Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 januari 2022 over het verlenen van een overbruggingslening aan ondernemingen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° Er wordt een punt 2° /1 ingevoegd dat luidt als volgt:
"2° /1 LRM: de naamloze vennootschap Limburgse Reconversiemaatschappij opgericht bij notariële akte van 1 februari 1994, bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 24 februari 1994 onder het nummer 940224-318, met inbegrip van alle latere wijzigingen van de statuten;";
2° In artikel 1, 6°, wordt de zinsnede "artikel 3, 1°, 2° en 3°, " vervangen door de zinsnede "artikel 3, 1° tot en met 4°, ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 DECEMBER 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 januari 2022 over het verlenen van een overbruggingslening aan ondernemingen
Titre
9 DECEMBRE 2022. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 janvier 2022 relatif à l'octroi d'un prêt relais aux entreprises
Documentinformatie
Numac: 2022043135
Datum: 2022-12-09
Info du document
Numac: 2022043135
Date: 2022-12-09
Tekst (12)
Texte (12)
Article 1er. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 janvier 2022 relatif à l'octroi d'un prêt relais aux entreprises, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un point 2° /1, rédigé comme suit :
" 2° /1 LRM : la société anonyme " Limburgse Reconversiemaatschappij ", constituée par acte notarié du 1er février 1994, publié par extrait au Moniteur belge du 24 février 1994 sous le numéro 940224-318, y compris toutes les modifications ultérieures des statuts ; " ;
2° dans l'article 1er, 6°, le membre de phrase " l'article 3, 1°, 2° et 3°, , " est remplacé par le membre de phrase " l'article 3, 1° à 4°, ".
1° il est inséré un point 2° /1, rédigé comme suit :
" 2° /1 LRM : la société anonyme " Limburgse Reconversiemaatschappij ", constituée par acte notarié du 1er février 1994, publié par extrait au Moniteur belge du 24 février 1994 sous le numéro 940224-318, y compris toutes les modifications ultérieures des statuts ; " ;
2° dans l'article 1er, 6°, le membre de phrase " l'article 3, 1°, 2° et 3°, , " est remplacé par le membre de phrase " l'article 3, 1° à 4°, ".
Art.2. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022, wordt de zinsnede "jaren 2019, 2020 en 2021" vervangen door de woorden "drie kalenderjaren voorafgaand aan de aanvraag".
Art.2. Dans l'article 2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022, le membre de phrase " années 2019, 2020 et 2021 " est remplacé par les mots " trois années calendaires précédant la demande ".
Art.3. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het eerste lid wordt de zinsnede "en voortvloeien uit stijgende kosten inzake energie en, meer algemeen, de toename van het algehele prijsniveau." toegevoegd;
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "tot en met 15 december 2022" vervangen door de zinsnede "tot en met 15 december 2023".
1° aan het eerste lid wordt de zinsnede "en voortvloeien uit stijgende kosten inzake energie en, meer algemeen, de toename van het algehele prijsniveau." toegevoegd;
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "tot en met 15 december 2022" vervangen door de zinsnede "tot en met 15 december 2023".
Art.3. A l'article 4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est complété par le membre de phrase " et résultent de la hausse des coûts de l'énergie et, plus généralement, de l'augmentation du niveau général des prix. " ;
2° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " jusqu'au 15 décembre 2022 " est remplacé par le membre de phrase " jusqu'au 15 décembre 2023 ".
1° l'alinéa 1er est complété par le membre de phrase " et résultent de la hausse des coûts de l'énergie et, plus généralement, de l'augmentation du niveau général des prix. " ;
2° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " jusqu'au 15 décembre 2022 " est remplacé par le membre de phrase " jusqu'au 15 décembre 2023 ".
Art.4. In artikel 5 van hetzelfde besluit, wordt een punt 1° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"1° /1: een maatschap met een commercieel karakter;".
"1° /1: een maatschap met een commercieel karakter;".
Art.4. Dans l'article 5 du même arrêté, il est inséré un point 1° /1, rédigé comme suit :
" 1° /1 : une société à caractère commercial ; ".
" 1° /1 : une société à caractère commercial ; ".
Art.5. In artikel 6 van hetzelfde besluit, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
" De steunaanvrager, maatschap, heeft minstens één vennoot die gevestigd is in het Vlaamse Gewest.".
" De steunaanvrager, maatschap, heeft minstens één vennoot die gevestigd is in het Vlaamse Gewest.".
Art.5. L'article 6 du même arrêté est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
" Le demandeur d'aide, société, a au moins un associé qui est établi en Région flamande. ".
" Le demandeur d'aide, société, a au moins un associé qui est établi en Région flamande. ".
Art.6. In artikel 8, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022, worden de woorden "of PMV" vervangen door de zinsnede ", PMV of LRM".
Art.6. Dans l'article 8, alinéa 3, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022, les mots " ou PMV " sont remplacés par de phrase " , PMV ou LRM ".
Art.7. Aan artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022, wordt een punt 8° toegevoegd dat luidt als volgt:
"8° hij op het ogenblik van de aanvraag leningen lopende heeft of in aanvraag heeft bij LRM met opgave van de concrete gegevens van deze lening en of er achterstallen zijn in de terugbetaling van deze leningen.".
"8° hij op het ogenblik van de aanvraag leningen lopende heeft of in aanvraag heeft bij LRM met opgave van de concrete gegevens van deze lening en of er achterstallen zijn in de terugbetaling van deze leningen.".
Art.7. L'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022 est complété par un point 8°, rédigé comme suit :
" 8° au moment de la demande, il a des prêts en cours ou en cours de demande auprès de LRM avec indication des données concrètes de ce prêt et s'il existe des arriérés quant au remboursement de ces prêts. ".
" 8° au moment de la demande, il a des prêts en cours ou en cours de demande auprès de LRM avec indication des données concrètes de ce prêt et s'il existe des arriérés quant au remboursement de ces prêts. ".
Art.8. In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 en 7 oktober 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
In het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt het woord "twee" vervangen door het woord "drie";
2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° de voorgelegde facturen hebben betrekking op de periode van 1 augustus 2022 tot en met de datum van aanvraag van de lening en uiterlijk 15 december 2023, 12.00 uur. De steunaanvrager kan maximaal honderd facturen inbrengen per lening. De steunaanvrager geeft in de applicatie, vermeld in artikel 7, eerste lid, voor elke ingebrachte factuur minstens de datum en het volgnummer van de factuur, de identiteit van de onderneming die de factuur uitschrijft, en de prijs exclusief btw. Facturen met een bedrag dat hoger ligt dan 15.000 euro moeten mee worden opgeladen. Facturen van bedrijven die geen maatschappelijke zetel hebben binnen het grondgebied van de Europese Economische Ruimte worden niet aanvaard. Een factuur kan slechts één maal gebruikt worden. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan bijkomende elementen tot staving van de factuur opvragen;";
3° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° betaalbewijzen van handelshuur hebben betrekking op de huurperiode tussen 1 augustus 2022 tot en met de datum van aanvraag van de lening en uiterlijk 15 december 2023. De verhuurder mag geen aan de steunaanvrager verbonden onderneming zijn. Leasingfacturen hebben betrekking op de leasing tussen 1 augustus 2022 tot en met de datum van aanvraag van de lening en uiterlijk 15 december 2023. De leasinggever mag geen aan de steunaanvrager verbonden onderneming zijn. Maximaal 20 procent van het te ontlenen bedrag mag betrekking hebben op handelshuur en/of leasing";
4° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
"5° de totale omvang per lening en van de drie leningen, vermeld in punt 1°, samen kan nooit meer zijn dan 2 miljoen euro en is ook beperkt tot:
a) ondernemingen die kiezen om de steun te krijgen in uitvoering van de-minimis of artikel 2.1 van de tijdelijke kaderregeling: 200.000 euro of het voor specifieke sectoren vermelde maximum in artikel 2.1 van de tijdelijke kaderregeling voor ondernemingen met minder dan 50 werknemers en de maximale bedragen vermeld in artikel 2.1 van de tijdelijke kaderregeling voor ondernemingen met 50 of meer werknemers;
b) ondernemingen die kiezen om de steun te krijgen in uitvoering van artikel 2.3 van de tijdelijke kaderregeling: 2 miljoen euro. De steun die toegekend wordt met toepassing van artikel 2.3 van de tijdelijke kaderregeling mag niet hoger zijn dan 15% van de gemiddelde jaaromzet van de voorbije drie jaar. De steunaanvrager bezorgt hiervoor de officiële btw-aangifte met overzicht van de uitgaande handelingen (kader II) voor de drie kalenderjaren voorafgaand aan de aanvraag aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen via de applicatie, vermeld in artikel 7, eerste lid, of, indien de applicatie dit niet toelaat, via email. Enkel indien de aanvrager vrijgesteld is van het indienen van een officiële btw-aangifte, mag hij zijn gemiddelde jaaromzet bewijzen door middel van de klantenlisting van de voorbije drie jaar, zijnde een lijst van de Belgische btw-nummers van de klanten aan wie de onderneming goederen heeft geleverd of diensten heeft verstrekt tijdens het vorige kalenderjaar. De lijst bevat voor elke klant het totaalbedrag aan leveringen en diensten. De minister kan nader bepalen hoe ondernemingen die geen officiële btw-aangifte indienen hun jaaromzet moeten bewijzen.";
5° in punt 9° wordt de zinsnede "van PMV al een handelshuurlening, een of meerdere heropstartleningen," vervangen door de zinsnede "van PMV of LRM al een handelshuurlening, een of meerdere heropstartleningen, een of meerdere overbruggingsleningen". In hetzelfde punt wordt het bedrag "750.000 euro" vervangen door het bedrag "2.000.000 euro";
6° punt 10° wordt vervangen door wat volgt:
"10° voor leningen boven de 400.000 euro oordeelt het kredietcomité, vermeld in punt 9°, altijd of de steunaanvrager nog over voldoende terugbetalingscapaciteit beschikt om de lening te krijgen.".
In het tweede lid wordt het getal "2022" vervangen door het getal "2023".
In het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt het woord "twee" vervangen door het woord "drie";
2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° de voorgelegde facturen hebben betrekking op de periode van 1 augustus 2022 tot en met de datum van aanvraag van de lening en uiterlijk 15 december 2023, 12.00 uur. De steunaanvrager kan maximaal honderd facturen inbrengen per lening. De steunaanvrager geeft in de applicatie, vermeld in artikel 7, eerste lid, voor elke ingebrachte factuur minstens de datum en het volgnummer van de factuur, de identiteit van de onderneming die de factuur uitschrijft, en de prijs exclusief btw. Facturen met een bedrag dat hoger ligt dan 15.000 euro moeten mee worden opgeladen. Facturen van bedrijven die geen maatschappelijke zetel hebben binnen het grondgebied van de Europese Economische Ruimte worden niet aanvaard. Een factuur kan slechts één maal gebruikt worden. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan bijkomende elementen tot staving van de factuur opvragen;";
3° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° betaalbewijzen van handelshuur hebben betrekking op de huurperiode tussen 1 augustus 2022 tot en met de datum van aanvraag van de lening en uiterlijk 15 december 2023. De verhuurder mag geen aan de steunaanvrager verbonden onderneming zijn. Leasingfacturen hebben betrekking op de leasing tussen 1 augustus 2022 tot en met de datum van aanvraag van de lening en uiterlijk 15 december 2023. De leasinggever mag geen aan de steunaanvrager verbonden onderneming zijn. Maximaal 20 procent van het te ontlenen bedrag mag betrekking hebben op handelshuur en/of leasing";
4° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
"5° de totale omvang per lening en van de drie leningen, vermeld in punt 1°, samen kan nooit meer zijn dan 2 miljoen euro en is ook beperkt tot:
a) ondernemingen die kiezen om de steun te krijgen in uitvoering van de-minimis of artikel 2.1 van de tijdelijke kaderregeling: 200.000 euro of het voor specifieke sectoren vermelde maximum in artikel 2.1 van de tijdelijke kaderregeling voor ondernemingen met minder dan 50 werknemers en de maximale bedragen vermeld in artikel 2.1 van de tijdelijke kaderregeling voor ondernemingen met 50 of meer werknemers;
b) ondernemingen die kiezen om de steun te krijgen in uitvoering van artikel 2.3 van de tijdelijke kaderregeling: 2 miljoen euro. De steun die toegekend wordt met toepassing van artikel 2.3 van de tijdelijke kaderregeling mag niet hoger zijn dan 15% van de gemiddelde jaaromzet van de voorbije drie jaar. De steunaanvrager bezorgt hiervoor de officiële btw-aangifte met overzicht van de uitgaande handelingen (kader II) voor de drie kalenderjaren voorafgaand aan de aanvraag aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen via de applicatie, vermeld in artikel 7, eerste lid, of, indien de applicatie dit niet toelaat, via email. Enkel indien de aanvrager vrijgesteld is van het indienen van een officiële btw-aangifte, mag hij zijn gemiddelde jaaromzet bewijzen door middel van de klantenlisting van de voorbije drie jaar, zijnde een lijst van de Belgische btw-nummers van de klanten aan wie de onderneming goederen heeft geleverd of diensten heeft verstrekt tijdens het vorige kalenderjaar. De lijst bevat voor elke klant het totaalbedrag aan leveringen en diensten. De minister kan nader bepalen hoe ondernemingen die geen officiële btw-aangifte indienen hun jaaromzet moeten bewijzen.";
5° in punt 9° wordt de zinsnede "van PMV al een handelshuurlening, een of meerdere heropstartleningen," vervangen door de zinsnede "van PMV of LRM al een handelshuurlening, een of meerdere heropstartleningen, een of meerdere overbruggingsleningen". In hetzelfde punt wordt het bedrag "750.000 euro" vervangen door het bedrag "2.000.000 euro";
6° punt 10° wordt vervangen door wat volgt:
"10° voor leningen boven de 400.000 euro oordeelt het kredietcomité, vermeld in punt 9°, altijd of de steunaanvrager nog over voldoende terugbetalingscapaciteit beschikt om de lening te krijgen.".
In het tweede lid wordt het getal "2022" vervangen door het getal "2023".
Art.8. A l'article 10 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 juillet 2022 et 7 octobre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
A l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le point 1°, le mot " deux " est remplacé par le mot " trois " ;
2° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° les factures présentées portent sur la période du 1er août 2022 jusqu'à la date de demande du prêt et au plus tard le 15 décembre à 12 heures. Le demandeur d'aide peut présenter cent factures au maximum par prêt. Pour chaque facture présentée, le demandeur d'aide fournit dans l'application visée à l'article 7, alinéa 1er, au moins la date et le numéro d'ordre de la facture, l'identité de l'entreprise émettrice de la facture et le prix hors T.V.A.. Les factures d'un montant supérieur à 15 000 euros doivent être téléchargées vers le serveur. Les factures d'entreprises qui n'ont pas de siège social sur le territoire de l'Espace économique européen ne sont pas acceptées. Une facture ne peut être utilisée qu'une seule fois. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut demander des éléments supplémentaires à l'appui de la facture ; " ;
3° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° les preuves de paiement de loyer commercial portent sur la période de location entre le 1er août 2022 et la date de demande du prêt et au plus tard le 15 décembre 2023. Le bailleur ne peut pas être une entreprise liée au demandeur d'aide. Les factures de leasing portent sur le leasing entre le 1er août 2022 et la date de demande du prêt et au plus tard le 15 décembre 2023. Le donneur en leasing ne peut pas être une entreprise liée au demandeur d'aide. Au maximum 20 pour cent du montant à emprunter peut porter sur le loyer commercial et/ou le leasing " ;
4° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° le montant total par prêt et de l'ensemble des trois prêts, visés au point 1°, est limité à 2 millions d'euros et est également limité à :
a) entreprises choisissant de bénéficier de l'aide en exécution de l'aide de minimis ou de l'article 2.1 de l'encadrement temporaire : 200 000 euros ou au maximum mentionné pour des secteurs spécifiques à l'article 2.1 de l'encadrement temporaire pour les entreprises occupant moins de 50 travailleurs et aux montants maximaux mentionnés à l'article 2.1 de l'encadrement temporaire pour les entreprises occupant 50 travailleurs ou plus ;
b) entreprises choisissant de bénéficier de l'aide en exécution de l'article 2.3 de l'encadrement temporaire : 2 millions d'euros. L'aide accordée en application de article 2.3 de l'encadrement temporaire ne peut pas dépasser 15 % du chiffre d'affaires annuel moyen des trois années écoulées. A cette fin, le demandeur d'aide soumet à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat la déclaration officielle à la T.V.A. avec un aperçu des transactions sortantes (cadre II) pour les trois années calendaires précédant la demande via l'application visée à l'article 7, alinéa 1er, ou, si l'application ne le permet pas, par e-mail. Ce n'est que si le demandeur est dispensé de présenter une déclaration officielle à la T.V.A. qu'il peut prouver son chiffre d'affaires annuel moyen au moyen de la liste des clients des trois dernières années, qui est une liste des numéros de T.V.A. belges des clients auxquels l'entreprise a fourni des biens ou des services au cours de l'année calendaire précédente. La liste contient le montant total des fournitures et services pour chaque client. Le ministre peut préciser comment les entreprises qui ne présentent pas de déclarations officielles à la T.V.A. doivent prouver leur chiffre d'affaires annuel. " ;
5° dans le point 9°, le membre de phrase " de la part de PMV un prêt au bail commercial, un ou plusieurs prêts de redémarrage " est remplacé par le membre de phrase " de la part de PMV ou LRM un prêt au bail commercial, un ou plusieurs prêts de redémarrage, un ou plusieurs prêts relais ". Dans le même point, le montant " 750 000 euros " est remplacé par le montant " 2 000 000 euros " ;
6° le point 10° est remplacé par ce qui suit :
" 10° pour les prêts supérieurs à 400 000 euros, le comité de crédit visé au point 9° évalue toujours si le demandeur d'aide dispose encore d'une capacité de remboursement suffisante pour se voir accorder le prêt. ".
Dans l'alinéa 2, le nombre " 2022 " est remplacé par le nombre " 2023 ".
A l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le point 1°, le mot " deux " est remplacé par le mot " trois " ;
2° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° les factures présentées portent sur la période du 1er août 2022 jusqu'à la date de demande du prêt et au plus tard le 15 décembre à 12 heures. Le demandeur d'aide peut présenter cent factures au maximum par prêt. Pour chaque facture présentée, le demandeur d'aide fournit dans l'application visée à l'article 7, alinéa 1er, au moins la date et le numéro d'ordre de la facture, l'identité de l'entreprise émettrice de la facture et le prix hors T.V.A.. Les factures d'un montant supérieur à 15 000 euros doivent être téléchargées vers le serveur. Les factures d'entreprises qui n'ont pas de siège social sur le territoire de l'Espace économique européen ne sont pas acceptées. Une facture ne peut être utilisée qu'une seule fois. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut demander des éléments supplémentaires à l'appui de la facture ; " ;
3° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° les preuves de paiement de loyer commercial portent sur la période de location entre le 1er août 2022 et la date de demande du prêt et au plus tard le 15 décembre 2023. Le bailleur ne peut pas être une entreprise liée au demandeur d'aide. Les factures de leasing portent sur le leasing entre le 1er août 2022 et la date de demande du prêt et au plus tard le 15 décembre 2023. Le donneur en leasing ne peut pas être une entreprise liée au demandeur d'aide. Au maximum 20 pour cent du montant à emprunter peut porter sur le loyer commercial et/ou le leasing " ;
4° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° le montant total par prêt et de l'ensemble des trois prêts, visés au point 1°, est limité à 2 millions d'euros et est également limité à :
a) entreprises choisissant de bénéficier de l'aide en exécution de l'aide de minimis ou de l'article 2.1 de l'encadrement temporaire : 200 000 euros ou au maximum mentionné pour des secteurs spécifiques à l'article 2.1 de l'encadrement temporaire pour les entreprises occupant moins de 50 travailleurs et aux montants maximaux mentionnés à l'article 2.1 de l'encadrement temporaire pour les entreprises occupant 50 travailleurs ou plus ;
b) entreprises choisissant de bénéficier de l'aide en exécution de l'article 2.3 de l'encadrement temporaire : 2 millions d'euros. L'aide accordée en application de article 2.3 de l'encadrement temporaire ne peut pas dépasser 15 % du chiffre d'affaires annuel moyen des trois années écoulées. A cette fin, le demandeur d'aide soumet à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat la déclaration officielle à la T.V.A. avec un aperçu des transactions sortantes (cadre II) pour les trois années calendaires précédant la demande via l'application visée à l'article 7, alinéa 1er, ou, si l'application ne le permet pas, par e-mail. Ce n'est que si le demandeur est dispensé de présenter une déclaration officielle à la T.V.A. qu'il peut prouver son chiffre d'affaires annuel moyen au moyen de la liste des clients des trois dernières années, qui est une liste des numéros de T.V.A. belges des clients auxquels l'entreprise a fourni des biens ou des services au cours de l'année calendaire précédente. La liste contient le montant total des fournitures et services pour chaque client. Le ministre peut préciser comment les entreprises qui ne présentent pas de déclarations officielles à la T.V.A. doivent prouver leur chiffre d'affaires annuel. " ;
5° dans le point 9°, le membre de phrase " de la part de PMV un prêt au bail commercial, un ou plusieurs prêts de redémarrage " est remplacé par le membre de phrase " de la part de PMV ou LRM un prêt au bail commercial, un ou plusieurs prêts de redémarrage, un ou plusieurs prêts relais ". Dans le même point, le montant " 750 000 euros " est remplacé par le montant " 2 000 000 euros " ;
6° le point 10° est remplacé par ce qui suit :
" 10° pour les prêts supérieurs à 400 000 euros, le comité de crédit visé au point 9° évalue toujours si le demandeur d'aide dispose encore d'une capacité de remboursement suffisante pour se voir accorder le prêt. ".
Dans l'alinéa 2, le nombre " 2022 " est remplacé par le nombre " 2023 ".
Art.9. Artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 en 7 oktober 2022, wordt vervangen door:
"PMV hanteert de volgende voorwaarden bij het toekennen van de overbruggingslening:
De rente op de lening bedraagt tot 1 april 2023:
1° 2% op jaarbasis, voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
2° 2,5% op jaarbasis, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
3° 2,5% op jaarbasis, voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden;
4° 3,5% op jaarbasis, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden.
Op 1 april 2023, 1 juli 2023 en 1 oktober 2023 actualiseert de Minister de rente zodat de minimale rente ten minste gelijk is aan het basispercentage (eenjaars IBOR of gelijkwaardig, zoals gepubliceerd door de Commissie) op respectievelijk 1 maart 2023, 1 juni 2023 en 1 september 2023 vermeerderd met
1° 50 basispunten voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
2° 100 basispunten, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
3° 100 basispunten, voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden;
4° 200 basispunten, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden.
De terugbetaling van het kapitaal gebeurt maandelijks, in gelijke schijven, na een vrijgestelde periode van 24 maanden.
De terugbetaling van de rente gebeurt maandelijks. Er is geen vrijgestelde periode voor de terugbetaling van de rente.
PMV kan in de leningsovereenkomst nog bijkomende voorwaarden bepalen.
PMV kan aangepaste terugbetalingstermijnen verlenen aan ondernemingen.
In het eerste en tweede lid wordt verstaan onder:
1° kleine en middelgrote onderneming: de onderneming, vermeld in artikel 3, 2° en 3°, van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
2° grote onderneming: de onderneming, vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid.".
"PMV hanteert de volgende voorwaarden bij het toekennen van de overbruggingslening:
De rente op de lening bedraagt tot 1 april 2023:
1° 2% op jaarbasis, voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
2° 2,5% op jaarbasis, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
3° 2,5% op jaarbasis, voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden;
4° 3,5% op jaarbasis, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden.
Op 1 april 2023, 1 juli 2023 en 1 oktober 2023 actualiseert de Minister de rente zodat de minimale rente ten minste gelijk is aan het basispercentage (eenjaars IBOR of gelijkwaardig, zoals gepubliceerd door de Commissie) op respectievelijk 1 maart 2023, 1 juni 2023 en 1 september 2023 vermeerderd met
1° 50 basispunten voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
2° 100 basispunten, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
3° 100 basispunten, voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden;
4° 200 basispunten, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden.
De terugbetaling van het kapitaal gebeurt maandelijks, in gelijke schijven, na een vrijgestelde periode van 24 maanden.
De terugbetaling van de rente gebeurt maandelijks. Er is geen vrijgestelde periode voor de terugbetaling van de rente.
PMV kan in de leningsovereenkomst nog bijkomende voorwaarden bepalen.
PMV kan aangepaste terugbetalingstermijnen verlenen aan ondernemingen.
In het eerste en tweede lid wordt verstaan onder:
1° kleine en middelgrote onderneming: de onderneming, vermeld in artikel 3, 2° en 3°, van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
2° grote onderneming: de onderneming, vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid.".
Art.9. L'article 13 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 juillet 2022 et 7 octobre 2022, est remplacé par ce qui suit :
" PMV applique au moins les conditions suivantes pour accorder le prêt relais :
Jusqu'au 1er avril 2023, l'intérêt sur le prêt s'élève à :
1° 2 % sur une base annuelle, pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
2° 2,5 % sur une base annuelle, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
3° 2,5 % sur une base annuelle, pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois ;
4° 3,5 % sur une base annuelle, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois.
Les 1er avril 2023, 1er juillet 2023 et 1er octobre 2023, le ministre actualise l'intérêt de sorte que l'intérêt minimal égale au moins le pourcentage de base (taux IBOR à 1 an ou équivalent, tel que publié par la Commission) respectivement les 1er mars 2023, 1er juin 2023 et 1er septembre 2023, majoré de
1° 50 points de base pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
2° 100 points de base, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
3° 100 points de base, pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois ;
4° 200 points de base, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois.
Le remboursement du capital est effectué mensuellement, en tranches égales, après une période d'exemption de 24 mois.
Le remboursement de l'intérêt est effectué mensuellement, sans période d'exemption.
PMV peut arrêter des conditions supplémentaires dans le contrat de prêt.
PMV peut accorder des délais de remboursement adaptés aux entreprises.
Dans les alinéas 1er et 2, on entend par :
1° petite et moyenne entreprise : l'entreprise visée à l'article 3, 2° et 3°, du décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
2° grande entreprise : l'entreprise visée à l'article 3, 4°, du décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique. ".
" PMV applique au moins les conditions suivantes pour accorder le prêt relais :
Jusqu'au 1er avril 2023, l'intérêt sur le prêt s'élève à :
1° 2 % sur une base annuelle, pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
2° 2,5 % sur une base annuelle, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
3° 2,5 % sur une base annuelle, pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois ;
4° 3,5 % sur une base annuelle, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois.
Les 1er avril 2023, 1er juillet 2023 et 1er octobre 2023, le ministre actualise l'intérêt de sorte que l'intérêt minimal égale au moins le pourcentage de base (taux IBOR à 1 an ou équivalent, tel que publié par la Commission) respectivement les 1er mars 2023, 1er juin 2023 et 1er septembre 2023, majoré de
1° 50 points de base pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
2° 100 points de base, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
3° 100 points de base, pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois ;
4° 200 points de base, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois.
Le remboursement du capital est effectué mensuellement, en tranches égales, après une période d'exemption de 24 mois.
Le remboursement de l'intérêt est effectué mensuellement, sans période d'exemption.
PMV peut arrêter des conditions supplémentaires dans le contrat de prêt.
PMV peut accorder des délais de remboursement adaptés aux entreprises.
Dans les alinéas 1er et 2, on entend par :
1° petite et moyenne entreprise : l'entreprise visée à l'article 3, 2° et 3°, du décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
2° grande entreprise : l'entreprise visée à l'article 3, 4°, du décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique. ".
Art.10. Aan artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 en van 7 oktober 2022, wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt:
"Als uit een controle blijkt dat de onderneming een steunaanvraag heeft ingediend, na de datum van inwerkingtreding van dit lid, op basis van onjuiste verklaringen of foutieve informatie en die niet spontaan heeft gecorrigeerd, komt die onderneming gedurende een periode van vijf jaar, vanaf het moment van de kennisgeving van de voormelde vaststelling, niet in aanmerking voor steun, als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 16 maart 2012, artikel 4, eerste en vijfde lid, van het decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning van een hinderpremie aan kleine ondernemingen die ernstige hinder ondervinden van openbare werken in het Vlaamse Gewest, en artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002."
"Als uit een controle blijkt dat de onderneming een steunaanvraag heeft ingediend, na de datum van inwerkingtreding van dit lid, op basis van onjuiste verklaringen of foutieve informatie en die niet spontaan heeft gecorrigeerd, komt die onderneming gedurende een periode van vijf jaar, vanaf het moment van de kennisgeving van de voormelde vaststelling, niet in aanmerking voor steun, als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 16 maart 2012, artikel 4, eerste en vijfde lid, van het decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning van een hinderpremie aan kleine ondernemingen die ernstige hinder ondervinden van openbare werken in het Vlaamse Gewest, en artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002."
Art.10. L'article 14 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 juillet 2022 et 7 octobre 2022, est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
" S'il ressort d'un contrôle que l'entreprise a introduit une demande d'aide, après la date d'entrée en vigueur du présent alinéa, sur la base de déclarations inexactes ou d'informations erronées et qu'elle n'a pas corrigé spontanément, cette entreprise n'est pas admissible, pendant une période de cinq ans à compter de la date de notification du constat précité, au bénéfice de l'aide telle que visée à l'article 3, 5°, du décret du 16 mars 2012, à l'article 4, alinéas 1er et 5, du décret du 15 juillet 2016 portant octroi d'une prime de nuisances aux petites entreprises sérieusement incommodées par des travaux publics en Région flamande, et à l'article 41ter, § 2, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002. "
" S'il ressort d'un contrôle que l'entreprise a introduit une demande d'aide, après la date d'entrée en vigueur du présent alinéa, sur la base de déclarations inexactes ou d'informations erronées et qu'elle n'a pas corrigé spontanément, cette entreprise n'est pas admissible, pendant une période de cinq ans à compter de la date de notification du constat précité, au bénéfice de l'aide telle que visée à l'article 3, 5°, du décret du 16 mars 2012, à l'article 4, alinéas 1er et 5, du décret du 15 juillet 2016 portant octroi d'une prime de nuisances aux petites entreprises sérieusement incommodées par des travaux publics en Région flamande, et à l'article 41ter, § 2, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002. "
Art.11. Dit besluit treedt in werking op 3 januari 2023.
Art.11. Le présent arrêté entre en vigueur le 3 janvier 2023.
Art. 12. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le ministre flamand ayant l'économie dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.