Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 april 2013, 24 april 2014, 29 januari 2016, 18 januari 2019 en 15 november 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt:
" § 2. In afwijking van § 1, zijn de bepalingen van titel III, hoofdstuk I, van titel IV en van titel VI van dit besluit niet van toepassing op:
1° de militair die in mobiliteit of gebezigd is;
2° de militair die ter beschikking gesteld is, hetzij bij de geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, hetzij bij een openbare dienst;
3° de militair die een functie bekleedt waarvan de bezoldiging niet gedragen wordt door de begroting van Defensie;
4° de militair in de deelstand "in vorming", met uitzondering van de kandidaat-militair tijdens een afwachtingsstage of een afwachtingsperiode.";
b) in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "het eerste lid, 3°, " vervangen door de woorden "het eerste lid, 4°, ";
c) in paragraaf 2, tweede lid, wordt de bepaling onder 6° opgeheven.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 FEBRUARI 2022. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier
Titre
23 FEVRIER 2022. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 18 mars 2003 relatif au statut pécuniaire des militaires de tous rangs et au régime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (31)
Texte (31)
Hoofdstuk 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier
Chapitre 1er. - Modification de l'arrêté royal du 18 mars 2003 relatif au statut pécuniaire des militaires de tous rangs et au régime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier
Article 1er. Dans l'article 1er de l'arrêté royal du 18 mars 2003 relatif au statut pécuniaire des militaires de tous rangs et au régime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier, modifié par les arrêtés royaux des 9 avril 2013, 24 avril 2014, 29 janvier 2016, 18 janvier 2019 et 15 novembre 2020, les modifications suivantes sont apportées:
a) le paragraphe 2, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit:
" § 2. En dérogation au § 1er, les dispositions du titre III, chapitre Ier, du titre IV et du titre VI du présent arrêté ne sont pas d'application:
1° au militaire qui est en mobilité ou utilisé;
2° au militaire qui est mis à la disposition, soit du service de police intégré, structuré à deux niveaux, soit d'un service public;
3° au militaire qui occupe une fonction dont la rémunération n'est pas supportée par le budget de la Défense;
4° au militaire dans la sous-position "en formation", à l'exception du candidat militaire pendant un stage d'attente ou une période d'attente.";
b) dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "l'alinéa 1er, 3°, " sont remplacés par les mots "l'alinéa 1er, 4°, ";
c) dans le paragraphe 2, alinéa 2, le 6° est abrogé.
a) le paragraphe 2, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit:
" § 2. En dérogation au § 1er, les dispositions du titre III, chapitre Ier, du titre IV et du titre VI du présent arrêté ne sont pas d'application:
1° au militaire qui est en mobilité ou utilisé;
2° au militaire qui est mis à la disposition, soit du service de police intégré, structuré à deux niveaux, soit d'un service public;
3° au militaire qui occupe une fonction dont la rémunération n'est pas supportée par le budget de la Défense;
4° au militaire dans la sous-position "en formation", à l'exception du candidat militaire pendant un stage d'attente ou une période d'attente.";
b) dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "l'alinéa 1er, 3°, " sont remplacés par les mots "l'alinéa 1er, 4°, ";
c) dans le paragraphe 2, alinéa 2, le 6° est abrogé.
Art. 2. Het opschrift van titel II van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met de woorden "en de loopbaantoelage".
Art. 2. L'intitulé du titre II du même arrêté, est complété par les mots "et à l'allocation de carrière".
Art. 3. Het opschrift van hoofdstuk I van titel II van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met de woorden "en de loopbaantoelage".
Art. 3. L'intitulé du chapitre Ier du titre II du même arrêté, est complété par les mots "et de l'allocation de carrière".
Art. 4. In het hetzelfde besluit wordt een artikel 6bis ingevoegd, luidende:
"Art. 6bis. De militair geniet naast zijn basiswedde van een loopbaantoelage waarvan het jaarbedrag in euro wordt bepaald in bijlage D bij dit besluit, per baremische categorie, per graad en volgens de tussentijdse weddenverhogingen verworven volgens de bepalingen van dit besluit.
De loopbaantoelage wordt samen met de wedde ten bedrage van één twaalfde van het jaarbedrag na de vervallen termijn betaald.
De loopbaantoelage wordt verminderd overeenkomstig dezelfde regels en in dezelfde mate als de wedde van de maand waarop zij betrekking heeft.".
"Art. 6bis. De militair geniet naast zijn basiswedde van een loopbaantoelage waarvan het jaarbedrag in euro wordt bepaald in bijlage D bij dit besluit, per baremische categorie, per graad en volgens de tussentijdse weddenverhogingen verworven volgens de bepalingen van dit besluit.
De loopbaantoelage wordt samen met de wedde ten bedrage van één twaalfde van het jaarbedrag na de vervallen termijn betaald.
De loopbaantoelage wordt verminderd overeenkomstig dezelfde regels en in dezelfde mate als de wedde van de maand waarop zij betrekking heeft.".
Art. 4. Dans le même arrêté, il est inséré un article 6bis rédigé comme suit:
"Art. 6bis. Le militaire bénéficie, en plus de son traitement de base, d'une allocation de carrière dont le montant annuel en euro est fixé dans l'annexe D au présent arrêté, par catégorie barémique, par grade et selon les augmentations intercalaires acquises suivant les dispositions du présent arrêté.
L'allocation de carrière est payée avec le traitement à terme échu, à raison d'un douzième du montant annuel.
L'allocation de carrière est réduite conformément aux mêmes règles et dans la même mesure que le traitement du mois auquel elle se rapporte.".
"Art. 6bis. Le militaire bénéficie, en plus de son traitement de base, d'une allocation de carrière dont le montant annuel en euro est fixé dans l'annexe D au présent arrêté, par catégorie barémique, par grade et selon les augmentations intercalaires acquises suivant les dispositions du présent arrêté.
L'allocation de carrière est payée avec le traitement à terme échu, à raison d'un douzième du montant annuel.
L'allocation de carrière est réduite conformément aux mêmes règles et dans la même mesure que le traitement du mois auquel elle se rapporte.".
Art. 5. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 februari 2006, 24 april 2014 en 22 januari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "en de loopbaantoelage" ingevoegd tussen de woorden "de wedde" en de woorden "die hij vóór die aanstelling genoot";
b) paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt:
"Voor de duur van de aanstelling heeft hij bovendien recht op een toelage ten belope van het verschil tussen enerzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage verbonden aan de hogere graad waarin hij is aangesteld en anderzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage van de graad waartoe hij benoemd was vóór deze aanstelling.";
c) in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "2.535 EUR" vervangen door de woorden "4.222 EUR";
d) in paragraaf 2, eerste lid, wordt de inleidende zin vervangen als volgt:
"Een toelage wordt toegekend aan de kandidaat-militair, ten belope van het verschil tussen enerzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage verbonden aan de graad waarin hij aangesteld is en anderzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage in zijn toekomstige baremische categorie, van:";
e) paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt:
"De kandidaat-onderofficier van het niveau B, gesproten uit de promotie op diploma, ontvangt een toelage waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen enerzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage die hij zou ontvangen indien hij tot het niveau B zou behoren en anderzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage van onderofficier van het niveau C.".
a) in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "en de loopbaantoelage" ingevoegd tussen de woorden "de wedde" en de woorden "die hij vóór die aanstelling genoot";
b) paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt:
"Voor de duur van de aanstelling heeft hij bovendien recht op een toelage ten belope van het verschil tussen enerzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage verbonden aan de hogere graad waarin hij is aangesteld en anderzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage van de graad waartoe hij benoemd was vóór deze aanstelling.";
c) in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "2.535 EUR" vervangen door de woorden "4.222 EUR";
d) in paragraaf 2, eerste lid, wordt de inleidende zin vervangen als volgt:
"Een toelage wordt toegekend aan de kandidaat-militair, ten belope van het verschil tussen enerzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage verbonden aan de graad waarin hij aangesteld is en anderzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage in zijn toekomstige baremische categorie, van:";
e) paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt:
"De kandidaat-onderofficier van het niveau B, gesproten uit de promotie op diploma, ontvangt een toelage waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen enerzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage die hij zou ontvangen indien hij tot het niveau B zou behoren en anderzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage van onderofficier van het niveau C.".
Art. 5. Dans l'article 7 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 16 février 2006, 24 avril 2014 et 22 janvier 2018, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "et l'allocation de carrière" sont insérés entre les mots "le traitement" et les mots "dont il bénéficiait avant cette commission";
b) le paragraphe 1er, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit:
"En outre, pendant la durée de la commission, il a droit à une allocation égale à la différence entre, d'une part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière correspondant au grade supérieur auquel il est commissionné et, d'autre part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière du grade auquel il était nommé avant cette commission.";
c) dans le paragraphe 1er, alinéa 3, les mots "2.535 EUR" sont remplacés par les mots "4.222 EUR";
d) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, la phrase liminaire est remplacée par ce qui suit:
"Une allocation est octroyée au candidat militaire à concurrence de la différence entre, d'une part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière liés au grade auquel il est commissionné et, d'autre part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière, dans sa future catégorie barémique, de:";
e) le paragraphe 2, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit:
"Le candidat sous-officier du niveau B, issu de la promotion sur diplôme, perçoit une allocation dont le montant est égal à la différence entre, d'une part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière qu'il percevrait s'il appartenait au niveau B et, d'autre part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière de sous-officier du niveau C.".
a) dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "et l'allocation de carrière" sont insérés entre les mots "le traitement" et les mots "dont il bénéficiait avant cette commission";
b) le paragraphe 1er, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit:
"En outre, pendant la durée de la commission, il a droit à une allocation égale à la différence entre, d'une part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière correspondant au grade supérieur auquel il est commissionné et, d'autre part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière du grade auquel il était nommé avant cette commission.";
c) dans le paragraphe 1er, alinéa 3, les mots "2.535 EUR" sont remplacés par les mots "4.222 EUR";
d) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, la phrase liminaire est remplacée par ce qui suit:
"Une allocation est octroyée au candidat militaire à concurrence de la différence entre, d'une part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière liés au grade auquel il est commissionné et, d'autre part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière, dans sa future catégorie barémique, de:";
e) le paragraphe 2, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit:
"Le candidat sous-officier du niveau B, issu de la promotion sur diplôme, perçoit une allocation dont le montant est égal à la différence entre, d'une part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière qu'il percevrait s'il appartenait au niveau B et, d'autre part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière de sous-officier du niveau C.".
Art. 6. Artikel 8, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 april 2014, wordt vervangen als volgt:
"Art. 8. Voor het toekennen van de tussentijdse weddeverhogingen komen in aanmerking het totaal van de werkelijke dienst, volbracht vanaf de leeftijd van achttien jaar.
Evenwel wordt voor een kandidaat-militair de effectieve periode van schoolvorming met het oog op het behalen van een bachelor of van een master, niet in rekening genomen voor het toekennen van de tussentijdse weddenverhogingen.
Evenwel wordt voor een kandidaat-hulpofficier de effectieve periode van de vormingscyclus met het oog op het behalen van, naargelang het geval, het brevet van piloot, het hoger brevet van piloot of het brevet van luchtverkeersleider, niet in rekening genomen voor het toekennen van de tussentijdse weddenverhogingen.
Tot de effectieve periodes van schoolvorming of vormingscyclus bedoeld in het tweede en derde lid behoren ook alle verlengde periodes van schoolvorming of vormingscyclus ten gevolge van een vormingsincident, die al dan niet geleid hebben, naargelang het geval, tot het behalen van de bachelor, de master, het brevet van piloot, het hoger brevet van piloot of het brevet van luchtverkeersleider.
De periode van schoolvorming en de periode van de vormingscyclus eindigen ofwel:
1° op de datum van de benoeming van de kandidaat-militair in de basisgraad na het behalen van, naargelang het geval, de bachelor, de master, het brevet van piloot, het hoger brevet van piloot of het brevet van luchtverkeersleider;
2° op de datum van elke andere opname of aanvaarding van de kandidaat-militair als kandidaat-militair in een andere hoedanigheid, in een andere personeelscategorie of in een ander niveau;
3° op de datum van de heropname van de kandidaat-militair, naar gelang het geval, in zijn oorspronkelijke basisvorming of in zijn oorspronkelijke personeelscategorie, overeenkomstig het artikel 107 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht.
In het geval de normale duur voor het behalen van een bachelor of een master, van eenzelfde oriëntatie niet gelijk is in de verschillende Gemeenschappen, wordt, na het behalen van de bachelor of van de master, de kortste vormingsduur niet in rekening genomen voor het toekennen van de tussentijdse weddenverhogingen.
Enkel de volledige kalendermaanden worden in rekening genomen voor het toekennen van de tussentijdse weddenverhogingen.".
"Art. 8. Voor het toekennen van de tussentijdse weddeverhogingen komen in aanmerking het totaal van de werkelijke dienst, volbracht vanaf de leeftijd van achttien jaar.
Evenwel wordt voor een kandidaat-militair de effectieve periode van schoolvorming met het oog op het behalen van een bachelor of van een master, niet in rekening genomen voor het toekennen van de tussentijdse weddenverhogingen.
Evenwel wordt voor een kandidaat-hulpofficier de effectieve periode van de vormingscyclus met het oog op het behalen van, naargelang het geval, het brevet van piloot, het hoger brevet van piloot of het brevet van luchtverkeersleider, niet in rekening genomen voor het toekennen van de tussentijdse weddenverhogingen.
Tot de effectieve periodes van schoolvorming of vormingscyclus bedoeld in het tweede en derde lid behoren ook alle verlengde periodes van schoolvorming of vormingscyclus ten gevolge van een vormingsincident, die al dan niet geleid hebben, naargelang het geval, tot het behalen van de bachelor, de master, het brevet van piloot, het hoger brevet van piloot of het brevet van luchtverkeersleider.
De periode van schoolvorming en de periode van de vormingscyclus eindigen ofwel:
1° op de datum van de benoeming van de kandidaat-militair in de basisgraad na het behalen van, naargelang het geval, de bachelor, de master, het brevet van piloot, het hoger brevet van piloot of het brevet van luchtverkeersleider;
2° op de datum van elke andere opname of aanvaarding van de kandidaat-militair als kandidaat-militair in een andere hoedanigheid, in een andere personeelscategorie of in een ander niveau;
3° op de datum van de heropname van de kandidaat-militair, naar gelang het geval, in zijn oorspronkelijke basisvorming of in zijn oorspronkelijke personeelscategorie, overeenkomstig het artikel 107 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht.
In het geval de normale duur voor het behalen van een bachelor of een master, van eenzelfde oriëntatie niet gelijk is in de verschillende Gemeenschappen, wordt, na het behalen van de bachelor of van de master, de kortste vormingsduur niet in rekening genomen voor het toekennen van de tussentijdse weddenverhogingen.
Enkel de volledige kalendermaanden worden in rekening genomen voor het toekennen van de tussentijdse weddenverhogingen.".
Art. 6. L'article 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 24 avril 2014, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 8. Entrent en compte pour l'octroi des augmentations intercalaires la totalité des services actifs, à partir de l'âge de dix-huit ans.
Toutefois, pour un candidat militaire, la période de formation scolaire effective en vue de l'obtention d'un bachelier ou d'un master n'est pas prise en compte pour l'octroi des augmentations intercalaires.
Toutefois, pour un candidat officier auxiliaire, la période effective du cycle de formation en vue de l'obtention, selon le cas, du brevet de pilote, du brevet supérieur de pilote ou du brevet de contrôleur de trafic aérien, n'est pas prise en compte pour l'octroi des augmentations intercalaires.
Les périodes effectives de formation scolaire ou du cycle de formation visées aux alinéas 2 et 3, comprennent également toutes les périodes de formation scolaire ou du cycle de formation prolongées suite à un incident de formation, ayant ou non menées, selon le cas, à l'obtention du bachelier, du master, du brevet de pilote, du brevet supérieur de pilote ou du brevet de contrôleur de trafic aérien.
La période de formation scolaire et la période du cycle de formation prennent fin soit:
1° à la date de la nomination du candidat militaire dans le grade de base après l'obtention, selon le cas, du bachelier, du master, du brevet de pilote, du brevet supérieur de pilote ou du brevet de contrôleur de trafic aérien;
2° à la date de toute autre admission ou agrément du candidat militaire comme candidat militaire dans une autre qualité, dans une autre catégorie de personnel ou dans un autre niveau;
3° à la date de la réintégration du candidat militaire, selon le cas, dans sa formation de base originelle ou dans sa catégorie de personnel d'origine, conformément à l'article 107 de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées.
Dans le cas où la durée normale pour l'obtention d'un bachelier ou d'un master, d'une même orientation, n'est pas égale dans les différentes Communautés, après l'obtention du bachelier ou du master, la durée de formation la plus courte n'est pas prise en compte pour l'octroi des augmentations intercalaires.
Seuls les mois calendriers complets sont pris en compte pour l'octroi des augmentations intercalaires.".
"Art. 8. Entrent en compte pour l'octroi des augmentations intercalaires la totalité des services actifs, à partir de l'âge de dix-huit ans.
Toutefois, pour un candidat militaire, la période de formation scolaire effective en vue de l'obtention d'un bachelier ou d'un master n'est pas prise en compte pour l'octroi des augmentations intercalaires.
Toutefois, pour un candidat officier auxiliaire, la période effective du cycle de formation en vue de l'obtention, selon le cas, du brevet de pilote, du brevet supérieur de pilote ou du brevet de contrôleur de trafic aérien, n'est pas prise en compte pour l'octroi des augmentations intercalaires.
Les périodes effectives de formation scolaire ou du cycle de formation visées aux alinéas 2 et 3, comprennent également toutes les périodes de formation scolaire ou du cycle de formation prolongées suite à un incident de formation, ayant ou non menées, selon le cas, à l'obtention du bachelier, du master, du brevet de pilote, du brevet supérieur de pilote ou du brevet de contrôleur de trafic aérien.
La période de formation scolaire et la période du cycle de formation prennent fin soit:
1° à la date de la nomination du candidat militaire dans le grade de base après l'obtention, selon le cas, du bachelier, du master, du brevet de pilote, du brevet supérieur de pilote ou du brevet de contrôleur de trafic aérien;
2° à la date de toute autre admission ou agrément du candidat militaire comme candidat militaire dans une autre qualité, dans une autre catégorie de personnel ou dans un autre niveau;
3° à la date de la réintégration du candidat militaire, selon le cas, dans sa formation de base originelle ou dans sa catégorie de personnel d'origine, conformément à l'article 107 de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées.
Dans le cas où la durée normale pour l'obtention d'un bachelier ou d'un master, d'une même orientation, n'est pas égale dans les différentes Communautés, après l'obtention du bachelier ou du master, la durée de formation la plus courte n'est pas prise en compte pour l'octroi des augmentations intercalaires.
Seuls les mois calendriers complets sont pris en compte pour l'octroi des augmentations intercalaires.".
Art. 7. In artikel 9, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de inleidende zin worden de woorden "de tussentijdse verhogingen" vervangen door de woorden "de tussentijdse weddenverhogingen";
b) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"2° de tijd gedurende dewelke de militair wordt gedetacheerd wegens een officiële opdracht bij een instelling van internationaal publiek recht, bij een buitenlandse regering, bij elke openbare dienst die afhangt van de federale overheid, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de agglomeraties, de federaties en de verenigingen van gemeenten, de politiezones, de autonome overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, alsook bij de instellingen die van dergelijke openbare dienst afhangen, of bij de instellingen die van Defensie afhangen.".
a) in de inleidende zin worden de woorden "de tussentijdse verhogingen" vervangen door de woorden "de tussentijdse weddenverhogingen";
b) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"2° de tijd gedurende dewelke de militair wordt gedetacheerd wegens een officiële opdracht bij een instelling van internationaal publiek recht, bij een buitenlandse regering, bij elke openbare dienst die afhangt van de federale overheid, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de agglomeraties, de federaties en de verenigingen van gemeenten, de politiezones, de autonome overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, alsook bij de instellingen die van dergelijke openbare dienst afhangen, of bij de instellingen die van Defensie afhangen.".
Art. 7. Dans l'article 9, alinéa 1er, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans le texte néerlandais de la phrase liminaire, les mots "de tussentijdse verhogingen" sont remplacés par les mots "de tussentijdse weddenverhogingen";
b) le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° le temps pendant lequel le militaire est détaché pour cause de mission officielle auprès d'une institution de droit international public, d'un gouvernement étranger, de tout service public dépendant de l'autorité fédérale, des régions, des communautés, des provinces, des communes, des agglomérations, des fédérations et des associations de communes, des zones de police, des entreprises publiques autonomes visées à la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, ainsi que des organismes qui dépendent de tel service public ou des organismes qui dépendent de la Défense.".
a) dans le texte néerlandais de la phrase liminaire, les mots "de tussentijdse verhogingen" sont remplacés par les mots "de tussentijdse weddenverhogingen";
b) le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° le temps pendant lequel le militaire est détaché pour cause de mission officielle auprès d'une institution de droit international public, d'un gouvernement étranger, de tout service public dépendant de l'autorité fédérale, des régions, des communautés, des provinces, des communes, des agglomérations, des fédérations et des associations de communes, des zones de police, des entreprises publiques autonomes visées à la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, ainsi que des organismes qui dépendent de tel service public ou des organismes qui dépendent de la Défense.".
Art. 8. In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 april 2014 en 7 april 2018, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt:
" § 1. De tussentijdse jaarlijkse weddenverhogingen worden toegekend na het verstrijken van elke periode van één jaar in aanmerking komende dienst.".
" § 1. De tussentijdse jaarlijkse weddenverhogingen worden toegekend na het verstrijken van elke periode van één jaar in aanmerking komende dienst.".
Art. 8. Dans l'article 11 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 24 avril 2014 et 7 avril 2018, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Les augmentations intercalaires annuelles sont allouées respectivement à l'expiration de la période d'une année de services admissibles.".
" § 1er. Les augmentations intercalaires annuelles sont allouées respectivement à l'expiration de la période d'une année de services admissibles.".
Art. 9. Artikel 12 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt:
"Art. 12. In afwijking van artikelen 6 en 6bis:
1° de som van de wedde en van de loopbaantoelage toegekend aan een militair of een kandidaat-militair, ten gevolge van zijn opname of zijn aanvaarding in een hogere personeelscategorie of in een hoger niveau, in de hoedanigheid van kandidaat-onderofficier of van kandidaat-officier mag op geen enkel ogenblik lager zijn dan dewelke hij genoot op de dag vóór zijn opname of zijn aanvaarding in de hoedanigheid van kandidaat-militair. In voorkomend geval behoudt hij de wedde en de loopbaantoelage die hij genoot op de dag vóór zijn opname of zijn aanvaarding;
2° de som van de wedde en van de loopbaantoelage toegekend aan een militair benoemd in een hogere personeelscategorie of in een hoger niveau, mag op geen enkel ogenblik lager zijn dan dewelke hij genoot op de dag vóór zijn opname of zijn aanvaarding in de hoedanigheid van kandidaat-militair om in die hogere personeelscategorie of in dat hoger niveau te worden opgenomen, verhoogd met 1.000 EUR. In voorkomend geval behoudt hij de wedde en de loopbaantoelage die hij genoot de dag vóór zijn opname of zijn aanvaarding verhoogd met een toelage waarvan de waarde gelijk is aan het verschil tussen enerzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage die hij genoot op de dag vóór zijn opname of zijn aanvaarding, verhoogd met 1.000 EUR en anderzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage van de graad waarin hij net is benoemd;
3° de som van de wedde en van de loopbaantoelage toegekend aan een kandidaat-militair, ten gevolge van de heroriëntering in dezelfde personeelscategorie, bedoeld in artikel 105 van de voornoemde wet van 28 februari 2007, mag op geen enkel ogenblik lager zijn dan dewelke hij genoot op de dag vóór zijn heroriëntering. In voorkomend geval behoudt hij de wedde en de loopbaantoelage die hij genoot op de dag vóór zijn heroriëntering.".
"Art. 12. In afwijking van artikelen 6 en 6bis:
1° de som van de wedde en van de loopbaantoelage toegekend aan een militair of een kandidaat-militair, ten gevolge van zijn opname of zijn aanvaarding in een hogere personeelscategorie of in een hoger niveau, in de hoedanigheid van kandidaat-onderofficier of van kandidaat-officier mag op geen enkel ogenblik lager zijn dan dewelke hij genoot op de dag vóór zijn opname of zijn aanvaarding in de hoedanigheid van kandidaat-militair. In voorkomend geval behoudt hij de wedde en de loopbaantoelage die hij genoot op de dag vóór zijn opname of zijn aanvaarding;
2° de som van de wedde en van de loopbaantoelage toegekend aan een militair benoemd in een hogere personeelscategorie of in een hoger niveau, mag op geen enkel ogenblik lager zijn dan dewelke hij genoot op de dag vóór zijn opname of zijn aanvaarding in de hoedanigheid van kandidaat-militair om in die hogere personeelscategorie of in dat hoger niveau te worden opgenomen, verhoogd met 1.000 EUR. In voorkomend geval behoudt hij de wedde en de loopbaantoelage die hij genoot de dag vóór zijn opname of zijn aanvaarding verhoogd met een toelage waarvan de waarde gelijk is aan het verschil tussen enerzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage die hij genoot op de dag vóór zijn opname of zijn aanvaarding, verhoogd met 1.000 EUR en anderzijds de som van de wedde en van de loopbaantoelage van de graad waarin hij net is benoemd;
3° de som van de wedde en van de loopbaantoelage toegekend aan een kandidaat-militair, ten gevolge van de heroriëntering in dezelfde personeelscategorie, bedoeld in artikel 105 van de voornoemde wet van 28 februari 2007, mag op geen enkel ogenblik lager zijn dan dewelke hij genoot op de dag vóór zijn heroriëntering. In voorkomend geval behoudt hij de wedde en de loopbaantoelage die hij genoot op de dag vóór zijn heroriëntering.".
Art. 9. L'article 12 du même arrêté est remplacé par ce qui suit:
"Art. 12. En dérogation aux articles 6 et 6bis:
1° la somme du traitement et de l'allocation de carrière allouée à un militaire ou un candidat militaire suite à son admission ou son agrément dans une catégorie de personnel supérieure ou dans un niveau supérieur, dans la qualité de candidat sous-officier ou de candidat officier ne peut à aucun moment être inférieure à celle dont il bénéficiait la veille de son admission ou de son agrément dans la qualité de candidat militaire. Le cas échéant, il conserve le traitement et l'allocation de carrière qu'il percevait le jour précédant son admission ou son agrément;
2° la somme du traitement et de l'allocation de carrière allouée à un militaire nommé dans une catégorie de personnel supérieure ou dans un niveau supérieur, ne peut à aucun moment être inférieure à celle dont il bénéficiait la veille de son admission ou de son agrément dans la qualité de candidat militaire afin d'être repris dans cette catégorie de personnel supérieure ou dans ce niveau supérieur, augmenté de 1.000 EUR. Le cas échéant, il conserve le traitement et l'allocation de carrière qu'il percevait le jour précédant son admission ou son agrément majoré d'une allocation dont la valeur est égale à la différence entre, d'une part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière qu'il percevait la veille de son admission ou de son agrément, majorée de 1.000 EUR, et, d'autre part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière du grade auquel il vient d'être nommé;
3° la somme du traitement et de l'allocation de carrière allouée à un candidat militaire, à la suite de la réorientation dans la même catégorie de personnel, visée à l'article 105 de la loi du 28 février 2007 précitée, ne peut à aucun moment être inférieure à celle dont il bénéficiait la veille de sa réorientation. Le cas échéant, il conserve le traitement et l'allocation de carrière qu'il percevait le jour précédant sa réorientation.".
"Art. 12. En dérogation aux articles 6 et 6bis:
1° la somme du traitement et de l'allocation de carrière allouée à un militaire ou un candidat militaire suite à son admission ou son agrément dans une catégorie de personnel supérieure ou dans un niveau supérieur, dans la qualité de candidat sous-officier ou de candidat officier ne peut à aucun moment être inférieure à celle dont il bénéficiait la veille de son admission ou de son agrément dans la qualité de candidat militaire. Le cas échéant, il conserve le traitement et l'allocation de carrière qu'il percevait le jour précédant son admission ou son agrément;
2° la somme du traitement et de l'allocation de carrière allouée à un militaire nommé dans une catégorie de personnel supérieure ou dans un niveau supérieur, ne peut à aucun moment être inférieure à celle dont il bénéficiait la veille de son admission ou de son agrément dans la qualité de candidat militaire afin d'être repris dans cette catégorie de personnel supérieure ou dans ce niveau supérieur, augmenté de 1.000 EUR. Le cas échéant, il conserve le traitement et l'allocation de carrière qu'il percevait le jour précédant son admission ou son agrément majoré d'une allocation dont la valeur est égale à la différence entre, d'une part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière qu'il percevait la veille de son admission ou de son agrément, majorée de 1.000 EUR, et, d'autre part, la somme du traitement et de l'allocation de carrière du grade auquel il vient d'être nommé;
3° la somme du traitement et de l'allocation de carrière allouée à un candidat militaire, à la suite de la réorientation dans la même catégorie de personnel, visée à l'article 105 de la loi du 28 février 2007 précitée, ne peut à aucun moment être inférieure à celle dont il bénéficiait la veille de sa réorientation. Le cas échéant, il conserve le traitement et l'allocation de carrière qu'il percevait le jour précédant sa réorientation.".
Art. 10. In artikel 13, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "of de loopbaantoelage" ingevoegd tussen de woorden "van de weddenschalen" en de woorden "heeft uitwerking".
Art. 10. Dans l'article 13, alinéa 1er, du même arrêté, les mots "ou l'allocation de carrière" sont insérés entre les mots "des échelles de traitement" et les mots "produit ses effets".
Art. 11. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 11. L'article 14 du même arrêté est abrogé.
Art. 12. In artikel 16, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 april 2014 en 18 januari 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de inleidende zin worden de woorden ", met inbegrip van de in artikel 14, bedoelde weddeverhogingen," opgeheven;
b) de bepaling onder 2°, wordt vervangen als volgt:
"2° de militair van het reservekader met onbepaald verlof die wederoproepingen, bijkomende prestaties in het kader van de vervolmaking of als bevorderingsprestaties of vrijwillige encadreringsprestaties verricht;".
a) in de inleidende zin worden de woorden ", met inbegrip van de in artikel 14, bedoelde weddeverhogingen," opgeheven;
b) de bepaling onder 2°, wordt vervangen als volgt:
"2° de militair van het reservekader met onbepaald verlof die wederoproepingen, bijkomende prestaties in het kader van de vervolmaking of als bevorderingsprestaties of vrijwillige encadreringsprestaties verricht;".
Art. 12. Dans l'article 16, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 24 avril 2014 et 18 janvier 2019, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la phrase liminaire, les mots ", en ce compris les bonifications de traitement prévues à l'article 14," sont abrogés;
b) le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° le militaire du cadre de réserve en congé illimité effectuant des rappels, des prestations complémentaires dans le cadre du perfectionnement ou comme prestations d'avancement ou des prestations volontaires d'encadrement;".
a) dans la phrase liminaire, les mots ", en ce compris les bonifications de traitement prévues à l'article 14," sont abrogés;
b) le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° le militaire du cadre de réserve en congé illimité effectuant des rappels, des prestations complémentaires dans le cadre du perfectionnement ou comme prestations d'avancement ou des prestations volontaires d'encadrement;".
Art. 13. In artikel 31 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 februari 2006, 14 december 2006, 24 april 2014 en 27 november 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in paragraaf 1, tweede lid, worden de bepalingen onder 1° en 4° opgeheven;
b) paragraaf 3 wordt opgeheven.
a) in paragraaf 1, tweede lid, worden de bepalingen onder 1° en 4° opgeheven;
b) paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. 13. Dans l'article 31 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 16 février 2006, 14 décembre 2006, 24 avril 2014 et 27 novembre 2020, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les 1° et 4° sont abrogés;
b) le paragraphe 3 est abrogé.
a) dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les 1° et 4° sont abrogés;
b) le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 14. In artikel 33, § 6, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "van de tweede maand die volgt op de maand," vervangen door de woorden "van de maand".
Art. 14. Dans l'article 33, § 6, alinéa 1er, du même arrêté, les mots "du deuxième mois qui suit celui" sont remplacés par les mots "du mois".
Art. 15. In artikel 33/1, § 6, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 november 2018 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 november 2020, worden de woorden "van de tweede maand die volgt op de maand," vervangen door de woorden "van de maand".
Art. 15. Dans l'article 33/1, § 6, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 14 novembre 2018 et modifié par l'arrêté royal du 27 novembre 2020, les mots "du deuxième mois qui suit celui" sont remplacés par les mots "du mois".
Art. 16. In titel IV, van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk VIII, dat het artikel 34 bevat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 februari 2006 en 27 november 2020, opgeheven.
Art. 16. Dans le titre IV du même arrêté, le chapitre VIII, comportant l'article 34, modifié par les arrêtés royaux des 16 février 2006 et 27 novembre 2020, est abrogé.
Art. 17. In hetzelfde besluit wordt de bijlage A, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 december 2005, 16 februari 2006, 7 augustus 2006, 14 maart 2014, 24 april 2014, 22 januari 2018 en 7 april 2018, vervangen door de bijlagen 1 en 2, gevoegd bij dit besluit.
Art. 17. Dans le même arrêté, l'annexe A, modifiée par les arrêtés royaux des 21 décembre 2005, 16 février 2006, 7 août 2006, 14 mars 2014, 24 avril 2014, 22 janvier 2018 et 7 avril 2018, est remplacée par les annexes 1 et 2 jointes au présent arrêté.
Art. 18. In hetzelfde besluit wordt de bijlage B, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 april 2014 vervangen door de bijlagen 3 en 4, gevoegd bij dit besluit.
Art. 18. Dans le même arrêté, l'annexe B, modifiée par l'arrêté royal du 24 avril 2014, est remplacée par les annexes 3 et 4 jointes au présent arrêté.
Art. 19. In hetzelfde besluit wordt de bijlage C opgeheven.
Art. 19. Dans le même arrêté, l'annexe C est abrogée.
Art. 20. In hetzelfde besluit wordt een bijlage D ingevoegd die als bijlage 5 is gevoegd bij dit besluit.
Art. 20. Dans le même arrêté, il est inséré une annexe D qui est jointe en annexe 5 au présent arrêté.
Hoofdstuk 2. - Overgangsbepalingen
Chapitre 2. - Dispositions transitoires
Art. 21. De loopbaantoelage bedoeld in artikel 6bis van het voornoemd koninklijk besluit van 18 maart 2003 wordt ten belope van 60 procent gedurende de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 december 2022 en ten belope van 65 procent gedurende de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 toegekend.
Art. 21. L'allocation de carrière visée à l'article 6bis de l'arrêté royal du 18 mars 2003 précité est accordée à hauteur de 60 pourcent pendant la période du 1er mars 2022 jusqu'au 31 décembre 2022 inclus et à hauteur de 65 pourcent pendant la période du 1er janvier 2023 jsuqu'au 31 décembre 2023 inclus.
Art. 22. Op de datum van de inwerkingtreding van deze bepaling genieten de militairen en de kandidaat-militairen van een herziening van de tussentijdse verhogingen volgens de bepalingen bedoeld in artikel 8 van het voornoemd koninklijk besluit van 18 maart 2003.
In het geval dat de nieuwe tussentijdse verhogingen bepaald overeenkomstig het eerste lid, lager zijn dan de tussentijdse verhogingen waarvan de militair of de kandidaat-militair vóór de inwerkingtreding van deze bepaling genoot, behoudt hij de tussentijdse verhogingen die op hem van toepassing waren vóór de inwerkingtreding van deze bepaling.
In het geval dat de nieuwe tussentijdse verhogingen bepaald overeenkomstig het eerste lid, lager zijn dan de tussentijdse verhogingen waarvan de militair of de kandidaat-militair vóór de inwerkingtreding van deze bepaling genoot, behoudt hij de tussentijdse verhogingen die op hem van toepassing waren vóór de inwerkingtreding van deze bepaling.
Art. 22. A la date d'entrée en vigueur de la présente disposition, les militaires et les candidats militaires bénéficient d'une révision des augmentations intercalaires fixées conformément aux dispositions visées à l'article 8 de l'arrêté royal du 18 mars 2003 précité.
Dans le cas où les nouvelles augmentations intercalaires fixées conformément à l'alinéa 1er sont inférieures aux augmentations intercalaires dont le militaire ou le candidat militaire bénéficiait avant la mise en vigueur de la présente disposition, il conserve les augmentations intercalaires qui lui étaient applicables avant l'entrée en vigueur de la présente disposition.
Dans le cas où les nouvelles augmentations intercalaires fixées conformément à l'alinéa 1er sont inférieures aux augmentations intercalaires dont le militaire ou le candidat militaire bénéficiait avant la mise en vigueur de la présente disposition, il conserve les augmentations intercalaires qui lui étaient applicables avant l'entrée en vigueur de la présente disposition.
Art. 23. Het nog verschuldigd gedeelte van de meesterschapstoelage, bedoeld in artikel 34 van het voornoemd koninklijk besluit van 18 maart 2003, voor de referentieperiode van 1 augustus 2023 tot en met 31 december 2023 zal samen met de wedde van de maand januari 2024 worden betaald.
Art. 23. Le reliquat de l'allocation de maîtrise, visée à l'article 34 de l'arrêté royal du 18 mars 2003 précité, pour la période de référence du 1er août 2023 jusque et y inclus le 31 décembre 2023 sera payé en même temps que le traitement du mois de janvier 2024.
Art. 24. Voor de toepassing van artikel 12 van het voornoemd koninklijk besluit van 18 maart 2003 wordt er voor de vergelijking van de sommen van de wedde en van de loopbaantoelage, in voorkomend geval, eveneens rekening gehouden met de meesterschapstoelage en de commandotoelage.
Art. 24. Pour l'application de l'article 12 de l'arrêté royal du 18 mars 2003 précité, l'allocation de maîtrise et l'allocation de commandement sont, le cas échéant, également prises en compte pour le comparatif des sommes du traitement et de l'allocation de carrière.
Hoofdstuk 3. - Slotbepalingen
Chapitre 3. - Dispositions finales
Art. 25. Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2022, met uitzondering van:
1° de artikelen 1, c), 5, c), 6, 13, b), 16, 19, 22 en 23 die in werking treden op 1 januari 2024;
2° de bijlagen 2 en 4 respectievelijk bedoeld in de artikelen 17 en 18 die in werking treden op 1 januari 2024.
De bijlagen 1 en 3 respectievelijk bedoeld in de artikelen 17 en 18 treden buiten werking op 1 januari 2024.
1° de artikelen 1, c), 5, c), 6, 13, b), 16, 19, 22 en 23 die in werking treden op 1 januari 2024;
2° de bijlagen 2 en 4 respectievelijk bedoeld in de artikelen 17 en 18 die in werking treden op 1 januari 2024.
De bijlagen 1 en 3 respectievelijk bedoeld in de artikelen 17 en 18 treden buiten werking op 1 januari 2024.
Art. 25. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er mars 2022, à l'exception:
1° des articles 1, c), 5, c), 6, 13, b), 16, 19, 22 et 23 qui entrent en vigueur le 1er janvier 2024;
2° des annexes 2 et 4 visées respectivement aux articles 17 et 18 qui entrent en vigueur le 1er janvier 2024.
Les annexes 1 et 3 visées respectivement aux articles 17 et 18 cessent d'être en vigueur le 1er janvier 2024.
1° des articles 1, c), 5, c), 6, 13, b), 16, 19, 22 et 23 qui entrent en vigueur le 1er janvier 2024;
2° des annexes 2 et 4 visées respectivement aux articles 17 et 18 qui entrent en vigueur le 1er janvier 2024.
Les annexes 1 et 3 visées respectivement aux articles 17 et 18 cessent d'être en vigueur le 1er janvier 2024.
Art. 26. De minister bevoegd voor Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 26. Le ministre qui a la Défense dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 07-03-2022, p. 18357)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 07-03-2022, p. 18357)