Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 DECEMBER 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 1995 betreffende de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren, tot wijziging van de regelgeving over het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid en tot bepaling van de inwerkingtreding van artikel 3 van het decreet van 22 december 2017 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018
Titre
17 DECEMBRE 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'article 1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mai 1995 relatif au recouvrement des créances non fiscales pour la Communauté flamande et les organismes qui en relèvent, modifiant la réglementation relative à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique et fixant l'entrée en vigueur de l'article 3 du décret du 22 décembre 2017 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2018
Documentinformatie
Numac: 2022030677
Datum: 2021-12-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022030677
Date: 2021-12-17
Moniteur: Voir
Tekst (87)
Texte (87)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 1995 betreffende de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mai 1995 relatif au recouvrement des créances non fiscales pour la Communauté flamande et les organismes qui en relèvent
Artikel 1. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 1995 betreffende de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021, wordt een veertiende lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen inzake retributies, vermeld in artikel 30, § 3, eerste en tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, worden ingevorderd door personeelsleden van de Vlaamse Belastingdienst.".
Article 1er. A l'article 1, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mai 1995 relatif au recouvrement des créances non fiscales pour la Région flamande et les organismes qui en relèvent, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 mai 2021, est ajouté un alinéa quatorze, énoncé comme suit :
  " Les créances non fiscales incontestées et exigibles en matière de rétributions, visées à l'article 30, § 3, alinéas premier et deux, du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique, sont recouvrées par les membres du personnel du Service flamand des Impôts. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2016 houdende de uitvoering van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 janvier 2016 portant exécution du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique
Art. 2. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2016 houdende de uitvoering van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 2° wordt opgeheven;
  2° punt 3° wordt opgeheven;
  3° er wordt een punt 4/1° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "4/1° Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen: de door de Raad van Europa geaccrediteerde Nederlandse vertaling, verzorgd door de Nederlandse Taalunie, van het Common European Framework of Reference for Languages: Learning, Teaching, Assessment;";
  4° punt 6° wordt opgeheven;
  5° in punt 7° wordt het woord "kennisgevingsformulier" vervangen door het woord "inregelstellingsformulier";
  6° er wordt een punt 11° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "11/1° studeren:
  a) ingeschreven als regelmatige leerling in het secundair onderwijs, als vermeld in artikel 3, 37°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
  b) een voltijds studietraject als vermeld in artikel 5, 42°, van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap;
  c) een diplomagerichte opleiding in het secundair volwassenenonderwijs als vermeld in bijlage IX van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 betreffende de studiebekrachtiging in het volwassenenonderwijs;
  d) een hogere beroepsopleiding als vermeld in artikel I.3, 33/1°, en artikel II.58 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
  e) een voltijdse dagopleiding, georganiseerd door Syntra vzw;
  f) competentieontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 61 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
  g) een opleiding, studie of stage waarvoor VDAB een vrijstelling van beschikbaarheid of een toelating verleende op basis van Titel III/1, Hoofdstuk 2, Afdeling 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
  h) intensieve begeleiding naar werk bij VDAB of partnerorganisaties van VDAB, zoals bedoeld in artikel 36 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding;
  i) voltijdse beroepsopleiding erkend door Actiris als opleiding in het kader van een traject naar werk;".
Art. 2. A l'article 1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 janvier 2016 portant exécution du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 septembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 2° est abrogé ;
  2° le point 3° est abrogé ;
  3° il est inséré un point 4/1°, énoncé comme suit :
  " 4/1° Cadre européen de référence pour les langues : la traduction néerlandaise accréditée par le Conseil de l'Europe, effectuée par la " Nederlandse Taalunie ", du Cadre européen commun de référence pour les langues : apprendre, enseigner, évaluer ; " ;
  4° le point 6° est abrogé ;
  5° au point 7°, les mots " formulaire de notification " sont remplacés par les mots " formulaire de mise en conformité " ;
  6° il est inséré un point 11° /1, énoncé comme suit :
  " 11/1° étudier :
  a) inscrit comme élève régulier dans l'enseignement secondaire, visé à l'article 3, 37°, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
  b) un parcours de formation à temps plein, visé à l'article 5, 42°, du décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande ;
  c) une formation aboutissant à un diplôme dans l'enseignement secondaire des adultes, visée à l'annexe IX de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2007 relatif à la validation des études dans l'éducation des adultes ;
  d) une formation professionnelle supérieure, visée aux articles I.3, 33/1° et II.58 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 ;
  e) une formation de jour à temps plein, organisée par l'asbl Syntra ;
  f) développement de compétences, visé à l'article 61 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
  g) une formation, des études ou un stage pour lequel le VDAB a accordé une dispense de disponibilité ou une autorisation sur la base du Titre III/1, Chapitre 2, Section 1re, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
  h) accompagnement intensif vers l'emploi auprès du VDAB ou des organisations partenaires du VDAB, visé à l'article 36 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
  i) formation professionnelle à temps plein reconnue par Actiris comme une formation dans le cadre d'un parcours vers l'emploi ; ".
Art. 3. Artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 en 11 september 2020, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3. Ter uitvoering van artikel 6, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 worden de volgende beleidsdomeinen en departementen en intern en extern verzelfstandigde agentschappen aangewezen als relevant voor het Vlaamse integratiebeleid:
  1° het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie:
  a) het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken;
  b) het Agentschap Binnenlands Bestuur;
  c) het Agentschap Integratie en Inburgering;
  2° het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie:
  a) het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie;
  b) het Agentschap Ondernemen en Innoveren;
  3° het beleidsdomein Onderwijs en Vorming:
  a) het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;
  b) het Agentschap voor onderwijsdiensten;
  c) het Departement Onderwijs en Vorming;
  d) de Onderwijsinspectie;
  4° het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin:
  a) het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
  b) het agentschap Opgroeien;
  c) het agentschap Opgroeien regie;
  d) het agentschap Zorg en Gezondheid;
  5° het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media:
  a) het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media;
  b) Sport Vlaanderen;
  c) de VRT;
  6° het beleidsdomein Werk en Sociale Economie:
  a) het Departement Werk en Sociale Economie;
  b) de VDAB;
  7° het beleidsdomein Omgeving:
  a) het agentschap Onroerend Erfgoed;
  b) het Departement Omgeving;
  c) Wonen-Vlaanderen;
  d) de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;
  8° het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken.".
Art. 3. L'article 3 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 septembre 2018 et 11 septembre 2020, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 3. En application de l'article 6, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013, les domaines politiques et départements ainsi que les agences autonomisées internes et externes suivants sont désignés comme pertinents pour la politique d'intégration flamande :
  1° le domaine politique de la Chancellerie, de la Gouvernance publique, des Affaires étrangères et de la Justice :
  a) le Département de la Chancellerie et des Affaires étrangères de la Flandre ;
  b) l'Agence de l'Administration intérieure ;
  c) l'Agence de l'Intégration et de l'Insertion civique ;
  2° le domaine politique de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation :
  a) le Département de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation ;
  b) l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ;
  3° le domaine politique de l'Enseignement et de la Formation :
  a) l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes ;
  b) l'Agence de Services d'Enseignement ;
  c) le Département de l'Enseignement et de la Formation ;
  d) l'inspection de l'enseignement ;
  4° le domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille :
  a) le Département du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille ;
  b) l'Agence Grandir ;
  c) l'Agence Grandir régie ;
  d) l'Agence des Soins et de la Santé ;
  5° le domaine politique de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Médias :
  a) le Département de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Médias ;
  b) Sport Flandre ;
  c) la VRT ;
  6° le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale :
  a) le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale ;
  b) le VDAB ;
  7° le domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire :
  a) l'Agence Patrimoine de Flandre ;
  b) le Département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire ;
  c) Habitat Flandre ;
  d) la Société flamande du Logement social ;
  8° le domaine politique de la Mobilité et des Travaux publics. ".
Art. 4. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020, wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Ter uitvoering van artikel 7 van het decreet van 7 juni 2013, wijzen de leidend ambtenaren van de departementen en van de intern en extern verzelfstandigde agentschappen, vermeld in artikel 3 van dit besluit, een ambtenaar aan als aanspreekpunt integratiebeleid.
  De aanspreekpunten integratiebeleid hebben de volgende taken:
  1° ze leveren een bijdrage om het geïntegreerde actieplan, vermeld in artikel 5, § 1, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013, voor te bereiden;
  2° ze coördineren de implementatie van de doelstellingen, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013, binnen hun eigen beleidsdomein;
  3° binnen het kader van de doelstellingen van de Vlaamse overheid schatten ze de effecten in van het beleid dat door hun departement of agentschap wordt voorbereid of uitgevoerd, op de personen van buitenlandse herkomst.
  § 2. Het agentschap coördineert de volgende aspecten:
  1° het netwerk van aanspreekpunten integratiebeleid;
  2° de voorbereiding van het geïntegreerde actieplan.".
Art. 4. L'article 4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 septembre 2020, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. En exécution de l'article 7 du décret du 7 juin 2013, les fonctionnaires dirigeants des départements et des agences autonomisées internes et externes, visés à l'article 3 du présent arrêté, désignent un fonctionnaire comme point de contact en matière de politique d'intégration.
  Les points de contact en matière de politique d'intégration accomplissent les tâches suivantes :
  1° ils contribuent à l'élaboration du plan d'action intégré, visé à l'article 5, § 1er, alinéa deux, du décret du 7 juin 2013 ;
  2° ils coordonnent la mise en oeuvre des objectifs, visés à l'article 5, § 1er, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013, dans leur propre domaine politique ;
  3° dans le cadre des objectifs de l'Autorité flamande, ils évaluent les effets de la politique élaborée ou mise en oeuvre par leur département ou agence sur les personnes d'origine étrangère.
  § 2. L'agence coordonne les aspects suivants :
  1° le réseau des points de contact en matière de politique d'intégration ;
  2° l'élaboration du plan d'action intégré. ".
Art. 5. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 5. L'article 5 du même arrêté est abrogé.
Art. 6. Artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019, wordt opgeheven.
Art. 6. L'article 6 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2019, est abrogé.
Art. 7. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 september 2018, 26 april 2019 en 11 september 2020, wordt een hoofdstuk 2/1, dat bestaat uit artikel 6/1, ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 2/1. Het lokale integratiebeleid
Art. 7. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 septembre 2018, 26 avril 2019 et 11 septembre 2020, est inséré un chapitre 2/1, composé de l'article 6/1, énoncé comme suit :
  " Chapitre 2/1. La politique locale d'intégration
Art. 6/1. Ter uitvoering van artikel 15 van het decreet van 7 juni 2013 worden binnen de beschikbare begrotingskredieten en na advies van de Inspectie van Financiën jaarlijks middelen toegekend door de minister aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie op basis van:
  1° het meerjarenplan met doelstellingen dat, in overeenstemming met artikel 3 en 8 van het decreet van 5 juli 1989 tot organisatie van het toezicht op de Vlaamse Gemeenschapscommissie, digitaal wordt bezorgd aan en goedgekeurd wordt door de Vlaamse Regering;
  2° aanpassingen aan het meerjarenplan die, in overeenstemming met artikel 3 en 8 van het decreet van 5 juli 1989 tot organisatie van het toezicht op de Vlaamse Gemeenschapscommissie, digitaal worden bezorgd aan en goedgekeurd worden door de Vlaamse Regering.
  De toegekende middelen kunnen aangewend worden voor werkings- en personeelskosten.
  De Vlaamse Gemeenschapscommissie koppelt een rapporteringscode aan de acties in het meerjarenplan en aan de aanpassingen aan het meerjarenplan die betrekking hebben op de regie van het integratiebeleid.
  De jaarlijkse rapportering over de uitvoering van de engagementen en de aanwending van de toegekende middelen door de Vlaamse Gemeenschapscommissie met betrekking tot de regie van het integratiebeleid gebeurt aan de hand van de jaarrekening die, in overeenstemming met artikel 3 en 8 van het decreet van 5 juli 1989 tot organisatie van het toezicht op de Vlaamse Gemeenschapscommissie, digitaal wordt bezorgd aan en goedgekeurd wordt door de Vlaamse Regering.
  De Vlaamse Gemeenschapscommissie geeft in die jaarrekening aan welke activiteiten en prestaties zijn verricht met betrekking tot de regie van het integratiebeleid en koppelt een rapporteringscode daaraan.".
Art. 6/1. En exécution de l'article 15 du décret du 7 juin 2013, dans le cadre des crédits budgétaires disponibles et après avis de l'Inspection des Finances, des moyens sont alloués annuellement par le ministre à la Commission communautaire flamande sur la base :
  1° du plan pluriannuel avec objectifs lequel, conformément aux articles 3 et 8 du décret du 5 juillet 1989 portant organisation de la tutelle sur la Commission communautaire flamande, est transmis par voie numérique au Gouvernement flamand et approuvé par celui-ci ;
  2° des adaptations du plan pluriannuel lequel, conformément aux articles 3 et 8 du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'organisation du contrôle de la Commission communautaire flamande, portant organisation de la tutelle sur la Commission communautaire flamande, sont transmises par voie numérique au Gouvernement flamand et approuvées par celui-ci.
  Les moyens alloués peuvent être affectés aux frais de fonctionnement et de personnel.
  La Commission communautaire flamande lie un code de rapport aux actions du plan pluriannuel et aux adaptations du plan pluriannuel concernant la régie de la politique d'intégration.
  Le rapport annuel sur l'exécution des engagements et l'utilisation des moyens alloués par la Commission communautaire flamande dans le cadre de la régie de la politique d'intégration est établi sur la base des comptes annuels lesquels, conformément aux articles 3 et 8 du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'organisation du contrôle de la Commission communautaire flamande, sont transmis par voie numérique au Gouvernement flamand et approuvés par celui-ci.
  Dans ces comptes annuels, la Commission communautaire flamande indique les activités et prestations réalisées concernant la régie de la politique d'intégration et y associe un code de rapport. ".
Art. 8. In artikel 7, § 3, vierde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "en vierde" opgeheven.
Art. 8. A l'article 7, § 3, alinéa quatre, du même arrêté, le membre de phrase " alinéas 3 et 4, " est remplacé par le membre de phrase " alinéa 3, ".
Art. 9. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden "het EVA" vervangen door de woorden "het agentschap".
Art. 9. A l'article 9 du même arrêté, les mots " l'AAE " sont remplacés par les mots " l'agence ".
Art. 10. In artikel 11, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit wordt het woord "lid-Staten" vervangen door het woord "lidstaten".
Art. 10. Dans la version néerlandaise du même arrêté, à l'article 11, alinéa premier, 2°, du même arrêté, le mot " lid-Staten " est remplacé par le mot " lidstaten " .
Art. 11. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 september 2018, 26 april 2019 en 11 september 2020, wordt een artikel 11/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 11/1. De inburgeraar die al een inburgeringsattest heeft behaald dat is uitgereikt door de Duitstalige Gemeenschap, de Franstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, wordt vrijgesteld voor de gemeenschappelijke delen van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, 1°, van het decreet van 7 juni 2013.".
Art. 11. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 septembre 2018, 26 avril 2019 et 11 septembre 2020, est inséré un article 11/1, énoncé comme suit :
  " Art. 11/1. L'intégrant qui a déjà obtenu une attestation d'intégration civique délivrée par la Communauté germanophone, la Communauté française, la Commission communautaire française ou la Commission communautaire commune est dispensé des parties communes du programme de formation " orientation sociale ", visé à l'article 29, § 1er, alinéa deux, 1°, du décret du 7 juin 2013. ".
Art. 12. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt tussen het woord "wordt" en het woord "verplicht" het woord "alleen" ingevoegd, worden de woorden "van enkel de opleiding" vervangen door de woorden "en het behalen van de doelstelling van het vormingspakket" en wordt tussen de woorden "Nederlands als tweede taal" en het woord "als" de zinsnede ", vermeld in artikel 31, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet," ingevoegd;
  2° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. 12. A l'article 12 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, le membre de phrase " n'est tenu qu'à suivre la formation " le néerlandais comme deuxième langue " si, " est remplacé par le membre de phrase " est uniquement tenu de suivre et d'atteindre l'objectif du programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue ", visé à l'article 31, § 1er, du décret précité si, " ;
  2° le paragraphe 4 est abrogé.
Art. 13. In afdeling 2, van hoofdstuk 4, van hetzelfde besluit, wordt een artikel 13/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "In deze afdeling wordt verstaan onder werken: op een legale manier minstens halftijds tewerkgesteld zijn als werknemer, zelfstandige of ambtenaar.
  Behalve in het geval van het verkrijgen van een vrijstelling van de verplichting om het taalvaardigheidsniveau B1 mondeling te behalen, vermeld in artikel 32/5, § 1, eerste en tweede lid, van dit besluit, moet de inburgeraar bewijzen dat hij werkt als werknemer met arbeidscontract(en) van minstens drie maanden aansluitend, bewijzen dat hij als zelfstandige werkt of bewijzen dat hij werkt als ambtenaar via het benoemingsbesluit.".
Art. 13. Dans la section 2, du chapitre 4, du même arrêté, est inséré un article 13/1, énoncé comme suit :
  " Dans la présente section, on entend par travailler : être légalement employé au moins à mi-temps en tant que salarié, indépendant ou fonctionnaire.
  Sauf dans le cas de l'obtention d'une dispense de l'obligation d'atteindre le niveau de compétences linguistiques B1 oral, visée à l'article 32/5, § 1, alinéas premier et deux, du présent arrêté, l'intégrant doit prouver qu'il travaille en tant que salarié au moyen d'un ou de plusieurs contrats de travail d'une durée minimale de trois mois consécutifs, en tant qu'indépendant ou en tant que fonctionnaire via l'arrêté de nomination. ".
Art. 14. In artikel 14, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het getal "32" vervangen door het getal "28".
Art. 14. A l'article 14, § 1er, alinéa premier, du même arrêté, le nombre " 32 " est remplacé par le nombre " 28 ".
Art. 15. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "inkomsten verwerven via een wachtuitkering of een werkloosheidsuitkering" vervangen door de woorden "verplicht ingeschreven werkzoekende zijn", worden de woorden "met een professioneel perspectief" vervangen door de woorden "die niet werken of studeren", wordt de zinsnede "artikel 34, eerste lid" vervangen door de zinsnede `artikel 34/4, tweede lid" en wordt het woord "samenwerkingsprotocol" vervangen door het woord "samenwerkingsovereenkomst";
  2° het tweede lid van paragraaf 1 wordt opgeheven;
  3° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "artikel 34, eerste lid" vervangen door de zinsnede "artikel 34/4, tweede lid";
  4° in paragraaf 3, 1°, wordt de zinsnede "29, § 3" vervangen door de zinsnede "34/1, § 2";
  5° paragraaf 3, 3°, wordt vervangen door wat volgt:
  "3° de afspraken over de toeleiding van de inburgeraar naar de VDAB, Actiris of het OCMW, vermeld in artikel 34 van het voormelde decreet, en daaraan voorafgaande intake door het EVA of het stedelijk EVA;";
  6° in paragraaf 3, 4°, wordt de zinsnede "artikel 34, eerste lid" vervangen door de zinsnede `artikel 34/4, tweede lid";
  7° aan paragraaf 3 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° de afspraken over de geïntegreerde samenwerking, vermeld in artikel 30/3, derde lid, van dit besluit.";
  8° er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4. Onder doorverwijzing als vermeld in artikel 34/1, § 2, eerste lid, en artikel 39, § 3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 wordt verstaan de afspraak als vermeld in artikel 111/1, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding om een inburgeringstraject te volgen.".
Art. 15. A l'article 15 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " qui acquièrent des revenus par le biais d'une allocation d'attente ou d'une allocation de chômage " sont remplacés par les mots " demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement ", les mots " ayant une perspective professionnelle " sont remplacés par les mots " qui ne travaillent pas ou n'étudient pas ", le membre de phrase " l'article 34, alinéa 1er, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 34/4, alinéa deux, " et le mot " protocole de coopération " est remplacé par le mot " accord de coopération " ;
  2° l'alinéa deux du paragraphe 1er est abrogé ;
  3° au paragraphe 2, le membre de phrase " article 34, alinéa premier, " est remplacé par le membre de phrase " article 34/4, alinéa deux, " ;
  4° au paragraphe 3, 1°, le membre de phrase " 29, § 3, " est remplacé par le membre de phrase " 34/1, § 2, " ;
  " 5° le paragraphe 3, 3°, est remplacé par ce qui suit :
  " 3° les accords relatifs à l'orientation de l'intégrant vers le VDAB, Actiris ou le CPAS, visés à l'article 34 du décret précité, et l'accueil préalable par l'AAE ou à l'AAE urbaine ; " ;
  6° au paragraphe 3, 4°, le membre de phrase " l'article 34, alinéa 1er, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 34/4, alinéa deux, " ;
  7° au paragraphe 3 est ajouté un point 5°, énoncé comme suit :
  5° les accords relatifs à la coopération intégrée, visés à l'article 30/3, alinéa trois, du présent arrêté. " ;
  8° il est ajouté un paragraphe 4 énoncé comme suit :
  " § 4. Par renvoi, visé à l'article 34/1, § 2, alinéa premier, et à l'article 39, § 3, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013, on entend l'accord visé à l'article 111/1, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle pour suivre un parcours d'intégration civique. ".
Art. 16. In artikel 16, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt punt 2° opgeheven.
Art. 16. A l'article 16, § 2, alinéa deux, du même arrêté, le point 2° est abrogé.
Art. 17. Artikel 18 tot en met 20 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 17. Les articles 18 à 20 du même arrêté sont abrogés.
Art. 18. In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zin "De verplichte inburgeraar krijgt uitstel van aanmelding bij het EVA of het stedelijk EVA als hij kan bewijzen dat hij recht heeft op een flexibel inburgeringstraject als vermeld in artikel 31, § 3, eerste en tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013." vervangen door de zin "De verplichte inburgeraar die werkt of studeert krijgt uitstel van aanmelding of uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract bij het EVA of het stedelijk EVA als hij kan bewijzen dat hij niet in staat is om zijn werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "artikel 27, § 3, 1°, eerste lid" vervangen door de zinsnede "artikel 27, § 3, eerste lid, 1° ";
  3° in paragraaf 3, derde lid, wordt de zin "Als dat niet het geval is, wordt dat beschouwd als een inbreuk op de plicht om zich tijdig aan te melden, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid 1°, van het decreet van 7 juni 2013, en zijn artikel 35 en 36 van dit besluit van toepassing." opgeheven;
  4° aan paragraaf 3 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verplichte inburgeraar zich niet heeft aangemeld overeenkomstig het derde lid, wordt dat in geval van uitstel van aanmelding beschouwd als een inbreuk op de plicht om zich tijdig aan te melden, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het decreet van 7 juni 2013, en zijn artikel 35 en 36 van dit besluit van toepassing.";
  5° aan paragraaf 3 wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verplichte inburgeraar zich niet heeft aangemeld overeenkomstig het derde lid, wordt dat in geval van uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract beschouwd als de onrechtmatig vroegtijdige beëindiging van het inburgeringstraject, vermeld in artikel 39, § 1, derde lid, 2°, van het decreet van 7 juni 2013, en zijn artikel 35 en 36 van dit besluit van toepassing.".
Art. 18. A l'article 21 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, la phrase " Un délai de présentation à l'AAE ou à l'AAE urbaine est accordé à l'intégrant au statut obligatoire s'il peut démontrer qu'il a droit à un parcours d'intégration civique flexible tel que visé à l'article 31, § 3, alinéas 1er et 2, du décret du 7 juin 2013. " est remplacée par la phrase " Un report de présentation ou de signature du contrat d'intégration civique à l'AAE ou à l'AAE urbaine est accordé à l'intégrant au statut obligatoire qui travaille ou suit des études s'il peut démontrer qu'il n'est pas en mesure de combiner son travail ou sa formation avec la participation à un parcours d'intégration civique. " ;
  2° au paragraphe 2, alinéa premier, le membre de phrase " l'article 27, § 3, 1°, alinéa 1er, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 27, § 3, alinéa premier, 1°, " ;
  3° au paragraphe 3, alinéa trois, la phrase " Si tel n'est pas le cas, c'est considéré comme une infraction à l'obligation de se présenter à temps, visée à l'article 27, § 3, alinéa 1er, 1°, du décret du 7 juin 2013, et les articles 35 et 36 du présent arrêté s'appliquent. " est abrogée ;
  4° au paragraphe 3 est ajouté un alinéa quatre, énoncé comme suit :
  " L'absence de présentation de l'intégrant au statut obligatoire conformément à l'alinéa trois, est considérée en cas de report de présentation comme une infraction à l'obligation de se présenter à temps, visée à l'article 27, § 3, alinéa premier, 1°, du décret du 7 juin 2013, et les articles 35 et 36 du présent arrêté s'appliquent. " ;
  5° au paragraphe 3 est ajouté un alinéa cinq, énoncé comme suit :
  " L'absence de présentation de l'intégrant au statut obligatoire conformément à l'alinéa trois, est considérée en cas de report de la signature du contrat d'intégration civique comme la cessation prématurée illégitime du parcours d'intégration civique, visé à l'article 39, § 1er, alinéa trois, 2°, du décret du 7 juin 2013, et les articles 35 et 36 du présent arrêté s'appliquent. ".
Art. 19. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 september 2018, 26 april 2019 en 11 september 2020, wordt een artikel 21/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 21/1. § 1. Minimaal een van de twee vormingspakketten, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, 1° en 2°, van het decreet van 7 juni 2013, wordt opgestart binnen negentig dagen na de ondertekening van het inburgeringscontract door de inburgeraar. Voor de volgende specifieke categorieën kan uitstel van de voormelde termijn worden verleend:
  1° verplichte inburgeraars die werken of studeren en kunnen bewijzen dat ze niet in staat zijn om hun werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject. De inburgeraar die behoort tot deze categorie, bezorgt het bewijs binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot uitstel aan het EVA of het stedelijk EVA. Hij moet dat bewijs om de zes maanden opnieuw voorleggen;
  2° verplichte inburgeraars die om medische of persoonlijke redenen als vermeld in artikel 21, § 2, derde lid, van dit besluit, die termijn niet kunnen respecteren.
  § 2. Het EVA of het stedelijk EVA registreert het uitstel van de opstart van het vormingspakket in de Kruispuntbank Inburgering en bezorgt een attest aan de verplichte inburgeraar, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°. Het attest vermeldt de datum waarop het uitstel verstrijkt.
  Het model van attest van uitstel wordt opgemaakt door het EVA en ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering. De verplichte inburgeraar kan een vertaalde, niet-ondertekende versie van het attest van uitstel verkrijgen.
  Tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van uitstel, verstreken is, gaat het EVA of het stedelijk EVA na of de verplichte inburgeraar zich heeft aangemeld.
  Als de verplichte inburgeraar zich niet heeft aangemeld overeenkomstig het derde lid, wordt dat beschouwd als niet-regelmatige deelname als vermeld in artikel 39, § 1, derde lid, 3°, van het decreet van 7 juni 2013, en zijn artikel 35 en 36 van dit besluit van toepassing.".
Art. 19. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 septembre 2018, 26 avril 2019 et 11 septembre 2020, est inséré un article 21/1, énoncé comme suit :
  " Art. 21/1. § 1er. Au moins un des deux programmes de formations, visés à l'article 29, § 1er, alinéa deux, 1° et 2°, du décret du 7 juin 2013, est entamé dans les nonante jours de la signature du contrat d'intégration civique par l'intégrant. Les catégories spécifiques suivantes peuvent bénéficier d'un report du délai susmentionné :
  1° les intégrants au statut obligatoire qui travaillent ou étudient et peuvent démontrer qu'ils ne sont pas en mesure de combiner leur travail ou formation avec la participation à un parcours d'intégration civique. L'intégrant qui appartient à cette catégorie fournit la preuve dans les vingt jours ouvrables suivant la demande de report à l'AAE ou à l'AAE urbaine. Il doit ensuite à nouveau produire cette preuve tous les six mois ;
  2° les intégrants au statut obligatoire qui ne peuvent respecter ce délai pour des raisons médicales ou personnelles visées à l'article 21, § 2, alinéa trois, du présent arrêté.
  § 2. L'AAE ou l'AAE urbaine enregistre le report de démarrage du programme de formation dans la Banque-Carrefour Intégration civique et transmet une attestation à l'intégrant au statut obligatoire, visé au paragraphe 1er, alinéa premier, 1° et 2°. L'attestation mentionne la date d'expiration du report.
  Le modèle de l'attestation de report est établi par l'AAE et mis à disposition par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique. L'intégrant au statut obligatoire peut obtenir une version traduite, non signée de l'attestation de report.
  Dix jours ouvrables après la date d'expiration, mentionnée sur l'attestation de report, l'AAE ou l'AAE urbaine vérifie si l'intégrant au statut obligatoire s'est présenté.
  L'absence de présentation de l'intégrant au statut obligatoire conformément à l'alinéa trois, est considérée comme une participation non régulière visée à l'article 39, § 1er, alinéa trois, 3°, du décret du 7 juin 2013, et les articles 35 et 36 du présent arrêté s'appliquent. ".
Art. 20. In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Voor de volgende specifieke categorieën wordt het inburgeringstraject opgeschort:
  1° verplichte inburgeraars die werken of studeren en kunnen bewijzen dat ze niet in staat zijn om hun werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject. De inburgeraar die behoort tot deze categorie, bezorgt het bewijs binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot opschorting aan het EVA of het stedelijk EVA. Hij moet dat bewijs om de zes maanden opnieuw voorleggen;
  2° verplichte inburgeraars die om medische of persoonlijke redenen als vermeld in het tweede en derde lid, tijdelijk hun inburgeringstraject moeten onderbreken.";
  2° in paragraaf 1, derde lid, wordt het woord "vormingsprogramma" telkens vervangen door het woord "inburgeringstraject";
  3° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zin "Als dat niet het geval is, wordt het beschouwd als de onrechtmatig vroegtijdige beëindiging van een onderdeel van het vormingsprogramma, vermeld in artikel 19, § 2, derde lid, en zijn artikel 35 en 36 van toepassing." vervangen door de zin "Als dat niet het geval is, wordt het beschouwd als de onrechtmatig vroegtijdige beëindiging van het inburgeringstraject en zijn artikel 35 en 36 van dit besluit van toepassing.".
Art. 20. A l'article 22 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " Pour les catégories spécifiques suivantes, le parcours d'intégration civique est suspendu :
  1° les intégrants au statut obligatoire qui travaillent ou étudient et peuvent démontrer qu'ils ne sont pas en mesure de combiner leur travail ou formation avec la participation à un parcours d'intégration civique. L'intégrant qui appartient à cette catégorie fournit la preuve dans les vingt jours ouvrables suivant la demande de suspension à l'AAE ou à l'AAE urbaine. Il doit à nouveau produire cette preuve tous les six mois ;
  2° les intégrants au statut obligatoire qui doivent interrompre temporairement leur parcours d'intégration civique pour raisons médicales ou personnelles visées aux alinéas deux et trois. " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa trois, les mots " programme de formation " sont à chaque fois remplacés par les mots " parcours d'intégration civique " ;
  3° au paragraphe 2, alinéa trois, la phrase " Si tel n'est pas le cas, c'est considéré comme la cessation prématurée illégitime d'une partie du programme de formation, visée à l'article 19, § 2, alinéa 3, et les articles 35 et 36 s'appliquent. " est remplacée par la phrase " Si tel n'est pas le cas, c'est considéré comme la cessation prématurée illégitime du parcours d'intégration civique et les articles 35 et 36 du présent arrêté s'appliquent. ".
Art. 21. Artikel 23 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 21. L'article 23 du même arrêté est abrogé.
Art. 22. In artikel 24 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De doelstellingen voor maatschappelijke oriëntatie zijn opgebouwd uit procedurele kennis, conceptuele kennis en attitudes die worden geconcretiseerd in evalueerbare einddoelen. Procedurele kennis heeft betrekking op vaardigheden en conceptuele kennis heeft betrekking op concepten en feiten.";
  2° in het tweede lid wordt het woord "vaardigheden" vervangen door de woorden "procedurele kennis";
  3° in het tweede lid, 2°, worden tussen het woord "hulpbronnen" en de woorden "te gebruiken" de woorden "en zoekkanalen" ingevoegd;
  4° in het derde lid wordt tussen het woord "onder" en het woord "kennis" het woord "conceptuele" ingevoegd;
  5° in het derde lid, 1°, worden de woorden "en weet waar hij die kan vinden" opgeheven;
  6° aan het derde lid, 2°, wordt de zinsnede ", gefundeerd in de Grondwet en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens" toegevoegd;
  7° aan het vierde lid, 1°, wordt de zinsnede ", dit zijn vrijheid, gelijkheid, solidariteit, respect en burgerschap" toegevoegd;
  8° het vierde lid, 2°, wordt vervangen door wat volgt:
  "2° hij de principes van de Vlaamse en Belgische samenleving respecteert, waaronder minstens:
  a) scheiding van de machten;
  b) neutraliteit van de overheid;
  c) gelijkheid van man en vrouw;
  d) scheiding tussen Kerk en Staat;
  e) beginsel van non-discriminatie;
  f) vrijheid van meningsuiting;
  g) respect voor seksuele diversiteit;";
  9° in het vierde lid, 3°, wordt het woord "enzovoort" opgeheven;
  10° in het vierde lid, 5°, worden de woorden "hij bereid is" vervangen door de woorden "hij redelijke inspanningen levert".
Art. 22. A l'article 24 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " Les objectifs de l'orientation sociale sont constitués de connaissances procédurales, de connaissances conceptuelles et d'attitudes qui se concrétisent en objectifs finaux évaluables. Les connaissances procédurales se rapportent aux aptitudes et les connaissances conceptuelles aux concepts et aux faits. " ;
  2° à l'alinéa deux, le mot " aptitudes " est remplacé par les mots " connaissances procédurales " ;
  3° à l'alinéa deux, 2°, les mots " des ressources appropriées " sont remplacés par les mots " des ressources et des canaux appropriés " ;
  4° à l'alinéa trois, le membre de phrase " par connaissances : " est remplacé par le membre de phrase " par connaissances conceptuelles : " ;
  5° à l'alinéa trois, 1°, les mots " et sait où les trouver " sont abrogés ;
  6° à l'alinéa trois, 2°, le membre de phrase " , fondés sur la Constitution et la Déclaration universelle des droits de l'homme " est ajouté ;
  7° à l'alinéa quatre, 1°, le membre de phrase " , à savoir la liberté, l'égalité, la solidarité, le respect et la citoyenneté " est ajouté ;
  8° l'alinéa quatre, 2°, est remplacé par ce qui suit :
  " 2° il respecte les normes de la société flamande et belge, dont au moins :
  a) la séparation des pouvoirs ;
  b) la neutralité des pouvoirs publics ;
  c) l'égalité entre les hommes et les femmes ;
  d) la séparation de l'Eglise et de l'Etat ;
  e) le principe de non-discrimination ;
  f) la liberté d'expression ;
  g) le respect de la diversité sexuelle ; " ;
  9° à l'alinéa quatre, 3°, le mot " etc., " est abrogé ;
  10° à l'alinéa quatre, 5°, les mots " il est disposé à " sont remplacés par les mots " il fournit suffisamment d'efforts afin de ".
Art. 23. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 september 2018, 26 april 2019 en 11 september 2020, wordt een artikel 24/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 24/1. § 1. De minister stelt een valideringscommissie samen en coördineert die.
  § 2. De valideringscommissie valideert de evalueerbare einddoelen, vermeld in artikel 24, eerste lid. De einddoelen zijn sober geformuleerde, duidelijke, competentiegerichte en evalueerbare minimumdoelen die voor elke inburgeraar noodzakelijk en bereikbaar worden geacht.
  § 3. De einddoelen worden periodiek gescreend op de actualiteitswaarde ervan en worden zo nodig bijgestuurd.".
Art. 23. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 septembre 2018, 26 avril 2019 et 11 septembre 2020, est inséré un article 24/1, énoncé comme suit :
  " Art. 24/1. § 1er. Le ministre met en place et coordonne une commission de validation.
  § 2. La commission de validation valide les objectifs finaux évaluables, visés à l'article 24, alinéa premier. Les objectifs finaux sont des objectifs minimaux sobrement formulés, clairs, axés sur les compétences et évaluables, considérés comme nécessaires et réalisables pour chaque intégrant.
  § 3. Les objectifs finaux font périodiquement l'objet d'une appréciation de leur valeur d'actualité et sont, au besoin, ajustés. ".
Art. 24. In artikel 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Het EVA of het stedelijk EVA organiseert de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie zodanig dat de inburgeraar de einddoelen, vermeld in artikel 24, eerste lid, verwerft binnen de leeromgevingen, vermeld in het tweede lid.";
  2° in het tweede lid wordt het woord "doelen" vervangen door het woord "einddoelen".
Art. 24. A l'article 25 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " L'AAE ou l'AAE urbaine organise le cursus du programme de formation " orientation sociale " de telle manière que l'intégrant acquiert les objectifs finaux, visés à l'article 24, au sein des environnements d'apprentissage, visés à l'alinéa deux. " ;
  2° à l'alinéa deux les mots " les objectifs " sont remplacés par les mots " les objectifs finaux ".
Art. 25. Artikel 26 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 26. § 1. Om het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie uit te voeren, stelt het EVA de nodige materialen ter beschikking.
  § 2. De vorm en inhoud van de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie worden op maat van de inburgeraar aangeboden. Dat houdt onder andere in:
  1° voorzien in een gedifferentieerd aanbod van het vormingspakket, rekening houdend met de diverse achtergronden en ambities van de inburgeraars opdat de procedurele kennis, conceptuele kennis en attitudes, vermeld in artikel 24, optimaal verworven worden;
  2° toegankelijkheid garanderen door naast dagonderwijs ook avond- en weekendonderwijs, lesmomenten tijdens de schoolvakanties en afstandsonderwijs te organiseren;
  3° een zelfstudiepakket ontwikkelen. De verplichte inburgeraar kan maar eenmalig de cursus volgen aan de hand van een zelfstudiepakket;
  4° inzetten op een digitaal lessenpakket;
  5° klassikale ondersteuning aanbieden als dat nodig is;
  6° de cursus in de moeder- of contacttaal van de inburgeraar onderwijzen;
  7° geïntegreerde trajecten aanbieden.
  In het eerste lid, 7°, wordt verstaan onder geïntegreerde trajecten: minstens het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie organisatorisch en inhoudelijk afstemmen op de drie overige onderdelen van het inburgeringstraject of op trajecten en initiatieven van externe partners.".
Art. 25. L'article 26 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 26. § 1er. Pour réaliser le programme de formation " orientation sociale ", l'AAE met les matériaux nécessaires à disposition.
  § 2. La forme et le contenu du cursus du programme de formation " orientation sociale " sont proposés en fonction de l'intégrant. Cela comprend entre autres :
  1° prévoir une offre différenciée du programme de formation, compte tenu des différents parcours et ambitions des intégrants afin que les connaissances procédurales, les connaissances conceptuelles et les attitudes, visées à l'article 24, soient acquises de manière optimale ;
  2° garantir l'accessibilité en organisant des cours du soir et du week-end, des cours pendant les vacances scolaires et l'enseignement à distance, en plus de l'enseignement de jour ;
  3° développer un programme d'autoformation. L'intégrant au statut obligatoire ne peut suivre le cursus qu'une seule fois par le biais d'un programme d'autoformation ;
  4° se concentrer sur un programme de cours numérique ;
  5° offrir un soutien en classe si nécessaire ;
  6° donner le cours dans la langue maternelle ou la langue de contact de l'intégrant ;
  7° offrir des parcours intégrés.
  A l'alinéa premier, 7°, il faut entendre par parcours intégrés : faire correspondre le programme de formation " orientation sociale ", en termes d'organisation et de contenu, au moins aux trois autres composantes du parcours d'intégration civique ou aux parcours et initiatives de partenaires externes. ".
Art. 26. Artikel 27 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 27. § 1. Ter uitvoering van artikel 30, § 2, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013 organiseren het EVA en het stedelijk EVA een test die bestaat uit een gestandaardiseerde test maatschappelijke oriëntatie en een procesevaluatie. De gestandaardiseerde test maatschappelijke oriëntatie wordt aangeboden in de moeder- of contacttaal van de inburgeraar.
  Het EVA stelt die test ter beschikking. Het EVA en het stedelijk EVA gebruiken uitsluitend die test maatschappelijke oriëntatie. Als verplichte inburgeraars niet geslaagd zijn voor een test als vermeld in het eerste lid, is herkansing mogelijk op voorwaarde dat ze de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie volgen. Er wordt bepaald welke onderdelen van de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie de verplichte inburgeraar moet volgen opdat de procedurele kennis, conceptuele kennis en attitudes, vermeld in artikel 24, van dit besluit, optimaal verworven worden.
  § 2. Op basis van de test maatschappelijke oriëntatie meet het EVA of het stedelijk EVA de mate waarin de einddoelen zijn behaald.
  § 3. Het EVA en het stedelijk EVA hanteren een gemeenschappelijk evaluatiereglement dat het EVA ter beschikking stelt. Het reglement bevat minstens het volgende:
  1° de praktische organisatie van de test maatschappelijke oriëntatie;
  2° de wijze en het tijdstip van de bekendmaking van de resultaten;
  3° de praktische organisatie van de beroepsprocedure, vermeld in artikel 27/2;
  4° de verhouding tussen de gestandaardiseerde test en de procesevaluatie voor de berekening van de resultaten. Om te slagen voor de test, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, dient de inburgeraar minstens te slagen voor de gestandaardiseerde test waarbij het resultaat op die gestandaardiseerde test telt voor ten minste 60% van het totaalresultaat voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie.
  § 4. Met toepassing van artikel 34/1, § 3, eerste lid, van het voormelde decreet kan de inburgeraar een vrijstellingstest afleggen voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie uiterlijk dertig dagen na de aanmelding, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet.
  De gestandaardiseerde test, vermeld in paragraaf 1, geldt als vrijstellingstest als vermeld in het eerste lid, voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie.
  Als verplichte inburgeraars niet geslaagd zijn voor een vrijstellingstest als vermeld in het eerste lid, kunnen ze de test maatschappelijke oriëntatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, afleggen op voorwaarde dat ze de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie volgen.".
Art. 26. L'article 27 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 27. § 1er. En application de l'article 30, § 2, alinéa deux, du décret du 7 juin 2013, l'AAE et l'AAE urbaine organisent un test composé d'un test d'orientation sociale standardisé et d'une évaluation du processus. Le test standardisé " orientation sociale " est proposé dans la langue maternelle ou la langue de contact de l'intégrant.
  L'AAE met ce test à disposition. L'AAE et l'AAE urbaine utilisent uniquement ce test d'orientation sociale. Si les intégrants au statut obligatoire n'ont pas réussi un test, visé à l'alinéa premier, il est possible de passer un second test à condition qu'ils suivent le cursus du programme de formation " orientation sociale ". Il est déterminé quelles parties du cursus du programme de formation " orientation sociale " l'intégrant au statut obligatoire doit suivre afin d'acquérir de manière optimale les connaissances procédurales, les connaissances conceptuelles et les attitudes visées à l'article 24 du présent arrêté.
  § 2. Sur la base du test d'orientation sociale, l'AAE ou l'AAE urbaine évalue la mesure dans laquelle les objectifs finaux ont été atteints.
  § 3. L'AAE et l'AAE urbaine appliquent un règlement d'évaluation commun mis à disposition par l'AAE. Le règlement règle au moins :
  1° l'organisation pratique du test d'orientation sociale ;
  2° le mode et le moment de publication des résultats ;
  3° l'organisation pratique de la procédure de recours, visée à l'article 27/2 ;
  4° le rapport entre le test standardisé et l'évaluation du processus pour le calcul des résultats. Pour réussir le test visé au paragraphe 1er, alinéa premier, l'intégrant doit au minimum réussir le test standardisé dont le résultat compte pour au moins 60 % du résultat total du programme de formation " orientation sociale ".
  § 4. En application de l'article 34/1, § 3, alinéa premier, du décret précité, l'intégrant peut passer un test de dispense pour le programme de formation " orientation sociale " au plus tard trente jours suivant la présentation visée à l'article 27, § 3, alinéa premier, 1°, du décret précité.
  Le test standardisé, visé au paragraphe 1er, s'applique en tant que test de dispense visé à l'alinéa premier, pour le programme de formation " orientation sociale ".
  Si les intégrants au statut obligatoire n'ont pas réussi le test de dispense visé à l'alinéa premier, ils peuvent se présenter au test d'orientation sociale, visé au paragraphe 1er, alinéa premier, à condition de suivre le cursus du programme de formation " orientation sociale ".
Art. 27. In hetzelfde besluit wordt een artikel 27/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 27/1. Ter uitvoering van artikel 27, § 3, derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 beschikt de verplichte inburgeraar over beperkte leercapaciteiten voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
  1° nadat de cursist de cursus maatschappelijke oriëntatie actief gevolgd heeft, is de cursist niet geslaagd voor de test maatschappelijke oriëntatie;
  2° na een deliberatie door een commissie van experten wordt beslist dat de cursist voldoende gemotiveerd is en voldoende inspanningen heeft geleverd, maar niet over de leercapaciteiten beschikt om vooruitgang te boeken. De commissie van experten wordt samengesteld door het EVA of het stedelijk EVA. De commissie bestaat uit minstens drie personen, waaronder de trajectbegeleider, de docent maatschappelijke oriëntatie en een persoon met pedagogische kennis.".
Art. 27. Dans le même arrêté est inséré un article 27/1, énoncé comme suit :
  " Art. 27/1. En application de l'article 27, § 3, alinéa trois, du décret du 7 juin 2013, l'intégrant au statut obligatoire a des capacités d'apprentissage restreintes pour le programme de formation " orientation sociale " si toutes les conditions suivantes sont réunies :
  1° après que l'intégrant a suivi activement le cursus " orientation sociale ", il n'a pas réussi le test d'orientation sociale ;
  2° après délibération d'une commission d'experts, il est décidé que l'intégrant est suffisamment motivé et a fourni des efforts suffisants, mais n'a pas les capacités d'apprentissage nécessaires pour progresser. La commission d'experts est composée par l'AAE ou l'AAE urbaine. La commission est composée d'au moins trois personnes, dont l'accompagnateur de parcours, le professeur d'orientation sociale et une personne ayant des connaissances pédagogiques. ".
Art. 28. In hetzelfde besluit wordt een artikel 27/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 27/2. Als de inburgeraar niet akkoord gaat met de resultaten van zijn test maatschappelijke oriëntatie of met de resultaten van de vrijstellingstest maatschappelijke oriëntatie, kan de inburgeraar daartegen beroep aantekenen bij de beroepscommissie.
  De minister bepaalt de samenstelling en de werking van de beroepscommissie.
  Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep schriftelijk ingediend binnen dertig dagen na de ontvangst van de resultaten.
  De beroepscommissie is bevoegd om de oorspronkelijke beslissing te bevestigen of te wijzigen en neemt een beslissing binnen een termijn van zestig dagen nadat ze het beroep heeft ontvangen.".
Art. 28. Dans le même arrêté est inséré un article 27/2, énoncé comme suit :
  " Art. 27/2. Si l'intégrant n'est pas d'accord avec les résultats de son test d'orientation sociale ou avec les résultats du test de dispense d'orientation sociale, l'intégrant peut introduire un recours auprès de la commission de recours.
  Le ministre fixe la composition et le fonctionnement de la commission de recours.
  Sous peine d'irrecevabilité, le recours est introduit par écrit dans les trente jours suivant la réception des résultats.
  La commission de recours a le pouvoir de confirmer ou de modifier la décision initiale et prend une décision dans un délai de soixante jours à compter de la réception du recours. ".
Art. 29. In hetzelfde besluit wordt een artikel 27/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 27/3. § 1. Ter uitvoering van artikel 30, § 3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 betaalt de inburgeraar eenmalig een retributie van negentig euro aan het EVA of het stedelijk EVA om te kunnen deelnemen aan de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie.
  § 2. Ter uitvoering van artikel 30, § 3, tweede lid, van het voormelde decreet betaalt de inburgeraar telkens een retributie van negentig euro aan het EVA of het stedelijk EVA om te kunnen deelnemen aan de test maatschappelijke oriëntatie of de vrijstellingstest.
  § 3. De retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2, komen toe aan het EVA of het stedelijk EVA.
  Het EVA en het stedelijk EVA maken gezamenlijk afspraken over de wijze waarop de retributies worden geïnd en delen die afspraken mee aan de inburgeraar in het betalingsverzoek.
  § 4. In het geval van betalingsmoeilijkheden kan, in afwijking van paragraaf 1 en 2, de retributie betaald worden na de start van de cursus of na het afleggen van de test of vrijstellingstest van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie. De retributie moet worden betaald binnen dertig dagen na ontvangst van het betalingsverzoek. Het EVA en het stedelijk EVA maken gezamenlijk afspraken over wat begrepen wordt onder betalingsmoeilijkheden.
  Als de inburgeraar in gebreke blijft om de retributie te betalen, wordt deze retributie bij dwangbevel ingevorderd. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling. De personeelsleden van het agentschap Vlaamse Belastingdienst worden ermee belast het dwangbevel uit te vaardigen en de retributie in te vorderen.
  De retributie wordt uitvoerbaar verklaard en de betaling ervan wordt opgevolgd via de Kruispuntbank Inburgering.
  Alvorens het EVA of het stedelijk EVA het attest van inburgering, vermeld in artikel 34/3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 uitreikt, dienen de retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2, betaald te zijn door de inburgeraar.
  § 5. De volgende categorieën van inburgeraars, die geen verplichte inburgeraars zijn, worden vrijgesteld van de retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2:
  1° inburgeraars die ingeschreven zijn in het Rijksregister in een gemeente van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
  2° inburgeraars die geen houder zijn van een diploma van het secundair onderwijs en ingeschreven zijn voor geletterdheidsmodules Nederlands en Leren leren of Regie over het Eigen Leren, een opleiding in de leergebieden van de basiseducatie of een opleiding in de studiegebieden aanvullende algemene vorming of algemene vorming;
  3° inburgeraars die ingeschreven zijn voor de opleiding ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting;
  4° inburgeraars die op het moment van hun inschrijving een inkomen verwerven via maatschappelijke dienstverlening of een leefloon of die ten laste zijn van de voormelde categorieën;
  5° inburgeraars die op het moment van inschrijving gedetineerd zijn zoals is bepaald in artikel 2, 16° bis van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
  6° inburgeraars die op het moment van hun inschrijving nog niet voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht;
  7° inburgeraars die werkzoekend zijn, zoals bepaald in artikel 2, 47° bis van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
  8° inburgeraars die niet-werkende, verplicht ingeschreven werkzoekenden zijn die op het moment van hun inschrijving nog geen recht op een inschakelingsuitkering hebben verworven;
  9° inburgeraars die ingeschreven zijn voor een opleiding zoals bedoeld in artikel 64bis van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
  10° inburgeraars die ingeschreven zijn voor de opleiding Ondernemerschap en tegelijk ingeschreven zijn als leerling in de derde graad van het secundair onderwijs, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, een centrum voor deeltijdse vorming, of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.".
Art. 29. Dans le même arrêté est inséré un article 27/3, énoncé comme suit :
  " Art. 27/3. § 1er. En application de l'article 30, § 3, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013, l'intégrant paie une rétribution unique de nonante euros à l'AAE ou à l'AAE urbaine afin de pouvoir participer au cursus du programme de formation " orientation sociale ".
  § 2. En application de l'article 30, § 3, alinéa deux, du décret précité, l'intégrant paie une rétribution de nonante euros à l'AAE ou l'AAE urbaine à chaque fois qu'il souhaite passer le test d'orientation sociale ou le test de dispense.
  § 3. Les rétributions, visées aux paragraphes 1er et 2, reviennent à l'AAE ou l'AAE urbaine.
  L'AAE et l'AAE urbaine prennent des dispositions communes sur le mode de perception des rétributions et en informent l'intégrant dans la demande de paiement.
  § 4. En cas de difficultés de paiement, par dérogation aux paragraphes 1er et 2, la rétribution peut être payée après le début du cursus ou après avoir passé le test ou le test de dispense du programme de formation " orientation sociale ". La rétribution doit être payée dans un délai de trente jours suivant la date de réception de la demande de paiement. L'AAE et l'AAE urbaine conviennent conjointement de ce qu'il faut entendre par difficultés de paiement.
  Si l'intégrant reste en défaut de paiement de la rétribution, elle est recouvrée par contrainte. Une contrainte est signifiée par exploit d'huissier avec injonction de payer. Les membres du personnel de l'agence du Service flamand des Impôts sont chargés de décerner la contrainte et de recouvrer la rétribution.
  La rétribution est déclarée exécutoire et son paiement est suivi par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique.
  Avant que l'AAE ou l'AAE urbaine ne délivre l'attestation d'intégration civique, visée à l'article 34/3, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013, les rétributions, visées aux paragraphes 1er et 2, doivent avoir été payées par l'intégrant.
  § 5. Les catégories suivantes d'intégrants, qui ne sont pas des intégrants au statut obligatoire, sont exemptées des rétributions visées aux paragraphes 1er et 2 :
  1° les intégrants inscrits au registre national dans une commune de la région bilingue de Bruxelles-Capitale ;
  2° les intégrants qui ne sont pas titulaires d'un diplôme de l'enseignement secondaire et sont inscrits aux modules d'alphabétisation " Nederlands " et " Leren leren " ou " Regie over het Eigen Leren ", à une formation dans les domaines d'apprentissage de l'éducation de base ou une formation dans les disciplines " aanvullende algemene vorming " ou " algemene vorming " ;
  3° les intégrants inscrits à la formation " ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting " ;
  4° les intégrants qui acquièrent, au moment de leur inscription, un revenu par le biais de services sociaux ou d'un revenu d'intégration sociale ou qui sont à charge des catégories précitées ;
  5° les intégrants qui, au moment de l'inscription, sont détenus conformément à l'article 2, 16° bis du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes ;
  6° les intégrants qui, au moment de leur inscription, n'ont pas encore satisfait à l'obligation scolaire à temps plein ;
  7° les intégrants demandeurs d'emploi, conformément à l'article 2, 47° bis, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes ;
  8° les intégrants demandeurs d'emploi inoccupés inscrits obligatoirement qui, au moment de leur inscription, n'ont pas encore acquis le droit à une allocation d'insertion ;
  9° les intégrants inscrits à une formation visée à l'article 64bis du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes ;
  10° les intégrants inscrits à la formation " Ondernemerschap " (Entrepreneuriat) et simultanément comme élève dans le troisième degré de l'enseignement secondaire, dans un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, un centre de formation à temps partiel ou un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises. ".
Art. 30. In artikel 28 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "artikel 29, § 1, derde lid," vervangen door de zinsnede "artikel 31";
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 31, § 2," vervangen door de zinsnede "artikel 34/1, § 4, tweede lid,".
Art. 30. A l'article 28 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa premier, le membre de phrase " l'article 29, § 1er, alinéa 3, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 31, " ;
  2° à l'alinéa deux, le membre de phrase " l'article 31, § 2, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 34/1, § 4, alinéa deux, ".
Art. 31. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 september 2018, 26 april 2019 en 11 september 2020, wordt een artikel 28/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 28/1. Voor inburgeraars in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad bepaalt het EVA het vormingspakket opleiding Nederlands als tweede taal op basis van het advies van het Huis van het Nederlands Brussel vzw, dat bezorgd is via de Kruispuntbank Inburgering.".
Art. 31. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 septembre 2018, 26 avril 2019 et 11 septembre 2020, est inséré un article 28/1, énoncé comme suit :
  " Art. 28/1. Pour les intégrants dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, l'AAE détermine le programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue " sur la base de l'avis, transmis via la Banque-Carrefour Intégration civique, de l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel. ".
Art. 32. In artikel 29 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 32. A l'article 29 du même arrêté, l'alinéa deux est abrogé.
Art. 33. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 september 2018, 26 april 2019 en 11 september 2020, wordt een artikel 30/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 30/1. Ter uitvoering van artikel 27, § 3, derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 beschikt de verplichte inburgeraar over beperkte leercapaciteiten voor het vormingspakket Nederlands als tweede taal als het centrum, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 7 juni 2013, oordeelt dat de cursist voldoende gemotiveerd is en voldoende inspanningen heeft geleverd, maar niet over de leercapaciteiten beschikt om een taalvaardigheid van het Nederlands te behalen die overeenstemt met niveau A2 van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen.
  Het Vlaams Afsprakenkader NT2, vermeld in artikel 46/3, 3° /1, van het decreet van 7 juni 2013, biedt richtlijnen over de criteria om tot dit besluit te komen.".
Art. 33. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 septembre 2018, 26 avril 2019 et 11 septembre 2020, est inséré un article 30/1, énoncé comme suit :
  " Art. 30/1. En application de l'article 27, § 3, alinéa trois, du décret du 7 juin 2013, l'intégrant au statut obligatoire a des capacités d'apprentissage restreintes pour le programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue " si le centre, visé à l'article 2, 4°, du décret du 7 juin 2013, estime que l'intégrant est suffisamment motivé et a fourni des efforts suffisants, mais ne dispose pas des capacités d'apprentissage pour atteindre un niveau de compétences linguistiques du néerlandais correspondant au niveau A2 du Cadre européen de référence pour les langues.
  Le Cadre flamand d'accords NT2, visé à l'article 46/3, 3° /1, du décret du 7 juin 2013, fournit des lignes directrices sur les critères à utiliser pour prendre cette décision. ".
Art. 34. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 september 2018, 26 april 2019 en 11 september 2020, wordt een artikel 30/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 30/2. § 1. Het EVA of het stedelijk EVA beoordeelt of de inburgeraar de doelen van het vormingspakket Nederlands als tweede taal heeft behaald op basis van een evaluatiereglement. Het EVA en het stedelijk EVA hanteren een gemeenschappelijk evaluatiereglement dat het EVA ter beschikking stelt.
  Het evaluatiereglement, vermeld in het eerste lid, bevat minstens het volgende:
  1° de evaluatievoorwaarden;
  2° de vorm van de evaluatie;
  3° de evaluator;
  4° de evaluatiecriteria;
  5° de bewijzen die in aanmerking komen om aan te tonen dat het vereiste taalvaardigheidsniveau behaald is;
  6° de wijze van bekendmaking van de evaluatieresultaten;
  7° de procedure voor de toekenning van een vrijstelling voor het vormingspakket Nederlands als tweede taal en voor de regeling van betwistingen daarover;
  8° de procedure voor de behandeling van conflicten tussen de inburgeraar en de evaluator of voor het rechtzetten van vermoede materiële vergissingen die zijn vastgesteld nadat de evaluatie afgesloten is.
  § 2. Met toepassing van artikel 34/1, § 3, eerste lid, van het voormelde decreet moet duidelijk zijn of de inburgeraar een vrijstelling krijgt voor het vormingspakket Nederlands als tweede taal uiterlijk dertig dagen na de aanmelding, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet.".
Art. 34. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 septembre 2018, 26 avril 2019 et 11 septembre 2020, est inséré un article 30/2, énoncé comme suit :
  " Art. 30/2. § 1er. L'AAE ou l'AAE urbaine évalue si l'intégrant a atteint les objectifs du programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue " sur la base d'un règlement d'évaluation. L'AAE et l'AAE urbaine appliquent un règlement d'évaluation commun mis à disposition par l'AAE.
  Le règlement d'évaluation, visé à l'alinéa premier, comprend au moins les éléments suivants :
  1° les conditions d'évaluation ;
  2° la forme de l'évaluation ;
  3° l'évaluateur ;
  4° les critères d'évaluation ;
  5° les preuves qui peuvent être utilisées pour attester que le niveau de compétences linguistiques requis a été atteint ;
  6° la manière dont les résultats d'évaluation sont publiés ;
  7° la procédure d'octroi d'une dispense pour le programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue " et pour le règlement des litiges en la matière ;
  8° la procédure pour le traitement de conflits entre l'intégrant et l'évaluateur ou pour la rectification d'erreurs matérielles présumées, constatées après la clôture de l'évaluation.
  § 2. En application de l'article 34/1, § 3, alinéa premier, du décret précité, il doit être précisé si l'intégrant bénéficiera d'une dispense pour le programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue " au plus tard trente jours suivant la présentation visée à l'article 27, § 3, alinéa premier, 1°, du décret précité. ".
Art. 35. In afdeling 2 van hoofdstuk 4 van hetzelfde besluit wordt een onderafdeling 4/1, die bestaat uit artikel 30/3, ingevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 4/1. De inschrijving bij de VDAB of Actiris
Art. 35. A la section 2 du chapitre 4 du même arrêté est inséré une sous-section 4/1, composée de l'article 30/3, énoncé comme suit :
  " Sous-section 4/1. L'inscription auprès du VDAB ou d'Actiris
Art. 30/3. Een inburgeraar die ondersteuning nodig heeft om zich in te schrijven bij de VDAB of bij Actiris, om te voldoen aan de doelstelling, vermeld in artikel 32 van het decreet van 7 juni 2013, kan ondersteuning vragen aan het EVA of het stedelijk EVA, of kan gebruikmaken van de ondersteuningsmogelijkheden van de VDAB of Actiris.
  Het EVA en het stedelijk EVA controleren of de inschrijving effectief is voltooid via het cliëntvolgsysteem.
  Het EVA, het stedelijk EVA en VDAB/Actiris en/of OCMW/lokaal bestuur werken op een geïntegreerde manier, samen met de inburgeraar, een traject uit op basis van zijn competenties, mogelijkheden en ambities. Er wordt ingezet op een gezamenlijke en geïntegreerde intake. Het EVA en het stedelijk EVA stellen het resultaat van de intake ter beschikking van de VDAB, Actiris of het OCMW/lokaal bestuur. De samenwerkingsovereenkomst, als vermeld in artikel 15, § 3, 5°, van dit besluit, bevat afspraken over deze geïntegreerde samenwerking.".
Art. 30/3. Un intégrant qui a besoin d'un soutien pour s'inscrire auprès du VDAB ou d'Actiris, afin de répondre à l'objectif visé à l'article 32 du décret du 7 juin 2013, peut demander un soutien à l'AAE ou à l'AAE urbaine, ou peut faire appel aux possibilités de soutien offertes par le VDAB ou Actiris.
  L'AAE et l'AAE urbaine vérifient si l'inscription a été effectivement réalisée au moyen du système de suivi des clients.
  L'AAE, l'AAE urbaine et le VDAB/Actiris et/ou le CPAS/l'administration locale élaborent un parcours de manière intégrée, en collaboration avec l'intégrant, sur la base de ses compétences, de ses possibilités et de ses ambitions. Des efforts sont consentis afin de prévoir un accueil commun et intégré. L'AAE et l'AAE urbaine mettent le résultat de l'accueil à la disposition du VDAB, d'Actiris ou du CPAS/de l'administration locale. L'accord de coopération, visé à l'article 15, § 3, 5°, du présent arrêté, contient les accords relatifs à cette coopération intégrée. ".
Art. 36. In afdeling 2 van hoofdstuk 4 van hetzelfde besluit wordt een onderafdeling 4/2, die bestaat uit artikel 30/4 tot en met 30/6, ingevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 4/2. Het participatie- en netwerktraject
Art. 36. A la section 2 du chapitre 4 du même arrêté est insérée une sous-section 4/2, composée d'un article 30/4 à 30/6, énoncée comme suit :
  " Sous-section 4/2. Le parcours de participation et de réseau
Art. 30/4. De inburgeraar kiest voor de uitvoering van het participatie- en netwerktraject, in samenspraak met zijn trajectbegeleider, een of meer initiatieven in een Nederlandstalige context. De gekozen initiatieven leiden tot participatie op sociaal vlak.
Art. 30/4. L'intégrant choisit, en concertation avec son accompagnateur de parcours, une ou plusieurs initiatives dans un contexte néerlandophone pour la mise en oeuvre du parcours de participation et de réseau. Les initiatives choisies conduisent à une participation dans le domaine social.
Art. 30/5. De lokale besturen ontsluiten het aanbod naar de inburgeraar.
Art. 30/5. Les administrations locales rendent accessible l'offre à l'intégrant.
Art. 30/6. Het EVA voorziet in een sjabloon dat de inburgeraar na deelname aan het participatie- en netwerktraject van veertig uur invult en voorlegt aan de trajectbegeleider.
  Het sjabloon bevat minstens:
  1° een beschrijving van het initiatief, vermeld in artikel 30/4 van dit besluit;
  2° een ondertekening door de contactpersoon van het initiatief, vermeld in artikel 30/4 van dit besluit.".
Art. 30/6. L'AAE fournit un modèle que l'intégrant remplit après avoir participé au parcours de participation et de réseau de quarante heures et soumet à l'accompagnateur de parcours.
  Le modèle comprend au moins :
  1° une description de l'initiative, visée à l'article 30/4 du présent arrêté ;
  2° une signature de la personne de contact de l'initiative, visée à l'article 30/4 du présent arrêté. ".
Art. 37. Artikel 31 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 31. De trajectbegeleiding, vermeld in artikel 34 van het decreet van 7 juni 2013, heeft tot doel om de inburgeraar een brede, gestructureerde en samenhangende begeleiding aan te bieden, met aandacht voor zijn persoonlijke doelen op sociaal, educatief en professioneel vlak. De inburgeraar wordt gestimuleerd tot zelfreflectie en wordt begeleid bij het uittekenen en realiseren van zijn levensloopbaan. Hij wordt individueel begeleid en opgevolgd tijdens zijn inburgeringstraject. De begeleiding gebeurt in samenspraak met de inburgeraar en wordt op zijn maat vormgegeven.
  De trajectbegeleiding resulteert in de opmaak van een persoonlijk inburgeringsplan.".
Art. 37. L'article 31 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 31. L'accompagnement de parcours, visé à l'article 34 du décret du 7 juin 2013, a pour but d'offrir à l'intégrant un accompagnement large, structuré et cohérent, en portant attention à ses objectifs personnels sur le plan social, éducatif et professionnel. L'intégrant est encouragé à s'engager dans une autoréflexion et est accompagné dans la définition et la réalisation de sa trajectoire de vie. Il est accompagné et suivi individuellement pendant son parcours d'intégration civique. L'accompagnement s'effectue en concertation avec l'intégrant et est conçu en fonction de ses besoins.
  L'accompagnement de parcours débouche sur l'élaboration d'un plan d'intégration personnel.
Art. 38. In artikel 32 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "in functie van de begeleiding bij en de opvolging van het inburgeringstraject" opgeheven;
  2° in het eerste lid wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° het stimuleren van zelfreflectie bij de inburgeraar over zijn leefsituatie, ambities, competenties en behoeften en hem begeleiden om zijn doelen op sociaal, educatief en professioneel vlak in functie van zijn participatie in de samenleving te bepalen;";
  3° in het eerste lid wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° de acties bepalen, samen met de inburgeraar, die nodig zijn om zijn doelen te bereiken;";
  4° in het eerste lid wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
  "4° het bepalen van de trajectonderdelen van inburgering en het opmaken van een persoonlijk inburgeringsplan met aandacht voor het sociale, educatieve en professionele perspectief van de inburgeraar;";
  5° in het eerste lid wordt punt 7° vervangen door wat volgt:
  "7° het opvolgen van individuele ondersteuningsvragen van de inburgeraar en hem daarvoor zo snel mogelijk doorverwijzen naar de reguliere voorzieningen;";
  6° aan het eerste lid worden een punt 9° tot en met 13° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "9° het begeleiden van de inburgeraar bij het uitvoeren van de acties, vermeld in punt 3° ;
  10° het ondersteunen van de inburgeraar in het creëren van een leer- en leefomgeving die noodzakelijk is om het inburgeringstraject te kunnen volgen;
  11° het begeleiden van de inburgeraar bij het succesvol afwerken van het inburgeringstraject en toewerken naar de toeleiding, vermeld in artikel 34/4 van het decreet van 7 juni 2013;
  12° het afstemmen en afspraken maken met betrokken partners bij het inburgeringstraject;
  13° het systematisch opvolgen en evalueren van de voortgang van het traject en het behalen van de doelen, alsook het verlenen van feedback aan de inburgeraar daarover.";
  7° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 38. A l'article 32 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa premier, les mots " en fonction de l'accompagnement et du suivi du parcours d'intégration civique " sont abrogés ;
  2° à l'alinéa premier le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° stimuler l'autoréflexion de l'intégrant sur sa situation de vie, ses ambitions, ses compétences et ses besoins et le guider dans la définition de ses objectifs sur le plan social, éducatif et professionnel en fonction de sa participation au sein de la société ; " ;
  3° à l'alinéa premier le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° déterminer, avec l'intégrant, les actions nécessaires à la réalisation de ses objectifs ; " ;
  4° à l'alinéa premier le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° déterminer les parties du parcours de l'intégration civique et élaborer un plan personnel d'intégration civique axé sur la perspective sociale, éducative et professionnelle de l'intégrant ; " ;
  5° à l'alinéa premier le point 7° est remplacé par ce qui suit :
  " 7° suivre les demandes individuelles de soutien de l'intégrant et l'orienter dès que possible vers les structures régulières ; " ;
  6° à l'alinéa premier sont ajoutés des points 9° à 13°, énoncés comme suit :
  9° accompagner l'intégrant dans l'accomplissement des actions, visées au point 3 ;
  10° soutenir l'intégrant dans la création d'un environnement d'apprentissage et de vie nécessaire afin de pouvoir suivre le parcours d'intégration civique ;
  11° accompagner l'intégrant lors de l'achèvement réussi du parcours d'intégration civique, et se concentrer sur l'orientation, visée à l'article 34/4 du décret du 7 juin 2013 ;
  12° coordonner et conclure des accords avec les partenaires impliqués dans le parcours d'intégration civique ;
  13° suivre et évaluer systématiquement le déroulement du parcours et de la réalisation des objectifs, ainsi que donner un retour d'information à l'intégrant à cet égard ;
  7° l'alinéa deux est abrogé.
Art. 39. Aan afdeling 2 van hoofdstuk 4 van hetzelfde besluit wordt een onderafdeling 5/1, die bestaat uit artikel 32/1, toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 5/1. Het inburgeringscontract
Art. 39. A la section 2 du chapitre 4 du même arrêté est ajoutée une sous-section 5/1, comprenant l'article 32/1, énoncée comme suit :
  " Sous-section 5/1. Le contrat d'intégration civique
Art. 32/1. § 1. Het inburgeringscontract, vermeld in artikel 34/2 van het decreet van 7 juni 2013, wordt ondertekend door het EVA of het stedelijk EVA en de inburgeraar. Het EVA of het stedelijk EVA maakt in overleg met de inburgeraar een bijlage bij het inburgeringscontract op. Die bijlage wordt ondertekend door het EVA of het stedelijk EVA en de inburgeraar.
  Er wordt een persoonlijk inburgeringsplan als vermeld in artikel 31, tweede lid, van dit besluit, opgemaakt voor elke inburgeraar. Dat persoonlijke inburgeringsplan wordt als niet te ondertekenen bijlage bij het inburgeringscontract gevoegd.
  Het EVA maakt het model van inburgeringscontract, van persoonlijk inburgeringsplan en van bijlage bij het inburgeringscontract op en stelt die modellen ter beschikking via de Kruispuntbank Inburgering. De inburgeraar kan een vertaalde, niet-ondertekende versie van het inburgeringscontract verkrijgen.
  § 2. De bepaling over de essentiële rechten en plichten, vermeld in artikel 34/2, § 1, 1°, van het voormelde decreet, is een element van het inburgeringscontract en is als bijlage 1 bij dit besluit toegevoegd.
  § 3. Verplichte inburgeraars die werken of studeren, en die kunnen bewijzen dat ze niet in staat zijn om hun werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject, moeten bij de ondertekening van het inburgeringscontract of bij het bepalen van het onderdeel van het inburgeringstraject een bewijs daarvan voorleggen.
  In de bijlage bij het inburgeringscontract wordt minstens het volgende bepaald:
  1° de tijdstippen waarop de verplichte inburgeraar opnieuw het bewijs, vermeld in het eerste lid, moet voorleggen;
  2° de afwijkingen van het criterium, vermeld in artikel 33, § 3, tweede lid, van dit besluit, waarin wordt voorzien.
  Als de verplichte inburgeraar niet langer kan bewijzen dat hij niet in staat is om zijn werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject, vervallen de afwijkingen, vermeld in het tweede lid, 2°, voor het vormingspakket waarvan hij nog geen 50% van het vormingspakket heeft gevolgd.
  § 4. Het EVA of het stedelijke EVA kan een bewijs van regelmatige deelname uitreiken aan de inburgeraar die regelmatig deelgenomen heeft aan een vormingspakket.".
Art. 32/1. § 1er. Le contrat d'intégration civique, visé à l'article 34/2, du décret du 7 juin 2013, est signé par l'AAE ou l'AAE urbaine et l'intégrant. En concertation avec l'intégrant, l'AAE ou l'AAE urbaine établit une annexe au contrat d'intégration civique. Cette annexe est signée par l'AAE ou l'AAE urbaine et l'intégrant.
  Un plan personnel d'intégration civique, visé à l'article 31, alinéa deux, du présent arrêté est établi pour chaque intégrant. Ce plan personnel d'intégration civique est joint au contrat d'intégration civique en tant qu'annexe ne devant pas être signée.
  L'AAE établit le modèle du contrat d'intégration civique, du plan personnel d'intégration civique et de l'annexe au contrat d'intégration civique et met ces modèles à disposition par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique. L'intégrant peut obtenir une version traduite, non signée du contrat d'intégration civique.
  § 2. La disposition relative aux droits et aux obligations essentiels, visée à l'article 34/2, § 1er, 1°, du décret précité, est un élément du contrat d'intégration et est ajoutée comme annexe 1reau présent arrêté.
  § 3. Les intégrants au statut obligatoire qui travaillent ou étudient et capables de prouver qu'ils ne sont pas en mesure de combiner leur travail ou leur formation avec la participation à un parcours d'intégration, doivent en apporter la preuve lors de la signature du contrat d'intégration ou lors de la détermination de la partie du parcours d'intégration.
  L'annexe au contrat de gestion contient au moins les dispositions suivantes :
  1° les moments auxquels l'intégrant doit à nouveau présenter la preuve, visée à l'alinéa premier ;
  2° les dérogations prévues aux critères, visés à l'article 33, § 3, alinéa deux, du présent arrêté ;
  Si l'intégrant au statut obligatoire ne peut plus prouver qu'il n'est pas en mesure de combiner son travail ou sa formation avec la participation à un parcours d'intégration civique, les dispenses, visées à l'alinéa deux, 2°, cessent de s'appliquer au programme de formation dont il n'a pas encore accompli 50 %.
  § 4. L'AAE ou l'AAE urbaine peut délivrer un certificat de participation régulière à l'intégrant qui a participé régulièrement à un programme de formation. ".
Art. 40. Aan afdeling 2 van hoofdstuk 4 van hetzelfde besluit wordt een onderafdeling 5/2, die bestaat uit artikel 32/2, toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 5/2. Het attest van inburgering
Art. 40. A la section 2 du chapitre 4 du même arrêté est ajoutée une sous-section 5/2, comprenant l'article 32/2, énoncée comme suit :
  " Sous-section 5/2. L'attestation d'intégration civique
Art. 32/2. Ter uitvoering van artikel 31, § 1, derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 wordt het attest van inburgering, vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van het decreet van 7 juni 2013, uitgereikt aan de inburgeraar die de opleiding NT2 Alfa - Mondeling richtgraad 1 of de opleiding NT2 Alfa - Mondeling richtgraad 1 en Schriftelijk niveau 1.1 van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, vermeld in artikel 6, 1°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, heeft gevolgd en die:
  1° minstens de doelstellingen voor elk onderdeel van het inburgeringstraject heeft bereikt, zoals opgenomen in het inburgeringscontract, vermeld in artikel 34/2, § 1, van het decreet van 7 juni 2013;
  2° voor alfabetisering Nederlands tweede taal voor de mondelinge vaardigheid niveau A2 van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen (Waystage) heeft behaald en het deelcertificaat "alfa NT2-Schriftelijke Zelfredzaamheid 2" heeft behaald.
  Aan inburgeraars die vanwege beperkte leercapaciteiten de doelstellingen van een vormingspakket niet kunnen behalen, maar wel de doelstellingen van de overige onderdelen van het inburgeringstraject, zoals opgenomen in het inburgeringscontract, vermeld in artikel 34/2, § 1, van het decreet van 7 juni 2013, hebben behaald, wordt een verklaring van geleverde inspanningen tot het behalen van een inburgeringsattest uitgereikt. Aan de hand van het attest van inburgering of de verklaring van geleverde inspanningen tot het behalen van een inburgeringsattest kan worden aangetoond dat aan de inburgeringsplicht voldaan is.
  Het model van attest van inburgering en het model van verklaring van geleverde inspanningen tot het behalen van een inburgeringsattest worden door het EVA ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering.".
Art. 32/2. En application de l'article 31, § 1er, alinéa trois, du décret du 7 juin 2013, l'attestation d'intégration civique, visée à l'article 2, alinéa premier, 2°, du décret du 7 juin 2013, est délivrée à l'intégrant qui a suivi la formation " NT2 Alfa - Mondeling richtgraad 1 " ou la formation " NT2 Alfa - Mondeling richtgraad 1 en Schriftelijk richtgraad 1.1 " du domaine d'apprentissage " alfabetisering Nederlands tweede taal ", visé à l'article 6, 1°, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, et qui a:
  1° au moins atteint les objectifs de chaque partie du parcours d'intégration civique, tels que fixés dans le contrat d'intégration civique, visé à l'article 34/2, § 1er, du décret du 7 juin 2013 ;
  2° obtenu le niveau A2 du Cadre de référence européen pour les langues (Waystage) pour " alfabetisering Nederlands tweede taal " pour l'aptitude orale, et a obtenu le certificat partiel " alfa NT2-Schriftelijke Zelfredzaamheid 2 ".
  Les intégrants qui, en raison de capacités d'apprentissage restreintes, ne sont pas en mesure d'atteindre les objectifs d'un programme de formation, mais qui ont atteint les objectifs des autres parties du parcours d'intégration civique, tels que repris dans le contrat d'intégration civique, visé à l'article 34/2, § 1er, du décret du 7 juin 2013, reçoivent une déclaration d'efforts fournis pour l'obtention d'une attestation d'intégration civique. Au moyen de l'attestation d'intégration civique ou de la déclaration d'efforts fournis pour l'obtention d'une attestation d'intégration civique, il est possible de prouver que l'obligation d'intégration civique a été remplie.
  Le modèle de l'attestation d'intégration civique et le modèle de la déclaration d'efforts fournis pour l'obtention d'une attestation d'intégration civique sont mis à disposition par l'AAE par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique. ".
Art. 41. Aan afdeling 2 van hoofdstuk 4 van hetzelfde besluit wordt een onderafdeling 5/3, die bestaat uit artikel 32/3 tot en met 32/5, toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 5/3. Verplichting om het taalvaardigheidsniveau B1 mondeling te behalen
Art. 41. A la section 2 du chapitre 4 du même arrêté est ajoutée une sous-section 5/3, composée des articles 32/3 à 32/5, énoncée comme suit :
  " Sous-section 5/3. Obligation d'atteindre le niveau de compétences linguistiques B1 oral
Art. 32/3. § 1. Het EVA of het stedelijk EVA informeert de verplichte inburgeraar over de verplichting om binnen 24 maanden nadat het inburgeringsattest uitgereikt is, over een taalvaardigheid van het Nederlands te beschikken die overeenstemt met niveau B1 mondeling van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen, vermeld in artikel 34/5 van het decreet van 7 juni 2013, minstens op de volgende tijdstippen:
  1° bij de aanmelding door de verplichte inburgeraar, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet;
  2° bij het behalen van het inburgeringsattest;
  3° negen maanden nadat het inburgeringsattest behaald is, door middel van een schriftelijke kennisgeving. Die kennisgeving bevat ook een uitnodiging voor een opvolggesprek.
  § 2. Het EVA of het stedelijk EVA verzoekt de verplichte inburgeraar met een aangetekende brief minstens één maand voor de termijn van 24 maanden afloopt nadat het inburgeringsattest behaald is, om uiterlijk 24 maanden na het behalen van het inburgeringsattest aan te tonen dat hij zich in één van de volgende situaties bevindt:
  1° hij heeft voldaan aan de verplichting, vermeld in artikel 34/5, § 1, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013;
  2° hij heeft recht op een vrijstelling als vermeld in artikel 34/5, § 2, eerste lid, van het voormelde decreet;
  3° hij heeft recht op uitstel als vermeld in artikel 34/5, § 2, tweede lid, van het voormelde decreet.
  Het EVA of het stedelijk EVA controleert of de verplichte inburgeraar zich bevindt in een van de situaties vermeld in het eerste lid.
Art. 32/3. § 1er. L'AAE ou l'AAE urbaine informe l'intégrant au statut obligatoire de l'obligation de disposer d'un niveau de compétences linguistiques en néerlandais correspondant au niveau B1 oral du Cadre européen de référence pour les langues, visé à l'article 34/5 du décret du 7 juin 2013, dans les 24 mois suivant la délivrance de l'attestation d'intégration civique, au moins aux moments suivants :
  1° lors de la présentation par l'intégrant au statut obligatoire, visée à l'article 27, § 3, alinéa premier, 1°, du décret précité ;
  2° lors de l'obtention de l'attestation d'intégration civique ;
  3° neuf mois après l'obtention de l'attestation d'intégration civique, au moyen d'une notification écrite. Cette notification contient également une invitation à un entretien de suivi.
  § 2. L'AAE ou l'AAE urbaine demande à l'intégrant au statut obligatoire de démontrer au moyen d'une lettre recommandée, au moins un mois avant l'expiration du délai de 24 mois après l'obtention de l'attestation d'intégration civique, qu'il se trouve dans l'une des situations suivantes :
  1° il a satisfait à l'obligation, visée à l'article 34/5, § 1er, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013 ;
  2° il a droit à une dispense, visée à l'article 34/5, § 2, alinéa premier, du décret précité ;
  3° il a droit au report, visé à l'article 34/5, § 2, alinéa deux, du décret précité.
  L'AAE ou l'AAE urbaine vérifie si l'intégrant au statut obligatoire se trouve dans l'une des situations visées à l'alinéa premier.
Art. 32/4. § 1. Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, tweede lid, van het voormelde decreet wordt er uitstel verleend aan de verplichte inburgeraar om de volgende medische of persoonlijke redenen:
  1° ziekte, bevalling of een tijdelijk verblijf in het buitenland om medische redenen, aangetoond door een medisch attest. Op het medisch attest wordt de duur van het ziekte- of bevallingsverlof vermeld. Het medisch attest wordt aan het EVA of het stedelijk EVA bezorgd;
  2° tijdelijke afwezigheid als vermeld in artikel 18 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister;
  3° hij of de partner met wie hij getrouwd is of samenwoont, werkte of studeerde in het buitenland en dat kan bewezen worden;
  4° het verstrekken van bijstand, verzorging of palliatieve zorgen aan een familielid of een inwonende persoon. De verplichte inburgeraar bezorgt aan het EVA of het stedelijk EVA een attest dat is uitgereikt door de behandelende geneesheer van de patiënt, waaruit blijkt dat de inburgeraar zich bereid heeft verklaard die bijstand, verzorging of palliatieve zorgen te verlenen;
  5° psychosociale of maatschappelijke problemen. De verplichte inburgeraar bezorgt aan het EVA of het stedelijk EVA een medisch attest of een bewijs van een psycholoog, psychotherapeut of een reguliere welzijns- of gezondheidsinstelling. Op het attest of bewijs wordt de duur van de afwezigheid vermeld. Onder reguliere welzijns- of gezondheidsinstelling wordt verstaan: de welzijns- of gezondheidsinstelling die hetzij als Vlaamse voorziening wordt georganiseerd, en die erkend of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschapscommissie, hetzij binnen het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wordt georganiseerd, en die erkend of gesubsidieerd is door het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  6° het niet-beschikken over reguliere kinderopvang of het wegvallen van de reguliere kinderopvang waar zijn kind is ingeschreven en daarvan een bewijs bezorgen aan het EVA of het stedelijk EVA. Onder reguliere kinderopvang wordt verstaan: alle opvanginitiatieven die erkend zijn door Kind en Gezin of die over een attest van toezicht beschikken. Het uitstel wordt verleend nadat de trajectbegeleider heeft vastgesteld dat er voldoende inspanningen zijn geleverd om kinderopvang te vinden, en totdat de verplichte inburgeraar over reguliere kinderopvang beschikt;
  7° het ontbreken van een passend aanbod dat de verplichte inburgeraar in staat stelde het vereiste taalvaardigheidsniveau te behalen;
  8° 24 maanden na het behalen van het inburgeringsattest bezig zijn met het volgen van een cursus die leidt tot het behalen van B1 mondeling en die cursus al gedurende één jaar aan het volgen zijn.
  De duur van het uitstel, vermeld in het eerste lid, wordt gegeven voor zes maanden. Het EVA of het stedelijk EVA deelt de datum waarop het uitstel verstrijkt, schriftelijk mee aan de verplichte inburgeraar.
  § 2. Op het moment waarop de termijn van uitstel verstrijkt, toont de verplichte inburgeraar aan dat hij zich in één van de volgende situaties bevindt:
  1° hij heeft voldaan aan de verplichting, vermeld in artikel 34/5, § 1, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013;
  2° hij heeft recht op een vrijstelling als vermeld in artikel 34/5, § 2, eerste lid, van het voormelde decreet;
  3° hij heeft recht op uitstel als vermeld in artikel 34/5, § 2, tweede lid, van het voormelde decreet.
  Het EVA of het stedelijk EVA controleert of de verplichte inburgeraar zich bevindt in een van de situaties vermeld in het eerste lid.
Art. 32/4. § 1er. En application de l'article 34/5, § 2, alinéa deux, du décret précité, un report est accordé à l'intégrant au statut obligatoire pour les raisons médicales ou personnelles suivantes :
  1° une maladie, un accouchement ou un séjour temporaire à l'étranger pour des raisons médicales, appuyées par un certificat médical. Le certificat médical mentionne la durée du congé de maladie ou de maternité. Le certificat médical est remis à l'AAE ou à l'AAE urbaine ;
  2° une absence temporaire visée à l'article 18 de l'arrêté royal du 16 juillet 1992 relatif aux registres de la population et au registre des étrangers ;
  3° l'intégrant ou le partenaire avec lequel il est marié ou cohabite, peut démontrer qu'il a travaillé ou étudié à l'étranger ;
  4° procurer de l'assistance, des soins ou des soins palliatifs à un membre de sa famille ou à une personne résidant sous le même toit. L'intégrant au statut obligatoire transmet à l'AAE ou à l'AAE urbaine une attestation, délivrée par le médecin traitant du patient, démontrant que l'intégrant s'est déclaré disposé à procurer cette assistance, ces soins ou ces soins palliatifs ;
  5° des problèmes psychosociaux ou sociaux. L'intégrant au statut obligatoire transmet à l'AAE ou à l'AAE urbaine un certificat médical ou une attestation d'un psychologue ou psychothérapeute ou d'un établissement régulier de bien-être ou de santé. Le certificat ou l'attestation mentionne la durée de l'absence. On entend par établissement régulier de bien-être ou de santé : l'établissement de bien-être ou de santé qui est soit organisé en tant que structure flamande, et qui est agréé ou subventionné par la Communauté flamande, la Région flamande ou la Commission communautaire flamande, soit organisé au sein de la région bilingue de Bruxelles-Capitale, et qui est agréé ou subventionné par la Région de Bruxelles-Capitale ou la Commission communautaire commune ;
  6° ne pas avoir accès à un accueil régulier d'enfants ou la perte d'un accueil régulier où son enfant est inscrit et en apporter la preuve à l'AAE ou à l'AAE urbaine. On entend par accueil régulier d'enfants : toutes les initiatives d'accueil d'enfants reconnues par Kind en Gezin ou qui disposent d'un certificat de contrôle. Le report est accordé après que l'accompagnateur de parcours a constaté que l'intégrant a fourni suffisamment d'efforts pour trouver un accueil d'enfants et jusqu'à ce qu'il trouve un accueil d'enfants régulier ;
  7° l'absence d'une offre appropriée permettant à l'intégrant au statut obligatoire d'atteindre le niveau de compétences linguistiques requis ;
  8° 24 mois après l'obtention de l'attestation d'intégration civique, suivre depuis un an un cours menant à l'obtention du niveau B1 oral.
  La durée du report, visé à l'alinéa premier, est de six mois. L'AAE ou l'AAE urbaine communique par écrit à l'intégrant au statut obligatoire la date d'expiration du report.
  § 2. A l'expiration du délai du report, l'intégrant au statut obligatoire démontre qu'il se trouve dans l'une des situations suivantes :
  1° il a satisfait à l'obligation, visée à l'article 34/5, § 1er, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013 ;
  2° il a droit à une dispense, visée à l'article 34/5, § 2, alinéa premier, du décret précité ;
  3° il a droit au report, visé à l'article 34/5, § 2, alinéa deux, du décret précité.
  L'AAE ou l'AAE urbaine vérifie si l'intégrant au statut obligatoire se trouve dans l'une des situations visées à l'alinéa premier.
Art. 32/5. § 1. Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet wordt een vrijstelling verleend van de verplichting om het taalvaardigheidsniveau B1 mondeling te behalen, als de verplichte inburgeraar kan aantonen dat hij zes maanden onafgebroken heeft gewerkt of gestudeerd.
  Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet wordt verstaan onder zes maanden onafgebroken werken of studeren: binnen een onafgebroken termijn van negen maanden, in totaal zes maanden werken of studeren. De verplichte inburgeraar toont dat hij gewerkt heeft als werknemer met arbeidscontract(en), toont aan dat hij gewerkt heeft als zelfstandige of toont aan dat hij gewerkt heeft als ambtenaar met zijn benoemingsbesluit.
  § 2. Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet wordt verstaan onder beperkte leercapaciteiten: het centrum vermeld in artikel 2, 4° van het decreet van 7 juni 2013, oordeelt dat de cursist, voldoende gemotiveerd is en voldoende inspanningen geleverd heeft, maar niet over de leercapaciteiten beschikt om het vereiste taalvaardigheidsniveau van het Nederlands te behalen.
  Het Vlaams Afsprakenkader NT2, vermeld in artikel 46/3, 3° /1, van het decreet van 7 juni 2013, biedt richtlijnen over de criteria om tot dat besluit te komen.
  § 3. Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet wordt een ernstige ziekte of een mentale of fysieke handicap aangetoond met een rechtsgeldig medisch attest. De ernstige ziekte of mentale of fysieke handicap maakt het blijvend onmogelijk om te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 34/5, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet.
  § 4. Het EVA of het stedelijk EVA beoordeelt of de verplichte inburgeraar beschikt over een taalvaardigheid van het Nederlands die overeenstemt met niveau B1 mondeling van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen, vermeld in artikel 34/5 van het decreet van 7 juni 2013. Het EVA en het stedelijk EVA hanteren een gemeenschappelijk evaluatiereglement dat het EVA ter beschikking stelt.
  Het evaluatiereglement, vermeld in het eerste lid, bevat minstens het volgende:
  1° de evaluatievoorwaarden;
  2° de vorm van de evaluatie;
  3° de evaluator;
  4° de evaluatiecriteria;
  5° de bewijzen die in aanmerking komen om aan te tonen dat het vereiste taalvaardigheidsniveau behaald is;
  6° de wijze van bekendmaking van de evaluatieresultaten;
  7° de procedure voor de toekenning van een vrijstelling of van uitstel voor het behalen van het taalvaardigheidsniveau B1 mondeling en voor de regeling van betwistingen daarover;
  8° de procedure voor de behandeling van conflicten tussen de inburgeraar en evaluator of voor het rechtzetten van vermoede materiële vergissingen die zijn vastgesteld nadat de evaluatie afgesloten is.".
Art. 32/5. § 1er. En application de l'article 34/5, § 2, alinéa premier, 2°, du décret précité, une dispense de l'obligation d'atteindre le niveau de compétences linguistiques B1 oral est accordée si l'intégrant au statut obligatoire est en mesure de démontrer qu'il a travaillé ou étudié de manière ininterrompue pendant six mois.
  En application de l'article 34/5, § 2, alinéa 1er, 2°, du décret précité, on entend par travailler ou étudier six mois de manière ininterrompue : travailler ou étudier pendant un total de six mois au cours d'une période ininterrompue de neuf mois. L'intégrant au statut obligatoire démontre qu'il a travaillé en tant que salarié par le biais d'un ou plusieurs contrats de travail, en tant qu'indépendant ou en tant que fonctionnaire au moyen de son arrêté de nomination.
  § 2. En application de l'article 34/5, § 2, alinéa premier, 3°, du décret précité, on entend par " capacités d'apprentissage restreintes " : le centre visé à l'article 2, 4°, du décret du 7 juin 2013, juge que l'intégrant est suffisamment motivé et a fourni des efforts suffisants, mais n'a pas les capacités d'apprentissage pour atteindre le niveau de compétences linguistiques requis en néerlandais.
  Le Cadre flamand d'accords NT2, visé à l'article 46/3, 3° /1, du décret du 7 juin 2013, fournit des lignes directrices sur les critères à utiliser pour prendre cette décision.
  § 3. En application de l'article 34/5, § 2, alinéa premier, 3°, du décret précité, une maladie grave ou un handicap mental ou physique doit être démontré par un certificat médical valable en droit. La maladie grave ou le handicap mental ou physique rend impossible de façon permanente de satisfaire à l'obligation, visée à l'article 34/5, § 1er, alinéa premier, du décret précité.
  § 4. L'AAE ou l'AAE urbaine évalue si l'intégrant au statut obligatoire dispose de compétences linguistiques en néerlandais correspondant au niveau B1 oral du Cadre européen de référence pour les langues, visé à l'article 34/5 du décret du 7 juin 2013. L'AAE et l'AAE urbaine appliquent un règlement d'évaluation commun mis à la disposition par l'AAE.
  Le règlement d'évaluation, visé à l'alinéa premier, comprend au moins les éléments suivants :
  1° les conditions d'évaluation ;
  2° la forme de l'évaluation ;
  3° l'évaluateur ;
  4° les critères d'évaluation ;
  5° les preuves qui peuvent être utilisées pour prouver que le niveau de compétences linguistiques requis a été atteint ;
  6° la manière dont les résultats d'évaluation sont publiés ;
  7° la procédure d'octroi d'une dispense ou d'un report pour atteindre le niveau de compétences linguistiques B1 oral et pour le règlement des contestations en la matière ;
  8° la procédure de traitement des conflits entre l'intégrant et l'évaluateur ou de rectification d'erreurs matérielles présumées, constatées après la clôture de l'évaluation. ".
Art. 42. In artikel 33 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Ter uitvoering van artikel 39, § 1, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 is het EVA of het stedelijk EVA bevoegd om de volgende inbreuken vast te stellen:
  1° de verplichte inburgeraar heeft zich niet aangemeld conform artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet;
  2° de verplichte inburgeraar heeft het inburgeringstraject onrechtmatig vroegtijdig beëindigd. Het inburgeringstraject wordt geacht onrechtmatig vroegtijdig beëindigd te zijn in de volgende gevallen:
  a) de verplichte inburgeraar werkt niet mee aan de totstandkoming van het inburgeringscontract;
  b) de verplichte inburgeraar heeft zich met toepassing van artikel 22, § 2, derde lid, van dit besluit niet aangemeld na de opschorting van het inburgeringstraject;
  c) de verplichte inburgeraar weigert om deel te nemen aan de beoordeling van het behalen van de doelstellingen van een vormingspakket, onder voorbehoud van de bepalingen, vermeld in artikel 27/3, § 4, van dit besluit;
  3° de verplichte inburgeraar heeft de doelstellingen van een vormingspakket niet bereikt en heeft niet regelmatig deelgenomen aan dat vormingspakket, met behoud van de toepassing van paragraaf 3, eerste lid en onder voorbehoud van de bepalingen, vermeld in artikel 27/3, § 4, van dit besluit;
  4° de verplichte inburgeraar behaalt de doelstelling niet van het onderdeel van het inburgeringstraject, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, 3°, van het voormelde decreet, namelijk de inschrijving bij de VDAB;
  5° de verplichte inburgeraar heeft zich, nadat hij een inbreuk als vermeld in punt 1° tot en met 4°, gepleegd heeft, niet aangemeld conform paragraaf 2, eerste lid;
  6° de verplichte inburgeraar heeft, nadat hij een inbreuk als vermeld in punt 1° tot en met 6°, gepleegd heeft, opnieuw een inbreuk gepleegd als vermeld in punt 1° tot en met 6° ;
  7° de verplichte inburgeraar heeft niet voldaan aan de verplichting om over een taalvaardigheid van het Nederlands te beschikken die overeenstemt met niveau B1 mondeling van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen, vermeld in artikel 34/5, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet.
  In afwijking van het eerste lid, 3°, wordt er geen inbreuk vastgesteld als het een verplichte inburgeraar betreft die een opleiding Nederlands tweede taal volgt en van wie het centrum, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 7 juni 2013, aan het EVA of het stedelijk EVA een attest bezorgt waaruit blijkt dat het voor die inburgeraar door beperkte leercapaciteiten als vermeld in artikel 30/1, eerste lid, van dit besluit, onmogelijk is om de doelstellingen voor het vormingspakket opleiding Nederlands als tweede taal te behalen.
  In afwijking van het eerste lid, 3°, wordt er geen inbreuk vastgesteld als het een verplichte inburgeraar betreft die een opleiding maatschappelijke oriëntatie volgt, en een attest van het EVA of het stedelijk EVA bezorgt waaruit blijkt dat het voor die inburgeraar door beperkte leercapaciteiten als vermeld in artikel 27/1 van dit besluit, onmogelijk is om de doelstellingen voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie te behalen.";
  2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "een bewijs van regelmatige deelname kan voorleggen," opgeheven;
  3° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt geen inbreuk vastgesteld als een inburgeraar bij de eerste beoordeling de doelstellingen van een vormingspakket niet heeft behaald en niet regelmatig heeft deelgenomen aan dat vormingspakket.
  Alleen de verplichte inburgeraar die minimaal 80% deelneemt aan een vormingspakket, wordt geacht regelmatig deel te nemen aan dat onderdeel. Het EVA en het stedelijk EVA maken afspraken over de wijze waarop regelmatige deelname beoordeeld wordt en delen die afspraken schriftelijk mee aan de verplichte inburgeraar.
  Deelname tijdens de vormingspakketten wordt elektronisch opgeslagen en uitgewisseld via de Kruispuntbank Inburgering. De gegevens worden gebruikt voor de voortgangscontrole van de regelmatige deelname aan het vormingspakket, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. ".
Art. 42. A l'article 33 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. En exécution de l'article 39, § 1er, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013, l'AAE ou l'AAE urbaine est compétente pour constater les infractions suivantes :
  1° l'intégrant au statut obligatoire ne s'est pas présenté conformément à l'article 27, § 3, alinéa premier, 1°, du décret précité ;
  2° l'intégrant au statut obligatoire a interrompu prématurément le parcours d'intégration civique de manière illégitime. Le parcours d'intégration civique est considéré comme ayant été interrompu prématurément dans les cas suivants :
  a) l'intégrant au statut obligatoire ne coopère pas à l'établissement du contrat d'intégration civique ;
  b) l'intégrant au statut obligatoire ne s'est pas présenté, en application de l'article 22, § 2, alinéa trois, du présent arrêté, à la suite de la suspension du parcours d'intégration civique ;
  c) l'intégrant au statut obligatoire refuse de participer à l'évaluation de l'atteinte des objectifs d'un programme de formation, sous réserve des dispositions visées à l'article 27/3, § 4, du présent arrêté ;
  3° l'intégrant au statut obligatoire n'a pas atteint les objectifs d'un programme de formation et n'a pas participé régulièrement à ce programme, sans préjudice de l'application du paragraphe 3, alinéa premier et sous réserve des dispositions visées à l'article 27/3, § 4, du présent arrêté ;
  4° l'intégrant au statut obligatoire n'atteint pas l'objectif de la partie du parcours d'intégration civique, visée à l'article 29, § 1er, alinéa deux, 3° du décret précité, à savoir l'inscription auprès du VDAB ;
  5° après avoir commis une infraction visée aux points 1° à 4° inclus, l'intégrant au statut obligatoire ne s'est pas présenté conformément au paragraphe 2, alinéa premier ;
  6° après avoir commis une infraction visée aux points 1° à 6° inclus, l'intégrant au statut obligatoire a commis une nouvelle infraction visée aux points 1° à 6° inclus ;
  7° l'intégrant au statut obligatoire n'a pas satisfait à l'obligation de posséder des compétences linguistiques en néerlandais correspondant au niveau B1 oral du Cadre européen de référence pour les langues, visé à l'article 34/5, § 1er, alinéa premier, du décret précité.
  Par dérogation à l'alinéa premier, 3°, aucune infraction n'est constatée si elle concerne un intégrant au statut obligatoire qui suit un programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue " et dont le centre, visé à l'article 2, 4°, du décret du 7 juin 2013, fournit à l'AAE ou à l'AAE urbaine une attestation selon laquelle, en raison de capacités d'apprentissage restreintes, visées à l'article 30/1, alinéa premier, du présent arrêté, il est impossible pour cet intégrant d'atteindre les objectifs du programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue ".
  Par dérogation à l'alinéa premier, 3°, aucune infraction n'est constatée s'il s'agit d'un intégrant au statut obligatoire qui suit un programme de formation " orientation sociale " et qui fournit une attestation de l'AAE ou l'AAE urbaine selon laquelle, en raison de capacités d'apprentissage restreintes, visées à l'article 27/1 du présent arrêté, il est impossible pour cet intégrant d'atteindre les objectifs du programme de formation " orientation sociale. " ;
  2° au paragraphe 2, alinéa deux, le membre de phrase " peut présenter une preuve de participation régulière, " est abrogé ;
  3° il est ajouté un paragraphe 3 énoncé comme suit :
  " § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa premier, 3°, aucune infraction n'est constatée si un intégrant n'a pas atteint les objectifs d'un programme de formation lors de la première évaluation et n'a pas participé régulièrement à ce programme de formation.
  Seul l'intégrant au statut obligatoire qui est présent pour 80 % au minimum à chaque partie du programme de formation, est supposé participer régulièrement à cette partie. L'AAE et l'AAE urbaine conviennent des modalités d'évaluation de la participation régulière et en informent par écrit l'intégrant au statut obligatoire.
  Les présences aux programmes de formation sont conservées et échangées par voie électronique par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique. Les données sont utilisées pour le suivi de la participation régulière au programme de formation, visé au paragraphe 1er, alinéa premier, 3°. ".
Art. 43. Artikel 34 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 34. De inbreuken worden op de volgende tijdstippen vastgesteld:
  1° drie maanden vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 16, § 1, eerste lid, van dit besluit, of, in geval van uitstel van aanmelding als vermeld in artikel 21, § 3, vierde lid, van dit besluit, tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van uitstel, verstreken is voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 1°, van dit besluit;
  2° uiterlijk drie maanden nadat het EVA of het stedelijk EVA aan de betrokkene het attest van aanmelding heeft uitgereikt, of, in geval van uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract, vermeld in artikel 21, § 3, vijfde lid, van dit besluit, tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van uitstel, verstreken is voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 2°, a), van dit besluit;
  3° uiterlijk tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van opschorting, verstreken is voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 2°, b), van dit besluit;
  4° uiterlijk op het ogenblik dat het betreffende vormingspakket, met inbegrip van de beoordeling, beëindigd is, voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 2°, c), en 3°, van dit besluit;
  5° zestig dagen na de ondertekening van het inburgeringscontract of dertig dagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 41 van dit besluit, voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 4°, van dit besluit;
  6° dertig werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 41 van dit besluit, voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 5°, van dit besluit;
  7° uiterlijk 24 maanden nadat het inburgeringsattest behaald is, of, in geval van uitstel, overeenkomstig artikel 32/1, § 3, tweede lid, van dit besluit, uiterlijk op de datum waarop het uitstel verstrijkt voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 7°, van dit besluit.".
Art. 43. L'article 34 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 34. Les infractions sont constatées aux moments suivants :
  1° trois mois à compter de la date de remise à la poste de la lettre recommandée, visée à l'article 16, § 1er, alinéa premier, du présent arrêté, ou, en cas de report de présentation, visé à l'article 21, § 3, alinéa quatre, du présent arrêté, dix jours ouvrables suivant l'expiration de la date mentionnée sur l'attestation de report, pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa premier, 1°, du présent arrêté ;
  2° au plus tard trois mois après que l'AAE ou l'AAE urbaine a délivré l'attestation de présentation à l'intéressé, ou, en cas de report de signature du contrat d'intégration civique, visé à l'article 21, § 3, alinéa cinq, du présent arrêté, dix jours ouvrables suivant l'expiration de la date mentionnée sur l'attestation de report, pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa premier, 2°, a), du présent arrêté ;
  3° au plus tard dix jours ouvrables après l'expiration de la date mentionnée sur l'attestation de suspension pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa premier, 2°, b), du présent arrêté ;
  4° au plus tard au moment où le programme de formation concerné, y compris l'évaluation, est terminé, pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa premier, 2°, c), et 3°, du présent arrêté ;
  5° soixante jours suivant la signature du contrat d'intégration civique ou trente jours à partir de la date de remise à la poste de la lettre recommandée, visée à l'article 41 du présent arrêté, pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa premier, 4°, du présent arrêté ;
  6° trente jours ouvrables à partir de la date de remise à la poste de la lettre recommandée, visée à l'article 41 du présent arrêté, pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa premier, 5°, du présent arrêté ;
  7° au plus tard 24 mois suivant l'obtention de l'attestation d'intégration civique ou, en cas de report, conformément à l'article 32/1, § 3, alinéa deux, du présent arrêté, au plus tard à la date d'expiration du report pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa premier, 7°, du présent arrêté. ".
Art. 44. In artikel 36 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "en vierde" opgeheven;
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "inkomsten verwerft via een wacht- of werkloosheidsuitkering" vervangen door de woorden "verplicht ingeschreven werkzoekende is";
  3° in paragraaf 1, tweede en derde lid, wordt de zinsnede "1° tot en met 4°, of 7°, " telkens vervangen door de zinsnede "1° tot en met 4°, ";
  4° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt het woord "kennisgevingsformulier" vervangen door het woord "inregelstellingsformulier".
Art. 44. A l'article 36 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " et 4 " sont abrogés ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " qui acquiert des revenus par le biais d'une allocation d'attente ou d'une allocation de chômage " sont remplacés par les mots " demandeur d'emploi inscrit obligatoirement " ;
  3° au paragraphe 1er, alinéas trois et quatre, le membre de phrase " 1° à 4° inclus, ou 7°, " est à chaque fois remplacé par le membre de phrase " 1° à 4° inclus, " ;
  4° au paragraphe 2, alinéa premier, 1°, les mots " formulaire de notification " sont remplacés par les mots " formulaire de mise en conformité ".
Art. 45. In artikel 39, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "kennisgevingsformulier" vervangen door het woord "inregelstellingsformulier" en worden de woorden "met ontvangstbewijs" opgeheven.
Art. 45. A l'article 39, alinéa premier, du même arrêté, les mots " formulaire de notification " sont remplacés par les mots " formulaire de mise en conformité " et les mots " avec récépissé " sont abrogés.
Art. 46. In artikel 40, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden "met ontvangstbewijs" opgeheven.
Art. 46. A l'article 40, alinéa premier, 2°, du même arrêté, les mots " avec récépissé " sont abrogés.
Art. 47. In artikel 41, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "inburgeraar of" opgeheven;
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "met ontvangstbewijs" opgeheven.
Art. 47. A l'article 41, § 1er, alinéa deux, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " à l'intégrant ou " sont abrogés ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " avec récépissé " sont abrogés.
Art. 48. In artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan het eerste lid, 2°, wordt de zinsnede ", a)" toegevoegd;
  2° in het eerste lid, 3°, wordt de zinsnede "artikel 33, § 1, eerste lid, 3° ;" vervangen door de zinsnede "artikel 33, § 1, eerste lid, 2°, b) en c), 3°, 4° en 7°. ";
  3° in het eerste lid worden punt 4° en 5° opgeheven.
Art. 48. A l'article 45 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa premier, 2°, est ajouté le membre de phrase " , a) " ;
  1° à l'alinéa premier, 3°, le membre de phrase " l'article 33, § 1er, alinéa 1er, 3° " est remplacé par le membre de phrase " l'article 33, § 1er, alinéa 1er, 2°, b) et c), 3°, 4° et 7°. " ;
  9° à l'alinéa premier, les points 4° et 5° sont abrogés.
Art. 49. In artikel 48 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Voor de minderjarige nieuwkomers die na de termijn, vermeld in artikel 37, tweede lid, van het voormelde decreet, nog niet zijn ingeschreven in een school, kan het EVA of het stedelijk EVA in verdere begeleiding voorzien.".
Art. 49. A l'article 48 du même arrêté, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Pour les primo-arrivants mineurs qui ne sont pas encore inscrits dans d'une école après le délai, visé à l'article 37, alinéa deux, du décret précité, l'AAE ou l'AAE urbaine peut prévoir un accompagnement ultérieur. ".
Art. 50. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 september 2018, 26 april 2019 en 11 september 2020, wordt een hoofdstuk 4/1, dat bestaat uit artikel 49/1, ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 4/1. Taalbeleid
Art. 50. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 septembre 2018, 26 avril 2019 et 11 septembre 2020, est inséré un chapitre 4/1, composé de l'article 49/1, énoncé comme suit :
  " Chapitre 4/1. Politique linguistique
Art. 49/1. Gebruikers als vermeld in artikel 43/2, § 1, van het decreet van 7 juni 2013, kunnen alleen een beroep doen op de dienstverlening van het sociaal tolken en vertalen als ze de betaling van de tolk- en vertaalprestaties niet doorrekenen aan inburgeraars die zich op het moment van de tolkaanvraag hebben aangemeld bij het EVA of het stedelijk EVA tot ze het inburgeringsattest hebben behaald.".
Art. 49/1. Les utilisateurs visés à l'article 43/2, § 1er, du décret du 7 juin 2013, peuvent faire appel aux services d'interprétation et de traduction sociales uniquement s'ils ne répercutent pas le paiement des services d'interprétation et de traduction aux intégrants qui, au moment de la demande d'interprétation, se sont présentés à l'AAE ou à l'AAE urbaine jusqu'à l'obtention de l'attestation d'intégration civique. ".
Art. 51. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 september 2018, 26 april 2019 en 11 september 2020, wordt een hoofdstuk 4/2, dat bestaat uit artikel 49/2, ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 4/2. Juridische dienstverlening
Art. 51. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 septembre 2018, 26 avril 2019 et 11 septembre 2020, est inséré un chapitre 4/2, composé de l'article 49/2, énoncé comme suit :
  " Chapitre 4/2. Services juridiques
Art. 49/2. Voor de ondersteuning, vermeld in artikel 46, eerste lid, 2°, van het decreet van 7 juni 2013, worden de volgende instellingen geacht te behoren tot voorzieningen, organisaties en openbare besturen die actief zijn in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad:
  1° de openbare besturen die behoren tot het Nederlandse taalgebied of de openbare besturen, gevestigd in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met uitzondering van de openbare besturen die exclusief behoren tot het Duitse taalgebied en het Franse taalgebied;
  2° de privaatrechtelijke voorzieningen en privaatrechtelijke organisaties die wegens hun organisatie, moeten worden beschouwd tot de Vlaamse Gemeenschap te behoren.".
Art. 49/2. Pour le soutien, visé à l'article 46, alinéa premier, 2°, du décret du 7 juin 2013, les institutions suivantes sont considérées comme appartenant aux structures, organisations et pouvoirs publics actifs au sein de la région de langue néerlandaise ou de la région bilingue de Bruxelles-Capitale :
  1° les pouvoirs publics qui appartiennent à la région de langue néerlandaise ou les pouvoirs publics situés au sein de la région bilingue de Bruxelles-Capitale, à l'exception des pouvoirs publics qui appartiennent exclusivement à la région de langue allemande et à la région de langue française ; 2° les structures de droit privé et les organisations de droit privé qui, en raison de leur organisation, doivent être considérées comme appartenant à la Communauté flamande. ".
Art. 52. In hoofdstuk 5 van hetzelfde besluit worden een artikel 49/3 tot en met artikel 49/4 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 49/3. Bij de oriëntering van anderstaligen die niet beschikken over een studiebewijs Nederlands tweede taal, naar een centrum als vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, a), van het decreet van 7 juni 2013, kan het centrum voor de start van de cursus na akkoord van in voorkomend geval het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw op gemotiveerde wijze afwijken van het bindende karakter van de niveaubepaling en de snelheid van leren van de anderstalige.
  Na de start van een cursus kan het centrum op gemotiveerde wijze afwijken van het bindende karakter van de niveaubepaling en de snelheid van leren. Het centrum deelt de beslissing om af te wijken en de motivering mee aan in voorkomend geval het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw.
Art. 52. Au chapitre 5 du même arrêté sont insérés des articles 49/3 à 49/4 énoncés comme suit :
  " Art. 49/3. Lors de l'orientation des allophones qui ne disposent pas d'un titre " Nederlands tweede taal " (néerlandais deuxième langue) vers un centre visé à l'article 2, alinéa premier, 4°, a), du décret du 7 juin 2013, le centre peut déroger de manière motivée au caractère obligatoire de la fixation du niveau et du rythme d'apprentissage des allophones avant le début du cours, après accord le cas échéant de l'AAE, de l'AAE urbaine ou de l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel ".
  Après le début d'un cours, le centre peut déroger de manière motivée au caractère obligatoire de la fixation du niveau et du rythme d'apprentissage. Le centre communique la décision de déroger et la motivation à l'AAE, à l'AAE urbaine ou à l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel ", le cas échéant.
Art. 49/4. Anderstaligen worden op basis van een leervraagdetectie georiënteerd naar een centrum als vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, b), c), d) en e), van het decreet van 7 juni 2013.
  De leervraagdetectie is gebaseerd op:
  1° de vraag en de motivatie van de anderstalige en de verwachtingen van het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw;
  2° de leerprofielbepaling van het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw;
  3° de verwachtingen van VDAB, Actiris of het OCMW als de anderstalige naar het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw is doorverwezen door een van die actoren.".
Art. 49/4. Les allophones sont orientés vers un centre, visé à l'article 2, alinéa premier, 4°, b), c), d) et e), du décret du 7 juin 2013, sur la base d'une détection de la demande d'apprentissage.
  La détection de la demande d'apprentissage est basée sur :
  1° la demande et la motivation de l'allophone et les attentes de l'AAE, l'AAE urbaine ou l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel " ;
  2° la détermination du profil d'apprentissage de l'AAE, l'AAE urbaine ou l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel " ;
  3° les attentes du VDAB, d'Actiris ou du CPAS si l'allophone a été référé à l'AAE, l'AAE urbaine ou l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel " par un de ces acteurs. ".
Art. 53. Artikel 52 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 53. L'article 52 du même arrêté est abrogé.
Art. 54. Artikel 53 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 53. De volgende artikelen zijn niet van toepassing in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: artikel 11, 12, 14, 15, § 2, artikel 16, § 1, eerste lid, en § 2, artikel 21, artikel 32/1 tot en met 32/5, artikel 33 tot en met 45 en artikel 46, § 1.".
Art. 54. L'article 53 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 53. Les articles suivants ne s'appliquent pas en région bilingue de Bruxelles-Capitale : les articles 11, 12, 14, 15, § 2, 16 § 1er, alinéa premier, et § 2, l'article 21, les articles 32/1 à 32/5, les articles 33 à 45, et l'article 46, § 1er. ".
Art. 55. In artikel 78 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "de datum van de inwerkingtreding van dit besluit" vervangen door de zinsnede "29 februari 2016";
  2° in het derde lid wordt de zinsnede "20, eerste lid," vervangen door de zinsnede "34/3 van het decreet van 7 juni 2013".
Art. 55. A l'article 78 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa premier, les mots " la date d'entrée en vigueur du présent arrêté " sont remplacés par les mots " le 29 février 2016 ".
  2° à l'alinéa trois, le membre de phrase " 20, alinéa 1er " est remplacé par le membre de phrase " 34/3 du décret du 7 juin 2013 ".
Art. 56. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 september 2018, 26 april 2019 en 11 september 2020, wordt een artikel 78/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 78/1. Alle verbintenissen die opgenomen zijn in inburgeringscontracten die na 29 februari 2016 en vóór 1 maart 2022 gesloten zijn, blijven gelden voor de duur van de voormelde inburgeringscontracten.
  Als de inburgeraar de verbintenissen die opgenomen zijn in het inburgeringscontract, vermeld in het eerste lid, is nagekomen, reikt het EVA of het stedelijk EVA een attest van inburgering uit. Op het inburgeringsattest worden de verbintenissen vermeld die de inburgeraar is nagekomen en, in voorkomend geval, het vormingsonderdeel waarvoor hij was vrijgesteld.
  Als de verplichte inburgeraar de verbintenissen die opgenomen zijn in het inburgeringscontract, vermeld in het eerste lid, niet is nagekomen, wordt na de aanmelding bij het EVA of het stedelijk EVA, vermeld in artikel 33, § 2, eerste lid, een nieuw inburgeringscontract opgemaakt en is artikel 34/3 van het decreet van 7 juni 2013 van overeenkomstige toepassing.".
Art. 56. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 septembre 2018, 26 avril 2019 et 11 septembre 2020, est inséré un article 78/1, énoncé comme suit :
  " Art. 78/1. Tous les engagements pris dans les contrats d'intégration civique conclus après le 29 février 2016 et avant le 1er mars 2022 restent valables pour la durée des contrats d'intégration civique susmentionnés.
  Si l'intégrant a respecté les engagements repris dans le contrat d'intégration civique, visés à l'alinéa premier, l'AAE ou l'AAE urbaine délivre une attestation d'intégration civique. L'attestation d'intégration civique mentionne les engagements respectés par l'intégrant et, le cas échéant, la partie de formation pour laquelle il a obtenu une dispense.
  Si l'intégrant au statut obligatoire n'a pas respecté les engagements repris dans le contrat d'intégration civique, visés à l'alinéa premier, un nouveau contrat d'intégration civique est établi après la présentation à l'AAE ou à l'AAE urbaine, visée à l'article 33, § 2, alinéa premier, et l'article 34/3 du décret du 7 juin 2013 s'applique par analogie. ".
Art. 57. Artikel 79 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 57. L'article 79 du même arrêté est abrogé.
Art. 58. Aan hetzelfde besluit wordt een bijlage toegevoegd die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 58. Il est ajouté au même arrêté une annexe jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 tot vaststelling van de modaliteiten voor het testen en het uitreiken van de bewijzen van het taalniveau Nederlands, vermeld in artikel 46/2 van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid en houdende wijziging van artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2013 houdende uitvoering van het decreet van 18 november 2011 tot regeling van het bewijs van taalkennis, vereist door de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 établissant les modalités relatives aux tests et à la délivrance des preuves du niveau linguistique du néerlandais, visés à l'article 46/2 du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique et portant modification de l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2013 portant exécution du décret du 18 novembre 2011 relatif à la preuve de la connaissance de la langue, requise par les lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966
Art. 59. In artikel 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 tot vaststelling van de modaliteiten voor het testen en het uitreiken van de bewijzen van het taalniveau Nederlands, vermeld in artikel 46/2 van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid en houdende wijziging van artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2013 houdende uitvoering van het decreet van 18 november 2011 tot regeling van het bewijs van taalkennis, vereist door de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "het EVA".
Art. 59. A l'article 2, alinéa trois, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 établissant les modalités relatives aux tests et à la délivrance des preuves du niveau linguistique du néerlandais, visés à l'article 46/2 du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique et portant modification de l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2013 portant exécution du décret du 18 novembre 2011 relatif à la preuve de la connaissance de la langue, requise par les lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, les mots " Le Ministre " sont remplacés par " l'AAE ".
Art. 60. In hetzelfde besluit wordt een artikel 2/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 2/1. Ter uitvoering van artikel 46/2, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013 is deelname aan de taaltest afhankelijk van een retributie van negentig euro voor de vaardigheden schrijven en lezen, en een retributie van negentig euro voor de vaardigheden luisteren en spreken.
  Anderstaligen die de taaltest afleggen in functie van het behalen van een vrijstelling voor het vormingspakket Nederlands als tweede taal in het kader van het inburgeringstraject, zijn vrijgesteld van het betalen van de retributies, vermeld in het eerste lid.
  De retributies, vermeld in het eerste lid, komen toe aan het EVA, het stedelijk EVA of het Huis.
  Het EVA, het stedelijk EVA en het Huis maken gezamenlijk afspraken over de wijze waarop de retributie wordt geïnd, en delen die afspraken mee aan de anderstalige in het betalingsverzoek.".
Art. 60. Dans le même arrêté est inséré un article 2/1, énoncé comme suit :
  " Art. 2/1. En application de l'article 46/2, alinéa deux, du décret du 7 juin 2013, la participation au test de langue est soumise à une rétribution de nonante euros pour les compétences d'écriture et de lecture, et à une rétribution de nonante euros pour les compétences d'écoute et d'expression orale.
  Les allophones qui passent le test linguistique afin d'obtenir une dispense pour le programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue " dans le cadre du parcours d'intégration civique sont exemptés du paiement des rétributions, visées à l'alinéa premier.
  Les rétributions, visées à l'alinéa premier reviennent à l'AAE, à l'AAE urbaine ou à l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel ".
  L'AAE, l'AAE urbaine et l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel " prennent des dispositions communes sur le mode de perception de la rétribution et en informent l'allophone dans la demande de paiement. ".
Art. 61. In artikel 7, derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "oordeelt of de procedure correct verlopen is" vervangen door de woorden "is bevoegd om de oorspronkelijke beslissing te bevestigen of te wijzigen".
Art. 61. A l'article 7, alinéa trois, du même arrêté, les mots " évalue si la procédure s'est déroulée correctement " sont remplacés par les mots " a le pouvoir de confirmer ou de modifier la décision initiale ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid wat betreft de participatieorganisatie en de oriëntering van anderstaligen naar het meest gepaste aanbod NT2, en tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2016 houdende de uitvoering van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2019 portant exécution de diverses dispositions du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique en ce qui concerne l'organisation de participation et l'orientation des allophones vers l'offre la plus appropriée du néerlandais comme deuxième langue, et modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 janvier 2016 portant exécution du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique
Art. 62. In het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid wat betreft de participatieorganisatie en de oriëntering van anderstaligen naar het meest gepaste aanbod NT2, en tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2016 houdende de uitvoering van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2020, wordt hoofdstuk 3, dat bestaat uit artikel 14 en 15, opgeheven.
Art. 62. A l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2019 portant exécution de diverses dispositions du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique en qui concerne l'organisation de participation et l'orientation d'allophones vers l'offre la plus appropriée du néerlandais comme deuxième langue, et modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 janvier 2016 portant exécution du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 juin 2020, le chapitre 3, composé des articles 14 et 15, est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtredingsbepaling van het decreet van 22 december 2017 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018
CHAPITRE 5. - Disposition d'entrée en vigueur du décret du 22 décembre 2017 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2018
Art. 63. Artikel 3 van het decreet van 22 december 2017 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 treedt in werking op 1 maart 2022.
Art. 63. L'article 3 du décret du 22 décembre 2017 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2018 entre en vigueur le 1er mars 2022.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 64. Het decreet van 9 juli 2021 tot wijziging van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid treedt in werking op 1 maart 2022.
Art. 64. Le décret du 9 juillet 2021 modifiant le décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique entre en vigueur le 1er mars 2022.
Art. 65. Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2022, met uitzondering van artikel 29 en artikel 36, die in werking treden op een datum die de Vlaamse Regering vaststelt.
Art. 65. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er mars 2022, à l'exception des articles 29 et 36, qui entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand.
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 29 ; 36 fixée au 01-01-2023 par AGF 2022-10-07/17, art. 15)
Art. 66. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gelijke kansen, de integratie en de inburgering, de Vlaamse minister, bevoegd voor werk, en de Vlaamse minister, bevoegd voor financiën en begroting, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 66. Le ministre flamand qui a l'égalité des chances, l'intégration et l'intégration civique dans ses attributions, le ministre flamand qui a l'emploi dans ses attributions, et le ministre flamand qui a les finances et le budget dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2016 houdende de uitvoering van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid
  Bijlage 1. De bepaling essentiële rechten en plichten als vermeld in artikel 32/1, § 2
  Welkom in Vlaanderen en bedankt om deel te nemen aan het inburgeringstraject.
  In Vlaanderen bent u welkom ongeacht uw culturele achtergrond en geschiedenis. Wel verwachten we dat u bepaalde rechten, plichten, vrijheden en waarden respecteert die belangrijk zijn om in vrede, veiligheid en welvaart samen te leven.
  Daarom is het belangrijk dat u die rechten, plichten, vrijheden en waarden wilt leren kennen tijdens het inburgeringstraject en dat u bereid bent om ze steeds na te leven.
  Tijdens het inburgeringstraject wordt geduid:
  - wat de essentiële rechten en plichten betekenen;
  - waarom die in Vlaanderen belangrijk zijn;
  - wat ze betekenen in het dagelijkse leven;
  - welke stappen u kunt zetten als uw rechten of andermans rechten geschonden worden.
  Verklaring
  Ik ben bereid te leren over de rechten, plichten, vrijheden en waarden in Vlaanderen en zal die respecteren. Ik zal de wetgeving van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest en van dit land naleven.
  Essentiële rechten en plichten in de Vlaamse samenleving die je moet respecteren:
  - de Belgische en Vlaamse regelgeving en de democratische principes van dit land;
  - de mensenrechten, zoals die beschreven staan in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens;
  - de vrijheid en de persoonlijke integriteit van iedereen. Iedereen heeft recht op de fundamentele vrijheden die verankerd zijn in de Belgische Grondwet. Dat geldt in het bijzonder voor de:
  o vrijheid van mening en vrijheid van meningsuiting. Iedereen mag zelf zijn mening vormen en mag vrij zijn overtuigingen gesproken of geschreven delen. Aanzetten tot haat of geweld is een strafbaar feit en geeft aanleiding tot een veroordeling door de rechter.
  o vrijheid van vereniging. Iedereen kan zich vrij verenigen, maar niemand kan gedwongen worden om deel uit te maken van een vereniging;
  o vrijheid van eredienst. Iedereen mag kiezen welke godsdienst of levensbeschouwing hij aanhangt. Iemand mag er ook voor kiezen om géén godsdienst of levensbeschouwing aan te hangen. Iedereen heeft het recht van godsdienst of levensbeschouwing te wijzigen of zijn godsdienst af te vallen;
  o vrijheid van beleving van seksuele geaardheid. Een relatie tussen twee mannen of twee vrouwen is gelijkwaardig aan een relatie tussen een vrouw en een man. Twee vrouwen of twee mannen kunnen met elkaar trouwen en samen kinderen grootbrengen.
  o vrijheid van onderwijs. Onderwijsverstrekkers zijn vrij om onderwijs te organiseren en er inhoudelijk vorm aan te geven. Ouders, leerlingen en studenten zijn vrij om onderwijs te kiezen dat aansluit bij de eigen overtuigingen. Iedereen heeft ook recht op onderwijs, met eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden.
  - Mannen en vrouwen hebben dezelfde rechten en plichten. Ze leveren samen een bijdrage aan de samenleving.
  o Mannen en vrouwen hebben dezelfde rechten op onderwijs en werk.
  o Ze kunnen deelnemen aan het democratische proces, waaronder verkiezingen.
  o Zowel mannen als vrouwen betalen belastingen.
  o Elke meerderjarige kiest vrij, zonder dwang van ouders of familieleden, een beroep, een woonplaats of een partner.
  o Beide ouders staan in Vlaanderen in voor het onderhoud van hun kinderen en zorgen dat ze de best mogelijke opleiding en opvoeding krijgen zodat ze actieve burgers worden. Alle jongens én meisjes krijgen dezelfde kansen.
  o Jongens en meisjes mogen niet gedwongen worden om te trouwen.
  - Het is strafbaar om geweld te plegen tegenover een echtgenoot of echtgenote, kinderen of andere personen. Dreigen met geweld is in Vlaanderen ook strafbaar.
  - Vlaanderen veroordeelt elke daad van terrorisme heel streng.
  - Elke getuige van een poging tot misdrijf die het leven van andere mensen in gevaar brengt of de fundamenten van de samenleving wil aantasten, doet alles om dat misdrijf te voorkomen en verwittigt de politie.
  - Integreren in de samenleving is belangrijk en is een voorwaarde om het verblijfsrecht in dit land te blijven genieten zoals voorzien in artikel 1/2, § 3 van de Vreemdelingenwet.
  - De kennis van het Nederlands biedt kansen en is essentieel om actief te participeren in de samenleving. Daarom is het belangrijk inspanningen te leveren om Nederlands te leren.
  - Burgers en gezinnen worden verantwoordelijk geacht om in hun levensonderhoud te voorzien. We dragen als samenleving zorg voor wie (tijdelijk) niet in zijn levensonderhoud kan voorzien, we verwachten van iedereen een bijdrage voor deze sociale bescherming aan de kwetsbare burgers.
Art. N. Annexe 1. à l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 janvier 2016 portant exécution du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique
  Annexe 1. La disposition relative aux droits et aux obligations essentiels, visée à l'article 32/1 § 2
  Bienvenue en Flandre et merci de participer au parcours d'intégration civique.
  Quelles que soient vos origines culturelles et votre histoire, vous êtes toujours le bienvenu en Flandre. Cependant, nous attendons de vous que vous respectiez certains droits, devoirs, libertés et valeurs essentiels afin de vivre ensemble dans la paix, la sécurité et la prospérité.
  C'est pourquoi il est important que vous ayez la volonté d'apprendre ces droits, obligations, libertés et valeurs au cours du parcours d'intégration civique et que vous soyez disposé à les respecter à tout moment.
  Au cours du processus d'intégration civique, il est souligné :
  - ce que signifient les droits et obligations essentiels ;
  - pourquoi ils sont importants en Flandre ;
  - ce qu'ils signifient dans la vie quotidienne ;
  - les actions que vous pouvez entreprendre si vos droits ou ceux d'une autre personne sont violés.
  Déclaration
  Je suis disposé à m'informer sur les droits, les devoirs, les libertés et les valeurs en Flandre et je les respecterai. Je respecterai les lois de la Communauté flamande et de la Région flamande ainsi que de ce pays.
  Droits et devoirs essentiels de la société flamande à respecter :
  - les réglementations belges et flamandes et les principes démocratiques de ce pays ;
  - les droits de l'homme, tels que décrits dans la Déclaration universelle des droits de l'homme et la Convention européenne des droits de l'homme ;
  - la liberté et l'intégrité de chaque citoyen. Toute personne a droit aux libertés fondamentales inscrites dans la Constitution belge. Cette disposition s'applique en particulier à :
  o la liberté d'opinion et la liberté d'expression. Chacun est libre de se forger ses propres opinions et de partager ses convictions, que ce soit à l'oral ou à l'écrit. L'incitation à la haine ou à la violence constitue une infraction pénale et donne lieu à une condamnation par le tribunal ;
  o la liberté d'association. Chacun peut s'associer librement, mais personne ne peut être forcé d'appartenir à une association ;
  o la liberté de culte. Chacun peut choisir sa conviction religieuse ou philosophique. Une personne peut également choisir de ne pas avoir de conviction religieuse ou philosophique. Chacun a le droit de changer de conviction religieuse ou philosophique ou d'abandonner sa religion ;
  o la liberté en matière d'orientation sexuelle. Une relation entre deux hommes ou deux femmes est équivalente à une relation entre une femme et un homme. Deux femmes ou deux hommes peuvent se marier et élever des enfants ensemble.
  o la liberté d'enseignement. Les prestataires de services éducatifs sont libres d'organiser l'enseignement et de façonner son contenu. Les parents, les élèves et les étudiants sont libres de choisir l'éducation qui correspond à leurs propres convictions. Chacun a droit à l'enseignement dans le respect des libertés et droits fondamentaux.
  - Les hommes et les femmes ont les mêmes droits et obligations. Ils contribuent conjointement à la société.
  o Les hommes et les femmes ont les mêmes droits à l'éducation et à l'emploi.
  o Ils peuvent participer au processus démocratique, y compris aux élections.
  o Les hommes et les femmes paient des impôts.
  o Chaque personne majeure choisit librement une profession, un lieu de résidence ou un partenaire, sans contrainte des parents ou des proches.
  o En Flandre, les deux parents sont responsables de l'entretien de leurs enfants et veillent à ce qu'ils reçoivent la meilleure éducation possible afin qu'ils deviennent des citoyens actifs. Tous les garçons et les filles bénéficient des mêmes opportunités.
  o Les garçons et les filles ne peuvent être contraints au mariage.
  - Commettre des violences sur son conjoint, ses enfants ou d'autres personnes est punissable. Menacer de violence est également punissable en Flandre.
  - La Flandre condamne fermement tout acte de terrorisme.
  - Tout témoin d'une tentative de fait délictueux qui met en danger la vie d'autrui ou cherche à saper les fondements de la société doit faire tout son possible pour empêcher ce fait délictueux et en informe la police.
  - L'intégration dans la société est importante et constitue une condition pour continuer à bénéficier du droit de séjour dans ce pays tel que prévu à l'article 1/2, § 3 de la loi relative aux étrangers.
  - La connaissance du néerlandais offre des opportunités et est essentielle pour une participation active à la société. C'est pourquoi il est important de faire des efforts pour apprendre le néerlandais.
  - Les citoyens et les ménages ont la responsabilité de subvenir à leurs besoins. En tant que société, nous prenons soin de ceux qui sont (temporairement) incapables de subvenir à leurs besoins, et nous attendons de chacun qu'il contribue à cette protection sociale des citoyens vulnérables.