Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
15 JULI 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vastlegging van de regels voor de toekenning van extra ICT-middelen 2022 in het kader van de DIGISPRONG voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en de hbo5-opleiding Verpleegkunde
Titre
15 JUILLET 2022. - Arrêté du Gouvernement flamand établissant les règles d'octroi des moyens TIC supplémentaires 2022 dans le cadre du DIGISPRONG (Saut numérique) pour l'enseignement secondaire ordinaire et spécial et la formation hbo5 Art infirmier
Documentinformatie
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder AGODI: het Agentschap voor Onderwijsdiensten opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Onderwijsdiensten.
Article 1er. l'Agence de Services d'Enseignement, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 septembre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne " Agentschap voor Onderwijsdiensten " (Agence de Services d'Enseignement).
Art. 2. § 1. Aan de schoolbesturen van het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en de hbo5-opleiding Verpleegkunde worden ICT-middelen gegeven voor een totaal bedrag van 112.628.383 euro (honderdentwaalf miljoen zeshonderdachtentwintigduizend driehonderddriëntachtig euro).
De middelen worden toegekend op basis van het aantal leerlingen of cursisten in de volgende leerjaren, fasen, modules of onderwijsvormen:
1° de hbo5-opleiding Verpleegkunde;
2° het tweede leerjaar van de eerste graad, het tweede leerjaar van de tweede graad, het tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, met uitzondering van de leerlingen ingeschreven in het type 5 van opleidingsvorm 4;
3° de modulair ingerichte duale structuuronderdelen in het gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, als het niet is ingericht door een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs;
4° de integratiefase, het eerste leerjaar van de opleidingsfase en het eerste leerjaar van de observatiefase van het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3;
5° het onthaalonderwijs;
6° het experimenteel modulair onderwijs.
7° het eerste leerjaar van de tweede graad en het eerste leerjaar van de derde graad van voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, met uitzondering van de leerlingen ingeschreven in het type 5 van opleidingsvorm 4, voor scholen die in het schooljaar 2020-2021 en het schooljaar 2021-2022 een experimenteel modulair onderwijs hebben omgezet naar een lineair aanbod.
8° het permanent onderwijs aan huis in de opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs.
In afwijking van het tweede lid, 2°, komen leerlingen in het tweede leerjaar van de eerste graad, het tweede leerjaar van de tweede graad, het tweede leerjaar van de derde graad wel in aanmerking voor toekenning van ICT-middelen als zij ingeschreven zijn in een school voor buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 4, type 5, die opgericht is vanaf 1 september 2021 of die ingeschreven zijn in het Zeepreventorium.
§ 2. Het bedrag per in aanmerking komende leerling is vastgesteld op 510,00 euro.
De schoolbesturen vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, beslissen, daar waar van toepassing, vrij voor welke leerjaren binnen welke graad de middelen worden aangewend. De leerlingenaantallen, vermeld in artikel 2, § 1, worden alleen als berekeningsbasis gebruikt om de middelen toe te kennen.
De middelen worden toegekend op basis van het aantal leerlingen of cursisten in de volgende leerjaren, fasen, modules of onderwijsvormen:
1° de hbo5-opleiding Verpleegkunde;
2° het tweede leerjaar van de eerste graad, het tweede leerjaar van de tweede graad, het tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, met uitzondering van de leerlingen ingeschreven in het type 5 van opleidingsvorm 4;
3° de modulair ingerichte duale structuuronderdelen in het gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, als het niet is ingericht door een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs;
4° de integratiefase, het eerste leerjaar van de opleidingsfase en het eerste leerjaar van de observatiefase van het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3;
5° het onthaalonderwijs;
6° het experimenteel modulair onderwijs.
7° het eerste leerjaar van de tweede graad en het eerste leerjaar van de derde graad van voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, met uitzondering van de leerlingen ingeschreven in het type 5 van opleidingsvorm 4, voor scholen die in het schooljaar 2020-2021 en het schooljaar 2021-2022 een experimenteel modulair onderwijs hebben omgezet naar een lineair aanbod.
8° het permanent onderwijs aan huis in de opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs.
In afwijking van het tweede lid, 2°, komen leerlingen in het tweede leerjaar van de eerste graad, het tweede leerjaar van de tweede graad, het tweede leerjaar van de derde graad wel in aanmerking voor toekenning van ICT-middelen als zij ingeschreven zijn in een school voor buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 4, type 5, die opgericht is vanaf 1 september 2021 of die ingeschreven zijn in het Zeepreventorium.
§ 2. Het bedrag per in aanmerking komende leerling is vastgesteld op 510,00 euro.
De schoolbesturen vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, beslissen, daar waar van toepassing, vrij voor welke leerjaren binnen welke graad de middelen worden aangewend. De leerlingenaantallen, vermeld in artikel 2, § 1, worden alleen als berekeningsbasis gebruikt om de middelen toe te kennen.
Art. 2. § 1er. Des moyens TIC pour un montant total de 112 628 383 euros (cent douze millions six cent vingt-huit mille trois cent quatre-vingt-trois euros) sont accordés aux autorités scolaires de l'enseignement secondaire ordinaire et spécial et à la formation hbo5 Art. infirmier.
Les moyens sont alloués sur la base du nombre d'élèves ou d'apprenants dans les années, phases, modules ou formes d'enseignement suivants :
1° la formation hbo5 Art. infirmier ;
2° la deuxième année d'études du premier degré, la deuxième année d'études du deuxième degré, la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire ordinaire et de l'enseignement secondaire spécial à temps plein, forme d'enseignement 4, à l'exception des élèves inscrits au type 5 de la forme d'enseignement 4 ;
3° les subdivisions structurelles duales organisées de façon modulaire dans l'enseignement secondaire ordinaire et spécial, s'il n'est pas organisé par un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ;
4° la phase d'intégration, la première année d'études de la phase de formation et la première année d'études de la phase d'observation de l'enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 3 ;
5° l'enseignement d'accueil ;
6° l'enseignement modulaire expérimental ;
7° la première année d'études du deuxième degré et la première année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire ordinaire et de l'enseignement secondaire spécial à temps plein, forme d'enseignement 4, à l'exception des élèves inscrits en type 5 de la forme d'enseignement 4, pour les écoles qui ont converti un enseignement modulaire expérimental en une offre linéaire au cours de l'année scolaire 2020-2021 et de l'année scolaire 2021-2022.
8° l'enseignement permanent en milieu familial dans la forme d'enseignement 3 et la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial.
Par dérogation à l'alinéa 2, 2°, les élèves de la deuxième année d'études du premier degré, de la deuxième année d'études du deuxième degré et de la deuxième année d'études du troisième degré bénéficient de l'attribution de moyens TIC s'ils sont inscrits dans une école de l'enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 4, type 5, qui a été créée à partir du 1er septembre 2021, ou qui sont inscrits au " Zeepreventorium ".
§ 2. Le montant par élève éligible est fixé à 510,00 euros.
Les autorités scolaires visées à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, décident, là où c'est applicable, librement à quelles années d'études de quel degré les moyens sont affectés. Le nombre d'élèves, visé à l'article 2, § 1er, n'est utilisé que comme base de calcul pour l'attribution des moyens.
Les moyens sont alloués sur la base du nombre d'élèves ou d'apprenants dans les années, phases, modules ou formes d'enseignement suivants :
1° la formation hbo5 Art. infirmier ;
2° la deuxième année d'études du premier degré, la deuxième année d'études du deuxième degré, la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire ordinaire et de l'enseignement secondaire spécial à temps plein, forme d'enseignement 4, à l'exception des élèves inscrits au type 5 de la forme d'enseignement 4 ;
3° les subdivisions structurelles duales organisées de façon modulaire dans l'enseignement secondaire ordinaire et spécial, s'il n'est pas organisé par un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ;
4° la phase d'intégration, la première année d'études de la phase de formation et la première année d'études de la phase d'observation de l'enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 3 ;
5° l'enseignement d'accueil ;
6° l'enseignement modulaire expérimental ;
7° la première année d'études du deuxième degré et la première année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire ordinaire et de l'enseignement secondaire spécial à temps plein, forme d'enseignement 4, à l'exception des élèves inscrits en type 5 de la forme d'enseignement 4, pour les écoles qui ont converti un enseignement modulaire expérimental en une offre linéaire au cours de l'année scolaire 2020-2021 et de l'année scolaire 2021-2022.
8° l'enseignement permanent en milieu familial dans la forme d'enseignement 3 et la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial.
Par dérogation à l'alinéa 2, 2°, les élèves de la deuxième année d'études du premier degré, de la deuxième année d'études du deuxième degré et de la deuxième année d'études du troisième degré bénéficient de l'attribution de moyens TIC s'ils sont inscrits dans une école de l'enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 4, type 5, qui a été créée à partir du 1er septembre 2021, ou qui sont inscrits au " Zeepreventorium ".
§ 2. Le montant par élève éligible est fixé à 510,00 euros.
Les autorités scolaires visées à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, décident, là où c'est applicable, librement à quelles années d'études de quel degré les moyens sont affectés. Le nombre d'élèves, visé à l'article 2, § 1er, n'est utilisé que comme base de calcul pour l'attribution des moyens.
Art. 3. De toegekende bedragen worden gebruikt om ICT-toestellen te voorzien voor de leerlingen.
Het bedrag vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid, wordt na de eventuele verrekening vermeld in artikel 4, § 2, tussen de schoolbesturen, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, verdeeld op basis van het aantal leerlingen of cursisten vermeld in artikel 2, § 1, op de teldag 1 oktober 2021.
In afwijking van het tweede lid, wordt voor de uitvoering van het artikel 2, § 1, 7°, de teldag van 1 februari 2020 gehanteerd.
Het bedrag vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid, wordt na de eventuele verrekening vermeld in artikel 4, § 2, tussen de schoolbesturen, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, verdeeld op basis van het aantal leerlingen of cursisten vermeld in artikel 2, § 1, op de teldag 1 oktober 2021.
In afwijking van het tweede lid, wordt voor de uitvoering van het artikel 2, § 1, 7°, de teldag van 1 februari 2020 gehanteerd.
Art. 3. Les montants attribués sont utilisés pour fournir du matériel TIC aux élèves.
Le montant visé à l'article 2, § 2, alinéa 1er, après la comptabilisation éventuelle visée à l'article 4, § 2, est réparti entre les autorités scolaires visées à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, sur la base du nombre d'élèves ou d'apprenants visés à l'article 2, § 1er, au jour de comptage, le 1er octobre 2021.
En dérogation à l'alinéa 2, le jour de comptage du 1er février 2020 est utilisé pour la mise en oeuvre de l'article 2, § 1er, 7°.
Le montant visé à l'article 2, § 2, alinéa 1er, après la comptabilisation éventuelle visée à l'article 4, § 2, est réparti entre les autorités scolaires visées à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, sur la base du nombre d'élèves ou d'apprenants visés à l'article 2, § 1er, au jour de comptage, le 1er octobre 2021.
En dérogation à l'alinéa 2, le jour de comptage du 1er février 2020 est utilisé pour la mise en oeuvre de l'article 2, § 1er, 7°.
Art. 4. § 1. Schoolbesturen vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid gebruiken het totaal van de middelen, die op basis van de berekeningswijze, vermeld in artikel 3, verkregen met het oog op de doelstelling vermeld in artikel 3, eerste lid. Ze doen dit uiterlijk in het schooljaar 2023-2024. Als de doelstelling is bereikt met de toegekende middelen, kunnen de resterende middelen aangewend worden voor de aanschaf van ICT-infrastructuur in de ruime zin.
In afwijking van het eerste lid kunnen de schoolbesturen, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, die in het schooljaar 2020-2021 of schooljaar 2021-2022 al werken met een huur, huurkoop of aankoopprogramma voor ICT-toestellen, met uitzondering van de aankopen in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2021 tot vaststelling van de regels voor de toekenning van extra ICT-middelen 2021 in het kader van de Digisprong voor het gewoon en buitengewoon kleuter-, lager en secundair onderwijs en de hbo5-opleiding Verpleegkunde, de middelen uiterlijk tot en met het schooljaar 2024-2025 aanwenden.
Wat betreft de doelstelling om voor leerlingen ICT-toestellen beschikbaar te maken, kan het schoolbestuur ICT-toestellen aankopen, leasen of huren.
De schoolbesturen vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, bepalen autonoom welk type ICT-toestel ze aankopen, huren of leasen om ter beschikking te stellen van de leerlingen. De voormelde schoolbesturen bepalen ook autonoom de volgorde in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs met het oog op hun pedagogisch project.
Het model waarbij het schoolbestuur kiest voor een systeem waar leerlingen gebruik maken van een eigen ICT-toestel, wordt ook als huur beschouwd voor de toepassing van het tweede lid. In dat geval wordt op de schoolrekening op advies van de schoolraad een af te spreken bedrag in mindering van de schoolrekening gebracht.
Voor de leerlingen uit het buitengewoon secundair onderwijs en leerlingen met bijzondere noden in het gewoon onderwijs kunnen de middelen voor ICT-toestellen ook aangewend worden voor aangepaste digitale leermiddelen.
§ 2. Een schoolbestuur van het secundair onderwijs dat reeds extra ICT-steun heeft gekregen voor kwetsbare leerlingen, in uitvoering van artikel 2 van Besluit van de Vlaamse Regering van 20 november 2020 houdende de toekenning van een subsidie aan de representatieve verenigingen van inrichtende machten en het GO! voor de noodoplossing IT kwetsbare leerlingen of artikel 2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2020 houdende de toekenning van een subsidie aan de representatieve verenigingen van inrichtende machten en het GO! voor de noodoplossing IT kwetsbare leerlingen, heeft geen recht op het volledige bedrag volgend uit de berekening in artikel 2, § 2. Het bedrag volgend uit de berekening van artikel 2, § 2 dient te worden verminderd met het bedrag dat overeenstemt met 75% van de totale subsidies die reeds werden toegekend in het kader van de uitvoering van beide besluiten vermeld in deze paragraaf.
In afwijking van het eerste lid kunnen de schoolbesturen, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, die in het schooljaar 2020-2021 of schooljaar 2021-2022 al werken met een huur, huurkoop of aankoopprogramma voor ICT-toestellen, met uitzondering van de aankopen in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2021 tot vaststelling van de regels voor de toekenning van extra ICT-middelen 2021 in het kader van de Digisprong voor het gewoon en buitengewoon kleuter-, lager en secundair onderwijs en de hbo5-opleiding Verpleegkunde, de middelen uiterlijk tot en met het schooljaar 2024-2025 aanwenden.
Wat betreft de doelstelling om voor leerlingen ICT-toestellen beschikbaar te maken, kan het schoolbestuur ICT-toestellen aankopen, leasen of huren.
De schoolbesturen vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, bepalen autonoom welk type ICT-toestel ze aankopen, huren of leasen om ter beschikking te stellen van de leerlingen. De voormelde schoolbesturen bepalen ook autonoom de volgorde in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs met het oog op hun pedagogisch project.
Het model waarbij het schoolbestuur kiest voor een systeem waar leerlingen gebruik maken van een eigen ICT-toestel, wordt ook als huur beschouwd voor de toepassing van het tweede lid. In dat geval wordt op de schoolrekening op advies van de schoolraad een af te spreken bedrag in mindering van de schoolrekening gebracht.
Voor de leerlingen uit het buitengewoon secundair onderwijs en leerlingen met bijzondere noden in het gewoon onderwijs kunnen de middelen voor ICT-toestellen ook aangewend worden voor aangepaste digitale leermiddelen.
§ 2. Een schoolbestuur van het secundair onderwijs dat reeds extra ICT-steun heeft gekregen voor kwetsbare leerlingen, in uitvoering van artikel 2 van Besluit van de Vlaamse Regering van 20 november 2020 houdende de toekenning van een subsidie aan de representatieve verenigingen van inrichtende machten en het GO! voor de noodoplossing IT kwetsbare leerlingen of artikel 2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2020 houdende de toekenning van een subsidie aan de representatieve verenigingen van inrichtende machten en het GO! voor de noodoplossing IT kwetsbare leerlingen, heeft geen recht op het volledige bedrag volgend uit de berekening in artikel 2, § 2. Het bedrag volgend uit de berekening van artikel 2, § 2 dient te worden verminderd met het bedrag dat overeenstemt met 75% van de totale subsidies die reeds werden toegekend in het kader van de uitvoering van beide besluiten vermeld in deze paragraaf.
Art. 4. § 1er. Les autorités scolaires visées à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, utilisent le total des moyens obtenus sur la base de la méthode de calcul visée à l'article 3 aux fins visées à l'article 3, alinéa 1er. Ils le font au plus tard au cours de l'année scolaire 2023-2024. Si l'objectif est atteint avec les moyens attribués, les fonds restants peuvent être utilisés pour l'achat d'infrastructures TIC au sens large.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les autorités scolaires visées à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, qui, au cours de l'année scolaire 2020-2021 ou de l'année scolaire 2021-2022, appliquent déjà un programme de location, de vente-location ou d'achat d'équipements TIC, peuvent, à l'exception des achats dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 avril 2021 établissant les règles d'octroi des moyens TIC supplémentaires 2021 dans le cadre du " Digisprong " (Saut numérique) pour l'enseignement maternel, primaire et secondaire ordinaire et spécial et la formation hbo5 Art. infirmier, peuvent utiliser les moyens au plus tard jusqu'à l'année scolaire 2024-2025.
En ce qui concerne l'objectif de mettre des équipements TIC à la disposition des élèves, l'autorité scolaire peut acheter, louer ou prendre en leasing des équipements TIC.
Les autorités scolaires visées à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, décident de manière autonome du type d'équipement TIC qu'elles achèteront, loueront ou prendront en leasing pour le mettre à la disposition des élèves. Les autorités scolaires précitées déterminent de façon autonome l'ordre au sein de l'enseignement secondaire ordinaire et spécial à temps plein aux fins de leur projet pédagogique.
Le modèle selon lequel l'autorité scolaire opte pour un système dans lequel les élèves utilisent leur propre équipement TIC est également considéré comme location pour l'application de l'alinéa 2. Dans ce cas, un montant à convenir sera déduit de la facture scolaire, sur avis du conseil scolaire.
Pour les élèves de l'enseignement secondaire spécial et les élèves à besoins spécifiques dans l'enseignement ordinaire, les moyens destinés aux équipements TIC peuvent également être affectés à des ressources éducatives numériques adaptées.
§ 2. Une autorité scolaire de l'enseignement secondaire qui a déjà reçu un soutien TIC supplémentaire pour les élèves vulnérables, en application de l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 novembre 2020 relatif à l'octroi d'une subvention aux associations représentatives des pouvoirs organisateurs et de GO! pour la solution d'urgence TI élèves vulnérables ou l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2020 relatif à l'octroi d'une subvention aux associations représentatives des pouvoirs organisateurs et de GO! pour la solution d'urgence TI élèves vulnérables, n'a pas droit au montant total qui découle du calcul de l'article 2, § 2. Le montant résultant du calcul de l'article 2, § 2, doit être diminué du montant correspondant à 75 % du total des subventions déjà accordées dans le cadre de l'exécution des deux arrêtés mentionnés dans le présent paragraphe.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les autorités scolaires visées à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, qui, au cours de l'année scolaire 2020-2021 ou de l'année scolaire 2021-2022, appliquent déjà un programme de location, de vente-location ou d'achat d'équipements TIC, peuvent, à l'exception des achats dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 avril 2021 établissant les règles d'octroi des moyens TIC supplémentaires 2021 dans le cadre du " Digisprong " (Saut numérique) pour l'enseignement maternel, primaire et secondaire ordinaire et spécial et la formation hbo5 Art. infirmier, peuvent utiliser les moyens au plus tard jusqu'à l'année scolaire 2024-2025.
En ce qui concerne l'objectif de mettre des équipements TIC à la disposition des élèves, l'autorité scolaire peut acheter, louer ou prendre en leasing des équipements TIC.
Les autorités scolaires visées à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, décident de manière autonome du type d'équipement TIC qu'elles achèteront, loueront ou prendront en leasing pour le mettre à la disposition des élèves. Les autorités scolaires précitées déterminent de façon autonome l'ordre au sein de l'enseignement secondaire ordinaire et spécial à temps plein aux fins de leur projet pédagogique.
Le modèle selon lequel l'autorité scolaire opte pour un système dans lequel les élèves utilisent leur propre équipement TIC est également considéré comme location pour l'application de l'alinéa 2. Dans ce cas, un montant à convenir sera déduit de la facture scolaire, sur avis du conseil scolaire.
Pour les élèves de l'enseignement secondaire spécial et les élèves à besoins spécifiques dans l'enseignement ordinaire, les moyens destinés aux équipements TIC peuvent également être affectés à des ressources éducatives numériques adaptées.
§ 2. Une autorité scolaire de l'enseignement secondaire qui a déjà reçu un soutien TIC supplémentaire pour les élèves vulnérables, en application de l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 novembre 2020 relatif à l'octroi d'une subvention aux associations représentatives des pouvoirs organisateurs et de GO! pour la solution d'urgence TI élèves vulnérables ou l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2020 relatif à l'octroi d'une subvention aux associations représentatives des pouvoirs organisateurs et de GO! pour la solution d'urgence TI élèves vulnérables, n'a pas droit au montant total qui découle du calcul de l'article 2, § 2. Le montant résultant du calcul de l'article 2, § 2, doit être diminué du montant correspondant à 75 % du total des subventions déjà accordées dans le cadre de l'exécution des deux arrêtés mentionnés dans le présent paragraphe.
Art. 5. Bij de aankoop van de ICT-toestellen passen de schoolbesturen zoals vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, de bepalingen van de wet van 17 juni 2016 inzake de overheidsopdrachten toe.
Art. 5. Pour l'achat de l'équipement TIC, les autorités scolaires visées à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, appliquent les dispositions de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics.
Art. 6. De aanwending van de middelen wordt verantwoord op basis van facturen met ingangsdatum vanaf 1 januari 2021.
De schoolbesturen vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid dienen hun verantwoording uiterlijk op 30 april 2025 in bij AGODI. De voormelde schoolbesturen die hun middelen uiterlijk in schooljaar 2024-2025 kunnen aanwenden, dienen de verantwoording uiterlijk op 30 april 2026 in bij AGODI.
De documenten voor de verantwoording worden ook in de scholen bewaard, om de rapportering aan en de controle door AGODI mogelijk te maken.
De schoolbesturen vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid dienen hun verantwoording uiterlijk op 30 april 2025 in bij AGODI. De voormelde schoolbesturen die hun middelen uiterlijk in schooljaar 2024-2025 kunnen aanwenden, dienen de verantwoording uiterlijk op 30 april 2026 in bij AGODI.
De documenten voor de verantwoording worden ook in de scholen bewaard, om de rapportering aan en de controle door AGODI mogelijk te maken.
Art. 6. L'affectation des moyens est justifiée sur la base de factures avec date d'effet à partir du 1er janvier 2021.
Les autorités scolaires mentionnées à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, soumettent leur justification à AGODI au plus tard le 30 avril 2025. Les autorités scolaires précitées qui peuvent affecter leurs moyens au plus tard pendant l'année scolaire 2024-2025, transmettent la justification à AGODI au plus tard le 30 avril 2026.
Les documents justificatifs sont également conservés dans les écoles afin de permettre la présentation d'un compte rendu à AGODI et le contrôle par AGODI.
Les autorités scolaires mentionnées à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, soumettent leur justification à AGODI au plus tard le 30 avril 2025. Les autorités scolaires précitées qui peuvent affecter leurs moyens au plus tard pendant l'année scolaire 2024-2025, transmettent la justification à AGODI au plus tard le 30 avril 2026.
Les documents justificatifs sont également conservés dans les écoles afin de permettre la présentation d'un compte rendu à AGODI et le contrôle par AGODI.
Art. 7. Overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, betalen de schoolbesturen vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid onverwijld de middelen die met toepassing van dit besluit zijn toegekend, of een gedeelte van die middelen, terug indien:
1° die de voorwaarden niet naleeft, waaronder de subsidie werd verleend;
2° die de subsidie niet aanwendt voor de doeleinden, waarvoor zij werd verleend;
3° die de in artikel 12 van de wet van 16 mei 2003 bedoelde controle verhindert.
1° die de voorwaarden niet naleeft, waaronder de subsidie werd verleend;
2° die de subsidie niet aanwendt voor de doeleinden, waarvoor zij werd verleend;
3° die de in artikel 12 van de wet van 16 mei 2003 bedoelde controle verhindert.
Art. 7. Conformément à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes, une autorité scolaire visée à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, rembourse immédiatement les moyens alloués en vertu du présent arrêté, ou une partie de ces moyens, si :
1° elle ne respecte pas les conditions d'octroi de la subvention ;
2° elle n'utilise pas la subvention aux fins pour lesquelles elle est accordée ;
3° elle met obstacle au contrôle visé à l'article 12 de la loi du 16 mai 2003.
1° elle ne respecte pas les conditions d'octroi de la subvention ;
2° elle n'utilise pas la subvention aux fins pour lesquelles elle est accordée ;
3° elle met obstacle au contrôle visé à l'article 12 de la loi du 16 mai 2003.
Art. 8. De Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.