Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 FEBRUARI 2022. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wat betreft de retributie
Titre
9 FEVRIER 2022. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 8 octobre 1981 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, concernant la redevance
Documentinformatie
Numac: 2022040161
Datum: 2022-02-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022040161
Date: 2022-02-09
Moniteur: Voir
Inhoud
Inhoud
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. In titel Ibis van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wordt in de plaats van hoofdstuk I, vernietigd bij arrest nr. 245.404 van de Raad van State, het als volgt luidende hoofdstuk I ingevoegd:
  "Hoofdstuk I. - Bijdrage die de administratieve kosten dekt."
Article 1er. Dans le titre Ibis de l'arrêté royal du 8 octobre 1981 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, à la place du chapitre I, annulé par l'arrêt n° 245.404 du Conseil d'Etat, il est inséré un chapitre I rédigé comme suit :
  " Chapitre I. - Redevance couvrant les frais administratifs. "
Art. 2. In hoofdstuk I dat bij artikel 1 wordt ingevoegd, wordt artikel 1/1/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 8 juni 2016 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 november 2021, als volgt vervangen:
  "Art. 1/1/1. § 1. Onder voorbehoud van paragraaf 2, wordt het bedrag van de retributie bedoeld in artikel 1/1, van de wet, vastgelegd als volgt:
  1° de vreemdeling jonger dan 18 jaar: gratis;
  2° de vreemdeling die 18 jaar of ouder is:
  a) de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 1° van de wet: 201 euro;
  b) de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 2° van de wet: 313 euro;
  c) de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 3°, 4° en 6°, van de wet: 181 euro;
  d) de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 5° en 8° van de wet: 168 euro;
  e) de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 7°, van de wet: 208 euro;
  f) de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 9°, 10°, 11°, 12°, 13° en 14°, van de wet: 126 euro.
  § 2. De afwijkingen van de betaling van de bedragen bedoeld in paragraaf 1, zijn vastgelegd als volgt:
  1° de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 3° en 4°, van de wet, ingediend door een vreemdeling bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 6°, van de wet: gratis;
  2° de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 6°, van de wet, ingediend door een alleenstaand gehandicapt kind dat ouder is dan 18 jaar, voor zover het een attest voorlegt dat uitgaat van een door de Belgische diplomatieke of consulaire post erkende arts dat aantoont dat het wegens zijn handicap niet in zijn eigen behoeften kan voorzien: gratis;
  3° de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 1°, 2°, 7°, 8° en 9°, van de wet, ingediend door een vreemdeling die een beurs geniet zoals bedoeld in artikel 1/1: gratis. Daartoe moet de vreemdeling het bewijs voorleggen dat hij houder is van een beurs die is toegekend door een instelling of een overheid bedoeld in artikel 1/1, door middel van een standaardformulier waarvan het model is vastgesteld door de minister of met een attest afgegeven door de Algemene Directie Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;
  4° de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 1°, van de wet, ingediend door een vreemdeling die werd toegelaten tot de procedure van hervestiging in het kader van een hervestigingsprogramma onder toezicht van het Hoog Commissariaat van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen: gratis;
  5° de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, van de wet, ingediend door erkende staatlozen ten aanzien van wie wordt vastgesteld dat zij hun nationaliteit buiten hun wil hebben verloren en die aantonen dat zij geen wettige en duurzame verblijfstitel kunnen verkrijgen in een andere Staat waarmee zij banden zouden hebben: gratis;
  6° de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 1°, van de wet, ingediend door een vreemdeling die de machtiging aanvraagt bij de Belgische diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor zijn verblijfplaats of zijn plaats van oponthoud in het buitenland en op voorwaarde dat de vreemdeling geen voldoende bestaansmiddelen moet aantonen, hij onvermogend is en hiervan het bewijs levert door de verleende kosteloosheid voor de consulaire rechten op basis van bewezen onvermogen zoals toegestaan door de Belgische diplomatieke of consulaire post: gratis.
  § 3. De bedragen bedoeld in paragraaf 1 gelden per aanvraag en per persoon.
  In afwijking van het eerste lid gelden de bedragen per aanvraag voor zover de aanvraag wordt ingediend door vreemdelingen die die door middel van een huwelijk of een wettelijk geregistreerd partnerschap zijn verbonden en desgevallend de met hen samenwonende kinderen van minstens één van hen en de aanvraag gebaseerd is op dezelfde rechtsgrond.
  De betaling van het bedrag bedoeld in paragraaf 1 wordt uitgevoerd door overschrijving op bankrekening BE57 6792 0060 9235.
  De persoon die de betaling uitvoert vermeldt in de mededeling bij de overschrijving de naam en voornaam van de vreemdeling, zijn geboortedatum en nationaliteit, volgens deze structuur: "NaamVoornaamNationaliteitDDMMJJJJ".
  § 4. De bedragen bedoeld in paragraaf 1, 2°, worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk: 112,55 (basis 2013 = 100).
  Ze worden elk jaar op 1 januari aangepast, in functie van het gemiddelde indexcijfer van het voorafgaande jaar. Het bekomen resultaat wordt naar boven op de euro afgerond."
Art. 2. Dans le chapitre I inséré par l'article 1er, l'article 1er/1/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 8 juin 2016 et modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 26 novembre 2021, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 1er/1/1. § 1er. Sous réserve du paragraphe 2, le montant de la redevance visée à l'article 1er/1, de la loi est fixé comme suit :
  1° l'étranger âgé de moins de 18 ans : gratuit ;
  2° l'étranger âgé de 18 ans ou plus :
  a) les demandes visées à l'article 1er/1, § 2, 1° de la loi : 201 euros ;
  b) les demandes visées à l'article 1er/1, § 2, 2° de la loi : 313 euros ;
  c) les demandes visées à l'article 1er/1, § 2, 3°, 4° et 6°, de la loi : 181 euros ;
  d) les demandes visées à l'article 1er/1, § 2, 5° et 8°, de la loi : 168 euros ;
  e) les demandes visées à l'article 1er/1, § 2, 7°, de la loi : 208 euros ;
  f) les demandes visées à l'article 1er/1, § 2, 9°, 10°, 11°, 12°, 13° et 14°, de la loi : 126 euros.
  § 2. Les dérogations au paiement des montants visés au paragraphe 1er sont établies comme suit :
  1° les demandes visées à l'article 1er/1, § 2, 3° et 4°, de la loi introduites par un étranger visé à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 6°, de la loi : gratuit ;
  2° les demandes visées à l'article 1er/1, § 2, 6°, de la loi introduites par un enfant handicapé célibataire âgé de plus de 18 ans, pour autant qu'il fournisse une attestation émanant d'un médecin agréé par le poste diplomatique ou consulaire belge indiquant qu'il se trouve, en raison de son handicap, dans l'incapacité de subvenir à ses propres besoins : gratuit ;
  3° les demandes visées à l'article 1er/1, § 2, 1°, 2°, 7°, 8° et 9°, de la loi introduites par un étranger bénéficiant d'une bourse telle que visée à l'article 1er/1 : gratuit. A cette fin, l'étranger produira la preuve qu'il est titulaire d'une bourse octroyée par un organisme ou une autorité visé à l'article 1er/1 au moyen d'un formulaire type dont le modèle est arrêté par le Ministre ou par une attestation délivrée par la Direction générale Coopération au développement et Aide humanitaire du Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement ;
  4° les demandes visées à l'article 1er/1, § 2, 1°, de la loi introduites par un étranger qui a été admis à la procédure de réinstallation dans le cadre d'un programme de réinstallation supervisé par le Haut Commissariat des Nations Unies pour les Réfugiés : gratuit ;
  5° les demandes visées à l'article 1er/1, § 2, de la loi introduites par des apatrides reconnus dont il est établi qu'ils ont perdu leur nationalité contre leur gré et qui démontrent qu'ils ne peuvent obtenir aucun titre de séjour légal et durable dans un autre Etat avec lequel ils auraient des liens : gratuit ;
  6° les demandes visées à l'article 1er, § 2, 1°, de la loi, introduites par un étranger qui demande l'autorisation auprès du poste diplomatique ou consulaire belge compétent pour le lieu de sa résidence ou de son séjour à l'étranger et à la condition que l'étranger ne doive pas justifier de moyens de subsistance suffisants, qu'il soit indigent et qu'il en apporte la preuve par la gratuité des taxes consulaires accordée par le poste diplomatique sur base d'indigence justifié : gratuit.
  § 3. Les montants visés au paragraphe 1er s'entendent par demande et par personne.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les montants s'entendent par demande pour autant que la demande soit introduite par des étrangers liés par un mariage ou un partenariat enregistré conformément à une loi et, le cas échéant, les enfants d'au moins l'un d'entre eux qui vivent avec eux et que la demande soit basée sur le même base juridique.
  Le paiement du montant visé au paragraphe 1er s'effectue par virement sur le compte bancaire BE57 6792 0060 9235.
  La personne effectuant le paiement, mentionnera en communication du virement les nom et prénom(s) de l'étranger ainsi que sa date de naissance et sa nationalité en respectant la structure suivante : " NomPrenom(s)NationalitéJJMMAAAA ".
  § 4. Les montants visés au paragraphe 1er, 2°, sont rattachés à l'indice des prix à la consommation du Royaume : 112,55 (base 2013 = 100).
  Ils sont adaptés au 1er janvier de chaque année en fonction de la moyenne de l'indice de l'année précédente. Le résultat obtenu est arrondi à l'euro supérieur. "
Art. 3. In hetzelfde besluit wordt in de plaats van artikel 1/2, vernietigd bij arrest nr. 245.404 van de Raad van State, het als volgt luidende artikel 1/2 ingevoegd:
  "Art. 1/2. § 1 Bij de indiening van zijn verblijfsaanvraag, onder voorbehoud van artikel 1/2/1, moet de vreemdeling bewijzen dat de in artikel 1/1 van de wet bedoelde retributie betaald werd.
  § 2. Indien de vreemdeling het in het eerste lid bedoelde betalingsbewijs niet voorlegt om zijn verblijfsaanvraag te staven, verklaart de overheid die bevoegd is om de verblijfsaanvraag in ontvangst te nemen of er een beslissing over te nemen de verblijfsaanvraag onontvankelijk. De onontvankelijkheidsbeslissing wordt overeenkomstig het model in bijlage 42 opgesteld. Een kopie van de onontvankelijkheidsbeslissing wordt naar de Algemene Directie Dienst Vreemdelingenzaken van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken gestuurd.
  § 3. Indien het in de eerste paragraaf bedoelde betalingsbewijs aantoont dat de retributie gedeeltelijk betaald werd, brengt de overheid die bevoegd is om de verblijfsaanvraag in ontvangst te nemen of er een beslissing over te nemen de vreemdeling hiervan op de hoogte en vraagt hem om de betaling van het verschuldigd bedrag uit te voeren en er het bewijs van te leveren binnen een termijn van dertig dagen. De beslissing waarmee de vreemdeling over de gedeeltelijke betaling wordt geïnformeerd, wordt overeenkomstig het model in de bijlage 43 van dit besluit opgesteld. Een kopie van de beslissing wordt naar de Algemene Directie Dienst Vreemdelingenzaken van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken gestuurd.
  De in het eerste lid bedoelde termijn van dertig dagen begint te lopen op de dag na de dag van de kennisgeving van de beslissing die de vreemdeling over de gedeeltelijke betaling informeert.
  De in het eerste lid bedoelde betaling wordt overeenkomstig artikel 1/1/1, § 3, van dit besluit uitgevoerd.
  Indien de in het eerste lid bedoelde betaling niet uitgevoerd wordt, verklaart de overheid die bevoegd is om de aanvraag in ontvangst te nemen of er een beslissing over te nemen de aanvraag onontvankelijk. De onontvankelijkheidsbeslissing wordt overeenkomstig het model in bijlage 42 van dit besluit opgesteld. Een kopie van de onontvankelijkheidsbeslissing wordt naar de Algemene Directie Dienst Vreemdelingenzaken van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken gestuurd.
  In het in het vierde lid voorziene geval maakt de gedeeltelijke betaling van geen enkele terugbetaling het voorwerp uit en behoudt de Dienst Vreemdelingenzaken de gedeeltelijke betaling."
Art. 3. Dans le même arrêté, à la place de l'article 1/2 annulé par l'arrêt n° 245.404 du Conseil d'Etat, il est inséré un article 1/2 rédigé comme suit :
  " Art. 1/2. § 1er. Sous réserve de l'article 1er/2/1, lors de l'introduction de sa demande de séjour, l'étranger est tenu d'apporter la preuve du paiement de la redevance visée à l'article 1er/1, de la loi.
  § 2. A défaut de présenter à l'appui de sa demande de séjour, la preuve du paiement visée au paragraphe 1er, l'autorité compétente pour recevoir ou pour statuer sur la demande de séjour la déclare irrecevable. La décision d'irrecevabilité est établie conformément au modèle figurant à l'annexe 42. Une copie de la décision d'irrecevabilité est envoyée à la Direction générale Office des Etrangers du Service public fédéral Intérieur.
  § 3. Si la preuve du paiement visée au paragraphe 1er atteste d'un paiement partiel de la redevance, l'autorité compétente pour recevoir ou pour statuer sur la demande de séjour en informe l'étranger et lui demande d'effectuer le paiement du solde et d'en apporter la preuve dans un délai trente jours. La décision informant l'étranger du paiement partiel est établie conformément au modèle figurant à l'annexe 43, du présent arrêté. Une copie de la décision est envoyée à la Direction générale Office des Etrangers du Service public fédéral Intérieur.
  Le délai de trente jours visé à l'alinéa 1er commence à courir le jour suivant le jour de la notification de la décision informant l'étranger du paiement partiel.
  Le paiement visé à l'alinéa 1er est effectué conformément à l'article 1er/1/1, § 3, du présent arrêté.
  A défaut d'effectuer le paiement visé à l'alinéa 1er, l'autorité compétente pour recevoir ou pour statuer sur la demande déclare la demande irrecevable. La décision d'irrecevabilité est établie conformément au modèle figurant à l'annexe 42, du présent arrêté. Une copie de la décision d'irrecevabilité est envoyée à la Direction générale Office des Etrangers du Service public Intérieur.
  Dans le cas prévu à l'alinéa 4, le paiement partiel ne fait l'objet d'aucun remboursement et reste acquis à l'Office des Etrangers. "
Art. 4. In titel Ibis van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk I, met de titel "Toegang tot het grondgebied en verblijf van ten hoogste drie maanden", hoofdstuk I/I.
Art. 4. Dans le titre Ibis, du même arrêté, le chapitre I intitulé " Accès au territoire et séjour n'excédant pas trois mois " devient le chapitre I/I.
Art. 5. Artikel 1bis van hetzelfde besluit, hernummerd door het koninklijk besluit van 22 november 1996, wordt hernummerd en wordt artikel 1/3.
Art. 5. L'article 1erbis, du même arrêté, renuméroté par l'arrêté royal du 22 novembre 1996, est renuméroté et devient l'article 1er/3.
Art. 6. In hetzelfde besluit wordt de bijlage 42, vernietigd bij arrest nr. 245.404 van de Raad van State, vervangen door de bijlage 1 gevoegd bij dit besluit.
Art. 6. Dans le même arrêté, l'annexe 42, annulée par l'arrêt n° 245.404 du Conseil d'Etat, est remplacée par l'annexe 1re jointe au présent arrêté.
Art. 7. De betaling van de in artikel 2 bedoelde bedragen is enkel verschuldigd voor de aanvragen die vanaf de inwerkingtreding van dit besluit worden ingediend.
Art. 7. Le paiement des montants visé à l'article 2 n'est dû que pour les demandes introduites à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 8. De minister bevoegd voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Nota's
  (1) In die brief stelt de staatssecretaris voor Begroting immers het volgende: "Overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole en gelet op het advies van de Inspectie van Financiën (rIF/2021/564(10)) op 13/09/2021, heb ik kennis genomen van dit ontwerp van KB. Ik ben akkoord met de stelling uit het dossier dat om redenen van rechtszekerheid de voorgestelde aanpassingen absoluut noodzakelijk zijn, maar ik betreur dat de daling van de ontvangsten met ongeveer 1 miljoen euro niet werd voorgelegd aan het begrotingsconclaaf over de initiële begroting 2022. Ik neem daarom akte van dit voorstel."
  (2) Zo niet moet de aanhef worden herzien: zie Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", formule F-3-4-7.
  (3) De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar arresten nr. 245.403 en nr. 245.404 van 11 september 2019 het koninklijk besluit van 16 februari 2015 `tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen' en het koninklijk besluit van 14 februari 2017 `tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen' vernietigd, in hoofdzaak omdat de Belgische Staat niet heeft aangetoond dat er een redelijk verband bestaat tussen de in het besluit vastgestelde retributiebedragen en de kostprijs van de geleverde diensten, terwijl dat vereiste inherent is aan het begrip "retributie" zelf.
  (4) Het gaat om de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 1°, 3°, 4°, 6° en 7°, van de wet van 15 december 1980, namelijk in wezen de aanvragen voor een studieverblijf, de aanvragen op basis van artikel 9 (humanitair verblijf) en de aanvragen tot gezinshereniging.
  (5) Het verslag aan de Koning gaat uit van het principe dat elke aanvraag dezelfde vaste kosten meebrengt ("De vaste kosten bedroegen 3.819.153 euro voor de periode van 2017 tot september 2019 wat neerkomt op een gemiddelde vaste kost van 1.388.783 euro per jaar. Vermits het totale aantal jaarlijkse aanvragen waarvoor er retributie dient te worden betaald 38.627 bedraagt, komt dit neer op een vaste kost van 36 euro per aanvraag"), terwijl bijvoorbeeld de termijn om de aanvragen te behandelen kan verschillen.
  (6) Het gaat om de aanvragen met toepassing van artikel 19, § 2, (aanvragen tot machtiging tot terugkeer na afwezigheid van meer dan één jaar) en van artikel 61/7 (aanvragen voor een machtiging tot verblijf voor vreemdelingen die in een andere lidstaat over een status van langdurig ingezetene beschikken) van de wet van 15 december 1980 `betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen'.
  (7) Artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 februari 2015 luidde als volgt: "In titel Ibis van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wordt hoofdstuk I, met de titel `Toegang tot het grondgebied en verblijf van ten hoogste drie maanden', hoofdstuk I/I".
Art. 8. Le ministre qui a l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Notes
  (1) La Secrétaire d'Etat au Budget indique en effet dans ce courrier : " Overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole en gelet op het advies van de Inspectie van Financiën (rIF/2021/564(10) ) op 13/09/2021, heb ik kennis genomen van dit ontwerp van KB. Ik ben akkoord met de stelling uit het dossier dat om redenen van rechtszekerheid de voorgestelde aanpassingen absoluut noodzakelijk zijn, maar ik betreur dat de daling van de ontvangsten met ongeveer 1 miljoen euro niet werd voorgelegd aan het begrotingsconclaaf over de initiële begroting 2022. Ik neem daarom akte van dit voorstel ".
  (2) A défaut, le préambule sera revu : Voir Principes de technique législative - Guide de rédaction des textes législatifs et réglementaires, www.raadvst-consetat.be, onglet " Technique législative ", formule F-3-4-7.
  (3) La section du contentieux administratif du Conseil d'Etat a annulé, dans ses arrêts n° 245.403 et n° 245.404 du 11 septembre 2019, l'arrêté royal du 16 février 2015 `modifiant l'arrêté royal du 8 octobre 1981 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers' ainsi que l'arrêté royal du 14 février 2017 `modifiant l'arrêté royal du 8 octobre 1981 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers' au motif que, en substance, l'Etat belge n'a pas démontré le rapport raisonnable entre les montants de redevances fixés dans l'arrêté et le coût des services prestés alors que cette exigence est inhérente à la notion même de redevance.
  (4) Il s'agit des demandes visées à l'article 1er/1, § 2, 1°, 3°, 4°, 6° et 7°, de la loi du 15 décembre 1980 soit, en substance, les demandes pour un séjour sur la base des études, les demandes sur la base de l'article 9 (demandes humanitaires) et les demandes de regroupement familial.
  (5) Le rapport au Roi part du principe que chaque demande entraine des couts fixes identiques (" Pour la période allant de 2017 à septembre 2019, les frais fixes s'élèvent à 3.819.153 euros, soit un cout fixe moyen de 1.388.783 euros par an. Dans la mesure où le nombre annuel de demandes pour lesquelles une redevance est due est de 38.627, cela représente un cout fixe de 36 euros par demande ") alors que, par exemple, le délai pris pour traiter les demandes peut différer.
  (6) Il s'agit des demandes en application de l'article 19, § 2 (demandes d'autorisation permettant de revenir après une absence de plus d'un an) et de l'article 61/7 (demandes d'autorisation de séjour introduites par des étrangers bénéficiant du statut de résident de longue durée dans un autre Etat membre) de la loi du 15 décembre 1980 `sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers'.
  (7) L'article 1er de l'arrêté royal du 16 février 2015 énonçait : " Dans le titre Ibis, de l'arrêté royal du 8 octobre 1981 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, le chapitre I intitulé `Accès au territoire et séjour n'excédant pas trois mois' devient le chapitre I/I ".
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 9 februari 2022 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
  Bijlage 42 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981
  betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
  BIJLAGE 42
  BESLISSING TOT NIET-ONTVANKELIJKHEID VAN EEN VERBLIJFSAANVRAAG
  In uitvoering van artikel 1/1 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 1/2, §§ 2 en 3, vierde lid, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen,
  wordt de verblijfsaanvraag die opdoor de hieronder geïdentificeerde betrokkene werd ingediend om de volgende reden onontvankelijk verklaard: (1)
  • het bedrag dat vastgelegd werd in artikel 1/1/1 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen werd niet op de rekening nr. BE57 6792 0060 9235 gestort;
  • hij heeft een gedeeltelijke betaling uitgevoerd en hij heeft de betaling van het verschuldigd resterend bedrag niet binnen de dertig dagen na de dag van de kennisgeving van de beslissing waarmee hij over de gedeeltelijke betaling geïnformeerd werd, uitgevoerd.
Art. N. Annexe 1er à l'arrêté royal du 9 février 2022 modifiant l'arrêté royal du 8 octobre 1981 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers
  Annexe 42 à l'arrêté royal du 8 octobre 1981
  sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers
  ANNEXE 42
  DECISION D'IRRECEVABILITE D'UNE DEMANDE DE SEJOUR
  En exécution de l'article 1er/1, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers et de l'article 1er/2, §§ 2 et 3, alinéa 4, de l'arrêté royal du 8 octobre 1981 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers,
  la demande de séjour introduite, lepar l'intéressé identifié ci-dessous, est déclarée irrecevable au motif que : (1)
  • le compte n° BE57 6792 0060 9235 n'a pas été crédité du montant fixé à l'article 1er/1/1, de l'arrêté royal du 8 octobre 1981 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers ;
  • il a effectué un paiement partiel et qu'il n'a pas effectué le paiement du solde restant dû dans les trente jours suivant le jour de la notification de la décision l'informant du paiement partiel.
Naam: Voorna(a)m(en):
Geboortedatum: Geboorteplaats:
Nationaliteit:
Adres:
Naam: Voorna(a)m(en): Geboortedatum: Geboorteplaats: Nationaliteit: Adres:
Nom : Prénom(s) :
Date de naissance : Lieu de naissance :
Nationalité :  
Adresse :
Nom : Prénom(s) : Date de naissance : Lieu de naissance : Nationalité : Adresse :
 Gedaan te , op
Gedaan te , op
De Burgemeester of zijn gemachtigde,
  De vertegenwoordiger van de Belgische diplomatieke of consulaire missie of zijn gemachtigde,
  De Minister of zijn gemachtigde.(2)
  Stempel
 Fait à, , le
Fait à, , le
Le Bourgmestre ou son délégué,
  Le représentant de la mission diplomatique ou consulaire belge ou son délégué,
  Le Ministre ou son délégué.(2)
  Sceau
(1) De passende reden aankruisen.
(2) Schrappen wat niet past
(1) Cocher le motif adéquat.
(2) Biffer la mention inutile.
  AKTE VAN KENNISGEVING
  ACTE DE NOTIFICATION
In ....................................................... op .........................................................
Heb ik ondergetekende ....................................................................................................................................................(1)
kennisgegeven aan ...................................................................................................................................................
geboren te ........................................................................ Op .........................................................
nationaliteit: ........................................... en verblijvende te ..........................................
In ....................................................... op ......................................................... Heb ik ondergetekende ....................................................................................................................................................(1)kennisgegeven aan ................................................................................................................................................... geboren te ........................................................................ Op ......................................................... nationaliteit: ........................................... en verblijvende te ..........................................
kennis gegeven van de beslissing tot niet-ontvankelijkheid van zijn/haar verblijfsaanvraag die opingediend werd en hem/haar een kopie overhandigd.
  Ik heb hem (haar) ervan geïnformeerd dat tegen deze beslissing, krachtens artikel 39/2, § 2, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen een beroep tot nietigverklaring kan worden ingediend bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Dit beroep moet worden ingediend, bij verzoekschrift, binnen dertig dagen na de kennisgeving van deze beslissing.
  Onverminderd de andere wettelijke en reglementaire nadere regels, wordt het hierboven bedoelde beroep ingediend door middel van een verzoekschrift, dat moet voldoen aan de vereisten vermeld in artikel 39/78 van de wet van 15 december 1980. Het beroep wordt ingediend bij de Raad ter post aangetekend schrijven, aan de Eerste Voorzitter van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, Gaucheretstraat 92-94, te 1030 Brussel.
  Het indienen van een beroep tot nietigverklaring schorst de tenuitvoerlegging van deze maatregel niet.
  Ik erken kennisgeving van deze beslissing te hebben ontvangen.
L'an ....................................................... Le .........................................................
Je soussigné ................................................................................................................................................................(1)
ai notifié à ................................................................................................................................................................
Né(e) à ................................................... le .........................................................
de nationalité : ........................................... Et résidant à ..........................................
L'an ....................................................... Le ......................................................... Je soussigné ................................................................................................................................................................(1)ai notifié à ................................................................................................................................................................ Né(e) à ................................................... le ......................................................... de nationalité : ........................................... Et résidant à ..........................................
la décision d'irrecevabilité de sa demande de séjour introduite leet lui en ai remis une copie.
  Je l'ai informé(e) que cette décision est susceptible d'un recours en annulation auprès du Conseil du Contentieux des Etrangers en vertu de l'article 39/2, § 2, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, lequel doit être introduit, par voie de requête, dans les trente jours de la notification de cette décision.
  Sans préjudice des autres modalités légales et réglementaires, le recours visé ci-dessus est formé par voie de requête, laquelle doit remplir les conditions mentionnées dans l'article 39/78 de la loi du 15 décembre 1980. Le recours est introduit auprès du Conseil par pli recommandé à la poste au Premier Président du Conseil du Contentieux des Etrangers, rue Gaucheret 92-94, à 1030 Bruxelles.
  L'introduction d'un recours en annulation n'a pas pour effet de suspendre l'exécution de la présente mesure.
  Je reconnais avoir reçu notification de la présente décision.
Handtekening van de betrokkene, Handtekening van de overheid,
Handtekening van de betrokkene, Handtekening van de overheid,
Signature de l'intéressé, Signature de l'autorité,
Signature de l'intéressé, Signature de l'autorité,
(1) Naam en hoedanigheid van de overheid die tot de kennisgeving van de beslissing overgaat.
(1) Nom et qualité de l'autorité procédant à la notification de la décision.