Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
2 SEPTEMBER 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering, wat betreft structuur, organisatie en financiering in het basisonderwijs, secundair onderwijs of deeltijds kunstonderwijs
Titre
2 SEPTEMBRE 2022. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant divers arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand en ce qui concerne la structure, l'organisation et le financement dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire ou l'enseignement artistique Ă  temps partiel
Documentinformatie
Numac: 2022033867
Datum: 2022-09-02
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022033867
Date: 2022-09-02
Moniteur: Voir
Tekst (77)
Texte (77)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs en betreffende de aanvangsbegeleiding in (semi-)internaten en tehuizen
CHAPITRE 1. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital " pĂ©riodes-professeur " dans l'enseignement secondaire Ă  temps plein et relatif Ă  l'encadrement initial dans les (semi-)internats et homes d'accueil
Artikel 1. In artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs en betreffende de aanvangsbegeleiding in (semi-)internaten en tehuizen, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2021, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
  " § 2. Het aantal uren-leraar dat berekend wordt conform paragraaf 1, wordt op de volgende wijze verhoogd voor scholen met hoofdvestigingsplaats in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die behoren tot een scholengemeenschap of met hoofdvestigingsplaats in een gemeente met minder dan 125 inwoners per km2, waarbij de verhoging behouden blijft gedurende vier schooljaren nadat de norm van 125 inwoners per km2 is overschreden:
  1° 0,10 uren-leraar per leerling van de eerste graad;
  2° 0,20 uren-leraar per leerling van de tweede graad, de derde graad of HBO verpleegkunde.".
Article 1er. A l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital " pĂ©riodes-professeur " dans l'enseignement secondaire Ă  temps plein et relatif Ă  l'encadrement initial dans les (semi-)internats et homes d'accueil, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 novembre 2021, le paragraphe 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 2. Le nombre de périodes-professeur qui est calculé conformément au paragraphe 1 est majoré comme suit pour les écoles qui ont leur implantation principale dans la zone bilingue de Bruxelles-Capitale et qui appartiennent à une communauté scolaire ou qui ont leur implantation principale dans une commune dont la population est inférieure à 125 habitants au km2, la majoration étant maintenue pendant quatre années scolaires aprÚs le dépassement de la norme de 125 habitants au km2 :
  1° 0,10 période-professeur par élÚve du premier degré ;
  2° 0,20 période-professeur par élÚve du deuxiÚme degré, du troisiÚme degré ou ESP soins infirmiers. ".
Art. 2. In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2021, wordt de zinsnede "Het aantal uren-leraar uitsluitend voorbehouden voor het onderwijzen van de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie, wordt vastgesteld per afzonderlijk leerjaar en onderwezen leerplan op basis van de volgende splitsingsnormen" vervangen door de zinsnede "Het aantal uren-leraar uitsluitend voorbehouden voor het onderwijzen van de vakken godsdienst - waarbij elke erkende godsdienst een apart vak is -, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie, wordt afzonderlijk vastgesteld per vak, per leerjaar en - waar toepasselijk - per onderwijsvorm, en dat op basis van de volgende splitsingsnormen".
Art. 2. A l'article 6, § 1, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 novembre 2021, le membre de phrase " Le nombre de pĂ©riodes-professeur exclusivement rĂ©servĂ©es aux cours de religion, d'Ă©thique non confessionnelle, de formation culturelle et de culture propre et de religion est dĂ©terminĂ© par annĂ©e d'Ă©tudes distincte et par programme d'Ă©tudes sur la base des normes de division suivantes " est remplacĂ© par le membre de phrase " Le nombre de pĂ©riodes-professeur exclusivement rĂ©servĂ©es aux cours de religion - toute religion reconnue Ă©tant un cours distinct -, d'Ă©thique non confessionnelle, de formation culturelle et de culture propre et de religion est dĂ©terminĂ© distinctement par cours, par annĂ©e d'Ă©tudes et - le cas Ă©chĂ©ant - par type d'enseignement, et ce sur la base des normes de division suivantes ".
Art. 3. Bijlage 1 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2021, wordt vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 3. L'annexe 1redu mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 novembre 2021, est remplacĂ©e par l'annexe 1, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1998 betreffende de regels voor het uitreiken van het getuigschrift van basisonderwijs en het vastleggen van de vorm ervan
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 novembre 1998 dĂ©terminant la forme et la procĂ©dure de dĂ©livrance du certificat d'enseignement fondamental
Art. 4. Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1998 betreffende de regels voor het uitreiken van het getuigschrift van basisonderwijs en het vastleggen van de vorm ervan wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 novembre 1998 dĂ©terminant la forme et la procĂ©dure de dĂ©livrance du certificat d'enseignement fondamental est abrogĂ©.
Art. 5. In artikel 5, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2015, wordt de eerste zin vervangen door wat volgt:
  "De klassenraad beslist op grond van alle beschikbare informatie over de toekenning van het getuigschrift van basisonderwijs. De toekenning van het getuigschrift impliceert ook het verlenen van het gunstig advies als bedoeld in artikel 14/1, § 1 van het decreet, voor het lopende schooljaar."
Art. 5. A l'article 5, § 1, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 juin 2015, la premiĂšre phrase est remplacĂ©e par ce qui suit :
  " Le Conseil de classe décide, sur base de toutes les informations disponibles, de la délivrance du certificat d'enseignement fondamental. La délivrance du certificat implique également la délivrance de l'avis favorable visé à l'article 14/1, § 1 du décret, pour l'année scolaire en cours. "
Art. 6. Artikel 6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2013, wordt opgeheven.
Art. 6. L'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 juin 2013, est abrogĂ©.
Art. 7. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2013, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 7. De examencommissies, vermeld in artikel 56 van het decreet, gaan na of de deelnemer het getuigschrift basisonderwijs kan krijgen. Dat gebeurt door een brede evaluatie en beoordeling van alle leergebieden, vermeld in artikel 40 van het decreet, en van de onderdelen van deze leergebieden, zoals vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 1997 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs.
  De organiserende school staat tijdens de examenperiode in voor het toezicht op de deelnemers aan het examen en zorgt voor hun begeleiding tijdens het examen. De organiserende school reikt een getuigschrift basisonderwijs uit aan de geslaagden.".
Art. 7. L'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 juin 2013, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 7. Les jurys visĂ©s Ă  l'article 56 du dĂ©cret vĂ©rifient si le candidat peut obtenir le certificat d'enseignement fondamental. Cela s'effectue par une Ă©valuation et un examen gĂ©nĂ©raux de l'ensemble des domaines d'apprentissage, visĂ©s Ă  l'article 40 du dĂ©cret, et des composantes de ces domaines d'apprentissage, telles que visĂ©es dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 mai 1997 dĂ©finissant les objectifs de dĂ©veloppement et les objectifs finaux de l'enseignement fondamental ordinaire.
  L'école organisatrice assure pendant la période des examens la surveillance des candidats à l'examen et veille à leur encadrement pendant l'examen. L'école organisatrice délivre un certificat d'enseignement fondamental aux candidats reçus. "
Art. 8. In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2000, wordt de zinsnede "vóór 30 juni" vervangen door de zinsnede "uiterlijk op 30 juni".
Art. 8. A l'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juin 2000, le membre de phrase " avant le 30 juin " est remplacĂ© par le membre de phrase " pour le 30 juin ".
Art. 9. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de woorden "de bij dit besluit gevoegde modellen" vervangen door de woorden "het model dat bij dit besluit is gevoegd".
Art. 9. A l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " aux modĂšles figurant aux annexes du prĂ©sent arrĂȘtĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " au modĂšle joint au prĂ©sent arrĂȘtĂ© ".
Art. 10. Bijlage 1 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2015, wordt vervangen door bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 10. L'annexe 1re au mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 juin 2015, est remplacĂ©e par l'annexe 2, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 11. Bijlage 2 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2015, wordt opgeheven.
Art. 11. L'annexe 2 au mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 juin 2015, est abrogĂ©e.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 26 januari 1999 betreffende de organisatie van uren die geen lesuren zijn in het buitengewoon secundair onderwijs
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 janvier 1999 relatif Ă  l'organisation d'heures qui ne sont pas des pĂ©riodes de cours dans l'enseignement secondaire spĂ©cial
Art. 12. Aan het opschrift van het besluit van de Vlaamse regering van 26 januari 1999 betreffende de organisatie van uren die geen lesuren zijn in het buitengewoon secundair onderwijs worden de woorden "en over sommige aspecten van de personeelsomkadering in het buitengewoon secundair onderwijs" toegevoegd.
Art. 12. Les mots " et Ă  certains aspects de l'encadrement du personnel dans l'enseignement secondaire spĂ©cial " sont ajoutĂ©s Ă  l'intitulĂ© de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 janvier 1999 relatif Ă  l'organisation d'heures qui ne sont pas des pĂ©riodes de cours dans l'enseignement secondaire spĂ©cial.
Art. 13. In hetzelfde besluit wordt voor artikel 1 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 1. Organisatie van uren die geen lesuren zijn in het buitengewoon secundair onderwijs".
Art. 13. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un intitulĂ© avant l'article 1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Chapitre 1. Organisation d'heures qui ne sont pas des périodes de cours dans l'enseignement secondaire spécial. "
Art. 14. In hetzelfde besluit wordt na artikel 5 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 2. De opleidingen van het buitengewoon secundair onderwijs, verwant aan land- en tuinbouw, waarvoor er een noodzaak is om culturen, serres of veestapel uit te baten of te onderhouden".
Art. 14. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un intitulĂ© aprĂšs l'article 5, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Chapitre 2. Les formations de l'enseignement secondaire spécial, liées à l'agriculture et à l'horticulture, pour lesquelles il est nécessaire d'exploiter ou d'entretenir des cultures, serres ou cheptels ".
Art. 15. In hetzelfde besluit worden een artikel 5/1 en 5/2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 5/1. Een lijst met structuuronderdelen buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, uit het studiegebied of studiedomein land- en tuinbouw, waarvoor er een noodzaak is om culturen, serres of veestapel uit te baten of te onderhouden, wordt vastgesteld. Die lijst is opgenomen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 15. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 5/1 et un article 5/2, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Art. 5/1. Une liste des subdivisions structurelles enseignement secondaire spĂ©cial, forme d'enseignement 4, de la discipline ou du domaine d'Ă©tudes agriculture et horticulture, pour lesquelles il est nĂ©cessaire d'exploiter ou d'entretenir des cultures, serres ou cheptels, est Ă©tablie. Cette liste figure Ă  l'annexe 1, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 5/2. Een lijst met structuuronderdelen buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3, verwant aan land- en tuinbouw, waarvoor er een noodzaak is om culturen, serres of veestapel uit te baten of te onderhouden, wordt vastgesteld. Die lijst is opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.".
Art. 5/2. Une liste des subdivisions structurelles enseignement secondaire spĂ©cial, forme d'enseignement 3, liĂ©es Ă  l'agriculture et l'horticulture, pour lesquelles il est nĂ©cessaire d'exploiter ou d'entretenir des cultures, serres ou cheptels, est Ă©tablie. Cette liste figure Ă  l'annexe 2, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 16. In hetzelfde besluit wordt voor artikel 6 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 3. Slotbepalingen".
Art. 16. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un intitulĂ© avant l'article 6, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Chapitre 3. Dispositions finales ".
Art. 17. Aan hetzelfde besluit worden een bijlage 1 en 2 toegevoegd, die als bijlage 3 en 4 bij dit besluit zijn gevoegd.
Art. 17. Le mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par les annexes 1 et 2, jointes en annexe 3 et 4 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif Ă  l'organisation de l'enseignement secondaire Ă  temps plein
Art. 18. In artikel 31 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 5 wordt het tweede lid opgeheven;
  2° in paragraaf 6 wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 18. A l'article 31 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif Ă  l'organisation de l'enseignement secondaire Ă  temps plein, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 5, l'alinéa 2 est abrogé ;
  2° au paragraphe 6, l'alinéa 2 est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007 tot vaststelling van de indienings- en adviseringsprocedure voor voorstellen van nieuwe structuuronderdelen in het secundair onderwijs dat niet of niet automatisch tot een onderwijskwalificatie leidt
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 juillet 2007 Ă©tablissant la procĂ©dure d'introduction et de consultation pour les propositions de nouvelles subdivisions structurelles dans l'enseignement secondaire qui ne conduit pas ou pas automatiquement Ă  une qualification d'enseignement
Art. 19. Aan artikel 6 van het besluit van 6 juli 2007 tot vaststelling van de indienings- en adviseringsprocedure voor voorstellen van nieuwe structuuronderdelen in het secundair onderwijs dat niet of niet automatisch tot een onderwijskwalificatie leidt, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt een lid toegevoegd dat luidt als volgt:
  "De goedkeuring, vermeld in het tweede lid, vindt plaats door de toevoeging van het voorstel als structuuronderdeel in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018 houdende sommige maatregelen betreffende de modernisering van het secundair onderwijs.".
Art. 19. A l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du 6 juillet 2007 Ă©tablissant la procĂ©dure d'introduction et de consultation pour les propositions de nouvelles subdivisions structurelles dans l'enseignement secondaire qui ne conduit pas ou pas automatiquement Ă  une qualification d'enseignement, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, il est insĂ©rĂ© un alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
  " L'approbation visĂ©e Ă  l'alinĂ©a 2 s'effectue par l'ajout de la proposition en tant que subdivision structurelle dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1 juin 2018 portant certaines mesures concernant la modernisation de l'enseignement secondaire. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 10 juillet 2008 relatif au systĂšme d'apprentissage et de travail en CommunautĂ© flamande
Art. 20. In artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt de zinsnede "2021-2022" vervangen door de zinsnede "2022-2023".
Art. 20. A l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 10 juillet 2008 relatif au systĂšme d'apprentissage et de travail en CommunautĂ© flamande, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, le membre de phrase " 2021-2022 " est remplacĂ© par le membre de phrase " 2022-2023 ".
Art. 21. In artikel 8 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt de zinsnede "2021-2022" telkens vervangen door de zinsnede "2022-2023".
Art. 21. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, le membre de phrase " 2021-2022 " est chaque fois remplacĂ© par le membre de phrase " 2022-2023 ".
Art. 22. In artikel 8bis, 1°, a), van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering 19 september 2011, worden de woorden "is het verplicht om samen te werken" vervangen door de woorden "kan het centrum samenwerken".
Art. 22. A l'article 8bis, 1°, a) du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 septembre 2011, les mots " il est obligĂ© de coopĂ©rer " sont remplacĂ©s par les mots " le centre peut coopĂ©rer ".
Art. 23. In artikel 8quater, 3°, b), van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2020, wordt de zinsnede "punt 32" vervangen door de zinsnede "punt 30".
Art. 23. A l'article 8quater, 3°, b), du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 aoĂ»t 2020, le membre de phrase " point 32 " est remplacĂ© par le membre de phrase " point 30 ".
Art. 24. In artikel 17, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2020, worden de woorden "aantal dagen dat de jongeren effectief gepresteerd hebben binnen de fase arbeidsdeelname of de aanloopcomponent tijdens het voorafgaande schooljaar" vervangen door de woorden "aantal regelmatige ingeschreven leerlingen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs in het centrum op de teldatum van 1 februari van het voorafgaande schooljaar".
Art. 24. A l'article 17, alinĂ©a 1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 aoĂ»t 2020, les mots " nombre de jours effectivement prestĂ©s par les jeunes dans la phase de participation au marchĂ© de l'emploi ou la composante de dĂ©marrage durant l'annĂ©e scolaire prĂ©cĂ©dente " sont remplacĂ©s par les mots " nombre d'Ă©lĂšves rĂ©guliĂšrement inscrits dans l'enseignement secondaire professionnel Ă  temps partiel dans le centre Ă  la date de comptage du 1 fĂ©vrier de l'annĂ©e scolaire prĂ©cĂ©dente ".
Art. 25. Bijlage III bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt vervangen door bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 25. L'annexe III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, est remplacĂ©e par l'annexe 5, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 26. Bijlage V bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt vervangen door bijlage 6, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 26. L'annexe V du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009 et remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, est remplacĂ©e par l'annexe 6, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 27. Bijlage VI bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt vervangen door bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 27. L'annexe VI du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009 et remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, est remplacĂ©e par l'annexe 7, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 28. Bijlage XXI bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2020 en vervangen bij het besluit van de Vlaams Regering van 16 juli 2021, wordt vervangen door bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 28. L'annexe XXI du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 aoĂ»t 2020 et remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, est remplacĂ©e par l'annexe 8, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 januari 2014 houdende de uitvoering van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur inzake de erkenning van onderwijskwalificaties van niveau 1 tot en met niveau 4
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 janvier 2014 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 30 avril 2009 relatif Ă  la structure des certifications, en ce qui concerne la reconnaissance de qualifications d'enseignement des niveaux 1 Ă  4 inclus
Art. 29. Artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 januari 2014 houdende de uitvoering van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur inzake de erkenning van onderwijskwalificaties van niveau 1 tot en met niveau 4, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 8. § 1. Het agentschap legt het voorstel van onderwijskwalificatie met een erkenningsadvies dat gebaseerd is op het advies, vermeld in artikel 7, voor aan de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming. De Vlaamse Regering beslist of de erkenning al dan niet wordt verleend. De Vlaamse Regering beslist over een voorstel dat uiterlijk op 31 december is ingediend, uiterlijk op 30 juni daaropvolgend. Over een voorstel dat uiterlijk op 30 juni is ingediend, beslist de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 december daaropvolgend. De voormelde termijnen gelden met behoud van de toepassing van de termijnen voor de organisatie van structuuronderdelen en de termijnen voor het verwerven van onderwijsbevoegdheid die bij decreet of besluit zijn vastgelegd.
  De erkenning, vermeld in het eerste lid, vindt plaats door de toevoeging van de onderwijskwalificatie als structuuronderdeel of opleiding in ten minste één van de volgende regelingen, naargelang van het geval:
  1° het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018 houdende sommige maatregelen betreffende de modernisering van het secundair onderwijs;
  2° het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 betreffende de studiebekrachtiging in het volwassenenonderwijs.
  § 2. De erkende onderwijskwalificatie omvat minstens de volgende elementen:
  1° de benaming;
  2° het niveau;
  3° de onderwijsdoelen waaruit de onderwijskwalificatie is samengesteld, meer bepaald:
  a) de decretale eindtermen;
  b) in voorkomend geval: de decretale specifieke eindtermen of, bij ontstentenis, een indicatieve beschrijving van de vooropgestelde specifieke eindtermen;
  c) in voorkomend geval: de competenties van de erkende beroepskwalificaties of deelkwalificaties;
  4° de plaats in de opleidingsstructuur waar de onderwijskwalificatie kan worden aangeboden;
  5° het jaar waarin de erkenning is verleend.".
Art. 29. L'article 8 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 janvier 2014 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 30 avril 2009 relatif Ă  la structure des certifications, en ce qui concerne la reconnaissance de qualifications d'enseignement des niveaux 1 Ă  4 inclus, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 8. § 1. " L'agence soumet la proposition de qualification d'enseignement avec un avis de reconnaissance basĂ© sur l'avis, visĂ© Ă  l'article 7, au ministre flamand ayant l'enseignement et la formation dans ses attributions. Le Gouvernement flamand statue sur l'octroi ou non de la reconnaissance. Le Gouvernement flamand statue sur une proposition introduite au plus tard le 31 dĂ©cembre, au plus tard le 30 juin suivant. Le Gouvernement flamand statue sur une proposition introduite au plus tard le 30 juin, au plus tard le 31 dĂ©cembre suivant. Les dĂ©lais prĂ©citĂ©s s'appliquent sans prĂ©judice des dĂ©lais pour l'organisation des subdivisions structurelles et des dĂ©lais pour l'acquisition de la compĂ©tence d'enseignement fixĂ©s par dĂ©cret ou par arrĂȘtĂ©.
  La reconnaissance visée à l'alinéa 1 s'effectue par l'ajout de la qualification d'enseignement en tant que subdivision structurelle ou formation dans au moins une des réglementations suivantes, selon le cas :
  1° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1 juin 2018 portant certaines mesures concernant la modernisation de l'enseignement secondaire ;
  2° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2007 relatif Ă  la validation des Ă©tudes dans l'Ă©ducation des adultes.
  § 2. La qualification d'enseignement reconnue comprend au moins les éléments suivants :
  1° la dénomination ;
  2° le niveau ;
  3° 3° les objectifs pédagogiques dont la qualification d'enseignement est constituée, plus précisément :
  a) les objectifs finaux décrétaux ;
  b) le cas échéant : Les objectifs finaux spécifiques décrétaux ou, à défaut, une description indicative des objectifs finaux spécifiques envisagés ;
  c) le cas échéant : les compétences des qualifications professionnelles ou qualifications partielles reconnues ;
  4° le lieu dans la structure des formations oĂč la qualification d'enseignement peut ĂȘtre offerte ;
  5° l'année de l'octroi de la reconnaissance. ".
Art. 30. In artikel 8/2, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt tussen de woorden "de modernisering van het secundair onderwijs" en de woorden "Over een voorstel" de zinsnede "of het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 betreffende de studiebekrachtiging in het volwassenenonderwijs, naargelang van het geval" ingevoegd.
Art. 30. A l'article 8/2, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, le membre de phrase " ou l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2007 relatif Ă  la validation des Ă©tudes dans l'Ă©ducation des adultes, selon le cas " est insĂ©rĂ© entre les mots " la modernisation de l'enseignement secondaire " et les mots " Le ministre flamand ".
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende curriculumdossiers en leerplannen in het onderwijs
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif aux dossiers du cursus scolaire et aux programmes d'Ă©tudes dans l'enseignement
Art. 31. In bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende curriculumdossiers en leerplannen in het onderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
  "5° ordening/samenhang onderwijsdoelen; voor elk afzonderlijk onderwijsdoel wordt aangeduid wat het statuut(*) ervan is;
  2° punt (**) wordt opgeheven.
Art. 31. A l'annexe 1rede l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif aux dossiers du cursus scolaire et aux programmes d'Ă©tudes dans l'enseignement, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° organisation/cohérence des objectifs pédagogiques ; pour chaque objectif pédagogique individuel est indiqué le statut (*) ;
  2° le point (**) est abrogé.
Art. 32. In bijlage 2 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
  "6° ordening/samenhang onderwijsdoelen; voor elk afzonderlijk onderwijsdoel wordt aangeduid wat het statuut ervan is;"
  2° punt 8° wordt vervangen door wat volgt:
  "8° als het structuuronderdeel in elk geval als duaal structuuronderdeel kan worden georganiseerd:
  a) een clustering van beroepsgerichte competenties, gebaseerd op één of meer beroepskwalificaties of één of meer deelkwalificaties voor de modulaire organisatie. Voor de modulaire organisatie worden de clusters en de eventuele volgorderelaties tussen de clusters vastgelegd;
  b) de werkplekcomponent bestaande uit het gemiddelde aantal uren per week op jaarbasis, de geldende overeenkomst alternerende opleiding en de contexten waarop de werkplekcomponent van toepassing is zoals afgesproken wordt in de sectorale partnerschappen;
  c) het aanloopstructuuronderdeel of de aanloopstructuuronderdelen die, samen met het duale structuuronderdeel, georganiseerd kunnen worden;
  d) de beroepsgerichte competenties, gebaseerd op één of meer beroepskwalificaties of één of meer deelkwalificaties conform de vastgelegde samenstelling als invulling van het aanloopstructuuronderdeel of de aanloopstructuuronderdelen;
  e) de onderliggende beroepskwalificatie(s), deelkwalificatie(s) of certificaten die van rechtswege toelating verlenen tot duale structuuronderdelen van de derde graad arbeidsmarktfinaliteit (bso);";
  3° punt (**) wordt opgeheven.
Art. 32. A l'annexe 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 aoĂ»t 2020, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° organisation/cohérence des objectifs pédagogiques ; pour chaque objectif pédagogique individuel est indiqué le statut (*) ; "
  2° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
  " 8° si la subdivision structurelle peut en tout cas ĂȘtre organisĂ©e comme subdivision structurelle duale :
  a) un groupement en clusters de compétences professionnelles basées sur une ou plusieurs qualifications professionnelles ou une ou plusieurs qualifications partielles pour l'organisation modulaire. Pour l'organisation modulaire, les clusters et les éventuelles relations d'ordre entre les clusters sont définis ;
  b) la composante lieu de travail, soit le nombre moyen d'heures par semaine sur une base annuelle, le contrat de formation en alternance en vigueur et les contextes auxquels la composante lieu de travail s'applique tel que convenu dans les partenariats sectoriels ;
  c) la ou les subdivision(s) structurelle(s) de dĂ©marrage qui peuvent ĂȘtre organisĂ©es avec la subdivision structurelle duale ;
  d) les compétences professionnelles, basées sur une ou plusieurs qualifications professionnelles ou une ou plusieurs qualifications partielles conformément à la composition établie pour donner une forme concrÚte à la ou aux subdivision(s) structurelle(s) de démarrage ;
  e) la ou les qualification(s) professionnelle(s), qualification(s) partielle(s), ou les certificats sous-jacents qui permettent d'accéder de plein droit à des subdivisions structurelles duales du troisiÚme degré, finalité marché du travail (ESP) ; " ;
  3° le point (**) est abrogé.
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs
CHAPITRE 9. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif Ă  l'offre de formation, Ă  l'organisation, au cadre du personnel, Ă  la perception des droits d'inscription et Ă  la certification de l'enseignement artistique Ă  temps partiel
Art. 33. In artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3 worden het tweede en derde lid opgeheven;
  2° in paragraaf 4 worden het tweede en derde lid opgeheven.
Art. 33. A l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif Ă  l'offre de formation, Ă  l'organisation, au cadre du personnel, Ă  la perception des droits d'inscription et Ă  la certification de l'enseignement artistique Ă  temps partiel, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 mai 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 3, les alinéas 2 et 3 sont abrogés ;
  2° au paragraphe 4, les alinéas 2 et 3 sont abrogés.
Art. 34. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 4° vervangen door wat volgt:
  "4° in de studierichting creërend acteur in de vierde graad:
  a) cabaret en comedy;
  b) figuren- en poppentheater;
  c) improvisatietheater;
  d) kleinkunst;
  e) mime en bewegingstheater;
  f) radio maken;
  g) spreek- en verteltheater;
  h) theatermaker;".
  2° aan punt 7° wordt een punt e) toegevoegd dat luidt als volgt:
  "e) literaire teksten;".
Art. 34. A l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° dans l'orientation d'études acteur-créateur au quatriÚme degré :
  a) cabaret et comédie ;
  b) théùtre de figurines et de marionnettes ;
  c) théùtre d'improvisation ;
  d) variété ;
  e) mime et théùtre de mouvement ;
  f) faire du radio ;
  g) théùtre parlé et de narration ;
  h) producteur de théùtre ; ".
  2° au point 7°, il est ajouté un point e), rédigé comme suit :
  " e) textes littéraires ; ".
Art. 35. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 en 10 september 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3 worden het tweede en derde lid opgeheven;
  2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 4. In de vierde graad kunnen de volgende vakken georganiseerd worden:
  1° in de studierichting vertolkend acteur in de optie speltheater:
  a) dramalab;
  b) theater;
  2° in de studierichting vertolkend acteur in de optie verteltheater:
  a) dramalab;
  b) verteltheater-stemregie;
  3° in de studierichting creërend acteur in de optie spreek- en verteltheater:
  a) dramalab;
  b) spreken en presenteren;
  c) storytelling;
  4° in de studierichting creërend acteur in de optie theatermaker:
  a) cabaret en comedy;
  b) dramalab;
  c) dramaturgie;
  d) procesdrama;
  e) rap- en slampoetry;
  f) theater maken;
  5° in de studierichting creërend acteur in de optie cabaret en comedy: cabaret en comedy;
  6° in de studierichting creërend acteur in de optie kleinkunst:
  a) instrument: klassiek;
  b) instrument: oude muziek;
  c) instrument: jazz-pop-rock;
  d) instrument: folk- en wereldmuziek;
  e) dramalab;
  f) spel;
  g) tekstschrijven en -vertolken;
  7° in de studierichting creërend acteur in de optie figuren- en poppentheater: figuren- en poppentheater;
  8° in de studierichting creërend acteur in de optie improvisatietheater: improvisatietheater;
  9° in de studierichting creërend acteur in de optie mime en bewegingstheater: mime en bewegingstheater;
  10° in de studierichting creërend acteur in de optie radio maken: radio maken;
  11° in de studierichting theaterregisseur in de optie regie:
  a) dramaturgie;
  b) spelcoaching;
  c) theatergeschiedenis;
  d) theatertechnieken;
  e) theorie van de regie.".
Art. 35. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 24 mai 2019 et 10 septembre 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 3, les alinéas 2 et 3 sont abrogés ;
  2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Au quatriĂšme degrĂ©, les cours suivants peuvent ĂȘtre organisĂ©s :
  1° dans l'orientation d'études acteur-interprÚte dans l'option théùtre de jeu :
  a) atelier de drame ;
  b) théùtre ;
  2° dans l'orientation d'études acteur-interprÚte dans l'option théùtre de narration :
  a) atelier de drame ;
  b) théùtre de narration-coaching vocal ;
  3° dans l'orientation d'études acteur-créateur dans l'option théùtre parlé et de narration :
  a) atelier de drame ;
  b) parler et présenter ;
  c) narration de contes ;
  4° dans l'orientation d'études acteur-créateur dans l'option producteur de théùtre :
  a) cabaret et comédie ;
  b) atelier de drame ;
  c) dramaturgie ;
  d) théùtre de processus ;
  e) rap et slam poésie ;
  f) faire du théùtre ;
  5° dans l'orientation d'études acteur-créateur dans l'option cabaret et comédie : cabaret et comédie ;
  6° dans l'orientation d'études acteur-créateur dans l'option variété :
  a) instrument : classique ;
  b) instrument : musique ancienne ;
  c) instrument : jazz-pop-rock ;
  d) instrument : musique folk et musiques du monde ;
  e) atelier de drame ;
  f) jeu ;
  g) écriture et interprétation des textes ;
  7° dans l'orientation d'études acteur-créateur dans l'option théùtre de figurines et de marionnettes : théùtre de figurines et de marionnettes ;
  8° dans l'orientation d'études acteur-créateur dans l'option théùtre d'improvisation : théùtre d'improvisation ;
  9° dans l'orientation d'études acteur-créateur dans l'option mime et théùtre de mouvement : mime et théùtre de mouvement ;
  10° dans l'orientation d'études acteur-créateur dans l'option faire du radio : faire du radio ;
  11° dans l'orientation d'études metteur en scÚne dans l'option mise en scÚne :
  a) dramaturgie ;
  b) coaching du jeu ;
  c) histoire du théùtre ;
  d) techniques du théùtre ;
  e) théorie de la mise en scÚne. ".
Art. 36. In artikel 10, § 9, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 en 25 september 2020, wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 36. A l'article 10, § 9, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 24 mai 2019 et 25 septembre 2020, l'alinĂ©a 1 est abrogĂ©.
Art. 37. In artikel 13, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van 25 september 2020 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 37. A l'article 13, § 1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du 25 septembre 2020 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2021, l'alinĂ©a 2 est abrogĂ©.
Art. 38. In artikel 14, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 en 10 september 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt tussen punt 8° en 9° een punt 8/1° ingevoegd dat luidt als volgt:
  "8/1° flamencogitaar;";
  2° in paragraaf 2 wordt tussen punt 6° en 7° een punt 6/1° ingevoegd dat luidt als volgt:
  "6/1° flamencogitaar;".
Art. 38. A l'article 14 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 24 mai 2019 et 10 septembre 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1, un point 8/1° est inséré entre les points 8° et 9°, rédigé comme suit :
  " 8/1° guitare flamenco ; " ;
  2° au paragraphe 2, un point 6/1° est inséré entre les point 6° et 7°, rédigé comme suit :
  " 6/1° guitare flamenco ; ".
Art. 39. In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 en 10 september 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1 worden een vijfde tot en met zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van artikel 18, 19, 20 en 21 ontwikkelt de academie voor een leerling in de vierde graad die wil doorstromen naar het hoger kunstonderwijs, een specifiek lessenrooster op maat van de ambities van die leerling en de specifieke eindtermen.
  De academie besteedt ministens drie lestijden van dat specifieke lessenrooster aan een of meer van de volgende vakken:
  1° de algemene vakken vermeld in artikel 4, tweede lid;
  2° de algemene vakken vermeld in artikel 6, paragraaf 7;
  3° de algemene vakken vermeld in artikel 8, paragraaf 8;
  4° de algemene vakken vermeld in artikel 10, paragraaf 10;
  5° muziekanalyse.
  De overige lestijden besteedt de academie aan een of meer vakken van de vierde graad, als de academie onderwijsbevoegdheid heeft verworven voor de optie waartoe dat vak behoort.";
  2° in paragraaf 2 wordt het vierde lid vervangen door wat volgt:
  "Na schriftelijke toestemming van de directeur en de betrokken leerkrachten kan een leerling als aanvulling op het lessenrooster, vermeld in artikel 18, 19, 20 en 21, een of meer facultatieve vakken volgen. Met behoud van de toepassing van artikel 10, § 3, tweede lid, komen daarvoor alle vakken, vermeld in dit besluit, in aanmerking als de academie onderwijsbevoegdheid heeft verworven voor de optie waartoe die vakken behoren.".
Art. 39. A l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 24 mai 2019 et 10 septembre 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le paragraphe 1 est complété par des alinéas 5 à 7, rédigés comme suit :
  " Par dérogation aux articles 18, 19, 20 et 21, l'académie élabore, pour un élÚve du quatriÚme degré qui souhaite accéder à l'enseignement supérieur artistique, un horaire des cours spécifique adapté aux ambitions de cet élÚve et aux objectifs finaux spécifiques.
  L'académie consacre au moins trois périodes de cours de cet horaire des cours spécifique à un ou plusieurs des cours suivants :
  1° les cours généraux visés à l'article 4, alinéa 2 ;
  2° les cours généraux visés à l'article 6, paragraphe 7 ;
  3° les cours généraux visés à l'article 8, paragraphe 8 ;
  4° les cours généraux visés à l'article 10, paragraphe 10 ;
  5° analyse musicale.
  L'académie consacre les périodes de cours restantes à un ou plusieurs cours du quatriÚme degré, si l'académie a acquis la compétence d'enseignement pour l'option dont ce cours fait partie. " ;
  2° au paragraphe 2, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  " AprĂšs autorisation Ă©crite du directeur et des enseignants concernĂ©s, un Ă©lĂšve peut suivre un ou plusieurs cours facultatifs en complĂ©ment de l'horaire des cours visĂ© aux articles 18, 19, 20 et 21. Sans prĂ©judice de l'application de l'article 10, § 3, alinĂ©a 2, tous les cours visĂ©s au prĂ©sent arrĂȘtĂ© sont Ă©ligibles Ă  cet effet si l'acadĂ©mie a acquis la compĂ©tence d'enseignement pour l'option dont relĂšvent ces cours. "
Art. 40. In artikel 18 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 tot en met 5 worden vervangen door wat volgt:
  " § 1. In de eerste graad besteedt een academie de minimale studieomvang van de vier wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 12, § 3, eerste lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan minstens een van de volgende vakken:
  1° audiovisueel atelier;
  2° beeldatelier.
  § 2. In de opties audiovisueel atelier en beeldatelier van de tweede graad besteedt een academie de minimale studieomvang van de acht wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 12, § 3, tweede lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan het vak waarnaar de optie vernoemd is.
  § 3. In de derde graad voor jongeren besteedt de academie ten minste achttien wekelijkse lestijden van de studieomvang van de vierentwintig wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 12, § 3, derde lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan het vak waarnaar de optie vernoemd is.
  De resterende wekelijkse lestijden van de studieomvang van de vierentwintig wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 12, § 3, derde lid, van het decreet van 9 maart 2018, besteedt de academie aan een of meer van de volgende keuzevakken:
  1° het gelijknamige vak van een andere optie;
  2° digitale beeldverwerking;
  3° kunstinitiatie;
  4° waarnemingstekenen;
  5° wetenschappelijk tekenen.
  § 4. In de derde graad voor volwassenen besteedt de academie ten minste zes wekelijkse lestijden van de studieomvang van de acht wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 12, § 3, vierde lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan het vak waarnaar de optie vernoemd is.
  De resterende wekelijkse lestijden van de studieomvang van de acht wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 12, § 3, vierde lid, van het voormelde decreet, besteedt de academie aan een of meer van de volgende keuzevakken:
  1° het gelijknamige vak van een andere optie;
  2° digitale beeldverwerking;
  3° kunstinitiatie;
  4° waarnemingstekenen;
  5° wetenschappelijk tekenen.
  § 5. In de vierde graad besteedt de academie ten minste achtentwintig wekelijkse lestijden van de studieomvang van de veertig wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 12, § 3, vijfde lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan het specifiek artistiek atelier of vak waarnaar de optie vernoemd is. Daarvan mag de academie maximaal twaalf wekelijkse lestijden vervangen door het specifiek atelier van een andere optie.
  In afwijking van het eerste lid worden in de optie cross-over-project de wekelijkse lestijden van het vak specifiek artistiek atelier ingevuld door twee of meer specifieke artistieke ateliers van de andere opties, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 12°. In plaats van een van de specifieke ateliers kan de leerling ook het vak scenografie volgen. De academie bepaalt na onderhandeling in het lokaal comité de verdeling van de wekelijkse lestijden over de verschillende ateliers en in voorkomend geval het vak scenografie.
  De academie besteedt de overige lestijden van de studieomvang van veertig wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 12, § 3, vijfde lid, van het voormelde decreet, aan een of meer van volgende keuzevakken:
  1° het gelijknamige specifiek artistiek atelier van een andere optie;
  2° digitale beeldverwerking;
  3° dramaturgie;
  4° expressie;
  5° kunst en cultuur;
  6° kunst- en cultuurfilosofie;
  7° ontwerpschetsen;
  8° scenografie;
  9° waarnemingstekenen;
  10° wetenschappelijk tekenen.
  2° er worden een paragraaf 6 en 7 toegevoegd, die luiden als volgt:
  " § 6. Een academie kan alleen keuzevakken aanbieden die behoren tot een optie waarvoor ze onderwijsbevoegdheid verworven heeft.
  § 7. In de kortlopende studierichting specialisatie besteedt de academie studieomvang van zestien wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 13, § 2, tweede lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan een of meer vakken van de vierde graad, die behoren tot een optie waarvoor de academie onderwijsbevoegdheid heeft verworven.".
Art. 40. A l'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 mai 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les paragraphes 1 à 5 sont remplacés par ce qui suit :
  " § 1. Au premier degré, une académie consacre le volume des études minimum de quatre périodes de cours hebdomadaires, visées à l'article 12, § 3, alinéa 1, du décret du 9 mars 2018, à au moins un des cours suivants :
  1° atelier audiovisuel ;
  2° atelier image.
  § 2. Dans les options atelier audiovisuel et atelier image du deuxiĂšme degrĂ©, une acadĂ©mie consacre le volume des Ă©tudes minimum de huit pĂ©riodes de cours hebdomadaires, visĂ©es Ă  l'article 12, § 3, alinĂ©a 2, du dĂ©cret du 9 mars 2018, au cours portant le mĂȘme nom que l'option.
  § 3. Au troisiĂšme degrĂ© pour jeunes, l'acadĂ©mie consacre au moins dix-huit pĂ©riodes de cours hebdomadaires du volume des Ă©tudes de vingt-quatre pĂ©riodes de cours hebdomadaires, visĂ©es Ă  l'article 12, § 3, alinĂ©a 3, du dĂ©cret du 9 mars 2018, au cours portant le mĂȘme nom que l'option.
  L'académie consacre les périodes de cours hebdomadaires restantes du volume des études de vingt-quatre périodes de cours hebdomadaires, visées à l'article 12, § 3, alinéa 3, du décret du 9 mars 2018, à un ou plusieurs des cours à option suivants :
  1° le cours d'une autre option portant le mĂȘme nom ;
  2° traitement d'images numériques ;
  3° initiation aux arts ;
  4° dessin d'observation ;
  5° dessin scientifique.
  § 4. Au troisiĂšme degrĂ© pour adultes, l'acadĂ©mie consacre au moins six pĂ©riodes de cours hebdomadaires du volume des Ă©tudes de huit pĂ©riodes de cours hebdomadaires, visĂ©es Ă  l'article 12, § 3, alinĂ©a 4, du dĂ©cret du 9 mars 2018, au cours portant le mĂȘme nom que l'option.
  L'académie consacre les périodes de cours hebdomadaires restantes du volume des études de huit périodes de cours hebdomadaires, visées à l'article 12, § 3, alinéa 4, du décret précité, à un ou plusieurs des cours à option suivants :
  1° le cours d'une autre option portant le mĂȘme nom ;
  2° traitement d'images numériques ;
  3° initiation aux arts ;
  4° dessin d'observation ;
  5° dessin scientifique.
  § 5. Au quatriĂšme degrĂ©, l'acadĂ©mie consacre au moins vingt-huit pĂ©riodes de cours hebdomadaires du volume des Ă©tudes de quarante pĂ©riodes de cours hebdomadaires, visĂ©es Ă  l'article 12, § 3, alinĂ©a 5, du dĂ©cret du 9 mars 2018, Ă  l'atelier artistique spĂ©cifique ou au cours portant le mĂȘme nom que l'option. Parmi celles-ci, l'acadĂ©mie peut remplacer un maximum de douze pĂ©riodes de cours hebdomadaires par l'atelier spĂ©cifique d'une autre option.
  Par dérogation à l'alinéa 1, dans l'option projet cross-over, les périodes de cours hebdomadaires du cours atelier artistique spécifique sont remplies par deux ou plusieurs ateliers artistiques spécifiques des autres options, visées à l'article 4, alinéa 1, 4° à 12°. Au lieu d'un des ateliers spécifiques, l'élÚve peut également suivre le cours scénographie. L'académie détermine, aprÚs négociation au sein du comité local, la répartition des périodes de cours hebdomadaires entre les différents ateliers et, le cas échéant, le cours scénographie.
  L'académie consacre les périodes de cours restantes du volume des études de quarante périodes de cours hebdomadaires, visées à l'article 12, § 3, alinéa 5, du décret précité, à un ou plusieurs des cours à option suivants :
  1° l'atelier artistique spĂ©cifique portant le mĂȘme nom d'une autre option ;
  2° traitement d'images numériques ;
  3° dramaturgie ;
  4° expression ;
  5° art et culture ;
  6° philosophie de l'art et de la culture ;
  7° croquis ;
  8° scénographie ;
  9° dessin d'observation ;
  10° dessin scientifique.
  2° un paragraphe 6 et un paragraphe 7 sont ajoutés, rédigés comme suit :
  " § 6. Une académie ne peut offrir que des cours à option qui font partie d'une option pour laquelle elle a acquis la compétence d'enseignement.
  § 7. Dans l'orientation d'études spécialisation de courte durée, l'académie consacre le volume des études de seize périodes de cours hebdomadaires, visées à l'article 13, § 2, alinéa 2, du décret du 9 mars 2018, à un ou plusieurs cours du quatriÚme degré, qui font partie d'une option pour laquelle l'académie a acquis la compétence d'enseignement. ".
Art. 41. In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 en 2 worden vervangen door wat volgt:
  " § 1. In de eerste graad besteedt een academie de minimale studieomvang van twee lestijden, vermeld in artikel 14, § 3, eerste lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan het vak dansinitiatie.
  In de tweede graad besteedt een academie de minimale studieomvang van acht lestijden, vermeld in artikel 14, § 3, tweede lid, van het voormelde decreet, aan het vak danslab.
  § 2. In de opties hedendaagse dans, jazzdans, klassieke dans en urban van de derde graad besteedt een academie minstens de helft van de minimale studieomvang van zeveneneenhalf wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 14, § 3, derde lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan het danslab waarnaar de optie vernoemd is.
  De overige lestijden besteedt de academie aan een of meer van de volgende keuzevakken:
  1° het danslab van een andere optie;
  2° een danslab dat behoort tot de optie werelddans.
  In de optie werelddans van de derde graad besteedt de academie minstens de helft van de minimale studieomvang van zeveneneenhalf wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 14, § 3, derde lid, van het voormelde decreet, aan een danslab dat behoort tot de optie werelddans. De overige lestijden besteedt de academie aan een of meer van de volgende keuzevakken:
  1° het danslab van een andere optie;
  2° een ander danslab dat behoort tot de optie werelddans.
  2° er worden een paragraaf 3 tot en met 5 toegevoegd, die luiden als volgt:
  " § 3. In de opties hedendaagse dans, jazzdans, klassieke dans en urban van de vierde graad besteedt een academie minstens de helft van de minimale studieomvang van negen wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 14, § 3, vierde lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan het danslab waarnaar de optie vernoemd is. De overige lestijden van de voormelde opties besteedt de academie aan een of meer van de volgende keuzevakken:
  1° het danslab van een andere optie;
  2° een danslab dat behoort tot de optie werelddans;
  3° danscompositie en improvisatie;
  4° scenografie.
  In de optie werelddans van de vierde graad besteedt de academie minstens de helft van de minimale studieomvang van negen wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 14, § 3, vierde lid, van het voormelde decreet, aan een danslab dat behoort tot de optie werelddans.
  De overige lestijden van de optie werelddans besteedt de academie aan een of meer van de volgende keuzevakken:
  1° het danslab van een andere optie;
  2° een ander danslab dat behoort tot de optie werelddans;
  3° danscompositie en improvisatie;
  4° scenografie.
  In de optie choreografie van de vierde graad besteedt de academie minstens de helft van de minimale studieomvang van negen wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 14, § 3, vierde lid, van het voormelde decreet, aan het vak danscompositie en -improvisatie.
  De overige lestijden van de optie choreografie besteedt de academie aan een of meer van de volgende keuzevakken:
  1° het danslab van een andere optie;
  2° een ander danslab dat behoort tot de optie werelddans;
  3° scenografie.
  § 4. Een academie kan alleen keuzevakken aanbieden die behoren tot een optie waarvoor ze onderwijsbevoegdheid verworven heeft.
  § 5. In de kortlopende studierichting specialisatie besteedt de academie studieomvang van vier wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 15, § 2, tweede lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan een of meer vakken van de vierde graad, die behoren tot een optie waarvoor de academie onderwijsbevoegdheid heeft verworven.".
Art. 41. A l'article 19 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 mai 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les paragraphes 1 et 2 sont remplacés par ce qui suit :
  " § 1. Au premier degré, une académie consacre le volume des études minimum de deux périodes de cours, visées à l'article 14, § 3, alinéa 1, du décret du 9 mars 2018, au cours initiation à la danse.
  Au deuxiÚme degré, une académie consacre le volume des études minimum de huit périodes de cours, visées à l'article 14, § 3, alinéa 2, du décret précité, au cours atelier de danse.
  § 2. Dans les options danse contemporaine, danse jazz, danse classique et urban du troisiĂšme degrĂ©, une acadĂ©mie consacre au moins la moitiĂ© du volume des Ă©tudes minimum de sept pĂ©riodes et demie de cours hebdomadaires, visĂ©es Ă  l'article 14, § 3, alinĂ©a 3, du dĂ©cret du 9 mars 2018, Ă  l'atelier de danse portant le mĂȘme nom que l'option.
  L'académie consacre les périodes de cours restantes à un ou plusieurs des cours à option suivants :
  1° l'atelier de danse d'une autre option ;
  2° un atelier de danse qui fait partie de l'option danse du monde.
  Dans l'option danse du monde du troisiÚme degré, l'académie consacre au moins la moitié du volume des études minimum de sept périodes et demie de cours hebdomadaires, visées à l'article 14, § 3, alinéa 3, du décret précité, à un atelier de danse qui fait partie de l'option danse du monde. L'académie consacre les périodes de cours restantes à un ou plusieurs des cours à option suivants :
  1° l'atelier de danse d'une autre option ;
  2° un autre atelier de danse qui fait partie de l'option danse du monde.
  2° il est ajouté des paragraphes 3 à 5 inclus, rédigés comme suit :
  " § 3. Dans les options danse contemporaine, danse jazz, danse classique et urban du quatriĂšme degrĂ©, une acadĂ©mie consacre au moins la moitiĂ© du volume des Ă©tudes minimum de neuf pĂ©riodes de cours hebdomadaires, visĂ©es Ă  l'article 14, § 3, alinĂ©a 4, du dĂ©cret du 9 mars 2018, Ă  l'atelier de danse portant le mĂȘme nom que l'option. L'acadĂ©mie consacre les pĂ©riodes de cours restantes des options susmentionnĂ©es Ă  un ou plusieurs des cours Ă  option suivants :
  1° l'atelier de danse d'une autre option ;
  2° un atelier de danse qui fait partie de l'option danse du monde ;
  3° composition de danse et improvisation ;
  4° scénographie.
  Dans l'option danse du monde du quatriÚme degré, l'académie consacre au moins la moitié du volume des études minimum de neuf périodes de cours hebdomadaires, visées à l'article 14, § 3, alinéa 4, du décret précité, à un atelier de danse qui fait partie de l'option danse du monde.
  L'académie consacre les périodes de cours restantes de l'option danse du monde à un ou plusieurs des cours à option suivants :
  1° l'atelier de danse d'une autre option ;
  2° un autre atelier de danse qui fait partie de l'option danse du monde ;
  3° composition de danse et improvisation ;
  4° scénographie.
  Dans l'option chorégraphie du quatriÚme degré, l'académie consacre au moins la moitié du volume des études minimum de neuf périodes de cours hebdomadaires, visées à l'article 14, § 3, alinéa 4, du décret précité, au cours composition de danse et improvisation.
  L'académie consacre les périodes de cours restantes de l'option chorégraphie à un ou plusieurs des cours à option suivants :
  1° l'atelier de danse d'une autre option ;
  2° un autre atelier de danse qui fait partie de l'option danse du monde ;
  3° scénographie.
  § 4. Une académie ne peut offrir que des cours à option qui font partie d'une option pour laquelle elle a acquis la compétence d'enseignement.
  § 5. Dans l'orientation d'études spécialisation de courte durée, l'académie consacre le volume des études de quatre périodes de cours hebdomadaires, visées à l'article 15, § 2, alinéa 2, du décret du 9 mars 2018, à un ou plusieurs cours du quatriÚme degré, qui font partie d'une option pour laquelle l'académie a acquis la compétence d'enseignement. ".
Art. 42. In artikel 20 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 3 tot en met 5 worden vervangen door wat volgt:
  " § 3. In de derde graad besteedt een academie de minimale studieomvang van de zes lestijden, vermeld in artikel 16, § 3, derde lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan de volgende vakken:
  1° in de optie speltheater: speltheater en dramastudio;
  2° in de optie spreken en vertellen: spreken en vertellen en woordstudio;
  3° in de optie woordkunst-drama: woordlab.
  In de derde graad in de optie verteltheater besteedt de academie de minimale studieomvang van de zes lestijden, vermeld in artikel 16, § 3, derde lid, van het voormelde decreet, aan een of meer van de volgende vakken:
  1° storytelling;
  2° woordstudio;
  3° dramastudio.
  § 4. In de vierde graad besteedt een academie in elke optie, met uitzondering van de opties cabaret en comedy, figuren- en poppentheater, improvisatietheater, mime en bewegingstheater, radio maken en regie, minstens een lestijd van de studieomvang van de zes lestijden, vermeld in artikel 16, § 3, vierde lid, van het voormelde decreet, aan het vak dramalab.
  Naast het vak dramalab besteedt een academie in de volgende opties minstens een lestijd aan de volgende vakken:
  1° in de optie speltheater: theater;
  2° in de optie verteltheater: verteltheater-stemregie;
  3° in de optie kleinkunst: instrumentvak, tekstschrijven en -vertolken, spel.
  In het tweede lid, 3°, wordt onder instrumentvak een van de volgende vakken verstaan:
  1° het vak instrument: klassiek, vermeld in artikel 11;
  2° het vak instrument: oude muziek, vermeld in artikel 12;
  3° het vak instrument: jazz-pop-rock, vermeld in artikel 13;
  4° het vak instrument: folk- en wereldmuziek vermeld in artikel 14.
  De overige lestijden van de opties speltheater, verteltheater of kleinkunst besteedt een academie aan een of meer keuzevakken van de vierde graad woordkunst-drama of het vak musical-drama.
  Met behoud van de toepassing van het eerste lid organiseert de academie in de volgende opties een of meer van de volgende keuzevakken:
  1° in de optie spreek- en verteltheater: storytelling, spreken en presenteren;
  2° in de optie theatermaker: theater maken, procesdrama, rap- en slampoetry, dramaturgie.
  In de opties cabaret en comedy, figuren- en poppentheater, improvisatietheater, mime en bewegingstheater en radio maken wordt de minimale studieomvang van de zes lestijden, vermeld in artikel 16, § 3, vierde lid, van het voormelde decreet, besteed aan het vak waarnaar de optie vernoemd is.
  § 5. In de optie regie besteedt een academie drie wekelijkse lestijden van de minimale studieomvang van de zes lestijden, vermeld in artikel 16, § 3, vierde lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan het vak spelcoaching. De overige lestijden besteedt de academie aan een of meer van de volgende keuzevakken:
  1° theorie van de regie;
  2° dramaturgie;
  3° theatertechnieken;
  4° theatergeschiedenis;
  5° een vak uit een andere optie van de vierde graad woordkunst-drama.";
  2° er worden een paragraaf 6 en 7 toegevoegd, die luiden als volgt:
  § 6. Een academie kan alleen keuzevakken aanbieden die behoren tot een optie waarvoor ze onderwijsbevoegdheid verworven heeft.
  § 7. In de kortlopende studierichting specialisatie besteedt de academie de studieomvang van vier wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 15, § 2, tweede lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan een of meer vakken van de vierde graad, die behoren tot een optie waarvoor de academie onderwijsbevoegdheid heeft verworven.".
Art. 42. A l'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les paragraphes 3 à 5 sont remplacés par ce qui suit :
  " § 3. Au troisiÚme degré, une académie consacre le volume des études minimum de six périodes de cours, visées à l'article 16, § 3, alinéa 3, du décret du 9 mars 2018, aux cours suivants :
  1° dans l'option théùtre de jeu : théùtre de jeu et atelier de théùtre ;
  2° dans l'option parler et raconter : parler et raconter et studio de mots ;
  3° dans l'option arts de la parole-théùtre : atelier de mots.
  Au troisiÚme degré dans l'option théùtre de narration, l'académie consacre le volume des études minimum de six périodes de cours, visées à l'article 16, § 3, alinéa 3, du décret précité, à un ou plusieurs des cours suivants :
  1° narration de contes ;
  2° studio de mots ;
  3° atelier de théùtre.
  § 4. Au quatriÚme degré, une académie consacre dans chaque option, à l'exception des options cabaret et comédie, théùtre de figurines et de marionnettes, théùtre d'improvisation, mime et théùtre de mouvement, faire du radio et mise en scÚne, au moins une période de cours du volume des études de six périodes de cours, visées à l'article 16, § 3, alinéa 4, du décret précité, au cours atelier de drame.
  Outre le cours atelier de drame, une académie consacre, dans les options suivantes, au moins une période de cours aux cours suivants :
  1° dans l'option théùtre de jeu : théùtre ;
  2° dans l'option théùtre de narration : théùtre de narration-coaching vocal ;
  3° dans l'option variété : cours d'instrument, écriture et interprétation des textes, jeu.
  A l'alinéa 2, 3° il faut entendre par cours d'instrument un des cours suivants :
  1° le cours d'instrument : classique, visé à l'article 11 ;
  2° le cours d'instrument : musique ancienne, visé à l'article 12 ;
  3° le cours d'instrument : jazz-pop-rock, visé à l'article 13 ;
  4° le cours d'instrument : musique folk et musiques du monde, visé à l'article 14.
  Une académie consacre les périodes de cours restantes des options théùtre de jeu, théùtre de narration ou variété à un ou plusieurs cours à option du quatriÚme degré arts de la parole-théùtre ou au cours musical-drame.
  Sans préjudice de l'application de l'alinéa 1, l'académie organise un ou plusieurs des cours à option suivants dans les options suivantes :
  1° dans l'option théùtre parlé et de narration : narration de contes, parler et présenter ;
  2° dans l'option producteur de théùtre : faire du théùtre, théùtre de processus, rap et slam poésie, dramaturgie.
  Dans les options cabaret et comĂ©die, théùtre de figurines et de marionnettes, théùtre d'improvisation, mime et théùtre de mouvement et faire du radio, le volume des Ă©tudes minimum de six pĂ©riodes de cours, visĂ©es Ă  l'article 16, § 3, alinĂ©a 4, du dĂ©cret prĂ©citĂ©, est consacrĂ© au cours portant le mĂȘme nom que l'option.
  § 5. Dans l'option mise en scÚne, une académie consacre trois périodes de cours hebdomadaires du volume des études minimum de six périodes de cours, visées à l'article 16, § 3, alinéa 4, du décret du 9 mars 2018, au cours coaching du jeu. L'académie consacre les périodes de cours restantes à un ou plusieurs des cours à option suivants :
  1° théorie de la mise en scÚne ;
  2° dramaturgie ;
  3° techniques du théùtre ;
  4° histoire du théùtre ;
  5° un cours d'une autre option du quatriÚme degré arts de la parole-théùtre. " ;
  2° un paragraphe 6 et un paragraphe 7 sont ajoutés, rédigés comme suit :
  § 6. Une académie ne peut offrir que des cours à option qui font partie d'une option pour laquelle elle a acquis la compétence d'enseignement.
  § 7. Dans l'orientation d'études spécialisation de courte durée, l'académie consacre le volume des études de quatre périodes de cours hebdomadaires, visées à l'article 15, § 2, alinéa 2, du décret du 9 mars 2018, à un ou plusieurs cours du quatriÚme degré, qui font partie d'une option pour laquelle l'académie a acquis la compétence d'enseignement. ".
Art. 43. In artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 en 3 worden vervangen door wat volgt:
  " § 2. In de tweede graad jongeren besteedt een academie minstens vier wekelijkse lestijden van de minimale studieomvang van twaalf lestijden, vermeld in artikel 18, § 3, tweede lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan een van de volgende vakken:
  1° muzikale en culturele vorming;
  2° muzikale en culturele vorming: klassiek;
  3° muzikale en culturele vorming: jazz-pop-rock;
  4° muzikale en culturele vorming: oude muziek;
  5° muzikale en culturele vorming: folk- en wereldmuziek.
  De overige lestijden besteedt de academie aan een of meer van de volgende keuzevakken:
  1° groepsmusiceren;
  2° groepsmusiceren instrumentaal: klassiek;
  3° groepsmusiceren instrumentaal: oude muziek;
  4° groepsmusiceren instrumentaal: jazz-pop-rock;
  5 groepsmusiceren instrumentaal: folk- en wereldmuziek;
  6° groepsmusiceren vocaal: klassiek;
  7° groepsmusiceren vocaal: oude muziek;
  8° groepsmusiceren vocaal: jazz-pop-rock;
  9° groepsmusiceren vocaal: folk- en wereldmuziek;
  10° instrument: klassiek;
  11° instrument: oude muziek;
  12° instrument: jazz-pop-rock;
  13° instrument: folk- en wereldmuziek;
  14° een vak van de derde graad muziek.
  § 3. In de tweede graad volwassenen besteedt een academie minstens drie wekelijkse lestijden van de minimale studieomvang van negen lestijden, vermeld in artikel 18, § 3, derde lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan een van de volgende vakken:
  1° muzikale en culturele vorming;
  2° muzikale en culturele vorming: klassiek;
  3° muzikale en culturele vorming: jazz-pop-rock;
  4° muzikale en culturele vorming: oude muziek;
  5° muzikale en culturele vorming: folk- en wereldmuziek.
  De overige lestijden besteedt de academie aan een of meer van de volgende keuzevakken:
  1° groepsmusiceren;
  2° groepsmusiceren instrumentaal: klassiek;
  3° groepsmusiceren instrumentaal: oude muziek;
  4° groepsmusiceren instrumentaal: jazz-pop-rock;
  5 groepsmusiceren instrumentaal: folk- en wereldmuziek;
  6° groepsmusiceren vocaal: klassiek;
  7° groepsmusiceren vocaal: oude muziek;
  8° groepsmusiceren vocaal: jazz-pop-rock;
  9° groepsmusiceren vocaal: folk- en wereldmuziek;
  10° instrument: klassiek;
  11° instrument: oude muziek;
  12° instrument: jazz-pop-rock;
  13° instrument: folk- en wereldmuziek;
  14° een vak van de derde graad muziek.";
  2° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "besteed aan de volgende vakken" vervangen door de woorden "besteed aan minstens een van de volgende vakken";
  3° in paragraaf 4 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "De overige wekelijkse lestijden van de minimale studieomvang, vermeld in het eerste lid, besteedt de academie aan een of meer keuzevakken. Alle vakken van de derde en vierde graad muziek komen daarvoor in aanmerking als de academie onderwijsbevoegdheid heeft verworven voor de optie waartoe die vakken behoren.";
  4° in paragraaf 5 wordt het vierde lid vervangen door wat volgt:
  "De overige wekelijkse lestijden van de minimale studieomvang van zes wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 18, § 3, vijfde lid, van het decreet van 9 maart 2018, besteedt de academie aan een of meer keuzevakken. Alle vakken van de vierde graad muziek komen daarvoor in aanmerking als de academie onderwijsbevoegdheid heeft verworven voor de optie waartoe die vakken behoren.";
  5° in paragraaf 6, eerste lid, worden de woorden "besteed aan één van de volgende vakken" vervangen door de woorden "besteed aan minstens een van de volgende vakken";
  6° in paragraaf 6 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "De overige wekelijkse lestijden van de minimale studieomvang van zes lestijden, vermeld in artikel 18, § 3, vijfde lid, van het decreet van 9 maart 2018, besteedt de academie aan een of meer keuzevakken. Alle vakken van de vierde graad muziek, vermeld in artikel 10, § 4, van dit besluit, komen daarvoor in aanmerking als de academie onderwijsbevoegdheid heeft verworven voor de optie waartoe die vakken behoren.";
  7° paragraaf 7 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 7. In de vierde graad van de studierichting dirigent besteedt een academie in totaal drie lestijden van de minimale studieomvang van zes wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 18, § 3, vijfde lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan de volgende vakken:
  1° in de optie dirigent vocale muziek: koordirectie en analyse en begeleidingspraktijk;
  2° in de optie dirigent instrumentale muziek: directie instrumentale muziek en analyse en begeleidingspraktijk.
  De overige wekelijkse lestijden van de minimale studieomvang van zes wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 18, § 3, vijfde lid, van het voormelde decreet, besteedt de academie aan een of meer keuzevakken. Alle vakken van de vierde graad muziek komen daarvoor in aanmerking als de academie onderwijsbevoegdheid heeft verworven voor de optie waartoe die vakken behoren.";
  8° aan paragraaf 8 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De overige wekelijkse lestijden besteedt de academie aan een of meer keuzevakken. Alle vakken van de vierde graad muziek komen daarvoor in aanmerking als de academie onderwijsbevoegdheid heeft verworven voor de optie waartoe die vakken behoren.";
  9° er wordt een paragraaf 9 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 9. In de kortlopende studierichting specialisatie besteedt de academie studieomvang van vier wekelijkse lestijden, vermeld in artikel 19, § 2, tweede lid, van het decreet van 9 maart 2018, aan een of meer vakken van de vierde graad, die behoren tot een optie waarvoor de academie onderwijsbevoegdheid heeft verworven.".
Art. 43. A l'article 21 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 mai 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les paragraphes 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  " § 2. Au deuxiÚme degré jeunes, une académie consacre au moins quatre périodes de cours hebdomadaires du volume des études minimum de douze périodes de cours, visées à l'article 18, § 3, alinéa 2, du décret du 9 mars 2018, à l'un des cours suivants :
  1° formation musicale et culturelle ;
  2° formation musicale et culturelle : classique ;
  3° formation musicale et culturelle : jazz-pop-rock ;
  4° formation musicale et culturelle : musique ancienne ;
  5° formation musicale et culturelle : musique folk et musiques du monde.
  L'académie consacre les périodes de cours restantes à un ou plusieurs des cours à option suivants :
  1° pratique musicale en groupe ;
  2° pratique instrumentale en groupe : classique ;
  3° pratique instrumentale en groupe : musique ancienne ;
  4° pratique instrumentale en groupe : jazz-pop-rock ;
  5° pratique instrumentale en groupe : musique folk et musiques du monde ;
  6° pratique vocale en groupe : classique ;
  7° pratique vocale en groupe : musique ancienne ;
  8° pratique vocale en groupe : jazz-pop-rock ;
  9° pratique vocale en groupe : musique folk et musiques du monde ;
  10° instrument : classique ;
  11° instrument : musique ancienne ;
  12° instrument : jazz-pop-rock ;
  13° instrument : musique folk et musiques du monde ;
  14° un cours du troisiÚme degré musique.
  § 3. Au deuxiÚme degré adultes, une académie consacre au moins trois périodes de cours hebdomadaires du volume des études minimum de neuf périodes de cours, visées à l'article 18, § 3, alinéa 3, du décret du 9 mars 2018, à l'un des cours suivants :
  1° formation musicale et culturelle ;
  2° formation musicale et culturelle : classique ;
  3° formation musicale et culturelle : jazz-pop-rock ;
  4° formation musicale et culturelle : musique ancienne ;
  5° formation musicale et culturelle : musique folk et musiques du monde.
  L'académie consacre les périodes de cours restantes à un ou plusieurs des cours à option suivants :
  1° pratique musicale en groupe ;
  2° pratique instrumentale en groupe : classique ;
  3° pratique instrumentale en groupe : musique ancienne ;
  4° pratique instrumentale en groupe : jazz-pop-rock ;
  5° pratique instrumentale en groupe : musique folk et musiques du monde ;
  6° pratique vocale en groupe : classique ;
  7° pratique vocale en groupe : musique ancienne ;
  8° pratique vocale en groupe : jazz-pop-rock ;
  9° pratique vocale en groupe : musique folk et musiques du monde ;
  10° instrument : classique ;
  11° instrument : musique ancienne ;
  12° instrument : jazz-pop-rock ;
  13° instrument : musique folk et musiques du monde ;
  14° un cours du troisiÚme degré musique. " ;
  2° au paragraphe 4, alinéa 2, les mots " consacrées aux cours suivants " sont remplacés par les mots " consacrées à au moins un des cours suivants " ;
  3° au paragraphe 4, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " L'académie consacre les périodes de cours hebdomadaires restantes du volume des études minimum, visées à l'alinéa 1, à un ou plusieurs cours à option. Tous les cours des troisiÚme et quatriÚme degrés musique sont éligibles à cet effet si l'académie a acquis la compétence d'enseignement pour l'option dont relÚvent ces cours. " ;
  4° au paragraphe 5, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  " L'académie consacre les périodes de cours hebdomadaires restantes du volume des études minimum de six périodes de cours hebdomadaires, visées à l'article 18, § 3, alinéa 5, du décret du 9 mars 2018, à un ou plusieurs cours à option. Tous les cours du quatriÚme degré musique sont éligibles à cet effet si l'académie a acquis la compétence d'enseignement pour l'option dont relÚvent ces cours. " ;
  5° au paragraphe 6, alinéa 1, les mots " consacrées à l'un des cours suivants " sont remplacés par les mots " consacrées à au moins un des cours suivants " ;
  6° au paragraphe 6, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " L'acadĂ©mie consacre les pĂ©riodes de cours hebdomadaires restantes du volume des Ă©tudes minimum de six pĂ©riodes de cours, visĂ©es Ă  l'article 18, § 3, alinĂ©a 5, du dĂ©cret du 9 mars 2018, Ă  un ou plusieurs cours Ă  option. Tous les cours du quatriĂšme degrĂ© musique, visĂ©s Ă  l'article 10, § 4 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont Ă©ligibles Ă  cet effet si l'acadĂ©mie a acquis la compĂ©tence d'enseignement pour l'option dont relĂšvent ces cours. " ;
  7° le paragraphe 7 est remplacé par ce qui suit :
  " § 7. Au quatriÚme degré de l'orientation d'études directeur musical, une académie consacre au total trois périodes de cours du volume des études minimum de six périodes de cours hebdomadaires, visées à l'article 18, § 3, alinéa 5, du décret du 9 mars 2018, aux cours suivants :
  1° dans l'option chef de chant : direction de choeur et analyse et accompagnement musical ;
  2° dans l'option directeur musical musique instrumentale : direction musique instrumentale et analyse et accompagnement musical.
  L'académie consacre les périodes de cours hebdomadaires restantes du volume des études minimum de six périodes de cours hebdomadaires, visées à l'article 18, § 3, alinéa 5, du décret précité, à un ou plusieurs cours à option : Tous les cours du quatriÚme degré musique sont éligibles à cet effet si l'académie a acquis la compétence d'enseignement pour l'option dont relÚvent ces cours. " ;
  8° au paragraphe 8, il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " L'académie consacre les périodes de cours hebdomadaires restantes à un ou plusieurs cours à option : Tous les cours du quatriÚme degré musique sont éligibles à cet effet si l'académie a acquis la compétence d'enseignement pour l'option dont relÚvent ces cours. " ;
  9° il est ajouté un paragraphe 9, rédigé comme suit :
  " § 9. Dans l'orientation d'études spécialisation de courte durée, l'académie consacre le volume des études de quatre périodes de cours hebdomadaires, visées à l'article 19, § 2, alinéa 2, du décret du 9 mars 2018, à un ou plusieurs cours du quatriÚme degré, qui font partie d'une option pour laquelle l'académie a acquis la compétence d'enseignement. ".
Art. 44. In artikel 30 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, 25 september 2020 en 10 september 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "van zijn opleiding in dat structuuronderdeel volgen" vervangen door de woorden "van die opleiding in dat structuuronderdeel volgen op voorwaarde dat de opleiding niet onderbroken wordt";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "tot en met 33" opgeheven;
  3° aan paragraaf 2 wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Een leerling die niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarde voor de leeftijd, vermeld in artikel 32, vijfde lid, van het decreet van 9 maart 2018, kan niet via een toelatingsperiode ingeschreven worden in de derde graad beeldende en audiovisuele kunsten voor volwassenen.".
Art. 44. A l'article 30 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 24 mai 2019, 25 septembre 2020 et 10 septembre 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1, alinéa 3, les mots " de sa formation dans cette subdivision structurelle " sont remplacés par les mots " de cette formation dans cette subdivision structurelle à condition que la formation ne soit pas interrompue " ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 1, le membre de phrase " à 33 " est abrogé ;
  3° le paragraphe 2 est complété par un alinéa 6, rédigé comme suit :
  " Un Ă©lĂšve qui ne remplit pas la condition d'admission pour l'Ăąge, visĂ©e Ă  l'article 32, alinĂ©a 5, du dĂ©cret du 9 mars 2018, ne peut ĂȘtre inscrit via une pĂ©riode d'admission dans le troisiĂšme degrĂ© arts plastiques et audiovisuels pour adultes. ".
Art. 45. In artikel 35/3, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° wordt de zinsnede ", na voorlegging van een medisch attest" vervangen door de zinsnede ", mits het voorleggen van een schriftelijke verantwoording van de ouders of meerderjarige leerling als de afwezigheid van een dag maximaal vier keer in hetzelfde schooljaar heeft plaats gevonden. In alle andere gevallen is een medisch attest nodig.;
  2° in punt 6° worden de woorden "bijzondere jeugdzorg" vervangen door de woorden "bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming";
  3° punt 11° wordt vervangen door wat volgt:
  "11° door een zwangerschap: minimaal een week voor de vermoedelijke bevallingsdatum tot maximaal veertien weken na de bevalling, met een maximum van vijftien weken;";
  4° er worden een punt 15° en punt 16° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "15° om als lid van een amateurkunstenorganisatie actief deel te nemen aan een culturele manifestatie;
  16° door deelname aan een oudercontact of een participatieorgaan van een onderwijsinstelling.".
Art. 45. A l'article 35/3, alinĂ©a 1, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 1°, le membre de phrase " , sur prĂ©sentation d'une attestation mĂ©dicale " est remplacĂ© par le membre de phrase " , sur prĂ©sentation d'une justification Ă©crite des parents ou de l'Ă©lĂšve majeur si l'absence d'un jour est intervenue maximum quatre fois au cours de la mĂȘme annĂ©e scolaire. Dans tous les autres cas, une attestation mĂ©dicale est nĂ©cessaire. ;
  2° au point 6°, les mots " aide spéciale à la jeunesse " sont remplacés par les mots " aide spéciale à la jeunesse et la protection de la jeunesse " ;
  3° le point 11° est remplacé par ce qui suit :
  " 11° en raison d'une grossesse : au minimum une semaine avant la date présumée de l'accouchement et au maximum quatorze semaines aprÚs l'accouchement, avec un maximum de quinze semaines ; " ;
  4° les points 15° et 16° sont ajoutés, rédigés comme suit :
  " 15° pour participer activement à une manifestation culturelle en tant que membre d'une organisation artistique amateur ;
  16° en raison de la participation à une réunion de parents d'élÚves ou à un organe de participation d'un établissement d'enseignement ".
Art. 46. In artikel 41 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 en 25 september 2020, wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt:
  "Het schoolbestuur meldt uiterlijk op 31 oktober van het schooljaar in kwestie aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten hoeveel lestijden omgezet worden naar een krediet voor voordrachtgevers.".
Art. 46. A l'article 41 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 24 mai 2019 et 25 septembre 2020, l'alinĂ©a 5 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " L'autorité scolaire notifie au plus tard le 31 octobre de l'année scolaire en question à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten le nombre de périodes de cours converties en un crédit pour les conférenciers. ".
Art. 47. In artikel 58, tweede lid, van hetzelfde besluit, wordt de zin "Op basis van dat advies neemt de Vlaamse Regering een beslissing." vervangen door de zin "Op basis van dat advies neemt de minister een beslissing voor 15 mei.".
Art. 47. A l'article 58, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la phrase " Sur la base de cet avis, le Gouvernement flamand prend une dĂ©cision. " est remplacĂ©e par la phrase " Sur la base de cet avis, le ministre prend une dĂ©cision avant le 15 mai ".
Art. 48. In artikel 60 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden tussen de woorden "met een aangetekende brief" en de woorden "beroep aantekenen" de woorden "aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten" ingevoegd;
  2° in het eerste en het tweede lid worden de woorden "het Agentschap voor Onderwijsdiensten" vervangen door de woorden "de minister";
  3° in het tweede lid worden de woorden "Het agentschap" vervangen door de woorden "De minister".
Art. 48. A l'article 60 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1, les mots " à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten " sont insérés entre les mots " par lettre recommandée " et les mots " dans les trente jours calendaires " ;
  2° aux alinéas 1 et 2, les mots " de l'Agentschap voor Onderwijsdiensten " sont remplacés par les mots " du ministre " ;
  2° à l'alinéa 2, les mots " L'agence " sont remplacés par les mots " Le ministre ".
Art. 49. Aan artikel 66, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 en 25 september 2020, worden een negende tot en met een twaalfde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van artikel 55 en 56, § 1 en 2, hebben academies die onderwijsbevoegdheid verworven hebben voor de optie theatermaker en in het schooljaar 2021-2022 het vak figuren- en poppentheater georganiseerd hebben, onderwijsbevoegdheid verworven voor de optie figuren- en poppentheater.
  In afwijking van artikel 55 en 56, § 1 en 2, hebben academies die onderwijsbevoegdheid verworven hebben voor de optie theatermaker en in het schooljaar 2021-2022 het vak improvisatietheater georganiseerd hebben, onderwijsbevoegdheid verworven voor de optie improvisatietheater.
  In afwijking van artikel 55 en 56, § 1 en 2, hebben academies die onderwijsbevoegdheid verworven hebben voor de optie theatermaker en in het schooljaar 2021-2022 het vak mime en bewegingstheater georganiseerd hebben, onderwijsbevoegdheid verworven voor de optie mime en bewegingstheater.
  In afwijking van artikel 55 en 56, § 1 en 2, hebben academies die onderwijsbevoegdheid verworven hebben voor de optie spreek- en verteltheater en in het schooljaar 2021-2022 het vak radio maken georganiseerd hebben, onderwijsbevoegdheid verworven voor de optie radio maken.".
Art. 49. A l'article 66, § 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 24 mai 2019 et 25 septembre 2020, des alinĂ©as 9 Ă  12 inclus sont ajoutĂ©s, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Par dérogation aux articles 55 et 56, § 1 et 2, les académies qui ont acquis la compétence d'enseignement pour l'option producteur de théùtre et qui ont organisé le cours théùtre de figurines et de marionnettes au cours de l'année scolaire 2021-2022, ont acquis la compétence d'enseignement pour l'option théùtre de figurines et de marionnettes.
  Par dérogation aux articles 55 et 56, § 1 et 2, les académies qui ont acquis la compétence d'enseignement pour l'option producteur de théùtre et qui ont organisé le cours théùtre d'improvisation au cours de l'année scolaire 2021-2022, ont acquis la compétence d'enseignement pour l'option théùtre d'improvisation.
  Par dérogation aux articles 55 et 56, § 1 et 2, les académies qui ont acquis la compétence d'enseignement pour l'option producteur de théùtre et qui ont organisé le cours mime et théùtre de mouvement au cours de l'année scolaire 2021-2022, ont acquis la compétence d'enseignement pour l'option mime et théùtre de mouvement.
  Par dérogation aux articles 55 et 56, § 1 et 2, les académies qui ont acquis la compétence d'enseignement pour l'option théùtre parlé et de narration et qui ont organisé le cours faire du radio au cours de l'année scolaire 2021-2022, ont acquis la compétence d'enseignement pour l'option faire du radio.
Art. 50. De Bijlage 2 bij hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, wordt opnieuw opgenomen in de versie die als bijlage 9 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 50. L'Annexe 2 au mĂȘme arrĂȘtĂ©, abrogĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 mai 2019, est rĂ©insĂ©rĂ©e dans la version jointe comme annexe 9 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 51. De Bijlage 3 bij hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, wordt opnieuw opgenomen in de versie die als bijlage 10 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 51. L'Annexe 3 au mĂȘme arrĂȘtĂ©, abrogĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 mai 2019, est rĂ©insĂ©rĂ©e dans la version jointe comme annexe 10 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018 houdende sommige maatregelen betreffende de modernisering van het secundair onderwijs
CHAPITRE 10. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1 juin 2018 portant certaines mesures concernant la modernisation de l'enseignement secondaire
Art. 52. Aan artikel 4/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018 houdende sommige maatregelen betreffende de modernisering van het secundair onderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2020, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Voor elk structuuronderdeel met doorstroomfinaliteit of dubbele finaliteit dat vanaf 1 september 2022 in de matrix wordt opgenomen en dat leidt tot een onderwijskwalificatie niveau 4, worden in bijlage 4/1, die bij dit besluit is gevoegd, de decretale specifieke eindtermen vermeld of, bij ontstentenis, de vooropgestelde specifieke eindtermen vermeld of indicatief beschreven.".
Art. 52. A l'article 4/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1 juin 2018 portant certaines mesures concernant la modernisation de l'enseignement secondaire, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 aoĂ»t 2020, il est ajoutĂ© un alinĂ©a 2, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Pour chaque subdivision structurelle Ă  finalitĂ© " transition " ou Ă  double finalitĂ© figurant dans la matrice Ă  partir du 1 septembre 2022 et qui mĂšne Ă  une qualification d'enseignement de niveau 4, les objectifs finaux spĂ©cifiques dĂ©crĂ©taux sont mentionnĂ©s Ă  l'annexe 4/1 jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou Ă  dĂ©faut, les objectifs finaux spĂ©cifiques envisagĂ©s sont mentionnĂ©s ou dĂ©crits de maniĂšre indicative. ".
Art. 53. Bijlage 2 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt vervangen door bijlage 11, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 53. L'annexe 2 au mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, est remplacĂ©e par l'annexe 11, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 54. Bijlage 4 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt vervangen door bijlage 12, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 54. L'annexe 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, est remplacĂ©e par l'annexe 12, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 55. Bijlage 4/1 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt vervangen door bijlage 13, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 55. L'annexe 4/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 et remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, est remplacĂ©e par l'annexe 13, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren en de aanloopfase en diverse andere maatregelen
CHAPITRE 11. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 septembre 2018 fixant des mesures d'exĂ©cution concernant la formation duale et la phase de dĂ©marrage et diverses autres mesures
Art. 56. Artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren en de aanloopfase en diverse andere maatregelen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2020, wordt opgeheven.
Art. 56. L'article 9 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 septembre 2018 fixant les mesures d'exĂ©cution concernant la formation duale et la phase de dĂ©marrage et diverses autres mesures, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 aoĂ»t 2020, est abrogĂ©.
HOOFDSTUK. 12. - Wijzigingen van. het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2020 tot vastlegging van de vakken in de instellingen voor secundair onderwijs
CHAPITRE. 12. - Modifications de. l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 septembre 2020 fixant les matiĂšres dans les Ă©tablissements d'enseignement secondaire
Art. 57. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2020 tot vastlegging van de vakken in de instellingen voor secundair onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vierde lid wordt punt 18° vervangen door wat volgt:
  "18° groepsmusiceren instrumentaal: klassiek;";
  2° in het vierde lid wordt een punt 18° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "18° /1 groepsmusiceren vocaal: klassiek;";
  3° in het vijfde lid wordt punt 94° vervangen door wat volgt:
  "94° zakelijke communicatie met vermelding van de taal;".
Art. 57. A l'article 1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 septembre 2020 fixant les matiĂšres dans les Ă©tablissements d'enseignement secondaire, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 4, le point 18° est remplacé par ce qui suit :
  " 18° pratique instrumentale en groupe : classique ; " ;
  2° à l'alinéa 4, il est inséré un point 18° /1, rédigé comme suit :
  " 18° /1 pratique vocale en groupe : classique ; " ;
  3° à l'alinéa 5, le point 94° est remplacé par ce qui suit :
  " 94° communication professionnelle, avec indication de la langue ; ".
HOOFDSTUK 13. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2020 houdende diverse dringende maatregelen in onderwijs ingevolge COVID-19 en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 4 september 2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs, de CLB 's en de internaten omwille van de genomen maatregelen en hieraan verbonden extra onkosten gemaakt door de scholen tegen verspreiding van COVID-19 voor de periode september-december 2020
CHAPITRE 13. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 octobre 2020 portant diverses mesures urgentes Ă  prendre dans l'enseignement Ă  la suite du COVID-19 et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 septembre 2020 attribuant un budget de fonctionnement supplĂ©mentaire aux Ă©coles de l'enseignement fondamental et secondaire ordinaire et spĂ©cial, aux CLB et aux internats Ă  la suite des mesures qui ont Ă©tĂ© prises et des frais supplĂ©mentaires faits par les Ă©coles dans ce cadre pour lutter contre la propagation du COVID-19 pour la pĂ©riode septembre-dĂ©cembre 2020
Art. 58. In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2020 houdende diverse dringende maatregelen in onderwijs ingevolge COVID-19 en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 4 september 2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs, de CLB 's en de internaten omwille van de genomen maatregelen en hieraan verbonden extra onkosten gemaakt door de scholen tegen verspreiding van COVID-19 voor de periode september-december 2020 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "schooljaar 2021-2022" en de woorden "de ingangsdatum" de zinsnede "en schooljaar 2022-2023" ingevoegd;
  2° in het tweede lid wordt tussen de zinsnede "schooljaar 2020-2021" en de woorden "niet in de mogelijkheid" de zinsnede "en schooljaar 2021-2022" ingevoegd.
Art. 58. A l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 octobre 2020 portant diverses mesures urgentes Ă  prendre dans l'enseignement Ă  la suite du COVID-19 et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 septembre 2020 attribuant un budget de fonctionnement supplĂ©mentaire aux Ă©coles de l'enseignement fondamental et secondaire ordinaire et spĂ©cial, aux CLB et aux internats Ă  la suite des mesures qui ont Ă©tĂ© prises et des frais supplĂ©mentaires faits par les Ă©coles dans ce cadre pour lutter contre la propagation du COVID-19 pour la pĂ©riode septembre-dĂ©cembre 2020, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1, le membre de phrase " et l'année scolaire 2022-2023 " est inséré entre le membre de phrase " année scolaire 2021-2022 " et les mots " la date d'entrée en vigueur " ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " et l'année scolaire 2021-2022 " est inséré aprÚs le membre de phrase " année scolaire 2020-2021 ".
HOOFDSTUK 14. - Slotbepalingen
CHAPITRE 14. - Dispositions finales
Art. 59. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2022.
Art. 59. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets Ă  partir du 1 septembre 2022.
Art. 60. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, en de Vlaamse minister, bevoegd voor werk, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 60. Le ministre flamand compĂ©tent pour l'enseignement et la formation et le ministre flamand compĂ©tent pour l'emploi sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 27-12-2022, p. 99336)
Art. N.   (NOTE : pas de version française, voir version néerlandaise)