Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 JANUARI 2022. - Wet houdende diverse fiscale bepalingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-01-2022 en tekstbijwerking tot 16-01-2024)
Titre
21 JANVIER 2022. - Loi portant des dispositions fiscales diverses(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-01-2022 et mise à jour au 16-01-2024)
Documentinformatie
Numac: 2022040046
Datum: 2022-01-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022040046
Date: 2022-01-21
Moniteur: Voir
Inhoud
TITEL 1. - ALGEMENE BEPALING TITEL 2. - WIJZIGINGEN BETREFFENDE DE INKOMSTEN... HOOFDSTUK 1. - Vervangingsinkomsten van meewerk... HOOFDSTUK 2. - Belastingheffing op afzonderlijk... HOOFDSTUK 3. - Bevrijdende bedrijfsvoorheffing ... HOOFDSTUK 4. - Gemene bepalingen en volgorde va... HOOFDSTUK 5. - Andere wijzigingen van het Wetbo... HOOFDSTUK 6. - Fiscaal stelsel van toepassing o... HOOFDSTUK 7-. Wijzigingen van de wet van 19 apr... HOOFDSTUK 8. - Giften en rampen in de vennootsc... HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 22 mei ... HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van de programmawet... HOOFDSTUK 11. - Wijziging van de wet van 29 mei... HOOFDSTUK 12. - Wijziging van de wet van 15 jul... HOOFDSTUK 13. - Wijzigingen van de wet van 20 d... HOOFDSTUK 14. - Wijziging van de wet van 18 jul... HOOFDSTUK 15. - Bekrachtiging van koninklijke b... TITEL 3. - WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK DIVERSE ... TITEL 4. - WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK DER SUCC... TITEL 5. - REGISTRATIE-, HYPOTHEEK- EN GRIFFIER... HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek der ... HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk b... TITEL 6. - FISCALE PROCEDURE EN INVORDERING HOOFDSTUK 1. - Verbetering in de diverse fiscal... HOOFDSTUK 2. - Nadere regels en voorwaarden van... HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Wetboek Inkoms... HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de artikelen 301... HOOFDSTUK 5. - Technische correctie die moet wo... HOOFDSTUK 6. - Vermindering van de administrati... HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 24 dece... TITEL 7. - KOSTELOZE AFLEVERING EN UITVOERING V...
Inhoud
TITRE 1er. - DISPOSITION GENERALE TITRE 2. - MODIFICATIONS RELATIVES AUX IMPOTS S... CHAPITRE 1er. - Revenus de remplacement de conj... CHAPITRE 2. - L'imposition de revenus imposable... CHAPITRE 3. - Précompte professionnel libératoi... CHAPITRE 4. - Dispositions communes et ordre d'... CHAPITRE 5. - Autres modifications du Code des ... CHAPITRE 6. - Régime fiscal applicable aux fond... CHAPITRE 7. - Modifications de la loi du 19 avr... CHAPITRE 8. - Libéralités et calamités à l'impô... CHAPITRE 9. - Modification de la loi du 22 mai ... CHAPITRE 10. - Modifications de la loi-programm... CHAPITRE 11. - Modification de la loi du 29 mai... CHAPITRE 12. - Modification de la loi du 15 jui... CHAPITRE 13. - Modifications de la loi du 20 dé... CHAPITRE 14. - Modification de la loi du 18 jui... CHAPITRE 15. - Confirmation d'arrêtés royaux TITRE 3. - MODIFICATIONS DU CODE DES DROITS ET ... TITRE 4. - MODIFICATIONS DU CODE DES DROITS DE ... TITRE 5. - DROITS D'ENREGISTREMENT, D'HYPOTHEQU... CHAPITRE 1er. - Modifications du Code des droit... CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté royal d... TITRE 6. - PROCEDURE FISCALE ET RECOUVREMENT CHAPITRE 1er. - Correction dans les différents ... CHAPITRE 2. - Modalités et conditions de rembou... CHAPITRE 3. - Modification du Code des impôts s... CHAPITRE 4. - Modifications des articles 301 et... CHAPITRE 5. - Correction technique à apporter a... CHAPITRE 6. - Diminution des charges administra... CHAPITRE 7. - Modification de la loi du 24 déce... TITRE 7. - DELIVRANCE ET EXECUTION GRATUITES DE...
Tekst (162)
Texte (162)
TITEL 1. - ALGEMENE BEPALING
TITRE 1er. - DISPOSITION GENERALE
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL 2. - WIJZIGINGEN BETREFFENDE DE INKOMSTENBELASTINGEN
TITRE 2. - MODIFICATIONS RELATIVES AUX IMPOTS SUR LES REVENUS
HOOFDSTUK 1. - Vervangingsinkomsten van meewerkende echtgenoten
CHAPITRE 1er. - Revenus de remplacement de conjoints aidants
Art. 2. Artikel 33 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hersteld bij de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Zijn eveneens belastbaar als bezoldigingen van meewerkende echtgenoten, de vergoedingen van alle aard tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van de voormelde bezoldigingen.".
Art. 2. L'article 33 du Code des impôts sur les revenus 1992, rétabli par la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Sont également imposables en tant que rémunérations de conjoints aidants, les indemnités de toute nature en réparation totale ou partielle d'une perte temporaire des rémunérations précitées.".
Art. 3. In artikel 171, 5°, b, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 26 maart 2018, worden de woorden "en 32, tweede lid, 2°, " vervangen door de woorden ", 32, tweede lid, 2°, en 33, derde lid,".
Art. 3. Dans l'article 171, 5°, b, du même Code, modifié par la loi du 26 mars 2018, les mots "et 32, alinéa 2, 2°, " sont remplacés par les mots ", 32, alinéa 2, 2°, et 33, alinéa 3,".
Art. 4. Dit hoofdstuk is van toepassing op de inkomsten die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2022.
Art. 4. Le présent chapitre est applicable aux revenus payés ou attribués à partir du 1er janvier 2022.
HOOFDSTUK 2. - Belastingheffing op afzonderlijk belastbare inkomsten die bij verdrag zijn vrijgesteld
CHAPITRE 2. - L'imposition de revenus imposablesdistinctement exonérés par convention
Art. 5. Artikel 171 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 2020 en bij het artikel 3 van deze wet, wordt aangevuld met een bepaling onder 8°, luidende:
  "8° tegen een aanslagvoet van 0 pct.: de in 1° tot 7° vermelde inkomsten waarvoor de belasting bij toepassing van artikel 155 zou worden verminderd indien ze overeenkomstig artikel 130 zouden worden belast.".
Art. 5. L'article 171 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 24 décembre 2020 et par l'article 3 de la présente loi, est complété par un 8° rédigé comme suit :
  "8° au taux de 0 p.c.: les revenus mentionnés aux 1° à 7° pour lesquels l'impôt serait réduit en application de l'article 155 s'ils étaient imposés conformément à l'article 130.".
Art. 6. Artikel 5 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2021.
Art. 6. L'article 5 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2021
HOOFDSTUK 3. - Bevrijdende bedrijfsvoorheffing voor bezoldigingen van niet-inwoners die als seizoenarbeiders in de land- en tuinbouw werken
CHAPITRE 3. - Précompte professionnel libératoire pour rémunérations des non-résidents qui travaillent dans le secteur de l'agriculture et l'horticulture en tant que travailleurs saisonniers
Art. 7. In artikel 248 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de bepaling onder 1° aangevuld met een bepaling onder c), luidende:
  "c) op de bezoldigingen van seizoenarbeiders in de land- of tuinbouw, op voorwaarde dat de belastingplichtige en, desgevallend, zijn echtgenoot in het betrokken belastbare tijdperk geen andere in artikel 232, vermelde inkomsten heeft of hebben behaald of verkregen;";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, 1°, wordt de bepaling onder c), ingevoegd bij de bepaling onder 1°, aangevuld met de woorden "en de belastingplichtige aan zijn werkgever een door de fiscale administratie van zijn woonstaat uitgereikte woonplaatsverklaring heeft bezorgd";
  3° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Voor de toepassing van het tweede lid, 1°, c, wordt verstaan onder bezoldigingen van seizoenarbeiders in de land- of tuinbouw:
  - de bezoldigingen voor prestaties als gelegenheidswerker in de land- of tuinbouw als bedoeld in artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
  - de eindejaarspremie en de getrouwheidspremie die door het Waarborg- en Sociaal Fonds voor het tuinbouwbedrijf worden toegekend aan de in het eerste streepje bedoelde gelegenheidswerkers;
  - de bezoldigingen voor prestaties als arbeider in de land- of tuinbouw ingevolge een contract van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk van maximaal zes opeenvolgende kalenderweken onmiddellijk aansluitend op een tewerkstelling als gelegenheidsarbeider in de land- of tuinbouw bij dezelfde werkgever;
  - het vakantiegeld dat betrekking heeft op de in het derde streepje bedoelde periode van aansluitende tewerkstelling.";
  4° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De minister bevoegd voor Financiën of zijn gedelegeerde bepaalt hoe op de in artikel 57 bedoelde fiche wordt vermeld dat de fiche bezoldigingen van seizoenarbeiders in de land- of tuinbouw als bedoeld in het tweede lid, 1°, c, betreft.";
  5° paragraaf 1, zoals aangevuld door het 4°, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De belastingplichtige bezorgt de in het tweede lid, 1°, c, bedoelde woonplaatsverklaring aan zijn werkgever uiterlijk op de dag van de eerste betaling door die werkgever van bezoldigingen van seizoenarbeiders in de land- of tuinbouw in het betrokken belastbare tijdperk. De werkgever bezorgt vóór 1 maart van het jaar volgend op het inkomstenjaar via elektronische weg een afschrift van de woonplaatsverklaring aan de fiscale administratie. De minister bevoegd voor Financiën of zijn gedelegeerde bepaalt de nadere regels voor het bezorgen van de woonplaatsverklaring.";
  6° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De in artikel 227, 1°, vermelde belastingplichtigen die bezoldigingen hebben verkregen als bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, c, en inwoners zijn van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, kunnen ervoor opteren om paragraaf 1, eerste lid, niet toe te passen.".
Art. 7. A l'article 248 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 17 mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, est complété par un c) rédigé comme suit :
  "c) aux rémunérations des travailleurs saisonniers dans l'agriculture ou l'horticulture à condition que le contribuable, le cas échéant son conjoint, n'ait ou n'aient obtenu ou recueilli aucun autre revenu visé à l'article 232 au cours de la période imposable concernée ;" ;
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, le c), inséré par le 1°, est complété par les mots "et que le contribuable ait remis à son employeur une attestation de résidence émanant de l'administration fiscale de son pays de résidence" ;
  3° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Pour l'application de l'alinéa 2, 1°, c, on entend par rémunérations des travailleurs saisonniers dans l'agriculture ou l'horticulture :
  - les rémunérations pour les prestations en tant que travailleur occasionnel dans l'agriculture ou l'horticulture visé à l'article 8bis de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs ;
  - la prime de fin d'année et la prime de fidélité octroyées par le Fonds social et de garantie pour les entreprises horticoles aux travailleurs saisonniers visés au premier tiret ;
  - les rémunérations pour les prestations en tant qu'ouvrier dans l'agriculture ou l'horticulture effectuées dans le cadre d'un contrat à durée déterminée ou pour un travail nettement défini de maximum six semaines calendrier d'affilée à la suite immédiate d'une occupation en tant que travailleur occasionnel dans l'agriculture ou l'horticulture auprès du même employeur ;
  - le pécule de vacances relatif à la période d'occupation consécutive visée au troisième tiret." ;
  4° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le ministre qui a les Finances dans ses attributions ou son délégué détermine comment il est indiqué sur la fiche visée à l'article 57 que la fiche concerne des rémunérations des travailleurs saisonniers dans l'agriculture ou l'horticulture visées à l'alinéa 2, 1°, c." ;
  5° le paragraphe 1er, tel que complété par le 4°, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le contribuable remet l'attestation de résidence visée à l'alinéa 2, 1°, c, à son employeur au plus tard le jour du premier paiement par cet employeur de rémunérations des travailleurs saisonniers dans l'agriculture ou l'horticulture. L'employeur remet une copie de l'attestation de résidence par voie électronique à l'administration fiscale avant le 1er mars de l'année suivant l'année des revenus. Le ministre qui a les Finances dans ses attributions ou son délégué détermine les modalités pour la remise de l'attestation de résidence." ;
  6° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Les contribuables visés à l'article 227, 1°, qui ont recueilli des rémunérations visées au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, c, et qui sont résidents d'un Etat membre de l'Espace économique européen peuvent choisir de ne pas appliquer le paragraphe 1er, alinéa 1er, à ces revenus.".
Art. 8. Artikel 7, 1°, 3°, 4° en 6°, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2022.
  Artikel 7, 2° en 5°, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2023.
Art. 8. L'article 7, 1°, 3°, 4° et 6°, est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2022.
  L'article 7, 2° et 5°, est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2023.
HOOFDSTUK 4. - Gemene bepalingen en volgorde van toepassing van de wettelijke bepalingen voor de vaststelling van het belastbaar inkomen
CHAPITRE 4. - Dispositions communes et ordre d'application des dispositions légales en vue de la détermination du revenu imposable
Art. 9. In titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 4, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van onderafdeling 5 vervangen als volgt:
  "Onderafdeling 5. - Gemene bepalingen en volgorde van toepassing van de wettelijke bepalingen voor de vaststelling van het belastbaar inkomen".
Art. 9. Dans le titre 3, chapitre 2, section 4, du même Code, l'intitulé de la sous-section 5 est remplacé par ce qui suit :
  "Sous-section 5. - Dispositions communes et ordre d'application des dispositions légales en vue de la détermination du revenu imposable".
Art. 10. In titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 4, onderafdeling 5, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 206/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 206/1. Om het belastbare resultaat vast te stellen, wordt het resultaat van het belastbare tijdperk, waarin niet zijn begrepen de krachtens dit Wetboek of de krachtens specifieke wettelijke bepalingen vrijgestelde gereserveerde winst, vooraf volgens bestemming in de volgende categorieën onderverdeeld:
  1° reserves;
  2° verworpen uitgaven en overige bestanddelen van het resultaat;
  3° dividenden.
  Voor de toepassing van het eerste lid moet worden verstaan:
  1° onder "reserves", het gereserveerde resultaat, verminderd met:
  a) de winst die voortvloeit uit de minderwaarden die door de schuldenaar zijn opgetekend op bestanddelen van het passief ten gevolge van de homologatie van een reorganisatieplan door de rechtbank of ten gevolge van de vaststelling door de rechtbank van een minnelijk akkoord krachtens Boek XX, titel V van het Wetboek van economisch recht, voor het aanslagjaar dat verband houdt met het belastbare tijdperk tijdens hetwelk het reorganisatieplan of het minnelijk akkoord volledig is uitgevoerd voor zover de overeenkomstig artikel 48/1 vastgestelde voorwaarden worden nageleefd;
  b) het gedeelte van de meerwaarde op de in artikel 65, bedoelde voertuigen, andere dan die bedoeld in artikel 66, § 2, 1° tot 3°, dat niet in aanmerking wordt genomen krachtens artikel 24, vierde lid;
  c) de krachtens de artikelen 192 en 521 vrijgestelde meerwaarden op aandelen en de tijdens het belastbare tijdperk teruggenomen waardeverminderingen op aandelen die voorheen krachtens artikel 198, § 1, 7°, als verworpen uitgaven zijn belast, in zover die waardeverminderingen op het einde van dat belastbare tijdperk niet meer verantwoord zijn;
  d) de opnemingen van gestort kapitaal in de zin van artikel 184, met uitsluiting van de terugbetalingen van gestort kapitaal ter uitvoering van een regelmatige beslissing van de vennootschap overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen of, indien de vennootschap niet onder dit Wetboek ressorteert, overeenkomstig het recht dat de vennootschap beheerst;
  e) de winst die voortvloeit uit tijdens het belastbare tijdperk verkregen terugbetalingen van belastingen die vroeger niet als beroepskosten zijn aangenomen en de regulariseringen van geraamde belastingschulden die voorheen als verworpen uitgaven zijn belast, in zover die terugbetalingen en regulariseringen niet kunnen worden afgetrokken van de niet-aftrekbare belastingen die bij de verworpen uitgaven van het belastbare tijdperk moeten worden gevoegd;
  f) de sommen die definitief werden vrijgesteld overeenkomstig de artikelen 194ter, 194ter/1 of 194ter/3;
  g) de sommen die overeenkomstig de artikelen 193bis, § 1, en 193ter, § 1, zijn vrijgesteld;
  h) het onder de belastingvrije winst van de inbrengende vennootschap opgenomen bedrag, naar aanleiding van een inbreng van een tak van werkzaamheid of van een algemeenheid van goederen uitgevoerd in overeenstemming met artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, dat onder de voorwaarden van artikel 192, § 2, wordt vrijgesteld en dat zijn oorsprong vindt in een herbelegging als bedoeld in artikel 47 of in een kapitaalsubsidie als bedoeld in artikel 362, die deel uitmaakt van die inbreng;
  i) de sommen die definitief vrijgesteld zijn krachtens artikel 194quinquies, § 2;
  j) de winst ten belope van het financieringskostensurplus, vrijgesteld krachtens artikelen 194sexies en 194septies, tweede streepje;
  k) de winst ten belope van de vergoeding ontvangen in uitvoering van een groepsbijdrage-overeenkomst, vrijgesteld krachtens artikel 194septies, eerste streepje;
  l) de winst die voortkomt van de terugbetaling tijdens het belastbaar tijdperk van een gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling overeenkomstig artikel 292bis, § 1, vijfde lid;
  m) het bedrag van de actualisering van de voorraad door erkende diamanthandelaars bedoeld in de wet van 26 november 2006 houdende een begeleidingsmaatregel voor een voorraadactualisering door de erkende diamanthandelaars waarvoor aan de voorwaarde van onaantastbaarheid tijdens het belastbare tijdperk niet langer is voldaan;
  n) de definitief vrijgestelde sommen voor de terugneming van waardeverminderingen overeenkomstig artikel 184quinquies, tweede lid;
  o) de definitief vrijgestelde sommen voor de terugneming van waardeverminderingen die door een rechtspersoon bedoeld in artikel 3 van de wet van 29 mei 2018 tot bepaling van de voorwaarden van overgang bij de onderwerping aan de vennootschapsbelasting van havenbedrijven zijn erkend in de jaarrekening van een boekjaar dat werd afgesloten vóór het boekjaar dat betrekking heeft op het eerste aanslagjaar waarvoor de rechtspersoon onderworpen is aan de vennootschapsbelasting;
  p) de winst die op basis van artikel 185, § 2, b, wordt herzien;
  q) overige bij wet vrijgestelde winst, andere dan deze bedoeld in artikel 206/5;
  en verhoogd met de bedragen in mindering gebracht van de begintoestand van de reserves;
  2° onder "verworpen uitgaven en overige bestanddelen van het resultaat":
  - de niet als beroepskosten aftrekbare bedragen;
  - het bedrag, vóór aftrek van het vrijgestelde gedeelte, van de giften bedoeld in artikel 14533, § 1, eerste lid, 1° tot 4°, a;
  - de voorheen vrijgestelde winst die belastbaar wordt in de loop van het belastbare tijdperk, voor zover ze niet in het gereserveerde resultaat is begrepen;
  - de overige bij wet vastgestelde belastbare bestanddelen, die niet tot een andere categorie behoren;
  3° onder "dividenden", de dividenden bedoeld in artikel 18.".
Art. 10. Dans le titre 3, chapitre 2, section 4, sous-section 5, du même Code, il est inséré un article 206/1 rédigé comme suit :
  "Art. 206/1. En vue de la détermination du résultat imposable, le résultat de la période imposable, duquel sont exclus les bénéfices réservés exonérés en vertu du présent Code ou en vertu des dispositions légales spécifiques, est ventilé, suivant son affectation, en :
  1° réserves ;
  2° dépenses non admises et autres éléments du résultat ;
  3° dividendes.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, on entend :
  1° par "réserves", le résultat réservé, diminué :
  a) des bénéfices provenant de moins-values actées par le débiteur sur des éléments du passif à la suite de l'homologation par le tribunal d'un plan de réorganisation ou à la suite de la constatation par le tribunal d'un accord amiable en vertu du Livre XX, titre V du Code de droit économique, pour l'exercice d'imposition qui se rapporte à la période imposable au cours de laquelle le plan de réorganisation ou l'accord amiable est intégralement exécuté pour autant que les conditions déterminées en exécution de l'article 48/1 soient respectées ;
  b) de la quotité de la plus-value sur les véhicules visés à l'article 65, autres que ceux visés à l'article 66, § 2, 1° à 3°, qui n'est pas prise en considération en vertu de l'article 24, alinéa 4 ;
  c) des plus-values sur des actions ou parts exonérées en vertu des articles 192 et 521 ainsi que des reprises de réductions de valeur sur des actions ou parts effectuées au cours de la période imposable, qui ont été imposées antérieurement en vertu de l'article 198, § 1er, 7°, à titre de dépenses non admises, dans la mesure où ces réductions de valeur ne se justifient plus à la fin de cette période imposable ;
  d) des prélèvements sur le capital libéré au sens de l'article 184, à l'exclusion des remboursements de capital libéré opérés en exécution d'une décision régulière de la société conformément au Code des sociétés et des associations ou, si la société n'est pas régie par ce Code, conformément au droit qui la régit ;
  e) des bénéfices qui proviennent des remboursements obtenus au cours de la période imposable sur des impôts qui n'ont pas été admis antérieurement parmi les frais professionnels et les régularisations de dettes fiscales estimées qui ont été imposées antérieurement à titre de dépenses non admises, dans la mesure où ces remboursements et régularisations ne peuvent pas être défalqués des impôts non déductibles qui doivent être compris parmi les dépenses non admises de la période imposable ;
  f) des sommes définitivement exonérées en vertu des articles 194ter, 194ter/1 et 194ter/3 ;
  g) des sommes exonérées en vertu des articles 193bis, § 1er, et 193ter, § 1er ;
  h) du montant inclus dans les bénéfices exonérés dans le chef d'une société cédante à l'occasion de l'apport d'une ou de plusieurs branches d'activité ou d'une universalité de biens, effectué conformément à l'article 46, § 1er, alinéa 1er, 2°, qui est exonéré dans les conditions de l'article 192, § 2, et qui a pour origine un remploi visé à l'article 47 ou un subside en capital visé à l'article 362, qui fait partie de cet apport ;
  i) des sommes définitivement exonérées en vertu de l'article 194quinquies, § 2 ;
  j) des bénéfices à concurrence du total des surcoûts d'emprunt, exonérés en vertu des articles 194sexies et l'article 194septies, deuxième tiret ;
  k) des bénéfices à concurrence de l'indemnité perçue en exécution d'une convention de transfert intra-groupe, exonérés en application de l'article 194septies, premier tiret ;
  l) des bénéfices qui proviennent de la restitution au cours de la période imposable d'une partie du crédit d'impôt pour recherche et développement conformément à l'article 292bis, § 1er, alinéa 5 ;
  m) du montant de l'actualisation des stocks par des diamantaires agréés visés à la loi du 26 novembre 2006 portant une mesure d'accompagnement pour l'actualisation des stocks par les diamantaires agréés pour lesquels la condition d'intangibilité n'est plus remplie au cours de la période imposable ;
  n) des sommes définitivement exonérées pour la reprise de réductions de valeur conformément à l'article 184quinquies, alinéa 2 ;
  o) des sommes définitivement exonérées pour la reprise de réductions de valeur comptabilisées par une personne morale visée à l'article 3 de la loi du 29 mai 2018 fixant les conditions du passage à l'assujettissement à l'impôt des sociétés d'entreprises portuaires dans les comptes annuels afférents à l'exercice comptable clôturé avant l'exercice comptable se rattachant au premier exercice d'imposition pour lequel cette personne morale est assujettie à l'impôt des sociétés ;
  p) des bénéfices ajustés en application de l'article 185, § 2, b ;
  q) des autres bénéfices exonérés par la loi, autres que ceux visés à l'article 206/5 ;
  et augmenté des montants portés en diminution de la situation de début des réserves ;
  2° par "dépenses non admises et autres éléments du résultat" :
  - les montants non déductibles à titre de frais professionnels ;
  - le montant, avant déduction de la partie exonérée, des libéralités visées à l'article 14533, § 1er, alinéa 1er, 1° à 4°, a ;
  - les bénéfices antérieurement exonérés qui deviennent taxables au cours de la période imposable, pour autant qu'ils ne soient pas compris dans le résultat réservé ;
  - les autres éléments imposables déterminés par la loi, qui n'appartiennent à aucune autre catégorie ;
  3° par "dividendes", les dividendes visés à l'article 18.".
Art. 11. In dezelfde onderafdeling 5, wordt een artikel 206/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 206/2. Het totale bedrag van het overeenkomstig artikel 206/1 vastgestelde resultaat wordt verminderd met het werkelijke resultaat van de activiteiten van de zeescheepvaart of van het beheer van zeeschepen voor rekening van derden, waarvoor de winst forfaitair wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 115 tot 120 of 124 van de programmawet van 2 augustus 2002.".
Art. 11. Dans la même sous-section 5, il est inséré un article 206/2 rédigé comme suit :
  "Art. 206/2. Le montant total du résultat déterminé conformément à l'article 206/1 est diminué du résultat effectif des activités de la navigation maritime ou de la gestion de navires pour le compte de tiers, pour lesquelles le bénéfice est déterminé de manière forfaitaire conformément aux articles 115 à 120 ou 124 de la loi-programme du 2 août 2002.".
Art. 12. In dezelfde onderafdeling 6, wordt een artikel 206/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 206/3. § 1. Van het resultaat dat overeenkomstig artikel 206/2 is vastgesteld, worden de bestanddelen afgetrokken waarop geen van de in de artikelen 199 tot 206, 536 en 543 bepaalde aftrekken, noch compensatie met het verlies van het belastbare tijdperk, mag worden verricht:
  - het gedeelte van het resultaat dat voortkomt van abnormale of goedgunstige voordelen bedoeld in artikel 79;
  - de verkregen financiële voordelen of voordelen van alle aard bedoeld in artikel 53, 24° ;
  - de grondslag van de in artikel 219 bedoelde afzonderlijke aanslag;
  - het gedeelte van de winst dat bestemd is voor de uitgaven bedoeld in artikel 198, § 1, 9°, 9° bis en 12° ;
  - het gedeelte van de winst uit de niet-naleving van artikel 194quater, § 2, vierde lid, en de toepassing van artikel 194quater, § 4;
  - de in artikel 217, eerste lid, 4°, bedoelde kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers wordt toegekend;
  - de grondslag van de in artikel 519ter, § 1, bedoelde belasting;
  - het gedeelte van het bedrag van de in artikel 185, § 4, eerste lid, bedoelde groepsbijdrage dat het negatieve resultaat, vastgesteld vóór de opname van de groepsbijdrage in de belastbare grondslag van het belastbare tijdperk, overschrijdt.
  Van het resultaat dat overeenkomstig artikel 206/2 is vastgesteld, worden eveneens de bestanddelen afgetrokken waarop geen van de in de artikelen 199 tot 206, 536 en 543 bepaalde aftrekken, noch compensatie met het verlies van het belastbare tijdperk, mag worden verricht met uitzondering van de overeenkomstig artikel 205, § 2, aftrekbare inkomsten:
  - het gedeelte van het resultaat dat het voorwerp uitmaakt van een wijziging van de aangifte bedoeld in artikel 346 of een aanslag van ambtswege bedoeld in artikel 351 waarvoor de in artikel 444 bedoelde belastingverhogingen tegen een percentage gelijk of hoger dan 10 pct. effectief worden toegepast.
  § 2. Na toepassing van paragraaf 1 wordt vervolgens het totale bedrag van het resultaat vermeerderd met het bedrag van de verliezen die krachtens artikel 185, § 3, eerste of tweede lid buiten beschouwing worden gelaten.".
Art. 12. Dans la même sous-section 6, il est inséré un article 206/3 rédigé comme suit :
  "Art. 206/3. § 1er. Du résultat déterminé conformément à l'article 206/2, sont déduits les éléments sur lesquels aucune des déductions déterminées aux articles 199 à 206, 536 et 543, ou compensation avec la perte de la période imposable ne peuvent être opérées :
  - la partie du résultat qui provient d'avantages anormaux ou bénévoles visés à l'article 79 ;
  - les avantages financiers ou de toute nature reçus visés à l'article 53, 24° ;
  - l'assiette de la cotisation distincte visée à l'article 219 ;
  - la partie des bénéfices qui sont affectés aux dépenses visées à l'article 198, § 1er, 9°, 9° bis et 12° ;
  - la partie des bénéfices provenant du non-respect de l'article 194quater, § 2, alinéa 4, et de l'application de l'article 194quater, § 4 ;
  - les subsides en capital et en intérêts, visés à l'article 217, alinéa 1er, 4°, qui sont payés, dans le respect de la réglementation européenne en matière d'aide d'état, à des agriculteurs par les institutions régionales compétentes ;
  - l'assiette de l'impôt visé à l'article 519ter, § 1er ;
  - la partie du montant du transfert intra-groupe visé à l'article 185, § 4, alinéa 1er, excédant le résultat négatif établi avant la reprise du transfert intra-groupe repris dans la base imposable de la période imposable.
  Du résultat déterminé conformément à l'article 206/2, sont également déduits les éléments sur lesquels aucune des déductions déterminées aux articles 199 à 206, 536 et 543, ou compensation avec la perte de la période imposable ne peuvent être opérées à l'exception des revenus déductibles conformément à l'article 205, § 2 :
  - la partie du résultat qui fait l'objet d'une rectification de la déclaration visée à l'article 346 ou d'une imposition d'office visée à l'article 351 pour laquelle des accroissements d'un pourcentage égal ou supérieur à 10 p.c. visés à l'article 444 sont effectivement appliqués.
  § 2. Après application du paragraphe 1er, le montant total du résultat est ensuite augmenté du montant des pertes non prises en compte en vertu de l'article 185, § 3, alinéa 1er ou 2.".
Art. 13. In dezelfde onderafdeling 5, wordt een artikel 206/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 206/4. Het totale bedrag van het overeenkomstig de artikelen 206/1 tot 206/3 vastgestelde resultaat wordt eventueel volgens oorsprong onderverdeeld in:
  1° in België behaald resultaat, indien positief hierna "Belgische winst" te noemen;
  2° in het buitenland behaald resultaat dat niet vrijgesteld is krachtens internationale verdragen, indien positief hierna "niet bij verdrag vrijgestelde winst" te noemen;
  3° in het buitenland behaald resultaat dat van belasting is vrijgesteld krachtens internationale verdragen, indien positief hierna "bij verdrag vrijgestelde winst" te noemen.
  Alvorens die onderverdeling wordt gedaan, worden de verliezen van het belastbare tijdperk die in een land worden geleden, achtereenvolgens op het totale bedrag van de winst uit andere landen aangerekend in de hierna aangegeven volgorde:
  a) verliezen geleden in een land waarvoor de winst bij verdrag vrijgesteld is: eerst op de bij verdrag vrijgestelde winst, daarna, indien die winst ontoereikend is, op de niet bij verdrag vrijgestelde winst en, tenslotte, op de Belgische winst;
  b) verliezen geleden in een land waarvoor de winst niet bij verdrag vrijgesteld is: eerst op de niet bij verdrag vrijgestelde winst, daarna, indien die winst ontoereikend is, op de Belgische winst;
  c) in België geleden verliezen: eerst op de Belgische winst, daarna, indien die winst ontoereikend is, op de niet bij verdrag vrijgestelde winst.
  Indien op basis van de internationale verdragen de winst van een buitenlandse vaste inrichting in België niet is vrijgesteld, dient deze winst te worden opgenomen in de categorie "niet bij verdrag vrijgestelde winst".
  In het geval in de categorie "niet bij verdrag vrijgestelde winst", winst is begrepen waarvan de belasting op die winst bij toepassing van de internationale verdragen wordt verminderd, worden bij de toepassing van het tweede lid:
  - ofwel de verliezen eerst aangerekend op de overige niet bij verdrag vrijgestelde winst, alvorens te worden aangerekend op de winst waarvan de belasting bij toepassing van een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting wordt verminderd;
  - ofwel wanneer de belastingplichtige hier in zijn aangifte op onherroepelijke wijze om verzoekt, de verliezen enkel aangerekend op de overige niet bij verdrag vrijgestelde winst, zonder te worden aangerekend op de winst waarvan de belasting bij toepassing van een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting wordt verminderd.
  Verliezen geleden in een land waarvoor de winst bij verdrag is vrijgesteld kunnen in toepassing van het tweede lid, a), enkel worden aangerekend op de Belgische winst of de niet bij verdrag vrijgestelde winst, indien de belastingplichtige in een bijlage bij zijn aangifte op onherroepelijke wijze het land vermeldt waarin deze verliezen werden geleden, evenals het bedrag van deze verliezen en het belastbare tijdperk waarin deze verliezen werden geleden.".
Art. 13. Dans la même sous-section 5, il est inséré un article 206/4 rédigé comme suit :
  "Art. 206/4. Le montant total du résultat déterminé conformément aux articles 206/1 à 206/3 est éventuellement ventilé, suivant sa provenance, en :
  1° résultat réalisé en Belgique, ci-après dénommé, s'il est positif, "bénéfices belges" ;
  2° résultat réalisé à l'étranger et non exonéré d'impôt en vertu de conventions internationales, ci-après dénommé, s'il est positif, "bénéfices non exonérés par convention" ;
  3° résultat réalisé à l'étranger et exonéré d'impôt en vertu de conventions internationales, ci-après dénommé, s'il est positif, "bénéfices exonérés par convention".
  Avant que cette ventilation soit opérée, les pertes éprouvées pendant la période imposable dans un pays sont imputées successivement sur le montant total des bénéfices des autres pays dans l'ordre indiqué ci-après :
  a) les pertes éprouvées dans un pays pour lequel les bénéfices sont exonérés par convention : par priorité sur les bénéfices exonérés par convention, puis, en cas d'insuffisance de ceux-ci, sur les bénéfices non exonérés par convention et enfin sur les bénéfices belges ;
  b) les pertes éprouvées dans un pays pour lequel les bénéfices sont non exonérés par convention : par priorité sur les bénéfices non exonérés par convention, puis, en cas d'insuffisance de ceux-ci, sur les bénéfices belges ;
  c) les pertes éprouvées en Belgique : par priorité sur les bénéfices belges, puis, en cas d'insuffisance de ceux-ci, sur les bénéfices non exonérés par convention.
  Si, sur la base des conventions internationales, des bénéfices d'un établissement stable étranger ne sont pas exonérés en Belgique, ces bénéfices doivent être inclus dans la catégorie "bénéfices non exonérés par convention".
  Pour l'application de l'alinéa 2, dans le cas où la catégorie des "bénéfices non exonérés par convention" comprend des bénéfices sur lesquels l'impôt est réduit en application des conventions internationales :
  - soit les pertes sont d'abord imputées sur les autres bénéfices non exonérés par convention, avant d'être imputées sur les bénéfices sur lesquels l'impôt est réduit en application d'une convention préventive de double imposition ;
  - soit, lorsque le contribuable le demande de manière irrévocable dans sa déclaration, les pertes sont seulement imputées sur les autres bénéfices non exonérés par convention, sans être imputées sur les bénéfices sur lesquels l'impôt est réduit en application d'une convention préventive de double imposition.
  Les pertes éprouvées dans un pays pour lequel les bénéfices sont exonérés par convention ne peuvent être imputées, en application de l'alinéa 2, a), sur les bénéfices belges ou sur les bénéfices non exonérés par convention, que si le contribuable mentionne de manière irrévocable dans une annexe à sa déclaration le pays dans lequel ces pertes ont été éprouvées, de même que le montant de ces pertes et la période imposable durant laquelle ces pertes ont été éprouvées.".
Art. 14. In dezelfde onderafdeling 5, wordt een artikel 206/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 206/5. Van het saldo van de winst dat overeenkomstig de artikelen 206/1 tot 206/4 is vastgesteld en onderverdeeld, worden achtereenvolgens afgetrokken, in zover ze er nog in voorkomen:
  1° de bij verdrag vrijgestelde winst;
  2° in globo:
  a) het vrijgestelde gedeelte van giften bedoeld in artikel 14533, § 1, eerste lid, 1° tot 3° en 4°, a;
  b) de andere niet-belastbare bestanddelen die in de winst voorkomen en niet in 1° of 2°, a), zijn bedoeld, in het bijzonder de in artikel 67quater, vermelde vrijstelling voor sociaal passief ingevolge het eenheidsstatuut, de inkomenscompensatievergoedingen bedoeld in artikel 67quinquies en de terugbetalingen van de in artikel 53, 6°, bedoelde boeten.
  De som van de in het eerste lid, 2°, bedoelde bedragen wordt bij voorrang van de Belgische winst van het belastbare tijdperk afgetrokken en, tot het eventuele overschot, van de niet bij verdrag vrijgestelde winst van dat tijdperk.".
Art. 14. Dans la même sous-section 5, il est inséré un article 206/5 rédigé comme suit :
  "Art. 206/5. Du solde des bénéfices déterminé et ventilé conformément aux articles 206/1 à 206/4 sont, dans la mesure où ils s'y retrouvent encore, déduits successivement :
  1° les bénéfices exonérés par convention ;
  2° globalement :
  a) la partie exonérée des libéralités visées à l'article 14533, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3° et 4°, a ;
  b) les autres éléments non imposables, compris dans les bénéfices et non visés au 1° ou 2°, a), notamment l'exonération pour passif social en vertu du statut unique visée à l'article 67quater, les indemnités compensatoires visées à l'article 67quinquies et les remboursements des amendes visées à l'article 53, 6°.
  Le total des sommes visées à l'alinéa 1er, 2°, est déduit par priorité des bénéfices belges de la période imposable et, pour l'excédent éventuel, des bénéfices non exonérés par convention de cette période.".
Art. 15. In artikel 207 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "De in de artikelen 201 tot 206, 536 en 543 bedoelde aftrekken worden vervolgens van de resterende winst die overblijft na toepassing van artikel 206/5 afgetrokken. Deze aftrekken gebeuren met inachtneming van de oorsprong van de winst en bij voorrang van de winst waarin die bedragen voorkomen.";
  b) het tweede lid, eerste streepje, wordt opgeheven;
  c) het zevende lid wordt vervangen als volgt:
  "De aftrek van de vorige beroepsverliezen wordt uitgevoerd in overeenstemming met artikel 206/4.";
  d) het achtste lid wordt opgeheven;
  e) in het tiende lid, dat het negende lid wordt, worden de woorden "het elfde lid," vervangen door de woorden "het tiende lid,";
  f) in het elfde lid, dat het tiende lid wordt, worden de woorden "het tiende lid" vervangen door de woorden "het negende lid".
Art. 15. Dans l'article 207 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi de 27 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  a) l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Les déductions visées aux articles 201 à 206, 536 et 543 sont déduites comme suit des bénéfices restant après application de l'article 206/5. Ces déductions s'opèrent eu égard à la provenance des bénéfices, par priorité sur ceux dans lesquels lesdits montants sont compris." ;
  b) l'alinéa 2, premier tiret, est abrogé ;
  c) l'alinéa 7 est remplacé par ce qui suit :
  "La déduction des pertes professionnelles antérieures est effectuée conformément à l'article 206/4." ;
  d) l'alinéa 8 est abrogé ;
  e) dans l'alinéa 10, qui devient l'alinéa 9, les mots "l'alinéa 11," sont remplacés par les mots "l'alinéa 10," ;
  f) dans l'alinéa 11, qui devient l'alinéa 10, les mots "l'alinéa 10" sont remplacés par les mots "l'alinéa 9".
Art. 16. In titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 4, onderafdeling 5, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 207/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 207/1. Het resultaat na toepassing van artikel 207 wordt verhoogd met de op forfaitaire wijze overeenkomstig de artikelen 115 tot 120 of 124 van de programmawet van 2 augustus 2002, vastgestelde winst uit zeescheepvaart en uit het beheer van zeeschepen voor rekening van derden.".
Art. 16. Dans le titre 3, chapitre 2, section 4, sous-section 5, du même Code, il est inséré un article 207/1 rédigé comme suit :
  "Art. 207/1. Le résultat après application de l'article 207 est augmenté du bénéfice provenant de la navigation maritime et de la gestion de navires pour le compte de tiers, déterminé de manière forfaitaire conformément aux articles 115 à 120 ou 124 de la loi-programme du 2 août 2002.".
Art. 17. In dezelfde onderafdeling 5, wordt een artikel 207/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 207/2. Het in artikel 206/3, § 1, eerste lid, bedoelde gedeelte van het resultaat wordt opnieuw gevoegd bij het resultaat na toepassing van artikel 207/1.
  Het in artikel 206/3, § 1, tweede lid, vermelde gedeelte van het resultaat wordt eveneens na aftrek van de resterende overeenkomstig artikel 205, § 2, aftrekbare inkomsten, opnieuw gevoegd bij het resultaat na toepassing van artikel 207/1.".
Art. 17. Dans la même sous-section 5, il est inséré un article 207/2 rédigé comme suit:
  "Art. 207/2. La partie du résultat visée à l'article 206/3, § 1er, alinéa 1er, est réintégrée dans le résultat obtenu après application de l'article 207/1.
  La partie du résultat visée à l'article 206/3, § 1er, alinéa 2, est également après déduction des revenus déductibles restants conformément à l'article 205, § 2, réintégrée dans le résultat obtenu après application de l'article 207/1.".
Art. 18. In artikel 208, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de woorden "183 tot 207/9" vervangen door de woorden "183 tot 207/2".
Art. 18. Dans l'article 208, alinéa 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi de 27 juin 2021, les mots "183 à 207/9" sont remplacés par les mots "183 à 207/2".
Art. 19. Artikel 217, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012 en gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt opgeheven.
Art. 19. L'article 217, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi de 29 mars 2012 et modifié par la loi de 27 juin 2021, est abrogé.
Art. 20. In artikel 239/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2015 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de woorden "tiende en elfde lid," vervangen door de woorden "negende en tiende lid,".
Art. 20. Dans l'article 239/1 du même Code, inséré par la loi du 10 août 2015 et modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, les mots "alinéas 10 et 11," sont remplacés par les mots "alinéas 9 et 10, ".
Art. 21. Artikel 519ter, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt opgeheven.
Art. 21. L'article 519ter, § 2, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi de 25 avril 2007 et modifié par la loi de 27 juin 2021, est abrogé.
Art. 22. De artikelen 56 tot 65 van de wet van 27 juni 2021 houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, worden ingetrokken.
Art. 22. Les articles 56 à 65 de la loi de 27 juin 2021 portant des dispositions fiscales diverses et modifiant la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, sont retirés.
Art. 23. De artikelen 9 tot 21 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2022.
Art. 23. Les articles 9 à 21 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2022.
HOOFDSTUK 5. - Andere wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
CHAPITRE 5. - Autres modifications du Code des impôts sur les revenus 1992
Art. 24. In artikel 13 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wet van 17 februari 2021, wordt de bepaling in het eerste streepje, vervangen als volgt:
  "- 40 pct. voor gebouwde onroerende goederen, alsmede voor materieel en de outillage, die van nature of door hun bestemming onroerend zijn, zonder dat de vermindering, met betrekking tot de in artikel 7, § 1, 2°, c, vermelde onroerende goederen, meer mag bedragen dan twee derde van het kadastraal inkomen, gerevaloriseerd met een coëfficiënt die 4,23 bedraagt. Die revalorisatiecoëfficiënt wordt aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex van het Rijk met behulp van de coëfficiënt die verkregen wordt door het gezondheidsindexcijfer van de maand december van twee jaar vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd te delen door dat van de maand december 2013. De coëfficiënt die zo wordt bekomen, wordt afgerond tot het hogere of lagere honderdste van een punt naargelang het cijfer van de duizendsten van een punt al of niet 5 bereikt. De geïndexeerde revalorisatiecoëfficiënt wordt afgerond tot het hogere of lagere honderdste naargelang het cijfer van de duizendsten al of niet 5 bereikt;".
Art. 24. Dans l'article 13 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié par la loi du 17 février 2021, le premier tiret est remplacé par ce qui suit :
  "- 40 p.c. pour les biens immobiliers bâtis ainsi que pour le matériel et l'outillage, présentant le caractère d'immeuble par nature ou par destination, sans que cette déduction puisse, en ce qui concerne les biens immobiliers visés à l'article 7, § 1er, 2°, c, excéder les deux tiers du revenu cadastral revalorisé en fonction d'un coefficient qui s'élève à 4,23. Ce coefficient de revalorisation est adapté en fonction de l'évolution de l'indice de santé du Royaume à l'aide d'un coefficient qui est obtenu en divisant l'indice de santé du mois de décembre de deux années précédant celle dont le millésime désigne l'exercice d'imposition par celui du mois de décembre 2013. Le coefficient obtenu ainsi est arrondi au centième supérieur ou inférieur d'un point selon que le chiffre des millièmes d'un point atteint ou non 5. Le coefficient de revalorisation indexé est arrondi au centième supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5 ;".
Art. 25. In artikel 14, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "met uitzondering van de interesten waarvoor een rentesubsidie werd aangevraagd zoals bepaald in artikel 8.2.3 van het Vlaams Energiedecreet van 8 mei 2009 en in de artikelen 7.15.1 tot 7.15.5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid," ingevoegd tussen de woorden "belastbare onroerende inkomsten," en de woorden "met dien verstande";
  b) een bepaling onder 3° wordt ingevoegd, luidende:
  "3. De teruggevorderde rentesubsidies zoals bepaald in artikel 7.15.5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid.".
Art. 25. A l'article 14, alinéa 1er, du même Code, remplacé par loi du 8 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le 1°, les mots "à l'exception des intérêts éligibles pour lesquels une subvention d'intérêts a été demandée telle que prévue à l'article 8.2.3 du décret flamand sur l'Energie du 8 mai 2009 et aux articles 7.15.1 à 7.15.5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010 portant des dispositions générales en matière de la politique de l'énergie," sont insérés entre les mots "après application de l'article 12," et les mots "étant entendu que les intérêts" ;
  b) un 3° est inséré, rédigé comme suit :
  "3° Les subventions d'intérêts récupérées comme prévu à l'article 7.15.5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010 portant des dispositions générales en matière de la politique de l'énergie.".
Art. 26. In artikel 17, § 1, 3°, van hetzelfde Wetboek, vervangen door de wet van 22 december 1998, worden de woorden "de niet in 5° vermelde" worden ingevoegd vóór de woorden "inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen".
Art. 26. Dans l'article 17, § 1er, 3°, du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998, les mots "non visés au 5° " sont insérés entre les mots "les revenus" et les mots "de la location, de l'affermage, de l'usage et de la concession de biens mobiliers".
Art. 27. In artikel 38, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt het vijfde lid vervangen als volgt:
  "De vrijstellingen bedoeld in het eerste lid, 9°, a) en b), en 14°, zijn niet van toepassing wanneer de belastingplichtige tegelijkertijd een mobiliteitsbudget ontvangt van dezelfde werkgever met toepassing van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget, tenzij het geval bedoeld in artikel 10, § 3, van dezelfde wet.".
Art. 27. Dans l'article 38, § 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, l'alinéa 5 est remplacé comme suit :
  "Les exonérations visées à l'alinéa 1er, 9°, a), et b) et 14°, ne sont pas applicables lorsque le contribuable perçoit simultanément du même employeur un budget mobilité en application de la loi du 17 mars 2019 concernant l'instauration d'un budget mobilité, sauf dans le cas visé à l'article 10, § 3, de la même loi.".
Art. 28. Artikel 39, § 2, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 februari 2018, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "De in het eerste lid, 2°, bedoelde inkomsten omvatten niet, inkomsten die voortkomen uit pensioenen, aanvullende pensioenen, kapitalen, renten en afkoopwaarden, die zijn opgebouwd in het kader van een al dan niet buitenlands pensioenstelsel, ongeacht of de aangeslotene al dan niet individueel is toegetreden tot het pensioenstelsel en ongeacht of de opbouw van het pensioen, het kapitaal of de rente al dan niet in het definitief en uitsluitend voordeel van de aangeslotene gebeurt.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt onder pensioenstelsel verstaan, een collectieve pensioentoezegging van een werkgever waarvoor bij een pensioeninstelling of bij een intern pensioenfonds voor of door werkgevers ten behoeve van ten minste twee aangesloten werknemers, vroegere werknemers of hun rechtverkrijgenden gelden worden bijeengebracht en beheerd met het oog op de uitkering van een pensioen, een kapitaal of een rente, en die beheerst wordt door een reglement dat gemeenschappelijk van toepassing is op alle aangeslotenen en desgevallend hun rechtverkrijgenden, al dan niet opgedeeld in verschillende categorieën.".
Art. 28. L'article 39, § 2, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 18 février 2018, est complété par deux alinéas, rédigés comme suit :
  "Les revenus visés à l'alinéa 1er, 2°, ne comprennent pas les revenus qui résultent de pensions, de pensions complémentaires, de capitaux, de rentes et de valeurs de rachat, qui sont constitués dans le cadre d'un régime de pension, étranger ou non, que l'affilié ait ou non accédé individuellement au régime de pension et que la constitution de la pension, des capitaux ou des rentes ait lieu ou non au profit permanent et exclusif de l'affilié.
  Pour l'application du présent article, on entend par régime de pension, un engagement collectif de pension d'un employeur pour lequel des fonds sont collectés et gérés dans un organisme de pension ou un fonds de pension interne pour ou par les employeurs pour le compte d'au moins deux travailleurs affiliés, anciens travailleurs ou leurs ayants droit, en vue de la distribution d'une pension, d'un capital ou d'une rente, et qui est régi par un régime applicable de façon commune à tous les travailleurs affiliés et, le cas échéant, à leurs ayants droit, répartis ou non en différentes catégories.".
Art. 29. In artikel 52 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij wet van 17 maart 2019, wordt aangevuld met een bepaling onder 13°, luidende:
  "13° de in rubriek II.A. "handelsgoederen, grond- en hulpstoffen" van de resultatenrekening, zoals omschreven in artikel 3:90 van het koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, te boeken inkopen van goederen en diensten.".
Art. 29. Dans l'article 52 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 17 mars 2019, est complété par un 13°, rédigé comme suit :
  "13° l'achat de biens et services à comptabiliser dans la rubrique II.A. "approvisionnements et marchandises" du compte de résultats, telle que définie à l'article 3:90 de l'arrêté royal du 29 avril 2019 portant exécution du Code des sociétés et des associations.".
Art. 30. In artikel 53 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 7° worden de woorden "onverminderd artikel 52, 13°, " ingevoegd voor de woorden "kosten voor kledij";
  2° in de bepaling onder 8° worden de woorden "onverminderd artikel 52, 13°, " ingevoegd voor de woorden "50 pct. van de";
  3° in de bepaling onder 8° bis worden de woorden "onverminderd artikel 52, 13°, " ingevoegd voor de woorden "31 pct.";
  4° in de bepaling onder 9° worden de woorden "onverminderd artikel 52, 13°, " ingevoegd voor de woorden "kosten van allerlei".
Art. 30. A l'article 53 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le 7°, les mots "sans préjudice de l'article 52, 13°, " sont insérés avant les mots "les frais de vêtements" ;
  2° dans le 8°, les mots "sans préjudice de l'article 52, 13°, " sont insérés avant les mots "50 p.c. de" ;
  3° dans le 8° bis, les mots "sans préjudice de l'article 52, 13°, " sont insérés avant les mots "31 p.c." ;
  4° dans le 9°, les mots "sans préjudice de l'article 52, 13°, " sont insérés avant les mots "les frais de toute".
Art. 31. In titel II, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling III, onderdeel A, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 53/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 53/1. In afwijking van artikel 53 worden kosten of toekenningen bedoeld in artikel 53, 7° tot 9°, die aan derden worden doorgerekend, mits deze kosten of toekenningen uitdrukkelijk en afzonderlijk op factuur zijn vermeld, als beroepskosten aangemerkt.".
Art. 31. Dans le titre II, chapitre II, section IV, sous-section III, partie A, du même Code, il est inséré un article 53/1, rédigé comme suit :
  "Art. 53/1. Par dérogation à l'article 53, les frais ou les allocations visés à l'article 53, 7° à 9°, facturés à des tiers, pour autant que ces frais ou allocations soient explicitement et séparément mentionnés dans la facture, constituent des frais professionnels.".
Art. 32. Artikel 57, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende:
  "4° inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, eerste lid, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5°. ".
Art. 32. L'article 57, alinéa 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 18 décembre 2015, est complété par le 4° rédigé comme suit :
  "4° revenus visés à l'article 17, § 1er, alinéa 1er, 3°, en ce qui concerne les droits d'auteur et les droits voisins, et 5°. ".
Art. 33. In artikel 64quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 november 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "vaste" ingevoegd tussen de woorden "in nieuwe staat verkregen of tot stand gebrachte" en de woorden "laadstations voor elektrische wagens";
  2° het tweede lid wordt aangevuld met een streepje, luidende:
  "- slechts wanneer de door de Koning bepaalde gegevens met betrekking tot het laadstation bij de Federale Overheidsdienst Financiën zijn aangemeld in de vorm en binnen de termijn door Hem vastgesteld.";
  3° het derde lid wordt vervangen als volgt:
  "Voor de toepassing van dit artikel wordt een laadstation als publiek toegankelijk beschouwd wanneer het ten minste gedurende de gangbare openingstijden, dan wel sluitingstijden van de onderneming vrij toegankelijk is voor elke derde.";
  4° in het vierde lid worden de woorden ", dat meldingen over het effectieve laadvermogen en statusmeldingen kan terugsturen," ingevoegd tussen de woorden woorden "het laadvermogen van het laadstation kan sturen" en de woorden "en waarbij deze verbinding";
  5° het zesde lid wordt opgeheven.
Art. 33. A l'article 64quater du même Code, inséré par la loi du 25 novembre 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le mot "fixes" est inséré entre les mots "des bornes de recharge" et les mots "pour véhicules électriques acquises à l'état neuf ou constituées à l'état neuf" ;
  2° l'alinéa 2 est complété par un tiret, rédigé comme suit :
  "- uniquement lorsque les données relatives à la borne de recharge déterminées par le Roi sont notifiées auprès du Service public fédéral Finances dans la forme et dans le délai qu'Il a fixé." ;
  3° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  "Pour l'application du présent article, une borne de recharge est considérée comme accessible au public lorsqu'elle est librement accessible à tout tiers au moins pendant les heures d'ouverture ou les heures de fermeture habituelles de l'entreprise." ;
  4° dans l'alinéa 4, les mots "qui est capable de renvoyer des notifications sur la capacité de charge réelle et des notifications d'état," sont insérés entre les mots "la capacité de charge de la borne de recharge," et les mots "et dont la connexion" ;
  5° l'alinéa 6 est abrogé.
Art. 34. In artikel 90, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt een bepaling onder 2° bis ingevoegd, luidende:
  "2° bis de premies voor de eerste schijf van 30 000 euro bruto per belastbaar tijdperk, toegekend door nationale of internationale sportfederaties, Nationale Olympische Comités, Belgische of vreemde openbare machten of openbare instellingen zonder winstoogmerk erkend door het Internationaal Olympisch Comité, naar aanleiding van een sportieve prestatie op Olympische Spelen, Paralympische Spelen, wereldkampioenschappen of Europese of andere continentale kampioenschappen.
Art. 34. Dans l'article 90, alinéa 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, il est inséré le 2° bis rédigé comme suit :
  "2° bis les primes pour la première tranche de 30 000 euros bruts par période imposable, attribuées par les fédérations sportives nationales ou internationales, les Comités Nationaux Olympiques, les pouvoirs publics belges ou étrangers ou les établissements publics sans but lucratif reconnus par le Comité International Olympique, faisant suite à une prestation sportive aux Jeux olympiques, Jeux paralympiques, championnats mondiaux ou championnats européens ou autres championnats continentaux.
Art. 35. In artikel 14528 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 22 december 2009 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, wordt paragraaf 3 vervangen als volgt:
  " § 3. De belastingvermindering bedoeld in paragraaf 1 is niet van toepassing indien de belastingplichtige van dezelfde werkgever een mobiliteitsbudget ontvangt in toepassing van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget, tijdens hetzelfde belastbaar tijdperk.".
Art. 35. Dans l'article 14528 du même Code, rétabli par la loi du 22 décembre 2009 et modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2014, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. La réduction d'impôt visée au paragraphe 1er n'est pas applicable lorsque le contribuable perçoit du même employeur un budget mobilité en application de la loi du 17 mars 2019 concernant l'instauration d'un budget mobilité, au cours de la même période imposable.".
Art. 36. In artikel 14533, § 1, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder c) wordt aangevuld met de woorden "alsook samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid tussen enkel openbare centra voor maatschappelijk welzijn";
  2° in de bepaling onder g) worden de woorden "de Nationale Kas voor Rampenschade ten bate van het Nationaal Fonds voor Algemene Rampen of van het Nationaal Fonds voor Landbouwrampen," vervangen door de woorden "de gewestelijke rampenfondsen en hun administratieve organen voor fondsenwerving" en worden de woorden "rampen die de toepassing rechtvaardigen van de wet betreffende het herstel van schade veroorzaakt aan private goederen door" opgeheven;
  3° in de bepaling onder k) worden de woorden "of in artikel D.32 van het Waalse Dierenwelzijnwetboek" ingevoegd tussen de woorden "de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren" en de woorden "en die voldoen aan".
Art. 36. A l'article 14533, § 1er, alinéa 1er, 1°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le c) est complété par les mots "ainsi qu'aux partenariats dotés de la personnalité juridique entre uniquement des centres publics d'action sociale" ;
  2° dans le g), les mots "à la Caisse nationale des Calamités au profit du Fonds national des Calamités publiques ou du Fonds national des Calamités agricoles" sont remplacés par les mots "aux fonds d'urgence régionaux et leurs organismes de financement administratifs" et les mots "de calamités justifiant l'application de la loi relative à la réparation de certains dommages causés à des biens privés par" sont abrogés ;
  3° dans le k), les mots "ou l'agrément prévu par l'article D.32 du Code wallon du Bien-être des animaux "sont insérés entre les mots "la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux" et les mots "et répondants".
Art. 37. In artikel 14550, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 november 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "vast" ingevoegd tussen de woorden "voor de plaatsing van een" en de woorden "laadstation voor elektrische wagens";
  2° in het vierde lid, 1°, worden de woorden ", dat meldingen over het effectieve laadvermogen en statusmeldingen kan terugsturen," ingevoegd tussen de woorden "het laadvermogen van het laadstation kan sturen" en de woorden "en waarbij deze verbinding".
Art. 37. A l'article 14550, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 25 novembre 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le mot "fixe" est inséré entre les mots "pour l'installation d'une borne de recharge" et les mots "pour véhicules électriques" ;
  2° dans l'alinéa 4, 1°, les mots "qui est capable de renvoyer des notifications sur la capacité de charge réelle et des notifications d'état," sont insérés entre les mots "la capacité de charge de la borne de recharge," et les mots "et dont la connexion".
Art. 38. In artikel 171, 4°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 februari 2019, wordt een bepaling onder b/1) ingevoegd, luidende:
  "b/1) de in artikel 90, eerste lid, 2° bis bedoelde premies;".
Art. 38. Dans l'article 171, 4°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 février 2019, il est inséré un b/1), rédigé comme suit :
  "b/1) les primes visées à l'article 90, alinéa 1er, 2° bis ;".
Art. 39. In artikel 180, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 mei 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
  "3° de Delcredere;";
  2° de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt:
  "6° de Waalse vervoersoperator "Opérateur de Transport de Wallonie";".
Art. 39. A l'article 180, alinéa 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 29 mai 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 3° est remplacé par ce qui suit :
  "3° le Ducroire ;" ;
  2° le 6° est remplacé par ce qui suit :
  "6° l'Opérateur de Transport de Wallonie ;".
Art. 40. In artikel 192, § 1, achtste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2012, worden de woorden "de in het eerste lid bedoelde voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom" vervangen door de woorden "de in artikel 202, § 2, eerste lid, 2°, vermelde voorwaarde".
Art. 40. Dans l'article 192, § 1er, alinéa 8, du même Code, inséré par la loi du 13 décembre 2012, les mots "la condition de détention en pleine propriété pendant une période ininterrompue d'au moins un an visée à l'alinéa 1er" sont remplacés par les mots "la condition visée à l'article 202, § 2, alinéa 1er, 2°, ".
Art. 41. In artikel 198, § 1, 9°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 2011, gewijzigd bij de wetten van 13 december 2012 en 25 december 2016 en gewijzigd bij de wet van 30 maart 2018 maar deze laatste wijziging werd vernietigd bij arrest nr. 11/2020 van het Grondwettelijk Hof van 23 januari 2020, worden de woorden "overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot negende lid;" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot twaalfde lid;".
Art. 41. Dans l'article 198, § 1er, 9°, du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 2011, modifié par les lois des 13 décembre 2012 et 25 décembre 2016 et modifié par la loi du 30 mars 2018 mais cette dernière modification a été annulée par l'arrêt n° 11/2020 de la Cour constitutionnelle du 23 janvier 2020, les mots "conformément à l'article 36, § 2, alinéas 1er à 9;" sont remplacés par les mots "conformément à l'article 36, § 2, alinéas 1er à 12 ;".
Art. 42. In artikel 198, § 1, 9° bis, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 december 2016 en gewijzigd bij de wet van 30 maart 2018 maar deze laatste wijziging werd vernietigd bij arrest nr. 11/2020 van het Grondwettelijk Hof van 23 januari 2020, worden de woorden "overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot negende lid," vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot twaalfde lid,".
Art. 42. Dans l'article 198, § 1er, 9° bis, du même Code, inséré par la loi du 25 décembre 2016 et modifié par la loi du 30 mars 2018 mais cette dernière modification a été annulée par l'arrêt n° 11/2020 de la Cour constitutionnelle du 23 janvier 2020, les mots "conformément à l'article 36, § 2, alinéas 1er à 9°, " sont remplacés par les mots "conformément à l'article 36, § 2, alinéas 1er à 12,".
Art. 43. In artikel 207, tiende lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2015 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de woorden "naar Belgisch recht" opgeheven.
Art. 43. Dans l'article 207, alinéa 10, du même Code, inséré par la loi du 10 août 2015 et modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, les mots "de droit belge" sont abrogés.
Art. 44. In artikel 216, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij de wet van 31 juli 2004, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt:
  "b) voor de hierna volgende vennootschappen voor huisvestingskrediet:
  - de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, de Société wallonne du Logement, de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij, de Vlaamse Landmaatschappij en de door hen of de door de bevoegde regering erkende lokale sociale huisvestingsmaatschappijen;
  - het Vlaams Woningfonds, de Société wallonne du Crédit social, de Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zomede de door het Vlaamse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of het Waalse Gewest erkende vennootschappen of instellingen die tot doel hebben leningen toe te staan voor de aankoop van een bouwgrond, voor de aankoop, het bouwen, het verbouwen, het renoveren of het inrichten van een gezinswoning, alsmede voor de uitrusting daarvan met geschikt meubilair of voor de uitvoering van energiebesparende maatregelen;".
Art. 44. Dans l'article 216, 2°, du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998 et modifié par la loi du 31 juillet 2004, le b) est remplacé par ce qui suit :
  "b) pour les sociétés de crédit au logement suivantes :
  - la Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, la Société wallonne du Logement, la Société du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale, la Vlaamse Landmaatschappij et les sociétés locales de logement social agréées par celles-ci ou par le gouvernement compétent ;
  - le Vlaams Woningfonds, la Société wallonne du Crédit social, le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie et le Fonds du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale, ainsi que les sociétés et institutions agréées par la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale ou la Région wallonne qui ont pour objet de faire des prêts en vue de l'achat d'un terrain, en vue de l'achat, de la construction, de la transformation, de la rénovation, ou de l'aménagement d'une habitation familiale, ainsi que de son équipement mobilier approprié, ou en vue de la mise en oeuvre de mesures d'économie d'énergie ;".
Art. 45. In artikel 219 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "en op voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2° " vervangen door de woorden "en op voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, en de inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5° ";
  2° in het tweede lid worden de woorden "inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5°, " ingevoegd tussen de woorden "voordelen van alle aard," en de woorden "financiële voordelen en verdoken meerwinsten" en de woorden "en die financiële voordelen" worden vervangen door de woorden ", die financiële voordelen en die inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5° ";
  3° in het vijfde lid worden de woorden "of van de voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2° " vervangen door de woorden "van de voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, of van de inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5° ";
  4° in het zesde lid worden de woorden "of van de voordelen van alle aard bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2° " vervangen door de woorden ", van de voordelen van alle aard bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, of van de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5° ".
Art. 45. A l'article 219 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "et des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2° " sont remplacés par les mots", des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2°, et des revenus visés à l'article 17, § 1er, 3°, en ce qui concerne les droits d'auteur et les droits voisins, et 5° " ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots "revenus visés à l'article 17, § 1er, 3°, en ce qui concerne les droits d'auteur et les droits voisins, et 5°, " sont insérés entre les mots "avantages de toute nature," et les mots "avantages financiers et bénéfices dissimulés" et les mots "et avantages financiers" sont remplacés par les mots ", avantages financiers et revenus visés à l'article 17, § 1er, 3°, en ce qui concerne les droits d'auteur et les droits voisins, et 5° " ;
  3° dans l'alinéa 5, les mots "ou des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2° " sont remplacés par les mots "des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2°, ou des revenus visés à l'article 17, § 1er, 3°, en ce qui concerne les droits d'auteur et les droits voisins, et 5° " ;
  4° dans l'alinéa 6, les mots "ou des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2° " sont remplacés par les mots ", des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2°, ou des revenus visés à l'article 17, § 1er, 3°, en ce qui concerne les droits d'auteur et les droits voisins, et 5° ".
Art. 46. In artikel 219bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1999 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, de Société régionale wallonne du logement" vervangen door de woorden "de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, de Société wallonne du logement";
  2° paragraaf 2 wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Ten name van de vennootschappen bedoeld in artikel 216, 2°, b, wordt deze aanslag niet gevestigd op de reserves die worden overgedragen naar een andere in artikel 216, 2°, b, bedoelde vennootschap. Voor de toepassing van dit artikel worden deze reserves bij de vennootschap die ze heeft verkregen geacht te zijn aangelegd gedurende het belastbaar tijdperk waarin de overdragende vennootschap ze heeft aangelegd.
  Het dividend dat bij een in artikel 210, § 1, 1°, bedoelde verrichting onttrokken wordt van de reserves wordt voor de toepassing van dit artikel ook als een overgedragen reserve beschouwd";
  3° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Ten name van de vennootschappen bedoeld in artikel 216, 2°, b, wordt deze aanslag niet gevestigd wanneer het dividend wordt uitgekeerd aan een andere in artikel 216, 2°, b, bedoelde vennootschap. De aanslag wordt evenmin gevestigd wanneer het dividend wordt uitgekeerd aan een niet in artikel 216, 2°, b, bedoelde vennootschap en deze laatste het uitgekeerde dividend onmiddellijk in het kapitaal van een in artikel 216, 2°, b, bedoelde vennootschap inbrengt. Wanneer de inbrengverkrijgende vennootschap later een kapitaalvermindering doorvoert, wordt die geacht eerst uit deze ingebrachte kapitalen voort te komen. Voor de toepassing van dit artikel wordt de vermindering van deze ingebrachte kapitalen in afwijking van artikel 18, eerste lid, 2°, als een dividend beschouwd.".
Art. 46. A l'article 219bis du même Code, inséré par la loi du 4 mai 1999 et modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "la Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, la Société régionale wallonne du logement" sont remplacés par les mots "la Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, la Société wallonne du logement" ;
  2° le paragraphe 2 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  "Dans le chef des sociétés visées à l'article 216, 2°, b, cette cotisation n'est pas établie aux réserves qui sont transférées à une autre société visée à l'article 216, 2°, b. Pour l'application du présent article ces réserves sont censées être constituées dans le chef de la société qui les a reçues au cours de la période imposable pendant laquelle la société apporteuse les a constituées.
  Le dividende retiré des réserves en cas d'opération visée à l'article 210, § 1er, 1°, est également considéré comme une réserve transférée aux fins du présent article" ;
  3° le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Dans le chef des sociétés visées à l'article 216, 2°, b, cette cotisation n'est pas établie lorsque le dividende est distribué à une autre société visée à l'article 216, 2°, b. La cotisation n'est pas non plus établie lorsque le dividende est distribué à une société qui n'est pas visée à l'article 216, 2°, b, et que celui-ci incorpore immédiatement le dividende distribué dans le capital d'une société visée à l'article 216, 2°, b. Lorsque la société bénéficiaire opère ultérieurement une diminution de capital, elle sera censée s'opérer en premier lieu en déduction des capitaux apportés. Pour l'application du présent article, la diminution de ces capitaux apportés est considérée, par dérogation à l'article 18, alinéa 1er, 2°, comme un dividende.".
Art. 47. In artikel 223 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "en voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2° " vervangen door de woorden ", voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, en van inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5° ";
  2° in het tweede lid, 4° en 5°, worden de woorden "overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot negende lid," telkens vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot twaalfde lid,";
  3° in het derde lid worden de woorden "het bedrag van de voordelen van alle aard bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, of van de kosten bedoeld in artikel 57, eerste lid, "vervangen door de woorden "het bedrag van de kosten bedoeld in artikel 57, eerste lid, van de voordelen van alle aard bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, of van de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5° ";
  4° in het vierde lid worden de woorden "het bedrag van de voordelen van alle aard bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, of van de kosten bedoeld in artikel 57" vervangen door de woorden "het bedrag van de voordelen van alle aard bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, van de kosten bedoeld in artikel 57, eerste lid, of van de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5° ".
Art. 47. A l'article 223 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 1°, les mots "et des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2° " sont remplacés par les mots ", des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2°, et des revenus visés à l'article 17, § 1er, 3°, en ce qui concerne les droits d'auteur et les droits voisins, et 5° " ;
  2° dans l'alinéa 1er, 4° et 5°, les mots "conformément à l'article 36, § 2, alinéas 1er à 9," sont chaque fois remplacés par les mots "conformément à l'article 36, § 2, alinéas 1er à 12," ;
  3° dans l'alinéa 3, les mots "le montant des dépenses, visées à l'article 57, alinéa 1er, ou des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2° " sont remplacés par les mots "le montant des dépenses, visées à l'article 57, alinéa 1er, des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2°, ou des revenus visés à l'article 17, § 1er, 3°, en ce qui concerne les droits d'auteur et les droits voisins, et 5° " ;
  4° dans l'alinéa 4, les mots "le montant des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2°, ou des dépenses visées à l'article 57" sont remplacés par les mots "le montant des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2°, des dépenses visées à l'article 57, alinéa 1er, ou des revenus visés à l'article 17, § 1er, 3°, en ce qui concerne les droits d'auteur et les droits voisins, et 5° ".
Art. 48. In artikel 225, tweede lid, 4°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 19 december 2014, worden de woorden "op in artikel 223, eerste lid, 1°, vermelde niet verantwoorde kosten en voordelen van alle aard" vervangen door de woorden "op in artikel 223, eerste lid, 1°, vermelde niet verantwoorde kosten, voordelen van alle aard en inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5° en worden de woorden "tenzij kan worden aangetoond dat de verkrijger van die kosten, die voordelen van alle aard en die financiële voordelen een rechtspersoon is, in welke gevallen de aanslag gelijk is aan 50 pct." vervangen door de woorden "tenzij kan worden aangetoond dat de verkrijger van die kosten, die voordelen van alle aard, die inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5°, en die financiële voordelen een rechtspersoon is, in welke gevallen de aanslag gelijk is aan 50 pct.".
Art. 48. Dans l'article 225, alinéa 2, 4°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 19 décembre 2014, les mots "sur les dépenses et les avantages de toute nature, non justifiés visés à l'article 223, alinéa 1er, 1° " sont remplacés par les mots "sur les dépenses et les avantages de toute nature, non justifiés visés à l'article 223, alinéa 1er, 1°, et les revenus visés à l'article 17, § 1er, 3°, en ce qui concerne les droits d'auteur et les droits voisins, et 5° " et les mots "sauf si on peut établir que le bénéficiaire de ces frais, ces avantages de toute nature et ces avantages financiers est une personne morale, auxquels cas cette cotisation est égale à 50 p.c." par les mots "sauf si on peut établir que le bénéficiaire de ces frais, ces avantages de toute nature, ces revenus visés à l'article 17, § 1er, 3°, en ce qui concerne les droits d'auteur et les droits voisins, et 5°, et ces avantages financiers est une personne morale, auxquels cas cette cotisation est égale à 50 p.c.".
Art. 49. In artikel 233, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 19 december 2014, worden de woorden "en voordelen van alle aard" vervangen door de woorden ", voordelen van alle aard en inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5° ".
Art. 49. Dans l'article 233, alinéa 2, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 19 décembre 2014, les mots "et les avantages de toute nature" sont remplacés par les mots ", les avantages de toute nature et les revenus visés à l'article 17, § 1er, 3°, en ce qui concerne les droits d'auteur et les droits voisins, et 5° ".
Art. 50. In artikel 234, eerste lid, 4°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de woorden "en de voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2° " vervangen door de woorden ", de voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, en de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5° ".
Art. 50. A l'article 234, alinéa 1er, 4°, phrase liminaire, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, les mots "et les avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2° " sont remplacés par les mots ", les avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2°, et les revenus visés à l'article 17, § 1er, 3°, en ce qui concerne les droits d'auteur et les droits voisins, et 5° ".
Art. 51. In artikel 265, tweede lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 april 2007 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het eerste streepje worden de woorden "aan een lokaal bestuur als bedoeld in artikel 32 van de wet van 24 oktober 2011" vervangen door de woorden "aan een lokaal bestuur in het kader van artikel 5, §§ 1, 2 en 5, van de wet van 24 oktober 2011";
  b) in het tweede streepje, a, worden de woorden "artikel 32 van de genoemde wet van 24 oktober 2011" vervangen door de woorden "de artikelen 16 en 20 van de genoemde wet van 24 oktober 2011";
  c) in het tweede streepje, b, 2, worden de woorden "door tussenkomst van het voornoemd lokaal bestuur" ingevoegd tussen het woord "onrechtstreeks" en de woorden "aan een instelling voor sociale zekerheid".
Art. 51. Dans l'article 265, alinéa 2, 3°, du même Code, inséré par la loi du 27 avril 2007 et modifié en dernier lieu par la loi du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le premier tiret, les mots "à une administration locale visée à l'article 32 de la loi du 24 octobre 2011" sont remplacés par les mots "à une administration locale dans le cadre de l'article 5, §§ 1er, 2 et 5, de la loi du 24 octobre 2011" ;
  b) dans le deuxième tiret, a, les mots "à l'article 32 de la loi du 24 octobre 2011 précitée" sont remplacés par les mots "aux articles 16 et 20 de la loi du 24 octobre 2011 précitée" ;
  c) dans le deuxième tiret, b, 2, les mots ", par le biais de l'administration locale précitée," sont insérés entre le mot "indirectement" et les mots "à une institution de sécurité sociale".
Art. 52. In artikel 269 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt:
  " § 2. In afwijking van paragraaf 1, 1°, wordt het tarief van de roerende voorheffing op de dividenden, met uitzondering van de in artikel 18, eerste lid, 2° ter, en 3°, bedoelde dividenden, verlaagd in zoverre dat:
  1° de vennootschap die deze dividenden uitkeert, een vennootschap is die op grond van de voorwaarden bedoeld in artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, als kleine vennootschap wordt aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de kapitaalinbreng is gedaan;
  2° die dividenden voortkomen uit nieuwe aandelen op naam uitgegeven ter gelegenheid van de oprichting van de vennootschap of een verhoging van haar kapitaal;
  3° de volstorting van het kapitaal dat deze aandelen vertegenwoordigt, volledig gebeurt door middel van nieuwe inbrengen in geld;
  4° deze inbrengen in geld niet voortkomen uit de verdeling van belaste reserves die overeenkomstig artikel 537, eerste lid, worden onderworpen aan een verlaagde roerende voorheffing zoals bedoeld in datzelfde lid;
  5° de uitgifte van de aandelen gedaan is vanaf 1 juli 2013;
  6° de belastingplichtige deze aandelen op naam ononderbroken in volle eigendom heeft behouden vanaf hun uitgifte;
  7° deze dividenden zijn verleend of toegekend uit de winstverdeling voor het tweede boekjaar volgend op dat van de verrichte inbreng bij de oprichting van de vennootschap of bij een kapitaalverhoging, of voor volgende boekjaren.
  De roerende voorheffing bedraagt:
  1° 20 pct. voor de dividenden verleend of toegekend uit de winstverdeling voor het tweede boekjaar volgend op dat van de verrichte inbreng bij de oprichting van de vennootschap of bij een kapitaalverhoging;
  2° 15 pct. voor de dividenden verleend of toegekend uit de winstverdeling voor het derde boekjaar volgend op dat van de verrichte inbreng bij de oprichting van de vennootschap of bij een kapitaalverhoging, of voor volgende boekjaren.
  De overdracht, in rechte lijn of tussen echtgenoten, van de aandelen ingevolge een erfopvolging of schenking wordt geacht niet te hebben plaatsgehad voor de toepassing van de in het eerste lid, 6°, bedoelde voorwaarde inzake het ononderbroken behoud.
  De overdracht, in rechte lijn of tussen echtgenoten, van de aandelen wordt evenmin geacht te hebben plaatsgehad voor de toepassing van de voorwaarde van volle eigendom wanneer die overdracht het gevolg is van:
  1° een wettelijke erfopvolging of een erfopvolging op een wijze die gelijkaardig is aan de wettelijke erfvolging;
  2° een ascendentenverdeling die geen afbreuk doet aan het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot.
  De erfgenamen of begiftigden nemen de plaats in van de belastingplichtige inzake de voordelen en verplichtingen van de maatregel.
  De omruiling van aandelen ingevolge verrichtingen als bedoeld in artikel 45 of de vervreemding of verkrijging van aandelen ingevolge fiscaal neutrale verrichtingen als bedoeld in de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, worden geacht niet te hebben plaatsgevonden voor de toepassing van het eerste lid, 6°.
  De kapitaalsverhogingen die tot stand komen na een vermindering van dit kapitaal die plaatsvinden vanaf 1 mei 2013 komen niet in aanmerking voor het toekennen van het verlaagd tarief, behalve in de mate waarin de kapitaalsverhoging de vermindering overstijgt.
  De sommen die voortkomen uit een vanaf 1 mei 2013 georganiseerde vermindering van het kapitaal of uitkering van liquidatiereserves bedoeld in artikel 184quater of 541 die onderworpen zijn aan een verlaagd tarief van de roerende voorheffing van 5 pct., van een vennootschap verbonden of geassocieerd met een persoon in de zin van de artikelen 1:20 en 1:21 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, en die door deze persoon worden geïnvesteerd in een verhoging van het kapitaal van een andere vennootschap kunnen niet genieten van het voormeld verlaagd tarief.
  Voor de toepassing van het achtste lid wordt onder "persoon" ook begrepen zijn echtgenoot, zijn ouders en zijn kinderen wanneer deze persoon of zijn echtgenoot het wettelijk genot van hun inkomsten hebben.
  Als de vennootschap, die aandelen heeft uitgegeven of haar kapitaal heeft verhoogd in het kader van deze paragraaf, later overgaat tot verminderingen van dat kapitaal, zullen deze verminderingen prioritair worden afgehouden van de kapitalen die ter uitvoering van de betrokken oprichting of verhoging zijn gestort.
  De onderschreven sommen bij de uitgifte van de aandelen moeten volledig volstort zijn en aan deze aandelen mag geen voorkeursrecht verbonden zijn ten aanzien van de deelname in het kapitaal of in de winst of ten aanzien van de verdeling van het maatschappelijk vermogen.
  Voor de vennootschappen die tussen 1 mei 2019 en 15 december 2021 beslist hebben over te gaan tot een vrijstelling van volstorting van de onderschreven aandelen, waardoor aan de voorwaarde vermeld in het elfde lid in principe nooit meer zou kunnen worden voldaan, en die vóór 31 december 2022 een kapitaalverhoging in geld doorvoeren, waardoor het bedrag van het gestorte kapitaal in geldmiddelen opnieuw op dezelfde hoogte wordt gebracht van het initieel onderschreven bedrag vóór de vrijstelling tot volstorting, kunnen de dividenden met betrekking tot zowel de aandelen uitgegeven bij de oprichting na 1 juli 2013 als de aandelen uitgegeven bij de kapitaalverhoging in aanmerking komen voor het verlaagde tarief, op voorwaarde dat aan de andere voorwaarden is voldaan. In voorkomend geval is kapitaalverhoging mogelijk zonder de uitgifte van nieuwe aandelen.".
Art. 52. Dans l'article 269 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, 1°, le taux du précompte mobilier est réduit pour les dividendes, à l'exception des dividendes visés à l'article 18, alinéa 1er, 2° ter et 3°, pour autant que :
  1° la société qui distribue ces dividendes soit une société qui, sur base des critères visés à l'article 1:24, §§ 1er à 6, du Code des sociétés et des associations, est considérée comme petite société pour l'exercice d'imposition lié à la période imposable au cours de laquelle l'apport en capital a lieu ;
  2° ces dividendes proviennent d'actions ou parts nouvelles nominatives émises à l'occasion de la constitution de la société ou d'une augmentation de son capital ;
  3° la libération du capital représentatif de ces actions ou parts soit réalisée intégralement au moyen de nouveaux apports en numéraire ;
  4° ces apports en numéraire ne proviennent pas de la distribution des réserves taxées qui sont, conformément à l'article 537, alinéa 1er, soumises à un précompte mobilier réduit visé au même alinéa ;
  5° l'émission des actions ou parts soit effectuée à partir du 1er juillet 2013 ;
  6° le contribuable détienne la pleine propriété de ces actions ou parts nominatives de façon ininterrompue depuis leur émission ;
  7° ces dividendes soient alloués ou attribués lors de la répartition bénéficiaire du deuxième exercice comptable qui suit celui de l'apport effectué lors de la constitution de la société ou d'une augmentation de son capital, ou des exercices suivants.
  Le précompte mobilier est de :
  1° 20 p.c. pour les dividendes alloués ou attribués lors de la répartition bénéficiaire du deuxième exercice comptable qui suit celui de l'apport effectué lors de la constitution de la société ou d'une augmentation de son capital ;
  2° 15 p.c. pour les dividendes alloués ou attribués lors de la répartition bénéficiaire du troisième exercice comptable qui suit celui de l'apport effectué lors de la constitution de la société ou d'une augmentation de son capital, ou des exercices suivants.
  La transmission, en ligne directe ou entre conjoints, des actions ou parts résultant d'une succession ou d'une donation est considérée comme n'ayant pas eu lieu en ce qui concerne l'application de la condition de détention ininterrompue visée à l'alinéa 1er, 6°.
  La transmission, en ligne directe ou entre conjoints, des actions ou parts est considérée également comme n'ayant pas eu lieu en ce qui concerne l'application de la condition de pleine propriété lorsque cette transmission résulte :
  1° d'une succession dévolue légalement ou d'une manière conforme à la dévolution légale ;
  2° d'un partage d'ascendant ne portant pas atteinte à l'usufruit du conjoint légal survivant.
  Les héritiers ou donataires se substituent au contribuable dans les avantages et obligations de la mesure.
  L'échange d'actions ou de parts en raison des opérations visées à l'article 45 ou l'aliénation ou l'acquisition d'actions ou de parts en raison d'opérations en neutralité d'impôt visées aux articles 46, § 1er, alinéa 1er, 2°, 211, 214, § 1er, et 231, §§ 2 et 3, sont censés ne pas avoir eu lieu pour l'application de l'alinéa 1er, 6°.
  De même, les augmentations du capital qui sont réalisées après une réduction de ce capital organisée à partir du 1er mai 2013, ne sont prises en considération pour l'octroi du taux réduit que dans la mesure de l'augmentation du capital qui dépasse la réduction.
  Les sommes qui proviennent d'une réduction de capital ou de la distribution de réserves de liquidation visées à l'article 184quater ou 541 soumises à un taux de précompte mobilier réduit de 5 p.c., organisée à partir du 1er mai 2013, d'une société liée ou associée à une personne au sens des articles 1:20 et 1:21 du Code des sociétés et des associations, et qui sont investies par cette personne dans une augmentation de capital d'une autre société ne peuvent bénéficier du taux réduit précité.
  Par "personne", on entend aussi, pour l'application de l'alinéa 8, son conjoint, ses parents et ses enfants lorsque cette personne ou son conjoint a la jouissance légale des revenus de ceux-ci.
  Si la société, qui a émis des actions ou parts ou augmenté son capital dans le cadre du présent paragraphe, procède ultérieurement à des réductions de ce capital, ces réductions seront prélevées en priorité sur les capitaux libérés en exécution de l'opération de constitution ou d'augmentation en question.
  Les sommes souscrites à l'occasion de l'émission des actions ou parts doivent être entièrement libérées et les actions ou parts ne peuvent être assorties d'aucun droit préférentiel en matière de participation au capital ou aux bénéfices ou en matière de répartition de l'avoir social.
  Pour les sociétés qui ont décidé une dispense de libération des actions ou parts souscrites entre le 1er mai 2019 et le 15 décembre 2021, en conséquence de quoi la condition mentionnée à l'alinéa 11 ne pourrait en principe jamais plus être remplie, et qui avant le 31 décembre 2022 procèdent à une augmentation de capital en numéraire qui a pour effet de porter de nouveau le montant du capital libéré en numéraire jusqu'à concurrence du montant initialement souscrit avant la dispense de libération, les dividendes qui se rapportent tant aux actions ou parts émises à l'occasion de la constitution après le 1er juillet 2013 qu'aux actions ou parts émises à l'occasion de l'augmentation de capital peuvent bénéficier du taux réduit pour autant que les autres conditions soient respectées. Le cas échéant, l'augmentation de capital peut ne pas être assortie de l'émission d'actions ou parts nouvelles.".
Art. 53. In titel 6, hoofdstuk 1, afdeling 4, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, dat de artikelen 270 en 271 van dat Wetboek omvat, luidende:
  "Onderafdeling 1. Schuldenaars van de voorheffing".
Art. 53. Dans le titre 6, chapitre 1er, section 4, du même Code, il est inséré une sous-section 1re, comportant les articles 270 et 271 de ce Code, intitulée :
  "Sous-section 1re. Redevables du précompte".
Art. 54. In titel 6, hoofdstuk 1, afdeling 4, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, dat de artikelen 272 tot 275 van dat Wetboek omvat, luidende:
  "Onderafdeling 2. Inhouding, opeisbaarheid en berekening van de voorheffing".
Art. 54. Dans le titre 6, chapitre 1er, section 4, du même Code, il est inséré une sous-section 2, comportant les articles 272 à 275 de ce Code, intitulée :
  "Sous-section 2. Retenue, exigibilité et calcul du précompte".
Art. 55. In titel 6, hoofdstuk 1, afdeling 4, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 3 ingevoegd, dat de artikelen 2751 tot 27512 van dat Wetboek omvat, luidende:
  "Onderafdeling 3. Vrijstelling van doorstorting van de voorheffing".
Art. 55. Dans le titre 6, chapitre 1er, section 4, du même Code, il est inséré une sous-section 3, comportant les articles 2751 à 27512 de ce Code, intitulée :
  "Sous-section 3. Dispense de versement du précompte".
Art. 56. In artikel 27512 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 20 december 2020 en gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "die ten minste 6 maanden" vervangen door de woorden "die sinds ten minste 6 maanden";
  b) in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "en die een opleiding hebben gevolgd zoals in omschreven in paragraaf 3, met een minimale duurtijd van 10 dagen" vervangen door de woorden ", die geen in artikel 2756 bedoelde sportbeoefenaars zijn en die één of meerdere opleidingen hebben gevolgd zoals omschreven in paragraaf 3, die in hun geheel een minimale duurtijd hebben van 76 uren";
  c) in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "10 dagen" vervangen door de woorden "76 uren" en wordt de zin "Deze minimale duurtijd wordt verminderd naar verhouding tot de op de betrokken werknemer van toepassing zijnde arbeidsregeling. "vervangen door de zin "Deze minimale duurtijd wordt verminderd naar verhouding tot de arbeidsregeling die van toepassing is op de betrokken werknemer, op de dag waarop de laatste van deze opleidingen werd beëindigd.";
  d) in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "10 dagen" telkens vervangen door de woorden "76 uren";
  e) in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden "10 dagen" vervangen door de woorden "76 uren" en worden de woorden "5 dagen" vervangen door de woorden "38 uren";
  f) paragraaf 2, vijfde lid, wordt vervangen als volgt:
  "Een bezoldiging van een werknemer komt niet in aanmerking voor de toepassing van dit artikel wanneer eerdere bezoldigingen van deze werknemer reeds tien keer eerder door dezelfde werkgever in toepassing van paragrafen 4 en 5 in de vrijstellingsgrondslag werd opgenomen";
  g) in paragraaf 3, eerste lid, wordt het derde streepje opgeheven;
  h) in paragraaf 3 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
  "Om in aanmerking te komen moet de volledige kost van de in paragraaf 2 bedoelde opleiding evenals de volledige loonkost die verschuldigd is in geval de opleiding tijdens werktijd gevolgd wordt, door de werkgever worden gedragen";
  i) in paragraaf 3, tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "één dag" vervangen door de woorden "één volledige werkdag";
  j) in paragraaf 3, derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "10 dagen" vervangen door de woorden "76 uren" en worden de woorden "5 dagen" vervangen door de woorden "38 uren";
  k) in paragraaf 4, derde lid, worden in de Nederlandse tekst de woorden "in artikel 2" vervangen door de woorden "in het tweede lid";
  l) in paragraaf 6, enig lid, wordt in de Nederlandse tekst het woord "vermelden" vervangen door het woord "vermelde".
Art. 56. A l'article 27512, du même Code, inséré par la loi-programme du 20 décembre 2020 et modifié par la loi du 27 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, dans le texte néerlandais, les mots "die ten minste 6 maanden" sont remplacés par les mots "die sinds ten minste 6 maanden" ;
  b) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "et qui ont suivi une formation telle que définie au paragraphe 3, d'une durée minimale de 10 jours" sont remplacés par les mots ", qui ne sont pas des sportifs visés à l'article 2756 et qui ont suivi une ou plusieurs formations telles que définies au paragraphe 3, dont l'ensemble a une durée minimale de 76 heures" ;
  c) dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "10 jours" sont remplacés par les mots "76 heures" et la phrase "Cette durée minimale est réduite proportionnellement au régime de travail applicable au travailleur concerné." est remplacée par la phrase "Cette durée minimale est réduite proportionnellement au régime de travail applicable au travailleur concerné le jour où la dernière de ces formations a pris fin" ;
  d) dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "10 jours" sont chaque fois remplacés par les mots "76 heures" ;
  e) dans le paragraphe 2, alinéa 4, les mots "10 jours" sont remplacés par les mots "76 heures" et les mots "5 jours" sont remplacés par les mots "38 heures" ;
  f) le paragraphe 2, alinéa 5, est remplacé par ce qui suit :
  "Une rémunération d'un travailleur n'est pas prise en compte pour l'application du présent article lorsque les rémunérations précédentes de ce travailleur ont déjà été reprises dix fois dans la base de la dispense par le même employeur en application des paragraphes 4 et 5" ;
  g) dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le troisième tiret est abrogé ;
  h) dans le paragraphe 3, un nouveau alinéa est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, rédigé comme suit :
  "Pour être pris en compte, le coût de la formation visée au paragraphe 2, ainsi que le coût salarial qui est dû lorsque la formation est suivie pendant les heures de travail, doivent être entièrement supportés par l'employeur" ;
  i) dans le paragraphe 3, alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, les mots "une journée" sont remplacés par les mots "une journée de travail complète" ;
  j) au paragraphe 3, alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, les mots "10 jours" sont remplacés par les mots "76 heures" et les mots "5 jours" sont remplacés par les mots "38 heures" ;
  k) dans le paragraphe 4, alinéa 3, dans le texte néerlandais, les mots "in artikel 2" sont remplacés par les mots "in het tweede lid" ;
  l) dans le paragraphe 6, alinéa unique, dans le texte néerlandais, le mot "vermelden" est remplacé par le mot "vermelde".
Art. 57. In artikel 362 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 december 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "of baten" ingevoegd tussen de woorden "als winst" en de woorden "van het belastbare tijdperk" en worden de woorden "ze zijn toegekend" vervangen door de woorden "ze respectievelijk zijn toegekend of ontvangen";
  2° in het tweede lid worden de woorden "of baten" ingevoegd tussen de woorden "als winst" en de woorden "werd aangemerkt".
Art. 57. A l'article 362 du même Code, modifié par la loi du 22 décembre 1998, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "ou profits" sont insérés entre les mots "des bénéfices" et les mots "de la période imposable" et les mots "ils ont été alloués"sont remplacés par les mots "ils ont été respectivement alloués ou perçus" ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots "ou profit" sont insérés entres les mots "comme bénéfice" et les mots "au moment de l'opération".
Art. 58. In artikel 413/1, § 1, tweede lid, tweede streepje, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 december 2016, worden de woorden "de overeenkomstig artikelen 215, 216 en 218 berekende belastingen" vervangen door de woorden "de overeenkomstig artikelen 215 tot 218 berekende belastingen", worden de woorden "de in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde inkomsten" vervangen door de woorden "de in het eerste lid, 1°, 1° /1, 2°, 3° en 6°, bedoelde inkomsten" en worden de woorden "het geheel van de in de artikelen 215 en 216 bedoelde inkomsten" vervangen door de woorden "het resultaat na toepassing van artikel 207/2".
Art. 58. A l'article 413/1, § 1er, alinéa 2, deuxième tiret, du même Code, inséré par la loi du 1er décembre 2016, les mots "l'impôt calculé conformément aux articles 215, 216 et 218" sont remplacés par les mots "l'impôt calculé conformément aux articles 215 à 218", les mots "les revenus visés à l'alinéa 1er, 1°, 2° et 3° " sont remplacés par les mots "les revenus visés à l'alinéa 1er, 1°, 1° /1, 2°, 3° et 6° " et les mots "au total des revenus visés aux articles 215 et 216" sont remplacés par les mots "au résultat obtenu après application de l'article 207/2".
Art. 59. In artikel 537, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 28 juni 2013, in de Franse tekst, worden de woorden "un frais professionnel" vervangen door de woorden "des frais professionnels".
Art. 59. A l'article 537, alinéa 4, du même Code, inséré par la loi-programme du 28 juin 2013, dans le texte français, les mots "un frais professionnel" sont remplacés par les mots "des frais professionnels".
Art. 60. Artikel 25 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021.
  De artikelen 26, 32, 45, 47, 1° en 3°, 48 tot 50 zijn van toepassing op de vanaf 1 januari 2021 betaalde of toegekende inkomsten tijdens een belastbaar tijdperk dat ten vroegste verbonden is met het aanslagjaar 2022.
  De artikelen 27 en 35 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2022.
  [1 ...]1
  De artikelen 29 tot 31 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2022.
  De artikelen 33 en 37 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2021.
  De artikelen 34 en 38 treden in werking op 31 december 2021 en zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2022.
  Artikel 36, 1°, is van toepassing op giften gedaan vanaf 1 januari 2022.
  Artikel 36, [3°], heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019. (Erratum van 07-03-2022, p. 18285)
  Artikel 46 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2021 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2020.
  Artikel 47, 2° heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021.
  Artikel 51 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2022.
  Artikel 52 is van toepassing op dividenden toegekend of betaalbaar gesteld met ingang van 1 januari 2022.
  Artikel 56 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2022 en is van toepassing op de bezoldigingen die vanaf die datum worden betaald of toegekend.
  Artikel 57 is van toepassing op de kapitaalsubsidies die worden ontvangen vanaf 1 januari 2021.
  
Art. 60. L'article 25 produit ses effets le 1er janvier 2021.
  Les articles 26, 32, 45, 47, 1° et 3°, 48 à 50 sont applicables aux revenus payés ou attribués à partir du 1er janvier 2021 au cours d'une période imposable qui se rattache au plus tôt à l'exercice d'imposition 2022.
  Les articles 27 et 35 produisent leus effets le 1er janvier 2022.
  [1 ...]1
  Les articles 29 à 31 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2022.
  Les articles 33 et 37 produisent leurs effets le 1er septembre 2021.
  Les articles 34 et 38 entrent en vigueur le 31 décembre 2021 et sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2022.
  L'article 36, 1°, est applicable aux libéralités faites à partir du 1er janvier 2022.
  L'article 36, [3°], produit ses effets le 1er janvier 2019. (Erratum du 07-03-2022, p. 18285)
  L'article 46 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2021 se rattachant à une période imposable qui débute au plus tôt le 1er janvier 2020.
  L'article 47, 2° produit ses effets le 1er janvier 2021.
  L'article 51 produit ses effets le 1er janvier 2022.
  L'article 52 est applicable aux dividendes attribués ou mis en paiement à partir du 1er janvier 2022.
  L'article 56 produit ses effets le 1er janvier 2022 et est applicable sur les rémunérations qui sont payées ou attribuées à partir de cette date.
  L'article 57 est applicable aux subsides en capital perçus à partir du 1er janvier 2021.
  
HOOFDSTUK 6. - Fiscaal stelsel van toepassing op Europese langetermijnbeleggingsinstellingen
CHAPITRE 6. - Régime fiscal applicable aux fonds européens d'investissement à long terme
Art. 61. Artikel 2, § 1, 5°, van Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 maart 2019, wordt aangevuld met een bepaling onder i), luidende:
  "i) Europese langetermijnbeleggingsinstelling: elke alternatieve instelling voor collectieve belegging die bij statuten is geregeld en die opgericht is in de vorm van een vennootschap naar Belgisch recht met rechtspersoonlijkheid en die vóór de aanvang van haar werkzaamheden door de FSMA is erkend overeenkomstig Verordening (EU) 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen.".
Art. 61. L'article 2, § 1er, 5°, du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié en dernier lieu par la loi du 17 mars 2019, est complété par un i) rédigé comme suit :
  "i) fonds européen d'investissement à long terme: tout organisme de placement collectif alternatif qui revêt la forme statutaire, constitué sous la forme d'une société de droit belge dotée de la personnalité juridique et qui est agréé avant le début de ses activités par la FSMA conformément au Règlement (UE) 2015/760 du parlement européen et du conseil du 29 avril 2015 relatif aux fonds européens d'investissement à long terme.".
Art. 62. In artikel 46, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 1994 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2016, worden de woorden "of een gereglementeerde vastgoedvennootschap" vervangen door de woorden ", een gereglementeerde vastgoedvennootschap of een Europese langetermijnbeleggingsinstelling".
Art. 62. Dans l'article 46, § 1er, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 1994 et modifié en dernier lieu par la loi du 3 août 2016, les mots "ou une société immobilière réglementée, agréée par l'Autorité des services et marchés financiers" sont remplacés par les mots ", une société immobilière réglementée ou un fonds européen d'investissement à long terme, agréé par l'Autorité des services et marchés financiers".
Art. 63. In artikel 47, § 7, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 3 augustus 2016, worden de woorden "of een gereglementeerde vastgoedvennootschap" vervangen door de woorden ", een gereglementeerde vastgoedvennootschap of een Europese langetermijnbeleggingsinstelling".
Art. 63. Dans l'article 47, § 7, du même Code, inséré par la loi-programme du 3 août 2016, les mots "ou une société immobilière réglementée" sont remplacés par les mots ", une société immobilière réglementée ou un fonds européen d'investissement à long terme".Art. 64 (nouveau).
Art. 64. In artikel 185bis, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 april 2019, worden de woorden "de Europese langetermijnbeleggingsinstellingen" ingevoegd tussen de woorden "de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 190, 195, 285, 288 en 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders," en de woorden "de gereglementeerde vastgoedvennootschappen".
Art. 64. A l'article 185bis, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2006 et modifié en dernier lieu par la loi du 28 avril 2019, les mots "les fonds européens d'investissement à long terme," sont insérés entre les mots "les sociétés d'investissement visées aux articles 190, 195, 285, 288 et 298 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires," et les mots "les sociétés immobilières réglementées".
Art. 65. In artikel 203, § 2, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin:
  "De bovenvermelde drempel van 90 pct. is niet van toepassing op dividenden die worden uitgekeerd door Europese langetermijnbeleggingsinstellingen.";
  2° in het zesde lid wordt de inleidende zin vervangen als volgt:
  "Paragraaf 1, eerste lid, 2°, voor wat betreft de door een Europese langetermijnbeleggingsinstelling verleende of toegekende inkomsten, en 2° bis, is niet van toepassing op het deel van de verleende of toegekende inkomsten dat voorkomt uit inkomsten van onroerende goederen:".
Art. 65. A l'article 203, § 2, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante :
  "Le seuil de 90 p.c. visé ci-dessus ne s'applique pas aux dividendes distribués par les fonds européens d'investissement à long terme." ;
  2° dans l'alinéa 6, la phrase liminaire est remplacée par ce qui suit :
  "Le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, pour ce qui concerne les revenus alloués ou attribués par un fonds européen d'investissement à long terme, et 2° bis, ne s'applique pas à la partie des revenus alloués ou attribués qui provient de revenus de biens immobiliers :".
Art. 66. In artikel 205octies, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 juni 2005 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2017, worden de woorden "de Europese langetermijnbeleggingsinstellingen," ingevoegd tussen de woorden "de beleggingsvennootschappen met vast kapitaal (BEVAK) bedoeld in de artikelen 195 en 288 van de genoemde wet," en de woorden "en de gereglementeerde vastgoedvennootschappen;".
Art. 66. Dans l'article 205octies, 3°, du même Code, inséré par la loi du 22 juin 2005 et modifié en dernier lieu par la loi du 25 décembre 2017, les mots "les fonds européens d'investissement à long terme," sont insérés entre les mots "les sociétés d'investissement à capital fixe (SICAF) définies aux articles 195 et 288 de la loi du 19 avril 2014 précitée," et les mots "et les sociétés immobilières réglementées ;".
Art. 67. In artikel 211, § 1, zesde lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 3 augustus 2016, worden de woorden "of een gereglementeerde vastgoedvennootschap" vervangen door de woorden ", een gereglementeerde vastgoedvennootschap of een Europese langetermijnbeleggingsinstelling".
Art. 67. Dans l'article 211, § 1er, alinéa 6, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 3 août 2016, les mots "ou une société immobilière réglementée agréée par l'Autorité des services et marchés financiers" sont remplacés par les mots ", une société immobilière réglementée ou un fonds européen d'investissement à long terme, agréé par l'Autorité des services et marchés financiers".
Art. 68. In artikel 215, derde lid, 6°, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 27 december 2006 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2016, worden de woorden "de Europese langetermijnbeleggingsinstellingen," ingevoegd tussen de woorden "de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 181 en 282 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders," en de woorden "de gereglementeerde vastgoedvennootschappen,".
Art. 68. Dans l'article 215, alinéa 3, 6°, du même Code, rétabi par la loi du 27 décembre 2006 et modifié en dernier lieu par la loi du 3 août 2016, les mots "aux fonds européens d'investissement à long terme," sont insérés entre les mots "aux sociétés d'investissement visées aux articles 181 et 282 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires," et les mots "aux sociétés immobilières réglementées,".
Art. 69. In artikel 231, § 2, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 3 augustus 2016, worden de woorden ", een gereglementeerde vastgoedvennootschap" vervangen door de woorden ", gereglementeerde vastgoedvennootschap of Europese langetermijnbeleggingsinstelling".
Art. 69. Dans l'article 231, § 2, alinéa 4, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 3 août 2016, les mots "une société immobilière réglementée ou une société qui est inscrite auprès du SPF Finances sur la liste des fonds d'investissement immobiliers spécialisés agréée par l'Autorité des services et marchés financiers, a pris part à l'opération susvisée" sont remplacés par les mots "une société immobilière réglementée ou un fonds européen d'investissement à long terme, agréé par l'Autorité des services et marchés financiers, ou une société qui est inscrite auprès du SPF Finances sur la liste des fonds d'investissement immobiliers spécialisés, a pris part à l'opération susvisée".
Art. 70. In titel VI, hoofdstuk I, afdeling 3, onderafdeling 2, van hetzelfde Wetboek, wordt een nieuw artikel 264/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 264/2. § 1. De roerende voorheffing is niet verschuldigd op de in artikel 202, § 1, 1° en 2°, bedoelde dividenden waarvan de schuldenaar een Europese langetermijnbeleggingsinstelling is en waarvan de verkrijger een vennootschap is die gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte dan België of in een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, op voorwaarde dat deze overeenkomst of enig ander verdrag in de uitwisseling van inlichtingen voorziet die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de nationale wetten van de overeenkomstsluitende Staten.
  Dit artikel is evenwel slechts van toepassing voor zover de inkomsten uitgekeerd door de schuldenaar afkomstig zijn van dividenden die zelf voldoen aan de voorwaarden voor aftrek bedoeld in artikel 203, § 1, eerste lid, 1° tot 4°, of van meerwaarden op aandelen of rechten van deelneming die op grond van artikel 192, § 1, voor vrijstelling in aanmerking komen. Dit artikel is slechts van toepassing in de mate dat de roerende voorheffing, die verschuldigd zou zijn in het geval de bij dit artikel bepaalde vrijstelling niet zou bestaan, niet zou kunnen worden verrekend noch worden terugbetaald in hoofde van de verkrijger.
  Dit artikel is slechts van toepassing indien de verkrijger een vennootschap is die is onderworpen aan de vennootschapsbelasting of aan een gelijksoortige belasting als de vennootschapsbelasting zonder te genieten van een belastingstelsel dat afwijkt van het gemeen recht.
  § 2. De vrijstelling wordt slechts toegestaan indien aan de schuldenaar van de dividenden een attest wordt overhandigd waarbij is bevestigd:
  1° dat de verkrijger onderworpen is aan de vennootschapsbelasting of aan een gelijksoortige belasting als de vennootschapsbelasting zonder te genieten van een belastingstelsel dat afwijkt van het gemeen recht;
  2° in welke mate, voor de verkrijgende vennootschap, de roerende voorheffing, die verschuldigd zou zijn in het geval de bij dit artikel bepaalde vrijstelling niet zou bestaan, in beginsel verrekenbaar of terugbetaalbaar is op grond van de wettelijke bepalingen die gelden op 31 december van het jaar voorafgaand aan de toekenning of betaalbaarstelling van het in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde dividend;
  3° wat de volledige naam, de rechtsvorm, het adres en in voorkomend geval het fiscaal identificatienummer van de verkrijgende vennootschap is.".
Art. 70. Dans le titre VI, chapitre I, section 3, sous-section 2, du même Code, il est inséré un nouvel article 264/2 rédigé comme suit :
  "Art. 264/2. § 1er. Le précompte mobilier n'est pas dû sur les dividendes visés à l'article 202, § 1er, 1° et 2°, dont le débiteur est un fonds européen d'investissement à long terme, et dont le bénéficiaire est une société qui est établie dans un Etat membre de l'Espace économique européen autre que la Belgique ou dans un Etat avec lequel la Belgique a conclu une convention préventive de la double imposition, à condition que cette convention ou un quelconque autre accord prévoit l'échange de renseignements nécessaires pour appliquer les dispositions de la législation nationale des Etats contractants.
  Toutefois, le présent article est seulement applicable dans la mesure où les revenus distribués par le débiteur proviennent de dividendes qui répondent eux-mêmes aux conditions de déduction visées à l'article 203, § 1er, alinéa 1er, 1° à 4°, ou de plus-values sur des actions ou parts susceptibles d'être exonérées en vertu de l'article 192, § 1er. Le présent article s'applique uniquement dans la mesure où le précompte mobilier qui serait dû si l'exonération prévue dans le présent article n'existait pas, ne pourrait être imputé ni remboursé dans le chef du bénéficiaire.
  Le présent article est seulement applicable lorsque le bénéficiaire est une société qui est assujettie à l'impôt des sociétés ou à un impôt analogue à l'impôt des sociétés sans bénéficier d'un régime fiscal exorbitant du droit commun.
  § 2. L'exemption est subordonnée à la condition que le débiteur des dividendes soit mis en possession d'une attestation par laquelle il est certifié :
  1° que le bénéficiaire est soumis à l'impôt des sociétés ou à un impôt analogue à l'impôt des sociétés sans bénéficier d'un régime fiscal exorbitant du droit commun ;
  2° dans quelle mesure, pour la société bénéficiaire, le précompte mobilier qui serait dû si l'exonération prévue dans le présent article n'existait pas est en principe imputable ou remboursable, sur la base des dispositions légales en vigueur au 31 décembre de l'année précédant l'attribution ou la mise en paiement du dividende visé au paragraphe 1er, alinéa 1er ;
  3° la dénomination complète, la forme juridique, l'adresse et le cas échéant le numéro d'identification fiscale de la société bénéficiaire.".
HOOFDSTUK 7-. Wijzigingen van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
CHAPITRE 7. - Modifications de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires
Art. 71. In het opschrift van boek I/1 van deel III van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, ingevoegd bij de wet van 27 juni 2021, worden de woorden "naar Belgisch recht" opgeheven.
Art. 71. Dans l'intitulé du livre I/1 de la partie III de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, insérée par la loi du 27 juin 2021, les mots "de droit belge" sont abrogés.
Art. 72. In artikel 280/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "naar Belgisch recht" worden opgeheven;
  2° het artikel wordt aangevuld met de volgende zin:
  "De ELTIF's zijn niet onderworpen aan de bepalingen van boek I van dit deel.".
Art. 72. A l'article 280/1 de la même loi, inséré par la loi du 27 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "de droit belge" sont abrogés ;
  2° l'article est complété par la phrase suivante :
  "Les ELTIF ne sont pas soumis aux dispositions du livre I de la présente partie.".
Art. 73. In artikel 280/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 juni 2021, worden de woorden "Een ELTIF" telkens vervangen door de woorden "Een ELTIF naar Belgisch recht".
Art. 73. Dans l'article 280/2 de la même loi, inséré par la loi du 27 juin 2021, les mots "Un ELTIF" sont chaque fois remplacés par les mots "Un ELTIF de droit belge".
Art. 74. In Boek I/1 van deel III van dezelfde wet, wordt een artikel 280/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 280/3. De Koning kan bij een op advies van de FSMA genomen besluit bepalen volgens welke regels de ELTIF's naar Belgisch recht hun boekhouding voeren, in voorkomend geval, per compartiment, inventarisramingen verrichten en hun jaarrekening opstellen en openbaar maken. Hij kan afwijken van de artikelen 3:2, 3:3, 3:9 en 3:17 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook de regels genomen met toepassing van boek III van het Wetboek van Economisch recht en, onder de voorwaarden van artikel 3:37, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, de regels genomen met toepassing van artikel 3:1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen aanpassen, wijzigen en aanvullen. Hij kan tevens de bepalingen van artikel 339 geheel of gedeeltelijk van toepassing verklaren op de ELTIF's naar Belgisch recht.".
Art. 74. Dans le livre I/1 de la partie III de la même loi, il est inséré un article 280/3 rédigé comme suit :
  "Art. 280/3. Par arrêté pris sur avis de la FSMA, le Roi peut fixer les règles selon lesquelles les ELTIF de droit belge tiennent leur comptabilité, le cas échéant, par compartiment, procèdent aux évaluations d'inventaire et établissent et publient leurs comptes annuels. Il peut déroger aux articles 3:2, 3:3, 3:9 et 3:17 du Code des sociétés et des associations, adapter, modifier et compléter les règles prises en exécution du livre III du Code de droit économique et, dans les conditions de l'article 3:37, alinéa 1er du Code des sociétés et des associations, les règles prises en exécution de l'article 3:1 du Code des sociétés et des associations. Il peut également rendre applicable aux ELTIF de droit belge, en tout ou en partie, les dispositions de l'article 339.".
HOOFDSTUK 8. - Giften en rampen in de vennootschapsbelasting in 2021
CHAPITRE 8. - Libéralités et calamités à l'impôt des sociétés en 2021
Art. 75. In afwijking van artikel 200 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt het maximum van 500 000 EUR verhoogd tot 2 500 000 EUR voor zover het verschil van deze twee bedragen exclusief samengesteld is uit giften gedaan in de loop van het jaar 2021 aan een rampenfonds zoals voorzien in artikel 14533, § 1, eerste lid, 1°, g, van hetzelfde Wetboek of aan hun administratieve organen voor hun fondsenwerving.
  Het in het eerste lid bedoelde aanvullend bedrag van 2 000 000 EUR is één keer van toepassing ongeacht het aantal belastbare tijdperken verbonden aan het kalenderjaar 2021.
Art. 75. Par dérogation à l'article 200 du Code des impôts sur les revenus 1992, le maximum de 500 000 EUR est porté à 2 500 000 EUR pour autant que la différence entre ces deux sommes soit exclusivement constituée de libéralités faites au cours de l'année 2021 à un fonds des calamités visé à l'article 14533, § 1er, alinéa 1er, 1°, g, du même Code ou à ses organes administratifs, compétents pour la collecte de fonds.
  Le supplément de 2 000 000 EUR visé à l'alinéa 1er s'applique une seule fois, quel que soit le nombre de périodes imposables rattachées à l'année civile 2021.
Art. 76. Artikel 75 is van toepassing op de belastbare tijdperken die verbonden zijn aan het jaar 2021.
Art. 76. L'article 75 s'applique aux périodes imposables qui se rattachent à l'année 2021.
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal van de vennootschappen en tot instelling van een winstpremie voor de werknemers
CHAPITRE 9. - Modification de la loi du 22 mai 2001 relative à la participation des travailleurs au capital des sociétés et à l'établissement d'une prime bénéficiaire pour les travailleurs
Art. 77. In artikel 28 van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal van de vennootschappen en tot instelling van een winstpremie voor de werknemers, gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de woorden "In afwijking van de artikelen 183 tot 207/9 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992," vervangen door de woorden "In afwijking van de artikelen 183 tot 207/2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992,".
Art. 77. Dans l'article 28 de la loi du 22 mai 2001 relative à la participation des travailleurs au capital des sociétés et à l'établissement d'une prime bénéficiaire pour les travailleurs, modifié par la loi du 27 juin 2021, les mots "Par dérogation aux articles 183 à 207/9 du Code des impôts sur les revenus 1992," sont remplacés par les mots "Par dérogation aux articles 183 à 207/2 du Code des impôts sur les revenus 1992,".
Art. 78. Dit hoofdstuk is van toepassing vanaf aanslagjaar 2022.
Art. 78. Le présent chapitre est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2022.
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van de programmawet van 2 augustus 2002
CHAPITRE 10. - Modifications de la loi-programme du 2 août 2002
Art. 79. Artikel 116 van de programmawet van 2 augustus 2002 wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Geen belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling overeenkomstig de artikelen 289quater tot 289novies, 292bis en 530 van hetzelfde Wetboek is van toepassing gedurende de periode waarin de winst uit de zeescheepvaart wordt vastgesteld op basis van de tonnage. Het eventueel niet verrekend deel van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat overblijft op het einde van het belastbaar tijdperk dat uiterlijk op 31 december 2020 eindigt of dat voorafgaat aan het belastbaar tijdperk waarop de winst uit de zeescheepvaart voor het eerst wordt vastgesteld op basis van de tonnage, kan opnieuw worden verrekend na het verstrijken van de periode waarin de winst zo wordt bepaald.
  De overdracht van het niet verrekende belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling als bedoeld in artikel 292bis, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, wordt geschorst met ingang van het aanslagjaar dat betrekking heeft op het belastbaar tijdperk dat volgt op het tijdperk bedoeld in het eerste lid en wordt hervat na het verstrijken van de periode waarin de winst op basis van tonnage wordt bepaald.".
Art. 79. L'article 116 de la loi-programme du 2 août 2002 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  "Aucun crédit d'impôt pour recherche et développement conformément aux articles 289quater à 289novies, 292bis et 530 du même Code n'est applicable pendant la période au cours de laquelle les bénéfices provenant de la navigation maritime sont déterminés en fonction du tonnage. La partie éventuellement non imputée du crédit d'impôt pour recherche et développement qui subsiste à la fin de la période imposable qui se clôture au plus tard le 31 décembre 2020 ou qui précède la période imposable au cours de laquelle les bénéfices provenant de la navigation maritime sont déterminés pour la première fois en fonction du tonnage, peut à nouveau être imputée après l'expiration de la période durant laquelle les bénéfices sont ainsi déterminés.
  Le report du crédit d'impôt pour recherche et développement non imputé visé à l'article 292bis, § 1er, alinéa 2, du même Code, est suspendu à partir de l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui suit la période visée à l'alinéa 1er et reprend son cours après l'expiration de la période durant laquelle les bénéfices sont déterminés en fonction du tonnage.".
Art. 80. Artikel 124, § 1, van dezelfde programmawet, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Geen belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling overeenkomstig de artikelen 289quater tot 289novies, 292bis en 530 van hetzelfde Wetboek is van toepassing gedurende de periode waarin de winst uit het beheer van zeeschepen voor rekening van derden wordt vastgesteld op basis van de tonnage. Het eventueel niet verrekend deel van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat overblijft op het einde van het belastbaar tijdperk dat uiterlijk op 31 december 2020 eindigt of dat voorafgaat aan het belastbaar tijdperk waarop de winst uit dit beheer voor het eerst wordt vastgesteld op basis van de tonnage kan opnieuw worden verrekend na het verstrijken van de periode waarin de winst zo wordt bepaald.
  De overdracht van het niet verrekende belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling als bedoeld in artikel 292bis, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, wordt geschorst met ingang van het aanslagjaar dat betrekking heeft op het belastbaar tijdperk dat volgt op het tijdperk bedoeld in het eerste lid en wordt hervat na het verstrijken van de periode waarin de winst uit het beheer van zeeschepen voor rekening van derden op basis van tonnage wordt bepaald.".
Art. 80. L'article 124, § 1er, de la même loi-programme, est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  "Aucun crédit d'impôt pour recherche et développement conformément aux articles 289quater à 289novies, 292bis et 530 du même Code, n'est applicable pendant la période au cours de laquelle les bénéfices provenant de la gestion de navires pour le compte de tiers sont déterminés en fonction du tonnage. La partie éventuellement non imputée du crédit d'impôt pour recherche et développement qui subsiste à la fin de la période imposable qui se clôture au plus tard le 31 décembre 2020 ou qui précède la période imposable au cours de laquelle les bénéfices provenant de ladite gestion sont déterminés pour la première fois en fonction du tonnage peut à nouveau être imputée après l'expiration de la période durant laquelle les bénéfices sont ainsi déterminés.
  Le report du crédit d'impôt pour recherche et développement non imputé visé à l'article 292bis, § 1er, alinéa 2, du même Code, est suspendu à partir de l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui suit la période visée à l'alinéa 1er et reprend son cours après l'expiration de la période durant laquelle les bénéfices provenant de la gestion de navires pour le compte de tiers sont déterminés en fonction du tonnage.".
Art. 81. De artikelen 79 en 80 zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 2022 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2021.
Art. 81. Les articles 79 et 80 s'appliquent à partir de l'exercice d'imposition 2022 se rattachant à une période imposable qui débute au plus tôt le 1er janvier 2021.
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van de wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie
CHAPITRE 11. - Modification de la loi du 29 mai 2020 portant diverses mesures fiscales urgentes en raison de la pandémie du COVID-19
Art. 82. In artikel 6, vierde lid, van de wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, ingevoegd bij de wet van 20 december 2020, in de Franse tekst, worden de woorden "frais professionnel déductible" vervangen door de woorden "des frais professionnels déductibles".
Art. 82. Dans l'article 6, alinéa 4, de la loi du 29 mai 2020 portant diverses mesures fiscales urgentes en raison de la pandémie du COVID-19, inséré par la loi du 20 décembre 2020, dans le texte français, les mots "frais professionnel déductible" sont remplacés par les mots "des frais professionnels déductibles".
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III)
CHAPITRE 12. - Modification de la loi du 15 juillet 2020 portant diverses mesures fiscales urgentes en raison de la pandémie du COVID-19 (CORONA III)
Art. 83. In artikel 8 van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (CORONA III), in de Franse tekst, worden de woorden "un frais professionnel" vervangen door de woorden "des frais professionnels".
Art. 83. Dans l'article 8 de la loi du 15 juillet 2020 portant diverses mesures fiscales urgentes en raison de la pandémie du COVID-19 (CORONA III), dans le texte français, les mots "un frais professionnel "sont remplacés par les mots "des frais professionnels".
HOOFDSTUK 13. - Wijzigingen van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie
CHAPITRE 13. - Modifications de la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19
Art. 84. In artikel 5 van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het eerste lid wordt een bepaling onder 2° /1 ingevoegd, luidende:
  "2° /1 de in artikel 38/1, § 3, 3°, van het voormelde Wetboek bedoelde geldigheidsduur van de sport- en cultuurcheques die op 30 september 2021 verlopen, wordt verlengd tot 30 september 2022;";
  b) tussen het tweede en het derde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "De geldigheidsduur van de sport- en cultuurcheques die verlopen op 30 september 2020 die tot 30 september 2021 is verlengd, wordt nogmaals verlengd tot 30 september 2022.".
Art. 84. A l'article 5 de la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans l'alinéa 1er, un 2° /1 est inséré, rédigé comme suit :
  "2° /1 la durée de validité visée à l'article 38/1, § 3, 3°, du Code précité pour les chèques sport et culture qui expirent le 30 septembre 2021 est prolongée jusqu'au 30 septembre 2022 ;" ;
  b) entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3, un alinéa est inséré, rédigé comme suit :
  "La durée de validité des chèques sport et culture qui expirent le 30 septembre 2020 qui a été prolongée jusqu'au 30 septembre 2021 est prolongée à nouveau jusqu'au 30 septembre 2022.".
Art. 85. In artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt tussen het eerste en het tweede lid, een lid ingevoegd, luidende:
  "In afwijking van het eerste lid, heeft artikel 5, eerste lid, 2° /1 en derde lid, uitwerking met ingang van 30 september 2021.".
Art. 85. Dans l'article 6 de la même loi, modifié par la loi du 27 juin 2021, un alinéa est inséré entre le premier et le deuxième alinéa :
  "Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 5, alinéa 1er, 2° /1 et alinéa 3, produit ses effets le 30 septembre 2021.".
HOOFDSTUK 14. - Wijziging van de wet van 18 juli 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie
CHAPITRE 14. - Modification de la loi du 18 juillet 2021 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19
Art. 86. In artikel 64 van de wet van 18 juli 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie worden de woorden "artikel 64" vervangen door de woorden "artikel 63".
Art. 86. Dans l'article 64 de la loi du 18 juillet 2021 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19 les mots "l'article 64" sont remplacés par les mots "l'article 63".
Art. 87. Artikel 86 heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 2021.
Art. 87. L'article 86 produit ses effets le 1er août 2021.
HOOFDSTUK 15. - Bekrachtiging van koninklijke besluiten
CHAPITRE 15. - Confirmation d'arrêtés royaux
Art. 88. Worden bekrachtigd met ingang van hun respectieve datum van inwerkingtreding:
  1° het koninklijk besluit van 20 juni 2021 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92 op het stuk van de wettelijke uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid;
  2° het koninklijk besluit van 24 juli 2021 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92 op het stuk van de bezoldigingen voor studentenarbeid;
  3° het koninklijk besluit van 29 september 2021 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92 op het stuk van de wettelijke uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid.
Art. 88. Sont confirmés avec effet à la date de leur entrée en vigueur respective :
  1° l'arrêté royal du 20 juin 2021 modifiant l'annexe III de l'AR/CIR 92 en matière d'allocations de chômage temporaire ;
  2° l'arrêté royal du 24 juillet 2021 modifiant l'annexe III de l'AR/CIR 92 en matière des rémunérations pour travail étudiant ;
  3° l'arrêté royal du 29 septembre 2021 modifiant l'annexe III de l'AR/CIR 92 en matière d'allocations légales de chômage temporaire.
TITEL 3. - WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK DIVERSE RECHTEN EN TAKSEN
TITRE 3. - MODIFICATIONS DU CODE DES DROITS ET TAXES DIVERS
Art. 89. In artikel 11, derde lid, van het Wetboek diverse rechten en taksen, hersteld bij de wet van 19 december 2006 en gewijzigd bij de wet van 20 september 2018, worden de woorden "artikelen 3 tot 7, 8, 1°, 9 en 10" vervangen door de woorden "artikelen 3 tot 7, 8, 1°, en 10".
Art. 89. Dans l'article 11, alinéa 3, du Code des droits et taxes divers, rétabli par la loi du 19 décembre 2006 et modifié par la loi du 20 septembre 2018, les mots "articles 3 à 7, 8, 1°, 9 et 10" sont remplacés par les mots "articles 3 à 7, 8, 1°, et 10".
Art. 90. In artikel 21 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 4° worden de woorden "artikel 46, § 2" vervangen door de woorden "artikel 46, § 3";
  b) de bepaling onder 13° wordt vernummerd tot 14° en vervangen als volgt:
  "14° een authentieke volmacht die uitsluitend bestemd is om een of meer partijen te laten vertegenwoordigen bij het verlijden van een authentieke akte, op voorwaarde dat de instrumenterende ambtenaar voor het verlijden van de volmacht geen ereloon, vacaties of kosten vraagt en voor zover de volmacht uitsluitend effect sorteert binnen de zes maanden na de ondertekening ervan.".
Art. 90. A l'article 21 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 6 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le 4° les mots "article 46, § 2" sont remplacés par les mots "article 46, § 3" ;
  b) le 13° est renuméroté 14° et remplacé par ce qui suit :
  "14° une procuration authentique destinée exclusivement à représenter une ou plusieurs parties lors de la passation d'un acte authentique, à condition que le fonctionnaire instrumentant ne réclame pas d'honoraire, de vacations ou de frais pour la passation de la procuration et pour autant que la procuration produise ses effets seulement dans les six mois de sa signature.".
Art. 91. Artikel 90, b), heeft uitwerking met ingang van 10 januari 2022.
Art. 91. L'article 90, b), produit ses effets le 10 janvier 2022.
TITEL 4. - WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK DER SUCCESSIERECHTEN
TITRE 4. - MODIFICATIONS DU CODE DES DROITS DE SUCCESSION
Art. 92. Artikel 1031 van het Wetboek der successierechten, vervangen bij het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De Koning kan bepalen dat de inlichtingen op elektronische wijze moeten worden toegezonden en de nadere regels daarvan bepalen.".
Art. 92. L'article 1031 du Code des droits de succession, remplacé par l'arrêté royal n° 12 du 18 avril 1967, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le Roi peut prescrire que les renseignements soient communiqués par voie électronique et définir des modalités complémentaires.".
TITEL 5. - REGISTRATIE-, HYPOTHEEK- EN GRIFFIERECHTEN
TITRE 5. - DROITS D'ENREGISTREMENT, D'HYPOTHEQUE ET DE GREFFE
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
CHAPITRE 1er. - Modifications du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe
Art. 93. Artikel 5bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 februari 2021, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 5bis. Een akte die wordt aangeboden ter registratie en ter hypothecaire overschrijving, wordt tezelfdertijd tot de beide formaliteiten aangeboden, behalve indien de termijnen voor de aanbieding ervan verschillen.
  Bij gelijktijdige aanbieding tot de formaliteiten, wordt de registratie van de akte geweigerd zolang op dit kantoor de overschrijving wordt geweigerd.
  Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een akte die enkel de niet-vatbaarheid voor beslag vaststelt van de woning van een zelfstandige bedoeld in de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).".
Art. 93. L'article 5bis du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, inséré par la loi du 21 décembre 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 7 février 2021, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 5bis. Un acte présenté à l'enregistrement et à la transcription hypothécaire, l'est simultanément aux deux formalités, sauf délais de présentation différents.
  En cas de présentation simultanée aux formalités, l'enregistrement de l'acte est refusé tant que la transcription est refusée dans ce bureau.
  Les alinéas 1er et 2 ne sont pas applicables à un acte constatant exclusivement l'insaisissabilité du domicile d'un indépendant visée par la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV).".
Art. 94. In artikel 32 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de inleidende zin wordt vervangen als volgt:
  "De termijnen voor de aanbieding ter registratie van verplicht te registreren akten zijn:";
  b) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
  "1° voor akten van notarissen, vijftien dagen;
  De termijn is evenwel:
  a) twee maanden, voor de in het kader van een openbare verkoop van een onroerende goed opgemaakte processen-verbaal van:
  i. het ontbreken van hoger bod;
  ii. definitieve toewijs;
  iii. het al dan niet uitoefenen van een voorkooprecht;
  iv. het vaststellen van het bekomen van een financiering;
  b) vier maanden, te rekenen van het overlijden van de erflaters of schenkers voor:
  i. de testamenten;
  ii. de schenkingen van toekomstige goederen gedaan tussen echtgenoten gedurende het huwelijk andere dan bij huwelijkscontract;
  iii. de akten van herroeping van de onder i en ii bedoelde akten;
  iv. de verklaringen betreffende testamenten in de internationale vorm;
  v. de akten van bewaargeving van een testament door de erflater.
  Voor de akten die gelijktijdig worden aangeboden tot de formaliteiten van de registratie en van de hypothecaire overschrijving die bij de aanbieding ter registratie binnen de in het eerste lid gestelde termijn niet werden geregistreerd wegens de weigering van de overschrijving, bedraagt de termijn zeven dagen te rekenen van de datum van de kennisgeving aan de notaris van deze weigering. Deze termijn verstrijkt niet voor het einde van de termijn bepaald, naargelang het geval, in het eerste lid of in het tweede lid, a);";
  c) de bepaling onder 3° bis wordt vervangen als volgt:
  "3° bis voor akten van bestuursoverheden en ambtenaren van de Staat, gefedereerde entiteiten, provincies, gemeenten en openbare instellingen die verplicht onderworpen zijn aan de formaliteit van de registratie en aan die van de hypothecaire overschrijving, vijftien dagen;
  De termijn is evenwel twee maanden voor de in het kader van een openbare verkoop van een onroerende goed opgemaakte processen-verbaal van:
  a) het ontbreken van hoger bod;
  b) definitieve toewijs;
  c) het al dan niet uitoefenen van een voorkooprecht;
  d) het vaststellen van het bekomen van een financiering.
  Voor de akten die gelijktijdig worden aangeboden tot de formaliteiten van de registratie en van de hypothecaire overschrijving, die bij de aanbieding ter registratie binnen de in het eerste lid gestelde termijn niet werden geregistreerd wegens de weigering van de overschrijving, bedraagt de termijn zeven dagen te rekenen van de datum van de kennisgeving van deze weigering aan de bestuursoverheden of ambtenaren van de Staat, gefedereerde entiteiten, provincies, gemeenten en openbare instellingen. Deze termijn verstrijkt niet voor het einde van de termijn bepaald, naargelang het geval, in het eerste lid of in het tweede lid;";
  d) in de bepaling onder 6° worden de woorden "agenten van Staat, provinciën" vervangen door de woorden "ambtenaren van de Staat, gefedereerde entiteiten, provincies".
Art. 94. A l'article 32 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 3 décembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  a) la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
  "Les délais pour la présentation à l'enregistrement des actes obligatoirement enregistrables sont :" ;
  b) le 1° est remplacé par ce qui suit :
  "1° de quinze jours pour les actes des notaires ;
  Le délai est toutefois :
  a) de deux mois pour les procès-verbaux, dressés dans le cadre d'une vente publique immobilière et relatifs à :
  i. l'absence de surenchère ;
  ii. l'adjudication définitive ;
  iii. l'exercice ou non d'un droit de préemption ;
  iv. la constatation de l'obtention d'un financement ;
  b) de quatre mois à partir du décès des testateurs ou donateurs pour :
  i. les testaments ;
  ii. les donations de biens à venir faites entre époux pendant le mariage, autres que par contrat de mariage ;
  iii. la révocation des actes visés sous i et ii ;
  iv. les attestations relatives aux testaments à forme internationale ;
  v. les actes constatant le dépôt d'un testament par le testateur.
  Pour les actes présentés simultanément aux formalités de l'enregistrement et de la transcription hypothécaire, qui, lors de la présentation à l'enregistrement dans le délai fixé à l'alinéa 1er, n'ont pas été enregistrés pour cause de refus de transcription, le délai est de sept jours à compter de la date de la notification au notaire de ce refus. Ce délai n'expire pas avant la fin du délai fixé, selon le cas, à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2, a) ;" ;
  c) le 3° bis, est remplacé par ce qui suit :
  "3° bis de quinze jours, pour les actes des autorités administratives et des agents de l'Etat, des entités fédérées, des provinces, des communes et des établissements publics, soumis obligatoirement à la formalité de l'enregistrement et à celle de la transcription hypothécaire ;
  Le délai est toutefois de deux mois pour les procès-verbaux, dressés dans le cadre d'une vente publique immobilière et relatifs à :
  a) l'absence de surenchère ;
  b) l'adjudication définitive ;
  c) l'exercice ou non d'un droit de préemption ;
  d) la constatation de l'obtention d'un financement.
  Pour les actes présentés simultanément aux formalités de l'enregistrement et de la transcription hypothécaire, qui, lors de la présentation à l'enregistrement dans le délai fixé à l'alinéa 1er, n'ont pas été enregistrés pour cause de refus de transcription, le délai est de sept jours à compter de la date de la notification de ce refus aux autorités administratives ou agents de l'Etat, des entités fédérées, des provinces, des communes et des établissements publics. Ce délai n'expire pas avant la fin du délai fixé, selon le cas, à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2 ;" ;
  d) dans le 6°, les mots "des entités fédérées," sont insérés entre les mots "de l'Etat," et les mots "des provinces".
Art. 95. In artikel 35 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 5°, worden de woorden "agenten van Staat, provinciën" vervangen door de woorden "ambtenaren van de Staat, gefedereerde entiteiten, provincies";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Wanneer de schuldenaar van de rechten en, in voorkomend geval, van de boeten geen gekende woonplaats in België of in het buitenland heeft, wordt het bericht aan de procureur des Konings te Brussel verzonden."
Art. 95. A l'article 35 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 13 décembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 5°, les mots "des entités fédérées," sont insérés entre les mots "de l'Etat," et les mots "des provinces" ;
  2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Lorsque le redevable des droits et, le cas échéant, des amendes n'a pas de domicile connu en Belgique ou à l'étranger, l'avis de paiement est adressé au procureur du Roi à Bruxelles."
Art. 96. In artikel 36 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 19 juni 1986, worden de woorden "tweede lid, "vervangen door de woorden "tweede lid, b)".
Art. 96. Dans l'article 36 du même Code, remplacé par la loi du 19 juin 1986, les mots "alinéa 2" sont remplacés par les mots "alinéa 2, b)".
Art. 97. In artikel 37 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 19 juni 1986, worden de woorden "2de alinea" vervangen door de woorden "tweede lid, b)".
Art. 97. Dans l'article 37 du même Code, modifié par la loi du 19 juin 1986, les mots "2e alinéa" sont remplacés par les mots "alinéa 2, b)".
Art. 98. In artikel 39 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 februari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 1°, wordt vervangen als volgt:
  "1° de akten van notarissen en gerechtsdeurwaarders, op het kantoor bevoegd voor hun standplaats;
  Op het kantoor bevoegd voor de ligging van het eerste erin vermelde onroerende goed wordt evenwel geregistreerd een akte die cumulatief:
  a) onder de toepassing valt van het koninklijk besluit van 14 maart 2014 houdende regeling van de aanbieding van akten van bepaalde instrumenterende ambtenaren tot de registratieformaliteit en tot de hypothecaire openbaarmaking;
  b) onroerende goederen betreft die alle gelegen zijn buiten het ambtsgebied van het kantoor bevoegd voor de standplaats;
  c) gelijktijdig ter overschrijving wordt aangeboden.
  Het tweede lid is niet van toepassing op een akte die enkel de van niet-vatbaarheid voor beslag vaststelt van de woning van een zelfstandige bedoeld in de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV);";
  b) de bepaling onder 4°, wordt vervangen als volgt:
  "4° De akten van bestuursoverheden en ambtenaren van de Staat, gefedereerde entiteiten, provincies, gemeenten en openbare instellingen, op het kantoor bevoegd voor hun zetel of standplaats;
  Op het kantoor bevoegd voor de ligging van het eerste erin vermelde onroerende goed wordt evenwel geregistreerd een akte die cumulatief:
  a) onder de toepassing valt van het koninklijk besluit van 14 maart 2014 houdende regeling van de aanbieding van akten van bepaalde instrumenterende ambtenaren tot de registratieformaliteit en tot de hypothecaire openbaarmaking;
  b) onroerende goederen betreft die alle gelegen zijn buiten het ambtsgebied van het kantoor bevoegd voor de zetel of de standplaats;
  c) gelijktijdig ter overschrijving wordt aangeboden;".
Art. 98. A l'article 39 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 7 février 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 1° est remplacé par ce qui suit :
  "1° Les actes des notaires et des huissiers de justice, au bureau compétent pour leur résidence ;
  Toutefois, est enregistré au bureau compétent pour la situation du premier immeuble qu'il mentionne, l'acte qui, cumulativement :
  a) rentre dans le champ d'application de l'arrêté royal du 14 mars 2014 portant réglementation de la présentation à la formalité de l'enregistrement et à la publicité hypothécaire d'actes de certains fonctionnaires instrumentants ;
  b) concerne des immeubles tous situés en dehors du ressort du bureau compétent selon cette résidence ;
  c) est présenté simultanément à la transcription.
  L'alinéa 2 n'est pas applicable à un acte constatant exclusivement l'insaisissabilité du domicile d'un indépendant visé par la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV) ;" ;
  b) le 4° est remplacé par ce qui suit :
  "4° Les actes des autorités administratives et agents de l'Etat, des entités fédérées, des provinces, des communes et des établissements publics, au bureau compétent pour leur siège ou résidence ;
  Toutefois, est enregistré au bureau compétent pour la situation du premier immeuble qu'il mentionne, l'acte qui, cumulativement :
  a) rentre dans le champ d'application de l'arrêté royal du 14 mars 2014 portant réglementation de la présentation à la formalité de l'enregistrement et à la publicité hypothécaire d'actes de certains fonctionnaires instrumentants ;
  b) concerne des immeubles tous situés en dehors du ressort du bureau compétent selon ce siège ou cette résidence ;
  c) est présenté simultanément à la transcription ;".
Art. 99. Artikel 140octies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij de wet van 26 januari 2021, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 140octies. Indien artikel 140quinquies van toepassing is worden het recht verschuldigd bij toepassing van de artikelen 131 tot 140 en de interesten vereffend op een verklaring die ter registratie wordt aangeboden op het kantoor waar het verlaagd recht werd vastgesteld, binnen de eerste vier maanden na het verstrijken van het jaar tijdens hetwelk de oorzaak van de opeisbaarheid van het recht zich heeft voorgedaan en dit op straffe van een boete gelijk aan dit recht.
  Indien artikel 140sexies van toepassing is, biedt de opvolger die het verlaagd recht heeft genoten op het voormelde kantoor een verklaring ter registratie aan waarin de samenstelling en de waarde van de goederen waarvoor hij het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht wenst te betalen wordt aangegeven.
  Deze verklaring wordt in dubbel gesteld en door de opvolger die het verlaagd recht heeft genoten ondertekend; één exemplaar ervan blijft berusten op het voormelde kantoor. Ze vermeldt de akte, de oorzaak van de opeisbaarheid van het verschuldigde recht en al de voor de vereffening van het recht vereiste gegevens.".
Art. 99. L'article 140octies du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié par la loi du 26 janvier 2021, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 140octies. En cas d'application de l'article 140quinquies, le droit dû conformément aux articles 131 à 140, et les intérêts, sont liquidés sur une déclaration à présenter à l'enregistrement au bureau qui a liquidé le droit réduit, dans les quatre premiers mois suivant l'expiration de l'année pendant laquelle la cause de débition du droit est intervenue, sous peine d'une amende égale à celui-ci.
  En cas d'application de l'article 140sexies, le continuateur bénéficiaire du droit réduit présente à l'enregistrement au bureau précité une déclaration déterminant la consistance et la valeur des biens pour lesquels il désire acquitter le droit dû conformément aux articles 131 à 140.
  Cette déclaration, signée par le continuateur bénéficiaire du droit réduit, est faite en deux exemplaires, dont l'un reste déposé au bureau précité. Elle mentionne l'acte, la cause de débition du droit dû et tous les éléments nécessaires à la liquidation du droit.".
Art. 100. Artikel 159, 9°, van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 100. L'article 159, 9°, du même Code est abrogé.
Art. 101. In artikel 161, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1°, worden de woorden "Staat, Kolonie en openbare Staatsinstellingen met uitzondering van de akten verleden in naam of ten gunste van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas voor de verrichtingen van de Spaarkas" vervangen door de woorden "de Staat, gefedereerde entiteiten en de openbare instellingen ervan";
  b) de bepaling onder 14°, wordt vervangen als volgt:
  "14° een authentieke volmacht die uitsluitend bestemd is om een of meer partijen te laten vertegenwoordigen bij het verlijden van een authentieke akte, op voorwaarde dat de instrumenterende ambtenaar voor het verlijden van de volmacht geen ereloon, vacaties of kosten vraagt en voor zover de volmacht uitsluitend effect sorteert binnen de zes maanden na de ondertekening ervan.".
Art. 101. A l'article 161 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 6 juillet 2017, les modifications suivantes sont insérées :
  a) dans le 1°, les mots "de la Colonie et des établissements publics d'Etat à l'exclusion de ceux passés au nom ou en faveur de la caisse générale d'Epargne et de Retraite pour les opérations de la Caisse d'Epargne" sont remplacés par les mots "des entités fédérées et de leurs établissements publics" ;
  "b) le 14°, est remplacé par ce qui suit :
  "14° une procuration authentique destinée exclusivement à représenter une ou plusieurs parties lors de la passation d'un acte authentique, à condition que le fonctionnaire instrumentant ne réclame pas d'honoraire, de vacations ou de frais pour la passation de la procuration et pour autant que la procuration produise ses effets seulement dans les six mois de sa signature.".
Art. 102. In artikel 162 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 4°, gewijzigd bij de wet van 23 december 1958, worden de woorden "Staat, Kolonie, provinciën," vervangen door de woorden "de Staat, gefedereerde entiteiten, provincies";
  b) in de bepaling onder 29°, vervangen bij de wet van 23 december 1958 en gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 3 van 24 december 1980 en bij de wet van 22 december 1989, worden de woorden "aan de Lijfrentekas, de Verzekeringskas en de Rentekas voor arbeidsongevallen van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas," opgeheven.
Art. 102. A l'article 162 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le 4°, modifié par la loi de 23 décembre 1958, les mots "de la Colonie" sont remplacés par les mots "des entités fédérées" ;
  b) dans le 29°, remplacé par la loi du 23 décembre 1958 et modifié par l'arrêté royal n° 3 du 24 décembre 1980 et par la loi du 22 décembre 1989, les mots "aux Caisses de retraite, d'assurances et de rentes-accidents du travail de la Caisse générale d'Epargne et de Retraite," sont abrogés.
Art. 103. In artikel 265, 3°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "genomen om de invordering te waarborgen van aan den Staat, aan de Kolonie, aan provinciën, aan gemeenten, aan polders en wateringen verschuldigde belastingen" vervangen door de woorden "tot zekerheid van de invordering van belastingen, verschuldigd aan de Staat, gefedereerde entiteiten, provincies, gemeenten, polders en wateringen".
Art. 103. Dans l'article 265, 3°, du même Code, les mots "pour garantir le recouvrement des impôts dus à l'Etat, à la Colonie" sont remplacés par les mots "pour sûreté du recouvrement des impôts dus à l'Etat, aux entités fédérées".
Art. 104. Artikel 280 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 februari 2021, wordt aangevuld met een bepaling onder 10°, luidende:
  "10° uitgiften, kopieën of uittreksels van een proces-verbaal van minnelijke schikking bedoeld in artikel 733 van het Gerechtelijk Wetboek en dat plaats heeft gevonden:
  a) bij gelegenheid van verrichtingen binnen het kader van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen of van de overeenkomstige gewestelijke bepalingen;
  b) naar aanleiding van schadelijke gebeurtenissen die als een openbare of landbouwramp worden erkend en waarin het herstel of de schadeloosstelling wordt geregeld door bijzondere wetten of door internationale overeenkomsten.".
Art. 104. L'article 280 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 7 février 2021, est complété par un 10° rédigé comme suit :
  "10° les expéditions, copies ou extraits d'un procès-verbal de conciliation visé à l'article 733 du Code judiciaire et intervenu :
  a) à l'occasion d'opérations entrant dans le cadre de la loi du 12 juillet 1976 relative à la réparation de certains dommages causés à des biens privés par des calamités naturelles, ou des dispositions régionales y correspondant ;
  b) suite à des faits dommageables reconnus comme calamité publique ou agricole, lorsque la réparation ou l'indemnisation est organisée par des lois particulières ou par des conventions internationales.".
Art. 105. Artikel 101, b), heeft uitwerking met ingang van 10 januari 2022.
  Artikel 104 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2021.
Art. 105. L'article 101, b) produit ses effets le 10 janvier 2022.
  L'article 104 produit ses effets le 1er juillet 2021.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 28 januari 2019 betreffende de uitvoering van het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en het houden van de registers in de griffies van de hoven en rechtbanken
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté royal du 28 janvier 2019 relatif à l'exécution du code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe et à la tenue des registres dans les greffes des cours et tribunaux
Art. 106. In artikel 4, eerste lid, van het koninklijk besluit van 28 januari 2019 betreffende de uitvoering van het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en het houden van de registers in de griffies van de hoven en rechtbanken wordt in het eerste lid het woord "vijftien" vervangen door het woord "dertig".
Art. 106. Dans l'article 4, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 28 janvier 2019 relatif à l'exécution du code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe et à la tenue des registres dans les greffes des cours et tribunaux, les mots "dans lequel il leur est demandé de payer l'impôt dans les quinze" sont remplacés par le mots "enjoignant de payer l'impôt dans les trente".
Art. 107. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 6. De rolrechten die niet tijdig worden betaald, alsook de administratieve boete wegens laattijdige betaling, worden opgenomen in een innings- en invorderingsregister, opgemaakt en uitvoerbaar verklaard en ter kennis gebracht van de schuldenaar overeenkomstig artikel 3, §§ 2 tot 4, van de domaniale wet van 22 december 1949. Voor de toepassing van artikel 3, § 2, van die wet, wordt het verschuldigde rolrecht geacht niet het voorwerp uit te maken van een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot de betaling ervan.
  Artikel 4 van de domaniale wet van 22 december 1949 is van toepassing op de invordering van de administratieve boete wegens laattijdige betaling."
Art. 107. L'article 6 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 6. Les droits de mise au rôle qui ne sont pas payés à temps, ainsi que l'amende administrative pour paiement tardif, sont repris dans un registre de perception et recouvrement formé et rendu exécutoire, et porté à la connaissance du redevable, conformément à l'article 3, §§ 2 à 4, de la loi domaniale du 22 décembre 1949. Pour l'application de l'article 3, § 2, de cette loi, le droit de mise au rôle dû est réputé ne pas faire l'objet d'une décision judiciaire coulée en force de chose jugée portant condamnation à son paiement.
  L'article 4 de la loi domaniale du 22 décembre 1949 est applicable au recouvrement de l'amende administrative pour paiement tardif."
TITEL 6. - FISCALE PROCEDURE EN INVORDERING
TITRE 6. - PROCEDURE FISCALE ET RECOUVREMENT
HOOFDSTUK 1. - Verbetering in de diverse fiscale wetboeken en wetten van de artikelen met betrekking tot de scanning van inkomende berichten onder gesloten omslag verzonden door de belastingplichtige of elke andere persoon aan de Federale Overheidsdienst Financiën
CHAPITRE 1er. - Correction dans les différents codes fiscaux et lois fiscales des articles relatifs au scanning des messages entrants transmis sous pli fermé par un citoyen ou toute autre personne au Service public fédéral Finances
Art. 108. In artikel 339/1, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 26 januari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "op het beveiligd elektronisch platform bedoeld in artikel 304ter, tweede lid," worden opgeheven;
  2° de woorden "voor de administratie" worden vervangen door de woorden "door de administratie".
Art. 108. A l'article 339/1, § 1er, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 26 janvier 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "sur la plateforme électronique sécurisée visée à l'article 304ter, alinéa 2," sont abrogés ;
  2° les mots "pour l'administration" sont remplacés par les mots "par l'administration".
Art. 109. In artikel 53octies, § 2, eerste lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd bij de wet van 26 januari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "op het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" worden opgeheven;
  2° de woorden "voor de administratie" worden vervangen door de woorden "door de administratie".
Art. 109. A l'article 53octies, § 2, alinéa 1er, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, modifié par la loi du 26 janvier 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "sur la plateforme électronique sécurisée visée à l'article 69bis, alinéa 2," sont abrogés ;
  2° les mots "pour l'administration" sont remplacés par les mots "par l'administration".
Art. 110. In artikel 289septies, § 1, eerste lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 26 januari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "op het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," worden opgeheven;
  2° in de Nederlandse tekst, de woorden "voor de administratie" worden vervangen door de woorden "door de administratie".
Art. 110. A l'article 289septies, § 1er, alinéa 1er, du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, inséré par la loi du 26 janvier 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "sur la plateforme électronique sécurisée visée à l'article 289octies, alinéa 2," sont abrogés ;
  2° dans le texte néerlandais, les mots "voor de administratie" sont remplacés par les mots "door de administratie".
Art. 111. In artikel 162ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek der successierechten, hersteld bij de wet van 26 januari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "op het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," worden opgeheven;
  2° de woorden "voor de administratie" worden vervangen door de woorden "door de administratie".
Art. 111. A l'article 162ter, § 1er, alinéa 1er, du Code des droits de succession, rétabli par la loi du 26 janvier 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "sur la plateforme électronique sécurisée visée à l'article 162quater, alinéa 2," sont abrogés ;
  2° les mots "pour l'administration" sont remplacés par les mots "par l'administration".
Art. 112. In artikel 211quater, § 1, eerste lid, van het Wetboek diverse rechten en taksen, ingevoegd bij de wet van 26 januari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "op het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," worden opgeheven;
  2° de woorden "voor de administratie" worden vervangen door de woorden "door de administratie".
Art. 112. A l'article 211quater, § 1er, alinéa 1er, du Code des droits et taxes divers, inséré par la loi du 26 janvier 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "sur la plateforme électronique sécurisée visée à l'article 211quinquies, alinéa 2," sont abrogés ;
  2° les mots "pour l'administration" sont remplacés par les mots "par l'administration".
Art. 113. In artikel 81, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, vervangen bij de wet van 26 januari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "op het beveiligd elektronisch platform bedoeld in artikel 97, tweede lid," worden opgeheven;
  2° de woorden "voor de administratie" worden vervangen door de woorden "door de administratie".
Art. 113. A l'article 81, § 1er, alinéa 1er, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, remplacé par la loi du 26 janvier 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "sur la plateforme électronique sécurisée visée à l'article 97, alinéa 2," sont abrogés ;
  2° les mots "pour l'administration" sont remplacés par les mots "par l'administration".
Art. 114. In artikel 22/2, § 1, eerste lid, van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor Alimentatie-vorderingen bij de Federale Overheidsdienst Financiën, hersteld bij de wet van 26 januari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "op het beveiligd elektronisch platform bedoeld in artikel 20, tweede lid," worden opgeheven;
  2° de woorden "voor de administratie" worden vervangen door de woorden "door de administratie".
Art. 114. A l'article 22/2, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 21 février 2003 créant un Service des Créances Alimentaires au sein du Service public fédéral Finances, rétabli par la loi du 26 janvier 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "sur la plateforme électronique sécurisée visée à l'article 20, alinéa 2," sont abrogés ;
  2° les mots "pour l'administration" sont remplacés par les mots "par l'administration".
Art. 115. In artikel 17/1, § 2, eerste lid, van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977, ingevoegd bij de wet van 26 januari 2021, worden de woorden "op het beveiligd elektronisch platform," opgeheven.
Art. 115. Dans l'article 17/1, § 2, alinéa 1er, de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977, inséré par la loi du 26 janvier 2021, les mots "sur la plateforme électronique sécurisée" sont abrogés.
Art. 116. In artikel 213, § 1, eerste lid, van de wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "op het artikel 207, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," worden opgeheven;
  2° in de Franse tekst, worden de woorden "pour le Service public fédéral Finances" vervangen door de woorden "par le Service public fédéral Finances";
  3° de woorden "voor de Federale Overheidsdienst Financiën" ingevoegd tussen de woorden "gereproduceerd, geregistreerd, en bewaard" en de woorden "volgens een informatica- of telegeleidingstechniek".
Art. 116. A l'article 213, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 26 janvier 2021 sur la dématérialisation des relations entre le Service public fédéral Finances, les citoyens, personnes morales et certains tiers, et modifiant différents codes fiscaux et lois fiscales, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "sur la plateforme électronique sécurisée visée à l'article 207, alinéa 2," sont abrogés ;
  2° les mots "pour le Service public fédéral Finances" sont remplacés par les mots "par le Service public fédéral Finances" ;
  3° dans le texte néerlandais, les mots "voor de Federale Overheidsdienst Financiën" sont insérés entre les mots "gereproduceerd, geregistreerd, en bewaard" et les mots "volgens een informatica- of telegeleidingstechniek".
HOOFDSTUK 2. - Nadere regels en voorwaarden van de terugbetaling van de in toepassing van het Wetboekvan de inkomstenbelastingen 1992 of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten terug te geven bedragen
CHAPITRE 2. - Modalités et conditions de remboursement des montants à rembourser en application du Code des impôts sur les revenus 1992 ou de ses arrêtés d'exécution
Art. 117. In titel VII, hoofdstuk I, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een artikel 304/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 304/1. § 1. Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004, gebeurt de terugbetaling van de in toepassing van de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten terug te geven bedragen rekening houdend met de voor dit doel aan de administratie meegedeelde bankgegevens die de uitvoering van de terugbetaling mogelijk maken, of, voor de natuurlijke personen en bij gebrek aan dergelijke bankgegevens, per postassignatie of internationaal mandaat.
  § 2. Wanneer het terug te betalen bedrag aan een natuurlijke persoon minder bedraagt dan 50 euro en voor zover aan de administratie voor dit doel geen bankgegevens werden meegedeeld die de uitvoering van de terugbetaling mogelijk maken, of voor zover aan de administratie niet kenbaar werd gemaakt dat de belastingplichtige over geen enkele bankrekening beschikt, wordt de terugbetaling, in afwijking van paragraaf 1, tot het einde van het derde jaar dat volgt op dat in de loop waarvan het recht op terugbetaling is ontstaan, verricht door aanwending overeenkomstig het artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004.
  Wanneer bij het verstrijken van het einde van het derde jaar dat volgt op dat in de loop waarvan het recht op terugbetaling is ontstaan, aan de administratie voor dit doel geen bankgegevens werden meegedeeld die de uitvoering van de terugbetaling mogelijk maken of aan deze niet kenbaar werd gemaakt dat de belastingplichtige over geen enkele bankrekening beschikt en dat het terug te betalen bedrag, geheel of gedeeltelijk, niet kon worden terugbetaald overeenkomstig het eerste lid, wordt het terug te betalen bedrag of het saldo ervan, in afwijking van artikel 304, niet terugbetaald.".
Art. 117. Dans le titre VII, chapitre Ier, du Code des impôts sur les revenus 1992, il est inséré un article 304/1 rédigé comme suit :
  "Art. 304/1. § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 334 de la loi-programme du 27 décembre 2004, le remboursement des montants à rembourser en application des dispositions du présent Code ou ses arrêtés d'exécution s'opère en tenant compte des données bancaires permettant la liquidation du remboursement communiquées à cet effet à l'administration, ou, pour les personnes physiques et à défaut de telles données bancaires, par assignation postale ou mandat international.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, lorsque le montant à rembourser à une personne physique est inférieur à 50 euros et pour autant que les données bancaires permettant la liquidation du remboursement n'ont pas été communiquées à cet effet à l'administration, ou pour autant qu'il n'a pas été porté à la connaissance de l'administration que le contribuable ne dispose d'aucun compte bancaire, le remboursement s'opère jusqu'à la fin de la troisième année qui suit celle au cours de laquelle est né le droit au remboursement, par affectation conformément à l'article 334 de la loi-programme du 27 décembre 2004.
  Lorsqu'à l'expiration de la fin de la troisième année qui suit celle au cours de laquelle est né le droit au remboursement, les données bancaires permettant la liquidation du remboursement n'ont pas été communiquées à cet effet à l'administration ou qu'il n'a pas été porté à la connaissance de celle-ci que le contribuable ne dispose d'aucun compte bancaire et que le montant à rembourser n'a pas, en tout ou en partie, pu être remboursé conformément à l'alinéa 1er, le montant à rembourser ou son solde n'est, par dérogation à l'article 304, pas remboursé.".
Art. 118. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2022.
Art. 118. Le présent chapitre produit ses effets le 1er janvier 2022.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Wetboek Inkomstenbelasting 1992, met betrekking tot de gemachtigden die toegang hebben tot het UBO-register
CHAPITRE 3. - Modification du Code des impôts sur les revenus 1992, en ce qui concerne les agents habilités à accéder au registre UBO
Art. 119. In artikel 322, § 1, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 februari 2019, wordt de zin "Het recht om het UBO-register te consulteren mag slechts worden uitgeoefend door een ambtenaar met een hogere titel dan die van attaché." opgeheven.
Art. 119. A l'article 322, § 1er, alinéa 3, du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié en dernier lieu par la loi du 11 février 2019, la phrase "Le droit de consulter le registre UBO ne peut être exercé que par un agent ayant un titre supérieur à celui d'attaché." Est abrogée.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de artikelen 301 en 412bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de overdracht van de inning van bepaalde belastingen van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie naar de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering
CHAPITRE 4. - Modifications des articles 301 et 412bis du Code des impôts sur les revenus 1992 visant à transférer la perception de certains impôts de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale vers l'Administration générale de la Perception et du Recouvrement
HOOFDSTUK 5. - Technische correctie die moet worden aangebracht in het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
CHAPITRE 5. - Correction technique à apporter au Code de la taxe sur la valeur ajoutée
Art. 123. In artikel 53octies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 april 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° een paragraaf 1bis wordt ingevoegd, luidende:
  " § 1bis. De Koning kan onder de door Hem vast te stellen voorwaarden toestaan en zelfs verplichten dat de in de artikelen 53, § 1, eerste lid, 1° en 2°, en 53ter bedoelde aangiften worden ingediend en dat de in de artikelen 53quinquies tot 53octies, § 1, bedoelde gegevens worden medegedeeld door middel van procedures waarbij informatica- en telegeleidingstechnieken worden aangewend.";
  2° in paragraaf 3, worden de woorden "53octies, § 2" vervangen door de woorden "53octies, § 1bis".
Art. 123. A l'article 53octies du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, inséré par la loi du 28 décembre 1992 et modifié en dernier lieu par la loi du 2 avril 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° un paragraphe 1erbis rédigé comme suit, est inséré :
  " § 1erbis. Le Roi peut autoriser, voire exiger, aux conditions qu'Il fixe, le dépôt des déclarations visées aux articles 53, § 1er, alinéa 1er, 1° et 2°, et 53ter ainsi que la communication des renseignements prévue par les articles 53quinquies à 53octies, § 1er, par une procédure utilisant les techniques de l'informatique et de la télématique." ;
  2° dans le paragraphe 3, les mots "53octies, § 2" sont remplacés par les mots "53octies, § 1erbis".
Art. 124. Artikel 123 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2021.
Art. 124. L'article 123 produit ses effets le 1er avril 2021.
HOOFDSTUK 6. - Vermindering van de administratieve lasten inzake de fiscale fiches 281.50
CHAPITRE 6. - Diminution des charges administratives en matière de fiches fiscales 281.50
Art. 125. Artikel 57 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt aangevuld met drie leden, luidende:
  "Het eerste lid, 1°, is niet van toepassing wanneer de er beoogde kosten verbonden zijn aan de leveringen van goederen of diensten verricht door een belastingplichtige gevestigd op het grondgebied van de Gemeenschap in de zin van artikel 1, § 2, 2°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein, waarvoor overeenkomstig het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde of elke andere wettelijke of reglementaire bepaling toepasbaar op de belastingplichtige, een factuur of een document in de plaats ervan werd opgesteld.
  In afwijking van het eerste lid, 1°, kan de Koning een drempel bepalen waaronder de er beoogde beroepskosten per jaar en per leverancier van goederen of dienstverrichter niet moeten worden verantwoord door de opmaak van een individuele fiche en een samenvattende opgave. De drempel mag niet meer dan 1 000 euro bedragen.
  Elke gegevensverwerking die rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden is met de naleving van het eerste tot het vierde lid is een verwerking noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang in de zin van artikel 6 van de Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG. Het doel van die gegevensverwerking is verenigbaar met de doeleinden die de fiscale bevoegdheden omschreven in dit Wetboek nastreven. Dit Wetboek vormt de rechtsgrondslag in de zin van artikel 6, lid 3, van de voornoemde Verordening voor de verwerking van de gegevens tijdens de uitoefening van de erin omschreven fiscale bevoegdheden. De uitoefening van die fiscale bevoegdheden vormt in het kader van gegevensverwerking een gewichtige reden van algemeen belang.".
Art. 125. L'article 57 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
  "L'alinéa 1er, 1°, n'est pas applicable lorsque les frais y visés sont liés à des livraisons de biens ou des prestations de services effectuées par un assujetti établi sur le territoire de la Communauté au sens de l'article 1er, § 2, 2°, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée ou en Norvège, en Islande ou au Liechtenstein, pour lesquels, conformément au Code de la taxe sur la valeur ajoutée, à la Directive 2006/112/CE du Conseil du 28 novembre 2006 relative au système commun de taxe sur la valeur ajoutée ou toute autre disposition légale ou réglementaire applicable à l'assujetti, une facture ou un document en tenant lieu a été établi.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, le Roi peut déterminer un seuil en dessous duquel les frais professionnels y visés, par année et par fournisseur de biens ou prestataire de services, ne doivent pas être justifiés par la production d'une fiche individuelle et d'un relevé récapitulatif. Le seuil ne peut dépasser 1 000 euros.
  Chaque traitement de données lié directement ou indirectement au respect des alinéas 1er à 4 est un traitement nécessaire en vue de l'accomplissement d'une mission d'intérêt public au sens de l'article 6 du Règlement (UE) 2016/679 du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE. Le but de ce traitement de données est compatible avec les finalités qui déterminent les compétences fiscales visées dans le présent Code. Celui-ci forme la base juridique au sens de l'article 6, paragraphe 3, du Règlement précité pour le traitement des données durant l'exercice des compétences fiscales qui y sont déterminées. L'exercice de ces compétences fiscales constitue dans le cadre du traitement des données une raison majeure d'intérêt public.".
Art. 126. In artikel 178, § 5, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 juni 2008, vervangen bij de wet van 22 december 2009 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2016, wordt een bepaling onder 2° /1 ingevoegd, luidende:
  "2° /1 het in artikel 57, vierde lid, vermelde bedrag;".
Art. 126. A l'article 178, § 5, du même Code, inséré par la loi du 8 juin 2008, remplacé par la loi du 22 décembre 2009 et modifié par la loi du 18 décembre 2016, un 2° /1 est inséré, rédigé comme suit :
  "2° /1 le montant visé à l'article 57, alinéa 4 ;".
Art. 127. Artikel 125 is van toepassing op de vanaf 1 januari 2021 toegekende commissielonen, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard.
Art. 127. L'article 125 s'applique aux commissions, courtages, ristournes commerciales ou autres, vacations ou honoraires occasionnels ou non, gratifications, rétributions ou avantages de toute natures attribués à partir du 1er janvier 2021.
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 24 december 2020 betreffende het verenigingswerk
CHAPITRE 7. - Modification de la loi du 24 décembre 2020 relative au travail associatif
Art. 128. In artikel 72 van de wet van 24 december 2020 betreffende het verenigingswerk worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid worden de woorden "De artikelen 60 tot 64 zijn" vervangen door de woorden "In afwijking van het eerste lid, treden de artikelen 60 tot 66 in werking op 1 januari 2021 en zijn ze";
  2° tussen het tweede en het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "In afwijking van het eerste lid, treden de artikelen 67 en 68 in werking op 1 januari 2021.".
Art. 128. Dans l'article 72 de la loi du 24 décembre 2020 relative au travail associatif, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots "Les articles 60 à 64 sont" sont remplacés par les mots "Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 60 à 66 entrent en vigueur le 1er janvier 2021 et ils sont" ;
  2° entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, un alinéa est inséré, rédigé comme suit :
  "Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 67 et 68 entrent en vigueur le 1er janvier 2021.".
Art. 129. Artikel 128 treedt in werking op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Art. 129. L'article 128 entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
TITEL 7. - KOSTELOZE AFLEVERING EN UITVOERING VAN BEPAALDE DOCUMENTEN EN FORMALITEITEN DOOR DE FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN IN GEVAL VAN EEN ERKENDE RAMP
TITRE 7. - DELIVRANCE ET EXECUTION GRATUITES DE CERTAINS DOCUMENTS ET FORMALITES PAR LE SERVICE PUBLIC FEDERAL FINANCES EN CAS DE CALAMITE RECONNUE
Art. 130. § 1. In afwijking van alle andere wettelijke of reglementaire bepalingen worden de hypothecaire getuigschriften, de eigendomstitels en alle andere inlichtingen, uittreksels of afschriften, kosteloos afgeleverd door de Federale Overheidsdienst Financiën ter gelegenheid van verrichtingen binnen het kader van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen of van de overeenkomstige gewestelijke bepalingen.
  Evenzo verricht de Federale Overheidsdienst Financiën kosteloos de hypotheekformaliteiten die worden gevraagd in verband met verrichtingen die onder het toepassingsgebied van dezelfde wet of de overeenkomstige gewestelijke bepalingen vallen.
  § 2. De kosteloosheid bepaald in paragraaf 1 is ook van toepassing in de gevallen waarin de documenten of formaliteiten bedoeld in dezelfde paragraaf worden gevraagd naar aanleiding van schadelijke gebeurtenissen die als een openbare of landbouwramp worden erkend en waarin het herstel of de schadeloosstelling wordt georganiseerd door bijzondere wetten of door internationale verdragen.
Art. 130. § 1er. Par dérogation à toutes autres dispositions légales et réglementaires, les certificats hypothécaires, les titres de propriétés et tous autres renseignements, extraits ou copies, sont délivrés gratuitement par le Service public fédéral Finances, à l'occasion d'opérations entrant dans le cadre de la loi du 12 juillet 1976 relative à la réparation de certains dommages causés à des biens privés par des calamités naturelles, ou des dispositions régionales y correspondant.
  De même, le Service public fédéral Finances procède à l'exécution gratuite des formalités hypothécaires demandées à l'occasion d'opérations entrant dans le cadre de la même loi ou des dispositions régionales y correspondant.
  § 2. La gratuité visée au paragraphe 1er s'applique aussi dans les cas où les documents ou formalités visés dans ce même paragraphe sont demandés suite à des faits dommageables reconnus comme calamité publique ou agricole et où la réparation ou l'indemnisation est organisée par des lois particulières ou par des conventions internationales.
Art. 131. Artikel 130 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2021.
Art. 131. L'article 130 produit ses effets le 1er juillet 2021.