Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 FEBRUARI 2022. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de toekenning van steun aan zelfstandigen en aan ondernemingen die in het eerste kwartaal van 2022 hun deuren hebben moeten sluiten of die getroffen zijn door beslissingen ingevolge de coronavirus COVID-19 crisis
Titre
10 FEVRIER 2022. - Arrêté du Gouvernement wallon relatif à l'octroi d'aides à destination des indépendants et des entreprises qui ont dû fermer ou qui ont été impactés par des décisions au premier trimestre 2022 à la suite de la crise du coronavirus COVID-19
Documentinformatie
Info du document
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° maatregelen ter bestrijding van het COVID-19 coronavirus : de maatregelen die bijeenkomsten, zowel binnen als buiten, beperken en die sluitingen opleggen zoals aangenomen bij het koninklijk besluit van 27 november 2021 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 28 oktober 2021 houdende de nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie te voorkomen of te beperken en bij de koninklijke besluiten die vervolgens het voornoemde koninklijk besluit van 28 oktober 2021 hebben gewijzigd;
  2° het decreet : het decreet van 11 maart 2004 betreffende de gewestelijke incentives ten gunste van kleine en middelgrote ondernemingen;
  3° de Minister : de Minister van Economie;
  4° de onderneming : de zeer kleine, kleine of middelgrote onderneming bedoeld in artikel 3, § § 3 en 5 van het decreet;
  5° de steunperiode : de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022;
  6° de NACE-BEL-code : de activiteitennomenclatuur uitgewerkt door het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NACE-BEL 2008) in ééngemaakt Europees verband, opgelegd bij Verordening (EEG) nr. 3037/90 van 9 oktober 1990 van de Raad betreffende de statistieke nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap, gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 761/93 van de Commissie van 24 maart 1993, bij Verordening (EG) nr. 29/2002 van 19 december 2001, bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europese Parlement en van de Raad van 29 september 2003 en bij Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europese Parlement en van de Raad van 20 december 2006;
  7° de Administratie : de Waalse Overheidsdienst Economie, Tewerkstelling en Onderzoek;
  8° het webplatform : de webtoepassing bedoeld in artikel 1, § 1, eerste lid, 6°, van het decreet van 6 december 21 houdende de toekenning van steun via een in het Waalse Gewest geïntegreerd steunportfolio aan projectontwikkelaars en kleine en middelgrote ondernemingen, ter vergoeding van de diensten ter bevordering van het ondernemerschap of de groei, en strekkende de oprichting van een databank van authentieke bronnen die verbonden is met die geïntegreerde portefeuille, die toegankelijk is op https://indemnitecovid.wallonie.be;
  9° het personeelsbestand : het gemiddeld aantal werknemers, in 2019 tewerkgesteld via een arbeidsovereenkomst in de gezamenlijke bedrijfszetels van de onderneming die overeenstemmen met de arbeidseenheden (JAE), berekend op grond van de multifunctionele aangiften bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid voor de vier kwartalen van 2019;
  10° de tijdelijke kaderregeling : de mededeling van de Europese Commissie van 19 maart 2020 inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak, en de latere wijzigingen ervan;
  11° Verordening (EU) nr. 1407/2013 : Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (Publicatieblad van 24 december 2013, L 352), en de latere wijzigingen ervan.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° mesures de lutte contre le coronavirus COVID-19 : les mesures qui limitent les rassemblements, tant en intérieur qu'en extérieur, et qui imposent des fermetures telles qu'adoptées par l'arrêté royal du 27 novembre 2021 modifiant l'arrêté royal du 28 octobre 2021 portant les mesures de police administrative nécessaires en vue de prévenir ou de limiter les conséquences pour la santé publique de la situation d'urgence épidémique déclarée concernant la pandémie de coronavirus COVID-19 et par les arrêtés royaux qui ont ultérieurement modifié l'arrêté royal du 28 octobre 2021 précité;
  2° le décret : le décret du 11 mars 2004 relatif aux incitants régionaux en faveur des petites ou moyennes entreprises;
  3° le Ministre : le Ministre qui a l'Economie dans ses attributions;
  4° l'entreprise : la très petite, la petite ou la moyenne entreprise visée à l'article 3, § § 3 et 5, du décret;
  5° la période d'aide : la période du 1er janvier 2022 au 31 mars 2022;
  6° le Code NACE-BEL : la nomenclature d'activités économiques élaborée par l'Institut national des statistiques (NACE-BEL 2008) dans un cadre européen harmonisé, imposé par le règlement (CEE) n° 3037/90 du 9 octobre 1990 du Conseil relatif à la nomenclature statistique des activités économiques dans la Communauté européenne, modifié par le Règlement (CEE) n° 761/93 de la Commission du 24 mars 1993, le Règlement (CE) n° 29/2002 du 19 décembre 2001, le Règlement (CE) n° 1882/2003 du Parlement européen et du Conseil du 29 septembre 2003 et le Règlement (CE) n° 1893/2006 du Parlement européen et du Conseil du 20 décembre 2006;
  7° l'Administration : le Service public de Wallonie Economie, Emploi et Recherche;
  8° la plateforme web : l'application web, visée à l'article 1er, § 1er, alinéa 1er, 6°, du décret du 21 décembre 2016 portant octroi d'aides, au moyen d'un portefeuille intégré d'aides en Région wallonne, aux porteurs de projets et aux petites et moyennes entreprises pour rémunérer des services promouvant l'entrepreneuriat ou la croissance, et constituant une banque de données de sources authentiques liées à ce portefeuille intégré, accessible à l'adresse https://indemnitecovid.wallonie.be;
  9° l'effectif d'emploi : la moyenne du nombre de travailleurs en 2019 occupés dans les liens d'un contrat de travail dans l'ensemble des sièges d'exploitation de l'entreprise correspondant au nombre d'unités de travail (UTA), calculé sur base des déclarations multifonctionnelles à la Banque-carrefour de la Sécurité Sociale des quatre trimestres de 2019;
  10° l'encadrement temporaire : la communication de la Commission du 19 mars 2020 relative à l'encadrement temporaire des mesures d'aide d'Etat visant à soutenir l'économie dans le contexte actuel de la flambée de COVID-19, et de ses modifications ultérieures;
  11° le Règlement (UE) n° 1407/2013, le Règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis (Journal officiel du 24 décembre 2013, L 352), et de ses modifications ultérieures.
Art.2. De gezondheidscrisis gebonden aan het coronavirus COVID-19 wordt door de Regering erkend als een buitengewone gebeurtenis in de zin van artikel 10 van het decreet.
  Alle steun die op grond van dit besluit wordt toegekend, wordt verleend binnen de grenzen en onder de voorwaarden als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1407/2013.
  In afwijking van lid 2 kan de onderneming er uitdrukkelijk voor kiezen dat de steun wordt toegekend binnen de grenzen en onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de tijdelijke kaderregeling COVID-19, punt 22.
Art.2. La crise sanitaire liée au coronavirus COVID-19 est reconnue par le Gouvernement comme un évènement extraordinaire au sens de l'article 10 du décret.
  Toute aide accordée en application du présent arrêté est octroyée dans les limites et aux conditions visées dans le Règlement (UE) n° 1407/2013.
  Par dérogation à l'alinéa 2, l'entreprise peut choisir explicitement que l'aide soit octroyée dans les limites et aux conditions fixées par l'encadrement temporaire COVID-19, point 22.
Art.3. Voor steun mag niet in aanmerking komen, de onderneming die :
  1° zich bevindt in één van de rechtssituaties bedoeld in artikel 23, tweede lid, van het decreet van 11 mei 2004;
  2° haar activiteiten tijdens de steunperiode vrijwillig heeft stopgezet;
  3° bij de aanvang van de steunperiode niet is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, overeenkomstig Boek III, Titel 2, Hoofdstuk 1, van het Wetboek van Economisch Recht;
  4° niet actief is gedurende het jaar dat aan de steunperiode voorafgaat.
Art.3. Ne peut bénéficier des aides, l'entreprise :
  1° qui se trouve dans une des situations juridiques visées à l'article 23, alinéa 2 du décret du 11 mai 2004;
  2° qui a fermé volontairement pendant la période d'aide;
  3° qui, au début de la période d'aide, n'est pas inscrite dans la Banque-Carrefour des Entreprises, conformément au livre III, Titre 2, chapitre 1er, du Code de droit économique;
  4° qui n'est pas active au cours de l'année qui précède la période d'aide.
Art.4. § 1. Volgens de door de Minister vastgestelde voorwaarden wordt forfaitaire steun verleend aan de onderneming die tijdens de steunperiode heeft moeten sluiten in toepassing van de maatregelen ter bestrijding van het COVID-19 coronavirus:
  1° die voor de aanvang van de steunperiode een vestigingseenheid als bedoeld in artikel I.2, 16°, van boek I van het Wetboek van economisch recht in het Waalse Gewest heeft;
  2° die sociale zekerheidsbijdragen betaalt op basis van haar beroepsinkomsten;
  3° waarvan de activiteit ressorteert onder de NACE-BEL-codes vermeld onder één van de sectoren of deelsectoren bedoeld in hiernavolgende afdelingen en subklassen :
  a) 56.302 van de NACE-BEL-code;
  b) 92.000 van de NACE-BEL-code;
  c) 93.110 van de NACE-BEL-code;
  d) 93.212 van de NACE-BEL-code;
  d) 93.291 tot 93.299 van de NACE-BEL-code;
  4° die op 31 december 2019 niet in moeilijkheden verkeerde, in de zin van artikel 2, punt 18, van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
  De Minister kan de lijst van NACE-BEL-codes, bedoeld in lid 1, 3°, aanpassen of aanvullen in het licht van de maatregelen ter bestrijding van het COVID-19 coronavirus.
  § 2. Het bedrag van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde forfaitaire steun wordt voor een volledig kwartaal als volgt bepaald :
  a) 8.000 euro als het personeelsbestand 0 bedraagt;
  b) 12.000 euro als het personeelsbestand hoger is dan 0 en lager is dan;
  c) 18.000 euro als het personeelsbestand gelijk is aan of hoger is dan 10 en lager dan 50;
  d) 24.000 euro als het personeelsbestand gelijk is aan of hoger is dan 50.
  Het toegekende bedrag wordt berekend naar rato van het aantal sluitingsdagen tijdens de steunperiode, op basis van de maatregelen ter bestrijding van het COVID-19 coronavirus.
  De in lid 1 bedoelde forfaitaire steun mag niet worden gecumuleerd met de in artikel 5 bedoelde steun en wordt slechts eenmaal per steunperiode en per bij de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven onderneming toegekend, overeenkomstig boek III, titel 2, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.
  In afwijking van artikel 1, 9°, wordt, wanneer de onderneming in 2020 of 2021 is opgericht, de steun afgetopt door rekening te houden met het gemiddelde aantal werknemers in 2020 of 2021, al naargelang het geval.
Art.4. § 1er. Selon les modalités déterminées par le Ministre, une aide forfaitaire est octroyée à l'entreprise qui a dû fermer pendant la période d'aide en application des mesures de lutte contre le coronavirus COVID-19 :
  1° qui possède une unité d'établissement visée à l'article I.2, 16°, du Livre Ier, du Code de droit économique, en Région wallonne avant le début de la période d'aide;
  2° qui paie des cotisations sociales compte tenu de ses revenus professionnels;
  3° dont l'activité relève d'un des codes NACE-BEL, repris dans l'un des secteurs ou partie de secteurs visés aux divisions et sous-classes suivantes :
  a) 56.302 du code NACE-BEL;
  b) 92.000 du code NACE-BEL;
  c) 93.110 du code NACE-BEL;
  d) 93.212 du code NACE-BEL;
  e) 93.291 à 93.299 du code NACE-BEL.
  4° qui n'était pas en difficulté au 31 décembre 2019, au sens de l'article 2, point 18, du Règlement (UE) 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du traité;
  Le Ministre peut adapter ou compléter la liste des codes NACE-BEL visés à l'alinéa 1er, 3°, en fonction des mesures de lutte contre le coronavirus COVID-19.
  § 2 Le montant de l'aide forfaitaire, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, est déterminée pour un trimestre complet comme suit :
  a) 8.000 euros si l'effectif d'emploi est de 0;
  b) 12.000 euros si l'effectif d'emploi est supérieur à 0 et inférieur à 10;
  c) 18.000 euros si l'effectif d'emploi est égal ou supérieur à 10 et inférieur à 50;
  d) 24.000 euros si l'effectif d'emploi est égal ou supérieur à 50.
  Le montant octroyé est calculé au prorata temporis du nombre de jours de fermeture sur la période d'aide, sur base des mesures de lutte contre le coronavirus COVID-19.
  L'aide forfaitaire visée à l'alinéa 1er, ne peut être cumulée avec l'aide visée à l'article 5 et est attribuée une seule fois par période d'aide et par entreprise inscrite dans la Banque-Carrefour des Entreprises, conformément au livre III, Titre 2, chapitre 1er, du Code de droit économique.
  Par dérogation à l'article 1er, 9°, lorsque l'entreprise a été créée en 2020 ou en 2021, l'aide est plafonnée en tenant compte de la moyenne du nombre de travailleurs en 2020 ou en 2021 selon le cas.
Art.5. § 1. Volgens de door de Minister vastgestelde modaliteiten wordt steun verleend aan de onderneming die een activiteit uitoefent die tijdens de steunperiode getroffen is als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van het COVID-19 coronavirus :
  1° die voor de aanvang van de steunperiode een vestigingseenheid als bedoeld in artikel I.2, 16°, van boek I van het Wetboek van economisch recht in het Waalse Gewest heeft;
  2° die sociale zekerheidsbijdragen betaalt op basis van haar beroepsinkomsten;
  3° die, met uitzondering van de onderneming die vanaf het eerste kwartaal van 2019 is opgericht, aan de hand van de btw-aangifte aantoont dat haar omzet in het eerste kwartaal van 2022 met ten minste 50 % is gedaald ten opzichte van het betrokken kwartaal van 2019;
  4° die op 31 december 2019 niet in moeilijkheden verkeerde, in de zin van artikel 2, punt 18, van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
  In het geval van fusie van ondernemingen, inbreng van een algemeenheid of bedrijfstak,, bedoeld in boek XII van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsmede in geval van gerechtelijke reorganisatie als bedoeld in titel V van boek XX van het Wetboek van economisch recht, wordt voor de berekening van het omzetverlies, bedoeld in het eerste lid, 3°, de omzet van de overgenomen vennootschap niet in aanmerking genomen.
  De in lid 1 bedoelde steun mag niet worden gecumuleerd met de in artikel 4 bedoelde steun en wordt slechts eenmaal per bij de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven onderneming toegekend, overeenkomstig boek III, titel 2, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.
  § 2. Het bedrag van de steun bedoeld in § 1, eerste lid, bedraagt 15 % van de omzet over het eerste kwartaal van 2019 en wordt als volgt beperkt indien is voldaan aan de voorwaarde van omzetverlies, bedoeld in § 1, eerste lid, 3° :
  1° 8.000 euro als het personeelsbestand 0 is;
  2° 12.000 euro als het personeelsbestand hoger is dan 0 en lager is dan 10;
  3° 18.000 euro als het personeelsbestand gelijk is aan of hoger is dan 10 en lager dan 50;
  4° 24.000 euro als het personeelsbestand gelijk is aan of hoger is dan 50.
  De grondslag voor de berekening van de in lid 1 bedoelde steun wordt vastgesteld op basis van de omzet van het eerste kwartaal van 2019, rekening houdend met een indexering op basis van het afgevlakte indexcijfer van de consumptieprijzen (basis 2013) voor het laatste kwartaal van 2021.
  In afwijking van lid 1 wordt, wanneer de onderneming vanaf het eerste kwartaal van 2019 is opgericht en het omzetverlies niet met de btw-aangifte kan aantonen, het omzetverlies voor het betrokken kwartaal aangetoond met het financieel plan of een ander bewijsstuk. In dat geval wordt, in afwijking van artikel 1, lid 9, indien de onderneming in 2020 of 2021 is opgericht, de steun afgetopt door rekening te houden met het gemiddelde aantal werknemers in 2020 of 2021, al naargelang het geval.
  In afwijking van lid 1 wordt, wanneer de onderneming onder een bijzondere regeling inzake de belasting over de toegevoegde waarde valt en het omzetverlies niet met de btw-aangifte kan aantonen, het omzetverlies voor het betrokken kwartaal aangetoond met het financieel plan of een ander bewijsstuk.
  De Minister kan bepalen welke bewijsstukken de onderneming moet overleggen om de percentages van de omzet, bedoeld paragraaf 1, eerste lid, 3°, en in de leden 3 en 4, aan te tonen.
Art.5. § 1er. Selon les modalités déterminées par le Ministre, une aide est octroyée à l'entreprise qui exerce une activité qui a été impactée à la suite des mesures de lutte contre le coronavirus COVID-19 pendant la période d'aide :
  1° qui possède une unité d'établissement visée à l'article I.2, 16°, du Livre Ier, du Code de droit économique, en Région wallonne avant le début de la période d'aide;
  2° qui paie des cotisations sociales compte tenu de ses revenus professionnels;
  3° à l'exception de l'entreprise créée à partir du premier trimestre 2019, qui démontre, au moyen de la déclaration TVA, une perte de chiffre d'affaires de minimum 50 % sur le premier trimestre 2022 par rapport au trimestre concerné de 2019;
  4° qui n'était pas en difficulté au 31 décembre 2019, au sens de l'article 2, point 18, du Règlement (UE) 651/2014 du 17 juin 2014 de la Commission déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du traité.
  Dans le cas de fusion de sociétés, d'apport d'universalité ou de branche d'activité, visés au Livre XII du Code des sociétés et des associations, ainsi qu'en cas de réorganisation judicaire telle que visée au Titre V du Livre XX du Code de droit économique, pour le calcul de la perte du chiffre d'affaires visés à l'alinéa 1er, 3°, il n'est pas tenu compte du chiffre d'affaires de la société absorbée.
  L'aide visée à l'alinéa 1er ne peut être cumulée avec l'aide visée à l'article 4 et est attribuée une seule fois par entreprise inscrite dans la Banque-Carrefour des Entreprises, conformément au livre III, Titre 2, chapitre 1er, du Code de droit économique.
  § 2 Le montant de l'aide visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, correspond à 15 % du chiffre d'affaires du premier trimestre 2019 et qui répond à la condition de perte de chiffre d'affaires visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3° et est limité comme suit :
  1° 8.000 euros si l'effectif d'emploi est de 0;
  2° 12.000 euros si l'effectif d'emploi est supérieur à 0 et inférieur à 10;
  3° 18.000 euros si l'effectif d'emploi est égal ou supérieur à 10 et inférieur à 50;
  4° 24.000 euros si l'effectif d'emploi est égal ou supérieur à 50.
  La base de calcul de l'aide visée à l'alinéa 1er, est établie par rapport au chiffre d'affaires du premier trimestre 2019 en tenant compte d'une indexation sur base de l'indice des prix à la consommation lissé (base 2013) sur le dernier trimestre 2021.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, lorsqu'une entreprise a été créée à partir du premier trimestre 2019 et ne peut démontrer la perte de chiffre d'affaires relative au trimestre considéré au moyen de la déclaration TVA, la perte de chiffre d'affaires est démontrée via le plan financier ou tout document probant. Dans ce cas, par dérogation à l'article 1er, 9°, lorsque l'entreprise a été créée en 2020 ou en 2021, l'aide est plafonnée en tenant compte de la moyenne du nombre de travailleurs en 2020 ou en 2021 selon le cas.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, lorsque l'entreprise bénéficie d'un régime particulier de taxe sur la valeur ajoutée et ne peut démontrer la perte de chiffre d'affaires au moyen de la déclaration TVA, la perte de chiffre d'affaires relative au trimestre considéré est démontrée via tout document probant
  Le Ministre peut déterminer les documents probants à fournir par l'entreprise pour démontrer les pourcentages de chiffre d'affaires visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, et aux alinéas 3 et 4.
Art.6. Volgens de door de Minister vastgestelde modaliteiten dient de onderneming via een formulier op het webplatform haar steunaanvraag bij de Administratie in. De termijn voor de indiening van de steunaanvraag is vastgesteld op het webplatform.
  Bij het indienen van het dossier op het webplatform moet de onderneming de volgende informatie verstrekken :
  1° haar ondernemingsnummer;
  2° de NACE-BEL-code voor de activiteit waarvoor de onderneming de specifieke tegemoetkoming aanvraagt;
  3° een verklaring op erewoord die op het webplatform ingevuld moet worden;
  4° het rekeningnummer van de onderneming.
  5° wat de in artikel 5 bedoelde steun betreft, de omzet over de betrokken periodes en een verslag over de bevindingen van een bedrijfsrevisor of een (beëdigd) externe accountant die de steunaanvraag ondersteunt.
  Indien de in artikel 4 bedoelde forfaitaire steun of de in artikel 5 bedoelde steun wordt toegekend overeenkomstig punt 22 van de tijdelijke kaderregeling, verklaart de onderneming tevens, door middel van een verklaring op erewoord, dat zij het steunbedrag van 2 300 000 EUR, met inbegrip van de in dit besluit bedoelde steun, niet overschrijdt.
  De Administratie kan gebruik maken van de databanken die authentieke bronnen vormen om alle gegevens te verkrijgen die nodig zijn voor het onderzoek van het dossier.
Art.6. Selon les modalités déterminées par le Ministre, l'entreprise introduit auprès de l'Administration sa demande d'aide via un formulaire sur la plateforme web. La période d'introduction de la demande d'aide est fixée sur la plateforme web.
  Lors de l'introduction du dossier sur la plateforme web, l'entreprise doit fournir les informations suivantes :
  1° son numéro d'entreprise;
  2° le code NACE-BEL de l'activité pour laquelle l'entreprise sollicite l'intervention spécifique;
  3° une déclaration sur l'honneur à compléter sur la plateforme web;
  4° le numéro de compte de l'entreprise;
  5° pour ce qui concerne l'aide visée à l'article 5, le chiffre d'affaires relatif aux périodes concernées et un rapport sur des constatations de faits d'un réviseur d'entreprises ou d'un expert-comptable (certifié) externe appuyant la demande d'aide.
  Si l'aide forfaitaire visée à l'article 4 ou l'aide visée à l'article 5 est octroyée conformément au point 22 de l'encadrement temporaire, l'entreprise déclare en outre, via la déclaration sur l'honneur, ne pas dépasser le montant de l'aide de 2.300.000 euros en ce compris celles visées par le présent arrêté.
  L'Administration peut recourir aux banques de données constituant des sources authentiques afin d'obtenir toutes données nécessaires à l'examen du dossier.
Art.7. De beslissing over de ontvankelijkheid, de betaling, de controle en invordering van de in artikel 4 of in artikel 5 bedoelde steun wordt genomen door elk personeelslid van niveau A zoals omschreven in het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode, aangewezen door de directeur-generaal van de Administratie.
Art.7. La décision de recevabilité, de paiement, du contrôle et du recouvrement de l'aide visée à l'article 4 ou à l'article 5 relève de tout agent de niveau A tel que défini dans l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la Fonction publique wallonne, désigné par le directeur général de l'Administration.
Art.8. Het in artikel 7 bedoelde personeelslid van niveau A analyseert de steunaanvraag en, indien de aanvraag niet ontvankelijk is, schorst hij de steunaanvraag en brengt hij de onderneming op de hoogte, die haar aanvraag kan aanvullen en indienen voor een nieuw onderzoek naar ontvankelijkheid.
  Als het dossier niet wordt aangevuld en onderworpen aan een nieuw onderzoek van ontvankelijkheid binnen een termijn van één maand te rekenen van de datum van schorsing, dan wordt de steunaanvraag definitief vernietigd.
  Indien de aanvraag aan de gestelde voorwaarden voldoet, wordt de onderneming er elektronisch van in kennis gesteld dat de steun bedoeld in artikel 4 of in artikel 5 wordt toegekend.
  De Administratie deelt de onderneming mee dat de in artikel 4 of artikel 5 bedoelde steun wordt verleend hetzij overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1407/2013, hetzij overeenkomstig de tijdelijke kaderregeling, naar gelang van het geval.
Art.8. L'agent de niveau A visé à l'article 7 analyse la demande d'aide et lorsque la demande n'est pas recevable, il suspend la demande d'aide et informe l'entreprise qui peut compléter sa demande et la soumettre à un nouvel examen de recevabilité.
  Si le dossier n'est pas complété et soumis à un nouvel examen de recevabilité dans un délai d'un mois à dater de la date de suspension, la demande d'aide est définitivement annulée.
  Si la demande répond aux conditions fixées, l'entreprise est informée électroniquement que l'aide visée à l'article 4 ou à l'article 5 est accordée selon le cas.
  L'Administration avertit l'entreprise que l'aide visée à l'article 4 ou à l'article 5 est octroyée, soit conformément au Règlement (UE) n° 1407/2013, soit conformément à l'encadrement temporaire selon le cas.
Art.9. Indien de in artikel 4 of artikel 5 bedoelde steun wordt verleend overeenkomstig punt 22 van de tijdelijke kaderregeling, maakt de Administratie de in bijlage III en overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 651/2014 vermelde relevante informatie over elke steun van meer dan 100 000 euro die op grond van dit besluit wordt verleend, binnen twaalf maanden na de datum van verlening bekend via de IT-tool van de Europese Commissie.
  De Administratie bewaart alle gegevens die nodig zijn om vast te stellen of aan de gestelde voorwaarden is voldaan, gedurende een periode van tien jaar na de toekenning van de betrokken steun. De Administratie geeft deze informatie door aan de Europese Commissie als deze daarom verzoekt.
Art.9. Si l'aide visée à l'article 4 ou à l'article 5 est octroyée conformément au point 22 de l'encadrement temporaire, l'Administration publie les informations pertinentes, énumérées à l'annexe III et conformément à l'article 9 du Rrèglement (UE) n° 651/2014, sur chaque aide supérieure à 100.000 euros octroyée en vertu du présent arrêté via l'outil IT de la Commission européenne, et ce, dans les douze mois suivant la date de l'octroi.
  L'Administration conserve toutes les informations indispensables pour établir que les conditions nécessaires ont été respectées, pendant une période de dix ans à compter de l'octroi de l'aide concernée. L'Administration transmet ces informations à la Commission européenne si elle en fait la demande.
Art.10. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt.
Art.10. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 11. De Minister van Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. Le Ministre de l'Economie est chargé de l'exécution du présent arrêté.