de l'ensemble des articles de base (des domaines fonctionnels) du budget général des dépenses de la Région wallonne vers les articles de base 41.01 et 61.01 (les domaines fonctionnels 091.018 (code SEC 41) et 091.089 (code SEC 61)) du programme 02 (programme WBFIN 091) de la division organique 17 et 41.01 et 61.01 (058.024 (code SEC 41) et 058.049 (code SEC 61)) du programme 04 (programme WBFIN 058) de la division organique 15 en vue d'octroyer des dotations complémentaires au Fonds wallon des calamités naturelles ainsi que vers l'article de base 01.01 (le domaine fonctionnel 121.001 (code SEC 01)) du programme 01 (programme WBFIN 121) de la division organique 36 et du programme 01 (programme WBFIN 120) de la division organique 34 en vue de majorer la réserve liée aux Cofinancements européens. ".
" Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Gouvernement est habilité à transférer des crédits d'engagement et de liquidation au départ de l'ensemble des articles de base (des domaines fonctionnels) du budget général des dépenses de la Région wallonne vers les articles de base 41.01 et 61.01 (les domaines fonctionnels 091.018 (code SEC 41) et 091.089 (code SEC 61)) du programme 02 (programme WBFIN 091) de la division organique 17 et 41.01 et 61.01 (058.024 (code SEC 41) et 058.049 (code SEC 61)) du programme 04 (programme WBFIN 058) de la division organique 15 en vue d'octroyer des dotations complémentaires au Fonds wallon des calamités naturelles ainsi que vers l'article de base 01.01 (le domaine fonctionnel 121.001 (code SEC 01)) du programme 01 (programme WBFIN 121) de la division organique 36 et du programme 01 (programme WBFIN 120) de la division organique 34 en vue de majorer la réserve liée aux Cofinancements européens. ".
Art. 9. Het artikel 32 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de volgende bedragen te storten op de bij Belfius Bank geopende gewestelijke rekening voor de sanering van de financiën van met schulden bezwaarde gemeenten:
- op 1 augustus 2022: 66.043.000 euro die de aanvullende gewestelijke tegemoetkoming vormen (BA 41.05.40 (vakdomein 091.022 (ESER-code 41)) van programma 17.02 (WBFIN-programma 17.091));
- op 1 oktober 2022 : 36.162.000 euro d.i. de dotatie aan het "CRAC" in het kader van de herfinanciering van het gemeentefonds (BA 41.06.40 (vakdomein 091.023 (ESER-code 41)) van programma 17.02 (WBFIN-programma 17.091));
- uiterlijk op 31 december 2022: 13.000.000 euro die de steun aan gemeenten in het kader van de pensioenkwestie vormen (BA 41.07.40 (vakdomein 091.058 (ESER-code 41)) van programma 17.02 (WBFIN-programma 17.091)). ".
"De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de volgende bedragen te storten op de bij Belfius Bank geopende gewestelijke rekening voor de sanering van de financiën van met schulden bezwaarde gemeenten:
- op 1 augustus 2022: 66.043.000 euro die de aanvullende gewestelijke tegemoetkoming vormen (BA 41.05.40 (vakdomein 091.022 (ESER-code 41)) van programma 17.02 (WBFIN-programma 17.091));
- op 1 oktober 2022 : 36.162.000 euro d.i. de dotatie aan het "CRAC" in het kader van de herfinanciering van het gemeentefonds (BA 41.06.40 (vakdomein 091.023 (ESER-code 41)) van programma 17.02 (WBFIN-programma 17.091));
- uiterlijk op 31 december 2022: 13.000.000 euro die de steun aan gemeenten in het kader van de pensioenkwestie vormen (BA 41.07.40 (vakdomein 091.058 (ESER-code 41)) van programma 17.02 (WBFIN-programma 17.091)). ".
Art. 9. L'article 32 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Le Gouvernement wallon est autorisé à verser au compte régional pour l'assainissement des communes à finances obérées ouvert auprès de Belfius Banque :
- au 1er août 2022 : 66.043.000 euros représentant l'intervention complémentaire régionale (AB 41.05.40 (domaine fonctionnel 091.022 (code SEC 41)) du programme 17.02 (programme WBFIN 17.091));
- au 1er octobre 2022 : 36.162.000 euros représentant la dotation octroyée au CRAC dans le cadre du refinancement du fonds des communes (AB 41.06.40 (domaine fonctionnel 091.023 (code SEC 41)) du programme 17.02 (programme WBFin 17.091));
- au 31 décembre 2022 au plus tard : 13.000.000 euros représentant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique des pensions (AB 41.07.40 (domaine fonctionnel 091.058 (code SEC 41)) du programme 17.02 (programme WBFIN 17.091)). ".
" Le Gouvernement wallon est autorisé à verser au compte régional pour l'assainissement des communes à finances obérées ouvert auprès de Belfius Banque :
- au 1er août 2022 : 66.043.000 euros représentant l'intervention complémentaire régionale (AB 41.05.40 (domaine fonctionnel 091.022 (code SEC 41)) du programme 17.02 (programme WBFIN 17.091));
- au 1er octobre 2022 : 36.162.000 euros représentant la dotation octroyée au CRAC dans le cadre du refinancement du fonds des communes (AB 41.06.40 (domaine fonctionnel 091.023 (code SEC 41)) du programme 17.02 (programme WBFin 17.091));
- au 31 décembre 2022 au plus tard : 13.000.000 euros représentant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique des pensions (AB 41.07.40 (domaine fonctionnel 091.058 (code SEC 41)) du programme 17.02 (programme WBFIN 17.091)). ".
Art. 10. Het artikel 36 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Begroting en de bevoegde Vakministers ertoe gemachtigd de nodige kredieten over te dragen van BA 01.02 (vakdomein 122.001 (ESER-code 01)) "Herstelplan van Wallonië" en van BA 01.03 (vakdomein 122.002 (ESER-code 01)) "Voorziening voor de Europese herstel- en veerkrachtfaciliteit (FRR)", van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122), van BA 01.05 (vakdomein 028.005 (ESER-code 01)) "Voorziening voor economisch herstel", van BA 01.07 (vakdomein 028.007 (ESER-code 01)) "COVID-reserve", van BA 01.10 (vakdomein 028.008 (ESER-code 01)) "Voorziening Veerkracht, herstel en herstructurering" van programma 10.08 (WBFIN-programma 10.028) en van de "Reserve Ukraine" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) naar de basisallocaties (vakdomeinen) met als doel de financiering van de uitgaven gebonden aan projecten die door de Waalse Regering worden goedgekeurd in het kader van het Economisch herstelplan, het Herstelplan van Wallonië, met het oog op de financiering van projecten in verband met de thema's Veerkracht/herstel/herstructurering, met het oog op de financiering van uitgaven in verband met COVID-19, de gevolgen van de geopolitieke situatie in Oekraïne."
In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Begroting en de bevoegde Vakministers ertoe gemachtigd de nodige kredieten over te dragen van BA 01.02 (vakdomein 122.001 (ESER-code 01)) "Herstelplan van Wallonië" en van BA 01.03 (vakdomein 122.002 (ESER-code 01)) "Voorziening voor de Europese herstel- en veerkrachtfaciliteit (FRR)", van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122), van BA 01.05 (vakdomein 028.005 (ESER-code 01)) "Voorziening voor economisch herstel", van BA 01.07 (vakdomein 028.007 (ESER-code 01)) "COVID-reserve", van BA 01.10 (vakdomein 028.008 (ESER-code 01)) "Voorziening Veerkracht, herstel en herstructurering" van programma 10.08 (WBFIN-programma 10.028) en van de "Reserve Ukraine" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) naar de basisallocaties (vakdomeinen) met als doel de financiering van de uitgaven gebonden aan projecten die door de Waalse Regering worden goedgekeurd in het kader van het Economisch herstelplan, het Herstelplan van Wallonië, met het oog op de financiering van projecten in verband met de thema's Veerkracht/herstel/herstructurering, met het oog op de financiering van uitgaven in verband met COVID-19, de gevolgen van de geopolitieke situatie in Oekraïne."
Art. 10. L'article 36 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Budget et les Ministres fonctionnellement compétents sont autorisés à transférer les crédits nécessaires au départ de l'AB 01.02 (du domaine fonctionnel 122.001 (code SEC 01)) " Plan de relance de la Wallonie " et de l'AB 01.03 (du domaine fonctionnel 122.002 (code SEC 01)) " Provision pour la relance et la résilience européen (FRR) " du programme 10.11 (programme WBFin 10.122), de l'AB 01.05 (du domaine fonctionnel 028.005 (code SEC 01)) " Provision pour la relance économique ", de l'AB 01.07 (du domaine fonctionnel 028.007 (code SEC 01)) " Réserve COVID ", de l'AB 01.10 (du domaine fonctionnel 028.008 (code SEC 01)) " Provision Résilience, Relance et redéploiement " du programme 10.08 (programme WBFIN 10.028) et de la " Réserve Ukraine " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122) vers des articles de base (des domaines fonctionnels) ayant pour objectif le financement des dépenses liées à des projets approuvés par le Gouvernement wallon dans le cadre du plan de Relance économique, Plan de relance de la Wallonie, ayant pour objectif le financement de projets liés à des thématiques de Résilience/relance/redéploiement, ayant pour objectif le financement des dépenses liées au COVID-19, les conséquences de la situation géopolitique en Ukraine. ".
" Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Budget et les Ministres fonctionnellement compétents sont autorisés à transférer les crédits nécessaires au départ de l'AB 01.02 (du domaine fonctionnel 122.001 (code SEC 01)) " Plan de relance de la Wallonie " et de l'AB 01.03 (du domaine fonctionnel 122.002 (code SEC 01)) " Provision pour la relance et la résilience européen (FRR) " du programme 10.11 (programme WBFin 10.122), de l'AB 01.05 (du domaine fonctionnel 028.005 (code SEC 01)) " Provision pour la relance économique ", de l'AB 01.07 (du domaine fonctionnel 028.007 (code SEC 01)) " Réserve COVID ", de l'AB 01.10 (du domaine fonctionnel 028.008 (code SEC 01)) " Provision Résilience, Relance et redéploiement " du programme 10.08 (programme WBFIN 10.028) et de la " Réserve Ukraine " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122) vers des articles de base (des domaines fonctionnels) ayant pour objectif le financement des dépenses liées à des projets approuvés par le Gouvernement wallon dans le cadre du plan de Relance économique, Plan de relance de la Wallonie, ayant pour objectif le financement de projets liés à des thématiques de Résilience/relance/redéploiement, ayant pour objectif le financement des dépenses liées au COVID-19, les conséquences de la situation géopolitique en Ukraine. ".
Art. 11. Het artikel 37 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de bevoegde Vakministers en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de nodige vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen van alle programma's van de begroting van het Waalse Gewest naar BA 01.02 (vakdomein 122.001 (ESER-code 01)) "Herstelplan van Wallonië" en van BA 01.03 (vakdomein 122.002 (ESER-code 01)) "Voorziening voor de Europese herstel- en veerkrachtfaciliteit (FRR)", van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) en betreffende BA 01.05 (vakdomein 028.005 (ESER-code 01)) "Voorziening voor economisch herstel", BA 01.07 (vakdomein 028.007 (ESER-code 01)) "COVID-reserve", BA 01.10 (vakdomein 028.008 (ESER-code 01)) "Voorziening Veerkracht, herstel en herstructurering" van programma 10.08 (WBFIN-programma 10.028) en van de "Reserve Ukraine" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122). ".
In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de bevoegde Vakministers en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de nodige vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen van alle programma's van de begroting van het Waalse Gewest naar BA 01.02 (vakdomein 122.001 (ESER-code 01)) "Herstelplan van Wallonië" en van BA 01.03 (vakdomein 122.002 (ESER-code 01)) "Voorziening voor de Europese herstel- en veerkrachtfaciliteit (FRR)", van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) en betreffende BA 01.05 (vakdomein 028.005 (ESER-code 01)) "Voorziening voor economisch herstel", BA 01.07 (vakdomein 028.007 (ESER-code 01)) "COVID-reserve", BA 01.10 (vakdomein 028.008 (ESER-code 01)) "Voorziening Veerkracht, herstel en herstructurering" van programma 10.08 (WBFIN-programma 10.028) en van de "Reserve Ukraine" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122). ".
Art. 11. L'article 37 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article 26, 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les Ministres fonctionnels compétents et le Ministre du Budget sont habilités à transférer au départ de l'ensemble des programmes du budget de la Région wallonne des crédits d'engagement et de liquidation nécessaires vers l'AB 01.02 (le domaine fonctionnel 122.001 (code SEC 01)) " Plan de relance de la Wallonie " et de l'AB 01.03 (du domaine fonctionnel 122.002 (code SEC 01)) " Provision pour la relance et la résilience européen (FRR) " du programme 10.11 (programme WBFin 10.122) et concernant l'AB 01.05 (le domaine fonctionnel 028.005 (code SEC 01)) " Provision pour la relance économique ", l'AB 01.07 (le domaine fonctionnel 028.007 (code SEC 01)) " Réserve COVID ", l'AB 01.10 (le domaine fonctionnel 028.008 (code SEC 01)) " Provision - Résilience, relance et redéploiement " du programme 10.08 (programme WBFIN 10.028) et de la " Réserve Ukraine " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122). ".
" Par dérogation à l'article 26, 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les Ministres fonctionnels compétents et le Ministre du Budget sont habilités à transférer au départ de l'ensemble des programmes du budget de la Région wallonne des crédits d'engagement et de liquidation nécessaires vers l'AB 01.02 (le domaine fonctionnel 122.001 (code SEC 01)) " Plan de relance de la Wallonie " et de l'AB 01.03 (du domaine fonctionnel 122.002 (code SEC 01)) " Provision pour la relance et la résilience européen (FRR) " du programme 10.11 (programme WBFin 10.122) et concernant l'AB 01.05 (le domaine fonctionnel 028.005 (code SEC 01)) " Provision pour la relance économique ", l'AB 01.07 (le domaine fonctionnel 028.007 (code SEC 01)) " Réserve COVID ", l'AB 01.10 (le domaine fonctionnel 028.008 (code SEC 01)) " Provision - Résilience, relance et redéploiement " du programme 10.08 (programme WBFIN 10.028) et de la " Réserve Ukraine " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122). ".
Art. 12. In artikel 48 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022:
1° wordt het eerste lid gewijzigd als volgt:
"Binnen de perken van de betrokken basisallocaties (vakdomeinen), zullen de bedoelde subsidies, met inbegrip van de met de Europese fondsen medegefinancierde tegemoetkomingen, kunnen worden verleend, alsook uitzonderlijke subsidies in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19, subsidies in verband met de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië, het Europees Herstel- en veerkrachtplan en de subsidies in verband met de overstromingen van juli 2021 die bij de besluiten van de Waalse Regering van 28 juli en 29 augustus 2021 als natuurramp zijn erkend, en de subsidies in verband met de gevolgen van de geopolitieke situatie van Oekraïne".
2° worden de vermeldingen van de subsidies opgenomen in programma's 11 en 53 (WBFIN-programma's 080 en 089) van organisatieafdeling 16 gewijzigd als volgt: "Programma 16.11 (WBFIN-programma 16.080): Huisvesting - privé-sector :
Subsidies voor acties met het oog op een betere aanpassing van het woningbestand van de privé-sector aan de behoeften van de samenleving. Subsidies aan privé-instellingen met het oog op de aankoop, de renovatie of verbouwing of het optrekken van woningen in specifieke wijken.
Subsidies met betrekking tot privé-woning.
Subsidies en terugbetaalbare voorschotten aan het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" (Woningfonds van de grote gezinnen van Wallonië) bestemd aan instellingen met een sociaal doeleinde die tegen de leegstand van gebouwen strijden.
Toelagen aan het "Centre d'études en habitat durable"
Leader-projecten.
Subsidies aan privé-instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan openbare instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan sociale steunpunten in het kader van hun opdrachten als huurwoningzoekers.
Tegemoetkoming ten gunste van de Waalse maatschappij voor sociaal krediet voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor lopende uitgaven.
Tegemoetkoming ten gunste van het huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen van Wallonië voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor investeringsuitgaven.
Subsidie aan de "SWCS" en aan het "FLW" voor werkingskosten verbonden aan het beheer van de Ecopack-Renopackregeling.
Bijzondere dotatie aan de Waalse maatschappij voor sociaal krediet. Subsidies voor investeringsuitgaven ter facilitering van de toegang tot huisvesting - privé-sector.
Rentelasten betreffende de terugbetaalbare voorschotten voor de steun bij de aankoop/bouw voor de personen jonger dan 35 jaar en voor de aanpassingswerken van de woning van bejaarde personen - sociale leningen.
Subsidie aan de "Société wallonne de crédit social" (Waalse Sociale Kredietmaatschappij) in het kader van het "Plan Bien-Etre".
Terugbetaalbare voorschotten voor steun bij aankoop - sociale leningen.
Terugbetaalbare voorschotten voor de huurwaarborg.
Subsidie aan de "SWCS" en het "FLW" voor acties gericht op het promoten van hun producten voor de toegang tot huisvesting en/of het vergoeden van aanverwante kosten. ".
"Programma 16.53 (WBFIN-programma 16.089): Energiefonds: Subsidies voor distributienetbeheerders om de werkelijke kosten van de openbare dienstverleningsverplichting te dekken.
Subsidies aan ondernemingen voor de ontwikkeling tot de productie van elektriciteit en warmte uit hernieuwbare energiebronnen.
Subsidies voor iedere activiteit ter bevordering van het onderzoek, de innovatie en de technologische ontwikkeling op het gebied van energie. Subsidies en premies aan bedrijven, VZW's en huishoudens voor het uitvoeren van energiebesparende werkzaamheden.
Ondersteuning van acties voor de demonstratie van wetenschappelijke en originele toepassingen van speerpunttechnologie op het gebied van energie, bestemd voor sectoren waar deze technologie niet of weinig gebruikt wordt. Studies en sensibilisatieacties met het oog op de bevordering van het beheer van de energiefactuur.
Studies en sensibilisatieacties met het oog op de steun van de autoproductie van energie.
Subsidies, toelagen toegekend aan ondernemingen, vzw's, huishoudens, administraties, intercommunales, IOP, met het oog op steunverlening inzake energie.".
1° wordt het eerste lid gewijzigd als volgt:
"Binnen de perken van de betrokken basisallocaties (vakdomeinen), zullen de bedoelde subsidies, met inbegrip van de met de Europese fondsen medegefinancierde tegemoetkomingen, kunnen worden verleend, alsook uitzonderlijke subsidies in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19, subsidies in verband met de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië, het Europees Herstel- en veerkrachtplan en de subsidies in verband met de overstromingen van juli 2021 die bij de besluiten van de Waalse Regering van 28 juli en 29 augustus 2021 als natuurramp zijn erkend, en de subsidies in verband met de gevolgen van de geopolitieke situatie van Oekraïne".
2° worden de vermeldingen van de subsidies opgenomen in programma's 11 en 53 (WBFIN-programma's 080 en 089) van organisatieafdeling 16 gewijzigd als volgt: "Programma 16.11 (WBFIN-programma 16.080): Huisvesting - privé-sector :
Subsidies voor acties met het oog op een betere aanpassing van het woningbestand van de privé-sector aan de behoeften van de samenleving. Subsidies aan privé-instellingen met het oog op de aankoop, de renovatie of verbouwing of het optrekken van woningen in specifieke wijken.
Subsidies met betrekking tot privé-woning.
Subsidies en terugbetaalbare voorschotten aan het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" (Woningfonds van de grote gezinnen van Wallonië) bestemd aan instellingen met een sociaal doeleinde die tegen de leegstand van gebouwen strijden.
Toelagen aan het "Centre d'études en habitat durable"
Leader-projecten.
Subsidies aan privé-instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan openbare instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan sociale steunpunten in het kader van hun opdrachten als huurwoningzoekers.
Tegemoetkoming ten gunste van de Waalse maatschappij voor sociaal krediet voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor lopende uitgaven.
Tegemoetkoming ten gunste van het huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen van Wallonië voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor investeringsuitgaven.
Subsidie aan de "SWCS" en aan het "FLW" voor werkingskosten verbonden aan het beheer van de Ecopack-Renopackregeling.
Bijzondere dotatie aan de Waalse maatschappij voor sociaal krediet. Subsidies voor investeringsuitgaven ter facilitering van de toegang tot huisvesting - privé-sector.
Rentelasten betreffende de terugbetaalbare voorschotten voor de steun bij de aankoop/bouw voor de personen jonger dan 35 jaar en voor de aanpassingswerken van de woning van bejaarde personen - sociale leningen.
Subsidie aan de "Société wallonne de crédit social" (Waalse Sociale Kredietmaatschappij) in het kader van het "Plan Bien-Etre".
Terugbetaalbare voorschotten voor steun bij aankoop - sociale leningen.
Terugbetaalbare voorschotten voor de huurwaarborg.
Subsidie aan de "SWCS" en het "FLW" voor acties gericht op het promoten van hun producten voor de toegang tot huisvesting en/of het vergoeden van aanverwante kosten. ".
"Programma 16.53 (WBFIN-programma 16.089): Energiefonds: Subsidies voor distributienetbeheerders om de werkelijke kosten van de openbare dienstverleningsverplichting te dekken.
Subsidies aan ondernemingen voor de ontwikkeling tot de productie van elektriciteit en warmte uit hernieuwbare energiebronnen.
Subsidies voor iedere activiteit ter bevordering van het onderzoek, de innovatie en de technologische ontwikkeling op het gebied van energie. Subsidies en premies aan bedrijven, VZW's en huishoudens voor het uitvoeren van energiebesparende werkzaamheden.
Ondersteuning van acties voor de demonstratie van wetenschappelijke en originele toepassingen van speerpunttechnologie op het gebied van energie, bestemd voor sectoren waar deze technologie niet of weinig gebruikt wordt. Studies en sensibilisatieacties met het oog op de bevordering van het beheer van de energiefactuur.
Studies en sensibilisatieacties met het oog op de steun van de autoproductie van energie.
Subsidies, toelagen toegekend aan ondernemingen, vzw's, huishoudens, administraties, intercommunales, IOP, met het oog op steunverlening inzake energie.".
Art. 12. A l'article 48 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 :
1° l'alinéa 1er est modifié comme suit :
" Dans les limites des articles de base (des domaines fonctionnels) concernés, les subventions visées pourront être octroyées, en ce compris les interventions cofinancées par les fonds européens, ainsi que les subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19, les subventions en lien avec la mise en oeuvre du Plan de Relance de la Wallonie, du Plan de relance et de résilience européen et les subventions en lien avec les inondations de juillet 2021 reconnues comme calamités naturelles par les arrêtés du Gouvernement wallon des 28 juillet et 29 août 2021 et les subventions en lien avec les conséquences de la situation géopolitique de l'Ukraine. ".
2° les mentions des subventions reprises aux programmes 11 et 53 (programmes WBFIN 080 et 089) de la division organique 16 sont modifiées comme suit : " Programme 16.11 (Programme WBFIN 16.080) : Logement : secteur privé :
Subventions relatives à des actions visant à promouvoir une meilleure adaptation du parc de logement du secteur privé aux besoins de la société. Subventions aux organismes privés pour l'acquisition, la rénovation ou la transformation ou la création de logements dans des quartiers spécifiques.
Subventions relatives au logement privé.
Subventions et avances remboursables au Fonds du Logement des Familles Nombreuses de Wallonie destinées aux organismes à finalité sociale luttant contre l'inoccupation de logements.
Subvention au centre d'étude en habitat durable.
Projets Leader.
Subventions aux organismes privés dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux organismes publics dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux relais sociaux dans le cadre de leurs missions de capteurs logement.
Intervention en faveur de la Société wallonne du Crédit social pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses courantes.
Intervention en faveur du Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses d'investissement.
Subvention à la SWCS et au FLW pour frais de fonctionnement liés à la gestion des dispositifs packs.
Dotation spéciale à la Société wallonne du crédit social. Subventions pour dépenses d'investissement facilitant l'accès au logement - secteur privé.
Charges d'intérêt relatives à des avances remboursables pour l'aide à l'acquisition/construction pour les moins de 35 ans et pour travaux d'adaptation du logement de personnes âgées - prêts sociaux.
Subvention à la Société wallonne du Crédit social dans le cadre du Plan Bien-Etre.
Avances remboursables pour aide à l'acquisition - prêts sociaux.
Avances remboursables pour la garantie locative.
Subvention à la SWCS et au FLW pour des actions visant à la promotion de leurs produits d'accès au Logement et/ou au remboursement des frais y liés. ".
" Programme 16.53 (Programme WBFIN 16.089) : Fonds Energie : Subventions aux gestionnaires de réseaux de distribution visant à prendre en charge le coût réel de l'obligation de service public.
Subventions à des entreprises du développement à la production d'électricité et de chaleur produite à partir des énergies renouvelables.
Subventions pour toute activité de promotion de la recherche, de l'innovation et du développement technologique dans le domaine de l'énergie. Subventions et primes allouées à des entreprises, des ASBL et des ménages en vue de réaliser des travaux économiseurs d'énergie.
Soutien aux actions de démonstration d'applications scientifiques et originales de technologies de pointe dans le domaine de l'énergie, à l'usage de secteurs d'activités où ces technologies sont absentes ou peu présentes. Etudes et actions de sensibilisation en vue de favoriser la maîtrise de la facture énergétique.
Etudes et actions de sensibilisation visant à soutenir l'autoproduction d'énergie.
Subventions, primes allouées à des entreprises, des ASBL, des ménages, des administrations, intercommunales, OIP, en vue d'apporter un soutien en matière énergétique. ".
1° l'alinéa 1er est modifié comme suit :
" Dans les limites des articles de base (des domaines fonctionnels) concernés, les subventions visées pourront être octroyées, en ce compris les interventions cofinancées par les fonds européens, ainsi que les subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19, les subventions en lien avec la mise en oeuvre du Plan de Relance de la Wallonie, du Plan de relance et de résilience européen et les subventions en lien avec les inondations de juillet 2021 reconnues comme calamités naturelles par les arrêtés du Gouvernement wallon des 28 juillet et 29 août 2021 et les subventions en lien avec les conséquences de la situation géopolitique de l'Ukraine. ".
2° les mentions des subventions reprises aux programmes 11 et 53 (programmes WBFIN 080 et 089) de la division organique 16 sont modifiées comme suit : " Programme 16.11 (Programme WBFIN 16.080) : Logement : secteur privé :
Subventions relatives à des actions visant à promouvoir une meilleure adaptation du parc de logement du secteur privé aux besoins de la société. Subventions aux organismes privés pour l'acquisition, la rénovation ou la transformation ou la création de logements dans des quartiers spécifiques.
Subventions relatives au logement privé.
Subventions et avances remboursables au Fonds du Logement des Familles Nombreuses de Wallonie destinées aux organismes à finalité sociale luttant contre l'inoccupation de logements.
Subvention au centre d'étude en habitat durable.
Projets Leader.
Subventions aux organismes privés dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux organismes publics dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux relais sociaux dans le cadre de leurs missions de capteurs logement.
Intervention en faveur de la Société wallonne du Crédit social pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses courantes.
Intervention en faveur du Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses d'investissement.
Subvention à la SWCS et au FLW pour frais de fonctionnement liés à la gestion des dispositifs packs.
Dotation spéciale à la Société wallonne du crédit social. Subventions pour dépenses d'investissement facilitant l'accès au logement - secteur privé.
Charges d'intérêt relatives à des avances remboursables pour l'aide à l'acquisition/construction pour les moins de 35 ans et pour travaux d'adaptation du logement de personnes âgées - prêts sociaux.
Subvention à la Société wallonne du Crédit social dans le cadre du Plan Bien-Etre.
Avances remboursables pour aide à l'acquisition - prêts sociaux.
Avances remboursables pour la garantie locative.
Subvention à la SWCS et au FLW pour des actions visant à la promotion de leurs produits d'accès au Logement et/ou au remboursement des frais y liés. ".
" Programme 16.53 (Programme WBFIN 16.089) : Fonds Energie : Subventions aux gestionnaires de réseaux de distribution visant à prendre en charge le coût réel de l'obligation de service public.
Subventions à des entreprises du développement à la production d'électricité et de chaleur produite à partir des énergies renouvelables.
Subventions pour toute activité de promotion de la recherche, de l'innovation et du développement technologique dans le domaine de l'énergie. Subventions et primes allouées à des entreprises, des ASBL et des ménages en vue de réaliser des travaux économiseurs d'énergie.
Soutien aux actions de démonstration d'applications scientifiques et originales de technologies de pointe dans le domaine de l'énergie, à l'usage de secteurs d'activités où ces technologies sont absentes ou peu présentes. Etudes et actions de sensibilisation en vue de favoriser la maîtrise de la facture énergétique.
Etudes et actions de sensibilisation visant à soutenir l'autoproduction d'énergie.
Subventions, primes allouées à des entreprises, des ASBL, des ménages, des administrations, intercommunales, OIP, en vue d'apporter un soutien en matière énergétique. ".
Art. 13. Het artikel 53 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
In afwijking van artikel 28, lid 2, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid worden de volgende dotaties aan het "Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen) voor het jaar 2022 vereffend onder de volgende voorwaarden:
1° een werkingsdotatie van 66.423.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.14 (van vakdomein 093.015 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 ( WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
2° een werkingsdotatie van 6.003.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.21 (van vakdomein 093.022 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 ( WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewes voor de afdeling Gezin;
3° een dotatie van 1.437.500.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op artikel 41.15 (van vakdomein 093.016 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
4° een dotatie van 2.642.295.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op artikel 41.22 (van vakdomein 093.023 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
5° een dotatie van 1.351.630.000 euro voor het beheer van de gereglementeerde opdrachten wordt toegerekend op artikel 41.16 (van vakdomein 093.017 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
6° een dotatie van 36.230.000 euro voor het beheer van de gereglementeerde opdrachten wordt toegerekend op artikel 41.23 (van vakdomein 093.024 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
7° een dotatie van 38.273.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. Gezondheid en Welzijn wordt toegerekend op artikel 41.17 (van vakdomein 093.018 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
8° een dotatie van 7.959.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. de gehandicapte persoon wordt toegerekend op artikel 41.18 (van vakdomein 093.016 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
9° een dotatie van 5.039.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. de gehandicapte persoon wordt toegerekend op artikel 41.19 (van vakdomein 093.020 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
10° een dotatie van 360.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. van de overname van het kadaster van het Interregionaal orgaan voor de gezinsbijslag wordt toegerekend op artikel 41.24 (van vakdomein 093.025 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
11° een dotatie van 77.286.000 euro in het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis wordt toegerekend op artikel 41.26 (van vakdomein 093.037 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 ( WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
12° een dotatiekapitaal van 585.000 euro voor de dekking van zijn investeringskosten wordt toegerekend op artikel 61.01 (van vakdomein 093.029 (ESER-code 61)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
13° een dotatiekapitaal van 90.000 euro voor de dekking van zijn investeringskosten wordt toegerekend op artikel 61.05 (van vakdomein 093.033 (ESER-code 61)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
14° een dotatie van 12.467.000 euro in het kader van het Waalse herstelplan wordt toegerekend op artikel 41.01.40 (van vakdomein 122.00 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 10 van Programma 11 ( WBFIN-programma 122) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
Die 14 dotaties worden in twaalf schijven uitbetaald:
- van ten hoogste 525.000.000, overeenkomstig het tijdschema voor 2022 en de beslissingen van de Regering, uiterlijk op de 1e van elke maand van januari tot november 2022;
- het saldo uiterlijk op 1 december 2022;
15° een dotatiekapitaal van 7.172.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. Gezondheid en Welzijn wordt toegerekend op artikel 61.03 (van vakdomein 093.031 (ESER-code 61)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
16° een dotatiekapitaal van 260.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. de gehandicapte persoon wordt toegerekend op artikel 61.04 (van vakdomein 093.032 (ESER-code 61)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
17° een dotatie van 1.357.000 euro voor het beheer van de opdrachten in het kader van de Europese structuurfondsen wordt toegerekend op artikel 41.20 (van vakdomein 093.021 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
Deze drie dotaties worden vastgelegd bij de ondertekening van de besluiten;
18° een dotatiekapitaal van 6.481.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op artikel 61.06 (van vakdomein 093.034 (ESER-code 61)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
Alle kapitaaldotaties worden in één keer uitbetaald, uiterlijk op 1 december 2022 na ontvangst van een schuldvordering van het Agentschap, met uitzondering van de in punt 18 bedoelde dotatie, die in één keer wordt betaald, uiterlijk op 1 maart 2022. Wat de dotatie voor het beheer van zijn opdrachten in het kader van de Europese structuurfondsen betreft, zal zij worden vereffend op basis van de schuldvorderingen.".
In afwijking van artikel 28, lid 2, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid worden de volgende dotaties aan het "Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen) voor het jaar 2022 vereffend onder de volgende voorwaarden:
1° een werkingsdotatie van 66.423.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.14 (van vakdomein 093.015 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 ( WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
2° een werkingsdotatie van 6.003.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.21 (van vakdomein 093.022 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 ( WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewes voor de afdeling Gezin;
3° een dotatie van 1.437.500.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op artikel 41.15 (van vakdomein 093.016 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
4° een dotatie van 2.642.295.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op artikel 41.22 (van vakdomein 093.023 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
5° een dotatie van 1.351.630.000 euro voor het beheer van de gereglementeerde opdrachten wordt toegerekend op artikel 41.16 (van vakdomein 093.017 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
6° een dotatie van 36.230.000 euro voor het beheer van de gereglementeerde opdrachten wordt toegerekend op artikel 41.23 (van vakdomein 093.024 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
7° een dotatie van 38.273.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. Gezondheid en Welzijn wordt toegerekend op artikel 41.17 (van vakdomein 093.018 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
8° een dotatie van 7.959.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. de gehandicapte persoon wordt toegerekend op artikel 41.18 (van vakdomein 093.016 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
9° een dotatie van 5.039.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. de gehandicapte persoon wordt toegerekend op artikel 41.19 (van vakdomein 093.020 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
10° een dotatie van 360.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. van de overname van het kadaster van het Interregionaal orgaan voor de gezinsbijslag wordt toegerekend op artikel 41.24 (van vakdomein 093.025 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
11° een dotatie van 77.286.000 euro in het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis wordt toegerekend op artikel 41.26 (van vakdomein 093.037 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 ( WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
12° een dotatiekapitaal van 585.000 euro voor de dekking van zijn investeringskosten wordt toegerekend op artikel 61.01 (van vakdomein 093.029 (ESER-code 61)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
13° een dotatiekapitaal van 90.000 euro voor de dekking van zijn investeringskosten wordt toegerekend op artikel 61.05 (van vakdomein 093.033 (ESER-code 61)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
14° een dotatie van 12.467.000 euro in het kader van het Waalse herstelplan wordt toegerekend op artikel 41.01.40 (van vakdomein 122.00 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 10 van Programma 11 ( WBFIN-programma 122) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
Die 14 dotaties worden in twaalf schijven uitbetaald:
- van ten hoogste 525.000.000, overeenkomstig het tijdschema voor 2022 en de beslissingen van de Regering, uiterlijk op de 1e van elke maand van januari tot november 2022;
- het saldo uiterlijk op 1 december 2022;
15° een dotatiekapitaal van 7.172.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. Gezondheid en Welzijn wordt toegerekend op artikel 61.03 (van vakdomein 093.031 (ESER-code 61)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
16° een dotatiekapitaal van 260.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. de gehandicapte persoon wordt toegerekend op artikel 61.04 (van vakdomein 093.032 (ESER-code 61)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
17° een dotatie van 1.357.000 euro voor het beheer van de opdrachten in het kader van de Europese structuurfondsen wordt toegerekend op artikel 41.20 (van vakdomein 093.021 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
Deze drie dotaties worden vastgelegd bij de ondertekening van de besluiten;
18° een dotatiekapitaal van 6.481.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op artikel 61.06 (van vakdomein 093.034 (ESER-code 61)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest;
Alle kapitaaldotaties worden in één keer uitbetaald, uiterlijk op 1 december 2022 na ontvangst van een schuldvordering van het Agentschap, met uitzondering van de in punt 18 bedoelde dotatie, die in één keer wordt betaald, uiterlijk op 1 maart 2022. Wat de dotatie voor het beheer van zijn opdrachten in het kader van de Europese structuurfondsen betreft, zal zij worden vereffend op basis van de schuldvorderingen.".
Art. 13. L'article 53 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article 28, alinéa 2, du Code wallon de l'action sociale et de la santé les dotations suivantes octroyées à l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles sont liquidées pour l'année 2022 selon les modalités comme suit :
1° une dotation de fonctionnement d'un montant de 66.423.000 euros est imputée à charge de l'article 41.14 (du domaine fonctionnel 093.015 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
2° une dotation de fonctionnement d'un montant de 6.003.000 euros est imputée à charge de l'article 41.21 (du domaine fonctionnel 093.022 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne pour la branche Famille ;
3° une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 1.437.500.000 euros est imputée à charge de l'article 41.15 (du domaine fonctionnel 093.016 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
4° une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 2.642.295.000 euros est imputée à charge de l'article 41.22 (du domaine fonctionnel 093.023 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne pour la branche Famille ;
5° une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 1.351.630.000 euros est imputée à charge de l'article 41.16 (du domaine fonctionnel 093.017 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
6° une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 36.230.000 euros est imputée à charge de l'article 41.23 (du domaine fonctionnel 093.024 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne pour la branche Famille ;
7° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 38.273.000 euros est imputée à charge de l'article 41.17 (du domaine fonctionnel 093.018 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
8° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 7.959.000 euros est imputée à charge de l'article 41.18 (du domaine fonctionnel 093.019 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
9° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 5.039.000 est imputée à charge de l'article 41.19 (du domaine fonctionnel 093.020 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
10° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la reprise du cadastre de l'ORINT d'un montant de 360.000 euros est imputée à charge de l'article 41.24 (du domaine fonctionnel 093.025 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
11° une dotation dans le cadre de la crise sanitaire COVID-19 d'un montant de 77.286.000 euros est imputée à charge de l'article 41.26 (du domaine fonctionnel 093.037 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
12° une dotation en capital pour la couverture de ses frais d'investissements d'un montant de 585.000 euros est imputée à charge de l'article 61.01 (du domaine fonctionnel 093.029 (code SEC 61)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
13° une dotation en capital pour la couverture de ses frais d'investissements d'un montant de 90.000 euros est imputée à charge de l'article 61.05 (du domaine fonctionnel 093.033 (code SEC 61)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
14° une dotation dans le cadre du plan de relance wallon d'un montant de 12.467.000 euros est imputée à charge de l'article 41.01.40 (du domaine fonctionnel 122.006 (code SEC 41)) de la Division organique 10 du Programme 11 (programme WBFIN 122) du budget 2022 de la Région wallonne ;
Ces 14 dotations seront versées en douze tranches :
- de 525.000.000 euros maximum, conformément à l'échéancier 2022 et aux décisions du Gouvernement, au plus tard le 1er de chaque mois de janvier à novembre 2022;
- le solde au plus tard le 1er décembre 2022;
15° une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 7.172.000 euros est imputée à charge de l'article 61.03 (du domaine fonctionnel 093.031 (code SEC 61)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
16° une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 260.000 euros est imputée à charge de l'article 61.04 (du domaine fonctionnel 093.032 (code SEC 61)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
17° une dotation pour la gestion de ses missions dans le cadre des fonds structurels européens d'un montant de 1.357.000 euros est imputée à charge de l'article 41.20 (du domaine fonctionnel 093.021 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
Ces 3 dotations sont engagées à la signature des arrêtés ;
18° une dotation en capital pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 6.481.000 euros est imputée à charge de l'article 61.06 (du domaine fonctionnel 093.034 (code SEC 61)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
L'ensemble des dotations en capital seront liquidées en une fois au plus tard pour le 1er décembre 2022 après réception d'une déclaration de créance émanant de l'Agence à l'exception de la dotation reprise au point 18° qui sera versée en une fois au plus tard pour le 1er mars 2022. En ce qui concerne la dotation pour la gestion de ses missions dans le cadre des fonds structurels européens, elle sera liquidée sur la base de déclarations de créance. ".
" Par dérogation à l'article 28, alinéa 2, du Code wallon de l'action sociale et de la santé les dotations suivantes octroyées à l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles sont liquidées pour l'année 2022 selon les modalités comme suit :
1° une dotation de fonctionnement d'un montant de 66.423.000 euros est imputée à charge de l'article 41.14 (du domaine fonctionnel 093.015 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
2° une dotation de fonctionnement d'un montant de 6.003.000 euros est imputée à charge de l'article 41.21 (du domaine fonctionnel 093.022 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne pour la branche Famille ;
3° une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 1.437.500.000 euros est imputée à charge de l'article 41.15 (du domaine fonctionnel 093.016 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
4° une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 2.642.295.000 euros est imputée à charge de l'article 41.22 (du domaine fonctionnel 093.023 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne pour la branche Famille ;
5° une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 1.351.630.000 euros est imputée à charge de l'article 41.16 (du domaine fonctionnel 093.017 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
6° une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 36.230.000 euros est imputée à charge de l'article 41.23 (du domaine fonctionnel 093.024 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne pour la branche Famille ;
7° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 38.273.000 euros est imputée à charge de l'article 41.17 (du domaine fonctionnel 093.018 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
8° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 7.959.000 euros est imputée à charge de l'article 41.18 (du domaine fonctionnel 093.019 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
9° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 5.039.000 est imputée à charge de l'article 41.19 (du domaine fonctionnel 093.020 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
10° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la reprise du cadastre de l'ORINT d'un montant de 360.000 euros est imputée à charge de l'article 41.24 (du domaine fonctionnel 093.025 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
11° une dotation dans le cadre de la crise sanitaire COVID-19 d'un montant de 77.286.000 euros est imputée à charge de l'article 41.26 (du domaine fonctionnel 093.037 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
12° une dotation en capital pour la couverture de ses frais d'investissements d'un montant de 585.000 euros est imputée à charge de l'article 61.01 (du domaine fonctionnel 093.029 (code SEC 61)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
13° une dotation en capital pour la couverture de ses frais d'investissements d'un montant de 90.000 euros est imputée à charge de l'article 61.05 (du domaine fonctionnel 093.033 (code SEC 61)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
14° une dotation dans le cadre du plan de relance wallon d'un montant de 12.467.000 euros est imputée à charge de l'article 41.01.40 (du domaine fonctionnel 122.006 (code SEC 41)) de la Division organique 10 du Programme 11 (programme WBFIN 122) du budget 2022 de la Région wallonne ;
Ces 14 dotations seront versées en douze tranches :
- de 525.000.000 euros maximum, conformément à l'échéancier 2022 et aux décisions du Gouvernement, au plus tard le 1er de chaque mois de janvier à novembre 2022;
- le solde au plus tard le 1er décembre 2022;
15° une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 7.172.000 euros est imputée à charge de l'article 61.03 (du domaine fonctionnel 093.031 (code SEC 61)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
16° une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 260.000 euros est imputée à charge de l'article 61.04 (du domaine fonctionnel 093.032 (code SEC 61)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
17° une dotation pour la gestion de ses missions dans le cadre des fonds structurels européens d'un montant de 1.357.000 euros est imputée à charge de l'article 41.20 (du domaine fonctionnel 093.021 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
Ces 3 dotations sont engagées à la signature des arrêtés ;
18° une dotation en capital pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 6.481.000 euros est imputée à charge de l'article 61.06 (du domaine fonctionnel 093.034 (code SEC 61)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne ;
L'ensemble des dotations en capital seront liquidées en une fois au plus tard pour le 1er décembre 2022 après réception d'une déclaration de créance émanant de l'Agence à l'exception de la dotation reprise au point 18° qui sera versée en une fois au plus tard pour le 1er mars 2022. En ce qui concerne la dotation pour la gestion de ses missions dans le cadre des fonds structurels européens, elle sera liquidée sur la base de déclarations de créance. ".
Art. 14. Het artikel 54 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"In afwijking van artikel 44, tweede lid van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen, wordt de werkingsdotatie van 31.798.000 euro, toegekend aan de "Caisse publique d'allocations familiales" (Waals kinderbijslagfonds) (FAMIWAL), waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is Boulevard Mayence 1 te 6000 Charleroi, vereffend volgens de volgende modaliteiten:
Het bedrag van 33.798.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.05 (van vakdomein 093.008 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 ( WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest wordt betaald in drie schijven:
- 27.038.400 euro uiterlijk op 1 september 2022;
- 3.379.800 euro uiterlijk op 1 oktober 2022;
- 3.379.800 euro uiterlijk op 1 november 2022. ".
"In afwijking van artikel 44, tweede lid van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen, wordt de werkingsdotatie van 31.798.000 euro, toegekend aan de "Caisse publique d'allocations familiales" (Waals kinderbijslagfonds) (FAMIWAL), waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is Boulevard Mayence 1 te 6000 Charleroi, vereffend volgens de volgende modaliteiten:
Het bedrag van 33.798.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.05 (van vakdomein 093.008 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 ( WBFIN-programma 093) van de begroting 2022 van het Waalse Gewest wordt betaald in drie schijven:
- 27.038.400 euro uiterlijk op 1 september 2022;
- 3.379.800 euro uiterlijk op 1 oktober 2022;
- 3.379.800 euro uiterlijk op 1 november 2022. ".
Art. 14. L'article 54 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article 44, alinéa 2, du décret du 8 février 2018 relatif à la gestion et au paiement des prestations familiales la dotation de fonctionnement d'un montant de 33.798.000 euros, octroyée à la Caisse publique d'allocations familiales (FAMIWAL), dont le siège social est établi Boulevard Mayence, 1 à 6000 Charleroi est liquidée selon les modalités suivantes :
Le montant de 33.798.000 euros imputé à charge de l'article 41.05 (du domaine fonctionnel 093.008 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne est versée en trois tranches :
- 27.038.400 euros au plus tard le 1er septembre 2022;
- 3.379.800 euros au plus tard le 1er octobre 2022;
- 3.379.800 euros au plus tard le 1er novembre 2022. ".
" Par dérogation à l'article 44, alinéa 2, du décret du 8 février 2018 relatif à la gestion et au paiement des prestations familiales la dotation de fonctionnement d'un montant de 33.798.000 euros, octroyée à la Caisse publique d'allocations familiales (FAMIWAL), dont le siège social est établi Boulevard Mayence, 1 à 6000 Charleroi est liquidée selon les modalités suivantes :
Le montant de 33.798.000 euros imputé à charge de l'article 41.05 (du domaine fonctionnel 093.008 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2022 de la Région wallonne est versée en trois tranches :
- 27.038.400 euros au plus tard le 1er septembre 2022;
- 3.379.800 euros au plus tard le 1er octobre 2022;
- 3.379.800 euros au plus tard le 1er novembre 2022. ".
Art. 15. Het artikel 55 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
De Minister van Toerisme wordt ertoe gemachtigd de volgende subsidies toe te kennen uit middelen van de begroting van het Commissiariaat-generaal voor Toerisme binnen de perken van de betrokken basisallocaties (vakdomeinen), met inbegrip van de door de Europese fondsen medegefinancierde tegemoetkomingen :
Subsidies inzake toeristische promotie.
Toelagen aan toeristische verenigingen, locaties en attracties voor toeristenactiviteiten.
Bijkomende subsidies voor specifieke opdrachten voor de bevordering van het toerisme die aan toeristische instellingen en operatoren worden toevertrouwd.
Werkingstoelage aan de erkende Instelling belast met het beheer van het label "kampplaats".
Investeringssubsidies voor kampplaatsen.
Subsidies voor de uitwerking en tenuitvoerlegging van toeristische strategieën.
Werkingssubsidie aan " Wallonie Belgique Tourisme (WBT) ".
Subsidie aan de " Office de la Naissance et de l'Enfance ".
Werkingssubsidie aan de V.Z.W. "Les Lacs de l'eau d'Heure". Subsidie aan de vzw "Les Lacs de l'eau d'Heure" in het kader van de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië.
Toelage aan het "Centre d'Ingénierie Touristique en Wallonie".
Subsidie aan " WBT " voor de verwezenlijking van promotieacties alsook die van haar clubs.
Werkingssubsidie aan Immowal.
Toelagen voor de ontwikkelingsprojecten van bosgebieden en van recreatiegebieden.
Premies in het kader van het actieplan Permanente Woning in de toeristische voorzieningen.
Subsidie aan de operatoren van de toeristische sector in het kader van de gezondheidscrisis in verband met COVID-19.
Toelage aan het "CGT" in het kader van het herstel van de toeristische sector na de crisis COVID-19.
Subsidie in het kader van het herstelplan van Wallonië, met toepassing van het percentage van 80%.
Subsidie voor de wederopbouw en ondersteuning van toeristische bedrijven na de overstromingen.
Subsidie voor door het CGT erkende of geaccrediteerde toeristische actoren die worden getroffen door een crisissituatie die door de Waalse Regering is erkend. ".
De Minister van Toerisme wordt ertoe gemachtigd de volgende subsidies toe te kennen uit middelen van de begroting van het Commissiariaat-generaal voor Toerisme binnen de perken van de betrokken basisallocaties (vakdomeinen), met inbegrip van de door de Europese fondsen medegefinancierde tegemoetkomingen :
Subsidies inzake toeristische promotie.
Toelagen aan toeristische verenigingen, locaties en attracties voor toeristenactiviteiten.
Bijkomende subsidies voor specifieke opdrachten voor de bevordering van het toerisme die aan toeristische instellingen en operatoren worden toevertrouwd.
Werkingstoelage aan de erkende Instelling belast met het beheer van het label "kampplaats".
Investeringssubsidies voor kampplaatsen.
Subsidies voor de uitwerking en tenuitvoerlegging van toeristische strategieën.
Werkingssubsidie aan " Wallonie Belgique Tourisme (WBT) ".
Subsidie aan de " Office de la Naissance et de l'Enfance ".
Werkingssubsidie aan de V.Z.W. "Les Lacs de l'eau d'Heure". Subsidie aan de vzw "Les Lacs de l'eau d'Heure" in het kader van de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië.
Toelage aan het "Centre d'Ingénierie Touristique en Wallonie".
Subsidie aan " WBT " voor de verwezenlijking van promotieacties alsook die van haar clubs.
Werkingssubsidie aan Immowal.
Toelagen voor de ontwikkelingsprojecten van bosgebieden en van recreatiegebieden.
Premies in het kader van het actieplan Permanente Woning in de toeristische voorzieningen.
Subsidie aan de operatoren van de toeristische sector in het kader van de gezondheidscrisis in verband met COVID-19.
Toelage aan het "CGT" in het kader van het herstel van de toeristische sector na de crisis COVID-19.
Subsidie in het kader van het herstelplan van Wallonië, met toepassing van het percentage van 80%.
Subsidie voor de wederopbouw en ondersteuning van toeristische bedrijven na de overstromingen.
Subsidie voor door het CGT erkende of geaccrediteerde toeristische actoren die worden getroffen door een crisissituatie die door de Waalse Regering is erkend. ".
Art. 15. L'article 55 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" La Ministre du Tourisme est autorisée à octroyer, au travers du budget du Commissariat général au Tourisme, dans les limites des articles de base (des domaines fonctionnels) concernés, les subventions suivantes, en ce compris les interventions cofinancées par les fonds européens :
Subventions en matière de promotion touristique.
Subventions aux associations, sites et attractions touristiques pour l'animation touristique.
Subventions complémentaires pour des missions spécifiques en matière de promotion touristique et confiées à des organismes et opérateurs touristiques.
Subvention de fonctionnement à l'Organisme agréé en charge de la gestion du label " endroit de camp ".
Subventions d'investissement pour les endroits de camps.
Subvention pour l'élaboration et la mise en oeuvre de stratégies touristiques.
Subvention de fonctionnement à Wallonie Belgique Tourisme (WBT).
Subvention à l'Office de la naissance et de l'Enfance.
Subvention de fonctionnement à l'A.S.B.L. " Les Lacs de l'eau d'Heure ".{Subvention à l'A.S.B.L. " Les Lacs de l'eau d'Heure " dans le cadre de la mise en oeuvre du Plan de relance de la Wallonie.
Subvention au Centre d'Ingénerie Touristique en Wallonie (CITW).
Subvention à WBT pour réaliser des actions de promotions et celles de ses clubs.
Subvention de fonctionnement à Immowal.
Subventions en faveur de projets de développement des massifs forestiers et des resorts touristiques.
Primes dans le cadre du plan d'action habitat permanent dans les équipements touristiques.
Subvention aux opérateurs du secteur touristique dans le cadre de la crise sanitaire liée au COVID-19.
Subvention au CGT dans le cadre de la relance du secteur touristique à la suite de la crise COVID-19.
Subvention dans le cadre du Plan de relance de la Wallonie avec application du taux de 80%.
Subvention dans le cadre de la reconstruction et de l'accompagnement des opérateurs touristiques en lien avec les inondations.
Subvention aux opérateurs touristiques autorisés ou reconnus par le CGT impactés par une situation de crise reconnue par le Gouvernement wallon. ".
" La Ministre du Tourisme est autorisée à octroyer, au travers du budget du Commissariat général au Tourisme, dans les limites des articles de base (des domaines fonctionnels) concernés, les subventions suivantes, en ce compris les interventions cofinancées par les fonds européens :
Subventions en matière de promotion touristique.
Subventions aux associations, sites et attractions touristiques pour l'animation touristique.
Subventions complémentaires pour des missions spécifiques en matière de promotion touristique et confiées à des organismes et opérateurs touristiques.
Subvention de fonctionnement à l'Organisme agréé en charge de la gestion du label " endroit de camp ".
Subventions d'investissement pour les endroits de camps.
Subvention pour l'élaboration et la mise en oeuvre de stratégies touristiques.
Subvention de fonctionnement à Wallonie Belgique Tourisme (WBT).
Subvention à l'Office de la naissance et de l'Enfance.
Subvention de fonctionnement à l'A.S.B.L. " Les Lacs de l'eau d'Heure ".{Subvention à l'A.S.B.L. " Les Lacs de l'eau d'Heure " dans le cadre de la mise en oeuvre du Plan de relance de la Wallonie.
Subvention au Centre d'Ingénerie Touristique en Wallonie (CITW).
Subvention à WBT pour réaliser des actions de promotions et celles de ses clubs.
Subvention de fonctionnement à Immowal.
Subventions en faveur de projets de développement des massifs forestiers et des resorts touristiques.
Primes dans le cadre du plan d'action habitat permanent dans les équipements touristiques.
Subvention aux opérateurs du secteur touristique dans le cadre de la crise sanitaire liée au COVID-19.
Subvention au CGT dans le cadre de la relance du secteur touristique à la suite de la crise COVID-19.
Subvention dans le cadre du Plan de relance de la Wallonie avec application du taux de 80%.
Subvention dans le cadre de la reconstruction et de l'accompagnement des opérateurs touristiques en lien avec les inondations.
Subvention aux opérateurs touristiques autorisés ou reconnus par le CGT impactés par une situation de crise reconnue par le Gouvernement wallon. ".
Art. 16. Het artikel 79 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
In afwijking van artikel L2333-2 van het Wetboek van Plaatselijke Democratie en Decentralisering, bedraagt de gewestelijke dotatie toegekend aan het Provinciefonds in 2022, 135.279.000 euro. ".
In afwijking van artikel L2333-2 van het Wetboek van Plaatselijke Democratie en Decentralisering, bedraagt de gewestelijke dotatie toegekend aan het Provinciefonds in 2022, 135.279.000 euro. ".
Art. 16. L'article 79 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article L2333-2 du CDLD, la dotation régionale allouée au fonds des provinces s'élève à 135.279.000 euros en 2022. ".
" Par dérogation à l'article L2333-2 du CDLD, la dotation régionale allouée au fonds des provinces s'élève à 135.279.000 euros en 2022. ".
Art. 17. Het artikel 87 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"De bijlage bij het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, ingevoegd bij het decreet van 17 december 2015 tot wijziging van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, het decreet van 5 maart 2008 houdende oprichting van het "Agence wallonne de l'air et du climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat) en het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen wordt vervangen door volgende bewoordingen:
"De instellingen bedoeld in artikel 3, § 1, 4°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, van de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden zijn ingedeeld als volgt :
"De bijlage bij het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, ingevoegd bij het decreet van 17 december 2015 tot wijziging van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, het decreet van 5 maart 2008 houdende oprichting van het "Agence wallonne de l'air et du climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat) en het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen wordt vervangen door volgende bewoordingen:
"De instellingen bedoeld in artikel 3, § 1, 4°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, van de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden zijn ingedeeld als volgt :
Art. 17. L'article 87 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" L'annexe au décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, insérée par le décret du 17 décembre 2015 modifiant le décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget et de la comptabilité des services du Gouvernement wallon, le décret du 5 mars 2008 portant constitution de l'Agence wallonne de l'air et du climat et le Code wallon du Logement et de l'Habitat durable est remplacée par les termes suivants :
" Les organismes visés à l'article 3, § 1er, 4°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes sont classés de la façon suivante :
" L'annexe au décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, insérée par le décret du 17 décembre 2015 modifiant le décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget et de la comptabilité des services du Gouvernement wallon, le décret du 5 mars 2008 portant constitution de l'Agence wallonne de l'air et du climat et le Code wallon du Logement et de l'Habitat durable est remplacée par les termes suivants :
" Les organismes visés à l'article 3, § 1er, 4°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes sont classés de la façon suivante :
| Nr. ECB | BENAMING | Type |
| 0 | "Fonds d'égalisation des budgets de la Région wallonne" (Egalisatiefonds voor begrotingen van het Waalse Gewest) | Type 1 |
| 0 | "Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie" (Post-COVID-19 Fonds voor de uitstraling van Wallonië) | Type 1 |
| 0 | "Fonds post-COVID-19 de sortie de la pauvreté" (Post-post-COVID-19 Fonds voor de armoedebestrijding) | Type 1 |
| 0 | "Fonds bas carbone et résilience" (Fonds voor een koolstofarme en veerkrachtige economie) | Type 1 |
| 241530493 | "Institut scientifique de service public" (Wetenschappelijk Instituut van Openbare Dienst) Dienststelle - Wetenschappelijk Instituut van Openbare Dienst | Type 1 |
| 254714773 | GEWESTELIJK HULPCENTRUM VOOR GEMEENTEN | Type 1 |
| 262172984 | "Centre wallon de Recherches Agronomiques" (Waals Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek); | Type 1 |
| 772472960 | "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals Fonds Natuurrampen) | Type 1 |
| 810888623 | "Wallonie-Bruxelles International" | Type 1 |
| 866518618 | Iweps | Type 1 |
| 898739543 | COMMISSARIAAT-GENERAAL VOOR TOERISME | Type 1 |
| 202414452 | Autonome haven van Luik | Type 2 |
| 208201095 | Autonome haven van Charleroi | Type 2 |
| 218569902 | Autonome haven van Namen | Type 2 |
| 236363165 | "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsvorming en Tewerkstelling) (met inbegrip van de subregionale comités inzake tewerkstelling en vorming) | Type 2 |
| 267314479 | Agence wallonne à l'Exportation et aux Investissements étrangers (AWEX) (Waals agentschap voor uitvoer en buitenlandse investeringen) | Type 2 |
| 267400492 | "Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de Qualité" (Waals Agentschap voor de bevordering van een kwaliteitslandbouw) | Type 2 |
| 475273274 | Autonome haven "Centre et de l'Ouest" | Type 2 |
| 693771021 | "Caisse publique d'allocations familiales" (Waals kinderbijslagfonds) (FAMIWAL) | Type 2 |
| 849413657 | Bestuursschool voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest | Type 2 |
| 869559171 | "Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et des petites et moyennes entreprises (IFAPME)" (Waals instituut voor alternerende opleidingen en zelfstandigen en voor kmo's) | Type 2 |
| 0 | FormaForm | Type 3 |
| 202268754 | "CREDIT SOCIAL LOGEMENT" | Type 3 |
| 216754517 | "Conseil Economique Social et Environnemental de Wallonie" | Type 3 |
| 219919487 | Société Régionale d'Investissement de Wallonie (Waalse gewestelijke investeringsmaatschappij) | Type 3 |
| 227842904 | "SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT ET DE GARANTIE DES PETITES ET MOYENNES ENTREPRISES" | Type 3 |
| 231550084 | "SOCIETE WALLONNE DU LOGEMENT SA" (WAALSE HUISVESTINGSMAATSCHAPPIJ NV) | Type 3 |
| 240365703 | "SOCIETE DE GESTION DU FRI DE LA REGION WALLONNE" | Type 3 |
| 242069339 | Waalse Vervoersoperator | Type 3 |
| 243929462 | SPAQuE | Type 3 |
| 252151302 | "SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT COMPLEMENTAIRE DES INFRASTRUCTURES " | Type 3 |
| 260639790 | SOCIETE D'ASSAINISSEMENT ET DE RENOVATION DES SITES INDUSTRIELS DU BRABANT WALLON | Type 3 |
| 400351068 | Crédit social de la Province du Brabant wallon (Sociaal Krediet van de Provincie Waals Brabant) | Type 3 |
| 401122615 | "SOCIETE TERRIENNE DE CREDIT SOCIAL DU HAINAUT" | Type 3 |
| 401228127 | "Crédit à l'épargne immobilière" (Krediet voor vastgoedsparen) | Type 3 |
| 401412625 | PROXIPRET | Type 3 |
| 401465578 | " L'Ouvrier chez Lui " | Type 3 |
| 401553373 | " LA MAISON OUVRIERE DE L'ARRONDISSEMENT DE CHARLEROI ET DU SUD-HAINAUT " | Type 3 |
| 401609593 | LE CREDIT SOCIAL ET LES PETITS PROPRIETAIRES REUNIS | Type 3 |
| 401632260 | "BUILDING" | Type 3 |
| 401731339 | "Tous Propriétaires " | Type 3 |
| 401778057 | "La Prévoyance" | Type 3 |
| 402324326 | SA SOCIETE DE CREDIT POUR HABITATIONS SOCIALES (SA SCHS) - AG EIGENHEIMKREDI TGESELLSCHAFT (AG EKKG) | Type 3 |
| 402436568 | "Terre et Foyer" | Type 3 |
| 402439340 | "Le Travailleur chez Lui " | Type 3 |
| 402495065 | Credissimo Henegouwen | Type 3 |
| 402509715 | "LE PETIT PROPRIETAIRE" | Type 3 |
| 403977482 | Credissimo | Type 3 |
| 404370630 | SOCIAAL KREDIET VAN LUXEMBURG | Type 3 |
| 405631729 | "LE CREDIT HYPOTHECAIRE O. BRICOULT" | Type 3 |
| 413193670 | Abdij van Villers-la-Ville | Type 3 |
| 413255038 | VZW " Domaine régional Solvay - Château de La Hulpe " | Type 3 |
| 415371816 | SOGESTIMMO | Type 3 |
| 419202029 | B.E. Fin | Type 3 |
| 421102536 | Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie (FLFNW) (Huisvestingsfonds kroostrijke gezinnen van Wallonië) | Type 3 |
| 426091207 | "SOCIETE WALLONNE DE LOCATION-FINANCEMENT" | Type 3 |
| 426516918 | S.R.I.W. ENVIRONNEMENT | Type 3 |
| 426887397 | "SOCIETE WALLONNE DE GESTION ET DE PARTICIPATIONS" | Type 3 |
| 427724963 | IMMOWAL | Type 3 |
| 433766083 | Sociale dienst van de diensten van de Waalse Regering | Type 3 |
| 435532572 | "SOCIETE DE RENOVATION ET D'ASSAINISSEMENT DES SITES INDUSTRIELS " | Type 3 |
| 437249076 | "Synergies Wallonie" | Type 3 |
| 450305870 | Riviercontract " Haute Meuse " | Type 3 |
| 452116307 | SPARAXIS | Type 3 |
| 454183890 | "SOCIETE DE CAPITAL A RISQUE - OBJECTIF No1 DU HAINAUT OCCIDENTAL" (SOCARIS) | Type 3 |
| 455653441 | SOCIETE WALLONNE D'ECONOMIE SOCIALE MARCHANDE (W. ALTER.) | Type 3 |
| 458220674 | TECHNIFUTUR | Type 3 |
| 462311896 | SPARKOH! | Type 3 |
| 463308424 | Riviercontract Ourthe | Type 3 |
| 466071439 | WSL | Type 3 |
| 466557627 | "SOCIETE DE FINANCEMENT DES EAUX" | Type 3 |
| 471517988 | Société d'Investissement Agricole de Wallonie | Type 3 |
| 472062970 | WALLIMAGE | Type 3 |
| 473771754 | "SOCIETE WALLONNE DU CREDIT SOCIAL" (WAALSE MAATSCHAPPIJ VOOR SOCIAAL KREDIET) | Type 3 |
| 475247837 | "SOCIETE WALLONNE DES AEROPORTS" | Type 3 |
| 475355824 | VZW Riviercontract voor de rivier Amblève | Type 3 |
| 475627325 | Gemeenschappelijk secretariaat van het Programma Interreg IV Luxemburg-Wallonië-Vlaanderen | Type 3 |
| 476800629 | Technisch team Interreg Frankrijk - Wallonië - Vlaanderen VZW | Type 3 |
| 478614430 | " LE POLE DE RECONVERSION " | Type 3 |
| 480028848 | SAMANDA | Type 3 |
| 480753576 | "TRIAGE-LAVOIR DU CENTRE" | Type 3 |
| 505741370 | " Agence pour l'entreprise et l'innovation " | Type 3 |
| 544978266 | 123CDI | Type 3 |
| 552710255 | SOLAR CHEST | Type 3 |
| 553753006 | ESPACE FINANCEMENT | Type 3 |
| 554780018 | Participatiefonds Wallonië | Type 3 |
| 568575002 | "AGENCE DU NUMERIQUE" | Type 3 |
| 652991825 | Riviercontract Moezel VZW | Type 3 |
| 657816980 | WALLONIA OFFSHORE WIND | Type 3 |
| 657881714 | CRISTAL OFFICE PARK | Type 3 |
| 667687820 | " IMBC 2020 " | Type 3 |
| 667964566 | "FONDS DE CAPITAL A RISQUE 2020" | Type 3 |
| 669741844 | Namur Innovation & Growth | Type 3 |
| 669955343 | B2START | Type 3 |
| 670937716 | " Luxembourg Développement Europe 2 " | Type 3 |
| 672421123 | WAPI 2020 | Type 3 |
| 695982819 | Parentia Wallonie | Type 3 |
| 697584804 | "Caisse Wallonne d'Allocations Familiales Camille" | Type 3 |
| 697754256 | Kidslife Wallonie | Type 3 |
| 697784445 | INFINO WALLONIE | Type 3 |
| 705942145 | " SOCIETE WALLONNE D'INVESTISSEMENT ET DE CONSEIL DANS LES SECTEURS DE LA SANTE, DES HOPITAUX, DE L'HEBERGEMENT DES PERSONNES AGEES, DE L'ACCUEIL DES PERSONNES HANDICAPEES" | Type 3 |
| 713671758 | "Société Mutualiste Régionale des Mutualités Chrétiennes" voor het Waalse Gewest | Type 3 |
| 713674629 | "Société Mutualiste Régionale de l'Union Nationale des Mutualités Neutres" voor het Waalse Gewest | Type 3 |
| 713670867 | "Société Mutualiste Régionale des Mutualités Socialistes - Solidaris" voor het Waalse Gewest | Type 3 |
| 715609778 | "Société Mutualiste Régionale de l'Union Nationale des Mutualités Libérales" voor het Waalse Gewest | Type 3 |
| 713671461 | "Société Mutualiste Régionale des Mutualités Libres" voor het Waalse Gewest | Type 3 |
| 807763936 | "Société de Financement de Projets Structurants de l'Est du Brabant Wallon" | Type 3 |
| 808269425 | "Agence wallonne de lutte contre la maltraitance des ainés" (Waalse Agentschap belast met de bestrijding van mishandeling van bejaarde personen) | Type 3 |
| 811443701 | GELIGAR | Type 3 |
| 811463495 | "Caisse d'Investissement de Wallonie" | Type 3 |
| 812008774 | NOVALLIA | Type 3 |
| 812367476 | "Institut wallon virtuel de recherche d'excellence dans les domaines des sciences de la vie" | Type 3 |
| 816595290 | "OFFICE ECONOMIQUE WALLON DU BOIS" | Type 3 |
| 816917469 | SOCIETE MIXTE DE DEVELOPPEMENT IMMOBILIER | Type 3 |
| 817847382 | Riviercontract van het onderstroomgebied Semois-Chiers | Type 3 |
| 817922707 | Riviercontract Dijle-Gete | Type 3 |
| 823228409 | Futurocité | Type 3 |
| 826929552 | Riviercontract van de stroomafwaartse Maas en zijrivieren | Type 3 |
| 828207477 | Riviercontract Dender | Type 3 |
| 830804802 | Riviercontract Sambre en zijrivieren | Type 3 |
| 836794452 | Riviercontract Schelde-Leie | Type 3 |
| 841609612 | "Centre d'Etudes et Habitat Durable asbl" | Type 3 |
| 843107667 | "Durobor Real Estate" | Type 3 |
| 847284310 | IMMO-DIGUE | Type 3 |
| 851101358 | Riviercontract van het onderstroomgebied van de Vesder | Type 3 |
| 860662588 | "SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT L'EXPORTATION ET DE L'INTERNALISATION DES ENTREPRISES WALLONNES - SOFINEX" | Type 3 |
| 861927053 | SOCIETE DES CAUTIONS MUTUELLES DE WALLONIE | Type 3 |
| 862775210 | " La Terrienne du crédit social " (de landelijke maatschappij van het sociale krediet) | Type 3 |
| 865732522 | ARCEO | Type 3 |
| 867271753 | Epicuris | Type 3 |
| 871229947 | GEPART | Type 3 |
| 872191039 | Riviercontract Zenne | |
| 873260316 | "SOCIETE LIEGEOISE DE GESTION FONCIERE" | Type 3 |
| 873769961 | "FINANCIERE D'ENTREPRISE ET DE RENOVATION IMMOBILIERE" | Type 3 |
| 877938090 | "SOCIETE WALLONNE POUR LE FINANCEMENT DES INFRASTUCTURES DES POLES DE COMPETITIVITES " | Type 3 |
| 877942347 | "SOCIETE WALLONNE POUR LA GESTION D'UN FINANCEMENT ALTERNATIF" | TYPE 3 |
| 880827009 | Riviercontract van het onderstroomgebied van de Haine | Type 3 |
| 881746727 | "SOCIETE WALLONNE D'ACQUISITIONS ET DE CESSION D'ENTREPRISES " | Type 3 |
| 883921903 | BIOTECH COACHING | Type 3 |
| 888366085 | "WALLONIE Belgique TOURISME" | Type 3 |
| 890497612 | HOCCINVEST - FONDS SPIN-OFF/SPIN-OUT | Type 3 |
| 894160351 | Riviercontract voor de Lesse | Type 3 |
Gezien om te worden gevoegd bij het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden. ".
| NO BCE | DENOMINATION | TYPE |
| 0 | Fonds d'égalisation des budgets de la Région wallonne | TYPE 1 |
| 0 | Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie | TYPE 1 |
| 0 | Fonds post-COVID-19 de sortie de la pauvreté | TYPE 1 |
| 0 | Fonds bas carbone et résilience | TYPE 1 |
| 241530493 | Institut scientifique de Service public - Wissenschaftliches Institut Offentlicher Dienststelle - Wetenschappelijk Instituut van Openbare Dienst | TYPE 1 |
| 254714773 | Centre régional d'aide aux communes | TYPE 1 |
| 262172984 | LE CENTRE WALLON DE RECHERCHES AGRONOMIQUES | TYPE 1 |
| 772472960 | Fonds wallon des calamités naturelles | TYPE 1 |
| 810888623 | Wallonie-Bruxelles International | TYPE 1 |
| 866518618 | IWEPS | TYPE 1 |
| 898739543 | COMMISSARIAT GENERAL AU TOURISME | TYPE 1 |
| 202414452 | PORT AUTONOME DE LIEGE | TYPE 2 |
| 208201095 | Port Autonome de Charleroi | TYPE 2 |
| 218569902 | PORT AUTONOME DE NAMUR | TYPE 2 |
| 236363165 | Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi (y compris les comités subrégionaux de l'emploi et de la formation) | TYPE 2 |
| 267314479 | Agence wallonne à l'Exportation et aux Investissements étrangers | TYPE 2 |
| 267400492 | AGENCE WALLONNE POUR LA PROMOTION D'UNE AGRICULTURE DE QUALITE | TYPE 2 |
| 475273274 | PORT AUTONOME DU CENTRE ET DE L'OUEST | TYPE 2 |
| 693771021 | Caisse publique d'allocations familiales (FAMIWAL) | TYPE 2 |
| 849413657 | Ecole d'administration publique commune à la Communauté française et à la Région wallonne | TYPE 2 |
| 869559171 | Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises | TYPE 2 |
| 0 | FormaForm | TYPE 3 |
| 202268754 | CREDIT SOCIAL LOGEMENT | TYPE 3 |
| 216754517 | Conseil Economique Social et Environnemental de Wallonie | TYPE 3 |
| 219919487 | Société Régionale d'Investissement de Wallonie | TYPE 3 |
| 227842904 | SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT ET DE GARANTIE DES PETITES ET MOYENNES ENTREPRISES | TYPE 3 |
| 231550084 | SOCIETE WALLONNE DU LOGEMENT SA | TYPE 3 |
| 240365703 | SOCIETE DE GESTION DU FRI DE LA REGION WALLONNE | TYPE 3 |
| 242069339 | Opérateur de Transport de Wallonie | TYPE 3 |
| 243929462 | SPAQuE | TYPE 3 |
| 252151302 | SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT COMPLEMENTAIRE DES INFRASTRUCTURES | TYPE 3 |
| 260639790 | SOCIETE D'ASSAINISSEMENT ET DE RENOVATION DES SITES INDUSTRIELS DU BRABANT WALLON | TYPE 3 |
| 400351068 | CREDIT SOCIAL DE LA PROVINCE DU BRABANT WALLON | TYPE 3 |
| 401122615 | SOCIETE TERRIENNE DE CREDIT SOCIAL DU HAINAUT | TYPE 3 |
| 401228127 | Crédit à l'épargne immobilière | TYPE 3 |
| 401412625 | PROXIPRET | TYPE 3 |
| 401465578 | L'Ouvrier chez Lui | TYPE 3 |
| 401553373 | LA MAISON OUVRIERE DE L'ARRONDISSEMENT DE CHARLEROI ET DU SUD-HAINAUT | TYPE 3 |
| 401609593 | LE CREDIT SOCIAL ET LES PETITS PROPRIETAIRES REUNIS | TYPE 3 |
| 401632260 | BUILDING | TYPE 3 |
| 401731339 | Tous Propriétaires | TYPE 3 |
| 401778057 | La Prévoyance | TYPE 3 |
| 402324326 | SA SOCIETE DE CREDIT POUR HABITATIONS SOCIALES en abrégé SA SCHS en allemand AG EIGENHEIMKREDI TGESELLSCHAFT en abrégé AG EKKG | TYPE 3 |
| 402436568 | TERRE ET FOYER | TYPE 3 |
| 402439340 | Le Travailleur chez Lui | TYPE 3 |
| 402495065 | CREDISSIMO HAINAUT | TYPE 3 |
| 402509715 | LE PETIT PROPRIETAIRE | TYPE 3 |
| 403977482 | CREDISSIMO | TYPE 3 |
| 404370630 | CREDIT SOCIAL DU Luxembourg | TYPE 3 |
| 405631729 | LE CREDIT HYPOTHECAIRE O. BRICOULT | TYPE 3 |
| 413193670 | Abbaye de Villers-la-Ville | TYPE 3 |
| 413255038 | ASBL Domaine régional Solvay - Château de La Hulpe | TYPE 3 |
| 415371816 | SOGESTIMMO | TYPE 3 |
| 419202029 | B.E. Fin | TYPE 3 |
| 421102536 | Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie | TYPE 3 |
| 426091207 | SOCIETE WALLONNE DE LOCATIONFINANCEMENT | TYPE 3 |
| 426516918 | S.R.I.W. ENVIRONNEMENT | TYPE 3 |
| 426887397 | SOCIETE WALLONNE DE GESTION ET DE PARTICIPATIONS | TYPE 3 |
| 427724963 | IMMOWAL | TYPE 3 |
| 433766083 | SERVICE SOCIAL DES SERVICES DU GOUVERNEMENT WALLON | TYPE 3 |
| 435532572 | SOCIETE DE RENOVATION ET D'ASSAINISSEMENT DES SITES INDUSTRIELS | TYPE 3 |
| 437249076 | Synergies WALLONIE | TYPE 3 |
| 450305870 | Contrat de Rivière Haute Meuse | TYPE 3 |
| 452116307 | SPARAXIS | TYPE 3 |
| 454183890 | SOCIETE DE CAPITAL A RISQUE - OBJECTIF No1 DU HAINAUT OCCIDENTAL (SOCARIS) | TYPE 3 |
| 455653441 | SOCIETE WALLONNE D'ECONOMIE SOCIALE MARCHANDE (W. ALTER.) | TYPE 3 |
| 458220674 | TECHNIFUTUR | TYPE 3 |
| 462311896 | SPARKOH! | TYPE 3 |
| 463308424 | CONTRAT DE RIVIERE OURTHE | TYPE 3 |
| 466071439 | WSL | TYPE 3 |
| 466557627 | SOCIETE DE FINANCEMENT DES EAUX | TYPE 3 |
| 471517988 | Société d'Investissement Agricole de Wallonie | TYPE 3 |
| 472062970 | WALLIMAGE | TYPE 3 |
| 473771754 | SOCIETE WALLONNE DU CREDIT SOCIAL | TYPE 3 |
| 475247837 | SOCIETE WALLONNE DES AEROPORTS | TYPE 3 |
| 475355824 | ASBL Contrat de Rivière pour l'Amblève | TYPE 3 |
| 475627325 | SECRETARIAT CONJOINT DU PROGRAMME INTERREG IV Luxembourg - WALLONIE - VLAANDEREN | TYPE 3 |
| 476800629 | EQUIPE TECHNIQUE INTERREG France - WALLONIE - VLAANDEREN ASBL | TYPE 3 |
| 478614430 | LE POLE DE RECONVERSION | TYPE 3 |
| 480028848 | SAMANDA | TYPE 3 |
| 480753576 | TRIAGE-LAVOIR DU CENTRE | TYPE 3 |
| 505741370 | AGENCE POUR L'ENTREPRISE ET L'INNOVATION | TYPE 3 |
| 544978266 | 123CDI | TYPE 3 |
| 552710255 | SOLAR CHEST | TYPE 3 |
| 553753006 | ESPACE FINANCEMENT | TYPE 3 |
| 554780018 | FONDS DE PARTICIPATION WALLONIE | TYPE 3 |
| 568575002 | AGENCE DU NUMERIQUE | TYPE 3 |
| 652991825 | Contrat de rivière Moselle ASBL | TYPE 3 |
| 657816980 | WALLONIA OFFSHORE WIND | TYPE 3 |
| 657881714 | CRISTAL OFFICE PARK | TYPE 3 |
| 667687820 | IMBC 2020 | TYPE 3 |
| 667964566 | FONDS DE CAPITAL A RISQUE 2020 | TYPE 3 |
| 669741844 | Namur Innovation & Growth | TYPE 3 |
| 669955343 | B2START | TYPE 3 |
| 670937716 | Luxembourg Développement Europe 2 | TYPE 3 |
| 672421123 | WAPI 2020 | TYPE 3 |
| 695982819 | Parentia Wallonie | TYPE 3 |
| 697584804 | Caisse Wallonne d'Allocations Familiales Camille | TYPE 3 |
| 697754256 | Kidslife Wallonie | TYPE 3 |
| 697784445 | INFINO WALLONIE | TYPE 3 |
| 705942145 | SOCIETE WALLONNE D'INVESTISSEMENT ET DE CONSEIL DANS LES SECTEURS DE LA SANTE, DES HOPITAUX, DE L'HEBERGEMENT DES PERSONNES AGEES, DE L'ACCUEIL DES PERSONNES HANDICAPEES | TYPE 3 |
| 713671758 | Société Mutualiste Régionale des Mutualités Chrétiennes pour la Région wallonne | TYPE 3 |
| 713674629 | Société Mutualiste Régionale de l'Union Nationale des Mutualités Neutres pour la Région wallonne | TYPE 3 |
| 713670867 | Société Mutualiste Régionale des Mutualités Socialistes - Solidaris pour la Région wallonne | TYPE 3 |
| 715609778 | Société Mutualiste Régionale de l'Union Nationale des Mutualités Libérales pour la Région wallonne | TYPE 3 |
| 713671461 | Société Mutualiste Régionale des Mutualités Libres pour la Région wallonne | TYPE 3 |
| 807763936 | Société de Financement de Projets Structurants de l'Est du Brabant Wallon | TYPE 3 |
| 808269425 | Agence wallonne de lutte contre la maltraitance des ainés | TYPE 3 |
| 811443701 | GELIGAR | TYPE 3 |
| 811463495 | Caisse d'Investissement de Wallonie | TYPE 3 |
| 812008774 | NOVALLIA | TYPE 3 |
| 812367476 | Institut wallon virtuel de recherche d'excellence dans les domaines des sciences de la vie | TYPE 3 |
| 816595290 | OFFICE ECONOMIQUE WALLON DU BOIS | TYPE 3 |
| 816917469 | SOCIETE MIXTE DE DEVELOPPEMENT IMMOBILIER | TYPE 3 |
| 817847382 | CONTRAT DE RIVIERE DU SOUS-BASSIN SEMOIS-CHIERS | TYPE 3 |
| 817922707 | Contrat de rivière Dyle-Gette | TYPE 3 |
| 823228409 | FuturoCité | TYPE 3 |
| 826929552 | Contrat de Rivière de la Meuse Aval et affluents | TYPE 3 |
| 828207477 | Contrat Rivière Dendre | TYPE 3 |
| 830804802 | CONTRAT RIVIERE SAMBRE & AFFLUENTS | TYPE 3 |
| 836794452 | Contrat de Rivière Escaut-Lys | TYPE 3 |
| 841609612 | Centre d'Etudes en Habitat Durable de Wallonie asbl | TYPE 3 |
| 843107667 | Durobor Real Estate | TYPE 3 |
| 847284310 | IMMO-DIGUE | TYPE 3 |
| 851101358 | CONTRAT DE RIVIERE DU SOUS-BASSIN HYDROGRAPHIQUE DE LA VESDRE | TYPE 3 |
| 860662588 | SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT DE L'EXPORTATION ET DE L'INTERNALISATION DES ENTREPRISES WALLONNES - SOFINEX | TYPE 3 |
| 861927053 | SOCIETE DES CAUTIONS MUTUELLES DE WALLONIE | TYPE 3 |
| 862775210 | LA TERRIENNE DU CREDIT SOCIAL | TYPE 3 |
| 865732522 | ARCEO | TYPE 3 |
| 867271753 | Epicuris | TYPE 3 |
| 871229947 | GEPART | TYPE 3 |
| 872191039 | Contrat de rivière Senne | |
| 873260316 | SOCIETE LIEGEOISE DE GESTION FONCIERE | TYPE 3 |
| 873769961 | FINANCIERE D'ENTREPRISE ET DE RENOVATION IMMOBILIERE | TYPE 3 |
| 877938090 | SOCIETE WALLONNE POUR LE FINANCEMENT DES INFRASTUCTURES DES POLES DE COMPETITIVITES | TYPE 3 |
| 877942347 | SOCIETE WALLONNE POUR LA GESTION D'UN FINANCEMENT ALTERNATIF | TYPE 3 |
| 880827009 | Contrat de Rivière du sous-bassin hydrographique de la haine | TYPE 3 |
| 881746727 | SOCIETE WALLONNE D'ACQUISITIONS ET DE CESSION D'ENTREPRISES | TYPE 3 |
| 883921903 | BIOTECH COACHING | TYPE 3 |
| 888366085 | WALLONIE Belgique TOURISME | TYPE 3 |
| 890497612 | HOCCINVEST - FONDS SPIN-OFF/SPIN-OUT | TYPE 3 |
| 894160351 | contrat de rivière pour la Lesse | TYPE 3 |
Vu pour être annexé au décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes. ". ".
HOOFDSTUK 2. - Gewestelijke waarborgen
CHAPITRE 2. - Garanties régionales
Art. 18. Het artikel 113 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"De Waalse Regering wordt gemachtigd om het beroep op de lening te bepalen in toepassing van de modaliteiten van het beheerscontract dat tussen de Waalse Regering en het Fonds van de Huisvesting van de kroostrijke gezinnen van Wallonië is gesloten. Het totaalbedrag van de onder dekking van de gewestelijke waarborg toegestane leningen mag in geen geval hoger zijn dan 209.000.000 euro.
De waarborg dekt eveneens de verrichtingen van financieel beheer die aan deze leningen verbonden zijn. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen voor de verrichtingen van financieel beheer van de vanaf 1990 tot 2011 door het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" aangegane leningen die door het Gewest gewaarborgd zijn. ".
"De Waalse Regering wordt gemachtigd om het beroep op de lening te bepalen in toepassing van de modaliteiten van het beheerscontract dat tussen de Waalse Regering en het Fonds van de Huisvesting van de kroostrijke gezinnen van Wallonië is gesloten. Het totaalbedrag van de onder dekking van de gewestelijke waarborg toegestane leningen mag in geen geval hoger zijn dan 209.000.000 euro.
De waarborg dekt eveneens de verrichtingen van financieel beheer die aan deze leningen verbonden zijn. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen voor de verrichtingen van financieel beheer van de vanaf 1990 tot 2011 door het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" aangegane leningen die door het Gewest gewaarborgd zijn. ".
Art. 18. L'article 113 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Le Gouvernement wallon est autorisé à déterminer le recours à l'emprunt en application des modalités du contrat de gestion conclu entre le Gouvernement wallon et le Fonds du logement des Familles nombreuses de Wallonie. Le total des emprunts autorisés sous le couvert de la garantie régionale ne pourra en aucun cas excéder 209.000.000 euros.
La garantie couvre également les opérations de gestion financière afférentes à ces emprunts. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région wallonne aux opérations de gestion financière des emprunts conclus de 1990 à 2011 par le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie et garantis par la Région. ".
" Le Gouvernement wallon est autorisé à déterminer le recours à l'emprunt en application des modalités du contrat de gestion conclu entre le Gouvernement wallon et le Fonds du logement des Familles nombreuses de Wallonie. Le total des emprunts autorisés sous le couvert de la garantie régionale ne pourra en aucun cas excéder 209.000.000 euros.
La garantie couvre également les opérations de gestion financière afférentes à ces emprunts. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région wallonne aux opérations de gestion financière des emprunts conclus de 1990 à 2011 par le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie et garantis par la Région. ".
HOOFDSTUK 3. - Toekenning van voorschotten
CHAPITRE 3. - Octroi d'avances
Art. 19. De Minister van Begroting kan de Thesaurie machtigen om, binnen de perken van de beschikbare middelen en vastgesteld bij het besluit van de Regering betreffende de programmatie van het Fonds voor de Milieubescherming, de bedragen in verband met de overdrachten aan de "Société publique de Gestion de l'Eau" (Openbare maatschappij voor waterbeheer) van de belasting op het lozen van industrieel afvalwater en de opbrengst van de belasting op het lozen van huishoudelijk afvalwater, met voorschotten door middel van driemaandelijkse voorzieningen te betalen, ten laste van het programma 15.60 - AB 31.01 - vakdomein 075.004 (WBFIN-programma 15.075), mits regularisatie in de loop van het jaar N + 1.
Art. 19. Le Ministre du Budget peut autoriser la Trésorerie à payer par avances sous la forme d'une provision trimestrielle, dans les limites des moyens disponibles et fixés par la décision du Gouvernement relative à la programmation du Fonds de protection de l'environnement, les montants relatifs aux transferts à la Société publique de gestion de l'Eau de la taxe sur le déversement des eaux usées industrielles et le produit de la taxe sur le déversement des eaux usées domestiques, à charge du programme 15.60 - AB 31.01 - domaine fonctionnel 075.004 (programme WBFIN 15.075), et ce, à charge de régularisation dans le courant de l'année N+1.
HOOFDSTUK 4. - Afzonderlijke afdeling
CHAPITRE 4. - Section particulière
Art. 20. Het artikel 135 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
Buiten de perken van de beschikbare ontvangsten en ten belope van de door de Europese Gemeenschap bepaalde bedragen voor tegemoetkomingen kan de Minister van Begroting uitgaven vastleggen en ordonnanceren ten laste van de allocaties 60.02.A.01 (Fonds SAP 3001) (EFRO-programmering 2014-2020), 60.02.A.03 (SAP-Fonds 3002) (ESF- programmering 2014-2020), 60.02.A.05 (SAP-Fonds 3003) (IFOP), 60.02.A.06 (SAP-Fonds 3004) (LIFE-programmering 2014-2020), 60.02.A.07 (SAP-Fonds 3005) (TEN-V Waterwegen), 60.02.A.09 (Fonds SAP 3007) (Brexit-aanpassingsreserve), 60.02.A.10 (Fonds SAP 3008) (eFRO-programmering 2021-2027), 60.02.A.11 (SAP-Fonds 3009) (ESF- programmering 2021-2027) en 60.02.A.12 (SAP-Fonds 3010) (LIFEprogrammering 2021-2027) en 60.02.A.13 (SAP-Fonds 3011) (ELFPO-programmering 2021-2027) van afdeling 10 van Titel IV. ".
Buiten de perken van de beschikbare ontvangsten en ten belope van de door de Europese Gemeenschap bepaalde bedragen voor tegemoetkomingen kan de Minister van Begroting uitgaven vastleggen en ordonnanceren ten laste van de allocaties 60.02.A.01 (Fonds SAP 3001) (EFRO-programmering 2014-2020), 60.02.A.03 (SAP-Fonds 3002) (ESF- programmering 2014-2020), 60.02.A.05 (SAP-Fonds 3003) (IFOP), 60.02.A.06 (SAP-Fonds 3004) (LIFE-programmering 2014-2020), 60.02.A.07 (SAP-Fonds 3005) (TEN-V Waterwegen), 60.02.A.09 (Fonds SAP 3007) (Brexit-aanpassingsreserve), 60.02.A.10 (Fonds SAP 3008) (eFRO-programmering 2021-2027), 60.02.A.11 (SAP-Fonds 3009) (ESF- programmering 2021-2027) en 60.02.A.12 (SAP-Fonds 3010) (LIFEprogrammering 2021-2027) en 60.02.A.13 (SAP-Fonds 3011) (ELFPO-programmering 2021-2027) van afdeling 10 van Titel IV. ".
Art. 20. L'article 135 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Le Ministre ayant le Budget dans ses attributions peut, au-delà des recettes disponibles et à concurrence des montants d'intervention décidés par la Communauté européenne, engager et ordonnancer des dépenses à charge des articles 60.02.A.01 (Fonds SAP 3001) (FEDER Programmation 2014-2020), 60.02.A.03 (Fonds SAP 3002) (FSE Programmation 2014-2020), 60.02.A.05 (Fonds SAP 3003) (IFOP), 60.02.A.06 (Fonds SAP 3004) (LIFE Programmation 2014-2020), 60.02.A.07 (Fonds SAP 3005) (RTE-T Voies hydrauliques), 60.02.A.09 (Fonds SAP 3007) (Réserve d'ajustement du Brexit), 60.02.A.10 (Fonds SAP 3008) (FEDER Programmation 2021-2027), 60.02.A.11 (Fonds SAP 3009) (FSE Programmation 2021-2027), 60.02.A.12 (Fonds SAP 3010) (LIFE Programmation 2021-2027) et 60.02.A.13 (Fonds SAP 3011) (FEADER Programmation 2021-2027) de la section 10 du Titre IV. ".
" Le Ministre ayant le Budget dans ses attributions peut, au-delà des recettes disponibles et à concurrence des montants d'intervention décidés par la Communauté européenne, engager et ordonnancer des dépenses à charge des articles 60.02.A.01 (Fonds SAP 3001) (FEDER Programmation 2014-2020), 60.02.A.03 (Fonds SAP 3002) (FSE Programmation 2014-2020), 60.02.A.05 (Fonds SAP 3003) (IFOP), 60.02.A.06 (Fonds SAP 3004) (LIFE Programmation 2014-2020), 60.02.A.07 (Fonds SAP 3005) (RTE-T Voies hydrauliques), 60.02.A.09 (Fonds SAP 3007) (Réserve d'ajustement du Brexit), 60.02.A.10 (Fonds SAP 3008) (FEDER Programmation 2021-2027), 60.02.A.11 (Fonds SAP 3009) (FSE Programmation 2021-2027), 60.02.A.12 (Fonds SAP 3010) (LIFE Programmation 2021-2027) et 60.02.A.13 (Fonds SAP 3011) (FEADER Programmation 2021-2027) de la section 10 du Titre IV. ".
HOOFDSTUK 5. - Administratieve diensten met boekhoudkundige autonomie
CHAPITRE 5. - Services administratifs à comptabilité autonome
Art. 21. Het artikel 138 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
" De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van de "Agence wallonne de l'Air et du Climat " (Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat) voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 20.376.000 euro voor de ontvangsten en 67.281.000 euro voor de uitgaven. ".
" De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van de "Agence wallonne de l'Air et du Climat " (Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat) voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 20.376.000 euro voor de ontvangsten en 67.281.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 21. L'article 138 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté de l'Agence wallonne de l'Air et du Climat de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 20.376.000 euros pour les recettes et à 67.281.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté de l'Agence wallonne de l'Air et du Climat de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 20.376.000 euros pour les recettes et à 67.281.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 22. Het artikel 139 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Agence wallonne du patrimoine" (Waals Agentschap voor het Patrimonium) voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 48.898.000 euro voor de ontvangsten en 62.355.000 euro voor de uitgaven. ".
De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Agence wallonne du patrimoine" (Waals Agentschap voor het Patrimonium) voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 48.898.000 euro voor de ontvangsten en 62.355.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 22. L'article 139 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté de l'Agence wallonne du patrimoine de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 48.898.000 euros pour les recettes et à 62.355.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté de l'Agence wallonne du patrimoine de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 48.898.000 euros pour les recettes et à 62.355.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 23. Het artikel 140 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het Betaalorgaan voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 84.245.000 euro voor de ontvangsten en 83.870.000 euro voor de uitgaven. ".
De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het Betaalorgaan voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 84.245.000 euro voor de ontvangsten en 83.870.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 23. L'article 140 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté de l'Organisme payeur de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 84.245.000 d'euros pour les recettes et à 83.870.000 d'euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté de l'Organisme payeur de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 84.245.000 d'euros pour les recettes et à 83.870.000 d'euros pour les dépenses. ".
HOOFDSTUK 6. - Instellingen
CHAPITRE 6. - Organismes
Art. 24. Het artikel 141 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde begroting van "Wallonie-Bruxelles International" voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 81.914.000 euro voor de ontvangsten en 81.878.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde begroting van "Wallonie-Bruxelles International" voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 81.914.000 euro voor de ontvangsten en 81.878.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 24. L'article 141 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté de Wallonie-Bruxelles International de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève 81.914.000 euros pour les recettes et à 81.878.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté de Wallonie-Bruxelles International de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève 81.914.000 euros pour les recettes et à 81.878.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 25. Het artikel 142 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Centre régional d'Aide aux Communes" (Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten) voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 6.831.000 euro voor de ontvangsten en 6.831.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Centre régional d'Aide aux Communes" (Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten) voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 6.831.000 euro voor de ontvangsten en 6.831.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 25. L'article 142 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté de fonctionnement du Centre régional d'Aide aux Communes de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 6.831.000 euros pour les recettes et à 6.831.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté de fonctionnement du Centre régional d'Aide aux Communes de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 6.831.000 euros pour les recettes et à 6.831.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 26. Het artikel 143 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Institut scientifique de Service public" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut) voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 41.711.000 euro voor de ontvangsten en 45.524.000 euro voor de uitgaven. ".
De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Institut scientifique de Service public" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut) voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 41.711.000 euro voor de ontvangsten en 45.524.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 26. L'article 143 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté de l'Institut Scientifique de Service Public de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 41.711.000 euros pour les recettes et à 45.524.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté de l'Institut Scientifique de Service Public de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 41.711.000 euros pour les recettes et à 45.524.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 27. Het artikel 144 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Centre wallon de recherches agronomiques" (Waals Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek) voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 41.353.000 euro voor de ontvangsten en 44.523.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Centre wallon de recherches agronomiques" (Waals Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek) voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 41.353.000 euro voor de ontvangsten en 44.523.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 27. L'article 144 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté du Centre wallon de recherches agronomiques de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 41.353.000 euros pour les recettes et à 44.523.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté du Centre wallon de recherches agronomiques de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 41.353.000 euros pour les recettes et à 44.523.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 28. Het artikel 145 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde begroting van het "Institut wallon d'évaluation" (Waals instituut voor evaluatie) voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 7.004.000 euro voor de ontvangsten en 9.929.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde begroting van het "Institut wallon d'évaluation" (Waals instituut voor evaluatie) voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 7.004.000 euro voor de ontvangsten en 9.929.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 28. L'article 145 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté de l'Institut wallon d'évaluation, de prospective et de statistique de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 7.004.000 euros pour les recettes et à 9.929.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté de l'Institut wallon d'évaluation, de prospective et de statistique de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 7.004.000 euros pour les recettes et à 9.929.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 29. Het artikel 146 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Commissariat Général au Tourisme" (Commissariaat-Generaal voor Toerisme) voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 63.552.000 euro voor de ontvangsten en 79.028.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Commissariat Général au Tourisme" (Commissariaat-Generaal voor Toerisme) voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 63.552.000 euro voor de ontvangsten en 79.028.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 29. L'article 146 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté du Commissariat Général au Tourisme de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 63.552.000 euros pour les recettes et à 79.028.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté du Commissariat Général au Tourisme de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 63.552.000 euros pour les recettes et à 79.028.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 30. Het artikel 149 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
De bij dit decreet gevoegde begroting van het "Post-COVID-19-fonds voor de armoedebestrijding" voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 3.097.000 euro voor de ontvangsten en 3.097.000 euro voor de uitgaven. ".
De bij dit decreet gevoegde begroting van het "Post-COVID-19-fonds voor de armoedebestrijding" voor 2022 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 3.097.000 euro voor de ontvangsten en 3.097.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 30. L'article 149 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté du Fonds post COVID-19 de sortie de la pauvreté de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 3.097.000 euros pour les recettes et à 3.097.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté du Fonds post COVID-19 de sortie de la pauvreté de l'année 2022 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 3.097.000 euros pour les recettes et à 3.097.000 euros pour les dépenses. ".
HOOFDSTUK 7. - Diverse bepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions diverses
Art. 31. Het artikel 166 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"In geval van ontoereikende kredieten op de basisallocaties (vakdomeinen) die voor de bezoldiging van het personeel en voor de daarmee verbonden vergoedingen zoals telewerkvergoedingen dienen, kan de betaling uitgevoerd worden door middel van geldvoorschotten en in de boekhouding geregulariseerd worden. ".
"In geval van ontoereikende kredieten op de basisallocaties (vakdomeinen) die voor de bezoldiging van het personeel en voor de daarmee verbonden vergoedingen zoals telewerkvergoedingen dienen, kan de betaling uitgevoerd worden door middel van geldvoorschotten en in de boekhouding geregulariseerd worden. ".
Art. 31. L'article 166 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" En cas d'insuffisance de crédits sur les articles de base (les domaines fonctionnels) supportant la rémunération du personnel et indemnités connexes telles les indemnités de télétravail, le paiement peut être effectué sur avances de trésorerie et faire l'objet d'une écriture de régularisation dans la comptabilité. ".
" En cas d'insuffisance de crédits sur les articles de base (les domaines fonctionnels) supportant la rémunération du personnel et indemnités connexes telles les indemnités de télétravail, le paiement peut être effectué sur avances de trésorerie et faire l'objet d'une écriture de régularisation dans la comptabilité. ".
Art. 32. Het artikel 175 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 3, § 1, 6°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheid wordt aangevuld met de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)".
In de artikelen 52/1, 79, § 2 en 87, § 6, van hetzelfde decreet, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In de artikelen 55, § 2, 56, § 2 en 57, § 2, van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende diverse maatregelen betreffende de uitvoering van de begroting, de algemene en de begrotingsboekhouding en de rapportering van de Waalse openbare bestuurseenheden, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In het opschrift van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende organisatie van de controle en de interne audit inzake de begroting, de boekhouding en de administratieve en begrotingscontrole van de diensten van de Waalse Regering, de administratieve diensten met een zelfstandige boekhouding, de gewestelijke ondernemingen, de instellingen en de Ombudsdienst van het Waalse Gewest, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In artikel 2 van hetzelfde decreet worden de woorden "aan de Ombudsdienst bedoeld in artikel 3, § 1, 6°, van hetzelfde decreet" vervangen door de woorden "aan de Ombudsdienst en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie) bedoeld in artikel 3, § 1, 6°, van hetzelfde decreet."
In de artikelen 27 en 28 van hetzelfde besluit, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
Voor het jaar 2022 wordt het artikel 51ter, § 2, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt vervangen door het volgende: "De dotatie van de "CWAPE" bedraagt 6.225 duizend euro. ".
In afwijking van artikel 51bis van bovenvermeld decreet is de dotatie van de CWAPE ten laste van de basisallocatie 41.01.40 (van vakdomein 083.010 (ESER-cide 41)) van programma 16.31 (WBFIN-programma 16.083).".
Artikel 3, § 1, 6°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheid wordt aangevuld met de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)".
In de artikelen 52/1, 79, § 2 en 87, § 6, van hetzelfde decreet, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In de artikelen 55, § 2, 56, § 2 en 57, § 2, van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende diverse maatregelen betreffende de uitvoering van de begroting, de algemene en de begrotingsboekhouding en de rapportering van de Waalse openbare bestuurseenheden, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In het opschrift van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende organisatie van de controle en de interne audit inzake de begroting, de boekhouding en de administratieve en begrotingscontrole van de diensten van de Waalse Regering, de administratieve diensten met een zelfstandige boekhouding, de gewestelijke ondernemingen, de instellingen en de Ombudsdienst van het Waalse Gewest, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In artikel 2 van hetzelfde decreet worden de woorden "aan de Ombudsdienst bedoeld in artikel 3, § 1, 6°, van hetzelfde decreet" vervangen door de woorden "aan de Ombudsdienst en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie) bedoeld in artikel 3, § 1, 6°, van hetzelfde decreet."
In de artikelen 27 en 28 van hetzelfde besluit, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
Voor het jaar 2022 wordt het artikel 51ter, § 2, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt vervangen door het volgende: "De dotatie van de "CWAPE" bedraagt 6.225 duizend euro. ".
In afwijking van artikel 51bis van bovenvermeld decreet is de dotatie van de CWAPE ten laste van de basisallocatie 41.01.40 (van vakdomein 083.010 (ESER-cide 41)) van programma 16.31 (WBFIN-programma 16.083).".
Art. 32. L'article 175 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" L'article 3, § 1er, 6°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes est complété par les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie ".
Aux articles 52/1, 79, § 2 et 87, § 6, du même décret, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Aux articles 55, § 2, 56, § 2 et 57, § 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant diverses mesures relatives à l'exécution du budget, aux comptabilités budgétaire et générale ainsi qu'au rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Dans l'intitulé de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant organisation des contrôle et audit internes budgétaires et comptables ainsi que du contrôle administratif et budgétaire des services du Gouvernement wallon, des services administratifs à comptabilité autonome, des entreprises régionales, des organismes et du service du Médiateur en Région wallonne, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Dans l'article 2 du même arrêté, les mots " au Service du Médiateur visé à l'article 3, § 1er, 6°, du même décret " sont remplacés par les mots " au Service du Médiateur et la Commission wallonne pour l'Energie visés à l'article 3, § 1er, 6, du même décret. "
Aux articles 27 et 28 du même arrêté, " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Pour l'année 2022, l'article 51ter, § 2, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité est remplacé par : " Le montant de la dotation de la CWAPE s'élève à 6.225 milliers d'euros. ".
Par dérogation à l'article 51bis du décret précité, la dotation de la CWAPE est à charge de l'AB 41.01.40 (du domaine fonctionnel 083.010 (code SEC 41)) du programme 16.31 (programme WBFIN 16.083). ".
" L'article 3, § 1er, 6°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes est complété par les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie ".
Aux articles 52/1, 79, § 2 et 87, § 6, du même décret, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Aux articles 55, § 2, 56, § 2 et 57, § 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant diverses mesures relatives à l'exécution du budget, aux comptabilités budgétaire et générale ainsi qu'au rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Dans l'intitulé de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant organisation des contrôle et audit internes budgétaires et comptables ainsi que du contrôle administratif et budgétaire des services du Gouvernement wallon, des services administratifs à comptabilité autonome, des entreprises régionales, des organismes et du service du Médiateur en Région wallonne, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Dans l'article 2 du même arrêté, les mots " au Service du Médiateur visé à l'article 3, § 1er, 6°, du même décret " sont remplacés par les mots " au Service du Médiateur et la Commission wallonne pour l'Energie visés à l'article 3, § 1er, 6, du même décret. "
Aux articles 27 et 28 du même arrêté, " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Pour l'année 2022, l'article 51ter, § 2, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité est remplacé par : " Le montant de la dotation de la CWAPE s'élève à 6.225 milliers d'euros. ".
Par dérogation à l'article 51bis du décret précité, la dotation de la CWAPE est à charge de l'AB 41.01.40 (du domaine fonctionnel 083.010 (code SEC 41)) du programme 16.31 (programme WBFIN 16.083). ".
Art. 33. Het artikel 210 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
" § 1. De FOREm organiseert opleidingen om werkzoekenden in staat te stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat: 1° een cheque "theoretisch rijbewijs" die omvat: a) voor het rijbewijs van categorie B:
- 12 uur theorie, een leerboek en toegang tot een online oefenplatform;
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
- 12 uur theorie, een leerboek en toegang tot een online oefenplatform;
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef; 2° een cheque "praktisch rijbewijs" die omvat: a) voor het rijbewijs van categorie B: - 30 uur praktijklessen;
- de kosten van de risicoperceptietest;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
- 8 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
De cheques bedoeld in lid 2, 1° en 2°, zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen door de FOREm tegelijkertijd in één en dezelfde beslissing worden toegekend.
§ 2. De Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling de lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door de FOREm bepaalde voorwaarden en modaliteiten van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om te worden opgenomen in de in lid 1 bedoelde lijst, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
12 uur theoretische lessen, inclusief de handleiding die toegang geeft tot een online oefenplatform, voor een maximumbedrag van 112,5 euro (incl. belastingen) tot 30 juni 2022 en 150 euro (incl. belastingen) vanaf 1 juli 2022;
- 30 uur praktijkopleiding voor een maximumbedrag van 1680 euro (incl. belastingen) tot 30 juni 2022 en 1830 euro (incl. belastingen) vanaf 1 juli 2022;
- twee begeleidingen bij de praktijkexamens voor twee mogelijke tests, voor een maximumbedrag van 190 € inclusief belastingen tot 30 juni 2022, en 210 euro inclusief belastingen vanaf 1 juli 2022;
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, voor een maximumbedrag van 100 € inclusief belastingen;
- 8 uur praktijkopleiding voor een maximumbedrag van 520 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen bij de praktijkexamens voor twee mogelijke tests, voor een maximumbedrag van 130 € inclusief belastingen;
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens voor twee mogelijke tests;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens voor twee mogelijke tests.
De tarieven bedoeld in lid 2, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door de FOREm.
De Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor de opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij de Forem;
2° in het bezit zijn van ten hoogste het getuigschrift secundair onderwijs tweede graad of een gelijkwaardig diploma;
3° zijn hoofdverblijfplaats in het Franse taalgebied hebben; 4° tot een van de volgende categorieën van doelpubliek behoren:
a) in 2022 een kwalificerende of prekwalificerende opleiding van ten minste 4 weken hebben voltooid of volgen in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst opleiding-inschakeling met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst voor alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;
b) een opleiding in een centrum voor socioprofessionele inschakeling ("CISP") hebben voltooid of in de loop van 2022 volgen;
c) in 2022 begeleid zijn of worden door een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of door een begeleidende structuur voor zelftewerkstelling;
d) in de loop van het jaar 2022 een leefloon of een financiële tegemoetkoming hebben ontvangen of ontvangen en in de loop van het jaar 2022 het voorwerp zijn geweest of zijn van gezamenlijke begeleidingsacties door een jobcoach van het OCMW en een medewerker van de "Forem" in het kader van de kaderovereenkomst tussen de "Forem" en de OCMW's;
e) op het ogenblik van de inschrijving in de rijschool een arbeidsovereenkomst hebben in het kader van de artikelen 60, § 7 en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 van de Openbare centra voor maatschappelijke welzijn en in de loop van het jaar 2022 het voorwerp zijn geweest of zijn van gezamenlijke begeleidingsacties door een jobcoach van het OCMW en een medewerker van de "Forem" in het kader van de kaderovereenkomst tussen de "Forem" en het OCMW;
f) in de loop van het jaar 2022 een kwalificerende opleiding tot gezinhelp(st)er in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding hebben voltooid of volgen;
g) in 2022 een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of volgen in een opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum dat erkend is door het Waals Agentschap voor de Levenskwaliteit en in 2022 het voorwerp hebben uitgemaakt of uitmaken van begeleidingsacties in het kader van de overeenkomst tussen de "Forem" en het "AVIQ";
h) geslaagd zijn voor het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B na het volgen van een opleiding "theoretisch rijbewijs" in 2019, 2020, 2021 of 2022 bij een plaatselijke openbare overheid, een vzw gesubsidieerd door het Waals Gewest of een school gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en behoren tot één van de categorieën van het doelpubliek bedoeld in de punten a), b), c), d), e), f) of g).
In afwijking van lid 1 zijn niet-werkende werkzoekenden die in aanmerking komen voor een opleiding voor een rijbewijs, georganiseerd door het "IFAPME" overeenkomstig artikel 209 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 of door de "FOREm" overeenkomstig artikel 232 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022, uitgesloten van de in paragraaf 1 bedoelde opleiding. In afwijking van lid 1 zijn werkloze werkzoekenden die in 2020 of 2021 reeds een rijbewijs-cheque van de "FOREm" hebben ontvangen, uitgesloten van de in paragraaf 1 bedoelde opleiding.
Onder prekwalificerende opleiding in de zin van lid 1, 4, a) wordt verstaan een opleiding die de verwerving mogelijk maakt van de kennis die nodig is voor de inschrijving voor een kwalificerende opleiding.
Onder kwalificerende opleiding in de zin van het eerste lid, 4°, a), f) en g) wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. De deelname aan een module, een groep modules, een leereenheid of een groep leereenheden van een opleiding die tot de uitoefening van een beroep leidt, is voldoende.
Voor de toepassing van de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, 1°, worden de werkzoekenden bedoeld in het eerste lid, 4°, e), gelijkgesteld met niet-werkende werkzoekenden die ingeschreven zijn bij de "Forem".
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in lid 1, kan niet genieten van de opleiding bedoeld in § 1, lid 2, 1° of 2°, indien hij zich met betrekking tot het rijbewijs waarvoor hij een opleiding aanvraagt bij de "FOREm" in één van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de werkzoekende is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert de "Forem" werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het beroepsproject of het aanpak van de kandidaat in het zoeken naar werk, beoordeeld tijdens een gesprek ter plaatse of op afstand;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 3°, b), en c) wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met de betrokken gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of het betrokken centrum voor socioprofessionele inschakeling of de betrokken begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, d) en e), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, g), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum erkend door het betrokken "Agence wallonne pour une Vie de Qualité" (Waalse Agentschap voor de Kwaliteit van het Leven).
Indien de door de Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a) en 2°, b).
Indien de door de Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig getuigschrift van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a), 1°, 3° en 4° streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door de Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.
§ 6. De rijbewijs-cheques toegekend in het kader van een door de FOREm georganiseerde rijbewijsopleiding in 2020 worden verlengd tot 31 december 2022 tegen de tarieven die vanaf 1 juli 2022 van toepassing zijn, bedoeld in § 2, tweede lid, 3°, en uitsluitend voor de niet-werkende werkzoekenden die het theoretisch rijbewijs hebben behaald.
" § 1. De FOREm organiseert opleidingen om werkzoekenden in staat te stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat: 1° een cheque "theoretisch rijbewijs" die omvat: a) voor het rijbewijs van categorie B:
- 12 uur theorie, een leerboek en toegang tot een online oefenplatform;
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
- 12 uur theorie, een leerboek en toegang tot een online oefenplatform;
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef; 2° een cheque "praktisch rijbewijs" die omvat: a) voor het rijbewijs van categorie B: - 30 uur praktijklessen;
- de kosten van de risicoperceptietest;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
- 8 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
De cheques bedoeld in lid 2, 1° en 2°, zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen door de FOREm tegelijkertijd in één en dezelfde beslissing worden toegekend.
§ 2. De Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling de lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door de FOREm bepaalde voorwaarden en modaliteiten van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om te worden opgenomen in de in lid 1 bedoelde lijst, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
12 uur theoretische lessen, inclusief de handleiding die toegang geeft tot een online oefenplatform, voor een maximumbedrag van 112,5 euro (incl. belastingen) tot 30 juni 2022 en 150 euro (incl. belastingen) vanaf 1 juli 2022;
- 30 uur praktijkopleiding voor een maximumbedrag van 1680 euro (incl. belastingen) tot 30 juni 2022 en 1830 euro (incl. belastingen) vanaf 1 juli 2022;
- twee begeleidingen bij de praktijkexamens voor twee mogelijke tests, voor een maximumbedrag van 190 € inclusief belastingen tot 30 juni 2022, en 210 euro inclusief belastingen vanaf 1 juli 2022;
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, voor een maximumbedrag van 100 € inclusief belastingen;
- 8 uur praktijkopleiding voor een maximumbedrag van 520 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen bij de praktijkexamens voor twee mogelijke tests, voor een maximumbedrag van 130 € inclusief belastingen;
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens voor twee mogelijke tests;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens voor twee mogelijke tests.
De tarieven bedoeld in lid 2, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door de FOREm.
De Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor de opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij de Forem;
2° in het bezit zijn van ten hoogste het getuigschrift secundair onderwijs tweede graad of een gelijkwaardig diploma;
3° zijn hoofdverblijfplaats in het Franse taalgebied hebben; 4° tot een van de volgende categorieën van doelpubliek behoren:
a) in 2022 een kwalificerende of prekwalificerende opleiding van ten minste 4 weken hebben voltooid of volgen in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst opleiding-inschakeling met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst voor alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;
b) een opleiding in een centrum voor socioprofessionele inschakeling ("CISP") hebben voltooid of in de loop van 2022 volgen;
c) in 2022 begeleid zijn of worden door een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of door een begeleidende structuur voor zelftewerkstelling;
d) in de loop van het jaar 2022 een leefloon of een financiële tegemoetkoming hebben ontvangen of ontvangen en in de loop van het jaar 2022 het voorwerp zijn geweest of zijn van gezamenlijke begeleidingsacties door een jobcoach van het OCMW en een medewerker van de "Forem" in het kader van de kaderovereenkomst tussen de "Forem" en de OCMW's;
e) op het ogenblik van de inschrijving in de rijschool een arbeidsovereenkomst hebben in het kader van de artikelen 60, § 7 en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 van de Openbare centra voor maatschappelijke welzijn en in de loop van het jaar 2022 het voorwerp zijn geweest of zijn van gezamenlijke begeleidingsacties door een jobcoach van het OCMW en een medewerker van de "Forem" in het kader van de kaderovereenkomst tussen de "Forem" en het OCMW;
f) in de loop van het jaar 2022 een kwalificerende opleiding tot gezinhelp(st)er in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding hebben voltooid of volgen;
g) in 2022 een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of volgen in een opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum dat erkend is door het Waals Agentschap voor de Levenskwaliteit en in 2022 het voorwerp hebben uitgemaakt of uitmaken van begeleidingsacties in het kader van de overeenkomst tussen de "Forem" en het "AVIQ";
h) geslaagd zijn voor het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B na het volgen van een opleiding "theoretisch rijbewijs" in 2019, 2020, 2021 of 2022 bij een plaatselijke openbare overheid, een vzw gesubsidieerd door het Waals Gewest of een school gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en behoren tot één van de categorieën van het doelpubliek bedoeld in de punten a), b), c), d), e), f) of g).
In afwijking van lid 1 zijn niet-werkende werkzoekenden die in aanmerking komen voor een opleiding voor een rijbewijs, georganiseerd door het "IFAPME" overeenkomstig artikel 209 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 of door de "FOREm" overeenkomstig artikel 232 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022, uitgesloten van de in paragraaf 1 bedoelde opleiding. In afwijking van lid 1 zijn werkloze werkzoekenden die in 2020 of 2021 reeds een rijbewijs-cheque van de "FOREm" hebben ontvangen, uitgesloten van de in paragraaf 1 bedoelde opleiding.
Onder prekwalificerende opleiding in de zin van lid 1, 4, a) wordt verstaan een opleiding die de verwerving mogelijk maakt van de kennis die nodig is voor de inschrijving voor een kwalificerende opleiding.
Onder kwalificerende opleiding in de zin van het eerste lid, 4°, a), f) en g) wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. De deelname aan een module, een groep modules, een leereenheid of een groep leereenheden van een opleiding die tot de uitoefening van een beroep leidt, is voldoende.
Voor de toepassing van de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, 1°, worden de werkzoekenden bedoeld in het eerste lid, 4°, e), gelijkgesteld met niet-werkende werkzoekenden die ingeschreven zijn bij de "Forem".
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in lid 1, kan niet genieten van de opleiding bedoeld in § 1, lid 2, 1° of 2°, indien hij zich met betrekking tot het rijbewijs waarvoor hij een opleiding aanvraagt bij de "FOREm" in één van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de werkzoekende is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert de "Forem" werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het beroepsproject of het aanpak van de kandidaat in het zoeken naar werk, beoordeeld tijdens een gesprek ter plaatse of op afstand;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 3°, b), en c) wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met de betrokken gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of het betrokken centrum voor socioprofessionele inschakeling of de betrokken begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, d) en e), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, g), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum erkend door het betrokken "Agence wallonne pour une Vie de Qualité" (Waalse Agentschap voor de Kwaliteit van het Leven).
Indien de door de Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a) en 2°, b).
Indien de door de Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig getuigschrift van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a), 1°, 3° en 4° streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door de Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.
§ 6. De rijbewijs-cheques toegekend in het kader van een door de FOREm georganiseerde rijbewijsopleiding in 2020 worden verlengd tot 31 december 2022 tegen de tarieven die vanaf 1 juli 2022 van toepassing zijn, bedoeld in § 2, tweede lid, 3°, en uitsluitend voor de niet-werkende werkzoekenden die het theoretisch rijbewijs hebben behaald.
Art. 33. L'article 210 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" § 1er. Le FOREm organise des formations pour permettre aux demandeurs d'emploi d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er se compose de : 1° un chèque " permis de conduire théorique " qui comprend : a) pour le permis de conduire catégorie B :
- 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
- 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique; 2° un chèque " permis de conduire pratique " qui comprend : a) pour le permis de conduire catégorie B : - 30 heures de cours pratiques;
- les frais du test de perception des risques;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
- 8 heures de cours pratique;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
Les chèques visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, sont indépendamment l'un de l'autre et peuvent être octroyés en même temps par le FOREm dans une seule et même décision.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le demandeur d'emploi peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 112.5 euros TTC jusqu'au 30 juin 2022 et 150 euros TTC à partir du 1er juillet 2022;
- 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1680 euros TTC jusqu'au 30 juin 2022 et 1830 euros TTC à partir du 1er juillet 2022;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 190 euros TTC jusqu'au 30 juin 2022 et 210 euros TTC à partir du 1er juillet 2022;
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
- 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse au demandeur d'emploi les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par le FOREm.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque demandeur d'emploi sélectionné visé au § 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, le demandeur d'emploi peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm;
2° disposer au maximum du certificat d'enseignement secondaire du deuxième degré ou d'un titre équivalent;
3° avoir sa résidence principale en région de langue française; 4° faire partie d'une des catégories de public cible suivantes :
a) avoir terminé ou suivre durant l'année 2022 une formation qualifiante ou préqualifiante comportant au minimum 4 semaines sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle ou sous contrat de formation alternée au sens du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant;
b) avoir terminé ou suivre durant l'année 2022 une formation dans un centre d'insertion socioprofessionnelle (CISP);
c) avoir été ou être accompagné durant l'année 2022 par une mission régionale pour l'emploi ou par une structure d'accompagnement à l'autocréation d'emploi;
d) avoir bénéficié ou bénéficier, durant l'année 2022, du revenu d'intégration ou d'une aide sociale financière et avoir fait ou faire l'objet durant l'année 2022 d'actions d'accompagnement conjointes par un jobcoach du CPAS et un agent du FOREm dans le cadre de la convention-cadre entre le FOREm et les CPAS;
e) être sous contrat de travail dans le cadre des articles 60, § 7, et 61 de la loi du 8 juillet 1976 organique des Centres publics d'action sociale au moment de l'inscription dans l'école de conduite et avoir fait ou faire l'objet, durant l'année 2022, d'actions d'accompagnement conjointes par un jobcoach du CPAS et un agent FOREm dans le cadre de la convention cadre entre le FOREm et les CPAS;
f) avoir terminé ou suivre, durant l'année 2022, une formation qualifiante d'aide-ménagère sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle;
g) avoir suivi ou suivre durant l'année 2022 une formation qualifiante dans un centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité et avoir fait ou faire l'objet, durant l'année 2022, d'actions d'accompagnement dans le cadre de la convention entre le FOREm et l'AViQ;
h) avoir réussi son examen théorique du permis de conduire de catégorie B à la suite d'une formation " permis théorique " suivie en 2019, 2020, 2021 ou 2022 auprès d'un pouvoir public local, d'une association sans but lucratif subventionnée par la Région wallonne ou d'un établissement scolaire subventionné par la Communauté française et faire partie d'une des catégories de public cible visées aux points a), b), c), d), e), f) ou g).
Par dérogation à l'alinéa 1°, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, le demandeur d'emploi inoccupé qui peut bénéficier d'une formation pour le permis de conduire organisée par l'IFAPME en vertu de l'article 209 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 ou par le FOREm en vertu de l'article 232 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022. Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, le demandeur d'emploi inoccupé à qui un chèque permis de conduire a déjà été octroyé par le FOREm en 2020 ou en 2021.
Par formation préqualifiante, au sens de l'alinéa 1er, 4°, a), on entend une formation permettant d'acquérir les connaissances nécessaires pour s'inscrire dans un parcours de formation qualifiante.
Par formation qualifiante au sens de l'alinéa 1er, 4°, a), f) et g), on entend une formation menant à l'exercice d'un métier. Le suivi d'un module, d'un groupe de modules, d'une unité d'acquis d'apprentissage ou d'un groupe d'unités d'apprentissage d'une formation menant à l'exercice d'un métier est suffisant.
Pour l'application de la condition visée à l'alinéa 1er, 1°, les demandeurs d'emploi visés à l'alinéa 1er, 4°, e) sont assimilés à des demandeurs d'emploi inoccupés inscrits auprès du FOREm.
Le demandeur d'emploi éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le demandeur d'emploi est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le demandeur d'emploi est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° le demandeur d'emploi est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne les demandeurs d'emploi, répondant aux conditions visées au § 3, qui peuvent suivre la formation visée au § 1er, sur la base des critères suivants :
1° la motivation du candidat par rapport à la formation et par rapport à l'obtention du permis de conduire concerné notamment au regard du projet professionnel ou des démarches de recherche d'emploi du candidat, évaluée lors d'un entretien physique ou à distance;
2° la faisabilité de l'apprentissage par rapport aux moyens dont dispose le candidat pour suivre les cours, pour conduire pendant la période d'obtention du permis provisoire et pour avoir un véhicule à disposition;
3° l'accessibilité de sa résidence au regard des zones desservies par les transports en commun.
En ce qui concerne le candidat visé au § 3, alinéa 1er, 3°, b) et c), la sélection du candidat est concertée avec la mission régionale pour l'emploi ou le centre d'insertion socioprofessionnelle ou la structure d'accompagnement à l'autocréation d'emploi concernée.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, d) et e), la sélection du candidat est concertée avec le centre public d'action sociale concerné.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, g), la sélection du candidat est concertée avec le centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité concerné.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et 2°, b).
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a), 1er, 3e et 4e tiret.
§ 5. Pour entrer en formation, le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er.
§ 6. Les chèques permis de conduire octroyés dans le cadre d'une formation au permis de conduire organisée par le FOREm en 2020 sont prolongés jusqu'au 31 décembre 2022 aux tarifs applicables à partir du 1er juillet 2022 visés au § 2, alinéa 2, 3°, et uniquement pour les demandeurs d'emploi inoccupés ayant obtenu le permis de conduire théorique. ".
" § 1er. Le FOREm organise des formations pour permettre aux demandeurs d'emploi d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er se compose de : 1° un chèque " permis de conduire théorique " qui comprend : a) pour le permis de conduire catégorie B :
- 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
- 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique; 2° un chèque " permis de conduire pratique " qui comprend : a) pour le permis de conduire catégorie B : - 30 heures de cours pratiques;
- les frais du test de perception des risques;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
- 8 heures de cours pratique;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
Les chèques visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, sont indépendamment l'un de l'autre et peuvent être octroyés en même temps par le FOREm dans une seule et même décision.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le demandeur d'emploi peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 112.5 euros TTC jusqu'au 30 juin 2022 et 150 euros TTC à partir du 1er juillet 2022;
- 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1680 euros TTC jusqu'au 30 juin 2022 et 1830 euros TTC à partir du 1er juillet 2022;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 190 euros TTC jusqu'au 30 juin 2022 et 210 euros TTC à partir du 1er juillet 2022;
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
- 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse au demandeur d'emploi les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par le FOREm.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque demandeur d'emploi sélectionné visé au § 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, le demandeur d'emploi peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm;
2° disposer au maximum du certificat d'enseignement secondaire du deuxième degré ou d'un titre équivalent;
3° avoir sa résidence principale en région de langue française; 4° faire partie d'une des catégories de public cible suivantes :
a) avoir terminé ou suivre durant l'année 2022 une formation qualifiante ou préqualifiante comportant au minimum 4 semaines sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle ou sous contrat de formation alternée au sens du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant;
b) avoir terminé ou suivre durant l'année 2022 une formation dans un centre d'insertion socioprofessionnelle (CISP);
c) avoir été ou être accompagné durant l'année 2022 par une mission régionale pour l'emploi ou par une structure d'accompagnement à l'autocréation d'emploi;
d) avoir bénéficié ou bénéficier, durant l'année 2022, du revenu d'intégration ou d'une aide sociale financière et avoir fait ou faire l'objet durant l'année 2022 d'actions d'accompagnement conjointes par un jobcoach du CPAS et un agent du FOREm dans le cadre de la convention-cadre entre le FOREm et les CPAS;
e) être sous contrat de travail dans le cadre des articles 60, § 7, et 61 de la loi du 8 juillet 1976 organique des Centres publics d'action sociale au moment de l'inscription dans l'école de conduite et avoir fait ou faire l'objet, durant l'année 2022, d'actions d'accompagnement conjointes par un jobcoach du CPAS et un agent FOREm dans le cadre de la convention cadre entre le FOREm et les CPAS;
f) avoir terminé ou suivre, durant l'année 2022, une formation qualifiante d'aide-ménagère sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle;
g) avoir suivi ou suivre durant l'année 2022 une formation qualifiante dans un centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité et avoir fait ou faire l'objet, durant l'année 2022, d'actions d'accompagnement dans le cadre de la convention entre le FOREm et l'AViQ;
h) avoir réussi son examen théorique du permis de conduire de catégorie B à la suite d'une formation " permis théorique " suivie en 2019, 2020, 2021 ou 2022 auprès d'un pouvoir public local, d'une association sans but lucratif subventionnée par la Région wallonne ou d'un établissement scolaire subventionné par la Communauté française et faire partie d'une des catégories de public cible visées aux points a), b), c), d), e), f) ou g).
Par dérogation à l'alinéa 1°, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, le demandeur d'emploi inoccupé qui peut bénéficier d'une formation pour le permis de conduire organisée par l'IFAPME en vertu de l'article 209 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 ou par le FOREm en vertu de l'article 232 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022. Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, le demandeur d'emploi inoccupé à qui un chèque permis de conduire a déjà été octroyé par le FOREm en 2020 ou en 2021.
Par formation préqualifiante, au sens de l'alinéa 1er, 4°, a), on entend une formation permettant d'acquérir les connaissances nécessaires pour s'inscrire dans un parcours de formation qualifiante.
Par formation qualifiante au sens de l'alinéa 1er, 4°, a), f) et g), on entend une formation menant à l'exercice d'un métier. Le suivi d'un module, d'un groupe de modules, d'une unité d'acquis d'apprentissage ou d'un groupe d'unités d'apprentissage d'une formation menant à l'exercice d'un métier est suffisant.
Pour l'application de la condition visée à l'alinéa 1er, 1°, les demandeurs d'emploi visés à l'alinéa 1er, 4°, e) sont assimilés à des demandeurs d'emploi inoccupés inscrits auprès du FOREm.
Le demandeur d'emploi éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le demandeur d'emploi est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le demandeur d'emploi est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° le demandeur d'emploi est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne les demandeurs d'emploi, répondant aux conditions visées au § 3, qui peuvent suivre la formation visée au § 1er, sur la base des critères suivants :
1° la motivation du candidat par rapport à la formation et par rapport à l'obtention du permis de conduire concerné notamment au regard du projet professionnel ou des démarches de recherche d'emploi du candidat, évaluée lors d'un entretien physique ou à distance;
2° la faisabilité de l'apprentissage par rapport aux moyens dont dispose le candidat pour suivre les cours, pour conduire pendant la période d'obtention du permis provisoire et pour avoir un véhicule à disposition;
3° l'accessibilité de sa résidence au regard des zones desservies par les transports en commun.
En ce qui concerne le candidat visé au § 3, alinéa 1er, 3°, b) et c), la sélection du candidat est concertée avec la mission régionale pour l'emploi ou le centre d'insertion socioprofessionnelle ou la structure d'accompagnement à l'autocréation d'emploi concernée.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, d) et e), la sélection du candidat est concertée avec le centre public d'action sociale concerné.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, g), la sélection du candidat est concertée avec le centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité concerné.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et 2°, b).
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a), 1er, 3e et 4e tiret.
§ 5. Pour entrer en formation, le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er.
§ 6. Les chèques permis de conduire octroyés dans le cadre d'une formation au permis de conduire organisée par le FOREm en 2020 sont prolongés jusqu'au 31 décembre 2022 aux tarifs applicables à partir du 1er juillet 2022 visés au § 2, alinéa 2, 3°, et uniquement pour les demandeurs d'emploi inoccupés ayant obtenu le permis de conduire théorique. ".
Art. 34. Het artikel 216 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
" § 1. Het IFAPME organiseert voor de leerlingen die zijn ingeschreven voor opleidingen binnen het IFAPME-netwerk, de toegang tot opleidingen die hen in staat stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° voor het rijbewijs categorie B:
een theoretische opleidingscomponent met 12 uur theoretische lessen,
een leerboek en de toegang tot een online oefenplatform;
a) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit:
- 30 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel bestaande uit:
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef;
- de kosten van de risicoperceptietest;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen; 2° voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
a) een theoretische opleidingscomponent met 12 uur theoretische lessen,
een leerboek en de toegang tot een online oefenplatform;
b) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit:
- 8 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel bestaande uit:
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
§ 2. Het IFAPME stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling de lijst op van erkende rijscholen waarbij de leerling de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door het IFAPME bepaalde voorwaarden en modaliteiten van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, met inbegrip van de facturatiemodaliteiten, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om te worden opgenomen in de in lid 1 bedoelde lijst, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief de handleiding en de toegang tot een online oefenplatform, voor een maximumbedrag van 112,5 euro (incl. btw) voor de uren geleverd op basis van de tot 30 juni 2022 afgegeven rijbewijscheques en € 150 (incl. btw) voor de uren geleverd op basis van de vanaf 1 juli 2022 afgegeven rijbewijscheques;
- 30 uur praktijklessen, voor een maximumbedrag van 1.680 euro (incl. btw) voor de uren geleverd op basis van de tot 30 juni 2022 afgegeven rijbewijscheques en 1.830 euro (incl. btw) voor de uren geleverd op basis van de vanaf 1 juli 2022 afgegeven rijbewijscheques;
- twee begeleidingen bij de praktijkexamens voor twee mogelijke tests, voor een maximumbedrag van 190 € (incl. btw) voor de begeleidingen uitgevoerd op basis van de tot 30 juni 2022 afgegeven rijbewijscheques en 210 euro (incl. btw) voor de begeleidingen uitgevoerd op basis van de vanaf 1 juli 2022 afgegeven rijbewijscheques;
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, voor een maximumbedrag van 100 € inclusief belastingen;
- 8 uur praktijkopleiding voor een maximumbedrag van 520 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen bij de praktijkexamens voor twee mogelijke tests, voor een maximumbedrag van 130 € inclusief belastingen;
4° de rijschool vergoedt de leerling de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens voor twee mogelijke tests;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktijkexamens voor twee mogelijke tests.
Het IFAPME deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke leerling die aan de in paragraaf 3 bedoelde voorwaarden beantwoord, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor de opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de leerling onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° ingeschreven zijn in een IFAPME-opleiding in de sectoren bouw, hout en elektrotechniek, waarvan de lijst door het IFAPME wordt opgesteld;
2° na een minimumduur van drie maanden, tussen 1 september 2021 en 30 november 2022, alternerende opleiding hebben gevolgd en een alternerende opleiding volgen op het ogenblik van de aanvraag tot opleiding voor het rijbewijs, volgens de modaliteiten bepaald door het IFAPME:
a) hetzij onder alternerende overeenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 2015 betreffende de alternerende overeenkomst;
b) hetzij in het kader van een stageovereenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 1998 betreffende de stageovereenkomst in het kader van de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen; 3° de leeftijd hebben van:
a) 15 jaar en 9 maanden voor het volgen van het theoretisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, lid 2, 2°, onder a), en het theoretisch examen bedoeld in § 1, lid 2, 2°, onder c), eerste streepje ;
b) 16 jaar voor het volgen van het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, b), en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, c), derde streepje ;
c) 17 jaar voor het volgen van de opleidingsonderdelen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°,
a) en b) en het theoretisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), eerst streepje;
d) van 18 jaar voor de risicoperceptietest et het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), 2° en 3° streepje;;
4° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied.
De minderjarige leerling moet de ouderlijke toestemming aan IFAPME bezorgen om de in § 1 bedoelde opleiding te kunnen volgen.
De leerling kan slechts één enkele opleiding volgen voor het rijbewijs bedoeld in § 1, alle categorieën inbegrepen.
De leerling kan een opleiding volgen voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b), en voor de risicoperceptietest en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje, indien hij reeds in het bezit is van een getuigschrift voor het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B.
De leerling die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in lid 1, kan niet genieten van de opleiding bedoeld in § 1, lid 2, 1° of 2°, indien hij zich met betrekking tot het rijbewijs waarvoor hij een opleiding aanvraagt bij het IFAPME in één van de volgende situaties bevindt:
1° de leerling is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de leerling is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de leerling is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Wanneer de leerling reeds in het bezit is van een geldig getuigschrift voor het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en 2°, b) en voor de risicoperceptietest en het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje en 2°, c), tweede streepje.
Wanneer de leerling reeds in het bezit is van een geldig getuigschrift voor het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lied, 1°, c), derde streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de leerling zich overeenkomstig § 4 in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst. ".
" § 1. Het IFAPME organiseert voor de leerlingen die zijn ingeschreven voor opleidingen binnen het IFAPME-netwerk, de toegang tot opleidingen die hen in staat stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° voor het rijbewijs categorie B:
een theoretische opleidingscomponent met 12 uur theoretische lessen,
een leerboek en de toegang tot een online oefenplatform;
a) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit:
- 30 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel bestaande uit:
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef;
- de kosten van de risicoperceptietest;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen; 2° voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
a) een theoretische opleidingscomponent met 12 uur theoretische lessen,
een leerboek en de toegang tot een online oefenplatform;
b) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit:
- 8 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel bestaande uit:
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
§ 2. Het IFAPME stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling de lijst op van erkende rijscholen waarbij de leerling de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door het IFAPME bepaalde voorwaarden en modaliteiten van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, met inbegrip van de facturatiemodaliteiten, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om te worden opgenomen in de in lid 1 bedoelde lijst, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief de handleiding en de toegang tot een online oefenplatform, voor een maximumbedrag van 112,5 euro (incl. btw) voor de uren geleverd op basis van de tot 30 juni 2022 afgegeven rijbewijscheques en € 150 (incl. btw) voor de uren geleverd op basis van de vanaf 1 juli 2022 afgegeven rijbewijscheques;
- 30 uur praktijklessen, voor een maximumbedrag van 1.680 euro (incl. btw) voor de uren geleverd op basis van de tot 30 juni 2022 afgegeven rijbewijscheques en 1.830 euro (incl. btw) voor de uren geleverd op basis van de vanaf 1 juli 2022 afgegeven rijbewijscheques;
- twee begeleidingen bij de praktijkexamens voor twee mogelijke tests, voor een maximumbedrag van 190 € (incl. btw) voor de begeleidingen uitgevoerd op basis van de tot 30 juni 2022 afgegeven rijbewijscheques en 210 euro (incl. btw) voor de begeleidingen uitgevoerd op basis van de vanaf 1 juli 2022 afgegeven rijbewijscheques;
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, voor een maximumbedrag van 100 € inclusief belastingen;
- 8 uur praktijkopleiding voor een maximumbedrag van 520 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen bij de praktijkexamens voor twee mogelijke tests, voor een maximumbedrag van 130 € inclusief belastingen;
4° de rijschool vergoedt de leerling de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens voor twee mogelijke tests;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktijkexamens voor twee mogelijke tests.
Het IFAPME deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke leerling die aan de in paragraaf 3 bedoelde voorwaarden beantwoord, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor de opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de leerling onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° ingeschreven zijn in een IFAPME-opleiding in de sectoren bouw, hout en elektrotechniek, waarvan de lijst door het IFAPME wordt opgesteld;
2° na een minimumduur van drie maanden, tussen 1 september 2021 en 30 november 2022, alternerende opleiding hebben gevolgd en een alternerende opleiding volgen op het ogenblik van de aanvraag tot opleiding voor het rijbewijs, volgens de modaliteiten bepaald door het IFAPME:
a) hetzij onder alternerende overeenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 2015 betreffende de alternerende overeenkomst;
b) hetzij in het kader van een stageovereenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 1998 betreffende de stageovereenkomst in het kader van de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen; 3° de leeftijd hebben van:
a) 15 jaar en 9 maanden voor het volgen van het theoretisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, lid 2, 2°, onder a), en het theoretisch examen bedoeld in § 1, lid 2, 2°, onder c), eerste streepje ;
b) 16 jaar voor het volgen van het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, b), en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, c), derde streepje ;
c) 17 jaar voor het volgen van de opleidingsonderdelen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°,
a) en b) en het theoretisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), eerst streepje;
d) van 18 jaar voor de risicoperceptietest et het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), 2° en 3° streepje;;
4° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied.
De minderjarige leerling moet de ouderlijke toestemming aan IFAPME bezorgen om de in § 1 bedoelde opleiding te kunnen volgen.
De leerling kan slechts één enkele opleiding volgen voor het rijbewijs bedoeld in § 1, alle categorieën inbegrepen.
De leerling kan een opleiding volgen voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b), en voor de risicoperceptietest en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje, indien hij reeds in het bezit is van een getuigschrift voor het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B.
De leerling die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in lid 1, kan niet genieten van de opleiding bedoeld in § 1, lid 2, 1° of 2°, indien hij zich met betrekking tot het rijbewijs waarvoor hij een opleiding aanvraagt bij het IFAPME in één van de volgende situaties bevindt:
1° de leerling is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de leerling is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de leerling is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Wanneer de leerling reeds in het bezit is van een geldig getuigschrift voor het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en 2°, b) en voor de risicoperceptietest en het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje en 2°, c), tweede streepje.
Wanneer de leerling reeds in het bezit is van een geldig getuigschrift voor het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lied, 1°, c), derde streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de leerling zich overeenkomstig § 4 in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst. ".
Art. 34. L'article 216 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" § 1er. L'IFAPME organise, pour les apprenants inscrits en formation au sein du Réseau IFAPME, l'accès à une formation leur permettant d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er comprend :
1° pour le permis de conduire catégorie B :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques,
la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
b) un volet formation pratique comprenant :
- 30 heures de cours pratiques;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec de l'apprenant au 1er examen pratique;
c) un volet examen comprenant :
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec de l'apprenant à la première épreuve théorique;
- les frais du test de perception des risques;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique; 2° pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques,
la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en lignes;
b) un volet formation pratique comprenant :
- 8 heures de cours pratique;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique;
c) un volet examen comprenant :
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec de l'apprenant à la première épreuve théorique;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique.
§ 2. L'IFAPME établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles l'apprenant peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, en ce compris les modalités de facturation, déterminées par l'IFAPME, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel et donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 112,5 euros TTC pour les heures dispensées sur base des chèques - permis délivrés jusqu'au 30 juin 2022 et 150 euros TTC pour les heures dispensées sur base des chèques - permis délivrés à partir du 1er juillet 2022;
- 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1.680 euros TTC pour les heures dispensées sur base des chèques - permis délivrés jusqu'au 30 juin 2022 et 1.830 euros TTC pour les heures dispensées sur base des chèques - permis délivrés à partir du 1er juillet 2022;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 190 euros TTC pour les accompagnements réalisés sur base des chèques - permis délivrés jusqu'au 30 juin 2022 et 210 euros TTC pour les accompagnements réalisés sur base des chèques - permis délivrés à partir du 1er juillet 2022;
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
- 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse à l'apprenant les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
L'IFAPME communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque apprenant répondant aux conditions visées au paragraphe 3 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, l'apprenant peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être inscrit dans une formation IFAPME dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électrotechnique, dont la liste est arrêtée par l'IFAPME;
2° après avoir cumulé une durée minimale d'alternance de trois mois, entre le 1er septembre 2021 et le 30 novembre 2022 et être en alternance au moment de l'introduction de la demande de formation au permis de conduire, selon les modalités déterminées par l'IFAPME :
a) soit sous contrat d'alternance au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 2015 relatif aux contrat d'alternance;
b) soit sous convention de stage au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 1998 relatif à la convention de stage dans la formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes entreprises; 3° être âgé :
a) de 15 ans et 9 mois pour le suivi du volet de formation théorique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a), et la présentation de l'épreuve théorique visée au § 1er, alinéa 2, 2°, c), 1er tiret;
b) de 16 ans pour le suivi du volet de formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, b), et la présentation de l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, c), 3e tiret;
c) de 17 ans pour le suivi des volets de formation visés au § 1er, alinéa 2, 1°,
a) et b) et la présentation de l'épreuve théorique visée au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 1er tiret;
d) de 18 ans pour la présentation du test de perception des risques et de l'examen pratique visés au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tirets;
4° avoir sa résidence principale en région de langue française.
L'apprenant mineur est tenu de communiquer à l'IFAPME une autorisation parentale pour bénéficier de la formation visée au § 1er.
L'apprenant ne peut bénéficier que d'une seule formation pour le permis de conduire visée au § 1er, toutes catégories confondues.
L'apprenant peut bénéficier de la formation pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b), et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tirets, s'il est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B.
L'apprenant éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès de l'IFAPME, dans une des situations suivantes :
1° l'apprenant est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° l'apprenant est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° l'apprenant est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Lorsque l'apprenant est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b), et 2°, b), et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tiret et 2°, c), 2e tiret.
Lorsque l'apprenant est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b), et pour l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 3e tiret.
§ 5. Pour entrer en formation, l'apprenant, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er. ".
" § 1er. L'IFAPME organise, pour les apprenants inscrits en formation au sein du Réseau IFAPME, l'accès à une formation leur permettant d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er comprend :
1° pour le permis de conduire catégorie B :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques,
la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
b) un volet formation pratique comprenant :
- 30 heures de cours pratiques;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec de l'apprenant au 1er examen pratique;
c) un volet examen comprenant :
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec de l'apprenant à la première épreuve théorique;
- les frais du test de perception des risques;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique; 2° pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques,
la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en lignes;
b) un volet formation pratique comprenant :
- 8 heures de cours pratique;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique;
c) un volet examen comprenant :
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec de l'apprenant à la première épreuve théorique;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique.
§ 2. L'IFAPME établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles l'apprenant peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, en ce compris les modalités de facturation, déterminées par l'IFAPME, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel et donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 112,5 euros TTC pour les heures dispensées sur base des chèques - permis délivrés jusqu'au 30 juin 2022 et 150 euros TTC pour les heures dispensées sur base des chèques - permis délivrés à partir du 1er juillet 2022;
- 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1.680 euros TTC pour les heures dispensées sur base des chèques - permis délivrés jusqu'au 30 juin 2022 et 1.830 euros TTC pour les heures dispensées sur base des chèques - permis délivrés à partir du 1er juillet 2022;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 190 euros TTC pour les accompagnements réalisés sur base des chèques - permis délivrés jusqu'au 30 juin 2022 et 210 euros TTC pour les accompagnements réalisés sur base des chèques - permis délivrés à partir du 1er juillet 2022;
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
- 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse à l'apprenant les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
L'IFAPME communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque apprenant répondant aux conditions visées au paragraphe 3 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, l'apprenant peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être inscrit dans une formation IFAPME dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électrotechnique, dont la liste est arrêtée par l'IFAPME;
2° après avoir cumulé une durée minimale d'alternance de trois mois, entre le 1er septembre 2021 et le 30 novembre 2022 et être en alternance au moment de l'introduction de la demande de formation au permis de conduire, selon les modalités déterminées par l'IFAPME :
a) soit sous contrat d'alternance au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 2015 relatif aux contrat d'alternance;
b) soit sous convention de stage au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 1998 relatif à la convention de stage dans la formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes entreprises; 3° être âgé :
a) de 15 ans et 9 mois pour le suivi du volet de formation théorique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a), et la présentation de l'épreuve théorique visée au § 1er, alinéa 2, 2°, c), 1er tiret;
b) de 16 ans pour le suivi du volet de formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, b), et la présentation de l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, c), 3e tiret;
c) de 17 ans pour le suivi des volets de formation visés au § 1er, alinéa 2, 1°,
a) et b) et la présentation de l'épreuve théorique visée au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 1er tiret;
d) de 18 ans pour la présentation du test de perception des risques et de l'examen pratique visés au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tirets;
4° avoir sa résidence principale en région de langue française.
L'apprenant mineur est tenu de communiquer à l'IFAPME une autorisation parentale pour bénéficier de la formation visée au § 1er.
L'apprenant ne peut bénéficier que d'une seule formation pour le permis de conduire visée au § 1er, toutes catégories confondues.
L'apprenant peut bénéficier de la formation pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b), et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tirets, s'il est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B.
L'apprenant éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès de l'IFAPME, dans une des situations suivantes :
1° l'apprenant est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° l'apprenant est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° l'apprenant est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Lorsque l'apprenant est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b), et 2°, b), et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tiret et 2°, c), 2e tiret.
Lorsque l'apprenant est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b), et pour l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 3e tiret.
§ 5. Pour entrer en formation, l'apprenant, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er. ".
Art. 35. Het artikel 218 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
" § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen organiseert de FOREm opleidingen ten behoeve van werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques, zoals gedefinieerd in artikel 7bis van de wet van 20 juli 2001, met het oog op de bevordering van de ontwikkeling van de buurtdiensten en-banen, met het oog op het behalen van een rijbewijs categorie B.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° een cheque "theoretisch rijbewijs" die het volgende omvat:
- 12 uur theorie, een leerboek en toegang tot een online oefenplatform;
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef;
- de kosten van de risicoperceptietest;
2° een cheque "praktisch rijbewijs" die het volgende omvat:
- 30 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
De cheques bedoeld in lid 2, 1° en 2°, zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen door de FOREm tegelijkertijd in één en dezelfde beslissing worden toegekend.
§ 2. De FOREm stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling de lijst op van de erkende rijscholen waarbij de in paragraaf 5 bedoelde werknemer de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door de FOREm bepaalde voorwaarden en modaliteiten van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om te worden opgenomen in de in lid 1 bedoelde lijst, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe op opleidingen die worden gevolgd op basis van een cheque als bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, die in 2022 afgegeven is:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, voor een maximumbedrag van 150 € inclusief belastingen;
- 30 uur praktijkopleiding voor een maximumbedrag van 1830 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen bij de praktijkexamens voor twee mogelijke tests, voor een maximumbedrag van 210 € inclusief belastingen; 4° de rijschool betaalt de werknemer terug:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische proef, voor 2 mogelijke proeven, tot maximum 15 euro per proef, inclusief belastingen;
b) de inschrijvingskosten voor de risicoperceptietest, tot maximum 15 EUR inclusief belastingen ;
c) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens, voor 2 mogelijke tests, tot maximum 36 euro per test, inclusief belastingen.
De Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werknemer overeenkomstig paragraaf 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B.
§ 3. Onverminderd de paragrafen 4 en 5, kan de werknemer onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een werknemer zijn met een arbeidsovereenkomst dienstencheques die in het Waalse Gewest woont;
2° tewerkgesteld zijn in een erkende dienstencheque-onderneming bedoeld in artikel 2, § 1, 6°, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, waarvan de maatschappelijke zetel in het Waals Gewest is gevestigd;
3° ten minste 6 maanden anciënniteit hebben in de in 2° bedoelde onderneming;
4° gedurende de laatste drie jaar jaarlijks ten minste één buurtwerk of -dienst hebben uitgevoerd die aanleiding geeft tot de toekenning van een dienstencheque.
De werknemer kan slechts eenmaal de in § 1 bedoelde opleiding volgen.
De werknemer die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, wanneer hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van de FOREm aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werknemer is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de werknemer is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de werknemer is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. De in vorige paragraaf bedoelde werknemers vragen de afgifte van de rijbewijsopleiding uitsluitend aan met behulp van het daartoe door de FOREm opgestelde elektronische formulier. De FOREm bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen 10 dagen.
Indien de aanvraag onvolledig is, vraagt de FOREm de ontbrekende elementen op bij de werknemer, die tien dagen heeft om zijn aanvraag aan te vullen.
Wanneer de aanvraag niet binnen de in lid 2 genoemde termijn door de werknemer wordt ingevuld, wordt de werknemer door de FOREm binnen 30 dagen na de datum van indiening van het opleidingsaanvraagformulier in kennis gesteld van het besluit om de aanvraag zonder gevolg te klasseren.
§ 5. Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingsmiddelen selecteert de FOREm de werknemer die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in § 3, die de subsidie overeenkomstig § 4 heeft aangevraagd, en die de opleiding bedoeld in § 1 kan volgen.
Binnen dezelfde erkende onderneming kan de opleiding worden gevolgd door maximaal twee werknemers die via een arbeidsovereenkomst dienstencheque met elkaar verbonden zijn. De FOREm controleert deze voorwaarde alvorens over te gaan tot de in lid 1 bedoelde selectie.
Voor de in lid 1 bedoelde selectie gaat de FOREm te werk in de chronologische volgorde van indiening van de aanvragen, rekening houdende met de dag, het uur en de minuut van indiening of van codering.
Indien de door de Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig getuigschrift van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B, wordt de opleiding enkel gegeven voor de in § 1, lid 2, 1°, 3° streepje bedoelde risicoperceptietest en het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°.
Indien de door de Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig getuigschrift van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°.
§ 6. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door de Forem overeenkomstig § 5 geselecteerde werknemer zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.".
" § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen organiseert de FOREm opleidingen ten behoeve van werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques, zoals gedefinieerd in artikel 7bis van de wet van 20 juli 2001, met het oog op de bevordering van de ontwikkeling van de buurtdiensten en-banen, met het oog op het behalen van een rijbewijs categorie B.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° een cheque "theoretisch rijbewijs" die het volgende omvat:
- 12 uur theorie, een leerboek en toegang tot een online oefenplatform;
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef;
- de kosten van de risicoperceptietest;
2° een cheque "praktisch rijbewijs" die het volgende omvat:
- 30 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
De cheques bedoeld in lid 2, 1° en 2°, zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen door de FOREm tegelijkertijd in één en dezelfde beslissing worden toegekend.
§ 2. De FOREm stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling de lijst op van de erkende rijscholen waarbij de in paragraaf 5 bedoelde werknemer de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door de FOREm bepaalde voorwaarden en modaliteiten van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om te worden opgenomen in de in lid 1 bedoelde lijst, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe op opleidingen die worden gevolgd op basis van een cheque als bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, die in 2022 afgegeven is:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, voor een maximumbedrag van 150 € inclusief belastingen;
- 30 uur praktijkopleiding voor een maximumbedrag van 1830 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen bij de praktijkexamens voor twee mogelijke tests, voor een maximumbedrag van 210 € inclusief belastingen; 4° de rijschool betaalt de werknemer terug:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische proef, voor 2 mogelijke proeven, tot maximum 15 euro per proef, inclusief belastingen;
b) de inschrijvingskosten voor de risicoperceptietest, tot maximum 15 EUR inclusief belastingen ;
c) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens, voor 2 mogelijke tests, tot maximum 36 euro per test, inclusief belastingen.
De Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werknemer overeenkomstig paragraaf 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B.
§ 3. Onverminderd de paragrafen 4 en 5, kan de werknemer onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een werknemer zijn met een arbeidsovereenkomst dienstencheques die in het Waalse Gewest woont;
2° tewerkgesteld zijn in een erkende dienstencheque-onderneming bedoeld in artikel 2, § 1, 6°, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, waarvan de maatschappelijke zetel in het Waals Gewest is gevestigd;
3° ten minste 6 maanden anciënniteit hebben in de in 2° bedoelde onderneming;
4° gedurende de laatste drie jaar jaarlijks ten minste één buurtwerk of -dienst hebben uitgevoerd die aanleiding geeft tot de toekenning van een dienstencheque.
De werknemer kan slechts eenmaal de in § 1 bedoelde opleiding volgen.
De werknemer die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, wanneer hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van de FOREm aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werknemer is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de werknemer is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de werknemer is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. De in vorige paragraaf bedoelde werknemers vragen de afgifte van de rijbewijsopleiding uitsluitend aan met behulp van het daartoe door de FOREm opgestelde elektronische formulier. De FOREm bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen 10 dagen.
Indien de aanvraag onvolledig is, vraagt de FOREm de ontbrekende elementen op bij de werknemer, die tien dagen heeft om zijn aanvraag aan te vullen.
Wanneer de aanvraag niet binnen de in lid 2 genoemde termijn door de werknemer wordt ingevuld, wordt de werknemer door de FOREm binnen 30 dagen na de datum van indiening van het opleidingsaanvraagformulier in kennis gesteld van het besluit om de aanvraag zonder gevolg te klasseren.
§ 5. Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingsmiddelen selecteert de FOREm de werknemer die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in § 3, die de subsidie overeenkomstig § 4 heeft aangevraagd, en die de opleiding bedoeld in § 1 kan volgen.
Binnen dezelfde erkende onderneming kan de opleiding worden gevolgd door maximaal twee werknemers die via een arbeidsovereenkomst dienstencheque met elkaar verbonden zijn. De FOREm controleert deze voorwaarde alvorens over te gaan tot de in lid 1 bedoelde selectie.
Voor de in lid 1 bedoelde selectie gaat de FOREm te werk in de chronologische volgorde van indiening van de aanvragen, rekening houdende met de dag, het uur en de minuut van indiening of van codering.
Indien de door de Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig getuigschrift van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B, wordt de opleiding enkel gegeven voor de in § 1, lid 2, 1°, 3° streepje bedoelde risicoperceptietest en het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°.
Indien de door de Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig getuigschrift van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°.
§ 6. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door de Forem overeenkomstig § 5 geselecteerde werknemer zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.".
Art. 35. L'article 218 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" § 1er. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm organise des formations au bénéfice de travailleurs liés par un contrat de travail titres-services, tel que défini par l'article 7bis de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B.
La formation visée à l'alinéa 1er se compose de :
1° un chèque " permis de conduire théorique " qui comprend :
- 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec à la première épreuve théorique;
- les frais du test de perception des risques;
2° un chèque " permis de conduire pratique " qui comprend :
- 30 heures de cours pratiques;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
Les chèques visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, sont indépendamment l'un de l'autre et peuvent être octroyés en même temps par le FOREm dans une seule et même décision.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêt, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le travailleur visé au paragraphe 5 peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant aux formations réalisées sur la base d'un chèque visé au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, délivré en 2022 :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
- 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1830 euros TTC;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 210 euros TTC; 4° l'école de conduite rembourse au travailleur :
a) les frais d'inscription à l'examen théorique, à raison de 2 essais possibles, à concurrence de 15 euros TTC par test;
b) les frais d'inscription au test de perception des risques, à concurrence de 15 euros TTC;
c) les frais d'inscription aux examens théoriques, à raison de deux essais possibles, à concurrence de 36 euros TTC par test.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque travailleur sélectionné conformément au paragraphe 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B.
§ 3. Sans préjudice des paragraphes 4 et 5, le travailleur peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un travailleur sous contrat de travail titres-services dont la résidence est située en région wallonne;
2° être occupé au sein d'une entreprise agréée en titres-services visée à l'article 2, § 1er, 6°, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité dont le siège social est situé en Région wallonne ;
3° avoir minimum 6 mois d'ancienneté au sein de l'entreprise visée au 2° ;
4° avoir effectué au minimum une prestation de travaux ou services de proximité donnant lieu à l'octroi d'un titre-service chaque année durant les trois dernières années.
Le travailleur ne peut bénéficier qu'une seule fois de la formation visée au § 1er.
Le travailleur éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le travailleur est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le travailleur est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° le travailleur est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Les travailleurs visés au paragraphe précédent sollicitent l'octroi de la formation au permis de conduire au moyen exclusif du formulaire électronique établi à cet effet par le FOREm. Le FOREm accuse réception de la demande dans un délai de 10 jours.
Lorsque la demande est incomplète, le FOREm réclame les éléments manquants au travailleur qui dispose de 10 jours pour compléter sa demande.
La demande qui n'est pas complétée par le travailleur dans le délai visé à l'alinéa 2 fait l'objet d'une décision de classement sans suite notifiée au travailleur, par le FOREm, dans les 30 jours à dater de l'introduction du formulaire de demande de formation.
§ 5. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne le travailleur, répondant aux conditions visées au § 3 et ayant sollicité le bénéfice de la subvention conformément au paragraphe 4, qui peut suivre la formation visée au § 1er.
Au sein d'une même entreprise agréée, la formation peut être suivie par maximum deux travailleurs liés par un contrat de travail titres-services. Le FOREm vérifie cette condition avant de procéder à la sélection visée à l'alinéa 1er.
Pour la sélection visée à l'alinéa 1er, le FOREm procède dans l'ordre chronologique de l'introduction des demandes, en tenant compte du jour, de l'heure et de la minute d'introduction ou encodage.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le test de perception des risques visé au § 1er, alinéa 2, 1°, 3e tiret, et le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°.
§ 6. Pour entrer en formation, le travailleur sélectionné par le FOREm, conformément au paragraphe 5, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er. ".
" § 1er. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm organise des formations au bénéfice de travailleurs liés par un contrat de travail titres-services, tel que défini par l'article 7bis de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B.
La formation visée à l'alinéa 1er se compose de :
1° un chèque " permis de conduire théorique " qui comprend :
- 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec à la première épreuve théorique;
- les frais du test de perception des risques;
2° un chèque " permis de conduire pratique " qui comprend :
- 30 heures de cours pratiques;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
Les chèques visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, sont indépendamment l'un de l'autre et peuvent être octroyés en même temps par le FOREm dans une seule et même décision.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêt, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le travailleur visé au paragraphe 5 peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant aux formations réalisées sur la base d'un chèque visé au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, délivré en 2022 :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
- 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1830 euros TTC;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 210 euros TTC; 4° l'école de conduite rembourse au travailleur :
a) les frais d'inscription à l'examen théorique, à raison de 2 essais possibles, à concurrence de 15 euros TTC par test;
b) les frais d'inscription au test de perception des risques, à concurrence de 15 euros TTC;
c) les frais d'inscription aux examens théoriques, à raison de deux essais possibles, à concurrence de 36 euros TTC par test.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque travailleur sélectionné conformément au paragraphe 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B.
§ 3. Sans préjudice des paragraphes 4 et 5, le travailleur peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un travailleur sous contrat de travail titres-services dont la résidence est située en région wallonne;
2° être occupé au sein d'une entreprise agréée en titres-services visée à l'article 2, § 1er, 6°, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité dont le siège social est situé en Région wallonne ;
3° avoir minimum 6 mois d'ancienneté au sein de l'entreprise visée au 2° ;
4° avoir effectué au minimum une prestation de travaux ou services de proximité donnant lieu à l'octroi d'un titre-service chaque année durant les trois dernières années.
Le travailleur ne peut bénéficier qu'une seule fois de la formation visée au § 1er.
Le travailleur éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le travailleur est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le travailleur est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° le travailleur est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Les travailleurs visés au paragraphe précédent sollicitent l'octroi de la formation au permis de conduire au moyen exclusif du formulaire électronique établi à cet effet par le FOREm. Le FOREm accuse réception de la demande dans un délai de 10 jours.
Lorsque la demande est incomplète, le FOREm réclame les éléments manquants au travailleur qui dispose de 10 jours pour compléter sa demande.
La demande qui n'est pas complétée par le travailleur dans le délai visé à l'alinéa 2 fait l'objet d'une décision de classement sans suite notifiée au travailleur, par le FOREm, dans les 30 jours à dater de l'introduction du formulaire de demande de formation.
§ 5. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne le travailleur, répondant aux conditions visées au § 3 et ayant sollicité le bénéfice de la subvention conformément au paragraphe 4, qui peut suivre la formation visée au § 1er.
Au sein d'une même entreprise agréée, la formation peut être suivie par maximum deux travailleurs liés par un contrat de travail titres-services. Le FOREm vérifie cette condition avant de procéder à la sélection visée à l'alinéa 1er.
Pour la sélection visée à l'alinéa 1er, le FOREm procède dans l'ordre chronologique de l'introduction des demandes, en tenant compte du jour, de l'heure et de la minute d'introduction ou encodage.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le test de perception des risques visé au § 1er, alinéa 2, 1°, 3e tiret, et le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°.
§ 6. Pour entrer en formation, le travailleur sélectionné par le FOREm, conformément au paragraphe 5, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er. ".
Art. 36. Het artikel 232 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
" § 1. De FOREm organiseert opleidingen om werkzoekenden in staat te stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat: 1° een cheque "theoretisch rijbewijs" die omvat: a) voor het rijbewijs van categorie B:
- 12 uur theorie, een leerboek en toegang tot een online oefenplatform;
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef;
- de kosten van de risicoperceptietest;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
- 12 uur theorie, een leerboek en toegang tot een online oefenplatform;
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef; 2° een cheque "praktisch rijbewijs" die omvat: a) voor het rijbewijs van categorie B: - 30 uur praktijklessen;
- de kosten van de risicoperceptietest;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
- 8 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
De cheques bedoeld in lid 2, 1° en 2°, zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen door de FOREm tegelijkertijd in één en dezelfde beslissing worden toegekend.
§ 2. De Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling de lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door de FOREm bepaalde voorwaarden en modaliteiten van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om te worden opgenomen in de in lid 1 bedoelde lijst, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief de handleiding die toegang geeft tot een online oefenplatform, voor een maximumbedrag van 112,5 euro (incl. btw) tot 30 juni 2022 en 150 euro (incl. btw) vanaf 1 juli 2022;
- 30 uur praktijkopleiding voor een maximumbedrag van 1680 euro (incl. btw) tot 30 juni 2022 en 1830 euro (incl. btw) vanaf 1 juli 2022;
- twee begeleidingen bij de praktijkexamens voor twee mogelijke tests, voor een maximumbedrag van 190 € inclusief belastingen tot 30 juni 2022, en 210 euro inclusief belastingen vanaf 1 juli 2022;
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, voor een maximumbedrag van 100 € inclusief belastingen;
- 8 uur praktijkopleiding voor een maximumbedrag van 520 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen bij de praktijkexamens voor twee mogelijke tests, voor een maximumbedrag van 130 € inclusief belastingen;
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens voor twee mogelijke tests;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktijkexamens voor twee mogelijke tests.
De tarieven bedoeld in lid 2, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door de FOREm.
De Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor de opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij de Forem;
2° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied;
3° een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of in de loop van het jaar 2022 zullen volgen, die leidt tot een beroep in de bouw-, hout- en elektriciteitssector waaraan een tekort bestaat en waarvan de lijst door de FOREm wordt vastgesteld, en die ten minste vier weken duurt in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst opleiding-inschakeling met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst voor alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien.
In afwijking van lid 1 zijn niet-werkende werkzoekenden die in aanmerking komen voor een opleiding voor een rijbewijs, georganiseerd door het "IFAPME" overeenkomstig artikel 209 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022, uitgesloten van de in paragraaf 1 bedoelde opleiding.
Onder "kwalificerende opleiding" in de zin van het eerste lid, 3°, a), wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. De deelname aan een module, een groep modules, een leereenheid of een groep leereenheden van een opleiding die tot de uitoefening van een beroep leidt, is voldoende.
De in lid 1, 3°, a) bedoelde lijst is van toepassing op de dag van de inschrijving voor de in de overeenkomst inzake alternerende opleiding vermelde opleiding of van de toegang tot de in de overeenkomst inzake alternerende opleiding vermelde opleiding.
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in lid 1, kan niet genieten van de opleiding bedoeld in § 1, lid 2, 1° of 2°, indien hij zich met betrekking tot het rijbewijs waarvoor hij een opleiding aanvraagt bij de "FOREm" in één van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de werkzoekende is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert de "Forem" werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het beroepsproject of het aanpak van de kandidaat in het zoeken naar werk, beoordeeld tijdens een gesprek ter plaatse of op afstand;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Indien de door de Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig getuigschrift van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a) en 2°, b).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig getuigschrift van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a), 1°, 3° en 4° streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst. ".
" § 1. De FOREm organiseert opleidingen om werkzoekenden in staat te stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat: 1° een cheque "theoretisch rijbewijs" die omvat: a) voor het rijbewijs van categorie B:
- 12 uur theorie, een leerboek en toegang tot een online oefenplatform;
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef;
- de kosten van de risicoperceptietest;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
- 12 uur theorie, een leerboek en toegang tot een online oefenplatform;
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef; 2° een cheque "praktisch rijbewijs" die omvat: a) voor het rijbewijs van categorie B: - 30 uur praktijklessen;
- de kosten van de risicoperceptietest;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
- 8 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
De cheques bedoeld in lid 2, 1° en 2°, zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen door de FOREm tegelijkertijd in één en dezelfde beslissing worden toegekend.
§ 2. De Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling de lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door de FOREm bepaalde voorwaarden en modaliteiten van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om te worden opgenomen in de in lid 1 bedoelde lijst, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief de handleiding die toegang geeft tot een online oefenplatform, voor een maximumbedrag van 112,5 euro (incl. btw) tot 30 juni 2022 en 150 euro (incl. btw) vanaf 1 juli 2022;
- 30 uur praktijkopleiding voor een maximumbedrag van 1680 euro (incl. btw) tot 30 juni 2022 en 1830 euro (incl. btw) vanaf 1 juli 2022;
- twee begeleidingen bij de praktijkexamens voor twee mogelijke tests, voor een maximumbedrag van 190 € inclusief belastingen tot 30 juni 2022, en 210 euro inclusief belastingen vanaf 1 juli 2022;
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, voor een maximumbedrag van 100 € inclusief belastingen;
- 8 uur praktijkopleiding voor een maximumbedrag van 520 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen bij de praktijkexamens voor twee mogelijke tests, voor een maximumbedrag van 130 € inclusief belastingen;
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens voor twee mogelijke tests;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktijkexamens voor twee mogelijke tests.
De tarieven bedoeld in lid 2, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door de FOREm.
De Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor de opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij de Forem;
2° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied;
3° een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of in de loop van het jaar 2022 zullen volgen, die leidt tot een beroep in de bouw-, hout- en elektriciteitssector waaraan een tekort bestaat en waarvan de lijst door de FOREm wordt vastgesteld, en die ten minste vier weken duurt in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst opleiding-inschakeling met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst voor alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien.
In afwijking van lid 1 zijn niet-werkende werkzoekenden die in aanmerking komen voor een opleiding voor een rijbewijs, georganiseerd door het "IFAPME" overeenkomstig artikel 209 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022, uitgesloten van de in paragraaf 1 bedoelde opleiding.
Onder "kwalificerende opleiding" in de zin van het eerste lid, 3°, a), wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. De deelname aan een module, een groep modules, een leereenheid of een groep leereenheden van een opleiding die tot de uitoefening van een beroep leidt, is voldoende.
De in lid 1, 3°, a) bedoelde lijst is van toepassing op de dag van de inschrijving voor de in de overeenkomst inzake alternerende opleiding vermelde opleiding of van de toegang tot de in de overeenkomst inzake alternerende opleiding vermelde opleiding.
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in lid 1, kan niet genieten van de opleiding bedoeld in § 1, lid 2, 1° of 2°, indien hij zich met betrekking tot het rijbewijs waarvoor hij een opleiding aanvraagt bij de "FOREm" in één van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de werkzoekende is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert de "Forem" werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het beroepsproject of het aanpak van de kandidaat in het zoeken naar werk, beoordeeld tijdens een gesprek ter plaatse of op afstand;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Indien de door de Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig getuigschrift van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a) en 2°, b).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig getuigschrift van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a), 1°, 3° en 4° streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst. ".
Art. 36. L'article 232 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" § 1er. Le FOREm organise des formations pour permettre aux demandeurs d'emploi d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er se compose de : 1° un chèque " permis de conduire théorique " qui comprend : a) pour le permis de conduire catégorie B :
- 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
- les frais du test de perception des risques;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
- 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique; 2° un chèque " permis de conduire pratique " qui comprend : a) pour le permis de conduire catégorie B : - 30 heures de cours pratiques;
- les frais du test de perception des risques;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
- 8 heures de cours pratique;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
Les chèques visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, sont indépendamment l'un de l'autre et peuvent être octroyés en même temps par le FOREm dans une seule et même décision.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le demandeur d'emploi peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 112,5 euros TTC jusqu'au 30 juin 2022 et 150 euros TTC à partir du 1er juillet 2022;
- 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1680 euros TTC jusqu'au 30 juin 2022 et 1830 euros TTC à partir du 1er juillet 2022;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 190 euros TTC jusqu'au 30 juin 2022 et 210 euros TTC à partir du 1er juillet 2022;
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
- 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse au demandeur d'emploi les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par le FOREm.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque demandeur d'emploi sélectionné visé au § 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, le demandeur d'emploi peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm;
2° avoir sa résidence principale en région de langue française;
3° avoir terminé ou suivre durant l'année 2022 une formation qualifiante menant à un métier en pénurie de main d'oeuvre dans le secteur de la construction, du bois et de l'électricité dont la liste est arrêtée par le FOREm, comportant au minimum 4 semaines sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle ou sous contrat de formation alternée au sens du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au § 1er, le demandeur d'emploi inoccupé qui peut bénéficier d'une formation pour le permis de conduire organisée par l'IFAPME en vertu de l'article 209 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022.
Par formation qualifiante au sens de l'alinéa 1er, 3°, a), on entend une formation menant à l'exercice d'un métier. Le suivi d'un module, d'un groupe de modules, d'une unité d'acquis d'apprentissage ou d'un groupe d'unités d'apprentissage d'une formation menant à l'exercice d'un métier est suffisant.
La liste visée à l'alinéa 1er, 3°, a), est d'application au jour de l'inscription à la formation mentionnée dans le contrat de la formation alternée ou de l'entrée en formation mentionnée dans le contrat de la formation alternée.
Le demandeur d'emploi éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le demandeur d'emploi est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique ;
2° le demandeur d'emploi est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° le demandeur d'emploi est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne les demandeurs d'emploi, répondant aux conditions visées au § 3, qui peuvent suivre la formation visée au § 1er, sur la base des critères suivants :
1° la motivation du candidat par rapport à la formation et par rapport à l'obtention du permis de conduire concerné notamment au regard du projet professionnel ou des démarches de recherche d'emploi du candidat, évaluée lors d'un entretien physique ou à distance;
2° la faisabilité de l'apprentissage par rapport aux moyens dont dispose le candidat pour suivre les cours, pour conduire pendant la période d'obtention du permis provisoire et pour avoir un véhicule à disposition;
3° l'accessibilité de sa résidence au regard des zones desservies par les transports en commun.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et 2°, b).
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a), 1er, 3e et 4e tiret.
§ 5. Pour entrer en formation, le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er. ".
" § 1er. Le FOREm organise des formations pour permettre aux demandeurs d'emploi d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er se compose de : 1° un chèque " permis de conduire théorique " qui comprend : a) pour le permis de conduire catégorie B :
- 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
- les frais du test de perception des risques;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
- 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique; 2° un chèque " permis de conduire pratique " qui comprend : a) pour le permis de conduire catégorie B : - 30 heures de cours pratiques;
- les frais du test de perception des risques;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
- 8 heures de cours pratique;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
Les chèques visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, sont indépendamment l'un de l'autre et peuvent être octroyés en même temps par le FOREm dans une seule et même décision.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le demandeur d'emploi peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 112,5 euros TTC jusqu'au 30 juin 2022 et 150 euros TTC à partir du 1er juillet 2022;
- 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1680 euros TTC jusqu'au 30 juin 2022 et 1830 euros TTC à partir du 1er juillet 2022;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 190 euros TTC jusqu'au 30 juin 2022 et 210 euros TTC à partir du 1er juillet 2022;
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
- 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse au demandeur d'emploi les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par le FOREm.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque demandeur d'emploi sélectionné visé au § 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, le demandeur d'emploi peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm;
2° avoir sa résidence principale en région de langue française;
3° avoir terminé ou suivre durant l'année 2022 une formation qualifiante menant à un métier en pénurie de main d'oeuvre dans le secteur de la construction, du bois et de l'électricité dont la liste est arrêtée par le FOREm, comportant au minimum 4 semaines sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle ou sous contrat de formation alternée au sens du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au § 1er, le demandeur d'emploi inoccupé qui peut bénéficier d'une formation pour le permis de conduire organisée par l'IFAPME en vertu de l'article 209 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022.
Par formation qualifiante au sens de l'alinéa 1er, 3°, a), on entend une formation menant à l'exercice d'un métier. Le suivi d'un module, d'un groupe de modules, d'une unité d'acquis d'apprentissage ou d'un groupe d'unités d'apprentissage d'une formation menant à l'exercice d'un métier est suffisant.
La liste visée à l'alinéa 1er, 3°, a), est d'application au jour de l'inscription à la formation mentionnée dans le contrat de la formation alternée ou de l'entrée en formation mentionnée dans le contrat de la formation alternée.
Le demandeur d'emploi éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le demandeur d'emploi est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique ;
2° le demandeur d'emploi est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° le demandeur d'emploi est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne les demandeurs d'emploi, répondant aux conditions visées au § 3, qui peuvent suivre la formation visée au § 1er, sur la base des critères suivants :
1° la motivation du candidat par rapport à la formation et par rapport à l'obtention du permis de conduire concerné notamment au regard du projet professionnel ou des démarches de recherche d'emploi du candidat, évaluée lors d'un entretien physique ou à distance;
2° la faisabilité de l'apprentissage par rapport aux moyens dont dispose le candidat pour suivre les cours, pour conduire pendant la période d'obtention du permis provisoire et pour avoir un véhicule à disposition;
3° l'accessibilité de sa résidence au regard des zones desservies par les transports en commun.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et 2°, b).
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a), 1er, 3e et 4e tiret.
§ 5. Pour entrer en formation, le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er. ".
Art. 37. Het artikel 244 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
"In artikel 79bis, § 3, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt een 6° toegevoegd, luidend als volgt:
"6° ten behoeve van de onder 1° tot 4° bedoelde personen, de activiteiten die een structuur, die actief is op het grondgebied van het betrokken "PLA" en die is geselecteerd in het kader van de oproep tot het indienen van projecten die is gelanceerd in het kader van het proefproject "Territoire zéro chômeur de longue durée" (gebied zonder langdurige werkloosheid), overweegt uit te voeren in het kader van het proefproject";
2° in het tweede lid worden de woorden "in lid 1, 3 en 4" vervangen door de woorden "in lid 1, 3, 4 en 6". ".
"In artikel 79bis, § 3, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt een 6° toegevoegd, luidend als volgt:
"6° ten behoeve van de onder 1° tot 4° bedoelde personen, de activiteiten die een structuur, die actief is op het grondgebied van het betrokken "PLA" en die is geselecteerd in het kader van de oproep tot het indienen van projecten die is gelanceerd in het kader van het proefproject "Territoire zéro chômeur de longue durée" (gebied zonder langdurige werkloosheid), overweegt uit te voeren in het kader van het proefproject";
2° in het tweede lid worden de woorden "in lid 1, 3 en 4" vervangen door de woorden "in lid 1, 3, 4 en 6". ".
Art. 37. L'article 244 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" A l'article 79bis, § 3, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation chômage, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, un 6° est ajouté et rédigé comme suit :
" 6° au profit des personnes visées au 1° à 4°, les activités qu'une structure, active sur le territoire de l'ALE concernée et retenue dans le cadre de l'appel à projets lancé dans le cadre de l'expérience pilote Territoire zéro chômeur de longue durée, envisage d'effectuer dans le cadre de l'expérience pilote ";
2° à l'alinéa 2, les mots " à l'alinéa 1er, 3° et 4° " sont remplacés par les mots " à l'alinéa 1er, 3°, 4° et 6° ". ".
" A l'article 79bis, § 3, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation chômage, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, un 6° est ajouté et rédigé comme suit :
" 6° au profit des personnes visées au 1° à 4°, les activités qu'une structure, active sur le territoire de l'ALE concernée et retenue dans le cadre de l'appel à projets lancé dans le cadre de l'expérience pilote Territoire zéro chômeur de longue durée, envisage d'effectuer dans le cadre de l'expérience pilote ";
2° à l'alinéa 2, les mots " à l'alinéa 1er, 3° et 4° " sont remplacés par les mots " à l'alinéa 1er, 3°, 4° et 6° ". ".
Art. 38. Het artikel 245 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022 wordt gewijzigd als volgt:
" § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en onder de voorwaarden van dit artikel, kent de FOREm een heropbouwpremie toe aan de stagiair die voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij de FOREm en zijn hoofdverblijfplaats in het Franse taalgebied hebben; de volgende opleiding volgen of voltooien in 2022:
a) een kwalificerende opleiding van tenminste vier maanden bij een opleidingsoperator betreffende een beroep met een tekort aan arbeidskrachten in de bouw-, hout- en elektriciteitssector waarvan de lijst door de FOREm wordt vastgesteld, in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst en op een voltijdse basis of in het kader van een overeenkomst voor alternerende opleiding als bedoeld in het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;
b) een opleiding van tenminste vier maanden betreffende een beroep met een tekort aan arbeidskrachten in de bouw-, hout- en elektriciteitssector waarvan de lijst door de FOREm wordt vastgesteld, in het kader van een overeenkomst opleiding-inschakeling met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding ; 3° geslaagd zijn wat de opleiding betreft.
Onder niet-werkende werkzoekende in de zin van 1° wordt verstaan: elke werkzoekende in de zin van artikel 1bis, 2°, van het decreet van 6 mei 1999, die voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
a) geen bezoldigde beroepsactiviteit uitoefent;
b) een onvrijwillig deeltijdse werknemer is, zoals bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
c) uitsluitend een bezoldigde beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige in bijberoep;
Onder opleidingsoperator in de zin van het eerste lid, 2°, a), wordt verstaan de "Forem", de bevoegdheidscentra, het Onderwijs voor Sociale promotie voor de professionele opleidingen georganiseerd bij of krachtens de kaderovereenkomst voor samenwerking tussen de "Forem" en het Onderwijs voor Sociale promotie, de beroepsopleidingsoperatoren op wie de "Forem" een beroep doet overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" en de opleidingscentra van het IFAPME-net erkend overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2014 tot bepaling van de voorwaarden betreffende de erkenning van de opleidingscentra voor de zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen en van hun centrumdirecteurs.
Het eerste lid is van toepassing op elke opleidingsovereenkomst bedoeld in het eerste lid, 2°, die bij het sluiten van de betrokken opleidingsovereenkomst of bij de daadwerkelijke aanvang van de opleiding leidt tot een beroep dat is opgenomen in de lijst bedoeld in het eerste lid, 2°.
Voor de toepassing van § 1, eerste lid, 2°, a) en 3°, wordt gelijkgesteld met het feit dat hij de opleiding met succes heeft voltooid, het feit dat een niet-werkende werkzoekende ten vroegste na de eerste zes maanden van de opleiding, de opleiding verlaat om rechtstreeks tewerkgesteld te worden, dat wil zeggen ten laatste binnen vijf dagen na het einde van de opleiding, onder een arbeidsovereenkomst van onbepaalde of bepaalde duur van ten minste drie maanden betreffende een beroep met een tekort aan arbeidskrachten dat op de lijst bedoeld in § 1, eerste lid, 2° voorkomt, of om zich als zelfstandige in hoofdberoep te vestigen in een beroep met een tekort aan arbeidskrachten dat op dezelfde lijst voorkomt.
Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, b) en 3° wordt gelijkgesteld met het feit dat hij de opleiding met succes heeft voltooid, het feit dat de niet-werkende werkzoekende de overeenkomst opleiding-inschakeling voltooit of de vervroegde indienstneming door de werkgever van de niet-werkende werkzoekende die vóór het einde van de opleidingsperiode alle voor het beroep vereiste vaardigheden heeft verworven.
§ 2. De heropbouwpremie bedraagt:
1° voor de opleidingen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, a):
a) 2.000 euro na afloop van een in 2021 of 2022 aangevangen opleiding van maximaal zes maanden, mits de niet-werkende werkzoekende na afloop van de opleiding in 2022 een getuigschrift van succesvolle voltooiing van de in de opleiding verworven vaardigheden voor alle eenheden leerresultaten of een beroepskwalificatie heeft behaald;
b)600 euro na afloop van de eerste zes maanden van een opleiding van meer dan zes maanden waarvan de eerste zes maanden niet in 2021 zijn voltooid, op voorwaarde dat de niet-werkende werkzoekende in het kader van deze opleiding in 2022 hetzij een getuigschrift van succesvolle voltooiing van de in de opleiding verworven vaardigheden met betrekking tot ten minste één eenheid leerresultaten, hetzij een beroepskwalificatie heeft behaald; en 1.400 euro na afloop van genoemde opleiding, op voorwaarde dat hij het getuigschrift van succesvolle voltooiing van de in de opleiding verworven vaardigheden voor alle eenheden leerresultaten of een beroepskwalificatie in verband met die leerresultaten heeft behaald;
c) 600 euro na afloop van de eerste zes maanden van een opleiding van meer dan zes maanden, op voorwaarde dat de hij in het kader van deze opleiding in 2022 hetzij een getuigschrift van succesvolle voltooiing van de in de opleiding verworven vaardigheden met betrekking tot ten minste één eenheid leerresultaten, hetzij een beroepskwalificatie heeft behaald; en 1.400 euro wanneer de niet-werkende werkzoekende de opleiding vóór het einde verlaat om rechtstreeks tewerkgesteld te worden, dat wil zeggen ten laatste binnen vijf dagen na het einde van de opleiding, onder een arbeidsovereenkomst van onbepaalde of bepaalde duur van ten minste drie maanden betreffende een beroep met een tekort aan arbeidskrachten dat op de lijst bedoeld in § 1, eerste lid, 2° voorkomt, of om zich als zelfstandige in hoofdberoep te vestigen in een beroep met een tekort aan arbeidskrachten dat op dezelfde lijst voorkomt.
1.400 na afloop van een in 2021 aangevangen opleiding van meer dan zes maanden, waarvan de eerste zes maanden in 2021 zijn voltooid, op voorwaarde dat hij in het kader van die opleiding in 2022 het getuigschrift van succesvolle voltooiing van de in de opleiding verworven vaardigheden voor alle eenheden leerresultaten of een beroepskwalificatie in verband met die leerresultaten heeft behaald.
2° voor de opleidingen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, b), 2000 euro na afloop van de overeenkomst opleiding-inschakeling of in geval van vervroegde aanwerving door de werkgever van een niet-werkende werkzoekende die voor het einde van de opleidingsperiode alle voor de functie vereiste vaardigheden heeft verworven.
Onder een eenheid leerresultaten wordt verstaan: het coherent geheel van leerresultaten die kunnen worden beoordeeld en gevalideerd, overeenkomstig artikel 1, 9° van het samenwerkingsakkoord tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van 29 oktober 2015 betreffende de "Service francophone des Métiers et des Qualifications" (Franstalige dienst van Beroepen en Kwalificaties).
§ 3. Voor de opleidingen bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, a), verstrekt de stagiair, uiterlijk op de dag waarop hij met zijn opleiding begint, behalve in de gevallen waarin de opleidingsoperator via authentieke gegevensbronnen toegang heeft tot de informatie, aan de opleidingsoperator een afschrift van het door de FOREm afgegeven getuigschrift dat bewijst dat hij bij de FOREm ingeschreven staat als niet-werkende werkzoekende.
Binnen vijftien dagen na de afgifte van het getuigschrift van succesvolle voltooiing van de in de opleiding verworven vaardigheden of van de beroepskwalificatie, verstrekt de opleidingsoperator aan de FOREm de volledige lijst van de stagiairs en voor elke stagiair een afschrift van het getuigschrift van succesvolle voltooiing van de in de opleiding verworven vaardigheden of van de overeenkomstige beroepskwalificatie.
De in lid 2 bedoelde lijst is volledig wanneer zij het volgende bevat:
1° de naam, voornaam, adres van de hoofdverblijfplaats, rijksregisternummer en bankrekeningnummer van elke stagiair die voldoet aan de in § 1 bedoelde toekenningsvoorwaarden;
2° in bijlage, de verklaring op erewoord waarmee de opleidingsoperator bevestigt dat hij vastgesteld heeft dat iedere in de lijst opgenomen stagiair voldoet aan de in § 1 bedoelde toekenningsvoorwaarden, en de kopieën van de identiteitskaart en bankkaart van iedere stagiair.
Binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige lijst van de stagiairs en de bijlagen, als bedoeld in lid 3, stelt de FOREm de stagiair in kennis van de toekenning van de heropbouwpremie en betaalt hem het bedrag overeenkomstig de modaliteiten bedoeld in § 2, eerste lid, 1°.
§ 4. In afwijking van paragraaf 3, in geval van voortijdige beëindiging van de opleiding als bedoeld in § 1, vijfde lid, verstrekt de opleidingsoperator binnen vijftien dagen na de voortijdige beëindiging van de opleiding aan de FOREm de lijst van de stagiairs die vroegtijdig een opleiding verlaten als bedoeld in § 1, 2°, alsmede de bijlagen.
De in lid 5 bedoelde lijst is volledig wanneer zij het volgende bevat:
1° de naam, voornaam, adres van de hoofdverblijfplaats, rijksregisternummer en bankrekeningnummer van elke stagiair die voldoet aan de in § 1 bedoelde toekenningsvoorwaarden;
2° in bijlage, de verklaring op erewoord waarmee de opleidingsoperator bevestigt dat hij elke in de lijst opgenomen stagiair in kennis heeft gesteld van de verplichting aan de FOREm de elementen over te maken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de in § 1 bedoelde toekenningsvoorwaarde, alsook de kopieën van de identiteitskaart en bankkaart van iedere stagiair.
Binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige lijst van de stagiairs en de bijlagen, als bedoeld in lid 6, stelt de FOREm de ex-stagiair die aan de in § 1 bedoelde toekenningsvoorwaarden voldoet, in kennis van de toekenning van de incentive en betaalt hem het bedrag, op voorwaarde dat hij over de documenten beschikt die het volgende bewijzen:
1° de indienstneming van de ex-stagiair, in het kader van een arbeidsovereenkomst betreffende een beroep met een tekort aan arbeidskrachten dat is opgenomen op de door de FOREm opgestelde lijst;
2° de vestiging van de ex-stagiair als zelfstandige in hoofdberoep voor een activiteit in verband met een beroep met een tekort aan arbeidskrachten dat is opgenomen op de door de FOREm opgestelde lijst;
Indien de FOREm binnen dertig dagen na ontvangst van de in lid 5 bedoelde volledige lijst van stagiairs, niet beschikt over de in lid 6, 1° of 2°, bedoelde documenten, stelt hij de ex-stagiair in kennis van de toekenning van de stimulans, op voorwaarde dat deze binnen zes maanden vanaf de dag waarop hij de opleiding heeft verlaten de in lid 6, 1° of 2° bedoelde documenten overmaakt en deze door de FOREm onderzocht worden.
De FOREm betaalt de heropbouwpremie zodra het voorbehoud opgeheven wordt.
§ 5. Voor de opleidingen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, b), stelt de FOREm de stagiair in kennis van de toekenning van de heropbouwpremie en betaalt hem het bedrag volgens de modaliteiten bedoeld in § 2, eerste lid, 2°, op grond van de gegevens uit authentieke bronnen waartoe zij toegang heeft.
§ 6. De stagiair ontvangt de heropbouwpremie éénmaal, ongeacht of hij het maximumbedrag van 2000 euro heeft ontvangen.
§ 7. De in paragrafen 1 en 2 bedoelde heropbouwpremie kan niet worden gecombineerd met de stimulans bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2019 betreffende de financiële incentive met het oog op doorstroming van de werkzoekenden naar opleidingen.
De in paragrafen 1 en 2 bedoelde heropbouwpremie kan niet worden gecumuleerd met de heropbouwpremie die door de IFAPME wordt toegekend krachtens artikel 210 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022.
§ 3. De FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens van de stagiair die nodig zijn voor de verificatie van de toekenningsvoorwaarden van de heropbouwpremie, alsook voor de gegevens die nodig zijn voor de berekening en betaling van de premie.
De FOREm en de opleidingsoperatoren wisselen de in § 3, leden 2 en 3, bedoelde gegevens en de in § 4, leden 1 en 2, bedoelde gegevens uit via de door de FOREm ingezette middelen.
De opleidingsoperatoren mogen voor de identificatie van de stagiair in hun uitwisselingen met de FOREm gebruik maken van:
1° het rijksregisternummer, indien het gaat om gegevens over een in het rijkregister ingeschreven natuurlijke persoon;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid, als bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, indien de gegevens betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister ingeschreven is.
De FOREm centraliseert, aggregeert en bewaart de gegevens omtrent de stagiair in zijn enig dossier, als bedoeld in artikel 4/1 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling). ".
" § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en onder de voorwaarden van dit artikel, kent de FOREm een heropbouwpremie toe aan de stagiair die voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij de FOREm en zijn hoofdverblijfplaats in het Franse taalgebied hebben; de volgende opleiding volgen of voltooien in 2022:
a) een kwalificerende opleiding van tenminste vier maanden bij een opleidingsoperator betreffende een beroep met een tekort aan arbeidskrachten in de bouw-, hout- en elektriciteitssector waarvan de lijst door de FOREm wordt vastgesteld, in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst en op een voltijdse basis of in het kader van een overeenkomst voor alternerende opleiding als bedoeld in het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;
b) een opleiding van tenminste vier maanden betreffende een beroep met een tekort aan arbeidskrachten in de bouw-, hout- en elektriciteitssector waarvan de lijst door de FOREm wordt vastgesteld, in het kader van een overeenkomst opleiding-inschakeling met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding ; 3° geslaagd zijn wat de opleiding betreft.
Onder niet-werkende werkzoekende in de zin van 1° wordt verstaan: elke werkzoekende in de zin van artikel 1bis, 2°, van het decreet van 6 mei 1999, die voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
a) geen bezoldigde beroepsactiviteit uitoefent;
b) een onvrijwillig deeltijdse werknemer is, zoals bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
c) uitsluitend een bezoldigde beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige in bijberoep;
Onder opleidingsoperator in de zin van het eerste lid, 2°, a), wordt verstaan de "Forem", de bevoegdheidscentra, het Onderwijs voor Sociale promotie voor de professionele opleidingen georganiseerd bij of krachtens de kaderovereenkomst voor samenwerking tussen de "Forem" en het Onderwijs voor Sociale promotie, de beroepsopleidingsoperatoren op wie de "Forem" een beroep doet overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" en de opleidingscentra van het IFAPME-net erkend overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2014 tot bepaling van de voorwaarden betreffende de erkenning van de opleidingscentra voor de zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen en van hun centrumdirecteurs.
Het eerste lid is van toepassing op elke opleidingsovereenkomst bedoeld in het eerste lid, 2°, die bij het sluiten van de betrokken opleidingsovereenkomst of bij de daadwerkelijke aanvang van de opleiding leidt tot een beroep dat is opgenomen in de lijst bedoeld in het eerste lid, 2°.
Voor de toepassing van § 1, eerste lid, 2°, a) en 3°, wordt gelijkgesteld met het feit dat hij de opleiding met succes heeft voltooid, het feit dat een niet-werkende werkzoekende ten vroegste na de eerste zes maanden van de opleiding, de opleiding verlaat om rechtstreeks tewerkgesteld te worden, dat wil zeggen ten laatste binnen vijf dagen na het einde van de opleiding, onder een arbeidsovereenkomst van onbepaalde of bepaalde duur van ten minste drie maanden betreffende een beroep met een tekort aan arbeidskrachten dat op de lijst bedoeld in § 1, eerste lid, 2° voorkomt, of om zich als zelfstandige in hoofdberoep te vestigen in een beroep met een tekort aan arbeidskrachten dat op dezelfde lijst voorkomt.
Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, b) en 3° wordt gelijkgesteld met het feit dat hij de opleiding met succes heeft voltooid, het feit dat de niet-werkende werkzoekende de overeenkomst opleiding-inschakeling voltooit of de vervroegde indienstneming door de werkgever van de niet-werkende werkzoekende die vóór het einde van de opleidingsperiode alle voor het beroep vereiste vaardigheden heeft verworven.
§ 2. De heropbouwpremie bedraagt:
1° voor de opleidingen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, a):
a) 2.000 euro na afloop van een in 2021 of 2022 aangevangen opleiding van maximaal zes maanden, mits de niet-werkende werkzoekende na afloop van de opleiding in 2022 een getuigschrift van succesvolle voltooiing van de in de opleiding verworven vaardigheden voor alle eenheden leerresultaten of een beroepskwalificatie heeft behaald;
b)600 euro na afloop van de eerste zes maanden van een opleiding van meer dan zes maanden waarvan de eerste zes maanden niet in 2021 zijn voltooid, op voorwaarde dat de niet-werkende werkzoekende in het kader van deze opleiding in 2022 hetzij een getuigschrift van succesvolle voltooiing van de in de opleiding verworven vaardigheden met betrekking tot ten minste één eenheid leerresultaten, hetzij een beroepskwalificatie heeft behaald; en 1.400 euro na afloop van genoemde opleiding, op voorwaarde dat hij het getuigschrift van succesvolle voltooiing van de in de opleiding verworven vaardigheden voor alle eenheden leerresultaten of een beroepskwalificatie in verband met die leerresultaten heeft behaald;
c) 600 euro na afloop van de eerste zes maanden van een opleiding van meer dan zes maanden, op voorwaarde dat de hij in het kader van deze opleiding in 2022 hetzij een getuigschrift van succesvolle voltooiing van de in de opleiding verworven vaardigheden met betrekking tot ten minste één eenheid leerresultaten, hetzij een beroepskwalificatie heeft behaald; en 1.400 euro wanneer de niet-werkende werkzoekende de opleiding vóór het einde verlaat om rechtstreeks tewerkgesteld te worden, dat wil zeggen ten laatste binnen vijf dagen na het einde van de opleiding, onder een arbeidsovereenkomst van onbepaalde of bepaalde duur van ten minste drie maanden betreffende een beroep met een tekort aan arbeidskrachten dat op de lijst bedoeld in § 1, eerste lid, 2° voorkomt, of om zich als zelfstandige in hoofdberoep te vestigen in een beroep met een tekort aan arbeidskrachten dat op dezelfde lijst voorkomt.
1.400 na afloop van een in 2021 aangevangen opleiding van meer dan zes maanden, waarvan de eerste zes maanden in 2021 zijn voltooid, op voorwaarde dat hij in het kader van die opleiding in 2022 het getuigschrift van succesvolle voltooiing van de in de opleiding verworven vaardigheden voor alle eenheden leerresultaten of een beroepskwalificatie in verband met die leerresultaten heeft behaald.
2° voor de opleidingen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, b), 2000 euro na afloop van de overeenkomst opleiding-inschakeling of in geval van vervroegde aanwerving door de werkgever van een niet-werkende werkzoekende die voor het einde van de opleidingsperiode alle voor de functie vereiste vaardigheden heeft verworven.
Onder een eenheid leerresultaten wordt verstaan: het coherent geheel van leerresultaten die kunnen worden beoordeeld en gevalideerd, overeenkomstig artikel 1, 9° van het samenwerkingsakkoord tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van 29 oktober 2015 betreffende de "Service francophone des Métiers et des Qualifications" (Franstalige dienst van Beroepen en Kwalificaties).
§ 3. Voor de opleidingen bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, a), verstrekt de stagiair, uiterlijk op de dag waarop hij met zijn opleiding begint, behalve in de gevallen waarin de opleidingsoperator via authentieke gegevensbronnen toegang heeft tot de informatie, aan de opleidingsoperator een afschrift van het door de FOREm afgegeven getuigschrift dat bewijst dat hij bij de FOREm ingeschreven staat als niet-werkende werkzoekende.
Binnen vijftien dagen na de afgifte van het getuigschrift van succesvolle voltooiing van de in de opleiding verworven vaardigheden of van de beroepskwalificatie, verstrekt de opleidingsoperator aan de FOREm de volledige lijst van de stagiairs en voor elke stagiair een afschrift van het getuigschrift van succesvolle voltooiing van de in de opleiding verworven vaardigheden of van de overeenkomstige beroepskwalificatie.
De in lid 2 bedoelde lijst is volledig wanneer zij het volgende bevat:
1° de naam, voornaam, adres van de hoofdverblijfplaats, rijksregisternummer en bankrekeningnummer van elke stagiair die voldoet aan de in § 1 bedoelde toekenningsvoorwaarden;
2° in bijlage, de verklaring op erewoord waarmee de opleidingsoperator bevestigt dat hij vastgesteld heeft dat iedere in de lijst opgenomen stagiair voldoet aan de in § 1 bedoelde toekenningsvoorwaarden, en de kopieën van de identiteitskaart en bankkaart van iedere stagiair.
Binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige lijst van de stagiairs en de bijlagen, als bedoeld in lid 3, stelt de FOREm de stagiair in kennis van de toekenning van de heropbouwpremie en betaalt hem het bedrag overeenkomstig de modaliteiten bedoeld in § 2, eerste lid, 1°.
§ 4. In afwijking van paragraaf 3, in geval van voortijdige beëindiging van de opleiding als bedoeld in § 1, vijfde lid, verstrekt de opleidingsoperator binnen vijftien dagen na de voortijdige beëindiging van de opleiding aan de FOREm de lijst van de stagiairs die vroegtijdig een opleiding verlaten als bedoeld in § 1, 2°, alsmede de bijlagen.
De in lid 5 bedoelde lijst is volledig wanneer zij het volgende bevat:
1° de naam, voornaam, adres van de hoofdverblijfplaats, rijksregisternummer en bankrekeningnummer van elke stagiair die voldoet aan de in § 1 bedoelde toekenningsvoorwaarden;
2° in bijlage, de verklaring op erewoord waarmee de opleidingsoperator bevestigt dat hij elke in de lijst opgenomen stagiair in kennis heeft gesteld van de verplichting aan de FOREm de elementen over te maken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de in § 1 bedoelde toekenningsvoorwaarde, alsook de kopieën van de identiteitskaart en bankkaart van iedere stagiair.
Binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige lijst van de stagiairs en de bijlagen, als bedoeld in lid 6, stelt de FOREm de ex-stagiair die aan de in § 1 bedoelde toekenningsvoorwaarden voldoet, in kennis van de toekenning van de incentive en betaalt hem het bedrag, op voorwaarde dat hij over de documenten beschikt die het volgende bewijzen:
1° de indienstneming van de ex-stagiair, in het kader van een arbeidsovereenkomst betreffende een beroep met een tekort aan arbeidskrachten dat is opgenomen op de door de FOREm opgestelde lijst;
2° de vestiging van de ex-stagiair als zelfstandige in hoofdberoep voor een activiteit in verband met een beroep met een tekort aan arbeidskrachten dat is opgenomen op de door de FOREm opgestelde lijst;
Indien de FOREm binnen dertig dagen na ontvangst van de in lid 5 bedoelde volledige lijst van stagiairs, niet beschikt over de in lid 6, 1° of 2°, bedoelde documenten, stelt hij de ex-stagiair in kennis van de toekenning van de stimulans, op voorwaarde dat deze binnen zes maanden vanaf de dag waarop hij de opleiding heeft verlaten de in lid 6, 1° of 2° bedoelde documenten overmaakt en deze door de FOREm onderzocht worden.
De FOREm betaalt de heropbouwpremie zodra het voorbehoud opgeheven wordt.
§ 5. Voor de opleidingen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, b), stelt de FOREm de stagiair in kennis van de toekenning van de heropbouwpremie en betaalt hem het bedrag volgens de modaliteiten bedoeld in § 2, eerste lid, 2°, op grond van de gegevens uit authentieke bronnen waartoe zij toegang heeft.
§ 6. De stagiair ontvangt de heropbouwpremie éénmaal, ongeacht of hij het maximumbedrag van 2000 euro heeft ontvangen.
§ 7. De in paragrafen 1 en 2 bedoelde heropbouwpremie kan niet worden gecombineerd met de stimulans bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2019 betreffende de financiële incentive met het oog op doorstroming van de werkzoekenden naar opleidingen.
De in paragrafen 1 en 2 bedoelde heropbouwpremie kan niet worden gecumuleerd met de heropbouwpremie die door de IFAPME wordt toegekend krachtens artikel 210 van het decreet van 22 december 2021 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2022.
§ 3. De FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens van de stagiair die nodig zijn voor de verificatie van de toekenningsvoorwaarden van de heropbouwpremie, alsook voor de gegevens die nodig zijn voor de berekening en betaling van de premie.
De FOREm en de opleidingsoperatoren wisselen de in § 3, leden 2 en 3, bedoelde gegevens en de in § 4, leden 1 en 2, bedoelde gegevens uit via de door de FOREm ingezette middelen.
De opleidingsoperatoren mogen voor de identificatie van de stagiair in hun uitwisselingen met de FOREm gebruik maken van:
1° het rijksregisternummer, indien het gaat om gegevens over een in het rijkregister ingeschreven natuurlijke persoon;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid, als bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, indien de gegevens betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister ingeschreven is.
De FOREm centraliseert, aggregeert en bewaart de gegevens omtrent de stagiair in zijn enig dossier, als bedoeld in artikel 4/1 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling). ".
Art. 38. L'article 245 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022 est modifié comme suit :
" § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et aux conditions du présent article, le FOREm octroie une prime reconstruction au stagiaire qui remplit les conditions cumulatives suivantes :
1° être demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm et avoir sa résidence principale située en région de langue française; 2° suivre ou terminer en 2022 :
a) une formation qualifiante, auprès d'un opérateur de formation, d'une durée de quatre mois au moins portant sur un métier en pénurie dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électricité, dont la liste est établie par le FOREm, sous contrat de formation professionnelle et selon un régime temps plein ou sous contrat de formation alternée tel que visé par le décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant;
b) une formation d'une durée de quatre mois au moins portant sur un métier en pénurie dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électricité, dont la liste est établie par le FOREm, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle; 3° réussir la formation.
Par demandeur d'emploi inoccupé au sens du 1°, il faut entendre : tout demandeur d'emploi au sens de l'article 1erbis, 2°, du décret du 6 mai 1999, qui répond à une des conditions suivantes :
a) n'exerce aucune activité professionnelle rémunérée;
b) est un travailleur à temps partiel involontaire, tel que visé à l'article 29 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
c) exerce une activité professionnelle rémunérée uniquement à titre d'indépendant complémentaire.
Par opérateur de formation au sens de l'alinéa 1er, 2°, a), il faut entendre : le FOREm, les centres de compétence, l'Enseignement de Promotion sociale pour les formations professionnelles organisées par ou en vertu de la convention cadre de collaboration entre le FOREm et l'Enseignement de Promotion sociale, les opérateurs de formation professionnelle auquel le FOREm recourt conformément à l'article 7, alinéa 2, du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi et les centres de formation du Réseau IFAPME agréés en application de l'arrêté du Gouvernement wallon du 24 avril 2014 fixant les conditions relatives à l'agrément des centres de formation pour les indépendants et petites et moyennes entreprises et de leurs directeurs de centres.
L'alinéa 1er s'applique à tout contrat de formation visé à l'alinéa 1er, 2°, qui au moment de la conclusion du contrat de formation concerné ou au moment du début effectif de la formation, mène à un métier repris dans la liste visée à l'alinéa 1er, 2°.
Pour l'application du § 1er, alinéa 1er, 2°, a), et 3°, est assimilée au fait de terminer la formation et de la réussir le fait pour le demandeur d'emploi inoccupé de quitter la formation, au plus tôt après les six premiers mois de celle-ci, pour être occupé directement, c'est-à-dire au plus tard dans les cinq jours consécutifs à l'arrêt de la formation, sous contrat de travail à durée indéterminée ou déterminée de minimum 3 mois portant sur un métier en pénurie de main d'oeuvre de la liste visée au § 1er, alinéa 1, 2° ou pour s'installer en tant qu'indépendant à titre principal dans un métier en pénurie de cette même liste.
Pour l'application de l'alinéa 1er, 2°, b) et 3°, est assimilée au fait de terminer la formation et de la réussir le fait pour le demandeur d'emploi inoccupé d'aller jusqu'au terme du contrat de formation-insertion ou l'engagement anticipé par l'employeur du demandeur d'emploi inoccupé qui a acquis toutes les compétences requises pour le poste avant le terme de la période de formation.
§ 2. Le montant de la prime reconstruction s'élève à :
1° pour les formations visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, a) :
a) 2.000 euros au terme d'une formation d'une durée inférieure ou égale à six mois commencée en 2021 ou en 2022, pour autant que le demandeur d'emploi inoccupé ait obtenu en 2022, au terme de sa formation, une attestation de réussite de compétences acquises en formation sur toutes les unités d'acquis d'apprentissage ou une certification professionnelle;
b) 600 euros au terme des six premiers mois d'une formation d'une durée supérieure à 6 mois, dont les six premiers mois n'ont pas été effectués en 2021, pour autant que le demandeur d'emploi inoccupé ait obtenu dans le cadre de cette formation, en 2022, soit une attestation de réussite de compétences acquises en formation portant sur au minimum une unité d'acquis d'apprentissage, soit une certification professionnelle; et 1.400 euros au terme de ladite formation, pour autant qu'il ait obtenu l'attestation de réussite de compétences acquises en formation portant sur toutes les unités d'acquis d'apprentissage, ou une certification professionnelle portant sur ces acquis;
c) 600 euros au terme des six premiers mois d'une formation d'une durée supérieure à 6 mois, pour autant qu'il ait obtenu dans le cadre de cette formation, en 2022, soit une attestation de réussite de compétences acquises en formation portant sur au minimum une unité d'acquis d'apprentissage, soit une certification professionnelle; et 1.400 euros lorsque le demandeur d'emploi inoccupé quitte la formation avant la fin pour être occupé directement, c'est-àdire au plus tard dans les cinq jours consécutifs à l'arrêt de la formation, sous contrat de travail à durée indéterminée ou déterminée de minimum 3 mois sur un métier en pénurie de main d'oeuvre de la liste visée au § 1er, alinéa 1er, 2° ou pour s'installer en tant qu'indépendant à titre principal dans un métier en pénurie de cette même liste;
d) 1.400 euros au terme d'une formation de plus de 6 mois démarrée en 2021, dont les six premiers mois ont été effectués en 2021, pour autant qu'il ait obtenu dans le cadre de cette formation, en 2022, l'attestation de réussite de compétences acquises en formation portant sur toutes les unités d'acquis d'apprentissage, ou une certification professionnelle portant sur ces acquis.
2° pour les formations visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, b), 2.000 euros au terme du contrat de formation-insertion ou en cas d'engagement anticipé par l'employeur du demandeur d'emploi inoccupé qui a acquis toutes les compétences requises pour le poste avant le terme de la période de formation.
Par unité d'acquis d'apprentissage, il faut entendre : l'ensemble cohérent d'acquis d'apprentissage qui peut être évalué et validé, conformément à l'article 1, 9° de l'accord de coopération entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française du 29 octobre 2015 concernant le Service francophone des Métiers et des Qualifications.
§ 3. Pour les formations visées au § 1er, alinéa 1er, 2°, a), au plus tard au jour de l'entrée en formation, sauf pour les cas où l'opérateur de formation accède à l'information via les sources de données authentiques, le stagiaire remet à l'opérateur de formation une copie de l'attestation délivrée par le FOREm selon laquelle il est demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm.
Dans les quinze jours à compter de la délivrance de l'attestation de réussite de compétences acquises en formation ou de la certification professionnelle, l'opérateur de formation transmet au FOREm la liste complète des stagiaires et pour chaque stagiaire, une copie de l'attestation de réussite de compétences acquises en formation ou de la certification professionnelle correspondante.
La liste visée à l'alinéa 2 est complète lorsqu'elle contient :
1° le nom, le prénom, l'adresse de la résidence principale, le numéro de registre national et le numéro de compte bancaire de chaque stagiaire réunissant les conditions d'octroi visées au § 1er;
2° en annexe, la déclaration sur l'honneur par laquelle l'opérateur de formation atteste avoir vérifié que chaque stagiaire repris dans la liste satisfait aux conditions d'octroi visées au § 1er, et les copies de la carte d'identité et de la carte bancaire de chaque stagiaire.
Dans un délai de trente jours à compter de la réception de la liste complète des stagiaires et de ses annexes, visée à l'alinéa 3, le FOREm notifie l'octroi de la prime reconstruction au stagiaire et lui en liquide le montant selon les modalités visées au § 2, alinéa 1er, 1°.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 3, en cas d'arrêt anticipé de la formation tel que prévu au § 1er, alinéa 5, l'opérateur de formation transmet au FOREm, dans les quinze jours à compter de l'arrêt anticipé de la formation, la liste des stagiaires qui quittent anticipativement une formation visée au § 1er, 2°, ainsi que ses annexes.
La liste visée à l'alinéa 5 est complète lorsqu'elle contient :
1° le nom, le prénom, l'adresse de la résidence principale, le numéro de registre national et le numéro de compte bancaire de chaque stagiaire réunissant les conditions d'octroi visées au § 1er;
2° en annexe, la déclaration sur l'honneur par laquelle l'opérateur de formation atteste avoir informé chaque stagiaire repris dans la liste, de l'obligation de transmettre au FOREm les éléments apportant la preuve qu'il satisfait à la condition d'octroi visée au § 1er, et les copies de la carte d'identité et de la carte bancaire de chaque stagiaire.
Dans un délai de trente jours à compter de la réception de la liste complète des stagiaires et de ses annexes, visée à l'alinéa 6, le FOREm notifie l'octroi de l'incitant à l'ex stagiaire qui remplit les conditions d'octroi visées au § 1er et lui en liquide le montant, à condition d'être en possession de documents attestant :
1° de l'engagement de l'ex-stagiaire, sous contrat de travail portant sur un emploi dans un métier en pénurie de main d'oeuvre repris sur la liste établie par le FOREm;
2° de l'installation de l'ex-stagiaire en tant qu'indépendant à titre principal pour une activité portant sur un métier en pénurie de main d'oeuvre repris sur la liste établie par le FOREm.
Si, dans le délai de trente jours à compter de la réception de la liste complète des stagiaires visée à l'alinéa 5, le FOREm ne dispose pas des documents visés à l'alinéa 6, 1° ou 2°, celui-ci notifie l'octroi de l'incitant à l'ex stagiaire, sous réserve de la production par ce dernier dans un délai de six mois à compter du jour où le stagiaire a quitté la formation, des documents visés à l'alinéa 6, 1° ou 2°, et de leur examen par le FOREm.
Le FOREm liquide la prime de reconstruction dès que la réserve est levée.
§ 5. Pour les formations visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, b), le FOREm notifie l'octroi de la prime reconstruction au stagiaire et lui en liquide le montant selon les modalités visées au § 2, alinéa 1er, 2°, sur base des données issues de sources authentiques auxquelles il a accès.
§ 6. Le stagiaire bénéficie une seule fois de la prime reconstruction indépendamment du fait qu'il ait bénéficié ou pas du montant maximal de 2000 euros.
§ 7. La prime reconstruction visée aux paragraphes 1er et 2 n'est pas cumulable avec l'incitant prévu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2019 relatif à l'incitant financier visant la mobilisation des demandeurs d'emploi vers la formation.
La prime reconstruction visée aux paragraphes 1er et 2 n'est pas cumulable avec la prime reconstruction octroyée par l'IFAPME en vertu de l'article 210 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022.
§ 8. Le FOREm est responsable du traitement des données du stagiaire nécessaires à la vérification des conditions d'octroi de la prime reconstruction ainsi que les données nécessaires au calcul et à la liquidation de la prime.
Le FOREm et les opérateurs de formation échangent les données visées au § 3, alinéas 2 et 3, et les données visées § 4, alinéas 1er et 2 via les moyens mis en place par le FOREm.
Les opérateurs de formation sont autorisés, à des fins d'identification du stagiaire dans leurs échanges avec le FOREm, à utiliser :
1° le numéro d'identification au Registre national, s'il s'agit de données relatives à une personne physique inscrite au Registre national;
2° le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale, visé à l'article 8, § 1er, 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque carrefour de la sécurité sociale, s'il s'agit de données relatives à une personne physique non inscrite au Registre national.
Le FOREm centralise, agrège et conserve les données du stagiaire dans son dossier unique, tel que visé à l'article 4/1 du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi. ".
" § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et aux conditions du présent article, le FOREm octroie une prime reconstruction au stagiaire qui remplit les conditions cumulatives suivantes :
1° être demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm et avoir sa résidence principale située en région de langue française; 2° suivre ou terminer en 2022 :
a) une formation qualifiante, auprès d'un opérateur de formation, d'une durée de quatre mois au moins portant sur un métier en pénurie dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électricité, dont la liste est établie par le FOREm, sous contrat de formation professionnelle et selon un régime temps plein ou sous contrat de formation alternée tel que visé par le décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant;
b) une formation d'une durée de quatre mois au moins portant sur un métier en pénurie dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électricité, dont la liste est établie par le FOREm, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle; 3° réussir la formation.
Par demandeur d'emploi inoccupé au sens du 1°, il faut entendre : tout demandeur d'emploi au sens de l'article 1erbis, 2°, du décret du 6 mai 1999, qui répond à une des conditions suivantes :
a) n'exerce aucune activité professionnelle rémunérée;
b) est un travailleur à temps partiel involontaire, tel que visé à l'article 29 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
c) exerce une activité professionnelle rémunérée uniquement à titre d'indépendant complémentaire.
Par opérateur de formation au sens de l'alinéa 1er, 2°, a), il faut entendre : le FOREm, les centres de compétence, l'Enseignement de Promotion sociale pour les formations professionnelles organisées par ou en vertu de la convention cadre de collaboration entre le FOREm et l'Enseignement de Promotion sociale, les opérateurs de formation professionnelle auquel le FOREm recourt conformément à l'article 7, alinéa 2, du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi et les centres de formation du Réseau IFAPME agréés en application de l'arrêté du Gouvernement wallon du 24 avril 2014 fixant les conditions relatives à l'agrément des centres de formation pour les indépendants et petites et moyennes entreprises et de leurs directeurs de centres.
L'alinéa 1er s'applique à tout contrat de formation visé à l'alinéa 1er, 2°, qui au moment de la conclusion du contrat de formation concerné ou au moment du début effectif de la formation, mène à un métier repris dans la liste visée à l'alinéa 1er, 2°.
Pour l'application du § 1er, alinéa 1er, 2°, a), et 3°, est assimilée au fait de terminer la formation et de la réussir le fait pour le demandeur d'emploi inoccupé de quitter la formation, au plus tôt après les six premiers mois de celle-ci, pour être occupé directement, c'est-à-dire au plus tard dans les cinq jours consécutifs à l'arrêt de la formation, sous contrat de travail à durée indéterminée ou déterminée de minimum 3 mois portant sur un métier en pénurie de main d'oeuvre de la liste visée au § 1er, alinéa 1, 2° ou pour s'installer en tant qu'indépendant à titre principal dans un métier en pénurie de cette même liste.
Pour l'application de l'alinéa 1er, 2°, b) et 3°, est assimilée au fait de terminer la formation et de la réussir le fait pour le demandeur d'emploi inoccupé d'aller jusqu'au terme du contrat de formation-insertion ou l'engagement anticipé par l'employeur du demandeur d'emploi inoccupé qui a acquis toutes les compétences requises pour le poste avant le terme de la période de formation.
§ 2. Le montant de la prime reconstruction s'élève à :
1° pour les formations visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, a) :
a) 2.000 euros au terme d'une formation d'une durée inférieure ou égale à six mois commencée en 2021 ou en 2022, pour autant que le demandeur d'emploi inoccupé ait obtenu en 2022, au terme de sa formation, une attestation de réussite de compétences acquises en formation sur toutes les unités d'acquis d'apprentissage ou une certification professionnelle;
b) 600 euros au terme des six premiers mois d'une formation d'une durée supérieure à 6 mois, dont les six premiers mois n'ont pas été effectués en 2021, pour autant que le demandeur d'emploi inoccupé ait obtenu dans le cadre de cette formation, en 2022, soit une attestation de réussite de compétences acquises en formation portant sur au minimum une unité d'acquis d'apprentissage, soit une certification professionnelle; et 1.400 euros au terme de ladite formation, pour autant qu'il ait obtenu l'attestation de réussite de compétences acquises en formation portant sur toutes les unités d'acquis d'apprentissage, ou une certification professionnelle portant sur ces acquis;
c) 600 euros au terme des six premiers mois d'une formation d'une durée supérieure à 6 mois, pour autant qu'il ait obtenu dans le cadre de cette formation, en 2022, soit une attestation de réussite de compétences acquises en formation portant sur au minimum une unité d'acquis d'apprentissage, soit une certification professionnelle; et 1.400 euros lorsque le demandeur d'emploi inoccupé quitte la formation avant la fin pour être occupé directement, c'est-àdire au plus tard dans les cinq jours consécutifs à l'arrêt de la formation, sous contrat de travail à durée indéterminée ou déterminée de minimum 3 mois sur un métier en pénurie de main d'oeuvre de la liste visée au § 1er, alinéa 1er, 2° ou pour s'installer en tant qu'indépendant à titre principal dans un métier en pénurie de cette même liste;
d) 1.400 euros au terme d'une formation de plus de 6 mois démarrée en 2021, dont les six premiers mois ont été effectués en 2021, pour autant qu'il ait obtenu dans le cadre de cette formation, en 2022, l'attestation de réussite de compétences acquises en formation portant sur toutes les unités d'acquis d'apprentissage, ou une certification professionnelle portant sur ces acquis.
2° pour les formations visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, b), 2.000 euros au terme du contrat de formation-insertion ou en cas d'engagement anticipé par l'employeur du demandeur d'emploi inoccupé qui a acquis toutes les compétences requises pour le poste avant le terme de la période de formation.
Par unité d'acquis d'apprentissage, il faut entendre : l'ensemble cohérent d'acquis d'apprentissage qui peut être évalué et validé, conformément à l'article 1, 9° de l'accord de coopération entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française du 29 octobre 2015 concernant le Service francophone des Métiers et des Qualifications.
§ 3. Pour les formations visées au § 1er, alinéa 1er, 2°, a), au plus tard au jour de l'entrée en formation, sauf pour les cas où l'opérateur de formation accède à l'information via les sources de données authentiques, le stagiaire remet à l'opérateur de formation une copie de l'attestation délivrée par le FOREm selon laquelle il est demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm.
Dans les quinze jours à compter de la délivrance de l'attestation de réussite de compétences acquises en formation ou de la certification professionnelle, l'opérateur de formation transmet au FOREm la liste complète des stagiaires et pour chaque stagiaire, une copie de l'attestation de réussite de compétences acquises en formation ou de la certification professionnelle correspondante.
La liste visée à l'alinéa 2 est complète lorsqu'elle contient :
1° le nom, le prénom, l'adresse de la résidence principale, le numéro de registre national et le numéro de compte bancaire de chaque stagiaire réunissant les conditions d'octroi visées au § 1er;
2° en annexe, la déclaration sur l'honneur par laquelle l'opérateur de formation atteste avoir vérifié que chaque stagiaire repris dans la liste satisfait aux conditions d'octroi visées au § 1er, et les copies de la carte d'identité et de la carte bancaire de chaque stagiaire.
Dans un délai de trente jours à compter de la réception de la liste complète des stagiaires et de ses annexes, visée à l'alinéa 3, le FOREm notifie l'octroi de la prime reconstruction au stagiaire et lui en liquide le montant selon les modalités visées au § 2, alinéa 1er, 1°.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 3, en cas d'arrêt anticipé de la formation tel que prévu au § 1er, alinéa 5, l'opérateur de formation transmet au FOREm, dans les quinze jours à compter de l'arrêt anticipé de la formation, la liste des stagiaires qui quittent anticipativement une formation visée au § 1er, 2°, ainsi que ses annexes.
La liste visée à l'alinéa 5 est complète lorsqu'elle contient :
1° le nom, le prénom, l'adresse de la résidence principale, le numéro de registre national et le numéro de compte bancaire de chaque stagiaire réunissant les conditions d'octroi visées au § 1er;
2° en annexe, la déclaration sur l'honneur par laquelle l'opérateur de formation atteste avoir informé chaque stagiaire repris dans la liste, de l'obligation de transmettre au FOREm les éléments apportant la preuve qu'il satisfait à la condition d'octroi visée au § 1er, et les copies de la carte d'identité et de la carte bancaire de chaque stagiaire.
Dans un délai de trente jours à compter de la réception de la liste complète des stagiaires et de ses annexes, visée à l'alinéa 6, le FOREm notifie l'octroi de l'incitant à l'ex stagiaire qui remplit les conditions d'octroi visées au § 1er et lui en liquide le montant, à condition d'être en possession de documents attestant :
1° de l'engagement de l'ex-stagiaire, sous contrat de travail portant sur un emploi dans un métier en pénurie de main d'oeuvre repris sur la liste établie par le FOREm;
2° de l'installation de l'ex-stagiaire en tant qu'indépendant à titre principal pour une activité portant sur un métier en pénurie de main d'oeuvre repris sur la liste établie par le FOREm.
Si, dans le délai de trente jours à compter de la réception de la liste complète des stagiaires visée à l'alinéa 5, le FOREm ne dispose pas des documents visés à l'alinéa 6, 1° ou 2°, celui-ci notifie l'octroi de l'incitant à l'ex stagiaire, sous réserve de la production par ce dernier dans un délai de six mois à compter du jour où le stagiaire a quitté la formation, des documents visés à l'alinéa 6, 1° ou 2°, et de leur examen par le FOREm.
Le FOREm liquide la prime de reconstruction dès que la réserve est levée.
§ 5. Pour les formations visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, b), le FOREm notifie l'octroi de la prime reconstruction au stagiaire et lui en liquide le montant selon les modalités visées au § 2, alinéa 1er, 2°, sur base des données issues de sources authentiques auxquelles il a accès.
§ 6. Le stagiaire bénéficie une seule fois de la prime reconstruction indépendamment du fait qu'il ait bénéficié ou pas du montant maximal de 2000 euros.
§ 7. La prime reconstruction visée aux paragraphes 1er et 2 n'est pas cumulable avec l'incitant prévu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2019 relatif à l'incitant financier visant la mobilisation des demandeurs d'emploi vers la formation.
La prime reconstruction visée aux paragraphes 1er et 2 n'est pas cumulable avec la prime reconstruction octroyée par l'IFAPME en vertu de l'article 210 du décret du 22 décembre 2021 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022.
§ 8. Le FOREm est responsable du traitement des données du stagiaire nécessaires à la vérification des conditions d'octroi de la prime reconstruction ainsi que les données nécessaires au calcul et à la liquidation de la prime.
Le FOREm et les opérateurs de formation échangent les données visées au § 3, alinéas 2 et 3, et les données visées § 4, alinéas 1er et 2 via les moyens mis en place par le FOREm.
Les opérateurs de formation sont autorisés, à des fins d'identification du stagiaire dans leurs échanges avec le FOREm, à utiliser :
1° le numéro d'identification au Registre national, s'il s'agit de données relatives à une personne physique inscrite au Registre national;
2° le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale, visé à l'article 8, § 1er, 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque carrefour de la sécurité sociale, s'il s'agit de données relatives à une personne physique non inscrite au Registre national.
Le FOREm centralise, agrège et conserve les données du stagiaire dans son dossier unique, tel que visé à l'article 4/1 du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi. ".
Art. 39. Voor het jaar 2022 wordt de minister bevoegd voor Energie gemachtigd om, mits een voorafgaand akkoord van de Regering waarin de ontvankelijkheids- en uitvoeringsvoorwaarden worden bepaald, tot een maximumbedrag van 1.000.000,00 euro subsidies toe te kennen voor de financiering van investeringen in energie-efficiëntie in gebouwen met collectieve, educatieve, begeleidende of andere bestemming van het Cité des Métiers in Charleroi.
In afwijking van het besluit van de Waalse Regering van 28 april 2013 betreffende de toekenning van subsidies aan publiekrechtelijke personen en aan de niet-commerciële instellingen voor de verwezenlijking van studies en werken die een betere energieprestatie en het rationeel energiegebruik in gebouwen beogen (UREBA), wordt deze subsidie beschikbaar gesteld door het "Centre Régional d'Aide aux Communes" (gewestelijk hulpcentrum voor gemeenten).
In afwijking van het besluit van de Waalse Regering van 28 april 2013 betreffende de toekenning van subsidies aan publiekrechtelijke personen en aan de niet-commerciële instellingen voor de verwezenlijking van studies en werken die een betere energieprestatie en het rationeel energiegebruik in gebouwen beogen (UREBA), wordt deze subsidie beschikbaar gesteld door het "Centre Régional d'Aide aux Communes" (gewestelijk hulpcentrum voor gemeenten).
Art. 39. Pour l'année 2022, le Ministre en charge de l'Energie est autorisé, sous réserve d'un accord préalable du Gouvernement précisant ses conditions d'éligibilité et de mise en oeuvre, à concurrence d'un maximum de 1.000.000,00 d'euros, à accorder des subventions pour le financement des investissements d'efficience énergétique dans les bâtiments à vocation collective, éducative, d'orientation, ou autre de la Cité des Métiers à Charleroi.
Par dérogation à l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 mars 2013 relatif à l'octroi de subventions aux personnes de droit public et aux organismes non commerciaux pour la réalisation d'études et de travaux visant l'amélioration de la performance énergétique et l'utilisation rationnelle de l'énergie dans les bâtiments (UREBA), cette subvention sera mise à disposition par le Centre Régional d'aide aux Communes.
Par dérogation à l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 mars 2013 relatif à l'octroi de subventions aux personnes de droit public et aux organismes non commerciaux pour la réalisation d'études et de travaux visant l'amélioration de la performance énergétique et l'utilisation rationnelle de l'énergie dans les bâtiments (UREBA), cette subvention sera mise à disposition par le Centre Régional d'aide aux Communes.
Art. 40. In artikel 4 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 december 2020, worden de woorden "2020 en 2021" vervangen door de woorden "2020, 2021 en 2022".
Art. 40. A l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 décembre 2020, les mots " 2020 et 2021 " sont remplacés par les mots " 2020, 2021 et 2022 ".
Art. 41. In artikel 4/1 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 december 2020, worden de woorden "2020 en 2021" vervangen door de woorden "2020, 2021 en 2022".
Art. 41. A l'article 4/1 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 décembre 2020, les mots " 2020 et 2021 " sont remplacés par les mots " 2020, 2021 et 2022 ".
Art. 42. Het artikel 5 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 december 2020, wordt aangevuld met volgend lid:
"In afwijking van het eerste lid zijn de diensten die een revalidatieovereenkomst hebben gesloten na 1 maart 2020 gemachtigd om, tot de door de Minister van Gezondheid en Sociale Actie vastgestelde datum, het verschil tussen het aantal theoretisch verschuldigde forfaitaire bedragen op grond van het personeelsbestand, die maandelijks berekend worden, en het aantal daadwerkelijk forfaitaire bedragen tijdens de betrokken maand, aan de Waalse verzekeringsinstellingen te factureren. Het aantal theoretisch verschuldigde forfaitaire bedragen op grond van het personeelsbestand wordt verkregen door de maximale jaarlijkse capaciteit te delen door 12 en dit resultaat te vermenigvuldigen met het gemiddelde immunisatiepercentage dat in de diensten van dezelfde categorie wordt toegepast. Deze maximale jaarlijkse capaciteit wordt berekend met inachtneming van het personeel dat gedurende de betrokken periode daadwerkelijk in dienst is. Dit lid is niet van toepassing op overeenkomsten met het oog op de financiering van de pluridisciplinaire evaluatie in het kader van de nomenclatuur voor mobiliteitsbijstand (overeenkomsten van het type 790). ".
"In afwijking van het eerste lid zijn de diensten die een revalidatieovereenkomst hebben gesloten na 1 maart 2020 gemachtigd om, tot de door de Minister van Gezondheid en Sociale Actie vastgestelde datum, het verschil tussen het aantal theoretisch verschuldigde forfaitaire bedragen op grond van het personeelsbestand, die maandelijks berekend worden, en het aantal daadwerkelijk forfaitaire bedragen tijdens de betrokken maand, aan de Waalse verzekeringsinstellingen te factureren. Het aantal theoretisch verschuldigde forfaitaire bedragen op grond van het personeelsbestand wordt verkregen door de maximale jaarlijkse capaciteit te delen door 12 en dit resultaat te vermenigvuldigen met het gemiddelde immunisatiepercentage dat in de diensten van dezelfde categorie wordt toegepast. Deze maximale jaarlijkse capaciteit wordt berekend met inachtneming van het personeel dat gedurende de betrokken periode daadwerkelijk in dienst is. Dit lid is niet van toepassing op overeenkomsten met het oog op de financiering van de pluridisciplinaire evaluatie in het kader van de nomenclatuur voor mobiliteitsbijstand (overeenkomsten van het type 790). ".
Art. 42. L'article 5 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 décembre 2020, est complété par l'alinéa suivant :
" Par dérogation au premier alinéa, les services bénéficiant d'une convention de revalidation conclue après le 1er mars 2020 sont autorisés à facturer aux organismes assureurs wallons et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale, la différence entre le nombre de forfaits théoriquement dus en fonction du niveau de personnel occupé, calculé mensuellement, et le nombre de forfaits effectivement réalisés sur le mois concerné. Le nombre de forfaits théoriquement dus en fonction du niveau de personnel occupé est obtenu en divisant la capacité maximale annuelle par 12 et en multipliant ce résultat par le taux d'immunisation moyen appliqué dans les services de même catégorie. Cette capacité maximale annuelle est calculée en tenant compte du personnel réellement occupé par le service pendant la période concernée. Cet alinéa ne s'applique pas aux conventions visant à financer l'évaluation multidisciplinaire dans le cadre de la nomenclature des aides à la mobilité (conventions de type 790). ".
" Par dérogation au premier alinéa, les services bénéficiant d'une convention de revalidation conclue après le 1er mars 2020 sont autorisés à facturer aux organismes assureurs wallons et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale, la différence entre le nombre de forfaits théoriquement dus en fonction du niveau de personnel occupé, calculé mensuellement, et le nombre de forfaits effectivement réalisés sur le mois concerné. Le nombre de forfaits théoriquement dus en fonction du niveau de personnel occupé est obtenu en divisant la capacité maximale annuelle par 12 et en multipliant ce résultat par le taux d'immunisation moyen appliqué dans les services de même catégorie. Cette capacité maximale annuelle est calculée en tenant compte du personnel réellement occupé par le service pendant la période concernée. Cet alinéa ne s'applique pas aux conventions visant à financer l'évaluation multidisciplinaire dans le cadre de la nomenclature des aides à la mobilité (conventions de type 790). ".
Art. 43. In artikelen 30 en 32 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 december 2020, worden de woorden "met twee jaar" vervangen door de woorden "met drie jaar" en de woorden "2020 en 2021" vervangen door de woorden "2020, 2021 en 2022".
Art. 43. Aux articles 30 et 32 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 décembre 2020, les mots " pour une durée de deux ans " sont remplacés par " pour une durée de trois ans " et les mots " Les années 2020 et 2021 " sont remplacés par les mots " Les années 2020, 2021 et 2022 ".
Art. 44. In artikel 3 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 53 van 16 juni 2020 betreffende de verschillende maatregelen die zijn genomen in het kader van de afbouwmaatregelen COVID-19 voor de sectoren van de gezondheid, handicap en sociale actie, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 december 2020, worden de woorden "2020 en 2021" vervangen door de woorden "2020, 2021 en 2022".
Art. 44. A l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 53 du 16 juin 2020 relatif aux diverses dispositions prises dans le cadre du déconfinement COVID-19 pour les secteurs de la santé, du handicap et de l'action sociale, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 décembre 2020, les mots " 2021 et 2022 " sont remplacés par les mots " 2021, 2022 et 2023 ".
Art. 45. In artikelen 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 13, 14, 15, 16, 26, 27, 28, 31, 33, 34 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 december 2020, worden de woorden "2020 en 2021" telkens vervangen door de woorden "2020, 2021 en 2022".
Art. 45. Dans les articles 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 13, 14, 15, 16, 26, 27, 28, 31, 33, 34, de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 décembre 2020, les mots " pour les années 2020 et 2021 " sont chaque fois remplacés par les mots " pour les années 2020, 2021 et 2022 ".
Art. 46. In artikelen 12 en 17 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 december 2020, worden de woorden "periode 2020-2021" telkens vervangen door de woorden "periode 2021-2021-2022" en de woorden "2020 en 2021" telkens vervangen door de woorden "2020, 2021 en 2022".
Art. 46. Dans les articles 12 et 17 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 décembre 2020, les mots " la période 2020-2021 " sont chaque fois remplacés par les mots " la période 2020-2021-2022 " et les mots " en 2020 et 2021 " sont chaque fois remplacés par les mots " en 2020, 2021 et 2022 ".
Art. 47. In artikel 25 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 december 2020, worden de woorden "2020 en 2021" vervangen door de woorden "2020, 2021 en 2022".
Art. 47. Dans l'article 25 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 décembre 2020, les mots " des années 2020 et 2021 " sont remplacés par les mots " des années 2020, 2021 et 2022 ".
Art. 48. De Regering wordt gemachtigd om voor het jaar 2022 de toekenningsvoorwaarden voor de steunmaatregelen voor het economisch herstel van kmo's door middel van digitale technologie en steunmaatregelen in de gezondheids- en ouderensector als bedoeld in het kader van Verordening (EU) 2020/2221 van het Europees Parlement en de Raad van 23 december 2020 als herstelbijstand voor cohesie en de regio's van Europa (REACT-EU), vast te stellen.en uit te voeren.
Art. 48. Pour l'année 2022, le Gouvernement est habilité à mettre en oeuvre et à déterminer les modalités d'octroi des mesures de soutien à la relance économique des PME par le numérique et des mesures de soutien dans le secteur de la santé et des aînés prévues dans le cadre du règlement (UE) 2020/2221 du Parlement européen et du Conseil du 23 décembre 2020 en tant que soutien à la reprise en faveur de la cohésion et des territoires de l'Europe (REACT-EU).
Art. 49. § 1. Dit artikel is van toepassing op de onder het Waalse Wetboek voor Toerisme vallende toeristische accommodatie, als bedoeld in artikel 1, 28°, van het Waalse Wetboek voor Toerisme, die door toeristische operatoren ter beschikking wordt gesteld als accommodatie in het kader van de opvang van Oekraïense vluchtelingen wegens het uitbreken van de oorlog in hun land op 24 februari 2022.
§ 2. De vergunningen en erkenningen die zijn verleend voor de toeristische accommodatie die ter beschikking is gesteld van vluchtelingen uit Oekraïne, worden gedurende de in paragraaf 4 bedoelde periode als gehandhaafd beschouwd.
§ 3. De toeristische bestemming van de accommodatie, die een voorwaarde is voor de voortzetting van de toegekende subsidies, wordt verondersteld te worden gehandhaafd tijdens de in paragraaf 4 bedoelde periode van terbeschikkingstelling aan de vluchtelingen.
§ 4. Het voordeel van de veronderstelling van voortgezette bestemming wordt slechts verleend op voorwaarde dat de houder van de vergunning aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme, per gecertificeerd schrijven als bedoeld in artikel 1.D, 22°, van het Waalse Wetboek voor Toerisme, een verklaring op erewoord bezorgt waarin het volgende wordt vermeld:
1° de adresgegevens van de ter beschikking gestelde toeristische accommodatie;
2° de contactgegevens van de houder van de vergunning of erkenning van de toeristische accommodatie;
3° de identiteit van de Oekraïense vluchteling(en);
4° de datum met ingang waarvan de toeristische accommodatie wordt gebruikt om vluchtelingen te huisvesten.
§ 5. De in § 2 en § 3 bedoelde veronderstellingen gelden voor een periode van ten hoogste een jaar vanaf de datum van gecertificeerd schrijven en eindigen op de datum van de vervroegde hervatting van de toeristische activiteit, die door de houder van de vergunning per gecertificeerd schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme moet worden gemeld.
§ 6. Dit artikel treedt in werking op 24 februari 2022.
§ 2. De vergunningen en erkenningen die zijn verleend voor de toeristische accommodatie die ter beschikking is gesteld van vluchtelingen uit Oekraïne, worden gedurende de in paragraaf 4 bedoelde periode als gehandhaafd beschouwd.
§ 3. De toeristische bestemming van de accommodatie, die een voorwaarde is voor de voortzetting van de toegekende subsidies, wordt verondersteld te worden gehandhaafd tijdens de in paragraaf 4 bedoelde periode van terbeschikkingstelling aan de vluchtelingen.
§ 4. Het voordeel van de veronderstelling van voortgezette bestemming wordt slechts verleend op voorwaarde dat de houder van de vergunning aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme, per gecertificeerd schrijven als bedoeld in artikel 1.D, 22°, van het Waalse Wetboek voor Toerisme, een verklaring op erewoord bezorgt waarin het volgende wordt vermeld:
1° de adresgegevens van de ter beschikking gestelde toeristische accommodatie;
2° de contactgegevens van de houder van de vergunning of erkenning van de toeristische accommodatie;
3° de identiteit van de Oekraïense vluchteling(en);
4° de datum met ingang waarvan de toeristische accommodatie wordt gebruikt om vluchtelingen te huisvesten.
§ 5. De in § 2 en § 3 bedoelde veronderstellingen gelden voor een periode van ten hoogste een jaar vanaf de datum van gecertificeerd schrijven en eindigen op de datum van de vervroegde hervatting van de toeristische activiteit, die door de houder van de vergunning per gecertificeerd schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme moet worden gemeld.
§ 6. Dit artikel treedt in werking op 24 februari 2022.
Art. 49. § 1er. Le présent article s'applique aux hébergements touristiques visés par le Code wallon du Tourisme tels que définis à l'article 1er, 28°, du Code wallon du Tourisme mis à disposition par des opérateurs touristiques au titre de logement dans le cadre de l'accueil des réfugiés Ukrainiens en raison de l'entrée en guerre de leur pays le 24 février 2022.
§ 2. Les autorisations et reconnaissances octroyées aux hébergements touristiques mis à disposition des réfugiés en provenance d'Ukraine sont considérées comme maintenues pour la période visée au paragraphe 4.
§ 3. L'affectation touristique des hébergements, conditionnant le maintien des subventions allouées, est présumée maintenue durant la période de mise à disposition aux réfugiés visée au paragraphe 4.
§ 4. Le bénéfice de la présomption de maintien d'affectation n'est accordé qu'à la condition de la communication par le titulaire de l'autorisation au Commissariat Général au Tourisme, par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D, 22°, du Code wallon du Tourisme d'une déclaration sur l'honneur mentionnant :
1° les coordonnées de l'hébergement touristique mis à disposition;
2° les coordonnées du titulaire de l'autorisation ou de la reconnaissance de l'hébergement touristique;
3° l'identité du (des) réfugié(s) ukrainiens(s);
4° la date à partir de laquelle l'hébergement touristique est affecté au logement des réfugiés.
§ 5. Les présomptions visées aux § 2 et § 3 sont prévues pour une période maximale d'un an à partir de la date d'envoi certifié et prennent fin à la date de reprise anticipée de l'activité touristique, laquelle doit être notifiée par le titulaire de l'autorisation au Commissariat Général au Tourisme par envoi certifié.
§ 6. Le présent article entre en vigueur le 24 février 2022.
§ 2. Les autorisations et reconnaissances octroyées aux hébergements touristiques mis à disposition des réfugiés en provenance d'Ukraine sont considérées comme maintenues pour la période visée au paragraphe 4.
§ 3. L'affectation touristique des hébergements, conditionnant le maintien des subventions allouées, est présumée maintenue durant la période de mise à disposition aux réfugiés visée au paragraphe 4.
§ 4. Le bénéfice de la présomption de maintien d'affectation n'est accordé qu'à la condition de la communication par le titulaire de l'autorisation au Commissariat Général au Tourisme, par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D, 22°, du Code wallon du Tourisme d'une déclaration sur l'honneur mentionnant :
1° les coordonnées de l'hébergement touristique mis à disposition;
2° les coordonnées du titulaire de l'autorisation ou de la reconnaissance de l'hébergement touristique;
3° l'identité du (des) réfugié(s) ukrainiens(s);
4° la date à partir de laquelle l'hébergement touristique est affecté au logement des réfugiés.
§ 5. Les présomptions visées aux § 2 et § 3 sont prévues pour une période maximale d'un an à partir de la date d'envoi certifié et prennent fin à la date de reprise anticipée de l'activité touristique, laquelle doit être notifiée par le titulaire de l'autorisation au Commissariat Général au Tourisme par envoi certifié.
§ 6. Le présent article entre en vigueur le 24 février 2022.
Art. 50. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° motorhome : motorhome in de zin van artikel 1.D, 37°, van het Waalse Wetboek voor Toerisme;
2° ondergeschikte besturen: provincies, gemeenten en intercommunales.
§ 2. Dit artikel bepaalt de aanbestedingen die de subsidiëring mogelijk maken van projecten inzake toeristische infrastructuur en uitrustingen in het kader van de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië zoals aangenomen door de Waalse Regering in haar zitting van 2 oktober 2021.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op ondergeschikte besturen en autonome havens, met uitzondering van privé-personen, natuurlijke of rechtspersonen.
§ 3. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt het subsidiëringspercentage voor de in dit artikel bedoelde projecten tachtig procent.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en door middel van een aanbesteding kan de Regering overeenkomstig dit artikel een subsidie verlenen aan de ondergeschikte besturen voor de ontwikkeling van openbare ruimten voor de ontvangst van motorhomes.
§ 5. Om de subsidie te ontvangen moet de projectleider een verslag opstellen waarin het project wordt beschreven en bewijsstukken indienen.
De Regering kan bepalen hoe het verslag moet worden opgesteld en welke bewijsstukken moeten worden ingediend.
§ 6. De in dit artikel bedoelde subsidiëringen zijn onderworpen aan een administratieve controle en een controle ter plekke door het Commissariaat-generaal voor Toerisme om de werkelijkheid en de overeenstemming van het gesubsidieerde project met het besluit tot toekenning van de subsidie te verifiëren.
Indien de uitvoerbaarheid en het concrete karakter van het project aan het einde van de controle niet zijn vastgesteld, moet de begunstigde de subsidie terugbetalen.
De toeristische bestemming van het goed moet gedurende 15 jaar worden gehandhaafd, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de definitieve afwikkeling van de subsidie. Bij gebreke daarvan moet de subsidie naar rato van de overblijvende jaren worden terugbetaald.
§ 7. Voor de projectenoproepen bepaalt de Waalse Regering de procedures voor het indienen van kandidaturen, de inhoud van het dossier, de indiening van kandidaturen, de ontvankelijkheidscriteria voor projectleiders, de selectie-, evaluatie- en toekenningscriteria.
§ 8. Het bedrag van de in § 4 bedoelde subsidie bedraagt maximaal 350.000 euro. De Regering kan in het kader van het projectenoproep maxima vaststellen voor bepaalde subsidiabele uitgaven en specifieke voorwaarden vaststellen voor uitgaven in verband met de rechtverkrijgenden.
De subsidie wordt in 4 schijven uitbetaald:
- een eerste schijf van 20% na goedkeuring van de projectselectie door de Regering;
- een tweede schijf van 30%; - een derde schijf van 30%; - een saldo van 20%.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidiëring bepalen.
§ 9. De in § 4 bedoelde subsidiëring is uitsluitend bestemd voor de Waalse ondergeschikte besturen die op het betrokken gemeentelijk grondgebied niet beschikken over een voor motorhomes ingerichte openbare overnachtingsplaats.
Steden met meer dan 50.000 inwoners kunnen een project voor de aanleg van een tweede ruimte indienen onder de voorwaarden bepaald in § 10 van dit artikel.
§ 10. De in dit artikel bedoelde subsidiabele uitgaven zijn:
- alle uitgaven van onroerende aard in verband met de werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de aanleg en de exploitatie van de verplichte voorzieningen in verband met het project en de niet-verplichte voorzieningen, met uitzondering van ruimten of voorzieningen voor commercieel gebruik;
- de uitgaven voor de bewegwijzering en/of signalisatie van de ruimte in een straal van 5 kilometer;
- de kosten van projectleiders en assistentie bij het projectbeheer.
De dienstverleners en leveranciers waarop de projectleider voor de uitvoering van het gesubsidieerde project een beroep zal doen, moeten worden geselecteerd na afloop van een transparante, niet-discriminerende en onvoorwaardelijke aanbestedingsprocedure.
Hierna volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- Personeelskosten;
- kosten in verband met het onderhoud van de ruimte;
- uitgaven in verband met de organisatie van een eventuele aanbesteding voor diensten, met uitzondering van die welke zijn opgenomen in de in § 10, lid 1, bedoelde subsidiabele uitgaven.
-
1° motorhome : motorhome in de zin van artikel 1.D, 37°, van het Waalse Wetboek voor Toerisme;
2° ondergeschikte besturen: provincies, gemeenten en intercommunales.
§ 2. Dit artikel bepaalt de aanbestedingen die de subsidiëring mogelijk maken van projecten inzake toeristische infrastructuur en uitrustingen in het kader van de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië zoals aangenomen door de Waalse Regering in haar zitting van 2 oktober 2021.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op ondergeschikte besturen en autonome havens, met uitzondering van privé-personen, natuurlijke of rechtspersonen.
§ 3. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt het subsidiëringspercentage voor de in dit artikel bedoelde projecten tachtig procent.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en door middel van een aanbesteding kan de Regering overeenkomstig dit artikel een subsidie verlenen aan de ondergeschikte besturen voor de ontwikkeling van openbare ruimten voor de ontvangst van motorhomes.
§ 5. Om de subsidie te ontvangen moet de projectleider een verslag opstellen waarin het project wordt beschreven en bewijsstukken indienen.
De Regering kan bepalen hoe het verslag moet worden opgesteld en welke bewijsstukken moeten worden ingediend.
§ 6. De in dit artikel bedoelde subsidiëringen zijn onderworpen aan een administratieve controle en een controle ter plekke door het Commissariaat-generaal voor Toerisme om de werkelijkheid en de overeenstemming van het gesubsidieerde project met het besluit tot toekenning van de subsidie te verifiëren.
Indien de uitvoerbaarheid en het concrete karakter van het project aan het einde van de controle niet zijn vastgesteld, moet de begunstigde de subsidie terugbetalen.
De toeristische bestemming van het goed moet gedurende 15 jaar worden gehandhaafd, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de definitieve afwikkeling van de subsidie. Bij gebreke daarvan moet de subsidie naar rato van de overblijvende jaren worden terugbetaald.
§ 7. Voor de projectenoproepen bepaalt de Waalse Regering de procedures voor het indienen van kandidaturen, de inhoud van het dossier, de indiening van kandidaturen, de ontvankelijkheidscriteria voor projectleiders, de selectie-, evaluatie- en toekenningscriteria.
§ 8. Het bedrag van de in § 4 bedoelde subsidie bedraagt maximaal 350.000 euro. De Regering kan in het kader van het projectenoproep maxima vaststellen voor bepaalde subsidiabele uitgaven en specifieke voorwaarden vaststellen voor uitgaven in verband met de rechtverkrijgenden.
De subsidie wordt in 4 schijven uitbetaald:
- een eerste schijf van 20% na goedkeuring van de projectselectie door de Regering;
- een tweede schijf van 30%; - een derde schijf van 30%; - een saldo van 20%.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidiëring bepalen.
§ 9. De in § 4 bedoelde subsidiëring is uitsluitend bestemd voor de Waalse ondergeschikte besturen die op het betrokken gemeentelijk grondgebied niet beschikken over een voor motorhomes ingerichte openbare overnachtingsplaats.
Steden met meer dan 50.000 inwoners kunnen een project voor de aanleg van een tweede ruimte indienen onder de voorwaarden bepaald in § 10 van dit artikel.
§ 10. De in dit artikel bedoelde subsidiabele uitgaven zijn:
- alle uitgaven van onroerende aard in verband met de werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de aanleg en de exploitatie van de verplichte voorzieningen in verband met het project en de niet-verplichte voorzieningen, met uitzondering van ruimten of voorzieningen voor commercieel gebruik;
- de uitgaven voor de bewegwijzering en/of signalisatie van de ruimte in een straal van 5 kilometer;
- de kosten van projectleiders en assistentie bij het projectbeheer.
De dienstverleners en leveranciers waarop de projectleider voor de uitvoering van het gesubsidieerde project een beroep zal doen, moeten worden geselecteerd na afloop van een transparante, niet-discriminerende en onvoorwaardelijke aanbestedingsprocedure.
Hierna volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- Personeelskosten;
- kosten in verband met het onderhoud van de ruimte;
- uitgaven in verband met de organisatie van een eventuele aanbesteding voor diensten, met uitzondering van die welke zijn opgenomen in de in § 10, lid 1, bedoelde subsidiabele uitgaven.
-
Art. 50. § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° motor-home : motor-home au sens de l'article 1.D, 37°, du Code wallon du Tourisme;
2° pouvoirs subordonnés : les provinces, les communes et les intercommunales.
§ 2. Le présent article détermine les appels d'offre permettant le subventionnement de projets touristiques d'infrastructures et d'équipements dans le cadre de la mise en oeuvre du Plan de relance de la Wallonie tel qu'approuvé par le Gouvernement wallon en sa séance du 2 octobre 2021.
Les dispositions du présent article sont applicables aux pouvoirs subordonnés et aux ports autonomes, à l'exclusion des personnes privées, physiques ou morales.
§ 3. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le taux de subventionnement accordé pour les projets visés par le présent article est de quatre-vingts pourcent.
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sur appel d'offres, le Gouvernement peut accorder une subvention en application du présent article aux pouvoirs subordonnés en vue du développement des aires publiques pour l'accueil des motor-homes.
§ 5. Pour l'octroi de la subvention, le porteur de projet doit établir un rapport décrivant ledit projet et déposer des pièces justificatives.
Le Gouvernement peut préciser les modalités de rédaction du rapport et définir les pièces justificatives.
§ 6. Les subventionnements visés par le présent article font l'objet d'un contrôle administratif et d'un contrôle sur terrain par le Commissariat Général au Tourisme afin de procéder à la vérification de la réalité et de la conformité du projet subventionné à la décision d'octroi du subventionnement.
Si à l'issue du contrôle, l'opérationnalité et la matérialité du projet ne sont pas constatées, le bénéficiaire doit rembourser la subvention.
L'affectation touristique du bien doit être maintenue pendant 15 ans à partir du 1er janvier de l'année suivant la liquidation finale de la subvention. A défaut, la subvention devra être remboursée au prorata des années restantes.
§ 7. Le Gouvernement wallon fixe, dans les appels à projets, les procédures d'introduction des candidatures, le contenu du dossier, le dépôt des candidatures, les critères d'éligibilité des porteurs de projets, les critères de sélection, d'évaluation et d'attribution.
§ 8. Le montant de la subvention visée au § 4 s'élève à 350.000 euros au maximum. Le Gouvernent peut, au sein de l'appel à projet, plafonner les montants pour certains postes de dépenses éligibles et fixer les conditions spécifiques pour les dépenses relatives aux impétrants.
La subvention est liquidée en 4 tranches :
- une première tranche de 20% à l'approbation de la sélection du projet par le Gouvernement;
- une deuxième tranche de 30%; - une troisième tranche de 30%; - un solde de 20%.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention.
§ 9. La subvention visée au § 4 est exclusivement réservée aux pouvoirs subordonnés wallons ne disposant pas d'une aire publique d'accueil de nuit équipée pour motor-homes sur le territoire communal concerné.
Les villes de plus de 50.000 habitants peuvent présenter un projet d'installation d'une seconde aire dans les conditions fixées au § 10 du présent article.
§ 10. Les dépenses éligibles visées par le présent article sont :
- toutes dépenses à caractère immobilier relatives aux travaux nécessaires pour la création et la mise en exploitation des équipements obligatoires relatifs au projet et des équipements non-obligatoires, à l'exclusion des surfaces ou équipements à destination commerciale;
- les dépenses de signalisation et/ou de signalétique de l'aire dans un rayon de 5 kilomètres;
- les frais d'auteurs de projet et d'assistance à maîtrise d'ouvrage.
Les prestataires et fournisseurs auxquels le porteur de projet fera appel pour la réalisation du projet subsidié devront être choisis au terme d'une procédure de mise en concurrence transparente, non discriminatoire et inconditionnelle.
Ne peuvent en aucun cas être prises en charge les dépenses suivantes :
- les dépenses de personnel;
- les dépenses liées aux frais d'entretien de l'aire;
- les dépenses liées à la passation d'un éventuel marché de services, à l'exclusion de celles reprises dans les dépenses éligibles visées au § 10, alinéa 1er.
-
1° motor-home : motor-home au sens de l'article 1.D, 37°, du Code wallon du Tourisme;
2° pouvoirs subordonnés : les provinces, les communes et les intercommunales.
§ 2. Le présent article détermine les appels d'offre permettant le subventionnement de projets touristiques d'infrastructures et d'équipements dans le cadre de la mise en oeuvre du Plan de relance de la Wallonie tel qu'approuvé par le Gouvernement wallon en sa séance du 2 octobre 2021.
Les dispositions du présent article sont applicables aux pouvoirs subordonnés et aux ports autonomes, à l'exclusion des personnes privées, physiques ou morales.
§ 3. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le taux de subventionnement accordé pour les projets visés par le présent article est de quatre-vingts pourcent.
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sur appel d'offres, le Gouvernement peut accorder une subvention en application du présent article aux pouvoirs subordonnés en vue du développement des aires publiques pour l'accueil des motor-homes.
§ 5. Pour l'octroi de la subvention, le porteur de projet doit établir un rapport décrivant ledit projet et déposer des pièces justificatives.
Le Gouvernement peut préciser les modalités de rédaction du rapport et définir les pièces justificatives.
§ 6. Les subventionnements visés par le présent article font l'objet d'un contrôle administratif et d'un contrôle sur terrain par le Commissariat Général au Tourisme afin de procéder à la vérification de la réalité et de la conformité du projet subventionné à la décision d'octroi du subventionnement.
Si à l'issue du contrôle, l'opérationnalité et la matérialité du projet ne sont pas constatées, le bénéficiaire doit rembourser la subvention.
L'affectation touristique du bien doit être maintenue pendant 15 ans à partir du 1er janvier de l'année suivant la liquidation finale de la subvention. A défaut, la subvention devra être remboursée au prorata des années restantes.
§ 7. Le Gouvernement wallon fixe, dans les appels à projets, les procédures d'introduction des candidatures, le contenu du dossier, le dépôt des candidatures, les critères d'éligibilité des porteurs de projets, les critères de sélection, d'évaluation et d'attribution.
§ 8. Le montant de la subvention visée au § 4 s'élève à 350.000 euros au maximum. Le Gouvernent peut, au sein de l'appel à projet, plafonner les montants pour certains postes de dépenses éligibles et fixer les conditions spécifiques pour les dépenses relatives aux impétrants.
La subvention est liquidée en 4 tranches :
- une première tranche de 20% à l'approbation de la sélection du projet par le Gouvernement;
- une deuxième tranche de 30%; - une troisième tranche de 30%; - un solde de 20%.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention.
§ 9. La subvention visée au § 4 est exclusivement réservée aux pouvoirs subordonnés wallons ne disposant pas d'une aire publique d'accueil de nuit équipée pour motor-homes sur le territoire communal concerné.
Les villes de plus de 50.000 habitants peuvent présenter un projet d'installation d'une seconde aire dans les conditions fixées au § 10 du présent article.
§ 10. Les dépenses éligibles visées par le présent article sont :
- toutes dépenses à caractère immobilier relatives aux travaux nécessaires pour la création et la mise en exploitation des équipements obligatoires relatifs au projet et des équipements non-obligatoires, à l'exclusion des surfaces ou équipements à destination commerciale;
- les dépenses de signalisation et/ou de signalétique de l'aire dans un rayon de 5 kilomètres;
- les frais d'auteurs de projet et d'assistance à maîtrise d'ouvrage.
Les prestataires et fournisseurs auxquels le porteur de projet fera appel pour la réalisation du projet subsidié devront être choisis au terme d'une procédure de mise en concurrence transparente, non discriminatoire et inconditionnelle.
Ne peuvent en aucun cas être prises en charge les dépenses suivantes :
- les dépenses de personnel;
- les dépenses liées aux frais d'entretien de l'aire;
- les dépenses liées à la passation d'un éventuel marché de services, à l'exclusion de celles reprises dans les dépenses éligibles visées au § 10, alinéa 1er.
-
Art. 51. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° ondergeschikte besturen: provincies, gemeenten en intercommunales.
§ 2. Dit artikel bepaalt de aanbestedingen die de subsidiëring mogelijk maken van projecten inzake toeristische infrastructuur en uitrustingen in het kader van de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië zoals aangenomen door de Waalse Regering in haar zitting van 2 oktober 2021.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op ondergeschikte besturen en autonome havens, met uitzondering van privé-personen, natuurlijke of rechtspersonen.
§ 3. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt het subsidiëringspercentage voor de in dit artikel bedoelde projecten tachtig procent.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en door middel van een aanbesteding kan de Regering overeenkomstig dit artikel een subsidie verlenen aan de ondergeschikte besturen voor de inrichting van ruimten bestemd voor mountainbikeroutes en de bijbehorende voorzieningen.
Elke commerciële exploitatie van de gesubsidieerde infrastructuur en voorzieningen is uitdrukkelijk uitgesloten.
§ 5. Om de subsidie te ontvangen moet de projectleider een verslag opstellen waarin het project wordt beschreven en bewijsstukken indienen.
De Regering kan bepalen hoe het verslag moet worden opgesteld en welke bewijsstukken moeten worden ingediend.
§ 6. De in dit artikel bedoelde subsidiëringen zijn onderworpen aan een administratieve controle en een controle ter plekke door het Commissariaat-generaal voor Toerisme om de werkelijkheid en de overeenstemming van het gesubsidieerde project met het besluit tot toekenning van de subsidie te verifiëren.
Indien de uitvoerbaarheid en het concrete karakter van het project aan het einde van de controle niet zijn vastgesteld, moet de begunstigde de subsidie terugbetalen.
De toeristische bestemming van het goed moet gedurende 15 jaar worden gehandhaafd, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de definitieve afwikkeling van de subsidie. Bij gebreke daarvan moet de subsidie naar rato van de overblijvende jaren worden terugbetaald.
§ 7. Voor de projectenoproepen bepaalt de Waalse Regering de procedures voor het indienen van kandidaturen, de inhoud van het dossier, de indiening van kandidaturen, de ontvankelijkheidscriteria voor projectleiders, de selectie-, evaluatie- en toekenningscriteria.
§ 8. Het bedrag van de in § 4 bedoelde subsidie bedraagt maximaal 1.000.000 euro.
De Regering kan in het kader van het projectenoproep maxima vaststellen voor bepaalde subsidiabele uitgaven en specifieke voorwaarden vaststellen voor uitgaven in verband met de rechtverkrijgenden.
De subsidie wordt in 4 schijven uitbetaald:
- een eerste schijf van 20% na goedkeuring van de projectselectie door de Regering;
- een tweede schijf van 30%; - een derde schijf van 30%; - een saldo van 20%.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidie bepalen.
§ 9. De in dit artikel bedoelde subsidiabele uitgaven zijn:
- alle uitgaven in verband met de werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de aanleg en de inbedrijfstelling van de mountainbike-site (route, voorzieningen en niet-verplichte nevenvoorzieningen), met uitzondering van ruimten of voorzieningen voor commercieel gebruik;
- de uitgaven voor de bewegwijzering en/of signalisatie van de ruimte in een straal van 5 kilometer;
- de kosten van projectleiders en assistentie bij het projectbeheer.
De dienstverleners en leveranciers waarop de projectleider voor de uitvoering van het gesubsidieerde project een beroep zal doen, moeten worden geselecteerd na afloop van een transparante, niet-discriminerende en onvoorwaardelijke aanbestedingsprocedure.
Hierna volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- Personeelskosten;
- kosten in verband met het onderhoud van de ruimte;
- uitgaven in verband met de organisatie van een eventuele aanbesteding voor diensten, met uitzondering van de in § 9, lid 1, bedoelde subsidiabele uitgaven.
1° ondergeschikte besturen: provincies, gemeenten en intercommunales.
§ 2. Dit artikel bepaalt de aanbestedingen die de subsidiëring mogelijk maken van projecten inzake toeristische infrastructuur en uitrustingen in het kader van de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië zoals aangenomen door de Waalse Regering in haar zitting van 2 oktober 2021.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op ondergeschikte besturen en autonome havens, met uitzondering van privé-personen, natuurlijke of rechtspersonen.
§ 3. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt het subsidiëringspercentage voor de in dit artikel bedoelde projecten tachtig procent.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en door middel van een aanbesteding kan de Regering overeenkomstig dit artikel een subsidie verlenen aan de ondergeschikte besturen voor de inrichting van ruimten bestemd voor mountainbikeroutes en de bijbehorende voorzieningen.
Elke commerciële exploitatie van de gesubsidieerde infrastructuur en voorzieningen is uitdrukkelijk uitgesloten.
§ 5. Om de subsidie te ontvangen moet de projectleider een verslag opstellen waarin het project wordt beschreven en bewijsstukken indienen.
De Regering kan bepalen hoe het verslag moet worden opgesteld en welke bewijsstukken moeten worden ingediend.
§ 6. De in dit artikel bedoelde subsidiëringen zijn onderworpen aan een administratieve controle en een controle ter plekke door het Commissariaat-generaal voor Toerisme om de werkelijkheid en de overeenstemming van het gesubsidieerde project met het besluit tot toekenning van de subsidie te verifiëren.
Indien de uitvoerbaarheid en het concrete karakter van het project aan het einde van de controle niet zijn vastgesteld, moet de begunstigde de subsidie terugbetalen.
De toeristische bestemming van het goed moet gedurende 15 jaar worden gehandhaafd, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de definitieve afwikkeling van de subsidie. Bij gebreke daarvan moet de subsidie naar rato van de overblijvende jaren worden terugbetaald.
§ 7. Voor de projectenoproepen bepaalt de Waalse Regering de procedures voor het indienen van kandidaturen, de inhoud van het dossier, de indiening van kandidaturen, de ontvankelijkheidscriteria voor projectleiders, de selectie-, evaluatie- en toekenningscriteria.
§ 8. Het bedrag van de in § 4 bedoelde subsidie bedraagt maximaal 1.000.000 euro.
De Regering kan in het kader van het projectenoproep maxima vaststellen voor bepaalde subsidiabele uitgaven en specifieke voorwaarden vaststellen voor uitgaven in verband met de rechtverkrijgenden.
De subsidie wordt in 4 schijven uitbetaald:
- een eerste schijf van 20% na goedkeuring van de projectselectie door de Regering;
- een tweede schijf van 30%; - een derde schijf van 30%; - een saldo van 20%.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidie bepalen.
§ 9. De in dit artikel bedoelde subsidiabele uitgaven zijn:
- alle uitgaven in verband met de werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de aanleg en de inbedrijfstelling van de mountainbike-site (route, voorzieningen en niet-verplichte nevenvoorzieningen), met uitzondering van ruimten of voorzieningen voor commercieel gebruik;
- de uitgaven voor de bewegwijzering en/of signalisatie van de ruimte in een straal van 5 kilometer;
- de kosten van projectleiders en assistentie bij het projectbeheer.
De dienstverleners en leveranciers waarop de projectleider voor de uitvoering van het gesubsidieerde project een beroep zal doen, moeten worden geselecteerd na afloop van een transparante, niet-discriminerende en onvoorwaardelijke aanbestedingsprocedure.
Hierna volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- Personeelskosten;
- kosten in verband met het onderhoud van de ruimte;
- uitgaven in verband met de organisatie van een eventuele aanbesteding voor diensten, met uitzondering van de in § 9, lid 1, bedoelde subsidiabele uitgaven.
Art. 51. § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° pouvoirs subordonnés : les provinces, les communes et les intercommunales.
§ 2. Le présent article règlemente les appels d'offre permettant le subventionnement de projets touristiques d'infrastructures et d'équipements dans le cadre de la mise en oeuvre du Plan de relance de la Wallonie tel qu'approuvé par le Gouvernement wallon en sa séance du 2 octobre 2021.
Les dispositions du présent article sont applicables aux pouvoirs subordonnés à l'exclusion des personnes privées, physiques ou morales.
§ 3. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le taux de subventionnement accordé pour les projets visés par le présent article est de quatre-vingts pourcent.
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sur appel d'offres, le Gouvernement peut accorder une subvention en application du présent article aux pouvoirs subordonnés en vue de l'aménagement de sites dédiés aux itinéraires VTT et à leurs aménagements accessoires.
Toute exploitation commerciale des infrastructures et équipements subventionnés est expressément exclue.
§ 5. Pour l'octroi de la subvention, le porteur de projet doit établir un rapport décrivant ledit projet et déposer des pièces justificatives.
Le Gouvernement peut préciser les modalités de rédaction du rapport et définir les pièces justificatives.
§ 6. Les subventionnements visés par le présent article font l'objet d'un contrôle administratif et d'un contrôle sur terrain par le Commissariat Général au Tourisme afin de procéder à la vérification de la réalité et de la conformité du projet subventionné à la décision d'octroi du subventionnement.
Si à l'issue du contrôle, l'opérationnalité et la matérialité du projet ne sont pas constatées, le bénéficiaire doit rembourser la subvention.
L'affectation touristique du bien doit être maintenue pendant 15 ans à partir du 1er janvier de l'année suivant la liquidation finale de la subvention. A défaut, la subvention devra être remboursée au prorata des années restantes.
§ 7. Le Gouvernement wallon fixe, dans les appels à projets, les procédures d'introduction des candidatures, le contenu du dossier, le dépôt des candidatures, les critères d'éligibilité des porteurs de projets, les critères de sélection, d'évaluation et d'attribution.
§ 8. Le montant de la subvention visée au § 4 s'élève à 1.000.000 euros au maximum.
Le Gouvernement peut, au sein de l'appel à projet, plafonner les montants pour certains postes de dépenses éligibles et fixer des conditions spécifiques pour les dépenses relatives aux impétrants.
La subvention est liquidée en 4 tranches :
- une première tranche de 20% à l'approbation de la sélection du projet par le Gouvernement;
- une deuxième tranche de 30%; - une troisième tranche de 30%; - un solde de 20%.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention.
§ 9. Les dépenses éligibles visées par le présent article sont :
- toutes dépenses relatives aux travaux nécessaires pour la création et la mise en exploitation du site de VTT (parcours, équipements et équipements accessoires non obligatoires), à l'exclusion des surfaces ou équipements à destination commerciale;
- les dépenses de signalétique et de signalisation de l'aire dans un rayon de 5 kilomètres;
- les frais d'auteur de projet et d'assistance à maîtrise d'ouvrage.
Les prestataires et fournisseurs auxquels le porteur de projet fera appel pour la réalisation du projet subsidié devront être choisis au terme d'une procédure de mise en concurrence transparente, non discriminatoire et inconditionnelle.
Ne peuvent en aucun cas être prises en charge les dépenses suivantes :
- les dépenses de personnel;
- les dépenses liées aux frais d'entretien de l'aire;
- les dépenses liées à la passation d'un éventuel marché de services, à l'exclusion des dépenses éligibles visées au § 9, alinéa 1er.
1° pouvoirs subordonnés : les provinces, les communes et les intercommunales.
§ 2. Le présent article règlemente les appels d'offre permettant le subventionnement de projets touristiques d'infrastructures et d'équipements dans le cadre de la mise en oeuvre du Plan de relance de la Wallonie tel qu'approuvé par le Gouvernement wallon en sa séance du 2 octobre 2021.
Les dispositions du présent article sont applicables aux pouvoirs subordonnés à l'exclusion des personnes privées, physiques ou morales.
§ 3. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le taux de subventionnement accordé pour les projets visés par le présent article est de quatre-vingts pourcent.
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sur appel d'offres, le Gouvernement peut accorder une subvention en application du présent article aux pouvoirs subordonnés en vue de l'aménagement de sites dédiés aux itinéraires VTT et à leurs aménagements accessoires.
Toute exploitation commerciale des infrastructures et équipements subventionnés est expressément exclue.
§ 5. Pour l'octroi de la subvention, le porteur de projet doit établir un rapport décrivant ledit projet et déposer des pièces justificatives.
Le Gouvernement peut préciser les modalités de rédaction du rapport et définir les pièces justificatives.
§ 6. Les subventionnements visés par le présent article font l'objet d'un contrôle administratif et d'un contrôle sur terrain par le Commissariat Général au Tourisme afin de procéder à la vérification de la réalité et de la conformité du projet subventionné à la décision d'octroi du subventionnement.
Si à l'issue du contrôle, l'opérationnalité et la matérialité du projet ne sont pas constatées, le bénéficiaire doit rembourser la subvention.
L'affectation touristique du bien doit être maintenue pendant 15 ans à partir du 1er janvier de l'année suivant la liquidation finale de la subvention. A défaut, la subvention devra être remboursée au prorata des années restantes.
§ 7. Le Gouvernement wallon fixe, dans les appels à projets, les procédures d'introduction des candidatures, le contenu du dossier, le dépôt des candidatures, les critères d'éligibilité des porteurs de projets, les critères de sélection, d'évaluation et d'attribution.
§ 8. Le montant de la subvention visée au § 4 s'élève à 1.000.000 euros au maximum.
Le Gouvernement peut, au sein de l'appel à projet, plafonner les montants pour certains postes de dépenses éligibles et fixer des conditions spécifiques pour les dépenses relatives aux impétrants.
La subvention est liquidée en 4 tranches :
- une première tranche de 20% à l'approbation de la sélection du projet par le Gouvernement;
- une deuxième tranche de 30%; - une troisième tranche de 30%; - un solde de 20%.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention.
§ 9. Les dépenses éligibles visées par le présent article sont :
- toutes dépenses relatives aux travaux nécessaires pour la création et la mise en exploitation du site de VTT (parcours, équipements et équipements accessoires non obligatoires), à l'exclusion des surfaces ou équipements à destination commerciale;
- les dépenses de signalétique et de signalisation de l'aire dans un rayon de 5 kilomètres;
- les frais d'auteur de projet et d'assistance à maîtrise d'ouvrage.
Les prestataires et fournisseurs auxquels le porteur de projet fera appel pour la réalisation du projet subsidié devront être choisis au terme d'une procédure de mise en concurrence transparente, non discriminatoire et inconditionnelle.
Ne peuvent en aucun cas être prises en charge les dépenses suivantes :
- les dépenses de personnel;
- les dépenses liées aux frais d'entretien de l'aire;
- les dépenses liées à la passation d'un éventuel marché de services, à l'exclusion des dépenses éligibles visées au § 9, alinéa 1er.
Art. 52. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° ondergeschikte besturen: provincies, gemeenten en intercommunales.
2° autonome haven: door de Waalse Regering opgerichte instelling van openbaar nut voor het beheer, de inrichting en de uitrusting van haven- en industriezones en die geniet van de technische steun van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Insfrastructuren voor de studie en de verwezenlijking van haveninfrastructuren (kaaien, dokken, bekkens, platen).
§ 2. Dit artikel bepaalt de aanbestedingen die de subsidiëring mogelijk maken van projecten inzake toeristische infrastructuur en uitrustingen in het kader van de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië zoals aangenomen door de Waalse Regering in haar zitting van 2 oktober 2021.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op ondergeschikte besturen en autonome havens, met uitzondering van privé-personen, natuurlijke of rechtspersonen.
§ 3. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt het subsidiëringspercentage voor de in dit artikel bedoelde projecten tachtig procent.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en door middel van een aanbesteding kan de Regering overeenkomstig dit artikel een subsidie verlenen aan de ondergeschikte besturen en autonome havens voor de ontwikkeling van infrastructuur voor rivieren en oevers en de bijbehorende voorzieningen.
§ 5. Om de subsidie te ontvangen moet de projectleider een verslag opstellen waarin het project wordt beschreven en bewijsstukken indienen.
De Regering kan bepalen hoe het verslag moet worden opgesteld en welke bewijsstukken moeten worden ingediend.
§ 6. De in dit artikel bedoelde subsidiëringen zijn onderworpen aan een administratieve controle en een controle ter plekke door het Commissariaat-generaal voor Toerisme om de werkelijkheid en de overeenstemming van het gesubsidieerde project met het besluit tot toekenning van de subsidie te verifiëren.
Indien de uitvoerbaarheid en het concrete karakter van het project aan het einde van de controle niet zijn vastgesteld, moet de begunstigde de subsidie terugbetalen.
De toeristische bestemming van het goed moet gedurende 15 jaar worden gehandhaafd, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de definitieve afwikkeling van de subsidie. Bij gebreke daarvan moet de subsidie naar rato van de overblijvende jaren worden terugbetaald.
§ 7. Voor de projectenoproepen bepaalt de Waalse Regering de procedures voor het indienen van kandidaturen, de inhoud van het dossier, de indiening van kandidaturen, de ontvankelijkheidscriteria voor projectleiders, de selectie-, evaluatie- en toekenningscriteria.
§ 8. Het bedrag van de in § 4 bedoelde subsidie voor het hele project bedraagt maximaal 1.600.000 euro.
De subsidie wordt in 4 schijven uitbetaald:
- een eerste schijf van 20% na goedkeuring van de projectselectie door de Regering;
- een tweede schijf van 30%; - een derde schijf van 30%; - een saldo van 20%.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidiëring bepalen.
§ 9. De subsidiabele uitgaven zijn de uitgaven voor de aankoop, bouw, renovatie, uitbreiding en uitrusting van toeristische infrastructuur op rivieren en oevers met het oog op de ontvangst van toeristen en pleziervaarders, met uitzondering van ruimten of voorzieningen voor commercieel gebruik, zoals met name:
- steigers;
- palen voor water- en elektriciteitsvoorziening en de aansluitingen op de palen;
- het brandstoftoevoersysteem;
- het systeem voor het afvoeren van vaartuigen;
- pontons en meerpalen;
- drijvende pontons;
- secundaire inrichtingswerkzaamheden om het gebruik van de infrastructuur mogelijk te maken;
- betaalautomaten;
- verlichting van de infrastructuur;
- alle uitgaven voor de inrichting van openbare ruimten, rustplaatsen, ontspanningsruimten en speelplaatsen die de toeristische aantrekkingskracht van de infrastructuur bevorderen;
- alle uitgaven in verband met de kosten van projectleiders en assistentie bij het projectbeheer.
Hierna volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor de subsidiëring:
- exploitatie-uitgaven voor de infrastructuur; - onderhoudsuitgaven;
- personeelskosten.
1° ondergeschikte besturen: provincies, gemeenten en intercommunales.
2° autonome haven: door de Waalse Regering opgerichte instelling van openbaar nut voor het beheer, de inrichting en de uitrusting van haven- en industriezones en die geniet van de technische steun van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Insfrastructuren voor de studie en de verwezenlijking van haveninfrastructuren (kaaien, dokken, bekkens, platen).
§ 2. Dit artikel bepaalt de aanbestedingen die de subsidiëring mogelijk maken van projecten inzake toeristische infrastructuur en uitrustingen in het kader van de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië zoals aangenomen door de Waalse Regering in haar zitting van 2 oktober 2021.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op ondergeschikte besturen en autonome havens, met uitzondering van privé-personen, natuurlijke of rechtspersonen.
§ 3. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt het subsidiëringspercentage voor de in dit artikel bedoelde projecten tachtig procent.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en door middel van een aanbesteding kan de Regering overeenkomstig dit artikel een subsidie verlenen aan de ondergeschikte besturen en autonome havens voor de ontwikkeling van infrastructuur voor rivieren en oevers en de bijbehorende voorzieningen.
§ 5. Om de subsidie te ontvangen moet de projectleider een verslag opstellen waarin het project wordt beschreven en bewijsstukken indienen.
De Regering kan bepalen hoe het verslag moet worden opgesteld en welke bewijsstukken moeten worden ingediend.
§ 6. De in dit artikel bedoelde subsidiëringen zijn onderworpen aan een administratieve controle en een controle ter plekke door het Commissariaat-generaal voor Toerisme om de werkelijkheid en de overeenstemming van het gesubsidieerde project met het besluit tot toekenning van de subsidie te verifiëren.
Indien de uitvoerbaarheid en het concrete karakter van het project aan het einde van de controle niet zijn vastgesteld, moet de begunstigde de subsidie terugbetalen.
De toeristische bestemming van het goed moet gedurende 15 jaar worden gehandhaafd, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de definitieve afwikkeling van de subsidie. Bij gebreke daarvan moet de subsidie naar rato van de overblijvende jaren worden terugbetaald.
§ 7. Voor de projectenoproepen bepaalt de Waalse Regering de procedures voor het indienen van kandidaturen, de inhoud van het dossier, de indiening van kandidaturen, de ontvankelijkheidscriteria voor projectleiders, de selectie-, evaluatie- en toekenningscriteria.
§ 8. Het bedrag van de in § 4 bedoelde subsidie voor het hele project bedraagt maximaal 1.600.000 euro.
De subsidie wordt in 4 schijven uitbetaald:
- een eerste schijf van 20% na goedkeuring van de projectselectie door de Regering;
- een tweede schijf van 30%; - een derde schijf van 30%; - een saldo van 20%.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidiëring bepalen.
§ 9. De subsidiabele uitgaven zijn de uitgaven voor de aankoop, bouw, renovatie, uitbreiding en uitrusting van toeristische infrastructuur op rivieren en oevers met het oog op de ontvangst van toeristen en pleziervaarders, met uitzondering van ruimten of voorzieningen voor commercieel gebruik, zoals met name:
- steigers;
- palen voor water- en elektriciteitsvoorziening en de aansluitingen op de palen;
- het brandstoftoevoersysteem;
- het systeem voor het afvoeren van vaartuigen;
- pontons en meerpalen;
- drijvende pontons;
- secundaire inrichtingswerkzaamheden om het gebruik van de infrastructuur mogelijk te maken;
- betaalautomaten;
- verlichting van de infrastructuur;
- alle uitgaven voor de inrichting van openbare ruimten, rustplaatsen, ontspanningsruimten en speelplaatsen die de toeristische aantrekkingskracht van de infrastructuur bevorderen;
- alle uitgaven in verband met de kosten van projectleiders en assistentie bij het projectbeheer.
Hierna volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor de subsidiëring:
- exploitatie-uitgaven voor de infrastructuur; - onderhoudsuitgaven;
- personeelskosten.
Art. 52. § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° pouvoirs subordonnés : les provinces, les communes et les intercommunales;
2° port autonome : organisme d'intérêt public créé par le Gouvernement wallon en vue de la gestion, l'aménagement et l'équipement des zones portuaires et industrielles et bénéficiant de l'appui technique du SPW Mobilité et Infrastructures pour l'étude et la réalisation des infrastructures portuaires (quais, darses, bassins, dalles).
§ 2. Le présent article détermine les appels d'offre permettant le subventionnement de projets touristiques d'infrastructures et d'équipements dans le cadre de la mise en oeuvre du Plan de relance de la Wallonie tel qu'approuvé par le Gouvernement wallon en sa séance du 2 octobre 2021.
Les dispositions du présent article sont applicables aux pouvoirs subordonnés et aux ports autonomes, à l'exclusion des personnes privées, physiques ou morales.
§ 3. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le taux de subventionnement accordé pour les projets visés par le présent article est de quatre-vingts pourcent.
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sur appel à projet, le Gouvernement peut accorder une subvention en application du présent article aux pouvoirs subordonnés et aux ports autonomes en vue du développement des infrastructures fluviales et fluvestres ainsi que des équipements y relatifs.
§ 5. Pour l'octroi de la subvention, le porteur de projet doit établir un rapport décrivant ledit projet et déposer des pièces justificatives.
Le Gouvernement peut préciser les modalités de rédaction du rapport et définir les pièces justificatives.
§ 6. Les subventionnements visés par le présent article font l'objet d'un contrôle administratif et d'un contrôle sur terrain par le Commissariat Général au Tourisme afin de procéder à la vérification de la réalité et de la conformité du projet subventionné à la décision d'octroi du subventionnement.
Si à l'issue du contrôle, l'opérationnalité et la matérialité du projet ne sont pas constatées, le bénéficiaire doit rembourser la subvention.
L'affectation touristique du bien doit être maintenue pendant 15 ans à partir du 1er janvier de l'année suivant la liquidation finale de la subvention. A défaut, la subvention devra être remboursée au prorata des années restantes.
§ 7. Le Gouvernement wallon fixe, dans les appels à projets, les procédures d'introduction des candidatures, le contenu du dossier, le dépôt des candidatures, les critères d'éligibilité des porteurs de projets, les critères de sélection, d'évaluation et d'attribution.
§ 8. Le montant de la subvention pour le projet global visée au § 4 s'élève à 1.600.000 euros au maximum.
La subvention est liquidée en 4 tranches :
- une première tranche de 20% à l'approbation de la sélection du projet par le Gouvernement;
- une deuxième tranche de 30%; - une troisième tranche de 30%; - un solde de 20%.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention.
§ 9. Les dépenses éligibles sont les dépenses relatives à l'acquisition, la construction, la rénovation, l'agrandissement, l'équipement d'infrastructures touristiques fluviales et fluvestres destinées à l'accueil des touristes et des plaisanciers, à l'exclusion des surfaces ou équipements à destination commerciale, dont notamment :
- les embarcadères;
- les bornes d'approvisionnement en eau et en électricité ainsi que les raccordements aux bornes;
- le système d'alimentation en carburants;
- le système de vidange des bateaux;
- les pontons et les bites d'amarrage;
- les pontons flottants;
- les travaux accessoires d'aménagement permettant l'utilisation de l'infrastructure;
- les guichets de paiement automatisé;
- l'éclairage de l'infrastructure;
- toutes les dépenses relatives aux aménagements d'espaces publics, d'aires de repos, de détente et de jeux favorisant l'attractivité touristique de l'infrastructure;
- toutes les dépenses relatives aux frais d'auteur de projet et d'assistance à maîtrise d'ouvrage.
Ne peuvent en aucun cas être prises en charge les dépenses suivantes :
- les dépenses de fonctionnement des infrastructures; - les dépenses d'entretien;
- les dépenses de personnel.
1° pouvoirs subordonnés : les provinces, les communes et les intercommunales;
2° port autonome : organisme d'intérêt public créé par le Gouvernement wallon en vue de la gestion, l'aménagement et l'équipement des zones portuaires et industrielles et bénéficiant de l'appui technique du SPW Mobilité et Infrastructures pour l'étude et la réalisation des infrastructures portuaires (quais, darses, bassins, dalles).
§ 2. Le présent article détermine les appels d'offre permettant le subventionnement de projets touristiques d'infrastructures et d'équipements dans le cadre de la mise en oeuvre du Plan de relance de la Wallonie tel qu'approuvé par le Gouvernement wallon en sa séance du 2 octobre 2021.
Les dispositions du présent article sont applicables aux pouvoirs subordonnés et aux ports autonomes, à l'exclusion des personnes privées, physiques ou morales.
§ 3. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le taux de subventionnement accordé pour les projets visés par le présent article est de quatre-vingts pourcent.
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sur appel à projet, le Gouvernement peut accorder une subvention en application du présent article aux pouvoirs subordonnés et aux ports autonomes en vue du développement des infrastructures fluviales et fluvestres ainsi que des équipements y relatifs.
§ 5. Pour l'octroi de la subvention, le porteur de projet doit établir un rapport décrivant ledit projet et déposer des pièces justificatives.
Le Gouvernement peut préciser les modalités de rédaction du rapport et définir les pièces justificatives.
§ 6. Les subventionnements visés par le présent article font l'objet d'un contrôle administratif et d'un contrôle sur terrain par le Commissariat Général au Tourisme afin de procéder à la vérification de la réalité et de la conformité du projet subventionné à la décision d'octroi du subventionnement.
Si à l'issue du contrôle, l'opérationnalité et la matérialité du projet ne sont pas constatées, le bénéficiaire doit rembourser la subvention.
L'affectation touristique du bien doit être maintenue pendant 15 ans à partir du 1er janvier de l'année suivant la liquidation finale de la subvention. A défaut, la subvention devra être remboursée au prorata des années restantes.
§ 7. Le Gouvernement wallon fixe, dans les appels à projets, les procédures d'introduction des candidatures, le contenu du dossier, le dépôt des candidatures, les critères d'éligibilité des porteurs de projets, les critères de sélection, d'évaluation et d'attribution.
§ 8. Le montant de la subvention pour le projet global visée au § 4 s'élève à 1.600.000 euros au maximum.
La subvention est liquidée en 4 tranches :
- une première tranche de 20% à l'approbation de la sélection du projet par le Gouvernement;
- une deuxième tranche de 30%; - une troisième tranche de 30%; - un solde de 20%.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention.
§ 9. Les dépenses éligibles sont les dépenses relatives à l'acquisition, la construction, la rénovation, l'agrandissement, l'équipement d'infrastructures touristiques fluviales et fluvestres destinées à l'accueil des touristes et des plaisanciers, à l'exclusion des surfaces ou équipements à destination commerciale, dont notamment :
- les embarcadères;
- les bornes d'approvisionnement en eau et en électricité ainsi que les raccordements aux bornes;
- le système d'alimentation en carburants;
- le système de vidange des bateaux;
- les pontons et les bites d'amarrage;
- les pontons flottants;
- les travaux accessoires d'aménagement permettant l'utilisation de l'infrastructure;
- les guichets de paiement automatisé;
- l'éclairage de l'infrastructure;
- toutes les dépenses relatives aux aménagements d'espaces publics, d'aires de repos, de détente et de jeux favorisant l'attractivité touristique de l'infrastructure;
- toutes les dépenses relatives aux frais d'auteur de projet et d'assistance à maîtrise d'ouvrage.
Ne peuvent en aucun cas être prises en charge les dépenses suivantes :
- les dépenses de fonctionnement des infrastructures; - les dépenses d'entretien;
- les dépenses de personnel.
Art. 53. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° de onderneming: elke privé- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon, partner van de door de IFAPME georganiseerde opleidingsbranche van bedrijfsleider, die een stagiair ontvangt in het kader van een stageovereenkomst;
2° de financiële incentive voor de onderneming: de financiële incentive bedoeld in § 2 en toegekend aan de onderneming waarvan de vestigingseenheid waar de leerling wordt opgeleid, in het Franse taalgebied is gelegen;
3° de financiële incentive bij de eerste stageovereenkomst: de in § 3 bedoelde financiële incentive voor de onderneming zonder werknemers waarvan de vestigingseenheid waar de leerling wordt opgeleid in het Franse taalgebied gelegen is en die in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag voor een financiële incentive geen stageovereenkomst heeft gesloten.
§ 2. De Waalse Regering kent de IFAPME de nodige begrotingsmiddelen toe met het oog op de uitbetaling door deze laatste van een financiële incentive aan de onderneming. De financiële incentive van 750 euro is bedoeld om de kosten van de opleiding, de begeleiding en de evaluatie van de stagiair tijdens zijn eerste opleidingsjaar geheel of gedeeltelijk te dekken, ongeacht of het gaat om een eerste voorbereidend jaar of een eerste opleidingsjaar in het kader van de opleidingsbranche van bedrijfsleider, om de begeleiding van de stagiair en de administratieve formaliteiten in verband met de sluiting van de stageovereenkomst te verbeteren.
De onderneming moet aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
1° de onderneming is door de IFAPME erkend;
2° de onderneming heeft een IFAPME-stageovereenkomst in de zin van de relevante regelgeving voor het opleidingsjaar 2021-2022 gesloten;
3° de onderneming heeft de stagiair tijdens het eerste opleidingsjaar, dat begint op de dag waarop de onderneming de stageovereenkomst sluit, ten minste tweehonderdzeventig kalenderdagen opleiding gegeven in het kader van de IFAPME-stageovereenkomst.
§ 3. De Waalse Regering kent de IFAPME de nodige begrotingsmiddelen toe met het oog op de uitbetaling, door deze laatste aan de onderneming, van een financiële incentive voor een eerste stageovereenkomst. De financiële incentive van 750 euro is bedoeld om de kosten in verband met de ontvangst van de stagiair en de administratieve en sociale formaliteiten in verband met de sluiting van een eerste stageovereenkomst geheel of gedeeltelijk te dekken, alsook om de opening van nieuwe stageplaatsen in alternerende opleiding in het kader van een stageovereenkomst te ondersteunen
De onderneming moet aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
1° de onderneming is door de IFAPME erkend;
2° de onderneming heeft in 2022 een IFAPME-stageovereenkomst in de zin van de relevante regelgeving gesloten, voor de opleidingsjaren 2021-2022 en 2022-2023;
3° de IFAPME-stageovereenkomst moet ten tijde van de toekenningsbeslissing ten minste 30 kalenderdagen actief zijn geweest.
§ 4. De onderneming komt voor dezelfde stagiair slechts eenmaal in aanmerking voor de in paragraaf 2 bedoelde financiële incentive voor de onderneming en voor de in paragraaf 3 bedoelde financiële incentive voor de eerste stageovereenkomst. De financiële incentive voor de onderneming kan voor dezelfde stagiair worden gecombineerd met de financiële incentive voor de eerste stageovereenkomst.
§ 5. De IFAPME beslist over de toekenning van de in de paragrafen 1 en 3 bedoelde financiële incentive.
1° de onderneming: elke privé- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon, partner van de door de IFAPME georganiseerde opleidingsbranche van bedrijfsleider, die een stagiair ontvangt in het kader van een stageovereenkomst;
2° de financiële incentive voor de onderneming: de financiële incentive bedoeld in § 2 en toegekend aan de onderneming waarvan de vestigingseenheid waar de leerling wordt opgeleid, in het Franse taalgebied is gelegen;
3° de financiële incentive bij de eerste stageovereenkomst: de in § 3 bedoelde financiële incentive voor de onderneming zonder werknemers waarvan de vestigingseenheid waar de leerling wordt opgeleid in het Franse taalgebied gelegen is en die in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag voor een financiële incentive geen stageovereenkomst heeft gesloten.
§ 2. De Waalse Regering kent de IFAPME de nodige begrotingsmiddelen toe met het oog op de uitbetaling door deze laatste van een financiële incentive aan de onderneming. De financiële incentive van 750 euro is bedoeld om de kosten van de opleiding, de begeleiding en de evaluatie van de stagiair tijdens zijn eerste opleidingsjaar geheel of gedeeltelijk te dekken, ongeacht of het gaat om een eerste voorbereidend jaar of een eerste opleidingsjaar in het kader van de opleidingsbranche van bedrijfsleider, om de begeleiding van de stagiair en de administratieve formaliteiten in verband met de sluiting van de stageovereenkomst te verbeteren.
De onderneming moet aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
1° de onderneming is door de IFAPME erkend;
2° de onderneming heeft een IFAPME-stageovereenkomst in de zin van de relevante regelgeving voor het opleidingsjaar 2021-2022 gesloten;
3° de onderneming heeft de stagiair tijdens het eerste opleidingsjaar, dat begint op de dag waarop de onderneming de stageovereenkomst sluit, ten minste tweehonderdzeventig kalenderdagen opleiding gegeven in het kader van de IFAPME-stageovereenkomst.
§ 3. De Waalse Regering kent de IFAPME de nodige begrotingsmiddelen toe met het oog op de uitbetaling, door deze laatste aan de onderneming, van een financiële incentive voor een eerste stageovereenkomst. De financiële incentive van 750 euro is bedoeld om de kosten in verband met de ontvangst van de stagiair en de administratieve en sociale formaliteiten in verband met de sluiting van een eerste stageovereenkomst geheel of gedeeltelijk te dekken, alsook om de opening van nieuwe stageplaatsen in alternerende opleiding in het kader van een stageovereenkomst te ondersteunen
De onderneming moet aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
1° de onderneming is door de IFAPME erkend;
2° de onderneming heeft in 2022 een IFAPME-stageovereenkomst in de zin van de relevante regelgeving gesloten, voor de opleidingsjaren 2021-2022 en 2022-2023;
3° de IFAPME-stageovereenkomst moet ten tijde van de toekenningsbeslissing ten minste 30 kalenderdagen actief zijn geweest.
§ 4. De onderneming komt voor dezelfde stagiair slechts eenmaal in aanmerking voor de in paragraaf 2 bedoelde financiële incentive voor de onderneming en voor de in paragraaf 3 bedoelde financiële incentive voor de eerste stageovereenkomst. De financiële incentive voor de onderneming kan voor dezelfde stagiair worden gecombineerd met de financiële incentive voor de eerste stageovereenkomst.
§ 5. De IFAPME beslist over de toekenning van de in de paragrafen 1 en 3 bedoelde financiële incentive.
Art. 53. § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° l'entreprise : toute personne physique ou morale de droit privé ou de droit public, partenaire de la filière de formation de chef d'entreprise organisée par l'IFAPME, qui accueille un stagiaire dans les liens d'une convention de stage;
2° l'incitant financier à l'entreprise : l'incitant financier visé au § 2 et octroyé à l'entreprise dont l'unité d'établissement où se forme l'apprenant est située en région de langue française;
3° l'incitant financier à la première convention de stage : l'incitant financier visé au § 3 pour l'entreprise sans salarié dont l'unité d'établissement où se forme l'apprenant est située en région de langue française et qui n'a pas, dans les cinq ans qui précèdent la demande d'incitant financier, conclu de convention de stage.
§ 2. Le Gouvernement wallon octroie à l'IFAPME les moyens budgétaires nécessaires en vue de la liquidation, par celui-ci, à l'entreprise, d'un incitant financier. L'incitant financier d'un montant de 750 euros est destiné à couvrir tout ou partie des frais liés à la formation, à l'encadrement et à l'évaluation du stagiaire durant sa première année de formation, qu'il s'agisse d'une première année préparatoire ou d'une première année de formation dans la filière formation de chef d'entreprise, pour renforcer l'accompagnement du stagiaire et les démarches administratives liées à la conclusion de la convention de stage.
L'entreprise doit répondre aux conditions cumulatives suivantes :
1° l'entreprise est agréée par l'IFAPME;
2° l'entreprise a conclu une convention de stage IFAPME, au sens de la règlementation applicable en la matière, pour l'année de formation 2021-2022;
3° l'entreprise a assuré au stagiaire une formation d'au minimum deux cent septante jours calendrier sous convention de stage IFAPME durant la première année de formation, qui démarre le jour où l'entreprise conclut la convention de stage.
§ 3. Le Gouvernement wallon octroie à l'IFAPME les moyens budgétaires nécessaires en vue de la liquidation, par celui-ci, à l'entreprise, d'un incitant financier pour une première convention de stage. L'incitant financier d'un montant de 750 euros est destiné à couvrir tout ou partie des frais liés à l'accueil du stagiaire et les démarches administratives et sociales liées à la conclusion d'une première convention de stage ainsi qu'à soutenir l'ouverture de nouvelles places de stage en alternance sous convention de stage.
L'entreprise doit répondre aux conditions cumulatives suivantes :
1° l'entreprise est agréée par l'IFAPME;
2° l'entreprise a conclu une convention de stage IFAPME, au sens de la règlementation applicable en la matière, en 2022 pour les années de formation 2021-2022 et 2022-2023;
3° la convention de stage IFAPME doit être active depuis au moins trente jours calendrier au moment de la décision de l'octroi.
§ 4. L'entreprise bénéficie une seule fois, pour un même stagiaire, de l'incitant financier à l'entreprise, visé au paragraphe 2 et de l'incitant financier à la première convention de stage visé au paragraphe 3. L'incitant financier à l'entreprise peut être cumulé, pour un même stagiaire, avec l'incitant financier à la première convention de stage.
§ 5. L'IFAPME décide de l'octroi de l'incitant financier visé aux paragraphes 1er et 3.
1° l'entreprise : toute personne physique ou morale de droit privé ou de droit public, partenaire de la filière de formation de chef d'entreprise organisée par l'IFAPME, qui accueille un stagiaire dans les liens d'une convention de stage;
2° l'incitant financier à l'entreprise : l'incitant financier visé au § 2 et octroyé à l'entreprise dont l'unité d'établissement où se forme l'apprenant est située en région de langue française;
3° l'incitant financier à la première convention de stage : l'incitant financier visé au § 3 pour l'entreprise sans salarié dont l'unité d'établissement où se forme l'apprenant est située en région de langue française et qui n'a pas, dans les cinq ans qui précèdent la demande d'incitant financier, conclu de convention de stage.
§ 2. Le Gouvernement wallon octroie à l'IFAPME les moyens budgétaires nécessaires en vue de la liquidation, par celui-ci, à l'entreprise, d'un incitant financier. L'incitant financier d'un montant de 750 euros est destiné à couvrir tout ou partie des frais liés à la formation, à l'encadrement et à l'évaluation du stagiaire durant sa première année de formation, qu'il s'agisse d'une première année préparatoire ou d'une première année de formation dans la filière formation de chef d'entreprise, pour renforcer l'accompagnement du stagiaire et les démarches administratives liées à la conclusion de la convention de stage.
L'entreprise doit répondre aux conditions cumulatives suivantes :
1° l'entreprise est agréée par l'IFAPME;
2° l'entreprise a conclu une convention de stage IFAPME, au sens de la règlementation applicable en la matière, pour l'année de formation 2021-2022;
3° l'entreprise a assuré au stagiaire une formation d'au minimum deux cent septante jours calendrier sous convention de stage IFAPME durant la première année de formation, qui démarre le jour où l'entreprise conclut la convention de stage.
§ 3. Le Gouvernement wallon octroie à l'IFAPME les moyens budgétaires nécessaires en vue de la liquidation, par celui-ci, à l'entreprise, d'un incitant financier pour une première convention de stage. L'incitant financier d'un montant de 750 euros est destiné à couvrir tout ou partie des frais liés à l'accueil du stagiaire et les démarches administratives et sociales liées à la conclusion d'une première convention de stage ainsi qu'à soutenir l'ouverture de nouvelles places de stage en alternance sous convention de stage.
L'entreprise doit répondre aux conditions cumulatives suivantes :
1° l'entreprise est agréée par l'IFAPME;
2° l'entreprise a conclu une convention de stage IFAPME, au sens de la règlementation applicable en la matière, en 2022 pour les années de formation 2021-2022 et 2022-2023;
3° la convention de stage IFAPME doit être active depuis au moins trente jours calendrier au moment de la décision de l'octroi.
§ 4. L'entreprise bénéficie une seule fois, pour un même stagiaire, de l'incitant financier à l'entreprise, visé au paragraphe 2 et de l'incitant financier à la première convention de stage visé au paragraphe 3. L'incitant financier à l'entreprise peut être cumulé, pour un même stagiaire, avec l'incitant financier à la première convention de stage.
§ 5. L'IFAPME décide de l'octroi de l'incitant financier visé aux paragraphes 1er et 3.
Art. 54. § 1. Dit artikel regelt de subsidiëring van de steun en van de aanpassingsmaatregelen en -werken voor toeristische campings die inherent zijn aan hun ligging in gebieden met een hoog overstromingsgevaar.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op toeristische campings waarvoor op de datum van indiening van de subsidieaanvraag overeenkomstig paragrafen 2 tot 6 van dit artikel door het Commissariaat-generaal voor toerisme een vergunning is verleend, met uitzondering van caravanterreinen, waarvan ten minste één kampeerplaats in een gebied met een hoog overstromingsgevaar is gelegen.
§ 2. Met het oog op de herbestemming van hun installaties in verband met hun ligging in een gebied met een hoog overstromingsgevaar zullen de beheerders van de betrokken toeristische campings een beroep kunnen doen op een studie- of consultancybureau dat een haalbaarheidsanalyse van de vastgestelde aanpassingen zal uitvoeren.
§ 3. Overeenkomstig de in paragrafen 4 en 5 van dit artikel bedoelde procedure wordt de analyse van de haalbaarheid van de herbestemming van de toeristische camping met betrekking tot de ligging ervan in een gebied met een hoog overstromingsgevaar voor tachtig procent gesubsidieerd, met een maximaal bedrag van 10.000 euro.
§ 4. De beheerder van de camping dient het ad hoc-formulier in te vullen dat op de website van het Commissariaat-generaal voor toerisme vermeld wordt.
Het formulier moet naar behoren worden ingevuld en uiterlijk tegen 25 augustus 2022 per aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor toerisme worden toegestuurd.
§ 5. Binnen vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag ingediend via het in paragraaf 4 bedoelde formulier, indien deze volledig en ontvankelijk is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst ervan per aangetekend schrijven en stelt de beheerder van de camping in kennis van de toekenning van de subsidie.
Indien de aanvraag onvolledig is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst van de aanvraag binnen vijftien dagen na ontvangst ervan en stelt de beheerder van de camping per dezelfde aangetekend schrijven in kennis van de onvolledigheid van zijn aanvraag en geeft hem een bijkomende termijn van acht dagen, vanaf de datum van ontvangst van het ontvangstbewijs door de beheerder van de camping, om de ontbrekende elementen mee te delen.
Indien de subsidieaanvraag niet ontvankelijk is, stelt het Commissariaat-generaal voor toerisme de beheerder van de camping daarvan binnen vijftien dagen na ontvangst van het in paragraaf 4 bedoelde formulier per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs in kennis.
§ 6. De in paragraaf 3 bedoelde subsidie wordt uiterlijk op 31 december 2022 op basis van bewijsstukken uitbetaald.
§ 7. Met het oog op de herbestemming van hun installaties in verband met hun ligging in een gebied met een hoog overstromingsgevaar zullen de beheerders van de toeristische campings de nodige handelingen en werken kunnen uitvoeren zoals bedoeld door het studie- of consultancybureau dat belast is met de haalbaarheidsanalyse van de vastgestelde aanpassingen.
§ 8. Overeenkomstig de in paragrafen 9 en 10 van dit artikel bedoelde procedure worden de handelingen en werken voor de herbestemming van de toeristische camping, met betrekking tot de ligging ervan in een gebied met een hoog overstromingsgevaar, voor tachtig procent gesubsidieerd, met een maximaal bedrag van 200.000 euro.
Het Commissariaat-generaal voor toerisme stelt de begunstigde van de subsidie in kennis van het de-minimiskarakter van deze steun overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
§ 9. Het studie- of consultancybureau dat overeenkomstig paragrafen 2 tot 6 aangesteld is, dient het op de website van het Commissariaat-generaal voor toerisme gepubliceerde ad hoc-formulier in te vullen, waarin de plaatsbeschrijving van de toeristische camping en de lijst van de voor de herbestemming noodzakelijke handelingen en werken zijn opgenomen.
Het formulier moet naar behoren worden ingevuld en uiterlijk tegen 15 oktober 2022 per aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor toerisme worden toegestuurd.
§ 10. Binnen vijftien dagen na ontvangst van het in paragraaf 9 bedoelde formulier, indien dit volledig en ontvankelijk is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst ervan per aangetekend schrijven.
Het Commissariaat-generaal voor toerisme stelt de campingbeheerder zo spoedig mogelijk op de hoogte van de subsidie.
Indien het formulier onvolledig is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst ervan binnen vijftien dagen na ontvangst ervan en stelt de beheerder van de camping per dezelfde aangetekend schrijven in kennis van de onvolledigheid ervan en geeft hem een bijkomende termijn van acht dagen, vanaf de datum van ontvangst van het ontvangstbewijs door de beheerder van de camping, om de ontbrekende elementen mee te delen.
Indien de subsidieaanvraag onontvankelijk is, hetzij omdat de camping geen kampeerplaats heeft in een gebied met hoog overstromingsgevaar, hetzij omdat de in paragrafen 2 tot 6 beschreven procedure niet is toegepast, hetzij omdat de toeristische camping niet als dusdanig is erkend in de zin van het Waalse Wetboek voor toerisme, hetzij omdat een andere reden voor onontvankelijkheid kan worden vastgesteld, stelt het Commissariaat-generaal voor toerisme de beheerder van de camping hiervan per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs in kennis binnen vijftien dagen na ontvangst van het in paragraaf 9 bedoelde formulier.
§ 11. De in paragraaf 8 bedoelde subsidie wordt als volgt uitbetaald:
- een eerste schijf ten bedrage van een derde van de subsidie uiterlijk op 31 december 2022 op basis van het in paragraaf 9 bedoelde formulier;
- een tweede schijf ten bedrage van een derde van de subsidie wordt uiterlijk op 31 december 2023 uitbetaald op grond van de bewijsstukken van de eerste schijf van de subsidie;
- het saldo wordt uiterlijk op 31 december 2024 uitbetaald op grond van de bewijsstukken.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidie, de bovengenoemde bewijsstukken bepalen en, in voorkomend geval, de termijnen voor de uitbetaling van de subsidie met 12 maanden verlengen.
§ 12. De begunstigde betaalt de op grond van dit artikel ontvangen subsidie terug, naar rato van het aantal overblijvende jaren, indien binnen een periode van tien jaar, te rekenen vanaf 1 januari volgend op het laatste jaar waarin de subsidie is uitgekeerd, niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden die in het Waalse Wetboek voor Toerisme zijn vastgesteld om als toeristische camping in de zin van dit Wetboek te worden erkend.
De begunstigde betaalt de volledige ontvangen subsidie terug indien na een controle van de bewijsstukken of een controle ter plaatse door een beambte van het Commissariaat-generaal voor toerisme blijkt dat de toegekende subsidie niet op geldige wijze is gebruikt voor de uitvoering van de handelingen en werken als omschreven in het in paragraaf 9 bedoelde formulier.
§ 13. Er zal geen subsidie worden toegekend indien een andere overheidsinstantie of een verzekeringsmaatschappij reeds een subsidie of vergoeding voor deze handelingen en werken heeft toegekend.
§ 14. De in paragraaf 8 bedoelde subsidie kan worden toegekend voor handelingen en werken met een onroerend karakter van aard of door bestemming, mits deze in de balans van de exploitant worden opgenomen en over ten minste vijf jaar kunnen worden afgeschreven.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op toeristische campings waarvoor op de datum van indiening van de subsidieaanvraag overeenkomstig paragrafen 2 tot 6 van dit artikel door het Commissariaat-generaal voor toerisme een vergunning is verleend, met uitzondering van caravanterreinen, waarvan ten minste één kampeerplaats in een gebied met een hoog overstromingsgevaar is gelegen.
§ 2. Met het oog op de herbestemming van hun installaties in verband met hun ligging in een gebied met een hoog overstromingsgevaar zullen de beheerders van de betrokken toeristische campings een beroep kunnen doen op een studie- of consultancybureau dat een haalbaarheidsanalyse van de vastgestelde aanpassingen zal uitvoeren.
§ 3. Overeenkomstig de in paragrafen 4 en 5 van dit artikel bedoelde procedure wordt de analyse van de haalbaarheid van de herbestemming van de toeristische camping met betrekking tot de ligging ervan in een gebied met een hoog overstromingsgevaar voor tachtig procent gesubsidieerd, met een maximaal bedrag van 10.000 euro.
§ 4. De beheerder van de camping dient het ad hoc-formulier in te vullen dat op de website van het Commissariaat-generaal voor toerisme vermeld wordt.
Het formulier moet naar behoren worden ingevuld en uiterlijk tegen 25 augustus 2022 per aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor toerisme worden toegestuurd.
§ 5. Binnen vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag ingediend via het in paragraaf 4 bedoelde formulier, indien deze volledig en ontvankelijk is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst ervan per aangetekend schrijven en stelt de beheerder van de camping in kennis van de toekenning van de subsidie.
Indien de aanvraag onvolledig is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst van de aanvraag binnen vijftien dagen na ontvangst ervan en stelt de beheerder van de camping per dezelfde aangetekend schrijven in kennis van de onvolledigheid van zijn aanvraag en geeft hem een bijkomende termijn van acht dagen, vanaf de datum van ontvangst van het ontvangstbewijs door de beheerder van de camping, om de ontbrekende elementen mee te delen.
Indien de subsidieaanvraag niet ontvankelijk is, stelt het Commissariaat-generaal voor toerisme de beheerder van de camping daarvan binnen vijftien dagen na ontvangst van het in paragraaf 4 bedoelde formulier per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs in kennis.
§ 6. De in paragraaf 3 bedoelde subsidie wordt uiterlijk op 31 december 2022 op basis van bewijsstukken uitbetaald.
§ 7. Met het oog op de herbestemming van hun installaties in verband met hun ligging in een gebied met een hoog overstromingsgevaar zullen de beheerders van de toeristische campings de nodige handelingen en werken kunnen uitvoeren zoals bedoeld door het studie- of consultancybureau dat belast is met de haalbaarheidsanalyse van de vastgestelde aanpassingen.
§ 8. Overeenkomstig de in paragrafen 9 en 10 van dit artikel bedoelde procedure worden de handelingen en werken voor de herbestemming van de toeristische camping, met betrekking tot de ligging ervan in een gebied met een hoog overstromingsgevaar, voor tachtig procent gesubsidieerd, met een maximaal bedrag van 200.000 euro.
Het Commissariaat-generaal voor toerisme stelt de begunstigde van de subsidie in kennis van het de-minimiskarakter van deze steun overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
§ 9. Het studie- of consultancybureau dat overeenkomstig paragrafen 2 tot 6 aangesteld is, dient het op de website van het Commissariaat-generaal voor toerisme gepubliceerde ad hoc-formulier in te vullen, waarin de plaatsbeschrijving van de toeristische camping en de lijst van de voor de herbestemming noodzakelijke handelingen en werken zijn opgenomen.
Het formulier moet naar behoren worden ingevuld en uiterlijk tegen 15 oktober 2022 per aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor toerisme worden toegestuurd.
§ 10. Binnen vijftien dagen na ontvangst van het in paragraaf 9 bedoelde formulier, indien dit volledig en ontvankelijk is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst ervan per aangetekend schrijven.
Het Commissariaat-generaal voor toerisme stelt de campingbeheerder zo spoedig mogelijk op de hoogte van de subsidie.
Indien het formulier onvolledig is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst ervan binnen vijftien dagen na ontvangst ervan en stelt de beheerder van de camping per dezelfde aangetekend schrijven in kennis van de onvolledigheid ervan en geeft hem een bijkomende termijn van acht dagen, vanaf de datum van ontvangst van het ontvangstbewijs door de beheerder van de camping, om de ontbrekende elementen mee te delen.
Indien de subsidieaanvraag onontvankelijk is, hetzij omdat de camping geen kampeerplaats heeft in een gebied met hoog overstromingsgevaar, hetzij omdat de in paragrafen 2 tot 6 beschreven procedure niet is toegepast, hetzij omdat de toeristische camping niet als dusdanig is erkend in de zin van het Waalse Wetboek voor toerisme, hetzij omdat een andere reden voor onontvankelijkheid kan worden vastgesteld, stelt het Commissariaat-generaal voor toerisme de beheerder van de camping hiervan per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs in kennis binnen vijftien dagen na ontvangst van het in paragraaf 9 bedoelde formulier.
§ 11. De in paragraaf 8 bedoelde subsidie wordt als volgt uitbetaald:
- een eerste schijf ten bedrage van een derde van de subsidie uiterlijk op 31 december 2022 op basis van het in paragraaf 9 bedoelde formulier;
- een tweede schijf ten bedrage van een derde van de subsidie wordt uiterlijk op 31 december 2023 uitbetaald op grond van de bewijsstukken van de eerste schijf van de subsidie;
- het saldo wordt uiterlijk op 31 december 2024 uitbetaald op grond van de bewijsstukken.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidie, de bovengenoemde bewijsstukken bepalen en, in voorkomend geval, de termijnen voor de uitbetaling van de subsidie met 12 maanden verlengen.
§ 12. De begunstigde betaalt de op grond van dit artikel ontvangen subsidie terug, naar rato van het aantal overblijvende jaren, indien binnen een periode van tien jaar, te rekenen vanaf 1 januari volgend op het laatste jaar waarin de subsidie is uitgekeerd, niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden die in het Waalse Wetboek voor Toerisme zijn vastgesteld om als toeristische camping in de zin van dit Wetboek te worden erkend.
De begunstigde betaalt de volledige ontvangen subsidie terug indien na een controle van de bewijsstukken of een controle ter plaatse door een beambte van het Commissariaat-generaal voor toerisme blijkt dat de toegekende subsidie niet op geldige wijze is gebruikt voor de uitvoering van de handelingen en werken als omschreven in het in paragraaf 9 bedoelde formulier.
§ 13. Er zal geen subsidie worden toegekend indien een andere overheidsinstantie of een verzekeringsmaatschappij reeds een subsidie of vergoeding voor deze handelingen en werken heeft toegekend.
§ 14. De in paragraaf 8 bedoelde subsidie kan worden toegekend voor handelingen en werken met een onroerend karakter van aard of door bestemming, mits deze in de balans van de exploitant worden opgenomen en over ten minste vijf jaar kunnen worden afgeschreven.
Art. 54. § 1er. Le présent article règlemente le subventionnement de l'accompagnement et des actes et travaux d'adaptation des campings touristiques inhérents à leur situation en zone d'aléa d'inondation élevé.
Les dispositions du présent article sont applicables aux campings touristiques autorisés à la date du dépôt de la demande de subvention en application des paragraphes 2 à 6 du présent article par le Commissariat général au Tourisme, à l'exclusion des terrains de caravanage, comptant au moins un emplacement situé en zone d'aléa d'inondation élevé.
§ 2. En vue de la reconversion de leurs installations par rapport à leur situation en zone d'aléa d'inondation élevé, les gestionnaires des campings touristiques concernés feront appel à bureau d'études ou de conseils lequel réalisera une analyse de faisabilité des adaptations identifiées.
§ 3. Dans le respect de la procédure visée aux paragraphes 4 et 5 du présent article, l'analyse de la faisabilité de la reconversion du camping touristique au regard de la situation de celui-ci en zone d'aléa d'inondation élevé fera l'objet d'une subvention à quatre-vingts pourcents, avec un plafond maximum fixé à 10.000 euros.
§ 4. Le gestionnaire du camping doit compléter le formulaire ad hoc tel que publié sur le site du Commissariat général au Tourisme.
Le formulaire doit être dûment complété et envoyé par courrier recommandé au Commissariat général au Tourisme au plus tard pour le 25 août 2022.
§ 5. Dans un délai de quinze jours à dater de la réception de la demande introduite par le biais du formulaire visé au paragraphe 4, si celle-ci est complète et recevable, le Commissariat général au Tourisme en accuse bonne réception par courrier recommandé et informe le gestionnaire du camping de l'octroi de la subvention.
Si la demande est incomplète, le Commissariat général au Tourisme accuse bonne réception de la demande dans un délai de quinze jours à dater de la réception de celle-ci, il informe par ce même courrier recommandé le gestionnaire du camping du caractère incomplet de sa demande et lui accorde un délai complémentaire de huit jours, à dater de la réception par le gestionnaire du camping de l'accusé de réception, pour communiquer les éléments manquants.
Si la demande de subside est irrecevable, le Commissariat général au Tourisme en informe le gestionnaire du camping par courrier recommandé avec accusé de réception dans un délai de quinze jours à dater de la réception du formulaire visé au paragraphe 4.
§ 6. La subvention visée au paragraphe 3 est liquidée au plus tard le 31 décembre 2022 sur base des pièces justificatives.
§ 7. En vue de la reconversion de leurs installations par rapport à leur situation en zone d'aléa d'inondation élevé, les gestionnaires des campings touristiques pourront réaliser les actes et travaux nécessaires tels que visés par le bureau d'études ou de conseils chargé de procéder à l'analyse de faisabilité des adaptations identifiées.
§ 8. Dans le respect de la procédure visée aux paragraphes 9 et 10 du présent article, les actes et travaux de reconversion du camping touristique, au regard de la situation de celui-ci en zone d'aléa d'inondation élevé, feront l'objet d'une subvention à quatre-vingts pourcents, avec un plafond maximum fixé à 200.000 euros.
Le Commissariat général au Tourisme informe le bénéficiaire de la subvention du caractère de minimis de cette aide conformément à l'article 6 du Règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis.
§ 9. Le bureau d'études ou de conseils désigné en application des paragraphes 2 à 6 doit compléter le formulaire ad hoc tel que publié sur le site du Commissariat général au Tourisme, ce formulaire dressant l'état des lieux du camping touristique et la liste des actes et travaux nécessaires à la reconversion.
Le formulaire doit être dûment complété et envoyé par courrier recommandé au Commissariat général au Tourisme au plus tard pour le 15 octobre 2022.
§ 10. Dans un délai de quinze jours à dater de la réception du formulaire visé au paragraphe 9, si celui-ci est complet et recevable, le Commissariat général au Tourisme en accuse bonne réception par courrier recommandé.
Le Commissariat général au Tourisme informe le gestionnaire du camping de l'octroi de la subvention dans les meilleurs délais.
Si le formulaire est incomplet, le Commissariat général au Tourisme en accuse bonne réception dans un délai de quinze jours à dater de la réception de celle-ci, il informe par ce même courrier recommandé le gestionnaire du camping du caractère incomplet et lui accorde un délai complémentaire de huit jours, à dater de la réception par le gestionnaire du camping de l'accusé de réception, pour communiquer les éléments manquants.
Si la demande de subside est irrecevable, soit que le camping ne comptabilise aucun emplacement en zone d'aléa d'inondation élevé, soit que la procédure décrite aux paragraphes 2 à 6 n'ai pas été réalisée, soit que le camping touristique n'est pas autorisé comme tel au sens du Code wallon du Tourisme, soit qu'un autre motif d'irrecevabilité peut être relevé, le Commissariat général au Tourisme en informe le gestionnaire du camping par courrier recommandé avec accusé de réception dans un délai de quinze jours à dater de la réception du formulaire visé au paragraphe 9.
§ 11. La subvention visée au paragraphe 8 est liquidée comme suit :
- une première tranche s'élevant à un tiers de la subvention au plus tard le 31 décembre 2022 sur base du formulaire visé au paragraphe 9;
- une deuxième tranche s'élevant à un tiers de la subvention est liquidée au plus tard le 31 décembre 2023 sur base des pièces justificatives de la première tranche de subvention;
- le solde est liquidé au plus tard le 31 décembre 2024 sur base des pièces justificatives.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention, les pièces justificatives susvisées et, le cas échéant, prolonger les délais de liquidation de la subvention de 12 mois.
§ 12. Le bénéficiaire rembourse la subvention qu'il a perçue en application du présent article, au prorata du nombre d'années restant à courir, si, dans le délai de dix ans prenant cours à partir du 1er janvier suivant la dernière année pendant laquelle la subvention a été liquidée, il n'est plus satisfait aux conditions fixées par le Code wallon du Tourisme pour être autorisé en tant que camping touristique au sens dudit Code.
Le bénéficiaire rembourse l'intégralité de la subvention perçue si, à l'issue d'un contrôle des pièces justificatives ou d'un contrôle sur les lieux par un agent du Commissariat général au Tourisme, il apparaît que la subvention accordée n'a pas été valablement utilisée pour réaliser les actes et travaux tels que décrits dans le formulaire visé au paragraphe 9.
§ 13. Aucune subvention n'est accordée si un autre pouvoir public ou une assurance a déjà octroyé une subvention ou un dédommagement pour ces actes et travaux.
§ 14. Peuvent donner lieu à l'octroi d'une subvention visée au paragraphe 8 les actes et travaux à caractère immobilier par nature ou par destination pour autant qu'ils soient actés au bilan de l'exploitant et amortissables en cinq ans minimum.
Les dispositions du présent article sont applicables aux campings touristiques autorisés à la date du dépôt de la demande de subvention en application des paragraphes 2 à 6 du présent article par le Commissariat général au Tourisme, à l'exclusion des terrains de caravanage, comptant au moins un emplacement situé en zone d'aléa d'inondation élevé.
§ 2. En vue de la reconversion de leurs installations par rapport à leur situation en zone d'aléa d'inondation élevé, les gestionnaires des campings touristiques concernés feront appel à bureau d'études ou de conseils lequel réalisera une analyse de faisabilité des adaptations identifiées.
§ 3. Dans le respect de la procédure visée aux paragraphes 4 et 5 du présent article, l'analyse de la faisabilité de la reconversion du camping touristique au regard de la situation de celui-ci en zone d'aléa d'inondation élevé fera l'objet d'une subvention à quatre-vingts pourcents, avec un plafond maximum fixé à 10.000 euros.
§ 4. Le gestionnaire du camping doit compléter le formulaire ad hoc tel que publié sur le site du Commissariat général au Tourisme.
Le formulaire doit être dûment complété et envoyé par courrier recommandé au Commissariat général au Tourisme au plus tard pour le 25 août 2022.
§ 5. Dans un délai de quinze jours à dater de la réception de la demande introduite par le biais du formulaire visé au paragraphe 4, si celle-ci est complète et recevable, le Commissariat général au Tourisme en accuse bonne réception par courrier recommandé et informe le gestionnaire du camping de l'octroi de la subvention.
Si la demande est incomplète, le Commissariat général au Tourisme accuse bonne réception de la demande dans un délai de quinze jours à dater de la réception de celle-ci, il informe par ce même courrier recommandé le gestionnaire du camping du caractère incomplet de sa demande et lui accorde un délai complémentaire de huit jours, à dater de la réception par le gestionnaire du camping de l'accusé de réception, pour communiquer les éléments manquants.
Si la demande de subside est irrecevable, le Commissariat général au Tourisme en informe le gestionnaire du camping par courrier recommandé avec accusé de réception dans un délai de quinze jours à dater de la réception du formulaire visé au paragraphe 4.
§ 6. La subvention visée au paragraphe 3 est liquidée au plus tard le 31 décembre 2022 sur base des pièces justificatives.
§ 7. En vue de la reconversion de leurs installations par rapport à leur situation en zone d'aléa d'inondation élevé, les gestionnaires des campings touristiques pourront réaliser les actes et travaux nécessaires tels que visés par le bureau d'études ou de conseils chargé de procéder à l'analyse de faisabilité des adaptations identifiées.
§ 8. Dans le respect de la procédure visée aux paragraphes 9 et 10 du présent article, les actes et travaux de reconversion du camping touristique, au regard de la situation de celui-ci en zone d'aléa d'inondation élevé, feront l'objet d'une subvention à quatre-vingts pourcents, avec un plafond maximum fixé à 200.000 euros.
Le Commissariat général au Tourisme informe le bénéficiaire de la subvention du caractère de minimis de cette aide conformément à l'article 6 du Règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis.
§ 9. Le bureau d'études ou de conseils désigné en application des paragraphes 2 à 6 doit compléter le formulaire ad hoc tel que publié sur le site du Commissariat général au Tourisme, ce formulaire dressant l'état des lieux du camping touristique et la liste des actes et travaux nécessaires à la reconversion.
Le formulaire doit être dûment complété et envoyé par courrier recommandé au Commissariat général au Tourisme au plus tard pour le 15 octobre 2022.
§ 10. Dans un délai de quinze jours à dater de la réception du formulaire visé au paragraphe 9, si celui-ci est complet et recevable, le Commissariat général au Tourisme en accuse bonne réception par courrier recommandé.
Le Commissariat général au Tourisme informe le gestionnaire du camping de l'octroi de la subvention dans les meilleurs délais.
Si le formulaire est incomplet, le Commissariat général au Tourisme en accuse bonne réception dans un délai de quinze jours à dater de la réception de celle-ci, il informe par ce même courrier recommandé le gestionnaire du camping du caractère incomplet et lui accorde un délai complémentaire de huit jours, à dater de la réception par le gestionnaire du camping de l'accusé de réception, pour communiquer les éléments manquants.
Si la demande de subside est irrecevable, soit que le camping ne comptabilise aucun emplacement en zone d'aléa d'inondation élevé, soit que la procédure décrite aux paragraphes 2 à 6 n'ai pas été réalisée, soit que le camping touristique n'est pas autorisé comme tel au sens du Code wallon du Tourisme, soit qu'un autre motif d'irrecevabilité peut être relevé, le Commissariat général au Tourisme en informe le gestionnaire du camping par courrier recommandé avec accusé de réception dans un délai de quinze jours à dater de la réception du formulaire visé au paragraphe 9.
§ 11. La subvention visée au paragraphe 8 est liquidée comme suit :
- une première tranche s'élevant à un tiers de la subvention au plus tard le 31 décembre 2022 sur base du formulaire visé au paragraphe 9;
- une deuxième tranche s'élevant à un tiers de la subvention est liquidée au plus tard le 31 décembre 2023 sur base des pièces justificatives de la première tranche de subvention;
- le solde est liquidé au plus tard le 31 décembre 2024 sur base des pièces justificatives.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention, les pièces justificatives susvisées et, le cas échéant, prolonger les délais de liquidation de la subvention de 12 mois.
§ 12. Le bénéficiaire rembourse la subvention qu'il a perçue en application du présent article, au prorata du nombre d'années restant à courir, si, dans le délai de dix ans prenant cours à partir du 1er janvier suivant la dernière année pendant laquelle la subvention a été liquidée, il n'est plus satisfait aux conditions fixées par le Code wallon du Tourisme pour être autorisé en tant que camping touristique au sens dudit Code.
Le bénéficiaire rembourse l'intégralité de la subvention perçue si, à l'issue d'un contrôle des pièces justificatives ou d'un contrôle sur les lieux par un agent du Commissariat général au Tourisme, il apparaît que la subvention accordée n'a pas été valablement utilisée pour réaliser les actes et travaux tels que décrits dans le formulaire visé au paragraphe 9.
§ 13. Aucune subvention n'est accordée si un autre pouvoir public ou une assurance a déjà octroyé une subvention ou un dédommagement pour ces actes et travaux.
§ 14. Peuvent donner lieu à l'octroi d'une subvention visée au paragraphe 8 les actes et travaux à caractère immobilier par nature ou par destination pour autant qu'ils soient actés au bilan de l'exploitant et amortissables en cinq ans minimum.
Art. 55. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de leidend ambtenaar van het betaalorgaan van Wallonië ertoe gemachtigd vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de begrotingsadressen die tot de bevoegdheden van de Minister van Landbouw behoren en tussen de begrotingsadressen die tot de bevoegdheden van de Minister van Leefmilieu, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden en Dierenwelzijn behoren, binnen het programma 01 van de begroting van het betaalorgaan van Wallonië. De bevoegde ministers worden op de hoogte gehouden van elke overdracht.
Art. 55. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le fonctionnaire dirigeant de l'Organisme payeur de Wallonie est autorisé à transférer des crédits d'engagement et de liquidation entre les adresses budgétaires relevant des compétences du Ministre de l'Agriculture et entre les adresses budgétaires relevant des compétences de la Ministre de l'Environnement, de la Nature, de la Forêt, de la Ruralité et du Bien-être animal, au sein du programme 01 du budget de l'Organisme payeur de Wallonie. Les ministres compétents seront tenus informés de chaque transfert.
Art. 56. In artikel 2, § 1, b), van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de ontwikkeling van bedrijfsparken worden de woorden "21° tot 28° " vervangen door de woorden "49° tot 56° ".
Art. 56. A l'article 2, § 1er, b) du décret du 2 février 2017 relatif au développement des parcs d'activités économiques, les mots " 21° à 28° " sont remplacés par " 49° à 56° ".
Art. 57. De Regering kan, onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten die zij bepaalt, een specifieke financiële compensatie toekennen aan een onderneming waarvan de economische activiteit wordt getroffen door een gewestelijke openbare werf van grote omvang waarvan de verwezenlijking aanzienlijke vertraging oploopt.
Art. 57. Le Gouvernement peut, aux conditions et selon les modalités qu'il détermine, octroyer une compensation financière spécifique à l'entreprise dont l'activité économique est atteinte par un chantier public régional d'envergure qui subit des retards importants dans son exécution.
Art. 58. Het artikel 179 van het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen wordt aangevuld met een punt 5°, luidend als volgt:
"5° het uitvoeren van elke andere door de Regering vastgestelde opdracht wegens een onvoorziene buitengewone gebeurtenis".
"5° het uitvoeren van elke andere door de Regering vastgestelde opdracht wegens een onvoorziene buitengewone gebeurtenis".
Art. 58. L'article 179 du Code wallon de l'habitation durable est complété par l'ajout d'un 5° rédigé comme suit :
" 5° mettre en oeuvre toute autre mission déterminée par le Gouvernement en raison d'un évènement exceptionnel imprévisible ".
" 5° mettre en oeuvre toute autre mission déterminée par le Gouvernement en raison d'un évènement exceptionnel imprévisible ".
Art. 59. De minister van Onderzoek wordt gemachtigd om voor het jaar 2022 de projecten te financieren die zijn opgenomen in het "Important Project of Common European Interest on Battery Innovation (EuBatIn), State Aid SA.55840 (2020/N)- Belgium", meegedeeld door de Europese Commissie op 26/01/2021, overeenkomstig de regels van de Mededeling van de Commissie bekendgemaakt in het PB van de EU van 20 juni 2014 (C188/14) betreffende de Belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang.
Art. 59. Pour l'année 2022, le Ministre de la Recherche est autorisé à financer les projets inclus dans " Important Project of Common European Interest on Battery Innovation (EuBatIn), State Aid SA.55840 (2020/N)- Belgium ", notifié par la commission européenne le 26/01/2021, conformément aux règles de la Communication de la Commission publiée au JO de l'UE du 20 juin 2014 (C188/14) relative aux Projet Important d'Intérêt Européen Commun.
HOOFDSTUK 8. - Slotbepaling
CHAPITRE 8. - Disposition finale
Art. 60. Dit decreet heeft uitwerking op 1 januari 2022.
Art. 60. Le présent décret produit ses effets le 1er janvier 2022.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 09-01-2023, p. 2455)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 09-01-2023, p. 2054)