Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
31 MAART 2022. - Ordonnantie tot wijziging van de Brusselse Huisvestingscode inzake het openbaar beheersrecht en leegstaande woningen
Titre
31 MARS 2022. - Ordonnance modifiant le Code bruxellois du Logement en matière de droit de gestion publique et de logements inoccupés
Documentinformatie
Info du document
Tekst (36)
Texte (36)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art.2. Voor de toepassing van deze ordonnantie wordt verstaan onder :
  1° Code : de Brusselse Huisvestingscode zoals aangenomen door de ordonnantie van 17 juli 2003 ;
  2° Regering : de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
Art.2. Pour l'application de la présente ordonnance, l'on entend par :
  1° Code : le Code bruxellois du Logement tel qu'adopté par l'ordonnance du 17 juillet 2003 ;
  2° Gouvernement : le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsmaatregelen
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Art.3. In artikel 2, § 1 van de Code wordt punt 8° als volgt vervangen :
  " openbaar beheersrecht : het recht van een openbaar beheerder om een woning zoals bedoeld in artikel 15, te beheren en te verhuren, in plaats van de houder(s) van een zakelijk recht op die woning, tijdens een minimale duur van negen jaar ; ".
Art.3. A l'article 2, § 1er, du Code, le point 8° est remplacé comme suit :
  " droit de gestion publique : le droit pour un opérateur de gestion publique de gérer et mettre en location un logement, tel ceux visés à l'article 15, en lieu et place du ou des titulaires d'un droit réel sur ce logement pendant une durée minimale de neuf ans ; ".
Art.4. Aan artikel 2, § 1 van de Code worden de punten 38°, 39° en 40° toegevoegd, luidend als volgt :
  " 38° AVG : Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, ook " Algemene Verordening Gegevensbescherming " genoemd ;
  39° houder van een zakelijk recht : eigenaar, mede-eigenaar, vruchtgebruiker, opstalhouder en erfpachter ;
  40° Openbare beheerder : de gemeenten, het OCMW, de autonome gemeentelijke regies, de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel. ".
Art.4. A l'article 2, § 1er du Code, les points 38°, 39° et 40° sont ajoutés, rédigés comme suit :
  " 38° RGPD : Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE, également dénommé " le Règlement général sur la protection des données " ;
  39° Titulaire d'un droit réel : propriétaire, copropriétaire, usufruitier, superficiaire et emphytéote ;
  40° Opérateur de gestion publique : les communes, les CPAS, les régies communales autonomes, la Régie foncière de la Région de Bruxelles-Capitale, le Service public régional de Bruxelles. ".
Art.5. De titel van Hoofdstuk II (" Het openbaar beheersrecht van woningen ") van Titel III (" De instrumenten van het huisvestingsbeleid ") van de Code wordt vervangen door de volgende titel :
  " HOOFDSTUK II. - Bestrijding van leegstaande woningen ".
Art.5. L'intitulé du Chapitre II (" Du droit de gestion publique des logements ") du Titre III (" Des instruments de la politique du Logement ") du Code est remplacé par l'intitulé suivant :
  " CHAPITRE II. - De la lutte contre l'inoccupation des logements ".
Art.6. Er wordt een Afdeling 1 ingevoegd in Hoofdstuk II van Titel III van de Code die luidt als volgt :
  " Afdeling 1. Gewestelijke instrumenten ".
Art.6. Une Section 1re est insérée au sein du Chapitre II du Titre III du Code, libellée comme suit :
  " Section 1re. Dispositifs régionaux ".
Art.7. Er wordt een nieuw artikel 14/1 ingevoegd in Afdeling 1 van Hoofdstuk II van Titel III van de Code, dat luidt als volgt :
  " Art. 14/1. § 1er. Binnen de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel heeft de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen de volgende opdrachten :
  1° centraliseren van de identificatie van vermoedelijk leegstaande woningen via een databank met als doel deze te controleren en het invoeren van een gewestelijke inventaris van leegstaande woningen ;
  2° toezien op de naleving van de bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde regels en op de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk, met inbegrip van het openbaar beheersrecht en de vordering tot staking ;
  3° de openbare beheerders ondersteunen bij hun acties ter bestrijding van leegstaande woningen, met name het openbaar beheersrecht, het onteigeningsrecht en de vordering tot staking.
  § 2. De in paragraaf 1 beoogde gewestelijke inventaris van leegstaande woningen wordt ingesteld om de openbare beheerders te informeren over de goederen waarvoor een actie tegen leegstand kan worden ondernomen. Deze wordt jaarlijks samengesteld en bevat volgende gegevens :
  1° de adressen van de onroerende goederen die als woningen gekadastreerd en leegstaand verklaardzijn, en het aantal woningen dat per adres is aangegeven ;
  2° de namen, voornamen en rijksregisternummers van de houders van een zakelijk recht op deze woningen.
  De inventaris kan worden aangevuld op aangeven van de gemeenten of erkende verenigingen.
  De Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen geeft gemeenten toegang tot de lijst van leegstaande woningen op hun respectieve grondgebieden die in de inventaris zijn opgenomen, waarvoor een actie tegen leegstand kan worden in gang gezet. ".
Art.7. Un nouvel article 14/1 est inséré au sein de la Section 1re du Chapitre II du Titre III du Code, libellé comme suit :
  " Art. 14/1. § 1er. Au sein du Service public régional de Bruxelles, le Service régional des logements inoccupés a pour mission de :
  1° centraliser l'identification des logements présumés inoccupés via une base de données en vue de les contrôler et de mettre en place un inventaire régional des logements inoccupés ;
  2° veiller au respect des règles fixées par ou en vertu du présent chapitre et à la mise en oeuvre des dispositions du présent chapitre, en ce compris le droit de gestion publique et l'action en cessation ;
  3° soutenir les opérateurs de gestion publique dans leurs actions de lutte contre les logements inoccupés, dont notamment le droit de gestion publique, le droit d'expropriation et l'action en cessation.
  § 2. L'inventaire régional des logements inoccupés visé au paragraphe 1er est institué afin d'informer les opérateurs de gestion publique des biens pour lesquels une action de lutte contre l'inoccupation peut être enclenchée. Il est établi annuellement et reprend les données suivantes :
  1° les adresses des biens immobiliers cadastrés comme logement et déclarés inoccupés ainsi que le nombre de logements renseignés par adresse ;
  2° les noms, prénoms et numéros de registre national des titulaires d'un droit réel sur ces logements.
  L'inventaire peut être alimenté par le signalement des communes ou des associations agréées.
  Le Service régional des logements inoccupés permet aux communes d'accéder à la liste des logements inoccupés situés sur leur territoire respectif, repris dans l'inventaire, pour lesquels une action de lutte contre l'inoccupation pourrait être enclenchée. ".
Art.8. Er wordt een Afdeling 2 ingevoegd in Hoofdstuk II van Titel III van de Code, na artikel 14/1, die luidt als volgt :
  " Afdeling 2. Het openbaar beheersrecht van woningen ".
Art.8. Une Section 2 est insérée au sein du Chapitre II du Titre III du Code après l'article 14/1, libellée comme suit :
  " Section 2. Le droit de gestion publique des logements ".
Art.9. Artikel 15 van de Code wordt vervangen door het volgende artikel :
  " Art. 15. Toepassingsgebied
  Iedere openbare beheerder beschikt over een openbaar beheersrecht van volgende woningen :
  1° de leegstaande woningen, zoals gedefinieerd in artikel 19/2 ;
  2° de woningen die het voorwerp uitmaken van het verbod tot verhuur bedoeld in artikel 8 ;
  3° de onbewoonbaar verklaarde woningen, in overeenstemming met artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet. ".
Art.9. L'article 15 du Code est remplacé par l'article suivant :
  " Art. 15. Champ d'application
  Tout opérateur de gestion publique dispose d'un droit de gestion publique des logements suivants :
  1° les logements inoccupés, tels que définis à l'article 19/2 ;
  2° les logements frappés de l'interdiction de location visée à l'article 8 ;
  3° les logements déclarés inhabitables, conformément à l'article 135 de la Nouvelle loi communale. ".
Art.10. Artikel 16 van de Code wordt vervangen door het volgende artikel :
  " Art. 16. Voorstel tot overname van het beheer
  § 1. Bezoek aan de woning
  De openbare beheerder die een woning zoals bedoeld in artikel 15 in beheer wil nemen, kan aan de houder van een zakelijk recht op de woning per aangetekende brief vragen om de woning te bezoeken binnen de maand, tussen 8 uur en 20 uur.
  Teneinde te bepalen welke werkzaamheden eventueel noodzakelijk zijn, vindt dit bezoek plaats in aanwezigheid van ambtenaren van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel die bevoegd zijn inzake huisvesting.
  Wanneer het bezoek niet kon plaatsvinden doordat er geen toestemming van een houder van een zakelijk recht werd verkregen, kunnen de ambtenaren, vergezeld van vertegenwoordigers van de openbare beheerder, de woning ambtshalve binnendringen met toestemming van de politierechtbank.
  § 2. Voorstel van een beheersovereenkomst
  De openbare beheerder die wil overgaan tot openbaar beheer, stelt aan de houder van een zakelijk recht op de betrokken woning per aangetekend schrijven voor om zijn goed te beheren om het te huur te stellen en, in voorkomend geval, de noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren.
  Dit voorstel bevat de modelovereenkomst zoals bepaald door de Regering.
  De houder van een zakelijk recht beschikt over een termijn van twee maanden om per aangetekend schrijven kennis te geven van zijn antwoord.
  § 3. Sluiten van een beheersovereenkomst
  Als het antwoord positief is, sluit de openbare beheerder met de houder van een zakelijk recht een beheersovereenkomst waarvan de modaliteiten worden vastgesteld door de Regering. ".
Art.10. L'article 16 du Code est remplacé par l'article suivant :
  " Art. 16. Proposition de prise en gestion
  § 1er. Visite du logement
  L'opérateur de gestion publique qui envisage de prendre en gestion publique un logement tel que visé à l'article 15, peut demander au titulaire d'un droit réel sur le logement, par envoi recommandé, de le visiter dans le mois, entre 8 h et 20 h.
  Afin de déterminer les travaux éventuellement nécessaires, cette visite s'effectue en présence d'agents du Service public régional de Bruxelles compétents en matière de logement.
  Lorsque la visite n'a pas pu être effectuée, à défaut d'avoir obtenu le consentement du titulaire d'un droit réel, les agents, accompagnés des représentants de l'opérateur de gestion publique concerné, pourront pénétrer d'office dans le logement avec l'autorisation du tribunal de police.
  § 2. Proposition d'un contrat de gestion
  L'opérateur de gestion publique qui entend procéder à une gestion publique propose au titulaire d'un droit réel sur le logement concerné, par envoi recommandé, de gérer son bien en vue de le mettre en location et, le cas échéant, d'exécuter les travaux nécessaires.
  Cette proposition reprend le contrat-type déterminé par le Gouvernement.
  Le titulaire d'un droit réel dispose de deux mois à compter de cet envoi pour notifier sa réponse par envoi recommandé.
  § 3. Conclusion d'un contrat de gestion
  Si la réponse est positive, l'opérateur de gestion publique conclut avec le titulaire d'un droit réel un contrat de gestion dont les modalités sont déterminées par le Gouvernement. ".
Art.11. Artikel 17 van de Code wordt vervangen door het volgende artikel :
  " Art. 17. Weigering van het voorstel tot overname van het beheer
  § 1. Ingebrekestelling
  Indien de houder van een zakelijk recht op de betrokken woning zonder legitieme reden weigert of niet antwoordt binnen de in artikel 16, § 2, vastgelegde termijn, stelt de openbare beheerder hem per aangetekend schrijven in gebreke de woning te verhuren, nadat hij, in voorkomend geval, de werkzaamheden heeft uitgevoerd.
  De ingebrekestelling vermeldt uitdrukkelijk de intentie van de openbare beheerder om zijn openbaar beheersrecht uit te oefenen na het verstrijken van de vastgestelde termijn, die minimaal twee maanden bedraagt.
  De bepalingen van deze afdeling worden integraal opgenomen in de ingebrekestelling.
  § 2. Kennisgeving
  Bij het verstrijken van de in de ingebrekestelling vastgestelde termijn stelt de openbare beheerder de houder van een zakelijk recht per aangetekend schrijven in kennis van de uitvoering van het openbaar beheersrecht. Hij brengt er ook de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen van op de hoogte. ".
Art.11. L'article 17 du Code est remplacé par l'article suivant :
  " Art. 17. Refus de la proposition de prise en gestion
  § 1er. Mise en demeure
  En cas de refus sans motif légitime du titulaire d'un droit réel sur le logement concerné, ou à défaut de réponse de sa part dans le délai prévu à l'article 16, § 2, l'opérateur de gestion publique le met en demeure, par envoi recommandé, de louer le logement après avoir, le cas échéant, réalisé les travaux.
  La mise en demeure indique expressément l'intention de l'opérateur de gestion publique d'exercer son droit de gestion publique à l'expiration du délai qu'il fixe, de minimum deux mois.
  Les dispositions de la présente section sont intégralement reproduites dans la mise en demeure.
  § 2. Notification
  A l'expiration du délai fixé dans la mise en demeure, l'opérateur de gestion publique notifie au titulaire d'un droit réel, par envoi recommandé, la mise en oeuvre du droit de gestion publique. Il en informe également le Service régional des logements inoccupés. ".
Art.12. Artikel 18 van de Code wordt vervangen door het volgende artikel :
  " Art. 18. Uitvoering van het openbaar beheersrecht
  § 1. Gevolgen van het openbaar beheersrecht
  Vanaf de kennisgeving van de uitvoering van het openbaar beheersrecht is de openbare beheerder bevoegd voor het voorlopige beheer van de woning, met inbegrip van de mogelijkheid om er de vereiste werkzaamheden met het oog op de verhuring uit te voeren en om ze gedurende negen jaar te verhuren onder de voorwaarden voor de toegang tot de sociale huisvesting vastgesteld door de Regering met toepassing van Titel VI van deze Code.
  De betaling van de onroerende voorheffing is ten laste van de houder van het zakelijk recht op de belastbare woning op 1 januari van het betrokken aanslagjaar.
  De periode van negen jaar kan worden verlengd met het aantal maanden dat nodig is om de huurgelden, de volledige kosten van de overname van beheer en deze verbonden met het beheer te dekken. Deze kosten worden gedefinieerd door de Regering.
  De huurovereenkomsten die openbare beheerder sluit, zijn van rechtswege tegenwerpelijk aan de houder van een zakelijk recht en tegen elke nieuwe houder van een zakelijk recht op de woning. De openbare beheerder moet het openbaar beheer laten inschrijven op het bevoegde kantoor Rechtszekerheid. Ook bij de beëindiging van het openbaar beheer moet dezelfde formaliteit worden vervuld.
  Hij is ook verplicht om de stedenbouwkundige dienst van de gemeente waar de woning is gelegen op de hoogte te brengen.
  De woningen in openbaar beheer worden bij voorrang aangeboden aan de in artikel 12 van de Code bedoelde huurders die voldoen aan de voorwaarden voor toegang tot sociale huisvesting. Daartoe brengt de beheerder van de betrokken woning de Gewestelijke Inspectiedienst op de hoogte van de beschikbaarheid van dergelijke woningen.
  Het Gewest en de openbare beheerders beschikken over een voorkooprecht op het goed dat onder openbaar beheer stond. Ze oefenen dit recht uit volgens de door de Regering vastgelegde modaliteiten.
  § 2. Inning van de huur
  Zodra de woning is verhuurd, ontvangt de houder van een zakelijk recht de huurprijs, berekend volgens criteria die door de Regering zijn bepaald, na aftrek van alle kosten van de overname van beheer en deze verbonden met het openbaar beheer.
  § 3. Informatieverstrekking aan de houder van een zakelijk recht
  In de loop van het openbaar beheer, informeert de openbare beheerder de houder van een zakelijk recht van de essentiële handelingen van dit beheer. De Regering bepaalt de wijze, de inhoud en de minimale verstrekking van deze informatie. ".
Art.12. L'article 18 du Code est remplacé par l'article suivant :
  " Art. 18. Mise en oeuvre du droit de gestion publique
  § 1er. Effets du droit de gestion publique
  A dater de la notification de la mise en oeuvre du droit de gestion publique, l'opérateur de gestion publique dispose de la compétence de gérer provisoirement le logement, en ce compris la faculté d'effectuer les travaux nécessaires à sa mise en location et de louer le bien pendant neuf ans, aux conditions d'accès au logement social fixées par le Gouvernement en application du Titre VI du présent Code.
  Le paiement du précompte immobilier est à la charge du titulaire d'un droit réel sur le logement imposable au 1er janvier de l'exercice d'imposition concerné.
  La période de neuf ans peut être prolongée du nombre de mois nécessaires pour que les loyers couvrent l'ensemble des frais de prise en gestion et liés à la gestion. Ces frais sont définis par le Gouvernement.
  Les baux conclus par l'opérateur de gestion publique sont opposables de plein droit au titulaire d'un droit réel existant ainsi qu'à tout nouveau titulaire d'un droit réel sur le logement. L'opérateur de gestion publique est tenu de faire inscrire la gestion publique au bureau de Sécurité juridique compétent. La cessation de la gestion publique doit également faire l'objet de la même formalité.
  Il est également tenu de le notifier au service d'urbanisme de la commune dans laquelle le bien est localisé.
  Les logements en gestion publique sont prioritairement proposés aux locataires visés à l'article 12 du Code répondant aux conditions d'accès au logement social. A cet effet, le gestionnaire du logement concerné informe le Service d'inspection régionale de la disponibilité de tels logements.
  La Région et les opérateurs de gestion publique disposent d'un droit de préemption sur le bien ayant fait l'objet d'une gestion publique. Ils l'exercent selon les modalités déterminées par le Gouvernement.
  § 2. Perception des loyers
  Le titulaire d'un droit réel perçoit, à dater de la mise en location du logement, le loyer calculé selon des critères arrêtés par le Gouvernement, après déduction de tous les frais de prise en gestion et liés à la gestion publique.
  § 3. Information du titulaire d'un droit réel
  Au cours de la gestion publique, l'opérateur de gestion publique informe le titulaire d'un droit réel des actes essentiels de cette gestion. Le Gouvernement détermine le mode, le contenu et la fréquence minimum de cette information. ".
Art.13. Artikel 19 van de Code wordt vervangen door het volgende artikel :
  " Art. 19. Einde van het openbaar beheer
  § 1. Overname van het beheer van de woning door de houder van een zakelijk recht
  De houder van een zakelijk recht kan vragen om het beheer van zijn woning opnieuw over te nemen zodra die een eerste keer is bewoond als gevolg van het sluiten van een huurovereenkomst.
  Deze vraag wordt per aangetekend schrijven toegezonden aan de openbare beheerder.
  Binnen een maand na de ontvangst van de vraag stelt de openbare beheerder de houder van een zakelijk recht in kennis van de nog terug te betalen kosten van de overname van beheer en deze verbonden aan het openbaar beheer.
  De overname van het beheer van de woning door de houder van een zakelijk recht vindt plaats binnen twee maanden te rekenen vanaf de in het vorige lid bedoelde terugbetaling. Binnen tien dagen na de ontvangst van de terugbetaling stelt de openbare beheerder de houder van een zakelijk recht in kennis van de precieze datum van deze overname van beheer.
  Vanaf de datum van de overname van het beheer van de woning zoals bedoeld in het vorige lid, wordt de houder van een zakelijk recht van rechtswege in de rechten en plichten gesteld van de openbare beheerder wat de contractuele band met de huurder betreft.
  2. Regelgeving inzake de huurprijzen
  De woning kan alleen worden verhuurd met toepassing van een huurprijs berekend op basis van door de overheid vastgestelde criteria en dit gedurende een periode van minimaal negen jaar vanaf het verhuren van de woning door de openbare beheerder.
  § 3. Straffen in geval van niet-naleving van de regelgeving inzake de huurprijzen
  Bij de niet-naleving van de verplichting bedoeld in paragraaf 2 moet de houder van een zakelijk recht aan de huurder retroactief het verschil terugbetalen tussen de betaalde huurprijs en de huurprijs vermeld in het rooster.
  Daarenboven zal de leidende ambtenaar van de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen de houder van het zakelijke recht een administratieve boete opleggen die overeenstemt met twee maanden de huurprijs gevraagd aan de huurder. De regering zal daarvan de procedure bepalen.
  § 4. Invordering van de boete
  De gezamenlijke houders van een zakelijk recht op de woning zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de boete.
  De boete wordt geïnd en gevorderd overeenkomstig de bepalingen van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 februari 2006 betreffende de financiële actoren.
  Indien de geldboete niet binnen de vooropgestelde termijnen wordt betaald, vaardigt de door de Regering aangestelde ambtenaar een dwangbevel uit. Het dwangbevel wordt door voornoemde ambtenaar geviseerd en uitvoerbaar verklaard.
  De opbrengst van de geldboeten wordt gestort in het " Fonds openbaar beheersrecht ", zoals bedoeld in artikel 22, § 2. ".
Art.13. L'article 19 du Code est remplacé par l'article suivant :
  " Art. 19. Fin de la gestion publique
  § 1er. Reprise de la gestion du logement par le titulaire d'un droit réel
  Le titulaire d'un droit réel peut demander de reprendre la gestion de son logement dès que celui-ci a fait l'objet d'une première occupation à la suite de la conclusion d'un contrat de bail.
  Cette demande est adressée à l'opérateur de gestion publique, par envoi recommandé.
  Dans le mois de la réception de la demande, l'opérateur de gestion publique notifie au titulaire d'un droit réel le décompte des frais de prise en gestion et liés à la gestion restant à rembourser.
  La reprise de gestion du logement par le titulaire d'un droit réel intervient dans les deux mois à compter du remboursement visé à l'alinéa précédent. Dans les dix jours de la réception du remboursement, l'opérateur de gestion publique notifie au titulaire d'un droit réel la date précise de la reprise de gestion.
  A compter de la date de reprise en gestion du logement visée à l'alinéa précédent, le titulaire d'un droit réel est subrogé de plein droit dans les droits et obligations de l'opérateur de gestion publique en ce qui concerne la relation contractuelle avec le locataire.
  § 2. Réglementation des loyers
  Le logement ne peut être mis en location que moyennant l'application d'un loyer calculé selon des critères arrêtés par le Gouvernement et ce, pour une période minimale de neuf ans à dater de la mise en location du bien par l'opérateur de gestion publique.
  § 3. Sanctions en cas de non-respect de la réglementation des loyers
  En cas de non-respect de l'obligation visée au paragraphe 2, le titulaire d'un droit réel est tenu de rembourser rétroactivement au locataire la différence entre le loyer payé et le loyer prévu dans la grille.
  En outre, une amende administrative correspondant à deux mois du montant du loyer demandé au locataire lui sera infligée par le fonctionnaire dirigeant le Service régional des logements inoccupés. Le Gouvernement en détermine la procédure.
  § 4. Recouvrement de l'amende
  Les cotitulaires d'un droit réel sur le logement sont tenus solidairement au paiement de l'amende.
  L'amende est recouvrée et poursuivie conformément aux dispositions de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle et de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 19 février 2006 portant sur les acteurs financiers.
  En cas de non-paiement de l'amende dans les délais, une contrainte est décernée par le fonctionnaire désigné par le Gouvernement. La contrainte est visée et rendue exécutoire par le fonctionnaire susmentionné.
  Le produit des amendes est versé dans le " Fonds droit de gestion publique " visé à l'article 22, § 2. ".
Art.14. De titel van Hoofdstuk III (" Hoofdstuk III. Straffen voor leegstaande woningen ") van Titel III van de Code wordt geschrapt.
Art.14. L'intitulé du Chapitre III (" Chapitre III. Des sanctions en cas de logement inoccupé ") du Titre III du Code est supprimé.
Art.15. Er wordt een Afdeling 3 ingevoegd in Hoofdstuk II van Titel III van de Code, na artikel 19, die luidt als volgt :
  " Afdeling 3. Overtreding in geval van leegstaande woningen ".
Art.15. Une Section 3 est insérée au sein du Chapitre II du Titre III du Code après l'article 19, libellée comme suit :
  " Section 3. Infraction en cas de logement inoccupé ".
Art.16. Er wordt een nieuw artikel 19/1 ingevoegd in Afdeling 3 van Hoofdstuk II van Titel III van de Code, dat luidt als volgt :
  " Art. 19/1. Administratieve overtreding
  Het feit dat de houder van een zakelijk recht een woning laat leegstaan in de zin van artikel 19/2 zonder de leegstand te rechtvaardigen door legitieme redenen, door een geval van overmacht of door het plannen of uitvoeren van werkzaamheden, vormt een administratieve overtreding die beboetbaar is.
  Indien het gebouw het voorwerp heeft uitgemaakt van een openbaar beheersrecht, zoals bepaald in de artikelen 15 en volgende, kan dezelfde overtreding worden begaan door de openbare beheerder. ".
Art.16. Un nouvel article 19/1 est inséré au sein de la Section 3 du Chapitre II du Titre III du Code, libellé comme suit :
  " Art. 19/1. Infraction administrative
  Constitue une infraction administrative passible d'une amende le fait, pour le titulaire d'un droit réel, de maintenir un logement inoccupé au sens de l'article 19/2 sans justifier l'inoccupation par des raisons légitimes, par un cas de force majeure ou par la programmation ou la réalisation de travaux.
  Lorsque l'immeuble a fait l'objet d'un droit de gestion publique, comme il est prévu aux articles 15 et suivants, la même infraction peut être le fait de l'opérateur de gestion publique. ".
Art.17. Er wordt een nieuw artikel 19/2 ingevoegd in Afdeling 3 van Hoofdstuk II van Titel III van de Code, dat luidt als volgt :
  " Art. 19/2. Definitie van een leegstaande woning
  Is een leegstaande woning : het gebouw of het deel van het gebouw dat sinds meer dan twaalf opeenvolgende maanden niet is ingenomen in overeenstemming met zijn bestemming als huisvesting. ".
Art.17. Un nouvel article 19/2 est inséré au sein de la Section 3 du Chapitre II du Titre III du Code, libellé comme suit :
  " Art. 19/2. Définition d'un logement inoccupé
  Est un logement inoccupé : l'immeuble ou la partie d'immeuble qui n'est pas occupé(e) conformément à sa destination en logement depuis plus de douze mois consécutifs. ".
Art.18. Er wordt een nieuw artikel 19/3 ingevoegd in Afdeling 3 van Hoofdstuk II van Titel III van de Code, dat luidt als volgt :
  " Art. 19/3. Criteria voor het vermoeden van leegstand
  Tot bewijs van het tegendeel worden woningen met name als leegstaand beschouwd :
  1° als er zich op hun adres niemand voor zijn hoofdverblijfplaats heeft ingeschreven in de bevolkingsregisters ;
  2° als er op hun adres geen enkele woninghuurovereenkomst is geregistreerd ;
  3° als ze niet zijn ingericht met de huisraad die vereist is voor hun bestemming ;
  4° waarvoor het waterverbruik lager is dan vijf kubieke meter per jaar of waarvoor het elektriciteitsverbruik lager is dan honderd kilowattuur per jaar ;
  5° als ze sinds meer dan twaalf maanden het voorwerp uitmaken van het verbod tot verhuur bedoeld in artikel 8 ;
  6° als ze sinds meer dan twaalf maanden onbewoonbaar zijn verklaard in overeenstemming met artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet ;
  7° waarvoor een proces-verbaal van stedenbouwkundige overtreding werd opgesteld wegens ongeoorloofde bestemmingswijziging. ".
Art.18. Un nouvel article 19/3 est inséré au sein de la Section 3 du Chapitre II du Titre III du Code, libellé comme suit :
  " Art. 19/3. Critères de présomption d'inoccupation
  Sont présumés inoccupés, jusqu'à preuve contraire, notamment les logements :
  1° à l'adresse desquels personne n'est inscrit à titre de résidence principale aux registres de la population ;
  2° à l'adresse desquels aucun bail d'habitation n'est enregistré ;
  3° qui ne sont pas garnis du mobilier indispensable à leur affectation ;
  4° pour lesquels la consommation d'eau est inférieure à cinq mètres cubes par an ou pour lesquels la consommation d'électricité est inférieure à cent kilowattheures par an ;
  5° frappés de l'interdiction de location visée à l'article 8 depuis plus de douze mois ;
  6° déclarés inhabitables conformément à l'article 135 de la Nouvelle loi communale depuis plus de douze mois ;
  7° pour lesquels un procès-verbal d'infraction urbanistique a été dressé pour modification illicite de la destination. ".
Art.19. Artikel 20 van de Code wordt vervangen door het volgende artikel :
  " Art. 20. Administratieve procedure
  § 1. Vaststelling van vermoeden van overtreding
  Onverminderd artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet zijn de ambtenaren-inspecteurs van de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen gemachtigd om de in artikel 19/1 bedoelde vermoedelijke overtredingen op te sporen en vast te stellen door middel van een proces-verbaal dat geldig is tot bewijs van het tegendeel, hetzij op eigen initiatief, hetzij na een klacht van een vereniging zoals bedoeld in artikel 134 van deze Code of van een gemeente volgens de in paragraaf 2 beschreven modaliteiten.
  De ambtenaren-inspecteurs van de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen kunnen de leegstaande woningen bezoeken tussen 8 en 20 uur nadat minstens één week voor de datum van het plaatsbezoek een voorafgaande waarschuwing per aangetekende brief aan de vermoedelijke overtreders werd verstuurd.
  Indien het bezoek niet kon plaatsvinden omdat de vermoedelijke overtreders er niet mee hebben ingestemd, zullen de ambtenaren-inspecteurs de woning slechts ambtshalve kunnen binnendringen met de voorafgaande instemming van de politierechtbank.
  Het proces-verbaal dat uitgaat van beëdigde gemeentelijke inspecteurs, is eveneens rechtsgeldig in de zin van dit artikel.
  § 2. Klacht van een gemeente
  Wanneer de in paragraaf 1 bedoelde klacht afkomstig is van een gemeente, verstrekt die laatste aan de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen de informatie in haar bezit met betrekking tot de geoorloofde stedenbouwkundige bestemming van het goed alsook alle informatie die nuttig is voor de uitoefening van de opdracht van deze dienst.
  § 3. Waarschuwing
  Wanneer de vermoedelijke overtreding wordt vastgesteld met een proces-verbaal, betekent de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen een waarschuwing aan de vermoedelijke overtreder, per aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging, met de volgende informatie :
  a) het proces-verbaal dat de vermoedelijke overtreding vaststelt ;
  b) het ten laste gelegde feit en de overtreden wetsbepaling ;
  c) de termijn van drie maanden om de verdedigingsmiddelen aan te voeren om het vermoeden van overtreding te weerleggen ;
  d) de verplichting om een einde te maken aan de leegstand, in voorkomend geval na op voorhand een conformiteitscontroleattest zoals bedoeld in artikel 8 van deze Code te hebben verkregen ;
  e) de door de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen verrichte controle tot aan de bewoning van de woning, zoals bedoeld in paragraaf 6 ;
  f) de opgelopen administratieve boete indien de overtreding wordt vastgesteld ;
  g) de gegevens en een korte beschrijving van de rol van het Informatiecentrum voor de Huisvesting ;
  h) een bondige uitleg over de regelingen van het openbaar beheersrecht en het in beheer nemen door een sociaal verhuurkantoor, zoals bepaald door deze Code.
  § 4. Verdedigingsmiddelen
  Om het vermoeden van een overtreding te weerleggen, moet de vermoedelijke overtreder zich binnen drie maanden na de toezending van de in paragraaf 3 bedoelde waarschuwing met alle verdedigingsmiddelen verdedigen bij de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen.
  Het louter aanvoeren van feiten volstaat niet ; de realiteit van de feiten moet voldoende worden vastgesteld om de administratieve overheid in staat te stellen de aangevoerde argumenten met kennis van zaken te beoordelen.
  De vermoedelijke overtreder moet voor de betwiste periode aantonen :
  - ofwel dat het goed geen leegstaande woning in de zin van artikel 19/2 was ;
  - ofwel dat de leegstand gerechtvaardigd was door het bestaan van legitieme redenen buiten zijn wil of door een geval van overmacht ;
  - ofwel dat de leegstand gerechtvaardigd was door de planning of de uitvoering van werkzaamheden.
  Indien de rechtvaardiging betrekking heeft op de uitvoering van werkzaamheden, moet de vermoedelijke overtreder het bewijs leveren dat de werkzaamheden op daadwerkelijke, ononderbroken en ijverige wijze worden verricht met het oog op het beëindigen van de leegstand.
  Indien de rechtvaardiging betrekking heeft op de planning van werkzaamheden, moet de vermoedelijke overtreder het bewijs leveren dat hij op daadwerkelijke, ononderbroken en ijverige wijze stappen heeft ondernomen met het oog op het verwezenlijken van de werkzaamheden en het beëindigen van de leegstand. Bovendien moet hij aantonen dat de planning van de werkzaamheden elke bewoning van het goed onmogelijk maakte, ook een tijdelijke en/of gedeeltelijke bewoning indien het goed bestaat uit verschillende wooneenheden.
  § 5. Opleggen van de boete
  Na het verstrijken van de in paragraaf 4 bedoelde termijn van drie maanden wordt, indien het vermoeden van overtreding niet is weerlegd, de in artikel 19/1 bedoelde overtreding vastgesteld en legt de leidend ambtenaar van de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen een administratieve boete op.
  De administratieve boete bedraagt 500 euro per strekkende meter van de langste gevel, vermenigvuldigd met het aantal verdiepingen van de woning, de niet-ingerichte kelderverdieping en zolderverdieping niet meegerekend.
  In geval van een gedeeltelijk leegstaand gebouw wordt de boete zo berekend dat de boete die verschuldigd zou zijn voor het hele gebouw gedeeld wordt door het aantal verdiepingen, zonder rekening te houden met de niet-ingerichte kelderverdieping en zolderverdieping, en het verkregen resultaat wordt vermenigvuldigd met het aantal verdiepingen die leegstaan.
  Elk jaar kan de regering de bovengenoemde bedragen indexeren op basis van de consumptieprijsindex.
  De boete wordt vermenigvuldigd met het aantal jaren dat volgt op de eerste vaststelling, waarbij er echter geen rekening wordt gehouden met de jaren waarvoor een eventuele onderbreking van de leegstand gedurende ten minste drie maanden kan worden aangetoond.
  De leidend ambtenaar van de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen betekent de beslissing tot oplegging van een boete aan de vermoedelijke overtreder per aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging, met de volgende gegevens :
  a) het ten laste gelegde feit en de overtreden wetsbepaling ;
  b) de gedetailleerde berekening van de opgelegde boete ;
  c) de verplichting om een einde te stellen aan de overtreding ;
  d) de modaliteiten om het in artikel 21 bedoelde administratief beroep in te dienen ;
  e) de opgelopen administratieve boete indien de overtreding blijft aanhouden ;
  f) de door de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen verrichte controle tot aan de bewoning van de woning ;
  g) het risico op een openbare verkoop van de woning in geval van niet-betaling van de opgelegde boeten.
  § 6. Toezicht
  De Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen oefent toezicht uit op de situatie van de woning tot ze bewoond wordt. ".
Art.19. L'article 20 du Code est remplacé par l'article suivant :
  " Art. 20. Procédure administrative
  § 1er. Constat de présomption d'infraction
  Sans préjudice de l'article 135 de la Nouvelle loi communale, les agents-inspecteurs du Service régional des logements inoccupés ont qualité pour rechercher et constater les infractions présumées visées à l'article 19/1 par procès-verbal faisant foi jusqu'à preuve du contraire, soit d'initiative, soit sur plainte d'une association visée à l'article 134 du présent Code ou d'une commune selon les modalités décrites au paragraphe 2.
  Les agents-inspecteurs du Service régional des logements inoccupés peuvent visiter les logements entre 8 et 20 heures après qu'un avertissement préalable des auteurs présumés a été envoyé par envoi recommandé au moins une semaine avant la date effective de la visite sur les lieux.
  Au cas où la visite n'a pas pu se réaliser à défaut pour les auteurs présumés d'y donner leur consentement, les agents-inspecteurs pourront pénétrer d'office dans les logements avec l'autorisation préalable du Tribunal de police.
  Le procès-verbal émanant d'inspecteurs communaux assermentés fait également foi au sens du présent article.
  § 2. Plainte d'une commune
  Lorsque la plainte visée au paragraphe 1er émane d'une commune, celle-ci communique au Service régional des logements inoccupés les informations en sa possession relatives à la destination urbanistique licite du bien ainsi que toutes les informations utiles à l'exercice de la mission de ce service.
  § 3. Avertissement
  Lorsque l'infraction présumée est constatée par procès-verbal, le Service régional des logements inoccupés notifie un avertissement à l'auteur présumé, par envoi recommandé avec accusé de réception, en lui communiquant les données suivantes :
  a) le procès-verbal constatant l'infraction présumée ;
  b) le fait imputé et la disposition légale y relative ;
  c) le délai de trois mois pour présenter ses moyens de défense en vue de renverser la présomption d'infraction ;
  d) l'obligation de mettre fin à l'inoccupation, le cas échéant en ayant obtenu au préalable l'attestation de contrôle de conformité visée à l'article 8 du présent Code ;
  e) le contrôle effectué par le Service régional des logements inoccupés jusqu'à l'occupation du logement tel que visé au paragraphe 6 ;
  f) l'amende administrative encourue si l'infraction est établie ;
  g) les coordonnées et un bref descriptif du rôle du Centre d'Information sur le Logement ;
  h) une explication brève des mécanismes du droit de gestion publique et de prise en gestion par une agence immobilière sociale tels que prévus par le présent Code.
  § 4. Moyens de défense
  Pour renverser la présomption d'infraction, l'auteur présumé doit présenter ses moyens de défense, par toute voie de droit, au Service régional des logements inoccupés dans un délai de trois mois à compter de l'envoi de l'avertissement visé au paragraphe 3.
  La seule allégation de faits ne suffit pas ; la réalité des faits doit être établie à suffisance pour permettre à l'autorité administrative d'apprécier les arguments avancés en pleine connaissance de cause.
  L'auteur présumé doit démontrer, pour la période litigieuse :
  - soit que le bien ne constituait pas un logement inoccupé au sens de l'article 19/2 ;
  - soit que l'inoccupation était justifiée par l'existence de raisons légitimes indépendantes de sa volonté ou d'un cas de force majeure ;
  - soit que l'inoccupation était justifiée par la programmation ou la réalisation de travaux.
  Si la justification porte sur la réalisation de travaux, l'auteur présumé doit fournir la preuve que les travaux ont été effectués de manière effective, continue et diligente, en vue de mettre fin à l'inoccupation.
  Si la justification porte sur la programmation de travaux, l'auteur présumé doit fournir la preuve qu'il a entrepris des démarches de manière effective, continue et diligente, en vue de réaliser les travaux et de mettre fin à l'inoccupation. En outre, il doit démontrer que la programmation des travaux rendait impossible toute occupation du bien, y compris de manière temporaire et/ou partielle, si le bien est constitué de différentes unités.
  § 5. Imposition de l'amende
  Après l'expiration du délai de trois mois visé au paragraphe 4, si la présomption d'infraction n'a pas été renversée, l'infraction visée à l'article 19/1 est établie et le fonctionnaire dirigeant le Service régional des logements inoccupés inflige une amende administrative.
  L'amende administrative s'élève à un montant de 500 euros par mètre courant de la plus longue façade multiplié par le nombre de niveaux autres que les sous-sols et les combles non aménagés que comporte le logement.
  En cas de bâtiment partiellement inoccupé, l'amende est calculée en divisant celle qui serait due pour le bâtiment entier par le nombre de niveaux qu'il comprend, sous-sols et combles non aménagés non compris, et en multipliant le résultat obtenu par le nombre de niveaux présentant un état d'inoccupation.
  Chaque année, le Gouvernement peut indexer les montants susmentionnés sur la base de l'indice des prix à la consommation.
  L'amende est multipliée par le nombre d'années suivant la première constatation, sans toutefois tenir compte des années durant lesquelles une éventuelle interruption d'inoccupation d'au moins trois mois peut être établie.
  Le fonctionnaire dirigeant le Service régional des logements inoccupés notifie la décision imposant l'amende à l'auteur de l'infraction, par envoi recommandé avec accusé de réception, en lui communiquant les données suivantes :
  a) le fait infractionnel et la disposition légale enfreinte ;
  b) le détail du calcul du montant de l'amende infligée ;
  c) l'obligation de mettre fin à l'infraction ;
  d) les modalités pour introduire le recours administratif visé à l'article 21 ;
  e) l'amende administrative encourue si l'infraction perdure ;
  f) le contrôle effectué par le Service régional des logements inoccupés jusqu'à l'occupation du logement ;
  g) le risque de vente publique du logement en cas de non-paiement des amendes infligées.
  § 6. Contrôle
  Le Service régional des logements inoccupés contrôle la situation du logement jusqu'à son occupation. ".
Art.20. Artikel 21 van de Code wordt vervangen door het volgende artikel :
  " Art. 21. Administratief beroep
  De overtreder beschikt over een termijn van dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing die hem een administratieve boete oplegt om per aangetekend schrijven schorsend beroep aan te tekenen bij de Regering of de hiertoe gemachtigde ambtenaar.
  De Regering of de hiertoe gemachtigde ambtenaar doet uitspraak binnen dertig dagen na ontvangst van het beroep. Is binnen deze termijn geen beslissing genomen, dan wordt het opleggen van de administratieve boete ongeldig verklaard. ".
Art.20. L'article 21 du Code est remplacé par l'article suivant :
  " Art. 21. Recours administratif
  Le contrevenant dispose d'un délai de trente jours à dater de la notification de la décision lui infligeant une amende administrative pour introduire, par envoi recommandé, un recours suspensif devant le Gouvernement ou le fonctionnaire délégué à cette fin.
  Le Gouvernement ou le fonctionnaire délégué à cette fin se prononce dans les trente jours à dater de la réception du recours. A défaut de décision dans ce délai, l'imposition de l'amende est infirmée. ".
Art.21. Artikel 22 van de Code wordt vervangen door het volgende artikel :
  " Art. 22. Invordering en opbrengst van de geldboeten
  § 1. Invordering van de boete
  De gezamenlijke houders van een zakelijk recht op de woning zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de boete.
  De boete wordt geïnd en gevorderd overeenkomstig de bepalingen van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 februari 2006 betreffende de financiële actoren.
  Indien de geldboete niet binnen de vooropgestelde termijnen wordt betaald, vaardigt de door de Regering aangestelde ambtenaar een dwangbevel uit. Het dwangbevel wordt door voornoemde ambtenaar geviseerd en uitvoerbaar verklaard.
  Bij gebrek aan een waarborg bij de Deposito- en Consignatiekas wordt de betaling van de administratieve geldboete gewaarborgd met een wettelijke hypotheek die ten gunste van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel wordt gevestigd op de woning waar de overtreding werd vastgesteld. Die waarborg geldt ook voor de schuldvordering die ontstaat door het voorschieten van de kosten voor de hypothecaire formaliteiten. De inschrijving, hernieuwing, vermindering en volledige of gedeeltelijke doorhaling worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de hypotheekwetgeving.
  Wanneer de overtreder de boete niet uit eigen beweging betaalt, wordt de woning waar de overtreding is vastgesteld openbaar verkocht, met voorrang op andere middelen tot gedwongen tenuitvoerlegging. De Regering wijst de hiertoe bevoegde ambtenaar aan.
  § 2. Opbrengst van de geldboeten
  Vijfennegentig procent van de totale opbrengst van de geldboeten wordt gestort in het " Fonds openbaar beheersrecht " dat opgericht werd bij de ordonnantie van 20 juli 2006 houdende wijziging van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen.
  Vijf procent van de totale opbrengst van de geldboeten wordt toegewezen aan de algemene middelen van de middelenbegroting.
  Vijfentwintig procent van de bovengenoemde vijfennegentig procent van de totale opbrengst van de geldboeten wordt terugbetaald aan de gemeente waar de leegstaande woning zich bevindt, voor zover ze uitdrukkelijk de leegstaande woningen geweerd heeft uit het toepassingsgebied van haar belastingreglement betreffende de verlaten, onbewoonde of onafgewerkte woningen. De gemeente wendt de opbrengst aan voor haar huisvestingsbeleid.
  Zeventig procent van de bovengenoemde vijfennegentig procent van de totale opbrengst van de geldboeten blijft in het bovengenoemde Fonds, om desgevallend te worden aangewend voor uitgaven waarin voor het Fonds is voorzien. ".
Art.21. L'article 22 du Code est remplacé par l'article suivant :
  " Art. 22. Recouvrement et produit des amendes
  § 1er. Recouvrement de l'amende
  Les cotitulaires d'un droit réel sur le logement sont tenus solidairement au paiement de l'amende.
  L'amende est recouvrée et poursuivie conformément aux dispositions de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle et de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 19 février 2006 portant sur les acteurs financiers.
  En cas de non-paiement de l'amende dans les délais, une contrainte est décernée par le fonctionnaire désigné par le Gouvernement. La contrainte est visée et rendue exécutoire par le fonctionnaire susmentionné.
  A défaut de cautionnement auprès de la Caisse des Dépôts et consignations, le paiement de l'amende administrative est garanti par une hypothèque légale sur le logement, objet de l'infraction, au profit du Service public régional de Bruxelles. Cette garantie s'étend à la créance résultant de l'avance du coût des formalités hypothécaires. L'inscription, le renouvellement, la réduction et la radiation totale ou partielle sont opérés conformément aux dispositions prévues par la législation relative aux hypothèques.
  Lorsque le contrevenant demeure en défaut de s'exécuter volontairement, il est procédé, prioritairement à toute autre voie d'exécution forcée, à la vente publique du logement, objet de l'infraction. Le Gouvernement désigne le fonctionnaire compétent pour ce faire.
  § 2. Produit des amendes
  Nonante-cinq pour cent du produit total des amendes sont versés dans le " Fonds droit de gestion publique " tel qu'institué par l'ordonnance du 20 juillet 2006 modifiant l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires.
  Cinq pour cent du produit total des amendes sont affectés aux moyens généraux du Budget des Voies et Moyens.
  Des nonante-cinq pour cent susmentionnés, un montant qui correspond à vingt-cinq pour cent du produit total des amendes est ristourné à la commune sur le territoire de laquelle se situe le bien inoccupé, pour autant qu'elle ait expressément exclu les logements inoccupés du champ d'application de son règlement-taxe relatif aux immeubles abandonnés, inoccupés ou inachevés. Elle les affecte au développement de sa politique en matière de logement.
  Des nonante-cinq pour cent susmentionnés, un montant, qui correspond à septante pour cent du produit total des amendes, reste dans le Fonds susmentionné, pour être affecté, le cas échéant, aux dépenses prévues pour le Fonds. ".
Art.22. Er wordt een Afdeling 4 ingevoegd in Hoofdstuk II van Titel III van de Code, na artikel 22, die luidt als volgt :
  " Afdeling 4. Vordering tot staking ".
Art.22. Une Section 4 est insérée au sein du Chapitre II du Titre III du Code après l'article 22, libellée comme suit :
  " Section 4. L'action en cessation ".
Art.23. Artikel 23 van de Code wordt vervangen door het volgende artikel :
  " Art. 23. Gerechtelijke procedure
  De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg doet uitspraak als in kort geding en kan, op verzoek van de administratieve overheden of van een vereniging zoals bedoeld in artikel 134 van deze Code, bevelen dat de houder van een zakelijk recht of, in het geval een woning het voorwerp heeft uitgemaakt van een openbaar beheersrecht in de zin van de artikelen 15 en volgende van deze Code, de betrokken openbare beheerder gepaste maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de woning binnen een redelijke termijn wordt bewoond. ".
Art.23. L'article 23 du Code est remplacé par l'article suivant :
  " Art. 23. Action judiciaire
  Le président du tribunal de première instance statuant comme en référé peut ordonner, à la demande des autorités administratives ou d'une association visée à l'article 134 du présent Code, que le titulaire d'un droit réel sur le logement, ou, dans l'hypothèse d'un logement qui a fait l'objet d'un droit de gestion publique au sens des articles 15 et suivants du présent Code, l'opérateur de gestion publique concerné, prenne toute mesure utile afin d'en assurer l'occupation dans un délai raisonnable. ".
Art.24. Er wordt een Afdeling 5 ingevoegd in Hoofdstuk II van Titel III van de Code, na artikel 23, die luidt als volgt :
  " Afdeling 5. Gegevensverwerking en communicatie ".
Art.24. Une Section 5 est insérée au sein du Chapitre II du Titre III du Code après l'article 23, libellée comme suit :
  " Section 5. Traitement des données et communications ".
Art.25. Er wordt een nieuw artikel 23/1 ingevoegd in Afdeling 5 van Hoofdstuk II van Titel III van de Code, dat luidt als volgt :
  " Art. 23/1. Verwerking van persoonsgegevens
  § 1. Verantwoordelijkheid, doeleinden en rechtmatigheid van de verwerking
  De Gewestelijke Overheidsdienst Brussel is, overeenkomstig artikel 4, 7) van de GDPR, de persoon die verantwoordelijk is voor de verwerking van persoonsgegevens voor :
  1° de identificatie van de vermoedelijk leegstaande woningen met het oog op :
  a) het uitvoeren van de gegevensbank van vermoedelijk leegstaande woningen zoals bedoeld in artikel 14/1, § 1 ;
  b) het invoeren van de in artikel 14/1, § 2 bedoelde gewestelijke inventaris van leegstaande woningen ;
  c) het uitoefenen van het in artikel 15 bedoelde openbaar beheersrecht ;
  d) het vaststellen van de vermoedelijke overtredingen, overeenkomstig artikel 20 ;
  2° de in artikel 14/1, 3° bedoelde ondersteuning van de openbare beheerders ;
  3° het opleggen van een administratieve boete in toepassing van artikelen 19, § 3 en 20, § 5 ;
  4° het toezicht op de situatie van de woning tot de bewoning ervan, in toepassing van artikel 20, § 6 ;
  5° de invordering van onbetaalde boeten, in toepassing van artikel 22, § 1 ;
  6° de uitvoering van de vordering tot staking in toepassing van artikel 23.
  § 2. Bewaringstermijnen :
  In het kader van het in § 1, 1° a, nagestreefde doel, worden deze gegevens bewaard gedurende de hele periode waarin de overeenkomstige vermoedelijk leegstaande woningen voldoen aan de criteria die hun controle rechtvaardigen om de leegstand te verifiëren.
  In het kader van het in § 1, 1°, b nagestreefde doel, worden deze gegevens bewaard gedurende de hele periode waarin de overeenkomstige leegstaande woningen voldoen aan de criteria die hun opname in de gewestelijke inventaris rechtvaardigen.
  In het kader van het in § 1, 1°, c nagestreefde doel, worden deze gegevens bewaard gedurende de periode die nodig is voor de tenuitvoerlegging van het openbaar beheersrecht en, overeenkomstig artikel 19, § 2, gedurende tien jaar na de verhuring van de woning door de openbare beheerder.
  In het kader van de in § 1, 1°, d en 4° nagestreefde doeleinden worden deze gegevens bewaard gedurende de periode die nodig is voor de overeenkomstige controle en gedurende een jaar vanaf de bewoning van de woning.
  In het kader van de in § 1, 2°, 3° en 5° nagestreefde doelstellingen worden deze gegevens bewaard gedurende de periode die nodig is om de betreffende doelstelling te realiseren tot aan de verjaringstermijn van het gemeen recht, of langer in het geval van vervolgingen die vóór het einde van deze verjaringstermijn werden ingesteld.
  In het kader van de in § 1, 6° nagestreefde doelstelling worden deze gegevens bewaard gedurende de periode die nodig is voor de instelling en de verwerking van deze stakingsvordering en voor de tenuitvoerlegging van eventuele daaropvolgende rechterlijke beslissingen.
  § 3. Toegang tot de gegevens
  In het kader van het doel bedoeld in § 1, 1° a) en b) van dit artikel heeft de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen toegang tot de informatie uit het Rijksregister die hij nodig heeft, dit overeenkomstig artikel 5, § 1, 1° van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
  In het kader van de in § 1, 1° tot 4° van dit artikel bedoelde doeleinden heeft de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen toegang tot het informaticaplatform van de lokale en gewestelijke administraties dat bestemd is voor het beheer van de dossiers betreffende stedenbouwkundige vergunningen, verkavelings- en milieuvergunningen, stedenbouwkundige overtredingen en aanvragen om stedenbouwkundige inlichtingen.
  In het kader van de in § 1, 1°, 3°, 4° en 6° van dit artikel bedoelde doeleinden verstrekken de gemeenten aan de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen op verzoek alle inlichtingen die nodig zijn voor de uitvoering van zijn opdracht op grond van dit hoofdstuk. In het bijzonder moeten de volgende gegevens worden verstrekt :
  1° de gegevens met betrekking tot de historiek van de domicilies ;
  2° de stedenbouwkundige gegevens, met inbegrip van de gegevens met betrekking tot de vaststelling van een stedenbouwkundige overtreding ;
  3° de administratieve gegevens betreffende de woning ;
  4° de gegevens betreffende de lokale onroerendgoedbelasting.
  In het kader van de in § 1, 1° tot 4° van de in dit artikel bedoelde doeleinden, bezorgen de Brusselse Intercommunale voor Waterdistributie en Sanering en distributienetbeheerder die werd aangewezen in toepassing van artikel 6 van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ten minste eenmaal per jaar aan de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen de lijst van de woningen waarbij het waterverbruik lager ligt dan vijf kubieke meter per jaar of waarbij het elektriciteitsverbruik minder dan honderd kilowattuur per jaar bedraagt. Voor elk van die woningen, vermeldt de lijst het adres, het verbruik over twaalf maanden bepaald op basis van het opgenomen of geraamde gebruik alsook, op voorwaarde dat die gegevens in het bezit zijn van de personen bedoeld in het huidige lid in het kader van het beheer van hun activiteiten, de naam en voornaam en het adres van de persoon op wiens naam het leveringscontract voor deze woning staat.
  Teneinde de voormelde lijst op te stellen, baseert de krachtens artikel 6 van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aangewezen distributienetbeheerder zich uitsluitend op de informatie uit het in artikel 9bis van voormelde ordonnantie bedoelde toegangsregister.
  Als de persoon op wiens naam de meter geregistreerd staat, domicilie houdt in de woning met de meter en houder is van zakelijke rechten op die woning, worden zijn naam, voornaam en geboortedatum niet vermeld in de meegedeelde lijst.
  In het kader van het in § 1, 1° a) en b) van dit artikel bedoelde doeleinde en om het aantal bestaande woningen op een adres te bepalen, bezorgen de Brusselse Intercommunale voor Waterdistributie en Sanering en de distributienetbeheerder die is aangewezen in toepassing van artikel 6 van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, op verzoek van de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen eenmaal per jaar de lijst van de adressen waar ten minste één meter aanwezig is, en ook het aantal meters die aanwezig zijn op dit adres dat zich bevindt zich op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  Voor de in § 1, 1° a), b), beoogde doeleinden heeft de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen toegang tot de gegevens van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën met betrekking tot de adressen van de onroerende goederen die als woning zijn gekadastreerd en het aantal woningen dat per adres is aangegeven.
  Voor de in § 1, 1° c), bij 6°, beoogde doeleinden heeft de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen toegang tot de gegevens van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën met betrekking tot de woningen die onder deze doeleinden vallen en ook tot de gegevens met betrekking tot de houders van een zakelijk recht op deze woningen.
  Voor de in § 1, 1°, 3° en 4°, beoogde doeleinden heeft de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen toegang tot de gegevens van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën met betrekking tot de adressen van onroerend goed waarvoor een huur werd geregistreerd, en ook tot het aantal huren per adres.
  Voor de in § 1, 1° tot 4°, beoogde doeleinden heeft de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen toegang tot de volgende gegevens :
  - de adressen van de onroerende goederen die zijn toegewezen aan de activiteit van toeristische accommodatie, bijgehouden door Brussel Economie en Werkgelegenheid ;
  - de adressen van de maatschappelijke zetel van een entiteit die is ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen en van de verschillende vestigingen in België.
  § 4. Rijksregisternummers
  In het kader van zijn opdrachten is de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen gemachtigd om de rijksregisternummers op te vragen en te gebruiken, overeenkomstig artikel 8, § 1, lid 3 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
  § 5. Doorgifte /communicatie van de gegevens
  De gegevens in de gewestelijke inventaris van leegstaande woningen bedoeld in artikel 14/1, § 2, kunnen worden medegedeeld aan :
  1° Brussel Economie en Werkgelegenheid van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de toepassing van de ordonnantie betreffende het toeristische logies ;
  2° de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Stedenbouw & Erfgoed voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de toepassing van de reglementering inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening ;
  3° de gemeenten voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor hun opdracht om leegstaande woningen opnieuw op de markt te brengen en voor de uitoefening van hun fiscale bevoegdheden.
  De gegevens die voor de in paragraaf 1 van dit artikel genoemde andere doeleinden worden verzameld, kunnen aan de betrokken openbare beheerders worden meegedeeld als, en voor zover dat, deze gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taken van algemeen belang inzake het huisvestingsbeleid. ".
Art.25. Un nouvel article 23/1 est inséré au sein de la Section 5 du Chapitre II du Titre III du Code, libellé comme suit :
  " Art. 23/1. Traitement des données à caractère personnel
  § 1er. Responsabilité, finalités et licéité des traitements
  Le Service public régional de Bruxelles est, en application de l'article 4, 7) du RGPD, le responsable des traitements de données à caractère personnel effectués pour :
  1° l'identification des logements présumés inoccupés en vue de :
  a) réaliser la base données des logements présumés inoccupés visée à l'article 14/1, § 1er ;
  b) mettre en place l'inventaire régional des logements inoccupés visé à l'article 14/1, § 2 ;
  c) mettre en oeuvre le droit de gestion publique visé à l'article 15 ;
  d) constater les infractions présumées, conformément à l'article 20 ;
  2° le soutien des opérateurs de gestion publique visé à l'article 14/1, 3° ;
  3° l'infliction d'une amende administrative, en application des articles 19, § 3, et 20, § 5 ;
  4° le contrôle de la situation du logement jusqu'à son occupation, en application de l'article 20, § 6 ;
  5° le recouvrement des amendes impayées, en application de l'article 22, § 1er ;
  6° la mise en oeuvre de l'action en cessation, en application de l'article 23.
  § 2. Délais de conservation
  Dans le cadre de la finalité poursuivie au § 1er, 1°, a, ces données sont conservées pendant toute la durée où les logements présumés inoccupés correspondants remplissent les critères justifiant leur contrôle pour en vérifier l'inoccupation.
  Dans le cadre de la finalité poursuivie au § 1er, 1°, b, ces données sont conservées pendant toute la durée où les logements inoccupés correspondants remplissent les critères justifiant leur insertion dans l'inventaire régional.
  Dans le cadre de la finalité poursuivie au § 1er, 1°, c, ces données sont conservées pendant la période nécessaire à la mise en oeuvre du droit de gestion publique et, en application de l'article 19, § 2, pendant dix ans après la mise en location du logement par l'opérateur de gestion publique.
  Dans le cadre des finalités poursuivies au § 1er, 1°, d et 4°, ces données sont conservées pendant la période nécessaire au contrôle correspondant et pendant un an à compter de l'occupation du logement.
  Dans le cadre des finalités poursuivies au § 1er, 2°, 3° et 5°, ces données sont conservées pendant la période nécessaire à la réalisation de la finalité correspondante jusqu'au délai de prescription de droit commun, voire au-delà en cas de poursuites engagées avant la fin de ce délai de prescription.
  Dans le cadre de la finalité poursuivie au § 1er, 6°, ces données sont conservées pendant la période nécessaire à l'introduction et au traitement de cette action en cessation et à l'exécution des éventuelles décisions de justice subséquentes.
  § 3. Accès aux données
  Dans le cadre de la finalité prévue au § 1er, 1° a) et b) du présent article, le Service régional des logements inoccupés a accès aux informations figurant dans le Registre national qui lui sont nécessaires, et ce conformément à l'article 5, § 1er, 1° de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
  Dans le cadre des finalités prévues au § 1er, 1° à 4° du présent article, le Service régional des logements inoccupés a accès à la plateforme informatique des administrations locales et régionales dédiée à la gestion des dossiers de permis d'urbanisme, de lotir et d'environnement, d'infractions urbanistiques et de demandes de renseignements urbanistiques.
  Dans le cadre des finalités prévues au § 1er, 1°, 3°, 4° et 6° du présent article, les communes transmettent, sur demande, au Service régional des logements inoccupés toutes les informations nécessaires à l'exercice de la mission qui lui est assignée par le présent chapitre. Doivent notamment être fournies les données suivantes :
  1° les données relatives aux historiques de domiciliation ;
  2° les données urbanistiques, en ce compris les données relatives au constat d'infraction urbanistique ;
  3° les données administratives relatives au logement ;
  4° les données relatives à la fiscalité locale immobilière.
  Dans le cadre des finalités prévues au § 1er, 1° à 4° du présent article, l'Intercommunale bruxelloise de distribution et d'assainissement d'eau et le gestionnaire du réseau de distribution désigné en application de l'article 6 de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale, communiquent au moins une fois par an au Service régional des logements inoccupés, la liste des logements pour lesquels la consommation d'eau est inférieure à cinq mètres cubes par an ou pour lesquels la consommation d'électricité est inférieure à cent kilowattheures par an. Pour chacun de ces logements, la liste mentionne l'adresse du logement, la consommation sur douze mois déterminée sur la base des index relevés ou estimés, ainsi que, pour autant que ces données soient en possession des personnes visées au présent alinéa dans le cadre de la gestion de leurs activités, les nom et prénom et l'adresse du titulaire du contrat de fourniture pour ce logement.
  Aux fins de l'établissement de la liste, le gestionnaire du réseau de distribution désigné en application de l'article 6 de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale se base exclusivement sur les informations disponibles dans le registre d'accès visé à l'article 9bis de ladite ordonnance.
  Lorsque le titulaire du compteur est domicilié dans le logement desservi par le compteur et est titulaire de droits réels sur ce logement, les nom, prénom et date de naissance du titulaire du compteur ne sont pas repris dans la liste communiquée.
  Dans le cadre de la finalité prévue au § 1er, 1° a) et b) du présent article et afin de déterminer le nombre de logements existants à une adresse, l'Intercommunale bruxelloise de distribution et d'assainissement d'eau et le gestionnaire du réseau de distribution désigné en application de l'article 6 de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale, communiquent, une fois par an, sur demande du Service régional des logements inoccupés, la liste des adresses pour lesquelles au moins un compteur est présent, ainsi que le nombre de compteurs repris à cette adresse située sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale.
  Dans le cadre des finalités visées au § 1er, 1° a), b), le Service régional des logements inoccupés a accès aux données de l'Administration générale de documentation patrimoniale du SPF Finances relatives aux adresses des biens immobiliers cadastrés comme logement ainsi qu'au nombre de logements renseignés par adresse.
  Dans le cadre des finalités visées du § 1er, 1° c), à 6°, le Service régional des logements inoccupés a accès aux données de l'Administration générale de documentation patrimoniale du SPF Finances relatives aux logements visés par ces finalités ainsi qu'aux données relatives aux titulaires d'un droit réel sur ces logements.
  Dans le cadre des finalités visées au § 1er, 1°, 3° et 4°, le Service régional des logements inoccupés a accès aux données de l'Administration générale de documentation patrimoniale du SPF Finances relatives aux adresses des biens immobiliers pour lesquels un bail a été enregistré ainsi qu'au nombre de baux par adresse.
  Dans le cadre des finalités visées au § 1er, 1° à 4°, le Service régional des logements inoccupés a accès aux données suivantes :
  - les adresses des biens immobiliers affectés à l'activité d'hébergement touristique détenues par Bruxelles Economie et Emploi ;
  - les adresses du siège social d'une entité enregistrée à la Banque-Carrefour des Entreprises et des différentes unités d'établissement en Belgique.
  § 4. Numéros de registre national
  Dans le cadre de ses missions, le Service régional des logements inoccupés est autorisé à solliciter les numéros de registre national et à les utiliser, conformément à l'article 8, § 1er, alinéa 3, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
  § 5. Transmission /communication des données
  Les données figurant dans l'inventaire régional des logements inoccupés visé à l'article 14/1, § 2, peuvent être communiquées à :
  1° l'administration Bruxelles Economie et Emploi du Service public régional de Bruxelles dans la mesure où ces données sont nécessaires à l'application de l'ordonnance relative à l'hébergement touristique ;
  2° le service administratif Bruxelles Urbanisme & Patrimoine dans la mesure où ces données sont nécessaires à l'application de la réglementation relative à l'aménagement du territoire et de l'urbanisme ;
  3° aux communes dans la mesure où ces données sont nécessaires à leur mission de remise sur le marché de logements inoccupés et à l'exercice de leurs compétences fiscales.
  Les données collectées pour les autres finalités visées au paragraphe 1er du présent article peuvent être communiquées aux opérateurs de gestion publique concernés si, et dans la mesure où, ces données sont nécessaires à l'exécution de leurs missions d'intérêt public relatives à la politique du logement. ".
Art.26. Er wordt een nieuw artikel 23/2 en een nieuw artikel 23/3 ingevoegd in Afdeling 5 van Hoofdstuk II van Titel III van de Code, die luiden als volgt :
  " Art. 23/2. Verslag van de gemeenten
  Vóór 1 juli van elk jaar publiceren de gemeenten een verslag over hun beleid ter bestrijding van leegstaande woningen, en van dat van hun OCMW. Het verslag bevat in elk geval een lijst van de op hun grondgebied gelegen woningen waarvan de leegstand is vastgesteld, een becijferde evaluatie van de effecten van het beroep op het recht van openbaar beheer, van de in artikel 23 bedoelde vordering tot staking, en van de in artikel 20, §§ 1 en 2, bedoelde klacht van de gemeente.
  Dit verslag wordt doorgestuurd naar de Gewestelijke Dienst Leegstaande Woningen en bevat :
  1° een inventaris van de goederen die een woonbestemming hebben en leegstaand blijken te zijn, met vermelding van :
  - het adres van het betrokken goed ;
  - de exacte identificatie van de leegstaande verdiepingen ;
  - de vermoedelijke duur van de leegstand en de datum van de eerste vaststelling van leegstand ;
  - het feit of deze vaststelling het voorwerp van een proces-verbaal heeft uitgemaakt, opgemaakt door een gemeentelijke ambtenaar ;
  - de toekenning van een stedenbouwkundige vergunning en de datum hiervan ;
  - het feit of het goed al het voorwerp uitmaakte van een verhuurverbod ;
  - het feit of het goed het voorwerp uitmaakt van een onbewoonbaarverklaring ;
  - in voorkomend geval : de woningen waarvoor de gemeente tijdens het voorbije aanslagjaar een taks heeft opgelegd omdat het verlaten is of leeg staat ;
  2° een gekwantificeerde beoordeling van de gevolgen van het beroep doen op het openbaar beheersrecht, de stakingsvordering en de in artikel 20, § 1 en § 2, uitgewerkte klacht, en ook het toezicht op het beleid dat de gemeente op dit gebied voert en het gebruik van de daaraan gebonden gewestelijke financiële steun.
  Art. 23/3. Evaluatie
  Om de vijf jaar, en voor het eerst in januari 2027 wordt een evaluatie van de uitoefening van het openbaar beheersrecht uitgevoerd door het bestuur dat bevoegd is voor het huisvestingsbeleid. Deze evaluatie wordt aan de Regering meegedeeld. ".
Art.26. Un nouvel article 23/2 et un nouvel article 23/3 sont insérés au sein de la Section 5 du Chapitre II du Titre III du Code, libellés comme suit :
  " Art. 23/2. Rapport des communes
  Avant le 1er juillet de chaque année, les communes publient un rapport de leur politique de lutte contre les logements inoccupés, ainsi que celle de leur C.P.A.S. Le rapport inclut en tout cas un inventaire des logements situés sur leur territoire dont l'inoccupation est avérée, une évaluation chiffrée des effets du recours au droit de gestion publique, à l'action en cessation prévue à l'article 23, et à la plainte de la commune dont question à l'article 20, §§ 1er et 2.
  Ce rapport est transmis au Service régional des logements inoccupés, et reprend :
  1° un inventaire des biens affectés au logement et qui s'avèrent inoccupés, mentionnant :
  - l'adresse du bien concerné ;
  - l'identification précise des niveaux inoccupés ;
  - la durée présumée d'inoccupation et la date du premier constat d'inoccupation ;
  - si ce constat a fait l'objet d'un procès-verbal rédigé par un agent communal ;
  - l'octroi d'un permis d'urbanisme et la date de ce dernier ;
  - si le bien a fait l'objet d'une interdiction à la location ;
  - si le bien a fait l'objet d'un arrêté d'inhabitabilité ;
  - le cas échéant, les logements pour lesquels une taxe a été infligée par la commune pour abandon ou inoccupation lors du dernier exercice d'imposition ;
  2° une évaluation chiffrée des effets du recours au droit de gestion publique, à l'action en cessation et à la plainte développée à l'article 20, § 1er et § 2, ainsi qu'un monitoring des politiques menées par la commune sur cette matière et l'utilisation des soutiens financiers régionaux qui y sont liés.
  Art. 23/3. Evaluation
  Une évaluation de l'exercice du droit de gestion publique est réalisée tous les cinq ans par l'Administration en charge de la politique du logement et ce pour la première fois en janvier 2027. Cette évaluation est communiquée au Gouvernement. ".
Art.27. Er wordt een nieuw artikel 23/4 ingevoegd in Afdeling 5 van Hoofdstuk II van Titel III van de Code, dat luidt als volgt :
  " Art. 23/4. Equivalenten voor aangetekende zendingen
  In de bepalingen van dit hoofdstuk kan elke aangetekende zending ook geldig worden verricht op elke wijze waarbij aan de zending een bepaalde datum wordt toegekend. ".
Art.27. Un nouvel article 23/4 est inséré au sein de la Section 5 du Chapitre II du Titre III du Code, libellé comme suit :
  " Art. 23/4. Equivalents aux envois recommandés
  Dans les dispositions du présent chapitre, tout envoi recommandé peut également être valablement effectué par tout moyen conférant date certaine à l'envoi. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen, overgangsbepalingen en opheffingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales, transitoires et abrogatoires
Art.28. Deze ordonnantie treedt in werking op de datum vastgesteld door de Regering.
  In afwijking van lid 1 worden boetes die worden opgelegd tot 31 december van het jaar van inwerkingtreding van de huidige ordonnantie, doorgestort overeenkomstig de verdeelsleutel bepaald in artikel 23 van de Code, zoals deze werd toegepast vóór de inwerkingtreding van deze ordonnantie.
Art.28. La présente ordonnance entre en vigueur à la date déterminée par le Gouvernement.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les amendes infligées jusqu'au 31 décembre de l'année de l'entrée en vigueur de la présente ordonnance seront rétrocédées conformément à la clé de répartition prévue à l'article 23 du Code, tel qu'il s'appliquait avant l'entrée en vigueur de la présente ordonnance.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 23-12-2022 par ARR 2022-11-10/13, art. 16)
Art.29. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 februari 2004 houdende uitvoering van de Huisvestingscode wordt opgeheven.
Art.29. L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 19 février 2004 portant exécution du Code du Logement est abrogé.
Art.30. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2006 tot organisatie van het fonds van Openbaar Beheersrecht wordt opgeheven.
Art.30. L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 30 novembre 2006 organisant le fonds Droit de gestion publique est abrogé.
Art.31. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 juni 2014 met betrekking tot de leegstaande woningen wordt opgeheven.
Art.31. L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 6 juin 2014 relatif aux logements inoccupés est abrogé.
Art.32. Op procedures die vóór de inwerkingtreding van deze ordonnantie zijn ingesteld, blijft de voorgaande regeling van toepassing.
Art.32. Les procédures initiées avant l'entrée en vigueur de la présente ordonnance restent régies par le régime antérieur.
Art. 33. Wijziging van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen
  In artikel 2, 14°, van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen worden volgende wijzigingen aangebracht :
  - in de derde en zesde alinea worden de woorden " de openbare vastgoedbeheerders in de zin van artikel 2, § 1, 4° " vervangen door de woorden " de operatoren van openbaar beheersrecht in de zin van artikel 2, § 1, 40° van de ordonnantie van 17 juli 2003 " ;
  - in de vijfde alinea worden de woorden " krachtens hoofdstuk III van titel III van de Huisvestingscode " vervangen door de woorden " krachtens hoofdstuk II van titel III van de Huisvestingscode " ;
  - in de zevende alinea worden de woorden " in artikel 18, § 2, lid 2 van de ordonnantie van 17 juli 2003 " vervangen door de woorden " in artikel 18, § 1, lid 3, van de ordonnantie van 17 juli 2003 " ;
  - in de achtste alinea worden de woorden " de kosten te dekken voor de uitvoering van de renovatiewerken van de woningen " door de woorden " de kosten te dekken voor de overname in openbaar beheer " ;
  - in de laatste alinea worden de woorden " , het tegemoetkomingspercentage dat kan variëren naargelang van de geografische ligging van de woning " geschrapt.
Art. 33. Modification de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires
  A l'article 2, 14°, de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires, sont apportées les modifications suivantes :
  - aux alinéas 3 et 6, les mots " les opérateurs immobiliers publics au sens de l'article 2, § 1er, 4° " sont remplacés par les mots " les opérateurs du droit de gestion publique au sens de l'article 2, § 1er, 40° de l'ordonnance du 17 juillet 2003 " ;
  - à l'alinéa 5, les mots " en vertu du chapitre III du titre III du Code du Logement " sont remplacés par les mots " en vertu du chapitre II du titre III du Code du Logement " ;
  - à l'alinéa 7, les mots " à l'article 18, § 2, alinéa 2 de l'ordonnance du 17 juillet 2003 " sont remplacés par les mots " à l'article 18, § 1er, alinéa 3 de l'ordonnance du 17 juillet 2003 " ;
  - à l'alinéa 8, les mots " les frais d'exécution des travaux de rénovation de logements " sont remplacés par les mots " les frais de prise en gestion publique " ;
  - au dernier alinéa, les mots " , le pourcentage d'intervention qui peut varier en fonction de la situation géographique du logement " sont supprimés.