Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° het decreet van 4 april 2019: het decreet van 4 april 2019 betreffende de administratieve geldboetes inzake verkeersveiligheid;
2° het bevoegde personeelslid: het bevoegde personeelslid bedoeld in artikel 14 van het decreet van 4 april 2019;
3° de adviseur bestuurlijke vervolging: de adviseur bestuurlijke vervolging bedoeld in artikel 17 van het decreet van 4 april 2019;
4° de ambtenaar van de administratieve overheid: de ambtenaar van de administratieve overheid bedoeld in artikel 27 van het decreet van 4 april 2019;
5° de Minister: de Minister bevoegd voor de verkeersveiligheid.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
15 DECEMBER 2022. - Besluit van de Waalse Regering houdende uitvoering van het decreet van 4 april 2019 betreffende de administratieve geldboetes inzake verkeersveiligheid voor wat het administratief en geldelijk statuut van de ambtenaren betreft(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 13-02-2023 en tekstbijwerking tot 09-09-2024)
Titre
15 DECEMBRE 2022. - Arrêté du Gouvernement wallon portant exécution du décret du 4 avril 2019 relatif aux amendes administratives en matière de sécurité routière pour ce qui concerne le statut administratif et pécuniaire des agents(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 13-02-2023 et mise à jour au 09-09-2024)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (29)
Texte (29)
HOOFDSTUK 1. - Begripsomschrijvingen
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
1° le décret du 4 avril 2019 : le décret du 4 avril 2019 relatif aux amendes administratives en matière de sécurité routière ;
2° l'agent qualifié : l'agent qualifié visé à l'article 14 du décret du 4 avril 2019 ;
3° le conseiller de poursuite administrative : le conseiller de poursuite administrative visé à l'article 17 du décret du 4 avril 2019 ;
4° le fonctionnaire d'instance administrative : le fonctionnaire d'instance administrative visé à l'article 27 du décret du 4 avril 2019 ;
5° le Ministre : le Ministre qui a la sécurité routière dans ses attributions.
1° le décret du 4 avril 2019 : le décret du 4 avril 2019 relatif aux amendes administratives en matière de sécurité routière ;
2° l'agent qualifié : l'agent qualifié visé à l'article 14 du décret du 4 avril 2019 ;
3° le conseiller de poursuite administrative : le conseiller de poursuite administrative visé à l'article 17 du décret du 4 avril 2019 ;
4° le fonctionnaire d'instance administrative : le fonctionnaire d'instance administrative visé à l'article 27 du décret du 4 avril 2019 ;
5° le Ministre : le Ministre qui a la sécurité routière dans ses attributions.
HOOFDSTUK 2. - Het bevoegde personeelslid
CHAPITRE 2. - L'agent qualifié
Art. 2. Het bevoegde personeelslid valt onder niveau C en is toegewezen aan de Directie van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuur belast met wegcontrole.
Art. 2. L'agent qualifié relève du niveau C et est affecté à la Direction du Service public de Wallonie Mobilité et Infrastructures en charge du contrôle routier.
Art. 3. § 1. Het bevoegde personeelslid voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° houder zijn van een geldig rijbewijs categorie B binnen de Europese Unie;
2° het recht om een motorvoertuig te besturen krachtens de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie van het wegverkeer niet te zijn ontnomen en in het afgelopen jaar niet voor langer dan één maand in België of in het buitenland te zijn ontnomen;
3° in de afgelopen drie jaar in België of in het buitenland niet het voorwerp zijn geweest van een strafrechtelijke veroordeling, zelfs niet voorwaardelijk, die in kracht van gewijsde is gegaan, zoals:
a) een gevangenisstraf van zes maanden of meer voor enige overtreding;
b) een gevangenisstraf of een andere straf voor diefstal, heling, afpersing, schending van vertrouwen, fraude, valsheid in geschrifte, geweldpleging en opzettelijk letsel, aanranding van de eerbaarheid, verkrachting of overtredingen bedoeld in de artikelen 379 tot 389 van het Strafwetboek, in de artikelen 227, 280, 323, 324 en 324ter van het Strafwetboek, in de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan, de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en de handel in munitie en de uitvoeringsbesluiten ervan, of de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden;
4° de laatste drie jaar niet het voorwerp zijn geweest van een administratieve geldboete van meer dan 1.000 euro, exclusief toepassing van de vermenigvuldigingscoëfficiënt, uitgesproken door de ambtenaar van de administratieve overheid voor de overtredingen bedoeld bij het decreet van 4 april 2019 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
5° niet het voorwerp uitmaken van een definitieve en niet-geschrapte tuchtsanctie.
De voorwaarden, bedoeld in het eerste lid worden gecontroleerd vóór elke aanwijzing en het bevoegde personeelslid moet te allen tijde aan deze voorwaarden voldoen.
Het bevoegde personeelslid brengt zijn hiërarchieke meerdere onverwijld op de hoogte indien hij het voorwerp is van een van de in het eerste lid, 3° en 4°, bedoelde veroordelingen of tot een verval van het recht tot sturen.
§ 2. Het bevoegde personeelslid dat niet langer voldoet aan de in lid 1 gestelde voorwaarden, verliest deze hoedanigheid en oefent een administratieve functie uit binnen de directie.
Wanneer opnieuw aan de voorwaarden is voldaan, kan hij zijn status van bevoegd personeelslid terugkrijgen.
1° houder zijn van een geldig rijbewijs categorie B binnen de Europese Unie;
2° het recht om een motorvoertuig te besturen krachtens de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie van het wegverkeer niet te zijn ontnomen en in het afgelopen jaar niet voor langer dan één maand in België of in het buitenland te zijn ontnomen;
3° in de afgelopen drie jaar in België of in het buitenland niet het voorwerp zijn geweest van een strafrechtelijke veroordeling, zelfs niet voorwaardelijk, die in kracht van gewijsde is gegaan, zoals:
a) een gevangenisstraf van zes maanden of meer voor enige overtreding;
b) een gevangenisstraf of een andere straf voor diefstal, heling, afpersing, schending van vertrouwen, fraude, valsheid in geschrifte, geweldpleging en opzettelijk letsel, aanranding van de eerbaarheid, verkrachting of overtredingen bedoeld in de artikelen 379 tot 389 van het Strafwetboek, in de artikelen 227, 280, 323, 324 en 324ter van het Strafwetboek, in de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan, de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en de handel in munitie en de uitvoeringsbesluiten ervan, of de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden;
4° de laatste drie jaar niet het voorwerp zijn geweest van een administratieve geldboete van meer dan 1.000 euro, exclusief toepassing van de vermenigvuldigingscoëfficiënt, uitgesproken door de ambtenaar van de administratieve overheid voor de overtredingen bedoeld bij het decreet van 4 april 2019 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
5° niet het voorwerp uitmaken van een definitieve en niet-geschrapte tuchtsanctie.
De voorwaarden, bedoeld in het eerste lid worden gecontroleerd vóór elke aanwijzing en het bevoegde personeelslid moet te allen tijde aan deze voorwaarden voldoen.
Het bevoegde personeelslid brengt zijn hiërarchieke meerdere onverwijld op de hoogte indien hij het voorwerp is van een van de in het eerste lid, 3° en 4°, bedoelde veroordelingen of tot een verval van het recht tot sturen.
§ 2. Het bevoegde personeelslid dat niet langer voldoet aan de in lid 1 gestelde voorwaarden, verliest deze hoedanigheid en oefent een administratieve functie uit binnen de directie.
Wanneer opnieuw aan de voorwaarden is voldaan, kan hij zijn status van bevoegd personeelslid terugkrijgen.
Art. 3. § 1er. L'agent qualifié répond aux conditions suivantes :
1° être titulaire d'un permis de conduire de catégorie B en cours de validité au sein de l'Union européenne ;
2° ne pas être déchu et, dans la dernière année, ne pas avoir été déchu sur une période de plus d'un mois, en Belgique ou à l'étranger, du droit de conduire un véhicule à moteur en vertu de de la loi du 16 mars 1968 relative à la police de circulation routière ;
3° ne pas avoir fait l'objet, dans les trois dernières années, en Belgique ou à l'étranger d'une condamnation pénale, même avec sursis, coulée en force de chose jugée, suivante :
a) une peine d'emprisonnement supérieure ou égale à six mois du chef d'une infraction quelconque ;
b) une peine d'emprisonnement, ou une autre peine du chef de vol, recel, extorsion, abus de confiance, escroquerie, faux en écritures, coups et blessures volontaires, attentat à la pudeur, viol ou d'infractions visées aux articles 379 à 389 du Code pénal, aux articles 227, 280, 323, 324 et 324ter du Code pénal, dans la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, psychotropes, désinfectantes ou antiseptiques et des substances pouvant servir à la fabrication illicite de substances stupéfiantes et psychotropes et ses arrêtés d'exécution, la loi du 3 janvier 1933 relative à la fabrication, au commerce et au port des armes et au commerce des munitions et ses arrêtés d'exécution, ou la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie ;
4° ne pas avoir fait l'objet, dans les trois dernières années, d'une condamnation à une amende administrative de plus de 1.000 euros, hors application du coefficient multiplicateur, prononcée par le fonctionnaire d'instance administrative pour les infractions visées par le décret du 4 avril 2019 et ses arrêtés d'exécution ;
5° ne pas être sous le coup d'une sanction disciplinaire définitive et non radiée ;
Les conditions visées à l'alinéa 1er sont vérifiées avant toute désignation et l'agent qualifié doit en tout temps y satisfaire.
L'agent qualifié informe sans délai son supérieur hiérarchique s'il fait l'objet d'une des condamnations visées à l'alinéa 1er, 3° et 4°, ou d'une déchéance du droit de conduire.
§ 2. L'agent qualifié qui ne satisfait plus aux conditions fixées au paragraphe 1er perd cette qualité et exerce une fonction administrative au sein de la direction.
Lorque les conditions sont remplies à nouveau, il peut recouvrer la qualité d'agent qualifié.
1° être titulaire d'un permis de conduire de catégorie B en cours de validité au sein de l'Union européenne ;
2° ne pas être déchu et, dans la dernière année, ne pas avoir été déchu sur une période de plus d'un mois, en Belgique ou à l'étranger, du droit de conduire un véhicule à moteur en vertu de de la loi du 16 mars 1968 relative à la police de circulation routière ;
3° ne pas avoir fait l'objet, dans les trois dernières années, en Belgique ou à l'étranger d'une condamnation pénale, même avec sursis, coulée en force de chose jugée, suivante :
a) une peine d'emprisonnement supérieure ou égale à six mois du chef d'une infraction quelconque ;
b) une peine d'emprisonnement, ou une autre peine du chef de vol, recel, extorsion, abus de confiance, escroquerie, faux en écritures, coups et blessures volontaires, attentat à la pudeur, viol ou d'infractions visées aux articles 379 à 389 du Code pénal, aux articles 227, 280, 323, 324 et 324ter du Code pénal, dans la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, psychotropes, désinfectantes ou antiseptiques et des substances pouvant servir à la fabrication illicite de substances stupéfiantes et psychotropes et ses arrêtés d'exécution, la loi du 3 janvier 1933 relative à la fabrication, au commerce et au port des armes et au commerce des munitions et ses arrêtés d'exécution, ou la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie ;
4° ne pas avoir fait l'objet, dans les trois dernières années, d'une condamnation à une amende administrative de plus de 1.000 euros, hors application du coefficient multiplicateur, prononcée par le fonctionnaire d'instance administrative pour les infractions visées par le décret du 4 avril 2019 et ses arrêtés d'exécution ;
5° ne pas être sous le coup d'une sanction disciplinaire définitive et non radiée ;
Les conditions visées à l'alinéa 1er sont vérifiées avant toute désignation et l'agent qualifié doit en tout temps y satisfaire.
L'agent qualifié informe sans délai son supérieur hiérarchique s'il fait l'objet d'une des condamnations visées à l'alinéa 1er, 3° et 4°, ou d'une déchéance du droit de conduire.
§ 2. L'agent qualifié qui ne satisfait plus aux conditions fixées au paragraphe 1er perd cette qualité et exerce une fonction administrative au sein de la direction.
Lorque les conditions sont remplies à nouveau, il peut recouvrer la qualité d'agent qualifié.
Art. 4. § 1. Om als bevoegd personeelslid te worden aangewezen, moet de kandidaat met succes een certificerende opleiding hebben gevolgd in de aangelegenheden waarop het decreet van 4 april 2019 en de uitvoeringsbesluiten ervan betrekking hebben.
De Minister bepaalt de inhoud, modaliteiten en vrijstellingen van de certificerende opleiding.
De opleiding bedoeld in het eerste lid is een van de opleidingen die door de Federale politie of door het Gewest worden georganiseerd.
§ 2. Het bevoegde personeelslid volgt een voortgezette opleiding, waarvan de periodiciteit, de inhoud en de modaliteiten door de Minister worden vastgesteld.
§ 3. Het bevoegde personeelslid kan de in paragraaf 1 bedoelde certificerende opleiding verzorgen indien hij de door de Federale Politie of door het Gewest georganiseerde module van de certificerende opleiding met succes heeft voltooid en indien hij is aangewezen als interne opleider overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 27 oktober 2016 tot vaststelling van de regels voor de selectie en de vergoeding van de interne opleidingenverstrekkers bij de "Ecole d'administration publique" (Openbare bestuursschool) en de vormingsdiensten.
De Minister bepaalt de inhoud, modaliteiten en vrijstellingen van de certificerende opleiding.
De opleiding bedoeld in het eerste lid is een van de opleidingen die door de Federale politie of door het Gewest worden georganiseerd.
§ 2. Het bevoegde personeelslid volgt een voortgezette opleiding, waarvan de periodiciteit, de inhoud en de modaliteiten door de Minister worden vastgesteld.
§ 3. Het bevoegde personeelslid kan de in paragraaf 1 bedoelde certificerende opleiding verzorgen indien hij de door de Federale Politie of door het Gewest georganiseerde module van de certificerende opleiding met succes heeft voltooid en indien hij is aangewezen als interne opleider overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 27 oktober 2016 tot vaststelling van de regels voor de selectie en de vergoeding van de interne opleidingenverstrekkers bij de "Ecole d'administration publique" (Openbare bestuursschool) en de vormingsdiensten.
Art. 4. § 1er. Pour être désigné en qualité d'agent qualifié, le candidat doit avoir suivi avec succès une formation certifiante portant sur les matières du décret du 4 avril 2019 et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre détermine le contenu, les modalités et les dispenses de la formation certifiante.
La formation visée à l'alinéa 1er est une formation parmi celles organisées par la Police fédérale ou par la Région.
§ 2. L'agent qualifié suit une formation continue, dont la périodicité, le contenu et les modalités sont fixés par le Ministre.
§ 3. L'agent qualifié peut dispenser la formation certifiante visée au paragraphe 1er s'il a suivi avec succès le module de formation certifiante organisé par la Police fédérale ou par la Région et s'il est désigné formateur interne en vertu de l'arrêté du Gouvernement wallon du 27 octobre 2016 fixant les modalités de sélection et d'indemnisation des formateurs internes auprès de l'Ecole d'administration publique des services en charge de la formation.
Le Ministre détermine le contenu, les modalités et les dispenses de la formation certifiante.
La formation visée à l'alinéa 1er est une formation parmi celles organisées par la Police fédérale ou par la Région.
§ 2. L'agent qualifié suit une formation continue, dont la périodicité, le contenu et les modalités sont fixés par le Ministre.
§ 3. L'agent qualifié peut dispenser la formation certifiante visée au paragraphe 1er s'il a suivi avec succès le module de formation certifiante organisé par la Police fédérale ou par la Région et s'il est désigné formateur interne en vertu de l'arrêté du Gouvernement wallon du 27 octobre 2016 fixant les modalités de sélection et d'indemnisation des formateurs internes auprès de l'Ecole d'administration publique des services en charge de la formation.
Art. 5. Bij de uitoefening van zijn functies, volgt het bevoegde personeelslid een door het Gewest georganiseerde basis- en voortgezette opleiding met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens.
Het voldoet aan de richtsnoeren die de vertrouwelijkheid van de gegevens garanderen, evenals het gebruik voor de enige doeleinden bedoeld bij het decreet van 4 april 2019 of de uitvoeringsbesluiten ervan.
Het voldoet aan de richtsnoeren die de vertrouwelijkheid van de gegevens garanderen, evenals het gebruik voor de enige doeleinden bedoeld bij het decreet van 4 april 2019 of de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art. 5. Dans l'exercice de ses fonctions, l'agent qualifié suit une formation initiale et continue relative à la protection des données à caractère personnel organisée par la Région.
Il se conforme aux directives permettant de garantir le caractère confidentiel des données ainsi que l'usage aux seules fins prévue par le décret du 4 avril 2019 ou les arrêtés pris en son exécution.
Il se conforme aux directives permettant de garantir le caractère confidentiel des données ainsi que l'usage aux seules fins prévue par le décret du 4 avril 2019 ou les arrêtés pris en son exécution.
Art. 6. § 1. Het bevoegde personeelslid is houder van een legitimatiekaart, uitgereikt door de Minister of zijn afgevaardigde, waarmee hij zich kenbaar maakt in de uitoefening van zijn functies en waarvan het model is vastgelegd in bijlage 1.
§ 2 Het bevoegde personeelslid die krachtens artikel 3, § 2, zijn statuut heeft verloren, overhandigt onmiddellijk de legitimatiekaart aan zijn hiërarchieke meerdere.
De hiërarchieke meerdere geeft hem deze terug wanneer hij zijn hoedanigheid terugkrijgt.
[1 § 3. De minister bepaalt de onderscheidingstekens en andere identificatiemiddelen van de bevoegde personeelsleden bij de uitoefening van hun taak en de onderscheidingstekens van de voertuigen van de "Unité de Contrôle Routier" (Eenheid Verkeerscontrole), bedoeld in artikel 2bis van het decreet van 4 april 2019 betreffende de administratieve geldboeten inzake verkeersveiligheid.]1
§ 2 Het bevoegde personeelslid die krachtens artikel 3, § 2, zijn statuut heeft verloren, overhandigt onmiddellijk de legitimatiekaart aan zijn hiërarchieke meerdere.
De hiërarchieke meerdere geeft hem deze terug wanneer hij zijn hoedanigheid terugkrijgt.
[1 § 3. De minister bepaalt de onderscheidingstekens en andere identificatiemiddelen van de bevoegde personeelsleden bij de uitoefening van hun taak en de onderscheidingstekens van de voertuigen van de "Unité de Contrôle Routier" (Eenheid Verkeerscontrole), bedoeld in artikel 2bis van het decreet van 4 april 2019 betreffende de administratieve geldboeten inzake verkeersveiligheid.]1
Art. 6. § 1er. L'agent qualifié est porteur d'une carte de légitimation délivrée par le Ministre ou son délégué par laquelle ils se fait connaître dans l'exercice de ses fonctions et dont le modèle est établi à l'annexe 1re.
§ 2. L'agent qualifié qui a perdu sa qualité en vertu de l'article 3, § 2, remet immédiatement la carte de légitimation à son supérieur hiérarchique.
Le supérieur hiérarchique la lui restitue lorsqu'il recouvre sa qualité.
[1 § 3. Le Ministre définit les signes distinctifs et autres moyens d'identification des agents qualifiés dans l'exercice de leurs fonctions et les marques distinctives des véhicules de l'Unité de Contrôle Routier visée à l'article 2 bis du décret du 4 avril 2019 relatif aux amendes administratives en matière de sécurité routière.]1
§ 2. L'agent qualifié qui a perdu sa qualité en vertu de l'article 3, § 2, remet immédiatement la carte de légitimation à son supérieur hiérarchique.
Le supérieur hiérarchique la lui restitue lorsqu'il recouvre sa qualité.
[1 § 3. Le Ministre définit les signes distinctifs et autres moyens d'identification des agents qualifiés dans l'exercice de leurs fonctions et les marques distinctives des véhicules de l'Unité de Contrôle Routier visée à l'article 2 bis du décret du 4 avril 2019 relatif aux amendes administratives en matière de sécurité routière.]1
Wijzigingen
Art. 7. Overeenkomstig artikel 15 van het decreet van 4 april 2019 kan het bevoegde personeelslid de volgende situaties tegenkomen:
1° operaties uitvoeren op het ganse gewestelijk of gemeentelijk wegennet;
2° specifieke controle-instrumenten gebruiken;
3° met de politie samenwerken in het kader van gecoördineerde controleoperaties;
4° controles uitvoeren buiten vaste uren;
5° de overtreders onmiddellijke bestraffen op de plaats van controle en dwangmaatregelen uitvoeren;
6° in contact komen met gevaarlijke stoffen;
7° indien nodig, op basis van een risicoanalyse:
a) kogelvrije beschermende uitrusting hebben;
b) een specifieke opleiding in geweldbeheersingstechnieken volgen.
1° operaties uitvoeren op het ganse gewestelijk of gemeentelijk wegennet;
2° specifieke controle-instrumenten gebruiken;
3° met de politie samenwerken in het kader van gecoördineerde controleoperaties;
4° controles uitvoeren buiten vaste uren;
5° de overtreders onmiddellijke bestraffen op de plaats van controle en dwangmaatregelen uitvoeren;
6° in contact komen met gevaarlijke stoffen;
7° indien nodig, op basis van een risicoanalyse:
a) kogelvrije beschermende uitrusting hebben;
b) een specifieke opleiding in geweldbeheersingstechnieken volgen.
Art. 7. En application de l'article 15 du décret du 4 avril 2019, l'agent qualifié peut rencontrer les situations suivantes :
1° mener des opérations sur l'ensemble du réseau routier, régional ou communal ;
2° utiliser des outils spécifiques de contrôle.
3° collaborer avec les services de police dans le cadre d'opérations de contrôles concertés ;
4° réaliser des contrôles en dehors des horaires fixes ;
5° sanctionner immédiatement les contrevenants sur les lieux de contrôle et procéder à des mesures de contraintes ;
6° être en contact avec des substances dangereuses ;
7° s'il échet, sur base d'une analyse de risques :
a) disposer d'équipement de protection pare-balles ;
b) suivre une formation spécifique en technique de maîtrise de la violence.
1° mener des opérations sur l'ensemble du réseau routier, régional ou communal ;
2° utiliser des outils spécifiques de contrôle.
3° collaborer avec les services de police dans le cadre d'opérations de contrôles concertés ;
4° réaliser des contrôles en dehors des horaires fixes ;
5° sanctionner immédiatement les contrevenants sur les lieux de contrôle et procéder à des mesures de contraintes ;
6° être en contact avec des substances dangereuses ;
7° s'il échet, sur base d'une analyse de risques :
a) disposer d'équipement de protection pare-balles ;
b) suivre une formation spécifique en technique de maîtrise de la violence.
Art. 8. Het bevoegde personeelslid ontvangt een jaarlijkse forfaitaire vergoeding, risicovergoeding genoemd.
Het jaarlijkse bedrag van de risicovergoeding wordt vastgesteld op 3.410,38 euro, gekoppeld aan de spilindex 138.01 van 1 januari 1990 en gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, volgens de modaliteiten bedoeld bij artikel 247 van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode.
De risicovergoeding wordt per maandelijkse twaalfden uitbetaald samen met het loon van de tweede maand die volgt op de maand waarop ze betrekking heeft.
Het bedrag van de vergoeding wordt met één twintigste verminderd per niet-gepresteerde dag, met uitzondering van de jaarlijkse verlofdagen, de recuperatiedagen, de verlofdagen verleend als compensatie voor een feestdag, de dagen waarvoor een dienstvrijstelling wordt verleend alsook de syndicale verlofdagen.
Wanneer het bevoegde personeelslid deeltijds werkt, wordt de risicovergoeding in evenredige mate verminderd.
De risicotoelage mag niet gecumuleerd worden met de toelage voor ongezonde, ongemakkelijke, lastige, zware of gevaarlijke werken en voor de bediening van elektrische installaties bepaald bij artikel 16,1°, van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 tot regeling van de valorisering van onregelmatige prestaties en van wacht- en terugroepingsprestaties en van de toekenning van toelagen betreffende specifieke werken.
Het jaarlijkse bedrag van de risicovergoeding wordt vastgesteld op 3.410,38 euro, gekoppeld aan de spilindex 138.01 van 1 januari 1990 en gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, volgens de modaliteiten bedoeld bij artikel 247 van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode.
De risicovergoeding wordt per maandelijkse twaalfden uitbetaald samen met het loon van de tweede maand die volgt op de maand waarop ze betrekking heeft.
Het bedrag van de vergoeding wordt met één twintigste verminderd per niet-gepresteerde dag, met uitzondering van de jaarlijkse verlofdagen, de recuperatiedagen, de verlofdagen verleend als compensatie voor een feestdag, de dagen waarvoor een dienstvrijstelling wordt verleend alsook de syndicale verlofdagen.
Wanneer het bevoegde personeelslid deeltijds werkt, wordt de risicovergoeding in evenredige mate verminderd.
De risicotoelage mag niet gecumuleerd worden met de toelage voor ongezonde, ongemakkelijke, lastige, zware of gevaarlijke werken en voor de bediening van elektrische installaties bepaald bij artikel 16,1°, van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 tot regeling van de valorisering van onregelmatige prestaties en van wacht- en terugroepingsprestaties en van de toekenning van toelagen betreffende specifieke werken.
Art. 8. L'agent qualifié bénéficie d'une allocation forfaitaire annuelle dénommée allocation pour risques.
Le montant annuel de l'allocation pour risques est fixé à 3.410,38 euros, rattaché à l'indice-pivot 138,01 du 1er janvier 1990 et lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation selon les modalités prévues à l'article 247 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la Fonction publique wallonne.
L'allocation pour risque est liquidée par douzièmes mensuels avec le traitement du deuxième mois qui suit le mois auquel elle se rapporte.
Le montant de l'allocation est diminué d'un vingtième par jour non presté, à l'exception des congés annuels, des congés de récupération, des jours de congés accordés en compensation d'un jour férié, des jours pour lesquels une dispense de service est accordée ainsi que des jours de congés syndicaux.
Lorsque l'agent qualifié effectue des prestations à temps partiel, l'allocation pour risque est réduite à due concurrence.
L'allocation pour risques ne peut être cumulée avec l'allocation pour travaux insalubres, incommodes, pénibles, physiquement lourds ou dangereux et pour des manoeuvres électriques prévue par l'article 16, 1°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 réglant la valorisation des prestations irrégulières et des prestations de garde et de rappel et l'octroi d'allocations relatives à des travaux spécifiques.
Le montant annuel de l'allocation pour risques est fixé à 3.410,38 euros, rattaché à l'indice-pivot 138,01 du 1er janvier 1990 et lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation selon les modalités prévues à l'article 247 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la Fonction publique wallonne.
L'allocation pour risque est liquidée par douzièmes mensuels avec le traitement du deuxième mois qui suit le mois auquel elle se rapporte.
Le montant de l'allocation est diminué d'un vingtième par jour non presté, à l'exception des congés annuels, des congés de récupération, des jours de congés accordés en compensation d'un jour férié, des jours pour lesquels une dispense de service est accordée ainsi que des jours de congés syndicaux.
Lorsque l'agent qualifié effectue des prestations à temps partiel, l'allocation pour risque est réduite à due concurrence.
L'allocation pour risques ne peut être cumulée avec l'allocation pour travaux insalubres, incommodes, pénibles, physiquement lourds ou dangereux et pour des manoeuvres électriques prévue par l'article 16, 1°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 réglant la valorisation des prestations irrégulières et des prestations de garde et de rappel et l'octroi d'allocations relatives à des travaux spécifiques.
HOOFDSTUK 3. - De adviseur bestuurlijke vervolging
CHAPITRE 3. - Le conseiller de poursuite administrative
Art. 9. De adviseur bestuurlijke vervolging valt onder niveau A en is toegewezen aan de Directie van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuur belast met wegcontrole.
Art. 9. Le conseiller de poursuite administrative relève du niveau A et est affecté à la Direction du Service public de Wallonie Mobilité et Infrastructures en charge du contrôle routier.
Art. 10. § 1. De adviseur bestuurlijke vervolging voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3, paragraaf 1, eerste lid.
Deze voorwaarden worden gecontroleerd vóór elke aanwijzing en de adviseur bestuurlijke vervolging moet te allen tijde eraan voldoen.
De adviseur bestuurlijke vervolging brengt zijn hiërarchieke meerdere onverwijld op de hoogte indien hij het voorwerp is van een van de in artikel 3, § 1, eerste lid, 3° en 4°, bedoelde veroordelingen of tot een verval van het recht tot sturen.
§ 2. De adviseur bestuurlijke vervolging die niet langer voldoet aan de in paragraaf 1 gestelde voorwaarden verliest deze hoedanigheid en oefent een andere functie uit binnen de directie.
Wanneer opnieuw aan de voorwaarden is voldaan, kan hij opnieuw de hoedanigheid van adviseur bestuurlijke vervolging herkrijgen.
Deze voorwaarden worden gecontroleerd vóór elke aanwijzing en de adviseur bestuurlijke vervolging moet te allen tijde eraan voldoen.
De adviseur bestuurlijke vervolging brengt zijn hiërarchieke meerdere onverwijld op de hoogte indien hij het voorwerp is van een van de in artikel 3, § 1, eerste lid, 3° en 4°, bedoelde veroordelingen of tot een verval van het recht tot sturen.
§ 2. De adviseur bestuurlijke vervolging die niet langer voldoet aan de in paragraaf 1 gestelde voorwaarden verliest deze hoedanigheid en oefent een andere functie uit binnen de directie.
Wanneer opnieuw aan de voorwaarden is voldaan, kan hij opnieuw de hoedanigheid van adviseur bestuurlijke vervolging herkrijgen.
Art. 10. § 1er. Le conseiller de poursuite administrative répond aux conditions visées à l'article 3, paragraphe 1er, alinéa 1er.
Ces conditions sont vérifiées avant toute désignation et le conseiller de poursuite administrative doit en tout temps y satisfaire.
Le conseiller de poursuite administrative informe sans délai son supérieur hiérarchique s'il fait l'objet d'une des condamnations visées à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 3° et 4°, ou d'une déchéance du droit de conduire.
§ 2. Le conseiller de poursuite administrative qui ne satisfait plus aux conditions fixées au paragraphe 1er perd sa qualité et exerce une autre fonction au sein de la direction.
Lorsque les conditions sont remplies à nouveau, il peut recouvrer la qualité de conseiller de poursuite administrative.
Ces conditions sont vérifiées avant toute désignation et le conseiller de poursuite administrative doit en tout temps y satisfaire.
Le conseiller de poursuite administrative informe sans délai son supérieur hiérarchique s'il fait l'objet d'une des condamnations visées à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 3° et 4°, ou d'une déchéance du droit de conduire.
§ 2. Le conseiller de poursuite administrative qui ne satisfait plus aux conditions fixées au paragraphe 1er perd sa qualité et exerce une autre fonction au sein de la direction.
Lorsque les conditions sont remplies à nouveau, il peut recouvrer la qualité de conseiller de poursuite administrative.
Art. 11. Om als adviseur bestuurlijke vervolging te worden aangewezen, moet de kandidaat opleiding hebben gevolgd in de aangelegenheden waarop het decreet van 4 april 2019 en de uitvoeringsbesluiten ervan betrekking hebben.
De Minister bepaalt de inhoud, modaliteiten en vrijstellingen van de opleiding.
De opleiding bedoeld in het eerste lid is een van de opleidingen die door de Federale politie of door het Gewest worden verstrekt.
§ 2. De adviseur bestuurlijke vervolging volgt een voortgezette opleiding, waarvan de periodiciteit, de inhoud en de modaliteiten door de Minister worden vastgesteld.
De Minister bepaalt de inhoud, modaliteiten en vrijstellingen van de opleiding.
De opleiding bedoeld in het eerste lid is een van de opleidingen die door de Federale politie of door het Gewest worden verstrekt.
§ 2. De adviseur bestuurlijke vervolging volgt een voortgezette opleiding, waarvan de periodiciteit, de inhoud en de modaliteiten door de Minister worden vastgesteld.
Art. 11. Pour être désigné en qualité de conseiller de poursuite administrative, le candidat doit avoir suivi une formation portant sur les matières du décret du 4 avril 2019 et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre détermine le contenu, les modalités et les dispenses de la formation.
La formation visée à l'alinéa 1er est une formation parmi celles dispensées par la Police fédérale ou par la Région.
§ 2. Le conseiller de poursuite administrative suit une formation continue, dont la périodicité, le contenu et les modalités sont fixés par le Ministre.
Le Ministre détermine le contenu, les modalités et les dispenses de la formation.
La formation visée à l'alinéa 1er est une formation parmi celles dispensées par la Police fédérale ou par la Région.
§ 2. Le conseiller de poursuite administrative suit une formation continue, dont la périodicité, le contenu et les modalités sont fixés par le Ministre.
Art. 12. Bij de uitoefening van zijn functies volgt de adviseur bestuurlijke vervolging de opleiding bedoeld in artikel 5.
Hij voldoet aan de richtsnoeren die de vertrouwelijkheid van de gegevens garanderen, evenals het gebruik voor de enige doeleinden bedoeld bij het decreet van 4 april 2019 of de uitvoeringsbesluiten ervan.
Hij voldoet aan de richtsnoeren die de vertrouwelijkheid van de gegevens garanderen, evenals het gebruik voor de enige doeleinden bedoeld bij het decreet van 4 april 2019 of de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art. 12. Dans l'exercice de ses fonctions, le conseiller de poursuite administrative suit la formation visée à l'article 5.
Il se conforme aux directives permettant de garantir le caractère confidentiel des données ainsi que l'usage aux seules fins prévue au décret du 4 avril 2019 ou aux arrêtés pris en son exécution.
Il se conforme aux directives permettant de garantir le caractère confidentiel des données ainsi que l'usage aux seules fins prévue au décret du 4 avril 2019 ou aux arrêtés pris en son exécution.
Art. 13. § 1. De adviseur bestuurlijke vervolging is houder van een legitimatiekaart, uitgereikt door de Minister of zijn afgevaardigde, waarmee hij zich kenbaar maakt in de uitoefening van zijn functies en waarvan het model is vastgelegd in bijlage 1.
§ 2. De adviseur bestuurlijke vervolging die krachtens artikel 10, § 2, zijn statuut heeft verloren, overhandigt onmiddellijk zijn legitimatiekaart aan zijn hiërarchieke meerdere.
De hiërarchieke meerdere geeft hem deze terug wanneer hij zijn hoedanigheid terugkrijgt.
§ 2. De adviseur bestuurlijke vervolging die krachtens artikel 10, § 2, zijn statuut heeft verloren, overhandigt onmiddellijk zijn legitimatiekaart aan zijn hiërarchieke meerdere.
De hiërarchieke meerdere geeft hem deze terug wanneer hij zijn hoedanigheid terugkrijgt.
Art. 13. § 1er. Le conseiller de poursuite administrative est porteur d'une carte de légitimation délivrée par le Ministre ou son délégué par laquelle ils se fait connaître dans l'exercice de ses fonctions et dont le modèle est établi à l'annexe 1re.
§ 2. Le conseiller de poursuite administrative qui a perdu sa qualité en vertu de l'article 10, § 2, remet immédiatement sa carte de légitimation à son supérieur hiérarchique.
Le supérieur hiérarchique la lui restitue lorsqu'il recouvre sa qualité.
§ 2. Le conseiller de poursuite administrative qui a perdu sa qualité en vertu de l'article 10, § 2, remet immédiatement sa carte de légitimation à son supérieur hiérarchique.
Le supérieur hiérarchique la lui restitue lorsqu'il recouvre sa qualité.
Art. 14. De functie van adviseur bestuurlijke vervolging kan niet worden gecumuleerd met de functie van ambtenaar van de administratieve overheid.
Art. 14. La fonction de conseiller de poursuite administrative ne peut se cumuler avec la fonction de fonctionnaire d'instance administrative.
HOOFDSTUK 4. - De ambtenaar van de administratieve overheid
CHAPITRE 4. - Le fonctionnaire d'instance administrative
Art. 15. De ambtenaar van de administratieve overheid valt onder niveau A en is toegewezen aan de Directie van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuur belast met administratieve geldboetes inzake verkeersveiligheid.
Art. 15. Le fonctionnaire d'instance administrative relève du niveau A et est affecté à la Direction du Service public de Wallonie Mobilité et Infrastructures en charge des amendes administratives en matière de sécurité routière.
Art. 16. § 1. De ambtenaar van de administratieve overheid voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3, paragraaf 1, eerste lid, 3° tot 5°.
Deze voorwaarden worden gecontroleerd vóór elke aanwijzing en de ambtenaar van de administratieve overheid moet te allen tijde eraan voldoen.
De ambtenaar van de administratieve overheid brengt zijn hiërarchieke meerdere onverwijld op de hoogte indien hij het voorwerp is van een van de in artikel 3, paragraaf 1, eerste lid, 3° en 4°, bedoelde veroordelingen.
§ 2. De ambtenaar van de administratieve overheid die niet langer voldoet aan de in paragraaf 1 gestelde voorwaarden verliest deze hoedanigheid en oefent een andere functie uit binnen de directie.
Wanneer opnieuw aan de voorwaarden is voldaan, kan hij opnieuw de hoedanigheid van ambtenaar van de administratieve overheid herkrijgen.
Deze voorwaarden worden gecontroleerd vóór elke aanwijzing en de ambtenaar van de administratieve overheid moet te allen tijde eraan voldoen.
De ambtenaar van de administratieve overheid brengt zijn hiërarchieke meerdere onverwijld op de hoogte indien hij het voorwerp is van een van de in artikel 3, paragraaf 1, eerste lid, 3° en 4°, bedoelde veroordelingen.
§ 2. De ambtenaar van de administratieve overheid die niet langer voldoet aan de in paragraaf 1 gestelde voorwaarden verliest deze hoedanigheid en oefent een andere functie uit binnen de directie.
Wanneer opnieuw aan de voorwaarden is voldaan, kan hij opnieuw de hoedanigheid van ambtenaar van de administratieve overheid herkrijgen.
Art. 16. § 1er. Le fonctionnaire d'instance administrative répond aux conditions visées à l'article 3, paragraphe 1er, alinéa 1er, 3° à 5°.
Ces conditions sont vérifiées avant toute désignation et le fonctionnaire d'instance administrative doit en tout temps y satisfaire.
Le fonctionnaire d'instance administrative informe sans délai son supérieur hiérarchique s'il fait l'objet d'une des condamnations visées à l'article 3, paragraphe 1er, alinéa 1er, 3° et 4°.
§ 2. Le fonctionnaire d'instance administrative qui ne satisfait plus aux conditions fixées au paragraphe 1er perd sa qualité et exerce une autre fonction au sein de la direction.
Lorsque les conditions sont remplies à nouveau, il peut recouvrer la qualité de fonctionnaire d'instance administrative.
Ces conditions sont vérifiées avant toute désignation et le fonctionnaire d'instance administrative doit en tout temps y satisfaire.
Le fonctionnaire d'instance administrative informe sans délai son supérieur hiérarchique s'il fait l'objet d'une des condamnations visées à l'article 3, paragraphe 1er, alinéa 1er, 3° et 4°.
§ 2. Le fonctionnaire d'instance administrative qui ne satisfait plus aux conditions fixées au paragraphe 1er perd sa qualité et exerce une autre fonction au sein de la direction.
Lorsque les conditions sont remplies à nouveau, il peut recouvrer la qualité de fonctionnaire d'instance administrative.
Art. 17. § 1. Om als ambtenaar van de administratieve overheid te worden aangewezen, moet de kandidaat opleiding hebben gevolgd in de aangelegenheden waarop het decreet van 4 april 2019 en de uitvoeringsbesluiten ervan betrekking hebben.
De Minister bepaalt de inhoud, modaliteiten en vrijstellingen van de opleiding.
De opleiding bedoeld in het eerste lid is een van de opleidingen die door de Federale politie of door het Gewest worden verstrekt.
§ 2. De ambtenaar van de administratieve overheid volgt een voortgezette opleiding, waarvan de periodiciteit, de inhoud en de modaliteiten door de Minister worden vastgesteld.
De Minister bepaalt de inhoud, modaliteiten en vrijstellingen van de opleiding.
De opleiding bedoeld in het eerste lid is een van de opleidingen die door de Federale politie of door het Gewest worden verstrekt.
§ 2. De ambtenaar van de administratieve overheid volgt een voortgezette opleiding, waarvan de periodiciteit, de inhoud en de modaliteiten door de Minister worden vastgesteld.
Art. 17. § 1er. Pour être désigné en qualité de fonctionnaire d'instance administrative le candidat doit avoir suivi une formation portant sur les matières du décret du 4 avril 2019 et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre détermine le contenu, les modalités et les dispenses de la formation.
La formation visée à l'alinéa 1er est une formation parmi celles dispensées par la Police fédérale ou par la Région.
§ 2. Le fonctionnaire d'instance administrative suit une formation continue, dont la périodicité, le contenu et les modalités sont fixées par le Ministre.
Le Ministre détermine le contenu, les modalités et les dispenses de la formation.
La formation visée à l'alinéa 1er est une formation parmi celles dispensées par la Police fédérale ou par la Région.
§ 2. Le fonctionnaire d'instance administrative suit une formation continue, dont la périodicité, le contenu et les modalités sont fixées par le Ministre.
Art. 18. Bij de uitoefening van zijn functies volgt de ambtenaar van de administratieve overheid de opleiding bedoeld in artikel 5.
Hij voldoet aan de richtsnoeren die de vertrouwelijkheid van de gegevens garanderen, evenals het gebruik voor de enige doeleinden bedoeld bij het decreet van 4 april 2019 of de uitvoeringsbesluiten ervan.
Hij voldoet aan de richtsnoeren die de vertrouwelijkheid van de gegevens garanderen, evenals het gebruik voor de enige doeleinden bedoeld bij het decreet van 4 april 2019 of de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art. 18. Dans l'exercice de ses fonctions, le fonctionnaire d'instance administrative suit la formation visée à l'article 5.
Il se conforme aux directives permettant de garantir le caractère confidentiel des données ainsi que l'usage aux seules fins prévue au décret du 4 avril 2019 ou aux arrêtés pris en son exécution.
Il se conforme aux directives permettant de garantir le caractère confidentiel des données ainsi que l'usage aux seules fins prévue au décret du 4 avril 2019 ou aux arrêtés pris en son exécution.
HOOFDSTUK 5. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions transitoires et finales
Art. 19. Federale statutaire of contractuele personeelsleden van niveau B die in de toekomst worden overgeheveld als gevolg van de 6e Staatshervorming, kunnen worden aangewezen als bevoegde personeelslid en behouden het niveau dat zij hadden vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
geen vertaling
geen vertaling
Art. 19. L'agent statutaire ou membre du personnel contractuel de niveau B ou D commissionné en qualité de policier domanial au sein de la Direction de la réglementation de la sécurité routière et du contrôle routier peut être désigné en qualité d'agent qualifié et conserve le niveau qui était le sien avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
L'agent statutaire ou membre du personnel contractuel fédéral de niveau B qui sera transféré dans le futur suite à la 6ème réforme de l'Etat pourra être désigné en qualité d'agent qualifié et conserve le niveau qui était le sien avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
L'agent statutaire ou membre du personnel contractuel fédéral de niveau B qui sera transféré dans le futur suite à la 6ème réforme de l'Etat pourra être désigné en qualité d'agent qualifié et conserve le niveau qui était le sien avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 20. § 1. Statutaire of contractuele personeelsleden van niveau B, C of D die binnen de Directie Reglementering Verkeersveiligheid en Wegencontrole als domaniaal politieagent zijn aangesteld en die vóór de inwerkingtreding van dit besluit met succes een opleiding over de aangelegenheden van het decreet van 4 april 2019 en de uitvoeringsbesluiten ervan hebben gevolgd, worden geacht een geldige opleiding in de zin van artikel 14 van het decreet van 4 april 2019 te hebben genoten.
§ 2. Statutaire of contractuele personeelsleden van niveau A die binnen de Directie Reglementering Verkeersveiligheid en Wegencontrole als officier van de gerechtelijke politie zijn aangesteld en die vóór de inwerkingtreding van dit besluit met succes een opleiding over de aangelegenheden van het decreet van 4 april 2019 en de uitvoeringsbesluiten ervan hebben gevolgd, worden geacht een geldige opleiding in de zin van artikel 17 van het decreet van 4 april 2019 te hebben genoten.
§ 3. Statutaire of contractuele personeelsleden van niveau A die binnen de Directie Reglementering Verkeersveiligheid en Wegencontrole bevoegd is om de administratieve geldboetes op te leggen en die vóór de inwerkingtreding van dit besluit een opleiding over de aangelegenheden van het decreet van 4 april 2019 en de uitvoeringsbesluiten ervan hebben gevolgd, worden geacht een geldige opleiding in de zin van artikel 27 van het decreet van 4 april 2019 te hebben genoten.
§ 2. Statutaire of contractuele personeelsleden van niveau A die binnen de Directie Reglementering Verkeersveiligheid en Wegencontrole als officier van de gerechtelijke politie zijn aangesteld en die vóór de inwerkingtreding van dit besluit met succes een opleiding over de aangelegenheden van het decreet van 4 april 2019 en de uitvoeringsbesluiten ervan hebben gevolgd, worden geacht een geldige opleiding in de zin van artikel 17 van het decreet van 4 april 2019 te hebben genoten.
§ 3. Statutaire of contractuele personeelsleden van niveau A die binnen de Directie Reglementering Verkeersveiligheid en Wegencontrole bevoegd is om de administratieve geldboetes op te leggen en die vóór de inwerkingtreding van dit besluit een opleiding over de aangelegenheden van het decreet van 4 april 2019 en de uitvoeringsbesluiten ervan hebben gevolgd, worden geacht een geldige opleiding in de zin van artikel 27 van het decreet van 4 april 2019 te hebben genoten.
Art. 20. § 1er.L'agent statutaire ou membre du personnel contractuel de niveau B, C ou D commissionné en qualité de policier domanial au sein de la Direction de la Réglementation de la sécurité routière et du Contrôle routier et ayant suivi avec succès la formation sur les matières du décret du 4 avril 2019 et ses arrêtés d'exécution avant l'entrée en vigueur du présent arrêté est considéré comme valablement formé au sens de l'article 14 du décret du 4 avril 2019.
§ 2. L'agent statutaire ou membre du personnel contractuel de niveau A commissionné en qualité d'officier de police judiciaire au sein de la Direction de la Réglementation de la sécurité routière et du Contrôle routier et ayant suivi la formation sur les matières du décret du 4 avril 2019 et ses arrêtés d'exécution avant l'entrée en vigueur du présent arrêté est considéré comme formé au sens de l'article 17 du décret du 4 avril 2019.
§ 3. L'agent statutaire ou membre du personnel contractuel de niveau A habilité à infliger les amendes administratives au sein de la Direction du Support juridique et de la Domanialité ayant suivi la formation sur les matières du décret du 4 avril 2019 et ses arrêtés d'exécution avant l'entrée en vigueur du présent arrêté est considéré comme formé au sens de l'article 27 du décret du 4 avril 2019.
§ 2. L'agent statutaire ou membre du personnel contractuel de niveau A commissionné en qualité d'officier de police judiciaire au sein de la Direction de la Réglementation de la sécurité routière et du Contrôle routier et ayant suivi la formation sur les matières du décret du 4 avril 2019 et ses arrêtés d'exécution avant l'entrée en vigueur du présent arrêté est considéré comme formé au sens de l'article 17 du décret du 4 avril 2019.
§ 3. L'agent statutaire ou membre du personnel contractuel de niveau A habilité à infliger les amendes administratives au sein de la Direction du Support juridique et de la Domanialité ayant suivi la formation sur les matières du décret du 4 avril 2019 et ses arrêtés d'exécution avant l'entrée en vigueur du présent arrêté est considéré comme formé au sens de l'article 27 du décret du 4 avril 2019.
Art. 21. Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2023.
De artikelen 14, 15, § 6, 17 en 27 van het decreet van 4 april 2019 treden in werking met dit besluit.
De artikelen 14, 15, § 6, 17 en 27 van het decreet van 4 april 2019 treden in werking met dit besluit.
Art. 21. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er février 2023.
Les articles 14, 15, § 6, 17 et 27 du décret du 4 avril 2019 entrent en vigueur avec le présent arrêté.
Les articles 14, 15, § 6, 17 et 27 du décret du 4 avril 2019 entrent en vigueur avec le présent arrêté.
Art. 22. De minister bevoegd voor Verkeersveiligheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 22. Le Ministre qui a la sécurité routière dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2023, p. 22351)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 13-02-2023, p. 22341)