Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 JULI 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering over de selectie van tijdelijke projecten in het basis- en secundair onderwijs in het kader van een herwaardering van het lerarenambt
Titre
15 JUILLET 2022. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la sélection de projets temporaires dans l'enseignement fondamental et secondaire dans le cadre de la revalorisation de la fonction d'enseignant
Documentinformatie
Info du document
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° departement: het Departement Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 22, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
  2° lokaal comité: het lokale overlegorgaan of onderhandelingsorgaan dat bevoegd is voor arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden;
  3° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming;
  4° school:
  a) een school van het basisonderwijs;
  b) een scholengemeenschapsinstelling van het basisonderwijs als vermeld in artikel 3, 52° bis/0, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
  c) een school van het secundair onderwijs;
  d) een scholengemeenschapsinstelling van het secundair onderwijs als vermeld in artikel 3, 39° /1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
  e) een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs.
Article 1er. Dans le présent arrêté on entend par :
  1° département : le Département de l'Enseignement et de la Formation, visé à l'article 22, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ;
  2° comité local : l'organe de concertation ou de négociation local compétent pour les conditions de travail et les matières de personnel ;
  3° ministre : le ministre flamand compétent pour l'enseignement et la formation ;
  4° école :
  a) une école de l'enseignement fondamental ;
  b) un établissement de centre d'enseignement de l'enseignement fondamental tel que visé à l'article 3, 52° bis/0, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental ;
  c) une école de l'enseignement secondaire :
  d) un établissement de centre d'enseignement de l'enseignement secondaire tel que visé à l'article 3, 39° /1, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
  e) un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
Art.2. Dit besluit is van toepassing op:
  1° de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde scholen en de schoolbesturen ervan;
  2° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, of in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, die aangesteld zijn in een school als vermeld in artikel 1, 4°.
Art.2. Le présent arrêté s'applique :
  1° aux écoles financées ou subventionnées par la Communauté flamande et leurs autorités scolaires ;
  2° aux membres du personnel visés à l'article 2, § 1er, du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991, ou à l'article 4, § 1er, du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991, qui sont nommés dans une école visée à l'article 1er, 4°.
HOOFDSTUK 2. - Oproep tot kandidaatstelling voor de organisatie van een tijdelijk project
CHAPITRE 2. - Appel aux candidats pour l'organisation d'un projet temporaire
Art.3. § 1. De minister lanceert een oproep bij de schoolbesturen van scholen van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs om voorstellen voor tijdelijke projecten in te dienen die, met het oog op al dan niet organieke implementatie, leiden tot het verzamelen van gegevens die moeten toelaten om beleidsconclusies te trekken over de volgende elementen:
  1° het lerarentekort terugdringen;
  2° het beroep van leraar herwaarderen.
  § 2. De doelstellingen, vermeld in paragraaf 1, worden gerealiseerd binnen het domein van de schoolorganisatie en binnen het domein van het hr-beleid van de deelnemende school of scholen.
  Met het oog op de realisatie van de doelstellingen, vermeld in paragraaf 1, bevat elk project inhoudelijke voorstellen die een antwoord kunnen bieden op minstens een van de volgende knelpunten:
  1° het aantrekken van leraren, het terugdringen van de uitstroom van leraren en het terugdringen van het ziekteverzuim van leraren door een doeltreffend personeelsbeleid te voeren;
  2° het aantrekkelijk maken van de lerarenloopbaan door de schoolorganisatie bij te sturen.
  Voor de realisatie van de doelstellingen, vermeld in paragraaf 1, en de knelpunten, vermeld in het tweede lid, kan afgeweken worden van de regelgeving, conform artikel 4 van het decreet van 9 december 2005 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs.
Art.3. § 1er. Le ministre lance un appel aux autorités scolaires des écoles de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire pour qu'elles soumettent des propositions de projets temporaires qui, en vue d'une mise en oeuvre organique ou non organique, conduiront à la collecte de données permettant de tirer des conclusions de gestion sur les éléments suivants :
  1° réduire la pénurie d'enseignants ;
  2° revaloriser le métier d'enseignant.
  § 2. Les objectifs visés au paragraphe 1er sont réalisés dans le domaine de l'organisation scolaire et dans le domaine de la politique RH de l'école ou des écoles participantes.
  En vue d'atteindre les objectifs visés au paragraphe 1er, chaque projet doit contenir des propositions substantielles susceptibles d'apporter une réponse à au moins un des problèmes suivants :
  1° attirer des enseignants, réduire les départs d'enseignants et réduire l'absentéisme pour cause de maladie des enseignants en menant des politiques de gestion du personnel efficaces ;
  2° rendre la carrière d'enseignant attrayante en adaptant l'organisation scolaire.
  Pour la réalisation des objectifs, visés au paragraphe 1er, et des problèmes, visés à l'alinéa 2, il est possible de déroger à la réglementation, conformément à l'article 4 du décret du 9 décembre 2005 relatif à l'organisation de projets temporaires dans l'enseignement.
Art.4. Vanaf 1 september 2022 tot en met 31 augustus 2025 kunnen maximaal dertig tijdelijke projecten georganiseerd worden onder de volgende voorwaarden:
  1° vijftien tijdelijke projecten vinden plaats in het basisonderwijs, waarvan maximaal drie tijdelijke projecten georganiseerd kunnen worden waarbij er geen afwijking van regelgeving nodig is als vermeld in artikel 3, § 2, vierde lid;
  2° vijftien tijdelijke projecten vinden plaats in het secundair onderwijs, waarvan maximaal drie tijdelijke projecten georganiseerd kunnen worden waarbij er geen afwijking van regelgeving nodig is als vermeld in artikel 3, § 2, vierde lid;
  3° van de vijftien tijdelijke projecten in elk onderwijsniveau wordt er minstens een in elke Vlaamse provincie georganiseerd en worden er minstens drie georganiseerd in Nederlandstalige scholen in het tweetalige gebied Brussel-hoofdstad.
Art.4. Du 1er septembre 2022 au 31 août 2025, un maximum de trente projets temporaires peuvent être organisés aux conditions suivantes :
  1° quinze projets temporaires ont lieu dans l'enseignement fondamental, dont trois projets temporaires au maximum peuvent être organisés sans qu'il soit nécessaire de déroger à la réglementation visée à l'article 3, § 2, alinéa 4 ;
  2° quinze projets temporaires ont lieu dans l'enseignement secondaire, dont trois projets temporaires au maximum peuvent être organisés sans qu'il soit nécessaire de déroger à la réglementation visée à l'article 3, § 2, alinéa 4 ;
  3° sur les quinze projets temporaires dans chaque niveau d'éducation, au moins un est organisé dans chaque province flamande et au moins trois sont organisés dans les écoles néerlandophones de la région bilingue de Bruxelles-Capitale.
Art.5. § 1. De oproep tot projectvoorstellen, vermeld in artikel 3, § 1, wordt uiterlijk op 1 mei 2022 gelanceerd.
  Het projectvoorstel wordt uiterlijk op 15 juni 2022 ingediend bij het departement. Dat gebeurt door het schoolbestuur van de school of scholen die het tijdelijke project uitvoeren. Schoolbesturen kunnen ook samen een projectvoorstel indienen.
  Een projectvoorstel heeft minstens een van de twee elementen, vermeld in artikel 3, § 1, 1° of 2°, als doelstelling, maar kan ook de twee elementen, vermeld in artikel 3, § 1, 1° en 2°, omvatten.
  § 2. Het projectvoorstel bevat minstens al de volgende elementen:
  1° de volgende algemene gegevens:
  a) de identificatiegegevens van het aanvragende schoolbestuur of van de aanvragende schoolbesturen;
  b) de identificatiegegevens van de deelnemende scholen;
  2° de volgende inhoudelijke gegevens:
  a) de verantwoording van de gekozen doelstelling of doelstellingen, vermeld in artikel 3;
  b) de concretisering van de gekozen doelstelling of doelstellingen, de startdatum en tijdsduur, de financiële haalbaarheid binnen de toegekende onderwijsmiddelen, de concrete acties en de planning ervan;
  c) een overzicht van de afwijkingen van de regelgeving, vermeld in artikel 3, § 2, vierde lid, die noodzakelijk zijn voor de realisatie van het project met een motivatie waarvoor die afwijkingen een kritieke factor zijn voor het project en op welke wijze ze borg staan voor de onderwijskwaliteit en voor de rechtszekerheid van leerlingen en personeel;
  d) de opsomming van de concrete succesfactoren;
  e) de opsomming van de te verwachten eindresultaten;
  f) de vormgeving van de interne evaluatie van het project die uitgaat van een duidelijk nulmoment of van een duidelijke startsituatie;
  g) als verschillende scholen betrokken zijn: de beschrijving van de eventuele samenwerking tussen de scholen onderling.
  Een projectvoorstel is alleen ontvankelijk als ook het protocol is bijgevoegd van de onderhandeling die over het tijdelijke project is gevoerd in het bevoegde lokaal comité van de betrokken school of scholen van het schoolbestuur dat het voorstel indient of van de schoolbesturen die het voorstel indienen.
Art.5. § 1er. L'appel à propositions de projets visé à l'article 3, § 1er, est lancé au plus tard le 1er mai 2022.
  La proposition de projet doit être soumise au département avant le 15 juin 2022. C'est l'autorité scolaire de l'école ou des écoles qui mettent en oeuvre le projet temporaire qui s'en charge. Les autorités scolaires peuvent également soumettre ensemble une proposition de projet.
  Une proposition de projet a pour objectif au moins l'un des deux éléments mentionnés à l'article 3, § 1er, 1° ou 2°, mais peut également inclure les deux éléments mentionnés à l'article 3, § 1er, 1° et 2°.
  § 2. La proposition de projet comprend au moins tous les éléments suivants :
  1° les données générales suivantes :
  a) les données d'identification de l'autorité ou des autorités scolaires introduisant la demande ;
  b) les données d'identification des écoles participantes ;
  2° les données sur le contenu suivantes :
  a) la justification de l'objectif ou des objectifs choisis visé(s) à l'article 3 ;
  b) la concrétisation de l'objectif ou des objectifs choisis, la date de début et la durée, la faisabilité financière dans le cadre des moyens didactiques alloués, les actions concrètes et la planification de ces actions ;
  c) un aperçu des dérogations à la réglementation visées à l'article 3, § 2, alinéa 4, qui sont nécessaires à la réalisation du projet, en motivant en quoi ces dérogations constituent un facteur critique pour le projet et en quoi elles garantissent la qualité de l'enseignement et la sécurité juridique des élèves et du personnel ;
  d) la liste des facteurs clés de succès ;
  e) la liste des résultats attendus ;
  f) La mise en forme de l'évaluation interne du projet à partir d'un moment zéro clair ou d'une situation de départ claire ;
  g) si plusieurs écoles sont impliquées : la description de la coopération éventuelle entre les écoles.
  Une proposition de projet n'est recevable que si le protocole de la négociation du projet temporaire menée dans le comité local compétent de l'école ou des écoles concernées de l'autorité scolaire ou des autorités scolaires qui soumettent la proposition est également joint.
HOOFDSTUK 3. - Beoordeling van de projectvoorstellen en selectie van de tijdelijke projecten
CHAPITRE 3. - Evaluation des propositions de projets et sélection des projets temporaires
Art.6. De aanvraagdossiers worden beoordeeld door een selectiecommissie waarvan de minister de leden en hun plaatsvervangers aanwijst en die als volgt is samengesteld:
  1° een afgevaardigde van de minister;
  2° twee afgevaardigden van het departement;
  3° twee afgevaardigden van het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
  4° een afgevaardigde van de Onderwijsinspectie;
  5° een afgevaardigde van het Gemeenschapsonderwijs;
  6° een afgevaardigde van het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen;
  7° een afgevaardigde van het Onderwijsvereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten;
  8° een afgevaardigde van Katholiek Onderwijs Vlaanderen;
  9° een afgevaardigde van het Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers;
  10° een afgevaardigde van de Algemene Centrale der Openbare Diensten;
  11° twee afgevaardigden van de Federatie van de Christelijke Syndicaten der Openbare Diensten;
  12° een afgevaardigde van het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt;
  13° een wetenschappelijke expert.
  De leden van de selectiecommissie wijzen een lid aan als voorzitter van de selectiecommissie.
  De samenstelling van de selectiecommissie is als bijlage 1 bij dit besluit gevoegd.
  De selectiecommissie legt haar werking vast in een huishoudelijk reglement, dat als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.
Art.6. Les dossiers de candidature seront évalués par une commission de sélection dont les membres et suppléants seront nommés par le ministre et qui sera composée comme suit :
  1° un représentant du ministre ;
  2° deux représentants du département ;
  3° deux représentants de l'Agence de Services d'Enseignement ;
  4° un représentant de l'Inspection de l'enseignement ;
  5° un représentant de l'Enseignement communautaire ;
  6° un représentant de l'Enseignement provincial flamand ;
  7° un représentant de l'Association d'enseignement des villes et communes ;
  8° un représentant de l'enseignement catholique flamand ;
  9° un représentant de la concertation petits dispensateurs d'enseignement ;
  10° un représentant de la Centrale Générale des Services Publics ;
  11° deux représentants de la Fédération des syndicats chrétiens des services publics ;
  12° un représentant du Syndicat Libre de la Fonction Publique ;
  13° un expert scientifique.
  Les membres de la commission de sélection désignent un membre pour présider la commission de sélection.
  La composition de la commission de sélection figure à l'annexe 1redu présent arrêté.
  Le jury fixe ses règles de fonctionnement dans un règlement d'ordre intérieur figurant à l'annexe 2 du présent arrêté.
Art.7. De selectiecommissie, vermeld in artikel 6, houdt bij de beoordeling van de projectvoorstellen niet alleen rekening met de bepalingen van artikel 4, maar ook met al de volgende criteria:
  1° de inhoudelijke relevantie ten aanzien van de gekozen doelstellingen of doelstellingen en de opportuniteit voor de gekozen doelstelling of doelstellingen;
  2° de haalbaarheid van de vooropgestelde concrete projectvoorstellen, rekening houdend met schaalgrootte, de startdatum en tijdsduur, lokaal draagvlak en financiële haalbaarheid binnen de toegekende onderwijsmiddelen;
  3° de vaststelling of er al of niet afwijkingen van de regelgeving noodzakelijk zijn en in welke mate de voorgestelde afwijkingen van de regelgeving een kritieke factor zijn voor het project en of ze borg staan voor de onderwijskwaliteit en voor de rechtszekerheid van leerlingen en personeel;
  4° de verwachtingen over de organieke implementeerbaarheid van de projectresultaten op schoolorganisatorisch vlak, op personeelsmatig vlak of op beide vlakken, en ook op budgettair vlak;
  5° de deelname van een of meer scholen per project, met een voorkeur voor meer scholen (kwantiteit) en, in voorkomend geval, de intensiteit van de samenwerking tussen de scholen in kwestie (kwaliteit);
  6° de interne en externe evalueerbaarheid, waarbij de aanwezigheid van een duidelijk nulmoment of van een duidelijke startsituatie een belangrijk criterium vormt;
  7° de terugdraaibaarheid van de voorgestelde afwijkingen van de regelgeving bij de beëindiging van het project;
  8° de aanwezigheid van een protocol van akkoord of een protocol van niet-akkoord over de onderhandelingen over het projectvoorstel in het bevoegde lokaal comité van de deelnemende scholen.
  De selectiecommissie kan aan de indiener van een aanvraagdossier bijkomende informatie vragen of een projectvoorstel terugsturen met het verzoek om bijsturing of aanpassing voordat ze er een definitief oordeel over velt.
Art.7. Pour évaluer les propositions de projets, la commission de sélection visée à l'article 6 ne tient pas seulement compte des dispositions de l'article 4, mais également de l'ensemble des critères suivants :
  1° la pertinence substantielle par rapport à l'objectif ou aux objectifs choisis et l'opportunité pour l'objectif ou les objectifs choisis ;
  2° la faisabilité des propositions de projet concrètes proposées, en tenant compte de l'échelle, de la date de début et de la durée, du soutien local et de la faisabilité financière dans le cadre des moyens didactiques alloués ;
  3° déterminer si des dérogations à la réglementation sont nécessaires ou non et dans quelle mesure les dérogations à la réglementation proposées constituent un facteur critique pour le projet et si elles garantissent la qualité de l'enseignement et la sécurité juridique pour les élèves et le personnel ;
  4° les attentes relatives à la possibilité de mise en oeuvre organique des résultats du projet au niveau de l'organisation scolaire, du personnel ou des deux, ainsi qu'au niveau du budget ;
  5° la participation d'une ou plusieurs écoles par projet, avec une préférence pour un plus grand nombre d'écoles (quantité) et, le cas échéant, l'intensité de la coopération entre les écoles en question (qualité) ;
  6° l'évaluabilité interne et externe, la présence d'un moment zéro clair ou d'une situation de départ claire étant un critère important ;
  7° la réversibilité des dérogations à la réglementation proposées à la fin du projet ;
  8° la présence d'un protocole d'accord ou d'un protocole de non-accord concernant les négociations de la proposition de projet au sein du comité local compétent des écoles participantes.
  La commission de sélection peut demander des informations supplémentaires à l'auteur d'un dossier de demande ou renvoyer une proposition de projet avec une demande de rectification ou de modification avant de prendre sa décision finale.
Art.8. De Vlaamse Regering legt, op voordracht van de selectiecommissie, vermeld in artikel 6, de tijdelijke projecten vast.
Art.8. Le Gouvernement flamand détermine les projets temporaires sur la présentation de la commission de sélection visée à l'article 6.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art.9. Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2022.
Art.9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er mai 2022.
Art.10. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.10. Le ministre flamand compétent pour l'enseignement et la formation est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1.
   het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 over de selectie van tijdelijke projecten in het basis- en secundair onderwijs in het kader van een herwaardering van het lerarenambt
  Samenstelling van de van de selectiecommissie voor tijdelijke projecten in het basis- en secundair onderwijs in het kader van een herwaardering van het lerarenambt
  De selectiecommissie vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 over de selectie van tijdelijke projecten in het basis- en secundair onderwijs in het kader van een herwaardering van het lerarenambt, is als volgt samengesteld:
  1° Katrien Cerpentier, afgevaardigde van de minister bevoegd voor onderwijs en voorzitter van de selectiecommissie, met als plaatsvervanger Peter Vandermeersch;
  2° Marc Leunis, afgevaardigde van het departement Onderwijs en Vorming, met als plaatsvervanger Hilde Lesage;
  3° Veronique Adriaens, afgevaardigde van het departement Onderwijs en Vorming, met als plaatsvervanger Chama Rhellam;
  4° Iris Joorter, afgevaardigde van het Agentschap voor Onderwijsdiensten, met als plaatsvervanger Lut Maertens;
  5° Elke Steffens, afgevaardigde van het Agentschap voor Onderwijsdiensten, met als plaatsvervanger Lut Maertens;
  6° Hans Maricou, afgevaardigde van de Onderwijsinspectie, met als plaatsvervanger Mieke Van Belle;
  7° Geert Spiessens, afgevaardigde van het Gemeenschapsonderwijs, met als plaatsvervanger Guido Liessens;
  8° Koen Bouve, afgevaardigde van het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen, met als plaatsvervanger Griet Mathieu;
  9° Bruno Sagaert, afgevaardigde van het Onderwijsvereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, met als plaatsvervanger Hildegard Schmidt;
  10° Marc Keppens, afgevaardigde van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, met als plaatsvervanger Tom Geeroms;
  11° Lieve Vansintjan, afgevaardigde van het Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers, met als plaatsvervanger Tine Schürg;
  12° Nancy Libert, afgevaardigde van de Algemene Centrale der Openbare Diensten, met als plaatsvervanger Jean-Luc Barbery;
  13° Paul Willekens, afgevaardigde van de Federatie van de Christelijke Syndicaten der Openbare Diensten, met als plaatsvervanger Koen Van Kerkhoven;
  14° Ann Huybrechts, afgevaardigde van de Federatie van de Christelijke Syndicaten der Openbare Diensten, met als plaatsvervanger Hilde Lavrysen;
  15° Koen De Backer, afgevaardigde van het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt, met als plaatsvervanger Marnix Heyndrickx;
  16° Melissa Tuytens, (U Gent), wetenschappelijk expert.
  Als een lid van de selectiecommissie afwezig of verhinderd is voor een vergadering van de selectiecommissie, wordt hij of zij vervangen door de plaatsvervanger.
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 over de selectie van tijdelijke projecten in het basis- en secundair onderwijs in het kader van een herwaardering van het lerarenambt.
Art. N1. Annexe 1.
  Annexe 1re à l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022 relatif à la sélection de projets temporaires dans l'enseignement fondamental et secondaire dans le cadre de la revalorisation de la fonction d[00ca][00bc]enseignant
  Composition de la commission de sélection de projets temporaires dans l'enseignement fondamental et secondaire dans le cadre de la revalorisation de la fonction d'enseignant
  La commission de sélection visée à l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022 relatif à la sélection de projets temporaires dans l'enseignement fondamental et secondaire dans le cadre de la revalorisation de la fonction d'enseignant est composée comme suit :
  1° Katrien Cerpentier, représentante du ministre compétent pour l'enseignement et présidente de la commission de sélection, avec comme suppléant Peter Vandermeersch ;
  2° Marc Leunis, représentant du département de l'Enseignement et de la Formation, avec comme suppléante Hilde Lesage ;
  3° Veronique Adriaens, représentante du département de l'Enseignement et de la Formation, avec comme suppléante Chama Rhellam ;
  4° Iris Joorter, représentante de l'Agence de Services d'Enseignement, avec comme suppléante Lut Maertens ;
  5° Elke Steffens, représentante de l'Agence de Services d'Enseignement, avec comme suppléante Lut Maertens ;
  6° Hans Maricou, représentant de l'Inspection de l'enseignement, avec comme suppléante Mieke Van Belle ;
  7° Geert Spiessens, représentant de l'Enseignement communautaire, avec comme suppléant Guido Liessens ;
  8° Koen Bouve, représentant de " Provinciaal Onderwijs Vlaanderen " (Enseignement provincial flamand), avec comme suppléante Griet Mathieu ;
  9° Bruno Sagaert, repésentant de " Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten " (Association d'enseignement des villes et communes), avec comme suppléante Hildegard Schmidt ;
  10° Marc Keppens, représentant de " Katholiek Onderwijs Vlaanderen " (Enseignement catholique flamand), avec comme suppléant Tom Geeroms ;
  11° Lieve Vansintjan, représentant de " Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers " (Concertation petits dispensateurs d'enseignement), avec comme suppléante Tine Schürg ;
  12° Nancy Libert, représentant de la Centrale Générale des Services Publics, avec comme suppléant Jean-Luc Barbery ;
  13° Paul Willekens, représentant de la Fédération des syndicats chrétiens des services publics, avec comme suppléant Koen Van Kerkhoven ;
  14° Ann Huybrechts, représentante de la Fédération des syndicats chrétiens des services publics, avec comme suppléante Hilde Lavrysen ;
  15° Koen De Backer, représentant du Syndicat libre de la Fonction publique, avec comme suppléant Marnix Heyndrickx ;
  16° Melissa Tuytens, (UGent), experte scientifique.
  Si un membre de la commission de sélection est absent ou empêché d'assister à une réunion de la commission de sélection, il est remplacé par son suppléant.
  Vue pour être annexée à l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022 relatif à la sélection de projets temporaires dans l'enseignement fondamental et secondaire dans le cadre de la revalorisation de la fonction d'enseignant.
Art. N2. Bijlage 2.
Art. N2. Annexe 2.