Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
5 MEI 2022. - Wet betreffende diergeneesmiddelen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-05-2022 en tekstbijwerking tot 21-06-2024)
Titre
5 MAI 2022. - Loi sur les médicaments vétérinaires(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-05-2022 et mise à jour au 21-06-2024)
Documentinformatie
Numac: 2022041002
Datum: 2022-05-05
Info du document
Numac: 2022041002
Date: 2022-05-05
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Doel, toepassingsgebied, definit...
Afdeling 1. - Doel en toepassingsgebied
Afdeling 2. - Definities
Afdeling 3. - Bevoegde autoriteit
HOOFDSTUK 2. - Klinische proeven met diergenees...
HOOFDSTUK 3. - Vergunning voor het in de handel...
Afdeling 1. - Vergunning voor het in de handel ...
Afdeling 2. - Talen
Afdeling 3. - Etikettering en bijsluiter
HOOFDSTUK 4. - Procedure voor een vergunning vo...
Afdeling 1. - Nationale procedure
Afdeling 2. - Beslissing tot verlening van een ...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van vergunningen voo...
HOOFDSTUK 6. - Maatregelen na de verlening van ...
Afdeling 1. - Verzameling van gegevens inzake a...
Afdeling 2. - Adviesverlening aan kleine en mid...
HOOFDSTUK 7. - Diergeneesmiddelenbewaking
HOOFDSTUK 8. - Vervaardiging, invoer, uitvoer e...
Afdeling 1. - Vergunning voor de vervaardiging
Afdeling 2. - Gekwalificeerde persoon
HOOFDSTUK 9. - Groothandel en kleinhandel in di...
Afdeling 1. - Groothandel in diergeneesmiddelen
Afdeling 2. - Parallelhandel in diergeneesmiddelen
Afdeling 3. - Kleinhandel in diergeneesmiddelen
Afdeling 4. - Kleinhandel op afstand in diergen...
Afdeling 5. - Diergeneeskundig voorschrift
HOOFDSTUK 10. - Gebruik van diergeneesmiddelen
HOOFDSTUK 11. - Reclame
HOOFDSTUK 12. - Beperkingen
HOOFDSTUK 13. - Betreffende de stoffen, bedoeld...
HOOFDSTUK 14. - Inspecties, controles en sancties
Afdeling 1. - Inspecties en controles
Afdeling 2. - Sancties
Afdeling 3. - Schikkingen
Afdeling 4. [1 - Gegevensverwerking]1
HOOFDSTUK 15. - Wijzigings-, opheffings- en ove...
Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 25 maart...
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 21 decem...
Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 4 februa...
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 20 juli ...
Afdeling 5. - Overgangsbepaling
HOOFDSTUK 16. - Inwerkingtreding
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Objet, champ d'application, déf...
Section 1re. - Objet et champ d'application
Section 2. - Définitions
Section 3. - Autorité compétente
CHAPITRE 2. - Essais cliniques avec des médicam...
CHAPITRE 3. - Autorisation de mise sur le march...
Section 1re. . - Autorisation de mise sur le ma...
Section 2. - Langues
Section 3. - Etiquetage et notice
CHAPITRE 4. - Procédure d'autorisation de mise ...
Section 1re. - Procédure nationale
Section 2. - Décision d'octroi d'une AMM dans l...
CHAPITRE 5. - Modifications des autorisations d...
CHAPITRE 6. - Mesures postérieures à l'octroi d...
Section 1re. - Collecte des données relatives a...
Section 2. - Services de conseil aux petites et...
CHAPITRE 7. - Pharmacovigilance
CHAPITRE 8. - Fabrication, importation, exporta...
Section 1re. - Autorisation de fabrication
Section 2. - Personne qualifiée
CHAPITRE 9. - Distribution en gros et vente au ...
Section 1re. - Distribution en gros de médicame...
Section 2. - Commerce parallèle de médicaments ...
Section 3. - Vente au détail des médicaments vé...
Section 4. - Vente de médicaments vétérinaires ...
Section 5. - Ordonnance vétérinaire
CHAPITRE 10. - Utilisation des médicaments vété...
CHAPITRE 11. - Publicité
CHAPITRE 12. - Mesures de restriction
CHAPITRE 13. - Des substances visées à l'articl...
CHAPITRE 14. - Inspections, contrôles et sanctions
Section 1re. - Inspections et contrôles
Section 2. - Sanctions
Section 3. - Transactions
Section 4. [1 - Traitement de données]1
CHAPITRE 15. - Dispositions modificatives, abro...
Section 1re. . - Modification de la loi du 25 m...
Section 2. - Modification de la loi du 21 décem...
Section 3. - Modification de la loi du 4 févrie...
Section 4. - Modification de la loi du 20 juill...
Section 5. - Disposition de transition
CHAPITRE 16. - Entrée en vigueur
Tekst (159)
Texte (159)
HOOFDSTUK 1. - Doel, toepassingsgebied, definities en bevoegde autoriteit
CHAPITRE 1er. - Objet, champ d'application, définitions et autorité compétente
Afdeling 1. - Doel en toepassingsgebied
Section 1re. - Objet et champ d'application
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art.2. Deze wet vervolledigt en bepaalt de uitvoeringsbepalingen van de Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van richtlijn 2001/82/EG.
Art.2. La présente loi complète et établit les modalités d'application du Règlement (UE) 2019/6 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 relatif aux médicaments vétérinaires et abrogeant la directive 2001/82/CE.
Art.3. Deze wet is van toepassing op diergeneesmiddelen, zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van richtlijn 2001/82/EG.
Art.3. La présente loi s'applique aux médicaments vétérinaires, tels que visés à l'article 2, paragraphe 1 du Règlement (UE) 2019/6 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 relatif aux médicaments vétérinaires et abrogeant la directive 2001/82/CE.
Afdeling 2. - Definities
Section 2. - Définitions
Art.4. Naast de definities bedoeld in Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van richtlijn 2001/82/EG, wordt voor de toepassing van de Verordening 2019/6, deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten verstaan onder:
1° "Verordening 2019/6": de Verordening (EU) nr. 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van richtlijn 2001/82/EG;
2° "minister": de minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft;
3° "FAGG": het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, zoals opgericht bij de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten;
4° "EMA": Europees geneesmiddelenagentschap ("European Medicines Agency"), opgericht bij Verordening (EC) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau;
5° "VHB": een vergunning voor het in de handel brengen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, van de Verordening 2019/6;
6° "Persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek": de apotheker, bedoeld in artikel 6, § 1, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, die werkzaam is in een voor het publiek toegankelijke apotheek;
7° "Dierenarts": de persoon bedoeld in artikel 1, 1°, en artikel 4 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde;
8° "Persoon gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken van dieren": een dierenarts die, overeenkomstig artikel 9 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde, geneesmiddelen verschaft aan de verantwoordelijken van dieren;
9° "Verantwoordelijke voor de dieren": de eigenaar of de houder die gewoonlijk over dieren een onmiddellijk beheer en toezicht uitoefent, zoals bedoeld in artikel 1, 3°, van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde;
10° "Farmacopee": een verzameling normatieve teksten over substanties voor farmaceutisch gebruik die gebruikt worden als actieve substanties of als excipiëntia voor de bereiding van geneesmiddelen, alsook over hun farmaceutische vormen en desbetreffende analysemethoden;
11° "Kleinhandelaar": de persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek of een persoon gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken van de dieren.
1° "Verordening 2019/6": de Verordening (EU) nr. 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van richtlijn 2001/82/EG;
2° "minister": de minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft;
3° "FAGG": het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, zoals opgericht bij de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten;
4° "EMA": Europees geneesmiddelenagentschap ("European Medicines Agency"), opgericht bij Verordening (EC) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau;
5° "VHB": een vergunning voor het in de handel brengen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, van de Verordening 2019/6;
6° "Persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek": de apotheker, bedoeld in artikel 6, § 1, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, die werkzaam is in een voor het publiek toegankelijke apotheek;
7° "Dierenarts": de persoon bedoeld in artikel 1, 1°, en artikel 4 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde;
8° "Persoon gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken van dieren": een dierenarts die, overeenkomstig artikel 9 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde, geneesmiddelen verschaft aan de verantwoordelijken van dieren;
9° "Verantwoordelijke voor de dieren": de eigenaar of de houder die gewoonlijk over dieren een onmiddellijk beheer en toezicht uitoefent, zoals bedoeld in artikel 1, 3°, van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde;
10° "Farmacopee": een verzameling normatieve teksten over substanties voor farmaceutisch gebruik die gebruikt worden als actieve substanties of als excipiëntia voor de bereiding van geneesmiddelen, alsook over hun farmaceutische vormen en desbetreffende analysemethoden;
11° "Kleinhandelaar": de persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek of een persoon gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken van de dieren.
Art.4. Outre les définitions données par le Règlement (UE) 2019/6 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 relatif aux médicaments vétérinaires et abrogeant la directive 2001/82/CE, pour l'application du Règlement 2019/6, de la présente loi et de leurs arrêtés d'exécution, on entend par:
1° "Règlement 2019/6": le Règlement (UE) 2019/6 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 relatif aux médicaments vétérinaires et abrogeant la directive 2001/82/CE;
2° "ministre": le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;
3° "AFMPS": l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé, telle qu'instituée par la loi du 20 juillet 2006 relative à la création et au fonctionnement de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé;
4° "EMA": l'Agence européenne des médicaments ("European Medicines Agency"), instituée par le Règlement (CE) N° 726/2004 du Parlement européen et du Conseil du 31 mars 2004 établissant des procédures communautaires pour l'autorisation et la surveillance en ce qui concerne les médicaments à usage humain et à usage vétérinaire et instituant une Agence européenne des médicaments;
5° "AMM": une autorisation de mise sur le marché, telle que visée à l'article 5, paragraphe 1er du Règlement 2019/6;
6° "Personne habilitée à délivrer des médicaments au public": le pharmacien visé à l'article 6, § 1er de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé, exerçant dans une officine pharmaceutique ouverte au public;
7° "Médecin vétérinaire": la personne visée à l'article 1, 1° et à l'article 4 de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire;
8° "Personne autorisée à fournir des médicaments aux responsables des animaux": un médecin vétérinaire qui fournit des médicaments aux responsables des animaux conformément à l'article 9 de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire;
9° "Responsable des animaux": le propriétaire ou le détenteur qui exerce une gestion et une surveillance habituelle et directe sur les animaux, tel que visé à l'article 1, 3°, de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire;
10° "Pharmacopée": un ensemble de textes normatifs portant sur les substances à usage pharmaceutique utilisées comme substances actives ou excipients pour la préparation de médicaments, ainsi que sur leurs formes pharmaceutiques et sur les méthodes d'analyse y afférentes;
11° "Détaillant": une personne habilitée à délivrer des médicaments au public ou une personne autorisée à fournir des médicaments aux responsables des animaux.
1° "Règlement 2019/6": le Règlement (UE) 2019/6 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 relatif aux médicaments vétérinaires et abrogeant la directive 2001/82/CE;
2° "ministre": le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;
3° "AFMPS": l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé, telle qu'instituée par la loi du 20 juillet 2006 relative à la création et au fonctionnement de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé;
4° "EMA": l'Agence européenne des médicaments ("European Medicines Agency"), instituée par le Règlement (CE) N° 726/2004 du Parlement européen et du Conseil du 31 mars 2004 établissant des procédures communautaires pour l'autorisation et la surveillance en ce qui concerne les médicaments à usage humain et à usage vétérinaire et instituant une Agence européenne des médicaments;
5° "AMM": une autorisation de mise sur le marché, telle que visée à l'article 5, paragraphe 1er du Règlement 2019/6;
6° "Personne habilitée à délivrer des médicaments au public": le pharmacien visé à l'article 6, § 1er de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé, exerçant dans une officine pharmaceutique ouverte au public;
7° "Médecin vétérinaire": la personne visée à l'article 1, 1° et à l'article 4 de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire;
8° "Personne autorisée à fournir des médicaments aux responsables des animaux": un médecin vétérinaire qui fournit des médicaments aux responsables des animaux conformément à l'article 9 de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire;
9° "Responsable des animaux": le propriétaire ou le détenteur qui exerce une gestion et une surveillance habituelle et directe sur les animaux, tel que visé à l'article 1, 3°, de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire;
10° "Pharmacopée": un ensemble de textes normatifs portant sur les substances à usage pharmaceutique utilisées comme substances actives ou excipients pour la préparation de médicaments, ainsi que sur leurs formes pharmaceutiques et sur les méthodes d'analyse y afférentes;
11° "Détaillant": une personne habilitée à délivrer des médicaments au public ou une personne autorisée à fournir des médicaments aux responsables des animaux.
Afdeling 3. - Bevoegde autoriteit
Section 3. - Autorité compétente
Art.5. Het FAGG wordt aangeduid als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 137, lid 1, van Verordening 2019/6.
Art.5. L'AFMPS est désignée comme l'autorité compétente au sens de l'article 137, paragraphe 1er du Règlement 2019/6.
Art.6. Het FAGG wordt vertegenwoordigd door de administrateur-generaal.
De Administrateur-generaal kan zijn bevoegdheden uit hoofde van deze wet delegeren aan andere personeelsleden van het FAGG, waarbij hij de grenzen van de aan hen gedelegeerde bevoegdheden aangeeft.
De Administrateur-generaal kan zijn bevoegdheden uit hoofde van deze wet delegeren aan andere personeelsleden van het FAGG, waarbij hij de grenzen van de aan hen gedelegeerde bevoegdheden aangeeft.
Art.6. L'AFMPS est représentée par son Administrateur général.
L'Administrateur général peut déléguer ses compétences en application de la présente loi à d'autres membres du personnel de l'AFMPS, tout en indiquant la limite des compétences qui leur sont déléguées.
L'Administrateur général peut déléguer ses compétences en application de la présente loi à d'autres membres du personnel de l'AFMPS, tout en indiquant la limite des compétences qui leur sont déléguées.
HOOFDSTUK 2. - Klinische proeven met diergeneesmiddelen
CHAPITRE 2. - Essais cliniques avec des médicaments vétérinaires
Art.7. Overeenkomstig artikel 9 van Verordening 2019/6, is elke klinische proef met één of meerdere diergeneesmiddelen die op het Belgisch grondgebied wordt uitgevoerd, alsook elke wijziging of verlenging van een reeds goedgekeurde klinische proef, het voorwerp van een door het FAGG verleende goedkeuring.
De goedkeuring van een klinische proef, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt voor een periode van maximaal één jaar verleend. Op gemotiveerd verzoek van de houder van de goedkeuring van een klinische proef, kan deze goedkeuring worden verlengd voor periodes van telkens maximaal één jaar.
De Koning bepaalt de inhoud van en de procedures voor de aanvraag tot goedkeuring, wijziging of verlenging van een klinische proef, bedoeld in het eerste lid. Hij bepaalt ook de procedures voor de goedkeuring, wijziging, of verlenging van een klinische proef.
De Koning kan voorwaarden en procedures met betrekking tot het einde van een klinische proef bepalen.
De goedkeuring van een klinische proef, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt voor een periode van maximaal één jaar verleend. Op gemotiveerd verzoek van de houder van de goedkeuring van een klinische proef, kan deze goedkeuring worden verlengd voor periodes van telkens maximaal één jaar.
De Koning bepaalt de inhoud van en de procedures voor de aanvraag tot goedkeuring, wijziging of verlenging van een klinische proef, bedoeld in het eerste lid. Hij bepaalt ook de procedures voor de goedkeuring, wijziging, of verlenging van een klinische proef.
De Koning kan voorwaarden en procedures met betrekking tot het einde van een klinische proef bepalen.
Art.7. Conformément à l'article 9 du Règlement 2019/6, tout essai clinique avec un ou plusieurs médicaments vétérinaires qui est effectué sur le territoire belge, ainsi que toute modification ou prolongation d'un essai clinique déjà approuvé, est soumis à un approbation octroyée par l'AFMPS.
L'approbation d'un essai clinique visé à l'alinéa 1er, est octroyée pour une période de maximum un an. Sur demande motivée du titulaire de l'approbation d'un essai clinique, cette approbation peut être prolongée pour des périodes de maximum un an chacune.
Le Roi détermine le contenu et les procédures de la demande d'approbation, de modification ou de prolongation d'un essai clinique visé à l'alinéa 1er. Il détermine également les procédures d'approbation, de modification ou d'extension d'un essai clinique.
Le Roi peut déterminer des conditions et des procédures concernant la fin d'un essai clinique.
L'approbation d'un essai clinique visé à l'alinéa 1er, est octroyée pour une période de maximum un an. Sur demande motivée du titulaire de l'approbation d'un essai clinique, cette approbation peut être prolongée pour des périodes de maximum un an chacune.
Le Roi détermine le contenu et les procédures de la demande d'approbation, de modification ou de prolongation d'un essai clinique visé à l'alinéa 1er. Il détermine également les procédures d'approbation, de modification ou d'extension d'un essai clinique.
Le Roi peut déterminer des conditions et des procédures concernant la fin d'un essai clinique.
Art.8. Indien de voorwaarden en regels bedoeld in artikel 9 van Verordening 2019/6, in het bijzonder de leden 2 en 4, artikel 7 of de voorwaarden waaronder de goedkeuring is verleend, niet meer zijn vervuld, kan het FAGG de goedkeuring van de klinische proef opschorten of intrekken.
De Koning kan procedures voor de schorsing en intrekking van de goedkeuring van een klinische proef bepalen.
De Koning kan procedures voor de schorsing en intrekking van de goedkeuring van een klinische proef bepalen.
Art.8. Si les conditions et les règles visées à l'article 9 du Règlement 2019/6, en particulier les paragraphes 2 et 4, l'article 7 ou les conditions dans lesquelles l'approbation a été accordée ne sont plus remplies, l'AFMPS peut suspendre ou retirer l'approbation de l'essai clinique.
Le Roi peut fixer des procédures de suspension et de retrait de l'approbation d'un essai clinique.
Le Roi peut fixer des procédures de suspension et de retrait de l'approbation d'un essai clinique.
HOOFDSTUK 3. - Vergunning voor het in de handel brengen - algemene bepalingen
CHAPITRE 3. - Autorisation de mise sur le marché - dispositions générales
Afdeling 1. - Vergunning voor het in de handel brengen
Section 1re. . - Autorisation de mise sur le marché
Art.9. Overeenkomstig artikel 5, lid 6, van Verordening 2019/6, is een VHB niet vereist voor diergeneesmiddelen die bestemd zijn voor dieren die uitsluitend als gezelschapsdieren worden gehouden (aquarium- of vijverdieren, siervissen, kooivogels, postduiven, terrariumdieren, kleine knaagdieren, fretten en konijnen), op voorwaarde dat deze diergeneesmiddelen niet onderworpen zijn aan een voorschrift en dat deze niet voor andere dieren worden gebruikt.
De diergeneesmiddelen, bedoeld in het eerste lid, worden niet voor andere dieren, dan deze bedoeld in artikel 5, lid 6 van Verordening 2019/6, voorgeschreven, verschaft, afgeleverd of aan voormelde dieren toegediend.
De Koning kan voorwaarden die de in artikel 5, lid 6 van Verordening 2019/6 bepaalde voorwaarde concretiseren en die tot doel hebben ongeoorloofd gebruik van betrokken diergeneesmiddelen voor andere dieren te voorkomen, bepalen. Hij kan eveneens procedures en nadere regels voor het in de handel brengen van de in het eerste lid bedoelde diergeneesmiddelen, bepalen.
Diergeneesmiddelen die uitsluitend bestemd zijn voor de in het eerste lid opgesomde dieren en die een werkzame stof bevatten, die vermeld is op een de door Koning vastgestelde lijst, komen in aanmerking voor de in het eerste lid bedoelde vrijstelling.
De diergeneesmiddelen, bedoeld in het eerste lid, worden niet voor andere dieren, dan deze bedoeld in artikel 5, lid 6 van Verordening 2019/6, voorgeschreven, verschaft, afgeleverd of aan voormelde dieren toegediend.
De Koning kan voorwaarden die de in artikel 5, lid 6 van Verordening 2019/6 bepaalde voorwaarde concretiseren en die tot doel hebben ongeoorloofd gebruik van betrokken diergeneesmiddelen voor andere dieren te voorkomen, bepalen. Hij kan eveneens procedures en nadere regels voor het in de handel brengen van de in het eerste lid bedoelde diergeneesmiddelen, bepalen.
Diergeneesmiddelen die uitsluitend bestemd zijn voor de in het eerste lid opgesomde dieren en die een werkzame stof bevatten, die vermeld is op een de door Koning vastgestelde lijst, komen in aanmerking voor de in het eerste lid bedoelde vrijstelling.
Art.9. En application de l'article 5, paragraphe 6 du Règlement 2019/6, une AMM n'est pas exigée pour les médicaments vétérinaires destinés aux animaux qui sont exclusivement des animaux de compagnie (animaux d'aquarium ou de bassin, poissons d'ornement, oiseaux d'appartement, pigeons voyageurs, animaux de terrarium, petits rongeurs, furets et lapins), à condition que ces médicaments vétérinaires ne soient pas soumis à une ordonnance et qu'ils ne soient pas utilisés pour d'autres animaux.
Les médicaments vétérinaires visés à l'alinéa 1er ne peuvent pas être prescrits, fournis, délivrés, ou administrés à des animaux autres que ceux visés à l'article 5, paragraphe 6, du Règlement 2019/6.
Le Roi peut fixer des conditions qui concrétisent la condition prévue à l'article 5, paragraphe 6, du Règlement 2019/6 et qui sont destinées à empêcher l'utilisation non autorisée des médicaments concernés pour d'autres animaux. Il peut également fixer des procédures et des mesures supplémentaires pour la commercialisation des médicaments vétérinaires visés à l'alinéa 1er.
Les médicaments vétérinaires qui sont exclusivement destinés aux animaux énumérés au alinéa 1er et qui contiennent une substance active mentionnée sur une liste établie par le Roi bénéficient de l'exemption visée au alinéa 1er.
Les médicaments vétérinaires visés à l'alinéa 1er ne peuvent pas être prescrits, fournis, délivrés, ou administrés à des animaux autres que ceux visés à l'article 5, paragraphe 6, du Règlement 2019/6.
Le Roi peut fixer des conditions qui concrétisent la condition prévue à l'article 5, paragraphe 6, du Règlement 2019/6 et qui sont destinées à empêcher l'utilisation non autorisée des médicaments concernés pour d'autres animaux. Il peut également fixer des procédures et des mesures supplémentaires pour la commercialisation des médicaments vétérinaires visés à l'alinéa 1er.
Les médicaments vétérinaires qui sont exclusivement destinés aux animaux énumérés au alinéa 1er et qui contiennent une substance active mentionnée sur une liste établie par le Roi bénéficient de l'exemption visée au alinéa 1er.
Art.10. Overeenkomstig artikel 29 van Verordening 2019/6, duidt het FAGG een laboratorium aan dat belast is met de geneesmiddelencontrole.
Art.10. En application de l'article 29 du Règlement 2019/6, l'AFMPS désigne un laboratoire en charge du contrôle des médicaments.
Afdeling 2. - Talen
Section 2. - Langues
Art.11. Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening 2019/6, zijn de samenvatting van de productkenmerken opgesteld overeenkomstig artikel 35 van Verordening 2019/6, alsook de etikettering van de primaire verpakking, van de buitenverpakking en de bijsluiter, opgesteld overeenkomstig de artikelen 10 tot 16 van Verordening 2019/6, in de drie nationale talen opgesteld.
Ingeval een diergeneesmiddel bestemd is om alleen door een dierenarts te worden toegediend of ingeval van ernstige problemen van beschikbaarheid van het diergeneesmiddel, kan het FAGG volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, verlenen.
De Koning kan regels aangaande de procedure voor het verkrijgen van een gehele of gedeeltelijke vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, bepalen.
Ingeval een diergeneesmiddel bestemd is om alleen door een dierenarts te worden toegediend of ingeval van ernstige problemen van beschikbaarheid van het diergeneesmiddel, kan het FAGG volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, verlenen.
De Koning kan regels aangaande de procedure voor het verkrijgen van een gehele of gedeeltelijke vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, bepalen.
Art.11. En application de l'article 7, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, le résumé des caractéristiques du produit établi conformément à l'article 35 du Règlement 2019/6 ainsi que l'étiquetage du conditionnement primaire, de l'emballage extérieur et la notice d'un médicament vétérinaire qui sont établis conformément aux articles 10 à 16 du Règlement 2019/6, sont rédigés dans les trois langues nationales.
Cependant, lorsqu'un médicament vétérinaire est destiné à être administré uniquement par un médecin vétérinaire ou en cas de problème grave de disponibilité, l'AFMPS peut accorder une dérogation, totale ou partielle, à l'obligation visée à l'alinéa 1er.
Le Roi peut déterminer des règles relatives à la procédure d'obtention d'une dérogation, totale ou partielle, à l'obligation visée à l'alinéa 2.
Cependant, lorsqu'un médicament vétérinaire est destiné à être administré uniquement par un médecin vétérinaire ou en cas de problème grave de disponibilité, l'AFMPS peut accorder une dérogation, totale ou partielle, à l'obligation visée à l'alinéa 1er.
Le Roi peut déterminer des règles relatives à la procédure d'obtention d'une dérogation, totale ou partielle, à l'obligation visée à l'alinéa 2.
Afdeling 3. - Etikettering en bijsluiter
Section 3. - Etiquetage et notice
Art.12. Overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening 2019/6, bevat de primaire verpakking van een diergeneesmiddel een identificatiecode.
De Koning kan regels tot uitvoering van de uitvoeringshandelingen van de Commissie, zoals bedoeld in artikel 17, lid 1 van Verordening 2019/6, bepalen.
De Koning kan regels tot uitvoering van de uitvoeringshandelingen van de Commissie, zoals bedoeld in artikel 17, lid 1 van Verordening 2019/6, bepalen.
Art.12. En application de l'article 10, paragraphe 3 du Règlement 2019/6, le conditionnement primaire d'un médicament vétérinaire comporte un code d'identification.
Le Roi peut fixer des règles d'application des actes d'exécution de la Commission visés à l'article 17, paragraphe 1, du Règlement 2019/6.
Le Roi peut fixer des règles d'application des actes d'exécution de la Commission visés à l'article 17, paragraphe 1, du Règlement 2019/6.
Art.13. Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening 2019/6, bevat de buitenverpakking van een diergeneesmiddel een identificatiecode.
De Koning kan regels tot uitvoering van de uitvoeringshandelingen van de Commissie, zoals bedoeld in artikel 17, lid 1 van Verordening 2019/6, bepalen.
De Koning kan regels tot uitvoering van de uitvoeringshandelingen van de Commissie, zoals bedoeld in artikel 17, lid 1 van Verordening 2019/6, bepalen.
Art.13. En application de l'article 11, paragraphe 2 du Règlement 2019/6, l'emballage extérieur d'un médicament vétérinaire comporte un code d'identification.
Le Roi peut fixer des règles d'application des actes d'exécution de la Commission visés à l'article 17, paragraphe 1, du Règlement 2019/6.
Le Roi peut fixer des règles d'application des actes d'exécution de la Commission visés à l'article 17, paragraphe 1, du Règlement 2019/6.
Art.14. Overeenkomstig artikel 13 van Verordening 2019/6, kan het FAGG, op verzoek van de aanvrager, toestaan dat deze op de primaire verpakking of de buitenverpakking van een diergeneesmiddel nuttige aanvullende gegevens vermeldt die verenigbaar zijn met de samenvatting van de productkenmerken en die geen reclame voor een diergeneesmiddel zijn.
Art.14. En application de l'article 13 du Règlement 2019/6, l'AFMPS peut, à la demande du demandeur, autoriser celui-ci à faire figurer sur le conditionnement primaire ou sur l'emballage extérieur d'un médicament vétérinaire, des informations supplémentaires utiles qui soient compatibles avec le résumé des caractéristiques et qui ne soient pas une publicité pour un médicament vétérinaire.
Art.15. Overeenkomstig artikel 14, lid 3, van Verordening 2019/6, is het verplicht een bijsluiter in papieren vorm op te nemen in de verpakking van elk diergeneesmiddel dat in de handel is, tenzij alle vereiste informatie overeenkomstig artikel 14, lid 1 en lid 2 van Verordening 2019/6, reeds op de buitenverpakking of op de primaire verpakking staan.
Naast de bijsluiter in papieren vorm, kan de bijsluiter ook in elektronische vorm beschikbaar worden gemaakt.
Naast de bijsluiter in papieren vorm, kan de bijsluiter ook in elektronische vorm beschikbaar worden gemaakt.
Art.15. En application de l'article 14, paragraphe 3 du Règlement 2019/6, l'inclusion d'une notice sous format papier dans l'emballage de tout médicament vétérinaire qui est sur le marché est obligatoire, sauf si toutes les informations requises conformément à l'article 14, paragraphe 1er et paragraphe 2 du Règlement 2019/6 figurent sur l'emballage extérieur ou sur le conditionnement primaire.
En complément de la notice sous format papier, la notice peut également être mise à disposition sous format électronique.
En complément de la notice sous format papier, la notice peut également être mise à disposition sous format électronique.
HOOFDSTUK 4. - Procedure voor een vergunning voor het in de handel brengen
CHAPITRE 4. - Procédure d'autorisation de mise sur le marché
Afdeling 1. - Nationale procedure
Section 1re. - Procédure nationale
Art.16. Overeenkomstig artikel 46, lid 1, van Verordening 2019/6, kan de aanvrager na de ontvangst van het beoordelingsrapport, bedoeld in artikel 47, lid 2, van Verordening 2019/6, een schriftelijk verzoek tot heroverweging van dit beoordelingsrapport bij het FAGG indienen.
De Koning bepaalt hiertoe nadere procedureregels.
De Koning bepaalt hiertoe nadere procedureregels.
Art.16. En application de l'article 46, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, après réception du rapport d'évaluation visé à l'article 47, paragraphe 2 du Règlement 2019/6, le demandeur peut introduire auprès de l'AFMPS une requête écrite de réexamen de ce rapport d'évaluation.
Le Roi détermine des règles de procédure supplémentaires à cette fin.
Le Roi détermine des règles de procédure supplémentaires à cette fin.
Art.17. Overeenkomstig artikel 46, lid 1 van Verordening 2019/6 en onverminderd artikel 47 van Verordening 2019/6, kan de Koning regels voor de procedure voor het verkrijgen van een nationale VHB bepalen.
Art.17. Conformément l'article 46, paragraphe 1er du Règlement 2019/6 et sans préjudice de l'article 47 du Règlement 2019/6, le Roi peut fixer des règles concernant la procédure d'obtention d'une AMM nationale.
Afdeling 2. - Beslissing tot verlening van een VHB in het kader van de nationale procedure, de gedecentraliseerde procedure, de procedure tot wederzijdse erkenning of procedure voor vervolgerkenning
Section 2. - Décision d'octroi d'une AMM dans le cadre de la procédure nationale, de la procédure décentralisée, de la procédure de reconnaissance mutuelle ou de reconnaissance ultérieure
Art.18. Het FAGG bezorgt de aanvrager de beslissing tot verlening van een VHB, genomen in toepassing van een procedure bedoeld in artikel 6, lid 1 van Verordening 2019/6, in elektronische vorm of in papieren vorm.
Art.18. L'AMPS délivre au demandeur la décision d'octroi d'AMM prise en application d'une procédure visée à l'article 6, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, sous format électronique, ou sous format papier.
Art.19. Het FAGG publiceert op zijn website de beslissingen tot verlening van een VHB die het heeft verleend overeenkomstig artikel 18 van deze wet.
Art.19. L'AFMPS publie sur son site internet les décisions d'octroi d'une AMM qu'elle a délivrées conformément à l'article 18 de la présente loi.
Art.20. Enkel de beslissingen tot verlening van een VHB die, overeenkomstig artikel 19, in elektronische vorm op de website van het FAGG zijn gepubliceerd, zijn rechtsgeldig.
Alle latere wijzigingen van de in lid 1 bedoelde beslissingen, overeenkomstig artikel 61, lid 2 of artikel 67, lid 1 van Verordening 2019/6, maken integraal deel uit van deze beslissingen.
Alle latere wijzigingen van de in lid 1 bedoelde beslissingen, overeenkomstig artikel 61, lid 2 of artikel 67, lid 1 van Verordening 2019/6, maken integraal deel uit van deze beslissingen.
Art.20. Seules font foi les décisions d'octroi d'une AMM sous format électronique qui sont publiées sur le site internet de l'AFMPS conformément à l'article 19.
Toutes les modifications apportées ultérieurement aux décisions visées à l'alinéa 1er, conformément à l'article 61, paragraphe 2 ou à l'article 67, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, font partie intégrante de ces décisions.
Toutes les modifications apportées ultérieurement aux décisions visées à l'alinéa 1er, conformément à l'article 61, paragraphe 2 ou à l'article 67, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, font partie intégrante de ces décisions.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van vergunningen voor het in de handel brengen
CHAPITRE 5. - Modifications des autorisations de mise sur le marché
Art.21. Het FAGG bezorgt de VHB-houder de beslissing tot wijziging van de VHB, bedoeld in artikel 67, lid 3 van Verordening 2019/6, in elektronische vorm of in papieren vorm.
Art.21. L'AFMPS délivre au titulaire d'AMM la décision de modification de l'AMM, tel que visé à l'article 67, paragraphe 3 du Règlement 2019/6 sous forme électronique ou sous format papier.
Art.22. Het FAGG publiceert op zijn website de beslissingen tot wijziging van een VHB, bedoeld in artikel 67 van Verordening 2019/6.
Art.22. L'AFMPS publie sur son site internet les décisions de modification d'une AMM, visées à l'article 67 du Règlement 2019/6.
HOOFDSTUK 6. - Maatregelen na de verlening van een vergunning voor het in de handel brengen
CHAPITRE 6. - Mesures postérieures à l'octroi d'une autorisation de mise sur le marché
Afdeling 1. - Verzameling van gegevens inzake antimicrobiële geneesmiddelen
Section 1re. - Collecte des données relatives aux médicaments antimicrobiens utilisés
Art.23. Overeenkomstig artikel 57, lid 1 van Verordening 2019/6, verzamelt het FAGG relevante en vergelijkbare gegevens inzake het verkoopvolume en het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen die bij dieren worden gebruikt op het Belgisch grondgebied.
Overeenkomstig artikel 57, lid 2 van Verordening 2019/6, deelt het FAGG de verzamelde gegevens over de verkoopvolumes en het gebruik, per diersoort en per categorie van de antimicrobiële geneesmiddelen die bij dieren worden gebruikt, mee aan het EMA.
De Koning kan nadere regels met het oog op de uitvoering van artikel 57, lid 5 van Verordening 2019/6 en van de gedelegeerde handelingen van de Commissie, zoals bedoeld in artikel 57, lid 3 van Verordening 2019/6, bepalen.
Overeenkomstig artikel 57, lid 2 van Verordening 2019/6, deelt het FAGG de verzamelde gegevens over de verkoopvolumes en het gebruik, per diersoort en per categorie van de antimicrobiële geneesmiddelen die bij dieren worden gebruikt, mee aan het EMA.
De Koning kan nadere regels met het oog op de uitvoering van artikel 57, lid 5 van Verordening 2019/6 en van de gedelegeerde handelingen van de Commissie, zoals bedoeld in artikel 57, lid 3 van Verordening 2019/6, bepalen.
Art.23. En application de l'article 57, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, l'AFMPS recueille des données pertinentes et comparables sur le volume de vente et sur l'utilisation des médicaments antimicrobiens utilisés chez l'animal, sur le territoire belge.
En application de l'article 57, paragraphe 2 du Règlement 2019/6, l'AFMPS communique à l'EMA les données collectées relatives au volume des ventes et à l'utilisation, par espèce animale et par catégorie de médicaments antimicrobiens utilisés chez l'animal.
Le Roi peut fixer des règles supplémentaires pour l'application de l'article 57, paragraphe 5 du Règlement 2019/6 et des actes délégués de la Commission visés à l'article 57, paragraphe 3 du Règlement 2019/6.
En application de l'article 57, paragraphe 2 du Règlement 2019/6, l'AFMPS communique à l'EMA les données collectées relatives au volume des ventes et à l'utilisation, par espèce animale et par catégorie de médicaments antimicrobiens utilisés chez l'animal.
Le Roi peut fixer des règles supplémentaires pour l'application de l'article 57, paragraphe 5 du Règlement 2019/6 et des actes délégués de la Commission visés à l'article 57, paragraphe 3 du Règlement 2019/6.
Art.23/1. [1 § 1. In het kader van het verzamelen van gegevens overeenkomstig artikel 57, lid 1 van Verordening 2019/6 en de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, zoals bedoeld in artikel 23, worden de volgende categorieën van persoonsgegevens van de dierenarts die voorschrijft, verschaft of toedient, in een geautomatiseerd gegevensbestand verwerkt:
1° de identiteitsgegevens, met inbegrip van het rijksregisternummer;
2° de contactgegevens;
3° de identificatiegegevens van het bedrijf van de dierenarts.
Het verwerken van het rijksregisternummer heeft als doel toegang te krijgen tot de gegevens in het rijksregister om zo de operatordatabank efficiënt te beheren.
De in het eerste lid bedoelde categorieën omvatten de volgende gegevens:
1° de naam en voornaam;
2° het nummer van inschrijving bij de orde der dierenartsen;
3° het adres van de maatschappelijke zetel van de dierenartsenpraktijk, dan wel van de rechtspersoon via dewelke de dierenarts zijn praktijk uitbaat;
4° het depotnummer;
5° het telefoonnummer;
6° het e-mail adres;
7° de nationaliteit;
8° het ondernemingsnummer;
9° het BTW-nummer;
10° het rijksregisternummer.
Onverminderd het derde lid, kan de Koning de in het eerste lid bedoelde categorieën nader bepalen.
§ 2. In het kader van het verzamelen van gegevens overeenkomstig artikel 57, lid 1 van Verordening 2019/6 en de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen zoals bedoeld in artikel 23, kunnen de volgende categorieën van persoonsgegevens van de verantwoordelijke voor voedselproducerende dieren in een geautomatiseerd gegevensbestand verwerkt worden:
1° identiteitsgegevens met inbegrip van het rijksregisternummer;
2° de contactgegevens.
De in het eerste lid bedoelde categorieën omvatten de volgende gegevens:
1° de voornaam;
2° de familienaam;
3° het fysiek adres;
4° het land;
5° het telefoonnummer;
6° het e-mail adres;
7° het rijksregisternummer;
8° het BTW-nummer;
9° het ondernemingsnummer.
Het verwerken van het rijksregisternummer heeft als doel toegang te krijgen tot de gegevens in het rijksregister om zo de operatordatabank efficiënt te beheren.
§ 3. De doelen van de verwerking van de in paragraaf 1 en 2 bedoelde persoonsgegevens zijn:
1° overeenkomstig artikel 57, lid 2, van Verordening 2019/6, deelt het FAGG de verzamelde gegevens over de verkoopvolumes en het gebruik, per diersoort en per categorie van de antimicrobiële geneesmiddelen die bij dieren worden gebruikt, mee aan het EMA, volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten in een geaggregeerde vorm;
2° het analyseren van het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen bij dieren in het kader van benchmarking;
3° het toekennen van subsidies of premies, of het verschaffen van informatie die het mogelijk maakt om subsidies of premies uit te keren en toe te kennen, op basis van het vastgestelde antibioticagebruik;
4° het versturen van individuele benchmarkrapporten naar de desbetreffende dierenarts of verantwoordelijke voor de dieren;
5° het nazien van de correctheid en kwaliteit van de ingevoerde gegevens en desgevallend contact opnemen met de dierenarts of verantwoordelijke voor de dieren om de gegevens te corrigeren;
6° het analyseren van het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen bij dieren voor het verlenen van advies en communicatie in het kader van het nationale beleid tegen antimicrobiële resistentie;
7° het voorbereiden van beleid en het implementeren van acties inzake de preventie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie bij dieren;
8° het uitvoeren van controles op het naleven van de bepalingen in deze wet en de wet op de uitoefening van de diergeneeskunde van 28 augustus 1991 en hun uitvoeringsbesluiten;
9° gezondheids- of reglementaire informatie meedelen aan dierenartsen en verantwoordelijken voor de voedselproducerende dieren;
10° het analyseren van het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen bij dieren in het kader van onderzoek en ter voorbereiding van beleid.
§ 4. De natuurlijke of rechtspersonen, instanties en autoriteiten die toegang hebben tot de in paragraaf 1 en 2 bedoelde persoonsgegevens zijn de volgende:
1° de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu voor de volgende doelen:
a) het toekennen van subsidies of premies, of het verschaffen van informatie die het mogelijk maakt om subsidies of premies uit te keren en toe te kennen, op basis van het vastgestelde antibioticagebruik;
b) het analyseren van het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen bij dieren voor het verlenen van advies en communicatie in het kader van het nationale beleid tegen antimicrobiële resistentie;
c) het voorbereiden van beleid en het implementeren van acties inzake de preventie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie bij dieren;
d) gezondheids- of reglementaire informatie meedelen aan dierenartsen en verantwoordelijken voor de voedselproducerende dieren;
e) het analyseren van het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen bij dieren in het kader van onderzoek en ter voorbereiding van beleid;
2° het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen ter uitvoering van de bevoegdheden in het kader van de wetgeving inzake dierengezondheid en de veiligheid van de voedselketen voor de volgende doelen:
a) het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van controles binnen hun bevoegdheidsdomeinen;
b) het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het implementeren van acties inzake de preventie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie bij dieren binnen zijn bevoegdheidsdomeinen;
c) het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van analyses in het kader van onderzoek naar de preventie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie bij dieren;
3° de Gewesten, bevoegd voor landbouw en visserij, voor volgende doelen:
a) het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van controles binnen zijn bevoegdheidsdomeinen;
b) het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitkeren van subsidies of premies;
c) het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het implementeren van acties inzake de preventie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie bij dieren;
d) het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van analyses in het kader van onderzoek naar de preventie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie bij dieren;
4° elke vereniging of rechtspersoon die opgericht is met als doel advies te verlenen in het kader van het nationale beleid aangaande antimicrobiële resistentie teneinde uitvoering te geven aan hun adviesbevoegdheden en die door de Koning aangeduid werd overeenkomstig paragraaf 7, 3° als vereniging of rechtspersoon die toegang heeft tot de voormelde gegevens, zoals bedoeld in paragraaf 1 en 2;
5° de onderzoeksinstellingen voor het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van analyses in het kader van onderzoek naar de preventie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie bij dieren;
6° elke vereniging of rechtspersoon die gemachtigd wordt door de veehouder of de dierenarts om de gegevens met betrekking tot het antibioticagebruik in te geven teneinde te voldoen aan de verplichtingen van artikel 57, lid 1 van Verordening 2019/6 en de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, zoals bedoeld in artikel 23 en zoals voorzien in artikel 9, § 2, derde tot zesde lid van de wet van 28 augustus 1991;
7° elke dierenarts of verantwoordelijke voor de dieren voor zijn/haar eigen gegevens.
§ 5. De verwerkte gegevens die betrekking hebben op dierenartsen worden bewaard gedurende ten hoogste tien opeenvolgende jaren na de registratie, waarna ze worden verwijderd of worden geanonimiseerd.
De gegevens verwerkt overeenkomstig paragraaf 2, worden bewaard gedurende ten hoogste 10 opeenvolgende jaren na, ofwel het stopzetten van de professionele activiteit van de verantwoordelijke voor dieren, ofwel, indien de verantwoordelijke geen professionele activiteiten verricht met de gehouden dieren, de registratie, waarna de gegevens worden verwijderd of geanonimiseerd.
§ 6. De verwerkingsverantwoordelijke is het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.
§ 7. De koning kan de modaliteiten bepalen voor:
1° de vastlegging en het bijwerken van de in paragraaf 1 en 2 bedoelde gegevens;
2° de toegang tot deze gegevens voor de in § 4 vermelde personen, instanties of autoriteiten;
3° een lijst opstellen van derden die toegang hebben tot de geregistreerde gegevens, alsook de modaliteiten en doeleinden waarvoor hun de toegang tot deze gegevens wordt verleend.
§ 8. De dierenartsen en de verantwoordelijke voor de dieren zijn verplicht de in dit artikel bedoelde gegevens, evenals de gegevens met betrekking tot het voorschrijven of het gebruik van antimicrobiële producten zoals bedoeld in artikel 57 van de Verordening 2019/6 evenals haar gedelegeerde of uitvoeringshandelingen, en zoals opgenomen in artikel 9, § 2, derde lid, van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde, op te laden in het daartoe door het FAGG ter beschikking gestelde platform.
Het FAGG kan de verwerking van de in dit artikel bedoelde gegevens verrichten via de in artikel 17/1 van de Dierengezondheidswet van 24 maart 1987 en artikel 4/1 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van diergeneeskunde bedoelde databanken en dit door middel van koppeling van de databanken, dan wel de integratie van de databanken binnen een platform.]1
1° de identiteitsgegevens, met inbegrip van het rijksregisternummer;
2° de contactgegevens;
3° de identificatiegegevens van het bedrijf van de dierenarts.
Het verwerken van het rijksregisternummer heeft als doel toegang te krijgen tot de gegevens in het rijksregister om zo de operatordatabank efficiënt te beheren.
De in het eerste lid bedoelde categorieën omvatten de volgende gegevens:
1° de naam en voornaam;
2° het nummer van inschrijving bij de orde der dierenartsen;
3° het adres van de maatschappelijke zetel van de dierenartsenpraktijk, dan wel van de rechtspersoon via dewelke de dierenarts zijn praktijk uitbaat;
4° het depotnummer;
5° het telefoonnummer;
6° het e-mail adres;
7° de nationaliteit;
8° het ondernemingsnummer;
9° het BTW-nummer;
10° het rijksregisternummer.
Onverminderd het derde lid, kan de Koning de in het eerste lid bedoelde categorieën nader bepalen.
§ 2. In het kader van het verzamelen van gegevens overeenkomstig artikel 57, lid 1 van Verordening 2019/6 en de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen zoals bedoeld in artikel 23, kunnen de volgende categorieën van persoonsgegevens van de verantwoordelijke voor voedselproducerende dieren in een geautomatiseerd gegevensbestand verwerkt worden:
1° identiteitsgegevens met inbegrip van het rijksregisternummer;
2° de contactgegevens.
De in het eerste lid bedoelde categorieën omvatten de volgende gegevens:
1° de voornaam;
2° de familienaam;
3° het fysiek adres;
4° het land;
5° het telefoonnummer;
6° het e-mail adres;
7° het rijksregisternummer;
8° het BTW-nummer;
9° het ondernemingsnummer.
Het verwerken van het rijksregisternummer heeft als doel toegang te krijgen tot de gegevens in het rijksregister om zo de operatordatabank efficiënt te beheren.
§ 3. De doelen van de verwerking van de in paragraaf 1 en 2 bedoelde persoonsgegevens zijn:
1° overeenkomstig artikel 57, lid 2, van Verordening 2019/6, deelt het FAGG de verzamelde gegevens over de verkoopvolumes en het gebruik, per diersoort en per categorie van de antimicrobiële geneesmiddelen die bij dieren worden gebruikt, mee aan het EMA, volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten in een geaggregeerde vorm;
2° het analyseren van het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen bij dieren in het kader van benchmarking;
3° het toekennen van subsidies of premies, of het verschaffen van informatie die het mogelijk maakt om subsidies of premies uit te keren en toe te kennen, op basis van het vastgestelde antibioticagebruik;
4° het versturen van individuele benchmarkrapporten naar de desbetreffende dierenarts of verantwoordelijke voor de dieren;
5° het nazien van de correctheid en kwaliteit van de ingevoerde gegevens en desgevallend contact opnemen met de dierenarts of verantwoordelijke voor de dieren om de gegevens te corrigeren;
6° het analyseren van het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen bij dieren voor het verlenen van advies en communicatie in het kader van het nationale beleid tegen antimicrobiële resistentie;
7° het voorbereiden van beleid en het implementeren van acties inzake de preventie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie bij dieren;
8° het uitvoeren van controles op het naleven van de bepalingen in deze wet en de wet op de uitoefening van de diergeneeskunde van 28 augustus 1991 en hun uitvoeringsbesluiten;
9° gezondheids- of reglementaire informatie meedelen aan dierenartsen en verantwoordelijken voor de voedselproducerende dieren;
10° het analyseren van het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen bij dieren in het kader van onderzoek en ter voorbereiding van beleid.
§ 4. De natuurlijke of rechtspersonen, instanties en autoriteiten die toegang hebben tot de in paragraaf 1 en 2 bedoelde persoonsgegevens zijn de volgende:
1° de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu voor de volgende doelen:
a) het toekennen van subsidies of premies, of het verschaffen van informatie die het mogelijk maakt om subsidies of premies uit te keren en toe te kennen, op basis van het vastgestelde antibioticagebruik;
b) het analyseren van het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen bij dieren voor het verlenen van advies en communicatie in het kader van het nationale beleid tegen antimicrobiële resistentie;
c) het voorbereiden van beleid en het implementeren van acties inzake de preventie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie bij dieren;
d) gezondheids- of reglementaire informatie meedelen aan dierenartsen en verantwoordelijken voor de voedselproducerende dieren;
e) het analyseren van het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen bij dieren in het kader van onderzoek en ter voorbereiding van beleid;
2° het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen ter uitvoering van de bevoegdheden in het kader van de wetgeving inzake dierengezondheid en de veiligheid van de voedselketen voor de volgende doelen:
a) het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van controles binnen hun bevoegdheidsdomeinen;
b) het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het implementeren van acties inzake de preventie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie bij dieren binnen zijn bevoegdheidsdomeinen;
c) het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van analyses in het kader van onderzoek naar de preventie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie bij dieren;
3° de Gewesten, bevoegd voor landbouw en visserij, voor volgende doelen:
a) het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van controles binnen zijn bevoegdheidsdomeinen;
b) het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitkeren van subsidies of premies;
c) het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het implementeren van acties inzake de preventie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie bij dieren;
d) het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van analyses in het kader van onderzoek naar de preventie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie bij dieren;
4° elke vereniging of rechtspersoon die opgericht is met als doel advies te verlenen in het kader van het nationale beleid aangaande antimicrobiële resistentie teneinde uitvoering te geven aan hun adviesbevoegdheden en die door de Koning aangeduid werd overeenkomstig paragraaf 7, 3° als vereniging of rechtspersoon die toegang heeft tot de voormelde gegevens, zoals bedoeld in paragraaf 1 en 2;
5° de onderzoeksinstellingen voor het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van analyses in het kader van onderzoek naar de preventie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie bij dieren;
6° elke vereniging of rechtspersoon die gemachtigd wordt door de veehouder of de dierenarts om de gegevens met betrekking tot het antibioticagebruik in te geven teneinde te voldoen aan de verplichtingen van artikel 57, lid 1 van Verordening 2019/6 en de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, zoals bedoeld in artikel 23 en zoals voorzien in artikel 9, § 2, derde tot zesde lid van de wet van 28 augustus 1991;
7° elke dierenarts of verantwoordelijke voor de dieren voor zijn/haar eigen gegevens.
§ 5. De verwerkte gegevens die betrekking hebben op dierenartsen worden bewaard gedurende ten hoogste tien opeenvolgende jaren na de registratie, waarna ze worden verwijderd of worden geanonimiseerd.
De gegevens verwerkt overeenkomstig paragraaf 2, worden bewaard gedurende ten hoogste 10 opeenvolgende jaren na, ofwel het stopzetten van de professionele activiteit van de verantwoordelijke voor dieren, ofwel, indien de verantwoordelijke geen professionele activiteiten verricht met de gehouden dieren, de registratie, waarna de gegevens worden verwijderd of geanonimiseerd.
§ 6. De verwerkingsverantwoordelijke is het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.
§ 7. De koning kan de modaliteiten bepalen voor:
1° de vastlegging en het bijwerken van de in paragraaf 1 en 2 bedoelde gegevens;
2° de toegang tot deze gegevens voor de in § 4 vermelde personen, instanties of autoriteiten;
3° een lijst opstellen van derden die toegang hebben tot de geregistreerde gegevens, alsook de modaliteiten en doeleinden waarvoor hun de toegang tot deze gegevens wordt verleend.
§ 8. De dierenartsen en de verantwoordelijke voor de dieren zijn verplicht de in dit artikel bedoelde gegevens, evenals de gegevens met betrekking tot het voorschrijven of het gebruik van antimicrobiële producten zoals bedoeld in artikel 57 van de Verordening 2019/6 evenals haar gedelegeerde of uitvoeringshandelingen, en zoals opgenomen in artikel 9, § 2, derde lid, van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde, op te laden in het daartoe door het FAGG ter beschikking gestelde platform.
Het FAGG kan de verwerking van de in dit artikel bedoelde gegevens verrichten via de in artikel 17/1 van de Dierengezondheidswet van 24 maart 1987 en artikel 4/1 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van diergeneeskunde bedoelde databanken en dit door middel van koppeling van de databanken, dan wel de integratie van de databanken binnen een platform.]1
Art.23/1. [1 § 1er. Dans le cadre de la collecte des données, en vertu de l'article 57, paragraphe 1er, du règlement 2019/6 et des actes délégués et d'exécution visés à l'article 23, les catégories suivantes de données à caractère personnel des vétérinaires qui prescrivent, fournissent ou administrent, sont traitées dans une base de données automatisée:
1° les données d'identité, y compris le numéro de registre national;
2° les données de contact;
3° les données d'identification de l'entreprise du vétérinaire.
Le traitement du numéro de registre national a pour but d'accéder aux données du registre national afin de gérer efficacement la base de données de l'opérateur.
Les catégories visées au premier paragraphe comprennent les données suivantes:
1° le nom et le prénom;
2° le numéro d'inscription à l'ordre des médecins vétérinaires;
3° l'adresse du siège social du cabinet vétérinaire ou de la personne morale par laquelle le vétérinaire exploite son cabinet;
4° le numéro de dépôt;
5° le numéro de téléphone;
6° l'adresse électronique;
7° la nationalité;
8° le numéro de l'entreprise;
9° le numéro de T.V.A.;
10° le numéro d'enregistrement national.
Sans préjudice du troisième alinéa, le Roi peut préciser les catégories visées au premier alinéa.
§ 2. Dans le cadre de la collecte de données en vertu de l'article 57, paragraphe 1er, du règlement 2019/6 et des actes délégués et d'exécution visés à l'article 23, les catégories suivantes de données à caractère personnel de la personne responsable des animaux producteurs de denrées alimentaires peuvent être traitées dans une base de données automatisée:
1° données d'identité, y compris le numéro de registre national;
2° les coordonnées.
Les catégories visées au premier alinéa comprennent les informations suivantes:
1° le prénom;
2° le nom de famille;
3° l'adresse physique;
4° le pays;
5° le numéro de téléphone;
6° l'adresse électronique;
7° le numéro d'enregistrement national;
8° le numéro de T.V.A.;
9° le numéro d'entreprise.
Le traitement du numéro d'enregistrement national a pour but d'accéder aux données du registre national afin de gérer efficacement la base de données de l'opérateur.
§ 3. Les finalités du traitement des données à caractère personnel visées aux paragraphes 1er et 2 sont les suivantes:
1° conformément à l'article 57, paragraphe 2, du règlement 2019/6, l'AFMPS communique à l'EMA, selon les modalités déterminées par le Roi et sous une forme agrégée, les données collectées sur les volumes de vente et l'utilisation, par espèce et par catégorie, des médicaments antimicrobiens utilisés chez les animaux;
2° analyser l'utilisation des médicaments antimicrobiens chez les animaux dans le cadre du benchmarking;
3° octroyer des subsides ou des primes, ou fournir des informations permettant de payer et d'octroyer des subsides ou des primes, en fonction de l'utilisation observée d'antibiotiques;
4° envoyer les rapports individuels de benchmarking au vétérinaire concerné ou à la personne en charge des animaux;
5° contrôler l'exactitude et la qualité des données introduites et, le cas échéant, contacter le vétérinaire ou la personne responsable des animaux pour corriger les données;
6° analyser l'utilisation des médicaments antimicrobiens chez les animaux afin de fournir des conseils et de communiquer dans le cadre de la politique nationale de lutte contre la résistance aux antimicrobiens;
7° préparer des politiques et mettre en oeuvre des actions de prévention et de contrôle de la résistance aux antimicrobiens chez les animaux;
8° contrôler le respect des dispositions de la présente loi et de la loi du 28 août 1991 relative à l'exercice de la profession de vétérinaire et de ses arrêtés d'exécution;
9° communiquer des informations sanitaires ou réglementaires aux vétérinaires et aux responsables des animaux producteurs de denrées alimentaires;
10° analyser l'utilisation des médicaments antimicrobiens chez les animaux à des fins de recherche et de préparation de la politique.
§ 4. Les personnes physiques ou morales, les organes et les autorités ayant accès aux données à caractère personnel visées aux paragraphes 1er et 2 sont les suivantes:
1° le Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement pour les finalités suivantes:
a) octroyer des subsides ou des primes, ou fournir des informations permettant de payer et d'octroyer des subsides ou des primes, en fonction de l'utilisation observée d'antibiotiques;
b) analyser l'utilisation des médicaments antimicrobiens chez les animaux afin de fournir des conseils et de communiquer dans le cadre de la politique nationale de lutte contre la résistance aux antimicrobiens;
c) préparer des politiques et mettre en oeuvre des actions de prévention et de contrôle de la résistance aux antimicrobiens chez les animaux;
d) communiquer des informations sanitaires ou réglementaires aux vétérinaires et aux responsables des animaux producteurs de denrées alimentaires;
e) analyser l'utilisation des médicaments antimicrobiens chez les animaux à des fins de recherche et de préparation de la politique;
2° l'Agence fédérale pour la Sécurité de la chaîne alimentaire pour exercer ses compétences en matière de législation concernant la santé animale et la sécurité de la chaîne alimentaire aux fins suivantes:
a) la consultation des données qui sont nécessaires pour l'exécution des contrôles à l'intérieur de ses domaines de compétence;
b) la consultation des données qui sont nécessaires pour mettre en oeuvre des actions en matière de prévention et de lutte contre la résistance antimicrobienne dans ses domaines de compétence;
c) la consultation des données qui sont nécessaires pour effectuer des analyses dans le cadre de la recherche pour la prévention et le contrôle de la résistance antimicrobienne chez les animaux;
3° les Régions, compétentes en matière d'agriculture et de pêche, aux fins suivantes:
a) la consultation des données nécessaires à l'exécution des contrôles dans leurs domaines de compétence;
b) la consultation des données nécessaires au paiement des subventions ou des primes;
c) la consultation des données nécessaires à la mise en oeuvre d'actions de prévention et de contrôle de la résistance antimicrobienne chez les animaux;
d) la consultation des données nécessaires à la réalisation d'analyses dans le cadre de la recherche sur la prévention et le contrôle de la résistance antimicrobienne chez les animaux;
4° toute association ou personne morale créée dans le but de fournir des conseils dans le cadre de la politique nationale en matière de résistance aux antimicrobiens pour l'exercice de leurs compétences consultatives et qui a été désignée par le Roi conformément au paragraphe 7, 3° comme une association ou une personne morale ayant accès aux données susmentionnées, telles que visées aux paragraphes 1er et 2;
5° les instituts de recherche pour la consultation des données nécessaires à la réalisation d'analyses dans le cadre de la recherche sur la prévention et le contrôle de la résistance antimicrobienne chez les animaux;
6° toute association ou personne morale mandatée par l'éleveur ou le vétérinaire pour transmettre les données relatives à l'utilisation des antibiotiques afin de respecter les obligations prévues à l'article 57, paragraphe 1er, du règlement 2019/6 et les actes délégués et d'exécution visés à l'article 23 et prévus à l'article 9, § 2, troisième à sixième alinéas, de la loi du 28 août 1991;
7° chaque vétérinaire ou personne responsable des animaux pour ses propres données.
§ 5. Les données traitées qui concernent les vétérinaires sont conservées pour une durée maximale de dix années consécutives après l'enregistrement, ensuite ces données sont supprimées ou anonymisées.
Les données traitées conformément au paragraphe 2, sont conservées pour une durée maximale de dix années consécutives après soit la cessation de l'activité du responsable des animaux, soit si le responsable des animaux n'exerce aucune activité professionnelle avec les animaux, l'enregistrement. Les données sont ensuite supprimées ou anonymisées.
§ 6. La responsable du traitement est l'Agence fédérale pour les médicaments et des produits de santé.
§ 7. Le Roi peut fixer les modalités pour:
1° l'enregistrement et la mise à jour des données visées au paragraphe 1er et 2;
2° l'accès à ces données pour les personnes, organismes ou autorités mentionnés au paragraphe 4;
3° établir la liste des tiers ayant accès aux données registrées, ainsi que les modalités et les finalités pour lesquelles il leur est donné accès à ces données.
§ 8. Les vétérinaires et les responsables d'animaux sont tenus de télécharger les données visées au présent article, ainsi que les données relatives à la prescription ou à l'utilisation de produits antimicrobiens visées à l'article 57 du règlement 2019/6, ainsi que ses actes délégués ou d'exécution, et comme mentionnée dans l'article 9, § 2, alinéa 3, de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire, dans la plateforme mise à disposition par l'AFMPS à cet effet.
L'AFMPS peut traiter les données visées au présent article par le biais des banques de données visées à l'article 17/1 de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé animale et à l'article 4/1 de la loi du 28 août 1991 relative à l'exercice de la médecine vétérinaire et ce, en reliant les bases de données ou en intégrant les bases de données sur une plateforme.]1
1° les données d'identité, y compris le numéro de registre national;
2° les données de contact;
3° les données d'identification de l'entreprise du vétérinaire.
Le traitement du numéro de registre national a pour but d'accéder aux données du registre national afin de gérer efficacement la base de données de l'opérateur.
Les catégories visées au premier paragraphe comprennent les données suivantes:
1° le nom et le prénom;
2° le numéro d'inscription à l'ordre des médecins vétérinaires;
3° l'adresse du siège social du cabinet vétérinaire ou de la personne morale par laquelle le vétérinaire exploite son cabinet;
4° le numéro de dépôt;
5° le numéro de téléphone;
6° l'adresse électronique;
7° la nationalité;
8° le numéro de l'entreprise;
9° le numéro de T.V.A.;
10° le numéro d'enregistrement national.
Sans préjudice du troisième alinéa, le Roi peut préciser les catégories visées au premier alinéa.
§ 2. Dans le cadre de la collecte de données en vertu de l'article 57, paragraphe 1er, du règlement 2019/6 et des actes délégués et d'exécution visés à l'article 23, les catégories suivantes de données à caractère personnel de la personne responsable des animaux producteurs de denrées alimentaires peuvent être traitées dans une base de données automatisée:
1° données d'identité, y compris le numéro de registre national;
2° les coordonnées.
Les catégories visées au premier alinéa comprennent les informations suivantes:
1° le prénom;
2° le nom de famille;
3° l'adresse physique;
4° le pays;
5° le numéro de téléphone;
6° l'adresse électronique;
7° le numéro d'enregistrement national;
8° le numéro de T.V.A.;
9° le numéro d'entreprise.
Le traitement du numéro d'enregistrement national a pour but d'accéder aux données du registre national afin de gérer efficacement la base de données de l'opérateur.
§ 3. Les finalités du traitement des données à caractère personnel visées aux paragraphes 1er et 2 sont les suivantes:
1° conformément à l'article 57, paragraphe 2, du règlement 2019/6, l'AFMPS communique à l'EMA, selon les modalités déterminées par le Roi et sous une forme agrégée, les données collectées sur les volumes de vente et l'utilisation, par espèce et par catégorie, des médicaments antimicrobiens utilisés chez les animaux;
2° analyser l'utilisation des médicaments antimicrobiens chez les animaux dans le cadre du benchmarking;
3° octroyer des subsides ou des primes, ou fournir des informations permettant de payer et d'octroyer des subsides ou des primes, en fonction de l'utilisation observée d'antibiotiques;
4° envoyer les rapports individuels de benchmarking au vétérinaire concerné ou à la personne en charge des animaux;
5° contrôler l'exactitude et la qualité des données introduites et, le cas échéant, contacter le vétérinaire ou la personne responsable des animaux pour corriger les données;
6° analyser l'utilisation des médicaments antimicrobiens chez les animaux afin de fournir des conseils et de communiquer dans le cadre de la politique nationale de lutte contre la résistance aux antimicrobiens;
7° préparer des politiques et mettre en oeuvre des actions de prévention et de contrôle de la résistance aux antimicrobiens chez les animaux;
8° contrôler le respect des dispositions de la présente loi et de la loi du 28 août 1991 relative à l'exercice de la profession de vétérinaire et de ses arrêtés d'exécution;
9° communiquer des informations sanitaires ou réglementaires aux vétérinaires et aux responsables des animaux producteurs de denrées alimentaires;
10° analyser l'utilisation des médicaments antimicrobiens chez les animaux à des fins de recherche et de préparation de la politique.
§ 4. Les personnes physiques ou morales, les organes et les autorités ayant accès aux données à caractère personnel visées aux paragraphes 1er et 2 sont les suivantes:
1° le Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement pour les finalités suivantes:
a) octroyer des subsides ou des primes, ou fournir des informations permettant de payer et d'octroyer des subsides ou des primes, en fonction de l'utilisation observée d'antibiotiques;
b) analyser l'utilisation des médicaments antimicrobiens chez les animaux afin de fournir des conseils et de communiquer dans le cadre de la politique nationale de lutte contre la résistance aux antimicrobiens;
c) préparer des politiques et mettre en oeuvre des actions de prévention et de contrôle de la résistance aux antimicrobiens chez les animaux;
d) communiquer des informations sanitaires ou réglementaires aux vétérinaires et aux responsables des animaux producteurs de denrées alimentaires;
e) analyser l'utilisation des médicaments antimicrobiens chez les animaux à des fins de recherche et de préparation de la politique;
2° l'Agence fédérale pour la Sécurité de la chaîne alimentaire pour exercer ses compétences en matière de législation concernant la santé animale et la sécurité de la chaîne alimentaire aux fins suivantes:
a) la consultation des données qui sont nécessaires pour l'exécution des contrôles à l'intérieur de ses domaines de compétence;
b) la consultation des données qui sont nécessaires pour mettre en oeuvre des actions en matière de prévention et de lutte contre la résistance antimicrobienne dans ses domaines de compétence;
c) la consultation des données qui sont nécessaires pour effectuer des analyses dans le cadre de la recherche pour la prévention et le contrôle de la résistance antimicrobienne chez les animaux;
3° les Régions, compétentes en matière d'agriculture et de pêche, aux fins suivantes:
a) la consultation des données nécessaires à l'exécution des contrôles dans leurs domaines de compétence;
b) la consultation des données nécessaires au paiement des subventions ou des primes;
c) la consultation des données nécessaires à la mise en oeuvre d'actions de prévention et de contrôle de la résistance antimicrobienne chez les animaux;
d) la consultation des données nécessaires à la réalisation d'analyses dans le cadre de la recherche sur la prévention et le contrôle de la résistance antimicrobienne chez les animaux;
4° toute association ou personne morale créée dans le but de fournir des conseils dans le cadre de la politique nationale en matière de résistance aux antimicrobiens pour l'exercice de leurs compétences consultatives et qui a été désignée par le Roi conformément au paragraphe 7, 3° comme une association ou une personne morale ayant accès aux données susmentionnées, telles que visées aux paragraphes 1er et 2;
5° les instituts de recherche pour la consultation des données nécessaires à la réalisation d'analyses dans le cadre de la recherche sur la prévention et le contrôle de la résistance antimicrobienne chez les animaux;
6° toute association ou personne morale mandatée par l'éleveur ou le vétérinaire pour transmettre les données relatives à l'utilisation des antibiotiques afin de respecter les obligations prévues à l'article 57, paragraphe 1er, du règlement 2019/6 et les actes délégués et d'exécution visés à l'article 23 et prévus à l'article 9, § 2, troisième à sixième alinéas, de la loi du 28 août 1991;
7° chaque vétérinaire ou personne responsable des animaux pour ses propres données.
§ 5. Les données traitées qui concernent les vétérinaires sont conservées pour une durée maximale de dix années consécutives après l'enregistrement, ensuite ces données sont supprimées ou anonymisées.
Les données traitées conformément au paragraphe 2, sont conservées pour une durée maximale de dix années consécutives après soit la cessation de l'activité du responsable des animaux, soit si le responsable des animaux n'exerce aucune activité professionnelle avec les animaux, l'enregistrement. Les données sont ensuite supprimées ou anonymisées.
§ 6. La responsable du traitement est l'Agence fédérale pour les médicaments et des produits de santé.
§ 7. Le Roi peut fixer les modalités pour:
1° l'enregistrement et la mise à jour des données visées au paragraphe 1er et 2;
2° l'accès à ces données pour les personnes, organismes ou autorités mentionnés au paragraphe 4;
3° établir la liste des tiers ayant accès aux données registrées, ainsi que les modalités et les finalités pour lesquelles il leur est donné accès à ces données.
§ 8. Les vétérinaires et les responsables d'animaux sont tenus de télécharger les données visées au présent article, ainsi que les données relatives à la prescription ou à l'utilisation de produits antimicrobiens visées à l'article 57 du règlement 2019/6, ainsi que ses actes délégués ou d'exécution, et comme mentionnée dans l'article 9, § 2, alinéa 3, de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire, dans la plateforme mise à disposition par l'AFMPS à cet effet.
L'AFMPS peut traiter les données visées au présent article par le biais des banques de données visées à l'article 17/1 de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé animale et à l'article 4/1 de la loi du 28 août 1991 relative à l'exercice de la médecine vétérinaire et ce, en reliant les bases de données ou en intégrant les bases de données sur une plateforme.]1
Afdeling 2. - Adviesverlening aan kleine en middelgrote ondernemingen
Section 2. - Services de conseil aux petites et moyennes entreprises
Art.24. Overeenkomstig artikel 59 van Verordening 2019/6, verleent het FAGG advies aan kleine en middelgrote ondernemingen inzake de naleving van de bepalingen van Verordening 2019/6, deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
De Koning kan nadere regels voor de toepassing van dit artikel bepalen.
De Koning kan nadere regels voor de toepassing van dit artikel bepalen.
Art.24. En application de l'article 59 du Règlement 2019/6, l'AFMPS conseille les petites et moyennes entreprises sur la conformité aux exigences du Règlement 2019/6, de la présente loi et ses arrêtés d'exécution.
Le Roi peut fixer des règles supplémentaires pour l'application de cet article.
Le Roi peut fixer des règles supplémentaires pour l'application de cet article.
HOOFDSTUK 7. - Diergeneesmiddelenbewaking
CHAPITRE 7. - Pharmacovigilance
Art.25. Overeenkomstig artikel 79, lid 2, van Verordening 2019/6, kan het FAGG aan dierenartsen en personen gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek, specifieke verplichtingen inzake het melden van vermoedelijke ongewenste effecten opleggen.
De Koning kan nadere regels voor de toepassing van dit artikel bepalen.
De Koning kan nadere regels voor de toepassing van dit artikel bepalen.
Art.25. En application de l'article 79, paragraphe 2 du Règlement 2019/6, l'AFMPS peut imposer aux médecins vétérinaires et aux personnes habilitées à délivrer des médicaments au public, des obligations particulières en matière de notification des effets indésirables présumés.
Le Roi peut fixer des mesures supplémentaires pour l'application du présent article.
Le Roi peut fixer des mesures supplémentaires pour l'application du présent article.
HOOFDSTUK 8. - Vervaardiging, invoer, uitvoer en bereiding
CHAPITRE 8. - Fabrication, importation, exportation et préparation
Afdeling 1. - Vergunning voor de vervaardiging
Section 1re. - Autorisation de fabrication
Art.26. Overeenkomstig artikel 88, lid 2, van Verordening 2019/6, is een vergunning voor de vervaardiging niet vereist voor magistrale en officinale bereidingen, het verdelen en het veranderen van de verpakking of aanbiedingsvorm van diergeneesmiddelen wanneer deze verrichtingen worden uitgevoerd in een apotheek, uitsluitend met het oog op aflevering door een persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek van kleine hoeveelheden geneesmiddelen aan de verantwoordelijke van de dieren.
De Koning kan bijkomende voorwaarden en nadere regels betreffende de in het eerste lid bedoelde verrichtingen bepalen.
De Koning kan bijkomende voorwaarden en nadere regels betreffende de in het eerste lid bedoelde verrichtingen bepalen.
Art.26. En application de l'article 88, paragraphe 2 du Règlement 2019/6, une autorisation de fabrication n'est pas exigée pour les préparations magistrales et officinales, les divisions et les changements de conditionnement ou de présentation de médicaments vétérinaires, lorsque ces opérations sont exécutées dans une officine pharmaceutique, uniquement en vue de la délivrance par une personne habilitée à délivrer des médicaments au public, de petites quantités de médicaments au responsable des animaux.
Le Roi peut déterminer des conditions supplémentaires et des mesures supplémentaires concernant les opérations visées à l'alinéa 1er.
Le Roi peut déterminer des conditions supplémentaires et des mesures supplémentaires concernant les opérations visées à l'alinéa 1er.
Art.27. De persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek kan de verrichtingen bedoeld in artikel 26 van deze wet uitbesteden, hetzij aan een andere persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek, hetzij aan een in een andere lidstaat gevestigde persoon die in die lidstaat wettelijk gerechtigd is om dergelijke verrichtingen uit te voeren. Deze uitbesteding kan enkel gebeuren op grond van een individueel voorschrift van een dierenarts of op grond van een door een dierenarts ondertekend en gedagtekend verzoek voor een groep dieren dat bestaat uit individuele voorschriften.
De Koning kan bijkomende voorwaarden en nadere regels betreffende de in het eerste lid bedoelde uitbesteding bepalen.
De Koning kan bijkomende voorwaarden en nadere regels betreffende de in het eerste lid bedoelde uitbesteding bepalen.
Art.27. La personne habilitée à délivrer des médicaments au public peut déléguer les opérations visées à l'article 26 de la présente loi, soit à une autre personne habilitée à délivrer des médicaments au public soit à une personne établie dans un autre Etat membre qui est légalement autorisée dans cet Etat membre à effectuer de telles opérations. Cette délégation ne peut avoir lieu que sur la base d'une ordonnance individuelle d'un médecin vétérinaire ou d'une demande, signée et datée par un médecin vétérinaire, pour un groupe d'animaux, rédigée à partir d'ordonnances individuelles.
Le Roi peut déterminer des conditions supplémentaires et des mesures supplémentaires concernant la délégation, visée à l'alinéa 1er.
Le Roi peut déterminer des conditions supplémentaires et des mesures supplémentaires concernant la délégation, visée à l'alinéa 1er.
Art.28. Overeenkomstig artikel 88, lid 2, van Verordening 2019/6, is een vergunning voor vervaardiging niet vereist voor het verdelen en het veranderen van de verpakking of aanbiedingsvorm van diergeneesmiddelen wanneer deze verrichtingen worden uitgevoerd uitsluitend met het oog op verschaffing van kleine hoeveelheden, door een persoon gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijke van de dieren.
De Koning kan bijkomende voorwaarden en nadere regels betreffende de in het eerste lid bedoelde verrichtingen bepalen.
De Koning kan bijkomende voorwaarden en nadere regels betreffende de in het eerste lid bedoelde verrichtingen bepalen.
Art.28. En application de l'article 88, paragraphe 2 du Règlement 2019/6, une autorisation de fabrication n'est pas exigée pour les divisions et les changements de conditionnement ou de présentation de médicaments vétérinaires, lorsque ces opérations sont exécutées uniquement en vue de la fourniture, par une personne autorisée à fournir des médicaments aux responsables des animaux, de petites quantités de médicaments au responsable des animaux.
Le Roi peut prévoir des conditions supplémentaires et des mesures supplémentaires concernant les opérations visées à l'alinéa 1er.
Le Roi peut prévoir des conditions supplémentaires et des mesures supplémentaires concernant les opérations visées à l'alinéa 1er.
Art.29. Overeenkomstig artikel 90, lid 4, van Verordening 2019/6, bepaalt de Koning de procedures voor de verlening, de weigering, de schorsing, de intrekking of de wijziging van de vergunning voor de vervaardiging bedoeld in artikel 88 van Verordening 2019/6.
Art.29. En application de l'article 90, paragraphe 4 du Règlement 2019/6, le Roi fixe les procédures d'octroi, de refus d'octroi, de suspension, de retrait ou de modification d'une autorisation de fabrication visée à l'article 88 du Règlement 2019/6.
Afdeling 2. - Gekwalificeerde persoon
Section 2. - Personne qualifiée
Art.30. Overeenkomstig artikel 97, lid 5, van Verordening 2019/6, kan de Koning de administratieve procedures bepalen om het FAGG toe te laten te controleren of de gekwalificeerde persoon, bedoeld in artikel 97, lid 1 van Verordening 2019/6 aan de in artikel 97, lid 2 en lid 3 van Verordening 2019/6 bedoelde voorwaarden voldoet.
Art.30. En application de l'article 97, paragraphe 5 du Règlement 2019/6, le Roi peut établir des procédures administratives permettant à l'AFMPS de vérifier que la personne qualifiée visée à l'article 97, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, satisfait aux conditions visées à l'article 97, paragraphe 2 et paragraphe 3 du Règlement 2019/6.
HOOFDSTUK 9. - Groothandel en kleinhandel in diergeneesmiddelen
CHAPITRE 9. - Distribution en gros et vente au détail de médicaments vétérinaires
Afdeling 1. - Groothandel in diergeneesmiddelen
Section 1re. - Distribution en gros de médicaments vétérinaires
Art.31. Overeenkomstig artikel 99, lid 4, van Verordening 2019/6, is een vergunning voor groothandel niet vereist voor de levering van kleine hoeveelheden diergeneesmiddelen door een persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek aan een persoon gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken van de dieren.
Een vergunning voor groothandel is ook niet vereist voor de levering van kleine hoeveelheden diergeneesmiddelen door een persoon gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken voor dieren aan een andere persoon gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken voor de dieren.
De Koning kan voorwaarden inzake de kleine hoeveelheden, bedoeld in het tweede en derde lid, bepalen.
Een vergunning voor groothandel is ook niet vereist voor de levering van kleine hoeveelheden diergeneesmiddelen door een persoon gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken voor dieren aan een andere persoon gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken voor de dieren.
De Koning kan voorwaarden inzake de kleine hoeveelheden, bedoeld in het tweede en derde lid, bepalen.
Art.31. En application de l'article 99, paragraphe 4 du Règlement 2019/6, une autorisation de distribution en gros n'est pas exigée pour la fourniture de petites quantités de médicaments vétérinaires par une personne habilitée à délivrer des médicaments au public à une personne autorisée à fournir des médicaments aux responsables des animaux.
De même, une autorisation de distribution n'est pas exigée pour la fourniture de petites quantités de médicaments vétérinaires par une personne autorisée à fournir des médicaments aux responsables des animaux à une autre personne autorisée à fournir des médicaments aux responsables des animaux.
Le Roi peut fixer des conditions concernant les petites quantités visées aux alinéas 2 et 3.
De même, une autorisation de distribution n'est pas exigée pour la fourniture de petites quantités de médicaments vétérinaires par une personne autorisée à fournir des médicaments aux responsables des animaux à une autre personne autorisée à fournir des médicaments aux responsables des animaux.
Le Roi peut fixer des conditions concernant les petites quantités visées aux alinéas 2 et 3.
Art.32. Overeenkomstig artikel 100, lid 2, onder a), van Verordening 2019/6, kan de Koning de voorwaarden inzake de vereiste opleiding en ervaring van de verantwoordelijke persoon, bepalen.
Art.32. En application de l'article 100, paragraphe 2, point a) du Règlement le Roi peut déterminer les conditions relatives à la formation et à l'expérience requises de la personne responsable.
Art.33. Overeenkomstig artikel 100, lid 3, van Verordening 2019/6, bepaalt de Koning de procedures voor de verlening, de weigering, de schorsing, de intrekking of de wijziging van een vergunning voor groothandel.
Art.33. En application de l'article 100, paragraphe 3 du Règlement 2019/6, le Roi fixe les procédures d'octroi, de refus, de suspension, de retrait ou de modification d'une autorisation de distribution en gros.
Afdeling 2. - Parallelhandel in diergeneesmiddelen
Section 2. - Commerce parallèle de médicaments vétérinaires
Art.34. Overeenkomstig artikel 102, lid 3, van Verordening 2019/6, bepaalt de Koning de procedures voor de verlening, de weigering, de schorsing, de intrekking of de wijziging van een vergunning voor parallelhandel in diergeneesmiddelen.
Art.34. En application de l'article 102, paragraphe 3 du Règlement 2019/6, le Roi fixe les procédures d'octroi, de refus, de suspension, de retrait ou de modification d'une autorisation de commerce parallèle de médicaments vétérinaires.
Art. 34/1. [1 Overeenkomstig artikel 102, lid 6, van Verordening 2019/6, kan de Koning om redenen van volksgezondheid of dierengezondheid bijkomende voorwaarden bepalen waaraan de groothandelaar die diergeneesmiddelen parallel verhandelt moet voldoen.]1
Art. 34/1. [1 Conformément l'article 102, paragraphe 6, du règlement 2019/6, le Roi peut, pour des raisons de santé publique ou animale, fixer des conditions supplémentaires que doit remplir le distributeur en gros qui fait du commerce parallèle des médicaments vétérinaires.]1
Afdeling 3. - Kleinhandel in diergeneesmiddelen
Section 3. - Vente au détail des médicaments vétérinaires
Art.35. § 1. Overeenkomstig artikel 103, lid 1, van Verordening 2019/6, kan de Koning de personen gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek verplichten om te allen tijde een bepaalde hoeveelheid van de door Hem bepaalde diergeneesmiddelen in de apotheek ter beschikking te hebben.
§ 2. Overeenkomstig artikel 103, lid 1, van Verordening 2019/6 kan de Koning voorwaarden en nadere regels betreffende de aankoop, het ontvangen, het bewaren en het afleveren van diergeneesmiddelen door een persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek, bepalen.
De Koning kan eveneens regels vastleggen inzake de door de in het eerste lid bedoelde persoon te vervullen administratieve taken en de bij te houden administratieve gegevens in het kader van de in het eerste lid bedoelde handelingen.
§ 2. Overeenkomstig artikel 103, lid 1, van Verordening 2019/6 kan de Koning voorwaarden en nadere regels betreffende de aankoop, het ontvangen, het bewaren en het afleveren van diergeneesmiddelen door een persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek, bepalen.
De Koning kan eveneens regels vastleggen inzake de door de in het eerste lid bedoelde persoon te vervullen administratieve taken en de bij te houden administratieve gegevens in het kader van de in het eerste lid bedoelde handelingen.
Art.35. § 1er. En application de l'article 103, paragraphe 1er, du Règlement 2019/6, le Roi peut obliger les personnes autorisées à délivrer des médicaments au public à disposer à tout moment d'une certaine quantité de médicaments vétérinaires, déterminés par Lui, dans l'officine.
§ 2. En application de l'article 103, paragraphe 1er, du Règlement 2019/6, le Roi peut déterminer des conditions et des modalités concernant l'achat, la réception, la conservation et la délivrance des médicaments vétérinaires par une personne autorisée à délivrer des médicaments au public.
Le Roi peut également fixer des règles concernant les tâches administratives à accomplir par la personne visée à l'alinéa 1er et les données administratives à conserver dans le cadre des activités visées à l'alinéa 1er.
§ 2. En application de l'article 103, paragraphe 1er, du Règlement 2019/6, le Roi peut déterminer des conditions et des modalités concernant l'achat, la réception, la conservation et la délivrance des médicaments vétérinaires par une personne autorisée à délivrer des médicaments au public.
Le Roi peut également fixer des règles concernant les tâches administratives à accomplir par la personne visée à l'alinéa 1er et les données administratives à conserver dans le cadre des activités visées à l'alinéa 1er.
Art.36. Overeenkomstig artikel 103, lid 1, van Verordening 2019/6, wordt elk diergeneesmiddel persoonlijk afgeleverd of verschaft aan de verantwoordelijke voor de dieren of aan zijn gemachtigde.
De Koning kan voorwaarden en nadere regels met betrekking tot de aflevering of de verschaffing van een diergeneesmiddel aan de verantwoordelijke voor de dieren of zijn gemachtigde bepalen.
De Koning kan voorwaarden en nadere regels met betrekking tot de aflevering of de verschaffing van een diergeneesmiddel aan de verantwoordelijke voor de dieren of zijn gemachtigde bepalen.
Art.36. En application de l'article 103, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, tout médicament vétérinaire est délivré ou fourni personnellement au responsable des animaux ou à son mandataire.
Le Roi peut prévoir des conditions et des mesures supplémentaires concernant la délivrance et la fourniture d'un médicament vétérinaire au responsable des animaux ou à son mandataire.
Le Roi peut prévoir des conditions et des mesures supplémentaires concernant la délivrance et la fourniture d'un médicament vétérinaire au responsable des animaux ou à son mandataire.
Art.37. Overeenkomstig artikel 103, lid 1, van Verordening 2019/6, is de hoedanigheid van persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek of van persoon gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijke van de dieren onverenigbaar met de hoedanigheid van groothandelaar.
Art.37. En application de l'article 103, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, la qualité de personne habilitée à délivrer des médicaments au public ou de personne habilitée à fournir des médicaments aux responsables des animaux est incompatible avec celle de distributeur.
Art.38. Overeenkomstig artikel 103, lid 4, van Verordening 2019/6, houden personen die gemachtigd zijn geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijke voor de dieren, eveneens een gedetailleerd register bij waarin zij voor elke transactie met diergeneesmiddelen waarvoor geen voorschrift vereist is tenminste de gegevens bedoeld in artikel 103, lid 3 van Verordening 2019/6 vermelden.
Art.38. En application de l'article 103, paragraphe 4 du Règlement 2019/6, les personnes autorisées à fournir des médicaments aux responsables des animaux tiennent un registre détaillé dans lequel ils consignent, pour chaque transaction portant sur des médicaments vétérinaires non soumis à une ordonnance, au moins les informations visées à l'article 103, paragraphe 3 du Règlement 2019/6.
Art.39. Overeenkomstig artikel 103, lid 6 van Verordening 2019/6, kan de Koning voor de kleinhandel in diergeneesmiddelen voorwaarden opleggen die gerechtvaardigd zijn op grond van de bescherming van de volks- en de diergezondheid of het milieu.
Art.39. En application de l'article 103, paragraphe 6 du Règlement 2019/6, le Roi peut imposer des conditions justifiées pour des motifs de protection de la santé publique et animale ou de l'environnement, pour la vente au détail de médicaments vétérinaires.
Afdeling 4. - Kleinhandel op afstand in diergeneesmiddelen
Section 4. - Vente de médicaments vétérinaires au détail à distance
Art.40. § 1. Personen gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek zijn bevoegd om diergeneesmiddelen die niet aan een voorschrift zijn onderworpen te koop op afstand aan te bieden in overeenstemming met artikel 104, lid 1 van Verordening 2019/6.
Onverminderd artikel 9, § 1, en 10, § 1, van de wet van 28 augustus 1991 betreffende de uitoefening van de diergeneeskunde, kunnen personen gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken van de dieren diergeneesmiddelen die niet aan een voorschrift zijn onderworpen te koop op afstand aanbieden in overeenstemming met artikel 104, lid 1, van Verordening 2019/6 voor de dieren die hij in behandeling heeft en voor een behandelingsduur van maximaal 1 jaar.
§ 2. Het FAGG zet een website op inzake de verkoop van diergeneesmiddelen op afstand, zoals bedoeld in artikel 104, lid 8 van Verordening 2019/6.
Onverminderd artikel 9, § 1, en 10, § 1, van de wet van 28 augustus 1991 betreffende de uitoefening van de diergeneeskunde, kunnen personen gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken van de dieren diergeneesmiddelen die niet aan een voorschrift zijn onderworpen te koop op afstand aanbieden in overeenstemming met artikel 104, lid 1, van Verordening 2019/6 voor de dieren die hij in behandeling heeft en voor een behandelingsduur van maximaal 1 jaar.
§ 2. Het FAGG zet een website op inzake de verkoop van diergeneesmiddelen op afstand, zoals bedoeld in artikel 104, lid 8 van Verordening 2019/6.
Art.40. § 1er. Des personnes habilitées à délivrer des médicaments au public sont autorisées à offrir en vente à distance des médicaments vétérinaires non soumis à une ordonnance conformément à l'article 104, paragraphe 1er du Règlement 2019/6.
Sans préjudice des articles 9, paragraphe 1er et 10, paragraphe 1er de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire, les personnes autorisées à fournir des médicaments aux responsables des animaux peuvent offrir en vente à distance des médicaments vétérinaires non soumis à une ordonnance conformément à l'article 104, paragraphe 1er du Règlement 2019/6 pour les animaux qu'il traite et pour une durée maximale de traitement d'un an.
§ 2. L'AFMPS met en place un site web pour la vente à distance de médicaments vétérinaires, tel que visé à l'article 104, paragraphe 8 du Règlement 2019/6.
Sans préjudice des articles 9, paragraphe 1er et 10, paragraphe 1er de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire, les personnes autorisées à fournir des médicaments aux responsables des animaux peuvent offrir en vente à distance des médicaments vétérinaires non soumis à une ordonnance conformément à l'article 104, paragraphe 1er du Règlement 2019/6 pour les animaux qu'il traite et pour une durée maximale de traitement d'un an.
§ 2. L'AFMPS met en place un site web pour la vente à distance de médicaments vétérinaires, tel que visé à l'article 104, paragraphe 8 du Règlement 2019/6.
Afdeling 5. - Diergeneeskundig voorschrift
Section 5. - Ordonnance vétérinaire
Art.41. Overeenkomstig artikel 105, lid 11, van Verordening 2019/6, kan de Koning regels inzake het bijhouden van registers inzake het afgeven van diergeneeskundige voorschriften door de dierenarts, bepalen.
Art.41. En application de l'article 105, paragraphe 11 du Règlement 2019/6, le Roi peut fixer des règles relatives à la tenue des registres des ordonnances vétérinaires délivrées par les médecins vétérinaires.
HOOFDSTUK 10. - Gebruik van diergeneesmiddelen
CHAPITRE 10. - Utilisation des médicaments vétérinaires
Art.42. § 1. Overeenkomstig artikel 106, lid 3, van Verordening 2019/6, kan de Koning procedures inzake een verbod tot vervaardiging, invoer, distributie, bezit, verkoop, levering of gebruik van immunologische diergeneesmiddelen, zoals bedoeld in artikel 110, lid 1 van Verordening 2019/6 en artikel 45, bepalen.
§ 2. Overeenkomstig artikel 106, lid 3, van Verordening 2019/6, kan de Koning procedures voor de uitvoering van de artikelen 111 tot 114 en 116 van Verordening 2019/6 bepalen.
§ 2. Overeenkomstig artikel 106, lid 3, van Verordening 2019/6, kan de Koning procedures voor de uitvoering van de artikelen 111 tot 114 en 116 van Verordening 2019/6 bepalen.
Art.42. § 1. En application de l'article 106, paragraphe 3 du Règlement 2019/6, le Roi peut établir des procédures concernant l'interdiction de la fabrication, de l'importation, de la distribution, de la détention, de la vente, de la délivrance ou de l'utilisation de médicaments vétérinaire immunologiques, tel que visé à l'article 110, paragraphe 1, du Règlement 2019/6 et l'article 45.
§ 2. En application de l'article 106, paragraphe 3, du Règlement 2019/6, le Roi peut fixer des procédures pour la mise en oeuvre des articles 111 à 114 et 116 du Règlement 2019/6.
§ 2. En application de l'article 106, paragraphe 3, du Règlement 2019/6, le Roi peut fixer des procédures pour la mise en oeuvre des articles 111 à 114 et 116 du Règlement 2019/6.
Art.43. Overeenkomstig artikel 106, lid 4, van Verordening 2019/6, kan de Koning bepalen in welke gevallen een diergeneesmiddel, als gevolg van zijn bijzondere aard of de ermee verbonden risico's voor mens of dier, alleen door een dierenarts mag worden toegediend.
Art.43. En application de l'article 106, paragraphe 4 du Règlement 2019/6, le Roi peut déterminer les cas dans lesquels un médicament vétérinaire ne peut être administré que par un médecin vétérinaire en raison de sa nature particulière ou des risques associés pour l'homme ou l'animal.
Art.44. Overeenkomstig artikel 107, lid 7, van Verordening 2019/6, kan de Koning, op voordracht van de minister van Volksgezondheid en de minister van Landbouw, het gebruik van bepaalde antimicrobiële stoffen bij dieren beperken of verbieden indien de toediening van dergelijke antimicrobiële stoffen bij dieren in strijd is met de uitvoering van een nationaal beleid inzake verstandig gebruik van antimicrobiële stoffen.
Art.44. En application de l'article 107, paragraphe 7 du Règlement 2019/6, le Roi peut, sur proposition du ministre de la Santé publique et du ministre de l'Agriculture, restreindre ou interdire l'utilisation de certains antimicrobiens chez les animaux si l'administration de tels antimicrobiens chez les animaux est contraire à la mise en oeuvre d'une politique nationale d'utilisation prudente des antimicrobiens.
Art.45. Overeenkomstig artikel 108, lid 4, van Verordening 2019/6, kan de Koning aanvullende vereisten inzake het bijhouden van een register door de verantwoordelijke van voedselproducerende dieren bepalen.
Art.45. En application de l'article 108, paragraphe 4 du Règlement 2019/6, le Roi peut établir des exigences supplémentaires pour la tenue d'un registre par le responsable des animaux producteurs de denrées alimentaires.
Art.46. Overeenkomstig artikel 110, lid 1, kan het FAGG de vervaardiging, de invoer, de distributie, het bezit, de verkoop, de aflevering, de verschaffing of het gebruik van immunologische diergeneesmiddelen verbieden.
De Koning kan nadere regels voor de toepassing van dit artikel bepalen.
De Koning kan nadere regels voor de toepassing van dit artikel bepalen.
Art.46. En application de l'article 110, paragraphe 1, l'AFMPS peut interdire la fabrication, l'importation, la distribution, la détention, la vente, la délivrance, la fourniture ou l'utilisation de médicaments vétérinaires immunologiques.
Le Roi peut établir d'autres règles d'application du présent article.
Le Roi peut établir d'autres règles d'application du présent article.
HOOFDSTUK 11. - Reclame
CHAPITRE 11. - Publicité
Art.47. Diergeneesmiddelen die psychotrope of verdovende stoffen bevatten, worden niet als monsters, zoals bedoeld in artikel 119, lid 8, van Verordening 2019/6, verdeeld.
Art.47. Les médicament vétérinaires contenant des substances psychotropes ou stupéfiantes ne peuvent pas être distribués sous forme d'échantillons tels que visés à l'article 119, paragraphe 8 du Règlement 2019/6.
Art. 47/1. [1 Ter uitvoering van artikel 122, gelezen in samenhang met artikel 119, leden 1 tot 7, van Verordening 2019/6, is reclame voor diergeneesmiddelen waarvoor geen diergeneeskundig voorschrift vereist is en die bestemd is voor het publiek, onderworpen aan een voorafgaande kennisgeving bij het FAGG.
De Koning kan de procedure en termijnen voor de in het eerste lid bedoelde kennisgeving bepalen. Hij kan eveneens de inhoud en de vorm van de kennisgeving alsook de wijze ervan bepalen.]1
De Koning kan de procedure en termijnen voor de in het eerste lid bedoelde kennisgeving bepalen. Hij kan eveneens de inhoud en de vorm van de kennisgeving alsook de wijze ervan bepalen.]1
Art. 47/1. [1 En exécution de l'article 122, combiné avec l'article 119, paragraphes 1er à 7, du règlement 2019/6, la publicité pour les médicaments vétérinaires qui ne nécessitent pas de prescription vétérinaire et qui est destinée au public, est soumise à une notification préalable à l'AFMPS.
Le Roi peut déterminer la procédure et les délais pour la notification visée à l'alinéa 1er. Il peut également déterminer le contenu et la forme de la notification ainsi que la manière dont elle doit être réalisée.]1
Le Roi peut déterminer la procédure et les délais pour la notification visée à l'alinéa 1er. Il peut également déterminer le contenu et la forme de la notification ainsi que la manière dont elle doit être réalisée.]1
Art. 47/2. [1 Ter uitvoering van artikel 122 van Verordening 2019/6, kan de Koning procedures voor het bewaren van alle verspreide reclame voor diergeneesmiddelen, bedoeld in artikel 119, leden 1 tot 7, en 120, lid 1, van Verordening 2019/6 alsook de te bewaren gegevens en documentatie bepalen.]1
Art. 47/2. [1 En exécution de l'article 122 du règlement 2019/6, le Roi peut déterminer des procédures pour la conservation de toutes les publicités diffusées pour des médicaments vétérinaires, visées à l'article 119, paragraphes 1er à 7 et 120, paragraphe 1er, du règlement 2019/6, ainsi que les données et la documentation à conserver.]1
Art. 47/3. [1 Ter uitvoering van artikel 122 van Verordening 2019/6, kan de Koning procedures inzake het aanvragen, het aanbieden, het verstrekken en het ontvangen van monsters van diergeneesmiddelen, zoals bedoeld in artikel 119, lid 8 tot en met 10, van Verordening 2019/6, alsook de bij te houden gegevens en documentatie in hoofde van degene die deze monsters verstrekt of degene die deze monsters ontvangt, bepalen. Hij kan eveneens opleggen dat degene die monsters van diergeneesmiddelen verstrekt en degene die monsters van diergeneesmiddelen ontvangt jaarlijks een overzicht van deze gegevens en daarbij horende documentatie meedeelt.]1
Art. 47/3. [1 En exécution de l'article 122 du règlement 2019/6, le Roi peut déterminer les procédures de demande, d'offre, de fourniture et de réception d'échantillons de médicaments vétérinaires, tels que visés à l'article 119, paragraphes 8 à 10, du règlement 2019/6, ainsi que les données et la documentation à conserver par la personne qui fournit ou reçoit ces échantillons. Il peut également imposer que la personne qui fournit les échantillons de médicaments vétérinaires et celle qui reçoit les échantillons de médicaments vétérinaires fournit un rapport annuel de ces données et la documentation qui y est liée.]1
Art. 47/4. [1 Ter uitvoering van artikel 122 van Verordening 2019/6, kan de Koning procedures inzake de bij te houden en te bewaren gegevens en documentatie van alle toegekende, aangeboden en in het vooruitzicht gestelde premies en voordelen, bedoeld in artikel 121, lid 1 en 3, van Verordening 2019/6, in hoofde van degene die de vermelde premies en voordelen toekent, aanbiedt of in het vooruitzicht stelt of degene die deze ontvangt, bepalen.]1
Art. 47/4. [1 En exécution de l'article 122 du règlement 2019/6, le Roi peut fixer des procédures d'enregistrement et de conservation des données et de la documentation relatives à toutes les primes et avantages accordés, offerts et promis visés à l'article 121, paragraphe 1 et 3, du règlement 2019/6, dans le chef de la personne qui octroie, offre ou promet lesdites primes et avantages ou de la personne qui les reçoit.]1
Art. 47/5. [1 § 1. Ter uitvoering van artikel 122 van Verordening 2019/6, dient, voor elke bijeenkomst bedoeld in artikel 121, lid 3, van Verordening 2019/6, die plaatsvindt over meerdere opeenvolgende kalenderdagen met inbegrip van de hiermee verbonden gastvrijheid, voorafgaandelijk een goedkeuring, "visum" genaamd, van de minister of zijn afgevaardigde worden verkregen. Hiertoe dient degene die de bijeenkomst organiseert een aanvraag in bij het FAGG of bij de door de Koning erkende instelling.
Een in het eerste lid bedoelde bijeenkomst wordt geacht over meerdere opeenvolgende kalenderdagen plaats te vinden van zodra een overnachting noodzakelijk is om de gehele bijeenkomst te kunnen bijwonen.
Indien niet voldaan is aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 121, lid 3, van Verordening 2019/6, wordt het visum geweigerd.
Indien het visum niet wordt verkregen, mag de gastvrijheid, bedoeld in artikel 121, lid 3, van Verordening 2019/6 niet worden aangeboden aan de personen die gemachtigd zijn diergeneesmiddelen voor te schrijven of af te leveren, bedoeld in artikel 121, lid 1, van Verordening 2019/6.
Iedere visumaanvraag is onderworpen aan de betaling van een retributie door de aanvrager van het visum. De Koning bepaalt het bedrag ervan.
De Koning bepaalt onder welke voorwaarden de voorafgaande visumprocedure kan worden verzorgd door andere door Hem erkende instellingen. Deze instellingen hebben de rechtsvorm van een vzw en hebben als statutair doel het waken over de deontologie en wettelijkheid van wetenschappelijke manifestaties. Deze instellingen kunnen de in het vijfde lid bedoelde retributie ten hun voordele vorderen.
§ 2. Ter uitvoering van artikel 122 van Verordening 2019/6, kan de Koning voor elke andere bijeenkomst, dan deze bedoeld in paragraaf 1, procedures tot registratie van de gegevens inzake deze bijeenkomst en al hetgeen, met inbegrip van de gastvrijheid, wordt aangeboden, bepalen. De Koning kan eveneens een rapportering van deze gegevens en documentatie opleggen. Hij bepaalt de frequentie van deze rapportering.]1
Een in het eerste lid bedoelde bijeenkomst wordt geacht over meerdere opeenvolgende kalenderdagen plaats te vinden van zodra een overnachting noodzakelijk is om de gehele bijeenkomst te kunnen bijwonen.
Indien niet voldaan is aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 121, lid 3, van Verordening 2019/6, wordt het visum geweigerd.
Indien het visum niet wordt verkregen, mag de gastvrijheid, bedoeld in artikel 121, lid 3, van Verordening 2019/6 niet worden aangeboden aan de personen die gemachtigd zijn diergeneesmiddelen voor te schrijven of af te leveren, bedoeld in artikel 121, lid 1, van Verordening 2019/6.
Iedere visumaanvraag is onderworpen aan de betaling van een retributie door de aanvrager van het visum. De Koning bepaalt het bedrag ervan.
De Koning bepaalt onder welke voorwaarden de voorafgaande visumprocedure kan worden verzorgd door andere door Hem erkende instellingen. Deze instellingen hebben de rechtsvorm van een vzw en hebben als statutair doel het waken over de deontologie en wettelijkheid van wetenschappelijke manifestaties. Deze instellingen kunnen de in het vijfde lid bedoelde retributie ten hun voordele vorderen.
§ 2. Ter uitvoering van artikel 122 van Verordening 2019/6, kan de Koning voor elke andere bijeenkomst, dan deze bedoeld in paragraaf 1, procedures tot registratie van de gegevens inzake deze bijeenkomst en al hetgeen, met inbegrip van de gastvrijheid, wordt aangeboden, bepalen. De Koning kan eveneens een rapportering van deze gegevens en documentatie opleggen. Hij bepaalt de frequentie van deze rapportering.]1
Art. 47/5. [1 § 1er. En exécution de l'article 122 du règlement 2019/6, pour chaque événement, visé à l'article 121, paragraphe 3, du règlement 2019/6, qui se déroule sur plusieurs jours calendrier consécutifs, y compris l'hospitalité qui y est liée, une approbation préalable, appelée "visa", doit être obtenue auprès du ministre ou de son délégué. A cet effet, la personne qui organise la réunion introduit une demande auprès de l'AFMPS ou de l'institution reconnue par le Roi.
Un événement, visé à l'alinéa 1er, est considéré se dérouler sur plusieurs jours calendrier consécutifs dès lors qu'une nuitée est nécessaire pour participer à l'intégralité de l'événement.
Si les conditions visées à l'article 121, paragraphe 3, du règlement 2019/6 ne sont pas remplies, le visa est refusé.
Si le visa n'est pas obtenu, l'hospitalité visée à l'article 121, paragraphe 3, du règlement 2019/6 ne peut être offerte aux personnes qui sont habilitées à prescrire ou délivrer des médicaments vétérinaires, visées à l'article 121, paragraphe 1er, du règlement 2019/6.
Chaque demande de visa est soumise au paiement d'une redevance par le demandeur du visa. Le Roi en détermine le montant.
Le Roi détermine les conditions dans lesquelles la procédure préalable de visa peut être assurée par d'autres institutions reconnues par Lui. Ces institutions ont la forme juridique d'une ASBL et ont pour objet statutaire de veiller à la déontologie et à la légalité des manifestations scientifiques. Ces institutions peuvent réclamer à leur profit la redevance visée au alinéa 5.
§ 2. En exécution de l'article 122 du règlement 2019/6, le Roi peut, pour chaque événement autre que celui visé au paragraphe 1er, fixer des procédures d'enregistrement des données de cet événement et de tout ce qui est offert, y compris l'hospitalité. Le Roi peut également imposer de rapporter ces données et la documentation à fournir qui y est liée. Il détermine la fréquence de ces rapports.]1
Un événement, visé à l'alinéa 1er, est considéré se dérouler sur plusieurs jours calendrier consécutifs dès lors qu'une nuitée est nécessaire pour participer à l'intégralité de l'événement.
Si les conditions visées à l'article 121, paragraphe 3, du règlement 2019/6 ne sont pas remplies, le visa est refusé.
Si le visa n'est pas obtenu, l'hospitalité visée à l'article 121, paragraphe 3, du règlement 2019/6 ne peut être offerte aux personnes qui sont habilitées à prescrire ou délivrer des médicaments vétérinaires, visées à l'article 121, paragraphe 1er, du règlement 2019/6.
Chaque demande de visa est soumise au paiement d'une redevance par le demandeur du visa. Le Roi en détermine le montant.
Le Roi détermine les conditions dans lesquelles la procédure préalable de visa peut être assurée par d'autres institutions reconnues par Lui. Ces institutions ont la forme juridique d'une ASBL et ont pour objet statutaire de veiller à la déontologie et à la légalité des manifestations scientifiques. Ces institutions peuvent réclamer à leur profit la redevance visée au alinéa 5.
§ 2. En exécution de l'article 122 du règlement 2019/6, le Roi peut, pour chaque événement autre que celui visé au paragraphe 1er, fixer des procédures d'enregistrement des données de cet événement et de tout ce qui est offert, y compris l'hospitalité. Le Roi peut également imposer de rapporter ces données et la documentation à fournir qui y est liée. Il détermine la fréquence de ces rapports.]1
HOOFDSTUK 12. - Beperkingen
CHAPITRE 12. - Mesures de restriction
Art.48. Overeenkomstig artikel 130, lid 5, van Verordening 2019/6, bepaalt de Koning de procedures inzake de schorsing, intrekking of wijziging van de voorwaarden van een VHB.
Art.48. En application de l'article 130, paragraphe 5 du Règlement 2019/6, le Roi détermine les procédures relatives à la suspension, au retrait ou à la modification des termes d'une AMM.
HOOFDSTUK 13. - Betreffende de stoffen, bedoeld in artikel 2, lid 6, a) van Verordening 2019/6, de magistrale en officinale bereidingen
CHAPITRE 13. - Des substances visées à l'article 2, paragraphe 6, a), du Règlement 2019/6, les préparations magistrales et officinales
Art.49. In afwijking van artikel 3 en onverminderd Hoofdstuk VII van Verordening 2019/6, is dit Hoofdstuk van toepassing op:
1° de stoffen, bedoeld in artikel 2, lid 6, de bepaling onder a), van Verordening 2019/6;
2° de magistrale bereidingen, bedoeld in artikel 2, lid 6, de bepaling onder b), van Verordening 2019/6;
3° de officinale bereidingen, bedoeld in artikel 2, lid 6, de bepaling onder c), van Verordening 2019/6.
1° de stoffen, bedoeld in artikel 2, lid 6, de bepaling onder a), van Verordening 2019/6;
2° de magistrale bereidingen, bedoeld in artikel 2, lid 6, de bepaling onder b), van Verordening 2019/6;
3° de officinale bereidingen, bedoeld in artikel 2, lid 6, de bepaling onder c), van Verordening 2019/6.
Art.49. Par dérogation à l'article 3 et sans préjudice du chapitre VII du Règlement 2019/6, le présent chapitre s'applique:
1° aux substances, visées à l'article 2, paragraphe 6, a), du Règlement 2019/6;
2° aux préparations magistrales, visées à l'article 2, paragraphe 6, b), du Règlement 2019/6;
3° aux préparations officinales, visées à l'article 2, paragraphe 6, c), du Règlement 2019/6.
1° aux substances, visées à l'article 2, paragraphe 6, a), du Règlement 2019/6;
2° aux préparations magistrales, visées à l'article 2, paragraphe 6, b), du Règlement 2019/6;
3° aux préparations officinales, visées à l'article 2, paragraphe 6, c), du Règlement 2019/6.
Art.50. § 1. [1 De magistrale en officinale bereidingen voldoen aan de Europese Farmacopee.
In afwijking van het eerste lid, kan de Koning, in de gevallen en onder de voorwaarden die Hij bepaalt, de verwijzing opleggen naar een officiële farmacopee die overeenstemt met de actuele kennis, naar het Therapeutisch Magistraal Formularium of naar een monografie.]1
De Koning kan de voor deze bereidingen vereiste documentatie, uitrusting, toestellen of instrumenten die in de apotheek aanwezig moeten zijn, bepalen. Hij kan eveneens een persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek verplichten om in de apotheek over de door Hem bepaalde documentatie, uitrusting, toestellen en instrumenten te beschikken.
§ 2. Wat betreft de magistrale en officinale bereidingen, kan de Koning regels inzake het bewaren, bereiden, ontvangen en afleveren van deze bereidingen door een persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek, bepalen.
De Koning kan eveneens regels vastleggen inzake de door de persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek te vervullen administratieve taken en de bij te houden administratieve gegevens in het kader van de in het eerste lid bedoelde handelingen.
In afwijking van het eerste lid, kan de Koning, in de gevallen en onder de voorwaarden die Hij bepaalt, de verwijzing opleggen naar een officiële farmacopee die overeenstemt met de actuele kennis, naar het Therapeutisch Magistraal Formularium of naar een monografie.]1
De Koning kan de voor deze bereidingen vereiste documentatie, uitrusting, toestellen of instrumenten die in de apotheek aanwezig moeten zijn, bepalen. Hij kan eveneens een persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek verplichten om in de apotheek over de door Hem bepaalde documentatie, uitrusting, toestellen en instrumenten te beschikken.
§ 2. Wat betreft de magistrale en officinale bereidingen, kan de Koning regels inzake het bewaren, bereiden, ontvangen en afleveren van deze bereidingen door een persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek, bepalen.
De Koning kan eveneens regels vastleggen inzake de door de persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek te vervullen administratieve taken en de bij te houden administratieve gegevens in het kader van de in het eerste lid bedoelde handelingen.
Art.50. § 1er. [1 Les préparations magistrales et officinales sont conformes à la Pharmacopée européenne.
Par dérogation à l'alinéa 1er, dans les cas et sous les conditions qu'Il fixe, le Roi peut imposer la référence à une pharmacopée officielle correspondant à l'état actuel des connaissances, au Formulaire Thérapeutique Magistral ou à une monographie.]1
Le Roi peut déterminer la documentation, le matériel, les appareils ou les instruments nécessaires à ces préparations qui doivent être présents dans la pharmacie. Il peut également imposer à une personne autorisée à délivrer des médicaments au public de disposer dans l'officine de la documentation, du matériel, des appareils et des instruments qu'il détermine.
§ 2. En ce qui concerne les préparations magistrales et officinales, le Roi peut fixer des règles concernant la conservation, la préparation, la réception et la délivrance de ces préparations par une personne autorisée à délivrer des médicaments au public.
Le Roi peut également fixer des règles concernant les tâches administratives à accomplir par la personne autorisée à délivrer des médicaments au public et les données administratifs à tenir dans le cadre des activités visées à l'alinéa 1er.
Par dérogation à l'alinéa 1er, dans les cas et sous les conditions qu'Il fixe, le Roi peut imposer la référence à une pharmacopée officielle correspondant à l'état actuel des connaissances, au Formulaire Thérapeutique Magistral ou à une monographie.]1
Le Roi peut déterminer la documentation, le matériel, les appareils ou les instruments nécessaires à ces préparations qui doivent être présents dans la pharmacie. Il peut également imposer à une personne autorisée à délivrer des médicaments au public de disposer dans l'officine de la documentation, du matériel, des appareils et des instruments qu'il détermine.
§ 2. En ce qui concerne les préparations magistrales et officinales, le Roi peut fixer des règles concernant la conservation, la préparation, la réception et la délivrance de ces préparations par une personne autorisée à délivrer des médicaments au public.
Le Roi peut également fixer des règles concernant les tâches administratives à accomplir par la personne autorisée à délivrer des médicaments au public et les données administratifs à tenir dans le cadre des activités visées à l'alinéa 1er.
Wijzigingen
HOOFDSTUK 14. - Inspecties, controles en sancties
CHAPITRE 14. - Inspections, contrôles et sanctions
Afdeling 1. - Inspecties en controles
Section 1re. - Inspections et contrôles
Art.51. De Koning benoemt onder de leden van het statutair personeel of, bij gebreke daarvan, de contractuele personeelsleden tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, van het FAGG, de personen belast met het toezicht op de toepassing van Verordening 2019/6, van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
De Koning kan ook, bij besluit na overleg in de Ministerraad, leden van het statutair personeel of, bij gebreke daarvan, contractuele personeelsleden met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, van andere federale overheidsdiensten aanstellen.
De in de eerste en tweede alinea van dit artikel bedoelde statutaire en contractuele personeelsleden worden voor de toepassing van deze wet gewoonlijk "inspecteurs" genoemd.
De Koning kan ook, bij besluit na overleg in de Ministerraad, leden van het statutair personeel of, bij gebreke daarvan, contractuele personeelsleden met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, van andere federale overheidsdiensten aanstellen.
De in de eerste en tweede alinea van dit artikel bedoelde statutaire en contractuele personeelsleden worden voor de toepassing van deze wet gewoonlijk "inspecteurs" genoemd.
Art.51. Le Roi désigne parmi les membres du personnel statutaire ou, à défaut, les membres du personnel contractuel engagés par un contrat de travail à durée indéterminée, de l'AFMPS, les personnes chargées de surveiller l'application du Règlement 2019/6, de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.
Le Roi peut également, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, désigner des membres du personnel statutaire ou, à défaut, des membres du personnel contractuel engagés par un contrat de travail à durée indéterminée, d'autres services publics fédéraux.
Les membres du personnel statutaire et contractuel visés aux premier et deuxième paragraphes du présent article sont communément appelés "les inspecteurs" pour l'application de la présente loi.
Le Roi peut également, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, désigner des membres du personnel statutaire ou, à défaut, des membres du personnel contractuel engagés par un contrat de travail à durée indéterminée, d'autres services publics fédéraux.
Les membres du personnel statutaire et contractuel visés aux premier et deuxième paragraphes du présent article sont communément appelés "les inspecteurs" pour l'application de la présente loi.
Art.52. De statutaire en contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 51, mogen geen enkel rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben ten aanzien van de personen die ze dienen te controleren overeenkomstig artikel 123, lid 1 van Verordening 2019/6.
De Koning kan procedures en nadere regels bepalen om te waarborgen dat de statutaire en contractuele personeelsleden, bedoeld in artikel 51, vrij zijn van elk belangenconflict.
De Koning kan procedures en nadere regels bepalen om te waarborgen dat de statutaire en contractuele personeelsleden, bedoeld in artikel 51, vrij zijn van elk belangenconflict.
Art.52. Les membres du personnel statutaires ou contractuels visés à l'article 51, ne peuvent avoir un intérêt quelconque, direct ou indirect, auprès des personnes qu'ils sont chargés de contrôler conformément à l'article 123, paragraphe 1er du Règlement 2019/6.
Le Roi peut établir des procédures et des règles supplémentaires visant à garantir que les membres du personnel statutaires et contractuels visés à l'article 51 ne se trouvent pas en situation de conflit d'intérêts.
Le Roi peut établir des procédures et des règles supplémentaires visant à garantir que les membres du personnel statutaires et contractuels visés à l'article 51 ne se trouvent pas en situation de conflit d'intérêts.
Art.53. Voorafgaand aan de uitoefening van hun functie leggen de statutaire en contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 51, eerste lid de eed af in handen van de minister of de administrateur-generaal van het FAGG.
Voorafgaand aan de uitoefening van hun toezichtsfunctie in het kader van Verordening 2019/6, deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, hebben de personen, bedoeld artikel 51, lid 2, de eed afgelegd in handen van de minister of diens afgevaardigde onder wiens bevoegdheid ze ressorteren.
Voorafgaand aan de uitoefening van hun toezichtsfunctie in het kader van Verordening 2019/6, deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, hebben de personen, bedoeld artikel 51, lid 2, de eed afgelegd in handen van de minister of diens afgevaardigde onder wiens bevoegdheid ze ressorteren.
Art.53. Préalablement à l'exercice de leurs fonctions, les membres du personnel statutaires et contractuels visés à l'article 51, alinéa 1er prêtent serment entre les mains du ministre ou de l'Administrateur général de l'AFMPS.
Préalablement à l'exercice de leurs fonctions de surveillance en raison du Règlement 2019/6, de la présente loi et ses arrêtés d'exécution, les personnes visées à l'article 51, alinéa 2, ont prêté le serment entre les mains du ministre ou de son représentant dont elles relèvent.
Préalablement à l'exercice de leurs fonctions de surveillance en raison du Règlement 2019/6, de la présente loi et ses arrêtés d'exécution, les personnes visées à l'article 51, alinéa 2, ont prêté le serment entre les mains du ministre ou de son représentant dont elles relèvent.
Art.54. De statutaire en contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 51 zijn vertegenwoordigers van het FAGG in de zin van artikel 123 van Verordening 2019/6.
Art.54. Les membres du personnel statutaires et contractuels visés à l'article 51 sont les représentants de l'AFMPS au sens de l'article 123 du Règlement 2019/6.
Art.55. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, voeren de statutaire en contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 51, in de uitoefening van hun toezichtsopdracht bedoeld in artikel 51 de nodige controles en inspecties uit op voorlegging van behoorlijke legitimatiebewijzen tot staving van hun opdracht.
Daartoe kunnen de statutaire en contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 51, naast de bevoegdheden bedoeld in artikel 123 en 126 van Verordening 2019/6:
1° tussen 5 en 21 uur alle lokalen betreden van de personen bedoeld in artikel 123, lid 1 van Verordening 2019/6 en van personen die taken uitvoeren vereist krachtens Verordening 2019/6, van deze wet of van haar uitvoeringsbesluiten, met, voor of namens de personen bedoeld in artikel 123, lid 1, van Verordening 2019/6, op alle andere plaatsen waar diergeneesmiddelen worden verkocht, al dan niet onder bezwarende titel afgestaan, vervaardigd, bereid, bewaard of opgeslagen, en meer in het algemeen, op alle plaatsen waar zij redelijkerwijze vermoeden dat er inbreuken worden gepleegd op de bepalingen van de wetgevingen waarvan zij krachtens artikel 51 het toezicht uitoefenen; buiten deze uren mogen zij de plaatsen en voormelde lokalen enkel betreden met voorafgaande toestemming van de politierechtbank; indien de voornoemde plaatsen of lokalen bewoond zijn, mogen zij deze enkel betreden met voorafgaande toestemming van de politierechtbank;
2° overgaan tot elk onderzoek, elke controle en elk verhoor, alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen krachtens artikel 51 van deze wet, werkelijk worden nageleefd, en inzonderheid:
a) gelijk welke persoon wiens verhoor zij nodig achten, ondervragen over alle feiten die dienstig kunnen zijn voor de uitoefening van het toezicht;
b) de identiteit opnemen van gelijk welke persoon, wiens verhoor zij nodig achten voor de uitoefening van het toezicht; daartoe kunnen zij van deze personen de overlegging vorderen van officiële identiteitsdocumenten, of deze identiteit trachten te achterhalen met andere middelen, met inbegrip van het maken van foto's, film- en videopnamen;
c) zich, zonder verplaatsing, alle boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers die gegevens kunnen bevatten die ingevolge de wetgeving waar zij krachtens artikel 48 van deze wet toezicht op uitoefenen, dienen te worden opgemaakt, bijgehouden of bewaard, alsmede alle andere boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers die zij nodig achten voor de uitoefening van het toezicht, ter inzage doen voorleggen, alsook uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopieën of fotokopieën daarvan nemen of zich die kosteloos laten verstrekken of zelfs gelijk welke van de in dit littera bedoelde informatiedragers tegen ontvangstbewijs in beslag nemen;
d) andere roerende goederen dan deze bedoeld in littera c, met inbegrip van roerende goederen die onroerend zijn geworden door incorporatie of door bestemming, ongeacht of de overtreder al dan niet de eigenaar is van deze goederen, die aan hun toezicht onderworpen zijn of aan de hand waarvan inbreuken op de wetgeving waarop zij krachtens artikel 51 van deze wet toezicht uitoefenen, kunnen worden vastgesteld, tegen ontvangstbewijs in beslag nemen of deze verzegelen wanneer dit nodig is om een inbreuk te bewijzen of om de mededaders of medeplichtigen van de overtreders op te sporen, of wanneer het gevaar bestaat dat met deze goederen de inbreuken worden voortgezet of nieuwe inbreuken zullen worden gepleegd, of nog wanneer het voorwerpen betreft die zaken of vermogensvoordelen bedoeld in artikel 42 van het Strafwetboek schijnen te vormen;
e) vaststellingen doen door middel van het maken van foto's, film- en videopnamen;
f) inspecties verrichten van de gebouwen, registers, documenten en basisdossiers van het geneesmiddelenbewakingssysteem van de houder van een VHB of registratie of van elke onderneming die door de houder van de VHB of registratie is belast om geneesmiddelenbewakingsactiviteiten uit te voeren.
§ 2. De statutaire en contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 51 van deze wet, hebben het recht alle dienstige vaststellingen te doen, waarschuwingen te geven, voor de overtreder een termijn te bepalen om zich in regel te stellen en processen-verbaal op te stellen.
Deze processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen is. Een afschrift ervan wordt ter kennis gebracht van de overtreder uiterlijk binnen een termijn van twintig dagen, die aanvang neemt de dag na de vaststelling van de overtreding. Wanneer de vervaldag, die in deze termijn is inbegrepen, een zaterdag, een zondag of een feestdag is, dan wordt deze verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De overtreder kan binnen een termijn van twintig dagen na de dag van de ontvangst van het proces-verbaal zijn schriftelijke opmerkingen maken. Deze ontvangen opmerkingen worden bij het proces-verbaal gevoegd.
Voor de toepassing van de termijn bepaald in het tweede lid, vormen het geven aan de overtreder van een waarschuwing of van een termijn om zich in regel te stellen, geen vaststelling van de overtreding.
Het originele proces-verbaal wordt verstuurd naar de in toepassing van artikel 66 van deze wet aangewezen ambtenaar.
Bij het opmaken van de processen-verbaal kunnen de door hen verrichte materiële vaststellingen, met bewijskracht, gebruikt worden door statutaire of contractuele personeelsleden van dezelfde dienst, van andere inspectiediensten of door statutaire of contractuele personeelsleden belast met het toezicht op de naleving van andere wetgevingen.
§ 3. In de uitoefening van hun ambt kunnen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in § 1, de bijstand van de openbare macht vorderen.
Daartoe kunnen de statutaire en contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 51, naast de bevoegdheden bedoeld in artikel 123 en 126 van Verordening 2019/6:
1° tussen 5 en 21 uur alle lokalen betreden van de personen bedoeld in artikel 123, lid 1 van Verordening 2019/6 en van personen die taken uitvoeren vereist krachtens Verordening 2019/6, van deze wet of van haar uitvoeringsbesluiten, met, voor of namens de personen bedoeld in artikel 123, lid 1, van Verordening 2019/6, op alle andere plaatsen waar diergeneesmiddelen worden verkocht, al dan niet onder bezwarende titel afgestaan, vervaardigd, bereid, bewaard of opgeslagen, en meer in het algemeen, op alle plaatsen waar zij redelijkerwijze vermoeden dat er inbreuken worden gepleegd op de bepalingen van de wetgevingen waarvan zij krachtens artikel 51 het toezicht uitoefenen; buiten deze uren mogen zij de plaatsen en voormelde lokalen enkel betreden met voorafgaande toestemming van de politierechtbank; indien de voornoemde plaatsen of lokalen bewoond zijn, mogen zij deze enkel betreden met voorafgaande toestemming van de politierechtbank;
2° overgaan tot elk onderzoek, elke controle en elk verhoor, alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen krachtens artikel 51 van deze wet, werkelijk worden nageleefd, en inzonderheid:
a) gelijk welke persoon wiens verhoor zij nodig achten, ondervragen over alle feiten die dienstig kunnen zijn voor de uitoefening van het toezicht;
b) de identiteit opnemen van gelijk welke persoon, wiens verhoor zij nodig achten voor de uitoefening van het toezicht; daartoe kunnen zij van deze personen de overlegging vorderen van officiële identiteitsdocumenten, of deze identiteit trachten te achterhalen met andere middelen, met inbegrip van het maken van foto's, film- en videopnamen;
c) zich, zonder verplaatsing, alle boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers die gegevens kunnen bevatten die ingevolge de wetgeving waar zij krachtens artikel 48 van deze wet toezicht op uitoefenen, dienen te worden opgemaakt, bijgehouden of bewaard, alsmede alle andere boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers die zij nodig achten voor de uitoefening van het toezicht, ter inzage doen voorleggen, alsook uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopieën of fotokopieën daarvan nemen of zich die kosteloos laten verstrekken of zelfs gelijk welke van de in dit littera bedoelde informatiedragers tegen ontvangstbewijs in beslag nemen;
d) andere roerende goederen dan deze bedoeld in littera c, met inbegrip van roerende goederen die onroerend zijn geworden door incorporatie of door bestemming, ongeacht of de overtreder al dan niet de eigenaar is van deze goederen, die aan hun toezicht onderworpen zijn of aan de hand waarvan inbreuken op de wetgeving waarop zij krachtens artikel 51 van deze wet toezicht uitoefenen, kunnen worden vastgesteld, tegen ontvangstbewijs in beslag nemen of deze verzegelen wanneer dit nodig is om een inbreuk te bewijzen of om de mededaders of medeplichtigen van de overtreders op te sporen, of wanneer het gevaar bestaat dat met deze goederen de inbreuken worden voortgezet of nieuwe inbreuken zullen worden gepleegd, of nog wanneer het voorwerpen betreft die zaken of vermogensvoordelen bedoeld in artikel 42 van het Strafwetboek schijnen te vormen;
e) vaststellingen doen door middel van het maken van foto's, film- en videopnamen;
f) inspecties verrichten van de gebouwen, registers, documenten en basisdossiers van het geneesmiddelenbewakingssysteem van de houder van een VHB of registratie of van elke onderneming die door de houder van de VHB of registratie is belast om geneesmiddelenbewakingsactiviteiten uit te voeren.
§ 2. De statutaire en contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 51 van deze wet, hebben het recht alle dienstige vaststellingen te doen, waarschuwingen te geven, voor de overtreder een termijn te bepalen om zich in regel te stellen en processen-verbaal op te stellen.
Deze processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen is. Een afschrift ervan wordt ter kennis gebracht van de overtreder uiterlijk binnen een termijn van twintig dagen, die aanvang neemt de dag na de vaststelling van de overtreding. Wanneer de vervaldag, die in deze termijn is inbegrepen, een zaterdag, een zondag of een feestdag is, dan wordt deze verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De overtreder kan binnen een termijn van twintig dagen na de dag van de ontvangst van het proces-verbaal zijn schriftelijke opmerkingen maken. Deze ontvangen opmerkingen worden bij het proces-verbaal gevoegd.
Voor de toepassing van de termijn bepaald in het tweede lid, vormen het geven aan de overtreder van een waarschuwing of van een termijn om zich in regel te stellen, geen vaststelling van de overtreding.
Het originele proces-verbaal wordt verstuurd naar de in toepassing van artikel 66 van deze wet aangewezen ambtenaar.
Bij het opmaken van de processen-verbaal kunnen de door hen verrichte materiële vaststellingen, met bewijskracht, gebruikt worden door statutaire of contractuele personeelsleden van dezelfde dienst, van andere inspectiediensten of door statutaire of contractuele personeelsleden belast met het toezicht op de naleving van andere wetgevingen.
§ 3. In de uitoefening van hun ambt kunnen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in § 1, de bijstand van de openbare macht vorderen.
Art.55. § 1er. Sans préjudice des compétences des officiers de police judiciaire, les membres du personnel statutaires et contractuels visés à l'article 51 effectuent, dans l'exercice de leur mission de surveillance visée à l'article 51, les contrôles et les inspections nécessaires, sur présentation des pièces justificatives de leurs fonctions.
A cette fin, outre les compétences visées à l'article 123 et 126 du Règlement 2019/6, les membres du personnel statutaires et contractuels visés à l'article 51, peuvent:
1° accéder, entre 5 heures et 21 heures dans tous les locaux des personnes visées à l'article 123, paragraphe 1er du Règlement 2019/6 et des personnes qui exécutent des tâches requises en vertu du Règlement 2019/6, de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, avec, pour ou pour le compte des personnes visées à l'article 123, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, dans tous les autres lieux où des médicaments vétérinaires sont vendus, cédés à titre onéreux ou non, fabriqués, préparés, conservés ou entreposés, et plus généralement, dans tous les lieux dans lesquels ils peuvent avoir un motif raisonnable de supposer qu'il existe des infractions aux dispositions des législations dont ils exercent la surveillance en vertu de l'article 51; en dehors de ces heures, ils ne peuvent pénétrer dans les lieux et précités qu'avec l'autorisation préalable du tribunal de police; si les lieux ou locaux précités sont habités, ils ne peuvent y pénétrer qu'avec l'autorisation préalable du tribunal de police;
2° procéder à tout examen, contrôle et audition, ainsi que recueillir toutes les informations qu'ils estiment nécessaires pour s'assurer que les dispositions des législations dont ils exercent la surveillance en vertu de l'article 51 de la présente loi sont effectivement respectées, et notamment:
a) interroger toute personne dont ils estiment l'audition nécessaire, sur tout fait dont la connaissance est utile à l'exercice de cette surveillance;
b) prendre l'identité de toute personne dont ils estiment l'audition nécessaire pour l'exercice de cette surveillance, et à cet effet, exiger des personnes la présentation de documents officiels d'identification ou rechercher l'identité de ces personnes par d'autres moyens, y compris en faisant des photos et des prises de vues par film et vidéo;
c) se faire produire, sans déplacement, pour en prendre connaissance, tous les livres, registres, documents, disques, bandes ou n'importe quels autres supports d'information contenant des données dont l'établissement, la tenue ou la conservation sont prescrits par les législations dont ils exercent la surveillance en vertu de l'article 48 de la présente loi, ainsi que tous les autres livres, registres, documents, disques, bandes ou n'importe quels autres supports d'information qu'ils jugent nécessaires à l'exercice de leur mission, et en prendre des extraits, des duplicata, des impressions, des listages, des copies ou des photocopies, ou se faire fournir ceux-ci sans frais, ou même saisir n'importe quels supports d'information visés par le présent litera contre récépissé;
d) saisir contre récépissé ou mettre sous scellés d'autres biens mobiliers que ceux visés au literas c, en ce compris les biens mobiliers qui sont immeubles par incorporation ou par destination, que le contrevenant en soit propriétaire ou pas, qui sont soumis à leur contrôle ou par lesquels des infractions aux législations dont ils exercent la surveillance en vertu de l'article 51 de la présente loi peuvent être constatées, lorsque cela est nécessaire à l'établissement de la preuve de ces infractions, lorsque cela peut permettre de déceler les coauteurs ou les complices de l'infraction ou lorsque le danger existe qu'avec ces biens, les infractions persistent ou que de nouvelles infractions soient commises ou encore lorsque les objets semblent former les choses ou les avantages patrimoniaux visés à l'article 42 du Code Pénal;
e) faire des observations en prenant des photos, des films et des enregistrements vidéo;
f) inspecter les locaux, les archives, les documents et le dossier permanent du système de pharmacovigilance du titulaire de l'AMM ou de l'enregistrement ou de toute personne chargée par le titulaire de l'AMM ou de l'enregistrement de réaliser des activités de pharmacovigilance.
§ 2. Les membres du personnel statutaires et contractuels visés à l'article 51 de la présente loi, ont le droit de faire toutes les constatations utiles, de donner des avertissements, de fixer au contrevenant un délai pour se mettre en règle et de dresser des procès-verbaux.
Ces procès-verbaux font foi jusqu'à preuve du contraire. Une copie de ceux-ci est portée à la connaissance du contrevenant endéans un délai de vingt jours, qui prend cours le lendemain du jour de la constatation de l'infraction. Lorsque le jour d'échéance qui est compris dans ce délai est un samedi, un dimanche ou un jour férié il est déplacé au jour ouvrable suivant. Le contrevenant peut formuler des commentaires écrits dans un délai de vingt jours à compter de la date de réception du procès-verbal. Les commentaires reçus sont annexés au procès-verbal.
Pour l'application du délai déterminé à l'alinéa 2, l'avertissement donné au contrevenant ou la fixation d'un délai pour se mettre en règle n'emporte pas la constatation de l'infraction.
Le procès-verbal original est envoyé à l'agent désigné en application de l'article 66 de la présente loi.
Lors de l'établissement des procès-verbaux les constatations matérielles faites par eux, peuvent être utilisées, avec leur force probante, par les autres membres du personnel statutaires ou contractuels du même service, des autres services d'inspection ou par les membres du personnel statutaires ou contractuels chargés de la surveillance du respect d'autres législations.
§ 3. Les membres du personnel statutaire et contractuel visés au § 1er, dans l'exercice de leur fonction, peuvent requérir l'assistance de la force publique.
A cette fin, outre les compétences visées à l'article 123 et 126 du Règlement 2019/6, les membres du personnel statutaires et contractuels visés à l'article 51, peuvent:
1° accéder, entre 5 heures et 21 heures dans tous les locaux des personnes visées à l'article 123, paragraphe 1er du Règlement 2019/6 et des personnes qui exécutent des tâches requises en vertu du Règlement 2019/6, de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, avec, pour ou pour le compte des personnes visées à l'article 123, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, dans tous les autres lieux où des médicaments vétérinaires sont vendus, cédés à titre onéreux ou non, fabriqués, préparés, conservés ou entreposés, et plus généralement, dans tous les lieux dans lesquels ils peuvent avoir un motif raisonnable de supposer qu'il existe des infractions aux dispositions des législations dont ils exercent la surveillance en vertu de l'article 51; en dehors de ces heures, ils ne peuvent pénétrer dans les lieux et précités qu'avec l'autorisation préalable du tribunal de police; si les lieux ou locaux précités sont habités, ils ne peuvent y pénétrer qu'avec l'autorisation préalable du tribunal de police;
2° procéder à tout examen, contrôle et audition, ainsi que recueillir toutes les informations qu'ils estiment nécessaires pour s'assurer que les dispositions des législations dont ils exercent la surveillance en vertu de l'article 51 de la présente loi sont effectivement respectées, et notamment:
a) interroger toute personne dont ils estiment l'audition nécessaire, sur tout fait dont la connaissance est utile à l'exercice de cette surveillance;
b) prendre l'identité de toute personne dont ils estiment l'audition nécessaire pour l'exercice de cette surveillance, et à cet effet, exiger des personnes la présentation de documents officiels d'identification ou rechercher l'identité de ces personnes par d'autres moyens, y compris en faisant des photos et des prises de vues par film et vidéo;
c) se faire produire, sans déplacement, pour en prendre connaissance, tous les livres, registres, documents, disques, bandes ou n'importe quels autres supports d'information contenant des données dont l'établissement, la tenue ou la conservation sont prescrits par les législations dont ils exercent la surveillance en vertu de l'article 48 de la présente loi, ainsi que tous les autres livres, registres, documents, disques, bandes ou n'importe quels autres supports d'information qu'ils jugent nécessaires à l'exercice de leur mission, et en prendre des extraits, des duplicata, des impressions, des listages, des copies ou des photocopies, ou se faire fournir ceux-ci sans frais, ou même saisir n'importe quels supports d'information visés par le présent litera contre récépissé;
d) saisir contre récépissé ou mettre sous scellés d'autres biens mobiliers que ceux visés au literas c, en ce compris les biens mobiliers qui sont immeubles par incorporation ou par destination, que le contrevenant en soit propriétaire ou pas, qui sont soumis à leur contrôle ou par lesquels des infractions aux législations dont ils exercent la surveillance en vertu de l'article 51 de la présente loi peuvent être constatées, lorsque cela est nécessaire à l'établissement de la preuve de ces infractions, lorsque cela peut permettre de déceler les coauteurs ou les complices de l'infraction ou lorsque le danger existe qu'avec ces biens, les infractions persistent ou que de nouvelles infractions soient commises ou encore lorsque les objets semblent former les choses ou les avantages patrimoniaux visés à l'article 42 du Code Pénal;
e) faire des observations en prenant des photos, des films et des enregistrements vidéo;
f) inspecter les locaux, les archives, les documents et le dossier permanent du système de pharmacovigilance du titulaire de l'AMM ou de l'enregistrement ou de toute personne chargée par le titulaire de l'AMM ou de l'enregistrement de réaliser des activités de pharmacovigilance.
§ 2. Les membres du personnel statutaires et contractuels visés à l'article 51 de la présente loi, ont le droit de faire toutes les constatations utiles, de donner des avertissements, de fixer au contrevenant un délai pour se mettre en règle et de dresser des procès-verbaux.
Ces procès-verbaux font foi jusqu'à preuve du contraire. Une copie de ceux-ci est portée à la connaissance du contrevenant endéans un délai de vingt jours, qui prend cours le lendemain du jour de la constatation de l'infraction. Lorsque le jour d'échéance qui est compris dans ce délai est un samedi, un dimanche ou un jour férié il est déplacé au jour ouvrable suivant. Le contrevenant peut formuler des commentaires écrits dans un délai de vingt jours à compter de la date de réception du procès-verbal. Les commentaires reçus sont annexés au procès-verbal.
Pour l'application du délai déterminé à l'alinéa 2, l'avertissement donné au contrevenant ou la fixation d'un délai pour se mettre en règle n'emporte pas la constatation de l'infraction.
Le procès-verbal original est envoyé à l'agent désigné en application de l'article 66 de la présente loi.
Lors de l'établissement des procès-verbaux les constatations matérielles faites par eux, peuvent être utilisées, avec leur force probante, par les autres membres du personnel statutaires ou contractuels du même service, des autres services d'inspection ou par les membres du personnel statutaires ou contractuels chargés de la surveillance du respect d'autres législations.
§ 3. Les membres du personnel statutaire et contractuel visés au § 1er, dans l'exercice de leur fonction, peuvent requérir l'assistance de la force publique.
Art.56. Alle diensten van de Staat, met inbegrip van de parketten en de griffies der hoven en van alle rechtscolleges, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten, de gemeenten, de verenigingen waartoe ze behoren, en van de openbare instellingen die ervan afhangen, maar met uitzondering van de Gemeenschappen en de Gewesten, zijn gehouden aan de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 51, op hun verzoek, alle in hun bezit zijnde inlichtingen te verstrekken, hen inzage te verlenen van alle akten, stukken, boeken, registers, documenten, schijven, banden of van gelijk welke andere informatiedragers en hen alle uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopies of fotokopies (ervan te verstrekken) die zij nuttig achten voor het toezicht op de naleving van de wetgevingen bedoeld in artikel 51, eerste lid, waarmee zij belast zijn. Alle voornoemde diensten, zijn gehouden die inlichtingen, uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopies of fotokopies kosteloos te verstrekken.
Evenwel mogen de akten, stukken, registers, documenten of inlichtingen betreffende gerechtelijke procedures enkel worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toelating van de procureur-generaal of de auditeur-generaal.
Evenwel mogen de akten, stukken, registers, documenten of inlichtingen betreffende gerechtelijke procedures enkel worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toelating van de procureur-generaal of de auditeur-generaal.
Art.56. Tous les services de l'Etat, y compris les parquets et les greffes des cours et de toutes les juridictions, des provinces, des agglomérations, des fédérations de communes, des communes, des associations dont elles font partie, ainsi que les institutions publiques qui en dépendent, mais à l'exception des Communautés et des Régions, sont tenus, vis-à-vis des membres du personnel statutaire ou contractuel visés à l'article 51, et à leur demande, de leur fournir tous renseignements dont ils disposent, ainsi que de leur produire, pour en prendre connaissance, tous actes, pièces, livres, registres, documents, disques, bandes ou n'importe quels autres supports d'information et de leur en fournir des extraits, des duplicata, des impressions, des listages, d'en procurer des copies ou des photocopies que ces derniers estiment utiles à la surveillance du respect des législations visées à l'article 51, alinéa 1er, dont ils sont chargés. Tous les services précités sont tenus de fournir sans frais ces renseignements, extraits, duplicata, impressions, listages, copies ou photocopies.
Toutefois, les actes, pièces, registres, documents ou renseignements relatifs à des procédures judiciaires ne peuvent être communiqués sans l'autorisation expresse du procureur général ou de l'auditeur général.
Toutefois, les actes, pièces, registres, documents ou renseignements relatifs à des procédures judiciaires ne peuvent être communiqués sans l'autorisation expresse du procureur général ou de l'auditeur général.
Afdeling 2. - Sancties
Section 2. - Sanctions
Art.57. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek zijn van toepassing op de inbreuken, bepaald in deze wet, onder voorbehoud van toepassing van de hierna vermelde bijzondere bepalingen.
Art.57. Les dispositions du Livre Ier du Code pénal sont applicables aux infractions, prévues dans la présente loi, sous réserve de l'application des dispositions spécifiques mentionnées ci-après.
Art.58. De inbreuken op de bepalingen van Verordening 2019/6 en van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden bestraft met een sanctie die zich kunnen bevinden tussen niveau 1 en niveau 5.
De sanctie van niveau 1 bestaat uit een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 500 euro.
De sanctie van niveau 2 bestaat uit een strafrechtelijke geldboete van 50 tot 5 000 euro en een gevangenisstraf van acht dagen tot een maand of uit één van die straffen alleen.
De sanctie van niveau 3 bestaat uit een strafrechtelijke geldboete van 200 tot 50 000 euro en een gevangenisstraf van één maand tot één jaar of uit één van die straffen alleen.
De sanctie van niveau 4 bestaat uit een strafrechtelijke geldboete van 1 000 tot 100 000 euro en een gevangenisstraf van één jaar tot drie jaar of uit één van die straffen alleen.
De sanctie van niveau 5 bestaat uit een strafrechtelijke geldboete van 2000 tot 200 000 euro en een gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar of uit één van die straffen alleen.
De sanctie van niveau 1 bestaat uit een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 500 euro.
De sanctie van niveau 2 bestaat uit een strafrechtelijke geldboete van 50 tot 5 000 euro en een gevangenisstraf van acht dagen tot een maand of uit één van die straffen alleen.
De sanctie van niveau 3 bestaat uit een strafrechtelijke geldboete van 200 tot 50 000 euro en een gevangenisstraf van één maand tot één jaar of uit één van die straffen alleen.
De sanctie van niveau 4 bestaat uit een strafrechtelijke geldboete van 1 000 tot 100 000 euro en een gevangenisstraf van één jaar tot drie jaar of uit één van die straffen alleen.
De sanctie van niveau 5 bestaat uit een strafrechtelijke geldboete van 2000 tot 200 000 euro en een gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar of uit één van die straffen alleen.
Art.58. Les infractions aux dispositions du Règlement 2019/6 et de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution sont punies d'une sanction pouvant aller du niveau 1 au niveau 5.
La sanction de niveau 1 est constituée d'une amende pénale de 26 à 500 euros.
La sanction de niveau 2 est constituée d'une amende pénale de 50 à 5 000 euros et d'un emprisonnement de huit jours à un mois ou d'une de ces peines seulement.
La sanction de niveau 3 est constituée d'une amende pénale de 200 à 50 000 euros et d'un emprisonnement d'un mois à un an ou d'une de ces peines seulement.
La sanction de niveau 4 est constituée d'une amende pénale de 1 000 à 100 000 euros et d'un emprisonnement d'un an à trois ans ou d'une de ces peines seulement.
La sanction de niveau 5 est constituée d'une amende pénale de 2000 à 200 000 euros et d'un emprisonnement de deux ans à cinq ans ou d'une de ces peines seulement.
La sanction de niveau 1 est constituée d'une amende pénale de 26 à 500 euros.
La sanction de niveau 2 est constituée d'une amende pénale de 50 à 5 000 euros et d'un emprisonnement de huit jours à un mois ou d'une de ces peines seulement.
La sanction de niveau 3 est constituée d'une amende pénale de 200 à 50 000 euros et d'un emprisonnement d'un mois à un an ou d'une de ces peines seulement.
La sanction de niveau 4 est constituée d'une amende pénale de 1 000 à 100 000 euros et d'un emprisonnement d'un an à trois ans ou d'une de ces peines seulement.
La sanction de niveau 5 est constituée d'une amende pénale de 2000 à 200 000 euros et d'un emprisonnement de deux ans à cinq ans ou d'une de ces peines seulement.
Art.59. Worden gestraft met een sanctie van niveau 1:
1° degene die bedorven, vervallen, ontaarde, vervalste of nagemaakte diergeneesmiddelen alsook diergeneesmiddelen die niet conform met de bepalingen van Verordening 2019/6, deze wet of haar uitvoeringsbesluiten zijn, aankoopt, bezit, verkoopt, te koop aanbiedt, aflevert, levert, verdeelt, verschaft, in- of uitvoert;
2° degene die de artikelen 10 tot en met 16 van Verordening 2019/6, met de artikelen 12 tot en met 15 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, overtreedt;
3° degene die de uitvoeringshandelingen die door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 17 van Verordening 2019/6 zijn vastgesteld, overtreedt;
4° degene die artikel 32, lid 2 van Verordening 2019/6 overtreedt;
5° degene die artikel 35 van Verordening 2019/6 overtreedt;
6° de VHB-houder die artikel 58, lid 11, 12 of 13 van Verordening 2019/6 overtreedt;
7° degene die artikel 105 van Verordening 2019/6, artikel 41 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
1° degene die bedorven, vervallen, ontaarde, vervalste of nagemaakte diergeneesmiddelen alsook diergeneesmiddelen die niet conform met de bepalingen van Verordening 2019/6, deze wet of haar uitvoeringsbesluiten zijn, aankoopt, bezit, verkoopt, te koop aanbiedt, aflevert, levert, verdeelt, verschaft, in- of uitvoert;
2° degene die de artikelen 10 tot en met 16 van Verordening 2019/6, met de artikelen 12 tot en met 15 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, overtreedt;
3° degene die de uitvoeringshandelingen die door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 17 van Verordening 2019/6 zijn vastgesteld, overtreedt;
4° degene die artikel 32, lid 2 van Verordening 2019/6 overtreedt;
5° degene die artikel 35 van Verordening 2019/6 overtreedt;
6° de VHB-houder die artikel 58, lid 11, 12 of 13 van Verordening 2019/6 overtreedt;
7° degene die artikel 105 van Verordening 2019/6, artikel 41 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
Art.59. Sont punis d'une sanction de niveau 1:
1° celui qui achète, possède, vend, offre en vente, délivre, livre, distribue, fournit, importe ou exporte des médicaments vétérinaires avariés, altérés, périmés, falsifiés ou imités ainsi que des médicaments vétérinaires non conformes aux dispositions du Règlement 2019/6, de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution;
2° celui qui contrevient aux articles 10 à 16 du Règlement 2019/6, aux articles 12 à 15 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
3° celui qui contrevient aux actes d'exécution établis par la Commission européenne conformément à l'article 17 du Règlement 2019/6;
4° celui qui contrevient à l'article 32, paragraphe 2 du Règlement 2019/6;
5° celui qui contrevient à l'article 35 du Règlement 2019/6;
6° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 58, paragraphe 11, 12 ou 13 du Règlement 2019/6;
7° celui qui contrevient à l'article 105 du Règlement 2019/6, à l'article 41 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
1° celui qui achète, possède, vend, offre en vente, délivre, livre, distribue, fournit, importe ou exporte des médicaments vétérinaires avariés, altérés, périmés, falsifiés ou imités ainsi que des médicaments vétérinaires non conformes aux dispositions du Règlement 2019/6, de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution;
2° celui qui contrevient aux articles 10 à 16 du Règlement 2019/6, aux articles 12 à 15 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
3° celui qui contrevient aux actes d'exécution établis par la Commission européenne conformément à l'article 17 du Règlement 2019/6;
4° celui qui contrevient à l'article 32, paragraphe 2 du Règlement 2019/6;
5° celui qui contrevient à l'article 35 du Règlement 2019/6;
6° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 58, paragraphe 11, 12 ou 13 du Règlement 2019/6;
7° celui qui contrevient à l'article 105 du Règlement 2019/6, à l'article 41 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
Art.60. Worden gestraft met een sanctie van niveau 2:
1° degene die artikel 38, 39 of 40 van Verordening 2019/6 overtreedt;
2° ieder die nalaat de gegevens inzake het verkoopvolume en het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen gebruikt bij dieren overeenkomstig artikel 57 van Verordening 2019/6, artikel 23 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten te verstrekken;
3° degene die artikel 58, lid 6, van Verordening 2019/6 overtreedt;
4° degene die artikel 68, lid 2, van Verordening 2019/6 overtreedt;
5° degene die artikel 70, lid 5 of 8 van Verordening 2019/6 overtreedt;
6° degene die artikel 71, lid 1 of 3, van Verordening 2019/6 overtreedt;
7° de VHB-houder die artikel 73, lid 2, van Verordening 2019/6 overtreedt;
8° de dierenarts of de persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek die artikel 25 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
9° de VHB-houder die artikel 82, lid 3 van Verordening 2019/6 overtreedt;
10° degene die artikel 88, lid 3 van Verordening 2019/6 overtreedt;
11° de importeur, fabrikant of distributeur, bedoeld in artikel 95, lid 1 van Verordening 2019/6 die artikel 95, lid 5, eerste zin, van Verordening 2019/6 overtreedt;
12° de houder van een vergunning voor de vervaardiging die artikel 96 van Verordening 2019/6 overtreedt;
13° de groothandelaar, bedoeld in artikel 102, lid 1 van Verordening 2019/6 die artikel 102, lid 2 of 5 van Verordening 2019/6, artikel 34 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
14° degene die artikel 103, lid 3 of 5, van Verordening 2019/6, artikel 38 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
15° degene die artikel 104, lid 5, 6 of 7 van Verordening 2019/6 overtreedt;
16° degene die artikel 106, lid 1, 2 of 4 van Verordening 2019/6, artikel 42 of 43 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
17° degene die artikel 108, lid 1, 2 of 5 van Verordening 2019/6, artikel 45 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
18° degene die de uitvoeringshandelingen of de gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie, bedoeld in artikel 109 van Verordening 2019/6 overtreedt;
19° degene die artikel 119 of 120, lid 1 van Verordening 2019/6 overtreedt;
1° degene die artikel 38, 39 of 40 van Verordening 2019/6 overtreedt;
2° ieder die nalaat de gegevens inzake het verkoopvolume en het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen gebruikt bij dieren overeenkomstig artikel 57 van Verordening 2019/6, artikel 23 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten te verstrekken;
3° degene die artikel 58, lid 6, van Verordening 2019/6 overtreedt;
4° degene die artikel 68, lid 2, van Verordening 2019/6 overtreedt;
5° degene die artikel 70, lid 5 of 8 van Verordening 2019/6 overtreedt;
6° degene die artikel 71, lid 1 of 3, van Verordening 2019/6 overtreedt;
7° de VHB-houder die artikel 73, lid 2, van Verordening 2019/6 overtreedt;
8° de dierenarts of de persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek die artikel 25 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
9° de VHB-houder die artikel 82, lid 3 van Verordening 2019/6 overtreedt;
10° degene die artikel 88, lid 3 van Verordening 2019/6 overtreedt;
11° de importeur, fabrikant of distributeur, bedoeld in artikel 95, lid 1 van Verordening 2019/6 die artikel 95, lid 5, eerste zin, van Verordening 2019/6 overtreedt;
12° de houder van een vergunning voor de vervaardiging die artikel 96 van Verordening 2019/6 overtreedt;
13° de groothandelaar, bedoeld in artikel 102, lid 1 van Verordening 2019/6 die artikel 102, lid 2 of 5 van Verordening 2019/6, artikel 34 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
14° degene die artikel 103, lid 3 of 5, van Verordening 2019/6, artikel 38 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
15° degene die artikel 104, lid 5, 6 of 7 van Verordening 2019/6 overtreedt;
16° degene die artikel 106, lid 1, 2 of 4 van Verordening 2019/6, artikel 42 of 43 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
17° degene die artikel 108, lid 1, 2 of 5 van Verordening 2019/6, artikel 45 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
18° degene die de uitvoeringshandelingen of de gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie, bedoeld in artikel 109 van Verordening 2019/6 overtreedt;
19° degene die artikel 119 of 120, lid 1 van Verordening 2019/6 overtreedt;
Art.60. Sont punis d'une sanction de niveau 2:
1° celui qui contrevient à l'article 38, 39 ou 40 du Règlement 2019/6;
2° celui qui ne fournit pas les données relatives au volume des ventes et à l'utilisation des médicaments antimicrobiens utilisés chez l'animal conformément à l'article 57 du Règlement 2019/6, à l'article 23 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
3° celui qui contrevient à l'article 58, paragraphe 6 du Règlement 2019/6;
4° celui qui contrevient à l'article 68, paragraphe 2 du Règlement 2019/6;
5° celui qui contrevient à l'article 70, paragraphe 5 ou 8 du Règlement 2019/6;
6° celui qui contrevient à l'article 71, paragraphe 1er ou 3 du Règlement 2019/6;
7° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 73, paragraphe 2 du Règlement 2019/6;
8° le médecin vétérinaire ou la personne habilitée à délivrer des médicaments au public qui contrevient à l'article 25 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
9° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 82, paragraphe 3 du Règlement 2019/6;
10 celui qui contrevient à l'article 88, paragraphe 3 du Règlement 2019/6;
11° l'importateur, le fabricant ou le distributeur visés à l'article 95, paragraphe 1er, du Règlement 2019/6 qui contrevient à l'article 95, paragraphe 5, 1re phrase du Règlement 2019/6;
12° le titulaire d'une autorisation de fabrication qui contrevient à l'article 96 du Règlement 2019/6;
13° le distributeur en gros, tel que visé à l'article 102, paragraphe 1er du Règlement 2019/6 qui contrevient à l'article 102, paragraphes 2 ou 5 du Règlement 2019/6, à l'article 34 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
14° celui qui contrevient à l'article 103, paragraphes 3, ou 5 du Règlement 2019/6, à l'article 38 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
15° celui qui contrevient à l'article 104, paragraphe 5, 6 ou 7 du Règlement 2019/6;
16° celui qui contrevient à l'article 106, paragraphe 1er, 2 ou 4 du Règlement 2019/6, à l'article 42 ou 43 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
17° celui qui contrevient à l'article 108, paragraphe 1er, 2, ou 5 du Règlement 2019/6, à l'article 45 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
18° celui qui contrevient aux actes délégués ou aux actes d'exécution de la Commission européenne visés à l'article 109 du Règlement 2019/6;
19° celui qui contrevient à l'article 119 ou 120, paragraphe 1er du Règlement 2019/6.
1° celui qui contrevient à l'article 38, 39 ou 40 du Règlement 2019/6;
2° celui qui ne fournit pas les données relatives au volume des ventes et à l'utilisation des médicaments antimicrobiens utilisés chez l'animal conformément à l'article 57 du Règlement 2019/6, à l'article 23 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
3° celui qui contrevient à l'article 58, paragraphe 6 du Règlement 2019/6;
4° celui qui contrevient à l'article 68, paragraphe 2 du Règlement 2019/6;
5° celui qui contrevient à l'article 70, paragraphe 5 ou 8 du Règlement 2019/6;
6° celui qui contrevient à l'article 71, paragraphe 1er ou 3 du Règlement 2019/6;
7° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 73, paragraphe 2 du Règlement 2019/6;
8° le médecin vétérinaire ou la personne habilitée à délivrer des médicaments au public qui contrevient à l'article 25 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
9° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 82, paragraphe 3 du Règlement 2019/6;
10 celui qui contrevient à l'article 88, paragraphe 3 du Règlement 2019/6;
11° l'importateur, le fabricant ou le distributeur visés à l'article 95, paragraphe 1er, du Règlement 2019/6 qui contrevient à l'article 95, paragraphe 5, 1re phrase du Règlement 2019/6;
12° le titulaire d'une autorisation de fabrication qui contrevient à l'article 96 du Règlement 2019/6;
13° le distributeur en gros, tel que visé à l'article 102, paragraphe 1er du Règlement 2019/6 qui contrevient à l'article 102, paragraphes 2 ou 5 du Règlement 2019/6, à l'article 34 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
14° celui qui contrevient à l'article 103, paragraphes 3, ou 5 du Règlement 2019/6, à l'article 38 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
15° celui qui contrevient à l'article 104, paragraphe 5, 6 ou 7 du Règlement 2019/6;
16° celui qui contrevient à l'article 106, paragraphe 1er, 2 ou 4 du Règlement 2019/6, à l'article 42 ou 43 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
17° celui qui contrevient à l'article 108, paragraphe 1er, 2, ou 5 du Règlement 2019/6, à l'article 45 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
18° celui qui contrevient aux actes délégués ou aux actes d'exécution de la Commission européenne visés à l'article 109 du Règlement 2019/6;
19° celui qui contrevient à l'article 119 ou 120, paragraphe 1er du Règlement 2019/6.
Art.61. Wordt gestraft met een sanctie van niveau 3:
1° degene die artikel 5, lid 1, van Verordening 2019/6, artikel 9, lid 1, 3 of 4 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
2° de persoon die een diergeneesmiddel, zoals bedoeld in artikel 5, lid 6 van Verordening 2019/6 en artikel 9, voor (een) ander(e) dier(en) dan deze bedoeld in artikel 5, lid 6 van dezelfde verordening en artikel 9 voorschrijft, verschaft, aflevert of toedient;
3° degene die artikel 6, lid 4 van Verordening 2019/6 overtreedt;
4° degene die artikel 7, lid 1 van Verordening 2019/6, artikel 11 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
5° degene die artikel 8, lid 6 van Verordening 2019/6 overtreedt;
6° degene die artikel 9, lid 1 of lid 4 van Verordening 2019/6, artikel 7 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
7° de VHB-houder die artikel 36, lid 2 van Verordening 2019/6 overtreedt;
8° de VHB-houder die artikel 58, lid 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9 of 10 van Verordening 2019/6 overtreedt;
9° de VHB-houder die artikel, 61, lid 1, 62, 65, lid 1 of 68, lid 1, van Verordening 2019/6 overtreedt;
10° de VHB-houder die artikel 72, tweede alinea van Verordening 2019/6 overtreedt;
11° de VHB-houder die artikel 73, lid 1, van Verordening 2019/6 overtreedt;
12° de VHB-houder die artikel 76, lid 2 van Verordening 2019/6 overtreedt;
13° de VHB-houder die niet of niet binnen de vastgestelde termijn de gevraagde gegevens verzamelt of de gevraagde surveillancestudies uitvoert, zoals bedoeld in artikel 76, lid 4 van Verordening 2019/6;
14° de VHB-houder die artikel 77 van Verordening 2019/6 overtreedt;
15° degene die artikel 78 van Verordening 2019/6 overtreedt;
16° de VHB-houder die niet of niet binnen de termijn bedoeld in artikel 79, lid 6 van Verordening 2019/6, een kopie van het basisdossier diergeneesmiddelenbewakingssysteem bezorgt, zoals bedoeld in artikel 79, lid 6 van Verordening 2019/6;
17° de VHB-houder die artikel 81, lid 1 of lid 2 van Verordening 2019/6 overtreedt;
18° de VHB-houder die artikel 84, lid 5, van Verordening 2019/6 overtreedt;
19° degene die artikel 85 van Verordening 2019/6 overtreedt;
20° degene die artikel 88, lid 1, van Verordening 2019/6 overtreedt;
21° degene die de voorwaarden, bedoeld in artikel 26 of 28 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten niet naleeft;
22° de houder van de vergunning voor de vervaardiging die niet of niet binnen de vastgestelde termijn de gevraagde informatie, bedoeld in artikel 92, lid 3 van Verordening 2019/6, bezorgt;
23° de houder van een vergunning voor de vervaardiging die artikel 93, lid 1 van Verordening 2019/6 overtreedt;
24° degene die artikel 94, lid 5, van Verordening 2019/6 overtreedt;
25° degene die artikel 95, lid 1, 3, 5, tweede zin van Verordening 2019/6 overtreedt;
26° degene die de door de Europese Commissie vastgestelde maatregelen met betrekking tot goede praktijken voor de distributie van werkzame stoffen die als grondstoffen in diergeneesmiddelen worden gebruikt, bedoeld in artikel 95, lid 8 van Verordening 2019/6, niet naleeft;
27° degene die artikel 97, lid 1, 2, 3, 6, 7, 8, 9 of 10 van Verordening 2019/6 overtreedt;
28° degene die artikel 99, lid 1 of 2 van Verordening 2019/6 overtreedt;
29° degene die artikel 32 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
30° degene die artikel 40 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
31° de groothandelaar die artikel 101 van Verordening 2019/6 overtreedt;
32° degene die artikel 102, lid 1 of 6 van Verordening 2019/6 overtreedt;
33° degene die artikel 103, lid 1 of lid 2 van Verordening 2019/6, artikel 36, 37 of 39 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
34° degene die artikel 104, lid 1 of 10, van Verordening 2019/6, artikel 40, § 1 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
35° degene die artikel 106, lid 5 van Verordening 2019/6 overtreedt;
36° degene die de door de Commissie vastgestelde gedelegeerde handelingen, bedoeld in artikel 106, lid 6 van Verordening 2019/6, overtreedt;
37° degene die artikel 107, lid 1, 2, 3, 4 of 5 van Verordening 2019/6, artikel 44 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
38° degene die een verbod, bedoeld in artikel 110, lid 1 van Verordening 2019/6 en artikel 46 van deze wet overtreedt;
39° degene die de voorwaarden van het toegestane gebruik, bedoeld in artikel 110, 2 of 3 van Verordening 2019/6, van een immunologisch diergeneesmiddel, bedoeld in artikel 110, 2 of 3 van Verordening 2019/6, overtreedt;
40° de dierenarts die artikel 111 van Verordening 2019/6 overtreedt;
41° degene die artikel 112 van Verordening 2019/6 overtreedt;
42° degene die artikel 120, lid 3 of 121 van Verordening 2019/6 overtreedt;
[1 42/1° degene die reclame, bestemd voor het publiek, voor een diergeneesmiddel waarvoor geen diergeneeskundig voorschrift vereist is, maakt zonder dit niet of niet tijdig te hebben gemeld, zoals bedoeld in artikel 47/1 en zijn uitvoeringsbesluiten;
42/2° degene die de procedures, bedoeld in artikel 47/2, en zijn uitvoeringsbepalingen niet naleeft;
42/3° degene die de procedures, bedoeld in artikel 47/3, en zijn uitvoeringsbepalingen niet naleeft;
42/4° degene die de procedures, bedoeld in artikel 47/4 en zijn uitvoeringsbesluiten niet naleeft;
42/5° degene die een bijeenkomst, zoals bedoeld in artikel 47/5, § 1, lid 1, organiseert zonder voorafgaand visum;
42/6° degene die na weigering van het voorafgaand visum, bedoeld in artikel 47/5, § 1, alsnog de in artikel 121, lid 3, van Verordening 2019/6 bedoelde gastvrijheid aan personen die gemachtigd zijn diergeneesmiddelen voor te schrijven of af te leveren, aanbiedt of verstrekt;
42/7° degene die de procedures, bedoeld in artikel 47/5, § 2, en zijn uitvoeringsbesluiten niet naleeft.]1
43° degene die artikel 127, lid 1 van Verordening 2019/6 overtreedt;
44° de VHB-houder die artikel 128, lid 1 of 2 van Verordening 2019/6 overtreedt of die geen gevolg geeft aan het verzoek, bedoeld in artikel 128, lid 3 en 4 van Verordening 2019/6;
45° de VHB-houder die een tijdelijke beperkende veiligheidsmaatregel, bedoeld in artikel 129, lid 1 van Verordening 2019/6 niet naleeft;
46° de VHB-houder die artikel 129, lid 4 van Verordening 2019/6 overtreedt;
47° degene die een verbod op levering van diergeneesmiddelen, zoals bedoeld in 134, lid 1 van Verordening 2019/6 niet naleeft;
48° degene die artikel 27 van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
49° degene die de uitoefening van de taken van de personen, bedoeld in artikel 51, verhinderen of belemmeren, met name door hun de toegang tot de lokalen of documenten te ontzeggen;
50° degene die de verificaties waaraan deze zich moet onderwerpen krachtens de Verordening 2019/6, deze wet of haar uitvoeringsbesluiten belemmert, of die bewust valse, onjuiste of onvolledige inlichtingen, documenten of stukken verstrekt.
1° degene die artikel 5, lid 1, van Verordening 2019/6, artikel 9, lid 1, 3 of 4 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
2° de persoon die een diergeneesmiddel, zoals bedoeld in artikel 5, lid 6 van Verordening 2019/6 en artikel 9, voor (een) ander(e) dier(en) dan deze bedoeld in artikel 5, lid 6 van dezelfde verordening en artikel 9 voorschrijft, verschaft, aflevert of toedient;
3° degene die artikel 6, lid 4 van Verordening 2019/6 overtreedt;
4° degene die artikel 7, lid 1 van Verordening 2019/6, artikel 11 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
5° degene die artikel 8, lid 6 van Verordening 2019/6 overtreedt;
6° degene die artikel 9, lid 1 of lid 4 van Verordening 2019/6, artikel 7 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
7° de VHB-houder die artikel 36, lid 2 van Verordening 2019/6 overtreedt;
8° de VHB-houder die artikel 58, lid 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9 of 10 van Verordening 2019/6 overtreedt;
9° de VHB-houder die artikel, 61, lid 1, 62, 65, lid 1 of 68, lid 1, van Verordening 2019/6 overtreedt;
10° de VHB-houder die artikel 72, tweede alinea van Verordening 2019/6 overtreedt;
11° de VHB-houder die artikel 73, lid 1, van Verordening 2019/6 overtreedt;
12° de VHB-houder die artikel 76, lid 2 van Verordening 2019/6 overtreedt;
13° de VHB-houder die niet of niet binnen de vastgestelde termijn de gevraagde gegevens verzamelt of de gevraagde surveillancestudies uitvoert, zoals bedoeld in artikel 76, lid 4 van Verordening 2019/6;
14° de VHB-houder die artikel 77 van Verordening 2019/6 overtreedt;
15° degene die artikel 78 van Verordening 2019/6 overtreedt;
16° de VHB-houder die niet of niet binnen de termijn bedoeld in artikel 79, lid 6 van Verordening 2019/6, een kopie van het basisdossier diergeneesmiddelenbewakingssysteem bezorgt, zoals bedoeld in artikel 79, lid 6 van Verordening 2019/6;
17° de VHB-houder die artikel 81, lid 1 of lid 2 van Verordening 2019/6 overtreedt;
18° de VHB-houder die artikel 84, lid 5, van Verordening 2019/6 overtreedt;
19° degene die artikel 85 van Verordening 2019/6 overtreedt;
20° degene die artikel 88, lid 1, van Verordening 2019/6 overtreedt;
21° degene die de voorwaarden, bedoeld in artikel 26 of 28 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten niet naleeft;
22° de houder van de vergunning voor de vervaardiging die niet of niet binnen de vastgestelde termijn de gevraagde informatie, bedoeld in artikel 92, lid 3 van Verordening 2019/6, bezorgt;
23° de houder van een vergunning voor de vervaardiging die artikel 93, lid 1 van Verordening 2019/6 overtreedt;
24° degene die artikel 94, lid 5, van Verordening 2019/6 overtreedt;
25° degene die artikel 95, lid 1, 3, 5, tweede zin van Verordening 2019/6 overtreedt;
26° degene die de door de Europese Commissie vastgestelde maatregelen met betrekking tot goede praktijken voor de distributie van werkzame stoffen die als grondstoffen in diergeneesmiddelen worden gebruikt, bedoeld in artikel 95, lid 8 van Verordening 2019/6, niet naleeft;
27° degene die artikel 97, lid 1, 2, 3, 6, 7, 8, 9 of 10 van Verordening 2019/6 overtreedt;
28° degene die artikel 99, lid 1 of 2 van Verordening 2019/6 overtreedt;
29° degene die artikel 32 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
30° degene die artikel 40 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
31° de groothandelaar die artikel 101 van Verordening 2019/6 overtreedt;
32° degene die artikel 102, lid 1 of 6 van Verordening 2019/6 overtreedt;
33° degene die artikel 103, lid 1 of lid 2 van Verordening 2019/6, artikel 36, 37 of 39 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
34° degene die artikel 104, lid 1 of 10, van Verordening 2019/6, artikel 40, § 1 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
35° degene die artikel 106, lid 5 van Verordening 2019/6 overtreedt;
36° degene die de door de Commissie vastgestelde gedelegeerde handelingen, bedoeld in artikel 106, lid 6 van Verordening 2019/6, overtreedt;
37° degene die artikel 107, lid 1, 2, 3, 4 of 5 van Verordening 2019/6, artikel 44 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
38° degene die een verbod, bedoeld in artikel 110, lid 1 van Verordening 2019/6 en artikel 46 van deze wet overtreedt;
39° degene die de voorwaarden van het toegestane gebruik, bedoeld in artikel 110, 2 of 3 van Verordening 2019/6, van een immunologisch diergeneesmiddel, bedoeld in artikel 110, 2 of 3 van Verordening 2019/6, overtreedt;
40° de dierenarts die artikel 111 van Verordening 2019/6 overtreedt;
41° degene die artikel 112 van Verordening 2019/6 overtreedt;
42° degene die artikel 120, lid 3 of 121 van Verordening 2019/6 overtreedt;
[1 42/1° degene die reclame, bestemd voor het publiek, voor een diergeneesmiddel waarvoor geen diergeneeskundig voorschrift vereist is, maakt zonder dit niet of niet tijdig te hebben gemeld, zoals bedoeld in artikel 47/1 en zijn uitvoeringsbesluiten;
42/2° degene die de procedures, bedoeld in artikel 47/2, en zijn uitvoeringsbepalingen niet naleeft;
42/3° degene die de procedures, bedoeld in artikel 47/3, en zijn uitvoeringsbepalingen niet naleeft;
42/4° degene die de procedures, bedoeld in artikel 47/4 en zijn uitvoeringsbesluiten niet naleeft;
42/5° degene die een bijeenkomst, zoals bedoeld in artikel 47/5, § 1, lid 1, organiseert zonder voorafgaand visum;
42/6° degene die na weigering van het voorafgaand visum, bedoeld in artikel 47/5, § 1, alsnog de in artikel 121, lid 3, van Verordening 2019/6 bedoelde gastvrijheid aan personen die gemachtigd zijn diergeneesmiddelen voor te schrijven of af te leveren, aanbiedt of verstrekt;
42/7° degene die de procedures, bedoeld in artikel 47/5, § 2, en zijn uitvoeringsbesluiten niet naleeft.]1
43° degene die artikel 127, lid 1 van Verordening 2019/6 overtreedt;
44° de VHB-houder die artikel 128, lid 1 of 2 van Verordening 2019/6 overtreedt of die geen gevolg geeft aan het verzoek, bedoeld in artikel 128, lid 3 en 4 van Verordening 2019/6;
45° de VHB-houder die een tijdelijke beperkende veiligheidsmaatregel, bedoeld in artikel 129, lid 1 van Verordening 2019/6 niet naleeft;
46° de VHB-houder die artikel 129, lid 4 van Verordening 2019/6 overtreedt;
47° degene die een verbod op levering van diergeneesmiddelen, zoals bedoeld in 134, lid 1 van Verordening 2019/6 niet naleeft;
48° degene die artikel 27 van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten overtreedt;
49° degene die de uitoefening van de taken van de personen, bedoeld in artikel 51, verhinderen of belemmeren, met name door hun de toegang tot de lokalen of documenten te ontzeggen;
50° degene die de verificaties waaraan deze zich moet onderwerpen krachtens de Verordening 2019/6, deze wet of haar uitvoeringsbesluiten belemmert, of die bewust valse, onjuiste of onvolledige inlichtingen, documenten of stukken verstrekt.
Art.61. Est puni d'une sanction de niveau 3:
1° celui qui contrevient à l'article 5, paragraphe 1er, du Règlement 2019/6, à l'article 9, alinéa 1er, 3 ou 4 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
2° la personne qui prescrit, fournit, délivre ou administre un médicament vétérinaire visé à l'article 5, paragraphe 6, du Règlement 2019/6 et à l'article 9 pour un ou plusieurs animaux autres que ceux visés à l'article 5, paragraphe 6, du même règlement et à l'article 9;
3° celui qui contrevient à l'article 6, paragraphe 4 du Règlement 2019/6;
4° celui qui contrevient à l'article 7, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, à l'article 11 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
5° celui qui contrevient à l'article 8, paragraphe 6 du Règlement 2019/6;
6° celui qui contrevient à l'article 9, paragraphe 1er ou 4 du Règlement 2019/6, à l'article 7 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
7° le titulaire de l'AMM qui contrevient à l'article 36, paragraphe 2 du Règlement 2019/6;
8° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 58, paragraphe 1er, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9 ou 10 du Règlement 2019/6;
9° le titulaire d'AMM qui contrevient aux articles 61, paragraphe 1er, 62, 65, paragraphe 1erou 68, paragraphe 1er du Règlement 2019/6;
10° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 72, deuxième alinéa du Règlement 2019/6;
11° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 73, paragraphe 1er du Règlement 2019/6;
12° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 76, paragraphe 2 du Règlement 2019/6;
13° le titulaire de l'AMM qui ne recueille pas les données demandées ou ne réalise pas les études de surveillance demandées visées à l'article 76, paragraphe 4, du Règlement 2019/6 ou ne le fait pas dans le délai fixé;
14° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 77 du Règlement 2019/6;
15° celui qui contrevient à l'article 78 du Règlement 2019/6;
16° le titulaire d'AMM qui ne soumet pas une copie du dossier permanent du système de pharmacovigilance, tel que visé à l'article 79, paragraphe 6 du Règlement 2019/6 ou qui ne le fait pas dans le délai visé à l'article 79, paragraphe 6 du Règlement 2019/6;
17° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 81, paragraphe 1 ou 2 du Règlement 2019/6;
18° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 84, paragraphe 5 du Règlement 2019/6;
19° celui qui contrevient à l'article 85 du Règlement 2019/6;
20° celui qui contrevient à l'article 88, paragraphe 1er du Règlement 2019/6;
21° celui qui ne respecte pas les conditions visées à l'article 26 ou 28 de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution;
22° le titulaire de l'autorisation de fabrication qui ne présente pas les informations demandées, visées à l'article 92, paragraphe 3, du Règlement 2019/6, ou ne les présente pas dans le délai fixé;
23° le titulaire de l'autorisation de fabrication qui contrevient à l'article 93, paragraphe 1 du Règlement 2019/6;
24° celui qui contrevient à l'article 94, paragraphe 5 du Règlement 2019/6;
25° celui qui contrevient à l'article 95, paragraphe 1er, 3, 5, 2ème phrase, du Règlement 2019/6;
26° celui qui ne respecte pas les mesures adoptées par la Commission européenne relatives aux bonnes pratiques de distribution pour les substances actives utilisées comme matières premières dans les médicaments vétérinaires, visées à l'article 95, paragraphe 8, du Règlement 2019/6;
27° celui qui contrevient à l'article 97, paragraphe 1, 2, 3, 6, 7, 8, 9 ou 10 du Règlement 2019/6;
28° celui qui contrevient à l'article 99, paragraphe 1 ou 2 du Règlement 2019/6;
29° celui qui contrevient à l'article 32 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
30° celui qui contrevient à l'article 40 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
31° le distributeur en gros qui contrevient à l'article 101 du Règlement 2019/6;
32° celui qui contrevient à l'article 102, paragraphe 1er ou 6 du Règlement 2019/6;
33° celui qui contrevient à l'article 103, paragraphe 1er ou 2 du Règlement 2019/6, à l'article 36, 37 ou 39 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
34° celui qui contrevient à l'article 104, paragraphe 1er ou 10 du Règlement 2019/6, à l'article 40, § 1er de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
35° celui qui contrevient à l'article 106, paragraphe 5 du Règlement 2019/6;
36° celui qui contrevient les actes délégués adoptés par la Commission visés à l'article 106, paragraphe 6, du Règlement 2019/6;
37° celui qui contrevient à l'article 107, paragraphe 1, 2, 3, 4 ou 5 du Règlement 2019/6, à l'article 44 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
38° celui qui contrevient une interdiction telle que visée à l'article 110, paragraphe 1, du Règlement 2019/6 et l'article 46 de la présente loi;
39° celui qui contrevient les conditions de l'utilisation autorisée, visée à l'article 110, paragraphe 2 ou 3, du Règlement 2019/6, d'un médicament immunologique vétérinaire, visé à l'article 110, paragraphe 2 ou 3 du Règlement 2019/6;
40° le médecin vétérinaire qui contrevient à l'article 111 du Règlement 2019/6;
41° celui qui contrevient à l'article 112 du Règlement 2019/6;
42° celui qui contrevient à l'article 120, paragraphe 3 ou 121 du Règlement 2019/6;
[1 42/1° celui qui fait de la publicité, destinée au public, pour un médicament vétérinaire pour lequel aucune prescription vétérinaire n'est requise, sans l'avoir notifié ou sans l'avoir notifié à temps, tel que visée à l'article 47/1;
42/2° celui qui ne respecte pas les procédures visées à l'article 47/2, et ses dispositions d'exécution;
42/3° celui qui ne respecte pas les procédures visées à l'article 47/3 et à ses dispositions d'exécution;
42/4° celui qui ne respecte pas les procédures visées à l'article 47/4 et ses dispositions d'exécution;
42/5° celui qui organise un événement, tel que visé à l'article 47/5, § 1er, alinéa 1er, sans le visa préalable.
42/6° celui qui, après refus du visa préalable visé à l'article 47/5, § 1er, offre ou fournit encore l'hospitalité visée à l'article 121, paragraphe 3, du règlement 2019/6 à des personnes habilitées à prescrire ou délivrer des médicaments vétérinaires;
42/7° celui qui ne respecte pas les procédures visées à l'article 47/5, § 2, et ses dispositions d'exécution;]1
43° celui qui contrevient à l'article 127, paragraphe 1er du Règlement 2019/6;
44° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 128, paragraphe 1er ou 2 du Règlement 2019/6 ou qui ne donne pas suite à la demande visée à l'article 128, paragraphes 3 et 4, du Règlement 2019/6;
45° le titulaire d'AMM qui ne respecte pas une mesure de restriction temporaire motivée par la sécurité, telle que visée à l'article 129, paragraphe 1 du Règlement 2019/6;
46° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 129, paragraphe 4 du Règlement 2019/6;
47° celui qui ne respecte pas une interdiction de délivrer des médicaments vétérinaires, telle que visée à l'article 134, paragraphe 1 du Règlement 2019/6;
48° celui qui contrevient à l'article 27 de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution;
49° celui qui empêche ou entrave l'exercice des fonctions des personnes visées à l'article 51, notamment en leur refusant l'accès à des locaux ou à des documents;
50° celui qui fait obstacle aux vérifications auxquelles il est soumis en vertu du Règlement 2019/6, de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, ou donne sciemment des renseignements, documents ou pièces faux, inexacts ou incomplets.
1° celui qui contrevient à l'article 5, paragraphe 1er, du Règlement 2019/6, à l'article 9, alinéa 1er, 3 ou 4 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
2° la personne qui prescrit, fournit, délivre ou administre un médicament vétérinaire visé à l'article 5, paragraphe 6, du Règlement 2019/6 et à l'article 9 pour un ou plusieurs animaux autres que ceux visés à l'article 5, paragraphe 6, du même règlement et à l'article 9;
3° celui qui contrevient à l'article 6, paragraphe 4 du Règlement 2019/6;
4° celui qui contrevient à l'article 7, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, à l'article 11 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
5° celui qui contrevient à l'article 8, paragraphe 6 du Règlement 2019/6;
6° celui qui contrevient à l'article 9, paragraphe 1er ou 4 du Règlement 2019/6, à l'article 7 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
7° le titulaire de l'AMM qui contrevient à l'article 36, paragraphe 2 du Règlement 2019/6;
8° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 58, paragraphe 1er, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9 ou 10 du Règlement 2019/6;
9° le titulaire d'AMM qui contrevient aux articles 61, paragraphe 1er, 62, 65, paragraphe 1erou 68, paragraphe 1er du Règlement 2019/6;
10° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 72, deuxième alinéa du Règlement 2019/6;
11° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 73, paragraphe 1er du Règlement 2019/6;
12° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 76, paragraphe 2 du Règlement 2019/6;
13° le titulaire de l'AMM qui ne recueille pas les données demandées ou ne réalise pas les études de surveillance demandées visées à l'article 76, paragraphe 4, du Règlement 2019/6 ou ne le fait pas dans le délai fixé;
14° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 77 du Règlement 2019/6;
15° celui qui contrevient à l'article 78 du Règlement 2019/6;
16° le titulaire d'AMM qui ne soumet pas une copie du dossier permanent du système de pharmacovigilance, tel que visé à l'article 79, paragraphe 6 du Règlement 2019/6 ou qui ne le fait pas dans le délai visé à l'article 79, paragraphe 6 du Règlement 2019/6;
17° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 81, paragraphe 1 ou 2 du Règlement 2019/6;
18° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 84, paragraphe 5 du Règlement 2019/6;
19° celui qui contrevient à l'article 85 du Règlement 2019/6;
20° celui qui contrevient à l'article 88, paragraphe 1er du Règlement 2019/6;
21° celui qui ne respecte pas les conditions visées à l'article 26 ou 28 de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution;
22° le titulaire de l'autorisation de fabrication qui ne présente pas les informations demandées, visées à l'article 92, paragraphe 3, du Règlement 2019/6, ou ne les présente pas dans le délai fixé;
23° le titulaire de l'autorisation de fabrication qui contrevient à l'article 93, paragraphe 1 du Règlement 2019/6;
24° celui qui contrevient à l'article 94, paragraphe 5 du Règlement 2019/6;
25° celui qui contrevient à l'article 95, paragraphe 1er, 3, 5, 2ème phrase, du Règlement 2019/6;
26° celui qui ne respecte pas les mesures adoptées par la Commission européenne relatives aux bonnes pratiques de distribution pour les substances actives utilisées comme matières premières dans les médicaments vétérinaires, visées à l'article 95, paragraphe 8, du Règlement 2019/6;
27° celui qui contrevient à l'article 97, paragraphe 1, 2, 3, 6, 7, 8, 9 ou 10 du Règlement 2019/6;
28° celui qui contrevient à l'article 99, paragraphe 1 ou 2 du Règlement 2019/6;
29° celui qui contrevient à l'article 32 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
30° celui qui contrevient à l'article 40 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
31° le distributeur en gros qui contrevient à l'article 101 du Règlement 2019/6;
32° celui qui contrevient à l'article 102, paragraphe 1er ou 6 du Règlement 2019/6;
33° celui qui contrevient à l'article 103, paragraphe 1er ou 2 du Règlement 2019/6, à l'article 36, 37 ou 39 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
34° celui qui contrevient à l'article 104, paragraphe 1er ou 10 du Règlement 2019/6, à l'article 40, § 1er de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
35° celui qui contrevient à l'article 106, paragraphe 5 du Règlement 2019/6;
36° celui qui contrevient les actes délégués adoptés par la Commission visés à l'article 106, paragraphe 6, du Règlement 2019/6;
37° celui qui contrevient à l'article 107, paragraphe 1, 2, 3, 4 ou 5 du Règlement 2019/6, à l'article 44 de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
38° celui qui contrevient une interdiction telle que visée à l'article 110, paragraphe 1, du Règlement 2019/6 et l'article 46 de la présente loi;
39° celui qui contrevient les conditions de l'utilisation autorisée, visée à l'article 110, paragraphe 2 ou 3, du Règlement 2019/6, d'un médicament immunologique vétérinaire, visé à l'article 110, paragraphe 2 ou 3 du Règlement 2019/6;
40° le médecin vétérinaire qui contrevient à l'article 111 du Règlement 2019/6;
41° celui qui contrevient à l'article 112 du Règlement 2019/6;
42° celui qui contrevient à l'article 120, paragraphe 3 ou 121 du Règlement 2019/6;
[1 42/1° celui qui fait de la publicité, destinée au public, pour un médicament vétérinaire pour lequel aucune prescription vétérinaire n'est requise, sans l'avoir notifié ou sans l'avoir notifié à temps, tel que visée à l'article 47/1;
42/2° celui qui ne respecte pas les procédures visées à l'article 47/2, et ses dispositions d'exécution;
42/3° celui qui ne respecte pas les procédures visées à l'article 47/3 et à ses dispositions d'exécution;
42/4° celui qui ne respecte pas les procédures visées à l'article 47/4 et ses dispositions d'exécution;
42/5° celui qui organise un événement, tel que visé à l'article 47/5, § 1er, alinéa 1er, sans le visa préalable.
42/6° celui qui, après refus du visa préalable visé à l'article 47/5, § 1er, offre ou fournit encore l'hospitalité visée à l'article 121, paragraphe 3, du règlement 2019/6 à des personnes habilitées à prescrire ou délivrer des médicaments vétérinaires;
42/7° celui qui ne respecte pas les procédures visées à l'article 47/5, § 2, et ses dispositions d'exécution;]1
43° celui qui contrevient à l'article 127, paragraphe 1er du Règlement 2019/6;
44° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 128, paragraphe 1er ou 2 du Règlement 2019/6 ou qui ne donne pas suite à la demande visée à l'article 128, paragraphes 3 et 4, du Règlement 2019/6;
45° le titulaire d'AMM qui ne respecte pas une mesure de restriction temporaire motivée par la sécurité, telle que visée à l'article 129, paragraphe 1 du Règlement 2019/6;
46° le titulaire d'AMM qui contrevient à l'article 129, paragraphe 4 du Règlement 2019/6;
47° celui qui ne respecte pas une interdiction de délivrer des médicaments vétérinaires, telle que visée à l'article 134, paragraphe 1 du Règlement 2019/6;
48° celui qui contrevient à l'article 27 de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution;
49° celui qui empêche ou entrave l'exercice des fonctions des personnes visées à l'article 51, notamment en leur refusant l'accès à des locaux ou à des documents;
50° celui qui fait obstacle aux vérifications auxquelles il est soumis en vertu du Règlement 2019/6, de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, ou donne sciemment des renseignements, documents ou pièces faux, inexacts ou incomplets.
Wijzigingen
Art.62. Worden gestraft met een sanctie van niveau 4:
1° de VHB-houder die de voorwaarden, bedoeld in artikel 26, lid 1 van Verordening 2019/6 niet naleeft;
2° degene die artikel 113 van Verordening 2019/6 overtreedt;
3° degene die artikel 114 van Verordening 2019/6 overtreedt;
4° degene die artikel 115 van Verordening 2019/6 overtreedt;
5° degene die artikel 5, lid 1 van Verordening 2019/6 overtreedt, wanneer deze inbreuk een diergeneesmiddel betreft dat bestemd is voor één of meer voedselproducerende diersoorten;
6° degene die artikel 58, lid 3 van Verordening 2019/6 overtreedt, wanneer deze inbreuk een diergeneesmiddel betreft dat bestemd is voor één of meer voedselproducerende diersoorten.
1° de VHB-houder die de voorwaarden, bedoeld in artikel 26, lid 1 van Verordening 2019/6 niet naleeft;
2° degene die artikel 113 van Verordening 2019/6 overtreedt;
3° degene die artikel 114 van Verordening 2019/6 overtreedt;
4° degene die artikel 115 van Verordening 2019/6 overtreedt;
5° degene die artikel 5, lid 1 van Verordening 2019/6 overtreedt, wanneer deze inbreuk een diergeneesmiddel betreft dat bestemd is voor één of meer voedselproducerende diersoorten;
6° degene die artikel 58, lid 3 van Verordening 2019/6 overtreedt, wanneer deze inbreuk een diergeneesmiddel betreft dat bestemd is voor één of meer voedselproducerende diersoorten.
Art.62. Sont punis d'une sanction de niveau 4:
1° le titulaire d'AMM qui ne respecte pas les conditions, telles que visées à l'article 26, paragraphe 1er du Règlement 2019/6;
2° celui qui contrevient à l'article 113 du Règlement 2019/6;
3° celui qui contrevient à l'article 114 du Règlement 2019/6;
4° celui qui contrevient à l'article 115 du Règlement 2019/6;
5° celui qui contrevient à l'article 5, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, lorsque cette infraction concerne un médicament vétérinaire destiné à un ou plusieurs animaux d'une espèce productrice d'aliments;
6° celui qui contrevient à l'article 58, paragraphe 3 du Règlement 2019/6, lorsque cette infraction concerne un médicament vétérinaire destiné à un ou plusieurs animaux d'une espèce productrice d'aliments.
1° le titulaire d'AMM qui ne respecte pas les conditions, telles que visées à l'article 26, paragraphe 1er du Règlement 2019/6;
2° celui qui contrevient à l'article 113 du Règlement 2019/6;
3° celui qui contrevient à l'article 114 du Règlement 2019/6;
4° celui qui contrevient à l'article 115 du Règlement 2019/6;
5° celui qui contrevient à l'article 5, paragraphe 1er du Règlement 2019/6, lorsque cette infraction concerne un médicament vétérinaire destiné à un ou plusieurs animaux d'une espèce productrice d'aliments;
6° celui qui contrevient à l'article 58, paragraphe 3 du Règlement 2019/6, lorsque cette infraction concerne un médicament vétérinaire destiné à un ou plusieurs animaux d'une espèce productrice d'aliments.
Art.63. Het aanvankelijke niveau van de sanctie voorzien voor een inbreuk op Verordening 2019/6, op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten wordt met één niveau verhoogd wanneer de inbreuk:
1° werd gepleegd met frauduleuze bedoelingen, met de bedoeling om schade te berokkenen of om een inbreuk op Verordening 2019/6, op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten te verbergen;
2° een ernstig ongewenst voorval heeft veroorzaakt;
3° werd gepleegd door een persoon die misbruik maakt van het vertrouwen dat diens beroep hem verleent;
4° wat betreft inbreuken betreffende de verschaffing of het aanbieden van de verschaffing van goederen of diensten, werd gepleegd door middel van grootschalige verspreidingsprocessen, zoals informatiesystemen, waaronder het internet;
5° werd gepleegd in het kader van een criminele of terroristische organisatie;
1° werd gepleegd met frauduleuze bedoelingen, met de bedoeling om schade te berokkenen of om een inbreuk op Verordening 2019/6, op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten te verbergen;
2° een ernstig ongewenst voorval heeft veroorzaakt;
3° werd gepleegd door een persoon die misbruik maakt van het vertrouwen dat diens beroep hem verleent;
4° wat betreft inbreuken betreffende de verschaffing of het aanbieden van de verschaffing van goederen of diensten, werd gepleegd door middel van grootschalige verspreidingsprocessen, zoals informatiesystemen, waaronder het internet;
5° werd gepleegd in het kader van een criminele of terroristische organisatie;
Art.63. Le niveau de sanction initialement prévu pour une infraction au Règlement 2019/6, à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution est augmenté d'un niveau lorsque l'infraction:
1° a été commise dans une intention frauduleuse, à dessein de nuire ou dans le but de dissimuler une infraction au Règlement 2019/6, à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
2° a causé un événement indésirable grave;
3° a été commise par une personne abusant de la confiance que lui confère sa profession;
4° en ce qui concerne les infractions relatives à la fourniture ou à l'offre de fourniture de biens ou de services, a été commise en recourant à des procédés de diffusion à grande échelle, tels des systèmes informatisés, en ce compris l'internet;
5° a été commise dans le cadre d'une organisation criminelle ou terroriste;
1° a été commise dans une intention frauduleuse, à dessein de nuire ou dans le but de dissimuler une infraction au Règlement 2019/6, à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution;
2° a causé un événement indésirable grave;
3° a été commise par une personne abusant de la confiance que lui confère sa profession;
4° en ce qui concerne les infractions relatives à la fourniture ou à l'offre de fourniture de biens ou de services, a été commise en recourant à des procédés de diffusion à grande échelle, tels des systèmes informatisés, en ce compris l'internet;
5° a été commise dans le cadre d'une organisation criminelle ou terroriste;
Art.64. De strafbare poging van een misdrijf omschreven in de Verordening 2019/6, deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, wordt gestraft met de minimale straf als deze voorzien voor het misdrijf zelf.
Art.64. La tentative de commettre un délit prévu au Règlement 2019/6, à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution est punie par le minimum de la peine qui est applicable au délit lui-même.
Art.65. Onverminderd de artikelen 57bis en 99bis van het Strafwetboek, worden vroegere definitieve veroordelingen uitgesproken door de strafgerechten van een andere Partij bij het Verdrag van de Raad van Europa over de namaak van medische producten en soortgelijke misdrijven die een bedreiging vormen voor de volksgezondheid, gedaan te Moskou op 28 oktober 2011, onder dezelfde voorwaarden in aanmerking genomen als de veroordelingen uitgesproken door de Belgische strafgerechten voor de inbreuken op Verordening 2019/6, deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en hebben ze dezelfde rechtsgevolgen als deze veroordelingen.
Art.65. Sans préjudice des articles 57bis et 99bis du Code pénal, les condamnations définitives antérieures par les juridictions pénales d'un autre Etat partie à la Convention du Conseil de l'Europe sur la contrefaçon des produits médicaux et les infractions similaires menaçant la santé publique, signée à Moscou le 28 octobre 2011, produiront les mêmes effets juridiques que les condamnations prononcées par des juridictions belges pour des infractions au Règlement 2019/6, à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution et elles produiront les mêmes effets juridiques que ces condamnations.
Afdeling 3. - Schikkingen
Section 3. - Transactions
Art.66. In geval van een inbreuk op de bepalingen van Verordening 2019/6, van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, kan de ambtenaar-jurist, houder van een diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten, daartoe aangewezen door de Administrateur-generaal van het FAGG, aan de vermoedelijke dader van de inbreuk een schikking voorstellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen.
Art.66. En cas d'infraction aux dispositions du Règlement 2019/6, de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, le fonctionnaire-juriste, titulaire du diplôme de doctorat, licence ou master en droit, désigné à cette fin par l'Administrateur général de l'AFMPS, peut proposer à l'auteur présumé de l'infraction une transaction dont le paiement éteint l'action publique.
Art.67. § 1. De schikking bedoeld in artikel 66 wordt binnen drie maanden vanaf de datum van het proces-verbaal aan de dader van de inbreuk verstuurd.
§ 2. In geval van betaling van de schikking binnen de maand na de verzending, stelt de ambtenaar-jurist de procureur des Konings hiervan in kennis en maakt hij hem het originele proces-verbaal en een kopie van het schikkingsvoorstel over.
§ 3. Door betaling van de schikking vervalt de strafvordering, tenzij de procureur des Konings binnen één maand, te rekenen van de datum van de kennisgeving van betaling van de schikking, de dader van de inbreuk kennis geeft van zijn voornemen die vordering in te stellen.
§ 4. Indien de strafvordering na betaling van de schikking wordt ingesteld en tot de veroordeling van de betrokkene leidt, dan wordt het bedrag van de schikking toegerekend op de aan de Staat verschuldigde gerechtskosten en op de uitgesproken geldboete.
Het eventueel overschot wordt terugbetaald. In geval van vrijspraak wordt het bedrag van de schikking teruggegeven.
In geval van voorwaardelijke veroordeling wordt het bedrag van de schikking teruggegeven na aftrek van de gerechtskosten.
§ 5. In geval van niet-betaling van de schikking binnen de maand na de verzending, stelt de ambtenaar-jurist de procureur des Konings hiervan in kennis en maakt hij hem het originele proces-verbaal en een kopie van het schikkingsvoorstel over.
§ 6. Indien de ambtenaar-jurist geen schikking voorstelt, maakt hij het origineel proces-verbaal over aan de procureur des Konings binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van het proces-verbaal. De procureur des Konings kan het origineel proces-verbaal terugzenden aan de ambtenaar-jurist voor een schikkingsvoorstel aan de vermoedelijke dader van de inbreuk. De schikking wordt verstuurd aan de dader van de inbreuk binnen drie maanden vanaf de terugzending.
§ 7. De in dit artikel bedoelde procedureregels en de nadere betalingsregels kunnen worden vastgesteld door de Koning.
§ 2. In geval van betaling van de schikking binnen de maand na de verzending, stelt de ambtenaar-jurist de procureur des Konings hiervan in kennis en maakt hij hem het originele proces-verbaal en een kopie van het schikkingsvoorstel over.
§ 3. Door betaling van de schikking vervalt de strafvordering, tenzij de procureur des Konings binnen één maand, te rekenen van de datum van de kennisgeving van betaling van de schikking, de dader van de inbreuk kennis geeft van zijn voornemen die vordering in te stellen.
§ 4. Indien de strafvordering na betaling van de schikking wordt ingesteld en tot de veroordeling van de betrokkene leidt, dan wordt het bedrag van de schikking toegerekend op de aan de Staat verschuldigde gerechtskosten en op de uitgesproken geldboete.
Het eventueel overschot wordt terugbetaald. In geval van vrijspraak wordt het bedrag van de schikking teruggegeven.
In geval van voorwaardelijke veroordeling wordt het bedrag van de schikking teruggegeven na aftrek van de gerechtskosten.
§ 5. In geval van niet-betaling van de schikking binnen de maand na de verzending, stelt de ambtenaar-jurist de procureur des Konings hiervan in kennis en maakt hij hem het originele proces-verbaal en een kopie van het schikkingsvoorstel over.
§ 6. Indien de ambtenaar-jurist geen schikking voorstelt, maakt hij het origineel proces-verbaal over aan de procureur des Konings binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van het proces-verbaal. De procureur des Konings kan het origineel proces-verbaal terugzenden aan de ambtenaar-jurist voor een schikkingsvoorstel aan de vermoedelijke dader van de inbreuk. De schikking wordt verstuurd aan de dader van de inbreuk binnen drie maanden vanaf de terugzending.
§ 7. De in dit artikel bedoelde procedureregels en de nadere betalingsregels kunnen worden vastgesteld door de Koning.
Art.67. § 1er. La transaction visée à l'article 66 est envoyée à l'auteur de l'infraction dans les trois mois à partir de la date du procès-verbal.
§ 2. En cas de paiement de la transaction dans le mois de son envoi, le fonctionnaire-juriste en informe le procureur du Roi et lui transmet l'original du procès-verbal et une copie de la proposition de la transaction.
§ 3. Le paiement de la transaction éteint l'action publique, sauf si le procureur du Roi notifie à l'auteur de l'infraction, dans le mois de la date à laquelle l'information du paiement lui a été adressée, qu'il entend exercer cette action.
§ 4. Si l'action publique est introduite après paiement de la transaction et entraîne la condamnation de l'intéressé, le montant de la transaction est alors imputé sur les frais de justice dus à l'Etat et sur l'amende prononcée.
L'excédent éventuel est restitué. En cas d'acquittement, le montant de la transaction est restitué.
En cas de condamnation conditionnelle, le montant de la transaction est restitué après déduction des frais de justice.
§ 5. En cas de non-paiement de la transaction dans le mois de son envoi, le fonctionnaire-juriste en informe le procureur du Roi et lui transmet l'original du procès-verbal et une copie de la proposition de la transaction.
§ 6. Si le fonctionnaire-juriste ne fait pas de proposition de transaction, il transmet l'original du procès-verbal au procureur du Roi dans un délai de trois mois à partir de la date du procès-verbal. Le procureur du Roi peut retourner l'original du procès-verbal au fonctionnaire-juriste afin qu'il propose une transaction à l'auteur présumé de l'infraction. Cette transaction est envoyée à l'auteur de l'infraction dans les trois mois du renvoi.
§ 7. Les règles de procédure et les modalités de paiement visées au présent article peuvent être fixées par le Roi.
§ 2. En cas de paiement de la transaction dans le mois de son envoi, le fonctionnaire-juriste en informe le procureur du Roi et lui transmet l'original du procès-verbal et une copie de la proposition de la transaction.
§ 3. Le paiement de la transaction éteint l'action publique, sauf si le procureur du Roi notifie à l'auteur de l'infraction, dans le mois de la date à laquelle l'information du paiement lui a été adressée, qu'il entend exercer cette action.
§ 4. Si l'action publique est introduite après paiement de la transaction et entraîne la condamnation de l'intéressé, le montant de la transaction est alors imputé sur les frais de justice dus à l'Etat et sur l'amende prononcée.
L'excédent éventuel est restitué. En cas d'acquittement, le montant de la transaction est restitué.
En cas de condamnation conditionnelle, le montant de la transaction est restitué après déduction des frais de justice.
§ 5. En cas de non-paiement de la transaction dans le mois de son envoi, le fonctionnaire-juriste en informe le procureur du Roi et lui transmet l'original du procès-verbal et une copie de la proposition de la transaction.
§ 6. Si le fonctionnaire-juriste ne fait pas de proposition de transaction, il transmet l'original du procès-verbal au procureur du Roi dans un délai de trois mois à partir de la date du procès-verbal. Le procureur du Roi peut retourner l'original du procès-verbal au fonctionnaire-juriste afin qu'il propose une transaction à l'auteur présumé de l'infraction. Cette transaction est envoyée à l'auteur de l'infraction dans les trois mois du renvoi.
§ 7. Les règles de procédure et les modalités de paiement visées au présent article peuvent être fixées par le Roi.
Art.68. § 1. Het bedrag van de schikking mag niet lager zijn dan het minimum noch het maximum van de voor de inbreuk vastgelegde geldboete overschrijden.
In geval van samenloop van inbreuken kunnen de bedragen van de schikkingen worden opgeteld zonder dat het totale bedrag echter het dubbele van het maximum van de hoogste boete mag overschrijden.
Wanneer de schikking betrekking heeft op inbreuken op bepalingen waarvoor ten aanzien van de betrokkene, binnen drie jaar na de vaststelling, reeds inbreuken werden vastgesteld bij proces-verbaal of het voorwerp hebben uitgemaakt van een waarschuwing, wordt het maximumbedrag van de minnelijke schikking verdubbeld.
Het bedrag van de schikkingen wordt vermeerderd met de opcentiemen die van toepassing zijn op de in het Strafwetboek voorziene geldboetes.
§ 2. Een schikking kan zowel aan een natuurlijk als aan een rechtspersoon worden voorgesteld. Het bedrag van de geldboete wordt bepaald op basis van de geldboete gesteld voor de inbreuk zonder rekening te houden met de gebeurlijke gevangenisstraf.
§ 3. Wanneer de inbreuk op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten kosten van analyse of van deskundig onderzoek heeft veroorzaakt, kan het maximumbedrag van de volgens de in dit artikel bepaalde regels vastgelegde schikking worden verhoogd met het bedrag van die kosten of met een gedeelte ervan. Het gedeelte van de som van de schikking dat bestemd is om die kosten te dekken, wordt toegewezen aan de instelling of aan de persoon die ze gemaakt heeft.
In geval van samenloop van inbreuken kunnen de bedragen van de schikkingen worden opgeteld zonder dat het totale bedrag echter het dubbele van het maximum van de hoogste boete mag overschrijden.
Wanneer de schikking betrekking heeft op inbreuken op bepalingen waarvoor ten aanzien van de betrokkene, binnen drie jaar na de vaststelling, reeds inbreuken werden vastgesteld bij proces-verbaal of het voorwerp hebben uitgemaakt van een waarschuwing, wordt het maximumbedrag van de minnelijke schikking verdubbeld.
Het bedrag van de schikkingen wordt vermeerderd met de opcentiemen die van toepassing zijn op de in het Strafwetboek voorziene geldboetes.
§ 2. Een schikking kan zowel aan een natuurlijk als aan een rechtspersoon worden voorgesteld. Het bedrag van de geldboete wordt bepaald op basis van de geldboete gesteld voor de inbreuk zonder rekening te houden met de gebeurlijke gevangenisstraf.
§ 3. Wanneer de inbreuk op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten kosten van analyse of van deskundig onderzoek heeft veroorzaakt, kan het maximumbedrag van de volgens de in dit artikel bepaalde regels vastgelegde schikking worden verhoogd met het bedrag van die kosten of met een gedeelte ervan. Het gedeelte van de som van de schikking dat bestemd is om die kosten te dekken, wordt toegewezen aan de instelling of aan de persoon die ze gemaakt heeft.
Art.68. § 1er. Le montant de la transaction ne peut être inférieur au minimum ni excéder le maximum de l'amende fixée pour l'infraction.
En cas de concours d'infractions, les montants des transactions peuvent être additionnés sans que le montant total ne puisse dépasser le double du maximum de l'amende la plus élevée.
Lorsque la transaction concerne des infractions aux dispositions pour lesquelles, à l'égard de l'intéressé, des infractions par procès-verbal avaient déjà été constatées ou avaient déjà fait l'objet d'un avertissement dans les trois ans de la date de constatation, le montant maximal de la transaction est doublé.
Le montant des transactions est majoré des décimes additionnels qui sont d'application aux amendes prévues par le Code pénal.
§ 2. Une transaction peut être proposée aussi bien à une personne morale qu'à une personne physique. Le montant de l'amende est établi sur la base de l'amende fixée pour l'infraction sans tenir compte de l'éventuelle peine d'emprisonnement.
§ 3. Lorsque l'infraction à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution a donné lieu à des frais d'analyse ou d'expertise, le montant maximum de la transaction déterminé suivant les règles énoncées au présent article peut être augmenté du montant ou d'une partie du montant de ces frais. La partie du montant de la transaction destinée à couvrir ces frais sera attribuée à l'organisme ou à la personne qui les a exposés.
En cas de concours d'infractions, les montants des transactions peuvent être additionnés sans que le montant total ne puisse dépasser le double du maximum de l'amende la plus élevée.
Lorsque la transaction concerne des infractions aux dispositions pour lesquelles, à l'égard de l'intéressé, des infractions par procès-verbal avaient déjà été constatées ou avaient déjà fait l'objet d'un avertissement dans les trois ans de la date de constatation, le montant maximal de la transaction est doublé.
Le montant des transactions est majoré des décimes additionnels qui sont d'application aux amendes prévues par le Code pénal.
§ 2. Une transaction peut être proposée aussi bien à une personne morale qu'à une personne physique. Le montant de l'amende est établi sur la base de l'amende fixée pour l'infraction sans tenir compte de l'éventuelle peine d'emprisonnement.
§ 3. Lorsque l'infraction à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution a donné lieu à des frais d'analyse ou d'expertise, le montant maximum de la transaction déterminé suivant les règles énoncées au présent article peut être augmenté du montant ou d'une partie du montant de ces frais. La partie du montant de la transaction destinée à couvrir ces frais sera attribuée à l'organisme ou à la personne qui les a exposés.
Art.69. De persoon aan wie de betaling van de schikking wordt voorgesteld, kan op verzoek bij de ambtenaar-jurist inzage krijgen in het dossier met betrekking tot de hem ten laste gelegde inbreuk. Deze persoon kan zijn opmerkingen of verdedigingsmiddelen schriftelijk meedelen aan het FAGG dat, bij niet-betaling van de schikking, deze samen met het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk zal bezorgen aan de procureur des Konings.
Art.69. La personne à qui le paiement de la transaction est proposé, peut, sur demande auprès du fonctionnaire-juriste, prendre connaissance du dossier concernant l'infraction à sa charge. Cette personne peut faire parvenir par écrit ses remarques ou moyens de défense à l'AFMPS qui, en cas de non-paiement de la transaction, les transmettra au procureur du Roi avec le procès-verbal qui constate l'infraction.
Art.70. De werkgever is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de schikking die aan zijn aangestelde wordt voorgesteld.
Art.70. L'employeur est civilement responsable du paiement de la transaction proposée à son préposé.
Art.71. De uit de schikkingen voortvloeiende sommen worden ten behoeve van het FAGG op zijn rekening gestort.
Art.71. Les sommes résultant des transactions sont versées au compte de l'AFMPS à son profit.
Art.72. Het recht om aan de dader van de inbreuk een schikking voor te stellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen, kan niet worden uitgeoefend wanneer de zaak reeds bij de rechtbank aanhangig is gemaakt of wanneer van de onderzoeksrechter het instellen van een onderzoek is gevorderd.
Art.72. La faculté de proposer à l'auteur de l'infraction une transaction dont le paiement éteint l'action publique, ne peut pas être exercée lorsque le tribunal est déjà saisi du fait ou lorsque le juge d'instruction est requis d'instruire.
Afdeling 4. [1 - Gegevensverwerking]1
Section 4. [1 - Traitement de données]1
Art. 72/1. [1 Het FAGG verwerkt persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor:
1° het verlenen van vergunningen, erkenningen of certificaten, overeenkomstig deze wet en haar uitvoeringsbesluiten;
2° het toezicht op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
De in het eerste lid bedoelde verwerking gebeurt in overeenstemming met de bepalingen van Hoofdstuk IV/3 van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.]1
1° het verlenen van vergunningen, erkenningen of certificaten, overeenkomstig deze wet en haar uitvoeringsbesluiten;
2° het toezicht op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
De in het eerste lid bedoelde verwerking gebeurt in overeenstemming met de bepalingen van Hoofdstuk IV/3 van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.]1
Art. 72/1. [1 L'AFMPS traite des données à caractère personnel nécessaires pour :
1° octroyer des autorisations, agréments ou des certificats, conformément à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution ;
2° assurer la surveillance de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.
Le traitement visé à l'alinéa 1er est réalisé conformément aux dispositions du Chapitre IV/3, de la loi du 20 juillet 2006 relative à la création et au fonctionnement de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé.]1
1° octroyer des autorisations, agréments ou des certificats, conformément à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution ;
2° assurer la surveillance de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.
Le traitement visé à l'alinéa 1er est réalisé conformément aux dispositions du Chapitre IV/3, de la loi du 20 juillet 2006 relative à la création et au fonctionnement de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé.]1
HOOFDSTUK 15. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen
CHAPITRE 15. - Dispositions modificatives, abrogatoires et transitoires
Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen
Section 1re. . - Modification de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments
Art.73. In het opschrift van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen worden na het woord "geneesmiddelen" de woorden "voor menselijk gebruik" ingevoegd.
Art.73. Dans le titre de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments, les mots "à usage humain" sont ajoutés après le mot "médicaments".
Art.74. In artikel 1, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 1), worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- de woorden "geneesmiddel, zijnde hetzij een geneesmiddel voor menselijk gebruik, hetzij een geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik": a) geneesmiddel voor menselijk gebruik:" worden vervangen door de woorden ""geneesmiddel": een geneesmiddel, voor menselijk gebruik, namelijk:";
- het punt b) wordt opgeheven;
2° de bepaling onder 3) wordt opgeheven:
3° de bepaling onder 4) wordt opgeheven:
4° in punt 4/1 worden de cijfers "4/1" vervangen door het cijfer "4";
5° in de bepaling onder 6) worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
6° in de bepaling onder 9) worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
7° de bepaling onder 10) wordt opgeheven;
8° in de bepaling onder 10bis) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- de woorden "van een geneesmiddel voor menselijk gebruik" worden opgeheven;
- de woorden "voor menselijk gebruik" worden opgeheven;
9° in de bepaling onder 11) worden de woorden "van een geneesmiddel voor menselijk gebruik" opgeheven;
10° de bepaling onder 12) wordt opgeheven;
11° in de bepaling onder 14) worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
12° de bepaling onder 15) wordt opgeheven;
13° de bepaling onder 16) wordt opgeheven;
14° in de bepaling onder 17) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- de woorden "voor menselijk gebruik" worden opgeheven;
- de woorden "artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen" worden vervangen door de woorden "artikel 6, § 1, van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015";
15° de bepaling onder 18) wordt opgeheven;
16° in de bepaling onder 20) worden de woorden "voor wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik en/of diergeneeskundig gebruik" opgeheven;
17° in de bepaling onder 22) worden de woorden "of voor één of meerdere dieren" opgeheven;
18° in de bepaling onder 23) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- de woorden "2 en 3 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen" worden vervangen door de woorden "3 en 4 van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015";
- de woorden "alsook de dierenartsen bedoeld in artikel 1, 1° van de wet van 28 augustus 1991 betreffende de uitoefening van de diergeneeskunde" worden opgeheven;
19° in de bepaling onder 24) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- de woorden "4, § 1 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen" worden vervangen door de woorden "6, § 1 van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015";
- de woorden "4, § 2 van bovenvermeld koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967" worden vervangen door de woorden "6, § 2 van bovenvermelde wet gecoördineerd op 10 mei 2015";
20° de bepaling onder 25) wordt opgeheven;
21° in de bepaling onder 25bis) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- het cijfer "25bis" wordt vervangen door het cijfer "25";
- de woorden "het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen" worden vervangen door de woorden "de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015";
22° in de bepaling onder 34) worden de woorden "van het geneesmiddel voor menselijk gebruik" vervangen door de woorden "van een geneesmiddel";
23° het punt 35) wordt opgeheven;
24° in de bepaling onder 36) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- de woorden "van een geneesmiddel voor menselijk gebruik" worden opgeheven;
- de woorden "het geneesmiddel voor menselijk gebruik" worden vervangen door de woorden "een geneesmiddel";
25° in de bepaling onder 39) worden de woorden "voor menselijk of diergeneeskundig gebruik" opgeheven;
26° de bepaling onder 51) wordt opgeheven.
1° in de bepaling onder 1), worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- de woorden "geneesmiddel, zijnde hetzij een geneesmiddel voor menselijk gebruik, hetzij een geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik": a) geneesmiddel voor menselijk gebruik:" worden vervangen door de woorden ""geneesmiddel": een geneesmiddel, voor menselijk gebruik, namelijk:";
- het punt b) wordt opgeheven;
2° de bepaling onder 3) wordt opgeheven:
3° de bepaling onder 4) wordt opgeheven:
4° in punt 4/1 worden de cijfers "4/1" vervangen door het cijfer "4";
5° in de bepaling onder 6) worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
6° in de bepaling onder 9) worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
7° de bepaling onder 10) wordt opgeheven;
8° in de bepaling onder 10bis) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- de woorden "van een geneesmiddel voor menselijk gebruik" worden opgeheven;
- de woorden "voor menselijk gebruik" worden opgeheven;
9° in de bepaling onder 11) worden de woorden "van een geneesmiddel voor menselijk gebruik" opgeheven;
10° de bepaling onder 12) wordt opgeheven;
11° in de bepaling onder 14) worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
12° de bepaling onder 15) wordt opgeheven;
13° de bepaling onder 16) wordt opgeheven;
14° in de bepaling onder 17) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- de woorden "voor menselijk gebruik" worden opgeheven;
- de woorden "artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen" worden vervangen door de woorden "artikel 6, § 1, van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015";
15° de bepaling onder 18) wordt opgeheven;
16° in de bepaling onder 20) worden de woorden "voor wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik en/of diergeneeskundig gebruik" opgeheven;
17° in de bepaling onder 22) worden de woorden "of voor één of meerdere dieren" opgeheven;
18° in de bepaling onder 23) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- de woorden "2 en 3 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen" worden vervangen door de woorden "3 en 4 van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015";
- de woorden "alsook de dierenartsen bedoeld in artikel 1, 1° van de wet van 28 augustus 1991 betreffende de uitoefening van de diergeneeskunde" worden opgeheven;
19° in de bepaling onder 24) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- de woorden "4, § 1 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen" worden vervangen door de woorden "6, § 1 van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015";
- de woorden "4, § 2 van bovenvermeld koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967" worden vervangen door de woorden "6, § 2 van bovenvermelde wet gecoördineerd op 10 mei 2015";
20° de bepaling onder 25) wordt opgeheven;
21° in de bepaling onder 25bis) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- het cijfer "25bis" wordt vervangen door het cijfer "25";
- de woorden "het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen" worden vervangen door de woorden "de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015";
22° in de bepaling onder 34) worden de woorden "van het geneesmiddel voor menselijk gebruik" vervangen door de woorden "van een geneesmiddel";
23° het punt 35) wordt opgeheven;
24° in de bepaling onder 36) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- de woorden "van een geneesmiddel voor menselijk gebruik" worden opgeheven;
- de woorden "het geneesmiddel voor menselijk gebruik" worden vervangen door de woorden "een geneesmiddel";
25° in de bepaling onder 39) worden de woorden "voor menselijk of diergeneeskundig gebruik" opgeheven;
26° de bepaling onder 51) wordt opgeheven.
Art.74. A l'article 1er, § 1er de la même loi, modifiée en dernière lieu par la loi du 17 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° au point 1°, les modifications suivantes sont apportées:
- les mots ""médicament, étant soit un médicament à usage humain, soit un médicament à usage vétérinaire : a) médicament à usage humain:" sont remplacés par les mots ""médicament": un médicament à usage humain, à savoir:";
- le point b) est abrogé;
2° le point 3) est abrogé;
3° le point 4) est abrogé;
4° au point 4/1, les chiffres "4/1" sont remplacés par le chiffre "4";
5° au point 6), les mots "à usage humain" sont abrogés;
6° au point 9), les mots "à usage humain" sont abrogés;
7° le point 10) est abrogé;
8° au point 10bis), les modifications suivantes sont apportées:
- les mots "d'un médicament à usage humain" sont abrogés;
- les mots "à usage humain" sont abrogés;
9° au point 11), les mots "d'un médicament à usage humain" sont abrogés;
10° le point 12) est abrogé;
11° au point 14), les mots "à usage humain" sont abrogés;
12° le point 15) est abrogé;
13° le point 16) est abrogé;
14° au point 17), les modifications suivantes sont apportées:
- les mots "à usage humain" sont abrogés;
- les mots "l'article 4 de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé" sont remplacés par les mots "l'article 6, § 1er de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé";
15° le point 18 est abrogé;
16° au point 20), les mots "en ce qui concerne les médicaments à usage humain et/ou à usage vétérinaire" sont abrogés;
17° au point 22), les mots "ou à un ou plusieurs animaux" sont abrogés;
18° au point 23), les modifications suivantes sont apportées:
- les mots "2 et 3 de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé" sont remplacés par les mots "3 et 4 de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé";
- les mots "ainsi que les médecins vétérinaires visés à l'article 1er, 1° de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire" sont abrogés;
19° au point 24), les modifications suivantes sont apportées:
- les mots "4, § 1er de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé" sont remplacés par les mots "l'article 6, § 1er de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé";
- les mots "4, § 2, de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 susmentionné" sont remplacés par les mots "l'article 6, § 2 de la loi coordonnée du 10 mai 2015 précitée";
20° le point 25) est abrogé;
21° au point 25bis), les modifications suivantes sont apportées:
- le chiffre "25bis" est remplacé par le chiffre "25";
- les mots "l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé" sont remplacés par les mots "la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé";
22° au point 34), les mots "du médicament à usage humain" sont remplacés par les mots "d'un médicament";
23° le point 35) est abrogé;
24° au point 36), les modifications suivantes sont apportées:
- dans le titre, les mots "d'un médicament à usage humain" sont abrogés;
- les mots "du médicament à usage humain" sont remplacés par les mots "d'un médicament";
25° au point 39), les mots "à usage humain ou à usage vétérinaire" sont abrogés;
26° le point 51) est abrogé.
1° au point 1°, les modifications suivantes sont apportées:
- les mots ""médicament, étant soit un médicament à usage humain, soit un médicament à usage vétérinaire : a) médicament à usage humain:" sont remplacés par les mots ""médicament": un médicament à usage humain, à savoir:";
- le point b) est abrogé;
2° le point 3) est abrogé;
3° le point 4) est abrogé;
4° au point 4/1, les chiffres "4/1" sont remplacés par le chiffre "4";
5° au point 6), les mots "à usage humain" sont abrogés;
6° au point 9), les mots "à usage humain" sont abrogés;
7° le point 10) est abrogé;
8° au point 10bis), les modifications suivantes sont apportées:
- les mots "d'un médicament à usage humain" sont abrogés;
- les mots "à usage humain" sont abrogés;
9° au point 11), les mots "d'un médicament à usage humain" sont abrogés;
10° le point 12) est abrogé;
11° au point 14), les mots "à usage humain" sont abrogés;
12° le point 15) est abrogé;
13° le point 16) est abrogé;
14° au point 17), les modifications suivantes sont apportées:
- les mots "à usage humain" sont abrogés;
- les mots "l'article 4 de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé" sont remplacés par les mots "l'article 6, § 1er de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé";
15° le point 18 est abrogé;
16° au point 20), les mots "en ce qui concerne les médicaments à usage humain et/ou à usage vétérinaire" sont abrogés;
17° au point 22), les mots "ou à un ou plusieurs animaux" sont abrogés;
18° au point 23), les modifications suivantes sont apportées:
- les mots "2 et 3 de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé" sont remplacés par les mots "3 et 4 de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé";
- les mots "ainsi que les médecins vétérinaires visés à l'article 1er, 1° de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire" sont abrogés;
19° au point 24), les modifications suivantes sont apportées:
- les mots "4, § 1er de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé" sont remplacés par les mots "l'article 6, § 1er de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé";
- les mots "4, § 2, de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 susmentionné" sont remplacés par les mots "l'article 6, § 2 de la loi coordonnée du 10 mai 2015 précitée";
20° le point 25) est abrogé;
21° au point 25bis), les modifications suivantes sont apportées:
- le chiffre "25bis" est remplacé par le chiffre "25";
- les mots "l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé" sont remplacés par les mots "la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé";
22° au point 34), les mots "du médicament à usage humain" sont remplacés par les mots "d'un médicament";
23° le point 35) est abrogé;
24° au point 36), les modifications suivantes sont apportées:
- dans le titre, les mots "d'un médicament à usage humain" sont abrogés;
- les mots "du médicament à usage humain" sont remplacés par les mots "d'un médicament";
25° au point 39), les mots "à usage humain ou à usage vétérinaire" sont abrogés;
26° le point 51) est abrogé.
Art.75. In artikel 3 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 1 mei 2006 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "voor menselijk gebruik" worden opgeheven;
b) de laatste zin wordt opgeheven.
2° in paragraaf 3 wordt de laatste zin vervangen als volgt:
"Dierenartsen mogen geneesmiddelen betrekken bij apothekers in een voor het publiek opengestelde apotheek, bij groothandelaars en groothandelaars-verdelers en dit conform de regels en voorwaarden bepaald door de Koning.".
3° in paragraaf 4 wordt het tweede lid opgeheven.
1° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "voor menselijk gebruik" worden opgeheven;
b) de laatste zin wordt opgeheven.
2° in paragraaf 3 wordt de laatste zin vervangen als volgt:
"Dierenartsen mogen geneesmiddelen betrekken bij apothekers in een voor het publiek opengestelde apotheek, bij groothandelaars en groothandelaars-verdelers en dit conform de regels en voorwaarden bepaald door de Koning.".
3° in paragraaf 4 wordt het tweede lid opgeheven.
Art.75. A l'article 3 de la même loi, inséré par la loi du 1er mai 2006 et modifiée dernièrement par la loi du 17 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "à usage humain" sont abrogés;
b) la dernière phrase est abrogée.
2° au paragraphe 3, la dernière phrase est remplacée par ce qui suit:
"Les médecins vétérinaires peuvent se procurer des médicaments auprès des pharmaciens dans une officine pharmaceutique ouverte au public, des grossistes et des grossistes-répartiteurs et ceci conformément aux modalités et conditions fixées par le Roi.".
3° au paragraphe 4, l'alinéa 2 est abrogé.
1° au paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "à usage humain" sont abrogés;
b) la dernière phrase est abrogée.
2° au paragraphe 3, la dernière phrase est remplacée par ce qui suit:
"Les médecins vétérinaires peuvent se procurer des médicaments auprès des pharmaciens dans une officine pharmaceutique ouverte au public, des grossistes et des grossistes-répartiteurs et ceci conformément aux modalités et conditions fixées par le Roi.".
3° au paragraphe 4, l'alinéa 2 est abrogé.
Art.76. In artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juni 1970 en de wet van 1 mei 2006, worden de woorden ", het afleveren en het verschaffen" vervangen door de woorden "en op het afleveren".
Art.76. A l'article 4 de la même loi, modifiée par la loi du 16 juin 1970 et la loi du 1er mai 2006, les mots ", à la délivrance et à la fourniture" sont remplacés par les mots "et à la délivrance".
Art.77. In artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 december 2001, de wet van 1 mei 2006 en de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "beroepsbeoefenaars bedoeld in het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen en aan deze bedoeld in artikel 4 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde" vervangen door de woorden "beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg";
2° in paragraaf 2 worden de woorden ", der Dierenartsen" opgeheven.
1° in paragraaf 1 worden de woorden "beroepsbeoefenaars bedoeld in het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen en aan deze bedoeld in artikel 4 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde" vervangen door de woorden "beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg";
2° in paragraaf 2 worden de woorden ", der Dierenartsen" opgeheven.
Art.77. A l'article 5 de la même loi, modifiée par la loi du 30 décembre 2001, la loi du 1er mai 2006 et la loi du 27 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, les mots "praticiens visés à l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé et à ceux visés à l'article 4 de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire" sont remplacés par les mots "professionnels des soins de santé".
2° au paragraphe 2, les mots ", des Médecins-vétérinaires" sont abrogés.
1° au paragraphe 1er, les mots "praticiens visés à l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé et à ceux visés à l'article 4 de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire" sont remplacés par les mots "professionnels des soins de santé".
2° au paragraphe 2, les mots ", des Médecins-vétérinaires" sont abrogés.
Art.78. § 1. In artikel 6, § 1, vijfde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012, worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven.
§ 2. In artikel 6, § 1, achtste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012, worden de woorden "in het geval van een geneesmiddel voor menselijk gebruik of een mogelijk ernstig risico voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu inhoudt in het geval van een geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik" opgeheven;
§ 3. In artikel 6, § 1, negende lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012 en de wet van 17 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "of artikel 35 van richtlijn 2001/82" en de woorden "of artikelen 35 tot 38 van richtlijn 2001/82" worden opgeheven;
2° de woorden "of artikel 38 van richtlijn 2001/82" worden opgeheven;
3° het woord "vergunning" wordt vervangen door het woord "VHB";
4° de woorden "voor wat betreft de geneesmiddelen voor menselijk gebruik," worden opgeheven.
§ 4. In artikel 6, § 1, elfde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "en een Commissie voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik" worden opgeheven;
2° in de Franse tekst wordt het woord "destinées" vervangen door het woord "destinée";
3° de woorden "of dieren" worden opgeheven.
§ 5. In artikel 6, § 1, vijftiende lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet 1 mei 2006 en de wet van 3 augustus 2012, worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven.
§ 2. In artikel 6, § 1, achtste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012, worden de woorden "in het geval van een geneesmiddel voor menselijk gebruik of een mogelijk ernstig risico voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu inhoudt in het geval van een geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik" opgeheven;
§ 3. In artikel 6, § 1, negende lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012 en de wet van 17 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "of artikel 35 van richtlijn 2001/82" en de woorden "of artikelen 35 tot 38 van richtlijn 2001/82" worden opgeheven;
2° de woorden "of artikel 38 van richtlijn 2001/82" worden opgeheven;
3° het woord "vergunning" wordt vervangen door het woord "VHB";
4° de woorden "voor wat betreft de geneesmiddelen voor menselijk gebruik," worden opgeheven.
§ 4. In artikel 6, § 1, elfde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "en een Commissie voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik" worden opgeheven;
2° in de Franse tekst wordt het woord "destinées" vervangen door het woord "destinée";
3° de woorden "of dieren" worden opgeheven.
§ 5. In artikel 6, § 1, vijftiende lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet 1 mei 2006 en de wet van 3 augustus 2012, worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven.
Art.78. § 1er. A l'article 6, § 1er, alinéa 5 de la même loi, modifiée par la loi du 3 août 2012, les mots "à usage humain" sont abrogés.
§ 2. A l'article 6, § 1er, alinéa 8 de la même loi, modifiée par la loi du 3 août 2012, les mots "dans le cas d'un médicament à usage humain ou engendre un risque potentiel grave pour la santé de l'homme ou de l'animal, ou pour l'environnement dans le cas d'un médicament à usage vétérinaire" sont abrogés;
§ 3. A l'article 6, § 1er, alinéa 9 de la même loi, modifiée par la loi du 3 août 2012 et la loi du 17 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "ou à l'article 35 de la directive 2001/82" et les mots "ou aux articles 35 à 38 de la directive 2001/82" sont abrogés;
2° les mots "ou à l'article 38 de la directive 2001/82" sont abrogés;
3° le mot "autorisation" est remplacé par le mot "AMM";
4° les mots "en ce qui concerne les médicaments à usage humain," sont abrogés.
§ 4. A l'article 6, § 1er, alinéa 11 de la même loi, modifiée par la loi du 3 août 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "et une Commission pour les médicaments à usage vétérinaire" sont abrogés;
2° le mot "destinées" est remplacé par le mot "destinée";
3° les mots "ou aux animaux" sont abrogés.
§ 5. A l'article 6, § 1er, alinéa 15 de la même loi, modifié par la loi du 1er mai 2006 et la loi du 3 août 2012, les mots "à usage humain" sont abrogés.
§ 2. A l'article 6, § 1er, alinéa 8 de la même loi, modifiée par la loi du 3 août 2012, les mots "dans le cas d'un médicament à usage humain ou engendre un risque potentiel grave pour la santé de l'homme ou de l'animal, ou pour l'environnement dans le cas d'un médicament à usage vétérinaire" sont abrogés;
§ 3. A l'article 6, § 1er, alinéa 9 de la même loi, modifiée par la loi du 3 août 2012 et la loi du 17 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "ou à l'article 35 de la directive 2001/82" et les mots "ou aux articles 35 à 38 de la directive 2001/82" sont abrogés;
2° les mots "ou à l'article 38 de la directive 2001/82" sont abrogés;
3° le mot "autorisation" est remplacé par le mot "AMM";
4° les mots "en ce qui concerne les médicaments à usage humain," sont abrogés.
§ 4. A l'article 6, § 1er, alinéa 11 de la même loi, modifiée par la loi du 3 août 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "et une Commission pour les médicaments à usage vétérinaire" sont abrogés;
2° le mot "destinées" est remplacé par le mot "destinée";
3° les mots "ou aux animaux" sont abrogés.
§ 5. A l'article 6, § 1er, alinéa 15 de la même loi, modifié par la loi du 1er mai 2006 et la loi du 3 août 2012, les mots "à usage humain" sont abrogés.
Art.79. In artikel 6, § 1bis, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 1 mei 2006 en gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012 en de wet van 18 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
2° het vierde lid wordt opgeheven.
1° in het tweede lid worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
2° het vierde lid wordt opgeheven.
Art.79. A l'article 6, § 1erbis de la même loi, inséré par la loi du 1er mai 2006 et modifiée par la loi du 3 août 2012 et la loi du 18 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 2, les mots "à usage humain" sont abrogés;
2° l'alinéa 4 est abrogé.
1° dans l'alinéa 2, les mots "à usage humain" sont abrogés;
2° l'alinéa 4 est abrogé.
Art.80. In artikel 6, § 1ter, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 1 mei 2006 en gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen :
1° in het derde lid worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
2° in het zevende lid worden de woorden "of van bescherming van de gezondheid van dieren of mensen" opgeheven.
1° in het derde lid worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
2° in het zevende lid worden de woorden "of van bescherming van de gezondheid van dieren of mensen" opgeheven.
Art.80. A l'article 6, § 1erter de la même loi, inséré par la loi du 1er mai 2006 et la loi du 3 août 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 3, les mots "à usage humain" sont abrogés;
2° à l'alinéa 7, les mots "ou pour des motifs de protection de la santé humaine ou animale" sont abrogés.
1° à l'alinéa 3, les mots "à usage humain" sont abrogés;
2° à l'alinéa 7, les mots "ou pour des motifs de protection de la santé humaine ou animale" sont abrogés.
Art.81. In artikel 6, § 1quater van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 1 mei 2006 en gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012 en de wet van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het vierde lid worden in de Franse tekst de woorden "." vervangen door het woord ".";
2° in het vierde lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, omvat deze informatie" vervangen door de woorden "Deze informatie omvat";
3° in het vijfde lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
4° in het vijfde lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, zorgt de houder van de VHB of de registratie" vervangen door de woorden "De houder van de VHB of de registratie zorgt";
5° in het zevende lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
6° in het zevende lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de minister of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "De minister of zijn afgevaardigde kan".
1° in het vierde lid worden in de Franse tekst de woorden "." vervangen door het woord ".";
2° in het vierde lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, omvat deze informatie" vervangen door de woorden "Deze informatie omvat";
3° in het vijfde lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
4° in het vijfde lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, zorgt de houder van de VHB of de registratie" vervangen door de woorden "De houder van de VHB of de registratie zorgt";
5° in het zevende lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
6° in het zevende lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de minister of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "De minister of zijn afgevaardigde kan".
Art.81. A l'article 6, § 1erquater de la même loi, inséré par la loi du 1er mai 2006 et la loi du 3 août 2012 et la loi du 10 avril 2014 les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 4, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, les" sont remplacés par le mot "Les";
2° à l'alinéa 4, dans la version néerlandaise les mots "." sont remplacés par les mots ".";
3° à l'alinéa 5, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le" ;
4° à l'alinéa 5, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, zorgt de houder van de VHB of de registratie" sont remplacés par les mots "De houder van de VHB of de registratie zorgt";
5° à l'alinéa 7, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le";
6° à l'alinéa 7, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de minister of zijn afgevaardigde" sont remplacés par les mots "De minister of zijn afgevaardigde kan" dans la version néerlandaise.
1° à l'alinéa 4, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, les" sont remplacés par le mot "Les";
2° à l'alinéa 4, dans la version néerlandaise les mots "." sont remplacés par les mots ".";
3° à l'alinéa 5, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le" ;
4° à l'alinéa 5, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, zorgt de houder van de VHB of de registratie" sont remplacés par les mots "De houder van de VHB of de registratie zorgt";
5° à l'alinéa 7, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le";
6° à l'alinéa 7, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de minister of zijn afgevaardigde" sont remplacés par les mots "De minister of zijn afgevaardigde kan" dans la version néerlandaise.
Art.82. In artikel 6, § 1quinquies, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het derde lid worden de woorden ", alsmede voor wat betreft geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik de resultaten van de onschadelijkheidsproeven en residustudies" opgeheven;
2° in het vierde lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
3° in het vierde lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, bevat het publieke beoordelingsrapport" vervangen door de woorden "Het publieke beoordelingsrapport bevat";
4° in het vijfde lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de eerste zin worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
b) in de tweede zin worden de woorden "van een geneesmiddel voor menselijk gebruik" opgeheven;
c) de vierde zin wordt opgeheven.
1° in het derde lid worden de woorden ", alsmede voor wat betreft geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik de resultaten van de onschadelijkheidsproeven en residustudies" opgeheven;
2° in het vierde lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
3° in het vierde lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, bevat het publieke beoordelingsrapport" vervangen door de woorden "Het publieke beoordelingsrapport bevat";
4° in het vijfde lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de eerste zin worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
b) in de tweede zin worden de woorden "van een geneesmiddel voor menselijk gebruik" opgeheven;
c) de vierde zin wordt opgeheven.
Art.82. A l'article 6, § 1erquinquies de la même loi, modifiée par la loi du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 3, les mots "ainsi que, lorsqu'il s'agit d'un médicament à usage vétérinaire, les résultats des essais d'innocuité et d'études de résidus" sont abrogés;
2° à l'alinéa 4, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le" dans la version française;
3° à l'alinéa 4 les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, bevat het publieke beoordelingsrapport" sont remplacés par les mots "Het publieke beoordelingsrapport bevat" dans la version néerlandaise;
4° à l'alinéa 5, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la 1re phrase, les mots "à usage humain" sont abrogés;
b) dans la 2e phrase, les mots "d'un médicament à usage humain" sont abrogés;
c) la 4e phrase est abrogée.
1° à l'alinéa 3, les mots "ainsi que, lorsqu'il s'agit d'un médicament à usage vétérinaire, les résultats des essais d'innocuité et d'études de résidus" sont abrogés;
2° à l'alinéa 4, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le" dans la version française;
3° à l'alinéa 4 les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, bevat het publieke beoordelingsrapport" sont remplacés par les mots "Het publieke beoordelingsrapport bevat" dans la version néerlandaise;
4° à l'alinéa 5, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la 1re phrase, les mots "à usage humain" sont abrogés;
b) dans la 2e phrase, les mots "d'un médicament à usage humain" sont abrogés;
c) la 4e phrase est abrogée.
Art.83. In artikel 6, § 1sexies, tweede lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Franse tekst worden de woorden "titulaire d'autorisation soit" vervangen door de woorden "titulaire d'AMM soit";
2° in de Franse tekst worden de woorden "d'autorisation ou" vervangen door de woorden "d'AMM ou";
3° worden de woorden "vergunning- of registratiehouder" vervangen door de woorden "VHB- of registratiehouder".
1° in de Franse tekst worden de woorden "titulaire d'autorisation soit" vervangen door de woorden "titulaire d'AMM soit";
2° in de Franse tekst worden de woorden "d'autorisation ou" vervangen door de woorden "d'AMM ou";
3° worden de woorden "vergunning- of registratiehouder" vervangen door de woorden "VHB- of registratiehouder".
Art.83. A l'article 6, § 1ersexies, alinéa 2, 1ère phrase de la même loi, modifiée par la loi du 20 décembre 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "titulaire d'autorisation soit" sont remplacés par les mots "titulaire d'AMM soit" ;
2° les mots "d'autorisation ou" sont remplacés par les mots "d'AMM ou";
3° dans la version néerlandaise les mots "vergunning- of registratiehouder" sont remplacés par les mots "VHB- of registratiehouder".
1° les mots "titulaire d'autorisation soit" sont remplacés par les mots "titulaire d'AMM soit" ;
2° les mots "d'autorisation ou" sont remplacés par les mots "d'AMM ou";
3° dans la version néerlandaise les mots "vergunning- of registratiehouder" sont remplacés par les mots "VHB- of registratiehouder".
Art.84. In artikel 6, § 1septies, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, cette" vervangen door het woord "Cette";
2° in het tweede lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan deze VHB" vervangen door de woorden "Deze VHB kan";
3° het derde lid wordt opgeheven;
4° in het vijfde lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
5° in het vijfde lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, stelt de minister of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "De minister of zijn afgevaardigde stelt".
1° in het tweede lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, cette" vervangen door het woord "Cette";
2° in het tweede lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan deze VHB" vervangen door de woorden "Deze VHB kan";
3° het derde lid wordt opgeheven;
4° in het vijfde lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
5° in het vijfde lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, stelt de minister of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "De minister of zijn afgevaardigde stelt".
Art.84. A l'article 6, § 1ersepties de la même loi, inséré par la loi du 3 août 2012,les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 2, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, cette" sont remplacés par le mot "Cette" ;
2° à l'alinéa 2, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan deze VHB" sont remplacés par les mots "Deze VHB kan" dans la version néerlandaise;
3° l'alinéa 3 est abrogé;
4° à l'alinéa 5, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le" ;
5° à l'alinéa 5, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, stelt de minister of zijn afgevaardigde" sont remplacés par les mots "De minister of zijn afgevaardigde" dans la version néerlandaise.
1° à l'alinéa 2, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, cette" sont remplacés par le mot "Cette" ;
2° à l'alinéa 2, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan deze VHB" sont remplacés par les mots "Deze VHB kan" dans la version néerlandaise;
3° l'alinéa 3 est abrogé;
4° à l'alinéa 5, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le" ;
5° à l'alinéa 5, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, stelt de minister of zijn afgevaardigde" sont remplacés par les mots "De minister of zijn afgevaardigde" dans la version néerlandaise.
Art.85. In artikel 6, § 1octies, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Franse tekst worden de woorden "ce qui concerne les médicaments à usage humain, en" opgeheven;
2° worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, in aanvulling" vervangen door de woorden "In aanvulling".
1° in de Franse tekst worden de woorden "ce qui concerne les médicaments à usage humain, en" opgeheven;
2° worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, in aanvulling" vervangen door de woorden "In aanvulling".
Art.85. A l'article 6, § 1erocties, alinéa 1er de la même loi, inséré par la loi du 3 août 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "ce qui concerne les médicaments à usage humain, en" sont abrogés;
2° dans la version néerlandaise, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, in aanvulling" sont remplacés par les mots "In aanvulling".
1° les mots "ce qui concerne les médicaments à usage humain, en" sont abrogés;
2° dans la version néerlandaise, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, in aanvulling" sont remplacés par les mots "In aanvulling".
Art.86. In artikel 6, § 1nonies, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Franse tekst worden de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, après" vervangen door het woord "Après";
2° de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, na" worden vervangen door het woord "Na".
1° in de Franse tekst worden de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, après" vervangen door het woord "Après";
2° de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, na" worden vervangen door het woord "Na".
Art.86. A l'article 6, § 1ernonies, alinéa 1er de la même loi, inséré par la loi du 3 août 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, après" sont remplacés par le mot "Après";
2° dans la version néerlandaise, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, na" sont remplacés par le mot "Na".
1° les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, après" sont remplacés par le mot "Après";
2° dans la version néerlandaise, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, na" sont remplacés par le mot "Na".
Art.87. Artikel 6, § 1decies, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 augustus 2012, wordt opgeheven.
Art.87. L'article 6, § 1erdecies de la même loi, inséré par la loi du 3 août 2012 est abrogé.
Art.88. In artikel 6, § 2, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2016, worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven.
Art.88. A l'article 6, § 2 de la même loi, modifiée en dernier lieu par la loi du 18 décembre 2016, les mots "à usage humain" sont abrogés.
Art.89. In artikel 6bis van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden voor menselijk gebruik worden opgeheven;
2° de paragrafen 6, 7, 8, 9 en 10 worden opgeheven.
1° de woorden voor menselijk gebruik worden opgeheven;
2° de paragrafen 6, 7, 8, 9 en 10 worden opgeheven.
Art.89. A l'article 6bis de la même loi, modifiée en dernier lieu par la loi du 3 août 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "à usage humain" sont abrogés;
2° les paragraphes 6, 7, 8, 9 et 10 sont abrogés.
1° les mots "à usage humain" sont abrogés;
2° les paragraphes 6, 7, 8, 9 et 10 sont abrogés.
Art.90. In artikel 6quater van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 november 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht;
a) in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- in de bepaling onder 1° ) worden de woorden "of (een) bepaald(e) dier(en)" opgeheven;
- in de bepaling onder 3° ) worden de woorden "voor menselijk gebruik" en "alsook geneesmiddelen voor onderzoek voor diergeneeskundig onderzoek" opgeheven;
- in de bepaling onder 5° ) worden de woorden "alsook geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik op basis van radioactieve isotopen" opgeheven;
- de bepaling onder 7° ) wordt opgeheven;
- de bepaling onder 6/1) wordt het nummer 7° );
- de bepaling onder 9° ) wordt opgeheven;
- de bepaling onder 10° ) wordt opgeheven;
b) in het tweede lid worden de woorden "6/1, 7° ), 8° ), 9° ) en 10° )" vervangen door de woorden "7° ) en 8° )";
c) in het vierde lid wordt in de Franstalige tekst het woord "point 6/1)" vervangen door het woord "point 7° )";
d) in het vierde lid wordt het woord "6/1)" vervangen door het woord "7° )".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht;
a) in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- in de bepaling onder 1° ) worden de woorden "of (een) bepaald(e) dier(en)" opgeheven;
- in de bepaling onder 3° ) worden de woorden "voor menselijk gebruik" en "alsook geneesmiddelen voor onderzoek voor diergeneeskundig onderzoek" opgeheven;
- in de bepaling onder 5° ) worden de woorden "alsook geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik op basis van radioactieve isotopen" opgeheven;
- de bepaling onder 7° ) wordt opgeheven;
- de bepaling onder 6/1) wordt het nummer 7° );
- de bepaling onder 9° ) wordt opgeheven;
- de bepaling onder 10° ) wordt opgeheven;
b) in het tweede lid worden de woorden "6/1, 7° ), 8° ), 9° ) en 10° )" vervangen door de woorden "7° ) en 8° )";
c) in het vierde lid wordt in de Franstalige tekst het woord "point 6/1)" vervangen door het woord "point 7° )";
d) in het vierde lid wordt het woord "6/1)" vervangen door het woord "7° )".
Art.90. A l'article 6quater de la même loi, modifiée par la loi du 22 novembre 2020, les modifications suivantes sont apportées:
1° au § 1er, les mots "à usage humain" sont abrogés;
2° le § 2 est abrogé;
3° au § 3, les modifications suivantes sont apportées:
a) à l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
- au 1° ), les mots "ou à un/des animal/animaux déterminé(s)" sont abrogés;
- au 3° ), les mots "à usage humain" et "ainsi que les médicaments expérimentaux à usage vétérinaire" sont abrogés;
- au 5° ), les mots ", ainsi que les médicaments à usage vétérinaire à base d'isotopes radioactifs" sont abrogés;
- le 7° ) est abrogé;
- le 6/1) est renuméroté 7° );
- le 9° ) est abrogé;
- le 10° ) est abrogé;
b) à l'alinéa 2, les mots "6/1), 7° ), 8° ), 9° ) et 10)" sont remplacés par les mots "7° ) et 8° )";
c) à l'alinéa 4, le mot "point 6/1)" est remplacé par le mot "point 7° )".
d) à l'alinéa 4, le mot "6/1)" est remplacé par le mot "7° )" dans la version néerlandaise.
1° au § 1er, les mots "à usage humain" sont abrogés;
2° le § 2 est abrogé;
3° au § 3, les modifications suivantes sont apportées:
a) à l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
- au 1° ), les mots "ou à un/des animal/animaux déterminé(s)" sont abrogés;
- au 3° ), les mots "à usage humain" et "ainsi que les médicaments expérimentaux à usage vétérinaire" sont abrogés;
- au 5° ), les mots ", ainsi que les médicaments à usage vétérinaire à base d'isotopes radioactifs" sont abrogés;
- le 7° ) est abrogé;
- le 6/1) est renuméroté 7° );
- le 9° ) est abrogé;
- le 10° ) est abrogé;
b) à l'alinéa 2, les mots "6/1), 7° ), 8° ), 9° ) et 10)" sont remplacés par les mots "7° ) et 8° )";
c) à l'alinéa 4, le mot "point 6/1)" est remplacé par le mot "point 7° )".
d) à l'alinéa 4, le mot "6/1)" est remplacé par le mot "7° )" dans la version néerlandaise.
Art.91. Het artikel 6quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 20 december 1995 en vervangen bij de wet van 1 mei 2006, wordt opgeheven.
Art.91. L'article 6quinquies de la même loi, inséré par la loi du 20 décembre 1995 et remplacé par la loi du 1er mai 2006, est abrogé.
Art.92. In artikel 6septies, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "voor menselijk gebruik" worden opgeheven;
2° in het vijfde lid worden de woorden "of verschaffing", de woorden "of de verantwoordelijke voor de dieren" en de woorden "of verschaft" opgeheven;
3° het negende lid wordt opgeheven.
1° de woorden "voor menselijk gebruik" worden opgeheven;
2° in het vijfde lid worden de woorden "of verschaffing", de woorden "of de verantwoordelijke voor de dieren" en de woorden "of verschaft" opgeheven;
3° het negende lid wordt opgeheven.
Art.92. A l'article 6septies, § 1er de la même loi, modifiée par la loi du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "à usage humain" sont abrogés;
2° à l'alinéa 5, les mots "ou de fourniture", les mots "ou au responsable des animaux" et les mots "ou fournie" sont abrogés;
3° l'alinéa 9 est abrogé.
1° les mots "à usage humain" sont abrogés;
2° à l'alinéa 5, les mots "ou de fourniture", les mots "ou au responsable des animaux" et les mots "ou fournie" sont abrogés;
3° l'alinéa 9 est abrogé.
Art.93. § 1. In artikel 7, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012 en de wet van 17 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
2° in het eerste lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de Koning" vervangen door de woorden "De Koning kan";
3° het tweede lid wordt opgeheven;
4° in het derde lid worden de woorden "Bij toepassing van het eerste of tweede lid" vervangen door de woorden "Voor de toepassing van het eerste lid";
5° in het zevende lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
6° in het zevende lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de Koning" vervangen door de woorden "De Koning kan".
§ 2. Artikel 7, § 2, van dezelfde wet, wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
2° in het eerste lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de Koning" vervangen door de woorden "De Koning kan";
3° het tweede lid wordt opgeheven;
4° in het derde lid worden de woorden "Bij toepassing van het eerste of tweede lid" vervangen door de woorden "Voor de toepassing van het eerste lid";
5° in het zevende lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
6° in het zevende lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de Koning" vervangen door de woorden "De Koning kan".
§ 2. Artikel 7, § 2, van dezelfde wet, wordt opgeheven.
Art.93. § 1. A l'article 7 de la même loi, modifiée par la loi du 3 août 2012 et la loi du 17 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 1er, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le";
2° à l'alinéa 1er, dans la version néerlandaise les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de Koning" sont remplacés par les mots "De Koning kan";
3° l'alinéa 2 est abrogé;
4° à l'alinéa 3, les mots "En application de l'alinéa 1er ou de l'alinéa 2" sont remplacés par les mots "Pour l'application de l'alinéa 1er";
5° à l'alinéa 7, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le".
6° à l'alinéa 7, dans la version néerlandaise les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de Koning" sont remplacés par les mots "De Koning kan".
§ 2. A l'article 7, § 2 de la même loi est abrogé.
1° à l'alinéa 1er, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le";
2° à l'alinéa 1er, dans la version néerlandaise les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de Koning" sont remplacés par les mots "De Koning kan";
3° l'alinéa 2 est abrogé;
4° à l'alinéa 3, les mots "En application de l'alinéa 1er ou de l'alinéa 2" sont remplacés par les mots "Pour l'application de l'alinéa 1er";
5° à l'alinéa 7, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le".
6° à l'alinéa 7, dans la version néerlandaise les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de Koning" sont remplacés par les mots "De Koning kan".
§ 2. A l'article 7, § 2 de la même loi est abrogé.
Art.94. In artikel 7bis, § 1, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven.
Art.94. A l'article 7bis, § 1er, alinéa 1er de la même loi, les mots "à usage humain" sont abrogés.
Art.95. In artikel 8 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 1 mei 2006 en gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden in de Franse tekst de woorden "ce qui concerne les médicaments à usage humain, en" opgeheven;
2° in het eerste lid worden in de Nederlandse tekst de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de minister of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "De minister of zijn afgevaardigde kan";
3° het tweede lid wordt opgeheven;
4° in het vierde lid worden de woorden "of verschaffing" opgeheven;
5° in het zesde lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
6° in het zesde lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de Koning" vervangen door de woorden "De Koning kan".
1° in het eerste lid worden in de Franse tekst de woorden "ce qui concerne les médicaments à usage humain, en" opgeheven;
2° in het eerste lid worden in de Nederlandse tekst de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de minister of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "De minister of zijn afgevaardigde kan";
3° het tweede lid wordt opgeheven;
4° in het vierde lid worden de woorden "of verschaffing" opgeheven;
5° in het zesde lid worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
6° in het zesde lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de Koning" vervangen door de woorden "De Koning kan".
Art.95. A l'article 8 de la même loi, remplacé par la loi du 1er mai 2006 et modifiée par la loi du 3 août 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 1er, les mots "ce qui concerne les médicaments à usage humain, en" sont abrogés;
2° à l'alinéa 1er, dans la version néerlandaise les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de minister of zijn afgevaardigde" sont remplacés par les mots "De minister of zijn afgevaardigde kan";
3° l'alinéa 2 est abrogé;
4° à l'alinéa 4, les mots "ou de fourniture" sont abrogés;
5° à l'alinéa 6, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le";
6° à l'alinéa 6, dans la version néerlandaise les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de Koning" sont remplacés par les mots "De Koning kan".
1° à l'alinéa 1er, les mots "ce qui concerne les médicaments à usage humain, en" sont abrogés;
2° à l'alinéa 1er, dans la version néerlandaise les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de minister of zijn afgevaardigde" sont remplacés par les mots "De minister of zijn afgevaardigde kan";
3° l'alinéa 2 est abrogé;
4° à l'alinéa 4, les mots "ou de fourniture" sont abrogés;
5° à l'alinéa 6, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le";
6° à l'alinéa 6, dans la version néerlandaise les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de Koning" sont remplacés par les mots "De Koning kan".
Art.96. In artikel 8bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 1 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden in de Franse versie de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain" vervangen door het woord "Le";
2° in het eerste lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, schorst de minister of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "De minister of zijn afgevaardigde schorst";
3° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden in de Franse versie de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain" vervangen door het woord "Le";
2° in het eerste lid worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, schorst de minister of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "De minister of zijn afgevaardigde schorst";
3° het tweede lid wordt opgeheven.
Art.96. A l'article 8bis de la même loi, inséré par la loi du 1er mai 2006, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 1er, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le";
2° à l'alinéa 1er, dans la version néerlandaise, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, schorst de minister of zijn afgevaardigde" sont remplacés par les mots "De minister of zijn afgevaardigde schorst";
3° l'alinéa 2 est abrogé;
1° à l'alinéa 1er, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le";
2° à l'alinéa 1er, dans la version néerlandaise, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, schorst de minister of zijn afgevaardigde" sont remplacés par les mots "De minister of zijn afgevaardigde schorst";
3° l'alinéa 2 est abrogé;
Art.97. In artikel 9 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het tweede lid, eerste zin, worden in de Franse versie de woorden "ordonnance médicale" vervangen door het woord "prescription";
b) in het tweede lid, eerste zin wordt het woord "geneeskundig" opgeheven;
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het tweede lid, eerste zin, worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
b) in het zesde lid worden in de Franse versie de woorden "à usage humain" tussen de woorden "télévisuelle" en ", le ministre" opgeheven;
c) in het zesde lid worden de woorden "voor menselijk gebruik" tussen de woorden "geneesmiddelen" en "betreffen," opgeheven.
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het tweede lid, eerste zin, worden in de Franse versie de woorden "ordonnance médicale" vervangen door het woord "prescription";
b) in het tweede lid, eerste zin wordt het woord "geneeskundig" opgeheven;
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het tweede lid, eerste zin, worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
b) in het zesde lid worden in de Franse versie de woorden "à usage humain" tussen de woorden "télévisuelle" en ", le ministre" opgeheven;
c) in het zesde lid worden de woorden "voor menselijk gebruik" tussen de woorden "geneesmiddelen" en "betreffen," opgeheven.
Art.97. A l'article 9 de la même loi, modifiée en dernier lieu par la loi du 22 décembre 2020, les modifications suivantes sont apportées:
1° au § 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) à l'alinéa 2, dans la 1re phrase, dans la version française les mots "ordonnance médicale" sont remplacés par le mot "prescription";
b) à l'alinéa 2, dans la 1re phrase, le mot "geneeskundig" est abrogé dans la version néerlandaise;
2° au § 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) à l'alinéa 2, dans la 1re phrase, les mots "à usage humain" sont abrogés;
b) à l'alinéa 6, dans la version française les mots "à usage humain" insérés entre les mots "télévisuelle" et ", le ministre" sont abrogés.
c) à l'alinéa 6, dans la version néerlandaise les mots "voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik" insérés entre les mots "geneesmiddelen" et "betreffen" sont abrogés.
1° au § 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) à l'alinéa 2, dans la 1re phrase, dans la version française les mots "ordonnance médicale" sont remplacés par le mot "prescription";
b) à l'alinéa 2, dans la 1re phrase, le mot "geneeskundig" est abrogé dans la version néerlandaise;
2° au § 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) à l'alinéa 2, dans la 1re phrase, les mots "à usage humain" sont abrogés;
b) à l'alinéa 6, dans la version française les mots "à usage humain" insérés entre les mots "télévisuelle" et ", le ministre" sont abrogés.
c) à l'alinéa 6, dans la version néerlandaise les mots "voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik" insérés entre les mots "geneesmiddelen" et "betreffen" sont abrogés.
Art.98. In artikel 12bis, § 1/1, eerste lid van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 december 2013:, worden in de bepalingen onder 1° en 2° de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven.
Art.98. A l'article 12bis, § 1er, alinéa 1er de la même loi, inseré par la loi du 26 décembre 2013, dans les points 1° et 2°, les mots "à usage humain" sont abrogés.
Art.99. In artikel 12ter van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- in de tweede zin worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
- de laatste zin wordt opgeheven;
b) in het zesde lid worden alle woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
c) in het achtste lid, eerste zin worden de woorden "of geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken van de dieren" opgeheven;
d) in het tiende lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- in de eerste zin worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
- de tweede zin wordt opgeheven;
- de derde zin wordt opgeheven.
2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven.
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- in de tweede zin worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
- de laatste zin wordt opgeheven;
b) in het zesde lid worden alle woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
c) in het achtste lid, eerste zin worden de woorden "of geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken van de dieren" opgeheven;
d) in het tiende lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- in de eerste zin worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven;
- de tweede zin wordt opgeheven;
- de derde zin wordt opgeheven.
2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven.
Art.99. A l'article 12ter de la même loi, modifiée en dernier lieu par la loi du 7 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° au § 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) à l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
- dans la 2e phrase, les mots "à usage humain" sont abrogés;
- la dernière phrase est abrogée;
b) à l'alinéa 6, tous les mots "à usage humain" sont abrogés;
c) à l'alinéa 8, 1re phrase, les mots "ou à fournir des médicaments aux responsables d'animaux" sont abrogés;
d) à l'alinéa 10, les modifications suivantes sont apportées:
- dans la 1re phrase, les mots "à usage humain" sont abrogés;
- la 2e phrase est abrogée;
- la 3e phrase est abrogée.
2° au § 3, l'alinéa 1er, les mots "à usage humain" sont abrogés.
1° au § 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) à l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
- dans la 2e phrase, les mots "à usage humain" sont abrogés;
- la dernière phrase est abrogée;
b) à l'alinéa 6, tous les mots "à usage humain" sont abrogés;
c) à l'alinéa 8, 1re phrase, les mots "ou à fournir des médicaments aux responsables d'animaux" sont abrogés;
d) à l'alinéa 10, les modifications suivantes sont apportées:
- dans la 1re phrase, les mots "à usage humain" sont abrogés;
- la 2e phrase est abrogée;
- la 3e phrase est abrogée.
2° au § 3, l'alinéa 1er, les mots "à usage humain" sont abrogés.
Art.100. In artikel 12quater, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven.
Art.100. A l'article 12quater, alinéa 1er, de la même loi, les mots "à usage humain" sont abrogés.
Art.101. In artikel 12quinquies van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "of dieren" opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "of dieren" opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden "voor menselijk gebruik" opgeheven.
Art.101. A l'article 12quinquies, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 1er, les mots "ou des animaux" sont abrogés;
2° à l'alinéa 2, les mots "à usage humain" sont abrogés.
1° à l'alinéa 1er, les mots "ou des animaux" sont abrogés;
2° à l'alinéa 2, les mots "à usage humain" sont abrogés.
Art.102. In artikel 12sexies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 1 mei 2006 en vervangen bij de wet van 3 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, l'AFMPS" vervangen door het woord "L'AFMPS";
2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, wordt door het FAGG" vervangen door de woorden "Door het FAGG wordt";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
4° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, dient de houder van de VHB of een registratie" vervangen door de woorden "De houder van een VHB of registratie dient";
5° paragraaf 3 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, l'AFMPS" vervangen door het woord "L'AFMPS";
2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, wordt door het FAGG" vervangen door de woorden "Door het FAGG wordt";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden in de Franse tekst de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le";
4° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, dient de houder van de VHB of een registratie" vervangen door de woorden "De houder van een VHB of registratie dient";
5° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art.102. A l'article 12sexies de la même loi, insérée par la loi du 1er mai 2006 et remplacée par la loi du 3 août 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, l'AFMPS" sont remplacés par les mots "L'AFMPS";
2° au § 1er, alinéa 1er, dans la version néerlandaise les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, wordt door het FAGG" sont remplacés par les mots "Door het FAGG wordt";
3° au § 2, alinéa 1er, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le".
4° au § 2, alinéa 1er, dans la version néerlandaise les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, dient de houder van de VHB of een registratie" sont remplacés par les mots "De houder van een VHB of registratie dient".
5° le § 3 est abrogé.
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, l'AFMPS" sont remplacés par les mots "L'AFMPS";
2° au § 1er, alinéa 1er, dans la version néerlandaise les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, wordt door het FAGG" sont remplacés par les mots "Door het FAGG wordt";
3° au § 2, alinéa 1er, les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le".
4° au § 2, alinéa 1er, dans la version néerlandaise les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, dient de houder van de VHB of een registratie" sont remplacés par les mots "De houder van een VHB of registratie dient".
5° le § 3 est abrogé.
Art.103. In artikel 14, § 6, tweede lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Franse versie worden de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le".
2° in de Nederlandse versie worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, stelt de minister of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "De minister of zijn afgevaardigde stelt".
1° in de Franse versie worden de woorden "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" vervangen door het woord "Le".
2° in de Nederlandse versie worden de woorden "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, stelt de minister of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "De minister of zijn afgevaardigde stelt".
Art.103. A l'article 14, § 6, alinéa 2, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le";
2° dans la version néerlandaise, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, stelt de minister of zijn afgevaardigde" sont remplacés par les mots "De minister of zijn afgevaardigde stelt".
1° les mots "En ce qui concerne les médicaments à usage humain, le" sont remplacés par le mot "Le";
2° dans la version néerlandaise, les mots "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, stelt de minister of zijn afgevaardigde" sont remplacés par les mots "De minister of zijn afgevaardigde stelt".
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers
Section 2. - Modification de la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion de modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement, de la santé et des travailleurs
Art.104. In artikel 3, § 2, van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers, vervangen bij de wet van 28 maart 2003 en gewijzigd bij de wet van 22 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt de bepaling onder 3° aangevuld met de woorden "voor menselijk gebruik";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 9° en 10°, luidende:
"9° de Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende de diergeneesmiddelen en tot intrekking van richtlijn 2001/82/EG;
10° de wet van 5 mei 2022 betreffende diergeneesmiddelen.".
1° in het tweede lid wordt de bepaling onder 3° aangevuld met de woorden "voor menselijk gebruik";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 9° en 10°, luidende:
"9° de Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende de diergeneesmiddelen en tot intrekking van richtlijn 2001/82/EG;
10° de wet van 5 mei 2022 betreffende diergeneesmiddelen.".
Art.104. A l'article 3, § 2 de la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion de modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement, de la santé et des travailleurs, remplacée par la loi du 28 mars 2003 et modifiée par la loi du 22 décembre 2020, les modifications suivantes sont apportées:
1° au 3° de l'alinéa 2, les mots "à usage humain" sont ajoutés après le mot "médicaments";
2° l'alinéa 2 est complété par les points 9° et 10°, rédigés comme suit:
"9° le Règlement (UE) 2019/6 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 du 11 décembre 2018 relatif aux médicaments vétérinaires et abrogeant la directive 2001/82/CE;
10° la loi du 5 mai 2022 sur les médicaments vétérinaires.".
1° au 3° de l'alinéa 2, les mots "à usage humain" sont ajoutés après le mot "médicaments";
2° l'alinéa 2 est complété par les points 9° et 10°, rédigés comme suit:
"9° le Règlement (UE) 2019/6 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 du 11 décembre 2018 relatif aux médicaments vétérinaires et abrogeant la directive 2001/82/CE;
10° la loi du 5 mai 2022 sur les médicaments vétérinaires.".
Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen
Section 3. - Modification de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la chaîne alimentaire
Art.105. In artikel 5, tweede lid, van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
"3° de wet van 5 mei 2022 betreffende diergeneesmiddelen;
3° /1 Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van richtlijn 2001/82/EG;".
"3° de wet van 5 mei 2022 betreffende diergeneesmiddelen;
3° /1 Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van richtlijn 2001/82/EG;".
Art.105. Dans l'article 5, alinéa 2, de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la chaîne alimentaire, modifié par la loi du 22 décembre 2003, le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° la loi du 5 mai 2022 sur les médicaments vétérinaires;
3° /1 Règlement (UE) 2019/6 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 relatif aux médicaments vétérinaires et abrogeant la directive 2001/82/CE;".
"3° la loi du 5 mai 2022 sur les médicaments vétérinaires;
3° /1 Règlement (UE) 2019/6 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 relatif aux médicaments vétérinaires et abrogeant la directive 2001/82/CE;".
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
Section 4. - Modification de la loi du 20 juillet 2006 relative à la création et au fonctionnement de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé
Art.106. Artikel 4, § 1, derde lid, de bepaling onder 6°, de bepaling onder a, van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten wordt aangevuld met een streepje luidende:
"- de wet van 5 mei 2022 betreffende diergeneesmiddelen.".
"- de wet van 5 mei 2022 betreffende diergeneesmiddelen.".
Art.106. L'article 4, § 1er, alinéa 3, 6°, a., de la loi du 20 juillet 2006 relative à la création et au fonctionnement de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé est complété par un tiret, libellé comme suit:
"- la loi du 5 mai 2022 sur les médicaments vétérinaires.".
"- la loi du 5 mai 2022 sur les médicaments vétérinaires.".
Afdeling 5. - Overgangsbepaling
Section 5. - Disposition de transition
Art.107. De vergunningen voor het in de handel brengen, die door de minister of zijn afgevaardigde zijn verleend vóór 28 januari 2022 en waarvan de einddatum van de vijfjarige geldigheid, zoals bedoeld in artikel 6, § 1ter, eerste lid, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, nss 28 januari 2022 valt, zijn van rechtswege voor onbepaalde tijd geldig.
Art.107. Les autorisations de mise sur le marché, qui ont été octroyées par le ministre ou son délégué avant le 28 janvier 2022 et pour lesquelles la date de fin de la période de validité de cinq ans, telle que visée à l'article 6, § 1ter, alinéa 1er de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments, tombe après le 28 janvier 2022, sont valables de plein droit pour une durée indéterminée.
HOOFDSTUK 16. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 16. - Entrée en vigueur
Art.108. Deze wet treedt in werking de dag volgend op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Art.108. La présente loi entre en vigueur le jour suivant le jour de publication au Moniteur belge.
Art. 109. In afwijking van artikel 108, treden de artikelen 12 en 13 in werking op de datum van het van toepassing zijn van de uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie, bedoeld in artikel 17, lid 1, van Verordening 2019/6.
Art. 109. Par dérogation à l'article 108, les articles 12 et 13 entrent en vigueur à la date d'application des actes d'exécution de la Commission européenne, visés au l'article 17, paragraphe 1, du Règlement 2019/6.