Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 JANUARI 2022. - BURGERLIJK WETBOEK - BOEK 2, Titel 3 : " Relatievermogensrecht "(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-03-2022 en tekstbijwerking tot 07-01-2026)
Titre
19 JANVIER 2022. - CODE CIVIL - LIVRE 2, Titre 3 : " Les relations patrimoniales des couples " (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-03-2022 et mise à jour au 07-01-2026)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (120)
Texte (120)
Titel 3. Relatievermogensrecht
Titre 3. Les relations patrimoniales des couples
Ondertitel 1. Huwelijksvermogensrecht
Sous-titre 1er. Régimes matrimoniaux
Hoofdstuk 1. Huwelijksovereenkomsten
Chapitre 1er. Conventions matrimoniales
Art. 2.3.1. Contractsvrijheid
  De echtgenoten kiezen of wijzigen vrij hun huwelijksstelsel in een contract dat "huwelijksovereenkomst" wordt benoemd, voor zover zij niets bedingen dat strijdig is met een dwingende regel of met de openbare orde, of met het vereiste van coherentie van hun huwelijksstelsel.
Art. 2.3.1. Liberté contractuelle
  Les époux choisissent ou modifient librement leur régime matrimonial dans un contrat dénommé "convention matrimoniale", pourvu qu'ils ne stipulent rien qui soit contraire à une règle impérative ou d'ordre public, ou à l'exigence de cohérence de leur régime matrimonial.
Art. 2.3.2. Toegelaten erfovereenkomst
  Indien een van de echtgenoten een of meer afstammelingen heeft die voortkomen uit een andere relatie van voor hun huwelijk of die geadopteerd werden voor hun huwelijk, of afstammelingen van de geadopteerden, kunnen de echtgenoten, in hun huwelijksovereenkomst, geheel of ten dele, zelfs zonder wederkerigheid, een regeling treffen over de rechten die de ene in de nalatenschap van de andere kan uitoefenen.
  Deze regeling doet geen afbreuk aan het recht van de ene, om bij testament of bij akte onder de levenden te beschikken ten gunste van de andere.
  Ze kan in geen geval aan de langstlevende het recht van bewoning ontnemen van het onroerend goed dat bij het openvallen van de nalatenschap van de eerststervende het gezin tot voornaamste woning diende en het onoverdraagbare recht van vruchtgebruik van het daarin aanwezige huisraad voor een periode van zes maanden vanaf de dag van het openvallen van de nalatenschap van de eerststervende.
  De artikelen 4.244 tot 4.253 zijn van toepassing op deze regeling.
Art. 2.3.2. Pacte successoral autorisé
  Si l'un des époux a un ou plusieurs descendants issus d'une relation antérieure à leur mariage ou adoptés avant leur mariage ou des descendants de ceux-ci, ils peuvent conclure, dans leur convention matrimoniale, même sans réciprocité, un accord complet ou partiel relatif aux droits que l'un peut exercer dans la succession de l'autre.
  Cet accord ne porte pas préjudice au droit de l'un de disposer, par testament ou par acte entre vifs, au profit de l'autre.
  Il ne peut en aucun cas priver le conjoint survivant du droit d'habitation portant sur l'immeuble affecté au jour de l'ouverture de la succession du prémourant au logement principal de la famille et du droit d'usufruit incessible des meubles meublants qui le garnissent, pour une période de six mois à compter du jour de l'ouverture de la succession du prémourant.
  Les articles 4.244 à 4.253 s'appliquent à cet accord.
Art. 2.3.3. Algemeen verwoorde keuze
  De echtgenoten mogen geen huwelijksstelsel kiezen door eenvoudige verwijzing naar een opgeheven wetgeving.
  Zij kunnen verklaren een van de stelsels aan te nemen, waarin deze ondertitel voorziet.
Art. 2.3.3. Choix par référence
  Les époux ne peuvent adopter de régime matrimonial par simple référence à une législation abrogée.
  Ils peuvent déclarer qu'ils adoptent un des régimes organisés par le présent sous-titre.
Art. 2.3.4. Minderjarigen
  Indien de familierechtbank het leeftijdsvereiste voor het aangaan van het huwelijk heeft opgeheven, mag de minderjarige ook een huwelijksstelsel kiezen of die keuze nog voor het sluiten van zijn huwelijk wijzigen, voor zover hij wordt bijgestaan door zijn ouders, door een van hen, of, bij ontstentenis daarvan, met de toestemming van de familierechtbank.
  Met deze bijstand of die toestemming mag een minderjarige ook tijdens het huwelijk zijn huwelijksstelsel wijzigen.
Art. 2.3.4. Mineurs
  Si le tribunal de la famille a accordé la dispense d'âge pour la conclusion du mariage, le mineur peut également faire le choix d'un régime matrimonial ou modifier ce choix avant la conclusion de son mariage, s'il est assisté de son père et de sa mère ou de l'un d'eux, ou, à défaut, avec l'autorisation du tribunal de la famille.
  Le mineur peut également, moyennant cette assistance ou cette autorisation, modifier son régime matrimonial pendant le mariage.
Art. 2.3.5. Beschermde meerderjarigen
  De beschermde persoon die krachtens artikel 492/1 van het oud Burgerlijk Wetboek onbekwaam werd verklaard om zijn huwelijksstelsel te kiezen of te wijzigen, kan dit alsnog doen na hiertoe, op zijn verzoek, te zijn gemachtigd door de vrederechter, op basis van het door de notaris opgestelde ontwerp.
  In bijzondere gevallen kan de vrederechter de bewindvoerder machtigen alleen op te treden of hem toestaan de beschermde persoon bij te staan. Bij het verzoekschrift wordt een kopie gevoegd van de notariële ontwerpakte.
Art. 2.3.5. Majeurs protégés
  La personne protégée qui, en vertu de l'article 492/1 de l'ancien Code civil, a été déclarée incapable de choisir ou de modifier son régime matrimonial peut néanmoins le faire après avoir, à sa demande, obtenu l'autorisation du juge de paix, sur la base du projet rédigé par le notaire.
  Dans des cas particuliers, le juge de paix peut autoriser l'administrateur à agir seul, ou l'autoriser à assister la personne protégée. Une copie du projet d'acte notarié est jointe à la requête.
Art. 2.3.6. Vormvereiste
  Alle huwelijksovereenkomsten, ongeacht of ze voor of tijdens het huwelijk worden gesloten, worden, op straffe van nietigheid, bij notariële akte vastgesteld.
Art. 2.3.6. Exigence de forme
  Toutes conventions matrimoniales, qu'elles soient conclues avant ou pendant le mariage, sont, à peine de nullité, constatées par acte notarié.
Art. 2.3.7. Wijziging vóór het huwelijk
  Indien de toekomstige echtgenoten hun huwelijksstelsel willen wijzigen vooraleer hun huwelijk voltrokken is, zijn de aanwezigheid en de gelijktijdige toestemming vereist van alle personen die bij hun eerdere huwelijksovereenkomst partij zijn geweest.
Art. 2.3.7. Modification avant le mariage
  Si les futurs époux veulent modifier leur régime matrimonial avant la célébration du mariage, la présence et le consentement simultané de toutes les personnes qui ont été parties à la convention matrimoniale antérieure, sont requis.
Art. 2.3.8. Wijziging tijdens het huwelijk
  § 1. De echtgenoten kunnen tijdens het huwelijk hun huwelijksvermogensstelsel wijzigen naar goeddunken en zelfs een ander stelsel aannemen.
  § 2. Een voorafgaande boedelbeschrijving van alle roerende en onroerende goederen en van de schulden van de echtgenoten is vereist indien de wijziging van het huwelijksvermogensstelsel de vereffening van het vorige stelsel tot gevolg heeft.
  Deze boedelbeschrijving wordt vastgesteld bij notariële akte.
  § 3. Indien de wijziging van het huwelijksvermogensstelsel de vereffening van het vorige stelsel niet tot gevolg heeft, wordt de akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel door een boedelbeschrijving voorafgegaan indien één van de echtgenoten erom verzoekt.
  In dat geval kan de boedelbeschrijving worden opgemaakt op grond van verklaringen, voor zover beide echtgenoten hiermee akkoord gaan.
Art. 2.3.8. Modification pendant le mariage
  § 1er. Les époux peuvent, au cours du mariage, apporter à leur régime matrimonial toutes modifications qu'ils jugent à propos et même en changer entièrement.
  § 2. Un inventaire préalable de tous les biens meubles et immeubles et des dettes des époux est requis lorsque la modification du régime matrimonial entraîne la liquidation du régime préexistant.
  Cet inventaire est constaté par acte notarié.
  § 3. Si la modification du régime matrimonial n'entraîne pas la liquidation du régime préexistant, l'acte modificatif du régime matrimonial est précédé d'un inventaire si l'un des époux le demande.
  Dans ce cas, l'inventaire peut être fait sur déclarations, pour autant que les deux époux y consentent.
Art. 2.3.9. Bekendmaking
  De notaris voor wie een huwelijksovereenkomst is verleden, schrijft deze akte in het centraal register voor huwelijksovereenkomsten in.
  Een buitenlandse akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel kan, indien zij voldoet aan de voorwaarden voor de erkenning ervan in België, worden vermeld op de kant van een akte die door een Belgische notaris is opgesteld en bij die akte worden gevoegd. Deze formaliteit wordt verricht met het oog op de bekendmaking van de wijziging en heeft niet tot gevolg dat deze aan derden kan worden tegengeworpen.
Art. 2.3.9. Publicité
  Le notaire qui a reçu une convention matrimoniale procède à son inscription au registre central des conventions matrimoniales.
  Un acte étranger portant modification du régime matrimonial peut, s'il remplit les conditions requises pour sa reconnaissance en Belgique, être mentionné en marge d'un acte établi par un notaire belge et être joint à cet acte. Cette formalité est effectuée à titre de publicité de la modification et n'a pas pour effet de rendre celle-ci opposable aux tiers.
Art. 2.3.10. Gevolgen voor de echtgenoten
  De huwelijksovereenkomst die voor de voltrekking van het huwelijk is gesloten, heeft tussen de echtgenoten uitwerking vanaf de voltrekking van het huwelijk, niettegenstaande enige andersluidende overeenkomst.
  De huwelijksovereenkomst die tijdens het huwelijk is gesloten, heeft tussen de echtgenoten uitwerking vanaf de datum van de akte.
Art. 2.3.10. Effets entre les époux
  Une convention matrimoniale conclue avant la célébration du mariage, sortit ses effets entre époux à la célébration du mariage, nonobstant toute convention contraire.
  Une convention matrimoniale conclue pendant le mariage, sortit ses effets entre époux à dater de l'acte.
Art. 2.3.11. Gevolgen voor derden
  De huwelijksovereenkomst die voor de voltrekking van het huwelijk is gesloten, heeft tegenover derden uitwerking vanaf de voltrekking van het huwelijk, voor zover ze is ingeschreven in het centraal register voor huwelijksovereenkomsten. Bij gebrek aan deze inschrijving kunnen de van het wettelijk stelsel afwijkende bepalingen niet worden tegengeworpen aan derden die, onbekend met de huwelijksovereenkomst, overeenkomsten met de echtgenoten hebben aangegaan.
  De huwelijksovereenkomst die tijdens het huwelijk is gesloten, heeft tegenover derden uitwerking vanaf de inschrijving ervan in het centraal register voor huwelijksovereenkomsten, behoudens indien de echtgenoten hen van de wijzigingen op de hoogte hebben gebracht, in de overeenkomsten die ze met hen sloten.
Art. 2.3.11. Effets à l'égard des tiers
  Une convention matrimoniale conclue avant la célébration du mariage sortit ses effets à l'égard des tiers à la célébration du mariage, pour autant qu'elle soit inscrite au registre central des conventions matrimoniales. Faute d'une telle inscription, les clauses dérogatoires au régime légal ne peuvent être opposées aux tiers qui ont contracté avec ces époux dans l'ignorance de leurs conventions matrimoniales.
  Une convention matrimoniale conclue pendant le mariage, sortit ses effets à l'égard des tiers au jour de son inscription au registre central des conventions matrimoniales, sauf si, dans leurs conventions conclues avec des tiers, les époux ont informé ceux-ci de la modification.
Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen
Chapitre 2. Dispositions générales
Art. 2.3.12. Wettelijk stelsel als gemeen recht
  Behoudens bijzondere overeenkomsten vormen de regels van het wettelijk stelsel, bepaald in hoofdstuk 3 van deze ondertitel, het gemeen recht.
  Indien de echtgenoten vooraf geen huwelijksstelsel hebben gekozen, heeft het wettelijk stelsel uitwerking vanaf de voltrekking van het huwelijk, niettegenstaande enige andersluidende overeenkomst.
Art. 2.3.12. Régime légal de droit commun
  A défaut de conventions particulières, les règles relatives au régime légal, établies au chapitre 3 du présent sous-titre, forment le droit commun.
  Si les époux n'ont pas choisi de régime matrimonial avant le mariage, le régime légal prend effet, nonobstant toute convention contraire, à la célébration du mariage.
Art. 2.3.13. Preferentiële toewijzing bij overlijden
  Wanneer het huwelijksvermogensstelsel eindigt door het overlijden van een van de echtgenoten, kan de langstlevende, tegen opleg indien daartoe grond bestaat, zich bij voorrang doen toewijzen, voor zover deze behoren tot het gemeenschappelijk vermogen of tot het vermogen dat exclusief tussen de echtgenoten in onverdeeldheid is:
  1° een van de onroerende goederen die tot gezinswoning dient;
  2° het aldaar aanwezige huisraad;
  3° de goederen die hij aanwendt voor de uitoefening van zijn beroep of de uitbating van zijn bedrijf.
Art. 2.3.13. Attribution préférentielle en cas de décès
  Lorsque le régime matrimonial prend fin par le décès d'un des époux, le conjoint survivant peut, moyennant soulte s'il y a lieu, se faire attribuer par préférence, pour autant qu'ils appartiennent au patrimoine commun ou au patrimoine qui est en indivision exclusivement entre les époux:
  1° un des immeubles servant au logement de la famille;
  2° les meubles meublants qui le garnissent;
  3° les biens qu'il utilise pour l'exercice de sa profession ou l'exploitation de son entreprise.
Art. 2.3.14. Preferentiële toewijzing bij echtscheiding
  § 1. Wanneer het huwelijksvermogensstelsel eindigt door echtscheiding op grond van artikel 229 van het oud Burgerlijk Wetboek, door de scheiding van tafel en bed of door de gerechtelijke scheiding van goederen, kan elk van de echtgenoten binnen de vereffeningsprocedure aan de familierechtbank te zijnen voordele toepassing van artikel 2.3.13 vragen.
  § 2. De rechtbank beslist met inachtneming van de belangen die ieder van de echtgenoten kan laten gelden en rekening houdend met de financiële mogelijkheden van degene die de opleg desgevallend zal moeten betalen.
  Behoudens uitzonderlijke omstandigheden, wordt het verzoek ingewilligd dat uitgaat van de echtgenoot die slachtoffer is van een feit bedoeld in de artikelen 375, 398 tot 400, 402, 403, 405, 409, §§ 1 tot 3 en 5 en 422bis van het Strafwetboek of van een poging tot het plegen van een feit bedoeld in de artikelen 375, 393 tot 397, 401, 404 en 409, § 4, van hetzelfde Wetboek, indien de andere echtgenoot door in kracht van gewijsde gegane beslissing uit dien hoofde als dader, mededader of medeplichtige schuldig werd bevonden [1 of indien de strafvordering tegen de andere echtgenoot is vervallen na toepassing van de in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering bedoelde procedure]1.
  
Art. 2.3.14. Attribution préférentielle en cas de divorce
  § 1er. Lorsque le régime matrimonial prend fin par le divorce sur la base de l'article 229 de l'ancien Code civil, par la séparation de corps ou par la séparation de biens judiciaire, chacun des époux peut au cours des opérations de liquidation, demander au tribunal de la famille de faire application à son profit des dispositions visées à l'article 2.3.13.
  § 2. Le tribunal statue en considération des intérêts que chacun des époux peut faire valoir et en tenant compte des capacités financières de celui qui, le cas échéant, devra payer la soulte.
  Il est fait droit, sauf circonstances exceptionnelles, à la demande formulée par l'époux qui a été victime d'un fait visé aux articles 375, 398 à 400, 402, 403, 405, 409, §§ 1er à 3 et 5, et 422bis du Code pénal ou d'une tentative de commission d'un fait visé aux articles 375, 393 à 397, 401, 404 et 409, § 4, du même Code, si l'autre époux a été reconnu coupable de ce chef comme auteur, coauteur ou complice par décision coulée en force de chose jugée [1 ou si l'action publique à l'encontre de l'autre époux s'est éteinte après l'application de la procédure visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle]1.
  
Art. 2.3.15. Heling
  De echtgenoot die te kwader trouw informatie verzwijgt of valse verklaringen aflegt met betrekking tot de samenstelling of de omvang van de gemeenschap, van de tussen echtgenoten bestaande onverdeeldheden, of, in geval van een stelsel van scheiding van goederen met beding van verrekening, van de verrekenmassa, om hieruit voor zichzelf, ten nadele van de andere echtgenoot, een voordeel te verkrijgen, is schuldig aan heling.
  De echtgenoot die schuldig is aan heling verliest zijn aandeel in de geheelde goederen of waarden of wordt, desgevallend, gesanctioneerd ten belope van de geheelde goederen of waarden bij de berekening van de verrekenvordering.
  Deze sanctie kan niet worden opgelegd aan de echtgenoot die spontaan en tijdig de juiste en volledige informatie verstrekt of zijn valse verklaringen rechtzet.
Art. 2.3.15. Recel
  L'époux qui, de mauvaise foi, dissimule des informations ou fait de fausses déclarations en ce qui concerne la composition ou l'étendue de la communauté, des indivisions existant entre les époux ou, dans le cas d'un régime de séparation de biens avec clause de participation, de la masse de participation, pour en retirer un avantage pour lui-même au préjudice de l'autre époux, est coupable de recel.
  L'époux qui est coupable de recel est privé de sa part dans les biens ou valeurs recelés ou est, le cas échéant, sanctionné à concurrence des biens ou valeurs recelés dans le calcul de la créance de participation.
  Cette sanction ne peut être invoquée à l'encontre de l'époux qui fournit, spontanément et en temps utile, l'information exacte et complète ou rectifie ses fausses déclarations.
Hoofdstuk 3. Wettelijk stelsel
Chapitre 3. Régime légal
Afdeling 1. Eigen vermogens en gemeenschappelijk vermogen
Section 1re. Patrimoines propres et patrimoine commun
Onderafdeling 1. Algemene bepaling
Sous-section 1re. Disposition générale
Art. 2.3.16. Drie vermogens
  Het wettelijk stelsel berust op het bestaan van drie vermogens: het eigen vermogen van elk van beide echtgenoten en het gemeenschappelijk vermogen van beide echtgenoten, zoals die worden omschreven in dit hoofdstuk.
Art. 2.3.16. Trois patrimoines
  Le régime légal est fondé sur l'existence de trois patrimoines: le patrimoine propre de chacun des deux époux et le patrimoine commun aux deux époux, tels qu'ils sont définis dans le présent chapitre.
Onderafdeling 2. Baten van de eigen vermogens
Sous-section 2. Actif des patrimoines propres
Art. 2.3.17. Voorhuwelijkse goederen, nalatenschappen en giften
  Eigen zijn de goederen en schuldvorderingen die aan elk van beide echtgenoten toebehoren op de dag van het huwelijk en die welke ieder van hen tijdens het stelsel verkrijgt door een nalatenschap of een gift.
Art. 2.3.17. Biens antérieurs au mariage, successions et libéralités
  Sont propres, les biens et créances appartenant à chacun des époux au jour du mariage et ceux que chacun acquiert au cours du régime, par succession ou libéralité.
Art. 2.3.18. Eigen met vergoedingsplicht
  Eigen zijn, ongeacht het tijdstip van verkrijging en behoudens vergoeding indien daartoe aanleiding bestaat:
  1° het toebehoren van eigen goederen of rechten;
  2° de goederen aan een van de echtgenoten overgedragen door een van zijn verwanten in de opgaande lijn, hetzij om te voldoen wat hij hem verschuldigd is, hetzij onder verplichting een schuld van die verwant aan een derde te betalen;
  3° het aandeel door een van de echtgenoten verkregen in een goed waarvan hij reeds mede-eigenaar is;
  4° de goederen en rechten die ten gevolge van zaakvervanging in de plaats treden van eigen goederen, alsook de goederen verkregen uit belegging of wederbelegging;
  5° de vorderbare netto-afkoopwaarde, op het moment van de ontbinding van het stelsel, verbonden aan een individuele levensverzekeringsovereenkomst die door één van de echtgenoten tijdens het stelsel is gesloten, indien de verzekeringsprestatie niet verschuldigd is bij de ontbinding van het stelsel;
  6° de verzekerde prestatie verbonden aan een individuele levensverzekeringsovereenkomst die door één van de echtgenoten tijdens het stelsel is gesloten, en die bij de ontbinding van het stelsel ten voordele van die echtgenoot verschuldigd is.
Art. 2.3.18. Propres moyennant récompense
  Sont propres, quel que soit le moment de l'acquisition et sauf récompense s'il y a lieu:
  1° les accessoires de biens ou de droits propres;
  2° les biens cédés à l'un des époux par un de ses ascendants soit pour le remplir de ce qui lui est dû, soit à charge de payer une dette de l'ascendant envers un tiers;
  3° la part acquise par l'un des époux dans un bien dont il est déjà copropriétaire;
  4° les biens et droits qui, par l'effet d'une subrogation réelle, remplacent des propres, ainsi que les biens acquis en emploi ou en remploi;
  5° la valeur de rachat nette exigible, au moment de la dissolution du régime, liée à un contrat individuel d'assurance sur la vie qui a été conclu par un des époux pendant le régime, lorsque la prestation d'assurance n'est pas due à la dissolution du régime;
  6° la prestation d'assurance liée à un contrat individuel d'assurance sur la vie qui a été conclu par un des époux pendant le régime, et qui est due au profit de cet époux à la dissolution du régime.
Art. 2.3.19. Eigen ten persoonlijke titel
  § 1. Eigen zijn, ongeacht het tijdstip van verkrijging:
  1° de klederen en voorwerpen voor persoonlijk gebruik;
  2° het literaire, artistieke of industriële eigendomsrecht;
  3° het recht op een pensioen, lijfrente of soortgelijke uitkering, dat een van de echtgenoten alleen bezit;
  4° het recht op herstel van persoonlijke lichamelijke of morele schade;
  5° de lidmaatschapsrechten verbonden aan vennootschapsaandelen die met gemeenschappelijke gelden zijn verkregen en op naam van één echtgenoot zijn ingeschreven, met inbegrip van het recht om als eigenaar van deze aandelen te handelen, voor zover het gaat, hetzij om een vennootschap die onderworpen is aan wettelijke of statutaire regels, of overeenkomsten tussen vennoten, die de overdracht van aandelen beperken, hetzij om een vennootschap waarin enkel die echtgenoot zijn professionele activiteit als zaakvoerder of beheerder uitoefent;
  6° het recht op goederen die een echtgenoot exclusief voor de uitoefening van zijn beroep of de uitbating van zijn bedrijf aanwendt, met inbegrip van het recht om als eigenaar van deze beroepsgoederen te handelen, tenzij de echtgenoten samen dat beroep uitoefenen of dat bedrijf uitbaten;
  7° het recht op cliënteel, met inbegrip van het recht om als eigenaar van het cliënteel te handelen, tenzij het cliënteel is opgebouwd of verworven binnen een beroep dat de echtgenoten samen uitoefenen of een bedrijf dat ze samen uitbaten.
  § 2. Eveneens eigen zijn:
  1° de schadevergoeding uitgekeerd aan een echtgenoot, voor zover deze vergoeding strekt tot herstel van zijn persoonlijke ongeschiktheid, die betrekking heeft op de niet economisch waardeerbare gevolgen van de aantasting van de fysieke en psychische integriteit in zijn dagelijks leven;
  2° de verzekerde prestatie verbonden aan een individuele levensverzekeringsovereenkomst die door een van de echtgenoten tijdens het stelsel gesloten is, indien ze bij de ontbinding van het stelsel ten voordele van de andere echtgenoot verschuldigd is.
Art. 2.3.19. Propres à titre personnel
  § 1er. Sont propres, quel que soit le moment de l'acquisition:
  1° les vêtements et objets à usage personnel;
  2° le droit de propriété littéraire, artistique ou industrielle;
  3° le droit aux pensions, rentes viagères ou allocations de même nature, dont un seul des époux est titulaire;
  4° le droit à réparation d'un préjudice corporel ou moral personnel;
  5° les droits résultant de la qualité d'associé liés à des parts ou actions de société acquises avec des fonds communs et qui ont été inscrites au nom d'un des époux, en ce compris le droit d'agir en tant que propriétaire de ces parts ou actions, pour autant qu'il s'agisse soit d'une société qui est soumise à des règles légales ou statutaires, ou à des conventions entre actionnaires, qui restreignent la cession des parts ou actions, soit d'une société au sein de laquelle seul cet époux exerce son activité professionnelle en tant que gérant ou administrateur;
  6° le droit aux biens qu'un époux utilise exclusivement pour l'exercice de sa profession ou l'exploitation de son entreprise, en ce compris le droit d'agir en tant que propriétaire de ces biens professionnels, à moins que les époux n'exercent ensemble cette profession ou n'exploitent ensemble cette entreprise;
  7° le droit à la clientèle, en ce compris le droit d'agir en tant que propriétaire de la clientèle, à moins que la clientèle n'ait été constituée ou acquise dans le cadre d'une profession que les époux exercent ensemble ou d'une entreprise qu'ils exploitent ensemble.
  § 2. Sont également propres:
  1° l'indemnité payée à un époux en réparation d'un dommage, dans la mesure où cette indemnité vise à réparer son incapacité personnelle, qui concerne les conséquences non économiquement quantifiables de l'atteinte à son intégrité physique et psychique dans sa vie quotidienne;
  2° la prestation d'assurance liée à un contrat individuel d'assurance sur la vie qui a été conclu par un des époux pendant le régime, et qui est due au profit de l'autre époux à la dissolution du régime.
Onderafdeling 3. Bewijs en wederbelegging
Sous-section 3. Preuve et remploi
Art. 2.3.20. Bewijs
  Ten aanzien van derden wordt het eigendomsrecht van elk van de echtgenoten op een goed dat niet van persoonlijke aard is, bij gebreke van boedelbeschrijving of tegen een bezit volgens de bepalingen van artikel 3.21, bewezen aan de hand van titels met vaste dagtekening, van bescheiden van een openbare dienst of vermeldingen in regelmatig gehouden of opgemaakte registers, bescheiden of borderellen door de wet opgelegd of door het gebruik bekrachtigd.
  Tussen de echtgenoten onderling mag het bewijs van eigendom van dezelfde goederen of van schuldvorderingen geleverd worden door alle bewijsmiddelen.
Art. 2.3.20. Preuve
  A l'égard des tiers, la propriété dans le chef de chacun des époux d'un bien qui n'a pas de caractère personnel doit être établie, à défaut d'inventaire ou à l'encontre d'une possession réunissant les conditions de l'article 3.21, par des titres ayant date certaine, des documents émanant d'un service public ou des mentions figurant dans des registres, documents ou bordereaux imposés par la loi ou consacrés par l'usage et régulièrement tenus ou établis.
  Entre époux, la preuve de la propriété des mêmes biens ou des créances peut se faire par tous modes de preuve.
Art. 2.3.21. Wederbelegging
  Wederbelegging wordt geacht te zijn gedaan ten aanzien van een van de echtgenoten, wanneer deze bij de aankoop van een onroerend goed verklaard heeft dat de aankoop geschiedt om hem tot wederbelegging te dienen en voor meer dan de helft betaald is uit de opbrengst van de vervreemding van een eigen onroerend goed of uit gelden waarvan het eigen karakter behoorlijk is aangetoond.
  De echtgenoot die een onroerend goed verkrijgt door middel van gemeenschappelijke gelden, kan in de akte een verklaring van vervroegde wederbelegging doen. Voor zover de echtgenoot binnen twee jaar na de datum van de akte meer dan de helft terugbetaalt van het bedrag dat uit het gemeenschappelijk vermogen is opgenomen, wordt het verkregen goed een eigen goed te rekenen van de terugbetaling.
  Wederbelegging wordt geacht te zijn gedaan ten aanzien van een echtgenoot wanneer komt vast te staan dat de verkrijging van roerende goederen voor meer dan de helft betaald is uit gelden of uit de opbrengst van de vervreemding van andere goederen waarvan het karakter van eigen goed is aangetoond overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 2.3.17 tot 2.3.20.
Art. 2.3.21. Remploi
  Le remploi est censé fait à l'égard d'un des époux toutes les fois que, lors d'une acquisition immobilière, il a déclaré qu'elle était faite pour lui tenir lieu de remploi et payée à concurrence de plus de la moitié, au moyen du produit de l'aliénation d'un immeuble propre ou de fonds dont le caractère propre est dûment établi.
  L'époux, qui acquiert un bien immobilier au moyen de fonds communs, peut faire dans l'acte une déclaration de remploi anticipé. Pour autant que l'époux rembourse, dans les deux ans de la date de l'acte, plus de la moitié des sommes prélevées sur le patrimoine commun, le bien acquis aura le caractère de propre à dater du remboursement.
  Le remploi est censé fait à l'égard d'un époux lorsqu'il est établi que l'acquisition de biens meubles a été payée à concurrence de plus de la moitié, au moyen de fonds ou du produit de l'aliénation d'autres biens dont le caractère de propre est établi conformément aux dispositions des articles 2.3.17 à 2.3.20.
Onderafdeling 4. Baten van het gemeenschappelijk vermogen
Sous-section 4. Actif du patrimoine commun
Art. 2.3.22. Gemeenschappelijke goederen
  § 1. Gemeenschappelijk zijn:
  1° de inkomsten uit de beroepsbezigheden van elk van de echtgenoten, alle inkomsten of vergoedingen die ze vervangen of aanvullen, evenals de inkomsten uit openbare of particuliere mandaten; de opzeggingsvergoeding en andere uitkeringen waarop een echtgenoot wegens beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst gerechtigd is, voor het deel daarvan dat overeenstemt met de opzeggingstermijn die tijdens het stelsel loopt;
  2° de vruchten, inkomsten, interesten van hun eigen goederen;
  3° de goederen geschonken of vermaakt aan de twee echtgenoten samen of aan een van hen onder beding dat die goederen gemeenschappelijk zullen zijn;
  4° de schadevergoeding uitgekeerd aan een echtgenoot, voor zover deze vergoeding strekt tot herstel van zijn huishoudelijke of economische ongeschiktheid tijdens het stelsel;
  5° de vermogenswaarde van de vennootschapsaandelen bedoeld in artikel 2.3.19, § 1, 5° ;
  6° de vermogenswaarde van de beroepsgoederen die door een van de echtgenoten met gemeenschappelijke gelden zijn verkregen, als het recht op die beroepsgoederen eigen is krachtens artikel 2.3.19, § 1, 6° ;
  7° de economische waarde van het cliënteel dat tijdens het stelsel door een van de echtgenoten in de uitoefening van zijn beroep of de uitbating van zijn bedrijf is opgebouwd of verworven, als het recht op dat cliënteel eigen is krachtens artikel 2.3.19, § 1, 7°.
  § 2. Eveneens gemeenschappelijk is de verzekerde prestatie verbonden aan een individuele levensverzekeringsovereenkomst die door een van de echtgenoten tijdens het stelsel is gesloten en tijdens het stelsel aan een van hen verschuldigd is. Indien de prestatie als kapitaal wordt uitbetaald, is het volledige bedrag ervan gemeenschappelijk. Indien de prestatie als rente wordt uitbetaald, zijn zowel de rentebedragen die tijdens het stelsel zijn uitbetaald als de reserve die overeenstemt met de na de ontbinding van het stelsel nog verschuldigde rentes, gemeenschappelijk.
  § 3. Zijn ten slotte ook gemeenschappelijk, alle goederen waarvan niet bewezen is dat zij aan een van de echtgenoten eigen zijn ingevolge enige wetsbepaling.
Art. 2.3.22. Biens communs
  § 1er. Sont communs:
  1° les revenus de l'activité professionnelle de chacun des époux, tous revenus ou indemnités en tenant lieu ou les complétant, ainsi que les revenus provenant de l'exercice de mandats publics ou privés; l'indemnité de préavis et autres prestations auxquelles a droit un époux en raison de la rupture de son contrat de travail, pour la part de celle-ci correspondant au délai de préavis qui court pendant le régime;
  2° les fruits, revenus, intérêts de leurs biens propres;
  3° les biens donnés ou légués aux deux époux conjointement ou à l'un d'eux avec stipulation que ces biens seront communs;
  4° l'indemnité payée à un époux en réparation d'un dommage, dans la mesure où cette indemnité vise à réparer son incapacité ménagère ou économique durant le régime;
  5° la valeur patrimoniale des parts ou actions de société visées à l'article 2.3.19, § 1er, 5° ;
  6° la valeur patrimoniale des biens professionnels qui ont été acquis par un des époux avec des fonds communs, si le droit à ces biens professionnels est propre en vertu de l'article 2.3.19, § 1er, 6° ;
  7° la valeur économique de la clientèle qui a été constituée ou acquise pendant le régime par un des époux dans le cadre de l'exercice de sa profession ou de l'exploitation de son entreprise, si le droit à cette clientèle est propre en vertu de l'article 2.3.19, § 1er, 7°.
  § 2. Est également commune la prestation d'assurance liée à un contrat individuel d'assurance sur la vie qui a été conclu par un des époux pendant le régime, lorsqu'elle est due à un des époux pendant le régime. Si la prestation est versée sous forme de capital, la totalité de son montant est commune. Si la prestation est payée sous la forme d'une rente, sont communs les montants de la rente payés pendant le régime ainsi que la réserve qui correspond aux rentes encore dues après la dissolution du régime.
  § 3. Sont enfin également communs, tous les biens dont il n'est pas prouvé qu'ils sont propres à l'un des époux en application d'une disposition de la loi.
Onderafdeling 5. Lasten van de eigen vermogens en van het gemeenschappelijk vermogen
Sous-section 5. Passif des patrimoines propres et du patrimoine commun
Art. 2.3.23. Eerder aangegane schulden en schulden ten laste van nalatenschappen en giften
  De schulden van de echtgenoten die dateren van vóór het stelsel en de schulden ten laste van nalatenschappen en giften die hun toevallen tijdens het stelsel, blijven eigen schulden.
Art. 2.3.23. Dettes antérieures et dettes grevant des successions ou des libéralités
  Les dettes des époux antérieures au régime et celles qui grèvent les successions et libéralités qui leur échoient durant le régime, leur restent propres.
Art. 2.3.24. Overige eigen schulden
  Eigen zijn:
  1° de schulden door een van de echtgenoten aangegaan in het uitsluitend belang van zijn eigen vermogen;
  2° de schulden ontstaan uit een persoonlijke of zakelijke zekerheid door een van de echtgenoten gesteld in een ander belang dan dat van het gemeenschappelijk vermogen;
  3° de schulden behorende tot een door een van de echtgenoten uitgeoefend beroep dat hem verboden is krachtens artikel 216 van het oud Burgerlijk Wetboek, of ontstaan uit handelingen die een van de echtgenoten niet mocht verrichten zonder de medewerking van de andere echtgenoot of zonder rechterlijke machtiging;
  4° de schulden ontstaan uit een strafrechtelijke veroordeling of uit een onrechtmatige daad begaan door een van de echtgenoten.
Art. 2.3.24. Autres dettes propres
  Sont propres:
  1° les dettes contractées par l'un des époux dans l'intérêt exclusif de son patrimoine propre;
  2° les dettes résultant d'une sûreté personnelle ou réelle donnée par un des époux dans un intérêt autre que celui du patrimoine commun;
  3° les dettes provenant de l'exercice par l'un des époux d'une profession qui lui a été interdite en vertu de l'article 216 de l'ancien Code civil ou d'actes que l'un des époux ne pouvait accomplir sans le concours de son conjoint ou l'autorisation de justice;
  4° les dettes résultant d'une condamnation pénale ou d'un délit ou quasi-délit commis par un des époux.
Art. 2.3.25. Gemeenschappelijke schulden
  § 1. Gemeenschappelijk zijn:
  1° de schulden aangegaan door beide echtgenoten, gezamenlijk of hoofdelijk;
  2° de schulden aangegaan door een van de echtgenoten ten behoeve van de huishouding en de opvoeding van de kinderen;
  3° de schulden door een van de echtgenoten aangegaan in het belang van het gemeenschappelijk vermogen;
  4° de schulden ten laste van giften, aan de twee echtgenoten gezamenlijk of aan een van hen gedaan onder beding dat de gegeven of vermaakte goederen gemeenschappelijk zullen zijn;
  5° de interest van de eigen schulden van een van de echtgenoten;
  6° de onderhoudsschulden jegens afstammelingen van een van de echtgenoten.
  § 2. Zijn eveneens gemeenschappelijk, de schulden waarvan niet bewezen is dat zij aan een van de echtgenoten eigen zijn ingevolge enige wetsbepaling.
Art. 2.3.25. Dettes communes
  § 1er. Sont communes:
  1° les dettes contractées conjointement ou solidairement par les deux époux;
  2° les dettes contractées par un des époux pour les besoins du ménage et l'éducation des enfants;
  3° les dettes contractées par un des époux dans l'intérêt du patrimoine commun;
  4° les dettes grevant les libéralités faites aux deux époux conjointement ou à l'un d'eux avec stipulation que les biens donnés ou légués seront communs;
  5° la charge des intérêts de dettes propres à l'un des époux;
  6° les dettes alimentaires au profit des descendants d'un seul des époux.
  § 2. Sont également communes, les dettes dont il n'est pas prouvé qu'elles sont propres à l'un des époux en application d'une disposition de la loi.
Afdeling 2. Rechten van de schuldeisers
Section 2. Droits des créanciers
Art. 2.3.26. Eigen schulden
  § 1. Met behoud van de toepassing van de paragrafen 2 tot 4, kan een eigen schuld van een van de echtgenoten slechts verhaald worden op diens eigen vermogen en inkomsten.
  § 2. De schulden die krachtens artikel 2.3.23 eigen zijn aan een van de echtgenoten, kunnen worden verhaald op het gemeenschappelijk vermogen, in zoverre het verrijkt is door opneming van eigen goederen van de schuldenaar.
  Het bewijs van de verrijking, dat rust op de schuldeiser, kan worden geleverd door alle bewijsmiddelen.
  § 3. Schulden behorende tot een door een van de echtgenoten uitgeoefend beroep dat hem verboden is met toepassing van artikel 216 van het oud Burgerlijk Wetboek, of ontstaan uit handelingen die een van de echtgenoten niet mocht verrichten zonder de medewerking van de andere echtgenoot of zonder rechterlijke machtiging, kunnen op het gemeenschappelijk vermogen niet worden verhaald dan in zoverre het uit dat beroep of die handelingen voordeel heeft getrokken.
  Het bewijs van het voordeel, dat rust op de schuldeiser, kan worden geleverd door alle bewijsmiddelen.
  § 4. Dezelfde regels gelden voor de schulden ontstaan uit een strafrechtelijke veroordeling van een van de echtgenoten of uit een onrechtmatige daad door hem begaan.
  Indien het eigen vermogen van de echtgenoot-schuldenaar ontoereikend is, kunnen deze schulden bovendien op het gemeenschappelijk vermogen worden verhaald ten belope van de helft van zijn netto-baten.
Art. 2.3.26. Dettes propres
  § 1er. Le payement d'une dette propre à l'un des époux ne peut être poursuivi que sur son patrimoine propre et ses revenus, sans préjudice des paragraphes 2 à 4.
  § 2. Le payement des dettes propres à l'un des époux en vertu de l' article 2.3.23 peut être poursuivi sur le patrimoine commun dans la mesure où il s'est enrichi par l'absorption de biens propres au débiteur.
  La preuve de l'enrichissement, qui incombe au créancier, peut être faite par tous modes de preuve.
  § 3. Le payement des dettes provenant de l'exercice par un des époux d'une profession qui lui a été interdite par application de l'article 216 de l'ancien Code civil ou d'actes que l'un des époux ne pouvait accomplir sans le concours de son conjoint ou l'autorisation de justice, ne peut être poursuivi sur le patrimoine commun que dans la mesure du profit qu'il a tiré de cette activité ou de ces actes.
  La preuve du profit, qui incombe au créancier, peut être faite par tous modes de preuve.
  § 4. Les mêmes règles valent pour les dettes résultant d'une condamnation pénale prononcée contre un seul des époux ou d'un délit ou quasi-délit commis par lui.
  En outre, en cas d'insuffisance du patrimoine propre de l'époux débiteur, le payement de ces dettes pourra être poursuivi sur le patrimoine commun à concurrence de la moitié de son actif net.
Art. 2.3.27. Gezamenlijk aangegane schulden
  Een schuld aangegaan door de twee echtgenoten, zelfs in verschillende hoedanigheid, kan zowel verhaald worden op het eigen vermogen van ieder van hen als op het gemeenschappelijk vermogen.
Art. 2.3.27. Dettes contractées par les deux époux
  Le payement d'une dette contractée par les deux époux, même à des titres différents, peut être poursuivi tant sur le patrimoine propre de chacun d'eux que sur le patrimoine commun.
Art. 2.3.28. Gemeenschappelijke schulden
  Gemeenschappelijke schulden kunnen zowel verhaald worden op het eigen vermogen van elk van de echtgenoten als op het gemeenschappelijk vermogen.
  Op het eigen vermogen van de niet-contracterende echtgenoot mogen echter niet worden verhaald:
  1° de schulden door een van de echtgenoten aangegaan ten behoeve van de huishouding en de opvoeding van de kinderen, wanneer zij lasten meebrengen die, gelet op de bestaansmiddelen van het gezin, buitensporig zijn;
  2° de interest van de eigen schulden van een van de echtgenoten;
  3° de schulden door een van de echtgenoten aangegaan bij de uitoefening van zijn beroep;
  4° de onderhoudsschulden jegens afstammelingen van een van de echtgenoten.
Art. 2.3.28. Dettes communes
  Le payement des dettes communes peut être poursuivi tant sur le patrimoine propre de chacun des époux que sur le patrimoine commun.
  Toutefois ne peut être poursuivi sur le patrimoine propre de l'époux non contractant le payement:
  1° des dettes contractées par un des époux pour les besoins du ménage et l'éducation des enfants lorsqu'elles entraînent des charges excessives, eu égard aux ressources du ménage;
  2° des intérêts des dettes propres à l'un des époux;
  3° des dettes contractées par un des époux dans l'exercice de sa profession;
  4° des dettes alimentaires au profit des descendants d'un seul des époux.
Afdeling 3. Bestuur van het gemeenschappelijk vermogen
Section 3. Gestion du patrimoine commun
Art. 2.3.29. Algemene bepaling
  Het bestuur omvat alle bevoegdheden van beheer, genot en beschikking.
  De echtgenoten besturen het gemeenschappelijk vermogen in het belang van het gezin, naar de regels vervat in deze afdeling.
Art. 2.3.29. Disposition générale
  La gestion comprend tous pouvoirs d'administration, de jouissance et de disposition.
  Les époux gèrent le patrimoine commun dans l'intérêt de la famille, conformément aux règles établies par la présente section.
Art. 2.3.30. Afzonderlijk uit te oefenen bevoegdheden
  Het gemeenschappelijk vermogen wordt bestuurd door de ene of door de andere echtgenoot die de bestuursbevoegdheden alleen kan uitoefenen, onder verplichting voor ieder van hen om de bestuurshandelingen van de andere te eerbiedigen.
Art. 2.3.30. Gestion concurrente
  Le patrimoine commun est géré par l'un ou l'autre époux qui peut exercer seul les pouvoirs de gestion, à charge pour chacun de respecter les actes de gestion accomplis par son conjoint.
Art. 2.3.31. Beroepsuitoefening
  De echtgenoot die een beroep uitoefent, verricht alle bestuurshandelingen die voor deze uitoefening verantwoord zijn alleen.
  Wanneer beide echtgenoten samen een zelfde beroep uitoefenen, is beider medewerking vereist voor alle handelingen behalve die van beheer.
Art. 2.3.31. Exercice d'une profession
  L'époux qui exerce une activité professionnelle accomplit seul tous actes de gestion qui sont justifiés pour cet exercice.
  Lorsque les deux époux exercent ensemble une même activité professionnelle, le concours des deux est requis pour les actes autres que d'administration.
Art. 2.3.32. Gezamenlijk uit te oefenen bevoegdheden
  Met behoud van de toepassing van het bepaalde in artikel 2.3.31, is de toestemming van beide echtgenoten vereist om:
  1° voor hypotheek vatbare goederen te verkrijgen, te vervreemden of met zakelijke rechten te bezwaren;
  2° een handelszaak of enig bedrijf te verkrijgen, over te dragen of in pand te geven;
  3° een huurovereenkomst voor langer dan negen jaar te sluiten, te vernieuwen of op te zeggen en een handelshuur of pachtovereenkomst toe te staan;
  4° een hypothecaire schuldvordering over te dragen of in pand te geven;
  5° de prijs van een vervreemd onroerend goed of de terugbetaling van een hypothecaire schuldvordering in ontvangst te nemen en opheffing te verlenen van hypothecaire inschrijvingen;
  6° een legaat of een schenking te aanvaarden of te verwerpen, wanneer bedongen is dat de vermaakte of geschonken goederen gemeenschappelijk zullen zijn;
  7° een lening aan te gaan;
  8° een consumentenkrediet aan te gaan, behalve wanneer dit krediet noodzakelijk is voor de huishouding of de opvoeding van de kinderen.
Art. 2.3.32. Gestion conjointe
  Sans préjudice des dispositions de l'article 2.3.31, le consentement des deux époux est requis pour:
  1° acquérir, aliéner ou grever de droits réels les biens susceptibles d'hypothèque;
  2° acquérir, céder ou donner en gage des fonds de commerce ou exploitations de toute nature;
  3° conclure, renouveler ou résilier des baux de plus de neuf ans, consentir des baux commerciaux et des baux à ferme;
  4° céder ou donner en gage des créances hypothécaires;
  5° percevoir le prix de l'aliénation d'immeubles ou le remboursement de créances hypothécaires, donner mainlevée des inscriptions;
  6° accepter ou refuser un legs ou une donation lorsqu'il est stipulé que les biens légués ou donnés seront communs;
  7° contracter un emprunt;
  8° contracter un crédit à la consommation, sauf si ce crédit est nécessaire aux besoins du ménage ou à l'éducation des enfants.
Art. 2.3.33. Schenking
  De ene echtgenoot kan zonder de toestemming van de andere niet onder de levenden beschikken om niet over goederen die deel uitmaken van het gemeenschappelijk vermogen.
Art. 2.3.33. Donation
  Un époux ne peut sans le consentement de l'autre disposer entre vifs à titre gratuit de biens faisant partie du patrimoine commun.
Art. 2.3.34. Weigering of onmogelijkheid tot wilsuiting
  Indien een echtgenoot zonder wettige reden weigert toestemming te geven of indien hij in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven, kan de andere echtgenoot zich door de familierechtbank laten machtigen om een van de handelingen genoemd in de artikelen 2.3.31, tweede lid, 2.3.32 en 2.3.33, alleen te verrichten.
Art. 2.3.34. Refus ou impossibilité de manifester sa volonté
  Si un époux refuse sans motif légitime de donner son consentement ou s'il se trouve dans l'impossibilité de manifester sa volonté, son conjoint peut se faire autoriser par le tribunal de la famille à accomplir seul l'un des actes énumérés aux articles 2.3.31, alinéa 2, 2.3.32 et 2.3.33.
Art. 2.3.35. Verbod of machtiging als beschermingsmaatregel
  Iedere echtgenoot kan aan de familierechtbank vragen dat aan de andere echtgenoot verbod wordt opgelegd om enige bestuurshandeling te verrichten die hem nadeel kan berokkenen of de belangen van het gezin kan schaden.
  De rechtbank kan machtiging verlenen tot het verrichten van die daad of aan haar machtiging bepaalde voorwaarden verbinden.
Art. 2.3.35. Interdiction ou autorisation comme mesure de protection
  Chaque époux peut demander au tribunal de la famille d'interdire à son conjoint d'accomplir tout acte de gestion pouvant lui causer préjudice ou nuire aux intérêts de la famille.
  Le tribunal peut autoriser l'accomplissement de cet acte ou soumettre son autorisation à des conditions déterminées.
Art. 2.3.36. Nietigheid als handhavingsmaatregel
  Op verzoek van een van de echtgenoten die bewijst dat hij een wettig belang heeft en zonder afbreuk te doen aan de rechten van de te goeder trouw zijnde derden, kan de familierechtbank elke handeling nietig verklaren, die de andere echtgenoot heeft verricht:
  1° in strijd met de bepalingen van de artikelen 2.3.31, tweede lid, 2.3.32 en 2.3.33; de nietigverklaring van de handelingen genoemd in artikel 2.3.32, 4° tot 8°, vereist bovendien een benadeling;
  2° in strijd met een verbod of met de voorwaarden die de rechter heeft gesteld;
  3° met bedrieglijke benadeling van de rechten van de eiser.
  Het bewijs van goede trouw moet worden geleverd door de contracterende derde.
Art. 2.3.36. Nullité comme mesure de sanction
  Le tribunal de la famille peut, à la demande de l'un des époux justifiant d'un intérêt légitime et sans préjudice des droits des tiers de bonne foi, annuler l'acte accompli par l'autre époux:
  1° en violation des dispositions des articles 2.3.31, alinéa 2, 2.3.32 et 2.3.33; l'annulation des actes repris à l'article 2.3.32, 4° à 8°, requiert en outre l'existence d'une lésion;
  2° en violation d'une interdiction prononcée ou des conditions imposées par justice;
  3° en fraude des droits du demandeur.
  La preuve de sa bonne foi incombe au tiers contractant.
Art. 2.3.37. Vordering tot nietigverklaring
  De vordering tot nietigverklaring moet op straffe van verval worden ingesteld binnen een jaar na de dag waarop de handeling van de andere echtgenoot ter kennis is gekomen van de eiser, en uiterlijk voor de definitieve vereffening van het stelsel.
  Indien de echtgenoot overlijdt voordat het verval is ingetreden, beschikken zijn erfgenamen vanaf het overlijden over een nieuwe termijn van een jaar.
Art. 2.3.37. Action en nullité
  L'action en nullité doit être introduite à peine de forclusion dans l'année du jour où l'époux demandeur a eu connaissance de l'acte accompli par son conjoint et au plus tard avant la liquidation définitive du régime.
  Si l'époux décède avant que la forclusion soit atteinte, ses héritiers disposent à dater du décès d'un nouveau délai d'un an.
Art. 2.3.38. Legaten
  De legaten die een van de echtgenoten maakt van het geheel of een deel van het gemeenschappelijk vermogen, mogen zijn aandeel in dat vermogen niet te boven gaan.
  Heeft het legaat betrekking op bepaalde goederen, dan kan de legataris ze alleen dan in natura opeisen wanneer die goederen, ten gevolge van de verdeling, toevallen aan de erfgenamen van de erflater; in het tegenovergestelde geval heeft de legataris ten laste van de nalatenschap van de erflater recht op de waarde van de vermaakte goederen, behoudens inkorting in beide gevallen indien daartoe grond bestaat.
Art. 2.3.38. Legs
  Les legs faits par un des époux de la totalité ou d'une quotité du patrimoine commun ne peuvent excéder sa part dans ce patrimoine.
  Si le legs porte sur des biens déterminés, le légataire ne peut les réclamer en nature que si ces biens, par l'effet du partage, sont attribués aux héritiers du testateur; dans le cas contraire, le légataire a droit à charge de la succession du testateur, à la valeur des biens légués, sauf réduction dans les deux cas s'il y a lieu.
Afdeling 4. Bestuur van het eigen vermogen
Section 4. Gestion du patrimoine propre
Art. 2.3.39. Alleenbestuur
  Iedere echtgenoot bestuurt zijn eigen vermogen alleen, met behoud van de toepassing van het bepaalde in artikel 215, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek.
Art. 2.3.39. Gestion exclusive
  Chaque époux a la gestion exclusive de son patrimoine propre, sans préjudice de l'article 215, § 1er, de l'ancien Code civil.
Afdeling 5. Gemeenschappelijke bepaling met betrekking tot het bestuur van de eigen vermogens en het gemeenschappelijk vermogen
Section 5. Disposition commune à la gestion des patrimoines propres et commun
Art. 2.3.40. Ontnemen van bestuursbevoegdheid
  § 1. Indien een van de echtgenoten blijk geeft van ongeschiktheid in het bestuur van het gemeenschappelijk vermogen zowel als van zijn eigen vermogen of de belangen van het gezin in gevaar brengt, kan de andere echtgenoot vorderen dat de bestuursbevoegdheden hem geheel of gedeeltelijk worden ontnomen.
  De familierechtbank kan dat bestuur opdragen, hetzij aan de eiser, hetzij aan een derde, die zij aanwijst.
  Die beslissing kan worden herroepen, indien de redenen waarop zij gegrond was, komen te vervallen.
  § 2. De griffier van het rechtscollege dat een rechterlijke beslissing heeft uitgesproken waarbij aan een van de echtgenoten zijn bestuursbevoegdheden worden ontnomen of teruggegeven, stelt, wanneer deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, het centraal register voor huwelijksovereenkomsten hiervan in kennis.
  § 3. Indien de echtgenoot aan wie het bestuur onttrokken of teruggegeven wordt, zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent waarvoor hij in de Kruispuntbank van Ondernemingen moet ingeschreven zijn, geeft de griffier daarvan kennis aan die Kruispuntbank.
  § 4. Artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek is mede van toepassing.
Art. 2.3.40. Retrait du pouvoir de gestion
  § 1er. Si l'un des époux fait preuve d'inaptitude dans la gestion tant du patrimoine commun que de son patrimoine propre ou met en péril les intérêts de la famille, son conjoint peut demander que tout ou partie des pouvoirs de gestion lui soit retiré.
  Le tribunal de la famille peut confier cette gestion, soit au demandeur, soit à un tiers qu'il désigne.
  Cette décision peut être révoquée si les motifs qui l'ont justifiée cessent d'exister.
  § 2. Toute décision judiciaire retirant à l'un des époux ses pouvoirs de gestion ou lui rendant ses pouvoirs est communiquée, lorsque cette décision est coulée en force de chose jugée, par le greffier de la juridiction qui a rendu la décision au registre central des conventions matrimoniales.
  § 3. Si l'époux à qui la gestion est retirée ou rendue exerce une activité professionnelle indépendante pour laquelle il doit être inscrit à la Banque-Carrefour des Entreprises, le greffier en informe la Banque-Carrefour des Entreprises.
  § 4. L'article 1250 du Code judiciaire s'applique.
Afdeling 6. Ontbinding van het wettelijk stelsel
Section 6. Dissolution du régime légal
Onderafdeling 1. Algemene bepalingen
Sous-section 1re. Dispositions générales
Art. 2.3.41. Oorzaken van ontbinding
  Het wettelijk stelsel wordt ontbonden door:
  1° het overlijden van een van de echtgenoten;
  2° de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed;
  3° de gerechtelijke scheiding van goederen;
  4° de overgang naar een ander huwelijksvermogensstelsel.
Art. 2.3.41. Causes de dissolution
  Le régime légal se dissout:
  1° par le décès d'un des époux;
  2° par le divorce et la séparation de corps;
  3° par la séparation de biens judiciaire;
  4° par l'adoption d'un autre régime matrimonial.
Art. 2.3.42. Boedelbeschrijving
  In geval van ontbinding van het wettelijk stelsel door het overlijden van een van de echtgenoten, door gerechtelijke scheiding van goederen, door echtscheiding of scheiding van tafel en bed op een van de gronden vermeld in artikel 229 van het oud Burgerlijk Wetboek, zijn de echtgenoten of is de langstlevende echtgenoot gehouden een boedelbeschrijving op te maken van de gemeenschappelijke roerende goederen en schulden.
  Deze boedelbeschrijving, waarvan de inhoud geregeld wordt bij de artikelen 1175 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, mag onderhands geschieden, wanneer alle belanghebbende meerderjarige partijen daarmee instemmen en ingeval er minderjarigen of beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het oud Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard om goederen te vervreemden, wanneer de vrederechter aangezocht bij verzoekschrift daarmee instemt.
  [1 Zij moet opgemaakt worden binnen drie maanden na het overlijden, na de melding van de echtscheiding of van de scheiding van tafel en bed op de huwelijksakte of na de opmaak van de akte van echtscheiding, of na de inschrijving in het centraal register voor huwelijksovereenkomsten van de beslissing die de scheiding van goederen uitspreekt.]1
  Bij gebreke van een boedelbeschrijving binnen die termijn kan elke belanghebbende partij de omvang van het gemeenschappelijk vermogen bewijzen door alle bewijsmiddelen.
  
Art. 2.3.42. Inventaire
  En cas de dissolution du régime légal par le décès d'un des époux, la séparation de biens judiciaire, le divorce ou la séparation de corps pour les causes reprises à l'article 229 de l'ancien Code civil, les époux ou le conjoint survivant seront tenus de faire inventaire des biens meubles et des dettes communes.
  Cet inventaire, dont le contenu est réglé par les articles 1175 et suivants du Code judiciaire, peut se faire sous signature privée lorsque toutes les parties intéressées majeures y consentent et, en cas d'existence de mineurs ou de personnes protégées qui ont été déclarées incapables d'aliéner des biens en vertu de l'article 492/1 de l'ancien Code civil, moyennant l'accord du juge de paix saisi par requête.
  [1 Il doit être établi dans les trois mois du décès, de la mention du divorce ou de la séparation de corps à l'acte de mariage, de l'établissement de l'acte de divorce, ou de l'inscription au registre central des conventions matrimoniales de la décision prononçant la séparation de biens.]1
  A défaut d'inventaire dans ce délai, toute partie intéressée peut établir la consistance du patrimoine commun par tous modes de preuve.
  
Art. 2.3.43. Gevolgen van de ontbinding
  § 1. De ontbinding van het stelsel heeft vereffening en verdeling ten gevolge.
  Vooraf wordt voor elke echtgenoot een rekening opgemaakt van de vergoedingen tussen het gemeenschappelijk vermogen en zijn eigen vermogen.
  Vervolgens wordt overgegaan tot de verrekening van de lasten, de verrekening van de vergoedingen en de verdeling van de netto-baten.
  § 2. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de verdeling en veiling en die van het Burgerlijk Wetboek betreffende de verdeling van nalatenschappen zijn van overeenkomstige toepassing.
  § 3. Voor de volgende goederen wordt in de te verdelen boedel de waarde op het tijdstip van ontbinding van het stelsel, en niet op het tijdstip van verdeling opgenomen:
  1° de vermogenswaarde van de vennootschapsaandelen bedoeld in artikel 2.3.19, § 1, 5° ;
  2° de vermogenswaarde van de beroepsgoederen die door een van de echtgenoten met gemeenschappelijke gelden zijn verkregen, als het recht op die beroepsgoederen eigen is krachtens artikel 2.3.19, § 1, 6° ;
  3° de economische waarde van het cliënteel dat tijdens het stelsel door een van de echtgenoten in de uitoefening van zijn beroep of de uitbating van zijn bedrijf is opgebouwd of verworven, als het recht op dat cliënteel eigen is krachtens artikel 2.3.19, § 1, 7°.
  § 4. De erfgenamen van de echtgenoten hebben dezelfde rechten en dezelfde verplichtingen als de echtgenoot die zij vertegenwoordigen.
Art. 2.3.43. Effets de la dissolution
  § 1er. La dissolution du régime donne lieu à liquidation et à partage.
  Au préalable, il est établi pour chaque époux un compte des récompenses entre le patrimoine commun et son patrimoine propre.
  Il est procédé ensuite au règlement du passif, au règlement du compte des récompenses, et au partage de l'actif net.
  § 2. Les dispositions du Code judiciaire concernant les partages et licitations et celles du Code civil concernant le partage des successions sont applicables.
  § 3. Pour les biens suivants, la valeur au moment de la dissolution du régime, et non au moment du partage, est reprise dans la masse à partager:
  1° la valeur patrimoniale des parts ou actions de société visées à l'article 2.3.19, § 1er, 5° ;
  2° la valeur patrimoniale des biens professionnels qui ont été acquis par un des époux avec des fonds communs, si le droit sur ces biens professionnels est propre en vertu de l'article 2.3.19, § 1er, 6° ;
  3° la valeur économique de la clientèle qui a été constituée ou acquise pendant le régime par un des époux dans le cadre de l'exercice de sa profession ou de l'exploitation de son entreprise, si le droit à cette clientèle est propre en vertu de l'article 2.3.19, § 1er, 7°.
  § 4. Les héritiers des époux ont les mêmes droits et sont tenus des mêmes obligations que l'époux qu'ils représentent.
Onderafdeling 2. Vergoedingsrekeningen
Sous-section 2. Comptes de récompense
Art. 2.3.44. Vergoedingen aan het gemeenschappelijk vermogen
  Elk van de echtgenoten is vergoeding verschuldigd ten belope van de bedragen die hij uit het gemeenschappelijk vermogen heeft opgenomen om een eigen schuld te voldoen en, in het algemeen, telkens als hij persoonlijk voordeel heeft getrokken uit het gemeenschappelijk vermogen.
  De echtgenoot die zijn beroep uitoefent binnen een vennootschap waarvan de aandelen hem eigen zijn, is aan het gemeenschappelijk vermogen een vergoeding verschuldigd voor de netto beroepsinkomsten die het gemeenschappelijk vermogen niet heeft ontvangen en redelijkerwijze had kunnen ontvangen indien het beroep niet binnen die vennootschap was uitgeoefend.
  Aan het gemeenschappelijk vermogen is eveneens vergoeding verschuldigd ten belope van de schade die het heeft geleden wegens een van de handelingen bedoeld in artikel 2.3.36, indien die schade niet geheel is hersteld door de nietigverklaring van de handeling of indien de nietigverklaring niet is gevraagd of verkregen.
Art. 2.3.44. Récompenses dues au patrimoine commun
  Il est dû récompense par chaque époux à concurrence des sommes qu'il a prises sur le patrimoine commun pour acquitter une dette propre et généralement toutes les fois qu'il a tiré un profit personnel du patrimoine commun.
  L'époux qui exerce sa profession au sein d'une société dont les actions lui sont propres doit une récompense au patrimoine commun pour les revenus professionnels nets que le patrimoine commun n'a pas reçus et qu'il aurait raisonnablement pu recevoir si la profession n'avait pas été exercée au sein de cette société.
  Il est de même dû récompense au patrimoine commun à concurrence du préjudice qu'il a subi en conséquence d'un des actes énumérés à l'article 2.3.36, lorsque ce préjudice n'a pas été entièrement réparé par l'annulation de l'acte ou lorsque l'annulation n'a pas été demandée ou obtenue.
Art. 2.3.45. Vergoedingen aan het eigen vermogen
  Het gemeenschappelijk vermogen is vergoeding verschuldigd ten belope van de eigen of uit vervreemding van een eigen goed voortkomende gelden die in dat vermogen zijn gevallen en niet zijn belegd of wederbelegd, alsook, in het algemeen, telkens als het voordeel heeft getrokken uit de eigen goederen van een van de echtgenoten.
Art. 2.3.45. Récompenses dues au patrimoine propre
  Il est dû récompense par le patrimoine commun à concurrence des fonds propres ou provenant de l'aliénation d'un bien propre qui sont entrés dans ce patrimoine, sans qu'il y ait eu emploi ou remploi et généralement toutes les fois qu'il a tiré profit des biens propres d'un époux.
Art. 2.3.46. Omvang en bewijs van de vergoedingen
  De vergoeding mag niet kleiner zijn dan de verarming van het vergoedingsgerechtigde vermogen. Hebben de in het vergoedingsplichtige vermogen gevallen bedragen en gelden echter gediend tot het verkrijgen, instandhouden of verbeteren van een goed, dan zal de vergoeding gelijk zijn aan de waarde of de waardevermeerdering van dat goed, hetzij bij de ontbinding van het stelsel indien het zich op dat tijdstip bevindt in het vergoedingsplichtige vermogen, hetzij op de dag van de vervreemding indien het voordien vervreemd is; is het vervreemde goed vervangen door een ander goed, dan wordt de vergoeding geschat op de grondslag van dat nieuwe goed.
  Het recht op vergoeding kan door alle bewijsmiddelen worden bewezen.
  De vergoedingen brengen van rechtswege interest op vanaf de dag van de ontbinding van het stelsel.
Art. 2.3.46. Montant et preuve des récompenses
  La récompense ne peut être inférieure à l'appauvrissement du patrimoine créancier. Toutefois, si les sommes et fonds entrés dans le patrimoine débiteur ont servi à acquérir, conserver ou améliorer un bien, la récompense sera égale à la valeur ou à la plus-value acquise par ce bien, soit à la dissolution du régime, s'il se trouve à ce moment dans le patrimoine débiteur, soit au jour de son aliénation s'il a été aliéné auparavant; si un nouveau bien a remplacé le bien aliéné, la récompense est évaluée sur la base de ce nouveau bien.
  Le droit aux récompenses s'établit par tous modes de preuve.
  Les récompenses portent intérêt de plein droit du jour de la dissolution du régime.
Art. 2.3.47. Saldering van de vergoedingsrekeningen
  De vergoedingen door een van de echtgenoten verschuldigd aan het gemeenschappelijk vermogen en de vergoedingen die het gemeenschappelijk vermogen hem verschuldigd is, doen elkaar teniet ten belope van het kleinste bedrag.
  Indien beide echtgenoten vergoedingen te vorderen hebben of verschuldigd zijn, doen hun wederzijdse vorderingen en schulden elkaar teniet ten belope van het kleinste bedrag.
  Alleen de echtgenoot die de grootste vordering of schuld heeft, zal nog een vergoeding te vorderen of te voldoen hebben ten belope van het verschil tussen de wederzijdse vorderingen of schulden.
Art. 2.3.47. Clôture des comptes de récompenses
  Les récompenses dues par l'époux au patrimoine commun et celles que le patrimoine commun lui doit s'annulent à concurrence du montant le plus faible.
  Si les époux sont tous deux créanciers ou débiteurs de récompenses, leurs créances et dettes respectives s'annulent à concurrence du montant le plus faible.
  Seul l'époux dont la créance ou la dette est la plus forte reste créancier ou débiteur d'une récompense égale à la différence entre les créances ou dettes respectives.
Onderafdeling 3. Verrekening van de lasten
Sous-section 3. Règlement du passif
Art. 2.3.48. Betaling van gemeenschappelijke schulden
  Zonder afbreuk te doen aan de rechten van de hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers, moeten de gemeenschappelijke schulden die overeenkomstig artikel 2.3.28 verhaalbaar zijn op de drie vermogens, worden voldaan vóór de schulden die alleen verhaalbaar zijn op het gemeenschappelijk vermogen en op het vermogen van een van de echtgenoten.
Art. 2.3.48. Payement des dettes communes
  Sans préjudice des droits des créanciers hypothécaires et privilégiés, les dettes communes dont, aux termes de l'article 2.3.28, le payement peut être poursuivi sur les trois patrimoines, sont payées avant celles dont le payement ne peut être poursuivi que sur le patrimoine commun et celui d'un des époux.
Onderafdeling 4. Verrekening van de vergoedingen
Sous-section 4. Règlement des récompenses
Art. 2.3.49. Voldoening van de vergoedingsschuld
  § 1. De echtgenoot die nog vergoeding verschuldigd is, voldoet die, hetzij door mindere ontvangst, hetzij door betaling, aan de te verdelen boedel, van de waarde van de vergoedingsschuld.
  De voldoening door mindere ontvangst gebeurt, hetzij door verrekening op het aandeel van de echtgenoot-schuldenaar, hetzij door vooruitneming door de andere echtgenoot.
  § 2. De echtgenoot die nog vergoeding te vorderen heeft, neemt ter voldoening hiervan goederen van een gelijke waarde uit de te verdelen boedel vooraf.
  § 3. Indien de echtgenoten het niet eens worden over de toepassing van paragraaf 1 of paragraaf 2, en met name over de aanwijzing van de vooruit te nemen goederen, wordt het geschil binnen de procedure van gerechtelijke verdeling opgelost.
  Behoudens het akkoord van de echtgenoten mag de vooruitneming geen afbreuk doen aan de rechten van toewijzing die de andere echtgenoot bezit op grond van de artikelen 2.3.13 en 2.3.14.
  § 4. De echtgenoot die zijn vergoeding niet geheel heeft kunnen verhalen op de boedel, wordt schuldeiser van de andere echtgenoot ten belope van de helft van hetgeen hij niet ontvangen heeft.
Art. 2.3.49. Acquittement de la dette de récompense
  § 1er. L'époux qui est encore redevable d'une récompense, s'en acquitte, soit en moins prenant, soit par payement à la masse à partager, pour un montant égal à celui de sa dette.
  L'acquittement en moins prenant se fait soit par imputation sur la part de l'époux débiteur, soit par prélèvement par son conjoint.
  § 2. L'époux qui a encore droit à une récompense prélève sur la masse à partager des biens pour une valeur égale à celle de sa créance.
  § 3. A défaut d'accord des époux quant à l'application du paragraphe 1er ou du paragraphe 2, et notamment quant à la désignation des biens qui peuvent être prélevés, le litige sera tranché dans le cadre de la procédure de partage judiciaire.
  Sauf accord des époux, le prélèvement ne peut porter atteinte aux droits d'attribution reconnus à l'autre époux par les articles 2.3.13 et 2.3.14.
  § 4. L'époux qui n'a pu obtenir à charge de la masse la totalité de sa récompense devient créancier de l'autre époux à concurrence de la moitié de ce qu'il n'a pas reçu.
Onderafdeling 5. Verdeling
Sous-section 5. Partage
Art. 2.3.50. Netto-verdeling
  § 1. Indien er een batig saldo is, wordt dit bij helften verdeeld.
  § 2. Elk van de echtgenoten staat met al zijn goederen in voor de gemeenschappelijke schulden die overblijven na de verdeling.
  Evenwel zal iedere echtgenoot, voor de gemeenschappelijke schulden die tijdens het stelsel niet verhaalbaar waren op zijn eigen vermogen, slechts instaan ten belope van hetgeen hij ontvangen heeft bij de verdeling.
  § 3. Voor zover in de akte van verdeling niet anders is bepaald, kan de echtgenoot die na de verdeling een gemeenschappelijke schuld betaalt, de helft van hetgeen hij betaald heeft, op de andere echtgenoot verhalen.
  § 4. Tenzij anders is bedongen, draagt iedere echtgenoot voor de helft bij in de kosten van vereffening en verdeling.
Art. 2.3.50. Partage net
  § 1er. S'il reste un actif, il se partage par moitié.
  § 2. Chacun des époux répond sur l'ensemble de ses biens des dettes communes qui subsistent après le partage.
  Toutefois, chaque époux ne répond des dettes communes pour le payement desquelles son patrimoine propre ne pouvait être poursuivi durant le régime qu'à concurrence de ce qu'il a reçu lors du partage.
  § 3. A défaut d'autre disposition dans l'acte de partage, l'époux qui après le partage paie une dette commune, a un recours contre l'autre époux à concurrence de la moitié de ce qu'il a payé.
  § 4. Sauf convention contraire, chacun des époux contribue pour moitié aux frais de liquidation et de partage.
Onderafdeling 6. Schulden tussen echtgenoten
Sous-section 6. Créances entre époux
Art. 2.3.51. Betaling en interest
  Schuldvorderingen van de ene echtgenoot op de andere kunnen tijdens het wettelijk stelsel alleen verhaald worden op de eigen goederen van de schuldenaar.
  Deze schuldvorderingen brengen van rechtswege interest op, te rekenen van de dag van de ontbinding van het stelsel.
Art. 2.3.51. Payement et intérêts
  Les créances que l'un des époux possède contre l'autre ne s'exercent, pendant la durée du régime légal, que sur les biens propres du débiteur.
  Ces créances portent intérêt de plein droit du jour de la dissolution du régime.
Hoofdstuk 4. Overeenkomsten die het wettelijk stelsel kunnen wijzigen
Chapitre 4. Conventions qui peuvent modifier le régime légal
Afdeling 1. Algemene bepaling
Section 1re. Disposition générale
Art. 2.3.52. Toegelaten afwijkingen
  Echtgenoten die een stelsel van gemeenschap van goederen hebben aangenomen, mogen niet afwijken van de regels van het wettelijk stelsel die betrekking hebben op het bestuur over het eigen en het gemeenschappelijk vermogen. Onder voorbehoud van het bepaalde in de artikelen 2.3.1 tot 2.3.3, kunnen zij bij huwelijksovereenkomst elke andere wijziging aanbrengen in het wettelijk stelsel.
  Zij kunnen met name overeenkomen:
  1° dat het gemeenschappelijk vermogen al hun tegenwoordige en toekomstige goederen of een deel ervan zal omvatten;
  2° dat er tussen hen algehele gemeenschap zal zijn;
  3° dat een van de echtgenoten recht zal hebben op een vooruitmaking;
  4° dat in geval van ontbinding van het huwelijk door het overlijden van een van de echtgenoten, het gemeenschappelijk vermogen in ongelijke delen zal worden verdeeld of geheel aan een van de echtgenoten zal verblijven.
  Zij blijven onderworpen aan de regels van het wettelijk stelsel waarvan hun huwelijksovereenkomst niet afwijkt.
Art. 2.3.52. Dérogations autorisées
  Les époux qui ont adopté un régime en communauté ne peuvent déroger aux règles du régime légal qui concernent la gestion des patrimoines propres et commun. Sous réserve des dispositions des articles 2.3.1 à 2.3.3, ils peuvent, par convention matrimoniale, apporter toute autre modification au régime légal.
  Ils peuvent notamment convenir:
  1° que le patrimoine commun comprendra tout ou partie de leurs biens présents et futurs;
  2° qu'il y aura entre eux communauté universelle;
  3° que l'un des époux aura droit à un préciput;
  4° qu'en cas de dissolution du mariage par le décès d'un des époux, le partage du patrimoine commun se fera par parts inégales ou que tout ce patrimoine sera attribué à l'un des époux.
  Ils restent soumis aux règles du régime légal auxquelles leur convention matrimoniale ne déroge pas.
Afdeling 2. Uitbreiding van het gemeenschappelijk vermogen
Section 2. Clauses extensives du patrimoine commun
Art. 2.3.53. Inbreng
  § 1. Echtgenoten kunnen overeenkomen dat de tegenwoordige en toekomstige roerende of onroerende goederen, bedoeld in artikel 2.3.17, geheel of ten dele tot het gemeenschappelijk vermogen zullen behoren.
  § 2. Toekomstige echtgenoten die, voor het aangaan van het huwelijk, de volle eigendom van een onroerend goed verkrijgen, kunnen, voor zover zij ten gevolge van die verkrijging exclusief en ten belope van gelijke delen onverdeelde eigenaren zijn van dit goed, in de akte van eigendomsverkrijging een verklaring van anticipatieve inbreng opnemen. Door het louter feit van hun huwelijk, zal dit onroerend goed dan tot het gemeenschappelijk vermogen behoren, alsof ze de inbreng in hun huwelijksovereenkomst hadden bedongen.
  De echtgenoten kunnen in hun huwelijksovereenkomst afwijken van het eerste lid.
  De notaris schrijft de verklaring van anticipatieve inbreng, bedoeld in het eerste lid, in het centraal register voor huwelijksovereenkomsten in.
  § 3. De schulden die open staan op het ogenblik van de inbreng en die door de echtgenoot inbrenger werden aangegaan om de ingebrachte goederen te verkrijgen, te verbeteren of in stand te houden, komen ten laste van het gemeenschappelijk vermogen, behoudens andersluidende overeenkomst in de huwelijksovereenkomst of in de verklaring bedoeld in paragraaf 2.
  § 4. De echtgenoot die bepaalde goederen in het gemeenschappelijk vermogen heeft gebracht, kan bij de verdeling de nog in natura aanwezige goederen terugnemen, mits hij ze op zijn aandeel toerekent naar hun waarde ten tijde van de verdeling. Deze bepaling is niet van toepassing op goederen die door beide echtgenoten gezamenlijk zijn ingebracht.
  § 5. Een echtgenoot die een bepaald goed in het gemeenschappelijk vermogen brengt, waarvan de waarde in de huwelijksovereenkomst wordt vermeld, kan zijn inbreng beperken tot een vastgesteld bedrag.
  Tenzij in de huwelijksovereenkomst anders is bedongen, is het gemeenschappelijk vermogen bij ontbinding van het stelsel, hem een vergoeding verschuldigd gelijk aan het verschil tussen de waarde van het ingebrachte goed en het bedrag ten belope waarvan het is ingebracht.
  Deze vergoeding zal worden geherwaardeerd volgens de waarde van het ingebrachte goed, hetzij bij de ontbinding van het stelsel, indien het zich op dat tijdstip nog in het gemeenschappelijk vermogen bevindt, hetzij op de dag van de vervreemding indien het voordien vervreemd is; is het vervreemde goed vervangen door een ander goed, dan wordt de vergoeding geschat op de grondslag van dat nieuwe goed.
Art. 2.3.53. Apport
  § 1er. Les époux peuvent convenir que tout ou partie des biens présents et futurs, meubles ou immeubles, visés à l'article 2.3.17, feront partie du patrimoine commun.
  § 2. Les futurs époux qui, avant de contracter mariage, acquièrent la pleine propriété d'un bien immeuble, peuvent, pour autant qu'ils soient, suite à cette acquisition, propriétaires indivis exclusifs et par parts égales de ce bien, faire figurer une déclaration d'apport anticipé dans l'acte d'acquisition de propriété. Du simple fait de leur mariage, ce bien immeuble fera alors partie du patrimoine commun, comme s'ils avaient stipulé l'apport dans leur convention matrimoniale.
  Les époux peuvent déroger à l'alinéa 1er dans leur convention matrimoniale.
  Le notaire inscrit la déclaration d'apport anticipé, visée à l'alinéa 1er, au registre central des conventions matrimoniales.
  § 3. Les dettes en cours au moment de l'apport et qui ont été contractées par l'époux apporteur afin d'acquérir, d'améliorer ou de conserver les biens apportés sont à charge du patrimoine commun, sous réserve de convention contraire dans la convention matrimoniale ou dans la déclaration visée au paragraphe 2.
  § 4. L'époux qui a fait au patrimoine commun l'apport de biens déterminés a, lors du partage, la faculté de reprendre les biens existants encore en nature en les imputant sur sa part à leur valeur au moment du partage. La présente disposition ne s'applique pas aux biens apportés conjointement par les deux époux.
  § 5. Un époux qui apporte au patrimoine commun un bien déterminé, dont la valeur est indiquée dans la convention matrimoniale, peut limiter son apport à concurrence d'une certaine somme.
  Sauf stipulation contraire dans la convention matrimoniale, à la dissolution du régime, il lui est dû par le patrimoine commun une récompense égale à la différence entre la valeur du bien et la somme à concurrence de laquelle ce bien a été apporté.
  Cette récompense sera réévaluée en fonction de la valeur du bien apporté, soit à la dissolution du régime s'il se trouve encore à ce moment dans le patrimoine commun, soit au jour de son aliénation s'il a été aliéné auparavant; si un autre bien a remplacé le bien aliéné, la récompense est évaluée en fonction de la valeur de ce nouveau bien.
Art. 2.3.54. Algehele gemeenschap
  Komen de echtgenoten overeen dat er tussen hen algehele gemeenschap zal zijn, dan brengen zij al hun tegenwoordige en toekomstige goederen in het gemeenschappelijk vermogen, met uitzondering van die welke van persoonlijke aard zijn en van de rechten die uitsluitend aan de persoon verbonden zijn.
  De algehele gemeenschap is in dat geval ook gehouden tot de schulden van de echtgenoten die dateren van voor het stelsel en de schulden ten laste van nalatenschappen en giften die hun tijdens het stelsel toevallen.
Art. 2.3.54. Communauté universelle
  Lorsque les époux conviennent qu'il y aura entre eux communauté universelle, ils font entrer dans le patrimoine commun tous leurs biens présents et futurs à l'exception de ceux qui ont un caractère personnel et des droits exclusivement attachés à la personne.
  La communauté universelle supporte également toutes les dettes des époux antérieures au régime et celles qui grèvent les successions et libéralités qui leur échoient durant le régime.
Afdeling 3. Bedingen tot afwijking van de wijze van vereffening of van verdeling
Section 3. Clauses dérogeant au mode de liquidation ou de partage
Art. 2.3.55. Vooruitmaking
  § 1. Echtgenoten kunnen overeenkomen dat de langstlevende of een van hen indien die het langst leeft, het recht zal hebben om vóór de verdeling, hetzij een bepaalde geldsom, hetzij bepaalde goederen in natura, hetzij een hoeveelheid of een percentage van een bepaalde categorie van goederen vooraf te nemen uit het gemeenschappelijk vermogen.
  De toegekende voordelen worden echter als een schenking beschouwd ten belope van de helft, indien zij tegenwoordige of toekomstige goederen tot voorwerp hebben die de vooroverleden echtgenoot in het gemeenschappelijk vermogen heeft gebracht door een uitdrukkelijk beding in de huwelijksovereenkomst.
  § 2. Vooruitgemaakte goederen kunnen in beslag worden genomen voor de betaling van gemeenschappelijke schulden, behoudens verhaal van de begunstigde echtgenoot, wanneer het goederen in natura betreft, op de rest van het gemeenschappelijk vermogen.
  Zodanig verhaal is eveneens mogelijk in geval van vervreemding door een van de echtgenoten van een goed dat in natura vooruitgemaakt is.
Art. 2.3.55. Préciput
  § 1er. Les époux peuvent convenir que celui qui survivra ou l'un d'eux s'il survit, aura le droit de prélever sur le patrimoine commun avant tout partage, soit une certaine somme, soit certains biens en nature, soit une certaine quantité ou quotité d'une espèce déterminée de biens.
  Les avantages octroyés sont cependant considérés comme une donation, à concurrence de moitié, s'ils ont pour objet des biens présents ou futurs que l'époux prédécédé a fait entrer dans le patrimoine commun par une stipulation expresse de la convention matrimoniale.
  § 2. Les biens faisant l'objet du préciput peuvent être saisis pour le payement des dettes communes, sauf, lorsque le préciput porte sur des biens en nature, le recours de l'époux bénéficiaire sur le reste du patrimoine commun.
  Pareil recours peut également être exercé en cas d'aliénation par un des époux d'un bien en nature, objet du préciput.
Art. 2.3.56. Niet gelijke verdeling en verblijvingsbeding
  Echtgenoten kunnen overeenkomen dat de langstlevende of een van hen indien hij het langst leeft, bij de verdeling een ander deel dan de helft, of zelfs het gehele vermogen, zal ontvangen.
  Indien de echtgenoten bij de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen ongelijke aandelen verkrijgen, zijn zij tot de betaling van de gemeenschappelijke schulden gehouden naar evenredigheid van hun aandeel in de baten, met behoud van de toepassing van artikel 2.3.50, § 2.
  Indien de akte van verdeling niet anders bepaalt, kan de echtgenoot die na de verdeling een gemeenschappelijke schuld betaalt boven het aandeel dat hij krachtens het tweede lid moet dragen, het meerdere op de andere echtgenoot verhalen.
Art. 2.3.56. Partage inégal et clause d'attribution
  Les époux peuvent convenir que celui qui survivra ou l'un d'eux s'il survit, recevra lors du partage une part autre que la moitié, voire tout le patrimoine.
  Lorsque les époux obtiennent des parts inégales dans le partage du patrimoine commun, ils sont tenus de contribuer au payement des dettes communes dans la proportion de leur part dans l'actif, sans préjudice de l'application de l'article 2.3.50, § 2.
  A défaut d'autre disposition dans l'acte de partage, l'époux qui après le partage paie une dette commune au-delà de la part qui lui incombe en vertu de l'alinéa 2 a un recours contre l'autre époux pour ce qu'il a payé au-delà de sa part.
Art. 2.3.57. Regel ten aanzien van gemeenschappelijke kinderen
  Indien er gemeenschappelijke kinderen zijn, wordt een huwelijksovereenkomst die een voordeel toekent dat uit de samenstelling, de werking, de vereffening of de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen kan worden verkregen, ten aanzien van hen als een schenking beschouwd voor het aandeel boven de helft dat aan de langstlevende echtgenoot wordt toegewezen in de waarde, op de dag van de toekenning ervan, van de tegenwoordige of toekomstige goederen die de vooroverleden echtgenoot in het gemeenschappelijk vermogen heeft gebracht door een uitdrukkelijk beding in de huwelijksovereenkomst.
  Een kind van een van de echtgenoten dat gewoon of ten volle is geadopteerd door de andere echtgenoot, wordt beschouwd als een gemeenschappelijk kind.
Art. 2.3.57. Règle à l'égard des enfants communs
  Dans le cas où il y a des enfants communs, une convention matrimoniale accordant un avantage qui résulterait du mode de composition, de fonctionnement, de liquidation ou de partage du patrimoine commun est considérée, à leur égard, comme une donation pour la part dépassant la moitié attribuée au conjoint survivant dans la valeur, au jour de leur attribution, des biens présents ou futurs que l'époux prédécédé a fait entrer dans le patrimoine commun par une stipulation expresse de la convention matrimoniale.
  Un enfant d'un des époux qui a fait l'objet d'une adoption simple ou plénière par l'autre époux est considéré comme un enfant commun.
Art. 2.3.58. Regel ten aanzien van niet-gemeenschappelijke kinderen
  Ingeval er kinderen zijn die niet gemeenschappelijk zijn, wordt enkel de gelijke verdeling van hetgeen is gespaard op de wederzijdse inkomsten van de echtgenoten, al zijn die ongelijk, aan de toepassing van de regels van de schenkingen onttrokken.
  Elke huwelijksovereenkomst die een ruimer voordeel toekent dat een echtgenoot uit de samenstelling, de werking, de vereffening of de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen kon verkrijgen, wordt, ten aanzien van hen, als een schenking beschouwd.
Art. 2.3.58. Règle à l'égard des enfants non communs
  Dans le cas où il y a des enfants qui ne leur sont pas communs, seul le partage égal des économies faites sur les revenus respectifs des époux, quoique inégaux, échappe à l'application des règles des donations.
  Toute convention matrimoniale accordant un avantage supérieur qui résulterait pour un époux du mode de composition, de fonctionnement, de liquidation ou de partage du patrimoine commun [1 ...]1 est considérée, à leur égard, comme une donation.
  
Art. 2.3.59. Verval bij onwaardigheid
  Elk beding van de huwelijksovereenkomst die een voordeel toekent dat de langstlevende echtgenoot uit de samenstelling, de werking, de vereffening of de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen kon verkrijgen, vervalt indien deze echtgenoot onwaardig is om van de overleden echtgenoot te erven.
  De bepalingen inzake onwaardigheid om te erven zijn van overeenkomstige toepassing op de onwaardigheid om voordelen te verkrijgen of te behouden die de langstlevende echtgenoot uit de samenstelling, de werking, de vereffening of de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen kon verkrijgen. Dit is eveneens het geval indien de langstlevende echtgenoot uit de nalatenschap van de overleden echtgenoot gesloten is, hetzij door een ontervend beding, hetzij door een beslissing tot uitsluiting of tot verval van zijn erfrecht.
Art. 2.3.59. Caducité en cas d'indignité
  Toute clause de la convention matrimoniale accordant un avantage qui résulterait pour le conjoint survivant du mode de composition, de fonctionnement, de liquidation ou de partage du patrimoine commun, est caduque si ce conjoint est indigne d'hériter du conjoint défunt.
  Les dispositions relatives à l'indignité successorale s'appliquent par analogie à l'indignité de recueillir ou de conserver des avantages qui résulteraient pour le conjoint survivant du mode de composition, de fonctionnement, de liquidation ou de partage du patrimoine commun. Il en est ainsi même si le conjoint survivant est exclu de la succession du conjoint décédé, soit par l'effet d'une clause d'exhérédation, soit par l'effet d'une décision d'exclusion ou de déchéance de ses droits successoraux.
Art. 2.3.60. Verval bij ontbinding anders dan door overlijden of echtscheiding
  Met behoud van de toepassing van artikel 4.237, § 4, leidt de ontbinding van het huwelijksstelsel door de overgang naar een gerechtelijke scheiding van goederen of door de conventionele overgang naar een ander huwelijksvermogensstelsel, tot verval van de voordelen die een echtgenoot uit de samenstelling, de werking, de vereffening of de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen kon verkrijgen en die als overlevingsrechten zijn toegekend.
Art. 2.3.60. Caducité en cas de dissolution pour une autre cause que le décès ou le divorce
  Sans préjudice de l'article 4.237, § 4, la dissolution du régime matrimonial opérée par la séparation de biens judiciaire ou par l'adoption conventionnelle d'un autre régime matrimonial entraîne la caducité des avantages qui résulteraient pour un époux du mode de composition, de fonctionnement, de liquidation ou de partage du patrimoine commun et qui sont concédés en tant que droits de survie.
Hoofdstuk 5. Scheiding van goederen
Chapitre 5. Séparation de biens
Afdeling 1. Conventionele scheiding van goederen
Section 1re. Séparation de biens conventionnelle
Art. 2.3.61. Scheiding van vermogens
  Wanneer de echtgenoten bij huwelijksovereenkomst bedingen dat zij gescheiden van goederen zullen zijn, bezit ieder van hen de bevoegdheid van beheer, genot en beschikking alleen, met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende hun wederzijdse rechten en verplichtingen.
  De inkomsten en besparingen van ieder van de echtgenoten blijven eigen goed.
Art. 2.3.61. Séparation des patrimoines
  Lorsque les époux ont stipulé par convention matrimoniale qu'ils seront séparés de biens, chacun d'eux a seul tous pouvoirs d'administration, de jouissance et de disposition, sans préjudice de l'application des dispositions relatives à leurs droits et devoirs respectifs.
  Les revenus et les économies de chacun des époux restent des biens propres.
Art. 2.3.62. Bewijs van eigendom
  Het bewijs van de eigendom van een goed of een schuldvordering wordt tussen echtgenoten zowel als ten aanzien van derden geleverd volgens de regels van artikel 2.3.20.
  Roerende goederen waarvan niet kan worden bewezen dat ze eigendom zijn van een van de echtgenoten, worden beschouwd als onverdeeld tussen de echtgenoten.
Art. 2.3.62. Preuve de la propriété
  La preuve de la propriété d'un bien ou d'une créance se fait tant entre époux que vis-à-vis des tiers selon les règles de l'article 2.3.20.
  Les biens meubles dont la propriété dans le chef d'un seul des époux n'est pas établie sont considérés comme indivis entre eux.
Art. 2.3.63. Onverdeeldheid
  Met behoud van de toepassing van artikel 215, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, en onder voorbehoud van andersluidende overeenkomsten, kan elk van de echtgenoten te allen tijde verdeling vorderen van al hun onverdeelde goederen of een deel ervan.
Art. 2.3.63. Indivision
  Sans préjudice de l'application de l'article 215, § 1er, de l'ancien Code civil, et sous réserve de conventions contraires, chacun des époux peut à tout moment demander le partage de tout ou partie des biens indivis entre eux.
Art. 2.3.64. Toegelaten toevoegingen
  § 1. Echtgenoten die kiezen voor het stelsel van scheiding van goederen kunnen aan dit stelsel alle bedingen toevoegen die met dat stelsel verenigbaar zijn.
  Zij kunnen onder meer bedingen toevoegen met betrekking tot de bewijsvoering, tussen hen, van exclusief eigendomsrecht, met betrekking tot het bewijs van vorderingen die de ene tegen de andere kan inroepen, en bedingen ter nadere regeling van enige onverdeeldheid of doelvermogen die tussen hen zou bestaan.
  Zij kunnen ook bedingen opnemen die ertoe strekken een verrekening tussen hun vermogens te verwezenlijken, met name door toevoeging van een beding van verrekening van aanwinsten.
  De artikelen 2.3.57 tot 2.3.60 zijn van overeenkomstige toepassing.
  § 2. Echtgenoten die een beding van verrekening van aanwinsten hebben opgenomen, zijn onderworpen aan de artikelen 2.3.65 tot 2.3.77 Het aanvangsvermogen, het eindvermogen, de verrekenvordering en de betaling daarvan worden overeenkomstig die artikelen bepaald.
  Echtgenoten kunnen bij huwelijksovereenkomst afwijken van het bepaalde in het eerste lid en zelf de verrekenmassa, verrekensleutel, het verrekentijdstip en de verrekenmodaliteiten overeenkomen.
  § 3. De notaris vermeldt uitdrukkelijk in de huwelijksovereenkomst dat hij ieder van de echtgenoten heeft gewezen op de juridische gevolgen van het opnemen of niet opnemen van een beding van verrekening van aanwinsten.
Art. 2.3.64. Ajouts autorisés
  § 1er. Les époux qui optent pour le régime de la séparation de biens peuvent ajouter à ce régime toutes les clauses compatibles avec ce régime.
  Ils peuvent notamment ajouter des clauses concernant l'administration de la preuve, entre eux, du droit de propriété exclusif, concernant la preuve de créances que l'un peut invoquer contre l'autre, ainsi que des clauses précisant toute indivision ou patrimoine d'affectation pouvant exister entre eux.
  Ils peuvent aussi adopter des clauses visant à réaliser un décompte entre leurs patrimoines, notamment par l'ajout d'une clause de participation aux acquêts.
  Les articles 2.3.57 à 2.3.60 s'appliquent par analogie.
  § 2. Les époux qui ont adopté une clause de participation aux acquêts sont soumis aux articles 2.3.65 à 2.3.77. Le patrimoine originaire, le patrimoine final, la créance de participation et le paiement de celle-ci sont définis conformément à ces articles.
  Les époux peuvent dans leur convention matrimoniale déroger au prescrit de l'alinéa 1er et convenir eux-mêmes de la masse de participation, de la clé de participation, du moment de participation et des modalités de participation.
  § 3. Le notaire mentionne explicitement dans la convention matrimoniale qu'il a attiré l'attention de chacun des époux sur les conséquences juridiques de l'adoption ou non d'une clause de participation aux acquêts.
Art. 2.3.65. Verrekening van aanwinsten
  In een stelsel van scheiding van goederen met verrekening van aanwinsten worden de aanwinsten gevormd door het verschil tussen het eindvermogen van een echtgenoot en zijn aanvangsvermogen.
  Bij de ontbinding van het huwelijksstelsel blijkt de verrekenvordering uit de vergelijking tussen de aanwinsten van beide echtgenoten.
Art. 2.3.65. Participation aux acquêts
  Dans un régime de séparation de biens avec participation aux acquêts, les acquêts sont constitués par la différence entre le patrimoine final d'un époux et son patrimoine originaire.
  A la dissolution du régime matrimonial, la créance de participation résulte de la comparaison des acquêts de chacun des époux.
Art. 2.3.66. Samenstelling van het aanvangsvermogen
  § 1. Het aanvangsvermogen is het vermogen van ieder van de echtgenoten op de datum waarop het huwelijksstelsel uitwerking krijgt. De schulden worden in het aanvangsvermogen in aanmerking genomen, zelfs al overschrijden zij het bedrag van het actief.
  § 2. De goederen en rechten die ieder van de echtgenoten later verkrijgt door gift of nalatenschap en deze bedoeld in artikel 2.3.19, § 1, 1°, en § 2, worden in het aanvangsvermogen opgenomen. De schulden bedoeld in de artikelen 2.3.23 en 2.3.24 worden in het aanvangsvermogen in aanmerking genomen, zelfs al overschrijden zij het bedrag van het actief.
  § 3. Tot het aanvangsvermogen worden niet gerekend:
  1° de vruchten van de goederen die tot dat vermogen behoren;
  2° de goederen van het aanvangsvermogen die een echtgenoot tijdens het huwelijksstelsel aan één van zijn verwanten in rechte lijn heeft gegeven.
  § 4. Bij het sluiten van de huwelijksovereenkomst maken de echtgenoten een beschrijving op van hun respectieve aanvangsvermogen. Indien die beschrijving door beide echtgenoten is ondertekend, wordt zij geacht juist te zijn.
  § 5. Indien geen beschrijving werd opgemaakt, wordt het aanvangsvermogen geacht nul te zijn.
Art. 2.3.66. Composition du patrimoine originaire
  § 1er. Le patrimoine originaire est le patrimoine de chacun des époux à la date à laquelle le régime matrimonial prend effet. Les dettes sont prises en compte dans le patrimoine originaire, même lorsqu'elles excèdent le montant de l'actif.
  § 2. Les biens et droits acquis ultérieurement par chacun des époux par libéralité ou succession ainsi que ceux visés à l'article 2.3.19, § 1er, 1°, et § 2, sont ajoutés au patrimoine originaire. Les dettes visées aux articles 2.3.23 et 2.3.24 sont prises en compte dans le patrimoine originaire, même lorsqu'elles excèdent le montant de l'actif.
  § 3. Le patrimoine originaire ne comprend pas:
  1° les fruits des biens qui le composent;
  2° les biens du patrimoine originaire donnés par un époux à des parents en ligne directe au cours du régime matrimonial.
  § 4. Lors de la conclusion de la convention matrimoniale, les époux établissent un inventaire de leur patrimoine originaire respectif. Cet inventaire est présumé exact lorsque les deux époux l'ont signé.
  § 5. Si aucun inventaire n'a été établi, le patrimoine originaire est présumé nul.
Art. 2.3.67. Waardering van het aanvangsvermogen
  § 1. Het aanvangsvermogen wordt als volgt geschat:
  1° de op datum waarop het huwelijksstelsel in werking treedt bestaande goederen worden op die datum geschat;
  2° de goederen die na de datum waarop het huwelijksstelsel in werking treedt, worden verkregen en die, krachtens artikel 2.3.66, § 2, tot het aanvangsvermogen behoren, worden op de datum van hun verkrijging geschat.
  § 2. De onroerende goederen en de onroerende zakelijke rechten van het aanvangsvermogen, andere dan vruchtgebruik, worden op de datum van de ontbinding van het stelsel geschat. Indien die goederen tijdens het huwelijk zijn overgedragen of vervangen, wordt de waarde in aanmerking genomen op de datum van overdracht of vervanging. De tijdens het huwelijk ondernomen wijzigingen aan de toestand van die goederen, worden niet in aanmerking genomen voor de raming van het aanvangsvermogen.
  § 3. Indien de goederen worden geraamd op een datum die de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel voorafgaat, dan wordt hun overeenkomstig paragrafen 1 en 2 bepaalde waarde, aangepast volgens de wijziging van het algemeen indexcijfer van de consumptieprijzen.
  § 4. De paragrafen 1 en 3 zijn ook van toepassing op de schatting van schulden.
Art. 2.3.67. Evaluation du patrimoine originaire
  § 1er. Le patrimoine originaire est évalué comme suit:
  1° les biens existants à la date de prise d'effet du régime matrimonial sont évalués à cette date;
  2° les biens acquis après la date de prise d'effet du régime matrimonial et qui, en vertu de l'article 2.3.66, § 2, font partie du patrimoine originaire, sont évalués à la date de leur acquisition.
  § 2. Toutefois, les immeubles et droits réels immobiliers du patrimoine originaire, autres que l'usufruit, sont évalués à la date de la dissolution du régime. Si ces biens ont été cédés ou remplacés au cours du mariage, est retenue leur valeur à la date de la cession ou du remplacement. Les modifications de leur état entreprises au cours du mariage ne sont pas prises en compte dans l'évaluation du patrimoine originaire.
  § 3. Lorsque les biens sont évalués à une date antérieure à la dissolution du régime matrimonial, leur valeur déterminée en application des paragraphes 1er et 2 est indexée sur la variation de l'indice général des prix à la consommation.
  § 4. Les paragraphes 1er et 3 s'appliquent aussi à l'évaluation des dettes.
Art. 2.3.68. Samenstelling van het eindvermogen
  § 1. Het eindvermogen is samengesteld uit de goederen die de echtgenoot op de datum van ontbinding van het stelsel toebehoren. De schulden worden in aanmerking genomen, zelfs als zij het bedrag van het actief overschrijden.
  § 2. Aan dat eindvermogen wordt de waarde toegevoegd van de goederen die een echtgenoot:
  1° heeft geschonken, behalve indien:
  a) de schenking niet overdreven was, gelet op de levenswijze van de echtgenoten of;
  b) de schenking betrekking heeft op een goed van het aanvangsvermogen dat aan verwanten in rechte lijn werd geschonken. De meerwaarde ten gevolge van de verbeteringen die tijdens de duur van het huwelijksstelsel werd aangebracht, met gelden die niet van het aanvangsvermogen afhangen, wordt echter aan het eindvermogen toegevoegd;
  2° heeft overgedragen met oogmerk om de andere echtgenoot te benadelen of;
  3° heeft verkwist.
  Die bepalingen zijn niet van toepassing indien de schenking, de bedrieglijke vervreemding of de verkwisting meer dan tien jaar voor de ontbinding van het huwelijksstelsel plaatsvond, of indien de andere echtgenoot ermee heeft ingestemd.
Art. 2.3.68. Composition du patrimoine final
  § 1er. Le patrimoine final est constitué des biens appartenant à l'époux à la date de la dissolution du régime. Les dettes sont prises en compte, même lorsqu'elles excèdent le montant de l'actif.
  § 2. Est ajoutée au patrimoine final la valeur des biens qu'un époux:
  1° a donnés, sauf:
  a) si la donation n'est pas excessive eu égard au train de vie des époux ou;
  b) si la donation porte sur un bien du patrimoine originaire donné à des parents en ligne directe. Toutefois, la plus-value apportée par les améliorations réalisées sur ce bien, pendant la durée du régime matrimonial, avec une somme d'argent ne dépendant pas du patrimoine originaire, est ajoutée au patrimoine final;
  2° a cédés dans le but de léser l'autre époux ou;
  3° a dissipés.
  Ces dispositions ne s'appliquent pas si la donation, l'aliénation frauduleuse ou la dissipation est intervenue plus de dix ans avant la dissolution du régime matrimonial ou si l'autre époux y a consenti.
Art. 2.3.69. Waardering van het eindvermogen
  Het eindvermogen wordt zowel voor het actief als voor het passief geschat op de datum van ontbinding van het huwelijksstelsel.
  De waarde van de goederen bedoeld in artikel 2.3.68, § 2, wordt bepaald op de datum van de schenking, van de bedrieglijke vervreemding of van de verkwisting. De meerwaarde bedoeld in artikel 2.3.68, § 2, eerste lid, 1°, b), wordt geschat op de datum van de schenking van het goed.
  De in het tweede lid vermelde waarden worden aangepast volgens de wijziging van het algemeen indexcijfer van de consumptieprijzen.
Art. 2.3.69. Evaluation du patrimoine final
  Le patrimoine final est évalué, tant en ce qui concerne l'actif que le passif, à la date de la dissolution du régime matrimonial.
  La valeur des biens visés à l'article 2.3.68, § 2, est fixée à la date de la donation, de l'aliénation frauduleuse ou de la dissipation. La plus-value visée à l'article 2.3.68, § 2, alinéa 1er, 1°, b), est évaluée à la date de la donation du bien.
  Les valeurs indiquées à l'alinéa 2 sont indexées sur la variation de l'indice général des prix à la consommation.
Art. 2.3.70. Vaststelling van de verrekenvordering
  Indien bij ontbinding van het huwelijksstelsel de aanwinsten van een van de echtgenoten die van de andere overschrijden, dan kan deze laatste tegen zijn echtgenoot een verrekenvordering gelijk aan de helft van dat verschil doen gelden.
  De verrekenvordering wordt in geld betaald. De rechtbank kan echter op verzoek van de ene of van de andere echtgenoot beslissen dat, met het oog op die betaling, goederen van de schuldenaar aan de schuldeiser worden overgedragen, indien dit met het billijkheidsbeginsel overeenstemt.
  Na de ontbinding van het huwelijksstelsel is de verrekenvordering wegens overlijden vererfbaar en onder levenden overdraagbaar.
Art. 2.3.70. Détermination de la créance de participation
  Si à la dissolution du régime matrimonial, les acquêts d'un époux excèdent les acquêts de l'autre époux, ce dernier peut faire valoir à l'encontre de son conjoint une créance de participation égale à la moitié de la différence.
  La créance de participation donne lieu à un paiement en argent. Toutefois, le tribunal peut, à la demande de l'un ou l'autre des époux, ordonner, à l'effet de ce paiement, le transfert de biens du débiteur au créancier, si cela répond au principe de l'équité.
  Après la dissolution du régime matrimonial, la créance de participation est transmissible à cause de mort et cessible entre vifs.
Art. 2.3.71. Waardering van de verrekenvordering
  Indien het huwelijk door echtscheiding is ontbonden, of indien het huwelijksstelsel door een andere gerechtelijke beslissing is ontbonden, wordt de verrekenvordering bepaald volgens de samenstelling en de waarde van het vermogen van de echtgenoten op het tijdstip waarop de vordering in rechte is ingediend.
Art. 2.3.71. Evaluation de la créance de participation
  Si le mariage est dissous par divorce ou si le régime matrimonial est dissous par une autre décision judiciaire, la créance de participation est déterminée en fonction de la composition et de la valeur du patrimoine des époux à la date d'introduction de la demande en justice.
Art. 2.3.72. Maximumbedrag van de verrekenvordering
  De verrekenvordering is beperkt tot de helft van de waarde van de aanwinsten van de schuldplichtige echtgenoot, zoals ze na aftrek van de schulden bestaan, op de datum die voor de bepaling van het bedrag ervan in aanmerking komt.
  De beperking van de verrekenvordering wordt verhoogd met de helft van het bedrag dat aan het eindvermogen wordt toegevoegd overeenkomstig artikel 2.3.68, § 2, met uitzondering van het geval bedoeld in het eerste lid, 1°, b), van diezelfde paragraaf.
Art. 2.3.72. Montant maximal de la créance de participation
  La créance de participation est limitée à la moitié de la valeur des acquêts de l'époux débiteur tels qu'ils existent, après déduction des dettes, à la date retenue pour la détermination du montant de cette créance.
  La limite de la créance de participation est relevée de la moitié du montant ajouté au patrimoine final en application de l'article 2.3.68, § 2, à l'exception du cas visé à l'alinéa 1er, 1°, b), du même paragraphe.
Art. 2.3.73. Verjaring
  Het recht op de verrekenvordering verjaart na drie jaar te rekenen vanaf de datum waarop de echtgenoot kennis heeft van de ontbinding van het huwelijksstelsel, en uiterlijk tien jaar na de ontbinding van het stelsel.
Art. 2.3.73. Prescription
  Le droit à la créance de participation se prescrit par trois ans à compter de la date à laquelle l'époux a connaissance de la dissolution du régime matrimonial, et au plus tard dix ans après la dissolution du régime.
Art. 2.3.74. Informatieplicht
  Na de ontbinding van het huwelijksstelsel moet iedere echtgenoot aan de andere alle informatie verschaffen over de samenstelling van zijn aanvangs- en eindvermogen. Hij moet op verzoek bewijsstukken overleggen. Ieder van de echtgenoten kan eisen dat een volledige en waarheidsgetrouwe beschrijving wordt opgemaakt. Op zijn verzoek moet hij voor die beschrijving worden opgeroepen. Hij mag bovendien eisen dat die beschrijving op zijn kosten door een notaris wordt opgemaakt.
  Het eerste lid is eveneens van toepassing wanneer een van de echtgenoten de ontbinding van het huwelijk of de vervroegde uitbetaling van de verrekenvordering heeft geëist.
Art. 2.3.74. Devoir d'information
  Après la dissolution du régime matrimonial, chacun des époux a l'obligation de fournir à l'autre époux toutes informations sur la composition de ses patrimoines originaire et final. Sur demande, il doit présenter des justificatifs. Chacun des époux peut exiger la présentation d'un inventaire sincère et véritable. A sa demande, il doit être appelé à cet inventaire. Il peut en outre exiger que l'inventaire soit établi par un notaire à ses frais.
  L'alinéa 1er s'applique également dès lors que l'un des époux a demandé la dissolution du mariage ou la liquidation anticipée de la créance de participation.
Art. 2.3.75. Uitstel van betaling
  Indien de onmiddellijke betaling van de verrekenvordering voor de schuldenaar onredelijk bezwarend is, met name als hij verplicht zou worden een goed af te staan dat hij nodig heeft om in zijn levensonderhoud te voorzien, kan de rechtbank hem, op zijn verzoek, uitstel voor die betaling verlenen.
  De vordering waarvan de betaling wordt uitgesteld, brengt intrest op.
  De rechtbank kan, op verzoek van de schuldeiser, de schuldenaar verplichten zekerheden te stellen, waarvan hij de aard en het bedrag naar billijkheid bepaalt.
Art. 2.3.75. Délai de payement
  Si le règlement immédiat de la créance de participation pénalise de manière inéquitable le débiteur, notamment en l'obligeant à céder un bien constituant son moyen de subsistance, le tribunal peut, à sa demande, lui accorder des délais pour le règlement de la créance.
  La créance dont le paiement est différé, porte intérêts.
  Le tribunal peut, à la demande du créancier, imposer au débiteur la fourniture de sûretés dont il détermine la nature et le montant en équité.
Art. 2.3.76. Vervroegde uitkering
  Indien een echtgenoot door het bestuur van zijn vermogen de rechten van de andere met betrekking tot de berekening van de verrekenvordering in gevaar brengt, kan deze laatste de vervroegde uitkering van de verrekenvordering eisen. Dat is met name zo in de gevallen die leiden tot de fictieve toevoeging bedoeld in artikel 2.3.68, § 2.
  Vanaf de definitieve beslissing die de vraag inwilligt, zijn de echtgenoten aan het stelsel van scheiding van goederen onderworpen.
Art. 2.3.76. Liquidation anticipée
  Si la gestion de son patrimoine par l'un des époux est de nature à compromettre les droits de l'autre au titre du calcul de la créance de participation, ce dernier peut demander la liquidation anticipée de la créance de participation. Il en est notamment ainsi dans les cas qui conduisent à la réunion fictive visée à l'article 2.3.68, § 2.
  A compter de la décision définitive faisant droit à la demande, les époux sont placés sous le régime de la séparation de biens.
Art. 2.3.77. Beschrijving
  De beschrijving bedoeld in de artikelen 2.3.66 en 2.3.74 kan voor de notaris of onderhands worden opgemaakt. De notariële beschrijving kan worden opgemaakt op grond van verklaringen, voor zover beide echtgenoten hiermee akkoord gaan.
Art. 2.3.77. Inventaire
  L'inventaire visé aux articles 2.3.66 et 2.3.74 peut être établi soit devant notaire soit sous signature privée. En cas d'inventaire notarié, celui-ci peut être fait sur déclarations, pour autant que les deux époux y consentent.
Afdeling 2. Gerechtelijke scheiding van goederen
Section 2. Séparation de biens judiciaire
Art. 2.3.78. Vordering
  § 1. Een van de echtgenoten of zijn wettelijke vertegenwoordiger kan scheiding van goederen in rechte vorderen, wanneer uit de wanorde in de zaken van de andere echtgenoot, zijn slecht beheer of de verkwisting van zijn inkomsten blijkt dat de instandhouding van het stelsel de belangen van de eisende echtgenoot in gevaar brengt.
  § 2. De schuldeisers van een van beide echtgenoten kunnen geen scheiding van goederen vorderen.
  Zij kunnen tussenkomen in het geding.
Art. 2.3.78. Demande
  § 1er. Un des époux ou son représentant légal peut poursuivre en justice la séparation de biens lorsqu'il apparaît que par le désordre des affaires de son conjoint, sa mauvaise gestion ou la dissipation de ses revenus, le maintien du régime existant met en péril les intérêts de l'époux demandeur.
  § 2. Les créanciers de l'un ou de l'autre époux ne peuvent pas demander la séparation de biens.
  Ils peuvent intervenir à l'instance.
Art. 2.3.79. Gevolgen
  § 1. De gerechtelijke scheiding van goederen werkt terug, wat haar gevolgen betreft, tot op de dag van de eis, zowel tussen echtgenoten als ten aanzien van derden.
  § 2. De beslissing waarbij de scheiding van goederen wordt uitgesproken, blijft zonder gevolg indien de staat van vereffening van het vorige stelsel niet bij authentieke akte is opgemaakt binnen een jaar na de inschrijving van die beslissing in het centraal register voor huwelijksovereenkomsten.
  De termijn kan op verzoekschrift worden verlengd door de rechter die de scheiding van goederen heeft uitgesproken.
Art. 2.3.79. Effets
  § 1er. La séparation de biens judiciaire remonte quant à ses effets au jour de la demande, tant entre époux qu'à l'égard des tiers.
  § 2. La décision prononçant la séparation de biens est de nul effet si l'état liquidatif du régime antérieur n'a pas été dressé par acte authentique dans l'année de l'inscription de cette décision au registre central des conventions matrimoniales.
  Le délai peut être prorogé sur requête par la juridiction qui a prononcé la séparation de biens.
Art. 2.3.80. Verzet schuldeisers
  De schuldeisers van de echtgenoten kunnen verzet doen tegen vereffening buiten hun aanwezigheid en daarin op hun kosten tussenkomen.
  Bovendien kunnen zij, binnen een termijn van zes maanden te rekenen van het verstrijken van de termijn gesteld in het artikel 2.3.79, § 2, opkomen tegen de vereffening, wanneer deze met bedrieglijke benadeling van hun rechten is geschied.
Art. 2.3.80. Opposition des créanciers
  Les créanciers d'un des époux peuvent s'opposer à ce que la liquidation s'opère hors de leur présence et y intervenir à leurs frais.
  Ils peuvent en outre, dans un délai de six mois prenant cours à l'expiration de celui prévu à l'article 2.3.79, § 2, se pourvoir contre une liquidation opérée en fraude de leurs droits.
Afdeling 3. Rechterlijke billijkheidscorrectie
Section 3. Correction judiciaire en équité
Art. 2.3.81. Facultatieve rechterlijke billijkheidscorrectie
  § 1. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2, kan de familierechtbank, wanneer het huwelijk ontbonden is door echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting van het huwelijk tussen de echtgenoten, aan de benadeelde echtgenoot, op zijn verzoek, een vergoeding ten laste van de andere echtgenoot toekennen op voorwaarde dat de omstandigheden sedert het sluiten van de huwelijksovereenkomst van scheiding van goederen of sedert de dag van de eis tot gerechtelijke scheiding van goederen onvoorzien en ongunstig gewijzigd zijn, waardoor het gekozen stelsel, rekening houdend met de vermogensrechtelijke situatie van beide echtgenoten, tot manifest onbillijke gevolgen ten nadele van de verzoekende echtgenoot zou leiden.
  De toe te kennen vergoeding remedieert deze manifest onbillijke gevolgen en kan niet hoger liggen dan één derde van de nettowaarde van de samengevoegde aanwinsten van de echtgenoten op het tijdstip van ontbinding van hun huwelijk, waarvan vervolgens de nettowaarde van de persoonlijke aanwinsten van de verzoekende echtgenoot moet worden afgetrokken. De aanwinsten van de echtgenoten in de zin van dit lid worden bepaald bij toepassing van de artikelen 2.3.65 tot 2.3.69.
  De vordering tot vergoeding wordt behandeld binnen de procedure van vereffening van het huwelijksstelsel.
  § 2. Echtgenoten die kiezen voor het stelsel van scheiding van goederen, stellen in hun huwelijksovereenkomst hun akkoord vast over het al dan niet opnemen van dat recht op vergoeding, al of niet met afwijkende modaliteiten.
  De notaris wijst de echtgenoten op de in het eerste lid bepaalde verplichting en op de juridische gevolgen van hun keuze om het recht op vergoeding op te nemen, al of niet met afwijkende modaliteiten. Op straffe van aansprakelijkheid, vermeldt de notaris de keuze van de echtgenoten uitdrukkelijk in hun huwelijksovereenkomst.
Art. 2.3.81. Correction judiciaire en équité facultative
  § 1er. Sans préjudice du paragraphe 2, le tribunal de la famille peut, lorsque le mariage est dissous par le divorce pour cause de désunion irrémédiable entre les époux, accorder à l'époux lésé, à sa demande, une indemnisation à charge de l'autre époux, à condition que les circonstances se soient modifiées défavorablement et de manière imprévue depuis la conclusion de la convention matrimoniale de séparation de biens ou depuis le jour de la demande de séparation des biens, de sorte que le régime choisi entraînerait, au détriment de l'époux demandeur, des conséquences manifestement inéquitables, eu égard à la situation patrimoniale des deux époux.
  L'indemnisation à accorder remédie à ces conséquences manifestement inéquitables et ne peut être supérieure au tiers de la valeur nette des acquêts conjugués des époux au moment de la dissolution du mariage, dont il faut ensuite déduire la valeur nette des acquêts personnels de l'époux demandeur. Les acquêts des époux au sens du présent alinéa sont déterminés en application des articles 2.3.65 à 2.3.69.
  La demande d'indemnisation est examinée dans le cadre de la procédure de liquidation du régime matrimonial.
  § 2. Les époux qui optent pour le régime de la séparation de biens constatent dans leur convention matrimoniale leur accord quant à l'insertion ou non de ce droit à l'indemnisation, assorti ou non de modalités dérogatoires.
  Le notaire attire l'attention des époux sur l'obligation prévue à l'alinéa 1er ainsi que sur les conséquences juridiques qui découlent de leur choix d'insérer ou non le droit à l'indemnisation, assorti ou non de modalités dérogatoires. Sous peine de responsabilité, le notaire fait expressément mention du choix des époux dans la convention matrimoniale.
Ondertitel 2. Centraal register voor huwelijksovereenkomsten
Sous-titre 2. Registre central des conventions matrimoniales
Art. 2.3.82. Doeleinden
  Het centraal register voor huwelijksovereenkomsten is een geïnformatiseerde gegevensbank met als doeleinde:
  1° de huwelijksovereenkomsten tegenwerpelijk te maken aan derden en, binnen de perken van de bepalingen van deze ondertitel, de raadpleging en de mededeling aan derden van informatie over de huwelijksovereenkomsten van gehuwde personen, daarin begrepen de verklaringen van anticipatieve inbreng, evenals over de vermogensrechtelijke overeenkomsten van wettelijk samenwonenden, op elektronische wijze of, in voorkomend geval, per post, mogelijk te maken;
  2° binnen de perken bepaald door Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, de verwerking van de in het centraal register geregistreerde gegevens mogelijk te maken met het oog op het algemeen belang en in het bijzonder statistische en wetenschappelijke doeleinden, of teneinde de kwaliteit van het register te verbeteren.
Art. 2.3.82. Finalités
  Le registre central des conventions matrimoniales est une banque de données informatisée ayant comme finalité:
  1° de rendre opposables aux tiers les conventions matrimoniales, et de permettre dans les limites précisées dans le présent sous-titre la consultation et la communication aux tiers, par la voie électronique, ou, le cas échéant, par la voie postale, des informations relatives aux conventions matrimoniales des personnes mariées, en ce compris les déclarations d'apport anticipé, ainsi qu'aux conventions patrimoniales des cohabitants légaux;
  2° le traitement, dans les limites déterminées par le règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE, des données enregistrées dans le registre central à des fins d'intérêt général, et en particulier à des fins statistiques et scientifiques, ou afin d'améliorer la qualité du registre.
Art. 2.3.83. Op te nemen akten
  § 1. In het centraal register voor huwelijksovereenkomsten worden opgenomen:
  1° de huwelijksovereenkomsten, ongeacht of ze voor of tijdens het huwelijk worden gesloten;
  2° de verklaringen van anticipatieve inbreng opgenomen in een akte van eigendomsverkrijging van een onroerend goed overeenkomstig artikel 2.3.53, § 2;
  3° de in artikel 1478 van het oud Burgerlijk Wetboek bedoelde overeenkomsten;
  4° de vorderingen tot scheiding van goederen, alsook de vonnissen en arresten waarbij de gerechtelijke scheiding van goederen als bedoeld in artikel 2.3.78 wordt uitgesproken;
  5° de vonnissen en arresten waarbij aan een gehuwd persoon de bestuursbevoegdheid wordt ontnomen of een dergelijke ontneming wordt herroepen, in de zin van artikel 2.3.40, § 2;
  6° de vonnissen en arresten waarin uitspraak wordt gedaan over de geldigheid, de toepassing of de interpretatie van een huwelijksovereenkomst.
  § 2. De notaris schrijft de akten bedoeld in paragraaf 1, 1° tot 3° in.
  § 3. De griffier van het rechtscollege waarbij ze werden neergelegd, stelt het centraal register voor huwelijksovereenkomsten in kennis van de vorderingen tot scheiding van goederen bedoeld in paragraaf 1, 4°, zodra ze op de rol zijn gebracht.
  De griffier van het rechtscollege dat ze heeft uitgesproken, stelt het centraal register voor huwelijksovereenkomsten in kennis van de in paragraaf 1, 4°, 5° en 6°, bedoelde vonnissen of arresten.
  De griffier van het rechtscollege dat het in paragraaf 1, 4°, bedoelde vonnis of arrest heeft uitgesproken, stelt het centraal register voor huwelijksovereenkomsten in kennis van elk verzet, elk hoger beroep of elke voorziening tegen dit vonnis of arrest.
  De griffier van het rechtscollege dat ze heeft uitgesproken stelt het centraal register voor huwelijksovereenkomsten in kennis van de rechterlijke beslissingen waarbij een in paragraaf 1, 4°, 5° en 6°, bedoeld vonnis of arrest wordt vernietigd of hervormd.
Art. 2.3.83. Actes à inscrire
  § 1er. Sont inscrits dans le registre central des conventions matrimoniales:
  1° les conventions matrimoniales, qu'elles soient conclues avant ou pendant le mariage;
  2° les déclarations d'apport anticipé qui figurent dans un acte d'acquisition de propriété d'un bien immeuble conformément à l'article 2.3.53, § 2;
  3° les conventions visées à l'article 1478 de l'ancien Code civil;
  4° les demandes en séparation de biens, ainsi que les jugements et arrêts prononçant la séparation de biens judiciaire visée à l'article 2.3.78;
  5° les jugements et arrêts prononçant le retrait du pouvoir de gestion d'une personne mariée ou révoquant un tel retrait, au sens de l'article 2.3.40, § 2;
  6° les jugements et arrêts se prononçant sur la validité, l'application ou l'interprétation d'une convention matrimoniale.
  § 2. Le notaire inscrit les actes visés au paragraphe 1er, 1° à 3°.
  § 3. Le greffier de la juridiction auprès de laquelle elles ont été déposées communique au registre central des conventions matrimoniales les demandes de séparation de biens visées au paragraphe 1er, 4°, dès leur mise au rôle.
  Le greffier de la juridiction qui les a prononcés communique au registre central des conventions matrimoniales les jugements ou arrêts visés au paragraphe 1er, 4°, 5° et 6°.
  Le greffier de la juridiction qui a prononcé le jugement ou l'arrêt visé au paragraphe 1er, 4°, communique au registre central des conventions matrimoniales les oppositions, appels ou pourvois formés contre ledit jugement ou arrêt.
  Le greffier de la juridiction qui les a prononcées communique au registre central des conventions matrimoniales les décisions judiciaires annulant ou réformant un jugement ou arrêt visé au paragraphe 1er, 4°, 5° et 6°.
Art. 2.3.84. In te schrijven gegevens
  § 1. Het centraal register voor huwelijksovereenkomsten bevat de volgende gegevens geldend op het ogenblik van de inschrijving:
  1° voor elk van de echtgenoten die partij zijn bij een akte, verklaring of rechterlijke beslissing als bedoeld in artikel 2.3.83, § 1, 1°, 2°, 4°, 5° of 6°, en voor elk van de wettelijk samenwonenden die partij zijn bij de in artikel 2.3.83, § 1, 3°, bedoelde overeenkomst:
  a) de naam en voorna(a)m(en);
  b) [1 identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid]1;
  c) de geboortedatum en -plaats;
  d) de woonplaats of de gewone verblijfplaats;
  2° in de gevallen bedoeld in artikel 2.3.83, § 1, 1°, 2° en 3°, de aard en de datum van de akte;
  3° in de gevallen bedoeld in artikel 2.3.83, § 1, 1°, het toepasselijke huwelijksvermogensstelsel;
  4° in de gevallen bedoeld in artikel 2.3.83, § 1, 4°, 5° en 6°, het voorwerp en de datum van het vonnis of arrest;
  5° in de gevallen bedoeld in artikel 2.3.83, § 1, 4°, 5° en 6°, de aanduiding van elk verzet, elk hoger beroep of elke voorziening tegen een vonnis of arrest;
  6° de identificatie van de notaris, of de met openbaar gezag beklede autoriteit of persoon die de akte heeft verleden of in bewaring heeft genomen, of het rechtscollege dat het vonnis of arrest heeft uitgesproken;
  7° in voorkomend geval, de NABAN-referentie van de akte, zoals bedoeld in artikel 18 van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt, en, bij gebrek, het repertoriumnummer;
  8° in voorkomend geval, de referentie van het vonnis of arrest volgens de ECLI-standaard (European Case Law Identifier), of, bij gebrek, het algemeen rolnummer van het vonnis of arrest;
  9° in voorkomend geval, de plaats en datum van overlijden van een van deze partijen.
  § 2. Het centraal register voor huwelijksovereenkomsten geldt als authentieke bron voor alle gegevens die erin zijn opgenomen.
  
Art. 2.3.84. Données à inscrire
  § 1er. Le registre central des conventions matrimoniales contient les données suivantes, valables au moment de l'inscription:
  1° pour chacun des conjoints qui est partie à un acte, une déclaration ou une décision judiciaire comme précisé à l'article 2.3.83, § 1er, 1°, 2°, 4°, 5° ou 6°, et pour chacun des cohabitants légaux partie à la convention précisée à l'article 2.3.83, § 1er, 3° :
  a) les nom et prénom(s);
  b) le [1 numéro d'identification du Registre national ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale]1;
  c) la date et le lieu de naissance;
  d) le domicile ou la résidence habituelle;
  2° dans les cas visés à l'article 2.3.83, § 1er, 1°, 2° et 3°, la nature et la date de l'acte;
  3° dans les cas visés à l'article 2.3.83, § 1er,1 °, le régime matrimonial applicable;
  4° dans les cas visés à l'article 2.3.83, § 1er, 4°, 5° et 6° l'objet et la date du jugement ou de l'arrêt;
  5° dans les cas visés à l'article 2.3.83, § 1er, 4°, 5° et 6°, l'indication de toute opposition, tout appel ou pourvoi contre un jugement ou arrêt;
  6° l'identification du notaire, ou de l'autorité publique ou de la personne qui a dressé l'acte ou qui a reçu l'acte en vue de son dépôt, ou de la juridiction qui a prononcé le jugement ou l'arrêt;
  7° le cas échéant, la référence NABAN de l'acte, telle que visée à l'article 18 de la loi du 16 mars 1803 contenant organisation du notariat et, à défaut, le numéro de répertoire;
  8° le cas échéant, la référence du jugement ou de l'arrêt selon le standard ECLI (European Case Law Identifier), ou, à défaut, le numéro de rôle général du jugement ou de l'arrêt;
  9° le cas échéant, le lieu et la date de décès d'une de ces parties.
  § 2. Le registre central des conventions matrimoniales tient lieu de source authentique des données qui y sont inscrites.
  
Art. 2.3.85. Inschrijvingskosten
  De Koning bepaalt het tarief van de kosten van de inschrijving in het register.
Art. 2.3.85. Frais d'inscription
  Le Roi détermine le tarif des frais de l'inscription dans le registre.
Art. 2.3.86. Verwerkingsverantwoordelijke
  § 1. De Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, hierna "de beheerder" genoemd, is belast met het beheer en de organisatie van het centraal register voor huwelijksovereenkomsten.
  De beheerder wordt, met betrekking tot het centraal register voor huwelijksovereenkomsten, beschouwd als de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
  § 2. De beheerder stelt een functionaris voor de gegevensbescherming aan. Deze is meer bepaald belast met:
  1° het verstrekken van deskundige adviezen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging van persoonsgegevens en informatie en inzake hun verwerking;
  2° het informeren en adviseren van de beheerder die de persoonsgegevens verwerkt over zijn verplichtingen binnen het kader van deze wet en binnen het algemeen kader van de gegevensbescherming en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
  3° het opstellen, het toepassen, het bijwerken en het controleren van een beleid inzake de beveiliging en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
  4° het vormen van het contactpunt voor de Gegevensbeschermingsautoriteit;
  5° de uitvoering van de andere opdrachten inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging die door de Koning worden bepaald, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
  Bij het uitoefenen van zijn opdrachten handelt de functionaris voor de gegevensbescherming volledig onafhankelijk en brengt hij rechtstreeks verslag uit aan de beheerder.
  De Koning kan, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de nadere regels bepalen volgens dewelke de functionaris voor de gegevensbescherming zijn opdrachten uitvoert.
Art. 2.3.86. Responsable du traitement
  § 1er. La Fédération royale du Notariat belge, ci-après dénommée "le gestionnaire", est chargée de la gestion et de l'organisation du registre central des conventions matrimoniales.
  Le gestionnaire est considéré, pour ce qui concerne le registre central des conventions matrimoniales, comme le responsable du traitement, au sens de l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
  § 2. Le gestionnaire désigne un délégué à la protection des données. Celui-ci est plus particulièrement chargé:
  1° de la remise d'avis qualifiés en matière de protection de la vie privée, de la sécurisation des données à caractère personnel et des informations et de leur traitement;
  2° d'informer et conseiller le gestionnaire traitant les données à caractère personnel de ses obligations en vertu de la présente loi et du cadre général de la protection des données et de la vie privée;
  3° de l'établissement, de la mise en oeuvre, de la mise à jour et du contrôle d'une politique de sécurisation et de protection de la vie privée;
  4° d'être le point de contact pour l'Autorité de protection des données;
  5° de l'exécution des autres missions relatives à la protection de la vie privée et à la sécurisation qui sont déterminées par le Roi, après avis de l'Autorité de protection des données.
  Dans l'exercice de ses missions, le délégué à la protection des données agit en toute indépendance et fait directement rapport au gestionnaire.
  Le Roi peut, après avis de l'Autorité de protection des données, déterminer les règles sur base desquelles le délégué à la protection des données effectue ses missions.
Art. 2.3.87. Bewaartermijn
  De Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat bewaart de gegevens van de inschrijving, met vermelding van de datum van inschrijving, tot dertig jaar na het overlijden van de persoon wiens gegevens bewaard werden, of, indien de datum van overlijden niet gekend is, tot op het ogenblik dat hij de leeftijd van 145 jaar zou hebben bereikt.
  De Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat bewaart de gegevens met betrekking tot de raadplegingen van het register, met name de identificatiegegevens van de persoon die het register heeft geraadpleegd, de identificatiegegevens van de persoon over wie een raadpleging werd gedaan, het ogenblik van de raadpleging en de reden van de raadpleging. De gegevens worden tot tien jaar na de raadpleging bewaard. In geval van betwisting wordt deze termijn geschorst tot alle beroepsmogelijkheden zijn uitgeput.
Art. 2.3.87. Délai de conservation
  La Fédération royale du Notariat belge conserve les données de l'inscription, avec mention de la date de l'inscription, jusqu'à trente ans après le décès de la personne dont les données sont conservées, ou, si la date du décès n'est pas connue, jusqu'au moment où elle aurait atteint l'âge de 145 ans.
  La Fédération royale du Notariat belge conserve les données relatives aux consultations opérées dans le registre, à savoir les données d'identification de la personne qui a accédé au registre, les données d'identification de la personne sur laquelle une recherche a été effectuée, le moment de la recherche et le motif de la recherche. Les données sont conservées jusqu'à dix ans après l'accès. En cas de contestation, ce délai est suspendu jusqu'à ce que toutes les voies de recours soient épuisées.
Art. 2.3.88. Raadpleging
  § 1. De gegevens opgenomen in het centraal register voor huwelijksovereenkomsten zijn toegankelijk voor:
  1° de notarissen, de Belgische diplomatieke zendingen en consulaire posten in het buitenland, de gerechtsdeurwaarders en de griffiers en magistraten bij de rechtscolleges, in functie van de uitoefening van hun ambt;
  2° de openbare overheden, de instellingen van openbaar nut en instellingen van algemeen belang indien de kennisneming van de huwelijksovereenkomst van een persoon noodzakelijk is voor de uitvoering van hun wettelijke opdrachten;
  3° de partijen zelf;
  4° eenieder die een actueel en rechtmatig belang kan aantonen. Het belang van de verzoeker is actueel en rechtmatig wanneer zijn actuele rechten en verplichtingen worden of kunnen worden getroffen door het huwelijksvermogensstelsel of door de overeenkomst bedoeld in artikel 1478 van het oud Burgerlijk Wetboek van de persoon over wie een raadpleging wordt gedaan; het actueel en rechtmatig belang wordt vermeld in het verzoek tot raadpleging.
  § 2. Het is de beheerder verboden de in het centraal register voor huwelijksovereenkomsten opgenomen gegevens mee te delen aan andere personen dan zij die toegang ertoe hebben zoals bepaald in paragraaf 1.
  Met behoud van de toepassing van de wettelijke bepalingen ter bescherming van de persoonsgegevens moet hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in artikel 2.3.84 bedoelde gegevens of kennis heeft van die gegevens, het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen.
  Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.
  § 3. De toegang tot de gegevens van het centraal register voor huwelijksovereenkomsten is kosteloos.
  De beheerder is gemachtigd om online raadpleging mogelijk te maken voor de in paragraaf 1 bedoelde belanghebbenden die daarom verzoeken, binnen de grenzen van hun consultatierecht. De vergoeding voor de daaruit voortvloeiende bijkomende taken en investeringen ten laste van de beheerder, wordt aangerekend aan deze raadplegers.
Art. 2.3.88. Consultation
  § 1er. Les données inscrites au registre central des conventions matrimoniales sont accessibles:
  1° aux notaires, missions diplomatiques et postes consulaires belges à l'étranger, huissiers de justice et greffiers et magistrats auprès des juridictions, dans l'exercice de leur fonction;
  2° aux autorités publiques, organismes d'intérêt public et institutions d'intérêt général lorsque la prise de connaissance de la convention matrimoniale d'une personne est nécessaire pour l'exercice de leurs missions légales;
  3° aux parties elles-mêmes;
  4° à toute personne qui peut indiquer un intérêt actuel et légitime. L'intérêt du demandeur est actuel et légitime lorsque ses droits et obligations actuels sont ou peuvent être affectés par le régime matrimonial ou par la convention visée à l'article 1478 de l'ancien Code civil de la personne qui fait l'objet de la recherche; l'intérêt actuel et légitime est mentionné dans la demande de consultation.
  § 2. Le gestionnaire n'est pas autorisé à communiquer les données inscrites dans le registre central des conventions matrimoniales à d'autres personnes que celles qui y ont accès comme déterminé au paragraphe 1er.
  Sans préjudice des dispositions légales visant à la protection des données à caractère personnel, quiconque participe, à quelque titre que ce soit, à la collecte, au traitement ou à la communication des données visées à l'article 2.3.84, ou a connaissance de ces données, est tenu d'en respecter le caractère confidentiel.
  L'article 458 du Code pénal leur est applicable.
  § 3. L'accès aux données du registre central des conventions matrimoniales est gratuit.
  Le gestionnaire du registre peut autoriser la consultation en ligne pour les parties intéressées visées au paragraphe 1er qui en font la demande, dans les limites de leurs droits de consultation. Les prestations du gestionnaire ainsi que les frais supplémentaires supportés par celui-ci dans l'exercice de cette mission seront facturés aux personnes ayant consulté le registre.
Art. 2.3.89. [1 De Koning kan de nadere regels inzake het beheer alsook de vorm en modaliteiten van de inschrijving in, en kennisgeving aan, het centraal register voor huwelijksovereenkomsten bepalen.]1
  
Art. 2.3.89. [1 Le Roi peut déterminer les modalités de gestion ainsi que la forme et les modalités de l'inscription et de la communication au registre central des conventions matrimoniales.]1