Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
22 DECEMBER 2021. - Besluit van de regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de procedure voor de erkenning van de beroepsbeoefenaars in de geestelijke gezondheidszorg(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-01-2022 en tekstbijwerking tot 09-02-2026)
Titre
22 DECEMBRE 2021. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française fixant la procédure relative à l'agrément des professionnels des soins de santé mentale(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-01-2022 et mise à jour au 09-02-2026)
Documentinformatie
Numac: 2022040009
Datum: 2021-12-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022040009
Date: 2021-12-22
Moniteur: Voir
Tekst (42)
Texte (42)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1ER. - Dispositions générales
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° "Minister": de Minister bevoegd voor het verlenen van vergunningen voor beroepen in de gezondheidszorg;
  2° "Administratie" : de Algemene Directie bevoegd voor de erkenning van de beroepen in de gezondheidszorg binnen het Ministerie van de Franse Gemeenschap;
  3° "Wet": de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de beroepen in de gezondheidszorg;
  4° "erkenning": de erkenning bedoeld in de artikelen 68/1 en 68/2 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de beroepen in de gezondheidszorg;
  5° "beroep in de geestelijke gezondheidszorg": in voorkomend geval de klinische psychologie of de klinische orthopedagogie, bedoeld in respectief de artikelen 68/1 en 68/2 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van beroepen in de gezondheidszorg;
  6° "Erkend klinisch psycholoog" : de houder van een diploma in de klinische psychologie die een beroepsstage heeft voltooid en die als zodanig is erkend volgens de geldende criteria;
  7 "Erkend klinisch orthopedagoog": de houder van een diploma op het gebied van de klinische orthopedagogie die een beroepsopleiding heeft voltooid en volgens de geldende criteria als zodanig is erkend;
  8° "Commissie" : de erkeningscommissie opgericht voor beoefenaars van klinische psychologie en klinische orthopedagogie bedoeld in artikel 3 van dit besluit;
  9° "Representatieve beroepsverenigingen": verenigingen die voldoen aan de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit van 28 oktober 2016 tot vaststelling van de criteria voor beroepsverenigingen om als representatief te worden aangewezen ter uitvoering van artikel 68/3, § 3, van de wet betreffende de uitoefening van de beroepen in de gezondheidszorg, gecoördineerd op 10 mei 2015;
  10° "Kandidaat": kandidaat voor de titel van klinisch psycholoog of kandidaat voor de titel van klinisch orthopedagoog;
  11° "Beroepsstage": een praktische stage die erop gericht is de kandidaat-klinisch psycholoog of de kandidaat-klinisch orthopedagoog alle bekwaamheden, kennis en bekwaamheden bij te brengen die vereist zijn voor de zelfstandige uitoefening van het beroep van klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog;
  12° "Evaluatie" : jaarlijks verslag over de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van de stageperiode van de kandidaat, opgesteld door de stagemeester teneinde vast te stellen of de kandidaat alle bekwaamheden, kennis en competenties heeft verworven die vereist zijn voor het zelfstandig uitoefenen van het ambt van klinisch psycholoog of van klinisch orthopedagoog;
  13° "Attest van autonomie" : een verklaring opgesteld door de laatste stagemeester of de coördinerende stagemeester waarin de autonomie van de kandidaat wordt bevestigd, na de verwerving van alle bekwaamheden, kennis en competenties vereist voor de autonome uitoefening van een klinisch psycholoog of een klinisch orthopedagoog;
  14° "stagemeester": de klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog, naar gelang het geval, die verantwoordelijk is voor de gehele of een deel van de opleiding van de kandidaat en die als zodanig is erkend volgens de geldende criteria;
  15° "coördinerende stagemeester": de stagemeester die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de volledige opleiding van de kandidaat wanneer de kandidaat meer dan één stagemeester heeft;
  16° "Stagedienst": de dienst waar de kandidaat zijn opleiding geheel of gedeeltelijk volgt en die daartoe is erkend volgens de geldende criteria;
  17° "Aanvrager": de meerderjarige persoon die een aanvraag indient bij de Administratie.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° " Ministre " : le Ministre ayant l'agrément des professions des soins de santé dans ses attributions;
  2° " Administration " : la direction générale chargée de l'agrément des professions des soins de santé au sein du Ministère de la Communauté française;
  3° " Loi " : loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé;
  4° " Agrément " : l'agrément visé aux articles 68/1 et 68/2 de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé;
  5° " Profession des soins de santé mentale " : selon le cas, la psychologie clinique ou l'orthopédagogie clinique, visées respectivement aux articles 68/1 et 68/2 de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé;
  6° " Psychologue clinicien agréé " : le porteur du diplôme dans le domaine de la psychologie clinique ayant réalisé un stage professionnel et qui est agréé comme tel conformément aux critères en vigueur;
  7° " Orthopédagogue clinicien agréé " : le porteur du diplôme dans le domaine de l'orthopédagogie clinique ayant réalisé un stage professionnel et qui est agréé comme tel conformément aux critères en vigueur;
  8° " Commission " : Commission d'agrément instituée pour les praticiens de la psychologue clinique et de l'orthopédagogie clinique visée à l'article 3 du présent arrêté;
  9° " Associations professionnelles représentatives " : associations qui répondent aux conditions fixées par l'arrêté royal du 28 octobre 2016 fixant les critères pour que les associations professionnelles soient désignées comme représentatives en exécution de l'article 68/3, § 3, de la loi relative à l'exercice des professions des soins de santé, coordonnée le 10 mai 2015;
  10° " Candidat " : candidat au titre de psychologue clinicien ou candidat au titre d'orthopédagogue clinicien;
  11° " Stage professionnel " : stage pratique visant à inculquer au candidat psychologue clinicien ou au candidat orthopédagogue clinicien l'ensemble des aptitudes, du savoir-faire et des compétences nécessaires à l'exercice autonome d'une pratique de psychologue clinicien ou d'orthopédagogue clinicien;
  12° " Evaluation " : rapport annuel sur les aspects quantitatifs et qualitatifs du stage du candidat, rédigé par le maître de stage visant à établir si le candidat a acquis l'ensemble des aptitudes, du savoir-faire et des compétences nécessaires à l'exercice autonome d'une pratique de psychologue clinicien ou d'orthopédagogue clinicien;
  13° " Attestation d'autonomie " : Déclaration rédigée par le dernier maître de stage ou le maître de stage coordinateur qui atteste de l'autonomie du candidat, suite à l'acquisition de l'ensemble des aptitudes, du savoir-faire et des compétences nécessaires, à l'exercice autonome d'une pratique de psychologue clinicien ou d'orthopédagogue clinicien;
  14° " Maître de stage " : le psychologue clinicien ou l'orthopédagogue clinicien, selon le cas, responsable de la formation entière ou partielle du candidat et qui est agréé comme tel conformément aux critères en vigueur;
  15° " Maître de stage coordinateur " : le maître de stage responsable de la coordination de l'ensemble de la formation du candidat lorsque celui-ci a plus d'un maître de stage;
  16° " Service de stage " : le service dans lequel la formation du candidat se réalise entièrement ou partiellement et qui est agréé à cet effet conformément aux critères en vigueur;
  17° " Demandeur " : la personne majeure qui introduit une demande auprès de l'Administration.
Art. 2. § 1. [1 § 1 De Franse Gemeenschap is bevoegd voor elke aanvraag op basis van een diploma uitgereikt door een onderwijsinrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Franse Gemeenschap of erkend als gelijkwaardig door deze]1.
  § 2. Het Ministerie van de Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Administratie, verzamelt bij de personen bedoeld in § 4 van dit artikel de gegevens bedoeld in de volgende paragraaf en codeert deze in de Permanente Federale Gegevensbank van de Beroepsbeoefenaars in de Gezondheidszorg, waarin de beroepsbeoefenaars in de gezondheidssector zijn opgenomen die een beroep in de geestelijke gezondheidszorg uitoefenen, teneinde de uitvoering van zijn regelgevende opdrachten en de uitwisseling van gegevens overeenkomstig artikel 97, §§ 1 en 2, 2°, van de wet mogelijk te maken.
  § 3. Met het oog op de uitvoering van haar opdrachten en de in artikel 97, lid 2, van de wet omschreven doeleinden deelt de Administratie de in artikel 98, lid 2, van de wet bedoelde gegevens mee aan de relevante entiteiten die krachtens artikel 99 van de wet zijn aangewezen om deze gegevens aan de federale gegevensbank mee te delen.
  § 4. In het kader van zijn opdrachten verzamelt het Ministerie van de Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Administratie, de volgende categorieën van gegevens:
  - identificatiegegevens: naam, voornaam, rijksregisternummer, adres, nationaliteit, geslacht, geboortedatum, geboorteplaats, telefoonnummer en e-mailadres;
  - gegevens met betrekking tot het diploma;
  - gegevens met betrekking tot bewijsstukken die zijn ingediend in het kader van een verzoek als bedoeld in artikel 7, paragraaf 1;
  § 5. De Administratie en de Commissie zijn verantwoordelijk voor de verwerking in de zin van artikel 4, 7), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)
  De gegevens worden bewaard tot het overlijden van de in § 4 bedoelde personen of tot de intrekking of het verzaken van de erkenning.
  
Art. 2. § 1er. [1 La Communauté française est compétente pour toute demande sur la base d'un diplôme délivré par un établissement d'enseignement créé, subventionné ou reconnu par la Communauté française ou reconnu équivalent par celle-ci]1.
  § 2. Le Ministère de la Communauté française, représenté par l'Administration, collecte, auprès des personnes visées au § 4 du présent article et encode dans la Banque de données fédérale permanente des professionnels des soins de santé parmi lesquelles figurent les professionnels de soins de santé exerçant une profession de soins de santé mentale les données visées au paragraphe suivant afin de permettre l'exécution de ses missions réglementaires et l'échange des données conformément à l'article 97, §§ 1er et 2, 2°, de la loi.
  § 3. Afin d'exécuter ses missions et les finalités définies à l'article 97, § 2, de la loi, l'Administration communique les données visées à l'article 98, 2°, de la loi aux entités pertinentes qui sont désignées par l'article 99 de la loi afin de communiquer ces données à la banque de données fédérales.
  § 4. Dans le cadre de ses missions, le Ministère de la Communauté française, représenté par l'Administration, collecte les catégories de données suivantes :
  - données d'identification : nom, prénom, numéro de registre national, adresse, nationalité, sexe, date de naissance, lieu de naissance, numéro de téléphone et adresse courriel;
  - données relatives au diplôme;
  - données relatives aux pièces justificatives introduites dans le cadre d'une demande visée à l'article 7, § 1er;
  § 5. L'Administration et la commission sont responsables du traitement de données au sens de l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
  Les données sont conservées jusqu'au décès des personnes visées au § 4 ou jusqu'au retrait de l'agrément ou à la renonciation de celui-ci.
  
HOOFDSTUK 2. - De erkeningscommissie
CHAPITRE 2. - Commission d'agrément
Afdeling 1. - Samenstelling en opdrachten
Section 1ere. - Composition et missions
Art. 3. § 1. Bij het Ministerie van de Franse Gemeenschap wordt een Erkeningscommissie voor de beoefenaars van klinische psychologie en klinische orthopedagogie opgericht.
  De Commissie is samengesteld uit:
  1° een afdeling voor beoefenaars van de klinische psychologie;
  2° een afdeling voor beoefenaars van de klinische orthopedagogie.
  § 2. Elke afdeling bestaat uit
  1° drie leden die erkende beoefenaars zijn van het betrokken beroep in de geestelijke gezondheidszorg, die gedurende ten minste drie jaar daadwerkelijk een academisch ambt hebben uitgeoefend en die worden voorgedragen door de faculteiten die een volledige studiecyclus organiseren die leidt tot een opleiding die de uitoefening van een beroep in de geestelijke gezondheidszorg machtigt;
  2° drie leden die erkende beoefenaars zijn van het betrokken beroep in de geestelijke gezondheidszorg met ten minste drie jaar beroepservaring en die worden voorgedragen door hun representatieve beroepsverenigingen. Bij ontstentenis van een representatieve beroepsvereniging wordt in het Belgisch Staatsblad een oproep tot kandidaten bekendgemaakt.
  De eerste Commissie is samengesteld uit leden die voldoen aan de voorwaarden voor erkenning zoals vastgesteld in de overgangsbepalingen waarin de wet voor elk van de beroepen in de geestelijke gezondheidszorg voorziet.
  De Commissie kan ook, indien zij dit nuttig acht, een beroep doen op deskundigen. Zij hebben een raadgevende stem.
  Voor ieder werkend lid wordt een plaatsvervangend lid benoemd onder dezelfde voorwaarden als voor de werkende leden.
  [1 § 3. De in dit artikel bedoelde commissieleden zijn leden die erkend zijn als beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg door de Franse Gemeenschap.]1
Art. 3. § 1er. Il est institué auprès du Ministère de la Communauté française une Commission d'agrément pour les praticiens de la psychologie clinique et de l'orthopédagogie clinique.
  La Commission est composée de :
  1° une section pour les praticiens de la psychologie clinique;
  2° une section pour les praticiens de l'orthopédagogie clinique.
  § 2. Chaque section est composée de :
  1° trois membres praticiens agréés dans la profession des soins de santé mentale concernée qui occupent effectivement depuis au moins trois ans des fonctions académiques et proposés par les facultés organisant un enseignement complet menant à une formation autorisant l'exercice d'une profession de soins de santé mentale;
  2° trois membres praticiens agréés dans la profession de soins de santé mentale concernée disposant d'une expérience professionnelle d'au moins trois ans et proposés par leurs associations professionnelles représentatives. A défaut d'association professionnelle représentative, un appel à candidatures est publié au Moniteur Belge.
  La première Commission est composée de membres remplissant les conditions d'agrément telles que fixées aux dispositions transitoires prévues dans la loi pour chacune des professions des soins de santé mentale.
  La Commission peut également, si elle le juge utile, faire appel à des experts. Ceux-ci ont voix consultative.
  Pour chaque membre effectif, un suppléant est nommé aux mêmes conditions que les membres effectifs.
  [1 § 3. Les membres de la commission visés au présent article sont des membres agréés en tant que professionnels des soins de santé par la Communauté française. ]1
Art. 4. De Commissie heeft als opdrachten:
  1° advies uit te brengen aan de Minister over elke aanvraag tot goedkeuring, verlenging of wijziging van het satgeplan;
  2° toe te zien op de uitvoering van het stageplan van de kandidaten in al zijn onderdelen en jaarlijks aan de Minister een advies uit te brengen over de uitgevoerde opleiding op basis van het stageboekje bedoeld in artikel 13;
  3° advies uit te brengen aan de Minister over elke aanvraag tot erkenning als klinisch psycholoog of klinisch pedagogisch orthopedagoog en over aangelegenheden die met die erkenning verband houden;
  4° advies uit te brengen aan de Minister over een eventuele intrekking van de erkenning, zoals verleend op grond van artikel 68/1 of 68/2 van de wet, naargelang het geval
  5° op eigen initiatief of op verzoek van de Minister advies uitbrengen over elke aangelegenheid die betrekking heeft op de erkenningsprocedure voor klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen.
  De Commissie verwerkt de persoonsgegevens die nodig zijn voor de uitoefening van haar in de punten 1° tot en met 4° van het vorige lid opgesomde opdrachten, overeenkomstig de in artikel 2 bedoelde verwerkingsmethoden.
  [1 Om de administratieve lasten voor de commissie te verminderen en de procedure voor goedkeuring, verlenging of wijziging van het stageplan alsook de erkenningsprocedure te versnellen, kan de commissie de Administratie een permanente opdracht geven om, zonder haar voorafgaand gunstig advies, te bevestigen dat de aanvrager die een volledig dossier heeft ingediend, voldoet aan de voorwaarden voor goedkeuring van het stageplan, verlenging of wijziging van het stageplan of erkenning met het oog op de toekenning ervan door de Minister of zijn afgevaardigde. Deze permanente opdracht is beperkt tot dossiers die leiden tot een positieve beslissing.
   De Administratie controleert de juistheid van de persoonsgegevens van de aanvrager en of deze duidelijk aantoont dat hij voldoet aan de voorwaarden die door de regelgeving worden gesteld.]1

  
Art. 4. La Commission a pour missions de :
  1° donner au Ministre un avis sur toute demande d'approbation, de prolongation ou de modification de plan de stage;
  2° surveiller l'exécution du plan de stage des candidats dans tous ses éléments et rendre au Ministre un avis annuel sur la formation réalisée sur la base du carnet de stage visé à l'article 13;
  3° donner au Ministre un avis sur toute demande d'agrément en qualité de psychologue clinicien ou d'orthopédagogue clinicien et sur les questions qui se rapportent à cet agrément;
  4° donner au Ministre un avis sur tout retrait de l'agrément, tel qu'octroyé sur la base, selon le cas, de l'article 68/1 ou 68/2 de la loi;
  5° donner un avis d'initiative ou à la demande du Ministre, sur tout sujet relatif à la procédure d'agrément de psychologue clinicien et d'orthopédagogue clinicien.
  La Commission traite les données à caractère personnel nécessaires aux fins de l'exécution de ses missions énumérées aux points 1° à 4° de l'alinéa précédent, conformément aux modalités de traitement visées à l'article 2.
  [1 Afin de diminuer la charge administrative de la commission et d'accélérer la procédure d'approbation, de prolongation ou de modification de plan de stage, ainsi que la procédure d'agrément, la commission peut donner un ordre permanent à l'Administration pour confirmer, sans son avis favorable préalable, que le demandeur qui a introduit un dossier complet répond aux conditions, selon le cas, d'approbation de plan de stage, de prolongation ou de modification de plan de stage ou d'agrément en vue de l'octroi de celui-ci par le Ministre ou son délégué. Cet ordre permanent est limité aux dossiers menant à une décision positive.
   L'Administration vérifie l'exactitude des données personnelles du demandeur et que celui-ci prouve clairement qu'il remplit les conditions exigées par la réglementation. ]1

  
Afdeling 2. - Werking
Section 2. - Fonctionnement
Art. 5. § 1. De leden van de Commissie worden door de Minister benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.
  Bij het verstrijken van de ambtstermijn blijven de leden in functie totdat hun ambtstermijn is verlengd of, in voorkomend geval, totdat zij overeenkomstig lid 1 worden vervangen.
  § 2. De Minister kan het mandaat beëindigen van een lid van de Commissie van wie bekend is dat hij of zij de vergaderingen niet heeft bijgewoond wegens onverantwoorde afwezigheid op ten minste de helft van de jaarlijkse vergaderingen.
  Een lid dat de hoedanigheid verliest waarin hij of zij is benoemd, treedt van rechtswege af.
  Bij overlijden, ontslag of beëindiging van het mandaat van een lid benoemt de Minister een nieuw lid van dezelfde categorie om het lopende mandaat te voltooien.
  § 3 Op de eerste vergadering na de benoeming van de leden van de Commissie benoemen zij uit hun midden een voorzitter en een ondervoorzitter.
  § 4 De Administratie verzorgt het secretariaat van de Commissie.
  § 5 De leden van de Commissie en de overeenkomstig artikel 3, § 2, derde lid, uitgenodigde deskundigen hebben recht:
  1° op een presentiegeld van vijftig euro per halve dag; de leden-ambtenaren hebben slechts recht op dit recht indien hun aanwezigheid op de vergaderingen leidt tot prestaties buiten hun normale werkuren;
  2° de vergoeding van de reiskosten, toegekend overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende de algemene regeling der verplaatsingskosten. Het maximumbedrag van de vergoeding komt overeen met de kosten van een treinkaartje eerste klas.
  De leden van de Commissie mogen hun persoonlijke motorvoertuig gebruiken voor de verplaatsingen die zij moeten maken om aan de vergaderingen van de Commissie deel te nemen. Zij ontvangen een toelage die gelijk is aan het bedrag dat door de Franse Gemeenschap zou zijn betaald indien zij van het openbaar vervoer gebruik hadden gemaakt.
  De Franse Gemeenschap neemt niet de dekking op zich van de risico's die voortvloeien uit het gebruik door de leden van hun persoonlijke voertuig.
Art. 5. § 1er. Les membres de la Commission sont nommés par le Ministre pour un terme renouvelable de six ans.
  A l'échéance du mandat, les membres assument leur fonction jusqu'au renouvellement de leur mandat ou, le cas échéant, jusqu'à ce qu'il soit pourvu à leur remplacement, en application de l'alinéa 1er.
  § 2. Le Ministre peut mettre fin au mandat du membre de la Commission qui aura fait notoirement preuve d'un manque d'assiduité aux réunions de par son absence injustifiée à au moins la moitié des réunions annuelles.
  Est démissionnaire d'office le membre qui perd les qualités en raison desquelles il a été nommé.
  En cas de décès, de démission ou de retrait du mandat d'un membre, le Ministre nomme un nouveau membre de la même catégorie pour achever le mandat en cours.
  § 3. Lors de la première réunion qui suit la nomination des membres de la Commission, ceux-ci désignent, en leur sein, un président ainsi qu'un vice-président.
  § 4. L'Administration assure le secrétariat de la Commission.
  § 5. Les membres de la Commission ainsi que les experts invités en vertu de l'article 3, § 2, alinéa 3, ont droit :
  1° à un jeton de présence de cinquante euros par demi-journée; les membres fonctionnaires ne peuvent y prétendre que dans la mesure où leur présence aux séances entraîne des prestations en dehors de leurs heures normales de service;
  2° au remboursement des frais de parcours, alloué conformément à l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant règlementation générale en matière de frais de parcours. Le montant maximum de l'indemnité correspond au coût d'un billet de chemin de fer en première classe.
  Les membres de la Commission sont autorisés à faire usage de leur véhicule à moteur personnel pour les déplacements nécessités par leur participation aux réunions de la Commission. Ils bénéficient d'une indemnité égale au montant qui aurait été déboursé par la Communauté française en cas d'utilisation des moyens de transport en commun.
  La Communauté française n'assume pas la couverture des risques résultant de l'utilisation, par les membres, de leur véhicule personnel.
Art. 6. § 1. De vergaderingen van de Commissie worden voorgezeten door de voorzitter of, bij diens afwezigheid, door de ondervoorzitter. Bij afwezigheid van de twee voornoemde leden, zit het oudste lid in jaren de vergaderingen voor.
  § 2 De Commissie beraadslaagt slechts geldig indien ten minste de helft van de leden aanwezig is.
  Indien het quorum niet wordt bereikt, roept de voorzitter of, bij diens afwezigheid, de ondervoorzitter een nieuwe vergadering bijeen met dezelfde agenda. Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de ondervoorzitter roept het oudste lid in jaren een nieuwe vergadering bijeen met dezelfde agenda. De Commissie beraadslaagt dan geldig, ongeacht het aantal aanwezige leden.
  § 3 De Commissie besluit bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter of, bij diens afwezigheid, van de ondervoorzitter doorslaggevend.
  § 4 De adviezen van de Commissie moeten naar de feiten en naar het recht met redenen zijn omkleed.
  § 5 De beraadslagingen van de Commissie zijn geheim.
  § 6 De Commissie stelt een huishoudelijk reglement op dat, met eventuele wijzigingen, ter goedkeuring aan de Minister wordt voorgelegd.
Art. 6. § 1er. Les réunions de la Commission sont dirigées par le Président ou, en cas d'absence, par le vice-président. En l'absence des deux susnommés, le membre le plus âgé préside les réunions.
  § 2. La Commission ne délibère valablement qu'à la condition que la moitié au moins des membres soit présente.
  Si le quorum n'est pas atteint, le Président ou, en son absence, le vice-président, convoque une nouvelle réunion avec le même ordre du jour. En l'absence simultanée du Président et du vice-président, c'est le membre le plus âgé qui convoque une nouvelle réunion avec le même ordre du jour. La Commission délibère alors valablement quel que soit le nombre des membres présents.
  § 3. La Commission se prononce à la majorité des membres présents. En cas de parité de voix, la voix du Président ou, en son absence, du vice-président, est prépondérante.
  § 4. Les avis de la Commission doivent être motivés en faits et en droit.
  § 5. Les délibérations de la Commission sont secrètes.
  § 6. La Commission élabore un règlement d'ordre intérieur qui est soumis, ainsi que ses modifications, à l'approbation du Ministre.
HOOFDSTUK 3. - Beroepsstage en erkenning
CHAPITRE 3. - Stage professionnel et agrément
Afdeling 1. - Beroepsstage
Section 1ere. - Stage professionnel
Art. 7. § 1. [1 De kandidaat die bevoegd is om een van de beroepen in de geestelijke gezondheidszorg uit te oefenen in België, dient zijn stageplan, waarin de beroepsstages worden vermeld die hij wenst te volgen, ter goedkeuring in bij de Administratie aan de hand van het formulier waarvan het model, met inbegrip van de in artikel 2, § 4 bedoelde gegevens, door de Minister wordt vastgesteld en volgens de elektronische procedure die de Administratie ter beschikking stelt]1.
  De aanvraag moet uiterlijk drie maanden na het begin van de stage worden ingediend.
  De kandidaat voegt de volgende documenten bij de aanvraag tot goedkeuring van het stageplan:
  1° een kopie van het diploma klinische psychologie of klinische orthopedagogie, naar gelang van het geval;
  2° een kopie, voor elk deel van de stage, van de schriftelijke stageovereenkomst, waarvan het model door de Administratie ter beschikking wordt gesteld, gesloten met de stagemeester of, in voorkomend geval, de coördinerende stagemeester, waarin minstens de verplichtingen van elke partij worden gepreciseerd, alsook de afspraken in verband met de bezoldiging van de kandidaat;
  3° een kopie van de verzekeringspolis beroepsaansprakelijkheid die de kandidaat heeft gesloten en die alle tijdens de stage gepresteerde handelingen dekt.
  In het geval van een stage in een niet-reguliere stagedienst moet de kandidaat bij zijn aanvraag tevens een kopie voegen van de tripartiete overeenkomst die hij heeft gesloten met de coördinerende stagemeester en de stagemeester van de niet-reguliere stagedienst, waarin ten minste de nadere regels en einddoelstellingen van de stage, de afspraken betreffende de bezoldiging van de kandidaat en de voorwaarden betreffende de beroepsverzekering van de kandidaat zijn opgenomen.
  In geval van een stage in het buitenland voegt de kandidaat bij zijn aanvraag ook een kopie van de tripartiete overeenkomst die hij heeft ondertekend met de coördinerende stagemeester en de persoon of structuur die verantwoordelijk is voor de begeleiding van de kandidaat in het gastland en die verbonden is aan een universiteit.
  § 2. Indien de kandidaat de beroepsstage achtereenvolgens in verschillende stageafdelingen doorloopt, onder toezicht van verschillende stagementoren, treedt één van hen op als coördinerende stagementor.
  De coördinerende stagemeester is verantwoordelijk voor de opleiding van de kandidaat tijdens de hele stage, ongeacht de stageafdelingen waar de kandidaat de stage voltooit.
  § 3. De Administratie bevestigt binnen 30 dagen de ontvangst van de aanvraag tot goedkeuring van het stageplan.
  De stagetijd wordt berekend vanaf de datum waarop de opleiding daadwerkelijk is aangevangen. Indien het stageplan echter niet binnen de in § 1, tweede lid, gestelde termijnen wordt ingediend, wordt de datum van de aangetekende brief of de elektronische aanvraag beschouwd als de datum waarop de stageperiode begint.
  
Art. 7. § 1er. [1 Le candidat habilité à exercer une des professions des soins santé mentale en Belgique introduit à l'Administration, pour approbation, son plan de stage mentionnant les stages professionnels qu'il désire effectuer au moyen du formulaire dont le modèle comprenant les données visées à l'article 2, § 4, est fixé par le Ministre et selon le procédé électronique que l'Administration met à disposition. ]1
  La demande est introduite au plus tard trois mois après le début du stage professionnel.
  Le candidat joint à sa demande d'approbation du plan de stage les documents suivants :
  1° la copie du diplôme en psychologie clinique ou orthopédagogie clinique, selon le cas;
  2° un exemplaire, pour chaque partie du stage, de la convention écrite de formation, dont le modèle est mis à disposition par l'Administration, conclue avec le maître de stage ou, le cas échéant, le maître de stage coordinateur, précisant au minimum les obligations de chacun ainsi que les accords relatifs à la rémunération du candidat;
  3° une copie de l'assurance en responsabilité professionnelle contractée par le candidat et couvrant tous les actes qui seront posés pendant sa formation.
  En cas de stage réalisé dans un service de stage non régulier, le candidat joint également à sa demande une copie de la convention tripartite qu'il a conclue avec le maître de stage coordinateur et le maître de stage du service de stage non régulier, reprenant au minimum les modalités et les objectifs finaux du stage, les accords relatifs à la rémunération du candidat ainsi que les modalités relatives à l'assurance professionnelle du candidat.
  En cas de stage à l'étranger, le candidat joint également à sa demande une copie de la convention tripartite qu'il a signée avec le maître de stage coordinateur et la personne ou la structure chargée de superviser le candidat dans le pays d'accueil et qui est liée à une université.
  § 2. Si le candidat accomplit le stage professionnel successivement dans plusieurs services de stage, sous la supervision de plusieurs maîtres de stage, l'un d'entre eux fait fonction de maître de stage coordinateur.
  Le maître de stage coordinateur est responsable de la formation du candidat pendant toute la durée du stage, quels que soient les services de stage où le candidat accomplit le stage.
  § 3. L'Administration accuse réception de la demande d'approbation du plan de stage dans un délai de trente jours.
  La période de stage est calculée à partir de la date à laquelle la formation a réellement commencé. Toutefois, lorsque le plan de stage n'est pas introduit dans les délais fixés au § 1er, alinéa 2, la date de la lettre recommandée ou de la demande électronique est considérée comme la date du début du stage.
  
Art. 8. Als het dossier volledig is, zendt de Administratie het om advies naar de Erkenningscommissie.
  Indien het dossier onvolledig is, zal de Administratie de aanvrager vragen het (de) ontbrekende document(en) over te leggen. Indien de aanvrager zijn dossier niet binnen drie maanden na de aanvraag vervolledigt, sluit de Administratie de aanvraag af, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, en stelt zij de aanvrager hiervan binnen een maand per aangetekende brief in kennis.
  De Commissie analyseert het aanvraagdossier op basis van de in de wet vastgestelde voorwaarden.
Art. 8. Lorsque le dossier est complet, l'Administration transmet celui-ci pour avis à la Commission d'agrément.
  Lorsque le dossier est incomplet, l'Administration demande à l'intéressé de lui fournir le(s) document(s) manquant(s). Si le candidat ne complète pas son dossier dans les trois mois de la demande, l'Administration clôture la demande, sauf circonstances exceptionnelles, et en informe le candidat endéans le mois par envoi recommandé.
  La Commission analyse le dossier de la demande sur la base des conditions fixées en exécution de la loi.
Art. 9. De Commissie beslist over het stageplan of elke andere aanvraag met betrekking tot de stageperiode binnen een termijn van zestig dagen vanaf de datum van ontvangst van het volledige dossier door de Administratie.
  De Commissie neemt haar besluit op basis van documenten. Indien haar advies afwijkt van het ingediende stageplan, kan zij het uitbrengen van haar advies uitstellen. In dat geval wordt de kandidaat ten minste vijftien dagen vóór de vergadering waarop zijn dossier opnieuw zal worden onderzocht, uitgenodigd.
  De kandidaat kan zich laten bijstaan door een raadsman. Indien hij niet verschijnt, zal de Commissie op basis van documenten beslissen. In geval van een naar behoren met redenen omklede afwezigheid wordt een nieuwe datum voor de hoorzitting vastgesteld. De verzoeker kan in ieder geval slechts maximaal drie keer worden opgeroepen.
Art. 9. La Commission se prononce sur le plan de stage ou toute autre demande en rapport avec le stage dans les soixante jours à dater de la réception du dossier complet par l'Administration.
  La Commission statue sur pièces. Si son avis diffère du plan de stage introduit, elle peut surseoir au prononcé de l'avis. Dans ce cas, le candidat est invité au moins quinze jours avant la réunion au cours de laquelle son dossier sera réexaminé.
  Le candidat peut se faire assister d'un conseil. S'il ne comparaît pas, la Commission statue sur pièces. En cas d'absence dûment justifiée, une nouvelle date d'audition est fixée. Dans tous les cas, le demandeur ne peut être convoqué qu'au maximum trois fois.
Art. 10. Indien de Commissie een gunstig advies uitbrengt, keurt de Minister of zijn afgevaardigde het stageplan goed.
  De Administratie zendt de beslissing binnen dertig dagen aan de aanvrager.
Art. 10. En cas d'avis favorable de la Commission, le Ministre ou son délégué approuve le plan de stage.
  L'Administration transmet au candidat la décision dans un délai de trente jours.
Art. 11. § 1. In geval van een ongunstig advies van de Commissie stelt de Administratie de kandidaat daarvan binnen dertig dagen na ontvangst van het advies per aangetekende brief in kennis.
  Indien de kandidaat het ongunstig advies van de Commissie niet betwist, neemt de Minister of zijn afgevaardigde een beslissing over het stageplan.
  § 2. Indien de kandidaat het ongunstig advies van de Commissie betwist, kan hij binnen dertig dagen na ontvangst van het advies een nota met zijn met redenen omklede opmerkingen aan de Administratie zenden. In dat geval onderzoekt de Commissie het dossier opnieuw. Op verzoek van de kandidaat of van de Commissie kan de kandidaat door de Commissie worden gehoord om alle relevante informatie te verstrekken. Behoudens in spoedeisende gevallen wordt hij ten minste vijftien dagen vóór de vergadering waarop zijn dossier opnieuw zal worden behandeld, daarvan in kennis gesteld.
  De verzoeker kan zich laten bijstaan door een raadsman. Indien hij niet verschijnt, beslist de Commissie op basis van stukken. In geval van een naar behoren met redenen omklede afwezigheid wordt een nieuwe datum voor de hoorzitting vastgesteld. In alle gevallen kan de verzoeker maximaal drie keer worden opgeroepen.
  De Commissie kan haar oorspronkelijke advies handhaven of op basis van de nieuwe elementen een nieuw advies uitbrengen.
  § 3 De Minister of zijn afgevaardigde neemt zijn beslissing op basis van het laatste advies van de Commissie.
  § 4 De Administratie stelt de aanvrager binnen dertig dagen in kennis van de beslissing van de Minister of zijn afgevaardigde. Indien de beslissing negatief is, wordt deze per aangetekende brief aan de aanvrager medegedeeld.
Art. 11. § 1er. En cas d'avis défavorable de la Commission, l'Administration en informe le candidat dans un délai de trente jours par envoi recommandé suivant la réception de l'avis.
  Lorsque le candidat ne conteste pas l'avis défavorable de la Commission, le Ministre ou son délégué rend sa décision sur le plan de stage.
  § 2. En cas de contestation de l'avis défavorable de la Commission, le candidat peut faire parvenir à l'Administration une note avec ses observations motivées dans un délai de trente jours suivant la réception de l'avis. Dans ce cas, la Commission réexamine le dossier. A la demande du candidat ou de la Commission, celui-ci peut être entendu par la Commission aux fins de fournir tous les renseignements utiles. Sauf cas d'urgence, il en est informé au moins quinze jours avant la réunion au cours de laquelle son dossier sera réexaminé.
  Le candidat peut se faire assister d'un conseil. S'il ne comparaît pas, la Commission statue sur pièces. En cas d'absence dûment justifiée, une nouvelle date d'audition est fixée. Dans tous les cas, le demandeur ne peut être convoqué qu'au maximum trois fois.
  La Commission peut maintenir son avis initial ou remettre un nouvel avis sur la base des éléments nouveaux.
  § 3. Le Ministre ou son délégué rend sa décision sur la base du dernier avis de la Commission.
  § 4. L'Administration communique au candidat la décision du Ministre ou de son délégué dans un délai de trente jours. Lorsque la décision est négative, celle-ci est communiquée au demandeur par envoi recommandé.
Art. 12. Vanaf het begin van de stage gebruikt de kandidaat een door de Administratie ter beschikking gesteld stageboekje waarin hij alle jaarlijkse activiteiten vermeldt die hij in het kader van zijn opleiding heeft uitgevoerd. Dit naar behoren ingevulde stageboekje moet ieder jaar binnen zes maanden na de beëindiging van de stageperiode via de Administratie aan de Commissie worden toegezonden.
  Indien de kandidaat het stageboekje niet binnen bovengenoemde termijn toezendt of indien het niet binnen dezelfde termijn naar behoren is ingevuld, wordt de betrokken stagetijd voor een periode van drie maanden ongeldig verklaard, behalve in uitzonderlijke omstandigheden die door de Commissie worden beoordeeld.
  De bedoelde stageperiode wordt ook ongeldig verklaard als de kandidaat een beoordeling heeft gekregen die door de stagemeester als onvoldoende wordt beoordeeld. Deze evaluatie heeft betrekking op de succesvolle voltooiing van de stage en de verwerving van competenties.
  Met het oog op de evaluatie van de stagemeester en de stage-afdeling moet de kandidaat jaarlijks vertrouwelijk verslag uitbrengen aan de Commissie over de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van zijn stage. Dit verslag kan tijdens de opleiding en tot twee jaar na het einde van de opleiding worden ingediend bij de Minister die bevoegd is voor volksgezondheid, met inbegrip van de bevoegdheid om de stagemeesters en de opleidingsafdelingen te erkennen. Dit verslag moet gedurende vijf jaar worden bewaard, overeenkomstig de termijn voor indiening ervan bij de Minister die bevoegd is voor volksgezondheid.
  Artikel 7, § 3, eerste lid, en de artikelen 8 tot en met 11 zijn mutatis mutandis van toepassing.
Art. 12. Dès le début de son stage, le candidat utilise un carnet de stage mis à disposition par l'Administration dans lequel il doit consigner toutes les activités annuelles effectuées dans le cadre de sa formation. Ce carnet dûment complété est transmis chaque année à la Commission, par l'intermédiaire de l'Administration, dans les six mois suivant la date de la fin de la période de stage.
  Lorsque le candidat ne transmet pas le carnet de stage dans les délais précités ou que celui-ci n'est pas dûment complété dans les mêmes délais, la période de stage concernée est invalidée à concurrence de trois mois, sauf circonstances exceptionnelles appréciées par la Commission.
  La période de stage concernée est également invalidée lorsque le candidat a reçu une évaluation jugée insuffisante par le maître de stage. Cette évaluation porte sur la réussite du stage professionnel et l'acquisition des compétences.
  En vue de l'évaluation des maîtres de stage et des services de stage, le candidat est tenu de faire à la Commission un rapport confidentiel annuel sur les aspects quantitatifs et qualitatifs de son stage. Ce rapport peut être transmis, pendant la formation et jusqu'à deux ans après la fin de la formation, au Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, en ce compris la compétence de l'agrément des maîtres de stage et des services de stage. Le délai de conservation de ce rapport est d'une durée de cinq ans, conformément au délai prévu dans le cadre de la transmission de celui-ci auprès du Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions.
  Les articles 7, § 3, alinéa 1er, et 8 à 11, sont applicables mutatis mutandis.
Art. 13. Het stageplan kan slechts worden gewijzigd na voorafgaande goedkeuring door de Minister of zijn afgevaardigde.
  Een wijziging van het stageplan moet onder meer worden ingediend in geval van:
  1° verlenging van de stagetijd ingevolge de ongeldigverklaring van een stageperiode;
  2° verlenging van de stagetijd na een onderbreking van meer dan 15 weken, ongeacht de reden;
  3° verandering van stagemeester of -dienst;
  4° wijziging van het type stage (stage in een reguliere stage-afdeling, stage in een niet-reguliere stage-afdeling, stage in het buitenland).
  [1 De aanvraag om wijziging van het stageplan wordt binnen een termijn van 2 maanden voor het begin van de stage, zoals gewijzigd, bij de Administratie ingediend aan de hand van het formulier waarvan het model door de Minister wordt vastgesteld en volgens de elektronische procedure die de Administratie ter beschikking stelt.]1
  Nadat de Commissie advies heeft uitgebracht, neemt de Minister of zijn afgevaardigde een beslissing.
  De artikelen 7, § 3, eerste lid, en 8 tot en met 11 zijn mutatis mutandis van toepassing.
  
Art. 13. Le plan de stage ne peut être modifié que moyennant approbation préalable du Ministre ou de son délégué.
  Une modification de plan de stage doit, entre autres, être introduite en cas de :
  1° prolongation de stage suite à l'invalidation d'une période de stage;
  2° prolongation de stage suite à une interruption de stage de plus de 15 semaines quel qu'en soit le motif;
  3° changement de maître ou de service de stage;
  4° changement de type de stage (stage dans un service de stage régulier, stage dans un service de stage non régulier, stage à l'étranger).
  [1 La demande de modification du plan de stage est introduite auprès de l'Administration, dans un délai de 2 mois avant le début du stage tel que modifié, au moyen du formulaire dont le modèle est fixé par le Ministre et selon le procédé électronique que l'Administration met à disposition. ]1
  Après avis de la Commission, le Ministre ou son délégué rend sa décision.
  Les articles 7, § 3, alinéa 1er, et 8 à 11 sont applicables mutatis mutandis.
  
Art. 14. Een onderbreking van de stage mag in geen geval de totale duur van de stage verkorten. Indien de kandidaat de stage tijdens de gehele stageperiode gedurende meer dan 15 weken heeft moeten onderbreken, moet hij de Commissie hiervan onmiddellijk in kennis stellen met vermelding van de reden.
  In ieder geval heeft de kandidaat recht op een onderbreking zonder verlenging van de stage gedurende de wettelijke periode van moederschapsverlof, zoals bepaald in de Arbeidswet van 16 maart 1971, gedurende de wettelijke periode van bevallingsverlof, zoals bepaald in de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978, en gedurende de wettelijke periode van palliatief verlof, zoals bepaald in de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen. In dat geval wordt de stagetijd verlengd naar evenredigheid van het gedeelte van de onderbreking dat de wettelijke duur van het verlof overschrijdt.
  In de in lid 2 bedoelde gevallen moet de kandidaat aan de Administratie een medisch attest overleggen waaruit de reden van de onderbreking blijkt. De kandidaat formuleert, in overleg met zijn stagemeester, een voorstel tot verlenging van de stagetijd voor het gedeelte van de onderbreking dat de wettelijke duur van het moederschapsverlof, het geboorteverlof of het palliatief verlof overschrijdt.
  De Administratie bevestigt de ontvangst van het verzoek om verlenging van de stagetijd binnen 30 dagen en zendt het om advies aan de Commissie.
  De Commissie neemt een beslissing over het verzoek om verlenging van de stagetijd binnen zestig dagen na ontvangst van het verzoek.
  De Minister of zijn afgevaardigde neemt een beslissing over het verzoek om verlenging van de stagetijd op basis van het advies van de Commissie.
  De Administratie zendt de aanvrager binnen 30 dagen de beslissing toe. Indien de beslissing negatief is, wordt ze per aangetekende brief medegedeeld.
Art. 14. Une interruption du stage ne peut en aucun cas raccourcir la durée totale du stage professionnel. Lorsque le candidat a dû interrompre son stage pendant plus de 15 semaines sur l'ensemble de sa formation, il est tenu d'en informer immédiatement la Commission et en indiquer la raison.
  Dans tous les cas, le candidat a droit au cours de sa formation à une interruption sans prolongation du stage pendant la durée légale de congé de maternité, comme défini dans la loi du 16 mars 1971 sur le travail, pendant la durée légale du congé de naissance, comme défini par la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail ainsi que pendant la durée légale de congé palliatif, comme défini dans la loi du 22 janvier 1985 de redressement contenant des dispositions sociales. Dans ce cas, le stage est prolongé au prorata de la partie de l'interruption qui dépasse la durée légale du congé.
  Dans les cas visés à l'alinéa 2, le candidat communique à l'Administration un certificat médical prouvant le motif de l'interruption. Le candidat formule, en accord avec son maître de stage, une proposition de prolongation de stage pour la partie de l'interruption qui dépasse la durée légale de congé de maternité, du congé de naissance ou de congé palliatif.
  L'Administration accuse réception de la demande de prolongation de stage dans un délai de trente jours et transmet celle-ci pour avis à la Commission.
  La Commission se prononce sur la demande de prolongation de stage dans un délai de soixante jours à dater de la réception de la demande.
  Le Ministre ou son délégué rend une décision sur la demande de prolongation du stage sur la base de l'avis de la Commission.
  L'Administration transmet au candidat la décision dans un délai de trente jours. Lorsque la décision est négative, celle-ci est communiquée par envoi recommandé.
Art. 15. De kandidaat en de stagemeester mogen de stageovereenkomst niet eenzijdig wijzigen of voortijdig beëindigen.
Art. 15. Le candidat et le maître de stage ne peuvent modifier unilatéralement la convention de stage, ni mettre prématurément fin à la convention de stage.
Art. 16. In geval van verschil van mening tussen een kandidaat en zijn stagemeester, kan elk van hen het geschil voorleggen aan de Commissie.
  De Commissie hoort beide partijen. Indien een of beide partijen niet verschijnen, beslist de Commissie op basis van de stukken. In geval van een naar behoren met redenen omklede afwezigheid wordt een nieuwe datum voor de hoorzitting vastgesteld. In ieder geval kunnen de partijen slechts maximaal drie keer worden opgeroepen.
  Indien het geschil blijft bestaan, geeft de Commissie een onderzoekscommissie, bestaande uit een of meer van haar leden en een ambtenaar van de Administratie, opdracht een onderzoek in te stellen. Zo nodig kan deze opdracht worden uitgevoerd op de plaats(en) van opleiding.
  De Commissie brengt advies uit na kennis te hebben genomen van het verslag dat door de onderzoekscommissie is opgesteld. Het deelt zijn advies binnen dertig dagen mee aan de kandidaat en de stagemeester en zendt het ter goedkeuring naar de Minister.
Art. 16. En cas de divergence de vues entre un candidat et son maître de stage, l'un et l'autre peuvent soumettre le différend à la Commission.
  La Commission entend les deux parties. Si l'une ou les deux parties ne comparaissent pas, la Commission statue sur pièces. En cas d'absence dûment justifiée, une nouvelle date d'audition est fixée. Dans tous les cas, les parties ne peuvent être convoquées qu'au maximum trois fois.
  Si le différend persiste, la Commission charge une commission d'enquête composée d'un ou plusieurs de ses membres et d'un fonctionnaire de l'Administration de procéder à une enquête. Le cas échant, cette mission peut être menée sur le(s) lieu(x) de stage.
  La Commission émet un avis après avoir pris connaissance du rapport dressé par la commission d'enquête. Elle communique son avis au candidat et au maître de stage dans un délai de trente jours et le transmet pour approbation au Ministre.
Art. 17. § 1. Indien de stagemeester op grond van een beoordeling van oordeel is dat de kandidaat niet geschikt is om het gekozen vakgebied uit te oefenen of waarvan het gedrag niet geschikt is voor de goede werking van de dienst, stelt hij de kandidaat en de Commissie daarvan in kennis, met vermelding van de redenen waarop hij zijn beoordeling baseert.
  De Commissie hoort beide partijen. Indien een of beide partijen niet verschijnen, beslist de Commissie op basis van de stukken. In geval van een naar behoren gemotiveerde afwezigheid wordt een nieuwe datum voor de hoorzitting vastgesteld. In alle gevallen kunnen de partijen maximaal drie keer worden opgeroepen.
  Indien de stagemeester bij zijn standpunt blijft, zal de Commissie binnen zestig dagen na de hoorzitting een onderzoekscommissie, bestaande uit een of meer van haar leden en een ambtenaar van de Administratie, met het onderzoek belasten. Zo nodig kan deze opdracht worden uitgevoerd op de plaats(en) van opleiding.
  Na kennis te hebben genomen van het onderzoeksverslag zal de Commissie adviseren de stage of een deel daarvan te beëindigen of een andere stagemeester aan te wijzen. In het laatste geval wordt aangegeven in hoeverre de stage bij de stagemeester die een negatieve beoordeling gaf, meetelt voor de totale duur van de voor de studierichting vereiste stage.
  De Commissie zal de stagemeester en de kandidaat binnen 30 dagen in kennis stellen van haar advies. De Minister of zijn afgevaardigde zal een beslissing nemen.
  § 2. Indien de Minister of zijn afgevaardigde beslist om van stagemeester te veranderen, stelt de kandidaat een nieuwe stagemeester voor. De kandidaat legt, in overleg met de nieuwe stagemeester, een wijziging van het stageplan ter goedkeuring voor aan de Minister of zijn afgevaardigde, nadat de Commissie advies heeft uitgebracht. Deze wijziging wordt aan de Administratie meegedeeld door toezending van het door de Administratie ter beschikking gestelde formulier, hetzij per aangetekende brief, hetzij langs elektronische weg, volgens de door de Administratie ter beschikking gestelde procedure.
  Indien tijdens de voortzetting van de stageperiode ook de nieuwe stagemeester een ongunstig advies uitbrengt, kan de Commissie een advies uitbrengen om de kandidaat niet toe te staan zijn opleiding in de betrokken discipline voort te zetten. De Administratie stelt de kandidaat en de stagemeester hiervan binnen 30 dagen per aangetekend schrijven in kennis. Het advies van de Commissie wordt ter goedkeuring aan de Minister meegedeeld.
  Indien de kandidaat het ongunstig advies van de Commissie niet betwist, beslist de Minister of zijn afgevaardigde over de beëindiging van de opleiding van de kandidaat.
  Indien de kandidaat het ongunstige advies van de Commissie betwist, kan hij of zij de Administratie binnen dertig dagen na ontvangst van het advies een nota met zijn of haar met redenen omklede opmerkingen doen toekomen. In dat geval onderzoekt de Commissie het dossier opnieuw. Op verzoek van de kandidaat of van de Commissie kan de kandidaat door de Commissie worden gehoord om alle relevante informatie te verstrekken. Behoudens in spoedeisende gevallen wordt hij ten minste vijftien dagen vóór de vergadering waarop zijn dossier opnieuw zal worden behandeld, daarvan in kennis gesteld.
  De verzoeker kan zich laten bijstaan door een raadsman. Indien hij niet verschijnt, beslist de Commissie op basis van stukken. In geval van een naar behoren met redenen omklede afwezigheid wordt een nieuwe datum voor de hoorzitting vastgesteld. In alle gevallen kan de verzoeker maximaal drie keer worden opgeroepen.
  De Commissie kan haar oorspronkelijke advies handhaven of op basis van nieuwe informatie een nieuw advies uitbrengen.
  De Minister of zijn afgevaardigde neemt zijn beslissing op basis van het laatste advies van de Commissie.
  De Administratie stelt de betrokkene binnen dertig dagen in kennis van de beslissing van de Minister of zijn afgevaardigde. Indien de beslissing negatief is, wordt ze per aangetekende brief medegedeeld.
Art. 17. § 1er. Lorsque le maître de stage juge, par le biais d'une évaluation, que le candidat n'est pas apte à exercer la discipline choisie ou dont le comportement est inadéquat par rapport au bon fonctionnement du service, il en fait part au candidat et à la Commission, en indiquant les motifs sur lesquels il fonde son appréciation.
  La Commission entend les deux parties. Si l'une ou les deux parties ne comparaissent pas, la Commission statue sur pièces. En cas d'absence dûment justifiée, une nouvelle date d'audition est fixée. Dans tous les cas, les parties ne peuvent être convoquées qu'au maximum trois fois.
  Si le maître de stage maintient son point de vue, la Commission charge dans les soixante jours qui suivent l'audition une commission d'enquête composée d'un ou plusieurs de ses membres et un fonctionnaire de l'Administration de procéder à une enquête. Le cas échant, cette mission peut être menée sur le(s) lieu(x) de stage.
  Après avoir pris connaissance du rapport d'enquête, la Commission émet soit l'avis de mettre fin au stage ou à la partie du stage, soit de désigner un autre maître de stage. Dans ce dernier cas, elle indique dans quelle mesure le stage effectué chez le maître de stage ayant rendu une appréciation négative comptera pour le calcul de la durée totale du stage exigée pour la discipline.
  La Commission communique son avis au maître de stage et au candidat dans les trente jours. Le Ministre ou son délégué rend sa décision.
  § 2. Lorsque le Ministre ou son délégué décide de procéder à un changement de maître de stage, le candidat propose un nouveau maître de stage. Le candidat soumet, en accord avec le nouveau maître de stage, une modification du plan de stage pour approbation du Ministre ou de son délégué après avis de la Commission. Cette modification est adressée à l'Administration par l'envoi du formulaire mis à disposition par l'Administration, soit par courrier recommandé soit par voie électronique, selon le procédé mis à disposition par l'Administration.
  Si durant la poursuite du stage, le nouveau maître de stage émet également un avis défavorable, la Commission peut émettre l'avis de ne pas laisser le candidat poursuivre sa formation dans la discipline concernée. L'Administration en informe le candidat et le maître de stage dans les trente jours par envoi recommandé. L'avis de la Commission est communiqué au Ministre pour approbation.
  Lorsque le candidat ne conteste pas l'avis défavorable de la Commission, le Ministre ou son délégué rend sa décision sur l'arrêt de formation du candidat.
  En cas de contestation de l'avis défavorable de la Commission, le candidat peut faire parvenir à l'Administration une note avec ses observations motivées dans un délai de trente jours suivant la réception de l'avis. Dans ce cas, la Commission réexamine le dossier. A la demande du candidat ou de la Commission, celui-ci peut être entendu par la Commission aux fins de fournir tous les renseignements utiles. Sauf cas d'urgence, il en est informé au moins quinze jours avant la réunion au cours de laquelle son dossier sera réexaminé.
  Le candidat peut se faire assister d'un conseil. S'il ne comparaît pas, la Commission statue sur pièces. En cas d'absence dûment justifiée, une nouvelle date d'audition est fixée. Dans tous les cas, le demandeur ne peut être convoqué qu'au maximum trois fois.
  La Commission peut maintenir son avis initial ou remettre un nouvel avis sur la base des éléments nouveaux.
  Le Ministre ou son délégué rend sa décision sur la base du dernier avis de la Commission.
  L'Administration communique à l'intéressé la décision du Ministre ou de son délégué dans un délai de trente jours. Lorsque la décision est négative, celle-ci est communiquée par envoi recommandé.
Afdeling 2. - Erkenning
Section 2. - Agrément
Art. 18. [1 Na afloop van de stage wordt de aanvraag om erkenning als klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog aan de Administratie gericht aan de hand van het formulier waarvan het model, met inbegrip van de in artikel 2, § 4 bedoelde gegevens, door de Minister wordt vastgesteld en volgens de elektronische procedure die de Administratie ter beschikking stelt.]1
  De goedkeuringsaanvraag gaat samen met:
  1° een attest van zelfstandigheid uitgereikt door de laatste stagemeester of de coördinerende stagemeester
  2° het stageboekje, of desgevallend het laatste stageboekje indien de stage deeltijds werd afgewerkt, en elk ander document dat de Commissie duidelijkheid kan verschaffen over de waarde van de kandidaat als klinisch psycholoog;
  3° het vertrouwelijk jaarverslag van de kandidaat over de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten, gedateerd en ondertekend;
  4° de evaluatie van de stagemeester(s), gedateerd en ondertekend.
  Het aanvraagdossier bevat ook alle bewijsstukken die vereist zijn in het kader van de erkenningsaanvraag overeenkomstig de in artikel 2, § 3, van dit besluit genoemde categorieën van verzamelde gegevens.
  De Administratie bevestigt de ontvangst van de vergunningsaanvraag binnen dertig dagen.
  
Art. 18. [1 A l'expiration du stage, la demande d'agrément en qualité de psychologue clinicien ou d'orthopédagogue clinicien est adressée à l'Administration au moyen du formulaire dont le modèle comprenant les données visées à l'article 2, § 4, est fixé par le Ministre et selon le procédé électronique que l'Administration met à disposition]1.
  La demande d'agrément est accompagnée :
  1° d'une attestation d'autonomie délivrée par le dernier maître de stage ou le maître de stage coordinateur;
  2° du carnet de stage, ou le cas échéant du dernier carnet de stage si le stage a été réalisé à temps partiel, et de tout autre document de nature à éclairer la Commission sur la valeur du candidat en tant que psychologue clinicien;
  3° du rapport annuel confidentiel du candidat sur les aspects quantitatifs et qualitatifs, daté et signé;
  4° de l'évaluation du/des maître(s) de stage datée(s) et signée(s).
  Le dossier de la demande comprend également toutes les pièces justificatives requises dans le cadre de la demande d'agrément et ce conformément aux catégories de données collectées mentionnées à l'article 2, § 3, du présent arrêté.
  L'Administration accuse réception de la demande d'agrément dans un délai de trente jours.
  
Art. 18/1. [1 De in artikel 68/1, § 2, tweede lid, van de wet of in artikel 68/2, § 2, tweede lid, van de wet bedoelde erkenning kan automatisch worden verleend op basis van lijsten die door de universitaire instellingen aan de Administratie worden bezorgd en waarop alle studenten staan vermeld die over het diploma beschikken dat vereist is voor de uitoefening van het betrokken beroep.
   De door de instellingen verstrekte lijsten bevatten:
   - de identificatiegegevens van de student: naam, voornaam, rijksregisternummer, adres, nationaliteit, geslacht, geboortedatum, geboorteplaats, telefoonnummer en e-mailadres;
   - de gegevens met betrekking tot het diploma van de student;
   De Administratie en de universitaire instellingen kunnen overeenkomen om gegevens uit te wisselen over studenten die een erkenning als beoefenaar van een beroep in de geestelijke gezondheidszorg willen verkrijgen. Als de Administratie en de universitaire instellingen deze gegevensuitwisseling organiseren, hoeven aanvragers zijzelf geen individuele aanvraag in te dienen.
   Elke onderwijsinstelling informeert de betrokken studenten uiterlijk op 15 januari schriftelijk over de mogelijkheid om de automatische erkenning te krijgen. Studenten die geen gebruik willen maken van de automatische erkenning, moeten dit uiterlijk op 15 februari van hun laatste studiejaar schriftelijk melden aan de universitaire instelling.
   In geval van automatische erkenning deelt de Administratie de erkenning mee aan de beoefenaar van het betrokken beroep in de geestelijke gezondheidszorg binnen 45 dagen na ontvangst door de Administratie van de door de onderwijsinstellingen bezorgde lijsten.
   "Indien de erkenning niet automatisch kan worden verleend, wordt de aanvraag tot erkenning als beoefenaar van een beroep in de geestelijke gezondheidszorg door de aanvrager aan de Administratie gericht aan de hand van het formulier waarvan het model, met inbegrip van de in artikel 2, § 4 bedoelde gegevens, door de Minister wordt vastgesteld en volgens de elektronische procedure die de Administratie ter beschikking stelt.]1

  
Art.18/1. [1 L'agrément visé, selon le cas, à l'article 68/1, § 2, alinéa 2, de la loi ou à l'article 68/2, § 2, alinéa 2, de la loi peut être accordé de manière automatique sur la base de listes transmises à l'Administration par les établissements d'enseignement universitaires reprenant l'ensemble des étudiants ayant le diplôme requis pour l'exercice de la profession concernée.
   Les listes communiquées par les établissements reprennent :
   - les données d'identification de l'étudiant : nom, prénom, numéro de registre national, adresse, nationalité, sexe, date de naissance, lieu de naissance, numéro de téléphone et adresse courriel ;
   - les données relatives au diplôme de l'étudiant.
   L'Administration et les établissements d'enseignement universitaires peuvent se mettre d'accord sur l'échange de données relatives aux étudiants désireux d'obtenir un agrément comme praticien d'une profession des soins de santé mentale. Si l'Administration et les établissements d'enseignement universitaires organisent cet échange de données, les demandeurs ne doivent pas déposer eux-mêmes une demande individuelle.
   Chaque établissement d'enseignement informe, par écrit, pour le 15 janvier au plus tard, les étudiants concernés de la possibilité de bénéficier de l'agrément automatique. L'étudiant qui ne désire pas bénéficier de l'agrément automatique en informe par écrit l'établissement d'enseignement universitaire au plus tard le 15 février de sa dernière année de cursus.
   En cas d'agrément automatique, l'Administration communique l'agrément au praticien de la profession des soins de santé mentale concernée dans un délai de 45 jours à dater de la réception par l'Administration des listes transmises par les établissements d'enseignement.
   Dans le cas où l'agrément ne peut être accordé de manière automatique, la demande d'agrément comme praticien d'une profession des soins de santé mentale est adressée par le demandeur à l'Administration au moyen du formulaire dont le modèle comprenant les données visées à l'article 2, § 4, est fixé par le Ministre et selon le procédé électronique que l'Administration met à disposition. ]1

  
Art. 19. Als het dossier volledig is, zendt de Administratie het voor advies naar het goedkeuringscomité.
  Indien het dossier onvolledig is, vraagt de Administratie de aanvrager om het ontbrekende document of de ontbrekende documenten. Indien de aanvrager het dossier niet binnen drie maanden na het verzoek aanvult, sluit de Administratie het dossier af, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, en stelt zij de aanvrager hiervan binnen een maand per aangetekende brief in kennis.
Art. 19. Lorsque le dossier est complet, l'Administration transmet celui-ci pour avis à la Commission d'agrément.
  Lorsque le dossier est incomplet, l'Administration demande à l'intéressé de lui fournir le(s) document(s) manquant(s). Si le candidat ne complète pas son dossier dans les trois mois de la demande, l'Administration clôture, sauf circonstances exceptionnelles, et en informe le candidat endéans le mois par envoi recommandé.
Art. 20. De Commissie neemt een besluit over de goedkeuringsaanvraag binnen 90 dagen na ontvangst van het volledige dossier door de Administratie.
  De Commissie vergelijkt de verstrekte gegevens met de gegevens die tijdens de beroepsstageperiode van de aanvrager zijn geregistreerd, overeenkomstig de categorieën van gegevens bedoeld in artikel 2, § 3, van dit decreet. Indien de Commissie een tegenstrijdigheid constateert, kan zij het uitbrengen van haar advies uitstellen. In dat geval verzoekt zij de betrokkene om aanvullende informatie en kan zij hem of haar uitnodigen om op een van de volgende vergaderingen te worden gehoord.
  De Administratie deelt deze beslissing binnen 30 dagen aan de aanvrager mee. Behalve in spoedeisende gevallen wordt de kandidaat ten minste vijftien dagen vóór de vergadering waarop zijn dossier opnieuw zal worden behandeld, uitgenodigd.
  De kandidaat kan zich laten bijstaan door een raadsman. Indien de naar behoren opgeroepen kandidaat niet verschijnt, beslist de Commissie aan de hand van de stukken. In geval van gerechtvaardigde afwezigheid wordt een nieuwe datum voor de hoorzitting vastgesteld. In ieder geval kan de verzoeker slechts maximaal drie keer worden opgeroepen.
  De Commissie kan ook een advies uitbrengen waarin staat dat de stage voor een bepaalde periode moet worden voortgezet om aan de criteria voor goedkeuring te voldoen.
Art. 20. La Commission se prononce sur la demande d'agrément dans les nonante jours à dater de la réception du dossier complet par l'Administration.
  La Commission compare les données communiquées à celles qui ont été enregistrées dans le cadre du stage professionnel du candidat, conformément aux catégories de données mentionnées à l'article 2, § 3, du présent arrêté. Si la Commission constate une discordance, elle peut surseoir à donner son avis. Dans ce cas, elle demande à l'intéressé des éléments complémentaires et peut l'inviter à être entendu lors d'une de ses réunions ultérieures.
  L'Administration communique cette décision au candidat dans un délai de trente jours. Sauf en cas d'urgence, le candidat est invité au moins quinze jours avant la réunion au cours de laquelle son dossier sera réexaminé.
  Le candidat peut se faire assister d'un conseil. Si le candidat, dûment convoqué, ne comparaît pas, la Commission statue sur pièces. En cas d'absence justifiée, une nouvelle date d'audition est fixée. Dans tous les cas, le demandeur ne peut être convoqué qu'au maximum trois fois.
  La Commission peut aussi émettre l'avis que pour satisfaire aux critères d'agrément, le stage professionnel doit encore être poursuivi pendant un temps déterminé.
Art. 21. § 1. In geval van een gunstig advies van de Commissie neemt de Minister of zijn afgevaardigde een beslissing op basis van dat advies.
  In geval van een ongunstig advies van de Commissie stelt de Administratie de kandidaat hiervan bij aangetekend schrijven in kennis binnen dertig dagen na ontvangst van het advies.
  § 2. Indien de verzoeker het ongunstig advies van de Commissie niet betwist, neemt de Minister of zijn afgevaardigde een beslissing over het verzoek van de verzoeker.
  § 3. Indien de verzoeker het ongunstige advies van de Commissie betwist, kan hij binnen dertig dagen na ontvangst van het advies een nota met zijn met redenen omklede opmerkingen aan de Aministratie zenden. In dat geval onderzoekt de Commissie het dossier opnieuw. Op verzoek van de kandidaat of van de Commissie kan de kandidaat door de Commissie worden gehoord om alle relevante informatie te verstrekken. Behoudens in spoedeisende gevallen wordt hij ten minste vijftien dagen vóór de vergadering waarop zijn dossier opnieuw zal worden behandeld, daarvan in kennis gesteld.
  De verzoeker kan zich laten bijstaan door een raadsman. Indien hij niet verschijnt, beslist de Commissie op basis van stukken. In geval van een naar behoren gemotiveerde afwezigheid wordt een nieuwe datum voor de hoorzitting vastgesteld. In alle gevallen kan de verzoeker maximaal drie keer worden opgeroepen.
  De Commissie kan haar oorspronkelijk advies handhaven of op basis van nieuwe informatie een nieuw advies uitbrengen.
  De Minister of zijn afgevaardigde zal een besluit nemen op basis van het laatste advies van de Commissie.
Art. 21. § 1er. En cas d'avis favorable de la Commission, le Ministre ou son délégué rend sa décision sur la base de celui-ci.
  En cas d'avis défavorable de la Commission, l'Administration en informe le candidat par envoi recommandé dans un délai de trente jours suivant la réception de l'avis.
  § 2. Lorsque le candidat ne conteste pas l'avis défavorable de la Commission, le Ministre ou son délégué rend sa décision sur la demande du candidat.
  § 3. En cas de contestation de l'avis défavorable de la Commission, le candidat peut faire parvenir à l'Administration une note avec ses observations motivées dans un délai de trente jours suivant la réception de l'avis. Dans ce cas, la Commission réexamine le dossier. A la demande du candidat ou de la Commission, celui-ci peut être entendu par la Commission aux fins de fournir tous les renseignements utiles. Sauf cas d'urgence, il en est informé au moins quinze jours avant la réunion au cours de laquelle son dossier sera réexaminé.
  Le candidat peut se faire assister d'un conseil. S'il ne comparaît pas, la Commission statue sur pièces. En cas d'absence dûment justifiée, une nouvelle date d'audition est fixée. Dans tous les cas, le demandeur ne peut être convoqué qu'au maximum trois fois.
  La Commission peut maintenir son avis initial ou remettre un nouvel avis sur la base des éléments nouveaux.
  Le Ministre ou son délégué rend sa décision sur la base du dernier avis de la Commission.
Art. 22. De Administratie stelt de aanvrager binnen dertig dagen in kennis van de beslissing van de Minister of zijn afgevaardigde. Indien de beslissing negatief is, wordt deze per aangetekende brief aan de verzoeker meegedeeld.
Art. 22. L'Administration communique au demandeur la décision du Ministre ou de son délégué dans un délai de trente jours. Lorsque la décision est négative, celle-ci est communiquée au demandeur par envoi recommandé.
Afdeling 3. - Schorsing, verzaking en intrekking van de erkenning
Section 3. - De la suspension, de la renonciation et du retrait d'agrément
Art. 23. De klinisch psycholoog of de klinisch orthopedagoog kan via de Administratie aan de Minister vragen zijn erkenning om persoonlijke redenen te schorsen voor een periode van ten hoogste vijf jaar. Dit verzoek kan eenmaal worden verlengd.
  De Administratie legt de aanvraag tot schorsing om advies voor aan de Erkenningscommissie.
  De artikelen 9 tot en met 11 zijn mutatis mutandis van toepassing.
Art. 23. Le psychologue clinicien ou l'orthopédagogue clinicien peut demander au Ministre, via l'Administration, la suspension de son agrément pour convenances personnelles durant une période de maximum cinq années. Cette demande est renouvelable une seule fois.
  L'Administration transmet la demande de suspension pour avis à la Commission d'agrément.
  Les articles 9 à 11 sont applicables mutatis mutandis.
Art. 24. Een klinisch psycholoog of een klinisch-agogisch therapeut die niet langer gebruik wenst te maken van de verleende toelating, moet de Administratie daarvan schriftelijk in kennis stellen. In dat geval trekt de Minister of zijn afgevaardigde de goedkeuring in.
  De Administratie stelt de aanvrager binnen dertig dagen per aangetekend schrijven daarvan in kennis.
  Een klinisch psycholoog of klinisch-educatief therapeut die zijn of haar erkenning heeft ingetrokken, kan te allen tijde een nieuwe aanvraag tot erkenning indienen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 2.
Art. 24. Le psychologue clinicien ou l'orthopédagogue clinicien qui ne désire plus bénéficier de l'agrément octroyé est tenu d'en informer par écrit l'Administration. Dans ce cas, le Ministre ou son délégué retire l'agrément.
  L'Administration en informe le candidat par envoi recommandé dans un délai de trente jours.
  Le psychologue clinicien ou l'orthopédagogue clinicien qui a renoncé au bénéfice de l'agrément peut introduire à tout moment une nouvelle demande d'agrément, conformément aux dispositions du chapitre 3, section 2.
Art. 25. § 1. Indien de klinisch psycholoog of de klinisch-pedagogisch therapeut niet meer voldoet aan de criteria voor voortgezette erkenning, trekt de Minister of zijn afgevaardigde de erkenning in.
  Voordat een maatregel tot intrekking van een goedkeuring wordt genomen, stelt de Administratie de betrokkene hiervan bij aangetekend schrijven in kennis en verzoekt zij de Commissie om advies.
  Indien de belanghebbende dit niet betwist, beslist de Commissie op basis van de stukken.
  In geval van betwisting dient de betrokkene zijn opmerkingen kenbaar te maken binnen dertig dagen na ontvangst van het aangetekend schrijven. De Commissie onderzoekt het dossier.
  Op zijn verzoek of dat van de Commissie wordt de betrokkene door de Commissie gehoord teneinde alle relevante informatie te verstrekken. Behalve in spoedeisende gevallen wordt de betrokkene ten minste vijftien dagen vóór de vergadering waarop zijn zaak zal worden behandeld, op de hoogte gebracht.
  De betrokkene kan zich laten bijstaan door een raadsman. Indien hij niet verschijnt, beslist de Commissie op basis van de stukken. In geval van een naar behoren met redenen omklede afwezigheid wordt een nieuwe datum voor de hoorzitting vastgesteld.
  De betrokkene kan, op zijn verzoek of dat van zijn raadsman, inzage krijgen in zijn administratief dossier gedurende de termijn waarover hij krachtens lid 4 beschikt.
  De Minister of zijn afgevaardigde beslist over de aanvraag van de betrokkene op basis van het door de Commissie uitgebrachte advies.
  § 2. De Administratie stelt de aanvrager binnen dertig dagen in kennis van de beslissing van de Minister of zijn afgevaardigde. Indien de beslissing negatief is, wordt deze per aangetekende brief aan de verzoeker meegedeeld.
  § 3° Een klinisch psycholoog of een klinisch orthopedagoog wiens erkenning is ingetrokken, kan te allen tijde een nieuwe aanvraag tot erkenning indienen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 2.
Art. 25. § 1er. Lorsque le psychologue clinicien ou l'orthopédagogue clinicien ne répond plus aux critères de maintien de l'agrément, le Ministre ou son délégué retire l'agrément.
  Avant toute mesure de retrait d'agrément, l'Administration en informe l'intéressé par envoi recommandé et sollicite l'avis de la Commission.
  Lorsque l'intéressé ne conteste pas, la Commission statue sur pièces.
  En cas de contestation, l'intéressé communique ses observations dans un délai de trente jours suivant la réception de l'envoi recommandé. La Commission examine le dossier.
  A sa demande ou à celle de la Commission, l'intéressé est entendu par la Commission aux fins de fournir tous renseignements utiles. Sauf cas d'urgence, il en est informé au moins quinze jours avant la réunion au cours de laquelle son dossier sera examiné.
  L'intéressé peut se faire assister d'un conseil. S'il ne comparaît pas, la Commission statue sur pièces. En cas d'absence dûment justifiée, une nouvelle date d'audition est fixée.
  L'intéressé peut, à sa demande ou à celle de son conseil, avoir accès à son dossier administratif durant le délai dont il dispose en vertu de l'alinéa 4.
  Le Ministre ou son délégué statue sur la demande de l'intéressé sur la base de l'avis rendu par la Commission.
  § 2. L'Administration communique au demandeur la décision du Ministre ou de son délégué dans un délai de trente jours. Lorsque la décision est négative, celle-ci est communiquée au demandeur par envoi recommandé.
  § 3. Le psychologue clinicien ou l'orthopédagogue clinicien dont l'agrément a été retiré peut introduire à tout moment une nouvelle demande d'agrément conformément aux dispositions du chapitre 3, section 2.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigings- en slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions modificatives et finales
Art. 26. In artikel 4, § 1, derde lid, van het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 19 oktober 2016 tot vaststelling van de procedure voor het verlenen van toestemming aan verpleegkundigen om een bepaalde beroepstitel te voeren of zich op een bijzondere beroepskwalificatie te beroepen en tot vaststelling van de procedure voor de inschrijving als zorgkundige, wordt het woord "vier" vervangen door het woord "zes".
Art. 26. A l'article 4, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 19 octobre 2016 fixant la procédure d'agrément autorisant les infirmiers à porter un titre professionnel particulier ou à se prévaloir d'une qualification professionnelle particulière et fixant la procédure d'enregistrement comme aide-soignant, le mot " quatre " est remplacé par le mot " six ".
Art. 27. In artikel 5, § 1, eerste lid, van het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 19 oktober 2016 tot vaststelling van de procedure voor de inschrijving als kinesitherapeut en voor bijzondere beroepskwalificaties, wordt het cijfer "4" vervangen door het cijfer "6".
Art. 27. A l'article 5, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 19 octobre 2016 fixant la procédure d'agrément en qualité de kinésithérapeute et des qualifications professionnelles particulières, le chiffre " 4 " est remplacé par le chiffre " 6 ".
Art. 28. In artikel 5, § 1, tweede lid, van het besluit van de regering van de Gemeenschap van 29 maart 2017 tot vaststelling van de procedure voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker, wordt het woord "vier" vervangen door het woord "zes".
Art. 28. A l'article 5, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté du 29 mars 2017 fixant la procédure relative à l'agrément du titre professionnel particulier de pharmacien hospitalier, le mot " quatre " est remplacé par le mot " six ".
Art. 29. In artikel 5, § 1, eerste lid, van het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 29 november 2017 tot vaststelling van de procedure voor de erkenning van de geneesheren-specialisten en de huisartsen, wordt het woord "vier" vervangen door het woord "zes".
Art. 29. A l'article 5, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 29 novembre 2017 fixant la procédure relative à l'agrément des médecins spécialistes et des médecins généralistes, le mot " quatre " est remplacé par le mot " six ".
Art. 30. In artikel 5, § 1, eerste lid, van het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 7 maart 2018 tot vaststelling van de procedure voor de erkenning van beoefenaars der tandheelkunde om een bijzondere beroepstitel te voeren, wordt het woord "vier" vervangen door het woord "zes".
Art. 30. A l'article 5, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 7 mars 2018 fixant la procédure d'agrément autorisant les praticiens de l'art dentaire à porter un titre professionnel particulier, le mot " quatre " est remplacé par le mot " six ".
Art. 31. In artikel 80, § 1, eerste lid, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 3 september 2020 houdende delegatie van bevoegdheden en handtekening aan de algemene ambtenaren en aan sommige andere personeelsleden van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, wordt het woord "ondertekenen" vervangen door het woord "nemen".
Art. 31. A l'article 80, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 3 septembre 2020 portant délégations de compétence et de signature aux fonctionnaires généraux et à certains autres membres du personnel du Ministère de la Communauté française, le mot " signer " est remplacé par le mot " prendre ".
Art. 32. De Minister bevoegd voor de erkenning van beroepen in de gezondheidszorg is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 32. Le Ministre ayant l'agrément des professions des soins de santé dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.