Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
29 JANUARI 2022. - Wet tot wijziging van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen
Titre
29 JANVIER 2022. - Loi modifiant la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (23)
Texte (23)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen ende landsbonden van ziekenfondsen
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités
Art. 2. In artikel 3 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, zoals laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"Een ziekenfonds moet evenwel, in afwijking van het eerste lid, geen dienst bedoeld in het eerste lid, b), organiseren als het is aangesloten bij een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, § 1, eerste lid, of bij een landsbond die minstens een dergelijke dienst voor de leden van dit ziekenfonds organiseert.";
2° het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt vervangen als volgt:
"Zij kunnen slechts de rechtspersoonlijkheid verkrijgen of behouden op voorwaarde dat zij:
1° deelnemen aan de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen bedoeld in het eerste lid, a);
2° minstens een dienst bedoeld in het eerste lid, b), oprichten of aangesloten zijn bij een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, § 1, eerste lid, of bij een landsbond die minstens een dergelijke dienst voor de leden van het ziekenfonds organiseert.".
1° er wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"Een ziekenfonds moet evenwel, in afwijking van het eerste lid, geen dienst bedoeld in het eerste lid, b), organiseren als het is aangesloten bij een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, § 1, eerste lid, of bij een landsbond die minstens een dergelijke dienst voor de leden van dit ziekenfonds organiseert.";
2° het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt vervangen als volgt:
"Zij kunnen slechts de rechtspersoonlijkheid verkrijgen of behouden op voorwaarde dat zij:
1° deelnemen aan de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen bedoeld in het eerste lid, a);
2° minstens een dienst bedoeld in het eerste lid, b), oprichten of aangesloten zijn bij een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, § 1, eerste lid, of bij een landsbond die minstens een dergelijke dienst voor de leden van het ziekenfonds organiseert.".
Art. 2. A l'article 3 de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités, modifié en dernier lieu par la loi du 26 avril 2010, les modifications suivantes sont apportées:
1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
"Toutefois, par dérogation à l'alinéa 1er, une mutualité ne doit pas organiser un service visé à l'alinéa 1er, b), si elle est affiliée à une société mutualiste visée à l'article 43bis, § 1er, alinéa 1er, ou à une union nationale qui organise au moins un tel service pour les membres de cette mutualité.";
2° l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit:
"Elles ne pourront obtenir ou maintenir la personnalité juridique qu'à condition:
1° de participer à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités visée à l'alinéa 1er, a);
2° d'instituer au moins un service visé à l'alinéa 1er, b), ou d'être affiliée à une société mutualiste visée à l'article 43bis, § 1er, alinéa 1er, ou à une union nationale qui organise au moins un tel service pour les membres de la mutualité.".
1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
"Toutefois, par dérogation à l'alinéa 1er, une mutualité ne doit pas organiser un service visé à l'alinéa 1er, b), si elle est affiliée à une société mutualiste visée à l'article 43bis, § 1er, alinéa 1er, ou à une union nationale qui organise au moins un tel service pour les membres de cette mutualité.";
2° l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit:
"Elles ne pourront obtenir ou maintenir la personnalité juridique qu'à condition:
1° de participer à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités visée à l'alinéa 1er, a);
2° d'instituer au moins un service visé à l'alinéa 1er, b), ou d'être affiliée à une société mutualiste visée à l'article 43bis, § 1er, alinéa 1er, ou à une union nationale qui organise au moins un tel service pour les membres de la mutualité.".
Art. 3. In artikel 7 van dezelfde wet, zoals laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, wordt het derde lid vervangen als volgt:
"Die toelating moet voldoen aan bepaalde voorwaarden, vastgelegd in het governancecharter bedoeld in paragraaf 3 en die gewijzigd kunnen worden.".
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. De raad van bestuur van elke landsbond neemt een deontologische code en een governancecharter aan, die van toepassing zijn op de landsbond en de ziekenfondsen die er deel van uitmaken.
De Koning bepaalt, op voorstel van de Raad van de Controledienst, wat moet verstaan worden onder "deontologische code" en "governancecharter" en de voorwaarden waaraan ze moeten beantwoorden.
De landsbond deelt die deontologische code en het governancecharter onverwijld mee aan de Controledienst, alsook alle wijzigingen die eraan worden aangebracht.
De deontologische code en het governancecharter worden op de website van de landsbond bekendgemaakt. Als de landsbond geen eigen website heeft, worden die documenten bekendgemaakt op de websites van alle aangesloten entiteiten die geen verzekeringen mogen aanbieden.
Onverminderd het bepaalde in paragraaf 1, indien door de landsbond vastgesteld wordt dat een bij hem aangesloten ziekenfonds niet handelt volgens de statutaire doelstellingen of de verplichtingen opgelegd door deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de voorwaarden van de in paragraaf 1 bedoelde toelating, niet naleeft of de bepalingen van de deontologische code of van het governancecharter niet naleeft:
1° beschikt de landsbond van rechtswege over de mogelijkheid om zijn standpunt rechtstreeks toe te lichten aan de statutaire organen van het ziekenfonds. Die toelichting kan schriftelijk en/of mondeling plaatsvinden tijdens een zitting van de algemene vergadering en/of van de raad van bestuur of van elke andere commissie bedoeld in artikel 23, tweede lid;
2° kan de landsbond het ziekenfonds bevelen om de toestand te regulariseren binnen een door hem bepaalde termijn en, bij gebreke aan regularisatie binnen de opgelegde termijn, kan de landsbond beslissen om een of meer van de volgende maatregelen te nemen:
- de uitoefening van de bevoegdheden van de voornoemde organen van het betrokken ziekenfonds opschorten en ze in zijn plaats uitoefenen gedurende een bepaalde en hernieuwbare periode;
- een betwiste beslissing opschorten of annuleren.
De landsbond informeert de Controledienst onverwijld over zijn vaststelling en over het nemen van een of meerdere voornoemde maatregelen. Hij kan het advies van de Controledienst vragen alvorens een van die maatregelen te nemen. Bovendien beschikt het ziekenfonds over het recht gehoord te worden alvorens een van die maatregelen genomen wordt.
Het ziekenfonds dat de beslissing van de landsbond betwist, kan:
1° in afwezigheid van beroep voor de bevoegde arbeidsrechtbank zoals bedoeld in de bepaling onder 2°, het advies van de Controledienst vragen binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing. In dat geval geeft de Controledienst zijn advies aan de twee partijen binnen de twee maanden na ontvangst van de vraag om advies, na de twee partijen gehoord te hebben;
2° op straffe van verval, binnen de twee maanden na de kennisgeving van de beslissing, via verzoekschrift een beroep indienen bij de bevoegde arbeidsrechtbank.
Bij een verzoek om het advies van de Controledienst zoals bedoeld in 1° wordt deze termijn met twee maanden verlengd. De voor de arbeidsrechtbank ingeleide vordering heeft geen schorsende kracht.
Het ziekenfonds brengt de Controledienst dadelijk op de hoogte van het ingediende beroep.
In geval van het indienen van een beroep bij de bevoegde arbeidsrechtbank na het indienen van een verzoek om het advies van de Controledienst in overeenstemming met de bepaling onder 1° en vooraleer dit advies aan de twee partijen werd bezorgd, wordt het advies van de Controledienst geacht nooit gevraagd te zijn.".
1° in paragraaf 1, wordt het derde lid vervangen als volgt:
"Die toelating moet voldoen aan bepaalde voorwaarden, vastgelegd in het governancecharter bedoeld in paragraaf 3 en die gewijzigd kunnen worden.".
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. De raad van bestuur van elke landsbond neemt een deontologische code en een governancecharter aan, die van toepassing zijn op de landsbond en de ziekenfondsen die er deel van uitmaken.
De Koning bepaalt, op voorstel van de Raad van de Controledienst, wat moet verstaan worden onder "deontologische code" en "governancecharter" en de voorwaarden waaraan ze moeten beantwoorden.
De landsbond deelt die deontologische code en het governancecharter onverwijld mee aan de Controledienst, alsook alle wijzigingen die eraan worden aangebracht.
De deontologische code en het governancecharter worden op de website van de landsbond bekendgemaakt. Als de landsbond geen eigen website heeft, worden die documenten bekendgemaakt op de websites van alle aangesloten entiteiten die geen verzekeringen mogen aanbieden.
Onverminderd het bepaalde in paragraaf 1, indien door de landsbond vastgesteld wordt dat een bij hem aangesloten ziekenfonds niet handelt volgens de statutaire doelstellingen of de verplichtingen opgelegd door deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de voorwaarden van de in paragraaf 1 bedoelde toelating, niet naleeft of de bepalingen van de deontologische code of van het governancecharter niet naleeft:
1° beschikt de landsbond van rechtswege over de mogelijkheid om zijn standpunt rechtstreeks toe te lichten aan de statutaire organen van het ziekenfonds. Die toelichting kan schriftelijk en/of mondeling plaatsvinden tijdens een zitting van de algemene vergadering en/of van de raad van bestuur of van elke andere commissie bedoeld in artikel 23, tweede lid;
2° kan de landsbond het ziekenfonds bevelen om de toestand te regulariseren binnen een door hem bepaalde termijn en, bij gebreke aan regularisatie binnen de opgelegde termijn, kan de landsbond beslissen om een of meer van de volgende maatregelen te nemen:
- de uitoefening van de bevoegdheden van de voornoemde organen van het betrokken ziekenfonds opschorten en ze in zijn plaats uitoefenen gedurende een bepaalde en hernieuwbare periode;
- een betwiste beslissing opschorten of annuleren.
De landsbond informeert de Controledienst onverwijld over zijn vaststelling en over het nemen van een of meerdere voornoemde maatregelen. Hij kan het advies van de Controledienst vragen alvorens een van die maatregelen te nemen. Bovendien beschikt het ziekenfonds over het recht gehoord te worden alvorens een van die maatregelen genomen wordt.
Het ziekenfonds dat de beslissing van de landsbond betwist, kan:
1° in afwezigheid van beroep voor de bevoegde arbeidsrechtbank zoals bedoeld in de bepaling onder 2°, het advies van de Controledienst vragen binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing. In dat geval geeft de Controledienst zijn advies aan de twee partijen binnen de twee maanden na ontvangst van de vraag om advies, na de twee partijen gehoord te hebben;
2° op straffe van verval, binnen de twee maanden na de kennisgeving van de beslissing, via verzoekschrift een beroep indienen bij de bevoegde arbeidsrechtbank.
Bij een verzoek om het advies van de Controledienst zoals bedoeld in 1° wordt deze termijn met twee maanden verlengd. De voor de arbeidsrechtbank ingeleide vordering heeft geen schorsende kracht.
Het ziekenfonds brengt de Controledienst dadelijk op de hoogte van het ingediende beroep.
In geval van het indienen van een beroep bij de bevoegde arbeidsrechtbank na het indienen van een verzoek om het advies van de Controledienst in overeenstemming met de bepaling onder 1° en vooraleer dit advies aan de twee partijen werd bezorgd, wordt het advies van de Controledienst geacht nooit gevraagd te zijn.".
Art. 3. A l'article 7 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 26 avril 2010, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
"Cette autorisation doit satisfaire à certaines conditions, fixées par la charte de gouvernance visée au paragraphe 3, qui peuvent être modifiées.".
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Le conseil d'administration de chaque union nationale adopte un code déontologique, ainsi qu'une charte de gouvernance, qui s'appliquent à l'union nationale et aux mutualités qui en font partie.
Le Roi détermine, sur la proposition du Conseil de l'Office de contrôle, ce qu'il faut entendre par "code déontologique" et par "charte de gouvernance" et les conditions auxquelles ils doivent répondre.
L'union nationale communique sans délai à l'Office de contrôle le code déontologique et la charte de gouvernance susvisés, ainsi que toutes les modifications qui y sont apportées.
Le code déontologique et la charte de gouvernance sont publiés sur le site internet de l'union nationale. En l'absence d'un site internet de l'union nationale, ils sont publiés sur le site internet de l'ensemble des entités affiliées qui ne peuvent pas offrir des assurances.
Sans préjudice des dispositions du paragraphe 1er, l'union nationale qui constate qu'une mutualité affiliée n'agit pas suivant ses objectifs statutaires ou ne respecte pas les obligations imposées par la présente loi ou ses arrêtés d'exécution, en ce compris les conditions de l'autorisation visée au paragraphe 1er ou ne respecte pas les dispositions du code déontologique ou de la charte de gouvernance:
1° dispose de plein droit de la possibilité d'expliquer directement sa position aux organes statutaires de la mutualité. Cette explication peut avoir lieu par écrit et/ou oralement lors d'une séance de l'assemblée générale et/ou du conseil d'administration ou de toute autre commission visée à l'article 23, alinéa 2;
2° peut ordonner à la mutualité de régulariser la situation dans un délai qu'elle détermine et, à défaut de régularisation dans le délai imparti, l'union nationale peut décider de prendre une ou plusieurs mesures suivantes:
- suspendre l'exercice des compétences des organes susvisés de la mutualité concernée et s'y substituer pendant une période déterminée et renouvelable;
- suspendre ou annuler une décision litigieuse.
L'union nationale informe sans délai l'Office de contrôle de sa constatation et de l'adoption d'une ou plusieurs mesures susvisées. Elle peut solliciter l'avis de l'Office avant d'adopter l'une de ces mesures. Par ailleurs, la mutualité dispose du droit d'être entendue avant l'adoption de l'une de ces mesures.
La mutualité qui conteste la décision de l'union nationale peut:
1° solliciter, en l'absence de recours devant le tribunal du travail compétent visé au 2°, l'avis de l'Office de contrôle à ce propos dans un délai d'un mois à compter de la notification de la décision. Dans ce cas, l'Office de contrôle communique son avis aux deux parties dans les deux mois de la réception de la demande d'avis, après avoir entendu les deux parties;
2° introduire, à peine de déchéance, un recours par voie de requête devant le tribunal du travail compétent dans les deux mois de la notification de la décision.
En cas de sollicitation de l'avis de l'Office visé au 1°, ce délai est prolongé de deux mois. L'action introduite devant le tribunal du travail n'est pas suspensive.
La mutualité avertit sans délai l'Office de contrôle de l'introduction de ce recours.
En cas d'introduction d'un recours devant le tribunal du travail compétent après avoir sollicité l'avis de l'Office de contrôle conformément au 1° et avant que cet avis ait été communiqué aux deux parties, l'avis de l'Office de contrôle est censé ne jamais avoir été sollicité.".
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
"Cette autorisation doit satisfaire à certaines conditions, fixées par la charte de gouvernance visée au paragraphe 3, qui peuvent être modifiées.".
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Le conseil d'administration de chaque union nationale adopte un code déontologique, ainsi qu'une charte de gouvernance, qui s'appliquent à l'union nationale et aux mutualités qui en font partie.
Le Roi détermine, sur la proposition du Conseil de l'Office de contrôle, ce qu'il faut entendre par "code déontologique" et par "charte de gouvernance" et les conditions auxquelles ils doivent répondre.
L'union nationale communique sans délai à l'Office de contrôle le code déontologique et la charte de gouvernance susvisés, ainsi que toutes les modifications qui y sont apportées.
Le code déontologique et la charte de gouvernance sont publiés sur le site internet de l'union nationale. En l'absence d'un site internet de l'union nationale, ils sont publiés sur le site internet de l'ensemble des entités affiliées qui ne peuvent pas offrir des assurances.
Sans préjudice des dispositions du paragraphe 1er, l'union nationale qui constate qu'une mutualité affiliée n'agit pas suivant ses objectifs statutaires ou ne respecte pas les obligations imposées par la présente loi ou ses arrêtés d'exécution, en ce compris les conditions de l'autorisation visée au paragraphe 1er ou ne respecte pas les dispositions du code déontologique ou de la charte de gouvernance:
1° dispose de plein droit de la possibilité d'expliquer directement sa position aux organes statutaires de la mutualité. Cette explication peut avoir lieu par écrit et/ou oralement lors d'une séance de l'assemblée générale et/ou du conseil d'administration ou de toute autre commission visée à l'article 23, alinéa 2;
2° peut ordonner à la mutualité de régulariser la situation dans un délai qu'elle détermine et, à défaut de régularisation dans le délai imparti, l'union nationale peut décider de prendre une ou plusieurs mesures suivantes:
- suspendre l'exercice des compétences des organes susvisés de la mutualité concernée et s'y substituer pendant une période déterminée et renouvelable;
- suspendre ou annuler une décision litigieuse.
L'union nationale informe sans délai l'Office de contrôle de sa constatation et de l'adoption d'une ou plusieurs mesures susvisées. Elle peut solliciter l'avis de l'Office avant d'adopter l'une de ces mesures. Par ailleurs, la mutualité dispose du droit d'être entendue avant l'adoption de l'une de ces mesures.
La mutualité qui conteste la décision de l'union nationale peut:
1° solliciter, en l'absence de recours devant le tribunal du travail compétent visé au 2°, l'avis de l'Office de contrôle à ce propos dans un délai d'un mois à compter de la notification de la décision. Dans ce cas, l'Office de contrôle communique son avis aux deux parties dans les deux mois de la réception de la demande d'avis, après avoir entendu les deux parties;
2° introduire, à peine de déchéance, un recours par voie de requête devant le tribunal du travail compétent dans les deux mois de la notification de la décision.
En cas de sollicitation de l'avis de l'Office visé au 1°, ce délai est prolongé de deux mois. L'action introduite devant le tribunal du travail n'est pas suspensive.
La mutualité avertit sans délai l'Office de contrôle de l'introduction de ce recours.
En cas d'introduction d'un recours devant le tribunal du travail compétent après avoir sollicité l'avis de l'Office de contrôle conformément au 1° et avant que cet avis ait été communiqué aux deux parties, l'avis de l'Office de contrôle est censé ne jamais avoir été sollicité.".
Art. 4. In artikel 12, § 2, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 12 augustus 2000 en gewijzigd bij de wet van 17 juli 2015, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Elkeen kan kennis nemen van de statuten en van de lijst van de bestuurders en hiervan een kopie krijgen bij het ziekenfonds of de landsbond.".
"Elkeen kan kennis nemen van de statuten en van de lijst van de bestuurders en hiervan een kopie krijgen bij het ziekenfonds of de landsbond.".
Art. 4. A l'article 12, § 2, de la même loi, remplacé par la loi du 12 août 2000 et modifié par la loi du 17 juillet 2015, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Toute personne peut prendre connaissance des statuts et de la liste des administrateurs et en obtenir copie auprès de la mutualité ou de l'union nationale.".
"Toute personne peut prendre connaissance des statuts et de la liste des administrateurs et en obtenir copie auprès de la mutualité ou de l'union nationale.".
Art. 5. In artikel 15 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 januari 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 3° bis ingevoegd, luidende:
"3bis° de toekenning van zitpenningen of de terugbetaling van kosten aan de bestuurders en aan de leden van de algemene vergadering;";
2° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 5° vervangen als volgt:
"5° de samenwerking met derden, bedoeld in artikel 43, behalve voor de vormen van samenwerking of het onderwerp van de samenwerking, die de Koning definieert, op voorstel van de Controledienst en na advies van het Technisch comité bedoeld in artikel 54;";
3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De algemene vergadering van een landsbond beraadslaagt en beslist over de volgende aangelegenheden:
1° de statutenwijzigingen;
2° de verkiezing en de afzetting van de bestuurders;
3° de goedkeuring van de begrotingen en jaarrekeningen;
4° de toekenning van zitpenningen of de terugbetaling van kosten aan de bestuurders en aan de leden van de algemene vergadering;
5° de aanstelling van een of meerdere bedrijfsrevisoren;
6° de samenwerking met derden, bedoeld in artikel 43, behalve voor de vormen van samenwerking of het onderwerp van de samenwerking, die de Koning definieert, op voorstel van de Controledienst en na advies van het Technisch comité bedoeld in artikel 54;
7° de goedkeuring van de groepering van diensten van aangesloten ziekenfondsen in een door artikel 43bis, § 1, eerste lid, bedoelde maatschappij van onderlinge bijstand;
8° de goedkeuring van de oprichting van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, § 5;
9° de goedkeuring van de oprichting van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, § 1, tweede lid;
10° de goedkeuring van de aansluiting van een ziekenfonds bij een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, §§ 1, eerste lid, of 5, of in artikel 70, § 7;
11° de goedkeuring van de omvorming van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, § 1, eerste lid, naar een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, § 1, tweede lid;
12° de goedkeuring van de fusie van maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, §§ 1 of 5, of in artikel 70, § 7;
13° de goedkeuring van de vrijwillige ontbinding van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, §§ 1, of 5, of in artikel 70, § 7, daaruit vloeiende de overdracht van portefeuille en de bestemming voor de eventuele overblijvende activa bedoeld in artikel 46, § 4;
14° het verzoek tot aansluiting van een ziekenfonds;
15° de goedkeuring van de vrijwillige ontbinding van een ziekenfonds, bedoeld in artikel 45, en de bestemming voor de eventuele overblijvende activa bedoeld in artikel 46, § 4;
16° de goedkeuring van de fusie van aangesloten ziekenfondsen;
17° de fusie met een andere landsbond;
18° de ontbinding van de landsbond en de handelingen betreffende de vereffening van de landsbond.".
1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 3° bis ingevoegd, luidende:
"3bis° de toekenning van zitpenningen of de terugbetaling van kosten aan de bestuurders en aan de leden van de algemene vergadering;";
2° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 5° vervangen als volgt:
"5° de samenwerking met derden, bedoeld in artikel 43, behalve voor de vormen van samenwerking of het onderwerp van de samenwerking, die de Koning definieert, op voorstel van de Controledienst en na advies van het Technisch comité bedoeld in artikel 54;";
3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De algemene vergadering van een landsbond beraadslaagt en beslist over de volgende aangelegenheden:
1° de statutenwijzigingen;
2° de verkiezing en de afzetting van de bestuurders;
3° de goedkeuring van de begrotingen en jaarrekeningen;
4° de toekenning van zitpenningen of de terugbetaling van kosten aan de bestuurders en aan de leden van de algemene vergadering;
5° de aanstelling van een of meerdere bedrijfsrevisoren;
6° de samenwerking met derden, bedoeld in artikel 43, behalve voor de vormen van samenwerking of het onderwerp van de samenwerking, die de Koning definieert, op voorstel van de Controledienst en na advies van het Technisch comité bedoeld in artikel 54;
7° de goedkeuring van de groepering van diensten van aangesloten ziekenfondsen in een door artikel 43bis, § 1, eerste lid, bedoelde maatschappij van onderlinge bijstand;
8° de goedkeuring van de oprichting van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, § 5;
9° de goedkeuring van de oprichting van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, § 1, tweede lid;
10° de goedkeuring van de aansluiting van een ziekenfonds bij een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, §§ 1, eerste lid, of 5, of in artikel 70, § 7;
11° de goedkeuring van de omvorming van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, § 1, eerste lid, naar een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, § 1, tweede lid;
12° de goedkeuring van de fusie van maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, §§ 1 of 5, of in artikel 70, § 7;
13° de goedkeuring van de vrijwillige ontbinding van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis, §§ 1, of 5, of in artikel 70, § 7, daaruit vloeiende de overdracht van portefeuille en de bestemming voor de eventuele overblijvende activa bedoeld in artikel 46, § 4;
14° het verzoek tot aansluiting van een ziekenfonds;
15° de goedkeuring van de vrijwillige ontbinding van een ziekenfonds, bedoeld in artikel 45, en de bestemming voor de eventuele overblijvende activa bedoeld in artikel 46, § 4;
16° de goedkeuring van de fusie van aangesloten ziekenfondsen;
17° de fusie met een andere landsbond;
18° de ontbinding van de landsbond en de handelingen betreffende de vereffening van de landsbond.".
Art. 5. A l'article 15 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 14 janvier 2002, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, il est inséré le 3° bis rédigé comme suit:
"3bis° l'octroi de jetons de présence ou du remboursement de frais aux administrateurs et aux membres de l'assemblée générale;";
2° dans le paragraphe 1er, le 5° est remplacé par ce qui suit:
"5° la collaboration avec des tiers, visée à l'article 43, sauf pour les formes de collaboration ou l'objet de la collaboration définis par le Roi, sur la proposition de l'Office de contrôle, après avis du Comité technique visé à l'article 54;";
3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. L'assemblée générale d'une union nationale délibère et décide sur les objets suivants:
1° les modifications des statuts;
2° l'élection et la révocation des administrateurs;
3° l'approbation des budgets et comptes annuels;
4° l'octroi de jetons de présence ou du remboursement de frais aux administrateurs et aux membres de l'assemblée générale;
5° la désignation d'un ou de plusieurs réviseurs d'entreprises;
6° la collaboration avec des tiers, visée à l'article 43, sauf pour les formes de collaboration ou l'objet de la collaboration définis par le Roi, sur la proposition de l'Office de contrôle, après avis du Comité technique visé à l'article 54;
7° l'approbation du groupement de services de mutualités affiliées dans une société mutualiste visée à l'article 43bis, § 1er, alinéa 1er;
8° l'approbation de la création d'une société mutualiste visée à l'article 43bis, § 5;
9° l'approbation de la création d'une société mutualiste visée à l'article 43bis, § 1er, alinéa 2;
10° l'approbation de l'affiliation d'une mutualité à une société mutualiste visée à l'article 43bis, §§ 1er, alinéa 1er, ou 5, ou à l'article 70, § 7;
11° l'approbation de la transformation d'une société mutualiste visée à l'article 43bis, § 1er, alinéa 1er, en société mutualiste visée à l'article 43bis, § 1er, alinéa 2;
12° l'approbation de la fusion de sociétés mutualistes visées à l'article 43bis, §§ 1er ou 5, ou à l'article 70, § 7;
13° l'approbation de la dissolution volontaire d'une société mutualiste visée à l'article 43bis, §§ 1er ou 5, ou à l'article 70, § 7, du transfert de portefeuille qui en découle et de la destination à donner aux éventuels actifs résiduels visés à l'article 46, § 4;
14° la demande d'adhésion d'une mutualité;
15° l'approbation de la dissolution volontaire d'une mutualité, visée à l'article 45 et la destination à donner aux éventuels actifs résiduels visés à l'article 46, § 4;
16° l'approbation de la fusion de mutualités affiliées;
17° la fusion avec une autre union nationale;
18° la dissolution de l'union nationale et les opérations relatives à la liquidation de l'union nationale.".
1° dans le paragraphe 1er, il est inséré le 3° bis rédigé comme suit:
"3bis° l'octroi de jetons de présence ou du remboursement de frais aux administrateurs et aux membres de l'assemblée générale;";
2° dans le paragraphe 1er, le 5° est remplacé par ce qui suit:
"5° la collaboration avec des tiers, visée à l'article 43, sauf pour les formes de collaboration ou l'objet de la collaboration définis par le Roi, sur la proposition de l'Office de contrôle, après avis du Comité technique visé à l'article 54;";
3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. L'assemblée générale d'une union nationale délibère et décide sur les objets suivants:
1° les modifications des statuts;
2° l'élection et la révocation des administrateurs;
3° l'approbation des budgets et comptes annuels;
4° l'octroi de jetons de présence ou du remboursement de frais aux administrateurs et aux membres de l'assemblée générale;
5° la désignation d'un ou de plusieurs réviseurs d'entreprises;
6° la collaboration avec des tiers, visée à l'article 43, sauf pour les formes de collaboration ou l'objet de la collaboration définis par le Roi, sur la proposition de l'Office de contrôle, après avis du Comité technique visé à l'article 54;
7° l'approbation du groupement de services de mutualités affiliées dans une société mutualiste visée à l'article 43bis, § 1er, alinéa 1er;
8° l'approbation de la création d'une société mutualiste visée à l'article 43bis, § 5;
9° l'approbation de la création d'une société mutualiste visée à l'article 43bis, § 1er, alinéa 2;
10° l'approbation de l'affiliation d'une mutualité à une société mutualiste visée à l'article 43bis, §§ 1er, alinéa 1er, ou 5, ou à l'article 70, § 7;
11° l'approbation de la transformation d'une société mutualiste visée à l'article 43bis, § 1er, alinéa 1er, en société mutualiste visée à l'article 43bis, § 1er, alinéa 2;
12° l'approbation de la fusion de sociétés mutualistes visées à l'article 43bis, §§ 1er ou 5, ou à l'article 70, § 7;
13° l'approbation de la dissolution volontaire d'une société mutualiste visée à l'article 43bis, §§ 1er ou 5, ou à l'article 70, § 7, du transfert de portefeuille qui en découle et de la destination à donner aux éventuels actifs résiduels visés à l'article 46, § 4;
14° la demande d'adhésion d'une mutualité;
15° l'approbation de la dissolution volontaire d'une mutualité, visée à l'article 45 et la destination à donner aux éventuels actifs résiduels visés à l'article 46, § 4;
16° l'approbation de la fusion de mutualités affiliées;
17° la fusion avec une autre union nationale;
18° la dissolution de l'union nationale et les opérations relatives à la liquidation de l'union nationale.".
Art. 6. In dezelfde wet wordt een artikel 17bis ingevoegd, luidende:
"Art. 17bis. § 1. Een ziekenfonds moet de volgende documenten bezorgen aan de landsbond waarvan het deel uitmaakt, en dat uiterlijk een maand na hun goedkeuring:
1° de verslagen of notulen van de vergaderingen van de algemene vergadering;
2° het budget en de jaarrekeningen van de aanvullende verzekering;
3° het verslag van de revisoren over de jaarrekening van de aanvullende verzekering.
§ 2. De landsbonden hebben van rechtswege, op eenvoudige aanvraag en zonder verplaatsing toegang tot de documenten van de vergaderingen van de algemene vergadering van de ziekenfondsen die er deel van uitmaken.".
"Art. 17bis. § 1. Een ziekenfonds moet de volgende documenten bezorgen aan de landsbond waarvan het deel uitmaakt, en dat uiterlijk een maand na hun goedkeuring:
1° de verslagen of notulen van de vergaderingen van de algemene vergadering;
2° het budget en de jaarrekeningen van de aanvullende verzekering;
3° het verslag van de revisoren over de jaarrekening van de aanvullende verzekering.
§ 2. De landsbonden hebben van rechtswege, op eenvoudige aanvraag en zonder verplaatsing toegang tot de documenten van de vergaderingen van de algemene vergadering van de ziekenfondsen die er deel van uitmaken.".
Art. 6. Dans la même loi, il est inséré un article 17bis rédigé comme suit:
"Art. 17bis. § 1er. Une mutualité transmet les documents suivants à l'union nationale dont elle fait partie, au plus tard un mois après leur approbation:
1° les rapports ou procès-verbaux des réunions de l'assemblée générale;
2° le budget et les comptes annuels de l'assurance complémentaire;
3° le rapport des réviseurs sur les comptes annuels de l'assurance complémentaire.
§ 2. Les unions nationales ont, de plein droit, sur simple demande et sans déplacement, un accès aux documents des réunions de l'assemblée générale des mutualités qui en font partie.".
"Art. 17bis. § 1er. Une mutualité transmet les documents suivants à l'union nationale dont elle fait partie, au plus tard un mois après leur approbation:
1° les rapports ou procès-verbaux des réunions de l'assemblée générale;
2° le budget et les comptes annuels de l'assurance complémentaire;
3° le rapport des réviseurs sur les comptes annuels de l'assurance complémentaire.
§ 2. Les unions nationales ont, de plein droit, sur simple demande et sans déplacement, un accès aux documents des réunions de l'assemblée générale des mutualités qui en font partie.".
Art. 7. In dezelfde wet wordt een artikel 24bis ingevoegd, luidende:
"Art. 24bis. § 1. Een ziekenfonds bezorgt aan de landsbond waarvan het deel uitmaakt, uiterlijk een maand na hun goedkeuring, de verslagen of de notulen van de vergaderingen van de raad van bestuur.
§ 2. De landsbonden hebben van rechtswege, op eenvoudige aanvraag en zonder verplaatsing, toegang tot de documenten van de vergaderingen van de raad van bestuur van de ziekenfondsen die er deel van uitmaken.
Hetzelfde geldt voor de documenten van de commissievergaderingen bedoeld in artikel 23, tweede lid.".
"Art. 24bis. § 1. Een ziekenfonds bezorgt aan de landsbond waarvan het deel uitmaakt, uiterlijk een maand na hun goedkeuring, de verslagen of de notulen van de vergaderingen van de raad van bestuur.
§ 2. De landsbonden hebben van rechtswege, op eenvoudige aanvraag en zonder verplaatsing, toegang tot de documenten van de vergaderingen van de raad van bestuur van de ziekenfondsen die er deel van uitmaken.
Hetzelfde geldt voor de documenten van de commissievergaderingen bedoeld in artikel 23, tweede lid.".
Art. 7. Dans la même loi, il est inséré un article 24bis rédigé comme suit:
"Art. 24bis. § 1er. Une mutualité transmet à l'union nationale dont elle fait partie, au plus tard un mois après leur approbation, les rapports ou procès-verbaux des réunions du conseil d'administration.
§ 2. Les unions nationales ont, de plein droit, sur simple demande et sans déplacement, un accès aux documents des réunions du conseil d'administration des mutualités qui en font partie.
Il en va de même pour les documents des réunions des commissions visées à l'article 23, alinéa 2.".
"Art. 24bis. § 1er. Une mutualité transmet à l'union nationale dont elle fait partie, au plus tard un mois après leur approbation, les rapports ou procès-verbaux des réunions du conseil d'administration.
§ 2. Les unions nationales ont, de plein droit, sur simple demande et sans déplacement, un accès aux documents des réunions du conseil d'administration des mutualités qui en font partie.
Il en va de même pour les documents des réunions des commissions visées à l'article 23, alinéa 2.".
Art. 8. Het opschrift van Afdeling 4 van Hoofdstuk III van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Afdeling 4 - Globale verantwoordelijkheid voor het dagelijks bestuur, leidinggevende functies, en directiefuncties".
"Afdeling 4 - Globale verantwoordelijkheid voor het dagelijks bestuur, leidinggevende functies, en directiefuncties".
Art. 8. L'intitulé de la section 4 du Chapitre III de la même loi est remplacé comme suit:
"Section 4 - Responsabilité globale de la gestion journalière, fonctions dirigeantes et fonctions de direction".
"Section 4 - Responsabilité globale de la gestion journalière, fonctions dirigeantes et fonctions de direction".
Art. 9. Artikel 32 van dezelfde wet, wordt aangevuld met zes leden, luidende:
"De aanstelling van een revisor of van revisoren voor de uitoefening van een mandaat in een ziekenfonds moet, op straffe van nietigheid, gebeuren op voorstel van de landsbond waarvan het ziekenfonds deel uitmaakt.
De voorafgaande instemming van de Controledienst is vereist voor de aanstelling van een erkende revisor voor het uitoefenen van een revisoraal mandaat. Behalve in buitengewone omstandigheden moet het ziekenfonds of de landsbond op straffe van nietigheid minstens een maand voor de geplande datum waarop de aanstelling aan de algemene vergadering wordt voorgesteld, die instemming vragen. Wanneer een vennootschap van revisoren wordt aangesteld, betreft de aanvraag tot voorafgaande instemming van de Controledienst ook de erkende revisor(en) die in naam van en voor rekening van de revisorenvennootschap de revisiefunctie uitoefen(en).
Voor het verlenen van de in het derde lid bedoelde instemming houdt de Controledienst inzonderheid rekening met de beschikbaarheid van de kandidaat gelet op zijn andere revisorale opdrachten, met de omvang en de organisatie van zijn kantoor, met zijn kennis en beroepservaring gezien de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteit van het ziekenfonds of van de landsbond van ziekenfondsen waar hij zou worden aangesteld, alsook met de onafhankelijkheid van de kandidaat tegenover deze entiteiten.
De aanstelling van de bedrijfsrevisor(en) kan op straffe van nietigheid slechts plaatsvinden na de Controledienst in kennis te hebben gesteld van de bezoldiging die aan die functie is verbonden.
De wijzigingen aan die bezoldiging worden eveneens op straffe van nietigheid aan de Controledienst meegedeeld.
De Controledienst legt vast hoe het dossier voor de aanvraag van de voorafgaande instemming van de Controledienst met de aanstelling als revisor of revisoren-vennootschap in een mutualistische entiteit op straffe van onontvankelijkheid moet worden samengesteld. Hij legt ook vast wat in het derde lid moet worden verstaan onder "buitengewone omstandigheden".".
"De aanstelling van een revisor of van revisoren voor de uitoefening van een mandaat in een ziekenfonds moet, op straffe van nietigheid, gebeuren op voorstel van de landsbond waarvan het ziekenfonds deel uitmaakt.
De voorafgaande instemming van de Controledienst is vereist voor de aanstelling van een erkende revisor voor het uitoefenen van een revisoraal mandaat. Behalve in buitengewone omstandigheden moet het ziekenfonds of de landsbond op straffe van nietigheid minstens een maand voor de geplande datum waarop de aanstelling aan de algemene vergadering wordt voorgesteld, die instemming vragen. Wanneer een vennootschap van revisoren wordt aangesteld, betreft de aanvraag tot voorafgaande instemming van de Controledienst ook de erkende revisor(en) die in naam van en voor rekening van de revisorenvennootschap de revisiefunctie uitoefen(en).
Voor het verlenen van de in het derde lid bedoelde instemming houdt de Controledienst inzonderheid rekening met de beschikbaarheid van de kandidaat gelet op zijn andere revisorale opdrachten, met de omvang en de organisatie van zijn kantoor, met zijn kennis en beroepservaring gezien de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteit van het ziekenfonds of van de landsbond van ziekenfondsen waar hij zou worden aangesteld, alsook met de onafhankelijkheid van de kandidaat tegenover deze entiteiten.
De aanstelling van de bedrijfsrevisor(en) kan op straffe van nietigheid slechts plaatsvinden na de Controledienst in kennis te hebben gesteld van de bezoldiging die aan die functie is verbonden.
De wijzigingen aan die bezoldiging worden eveneens op straffe van nietigheid aan de Controledienst meegedeeld.
De Controledienst legt vast hoe het dossier voor de aanvraag van de voorafgaande instemming van de Controledienst met de aanstelling als revisor of revisoren-vennootschap in een mutualistische entiteit op straffe van onontvankelijkheid moet worden samengesteld. Hij legt ook vast wat in het derde lid moet worden verstaan onder "buitengewone omstandigheden".".
Art. 9. L'article 32 de la même loi, est complété par six alinéas rédigés comme suit:
"La désignation du ou des réviseurs pour exercer un mandat dans une mutualité doit, à peine de nullité, être effectuée sur la proposition de l'union nationale dont elle fait partie.
La désignation d'un réviseur agréé pour exercer un mandat révisoral est subordonnée à l'accord préalable de l'Office de contrôle. Sauf circonstances exceptionnelles, la mutualité ou l'union nationale doit solliciter, sous peine de nullité, cet accord au moins un mois avant la date prévue de proposition de désignation à l'assemblée générale. En cas de désignation d'une société de révision, la demande d'accord préalable de l'Office de contrôle porte simultanément sur le ou les réviseurs agréés qui effectueront au nom et pour le compte de la société de révision, les fonctions de révision concernées.
En vue de l'octroi de l'accord visé à l'alinéa 3, l'Office de contrôle prend en considération, notamment, tout motif tenant à la disponibilité du candidat vu ses autres fonctions révisorales, à l'importance et à l'organisation de son cabinet, à ses connaissances et expérience eu égard à la nature, à l'importance et à la complexité de l'activité de la mutualité ou de l'union nationale auprès de laquelle sa désignation est envisagée, ainsi qu'à l'indépendance du candidat par rapport à ces mêmes entités.
La désignation du ou des réviseurs d'entreprises ne peut, sous peine de nullité, être effectuée qu'après avoir communiqué à l'Office de contrôle la rémunération attachée à cette fonction.
Les modifications à cette rémunération sont également communiquées à l'Office de contrôle, sous peine de nullité.
L'Office de contrôle détermine comment doit être composé, sous peine d'irrecevabilité, le dossier pour la demande d'accord préalable par l'Office de contrôle de la désignation en tant que réviseur ou de société de révision auprès d'une entité mutualiste. Par ailleurs, il détermine ce qu'il y a lieu d'entendre par "circonstances exceptionnelles" à l'alinéa 3.".
"La désignation du ou des réviseurs pour exercer un mandat dans une mutualité doit, à peine de nullité, être effectuée sur la proposition de l'union nationale dont elle fait partie.
La désignation d'un réviseur agréé pour exercer un mandat révisoral est subordonnée à l'accord préalable de l'Office de contrôle. Sauf circonstances exceptionnelles, la mutualité ou l'union nationale doit solliciter, sous peine de nullité, cet accord au moins un mois avant la date prévue de proposition de désignation à l'assemblée générale. En cas de désignation d'une société de révision, la demande d'accord préalable de l'Office de contrôle porte simultanément sur le ou les réviseurs agréés qui effectueront au nom et pour le compte de la société de révision, les fonctions de révision concernées.
En vue de l'octroi de l'accord visé à l'alinéa 3, l'Office de contrôle prend en considération, notamment, tout motif tenant à la disponibilité du candidat vu ses autres fonctions révisorales, à l'importance et à l'organisation de son cabinet, à ses connaissances et expérience eu égard à la nature, à l'importance et à la complexité de l'activité de la mutualité ou de l'union nationale auprès de laquelle sa désignation est envisagée, ainsi qu'à l'indépendance du candidat par rapport à ces mêmes entités.
La désignation du ou des réviseurs d'entreprises ne peut, sous peine de nullité, être effectuée qu'après avoir communiqué à l'Office de contrôle la rémunération attachée à cette fonction.
Les modifications à cette rémunération sont également communiquées à l'Office de contrôle, sous peine de nullité.
L'Office de contrôle détermine comment doit être composé, sous peine d'irrecevabilité, le dossier pour la demande d'accord préalable par l'Office de contrôle de la désignation en tant que réviseur ou de société de révision auprès d'une entité mutualiste. Par ailleurs, il détermine ce qu'il y a lieu d'entendre par "circonstances exceptionnelles" à l'alinéa 3.".
Art. 10. Artikel 43quater van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 12 augustus 2000 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 2010, wordt vervangen als volgt:
"Artikel 43quater. § 1. Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder:
1° "reclame": elke vorm van mededeling met als directe of indirecte doelstelling de promotie ofwel van de aansluiting bij een ziekenfonds of bij een landsbond ofwel de promotie van het ziekenfonds of de landsbond zelf ofwel de promotie van de inschrijving bij de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering zelf ofwel van een dienst in de zin van de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, §§ 2 en 4, van deze wet en van artikel 67, vijfde lid, van de voornoemde wet van 26 april 2010, ingericht door een ziekenfonds of een landsbond;
2° "vergelijkende reclame": elke reclame die op directe of indirecte, expliciete of impliciete wijze via vergelijking één of meerdere ziekenfonds(en) of landsbond(en) of een dienst bedoeld in de bepaling onder 1° of de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering identificeert;
3° "bedrieglijke reclame": elke reclame die op enigerlei wijze, met inbegrip van haar presentatie, tot vergissing leidt of kan leiden en die ingevolge dit bedrieglijk karakter het gedrag van personen kan beïnvloeden of die om deze redenen nadeel berokkent of kan berokkenen aan één of meerdere ander(e) ziekenfonds(en) of landsbond(en) of aan de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
§ 2. Elke bedrieglijke reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond of in hoofde van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering is verboden.
Een vergelijkende reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond of in hoofde van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering is slechts verboden voor zover ze niet voldoet aan de voorwaarden opdat een vergelijkende reclame zoals bedoeld in het Wetboek van economisch recht geoorloofd is door dit Wetboek.
§ 3. Is eveneens verboden, in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond, het voeren van reclame:
1° betreffende de inhoud van statutaire bepalingen die nog niet goedgekeurd zijn door de Controledienst;
2° onder een andere benaming dan diegene die opgenomen is in de statuten;
3° betreffende de toekenning van voordelen in het kader van diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, §§ 2 en 4, van deze wet en in artikel 67, vijfde lid, van de voornoemde wet van 26 april 2010, onder een andere beperkende voorwaarde wat hun beschikbaarheid betreft dan deze, bedoeld in artikel 67, eerste lid, h), van de voornoemde wet van 26 april 2010, volgens dewelke de toekenning van de prestaties afhangt van de beschikbare middelen op het betrokken moment.
§ 4. Behoudens tegenbewijs wordt voor de toepassing van deze wet eveneens als een reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond beschouwd, een reclame, bedoeld in de paragrafen 2 en 3, gevoerd:
1° door een rechtspersoon waarmee het ziekenfonds of de landsbond samenwerkt zoals voorzien in artikel 43;
2° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis waarbij het ziekenfonds aangesloten is;
3° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis die bij de landsbond aangesloten is;
4° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 6, waarvan het ziekenfonds een afdeling uitmaakt;
5° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 1, b), die bij het ziekenfonds aangesloten is.
§ 5. Voor de toepassing van deze wet wordt eveneens als een reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond beschouwd, een reclame, bedoeld in de paragrafen 2 en 3, gevoerd door elke andere derde met samenwerking van het ziekenfonds of van de landsbond van ziekenfondsen of van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.".
"Artikel 43quater. § 1. Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder:
1° "reclame": elke vorm van mededeling met als directe of indirecte doelstelling de promotie ofwel van de aansluiting bij een ziekenfonds of bij een landsbond ofwel de promotie van het ziekenfonds of de landsbond zelf ofwel de promotie van de inschrijving bij de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering zelf ofwel van een dienst in de zin van de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, §§ 2 en 4, van deze wet en van artikel 67, vijfde lid, van de voornoemde wet van 26 april 2010, ingericht door een ziekenfonds of een landsbond;
2° "vergelijkende reclame": elke reclame die op directe of indirecte, expliciete of impliciete wijze via vergelijking één of meerdere ziekenfonds(en) of landsbond(en) of een dienst bedoeld in de bepaling onder 1° of de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering identificeert;
3° "bedrieglijke reclame": elke reclame die op enigerlei wijze, met inbegrip van haar presentatie, tot vergissing leidt of kan leiden en die ingevolge dit bedrieglijk karakter het gedrag van personen kan beïnvloeden of die om deze redenen nadeel berokkent of kan berokkenen aan één of meerdere ander(e) ziekenfonds(en) of landsbond(en) of aan de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
§ 2. Elke bedrieglijke reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond of in hoofde van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering is verboden.
Een vergelijkende reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond of in hoofde van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering is slechts verboden voor zover ze niet voldoet aan de voorwaarden opdat een vergelijkende reclame zoals bedoeld in het Wetboek van economisch recht geoorloofd is door dit Wetboek.
§ 3. Is eveneens verboden, in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond, het voeren van reclame:
1° betreffende de inhoud van statutaire bepalingen die nog niet goedgekeurd zijn door de Controledienst;
2° onder een andere benaming dan diegene die opgenomen is in de statuten;
3° betreffende de toekenning van voordelen in het kader van diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, §§ 2 en 4, van deze wet en in artikel 67, vijfde lid, van de voornoemde wet van 26 april 2010, onder een andere beperkende voorwaarde wat hun beschikbaarheid betreft dan deze, bedoeld in artikel 67, eerste lid, h), van de voornoemde wet van 26 april 2010, volgens dewelke de toekenning van de prestaties afhangt van de beschikbare middelen op het betrokken moment.
§ 4. Behoudens tegenbewijs wordt voor de toepassing van deze wet eveneens als een reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond beschouwd, een reclame, bedoeld in de paragrafen 2 en 3, gevoerd:
1° door een rechtspersoon waarmee het ziekenfonds of de landsbond samenwerkt zoals voorzien in artikel 43;
2° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis waarbij het ziekenfonds aangesloten is;
3° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis die bij de landsbond aangesloten is;
4° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 6, waarvan het ziekenfonds een afdeling uitmaakt;
5° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 1, b), die bij het ziekenfonds aangesloten is.
§ 5. Voor de toepassing van deze wet wordt eveneens als een reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond beschouwd, een reclame, bedoeld in de paragrafen 2 en 3, gevoerd door elke andere derde met samenwerking van het ziekenfonds of van de landsbond van ziekenfondsen of van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.".
Art. 10. L'article 43quater de la même loi, inséré par la loi du 12 août 2000 et modifié en dernier lieu par la loi du 26 avril 2010, est remplacé par ce qui suit:
"Article 43quater. § 1er. Pour l'application de la présente loi, on entend par:
1° "publicité": toute forme de communication dans le but direct ou indirect de promouvoir, soit l'affiliation à une mutualité ou une union nationale, soit la mutualité ou l'union nationale elle-même, soit l'inscription à la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité, soit un service, au sens des articles 3, alinéa 1er, b) et c), et 7, §§ 2 et 4, de la présente loi et de l'article 67, alinéa 5, de la loi précitée du 26 avril 2010 organisé par une mutualité ou une union nationale;
2° "publicité comparative": toute publicité qui de manière directe ou indirecte, explicite ou implicite, identifie, par comparaison, une ou plusieurs autre(s) mutualité(s) ou union(s) nationale(s) ou un service visé au 1° ou la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité;
3° "publicité trompeuse": toute publicité qui, d'une manière quelconque, y compris sa présentation, induit en erreur ou est susceptible d'induire en erreur et qui, en raison de ce caractère trompeur, est susceptible d'affecter le comportement de personnes ou qui, pour ces raisons, porte préjudice ou est susceptible de porter préjudice à une ou plusieurs autre(s) mutualité(s) ou union(s) nationale(s) ou à la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité.
§ 2. Toute publicité trompeuse dans le chef d'une mutualité ou d'une union nationale ou dans le chef de la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité est interdite.
Une publicité comparative dans le chef d'une mutualité ou d'une union nationale ou dans le chef de la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité n'est interdite que si elle ne remplit pas les conditions pour qu'une publicité comparative telle que visée au Code de droit économique soit autorisée par ce Code.
§ 3. Il est également interdit, dans le chef d'une mutualité ou d'une union nationale, d'effectuer de la publicité:
1° relative au contenu de dispositions statutaires qui n'ont pas encore été approuvées par l'Office de contrôle;
2° sous une autre dénomination que celle reprise dans les statuts;
3° relative à l'octroi d'avantages dans le cadre de services visés aux articles 3, alinéa 1er, b) et c), et 7, §§ 2 et 4, de la présente loi et de l'article 67, alinéa 5, de la loi précitée du 26 avril 2010 qui mentionne une autre condition limitative au sujet de leur disponibilité que celle, prévue par l'article 67, alinéa 1er, h), de la loi précitée du 26 avril 2010, aux termes de laquelle l'octroi des prestations dépend des moyens disponibles au moment concerné.
§ 4. Pour l'application de la présente loi, sauf preuve du contraire, est également considérée comme une publicité dans le chef d'une mutualité ou d'une union nationale, une publicité, visée aux paragraphes 2 et 3, effectuée:
1° par une personne juridique avec laquelle la mutualité ou l'union nationale collabore comme prévu à l'article 43;
2° par une société mutualiste visée à l'article 43bis à laquelle la mutualité est affiliée;
3° par une société mutualiste visée à l'article 43bis qui est affiliée à l'union nationale;
4° par une société mutualiste visée à l'article 70, § 6, dont la mutualité constitue une section;
5° par une société mutualiste visée à l'article 70, § 1er, b), qui est affiliée à la mutualité.
§ 5. Pour l'application de la présente loi, est également considérée comme une publicité dans le chef d'une mutualité ou d'une union nationale, une publicité, visée aux paragraphes 2 et 3, effectuée par tout autre tiers avec la collaboration de la mutualité ou de l'union nationale de mutualités ou de la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité.".
"Article 43quater. § 1er. Pour l'application de la présente loi, on entend par:
1° "publicité": toute forme de communication dans le but direct ou indirect de promouvoir, soit l'affiliation à une mutualité ou une union nationale, soit la mutualité ou l'union nationale elle-même, soit l'inscription à la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité, soit un service, au sens des articles 3, alinéa 1er, b) et c), et 7, §§ 2 et 4, de la présente loi et de l'article 67, alinéa 5, de la loi précitée du 26 avril 2010 organisé par une mutualité ou une union nationale;
2° "publicité comparative": toute publicité qui de manière directe ou indirecte, explicite ou implicite, identifie, par comparaison, une ou plusieurs autre(s) mutualité(s) ou union(s) nationale(s) ou un service visé au 1° ou la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité;
3° "publicité trompeuse": toute publicité qui, d'une manière quelconque, y compris sa présentation, induit en erreur ou est susceptible d'induire en erreur et qui, en raison de ce caractère trompeur, est susceptible d'affecter le comportement de personnes ou qui, pour ces raisons, porte préjudice ou est susceptible de porter préjudice à une ou plusieurs autre(s) mutualité(s) ou union(s) nationale(s) ou à la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité.
§ 2. Toute publicité trompeuse dans le chef d'une mutualité ou d'une union nationale ou dans le chef de la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité est interdite.
Une publicité comparative dans le chef d'une mutualité ou d'une union nationale ou dans le chef de la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité n'est interdite que si elle ne remplit pas les conditions pour qu'une publicité comparative telle que visée au Code de droit économique soit autorisée par ce Code.
§ 3. Il est également interdit, dans le chef d'une mutualité ou d'une union nationale, d'effectuer de la publicité:
1° relative au contenu de dispositions statutaires qui n'ont pas encore été approuvées par l'Office de contrôle;
2° sous une autre dénomination que celle reprise dans les statuts;
3° relative à l'octroi d'avantages dans le cadre de services visés aux articles 3, alinéa 1er, b) et c), et 7, §§ 2 et 4, de la présente loi et de l'article 67, alinéa 5, de la loi précitée du 26 avril 2010 qui mentionne une autre condition limitative au sujet de leur disponibilité que celle, prévue par l'article 67, alinéa 1er, h), de la loi précitée du 26 avril 2010, aux termes de laquelle l'octroi des prestations dépend des moyens disponibles au moment concerné.
§ 4. Pour l'application de la présente loi, sauf preuve du contraire, est également considérée comme une publicité dans le chef d'une mutualité ou d'une union nationale, une publicité, visée aux paragraphes 2 et 3, effectuée:
1° par une personne juridique avec laquelle la mutualité ou l'union nationale collabore comme prévu à l'article 43;
2° par une société mutualiste visée à l'article 43bis à laquelle la mutualité est affiliée;
3° par une société mutualiste visée à l'article 43bis qui est affiliée à l'union nationale;
4° par une société mutualiste visée à l'article 70, § 6, dont la mutualité constitue une section;
5° par une société mutualiste visée à l'article 70, § 1er, b), qui est affiliée à la mutualité.
§ 5. Pour l'application de la présente loi, est également considérée comme une publicité dans le chef d'une mutualité ou d'une union nationale, une publicité, visée aux paragraphes 2 et 3, effectuée par tout autre tiers avec la collaboration de la mutualité ou de l'union nationale de mutualités ou de la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité.".
Art. 11. In artikel 43quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 12 augustus 2000 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 2010, wordt het tweede lid, vervangen als volgt:
"Behoudens tegenbewijs worden voor de toepassing van deze wet eveneens beschouwd als voordelen bedoeld in het eerste lid, de voordelen van dezelfde aard die worden toegekend:
1° door een rechtspersoon waarmee het ziekenfonds of de landsbond samenwerkt zoals voorzien in artikel 43;
2° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis waarbij het ziekenfonds aangesloten is;
3° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis die bij de landsbond aangesloten is;
4° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 6, waarvan het ziekenfonds een afdeling uitmaakt;
5° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 1, b), die bij het ziekenfonds aangesloten is.
Worden voor de toepassing van deze wet eveneens beschouwd als voordelen, bedoeld in het eerste lid, de voordelen van dezelfde aard die worden toegekend door elke andere derde met samenwerking van het ziekenfonds of van de landsbond van ziekenfondsen.".
"Behoudens tegenbewijs worden voor de toepassing van deze wet eveneens beschouwd als voordelen bedoeld in het eerste lid, de voordelen van dezelfde aard die worden toegekend:
1° door een rechtspersoon waarmee het ziekenfonds of de landsbond samenwerkt zoals voorzien in artikel 43;
2° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis waarbij het ziekenfonds aangesloten is;
3° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis die bij de landsbond aangesloten is;
4° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 6, waarvan het ziekenfonds een afdeling uitmaakt;
5° door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 70, § 1, b), die bij het ziekenfonds aangesloten is.
Worden voor de toepassing van deze wet eveneens beschouwd als voordelen, bedoeld in het eerste lid, de voordelen van dezelfde aard die worden toegekend door elke andere derde met samenwerking van het ziekenfonds of van de landsbond van ziekenfondsen.".
Art. 11. Dans l'article 43quinquies de la même loi, inséré par la loi du 12 août 2000 et modifié en dernier lieu par la loi du 26 avril 2010, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Pour l'application de la présente loi, sauf preuve du contraire, sont également considérés comme des avantages visés à l'alinéa 1er, les avantages de même nature qui sont accordés:
1° par une personne juridique avec laquelle la mutualité ou l'union nationale collabore comme prévu à l'article 43;
2° par une société mutualiste visée à l'article 43bis à laquelle la mutualité est affiliée;
3° par une société mutualiste visée à l'article 43bis qui est affiliée à l'union nationale;
4° par une société mutualiste visée à l'article 70, § 6, dont la mutualité constitue une section;
5° par une société mutualiste visée à l'article 70, § 1er, b), qui est affiliée à la mutualité.
Pour l'application de la présente loi, sont également considérés comme des avantages visés à l'alinéa 1er, les avantages de même nature qui sont accordés par tout autre tiers avec la collaboration de la mutualité ou de l'union nationale de mutualités.".
"Pour l'application de la présente loi, sauf preuve du contraire, sont également considérés comme des avantages visés à l'alinéa 1er, les avantages de même nature qui sont accordés:
1° par une personne juridique avec laquelle la mutualité ou l'union nationale collabore comme prévu à l'article 43;
2° par une société mutualiste visée à l'article 43bis à laquelle la mutualité est affiliée;
3° par une société mutualiste visée à l'article 43bis qui est affiliée à l'union nationale;
4° par une société mutualiste visée à l'article 70, § 6, dont la mutualité constitue une section;
5° par une société mutualiste visée à l'article 70, § 1er, b), qui est affiliée à la mutualité.
Pour l'application de la présente loi, sont également considérés comme des avantages visés à l'alinéa 1er, les avantages de même nature qui sont accordés par tout autre tiers avec la collaboration de la mutualité ou de l'union nationale de mutualités.".
Art. 12. In artikel 44bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2010 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2016, wordt een paragraaf 4bis ingevoegd luidende:
" § 4bis. De fusie van maatschappijen van onderlinge bijstand moet bovendien goedgekeurd worden door de algemene vergadering van de landsbond van de ziekenfondsen die zijn aangesloten bij die maatschappij van onderlinge bijstand of die er een afdeling van uitmaken.".
" § 4bis. De fusie van maatschappijen van onderlinge bijstand moet bovendien goedgekeurd worden door de algemene vergadering van de landsbond van de ziekenfondsen die zijn aangesloten bij die maatschappij van onderlinge bijstand of die er een afdeling van uitmaken.".
Art. 12. Dans l'article 44bis de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2010 et modifié en dernier lieu par la loi du 18 décembre 2016, il est inséré un paragraphe 4bis rédigé comme suit:
" § 4bis. La fusion de sociétés mutualistes doit en outre être approuvée par l'assemblée générale de l'union nationale dont les mutualités, affiliées à cette société mutualiste ou qui en constituent une section, font partie.".
" § 4bis. La fusion de sociétés mutualistes doit en outre être approuvée par l'assemblée générale de l'union nationale dont les mutualités, affiliées à cette société mutualiste ou qui en constituent une section, font partie.".
Art. 13. In artikel 46 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 14 januari 2002 en gewijzigd bij de wet van 2 augustus 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, worden tussen het eerste en het tweede lid zes leden ingevoegd, luidende:
"De aanstelling van de vereffenaar of van de vereffenaars voor de uitoefening van een mandaat in een ziekenfonds moet, op straffe van nietigheid, gebeuren op voorstel van de landsbond waarvan het ziekenfonds deel uitmaakt.
De voorafgaande instemming van de Controledienst is vereist voor de aanstelling van de vereffenaar of van de vereffenaars. Behalve in buitengewone omstandigheden moet het ziekenfonds of de landsbond op straffe van nietigheid minstens een maand voor de geplande datum waarop de aanstelling aan de algemene vergadering wordt voorgesteld, die instemming vragen. Wanneer een vennootschap van revisoren wordt aangesteld, betreft de aanvraag tot voorafgaande instemming van de Controledienst ook de erkende revisor(en) die in naam van en voor rekening van de revisorenvennootschap de functie van vereffenaar uitoefent/uitoefenen.
Voor het verlenen van de in het derde lid bedoelde instemming houdt de Controledienst inzonderheid rekening met de beschikbaarheid van de kandidaat gelet op zijn andere revisorale opdrachten, met de omvang en de organisatie van zijn kantoor, met zijn kennis en beroepservaring gezien de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteit van het ziekenfonds of van de landsbond van ziekenfondsen waar hij zou worden aangesteld, alsook met de onafhankelijkheid van de kandidaat tegenover deze entiteiten.
De aanstelling van de vereffenaar(s) kan op straffe van nietigheid slechts plaatsvinden na de Controledienst in kennis te hebben gesteld van de bezoldiging die aan die functie is verbonden.
De wijzigingen aan die bezoldiging worden eveneens op straffe van nietigheid aan de Controledienst meegedeeld.
De Controledienst legt vast hoe het dossier voor de aanvraag van de voorafgaande instemming van de Controledienst met de aanstelling, als vereffenaar, van een revisor of van revisorenvennootschap op straffe van onontvankelijkheid moet worden samengesteld. Hij legt ook vast wat in het derde lid moet worden verstaan onder "buitengewone omstandigheden.";
2° het artikel wordt aangevuld met de paragraaf 5, luidende:
" § 5. De ontbinding van ziekenfondsen en de bestemming die moet worden gegeven aan de eventuele overblijvende activa, moeten bovendien goedgekeurd worden door de algemene vergadering van de landsbond waartoe ze behoren.".
1° in paragraaf 1, worden tussen het eerste en het tweede lid zes leden ingevoegd, luidende:
"De aanstelling van de vereffenaar of van de vereffenaars voor de uitoefening van een mandaat in een ziekenfonds moet, op straffe van nietigheid, gebeuren op voorstel van de landsbond waarvan het ziekenfonds deel uitmaakt.
De voorafgaande instemming van de Controledienst is vereist voor de aanstelling van de vereffenaar of van de vereffenaars. Behalve in buitengewone omstandigheden moet het ziekenfonds of de landsbond op straffe van nietigheid minstens een maand voor de geplande datum waarop de aanstelling aan de algemene vergadering wordt voorgesteld, die instemming vragen. Wanneer een vennootschap van revisoren wordt aangesteld, betreft de aanvraag tot voorafgaande instemming van de Controledienst ook de erkende revisor(en) die in naam van en voor rekening van de revisorenvennootschap de functie van vereffenaar uitoefent/uitoefenen.
Voor het verlenen van de in het derde lid bedoelde instemming houdt de Controledienst inzonderheid rekening met de beschikbaarheid van de kandidaat gelet op zijn andere revisorale opdrachten, met de omvang en de organisatie van zijn kantoor, met zijn kennis en beroepservaring gezien de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteit van het ziekenfonds of van de landsbond van ziekenfondsen waar hij zou worden aangesteld, alsook met de onafhankelijkheid van de kandidaat tegenover deze entiteiten.
De aanstelling van de vereffenaar(s) kan op straffe van nietigheid slechts plaatsvinden na de Controledienst in kennis te hebben gesteld van de bezoldiging die aan die functie is verbonden.
De wijzigingen aan die bezoldiging worden eveneens op straffe van nietigheid aan de Controledienst meegedeeld.
De Controledienst legt vast hoe het dossier voor de aanvraag van de voorafgaande instemming van de Controledienst met de aanstelling, als vereffenaar, van een revisor of van revisorenvennootschap op straffe van onontvankelijkheid moet worden samengesteld. Hij legt ook vast wat in het derde lid moet worden verstaan onder "buitengewone omstandigheden.";
2° het artikel wordt aangevuld met de paragraaf 5, luidende:
" § 5. De ontbinding van ziekenfondsen en de bestemming die moet worden gegeven aan de eventuele overblijvende activa, moeten bovendien goedgekeurd worden door de algemene vergadering van de landsbond waartoe ze behoren.".
Art. 13. CA l'article 46 de la même loi, remplacé par la loi du 14 janvier 2002 et modifié par la loi du 2 août 2002, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, sont insérés, entre les alinéas 1er et 2, six alinéas rédigés comme suit:
"La désignation du ou des liquidateurs pour exercer un mandat dans une mutualité doit, à peine de nullité, être effectuée sur la proposition de l'union nationale dont elle fait partie.
La désignation du ou des liquidateurs est subordonnée à l'accord préalable de l'Office de contrôle. Sauf circonstances exceptionnelles, la mutualité ou l'union nationale doit solliciter, sous peine de nullité, cet accord au moins un mois avant la date prévue de proposition de désignation à l'assemblée générale. En cas de désignation d'une société de révision, la demande d'accord préalable de l'Office de contrôle porte simultanément sur le ou les réviseurs agréés qui effectueront au nom et pour le compte de la société de révision, les fonctions de liquidateurs concernées.
En vue de l'octroi de l'accord visé à l'alinéa 3, l'Office de contrôle prend en considération, notamment, tout motif tenant à la disponibilité du candidat vu ses autres fonctions révisorales, à l'importance et à l'organisation de son cabinet, à ses connaissances et expérience eu égard à la nature, à l'importance et à la complexité de l'activité de la mutualité ou de l'union nationale auprès de laquelle sa désignation est envisagée, ainsi qu'à l'indépendance du candidat par rapport à ces mêmes entités.
La désignation du ou des liquidateurs ne peut, sous peine de nullité, être effectuée qu'après avoir communiqué à l'Office de contrôle la rémunération attachée à cette fonction.
Les modifications à cette rémunération sont également communiquées à l'Office de contrôle, sous peine de nullité.
L'Office de contrôle détermine comment doit être composé, sous peine d'irrecevabilité, le dossier pour la demande d'accord préalable par l'Office de contrôle de la désignation, en tant que liquidateur, d'un réviseur ou d'une société de révision. Par ailleurs, il détermine ce qu'il y a lieu d'entendre par "circonstances exceptionnelles" à l'alinéa 3.";
2° l'article est complété par le paragraphe 5 rédigé comme suit:
" § 5. La dissolution de mutualités et la destination à donner aux éventuels actifs résiduels doivent en outre être approuvées par l'assemblée générale de l'union nationale à laquelle elles appartiennent.".
1° dans le paragraphe 1er, sont insérés, entre les alinéas 1er et 2, six alinéas rédigés comme suit:
"La désignation du ou des liquidateurs pour exercer un mandat dans une mutualité doit, à peine de nullité, être effectuée sur la proposition de l'union nationale dont elle fait partie.
La désignation du ou des liquidateurs est subordonnée à l'accord préalable de l'Office de contrôle. Sauf circonstances exceptionnelles, la mutualité ou l'union nationale doit solliciter, sous peine de nullité, cet accord au moins un mois avant la date prévue de proposition de désignation à l'assemblée générale. En cas de désignation d'une société de révision, la demande d'accord préalable de l'Office de contrôle porte simultanément sur le ou les réviseurs agréés qui effectueront au nom et pour le compte de la société de révision, les fonctions de liquidateurs concernées.
En vue de l'octroi de l'accord visé à l'alinéa 3, l'Office de contrôle prend en considération, notamment, tout motif tenant à la disponibilité du candidat vu ses autres fonctions révisorales, à l'importance et à l'organisation de son cabinet, à ses connaissances et expérience eu égard à la nature, à l'importance et à la complexité de l'activité de la mutualité ou de l'union nationale auprès de laquelle sa désignation est envisagée, ainsi qu'à l'indépendance du candidat par rapport à ces mêmes entités.
La désignation du ou des liquidateurs ne peut, sous peine de nullité, être effectuée qu'après avoir communiqué à l'Office de contrôle la rémunération attachée à cette fonction.
Les modifications à cette rémunération sont également communiquées à l'Office de contrôle, sous peine de nullité.
L'Office de contrôle détermine comment doit être composé, sous peine d'irrecevabilité, le dossier pour la demande d'accord préalable par l'Office de contrôle de la désignation, en tant que liquidateur, d'un réviseur ou d'une société de révision. Par ailleurs, il détermine ce qu'il y a lieu d'entendre par "circonstances exceptionnelles" à l'alinéa 3.";
2° l'article est complété par le paragraphe 5 rédigé comme suit:
" § 5. La dissolution de mutualités et la destination à donner aux éventuels actifs résiduels doivent en outre être approuvées par l'assemblée générale de l'union nationale à laquelle elles appartiennent.".
Art. 14. Artikel 54 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 2 augustus 2002, wordt vervangen als volgt:
"Art. 54. Bij de Controledienst wordt een Technisch Comité ingesteld dat op verzoek van de minister of van de Raad, of op eigen initiatief, advies geeft over alle kwesties die verband houden met de uitvoering van deze wet. De Controledienst vraagt vooraf advies aan de bevoegde afdeling van het Technisch Comité over de aangelegenheden bedoeld in artikel 52, eerste lid, 4°, 5° en 6°. Hij kan dit advies vragen voor de andere aangelegenheden bedoeld in voornoemd artikel 52.
Het Technisch Comité bestaat uit twee afdelingen: een afdeling "Ziekenfondsen" en een afdeling "Mutualistische verzekeringen".
De afdeling "Mutualistische verzekeringen" is bevoegd voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 52, eerste lid, 11° en 12°, alsook in het algemeen voor alle aangelegenheden die de verzekeringsmaatschappijen van onderlinge bijstand en hun verzekeringstussenpersonen betreffen.
De afdeling "Ziekenfondsen" is bevoegd voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 52, eerste lid, 4°, 5° en 6°, alsook voor de andere aangelegenheden bedoeld in voornoemd artikel 52.
Wanneer dit noodzakelijk is, kan er een advies gevraagd worden aan elke afdeling van het Technisch Comité.
Het advies van de bevoegde afdeling van het Technisch Comité wordt meegedeeld binnen de vier maanden vanaf de schriftelijke vraag om advies uitgaande van de minister of van de Raad van de Controledienst.
In afwijking van het zesde lid:
1° kunnen de minister en de Raad van de Controle-dienst, bij behoorlijk met reden omklede hoogdringendheid, een kortere termijn vastleggen zonder dat deze evenwel minder dan acht werkdagen kan bedragen te rekenen vanaf de schriftelijke vraag om advies;
2° kan een langere termijn, die evenwel niet langer mag zijn dan zes maanden, worden toegekend door de minister of de Raad van de Controledienst wanneer de aangelegenheid waarover advies wordt gevraagd ingewikkeld is of wanneer de bevoegde afdeling van het Technisch Comité het advies wenst te krijgen van een andere instantie over dezelfde aangelegenheid.
Voor de toepassing van dit artikel geldt, behoudens een specifiek schrijven, de eerste inschrijving van de betreffende vraag in de agenda van een zitting van de bevoegde afdeling van het Technisch Comité als een schriftelijke vraag om advies uitgaande van de Raad van de Controledienst.".
"Art. 54. Bij de Controledienst wordt een Technisch Comité ingesteld dat op verzoek van de minister of van de Raad, of op eigen initiatief, advies geeft over alle kwesties die verband houden met de uitvoering van deze wet. De Controledienst vraagt vooraf advies aan de bevoegde afdeling van het Technisch Comité over de aangelegenheden bedoeld in artikel 52, eerste lid, 4°, 5° en 6°. Hij kan dit advies vragen voor de andere aangelegenheden bedoeld in voornoemd artikel 52.
Het Technisch Comité bestaat uit twee afdelingen: een afdeling "Ziekenfondsen" en een afdeling "Mutualistische verzekeringen".
De afdeling "Mutualistische verzekeringen" is bevoegd voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 52, eerste lid, 11° en 12°, alsook in het algemeen voor alle aangelegenheden die de verzekeringsmaatschappijen van onderlinge bijstand en hun verzekeringstussenpersonen betreffen.
De afdeling "Ziekenfondsen" is bevoegd voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 52, eerste lid, 4°, 5° en 6°, alsook voor de andere aangelegenheden bedoeld in voornoemd artikel 52.
Wanneer dit noodzakelijk is, kan er een advies gevraagd worden aan elke afdeling van het Technisch Comité.
Het advies van de bevoegde afdeling van het Technisch Comité wordt meegedeeld binnen de vier maanden vanaf de schriftelijke vraag om advies uitgaande van de minister of van de Raad van de Controledienst.
In afwijking van het zesde lid:
1° kunnen de minister en de Raad van de Controle-dienst, bij behoorlijk met reden omklede hoogdringendheid, een kortere termijn vastleggen zonder dat deze evenwel minder dan acht werkdagen kan bedragen te rekenen vanaf de schriftelijke vraag om advies;
2° kan een langere termijn, die evenwel niet langer mag zijn dan zes maanden, worden toegekend door de minister of de Raad van de Controledienst wanneer de aangelegenheid waarover advies wordt gevraagd ingewikkeld is of wanneer de bevoegde afdeling van het Technisch Comité het advies wenst te krijgen van een andere instantie over dezelfde aangelegenheid.
Voor de toepassing van dit artikel geldt, behoudens een specifiek schrijven, de eerste inschrijving van de betreffende vraag in de agenda van een zitting van de bevoegde afdeling van het Technisch Comité als een schriftelijke vraag om advies uitgaande van de Raad van de Controledienst.".
Art. 14. L'article 54 de la même loi, modifié par la loi du 2 août 2002, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 54. Un Comité technique est institué auprès de l'Office de contrôle qui, soit à la demande du ministre ou du Conseil, soit de sa propre initiative, donne un avis sur toutes les questions se rapportant à l'exécution de la présente loi. L'Office de contrôle demande l'avis préalable de la section compétente du comité technique sur les matières visées à l'article 52, alinéa 1er, 4°, 5° et 6°. Il peut le demander dans les autres matières visées à l'article 52 précité.
Le Comité technique se compose de deux sections: une section "Mutualités" et une section "Assurances mutualistes".
La section "Assurances mutualistes" est compétente pour ce qui concerne les matières visées à l'article 52, alinéa 1er, 11° et 12°, ainsi que de manière générale pour toutes les matières qui concernent les sociétés mutualistes d'assurances et leurs intermédiaires d'assurance.
La section "Mutualités" est compétente pour ce qui concerne les matières visées à l'article 52, alinéa 1er, 4°, 5° et 6°, ainsi que pour les autres matières visées par l'article 52 précité.
Lorsque cela s'avère nécessaire, un avis peut être demandé à chaque section du Comité technique.
L'avis de la section compétente du Comité technique est communiqué dans les quatre mois de la demande d'avis écrite émanant du ministre ou du Conseil de l'Office de contrôle.
Par dérogation à l'alinéa 6:
1° le ministre ou le Conseil de l'Office de contrôle peuvent, en cas d'urgence dûment motivée, fixer un délai plus court qui ne peut toutefois être inférieur à huit jours ouvrables à partir de la date de demande d'avis écrite;
2° un délai plus long, qui ne peut toutefois pas dépasser six mois, peut être octroyé par le ministre ou le Conseil de l'Office, lorsque la matière à propos de laquelle l'avis est sollicité est complexe ou lorsque la section compétente du Comité technique souhaite disposer de l'avis d'une autre instance qui doit être également émis à propos de la même matière.
Sauf courrier spécifique, pour l'application du présent article, la première inscription de la question concernée à l'ordre du jour d'une séance de la section compétente du Comité technique vaut demande d'avis écrite émanant du Conseil de l'Office de contrôle.".
"Art. 54. Un Comité technique est institué auprès de l'Office de contrôle qui, soit à la demande du ministre ou du Conseil, soit de sa propre initiative, donne un avis sur toutes les questions se rapportant à l'exécution de la présente loi. L'Office de contrôle demande l'avis préalable de la section compétente du comité technique sur les matières visées à l'article 52, alinéa 1er, 4°, 5° et 6°. Il peut le demander dans les autres matières visées à l'article 52 précité.
Le Comité technique se compose de deux sections: une section "Mutualités" et une section "Assurances mutualistes".
La section "Assurances mutualistes" est compétente pour ce qui concerne les matières visées à l'article 52, alinéa 1er, 11° et 12°, ainsi que de manière générale pour toutes les matières qui concernent les sociétés mutualistes d'assurances et leurs intermédiaires d'assurance.
La section "Mutualités" est compétente pour ce qui concerne les matières visées à l'article 52, alinéa 1er, 4°, 5° et 6°, ainsi que pour les autres matières visées par l'article 52 précité.
Lorsque cela s'avère nécessaire, un avis peut être demandé à chaque section du Comité technique.
L'avis de la section compétente du Comité technique est communiqué dans les quatre mois de la demande d'avis écrite émanant du ministre ou du Conseil de l'Office de contrôle.
Par dérogation à l'alinéa 6:
1° le ministre ou le Conseil de l'Office de contrôle peuvent, en cas d'urgence dûment motivée, fixer un délai plus court qui ne peut toutefois être inférieur à huit jours ouvrables à partir de la date de demande d'avis écrite;
2° un délai plus long, qui ne peut toutefois pas dépasser six mois, peut être octroyé par le ministre ou le Conseil de l'Office, lorsque la matière à propos de laquelle l'avis est sollicité est complexe ou lorsque la section compétente du Comité technique souhaite disposer de l'avis d'une autre instance qui doit être également émis à propos de la même matière.
Sauf courrier spécifique, pour l'application du présent article, la première inscription de la question concernée à l'ordre du jour d'une séance de la section compétente du Comité technique vaut demande d'avis écrite émanant du Conseil de l'Office de contrôle.".
Art. 15. Artikel 55 van dezelfde wet, zoals laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 december 2013, wordt vervangen als volgt:
"Art. 55. § 1. De afdeling "Ziekenfondsen" van het Technisch Comité bestaat uit:
1° een voorzitter;
2° vijf leden voorgedragen door de landsbonden;
3° een vertegenwoordiger van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;
4° een vertegenwoordiger van de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail;
5° de administrateur-generaal van het RIZIV;
6° twee ambtenaren van het RIZIV of van de FOD Sociale Zekerheid.
§ 2. De afdeling "Mutualistische verzekeringen" van het Technisch Comité bestaat uit een voorzitter alsook uit vijf leden die worden voorgedragen door de landsbonden en die over de geschikte expertise inzake maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in de artikelen 43bis, § 5, en 70, §§ 6 en 7, beschikken.
De Koning benoemt respectievelijk een waarnemer van de FSMA, op voorstel van deze instelling, alsook een waarnemer van de Nationale Bank van België, op voorstel van deze instelling.
De Koning kan een ambtenaar van het RIZIV als waarnemer benoemen, op voorstel van deze instelling.
§ 3. Het voorzitterschap van de afdelingen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 wordt uitgeoefend door de voorzitter van de Raad van de Controledienst en, in zijn afwezigheid, door de leidend ambtenaar van de Controledienst.".
"Art. 55. § 1. De afdeling "Ziekenfondsen" van het Technisch Comité bestaat uit:
1° een voorzitter;
2° vijf leden voorgedragen door de landsbonden;
3° een vertegenwoordiger van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;
4° een vertegenwoordiger van de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail;
5° de administrateur-generaal van het RIZIV;
6° twee ambtenaren van het RIZIV of van de FOD Sociale Zekerheid.
§ 2. De afdeling "Mutualistische verzekeringen" van het Technisch Comité bestaat uit een voorzitter alsook uit vijf leden die worden voorgedragen door de landsbonden en die over de geschikte expertise inzake maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in de artikelen 43bis, § 5, en 70, §§ 6 en 7, beschikken.
De Koning benoemt respectievelijk een waarnemer van de FSMA, op voorstel van deze instelling, alsook een waarnemer van de Nationale Bank van België, op voorstel van deze instelling.
De Koning kan een ambtenaar van het RIZIV als waarnemer benoemen, op voorstel van deze instelling.
§ 3. Het voorzitterschap van de afdelingen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 wordt uitgeoefend door de voorzitter van de Raad van de Controledienst en, in zijn afwezigheid, door de leidend ambtenaar van de Controledienst.".
Art. 15. L'article 55 de la même loi, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 11 décembre 2013, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 55. § 1er. La section "Mutualités" du Comité technique est composée de la manière suivante:
1° un président;
2° cinq membres présentés par les unions nationales;
3° un représentant de la Caisse auxiliaire d'assurance maladie - invalidité;
4° un représentant de la Caisse des soins de santé de HR Rail;
5° l'administrateur général de l'INAMI;
6° deux fonctionnaires de l'INAMI ou du SPF Sécurité sociale.
§ 2. La section "Assurances mutualistes" du Comité technique est composée d'un président, ainsi que de cinq membres, qui sont présentés par les unions nationales et qui disposent de l'expertise adéquate en matière de sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5 et 70, §§ 6 et 7.
Le Roi nomme respectivement un observateur de la FSMA, sur proposition de cet organisme, ainsi qu'un observateur de la Banque Nationale de Belgique, sur proposition de cet organisme.
Le Roi peut nommer un fonctionnaire de l'INAMI en tant qu'observateur, sur proposition de cet organisme.
§ 3. La présidence des sections visées aux paragraphes 1er et 2 est exercée par le Président du Conseil de l'Office de contrôle, et en son absence, par le fonctionnaire dirigeant de l'Office de contrôle.".
"Art. 55. § 1er. La section "Mutualités" du Comité technique est composée de la manière suivante:
1° un président;
2° cinq membres présentés par les unions nationales;
3° un représentant de la Caisse auxiliaire d'assurance maladie - invalidité;
4° un représentant de la Caisse des soins de santé de HR Rail;
5° l'administrateur général de l'INAMI;
6° deux fonctionnaires de l'INAMI ou du SPF Sécurité sociale.
§ 2. La section "Assurances mutualistes" du Comité technique est composée d'un président, ainsi que de cinq membres, qui sont présentés par les unions nationales et qui disposent de l'expertise adéquate en matière de sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5 et 70, §§ 6 et 7.
Le Roi nomme respectivement un observateur de la FSMA, sur proposition de cet organisme, ainsi qu'un observateur de la Banque Nationale de Belgique, sur proposition de cet organisme.
Le Roi peut nommer un fonctionnaire de l'INAMI en tant qu'observateur, sur proposition de cet organisme.
§ 3. La présidence des sections visées aux paragraphes 1er et 2 est exercée par le Président du Conseil de l'Office de contrôle, et en son absence, par le fonctionnaire dirigeant de l'Office de contrôle.".
Art. 16. Artikel 56 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 56. De Koning benoemt, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar:
1° de leden en de vertegenwoordigers van de afdeling "Ziekenfondsen" bedoeld in artikel 55, § 1, 2° tot 4°, en 6° ;
2° de vijf leden van de afdeling "Mutualistische verzekeringen" bedoeld in artikel 55, § 2, eerste lid;
3° de plaatsvervangers van de personen bedoeld in 1° en 2° ;
4° de plaatsvervanger van de vertegenwoordiger van de afdeling "Ziekenfondsen" bedoeld in artikel 55, § 1, 5°.
In geval van een vervanging van een effectief of plaatsvervangend lid in de loop van het mandaat, eindigt de duur van het mandaat van de persoon die het lid vervangt na afloop van de periode bedoeld in het eerste lid.
Elke afdeling van het Technisch Comité stelt zijn huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de minister.".
"Art. 56. De Koning benoemt, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar:
1° de leden en de vertegenwoordigers van de afdeling "Ziekenfondsen" bedoeld in artikel 55, § 1, 2° tot 4°, en 6° ;
2° de vijf leden van de afdeling "Mutualistische verzekeringen" bedoeld in artikel 55, § 2, eerste lid;
3° de plaatsvervangers van de personen bedoeld in 1° en 2° ;
4° de plaatsvervanger van de vertegenwoordiger van de afdeling "Ziekenfondsen" bedoeld in artikel 55, § 1, 5°.
In geval van een vervanging van een effectief of plaatsvervangend lid in de loop van het mandaat, eindigt de duur van het mandaat van de persoon die het lid vervangt na afloop van de periode bedoeld in het eerste lid.
Elke afdeling van het Technisch Comité stelt zijn huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de minister.".
Art. 16. L'article 56 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 56. Le Roi nomme, pour une durée de six ans renouvelable:
1° les membres et les représentants de la section "Mutualités" visés à l'article 55, § 1er, 2° à 4° et 6° ;
2° les cinq membres de la section "Assurances mutualistes" visés à l'article 55, § 2, alinéa 1er;
3° les suppléants des personnes visées aux 1° et 2° ;
4° le suppléant du représentant de la section "Mutualités" visé à l'article 55, § 1er, 5°.
En cas de remplacement d'un membre effectif ou suppléant en cours de mandat, la durée du mandat de la personne qui remplace le membre prend fin à l'expiration de la période visée à l'alinéa 1er.
Chaque section du Comité technique établit son règlement d'ordre intérieur et le soumet pour approbation au ministre.".
"Art. 56. Le Roi nomme, pour une durée de six ans renouvelable:
1° les membres et les représentants de la section "Mutualités" visés à l'article 55, § 1er, 2° à 4° et 6° ;
2° les cinq membres de la section "Assurances mutualistes" visés à l'article 55, § 2, alinéa 1er;
3° les suppléants des personnes visées aux 1° et 2° ;
4° le suppléant du représentant de la section "Mutualités" visé à l'article 55, § 1er, 5°.
En cas de remplacement d'un membre effectif ou suppléant en cours de mandat, la durée du mandat de la personne qui remplace le membre prend fin à l'expiration de la période visée à l'alinéa 1er.
Chaque section du Comité technique établit son règlement d'ordre intérieur et le soumet pour approbation au ministre.".
Art. 17. In artikel 60bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 12 augustus 2000, vervangen bij de wet van 2 augustus 2002 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het derde lid wordt de bepaling onder 1° geschrapt;
2° in het vijfde lid worden de bepalingen onder 6°, 7° en 8° vervangen als volgt:
"6° voor elke inbreuk op artikel 43. Voor de toepassing van deze wet wordt, behoudens tegenbewijs, eveneens als inbreuk op artikel 43 in hoofde van een ziekenfonds of landsbond beschouwd, een inbreuk op artikel 43 begaan door een aan dit ziekenfonds of landsbond verbonden entiteit.";
2° in het zesde lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° voor elke, in strijd met de bepalingen van artikel 43quater, § 2, gevoerde reclame;".
1° in het derde lid wordt de bepaling onder 1° geschrapt;
2° in het vijfde lid worden de bepalingen onder 6°, 7° en 8° vervangen als volgt:
"6° voor elke inbreuk op artikel 43. Voor de toepassing van deze wet wordt, behoudens tegenbewijs, eveneens als inbreuk op artikel 43 in hoofde van een ziekenfonds of landsbond beschouwd, een inbreuk op artikel 43 begaan door een aan dit ziekenfonds of landsbond verbonden entiteit.";
2° in het zesde lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° voor elke, in strijd met de bepalingen van artikel 43quater, § 2, gevoerde reclame;".
Art. 17. Dans l'article 60bis de la même loi, inséré par la loi du 12 août 2000, remplacé par la loi du 2 août 2002 et modifié en dernier lieu par la loi du 17 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 3, le 1° est abrogé;
2° à l'alinéa 5, les 6°, 7° et 8°, sont remplacés par ce qui suit:
"6° pour chaque infraction à l'article 43. Pour l'application de la présente loi, est également, sauf preuve du contraire, considérée comme une infraction à l'article 43, dans le chef d'une mutualité ou d'une union nationale, une infraction à l'article 43 commise par une entité liée à cette mutualité ou à cette union nationale au sens de cet article 43.";
3° à l'alinéa 6, le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° pour toute publicité effectuée en infraction aux dispositions de l'article 43quater, § 2;".
1° à l'alinéa 3, le 1° est abrogé;
2° à l'alinéa 5, les 6°, 7° et 8°, sont remplacés par ce qui suit:
"6° pour chaque infraction à l'article 43. Pour l'application de la présente loi, est également, sauf preuve du contraire, considérée comme une infraction à l'article 43, dans le chef d'une mutualité ou d'une union nationale, une infraction à l'article 43 commise par une entité liée à cette mutualité ou à cette union nationale au sens de cet article 43.";
3° à l'alinéa 6, le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° pour toute publicité effectuée en infraction aux dispositions de l'article 43quater, § 2;".
Art. 18. In artikel 62ter, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2010, worden de bepalingen onder 3°, 4° en 5° vervangen als volgt:
"3° voor elke inbreuk op artikel 43. Voor de toepassing van deze wet wordt, behoudens tegenbewijs, eveneens beschouwd als een inbreuk op artikel 43 in hoofde van een maatschappij van onderlinge bijstand, een inbreuk op artikel 43 begaan door een aan dergelijke maatschappij van onderlinge bijstand verbonden entiteit in de zin van artikel 43.".
"3° voor elke inbreuk op artikel 43. Voor de toepassing van deze wet wordt, behoudens tegenbewijs, eveneens beschouwd als een inbreuk op artikel 43 in hoofde van een maatschappij van onderlinge bijstand, een inbreuk op artikel 43 begaan door een aan dergelijke maatschappij van onderlinge bijstand verbonden entiteit in de zin van artikel 43.".
Art. 18. Dans l'article 62ter, § 1, de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2010, les 3°, 4° et 5°, sont remplacés par ce qui suit:
"3° pour chaque infraction à l'article 43. Pour l'application de la présente loi, est également, sauf preuve du contraire, considérée comme une infraction à l'article 43, dans le chef d'une telle société mutualiste, une infraction à l'article 43 commise par une entité liée à cette société mutualiste au sens de cet article 43.".
"3° pour chaque infraction à l'article 43. Pour l'application de la présente loi, est également, sauf preuve du contraire, considérée comme une infraction à l'article 43, dans le chef d'une telle société mutualiste, une infraction à l'article 43 commise par une entité liée à cette société mutualiste au sens de cet article 43.".
Art. 19. In artikel 70, § 9, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2010 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "15, § 1, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6° en 9°, " worden vervangen door de woorden "15, § 1, 1°, 2°, 3°, 3° bis,4°, 5°, 6° en 9°, ";
2° de woorden "17bis, §§ 1, 1° en 2°, indien het een maatschappij van onderlinge bijstand betreft bedoeld in artikelen 43bis, § 5, of 70, § 7," worden ingevoegd tussen de woorden "17," en de woorden "18, § 1";
3° de woorden "24bis indien het een maatschappij van onderlinge bijstand betreft bedoeld in artikelen 43bis, § 5, of 70, § 7, 25 indien het een maatschappij van onderlinge bijstand betreft bedoeld in artikelen 43bis, § 5, of 70, § 7, door telkens de woorden "waarbij het ziekenfonds is aangesloten" te vervangen door de woorden "waarbij de maatschappij van onderlinge bijstand is aangesloten", 31, vierde en vijfde lid indien het een maatschappij van onderlinge bijstand betreft bedoeld in artikelen 43bis, § 5, of 70, § 7," worden ingevoegd tussen de woorden "24," en de woorden "38bis,".
1° de woorden "15, § 1, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6° en 9°, " worden vervangen door de woorden "15, § 1, 1°, 2°, 3°, 3° bis,4°, 5°, 6° en 9°, ";
2° de woorden "17bis, §§ 1, 1° en 2°, indien het een maatschappij van onderlinge bijstand betreft bedoeld in artikelen 43bis, § 5, of 70, § 7," worden ingevoegd tussen de woorden "17," en de woorden "18, § 1";
3° de woorden "24bis indien het een maatschappij van onderlinge bijstand betreft bedoeld in artikelen 43bis, § 5, of 70, § 7, 25 indien het een maatschappij van onderlinge bijstand betreft bedoeld in artikelen 43bis, § 5, of 70, § 7, door telkens de woorden "waarbij het ziekenfonds is aangesloten" te vervangen door de woorden "waarbij de maatschappij van onderlinge bijstand is aangesloten", 31, vierde en vijfde lid indien het een maatschappij van onderlinge bijstand betreft bedoeld in artikelen 43bis, § 5, of 70, § 7," worden ingevoegd tussen de woorden "24," en de woorden "38bis,".
Art. 19. CA l'article 70, § 9, de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2010 et modifié en dernier lieu par la loi du 19 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "15, § 1er, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6° et 9°, " sont remplacés par les mots "15, § 1er, 1°, 2°, 3°, 3° bis, 4°, 5°, 6° et 9°, ";
2° les mots "17bis, §§ 1er, 1° et 2, s'il s'agit d'une société mutualiste visée aux articles 43bis, § 5, ou 70, § 7," sont insérés entre les mots "17," et les les mots "18, § 1er";
3° les mots "24bis s'il s'agit d'une société mutualiste visée aux articles 43bis, § 5, ou 70, § 7, 25 s'il s'agit d'une société mutualiste visée aux articles 43bis, § 5, ou 70, § 7, en remplaçant à chaque fois les mots "à laquelle la mutualité est affiliée" par les mots "à laquelle la société mutualiste est affiliée", 31, alinéas 4 et 5 s'il s'agit d'une société mutualiste visée aux articles 43bis, § 5, ou 70, § 7," sont insérés entre les mots "24," et les les mots "38bis,".
1° les mots "15, § 1er, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6° et 9°, " sont remplacés par les mots "15, § 1er, 1°, 2°, 3°, 3° bis, 4°, 5°, 6° et 9°, ";
2° les mots "17bis, §§ 1er, 1° et 2, s'il s'agit d'une société mutualiste visée aux articles 43bis, § 5, ou 70, § 7," sont insérés entre les mots "17," et les les mots "18, § 1er";
3° les mots "24bis s'il s'agit d'une société mutualiste visée aux articles 43bis, § 5, ou 70, § 7, 25 s'il s'agit d'une société mutualiste visée aux articles 43bis, § 5, ou 70, § 7, en remplaçant à chaque fois les mots "à laquelle la mutualité est affiliée" par les mots "à laquelle la société mutualiste est affiliée", 31, alinéas 4 et 5 s'il s'agit d'une société mutualiste visée aux articles 43bis, § 5, ou 70, § 7," sont insérés entre les mots "24," et les les mots "38bis,".
HOOFDSTUK 3. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 3. - Entrée en vigueur
Art. 20. Artikelen 17, 2° en 18 van deze wet treden in werking vanaf het boekjaar 2022.
De artikelen 14, 15 en 16 van deze wet treden in werking op de door de Koning vastgestelde datum.
De artikelen 14, 15 en 16 van deze wet treden in werking op de door de Koning vastgestelde datum.
Art. 20. Les articles 17, 2° et 18 de la présente loi entrent en vigueur à partir de l'exercice comptable 2022.
Les articles 14, 15 et 16 de la présente loi entrent en vigueur à la date fixée par le Roi.
Les articles 14, 15 et 16 de la présente loi entrent en vigueur à la date fixée par le Roi.
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 14; 15; 16 fixée au 22-07-2023 par AR 2023-05-10/04, art. 1)