Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
31 MAART 2022. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de samenstelling en de werking van de kabinetten van de leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en van de gewestelijke staatssecretarissen
Titre
31 MARS 2022. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale déterminant la composition et le fonctionnement des cabinets des membres du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale et des Secrétaires d'Etat régionaux
Documentinformatie
Numac: 2022031607
Datum: 2022-03-31
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022031607
Date: 2022-03-31
Moniteur: Voir
Tekst (62)
Texte (62)
HOOFDSTUK 1. - Bevoegdheden van de kabinetten en rechtsregeling
CHAPITRE 1er. - Attributions des cabinets et régime juridique
Afdeling 1. - Bevoegdheden
Section 1er. - Attributions
Artikel 1. Elk lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en elke gewestelijke staatssecretaris beschikt over een kabinet waarvan de bevoegdheden als volgt zijn vastgesteld:
  - de opvolging van de aangelegenheden die het algemene beleid van de regering of de werkzaamheden van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement kunnen beïnvloeden;
  - de opzoekingen en studies die het persoonlijke werk van het lid van de regering of van de staatssecretaris vergemakkelijken;
  - het voorleggen van de dossiers van de administratie;
  - eventueel het secretariaat van de regering;
  - het in ontvangst nemen en openen van de voor hem of haar bestemde post;
  - zijn of haar persoonlijke briefwisseling;
  - de audiëntieverzoeken;
  - het persoverzicht.
Article 1er. Chaque membre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale et chaque secrétaire d'Etat régional dispose d'un cabinet dont les attributions sont fixées comme suit :
  - le suivi des affaires susceptibles d'influencer la politique générale du Gouvernement ou les travaux du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale;
  - les recherches et les études propres à faciliter le travail personnel du membre du Gouvernement ou du secrétaire d'Etat;
  - la présentation des dossiers de l'administration;
  - éventuellement le secrétariat du Gouvernement;
  - la réception et l'ouverture de son courrier personnel;
  - sa correspondance particulière;
  - les demandes d'audience;
  - la revue de presse.
Afdeling 2. - Rechtsregeling
Section 2. - Régime juridique
Art. 2. De in dit besluit bedoelde personeelsleden van de kabinetten zijn onderworpen aan een regeling sui generis. De wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten is niet van toepassing, behalve in de uitzonderingsgevallen als bedoeld in dit besluit.
  Hun benoeming of detachering is uitsluitend het gevolg van eenzijdige administratieve handelingen van een minister, een staatssecretaris of de regering met individuele strekking. Wanneer ze niet de hoedanigheid van vast benoemd personeelslid hebben, zijn ze onderworpen aan het sociale zekerheidsstatuut van de contractuele personeelsleden van de Staat. De gedetacheerde statutaire personeelsleden blijven dan weer onderworpen aan de sociale zekerheid van hun werkgever van herkomst.
Art. 2. Les membres du personnel des cabinets visés dans le présent arrêté sont soumis à un régime sui generis. La loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail n'est pas d'application sauf exceptions visées dans le présent arrêté.
  Leur désignation ou détachement sont uniquement le fruit d'actes administratifs unilatéraux à portée individuelle émanant d'un Ministre, d'un Secrétaire d'Etat ou du Gouvernement. Lorsqu'ils n'ont pas la qualité d'agent désigné à titre définitif, ils sont soumis au statut de sécurité sociale du personnel contractuel de l'Etat. Le personnel statutaire détaché, quant à lui, reste soumis à la sécurité sociale de son employeur d'origine.
HOOFDSTUK 2. - Samenstelling van de kabinetten
CHAPITRE 2. - Composition des cabinets
Afdeling 1. - De kabinetsleden
Section 1er. - Les membres des cabinets
Art. 3. § 1. De kabinetsleden kunnen omschreven worden als het kabinetspersoneel dat de leiding of het beheer van het kabinet verzorgt.
  Hun aantal bedraagt maximaal 15 voltijdse equivalenten die als volgt verdeeld zijn:
  - een kabinetschef
  - een adjunct-kabinetschef;
  - dertien kabinetsadviseurs of opdrachthouders of kabinetsattachés, onder wie eventueel een kabinetssecretaris en een persoonlijke secretaris.
  § 2. De minister-president kan voor het algemene beleid en voor opdrachten die verband houden met de uitoefening van het voorzitterschap, beschikken over een tweede kabinet, waarvan de samenstelling dezelfde is als in § 1. De betrekking van kabinetschef mag evenwel vervangen worden door een betrekking van:
  - adjunct-kabinetschef;
  - of kabinetsadviseur;
  - of kabinetsattaché.
  § 3. De minister-president en het lid van de andere taalgroep van de gewestregering dat samen met de minister-president de in artikel 31, § 1 van de wet van 9 augustus 1980, gewijzigd bij de wet van 16 juni 1989, bepaalde bevoegdheden uitoefent, kunnen daarenboven aan hun kabinet bijkomende leden toevoegen. Voor de minister-president zijn dat twee voltijdse equivalenten en voor het voormelde lid van de andere taalgroep zijn dat er vier.
  Voor elk van die kabinetten mag één van de bijkomende leden de titel van adjunct-kabinetschef dragen.
Art. 3. § 1er. Les membres des cabinets se définissent comme étant le personnel des cabinets qui assure la direction ou la gestion du cabinet.
  Ils sont au nombre de 15 équivalents temps plein au maximum et sont répartis de la manière suivante :
  - un directeur de cabinet
  - un directeur de cabinet-adjoint;
  - treize conseillers de cabinet ou chargés de mission ou attachés de cabinet dont, éventuellement, un secrétaire de cabinet et un secrétaire particulier.
  § 2. Pour la politique générale et pour des missions liées à l'exercice de la présidence, le Ministre-Président peut disposer d'un deuxième cabinet dont la composition est identique au § 1er. Toutefois, le poste de directeur de cabinet peut être remplacé par un poste soit de :
  - directeur de cabinet-adjoint;
  - conseiller de cabinet;
  - attaché de cabinet.
  § 3. En outre, le Ministre-Président et le membre de l'autre groupe linguistique du Gouvernement régional qui exerce avec le Ministre-Président les compétences prévues à l'article 31, § 1er, de la loi du 9 août 1980 modifiée par la loi du 16 juin 1989, peuvent adjoindre à leur cabinet des membres supplémentaires à raison de deux équivalents temps plein pour le Ministre-Président et quatre pour le membre de l'autre groupe linguistique précité.
  Pour chacun de ces cabinets, parmi les membres supplémentaires, l'un d'entre eux peut porter le titre de directeur adjoint.
Afdeling 2. - De kabinetsmedewerkers
Section 2. - Les agents des cabinets
Art. 4. § 1. De kabinetsmedewerkers kunnen omschreven worden als het kabinetspersoneel dat belast is met de uitvoerende taken en ook het vak- en dienstpersoneel omvat.
  Hun aantal bedraagt maximaal 35 voltijdse equivalenten, met inbegrip van de bodes, de chauffeurs, de telefonisten en de werklieden voor de uitvoerende taken.
  § 2. Dat aantal kan voor de twee kabinetten van de minister-president samen worden opgetrokken tot 47.
Art. 4. § 1er. Les agents des cabinets se définissent comme étant le personnel des cabinets qui est affecté aux travaux d'exécution, ainsi que les gens de métier et de service.
  Ils sont au nombre de 35 équivalents temps plein au maximum comprenant les huissiers, les chauffeurs, les téléphonistes et les ouvriers pour les travaux d'exécution.
  § 2. Ils peuvent être portés à 47 pour l'ensemble des deux cabinets du Ministre-Président.
Art. 5. De in de afdelingen 1 en 2 bedoelde kabinetspersoneelsleden mogen enkel worden aangeworven voor zover het betrokken kabinet over de nodige kredieten daarvoor beschikt.
Art. 5. Les membres du personnel de cabinet visés aux sections 1 et 2 ne pourront être engagés que pour autant que le cabinet concerné dispose des crédits nécessaires pour cela.
Afdeling 3. - Het personeel voor het onderhoud van de lokalen van de kabinetten
Section 3. - Le personnel d'entretien des locaux des cabinets
Art. 6. § 1. Het onderhoud van de lokalen kan op basis van een overheidsopdracht van diensten aan een externe dienstverlener worden toevertrouwd.
  § 2. Wanneer het onderhoud van de lokalen niet is toevertrouwd aan een externe dienstverlener op basis van een overheidsopdracht, kan het ook worden toevertrouwd aan gedetacheerd personeel in de zin van artikel 9, § 1 van dit besluit.
  § 3. Wanneer het onderhoud van de lokalen niet is toevertrouwd aan een externe dienstverlener op basis van een overheidsopdracht en er geen beroep wordt gedaan op gedetacheerd personeel, kan elk kabinet ook personeel met een arbeidsovereenkomst ten laste van de algemene diensten van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel aanwerven.
Art. 6. § 1er. L'entretien des locaux peut être confié à un prestataire externe dans le cadre d'un marché public de services.
  § 2. Lorsque l'entretien des locaux n'est pas confié à un prestataire externe dans le cadre d'un marché public, il peut également être confié à du personnel détaché au sens de l'article 9, § 1er du présent arrêté.
  § 3. Lorsque l'entretien des locaux n'est pas confié à un prestataire externe dans le cadre d'un marché public et qu'il n'est pas fait appel à du personnel détaché, chaque cabinet peut également engager du personnel sous contrat de travail à charge des services généraux du Service Public Régional de Bruxelles.
Art. 7. § 1. Het aantal leden van het in artikel 6, § 2 en § 3 bedoelde onderhoudspersoneel wordt voor de minister-president vastgesteld op 7 voltijdse equivalenten en voor de ministers en staatssecretarissen op 5 voltijdse equivalenten.
  § 2. Daarnaast mogen de kabinetten die gevestigd zijn aan de Regentlaan 21-23, onder de in artikel 6, § 3 van dit besluit bepaalde voorwaarden elk een voltijdse equivalent voor het onthaal op het gelijkvloers van dat gebouw aanwerven.
Art. 7. § 1er. Le nombre du personnel d'entretien visé à l'article 6, § § 2 et 3, est fixé à 7 équivalents temps plein pour le Ministre-Président et à 5 équivalents temps plein pour les Ministres et Secrétaires d'Etat.
  § 2. Chacun des cabinets situé au boulevard du Régent 21-23 peut en outre engager aux conditions prévues à l'article 6, § 3, du présent arrêté, un équivalent temps plein affecté à l'accueil au rez-de-chaussée de ce bâtiment.
Afdeling 4. - Het voor de werking van de kabinetten noodzakelijke personeel
Section 4. - Le personnel nécessaire au fonctionnement des cabinets
Art. 8. § 1. Elk kabinet kan, naast het in de artikelen 3 tot 7 bedoelde personeel, beschikken over tolken, vertalers, documentalisten of informatici die nodig zijn voor de werking van de regering en voor het overmaken van de stukken in de beide landstalen, alsmede voor de kennisgeving, de behandeling, de administratieve opvolging en het archiveren van de beraadslagingen van de regering.
  Hun aantal wordt vastgesteld op 5 voor de minister-president en op 3 voor de ministers en staatssecretarissen. Dit personeel wordt ingehuurd op grond van arbeidsovereenkomsten ten laste van de algemene diensten van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel.
  § 2. Naargelang van de behoeften kan de regering evenwel een beroep doen op een privéfirma om van de diensten van tolken of informatici gebruik te maken. In dat geval dient de gemotiveerde beslissing inzake de overheidsopdracht de prijs van de uurprestaties ten laste van de algemene diensten van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel te vermelden. Die beslissing wordt getroffen met het akkoord van de minister-president en van de ministers die bevoegd zijn voor de begroting en de ambtenarenzaken.
Art. 8. § 1er. Chaque cabinet peut, outre le personnel visé aux articles 3 à 7, disposer des interprètes, traducteurs, documentalistes ou informaticiens nécessaires au fonctionnement du Gouvernement et à la transmission des pièces dans les deux langues nationales ainsi qu'à la notification, au traitement, au suivi administratif et à l'archivage des délibérations du Gouvernement.
  Leur nombre est fixé à 5 pour le Ministre-Président, et 3 pour les Ministres et Secrétaires d'Etat. Ce personnel est engagé sous contrat de travail à charge des services généraux du Service Public Régional de Bruxelles.
  § 2. Toutefois, selon ses besoins, le Gouvernement peut faire appel à une firme privée pour bénéficier des services d'interprètes ou d'informaticiens. En ce cas, la décision motivée du marché public mentionnera le prix des prestations horaires à charge des services généraux du Service Public régional de Bruxelles. Cette disposition est prise de l'accord du Ministre-Président et des Ministres qui ont le budget et la fonction publique dans leurs attributions.
HOOFDSTUK 4. - Toegang en benoeming
CHAPITRE 4. - Accès et nomination
Afdeling 1. - Toegang
Section 1er. - Accès
Art. 9. § 1. De personeelsleden die behoren tot de diensten van de regering zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 maart 2015 tot regeling van de naamswijziging van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, tot de Brusselse instellingen van openbaar nut en tot de publiekrechtelijke gewestelijke vennootschappen waarvoor het Gewest werkingstoelagen toekent, kunnen op verzoek van de leden van de regering en van de staatssecretarissen naar hun kabinet worden gedetacheerd.
  § 2. Rijksambtenaren, ambtenaren van een Gemeenschap of van een Gewest, en personeelsleden van de andere overheidsdiensten, van de instellingen van openbaar nut of van de gesubsidieerde onderwijsinstellingen met om het even welke rang kunnen worden gedetacheerd als kabinetspersoneelslid zoals bedoeld in artikel 3 van dit besluit.
  Rijksambtenaren, ambtenaren van een Gemeenschap of van een Gewest, en personeelsleden van de andere overheidsdiensten, van de instellingen van openbaar nut of van de gesubsidieerde onderwijsinstellingen kunnen ook worden gedetacheerd als kabinetsmedewerker, als personeelslid voor het onderhoud van de kabinetslokalen of als voor de kabinetswerking noodzakelijk personeelslid in de zin van de artikelen 4 en 6, § 2 en 8, § 1 van dit besluit. Het niveau van die personeelsleden mag echter niet hoger zijn dan niveau A1. Deze maatregel is binnen dezelfde perken van toepassing op de houders van gelijkwaardige graden die tot de andere overheidsdiensten, de instellingen van openbaar nut of de gesubsidieerde onderwijsinstellingen behoren.
  § 3. De personeelsleden van de overheidsdiensten, van de instellingen van openbaar nut of van de gesubsidieerde onderwijsinstellingen die in een kabinet worden opgenomen, mogen hun functie niet verder blijven uitoefenen, noch er de bevoegdheden van waarnemen.
  De personeelsleden van de diensten die onder de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vallen, komen in aanmerking voor bevordering in hun administratie en nemen hun functie weer op bij het einde van hun opdracht.
  § 4. Wanneer er geen sprake is van een detachering overeenkomstig § 1 en § 2 van dit artikel, steunt de arbeidsverhouding op een eenzijdige aanstelling sui generis die niet onderworpen is aan de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, behalve in de uitzonderingsgevallen als bedoeld in dit besluit.
Art. 9. § 1er. Les membres du personnel des services du Gouvernement tels que visés à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 19 mars 2015 réglant le changement d'appellation du Ministère de la Région de Bruxelles-Capitale, des organismes d'intérêt public bruxellois ainsi que des sociétés régionales de droit public pour lesquelles des subventions de fonctionnement sont octroyées par la Région peuvent, à la demande des membres du Gouvernement et des secrétaires d'Etat, être détachés auprès de leur cabinet.
  § 2. Peuvent être détachés en tant que membres du personnel du cabinet visés à l'article 3 du présent arrêté, quel que soit leur rang, les agents de l'Etat, d'une Communauté ou d'une Région, ainsi que ceux des autres services publics, des organismes d'intérêt public ou des établissements d'enseignement subventionné.
  Les agents de l'Etat, d'une Communauté ou d'une Région, ainsi que ceux des autres services publics, des organismes d'intérêt public ou des établissements d'enseignement subventionné peuvent également être détachés en tant qu'agents des cabinets, personnel d'entretien des locaux des cabinets ou personnel nécessaire au fonctionnement des cabinets au sens des articles 4 et 6, § 2 et 8, § 1er, du présent arrêté Toutefois, ces membres du personnel ne peuvent être d'un niveau supérieur au niveau A1. Cette mesure s'applique dans les mêmes limites aux titulaires de grades équivalents appartenant aux autres services publics, aux organismes d'intérêt public ou aux établissements d'enseignement subventionné.
  § 3. Les membres du personnel des services publics, des organismes d'intérêt public ou des établissements d'enseignement subventionné, appelés à faire partie d'un cabinet, ne peuvent rester en fonction dans leur emploi, ni continuer à en exercer les attributions.
  Les membres du personnel des services qui relèvent de la compétence de la Région de Bruxelles-Capitale participent à l'avancement dans leur administration et y reprennent leur emploi à la fin de leur mission.
  § 4. Lorsqu'il n'y a pas de détachement conformément aux § § 1er et 2 du présent article, la relation de travail s'inscrit dans le cadre d'une désignation unilatérale sui generis non soumise à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, sauf exceptions visées dans le présent arrêté.
Afdeling 2. - Benoeming
Section 2. - Nomination
Art. 10. Het in artikel 9 bedoelde kabinetspersoneel wordt benoemd door het betrokken lid van de regering of door de betrokken staatssecretaris.
  De ministeriële besluiten tot benoeming van de kabinetsleden en -medewerkers van de gewestelijke staatssecretarissen worden ter ondertekening voorgelegd aan de betrokken staatssecretaris en aan de minister of de ministers aan wie hij of zij is toegevoegd.
Art. 10. Le personnel de cabinet visé à l'article 9 est nommé par le membre du Gouvernement ou le Secrétaire d'Etat concerné.
  Les arrêtés ministériels portant nomination des membres et agents du cabinet des Secrétaires d'Etat régionaux sont soumis à la signature du Secrétaire d'Etat concerné et du ou des Ministres auquel il est adjoint.
HOOFDSTUK 5. - Bezoldigingen, premies, toelagen, vergoedingen en allerlei voordelen
CHAPITRE 5. - Rémunérations, primes, allocations, indemnités et avantages divers
Afdeling 1. - De bezoldiging
Section 1er. - De la rémunération
Art. 11. Aan de in artikel 3 bedoelde kabinetsleden die geen deel uitmaken van het personeel van de overheidsdiensten van de federale staat, van de Gemeenschappen en van de Gewesten of van de diensten van de Brusselse instellingen, wordt een kabinetstoelage toegekend die geldt als wedde en die vastgesteld wordt in de hiernavolgende schalen, welke van toepassing zijn op het personeel van de gewestelijke overheidsdiensten en weergegeven zijn in bijlage II bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel:
  - kabinetschef: schaal A500;
  - adjunct-kabinetschef: schaal A310;
  - kabinetsadviseur of opdrachthouder: schaal A300;
  - kabinetsattaché: schaal A101 of A102.
  De bezoldiging van de personeelsleden die behoren tot de diensten van de regering zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 maart 2015 tot regeling van de naamswijziging van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, tot de Brusselse instellingen van openbaar nut en tot de publiekrechtelijke gewestelijke vennootschappen waarvoor het Gewest werkingstoelagen toekent, blijft ten laste van de begroting van de administratieve overheid die de detachering toestaat.
Art. 11. Il est alloué aux membres des cabinets visés à l'article 3 et qui ne font pas partie du personnel des services publics de l'Etat fédéral, des Communautés et des Régions ou des services des institutions bruxelloises, une allocation de cabinet tenant lieu de traitement, fixée dans les échelles ci-après, applicables aux agents des services publics régionaux, et reprises à l'annexe II de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles :
  - directeur de cabinet : échelle A500;
  - directeur de cabinet adjoint : échelle A310;
  - conseiller de cabinet et chargé de mission : échelle A300;
  - attaché de cabinet : échelle A101 ou A102 .
  La rémunération des membres du personnel des services du Gouvernement tels que visés à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 19 mars 2015 réglant le changement d'appellation du Ministère de la Région de Bruxelles-Capitale, des organismes d'intérêt public bruxellois ainsi que des sociétés régionales de droit public pour lesquelles des subventions de fonctionnement sont octroyées par la Région reste à charge du budget de l'autorité administrative qui donne l'autorisation de leur détachement.
Art. 12. De in artikel 4 bedoelde kabinetsmedewerkers die geen deel uitmaken van het personeel van de federale staat, van de Gemeenschappen en van de Gewesten, van de diensten van de Brusselse instellingen en die belast zijn met de uitvoerende taken, alsmede het vak- en dienstpersoneel genieten een kabinetstoelage die geldt als wedde en die vastgesteld is binnen de perken van de minimum- en de maximumwedde in de met de uitgeoefende functie overeenstemmende schaal die van toepassing is op het personeel van de Brusselse gewestelijke overheidsdiensten.
Art. 12. Les agents des cabinets visés à l'article 4 et qui ne font pas partie du personnel de l'Etat fédéral, des Communautés et des Régions, des services des institutions bruxelloises et qui sont affectés aux travaux d'exécution, ainsi que les gens de métier et de service, bénéficient d'une allocation de cabinet tenant lieu de traitement fixée dans les limites du traitement minimum et du traitement maximum de l'échelle applicable aux agents des services publics régionaux de Bruxelles correspondant à la fonction exercée.
Art. 13. Aan het onderhoudspersoneel bedoeld in art. 6, § 3 wordt een als wedde geldende kabinetstoelage in schaal D103 toegekend, met daarbovenop een verhoging afhankelijk van de jaren anciënniteit berekend op basis van de regels die bepaald zijn voor het personeel van de Brusselse gewestelijke overheidsdiensten.
Art. 13. Il est accordé au personnel d'entretien visé à l'art 6, § 3, une allocation de cabinet tenant lieu de traitement dans l'échelle D103 majoré en fonction des années d'ancienneté calculées selon les règles prévues pour les agents des services publics régionaux de Bruxelles.
Art. 14. Aan de in artikel 8, § 1 bedoelde personen die aangeworven zijn als vertaler of documentalist of informaticus, wordt een wedde toegekend in schaal A101 tegen 100% verhoogd met de werkelijke jaren anciënniteit van de betrokkenen in de functie waarvoor ze in dienst zijn genomen.
  Aan de in artikel 8, § 1 bedoelde personen die aangeworven zijn als tolk, wordt een wedde toegekend in schaal A210 tegen 100% verhoogd met de werkelijke jaren anciënniteit van de betrokkenen in de functie van tolk.
Art. 14. Il est accordé aux personnes visées à l'article 8, § 1er engagés comme traducteurs ou documentalistes ou informaticiens un traitement dans l'échelle A101 à 100 % majoré des années d'ancienneté des intéressés dans la fonction pour laquelle ils sont recrutés.
  Il est accordé aux personnes visées à l'article 8, § 1er et engagées comme interprète un traitement dans l'échelle A210 à 100 %, majoré des années d'ancienneté des intéressés dans la fonction d'interprète.
Afdeling 2. - Allerlei toelagen
Section 2. - Des allocations diverses
Art. 15. Het kabinetspersoneel heeft desgevallend recht op kinderbijslag, een geboortetoelage, een haard- of standplaatstoelage, vakantiegeld, een eindejaarstoelage, een tweetaligheidspremie en op elke andere toelage tegen het bedrag en onder de voorwaarden die voor het personeel van de gewestelijke overheidsdiensten gelden.
Art. 15. Le personnel des cabinets bénéficie, le cas échéant, des allocations familiales, de l'allocation de naissance, de l'allocation de foyer ou de résidence, du pécule de vacances, de l'allocation de fin d'année, de bilinguisme et de toute autre allocation aux taux et aux conditions prévus pour les agents des services publics régionaux.
Afdeling 3. - Verplaatsingsvergoedingen
Section 3. - Des indemnités liées aux déplacements
Art. 16. § 1. Met het oog op de toekenning van de verplaatsingsvergoedingen wordt de gelijkstelling van het kabinetspersoneel met de graden van de administratieve hiërarchie vastgesteld als volgt:
  - de kabinetschef met de ambtenaren van de rangen A4 tot A7;
  - de adjunct-kabinetschef, de kabinetsadviseurs en opdrachthouders met de ambtenaren van rang A3;
  - de kabinetssecretaris, de persoonlijke secretaris en de kabinetsattachés met de ambtenaren van rang A1;
  - het personeel belast met de uitvoerende taken en het vak- en dienstpersoneel met het personeel van de administraties die overeenstemmende functies uitoefenen.
  Deze gelijkstelling mag niet tot gevolg hebben dat de kabinetsleden en -medewerkers die tot het personeel van de administraties behoren, ondergebracht worden in een lagere categorie dan die welke met hun graad overeenstemt.
  § 2. De personeelsleden van de administraties van de federale staat, van een Gemeenschap of van een Gewest die deel uitmaken van een kabinet en die hun woonplaats buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben, kunnen op kosten van het Gewest een openbaar vervoersabonnement krijgen voor het traject van hun woonplaats naar de plaats waar het kabinet gevestigd is.
  De klasse van het abonnement wordt eventueel bepaald door de graad die het personeelslid in zijn administratie van herkomst bezit, overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten.
  § 3. De kabinetschef mag zijn persoonlijk voertuig gebruiken voor zijn dienstverplaatsingen.
  De andere kabinetspersoneelsleden kunnen ertoe gemachtigd worden hun persoonlijk voertuig te gebruiken.
  Zij moeten geen ritboekje bijhouden.
  Met uitzondering van de kabinetschef mag het totaal van het toegelaten gebruik van een persoonlijk voertuig niet meer bedragen dan 30.000 km per jaar en per kabinet en 6.000 km per jaar en per begunstigde.
Art. 16. § 1er. En vue de l'octroi des indemnités liées aux déplacements, l'assimilation du personnel des cabinets aux grades de la hiérarchie administrative est établie comme suit :
  - le directeur de cabinet aux fonctionnaires des rangs A4 à A7;
  - le directeur de cabinet adjoint, les conseillers de cabinet et chargés de mission aux fonctionnaires du rang A3;
  - le secrétaire de cabinet, le secrétaire particulier et les attachés de cabinet : aux fonctionnaires du rang A1;
  - le personnel affecté aux travaux d'exécution et les gens de métier et de service : au personnel des administrations exerçant des fonctions correspondantes.
  Cette assimilation ne peut avoir pour effet de ranger dans une catégorie inférieure à celle correspondant à leur grade, les membres et agents des cabinets appartenant au personnel des administrations.
  § 2. Les membres du personnel des administrations de l'Etat fédéral, d'une Communauté ou d'une Région qui font partie d'un cabinet et qui ont leur domicile en dehors de la Région de Bruxelles-Capitale, peuvent bénéficier, à charge de celle-ci, d'un abonnement sur le réseau de transport en commun pour le trajet de leur domicile au lieu où est établi le cabinet.
  La classe de l'abonnement est éventuellement déterminée par le grade dont l'agent est revêtu dans son administration d'origine, conformément à 1'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours.
  § 3. Le directeur de cabinet est autorisé à utiliser son véhicule personnel pour ses déplacements de service.
  Les autres membres du personnel des cabinets peuvent être autorisés à utiliser leur véhicule personnel.
  Ils sont dispensés de la tenue du livret de course.
  Le directeur de cabinet excepté, le total d'autorisations d'utiliser une voiture personnelle ne peut dépasser 30 000 km par an et par cabinet, et 6 000 km par an et par bénéficiaire.
Art. 17. Een soortgelijke regeling als die bepaald in artikel 16, § 2 kan worden toegepast op de kabinetsleden en -medewerkers die geen deel uitmaken van het personeel van de administraties van de federale staat, van een Gemeenschap of van een Gewest, maar wel behoren tot een rijksdienst, een andere overheidsdienst, een instelling van openbaar nut of een gesubsidieerde onderwijsinstelling.
Art. 17. Un régime analogue à celui prévu à l'article 16, § 2, peut-être appliqué aux membres et agents des cabinets qui, sans faire partie du personnel des administrations de l'Etat fédéral, d'une communauté ou d'une Région appartiennent toutefois à un service de l'Etat, à un autre service public, à un organisme d'intérêt public ou à un établissement d'enseignement subventionné.
Afdeling 4. - De kabinetspremie
Section 4. - De la prime de cabinet
Art. 18. Aan de in de artikelen 3 en 4 van dit besluit bedoelde kabinetsleden en -medewerkers kan een kabinetspremie worden toegekend die de onderstaande jaarbedragen niet mag overschrijden:
  - kabinetschef: 8.557 EUR;
  - adjunct-kabinetschef: 6.465 EUR;
  - kabinetsadviseur: 5.785 EUR;
  - kabinetsattaché: 3.403 EUR;
  - personeel belast met de uitvoerende taken en vak- en dienstpersoneel: 2.382 EUR.
Art. 18. Il peut être accordé aux membres et aux agents des cabinets visés aux articles 3 et 4 du présent arrêté une prime de cabinet qui ne peut dépasser les taux annuels suivants :
  - directeur de cabinet : 8.557 EUR;
  - directeur de cabinet adjoint : 6.465 EUR;
  - conseiller de cabinet : 5.785 EUR;
  - attaché de cabinet : 3.403 EUR;
  - personnel affecté aux travaux d'exécution et gens de métier et de services : 2.382 EUR.
Afdeling 5. - De deskundigheidspremie
Section 5. - De la prime d'expertise
Art. 19. Onverminderd de in artikel 18 bedoelde kabinetspremie kan aan de in de artikelen 3 en 4 van dit besluit bedoelde kabinetspersoneelsleden en -medewerkers, met uitzondering van de chauffeurs, een deskundigheidspremie worden toegekend die niet hoger mag liggen dan de voor het personeel van de gewestelijke overheidsdiensten gehanteerde schaal A700, verhoogd met de kabinetspremie die overeenstemt met de functie van kabinetschef, zoals bedoeld in artikel 18 van dit besluit.
  De toewijzing van deze deskundigheidspremie wordt vastgesteld binnen de perken van de begrotingsmiddelen die daarvoor zijn toegekend.
  Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit wordt de deskundigheidspremie gelijkgesteld met de regeling die van toepassing is op de in artikel 18 bedoelde kabinetspremie.
Art. 19. Sans préjudice de la prime de cabinet visée à l'article 18, à l'exclusion des chauffeurs, il peut être accordé aux membres du personnel et aux agents des cabinets visés aux articles 3 et 4 du présent arrêté, une prime d'expertise qui ne peut dépasser l'échelle A700 applicable au personnel des services publics régionaux, augmentée de la prime de cabinet correspondant à la fonction de directeur de cabinet telle que visée à l'article 18 du présent arrêté.
  L'allocation de cette prime d'expertise est fixée dans les limites des moyens budgétaires octroyés à cet effet.
  Pour l'application des dispositions du présent arrêté, la prime d'expertise est assimilée au régime applicable à la prime de cabinet visée à l'article 18.
Afdeling 6. - Bijzonder geval en verantwoordelijkheid voor de terugbetaling van de bezoldiging
Section 6. - Cas particulier et responsabilité du remboursement de la rémunération
Art. 20. De geldelijke toestand van de kabinetspersoneelsleden die geen deel uitmaken van het personeel van de overheidsdiensten van de federale staat, van de Gemeenschappen en van de Gewesten en van de diensten van de Brusselse instellingen, maar die wel behoren tot een rijksdienst, een andere overheidsdienst, een instelling van openbaar nut of een gesubsidieerde onderwijsinstelling, wordt geregeld als volgt:
  1° wanneer de werkgever ermee instemt de wedde verder te blijven uitbetalen, ontvangt de betrokkene de kabinetspremie en desgevallend de deskundigheidspremie die bepaald zijn in de artikelen 18 en 19 van dit besluit. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betaalt de wedde van het kabinetslid of de kabinetsmedewerker, desgevallend vermeerderd met de werkgeversbijdragen, eventueel terug aan de dienst van herkomst; de ten laste te nemen wedde mag evenwel niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de weddeschaal die door de artikelen 11 en 12 voor de overeenstemmende graad is bepaald;
  2° wanneer de werkgever de uitbetaling van de wedde schorst, ontvangt de betrokkene de als wedde geldende kabinetstoelage zoals bedoeld in de artikelen 11 en 12 van dit besluit.
  Deze toelage mag evenwel niet hoger zijn dan het bedrag van de wedde verhoogd met de toelage die de betrokkene zou ontvangen indien de in 1° van dit artikel vervatte bepalingen op hem van toepassing zouden zijn.
Art. 20. La situation pécuniaire des membres du personnel du cabinet qui ne font pas partie du personnel des services publics de l'Etat fédéral, des Communautés et des Régions et des services des Institutions bruxelloises, mais qui appartiennent à un service de l'Etat, à un autre service public, à un organisme d'intérêt public ou à un établissement d'enseignement subventionné, est réglée comme suit :
  1° lorsque l'employeur consent à poursuivre le paiement du traitement, l'intéressé obtient la prime de cabinet et le cas échéant la prime d'expertise prévues aux articles 18et 19 du présent arrêté. La Région de Bruxelles-Capitale rembourse éventuellement au service d'origine le traitement du membre ou agent du cabinet augmenté, le cas échéant, des charges patronales; le traitement à prendre en charge ne peut néanmoins excéder le montant maximum de l'échelle de traitement prévue, pour le grade correspondant, par les articles 11 et 12;
  2° lorsque l'employeur suspend le paiement du traitement, l'intéressé obtient l'allocation de cabinet tenant lieu de traitement visée aux articles 11 et 12 du présent arrêté.
  Cette allocation ne peut cependant pas dépasser le montant du traitement majoré de l'allocation que l'intéressé obtiendrait au cas où les dispositions présentes au 1° du présent article lui seraient applicables.
Art. 21. De terugbetaling van de bezoldiging van de personeelsleden van de overheidsdiensten van de federale staat, van de Gemeenschappen en van de Gewesten die gedetacheerd zijn bij het kabinet van een lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering of van een gewestelijke staatssecretaris, geschiedt overeenkomstig de modaliteiten vastgelegd door de betrokken federale, gewest- of gemeenschapsregering.
Art. 21. Le remboursement de la rémunération des membres du personnel des services publics de l'Etat fédéral, des Communautés et des Régions détachés dans le cabinet d'un membre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ou d'un secrétaire d'Etat régional, est effectué conformément aux modalités fixées par le Gouvernement fédéral, régional ou communautaire concerné.
Afdeling 7. - De kabinetschauffeurs
Section 7. - Des chauffeurs des cabinets
Art. 22. Aan de autobestuurders van de kabinetten worden toegekend:
  1° een forfaitaire maandelijkse toelage van 272 EUR;
  2° een forfaitaire vergoeding met een maximumbedrag van 2.478 EUR per jaar.
  De forfaitaire maandelijkse toelage wordt gebracht op 476 EUR voor de persoonlijke chauffeur van het lid van de regering of van de staatssecretaris. Het bijkomende bedrag van 204 EUR dekt de buitengewone bijkomende prestaties waartoe de verplaatsingen van het lid van de regering of van de staatssecretaris aanleiding geven. Die kan naargelang van de geleverde prestaties de toekenning van dat bijkomende bedrag wijzigen en het verdelen tussen de chauffeurs van het kabinet.
  In principe kan hen geen enkele andere toelage of vergoeding dan die welke bepaald zijn in de afdelingen 1 en 2 van dit hoofdstuk, worden toegekend.
Art. 22. Il est accordé aux chauffeurs de voiture des cabinets :
  1° une allocation forfaitaire mensuelle de 272 EUR;
  2° une indemnité forfaitaire d'un montant maximum de 2.478 EUR par an.
  L'allocation forfaitaire mensuelle est portée à 476 EUR pour le chauffeur personnel du membre du Gouvernement ou du Secrétaire d'Etat, le supplément de 204 EUR couvrant le surcroît de prestations extraordinaires auquel donnent lieu les déplacements du membre du Gouvernement ou du Secrétaire d'Etat. Celui-ci peut, d'après les prestations accomplies, modifier l'attribution de ce supplément et en opérer la répartition entre les chauffeurs du cabinet.
  Aucune autre allocation ou indemnité que celles prévues aux sections 1 et 2 du présent chapitre ne peut en principe leur être accordée.
Art. 23. De minister of de staatssecretaris kan aan de chauffeurs, aan het personeel belast met het onthaal, aan de schoonmaaksters en aan het keukenpersoneel evenwel een forfaitaire vergoeding toekennen voor aangepaste kledij of uitrusting.
Art. 23. Toutefois, le Ministre ou le Secrétaire d'Etat peut accorder aux chauffeurs, au personnel préposé à l'accueil, aux techniciens de surface et au personnel de cuisine, une indemnité forfaitaire pour tenue ou équipement approprié.
Afdeling 8. - Financiële modaliteiten met betrekking tot de uitbetaling van de vergoedingen en toelagen
Section 8. - Modalités financières de paiement des indemnités et allocations
Art. 24. De vergoedingen, premies en toelagen die bepaald zijn in de artikelen 11, 12, 15, 18, 19 en 21 worden maandelijks na verloop van de termijn uitbetaald. De vergoeding of de toelage van de maand is gelijk aan 1/12de van het jaarbedrag. Wanneer de vergoeding of de toelage van de maand niet volledig verschuldigd is, wordt zij in dertigsten uitbetaald overeenkomstig de regel bepaald in het geldelijk statuut van het personeel van de Brusselse gewestelijke overheidsdiensten.
  § 2. De vergoedingen en toelagen bepaald in de artikelen 11, 12, 15, 18, 19 en 21 zijn gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de nadere regels vastgesteld bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel van koppeling aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. Daartoe zijn zij gekoppeld aan het indexcijfer 138,01.
Art. 24. Les indemnités, primes et allocations prévues aux articles 11, 12, 15, 18, 19 et 21 sont payées mensuellement à terme échu. L'indemnité ou l'allocation du mois est égale à 1/12 du montant annuel. Lorsque l'indemnité ou l'allocation du mois n'est pas due entièrement, elle est payée en trentième, conformément à la règle prévue par le statut pécuniaire du personnel des services publics régionaux de Bruxelles.
  § 2. Les indemnités et allocations prévues aux articles 11, 12, 15, 18, 19 et 21 sont liées aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation, conformément aux modalités fixées par la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation; à cet effet, elles sont rattachées à l'indice 138,01.
Afdeling 9. - Telefoon en internet
Section 9. - Téléphonie et Internet
Art. 25. Op voorlegging van een schuldvordering goedgekeurd door het betrokken lid van de regering of de betrokken staatssecretaris kunnen de abonnementskosten voor vaste telefoonverbinding en internetaansluiting ten laste genomen worden door het kabinet of aan het personeel van de ministeriële kabinetten worden terugbetaald. Ook de abonnementskosten voor de aansluiting op het mobiele telefoonnet en de desbetreffende gesprekskosten kunnen op forfaitaire basis door het kabinet ten laste worden genomen.
Art. 25. Sur présentation d'une déclaration de créance approuvée par le membre du Gouvernement ou le Secrétaire d'Etat concerné, les frais d'abonnement au réseau de téléphonie fixe et d'Internet peuvent être pris en charge par le cabinet ou remboursés au personnel des cabinets ministériels. Les frais d'abonnement au réseau de téléphonie mobile et de communications peuvent également être pris en charge par le cabinet sur une base forfaitaire.
Afdeling 10. - Hospitalisatieverzekering
Section 10. - Assurance- hospitalisation
Art. 26. De ministeriële kabinetten mogen op basis van een overheidsopdracht een hospitalisatieverzekering afsluiten ten gunste van de verschillende personeelscategorieën die er werken, met uitzondering van degenen die als gedetacheerden recht hebben op een hospitalisatieverzekering aangegaan door hun administratie van herkomst of door de sociale dienst waar zij onder vallen.
Art. 26. Les cabinets ministériels sont autorisés à souscrire par la voie d'un marché public une assurance-hospitalisation en faveur des diverses catégories de personnel qui les composent à l'exception de ceux qui, par la voie du détachement, bénéficient d'une assurance-hospitalisation souscrite par leur administration d'origine ou leur service social correspondant.
HOOFDSTUK 6. - Het einde van de arbeidsverhouding
CHAPITRE 6. - De la fin de la relation de travail
Art. 27. § 1. Het lid van de Regering of de staatssecretaris, die daarvoor het akkoord nodig heeft van de minister aan wie hij of zij is toegevoegd, kan volgens de hierna bepaalde voorwaarden een forfaitaire vertrektoelage toekennen aan de personen die een functie in een kabinet hebben vervuld en die geen beroepsinkomen, vervangingsinkomen of rustpensioen hebben.
  Een overlevingspensioen of sociale steun toegekend door een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt niet beschouwd als een vervangingsinkomen.
  § 2. Deze forfaitaire toelage omvat:
  - een maand kabinetstoelage geldend als wedde voor een ononderbroken activiteitsperiode van drie tot zes maanden;
  - twee maanden kabinetstoelage geldend als wedde voor een ononderbroken activiteitsperiode van zes maanden tot één jaar;
  - drie maanden kabinetstoelage geldend als wedde voor een ononderbroken activiteitsperiode van één jaar tot achttien maanden;
  - vier maanden kabinetstoelage geldend als wedde voor een ononderbroken activiteitsperiode van achttien maanden tot twee jaar;
  - vijf maanden kabinetstoelage geldend als wedde voor een ononderbroken activiteitsperiode van meer dan twee jaar.
  § 3. De vertrektoelage wordt in schijven van een maand uitbetaald. De begunstigde moet iedere maand een verklaring onder ede indienen, die vaststelt dat hij gedurende de betrokken periode hetzij geen enkele beroepsactiviteit uitgeoefend heeft, hetzij de voorwaarden bepaald in § 4 vervult.
  § 4. In afwijking van § 1 kan het lid van de regering of de staatssecretaris, die daarvoor het akkoord nodig heeft van de minister aan wie hij of zij is toegevoegd, een forfaitaire vertrektoelage toekennen aan de personen die in zijn of haar kabinet een functie hebben vervuld en die hetzij uitsluitend een of meerdere deeltijds uitgeoefende functies bekleden bij een overheidsdienst of een gesubsidieerde onderwijsinstelling, hetzij van de Schatkist een of meerdere pensioenen voor een of meerdere onvolledige loopbanen ontvangen, hetzij een werkloosheidsuitkering ontvangen. In die gevallen wordt de vertrektoelage overeenkomstig § 2 vastgesteld en, naargelang het geval, verminderd met het totaalbedrag dat aan een betrokkene voor de overeenstemmende periode verschuldigd is, hetzij ter vergoeding van onvolledige functies, hetzij als pensioen of werkloosheidsuitkering. De berekeningen worden uitgevoerd op basis van brutobedragen.
  § 5. De toelagen, premies en vergoedingen bepaald in de artikelen 18, 19 en 22 worden niet in aanmerking genomen voor de vaststelling van de vertrektoelage. Er is geen vertrektoelage verschuldigd aan personen die vrijwillig hun functie stopzetten.
Art. 27. § 1er. Le membre du Gouvernement ou le Secrétaire d'Etat, avec l'accord du ministre auquel il est adjoint, peut accorder suivant les conditions reprises ci-après, une allocation forfaitaire de départ aux personnes qui ont occupé une fonction dans un cabinet et qui ne bénéficient d'aucun revenu professionnel ou revenu de remplacement ou d'une pension de retraite.
  Une pension de survie ou des aides sociales accordées par un centre public d'action sociale ne sont pas considérées comme des revenus de remplacement.
  § 2. Cette allocation forfaitaire comprend :
  - un mois d'allocation de cabinet tenant lieu de traitement pour une période d'activité ininterrompue de trois à six mois;
  - deux mois d'allocation de cabinet tenant lieu de traitement pour une période d'activité ininterrompue de six mois à un an;
  - trois mois d'allocation de cabinet tenant lieu de traitement pour une période d'activité ininterrompue d'un an à dix-huit mois;
  - quatre mois d'allocation de cabinet tenant lieu de traitement pour une période d'activité ininterrompue de dix-huit mois à deux ans;
  - cinq mois d'allocation de cabinet tenant lieu de traitement pour une période d'activité ininterrompue de deux ans et plus.
  § 3. L'allocation de départ est payée par mensualités. Le bénéficiaire doit introduire chaque mois une déclaration sur l'honneur, établissant que, pour la période concernée, soit, il n'a pas exercé une activité professionnelle, soit il se trouve dans les conditions prévues au § 4.
  § 4. Par dérogation au § 1er, le membre du Gouvernement ou le Secrétaire d'Etat, avec l'accord du ministre auquel il est adjoint, peut accorder une allocation forfaitaire de départ aux personnes qui ont exercé des fonctions dans son cabinet et qui soit sont titulaires exclusivement d'une ou plusieurs fonctions exercées à temps partiel dans un service public ou dans un établissement d'enseignement subventionné, soit d'une ou plusieurs pensions à charge du Trésor, se rapportant à une ou plusieurs carrières incomplètes, soit bénéficient d'allocations de chômage. Dans ces cas, l'allocation de départ est fixée, conformément au § 2 et diminuée, selon le cas, de la somme totale qui est due à un intéressé pour la période correspondante, soit en rétribution de fonctions incomplètes, soit à titre de pension ou d'allocation de chômage. Les calculs sont effectués sur des montants bruts.
  § 5. Les allocations, primes et indemnités prévues aux articles 18, 19 et 22 ne sont pas prises en considération pour la fixation de l'allocation de départ. Il n'est dû aucune allocation de départ aux personnes qui cessent leurs fonctions de leur plein gré.
HOOFDSTUK 7. - Gebouwen en materiaal van de kabinetten
CHAPITRE 7. - Bâtiments et matériel des cabinets
Art. 28. Wanneer de door de leden van de regering en de staatssecretarissen gebruikte gebouwen geen eigendom zijn van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, stellen de algemene diensten van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, ten laste van hun begroting, de voor de werking noodzakelijke gebouwen ter beschikking van de regering.
  Deze beslissing wordt door de regering getroffen op voorstel van de ministers die bevoegd zijn voor ambtenarenzaken en openbare werken.
Art. 28. Lorsque les bâtiments occupés par les membres du Gouvernement et les Secrétaires d'Etat ne sont pas la propriété de la Région de Bruxelles-Capitale, les services généraux du Service Public Régional de Bruxelles mettent à la disposition du Gouvernement, à charge de leur budget, les locaux nécessaires à son fonctionnement.
  Cette disposition est prise par le Gouvernement sur proposition des Ministres ayant la Fonction publique et les Travaux publics dans leurs attributions.
Art. 29. Het "Informaticacentrum voor het Brussels Gewest" stelt het informatica-, telecommunicatie- en fotokopieermateriaal ter beschikking van de regering. Het staat in voor het onderhoud ervan.
Art. 29. Le "Centre d'informatique pour la Région bruxelloise" met à la disposition du Gouvernement, le matériel informatique, de télécommunication et de photocopies. Il en assure la maintenance.
HOOFDSTUK 8. - Onderrichtingen en dienstorders
CHAPITRE 8. - Instructions et ordres de service
Art. 30. § 1. De kabinetschef deelt de onderrichtingen en de dienstorders van het lid van de regering of van de staatssecretaris langs hiërarchische weg mee. In dringende gevallen kan hij van deze regel afwijken mits de leidende ambtenaar van de desbetreffende administratie, overheidsdienst of instelling van openbaar nut daarvan onverwijld op de hoogte wordt gebracht.
  § 2. De andere kabinetsleden en -medewerkers mogen slechts handelen met de desbetreffende administratie, overheidsdienst of instelling van openbaar nut langs de kabinetschef om of met zijn toestemming.
Art. 30. § 1er. Le directeur de cabinet communique les instructions et les ordres de service du membre du Gouvernement ou du Secrétaire d'Etat, par la voie hiérarchique. En cas d'urgence, il peut déroger à cette règle sous réserve d'en informer sans délai le fonctionnaire dirigeant de l'administration, du service public ou de l'organisme d'intérêt public concerné.
  § 2. Les autres membres et agents du cabinet ne peuvent traiter avec l'administration, le service ou l'organisme d'intérêt public concernés, que par l'intermédiaire du directeur de cabinet ou avec son autorisation.
HOOFDSTUK 9. - Diverse bepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions diverses
Art. 31. Een kabinetschef kan er bij besluit van de regering toe gemachtigd worden de eretitel van zijn functie te dragen, op voorwaarde dat hij deze gedurende ten minste twee jaar heeft uitgeoefend.
Art. 31. Le directeur de cabinet peut être autorisé par un arrêté du Gouvernement à porter le titre honorifique de ses fonctions, à condition de les avoir exercées durant deux années au moins.
Art. 32. Aan het einde van de legislatuur of in geval van ontslag wordt aan elk uittredend regeringslid dat en aan elke uittredende staatssecretaris die niet langer een minister- of staatssecretarisschap uitoefent, voor een periode van twee jaar een medewerker wiens rang niet hoger is dan die van adviseur ter beschikking gesteld, voor zover het regeringslid of de staatssecretaris dat uitvoerend mandaat gedurende de volledige gewestelijke legislatuur heeft uitgeoefend.
  Is dat niet het geval, dan wordt de maximumduur van de terbeschikkingstelling verkort in verhouding tot de duur van het uitgeoefende uitvoerend mandaat.
  Wanneer een regeringslid of staatssecretaris na het beëindigen van zijn of haar ambt lid van een wetgevende assemblee wordt, wordt geen personeel ter beschikking gesteld.
Art. 32. En fin de législature, ou en cas de démission, il est mis à disposition de chaque membre du Gouvernement et Secrétaire d'Etat, sortant de charge et n'exerçant plus de fonction de ministre ou de secrétaire d'Etat, un collaborateur dont le rang ne dépasse pas celui de conseiller et ce, pour une période de deux ans, pour autant que le membre du Gouvernement ou le Secrétaire d'Etat ait exercé ce mandat exécutif durant l'entièreté de la législature régionale.
  Dans le cas contraire, la durée maximale de la mise à disposition est réduite au prorata de la durée de l'exercice du mandat exécutif.
  Aucune mise à disposition de personnel n'est octroyée lorsqu'un membre du Gouvernement ou Secrétaire d'Etat devient membre d'une assemblée législative après la cessation de ses fonctions.
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen en inwerkingtreding
CHAPITRE 10. - Dispositions finales et entrée en vigueur
Art. 33. Er mag niet worden afgeweken van de bepalingen van dit besluit tenzij met het akkoord van de regering. Indien een afwijking een verhoging van de voor het kabinet van een minister of van een staatssecretaris bestemde kredieten vergt, is tevens de voorafgaande akkoordbevinding van de minister die bevoegd is voor de begroting vereist.
Art. 33. Il ne peut être dérogé aux dispositions du présent arrêté que de l'accord du Gouvernement. Si une dérogation nécessite un accroissement des crédits réservés au cabinet d'un Ministre ou d'un Secrétaire d'Etat, l'accord préalable du ministre qui a le budget dans ses attributions est également requis.
Art. 34. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 juli 2014 tot vaststelling van de samenstelling en de werking van de kabinetten van de leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en van de gewestelijke staatssecretarissen wordt opgeheven.
Art. 34. L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 20 juillet 2014 déterminant la composition et le fonctionnement des cabinets des membres du Gouvernement régional de Bruxelles-Capitale et des Secrétaires d'Etat régionaux, est abrogé.
Art. 35. Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad met uitzondering van artikel 3, § 3 dat in de volgende gewestelijke legislatuur in werking zal treden.
Art. 35. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge à l'exception de l'article 3, § 3 qui entrera en vigueur lors de la prochaine législature régionale.